Tag: corruptie

  • Afrikaanse kikkersprongen

    Afrikaanse kikkersprongen

    De snelle verspreiding van technologische ontwikkelingen heeft Afrikaanse landen de kans gegeven een sprong vooruit te maken. Maar daar is nog altijd deugdelijk bestuur voor nodig.

    Kotiogo Ng’usilo kan zich nog levendig herinneren dat hij voor het eerst een auto zag. 
Het was in de jaren vijftig en Ng’usilo, een jager-verzamelaar van de Ogiek-stam in het Mau-woud in Kenia, dacht dat het een ‘bewegend huis’ was. Inmiddels 86 jaar oud probeert hij met het verzamelen van honing en het vangen van een klipdas hier en daar nog vast te houden aan zijn oude levensstijl, maar verder is hij meegegaan met de vaart der volkeren. Hij draagt westerse kleren, koopt voedsel op de markt en gebruikt, net als zijn jongere familieleden, een mobiele telefoon. Terwijl hij boven een kalebas heilig honingbier over vroeger vertelt, wordt hij continu onderbroken door getjirp, niet van vogels maar van telefoontjes met nieuws uit de stad.

    De snelle opkomst van mobiele technologie in de derde wereld – met name in Afrika, dat bij Azië en Latijns-Amerika achterblijft in het dichten van de inkomenskloof met het Westen – heeft geleid tot de kikkersprongtheorie. Volgens deze theorie, zo staat geformuleerd in een studie van de Wereldbank, kunnen landen een ‘snelle economische groeisprong maken’ door technologische innovatie te omarmen.

    Sommigen zien in de kracht van technologie een verbluffende potentie om problemen op te lossen die veel regeringen, vooral in Afrika, niet adequaat aanpakken: slechte gezondheidszorg, slechte scholen, een gebrekkig wegennetwerk, gebrekkige elektriciteitsvoorziening en een tekort aan banen. Afgelopen zomer riep Alibaba-oprichter Jack Ma nog een 
prijs van 10 miljoen dollar in het leven voor jonge Afrikaanse techondernemers die ‘de weg plaveien voor een betere toekomst’.

    Technologie

    De opkomst van mobiele en digitale technologie wordt gezien als de sleutel tot de kikkersprong. 
Volgens schattingen van de GSMA, de mondiale brancheorganisatie van de telecomsector, telden landen bezuiden de Sahara in 2017 in totaal 444 miljoen mobieletelefoongebruikers, een penetratiegraad van 44 procent, tegen een wereldwijd gemiddelde van 
66 procent. In Zuid-Afrika en Nigeria, waar 9 van de 10 inwoners een abonnement heeft, zijn mobieltjes net zo gewoon als in de VS, blijkt uit onderzoek van de Amerikaanse denktank Pew Research Center. 


    Met de prijsdaling van mobiele telefoons is de verwachting dat de kloof tussen het merendeel van de 50 Afrikaanse landen en de rest van de wereld geleidelijk zal worden gedicht. In Ethiopië produceert het Chinese bedrijf Transsion Holdings al toestellen die niet meer dan 10 dollar kosten. ‘Inmiddels is toegang tot mobiele telefoons bijna universeel,’ zegt de Zimbabweaanse neurowetenschapper Precious Lunga, oprichter van Baobab Circle, een techbedrijf dat kunstmatige intelligentie gebruikt om patiënten in Kenia en 
Zimbabwe consulten te geven. ‘Er zijn plekken waar geen stromend water is, maar waar je wel een video kunt 
streamen,’ zegt ze.

    De verspreiding van smartphones, die een derde uitmaken van alle mobiele telefoons in Afrika, opent nieuwe perspectieven, jubelen techadepten. Een deel van de elite in bruisende steden als Lagos in Nigeria of Dar es Salaam in Tanzania, die beide tot de snelst groeiende steden ter wereld behoren, gebruikt taxiapps als Uber of Taxify en bestelt maaltijden en kleding online. In Ivoorkust heeft bankengroep Standard Chartered haar eerste louter digitale consumentenbank opgericht, als proef voor digitale diensten wereldwijd. Nog belangrijker voor de kikkersprongtheorie is de impact die mobiele technologie heeft op het platteland, waar zes van de tien Afrikanen leven. Op vrijwel het hele Afrikaanse continent voltrekt zich een revolutie op het vlak van financiële inclusie.

    Kenia was in 2007 voortrekker met de lancering van M-Pesa, de mobiele betaaldienst van telefoonbedrijf Safaricom. Tientallen miljoenen mensen die voordien zonder bankrekening door het leven gingen, zoals Ng’usilo, kunnen nu met een paar vingerbewegingen geld naar familieleden overmaken of inkopen doen. De doorbraak van mobiel geld, dat volgens de GSMA inmiddels door ongeveer 690 miljoen mensen wordt gebruikt, van wie de helft Afrikaans is, vormt de 
ruggengraat voor tal van andere diensten. In steden en middelgrote plaatsen kunnen kleine ondernemingen online adverteren en mobiele betalingen ontvangen.

    Op het platteland is er een snelle groei van pay-as-you-go-zonnestroom waarbij klanten met mobiel geld voor luttele bedragen als 50 cent per dag elektriciteit kunnen kopen. De panelen worden op afstand gedeactiveerd wanneer de betaling stopt. In het dorp Sahabevava in het noordoosten van Madagascar, op een paar uur rijden van de dichtstbijzijnde stad en ver verwijderd van het dichtstbijzijnde elektriciteitsnetwerk, woont boerin Lydia Soa. Ze is de trotse bezitter van een zonnepaneel, dat genoeg stroom opwekt om haar huis mee te kunnen verlichten – handig voor wanneer de kinderen huiswerk maken – een boombox te laten werken en, natuurlijk, om haar mobiele telefoon op te laden.

    Er zijn plekken waar geen 
stromend water is, maar waar je wel een video kunt streamen

    Afrika is goed voor 16 procent van de wereldbevolking maar heeft slechts 2,8 procent van de mondiale capaciteit voor stroomopwekking. Slechts 37 procent van de Afrikanen ten zuiden van de Sahara heeft 
toegang tot elektriciteit, wat betekent dat zo’n 600 miljoen mensen zonder stroom leven. Maar in 2017, bleek uit een brancherapport, hadden 73 miljoen huishoudens bezuiden de Sahara al toegang tot zonne-energie. Deze snelle toename, die ervoor gezorgd heeft dat afgelegen delen van Afrika in één klap van geen stroom naar groene stroom zijn gegaan, is een schoolvoorbeeld van de kikkersprongtheorie.

    Als technologie over grenzen, het bankwezen en elektriciteitsnetwerken kan ‘springen’, zeggen enthousiastelingen, dan zal ze zeker een weerslag hebben op alle industrieën én alle levensterreinen. Keun Lee, hoogleraar economie aan de Nationale Universiteit van Seoul, heeft bestudeerd hoe technologische ontwikkelingen vooruitgang kunnen 
aanzwengelen. ‘Bij de opkomst van een nieuwe technologie of paradigma begint iedereen op hetzelfde punt; laatkomers lopen niet achter,’ zegt hij. ‘Voorlopers zijn de laatsten die op nieuwe technologieën overstappen,’ voegt hij eraan toe.

    Lee, die de regering van Rwanda adviseert over haar ambities om van 
het kleine centraal-Afrikaanse land een digitale hub te maken, zegt dat technologische verschuivingen landen als India, Brazilië en een aantal Afrikaanse economieën de kans geven een sprong vooruit te maken. ‘Afrikaanse landen, waar men voorheen voor verlichting op kerosinelampen was aangewezen, kunnen in één keer overgaan op zonne-energie, zonder de tussenstap van een traditioneel elektriciteitsnet.’

    Weinigen zullen betwisten dat landen in Afrika en elders door gebruikmaking van technologieën die in het Westen zijn ontwikkeld of van eigen innovaties, zoals mobiel geld, het ontwikkelings-proces kunnen bekorten. Groot-Brittannië deed er 150 jaar over om, via een industriële revolutie die draaide om water, wind en stoomkracht, van een landbouweconomie tot een geavanceerde economie uit te groeien. Japan deed er korter over, en landen als Singapore, Taiwan, Zuid-Korea en China maakten de sprong naar de positie van een 
land van midden- en hoge inkomens in een paar generaties.

    Fonkelnieuwe apps

    De kikkersprongadepten zijn in hun definitie van technologie geneigd om te focussen op de digitale revolutie en de transformerende kracht van ‘fonkelnieuwe apps’, zoals Lunga van Baobab Circle het uitdrukt. Robert Gordon, econoom aan de Northwestern University in Chicago, zegt echter dat de grootste productiviteitsgroei niet zozeer te danken is aan het internet 
of mobiele telefoons maar aan technologieën die we nu als vanzelfsprekend beschouwen: sanitaire voorzieningen, wegen en stoomkracht.

    Als Gordon gelijk heeft, dan zou Afrika door die ontwikkelingen over te slaan en direct aan te haken bij wat men in 2016 op het World Economic Forum in Rwanda ‘de vierde industriële revolutie’ noemde, de belangrijkste productiviteitsstijging mislopen – en dus ook economische groei. Inderdaad kunnen de groeicijfers van Afrika, omgerekend per hoofd van de bevolking, zelden worden uitgedrukt in bedragen van twee cijfers voor de komma, zoals wel het geval is in Noordoost-Azië, waar de levensstandaard omhoog is geschoten.

    Bill Gates zegt dat de voornaamste technologieën die in Afrika levens 
veranderen in het verleden zijn ontwikkeld en nu pas in de verste uithoeken van de wereld doordringen. ‘Ik heb het over technologie in de vorm van een injectie door de plaatselijke arts, of een pil die dorpelingen kunnen slikken of een zaadje dat ze kunnen planten,’ zegt hij. Gates, wiens Bill & Melinda Gates Foundation miljarden dollars bijdraagt aan het bevorderen van zulke ontwikkelingen, zegt dat het relatieve gemak van de verspreiding landen in staat stelt om sneller op de rest van de wereld in te lopen, vooral op het gebied van de volksgezondheid. ‘Wat vaccineren betreft zijn we aardig op weg om alle kinderen op de hele wereld te bereiken.’

    Solutionism

    Sommige claims van de kikkersprongadepten zwemen naar ‘solutionism’: het idee dat technologie zelfs de lastigste problemen kan oplossen. Volgens sceptici toont Afrika net zo goed de beperkingen 
van technische oplossingen bij de afwezigheid van fatsoenlijk bestuur en een basisinfrastructuur. 
Ontwikkelingen op gebied van landbouw en volks-gezondheid laten zowel het potentieel als de tekortkomingen van technologie zien. Neem de landbouw, waarin meer dan de helft van de volwassen bevolking van Afrika werkzaam is.

    In heel Afrika probeert men het probleem van de lage productiviteit door middel van technologische oplossingen te lijf te gaan. In Ghana stuurt CocoaLink cacaoboeren via sms praktische informatie en de actuele marktprijzen. In Kenia gebruikt de onlinemarktplaats Twiga Foods technologie om duizenden groothandelaren een directe afzetmarkt te bieden en boeren een transparante markt te garanderen. Volgens Twiga-topman Grant Brooke biedt de mobiele technologie boeren meer zekerheid, waardoor ze hun opbrengst kunnen verhogen. Maar fonkelende apps kunnen niet de waarheid verdoezelen. Afrikaanse boeren zijn bleven steken in de 19de eeuw.

    Het merendeel van de boerderijen heeft geen irrigatie, geen gesubsidieerde zaden of kunstmest, geen toegang tot de markt en onzekere eigendomsrechten. Boeren nemen niet 
de moeite gewassen te verbouwen die, bij gebrek aan een koelsysteem, gaan rotten voordat ze de consument bereiken. Slechts 44 procent van de rurale bevolking in Kenia en 32 procent van de Ethiopiërs woont op twee kilometer afstand van een weg die het hele jaar begaanbaar is, een gegeven dat de 
Ethiopische oud-premier Meles Zenawi zwaarder vond wegen dan het bbp om te bepalen hoe zijn land ervoor stond.

    M-Pesa (Pesa betekent geld in Swahili) is een door Vodafone ontwikkelde betaaldienst dat betalen per sms mogelijk maakte voor miljoenen Kenianen zonder bankrekening. – © HH
    M-Pesa (Pesa betekent geld in Swahili) is een door Vodafone ontwikkelde betaaldienst dat betalen per sms mogelijk maakte voor miljoenen Kenianen zonder bankrekening. – © HH

    Of neem de medische zorgvoorziening. In heel Afrika proberen technologen een fundamenteel 
probleem op te lossen: het gebrek aan goede, betaalbare gezondheidszorg. Babyl Health Rwanda, de dochteronderneming van Babylon, een Britse maker van een dokter-in-je-zakapp, biedt dorpelingen die op grote afstand van een kliniek wonen onlineconsulten. ‘Technologie kan wel degelijk een gat vullen,’ zegt Lunga, die met haar Baobab Circle teleconsulten biedt aan diabetespatiënten en mensen met bloeddrukproblemen.

    ‘Er zijn te weinig artsen, er zijn te weinig verpleegsters,’ zegt ze. ‘Met behulp van kunstmatige intelligentie kun je dat probleem in één klap verhelpen.’ Maar net als bij de landbouw lijken deze vernieuwingen in de gezondheidszorg eerder lapmiddelen voor een falend systeem. Veel Afrikaanse regeringen zijn te arm, te slecht georganiseerd of te druk bezig met het vullen van eigen zakken om 
de bevolking fatsoenlijke gezondheidszorg te leveren. De enige kikkersprongen op zorggebied zijn die van rijke Afrikanen die voor een behandeling uitwijken naar het buitenland en hun eigen gebrekkige zorgvoorziening laten voor wat het is.

    ‘Niemand kan beweren dat goede technologie een substituut is voor goed bestuur,’ zegt Bill Gates. ‘Ik maak me geen illusie dat je geholpen bent met een gratis computer als je malaria hebt, of als er geen leraren of zelfs geen klaslokalen zijn.’ Calestous Juma, de vorig jaar overleden hoogleraar internationale ontwikkeling aan de Harvard Kennedy School, geloofde heilig in de kracht van technologie om levens in Afrika te veranderen, maar hij waarschuwde voor de valse voorstelling 
van zaken dat Afrika met één grote sprong in de diensteneconomie zou kunnen belanden zonder eerst een industriële basis te leggen. ‘Geen kikkersprong kan op tegen slecht leiderschap.’

    Auteur: David Pilling

    Financial Times
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | 
oplage 448.000

    Toonaangevende krant voor de Londense City en de rest van de wereld. Internationale economie en management worden uitputtend behandeld.

  • De grootste belastingroof aller tijden. ‘De staat was de vijand’

    De grootste belastingroof aller tijden. ‘De staat was de vijand’

    Benjamin Frey (niet zijn echte naam) was kroongetuige in een grootschalige dividendroof, waarnaar verschillende Europese kranten onderzoek deden. Hij vertelt hoe hij verzeild raakte in deze ‘georganiseerde misdaad in krijtstreeppak’. ‘We keken uit het raam en dachten: Wij zijn de slimsten, wij zijn genieën, en jullie zijn allemaal sukkels.’

    Keuze uit ons archief

    De belastingschandalen blijven elkaar opvolgen. Zo deden in 2018 een aantal Europese media, waaronder Follow the Money, onderzoek naar de grootste dividendroof ooit: in verschillende landen van Europa werden middels uitgekookte financiële trucs miljoenen en miljarden aan de staatskas onttrokken. Voor het eerst werd ook een belastingrover bereid gevonden als kroongetuige op te treden. Deze ‘Benjamin Frey’ verlinkt uit angst voor gevangenisstraf zijn mededaders en zaait daarmee paniek in de bankenwereld. ‘Zelfs onder belastingrovers bestaan er taboes – uitsluitend risicobeperkende, geen morele.’

    De verhoorruimte in het kantoor van de recherche in Düsseldorf is ongeveer 8 vierkante meter groot. Voor de ramen zitten tralies, het glas is zo ondoorzichtig dat je niet naar buiten kunt kijken. In het midden van de ruimte staat een grote tafel. Daar wachten twee hoofdcommissarissen en drie officieren van justitie op Benjamin Frey. Het vijftal doet gerechtelijk onderzoek naar de grootste belastingroof aller tijden, een coup van de eeuw die alleen de Duitse staat al vele miljarden euro’s heeft gekost.

    De hoogintelligente maar nogal ingetogen Frey [niet zijn echte naam] is een van de kroongetuigen. Hij behoorde tot de inner circle van de belastingrovers en heeft aan de transacties ten koste van de Duitse gemeenschap ongeveer 50 miljoen euro verdiend. De staat, zo zegt hij, was de vijand. Nu zit hij in de verhoorruimte tegenover degenen die hem vervolgen.

    Het is 7 november 2016. ‘Goed dat we elkaar persoonlijk leren kennen’, zegt Anne Brorhilker, de officier van justitie die het onderzoek leidt. Zo zal Frey het zich later herinneren. Brorhilker is begin veertig, maar ziet er jonger uit. Stel je een soort vrouwelijke Columbo voor: makkelijk te onderschatten, maar moeilijk af te schudden. Al jaren onderzoekt de officier van justitie het omstreden dividendstrippen, ofwel de zogenoemde CumEx-transacties – waarbij dividendbelasting (soms meermalen) wordt teruggevorderd, terwijl die niet is betaald.

    Zij jaagt nu op de bankiers, advocaten en adviseurs die vermoedelijk een steentje bijdroegen. Over de hele wereld heeft ze kantoren en woningen laten doorzoeken, ook die van Benjamin Frey. Gemeten aan het aantal verdachten zijn haar onderzoekingen uitgegroeid tot wat wellicht het grootste gerechtelijk onderzoek aller tijden is op het gebied van belastingrecht.

    De kroongetuige

    Wat Brorhilker tot dan toe ontbreekt, is een kroongetuige die zich uit de orde van de belastingrovers losmaakt. Alleen als ze Frey aan het praten krijgt, kan ze de schuld van de anderen overtuigend bewijzen. Frey, wiens hele leven in het teken van geld heeft gestaan, weet dat hij zich dit keer niet kan vrijkopen. Er hangt hem een gevangenisstraf van minstens zeven jaar boven het hoofd.

    Telkens weer wordt hij opnieuw verhoord, dagenlang, meer dan twaalf keer. Later zal hij zeggen dat dit de ergste tijd van zijn leven is geweest. Eerst geeft hij alleen toe wat hij wel moet toegeven, maar na een half jaar breekt hij en legt hij een volledige bekentenis af. Frey is de eerste belastingrover die uit angst voor gevangenisstraf zijn mededaders verlinkt en daarmee paniek in de bankenwereld zaait. Met als voordeel dat meerdere andere belastingrovers ook kroongetuige bij Brorhilker willen worden.

    Vorig jaar berichtten Die Zeit, Zeit Online en het ARD-programma Panorama al over CumEx- en CumCum-transacties. Ze beschreven hoe bankiers, adviseurs en advocaten decennialang de Duitse staatskas plunderden. En hoe de overheid een andere kant opkeek, totdat een onverzettelijke vrouwelijke ambtenaar op het hoofdkantoor van Belastingen weigerde het geld uit te betalen.

    Toen ging het balletje rollen. Journalisten uit Denemarken zeiden dat hun land iets soortgelijks was overkomen, dé opmaat tot een internationale samenwerking waaruit bleek dat de financiële goochelaars zich niet alleen aan de Duitse staat tegoed deden, maar de staatshuishouding van half Europa hebben afgetapt.

    Onder leiding van het onderzoekscentrum Correctiv hebben negentien media uit twaalf landen de handen ineengeslagen om gezamenlijk de volledige omvang van deze belastingroof te onderzoeken. Naast Die Zeit, Zeit Online en Panorama doen ook persbureau Reuters, de Franse krant Le Monde, de Italiaanse krant La Repubblica en het Spaanse onlinemagazine El Confidencial {en het Nederlandse journalistencollectief Follow the Money] mee, evenals de publieke tv-kanalen uit Denemarken, Zweden en Finland.

    Samen hebben ze meer dan 180.000 pagina’s aan vertrouwelijke documenten, interne rapporten van banken en advocatenkantoren en e-mails doorgespit. Er werden talloze interviews met insiders gemaakt en eindeloos undercoveronderzoek gedaan in de financiële sector. De resultaten zijn vorige maand gepubliceerd onder de naam ‘The CumEx-Files’.

    ‘Mijn hebzucht was zo groot dat ik me niet met moraal kon bezig houden’

    In nog minstens tien andere Europese landen hebben de financiële oplichters hun slag kunnen slaan. Enkele gevallen zijn nog niet publiekelijk bekend. Maar de schade als gevolg van CumEx- en CumCum-transacties bedraagt nu al minstens 55,2 miljard euro. ‘Het gaat om de grootste belastingroof in de Europese geschiedenis’, zegt professor fiscaal recht Christoph Spengel van de Universiteit van Mannheim.

    Hoe is het mogelijk dat de belastingrovers het ene land na het andere plunderen zonder dat iemand hun een halt toeroept? En wat zijn dat voor transacties, waarbij binnen enkele dagen voor miljarden euro’s aan aandelen heen en weer wordt geschoven?

    De wereld van de belastingrovers verkennen lijkt op diepzeeduiken: hoe dichter je bij de bodem komt, hoe ongelofelijker de creaturen zijn die je daar tegenkomt.

    De daders zijn als roofvissen die maar één keer toehappen en dan voorlopig verzadigd zijn. Verder naar beneden kom je bijzonder agressieve schepsels tegen die uitgekookte CumEx-transacties sluiten en blijven happen. Daar in de diepte, in duistere wateren, weten ze zich razendsnel te vermenigvuldigen. Intussen zijn er ook mengvormen ontstaan, agressieve mutaties, waarvoor de naam nog moet worden uitgevonden. Wat al deze constructies gemeen hebben, is dat ze een collectief doel nastreven: belastinggeld uit de staatskas sluizen.

    Om Benjamin Frey aan het praten te krijgen, maakt officier van justitie Brorhilker gebruik van een methode die vooral geliefd is bij de Amerikaanse FBI: onderzoekers verzamelen belastend materiaal tegen individuele deelnemers en zetten hem of haar daarmee onder druk. De keuze is dan aan hen: of ze worden kroongetuige en komen er redelijk van af als ze alles bekennen, onder de voorwaarden dat ze hun buit teruggeven en hun mededaders verklikken, of ze worden zelf aangeklaagd.

    Al op de tweede verhoordag krijgt Frey met deze methode te maken. Meteen bij het begin confronteren Brorhilker en haar collega’s hem met documenten die zijn uitspraken van de vorige dag in twijfel trekken. Ze hebben hem ‘flink bang gemaakt’, zal Frey later zeggen. In februari 2017 vliegt hij zelfs voor drie dagen naar Dubai om andere deelnemers aan de illegale transacties over te halen te gaan praten.

    Uit Freys verklaringen blijkt dat Duitsland slechts een van de vele slachtoffers is. Voor Brorhilker ligt de focus van haar onderzoek echter alleen op dat land, ze is tenslotte een Duitse officier van justitie. Maar de journalisten van het gezamenlijke onderzoeksteam willen Frey graag spreken om te horen of hij wellicht meer weet. Na lange onderhandelingen komt het tot een ontmoeting. Op voorwaarde dat zijn echte naam niet wordt genoemd.

    Europese rooftocht

    In een Keulse loft geeft Benjamin Frey het eerste uitgebreide interview aan Die Zeit. We zitten tegenover een 47-jarige man: haar in een scheiding, glad geschoren, hoog voorhoofd, volle lippen, bril. Maar het gezicht waarnaar we kijken is niet het zijne. Frey draagt een masker dat speciaal voor het interview, dat op camera wordt vastgelegd, is gemaakt door twee maskermakers. De mimiek, zijn lach, is echt, de rest onherkenbaar.

    Frey zegt dat hij bang is voor zijn vroegere handlangers. Daarom wil hij niet herkend worden. Belangrijker nog is dat hij een nieuw bestaan probeert op te bouwen als – bonafide – advocaat. Zijn verleden mag dat niet bezoedelen. Het interview duurt twee volle dagen. Frey zal daarin ook verklaren hoe het zover kwam dat niet alleen Duitsland maar heel Europa werd geplunderd. En hij zal namen noemen: van belastingdieven die nog altijd op vrije voeten zijn.

    Freys verhaal begint in de provincie. Daar waar hij opgroeide, was men ‘arbeider, boer of werkloze’. Maar de jonge Frey wil daar geen genoegen mee nemen. Hij gaat rechten studeren en haalt zijn bul cum laude. Dan vliegt hij naar Londen, op uitnodiging van een groot advocatenkantoor, naar het schitterende Victoria en Albertmuseum waar ze hun jaarvergadering houden. Ze willen Frey contracteren. Bijna tweeduizend advocaten uit de hele wereld zitten aan lange tafels te midden van de schatten van het museum. Als Frey naar boven kijkt, ziet hij de sterren stralen door de grote koepel. Het is 2001.

    Kort daarop gaat hij aan de slag bij het kantoor, werkt iedere dag twaalf, soms wel veertien uur. Vaak gaat het erom de belastingdruk van rijke klanten te verminderen. ‘We hadden allemaal dit beeld voor ogen: de staat is de vijand’, zegt Frey. Als hij op een bepaald moment bedenkt dat de staat wel zijn opleiding heeft gefinancierd, drukt hij die gedachte weg. Twijfels zouden zijn carrière alleen maar schaden. ‘Mijn hebzucht was zo groot’, zegt hij, ‘dat ik me niet met moraal kon bezighouden.’

    Dan, in 2004, leert Frey Hanno Berger kennen. Berger geldt als de begaafdste belastingtiller van Duitsland. Frey, de jongen uit de provincie, bewondert hem om zijn intellect, zijn humanistische vorming, hij is immers zoon van een dominee, en om zijn kennis van het Grieks en Latijn. Frey was, volgens een gerechtelijk onderzoek in 2006, vanaf het begin betrokken bij CumEx-transacties die Berger op touw zette.

    Samen werkten ze op de tweeëndertigste verdieping van de Skyper, een glazen toren in het bankendistrict van Frankfurt. ‘Als je naar beneden kijkt, naar de straat, naar het Taunuspark, zie je alleen maar kleine mensjes’, zegt Frey. ‘Dat was de wereld, de gewone wereld, waar wij niet meer bij hoorden. Wij zaten ver daarboven. Wij keken uit het raam en dachten: Wij zijn de slimsten, wij zijn genieën, en jullie zijn allemaal sukkels.’

    CumEx is in hun ogen een geniale zet. Het gaat er niet meer om belasting te ontduiken, tot nul te reduceren, maar om geld binnen te halen van mensen die zo stom zijn wel belasting te betalen. Aanvankelijk valt het de Duitse staat niet eens op dat de belastingkas wordt leeggehaald. In 2007 wordt pas de eerste poging ondernomen een roof te verhinderen, maar Berger en Frey zijn die te slim af, ze vinden een nieuwe route om de staat op te lichten. De constructies worden steeds ingewikkelder. Vanaf 2011 schrapen ze vele miljoenen bij elkaar met Amerikaanse eenmanspensioenfondsen, die handelen in aandelenpakketten ter waarde van miljarden euro’s. Het is een krankzinnig spel.

    De CumEx-files

    De CumEx-Files is de naam van het onderzoek van een samenwerkingsverband van negentien mediaorganisaties in twaalf landen, waaronder het Nederlandse onlinejournalistencollectief Follow the Money. Net zoals bij de Panama Papers blijven er verhalen gepubliceerd worden uit een gelekt dossier, in dit geval een van 180.000 pagina’s, waaruit valt op te maken hoe een samenzwering van financiële whizzkids, bankiers en andere financiële experts Europese overheden tussen 2001 en 2016 van tientallen miljarden euro’s beroofde. De Duitse overheid was met bijna 32 miljard euro het grootste slachtoffer, Frankrijk zag 17 miljard in rook opgaan, Italië 4,5 miljard en Denemarken 1,7 miljard.

    Er is één bron van ergernis: CumEx-transacties zijn in Duitsland maar één keer per jaar mogelijk, rondom de dag waarop aandeelhouders hun dividenden ontvangen; in Duitsland is dat meestal begin van het jaar. ‘We hadden een duivelse machine uitgevonden’, zegt Frey, ‘maar die werkte altijd alleen maar in het voorjaar.’ En dat was te weinig. ‘Dus kwamen we op het idee een machine te creëren die het hele jaar door werkte, en dat kon alleen met aandelen uit landen waar dividenden tot wel vier keer per jaar worden uitgekeerd’.

    Daarmee werd, volgens het samenwerkingsverband van mediaorganisaties, het begin gemarkeerd van een grote Europese rooftocht. België, Denemarken, Oostenrijk, Noorwegen en Zwitserland bevestigen officieel, of in achterkamertjes, op de hoogte te zijn van geplande en uitgevoerde CumEx-transacties in eigen land. Ook Spanje en Finland vinden documenten waaruit duidelijk wordt dat CumEx-transacties op stapel stonden. In Spanje willen de autoriteiten bevestigen noch ontkennen dat het ook daadwerkelijk tot dubbele teruggaven is gekomen. De Finse autoriteiten gaan ervan uit dat CumEx bij hen geen probleem vormt. Enkelvoudige teruggaven (CumCum) komen in beide landen voor.

    Enkelvoudige teruggaven – dat klinkt ongevaarlijk, maar is het niet. Ook in Frankrijk, Italië en Nederland richtten dat soort teruggaven enorme schade aan. Het spel functioneert in de kern zo: binnenlandse aandeelhouders hebben recht op een belastingteruggave, buitenlandse aandeelhouders niet. Banken hebben daar een verdienmodel van gemaakt. Ze kopen de aandelen van buitenlandse klanten kort voor de uitbetaling van de dividenden op en verkopen ze direct daarna terug.

    De zodoende mogelijk gemaakte belastingteruggave wordt met de klant gedeeld en de staat heeft het nakijken. CumCum-transacties zijn op zich niet illegaal. Maar als een belastingvoordeel het enige doel is, geldt dat toch als een vorm van misbruik. Duitse, Franse en Italiaanse autoriteiten zijn het daarover eens.

    Twee varianten

    Voor professor Spengel zijn CumEx en CumCum twee varianten van zuiver fiscaal gemotiveerde transacties. ‘De bankiers, handelaren en juristen hebben de belastingsystemen van de afzonderlijke landen geanalyseerd, gekeken wat mogelijk is en vervolgens de daarbij passende structuren opgezet.’ Afgelopen jaar berekende Spengel dat het de Duitse fiscus tussen 2001 en 2016 minstens 31,8 miljard euro heeft gekost. Frankrijk zag ten minste 17 miljard in rook opgaan, Italië liep 4,5 miljard mis, Denemarken 1,7 miljard en België 201 miljoen euro. Voor 
de andere getroffen landen zijn er geen officiële 
cijfers beschikbaar.

    Hoe en wanneer de transacties zich over Europa 
hebben uitgebreid, is niet eenvoudig te reconstrueren. CumCum-transacties werden in Duitsland, Frankrijk en Italië al in de jaren negentig uitgevoerd. CumEx-transacties kwamen al vanaf 2001 voor in Duitsland en een paar jaar later ook in Zwitserland (2006) en Denemarken (2012). Zwitserland zorgde 
er in 2008 voor dat het onmogelijk werd CumEx-transacties uit te voeren. In Duitsland lukte dat 
pas in 2012. In Denemarken gaan de onderzochte gevallen door tot in 2017.

    Bijna alle banken deden op de een of andere manier mee aan de transacties, onder meer Deutsche Bank en Commerzbank, evenals grote Amerikaanse 
investeringsbanken. Veel banken hadden afdelingen waarvan de medewerkers intern tax traders werden genoemd. Het fenomeen kwam in de hele branche voor.

    Frey, de kroongetuige, noemt de transacties ‘georganiseerde misdaad in krijtstreeppak’. ‘Iedereen die krediet leverde, die als aandelenhandelaar meewerkte, die als depotbank alleen maar aandelen in 
bewaring had, iedere belegger die geld ter beschikking stelde, wist in feite dat de opbrengsten uit de belastingpot werden gehaald.’

    Centraal in de Europese rooftocht staat een groep Londense aandelenhandelaars. Een van hen is 
Salim Mohamed. Eerst werkte hij voor investeringsbank Goldman Sachs, later trad hij in dienst bij een hedgefonds. Mohamed werkte ook samen met Berger en Frey. In het begin kunnen ze het goed met elkaar vinden. Maar als Mohamed in 2009 op eigen houtje verdergaat en volgens Frey aanspraak maakt op het grootste deel van de winsten, raken ze gebrouilleerd. Berger noemt Mohamed daarna alleen nog maar 
‘die smerige Indiër’. Dat staat in een verklaring van Frey tegenover Brorhilker. Berger ontkent dat, net als de samenwerking met Mohamed. Er zouden slechts ‘een of twee gesprekken’ zijn geweest.

    Met zijn firma EQI handelde Mohamed niet alleen 
in Duitse, maar ook in Spaanse, Oostenrijkse, 
Belgische en Finse aandelen, blijkt uit het onderzoek. In 2010 bijvoorbeeld kocht hij via een firma in 
Malta 6,9 miljoen aandelen van het Spaanse energiebedrijf Endesa en een jaar later via een Iers fonds 10,6 miljoen aandelen van Telekom Austria AG. In alle vijf landen verzocht het Ierse fonds in het jaar 2011 om belastingteruggaven. Waarom zou je maar één land beroven als het ook in andere lukt?

    De wereld van belastingrovers verkennen lijkt op diepzeeduiken: hoe dichter je bij de bodem komt, hoe ongelofelijker de creaturen zijn

    Als we bij de Europese Commissie informeren of CumEx-, CumCum- of verwante transacties op 
Europees niveau zijn besproken, luidt het antwoord: ‘Dat valt onder de bevoegdheid van de nationale 
staten.’ Maar hun fiscale instanties denken vooral aan zichzelf en communiceren nauwelijks met elkaar. Het principe is: wie iets weet, vertelt het niet verder. Wie er niet naar vraagt, krijgt niets te horen.

    De Bondsregering ziet CumEx tot op heden als een Duits probleem. Michael Sell, die deze zomer, op het moment dat hij een gesprek voerde met de journalisten, nog de leiding had over de afdeling Belastingen van het ministerie van Financiën, maar inmiddels met pensioen is, acht de transacties zonder meer illegaal; hij heeft het zelfs over ‘georganiseerde 
criminaliteit’. Maar in zijn ogen is het probleem na een wetswijziging in 2012 opgelost. Het systeem 
van afdracht van de couponbelasting werd destijds zodanig veranderd dat CumEx niet meer mogelijk zou zijn.

    In Sells kantoor hangt een grote wereldkaart waarop alle landen waarmee Duitsland een verdrag ter voorkoming van dubbele belasting 
heeft oranje gekleurd zijn. Dat veel van die landen ook getroffen zouden kunnen zijn, is nooit in hem opgekomen. Later zal het ministerie citaten uit het gesprek met Sell niet autoriseren. Duidelijk wordt dat vrijwel niemand de Europese dimensies van CumEx inschatte.

    De enige organisatie die zich inspant voor een 
systematische internationale uitwisseling is de OESO. Sinds 2007 houdt de organisatie van industrielanden een ‘Aggressive Tax Planning Directory’ bij. Via deze databank kunnen de lidstaten belastingtrucs melden aan alle andere OESO-landen. Maar, zegt Achim Pross, chef van de betreffende afdeling, dat functioneert alleen als die databank ook regelmatig gelezen en aangevuld wordt. Als je nu zoekt op ‘CumEx’, 
komt er maar één match uit Duitsland naar voren en die dateert van 2015.

    Het ministerie van Financiën weet inmiddels al dertien jaar van CumEx-praktijken en heeft er sinds drie jaar een stokje voor gestoken. Het ministerie ontkent desgevraagd niet dat het 
pas in 2015 aan de bel heeft getrokken, maar deelt 
in algemene bewoordingen mee dat men ‘in het 
verleden diverse staten, onder andere op hun 
verzoek, over het procedé bij CumEx-transacties heeft geïnformeerd’. Voor de Europese partners 
komt de waarschuwing veel te laat. De buit is dan al geïncasseerd.

    Steeds nieuwe creaties

    Er komen ook meldingen uit andere landen: Ierland, Spanje en zelfs het verre Australië. Verwarrend is dat men daar vaak met andere begrippen of varianten werkt, wat het lastig maakt de transacties te herkennen en te verhinderen. Er ontstaan steeds nieuwe creaties. In de verhoren van Brorhilker komt Frey te weten welke methode Salim Mohamed gebruikte. Daar was hij, naar eigen zeggen, ‘wel vijf minuten sprakeloos van. Ik was gewoon verbluft’.

    CumEx-deals werken over het algemeen zoals goud zoeken: er moeten enorme hoeveelheden worden omgezet om iets substantieels over te houden. Er is dus enorm veel kapitaal nodig, er moeten miljoenen of zelfs miljarden euro’s van banken worden geleend. Salim Mohamed vond een andere weg: looping. Simpel gezegd worden aandelen daarbij zo snel verhandeld 
in een kringloop, dat het lijkt alsof er veel meer zijn dan in werkelijkheid het geval is. Met één aandeel kun je op die manier drie, vijf of soms wel tien belasting-bewijzen genereren. Een van de verdachten verklaart tegenover Brorhilker dat looping vanaf 2009 is ingezet bij transacties op kosten van Duitsland.

    Mohamed zelf laat niets van zich horen en reageert op geen enkele poging om met hem in contact te komen. Het schijnt hem goed te gaan. In 2015 zette hij een respectabele tijd neer in een hardloop- en wielrenwedstrijd. Hij is ook te traceren op de website van de Esher Church School, een kerkelijke school 
in het graafschap Surrey, iets ten zuidwesten van Londen. Mohamed, de belastingrover, is er een van de stafleden.

    Niet een van de verdachten zit tot dusver in de gevangenis. De bedoeling is dat daar verandering in komt. Brorhilkers gerechtelijke onderzoeken betreffen meer dan honderd personen, onder wie Salim Mohamed. Nog dit jaar kan Brorhilker de eerste 
aanklachten indienen.

    De officier van justitie heeft echter een tegenspeler. Vanuit een Zwitsers bergdorp werkt deze aan de juridische verdedigingsstrategie die haar uiterst nauwkeurige, jarenlange arbeid met één grote klap kan vernietigen. Het is Hanno Berger, de vroegere mentor van kroongetuige Frey. Na een doorzoeking van zijn kantoor, eind 2012, heeft hij zich teruggetrokken in Zwitserland.

    Samen met zijn vrouw en een kleinkind woont hij pal tegenover een skilift en hij straalt uit dat hij volledig in zijn recht staat. Aan de houten eettafel doceert Berger eindeloos over de vraag waarom de CumEx-transacties legaal waren. Die waren niet het probleem, dat was de staat die mensen als hij ten onrechte wil vervolgen. Een ‘vernietigingsveldslag’ volgens hem. Ook naar Berger loopt al jaren een gerechtelijk onderzoek.

    Had Duitsland tijdig gewaarschuwd, dan waren 
de Denen misschien helemaal niet beroofd

    Hij maakt een vermoeide indruk. De verdedigingsveldslag is zijn levenswerk geworden. In eerste instantie draait deze om een van die zeldzame Amerikaanse eenmanspensioenfondsen die voor CumEx-transacties werden gebruikt, het zogenaamde KK Law Firm Retirement Plan Trust. In 2011 werd belastingteruggave gevraagd bij het centrale belastingkantoor in Bonn (BZST). Daar bestond algauw de verdenking dat het mogelijk om bedrog ging. De aanvraag werd afgewezen. Maar KK Law liet het er niet bij zitten en eiste een teruggave van 28 miljoen euro. Volgens BZST werd dat bedrag nooit afgedragen. Die rechtsvordering is niet alleen hondsbrutaal, het is zelfs een poging het hele strafrechtelijke onderzoek van Brorhilker om zeep te helpen.

    Berger wilde meerdere eigenaars van eenmanspensioenfondsen ertoe 
bewegen dergelijke vorderingen in te stellen. De meesten zagen daar niets in. Een van hen noemde Berger (in een afgeluisterd telefoongesprek) een ‘klootzak’. Maar KK Law gaat door. 
Het proces loopt enorm in de papieren, er moeten topadvocaten worden 
ingehuurd. Een ander fonds, dat over miljoenen beschikt, wordt in het leven geroepen om de verdediging mee te financieren.

    Volgens insiders hebben meerdere belastingrovers daaraan meebetaald. Als KK Law zou winnen, 
zo ziet Berger het, dan zou CumEx door een rechtbank legaal worden verklaard en zou iedereen vrijuit gaan. Zo ziet ook professor fiscaal recht Spengel 
het: ‘Als KK Law inderdaad gelijk zou krijgen, betekent dat een bittere tegenslag voor de strafrechtelijke vervolging van CumEx-transacties.’

    De uitspraak wordt waarschijnlijk begin volgend jaar gedaan. Dan is 
de strijd gestreden voor de oude CumEx-garde. Maar wat is er van hun leerlingen geworden? Doen zij nog altijd zulke zaken?

    Young gun

    Om dat uit te vinden, veranderen twee van de journalisten in Felix en Otto. Felix, zo luidt het verhaal, is de arrogante telg uit een Duitse miljardairs-familie, die om fiscale redenen in Zwitserland woont. Hij is wat in die kringen een young gun heet: hij wil zijn familie bewijzen dat hij zaken kan doen, miljoenentransacties met fabelachtige rendementen. Zijn oudere halfbroer Otto is altijd sceptisch, hij waakt met argusogen over het vermogen van de familie.

    Met CumEx en CumCum hebben Felix en Otto een paar jaar geleden goed verdiend. Nu willen ze weer gaan meedoen en een miljoenenbedrag van drie cijfers investeren. Via een brievenbusfirma en een tip uit Dubai nemen ze contact op met een handelaar. Ze spreken af elkaar in Londen te ontmoeten.

    Voor 2500 euro huren ze een suite op de zevenen-dertigste verdieping van wolkenkrabber The Shard. Door het raam, dat tot de vloer doorloopt, kun je de Tower Bridge en St Paul’s Cathedral zien. Felix draagt een Breitling-horloge. Otto heeft zich bij een peperdure herenmodezaak in het pak gestoken. Alles voor de geloofwaardigheid.

    De afspraak is om 14:00 uur. Om 13:51 uur gaat de telefoon. De handelaar is te vroeg. Felix en Otto laten hem wachten. Ze laten hem vijftien minuten later ophalen door hun assistente, die in werkelijkheid de echtgenote van een collega is. De man die beneden wacht, is een leerling van Sanjay Shah, de koning van de belastingrovers. Shah heeft iedereen overtroffen en met zijn CumEx-transacties bijzonder veel schade berokkend. Denemarken heeft door toedoen van Shah 1,3 miljard euro verloren. Dat is zelfs voor Frey nauwelijks te bevatten.

    Hij spreekt bijna eerbiedig over de Brit. Met hem samenwerken hebben Frey en Berger niet eens overwogen: ‘te dubieus’. Zelfs onder belastingrovers bestaan er er taboes – uitsluitend risicobeperkende, geen morele. Shah kende geen grenzen. Frey vindt dat hij ‘autistische trekken’ heeft.

    Niets delen

    In 2011 komt Shah op het idee om van zijn hedgefonds Solo Capital een soort algemene onderneming voor CumEx-transacties te maken. Dat blijkt uit een veertien pagina’s tellend levensverhaal dat Shah voor zijn raadslieden heeft opgeschreven. Normaal heb je voor CumEx-transacties meerdere partners nodig: bankiers, handelaars, makelaars. Maar Shah wil alles onder één dak bijeenbrengen en niets delen. Hij wordt mede-eigenaar van de Hamburgse bank Varengold. Shah kon, beweert Frey, de belastingbewijzen bijna voor zichzelf uitschrijven.

    Shahs aanval op Denemarken begint in 2012, het jaar waarin CumEx in Duitsland onmogelijk wordt gemaakt. Denemarken komt pas drie jaar later in actie, als het door de Britse autoriteiten op de aanval wordt geattendeerd. Had Duitsland tijdig gewaarschuwd, dan waren de Denen misschien helemaal niet beroofd. Shah woont dan allang in Dubai, op de kunstmatig aangelegde eilandengroep Palm Jumeirah. Hij bezit er meerdere huizen, viert feesten op zijn luxejacht en laat popsterren als Lenny Kravitz en Snoop Dogg invliegen voor liefdadigheidsevenementen. ‘De CumEx-aandelenhandelaars zagen hem als een dolle hond’, zegt Frey.

    Shah kan Dubai sindsdien niet meer verlaten. Er lopen in Europa tal van gerechtelijke onderzoeken: in Noorwegen, België, Groot-Brittannië en Duitsland. Maar als Frey hem in februari 2017 probeert te bewegen een verklaring af te leggen, begrijpt Shah helemaal niet wat de Duitsers eigenlijk van hem willen. ‘Ik heb toch maar 50 miljoen?’ zegt hij. Tenminste, zo herinnert Frey het zich. Op schriftelijke vragen van journalisten antwoordt Shah niet.

    Corporate action trading

    In de Londense wolkenkrabber loopt een van Shahs leerlingen de suite binnen. Hij is begin dertig, 
donker getint, draagt een wit overhemd met 
manchetknopen. Hij heeft een gebonden presentatieboekwerk bij zich. Felix, de arrogante miljardairstelg, negeert hem eerst maar eens. Hij doet net alsof hij een medewerker aan de telefoon de mantel uitveegt. Later zullen Felix en Otto de leerling van Shah uithoren.

    Direct na de universiteit, vertelt de dertiger, was 
hij begonnen bij de Maple Bank, de bank die de staat door middel van CumEx-transacties honderden 
miljoenen lichter had gemaakt. Bij het hedgefonds van Shah had hij ‘de fijne kneepjes van het vak’ geleerd en een netwerk opgebouwd. Net voordat 
hij in beeld zou kunnen komen bij het justitieel onderzoek, was hij eruit gestapt. En nu stond hij op het punt iets nieuws te te beginnen.

    Felix ziet het wel zitten met hem. Zijn familie heeft goede ervaringen opgedaan met CumEx-transacties en is op zoek naar mogelijkheden om die markt opnieuw te betreden. Hij vraagt wat de leerling te bieden heeft. De jongeman bladert door zijn presentatie. ‘Ik zou het geen CumEx of CumCum willen noemen’, begint hij. Maar wat hij beschrijft, klinkt verdacht veel naar de bekende, puur fiscaal gemotiveerde aandelenhandel rondom de dag waarop de dividenden worden uitgekeerd.

    Ook Gerhard Schick, afgevaardigde in de Bondsdag en financieel expert van de Groenen, interpreteert de presentatie zo: 
‘Het is een rechtstreekse voortzetting van CumEx 
en CumCum.’ Shahs leerling zelf gebruikt liever een andere naam. ‘Wij noemen het corporate action 
trading.’ De drie belangrijkste markten zijn Frankrijk, Italië en Spanje. Noorwegen, Finland, Polen 
en Tsjechië zijn al getest en vormen ook geen 
probleem. De leerling heeft uitstekende contacten met grote investeringsbanken. Die doen nog 
altijd mee.

    Hoe zit het dan met Duitsland, vragen Otto en 
Felix. ‘Zoals het er nu in Duitsland voor staat’, zegt 
de leerling, ‘zou ik nog minstens een jaar wachten. Iedereen kan rustig zaken in Duitsland blijven doen, begrijpt u me niet verkeerd, en dat gebeurt ook. Maar ik zou nog een jaar wachten.’

    Maar CumEx- en CumCum-transacties waren in Duitsland toch wettelijk onmogelijk gemaakt?’ 
De leerling van Shah grijnst. ‘Er zijn altijd mogelijkheden om dat te omzeilen.’

    Dan wordt er nog een beetje met vaktermen 
gesmeten. Het gaat over counterparties en trading levels. Tot Otto zegt: ‘Kom, laten we niet om te hete brei heen draaien, het geld komt van de belastingen.’

    ‘Natuurlijk’, zegt de handelaar.

    Auteurs: Manuel Daubenberger, Karsten Polke-Majewski, Felix Rohrbeck, Christian Salewski en Oliver Schröm

  • 5. ‘Jullie zullen er spijt van krijgen, hoeren’

    5. ‘Jullie zullen er spijt van krijgen, hoeren’

    Een vrouwelijk lid van het Libanese parlement krijgt heftige, seksueel getinte beledigingen over zich heen, omdat zij de corruptie uitgaven van de president aan de kaak durft te stellen.

    Beledigingen zijn vandaag de dag schering en inslag in politieke kringen in Libanon. Het is in feite een middel geworden voor de machthebbers om tegenstanders te lijf te gaan. Het slachtoffer is in dit geval een vrouwelijke afgevaardigde, die zich zorgen maakt over het welzijn en de levensomstandigheden van haar medeburgers. (En in tegenstelling tot andere vrouwen in de Libanese politiek komt deze voormalige tv-journalist uit de ‘gewone’ samenleving en vloeit haar positie niet voort uit het systeem van politieke partijen of een ‘politieke’ achternaam.)

    De afgevaardigde (uit de kieskring Beiroet) is Paula Yacoubian, op wie de machthebbers de meute hebben losgelaten om hun vuile zaakjes in de media op te knappen. Yacoubian heeft niet anders gedaan dan rekening en verantwoording te eisen, nadat de president, Michel Aoun, twee vliegtuigen had gehuurd om met familie en vrienden een uitstapje naar New York te maken. Als antwoord krijgt ze een bak modder over zich heen van vuilspuiters die niet zoveel ophebben met democratie en die anderen graag bekritiseren en door het slijk halen.

    Paula Yacoubian deed niet anders dan als volksvertegenwoordiger corruptie aan de kaak stellen. Maar dat is een misdrijf in de ogen van de aanhangers van president Aoun, zoals de regeringsgezinde journalist Joseph Aboe Fadel en de componist Samir Sfeir. Laatstgenoemde twitterde: ‘Op een dag maakte de [Libanese televisiezender] LBC een interview met Gaddafi in Tripoli. Na de opnamen merkte de Libische leider op: “Laat deze journaliste nog een weekje hier blijven.” Aldus geschiedde. En raad eens om wie het ging?’

    Paula Yacoubian kondigde daarop aan dat ze een klacht gaat indienen tegen Aboe Fadel en Sfeir, waarbij ze hen kwalificeerde als ‘kleine boeven’ in dienst van ‘de grote schooier’ Gebran Bassil [de minister van Buitenlandse Zaken en schoonzoon van president Ayoun]. Dat kwam haar op nieuwe beledigingen te staan. Aboe Fadel bijvoorbeeld twitterde aan het adres van ‘de bevoorrechte vrouwen met parlementaire onschendbaarheid’: ‘Welke trucjes je ook uithaalt met je onschendbaarheid om je opgebruikte lijf buiten schot te houden, we zullen jullie opwachten. Jullie zullen er spijt van krijgen, hoeren. Mijn god, wat zullen jullie het betreuren en wat zullen jullie janken!’

    Gebrek aan respect

    Ook de website van de presidentiële partij spaarde haar niet. ‘Ze brengt de strijd van de Libanese vrouwen in gevaar. Door de media schrijden en mooie praatjes verkopen maakt van Paula Yacoubian nog geen heldin. Integendeel, de publieke opinie wordt alleen maar misselijk van een vrouw uit het volk die haar verantwoordelijkheden niet aankan. En dat blijft een hindernis voor de noodzakelijke verandering opdat een zo groot mogelijk aantal vrouwen toegang krijgt tot functies die om verantwoordelijkheidsbesef vragen.’

    Het gebrek aan respect voor vrouwen, hen omlaag halen en in hun eer aantasten, vooral als zij ook nog journalist zijn, is binnen de regeringspartij staande praktijk geworden. Men herinnert zich wellicht Ibrahim Kanaan, een parlementslid dat ook uit die kringen afkomstig is. Hij liet in een live-tv-uitzending een stroom van beledigingen los op de journaliste Ghada Eid, waarbij hij haar onder meer toebrulde: ‘Mijn voeten zijn schoner dan jij en jouw programma!’ En: ‘Ik weet waar je vandaan komt, slet!’

    Auteur: Batoul Khalil

    Al-Modon
    Libanon | almodon.com

    Links-liberale website die in 2013 is *
opgericht in navolging van de ‘Arabische lente’.* In korte tijd is Al-Modon een van 
de betrouwbaarste Arabische 
nieuwsbronnen geworden.

  • Op Malta is het 
business as usual

    Op Malta is het 
business as usual

    Een halfjaar na de moord op de Maltese journaliste Daphne Caruana Galizia zijn de opdrachtgevers nog altijd niet gepakt. Niet verwonderlijk, vindt men op het eiland: het kan bijna iedereen geweest zijn.

    Op een zaterdagavond in januari trekken naar schatting 110.000 mensen – meer dan een kwart van de bevolking – naar Valletta, de kleine parel van een hoofdstad, om te vieren dat de stad zichzelf een jaar lang Culturele Hoofdstad van Europa 2018 mag noemen. ‘De nationale trots bereikt een historisch hoogtepunt,’ aldus premier Joseph Muscat.

    Het doet er niet toe dat de stad deze eer moet delen met Leeuwarden, een provinciestad in Nederland. Het doet er niet toe dat landen bij toerbeurt aan bod komen. Het doet er niet toe dat veel van het culturele aanbod die avond gerecycled is. Het doet er niet toe dat de trots verdampte toen mensen soms wel drie uur moesten wachten op de bus naar huis. En het doet er niet toe dat het amper drie maanden geleden was dat het eiland werd opgeschrikt door de ernstigste vorm van reputatieschade ooit: de spectaculaire moord, met een autobom, op de prominentste journaliste van het eiland, Daphne Caruana Galizia.

    Cliëntelisme

    Dat paste niet in het plaatje van Muscat. Malta beleeft bijzondere tijden. Het is het kleinste land in de EU, zowel qua bevolking als qua grondgebied (kleiner dan de provincie Utrecht). Het is ook (veruit) de dichtstbevolkte lidstaat en de bevolking groeit nog steeds. Het eiland verandert bovendien het snelst binnen de EU.

    In 1964 werd Malta onafhankelijk van Groot-Brittannië. De charmes van het eiland waren, uh, niet echt verfijnd te noemen: de hotels waren excentriek, de stranden vuil, de Katholieke Kerk deelde de lakens nog uit, de keuken was beïnvloed door de Royal Navy. Maar het klimaat was betrouwbaar; de mensen innemend, vindingrijk en veerkrachtig, zoals ze hadden bewezen in de oorlog. En zoals de plaatselijke uitdrukking luidt: il-maltin jafu idawru lira – Maltezers kunnen geld verdienen.

    De Maltese politiek is fascinerend: altijd rauw, soms gewelddadig. De Arbeiderspartij en de christendemocratenachtige Nationalisten konden rekenen op een soort stammentrouw: meer Feyenoord-Ajax dan links tegen rechts. En vriendendiensten horen er op zo’n klein eiland bij, vooral omdat de meeste banen overheidsbanen zijn. Dat werd nog versterkt door de enkelvoudige overdraagbare stem (‘single transferable vote’), die de concurrentie tussen de kandidaten van dezelfde partij bevordert. Je wordt verkozen als je iedereen kent. ‘Er is altijd cliëntelisme geweest. Arme mensen die druk uitoefenen op politici om een baan te krijgen of een promotie,’ aldus Henry Frendo, professor moderne geschiedenis aan de universiteit van Malta.

    ‘Het is een ongelukkig systeem voor ons,’ zegt Arnold Cassola, oprichter van de Groene Partij op Malta, die niet zozeer in de verdrukking is geraakt als wel is verstikt. ‘En voor het land, zou ik zeggen. Politici kunnen baantjes vergeven. Ze kunnen het voetbalteam sponsoren, een klarinet doneren aan de plaatselijke muziekband of geld geven voor het dorpsfeest.’

    Maar als een kandidaat wint, is hij de baas (‘the winner takes it all’). De premier benoemt iedereen, van de opperrechter, de politiecommissaris tot de schouwburgdirecteur. Loyaliteit is essentieel, competentie optioneel. ‘Het enige verschil met de middeleeuwen is dat we de vrouwen van de tegenpartij niet meer verkrachten,’ zegt Cassola.

    Joseph Muscat werd partijleider van de Arbeiderspartij in 2008, toen hij 34 was. ‘Hij was erg modern, erg capabel, erg charismatisch,’ volgens Christian Peregin, redacteur van website Lovin Malta. Hij was voor de scheiding, homorechten, een minder strenge censuur, allemaal gebieden waar de paus vroeger de dienst uitmaakte. Uiteindelijk omarmde Muscat ook de EU waartoe Malta in 2004 was toegetreden ondanks nukkige bezwaren van de Arbeiderspartij, die toen in de oppositie zat. Het land profiteerde, maar de Nationalisten niet: in 2013 behaalde Muscat een grote overwinning. ‘De vorige regering was vermoeid en werd beschouwd als corrupt,’ zei Peregin. ‘Muscat had energie. En hij gaf die energie door aan zijn regering.’

    “De regering is niet pro-business. Zij ís business”

    Net als zijn Britse evenknie, Tony Blair, moest Muscat afrekenen met de angst dat de Arbeiderspartij het kapitaal zou afschrikken. Maar in tegenstelling tot Blair benoemde hij een zakenman als stafchef: Keith Schembri. ‘Dat is een van de redenen dat deze regering presteert,’ aldus Victor Vella, redacteur van de krant It-Torca, die eigendom is van de vakbond. ‘Er zitten mensen in die dingen voor elkaar kunnen krijgen.’ Dat verklaart nog niet waarom Schembri, die multimiljonair is, dat werk zou willen doen. ‘De regering is niet pro-business,’ zegt priester Joe Borg, ‘zij ís business.’

    En de goede tijden hielden maar aan. Het toerisme groeide, omdat Malta een streepje voor had op de ‘gevaren’ van de Noord-Afrikaanse kusten. Onlinegokbedrijven bleven toestromen, tientallen. En dan die alleszeggende term ‘financiële diensten’. In de omvlaggingsbusiness – waarin voorschriften worden ontdoken door rederijen die hun koopvaardijschepen in het buitenland registreren – staat Malta op de zesde plaats, met bijna 90 miljoen registerton, vlak achter de wereldleiders Panama en Liberia. Het eiland ligt niet offshore in overdrachtelijke zin. Het maakt deel uit van de EU, dus is alles, ook de lage vennootschapsbelasting, transparant en legaal. Schijnbaar.

    Toch brengen de tweetalige plaatselijke kranten elke dag sappige verhalen over corruptie die verder gaan dan voetbalclubs of klarinetten. Maar wat er ook aan het licht wordt gebracht, de Maltezers lijken er hun schouders over op te halen. Behalve dan over het feit dat Malta’s meest vasthoudende journaliste is vermoord.


    De buitenlandse pers heeft Daphne Caruana Galizia onmiddellijk heilig verklaard, wat begrijpelijk was. In Malta waren zelfs haar aanhangers genuanceerder. De laatste tijd hield Daphne (altijd gewoon Daphne) haar eigen onmisbare blog bij, Running Commentary. Dit was erg jammer, want ze zou enorm veel baat gehad hebben bij een goede redacteur. Haar laatste bijdrage staat nog steeds op de site. Hij geeft blijk van een ijzingwekkende scherpzinnigheid: ‘Overal waar je kijkt zitten schurken. De situatie is hopeloos.’ Maar de kop luidt: ‘Die schurk Schembri was vandaag in de rechtbank te beweren dat hij geen schurk was.’ Wat een indruk geeft van haar ongebreideldheid.

    Er zijn drie mannen gearresteerd op verdenking van de moord op Daphne, met overtuigende bewijzen. Maar iedereen weet dat het huurmoordenaars waren. Door wie ze betaald werden is niet duidelijk, voor een deel omdat het iedereen geweest had kunnen zijn.

    Wat we wel weten is dat zowel Schembri als Konrad Mizzi, de meest invloedrijke minister van Muscat, enkele dagen na de verkiezingsoverwinning van de Arbeiderspartij in 2013 Panamese bedrijven hebben opgericht. Een derde account kon, volgens Daphne, in verband worden gebracht met Muscats echtgenote. Afgelopen zomer besloot een furieuze Muscat dat de bevolking maar moest stemmen over zijn eerlijkheid en schreef hij vervroegde verkiezingen uit. Hij won en zijn meerderheid was vrijwel ongewijzigd. En hij zou morgen weer winnen: Daphne was niet de enige die vond dat de nieuwe oppositieleider waardeloos is – die de staat bovendien nog duizenden euro aan achterstallige belastingen verschuldigd is.

    Streng tegen het VK

    Incompetentie, of erger, is nog steeds wijdverbreid in het politieapparaat. En God is ook niet meer almachtig. De Maltese kerk ontsnapte ternauwernood aan schandalen over seksueel misbruik, maar nog maar de helft van de mensen woont de mis bij, en niet zoals vroeger bijna iedereen.

    Begin 2017, toen Muscat afstevende op zijn herverkiezing, maakte hij goede sier met het EU-voorzitterschap dat Malta toen bij toerbeurt bekleedde – net zoals Valletta nu Culturele Hoofdstad van Europa is. In die hoedanigheid was hij bijzonder streng tegen het VK. Daarbij dringen twee gedachten zich op. De eerste was dat hij geen keus had: een voormalige Britse kolonie kon zich amper toegeeflijk tonen als het om de Brexit ging. De andere was dat hij een reden had om kwaad te zijn. Malta’s succes is gebaseerd op het gebruik van differentiële belastingen om bedrijven aan te trekken. Dat zou in het gedrang komen door de lang gekoesterde Frans-Duitse droom van belastingharmonisering. Wie was de grootste tegenstander van dat idee? Juist, het VK, dat er straks niet meer zal zijn om bezwaren te uiten.

    En er zijn andere dreigingen. Een delegatie van het Europees Parlement was gechoqueerd door de manier waarop Malta de moord op Daphne behandelt. De agressieve verkoop van paspoorten uit de Schengenzone aan mensen met een dubieus inkomen wekt ook onrust in Brussel en Straatsburg. En er is een groeiend gevoel dat Malta de kluit belazert. In het VK kennen ze maar één artikel van het Verdrag van Lissabon, en dat is artikel 50. Elders worden steeds meer mensen zich bewust van een andere verdragsbepaling, namelijk artikel 7, op grond waarvan de rechten van het EU-lidmaatschap kunnen worden opgeschort. Polen en Hongarije zijn vanzelfsprekend doelwit, maar Malta wordt ook zenuwachtig. En het heeft daartoe alle reden. Als je de veerboot neemt van Sliema naar Valletta zie je de basiliek boven de borstwering uittorenen, een van Europa’s prachtige panorama’s. Maar als je terugkeert naar het nieuwe Sliema zie je een goedkope versie van Dubai of Singapore dat gebouwd wordt op een krakkemikkige fundering. De trots van Muscat kan voor een diepe val komen.

    Auteur: Matthew Engel
    Vertaler: Dirk Zijlstra

    Openingsbeeld: Inwoners van Malta demonstreren tegen de moord op journalist Daphne Caruana Galizia in oktober 2017. – © Getty Images

    New Statesman
    Verenigd Koninkrijk | weekblad | oplage 34.000

    Sinds 1913 hét tijdschrift voor de Britse linkse intelligentsia. Bekend om zijn diepteanalyses en stevige maatschappijkritiek. In de columns en andere opiniërende stukken stelt het blad zich ook open voor andere dan linkse geluiden.

  • Ellen Johnson Sirleaf bewaarde de vrede in Liberia

    Ellen Johnson Sirleaf bewaarde de vrede in Liberia

    In Liberia is een spannende presidentsrace gaande tussen ex-voetballer George Weah en voormalig vicepresident Joseph Boakai. Daarmee komt binnenkort een einde aan het bewind van Ellen Johnson Sirleaf, Afrika’s eerste vrouwelijke president en winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede. Over haar nalatenschap zijn de meningen verdeeld.

    Langs de zandweg waar Anthony Chea staat loopt een rijtje zingende kinderen voorbij, de gezichten beschilderd met witte verf. Niet ver daarvandaan staat een handvol volwassenen in een tent waar traditionele Liberiaanse muziek uit de speakers schalt. Een oudere man danst in zijn eentje. De campagne voor de presidentsverkiezingen op 10 oktober is begonnen, en Chea en zijn dorpsgenoten maken zich op voor het bezoek van Alexander Cummings, een van de kandidaten die de huidige president, Ellen Johnson Sirleaf, hoopt op te volgen.

    Chea woont in een klein plaatsje in de provincie Grand Kru. Hoewel het 560 kilometer van de hoofdstad Monrovia ligt, het centrum van de politieke macht, is de staat waarin kleine plaatsjes in het achterland verkeren illustratief voor de gemengde nalatenschap van Liberia’s eerste vrouwelijke president. Chea laat zijn blik dwalen over de zandweg vol kuilen die door het centrum van het dorp loopt, en wijst naar een waterpomp die een paar jaar geleden door een hulporganisatie is aangelegd. Het is een van de weinige waterpompen in het dorp – maar deze is defect.

    Chea hoopt dat de volgende president meer kan betekenen voor dorpen als het zijne. Hij en zijn dorpsgenoten zijn van mening dat de huidige regering meer had kunnen doen om de provincie te ontwikkelen. Ze willen betere wegen, scholen, medische voorzieningen, water. Maar Johnson Sirleaf heeft het proces wel in gang gezet, geeft Chea toe. ‘Ze kan het niet in haar eentje afmaken. Nu is het de beurt aan iemand anders om de draad op te pakken.’

    Ellen Johnson Sirleaf tijdens het U.S.-Africa Business Forum in New York, 2016. – © Michael Nagle / Bloomberg via Getty Images
    Ellen Johnson Sirleaf tijdens het U.S.-Africa Business Forum in New York, 2016. – © Michael Nagle / Bloomberg via Getty Images

    Sirleaf legt in januari, na twee ambtstermijnen van zes jaar, haar functie neer. Haar nalatenschap is lastig te duiden. Ze heeft vrouwen vooruitgeholpen, ze heeft wonden verzacht die door de burgeroorlog waren geslagen, maar haar critici vinden dat de politieke vooruitgang ten koste is gegaan van de ontwikkeling op korte termijn, en dat haar bewind wordt gekenmerkt door corruptie en nepotisme.

    Had ze het beter kunnen doen? Misschien. Maar ze had het ook veel slechter kunnen doen.

    Als eerste democratisch gekozen leider sinds het einde van de bloedige burgeroorlog stond Johnson Sirleaf bij haar aantreden in januari 2006 voor de moeilijke taak de zieltogende economie, de verwoeste infrastructuur en de lamgelegde instituties weer op te bouwen. Na twaalf jaar wordt ze alom geprezen voor het bewaren van de nog altijd kwetsbare vrede, maar veel Liberianen vinden dat ze op andere vlakken niet genoeg heeft gedaan.

    Niet dat die kritiek haar raakt.

    Op een donderdagavond zit Johnson Sirleaf aan het hoofd van een vergadertafel op de zesde verdieping in het gebouw van het ministerie van Buitenlandse Zaken aan de Tubman Boulevard, de hoofdstraat van Monrovia. Op de muur tegenover haar hangt een geborduurde kaart van het land met daarop, keurig genaaid, alle vijftien provincievlaggen. ‘Ik kan er kort over zijn,’ zegt het 78-jarige staatshoofd luid om de herrie van een nabijgelegen bouwplaats te overstemmen. ‘Ik laat Liberia in veel betere staat achter dan waarin ik het aantrof.’

    Het land was er nog slechter aan toe dan ze zich had gerealiseerd, bleek al snel toen Johnson Sirleaf als president was geïnstalleerd – en ze moest haar ambities noodgedwongen terugschroeven. ‘We hebben niet de doelen gehaald die ik voor ogen had.’

    Haar ene zoon is bestuurslid van een oliebedrijf en een ander van de centrale bank. De kloof tussen rijk en arm wordt steeds groter: je bent óf rijk óf straatarm. Er bestaat geen middenklasse

    De nieuwe president, in de jaren zeventig in de VS als econoom afgestudeerd, richtte zich eerst op de opbouw van de kwijnende economie. Een van haar grootste successen betrof de toekenning van een noodpakket van 4,6 miljard dollar van het Internationaal Monetair Fonds, in 2010. Tijdens de eerste jaren van haar regeerperiode trok de economie geleidelijk aan, met een groei van 6 procent in 2013. Maar in 2014 sloeg het noodlot toe met de uitbraak van het ebolavirus in West-Afrika. Bijna de helft van de meer dan tienduizend doden viel in Liberia. De vooruitgang stagneerde. ‘Investeerders verlieten het land, aannemers, onze eigen inwoners – er was een enorme leegloop. Daarbovenop kwam een scherpe prijsdaling van twee van onze belangrijke exportproducten, rubber en ijzererts,’ vervolgt Johnson Sirleaf, druk gebarend. Hoewel het land langzaamaan weer opkrabbelt, zijn de vooruitzichten op groei voor dit jaar gedaald naar 2 procent.

    Maar de president is er stellig van overtuigd dat de vrede haar belangrijkste nalatenschap is, en niet zozeer het overwinnen van de ebolacrisis of de economische ontwikkeling van het land. Vrede was bij al haar beslissingen altijd de hoogste prioriteit, benadrukt ze, zelfs als dat inhield dat haar ontwikkelingsdoelen in gevaar kwamen. Op dat front is Johnson Sirleaf niet tekortgeschoten, en haar leidende rol in het bewaren van de vrede werd in 2011 erkend door het Nobelprijscomité. Samen met landgenoot Leymah Gbowee en de Jemenitische journaliste Tawakkul Karman kreeg ze de Nobelprijs voor de Vrede toegekend voor ‘de vreedzame strijd voor de veiligheid van vrouwen en het recht van vrouwen om volwaardig deel te nemen aan de vredesopbouw’.

    Op andere gebieden heeft Johnson Sirleaf minder succes geboekt. Ze had beloofd corruptie uit te roeien, maar liep daarbij tegen een muur aan. ‘De culturele wortels van corruptie heb ik ook zwaar onderschat.’ Het werkte ook niet in haar voordeel dat ze zelf ook van nepotisme werd beticht: in 2012 benoemde ze haar zoon, Robert Sirleaf, tot algemeen directeur van het staatsoliebedrijf National Oil Company of Liberia, en ook twee andere zonen kregen lucratieve baantjes toegeschoven.

    Zoals te verwachten was, barstte na Roberts benoeming een storm van kritiek los, niet alleen onder haar tegenstanders maar ook onder een aantal van haar vrienden. Mede-Nobelprijswinnaar Gbowee stapte uit protest uit de Waarheids- en Verzoeningscommissie. ‘Haar ene zoon is bestuurslid van een oliebedrijf en een ander van de centrale bank. De kloof tussen rijk en arm wordt steeds groter: je bent óf rijk óf straatarm. Er bestaat geen middenklasse,’ aldus Gbowee.

    Johnson Sirleaf reageerde gepikeerd op de kritiek en beet fel van zich af. ‘Was de benoeming fout? Ik vind van niet, ik sta volledig achter mijn beslissing. Mijn zoon heeft de juiste kwalificaties.’ En ze voegt eraan toe dat ze hoopt dat het onderzoek snel openbaar wordt gemaakt zodat blijkt dat haar zoon ten onrechte van corruptie werd verdacht. Maar ze geeft toe dat de beschuldiging van nepotisme hout sneed. ‘Nepotisme is niet in de haak en we moeten allemaal ons best doen om het tegen te gaan. Maar laten we wel zijn: het komt in veel Afrikaanse landen voor, en echt niet alleen in Liberia. Dus waarom valt iedereen over ons heen? Waarom worden de VS niet op de vingers getikt?’

    Vrouw als president

    De verkiezing van Johnson Sirleaf in 2005 tot de eerste vrouwelijke president van Liberia, en zelfs de eerste vrouwelijke president in heel Afrika, was een gebeurtenis van grote betekenis. Zowel bij de verkiezingen van 2005 als van 2011 brachten vrouwen in het hele land massaal hun stem op haar uit. Gemobiliseerde marktkoopvrouwen speelden daarbij een belangrijke rol. ‘Ik heb mijn verkiezing aan hun vertrouwen en vastberadenheid te danken,’ zegt Johnson Sirleaf, ‘en een van de pilaren van mijn beleid was dan ook het versterken van de positie van de vrouw en de bevordering van vrouwenparticipatie. Dat is ons gelukt.’

    Maar hoewel haar beleid vrouwen ontegenzeglijk vooruit heeft geholpen, is het tegelijkertijd koren op de molen van critici. ‘Ik denk dat we vooral op het gebied van vrouwenproblematiek extra kritisch zijn vanwege haar symbolische functie,’ zegt Lakshmi Moore, de interimdirecteur van ActionAid International in Liberia. Niet dat er geen successen waren: tijdens Johnson Sirleafs presidentschap werd verkrachting voor het eerst strafbaar gesteld, en dit jaar zal in Liberia eindelijk een wet tegen huiselijk geweld van kracht worden.

    De armste wijk van Liberia, West Point in Monrovia, werd zwaar getroffen door de ebolauitbraak in 2014, die ongeveer 11.300 doden in West-Afrika tot gevolg had. – © John Moore / Getty Images
    De armste wijk van Liberia, West Point in Monrovia, werd zwaar getroffen door de ebolauitbraak in 2014, die ongeveer 11.300 doden in West-Afrika tot gevolg had. – © John Moore / Getty Images

    Maar Moore, en anderen, vinden dat er niet genoeg is gedaan. Er is bijvoorbeeld nog geen verbod op vrouwenbesnijdenis. Ook zijn vrouwenrechtengroepen bezorgd over wat vrouwen te wachten staat als Johnson Sirleaf haar ambt neerlegt. Veel mensen wijten de toestand waarin het land verkeert aan het feit dat de president een vrouw is. ‘Er komt zeker een terugslag, vooral op het gebied van vrouwenrechten. Johnson Sirleaf krijgt als vrouwelijke president allerlei misstanden in de schoenen geschoven,’ zegt Moore.

    Die tegenreactie is al merkbaar in het slaperige kustplaatsje Harper, in de zuidoostelijke provincie Maryland. Straatverkoopster Eleano Cooper zit met twee vriendinnen langs de kant van de weg. Achter hen rijst een grote, verlaten villa op – een overblijfsel van Harpers hoogtijdagen tijdens de lange regeerperiode van William Tubman (van 1944 tot 1971), toen de elite strandhuizen in het stadje liet bouwen. Broodwinner Cooper verkoopt geroosterde maïskolven voor 20 à 50 Liberiaanse dollar [15 tot 35 eurocent]. Van haar schamele inkomen kan ze nauwelijks rondkomen.

    De kosten van levensonderhoud zijn alleen maar gestegen,’ zegt ze. Het leven als straatverkoper en kostwinner is zwaar, en ze wijt dat aan het feit dat het land wordt geleid door een vrouw. ‘Ik heb liever een man aan het roer,’ antwoordt Cooper als haar wordt gevraagd of ze op een vrouwelijke kandidaat zou stemmen. ‘We hebben nu een vrouw als president en de prijzen rijzen de pan uit – dus geef mij maar een man.’ Ondanks haar frustratie geeft ze toe dat ze zich als vrouw wel gesterkt voelt. Ze voorziet in het onderhoud van haar gezin en heeft het idee dat ze beter is opgewassen tegen haar man.

    Niet iedereen deelt Coopers zorgen over vrouwelijke leiders. Op een drukke markt in Monrovia vertelt Rebecca Kaley dat Johnson Sirleaf haar heeft overtuigd. Omringd door andere vrouwen die, net als zij, gedroogd bush meat, kippenbouillonblokjes en zoeteaardappelbladeren verkopen, denkt Kaley terug aan 2005, toen ze voor het eerst hoorde dat een vrouw zich kandidaat had gesteld. ‘Vrouwen zijn niet tegen de taak opgewassen, dacht ik. Ik stemde niet op haar.’ Maar in 2011 was ze van gedachten veranderd en stemde ze voor Johnson Sirleaf. ‘Dankzij Ellens beleid zijn we sterker geworden,’ zegt Kaley trots. ‘Wij vrouwen zijn sterker geworden.’

    Auteur: Clarissa Sosin
    Vertaler: Astrid Staartjes

    Openingsbeeld: Kinderen spelen basketbal voor hun school en voormalig ebolacentrum in de sloppenwijk West Point in Monrovia. – © John Moore / Getty Images

    Mail & Guardian
    Zuid-Afrika | weekblad | oplage 41.000

    Opgericht in 1985 als Weekly Mail en in 1990 vlot getrokken door The Guardian in Londen. Sinds 2002 eigendom van de Zimbabwaanse krantenuitgever Trevor Ncube.

  • Corruptiezaak Netanyahu nadert apotheose

    Corruptiezaak Netanyahu nadert apotheose

    Het onderzoek tegen de Israëlische premier kan in een stroomversnelling raken, nu zijn voormalige opperbevelhebber als kroongetuige wil optreden.

    De politieke schandalen in Israël en de eindeloze drama’s rondom de regering van Donald Trump lijken in sommige opzichten op elkaar, maar er zijn ook verschillen. De entourage van premier Benjamin Netanyahu is niet zo weerzinwekkend als die van Trump. 
En in tegenstelling tot het drama in Washington nadert het drama in 
Jeruzalem zijn apotheose.

    Onlangs sloot Netanyahu’s voormalig opperbevelhebber Ari Harow een deal met politie en justitie om als kroongetuige op te treden. Deze ontwikkeling kan een doorbraak betekenen 
in het slepende corruptieonderzoek rondom de premier, waarin ook zijn vrouw, oudste zoon, advocaat en 
een van zijn ministers figureren.

    Netanyahu reageerde met het beleggen van een partijbijeenkomst, waarbij drieduizend loyale aanhangers kwamen opdraven. De premier beschuldigde de ‘nepnieuwsmedia’ ervan samen te spannen met zijn linkse tegenstanders en aan te zetten tot een ‘obsessieve, ongekende heksenjacht op mij en mijn familie’.

    Naar Netanyahu lopen twee aparte onderzoeken. Het eerste, met als 
bijnaam ‘Zaak 1000’, gaat over de beschuldiging dat de Netanyahu’s dure cadeaus hebben gekregen van twee rijke zakenmensen: voor maar liefst 150.000 dollar aan sigaren, champagne en juwelen. Het tweede onderzoek, ‘Zaak 2000’, betreft onderhandelingen die Netanyahu voerde met zijn aartsvijand Arnon Mozes, uitgever van het dagblad Yediot Ahronot. De politie vermoedt dat Mozes de premier vlak voor de parlementsverkiezingen van 2015 aanbood de kritiek op hem in deze krant en op de website terug te schroeven. Daar zou tegenover hebben gestaan dat Netanyahu zijn best zou doen de oplage van de belangrijkste concurrent van Yediot Ahronot, de pro-Netanyahu-tabloid Israël Hayom, 
terug te dringen.

    Netanyahu is nog steeds populair. De harde kern van de Likoed-kiezers loopt met hem weg, wantrouwt de elites en hecht weinig geloof aan berichten over zijn misstappen

    Ook Netanyahu’s getrouwen zitten 
in de problemen. Er loopt een ander onderzoek, ‘Zaak 3000’, naar vermeende omkoping bij de aankoop door de Israëlische marine van in Duitsland gefabriceerde schepen en onderzeeërs. Netanyahu’s advocaat David Shimron trad tevens op als advocaat voor een louche tussenpersoon bij deze transactie, en deze man sloot eind juli een deal met justitie om te getuigen in ruil voor strafvermindering. Al eerder adviseerde de politie om Sara Netanyahu aan te klagen wegens het misbruik van overheidsgeld voor het huis van de familie.

    Door de getuigenis van Harow kunnen deze zaken in een stroomversnelling terechtkomen. Tijdens het onderzoek in zijn eigen corruptiezaak heeft de politie Harows mobiele telefoon in beslag genomen. Er bleken opnames op te staan van de geheime besprekingen tussen Netanyahu en Mozes. En dit is niet het enige stukje mogelijk belangwekkende informatie dat Harow voor het onderzoek naar Netanyahu bezat. Zo was het zijn taak om contacten met geldschieters te onderhouden en kan hij dus wellicht het een en ander 
vertellen over de illegale giften die 
de Netanyahu’s jarenlang ontvingen.

    Harow besloot waarschijnlijk een deal te sluiten omdat het bewijs tegen hem zo sterk was dat hij een lange gevangenisstraf tegemoet kon zien. Nu zal hij een taakstraf krijgen en 195.000 dollar boete moeten betalen. Volgens de krant Ha’aretz heeft deze nieuwe ontwikkeling ‘één onvermijdelijke implicatie: er komt een aanklacht tegen Netanyahu… Er is geen reden om een verdachte voor wie het er juridisch zo slecht uitziet als voor Harow te helpen, als daar niet flink wat tegenover staat.’

    Kroongetuige Ari Harow. – © HH
    Kroongetuige Ari Harow. – © HH

    Ondertussen tracht Netanyahu rust uit te stralen. In een bericht op Facebook vertelde hij vrijdagmiddag wat hij de laatste tijd allemaal wel niet bereikt had en vroeg zijn aanhangers om de recente ’achtergrondruis’ te negeren. Maar in de laatste maanden lanceerde hij ook à la Donald Trump allerlei persoonlijke aanvallen, wat eigenlijk helemaal niet zijn stijl is. Hij beschuldigt de Israëlische pers er voortdurend van nepnieuws te verspreiden en politie en justitie ertoe aan te zetten een heksenjacht op hem te openen.

    Sinds Trumps verkiezingsoverwinning in november raadt Netanyahu zijn adviseurs steevast aan om ’op Trump 
te lijken’ en haalde hij publiekelijk gemeen uit tegen journalisten die hem hadden durven bekritiseren. De kleine tv-zender Channel 20, waarvan Netanyahu hoopt dat het het Israëlische Fox News zal worden, vergeleek Harow met Judas.

    Netanyahu’s linkse critici zijn inmiddels begonnen elke zaterdagavond te demonstreren bij het huis van openbaar aanklager Avichai Mandelblit; zij eisen dat er snel gerechtigheid komt. Soms zijn hun aanvallen op Netanyahu’s familie kleinzielig en weinig effectief – maar zelfs dan heeft de reactie van de Netanyahu’s veel weg van de tactiek van de verschroeide aarde. Eind juli ging een Facebookbericht viral waarin geklaagd werd dat [oudste zoon] Yair Netanyahu de poep van de familiehond Kaya niet opruimde. Yair sloeg terug met een eigen Facebookbericht, vol ongefundeerde beschuldigingen tegen links, tegen de media en zelfs tegen de families van Shimon Peres, Ariel Sharon en Ehud Olmert.

    Niet zonder slag of stoot

    Volgens de Israëlische wet hoeft een premier als hij aangeklaagd wordt niet af te treden. Israëlische politiek analisten gaan er dan ook van uit dat Netanyahu niet zonder slag of stoot zal 
vertrekken. Sommige denken dat hij vervroegde verkiezingen zal uitschrijven zodra een aanklacht onvermijdelijk wordt. Een andere theorie stelt dat Netanyahu in het ergste geval een deal zal sluiten: vervroegd politiek pensioen in ruil voor het afblazen van juridische stappen. De grote vraag is nu: wat doen zijn coalitiepartners? Blijven ze hem na een aanklacht steunen? Na het sluiten van de deal met Harow voelden maar weinig ministers zich geroepen om Netanyahu te verdedigen. Hij moest het doen met een paar loyale Likoed-parlementariërs, alleen zij wilden hem op televisie nog wel bijvallen.

    Hoe het ook voor Netanyahu mag aflopen, op korte termijn ziet het er niet best voor hem uit. Volgens de 
premier zelf vormen de media, het ministerie van Justitie, de rechtbanken, universiteiten en zelfs het leger en de top van de veiligheidsdiensten één grote samenzwering tegen hem en zijn familie. Maar Netanyahu is nog steeds populair. De harde kern van de Likoed-kiezers loopt met hem weg, wantrouwt de elites en hecht weinig geloof aan berichten over zijn misstappen. Vooral op veiligheidsgebied hebben rechtse kiezers nog steeds veel vertrouwen in hem. Maar zelfs als Netanyahu aanblijft als premier, kan de sfeer van schandaal om hem heen een bedreiging vormen voor de veiligheid van Israël.

    Auteur: Amos Harel

    Foreign Policy
    Verenigde Staten | tweemaandelijks tijdschrift | oplage 106.000

    Wetenschappelijk tijdschrift, opgericht in 1970 om het ‘debat te stimuleren over belangrijke kwesties van de Amerikaanse buitenlandse politiek’. Sinds 2008 eigendom van The Washington Post.

  • Klokkenluiders verlossen Nigeria niet van corruptie

    Klokkenluiders verlossen Nigeria niet van corruptie

    ‘Tipgeld’ voor klokkenluiders zou een einde moeten maken aan Nigeria’s grootste kwaal: corruptie. Maar zolang het rechtssysteem en de grondwet niet worden gewijzigd, blijft het volgens Ayo Sogunro dweilen met de kraan open.

    Keuze uit het archief

    Afgelopen woensdag werd Bola Tinubu van de regeringspartij All Progressives Congress verkozen tot de nieuwe president van Nigeria. De zeventigjarige Tinubu won met een ruime marge, maar oppositiepartijen trekken de uitslag in twijfel. Er zou zijn gesjoemeld met stemmen en in sommige stemlokalen zou niet transparant zijn geteld. Deze beweringen leggen de vinger op de zere plek van Nigeria’s grootste probleem: corruptie. Zal de nieuwe president het op dat punt beter gaan doen dan zijn voorganger Muhammadu Buhari? Dit artikel laat zien wat Tinubu te doen staat als hij de corruptie in zijn land effectief wil aanpakken.

    Binnen een paar maanden is in Nigeria naar verluidt een slordige 17 miljard naira [48,5 miljoen euro] aan verduisterd geld in beslag genomen dankzij het nieuwe tipgeversbeleid dat president Muhammadu Buhari eind vorig jaar heeft ingevoerd. Dat beleid houdt in dat burgers financiële misdrijven of verdachte economische activiteiten anoniem kunnen melden. Indien de tip vruchten afwerpt, krijgt de tipgever 2,5 tot 5 procent van het opgespoorde geld.

    Het ‘klokkenluidersinitiatief’ heeft geleid tot duizenden tips en een aantal grote invallen. Zo werd in februari een bedrag van 9,8 miljoen dollar in beslag genomen dat was aangetroffen in een pand van Andrew Yakubu, oud-topman van het Nigeriaanse staatsoliebedrijf NNPC. In april werd na een tip 43 miljoen dollar ontdekt in een appartement in Lagos.

    Door deze spectaculaire vangsten oogst de ‘oorlog tegen corruptie’ van de Commissie voor Economische en Financiële Misdrijven (EFCC) veel lof. Hoewel dit optimisme begrijpelijk is in een land waar op grote schaal wordt gefraudeerd en geld in verkeerde zakken verdwijnt, kan het tipgeversbeleid helaas geen einde maken aan het Nigeriaanse probleem met corruptie. Het behaalde succes is absoluut positief, maar een van de tekortkomingen van het initiatief is dat het niet wettelijk wordt ondersteund – en dat wordt ook ruiterlijk toegegeven door de minister van Financiën.

    Strafrechtsysteem

    Het probleem is dat de effectiviteit van beleidsmaatregelen in Nigeria afhankelijk is van degenen die het beleid uitvoeren. Dit betekent dat een nieuwe regering – of zelfs een onwillige functionaris onder de zittende regering – het tipgeversbeleid gemakkelijk kan ondermijnen. Wil het op de lange termijn iets wezenlijks kunnen uitrichten, dan moet er wetgeving komen met duidelijke richtlijnen en beschermingsmaatregelen die gelden voor het hele strafrechtsysteem.

    Maar zelfs met nieuwe wetten zal het effect van het tipgeversbeleid beperkt blijven. Corruptiebestrijding in Nigeria wordt namelijk bemoeilijkt door twee onderliggende problemen. Het eerste is het ontbreken van onafhankelijke instellingen die zonder politieke inmenging functioneren, en het gebrek aan politieke wil om zulke instellingen op te zetten. In geval van de financiële waakhond EFFC bijvoorbeeld kan de president de commissieleden ‘te allen tijde’ ontslaan indien hij dat ‘in het algemeen belang’ acht. Onder zo’n constructie, waarbij de commissie gebonden is aan de goedkeuring van de president, kan zij niet echt onafhankelijk opereren. En zo is de EFCC in haar veertienjarig bestaan verworden tot een politiek instrument dat kleine fraude en tegenstanders van de zittende regering aanpakt, in plaats van op te treden als onafhankelijke waakhond.

    Buhari won de verkiezingen in 2015 met de belofte de wijdverbreide corruptie uit te roeien. Maar om deze bij de wortel aan te kunnen pakken, moeten hervormingen worden doorgevoerd die de aanstelling en de onafhankelijke positie van commissieleden waarborgen. Dit vereist wijzigingen in de grondwet die een einde maken aan de discretionaire bevoegdheden van de regering – een erfenis van het koloniale en militaire bewind. Daarbij moet de opsporings- en politiecapaciteit worden uitgebreid, een team van goed opgeleide officieren van justitie worden samengesteld, en de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en de rechtstaat worden vergroot.

    Het tipgeversbeleid doet niets op dat vlak. Er worden weliswaar een paar dieven in de kraag gevat, maar het levert geen noemenswaardige bijdrage aan de institutionalisering van het strafrechtsysteem.

    De Nigeriaanse politicus Olisah Metuh verlaat de rechtbank in Abuja, waar hij is aangeklaagd voor het witwassen van 2 miljoen dollar. – © Afolabi Sotunde / Reuters
    De Nigeriaanse politicus Olisah Metuh verlaat de rechtbank in Abuja, waar hij is aangeklaagd voor het witwassen van 2 miljoen dollar. – © Afolabi Sotunde / Reuters

    Het tweede onderliggende probleem is de enge definitie die – vaak uit eigenbelang – wordt gehanteerd door degenen die tot taak hebben de corruptie te bestrijden. De regering ziet corruptie enkel als het verduisteren van overheidsgeld, zodat de voorgestelde maatregelen eveneens vrij beperkt zijn.

    Het klopt natuurlijk dat in Nigeria miljoenen aan overheidsgeld worden verduisterd. Dat is financieel wangedrag dat voortkomt uit hebzucht. Maar in Nigeria bestaat ook zoiets als financieel wangedrag dat voortkomt uit armoede. Het gaat hierbij om alledaagse illegale activiteiten die voortvloeien uit de drang om ongunstige neveneffecten van wettelijke verplichtingen te vermijden. Dit is het soort fraude waarbij bijvoorbeeld overheidsambtenaren, die niet worden uitbetaald steekpenningen aannemen of zwart proberen bij te verdienen. Deze uitwassen worden veelal veroorzaakt door sociaaleconomische ongelijkheid en omstandigheden die op hun beurt weer het gevolg zijn van jarenlange patronagepolitiek, slecht beleid en een spilzieke regering.

    Zoals de satirische site #bringbackcorruption benadrukte, is corruptie niet alleen een kwestie van beëdigde overheidsfunctionarissen die misbruik maken van een gebrekkig systeem. In veel opzichten is het systeem – waar miljoenen Nigerianen het mee moeten doen – het probleem. Het systeem aanpakken vergt veel meer dan een gewiekste maatregel om een paar witteboordencriminelen in de kraag te vatten.

    Het bieden 
van geld in ruil voor informatie is 
kenmerkend voor het gebrek aan welvaart, de sociaaleconomische ongelijkheid en de klassendiscriminatie die in Nigeria heersen

    De poging van de huidige regering 
om corruptie te lijf te gaan met het lokmiddel van een tipgeversloon legt de vinger precies op de zere plek. Het hele idee van ‘klikken loont’ is aantrekkelijk in een maatschappij waar zo’n zeventig procent van de bevolking in armoede leeft. Het bieden 
van geld in ruil voor informatie is 
kenmerkend voor het gebrek aan welvaart, de sociaaleconomische ongelijkheid en de klassendiscriminatie die in Nigeria heersen.

    Een half ei is altijd beter dan een lege dop. Maar Nigerianen moeten zich 
realiseren dat het klokkenluidersinitiatief uiteindelijk nooit een heel ei zal opleveren. In het gunstigste geval kan het bestaande strategieën ondersteunen, maar het beleid zelf evenals het strafrechtsysteem worden nog altijd politiek gestuurd.

    Een paar grote vangsten en veroordelingen kunnen – en moeten – worden toegejuicht. Maar de hardnekkige Nigeriaanse gewoonte om de ene kortetermijnoplossing te verruilen voor de andere, zet uiteindelijk geen zoden aan de dijk. Het wordt tijd dat daar eens iemand de noodklok over luidt.

  • Het domino-effect van de zaak-Odebrecht

    Het domino-effect van de zaak-Odebrecht

    Sinds de spectaculaire arrestatie in 2015 van een van de machtigste zakenmensen van Brazilië, is de opschudding over de corruptiezaak rondom bouwbedrijf Odebrecht nauwelijks afgenomen.

    De Braziliaanse zakenwereld trilde op zijn grondvesten toen een rechercheteam Marcelo Odebrecht arresteerde in zijn luxueuze huis in São Paulo. En de politieke wereld niet minder. Sindsdien is de opschudding echter niet afgenomen. Odebrecht, de kleinzoon van de oprichter van de het grootste bouwbedrijf 
van Latijns-Amerika – en inmiddels 
de directeur – kent genoeg geheimen om op het hele continent presidenten tot aftreden te dwingen en regeringen 
ten val te brengen. Het bedrijf heeft 168.000 werknemers en is actief in 
28 landen, waaronder Venezuela, Colombia, Peru en de Verenigde Staten.

    Vergiftigd cadeautje

    Maandenlang weigerde de zelfverzekerde en koppige Odebrecht het vergiftigde cadeautje van het Braziliaanse Openbaar Ministerie te accepteren: alles vertellen wat hij wist – en dan vooral wie hij allemaal steekpenningen had toegestopt in ruil voor lucratieve contracten – om zo zijn strafmaat te verminderen. Maar zijn bedrijf was in een vrije val geraakt en dreigde niet meer aan publieke aanbestedingen 
mee te mogen doen. Dit gevaar, 
tezamen met het door de onderzoekers verzamelde bewijsmateriaal, deed 
hem uiteindelijk toch buigen. Een door een secretaresse vergeten dossier met daarin alle namen van politici die geregeld betalingen hadden ontvangen, was een van de meest doorslaggevende bewijsstukken.

    Odebrecht besloot uit de school te klappen in ruil voor een verlaging 
met tien jaar van de hem in maart 2016 opgelegde gevangenisstraf van negentien jaar. In navolging van hun chef besloten nog 77 andere hoge functionarissen van het bedrijf alle namen, periodes en exacte geldbedragen 
waarvan zij op de hoogte waren aan 
de politie te melden, in ruil voor jaren van vrijheid.

    Marcelo Odebrecht arriveert bij de Braziliaanse federale rechtbank om te getuigen in de zaak Lava Jato. – © Reuters
    Marcelo Odebrecht arriveert bij de Braziliaanse federale rechtbank om te getuigen in de zaak Lava Jato. – © Reuters

    De Odebrecht-groep bood publiekelijk zijn verontschuldigingen aan en betaalde de hoogste boete die een bedrijf ooit wegens corruptie kreeg opgelegd: 3,5 miljard dollar. De Verenigde Staten en Zwitserland deelden in dit bedrag, aangezien ook zij de 
corrupte praktijken van Odebrecht waren gaan onderzoeken. Door de 
straf te accepteren mocht het bedrijf weer meedingen bij publieke aanbestedingen van grote bouwprojecten, de belangrijkste bron van inkomsten.

    Toen het onderzoek eenmaal in gang was gezet, kon niets verhinderen dat 
de vloedgolf aan onthullingen allerlei publieke figuren met zich meesleurde. Buiten Brazilië staan de Colombiaanse president Juan Manuel Santos en de Peruaanse ex-president Alejandro 
Toledo onder verdenking van de Amerikaanse autoriteiten en van justitie in eigen land. Volgens de Amerikaanse hoofdofficier van justitie Sung-Hee Suh beschikte ‘het bedrijf Odebrecht over een geheime maar zeer effectieve 
eenheid – zeg maar een smeergeldafdeling – die systematisch honderden miljoenen dollars aan steekpenningen betaalde aan regeringsfunctionarissen uit landen op drie verschillende continenten’.

    Niets wijst erop dat de storm overtrekt, integendeel: de bekentenissen van 
de 77 topfunctionarissen (en die van 
Marcelo Odebrecht) worden in Brazilië nu nog beschermd door regels van 
justitiële geheimhouding. Maar deze bescherming zal binnenkort worden opgeheven, en vroeger of later zullen de verklaringen op straat liggen. De Braziliaanse pers heeft ze niet geheel onterecht tot ‘de bekentenis van het einde van de wereld’ bestempeld. Een maand geleden kwam de verklaring van een van deze topfunctionarissen al naar buiten – slechts van eentje. Deze Claudio Melo Filho bekende tegenover de politie dat zijn werk eruit bestond Braziliaanse politici onder druk te 
zetten (en te betalen) om zijn bedrijf 
te begunstigen bij wetswijzigingen 
en de toekenning van contracten. Hij verklaarde ook de huidige president Michel Temer op het terras van het presidentieel paleis 10 miljoen real (ruim 3 miljoen dollar) te hebben 
overhandigd voor zijn verkiezingskas.

    Te verwachten valt dat de verklaring van Marcelo Odebrecht, die in meerdere landen kind aan huis was bij 
presidenten en ministers, zal inslaan als een bom. Dit is wat tot nu toe uit het onderzoek is gebleken:

    COLOMBIA

    Bouwbedrijf Odebrecht heeft toegegeven in Colombia 11 miljoen dollar aan smeergeld te hebben betaald. De mogelijkheid dat ook de Colombiaanse president Juan Manuel Santos bij ‘de zaak-Odebrecht’ is betrokken, veroorzaakte de afgelopen weken een politieke wervelstorm in het Zuid-Amerikaanse land. Het Openbaar Ministerie verklaarde dat een deel van het bedrag waarmee een oud-senator werd omgekocht, zou zijn toegekomen aan de campagnekas 
van Juan Manuel Santos bij de race om het presidentschap in 2014. De dienst maakte dit voorbehoud naar eigen zeggen omdat het zich daarbij uitsluitend baseerde op de verklaring van de oud-senator; fysiek bewijs 
was er niet. Een verzoek om nader onderzoek naar de kwestie werd door de president ingewilligd. Op 14 januari van dit jaar werd een oud-parlementslid van de liberale partij, Otto Bula, gearresteerd onder verdenking van 
het aannemen van 4,6 miljoen dollar aan steekpenningen om Odebrecht de opdracht voor de bouw van een snelweg te gunnen.

    BRAZILIË

    Volgens de aanklagers in 
de rechtszaak tegen de Braziliaanse staatsoliemaatschappij Petrobras is 
er in totaal ongeveer 20 miljard real (6 miljard euro) achterovergedrukt; 7 miljard real (2,1 miljard euro) daarvan is in de zakken van Odebrecht terechtgekomen. Om de hand op deze bedragen te leggen, betaalde de multinational op zijn beurt 1 miljard real (300 miljoen euro) aan steekpenningen aan politici en andere ambtenaren, meestal in de vorm van donaties aan verkiezingscampagnes.

    De strafzaak tegen Odebrecht wachtte nog op juridische goedkeuring van 
de deals met de 77 topmanagers die bekentenissen hebben afgelegd. Op 30 januari jl. gaf het hooggerechtshof hieraan inderdaad zijn zegen. De bekentenissen zijn nog geheim, maar de Braziliaanse pers heeft de namen van een aantal sleutelfiguren al naar buiten gebracht, waaronder die van 
de huidige president Michel Temer 
en zijn voorgangers Dilma Rousseff 
en Luiz Inácio Lula da Silva. Ook zijn 
er leiders van de Braziliaanse Sociaal-Democratische Partij (PSDB) bij, 
onder wie de huidige minister van 
Buitenlandse Zaken José Serra en de gouverneur van São Paulo Geraldo Alckmin, die zich warmloopt voor de presidentsverkiezingen van 2018.

    PERU

    De anticorruptie-eenheid van het Peruaanse Openbaar Ministerie heeft achttien maanden gevangenisstraf geëist tegen Alejandro Toledo, president van Peru van 2001 tot 2006. Toledo [die in december in Parijs opdook en sindsdien onvindbaar is] wordt ervan beschuldigd 20 miljoen dollar aan smeergeld te hebben ontvangen van Odebrecht. In ruil daarvoor hielp hij het bedrijf aan de opdracht voor een snelweg van Peru naar Brazilië, die de Stille Oceaan moet verbinden met de Atlantische Oceaan. Vanuit de Franse hoofdstad gaf hij 
een interview aan het programma Cuarto Poder waarin hij ontkende ooit smeergeld te hebben aangenomen.

    Overigens is Toledo niet de enige 
Peruaanse oud-president die door het corruptieschandaal rond Odebrecht 
is besmet. Ook de vorige president, Ollanta Humala, kwam in juridische problemen, toen de Braziliaanse krant Folha de São Paulo onthulde dat het bedrijf 3 miljoen dollar had bijgedragen aan zijn presidentscampagne. Vóór deze onthulling was de Peruaanse 
justitie sowieso al bezig met een onderzoek naar Humala wegens 
illegale campagnefinanciering.

    De Braziliaanse bouwgigant heeft niet alleen door corruptie de Peruanen het leven zuur gemaakt

    Verder werd op 31 januari bij terugkomst uit de Verenigde Staten Jorge Cuba aangehouden, de Peruaanse staatssecretaris van Communicatie 
tijdens de tweede ambtsperiode van Humala’s voorganger Alan García. Cuba wordt ervan beschuldigd 1,8 miljoen euro te hebben gekregen om een 
contract voor de aanleg van een aantal metrolijnen aan Odebrecht te gunnen.

    De Braziliaanse bouwgigant heeft niet alleen door corruptie de Peruanen het leven zuur gemaakt. Peru moest vorige week een contract annuleren voor de constructie van een gaspijplijn, met een budget van 6,6 miljard euro het grootste infrastructurele project uit de geschiedenis van het land. Het voor de aanleg verantwoordelijke consortium onder leiding van Odebrecht kon de financiering voor de uitvoering niet rond krijgen. Hiervoor kreeg het bedrijf een fikse boete.

    2x: Peruaanse betogers demonstreren in Lima tegen corruptie in de zaak-Odebrecht. – © Reuters
    2x: Peruaanse betogers demonstreren in Lima tegen corruptie in de zaak-Odebrecht. – © Reuters

    ARGENTINIË

    In Argentinië leeft het idee dat ‘de zaak-Odebrecht’ een probleem was van de regeringen van het echtpaar Kirchner. In de dertien jaar dat Nestor en Christina Kirchner aan de macht waren, deed de Braziliaanse multinational er goede zaken en doneerde volgens het justitiële onderzoek 33 miljoen euro aan ‘tussenpersonen’ in Buenos Aires, waardoor het contracten ter waarde van 263 miljoen euro binnenhaalde. Het schandaal nam onlangs een onverwachte wending, toen ook de entourage van de huidige president Mauricio Macri bij de corruptie betrokken bleek.

    De chef van de Argentijnse geheime dienst, Gustavo Arribas, een goede vriend van de president – die hem zelfs zijn luxeappartement verhuurde voor hij het presidentieel paleis betrok – moest voor de Argentijnse justitie 
verschijnen om uitleg te geven over betalingen van bijna 600.000 dollar die hij in 2013 ontving van Leonardo Meirelles, de man die veel van Odebrechts steekpenningen uitbetaalde.

    De Argentijnse krant La Nación, die dit nieuws naar buiten bracht, vermoedt dat dit smeergeld bestemd was voor 
de aanbesteding van de bouw van de Sarmiento-trein, waar Macri’s neef Ángelo Calcaterra graag aan mee wilde doen. De Argentijnse regering wees deze hypothese verontwaardigd van de hand en Macri verdedigde zijn vriend: ‘Ik begrijp niet waar ze die link met Odebrecht vandaan halen, het is een sprookje.’

    MEXICO

    Odebrecht heeft toegegeven 9,8 miljoen euro aan steekpenningen te hebben betaald aan ‘topfunctionarissen van een door de Mexicaanse staat geleid bedrijf’. Het Braziliaanse bouwbedrijf vertelde de Amerikaanse juridische autoriteiten dat het dit smeergeld tussen oktober 2013 en eind 2014 betaalde om contracten binnen te slepen met een niet bij name genoemd bedrijf. SFP, de dienst die in Mexico beschuldigingen van overheidscorruptie onderzoekt, heeft aangegeven de zaak te bekijken.
    De aan de staat gelieerde oliemaatschappij Petróleos Mexicanos (Pemex) maakte bekend drie grote aan Odebrecht toegekende contracten, waar 37 miljoen euro aan smeergeld voor werd betaald, te willen herzien. Een daarvan is voor de 450 kilometer lange gasleiding Los Ramones, in het noorden van het land, en voor het bouwklaar maken van een stuk land in Tula, in de staat Hidalgo, waar 
een raffinaderij komt te staan.

    In de tijd dat de steekpenningen werden betaald, was Pimex een belangrijke speler bij het openbreken van de Mexicaanse energiemarkt. Eind januari zei het hoofd van de SFP, Arely Gómez, dat het door Odebrecht aan Mexicaanse ambtenaren betaalde smeergeld een van haar prioriteiten is, maar ze liet niets los over de voortgang van het onderzoek.

    Een man loopt langs het logo van Odebrecht bij een bouwplaats in Caracas, Venezuela. – © Getty
    Een man loopt langs het logo van Odebrecht bij een bouwplaats in Caracas, Venezuela. – © Getty

    VENEZUELA

    In de aanklacht van de Amerikaanse justitie staat vermeld dat in Venezuela 93 miljoen euro 
werd betaald aan tussenpersonen die toegang tot bepaalde overheidsdiensten hadden. Odebrecht wilde zo geheime informatie over nieuwe infrastructurele projecten in handen krijgen om zich van concessies te verzekeren.

    DOMINICAANSE REPUBLIEK

    Odebrecht zal de Dominicaanse overheid de komende acht jaar 174 miljoen euro betalen, ter 
compensatie van de steekpenningen die het bedrijf in het land betaalde om opdrachten voor publieke werken in de wacht te slepen. Volgens het Spaanse persbureau EFE maakte het Openbaar Ministerie op 2 januari details bekend van deze met het Braziliaanse bedrijf gesloten deal. 
De Dominicaanse Republiek is 
‘tot op heden het enige Latijns-Amerikaanse land naast Brazilië dat een terugbetaling van maar liefst twee keer de hoogte van het betaalde smeergeld ontvangt’.

    ECUADOR

    Ook Ecuador is niet aan het schandaal ontsnapt. Regeringsfunctionarissen ontvingen tussen 2007 en 2016 voor 31,7 miljoen euro aan smeergeld. Momenteel loopt er een verzoek van het Ecuadoraanse Openbaar Ministerie aan Spanje om Rodrigo Tecla Durán te ondervragen, een op Spaanse bodem opgepakte verdachte die mogelijk meer informatie heeft over Odebrechts praktijken in Ecuador, zo meldt persbureau EFE. Durán wordt verdacht van het witwassen van geld, omkoping van ambtenaren en deelname aan een criminele organisatie.

    PANAMA

    Net als in de Dominicaanse Republiek heeft de firma Odebrecht ook met de Panamese autoriteiten een mondeling akkoord gesloten. Het bedrijf moet een schadevergoeding betalen voor omkopingspraktijken 
in de periode 2010-2014 en volledig meewerken aan het onderzoek. 
De Panamese procureur-generaal maakte 12 januari jl. bekend dat het Braziliaanse bouwbedrijf 59 miljoen dollar aan schadevergoeding zal betalen.

    Auteur: Antonio Jiménez Barca
    Vertaler: Valentijn van Dijck

    El País
    Spanje | dagblad | oplage 397.000

    Zes maanden na de dood van Franco opgericht. Prachtige tabloidkrant met exquise journalisten en bijdragen van grote Spaanse schrijvers.

    CONTEXT: Razendsnelle ontwikkelingen

    Sinds het artikel in El País verscheen, volgden de ontwikkelingen zich razendsnel op. Een kleine greep:

    Colombia. Volgens de krant El Tiempo heeft Otto Bula op 14 februari ontkend dat het geld in de verkiezingskas van president Santos terecht is gekomen.

    Brazilië. Op 1 maart vertelde Marcelo Odebrecht aan justitie dat zijn groep in 2014 150 miljoen real (45 miljoen euro) stortte in de campagnekas van Dilma Rousseff en Michel Temer. Hij liet onvermeld of het om illegale bijdragen ging, aldus de krant O Globo.

    Argentinië. Het bedrijf BTP van Ángelo Calcaterra, de neef van president Mauricio Macri, heeft inderdaad steekpenningen van Odebrecht 
ontvangen, zo onthulde O Estado do São Paulo. Odebrecht wilde deelnemen aan de bouw van een ondergrondse trein in de agglomeratie Buenos Aires.

    Venezuela. Justitie verdenkt een 
van de belangrijkste oppositieleiders, Henrique Capriles, ervan bijna 3 miljoen aan ‘gratificaties’ van Odebrecht te hebben ontvangen toen hij nog gouverneur was, schrijft El Economista. Capriles ontkent.

    Mexico. Justitie onderzoekt een lijntje dat leidt naar oud-president Felipe Calderón (2006-2012). Medewerkers van Odebrecht zouden een ontmoeting tussen Calderón en Lula hebben gearrangeerd, waarin deze laatste een lans zou hebben gebroken voor Braziliaanse investeerders, schrijft Animal Político.

  • 4. Orbán droomt van een gesloten staat

    4. Orbán droomt van een gesloten staat

    Het nationalisme van het Hongaarse regime is een schaamlap voor corruptie en neoliberalisme, aldus een Hongaarse columnist.

    De huidige critici van de Europese Unie willen dat de natiestaten terugkeren. Viktor Orbán heeft dit een prioritaire doelstelling genoemd in zijn jaarlijkse toespraak [uitgesproken op 10 februari jl.] Culturele en economische soevereiniteit is altijd al zijn belangrijkste stokpaardje geweest. Aan de ene kant zou de natiestaat volgens hem kunnen zorgen voor culturele homogeniteit. Aan de andere kant zou de natiestaat de onderlinge concurrentie tussen landen op het gebied van belastingen en lonen bevorderen. Maar waarom zou een van deze twee benaderingen nu uitgerekend voor Hongarije gunstig zijn?

    Wie honderd jaar na de ineenstorting van de Habsburgse monarchie, die de multiculturele vrede op wonderbaarlijke wijze had weten te bewaren, in Midden-Europa tot iedere prijs zou willen terugkeren naar de natiestaat of naar etnische homogeniteit, heeft niets begrepen van de geschiedenis. En ook niet van het heden. De natiestaat van Viktor Orbán is weliswaar handig, want het lukt om Audi en Mercedes aan te trekken met lage lonen en karige arbeidsvoorwaarden. Maar het wordt veel minder efficiënt wanneer je het salaris van een Duitse werknemer in Ingolstadt afzet tegen een Hongaarse arbeider die in Györ zwoegt.

    Dan verliest het kader van de natiestaat zijn aantrekkelijkheid ten opzichte van een pan-Europese benadering. Het is geen toeval dat een natiestaat als Ierland Apple toestond om de fiscus te tillen. In die kwestie waren noch Orbán, noch Le Pen, noch Heinz-Christian Strache [de leider van de Oostenrijkse FPÖ] verontwaardigd over een multinational die de regels van het oude continent en zijn burgers met voeten trad. Het was de Europese Commissie die in actie kwam. De extreem-rechtse partijen, de ridders van de natiestaat, zijn vooral degenen die, achter hun façade van xenofobie, hun eigen arbeiders uitleveren aan de grillen van de globalisering zodra ze een hoge positie hebben bereikt.

    De beste truc van het nationalisme 
is de kiezers ervan te overtuigen dat 
ze zich moeten laten leiden door hun onderbuikgevoelens, als leden van een gedroomde nationale gemeenschap, 
in weerwil van rationele belangen

    Het verbaast dus niet dat groeperingen die de EU op de korrel nemen en er zelfs van gruwen – van de Lega Nord en de FPÖ tot Fidesz – pleiten voor een neoliberaal beleid tegen armoedzaaiers wanneer ze regeren. Het is per slot van rekening heel eenvoudig om Brussel ervan te beschuldigen te hebben bijgedragen aan de daling van de koopkracht en de algehele sociale malaise.

    Viktor Orbán denkt helemaal niet aan de arbeider in Györ wanneer hij de 
natiestaat ophemelt. Hij denkt vooral aan de corruptie, die veel lastiger aan het licht kan worden gebracht in een staat die potdicht zit, en aan de multinationals die hij paait met belastingverlagingen. Het werk van Ulrich Beck (Duitse socioloog, 1944-2015) toont goed aan dat nationalistische retoriek een comfortabele schaamlap is voor 
de kwalijke gevolgen van corruptie en neoliberalisme.

    De beste truc van het nationalisme 
is de kiezers ervan te overtuigen dat 
ze zich moeten laten leiden door hun onderbuikgevoelens, als leden van een gedroomde nationale gemeenschap, 
in weerwil van rationele belangen. 
De arbeider uit het noordoosten van Engeland zou eigenlijk moeten rebelleren tegen de Tories, die zijn positie aanzienlijk hebben verzwakt en hebben bijgedragen aan de stijging van 
de werkloosheid. Maar hij balt zijn vuist tegen Brussel, omdat hij zijn oren laat hangen naar het UKIP-verhaal tegen het sociale Europa, waar 
hij in deze barre tijden toch echt veel baat bij zou hebben.

    Wie de natiestaat in Hongarije bij hoog en bij laag steunt, en dus de grootste pleitbezorger van belastingparadijzen is, blijft de plaatselijke arbeiders afschepen met lage lonen om deze gokstrategie vol te houden die ons onderscheidt van andere landen. Zou dat op termijn echt voordelig zijn voor het land?

    Auteur: Péter Techet
    Vertaler: Dirk Zijlstra

    Lees in deze editie ook het opiniestuk van Ivan Krastev over de anti-EU-partijen.

    Openingsbeeld: Viktor Orbán begroet aanhangers tijdens de Hongaarse nationale feestdag op 15 maart. – © Arpad Kurucz / HH

    Magyar Nemzet
    Hongarije | dagblad | 70.000

    Rechts-conservatief Hongaars dagblad. De krant is gelieerd aan de regerende Fidesz-partij van Viktor Orbán en is altijd kritisch over de linkse oppositiepartij MSZP.

  • Slaap Egypte slaap

    Slaap Egypte slaap

    Twee geliefden vertellen elkaar in de slaapkamer verhalen. Op basis van dit klassieke gegeven schreef de Egyptische auteur Ezzedine Chroukri Fishere een ophefmakende roman over de sluimerende Egyptische revolutie.

    Sinds het verschijnen van The Yacoubian Building (2002) van Alaa al-Aswany heeft geen boek in Egypte tot zo veel ophef geleid als de zesde roman van Ezzedine Choukri Fishere – het dystopische Exit Door, waarin een lid van de Moslimbroederschap president wordt, om vervolgens door zijn minister van Defensie ten val te worden gebracht. Het boek verscheen in 2012, nog voor de verkiezing en de uiteindelijke val van president Mohamed Morsi, een Moslimbroeder.

    Fishere had het vervolg – waarnaar reikhalzend werd uitgekeken, en dat een paar dagen geleden is verschenen bij Al-Karma – ‘Post-revolutionary bed-time stories from Egypt’ kunnen noemen, of ‘The most dangerous tales of Shahrazad’. Maar dat heeft hij niet gedaan, het boek heet Kol Hasa al-Haraa (‘Al die onzin’), en net als in het rauwe Exit Door spaart hij zichzelf noch de lezer. Het is een ambitieuze roman, een wilde verzameling van alle belangrijke revolutionaire gebeurtenissen die de afgelopen zes jaar in Egypte hebben plaatsgevonden, met thema’s zoals de buitenlandse financiering van activisten, seksueel geweld, politiegeweld, homoseksualiteit, corruptie en terrorisme. Alle protagonisten zijn betrokken bij gebeurtenissen als de revolutie van 25 januari, de rellen in Mohamed Mahmoud Street of de bloedbaden van Maspero, Port Said of Rabea al-Adaweya.

    Ze leveren zich over aan een koortsachtige stroom van verhalen, slechts onderbroken door slaap, seks of eten

    Zo’n aanpak kan al snel doorschieten, maar de vijftigjarige Fishere heeft met schijnbaar gemak een kleverig spinnenweb gesponnen dat de lezer al snel inkapselt. Al meteen vanaf de openingsscène – waarin Omar en Amal, die elkaar niet lijken te kennen, in hetzelfde bed ontwaken, kort nadat Amal is vrijgekomen uit de gevangenis – was deze lezer in ieder geval 324 pagina’s lang nauwelijks meer in staat het boek weg te leggen.

    Amal is een negenentwintigjarige Egyptisch-Amerikaanse jurist die gevangen is gezet omdat ze werkte voor een organisatie die illegaal door het buitenland werd gefinancierd (er wordt een impliciete parallel getrokken met de ngo’s die in 2011 keihard werden aangepakt). Ze heeft afstand gedaan van haar Egyptische staatsburgerschap zodat ze maar één jaar de gevangenis in hoefde (een detail dat ontleend zou kunnen zijn aan het lot van de Al Jazeera English -producer Mohamed Fahmy) en moet nu binnen 48 uur het land verlaten. Omars situatie is volkomen anders: hij is tweeëntwintig, van arme komaf, en hij werkt als taxichauffeur. Hij gaat ermee akkoord om tot Amals vertrek bij haar te blijven, in haar appartement in Zamalek, en haar verhalen te vertellen om haar op die manier bij te praten over wat er allemaal is gebeurd in het jaar dat zij heeft vastgezeten. Ze leveren zich over aan een koortsachtige stroom van verhalen, slechts onderbroken door slaap, seks of eten.

    De roman bestrijkt de 48 uur die ze in haar appartement doorbrengen en is opgedeeld in acht hoofdstukken. In zes van die hoofdstukken vertelt Omar verhalen over vrienden of familieleden, en de andere twee hoofdstukken zijn gewijd aan Amal en hem, die elkaar over zichzelf vertellen. Omars verhalen worden zo nu en dan onderbroken door Amal, met vragen of cynische opmerkingen, waarmee ze Omars sombere kijk op de wereld probeert te doorbreken. Haar Egyptische Arabisch is niet al te best, dus zij praat in het Engels, dat omwille van de lezer wordt omgezet in klassiek Arabisch, en niet in spreektalig Arabisch – behalve wanneer ze vloekt. Hun grappige gesprekken en Fishere zelf die af en toe als verteller tussenbeide komt met een ironische opmerking, bieden enig tegenwicht aan de zwaarte van Omars verhalen – de meeste van zijn vrienden zijn vermoord, gevangengezet of verbannen. In de vele dampende seksscènes tussen de twee verwijst Fishere naar geslachtsdelen als ‘lichaamsdelen waarvoor een rechter je gevangen kan zetten als je ze hardop benoemt’, alsof hij op die manier de zelfingenomen moraalridders onder zijn lezers – van de soort die Naji voor de rechter hebben gesleept – wil tarten.

    ‘Hoe is het mogelijk dat een taal die door driehonderd miljoen mensen wordt gesproken geen algemeen aanvaarde synoniemen kent voor de helft van de lichaamsdelen die ze herhaaldelijk en dagelijks aanraken, of voor de handelingen die ze verrichten?’ vraagt Omar zich af in het eerste hoofdstuk. ‘Alsof een of andere gezaghebber de Arabieren heeft veroordeeld tot een totaal stilzwijgen, waardoor ze al deze dingen doen, al deze lichaamsdelen aanraken en zien, zonder erbij te praten, zonder ook maar een woord te zeggen. Wat is dat voor vorm van onderdrukking?’

    Ezzedine Choukri Fishere.
    Ezzedine Choukri Fishere.

    Soms zegt Amal spottend Mawlay (mijn heer) tegen Omar, een omkering van het Sheherazade-motief. Misschien vertelt Omar de verhalen domweg om in de buurt te kunnen zijn van Amal, op wie hij verliefd begint te worden. Maar anders dan in De vertellingen van Duizend-en-een-nacht, waarin Shererazade Sjahriaar het ene na het andere verhaal vertelt zodat de koning haar zal sparen, wijst Fishere er in het voorwoord op dat zowel hijzelf als zijn fictionele protagonisten door deze verhalen in de gevangenis kunnen belanden. Fishere dreigt spottend degenen die het op hem hebben voorzien in zijn volgende boek op te voeren en zo wraak te nemen.

    Herdenken is natuurlijk ook een motief in dit werk. Misschien wil Fishere ons domweg herinneren aan iets wat de afgelopen drie jaar systematisch naar de achtergrond is gedrongen: de revolutie van 25 januari en alle gruwelijkheden die zijn begaan in de strijd tegen de revolutionairen. Het lijkt niet toevallig dat zijn boek is verschenen vlak na de zesde herdenkingsdag van de revolutie.

    All That Rubbish is, net als Exit Door, een politieke roman waarin fictie en realiteit in elkaar overlopen. In het vierde hoofdstuk haalt Fishere een artikel aan van Mada Masr, uit 2014, over veiligheidstroepen die op gruwelijke wijze een activiste hebben verkracht. Fishere voert haar ten tonele als een van zijn gekwelde personages en laat zien wat voor effect de verkrachting op haar leven heeft. Door het in een literaire vorm te gieten helpt hij ons eraan herinneren welk lot leden van de oppositie kan treffen. Een goed boek kan eeuwig meegaan, terwijl nieuwsfeiten vaak gedoemd zijn om in de vergetelheid te raken – al helemaal wanneer niemand verantwoordelijk wordt gehouden voor de misdaden. Omdat Amal herhaaldelijk Omars geloofwaardigheid in twijfel trekt, en hem ervan beschuldigt het allemaal te verzinnen, worden we er juist aan herinnerd dat de misdaden maar al te reëel zijn, doordat zijn verhalen van geen wijken weten.

    Niet alle verhalen zijn echter even sterk. In het derde hoofdstuk vertelt Omar over het lot van drie ‘ultra’s’ van Ahly Football Club, van wie er twee zijn omgekomen tijdens het bloedbad van Port Said in 2012. Maar hier romantiseert Fishere te zeer – de mannen worden enkel afgeschilderd als hardwerkende, heldhaftige en onschuldige jongens. Het is zelfs zo erg dat ik die stukken bijna heb overgeslagen. Het is duidelijk dat de verteller sympathie wil kweken, aangezien de ultra’s door de staatsmedia herhaaldelijk zijn weggezet als tuig en herrieschoppers, maar hier slaat Fishere door.

    Het zette mij ertoe aan me een voorstelling te maken van zijn lezerspubliek. All That Rubbish is een roman die uitgesproken pro-revolutie is, een boek dat vermoedelijk zal worden gelezen door gelijkgestemden. Afhankelijk van de reacties die het oproept, zullen misschien meer mensen geneigd zijn in dit boek te duiken – een boek dat meerdere thema’s kent, zoals overspel, huwelijksproblemen en het groeiende zelfinzicht van twee jonge geliefden.

    Er zijn ook hoofdstukken die een oorspronkelijke kijk bieden op de sociale mechanismen die onze perceptie vormgeven. Een voorbeeld daarvan is de pijnlijke coming out van een homostel, een ander voorbeeld is de tragische liefdesgeschiedenis van een sympathisante van de Broederschap en haar vriendje. Dit zijn momenten waarop Fishere met het vergrootglas van de schrijver inzoomt op de microvezels waaruit onze dagelijkse opvattingen en gedragingen bestaan.

    Ander pad

    All That Rubbish heeft alles in zich om een bestseller te worden, wat hopelijk weer andere schrijvers aanmoedigt om ook een ander pad in te slaan dan in de meeste romans die tot nog toe over de revolutie zijn verschenen, en die vooral dystopisch van aard zijn – van Basma Abdel Aziz’ The Queue tot Mohamed Rabies Otared — wellicht omdat er een soort consensus bestond dat het nog te vroeg was om onverbloemd te schrijven over iets wat nog altijd gaande was.

    Uit Exit Door sprak een optimistische toekomstvisie, ondanks alle politieke onrust. All That Rubbish is veel soberder. De roman begint met een wijs gezegde: ‘Je kunt maar beter slapen op de ellendige dagen.’ Omar en Amal lijken te hebben besloten dat ze zich maar het beste gedeisd kunnen houden en domweg moeten proberen te overleven zonder al te zware persoonlijke verliezen. Zeven van de acht hoofdstukken beginnen ermee dat de een de ander vraagt of hij al wakker is, waarmee Fishere lijkt te willen zeggen dat we, om het einde te halen van deze winterslaap waaraan geen einde lijkt te komen, best af en toe even wakker mogen worden om te eten, te vrijen en verhalen te vertellen, zolang we maar niet vergeten. Maar Amal en Omar lijken geen moment in staat zich echt over te geven aan de slaap.

    Auteur: Sherif Abdel Samad
    Vertaler: Nicolette Hoekmeijer

    Openingsbeeld: © Marco Bulgarelli / Gamma-Rapho via Getty

    Mada Masr
    Egypte | madamasr.com

    Een Egyptisch blog dat onder auspiciën staat van de journalisten van de Egypt Independent (de Engelse versie van Al Masry al-Youm). ‘Mada Masr’ betekent: over Egypte.

  • Hoe Libische oliesmokkelaars het land leegzuigen

    Hoe Libische oliesmokkelaars het land leegzuigen

    Libische milities smokkelen olie van hun land naar Europa, met steun van de politie en de kustwacht, en in eendrachtige samenwerking met de maffia.

    Sabratah ligt aan de uiterste westkant van de Libische kust. De stad, ooit gesticht door Feniciërs, staat bekend om zijn Romeinse ruïnes. Recent zwaaiden Moeammar Gaddafi, rebellengroepen en de Islamitische Staat (IS) er beurtelings de scepter.

    Nu biedt Sabratah een vrijhaven aan militanten en brandstofsmokkelaars, die dit historische deel van de Noord-Afrikaanse kust tot hun werkgebied hebben uitverkozen.
    ‘Wacht tot het donker is, dan zie je tientallen mannen schepen vullen met brandstof,’ zegt Davide. Dat is niet de echte naam van deze ingenieur uit Noord-Italië van ergens in de vijftig die jarenlang in het westen van Libië heeft gewerkt en om veiligheidsredenen anoniem wil blijven.

    ‘Tientallen schepen, tientallen tankers heb ik in het volle blikveld van de lokale kustwacht vanuit Sabratah zien vertrekken,’ zegt hij. ‘De milities, die het gebied tussen Zawiya en Sabratah controleren, verdelen onderling de zones die voor hen van belang zijn, met medeplichtigheid van de politie en de lokale kustwacht.’

    Hij vertelt dat de brandstof naar havens in heel Europa gaat, ‘onder de ogen van degenen die de kust zouden moeten controleren. Iedereen weet het.’

    Volgens hem beheersen de Hneesh en de Dabbashi, twee van de machtigste clans in het westen van Libië, de brandstofsmokkel en mensenhandel. Geschillen worden meestal gewapenderhand beslecht. ‘De mensen die de regio in de gaten zouden moeten houden worden met de dood bedreigd,’ zegt Davide. ‘Dus als ze iets zien, melden ze dat niet. Het gebied is afhankelijk van brandstofsmokkel, vooral nu contant geld schaars is geworden in Libië. De hele economie valt ten offer aan wetteloosheid en corruptie.’

    Het geld in Libië is nauwelijks meer waard dan het papier waarop het is gedrukt

    Libië heeft grotere toegang tot ruwe oliereserves dan enig ander land in Afrika. De economie van het land is altijd sterk afhankelijk geweest van de brandstofexport. Eind januari werden er 715.000 vaten olie per dag opgepompt: dat was het hoogste niveau sinds 2014, maar nog altijd minder dan de helft van de dagelijkse productie van 1,6 miljoen vaten vóór de revolutie van 2011. Veel van die olie, gewonnen terwijl er chaos in het land heerst, wordt nu weggesluisd door smokkelaars.

    Volgens de Libische autoriteiten hebben deze praktijken het land meer dan een half miljard dinar – ruim 340 miljoen euro – gekost. Om een idee te geven van wat dat betekent: in 2016 werden de Libische begrotingsinkomsten geraamd op 5,4 miljard euro, terwijl de uitgaven bijna 13 miljard euro bedroegen. De Libische staatskas kampt dus met grote tekorten.

    Volgens de Libische politie gebruiken de smokkelaars zowel kleine boten als tankers die wel 40.000 liter geraffineerde brandstof kunnen vervoeren. De lading van de schepen uit Sabratah wordt in Malta, op 160 mijl van de Libische kust, en ook in Sicilië verkocht, voordat ze het Italiaanse vasteland bereikt.

    Een met olie volgeladen tanker arriveert in de haven van Tripoli. Volgens de Libische politie gebruiken de smokkelaars zowel kleine boten als tankers die wel 40.000 liter geraffineerde brandstof kunnen vervoeren. – © HH
    Een met olie volgeladen tanker arriveert in de haven van Tripoli. Volgens de Libische politie gebruiken de smokkelaars zowel kleine boten als tankers die wel 40.000 liter geraffineerde brandstof kunnen vervoeren. – © HH

    Op 27 januari kondigde Sadiq al-Sour, openbare aanklager van de zogeheten regering van Nationale Overeenstemming, een groot onderzoek aan inzake corruptie in de oliesector, gericht op de smokkel van geraffineerde producten van Libië naar Italië, Malta, Cyprus en Griekenland. De macht van de smokkelaars kan echter ver reiken. Op 4 januari beschuldigde Mustafa Sanalla, hoofd van het nationale Libische oliebedrijf, de Bewakers van Petroliumfaciliteiten – een officiële instantie – van corruptie en medeplichtigheid aan de praktijken van binnenlandse en buitenlandse smokkelaars. Het antwoord liet niet lang op zich wachten. Een dag na deze aantijging werd de belangrijkste elektriciteitscentrale van Zawiya, een stad van zo’n 200.000 inwoners, stilgelegd. Het westen van Libië moest het dagenlang zonder stroom stellen.

    ‘Brandstofkartels bestieren het gebied rond Zawiya,’ zegt Davide. ‘Ik heb gehoord van milities die controleposten opzetten, met de bedoeling wegen te blokkeren voor een ongestoorde doorgang van tankwagens naar de haven. In Sabratah vertelt iedereen me dat de Libische milities overeenkomsten hebben gesloten met Siciliaanse maffiafamilies, die de naar Italië gesmokkelde brandstof beheren.’

    Terwijl de smokkelaars zich verrijken, komt aan het lijden van veel Libiërs voorlopig geen einde. Het geld is er nauwelijks meer waard dan het papier waarop het is gedrukt. En hoe armer het land wordt, hoe meer het misnoegen onder de bevolking groeit. In Tripoli belegeren honderden klanten dagelijks de banken. Ze willen toegang tot hun geld. Maar dat is weg: in Libië is bare munt het privilege van de brandstofsmokkelaars en mensenhandelaars, niet van de gemiddelde Libiër.

    Moe

    Nasser is zestig en heeft zeven kinderen: een paar jaar geleden nog verkocht hij auto’s en was hij rijk. Nu heeft hij niet meer over dan een paar duizend dinar bij de bank. En daar gaat Nasser, die uit oogpunt van veiligheid weigert zijn volledige naam te geven, elke ochtend naartoe. En elke ochtend krijgt hij er hetzelfde te horen: er is geen contant geld.

    Nasser is moe. ‘Geen van jullie Europese regeringen wil ons helpen,’ zegt hij. ‘Vanuit het raam zien jullie mensen sterven in zee. Europese regeringen bedrijven propaganda met hun militaire operaties in de Middellandse Zee die ze namen geven als Sophia, Triton of Frontex. Ondertussen worden onze kusten continu geplaagd door zware misdaad, en niemand die probeert dat op te lossen.’

    Tijdens een EU-top op 3 februari verplichtten Europese leiders zich tot uitgaven van 200 miljoen euro om illegale migratie en mensensmokkel vanuit de Noord-Afrikaanse kust in te dammen. Een maatregel die volgt op operatie Sophia, die was bedoeld de mensensmokkel tegen te gaan maar door diverse regeringen als een mislukking is bestempeld.

    Iedereen, zegt Nasser, heeft er voordeel bij – behalve de man in de straat. ‘Niemand probeert er iets aan te doen omdat er op grote schaal van onze energiebronnen wordt geprofiteerd. Europese landen hebben jarenlang geprofiteerd. Nu zijn de Europeanen hier niet langer welkom. Hun aanwezigheid is verworden tot uitbuiting, diefstal.’

    Een aanval door IS op ENI, het Italiaanse energiebedrijf dat ook in de ‘donkerste momenten van de burgeroorlog’ in Libië in bedrijf blijft. – © HH
    Een aanval door IS op ENI, het Italiaanse energiebedrijf dat ook in de ‘donkerste momenten van de burgeroorlog’ in Libië in bedrijf blijft. – © HH

    Tegenwoordig is de kustweg van Tripoli naar Sabratah – twee van de grootste steden van Libië – afgesloten vanwege gevechten tussen milities, die dagelijks levens eisen en tot ontvoeringen leiden. En toch blijft ENI, het belangrijkste Italiaanse energiebedrijf, hier op volle kracht werken, zelfs in de donkerste momenten van de burgeroorlog.

    Veel werknemers van Mellitah Olil and Gas, ENI’s Libische dochteronderneming, zeggen na wat lokale bewoners beweren: dat de Dabbashi-stam afspraken heeft gemaakt om de veiligheid van de energiereuzen te waarborgen – afspraken die even vertrouwelijk als winstgevend zijn. In een van augustus 2015 daterende brief, die door een bron binnen de Libische geheime dienst is doorgespeeld naar Middle East Eye, staat dat het ‘bataljon van de martelaar Anas Dabbashi een begin heeft gemaakt met de beveiliging en bescherming van de compound. Het zal aanwezig blijven nabij de compoundingang en de weg die het complex verbindt met de westelijke ingangspoort van Sabratah.’

    De brief is ondertekend, aldus de bron, door vertegenwoordigers van Mellitah en de Dabbashi-clan. Zowel ENI als Mellitah Oil and Gas heeft nog niet gereageerd op vragen van de media.

    ‘Het is een domino-effect. We zijn in de steek gelaten, en nu is het land in chaos. Zo lang Libië zo gevaarlijk blijft, zullen westerse regeringen ons links laten liggen’

    Ook zou de Dabbashi-clan betrokken zijn bij mensenhandel, naast brandstof- en wapensmokkel. Dat hebben Libische geheime diensten Middle East Eye verteld. Vorig jaar heeft de burgemeester van Sabratah de Dabbashi-clan er publiekelijk van beschuldigd de aanwezigheid van IS in het gebied te hebben verheimelijkt, en in 2016 opdracht te hebben gegeven tot ontvoering van vier Italiaanse werknemers.

    Vertrouwelijke bronnen in de Libische regering zeggen dat de milities buitenlandse bedrijven dwingen steekpenningen te betalen om in het gebied te kunnen blijven werken: er kan zowel contant als met brandstof worden afgerekend. Libische bronnen binnen de inlichtingendiensten vertelden Middle East Eye dat de corruptie zo alomtegenwoordig is dat hele eenheden van politie en kustwacht openlijk betrokken zijn bij de criminele handel, met name in de regio Zawiya-Sabratah.

    In Tripoli klaagt Abdrazaq Alshneti, een ambtenaar van het ministerie van Binnenlandse Zaken, over het gebrek aan steun van westerse regeringen. ‘Het is een domino-effect,’ zegt hij ‘We zijn in de steek gelaten, en nu is het land in chaos. Er is hier geen enkele veiligheid. Zo lang Libië zo gevaarlijk blijft, zullen westerse regeringen ons links laten liggen.’

    Volgens Alshneti spelen dezelfde milities die brandstof smokkelen ook een grote rol in de mensenhandel in Tripoli. Er zijn, zo zegt hij, zeker zo’n tien illegale detentiecentra, rechtstreeks onder het beheer van milities. Dezelfde milities die moeten worden beteugeld, wil Libië enige vooruitgang boeken.

    ‘Het is veel meer dan een politiek probleem,’ zegt Alshneti. ‘In Libië is een regering van nationale eenheid ondenkbaar zolang er geen krachtig nationaal leger is.’

    Auteur: Francesca Mannocchi
    Vertaling: Carl Stellweg

    Middle East Eye
    Ver.-Kon. | middleeasteye.net

    Gebeurtenissen in ‘Midwest-Azië’, o.l.v. David Hearst, afkomstig van The Guardian.
  • Mr. Trump, bedankt voor de muur

    Mr. Trump, bedankt voor de muur

    De Mexicaanse commentator Villanueva is blij met de muur die Donald Trump wil bouwen. Nu moet de Mexicaanse regering eindelijk de corruptie aanpakken.

    De Amerikaanse president Donald Trump heeft een executive order uitgevaardigd om een begin te maken met de bouw van de omstreden muur tussen Mexico en de VS. In Mexico werd een protestcampagne tegen die maatregel gelanceerd. De politieke klasse riep daarbij op tot ‘eenheid’, maar dat was alleen om de eigen schandalige privileges te waarborgen.

    De kloof tussen de regering van Enrique Peña Nieto en het volk is zo diep dat er geen sprake kan zijn van deze ‘eenheid’, die alleen ten goede komt aan degenen die alles hebben en hun positie willen behouden. Het is net zoiets als een verkrachter en zijn slachtoffer hand in hand laten optrekken om een ‘eenheid’ te vormen.

    De Mexicaanse regering probeert ‘morele paniek’ te creëren om Trump als de oorzaak aan te wijzen van alle malheur die het land overkomt. Via een reeks psychologische manipulaties wordt de Amerikaanse regeringsleider gedemoniseerd om de aandacht van de Mexicaanse maatschappij af te leiden.

    Na uitvoerige studie van multilaterale en bilaterale verdragen ben ik tot de conclusie gekomen dat er geen internationaal juridische grond is om de Amerikanen te beletten hun soevereiniteit uit te oefenen door middel van die beruchte muur. Trump kan met de wet in de hand zijn verkiezingsbelofte waarmaken.

    Niemand die bij zijn verstand is kan volhouden dat het gekuip en de straffeloosheid in kringen van de Mexicaanse overheid de schuld is van Trump

    Een groot deel van de Mexicanen is, samen met de regering en de verzamelde politieke partijen, tégen die muur. Het probleem is dat de executive order van Trump geen inbreuk maakt op de soevereiniteit van Mexico. Natuurlijk zou het absurd zijn dat wij als land ook maar één cent zouden uitgeven aan dat project. Dit om de doodeenvoudige reden dat het totaal geen deel uitmaakt van ons beleid en iedereen het er – terecht – over eens is dat die muur onverenigbaar is met de belangen van de Mexicaanse regering. Die heeft er met haar diepgewortelde corruptie voor gezorgd dat een groot deel van onze landgenoten over de grens op zoek gaat naar de kansen die ze door de Mexicaanse autoriteiten worden onthouden.

    Al jarenlang voeren de Verenigde Staten in veel opzichten een paternalistische politiek ten opzichte Mexico. De hulp die ze gaven, zowel in geld als in natura, had slechts in uitzonderlijke gevallen enig effect. En dat is omdat die hulp – die nauwelijks door Washington gemonitord werd – niet ten goede kwam aan het algemeen belang.

    Trumps beslissing is weloverwogen en hij staat in zijn recht. Een internationaal tribunaal zou volgens mij nooit bereid zijn de soevereiniteit van de Verenigde Staten te beperken omdat de uitoefening daarvan nadelig is voor een buurland. Wat Peña Nieto en de verzamelde politieke partijen niet zeggen is dat die muur het directe gevolg is van aanhoudende corruptie, van een onrechtvaardige verdeling van de nationale rijkdom, van de diepe kloof die gaapt tussen de machthebbers en de financieel zwakkeren.

    De corruptie tiert welig in Mexico, en daar komt nu een reactie op: de muur. Niemand die bij zijn verstand is kan volhouden dat het gekuip en de straffeloosheid in kringen van de Mexicaanse overheid de schuld is van Trump.

    De Amerikaanse president valt juridisch niets te verwijten en hij doet wat zijn achterban wil. Als hij die muur bouwt, of wil bouwen, dan komt dat door de buitensporige migratie die Mexico met zijn antidemocratische politiek in gang heeft gezet. Niemand gelooft dat als niet Mexico, maar bijvoorbeeld Japan of Zweden, het buurland van de Verenigde Staten was, die muur ooit maar ter sprake zou zijn gekomen. Logisch, want in die landen is vrijwel geen corruptie, en de corruptie die er is, wordt streng bestraft. Ik zou zelfs willen beweren dat de inwoners van die landen in dat geval, net als nu, geen visum nodig zouden hebben om de VS binnen te komen.

    De regering-Trump heeft gezegd 15.000 man extra aan te zullen nemen voor de bewaking van de Mexicaans-Amerikaanse grens tijdens het bouwen van de muur. – © Luke Sharrett / Bloomberg via Getty
    De regering-Trump heeft gezegd 15.000 man extra aan te zullen nemen voor de bewaking van de Mexicaans-Amerikaanse grens tijdens het bouwen van de muur. – © Luke Sharrett / Bloomberg via Getty

    Als deze maatregel schadelijk is voor het Mexicaanse politieke establishment, dan moeten ze maar eens de hand in eigen boezem steken, want ze hebben zelf de geldverslindende, malafide instituties gecreëerd die het idee van gelijke kansen tot een fata morgana maken. Deze maatregel heeft tenminste nog het voordeel dat er crises ontstaan die ons een kans geven de lange weg in te slaan naar een rationeel en evenwichtig systeem.

    Als die weg al lang geleden was ingeslagen, dan zou migratie nooit zo’n groot probleem zijn geworden, zoals het ook geen probleem is tussen bijvoorbeeld Frankrijk en Oostenrijk. Voor het eerst doet Donald Trump, zonder het zelf te beseffen, Mexico een groot plezier, want dankzij hem komt de Mexicaanse regering nu onder druk te staan. En die druk zal elke dag toenemen als er niet grondig wordt ingegrepen in de verdeling van de rijkdom, als er geen ernst wordt gemaakt met de rechtsstaat (die alleen maar op papier bestaat), als er geen hervormingen worden doorgevoerd die controle op de macht, vrij van demagogie, mogelijk maken.

    Misschien zou het goed zijn als de Amerikaanse staten die grenzen aan Mexico, en die zeker het effect van de muur zullen voelen, op een informele manier economisch en sociaal met ons land gaan samenwerken.

    Het ziet er dus naar uit dat er een einde komt aan de paternalistische relatie tussen Mexico en de VS. Ons land moet nu zijn eigen koers varen, zonder te kunnen rekenen op de financiële hulp die de regering van de Verenigde Staten jarenlang gratis en voor niks aan de Mexicaanse regering verstrekte en waarvan het Mexicaanse volk nooit een cent te zien kreeg.

    Auteur: Ernesto Villanueva
    Vertaler: Jos den Bekker

    Proceso
    Mexico | weekblad | oplage 100.000

    Belangrijk tijdschrift met gedegen onderzoeksjournalistiek. Deskundig op het gebied van de drugshandel. Wordt vooral gelezen door academici en ambtenaren.

  • Modi’s wisseltruc was een kapitale blunder

    Modi’s wisseltruc was een kapitale blunder

    In de strijd tegen corruptie verklaarde de Indiase regering-Modi enkele weken geleden alle biljetten van 500 en 1000 roepie ongeldig. Het resultaat: chaos.

    De ongeldigverklaring van biljetten van 500 en 1000 roepie in India kwam voor bijna iedereen als een verrassing.

    Ongeveer 85 procent van al het briefgeld dat in omloop is, heeft de status van coupons gekregen die alleen op speciale plekken kunnen worden ingewisseld. Als je die coupons wilt omwisselen tegen geldige bankbiljetten, kan dat alleen op vertoon van een identiteitsbewijs (dat honderden miljoenen mensen niet hebben) en je moet afzien in de lange wachtrijen. Meer dan de helft van de inwoners van India heeft op dit moment geen bankrekening en ongeveer 300 miljoen mensen hebben geen ID en daarom geen toegang tot het banksysteem. Ongeveer 130 miljoen mensen kunnen elektronisch betalen via hun mobiele telefoon, 25 miljoen hebben een creditcard, en er zijn misschien 550 tot 600 miljoen betaalpasjes in omloop. Dus contant geld is heel erg belangrijk voor de gemiddelde Indiër.

    De liquiditeit zal minstens enige weken uit het economische systeem weggezogen zijn, dankzij de zeer stringente restricties voor het opnemen van geld uit pinautomaten en van bankrekeningen. Daar komen nog de logistieke problemen bij om die enorme hoeveelheid nieuwe biljetten in circulatie te brengen. Daarenboven zal aan het drukken en verspreiden van de nieuwe biljetten en het uit de roulatie nemen van de oude een fors prijskaartje hangen.

    India heeft een contantgeldeconomie. Meer dan 90 procent van de transacties wordt met contant geld afgewikkeld. De meeste van deze transacties zijn legaal

    India heeft een contantgeldeconomie. Meer dan 90 procent van de transacties wordt met contant geld afgewikkeld. De meeste van deze transacties zijn legaal, gaan om betrekkelijk kleine bedragen en worden gedaan door mensen die te weinig geld verdienen om inkomstenbelasting te betalen. De huishoudelijke hulp betaalt haar buskaartje. Haar man, de loodgieter, wordt betaald voor het repareren van de lekkage. De beveiliger bij de pinautomaat koopt sigaretten. Geld stroomt in en uit het zwarte-witte geldsysteem. De verkoper van paan [betelnootbladeren waarop gekauwd wordt] betaalt bedrijven voor de sigaretten en kauwgum in zijn assortiment en steekt de detailhandelsmarge in zijn zak. Dat is wit. Hij steekt het overgebleven contante geld in de inkoop van paanbladeren en aan deze transactie komen geen documenten te pas: de boer die de paan kweekt betaalt geen belasting, de handelaar die de paan verkoopt doet vaak geen aangifte van zijn transacties. Dat is zwart. De monteur (die geen belasting hoeft te betalen) ontvangt een fooi voor het verwisselen van een band en koopt een metrokaartje (stort zo contant terug in de schatkist), of gaat naar de film (betaalt dienstenbelasting). Veel van deze geldstromen lopen door branches als de mode, de detailhandel, binnenhuisarchitectuur, meubelzaken, wasserijen en stomerijen, de horeca, medische diensten, juweliers, et cetera. We noemen ze de zwart-witte branches.

    De bouw en de makelaardij zijn zwart-wit opgebouwd. Grond wordt altijd verkocht met een gedeelte contant. De projectontwikkelaar koopt zwart en wit en verkoopt zwart en wit. Het bouwbedrijf werkt ook zwart en wit (zo is het opvoeren van gefingeerde bouwvakkers in de administratie een makkelijke manier om zwart geld te genereren).

    Boze indiërs staan in de rij voor een bankkantoor in Mumbai om hun waardeloos geworden bankbiljetten in te wisselen. – © Kunal Patil / Getty
    Boze indiërs staan in de rij voor een bankkantoor in Mumbai om hun waardeloos geworden bankbiljetten in te wisselen. – © Kunal Patil / Getty

    In alle ramingen is de omvang van de zwarte economie in India groot, maar ook de omvang van de ongedocumenteerde, informele maar wel legale economie is groot. Schattingen lopen uiteen van 20 tot 40 procent van het officiële bnp. Veel activa zitten in vastgoed en juwelen of staan op een buitenlandse bankrekening of zitten in buitenlands vastgoed. Politieke partijen en religieuze instellingen hebben vaak koffers vol met contant geld en ook enkele bedrijven die veel met contant geld werken hebben vaak grote sommen liggen.

    Resultaat: de informele economie zal ernstige schade ondervinden. De niet-contante activa zullen wel een tijdje ‘bevroren’ zitten, want het zal niet meevallen om die activa op korte termijn in te wisselen. Het liquide geld zal op de een of andere manier witgewassen moeten worden (misschien door een religieus fonds te openen en daar dan contant geld aan te ‘schenken’) en zal bij de conversie waarschijnlijk enorm in waarde dalen. Roepiebiljetten zullen bij de conversie op de zwarte markt naar harde valuta en ongemunt goud alleen tegen enorme kortingen worden geaccepteerd.

    Alle zwart-witte branches en branches waar veel contant geld in omgaat, zullen er een tijdje last van ondervinden dat veel geld vastzit. Ook andere branches met veel omzet in contant geld (zoals die groentestalletjes langs de kant van de weg). Dat zal leiden tot een aanzienlijk onderpresteren van de economie en een vertraagde groei van het bnp.

    Die vertraging in de groei van het bnp zal niet helemaal worden geregistreerd in officiële statistieken, maar er zal in ieder geval een daling in de consumptie optreden. Omdat de consumptie meer aan India’s bnp bijdraagt dan investeringen, zal het zeker pijn doen. Hoogstwaarschijnlijkheid zullen alle schattingen omtrent de groei van het bnp naar beneden worden bijgesteld, ook al verzet de overheid zich daartegen.

    De zeer armen en de lagere inkomens worden heel hard in hun portemonnee getroffen

    Wie zullen eronder te lijden hebben? Deze maatregel zal zeker politieke partijen treffen die veel contant geld in koffers hebben liggen. Sterker nog, complotdenkers gaan ervan uit dat deze maatregel voornamelijk stoelt op tactische overwegingen met betrekkingen tot de financiering van de komende verkiezingen in Punjab, Gujarat en vooral Uttar Pradesh. Politieke partijen mogen vanaf nu donaties accepteren vanuit het buitenland, en de Bharatiya Janata-partij [de partij van de zittende premier Modi] is duidelijk in het voordeel, omdat ze veel aanhang heeft onder niet in India wonende Indiërs.

    In absolute bedragen zullen ook de zeer rijken worden getroffen door de demonetisatie, maar dat zal hun activa maar marginaal schaden. De middenklasse kan ook enkele maanden ongemakken ondervinden. Maar de zeer armen en de lagere inkomens worden heel hard in hun portemonnee getroffen.

    Wat nu?

    Wat nu? De gevolgen op de lange termijn vallen moeilijk in te schatten. Als de liquiditeit weer terugkeert in de economie, zal de zwart-witte economie dan veranderd zijn? Of zullen mensen gewoon nieuwe manieren vinden om het systeem te misbruiken?

    Ik ben cynisch genoeg om te vermoeden dat het laatste zal gebeuren. Dat gebeurde ook in 1978 toen de Janata-partij demonetiseerde. Terwijl de Indiase economie sinds 1978 aanzienlijk is veranderd, hebben Indiërs in de afgelopen veertig jaar wereldwijd een reputatie opgebouwd op het gebied van vindingrijkheid en praktische oplossingen. Heel veel slimme mensen zijn erop uit om een slaatje te slaan uit de demonetisatie.

    Deze maatregel kan twee soorten politieke reacties opleveren. De rijke koopmansklasse zal afstand nemen van de BJP omdat velen in absolute termen grote sommen geld zullen verliezen en hun activa een tijdje bevroren zullen zijn. De tweede reactie is stemmenverlies bij de lagere inkomens, die een groot deel van hun spaargeld zullen verliezen en veel tijd kwijt zullen zijn aan pogingen om hun zuur verdiende contante geld in te wisselen.

    Er zijn nog enkele punten ter overweging. De belastingdienst zal exponentieel veel meer data kunnen verzamelen. Ook hun discretionaire macht zal dus toenemen, omdat ze gegevens kunnen verzamelen over mensen die grote bedragen contant geld op hun rekening storten. Dat zou volgend jaar kunnen leiden tot een exponentiële stijging in verzoeken aan belastingambtenaren om onderhandse betalingen. India heeft ook geen wetgeving op het gebied van privacy of databescherming. Die data kunnen verkocht worden aan allerlei mensen en ik durf niet te bedenken wat dat allemaal voor gevolgen kan hebben. We zullen het merken.

    Een filosofisch punt. Ons hele monetaire systeem berust op vertrouwen. Een bankbiljet is een stukje papier dat zegt dat de bank van India (de RBI) de toonder een vergelijkbaar stukje papier zal geven of het voor hetzelfde bedrag zal inboeken in een elektronisch grootboek. Het systeem functioneert omdat iedereen erop vertrouwt dat die stukjes papier door ieder ander worden geaccepteerd en daarom is geld een nuttig ruilmiddel. Deze maatregel heeft dat vertrouwen geschaad.

    Auteur: Devangshu Datta

    Scroll.in
    India | scroll.in

    Website die is opgericht in 2013 door een team van prijswinnende journalisten. Het biedt een onafhankelijk nieuwsoverzicht en kritische analyse van de belangrijkste politieke en culturele verhalen die vormgevend zijn voor hedendaags India.

  • Waarom is IJsland zo corrupt?

    Waarom is IJsland zo corrupt?

    Van de 300.000 IJslanders staan er 600 op de lijst van de Panama Papers. Van de 9,5 miljoen Zweden slechts 200. De IJslandse schrijver Hallgrimur Helgason zoekt de verklaring in het koloniale verleden.

    Het schandaal van de Panama Papers heeft ons land als een tsunami getroffen. IJsland, een land met 330.000 inwoners, staat met 600 namen op die lijst! Zweden, met zijn 9,5 miljoen inwoners, met slechts 200 namen. Weer zijn wij de kampioenen van de corruptie en de oplichterij, de amorele idioten van 
de Atlantische landen.

    Volgens de laatste ethische peiling zweeft ons eiland nu ergens tussen Rusland en Oekraïne. En als kers op 
de taart: onze premier, de beruchte Sigmundur Davið Gunnlaugsson, was de enige westerse leider die op de lijst stond, de enige minister-president die een offshorerekening heeft in het belastingparadijs Tortola, een van de Britse Maagdeneilanden. In de wereldpers zagen we hem afgebeeld naast Poetin, Assad, Porosjenko en (nog erger) Sepp Blatter. Ook al had dit onverwachte wereldteam Lionel Messi in de ploeg, toch stond het al vanaf de eerste minuut van de wedstrijd op verliezen. Want onze man, Gunnlaugsson, was de keeper. En na het eerste schot liep hij gewoon van het veld af, het stadion uit.

    Het was een grote klap voor een land dat nog maar acht jaar daarvoor zwaar te lijden had gehad van de financiële crash

    Als u het interview niet hebt gezien waaruit hij wegliep, moet u dat eigenlijk nog even opzoeken op internet. 
Of niet. De premier van IJsland zat gezellig tegenover een groepje internationale journalisten. De eerste vragen waren vrij algemeen, over de economische bedreiging die belastingparadijzen voor onze samenleving vormen, en toen kwamen de lastige vragen: Hebt u zelf zo’n rekening?

    Voor ons waren dat onverdraaglijke televisieminuten. Lang voordat onze premier op het scherm instortte, wisten we al wat eraan kwam, en toen hij begon 
te liegen en zijn Oxford-Engels begon 
te haperen, waren de meesten van 
ons al naar de keuken gevlucht, om 
wat verkoeling te zoeken door wat verse rode pepers uit de koelkast te eten. Toen we weer terug waren in 
de huiskamer, had Gunnlaugsson de plaats delict al verlaten.

    Het interview was al opgenomen op 
11 maart, maar werd op 3 april uitgezonden. Hij wist dat het zijn politieke dood betekende, maar deed net alsof dat niet zo was, vertelde niemand er iets over, zelfs zijn naaste medewerkers niet, gedroeg zich met de dag meer als een zombie, zonder dat iemand begreep waarom. Deze homerische (Simpson)karaktertrek heeft Gunnlaugsson al eerder vertoond: als er een probleem 
is, doet hij zijn ogen dicht en hoopt 
dat het overwaait.

    Een bekend verhaal dat in IJsland over hem de ronde doet, 
is dat tijdens een ruzie met zijn minister van Financiën deze hem opbelde om een bijeenkomst af te spreken. Met enige tegenzin stemde Gunnlaugsson 
in met een gesprek op zijn werkkamer, maar toen de minister van Financiën daar aankwam, zat de premier al in Londen. Hij had zijn belofte gedaan in zijn dienstwagen onderweg naar het vliegveld. En deze zelfde man ging gewoon door alsof er niets aan de hand was, nadat hij was ontmaskerd als een belastingontwijkende offshoremiljonair en een internationale leugenaar, en nam pas ontslag toen de hel losbarstte, een vernedering die hij ons IJslanders had kunnen besparen.

    Een heetwaterbron vlak bij de IJslandse hoofdstad Reykjavik. – © Matt Cardy / Getty
    Een heetwaterbron vlak bij de IJslandse hoofdstad Reykjavik. – © Matt Cardy / Getty

    Het was een grote klap voor een land dat nog maar acht jaar daarvoor zwaar te lijden had gehad van de financiële crash die was veroorzaakt door het handelen van roekeloze en hebzuchtige bankiers en zakenlieden en onbekwame politici. Sindsdien zijn ‘belastingparadijzen’, ‘geheime offshorerekeningen’, ‘Tortola’, de Britse Maagdeneilanden’ woorden waar niemand mee in verband gebracht wil worden. Nog steeds deden geruchten de ronde over oude zakenvikingen en enkele leden van de financiële elite 
die het was gelukt om het zinkende schip, de ‘IJsland 2008’, te verlaten in reddingsboten vol geld en die in de Cariben ‘offshore’ veilig aan land te brengen, maar niemand had gedacht dat het om 600 mensen zou gaan, laat staan dat er tussen die namen drie leden van de regering zouden staan. Twee van hen hadden hun rekening enkele jaren geleden al opgeheven, maar de premier niet, hoewel die rekening nu op naam van zijn vrouw stond.

    Het was met name zo absurd omdat diezelfde Gunnlaugsson zich in de 
nasleep van de crash tot koning der kruisvaarders had gekroond in de strijd tegen de omgevallen banken en hun leningen, een kruistocht die uitmondde in twee referenda. In de postcrash jaren werd Gunnlaugsson de jonge en veelbelovende ‘held van de T-shirts’ (laagopgeleide en ietwat domme mannen en vrouwen die alleen gratis T-shirts dragen).

    Maar toen nam zijn innerlijke Homer Simpson het over.

    IJslands dieet

    Al na twee weken als premier beweerde hij dat hij door zijn critici werd ‘gebombardeerd’, en kwam hij prompt met zijn ‘IJslandse dieet’, waarbij je alleen voedsel mocht eten dat in IJsland werd gemaakt. Buitenlandse etenswaren zouden namelijk een bepaalde bacterie, toxoplasma, bevatten die al het nationale karakter van vele Europese landen had aangetast, vooral dat van Frankrijk en België. (Beste lezers, vergeef me dat ik de pagina’s van uw gewaardeerde krant vervuil met zulke onzin.)

    Ook beëindigde hij de onderhandelingen over onze toetreding tot de EU, werd hij steeds nationalistischer, prees ons ‘sterke karakter’ en onze ‘sterke munt’ (die in honderd jaar duizendvoudig in waarde is gedaald) die alle IJslanders met trots zouden moeten gebruiken. ‘De beste munteenheid ter wereld!’ Al die tijd was hij bezig zijn familiefortuin in vreemde valuta weg te sluizen naar een geheim, ver weg gelegen eiland vol met toxoplasmische, volslagen gek geworden vleeseters. Bovendien bracht zijn ongemakkelijke belangstelling voor de architectuur (daar zou iedere regeringsleider zich verre van moeten houden) hem ertoe te besluiten tot de bouw van nieuwe parlementsgebouwen op basis van een honderd jaar oud ontwerp van een reeds lang overleden architect.

    Maar goed, zijn strijd tegen de omgevallen banken ging voort en afgelopen herfst sloot zijn regering een overeenkomst met hun schuldeisers, mensen die geld waren kwijtgeraakt toen de banken sprongen en die aanspraak maakten op hun failliete boedel. Die overeenkomst werd door enkele deskundigen bekritiseerd omdat de regering te toegeeflijk zou zijn geweest voor de (voornamelijk buitenlandse) schuldeisers. Toen werd onthuld dat het offshorebedrijf Gunnlaugssons echtgenote een van die buitenlandse schuldeisers was en dat hij tijdens de onderhandelingen twee petten op had gehad, moest hij vertrekken.

    Duizenden demonstranten staan iedere dag vanaf vijf uur ’s middags voor het parlementsgebouw te schreeuwen terwijl de rest van het land zich thuis afvraagt hoe ze in godsnaam in 2013 op zo’n stelletje belastingontwijkende schoften heeft kunnen stemmen

    Dus zien we een herhaling van 2008 en begin 2009: duizenden demonstranten staan iedere dag vanaf vijf uur ’s middags voor het parlementsgebouw te schreeuwen: ‘Bananenrepubliek! en ‘Waardeloze regering!’ terwijl de rest van het land thuis blijft en zich afvraagt waarom ze in godsnaam in 2013 op zo’n stelletje belastingontwijkende schoften heeft kunnen stemmen, nog geen vijf jaar na de grote crash, waarna iedere IJslander (dachten we) had gezworen opnieuw te beginnen, zich te herpakken en zich niet langer als de wolf van Wall Street te gedragen.

    De mensen zijn boos.

    Een tweede scheiding is altijd moeilijker dan de eerste (dat weet ik uit eigen ervaring.) En nu zijn we voor de tweede keer bedrogen. Bedrogen door achterbaksheid, hebzucht en leugens. En de namen van de 597 andere belastingontwijkers moeten nog worden onthuld. Het kan alleen maar erger worden. De regering wankelt voort, met twee vroegere belastingontwijkers in haar midden, en een nieuwe premier die vorige week nog de risee van het land was toen hij in een poging zijn vriend Gunnlaugsson te verdedigen zich liet ontvallen: ‘Het is altijd heel ingewikkeld om rijk te zijn in IJsland’ en ‘Ach, het geld moest toch ergens heen’ (moest worden weggesluisd?), zinnetjes die meteen klassiekers werden. En nu is hij de leider van het land, die Russisch uitziende boer en veearts die zich heeft opgewerkt tot slome politicus (hij schijnt een hartslag van drie per minuut te hebben), die is geboren in 1962, maar die al vanaf zijn geboorte 62 lijkt te zijn.

    Ja, zelfs in 2016 zitten de IJslanders nog opgescheept met een premier die niet weet hoe je aardappels moet koken!

    Deense kolonie

    Dat zijn de mannen die aan het roer staan, de mannen die de volgende tsunami Panama-onthullingen die de komende weken op onze kust komt aanrollen, moeten weerstaan. Als al hun zakenpartners, vrienden, boezemvrienden, broers en neven uit hun kleren gespoeld worden en naakt te drogen worden gehangen. Natuurlijk overleeft de nieuwe regering dat niet. We geven ze hooguit twee weken.

    Maar de vraagt blijft: waarom is IJsland zo corrupt? Waarom hebben wij 600 oplichters terwijl Zweden er maar 200 heeft? De verklaring moet in het verleden worden gezocht. In veel opzichten lijken we op de Afrikaanse republieken die nog maar vijftig jaar geleden hun onafhankelijkheid verkregen. Wij waren tot 1944 een Deense kolonie. Het kost tijd voordat landen volwassen worden en een degelijk politiek systeem ontwikkelen.

    Net als die Afrikaanse landen wordt IJsland sinds 1944 gedomineerd door een paar stammen. De minister van Financiën van 2016 is de naamgenoot en kleinzoon van de premier van 1966. Beiden behoren tot de chique bourgeoisiestam, die zijn macht heeft opgebouwd met een magische mix van zakendoen en politiek bedrijven. 
Gunnlaugsson komt uit de wat ruwere T-shirt-stam, zijn vader bouwde een familiefortuin op door met behulp van zijn politieke positie een zeer waardevol bedrijf in zijn bezit te krijgen. Die twee stammen hebben sinds 1944 in iedere regering een zetel gehad, vaak tegelijk, zoals nu, behalve de eerste vier jaar na de crash toen links werd opgeroepen om puin te ruimen. (En niet toevallig was de premier natuurlijk een vrouw, Jóhanna Sigurðardóttir, onze enige premier die zelf aardappels heeft gekookt.)

    IJsland zit als staat nog steeds in de postkoloniale fase, net als Mozambique, Oeganda, Nigeria en zelfs India. We hebben nog een paar revoluties te gaan voor we een normale Europese republiek zijn.

    600 leeuwen

    Vorige week onthulde een IJslandse archeologe de resultaten van haar onderzoek. Jarenlang had ze zitten piekeren over het mysterie van al onze verdwenen kerkvonten, kelken en andere zilveren voorwerpen uit de middeleeuwen, tot ze in Kopenhagen op enkele documenten stuitte waarop werd beschreven hoe die tussen 1550 en 1570, toen we ons hadden ontdaan van het katholicisme en luthers waren geworden, in vele schepen vol naar Denemarken waren getransporteerd. Al het IJslandse zilver werd naar het koninklijk paleis in Kopenhagen gebracht waar het in een grote ketel werd gesmolten. Uit die zilveren soep werden toen drie grote, zilveren leeuwen gemaakt die nog steeds te bekijken zijn in het Rosenborg Slot, en ze zien er nog steeds even ongelukkig en oerstom uit, want gestolen goed gedijt nu eenmaal niet.

    Destijds werd IJsland leeggeroofd door de Denen, tegenwoordig door onze eigen Denen, de ware vampieren van IJsland. En ergens op de belastingparadijselijke eilanden op het zuidelijk halfrond liggen 600 zilveren leeuwen te zweten in het oerwoud.

    Auteur: Hallgrimur Helgason
    Vertaler: Paul Bruijn

    Van Hallgrimur Helgason verscheen in 
het Nederlands de roman Een vrouw 
op 1000 graden (Arbeiderspers).

    Die Welt
    Duitsland | dagblad | oplage 202.000

    Profileert zich als conservatief. Op economisch gebied zeer uitgebreid, tevens aandacht voor toerisme en de huizenmarkt. In 1946 door de Britten in Hamburg opgericht.

  • Hoe Jacob Zuma wegkomt met corruptie

    Hoe Jacob Zuma wegkomt met corruptie

    Hoe kan het dat de Zuid-Afrikaanse president Jacob Zuma nog altijd in het zadel zit, ondanks tal van schandalen? Volgens de Nigeriaanse krant The Guardian moet zijn partij, het ANC, eens goed in de spiegel kijken. ‘Het ANC heeft besloten een in opspraak geraakte leider te steunen en zijn macht te vergroten.’

    Keuze uit het archief

    De voormalige Zuid-Afrikaanse president Jacob Zuma mag niet meedoen aan de parlementsverkiezingen van 29 mei, zo oordeelde de onafhankelijke kiescommissie IEC donderdag. Dit omdat Zuma in 2021 werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijftien maanden wegens minachting van de rechtbank. Volgens de grondwet mag iemand zich pas vanaf vijf jaar na het einde van de straf weer verkiesbaar stellen voor het parlement.
    Zuma was twee termijnen achtereen president van Zuid-Afrika, in de jaren 2009-2018. Dit artikel van The Guardian uit 2016, toen Zuma dus nog aan de macht was, laat zien hoe het Zuma lukte om ondanks zijn corruptie aan de macht te blijven en hoe zijn partij, het ANC, hem in het zadel hield.

    Je vraagt je af wat de snelle jongens van kredietbeoordelaar Moody’s gedacht moeten hebben toen ze half maart in Johannesburg arriveerden om de economie van Zuid-Afrika te evalueren. De voorpagina’s van de kranten stonden vol met sensatieverhalen die 
zo uit een Amerikaanse B-film leken 
te komen. Een gespecialiseerde politieafdeling met de omineuze naam ‘Crimes Against the State Unit’ had gedreigd de alom gerespecteerde minister van Financiën te arresteren, die kort daarvoor was teruggekeerd van een bezoek aan het buitenland om internationale investeringen binnen te slepen.

    Staatssecretaris van Financiën Mcebisi Jonas maakte bekend dat een gefortuneerde familie, die warme banden met president Jacob Zuma onderhoudt, hem het ministerschap had aangeboden, vlak voordat Zuma de betreffende minister had ontslagen. Twee van de drie invloedrijke zakenbroers uit deze familie Gupta zouden hem hebben laten weten dat ‘die ouwe’ hem graag als minister wilde, en dat als hij bereid was ‘mee te werken’ ze hem ‘dat baantje zouden bezorgen’. De Gupta’s en Zuma hebben deze beweringen in alle toonaarden ontkend.

    ‘Dit is de laatste waarschuwing aan het ANC’

    Een ander ANC-parlementslid vertelde dat dezelfde familie hem een kabinetspost had aangeboden. Een van de belangrijkste oud-spindoctors van de regering zei dat de president hem 
had gebeld en hem had opgedragen advertenties te plaatsen in de nieuwe pro-regeringskrant van de Gupta’s. 
Dit volgde op onthullingen in januari dat de minister van Mijnbouw naar Zürich was gevlogen om voor de Gupta’s een mijnbouwdeal te beklinken.

    En dit alles in een week waarin Moody’s, de enige kredietbeoordelaar die Zuid-Afrika sinds 1994 een investment grade-status toekent, op bezoek kwam om 
te beoordelen of het land tot prudent fiscaal beleid in staat is. Het is een spannend jaar; de andere twee ratingbureaus, Standard & Poors en Fitch, hebben de kredietwaardigheid van 
het land verlaagd tot één graad boven de junkstatus.

    De Zuid-Afrikaanse president Jacob Zuma (midden) en gospelster Solly Moholo (l) tijdens een verkiezingsbijeenkomst van het ANC in het Nelson Mandela Bay Stadium. – © Lucky Nxumalo / Getty Images
    De Zuid-Afrikaanse president Jacob Zuma (midden) en gospelster Solly Moholo (l) tijdens een verkiezingsbijeenkomst van het ANC in het Nelson Mandela Bay Stadium. – © Lucky Nxumalo / Getty Images

    De onthullingen versterkten herhaalde beschuldigingen van corruptie aan 
het adres van Zuma. Onthullingen dat de Gupta-familie – die belangen heeft in onder meer de mijnbouw en de media – achter de schermen de hand heeft gehad in het aanstellen en ontslaan van ministers en hooggeplaatste functionarissen, leidden tot de aanzwellende roep om het aftreden van Zuma. ‘Dit is de laatste waarschuwing aan het ANC: als Zuma niet zo snel moge
lijk vervangen of uit zijn ambt gezet wordt, dan moet de samenleving in actie komen om hem af te zetten,’ aldus oud-vicevoorzitter Ronald 
Lamola van de ANC-jeugdliga.

    Vlak voor een cruciale bijeenkomst van de ANC-partijtop in maart, deden drie belangrijke organisaties, opgericht door zwaargewichten uit de anti-apartheidsbeweging Nelson Mandela, Ahmed Kathrada en Oliver Tambo, een dringende oproep aan het partijbestuur om in het belang van alle Zuid-Afrikanen ‘corrigerende maatregelen te treffen’. In plaats daarvan gaf het 
86 leden tellende bestuur Zuma naar verluidt een staande ovatie en legde 
na drie dagen debatteren een verklaring af waarmee het zich achter de in opspraak geraakte leider schaarde. 
‘De benoeming van ministers en onderministers is, conform de grondwet, uitsluitend voorbehouden aan 
de president van de republiek. Het ANC betuigt hierbij dan ook zijn volledige steun aan de president,’ verklaarde secretaris-generaal Gwede Mantashe, die kort daarvoor tegenover journalisten nog had gesproken over ‘een dreigende maffiastaat’.

    Hoge partijbestuurders opdragen alle relevante informatie over de aantijgingen te verzamelen, is hetzelfde als een wolf vragen het kippenhok te bewaken

    Mantashe betoogde verder dat het partijbestuur ‘de partijtop en het National Working Committee [een uitvoerend orgaan waarin zowel hoge partijbestuurders als lagere functionarissen zetelen] heeft opgedragen alle relevante informatie over de aantijgingen te verzamelen, zodat het ANC passende maatregelen kan treffen’.

    Dit is hetzelfde als een wolf vragen om het kippenhok te bewaken. Zuma, degene die ervan wordt beschuldigd 
de staat naar zijn hand te zetten, is de leider van het ANC. De partij vraagt hem nu te luisteren naar diegenen 
die zijn eigen nominaties hebben 
afgestemd. Dat gaat niet gebeuren.

    Kredietbeoordelaars

    Wat gaat er nu wél gebeuren? Zuma behoudt de controle over de ANC-top en kan dus ongestoord blijven doorgaan met het manipuleren van staatsmiddelen om zijn begunstigers, zijn familie en zichzelf te bevoordelen.

    Nu Zuma’s wangedrag zo openlijk is blootgelegd, kan een reactie van kredietbeoordelaars niet uitblijven. Zoals de vermaarde econoom Razia Khan van Standard Chartered Bank twitterde: ‘Systematische politieke corruptie maakt een lage kredietwaardigheid bijna onontkoombaar. En die prijs moet worden betaald door de miljoenen Zuid-Afrikanen die in armoede leven.’

    En dat is het hem juist. Het ANC heeft besloten een in opspraak geraakte leider te steunen en zijn macht te vergroten, en laat daarmee zien dat het vergeten is wat het betekent om vertegenwoordiger te zijn van de arme Zuid-Afrikanen die hen al meer dan honderd jaar steunen en hen sinds 1994 met een overgrote meerderheid aan de macht hebben geholpen.
Terwijl Zuma en zijn kameraden er garen bij spinnen, zal deze grote groep Zuid-Afrikanen gebukt blijven gaan onder een economische groei die dit jaar op minder dan 1 procent zal uitkomen, terwijl de werkeloosheid op 25,5 procent blijft staan.