Tag: corruptie

  • Moet een politicus altijd aftreden bij een schandaal?

    Moet een politicus altijd aftreden bij een schandaal?

    In Spanje heeft een mondkapjesaffaire een discussie op gang gebracht over politieke verantwoordelijkheid. Mercedes Cabrera, voormalig minister van Onderwijs, en José María Lassalle, voormalig staatssecretaris van Cultuur, geven hun visie op de vraag: moet een politicus zijn verantwoordelijkheid nemen, ook al is hij strafrechtelijk onschuldig?

    De affaire die bekend werd als de ‘zaak-Koldo’ was het gevolg van de aankoop van mondkapjes tijdens de pandemie door een adviseur van voormalig minister José Luis Ábalos, inmiddels parlementslid. Naar aanleiding hiervan heeft zijn partij PSOE hem gevraagd om af te treden, hoewel Ábalos niet is aangeklaagd. Twee voormalig bewindslieden gaan in El País met elkaar in debat over de vraag of het gerechtvaardigd is om hem te vragen afstand te doen van zijn parlementszetel.

    Nee: ‘Het lost de problemen niet op’

    ‘Het is een makkelijke vraag om te stellen, maar niet om te beantwoorden,’ vindt Mercedes Cabrera, voormalig minister van Onderwijs (2006-2009). Volgens haar mag je van een democratische rechtsstaat verwachten dat geschreven regels en wetten in dit soort situaties houvast bieden. ‘En ja, dat doen ze. Maar ze lossen niets op.’ Ze maken volgens haar geen einde aan de controverse die is ontstaan door de corruptiezaak-Koldo. ‘Als zelfs strafrechtelijke verantwoordelijkheid op basis van wetboeken en regels, en toegepast door onafhankelijke rechters, onderhevig is aan interpretatie, hoe zit het dan wel niet met politieke verantwoordelijkheid?’

    Cabrera verwijst naar de Duitse socioloog Max Weber, die in 1919, in de ‘extreem turbulente’ tijd van de pas ontstane democratische Weimarrepubliek, het essay Politiek als beroep schreef. Weber sprak over de ethiek van overtuiging, waarbij politici zouden moeten handelen volgens hun idealen, en de ethiek van verantwoordelijkheid, waarbij politici handelen volgens de soms complexe realiteit en met de gevolgen van hun daden in hun achterhoofd. ‘Het was niet zijn bedoeling om het een tegenover het ander te stellen, maar juist om de twee complementair te maken.’

    Ook How Democracies Die van Steven Levitsky en Daniel Ziblatt helpt volgens Cabrera bij het beantwoorden van de vraag. Volgens Levitsky en Ziblatt zijn er in een gezonde democratie twee ongeschreven regels. ‘Omdat trouw verklaren aan de grondwet niet genoeg is, moet er ook sprake zijn van wederzijdse tolerantie,’ legt Cabrera uit. ‘Je moet de tegenstander accepteren als concurrent, zolang die de grondwettelijke regels respecteert. En er moet sprake zijn van institutionele terughoudendheid, wat inhoudt dat acties worden vermeden die weliswaar de geschreven wet accepteren, maar de geest ervan schenden.’ Levitsky en Ziblatt hameren er verder op dat we de term ‘democratie’ niet moeten opvatten als zelfstandig naamwoord, maar als werkwoord. ‘Het voortbestaan van de democratie is niet vanzelfsprekend, iedereen is er verantwoordelijk voor.’

    ‘Een goede politicus weet wanneer hij moet aftreden, zonder te hoeven wachten tot een onderzoek is afgerond’

    ‘Moest ik dit er allemaal bij halen om de vraag te kunnen beantwoorden? Wat mij betreft wel,’ schrijft Cabrera. Ze benadrukt dat ze het niet heeft over deelnemers aan een complot, ‘maar over degenen die gedoogden, of niet zagen wat er gebeurde terwijl ze dat wel hadden moeten zien. Een goede politicus weet wanneer hij moet aftreden, zonder af te wachten tot een onderzoek is afgerond.’

    Het is dan ook essentieel om snel en transparant te reageren, stelt Cabrera, aangezien ‘de PSOE van de strijd tegen corruptie haar handelsmerk maakte, precies op het moment dat er een geval van corruptie aan het licht kwam’.  

    Ook de Partido Popular maakt volgens haar misbruik van de situatie. ‘De politieke verantwoordelijkheid geldt evengoed voor degenen die deze zaak benutten om af te rekenen met een politiek tegenstander.’ Volgens Cabrera lost de eis dat iemand aftreedt niet alles in één keer op. ‘Voor de gezondheid van een democratie en het herstel van het vertrouwen van het publiek is het gedrag van de oppositie net zo belangrijk als dat van de regering.’

    Mercedes Cabrera is hoogleraar aan de Complutense-universiteit van Madrid en was van 2006 tot 2009 minister van Onderwijs in de regering van José Luis Rodríguez Zapatero.

    Ja: ‘Het vertrouwen van het publiek moet worden hersteld’

    De gezondheid van de democratie wordt volgens José María Lassalle, voormalig staatssecretaris van Cultuur, aan veel aspecten afgemeten. ‘Maar een daarvan, misschien wel het belangrijkste, is dat de mensen erop kunnen vertrouwen dat degenen die regeren dat in de naam van het volk doen en uitsluitend handelen in het voordeel en belang van dat volk.’ Dat vertrouwen kent volgens hem ups en downs, maar mag in wezen nooit verbroken worden. ‘Anders zou de democratie haar belangrijkste kern verliezen.’ Hij haalt Zygmunt Bauman aan, die gelooft dat we momenteel een crisis van de democratie doormaken. Het vertrouwen zou zijn ingestort ‘doordat de mensen ervan overtuigd zijn dat hun leiders “corrupt, dom of onbekwaam” zijn’.

    ‘Niet alleen de dader is strafrechtelijk schuldig, maar ook degenen die hem hadden kunnen en moeten controleren’

    En deze crisis is volgens Lassalle de reden dat verantwoording afleggen als politicus noodzakelijker is dan ooit. ‘Ik heb het niet over de strafrechtelijke vervolging van vermeende corrupte politici, want daar zijn de rechtbanken voor, maar over politieke verantwoordelijkheid nemen als iemand ongeschikt blijkt om te regeren.’ Volgens hem moeten binnen een democratie degenen die een openbaar ambt bekleden betrouwbaar en competent zijn. ‘Daarom heeft een hoge ambtenaar, wanneer zich omstandigheden voordoen die zijn betrouwbaarheid in twijfel trekken, geen andere keuze dan zijn politieke verantwoordelijkheid te nemen en het vertrouwen van het publiek in zijn persoon te herstellen.’

    Lassalle benadrukt dat door het nemen van politieke verantwoordelijkheid de ‘ongeschiktheid bij het uitoefenen van het politieke ambt’ wordt gecompenseerd. Volgens Lassalle wordt vertrouwen niet hersteld door een beroep te doen op iemands eer en geweten, maar doordat iemand de gevolgen van zijn fouten aanvaardt. ‘Het lijdt geen twijfel dat dit vertrouwen geschonden kan worden zonder dat de persoon in kwestie juridisch aansprakelijk wordt gesteld.’

    Daarnaast is een politicus niet alleen verantwoordelijk voor zichzelf. ‘In een democratie is niet alleen de dader strafrechtelijk schuldig, maar ook degenen die hem vertrouwden, degenen die hem hadden kunnen en moeten controleren maar dat niet deden.’ Lassalle geeft Willy Brandt als voorbeeld, die midden in de Koude Oorlog aftrad als bondskanselier van Duitsland omdat een van zijn persoonlijke assistenten, Günter Guillaume, een communistisch spion bleek te zijn. ‘Het is waar dat hij daarna doorging als parlementslid en voorzitter van de SPD, maar hij nam zijn politieke verantwoordelijkheid door afstand te doen van zijn functie van kanselier, waarin hij had gefaald.’

    Lassalle vreest echter dat deze tijden voorbij zijn, en dat deze vorm van politieke verantwoordelijkheid nemen verloren is gegaan ‘nu het populisme onze democratieën bedwelmt’.

    José María Lassalle was van 2011 tot 2016 staatssecretaris van Cultuur en van 2016 tot 2018 staatssecretaris van Digitale Agenda. Hij diende beide termijnen onder premier Mariano Rajoy.

  • Huis van Afgevaardigden gaat afzetting president Biden onderzoeken

    Huis van Afgevaardigden gaat afzetting president Biden onderzoeken

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Colombia dodelijkste land voor milieuactivisten

    » Medeoprichter OneCoin krijgt 20 jaar gevangenisstraf

    Biden zou als vicepresident corrupt zijn geweest

    Het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden zal een formeel onderzoek instellen naar de mogelijkheid om president Joe Biden af te zetten. Dat heeft de Republikeinse voorzitter van het Huis Kevin McCarthy aangekondigd, meldt The New York Times. Volgens McCarthy gaat het onderzoek zich richten op ‘beschuldigingen van machtsmisbruik, obstructie en corruptie’ door Biden.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Hoewel er al langer beschuldigingen van de Republikeinse Partij zijn, is er nooit bewijs gevonden van corruptie. Het vermeende misbruik zou hebben plaatsgevonden in de tijd dat Biden vicepresident onder Barack Obama was. Hij zou hebben meegeprofiteerd van de zakelijke activiteiten van zijn zoon Hunter, die eveneens wordt onderzocht door de Republikeinen.

    In een korte verklaring op het Amerikaanse Capitool zei McCarthy dat er ‘serieuze en geloofwaardige’ beschuldigingen waren. Volgens experts staat McCarthy onder druk van zijn eigen partij om een onderzoek te starten. Het Witte Huis noemt het onderzoek ‘extreme politiek’.

    Lees ook:

  • Naast oorlog voert Oekraïne ook een strijd tegen corruptie

    Naast oorlog voert Oekraïne ook een strijd tegen corruptie

    Elke week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week kijken we naar Oekraïne, waar de minister van Defensie is ontslagen vanwege corruptie. Lukt het het in oorlog verwikkelde land het om een vuist te maken tegen machtsmisbruik en zelfverrijking?

    Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief Buiten de grenzen, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – al vanaf €5 per maand – op 360 Magazine en abonneer je op de nieuwsbrieven.

    Waarom is de Oekraïense minister van Defensie ontslagen?

    Volodymyr Zelensky, de Oekraïense president, heeft zondag bekendgemaakt dat hij zijn minister van Defensie, Oleksi Reznikov, vervangt. ‘De grootste verandering in het leiderschap van de Oekraïense oorlogsinspanningen sinds het begin van de Russische invasie’, aldus The New York Times. Zelensky benadrukte de noodzaak van een ‘nieuwe aanpak’ voor de oorlog na meer dan achttien maanden van conflict.

    Defensieminister Reznikov, die in november 2021 op zijn post werd benoemd, ‘hielp bij het binnenhalen van miljarden dollars aan westerse militaire hulp om de oorlogsinspanningen van zijn land te ondersteunen’. Maar hij is ook betrokken bij een ‘corruptiezaak binnen zijn ministerie’, schrijft The Guardian

    Na onthullingen van de Oekraïense kranten Dzerkalo Tyzjnja en Oekrajinska Pravda was Reznikov in opspraak geraakt. Zo zou het ministerie van Defensie veel te hoge bedragen hebben betaald voor onder andere winterjassen en kogelvrije vesten voor het leger, en zou de uitrusting niet aan de kwaliteitseisen voldoen. Inmiddels is de regering een onderzoek gestart naar corruptie op het ministerie. Reznikov zelf heeft de beschuldigingen altijd ontkend.

    Het ontslag ‘zat al maanden in de pijplijn’, schrijft El País. Al sinds februari 2023 zijn er berichten dat zich meerdere financiële schandalen binnen het ministerie van Defensie hebben voorgedaan, onder andere bij de inkoop van eieren voor het leger. Reznikov werd eerder niet direct beschuldigd, maar gaf toe dat hij ‘eindverantwoordelijk was voor zijn team’, meldt het Spaanse dagblad.

    ANP 476569557
    De Oekraïense minister van Defensie Oleksi Reznikov toont Oekraïense militaire uniformen aan de media tijdens een persconferentie in Kyiv. Reznikov kwam in opspraak vanwege gesjoemel bij de inkoop van winterjassen op zijn ministerie. – © Sergei Chuzavkov / AFP

    Destijds gaf de politicus een persconferentie waarin hij de balans opmaakte van zijn ambtsjaar. Hij verzekerde dat hij afstand zou doen van de defensieportefeuille zodra zijn vervanger was gevonden en noemde het stressniveau dat hij tijdens de invasie had ervaren ‘moeilijk te beschrijven’. Reznikov was een van de bepalende gezichten van Oekraïne op het wereldtoneel en een van de weinige topfunctionarissen die in Kyiv bleven toen de hoofdstad gedeeltelijk werd omsingeld door Russische troepen aan het begin van de invasie, schrijft The New York Times.

    Hij wordt vervangen door Roestem Oemerov, de voorzitter van het Oekraïense Staatseigendomsfonds en lid van een oppositiepartij. Oemerov was de belangrijkste Oekraïense onderhandelaar van de graandeal met Rusland en een prominent onderhandelaar als het gaat om de uitwisseling van gevangenen. Hij maakt als Krim-Tataar onderdeel uit van een Turkssprekende minderheidsgroep die voornamelijk op de in 2014 door Rusland geannexeerde Krim woont. 

    Hoe is het gesteld met de corruptie in Oekraïne?

    ‘Oekraïne wordt al lange tijd geassocieerd met corruptie en oligarchie en Rusland heeft dit feit gebruikt om de oorlog tegen het land deels te rechtvaardigen’, schrijft Al Jazeera. Het bestrijden van corruptie was dan ook een van de speerpunten in de presidentscampagne van Zelensky in 2019. Tijdens zijn inauguratiespeech op 20 mei van dat jaar zei de president: ‘Laten we een land van andere kansen opbouwen. Waar iedereen gelijk is voor de wet en waar de spelregels eerlijk, transparant en voor iedereen hetzelfde zijn.’

    Sindsdien heeft het land belangrijke stappen gezet om corruptie te bevechten, aldus de Qatarese zender. Zo is Oekraïne van de 126ste plek in 2019 opgeklommen naar plek 116 in 2022 van de Corruption Perceptions Index van Transparency International, daarin worden landen gerangschikt op de mate waarin corruptie in de publieke sector aanwezig is. Wel is het volgens de ranking nog steeds het op een na meest corrupte land van Europa, na Rusland.

    ‘Het zeer actieve Oekraïense maatschappelijk middenveld beschouwt (…) corruptiebestrijding als een integraal onderdeel van de oorlogsinspanning’, schrijft The Guardian. Maar oorlog is ook een situatie waarin corruptie juist kan gedijen, aldus de Britse krant. Door de staat van beleg zijn veel van de transparantiemaatregelen die Zelensky bij zijn aantreden heeft ingevoerd, weer afgeschaft. Zo hoeven overheidsfunctionarissen hun eigendommen en inkomsten niet langer te registreren.

    ANP 477117355
    De arrestatie van de Oekraïense zakenmagnaat Ihor Kolomojsky afgelopen zaterdag. Hij wordt verdacht van fraude en witwassen. – © Maxym Marusenko / NurPhoto / Shutterstock

    Een dag voor het ontslag van Reznikov kwam er een ander corruptieschandaal in Oekraïne aan het licht. Zaterdag arresteerde de SBOe, de binnenlandse veiligheidsdienst van Oekraïne, Ihor Kolomojsky, een controversiële oligarch die ooit nauwe banden had met de president, op verdenking van fraude en het witwassen van geld. Kolomosjky was ‘een van de invloedrijkste zakenlieden in Oekraïne’, schrijft de Oekraïenstalige versie van de BBC

    Volgens de aanklagers, vervolgt de BBC, heeft Ihor Kolomojsky tussen 2013 en 2020 miljarden hryvnia verduisterd met behulp van zijn eigen bancaire instellingen. Saillant is dat Kolomojski in die tijd een trouw bondgenoot van Zelensky was. Hij was ‘de eigenaar van het televisiekanaal 1+1 toen de komische acteur Volodymyr Zelensky daar werkte. In 2019 steunden Kolomojsky en zijn kanaal actief de kandidatuur van Zelensky voor het presidentschap.’ 

    Het mag dan ook een verrassing heten dat hij eindelijk wordt opgepakt, aldus dagblad Visoky Zamok uit Lviv. ‘Kolomojsky staat in de beklaagdenbank – dat is een uniek beeld. Kolomojsky zelf had dat nooit kunnen bedenken (…). Maar veel mensen dromen hier al jaren van.’ Volgens The Economist zijn Zelensky en Kolomojsky de laatste tijd gebrouilleerd geraakt. ‘Dat heeft de president in staat gesteld om hem [Kolomojsky] publiekelijk als voorbeeld te stellen in zijn strijd tegen corruptie.’

    Maar sommige Oekraïense media zijn sceptisch over de vraag of de zaak tegen Kolomojsky iets oplevert. Zo ook Visoky Zamok: ‘De waarheid is dat een proces tegen Kolomojsky alleen vertrouwen kan wekken als het in de Verenigde Staten plaatsvindt. Elke zaak die in Oekraïne tegen hem wordt aangespannen, zal twijfels oproepen onder de bevolking.’

    ANP 473522357
    Joe Biden, links, noemde corruptie in Oekraïne ooit ‘endemisch’. Volodymyr Zelensky, rechts, sloot in december een rechtbank in Oekraïne nadat een onderzoek daar corruptie aan het licht had gebracht. – © Alexi Witwicki / Sipa USA

    Hoe beïnvloedt corruptie de oorlog tegen Rusland?

    Uit recente peilingen blijkt dat zes van de tien Oekraïners geloven dat corruptie de ‘belangrijkste’ factor is die een militaire overwinning op Rusland in de weg staat, schrijft The Economist. Ook veel westerse landen die Oekraïne steunen benadrukken dat hun hulp gepaard moet gaan met een harde aanpak van gesjoemel met overheidsgeld. 

    Ook als het gaat om de wederopbouw van het land zijn westerse landen en private partijen bevreesd dat hun financiële steun in de zakken van de elite verdwijnt, schrijft The Guardian. ‘De particuliere sector zal geen investering riskeren als ze vrezen dat de financiering niet naar een voorgestelde nieuwe brug gaat, maar in de zak van een oligarch verdwijnt.’ Zowel de EU als internationale financiële instellingen en de G7 hebben daarom voorwaarden gesteld op het gebied van corruptiebestrijding. 

    ‘De uiteindelijke oplossing van beide zaken – of Kolomojsky voor de rechter moet verschijnen en of het Oekraïense ministerie van Defensie kan worden gezuiverd – zal voor een deel bepalen hoe bereid het Westen is om de financiering van Oekraïne te blijven steunen’, concludeert The Economist.

    Omdat zelfs Rusland corruptie in Oekraïne als rechtvaardiging van zijn agressie jegens het land gebruikt, ‘moeten we heel voorzichtig zijn met hoe we de kwestie van corruptie in Oekraïne aankaarten. Doen we dat niet, dan dragen we alleen maar bij aan het propagandaverhaal van Rusland,’ citeert Al Jazeera Koen Slootmaeckers, hoofddocent internationale politiek aan de City University of London.

    Lees ook:

  • Saoedi-Arabië: broer van prominente geestelijke ter dood veroordeeld

    Saoedi-Arabië: broer van prominente geestelijke ter dood veroordeeld

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Hoogleraar klaagt Harvard-onderzoekers aan voor laster na beschuldigingen van fraude

    » VK: kwart van de Britse muzikanten heeft geen werk in de EU sinds Brexit

    Al-Ghamdi tweette over corruptie

    De Saoedische rechtbank heeft de broer van een prominente geestelijke ter dood veroordeeld vanwege tweets over corruptie en het verdedigen van andere geestelijken, aldus Middle East Monitor. Het Gespecialiseerde Strafhof in Riyad heeft mijn broer, Mohammad al-Ghamdi, ter dood veroordeeld na vijf tweets waarin hij kritiek uitte op corruptie en mensenrechtenschendingen,’ twitterde de Saoedische geestelijke Saeed bin Nasser al-Ghamdi eind augustus. Mohammad, een gepensioneerde leraar, zou tijdens zijn verhoor ook vier Saoedische geleerden hebben verdedigd.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De uitspraak stamt al van begin juli, bijna een jaar nadat hij werd gearresteerd. Volgens Saeed heeft de rechtbank geen rekening gehouden met medische rapporten en de chronische neurologische aandoeningen van zijn broer, ‘noch met zijn hoge leeftijd en ziekte, noch met het feit dat zijn account slechts negen volgers heeft’.

    Lees ook:

  • Irak droogt uit – en dat komt niet alleen door klimaatverandering

    Irak droogt uit – en dat komt niet alleen door klimaatverandering

    Irak lijdt onder toenemende droogte. Behalve de klimaatcrisis, waardoor het water in rivieren en meren sneller verdampt, gaat de bevolking gebukt onder corruptie en regionale conflicten. Milieuactivisten in het land maken zich grote zorgen: ‘We staan op de rand van een catastrofe.’

    Soms gaat het sneller dan gedacht, en dat betekent niet altijd iets goeds. ‘Ik waarschuw al sinds 2004 voor een tekort aan water in Irak. Maar ik ging ervan uit dat het pas vanaf 2030 een probleem kon worden. Ik zat fout.’ De Iraakse milieuactivist Azzam Alwash maakt zich zorgen om zijn vaderland, dat lijdt onder langdurige droogtes en toenemende watertekorten. ‘We staan op de rand van een catastrofe,’ zegt hij aan de telefoon. Irak heeft eigenlijk altijd geprofiteerd van de vruchtbare bodem tussen de Eufraat en de Tigris. De twee rivieren zorgen voor ongeveer 98 procent van de watervoorziening. Ze voerden altijd voedingsstoffen en vochtigheid voor het land aan.

    De Tigris en de iets zuidelijker gelegen Eufraat ontspringen in Turkije, stromen door heel Irak en vloeien ten slotte ongeveer 200 kilometer voor de kust samen, in de buurt van de stad Basra. Aan het eind van de steeds uiterst droge zomers bevatten de beide rivieren het minste water. Desondanks stroomde tussen 1981 en 2010 in de laatste septemberdagen nog bijna 1000 kubieke meter water per seconde uit de monding in zee – meer dan bijvoorbeeld aan de monding van de Elbe [in de Noordzee].

    Maar sinds de millenniumwisseling drogen de voor Irak zo belangrijke levensaders op. Volgens de gegevens van de Copernicus Climate Change Services [van de EU] nemen de watervolumes duidelijk af. Dat ligt niet alleen aan de temperaturen die stijgen als gevolg van de klimaatcrisis, waardoor het water in meren en rivieren sneller verdampt. Ook de hoeveelheid neerslag is in de laatste decennia afgenomen. De droogte leidde vooral het afgelopen jaar tot verwoestende zandstormen.

    Slechts 60 procent heeft toegang tot drinkwatervoorziening

    In de rivierbeddingen, weiden, moerassen, meren en kanalen ontbreekt het aan water – met ingrijpende gevolgen, en niet alleen voor het milieu. ‘De gevolgen van de noodsituatie zouden ertoe kunnen leiden dat de regionale spanningen tussen Irak en de buurlanden verder toenemen,’ zegt Alwash. Turkije, Syrië en Iran betwisten Irak het water van de Eufraat en de Tigris. Ook die landen lijden onder de toenemende droogte; ze bouwen dammen in de bovenloop van de rivieren en leiden het water om in eigen gebied. Het Iraakse ministerie van Watervoorziening dreigde Iran in de afgelopen jaren al met een aanklacht bij het Internationaal Gerechtshof, vanwege de vermindering van de watertoevoer [via zijrivieren] uit dat land. De Turkse president Recep Tayyip Erdogan maakte bij voorbaat duidelijk dat er voor hem geen verschil bestaat tussen de bescherming van het eigen water en die van het vaderland.

    In april zei de plaatsvervangende Iraakse minister van Milieu volgens berichten in de media dat de Eufraat en de Tigris op dit moment minder dan 30 procent van hun normale hoeveelheid water uit Turkije en Iran zouden ontvangen. Regeringsvertegenwoordigers uit de drie landen komen steeds weer bij elkaar om te onderhandelen over de toekomst van de watervoorziening. Onlangs heeft Turkije Irak voor een maand meer water uit de Ilisu-dam [in de Tigris] toegezegd. Maar het ontbreekt nog steeds aan oplossingen voor de lange termijn. Critici verwijten Turkije dat het zijn controle over het water tegenover Irak als drukmiddel zou gebruiken in politieke en economische kwesties.

    Beschadigd

    ‘Turkije en Iran spelen een grote rol, maar ook het slechte watermanagement is een probleem,’ zegt Mac Skelton, directeur van het Instituut voor regionale en internationale studies aan de Amerikaanse Universiteit van Irak in Suleimaniya, aan de telefoon. Meerdere oorlogen hebben de waterinfrastructuur van het land beschadigd. Het fragiele politieke systeem van het land doet de rest. Om sjiitische rebellen hun toevluchtsoord te ontnemen, legde Saddam Hoessein in het begin van de jaren negentig het vruchtbare marsland in het zuiden van het land droog. Bijna 90 procent van het oppervlak droogde uit, waardoor de bewoners hun middelen van bestaan kwijtraakten. Na de val van Saddam in 2003 staken activisten de dammen door en keerde het leven terug.

    Nu wordt het gebied door de gevolgen van de klimaatcrisis en de aanhoudende droogte opnieuw bedreigd. Volgens een bericht van de Verenigde Naties heeft slechts 60 procent van de Iraakse bevolking toegang tot een betrouwbare drinkwatervoorziening. ‘Dat is het resultaat van een sinds 2003 falende waterhuishouding, die niet in de laatste plaats wordt verergerd door de systematische corruptie in het land,’ zegt Skelton. Daar komt bij dat de Iraakse bevolking voortdurend groeit; de Eufraat en de Tigris moeten dus ook steeds meer mensen van water voorzien. Deze crisissituatie leidt regelmatig tot protesten, veel mensen in Irak zijn wanhopig.

    In het zuiden van het land dringt het zoute water uit de Perzische Golf stroomopwaarts naar het noorden, waar het rivieren en vruchtbare landbouwgebieden binnendringt. Het areaal voor het verbouwen van graan is duidelijk gekrompen, boeren verliezen hun vee en hun tarwe, en het water is vervuild. Steeds weer moeten duizenden mensen hun land verlaten en naar de grote steden verhuizen. Wie zich in het land inzet voor milieubescherming, moet vrezen voor represailles en ontvoeringen.

    Milieuactivisten

    Daar kan ook Azzam Alwash over meepraten: zijn vriend en collega Jassim al-Asadi van de ngo Nature Iraq werd in februari ontvoerd. Hij is niet de enige die sinds de massaprotesten van 2019 dit lot onderging. Doelwit van de ontvoeringen zijn vooral milieuactivisten, zoals blijkt uit een bericht van Human Rights Watch. Volgens de mensenrechtenorganisatie hangt dat samen met de algemene opstelling van de regering, die maatschappelijke organisaties in het land als een bedreiging beschouwt. Om veiligheidsredenen heeft Alwash na de ontvoering van zijn vriend dan ook besloten Irak te verlaten.

    De gevolgen van de droogte zijn even divers als catastrofaal. Alwash gaat ervan uit dat de temperaturen ook in 2023 tot boven de 50 graden zullen stijgen. Daarom hoopt hij dat de regionale machten een gezamenlijke oplossing zullen vinden. ‘Anders moeten de mensen hier binnenkort nog harder vechten om te overleven dan ze nu al doen.’

  • Hoe Ecuador is afgegleden naar een narcostaat

    Hoe Ecuador is afgegleden naar een narcostaat

    Elke week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week kijken we naar Ecuador, dat wordt geteisterd door politiek geweld, met als dieptepunt de moord op presidentskandidaat Fernando Villavicencio. Hoe heeft het ooit zo veilige Zuid-Amerikaanse land zo kunnen afglijden?

    Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief Buiten de grenzen, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – al vanaf €4 per maand – op 360 Magazine en abonneer je op de nieuwsbrieven.

    Wat is er aan de hand in Ecuador?

    ‘Hier is niets gratis. Deze democratie heeft ons het leven gekost. Het verdedigen van het vaderland heeft ons het leven gekost,’ sprak presidentskandidaat Fernando Villavicencio op 9 augustus tijdens een campagnerally in de Ecuadoriaanse stad Quito. Een paar uur later werd hij vermoord. Financial Times beschreef de moord als ‘een bevestiging van het verlies van Ecuadors reputatie als een oase van vrede op een gewelddadig continent’.

    De president van Ecuador, Guillermo Lasso, probeerde daadkrachtig over te komen. Zo schrijft Deutsche Welle dat duizenden agenten werden ingezet om een bendeleider, die ervan wordt verdacht betrokken te zijn geweest bij de moord, over te plaatsen. De presidentsverkiezingen zullen doorgaan, er worden militairen ingezet om de stembusgang te beveiligen.

    Ook heeft de partij van Villavicencio een vervanger aangewezen voor de vermoorde presidentskandidaat: Christian Zurita, net als Villavicencio een fel bestrijder van corruptie, zo beschrijft Time Magazine in een profiel. Net als Villavicencio was Zurita onderzoeksjournalist. Maar Ecuador is verre van terug bij het oude, het geweld is ondanks de noodtoestand en de inzet van het leger niet afgenomen.

    ANP 475269942 1
    Fernando Villavicencio spreekt tijdens een rally in Quito. Minuten na het nemen van deze foto wordt de presidentskandidaat doodgeschoten. – © EPA

    Op dinsdag 15 augustus werd namelijk bekend dat er weer een politicus is doodgeschoten in Ecuador: Pedro Briones, een lokale leider van Revolución Ciudadana, de partij van voormalig president Rafael Correa, werd doodgeschoten in de provincie Esmeraldas, schrijft The Los Angeles Times, daaraan toevoegend dat ‘duizenden mensen zijn gedood in de afgelopen drie jaar in Ecuador, en het land is veranderd in een belangrijk knooppunt van drugshandel, waar lokale bendes, gesteund door kartels, strijden om de controle over de straten, gevangenissen en drugsroutes’.

    Ecuador, een land dat voor toeristen bekendstaat om de idyllische Galapagoseilanden, is in een mum van tijd veranderd in een narcostaat waar politiek geweld overheerst, waardoor miljoenen Ecuadorianen straks naar de stembus moeten terwijl er militairen op straat staan.

    Hoe heeft het zo ver kunnen komen?

    Ecuador is in een razend tempo afgegleden, zo schrijft CNN op basis van recente cijfers. Volgens de Nationale Politie van Ecuador bedroeg het moordcijfer in 2016 5,8 moorden per 100.000 mensen. Vorig jaar was het gestegen tot 25,6, een vergelijkbaar niveau met dat van Colombia en Mexico, landen met een lange geschiedenis van geweld door drugskartels.

    Wat zijn de oorzaken voor deze ongekende toename van geweld in het land? ‘Ecuador heeft de geografische pech ingeklemd te zitten tussen Colombia en Peru, de twee grootste cocaïneproducenten ter wereld, en onderliggend is er een zekere institutionele zwakte in het gerechtelijk apparaat, de politie en het leger’, zegt Cynthia Arnson, een medewerker van het Wilson Center in Washington en een expert in Latijns-Amerika, tegen NPR.

    Daar komt bij dat, zoals The Guardian schrijft in een commentaar, er sprake is van ‘een aanhoudende stijging van zowel het aanbod als de vraag naar cocaïne wereldwijd’. Mexicaanse kartels, Balkanbendes en zelfs de Italiaanse maffia hebben zich uitgebreid naar Ecuador, waar ze samenwerken met lokale bendes om hun positie te versterken.

    ANP 475370775
    Aanhangers en nabestaanden van Villavicencio tijdens een herdenkingsceremonie van de presidentskandidaat, die derde stond in de peilingen toen hij werd doodgeschoten. – © Rodrigo Buendía / AFP

    Volgens Associated Press is er ook een toename van geweld tussen lokale bendes door ‘een machtsvacuüm dat ontstond na de moord in december 2020 op Jorge Zambrano, alias “Rasquiña” of “JL”, de leider van Los Choneros. De groep werd opgericht in de jaren negentig en is de grootste en meest gevreesde bende van het land. De leden plegen huurmoorden, zijn betrokken bij afpersingen, verhandelen en verkopen drugs, en maken de dienst uit in gevangenissen.’

    Deze bende vecht met andere bendes, zoals Los Lobos en Los Tiguerones, om de macht in Ecuador, daarbij gesteund door kartels en andere buitenlandse bendes. En zowel politici die iets tegen dit geweld willen doen als de inwoners van Ecuador die onder het geweld lijden, worden doelwit van de bloeddorst van deze drugsbendes.

    Hoe ziet de toekomst van het land eruit?

    De situatie in Ecuador lijkt momenteel op het Colombia van de jaren negentig, toen machtige drugskartels met geweld hun stempel drukten op het politieke landschap. In een opiniestuk in El País schrijft voormalig president van Colombia Ernesto Samper dan ook dat het land moet kijken naar hoe zijn land het destijds aanpakte.

    Volgens Samper moeten alle sectoren zich ‘verenigen tegen de duistere krachten van de georganiseerde misdaad, die de oorlog hebben verklaard aan de rechtsstaat en de democratische instellingen’. Hoe dat precies moet gebeuren, zegt de oud-president er niet bij.

    ANP 475610751
    Militairen patrouilleren op de straten van Quito na de dood van Villavicencio. Een noodtoestand werd afgekondigd en tienduizenden militairen zullen tijdens de verkiezingen op straat aanwezig zijn. – © Dolores Ochoa / AP

    The Washington Post vindt dat de Verenigde Staten en Europa Ecuador moeten helpen, onder meer om de controle in de gevangenissen, waar bendes de dienst uitmaken, terug te krijgen. ‘De Verenigde Staten moeten, samen met hun partners in Europa, ook meer inlichtingen verzamelen over de transnationale groepen, met hun oorsprong in Albanië, die steeds meer concurreren met de Mexicaanse kartels om de controle over de cocaïne-export vanuit Ecuador – waarvan een groot deel naar Europa gaat’, schrijft de krant.

    Naast een harde aanpak van de drugsbendes en een herstel van de democratische rechtstaat is er ook nog de korte termijn: de presidentsverkiezingen gaan door, Zurita vervangt Villavicencio en de moord op de presidentskandidaat zal naar verwachting een grote rol spelen. Zoals het Argentijnse La Nación al schrijft: de kandidaten die een harde aanpak van de misdaad beloven, zijn sinds de aanslag hard gestegen in de peilingen.

    Politiek analist Sebastián Hurtado analyseert de kansrijkste kandidaten op in Americas Quarterly: ‘Rechts-georiënteerde kandidaten (…) zoals Otto Sonnenholzner en Jan Topic, zouden wel eens meer steun kunnen krijgen.’ Met name Jan Topic zou volgens de analist wel eens kunnen verrassen, hoewel hij ook niet uitsluit dat Zurita electoraal kan profiteren – hoe naar dat ook klinkt – van de moord op de man die hij vervangt.

    Voor de huidige president Guillermo Lasso staat de situatie er een stuk slechter voor, zo beschrijft Hurtado. ‘Er zijn oproepen tot zijn aftreden te verwachten en een lopende afzettingsprocedure kan worden hervat zodra het parlement na de verkiezingen weer bijeenkomt. (…) De gevolgen van deze tragische gebeurtenis zijn veelzijdig en complex en zullen waarschijnlijk nog jarenlang blijvend een stempel drukken op de politiek en het beleid van Ecuador.’

    Lees ook:

  • Veroordeelde oud-premier Pakistan gaat in beroep tegen celstraf

    Veroordeelde oud-premier Pakistan gaat in beroep tegen celstraf

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VN-tribunaal legt proces tegen Rwanda-verdachte stil wegens dementie

    » Brazilië organiseert eerste Amazone-top in veertien jaar

    Imran Khan kreeg drie jaar celstraf wegens corruptie

    Na zijn veroordeling voor corruptie heeft de Pakistaanse ex-premier Imran Khan aangekondigd in beroep te gaan. Volgens Al Jazeera wil Khan zijn gevangenisstraf van drie jaar aanvechten om mee te kunnen doen aan de verkiezingen later dit jaar. Voorlopig blijft de voormalig cricketspeler vastzitten in een gevangenis in Islamabad.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Khan werd eind vorige week veroordeeld omdat hij in zijn tijd als premier buitenlandse giften die aan de staat waren gedaan, zou hebben doorverkocht. Hij heeft de beschuldigingen altijd ontkend en zegt dat Shehbaz Sharif, die hem verving na zijn arrestatie eind vorig jaar, hem probeert de mond te snoeren. Ook beschuldigt hij het Pakistaanse leger van een machtsovername.

    Nadat Khan werd veroordeeld, publiceerden zijn advocaten een vooraf opgenomen video waarin hij zijn aanhangers opriep vreedzaam te demonstreren tegen de veroordeling. Daar is minder massaal gehoor aan gegeven dan eerder dit jaar, toen tienduizenden Pakistanen in Islamabad de straat op gingen om te betogen tegen de arrestatie.

    Lees ook:

  • Colombiaanse president Petro in het nauw na arrestatie zoon

    Colombiaanse president Petro in het nauw na arrestatie zoon

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » West-Afrikaanse landen waarschuwen Niger, waar politici worden opgepakt

    » Koranverbrandingen in Denemarken en Zweden gaan door

    Nicolás Petro wordt verdacht van witwassen

    De Colombiaanse president Gustavo Petro is dit weekend door de arrestatie van zijn oudste zoon Nicolás in een nieuw schandaal verzeild geraakt. Petro heeft een onafhankelijk onderzoek beloofd. De president zelf heeft gegarandeerd zich niet te bemoeien met het proces, schrijft El Espectador. Desondanks betekent de arrestatie een nieuwe klap voor de linkse president, die deze week precies een jaar in het zadel zit.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Het onderzoek naar Nicolás Petro loopt al langer. Hij zou geld uit het drugsmilieu hebben aangenomen en dit hebben gebruikt om de verkiezingscampagne van zijn vader te financieren. Eerder kwam de broer van de president al in opspraak omdat hij zijn macht zou hebben misbruikt. Voor Gustavo Petro zijn de beschuldigingen extra pijnlijk, omdat hij beloofde een einde te maken aan de diepgewortelde corruptie in de landelijke politiek.

    Volgens experts zal het schandaal Petro’s agenda niet ten goede komen en wordt van de Colombiaanse president verwacht dat hij zijn kabinet voor de derde keer zal herschikken om de centrumpartijen, die hij nodig heeft voor zijn plannen, tevreden te stellen.

    Lees ook:

  • Franse oud-president Nicolas Sarkozy veroordeeld tot drie jaar celstraf

    Franse oud-president Nicolas Sarkozy veroordeeld tot drie jaar celstraf

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Oudste joodse bijbel ooit voor ruim 35 miljoen euro verkocht

    » Westerse landen werken aan F-16-coalitie na diplomatie Zelensky

    Sarkozy is veroordeeld voor corruptie

    De Franse oud-president Nicolas Sarkozy is woensdag door het hooggerechtshof in Frankrijk veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaar, meldt Le Monde. Sarkozy heeft zich volgens de rechtbank schuldig gemaakt aan corruptie. Volgens de oud-president is hij onschuldig en hij heeft dan ook aangekondigd in cassatie te gaan.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De zaak rond Sarkozy kwam bij toeval aan het licht, toen de oud-president door de veiligheidsdiensten werd afgeluisterd omdat hij bij zijn verkiezingscampagne mogelijk gefinancierd was door de Libische oud-dictator Moammar Gaddafi. Bij het afluisteren ontdekte de politie dat hij een aankomend magistraat promotie had beloofd in ruil voor juridische informatie.

    Sarkozy werd vervolgens tot vier jaar veroordeeld, maar hij ging daartegen in beroep. De oud-president hoeft na de uitspraak van het hoger beroep niet de gevangenis in: hij mag zijn straf thuis uitzitten, maar moet wel een elektronische enkelband dragen. Het is voor het eerst in de Franse geschiedenis dat een oud-president wordt veroordeeld tot een celstraf.

    Lees ook:

  • Peruaanse oud-president Toledo uitgeleverd aan Peru

    Peruaanse oud-president Toledo uitgeleverd aan Peru

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Diplomaten en buitenlanders geëvacueerd uit Soedan

    » Keniaanse politie vindt lichamen van tientallen sekteleden

    Toledo was in 2019 opgepakt op verdenking van fraude

    De Peruaanse oud-president Alejandro Toledo is dit weekend uitgeleverd aan Peru door de Verenigde Staten, meldt het Peruaanse La República. Toledo wordt in zijn thuisland verdacht van grootschalige corruptie. Zo zou hij miljoenen dollars hebben ontvangen in het Odebrechtschandaal.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Toledo was tussen 2001 en 2006 president van het Zuid-Amerikaanse land. In die periode zou hij voor zeker 20 miljoen dollar aan steekpenningen hebben ontvangen van het Braziliaanse bouwbedrijf Odebrecht in ruil voor het toekennen van grootschalige bouwcontracten. De oud-president was vier jaar geleden al gearresteerd in de VS, maar verzette zich altijd tegen uitlevering aan Peru.

    Hij zat lange tijd in voorarrest in een gevangenis in Californië en wachtte de afgelopen jaren de uitkomst van de zaak af in zijn huis. Mogelijk wordt Toledo de komende tijd vastgehouden in de gevangenis in Lima waar ook de Peruaanse oud-presidenten Alberto Fujimori en Pedro Castillo zitten.

    Lees ook:

  • Mexicaanse ex-minister voor Veiligheid veroordeeld voor drugshandel in VS

    Mexicaanse ex-minister voor Veiligheid veroordeeld voor drugshandel in VS

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Britse verpleegkundigen schorten staking op en gaan om tafel met regering

    » Biden in Warschau: ‘Steun VS aan Oekraïne zal niet stokken’

    García Luna werkte samen met ‘El Chapo’

    Genaro García Luna is dinsdag in een rechtbank in New York schuldig bevonden aan corruptie en cocaïnehandel. García Luna was minister van Veiligheid, belast met drugsbestrijding, onder de Mexicaanse president Felipe Calderón (2006-2012).

    De vierenvijftigjarige Mexicaan, die in 2019 in Texas werd gearresteerd, zou ‘miljoenen dollars hebben ontvangen van het Sinaloa-kartel’ om de activiteiten van ‘Mexico’s grootste criminele organisatie’ door de vingers te zien, schrijft BBC. Het Sinaloa-kartel werd geleid door Joaquín ‘El Chapo’ Guzmán, die in 2017 door Mexico werd uitgeleverd aan de VS en aldaar veroordeeld is tot levenslang plus dertig jaar.

    Voordat hij Calderóns minister van Veiligheid werd, was García Luna hoofd van de inlichtingendienst tegen corruptie en georganiseerde misdaad. Van 2001 tot 2012 zou hij betrokken zijn geweest bij de smokkel van minstens 53 ton cocaïne van Mexico naar de Verenigde Staten. Zijn vonnis wordt in juni bekendgemaakt. Er wordt levenslang tegen hem geëist.

    Lees ook:

  • Waarom heeft het Europees Parlement een corruptieprobleem?

    Waarom heeft het Europees Parlement een corruptieprobleem?

    Elke week pluist de redactie van 360 een nieuwsgebeurtenis uit de internationale pers voor je uit. Deze week gaan we dieper in op het recente corruptieschandaal in het Europees Parlement dat bekendstaat als ‘Qatargate’. Zo zou onder andere de Griekse vicevoorzitter van het EP, Eva Kaili, steekpenningen hebben aangenomen afkomstig uit Qatar en Marokko.

    Dit artikel verscheen woensdag in de tweede editie van de nieuwsbrief Buiten de grenzen, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – al vanaf €4 per maand – op 360 Magazine en abonneer je op de nieuwsbrieven.

    Wat is er gebeurd? 

    9 december 2022. Het WK in Qatar nadert de beslissende fase met de kwartfinales. De meeste westerse landen kijken de andere kant op. Het WK wordt gehouden in een land dat de mensenrechten schendt, maar waarvan zij voor hun energie afhankelijk zijn. Hoe sneller de toernooi voorbij is, hoe sneller de controverse verdwijnt, is de gedachte. Maar het tegendeel gebeurt: de Belgische autoriteiten slaan een gerechtelijke slag in het politieke hart van de EU door verscheidene personen te arresteren die betrokken zijn bij een corruptieregeling die rechtstreeks verband houdt met Qatar, aldus de Spaanse onlinekrant El Diario

    Een maandenlang onderzoek van de Belgische positie naar omkoping van Europarlementariërs door Qatar en Marokko resulteerde die dag in een inval in twintig woningen in en nabij Brussel. Daarbij werden zo’n 150.00 euro in contanten gevonden in de Brusselse woning van een van de vicevoorzitters van het Europees Parlement, de Griekse socialiste Eva Kaili. Ook haar vader werd met honderdduizenden euro’s in een koffer opgepakt. Haar daaropvolgende arrestatie onder verdenking van omkoping en witwassen ‘heeft een aardbeving in Brussel veroorzaakt’, aldus de Spaanse krant El País

    Naast Kaili zijn ook haar partner, Francesco Giorgi, en voormalig Europarlementariër Pier Antonio Panzeri gearresteerd – in zijn woning werd 600.000 euro aan cash gevonden. Giorgi was voorheen de assistent van Panzeri en samen werken ze nu voor de ngo Fight Impunity. Zowel Kaili als Panzeri maakt deel uit van De Progressieve Alliantie van Socialisten en Democraten (S&D), waartoe ook de PvdA behoort. Door verschillende media wordt Panzeri en zijn ngo beschreven als de spin in het web van het omkopingsschandaal. 

    Marokko en Qatar zouden via Panzeri invloed hebben willen krijgen in het Europees Parlement. ‘De belangrijkste kwesties waarop Marokko invloed wilde uitoefenen waren de rol van Rabat in de Westelijke Sahara [een gebied dat door het koninkrijk wordt opgeëist] en het beheer van de migratiestromen’, onthult La Repubblica. Om deze doelstellingen te bereiken zouden leden van de buitenlandse inlichtingendienst van het land, de DGED, in contact zijn gekomen met enkele van de personen die vanwege hun betrekkingen met Qatar werden gearresteerd.

    Afbeelding met tekst, binnen

Automatisch gegenereerde beschrijving
    Het geld dat op 8 december in beslag is genomen. Het totale bedrag is zo’n 1,5 miljoen. – © Federale Gerechtelijke Politie van België

    Hoe heeft het kunnen gebeuren? 

    Volgens El País zijn de onthullingen in Qatargate slechts ‘het puntje van de ijsberg’. Zowel internationale organisaties als veel leden van het Europees Parlement waarschuwen dat verschillende landen al jaren de grenzen van legitiem lobbyen overschrijden en roepen op tot duidelijkere transparantieregels voor alle partijen, bericht de Spaanse krant. ‘Soms gaat het om een duur geschenk, dat niet altijd binnen de grens van 150 euro valt die een Europese ambtenaar mag ontvangen zonder het te hoeven aangeven. Andere keren is het een reis, misschien vermomd als een zakelijk bezoek – een tripje naar een centrum, een conferentie –, maar met betaalde uitgaven voor luxe verblijven van meerdere dagen, soms zelfs met het gezin of meerdere gasten.’

    Wat niemand in Brussel heeft verbaasd, is het feit dat buitenlandse staten hebben geprobeerd de leden van het Europees Parlement te beïnvloeden om – in dit geval – een beleid te bereiken dat gunstig is voor hun belangen. In andere gevallen gaat het er bijvoorbeeld om kwesties als mensenrechtenschendingen niet aan bod te laten komen tijdens de vele debatten in het Europees Parlement, vervolgt El País.

    Zo verklaart voormalig socialistisch Europarlementariër Ana Gomes tegen de krant dat ze zich altijd bewust was van een sterke lobby van Marokko als het aankwam op de Westelijke Sahara, waarmee het land een grensconflict heeft. Zo zou Panzeri volgens Gomes altijd resoluties die de Westelijke Sahara steunen, hebben tegengehouden. ‘Ik heb altijd al vermoedens gehad dat Rabat Europarlementariërs omkocht,’ aldus een anoniem parlementslid tegen El País. Een ander parlementslid twijfelt er niet aan dat Qatar ook leden van andere organisaties en instituties van de EU heeft benaderd. ‘Deze zaak is een doos van Pandora.’

    Volgens Politico heeft het Europees Parlement dit schandaal aan zichzelf te danken. ‘Keer op keer hebben de leden van het Parlement zich verzet tegen voorstellen om meer licht op hun werk te werpen en hun schouders opgehaald over het gebrek aan handhaving van de bestaande regels. Ondertussen profiteren ze allemaal van extraatjes en privileges.’

    ‘Europarlementariërs verdienen een brutosalaris van ongeveer 9400 euro per maand, maar ze mogen ook een tweede (en derde en vierde et cetera) baan hebben. En ongeveer een kwart van de parlementsleden maakt daar gebruik van, volgens een EU-analyse van Transparency International uit 2021. Eén parlementslid – de Italiaanse Sandro Gozi – had twintig bijbaantjes, waarmee hij volgens zijn vrijwillige financiële verklaringen minstens 360.000 euro per jaar binnenhaalde (en misschien wel het dubbele)’, vervolgt Politico. Ook treedt de commissie die belast is met de naleving van de eigen gedragscode niet altijd op bij overtredingen.

    Afbeelding met persoon, person, binnen, kostuum

Automatisch gegenereerde beschrijving
    Het voormalige Italiaanse parlementslid Pier Antonio Panzeri, die sinds 9 december wordt vastgehouden, heeft op 17 januari toegezegd om samen te werken met de Belgische justitie en alles te zeggen wat hij weet over het schandaal. – © IPA / ABACAPRESS.COM

    Wat gaat het EP doen om corruptie in de toekomst te voorkomen? 

    In een interview met El País deed parlementsvoorzitter Roberta Metsola veertien voorstellen om ‘de integriteit, onafhankelijkheid en verantwoordingsplicht’ van de instelling te waarborgen. Hierover moet nog wel worden gestemd. Zo moet er volgens haar een nieuw ‘ethisch orgaan’ komen voor alle EU-instituties. Daarnaast moet er een afkoelingsperiode komen voor vertrekkende Europarlementariërs, zodat ze zich niet meteen kunnen inzetten voor een lobbyorganisatie en moeten zogenaamde ‘vriendschapsgroepen’ met landen buiten de EU verboden worden. Verder moet elk parlementslid potentiële belangenconflicten registreren als het lid wordt van een van de vele Europese commissies. 

    Of al deze maatregelen worden doorgevoerd is nog maar de vraag. Bij haar aantreden was Ursula von der Leyen al van plan om een onafhankelijk orgaan voor ethische kwesties op te richten, maar dit plan heeft vooralsnog op veel tegenstand kunnen rekenen. Ook veel voorgestelde transparantiemaatregelen zijn niet nieuw en werden tot nu toe altijd tegengehouden door het parlement zelf. Wellicht komt daar verandering in nu Qatargate de kwetsbaarheden wat betreft omkoping en beïnvloeding van de Europese instellingen heeft aangetoond.  

    Lees ook:

  • President Vietnam opgestapt vanwege corruptieverleden

    President Vietnam opgestapt vanwege corruptieverleden

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Wrocław meest beschaafde stad van Polen

    » Oekraïense minister omgekomen bij helikoptercrash

    Nguyen Xuan Phuc deed als premier weinig tegen corruptie

    In Vietnam is Nguyen Xuan Phuc, die sinds 2001 president was van het land, opgestapt, schrijft het Vietnamese Tuoi Tre News. Phuc was eerder premier van het communistische land. Hij zou als leider van zijn land weinig hebben gedaan om corruptie van partijgenoten te bestrijden. Sinds zijn ambtstermijn als premier afliep zijn honderden leden van de Communistische partij vervolgd vanwege corruptie.

    Phuc was tussen 2016 en 2021 premier van Vietnam. In die periode zouden veel hooggeplaatste Vietnamezen misbruik hebben gemaakt van hun positie, onder meer door familiereizen op geld van de overheid te maken en valse coronatests uit te delen. De secretaris-generaal van de Communistische partij is sinds de ambtstermijn van Phuc is afgelopen bezig corruptie binnen de partij hard aan te pakken.

    Meerdere ministers zijn afgetreden en Phuc is nu dus ook opgestapt. Volgens politieke commentatoren is er echter ook sprake van een interne machtsstrijd. De huidige secretaris-generaal van de partij zou mogelijk opgevolgd worden door Phuc, die in de rol als president van het communistische Vietnam een puur ceremoniële functie vervult.

    Lees ook:

  • Voormalig FIFA-president noemt WK in Qatar een vergissing

    Voormalig FIFA-president noemt WK in Qatar een vergissing

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Agent in Spanje veroordeeld voor verspreiden nepnieuws

    » Hoogste bedrag ooit gewonnen bij loterij

    Volgens Blatter had het WK naar de VS moeten gaan

    Sepp Blatter, die zeventien jaar lang de leiding had over voetbalbond FIFA, heeft in een interview met de Zwiterse krant Tages Anzeiger toegegeven dat de toewijzing van het WK Voetbal aan Qatar een fout is geweest. Volgens de Zwitser wilde de FIFA het WK aan de Verenigde Staten geven, maar ging dat plan niet door na tussenkomst van toenmalig president van Frankrijk Nicolas Sarkozy.

    In het interview onthult Blatter dat Sarkozy, na een lunch met de kroonprins van Saoedi-Arabië, de toenmalige baas van de Europese voetbalbond UEFA Michel Platini naar het presidentieel paleis riep. Hij zou hem daar hebben gevraagd ervoor te zorgen dat Qatar het WK toegewezen zou krijgen. Volgens Blatter waren de stemmen van Platini en enkele UEFA-collega’s vervolgens doorslaggevend in de toewijzing van het WK aan de oliestaat.

    Tegen zowel Blatter als Platini liepen corruptieonderzoeken, voorlopig zonder veroordeling. Een rechterhand van Blatter werd wel eerder veroordeeld voor corruptie rondom het WK 2022, omdat hij televisierechten aan een Qatarese groep verkocht had. Wellicht had het verzoek van Sarkozy ook met corruptie te maken: volgens Blatter kocht Qatar na het krijgen van het WK namelijk voor ruim 16 miljard dollar aan straaljagers van Frankrijk.

    Lees ook:

  • Bye bye Bibi. De val van Benjamin Netanyahu

    Bye bye Bibi. De val van Benjamin Netanyahu

    Het bloederige ingrijpen van het Israëlische leger bij de protestmars in de Gazastrook onlangs heeft de Israëlische premier Benjamin Netanyahu internationaal veel kritiek opgeleverd. Corruptiezaken tegen hem worden met de dag substantiëler. Als hij vertrekt – en dat lijkt nu meer een kwestie van wanneer dan van of – laat hij een diep, misschien wel onherstelbaar verdeeld land achter. En toch, als er vandaag verkiezingen worden gehouden zou hij waarschijnlijk nog steeds winnen.

    Keuze uit het archief

    In 2018 publiceerden we dit artikel uit Newsweek, dat de val van Benjamin Netanyahu voorspelt. Hij hield het daarna nog ruim drie jaar lang vol, en is na een jaar weg nu weer terug; uit voorlopige uitslagen van de Israëlische verkiezingen woensdag 1 november komt zijn Likoed-partij als overduidelijke winnaar naar voren. Zoals Midden-Oostenverslaggever van The Economist Gregg Carlstrom het hier raak verwoordt: ‘Netanyahu’s veerkracht lijkt een raadsel, als je bedenkt hoe weinig hij zijn kiezers te bieden heeft.’

    Toen Benjamin Netanyahu in maart 2018 een bezoek bracht aan Washington, had dat een politieke triomf moeten worden, een jubelmoment. Het grootste deel van de twaalf jaar dat hij aan de macht was moest de havikachtige Israëlische premier noodgedwongen samenwerken met presidenten die hem verachtten, naar links neigende Democraten die het over nederzettingen en een Palestijnse staat hadden.

    En toch was de hele reis van begin af aan mislukt. Enkele uren voor Netanyahu’s ontmoeting met Trump vernamen de Israëliërs dat een van de meest vertrouwde adviseurs van de premier zich tegen hem had gekeerd. Nir Hefetz, een voormalig journalist, is wel omschreven als ‘Netanyahu’s spindoctor’, de man die verantwoordelijk was voor het masseren van de persberichten over het premiersechtpaar. Maar na zijn arrestatie in februari toonde Hefetz zich bereid namens de staat te getuigen en opnamen over te leggen van de Netanyahu’s die een mogelijke criminele samenzwering bespraken. Hij was voor zover bekend de derde vertrouweling van de premier in enkele maanden tijd die met de autoriteiten samenwerkte.

    Netanyahu deed alsof er niets aan de hand was. Hij heeft al vaker politieonderzoeken overleefd, al vanaf zijn eerste termijn in de jaren negentig. ‘Er zal niets naar boven komen omdat er niets is,’ zo deed hij de jongste vloedgolf van corruptieonderzoeken af. En critici hebben hem om het hardst onderschat. Vóór de verkiezingen in 2015, waren de Israëliërs ervan overtuigd dat het met Netanyahu gedaan was. Die verkiezingen zouden om de economie draaien, zo voorspelden ze, en de premier had wat dat betrof weinig te bieden (hij nam niet eens de moeite met een economisch programma te komen). Desondanks won hij, op overtuigende wijze.

    Toch begonnen zelfs zijn medestanders in 2018 te fluisteren dat zijn juichende bezoek aan Washington zijn laatste was geweest. Na jarenlang onderzoek begon het politienet zich te sluiten; de zaken tegen hem worden met de dag substantiëler. De procureur-generaal zou de komende maanden besluiten of hij een massa aanklachten tegen hem zou indienen, variërend van komisch en absurd tot doodserieus. De man die door Time ooit ‘koning Bibi’ werd gedoopt, domineerde het politieke toneel van Israël al tien jaar en was van plan dat nog veel langer te blijven doen. Nu leek hij opeens kwetsbaar.

    Bye bye Bibi

    Dit is een bewerking van het artikel dat we publiceerden in april 2018, toen de val van Netanyahu al werd voorspeld. Hij heeft het nog ruim drie jaar volgehouden, tot hij op 16 juni dit jaar de verkiezingen verloor van Naftali Bennett, volgens wie het tijd is om ‘het land te genezen’. Desalniettemin wordt een comeback niet uitgesloten.

    Tweedeling

    Zijn toespraak tot de AIPAC had de gebruikelijke politieke lading. Netanyahu praatte over de veiligheid van Israël, over de ontkiemende diplomatieke banden met voorheen onvriendelijke delen van de wereld, de benijdenswaardige hightechindustrie. Dat zijn onmiskenbare wapenfeiten, maar ze vormen niet Netanyahu’s echte erfenis. Als hij vertrekt – en dat lijkt nu meer een kwestie van wanneer dan van of – zal hij een land achterlaten dat diep, misschien wel onherstelbaar verdeeld is.

    Die tweedeling is niet helemaal zijn schuld. Demografische en culturele veranderingen – van de snelle groei van de ultraorthodoxe Joodse bevolking tot de oorlogszuchtigheid van een jongere generatie die is ontstaan tijdens de tweede intifada, de gewelddadige Palestijnse opstand – spelen een belangrijke rol. Maar hij heeft het proces ontegenzeglijk versneld. Hij laat de Haredim (het Hebreeuwse woord voor ultraorthodoxe Joden) op tal van gebieden het beleid dicteren, variërend van het onderhoud aan spoorlijnen tot gebedsafspraken bij de westelijke muur. De wilde, rechtse beschuldigingen aan het adres van regering en leger heeft hij voornamelijk doodgezwegen. In plaats van de racistische en nationalistische flanken van zijn coalitie te beteugelen geeft hij ze meer macht. Tijdens zijn laatste campagnetoespraak in 2015, op de verkiezingsdag, waarschuwde hij bijvoorbeeld dat de Arabieren in groten getale naar de stembus zouden komen.

    admin ajax 22
    Palestijnen staken posters met premier Netanyahu en president Trump in de brand tijdens een tentenkampprotest op de Gazastrook. – © Hollandse Hoogte

    De schisma’s in de Israëlische samenleving zullen de komende tijd misschien sterk worden uitvergroot. Onder druk van de aanklachten kan Netanyahu nieuwe verkiezingen uitschrijven [uiteindelijk schreef hij vervroegde verkiezingen uit voor april 2019. Hij won en het duurde tot mei 2020 tot er een nieuwe regering was]. Dan zou hij zijn campagne beginnen met zo’n 30 procent van de Israëliërs die achter hem staan, terwijl de meerderheid zijn vertrek eist. Veel kiezers hebben het financieel moeilijk vanwege de hoge kosten van levensonderhoud, de lage lonen en het woningtekort. Het vredesproces met de Palestijnen is in het slop geraakt. En toch, als er vandaag verkiezingen zouden worden gehouden zou hij, ondanks zijn impopulariteit en de toenemende kans op gerechtelijke vervolging, waarschijnlijk nog steeds winnen.

    Hij liet voor 127.000 dollar een bed in een regeringsvliegtuig installeren zodat het premiersechtpaar een dutje kon doen tijdens de vijf uur durende vlucht naar Londen

    De Netanyahu’s worden al decennialang van kleinschalige corruptie beschuldigd, en de pers smult van de weelderige levensstijl waarop ze aanspraak maken. Gidi Weitz, correspondent van Haaretz en een van de belangrijkste onderzoeksjournalisten van Israël, beschreef eens hoe ze er zonder te betalen tussenuit knepen uit een Italiaans restaurant waar hij in de jaren negentig werkte. De douceurtjes werden groter nadat Netanyahu in 2009 herkozen was. Hij tekende een contract van 2500 dollar voor de levering van gourmetijs in de ambtswoning en liet voor 127.000 dollar een bed in een regeringsvliegtuig installeren zodat het premiersechtpaar een dutje kon doen tijdens de vijf uur durende vlucht naar Londen.

    Klein spul

    Toch was dit nog maar klein spul – een politicus die zijn positie te baat nam om wat luxueuzer te leven. Het hoogtepunt was misschien wat wel ‘Bottlegate’ wordt genoemd: jarenlang stak Sara Netanyahu de acht cent statiegeld in haar zak van lege wijnflessen die op staatskosten waren aangeschaft. (Sara speelt een belangrijke rol bij de ambtsuitoefening van haar man en is geregeld de oorzaak van zijn juridische problemen: twee voormalige werksters hebben haar met succes aangeklaagd wegens verbaal geweld.)

    Op 13 februari [2018] werden de beschuldigingen veel ernstiger, toen er op aanwijzing van de politie twee aparte aanklachten tegen Netanyahu werden ingediend. In de eerste, bekend als ‘Case 1000’, wordt hij beschuldigd van het accepteren van giften van miljardairs in ruil voor gunsten, zoals hulp bij het vernieuwen van een Amerikaans visum. De gulheid van de miljardairs – sigaren, champagne en dergelijke – beliep naar verluidt een slordige miljoen sjekel, oftewel 288.000 dollar. (Een van zijn weldoeners was pikant genoeg Arnon Milchan, de producent van Pretty Woman.)

    De andere aanklacht draait om Arnon Mozes, de uitgever van Yediot Aharonot, Israëls grootste betaalde dagblad. Het blad is al lange tijd kritisch over Netanyahu, een houding die eerder op een persoonlijke vete berust dan op politieke meningsverschillen. Sara Netanyahu vergeleek Mozes eens met Heer Voldemort, de schurk uit de Harry Potter-romans. Maar volgens de politie voerden de twee vijanden vriendschappelijke gesprekken om financiële afspraken te maken. Mozes bood aan zijn krant een toontje lager te laten zingen in de berichtgeving over de premier. In ruil bood Netanyahu naar verluidt aan een spaak in het wiel te steken van Israel Hayom, een populaire gratis krant die wordt gefinancierd door de Amerikaanse casinomagnaat Sheldon Adelson en die een flinke hap uit de advertentie-inkomsten van Yediot heeft genomen. Er is geen bewijs dat Netanyahu zijn belofte is nagekomen. Hij deed zelfs het tegenovergestelde: hij riep in 2014 vervroegde verkiezingen uit om een wet tegen te houden die de distributie van Adelsons krant zou hebben beperkt. Maar alleen de gesprekken met Mozes kunnen eventueel al als misdadig worden aangemerkt.

    In vroeger jaren zouden zulke beschuldigingen een Israëlische politicus de kop hebben gekost. Yitzhak Rabin trad in 1977 af als premier, nadat een journalist had ontdekt dat zijn vrouw er een buitenlandse bankrekening op nahield, waarop zo’n tienduizend dollar aan eigen geld stond. Hoe bizar het nu ook klinkt, dat was verboden in Israël, in die tijd een betrekkelijk arm land dat dringend behoefte had aan buitenlandse valuta’s. Rabin gaf toe dat het een ‘fout’ was en zei dat hij zich niet ‘achter parlementaire onschendbaarheid zou verschuilen’. Er was geen vermoeden van omkoping of corruptie, maar zelfs dit kleine technische vergrijp was al voldoende om een premier afstand van zijn ambt te laten doen.

    Niks goedkoper in Israël dan bloed van Palestijnen

    Het dodencijfer liep op met de regelmaat van de klok. Elk half uur een slachtoffer. Israël was druk bezig met het voorbereiden van de seideravond. In Gaza ging het Israëlische leger door met doden in een afschuwwekkend ritme, terwijl Israël Pesach vierde.

    Het doden van Palestijnen wordt in Israël lichter opgevat dan het doden van muggen. Niks goedkoper in Israël dan Palestijns bloed. Maar een leger dat zich op de borst klopt als het een boer op zijn land doodschiet en de video op zijn website zet om de mensen in Gaza te intimideren, een leger dat tanks inzet tegen burgers, dat er prat op gaat dat een honderdtal scherpschutters demonstranten opwachten, dat is een leger dat geen terughoudendheid meer kent.

    Mahmoed Abbas is verantwoordelijk voor de toestand in Gaza. En Hamas, natuurlijk. En Egypte. En de Arabische wereld, de hele wereld eigenlijk. Alleen Israël niet. Dat heeft zich uit Gaza teruggetrokken. En Israëlische soldaten plegen geen massamoorden. Nooit.

    Later op de avond werden de namen gepubliceerd. Die zeiden niemand wat.


    (Gideon Levy, Haaretz)

    Nu niet meer. Een land dat werd geromantiseerd vanwege zijn socialistische kibboetsen is een neoliberale economie geworden; binnen de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), een club van rijke landen, doet Israël qua economische ongelijkheid alleen onder voor de Verenigde Staten. ‘We waren altijd een zeer homogene samenleving waar niemand veel geld had,’ zegt Ifat Zamir, hoofd van de Israëlische tak van Transparency International. ‘En toen, in de jaren negentig, verdienden sommige mensen een beetje geld, en veranderde de wereld met hen. Evenals het algemene vertrouwen in de regering.’

    Veel Israëliërs hebben apathisch op de beschuldigingen tegen Netanyahu gereageerd. Linkse activisten hebben wekelijkse betogingen tegen de premier georganiseerd, maar zelfs toen die in de zomer [van 2017] een hoogtepunt bereikten, namen er maar enkele duizenden mensen aan deel. In maart [2018] waren het er nog maar een paar honderd. En veel betogers hadden toch al een hekel aan Netanyahu. Zijn rechtse achterban heeft hem niet verlaten. Integendeel: volgens sommige peilingen is zijn populariteit gestegen. In de eerste dagen na de aanwijzingen van de politie kon je nog denken dat Netanyahu zijn baan zou behouden.

    Sara en Benjamin Netanyahu op hun meest recente bezoek aan President Donald Trump en de First Lady, in de Oval Office van het Witte Huis. – © REX / Shutterstock
    Sara en Benjamin Netanyahu op hun meest recente bezoek aan President Donald Trump en de First Lady, in de Oval Office van het Witte Huis. – © REX / Shutterstock

    Maar de lijst beschuldigingen bleef groeien. Hij werd naar verluidt van nog een schimmige deal verdacht, ditmaal met de eigenaar van Bezeq, Israëls grootste telecombedrijf. Deze zakenman, Shaul Elovitch, is ook eigenaar van Walla, een populaire nieuwswebsite. In dit geval zouden de gunsten wel eens honderden miljoenen dollars kunnen belopen. De politie onderzocht ook of Netanyahu en zijn helpers hadden aangeboden een rechter tot procureur-generaal te promoveren als ze bereid was een zaak tegen de vrouw van de premier te seponeren. En op de achtergrond doemden beschuldigingen op dat topveiligheidsfunctionarissen steekpenningen hadden aangenomen van een Duits conglomeraat dat de kernonderzeeërs bouwt die door de Israëlische marine worden gebruikt. Zoals een lid van de Knesset, het Israëlische parlement, het uitdrukte, anoniem vanwege de gevoeligheid van de zaak: ‘We hebben nog steeds een paar rode draden, en een daarvan heeft met de nationale veiligheid te maken.’

    Schaduwkabinet

    Als Netanyahu op een dag in de Maasiyahu-gevangenis belandde, zou hij niet de eerste premier zijn. Zijn voorganger Ehud Olmert werd in februari 2016 ook tot deze open penitentiaire inrichting veroordeeld. Hij was twee jaar eerder aangeklaagd wegens omkoping en kreeg negentien maanden gevangenisstraf. Een ochtendprogramma op de Israëlische radio wilde de nieuwe gedetineerde wat advies geven. Dat was niet moeilijk te regelen. Er is een heus schaduwkabinet dat wel enige tijd in Israëlische gevangenissen heeft doorgebracht. De presentatoren vroegen voormalig minister van Gezondheid Shlomo Beniziri om wat tips. (‘De bewaarders doen niet sentimenteel over ministers,’ verklaarde hij.)

    Maar Netanyahu’s geval zou om één reden anders kunnen zijn: de Israëlische wet laat er geen twijfel over bestaan dat een minister die van ernstige strafbare feiten wordt beschuldigd moet aftreden, maar zegt niets over een éérste minister. Olmert trad af voordat hij werd aangeklaagd. Zijn opvolger is vastbesloten aan te blijven. De juridische consensus is dat hij dat kan doen, totdat hij wordt veroordeeld en niet verder in beroep kan. Dus zijn strijd is, althans voorlopig, een politieke strijd. Olmert vertrok nadat zijn coalitiepartners hem hadden laten weten, eerst privé en later in het openbaar, dat ze hem niet langer steunden. Hij kwam ook zwaar onder vuur van de oppositie te liggen: ‘Een premier die tot aan zijn nek in de gerechtelijke onderzoeken zit, heeft geen moreel en publiek mandaat,’ zei de oppositieleider destijds.

    Die oppositieleider was Benjamin Netanyahu, die zijn eerdere banvloek lijkt te zijn vergeten. Hij stond niet echt onder druk om af te treden. Zijn bondgenoten stonden achter hem. Minister Naftali Bennett van Onderwijs, in Washington om het onderonsje van AIPAC bij te wonen, zei dat Netanyahu als onschuldig moest worden beschouwd totdat het tegendeel was bewezen. Miri Regev, de populistische minister van Cultuur, zei dat ze ‘niet onder de indruk’ was van de aanklachten tegen Netanyahu: ‘Ik ga niet overhaast mensen ophangen op het dorpsplein.’

    In de Knesset werd over vervroegde verkiezingen gesproken – maar om de kracht van Netanyahu te bewijzen, niet zijn zwakte. Zijn coalitie leek onaantastbaar, hard op weg om de eerste sinds 1988 te worden die haar volledige vier jaar uitzat. Ze nam in december 2016 een begroting voor twee jaar aan, waarmee ze haar voortbestaan tot de volgende geplande verkiezingen praktisch garandeerde. (Volgens de Israëlische wet wordt een regering die er niet in slaagt een begroting te laten goedkeuren automatisch ontbonden.) Maar de ultraorthodoxe partijen dreigden tegen de vólgende begroting te stemmen als de Knesset geen wet goedkeurde die mannelijke haredim vrijstelt van dienstplicht. Hoewel die volgende begroting pas in december [2018] hoef te te worden goedgekeurd, kon Netanyahu dit als excuus gebruiken om vervroegde verkiezingen uit te schrijven.

    Een Palestijnse demonstrant gooit met stenen naar het Israëlische leger tijdens de mars van de terugkeer. – © Getty
    Een Palestijnse demonstrant gooit met stenen naar het Israëlische leger tijdens de mars van de terugkeer. – © Getty

    Notoir onbetrouwbaar

    Hij had goede redenen om zelfverzekerd te zijn. Peilingen onder het Israëlische electoraat zijn notoir onbetrouwbaar. Enkele dagen voor de verkiezingen van 2015 had de Likoed-partij daarin nog een flinke achterstand op zijn belangrijkste centrumlinkse concurrent. Toch zijn ze een goede barometer voor de algemene stemming.

    Sommige analisten schilderen Israël af als een land dat onverbiddelijk naar rechts overhelt. Dat is een te simpele voorstelling van zaken. In 1981 won het rechtse en religieuze blok 64 van de 120 zetels in de Knesset. In 2015 won het er 67. Centrumlinks verloor flink wat terrein – maar bijna uitsluitend aan de Arabische partijen, die in de jaren negentig zijn ontstaan. De omvang van het conservatieve, religieuze blok is een generatie lang bijna constant gebleven. De echte verschuiving vindt plaats binnen de blokken. In 1981 wonnen de twee grootste partijen – Likoed en Alignment, de voorganger van de Arbeidspartij – 95 stemmen, bijna vier vijfde van de Knesset. Geen enkele andere partij won meer dan 5 procent van de stemmen. Maar bij de laatste verkiezingen behaalden Likoed en de Arbeidspartij maar 54 zetels. Ook al zouden ze een eenheidsregering hebben willen vormen, dan nog hadden ze geen meerderheid gehad. Zeven andere partijen, aan weerszijden van het ideologische spectrum, haalden de grens van 5 procent.

    Deze versplintering maakt het voor veel Israëlische politici moeilijk om coalities te vormen. Netanyahu zou met zijn huidige kunnen doorgaan, zij het met een kleinere meerderheid. Yair Lapid, de voorzitter van Yesh Atid, zou er een harde dobber aan hebben. Zelfs met een brede coalitie die zich zou uitstrekken van centrumrechts tot uiterst links zou hij geen meerderheid behalen. Om de drempel van zestig zetels te passeren zou hij ofwel de ultraorthodoxe partijen nodig hebben, ofwel de ultranationalistische factie Jisrael Beeténoe. Die laatste is een uiterst rechtse partij die in 2015 campagne voerde voor etnische zuivering en herinvoering van de doodstraf. En Lapid bouwde zijn politieke carrière op het agiteren tegen de orthodoxen door aan te dringen op beperking van hun sociale uitkeringen en beëindiging van hun vrijstelling van dienstplicht. In beide gevallen zou de schoen wringen.

    De meeste potentiële vervangers van Netanyahu ter linker- en rechterzijde zien zich met een overeenkomstig dilemma geconfronteerd. Ook al gaat hij verder als oppositieleider, de impopulaire Isaac Herzog heeft het niet langer voor het zeggen bij de Arbeidspartij. Zijn opvolger, Avi Gabbay, werd in 2017 tot leider van de Arbeidspartij gekozen en begon onmiddellijk rechtse stemmers naar de mond te praten. Zijn populariteit kelderde al snel en is nog niet op het oude peil. De partij Het Joodse Huis van Naftali Bennett heeft te nauwe banden met de kolonisten in de nederzettingen en Jisrael Beeténoe, de partij van Avigdor Lieberman, met Russische immigranten.

    Gedurende 29 van de afgelopen veertig jaar is er een rechtse premier aan het bewind geweest. En toch blijft Likoed zich als een permanente oppositiepartij gedragen

    Netanyahu’s veerkracht lijkt een raadsel, als je bedenkt hoe weinig hij zijn kiezers te bieden heeft. Zijn critici noemen hem vaak spottend ‘Mr. Status Quo’. In 2011 werd Israël opgeschrikt door massale sociaal-economische betogingen. Die begonnen met een klein tentenkamp op een chique boulevard in Tel Aviv; in september gingen honderdduizenden mensen de straat op om te klagen over de hoge kosten van levensonderhoud. Tot belangrijke hervormingen heeft dat niet geleid. Mobiele telefoonabonnementen zijn goedkoper geworden. Supermarkten hebben de prijs van kwark drastisch verlaagd. Maar de economische grondslagen blijven onveranderd. Netanyahu heeft weinig gedaan om de landelijke woningnood aan te pakken waardoor appartementen onbetaalbaar zijn voor jonge Israëliërs. (Het kopen van een vijfkamerappartement kost de gemiddelde Israëliër bijna zestien jaarsalarissen, tegen zeven en een half in Frankrijk en vijf in de Verenigde Staten.) Ondertussen heeft de premier niets gedaan tegen het voortdurende gebakkelei over godsdienst en cultuur dat de Israëlische politiek verstoort, van beperkte winkeltijden tijdens de sabbat tot steeds fellere scheldkanonnades tegen progressieve activisten en academici. In de ogen van sommige buitenlanden is Netanyahu’s meest onvergeeflijke fout zijn laksheid ten aanzien van het vredesproces. Elke maand publiceert het gematigde Israëlische Democratie-instituut een peiling die ‘Vredesindex’ wordt genoemd. De eerste twee vragen zijn altijd dezelfde: ‘Steunt u vredesonderhandelingen met de Palestijnen? Denkt u dat die kans van slagen hebben?’ De laatste cijfers [in april 2018] zijn deprimerend. Bijna 60 procent van de Israëlische Joden staat achter het vredesproces, maar slechts 18 procent gelooft dat dat tot vrede zal leiden. Tel die cijfers bij elkaar op en nauwelijks een op de tien Joodse Israëliërs staat achter een tweestatenoplossing en gelooft daar ook in. Een overweldigende meerderheid vindt dat de situatie moet blijven zoals ze is. (De Palestijnen zijn even berustend.) ‘Netanyahu had twee voornemens toen hij premier werd,’ zegt een voormalige adviseur, die anoniem wil blijven om vrijelijk over zijn vroegere baas te kunnen spreken. ‘Een daarvan was het ontmantelen van de Oslo-akkoorden.’ De premier heeft het nooit zo ongezouten gezegd – althans niet in het openbaar. Maar hij heeft onmiskenbaar succes gehad. Bijna een decennium lang heeft hij tijd gerekt door in te stemmen met vredesonderhandelingen maar nooit wezenlijke concessies te doen die het proces zouden kunnen versnellen. Hij zegt in het Hebreeuws het een en in het Engels het ander. Enkele dagen voor de verkiezingen van 2015 beloofde hij nooit een Palestijnse staat te zullen vestigen. Toen zijn overwinning was veiliggesteld – en na scherpe kritiek uit het Westen – probeerde hij die woorden te ontkennen. Toen Trump president werd en Netanyahu vroeg ‘terughoudend’ te zijn ten aanzien van de nederzettingen, was hij verbijsterd. ‘Hij gaat zijn belangstelling wel verliezen,’ voorspelde een medewerker van Netanyahu toen Trump Jeruzalem in 2017 bezocht. Zeker is dat de Amerikaanse president niet meer met de Palestijnen spreekt en betwijfelt of hij de ‘ultieme deal’ kan bewerkstelligen, zoals hij het ooit noemde.

    De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat zelfs een duifachtige premier moeite zou hebben om met de Palestijnen te onderhandelen, verdeeld als ze zijn tussen Fatah, de seculiere partij die de Westoever in handen heeft, en Hamas, de islamitische groepering die in 2007 de macht in Gaza greep. Evenmin zou hij veel hulp hoeven te verwachten uit het huidige Witte Huis. De Amerikaanse ambassadeur in Israël, David Friedman, staat pal achter de Israëlische nederzettingen. Jared Kushner, Trumps schoonzoon wiens familie geld aan kolonistengroeperingen heeft gedoneerd, had een belangrijke rol moeten spelen in het vredesproces. Maar hij raakte in tal van schandalen verwikkeld en zijn rol in het Witte Huis werd al snel een stuk kleiner.

    Toch is er geen reden om te denken dat Netanyahu’s opvolgers bereid of in staat zullen zijn de tweestatenoplossing te realiseren. Bennett wil twee derde van de Westoever annexeren, een stap die een Palestijnse staat onmogelijk zou maken. Lieberman verwerpt het idee van een staat, net als de meeste toonaangevende figuren binnen Likoed. Toen journalisten van de nieuwswebsite Walla het kabinet polsten, waren maar vier ministers bereid een tweestatenplan te onderschrijven.

    Hoewel Lapid en Gabbay het plan steunen, blijven ze vaag over hoe ze het ten uitvoer zouden kunnen brengen – hoe ze de fouten zouden kunnen vermijden waaraan de ruim vijfentwintig jaar door de VS geleide onderhandelingen mank zijn gegaan. Ze komen alleen maar met vage verhalen over ‘regionale initiatieven’ en ‘het betrekken van de Arabische staten’. Er zijn weinig prikkels om het anders te doen. De kwestie levert niet veel stemmen op en speelt zelfs geen grote rol in de Israëlische politiek. Vóór de verkiezingen van 2015 kwamen de leiders van de grootste partijen bijeen voor een tweeënhalf uur durend debat op Kanaal 2. Het woord ‘vrede’ werd exact vijf keer uitgesproken, waarvan drie keer door Ayman Odeh, de leider van de partij die de Palestijnse burgers van Israël vertegenwoordigt. ‘Dit is geen zaak die de partijen scheidt,’ zegt Dani Dayan, een voormalige kolonistenleider die tegenwoordig consul-generaal is in New York. ‘Want de Israëliërs begrijpen dat, wie er ook premier wordt, er niets zal veranderen.’

    Netanyahu’s eerste premierschap duurde maar drie jaar. Hij won in 1996 met een nipte marge, en de kiezers hadden snel genoeg van hem. Het vredesproces haperde. De bloedige bezetting van Zuid-Libanon leek eindeloos te duren. Er deden al corruptieverhalen de ronde over Netanyahu en sommige van zijn coalitiepartners. Het publiek gooide hem er in 1999 uit en gunde Ehud Barak de overwinning met een marge van 12 procent.

    Maar voor Bibi waren al deze wezenlijke kwesties van secundair belang. Toen hij tijdens de verkiezingsavond zijn nederlaag evalueerde, zei hij tegen medewerkers: ‘Ik heb verloren omdat ik geen krant heb.’ Dat probleem loste hij op voordat hij tien jaar later een nieuwe gooi naar het premierschap deed. Israel Hayom deed geen enkele poging om een objectieve nieuwsbron te zijn. De verlieslijdende krant, zwaar gesubsidieerd door Adelson, was een onvervalste propagandamachine voor Netanyahu; naar verluidt dicteerde het kantoor van de premier zelfs de koppen.

    De door Israël bezette gebieden op de Westelijke Jordaanoever. – © Getty
    De door Israël bezette gebieden op de Westelijke Jordaanoever. – © Getty

    Zijn ambitie reikte verder dan de dagelijkse koppenoorlog. Aan de vooravond van Israëls zeventigste verjaardag kan de politieke geschiedenis van het land grofweg in twee helften worden verdeeld. De eerste werd gedomineerd door de centrumlinkse voorgangers van de Arbeidspartij. Het politieke establishment was grotendeels progressief, seculiere afstammelingen van de Asjkenazim. Likoed won haar eerste verkiezingen pas in 1977, een gebeurtenis die door de belangrijkste nieuwslezer van Israël de mahapakh (revolutie) werd gedoopt. Sindsdien heeft links moeite de macht terug te winnen.

    Gedurende 32 van de afgelopen 43 jaar is er een rechtse premier aan het bewind geweest. En toch bleef Likoed zich als een permanente oppositiepartij gedragen. Als je Netanyahu en zijn bondgenoten moest geloven, vochten ze om de macht met de verschanste elites: het leger, de rechterlijke macht, de universiteiten. (Zijn vriend in het Witte Huis zou dit de ‘deep state’ noemen.)

    Als je zijn adviseurs mag geloven, was dit Netanyahu’s tweede voornemen – de hervorming van de gevestigde orde van Israël. Zijn obsessie met het manipuleren van de media is daar een voorbeeld van. Hij heeft een ongekend aantal religieuze Israëliërs in de top echelons van de veiligheidsdiensten benoemd. Ayelet Shaked, de nationalistische minister van Justitie, probeerde de manier te veranderen waarop rechters worden benoemd en de bevoegdheid daartoe over te dragen aan de Knesset in plaats van aan een rechterlijke macht die als links wordt beschouwd. Regev, de minister van Cultuur, ging constant tekeer tegen kunstenaars en stelt zelfs voor degenen die een staatssubsidie krijgen aan een ‘loyaliteitstest’ te onderwerpen.

    Ultraorthodox

    Bijna een op de vier basisschoolleerlingen is ultraorthodox, tegen een op de tien een generatie geleden. Hoewel de meeste Israëliërs een grotere scheiding tussen synagoge en staat voorstaan, dringen ultraorthodoxe politici aan op het tegengestelde. In de herfst van 2016 kwamen ze in het geweer tegen het plan van de nationale spoorwegen om onderhoud te plegen op Sjabbat, de Joodse sabbat. Voor de timing van de spoorwegen viel veel te zeggen: er rijden geen treinen op zaterdag, er is weinig wegverkeer en de meeste werkenden hebben een vrije dag. Maar de haredim dreigden, onder druk van hun kiezers, de regering ten val te brengen als de onderhoudsplannen niet werden ingetrokken. Netanyahu treuzelde tot het laatst mogelijke moment – vrijdagmiddag, minder dan een uur voor de sabbat. Toen gelastte hij de werkzaamheden af, een beslissing die de staat miljoenen kostte en de zondag daarop voor een verkeersinfarct zorgde. En dat allemaal om religieuze kiezers niet van zich te vervreemden die zich steeds meer van de meerderheid van de Israëliërs vervreemden.

    Onder de Israëlische Joden bestaan fundamenteel onverenigbare meningsverschillen over hoe Israël als een ‘Joodse en democratische staat’ moet worden gedefinieerd. 69 procent van de ultraorthodoxen en 46 procent van de nationaal-religieuzen (een meerderheid) vindt de staat te democratisch. 59 procent van de seculiere Joden vindt de staat te Joods. Een meerderheid van de Israëlische Joden vindt het ongepast dat Arabische politici deel uitmaken van de coalitie, en velen vinden het acceptabel dat de staat meer geld aan Joodse gemeenschappen geeft dan aan Arabische.

    ‘Mars uit Gaza’ [2018] gaat vooral over Palestijns leiderschap

    De Palestijnse ‘Mars terug’ vanuit Gaza heeft niet tot doel Israël van de kaart te vegen, maar is eerder een gevecht om het Palestijnse leiderschap. Hamas bepaalt de duur en de omvang van het protest en stelt daarbij niet alleen Israël op de proef. De leiders van Hamas moeten aantonen dat zij de situatie in de hand hebben en de omvang van het protest op peil weten te houden voor zolang als zij nodig achten. Pas dan ligt internationale erkenning in het verschiet.

    Het is een spel waarbij Egypte, Jordanië en de Palestijnse Autoriteit van president Mahmoed Abbas tegelijk ook partners van Israël tegen Hamas zijn. Caïro en Amman onderhouden over de situatie intensieve contacten, waarbij soms ook Israël betrokken wordt.

    Egypte blijft inmiddels grote druk op beide Palestijnse kampen uitoefenen om tot een verzoening te komen. Daartoe is het een vereiste dat Abbas de sancties opheft die hij tegen Gaza heeft getroffen om Hamas te verzwakken. Met Jordanië is Caïro bevreesd dat de onrust overslaat naar Oost-Jeruzalem en de Westelijke Jordaanoever, maar evenzeer naar de Sinaï, waar Egypte samen met Israël de terreur bestrijdt die uitgaat van elementen van de Egyptische Moslimbroederschap en Hamas.

    (Zvi Bar’el, Haaretz)

    In de eerste decennia na 1948 werd Israël omringd door vijandige (en veel grotere) Arabische staten. Het besef van een gemeenschappelijk gevaar hielp een band te scheppen tussen Joden overal ter wereld, vooral omdat de Holocaust nog vers in het geheugen lag. Die band werd zwakker na de verdragen met Egypte en Jordanië. Nog altijd hield het vredesproces de Israëlische samenleving bijeen, zij het in twee helften: een ‘vredeskamp’ dat geloofde dat een tweestatenoplossing de enige manier was om de toekomst van het land veilig te stellen, en een groep die zich daar juist tegen verzette. Niettemin was er een gevoel van een gedeelde bestemming, het gevoel dat beide kanten over een gemeenschappelijk lot ruzieden.

    Maar in 2018 is er geen werkelijke dreiging die Israëliërs bindt. Het land heeft vredesverdragen met twee van zijn vier buren; een derde buur, Syrië, ligt in puin; en de vierde, Libanon, is zo zwak dat Israël stelselmatig zijn luchtruim gebruikt om aanvallen in Syrië uit te voeren. (Hezbollah vormt een serieuze bedreiging, maar nauwelijks een die het land zou kunnen verwoesten, en de beweging kampt met zowel haar betrokkenheid in Syrië als de Israëlische afschrikking.) Noch het Iraanse nucleaire programma noch de pro-Palestijnse boycotsancties vormen momenteel een bedreiging voor de overleving van Israël. En de status quo met de Palestijnen lijkt, terecht of niet, voorlopig wel tegen een stootje te kunnen. Maar weinig Israëliërs staan er dagelijks bij stil. Hun samenleving kan niet worden bijeengehouden door de noodzaak om een blok te vormen tegen een levensgevaarlijke situatie, simpelweg omdat die niet bestaat. ‘Op dit moment, en in de voorzienbare toekomst, staat het bestaan van Israël niet wezenlijk op het spel,’ aldus Moshe Ya’alon, die tot 2016 minister van Defensie was.

    Ofer Zalzberg, in Jeruzalem analist voor de International Crisis Group, lijkt het met hem eens te zijn. ‘We zitten in een identiteitscrisis. Mensen maken zich zorgen over globalisering, over het teloorgaan van tradities. Het is de autonomie van het individu versus de Joodse traditie. En niemand weet welke kant zal winnen,’ zegt hij.

    Zijn machtshonger bracht hem ertoe kortetermijntactieken te omarmen in plaats van een veelomvattende strategie, en al die tijd werd de Israëlische samenleving verder verscheurd

    Het zal moeilijk zijn een kop te kiezen voor Netanyahu’s politieke necrologie. Menachem Begin tekende een duurzaam vredesakkoord met Egypte, en Rabin deed hetzelfde met Jordanië. Barak maakte een eind aan de decennialange bezetting van Libanon. Ariel Sharon trok zich terug uit Gaza. Shimon Peres zette belangrijke hervormingen in gang die de weg baanden voor Israëls hightech-economie. Zelfs Olmert kon, ondanks zijn smadelijke einde, aanvoeren dat hij een serieuze poging had gedaan om vrede te sluiten met zowel Syrië als de Palestijnen.

    Netanyahu heeft alleen maar overleefd. Tijdens zijn derde regeringsperiode stemde hij in met een plan om de dienstplicht voor ultraorthodoxe mannen in te voeren; in zijn vierde stelde hij het uit. Hij kondigde met veel tamtam een gemengde gebedsruimte aan bij de westelijke muur, maar hij heeft die nooit geopend. Zijn belofte om de prijzen en huisvestingskosten te verlagen is nooit ingelost. Zelfs zijn oorlogen hebben tot niets geleid. ‘1973 was het laatste jaar dat beide partijen zeiden: “Oké, laten we een deal sluiten,”’ zegt Oded Eran, een Israëlische diplomaat met een lange staat van dienst. ‘Alle oorlogen nadien zijn geëindigd met een VN-resolutie, die maar ten dele effectief was, of met de schikking van 2012. Wat betekent het dat we er eenzijdig een eind aan maken? Het betekent dat Israël onder de huidige omstandigheden blijft voortploeteren. Het is onduidelijk wat er nu eindelijk eindigt.’

    Een personage uit een Griekse tragedie

    Een hoge officier in het Israëlische leger noemde Netanyahu ooit ‘een personage uit een Griekse tragedie’. (De officier is nog steeds in dienst en wenst anoniem te blijven.) Hij is zowel een getalenteerd politicus als een erudiet man, met grote belangstelling voor wereldgeschiedenis en contemporaine geopolitiek. Als vertegenwoordiger van rechts, zoon van een prominente revisionistische historicus en voormalig stoottroeper had hij alles in zich om een baanbrekend politicus te worden van het type Begin. Maar zijn machtshonger bracht hem ertoe kortetermijntactieken te omarmen in plaats van een veelomvattende strategie, en al die tijd werd de Israëlische samenleving verder verscheurd. ‘Hij zit vol hybris,’ aldus de officier.

    Of, zoals de Israëlische journalist Raviv Drucker in Haaretz schreef: ‘Als Netanyahu verdwijnt, zullen ook veel verknipte bestuursnormen verdwijnen. Het draait niet om corruptie, maar om normaliteit.’

    Dat is maar al te waar. De volgende premier zal waarschijnlijk niet worden achtervolgd door verhalen over sigaren en champagne en verbaal geweld jegens huishoudelijk personeel in de ambtswoning. De vrouw van de premier zal geen statiegeld in haar eigen zak steken. Zijn zoon zal de zoons van rijke oligarchen niet vragen hem vierhonderd sjekel voor te schieten voor een prostituee, zoals Yair Netanyahu deed.

    Maar over de meest brandende kwesties aangaande de toekomst van Israël – de relatie met de Palestijnen, en met zichzelf – zal de nieuwe premier misschien niet veel anders oordelen.

    ‘Zulke wonderen levert Heilige Land niet meer’

    De Palestijnen kunnen hun hoop niet vestigen op hulp van hun buren. Het is duidelijk dat hoewel de statenlozen enorme sympathie ondervinden van de burgers in de Arabische wereld, hun lot sommige Arabische leiders mateloos verveelt. Die zijn er meer op gespitst de islamistische partijen in eigen land de nek om te draaien of de confrontatie met Iran aan te gaan.

    Het geweld van vrijdag 30 maart moet ook worden gezien als een episode in de langdurige strijd om de macht tussen Hamas en de Palestijnse Autoriteit van Mahmoed Abbas. Pogingen tot verzoening hebben gefaald en beide partijen zijn verzwakt. Abbas is de verdwaalde hoeder van een vredesproces dat op sterven na dood is. Hamas is tussen Israël en Egypte platgedrukt en ziet zijn buitenlandse financiering opdrogen.

    En onderwijl hebben de voortdurende blokkade en de beperkingen die aan Gaza zijn opgelegd, het leven voor de Palestijnen daar steeds moeilijker gemaakt. ’Ik wil doodgeschoten worden,’ zei een demonstrant van tweeëntwintig jaar tegen een van mijn collega’s. ‘Ik wil zo niet meer leven.’

    ‘Als er niet een enorme uitbarsting van geweld komt – vooral met Palestijnse leiders die in opperste wanhoop met vuur spelen, en Israël dat onmiddellijk naar dodelijk geweld grijpt tegen onbewapende demonstranten – zou dat een politiek wonder zijn’, schreef de commentator Hoessein Ibish in The National, een krant uit Abu Dhabi. ‘Maar zulke wonderen levert het Heilige Land niet meer.’

    (Ishaan Tharoor, The Washington Post)