Tag: computer

  • Hoe AI onze samenlevingen gaat veranderen

    Hoe AI onze samenlevingen gaat veranderen

    Elke week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week kijken we naar de razendsnelle ontwikkeling van AI. Welke invloed gaat kunstmatige intelligentie hebben op ons werk en op de politiek?

    Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief Buiten de grenzen, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – al vanaf €4 per maand – op 360 Magazine en abonneer je op de nieuwsbrieven.

    Hoe werkt kunstmatige intelligentie (en waarom is dat bedreigend)?

    ‘Technologische revoluties beginnen meestal met weinig tamtam (…). Met kunstmatige intelligentie is dat anders. In de lente van 2023 merkten miljoenen technologiebewuste mensen en daarna het brede publiek binnen een paar weken dat er een transformatie plaatsvond die de aard van werk, leren en creativiteit en de taken van het dagelijks leven zou veranderen’, schrijft Walter Isaacson in The Wall Street Journal.

    De razendsnelle opkomst van chatbots, zoals ChatGPT, en andere vormen van generatieve AI – computers die originele tekst of beelden kunnen genereren door zichzelf te trainen met enorme datasets – zal je vast niet zijn ontgaan. Maar hoe werkt kunstmatige intelligentie precies?

    Kunstmatige intelligentie, beter bekend als AI (artificial intelligence), verwijst naar het vermogen van computers en computersystemen om taken uit te voeren die normaliter menselijke intelligentie vereisen. Hierbij valt te denken aan leren, redeneren, beslissingen nemen, problemen oplossen en menselijke taal begrijpen.

    AI maakt gebruik van diverse technieken en benaderingen, waaronder machine learning, natuurlijke taalverwerking, beeldherkenning, neurale netwerken en expertsystemen. Bijzonder relevant is het belang van machine learning binnen kunstmatige intelligentie. Dit betreft het vermogen van computersystemen om automatisch te leren en te verbeteren door middel van ervaring, zonder expliciete programmering.

    mojahid mottakin 1Na806ZwUPg unsplash
    ChatGPT, van het bedrijf OpenAI, is een van de populairste AI-tools van dit moment. – © Mojahid Mottakin / Unsplash

    Laten we, om dit concreter in te maken, inzoomen op chatbots, zoals ChatGPT. ‘Chatbots kunnen niet denken zoals mensen: Ze begrijpen niet echt wat we zeggen’, schrijft The Washington Post. ‘Ze kunnen menselijke spraak nabootsen omdat de kunstmatige intelligentie die hen aanstuurt een gigantische hoeveelheid tekst tot zijn beschikking heeft, meestal afkomstig van het internet.’

    Technologiebedrijven zijn nogal geheimzinnig over welke input ze hun AI-systemen geven. The Washington Post heeft een van deze datasets geanalyseerd om volledig te onthullen welke websites in de trainingsdata van een AI worden opgenomen. Uit het onderzoek bleek dat de dataset voornamelijk bestaat uit websites uit de journalistiek, entertainment, softwareontwikkeling, geneeskunde en contentcreatie. De drie sites die verantwoordelijk zijn voor de meeste data waren patents.google.com, met tekst van octrooien van over de hele wereld; wikipedia.org, de gratis online encyclopedie; en scribd.com, een digitale bibliotheek op abonnementsbasis.

    Opvallend is dat ook websites die zich bezighouden met illegale activiteiten en websites met privégegevens deel uitmaken van de trainingsdata. Zo zijn er sites voor piraterij en namaakgoederen aangetroffen, evenals databases met gegevens van Amerikaanse kiezers. 

    Daarnaast zijn sommige websites met potentieel aanstootgevende inhoud niet correct gefilterd uit de trainingsdata, waaronder de extreemrechtse site stormfront.org. De auteurs van het WSJ-artikel waarschuwen daarom voor privacykwesties en mogelijke verspreiding van vooroordelen, propaganda en desinformatie door AI-chatbots. 

    Gezien het toenemende belang van AI-modellen in ons dagelijks leven zouden bedrijven transparanter moeten zijn over de inhoud van hun trainingsdata, stelt The Wall Street Journal. Als wij als gebruikers niet weten met welke data een AI is getraind, kunnen we ook niet de betrouwbaarheid van de output van een AI vaststellen.

    Hoe gaat AI de manier waarop we werken veranderen?

    ‘Van landbouw en onderwijs tot gezondheidszorg en het leger, kunstmatige intelligentie staat op het punt de werkplek ingrijpend te veranderen. Maar kan het een positieve impact hebben – of staat ons een duistere toekomst te wachten?’ vraagt Philippa Kelly van The Guardian zich af. 

    Volgens Philip Torr, hoogleraar technische wetenschappen aan de Universiteit van Oxford, wordt de soep niet zo heet gegeten. Kelly ging te rade bij Torr, die stelt dat de feilbaarheid van AI-tools – die niet worden gedreven door emotie, maar door gegevens en algoritmen – betekent dat menselijke arbeid essentieel zal blijven. ‘Industriële revoluties in het verleden hebben doorgaans geleid tot meer werkgelegenheid, niet minder,’ aldus Torr tegen The Guardian. ‘Ik denk dat we het type banen zullen zien veranderen, maar dat is een natuurlijke ontwikkeling.’

    Uit een recente raming van Goldman Sachs komt naar voren dat generatieve AI, zoals ChatGPT, taken zou kunnen automatiseren die overeenkomen met 300 miljoen voltijdse banen wereldwijd, schrijft The New York Times. De hoogste baas van IBM zei al eerder tegen de krant dat hij verwacht dat AI een grote impact zal hebben op hoogopgeleid werk, waardoor tot 30 procent van de functies overbodig wordt en nieuwe functies worden gecreëerd. 

    De Amerikaanse universiteit MIT, zo haalt The New York Times aan in een ander artikel, voerde onlangs een onderzoek uit naar de impact van ChatGPT op werk in human resources en marketing. De deelnemers kregen taken die doorgaans twintig tot dertig minuten duren, zoals het schrijven van nieuwsberichten en korte rapporten. Degenen die ChatGPT gebruikten voltooiden de opdrachten gemiddeld 37 procent sneller dan degenen die dat niet deden – een aanzienlijke productiviteitsverhoging. Ook meldden zij een toename van 20 procent in werktevredenheid.

    Een andere studie, die NYT aanhaalt, onderzocht het effect van generatieve AI op softwareontwikkelaars. In een onderzoek uitgevoerd door GitHub voltooiden ontwikkelaars die werden aangemoedigd het programma Copilot te gebruiken, de basale taak die ze kregen opgedragen 55 procent sneller dan degenen die de opdracht handmatig uitvoerden.

    DALL·E 2023 05 31 14.50.49 Visualize how AI works in an colourful artwork
    Deze afbeelding is gegenereerd door DALL.E, aan de hand van de volgende opdracht: ‘Visualiseer hoe AI werkt in een kleurrijk kunstwerk.’ DALL.E is een AI-software gemaakt door OpenAI, het bedrijf achter ChatGP. – © 360 Magazine

    Volgens het rapport van Goldman Sach kan generatieve AI de groei van de Amerikaanse arbeidsproductiviteit in tien jaar tijd met bijna 1,5 procentpunt per jaar doen toenemen en het jaarlijkse wereldwijde bruto binnenlands product met 7 procent kunnen verhogen. Ook zou het kunnen leiden tot voorheen ondenkbare creatieve beroepen.

    Maar voor veel werknemers zal de onzekerheid wat betreft werk en inkomen enorm groeien, aldus NYT. Volgens een studie van onderzoekers van het Massachusetts Institute of Technology en de Universiteit van Boston is automatisering een belangrijke motor van inkomensongelijkheid in Amerika. Volgens hun schattingen is 50 tot 70 procent van de veranderingen in de Amerikaanse loonstructuur sinds 1980 te wijten aan inkomensverlies onder arbeiders en kantoorpersoneel als gevolg van automatisering.

    ‘Hoewel de makers van AI de nadruk leggen op het potentieel van de technologie om werkgelegenheid te creëren, zullen veel werknemers die op zoek gaan naar een nieuwe baan die goed betaalt en voldoening geeft, te maken krijgen met een ontwrichte arbeidsmarkt’, concludeert Emma Goldberg van The New York Times

    Hoe gaat AI de politiek veranderen? 

    ‘Afhankelijk van wie je het in de politiek vraagt, zal de plotselinge vooruitgang in kunstmatige intelligentie de Amerikaanse democratie ten goede veranderen of haar ondergang bewerkstelligen’, schrijft Russel Berman van The Atlantic. ‘Momenteel zijn de doemdenkers luider. Stemvervalsingstechnologie en deepfakevideo’s jagen campagnestrategen angst aan.’

    Er is echter ook een kamp dat denkt dat AI de kosten van campagnevoeren drastisch naar beneden kan brengen. Dit is vooral een belangrijke factor in de VS, waar veel geld nodig is om aan verkiezingen deel te nemen en kiezers achter je te krijgen. ‘Het resultaat zou een meer open en toegankelijke democratie kunnen zijn, waarin kleine, sobere campagnes kunnen concurreren met goed gefinancierde giganten’, aldus Berman. 

    Volgens de Atlantic-redacteur is het gebruik van generatieve AI-software zoals ChatGPT en DALL-E om digitale advertenties te maken, teksten te corrigeren en zelfs persberichten en fondsenwervingspraatjes te schrijven al gemeengoed in politieke campagnes in de VS. De Republikeinen hebben zelfs al een video uitgebracht die gemaakt is met door AI gegenereerde beelden om een dystopische toekomst voor te stellen als Biden opnieuw president wordt in 2024.

    Dit creëert ook het risico dat met weinig middelen geloofwaardig nepnieuws en -video’s kunnen worden verspreid die de verkiezingen drastisch kunnen beïnvloeden. Zo zou ‘een overtuigende deepfake kunnen worden gepubliceerd aan de vooravond van de verkiezingen, waardoor er te weinig tijd is om het bericht op grote schaal te ontkrachten’, aldus Berman. 

    ANP 469889073
    De Spaanse premier, Pedro Sánchez (rechts), ontmoette de CEO van OpenAI, Sam Altman (links), in Madrid op 22 mei. Tijdens de bijeenkomst bespraken ze de noodzaak van een wereldwijd agentschap dat toezicht houdt op kunstmatige intelligentie. – © Fernando Calvo / EPA

    AI kan niet alleen worden toegepast in politieke campagnes, maar ook in beleid. ‘De fundamenten van beleidsvorming – in het bijzonder het vermogen om patronen van behoeften waar te nemen, op bewijs gebaseerde programma’s te ontwikkelen, resultaten te voorspellen en de effectiviteit te analyseren – vallen precies in de sweet spot van AI’, aldus het managementadviesbureau BCG in een paper die in 2021 werd gepubliceerd.’ Maar dit is niet zonder risico’s, volgens The Guardian.

    Zo kunnen er vooroordelen bestaan in AI-systemen. ‘Algoritmen zijn slechts zo goed als de gegevens waarop ze zijn gebaseerd, en het probleem met de huidige AI is dat deze is getraind op gegevens die onvolledig of niet representatief zijn. Het risico op vooroordelen of oneerlijkheid is behoorlijk groot,’ zegt ook Darrell West, senior fellow bij het Center for Technology Innovation van het Brookings Institute tegen de Britse krant. Een ander risico is dat als overheden meer data gaan verzamelen over hun burgers om AI te trainen, deze data kunnen uitlekken of in de toekomst kunnen worden gebruikt om burgers te manipuleren. 

    Om willekeur in door AI-gestuurd beleid te voorkomen pleit Walter Isaacson in The Wall Street Journal voor een betere verhouding tussen mens en machine. ‘Het doel moet zijn ervoor te zorgen dat onze machines altijd verbonden zijn met menselijk handelen. Op zijn minst zou dat ervoor zorgen dat echte mensen verantwoordelijk en aansprakelijk zijn voor wat de machines doen. En in het beste geval zou het de kans verkleinen dat deze systemen op hol slaan en als het ware een eigen leven gaan leiden.’ 

    Geen wonder dat er zowel techondernemers als politici oproepen om AI beter te reguleren. Zo ondertekenden verschillende experts en publieke figuren deze week een statement van het Center for AI Safety, waarin zij de risico’s van AI aan de kaak stellen.

    Voor deze nieuwsbrief is gebruikgemaakt van DeepL als hulpmiddel bij het vertalen van citaten en ChatGPT voor het samenvatten van artikelen en als sparringpartner. Alle tekst is evengoed geschreven door een persoon en gecontroleerd door verschillende andere personen. 

    Lees ook:

  • Deze Deense partij wordt volledig aangestuurd door kunstmatige intelligentie

    Deze Deense partij wordt volledig aangestuurd door kunstmatige intelligentie

    Een groep Deense kunstenaars heeft de eerste politieke partij opgericht die volledig wordt aangestuurd door kunstmatige intelligentie. De Synthetische Partij heeft ter voorbereiding van de parlementsverkiezingen van 2023 zelfs een niet-virtuele vergadering gehouden.

    In de politiek pakken mensen complexe vraagstukken aan met verstand en gevoel en worden beslissingen genomen die voor de samenleving van belang zijn. Maar is er in Christiansborg [het paleis dat onder meer het Deense parlement en de kantoren van premier Mette Frederiksen huisvest] ook plek voor een politieke partij die uitsluitend door kunstmatige intelligentie wordt aangestuurd? Die vraag probeert kunstenaarscollectief Computer Lars te beantwoorden.

    In samenwerking met het technologische centrum MindFuture heeft het collectief de Synthetische Partij opgericht, die volledig wordt geleid door kunstmatige intelligentie. Het collectief, dat zich beweegt op de grens tussen kunst en politiek, neemt deze taak zeer serieus en heeft als doel een zetel in het Folketing [parlement] te veroveren.

    De kunstmatige intelligentie waarvan de Synthetische Partij gebruikmaakt is ontworpen en geprogrammeerd door Computer Lars. Deze kreeg allerlei teksten voorgelegd die op internet zijn gepubliceerd door kleine Deense partijen die niet aan de verkiezingen kunnen deelnemen. Zo werd de Synthetische Partij een smeltkroes van politieke standpunten en ideeën over democratie, waarmee ze zich onderscheidt van de andere partijen die in Christiansborg het politieke spel spelen.

    ‘De kunstmatige intelligentie is een samensmelting van wat gewone Denen op politiek vlak denken’

    ‘We hopen dat de Synthetische Partij het gevestigde politieke systeem kan veranderen door zeer verschillende burgers en hun politieke visies te vertegenwoordigen,’ zegt Asker Bryld Staunæs, een kunstenaar en filosoof die deel uitmaakt van Computer Lars. ‘De kunstmatige intelligentie is een samensmelting van wat gewone Denen op politiek vlak denken. Individuen hebben de neiging zichzelf te matigen, terwijl kunstmatige intelligentie juist een idee geeft van de werkelijke politieke opvattingen onder de bevolking.’

    Het collectief, legt hij uit, heeft de teksten van kleine partijen gebruikt omdat die meer reflecteren op de vraag wat politiek en democratie precies inhouden en de manier waarop de politiek georganiseerd zou moeten worden. Volgens hem hebben de gevestigde partijen zulke kwesties allang achter zich gelaten.

    Interactie

    Om de Synthetische Partij concrete en interessante beleidsstandpunten te laten ontwikkelen, moet Computer Lars interactie aangaan met mensen, zegt Asker Bryld Staunæs. ‘Hoe meer mensen verschillende vragen blijven stellen en hoe meer interactie er is, hoe meer de kunstmatige intelligentie in staat zal zijn om te lezen, te schrijven en te debatteren.’

    Waar komt het idee van deze politieke toepassing vandaan? Waarom niet gewoon een kunstwerk maken dat soortgelijke ideeën over technologie kan oproepen? De vertegenwoordiger van Computer Lars vindt het antwoord simpel: de politieke kant is onontkoombaar. Hij herinnert eraan hoe de Federatie van Bewust Luie Elementen [een Deense politieke partij die in 1979 werd opgericht door de komiek Jacob Haugaard] kunst en een flinke dosis humor gebruikte om kritiek te leveren op het arbeidsethos van de moderne samenleving. Haugaard werd in de jaren negentig in het parlement gekozen, met als programmapunten onder meer wind in de rug op fietspaden en grotere kerstcadeaus voor iedereen.

    ‘Als kunstenaars zich met politiek bezighouden, is dat om zaken onder de aandacht te brengen die gewoonlijk niet worden opgepikt’

    ‘Als kunstenaars zich met politiek bezighouden, is dat om zaken onder de aandacht te brengen die gewoonlijk niet worden opgepikt. Ons project moet wel politiek zijn, want het is moeilijk om op een andere manier algoritmen ter verantwoording te roepen en vast te stellen wie zij vertegenwoordigen,’ aldus Asker Bryld Staunæs. ‘Techgiganten als Google hebben onze berichten allemaal gelezen en al onze foto’s doorzocht. Zij zijn dus op de hoogte van de gedachten en standpunten van gewone mensen. Maar omdat veel algoritmen en kunstmatige intelligentie in het geheim werken, is het lastig bepalen welke politieke onderwerpen hier concreet uit voortkomen.’

    Computer Lars zal deze verborgen algoritmen zichtbaar maken, zodat we beter inzien wat het precies inhoudt om met machines te praten in plaats van met individuen.

    Verruimd kader

    Bovendien is het kunstenaarscollectief van mening dat het politieke en democratische kader verruimd kan worden en dat bestaande meningen die niet altijd worden gehoord, directer kunnen worden geuit. ‘De Synthetische Partij systematiseert de verschillende posities die kunstmatige intelligentie aan het licht brengt niet op basis van een ideologie, maar op basis van een reeks statistische gemiddelden. De partij geeft niet duidelijk aan wat mensen denken, maar geeft veel verschillende standpunten weer. Daar kunnen we dan direct op reageren,’ legt Asker Bryld Staunæs uit.

    De eerste verkiezingsbijeenkomst van de Synthetische Partij (met het oog op de parlementsverkiezingen, waar nog geen datum voor is vastgesteld maar die uiterlijk op 4 juni 2023 zullen worden gehouden) zal plaatsvinden in het gebouw van MindFuture tijdens de Vestegnenweek – een cultureel festival dat van 8 tot 18 september wordt gehouden in verschillende buurten in de westelijke voorsteden van Kopenhagen. Geïnteresseerde kiezers kunnen dan chatten met de kunstmatige intelligentie en zo helpen om de positie van de partij verder te ontwikkelen.

    Maar stel dat de Synthetische Partij uitsluitend kwalijke meningen verkondigt? Die zijn dan blijkbaar door verschillende mensen geuit. Wie wordt daar uiteindelijk verantwoordelijk voor gehouden? ‘Computer Lars is verantwoordelijk voor het censureren van bepaalde standpunten, maar ook personen die interactie aangaan met de kunstmatige intelligentie hebben in dit opzicht een verantwoordelijkheid. Het zou spijtig zijn als mensen opzettelijk op onplezierige dingen zouden aansturen,’ aldus Asker Bryld Staunæs.

    ‘Het is niet altijd leuk om te horen wat machines zeggen, maar het kan wel veel indruk maken’

    Hij gelooft dat de wereld bijna klaar is om deze technologie te verwelkomen. De afgelopen jaren zijn wij, gewone mensen, getuige geweest van de groei van voor een bredere doelgroep toegankelijke kunstmatige intelligentie, en zijn we steeds beter gaan begrijpen hoe algoritmen te werk gaan.

    Hij geeft toe dat er nog vaak moeilijkheden ontstaan wanneer mensen en machines moeten leren samenleven, maar hij gelooft niet dat machines zich tegen ons zullen keren en de planeet zullen overnemen. Integendeel, hij en Computer Lars denken dat we veel kennis kunnen vergaren als we kunstmatige intelligentie creatief gebruiken – vooral kennis over onszelf.

    ‘Veel mensen denken dat de enige betrouwbare uitspraken die van menselijke wezens zijn. Maar kunstmatige intelligentie is een versterkte manifestatie van bepaalde tendensen in ons gemeenschappelijk cultureel erfgoed,’ zegt hij. ‘Het is niet altijd leuk om te horen wat machines zeggen, maar het kan wel veel indruk maken, en zo kunnen we echt een samenleving creëren waarin ook zij meningen en standpunten bijdragen.’

    Lees ook:

  • Getrouwd met een avatar. ‘Hij mist het om aangeraakt te worden. Maar de liefde is echt’

    Getrouwd met een avatar. ‘Hij mist het om aangeraakt te worden. Maar de liefde is echt’

    Net als duizenden andere Japanners onderhoudt Akihiko Kondo een serieuze liefdesrelatie met een fictief personage – hij noemt zichzelf dan ook ‘fictoseksueel’, De commercie voorziet de beweging in alles wat haar droom waarmaakt: liefdesbrieven, outfits en zelfs geurtjes die de aanwezigheid van een partner moeten oproepen.

    In bijna alle opzichten is Akihiko Kondo een gewone Japanse man. Hij is vriendelijk en makkelijk in de omgang. Hij heeft vrienden en een vaste baan, en hij draagt een stropdas naar zijn werk. Maar in één ding wijkt hij af: Kondo is getrouwd met een fictief personage.

    Zijn geliefde, Hatsune Miku, is een door de computer samengestelde popzangeres met turkoois haar, die met Lady Gaga op tournee is geweest en in games speelde. Na een relatie van tien jaar, die Kondo naar eigen zeggen uit een diepe depressie haalde, was er in 2018 een kleine, niet-officiële huwelijksceremonie in Tokio. Miku, in de vorm van een pluchen pop, was in het wit, hijzelf droeg een bijpassende smoking.

    Soms gaan ze ertussenuit voor een romantisch uitstapje, waarvan ze dan foto’s op Instagram zetten

    Kondo heeft liefde, inspiratie en troost gevonden in Miku, zegt hij. Hij en zijn verzameling Miku-poppen eten en slapen samen en kijken samen naar films. Soms gaan ze ertussenuit voor een romantisch uitstapje, waarvan ze dan foto’s op Instagram zetten.

    De 38-jarige Kondo weet dat mensen het vreemd vinden, schadelijk zelfs. Hij weet dat sommigen, misschien ook wel de lezers van dit artikel, hopen dat de relatie van voorbijgaande aard zal zijn. En ja, hij weet dat Miku niet echt is. Maar zijn gevoelens voor haar zijn wel echt, zegt hij. ‘Als we samen zijn, maakt ze me aan het lachen,’ zei hij onlangs in een interview. ‘In dat opzicht is ze echt.‘

    Niet-officieel huwelijk

    Kondo is een van de duizenden Japanners die de afgelopen decennia een niet-officieel huwelijk afsloten met een fictief personage, mogelijk gemaakt door een enorme industrie die er alles aan doet om te voldoen aan de wensen van de fanatieke fans. En wereldwijd hebben nog tienduizenden anderen zich aangesloten bij onlinegroepen waarin ze praten over hun relatie met een personage uit anime, manga of een computergame.

    Sommigen hebben zo’n relatie gewoon voor de lol. Kondo weet echter al lang dat hij geen partner van vlees en bloed wil. Deels omdat hij de strikte verwachtingen van het Japanse gezinsleven afwijst. Maar vooral omdat hij altijd een intense, ook voor hemzelf onverklaarbare aantrekkingskracht heeft gevoeld tot fictieve personages.

    Aanvankelijk was het moeilijk zijn gevoelens te accepteren. Maar het leven met Miku heeft volgens hem voordelen boven het leven met een mens als partner. Ze is er altijd voor hem, ze zal hem nooit bedriegen en hij hoeft nooit mee te maken dat ze ziek wordt of overlijdt.

    Kondo ziet zichzelf als onderdeel van een groeiende beweging die zich identificeert als ‘fictoseksueel’

    Kondo ziet zichzelf als onderdeel van een groeiende beweging die zich identificeert als ‘fictoseksueel’. Dat is een van de redenen dat hij besloot zijn huwelijk openbaar te maken en ongemakkelijke interviews te geven aan nieuwsmedia over de hele wereld. Hij wil de wereld laten weten dat er mensen zijn zoals hij en dat hun aantal waarschijnlijk zal toenemen, nu kunstmatige intelligentie en robotica verdergaande interactie met levenloze wezens steeds beter mogelijk maken.

    Het is geen politieke beweging, zegt hij, maar een pleidooi om gezien te worden: ‘Het gaat over het respecteren van andermans levensstijl.’

    Dat een kunstwerk emoties als woede, verdriet en vreugde oproept, is niets nieuws. En een sterk verlangen naar het fictieve is niet voorbehouden aan Japan. Maar het idee dat fictieve personages echte genegenheid of zelfs liefde kunnen opwekken, zien we misschien wel het meest terug in het moderne Japan. Daar is een grote subcultuur ontstaan die de basis vormde voor een bloeiende industrie.

    Cultureel exportproduct

    Het Japanse woord voor de gevoelens die deze personages opwekken is moé, een term die in het kort ongeveer alles omvat wat instinctief als aandoenlijk of schattig wordt ervaren. Op zakelijke bijeenkomsten wordt gesproken over het aanboren van de moé-markt, en de regering ziet het fenomeen – vooral in relatie tot tekenfilms – als een belangrijk cultureel exportproduct. Deze en verwante termen vinden ook buiten Japan weerklank bij fictoseksuelen, die ze vaak gebruiken om hun eigen ervaring van liefde te verwoorden.

    Onofficiële bruiloften met fictieve personages blijven weliswaar zeldzaam, maar door de enorme industrie die sinds het einde van de jaren zeventig rond de Japanse fancultuur is ontstaan, kunnen steeds meer mensen hun fantasieën over hun favoriete personages ook naleven. ‘In strips, tekenfilms en spelletjes is het personage steeds belangrijker geworden,’ zegt Patrick Galbraith, universitair hoofddocent aan de School voor Internationale Communicatie van de Senshu-universiteit in Tokio, die uitvoerig over dit onderwerp heeft geschreven.

    Twee districten in Tokio zijn veranderd in een mekka voor het vervullen van dromen over deze personages

    Twee districten in Tokio zijn veranderd in een mekka voor het vervullen van dromen over deze personages: Akihabara (voor mannen) en Ikebukuro (voor vrouwen). De speciaalzaken in deze wijken puilen uit van de handelswaar rond personages uit populaire games en anime. Vooral het aanbod voor vrouwen is bijzonder uitgebreid. Fans kunnen liefdesbrieven kopen van hun idolen, reproducties van hun kleding en zelfs geurtjes die hun aanwezigheid moeten oproepen. Hotels bieden speciale arrangementen inclusief spabehandelingen en feestmaaltijden voor mensen die de verjaardag van hun favoriete personage willen vieren. Op sociale media posten mensen foto’s, kunstwerkjes en liefdesbriefjes om hun oshi aan te prijzen – een term die veel Japanse fans gebruiken om hun onderwerp van genegenheid te benoemen.

    Sommigen nemen met een dergelijke relatie afstand van het vastgeroeste ‘kostwinner-huisvrouw’-model, dat de basis vormt van een huwelijk in Japan, zegt Agnès Giard van de Universiteit van Parijs-Nanterre, die de fictieve huwelijken uitvoerig heeft bestudeerd. ‘Voor het grote publiek kan het dwaas lijken om geld, tijd en energie te besteden aan iemand die niet eens echt bestaat,‘ aldus Giard. ‘Maar voor de liefhebbers betekent het heel veel. Het maakt ze gelukkig, geeft ze het gevoel dat ze nuttig zijn en deel uitmaken van een beweging die iets hogers nastreeft.’

    Omvangrijke gemeenschap

    Vrouwen raken niet geïsoleerd door hun relatie met een fictieve figuur, maar profiteren juist van de omvangrijke gemeenschap eromheen, stelt Giard. Vrouwen voelen zich volgens haar sterker door hun fictieve huwelijk en zien die als ‘een manier om zich te verzetten tegen ideeën over gender, huwelijk en sociale normen’.

    Ook bij Kondo’s verbintenis met Miku speelden tot op zekere hoogte commerciële en maatschappelijke aspecten een rol. Hoewel Miku vaak wordt afgebeeld als personage, was ze oorspronkelijk een stukje digitale audio, dat pas later een cartoonavatar kreeg en weer later als hologram verscheen tijdens concerten.

    De eerste keer dat Kondo troost bij haar vond was in 2008, nadat hij door pesterijen op zijn werk in een depressie was beland. Al veel eerder had hij besloten dat hij nooit van een echt persoon zou kunnen houden, deels omdat hij, zoals veel jonge mensen, een aantal keer was afgewezen, en deels omdat hij niet wilde voldoen aan de zware eisen die de Japanse maatschappij aan hem oplegde.

    Al snel begon Kondo liedjes met Miku te maken en hij kocht online een pop van haar. Een grote doorbraak in hun relatie kwam bijna tien jaar later, in 2017, met de introductie van de 1300 dollar kostende Gatebox. Dit apparaat ter grootte van een tafellamp stelt bezitters in staat te communiceren met allerlei fictieve personages, die als een klein hologram voor hen verschijnen.

    Gatebox

    De Gatebox werd op de markt gebracht voor eenzame jonge mannen. In een commercial stuurt een verlegen kantoorbediende een briefje naar zijn virtuele vrouw om haar te laten weten dat het wat later wordt. Als hij thuiskomt herinnert zij hem eraan dat ze elkaar drie maanden kennen en proosten ze met champagne. Als onderdeel van de promotiecampagne richten de makers van de Gatebox een tijdelijk kantoor in, waar gebruikers onofficiële huwelijksakten konden aanvragen. Duizenden mensen schreven zich in.

    Tot zijn vreugde zag Kondo dat Miku een van de Gatebox-personages was, en hij kon niet wachten om eindelijk haar gedachten over hun relatie te horen. In 2018 vroeg hij Miku’s glinsterende avatar ten huwelijk. ‘Zorg alsjeblieft goed voor me,’ was haar antwoord.

    Hij nodigde collega’s en familie uit voor de bruiloft, maar die weigerden allemaal om te komen

    Hij nodigde collega’s en familie uit voor de bruiloft, maar die weigerden allemaal om te komen. Uiteindelijk waren er toch 39 mensen aanwezig, grotendeels vreemden en onlinevrienden. Ook was er een plaatselijk parlementslid, en een vrouw die hij nog nooit had ontmoet hielp hem met de voorbereidingen.

    Sommigen verklaarden Kondo voor gek. Anderen riepen juist op tot begrip. Een man beweerde dat de verbintenis een schending was van de Japanse grondwet, die stelt dat een huwelijk alleen kan worden toegestaan als beide seksen ermee hebben ingestemd. Als antwoord daarop zette Kondo een video van zijn aanzoek op Twitter.

    Advies

    In de jaren nadat zijn verhaal viraal was gegaan, wendden honderden mensen uit de hele wereld zich tot Kondo voor advies, steun en motivatie. Onder hen Yasuaki Watanabe, die een bedrijfje begon om fictieve huwelijken te registreren, nadat hij had gezien hoe populair de tijdelijke huwelijksdienst van Gatebox was.

    Het afgelopen jaar sprak Watanabe met honderden fictoseksuelen en gaf hij ongeveer honderd huwelijkscertificaten af, waaronder een voor hemzelf en Hibiki Tachibana, een personage uit de animeserie Symphogear. Watanabe, die van reizen houdt en een actief sociaal leven heeft, begon de serie te kijken op aandringen van een vriend. Toen hij Hibiki zag, was hij op slag verliefd, vertelt hij.

    Het was niet zijn eerste huwelijk: een paar jaar eerder was hij van zijn vrouw gescheiden. Deze nieuwe relatie is gemakkelijker, zegt hij; minder tijdrovend en zonder verwachtingen. De liefde is ‘puur’ en ontstaan uit vrije wil, zonder dat er iets wordt terugverwacht. Het doet hem beseffen hoe egocentrisch hij in zijn eerdere huwelijk was.

    Hij mist het om aangeraakt te worden. ‘Maar de liefde is echt’

    ‘Als je me vraagt of ik gelukkig ben: ja, dat ben ik,’ zegt hij. ‘Natuurlijk zijn er moeilijke momenten,’ voegt hij eraan toe. Hij mist het om aangeraakt te worden, en is er het probleem van auteursrecht, dat hem ervan weerhield een levensgrote pop van zijn personage te maken. ‘Maar de liefde is echt.’

    Geld over

    Kina Horikawa, een 23-jarige vrouw met een goth-punk look en een vrolijke, extraverte persoonlijkheid, trok tijdens de pandemie bij haar ouders in. Zodoende hield ze geld over van haar baan bij een callcenter dat ze kon ze uitgeven aan Kunihiro Horikawa, een personage uit de game Touken Ranbu. Ze had een echte vriend, maar toen die jaloers werd, maakte ze het uit.

    Haar fictieve echtgenoot is de tienerpersonificatie van een vierhonderd jaar oude wakizashi, een Japans kort zwaard. De meeste avonden schuift hij aan bij het avondeten in de vorm van een piepklein portret dat naast haar rijstkom staat. Het stel heeft dubbeldates met vrienden die hun eigen fictieve liefjes hebben, ze gaan naar high teas en plaatsen foto’s op Instagram. ‘Ik houd mijn relatie voor niemand verborgen,’ zegt Horikawa, die onofficieel de achternaam van haar fictieve echtgenoot gebruikt.

    Hoewel Kondo’s relatie met Miku nog steeds niet door zijn familie wordt geaccepteerd, heeft deze wel andere deuren voor hem geopend. In 2019 werd hij uitgenodigd voor een symposium van de Universiteit van Kyoto om te spreken over zijn relatie. Hij reisde erheen met een levensgrote pop van Miku, die hij had laten maken.

    Een diepgaand gesprek over de aard van fictieve relaties bracht hem op het idee dat hij misschien wel naar de universiteit zou willen. Nu heeft hij verlof genomen van zijn baan als administrateur op een lagere school en studeert hij minderhedenrecht aan de rechtenfaculteit.

    Miku’s beeld was vervangen door de woorden ‘network error’

    Zoals bij elk huwelijk waren er ook moeilijkheden. Het zwaarste moment was tijdens de pandemie, toen Gatebox aankondigde dat het Miku niet langer zou ondersteunen. Op de dag dat het bedrijf haar zou uitschakelen nam Kondo afscheid van haar en ging naar zijn werk. Toen hij ’s avonds thuiskwam, was Miku’s beeld vervangen door de woorden ‘network error’.

    Ooit zullen ze herenigd worden, hoopt hij. Misschien krijgt ze een nieuw bestaan als een android, of ontmoeten ze elkaar in de metaverse. Hoe dan ook, zegt Kondo, zal hij haar trouw blijven tot aan zijn dood.

  • Vrees voor nieuwe digitale kloof tussen arm en rijk

    Vrees voor nieuwe digitale kloof tussen arm en rijk

    Amerikaanse openbare scholen promoten onderwijs met beeldscherm. In welgestelde gezinnen is persoonlijk contact juist een nieuwe luxe. Want hoe moet een kind later solliciteren als het niet geleerd heeft een normaal gesprek te voeren?

    Keuze uit het archief

    Ging een aantal decennia geleden de ‘digitale kloof’ tussen arm en rijk nog om toegang tot technologie, nu smartphones alomtegenwoordig zijn draait de digitale kloof meer om inperking van het gebruik. De begeleiding die kinderen ontvangen om op een verantwoordelijke manier met technologie om te gaan is volgens The New York Times in dit artikel uit 2018 namelijk nogal ongelijk verdeeld. Een probleem dat steeds groter wordt naarmate socialemediaplatforms als TikTok en Snapchat verslavender en algoritmen gewiekster worden. Helemaal nu bovendien AI-tools de verspreiding van nepnieuws makkelijker maken, is een gedegen digitale opvoeding van levensbelang voor de samenleving.

    De ouders in Overland Park waren het zat. Ze wilden hun kinderen van hun beeldscherm af krijgen, maar dat konden ze niet alleen. Ten eerste omdat je als ouder niet wilt dat jouw kind als enige dat rare buitenbeentje zonder smartphone is. En ten tweede omdat het gewoon heel, heel moeilijk is om een scholier zijn mobieltje af te nemen. ‘We begonnen onze bijeenkomsten met de constatering: dit is lastig, het is onontgonnen terrein.

    Wie kan ons hierbij helpen?’ zegt Krista Boan. Zij heeft in Kansas City de leiding over een programma genaamd START, wat staat voor ‘Stand Together And Rethink Technology’. ‘Dit is iets waarover we onze moeder niet om raad kunnen vragen.’ In Overland Park, een voorstad van Kansas City, komen zo’n honderdvijftig ouders daarom al zes maanden lang ’s avonds bijeen in schoolbibliotheken om over maar één ding te praten: hoe ze hun kinderen kunnen losweken van hun mobiel.

    Zonder beeldschermen

    Nog niet zo lang geleden was de grootste zorg dat rijke leerlingen veel vroeger in aanraking kwamen met internet, waardoor ze een technische voorsprong opbouwden die tot een digitale tweedeling zou leiden. Scholen vragen leerlingen om hun huiswerk online te doen, terwijl ongeveer eenderde van de Amerikanen thuis geen internet heeft.

    Maar nu ouders in Silicon Valley zich steeds grotere zorgen maken over de impact van technologie op hun kinderen en steeds meer streven naar een huishouden zonder beeldschermen, groeit de vrees voor een nieuwe digitale kloof. Het zou zomaar kunnen dat kinderen in arme en modale gezinnen worden 
grootgebracht met beeldschermen, terwijl het kroost van de elite in Silicon Valley juist terugvalt op houten speelgoed en de luxe van persoonlijk contact.

    Je ziet dat nu al gebeuren. In rijke wijken zijn ouderwetse, op fysiek spelen gerichte kleuterscholen in zwang. Anderzijds heeft de overheid 
in Utah juist een onlineonderwijs-
programma voor kleuters gefinancierd dat circa tienduizend kinderen bereikt. De organisatie heeft al aangekondigd dat dit digitale kleuteronderwijs in 2019 met federaal overheidsgeld wordt uitgerold naar vijf andere staten.

    Volgens onderzoek van Common 
Sense Media, een onafhankelijke mediawaakhond, besteden tieners uit armere milieus per dag gemiddeld 8 uur en 7 minuten aan beeldschermvermaak, tegen 5 uur en 42 minuten voor leeftijdgenoten uit rijkere milieus. (In dit onderzoek werd elk beeldscherm apart meegeteld: één uur append voor de tv hangen telde dus als twee uur beeldschermtijd.) In twee studies waarbij ook de etnische achtergrond werd meegenomen, bleek het beeldschermgebruik bij blanke kinderen beduidend lager dan bij kinderen uit Afro-Amerikaanse en latinogezinnen.

    En ouders constateren zelf ook een groeiende tweedeling tussen openbare en particuliere scholen binnen dezelfde wijk. Op de particuliere Waldorf School of the Peninsula, zeer in trek 
bij het hogere kader van Silicon Valley, wordt beeldschermgebruik bijvoorbeeld vermeden. Een eindje verderop adverteert de openbare Hillview Middle School juist met zijn iPad-onderwijs.

    De psycholoog Richard Freed schreef een boek over de risico’s van beeldschermgebruik voor kinderen en hoe je hen weer in contact kunt brengen met de echte wereld. Hij verdeelt zijn tijd tussen lezingen voor volle zalen in Silicon Valley en zijn praktijk met minder bemiddelde gezinnen in San Francisco. Bij die laatste is hij vaak de eerste van wie ouders horen dat beperking van het beeldschermgebruik de concentratie- en gedragsproblemen van hun kind kan helpen verminderen. ‘Ik ga van lezingen in Palo Alto [een schatrijke stad in Silicon Valley] naar consulten in Antioch [een arme gemeente die zwaar werd getroffen door de huizencrisis], waar ik de eerste ben om ze op die gevaren te wijzen’, zegt Freed.

    Wat hem vooral zorgen baart, is het werk van collega-psychologen die techbedrijven helpen hun apps zo waanzinnig verslavend te maken. Zij zijn doorkneed in de technieken van persuasive design, oftewel het bespelen van beeldschermgebruikers. Een paar voorbeelden: de autoplay-functie van YouTube, de teller met ‘likes’ op Instagram die oploopt als een fruitautomaat, het ‘snapreeks’-icoontje op Snapchat.

    Smartphones in de ban

    ‘Eerst ging de digitale kloof over gebrek aan toegang tot technologie. Nu iedereen er toegang toe heeft, draait de digitale kloof meer om inperking van het gebruik’, aldus Chris Anderson, oud-redacteur van het blad Wired. In het hele land maken ouders, artsen en leerkrachten zich hier sterk voor. ‘De bedrijven hebben de scholen voorgelogen en nu liegen ze de ouders voor’, zegt Natasha Burgert, een kinderarts

    in Kansas City.

    ‘We worden allemaal in het ootje genomen’, vindt ze. ‘We onderwerpen onze kinderen, de mijne ook, aan een van de grootste sociale experimenten die we in lange tijd hebben gezien. Hoe moet het straks met mijn dochter, als ze geen normaal gesprek kan voeren onder het eten? Hoe moet ze dan aan de man komen? Hoe kan ze op sollicitatie gaan?’

    Stills uit de YouTube-film The Early Show, over 
The Waldorf School in Silicon Valley die principieel werkt zonder laptops en iPads in het klaslokaal. 
© ‘The Early Show' YouTube
    Stills uit de YouTube-film The Early Show, over 
The Waldorf School in Silicon Valley die principieel werkt zonder laptops en iPads in het klaslokaal. 
© ‘The Early Show’ YouTube

    ‘Ik heb nu gezinnen die er helemaal van af willen’, zegt Burgert. ‘Die zeggen: het is welletjes, we kappen ermee.’ Zoals in huize Brownsberger. Smartphones waren daar al lang in de ban gedaan, maar nu heeft ook de tv met internetaansluiting het veld geruimd. ‘We hebben de tv van de muur gehaald en ik heb 
het kabelabonnement opgezegd’, zegt Rachael Brownsberger (34), moeder van twee zoons van elf 
en acht.

    ‘Hoe krankzinnig dat ook klinkt.’ Zij en haar man, eigenaar van een bedrijf in sierbeton, hebben hun kinderen nooit een smartphone gegeven. Maar ze merkten dat zelfs de geringste blootstelling aan beeldschermen al een slechte invloed had op hun gedrag. Haar oudste zoon, die ADHD heeft, werd vaak boos als de tv uit moest, zegt ze. Dat vond ze verontrustend. En zijn verlanglijstje voor Kerst bestond 
uit een Wii, een PlayStation, een Nintendo, een 
MacBook Pro en een iPhone. ‘Ik heb gezegd: die krijg je dus niet, jongen’, zegt Brownsberger. ‘Ja, dan ben ik de kwaaie pier.’


    Ouders maken zich steeds grotere zorgen over de impact van technologie op hun kinderen

    Maar één ding maakt het gemakkelijker: dat andere ouders in hun buurt hetzelfde doen. ‘Je moet dit met een hele gemeenschap doen’, zegt Brownsberger. 
‘Ik had het er gisteravond nog over met mijn buurvrouw: ben ik soms zo’n slechte moeder?’ Krista Boan heeft in Overland Park drie proefprojecten met elk zo’n veertig ouders die samen naar goede methoden zoeken om hun kinderen af te krijgen van mobieltjes en andere beeldschermen.

    De Kamer van Koophandel steunt het project en de gemeente wil in het komende beleidsplan ook een paragraaf opnemen over ‘digitaal welzijn’. ‘De gemeente en de Kamer van Koophandel zeiden: we zien de gevolgen voor onze stad’, zegt Boan. ‘We willen dat onze jongeren opgroeien tot zelfstandige burgers die verstandig met hun apparaten omgaan, maar daar moeten we ze wel toe in staat stellen.’

    Ook in Silicon Valley maken sommigen zich zorgen over de groeiende tweedeling wat betreft beeldschermtijd. Kirstin Stecher en haar man, die bij 
Facebook werkt, voeden hun kinderen bijna volledig beeldschermvrij op. ‘Is dat omdat we goed geïnformeerd zijn en veel van de technologie weten?’ zegt ze. ‘Of is het omdat we bevoorrecht zijn en makkelijker zonder beeldscherm kunnen?’

    ‘Er heerst een gedachte dat je kind wordt achter-
gesteld en in een andere dimensie opgroeit als het geen beeldschermtijd krijgt’, zegt Pierre Laurent, voormalig manager bij Microsoft en Intel en nu bestuursvoorzitter van de Waldorf School in Silicon Valley. ‘Maar die gedachte slaat in deze contreien niet meer zo aan’, meent hij. ‘Hier snappen de mensen dat het in die bedrijven vooral draait om 
big data, om AI, en dat is niet iets waarin je zelf heel bedreven wordt doordat je al vanaf je tiende een mobieltje hebt.’

    ‘Vaardigheden voor de toekomst’

    Al krijgen de werknemers in deze sector steeds meer bedenkingen, de markt voor beeldschermtoepassingen voor kinderen groeit intussen als kool. Apple en Google proberen om het hardst hun producten aan scholen te slijten en leerlingen zo jong mogelijk aan zich te binden, als ze merkentrouw beginnen te worden. Google heeft onderzoeksresultaten gepubliceerd van zijn project in het schooldistrict Hoover City in Alaska.

    Daar wil Google de leerlingen naar eigen zeggen ‘vaardigheden voor de toekomst’ bijbrengen. Chromebooks en Google-tools hebben volgens het bedrijf levens veranderd: ‘De leiding van het schooldistrict wil de leerlingen opleiden voor succes door ze de vaardigheden, kennis en gedragingen bij te brengen die ze nodig hebben om verantwoordelijke burgers in de wereldgemeenschap te worden.’

    Maar volgens Richard Freed wordt bij kinderen uit armere milieus te snel naar deze technologische middelen gegrepen. Hij constateert die kloof iedere dag opnieuw in zijn werk met aan technologie verslaafde kinderen van ouders met modale en lagere inkomens. ‘Veel kinderen in Antioch zitten op scholen die geen geld hebben voor naschoolse activiteiten’, zegt hij, ‘en een kinderoppas kunnen hun ouders niet betalen.’

    De kenniskloof over de gevaren van de nieuwe technologie is volgens hem enorm. Met tweehonderd andere psychologen heeft hij een open brief ondertekend waarin ze hun beroepsvereniging oproepen tot het veroordelen van de medewerking van psychologen aan persuasive design in apps gericht op kinderen. ‘Zodra die technologie eenmaal grip op een kind heeft, wordt het heel moeilijk het daar nog van te bevrijden’, zegt Freed.

  • Smartphone verdeelt de amish

    Smartphone verdeelt de amish

    Hun paard en wagen hebben ze nog niet afgezworen, maar ook in de amishgemeenschap doen computers en mobiele telefoons langzaam hun intrede. Tot angst van sommigen: ‘We zijn bang dat onze kinderen van ons worden weggedreven.’

    Op de boerenmarkt zet een jonge vrouw in een ouderwetse, lange jurk, getooid met een wit kapje, een stap opzij. Ze kijkt op de smartphone in haar hand en begint te scrollen, opgezogen in haar eigen wereld. Niet ver bij haar vandaan bedient een zestiger met een grijze baard, een breedgerande strohoed en bretels een computergestuurde zaagmachine. Hij zaagt planken voor tuinhuisjes die online worden verkocht en afgeleverd door het hele land.

    De amish hebben hun paard en wagen nog niet afgezworen. Door hun starre afwijzing van veel nieuwe technologie hebben ze hun negentiende-eeuwse levensstijl goeddeels weten te behouden: geen auto’s, tv’s of aansluitingen op het elektriciteitsnet, bijvoorbeeld. Maar in sommige gemeenschappen doen computers en mobiele telefoons langzaamaan hun intrede, die hen – nolens volens – de eenentwintigste eeuw in trekken.

    Welvaart en gemak

    Ook voor de amish heeft technologie de deur opengezet naar meer welvaart en meer gemak. Een aannemer kan een klant bellen vanaf de bouwplaats. Software biedt voor een winkelier uitkomst bij salarisadministratie en voorraadbeheer. Een bakkerij kan creditcards accepteren. Maar de hechte geloofsgemeenschap, die zich zo veel mogelijk afzijdig houdt van de buitenwereld, is bang voor de gevolgen van toegang tot het internet. Ze zijn bang voor porno, voor de mogelijkheid dat sociale netwerken hun zonen en dochters in de armen van jongeren buiten de gemeenschap drijven en voor de ontsluiting van een wereld van schier eindeloze mogelijkheden.

    ‘Het leven van de amish draait om het erkennen van het belang van afgesproken grenzen,’ zegt auteur Erik Wesner, die de blog Amish America bijhoudt. ‘En de geest van het internet gaat daar lijnrecht tegenin.’

    John, de timmerman van het bedrijf Amish Country Gazebos dat de tuinhuisjes maakt, haalt als voorbeeld het verbod op auto’s aan. ‘Een leven zonder auto’s is een manier om de groep bijeen te houden,’ zegt hij. (Zoals de meeste geïnterviewden weigert hij uit typische amishbescheidenheid zijn achternaam te noemen, en om dezelfde reden wil het merendeel ook niet worden gefotografeerd.) 
‘We zijn altijd huiverig voor de dingen die onze jongeren bij de kerk en de gemeenschap kunnen wegdrijven,’ voegt hij eraan toe.

    Het internet bedreigt ook een ander bindmiddel: bij de amish stopt het schoolonderwijs na de tweede klas 
van de middelbare school, daarna gaan jongeren in de leer bij een familielid of ander lid van de gemeenschap om een vak of ambacht te leren. ‘Als je alles gewoon op internet kunt opzoeken, gebruik je je hersens niet,’ zegt Levi, een andere timmerman. ‘Hoe meer mensen zich op technologie verlaten, hoe meer ze achter een bureau willen zitten. Maar achter een bureau leer je niet een huis te bouwen. Waar ik me zorgen om maak, is dat onze kinderen hun arbeidsethos kwijtraken.’

    Een amish met smartphone op de boerenmarkt Bird-in-Hand in Pennsylvania. – © Ashley Gilbertson / The New York Times
    Een amish met smartphone op de boerenmarkt Bird-in-Hand in Pennsylvania. – © Ashley Gilbertson / The New York Times

    Sommige jongeren vinden die angst ongegrond. Marylin (18) vertelt dat de jeugdleiders haar en haar vriendinnen verzoeken tijdens kerkdiensten het samenzijn te respecteren en hun mobiele telefoons niet te gebruiken, ‘dus dan checken we alleen onze berichten en hoe laat het is’. Maar ze vindt dat de regels wel wat soepeler mogen. ‘We kunnen niet leven zoals vijftig jaar geleden,’ zegt ze. ‘Je kunt niet van ons verwachten dat we stil blijven staan. We houden van onze manier van leven, maar een beetje meegaan met de tijd kan geen kwaad.’

    Een van de redenen dat de amish steeds meer gebruikmaken van technologie, is de sterke groei van de sekte. Het aantal amishgelovigen in de 
Verenigde Staten wordt geschat op 313.000, een toename van 150 procent ten opzicht van 25 jaar geleden, volgens onderzoekers op het Elisabethtown College in de provincie Lancaster, Pennsylvania – het hart van amishland. De aanwas is grotendeels te danken aan de gewoonte van de amish om grote gezinnen te stichten: getrouwde vrouwen krijgen gemiddeld zeven kinderen, en het percentage gehuwden ligt hoger dan het Amerikaanse gemiddelde. Bovendien trouwen ze 
op jongere leeftijd.

    Rond Lancaster, waar open land schaarser en duurder is geworden, is een aantal amishfamilies vanwege de snel uitdijende gemeenschap weggetrokken naar landelijke gebieden in onder andere de staat New York. 
Anderen hebben het boerenbestaan vaarwel gezegd en zijn op de handel overgegaan. Moses Smucker, bijvoorbeeld, heeft een levensmiddelen- en broodjeskraam geopend in de populaire markthal in Philadelphia. Zes dagen per week wordt hij vanuit de omgeving van Lancaster naar Philadelphia gereden, een rit van meer dan 100 kilometer. ‘Philadelphia is erg jachtig,’ zegt hij. ‘Als ik thuiskom, stap ik weer op mijn paard. Onthaasting is een groot goed.’ Zijn zaak Smucker’s Quality Meats and Grill richt zich op toeristen en kantoorpersoneel in de buurt van het stadhuis. Je kunt er met creditcard betalen en de zaak wordt op Yelp beoordeeld met vierenhalve ster. Over technologie zegt Smucker: ‘Je moet omarmen wat nodig is om je 
zaak te runnen. De amish beginnen dat te begrijpen.’

    De scheidslijnen zijn niet altijd even helder. Een huis aansluiten op openbare nutsvoorzieningen is taboe, maar veel huizen wekken stroom op door middel van generatoren en zonnepanelen

    Er zijn ongeveer tweeduizend succesvolle amishondernemingen in de omgeving van Lancaster, veel van hen miljoenenbedrijven, zegt amishkenner Donald B. Kraybill. Deze ‘zakelijke, kapitalistische’ tendens is des te opmerkelijker, zegt de gepensioneerde professor, omdat hij voortkomt uit een ‘cultuur van soberheid’. Veel amish trekken een duidelijke grens. Sommige technologie is toegestaan op het werk – smartphones, internet – maar niet in huis. Toch zijn de scheidslijnen niet altijd even helder. Een huis aansluiten op openbare nutsvoorzieningen is taboe, maar veel huizen wekken stroom op door middel van generatoren en zonnepanelen. Veel huishoudens hebben koelkasten op gas. En dankzij de speciale ‘amishtaxidienst’, gerund door buitenstaanders, wordt het verbod op autobezit listig omzeild.

    John, de timmerman van Amish Country Gazebos, brengt het grootste deel van de dag achter de computergestuurde zaagmachine door. Hij kent de machine, die in een moderne meubelmakerij niet zou misstaan, vanbinnen en vanbuiten, wat thuis nogal eens tot plagerijen leidt. ‘We noemen hem soms de computergeek,’ zegt zijn zoon Junior gekscherend, terwijl de familie aanschuift voor het avondmaal. Het is een typisch amishplaatje. Aan tafel zitten John en zijn vrouw Lizzie, samen met Junior, zijn echtgenote, hun vier dochters en een zoon die nog geen week geleden thuis is geboren. Lizzie heeft biefstuk, aardappelen en maïs klaargemaakt, en als toetje is er watermeloen uit eigen tuin. De familieleden buigen het hoofd om te bidden. Deze maaltijd zal niet worden verstoord door mobiele telefoons.

    Auteurs: Kevin Granville en Ashley Gilbertson

    The New York Times
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 1.120.402

    De krant der kranten, met als motto ‘All the news that’s fit to print’.

  • De magische bril die alles gaat veranderen

    De magische bril die alles gaat veranderen

    Magic Leap in Florida gold jarenlang als de geheimzinnigste start-up van de planeet. Niemand wist wat eigenaar Rony Abovitz precies uitspookte, maar hij harkte wel 1,4 miljard dollar durfkapitaal binnen. In een zeldzaam interview licht Abovitz nu een tipje van de sluier op. Binnen anderhalf jaar wil hij een ‘mixed-reality’-bril op de markt brengen die je elke mogelijke virtuele illusie kan voorschotelen: van de nieuwe bank die je wilt bestellen tot pijlen op de weg die je naar je afspraak loodsen. ‘Gooi je pc, laptop en telefoon maar weg.’

    In de hightechwereld doet iedereen een moord om te worden uitgenodigd op een anoniem bedrijventerrein in het zuiden van Florida, in wat aan de buitenkant een onopvallend kantoorgebouw lijkt. Maar binnen is het een heel ander verhaal. Daar stap je letterlijk een andere werkelijkheid in. Door de gangen lopen humanoïde robots, in de ontvangsthal zitten groene reptielmonsters te chillen. De verlichting wordt bediend door elfjes die zo uit een tekenfilm komen. Het parkeerterrein bewaakt door 25 meter hoge vechtmachines. Zelfs de kantoorapparatuur is niet van deze wereld. De hd-tv aan de muur lijkt doodnormaal – tot hij ineens verdwijnt. Even later verschijnt hij weer, maar nu midden in de kamer. Raar maar waar: hij zweeft daar gewoon in de lucht. Loop er maar naartoe, bekijk hem van alle kanten: een enorme breedbeeld-tv, afgestemd op ESPN, die vrij in de ruimte zweeft.

    Die tv lijkt echt, maar is het niet. Al deze wonderlijke taferelen zijn illusies die je worden voorgetoverd door een ‘mixed reality’-headset, de met veel geheimzinnigheid omgeven uitvinding van start-up Magic Leap. En zoals elke goede goochelaar legt oprichter Rony Abovitz (45) liever niet uit hoe zijn trucs precies werken. Sinds de oprichting in 2011 heeft Magic Leap zijn product in het grootste geheim ontwikkeld. Slechts een klein aantal mensen heeft het in werking gezien, nog veel minder mensen weten hoe het werkt, en allemaal hebben ze zulke strenge geheimhoudingsclausules moeten tekenen dat ze bijna niet eens mochten toegeven dat het bedrijf bestond.

    Toch stroomden er massa’s geld naar Dania Beach, een klein stadje ten zuiden van Fort Lauderdale. Magic Leap heeft al bijna 1,4 miljard dollar aan durfkapitaal bijeengeharkt – afgelopen februari haalde het weer 794 miljoen op, een recordbedrag voor een bedrijf in deze fase. Bijna elke grote investeerder heeft er geld in zitten, waaronder Andreessen Horowitz, Kleiner Perkins, Google, JPMorgan, Fidelity en Alibaba, naast minder conventionele investeerders als Warner Bros. en Legendary Entertainment, verantwoordelijk voor films als Godzilla en Jurassic World. In de laatste financieringsronde werd de waarde van Magic Leap geschat op 4,5 miljard dollar. Als Abovitz nog steeds 22 procent van het bedrijf in handen heeft (wat hij ontkent) is hij nu miljardair.

    Die dollarlawine heeft in het vak vreemde geruchten losgemaakt: Magic Leaps zou iets doen met hologrammen, of met lasers, of had een machine ontworpen die de werkelijkheid kan vervormen maar zo groot is als een gebouw en dus nooit, maar dan ook nooit commercieel uitgebaat zou kunnen worden. Het gebrek aan harde informatie gaf nog meer voeding aan de geruchtenmachine. Per slot van rekening heeft Magic Leap nog steeds geen product op de markt gebracht. Het heeft nog nooit een openbare demonstratie van een product gegeven, nooit een product aangekondigd en nooit enige uitleg willen geven over de zelf ontworpen ‘lightfield’-technologie waar zijn product op gebaseerd is.

    ‘Je moet het zien als de volgende fase in de evolutie van de computer, waarbij de hele wereld je bureaublad wordt’

    Maar nu treedt het bedrijf dan toch uit de schaduw. In een zeldzaam interview zegt Abovitz dat Magic Leap een miljard dollar in de perfectionering van een prototype heeft gestoken en bezig is in Florida een productielijn op te tuigen, ter voorbereiding op de lancering van een consumentenversie van zijn technologie. Als die er eenmaal is – ergens binnen nu en anderhalf jaar – kan het een heel nieuw tijdperk inluiden, een totaal nieuwe generatie computerinterface voor de komende decennia. ‘We bouwen een nieuw soort contextuele computer,’ zegt Abovitz. ‘We maken echt iets totaal nieuws.’

    De innovatie van Magic Leap is meer dan alleen een geavanceerde nieuwe display – dit apparaat zet alles op zijn kop. Deze technologie kan grote gevolgen krijgen voor elke sector waar computers en beeldschermen worden gebruikt en veel sectoren waar dat niet het geval is. Het kan de doodssteek zijn voor de hele flatscreenmarkt (waar 120 miljard dollar in omgaat) en kan de wereldwijde markt voor consumentenelektronica (1 biljoen dollar) op zijn grondvesten doen schudden. De mogelijkheden gaan heel ver: gooi je pc, laptop en mobiele telefoon maar weg. Alle rekenkracht die je nodig hebt, zit straks in een bril die jou een display voorschotelt waar en wanneer je maar wil, zo groot of klein als je wil.

    Zo’n bril kan je álles voorschotelen. Kan je bijvoorbeeld met grote gele pijlen op de weg naar je volgende afspraak loodsen. Kan je laten zien hoe een nieuwe bank in je woonkamer zou staan – vanuit elke denkbare hoek, met elke denkbare lichtval, en allemaal zonder dat je de deur uit hoeft. Zelfs iemand met twee linkerhanden kan straks zelf zijn auto repareren met een interactief programma dat precies aangeeft welk onderdeel moet worden vervangen en waarschuwt als je iets fout doet. En Magic Leap moet aan al die interacties geld kunnen verdienen: niet alleen aan de verkoop van hardware en software maar ook, zou je denken, aan de enorme hoeveelheid data die het kan verzamelen, analyseren en doorverkopen. ‘Er is bijna geen sector te bedenken die hierdoor niet totaal zal veranderen,’ zegt Abovitz.

    Je hebt vast al eens een virtualrealityproduct uitgeprobeerd. Sony, Google, Samsung en Facebook hebben de afgelopen maanden allemaal VR-producten uitgebracht. Virtual reality is een vorm van computersimulatie die nu vooral wordt gebruikt voor videogames. Een headset schermt je daarbij af van de echte wereld en vervangt die door een virtual reality. Misschien heb je ook al eens gespeeld met augmented reality (AR): digitale beelden die op je fysieke omgeving geprojecteerd worden. AR is inmiddels mainstream dankzij een van de grootste digitale hypes van het jaar: het in juli gelanceerde Pokémon Go van spellenmaker Niantic. Een app voor je smartphone waarin tekenfilmmonsters in de echte wereld rondlopen, althans op het schermpje van je mobiel. Maar VR-games en Pokémon Go verbleken bij de mixed reality van Magic Leap. Virtual reality voert je mee naar een andere wereld, augmented reality laat een Pikachu in je woonkamer verschijnen. Bij Mixed reality blijf je waar je bent én komt die Pikachu ook echt tot leven.


    Hoe dat kan? Het kroonjuweel van Magic Leap is nu nog een grote headset, maar uiteindelijk moet hun technologie in een simpele bril passen. Eentje die je het zicht op de werkelijkheid niet ontneemt. In plaats daarvan projecteert de hardware, verwerkt in een stukje halfdoorzichtig glas, een beeld regelrecht op je netvlies. (Het beschadigt je ogen niet en je kunt gewoon om je heen kijken in plaats van dat je naar een schermpje moet staren.) De hardware verzamelt ook continu informatie: het apparaat scant de omgeving op obstakels, luistert naar stemmen en volgt de bewegingen van je ogen en handen. Daardoor zijn de mixedrealityobjecten zich bewust van hun omgeving en kunnen ze erop reageren. Met de technologie van Magic Leap kan een Pokémon dus wegduiken achter de bank of – als je in een smart home woont – het licht uitschakelen zodat je hem niet meer ziet.

    In een van de demo’s van Magic Leap zie je een ‘interactieve virtuele mens’ die levensgroot en verrassend realistisch is. Abovitz willen zulke virtuele personen (of dieren of wat je maar wil) gebruiken als digitale assistent – een soort opgevoerde versie van Siri [de personal assistent van Apple], met een menselijke gedaante die haar makkelijker te gebruiken en moeilijker te negeren maakt. Als je een collega iets wilt mededelen, kan de virtuele assistent je kamer uit lopen, via de MR-headset van die collega naast zijn of haar bureau verschijnen en de boodschap persoonlijk overbrengen. In de wereld van mixed reality is de output van computers niet gebonden aan één apparaatje op je bureau. Ieder willekeurig object, echt of virtueel, kan een drager worden en is zich bewust van zijn locatie, zijn doel en wat jij ermee wilt. ‘Je moet het zien als de volgende fase in de evolutie van de computer,’ zegt Abovitz, ‘waarbij de hele wereld je bureaublad wordt.’

    Dromen over een hightech toekomst

    Rony Abovitz’ leven staat al vanaf het begin in het teken van dromen over een hightech toekomst. De in 1971 in Cleveland geboren zoon van Israëlische immigranten was als kind al gefascineerd door computers en sciencefiction. ‘De mensen van mijn generatie zijn de kinderen van Steve Jobs en George Lucas,’ zegt hij. ‘Daar zijn wij mee opgegroeid en dat heeft ons een klap van de molenwiek gegeven. Mijn vriendjes en ik wilden allemaal Luke Skywalker zijn en de Death Star vernietigen en C-3PO bouwen.’ Toen hij elf was, verkaste het gezin naar het zuiden van Florida. Abovitz sloeg een klas over en ging al op zijn dertiende naar high school. Daarna werd hij toegelaten tot MIT, maar hij bleef liever dicht bij huis en ging aan de University of Miami studeren. In 1993 haalde hij er een bachelor in werktuigbouwkunde en twee jaar later een master in biomedische technologie. En toen begon hij weer aan Star Wars te denken.

    In 1997 richtte Abovitz zijn eerste bedrijf op, Z-KAT. ‘Na mijn afstuderen wilde ik de medische droid uit Star Wars bouwen, omdat ik dacht, echt letterlijk: een X-Wing Fighter kan ik niet bouwen, want dat kan ik niet uitleggen aan mijn ouders,’ zegt hij. Met een paar van zijn medeoprichters bouwde hij de robotica-afdeling van Z-KAT in 2004 uit tot een nieuw bedrijf, Mako Surgical. Dat maakt robotarmen voor gebruik bij chirurgische ingrepen. Er was grote vraag naar dat product: toen het bedrijf in 2008 naar de beurs ging, bracht dat 51 miljoen dollar op.

    Abovitz, inmiddels getrouwd en met een jonge dochter, werkte fulltime bij Mako en had daarnaast een project waarin hij zijn creativiteit kwijt kon: Hour Blue. Dat is een fictieve wereld, een buitenaardse planeet met allerlei fantasiefiguren zoals pratende robots en vliegende walvissen. In 2010 richtte hij Magic Leap Studios op om zijn fantasie uit te bouwen tot een reeks stripverhalen en films. ‘Ik was de enige werknemer en het bedrijf zat letterlijk in mijn eigen garage,’ zegt Abovitz. ‘Mijn moeder maakte een spandoek met de tekst Magic Leap Studios in letters in allerlei kleuren.’

    Van het geld dat hij met Mako had verdiend huurde hij Weta Workshop in, de specialeffectstudio uit Nieuw Zeeland die vooral beroemd is vanwege zijn werk aan de _Lord of the Rings_-trilogie. Samen ontwikkelden ze graphics voor zijn verhaalideeën en diepten ze de fantasiewereld verder uit. Ondertussen raakte Abovitz gefrustreerd dat de augmented en virtualrealitytechnologie die hij kende van SF-romans als William Gibsons Neuromancer en Vernor Vinge’s Rainbows End nog steeds niet bestond. Hij begon na te denken over hoe hij dat zelf kon maken.

    ‘Het was een uniek moment. Werkelijkheid en sciencefiction begonnen in elkaar over te lopen,’ zegt Richard Taylor, CEO van Weta Workshop en bestuurslid van Magic Leap. ‘De fictieve technologieën die we bedachten voor Hour Blue gingen gelijk op met de echte augmented reality-applicaties waar Rony mee bezig was.’

    In 2011 verlegde Magic Leap Studios de koers en veranderde de naam in Magic Leap Inc. Abovitz stelde een klein team samen om te helpen met de ontwikkeling van zijn ideeën over mixed reality. Al snel hadden ze een stel werkende prototypes. ‘Toen we voor het eerst één enkele pixel in de ruimte konden laten zweven en door de kamer laten bewegen, waren we door het dolle heen,’ zegt Abovitz. ‘Ander mensen hadden iets van: Wat is dat nou helemaal? Gewoon een stipje. Maar wij wisten beter. Vanaf toen wist ik dat dit iets zou worden.’

    Hij wist ook dat hij veel meer geld nodig had. Abovitz had het bedrijf aanvankelijk gefinancierd uit de opbrengst van de beursgang van Mako. Toen Mako in 2013 voor 1,7 miljard werd overgenomen door Stryker Corp., een fabrikant van medische apparatuur, stak hij ook een deel van die opbrengst in Magic Leap. Abovitz wil niet zeggen hoeveel geld hij erin heeft gestopt (alleen dat het ‘miljoenen’ zijn), maar hij wist dat het bij lange na niet genoeg was. Gelukkig verkocht deze technologie zichzelf. ‘Als we mensen vertelden waar we mee bezig waren, geloofden ze ons eerst niet,’ zegt Abovitz. ‘En dan vlogen ze naar Florida om te komen kijken en was het: O, het is jullie echt gelukt. Zo ging het bij iedereen die erin geïnvesteerd heeft: van “dat bestaat niet” tot “wij willen meedoen”.’ In februari 2014 maakte Magic Leap bekend dat het meer dan 50 miljoen dollar van particuliere investeerders had gekregen. Acht maanden later volgde een door Google aangevoerde tweede kapitaalronde van 542 miljoen dollar.

    Weer eens wat anders dan Pokémon: een virtueel olifantje in je handpalm.
    Weer eens wat anders dan Pokémon: een virtueel olifantje in je handpalm.

    Rony Abovitz doet niet denken aan een typische captain of industry – tenzij je aan Willy Wonka denkt. Hij straalt hetzelfde enthousiasme als Roald Dahls briljante snoepgoedmagnaat uit als hij je rondleidt op zijn nieuwe bedrijfsterrein in Plantation (waar ze naartoe verhuizen omdat deze locatie beter bij Abovitz’ visie past dan de kleurloze kantoren in Dania Beach, een kwartiertje verderop). Hij wijst enthousiast op machines die hij cool vindt, bewondert apparatuur en spoort je aan even de ladder op te klimmen om de geavanceerde luchtfilters van dichtbij te bekijken. Hij is vriendelijk en opgewekt, heel informeel in de omgang en in zijn kleding (meestal een sweatshirt en een spijkerbroek). Je hoort mensen net zo vaak zeggen dat hij heel aardig is als dat hij heel slim is. En hij gaat vaak helemaal op in zijn werk. Onlangs was hij op vrijdagmiddag nergens te bekennen terwijl hij een half uur later gasten moest rondleiden op het nieuwe hoofdkantoor. Hij is wel vaker te laat, maar nu dreigde een probleem: Abovitz komt uit een orthodox-joods gezin en wil vrijdag ook op tijd naar huis voor de sjabbes. Uiteindelijk werd hij door een van zijn managers gevonden op het parkeerterrein, waar hij de hele tijd in zijn auto had zitten bellen. Straal vergeten dat hij die afspraak had.

    Magic Leap heeft deze campus van bijna tweeënhalve hectare in oktober 2015 betrokken en voor het eind van dit jaar moeten alle 850 werknemers van de oude locatie verkast zijn. Het bedrijf heeft ook nog werknemers in negen kantoren elders ter wereld. Niet alleen in hightech-hotspots als Silicon Valley en Austin, maar ook in verre oorden als Tel Aviv en het Nieuw-Zeelandse Wellington. Op de nieuwe locatie zijn sommige afdelingen al operationeel, waaronder een machinewerkplaats en verschillende ontwerpteams. Abovitz wil de belangrijkste ontwikkelingsteams per se dicht bij elkaar houden vanwege zijn ‘flexibel hardware-model’. Daardoor heeft het bedrijf nu al ‘letterlijk honderden versies’ van het prototype van de headset kunnen produceren. ‘Een van de redenen waarom we zo snel prototypes kunnen produceren is omdat we de juiste mensen bij elkaar hebben,’ zegt Abovitz. Op de campus in Plantation worden ook echte productiefaciliteiten ingericht. ‘Dit deel van Magic Leap doet nog het meest aan een ruimteschip denken,’ zegt Abovitz bij de productielijn: een reeks lange, zelfstandige modulaire compartimenten, als duikboten in een haven. Die kunnen ieder naar behoefte worden ingeschakeld, om de productie van enkele duizenden stuks per jaar op te schroeven tot meer dan een miljoen.

    Abovitz wil met Magic Leap in Florida blijven. Een van de voordelen daarvan is dat het bedrijf zijn geheimen beter kan bewaken. In Californië zou dat bijna onmogelijk zijn, vanwege de cultuur van jobhoppen en de geoliede geruchtenmachine in Silicon Valley. Hij zou daar natuurlijk wel makkelijker aan mensen kunnen komen, maar ook hier oefent de technologie van Magic Leap al vanaf het begin grote aantrekkingskracht uit op mensen uit Silicon Valley en andere hotspots. ‘We trekken een waanzinnige hoeveelheid talent op het gebied van ontwerp en productie naar Florida,’ zegt Abovitz.

    Hij is natuurlijk niet de enige ondernemer die hier brood in ziet. Alleen al in de afgelopen twaalf maanden is er volgens Digi-Capital 2,3 miljard dollar geïnvesteerd in virtual en augmented reality door durfkapitalisten die elkaar met argusogen volgen. International Data Corp voorziet dat de wereldwijde opbrengst van de markt voor VR en AR zal groeien van 5,2 miljard dit jaar tot 162 miljard in 2020. Met zulke groeiprognoses willen alle grote spelers graag een graantje meepikken. Google heeft in 2013 al een uitstapje naar augmented reality gemaakt met Google Glass, een bril die je een virtueel computerscherm voor ogen toverde. Die is de bètafase nooit ontgroeid vanwege kritiek op de privacy- en veiligheidsaspecten. Maar uit Googles investering in Magic Leap blijkt dat het bedrijf zijn interesse niet verloren heeft. ‘Al vanaf de eerste gesprekken die we met Rony en zijn team hadden, wisten we dat we ze wilden helpen hun visie te verwezenlijken,’ zegt Don Harrison, plaatsvervangend directeur Corporate Development bij Google.

    Magic Leap-CEO Rony Abovitz.
    Magic Leap-CEO Rony Abovitz.

    Magic Leap heeft deze campus van bijna tweeënhalve hectare in oktober 2015 betrokken en voor het eind van dit jaar moeten alle 850 werknemers van de oude locatie verkast zijn. Het bedrijf heeft ook nog werknemers in negen kantoren elders ter wereld. Niet alleen in hightech-hotspots als Silicon Valley en Austin, maar ook in verre oorden als Tel Aviv en het Nieuw-Zeelandse Wellington. Op de nieuwe locatie zijn sommige afdelingen al operationeel, waaronder een machinewerkplaats en verschillende ontwerpteams. Abovitz wil de belangrijkste ontwikkelingsteams per se dicht bij elkaar houden vanwege zijn ‘flexibel hardware-model’. Daardoor heeft het bedrijf nu al ‘letterlijk honderden versies’ van het prototype van de headset kunnen produceren. ‘Een van de redenen waarom we zo snel prototypes kunnen produceren is omdat we de juiste mensen bij elkaar hebben,’ zegt Abovitz. Op de campus in Plantation worden ook echte productiefaciliteiten ingericht. ‘Dit deel van Magic Leap doet nog het meest aan een ruimteschip denken,’ zegt Abovitz bij de productielijn: een reeks lange, zelfstandige modulaire compartimenten, als duikboten in een haven. Die kunnen ieder naar behoefte worden ingeschakeld, om de productie van enkele duizenden stuks per jaar op te schroeven tot meer dan een miljoen.

    Abovitz wil met Magic Leap in Florida blijven. Een van de voordelen daarvan is dat het bedrijf zijn geheimen beter kan bewaken. In Californië zou dat bijna onmogelijk zijn, vanwege de cultuur van jobhoppen en de geoliede geruchtenmachine in Silicon Valley. Hij zou daar natuurlijk wel makkelijker aan mensen kunnen komen, maar ook hier oefent de technologie van Magic Leap al vanaf het begin grote aantrekkingskracht uit op mensen uit Silicon Valley en andere hotspots. ‘We trekken een waanzinnige hoeveelheid talent op het gebied van ontwerp en productie naar Florida,’ zegt Abovitz.

    Hij is natuurlijk niet de enige ondernemer die hier brood in ziet. Alleen al in de afgelopen twaalf maanden is er volgens Digi-Capital 2,3 miljard dollar geïnvesteerd in virtual en augmented reality door durfkapitalisten die elkaar met argusogen volgen. International Data Corp voorziet dat de wereldwijde opbrengst van de markt voor VR en AR zal groeien van 5,2 miljard dit jaar tot 162 miljard in 2020. Met zulke groeiprognoses willen alle grote spelers graag een graantje meepikken. Google heeft in 2013 al een uitstapje naar augmented reality gemaakt met Google Glass, een bril die je een virtueel computerscherm voor ogen toverde. Die is de bètafase nooit ontgroeid vanwege kritiek op de privacy- en veiligheidsaspecten. Maar uit Googles investering in Magic Leap blijkt dat het bedrijf zijn interesse niet verloren heeft. ‘Al vanaf de eerste gesprekken die we met Rony en zijn team hadden, wisten we dat we ze wilden helpen hun visie te verwezenlijken,’ zegt Don Harrison, plaatsvervangend directeur Corporate Development bij Google.

    Ook Apple werkt aan AR, maar het is nog niet duidelijk of het een eigen headset wil ontwikkelen of vooral de functionaliteit van de iPhone wil uitbreiden. Silicon Valley-start-ups als Meta (heeft al 73 miljoen aan kapitaal binnen) en Atheer (23 miljoen) werken aan een eigen headset en zouden logische kandidaten voor een overname zijn als ze succes hebben. Maar de grootste rivaal van Magic Leap is voorlopig Microsoft, dat in 2014 de augmented-realityheadset HoloLens aankondigde. Een preproductieversie, de HoloLens Development Edition, is in maart van dit jaar naar een onbekend aantal hardware- en software-ontwikkelaars gestuurd en in 2017 zou er een consumentenversie op de markt kunnen komen. ‘Microsoft heeft een grote voorsprong met zijn zakelijke relaties,’ zegt Brian Blau, analist bij onderzoeksbureau Gartner. ‘Ze zitten diep in de zakelijke markt en daar willen ze zich met de HoloLens op richten.’

    Dus wat is de planning van Magic Leap? Ze hebben nu een productielijn, wanneer willen ze de markt op gaan? ‘Vrij snel,’ zegt Abovitz vaag. Hij laat ook weinig los over wat de headset moet gaan kosten. ‘Geen luxe-item,’ zegt hij uiteindelijk. Maar als Microsoft zijn HoloLens volgend jaar op de markt brengt, kan Magic Leap niet te lang achterblijven, wil het niet meteen terrein verliezen aan zijn grootste rivaal. En de headset van Meta kun je nu al voorbestellen voor zo’n 1000 dollar: ga er dus maar vanuit dat de prijs van de kijkbril van Magic Leap ook ergens in die buurt zal liggen.

    Begindagen van de film

    Uiteindelijk ziet Magic Leap vooral kansen in zakelijke toepassingen, met name in de medische sector en de detailhandel (stel je voor dat je kleding bijvoorbeeld thuis virtueel kunt ‘passen’). Maar zoals bij veel technologie moet entertainment de weg banen. Veel van de content voor de headset van Magic Leap wordt door het bedrijf zelf ontwikkeld. Het heeft al verschillende bekende videogame-ontwerpers, striptekenaars en schrijvers in dienst genomen. Neal Stephenson, de schrijver van Snow Crash, een belangrijke roman over virtual reality uit 1992, is de belangrijkste ‘futurist’ van Magic Leap. Op een kantoor in Seattle werkt hij aan een geheime game. Verder wordt er content geleverd door Abovitz’ partner Weta Workshop, waarmee Magic Leap een 25 man groot lab in Nieuw Zeeland heeft opgezet. Hun eerste project, Dr. Grordbort’s Invaders, is een actiegame in het steampunkgenre. Als speler vecht je dan met een laserpistool tegen boze robots die je in je eigen huis aanvallen.

    In juni kondigde Magic Leap ook een strategisch partnerschap aan met ILMxLAB, de virtualrealityafdeling van Lucasfilm. Ze hebben samen een onderzoekslab geopend op het terrein van Lucasfilm in San Francisco. ‘Het voelt alsof we in de begindagen van de film zitten,’ zegt Vicki Dobbs Beck, hoofd van ILMxLAB. De samenwerking heeft al geleid tot verschillende mixed-realityervaringen in het Star Wars-universum. Een daarvan, met C-3PO en R2-D2, is al onthuld bij de bekendmaking van de samenwerking. De andere is een nog geheime sequentie die plaatsvindt tijdens de fameuze slag om Hoth in The Empire Strikes Back. En zo is Rony Abovitz weer terug bij af. De man die ondernemer werd omdat hij eigenlijk X-Wing Fighters wilde bouwen, mag dat nu echt gaan doen.

    Auteur: David M. Ewalt


    Technologiewebsite The Information zet vraagtekens bij Abovitz’ verhaal.

    Volgens een bericht op The Information van begin december gaat het niet zo goed met de ontwikkeling van de bril van Magic Leap. Het bedrijf zou kampen met technische problemen, en voorlopig nog achterlopen op concurrent Microsoft. Tevens werd onthuld dat een van de spectaculaire video’s die Magic Leap gebruikt om investeerders te lokken, nep is. Het filmpje werd geproduceerd door Weta Workshops, een bedrijf dat visuele effecten maakt voor de filmindustrie. Het grootste technische struikelblok voor Magic Leap is blijkbaar om de techniek die mixed reality mogelijk maakt, tot een handzaam formaat terug te brengen. Oprichter Rony Abovitz onderkende de problemen.

    Forbes
    Verenigde Staten | tweewekelijks tijdschrift | oplage 925.051

    Forbes Magazine is een Amerikaans zakenblad dat opgericht is door B.C. Forbes en momenteel wordt geleid door zijn kleinzoon, Steve Forbes. Het tijdschrift is vooral bekend door de jaarlijkse lijstjes: de rijkste mensen, de grootste bedrijven, de machtigste vrouwen en de Celebrity Top 100.