Tag: corruptie

  • Klassenstrijd in Brazilië

    Klassenstrijd in Brazilië

    De Brazilianen verwijten president Rousseff behalve haar betrokkenheid bij een corruptieschandaal de ergste recessie in Brazilië in 25 jaar. Volgens onderzoeksjournalist Glenn Greenwald grijpen de elite en hun media deze kans aan om te doen wat op democratische wijze nooit is gelukt: de Arbeiderspartij uit de regering krijgen.

    Brazilië is een heel jonge democratie. In 1964 werd de democratisch gekozen linkse regering nog afgezet na een militaire coup. Die staatsgreep en de daaropvolgende dictatuur kregen steun van Braziliës oligarchen en hun grote mediabedrijven, de Globo-groep, voorop: die schilderden de coup af als een nobele zege op een corrupte linkse regering. De dictatuur had ook de steun van de exorbitant rijke (en in overgrote meerderheid blanke) bovenklasse en de kleine middenklasse van het land. In de Braziliaanse maatschappij spelen scherpe rassen- en klassentegenstellingen in Brazilië nog steeds een grote rol.

    Corruptie is een groot probleem in de politieke klasse – ook in de hoogste rangen van de regerende Arbeiderspartij. Maar de plutocraten en hun media en de hogere klassen grijpen dit corruptieschandaal aan om te doen wat hun jarenlang niet op democratische wijze is gelukt: de Arbeiderspartij uit de regering krijgen.

    Dilma Rousseff en haar partij zijn door corruptie en economische tegenslag  bijzonder impopulair geworden. – © Sergio Kremer / Getty
    Dilma Rousseff en haar partij zijn door corruptie en economische tegenslag bijzonder impopulair geworden. – © Sergio Kremer / Getty

    De commerciële mediakanalen fungeren praktisch als protestorganisator en spreekbuis van de oppositie. De grootste zijn in handen van een piepklein aantal families,
    bijna allemaal felle klassenvijanden van de Arbeiderspartij, en hun media gooien vooral olie op het vuur. De mensen wier belangen deze media vertegenwoordigen, zijn bijna allemaal voorstanders van een afzettingsprocedure tegen president Rousseff en hebben doorgaans banden met de oude militaire dictatuur. Zoals de Canadese correspondent Stephanie Nolen van de Globe and Mail schreef: ‘De grootste instellingen van het land zijn duidelijk niet op de hand van de president.’ Veel aanhangers van rechts verlangen terug naar de militaire dictatuur, en op de zogenaamde anticorruptiedemonstraties wordt soms opgeroepen om een eind te maken aan de democratie.

    Dat rechtvaardigt niet wat de Arbeiderspartij heeft gedaan. Door de wijdverbreide corruptie en economische tegenslag zijn Rousseff en haar partij bijzonder impopulair geworden in alle geledingen van de bevolking, zelfs onder de arbeiders, die hun achterban vormen. Maar de volksprotesten, al zijn ze groot en fel, worden aangewakkerd door groepen die het altijd al op de Arbeiderspartij hadden gemunt.

    Een afzettingsprocedure is een legitiem middel in een democratie, als de betreffende politicus inderdaad ernstige strafbare feiten heeft gepleegd

    Je moet wel heel naïef zijn om te denken dat de invloedrijke personen die om haar afzetting roepen vooral een kruistocht voeren tegen corruptie. De partijen die van haar afzetting zouden profiteren, zitten namelijk zelf tot aan hun nek in corruptieschandalen die soms nog veel groter zijn. Tegen vijf leden van de impeachmentcommissie loopt een strafrechtelijk onderzoek wegens corruptie, evenals tegen 36 van de 65 leden van het impeachmentcomité van het Hogerhuis. De voornaamste pleitbezorger van een afzettingsprocedure in het Lagerhuis, de evangelistische extremist Eduardo Cunha, bleek op verschillende Zwitserse bankrekeningen miljoenen dollars te hebben staan – volgens de aanklagers allemaal smeergeld. Er lopen meerdere onderzoeken tegen hem.

    Sérgio Moro, de rechter die het onderzoek naar de corruptiezaak in de Arbeiderspartij leidt, lekte deze week een afgetapt telefoongesprek tussen Lula en president Rousseff naar de pers. Het bijzonder vage gesprek werd door O Globo en andere antiregeringsmedia meteen als belastend bestempeld. Maar door het te lekken lapte rechter Moro alle juridische procedures aan zijn laars. Zijn bedoelingen waren duidelijk ook niet juridisch maar politiek: hij was woedend dat het onderzoek naar Lula moest worden afgebroken, omdat Lula een post in Rousseffs kabinet kreeg.


    Hij hoopte Rousseff en Lula in verlegenheid te brengen en protesten uit te lokken. Daarmee haalde hij zich de kritiek op de hals, ook van medestanders, dat hij zijn macht misbruikte om politieke invloed uit te oefenen. Dit creëert het gevaar dat het strafrechtelijk onderzoek en de afzettingsprocedure niet langer juridische middelen zijn om criminele politici te straffen, maar een antidemocratisch wapen waarmee politieke tegenstanders proberen een democratisch gekozen president af te zetten.

    Het staat als een paal boven water dat de Arbeiderspartij bol staat van de corruptie. Er bestaan ernstige verdenkingen tegen Lula, die een eerlijk en onpartijdig onderzoek vereisen. En een afzettingsprocedure is een legitiem middel in een democratie, als de betreffende politicus inderdaad ernstige strafbare feiten heeft gepleegd en de afzetting netjes volgens de regels verloopt. Maar uit de huidige afzettingsprocedure en demonstraties in Brazilië komt een veel complexer en moreel veel schimmiger beeld naar voren dan vaak wordt geschetst.

    Auteur: Glenn Greenwald
    Vertaler: Frank Lekens

    Onderzoeksjournalist Glenn Greenwald werd wereldberoemd door zijn samenwerking met NSA-klokkenluider Edward Snowden en de onthullingen die daaruit voortvloeiden. Hij is een van de oprichters van de opinie- en nieuwssite The Intercept. Bij uitgeverij Lebowski verscheen zijn boek De afluisterstaat.

    The Intercept
    Brazilië | theintercept.com

    The Intercept (opgericht door Glenn Greenwald) is een webzine dat zijn bronnen – doorgaans klokkenluiders – een beveiligd, anoniem kanaal biedt om bestanden ter beschikking te stellen.

  • Sam Pa zit in de bak, lang leve Sam Pa!

    Sam Pa zit in de bak, lang leve Sam Pa!

    De malafide, vooral in Afrika opererende Chinese businesstycoon Sam Pa leek lang ongrijpbaar, maar werd eind vorig jaar dan toch eindelijk gearresteerd. Als er niets wordt gedaan aan de schimmige netwerken waarin hij kon gedijen, zullen er gewoon 
weer anderen opstaan die zijn plaats innemen.

    Op de avond van 8 oktober 2015 werd de Chinese investeringstycoon Sam Pa door de autoriteiten opgepakt in het Sofitel van 
Beijing. Dit kan het einde betekenen van zijn bliksemsnelle, en enigszins onwaarschijnlijke opkomst van relatief onbekend figuur tot een van de invloedrijkste zakenlieden in Afrika. Volgens de berichten werd Pa die avond gearresteerd vanwege een onfrisse zakendeal in Angola met een machtige Chinese staatsoliemaatschappij, die hem torenhoge winsten had opgeleverd.

    Als voormalig spion (met een ‘voorliefde voor snelle auto’s en vrouwen’, volgens zijn vrienden) wist Pa met zijn verhaal journalisten en investeerders over de hele wereld te boeien. Van bankroete wapenhandelaar eind 
jaren negentig werd hij in minder 
dan tien jaar tijd een tycoon met een zakenimperium dat vele miljarden waard was. Het syndicaat dat hij in 2003 vormde, bekend als de Queensway Group (genoemd naar het adres van de vestiging in Hongkong), was actief in olie, mijnbouw, infrastructuur, luchtvaart, landbouw en vastgoed. Het had belangen in bedrijven over de hele wereld. Van Noord-Korea en Zimbabwe tot aan Manhattan, en op minstens vier verschillende continenten, doet justitie onderzoek naar 
de activiteiten van de groep.

    In veel opzichten opereerde Sam Pa in de 
traditie van oorlogsprofiteurs als de beruchte Russische wapenhandelaar Viktor Bout. Net als Bout vóór hem spreekt Pa verscheidene talen vloeiend, beschikte hij over verschillende paspoorten, verplaatste hij zich met zijn eigen luchtvloot en gebruikte hij minstens zeven schuilnamen. Via de wapenhandel had hij op hoog politiek niveau contacten gelegd, maar die relaties gebruikte hij vervolgens om nieuwe markten aan te boren en een indrukwekkender buit bij elkaar te plunderen. De arrestatie van Pa kan betekenen dat een van de grootste uitbuiters en meest roofzuchtige investeerders die ooit voet op Afrikaanse bodem hebben gezet, nu ten val is gekomen. Maar op de lange termijn zal dat weinig opleveren, als het systeem waaraan hij zijn enorme succes dankte niet wordt ontmanteld.

    Sam Pa (derde van links) op een bouwterrein in Mozambique.
    Sam Pa (derde van links) op een bouwterrein in Mozambique.

    Pa heeft machtige vrienden in Beijing, en die hebben hem voor een deel aan zijn succes geholpen. In 2004 richtte Queensway de Chinees-Angolese joint venture China Sonangol op, die uiteindelijk de belangrijkste deelname van het syndicaat zou worden. Sinopec, 
een van de grootste staatsoliemaatschappijen van China, stond in 2005 borg voor een lening van 3 miljard dollar van een groep particuliere westerse banken aan China Sonangol, waardoor Queensway een vliegende start kon maken in de olie- en de infrastructuursector van Angola. Nog steeds zijn 
Chinese staatsbedrijven belangrijke partners in de buitenlandse ondernemingen van Queensway.

    Toch hebben die oude banden Pa uiteindelijk niet kunnen beschermen. Daarvoor heeft hij om te beginnen te vaak de controverse opgezocht. Zo ging hij in zee met twijfelachtige tussenpersonen als Roman Poetin – een neef van de Russische president Vladimir Poetin – die hem hielp een contract van 1,3 miljard dollar binnen te halen voor de bouw van een brug tussen Rusland en de Krim, slechts een paar maanden na de controversiële Russische annexatie van die Oekraïense regio.

    Pa liet vaak zijn oog vallen op landen met een grote rijkdom aan grondstoffen en een financieel wankelend of diplomatiek geïsoleerd regime. In 2008 investeerde hij honderden miljoenen dollars in de diamantsector van Zimbabwe, tijdens de crisis in de nasleep van de verkiezingen in dat land. Later sloot Queensway overeenkomsten met Guinee, Niger en Madagaskar, telkens kort na een staatsgreep in het betreffende land. In de Noord-Koreaanse hoofdstad Pyongyang regelde hij deals met Office 39, een Noord-Koreaans staatsagentschap dat zich met allerlei zaken bezighoudt, van vals geld tot drugssmokkel. In veel van deze landen kenmerken de projecten van Queensway zich door chronische vertragingen, mismanagement en beschuldigingen van omkoping.

    Pa opereerde in de traditie van de Russische wapenhandelaar Viktor Bout

    Enkele operaties van Pa hebben echter de grens tussen ‘moreel twijfelachtig’ en ‘zonder twijfel illegaal’ overschreden. In 2011 schreef de Britse journalist Jon Swain over Pa’s betrokkenheid bij het smokkelen van diamanten uit Zimbabwe en wapenleveranties aan Ivoorkust, in strijd met het geldende embargo. In 2013 onthulden rechtbankverslagen dat zijn bedrijven in het geheim diplomaten in Noord-Korea en Mozambique betaalden, en in de vervolgonderzoeken rees de verdenking dat hij in verschillende landen, waaronder Nigeria, hooggeplaatste functionarissen had omgekocht om lucratieve olieconcessies te verkrijgen. In april 2014 vaardigde het Amerikaanse ministerie van Financiën sancties uit tegen Pa wegens zijn steun aan de geheime politie van Zimbabwe, die synoniem is geworden met door de staat gesanctioneerd geweld.

    Achterkamertjesdeals

    Ook Chinese diplomaten hebben jarenlang kritiek geleverd op Queensway. 
Zij gaven geregeld een verklaring uit waarin Beijing zich distantieerde van de activiteiten van Queensway, en ze waarschuwden bedrijven en buitenlandse overheden om geen zaken te doen met Pa. Maar woorden kosten niets. Critici (onder wie ikzelf) hebben betoogd dat al zolang de Queensway Group bestaat, de Chinese overheid niets heeft gedaan om de leiders van het syndicaat voor hun roofzuchtige praktijken te straffen, en dat China vaak van Pa’s activiteiten heeft geprofiteerd. Pa kon jarenlang relaties blijven onderhouden met hoge functionarissen en staatsondernemingen, ondanks de beschuldigingen van de diplomaten en de justitiële onderzoeken die telkens op niets uitliepen. Om zich tegen dit soort critici te weren had Queensway echter deels de bescherming van deze invloedrijke figuren in Beijing nodig, en dat maakte het syndicaat kwetsbaar voor veranderingen in het Chinese politieke landschap.

    Kennelijk begreep Pa dat zijn dagen waren geteld. Ondanks zijn enorme succes bleef hij, volgens medewerkers, met een enorme drang doorwerken. 
In een speech in 2014 noemde Sun Hengchao, een vriend van Pa en het hoofd van de Universiteit van Yinchuan, hem ‘de verpersoonlijking van de ondernemersgeest’. Hij kon zich dure huizen en gebouwen veroorloven, zei Sun, maar had nauwelijks tijd om daarin door te brengen. ‘In feite woonde hij het grootste deel van zijn tijd aan boord van een vliegtuig,’ voegde hij eraan toe. Als hij moe was na een drukke dag, stapte hij het vliegtuig in en ging slapen. Zodra hij was geland ging hij weer aan het werk. Sun vertelde hoe hij zijn rondreizende vriend een keer had gevraagd hoe die dit schema volhield. Pa’s antwoord verraste Sun: ‘Meneer Sun, ik ben de vijftig gepasseerd. Hoeveel tijd heb ik nog te verspillen?’

    Elke keer als een kop van de Hydra is afgehakt, groeien er twee nieuwe voor in de plaats

    Achteraf gezien lijkt het duidelijk dat Pa een groot deel van zijn tijd en energie heeft besteed aan het verhullen van zijn activiteiten via achterkamertjesdeals met gelijkgestemde kleptocraten, en het opzoeken van mazen in de wet. Dit is geen geringe taak, als je bedenkt hoe omvangrijk zijn operaties waren.

    Maar het businessmodel van Queensway bood Pa kansen genoeg om zijn sporen uit te wissen. Pa had de gewoonte om onderhandelingen over zakendeals achter gesloten deuren te voeren, en de contracten die zo tot stand kwamen werden zelden openbaar gemaakt. Bovendien zijn in veel van de landen waar Queensway opereert de toezichthoudende instanties zwak en zijn de burgers en de pers monddood gemaakt, wat betekent dat de activiteiten van het syndicaat zelden kritisch door de overheid onder de loep worden genomen.

    Mede dankzij machtige vrienden van Pa in Beijing kon zijn syndicaat Queensway een vliegende start maken in de olie- en de infrastructuursector van Angola. Het land is een belangrijke olieleverancier aan China. – © Vanessa Vick / HH
    Mede dankzij machtige vrienden van Pa in Beijing kon zijn syndicaat Queensway een vliegende start maken in de olie- en de infrastructuursector van Angola. Het land is een belangrijke olieleverancier aan China. – © Vanessa Vick / HH

    Het team advocaten en accountants van Queensway deed er alles aan om te zorgen dat Pa’s schuilnamen nergens in de officiële stukken van het bedrijf opdoken. In de loop der tijd werd de bedrijfsstructuur van Queensway steeds complexer. Op een bepaald moment werden de operaties in de diamantsector van Zimbabwe aangestuurd via de in Hongkong gevestigde dochtermaatschappij van een Singaporese firma, die op haar beurt eigendom was van een reeks brievenbusmaatschappijen op de Britse Maagdeneilanden. Wie uiteindelijk 
de eigenaren van deze firma’s waren, blijft een raadsel.

    Wie probeert de bedrijfsstructuur van Queensway in kaart te brengen gaat het al snel duizelen. Dankzij die ondoorzichtigheid konden vertegenwoordigers van China Sonangol en China International Fund – de vlaggenschepen van Queensway die zich met allerlei zaken bezighielden, van oliehandel tot vastgoedontwikkeling – hun banden met Sam Pa ontkennen 
en beweren dat hij alleen als adviseur optrad. Het gebrek aan transparantie belemmert ook onderzoekers en regelgevers die zich in de activiteiten van Queensway willen verdiepen.

    Dubieuze rol banken

    Queensway profiteerde ook van de zwakke moraal bij banken. Banken zijn wettelijk verplicht om ‘hun klanten te kennen’, maar het is bekend dat veel financiële instellingen toch zaken doen met firma’s die de identiteit van hun uiteindelijke gerechtigden verbergen. China Sonangol heeft leningen van vele miljarden losgekregen en had rekeningen lopen bij gevestigde banken. Zo konden Pa en zijn collega’s makkelijk geld laten circuleren. Queensway bezit nu voor miljarden dollars aan vastgoed over de hele wereld, waaronder het historische hoofdkwartier van J.P. Morgan in Manhattan, dat het in bezit heeft via een brievenbusmaatschappij in Delaware.

    Nu heeft Sam Pa misschien zijn eindstation bereikt. De man die bekendstaat als een van de sluwste ondernemers in politiek onstabiele en explosieve landen over de hele wereld, is slachtoffer geworden van de politieke onrust in zijn eigen land. Een van de belangrijkste kenmerken van het beleid van president Xi Jinping is de corruptiebestrijding, 
op een schaal die in het moderne China ongekend is.

    Xi heeft gezworen dat hij zowel op de tijgers (corrupte hoge functionarissen) als op de vliegen (kleine crimineeltjes) zou jagen, maar in de ogen van velen is de anticorruptiecampagne voornamelijk gericht tegen zijn politieke tegenstanders. Pa was ooit een meester in het guanxi, het onderhouden van persoonlijke netwerken met mensen van invloed, maar nu zouden zijn relaties met de verkeerde Chinese elites wel eens de doorslaggevende factor kunnen worden bij zijn val.

    De dag voordat Pa werd gearresteerd meldden partijfunctionarissen dat Su Shulin, gouverneur van de provincie Fujian en voormalig hoofd van de 
Sinopec Group, wordt verdacht van ‘ernstige overtredingen’. Pa en Su h
ebben nauw samengewerkt bij zakendeals in Angola en naar verluidt is er een verband tussen de arrestatie van Pa en het onderzoek naar Su. Sinopec heeft een gigantisch verlies geleden op zijn samenwerking met China Sonangol, maar Pa en zijn compagnons hadden er weinig geld ingestoken en hielden er een fortuin aan over: een honorarium van 51 miljoen dollar voor alleen het papierwerk rond het verwerven van vijf oliekavels, en een creditcard van het bedrijf waarmee Pa in de loop van verscheidene jaren 7,5 miljoen 
dollar heeft uitgegeven.

    De brug tussen Rusland en de Krim in aanbouw. – © Nikolay Hiznyak / HH
    De brug tussen Rusland en de Krim in aanbouw. – © Nikolay Hiznyak / HH

    Met Su heeft Xi misschien een tijger gestrikt. Met Pa heeft hij de Heer van de Vliegen te pakken. Pa mag dan in de Chinese binnenlandse politiek een onbeduidende speler zijn, hij is buitengewoon invloedrijk in een aantal van de buitenlandse kleptocratieën die hij heeft helpen opkomen. Maar zijn arrestatie zal nauwelijks betekenen 
dat het recht zijn loop krijgt.

    Een van de dingen die dat lastig maken is dat China de vervolging van corruptie buiten het rechtssysteem om uitvoert. De Centrale Commissie voor Discipline Inspectie, het orgaan van de Communistische Partij dat het onderzoek naar Pa doet, is een geheim instituut, dat volgens critici ‘een grove vorm van 
partijjustitie bedrijft, vaak op basis van politieke motieven’. Als Pa op die manier wordt vervolgd, zal dat hoogstwaarschijnlijk geen eerlijk proces opleveren, omdat hij en de slachtoffers van zijn vuile zaakjes niet de gerechtigheid krijgen die ze verdienen. Als Pa ten voorbeeld wordt gesteld, zullen bepaalde functionarissen wel twee keer nadenken voor ze zich inlaten met omkoping, maar het feit dat de zuivering politiek gemotiveerd is kan de afschrikwekkende werking van dat voorbeeld ondermijnen, vooral voor Xi’s bondgenoten.

    De Chinese overheid deed lang niets om de leiders van het syndicaat te straffen

    Maar belangrijker is nog dat Pa’s val niet een teken is dat het businessmodel van Queensway heeft gefaald. De structurele misstanden en de mazen in het systeem die het succes van Pa en van de Queensway Group om te beginnen mogelijk hebben gemaakt, blijven intact. Roofinvesteerders als Sam Pa en Viktor Bout kunnen nog steeds hun bedrijf verankeren in een juridisch klimaat dat zich niet druk maakt over het gedrag van dat bedrijf in het buitenland; ze kunnen ondernemingen oprichten zonder hun identiteit te onthullen en hun pijlen richten op regimes met zwakke toezichtstructuren en met leiders die het belangrijker 
vinden om zichzelf te verrijken dan 
om hun burgers te dienen.

    Voor echte vooruitgang in de strijd tegen corruptie in de publieke sector – in China of waar ook ter wereld – is veel meer nodig dan het verwijderen van mensen zoals Pa, die deze misdaden begaan. De hoeksteen van elke strijd tegen corruptie moet zijn dat het illegale spelers onmogelijk wordt gemaakt om in het duister te opereren. Dat betekent dat staatsondernemingen 
en overheidsbudgetten transparant moeten zijn en dat burgers en de pers in staat moeten zijn om als waakhond te dienen. Om zeker te stellen dat 
anticorruptiecampagnes legitiem en toekomstbestendig zijn, moeten functionarissen die verdacht worden van corruptie berecht worden volgens 
formele en transparante juridische procedures, niet door ad-hoctribunalen met een politiek doel. Helaas lijken China en veel andere landen waar Pa heeft geopereerd de tegenovergestelde richting uit te gaan.

    Transparantie

    Toch kunnen hervormingsgezinde 
landen veel doen om die transparante manier van zakendoen te bevorderen. In de eerste plaats kunnen ze anonieme brievenbusmaatschappijen verbieden. Elk land zou een openbaar register moeten bijhouden van alle bedrijven die binnen zijn grondgebied geregistreerd staan. Zo’n register moet informatie bevatten over elk individu dat een substantieel belang in een bedrijf heeft, waaronder zijn naam, geboortedatum, huisadres, nationaliteit en contactinformatie. Het zou illegaal moeten zijn om deze informatie te vervalsen, en bankiers die geldhandelingen uitvoeren voor anonieme investeerders zouden strafrechtelijk moeten worden vervolgd.

    De Britse premier David Cameron heeft het voortouw genomen in het bepleiten van deze hervormingen. Daarbij heeft hij toegezegd een openbaar register van Britse bedrijven te zullen instellen, en gezworen dat hij achter ‘smerig geld’ aan zou gaan dat nu in de vastgoedmarkt van het land is gestoken. Maar machtige belangengroepen verzetten zich tegen wetgeving die de transparantie van rechthebbenden zou vergroten, en veel landen en Britse overzeese gebiedsdelen weigeren mee te doen met de hervormingen.

    Toen ik over Pa’s arrestatie hoorde, belde ik de collega die me zeven jaar geleden had aangeraden om onderzoek naar Pa te doen. ‘Sams dagen zijn altijd al geteld geweest,’ zei hij tegen me. ‘Als het niet deze keer misgaat, dan wel een andere keer. Met mannen als hij loopt het meestal verkeerd af.’ De val van Pa is altijd onvermijdelijk geweest, maar dankzij een verrot systeem kunnen mensen als hij telkens opnieuw opduiken. ‘In de wereld van vandaag kun 
je elke poging om een eind te maken aan illegale activiteiten – of dat nu wapenhandel door Viktor Bout of door iemand anders is – zien als het tweede werk van Hercules’, schreven Dough Farah en Stephen Braun in 2006 in het blad Foreign Policy. ‘Elke keer als een kop van de Hydra is afgehakt, groeien er twee nieuwe voor in de plaats.’

    Auteur: J.R. Mailey
    Vertaler: Annemie de Vries

    African Arguments
    Verenigd Koninkrijk | africanarguments.org
    Dit onlinetijdschrift is gewijd aan analyses over al wat speelt in hedendaags Afrika, en dient tevens als platform voor discussies daaromtrent. De site werd in 2007 gelanceerd door de Royal African Society, een Britse stichting die zich inzet voor een beter begrip van het continent.

  • Datajournalistiek maakt Nigeriaan financieel wegwijs

    Datajournalistiek maakt Nigeriaan financieel wegwijs

    De Nigeriaanse website BudgIT gebruikt grafieken en andere datavisualisaties om complexe overheidsgegevens, zoals budgetten, toegankelijk te maken voor de bevolking. ‘We vinden dat elke burger recht heeft op die informatie.’

    Toen de Nigeriaanse president Muhammadu Buhari op 18 november bevel gaf om de voormalige Nationale Veiligheidsadviseur, kolonel Sambo Dasuki, te arresteren, werd daar één belangrijke reden voor gegeven: Dasuki en diverse anderen waren aangeklaagd wegens mismanagement van miljarden dollars, geld dat bedoeld was om wapens te kopen voor de strijd van het Nigeriaanse leger tegen de terreurgroep Boko Haram. 
In de verklaring waarin de president 
de arrestatie aankondigde, werden bedragen voor diverse transacties genoemd, zo veel zelfs dat de Nigeriaanse media moeite hadden alle details uit 
te leggen. De meest gelezen krant van Nigeria, Punch, zette als kop boven zijn artikel ‘Dasuki beloond met 333 miljard naira [1,53 miljard euro] voor valse wapencontracten’, maar schreef in het verhaal dat ‘de ex-Veiligheidsadviseur, nog afgezien van andere zware beschuldigingen van het comité, in totaal 482 
miljard naira [2,21 miljard euro] voor valse contracten had opgestreken’. 
Ook Nigeria’s meest gelezen onlinekrant, Premium Times, schreef over de diverse sommen die de president had genoemd. Het zou de geïnteresseerde lezer waarschijnlijk vele uren kosten om de details van de verschillende transactiebedragen te reconstrueren, laat staan er wijs uit te worden.

    Simpele grafieken

    De enige website waarop lezers een eenvoudige uitleg van deze controversiële cijfers zouden kunnen verwachten, is BudgIT. En die stelde niet teleur. Met behulp van simpele grafieken splitste de website de details uit van 
de 3,8 triljoen naira [ongeveer 17 miljard euro] die, inclusief de bedragen waarmee is gesjoemeld, tussen 2007 
en 2015 zouden zijn uitgegeven aan wapenaankopen.

    Het was niet de eerste keer dat BudgIT dergelijke complexe sommen ontleedde. Nadat de Nigeriaanse regering in september haar goedkeuring had verleend aan een pakket leningen om een groot aantal van Nigeria’s 36 deelstaten te behoeden voor een faillissement, werden er eveneens verschillende bedragen genoemd. Ook toen versimpelde BudgIT het leningenpakket met behulp van grafieken, zodat de gemiddelde Nigeriaan het kon begrijpen.


    Al drie jaar probeert de vernieuwende website complexe regeringsinformatie te vereenvoudigen. BudgIT, dat in 2012 van start ging, heeft als belangrijkste doel ‘het Nigeriaanse budget simpel te verklaren’. Dat doet de site met behulp van grafieken en andere eenvoudige visualisaties, want de eigenaars vinden dat ‘elke burger het recht heeft om toegang te hebben tot openbare budgetten, en die ook te kunnen begrijpen’.

    De website helpt burgers dus door de begroting in simpele bewoordingen 
uit te leggen, maar controleert ook de overheidsuitgaven. De site meent dat ‘budgetten efficiënt moeten worden toegepast voor het welzijn van het volk’. Door overheidsbudgetten, kosten van wetgevende instanties en uitgaven van diverse Nigeriaanse staten en instellingen te vereenvoudigen, hopen de eigenaren te bereiken dat de staat wordt verplicht om rekenschap af te leggen aan de Nigeriaanse burgers. In een land dat volgens Transparency International tot een van de corruptste ter wereld behoort – ondanks het feit dat het Afrika’s grootste economie is en een van de belangrijkste producenten van ruwe aardolie – moet zo’n platform als essentieel worden beschouwd.

    Toegang tot internet, tien jaar geleden nog voorbehouden aan de elite, bestaat nu overal in Nigeria, vooral dankzij de toename van het aantal mobiele telefoons

    Je zou verwachten dat Nigerianen veel gebruik zouden maken van de site, die uniek is voor een West-Afrikaans land. Toegang tot internet, tien jaar geleden nog voorbehouden aan de elite, bestaat nu overal in Nigeria, vooral dankzij de toename van het aantal mobiele telefoons. Uit officiële cijfers blijkt dat meer dan negentig miljoen Nigerianen toegang tot internet hebben, en van hen hebben vijftien miljoen mensen een Facebook-account.

    Maar ondanks de groei van het internet en de versteviging van de democratie 
in het land moeten websites als BudgIT nog ontdekt worden door de inwoners. Daar kunnen diverse redenen voor worden aangevoerd, zoals onbekendheid met de dienst of gebrek aan belangstelling voor politieke kwesties. Maar Seun Onigbinde, medeoprichter van de organisatie, legt uit wat hun grootste probleem is: ‘Het is moeilijk om aan geld 
te komen. We hebben steun nodig om onze bevindingen te publiceren.’


    Maar geld is niet het enige obstakel. Ondanks de miljoenen Nigerianen die wel online zijn, heeft nog steeds meer dan een derde van de 170 miljoen inwoners geen toegang tot internet. Om te zorgen dat deze categorie ook de kans heeft om de financiën van hun overheid te begrijpen, organiseert BudgIT allerlei activiteiten. ‘We zetten de conversatie offline voort,’ zegt Seun.

    Je zou verwachten dat de Nigeriaanse media graag zouden samenwerken met BudgIT. Maar dat is helaas niet het geval. ‘Ze behandelen ons niet als partners,’ aldus elektrotechnisch ingenieur Seun. Toch toont de reportage over het Dasuki-corruptieschandaal aan waarom traditionele Nigeriaanse media zouden moeten samenwerken met BudgIT. Nu de ex-Veiligheidsadviseur terechtstaat wegens corruptie, en 
terwijl de slachtingen van Boko Haram in Noord-Nigeria doorgaan, kunnen de Nigeriaanse media nog veel van BudgIT leren. Bijvoorbeeld hoe ze Nigerianen op een eenvoudige manier kunnen uitleggen waarom corruptie ten grondslag ligt aan de opstand van Boko Haram 
en talloze andere problemen waarmee de ‘Reus van Afrika’ te kampen heeft.

    Auteur: Idris Akinbajo

    Idris Akinbajo is een Nigeriaanse onderzoeksjournalist die o.a. werkt voor Premium Times. Hij won verschillende prijzen (Nigeriaanse onderzoeksjournalist van het jaar, beste onderzoeksreportage) voor zijn serie over fraude en vriendjespolitiek in de Nigeriaanse oliesector.

    Newsnext
    Nederland | newsnext.socsi,uva.nl

    Internationaal gerichte site over ontwikkelingen binnen de journalitsiek. Geeft inzicht in verdienmodellen, technologische ontwikkelingen en nieuwe ideeën en initiatieven.

    Een infographic van BugdIT over olieprijzen.
    Een infographic van BugdIT over olieprijzen.
  • Iraks grootste probleem: corruptie

    Iraks grootste probleem: corruptie

    Premier Haider al-Abadi is een offensief begonnen tegen de omkopingspraktijken in zijn land, die ervoor zorgden dat IS ongestoord kon oprukken.

    Half augustus steeg de temperatuur in Bagdad tot 49 graden Celsius. Niemand keek ervan op, Irakezen zijn gewend aan hittegolven. Al hadden ze, dertien jaar na 
de val van Saddam Hoessein, toch 
wel verwacht dat hun olierijke land genoeg stroom zou hebben om hun airco’s draaiende te kunnen houden.

    In 2003 zag ik tijdens een verblijf in Bagdad handelaren met bergen airco’s en schotelantennes op het trottoir staan. Waarom zou je een airco kopen als er geen elektriciteit is, vroeg ik. ‘De mensen kijken vooruit,’ zei een winkelier tegen me. ‘Binnenkort is er weer stroom en dan zal de prijs van airco’s stijgen. Wie er nu alvast eentje koopt, zal straks veel geld kunnen uitsparen.’ Dat klonk reëel. Maar de realiteit in Bagdad is een verhaal op zich.

    Toen de Iraakse premier Haider al-Abadi onlangs een bezoek bracht aan de zuidelijke oliestaat Basra, bleken daar duizenden demonstranten op de been te zijn. Ze eisten dat er voldoende stroom geleverd zou worden om fabrieken, computers en airco’s ongestoord te kunnen laten functioneren. Er was speciaal voor deze gelegenheid een videoclip gemaakt. In die clip herhaalde een Iraakse rapper steeds de woorden: ‘Wij zijn Irak, maar wie bent u?’

    Wie bent u? Het is een legitieme vraag, nu steeds duidelijker wordt hoe wijdverbreid de corruptie was tijdens de regering van Nouri al-Maliki (2006-2014), de voorganger van Abadi. Op internet staat het verslag van een parlementaire commissie die onderzocht hoe de stad Mosul in 2014 in handen viel van IS.


    Uit dit onderzoek – op grond waarvan Maliki en een flink aantal ministers 
en legeraanvoerders vervolgd zouden kunnen worden – blijkt dat IS al een deel van Mosul en Nineveh in zijn macht had lang voordat het Mosul innam. Zonder dat het leger of welke veiligheidsdienst ook daar iets tegen deed. IS inde belasting van burgers, 
zakenmensen en fabrikanten, in totaal zo’n 10 miljoen euro per maand. Er werd bijvoorbeeld voor elke werkende generator 175 euro in rekening gebracht. Ook moest er betaald worden voor niet-bestaande arbeidskrachten in de stad. En elke dokter moest een maandelijkse licentievergoeding van 265 euro voldoen. In het rapport staat ook dat van de vijfduizend militairen die in Mosul tegenwicht hadden moeten bieden aan IS, er maar 71 op het appèl verschenen. De controleposten die opgericht hadden moeten worden, kwamen er nooit en pantservoertuigen van het leger werden in brand gestoken door IS-strijders al voordat de stad was ingenomen.

    Irakezen zoeken verkoeling tegen de hitte. – © Spencer Platt / Getty
    Irakezen zoeken verkoeling tegen de hitte. – © Spencer Platt / Getty

    Spooksoldaten

    Net als de hitte was de corruptie binnen het leger geen verrassing voor de Irakezen. Premier Abadi ontdekte al snel na zijn aantreden, in september 2014, dat er meer dan 50.000 spooksoldaten op de loonlijst stonden die niet bleken te bestaan. Hij kwam erachter dat officieren soldaten geld afpersten, of voor zichzelf lieten werken.

    Deze feiten verklaren maar ten dele waarom het Irakese leger faalde met betrekking tot IS. Een andere reden, zo legden Irakese soldaten uit aan Abadi en aan Washington, was dat het Irakese leger, opgezet met uitgebreide Amerikaanse steun, een zeer wankele basis had. Het zou niet alleen grondig gezuiverd moeten worden, maar verschillende gevechtseenheden zouden helemaal opnieuw moeten worden opgebouwd. Iran op zijn beurt stond niet werkeloos toe te kijken en organiseerde en financierde sjiitische volksmilities, die nu strijd voeren tegen IS. Te midden van de luchtaanvallen op IS-bases, de grondaanvallen door sjiitische milities en de troepenbewegingen van het Koerdische leger in het noorden, kijkt het Irakese leger lijdzaam toe.

    Irak gedraagt zich al lang als een verdeeld land
    Irakese soldaten paraderen ter gelegenheid van de Irakese Onafhankelijkheidsdag.  – © Tommy Avilucea/Flickr Creative Commons
    Irakese soldaten paraderen ter gelegenheid van de Irakese Onafhankelijkheidsdag. – © Tommy Avilucea/Flickr Creative Commons

    Corruptie

    De premier, die niets te zeggen heeft over de militaire bewegingen in zijn eigen land, heeft nu de oorlog verklaard aan de corruptie. Hij heeft elf kabinetsposten opgedoekt, heeft de functie van vicepremier opgeheven en een maximum ingesteld voor het aantal adviseurs dat een minister mag benoemen. Dat leidt tot een enorme kostenbesparing. Verder heeft Abadi het ambitieuze plan opgevat om een regering te vormen die niet meer gebaseerd is op religie of etniciteit. Hij wil deskundige mensen die verantwoording afleggen aan de premier en niet aan hun eigen achterban.

    Zijn maatregelen maken hem uiteraard niet populair bij de politici in wier banen of kabinetten wordt gesneden. Maar hij weet zich gesteund door de grote anticorruptiedemonstraties van Irakese burgers en door Ali al-Sistani, de belangrijkste sjiitische geestelijk leider in Irak [ook wel ‘democratische mollah’ genaamd].

    Abadi zal ook moeten afrekenen met de diepgewortelde corruptie van het rechtssysteem. Dat zou nog wel eens de lastigste opgave kunnen worden. Rechters en openbare aanklagers hebben lucratieve banen en functioneren in een systeem waar verschillende bevolkings- en belangengroepen van mee profiteren.

    Hoezeer men de hervormingsplannen ook toejuicht, men kan niet om het feit heen dat het noordwesten van Irak wordt geregeerd door IS en het noorden door de Koerden. Plannen om Mosul weer in te nemen zijn voorlopig van 
de baan, net als een herovering van Ramadi. De scheidende Amerikaanse stafchef Raymond Odierno veroorzaakte onlangs grote woede in het land toen hij opmerkte: ‘De enige mogelijke oplossing voor het probleem is een opdeling van Irak.’ Maar de dagelijkse praktijk, met zijn belangen- en politieke lobbygroepen, trekt zich niets aan van internationale strategieën 
of van de woede van Bagdad. Irak gedraagt zich al lang als een verdeeld land, en vormt alleen soms nog even een eenheid – als het om airco’s gaat tijdens een hittegolf.

    Zvi Bar’el

  • Libanese jeugd pikt het niet langer

    Libanese jeugd pikt het niet langer

    In Libanon keren jongeren zich steeds feller tegen de maffiose politieke kaste, die zich niets aantrekt van wat het volk wil.

    In Libanon is het woord ‘politicus’ een belediging. Voor fatsoenlijke Libanezen, die geen vleiers en meelopers zijn, is een politieke functie synoniem met verwerpelijk gedrag, diefstal en criminaliteit. Het is weliswaar een kenmerk van populisme om je af te zetten tegen politici, maar de Libanese politici doen er dan ook alles aan om het volk zo ver te krijgen. Deze politici, die oorlogen en haatgevoelens steeds weer aanwakkeren, die oproepen tot sektarisme, die zich storten op het neoliberalisme, die iets heilig verklaren wat uiteindelijk altijd neerkomt op heiligverklaring van hun eigen persoon, wier positie berust op geld en ‘verzet’ [verwijzing naar het programma van Hezbollah] maar vooral op de hechte banden van hun gemeenschap, doen niets anders dan zichzelf in stand houden.
    Deze categorie politici is in de jaren negentig op maffiose wijze ontstaan, op grond van bloedbanden. Door de verdeling tussen de ‘families’ is er een politieke klasse ontstaan die verdeeld is in twee takken. De ene is opgericht door Ghazi Kanaan en Abdel-Halim Khaddam [twee Syriërs die in de jaren 1980-1990 belast waren met het dossier-Libanon], en de andere door Rustum Ghazaleh [hoofd Syrische inlichtingen in Libanon tot 2005]. 
De gemeenschappelijke aanpak van deze politieke klasse, die steeds ongevoeliger is voor de burgers wier levenstandaard inmiddels is gedaald tot de armoedegrens, bestaat erin hun aanhangers één of twee maal per jaar in Beiroet bijeen te roepen om hun leiders, die zich prinsen voelen, toe te juichen. Dit ritueel is gericht op instandhouding van de kudde als natuurlijke politieke praktijk. [Heel wat politici hebben hun zoon of schoonzoon benoemd tot opvolger].

    Het is lastig om woorden te vinden die negatief genoeg zijn om deze politici te beschrijven

    Ogen geopend

    Libanese politici zijn nooit het toonbeeld van rechtschapenheid geweest. Maar nooit eerder was de politieke klasse zo slecht dat ze het land als 
haar eigendom beschouwde, zoals 
de Romeinen de Middellandse Zee ‘Mare Nostrum’ noemden. Als ware calvinisten geloven deze politici dat God hen al voor hun geboorte heeft voorbestemd voor het paradijs, maar 
in tegenstelling tot de calvinisten bestaat hun religie uit verkwisting. Het is lastig om woorden te vinden die negatief genoeg zijn om deze politici 
te beschrijven. De tegen hen gerichte woede gaat elk vocabulaire te boven, vooral voor dat deel van de Libanezen dat lijnrecht tegenover hen staat. 
Duizenden mannen en vrouwen van 30 tot 40 jaar, met goede opleidingen en moderne opvattingen, die hebben gestudeerd aan de beste universiteiten, vaak in het Westen, laten zich gelden als individu en als fatsoenlijk burger en weigeren het hoofd te buigen voor een of andere machtige man of generaal. Zíj hadden eigenlijk de beleidsmakers van het land moeten zijn, maar vinden privileges, macht en corruptie op hun weg. Deze generatie heeft de wereld de ogen geopend over de grote verdeeldheid tussen twee Libanese kampen: het pro-Iraanse kamp geleid door Hezbollah, en het pro-Saoedi-Arabische kamp onder leiding van de Hariri-clan. Ze sloten zich aan bij het ene of het andere kamp en geloofden lang in hun respectieve slogans om uiteindelijk beide hevig gedesillusioneerd te raken. Het eerste kamp wilde hen als kanonnenvlees in Libanon of Syrië laten dienen [Hezbollah strijdt in Syrië aan de zijde van het Syrische regime], terwijl ze volgens het andere kamp gewoon de handelaren en zakenlui moesten verrijken. Voor deze mannen en vrouwen volstaan de geijkte leuzen niet meer om de ware aard van de Libanese politieke klasse te verhullen.

    Libanese demonstranten roepen slogans tegen de regering tijdens een recente protestbijeenkomst. 
© Marwan Tahah / Corbis
    Libanese demonstranten roepen slogans tegen de regering tijdens een recente protestbijeenkomst. 
© Marwan Tahah / Corbis
    De woede van de jongeren is niet alleen legitiem, het is zelfs hun plicht

    Het ‘verzet’ tegen Israël is geen reden meer om Hezbollah te steunen en de moord op Hariri [ex-premier van Libanon, gedood in 2005] volstaat niet meer om het optreden van het pro-Hariri-kamp te vergoelijken. De Syrische revolutie heeft aangetoond dat de portretten van Assad konden worden verscheurd en dat zijn standbeelden konden worden neergehaald. Dat is een inspiratiebron. De woede van de jongeren is niet alleen legitiem, het is zelfs hun plicht. Ze zullen ongetwijfeld vergissingen begaan, maar daartoe hebben ze het volste recht. En ieder van ons heeft het recht en de plicht hun fouten te bekritiseren, maar niet nu. Vandaag de dag zijn de krachten waartegen zij het moeten opnemen veel talrijker en machtiger dan zij, want die vormen een goed geoliede wereld vol privileges. Die krachten gaan proberen met repressie, met leugens, of met een combinatie daarvan, de Libanese leiders en hun duistere zaakjes wit te wassen, net zoals zwart geld wordt witgewassen. Ze zullen de aard van het probleem verdraaien door het te vervangen door de valse voorstelling van zaken waar we al jaren mee worstelen en die ons verplettert. De droom zou opnieuw kunnen stranden, maar ons hart gaat uit naar die jonge mensen die het opnemen tegen deze bende afgestompte hypocrieten. Of ze nu winnen of verliezen, of ze nu gelijk of ongelijk hebben.

    Hazem Saghieh

  • Bouwfraude op z’n Braziliaans

    Bouwfraude op z’n Braziliaans

    Het corruptieschandaal rond de Braziliaanse staatsoliemaatschappij Petrobras blijft slachtoffers maken. Een van de laatste is de schatrijke bouwondernemer Marcelo Odebrecht. Zijn gewoonte om alles te noteren in zijn mobiele telefoon werd hem fataal.

    Marcelo Odebrecht deed het liefst zaken tijdens onderonsjes: vrijwel altijd wist hij dan met zijn assertiviteit en dominantie zijn gesprekspartners te overtuigen. Op zijn vijfenveertigste gaf hij met 
een hem kenmerkende hooghartigheid leiding aan een imperium met een omzet van 107 miljard reais [27,5 miljard euro]. Tot op de dag van zijn arrestatie, op 19 juni van dit jaar, verliep zijn leven vlekkeloos. Daarna zagen we een ander beeld: een in het nauw gedreven, diep beschaamde man. De directeur van het grootste bouwconglomeraat van het land zit nog steeds vast, op de korrel genomen door het anti-corruptieoffensief Lava Jato. Evenals veel van zijn collega-directeuren en naaste 
concurrenten is hij zijn leidende rol 
in een van de grootste economische sectoren van Brazilië voorlopig kwijt.

    Odebrecht, geschoold aan een van de meest vooraanstaande managementinstituten ter wereld, wordt beschuldigd van omkoping, vernietiging van bewijsmateriaal en beïnvloeding van politici ten faveure van zijn bedrijf. Noodlottig werd hem zijn gewoonte om elk detail in zijn mobiele telefoon te noteren, gegevens die nu tegen hem gebruikt gaan worden. Op 24 juli werd hij aangeklaagd wegens corruptie, 
witwassen en het deelnemen aan 
een criminele organisatie.

    Uit de e-mails, voicemailberichten, uitnodigingen voor etentjes, whatsapp-berichten en kattebelletjes aan advocaten die door de federale politie zijn verzameld, blijkt volgens het rechercheteam dat Odebrecht tot in detail op de hoogte was van de corrupte handel en wandel binnen zijn bedrijf. Bij geen van de andere verdachten in de Operatie Lava Jato vond de politie zo veel schriftelijk bewijsmateriaal als bij hem.

    Marcelo Odebrecht. 
© Kiyoshi Ota / Getty Images
    Marcelo Odebrecht. 
© Kiyoshi Ota / Getty Images

    Odebrecht III

    Volgens mensen uit zijn omgeving 
is hij begiftigd met een vlijmscherpe intelligentie en een uitstekend concentratievermogen. Bovendien is hij workaholic. Bij zijn benoeming tot directeur van de onderneming in 
januari 2009 gaven die eigenschappen de doorslag. Hij is al de derde generatie Odebrecht aan het hoofd van het bedrijf: bij zijn medewerkers staat hij bekend als Odebrecht III. De eerste klant van het bouwbedrijf was (in 1944) het aartsbisdom Salvador de Bahia.

    ‘Hij is veel introverter dan zijn vader Emilio en minder charismatisch dan zijn grootvader Norberto. Maar hij onderscheidt zich van die twee door zijn intelligentie en hij heeft de 
perfecte opleiding gekregen om aan het hoofd van het bedrijf te staan,’ 
zegt iemand uit zijn naaste omgeving.

    Marcelo kreeg de zegen van de hele Odebrecht-clan om het imperium te gaan leiden, niet alleen omdat hij de natuurlijke erfgenaam was, maar 
ook vanwege zijn ondernemingszin, waarmee hij het bedrijf moest gaan uitbouwen. Van hem werd verwacht dat hij met nog grotere voortvarendheid zaken zou doen dan zijn voorgangers. Voordat hij de leiding van de groep overnam, haalde hij zijn MBA 
aan het International Institute for Management Development (IMD) in het Zwitserse Lausanne.

    Eerder had hij toen al civiele techniek gestudeerd aan de universiteit van 
Salvador de Bahia, waarna hij in het bedrijf was komen werken. Eerst liep hij een tijdlang rond op de bouwplaatsen om het werk van onderaf te leren kennen. Later vloog onder zijn leiding de omzet van de Odebrecht Groep omhoog van 38 miljard reais in 2009 naar 107 miljard in 2014.

    De Odebrecht Groep wordt verdacht van het betalen van steekpenningen

    Uit de honderden in beslag genomen pagina’s notities rijst het beeld op van een man die met toewijding discussies voert over de hoogte van contracten, verwoed politici te spreken probeert te krijgen, financiering zoekt bij banken over de hele wereld en journalisten reportages laat schrijven over zijn bedrijf. Zijn e-mails naar directeuren van andere bouwbedrijven waren altijd even bondig als direct: hij verduidelijkte zichzelf graag met puntsgewijze 
argumenten.

    De Odebrecht Groep wordt verdacht van het betalen van steekpenningen aan buitenlandse directeuren van de oliegigant Petrobras, in ruil voor een voorkeursbehandeling bij op zijn minst zes afgesloten contracten. Toen federale opsporingsagenten op 22 juni in Odebrechts digitale administratie op twee pagina’s stuitten die voor zijn advocaten bestemd waren, bleek voor het eerst diens manie met het noteren van zijn ideeën.

    De zin ‘Vernietig e-mails boren’ [het ging om boren die overgefactureerd waren] deed uiteindelijk bij de politie de alarmbellen rinkelen, omdat het erop leek dat hij sporen van e-mailverkeer wilde wissen. De verdediging houdt echter staande dat de zakenman met de term ‘vernietigen’ doelde op het weerleggen van de argumenten van 
de onderzoekers van Lava Jato. Behalve deze zinsnede bevatten de twee pagina’s een lange lijst maatregelen, bedoeld om het bouwbedrijf in te dekken tegen lopende beschuldigingen. Drie dagen voordat hij werd aangehouden, besprak Odebrecht nog tot in detail de te volgen strategie.

    Het in beslag genomen bewijsmateriaal laat zien hoezeer het sociale leven van de Odebrechts verweven was met hun onderneming. In hun herenhuis in São Paulo organiseerde het echtpaar ten minste drie etentjes voor politici, hoge ambtenaren en de top van het bedrijfsleven, zo blijkt uit e-mails die de zakenman uitwisselde met zijn vrouw Isabela Alvarez.

    Het huis ligt op een kleine zes kilometer van Odebrechts kantoor in Marumbi, in het zuiden van São Paulo. Ondanks zijn drukke zakenleven bracht Odebrecht meer tijd met zijn zoons en vrouw door dan zijn vader en grootvader in hun tijd hadden gedaan. Deze hechte familieband maakte dat het gezin uiterst emotioneel op de arrestatie van Marcelo Odebrecht reageerde. Een vriend van de familie vertelt dat ze er allemaal kapot van zijn.

    Tot op de dag van zijn arrestatie verliep zijn leven vlekkeloos
    De Mercosur-brug in Caicara Del Orinoco, Venezuela, een van de projecten van de Odebrecht Groep. – © Meridith Kohut / Getty Images
    De Mercosur-brug in Caicara Del Orinoco, Venezuela, een van de projecten van de Odebrecht Groep. – © Meridith Kohut / Getty Images

    Ongunstig

    Vijf dagen voor zijn arrestatie, op 19 juni, vermoedde Odebrecht nog in het geheel niet dat zijn leven zo’n ongunstige wending zou nemen. Hij nam deel aan een studiedag in het Hiltonhotel in São Paulo, waar gesproken werd over manieren om de export van diensten te bevorderen. Er was een minister 
bij, een aantal andere leden van de regering en senator Gleisi Hoffmann. 
Odebrecht pleitte ervoor om de 
Banco Nacional de Desenvolvimento Econômico e Social (BNDES) [Nationale Economische en Sociale Ontwikkelingsbank] nog meer middelen in handen te geven voor buitenlandse bouwprojecten. De Odebrecht Groep had veel aan dit stimuleringsbeleid gehad en dat had het bedrijf al de nodige kritiek opgeleverd.

    ‘Ik ben gefrustreerd en geïrriteerd. 
Wij scheppen arbeidsplaatsen, maar liggen tegelijkertijd politiek onder vuur. Er is niets immoreels of illegaals aan deze subsidies, maar het onderwerp wordt opgeblazen door de media. Het is wel erg gemakkelijk om te roepen dat Brazilië geen bouwprojecten in het buitenland moet entameren, maar in het land zelf,’ zei Odebrecht destijds. Hij verwees daarmee naar argumenten van de oppositie, die het thema gebruikte om het beleid van de BNDES te torpederen.

    Op zijn reizen naar het buitenland liet de ondernemer zich vaak in vergelijkbare termen uit. Als directeur van een Braziliaanse multinational nam hij meer dan eens de rol op zich van 
vertegenwoordiger van het nationale bedrijfsleven en verdedigde hij het regeringsbeleid ter ondersteuning van Braziliaanse bedrijven in het buitenland. Soms gaf hij zelfs gezamenlijk met vertegenwoordigers van de BNDES interviews aan de buitenlandse pers. Tussen 2007 en 2014 maakte de 
Ontwikkelingsbank 2 miljard euro aan subsidies over aan landen die Odebrecht inhuurden voor bouwprojecten.

    In tegenstelling tot andere bouwondernemers ging Odebrecht de confrontatie met het rechercheteam van Lava Jato niet uit de weg: de ondernemer bepaalde eigenhandig de te volgen verdedigingsstrategie. Al snel bleek dit echter een vergissing en het liet fatale sporen na: zijn mobiele telefoon en e-mails belandden in handen van de onderzoekers en werden vervolgens 
als bewijs tegen hem gebruikt.

    O Globo onthulde dat uit diplomatieke telegrammen tussen het Braziliaanse ministerie van Buitenlandse Zaken en buitenlandse diplomaten kan worden opgemaakt dat oud-president Luiz Inácio Lula da Silva zich ten minste twee keer heeft ingezet voor de Odebrecht Groep, en wel in Cuba en in 
Portugal. In juni 2011 werd Lula naar het schijnt op Cuba ontvangen door Odebrecht zelf. In Portugal zou de 
oud-president er bij premier Pedro 
Passos Coelho op hebben aangedrongen bij privatiseringen in zijn land 
de belangen van het Braziliaanse bouwbedrijf niet uit het oog te verliezen.

    Het optreden van Lula wordt nu door de openbaar aanklager tegen het licht gehouden op verdenking van ‘ongeoorloofde beïnvloeding van internationale commerciële transacties’.

    Tiago Dantas, João Sorima Neto, 
Cleide Carvalho

  • Rechter Sérgio Moro: de onkreukbare

    Rechter Sérgio Moro: de onkreukbare

    De magistraat die het onderzoek in de corruptie
zaak rond Petrobras leidt, is in Brazilië uitgegroeid tot een symbool van de strijd tegen corruptie.

    De 42-jarige rechter Sérgio Moro is een bekende en zeer gewaardeerde publieke figuur in Brazilië: in het laatste decennium was er geen corruptiezaak, witwas-affaire of aanklacht wegens belastingontduiking waarin hij geen rol speelde. In 2014 werd hij door een aantal 
sociale instellingen verkozen tot man van het jaar, vooral wegens zijn werk in de Operatie Lava Jato.

    Sérgio Moro laat niemand onverschillig. Door velen wordt hij hogelijk bewonderd als een baken van onkreukbare gerechtigheid, ongevoelig voor het grote geld of voor politieke dwang bij het voor het gerecht slepen van machtige verdachten. Anderen haten hem simpelweg omdat ze in zijn handen vielen, maar er zijn er ook die menen dat hij geen middel schuwt om zijn doel te bereiken, ook niet als hij daarmee de uiterste grenzen van de wet opzoekt.

    Sérgio Moro tijdens een economisch forum in São Paulo in augustus. – © Andre Penner / AP
    Sérgio Moro tijdens een economisch forum in São Paulo in augustus. – © Andre Penner / AP

    21 arrestaties

    Toen hij op 14 augustus arrestatie-bevelen liet uitvaardigen tegen 21 van de allerrijkste en machtigste onder-nemers van het land, kwam dat voor niemand in Brazilië echt als een verrassing. Moro had al meermalen laten zien dat de omvang van iemands bankrekening of iemands sociale positie hem geen jota interesseerde als hij het nodig vond om vervolging in te stellen.

    De uit Maringá in de zuidelijke staat Paraná afkomstige vader van twee kinderen werd rechter in 1996, een jaar na zijn promotie in de rechten aan de universiteit van zijn geboortestad. In 1998 voltooide hij een vervolgopleiding aan de Amerikaanse Harvard-universiteit. Maar pas door zijn deelname aan een reeks besloten cursussen over witwaspraktijken, georganiseerd door het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, groeide hij uit tot specialist op dit gebied. Tegenwoordig werkt hij als federale rechter in de zuidelijke stad Curitiba – waar hij ook hoogleraar is – en is hij een van de drie kandidaten voor een plek in het Federale Hooggerechtshof (het hoogste rechtscollege van het land). Hij werd daartoe voorgedragen door de Braziliaanse Vereniging van Federale Rechters.

    In het laatste decennium was er geen corruptiezaak of witwasaffaire waarin hij geen rol speelde

    Voordat hij begon aan Operatie Lava Jato leidde Moro de zaak-Banestado [die ging over belastingontduiking van in totaal 7,6 miljard euro met medeweten van de gelijknamige bank], waarin tussen 2003 en 2007 in totaal 97 verdachten werden veroordeeld. Tijdens de operatie Farol da Colina [in 2004] nam hij maar liefst 103 verdachten in preventieve hechtenis, op verdenking van onder andere belastingontduiking, verduistering, witwassen en deelname aan een criminele organisatie. In het Mensalão-
schandaal – rond het kopen van stemmen van parlementariërs (in 2005 en 2006) – werd Moro opgeroepen als extern deskundige bij het onderzoek.

    Hij kwam in de loop der jaren met regelmaat oude bekenden tegen: Alberto Youssef bijvoorbeeld, spil in 
het door Operatie Lava Jato blootgelegde corrupte netwerk, was al eens veroordeeld in de zaak-Banestado.

    Sérgio Moro had weer eens het laatste woord

    Held

    Sérgio Moro is meer dan alleen een vlijtig ambtenaar: hij publiceerde 
een aanzienlijk oeuvre over zijn 
specialisme – waarin hij niet alleen juridische aspecten behandelt, maar ook laat zien welke consequenties 
corruptie heeft op het functioneren van democratische regeringen.

    Tot op heden heeft hij zijn aura van onkreukbaarheid weten te behouden en is hij de held van de demonstranten tegen het beleid van president Dilma Rousseff. Weliswaar beklaagde de 
verdediging zich over de gebruikte methoden, maar de opnamen die hij liet maken van gesprekken tussen sommige beklaagden en hun advocaten kregen landelijke bekendheid toen daaruit bleek dat er in de gevangenis van Catanduvas drugs gesmokkeld werden. Sérgio Moro had weer eens 
het laatste woord.

    António Freitas de Sousa

  • De wereldwijde oorlog om zand

    De wereldwijde oorlog om zand

    We denken er nauwelijks over na, maar onze beschaving is gebouwd op zand. Het wordt onder meer gebruikt in de bouw, wasmiddelen en cosmetica. Nergens is de strijd om zand zo hevig als in India. Daar gaat de zandwinning niet alleen ten koste van de natuur, maar ook van mensenlevens.

    Keuze uit het archief

    Zand is niet weg te denken uit de geschiedenis van de mensheid. De oude Egyptenaren gebruikten het reeds om pyramides van te bouwen en ook beton – een mengsel van grind, zand en cement – was al in de oudheid bekend. Zand is niet alleen geschikt als bouwmateriaal, maar zit ook verstopt in producten als tandpasta, glas, cosmetica en microchips.
    Het natuurproduct wordt echter steeds schaarser, omdat er door de wereldwijde bouwhausse steeds grotere hoeveelheden zand nodig zijn. Zandwinning is alleen wel schadelijk voor ecosystemen en daarom niet overal toegestaan. Zo zijn er in India meerdere gebieden waar het illegaal is, maar waar zandwinners de regels aan hun laars lappen omdat er enorm veel te verdienen valt aan de zandexport. Mensen die ze erop aanspreken, doen dat met gevaar voor eigen leven. Zandwinning kost dus niet alleen het leven aan vogels en vissen, maar ook aan mensen, zoals blijkt uit dit artikel van het Amerikaanse maandblad WIRED.

    De moordenaars reden langzaam het steegje door, drie op één motorfiets gepropte mannen. Het was even na elf uur ’s ochtends op 31 juli 2013 en de zon brandde op de lage, eenvoudige huizenblokken langs een achterafstraatje van het Indiase boerendorp Raipur Khadar. Vage geuren van specerijen, stof en rioolwater kruidden de lucht. De mannen zetten de motor stil voor de oranje deur van een twee verdiepingen hoog huis van baksteen en pleisterkalk. Twee van hen stapten af, duwden de niet-afgesloten deur open en slopen de verduisterde slaapkamer aan de andere kant binnen. De onderkant van hun gezicht was met een witte sjaal bedekt. Een van hen had een pistool.

    In de slaapkamer lag Paleram Chauhan, een 52-jarige boer, een dutje te doen na een vroege lunch. In de aangrenzende kamer waren zijn vrouw en schoondochter aan het schoonmaken, terwijl Palerams zoon met zijn neefje van drie speelde.
    Schoten daverden door het huis. Preeti Chauhan, Palerams schoondochter, stormde de kamer binnen, met Ravindra op haar hielen. Door de open deur zag ze de moordenaars weer op hun motorfiets springen en wegscheuren.

    Paleram lag op zijn bed, terwijl het bloed uit zijn buik, keel en hoofd borrelde. ‘Hij probeerde iets te zeggen, maar dat lukte niet’, zegt Preeti, en haar stem wordt door tranen gesmoord. Ravindra leende de auto van een buurman en reed zijn vader in allerijl naar het ziekenhuis, maar het was te laat. Bij aankomst was Paleram dood.

    Zand is een eindige grondstof, net als alle andere

    Ondanks de maskers twijfelde de familie geen moment wie er achter de moorden zat. Al tien jaar lang drong Paleram er bij de plaatselijke autoriteiten op aan om een machtige criminele bende op te rollen die zijn hoofdkwartier in Raipur Khadar had. De ‘maffia’, zoals de mensen hen noemden, beroofde het dorp al jaren van een felbegeerde natuurlijke hulpbron, een van de meest gewilde grondstoffen van de 21ste eeuw: zand.

    Precies. Paleram Chauhan werd vermoord vanwege zand. En hij was niet de eerste, noch de laatste.

    Werklieden slaan stenen fijn tot zand in een illegale mijn bij het dorp Raipur Khadar. – © Adam Ferguson
    Werklieden slaan stenen fijn tot zand in een illegale mijn bij het dorp Raipur Khadar. – © Adam Ferguson

    Wereldwijde bouwhausse

    Onze beschaving is letterlijk op zand gebouwd. Al zeker sinds de oude Egyptenaren gebruiken mensen het voor de bouw. In de vijftiende eeuw vond een Italiaanse handwerksman uit hoe je van zand doorzichtig glas kunt maken, wat de weg effende voor microscopen, telescopen en andere technologische vindingen, zoals betaalbare ramen, die mede tot de wetenschappelijke revolutie van de Renaissance leidden. Verscheidene zandsoorten zijn een essentieel bestanddeel van wasmiddelen, cosmetica, tandpasta, zonnepanelen, microchips en vooral gebouwen; elke betonconstructie bestaat in wezen uit tonnen zand en grind die met cement aan elkaar zijn gelijmd.

    Zand – kleine, losse korrels steen en ander hard materiaal – kan worden gemaakt door gletsjers die stenen vermalen, door oceanen die schelpen verpulveren en zelfs door lava dat afkoelt en vergruist bij contact met de lucht. Maar bijna zeventig procent van alle zandkorrels op aarde is kwarts, gevormd door verwering. De tijd en de elementen knagen aan rotsen, boven en onder de grond, en schuren er korrels af. Rivieren transporteren tonnen van deze korrels tot in de verre omtrek, hopen ze op op hun beddingen en op plekken waar ze in zee uitmonden.

    Naast water en licht is zand een van de natuurlijke hulpbronnen die het meest door de mens worden aangewend. Mensen gebruiken jaarlijks meer dan 40 miljard ton zand en grind. Er is zoveel vraag naar dat overal ter wereld rivierbeddingen en stranden worden afgegraven. Woestijnzand is over het algemeen ongeschikt voor de bouw: omdat ze niet door water, maar door lucht zijn gevormd, zijn woestijnkorrels te rond om zich goed te binden. De hoeveelheid zand die wordt gewonnen, stijgt exponentieel.

    In India heeft de oorlog tussen en tegen de ‘zandmaffia’ al honderden levens gekost

    Hoewel de voorraad misschien eindeloos lijkt, is zand een eindige grondstof, net als alle andere. De wereldwijde bouwhausse van de laatste jaren – al die megasteden die uit de grond schieten, van Lagos tot Beijing – verslindt ongekende hoeveelheden; in de zandindustrie gaat 70 miljard dollar om. In Dubai hebben enorme landwinningsprojecten en duizelingwekkende wolkenkrabbers alle nabije bronnen uitgeput. Australische exporteurs verkopen letterlijk zand aan Arabieren.

    Op sommige plekken baggeren multinationals zand op met enorme machines; op andere haalt de plaatselijke bevolking het weg met scheppen en pick-uptrucks. Naarmate groeves en rivierbeddingen uitgeput raken, richten zandwinners zich op de zee, waar duizenden schepen nu enorme hoeveelheden van de oceaanbodem opzuigen. Dit is dikwijls funest voor rivieren, delta’s en zee-ecosystemen. De zandwinning in de VS wordt verantwoordelijk gehouden voor stranderosie, water- en luchtvervuiling en ander onheil, van de Californische kust tot de meren in Wisconsin. Het Indiase hooggerechtshof heeft onlangs gewaarschuwd dat zandwinning op de oevers overal in het land bruggen ondermijnt en ecosystemen verstoort doordat vissen en vogels worden uitgeroeid. Maar de verordeningen zijn schaars en de bereidheid om er gevolg aan te geven is nog schaarser, vooral in ontwikkelingslanden.

    Zandwinning heeft sinds 2005 minstens twee dozijn Indonesische eilanden weggevaagd. Het zand van die eilanden kwam meestal terecht in Singapore, dat reusachtige hoeveelheden nodig heeft voor zijn kunstmatige gebieduitbreidingsprogramma om land op de zee te winnen. De stadstaat heeft de afgelopen veertig jaar 130 vierkante kilometer land toegevoegd en gaat daar onverdroten mee door, waardoor de Singaporezen veruit de grootste zandimporteurs ter wereld zijn. De indirecte milieuschade is zo extreem dat Indonesië, Maleisië en Vietnam de export van zand naar Singapore allemaal aan banden hebben gelegd of verboden.

    Illegale zandwinning

    Dit alles heeft wereldwijd tot een illegale zandwinningshausse geleid. In het binnenland van het Indonesische eiland Bali, ver van de toeristenstranden, bezoek ik een zandwinningsgebied. Het ziet eruit als Shangri-La na een meteoorinslag. Midden in een prachtige vallei die zich tussen groene bergen door kronkelt, omgeven door jungle en rijstvelden, gaapt een onregelmatig gevormde, zes hectare grote groeve van blootgelegd zand en steen. Op de bodem zijn mannen in korte broek en op teenslippers met mokers en scheppen bezig om zand en grind in ratelende, rook uitbrakende sorteermachines te laden.

    ‘Degenen die een vergunning hebben om zand op te graven, moeten ook voor het herstel van het land betalen,’ zegt Nyoman Sadra, een voormalig lid van het regionale bestuur. ‘Maar 70 procent van de zandwinners heeft geen vergunning.’ Zelfs bedrijven met een vergunning strooien met steekpenningen om kuilen te kunnen graven die breder of dieper zijn dan toegestaan.

    Op dit moment graven criminele bendes in minstens een tiental landen, van Jamaica tot Nigeria, tonnen zand per jaar op om op de zwarte markt te verkopen. De helft van het zand dat voor de bouw in Marokko wordt gebruikt, is naar schatting illegaal gewonnen; hele stukken strand verdwijnen. Een van de beruchtste gangsters van Israël, een man die van betrokkenheid bij een groot aantal recente aanslagen met autobommen wordt verdacht, begon zijn carrière met het stelen van zand van openbare stranden. Tientallen Maleisische ambtenaren werden in 2010 aangeklaagd omdat ze in ruil voor steekpenningen en seksuele gunsten hadden toegestaan dat illegaal gewonnen zand naar Singapore werd gesmokkeld.

    Maar nergens wordt meedogenlozer om zand gestreden dan in India. De oorlog tussen en tegen de ‘zandmaffia’ daar heeft volgens berichten de afgelopen jaren aan honderden mensen het leven gekost, onder wie politiemensen, andere ambtenaren en gewone mensen als Paleram Chauhan.

    De streek rond Raipur Khadar was vroeger voornamelijk landbouwgebied, vol tarwe en groente die op de schorren rond de rivier de Yamuna werden verbouwd. Maar Delhi, op minder dan een uur rijden noordwaarts, rukt snel op. Terwijl ik over een nieuwe zesbaanssnelweg door Gautam Budh Nagar rijd, het district waarin Raipur Khadar ligt, passeer ik de ene bouwplaats na de andere; nieuwe torens van glas en cement die naar de hemel groeien en het Indiase landschap kilometers lang beheersen alsof de credits aan het begin van Game of Thrones werkelijkheid zijn geworden. Naast talloze winkelcentra, flatgebouwen en kantoortorens is er een tweeduizend hectare grote ‘Sports City’ in de maak, inclusief diverse stadions en een Formule 1-circuit.

    De bouwhausse is ongeveer tien jaar geleden op gang gekomen, en daarmee de zandmaffia. ‘Er was al eerder wat illegale zandwinning’, zegt Dushynt Nagar, hoofd van een plaatselijke boerenbond, ‘maar niet in die mate dat er land werd gestolen of mensen werden vermoord.’

    De familie Chauhan

    De familie Chauhan woont al eeuwen in het gebied, vertelt Palerams zoon Aakash me. Hij is een slanke jongeman met grote bruine ogen en wijkend zwart haar en draagt een spijkerbroek, een grijs sweatshirt en teenslippers. We zitten op plastic stoelen die op de kale betonnen vloer van de woonkamer van de familie zijn gezet, slechts een paar meter van de plek waar zijn vader werd vermoord.

    De familie bezit ongeveer vier hectare land en deelt zo’n tachtig hectare gemeentegrond met de rest van het dorp – althans vroeger. Een jaar of tien geleden eigende een groep plaatselijke ‘bodybuilders’, zoals Aakash hen noemt, geleid door Rajpal Chauhan (geen familie, het is een veel voorkomende achternaam) en zijn drie zoons, zich de zeggenschap over de gemeentegrond toe. Ze schraapten de bovenste laag af en begonnen het zand op te graven dat daar eeuwenlang door de overstromende Yamuna was gedeponeerd. Om het nog erger te maken, remde het stof dat daarbij vrijkwam de groei van de gewassen eromheen af.

    Als lid van de panchayat, de gemeenteraad van het dorp, leidde Paleram de campagne om een eind aan de zandwinning te maken. Dat had vrij simpel moeten zijn. Behalve dat de grond van het dorp werd gestolen, is zandwinning ten strengste verboden in het gebied rond Raipur Khadar omdat het dicht bij een vogelreservaat ligt. En de regering weet wat er gebeurt: in 2013 constateerde een onderzoeksteam van het federale ministerie van Milieu en Bosbeheer ‘overvloedige, onwetenschappelijke en illegale winning’ in heel Gautam Budh Nagar.

    Desondanks konden Paleram en andere dorpelingen het geen halt toeroepen. Ze klaagden jarenlang bij politie, bestuursambtenaren en rechtbanken – maar er gebeurde niets. Naar verluidt accepteren veel plaatselijke overheden steekpenningen van de zandwinners om zich niet met hun zaken te bemoeien – en niet zelden zijn ze ook zelf bij die zaken betrokken.

    De afgelopen drie jaar hebben zandwinners minstens twee politiemensen gedood en vele andere aangevallen

    Voor degenen die geen steekpenningen aannemen, is de maffia niet zachtzinnig. ‘We doen regelmatig controles bij de illegale zandwinners,’ zegt Navin Das, die de leiding heeft over de zandwinning in Gautam Budh Nagar. ‘Maar het is erg moeilijk omdat we worden aangevallen en beschoten.’ De afgelopen drie jaar hebben zandwinners minstens twee politiemensen gedood en vele andere aangevallen, evenals bestuursambtenaren en klokkenluiders. Afgelopen maart nog, vlak na mijn terugkomst uit India, belandde een televisiejournalist in het ziekenhuis na een aanslag door illegale zandwinners.

    Volgens gerechtelijke documenten hebben Rajpal en zijn zoons zowel Paleram en zijn familie als andere dorpelingen bedreigd. Aakash kent een van de zoons, Sonu, uit de tijd dat ze samen op school zaten. ‘Hij was altijd een keurige jongen,’ zegt Aakash. ‘Maar toen hij in de zandbusiness terechtkwam en snel geld begon te verdienen, ontwikkelde hij zich tot crimineel en werd hij erg agressief.’ Uiteindelijk arresteerde de politie Sonu in de lente van 2013 en legde beslag op enkele van zijn vrachtwagens. Maar hij kwam al gauw op borgtocht vrij.

    Op een ochtend reed Paleram op zijn fiets naar zijn akkers, die vlak naast de zandgroeve liggen, en kwam hij Sonu tegen. ‘Hij zei: Het is jouw schuld dat ik de gevangenis in moest, aldus Aakash. ‘Hij zei dat mijn vader de zaak moest laten rusten.’ In plaats daarvan diende Paleram opnieuw een klacht in bij de politie. Een paar dagen later werd hij doodgeschoten.

    Sonu, zijn broer Kuldeep en zijn vader Rajpal werden voor de moord gearresteerd. Ze zijn momenteel allemaal op borgtocht vrij. Aakash komt hen af en toe tegen. ‘Het is een klein dorp,’ zegt hij.

    Duiken naar rivierzand

    In de brede Thane Creek, een troebele inham even buiten Mumbai, wemelt het op een ochtend in februari van de houten bootjes. Honderden liggen er voor anker, romp tegen romp, in een onregelmatige rij die zich een kleine kilometer uitstrekt. De oevers zijn begroeid met groene mangroves, waar flatgebouwen bovenuit torenen. Er hangt een flauwe zweem van zout in de lucht van de nabije Arabische Zee, vermengd met diesel van de bootmotoren.

    Elke boot heeft zes tot tien man aan boord. Een of twee van hen duiken naar de rivierbodem, vullen een metalen emmer met zand en komen weer boven, terwijl het water uit hun zwarte haar en snor stroomt. Daarna hijsen twee anderen, die met blote voeten op planken staan die uit de boot steken, de emmer op met touwen. Hun afgetrainde, gespierde lijven zouden elke sportschoolhipster jaloers maken als de pijs ervoor niet zo hoog was.

    Pralhad Mhatre (41) duikt tweehonderd keer per dag, zegt hij. Hij doet het werk al zestien jaar. Hij verdient bijna het dubbele van de hijsers, maar het blijft niet veel, zo’n zestien dollar per dag. Hij wil dat zijn zoon en drie dochters een ander beroep kiezen, niet in de laatste plaats omdat hij denkt dat er weldra geen rivierzand meer zal zijn. ‘Toen ik begon, hoefden we maar zes meter diep te gaan,’ zegt hij. ‘Nu is het twaalf. We kunnen hoogstens vijftien meter diep duiken. Als het veel lager wordt, zijn we onze baan kwijt.’

    De volgende dag neemt Sumaira Abdulali, India’s belangrijkste actievoerder tegen illegale zandwinning, me mee naar een ander soort groeve. Abdulali is een beschaafd, gefortuneerd lid van de bourgeoisie in Mumbai, met een zachte stem en een voorname manier van doen. Ze reist al jarenlang in een auto met leren bekleding en chauffeur naar afgelegen gebieden om foto’s te maken van het werk van de zandmaffia. Daarbij is ze beledigd, bedreigd, met stenen bekogeld, met hoge snelheid achtervolgd, zijn haar autoruiten kapotgeslagen en heeft ze zo’n harde klap gekregen dat er een tand afbrak.

    ‘Het fundamentele probleem is ongebreidelde cementbouw’

    Abdulali raakte betrokken toen zandwinners een strand in de buurt van Mumbai begonnen te vernielen waar haar familie al generaties lang de vakanties doorbracht. In 2004 ondernam ze het eerste gerechtelijke burgerinitiatief tegen de zandwinning in India. Dat haalde de kranten, zodat Abdulali een stortvloed van telefoontjes uit het hele land kreeg van mensen die haar hulp zochten om hun eigen plaatselijke zandmaffia tegen te houden. Sindsdien heeft Abdulali tientallen mensen geholpen bij het opstellen van hun aangiften en blijft ze de plaatselijke ambtenaren en kranten bestoken met een gestage stroom goed gedocumenteerde klachten van eigen hand. ‘We kunnen de bouw niet tegenhouden. We willen de ontwikkeling geen halt toeroepen’, zegt ze in een Engels met een Brits-Indisch accent. ‘Maar we willen dat men zijn verantwoordelijkheid neemt.’

    Abdulali neemt me mee naar het plattelandsstadje Mahad, waar zandwinners ooit haar auto kapotsloegen. Zandwinning is ten strengste verboden in die regio omdat vlakbij een beschermd kustgebied ligt. Desondanks komen we in de jungleheuvels niet ver buiten het stadje een grijsgroene rivier tegen waarop boten open en bloot zand van de rivierbodem opzuigen met dieselpompen. De oevers liggen bezaaid met enorme zandhopen, die mannen met graafmachines op vrachtwagens scheppen.

    Kort daarna, weer op de hoofdweg, rijden we achter een klein konvooi van drie zandtrucks. Ze denderen ongestoord langs een politiebusje dat langs de weg staat geparkeerd. Een tweetal agenten staat er werkeloos naast en kijkt naar het passerende verkeer. Een derde doet binnen een dutje, met zijn stoel volledig naar achter geklapt. Dit is te veel voor Abdulali. We stoppen naast het busje. Een agent die de leiding lijkt te hebben, neemt er daarbinnen zijn gemak van, gekleed in een kaki-uniform, met sterren op zijn schouders en zwarte sokken aan zijn voeten. Zijn schoenen heeft hij uitgetrokken. ‘Heeft u die trucks met zand niet gezien die net zijn gepasseerd?’ vraagt Abdulali.

    ‘We hebben vanochtend een paar keer verbaal opgemaakt,’ antwoordt de agent vriendelijk. ‘Nu hebben we lunchpauze.’ Bij het wegrijden passeren we nog een zandtruck die een paar honderd meter verderop langs de weg staat geparkeerd.
    Enige tijd later stel ik hierover vragen aan een plaatselijke ambtenaar. ‘De politie is twee handen op een buik met de zandwinners,’ zegt de ambtenaar, die me verzoekt zijn naam niet te noemen. ‘Als ik de politie bel om me te begeleiden bij een controle, tippen ze de zandwinners dat we eraan komen.’ Zelfs in de zaken die hij voor de rechter heeft gebracht, is er niemand veroordeeld. ‘Ze glippen er altijd door vanwege een vormfout.’

    Werklieden uit Bangladesh laden zand uit Indiase boten bij de Thane-rivier bij Mumbai. – © Adam Ferguson
    Werklieden uit Bangladesh laden zand uit Indiase boten bij de Thane-rivier bij Mumbai. – © Adam Ferguson

    Gespannen sfeer

    Terug in Raipur Khadar, na mijn gesprek met de familie van Paleram Chauhan, is zijn zoon Aakash bereid mij en mijn tolk, Kumar Sambhav, de gemeentegrond te laten zien die de maffia in bezit heeft genomen. We hadden die ochtend een auto gehuurd in Delhi en Aakash wijst onze chauffeur de weg. Het is moeilijk te missen: recht tegenover het dorp aan de overkant van de weg ligt een stuk opengereten land met kraters van drie tot zes meter diep en huizenhoge bergen zand en steen. Her en der rijden trucks en grondverzetmachines rond en groepjes mannen, in totaal minstens vijftig, slaan stenen stuk met hamers en scheppen zand in trucks. Ze blijven naar onze auto staren terwijl we langzaam voorbijrijden over het onverharde pad met diepe voren dat door het winningsgebied loopt. Aakash wijst behoedzaam naar een lange, gezette man in spijkerbroek en overhemd: Sonu.

    Even later, ver in het winningsgebied, stappen we uit om foto’s te maken van een uitzonderlijk grote krater. Na enkele minuten ziet Aakash drie mannen, van wie drie met een schep, doelbewust op ons af benen. ‘Sonu komt eraan,’ mompelt hij.

    We beginnen terug te lopen naar de auto en proberen niet gehaast te lijken. Maar we zijn te langzaam. ‘Klootzak!’ brult Sonu, nu nog maar een paar meter van ons vandaan, tegen Aakash. ‘Wat moet je hier?’

    Aakash zwijgt. Sambhav mompelt iets van dat we maar toeristen zijn, terwijl we allemaal in de auto stappen. ‘Ik zal jullie zusterneukers een rondleiding geven,’ zegt Sonu. Hij rukt het portier van onze chauffeur open en gebiedt hem uit te stappen. De chauffeur gehoorzaamt, zodat de rest van ons wel moet volgen. Aakash blijft wijselijk zitten.
    ‘We zijn journalisten,’ zegt Sambhav. ‘We zijn hier om te kijken hoe de zandwinning verloopt.’ (Dit gesprek ging geheel in het Hindi; Sambhav heeft het naderhand voor me vertaald.’)
    ‘Zandwinning?’ zegt Sonu. ‘We winnen helemaal geen zand. Wat hebben jullie gezien?’
    ‘We hebben gezien wat we gezien hebben. En nu gaan we weg.’
    ‘Nee, geen sprake van,’ zegt Sonu.

    ‘In ons systeem kun je alles gemakkelijk met geld kopen – getuigen, politie, bestuursambtenaren’

    Zo gaat het gesprek enkele minuten door in een sfeer die steeds gespannener wordt, totdat een van Sonu’s bullebakken op de aanwezigheid van een buitenlander wijst – ik. Dit doet Sonu en zijn mannen aarzelen. Een westerling als ik iets aandoen zou ze veel meer problemen bezorgen dan een plaatselijke bewoner als Aakash aanpakken. We grijpen de kans om weer in de auto te stappen en rijden weg. Sonu kijkt ons woedend na.

    De zaak tegen Sonu en zijn familie vindt moeizaam zijn weg door de trage gerechtelijke molens van India. De vooruitzichten zijn niet geweldig. ‘In ons systeem kun je alles gemakkelijk met geld kopen – getuigen, politie, bestuursambtenaren’, vertelt een jurist die nauw bij de zaak betrokken is, op voorwaarde van anonimiteit. ‘En die lui hebben een hoop geld dankzij de zandwinning.’

    Aakash houdt contact met politierechercheurs en heeft geprobeerd de Indiase Nationale Commissie voor de Mensenrechten erbij te halen. Zijn moeder smeekt hem de zaak te laten rusten, vooral sinds haar andere zoon, Aakashs broer Ravindra – die de hoofdgetuige was in de zaak – vorig jaar dood is aangetroffen langs een spoorbaan, vermoedelijk overreden door een trein. Niemand weet precies hoe dat heeft kunnen gebeuren.

    Vraag en aanbod

    Ondertussen zet India met vallen en opstaan stappen om de zandwinning aan banden te leggen. Het Nationale Groene Tribunaal, een soort federaal gerechtshof voor milieuzaken, heeft zijn deuren geopend voor elke burger die een klacht wil indienen over illegale zandwinning. Op sommige plekken hebben burgers wegen geblokkeerd om zandtrucks tegen te houden, en bijna elke dag verklaart een plaatselijke of staatsambtenaar vastbesloten te zijn de zandwinning aan te pakken. Soms nemen ze zelfs trucks in beslag, leggen ze boetes op of verrichten ze arrestaties. Zelfs de pasbenoemde politierechter van Gautam Budh Nagar maakte vorige maand goede sier door tientallen zandtrucs te confisqueren en diverse mensen te arresteren.

    Maar India is een onmetelijk land met meer dan een miljard mensen. Er wordt hoogstwaarschijnlijk op duizenden plekken illegaal zand gewonnen. Corruptie en geweld zullen zelfs de best bedoelde pogingen om dat tegen te gaan dwarsbomen. In wezen is het een kwestie van vraag en aanbod. Het aanbod van zand dat op een verantwoorde manier kan worden gewonnen is eindig. Maar de vraag ernaar niet.

    Elke dag groeit de wereldbevolking. Steeds meer mensen in India – en overal elders – willen fatsoenlijke huizen om in te wonen, kantoren en fabrieken om in te werken, centra om in te winkelen en wegen om dat alles te verbinden. Volgens de klassieke opvatting vereist economische ontwikkeling beton en glas. En dus zand.

    ‘Het fundamentele probleem is de ongebreidelde cementbouw’, zegt Ritwick Dutta, een vooraanstaande Indiase milieuadvocaat. ‘Daarom is de zandmaffia zo gigantisch geworden. Zand is overal.’