Lange rijen, mensen die vechten om de laatste krop sla, sobere kersttafels. Dat is het schrikbeeld van de Britse tabloids. Aanleiding zijn de maatregelen die veel Europese landen namen toen dit weekend bekend werd dat op het schiereiland een besmettelijkere variant van het coronavirus rondgaat.
‘Waarschuwing voor kerstinkopen: Britten krijgen binnen enkele DAGEN te maken met voedseltekorten’, kopt Daily Express gistermiddag (22 december). De voorzitter van de Britse retailvereniging verklaarde dinsdag aan het parlement dat als er binnen 24 uur niets gedaan werd aan de grenscrisis, er een tekort in de supermarkten aan verse producten zou ontstaan, meldt de tabloidkrant.
Sinds zondag heeft Frankrijk de grens met Groot-Brittannië gesloten voor verkeer, inclusief voedseltransport en ander vrachtverkeer. Door deze maatregel strandden dinsdagavond zo’n vierduizend vrachtwagens en ongeveer duizend transportbussen die het Kanaal naar Calais wilde oversteken in Kent, berichtThe Guardian. Als de vrachtwagens niet kunnen terugkeren naar Frankrijk, waarschuwden de vervoerders, komt er een tekort aan vrachtwagens om verse goederen van het continent op te halen en op tijd terug te keren naar het Verenigd Koninkrijk om de rekken na Kerst weer te vullen.
Een woordvoerder van Boris Johnson roept op om geen paniekaankopen te doen
Een woordvoerder van Boris Johnson roept op om geen paniekaankopen te doen, meldt The Telegraph. ‘Mensen moeten hun normale inkopen doen en rekening met elkaar blijven houden.’ Door de extra strenge maatregelen die zaterdag zijn ingevoerd voor de regio Londen en Zuid-Engeland, moesten veel mensen hun kerstplannen bijstellen en inkopen doen voor een diner thuis, aldus het dagblad. De zogeheten niveau 4-maatregelen betekenen dat je geen contact mag hebben met mensen van een ander huishouden, behalve als je zorg nodig hebt of alleen woont.
De Britse krant The Telegraph toont de lange rij voor een supermarkt in North Tyneside op dinsdag.
Gelukkig is aan de oproep van de retail- en de vervoerssector gehoor gegeven en is vanaf vandaag vrachtverkeer via het Kanaal weer toegestaan. Toch is het probleem van voedseltekorten hier niet mee opgelost, meldt Daily Mail. Alle chauffeurs die de oversteek naar Frankrijk willen maken, moeten worden getest op corona, en negatief worden bevonden. Herculesarbeid als je bedenkt dat zich een rij van duizenden vrachtwagens voor de grens heeft gevormd. ‘Zelfs een sneltest, waarbij de uitslag na dertig minuten al bekend is, is een complete ramp’, zegt de International Road Transport Union tegen de tabloid.
‘Hoe afhankelijk is het Verenigd Koninkrijk van de Europese Unie als het gaat om voedsel?’ vraagt BBC News zich af. Groot-Brittannië importeert bijna de helft van de verse groenten en het grootste deel van het fruit uit de EU. Vooral in de winter is het VK afhankelijk van Europa voor verse producten, en dan in het bijzonder van warmere streken als Spanje of de Nederlandse glastuinbouw. Vrijwel al die producten steken tussen Calais en Dover het Kanaal over. Zo wordt 90 procent van de sla en 85 procent van de tomaten geïmporteerd uit Europa, rekent de BBC uit.
‘Het VK bevindt zich in het oog van een perfect storm: Frankrijk had zijn grens gesloten voor vracht uit het Verenigd Koninkrijk; winter betekent dat het Verenigd Koninkrijk voor vers voedsel afhankelijker is van de EU; Groot-Brittannië zal op 31 december stoppen met handel volgens de EU-regels; sommige Britse havens worden geconfronteerd met ernstige vertragingen; het coronavirus heeft de winkelgewoonten veranderd en de vraag is hoger door Kerstmis’, vat de BBC samen. Toch zeggen de grote Britse supermarkten dat ze nog voldoende voorraad hebben en dat hun klanten voor de kerstdagen ‘hun boodschappen kunnen doen zoals normaal’, waarmee de paniekerige kop van Daily Express wordt tegengesproken. Wel zouden na de kerst tekorten kunnen ontstaan aan verse groente en fruit, meldt The Guardian.
Voor eieren, rijst, zeep en handzeep geldt er een beperking, daarvan mag een klant maar drie producten per keer inslaan
Vanwege de lange wachttijden bij Dover zoekt de Britse voedsel- en transportsector naar andere mogelijkheden om verse producten naar het eiland te krijgen. Zo stuurt Lufthansa vandaag een noodvlucht vanuit Frankfurt met ‘beperkt houdbaar voedsel’, meldt nieuwsplatform Bloomberg. Het vliegtuig brengt zo’n tachtigduizend kilo verse producten naar het eiland.
Tesco, een van de grootste supermarkten van Groot-Brittannië, gaat de verkoop van enkele producten beperken, meldt The Guardian. Zo mag per klant nog maar één pak wc-papier worden gekocht. Ook voor eieren, rijst, zeep en handzeep geldt er een beperking, daarvan mag een klant maar drie producten per keer inslaan. De maatregelen zijn nodig om te voorkomen dat mensen gaan hamsteren, niet omdat er tekorten zijn, aldus de supermarkt.
De enige uitweg uit de crisis is de maatschappij te ontdoen van ‘winnaars’ en ‘verliezers’. Dat zegt Michael Sandel, de ‘filosoof met de wereldwijde uitstraling van een rockster’.
Michael Sandel was achttien jaar toen hij zijn eerste belangrijke les kreeg in de kunst van het politiek bedrijven.
De toekomstige filosoof was in 1971 voorzitter van de leerlingenvereniging van zijn highschool in de wijk Pacific Palisades in Los Angeles, op het moment dat Ronald Reagan, de toenmalige gouverneur van de staat California, in diezelfde stad woonde. Sandel, die over gebrek aan zelfvertrouwen nooit te klagen heeft gehad, daagde Reagan uit voor een debat ten overstaan van 2400 linkse tieners. Het was op het hoogtepunt van de oorlog in Vietnam, die had gezorgd voor de radicalisering van een hele generatie, en iedere studentencampus was vijandelijk gebied voor een conservatieve geest. Enigszins tot Sandels verbazing nam Reagan de handschoen op en kwam hij, geheel in stijl, in een zwarte limousine aan bij de universiteit. Het gesprek dat volgde voldeed allerminst aan de verwachtingen van de jeugdige gesprekspartner van de gouverneur.
‘Ik had een lange lijst voorbereid met in mijn ogen erg lastige vragen,’ vertelt de inmiddels 67-jarige Sandel via een videoverbinding vanuit zijn werkkamer in Boston. ‘Over Vietnam, over het stemrecht voor achttienjarigen – waar Reagan tegen was, over de Verenigde Naties, over sociale zekerheid. Ik dacht dat ik hem met zo’n publiek makkelijk de baas zou zijn. Hij reageerde vriendelijk, aimabel en respectvol. Na een uur realiseerde ik me dat ik niet de winnaar van dit debat was, maar de verliezer. Reagan pakte ons in, zonder ons te overtuigen met zijn argumenten. Negen jaar later wist hij op diezelfde manier in het Witte Huis te komen.’
Sandel liet zich niet afschrikken door deze vroege nederlaag, maar ontwikkelde zich tot een van de beroemdste intellectuelen en debaters in de Engelstalige wereld, met een leerstoel aan de Harvard-universiteit. Hij is wel omschreven als een ‘filosoof met de wereldwijde uitstraling van een rockster’ die vanaf zijn basis op Harvard online een miljoenenpubliek bereikt. Luisteraars van zijn serie The Public Philosopher op BBC Radio 4 zullen vertrouwd zijn met zijn socratische manier van vragen stellen, waarbij hij de aannames van zijn publiek op een spitsvondige manier op de proef stelt. Miljoenen mensen die zijn lezingen over gerechtigheid gratis volgen via YouTube, zullen vertrouwd zijn met het hoge, ernstige voorhoofd en de vriendelijke, zachte manier van spreken.
Politiek is Sandel ontegenzeglijk links georiënteerd. In 2012 zette hij Ed Milibands vernieuwingsplannen voor de Britse Labourpartij intellectuele luister bij, door op het partijcongres van dat jaar een lezing te houden over de morele grenzen van de markt.
Die toespraak, en zijn in datzelfde jaar verschenen boek What Money Can’t Buy, inspireerden Miliband tot zijn kritiek op het ‘roofdierkapitalisme’, waarmee de Labourleider na de financiële crisis een belangrijke bijdrage leverde aan het Britse politieke debat.
What Money Can’t Buy bezegelde Sandels status als wellicht de meest geduchte criticus van het vrijemarktdenken in de Engelstalige wereld. Maar in een tijd waarin de politiek steeds gepolariseerder en giftiger wordt, moet hij steeds vaker terugdenken aan die vroege ontmoeting met Reagan. ‘Die heeft me veel geleerd over het belang van aandachtig luisteren,’ zegt hij, ‘dat evenveel gewicht in de schaal legt als de kracht van argumenten. Voor mij was het een les in wederzijds respect en inclusiviteit in het publieke debat.’
De vraag hoe je deze burgerdeugden nieuw leven kunt inblazen, vormt de kern van Sandels nieuwe boek The Tyranny of Merit, dat afgelopen september verscheen. Hoe kan het – getuige de recente presidentsverkiezingen – diep verdeelde Amerika terugkeren naar een minder rancuneus, genereuzer openbaar leven? Het beginpunt blijkt ongemakkelijk genoeg een afrekening te zijn met de zelfgenoegzaamheid waarin een hele progressieve generatie zich heeft gewenteld.
The Tyranny of Merit is Sandels reactie op de brexit en de verkiezing van Donald Trump. Voor mensen als Barack Obama, Hillary Clinton, Tony Blair en Gordon Brown zal het uitdagende lectuur zijn. Door het bepleiten van een ‘tijdperk van verdienste’ als oplossing voor de uitdagingen van globalisering, ongelijkheid en de-industrialisatie, zo betoogt Sandel, hebben de Democratische Partij en haar Europese tegenhangers de westerse arbeidersklasse en haar waarden links laten liggen, met rampzalige gevolgen voor het algemeen belang.
Opklimmen
Sandels toon is gematigd als altijd, zijn formuleringen vertonen de kenmerkende souplesse en elegantie. Maar er is enige frustratie voelbaar wanneer hij de opkomst beschrijft van een stroming die hij beschouwt als ondermijnend links individualisme: ‘De oplossing voor de problemen van globalisering en ongelijkheid, zo werd ons aan weerszijden van de Atlantische Oceaan voorgehouden, was dat degenen die hard werken en zich aan de regels houden, zo hoog moeten kunnen opklimmen als hun inspanningen en talenten toelaten. Dat noem ik in het boek de “retoriek van het opklimmen”. Dat werd een geloofsartikel, een schijnbaar oncontroversiële stijlfiguur. We zullen een eerlijk speelveld creëren, werd door centrum-links gezegd, zodat iedereen gelijke kansen heeft. En als we dat doen, zullen degenen die dankzij hun inspanningen, talent en harde werken opklimmen, hun plaats ten volle hebben verdiend.’
De aanbevolen manier om ‘op te klimmen’ was het volgen van een hogere opleiding. Oftewel, om de mantra van Blair te citeren: ‘Education, education, education.’ Sandel citeert een toespraak van Obama uit 2013 waarin de president studenten voorhield: ‘Wij leven in een eenentwintigste-eeuwse wereldeconomie. En in een wereldeconomie kunnen banen overal naartoe gaan. Bedrijven zoeken naar de best opgeleide mensen, waar die ook wonen. Als je geen goede opleiding hebt gevolgd, zal het moeilijk worden om een baan te vinden waarvan je kunt rondkomen.’ Aan degenen die bereid waren de vereiste inspanning te leveren werd beloofd: ‘Dit land zal altijd een plek zijn waar je kunt slagen als je je best doet.’
Tegen deze benadering heeft Sandel twee fundamentele bezwaren. Het eerste, en meest voor de hand liggende, is dat het legendarische ‘eerlijke speelveld’ een hersenschim blijft. Hoewel zijn eigen Harvard-studenten er volgens hem inmiddels in toenemende mate van overtuigd zijn dat hun succes het resultaat is van hun eigen inspanningen, is tweederde van hen afkomstig uit de hoogste inkomensklassen. Datzelfde is het geval op andere gerenommeerde Amerikaanse universiteiten. De relatie tussen sociale klasse en SAT-scores, op grond waarvan de vervolgopleiding van middelbare scholieren wordt bepaald, is onbetwist. In meer algemene zin, merkt Sandel op, stagneert de sociale mobiliteit in |de VS al decennialang. ‘Kinderen van arme ouders blijven als volwassenen meestal arm.’
Succesethiek
Maar het belangrijkste thema van The Tyranny of Merit is de links-liberale consensus die dertig jaar lang heeft geheerst en die nu door Sandel genadeloos op de korrel wordt genomen. Zelfs een perfecte meritocratie, zegt hij, zou een slechte zaak zijn. ‘Het boek probeert aan te tonen dat daar een donkere, demoraliserende kant aan zit,’ legt hij uit. ‘De implicatie is dat degene die niet opklimt dat alleen maar aan zichzelf te wijten heeft.’
De centrum-linkse elite heeft de oude klassenloyaliteit laten varen en een nieuwe rol op zich genomen als moraliserende levenscoach, die zich erop toelegt individuen uit de arbeidersklasse een wereld te helpen vormen waarin ze op zichzelf zijn aangewezen. ‘Over globalisering,’ zegt Sandel, ‘zeiden deze lieden dat de keuze er niet langer een was tussen links en rechts, maar tussen “open” en “gesloten”. Open betekende een vrije stroom van kapitaal, goederen en mensen over grenzen heen.’ Deze stand van zaken werd niet alleen gezien als onomkeerbaar, maar ook gepresenteerd als heilzaam. ‘Wie er op enigerlei manier bezwaar tegen maakte, was bekrompen, bevooroordeeld en antikosmopolitisch.’
De cultuur was doordesemd van een meedogenloze succesethiek: ‘Degenen aan de top hadden hun plek verdiend, maar hetzelfde gold voor de achterblijvers. Hun inspanningen waren minder effectief geweest. Ze hadden bijvoorbeeld geen universitaire graad behaald.’ Naarmate centrum-links en de vertegenwoordigers ervan een steeds betere economische positie kregen, nam de focus op opwaartse mobiliteit toe. ‘Ze raakten voor hun achterban – en in de VS ook voor hun financiering – steeds meer aangewezen op de hogere beroepsgroepen. In 2008 werd Obama de eerste Democratische presidentskandidaat die meer campagnegeld binnenhaalde dan zijn Republikeinse opponent. Dat was een keerpunt, maar het werd destijds niet opgemerkt of benadrukt.’
In de Verenigde Staten stagneert de sociale mobiliteit al decennialang
Arbeiders werd in feite voorgehouden dat als ze zich niet ‘verbeterden’, ze de last van hun mislukking zelf maar moesten dragen. Velen voelden zich verraden en stemden anders. ‘Het populistische verzet van de afgelopen jaren is een opstand tegen de tirannie van de verdienste, zoals die werd ervaren door degenen die zich vernederd voelen door de meritocratie en door deze algehele politieke ontwikkeling.’
Het is een vernietigende analyse. Sympathiseert hij dan met het trumpisme? ‘Ik koester geen enkele sympathie voor Donald Trump, dat vind ik een verwerpelijke figuur. Maar in mijn boek betuig ik begrip voor degenen die op hem hebben gestemd. Het enige authentieke aan Trump, ondanks zijn ontelbare leugens, is zijn intense gevoel van onzekerheid en zijn diepe wrok tegen de elite, die volgens hem zijn leven lang op hem heeft neer-gekeken. Dat is een zeer belangrijke verklaring voor zijn politieke aantrekkingskracht.
‘Oordeel ik hard over de Democraten? Ja, omdat hun onkritische omhelzing van marktaannames en meritocratie de weg heeft vrijgemaakt voor Trump. Ook al heeft Trump nu de verkiezingen verloren en zal hij de Oval Office moeten verlaten, de Democratische Partij zal alleen in haar missie slagen als ze meer oog heeft voor legitieme grieven en ressentimenten, waaraan de progressieve politiek in het globaliseringstijdperk het nodige heeft bijgedragen.’
Tot zover de diagnose. De enige uitweg uit de crisis, meent Sandel, is het ontmantelen van de meritocratische aannames die een maatschappij van winnaars en verliezers van een moreel keurmerk hebben voorzien. De coronapandemie, en in het bijzonder de nieuwe waardering voor zogenaamd ongeschoold, slecht betaald werk, biedt een beginpunt voor vernieuwing. ‘Dit is het moment om een debat te beginnen over de waardigheid van werk; over de beloning van werk in zowel financiële zin als in termen van waardering. Nu pas realiseren we ons hoe enorm afhankelijk we niet alleen zijn van artsen en verpleegkundigen, maar ook van bezorgers, supermarktmedewerkers, vrachtwagenchauffeurs en mensen in de thuiszorg en de kinderopvang, van wie velen zijn aangewezen op een nulurencontract. Dat noemen we vitale arbeidskrachten, maar het zijn meestal niet de best betaalde of meest gerespecteerde arbeidskrachten.’
Er moet een radicale herevaluatie komen van de manieren waarop bijdragen aan het algemeen welzijn worden beoordeeld en beloond. Het geld dat wordt verdiend in de Londense City of op Wall Street, staat bijvoorbeeld in geen enkele verhouding tot de bijdrage van financiële speculatie aan de reële economie. Belasting op financiële transacties moet fondsen vrijmaken die op een eerlijker manier kunnen worden verdeeld. Maar voor Sandel is het woord ‘eer’ even belangrijk als de betalingskwestie. Er moet een herverdeling komen van zowel waardering als geld, en van beide moet er meer gaan naar de miljoenen mensen die werk doen waarvoor geen universitaire graad is vereist.
‘We moeten opnieuw nadenken over de rol van universiteiten als poortwachters van kansen,’ zegt hij, ‘een rol die we langzamerhand als vanzelfsprekend zijn gaan beschouwen.
Diplomaterreur is het laatste aanvaardbare vooroordeel geworden. Het zou een ernstige vergissing zijn om de investering in beroepsopleidingen en leertrajecten over te laten aan rechts. Meer investeringen zijn niet alleen belangrijk om mensen zonder een hogere opleiding te helpen de kost te verdienen; de publieke erkenning die eruit voortvloeit kan meer waardering kweken voor de bijdrage aan het algemeen welzijn door mensen die niet naar de universiteit zijn geweest.’
Nieuw respect en een andere status voor niet-gediplomeerden, zegt hij, zouden eindelijk eens gepaard moeten gaan met enige nederigheid van de kant van de winnaars van de zogenaamde meritocratische wedloop.
Aan degenen die, zoals veel van zijn Harvard-studenten, geloven dat ze hun eigen succes simpelweg verdienen, geeft Sandel de wijsheid van Prediker mee: ‘Ik heb onder de zon opnieuw gezien dat niet altijd een snelle hard-loper de wedloop wint, een sterke held de oorlog, dat hij die wijs is niet altijd zijn brood heeft, en hij die inzicht heeft de rijkdom (…) Zij allen zijn afhankelijk van tijd en toeval.’
Nederigheid
‘Nederigheid is een burgerdeugd die op dit moment van wezenlijk belang is,’ zegt Sandel, ‘omdat het een nood-zakelijk tegengif is tegen de meritocratische overmoed die ons uiteen heeft gedreven.’
The Tyranny of Merit is het nieuwste salvo in Sandels levenslange intellectuele strijd tegen een sluipend individualisme dat sinds het tijdperk van Reagan en Thatcher overheersend is geworden in westerse democratieën. ‘Jezelf als selfmade en zelfvoorzienend beschouwen. Dat beeld van het zelf oefent grote aantrekkingskracht uit, omdat het je op het eerste gezicht macht geeft: ik red het zelf wel, ik kom er wel, als ik mijn best maar doe. Het is een bepaalde kijk op vrijheid, maar wel een die gebreken vertoont. Het leidt tot een competitieve marktmeritocratie die scheidslijnen versterkt en solidariteit ondermijnt.’
Sandel hanteert een vocabulaire dat liberale ideeën over autonomie aan de kaak stelt op een manier die decennialang uit de mode is geweest. Woorden als ‘ondergeschiktheid’, ‘schuldplichtigheid’, ‘mysterie’, ‘nederigheid’ en ‘geluk’ komen herhaaldelijk voor in zijn boek. De impliciete stelling is dat kwetsbaarheid en wederzijdse erkenning de basis kunnen worden voor hernieuwde affiniteit en gemeenschapszin. Het is een maatschappijbeeld dat het absolute tegendeel vormt van wat het thatcherisme is gaan heten, met zijn nadruk op zelfredzaamheid als voornaamste deugd.
Naast het ‘klappen voor de zorg’ zijn er volgens hem meer optimistische tekenen dat er eindelijk een ethische verschuiving plaatsvindt. ‘De Black Lives Matter-beweging heeft de progressieve politiek morele energie gegeven. Het is een multiraciale beweging van verschillende generaties geworden, die ruimte biedt voor een publieke afrekening met onrechtvaardigheid. Het toont aan dat je ongelijkheid niet alleen maar tegengaat door het opheffen van meritocratische grenzen.’
Degenen aan de top hadden hun plek verdiend, maar hetzelfde gold voor de achterblijvers
Aan het eind van het boek vertelt Sandel het verhaal van Henry Aaron, de zwarte honkballer die opgroeide in het gesegregeerde zuiden van de VS en in 1974 het homerunrecord van Babe Ruth brak. Aarons biograaf schreef dat het slaan tegen een honkbal ‘de eerste meritocratische handeling in Henry’s leven was’. Dat is niet de lering die we moeten trekken, zegt Sandel. ‘De moraal van Henry Aarons verhaal is niet dat we van de meritocratie moeten houden, maar dat we een systeem van raciale onrechtvaardigheid moeten verachten waaraan je alleen kunt ontsnappen door homeruns te slaan.’
Eerlijke concurrentie vormt geen rechtvaardige maatschappijvisie. Dat moeten Joe Biden en zijn Europese tegenhangers goed begrijpen. Als bron van inspiratie, zegt hij, zouden ze te rade kunnen gaan bij een van zijn intellectuele helden, de Engelse christen-socialist R.H. Tawney [1880-1962]. ‘Tawney betoogde dat gelijkheid van kansen hooguit een deelideaal was. Zijn alternatief was niet een onderdrukkende gelijkheid van resultaten. Het was een brede, democratische ‘gelijkheid van omstandigheden’ die burgers van alle rangen en standen in staat stelt met opgeheven hoofd door het leven te gaan en zichzelf te beschouwen als deelnemer aan een gezamenlijke onderneming. Uit die traditie komt mijn boek voort.’
Dit artikel werd geselecteerd door journalist, programmamaker en presentator Chris Kijne.
Uit een rapport van de Zweedse coronacommisie blijkt dat de virusaanpak van de regering – een van de minst ingrijpende van Europa – heeft gefaald. Het hoge sterftecijfer in het Scandinavische land is vooral te wijten aan de gebrekkige bescherming van ouderen, is het oordeel.
‘Het zou vreemd zijn als we na een pandemie als deze niet de conclusie zouden trekken dat het anders moet’, aldus de sociaaldemocratische premier Stefan Löfven tijdens de persconferentie gisteren (15 december). ‘Deze en vorige regeringen moeten de verantwoordelijkheid nemen voor het feit dat de zorg voor ouderen in het algemeen niet toereikend is geweest’, tekent zakenblad Dagens Industri op uit de mond van de premier.
Diezelfde dag is een vernietigend rapport verschenen van de Zweedse coronacommissie, die was ingesteld om de aanpak van het virus tijdens de eerste golf te evalueren. Vooral de bescherming van ouderen in verpleeghuizen krijgt harde kritiek, schrijft de Zweedse tabloid Expressen. De commissie wijst onder meer op de ‘al lang bekende structurele tekortkomingen’ in de ouderenzorg, wat problemen veroorzaakte toen het virus toesloeg. De eindverantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de regering, aldus het rapport.
Het coronabeleid van de Zweedse overheid is er altijd op gericht geweest om de ouderen te beschermen door ze te isoleren. Zo hoopte ze het normale leven en de economie zoveel mogelijk buiten schot te houden, en toch sterfgevallen te kunnen voorkomen. Het is daarom extra pijnlijk voor Löfven en zijn kabinet dat het rapport concludeert dat ze juist op dit punt hebben gefaald.
Hoge sterfte
The Independent meldt dat Zweden tot gisteren een totaal van 320.098 besmettingen telde en dat er 7.514 mensen in het land zijn overleden aan het virus – een veel hoger dodental dan buurlanden Noorwegen, Finland of Denemarken.
Volgens epidemioloog Anders Tegnell, de Zweedse Jaap van Dissel, is het hoge sterftecijfer in Zweden (706 per miljoen inwoners, Nederland telt er zo’n 586 per miljoen inwoners) te wijten aan de hogere bevolkingsdichtheid in vergelijking met Noorwegen en Finland en het hoge aantal migranten in steden, schrijft Expressen. De krant is kritisch op deze onderbouwing en stelt dat Denemarken het met een veel hogere bevolkingsdichtheid toch aanzienlijk beter doet. De Denen hebben echter wel strenge maatregelen genomen om het virus in te dammen. Zo sloten in Denemarken al in maart de scholen, werden alle bijeenkomsten met meer dan tien personen verboden en gingen de landsgrenzen dicht.
‘Er waren geen voorbereidingen om met een pandemie om te gaan en toen het eenmaal gebeurde, werden de tekortkomingen blootgelegd’
Behalve het advies om afstand te houden, thuis te werken en je te laten testen bij klachten, is Zweden erg terughoudend geweest met het invoeren van maatregelen. Scholen, winkels en horeca zijn altijd open gebleven. Na stijgende besmettingscijfers in de herfst besloot de regering wel om de verkoop van alcohol na tien uur ’s avonds te verbieden, ook mogen mensen niet meer samenkomen in groepen groter dan acht personen, meldt Euronews.
‘Meedogenloos’ is de kritiek op de ouderenzorg in het rapport, schrijft een commentator van SVP, de Zweedse publieke omroep. ‘Alles wordt op de korrel genomen, van onduidelijke verantwoordelijkheden tot een onhoudbare personeelssituatie. Er waren geen voorbereidingen om met een pandemie om te gaan en toen die er eenmaal was, werden de tekortkomingen blootgelegd.’ De commissie bekritiseert ook de huidige regering wegens het onvoldoende of te laat doorvoeren van maatregelen tijdens de eerste golf. Vooral een landelijk bezoekverbod voor ouderen in verpleeghuizen had veel eerder moeten worden ingevoerd, aldus de commissie. ‘Deze kritiek is voor de regering van Löfven moeilijk te pareren, omdat het gericht is op wat de regering wel of niet heeft gedaan tijdens de crisis’, analyseert Mats Knutson van SVP.
‘De overheid verantwoordelijk – wat betekent dat?’ vraagt columnist Mårten Schultz van Svenska Dagbladet zich af. ‘Kunnen de regering of ministers strafrechtelijk worden vervolgd?’ Dat lijkt Schultz onwaarschijnlijk, maar ‘het is niet onwaarschijnlijk dat iemand een schadeclaim zal indienen tegen de staat of een gemeente’. Toch stelt hij dat de regering haar verantwoordelijkheid niet voor de rechtbank maar vooral in het parlement moet afleggen.
Verwaarloosd
De oppositie heeft dan ook haar messen geslepen. Ebba Busch, leider van de christendemocraten, vindt dat premier Löfven moet overwegen of hij nog wel de juiste man is om Zweden door deze crisis te leiden, bericht Göteborgs-Posten. ‘KD [de christendemocratische partij] vertrouwt Stefan Löfven niet. Wij vinden dat hij de ouderen en de zorg al voor de pandemie heeft verwaarloosd.’
Löfven leidt een minderheidskabinet van de sociaaldemocraten en een groene partij, Miljöpartiet, met gedoogsteun van de centrumpartij en de liberalen. Maar vooralsnog lijkt hij niet te vrezen over zijn positie, dat erkent ook Ebba Busch, die geen motie van wantrouwen richting het kabinet indient: ‘Op dit moment staat een meerderheid achter de regering van Löfven.’
Ook Jimmie Åkesson, leider van de nationalistische Sverigedemokraten (SD), is uiterst kritisch over de premier. ‘Het tussenrapport dat vandaag is uitgekomen wijst op een mislukking. Het toont aan hoe slecht premier Stefan Löfven en zijn regering hebben gehandeld in een situatie waar veel druk op staat. Maar bovenal is het een tragisch verhaal over hoeveel mensen in 2020 in Zweden onnodig stierven’, bericht Expressen.
Kerst
Het rapport lijkt er niet toe te leiden dat Zweden hardere maatregelen, zoals lockdowns, gaat instellen. De focus voor de regering-Löfven ligt vooral bij het verbeteren van de ouderenzorg. ‘Mijn beeld is dat het al veel beter gaat in de verpleeghuizen’, aldus minister van Sociale Zaken Lena Hallengren, verantwoordelijk voor de verpleeghuiszorg, tegen Svenska Dagbladet. De minister zet vooral in op sneltesten voor bewoners en personeel, wat moet voorkomen dat het virus zich onder kwetsbare ouderen verspreidt.
Svenska Dagbladetstelde ook een overzicht op van de geldende adviezen met Kerst, een feest waar de Zweden erg aan hechten. Zo luidt het advies om zo min mogelijk met het openbaar vervoer te reizen. Vooralsnog gelden er geen beperkingen. Ook mogen Zweden nog steeds hun oudere vrienden of familieleden bezoeken, zelfs in verpleeghuizen. Daarbij luidt het advies is om afstand te bewaren tijdens het bezoek en tien dagen van tevoren extra voorzichtig te zijn door het contact met anderen te beperken. Samenkomsten van meer dan acht personen worden ernstig afgeraden en Kerst moet dan ook in kleine kring gevierd worden. Hierbij wordt geen uitzondering gemaakt voor de Kerstman; ook die moet tot die kleine kring van acht behoren, volgens de Zweedse instantie voor volksgezondheid.
Redacteur Eva Wiseman beschrijft de grote voordelen van een verhuizing naar de buitenwijk, een trend die in de coronacrisis veel volgelingen heeft gekregen. Al blijft ze ‘iemand die op voet van beleefde knikjes met de tuin verkeert’.
Voor de eerste keer in mijn leven ben ik een trendsetter. Jonge mensen die niet langer gebonden zijn aan kantoren, nachtclubs of ballenbakken voor volwassenen, verhuizen naar de buitenwijken, waar de huren van praktische maisonnettes in hetzelfde tempo stijgen als die van stadsflats dalen. Ik kan met trots zeggen dat ik er vroeg bij was; ik was de eerste die het officieel opgaf. Die de stad opgaf. Die de demonstratief op de stoep genuttigde koffie van vier pond opgaf, die de nachtbus die op je drempel stopt opgaf, die de nachtelijke uurtjes sowieso opgaf. Die het opgaf om tot in de details te weten hoe het orgasme van de buurman zich voltrekt, en die het heerlijke gevoel opgaf dat je krijgt als je opgaat in een menigte.
Nu ik terug ben in de buitenwijk waaraan ik me vijf jaar geleden met zo veel moeite heb ontworsteld, deel ik met alle plezier mijn zuurverdiende kennis met de nieuwkomers.
Je verlaat de stad voor een plek met ‘buitenruimte’. Je droomt misschien van het kweken van eigen basilicum om te kunnen overstappen van pesto uit een potje op verse. Vrienden, jullie hebben geen idee. De buitenruimte komt ons hier uit alle lichaamsopeningen. Een tuin, check, een veld daarginds, check, heus platteland, zij het vergolfbaand, aan gene zijde van de heuvel.
Twee kanten
Na een maand buitenlucht, waarin je zaailingen hebt vertroeteld met een zorg die je voorheen alleen aan de reiniging van je poriën besteedde, kun je twee kanten op. Of je wordt hartstochtelijk tuinier en officieel ‘buitenmens’, die onbekenden uitvoerig waterdichte broeken met thermische isolatie aanbeveelt en foto’s deelt van zoiets uitzonderlijks als ‘bladeren’. Die omgeven door een psychedelische gloed praat over zijn ‘relatie met de natuur’ alsof je die rond sluitingstijd in een kroeg hebt ontmoet, om er de volgende 48 uur seks mee te hebben en over je kinderjaren te praten. Of je wordt zoals ik, iemand die op voet van beleefde knikjes met de tuin verkeert. Ik vind het prettig om te weten dat er een buiten is, op aanvraag beschikbaar, maar ik mis het gewone blokje om, in plaats van ‘een wandeling maken’, en ik mis het bescheiden gevaar van asfalt. Geniet van de buitenruimte, maar vooral vanachter glas.
Het licht hier zwemt van limonade naar boter, dan zilver als folie, dan abrikoos
Hoe had ik ooit kunnen bevroeden, toen ik naar mijn buitenwijk verhuisde, dat ik elke lokale hond bij naam zou leren kennen? Huisdieren zijn hier koning. Zo nu en dan zie ik nog weleens mensen een kat passeren zonder dag te zeggen, en dan frons ik mijn wenkbrauwen en vloek inwendig. Posters met vermiste dieren genieten ernstige aandacht, niet in het minst omdat diegenen onder ons die in hetzelfde (huisdieren)schuitje zitten nog altijd beducht zijn voor de beruchte kattenmepper die overal te lande de buitenwijken afstruinde op zoek naar dieren om in stukken te rijten. De politie gaf vossen de schuld. Wij, achter de schuif-ramen van onze als schouwtonelen verlichte twee-onder-een-kapwoningen, weten wel beter.
Misschien zijn, omdat sommige mensen naar de buitenwijken verhuizen om aan misdaad te ontsnappen, angst en dreiging in deze straten geprent, op het asfalt getekend als fietspaden. In een vacuüm waar niets gebeurt zoeken we naar rottigheid. En dan melden we dat plichtsgetrouw in de buurtpreventie-appgroep.
Maar het licht, het licht. Het licht hier zwemt van limonade naar boter, dan zilverkleurig, dan warm roze. Wachtend op de bus kun je van een uiterst trage vuurwerkshow genieten die stilletjes op je hand wordt weerkaatst.
Er is een kans dat je, net als ik, je verhuizing uit de stad als een soort afgang beschouwt
Er is een kans dat je, net als ik, je verhuizing uit de stad als een soort afgang beschouwt. Dat je, net als ik, de buitenwijken altijd associeerde met pijnlijke ideeën als ‘je settelen’, ‘grote supermarkten’ en ‘huisvrouwen’, en met van die fleecejacks die je over je hoofd aantrekt.
En daar zit ook wel een kern van waarheid in. En toch zitten we hier nu, jij en ik, ons koesterend in de slaperige omhelzing van een buitenwijk, half verstikt natuurlijk maar ook knus. Door weg te gaan uit de stad gaan we ons afvragen wie we zijn, en hoeveel daarvan gebonden is aan de mogelijkheden van de plekken waardoor we worden omringd. De kroegen waarin we misschien liefde vinden, de musea, de bruggen, de nabijheid van pinautomaten. En we gaan ons er ook door realiseren dat, hoe grootsteeds en druk het leven in de stad ook lijkt, degenen van ons die er wonen zonder het zelfs maar te merken gewoonten en vriendschappen hebben gecreëerd die zo beperkt en specifiek zijn dat ze niets anders meer van de stad nodig hebben dan fatsoenlijk werkende wifi. De buitenwijk in een torenflat.
Passief-agressieve lasagne
Het kan natuurlijk zijn dat ik de boel vergoelijk, dat ik me schuldig voel vanwege mijn basale behoeften, me schaam voor mijn al te voorspelbare aftocht naar een praktisch huis met een fatsoenlijke vrieskist, maar ik leg jullie de theorie toch voor, en jullie mogen ermee doen wat je wilt.
Het duurt misschien even, als je je potten en pannen eenmaal hebt uitgepakt en door de straten loopt terwijl je je verwondert over de stilte, en een passief-agressieve lasagne van je buren in ontvangst hebt genomen. Het duurt misschien wel een maand. Maar langzaamaan zul je je realiseren… dat de stad er nog altijd is. Zelfs als je hier zit, en nadenkt over de inrichting van een ‘leeshoekje’, is de stad er nog. En zelfs als je er niet dagelijks doorheen marcheert, zullen er hopelijk nog restaurants zijn om je te verwelkomen als je uiteindelijk terugkomt voor een avondje uit, een museum, een staaltje van modernistische architectuur en een M&M’s World Store. Wij mogen de stad dan hebben verlaten, de stad verlaat ons nooit.
Een middelbare scholiere uit het Oostenrijkse Stiermarken bestrijdt dat er bewijs is dat mondkapjes besmetting met het coronavirus voorkomen. Ze klaagt daarom de staat aan omdat het verplichte gezichtsmasker ‘ernstige gevolgen kan hebben voor de psyche’.
De coronacijfers in Oostenrijk ontwikkelden zich dusdanig dat de overheid de teugels enigszins heeft laten vieren. Zo zijn sinds een week de scholen weer open, maar wel met de verplichting voor leerlingen om in de klas een mondkapje te dragen. De Oostenrijkse krant Die Presse schreef op maandag dat een vijftienjarige gymnasiaste een rechtszaak heeft aangespannen tegen de staat vanwege die mondkapjesplicht.
De scholiere wordt in haar zaak gesteund door het coronasceptische ‘Initiatief voor op bewijs gebaseerde corona-informatie’ (ICI). ICI heeft in Oostenrijk al meerdere demonstraties georganiseerd met coronasceptici die ageren tegen beperkende maatregelen door de overheid. De groep is tevens initiatiefnemer van een referendum over een ‘Wiedergutmachungsgesetz zu den Covid-19-Maßnahmen’, waarin herstelbetalingen worden geëist voor de gevolgen van alle coronamaatregelen door de Oostenrijkse regering.
In de aanklacht tegen de staat stelt de scholiere dat er geen bewijs bestaat dat het dragen van maskers besmetting met covid-19 kan voorkomen. Tegelijkertijd kunnen psychische en fysieke gevolgen niet worden uitgesloten wanneer mondkapjes permanent moeten worden gedragen, aldus de klacht. ICI heeft een video op YouTube gezet (zie boven) waarin Michaela Hämmerle, de advocaat van de studente, de maatregel strijdig met het proportionaliteitsbeginsel noemt. Ze noemt de mondkapjesplicht ‘een schending van rechtmatige belangen als leven en gezondheid, aangezien ernstige gevolgen voor de psyche van kinderen en jongeren niet kunnen worden uitgesloten’.
Hämmerle verwijst naar een Deens onderzoek waaruit zou blijken dat het dragen van een mondkapje geen significante bescherming biedt tegen besmetting. De scholiere eist in haar zaak dan ook dat ze geen gezichtsbescherming hoeft te dragen. Blijft de staat daar toch aan vasthouden, dan wil ze de federale overheid aansprakelijk stellen voor alle gevolgschade die wordt veroorzaakt door het dragen van een mondkapje. Mocht de rechtszaak van de scholiere succesvol zijn, dan is ICI van plan een grote collectieve procedure tegen de staat aan te spannen.
Popper suggereert vooral de ontwikkelingen in het grote buurland in de gaten te houden
Der Standard, een andere Oostenrijkse krant, schreef maandagmiddag dat de coronacijfers in Oostenrijk zich ondertussen niet ontwikkelen zoals gehoopt. In plaats van substantieel verder te dalen, blijkt het aantal nieuwe besmettingen per 100.000 inwoners de afgelopen zeven dagen te zijn gestegen. Desondanks houdt de regering vooralsnog vast aan versoepeling van allerlei maatregelen. Zo is er van een eventuele hernieuwde schoolsluiting geen sprake, zo liet het ministerie van Onderwijs aan de krant weten. Volgens het ministerie is het reguliere onderwijs net weer hervat na een harde lockdown en het klassikale onderwijs zal zeker worden voortgezet tot 23 december.
De regering zegt ook vast te houden aan het plan om hotels en restaurants vanaf 7 januari onder bepaalde voorwaarden weer te openen. Simulatieonderzoeker Niki Popper vraagt zich af of dat voornemen wel zo verstandig is. ‘Als we in de kerstvakantie niet de waarde van minder dan 1000 nieuwe besmettingen per dag halen, moeten we goed nadenken of verdere versoepelingsstappen mogelijk zijn na de vakantie.’ Sterker nog: in plaats van heropening van hotels en restaurants vanaf 7 januari te overwegen, zouden besluitvormers beter kunnen gaan nadenken over hoe verder te gaan als het aantal besmettingen blijft stijgen. Met nieuwe beperkingen, of door beter en vaker te testen en te traceren, of door implementatie van isolatiestrategieën? Duitsland gaat woensdag over op een strikte lockdown en Popper suggereert dan ook vooral de ontwikkelingen in het grote buurland in de gaten te houden.
Corona heeft de wereld niet alleen in een gezondheidscrisis en een recessie gestort, het luidt volgens Capital ook een nieuw economisch bestel in, nu belangrijke principes van het kapitalisme buiten werking zijn gesteld.
Toen Berlijn in het voorjaar wegkwijnde, toen de meeste kantoren, restaurants en hotels waren gesloten en er geen toerist te bekennen was, werd één gast on-gewoon vaak in de hoofdstad gesignaleerd: Carsten Spohr, de baas van Lufthansa. Vaak zat hij te lunchen bij Midtown Grill op de Potsdamer Platz, waar ze uitstekende hamburgers serveren, maar vanwaar je ook de belangrijkste adressen – zoals het ministerie van Financiën en het kantoor van de Bondskanselier – snel te voet kunt bereiken. Na een paar minuten van de zon en de frisse lucht te hebben genoten, begaf de baas van Europa’s een-na-grootste luchtvaartmaatschappij zich dan naar bijeenkomsten met advocaten, ambtenaren, staatssecretarissen en ministers.
Op dat moment mocht het merendeel van de bijna zevenhonderd Lufthansa-vliegtuigen niet meer vliegen en zag de luchtvaartmaatschappij elk uur 1 miljoen euro verdampen. Spohr wist dat er maar één partij was die hem nu nog kon helpen: de overheid.
Zoals bekend had hij succes, want in juni redde de federale regering Lufthansa met een staatsbelang en een lening voor een totaalbedrag van 9 miljard euro. Maar dat was nog maar het begin. Ook reisconcern Tui kreeg een kapitaalinjectie, en nog eens dertig bedrijven – waaronder werven, staalconcerns en toeleveranciers in de auto-industrie – hebben Berlijn inmiddels laten weten dringend geld nodig te hebben. De regering heeft voldoende kapitaal gereserveerd, in de eerste ronde alleen al 100 miljard euro voor staatsdeelnames.
Corona heeft de wereld niet alleen in een gezondheidscrisis en een recessie gestort, het luidt ook een nieuw economisch bestel in. Belangrijke principes van het kapitalisme zijn buiten werking gesteld en de overheid dringt diep door in bedrijven, branches en markten. Centrale banken, staatshuishoudingen en bedrijven zijn met elkaar ‘verstrengeld als een bord spaghetti’, zegt top-investeerder Mohamed El-Erian.
In een crisis als deze lijkt de overheid het enige instituut dat het vliegwiel van de economie weer kan aanzwengelen, en daarom komt ze overal tussenbeide. Sinds maart is dat ook noodzakelijk, om het verlies van miljoenen banen te voorkomen. Wat dit aangaat hebben regeringen en centrale banken geleerd van de economische crises in het verleden. En toch heerst er bij veel mensen een diep gevoel van onbehagen: waar leidt dit toe op de lange termijn?
Die vraag is des te meer gerechtvaardigd als je ervan uitgaat dat de nieuwe macht van de overheid niet met het virus zal verdwijnen. Als we zijn bekomen van de schrik over de pandemie, zullen de oude twijfels terugkeren over de zegen van een vrijemarkteconomie, over de grote belofte van het kapitalisme dat het groei en welvaart voor iedereen zal brengen. En misschien zullen die twijfels zelfs nog dringender zijn. Daarom heeft Joe Biden, de verkozen president van de Verenigde Staten, een plan gemaakt voor een nieuw pakket van 3 à 4 biljoen dollar. Duizenden miljarden dus voor de gezondheidszorg, de consumptie, de modernisering van de openbare infrastructuur, de ecologische energietransitie, zuinigere auto’s, nieuwe koelkasten.
Natuurlijk zullen er nog altijd bedrijven en branches zijn waarvoor het business as usual is, die winst maken en gezond zijn – dat is zoals gewoonlijk een kwestie van vraag en aanbod. Ook zullen er op de financiële markten elke dag weer biljoenen de wereld over worden gejaagd. En toch breekt er een nieuw tijdperk aan voor het kapitalisme.
De dag dat de oude wereld teloorging, was 9 maart van dit jaar. De financiële markten waren al langer nerveus, maar die maandag stortten de beurzen en de grondstoffenmarkten in – de olieprijs daalde met ruim een kwart, de aandelenmarkten met 8 tot 10 procent. De besluiten die de belangrijkste centrale banken van de wereld in de dagen daarna namen, waren en zijn ongekend. De Amerikaanse Fed koopt sindsdien onbeperkt staats- en bedrijfsobligaties op. De Europese Centrale Bank (ECB) kwam eveneens met een extra programma om alle mogelijke waardepapieren op te kopen. Bijna veertig andere centrale banken over de hele wereld volgden die voorbeelden.
Dit soort interventies van centrale banken hebben iets onwerkelijks, door de onvoorstelbare bedragen en het hoge abstractieniveau. En ons dagelijks leven gaat gewoon door. We werken, doen boodschappen, proberen opdrachten binnen te slepen of wachten tot het leven weer is genormaliseerd. Maar ook wij merken de effecten van het vele geld; zo hebben de beurzen sinds de crash in maart 30 tot 40 procent aan waarde gewonnen en zijn ook de huizenprijzen in Duitsland onverstoorbaar verder gestegen. Wie voor de crisis vermogen had, zal tijdens de crisis waarschijnlijk nog rijker worden.
Geld speelt geen rol meer, is het devies van de postcoronawereld
Circa 2800 miljard euro aan staatsobligaties heeft de ECB inmiddels opgekocht, waarvan 700 miljard euro sinds eind maart. Van alle nieuw aangegane schulden door de eurolanden in 2020 heeft de centrale bank ruim 70 procent overgenomen. Nog eens 600 miljard euro heeft de ECB gestoken in bedrijfs- en consumentenleningen en pandbrieven. In totaal hebben de Fed, de ECB, de Bank of England en de Bank of Japan inmiddels schulden opgekocht ter waarde van omgerekend circa 18 biljoen dollar.
Het aanbod van de centrale banken in 2020 luidt dus: om de boel in coronatijd en daarna draaiende te houden verlenen we onbeperkt krediet. Geld speelt geen rol meer, is het nieuwe devies van de postcoronawereld. En als bedrijven aarzelen, delen regeringen gewoon uit aan het volk. ‘De schuldenlast van de overheid is irrelevant,’ zegt de invloedrijke Amerikaanse econoom Stephanie Kelton in een interview met Capital.
Paradigmaverschuiving
Historicus en econoom Adam Tooze heeft dit beleid als geen ander geanalyseerd. Hij zegt: ‘De kredietsystemen voor het bedrijfsleven zijn nauw verbonden met de staatshuishoudingen en de centrale banken.’ De scheiding tussen het fiscale en het monetaire beleid, vele decennia een dogma van het kapitalisme, is ten grave gedragen. Michael Heise, hoofdeconoom van vermogensbeheerder HQ Trust, spreekt van een ‘paradigmaverschuiving’ en waarschuwt: ‘Er wordt niet gesproken over de mogelijke gevolgen voor de lange termijn.’
De effecten van dit beleid zijn bijvoorbeeld te zien in de auto-industrie. Er zijn maar weinig branches waar de handel zo vaak via schulden verloopt. Deze nemen de vorm aan van leasecontracten of leningen, meestal van de huisbanken van de autofabrikant, die het geld daarvoor via obligaties verkrijgen. Zowel de leningen als de obligaties worden uiteindelijk opgekocht door de ECB, die al voor corona over circa 40 miljard euro aan obligaties en gesecuritiseerde leningen beschikte. Dat zou inmiddels wel eens aanzienlijk meer kunnen zijn. Het ontvangen geld van de ECB is beschikbaar voor nieuwe leningen, nieuwe auto’s of – via op de pof gefinancierde overheidssubsidies – voor elektrische auto’s.
In principe zijn er twee mogelijkheden voor de overheid om de conjunctuur te ondersteunen. Ten eerste door de consumptie te stimuleren, bijvoorbeeld via belastingverlagingen of cheques. Daarvan profiteert iedereen, maar dergelijke instrumenten zijn duur en het effect ervan is omstreden. Daarom nemen regeringen graag hun toevlucht tot gerichte hulp aan bedrijven en branches. Afgezien van de btw-verlaging is Duitsland met het conjunctuurpakket van 130 miljard euro vooral deze tweede weg ingeslagen. Directe hulp heeft verschillende voordelen, want het is beter te sturen en regeringen kunnen er doelen aan verbinden die ze belangrijk vinden.
Verzekeringsbedrijf
Zo trok de federale regering tot 9 miljard euro uit voor de opbouw van een waterstofeconomie, 5 miljard voor verbetering van het mobiele netwerk, 5 miljard voor kunstmatige intelligentie, 2,5 miljard voor de uitbreiding van de elektromobiliteit, nog eens 2 miljard voor de auto-industrie, 1,2 miljard voor nieuwe bussen en vrachtwagens, 1 miljard voor luchtvaartmaatschappijen die nieuwe vliegtuigen kopen (Lufthansa) en 2 miljard voor bouwbedrijven. ‘Alleen wie geen belangenbehartiger aan tafel had, stond met lege handen,’ zegt econoom Jan Schnellenbach hierover.
János Kornai, een voormalig hoogleraar economie aan de Harvard-universiteit, beschreef in 1986 wat er gebeurt wanneer bedrijven zich tot de overheid richten voor geld: ‘De bedrijfsleiding houdt zich dan niet bezig met de verkopen en de markt, maar met contacten met de bureaucratie.’ De overheid ‘functioneert dan als een allesomvattend verzekeringsbedrijf’, schreef Kornai. ‘Ze neemt alle verantwoordelijkheid voor riskante transacties op zich.’
Groei en welvaart
Lang voor corona zette econoom Mariana Mazzucato al vraagtekens bij het belangrijkste principe van liberale economen, namelijk dat groei en welvaart het best gedijen daar waar ondernemers ongehinderd zaken kunnen doen. Dat standpunt werd het felst verdedigd door de Oostenrijkse econoom Friedrich August von Hayek. Mazzucato bracht daartegen in dat alle varianten van hayekiaanse idealen – hoe mild ook – naïef zijn. Volgens haar onderschatte Hayek de rol van de overheid als ondernemer en manager schromelijk, omdat die tegenwoordig niet alleen de regels bepaalt, maar ook ideeënleverancier, grondlegger, financier en ontwikkelaar is. Van het begin van de spoorwegen tot de uitbreiding van atoomenergie en de ontwikkeling van internet, telkens hadden regeringen geld verstrekt, ideeën ingebracht, opdrachten gegeven en prioriteiten gesteld.
Zo beschouwd is de nieuwe rol van de overheid geen blinde escalatie, maar een consequente uitbreiding. Maar wie betaalt, wil meepraten, en die kans laten politici zich niet ontgaan. Integendeel: net als in de VS en Frankrijk, waar actief industriebeleid traditie is, willen ook de meeste Duitse politici in deze crisis niet meer het verwijt krijgen dat ze alleen maar geld aan het uitgeven zijn. Zo is er niet simpelweg een kooppremie voor auto’s, maar een voor de mobiliteitstransitie.
Maar wie dit interventiebeleid volgt, raakt al snel verstrikt in een spiraal van interventies. Aan de basis van elektromobiliteit lag de wens om de CO₂-uitstoot op straat terug te dringen. Daarom werden er voor fabrikanten reductiedoelstellingen geformuleerd; en omdat elektrische auto’s geen uitlaatgassen uitstoten, werden die met nul uitstoot in de berekeningen opgenomen. De autofabrikanten begonnen dus met het ontwikkelen van elektrische auto’s, zij het aarzelend, want de klanten bleven sceptisch. Dus greep de federale regering opnieuw in, dit keer met miljarden voor koopprikkels en de uitbreiding van het aantal laadpalen. Maar omdat ook dat niet voldoende was, kregen autofabrikanten subsidie voor de ontwikkeling van voertuigen, het onderzoek naar nieuwe accu’s en het opzetten van accufabrieken in Duitsland. En dit jaar zijn er ook nog eens hogere subsidies voor de aankoop.
‘De ECB zou de schulden voor eeuwig moeten laten staan’
Nu worden er inderdaad meer elektrische auto’s verkocht. Maar doordat de verkoop van benzine- en dieselauto’s slecht loopt, groeit de hoop – ook onder bedrijven die te lijden hebben onder de transformatie van de branche – op een volgende interventie van de overheid, in elk geval een verlenging van de werktijdverkorting tot eind 2021. Dan zijn de bedrijven tenminste de last van de loonbetalingen kwijt. De last om in de verkeerde tijd de verkeerde producten te fabriceren weegt dan nog maar half zo zwaar.
Groei noch winst
Martina Merz is niet te benijden. De algemeen directeur van staalconcern ThyssenKrupp strijdt op tal van fronten en na de verkoop van het enige bedrijfsonderdeel waarvan nog groei en winst mocht worden verwacht, de liftentak, is er niet veel meer over waarvan ze nog iets van een toekomstplan kan smeden. Sinds de zomer maakt ze er dan ook geen geheim van: ‘Staatsdeelname is een optie.’ En de politiek zegt geen nee, maar zegt momenteel alleen dat er een onderzoek naar loopt.
Een directe deelname van Duitsland zou prima in het plaatje passen: van Lufthansa, van Tui, en zelfs van de farmaceutische start-up CureVac in Tübingen, die als toonaangevende ontwikkelaar van een coronavaccin bepaald niet krap bij kas zit, heeft de federale regering bijna een kwart van de aandelen. Waarom dus niet ook van een staalconcern? Zo ontstaan perspectieven, zeggen politici. Of ‘zombie-bedrijven’ die zonder overheidshulp helemaal niet meer kunnen bestaan, waarschuwen economen.
Een deelname in ThyssenKrupp roept twee vragen op, die veel verder strekken dan het bedrijf en de crisis. De eerste luidt: hoeveel verandering en hoeveel vernieuwing staan we nog toe in onze economie? De thuisbasis van de staalgigant, het Ruhrgebied, is eigenlijk aansporing genoeg om een structuurverandering niet doelloos decennialang uit te stellen [het Ruhrgebied had in de tweede helft van de twintigste eeuw al te maken met een kolen- en staalcrisis]. Uit een onderzoek in opdracht van Allianz bleek onlangs dat er in Europa inmiddels zo’n dertienduizend bedrijven zijn, met in totaal negen miljoen werknemers, die eigenlijk te veel schulden hebben en alleen nog dankzij de lage rente overleven. Analoog aan de zombiebedrijven spreken de auteurs van ‘zombiebanen’.
De tweede vraag betreft de capaciteiten van de overheid, die controle zal willen uitoefenen op de deelname in beurs-genoteerde concerns. Maar er zijn nu al minstens dertig bedrijven die een staatsdeelname verlangen – en die lang niet allemaal zo professioneel zullen worden geleid als een DAX-concern. Waar zijn de ambtenaren, de juristen, de accountants en de bedrijfseconomen in overheidsdienst die dit deelnamemanagement op zich moeten nemen? Het gevaar dat de overheid met een groot aantal deelnames het overzicht kwijtraakt, ligt nadrukkelijk op de loer. Ze kan zich niet genoeg vakkennis eigen maken.
Toch klinken zelfs de duidelijkste liberale stemmen inmiddels gereserveerd. Zo zegt Karen Horn, oud-voorzitter van de Hayek-Gesellschaft, dat de situatie lastig is: eerst het Chinese staatskapitalisme als tegenmodel van het democratische kapitalisme in het Westen en nu ook nog corona – waarschijnlijk is dat te gecompliceerd voor de oude leer van de pure markteconomie. Zelfs ThyssenKrupp had zich zonder corona mogelijk weten te herpakken, en Tui en Lufthansa hadden waarschijnlijk zelfs uitstekende zaken gedaan. ‘Om dat ten onder te laten gaan vond ook ik verkeerd,’ zegt Horn. ‘Als zich ooit een keynesiaanse situatie heeft voorgedaan, dan is het nu wel.’
De belangrijkste functie van de markt – de beste verdeling van schaarse middelen – is niet meer van toepassing, althans niet overal en onbeperkt. De plaats van de markt wordt steeds meer ingenomen door redders, regelgevers, politici en ambtenaren. Ze bepalen niet alleen de regels, maar ook de koers, producten en productienormen. Of bedrijven daarmee tegemoetkomen aan de wensen van hun klanten, en of ze daarmee winst zullen maken, is van secundair belang. De overheid staat borg.
De aansprakelijkheid van ondernemers en managers wordt vervangen door een staatsverzekering, waarbij het eigen risico in geval van schade omgekeerd evenredig is met de grootte van het bedrijf. Heette het na de financiële crisis van 2008-2009 dat banken nooit meer zo groot mochten zijn dat hun faillissement niet kon worden geriskeerd met het oog op de gezondheid van de reële economie, vandaag de dag geldt dit voor grote delen van juist die reële economie, voor zowel bedrijven als hun personeel: we zijn allemaal too big to fail.
Des te meer als de crisis van het kapitalisme langer gaat duren dan de pandemie. Over twee, drie jaar, als het virus hopelijk geen schrik meer inboezemt, treden de oude problemen weer op de voorgrond en waarschijnlijk nog nadrukkelijker: de groei zal nog altijd mager zijn, de kloof tussen arm en rijk zal groter zijn geworden. Langlopende onderzoeken tonen aan dat het stimulerende effect van schulden op de groei gestaag afneemt, maar dat de verhouding schulden-vermogen stabiel blijft. Het zullen dus vooral de rijken zijn die door de met schulden gefinancierde coronaprogramma’s nog rijker worden. Dat zal helemaal tot de conclusie leiden dat de markt alleen het niet klaarspeelt en dat we een sterke overheid nodig hebben die financiert, opricht en op gang helpt. Waarbij de centrale banken nog altijd voor het geld zorgen.
Vermogensbeheerder Jens Ehrhardt, een marktliberaal van de oude school, beschouwt de huidige weg desondanks als de enige mogelijke. Over een paar decennia kun je het erover hebben wat je met al die schulden doet, zegt hij.
‘De ECB zou de schulden gewoon voor eeuwig moeten laten staan,’ stelt hij in een interview met Capital, ‘of ze meteen helemaal moeten afschrijven’. Zo’n schuldsanering, de bevrijding van oude verplichtingen, zou voor Ehrhardt zelfs een manier zijn om afscheid te nemen van de staatseconomie – en terug te keren naar de markteconomie.
In Chengdu, in het westen van China, werd het privéleven van een jonge vrouw die besmet was met het coronavirus openbaar gemaakt op sociale media. Ze kreeg een golf van online haat en bedreigingen over zich heen.
‘Als je eenmaal besmet bent met het coronavirus, heb je dan geen recht meer op privacy?’ schrijft Phoenix Weekly uit Hongkong. Het antwoord is duidelijk nee – in China althans.
Dinsdag publiceerde de Gezondheidscommissie van de stad Chengdu, de hoofdstad van provincie Sichuan, informatie op het sociale netwerk Weibo over drie mensen die met covid-19 besmet waren. Het betreft een familie die bestaat uit een jonge vrouw en haar twee grootouders. ‘Patiënt 1: Zhao, vrouw, 20 jaar oud, zonder vast werk.’
De gezondheidscommissie heeft ook de verblijfplaats van de familie bekendgemaakt, zoals gebruikelijk sinds het begin van de epidemie. Ze vermeldde alleen de wijk waar de familie woont, maar heeft wel de exacte locaties aangegeven die de jonge vrouw de afgelopen veertien heeft bezocht, zoals het park, een nagelsalon, een restaurant en drie bars, die allemaal met naam en toenaam worden genoemd.
Delen van Chengdu werden afgesloten om het virus meteen in te dammen, waardoor velen zich beklaagden over de overlast die dat veroorzaakte. Maar al snel richtten de pijlen van het publiek zich op de levensstijl van de jonge vrouw en begonnen de slutshaming en online haat, aldus de Hongkongse krant South China Morning Post.
South China Morning Post maakte een item over het rigoureuze ingrijpen in Chengdu om het virus in te dammen na recente gevallen.
Klopjacht
Internetgebruikers organiseerden een klopjacht naar het identiteitskaartnummer van de vrouw, foto’s, voor- en achternaam en haar exacte adres, die vervolgens werden gepost op Chinese sociale netwerken, samen met een minutieus verslag van waar ze allemaal was geweest. Bijvoorbeeld: ‘Op 2 december bezocht ze rond 18 uur ’s avonds haar grootouders en heeft ze vervolgens dertig minuten met hen gegeten’, of: ‘Om 14.00 uur op 5 december verliet ze haar woning om een pakketje op te halen.’
In China wordt de publicatie van nauwkeurige gegevens over de plaatsen die door geïnfecteerde mensen worden bezocht, beschouwd als een effectieve manier om de verspreiding van de epidemie tegen te gaan: zo blijft iedereen waakzaam en kunnen de contacten van de besmette persoon worden nagetrokken. Maar die aanpak heeft ernstige gevolgen gehad voor deze jonge vrouw, die een lawine van persoonlijke aanvallen over zich heen kreeg.
Massaal vielen de internetgebruikers over haar openbaar gemaakte uitgaansleven, toen het volgende werd gepost: ‘Om middernacht op 6 december nam ze met vier vrienden een taxi naar de Haiwuli-bar, waar ze tot 3 uur ’s nachts bleven. Toen nam ze met drie van de vier vrienden een taxi naar de Heben-bar.’
‘Koningin van de bar’
Kort daarna werd het slachtoffer door Chinese reageerders de ‘koningin van de bar’ genoemd. Ook werd ze aangevallen op haar losbandigheid: ‘Op haar leeftijd heeft ze plezier in bars, in plaats van dat ze thuisblijft. Ze is geen goed mens’ en: ‘Ze is 20, ze zit niet op school, heeft geen werkt, ze huurt een flat in haar eentje en hangt rond in bars. We weten allemaal wat ze echt doet.’
Anderen verdedigden Zhao, aldus SCMP. Catch Up, een Weibo-blog dat zich richt op gendergelijkheid, zei dat Zhao’s levensstijl veel voorkomt onder jongeren en dat ze niet bekritiseerd moet worden.
Het lijkt erop dat de officiële media een beslissende rol hebben gespeeld in deze openbare lynchpartij
CCTV, het grootste televisiestation van China, probeert de zaak op Weibo te kalmeren door te schrijven dat ‘angst voor de epidemie geen aanleiding mag geven tot een dergelijke uitbarsting van online geweld’. Toch lijkt het erop dat de officiële media een beslissende rol hebben gespeeld in deze openbare lynchpartij. Met name een artikel van het Volksdagblad, de krant van de Communistische Partij, met de kop: ‘Dringend opsporingsbericht’, waarin de gangen van de jonge vrouw werden gespecificeerd. De officiële partijkrant verspreidde dus privacygevoelige aanwijzingen met het doel haar op te sporen.
‘Niet zo lang geleden plaatste de overheid op WeChat de telefoon- en identiteitskaartnummers van mensen in mijn stad die als contactpersonen werden geïdentificeerd’, zei een internetgebruiker op Weibo. ‘Als dit zo doorgaat, is niemand veilig voor [online haat]’, schreef een ander.
Een 24-jarige man is gestraft voor het verspreiden van persoonlijke informatie van de jonge besmette vrouw, meldt South China Morning Post. SCMP laat ook weten dat het slachtoffer een verklaring heeft gepost dat zij en haar familie online zijn aangevallen en dat ze bedreigingen heeft ontvangen op haar telefoon. Ook schrijft ze dat ze niet zou zijn uitgegaan als ze wist dat ze besmet was. ‘Ik heb toevallig covid-19 gekregen, ik ben ook een slachtoffer.’
Pedro Greco is een van de vijfduizend Argentijnen die zich vrijwillig hebben aangemeld om een coronavaccin te testen. Sinds de eerste prik houdt hij in het tijdschrift Anfibia een dagboek bij. Greco beschrijft hoe het is om niet te weten waarmee je geïnjecteerd bent, maar ook over de voldoening die het geeft om je lichaam uit te lenen aan de wetenschap.
Maandag 31 augustus 2020
Eerste bezoek: vanaf nu ben ik V.5674
Het kwam niet door het bloed. Ook niet door de naald. En ook niet door de prik. Het was al bijna voorbij toen ik flauwviel. Ik werd weer bij kennis gebracht door een windvlaag in mijn gezicht. Twee mensen wapperden met een paar witte blaadjes (waarschijnlijk het toestemmingsformulier van 29 pagina’s, het enige wat voorhanden was in al die klinische kilheid). Ik herinnerde me het laatste waarover ik het had gehad met de dokter, voordat ik flauwviel: hoe nobel het was om je lichaam ter beschikking te stellen van de wetenschap.
Het kwam niet alleen door het epische moment. Dit gebeurt iedereen met een lage bloeddruk als hij of zij bloed afstaat. Ik bleef een half uur lang zitten. Ze namen twee keer mijn bloeddruk op. Toen ik was bijgekomen, durfde ik het te vragen. ‘We hebben drie buisjes afgenomen,’ vertelden ze. Ik zou kunnen zeggen dat ik mijn angst heb overwonnen, ware het niet dat ik in de twee jaar dat dit onderzoek naar een vaccin tegen covid-19 zal duren nog vier keer bloed moet afstaan.
Ik ben verre van alleen: aan deze fase van het project doen dertigduizend mensen mee, in de Verenigde Staten, Duitsland, Brazilië en Argentinië
‘Probeer de volgende keer te gaan liggen,’ zei de vrouw die mijn bloed had afgetapt, en die ik nu niet meer herkende – spatbril, mondkapje en een wegwerpschort – voordat ze wegliep.
Stipt om drie uur ’s middags haalde een taxi me op bij mijn huis in Lanús [een voorstad van Buenos Aires]. Veertig minuten later kreeg ik bij binnenkomst in het militair ziekenhuis een plastic tas met daarin een flesje water, een mueslireep, drie zuurtjes, een pak met vijf biscuitjes, een flesje handgel, een digitale thermometer die nog in de verpakking zat en een medisch mondmasker. Ze vroegen of ik mijn effen zwarte mondkapje wilde afdoen en het nieuwe wilde opzetten. Ik was nog nooit hier in deze witte kolos in Las Cañitas [een wijk in Buenos Aires] geweest. Van het moment dat je met de auto de eerste slagboom voorbijrijdt totdat je uitstapt, houden mensen in groene camouflagepakken je drie keer staande.
HMC V G3 / 123-5674
Vanaf vandaag zegt mijn dossier dat ik een heleboel nummers en hoofdletters ben: ‘HMC V G3 / 123-5674’. HMC: Hospital Militar Central [het militair ziekenhuis]. V: Voluntario [vrijwilliger]. En G3? Geen idee. Misschien een verwijzing naar de derde fase van het onderzoek? Het is goed mogelijk dat de rest ook HMC, V en G3 is. Wat ik daadwerkelijk ben geworden is een nummer: 5674, het nummer naast mijn naam dat de dokters bij mijn eerste bezoek bij elke stap met gele markeerstift op een lijst afstrepen. Ik ben ook een aankomstnummer, 4de vrijwilliger van de dag, en een spreekkamernummer, C36.
Ik was geen moment alleen. Ik werd overal naartoe geleid, altijd onder begeleiding van iemand met een groene map met de papieren die mij moeten voorstellen gedurende het onderzoek van Pfizer en Biontech. Ik ben verre van alleen: aan deze fase van het project doen dertigduizend mensen mee, in de Verenigde Staten, Duitsland, Brazilië en Argentinië. In Argentinië zijn we met vijfduizend proefpersonen.
Voordat ik flauwviel, las ik met Mariano, de dokter die me was toegewezen, een voor een de beide kanten van de vijftien pagina’s van het toestemmingsformulier (front and back, zou Ross van Friends zeggen), dat ik in tweevoud tekende. Waar het onderzoek om draait, voorwaarden, verplichtingen, voorzorgsmaatregelen, wie er toegang heeft tot je gegevens en wat ze daarmee mogen doen (dit is het exacte moment waarop fanatieke complotdenkers zouden afhaken), wanneer de aankomende bezoeken gepland staan en wat je dan te wachten staat.
Vragen
Ze willen voortdurend weten of je nog vragen hebt. In het document staat: ‘Ik heb dit toestemmingsformulier voor het hiervoor beschreven onderzoek gelezen en begrepen, en ik heb de kans gehad om vragen te stellen.’
Waaruit bestaat het vaccin? Waarom doen ze bloedtesten bij mensen die het placebo hebben gekregen? Kan iedereen antistoffen opbouwen? Wanneer weten ze of het werkt of niet? Deze en andere prangende vragen – misschien lachwekkend voor een dokter – waren te horen in spreekkamer 36. Alle voorwaarden waarmee je instemt als je tekent, kunnen van het ene op het andere moment worden herroepen. Als je ermee wilt stoppen, hoef je het maar te zeggen. Als je wilt dat ze je gegevens vernietigen, doen ze dat.
Laatste stop van de tour. Half zeven ’s avonds. Overgeleverd aan dat reusachtige doolhof waar ik de afgelopen anderhalf uur doorheen ben geleid, kom ik bij een zaal met tien school-banken. Ik heb nog steeds een raar gevoel in mijn neus van het wattenstaafje. Op elke tafel staan een flesje met handgel en een prullenbakje. Aan elke kant van zaal zitten vijf proefpersonen. Achterin, in het midden, in een soort van panopticum, zitten twee dokters in een elfde bank.
Op de panelen die de proefpersonen van elkaar scheiden is een papier geplakt. Aan één kant staat, in hoofdletters op een zwarte achtergrond: ‘in afwachting van vaccin’, het teken voor degene die ons moet prikken – die voordat ze dat doet vriendelijk vraagt: ‘Welke arm heb je het liefst?’ Linkerarm. En prik. Aan de andere kant van het papier staan op een oranje achtergrond twee kolommen: ‘begin’ en ‘einde’. De dokter noteert het tijdstip van de injectie en dat van de controle waarbij wordt gekeken hoe het gebied rond de injectie na een half uur reageert.
Om voor de hand liggende redenen mag je niet iemand meenemen. Misschien laten ze me daarom nooit alleen.
Zaterdag 19 september 2020
Dag 20: De tweede dosis
‘Voordat we beginnen: wordt hier mijn bloed afgenomen? De vorige keer zeiden ze dat ik beter op de behandeltafel kon gaan liggen…’
In de kamer van twee bij drie meter is geen ruimte voor een behandeltafel. Wel voor een gewone tafel, twee stoelen, handgel, ontsmettingsalcohol en mijn groene map. De woorden van Nati, de dokter die mij dit keer is toe-gewezen, nemen mijn zorgen weg. Het tweede bezoek is het enige van de zes waarbij geen bloed wordt geprikt.
Opnieuw de vragen: sommige bekend, andere nieuw. Allemaal beantwoord ik ze met nee. Als ik te lang wacht met antwoorden, selecteert de dokter al de optie ‘nee’ op haar tablet voordat ik iets zeg. Geen klachten tussen het eerste en het tweede bezoek, geen symptomen van covid-19, geen medicijnen, geen onderliggende aandoeningen. Nee, ik neem geen corticosteroïden. Nee, ik doe niet mee aan een ander onderzoek. Nee, ik werk niet bij een van de twee laboratoria. Nee, mijn familieleden ook niet.
En wanneer is het vaccin beschikbaar? Ik ben opgehouden te tellen hoe vaak me dat is gevraagd
Ik loop door het ziekenhuis alsof ik er al mijn hele leven word behandeld. Van de receptie op de begane grond naar spreekkamer 32 op de tweede verdieping. En daarna door naar de vijfde, waar ze me nog meer vragen stellen, een neus-swab afnemen, nog meer vragen, het vaccin (of een placebo), en wacht hier een half uur, laat je arm eens zien, nog meer vragen, doe het rustig aan en we zien je over een maand.
Ze leggen veel meer nadruk op de mogelijke symptomen dan de vorige keer. Met de tweede dosis is de behandeling voltooid en kan ik mogelijk koorts of spierpijn krijgen. ‘Elke acht uur ibuprofen of paracetamol,’ raden ze me aan. Als het niet stopt, moet ik in mijn portemonnee het kaartje opzoeken dat ik drie weken geleden heb gekregen met daarop het nummer dat ik dan moet bellen. ‘Daar kunnen ze je helpen.’
Effectief
En wanneer is het vaccin beschikbaar? Ik ben opgehouden te tellen hoe vaak me dat is gevraagd. Ik weet het niet, en ook Pfizer, Biontech, of zelfs maar het militaire ziekenhuis, weten dat niet. Natuurlijk heb ik het bij het eerste bezoek gevraagd. Zoals dokter Mariano me vertelde, zouden ze in oktober of november de balans kunnen opmaken en kunnen zien of het effectief is geweest bij de 50 procent die de twee doses van het vaccin hebben gekregen.
In principe. Mogelijk duurt het langer doordat de laboratoria hebben voor-gesteld om de onderzoeksgroep in de derde fase uit te breiden: van 30.000 proefpersonen zouden het er 44.000 worden om ‘een diverse bevolkingssamenstelling’ te kunnen onderzoeken. Drie weken geleden gaven ze een datum, vandaag een andere en over een maand misschien weer een andere. We zullen geduld moeten hebben en blijven het op de voet volgen.
Vaccin: Stand van zaken
In november meldden Pfizer en Biontech dat hun vaccin in ruim 95 procent van de gevallen effectief is. Onder andere de EU heeft dit Pfizer/Biontech-vaccin ingekocht. Op dit moment is het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) bezig met de evaluatie ervan. De verwachting is dat er in het eerste kwartaal van 2021 in Nederland kan worden gestart met vaccineren. Het Verenigd Koninkrijk heeft het vaccin al goedgekeurd en is begonnen met het inenten van mensen in verzorgingstehuizen.
De EU-top van donderdag en vrijdag moet het Pools-Hongaars tegen het rechtsstaatmechanisme breken. Europese commentatoren staan vrijwel unaniem achter de strenge opstelling van de EU.
‘Europa is in nood’, opent het commentaar van Der Tagespiegel. Het veto van Polen en Hongarije tegen het financiële pakket van de EU ter waarde van ruim 1800 miljard euro, bedreigt de slagkracht van de EU. Als de regeringleiders op de EU-top van donderdag en vrijdag geen overeenstemming bereiken, zal de EU zich voor het eerst in dertig jaar met een noodbegroting moeten behelpen. Geld voor onderzoek en infrastructuur kan dan niet meer worden uitbetaald. Het pakket bestaat uit de meerjarenbegroting 2021-2027 van bijna 1100 miljard euro en het coronaherstelfonds van 750 miljard euro.
De Süddeutsche Zeitung is dan ook van mening dat ‘Merkel zich van haar strenge kant moet laten zien’. De Duitse bondskanselier heeft vanwege het Duitse voorzitterschap van de Europese Raad de leiding tijdens de EU-top. Merkel heeft altijd geprobeerd om eenheid te bewaren in de EU, maar als het gaat om ‘de democratie en de rechtstaat, is een klassiek Europees compromis uitgesloten’, aldus het Münchense dagblad.
Druk
Maar de EU heeft genoeg middelen om de dwarsliggende landen onder druk te zetten, aldus SZ. ‘Het is mogelijk om het coronaherstelfonds op te starten zonder Polen en Hongarije. Vooral Polen zou dit geld pijnlijk missen. Beide landen zouden er bovendien onder lijden als de EU met een noodbegroting komt. (…) Het is terecht dat Brussel nu openlijk dreigt met “Plan B” en eist dat de twee regeringen nog vóór de top stoppen te dreigen met een veto. Hoe geloofwaardiger de druk van Brussel is, des te moeilijker zal het voor Polen en Hongarije worden om te bepalen of ze werkelijk bereid zijn de prijs voor hun veto te betalen ten koste van hun eigen volk.’
Manfred Weber, voorzitter van de Europese Volkspartij, verklaart tegen Bloomberg dat hij het veto van Polen en Hongarije ‘onverantwoordelijk’ vindt.
Het Poolse weekblad Polityka verwacht dat Polen eerder zal buigen dan Hongarije. ‘Het blijft de centrale vraag of Viktor Orbán wordt gedreven vanuit een ideologisch principe [namelijk dat de EU niets te zeggen heeft over de Hongaarse rechtsstaat], in welk geval een veto nauwelijks te vermijden is, of dat hij vooral wil voorkomen dat er consequenties volgen wanneer wordt ontdekt dat er met EU-middelen is gefraudeerd. Polen wordt beschouwd als een minder harde noot om te kraken. In zijn huidige vorm zou het ‘geld in ruil voor controle op de rechtsstaat’-plan aanvaardbaar zijn voor de PiS-regering, aangezien de EU-fondsen in ons land min of meer correct worden beheerd.’
Voor de Hongaarse onafhankelijke anticorruptieorganisatie K-Monitor is het evident dat Orbán aan zijn veto vasthoudt uit angst voor de aanpak van fraude in Hongarije. ‘Ik ben er vrij zeker van dat dit een van de redenen is waarom Orbán zijn veto uitsprak over het wetsvoorstel,’ zegt Sandor Lederer tegen Le Monde. Lederer is de directeur van K-Monitor en heeft zich de laatste jaren gericht op de vastgoedactiviteiten van familieleden van Orbán. Een van de verdachte vastgoedprojecten die met Europees geld werden gefinancierd, is een voetbalstadion met 4500 zitplaatsen in het Hongaarse dorp Felcsut, dat maar 1800 inwoners telt en het geboortedorp is van Orbán. [Lees hierover ook dit artikel uit 360: De roekeloze voetbalobsessie van Viktor Orbán.]
‘Wij, als inwoners van een land waarvan de politici vaak in de clinch liggen met Brussel, moeten het hier niet mee eens zijn’
De Tsjechische kwaliteitskrant Hospodárske Noviny is kritisch over het ultimatum van de EU. Zij vreest dat wanneer de EU doorzet met een alternatief herstelplan en een noodbegroting zonder Polen en Hongarije, er een precedent wordt geschapen voor het uitsluiten van landen. En dat kan ook gevolgen hebben voor Tsjechië. ‘Wij, als inwoners van een land waarvan de politici vaak in de clinch liggen met Brussel’, schrijft de krant in een commentaar, ‘moeten het daar niet mee eens zijn. (…) Als er deze keer sprake is van een plan voor 25 landen zonder Polen en Hongarije, kan Tsjechië de volgende keer om wat voor reden dan ook eveneens worden buitengesloten.’
Aangemoedigd door de stijgende olieprijzen en het vooruitzicht van een coronavaccin hebben de olie-exporterende landen donderdag een voorzichtige verhoging van de productie vanaf januari aangekondigd.
OPEC en zijn bondgenoten kwamen op donderdag met een ‘onverwachte beslissing: een verhoging van productie met 500.000 vaten per dag en een maandelijkse vergadering van energieministers om het evenwicht tussen vraag en aanbod opnieuw te beoordelen’, berichtte NPR. Veel deskundigen waren verrast door het bericht, de verwachting was dat de komende maanden de productie nog op hetzelfde niveau zou blijven.
Het akkoord tussen OPEC en Rusland – OPEC+, in oliejargon – zorgt ervoor dat de drastische productievermindering die is doorgevoerd sinds het begin van de covid-19-pandemie enigszins wordt teruggeschroefd. ‘De productie zal vanaf januari slechts met 7,2 miljoen vaten per dag worden verminderd, vergeleken met de huidige 7,7 miljoen vaten per dag’, schrijft Al-Jazeera.
Fox Business wijst erop dat het kartel in april vorig jaar zijn productie in historische proporties moest verminderen ‘om de markt te stabiliseren, terwijl de maatregelen die over de hele wereld werden ingevoerd om de verspreiding van covid-19 te vertragen, tot een vermindering van de vraag met 25 tot 30 miljoen vaten per dag’.
De Amerikaanse zender CNBC meldt het bereikte OPEC-akkoord als breaking news.
The Wall Street Journal schrijft dat het besluit van OPEC om de oliekraan weer voorzichtig open te draaien ‘suggereert dat de grootste producenten ter wereld van mening zijn dat de ergste vraagcrisis als gevolg van de pandemie achter hen ligt’.
Het Amerikaanse zakenblad stelt vast dat ‘de internationale olieprijzen weer zijn gaan stijgen, met 25 procent sinds begin november, en dat de Aziatische economieën sterk zijn opgeveerd, waardoor de vraag is aangetrokken’. Investeerders verwachten een terugkeer van de vraag ‘in de rest van de wereld, na de veelbelovende resultaten van verschillende coronavaccins’.
Maar de besprekingen die tot het besluit van de donderdag leidden gingen moeizaam en openbaarden ‘spanningen die het moeilijker konden maken’ om de outputdoelstellingen van het oliekartel ‘te halen als de wereldeconomie in de komende maanden weer opleeft’, aldus The New York Times.
Volgens het financiële nieuwskanaal Bloomberg moest de OPEC+ genoegen nemen met een ‘compromis’ om ‘een breuk tussen de belangrijkste leden van het kartel: de Verenigde Arabische Emiraten en Saoedi-Arabië’ te voorkomen. Laatstgenoemd land wilde de productievermindering op het huidige niveau handhaven, terwijl de Emiraten, waarvan de productiecapaciteit de afgelopen jaren aanzienlijk is toegenomen, pleitten voor een versoepeling.
‘Tot voor kort bepaalden Saoedi-Arabië – dat de facto de OPEC runt – en zijn bondgenoten in de Golfstaten, de Verenigde Arabische Emiraten en Koeweit, samen het productiebeleid’, analyseert persbureau Reuters. Maar de groeiende onafhankelijkheid van Abu Dhabi, die nu op veel punten afwijkt van de politieke lijn van Riyad, ‘zou kunnen betekenen dat het tijdperk van automatische samenwerking voorbij is’.
Sanmitsu, het Japanse woord dat de coronamaatregelen samenvat
‘Sanmitsu’ is in Japan geselecteerd als woord van het jaar 2020. Na veelvuldig gebruik door politici, vooral door de gouverneur van Tokio, Yuriko Koike, is het de standaardterm geworden in de strijd tegen de epidemie in Japan.
Net als in Nederland (anderhalvemetersamenleving, blokjesverjaardag) hebben veel nieuwe Japanse woorden die zijn ontstaan in 2020 iets te maken met de coronapandemie. Op 1 december publiceerde de Japanse uitgeverij Jiyukokuminsha haar selectie van nieuwe woorden en trends van het afgelopen jaar, en werd de jaarlijkse hoofdprijs toegekend aan de uitdrukking ‘sanmitsu’ (三密), meldt de publieke zender NHK. Het karakter 三 (san) geeft het nummer 3 aan, en het karakter 密 (mitsu) betekent ‘dicht op elkaar zitten’. De woord-van-het-jaarverkiezing, die in 1984 voor het eerst plaatsvond, is een traditie geworden in Japan en kondigt de komst van de winter en het einde van het jaar aan.
Het woord ‘sanmitsu’ is sinds het bedacht is tijdens de eerste golf van de epidemie een gordiaanse knoop geweest voor vertalers
Het woord ‘sanmitsu’ is sinds het bedacht is tijdens de eerste golf van de epidemie een gordiaanse knoop geweest voor vertalers. Het karakter mitsu (密) is aanwezig in de volgende drie woorden: mippei (密閉), misshu (密集), missetsu (密接). De Engelstalige pers in Japan, zoals deJapan Times vertaalt het als de ‘Three C’s’ die de drie situaties aanduiden die vermeden moeten worden om het verloop van de epidemie te vertragen. Het eerste woord, ‘mippei’, verwijst naar afgesloten ruimtes (closed spaces). Het tweede, ‘misshu’, naar drukke plekken (crowded places), en het derde, ‘missetsu’, naar nauw contact (close contact).
‘Blijf thuis. Werk vanuit huis’, luidt de officiële coronarichtlijn in Kenia. Welk thuis? Welk werk? vragen veel Kenianen zich af. Oby Obyerodhyambo pleit, ondanks alle kritiek, voor een economisch ‘vaccin’ dat de kwetsbaren beschermt.
Op het hoogtepunt van de coronapandemie deed de Keniaanse minister van Volksgezondheid Mutahi Kagwe een uitspraak die hem tot het mikpunt van spot maakte op sociale media. Hij zei: ‘Als we doorgaan ons normaal te gedragen, zal de ziekte ons abnormaal behandelen. Je onder deze omstandigheden normaal gedragen komt neer op het koesteren van een doodswens.’ Het getuigt van defaitisme, dit klagen over de vermeende onwil van de bevolking om zich aan officiële preventiemaatregelen te houden.
De regering heeft het verkeer van en naar de hoofdstad Nairobi aan banden gelegd, evenals dat van en naar de provincies Mombassa en Kilifi. In het hele land geldt een avondklok en alle Kenianen moeten een mondkapje dragen, sociale gelegenheden en drukke plaatsen mijden, waaronder religieuze gebouwen, en geregeld de handen wassen met zeep en stromend water. ‘Blijf thuis. Werk vanuit huis’, is de officiële richtlijn.
‘Welk werk? Welk huis?’ vraagt een 32-jarige vader van twee kinderen zich af, een man die door de economische gevolgen van het virus zijn baan heeft verloren en kampt met gezondheidsproblemen. ‘Die verplichte thuisisolatie vond ik te streng, veel te streng. Mijn gezin moet toch eten? Ik leef van dag tot dag. We kunnen net eten van wat ik op een dag verdien. De volgende dag ga je zonder een cent op zak de deur uit. En je kunt zeggen wat je wilt, maar ontbijt of lunch koop je er niet voor. Zodra ik op tafel zet wat ik verdiend heb, gaat het schoon op. Dus social distancing is een doodsvonnis, en thuiswerken ook. Ik heb thuis helemaal geen werk. Hoe stel je je dat voor, als ik alleen met mijn handen kan werken?’
‘Normaal’
Zijn verhaal illustreert dat de regering niet goed beseft wat ‘normaal’ betekent voor de meerderheid van de Kenianen. Ze mag dan wel zeggen dat doorgaan met je normale leven getuigt van een stille doodswens, maar het tegendeel is waar.
De minister richtte zich tot een klein deel van de Keniaanse bevolking, namelijk diegenen die het zich kunnen veroorloven om feestjes te organiseren en gezondheidsadviezen in de wind te slaan. Voor de meerderheid van de Kenianen, die leven in armoede, gaan zijn woorden niet op. Het coronavirus heeft hun leven overhoop gehaald en om te overleven moeten ze, zoals altijd, hun bestaan bij elkaar schrapen.
In een rapport van [de Zweedse armoedebestrijdingsorganisatie] SIDA staat dat bijna 80 procent van de Kenianen arm is of net boven de armoedegrens leeft. Dat betekent dat de meerderheid van hen zich op de rand van de afgrond bevindt en maar een klein zetje nodig heeft om erin te vallen. Het rapport schetst een somber beeld van de economische situatie in Kenia: ‘De informele sector bestaat uit kleine zelfstandigen, bijvoorbeeld huishoudelijk personeel, groente- en fruitverkopers, wasvrouwen, straatverkopers, ambachtslieden, motor- en fietstaxichauffeurs en bouwvakkers. 72 procent van de huishoudens van mensen die in deze informele sector werken, heeft geen vast inkomen en leeft van dag tot dag.’
Volgens een verkenning door het Keniaanse Rode Kruis uit april 2020 lijdt de meerderheid van de bevolking ernstig honger. Slechts één op de vier huishoudens in de krottenwijken van Nairobi kan rekenen op een stabiel inkomen.
Water is in krottenwijken 150 procent duurder dan in welgestelde buurten
Al voordat het coronavirus toesloeg, ging het slecht met de Keniaanse economie; covid-19 was de nagel aan de doodskist. Wie maar met moeite rondkwam, vecht nu om te overleven. Toen de pandemie om zich heen greep, schoten de voedselprijzen omhoog en bereikten het hoogste punt in drie jaar. Veel essentiële producten, zoals paraffine, voor de verlichting en om op te koken, werden ruim 20 procent duurder.
Mildred Lucia, een alleenstaande moeder van vier kinderen, die voor de coronacrisis als wasvrouw werkte, klaagt over de stijgende prijzen van alledaagse producten: ‘Alles is opeens veel duurder geworden, maismeel was eerst 40 shilling en kost nu 50 tot 55 shilling. Of rijst: dat kostte altijd 40 shilling voor een halve kilo, maar nu opeens ook 55!’
Sinds het uitbreken van de pandemie zijn de voedselprijzen met ruim 25 procent gestegen. Voedsel en huur zijn voor de meeste mensen in de krottenwijken de grootste doorlopende kostenpost, gevolgd door gezondheid. Doordat ze geen of te weinig werk hebben, moeten veel bewoners zich in de schulden steken. In andere steden is de situatie al even desolaat.
Coronamaatregelen
Bouwvakkers kwamen zonder werk te zitten nadat veel bouwplaatsen moesten worden gesloten. En ging het werk wel door, dan konden er door de avondklok minder uren worden gedraaid. De bouwvakkers werkten hierdoor niet alleen minder uren, maar kregen ook minder per uur betaald. De vrouwen die voedsel en water aan de bouwvakkers verkochten, raakten hun waren niet meer kwijt. Wasvrouwen, die een magere 200 shilling per dag verdienden, werden opeens tot persona non grata verklaard in de huizen van de rijken, die bang waren dat de vrouwen het virus aan hen zouden overdragen. Verkopers van groenten, fruit en andere waren kregen niet alleen te maken met allerlei restricties, maar verkochten ook een stuk minder, doordat hun klanten bijna niets meer verdienden. En boda boda [fiets- en motorfietstaxi]-chauffeurs hadden door de reisbeperkingen en het thuiswerken nauwelijks nog klanten.
Nadat ze de hele dag hebben geprobeerd wat geld te verdienen voor het avondeten, kunnen ouders bij thuiskomst niet eens hun kinderen omarmen, omdat ze geen water hebben om hun handen te wassen
Van de ene dag op de andere kregen kinderen uit krottenwijken helemaal geen onderwijs meer, omdat ze geen computer bezaten om de onlinelessen te volgen. Kinderen liepen doelloos buiten rond, wat hun ouders veel zorgen baarde. In de overbevolkte krottenwijken is het vaak geen optie om thuis te blijven, maar als kinderen alleen rondlopen, maken ouders zich zorgen dat ze besmet raken. Nadat ze de hele dag hebben geprobeerd wat geld te verdienen voor het avondeten, kunnen ouders bij thuiskomst niet eens hun kinderen omarmen, omdat ze geen water hebben om hun handen te wassen. Water is in de krottenwijken 150 procent duurder dan in welgestelde buurten, waar het uit de kraan komt.
Toen er geen werk meer was en al het spaargeld was opgebruikt, maakten mensen schulden om voedsel, brandstof en de huur te kunnen betalen. Huisbazen zetten hun huurders zonder pardon op straat en deden een slot op het huis, soms nog met de spullen van de bewoners erin. Veel mensen in krottenwijken bouwden een enorme huurachterstand op, wat veel van hen aanzette tot wanhoopsdaden.
Universeel basisinkomen
‘Het universeel basisinkomen is het antwoord op de door covid-19 verscherpte ongelijkheid.’ Deze boude stelling is de titel van een blog van Kanni Wignaraja en Balazs Horvath van het UNDP, het ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties. Kanni pleitte er al eerder voor om het universeel basisinkomen een prominente plek te geven in het coronabeleid. Ze schreef dat de sociale gevolgen op de lange termijn zeer ernstig kunnen zijn, als er niet iets aan de armoede wordt gedaan. Alle maatregelen om getroffen economieën weer aan de praat te krijgen, zouden dan voor niets zijn geweest.
Van alle vormen van sociale hulp is het universeel basisinkomen waarschijnlijk de radicaalste. Sociale hulp is eigenlijk een verzamelnaam voor een scala aan interventies – zowel directe als indirecte, in geld of in goederen. Denk aan sociale dienstverlening, publieke en private initiatieven om mensen minder kwetsbaar te maken, onder andere voor catastrofes als de huidige pandemie, steun bij het overwinnen van acute en chronische armoede en verbetering van de sociale status en rechten van gemarginaliseerde groepen.
Toen het coronavirus om zich heen begon te grijpen, startte een consortium van niet-gouvernementele organisaties met steun van de Europese Unie een financieel hulpprogramma in de krottenwijken van Nairobi. Het begon in juni en was bedoeld als aanvulling op een al bestaand programma van de Keniaanse overheid. 11.250 huishoudens die maandelijks 2000 shilling van de regering ontvingen, kregen daar nog eens 5668 shilling bovenop.
Daarnaast wees het project via deze al bestaande structuur nog eens 8250 huishoudens aan die vervolgens maandelijks hetzelfde bedrag kregen als de anderen: 7668 shilling. Dit bedrag was zo gekozen dat het kon voorzien in tenminste 50 procent van de zogenaamde Minimum Expenditure Basket, oftewel het geld dat een gemiddeld huishouden nodig heeft om te kunnen overleven. De Deense ambassade gaf ook geld, waarmee nog eens veertigduizend kwetsbare huishoudens in krottenwijken in Mombassa en Nairobi konden worden ondersteund. Een druppel op een gloeiende plaat, maar wie weet kan zo’n model worden opgeschaald om chronische armoede tegen te gaan.
Meer effect
Over het algemeen hebben sociale hulpprogramma’s waarin direct geld wordt overgedragen meer effect dan initiatieven van de overheid. Sociale hulpprogramma’s van de Keniaanse regering wisten zo’n 90 procent van de informele werknemers niet te bereiken, zo bleek uit onderzoek, terwijl dat in Latijns-Amerika en het Caraïbisch gebied maar 50 procent is. Mensen in de informele sector hebben niet, zoals vaste werknemers, via hun werk toegang tot medische hulp. En ouderen en gehandicapten zijn vaak nog slechter af.
Kanni Wignaraja van het UNDP stelde dat het absoluut nodig is om een minimuminkomen te garanderen; anders dreigen de allerarmsten te sterven van de honger of als gevolg van andere ziekten, nog voordat covid-19 hen te pakken neemt. In de krottenwijken van Nairobi wist het sociale hulpprogramma mensen te redden uit de klauwen van de dood.
Voor het eerst sinds hij zijn baan was verloren, at zijn gezin weer drie maaltijden per dag
Beatrice Mbendo, een 39-jarige zwangere, alleenstaande moeder van drie kinderen, die als wasvrouw bijna niets meer verdiende, kon met het geld eindelijk haar huur- en andere schulden aflossen. Zij vindt dat de regering ook als de pandemie voorbij is een sociaal hulpprogramma zou moeten instellen. Mildred Lucia, die nu zakdoekjes verkoopt op straat, is het daarmee eens. De moeder van vier kinderen kreeg toen de pandemie begon opeens geen werk meer als wasvrouw, omdat klanten bang waren het virus van haar op te lopen. Het bedrag dat aan steun ontving gaf ze bijna helemaal uit aan voedsel voor haar gezin, dat daarvóór maar één maaltijd per dag kreeg. Een klein deel investeerde ze in haar business en zo hoopt ze de armoede te kunnen ontvluchten.
De ontvangers vertellen hoe ze dankzij deze financiële steun weer overeind konden krabbelen. Albert Otieno liep zijn huurachterstand in, kocht voedsel voor zijn gezin en kankermedicijnen voor zichzelf. Ook zorgde het geld voor minder spanningen in huis en bracht het een glimlach op het gezicht van zijn vrouw. Voor het eerst sinds hij zijn baan was verloren, at zijn gezin weer drie maaltijden per dag. Otieno kan nog steeds niet geloven dat hij aan het programma mocht meedoen zonder daarvoor iemand te hoeven kennen, een peetoom in te schakelen of iemand om te kopen.
Margaret Mutambi werd na een gewelddadig huwelijk van elf jaar uit huis gegooid. Met de financiële steun kon zij haar nieuwe huis een beetje inrichten, achterstallige huur betalen en haar kinderen te eten geven. Ze vindt het belachelijk dat er geen echte banen zijn voor al die vrouwen die in de informele sector werken; volgens haar zijn zij door hun afhankelijkheid van mannen kwetsbaarder voor seksueel en andere geweld.
Als sociale ontwikkelingsstrategie stuit het direct uitkeren van geld ook op kritiek. Het zou economisch onhaalbaar zijn en afhankelijkheid in de hand werken. Ontvangers zouden niet langer hun best doen om zelfredzaam te worden. Anderen vinden ‘gratis geld’ oneervol; het zou het zelfrespect van de ontvangers schaden. Ook wordt wel beweerd dat het lethargie en luiheid in de hand zou werken, dat de ontvangers eraan gewend raken en geen reden hebben om ervan af te zien zodra hun omstandigheden verbeteren. Veel tegenstanders zeggen dat arme mensen niet met geld kunnen omgaan en het geld dat ze krijgen alleen maar uitgeven aan onzinnige dingen. Talloze onderzoeken en evaluaties hebben deze mythes echter ontkracht: de directe overdracht van geld blijkt een prima manier om sociale hulp te bieden.
Steuntje in de rug
Een goed ontworpen sociaal hulpprogramma moet hele gemeenschappen kunnen helpen om zich op te werken uit diepe armoede en door sociale bedrijvigheid de eigen levensstandaard te verhogen. Het model van de Grameen Bank [uit Bangladesh] heeft overtuigend aangetoond dat armen zich vanuit de armoede omhoog kunnen werken als ze aan het begin een financieel steuntje in de rug krijgen. Eind 2008 had de bank 7,6 miljard dollar uitgeleend aan armen op het platteland van Bangladesh; 99,6 procent van het geld werd netjes terugbetaald. 97 procent van de leners waren vrouw. De bank en zijn oprichter Muhammad Yunus kregen er in 2006 de Nobelprijs voor de Vrede voor.
De Grameen Bank gaat ervan uit dat armen zelf het best weten hoe zij hun situatie moeten verbeteren. De bank gelooft niet dat armen misbruik zullen maken van onvoorwaardelijke steun en alleen maar dieper in de armoede raken. Onderzoek laat zien dat het hun inderdaad de steun geeft die ze nodig hebben om weer op te krabbelen. Het idee dat ze niet geneigd zouden zijn om weer aan het werk te gaan, klopt simpelweg niet.
In krottenwijken gaat het normale leven noodgedwongen door. Het is een schamel normaal, dat nog schameler wordt door alle pogingen het virus te beteugelen. Zolang er voor de bewoners geen directe financiële ondersteuning komt, is het minder gevaarlijk de officiële richtlijnen te negeren dan je eraan te houden.
Inmiddels is de geldelijke steun van de staat en zijn partners opgedroogd, terwijl miljoenen mensen nog steeds gevangen zitten in armoede. Welke lessen kunnen we leren uit deze tijdelijke ‘vaccinatie’ tegen armoede met een universeel basisinkomen? Een tijdlang beschermde ze twintigduizend huishoudens tegen covid-19. Is het wellicht een blauwdruk voor nationale en regionale overheden, voor een sociaal hulpprogramma dat mensen iets van bestaanszekerheid kan bieden?
Werkloosheid onder twintigers, pandemiebingo, de simulatie van menselijk intelligentie & meer nieuws wereldwijd.
Jordanië
Boze twintigers
De werkloosheid in Jordanië bedraagt 23 procent en vooral veel twintigers zijn werkloos. Daarom introduceerde de regering onlangs een verplicht eenjarig militair en civiel programma voor die leeftijdsgroep, bedoeld om kansen op werk te vergroten. Het voorstel geldt in eerste instantie alleen voor diegenen die in 1995 zijn geboren. Wie studeert, voltijds werkt of in het buitenland woont, komt niet in aanmerking. Vrouwen uit 1995 krijgen een opleiding van negen maanden, want zij zijn vrijgesteld van het militaire opleidingsdeel. Deelnemers krijgen een maandelijkse toelage van zo’n 120 euro.
Leuk bedacht, maar veel freelancers en deeltijdwerkers uiten op sociale media hun woede, omdat hun huidige werkzaamheden meer opleveren dan het verplichte militaire programma. Velen zijn enig kostwinner en door het programma dreigt een armoedeval voor hun gezin. Ze beschuldigen de regering ervan het werkloosheidscijfer cosmetisch te willen terugdringen om zo de economische crisis te kunnen bagatelliseren.
De Mexicaans-Amerikaanse kunstenaar Rafael Gonzales Jr. bedacht een actuele variant op het traditionele zeer populaire Mexicaanse kaartspel lotería: ‘Pandemic Lotería’. Het spel werkt ongeveer hetzelfde als bingo, alleen niet met nummertjes maar met afbeeldingen. In plaats van de traditionele lotería-figuren zoals de haan (el gallo), de zeemeermin (la sirena) of de schorpioen (el alacrán) hebben de kaarten in Pandemic Lotería allemaal te maken met het virus dat de wereld nu al zo’n negen maanden in zijn greep houdt. Zo is de fles (la botella) een flesje desinfecterende handgel geworden en het masker (la máscara) een Mexicaanse ‘lucha libre’ worstelaar met over zijn kleurrijke masker een mondkapje.
Colossal | Chicago
Tsjaad
Tsjaad torpedeert voorstel
Jarenlang werkten Niger, Nigeria, Kameroen en Tsjaad gezamenlijk aan een voorstel om het Tsjaadmeer als natuurlijk en cultureel landschap voor te dragen voor de werelderfgoedlijst van de Unesco. Het meer beslaat nu een deel van Tsjaad en Kameroen, maar het oorspronkelijke bassin strekte zich uit over de vier landen. Door droogte begon het meer in de jaren zeventig te krimpen en rond de eeuwwisseling was het met 95 procent geslonken. De 45 miljoen mensen die afhankelijk zijn van het meer werden getroffen door hongersnood, gevolgd door ontheemding, religieus extremisme en militaire conflicten.
Maar nu gooit de regering van Tsjaad roet in het eten. In een brief die werd gelekt naar The Guardian vraagt het land om opschorting van de aanvraag omdat de mogelijkheden tot oliewinning en mijnbouw wil onderzoeken. De andere drie landen zijn verbijsterd. Volgens de Unesco moet de aanvraag worden geannuleerd als Tsjaad besluit door te gaan met olie-exploitatie.
The Guardian | Londen
Mondiaal
AI is een mogelijk gevaar
Artificial Intelligence (AI), de simulatie van menselijke intelligentie door machines, dringt steeds meer door in ons leven, van toepassingen als Amazons Alexa tot voorspellende zoekopdrachten door Google. De voordelen van AI lijken groot, maar de technologie draagt het gevaar van ingebakken vooringenomenheid in zich. Een voorbeeld is de creditcard van Apple, die mannen en vrouwen verschillende limieten toestond. En AI toepassingen in de Amerikaanse gezondheidszorg bleken vast te houden aan vooroordelen over zwarten. In de Britse Sunday Express pleit de Nederlandse expert Peter van der Putten, docent AI aan de Universiteit Leiden, dan ook voor ingrijpen, omdat er ‘een potentiële ramp’ dreigt: ‘AI is goed noch slecht, maar ook niet neutraal, want gebaseerd op data en logica uit de echte wereld. AI continueert de vooringenomenheid die je erin stopt.’
Sunday Express | Londen
Verenigde Staten
Onlinetherapie in VS bloeit
Sinds de uitbraak van de coronapandemie gaat het beter dan ooit met Talkspace. Zo goed zelfs dat het in New York gevestigde bedrijf overweegt naar de beurs te gaan. De verwachting is dat het bedrijf gewaardeerd zal worden op zo’n 1 miljard dollar.
Het Israëlische echtpaar Oren en Roni Frank begon de app in 2012, na carrières als respectievelijk algemeen directeur van adverteerder McCann Israël en softwareontwikkelaar bij het Israëlische Amdocs. Via Talkspace worden klanten die psychologische hulp nodig hebben verbonden met een van de vijfduizend gecertificeerde psychologen, voor een bedrag van 200-260 dollar per maand. De therapeuten zijn vijf dagen per week beschikbaar en patiënten kunnen hun (audio)berichten of video’s sturen. Voor 396 dollar per maand kunnen video-gesprekken worden gevoerd. De helft van die bedragen is voor Talkspace, dat in de Verenigde Staten momenteel 120 werknemers heeft en ongeveer een miljoen klanten.
Eerder haalde Talkspace al ruim 100 miljoen dollar op bij investeerders, en de belangrijkste concurrent BetterHelp, opgericht door de eveneens Israëlische Alon Matas, noteerde vorig jaar 100 miljoen dollar aan inkomsten en een groei van 50 procent. De twee bedrijven hebben samen 90 procent van de onlinetherapiemarkt in de VS in handen.
Door het coronavirus zien de bedrijven een enorme toestroom van nieuwe gebruikers. Tussen half februari en mei groeide het klantenbestand van Talkspace met maar liefst 65 procent. In diezelfde periode nam het aantal therapeuten dat zich bij het platform wil aansluiten toe met 500 procent.
Op 26 september 1980 vond de ernstigste rechts-extremistische aanslag in de geschiedenis van de Bondsrepubliek Duitsland plaats. Op het Oktoberfest in München bracht Gundolf Köhler een explosief tot ontploffing, waardoor dertien mensen, inclusief Köhler zelf, omkwamen en 211 mensen zwaargewond raakten. De daad van een eenling, zo wees onderzoek uit. Onzin, zeiden critici, want Köhler was lid van de neonazistische Wehrsportgruppe Hoffmann (WSG), die eerder dat jaar was verboden.
In 2014 werd het onderzoek hervat. Meer dan duizend getuigen werden ondervraagd, zevenhonderd nieuwe aanwijzingen gevolgd en 420.000 pagina’s van de West-Duitse geheime dienst en de voormalige DDR doorgeploegd. Afgelopen juli werd het onderzoek definitief afgesloten, met dezelfde uitkomst als in 1982: het betreft de daad van een eenling met extreemrechtse motieven. Vorige week, veertig jaar na de aanslag, zei de Beierse CSU-minister van Binnenlandse Zaken Joachim Herrmann dat alles is gedaan om tegenstrijdigheden en vragen op te helderen, maar dat hij begrip heeft voor critici van de eendadertheorie. Volgens Herrmann zijn er in de jaren tachtig fouten gemaakt in het onderzoek, zoals het voortijdig vernietigen van bewijsmateriaal. Hij bekritiseerde ook de toenmalige Beierse premier en CSU-coryfee Franz Josef Strauss. Volgens Herrmann heeft die het gevaar van de rechts-extremistische WSG destijds ‘volledig onderschat’ en was diens felle kritiek op het verbod van WSG onterecht.
Door deze uitspraken wordt het vermoeden niet weggenomen dat de aanslag een poging van extreemrechts was om de verkiezingscampagne voor de nieuwe Bondskanselier te beïnvloeden ten gunste van kandidaat Strauss.
Der Spiegel | Hamburg
Wat zij zeggen over… de belastingaangiften van Donald Trump
Stephen CollinsonVerslaggever Witte Huis
‘De verbluffende New York Times-onthulling over de belastingaangiften van de president tonen een jammerlijk onbekwame zakenman en een seriële belastingontwijker die wordt verpletterd door enorme schulden. Die schulden stellen hem bloot aan belangenconflicten, aangezien hij als president de macht heeft om zijn niet-bekendgemaakte geldschieters te helpen. We weten nu dat Trump het presidentschap moet behouden om te kunnen ontkomen aan honderden miljoenen dollars aan leningen.’
Nathan RobinsonColumnist
‘Amerikanen zouden ervan moeten walgen dat Trumps federale inkomstenbelastingen variëren van 750 dollar tot niets. Zijn gedrag en het systeem dat dit mogelijk maakt zijn schandalig. Als miljardairs geen belasting betalen, is het aan de rest om de gaten te dichten. Uw belastingaanslag zou lager zijn als mensen zoals Trump niet zouden proberen de last op anderen af te schuiven. Iedereen die vindt dat de rijken eerlijk hun deel moeten betalen, moet zich realiseren dat de situatie alleen maar verergert zolang Trump de macht behoudt.’
Jill ColvinPolitiek analist
Op dit punt in de verkiezingsrace, nu er al in zo veel staten wordt gestemd en zo weinig kiezers nog besluiteloos zijn, is het onduidelijk of de nieuwe ontdekkingen over Trump enig verschil maken. De steun voor Trump is door de jaren heen opmerkelijk consistent gebleven, zo blijkt uit opiniepeilingen gedurende zijn presidentschap. Toch raken de beschuldigingen de kern van de aanhang van Trump, vooral de arbeiders in staten als Pennsylvania, Wisconsin en Michigan, die hem in 2016 aan het presidentschap hebben geholpen.’
Donald Trump Jr.Vicevoorzitter Trump Organization
‘Er wordt zo veel niet genoemd waarover hij belasting heeft betaald. Hij bezorgt op jaarbasis duizenden mensen werk. Maar natuurlijk zet The New York Times een selectief beeld neer, zo vlak voor het debat, om Joe Biden een aanvalsplan te bieden met een paar pakkende soundbites. Dat is het spel. In de misdaadfamilie Biden kreeg Hunter geld van een bekende compagnon van Vladimir Poetin: 3,5 miljoen dollar. Geld afkomstig van mensenhandel en prostitutie in Oost-Europa, maar niemand die er aandacht aan besteedt.’
Het verwarmen van terrassen, zodat we er ondanks de coronamaatregelen toch terecht kunnen, wordt vanwege het absurd hoge energieverbruik van de stralers niet door iedereen toegejuicht. Moeten we de CO2-uitstoot om de lieve vrede te bewaren maar ergens anders aanpakken, of gewoon ons thermo-ondergoed uit de kast halen?
Nee
Een van de mooiste momenten van dit jaar was toen de lente ten einde liep en iedereen eindelijk weer de straat op durfde te gaan.In de steden zaten de terrassen van cafés en restaurants overvol, er werd genoten en druk geconverseerd, ook als mensen niet per se samen ‘één huishouden’ vormden.
De verplaatsing naar de openlucht van veel sociale activiteiten die normaal gesproken binnenskamers plaatsvinden, was een onverwacht prettig bijeffect van de strijd tegen corona. De zon en de – helaas weer erg droge – zomer zorgden voor de rest.
Maar met de herfst in aantocht is het natuurlijk de vraag hoelang dit nog kan gaan duren. Voor de toch al aangeslagen horecasector, die de vorige lockdownfase nog niet te boven is, betekent het een nieuwe dreun. Vanwege het besmettingsgevaar in afgesloten ruimtes mijden veel mensen de cafés en restaurants liever. Minister-president Laschet van Noordrijn-Westfalen pleitte er daarom voor om de terrascultuur deze winter voort te zetten. Hij stelt voor om de terrasverwarming, die vanwege het absurd hoge energieverbruik in veel gemeentes verboden was, weer tevoorschijn te halen. Steeds meer politici sluiten zich bij hem aan en willen het verbod op z’n minst tijdelijk opheffen. En met goede reden.
De strenge maatregelen van de afgelopen maanden hebben hun tol geëist, zowel in sociaal als in financieel opzicht. Allereerst was dat het directe resultaat van het wegvallen van een groot deel van de omzet in veel bedrijfstakken, maar ook het onderwijs en de mobiliteit werden hard geraakt. Pogingen om ondanks de coronamaatregelen de consumentenbestedingen toch nog enigszins op peil te houden, brengen kosten met zich mee, ook ecologische. Zo nam door de nadruk op hygiëne de toch al grote hoeveelheid verpakkingsmateriaal die we met z’n allen produceren, flink toe.
Ook gooien we dagelijks miljarden mondkapjes weg. Moeten we ons dan echt druk maken over een beetje extra CO2-uitstoot? Als we de coronamaatregelen kunnen verzachten door daar even niet al te veel bij stil te staan, is dat dan niet gewoon wijsheid?
Weliswaar is vanuit het klimaat geredeneerd het antwoord op de eerste vraag een eenduidig nee. Klimaatbeleid kun je beschouwen als de optelsom van een groot aantal symbolische handelingen, die samen voor een echte ommekeer moeten zorgen. Vanuit die gedachte geeft het volstrekt het verkeerde signaal wanneer je vanuit economische overwegingen, of om de lieve vrede te bewaren, een zwaarbevochten verbod opeens opheft. Als je van de horeca al niet verlangt het klimaat te sparen, hoe wil je de energiesector, de auto-industrie en andere grootuitstoters dan ooit tot medewerking bewegen?
Daar komt bij dat het niet helemaal fair is om de terrasverwarming weer tevoorschijn te halen. Talloze mensen hebben er immers geen enkele baat bij, omdat ze noch warmpjes buiten een hapje eten, noch een café of restaurant uitbaten. Kinderen voorop: met elke overbodige ton uitgestoten CO2 wordt hun toekomst nog penibeler, terwijl ze op school vaak niet eens behoorlijke ventilatie hebben.
Maar toch, het coronabeleid vraagt natuurlijk om zorgvuldige afwegingen, evengoed als voor het milieubeleid. De lieve vrede is een factor van betekenis en die is erbij gebaat als we elkaar in het openbaar veilig kunnen blijven ontmoeten. Bovendien helpt elke cent omzetbelasting die de horeca afdraagt ons om ons gekoesterde maatschappelijke leven in stand te houden. Heus niet alle cafés zullen gelijk een paddestoel des aanstoots voor de deur neerzetten: veel café- en restauranthouders geven om duurzaamheid en zijn uiterst milieubewust. En degenen die het wel doen, zullen de planeet echt niet een-twee-drie in het ongeluk storten, zeker niet als het maar tijdelijk is.
Veel slechter voor de atmosfeer en het milieu dan terrasverwarming is nog altijd het autoverkeer. Een veel zinvollere politieke strijd zou daarom zijn, zowel in sociaal als ecologisch opzicht, om auto’s meer uit onze binnensteden te weren. Dat is pas een maatregel met toekomst.
Meredith Haaf
Ja
Om de horeca de herfst en de winter door te helpen staat de ene stad na de andere uitbaters toe om weer terrasverwarming aan te brengen, die eigenlijk allang was verboden. Als een van de eersten sprak de groene(!) burgemeester van Innsbruck zich daarvoor uit, en inmiddels haalt ook het rode gemeentebestuur van Linz de stralers weer van stal. Kan het nog wereldvreemder?
Wie graag op een terras een kopje koffie wil drinken, of zelfs de maaltijd wil gebruiken, heeft genoeg aan twee beproefde middelen tegen de kou: het ski-jack en de lange onderbroek.
Vergeten dat die bestonden? Vooral in duistere coronatijden is afstand voorlopig het hoogste gebod – je kunt van tevoren voorspellen welk effect het neerzetten van die gloeiende paddestoelen zal hebben. Het zal druk worden rondom die dingen, wanneer scharen gasten bibberend de warmte opzoeken. Bron- en contactonderzoekers zullen overuren moeten draaien om al die samendrommende koukleumen zo snel mogelijk op het spoor te komen.
Daar komt nog bij dat die stralers zo ongeveer gelden als de atoomwolken onder de elektrische apparaten: milieuactivisten hebben uitgerekend dat vijf van die ondingen in één winter evenveel stroom vreten als een gezinshuishouden in een heel jaar. Deze paddestoelen zijn dus hartstikke giftig, zowel voor de coronapandemie als voor het klimaat.
Er is in Portugal nog weinig over van het nachtleven. Behalve aan de economie brengen de gezondheidsmaatregelen ook schade toe aan de samenleving, de geestelijke gezondheid en de dynamiek van de steden. Wat zijn de gevolgen op de lange termijn? Sociologen, filosofen en nachtbrakers buigen zich over de antwoorden.
‘Op alle afbeeldingen waarop Socrates binnenshuis of in een tuin te zien is, is hij altijd in gesprek met anderen,’ zegt filosoof António de Castro Caeiro van de Universidade Nova de Lisboa. Hij haalt een uitspraak van Aristoteles aan, die zei dat ‘de mens een rationeel wezen’ is. Niet helemaal een correcte vertaling, volgens de filosofieprofessor, maar een voorbeeld waarmee hij wil aantonen hoe belangrijk het is dat mensen ‘met elkaar praten, ideeën uitwisselen, rationeel kunnen zijn’.
Daarom is de mens, ‘niet alleen in filosofisch maar ook in praktisch opzicht’, bij uitstek een wezen dat ‘zich van het woord bedient, gesprekken voert, naar buiten gaat om mensen te ontmoeten’. Dit idee staat nu op gespannen voet met de maatregelen in de huidige gezondheidscrisis die het menselijke contact juist ernstig beperken. Vanwege de risico’s die samenkomsten zouden kunnen hebben worden deze oeroude sociale gewoontes en rituelen noodgedwongen doorbroken.
Socrates liep rond op de Agora, wij hebben tegenwoordig andere publieke ruimtes waar we ideeën kunnen uitwisselen, onder andere in het sociale nachtleven. De nacht is zeer geschikt voor dergelijke ontmoetingen, maar ook voor andere behoeftes en verlangens – er wordt geconverseerd, samengeleefd, gecreëerd, geëxperimenteerd, verleid, er worden grenzen overschreden, het onverwachte kan gebeuren, nieuwe werkelijkheden dienen zich aan.
‘Het nachtleven stond voor seks.’ Of op zijn minst voor ‘communicatie’
Helaas is sinds het begin van de pandemie deze democratische ontmoetingsplek niet meer dezelfde. Het nachtleven zoals we dat kenden zit op slot en, naast de negatieve economische gevolgen voor de uitgaanssector doemt er zo langzamerhand een andere vorm van schade op. Wat zijn bijvoorbeeld op de korte, middellange en lange termijn de gevolgen hiervan voor ons sociale leven, voor onze geestelijke gezondheid en de stadscultuur?
Het is niet verwonderlijk dat het wegvallen van deze ontmoetingsruimte consequenties heeft – in feite zijn die allang merkbaar. Psycholoog Mauro Paulino, een van de redacteuren van het boek A psicologia da pandemia [De psychologie van de pandemie], verwacht een sterke toename van het aantal psychische aandoeningen, veroorzaakt door het isolement waarin veel mensen door het ingeperkte uitgaansleven terecht zijn gekomen, vooral bij degenen die er erg actief in waren. Deze psychische problemen zullen volgens hem erg lijken op de problemen die je ziet als mensen om wat voor reden dan ook geïsoleerd raken. Toch is hij vrij optimistisch en gelooft dat de meeste mensen zich redelijk aan de nieuwe situatie kunnen aanpassen. Maar er blijven altijd individuen die er meer moeite mee hebben dan anderen.
De academicus ziet het nachtleven als een ruimte waarin je je even helemaal kunt losmaken van de persoon die je in het dagelijks leven bent. Vaak is het dagelijkse leven zo bepalend voor het zelfbeeld dat het moeilijk is om je ervan te distantiëren, je wordt precies zoals anderen verwachten dat je bent.
Volgens Paulino is deze ontsnappingsmogelijkheid voor veel mensen bijna een kwestie van overleven, ze gaan eraan onderdoor als ze niet zo nu en dan kunnen breken met hun dagelijkse routine. Maar als dat klopt, welke gevolgen kunnen we dan verwachten als deze ontsnappingsroute wordt afgesneden? ‘Tijdens de pandemie is toenadering in de openbare ruimte nauwelijks meer mogelijk en wordt het alledaagse leven geheel in beslag genomen door ofwel werk ofwel gedwongen rust.’
Ontoegankelijk
‘De buitenwereld wordt ontoegankelijk en we zijn gedwongen om thuis te blijven; spontane gesprekken, het delen van gevoelens, of simpelweg genieten van de elementen, de zee, de natuur, dat alles is verboden of op zijn minst sterk gereguleerd. Wat overblijft is thuiszitten, met familie of alleen.’
Natuurlijk is daarmee de behoefte om te ontsnappen aan de dagelijkse routine niet verdwenen. Deze noodzaak, die wellicht eigen is aan onze soort, maakt dat men al gauw ergens anders heen vlucht. Om te kunnen omgaan met het ‘verbod’ en de ‘leegte’ die de nachten nu beheerst, ontstaat de noodzaak om ‘een nieuwe plek te vinden waar je kunt ontspannen’, aldus Paulino.
Alternatieven
De horecasector zoekt naarstig naar alternatieve manieren van uitgaan, vertelt sociaal-wetenschapper Jordi Nofre van de Universidade Nova de Lisboa. Hij is oprichter van een internationaal wetenschappelijk netwerk voor onderzoek naar het nachtleven, LXNIGHTS, en vindt dat de sector te veel de dupe wordt van de coronamaatregelen.
Behalve over de economische gevolgen maakt hij zich zorgen over de invloed van dit ‘verbod’ op het welzijn van mensen. ‘Het nachtleven wordt puur als economische activiteit gezien. Maar het is net zo goed een cultuurgoed, er wordt cultuur geproduceerd en geconsumeerd. Bovendien is het een bron van sociaal en emotioneel welbevinden, van gemeenschapszin, van onderlinge steun tussen mensen,’ zegt hij. Nofre benadrukt hoe belangrijk het is om zo snel mogelijk weer alles open te gooien, ‘helemaal na een periode van lockdown’.
De onderzoeker denkt dat het gemak waarmee een avondklok wordt ingesteld, ook te maken heeft met het heersende idee dat het nachtleven een ‘zondige plek’ is waar zich ‘immorele’ dingen afspelen. Juist daarom wil hij wijzen op de positieve kant ervan, de ontsnapping die het biedt ‘uit het leven van alledag, met werkstress en een onzekere toekomst’. Hij vindt daarom dat bij de beslissing om het nachtleven te sluiten het risico van infectie moet worden afgewogen tegen de negatieve effecten die sluiting heeft op de geestelijke gezondheid van mensen.
Maar wat is het alternatief? ‘Goede mondkapjes gebruiken, minder mensen toelaten, afstand houden. Maar ook onderbrekingen inlassen, bijvoorbeeld door om de twee uur schoon te maken en te desinfecteren. Festivals in de open lucht organiseren, met deejays van grote clubs.’ Hij signaleert een grote behoefte aan ‘helder beleid’, zodat het risico zo klein mogelijk wordt dat er een ‘nieuw nachtleven’ gaat komen waarin onduidelijk is ‘wie er deel van mag uitmaken’. ‘We lopen het risico dat generaties door angst worden getekend en helemaal hun huis niet meer uit komen. Terwijl het nachtleven juist moet verbinden, niet verdelen. Die belangrijke vrijheden en verworvenheden mogen we niet meer opgeven.’
‘Het lijkt wel of de mensen noodgedwongen afstandelijker worden,’ zegt Rui Reininho, die de laatste tijd ‘minder nachtmens’ is geworden. De zanger van de popgroep GNR was een bekend gezicht in het nachtleven van Porto. Hij baseert deze indruk op een bezoek aan Lissabon van een week eerder, en zijn observaties in zijn eigen wijk Leça de Palmeira in Porto. ‘Ik kwam om tien uur ’s avonds aan en goddank kon ik in mijn hotel nog wat te eten krijgen. Om halfelf is alles potdicht,’ vertelt hij. Maar ook in Leça is er na dat tijdstip ‘vrijwel niemand meer op straat’.
Reininho denkt terug aan de tijd dat hij in de wijk Alfama in Lissabon woonde, waar hij vaak de fadocafés frequenteerde die openbleven ‘tot in de late uurtjes’. Hij bleef hangen ‘voor nog een fadootje, nog een glaasje, nog een quasidiepzinnig gesprek’. Er was toen ‘minder televisie en minder Netflix’ en ‘meer tijd om te filosoferen’.
Door de pandemie zijn de mensen meer ‘op hun hoede’, vertelt Cláudia Rodrigues, die werkt aan een proefschrift met als titel ‘De nachtelijke stad: een urbane ritmografie van een partydistrict in Porto’. Naar haar overtuiging spoort die voorzichtige houding slecht met het idee van een ‘feestje’ dat hoort bij het nachtelijke bohémienleven. ‘Het gaat lijnrecht in tegen het idee van transgressie, bevrijding, lichamelijke verlangens.
Lichamelijkheid doet ertoe en de pandemie vormt daarvoor een bedreiging,’ gaat ze verder. Ze ziet het als een heilloze weg als we elkaars ‘politieagent’ gaan spelen. ‘We moeten ervoor zorgen dat we het nieuwe normaal niet internaliseren, want dan blijven we elkaar voorgoed de maat nemen.’
Clandestiene feesten
De sociologe denkt dat het nachtleven sinds de opkomst van clandestiene feesten elitairder is geworden, antidemocratischer en dat er minder ruimte is voor ‘verschillende culturen en afwijkende identiteiten’. Die nieuwe werkelijkheid, waarin het nachtleven zich achter gesloten deuren afspeelt, ‘is niet wat je in een stad wilt hebben’.
‘Het nachtleven is de plek waar mensen kunnen zijn wie ze zijn, kunnen doen waar ze zin in hebben, en bovendien waar de stad zelf een smoel krijgt. Je kunt er grenzen overschrijden en spelen met sociale conventies, maar dat ligt nu allemaal stil. Je bent al grensoverschrijdend bezig als je alleen al de deur uitgaat, ook zonder een club in te gaan,’ zegt Rodrigues.
Radiopresentator Álvaro Costa frequenteerde het nachtleven van Porto veertig jaar geleden, een tijd waarin het ‘niet verboden’ was, maar wel ‘verborgen’ en ‘gold als een zondige plek’. Het was, bovenal, een ‘cultuur van discotheken’. ‘Het nachtleven stond voor seks.’ Of toch op zijn minst voor ‘communicatie’. Volgens hem is alcohol bijzaak. ‘Uitgaan is behalve een cultureel en commercieel ook een politiek concept. Het was zó belangrijk voor mijn bewustwording, ik ben er een toleranter mens van geworden.’
‘Je vindt er aanraking, lijven, zweet, kussen, geuren, parfum. Wat ik bedoel is dat het echt een magische, vrijheidslievende plek is, onderdeel van de menselijke conditie,’ vindt hij. Door de coronamaatregelen zal het een van de sectoren zijn die het laatst weer open zullen gaan en het oude ritme zullen kunnen hervatten, verwacht hij. Costa vreest dat er een jonge generatie opstaat die een ‘tijdlang niet geleefd heeft’. ‘Een hele generatie die niet heeft meegemaakt hoe het is om samen in een gesloten ruimte te zijn, met muziek en veel mensen. Dat gaat vast psychosomatische gevolgen krijgen de komende tijd, misschien wel de komende jaren.’
Al vóór het begin van de pandemie merkte Maria Ferreira, programmeur en dj bij Passos Manuel in Porto, een verschil in het nachtelijk gedrag van het jonge publiek. ‘Ze kwamen meer introvert op me over,’ vertelt ze. Dat uitte zich onder andere in het consumptiegedrag van sommige van de allerjongsten. ‘Ze drinken minder alcohol en nemen meer drugs’, alhoewel ze niet durft te generaliseren. Volgens haar is dat karakteristiek voor een meer gereserveerde en minder sociale houding. ‘Als ze toch al in hun bubbel zitten komen ze er daardoor nog minder uit,’ vreest ze.
Op- en weer afbouwen
Tot zeven maanden geleden was Ferreira dagelijks in contact met agenten en artiesten om de continuïteit van de programmering van haar bar te garanderen. Maar na het begin van de pandemie is ze meer bezig met de op- en afbouw van het terras dat ze nu noodgedwongen voor de deur uitbaat.
Het uitgaansleven speelt zich in tegenstelling tot vroeger nu vooral buiten af, gedanst wordt er niet, aangeraakt nog veel minder, omdat iedereen afstand houdt. Wel is er in de bar aan de Passos Manuel in Porto als vanouds muziek en kun je er drinken – en sinds kort vanaf een bepaald tijdstip ook eten – maar helaas zonder de mogelijkheid om het feest binnen voort te zetten. Niet zelden is het tegen middernacht nog druk. Maar helaas beseft iedereen dan dat de zaak enkele minuten later zal moeten sluiten.
De opties zijn dan naar huis gaan, eventueel met wat vrienden, op straat blijven rondhangen in kleine groepjes en de verplicht sociale afstand respecteren, of je melden bij een van de clandestiene feesten achter gesloten deuren, als je tenminste hoort bij de selecte groep die weet waar die zich afspelen.
Erkenning en aandacht
‘Ik vind niet dat de discotheken morgen weer open zouden moeten gaan, dat is een slecht idee, maar ik vind wel dat we tenminste een beetje erkenning en aandacht verdienen,’ zegt Ferreira. Tijdens de lockdown probeerde Kosmicare, een stichting die zich bezighoudt met drugsgebruik in het nachtleven, een beeld te krijgen van waar en hoe men in de nieuwe situatie drugs consumeerde. Het doel was te begrijpen op welke manier de informele markt voor recreatief gebruik van verdovende middelen doorging met functioneren.
De stichting startte een onderzoek met 600 respondenten, waarvan momenteel de antwoorden worden verwerkt; de resultaten zullen eind dit jaar verschijnen. Maar nu al is duidelijk dat in het algemeen de consumptie sinds het begin van de pandemie is afgenomen.
Helena Valente, onderzoeker aan de psychologiefaculteit van de universiteit van Porto is een van de drijvende krachten achter het onderzoek. Ze kan al onthullen dat, naast de algemene afname van het gebruik, bij degene die al geregeld gebruikten, met name alcohol of cannabis, de dagelijkse dosis juist toenam. Alleen het gebruik van stimulerende middelen als cocaïne en xtc daalde. Wie weinig gebruikte en vooral in sociale situaties, is vaak gestopt omdat de drugs simpelweg niet beschikbaar zijn.
“Nu gebruiken ze om het isolement beter te kunnen verdragen”
Wat de kalmerende middelen alcohol en cannabis betreft, die worden volgens Valente nu vaak gebruikt om de angsten mee te onderdrukken die het isolement bij veel mensen oproept. ‘Vroeger gebruikten ze voor hun plezier, maar nu doen ze dat om hun angsten te verminderen, beter te slapen en het isolement beter te kunnen verdragen.’
De groep die meedeed aan het onderzoek is redelijk onproblematisch, heeft een ‘gecontroleerd’ gebruikspatroon, geconcentreerd rondom het uitgaansleven, wat zou kunnen verklaren waarom het gebruik bij hen afnam. Maar ook onder hen, vervolgt de psychologe, zijn er mensen die de stichting om hulp hebben gevraagd bij het stoppen met gebruiken, omdat hun inkomsten door de pandemie scherp waren afgenomen.
Gezien de sluiting van bars en clubs en de aard van de onderzoeksgroep, zijn de resultaten misschien weinig verrassend. Wel is Kosmicare bezorgd over de veiligheid op de clandestiene feesten. ‘Verboden op het gebruik van drugs hebben een geschiedenis van meer dan honderd jaar en het blijkt dat die het gebruik nooit hebben kunnen verhinderen,’ vertelt zij. En waar er vóór het begin van de pandemie nog ambulances en medische teams klaarstonden voor noodgevallen, is op de clandestiene feesten ‘dit laatste redmiddel niet voorhanden’.
Besmettingsgevaar
Uiteraard is ook het infectiegevaar niet gering. ‘Op een illegaal feest is het niet mogelijk om een veilige situatie te garanderen. In een discotheek zou je – als dansen weer wordt toegestaan – de zaak beter onder controle kunnen houden.’ Op ‘ondergrondse’ feesten of in ‘slecht geventileerde’ ruimtes is dat lastig en is het besmettingsgevaar ‘waarschijnlijk veel groter’.
Maar door alleen oog te hebben voor het besmettingsrisico is volgens Valente het belang van ‘het sociale en culturele aspect’ op de achtergrond geraakt. De psychologe noemt als voorbeeld de lgbtiq+-gemeenschap: de leden daarvan vinden in het nachtleven vaak gelijkgestemden, kunnen relaties aanknopen en zelfs ‘gemeenschappen creëren om elkaar tot steun te zijn’.
Nu echter is deze gemeenschap, net als die van veel andere nachtvlinders, afgesneden van een netwerk – van de steun van hun danspartners.
Het onderzoek naar eenzaamheid van neurowetenschapper Kay Tye kan ons helpen de psychologische gevolgen van sociaal isolement beter te begrijpen. Want eenzaamheid wordt in verband gebracht met depressie, angst, alcoholisme en drugsgebruik. Ook belemmert eenzaamheid het immuunsysteem en kan het leiden tot kanker, hartkwalen en alzheimer. Maar hoe ziet dat eenzame brein eruit?
Lang voordat de wereld ooit van covid-19 had gehoord, ging Kay Tye op zoek naar een antwoord op de vraag die in het tijdperk van sociale afstand een nieuwe weerklank heeft gekregen: wanneer mensen zich eenzaam voelen, snakken ze dan op dezelfde manier naar sociale interactie als iemand die honger heeft snakt naar eten?
Hebben zij en haar collega’s deze ‘honger’ in de neurale circuits van de hersenen kunnen ontdekken en meten? ‘Eenzaamheid is iets universeels,’ zegt Tye, neurowetenschapper bij het Salk Institute of Biological Sciences in San Diego, Californië. ‘Het lijkt redelijk om te betogen dat eenzaamheid een neurowetenschappelijk begrip zou moeten zijn. Alleen heeft niemand ooit een manier gevonden om het fenomeen te testen en in specifieke cellen te lokaliseren. Dat proberen we nu te doen.’
De afgelopen jaren is er een stortvloed van wetenschappelijke boeken verschenen waarin eenzaamheid in verband wordt gebracht met depressie, angst, alcoholisme en drugsgebruik. Er zijn zelfs steeds meer epidemiologische publicaties die aantonen dat je door eenzaamheid meer kans maakt ziek te worden: er lijkt een chronische toevloed van hormonen door ontketend te worden die een goede werking van het immuunsysteem belemmert. Biochemische veranderingen als gevolg van eenzaamheid kunnen de uitzaaiing van kanker versnellen en hartkwalen en alzheimer bespoedigen, of uiterst vitale mensen de wil ontnemen om verder te leven. Het opsporen en meten van eenzaamheid zou kunnen helpen om risicogevallen te identificeren en nieuwe interventiemethoden te ontwikkelen.
De komende maanden, zo waarschuwen velen, zullen we wereldwijd de gevolgen zien van covid-19 voor de geestelijke gezondheid. ‘Het zal niet lang meer duren voordat iedereen beseft wat de impact van sociale isolatie is op de rest van de geestelijke gezondheid,’ zegt Tye. ‘Ik denk dat die behoorlijk heftig is en snel optreedt.’
Maar het identificeren en zelfs definiëren van eenzaamheid is een moeilijk karwei. Zo moeilijk zelfs dat neurowetenschappers het onderwerp lange tijd hebben gemeden. Eenzaamheid, zegt Tye, is inherent subjectief. Een hedendaags voorbeeld: je kunt deelnemen aan een Zoom-gesprek met geliefden in een andere stad en je sterk verbonden voelen, of nog eenzamer dan vóór het gesprek. Deze ambiguïteit zou de merkwaardige resultaten kunnen verklaren die aan het licht kwamen toen Tye, voordat ze in 2016 haar eerste wetenschappelijke verhandeling over de neurowetenschappelijke kant van eenzaamheid publiceerde, onderzoek deed naar andere publicaties over het onderwerp. Hoewel ze in de psychologische literatuur studies over eenzaamheid aantrof, was er geen enkele publicatie waarin ook de woorden ‘cellen’, ‘neuronen’ en ‘hersenen’ voorkwamen.
Hoewel de grootste geesten op het gebied van filosofie, literatuur en beeldende kunst zich al millennia over het hoe en waarom van eenzaamheid buigen, gaan neurowetenschappers er sinds lange tijd van uit dat vragen over de manier waarop het menselijk brein ermee omgaat niet in hun datagedreven labs beantwoord kunnen worden. Tye hoopt daar verandering in te brengen door een geheel nieuw terrein te ontwikkelen, gericht op het analyseren en begrijpen van de manier waarop onze zintuiglijke waarnemingen, eerdere ervaringen, genetische predisposities en levenssituaties samenwerken met onze omgeving om een concrete, meetbare toestand te creëren die we eenzaamheid noemen. En ze wil ontdekken hoe die schijnbaar ondefinieerbare ervaring eruitziet wanneer ze geactiveerd wordt in de hersenen.
Als Tye daarin slaagt, zouden er nieuwe instrumenten kunnen worden ontwikkeld om mensen te identificeren en te volgen die het risico lopen op ziekten die door eenzaamheid worden verergerd. Ook zou het betere manieren kunnen opleveren om een mogelijke openbare gezondheidscrisis als gevolg van covid-19 aan te pakken.
Tye heeft zich geconcentreerd op specifieke neuronenpopulaties in de hersenen van knaagdieren die met een meetbare behoefte aan sociale interactie lijken te worden geassocieerd, een honger die kan worden gemanipuleerd door die neuronen zelf rechtstreeks te stimuleren.
Wetenschappers wisten al lange tijd dat het stimuleren van de amygdala een dier kan doen ineenkrimpen van angst. Maar door het labyrint van verbindingen te volgen dat de verschillende delen van de amygdala in en uit loopt, was Tye in staat aan te tonen dat het ‘angstcircuit’ van de hersenen zintuiglijke stimuli op een veel genuanceerdere manier kan beïnvloeden dan voorheen werd aangenomen. Zelfs moed leek door het circuit te worden gemoduleerd.
Tegen de tijd dat Tye in 2012 haar lab had ingericht op het Massachusetts Institute of Technology (MIT), volgde ze de neurale verbindingen van de amygdala met plekken als de prefrontale cortex, die de hersenen aanstuurt, en de hippocampus, de zetel van het episodisch geheugen. Het doel was de circuits in de hersenen in kaart te brengen waarop we vertrouwen om de wereld beter te kunnen begrijpen, onze moment-tot-momentervaring te duiden en op verschillende situaties te reageren.
Onverwachte ontdekking
Dat ze eenzaamheid begon te bestuderen, berustte grotendeels op toeval. Bij het zoeken naar nieuwe postdocs stuitte Tye op het werk van Gillian Matthews, die als promovenda aan het Imperial College London een onverwachte ontdekking had gedaan, toen ze de muizen die ze bij haar experiment gebruikte van elkaar scheidde. Sociale isolatie, het pure feit alleen te zijn, leek de hersencellen die DRN-neuronen worden genoemd zodanig te hebben veranderd dat ze wellicht tot eenzaamheid leidden. Tye zag onmiddellijk de mogelijkheden. Ze herinnert zich nog hoe ongelooflijk ze deze ontdekking vond. Dat de tekenen van sociale isolatie naar een specifiek deel van de hersenen konden worden herleid, vond ze volstrekt logisch. ‘Maar waar zitten die tekenen en hoe zou je ze kunnen vinden? Als dit het specifieke deel was, dacht ik, dan zou dat superinteressant zijn.’ Bij al haar neuronenonderzoek, zegt Tye, ‘ben ik nooit eerder iets over sociale isolatie tegengekomen. Nooit.’
Het opsporen en meten van eenzaamheid zou kunnen helpen om risicogevallen te identificeren
Tye realiseerde zich dat als zij en Matthews een kaart van een eenzaamheidscircuit zouden kunnen maken, ze in het lab precies het soort vragen zouden kunnen beantwoorden die ze hoopte te onderzoeken: hoe veroorzaken de hersenen onbedoeld sociale isolatie? Hoe en wanneer verandert de objectieve ervaring van het niet samen met anderen zijn in de subjectieve ervaring van eenzaamheid?
De eerste stap was het doorgronden van de rol die de DRN-neuronen spelen bij deze geestesgesteldheid. Een van de eerste dingen die Tye en Matthews opmerkten, was dat wanneer ze deze neuronen stimuleerden, de dieren eerder sociale interactie met andere muizen zochten. Bij een later experiment toonden ze aan dat dieren, wanneer ze de keus hadden, doelbewust delen van hun kooi meden die bij hun binnenkomst de neuronen activeerden. Dit deed vermoeden dat hun zoeken naar sociale interactie eerder werd gemotiveerd door een verlangen om pijn te vermijden dan om plezier te genereren.
Bij een vervolgexperiment plaatsten de onderzoekers enkele muizen 24 uur lang in eenzame opsluiting om ze vervolgens weer in sociale groepen te introduceren. Zoals te verwachten viel, besteedden de dieren toen ongewoon veel tijd aan interactie met andere dieren, alsof ze ‘eenzaam’ waren geweest. Daarna isoleerden Tye en Mattthews dezelfde muizen opnieuw, ditmaal met gebruikmaking van optogenetics om de DRN-neuronen uit te schakelen na de periode van afzondering. Nu taalden de dieren niet meer naar sociaal contact. Het was alsof de sociale isolatie niet tot hun hersenen was doorgedrongen.
Tye en Matthews leken het equivalent te hebben gevonden van een homeostatische regulator voor de basale behoefte van knaagdieren aan sociale contacten. Volgende vraag: wat betekenen deze bevindingen voor mensen?
Om die vraag te beantwoorden werkt Tye samen met onderzoekers in het lab van Rebecca Saxe, hoogleraar cognitieve neurowetenschap van MIT en gespecialiseerd in menselijke sociale cognitie en emotie.
‘Behoefte aan sociaal contact en behoefte aan eten lijken op een sterk overeenkomstige manier tot uiting te komen’
Sociale signalen
De experimenten met mensen zijn veel moeilijker te ontwikkelen, omdat de voor optogenetics vereiste hersenoperaties geen optie zijn. Wel is het mogelijk eenzame mensen met beelden van vriendelijke mensen te confronteren die sociale signalen uitzenden, zoals een glimlach, en dan met behulp van een fMRI-scan de verandering in de bloedstroom naar diverse delen van de hersenen te volgen en vast te leggen. En dankzij eerdere experimenten hebben wetenschappers een goed idee van de plek waar ze in de hersenen moeten zoeken, namelijk een gebied dat analoog is aan datgene wat Matthews en Tye bij muizen hebben bestudeerd.
Vorig jaar heeft Livia Tomova, een postdoc die het onderzoek in het lab van Saxe leidt, veertig vrijwilligers geronseld die volgens eigen zeggen een groot sociaal netwerk hadden en een zeer laag eenzaamheidsniveau. Tomova verbande haar proefpersonen naar een kamer in het lab en verbood tien uur lang iedere vorm van menselijk contact. Ter vergelijking nodigde Tomova dezelfde deelnemers opnieuw uit voor een tien uur durende sessie waar volop sociale interactie was, maar geen eten.
Aan het eind van beide sessies kregen de proefpersonen het verzoek in een fMRI-scanner te klimmen en werden ze met verschillende beelden geconfronteerd, sommige van mensen die non-verbale sociale signalen uitzonden, andere waarop eten was te zien.
Anders dan Tye en Matthews was Tomova niet in staat zich op individuele neuronen te richten. Wel kon ze veranderingen in de bloedstroom volgen binnen grotere delen van de scan, de zogeheten voxels; elke voxel toonde de veranderende activiteit van afzonderlijke populaties van enkele duizenden neuronen. Tomova concentreerde zich op de middenhersenen waarvan bekend is dat ze rijk aan neuronen zijn die worden geassocieerd met het produceren en verwerken van de neurotransmitter dopamine. Bij andere experimenten is al aangetoond dat deze gebieden verband houden met het ‘verlangen’ of ‘snakken’ naar iets. Het zijn gebieden die oplichten bij beelden van eten wanneer iemand honger heeft, of bij drugsgerelateerde afbeeldingen in het geval van mensen met een verslaving. Zouden ze hetzelfde doen bij eenzame mensen die afbeeldingen van een glimlach te zien krijgen?
Het antwoord was duidelijk: na de sociale isolatie toonden de hersenen van de proefpersonen veel meer activiteit in het middenhersengebied wanneer ze de beelden van sociale signalen te zien kregen. Wanneer de proefpersonen honger hadden maar niet sociaal geïsoleerd waren geweest, reageerden ze even sterk op de etenssignalen, maar niet op de sociale. ‘Of het nu behoefte aan sociaal contact is of behoefte aan andere dingen zoals eten, ze lijken op een sterk overeenkomstige manier tot uiting te komen,’ zegt Tomova.
Inzicht in de manier waarop de behoefte aan sociaal contact in de hersenen tot stand komt zou meer inzicht kunnen verschaffen in de rol die sociale isolatie bij sommige ziekten speelt. Het objectief meten van eenzaamheid in de hersenen, in tegenstelling tot het vragen aan mensen hoe ze zich voelen, zou bijvoorbeeld het verband tussen depressiviteit en eenzaamheid kunnen verduidelijken. Het is de kip of het ei: veroorzaakt depressiviteit eenzaamheid, of veroorzaakt eenzaamheid depressiviteit? En zou tijdige sociale interventie depressiviteit kunnen helpen bestrijden?
Verslaving
Inzicht in het eenzaamheidscircuit in de hersenen zou ook enig licht kunnen werpen op verslaving, waar geïsoleerde dieren volgens bepaald onderzoek vatbaarder voor zijn. Daarvoor lijkt vooral sterk bewijs te bestaan bij adolescente dieren, die gevoeliger lijken te zijn voor de effecten van sociale isolatie dan oudere of jongere soortgenoten. Bij mensen zullen vooral jongeren tussen de 16 en 24 waarschijnlijk zeggen dat ze zich eenzaam voelen, en dat is ook de leeftijd waarop zich veel storingen op het gebied van de geestelijke gezondheid beginnen te manifesteren. Is er een verband?
Maar waar momenteel misschien wel de grootste behoefte aan is, is een reactie op de sociale afstand waartoe de covid-19-pandemie noopt. Volgens sommige onlineonderzoeken is er geen algehele toename van eenzaamheid sinds het begin van de pandemie, maar hoe zit het met mensen voor wie de kans op geestelijke gezondheidsproblemen het grootst is? Op welk moment komt hun psychologische en fysieke welzijn in gevaar wanneer ze worden geïsoleerd? Als we eenzaamheid eenmaal kunnen meten, zal het veel makkelijker worden om doelgerichte interventies te ontwikkelen.
‘Een belangrijke vraag voor toekomstig onderzoek is hoeveel en wat voor soorten positieve interactie volstaan om in de basisbehoefte te voorzien en daarmee de neurale verlangensrespons te elimineren,’ schreven Tomova en Tye eind maart in een voor-publicatie van hun komende verhandeling. De pandemie ‘benadrukt het belang van een beter begrip van menselijke sociale behoeften en het neurale mechanisme dat aan sociale motivatie ten grondslag ligt. Deze studie zet een eerste stap in die richting.’
Dat is, in de bedekte termen die typerend zijn voor wetenschappelijke taal, de aankondiging van de geboorte van een heel nieuw onderzoeksterrein, waarvan je maar zelden getuige bent, laat staan dat je eraan deelneemt.
‘Het is voor mij zo opwindend, omdat dit allemaal begrippen zijn waarover we in de psychologie al een miljoen keer hebben horen spreken; en nu hebben we voor het eerst echt cellen in de hersenen die we aan het systeem kunnen linken,’ zegt Tye. ‘En als je eenmaal één cel hebt, kun je terugzoeken en vooruitzoeken; je kunt kijken wat er stroomopwaarts is, je kunt kijken wat alle neuronen die zich stroomopwaarts bevinden doen, en wat voor boodschappers er worden gestuurd. Nu kun je het hele circuit ontdekken, je weet waar je moet beginnen.’
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.