Tag: conservatief

  • Israël: Netanyahu maakt zich op voor politieke comeback

    Israël: Netanyahu maakt zich op voor politieke comeback

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Bolsonaro zwijgt na overwinning Lula

    » Iraanse autoriteiten gaan duizend betogers openbaar berechten

    Likoed-partij van oud-premier is favoriet bij verkiezingen

    In Israël vinden vandaag verkiezingen plaats en de kans is groot dat Benjamin Netanyahu zijn politieke comeback voltooit. De Likoed-partij van de oud-premier van Israël is de absolute favoriet. Volgens Deutsche Welle wordt vooral de rol van extreemrechtse partijen in de totstandkoming van de nieuwe regering interessant, aangezien Netanyahu deze partijen hard nodig kan hebben bij het vormen van een coalitie.

    De partijen Religieus Zionisme en Joodse Kracht, beiden zeer conservatief, staan er zeer goed voor in de peilingen. Mede dankzij het aanhoudende geweld tussen Israël en de Palestijnse gebieden hebben deze partijen hun aanhang weten te vergroten door campagne te voeren met een boodschap gericht op veiligheid en nationale identiteit.

    De grote tegenstander van Netanyahu, die momenteel verwikkeld is enkele corruptiezaken, is de huidige premier Yair Lapid. Toch lijkt het vast te staan dat de partij van Netanyahu na dinsdag weer de grootste is in Israël. De verwachting is dat de verdeeldheid die de Israëlische politiek de afgelopen jaren kenmerkte, zal blijven bestaan, ook na dinsdag.

    Lees ook:

  • Zo wil deze Amerikaanse rechter het recht op abortus afschaffen

    Zo wil deze Amerikaanse rechter het recht op abortus afschaffen

    Door nieuwe wetgeving te toetsen aan de geschiedenis, probeert de conservatieve opperrechter Samuel Alito de ongelijkheid uit het verleden terug te brengen naar het heden. Hij richt zijn pijlen vooralsnog op abortus, maar ook andere fundamentele rechten kunnen op het spel komen te staan.

    Al 250 jaar lang worstelen de Verenigde Staten om te voldoen aan de beloofde idealen van gelijkheid, vrijheid en democratie. Stapjes voor stapje hebben ze die vrijheden inmiddels uitgebreid, zodat ze niet langer enkel gelden voor de witte mannelijke grondbezitters aan wie ze aanvankelijk werden toegezegd. Maandagavond 2 mei publiceerde Politico een uitgelekt ontwerpadvies aangaande de beëindiging van het grondwettelijke recht op abortus door herroeping van Roe v. Wade [een uitspraak van het Amerikaanse Hooggerechtshof uit 1973 die het recht op abortus grondwettelijk beschermt]. In dat ontwerpadvies schetst opperrechter Samuel Alito het plan van de conservatieve beweging om deze verworvenheid terug te draaien en de Verenigde Staten, in ieder geval moreel en juridisch gezien, terug te brengen naar de negentiende eeuw.

    Met dit doel voor ogen duikt Alito terug in het verleden om zo aan te tonen dat abortus niet ‘diepgeworteld is in de geschiedenis en de traditie van de natie’. Dergelijk geschiedkundig graafwerk is gebruikelijk voor het Hooggerechtshof en vormt een vast onderdeel van de methodologie van hoge rechters. Maar als het erop aankomt een gelijkwaardige samenleving te creëren met volwaardig burgerschap voor iedereen, dan is het ronduit bedrieglijk om morele autoriteit toe te kennen aan een tijdperk waarin alleen rijke, witte mannen van de beloofde vrijheden konden profiteren.

    Roe v. Wade

    Het recht op abortus in Roe v. Wade was deels verankerd in het 14e Amendement, dat het universele recht op een eerlijk proces voorschrijft. En dus richt Alito zijn blik op het jaar 1868, om te schetsen hoe er tegen abortus werd aangekeken in de tijd waarin dit amendement werd opgesteld. ‘Tegen de tijd dat het 14e Amendement werd aangenomen, gold abortus in driekwart van de staten als strafbaar in elk stadium van de zwangerschap, en dat zou snel daarna ook voor de overige staten gelden’, schrijft Alito. Wat hij niet vermeldt, is dat het nog vijftig jaar zou duren voordat de meeste vrouwen mochten stemmen op de functionarissen die konden bepalen of abortus al dan niet strafbaar was. Het zou bovendien nog eens vijftig jaar duren voordat vrouwen zonder toestemming van hun echtgenoot een creditcard konden krijgen. Als het doel van historische analyse is om vast te stellen wat lang geleden als een beschermd recht werd beschouwd, dan dient deze vooral om de vooruitgang van de twintigste eeuw ongedaan te maken. En dat is duidelijk precies waar het hier om gaat.

    ‘Als besloten wordt Roe v. Wade terug te draaien, dan is dat een gevaar voor een hele reeks aan jurisprudentie die voortkomt uit de vrijheidsgarantie van het 14e Amendement’, waarschuwde Melissa Murray in december in The New York Times. ‘Deze rechtszaken grijpen terug op een besluit uit 1923 dat ouders het recht garandeert om hun kinderen op te voeden zonder overmatige staatsbemoeienis, en behelst bovendien het recht om te trouwen, het recht om als volwassene seksuele relaties aan te gaan en het recht om anticonceptie te gebruiken’, aldus Murray, expert op het gebied van staatsrecht en reproductieve rechten aan de New York University School of Law.

    Alito’s ontwerpadvies geeft een impuls aan een rechtse campagne die niet alleen de wettelijke grondslag van abortus wil wegnemen, maar zich ook tegen andere rechten met betrekking tot het huwelijk en intimiteit keert. Tijdens de recente hoorzittingen voor de aanstelling van Ketanji Brown Jackson aan het Hooggerechtshof klaagden verschillende Republikeinse senatoren dat het Hooggerechtshof bezig was ‘nieuwe’ rechten te verzinnen die niet expliciet in de grondwet worden genoemd. Deze zouden met name worden aangenomen via het 14e Amendement, dat het recht op een eerlijk proces voorschrijft. ‘Het huwelijk staat niet in de grondwet, of wel dan?’ vroeg senator John Cornyn (Republikein, Texas) aan Jackson. Met dergelijke vragen uitte hij zijn onvrede over een uitspraak van het Hooggerechtshof uit 2015 die het grondwettelijk recht op het homohuwelijk vastlegt.

    ‘Anticonceptie, interraciale huwelijken, seksuele intimiteit… geen van deze rechten zou de geschiedenis- en traditietoets van Alito kunnen doorstaan’

    Tijdens Jacksons hoorzittingen liet senator Mike Braun (Republikein, Indiana) zich ontvallen dat individuele staten niet alleen over het abortusrecht zouden moeten beslissen, maar ook over de wettelijkheid van het interraciale huwelijk. Hij krabbelde snel terug, maar de aap was uit de mouw. De conservatieven die nu beweren dat ze alleen abortusrechten willen terugdraaien, weten maar al te goed dat het interraciale huwelijk, anticonceptie en andere rechten die op vergelijkbare juridische en historische analyses gebaseerd zijn, eveneens op het spel staan – en vinden dat terecht.

    ‘Dit is een directe aanval op een eeuw aan precedenten van het Hooggerechtshof, waarin wordt erkend dat het 14e Amendement fundamentele rechten beschermt, ook als die niet specifiek in de tekst van de Grondwet worden vermeld,’ zei David Gans, directeur van het programma voor mensenrechten, burgerrechten en burgerschap bij het Constitutional Accountability Center, ten tijde van Jacksons hoorzittingen tegen Courthouse News Service. Abortus was slechts het begin, zo voorspelde hij.

    In zijn ontwerpadvies probeert Alito dat langetermijnplan te verhullen. Abortus, zo schrijft hij, is ‘fundamenteel anders’ omdat het daarbij gaat om het vernietigen van een foetus. Maar dat is geen onderscheid waar een opperrechter zich aan hoeft te houden. Alito’s uiteenzetting – zijn historische analyse – zal overduidelijk ook andere fundamentele rechten in gevaar brengen. ‘Ondanks Alito’s geruststelling lopen alle andere privacyrechten overduidelijk gevaar’, stelt Adam Winkler, grondwettelijk expert aan de UCLA School of Law, op Twitter. ‘Anticonceptie, interraciale huwelijken, seksuele intimiteit… geen van deze rechten zou de geschiedenis- en traditietoets van Alito kunnen doorstaan, die alleen kijkt naar de wetgeving vóór het 14e Amendement.’ Deze rechten zijn pas na de oprichting van het land verworven en maken dat de Verenigde Staten tot de democratieën van de eenentwintigste eeuw behoren in plaats van tot de theocratieën van de negentiende eeuw.

    Erfenis van het slavernijverleden

    Hoe dan ook, Alito’s geschiedenis is onvolledig: hij belicht sommige feiten terwijl hij andere negeert. Door naar de abortuswetgeving te kijken ten tijde van de aanname van het 14e Amendement, komen de patriarchale normen uit die tijd naar voren, terwijl de doelstellingen van het 14e Amendement, zoals lichamelijke autonomie en de vrijheid om zelf een gezin te kiezen, buiten beschouwing worden gelaten. Het 14e Amendement, betoogde Gans afgelopen november in The Atlantic, was een ingrijpende toevoeging aan de grondwet die tot doel had de erfenis van de slavernij ongedaan te maken. Mannen en vrouwen die tot slaaf gemaakt waren hadden geen zeggenschap over hun eigen lichaam en konden niet bepalen met wie ze trouwden of wanneer ze kinderen kregen.

    ‘Een van de wreedste aspecten van de slavernij was dat er binnen het gezinsleven geen reproductieve zelfbeschikking bestond’, schrijft Gans. ‘Plantage-eigenaren dwongen tot slaaf gemaakte vrouwen ertoe kinderen te baren die tot gevangenschap waren veroordeeld… Niet alleen werden tot slaaf gemaakte mensen gedwongen kinderen te baren; ze hadden niet het recht te trouwen met wie ze wilden of om hun eigen kinderen op te voeden.’ De wetgevers die het 14e Amendement opstelden, hadden deze vrijheid om een gezin te stichten in gedachten toen ze de vrijheden van burgerschap uitbreidden tot alle Amerikanen. En die vrijheid is niet mogelijk zonder het recht op abortus, contraceptie en huwelijksgelijkheid.

    Maar aangezien dat deel van de geschiedenis niet past bij de doelstellingen van de antiabortusbeweging, besteedt Alito er geen aandacht aan – terwijl hij zijn pijlen vol op andere rechten richt. ‘Pogingen om abortus te rechtvaardigen door een beroep te doen op het overkoepelende recht op zelfbeschikking en een definitie van het “concept van bestaan”, gaan te ver’, schrijft hij. Zo’n benadering zou kunnen worden ingezet om illegaal drugsgebruik of prostitutie te legaliseren, waarschuwt hij. ‘Geen van deze rechten kan aanspraak maken op een diepe worteling in de geschiedenis.’

    Als de stichters van Amerika een recht niet expliciet hebben genoemd, dan is er geen plek voor in Alito’s Amerika. En over enkele maanden kan dat ineens iedereens Amerika zijn.

    Lees ook:

  • Poolse organisatie voor ‘traditionele familiewaarden’ struikelt over seksschandaal

    Poolse organisatie voor ‘traditionele familiewaarden’ struikelt over seksschandaal

    Ordo Iuris, een ultraconservatieve Poolse katholieke organisatie die juridische procedures voert om abortus en echtscheidingen te verbieden, en lhbtq-rechten in te perken, dreigt uiteen te vallen. Poolse media onthulden dat twee van haar topleden betrokken waren bij een buitenechtelijke affaire.

    Balkan Insight schreef in juni vorig jaar: ‘Polen heeft onlangs de krantenkoppen gehaald door abortus vrijwel te verbieden, gemeentelijke anti-lhbtq-resoluties aan te nemen en zelfs door te proberen de regionale oppositie tegen vrouwenrechten te coördineren. De ngo Ordo Iuris speelde een belangrijke rol in deze recente conservatieve blitzkrieg. De mensen die de organisatie leiden zijn jong en activistisch. Ze behoren tot de generatie die is geboren in de jaren negentig.’

    Balkan Insight sprak zelfs van een symbiose tussen de conservatief-nationalistische regeringspartij Recht en Rechtvaardigheid (PiS) en Ordo Iuris. ‘Onder PiS-politici heeft Ordo Iuris een luisterend oor gevonden voor haar ideeën. Haar conservatieve pleidoeien heeft de Poolse regering geholpen een verhaal van “verzet tegen het Westen” te construeren, waar Warschau ruimschoots gebruik van maakt in zijn voortdurende confrontatie met de EU.’

    De moederorganisatie van Ordo Iuris wordt er in verschillende landen van beschuldigd een religieuze sekte te zijn

    ‘Ordo Iuris heeft een belangrijke rol gespeeld bij het bijna totale abortusverbod in Polen en invloed gehad op de totstandkoming van “lhbtq-vrijezones”. Nu heeft Ordo Iuris zijn zinnen gezet op het moeilijker maken voor echtparen om te scheiden’, schreef Vice enkele maanden later.

    De organisatie is niet alleen Pools, maar maakt deel uit van een veel groter ultraconservatief netwerk, zo blijkt uit het boek This Is War – Women, Fundamentalists and the New Middle Ages uit 2020, van de Poolse journaliste Klementyna Suchanow. Ze beschrijft hoe Ordo Iuris werd opgericht door leden van de Piotr Skarga-vereniging, de Poolse tak van het ultrakatholieke netwerk Tradition, Family, Property (TFP), dat ontstond in Brazilië en dat er in verschillende landen van wordt beschuldigd een religieuze sekte te zijn.

    ANP 431805346 3
    Een groep TFP-leden heeft zich verzameld voor de kerk van het Heilig Kruis in Warschau in een homofobe religieuze bijeenkomst. – © Piotr Lapinski / NurPhoto / Shutterstock

    Vorig jaar publiceerden wij een artikel over de wereldwijde tentakels van TFP. Volgens Suchanow gebruiken zowel Ordo Iuris als de Piotr Skarga-vereniging het logo met een gouden leeuw van TFP, werken ze gezamenlijk aan acties en zijn enkele individuen actief in beide groepen.

    Hypocrisie

    Polen is inmiddels in de ban van een seksschandaal dat Ordo Iuris op stelten heeft gezet, volgens berichtgeving in de gezaghebbende Poolse krant Gazeta Wyborcza. Gezien de nauwe banden die katholieke fundamentalistische organisatie onderhoudt met toppolitici van de regeringspartij PiS, zullen ook in regeringsgebouwen de wenkbrauwen gefronst worden.

    Volgens de krant vond een paar maanden geleden een stille breuk plaats binnen Ordo Iuris, maar is nu duidelijk geworden dat de belangrijkste reden hiervoor een seksschandaal is. Daarbij zouden de voormalige vicepresident van de organisatie, Tymoteusz Zych en Karolina Pawłowska, de directeur van het Ordo Iuris International Law Centre, betrokken zijn. Als gevolg van het schandaal hebben meer dan een dozijn mensen Ordo Iuris verlaten, waaronder Zych en Pawłowska. Op een persconferentie maakten ze plannen bekend om een nieuwe organisatie te lanceren: The Logos Institute. Ondertussen ontploften sociale media in Polen met grappen, memes en felle discussie over het schandaal.

    Gazeta Wyborcza sprak met een aantal betrokkenen die in de loop der jaren door de mangel zijn gehaald door Ordo Iuris.

    ‘Deze organisatie is medeverantwoordelijk voor de hel die Poolse vrouwen doormaken’

    ‘Hypocrisie is één ding, maar de totale zelfingenomenheid en domheid van deze jonge mensen die menen het recht te hebben om het leven van anderen te regelen, is iets heel anders. Ik hoop dat hun geweten tot hen zal spreken, dat ze bepaalde dingen zullen overdenken. Ze betalen nu de prijs voor hun overmoed. Ik heb er geen enkele moeite mee om ze te veroordelen. Ik heb geen enkele sympathie voor hen. Ze waren het gezicht van Ordo Iuris‘, zegt Klementyna Suchanow tegen Gazeta Wyborcza over Zych en Pawłowska. Ordo Iuris spande een rechtszaak tegen haar aan vanwege haar boek This is War.

    Parlementslid Hanna Gill-Piątek werd vorig jaar aangeklaagd door Zych omdat ze had gewezen op mogelijke belangenverstrengeling. Een van de organisaties onder leiding van Zych had 200.000 zloty, zo’n 45.000 euro, aan subsidies ontvangen van een overheidsinstantie. Zych bleek in de toekennende raad van die instantie te zitten.

    Over de berichtgeving rond het schandaal zegt ze: ‘In dit geval is het moeilijk om van een inbreuk op de privacy te spreken. Ordo Iuris dringt aan op een verbod op echtscheiding en nu blijken ze er zelf mee te maken te hebben: dit is belangrijke informatie voor het algemeen belang want deze mensen beïnvloeden en vormen het recht in Polen.’

    Conventie van Istanboel

    ‘Zych vindt dat het doen van concessies aan lhbtq-gemeenschappen een bedreiging is voor het huwelijk en het traditionele gezinsmodel. Naar mijn mening moet deze hypocrisie openbaar worden gemaakt. Het publiek heeft het recht er kennis van te nemen. Deze organisatie is medeverantwoordelijk voor de hel die Poolse vrouwen doormaken’, zegt activist Bart Staszewski. Hij moest de afgelopen tijd 3,2 duizend kilometer door het land reizen om bij de hoorzittingen te verschijnen voor zaken die Ordo Iuris valselijk tegen hem had aangespannen. Alle zaken werden geseponeerd. ‘Ik hoop dat dit schandaal Ordo Iuris ernstig zal verzwakken. Het zijn gevaarlijke radicalen’, aldus Staszewski.

    ‘Ze zijn in hun eigen val gelopen’, vindt parlementslid Hanna Gill-Piątek. Ik weet niet welke effecten dit op lange termijn zal hebben. In het begin barstte het internet van de grappen over dit hele schandaal, maar het gaat om meer dan alleen memes. Iedereen heeft het er inmiddels over. Het lijkt mij dat Ordo Iuris aan geloofwaardigheid zal inboeten. Misschien moeten ze zelfs hun naam veranderen, omdat dit hen zal blijven aankleven. Dit is hoe je eindigt als je de slaapkamers van mensen probeert binnen te dringen, concludeert ze, verwijzend naar wetgeving die onder invloed van Ordo Iuris is ontstaan.

    ‘Pr-technish is dit een ramp en hun geloofwaardigheid is vrijwel nihil’

    ‘Leden van deze conservatieve netwerken zijn vaak erg jong en onervaren’, zegt Klementyna Suchanow. ‘Ze werden aangeworven tijdens hun studententijd. Ze meenden te weten hoe het leven eruit hoort te zien, maar in de loop der jaren bleek dat ze niet per se gelijk hadden. Ze zijn in de val gelopen van hun eigen makelij. Zo was mevrouw Pawłowska een tegenstander van de Conventie van Istanboel [Het Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld]. Nu gaat ze scheiden. Laat haar zich nu maar even die vrouwen voorstellen die zich in een veel moeilijkere situatie bevinden dan zij en vertel hen dan nog eens dat ze getrouwd moeten blijven.’

    Volgens Klementyna Suchanow is dit niet het einde van de ultraconservatieve beweging: ‘Dit is misschien het begin van het einde, maar het zijn slimme mensen. Ze maken deel uit van een sterk internationaal netwerk. Een plaatselijk schandaal is niet genoeg om ze ten val te brengen. Al zal deze echtscheidingskwestie zeker terugkomen, want pr-technish is dit een ramp en hun geloofwaardigheid is vrijwel nihil.’

    Lees ook:

  • ‘Niets op deze pagina is echt’

    ‘Niets op deze pagina is echt’

    Hoe een politiek satirische site de draak steekt met extremistische ideeën en maandelijks zes miljoen bezoekers trekt die denken dat ze waar zijn.

    Keuze uit het 360-archief

    Hoe makkelijk het is om miljoenen lezers je meest bizarre verzinsels te doen geloven, bewees Christopher Blair al in 2016 met zijn satirische Facebookpagina. Ondanks de disclaimer ‘Niets op deze pagina is waar’ bracht wat voor Blair als één grote grap begon, iets sinisters aan het licht waarmee we de afgelopen jaren maar al te vertrouwd zijn geraakt.

    North Waterboro, Maine. Het enige licht in het huis was de gloed van drie computerschermen. Christopher Blair (46) ging achter zijn toetsenbord zitten en begon te typen. Zijn vrouw was naar haar werk en zijn kinderen waren onderweg naar school, maar online wachtte zijn andere community, een virtuele, waar niets was wat het leek. Hij logde in op zijn website en verzon zijn eerste nieuwsbericht van die dag.

    ‘BREAKING’, schreef hij, met zijn wijsvingers de ene na de andere letter kiezend terwijl hij verschillende opties overwoog. Hij kon melden dat Hillary Clinton was overleden tijdens een geheime buitenlandse missie met als doel vluchtelingen Amerika binnen te smokkelen. Of hij kon president Trump de Nobelprijs voor de Vrede toekennen omdat hij het had aangedurfd de klimaatverandering te ontkennen. Op Blairs scherm verscheen een mailtje van een vriend die hem met zijn site hielp. ‘Wat voor debiels zullen we vandaag weer eens viral laten gaan?’ schreef hij. ‘Hoe extremer we worden, hoe meer mensen erin trappen’, antwoordde Blair.

    Bij wijze van grap was hij hier tijdens de verkiezingscampagne voor het presidentschap van 2016 mee begonnen: een politiek satirische site op Facebook waarop hij samen met andere linkse bloggers de draak stak met de extremistische ideeën die zich volgens hen onder ultrarechts verspreidden. In het tweejarige bestaan van zijn Facebookpagina, genaamd America’s Last Line of Defense, had Blair verhalen verzonnen over de invoering van de sharia in Californië, over Bill Clinton die een seriemoordenaar was gebleken, over illegale immigranten die Mount Rushmore hadden beschadigd en over Barack Obama, die op zijn negende, tijdens de Vietnamoorlog, een oproep voor militaire dienst had ontdoken.

    ‘Deel dit als ook jij woedend bent!’ stond er meestal boven zijn berichten, en duizenden mensen op Facebook hadden ze geliket en gedeeld, van wie de meesten niet doorhadden dat het om satire ging. Sterker nog: Blairs Facebookpagina was uitgegroeid tot een van de populairste onder Trump-aanhangers van boven de 55.

    ‘Niets op deze pagina is waar’, luidt een van de veertien disclaimers op Blairs site, maar anno 2018 worden de verhalen die erop staan in Amerika werkelijkheid, versterken ze de vooroordelen van mensen, komen ze terecht op Macedonische en Russische sites met nepnieuws en bereiken ze maandelijks maar liefst zes miljoen bezoekers die denken dat ze waar zijn. Wat voor Blair als één grote grap begon, brengt iets sinisters aan het licht.

    ‘Hoe racistisch, bekrompen, aanstootgevend of “nep” we het ook maken, de mensen blijven maar terugkomen’, schreef hij een keer op zijn persoonlijke Facebookpagina. ‘Waar ligt de grens? Komt er ooit een punt waarop mensen beseffen dat ze alleen maar rotzooi voorgeschoteld krijgen en besluiten terug te keren naar de werkelijkheid?’

    Schreeuwende hoofdletters

    Blairs eigen werkelijkheid lag buiten, achter de gesloten gordijnen van zijn kantoor, een driekamerwoning in de bossen van Maine, waar de verharde weg overging in grind; niet zijn huis, maar een huurhuis. De afgelopen tien jaar was hij een keer of vijf, zes met zijn gezin verhuisd, het hele land door op zoek naar vast werk, terwijl hij intussen baantjes in de bouw en de horeca met elkaar afwisselde. Soms leefden ze noodgedwongen van voedselbonnen. Tijdens de economische crisis van 2008 was hij voor [fastfoodketen] Wendy’s gaan werken om de schuld op hun 
creditcard af te lossen.

    Ook begon Blair, die al zijn hele leven Democraat was, online zijn politieke gal te spuwen. Hij kreeg het aan de stok met onbekenden op een internetforum genaamd Brawl Hall [to brawl betekent ‘knokken’]. 
Soms deed hij zich op Facebook voor 
als iemand van de extreemrechtse Tea Party, om beheerder van een besloten groep te kunnen worden en hun site met linkse ideeën te bestoken alvorens hem op zwart te zetten.

    De afgelopen jaren had hij meer dan tien onlineprofielen aangemaakt. Soms deed hij zich op de bijbehorende foto’s voor als een aantrekkelijk blondine uit een zuidelijke staat of als een bandana dragende conservatief die luisterde naar de naam Flagg Eagleton. Zo verleidde hij mensen ertoe racistische of seksistische opmerkingen te maken, om hen vervolgens openlijk aan de schandpaal te nagelen. Blairs lange stukken waren bot en geestig tegelijk. Geleidelijk aan verwierf hij een linkse aanhang op het internet en werd hij fulltime politiek blogger. Nergens kon hij beter zeggen wat hij dacht en zich voordoen als wie hij maar wilde.

    ‘Wat voor debiels zullen we vandaag weer eens viral laten gaan?’

    Nu hing hij over zijn bureau, tussen een loopband en twee terraria, en browste langs conservatieve forums 
op Facebook, op zoek naar inspiratie voor zijn volgende bericht. Hij was 1 meter 98, woog bijna 150 kilo en typte elke dag duizenden woorden in schreeuwende hoofdletters. Hij zag 
een foto van Trump op een ceremonie in het Witte Huis. Achter de president stonden verschillende hoogwaardigheidsbekleders, onder wie een witte 
en een zwarte vrouw. Blair kopieerde de foto, zette een rode kring om de twee vrouwen en typte het eerste wat in hem opkwam.

    ‘President Trump reikte de verzoenende hand en nodigde Michelle Obama en Chelsea Clinton uit’, schreef Blair. ‘Ze bedankten hem door tijdens het volkslied hun middelvinger op te steken. Hoogverraad! Achter de tralies ermee!’ Blair hield op met typen en keek nog eens naar de foto. De witte vrouw was Chelsea Clinton helemaal niet, het was Hope Hicks, de voormalige communicatieadviseur van het Witte Huis.

    De zwarte vrouw was 
niet Michelle Obama, maar voormalig Trump-medewerker Omarosa Newman. Obama noch Clinton was voor de ceremonie uitgenodigd. 
Niemand had een middelvinger naar de president opgestoken. Het hele idee was volslagen belachelijk, en dat was precies het punt dat Blair wilde maken.

    ‘We leven in een idiocratie’, stond ergens in een lijstje op Blairs bureau, en hij voer er wel bij. In een goede maand leverden de advertenties op zijn site hem maar liefst 15.000 dollar op, en hij had een schare trouwe online fans. Honderden mensen bezochten America’s Last Line of Defense om 
conservatieven te vernederen die Blairs nepverhalen deelden omdat ze dachten dat ze echt waren. Op Blairs eigen Facebookpagina maakte hij in zijn 
contacten met linkse aanhangers de conservatieve lezers uit voor ‘schapen’, ‘boerenpummels’, ‘STrumperds’, ‘aardappelkoppen’ en ‘leeghoofden.’

    ‘Hoe kan een weldenkend mens al 
die flauwekul geloven?’ schreef hij. 
Hij drukte op ‘verzenden’ en keek toe terwijl zijn leugen zich begon te verspreiden.

    Shirley Chapian

    De zon was nog maar net op in Pahrump, Nevada, toen Shirley Chapian (76) op Facebook inlogde voor haar eerste potje Criminal Case van die ochtend. Een vriendin had haar op het Facebookspelletje met 65 miljoen spelers gewezen. Een uur lang was ze een detective uit de jaren dertig; ze verhoorde getuigen en probeerde feit van fictie te onderscheiden totdat ze zaak nr. 48 
uiteindelijk oploste en haar Facebook-newsfeed aanklikte. ‘Goedemorgen, Shirley! Fijn dat je er weer bent’, luidde het automatisch gegenereerde bericht bovenaan haar pagina.

    Ze legde haar vinger op de muis en begon naar beneden te scrollen. Het huis was leeg en stil, op het geklik van de muis na. 
Ze woonde in haar eentje en had soms dagenlang alleen hier contact, op Facebook. In haar newsfeed van die ochtend zaten ook foto’s en berichtjes van haar ongeveer driehonderd vrienden, maar de meeste posts kwamen van politieke groeperingen die Chapian volgde: ‘Patriotten voor vrije meningsuiting’, ‘Verbied de islam’, ‘Trump 2020’ en ‘Rebel Life’. Elke politieke pagina postte dagelijks verschillende berichten, 
waarvan vele onder het kopje ‘BREAKING NEWS’. Op haar computer lag Amerika permanent onder vuur.

    Links beperkte de vrije meningsuiting, immigranten bestormden de grens en brachten 
illegaal hun stem uit, politici smeedden plannen om iedereen zijn wapens af te pakken. ‘Je let even niet op of er gebeurt weer iets bezopens in dit land’, had Chapian een keer op haar Facebook-pagina geschreven. Vandaar dat ze had besloten altijd op te letten en soms uren achtereen scrolde en berichten deelde.

    ‘BREAKING: Democratische megadonor beschuldigd van seksueel misbruik!!!’
    ‘Heeft Michelle Obama echt iets met Bruce Springsteen?’
    ‘Boer uit Iowa beweert dat Bill Clinton seks had met koe op “cokefeestje”’

    Boven Chapians scherm hingen 
borduurwerkjes die ooit een groot deel van haar tijd hadden opgeslokt, kunststukjes waar ze honderden uren in had gestoken. Maar nu kon ze er het geduld niet meer voor opbrengen. Buiten lag een doodlopende weg met identiek 
beigebruine rotstuintjes rond dubbele, vaste stacaravans, dezelfde als de hare, de meeste met buren die ze nog nooit had ontmoet. Daarachter alleen maar cactussen, zo ver het oog reikte, en hitte.

    Shirley Chapian, 76. 
Meestal had ze op de Republikeinen gestemd, net als haar ouders, maar op Facebook werd ze pas echt conservatief.  – Jabin Botsford / Getty
    Shirley Chapian, 76. 
Meestal had ze op de Republikeinen gestemd, net als haar ouders, maar op Facebook werd ze pas echt conservatief. – Jabin Botsford / Getty

    Nadat haar moeder was overleden, 
had Chapian besloten te stoppen met werken en was ze naar Las Vegas 
verhuisd om bij een vriendin te gaan wonen. Toen Las Vegas te duur werd, vertelde een makelaar haar over 
Pahrump. Ze kocht een stacaravan met drie kamers voor nog geen 100.000 dollar en schilderde hem paars. Ze maakte een paar vrienden 
in het plaatselijke ouderencentrum en ging vaak uit eten in het Thaise restaurant in de stad. In 2009, een paar jaar nadat ze in Pahrump was komen wonen, kocht ze een nieuw computerscherm en werd lid van Facebook. Haar profielfoto was er een van haar kat. ‘Kom graag in contact met vrienden 
en gelijkgestemden’, had ze destijds geschreven.

    Meestal had ze op de Republikeinen gestemd, net als haar ouders, maar 
op Facebook werd ze pas echt conservatief. In de maanden nadat Obama was gekozen, begon ze hem te 
wantrouwen. Ze vond hem arrogant 
en onervaren, en op Facebook stuitte 
ze op een stortvloed aan informatie die haar ergste vermoedens bevestigde, zonder dat ze besefte dat een deel van al die berichten onwaar was. Obama was niet alleen links, las ze, hij was zelfs een socialist. Zijn politieke verdiensten waren niet alleen schamel, 
hij had ze uit zijn duim gezogen, net als zijn bul van de universiteit en wie weet zelfs zijn geboorteakte.

    Deelgenoot

    Chapian had jarenlang naar de grote tv-zenders gekeken, maar ze verbaasde zich voortdurend over de steeds grotere kloof tussen wat ze op internet las en wat ze op die zenders zag. ‘Wat houden ze nog meer voor ons achter?’ schreef ze een keer op Facebook. En als zij 
vond dat de media tekortschoten of bevooroordeeld waren, dan was het haar eigen verantwoordelijkheid om 
op zoek te gaan naar alternatieven.

    Ze abonneerde zich op zo’n tien conservatieve nieuwsbrieven en begon naar Alex Jones op InfoWars te kijken. De 
ene ultrarechtse Facebookgroep leidde haar met gerichte advertenties naar de andere, en voordat ze het wist volgde Chapian ruim 2500 conservatieve 
pagina’s, een ideologische echokamer die grossierde in scepsis. Klimaat-
verandering was nep. De media waren gecensureerd of voorgekookt. De 
politiek in Washington was in de greep van een ‘deep state’.

    Chapian geloofde niet alles wat ze online las, maar vertrouwde factcheckers en de verslaggeving van de media evenmin. Ze dacht weleens dat de harde feiten niet te achterhalen waren, dat de waarheid ergens in het midden lag. Het meest vertrouwde ze op haar vermogen kritisch te denken en de waarheid te onderscheiden, en haar eerste ingevingen vielen steeds vaker samen met die van de onlinecommunity, waar ze het grootste deel van haar tijd rondhing.

    Het aantal keren dat ze iets op Facebook likete of deelde nam elk jaar toe, en ze reageerde soms tot midden in de nacht op de tientallen berichten die dagelijks binnenkwamen. Ze had het idee dat ze deelgenoot werd gemaakt van allerlei duistere geheimen en dat het haar plicht was die te doorzien en te delen.

    ‘Hoe overduidelijk nep 
ook, ze klikken nog steeds op “like”’

    ‘Ik ben niet van de samenzwerings-theorieën, maar…’ schreef ze voordat 
ze een link deelde over een uit de 
lucht gegrepen verhaal waarin de Democratische geldschieter George Soros een fanatieke nazi was geweest en een overlevende van de schietpartij in Parkland een betaalde acteur bleek.

    Nu kwam er weer een bericht binnen, afkomstig van de Facebookpagina America’s Last Line of Defense, die Chapian al ruim een jaar volgde. Er stond een foto in van Trump op een ceremonie in het Witte Huis. Twee vrouwen op de achtergrond, een zwarte en een witte, waren omcirkeld.

    ‘President Trump reikte de verzoenende hand en nodigde Michelle Obama en Chelsea Clinton uit’, luidde het bericht. ‘Ze bedankten hem door tijdens het volkslied hun middelvinger op te steken. Hoogverraad! Achter de tralies ermee!’

    Chapian keek naar de foto. Het 
verbaasde haar niets. Natuurlijk had Trump Clinton en Obama op het Witte Huis uitgenodigd: een ruimhartige, vaderlandslievende daad. Natuurlijk hadden de Democraten – of ‘Demonrats’, zoals Chapian ze weleens noemde – zich slecht gedragen en 
geen respect voor Amerika getoond. Het was hetzelfde verhaal dat ze elke dag honderden keren op het scherm voorbij zag komen, en deze keer besloot ze te liken en een bericht achter te laten. ‘Ach, ze hadden toch al geen klasse’, schreef ze.

    Nu-heb-ik-je

    Blair had de afgelopen jaren duizenden van dit soort verhalen verzonnen, altijd met dezelfde stereotyperingen om dezelfde mensen uit de tent te lokken, maar hij kreeg er nooit genoeg van om een bericht te zien rondzingen: acht keer gedeeld in de eerste minuut, 
160 keer binnen een kwartier, meer dan duizend naar een uur.

    ‘En… we gaan viral!’ schreef hij in een bericht aan zijn aanhangers op zijn persoonlijke Facebookpagina. ‘Zo 
langzamerhand heb ik de absurditeit van de dingen die ik post niet meer in de hand. Hoe belachelijk ook, hoe overduidelijk nep ook, en hoe vaak je het ook tegen die leeghoofden zegt, ze klikken nog steeds op “like” en ze blijven die berichten maar delen.’ Honderden of misschien wel duizenden mensen in het hele land geloofden werkelijk dat Obama en Clinton hun middelvinger naar de president hadden opgestoken.

    ‘Walgelijk. Het ontbreekt die vrouwen totaal aan zelfrespect’, schreef een vrouw in Fort Washakie, Wyoming. 
‘Ze verdienen het om publiekelijk te schande te worden gemaakt’, zei een man in Gainesville, Florida. ‘Geen 
verrassing met zulk brutaal uitschot.’
    Blair had ze voor de gek gehouden. 
Nu kwam zijn favoriete deel, het ‘nu-heb-ik-je’, wanneer hij zijn slachtoffers liet zien dat het een grap was. ‘Oké, stomkoppen, wakker worden’, schreef hij op America’s Last Line of Defense, zijn eigen reactie prominent naast 
het oorspronkelijke bericht. ‘Dat zijn Omarosa en Hope Hicks, niet Michelle Obama en Chelsea Clinton. Ze zouden niet dood op de foto gevonden willen worden met dit stelletje pseudopatriottistische, nationalistische geteisem.’

    Behalve geld verdienen met zijn site, was dit wat hij wilde: in contact komen met mensen die onware, extremistische verhalen verspreidden en laten zien dat die nep waren. Als zulke mensen publiekelijk voor paal werden gezet, zouden ze misschien kritischer worden over wat ze online deelden. Blair had geen tijd om op ieder van zijn honderdduizenden conservatieve volgers te reageren, en daarom beschikte hij over een community met meer dan honderd geestverwanten die zijn pagina samen met hem onderhielden.

    Ze hielden de reacties in de gaten, zetten conservatieven in hun hemd, maakten hen belachelijk en verleidden hen ertoe racistische opmerkingen te maken zodat ze bij Facebook konden worden aangeven. Volgens Blair hadden ze honderden mensen van Facebook weten te weren en waren sommigen zelfs ontslagen of in functie teruggezet vanwege opruiend onlinegedrag.

    Ook had hij Facebook gedwongen 22 sites met nepnieuws te sluiten omdat ze zijn content hadden geplagieerd, waaronder veel Macedonische sites, die zijn verhalen overnamen zonder erbij te vermelden dat het satire betrof. Blair wist niet of hij ooit iemand op andere gedachten had gebracht. 
Hij had nóg meer disclaimers in koeienletters boven zijn berichten gezet en woorden opzettelijk verkeerd gespeld om te laten zien dat het allemaal maar flauwekul was, maar er bleven almaar meer reacties komen.

    Christopher Blair, 46. 
Zijn  Facebookpagina was uitgegroeid tot een van de populairste onder Trump-aanhangers van boven de 55. – © Jabin Botsford / Getty
    Christopher Blair, 46. 
Zijn Facebookpagina was uitgegroeid tot een van de populairste onder Trump-aanhangers van boven de 55. – © Jabin Botsford / Getty

    Chapian las de reacties op haar bericht en vroeg zich af, zoals zo vaak wanneer ze werd aangevallen: wie zijn die mensen, waar hebben ze het over? Natuurlijk hadden Michelle Obama en Chelsea Clinton de president geschoffeerd. Het was waar, op grond van wat ze van hen wist. In plaats van rechtstreeks te reageren op America’s Last Line of Defense, schreef Chapian iets op haar eigen Facebookpagina.

    ‘Vervelende linkse lui’, typte ze, waarna ze weer terugkeerde naar haar eigen newsfeed. Een islamitische vrouw in een brandende boerka: like. Een politieman die met een stok op een gemaskerde antifascistische demonstrant inslaat: like. Een zorgelijke, pipse Hillary Clinton: like. Een legerhelikopter met machinegeweren onderweg naar de vluchtelingenkaravaan: like.

    Op een middag had ze uren zitten scrollen, toen ze buiten een geluid hoorde. Ze draaide zich om en keek naar buiten. Een buurman veegde de witte steentjes op zijn stoep terug de rotstuin in. De lucht was strak blauw. Een postbode deed zijn ronde in de verder lege straat. Geen tekenen van een dreigende sharia. De migranten-karavaan was nog steeds honderden kilometers ver van de grens met Mexico. Antifascistische demonstranten moesten Pahrump nog ontdekken.

    Chapian kneep haar ogen toe tegen het zonlicht, deed het rolgordijn omlaag en richtte zich weer op het scherm. Een foto van illegale immigranten, lachend in een stemhokje: like. Ze scrolde naar nog een bericht van America’s Last Line of Defense, niet bewust van de waarschuwingen dat het satire betrof. Een groepje kinderen op gebedskleedjes in een klas. ‘Leerlingen in Californië gedwongen tot sharia’, stond er. ‘Ze eten geen bacon meer. Twee roepen Allah al aan. Laat kinderen geen nepgoden aanbidden!!’

    Chapian deinsde terug van het scherm. ‘Nee, toch!’ zei ze. ‘Als mijn kind op zo’n school zat, zou ik het er meteen vanaf halen.’ Ze had op Facebook honderden verhalen gelezen over de dreiging van de sharia en dit bevestigde bijna alles wat ze geloofde. Het zag er echt genoeg uit. ‘Weten de mensen wel dat er zulke dingen in dit land gebeuren?’ schreef ze. Ze klikte het bericht aan, wat werd opgemerkt achter een computer in Maine, waar Blair alweer een verhaal viral zag gaan en zich afvroeg of zijn lezers de grap doorhadden.

  • 6. Vrouwen aan de schijnmacht

    6. Vrouwen aan de schijnmacht

    In Israël heeft een conservatieve stad zijn eerste vrouwelijke burgemeester gekozen. Dat lijkt revolutionair. Maar de opmars van vrouwen in de Israëlische politiek is omgeven door vooroordelen.

    Pas toen de allerlaatste stemmen waren geteld, die van de soldaten, de gehandicapten en de mensen in de gevangenis, was de keuze tussen de twee kandidaten duidelijk. Aan het eind van de verkiezingsnacht had de stad Beth Shemesh zichzelf een nieuwe burgemeester gegeven. Deze zeer religieuze en conservatieve stad van bijna 80.000 inwoners koos eind oktober voor het eerst een vrouw als leider van het stadsbestuur.

    Aliza Bloch kreeg slechts 533 stemmen meer dan de vertrekkende burgemeester Moshe Aboutboul, een man die bekendstaat om zijn provocerende uitspraken. Sinds zijn controversiële overwinning in 2013, waarbij vermoedens van fraude bestonden, heeft hij zich verheugd uitgesproken over de afwezigheid van homoseksuelen in Beth Shemesh. ‘Dat soort dingen hebben wij hier niet, godzijdank. Deze stad is gezond en zuiver.’

    Aliza Bloch, voormalig directeur van een middelbare school, wil een eind maken aan de spanningen tussen niet-religieuzen en religieuzen die Beth Shemesh al tien jaar verscheuren als gevolg van de opkomst van de ultraorthodoxe gemeenschappen. Het lijkt erop dat zij erin is geslaagd duizenden stemmen te winnen van ultraorthodoxen die het stemadvies van hun rabbi in de wind hebben geslagen.

    Haar succes is des te veelzeggender omdat lokaal voor een vrouw stemmen niet gebruikelijk is in Israël. Zeker, bij deze gemeenteraadsverkiezingen is ook Einat Kalisch Rotem als eerste vrouw gekozen tot burgemeester van Haifa, de derde stad van het land. Maar volgens het ministerie van Binnenlandse Zaken hadden zich bij de lokale verkiezingen maar 57 vrouwen kandidaat gesteld, tegen 665 mannen.

    De rol van vrouwen in de Israëlische politiek komt neer op de eeuwige vraag of het glas half vol is of half leeg. In de Knesset [het parlement] is de opmars opvallend. Daar is 27 procent van de 120 afgevaardigden vrouw, en dat is vijf keer zoveel als dertig jaar geleden. Kijk je echter naar hun verantwoordelijkheden, dan is er minder reden tot vreugde. Vier vrouwen zijn minister, maar slechts een van hen, Ayelet Shaked, heeft een ministerpost op het hoogste niveau.

    Als minister van Justitie voor de zionistisch-religieuze partij Habayit Hayehudi [Het Joodse Huis] voert zij een offensief tegen het Hooggerechtshof, dat in haar ogen te veel macht heeft om wetten tegen te houden. In 2006 had het Hooggerechtshof een vrouw als voorzitter: Dorit Beinish. In hetzelfde jaar werd Dalia Itzik de eerste vrouwelijke voorzitter van de Knesset.

    Aliza Bloch op 1 november 2018, de dag dat ze werd gekozen tot de eerste vrouwelijke burgemeester van Beth Shemesh. – © Yaakov Lederman/Flash90
    Aliza Bloch op 1 november 2018, de dag dat ze werd gekozen tot de eerste vrouwelijke burgemeester van Beth Shemesh. – © Yaakov Lederman/Flash90

    Maar het is lastig om in deze individuele verhalen een duidelijke trend te ontwaren. De hele ontstaansgeschiedenis van de staat Israël, vanaf de ondergrondse strijd tegen het Britse protectoraat tot en met de stichting van de kibboetsen, de socialistische gemeenschappen die de nieuwe Jood zouden voortbrengen, stond in het teken van gelijkheid tussen man en vrouw. Niet langer waren vrouwen veroordeeld tot de traditionele rol van moeder en echtgenote. Ze waren ook medestrijdsters en boerinnen die de grond bewerkten.

    ‘Ik weet niet of vrouwen beter zijn dan mannen, maar ik weet wel dat ze niet slechter zijn’, zei Golda Meir. Zij is nog steeds de enige vrouw die ooit premier is geweest in Israël, tussen 1969 en 1974. Toch zag zij haar carrière niet als een bewijs voor vrouwenemancipatie. David Ben-Goerion, de vader des vaderlands, heeft haar volgens de overlevering ooit ‘de enige man in zijn regering’ genoemd. Volgens haar biografen vond Meir de Amerikaanse feministen ‘krankzinnige vrouwen, die hun beha verbranden, er slonzig bijlopen en mannen haten’. Sterk, onafhankelijk, vrij, streng, kettingroker en geen make-up: Golda Meir was pionier in alles.

    Het eind van haar carrière werd een persoonlijk en nationaal trauma. In het najaar van 1973 werd Israël overvallen door de Jom Kipoer-oorlog en verloor het 2700 soldaten. De euforie en verwondering over de verpletterende overwinning op de Arabische landen in 1967 waren verdwenen. De Hebreeuwse staat voelde zich weer kwetsbaar, en dat gebeurde onder leiding van een vrouw – al had die dan gedaan wat de hoogste militairen haar adviseerden. Het is duidelijk dat die associatie een soort collectief stempel werd, en dat leidde weer tot het algemeen heersende idee dat verantwoordelijkheden die van levensbelang waren voor het land, aan mannen moesten worden toevertrouwd.

    Dat vooroordeel was ook te merken tijdens de verkiezingscampagne van 2009. Tzipi Livni, die als minister van Buitenlandse Zaken aan het hoofd stond van de centrumpartij Kadima, kreeg de meeste stemmen, maar mocht toch niet de coalitie vormen. De maand voor de verkiezingen was zij in de rug aangevallen door haar tegenstanders, met name door Arbeiderspartij-voorman Ehud Barak, die een grote staat van dienst heeft als militair, om haar zogenaamd zwakke karakter.

    In een laat stadium besloot Livni zich te richten op vrouwelijke kiezers. Maar in feite hadden vrouwenrechten voor haar, net als voor Golda Meir, geen hoge prioriteit. Alsof de aanwezigheid van vrouwen eerst gemeengoed moest worden om voor die rechten te kunnen opkomen, in plaats van er nu al eisen aan te stellen. Tegenwoordig leidt Livni de parlementaire oppositie onder de regering-Netanyahu.

    Auteur: Piotr Smolar

    Le Monde
    Frankrijk | dagblad | oplage 345.000

    Iconische krant, in 1944 opgericht op initiatief van De Gaulle. Om zijn naam (‘De Wereld’) eer aan te doen, onderhoudt Le Monde een groot netwerk van correspondenten.

  • Mogen daklozen worden opgepakt?

    Mogen daklozen worden opgepakt?

    Een nieuwe wet in Hongarije verbiedt daklozen op straat te slapen, op straffe van een taakstraf of opsluiting. De VN is tegen en ook in Hongarije zelf is de wet niet onomstreden.

    JA

    Op zondag 14 oktober, de dag voordat de wet in werking trad die daklozen verbiedt om op straat te slapen, demonstreerde de liberale linkse intelligentsia er nog eenmaal tegen. Enkele 
honderden personen verzamelden zich voor het parlement in Boedapest om het Hongaarse volk hun grootmoedigheid te tonen. Maar bovenal verdedigden de demonstranten het onvervreemdbare recht van daklozen om op straat dood te vriezen. Oppositiemedia liepen te hoop tegen de criminalisering van een permanent verblijf in de publieke ruimte en de schaamteloze ‘jacht’ op daklozen.

    De realiteit is echter anders. De regering wil in de eerste plaats proberen om mensen die geen permanent woonadres hebben weer te integreren in de maatschappij. Nu 
al bestaan er opvangcentra voor daklozen, waar zij medisch onderzocht kunnen worden, in een goed bed slapen en een douche nemen. Sommigen vinden zelfs werk en hebben op den duur de opvang niet meer nodig. Uiteraard gelden er in deze centra elementaire regels die de bewoners moeten respecteren. Dronkaards wordt de toegang geweigerd en consumptie van alcohol is strikt verboden.

    Er zijn zo’n driehonderd individuen die de regels van de opvangcentra niet respecteren en dagelijks onze pleinen, straten en metrostations bevuilen. Ze urineren tegen de muren. We moeten met een boog om hen heen lopen en soms zelfs over hen heen stappen, wanneer ze weer eens dronken en agressief aanspraak maken op onze generositeit in plaats van zelf hun brood te 
verdienen. Onze kinderen moeten hen zien vechten, ze aarzelen niet om een van hun miserabele kameraden een knal te verkopen om hun territorium op het Jászai Mariplein bij de Donau te 
verdedigen.

    De zevenduizend personen voor wie nu al wordt gezorgd, bewijzen dat de overheid hen niet vervolgt

    Zij weigeren geschreven en ongeschreven wetten 
te respecteren die het maatschappelijk verkeer in goede banen leiden. De boze kunstenaars op het Kossuthplein demonstreren voor zwervers die het schamele inkomen dat zij met bedelarij weten te bemachtigen, onmiddellijk spenderen aan drank. De regering wil deze mensen vooral tegen zichzelf beschermen door hun weer een plek binnen het ‘systeem’ te geven. Ja, zelfs hun leven redden, door hun een warm onderdak te geven en ervoor te zorgen dat ze niet doodvriezen.

    De zevenduizend personen voor wie nu al wordt gezorgd, bewijzen dat de overheid hen niet vervolgt. Integendeel, daklozen worden juist zo goed en humaan als maar mogelijk is beschermd tegen de funeste consequenties van het verlies van hun woning. Deze zevenduizend personen bewijzen de driehonderd die nog in de marge verblijven, dat er een andere oplossing mogelijk is dan in de kou op straat te creperen of aan alcoholisme te bezwijken. De linkse intelligentsia mogen zoveel protesteren als ze willen voor het recht van daklozen om dood te vriezen op het trottoir. Van nu af aan zal de regering deze ongelukkigen echter behoeden voor een zekere dood.

    Auteur: Bence Apáti

    Bence Apáti is een Hongaarse balletdanser, die sinds 2000 als solist is verbonden aan de Hongaarse Staatsopera. Sinds kort is hij ook verslaggever, onder andere in een Hongaars tv-programma over politici en sterren.

    Magyar Idök | Hongarije | magyaridok.hu
    Opgericht in 2015, pro-Orbán en zelfbenoemde stem van conservatief Hongarije.

    1. Bence Apáti; 2. Bálint Misetics.
    1. Bence Apáti; 2. Bálint Misetics.

    NEE

    15 oktober zal altijd herinnerd worden als de dag waarop 
Hongarije besloot om dakloosheid te verbieden in naam van een grondwetswijziging die van bedelarij een misdaad maakt. De nieuwe wet verbiedt het om op straat te verblijven, zonder verder de vraag te stellen of een dakloze anderen in de openbare ruimte tot last is of normoverschrijdend gedrag vertoont.

    De praktische gevolgen van dit nationale verbod zijn nog 
onduidelijk. We kunnen ervan uitgaan dat veel politiemensen 
het met deze criminalisering oneens zijn en een oogje zullen dichtknijpen. Ook zij zullen begrijpen dat we beter ernstige en lang genegeerde sociale problemen kunnen oplossen dan 
ongelukkige slachtoffers van asociaal beleid straffen.

    De Hongaarse staat zou zich moeten schamen voor de manier waarop hij sinds 2010 met deze problematiek is omgegaan. 
De laatste acht jaar heeft de regering onophoudelijk wetten, decreten en amendementen uitgevaardigd die onevenredig streng zijn voor daklozen. De staat was zeer fanatiek in de 
vervolging van bedelarij. Wat zou er gebeurd zijn als de machthebbers zich even serieus van de taak hadden gekwijt dit 
fenomeen te voorkomen als het te bestraffen?

    Deze criminalisering van overheidswege is niet alleen onverantwoordelijk, maar ook diep immoreel en mensonwaardig. Bovendien vergt de handhaving van zo’n verbod enorm veel van de 
toch al overvraagde overheidsdiensten.

    Als de Hongaarse staat de afgelopen acht jaar een werkelijk sociaal beleid had gevoerd dat er vooral op was gericht mensen onderdak te bieden, was het aantal mensen dat op straat moet leven veel lager geweest

    Als de Hongaarse staat de afgelopen acht jaar een werkelijk sociaal beleid had gevoerd dat er vooral op was gericht mensen onderdak te bieden, in plaats van naar believen het strafrecht en de grondwet te wijzigen, zou het aantal mensen dat 
vandaag de dag in Hongarije op straat moet leven zonder 
twijfel veel lager zijn geweest. Alle partijen zouden tevreden 
zijn gesteld, in de eerste plaats de daklozen zelf. Veel van hen hadden zich in dat geval niet hoeven te verlagen tot bedelarij.

    Ook alle mensen die simpelweg medelijden hebben met dak-lozen, zich onwillekeurig afvragen of de bedelaar die zij op hun weg naar huis tegenkwamen morgenochtend nog wel in leven is, zouden dolblij zijn geweest met deze geste tegenover hulp-behoevende mensen. Hetzelfde geldt voor ouders die geen goed antwoord klaar hebben op de simpele vraag van hun kind: ‘Waarom heeft die mevrouw die daar op straat ligt geen huis?’ Idem voor al diegenen die zich niet thuis kunnen voelen in een stad waar niet iedereen een thuis heeft. En zelfs zij die niets anders willen dan dat ‘die luie zwervers eindelijk eens oprotten’, waren op hun wenken bediend.

    Auteur: Bálint Misetics

    Bálint Misetics studeerde sociologie aan Bard College (New York) en Berkeley (Californië) en behaalde zijn master aan Oxford. Momenteel promoveert hij in Hongarije op politieke wetenschappen en de welvaartstaat.

    Heti Világgazdaság | Hongarije | weekblad | oplage 110.000
    Economisch weekblad dat wordt gezien als de Hongaarse The Economist.

  • Iran, niet Trump, hielp de nucleaire deal om zeep

    Iran, niet Trump, hielp de nucleaire deal om zeep

    Door te volharden in haar antiwesterse beleid liet de Islamitische Republiek de Amerikaanse president weinig keus, betoogt het conservatieve Britse dagblad The Daily Telegraph.

    Keuze uit het archief

    Een week geleden pleegde Israël een aanval op meerdere nucleaire faciliteiten in Iran en ontketende zo een nieuw conflict in het Midden-Oosten. Volgens Israël was Iran nu heel dicht bij de productie van een atoombom, wat een grote bedreiging zou zijn voor Israël en het hele Midden-Oosten. De geplande onderhandelingen over een nucleaire deal tussen de VS en Iran werden geannuleerd.
    Volgens dit artikel van The Daily Telegraph uit 2018 getuigt het van naïviteit om te denken dat Iran met onderhandelingen op andere gedachten kan worden gebracht. Het Iran van de ayatollahs heeft duidelijk genoeg laten zien waar het op uit is: islamitische heerschappij over het Midden-Oosten. Dat probeert het land te bereiken door militaire milities te steunen die het op Israël hebben gemunt.

    Ongetwijfeld de meest veelzeggende opmerking tijdens de crisis over de Iraanse nucleaire ambities kwam van de president van dat land, Hassan Rouhani. Hij beweerde dat Teheran constructieve betrekkingen wenste met de rest van de wereld. Was het maar waar.

    Toen de voormalige president van de VS, Barack Obama, drie jaar geleden zoveel persoonlijk politiek kapitaal investeerde in een nucleair akkoord, werd verondersteld dat Iran met de ondertekening hiervan inderdaad 
constructieve relaties voor ogen had.

    In plaats van te volharden in het agressieve, antiwesterse beleid dat het handelsmerk van de Islamitische Republiek is geweest sinds de revolutie van 1979, kon Teheran dankzij deze deal van koers veranderen, en zich positiever opstellen tegenover de buitenwereld. Obama geloofde daar beslist in, wat misschien verklaart waarom hij 
de Iraniërs zo’n mooie overeenkomst gunde, een die tientallen jaren van bedrog over de Iraanse nucleaire activiteiten wat al te gemakkelijk toedekte.

    Hij geloofde de Iraanse onderhandelaars onder leiding van minister van Buitenlandse Zaken Javad Zarif op hun woord toen die stelden dat het akkoord de basis kon leggen voor een nauwere betrokkenheid tussen beide landen, waardoor er een einde zou kunnen komen aan meer dan dertig jaar wederzijds vijandschap.

    Alleen al het idee van een Iraanse behoefte aan constructieve dialoog doet inmiddels lachwekkend aan

    Het tegendeel is gebeurd. De Iraniërs intensiveerden hun vijandschap jegens het Westen en zijn bondgenoten, en wel in zo hevige mate dat het idee alleen al van een Iraanse behoefte aan constructieve dialoog inmiddels lachwekkend aandoet.

    Als Rouhani werkelijk belang had gesteld in betere relaties, zou hij nooit hebben ingestemd met de vijandige bejegening door Iraanse oorlogsschepen van de 5de Vloot van de VS terwijl deze bezig was met normale patrouilletaken in de Golf. Hij zou zijn gestopt met het steunen van de Houthi-rebellen in Jemen, die medeschuldig zijn aan een humanitaire ramp omdat zij een democratisch gekozen regering omver wilden werpen.

    Bovendien zou Rouhani paal en perk hebben gesteld aan de massale wapenopbouw van de Revolutionaire Garde van Iran in Syrië en Libanon, waardoor er nu tienduizenden raketten staan die alle grote steden van Israël kunnen treffen.

    Iraans protest tegen de Amerikaanse ambassade in Jeruzalem.  – © Getty
    Iraans protest tegen de Amerikaanse ambassade in Jeruzalem. – © Getty

    Dit zijn geen acties van een land dat constructieve relaties met de buitenwereld beoogt. Ze tonen juist ondubbelzinnig aan dat Iran nog altijd een agressieve politiek nastreeft, een politiek die dienstig blijft aan het fundamentele streven van de ayatollahs om de onverzoenlijke beginselen van de Iraanse revolutie in de hele islamitische wereld te verspreiden.

    Het is deze agressieve houding van de Iraanse heersende elite die heeft geleid tot de recente diplomatieke confrontatie tussen Washington en Teheran, precies zoals Trump in zijn toespraak uiteenzette.

    Hoe kunnen Washington en de andere ondertekenaars van het Joint Comprehensive Plan of Action – zoals de overeenkomst officieel heet – enig vertrouwen hebben in de Iraniërs wanneer hun optreden doordesemd is van kwade bedoelingen? Een confrontatie tussen Washington en Iran zat er hoe dan ook aan te komen, of Trump de nucleaire overeenkomst nu wel of niet intact had gelaten.

    Met name de militaire opbouw van Iran in het zuiden van Libanon en Syrië heeft Teheran op ramkoers gebracht met Israël.

    Oorlogswolken

    Inlichtingenexperts schatten de kans op een rechtstreekse militaire confrontatie tussen de Joodse staat en de ayatollahs, deze zomer, op fiftyfifty.

    Naar verluidt wilde Obama vooral over het Iraanse nucleaire programma onderhandelen om de kans op oorlog tussen Iran en Israël te verkleinen. En toch tekenen de oorlogswolken zich drie jaar later onheilspellender af dan ooit: Israël maakt zich klaar om zijn grenzen te verdedigen, louter vanwege de provocerende acties die Iran heeft ondernomen sinds het nucleaire akkoord is gesloten.

    Gezien de hechte band tussen Trump en de Israëlische premier Netanyahu weet Israël zich bovendien verzekerd van de steun van Washington als het verwikkeld raakt in een directe militaire confrontatie met Iran. Ik betwijfel of Obama met dit scenario rekening had gehouden, maar zijn regering ontbeerde dan ook ieder inzicht in de hardnekkigheid van Teherans streven om zijn invloed tot ver voorbij de Iraanse landsgrenzen uit te breiden.

    De wens van Iran om een machtsbasis te vestigen in delen van de Arabische wereld werd onlangs weerspiegeld in de forse verkiezingswinst van Hezbollah, de door Iran gesteunde militie in 
Libanon. Teheran hoopte hetzelfde te bewerkstelligen in de Iraakse stembusstrijd, eerder deze maand. Het steunde Hadi al-Amiri, de sjiitische militieleider die jaren in ballingschap in Iran leefde. Het pakte anders uit: het blok van de geestelijke Moqtada al-Sadr, die zich verzet tegen zowel Amerikaanse als Iraanse inmenging, won de verkiezingen. Iran heeft voorafgaand aan de Iraakse verkiezingen echter publiekelijk laten weten in geen geval te zullen toestaan dat de alliantie van Al-Sadr gaat regeren.

    De bewering van Rouhani dat Iran een constructievere relatie met de buitenwereld wil, kan als hol worden afgedaan. Te oordelen naar het recente gedrag van Teheran in het Midden-Oosten is regionale overheersing de werkelijke intentie van de ayatollahs. Als dat echt zo is, dan heeft het geen enkele zin om hen met wat voor overeenkomst dan ook ter wille te zijn, of die nu over nucleaire zaken gaat of over iets anders.

  • Steeds meer Latijns-Amerikaanse politici prediken het evangelie

    Steeds meer Latijns-Amerikaanse politici prediken het evangelie

    Met drie presidentskandidaten, tientallen gouverneurs, honderden congresleden en miljoenen volgelingen krijgt de evangelische beweging steeds meer politieke invloed in Latijns-Amerika.

    Onlangs waren de ogen van heel de wereld gericht op de begrafenis van Billy Graham, een van de invloedrijkste predikers van de twintigste eeuw. In het Capitool in Washington bewezen de meest vooraanstaande figuren van het land hem de laatste eer, terwijl op sociale media mensen van de statuur van Bill Clinton, George W. Bush en Barack Obama ‘de predikant van de Verenigde Staten’ hun laatste groet brachten.

    Het massaevenement waarmee zijn afscheid gepaard ging, vormt het bewijs dat het meer dan zeventig jaar lang prediken van het woord van God in 185 landen zijn vruchten heeft afgeworpen. Niet alleen neemt het aantal volgelingen van de evangelische beweging nog steeds toe, maar ook op andere terreinen worden de evangelisten belangrijker en invloedrijker, met name in de politiek.

    Latijns-Amerika is een van hun belangrijkste bolwerken. In deze regio is het katholicisme zijn vijfhonderd jaar oude geloofsmonopolie in slechts drie decennia kwijtgeraakt. Twintig procent van de Latijns-Amerikanen is evangelist, de grens tussen wat van God is en wat van de keizer vervaagt steeds meer. Tot de beweging behoren presidenten als Jimmy Morales (Guatemala) en presidentskandidaten als Fabricio Alvarado (Costa Rica), Jair Bolsonaro (Brazilië) en zelfs Javier Bertucci (Venezuela). En hoewel alle ogen op deze grote namen zijn gericht, ligt de werkelijke macht van de evangelische beweging vooral bij de burgemeesters, ministers, afgevaardigden, congresleden, adviseurs en andere hoge overheidsfunctionarissen.

    Door het groeiende aantal evangelisten in Latijns-Amerika is de religieuze beweging een belangrijke politieke speler geworden. In Peru, Ecuador, Colombia, Venezuela, Argentinië en Panama is meer dan vijftien procent van de bevolking evangelist, in Brazilië, Costa Rica en Puerto Rico twintig procent en in landen van Midden-Amerika zoals Guatemala, Honduras en Nicaragua zelfs veertig procent.

    Al vormen ze in geen enkel Latijns-Amerikaans land een meerderheid, vanwege het gemak waarmee evangelisten hun populariteit weten om te zetten in stemmen zijn ze van grote politieke waarde. Zoals Javier Corrales, politicoloog en docent aan het Amherst College (Massachusetts), uitlegt: ‘Evangelisten zijn uiterst gedisciplineerd en gehoorzaam, ze gaan regelmatig naar de kerk (ze luisteren dus naar politieke boodschappen), ze roeren zich in de traditionele media en op sociale media én ze zijn enorm bedreven in het mobiliseren van mensen.’

    Daarom jagen presidentskandidaten op hun stem. In Brazilië, een land met 42 miljoen evangelisten, speelde de alliantie (én breuk) van oud-president Dilma Rousseff met de evangelische kerk Iglesia Universal del Reino de Dios een cruciale rol bij haar overwinning en daaropvolgende afzetting. En in Chili bewees het feit dat Sebastián Piñera vier predikanten als campagneadviseurs had dat hij dit deel van het electoraal aan zich wilde binden tijdens de presidentsverkiezingen van 2017.

    Conservatieve allianties

    Toch beperkt de invloed van de evangelisten zich niet tot hun electorale potentieel. Ze veranderen de politiek in Latijns-Amerika met een agenda die meer wegheeft van een moreel dan van een politiek project.

    In Costa Rica belandde evangelist, presentator en zanger Fabricio Alvarado Muñoz bovenaan in de peilingen toen het Inter-Amerikaans hof voor de Mensenrechten (CIDH) zich uitsprak vóór het homohuwelijk. Alvarado beloofde vervolgens om het CIDH niet langer te erkennen, en op deze manier het gezin en het leven te beschermen. Dat leverde hem nog eens een flinke sprong in de peilingen op. Zijn beoogde vicepresident, Francisco Prendas, moest onlangs [na felle reacties uit de LHTB-beweging] zijn excuses aanbieden omdat hij had gezegd dat hij nooit een homoseksueel op een hoge post zou benoemen aangezien hij de meerderheid van de bevolking niet voor het hoofd wilde stoten. [Nadat hij de eerste ronde had gewonnen, werd Fabricio Alvarado op 1 april verslagen door zijn rivaal en naamgenoot Carlos Alvarado Quesada. Maar intussen wordt het politieke debat nog steeds gedomineerd door het homohuwelijk.]

    Het grote aantal evangelische partijen, presidentskandidaten en stemgerechtigden geeft een nieuwe impuls aan de conservatieve beginselen van andere politieke en religieuze groeperingen in Latijns-Amerika. Onderwerpen als abortus, gelijke rechten voor man en vrouw binnen het huwelijk en de slecht gemunte term ‘genderideologie’ hebben evangelisten en katholieken verenigd in een gezamenlijke strijd.
    Met leuzen als ‘handen af van onze kinderen’ stroomden duizenden gelovigen, die zulke vrijheden zien als een bedreiging, de straten op van Colombia, Paraguay, Ecuador, Peru, Mexico en Chili. De enorme druk die hiermee werd uitgeoefend vertaalde zich vrijwel meteen in maatregelen op overheidsniveau: in Paraguay is een docentenhandboek ter preventie van vrouwenmishandeling op school geschrapt. Hun enorme invloed betaalt zich politiek uit. Bijvoorbeeld in Colombia, waar het Nee-kamp triomfen vierde tijdens het referendum [over vrede met guerrillabeweging FARC].


    De relatie tussen politiek en geloof wordt steeds nauwer. Terwijl conservatieve partijen weer opleven en nieuwe kiezers winnen voor hun politieke programma’s, winnen de evangelisten electoraal terrein door parlementaire fracties te vormen en allianties te smeden met conservatieve partijen, aldus Andrew Chesnut, hoofd Catholic Studies aan de Virginia Commonwealth University [in de VS].

    Het meest in het oog springende voorbeeld van zo’n alliantie is de omstreden kandidatuur van Jair Bolsonaro voor het presidentschap van Brazilië. Bolsonaro is oud-militair en hoewel hij publiekelijk nooit heeft verklaard evangelist te zijn, wordt zijn politieke boodschap, die aanschuurt tegen rechtsextremisme, gesteund door de christelijke Partido Social Cristiano. Met uitspraken als: ‘Gays zijn het gevolg van drugsgebruik’, ‘Je verdient het niet eens verkracht te worden’, en ‘De vergissing van de dictatuur was dat er gemarteld werd in plaats van gedood’, wist Bolsonaro de tweede plek te veroveren in de peilingen, achter president Lula, die vleugellam is vanwege corruptieschandalen.

    In Brazilië, het grootste land van Latijns-Amerika, is de opmars van de evangelisten het meest zichtbaar. Ze kunnen er intussen bogen op negentig congresleden, het burgemeesterschap van Rio de Janeiro (de meest kosmopolitische en multiculturele stad van het land) en rond de veertienduizend nieuwe kerken per jaar. En hun economische positie is gigantisch. Volgens het Amerikaanse tijdschrift Forbes overstijgt het opgetelde vermogen van de vijf rijkste Latijns-Amerikaanse predikers de 1,5 miljard dollar.

    De steeds sterkere aanwezigheid van het geloof in de politiek vormt een grote uitdaging voor de democratieën in Latijns-Amerika. ‘Het is niet altijd zo, maar áls ze invloed willen uitoefenen op de manier waarop we ons gedragen kunnen ze met hun extreme opvattingen over zonde en moraal de vijand worden van de vrije gedachte, de privacy en de vrije wil,’ aldus politicoloog Corrales. ‘We moeten hun macht niet onderschatten en niet vergeten dat de evangelisten achter de verbijsterende overwinning van Donald Trump zaten.’

    Vertaler: Henriëtte Aronds

    Openingsbeeld: Een evangelische kerk in Porto Vehlo, Brazilië. – © Mario Tama/Getty

    Semana
    Colombia | weekblad | oplage 180.000

    Alberto Camargo was tweemaal president van Colombia. Tussendoor richtte hij dit tijdschrift op. Het ging in 1961 ter ziele maar werd opnieuw gelanceerd. Semana geldt als een van de beste bladen uit Latijns-Amerika. Onafhankelijk en altijd goed geïnformeerd.

  • Stoere sheriffs voelen zich gesterkt door Trump

    Stoere sheriffs voelen zich gesterkt door Trump

    De Amerikaanse president Donald Trump ligt goed bij het conservatieve deel van de wetshandhavers in zijn land. Vooral een aantal sheriffs doet steeds meer van zich spreken.

    Vorig jaar was sheriff Wayne Ivey uit Titusville op de verkiezingsavond zo zenuwachtig dat hij zich in zijn huis terugtrok en zijn iPad, met een kaart met de uitslag in elke staat erop, op een projectiescherm aansloot. Ging een staat naar Donald Trump, dan schreeuwde Ivey het uit van opwinding. Aan het einde van de avond drong het tot hem door: de kiezers hadden niet alleen voor Trump gekozen, ze hadden ook hun steun gegeven aan Iveys eigen politiek incorrecte, conservatieve beleid.

    ‘Trump bindt niet in,’ zei Ivey, sheriff van Brevard County, aan de oostkust van Florida. ‘Hij is niet bang om te zeggen waar het op staat, en precies dat hebben we nodig.’ Met zijn rode ‘Make America Great Again’petje prominent in zijn werkkamer behoort Ivey tot de golfdistrictsheriffs die zich gesterkt voelen door Trump en zijn beleid en zich opwerpen als voetsoldaten in de cultuur en politieke strijd in het land.

    Van diepblauwe staten als Massachusetts en New York tot traditioneel conservatieve bolwerken in het zuiden en het Midwesten: plaatselijk gekozen sheriffs doen als vurige voorstanders van de president van zich spreken. Ze herkauwen ook diens boodschap, of 
die nu betrekking heeft op serieuze beleidsthema’s als immigratie of op schermutselingen met de National Football League (NFL) over spelers die knielen tijdens het volkslied.

    Nu Trump met zijn tweets overal in het land steeds weer het gesprek van de dag is, kopiëren de sheriffs zijn dwarse politiek stijl. Daarmee jagen ze progressieve kiezers en juridisch experts op de kast, die bang zijn dat 
het rechtssysteem wordt uitgehold. Sommige sherrifs gaan zelfs tegen 
het ‘politiek correcte’ beleid van Democraten in en bedienen zich van retoriek die sommige inwoners tegen de borst stuit.

    gettyimages 873466128

    ‘Meer dan in de afgelopen jaren durven wetshandhavers en sheriffs controversiële standpunten in te nemen over het opsluiten van mensen,’ zegt Daniel Medwed, hoogleraar recht en criminologie aan de Northeastern University in Boston. ‘Een president die er niet mee zit om dingen te zeggen die mensen in vorige regeringen niet durfden te zeggen, moedigt anderen aan hetzelfde te doen.’

    In de afgelopen negen maanden doken filmpjes op van gekozen sheriffs die beloven de immigratiedienst af te sturen op inwoners zonder verblijfsstatus, die plegers van seksueel geweld de toegang tot schuilkelders willen ontzeggen wanneer er een orkaan dreigt, en die gevangenen Trumps muur aan de Mexicaanse grens willen laten bouwen. De afgelopen maand stelde een sheriff uit Louisiana zelfs voor ‘goede’ gevangenen langer vast te houden om te koken, schoon te maken en auto’s te wassen.
    In Titusville roept Ivey zijn kiezers op zich te bewapenen en een districtsmilitie te formeren. Net als veel andere sheriffs maakt hij controversiële, soms zelfs schokkende filmpjes die moeten getuigen van een stoer imago, zoals die waarop hulpsheriffs deuren intrappen. In een interview zei Ivey het als zijn plicht te beschouwen de president te steunen. Op zijn Facebook-pagina staat zelfs een foto van Trump met het bijschrift ‘Laat onze president met rust’.

    Trump cultiveert een sterke band met de wetshandhavers in het land. Een week na zijn inauguratie ondertekende hij een decreet dat het departement van Binnenlandse Veiligheid gebiedt plaatselijke agenten federale immigratiewetten te laten handhaven. Daarmee draaide hij het beleid van president Obama terug. Begin februari nodigde Trump een stuk of tien sheriffs uit voor een bijeenkomst in het Witte Huis, waarin hij zwoer hard op 
te treden tegen geweld van bendes in Chicago en de door hem voorgestelde grensmuur te bouwen. Voordat de sheriffs het Witte Huis verlieten, gaven ze Trump een beeldje van een sheriff met een cowboyhoed op. Het was de eerste keer, zeiden ze, dat de National Sheriffs’ Association zo’n beeldje verstrekte aan een niet-sheriff. De dag erna sprak Trump de Major County Sheriffs’ Association en de Major Cities Chiefs Association toe. ‘Ik wil graag beginnen met te zeggen dat jullie, en álle wetshandhavers in ons land, een echte vriend in het Witte Huis hebben zitten,’ aldus Trump.

    Verharding

    Een conservatieve sheriff met de rechtsorde hoog in het vaandel is niets nieuws. Sinds de begindagen van de Amerikaanse wetshandhaving bemoeien conservatieve, uitgesproken sheriffs zich met de cultuur en de politiek.

    Toch verbaast het rechtsdeskundigen dat de bevoegdheden en de politieke macht van de conservatieve sheriffs steeds groter lijken te worden, waaruit blijkt dat de tegenstellingen in de VS verharden. ‘De president verdeelt het land, en dat sijpelt door in de manier waarop sommige gerechtsdienaren tegenwoordig hun werk doen,’ zet Isaiah Rumlin, voorzitter van de National Association for the Advancement 
of Colored People in het district Duval in Florida.

    Binnen enkele weken na Trumps inauguratie lieten sheriffs in het hele land weten dat ze met ambtenaren van 
Binnenlandse Veiligheid vruchtbare besprekingen hadden gevoerd, onder andere over immigratiegebied. In het district Beaufort, in South Carolina, ging sheriff P.J. Tanner voortvarend aan de slag met een programma om samen met immigratieambtenaren inwoners zonder identiteitspapieren op te sporen. ‘We hebben het gevoel dat de president ons belang serieus neemt: de Amerikaanse burgers beschermen,’ zei Tanner in een interview.

    Ook in Oklahoma is de scepsis van de regering voor wat betreft versoepeling van het drugsbeleid een hart onder de riem voor de sheriffs. Nadat minister van Justitie Jeff Sessions de afgelopen maand met de Oklahoma Sheriffs’ Association (OSA) had gesproken, zwoer die zijn inspanningen te verdubbelen om een vorig jaar aangenomen initiatief terug te draaien om het bezit van kleine hoeveelheden drugs niet strafbaar te stellen. Ray McNair, directeur van de OSA, zei dat wetshandhavers met de regering kunnen samenwerken om de misdaadbestrijding op alle niveaus te verfijnen. ‘Je kunt overheidsmensen over allerlei onderwerpen laten praten, zodat mensen zich ervan bewust worden waarom ze belangrijk zijn, en dan kunnen we kijken wat dat betekent voor handhaving op staats- en districtsniveau,’ aldus McNair.

    Andere sheriffs ondersteunen Trumps plannen op een subtielere manier en bekrachtigen zo zijn boodschap. Nadat Trump het vuurtje tegen de NFL had opgestookt, verbood de sheriff van het district Geauga, in Ohio, zijn hulpsheriff de veiligheid te handhaven tijdens wedstrijden van de Cleveland Browns.

    Hij gaat er prat op dat de gevangenis van het district Brevard zo weinig mogelijk geld aan maaltijden voor gevangenen uitgeeft als voedingstechnisch verantwoord is

    De ruim drieduizend sheriffs in het hele land, die bijna allemaal zijn gekozen, vormen een allesbehalve homogene groep. Sheriffs in stedelijk gebied zijn meestal Democraten met progressieve opvattingen over de hervorming van het strafrecht, het drugsbeleid en immigratie. Zo vatte Rumlin moed toen enkele sheriffs, onder wie die van Jacksonville, zich uitspraken tegen Trumps opmerking, afgelopen zomer, dat minder zachtzinnig moet worden omgesprongen met gevangenen op transport. Het is echter een gegeven dat de groep conservatieve sheriffs steeds groter wordt, zegt Richard Rosenfeld, hoogleraar criminologie 
aan de University of Missouri.

    Zelfs in politiek gematigde gemeenschappen verklaren sheriffs zich tot voorstander van Trump en zijn beleid. In het district Chester, in Philadelphia, waar Trump met een verschil van 9 procent verloor, kreeg sheriff Carolyn B. Welsh het aan de stok met degenen die haar hekelen om haar onvoorwaardelijke steun aan Trump. En in Buffalo hebben enkele Democraten het aftreden geëist van sheriff Tim Howard van het district Erie nadat hij dit voorjaar in uniform was verschenen op een pro-Trump-bijeenkomst. Howard heeft bovendien in het openbaar een bevel genegeerd van de Democratische gouverneur van New York, Andrew M. Cuomo, dat gerechtsdienaren verbiedt mensen naar hun immigratiestatus te vragen. ‘Het is als sheriff onderdeel van mijn werk om de grondwet en de wet te handhaven, ook al proberen politici uit Albany goedkoop punten te scoren,’ zei Howard in een verklaring.

    Ryan Lenz, onderzoeker aan het Southern Poverty Law Center, zegt dat recente acties van conservatieve sheriffs erop wijzen dat wetshandhavers in grote delen van het land nog verder naar rechts opschuiven. Hij noemt de grote invloed van zelfverklaarde ‘constitutionele sheriffs’, een term uit het begin van de jaren zeventig die staat voor een beweging die zich de afgelopen jaren op het platteland steeds meer doet gelden uit bezorgdheid over het beleid 
van Obama. Constitutionele sheriffs zeggen geen federale wetten te handhaven die ze beschouwen als een inbreuk op de grondwettelijke rechten van inwoners van hun district.

    Richard Mack, directeur van de Constitutional Sheriffs and Peace Officers Association, zegt dat zijn organisatie vierhonderdvijftig sheriffs heeft getraind. Het afgelopen jaar steunde de groepering een sheriff op het platteland van Oregon die openlijk zijn sympathie had uitgesproken voor een gewapende, antioverheidsgezinde militie die een wildpark bezette.

    Van oudsher, aldus Lenz, slinkt de beweging wanneer er een regering aan de macht is die ze als minder vijandig beschouwt. ‘Dat is nu niet aan de hand. En dat komt door de verkiezingen van 2016,’ zegt Lenz, wiens organisatie groeperingen onder de loep neemt die ze als extremistisch beschouwt. ‘Op radicaal rechts worden extremistische ideologieën in de periferie van de Amerikaanse politiek ineens voor vol aangezien.’

    Ivey draait aan het ‘rad van voortvluchtigen’, waarop lokale verdachten staan afgebeeld. – © Willie J. Allen Jr. / Getty Images
    Ivey draait aan het ‘rad van voortvluchtigen’, waarop lokale verdachten staan afgebeeld. – © Willie J. Allen Jr. / Getty Images

    Veel inwoners van Titusville beschouwen Ivey – met zijn volkse humor en onvermoeibare handjes schudden – als vrij doorsnee voor zijn traditioneel conservatieve district. Maar de sheriff zit er niet mee om te zeggen dat ook hij als sheriff pal staat voor de grondwet. Drie jaar geleden liet hij zelfs de preambule op zijn linkerarm tatoeëren, terwijl hij zichzelf de ‘politiek meest incorrecte sheriff’ van het land noemt. Nadat hij in 2012 voor het eerst was gekozen, introduceerde hij in Florida de enige ‘chain gang voor gevangenen’. Verder zet hij elke week een filmpje op Facebook, getiteld ‘Wheel of Fugitive’, met daarin gezichten van mensen die wegens een misdrijf worden gezocht. Ook gaat hij er prat op dat de gevangenis van het district Brevard zo weinig mogelijk geld aan maaltijden voor gevangenen uitgeeft als voedingstechnisch verantwoord is, ongeveer 99 cent per gevangene per dag.

    Hier in het noordoosten van Florida zijn sommige advocaten bezorgd dat Trumps beleid, gecombineerd met de harde reputatie van de sheriff, de traditionele spanningen tussen gerechtsdienaren en bepaalde groepen zal vergroten. Volgens Indy Moran, een maatschappelijk werker, ontvluchtten dit jaar veel immigranten uit het district Clay de buitenwijken van Jacksonville nadat de pas gekozen Republikeinse sheriff, Darryl Daniels, had gezegd dat zijn ondergeschikten nauw zullen gaan samenwerken met de Amerikaanse immigratiedienst. Daniels, de eerste Afro-Amerikaanse sheriff in de geschiedenis, probeert zijn harde reputatie nog verder op te vijzelen door zijn mensen op vrijdag ‘spijkerbroek en laarzen’ te laten dragen. Met een cowboyhoed op verklaarde Daniels op tv-zender WJXT uit Jacksonville dat hij criminelen de stuipen op het lijf wil jagen en ‘eer wil betuigen aan tijden waarin de mensen nog wisten wie de sheriff was’.

    ‘De mensen zijn bang,’ zei Moran, van Spaanstalige komaf. ‘Het is hier Texas niet. Je hebt hier veel boeren. Als die in zo’n outfit willen rondlopen is dat prima. Maar heb je het over instanties die de wet moeten handhaven, dan vind ik het belachelijk. Ik denk dat het duidelijk maakt wat ze denken en waar ze voor staan.’

    Auteur: Tim Craig
    Vertaler: Nicolette Hoekmeijer

    Daniels reageerde niet op herhaalde verzoeken om commentaar. Maar Ivey zegt dat criticasters de centrale boodschap van de verkiezingen van 2016 over het hoofd zien. Of het nu de president is of de sheriff, zegt hij, veel Amerikanen willen leiders die ‘zeggen wat ze denken’.

    The Washington Post
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 700.000

    Bewees zich met het publiceren van de Pentagon Papers. Eerste krant die zeven dagen per week verscheen (sinds 1980). Een van de meest invloedrijke kranten ter wereld. Centrum-rechts georiënteerd met een grote focus op de Amerikaanse politiek.

  • Twee staten, één staat, geen staat

    Twee staten, één staat, geen staat

    De VS en Europa zien twee afzonderlijke staten als de oplossing voor het Israëlisch-Palestijnse conflict. Maar volgens de conservatieve commentator Moshe Arens hebben de Palestijnen al een land: Jordanië.

    Keuze uit het archief

    Kort na het aantreden van de nieuwe regering-Netanyahu – een coalitie van extreemrechtse en ultra-orthodoxe partijen – laaiden de conflicten met de Palestijnen op de bezette Westelijke Jordaanoever weer op. Dit jaar zijn er al 29 Palestijnen gedood door Israëlische militairen op de Westelijke Jordaanoever, waar vorig jaar met 172 dodelijke slachtoffers ook al een triest record werd gebroken. Ook al dringen Westerse landen, zoals de VS, aan op een tweestatenoplossing, zoals buitenlandminister Blinken onlangs nog bij een bezoek aan Israël benadrukte, een eigen Palestijnse staat lijkt verder uit het zicht dan ooit. Dit opinieartikel van een van de voormalige ministers van Netanyahu’s partij Likoed geeft perfect weer hoe uiterst rechts in Israël denkt over het Palestijnse streven naar een eigen staat.

    Toen hij premier Benjamin Netanyahu op de trappen van het Witte Huis verwelkomde, wekte president Donald Trump wereldwijd verbazing door over het Israëlisch-Palestijnse conflict te verklaren dat hij kon leven met een twee- of een eenstatenoplossing. Aan dat lijstje had hij een ‘geenstatenoplossing’ kunnen toevoegen.Zijn opmerkingen ontlokten allerwegen een stortvloed aan commentaren en interpretaties. Betekent dit dat de Palestijnse staat een gepasseerd station is, of dat Israël op het punt staat een paar miljoen Palestijnen op te nemen, een demografische verschrikking die de zionistische droom waarschijnlijk om zeep zal helpen? Of moet Israël een ‘apartheidsstaat’ worden?

    De Israëlische pleitbezorgers van de tweestatenoplossing willen niet meer Palestijnen binnen de grenzen van de staat Israël

    Ik stel voor dat wij even wat afstand nemen, diep ademhalen en onze hersenen laten werken. Wat proberen we hier precies op te lossen? Feitelijk zijn er drie problemen: het probleem van de Palestijnen, het probleem van de Israëli’s en het probleem van het Israëlisch-Palestijnse conflict. Het is waar dat ze met elkaar verbonden zijn. En Trump wil een definitief akkoord dat ze alle drie in één keer oplost. Het is evenwel een verre van uitgemaakte zaak dat dit in de nabije toekomst tot het rijk der mogelijkheden behoort.

    Wat is het Palestijnse probleem? Een streven naar zelfbeschikking, naar een eigen land? Wie kan hun dat recht ontzeggen? Iedereen die het Midden-Oosten kent, weet echter dat de Palestijnen al een eigen land hebben. Dat is Jordanië, waar de bevolking voor ruim 70 procent Palestijns is. Als dat geen Palestijnse staat is, wat is dan wel een Palestijnse staat?

    Iedereen die het Midden-Oosten kent, weet ook dat Jordanië in 1948 Judea en Samaria (de Westelijke Jordaanoever) veroverde, om dit gebied vervolgens te annexeren, samen met de Palestijnse bevolking die er woonde. Waarop PLO-leider Yasser Arafat in september 1970 (Zwarte September) Jordanië probeerde over te nemen.

    Sindsdien zijn de Jordaanse heersers op hun hoede voor de Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever, die de Hasjemitische monarchie wel eens omver zouden kunnen werpen, om maar te zwijgen van de Palestijnen in Gaza of de Palestijnen die al zo lang wegkwijnen in de vluchtelingenkampen in Libanon. Zij beweren – maar menen misschien niet – dat ze de voorkeur geven aan een tweestatenoplossing: een oostelijke en een westelijke Palestijnse staat. Zoals Noord- en Zuid-Korea.

    Palestijnen op het strand van Gaza-Stad. – © HH
    Palestijnen op het strand van Gaza-Stad. – © HH

    In de tussentijd moeten de Palestijnen het stellen met een ministaat in Gaza, en leven ze in Judea en Samaria onder Israëlisch militair bewind. Ongemakkelijk, en ondraaglijk voor sommige Israëli’s.

    Dat is het Israëlische probleem. Hoe kan Israël zich van deze last verlossen zonder de levens van Israëlische burgers in gevaar te brengen? Kan het Judea en Samaria met zijn Palestijnse bevolking inlijven zonder het wezenlijke karakter van de staat Israël te veranderen?

    De Israëlische pleitbezorgers van de tweestatenoplossing willen niet meer Palestijnen binnen de grenzen van de staat Israël. Zij menen dat er al te veel Palestijnen in Israël zijn. Aanvaard dus een tweede Palestijnse staat, is wat ze zeggen, met alle risico’s van dien. Dat is hun tweestatenoplossing voor het Israëlische probleem.

    De Israëli’s die pleiten voor de integratie van Judea en Samaria, op hun beurt, nemen de demografische risico’s voor lief. Dat is hun eenstatenoplossing voor het Israëlische probleem.

    Een heel andere zaak

    En de Palestijnen? Wat zijn hun opties? Deel uitmaken van Jordanië, of van Israël, of van een Westelijke Palestijnse staat. Of de status-quo voortzetten in de hoop op betere tijden. Meer smaken zijn er niet.

    De oplossing van het Israëlisch-Palestijnse probleem is een heel andere zaak. Wanneer we daarmee bedoelen: een regeling die alle Palestijnse claims tegen Israël tenietdoet en een einde maakt aan het Israëlisch-Palestijnse conflict, dan is die oplossing niet in zicht. Aangezien de Palestijnen, verdeeld als ze zijn tussen Hamas en Fatah, niet bereid zijn minimale concessies te doen aan Israël, en Hamas en de Islamitische Jihad uit zijn op de vernietiging van Israël, is geen Palestijnse leider in staat een vrede met Israël te bewerkstelligen die aan de minimumeisen van Israël voldoet.

    En dan rest, vooralsnog, de geenstatenoplossing.

    Moshe Arens was in het verleden onder meer minister van Defensie voor Likoed.

    CONTEXT: Gedrocht

    Laten we ons voorstellen dat van de mogelijkheden die Donald Trump oppert, de Israëlische regering die van de eenheidsstaat zou kiezen. Die oplossing komt overeen met wat de aanhangers van BDS [Boycott, Divestment, Sanctions, een beweging die oproept tot een boycot tegen Israël] voorstaan, evenals de antizionisten, joodse en niet-joodse. Ik ben rechts, maar ik deel de waanbeelden van Israëlisch-rechts niet. De eenheidsstaat is een gedrocht dat Israëlische joden het recht ontzegt op een eigen staat. Rechts heeft gelijk als het benadrukt dat de Palestijnen ervan dromen Israël tot een tweede Palestijnse staat te maken. Betekent dit dat er geen initiatieven moeten worden ontplooid? Neen. Israël moet de tweestatenoplossing aanvaarden, zich terugtrekken uit het merendeel van de (Palestijnse) gebieden op de Westelijke Jordaanoever en de veiligheidsmaatregelen treffen die daaruit voortvloeien, aldus Yediot Aharonot, de grootste krant van Israël.

  • 4. De onstuitbare opkomst van de ideeën van Erdogan

    4. De onstuitbare opkomst van de ideeën van Erdogan

    Volgens politicoloog Tanil Bora vertoont het regime van de Turkse president Erdogan veel overeenkomsten met dat van andere conservatieve nationalisten als Viktor Orbán en Vladimir Poetin.

    Gelooft u, in het licht van de huidige debatten over de grondwetsherziening, dat we na het kemalisme [de ideologie van Atatürk, stichter van het moderne Turkije] nu in het tijdperk van het erdoganisme zijn aangeland?

    Het erdoganisme is een concept van westerse politicologen, dat om die reden wordt bekritiseerd en bespot door Turkse conservatieven. Het erdoganisme als ideologie en manier van regeren is gebaseerd op een persoonlijkheidscultus en alleenheerschappij. Het is een concept dat de nadruk legt op de ideologische en intellectuele kneedbaarheid van het regime, in die mate dat alleen de zeggenschap en de willekeur van de machthebber werkelijk van belang zijn. Dit concept stelt ons in staat het huidige Turkse regime te vergelijken met dat van Orbán in Hongarije, Andrzej Duda in Polen of Poetin in Rusland, die evenzeer het product zijn van onze tijd. De meeste van deze leiders zijn conservatieve nationalisten, maar ook ‘sterke mannen’, populisten die de scheiding der machten ter discussie stellen en zich rechtstreeks tot het volk richten door de politieke partijen, de democratische regels en de traditionele reguleringsmechanismen te omzeilen; ze zetten de mechanismen van de representatieve democratie naar hun hand. Ze doen alsof ze hun legitimiteit rechtstreeks aan het volk ontlenen en weigeren de macht te delen, onder het voorwendsel dat de natie ondeelbaar is en de volkssoevereiniteit onvervreemdbaar.

    Anders dan autocratische regimes uit de twintigste eeuw handhaven deze regimes een parlement, een burgermaatschappij en een rechtsapparaat, die ze echter wel uitkleden…

    Ja. De instituties worden uitgekleed naargelang de omstandigheden. Ze verliezen hun onafhankelijkheid en worden instrumenten van de macht of ontwikkelen zich op zo’n manier dat ze hun naam niet langer waardig zijn. Dat is een zeer hedendaags kwaad. De eenentwintigste eeuw maakt een autoritaire ontwikkeling door die aan het fascisme herinnert. Het erdoganisme is de plaatselijke exponent van deze ontwikkeling.

    De geringste afwijkende mening wordt als een vorm van verraad gezien

    Hoe zou u de betrekkingen tussen het erdoganisme en het islamisme definiëren?

    Het islamisme speelt deels een rol in deze ratjetoe maar het is niet het enige element. Het erdoganisme steunt op een zeer uitgebreid nationalistisch repertoire dat zich uitstrekt van het onkerkelijke nationalisme tot het racistische nationalisme van extreem rechts. We treffen er ook een neo-Ottomaanse tendens in aan die verband houdt met het islamisme maar daar niet toe kan worden beperkt, evenals de gebruikelijke etatistische, op veiligheid gerichte ideologie die erg pregnant blijft. Maar het islamisme is natuurlijk een belangrijke en structurele factor.

    De scheiding der machten wordt opnieuw ter discussie gesteld. Hoe verhoudt het erdoganisme zich tot die scheiding?

    Het uiten van kritiek op maatschappij of politiek geldt momenteel in Turkije als een strafbaar feit en een oproep tot separatisme. De geringste afwijkende mening wordt als een vorm van verraad gezien, als een poging om zout in onze wonden te strooien of de publieke opinie te verdelen. De scheiding der machten wordt als een voorbeeld daarvan gezien. Als je hen mag geloven, betekent alleen het praten over die scheiding al dat je het land verdeelt en het terrorisme in de kaart speelt. De islamistische stroming in Turkije heeft altijd een probleem gehad met de scheiding der machten, maar er zijn twee verschillende tendensen te bespeuren.

    De eerste beschouwt de Turkse variant als veel te streng en pleit voor een ‘werkelijke scheiding’ met een universele strekking, geïnspireerd door de Angelsaksische landen waar men veel gematigder en respectvoller oordeelt over godsdiensten. De tweede tendens is van mening dat de scheiding der machten volstrekt onverenigbaar is met de islam. Deze laatste tendens wint terrein in Turkije maar ze heeft nog niet gewonnen. Naar mijn mening zijn beide richtingen vertegenwoordigd in de islamistische beweging en in de gelederen van de AKP. Hun gemeenschappelijke strategie bestaat erin dat ze de manoeuvreerruimte van de onkerkelijken willen beperken, zoals de laatsten hun best hebben gedaan de manoeuvreerruimte van de islamisten te beperken voordat de AKP aan de macht kwam.

    Streeft het erdoganisme ernaar een natie op te bouwen?

    Natuurlijk. Alle nationalistische ideologieën proberen het volk het beeld op te leggen dat ze van dat volk hebben. Zowel Erdogan als de AKP heeft zijn eigen definitie van het volk, zoals iedereen weet gebaseerd op de praktiserende en conservatieve soennitische meerderheid, die als loyaal wordt gezien en als exponent van het ‘echte land’. Ook de Koerden werden tot op zekere hoogte als een integraal onderdeel van deze meerderheid beschouwd. Tegenwoordig blijven ze stilzwijgend deel uitmaken van het nationale pact, maar worden ze opnieuw gewantrouwd en als een probleem gezien. Kortom, aan de ene kant zou er een werkelijke natie ontstaan, een volk in de meest organische zin van het woord, en aan de andere kant zouden we ‘de anderen’ krijgen, degenen die alleen voor de vorm tot de natie behoren omdat ze daar toevallig staatsburger van zijn. Uitdrukkingen als ‘ons volk’, die op consensus lijken te berusten, hebben in werkelijkheid tot doel een scheiding aan te brengen tussen het ‘echte’ volk en de anderen.

    Tanil Bora.
    Tanil Bora.

    Gaat het erom een vijandbeeld te creëren?

    Absoluut. Als je het volk definieert door het tot deze wezenskenmerken terug te brengen, wordt iedereen die niet in de matrijs past gemarginaliseerd. Deze criminalisering houdt verband met dat nieuwe populistische autoritarisme waarover we het eerder hadden. Dat zit in het DNA van het populisme. Het volk en de natie worden teruggebracht tot een formule, tot een identiteitskenmerk. Deze globale identiteitsformule laat geen enkele plaats aan bloedgroepen, aan afkomst, aan alternatieve keuzes. Deze hartstocht voor uniformiteit en homogeniteit verhindert de opkomst van een reëel pluralisme.

    Dat doet me denken aan de islamistische leider Necmettin Erbakan, van wie de stichters van de AKP zich afscheidden om hun eigen partij te beginnen. Hij had altijd de mond vol van ‘ons volk’. De nationalisten op rechts wilden hem dwingen duidelijk te maken wat hij daarmee bedoelde en wezen erop dat hij nooit over het ‘Turkse volk’ sprak. In feite probeerde Erbakan onder bedekte termen onmin te zaaien in de moslimgemeenschap.

    Wat te denken van de houding van de AKP en Erdogan ten aanzien van het Koerdische probleem? We hebben gezien hoe de AKP bijeenkomsten organiseerde met Koerdische vlaggen en openlijk de term ‘Koerdistan’ gebruikte, maar op andere momenten gewoon ontkende dat er zoiets als een Koerdische kwestie bestond…

    Sinds haar ontstaan doet de AKP alsof ze in staat is de Koerdische kwestie te regelen en heeft ze inderdaad blijk gegeven van een gematigdheid en een souplesse die ongekend zijn voor een rechtse Turkse partij. Als we de vraag naar de juistheid en het democratische of antidemocratische karakter even buiten beschouwing laten, moeten we erkennen dat het aanbieden van een islamitische identiteit een bijdrage heeft geleverd aan de oplossing van de Koerdische kwestie. De AKP heeft blijk gegeven van een groot aanpassingsvermogen zonder zich in het islamitische kader te laten opsluiten. Het is een partij die veel kiezers in de Koerdische regio heeft weten aan te spreken. Maar sindsdien heeft er een complete ommekeer plaatsgevonden.

    We kunnen ons dus afvragen wat de echte AKP is. Is dat de AKP van voor of van na de ommekeer ten aanzien van de Koerdische kwestie?

    Ik zou er een lief ding voor over hebben om in het hoofd te kunnen kijken van al diegenen binnen de AKP die zich voorstander hebben verklaard van een oplossing van de Koerdische kwestie, of dat nu in naam van de islam was of van de democratie. Je zou ze graag over het onderwerp willen horen, maar ze doen er liever het zwijgen toe. Gaat het niet om het belangrijkste probleem in het huidige Turkije? Er is in dit land geen vrijheid van gedachte of publieke opinie meer. Om tal van redenen kunnen deze mensen zich niet langer uitspreken.

    Ik vind dat de HDP heeft blijk gegeven van een bewonderenswaardige hoeveelheid gezond verstand ondanks de pressie en de pogingen van het regime om haar monddood te maken

    Wat vindt u van de Democratische Volkspartij HDP [een linkse partij die is voortgekomen uit de Koerdische politieke beweging]?

    Ik vind dat de HDP heeft blijk gegeven van een bewonderenswaardige hoeveelheid gezond verstand ondanks de pressie en de pogingen van het regime om haar monddood te maken. De leden van de HDP zijn vorig jaar ernstig bekritiseerd omdat ze geen duidelijk standpunt innamen op het moment dat de onenigheden tussen het Turkse leger en de PKK weer begonnen. Ik begrijp die kritiek, maar hun hardnekkige pogingen om de Turkse politiek democratischer te maken ondanks de meedogenloze repressie, de voortdurende beschuldigingen en het isolement waarin ze zijn gedwongen vind ik absoluut opmerkelijk.

    En hoe denkt u over de Republikeinse [sociaaldemocratische] Volkspartij CHP? Daar is een probleem bij de partijleiding.

    Dat komt vooral doordat de partij het niet eens kan worden over fundamentele problemen. Omdat de CHP zich niet kan losmaken van haar etatistische cultuur, wordt ze in de richting van een bepaalde vorm van conservatisme geduwd. Iedereen op links houdt vast aan zijn eigen militante overtuigingen en heeft daarom moeite een ander publiek aan te spreken. Jullie bij Cumhuriyet weten als geen ander hoe treurig het is gesteld met de persvrijheid en de vrijheid van meningsuiting. Elk standpunt kan binnen enkele secondes ongeloofwaardig worden gemaakt met een lawine van laster, beledigingen en pogingen tot intimidatie. De mensen staan enorm onder druk en zoeken hun heil bij elkaar. Ze leven van dag tot dag. Maar je kunt geen politiek bedrijven zonder dat je probeert andere bevolkingsgroepen aan te spreken en je thuishonk verlaat om andere terreinen te verkennen.

    Auteur: Kemal Göktas
    Vertaler: Peter Bergsma

    Openingsbeeld: De Bosnische basketballer Indira Kaljo kreeg van FIBA toestemming om tijdens de wedstrijden haar hoofddoek te dragen. De reguliere Turkse media besteedden uitgebreid aandacht aan haar. – © Elif Ozturk / Anadolu Agency / Getty

  • Britse gezondheidszorg loopt op laatste benen

    Britse gezondheidszorg loopt op laatste benen

    Vooruitziende geesten riepen het dertig jaar geleden al: de NHS – de beroemde Britse gezondheidszorg – zou onbetaalbaar worden. Toch durfde niemand het mes erin te zetten. Nu staat het systeem volgens de conservatieve commentator Simon Heffer op instorten.

    Een jaar of dertig geleden waarschuwde Norman Fowler, destijds [de Conservatieve] minister van Gezondheid, me voor een ‘demografische tijdbom’ die alleen nog door de politiek onschadelijk gemaakt zou kunnen worden. Hij doelde op de vergrijzing; hij meende dat de gezondheidszorg en de sociale zekerheid zouden bezwijken onder de enorme druk. Wanneer? ‘Over een jaar of dertig.’

    Tegenwoordig lezen we in onze Telegraph de vreselijkste verhalen over de National Health Service (NHS). Huisartsen staan onder immense druk. Er is zo’n nijpend tekort aan verpleegkundig personeel dat de immigratieregels worden versoepeld om voldoende verpleegkundigen binnen te kunnen halen om de NHS de winter door te helpen. Er is nog voor 450 miljoen pond aan achterstallig onderhoud aan faciliteiten van de NHS. En, het ergst van alles, driekwart van de ziekenhuizen voldoet niet eens aan de elementaire veiligheidsnormen.

    Dit is het systeem ‘waar de hele wereld jaloers op is’, een door de belastingbetaler gefinancierde moloch die alleen al in Engeland jaarlijks 116,4 miljard pond kost. En is al dat geld eenmaal uitgegeven, dan nog vallen er ziekenhuizen om of blijken het broeinesten van ziekten, zijn er te weinig artsen en verpleegkundigen en is het makkelijker om je zoontje toegelaten te krijgen tot Eton College dan om snel een afspraak te maken bij de huisarts. Een van de achterliggende oorzaken is het feit dat er inmiddels zo veel ouderen zijn die op hun leeftijd vaker naar de dokter gaan dan ze voorheen deden.

    Onhoudbaar

    Veel ouderen hebben een zwakke gezondheid; soms is de situatie zo ernstig dat ze onmogelijk nog zelfstandig thuis kunnen blijven wonen, terwijl het hun familie aan faciliteiten en middelen ontbreekt om voor hen te kunnen zorgen wanneer ze aan bed gekluisterd raken. Veel ouderen die eigenlijk in een verzorgingstehuis thuishoren, houden dure ziekenhuisbedden bezet. Andere ouderen zijn gevangenen in hun eigen huis. Ze worden drie of vier keer per dag bezocht door een van overheidswege aangewezen thuiszorgmedewerker, maar leven verder in volstrekt isolement. Dit is onhoudbaar, dus wat gaan we eraan doen?

    Het negeren van het rapport-Dilnot zal niet alleen leiden tot ellendige, mensonterende situaties bij diegenen die niet zijn voorbereid op een lange oude dag

    Ik vrees dat het ergste nog moet komen, als het gaat om de last die op schouders van de NHS rust. In de komende twintig jaar zal het aantal mensen boven de 85 jaar meer dan verdubbelen, tot 3,5 miljoen. En het is onvermijdelijk dat ook de wonderen die de medische wetenschap kan verrichten zich zullen vermenigvuldigen, en dat de belastingbetaler, als financier van de NHS, zal verwachten dat deze veelal dure wonderen op ieder gewenst moment gratis voor hem of haar beschikbaar zullen zijn.

    Nu is het niet zo dat ik heb zitten wachten tot een regering eindelijk eens gehoor zou geven aan Lord Fowlers noodkreet en een begin zou maken met de aanpak van het probleem. Geen enkele regering zal dit probleem namelijk aanpakken, want dat betekent dat ze een volwassen gesprek met het grote publiek moet aangaan over de NHS, en over de vraag of dit stelsel uit 1948 nog wel functioneert in het Groot-Brittannië van de eenentwintigste eeuw. En zodra het over de NHS gaat, spelen er zulke diepgewortelde sentimenten en heerst er in de publieke opinie zo’n gebrek aan realisme, dat geen politicus er zijn vingers aan durft te branden.

    En toch is die discussie dringend nodig, anders zal het systeem op een dag instorten.


    Elke dag dat de regering het probleem van de ouderenzorg voor zich uitschuift, wordt het groter en onhandelbaarder. Het rapport van de commissie-Dilnot over de financiering van de ouderenzorg werd al in 2011 gepresenteerd, maar er is niets mee gedaan. Dat is schandalig. Dilnot heeft uitstekend werk verricht door het potentiële drama aan het licht te brengen van honderdduizenden hoogbejaarden die op geen enkele manier nog voor zichzelf kunnen zorgen en geen geld hebben voor thuiszorg. Het rapport stelde vast dat veel gezinnen het niet meer aan zouden kunnen. Een van de aanbevelingen was een stelsel op basis van een zorgverzekering, maar dit advies is tot dusver genegeerd.

    Het negeren van het rapport-Dilnot zal niet alleen leiden tot ellendige, mensonterende situaties bij diegenen die niet zijn voorbereid op een lange oude dag. Het zal waarschijnlijk ook bijdragen aan een versnelde ondergang van de NHS. Minister van Volksgezondheid Jeremy Hunt, die zich als geen ander op de achtergrond weet te houden, brengt graag hier en daar een pleister aan. Maar feit is dat de NHS op zijn laatste benen loopt, en dat het systeem alleen nog kans heeft op overleving als het ingrijpend wordt hervormd; zowel het stelsel zelf, als de manier waarop er voor de trouwste klanten – de ouderen – wordt gezorgd.

    Het gezelschap halfstudentikoze marxisten dat momenteel de oppositie vormt, heeft geen enkel belang bij het volwassen gesprek dat gevoerd moet worden. Want misschien moet de beroepsbevolking, die nu een hoger besteedbaar inkomen heeft dan in 1948, maar eens worden gevraagd een extra bijdrage te leveren aan de NHS. En misschien moet maar eens worden toegegeven dat Labour tijdens haar laatste regeerperiode de NHS en het zorgstelsel net zo min toekomstbestendig heeft gemaakt als de Conservatieven.

    Aanbevelingen

    Een regering met verantwoordelijkheidsgevoel zou de aanbevelingen van de commissie-Dilnot onmiddellijk overnemen, zodat de mensen voorbereidingen kunnen treffen voor het steeds waarschijnlijkere vooruitzicht van een oude dag waarbij ze jarenlang aangewezen zullen zijn op professionele zorg. Ook zou zo’n regering proberen de NHS om te vormen tot een systeem dat in geval van ernstige ziektes en levensbedreigende spoedgevallen de kosten dekt, terwijl de mensen zichzelf verzekeren tegen minder ernstige klachten. En ze zou de oppositie moeten opzadelen met de heikele taak om uit te leggen hoe de demografische tijdbom volgens hen anders aangepakt zou moeten worden.

    Aan een pleister heb je weinig als je een gapende wond moet zien te dichten. Dat de regering geen drastische maatregelen treft, en dat de oppositie blijft doen alsof we met de NHS vooruit kunnen alsof het nog steeds 1948 is, is niet zo maar beschamend. Dit wordt een groot schandaal.

    Auteur: Simon Heffer
    Vertaler: Rogier Goetze

    Beeld bovenaan: © Seattle Municipal Archives

    The Daily Telegraph
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 840.000
    Anti-Europees tot op het bot, strijdlustig en imagobewust, kortom: het conservatieve dagblad van Engeland op broadsheet.