Van stappen en hartslagen tot gelezen boeken en bekeken series: alles wordt gemeten, gevolgd en gedeeld. ‘Hoe groter de chaos in de wereld om ons heen, hoe meer we verslingerd raken aan cijfers.’
Alles tellen we. Calorieën, hartslag, stappen, minuten REM-slaap, boeken die we gelezen hebben, boeken die we nog willen lezen, series die we gezien hebben en series die we nog willen zien, reizen die we hebben gemaakt en reizen die we nog willen maken, goede vrienden en vage kennissen, films… Elke keer als we ergens een getal op kunnen plakken, geeft dat rust in ons hoofd. Hoe groter de chaos in de wereld om ons heen, hoe meer we verslingerd raken aan cijfers. Orde, recht en statistieken, dat zijn de geboden van de techno-ethiek, waarvan één god de normen bepaalt: de technologie.
Die cijfers zijn schijnbaar betrouwbaarder dan onze intuïtie, onze emoties of de werkelijkheid zoals ervaren door onze vijf zintuigen. James Nicholas Gilmore, docent media en technologie aan de Clemson University in South Carolina, meent dat we uit vrije wil in een spiraal zijn gestapt van wat hij en zijn vakgenoten het ‘proces van dataficering’ noemen. Dat houdt in dat ons hele leven in data wordt gevat, legt hij per e-mail uit. ‘Eerst deden alleen techliefhebbers daaraan mee, maar het is breed geaccepteerd geraakt en nu vinden heel veel mensen dataficering aantrekkelijk en spannend en een mogelijke bron van verondersteld nuttige informatie over hoe we eten, leven en bewegen,’ schrijft hij.
Hoe kun je ‘de beste versie van jezelf’ worden als je geen greep hebt op je statistieken?
Rond 2010 was het constant bijhouden van persoonlijke statistieken nog iets wat alleen de nerds van de zelfkwantificeringsbeweging deden. Doel was om via cijfers tot opperste zelfkennis te komen. Maar vijftien jaar later is het niet alleen heel normaal geworden om een ‘self-tracker’ te zijn, maar heeft het gepraat over cijfers een stichtelijke en vermanende toon gekregen. Hoe kun je ‘de beste versie van jezelf’ worden als je geen greep hebt op je statistieken? Hoe kun je ‘je prestaties optimaliseren’ als je je doelen niet kwantificeert?
De wereldwijde markt voor fitnessapparatuur was in 2023 circa 56,7 miljard dollar waard en niets wijst erop dat de groei er al uit is. Smartwatches van Fitbit en Garmin, brillen van Apple en ringen van Oura moeten welzijn en gezondheid in objectieve cijfers kunnen vatten en beloven zelfs zoiets ambitieus als ‘de complete optimalisering van het bestaan’. We hebben in korte tijd zo’n emotionele band met deze apparaten gekregen dat we zelden of nooit stilstaan bij hoe ze werken. We denken dat ze ons beter kennen dan wijzelf omdat ze ons – zo denken we althans – een objectievere kijk op ons bestaan bieden dan onze eigen beperkte en beïnvloedbare blik. Als deze apparaten, die we op aandringen van hun makers braaf ‘wearables’ noemen, het laten afweten en verkeerde data beginnen door te geven, als onze hartslag bijvoorbeeld die van een kadaver begint te naderen, raken we in paniek, zo is uit verschillende onderzoeken gebleken. Het doet er dan niet toe dat ons lichaam geen enkel teken geeft van onze aanstaande dood, want cijfers zijn heilig. Ons geloof in deze apparaten is onwrikbaar.
Controle
De cijfers waar ze mee komen zijn een combinatie van biometrische gegevens en AI die je activiteit in kaart brengt. Kunnen we daarop vertrouwen? Dat verschilt volgens Gilmore per gebruiker. ‘FitBit herkent stappen door een combinatie van sensoren en een algoritme dat de gegevens verwerkt. Als je in een normaal ritme loopt, kan dat horloge je stappen goed tellen, maar als je met een stok loopt, is er kans dat het je bewegingen niet correct registreert. En de zuurstofsensoren van wearables werken niet goed op een donkere huid.’
Wat ze wel goed kunnen, is ons het gevoel geven dat we alles in de hand hebben. ‘Veel mensen hebben het gevoel dat cijfers hun leven objectiviteit verlenen, en dat stelt ze gerust,’ aldus Gilmore. ‘Mensen lijken het leuk te vinden om cijfers te krijgen over allerlei aspecten van hun leven,’ schrijft Deborah Lutton in een e-mail. Zij doet veel onderzoek naar zelfkwantificering. ‘Daarom houden ze ook hun cultuurconsumptie bij. Zo kunnen ze zich als een groot lezer of iemand met een goede muzikale smaak afficheren. Dat soort kwantificering is er altijd al geweest, vroeger met pen en papier of met spreadsheets, nu met apps en platforms die ons in staat stellen onze cijfers met de hele wereld te delen.’
Sociale bevestiging is de nieuwste ontwikkeling in onze cijfermanie. Een jaar of tien geleden volstond het om met je beste cijfers te pronken, maar tegenwoordig willen we ons met anderen meten – en winnen. ‘We tekenen onze vooruitgang niet alleen op voor onszelf, we leggen alles vast zodat anderen, in potentie heel veel anderen, onze prestaties kunnen bewonderen. De sociale component is heel sterk,’ zegt Karen Shackleford, een sociaal psycholoog gespecialiseerd in media en technologie. ‘Na onze overlevingsdrang is het verlangen naar maatschappelijk succes een van onze grootste drijfveren,’ schrijft Matthew Lieberman, de schrijver van Social: Why Our Brains Are Wired to Connect. Uit diverse onderzoeken blijkt dat mensen, als ze mogen kiezen, een compliment nog verkiezen boven een toetje, of zelfs seks. ‘We vinden het heerlijk om zelfbevestiging van anderen te krijgen,’ zegt Lieberman.
‘De moeten leren inzien dat data ook verzonnen kunnen zijn, dat het een constructie is’
Uit de drang naar waardering (en zelfwaardering) gaan we zelfs liegen. Dan zeggen mensen dat ze vijftig boeken in een maand hebben gelezen, of in één weekend zes seizoenen van een serie hebben gekeken. Het maakt niet uit dat ze de bladzijden alleen diagonaal gelezen of de serie op dubbele snelheid afgespeeld hebben en zich er ook niets meer van herinneren. ‘Sociale interactie legt druk op,’ zegt Shackleford. ‘Het is mogelijk dat we er minder van genieten omdat het afmattend is om erover te vertellen en te posten, het kan zelfs dat we een boek lezen dat ons niet interesseert omdat het een sociale beloning oplevert, en we zullen allicht sneller gaan lezen omdat we een van de eersten willen zijn om een nieuw boek op onze lijst te zetten.’
Het bijhouden van alle activiteiten helpt bij het intellectualiseren van je leven. Gary Wolf, een van de grondleggers van de zelfkwantificeringsbeweging, mag in lezingen graag zeggen dat ‘cijfers de emotionele lading uit een probleem halen en het intellectueel behapbaar maken’. Emoties zijn maar lastig en zitten het handelen en de prestaties in de weg van wie ‘op optimalisering gericht’ is. ‘Het is misschien wat overdreven om van de verafgoding van data te spreken,’ zegt Gilmore, auteur van het boek Bringers of Order: Wearable Technologies and the Manufacturing of Everyday Life. ‘Maar ik denk dat veel mensen maar al te graag de data-ideologie onderschrijven, het geloof in data als de weg naar de waarheid, van hoe meer data hoe beter. We moeten leren inzien dat data ook verzonnen kunnen zijn, dat het een constructie is, soms heel nauwkeurig en goed gemaakt, maar altijd een afspiegeling van wat in berekeningen gevat kan worden. Het is niet de absolute waarheid.’
De Koreaans-Duitse filosoof Byung-Chul Han noemt mensen die door statistieken geobsedeerd worden ‘prestatiesubjecten’. Op alle vlakken is hun leven van productiviteitsdwang doordrongen, van slaap tot voeding, van lezen tot ontspanning. Die constante zelfmeting wakkert twee neigingen aan: introspectie en het verlangen naar zelfinzicht. De vooruitgang die we daarbij zoeken is meetbaar omdat volgens de techno-ethiek dat wat niet gemeten kan worden niet bestaat. Die gedachte kan ons in de problemen brengen.
Brazilië lanceert ‘dWallet’, een proefproject waarmee burgers geld kunnen verdienen met digitale gegevens. Hiermee loopt het land vooruit op vergelijkbare initiatieven in de Verenigde Staten.
In april kondigde Brazilië de lancering aan van een proefproject op het gebied van gegevensbezit, waarmee burgers hun eigen digitale voetafdruk kunnen beheren, bezitten en verkopen. Het is het eerste nationale initiatief in zijn soort ter wereld. Het project wordt gerund door Dataprev, een staatsbedrijf dat technologische oplossingen levert voor sociale overheidsprogramma’s. Dataprev werkt hierbij samen met DrumWave, een in Californië gevestigde onderneming die gespecialiseerd is in de waardering en commercialisering van data. ‘Momenteel krijgen mensen niets voor de data die ze delen,’ zegt Brittany Kaiser, medeoprichter van de Own Your Data Foundation en bestuursadviseur van DrumWave, tegen Rest of World. ‘Brazilië heeft nu besloten dat zijn burgers de eigendomsrechten over hun gegevens moeten krijgen.’
Op het gebied van datahandel loopt Brazilië voor op de Verenigde Staten, waar een initiatief uit 2019 van de Californische gouverneur Gavin Newsom, voor ‘datadividend’, nooit van de grond kwam. De stad Chicago slaagde er wel in om overheidsdata op de markt te brengen, en maakt onder meer gegevens over vervoer en onderwijs te gelde. Als het wordt uitgevoerd, is het proefproject in Brazilië de eerste publiek-private samenwerking ter wereld waarbij niet bedrijven maar burgers deelnemen aan de internationale datamarkt. Die heeft momenteel een waarde van 4 miljard dollar, en dat zal naar verwachting stijgen tot meer dan 40 miljard dollar in 2034.
Het systeem is vergelijkbaar met de werking van third-party cookies
In het project zal een kleine groep Brazilianen een ‘data wallet’ gebruiken om flitsleningen af te sluiten. Als gebruikers een nieuwe lening aanvragen, worden de gegevens in het contract verzameld in de wallet, waarop bedrijven vervolgens kunnen bieden. Deelnemers aan het project hebben de mogelijkheid om zich terug te trekken. Het systeem is vergelijkbaar met de werking van third-party cookies [cookies van derden], maar in plaats van de cookies simpelweg te weigeren of accepteren, kun je er ook voor kiezen om er geld mee te verdienen.
De ‘dWallet’ stelt gebruikers in staat de data die zij door hun dagelijkse activiteiten genereren op een ‘dataspaarrekening’ te storten. Nadat een gebruiker het aanbod van een bedrijf voor zijn of haar data heeft geaccepteerd, wordt de betaling in de dWallet gestort en kan deze direct worden overgemaakt naar een bankrekening.
Historische disbalans
Volgens Kaiser zal het project ‘de historische disbalans in de digitale economie corrigeren’. Door het verhandelen van data worden de persoonlijke gegevens die bedrijven verzamelen, classificeren en filteren om hun bedrijfsvoering te verbeteren, van waarde voor degenen die deze gegevens leveren. ‘Dit project kan de basis leggen voor een model van data-eigendom dat financiële inclusie bevordert en de digitale economie opnieuw vormgeeft, vanuit een rechtvaardiger perspectief,’ aldus Rodrigo Assumpção, president van Dataprev, in een verklaring in april.
Dataspecialisten in Brazilië – dat over de meest uitgebreide regelgeving voor gegevensbescherming in Latijns-Amerika beschikt – maken zich echter zorgen dat dit nieuwe model de prijs van data zal opdrijven, waardoor de datamarkt ontoegankelijk wordt voor kleinere bedrijven en overheidsinstellingen met een beperkte budget. Ook zou het project de kloof kunnen vergroten in een land dat nog altijd niet over een goede digitale infrastructuur beschikt voor zijn landelijke gebieden. ‘We gaan de helft van het land, de mensen die niet kunnen lezen, vragen om te beslissen of hun digitale gegevens voor een bepaald bedrag verkocht mogen worden,’ zegt Pedro Bastos, onderzoeker bij Data Privacy Brazil, tegen Rest of World. ‘Mensen in kwetsbare situaties zullen dan ‘ja’ zeggen, en dat zou tegen hen gebruikt kunnen worden.’
Wereldwijd was de commercialisering van data tot nu toe vooral het domein van de private sector. Bedrijven zoals Datarade, Amazon, IBM en Microsoft hebben datamarktplaatsen opgezet waar klanten datasets kunnen kopen voor grote taalmodellen en andere vormen van kunstmatige intelligentie. In het Midden-Oosten hebben Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten hun eigen, door de overheid gesteunde infrastructuur opgezet om data te verhandelen. In China mogen bedrijven data als bezit beschouwen, en de Verenigde Naties hebben gezegd dat landen de economische waarde van data mogen meenemen in hun bbp-berekeningen. Het opvallende aan het project van Brazilië is dat het de private sector en de overheid samenbrengt, ‘waardoor het een grotere kans heeft om aan te slaan’, aldus Kaiser.
Het maakt Brazilië tot ‘een wereldwijd referentiepunt voor initiatieven op het gebied van data-eigendom’
In 2023 stelde het Nationaal Congres van Brazilië een wetsvoorstel op dat data classificeert als persoonlijk eigendom. De huidige wet op gegevensbescherming in het land beschouwt data als een persoonlijk, onvervreemdbaar recht. De nieuwe wetgeving geeft burgers volledige rechten over hun persoonlijke gegevens, met name gegevens die worden gecreëerd ‘door het gebruik en de toegang tot online platforms, apps, marktplaatsen, websites en elk apparaat dat met het internet is verbonden’. De wet wil garanderen dat bedrijven hun klanten voordelen en financiële beloningen bieden, waaronder betalingen als ‘compensatie voor het verzamelen, verwerken of delen van gegevens’. Het wetsvoorstel kreeg steun van zowel linkse als rechtse partijen en ligt momenteel ter goedkeuring in de senaat. Het project betekent een belangrijke verandering,’ zegt een woordvoerder van DrumWave tegen Rest of World. Het maakt Brazilië tot ‘een wereldwijd referentiepunt voor initiatieven op het gebied van data-eigendom’. De woordvoerder wil niet ingaan op vragen over de mogelijke schade voor nieuwe en kleine bedrijven, of voor kwetsbare sociaaleconomische groepen.
Als het wetsvoorstel wordt goedgekeurd, kunnen bedrijven sneller en nauwkeuriger gegevens verzamelen en kunnen gebruikers meer inzicht krijgen in de manier waarop hun gegevens worden gebruikt, zegt Antonielle Freitas, functionaris voor gegevensbescherming bij Viseu Advogados, een advocatenkantoor dat gespecialiseerd is in digitaal en consumentenrecht. Als dataverzameling wordt gecentraliseerd via gereguleerde databemiddelaars, kan de overheid profiteren door burgers te betalen voor het op grote schaal leveren van geanonimiseerde data, aldus Freitas. Deze datasets vormen de basis voor meer gepersonaliseerde publieke diensten, met name in sectoren als de gezondheidszorg, het openbaar vervoer, openbare veiligheid en het onderwijs, zegt ze.
Weerstand
Maar soortgelijke projecten stuiten elders op weerstand. Zo zijn in de VS federale wetsvoorstellen omtrent gegevens- en privacybescherming vastgelopen, zoals de American Data Privacy and Protection Act van 2022 en de American Privacy Rights Act van 2024. Volgens de Electronic Frontier Foundation, een non-profitorganisatie voor digitale rechten, ondermijnen deze wetsvoorstellen bestaande wetten zoals de California Consumer Privacy Act (2020), die gebruikers betere bescherming bieden tegen privacyschendingen. ‘De Amerikaanse staten willen hun autonomie niet opgeven aan federale instellingen,’ zegt Victor Quintiere, hoogleraar rechten aan het University Center of Brasília, tegen Rest of World. In Brazilië zijn sommige mensen enthousiast om het proefproject uit te proberen. Voor Maximilian Rodrigues, hoogleraar informatica in Mato Grosso, in Centraal-Brazilië, biedt het project een kans om de toegang tot zijn eigen gegevens te reguleren. ‘Als je een aanbod weigert, kunnen bedrijven je data niet gebruiken,’ zegt hij tegen Rest of World.
‘Het data-ecosysteem zal niet worden bepaald door wie het meeste vertrouwen en integriteit biedt, maar door wie het rijkst is’
Maar niet iedereen is even digitaal aangelegd. Inaf, het Braziliaanse instituut voor onderzoek naar analfabetisme, meldde vorig jaar dat 95 procent van de functioneel analfabete bevolking van Brazilië – drie op de tien inwoners – een lage digitale vaardigheid heeft. Grote delen van het land, waaronder stedelijke gebieden, kampen met trage internetverbindingen, waardoor er minder data worden gegenereerd. Volgens onderzoeker Bastos zou datahandel kwetsbare mensen onder druk kunnen zetten om hun privacy op te geven in ruil voor een vlotte uitbetaling, vergelijkbaar met wat World (voorheen Worldcoin) in tientallen landen heeft gedaan. Dat bedrijf, mede opgericht door Sam Altman van OpenAI, scande in Brazilië de irissen van meer dan vierhonderdduizend mensen; in januari schortte de overheid het project op, omdat het deelnemers onvoldoende kans bood om zich terug te trekken.
‘Zodra je data als een economisch goed gaat behandelen, ondermijn je de logica achter de bescherming van persoonlijke gegevens,’ zegt Bastos. Het data-ecosysteem ‘zal niet langer worden bepaald door wie het meeste vertrouwen en integriteit kan bieden, maar door wie het rijkst is’.
Het onderzoek in de rechtszaak tegen de Amerikaanse verpleegster Lucy Letby laat volgens wetenschappers en statistici zien hoe belangrijk het is dat cijfers en statistieken in de rechtszaal correct worden uitgelegd.
De zaak tegen Lucy Letby is grimmig, maar fascinerend wat betreft het thema van wetenschappelijk en wiskundig bewijs in de rechtspraak. Letby was een neonatale verpleegkundige die nu in de gevangenis zit voor de moord op zeven vroeggeboren baby’s. Sinds het vonnis circuleren er, mede door een recent wettelijk onderzoek, steeds meer theorieën over een onterechte veroordeling.
Het doel van deze column is niet om de zaak opnieuw te procederen, maar wel om te wijzen op de tekortkomingen in het verzamelen en het presenteren van wetenschappelijk en statistisch bewijs in de rechtspraak. Hoogstaande statistici hebben onlangs hun zorgen hierover geuit, zonder uitspraken te doen over de schuld of onschuld van Letby zelf.
Misleidend
Een rapport van de Royal Statistical Society [RSS] uit 2022 laat zien hoe statistische interpretaties zowel overtuigend als misleidend kunnen zijn. Volgens dat rapport, genaamd Healthcare Serial Killer or Coincidence?, zijn dergelijke tekortkomingen en misverstanden vooral problematisch bij rechtszaken tegen zorgpersoneel, die dagelijks omgaan met ziekte en dood. De RSS heeft de Thirlwall Inquiry [het orgaan dat is opgezet om gebeurtenissen in en om de zaak Letby te onderzoeken] gecontacteerd en hun zorgen uitgelegd. ‘De RSS werkt er hard aan om goede behandeling van statistieken in de rechtspraak te bevorderen (…) en om vooroordelen, die tot een oneerlijk proces kunnen leiden, tegen te gaan,’ vertelt Sarah Cumbers, een leidinggevende van de organisatie.
Er moeten maatregelen komen waardoor rechters en jury’s cijfers, grafieken en andere technische bewijzen volledig kunnen begrijpen. Om zorgvuldige omgang met statistiek te bevorderen stelt Jane Wutton, statisticus bij Warwick Univeristy in Coventry, voor om statistische clusters van sterfgevallen in ziekenhuizen te laten analyseren door de autoriteit voor zorgveiligheid. Dit soort maatregelen verminderen de kans op een onterechte veroordeling zonder het vertrouwen van nabestaanden aan te tasten in een goed onderbouwde veroordeling of vrijspraak.
‘Gebeurtenissen kunnen toevallig samenvallen op een ogenschijnlijk onwaarschijnlijke manier’
Correlatie wordt vaak verward met causaliteit, waarschuwt het RSS, omdat ‘gebeurtenissen toevallig kunnen samenvallen op een ogenschijnlijk onwaarschijnlijke manier, zonder dat er sprake is van crimineel gedrag’. Als er meerdere sterfgevallen plaatsvinden in een ziekenhuis, moeten onderzoekers twee onwaarschijnlijke scenario’s afwegen: een toevallige statistische cluster, of een seriemoord. De eerste uitdaging is dan om te bekijken of er überhaupt een moord heeft plaatsgevonden.
Een werkrooster kan een verband suggereren tussen een persoon en verdachte incidenten. In de zaak Letby kwam ook zo’n rooster voor. Maar de RSS waarschuwt dat enkel een shiftpatroon geen misstanden kan bewijzen (de openbare aanklager bracht ook ander bewijs naar voren). Zo kunnen medische werkers die voor de ziekste patiënten zorgen bijvoorbeeld meer sterfgevallen verwachten.
Als er bewijs wordt verzameld na het bekendmaken van een verdachte, is er kans op ‘confirmation bias’. Een onderzoeker kan onbewust informatie naar voren brengen als deze een theorie lijkt te bevestigen, of achterwege laten als deze ertegenin gaat. Daarbij komen ook nog zogeheten ‘verstorende variabelen.’ Zo besprak een controversieel artikel uit The New Yorker problemen omtrent het personeel en het sanitair in het ziekenhuis waar Letby werkte.
Een op de 73 miljoen
De manier waarop kansberekeningen worden gepresenteerd kan ook de beeldvorming beïnvloeden. Bijvoorbeeld, als iemand met een kans van een op een miljoen de loterij wint, wordt diegene waarschijnlijk gefeliciteerd in plaats van beschuldigd te worden van vals spel. Ondanks dat de kans om niet te winnen aanzienlijk groter was (999.999 op een miljoen). We begrijpen allemaal dat er miljoenen mensen per week meespelen, en het ligt voor de hand dat iemand ergens toevallig de jackpot wint.
Ter vergelijking: er werken wereldwijd miljoenen mensen in de zorg, waarvan een aantal ongelukkigen die toevallig met een reeks sterfgevallen te maken krijgen. Toch vinden we het moeilijk om dit pech te noemen en geven we de voorkeur aan een oorzakelijke verklaring. ‘Als medisch wangedrag het enige aannemelijke alternatief is,’ aldus het rapport, ‘dan kan dat leiden tot de conclusie dat er een enorme kans is op wangedrag (999.999 op een miljoen)’. Die redenering heet ook wel de ‘prosecutor’s fallacy’ [bewering dat als de beschuldigde schuldig zou zijn, de waarschijnlijkheid van de gevonden bewijzen hoog is. Bijgevolg worden andere theorieën en bewijzen terzijde geschoven].
Aan de jury werd verteld dat er een kans van een op 73 miljoen was dat de baby’s op natuurlijke wijze waren overleden
Gebrekkige statistiek heeft in 1999 geleid tot de veroordeling van Sally Clark. Zij werd schuldig bevonden aan het vermoorden van haar twee zoons; aan de jury werd verteld dat er een kans van één op drieënzeventig miljoen was dat de baby’s op natuurlijke wijze waren overleden. Die cijfers bleken niet te kloppen, en Clark is later vrijgesproken. Lucia de Berk, een Nederlands kinderverpleegster, werd in 2003 vervolgd voor vier gevallen van moord maar in 2010 werd ze weer vrijgesproken nadat ze in hoger beroep ging.
Mogelijke oplossingen voor dergelijke fouten zijn het inhuren van onafhankelijke statistici bij complexe rechtszaken, rechters en advocaten informeren over statistische valkuilen en jury’s bijstaan in het interpreteren van de cijfers. Hoe dan ook moet er verandering in komen: het aantal experts dat tegelijk aan de bel trekt is zo groot dat dit statistisch gezien geen toeval kan zijn.
Doordat de populariteit van kunstmatige intelligentie toeneemt, groeit de vraag naar grote, kwalitatief goede datasets. Maar die zijn schaars. ‘Een data-landjepik zal niet lang meer op zich laten wachten.’
Nog niet zo lang geleden vroegen analisten zich openlijk af of kunstmatige intelligentie (AI) de dood zou betekenen voor Adobe, een maker van software voor creatieve types. Nieuwe tools als DALL-E 2 en Midjourney, die beelden uit tekst toveren, leken de fotobewerkingsprogramma’s van Adobe overbodig te maken. Afgelopen april publiceerde Seeking Alpha, een financiële nieuwssite, nog een artikel met de kop: ‘Wordt AI de dood voor Adobe?’
Verre van. Adobe heeft zijn database met honderden miljoenen stockfoto’s gebruikt om zijn eigen suite van AI-tools te bouwen, Firefly gedoopt. Sinds de software afgelopen maart is vrijgegeven zijn er al meer dan een miljard beelden mee gecreëerd, zegt Dana Rao, een leidinggevende bij het bedrijf. Door niet naar beelden op internet te zoeken, wat concurrenten deden, heeft Adobe de steeds verhitter wordende discussie over auteursrechten die de industrie nu achtervolgt weten te omzeilen. De aandelenkoers van het bedrijf is sinds de lancering van Firefly met 36 procent gestegen.
Adobes triomf over de zwartkijkers werpt ook in bredere zin een licht op de strijd om dominantie in de zich snel ontwikkelende markt voor AI-tools. De supergrote modellen die de nieuwste golf zogeheten ‘generatieve’ AI aandrijven maken gebruik van gigantische hoeveelheden data. Nadat ze het internet al flink hebben afgegraasd., vaak zonder toestemming, zijn modelbouwers nu op zoek naar nieuwe databronnen om de razende honger te stillen. Ondertussen bekijken bedrijven die over enorme hoeveelheden data beschikken hoe ze die het best te gelde kunnen maken. Een data-landjepik zal niet lang meer op zich laten wachten.
De twee essentiële ingrediënten voor een AI-model zijn datasets, waarop het systeem wordt getraind, en verwerkingskracht, waarmee het model relaties binnen en tussen deze datasets detecteert. Deze twee ingrediënten zijn tot op zekere hoogte substituten: een model kan worden verbeterd door ofwel meer data in te voeren ofwel meer verwerkingskracht toe te voegen. Dat laatste wordt echter bemoeilijkt door een tekort aan gespecialiseerde AI-chips, zodat modelbouwers dubbel gefocust zijn op het zoeken naar data.
Hoogwaardige tekst
De vraag naar data groeit zo snel dat de voorraad hoogwaardige tekst die voor training beschikbaar is in 2026 misschien uitgeput zal zijn, schat onderzoeksbureau Epoch AI. De laatste AI-modellen van techgiganten Google en Meta zijn naar wordt aangenomen getraind op meer dan een biljoen woorden. Ter vergelijking: het totale aantal Engelse woorden op Wikipedia bedraagt zo’n vier miljard.
Niet alleen de omvang van de datasets telt. Hoe beter de data, des te beter het model. Op tekst gebaseerde modellen zijn idealiter getraind op uitgebreide, goed geformuleerde, feitelijk juiste geschriften, zegt Russell Kaplan van data-startup Scale AI. Bij modellen waarin deze informatie wordt ingevoerd is er een grotere kans dat ze output van overeenkomstige hoge kwaliteit leveren. Op diezelfde manier geven AI-chatbots betere antwoorden wanneer ze wordt gevraagd hun werking stap voor stap uit te leggen, waardoor de vraag naar bronnen als leerboeken die dat ook doen toeneemt. Gespecialiseerde informatiesets zijn ook in trek, omdat die het mogelijk maken modellen te finetunen voor meer nichetoepassingen. Nadat Microsoft in 2018 voor 7,5 miljard dollar GitHub had aangekocht, een online platform voor de opslag van softwareprogramma’s, was het makkelijker om een AI-tool voor het schrijven van programma’s te ontwikkelen.
‘In Amerika is er al een aantal rechtszaken tegen modelbouwers aangespannen wegens inbreuk op het auteursrecht’
Naarmate de vraag naar data toeneemt wordt het steeds moeilijker om er toegang toe te krijgen, omdat contentmakers nu compensatie eisen voor materiaal dat in AI-modellen is ingevoerd. In Amerika is er al een aantal rechtszaken tegen modelbouwers aangespannen wegens inbreuk op het auteursrecht. Een groep schrijvers, onder wie komiek Sarah Silberman, heeft een aanklacht ingediend tegen OpenAI, de maker van de AI-chatbot ChatGPT, en tegen Meta. Ook heeft een groep kunstenaars Stability AI aangeklaagd, een bouwer van tekst-naar-beeldtools, en Midjourney.
Het resultaat van dit alles is dat AI-bedrijven om het hardst deals proberen te sluiten voor het veiligstellen van databronnen. Afgelopen juli tekende OpenAI een contract met nieuwsagentschap Associated Press om toegang te krijgen tot hun tekstarchief. Ook heeft het bedrijf kortegeleden een uitgebreidere overeenkomst gesloten met Shutterstock, een leverancier van stockfoto’s, waarmee ook Meta een deal heeft. Op 8 augustus jongstleden werd gemeld dat Google in gesprek is met platenlabel Universal Music over het gebruik van artiestenstemmen voor een AI-tool voor het schrijven van songs. Vermogensbeheerder Fidelity heeft verklaard te zijn benaderd door techbedrijven die toegang willen tot zijn financiële data. Ook gaan er geruchten over AI-labs die de Britse omroep BBC benaderen voor toegang haar foto- en filmarchief. Een ander doelwit is naar verluidt JSTOR, een digitale bibliotheek van wetenschappelijke tijdschriften.
Bezitters van informatie profiteren van hun sterkere onderhandelingspositie. Reddit, een discussieforum, en Stack Overflow, een vraag-en-antwoordsite die populair is bij programmeurs, hebben de toegangskosten voor hun data verhoogd. Beide websites zijn extra waardevol omdat gebruikers gewenste antwoorden ‘upvoten’, waardoor modellen weten welke het relevantst zijn. Socialemediasite Twitter (inmiddels bekend als X) heeft maatregelen genomen om het scrapen door bots te beperken en vraagt nu geld voor toegang tot zijn data. Elon Musk, de onberekenbare eigenaar, is van plan met behulp van de data een eigen AI-bedrijf te beginnen.
Datavliegwiel
Als gevolg hiervan zijn modelbouwers hard bezig om de kwaliteit van de input waarover ze al beschikken te verbeteren. Veel AI-labs hebben legers van data-annotators in dienst voor taken als het labelen van beelden en het beoordelen van antwoorden. Een deel van dat werk is complex; in één advertentie voor zo’n baan wordt een masterdiploma of doctoraat in de biowetenschappen gevraagd. Maar vaak is het minder ingewikkeld en wordt het uitbesteed aan landen als Kenia waar arbeid goedkoop is.
AI-bedrijven verzamelen ook data via interacties tussen gebruikers en hun tools. Vaak gebeurt dat in de vorm van een feedbackmechanisme, waarbij gebruikers aangeven wat voor output nuttig is. De tekst-naar-beeldgenerator van Firefly laat gebruikers uit één tot vier opties kiezen. Bard, de chatbot van Google, stelt drie antwoorden voor. Gebruikers kunnen ChatGPT een duim omhoog of een duim omlaag geven wanneer die antwoord op vragen geeft. Die informatie kan als input in het onderliggende model worden gestopt en, om met de Nederlandse Douwe Kiela, medeoprichter van de startup Contextual AI, te spreken, als ‘datavliegwiel’ fungeren. Een nog betere graadmeter voor de kwaliteit van de antwoorden van de chatbot is of gebruikers de tekst kopiëren en ergens anders in plakken, voegt hij eraan toe. Het analyseren van zulke informatie heeft Google snel geholpen om zijn vertaaltool te verbeteren.
‘Vaak wordt het werk uitbesteed aan landen als Kenia waar arbeid goedkoop is’
Er is echter één databron die grotendeels onbenut blijft: de informatie die aanwezig is binnen de muren van de zakelijke klanten van de techbedrijven. Veel bedrijven beschikken, vaak zonder het te weten, over enorme hoeveelheden nuttige data, van transcripten van callcenters tot cijfers over consumentenbestedingen. Zulke informatie is vooral waardevol omdat er modellen voor specifieke zakelijke doeleinden mee kunnen worden gefinetuned, zoals het beantwoorden van klantvragen door callcentermedewerkers of het stimuleren van de verkoop door bedrijfsanalisten.
Maar het valt niet altijd mee om die rijke bron aan te boren. Roy Singh van adviesbureau Bain merkt op dat de meeste bedrijven van oudsher weinig aandacht besteden aan de verschillende soorten omvangrijke maar ongestructureerde datasets die uiterst nuttig zouden blijken voor het trainen van AI-tools. Dikwijls zijn deze over tal van systemen verspreid en in bedrijfsservers begraven in plaats van opgeslagen in de cloud.
Door die informatie te ontsluiten zouden bedrijven beter in staat zijn AI-tools aan te passen aan hun specifieke behoeften. De techgiganten Amazon en Microsoft bieden nu tools aan om bedrijven te helpen hun ongestructureerde datasets beter te beheren, evenals Google. Christian Kleinerman van databasebedrijf Snowflake zegt dat de zaken uitstekend gaan nu klanten proberen ‘datasilo’s af te breken’. De startups schieten als paddenstoelen uit de grond. Afgelopen april haalde Weaviate, een op AI gericht databasebedrijf, 50 miljoen dollar op en wordt sindsdien gewaardeerd op 200 miljoen. Nauwelijks een week later haalde concurrent PineCone 100 miljoen dollar op, met een huidige waardering van 750 miljoen. Eerder deze maand haalde Neon, een andere database-startup, nog eens 46 miljoen dollar op aan financiering. Het gevecht om data is nog maar net begonnen.
Data zijn de grootste schat van de digitale samenleving. Ze worden opgeslagen in gigantische serverfarms. Wat particuliere ondernemingen ermee doen bedreigt niet alleen het milieu, maar ook de democratie.
Wie inzicht wil krijgen in de problemen van de toekomst, de bedreiging van de democratie en het controleren van burgers, hoeft maar te kijken naar de toekomststad die architectenbureau Snøhetta momenteel in Noorwegen plant. Op het eerste gezicht lijkt het ontwerp geenszins problematisch, integendeel. Uit de nevel doemt een reusachtig gebouw op dat enigszins doet denken aan de beroemde Neue Nationalgalerie in Berlijn, alleen lijken de pilaren in dit ontwerp op berkenstammen. Door een moerassig landschap loopt iemand op het gebouw af. Alles is groen en idyllisch. Het gigantische gebouw zelf is een serverpark, een datacentrum. Snøhetta ontwierp het voor het Nokia-concern, vastgoedontwikkelaar Miris en twee Scandinavische bouwbedrijven. Het geheel heet The Spark, en voor het eerst moet een datacentrum het centrum van een kleine stad worden en een paar woonwijken voorzien van de enorme warmte die bij het koelen van de servers als afvalproduct vrijkomt. De serverfarm vormt ‘zowel het lichaam als de hersenen’ van de nieuwe stad, jubelen de architecten. Boven op de hersenen groeien groenten en waterlelies: op het openbare dakterras komen een contemplatieve zenvijver en bloemperken. Op deze manier moet ‘de menselijke factor in ons gedigitaliseerde, door smartphones beheerste leven, worden teruggebracht’, aldus de architecten.
Dat in de serverracks in de eerste plaats de problemen worden gefabriceerd – dankzij manipulatie op basis van data die gebruikers van mobiele telefoons opzettelijk verslaafd maken – waarvan het omhulsel van The Spark hen daarboven met vijver en wortelen wil genezen, is slechts een van de vele paradoxen van deze nieuwe wereld. Is het een goed idee dat burgers hun data, de basis voor participatie en politiek in het digitale tijdperk, afstaan aan particuliere bedrijven in ruil voor gratis verwarming, een beetje zenpraat en een gratis ecowortel?
Datacentra zijn de zetel van de macht
Tot dusver toonde het publiek weinig belangstelling voor datacentra. Toch zijn deze voor het digitale tijdperk wat het kasteel was voor de middeleeuwen: de zetel van de macht. In de moderne consumptiemaatschappij draaide het om de kantoortorens van de grote concerns; de wolkenkrabbers van Woolworth en Chrysler waren al van veraf te zien, als uitroeptekens achter de verkondiging wie het in het kapitalisme voor het zeggen had. De huidige digitale revolutie verandert alles radicaler dan ooit, de invloed van digitale concerns op de economie en de politiek is overduidelijk, maar deze verschuivingen hebben zich nog niet afgetekend in de steden. Verscholen, op het platteland of aan stadsranden maakt de bouw van datacentra echter een bliksemsnelle groei door: in 2019 waren er alleen al in de Verenigde Staten ruim 3 miljoen datacentra en meer dan 500 hyperscalers; extreem grote datacentra.
Dat de centra liever onzichtbaar bleven heeft vele redenen. Een daarvan is de milieuvervuiling die wordt veroorzaakt door het immateriële internet en zijn luchtige clouds. Datacentra verbruiken ondanks alle inspanningen om klimaatneutraal te worden namelijk nog steeds buitensporige hoeveelheden energie. Het internet brengt nu al meer schade toe aan het milieu dan alle luchtverkeer. Als het wereldwijde web een land was, zou het wat betreft elektriciteitsverbruik en de uitstoot van klimaatgassen meteen na de Verenigde Staten en China komen. Vooral servers en datacentra verbruiken enorme hoeveelheden: in Europa is hun energiebehoefte tussen 2010 en 2020 met 55 procent gestegen tot 87 terawattuur. 2 procent van alle broeikasgasemissies in de wereld is uitsluitend toe te schrijven aan serverfarms, 8 procent van de wereldwijd geproduceerde elektriciteit gaat naar het transport van data op eindapparaten.
Volgens het klimaatrapport van Frankfurt zal de stad zijn energiedoelstellingen niet halen vanwege de elektriciteitsvraag van zijn servers. In 2020 hebben de serverfarms in Frankfurt 60 procent meer elektriciteit verbruikt dan alle 400.000 huishoudens in de stad, en die hoeveelheid loopt nog op. Hoe groter de hoeveelheid data die nodig zijn voor Big Data, cloudcomputing en kunstmatige intelligentie, hoe gigantischer de opslagbehoefte. Steeds meer kleine en middelgrote bedrijven slaan hun data elders op, grote bedrijven bouwen de hardware zelf. De grootste hyperscaler is Amazon Web Service (AWS). Dit cloudplatform levert een forse bijdrage aan Amazons bedrijfsresultaat, méér dan de pakketverzending: ongeveer twee derde van Amazons beurswaarde is te danken aan AWS. De op een na grootste hyperscaler is Azure (Microsoft), Google volgt op de derde plaats.
Collectieve schat
Digitale concerns verzamelen niet alleen de data van hun gebruikers, ze bouwen ook de raffinaderijen waar ze worden opgeslagen en geanalyseerd en behandelen deze data in de streng beveiligde faciliteiten als hun privé-eigendom. Dat is niet probleemloos, alleen al omdat op deze manier het digitale gedrag van burgers wordt voorspeld en gemanipuleerd. En aangezien deze ondernemingen bijna allemaal in de Verenigde Staten of in China zijn gevestigd, staat niet alleen de technologische, maar ook de economische en politieke soevereiniteit van Europa op het spel.
Het feit dat data de brandstof en de grootste economische schat van het digitale informatietijdperk zijn, staat in schril contrast met de naïviteit waarmee gewone burgers uit gemakzucht op de ‘accepteer alles’-optie klikken en zo hun gegevens prijsgeven. Toch hebben veel onderzoekers indrukwekkend beschreven hoe mensen kunnen worden gemanipuleerd op basis van de analyse van gedragsgegevens, hoe algoritmes raciale vooroordelen en sociale ongelijkheid vergroten en helpen bij de verspreiding van nepnieuws. In haar studie Dirty Data, Bad Predictions beschrijft Rashida Richardson hoe in de Verenigde Staten zelfs politiebureaus die zich schuldig hebben gemaakt aan ‘vooringenomen racistische of anderszins illegale’ praktijken data blijven verstrekken voor de ontwikkeling van nieuwe geautomatiseerde systemen die agenten ondersteunen in hun werk. Datamisbruik kan fatale, zelfs dodelijke gevolgen hebben. Uit een onderzoek van Berkeley bleek dat algoritmes in de Verenigde Staten Latino’s en mensen uit zwarte gemeenschappen bij voorbaat afkeuren wanneer zij zich aanmelden voor een leegkomende woning. Naar verluidt zijn er onder hen namelijk meer wanbetalers.
Als data de grootste collectieve schat van een digitale samenleving zijn – goud, olie, de grondstof van de eenentwintigste eeuw, het basismateriaal voor bedrijfsleven en politiek – en het bezit ervan de waarborg is voor democratie en transparantie, moeten ze dan niet worden behandeld als gemeengoed, als deel van de openbare infrastructuur? Als we niet willen dat de gezondheidszorg van burgers in de toekomst wordt overgenomen door Google-werknemers en het vervoer door Uber – en dat de enorme winsten van beide bedrijven richting de Verenigde Staten stromen – hebben we regulering nodig van het tot nu toe wildwestachtige wegvloeien van data, en hebben we instellingen nodig die de digitale soevereiniteit van Europa (en, net zo belangrijk, van Afrika) kunnen garanderen ten opzichte van Amerikaanse en Chinese concerns: Europa’s eigen techbedrijven, meer kwantumcomputers, betere algoritmes én datacentra die deel uitmaken van de openbare infrastructuur.
In zijn essay Big data for the people: it’s time to take it back from our tech overlords pleit Ben Tarnoff ervoor dat de maatschappij, en niet de industrie, bepaalt of en hoe haar hulpbronnen worden gebruikt – big data vormen daarop geen uitzondering. Het zou voldoende zijn om data publiek goed te noemen. Bedrijven kunnen doorgaan met het verfijnen ervan en worden betaald om ze te analyseren, maar op onze voorwaarden en ‘ten behoeve van ons welzijn’. Maar wie definieert dit ‘welzijn’? Wie bepaalt of de analyse van persoonsgegevens voor een gezondheidsapp in het belang is van het ‘welzijn’ van de gebruiker (zoals de providers zouden beweren) dan wel dient om hem bang te maken en ertoe aan te zetten meer producten en apps te kopen die de gezondheid helpen verbeteren en zo de kassa’s van diezelfde providers te vullen? De staat? De burger? Vooral inwoners van het mondiale zuiden moeten de soevereiniteit over hun data veiligstellen en deze ‘nationaliseren’, betoogt Ulises Ali Mejias, directeur van het Institute for Global Engagement aan de State University van New York. Niet alleen olie, kostbare aardmetalen en grondstoffen, maar ook data worden daar op grote schaal gewonnen door westerse en Chinese concerns: er is sprake van een nieuw datakolonialisme.
In tijden van datakapitalisme is een openbare serverfarm een symbool van burgerlijke vrijheid
Alleen al daarom is er dringend behoefte aan een publieke plaats waar zichtbaar wordt hoe sterk gegevensopslag en macht met elkaar verweven zijn, hoe groot het gevaar is de controle te verliezen en hoe belangrijk het is om de data niet te verzamelen op de servers van grote particuliere ondernemingen, maar decentraal in handen van burgers te leggen. Alleen op die manier is een nieuwe rol voor burgers mogelijk, een nieuwe rijkdom voor iedereen. Maar hoe zou deze publieke plaats er dan uit kunnen zien?
Het is de taak van de staat om iets nieuws te bouwen dat alle onbegrijpelijke technologieën die meer dan wat ook een stempel drukken op het leven, zichtbaar en begrijpelijk maakt: een hybride gebouw bestaande uit een datacentrum, bibliotheek en museum van de toekomst, een nieuwe onderwijsinstelling waar de gehele bevolking, scholieren en politici kunnen leren hoe gevaarlijk het heersende bedrijfsmodel van het digitale kapitalisme is voor democratie en zelfbeschikking. Deze openbare serverfarm zou programmeerscholen, tentoonstellingsruimten en onderzoeksfaciliteiten kunnen huisvesten en eveneens een centrum kunnen zijn voor digitale soevereiniteit. Ook in kleinere steden en dorpen zouden lokale gedecentraliseerde servers nieuwe openbare plaatsen kunnen worden, zoals gemeenschapshuizen, dorpsscholen en bibliotheken dat ooit waren.
De enorme hitte die vrijkomt bij het koelen van de data zou ook hier de basis kunnen vormen voor een volledig nieuwe openbare – en niet, zoals bij The Spark, particulier geëxploiteerde – architectuur: bibliotheken, sporthallen, kassen, zwembaden, een collectieve dorpshuiskamer, overkoepelde tropische altijd groene woongebieden. In tijden van datakapitalisme zou zo’n openbare serverfarm een symbool van burgerlijke vrijheid zijn, zoals het stadhuis dat ooit was als tegenwicht voor het kasteel van de feodale heer; een schatkamer van het digitale tijdperk waarin data als collectief eigendom, als ‘publiek goed’ worden beschouwd.
Deze tekst is een fragment uit het boek van Niklas Maak: Servermanifest Architectur der Aufklärung: Data Centra als Politik-maschinen. Met een voorwoord van Francesca Bria. Hatje Cantz Verlag, 112 blz. met vele afbeeldingen, € 17,99. Het boek is op 13 juni 2022 verschenen.
Op het eiland met slechts 368.000 inwoners is er altijd een kans dat je date een verre neef of nicht van je is. Een app met genealogische gegevens van alle IJslanders moet dat voorkomen. Bijkomend voordeel is dat al die genetische kennis tijdens de pandemie uiterst nuttig is gebleken.
Een avond in Laugavegur, het uitgaanscentrum van de IJslandse hoofdstad Reykjavik. In een van de vele bars hebben twee jongeren elkaar zojuist leren kennen. Ze hebben een fijn gesprek, de avond ontwikkelt zich veelbelovend. Als het steeds duidelijker wordt dat hun plannen wel eens verder zouden kunnen reiken dan het sluitingsuur toestaat, trekken ze hun smartphones en tikken die kort tegen elkaar. Ze hebben geluk – ze zijn geen nauwe verwanten.
IJsland is een land met een kleine bevolking: het eiland telt maar 368.000 inwoners. Eeuwenlang leefde men geïsoleerd en de IJslandse genenpool kreeg slechts zelden impulsen van buitenaf. Iedereen is dan eigenlijk op de een of andere manier met elkaar verwant. De hierboven beschreven scène is weliswaar verzonnen, maar zou zich heel goed zo hebben kunnen afspelen. Want die app bestaat echt. Hoogleraar neurologie Kári Stefánsson, oprichter en directeur van Decode Genetics, is sinds 1996 gepassioneerd bezig met de vraag wie IJslanders eigenlijk zijn. En de weg naar het antwoord loopt voor hem via genealogie en genetica.
Als twee personen informatie willen over hun verwantschapsgraad, dan kunnen ze eenvoudig hun smartphones tegen elkaar tikken
Daarom heeft zijn onderneming het tot haar missie gemaakt een digitale genealogische databank op te zetten. Daartoe werden veel verschillende bronnen geraadpleegd, openbare en private, van volksvertellingen, bevolkingsregisters en kerkboeken tot familiegeschiedenissen en door particulieren opgestelde stambomen. Zo ontstond Islendingabok, het ‘Boek der IJslanders’, een databank op internet. Wie beschikt over een IJslands burgerservicenummer, heeft er toegang toe. Om de tiende verjaardag van de lancering van het ‘Boek der IJslanders’ te vieren werd een wedstrijd uitgeschreven voor een app die de databank toegankelijk zou maken op de smartphone.
Het programmeertrio dat de wedstrijd won, kwam op de proppen met een bijzondere specialiteit: als twee personen informatie willen over hun verwantschapsgraad, dan kunnen ze, in plaats van namen op te geven, ook eenvoudig hun smartphones kort tegen elkaar tikken. Bij dit elektronisch tête-à-tête worden relevante gegevens over de bezitters van de burgerservicenummers uitgewisseld en als er geen verwantschappelijke hindernis is die deze wederzijdse toenadering in de weg staat, meldt het beeldscherm opgewekt: ‘Ga je gang!’
‘Anti-incestapp’
Het duurde niet lang of het nieuws over deze curieuze ‘anti-incestapp’ ging de hele wereld over. Van tech-tijdschriften tot wereldwijde mainstreammedia: allemaal berichtten ze erover. Sommigen beweren dat ze erbij zweren als ze daten. Anderen zeggen dat de app meer bedoeld was als een grap en nu door de wereldwijde weerklank een eigen leven is gaan leiden als grappig verhaal.
De populariteit van de databank waarop de app is gebaseerd, is daarentegen onbetwist. Die bestaat intussen niet alleen uit gedigitaliseerde schriftelijke bronnen, maar ook uit biomedische informatie. Want tegelijk met de compilatie van historische bronnen verzamelde Decode Genetics ook bloedmonsters die door IJslandse burgers vrijwillig werden afgestaan voor genetische analyse. In een diepvriesfaciliteit in de kelder liggen inmiddels monsters opgeslagen van ongeveer de helft van de bevolking.
‘Om de menselijke diversiteit in de breedste zin te bestuderen en iets bijvoorbeeld wil kwalificeren als ‘‘pathologisch’’ moet je eerst kunnen definiëren wat ‘‘normaal’’ is
En het gaat om meer dan alleen stambomen. Een uitgebreide genetische analyse legt wetmatigheden en mechanismen bloot en maakt daarmee gevolgtrekkingen mogelijk die van belang kunnen zijn voor de volksgezondheid, aldus Kári Stefánsson. Dat je van een patiënt het individuele risicoprofiel voor erfelijke ziektes kunt vaststellen, is van belang als de gezondheidszorg meer op preventie ingericht moet worden. ‘Om de menselijke diversiteit in de breedste zin te bestuderen en iets bijvoorbeeld wil kwalificeren als ‘‘pathologisch’’ moet je eerst kunnen definiëren wat ‘‘normaal’’ is,’ zegt hij.
Maar hoe verhoudt zich dat met bezwaren inzake de beveiliging van data? Genetische informatie is buitengewoon persoonlijk en ligt gevoelig. De huidige samenleving, zegt hij, beschouwt de aanspraak op een ultramodern gezondheidssysteem bijna als een mensenrecht. Maar die claim brengt ook de plicht met zich mee om het onderzoek mogelijk te maken. Dat vergeet men vaak. Hij heeft soms de indruk dat de moderne samenleving de veiligheid van de patiëntendata belangrijker acht dan de veiligheid van de patiënten zelf, zegt hij. Niet dat Stefánsson het aspect van de databeveiliging onbelangrijk vindt. De bescherming van gegevens is van groot belang, en daarom werden de data bij het biomedisch onderzoek geanonimiseerd.
Gericht reageren
Toen de coronacrisis bijna twee jaar geleden uitbrak, toonde de onderneming zich van meet af aan betrokken en stelde haar laboratoria ter beschikking aan de nationale gezondheidszorg voor coronatests en analyse van de virusvarianten. Van elk afzonderlijk gediagnosticeerd coronageval hebben ze het erfelijk materiaal van het virus onderzocht, zegt Stefánsson. Zo had men heel goed in beeld van waar welke variant binnengekomen was en hoe de circulatie in de samenleving had plaatsgevonden. Daardoor konden de autoriteiten er heel gericht op reageren.
IJsland is benijdenswaardig goed de crisis doorgekomen. Decode Genetics, een BV onder de paraplu van het biotechconcern Amgen, werkte nauw samen met de officiële instanties. ‘Het was alle hens aan dek,’ zegt Stefánsson, ‘en het was verheugend om te zien hoe de in het algemeen recalcitrante IJslandse samenleving de rijen wist te sluiten tegenover de dreiging.’ Voor hem, zo maakt hij de balans op, is de pandemie daarom niet alleen maar iets negatiefs geweest.
Aan de vooravond van zijn honderdste dag in functie sprak de Amerikaanse president voor het eerst het Congres toe. Een toespraak die begon met de benoeming van een historisch moment, merkt Los Angeles Times op. Achter Joe Biden stonden twee vrouwen, vicepresident Kamala Harris en Huisvoorzitter Nancy Pelosi.
‘Mevrouw de kamervoorzitter, mevrouw de vicepresident. Geen enkele president heeft deze woorden ooit vanaf dit podium gesproken en het werd tijd,’ zei hij, waarop een luid applaus losbarstte. ‘Amerika gaat vooruit en we zijn niet meer te stoppen. We bevinden ons op een cruciaal punt in onze geschiedenis. We moeten meer doen dan herbouwen. We moeten beter herbouwen.’
Vox hoorde hierin een echo van Franklin Delano Roosevelt en zijn New Deal, die Biden in zijn speech ook citeerde. ‘Een oproep om grote dingen te doen en het vertrouwen in Amerika te herstellen’, kenmerkt de site. Vox noemt in het bijzonder het American Jobs Plan en het American Families Plan, beide begroot op zo’n 2 biljoen dollar. Het eerste dient om de infrastructuur van het land weer op te bouwen, het tweede om bijvoorbeeld zwangerschapsverlof en kinderopvang te financieren.
Voor de betaling gaat de leider op zijn ‘Robin Hood-koers’
‘We weten niet of Bidens inspanningen vruchten zullen afwerpen’, waarschuwt de site. ‘Voor de betaling gaat de leider op zijn “Robin Hood-koers’”, zegt Politico, aangezien hij van plan is het nodige geld te vinden door de rijksten te belasten.
‘Als al deze voorstellen wet worden, zal dat een sociale transformatie en een enorme uitbreiding van de educatieve mogelijkheden tot gevolg hebben en een einde maken aan veertig jaar presidenten die de rol van de overheid steeds verder deden inkrimpen. Een grote steun voor de armen en de middenklasse,’ analyseert Huffington Post.
Volgens CNN denkt de zesenveertigste Amerikaanse president inderdaad dat meer overheidsbemoeienis ‘het leven van Amerikanen [kan] verbeteren’. ‘We moeten bewijzen dat de democratie nog steeds werkt, dat onze regering nog steeds werkt’, zei hij. Dit in tegenstelling tot Bill Clinton die in 1996 beweerde dat ‘het tijdperk van een sterke overheid ten einde was’, aldus CNN.
Het eerst gevaccineerd, het eerst komt…
Wil je deze zomer naar het buitenland? Dat is misschien mogelijk, maar onder bepaalde voorwaarden. Om te beginnen het vaccinatiepaspoort, waarop veel landen rekenen om de toeristenindustrie, die zwaar getroffen is door de coronapandemie, nieuw leven in te blazen. In 2020, schrijft het Japanse weekblad Nikkei Asia, gebaseerd op gegevens van de World Tourism Organization, ‘was het tekort voor de sector waarschijnlijk meer dan 1000 miljard dollar’.
De tweede voorwaarde zijn de ‘reisbubbels’: luchtgangen tussen landen met gelijkwaardige gezondheidssituaties die relatief gespaard worden door de pandemie. Maar de implementatie daarvan blijkt bijzonder complex en kwetsbaar te zijn. Op 19 april werden vluchten zonder quarantaine hervat tussen Australië en Nieuw-Zeeland. ‘Dit is de eerste dag van onze wedergeboorte’, kopte het Nieuw-Zeelandse dagblad The Dominion Post trots. Vier dagen later werd het systeem opgeschort vanwege nieuwe coronagevallen.
In maart lanceerde China het eerste internationale reiscertificaat dat ‘een revolutie teweeg zou kunnen brengen in de manier waarop we reizen’, aldus Nikkei Asia, en ook Europa is van plan om voor de zomer zijn vaccinatiepaspoort te lanceren. Professor aan het Tourism Research Center van de Universiteit van Wakayama, Japan, Joseph M. Cheer, legt in het weekblad uit: ‘Het is waarschijnlijk dat vaccinatie tegen covid-19 binnenkort vereist zal zijn om aan boord van een internationale vlucht te komen. (…) Vrij reizen zoals we voor de pandemie deden, zal nog lange tijd niet mogelijk zijn.’
Het is alsof je de wereldbevolking verdeelt in degenen die gevaccineerd zijn en degenen die dat niet zijn
Het probleem, merkt Nikkei Asia op, is dat ‘velen dit document fundamenteel discriminerend vinden’. Het is alsof je de wereldbevolking verdeelt in degenen die gevaccineerd zijn en degenen die dat niet zijn. De niet-gevaccineerden zijn vaak de armste en jongste populaties. ‘Het is zeer riskant om de toegang tot essentiële goederen en diensten te ontzeggen aan degenen voor wie vaccinatie onaanvaardbaar, ontoegankelijk of onmogelijk is’, schrijven twee Oxford-onderzoekers die door het tijdschrift worden geciteerd.
Ook het gebruik van de beschikbare gegevens op deze vaccincertificaten is problematisch. Hoe meer technologische data we hebben, hoe groter de kans op lekken, legt TheNew York Timesuit; ‘Wat we nodig hebben is een domme technologie die zo min mogelijk doet en zo min mogelijk over ons weet.’
De WHO heeft het gebruik van vaccinatiepaspoorten nog niet gevalideerd.
NASA-held Michael Collins overleden
Hij was de derde astronaut van de Apollo 11-missie, die van de eerste stap op de maan. Michael Collins stierf woensdag 28 april op negentigjarige leeftijd. Zijn zijn partners Neil Armstrong en Buzz Aldrin beroemdheden geworden, hij was de ‘dichter van de missie’, aldus Ars Technica. Deze zoon van een lid van het Amerikaanse leger, geboren in Rome, doorliep de prestigieuze militaire academie van West Point voordat hij bij de Amerikaanse luchtmacht kwam.
Na te zijn gemobiliseerd voor het Gemini-programma, werd hij geselecteerd voor het volgende: Apollo. De site prijst de kwaliteit van zijn autobiografie Carrying the Fire: An Astronaut’s Journey, een ‘essentieel boek voor iedereen die geïnteresseerd is in het leven van een astronaut’.
Collins ging met pensioen na Apollo 11, waarmee hij ‘zichzelf de kans ontnam om zelf voet op het maanoppervlak te zetten’, schrijft Ars Technica.
Tegen het einde van dit jaar zal de coronapandemie de Ierse staat in 2020 en 2021 naar schatting 28 miljard euro hebben gekost, meldt het Ierse RTE. Dit maakte Michael McGrath, de Ierse minister van Overheidsuitgaven en Hervorming, deze week bekend. Volgens McGrath zal het Ierse overheidstekort dit jaar naar verwachting vergelijkbaar zal zijn met vorig jaar, namelijk 19 miljard euro.
Droogte in Italië
Door karige regenval en ongebruikelijk vroege warmte in Italië staat de rivier de Po nu al net zo laag als afgelopen zomer. De situatie is dusdanig nijpend dat de landbouworganisatie Coldiretti alarm heeft geslagen bij de regering, schrijft Repubblica.
In heel Noord-Italië, van Piemonte tot Emilia Romagna en van Veneto tot Lombardije zijn boeren, die afhankelijk zijn van de grootste rivier van Italië, al overgestapt op noodirrigatie. Ook het peil van kleinere rivieren in de provincie Emilia Romagna is zorgwekkend laag en het Comomeer heeft op 20 centimeter na een dieptepunt bereikt: het meer is voor 8,8 procent gevuld, in plaats van de gemiddelde 63,8 procent die normaal is voor deze tijd van het jaar.
Coldiretti wijt steeds vaker voorkomende extreme klimatologische gebeurtenissen, zoals korte en intense regenval en een snellere overgang van het natte naar het droge seizoen aan klimaatverandering en becijfert de schade ervan op zo’n 1 miljard euro per jaar. De organisatie verzoekt de Italiaanse regering dan ook om structurele maatregelen te nemen.
Gesjoemel met emissiegegevens
Onder Donald Trump heeft de Environmental Protection Agency (EPA), een regeringsorganisatie belast met bescherming van de volksgezondheid en het milieu, bedrijven aangemoedigd om met terugwerkende kracht de emissiegegevens van een dodelijke kankerverwekkende chemische stof aan te passen.
Nadat de EPA had vastgesteld dat ethyleenoxide giftiger is dan eerder werd gedacht, verdween plotseling zo’n 122.000 kilo van het spul uit de openbare registers
Nadat de EPA had vastgesteld dat ethyleenoxide giftiger is dan eerder werd gedacht, verdween plotseling zo’n 122.000 kilo van het spul uit de openbare registers, zo blijkt uit onderzoek van journaliste Sharon Lerner voor The Intercept. Ethyleenoxide is een kleurloos en geurloos gas dat wordt gebruikt bij de productie van veel consumptiegoederen en op grote schaal wordt toegepast bij de sterilisatie van medische apparatuur.
Ook nu de EPA onder Joe Biden valt, zijn de registratie en de regelgeving van het instituut nog steeds belabberd volgens Lerner, vooral op een onevenredig groot aantal plekken waar arme mensen en mensen van kleur wonen. Volgens een groep vrouwen uit Texas houdt hun diagnose van borstkanker verband met blootstelling aan ethyleenoxide.
Android verzendt meer gegevens
iPhones en Android-telefoons sturen continu gegevens naar Apple of Google, zoals locatie, telefoonnummer en lokale netwerkgegevens, ook als gebruikers zich hebben afgemeld.
Zelfs als de telefoon niet wordt gebruikt, wordt gemiddeld elke 4,5 minuten verbinding gemaakt met de servers. Privacy-instellingen geconfigureerd? Maakt niets uit, de telefoons blijven gegevens verzenden.
Maar er is wel een verschil, aldus de New Yorkse technologiesite Ars Technica. Douglas Leith van Trinity College in Ierland vergeleek de twee systemen en Android, het besturingssysteem van Google, verstuurt ongeveer twintig keer zoveel data als Apple.
Bij het opstarten stuurt een Android-apparaat Google ongeveer 1 MB aan gegevens, iOS Apple ongeveer 42 KB. Als de telefoon niet actief is, stuurt Android elke twaalf uur ongeveer 1 MB aan gegevens naar Google, terwijl iOS Apple ongeveer 52 KB verzendt.
Alleen al in de VS verzamelt Android in totaal elke twaalf uur ongeveer 1,3 TB aan gegevens. In dezelfde periode verzamelt iOS ongeveer 5,8 GB.
China wil eigen halfgeleiders
Als ’s werelds grootste verbruiker van halfgeleiders was China sterk afhankelijk van aanvoer uit het buitenland. Die afhankelijkheid werd pijnlijk duidelijk tijdens de handelsoorlog tussen China en de VS onder Donald Trump. Die verbood in 2019 de export van halfgeleiders waardoor de toevoer naar Huawei werd afgesneden, schrijft het Berlijnse Tageszeitung.
Vorig jaar verbood hij het bedrijf zelfs zaken te doen met leveranciers uit andere landen die Amerikaanse componenten gebruiken. Binnen enkele maanden verdween Huawei uit de top 5 van ’s werelds meest succesvolle smartphonefabrikanten.
Sindsdien heeft president Xi Jinping ‘technologische zelfvoorziening’ uitgeroepen tot een van de kerndoelen. Een van de belangrijkste doelen in het huidige vijfjarenplan is om in de toekomst belangrijke technologie zelf te produceren. In 2020 ondersteunde de Chinese staat producenten van halfgeleiders met minstens 35 miljard dollar, ruim 400 procent meer dan in 2019. Maar China is er nog lang niet: alleen al het Amerikaanse Intel investeert jaarlijks 13 miljard dollar in onderzoek.
Spanje herziet mondkapjesplicht
Afstand houden is niet langer een bepalende factor voor het wel of niet dragen van een mondkapje in Spanje, meldt El País. Deze week is een wet van kracht geworden die mondkapjes verplicht stelt in alle openbare ruimtes, ongeacht de afstand tussen mensen.
De deelregering van de Balearen liet al weten dat de wet niet zal worden gehandhaafd op stranden en in zwembaden. Tot nu toe waren regionale regeringen vrij om regels naar eigen inzicht aan te passen, maar volgens de nieuwe wet mag dat niet meer. De zwaar getroffen toerismesector vreest dat de mondkapjesplicht verdere schade zal aanrichten.
Saoedi-Arabië wil fors investeren
Saoedi-Arabië spendeert de komende tien jaar meer dan in de driehonderd jaar sinds de oprichting van de staat in 1744, aldus kroonprins Mohammed Bin Salman in Middle East Eye. Hij sprak deze week over zijn ambitieuze Vision 2030, zijn plan om de economie te transformeren middels een partnerprogramma tussen private en publieke partijen.
De particuliere sector wordt gemobiliseerd om de economie af te helpen van afhankelijkheid van olie
Oliegigant Aramco en petrochemiebedrijf SABIC moeten het voortouw nemen voor investeringen van 5 biljoen riyals (1,1 biljoen euro) door de lokale particuliere sector tot 2030. De particuliere sector wordt gemobiliseerd om de economie af te helpen van afhankelijkheid van olie. Die zorgt vooralsnog voor ruim de helft van de inkomsten van het Koninkrijk.
‘Een van de donkerste dagen in de geschiedenis van de VS’
‘6 januari 2021 zal worden herinnerd als een van de donkerste dagen in de geschiedenis van de VS’, aldus Washington Post-verslaggever Dan Balz. Honderden aanhangers van Donald Trump bezetten gisteren (6 januari) het Congres, de tempel van de Amerikaanse democratie, en onderbraken de bijeenkomst die de overwinning van Joe Biden moest bevestigen.
De 35-jarige voormalige luchtmachtmilitair Ashli Babbitt werd neergeschoten toen ze samen met andere Trump-aanhangers het gebouw probeerden binnen te dringen. Ze stierf kort daarna aan haar verwondingen.
Soldaten van de Nationale Garde moesten de rust herstellen. Twitter en Facebook hebben ongekende maatregelen genomen tegen Donald Trump door zijn accounts tijdelijk te blokkeren, daarbij verwijzend naar ernstige schendingen van hun regels.
Kort na de invasie door de demonstranten, riep de president zijn aanhangers in een filmpje op om terug naar huis te keren, waarbij hij verklaarde dat hij ‘van hen hield’ en herhaalde dat de verkiezing van 3 november van hem was gestolen. Woensdagavond besloten de vertegenwoordigers van het Amerikaanse Congres om de bijeenkomst te hervatten.
‘Ongeschikt’
Volgens CNN hebben leden van de regering de mogelijkheid geopperd om de Republikeinse president zelfs vóór 20 januari, de datum van zijn officiële vertrek, te ontslaan door hem ‘ongeschikt’ te verklaren om zijn functie uit te oefenen. Zij doen hiervoor een beroep op het 25ste Amendement van de Amerikaanse Grondwet.
In redactionele bijdragen van verschillende Amerikaanse kranten wordt openlijk gepleit voor het vertrek van de miljardair. ‘De president heeft zijn aanhangers tot geweld aangezet (…), hij moet ter verantwoording worden geroepen door middel van afzettingsprocedures of strafrechtelijke vervolging’, aldus The New York Times. ‘Is het na vier jaar van leugens, blindheid en wetteloosheid een wonder dat Donald Trump probeerde zijn aanhangers aan te zetten tot een staatsgreep?’vraagt columnist Robin Abcarian zich af in een bericht op de website van Los Angeles Times.
Democraten krijgen controle over de Senaat
Na Raphael Warnocks overwinning op dinsdag won Jon Ossoff de tweede senaatszetel met een voorsprong van bijna 25.000 stemmen op de zittende Republikeinse senator David Perdue, een marge van 0,56%, op 98% van de getelde stemmen, aldus NBC en ABC. Er werd reikhalzend uitgekeken naar dit resultaat, dat werd overschaduwd door gebeurtenissen in Washington.
‘De overwinning van de twee Democraten zal belangrijke gevolgen hebben voor de verkozen president Joe Biden, omdat hij niet gedwongen zal zijn het land te leiden met een Republikeinse Senaat en tijdens de eerste jaren van zijn ambtstermijn niet zal hoeven onderhandelen met de leider van de meerderheid, Mitch McConnell,’ merkt Politico op. Dankzij de resultaten van de senaatsverkiezingen van 5 januari hebben de Democraten nu behalve in het Huis van Afgevaardigden ook de meerderheid in het Congres.
Voormalig bankier van Goldman Sachs wordt voorzitter van de BBC
Richard Sharp is gekozen om de Britse publieke radio- en televisiegroep BBC vanaf februari te leiden, zei de Britse regering woensdag. Volgens de Evening Standard heeft de ‘64-jarige multimiljonair nauwe banden met de Conservatieve Partij’. Hij was al lange tijd donateur en schonk de omroep volgens het dagblad ‘meer dan 416.000 pond’ [bijna 460.000 euro].
Richard Sharp gaat volgens de krant een turbulente tijd tegemoet, waarin het behouden van de licence fee na 2027 ter discussie staat, die momenteel £157,50 per jaar bedraagt (£53 voor zwart-wit-tv-toestellen) en dient om ‘onpartijdige, hoogwaardige en onderscheidende’ inhoud te garanderen die alle doelgroepen ‘informeert, onderwijst en vermaakt’, en waarin betaalplatforms als Netflix voor hevige concurrentie zorgen.
Amazon investeert $ 2 miljard in betaalbare woningen
De groep van Jeff Bezos kondigde woensdag de oprichting aan van een fonds om ongeveer 20.000 appartementen te bouwen of onderhouden rond verschillende vestigingen in de Verenigde Staten, waaronder Washington, Arlington, Virginia en Nashville in Tennessee, meldt de Seattle Times. Net als andere techreuzen wordt Amazon er vaak van beschuldigd bij te dragen aan de gentrificatie van de steden waar het bedrijf actief is, door werknemers met een hoog inkomen aan te trekken die de huurprijzen opdrijven.
Bronzen buste van Soleimani controversieel
Een groot standbeeld van de generaal die vorig jaar door de Verenigde Staten is vermoord, werd dinsdag opgericht door de gemeente Ghobeiry, vlak bij de luchthaven van Beiroet, in een bolwerk van de pro-Iraanse sjiitische beweging Hezbollah. De plaatsing van deze buste is bedoeld om de rol te herdenken die de generaal speelde in de oorlogen van Libanon tegen Israël. Volgens de Middle East Monitor veroorzaakte de actie een golf van kritiek op sociale media, waarbij veel Libanezen de groeiende invloed van Iran op hun land veroordeelden.
China verzet zich tegen Trumps bevel om Alipay en WeChat Pay te verbieden
Het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken heeft zich ondubbelzinnig uitgelaten over een bevel van de vertrekkende Amerikaanse president Donald Trump dat acht Chinese betalingsplatforms verbiedt, waaronder Alipay van Ant Group Co.Ltd. En WeChat Pay van Tencent, schrijft Chinese nieuwssite Caixin.
‘Als een gangster die steelt en tegelijkertijd zelf om bescherming vraagt tegen diefstal’
Woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken, Hua Chunying, bestempelde het bevel tijdens een persconferentie op woensdag als ‘gepest tussen bedrijven’ en ‘hegemonie’ en noemde het ‘hypocriet’ om nationale veiligheidsredenen voor te wenden die het verbod zouden rechtvaardigen.
‘Met zijn technische capaciteiten monitort de VS zijn eigen mensen en mensen van over de hele wereld en steelt het op grote schaal gegevens, ook van zijn bondgenoten’, beweerde Hua, volgens staatstelevisiedienst CCTV. ‘En ondertussen beschuldigt het andere landen zonder grondige reden’, aldus Hua. ‘Als een gangster die steelt en tegelijkertijd zelf om bescherming vraagt tegen diefstal.’
Irans wet tegen seksueel geweld en intimidatie van vrouwen
Na een decennium van beraadslaging keurde de Iraanse regering zondag een wetsvoorstel goed dat geweld en seksueel wangedrag tegen vrouwen strafbaar stelt en straffen voor daders specificeert, schrijft The New York Times.
Het besluit om door te gaan met het wetsvoorstel – dat, indien goedgekeurd, de eerste wet in zijn soort zal zijn in het Iraanse wetboek van strafrecht – komt in de nasleep van een baanbrekende #MeToo-beweging en schokkende berichten over eerwraak die de bevolking in hun greep hebben gehouden.
Het wetsvoorstel, dat is aangenomen door het kabinet, moet nu worden goedgekeurd door het conservatieve parlement van het land.
Grote stap voorwaarts
Volgens Iraanse rechtenactivisten en advocaten betekent dit een grote stap voorwaarts en weerspiegelen de ontwikkelingen de veranderende dynamiek binnen de Iraanse samenleving.
Het graf van de 14-jarige Romina Ashrafi die door haar vader in haar slaap werd onthoofd.
Eerder dit jaar werd een wet aangenomen die al tien jaar vastliep en kinderen moet beschermen tegen geweld. De directe aanleiding was de onthoofding van de veertienjarige Romina Ashrafi door haar vader, omdat ze met haar vriendje was weggelopen. Het incident trok nationale aandacht omdat de vader een advocaat had geraadpleegd en het misdrijf pleegde in de wetenschap dat hij maximaal 10 jaar gevangenisstraf zou krijgen, aldus de Iraanse nieuwssite Radio Farda.
Leila Rahimi, een in Teheran gevestigde advocaat die pro bono #MeToo-zaken vertegenwoordigde, zegt dat het nieuwe wetsvoorstel op zijn minst vrouwen die naar voren komen met hun verhaal zal helpen juridische stappen te ondernemen. Rahimi geeft aan dat het aantal vrouwen dat contact met haar opneemt met #MeToo-zaken sinds augustus gestaag is toegenomen.
Techgigant Google ondersteunt het droneprogramma Project Maven van het Pentagon. Dat strookt niet met de waarden van het bedrijf, vonden veel werknemers. Daarop besloot Google op 1 juni het contract in 2019 niet te verlengen. Een juiste beslissing?
JA
Moet multinational Google zijn technologie gebruiken om het militaire overwicht van één land te versterken? Moet het zijn geavanceerde AI-software, zijn onlinediensten en de reusachtige hoeveelheid persoonlijke gegevens die het verzamelt, inzetten bij de ontwikkeling van autonome wapens?
Onlangs nam ruim een dozijn werknemers ontslag omdat Google het droneprogramma Project Maven van het Pentagon met zijn AI ondersteunt. Dit project moet drones gemakkelijker mensen laten identificeren. Hun stap volgt op een open brief, ondertekend door ruim 3100 Google-werknemers, waarin staat dat Google zich niet met oorlogsvoering moet bezighouden.
In het Maven-programma van het Amerikaanse leger wordt AI gebruikt om op beelden van surveillancedrones ‘interessante objecten’ te ontdekken, die menselijke analisten dan verder kunnen inspecteren. Niet alleen levert Google hiervoor de AI-technologie, maar ook technici en expertise. Maven is al actief ‘in het Midden-Oosten’ en vanaf volgende zomer wordt de inzet geïntensiveerd. De bedoeling is om er ongerichte surveillancebeelden mee te analyseren die ‘hele steden kunnen bestrijken’.
Door aan project Maven deel te nemen, ondersteunt Google het mogelijk illegale Amerikaanse droneprogramma en werkt het de immorele praktijk in de hand van door statistiek en algoritmes gedreven liquidaties
In de berichtgeving over Project Maven wordt vooralsnog de rol van menselijke analisten benadrukt, maar de bedoelingen van de Amerikaanse ministerie van Defensie zijn overduidelijk. De techniek moet het proces van identificatie van doelwitten, waaronder mensen, gaan automatiseren en vervolgens de wapens aansturen om die mee aan te vallen. Volgens Defense One heeft het Pentagon al plannen om zulke beeldanalysesoftware eveneens in de drones zelf in te bouwen, ook in gewapende. Het is dan nog maar een kleine stap naar volledig autonome drones, die zonder menselijk toezicht of menselijke controle mogen doden.
Zelfs zonder de automatische identificatie van doelwitten was het Amerikaanse droneprogramma al controversieel. Volgens velen waren de gerichte liquidaties in strijd met Amerikaanse en internationale wetgeving. Het ging bij deze liquidaties om ‘personality strikes’ op bekende individuen, wier naam op een dodenlijst voorkwam, en om ‘signature strikes’, gebaseerd op een ‘levenspatroonanalyse’. Bij dit laatste type aanval worden mensen tot doelwit bestempeld louter op basis van hun uiterlijk en hun gedrag op surveillancebeelden. Het gevolg was dat er bij luchtaanvallen niet alleen geregeld omstanders werden gedood, maar dat zelfs sociale bijeenkomsten, zoals huwelijken, soms doelwit werden van een aanval.
Door aan project Maven deel te nemen, ondersteunt Google het mogelijk illegale Amerikaanse droneprogramma en werkt het de immorele praktijk in de hand van door statistiek en algoritmes gedreven liquidaties. Het multinationale bedrijf Google heeft de handen ineen geslagen met het leger van één bepaald land. Het ontwikkelt een techniek die mogelijk zeer gevaarlijk kan worden voor haar gebruikers en hun buren. Dit is een kritiek moment.
Auteurs: Lucy Suchman, Lilly Irani, Peter Asaro
Bron: The Guardian
Lucy Suchman is hoogleraar wetenschapsantropologie aan Universiteit van Lancaster. Lilly Irani is universitair docent aan de Universiteit van California. Peter Asaro doceert aan de New School in New York.
1. Lucy Suchman; 2. Christopher M. Kirchoff.
NEE
Moeten technologen voorkomen dat hun gereedschappen gebruikt worden om oorlog te voeren? Bij Google werd deze vraag woedend met ‘ja’ beantwoord. Ruim drieduizend werknemers ondertekenden een petitie als protest tegen het gebruik van de algoritmes van het bedrijf in Project Maven. Dit is een project waarmee het ministerie van Defensie objecten op videobeelden automatisch wil gaan identificeren.
Ondanks hun nobele bedoelingen snappen de ondertekenaars niet goed wat technologie is. Evenmin zien ze in hoe belangrijk het leger is voor de economische voorspoed van de VS. Een nauwe relatie tussen Silicon Valley en het Pentagon is zowel goed voor de industrie als voor de nationale veiligheid.
Op zich valt toe te juichen dat de technici van Google zich openlijk afvragen of de door hun uitgevonden machine learning-algoritmes wel in Project Maven mogen worden toegepast. Het zou morele helderheid scheppen als technologie voor oorlogvoering netjes van andere soorten technologie kon worden gescheiden. Alleen kan dat helaas niet. Silicon Valley voert allang oorlog: de technologieën die het ontwikkelt voor automatisch zoeken, gegevensopslag en patroonherkenning hebben ook militaire toepassingen. De machinaal lerende algoritmes waarmee beelden op het internet worden geclassificeerd kunnen ook gebruikt worden om terroristische activiteiten mee op te sporen. Overheid en industrie wisselen technologie uit; vredelievende technologie wordt ingezet bij oorlogsvoering en andersom.
De technologie achter Project Maven probeert het aantal onschuldige slachtoffers verder te beperken. Een beslissing van Google om er niet aan mee te werken is dus moreel erg complex
Toch is de hoop op een verantwoord gebruik van deze techniek niet vervlogen. De controverse omtrent Project Maven leert ons een belangrijke les over wie uiteindelijk de inzet van technologie bepaalt. Google maakt immers deel uit van een democratisch bestel. Uiteindelijk besluiten onze volksvertegenwoordigers over het gebruik van geweld en de ingezette middelen. Beïnvloeden hoe de VS oorlog voeren, kun je via de stembus.
Ook het Amerikaanse leger functioneert binnen ons democratisch bestel en probeert daarom om met een zo groot mogelijke precisie te vechten. Veel meer dan bij minder democratische grootmachten ligt de focus op het beperken van burgerslachtoffers. De technologie achter Project Maven probeert het aantal onschuldige slachtoffers verder te beperken. Een beslissing van Google om er niet aan mee te werken is dus moreel erg complex.
De marktwaarde van Apple en Google ligt twee keer zo hoog als de waarde van de gehele Amerikaanse defensie. De enige manier waarop het leger het land kan blijven beschermen en de relatieve vrede kan blijven waarborgen, is door voortdurend de nieuwste technieken toe te passen. Het leger de toegang weigeren tot deze techniek zou op termijn de slagvaardigheid in de weg staan, wat een ramp zou betekenen voor de natie, en voor de wereld.
Auteur: Christopher M. Kirchhoff
Bron: The New York Times
Christopher M. Kirchhoff leidde een Pentagongroep die technologie van start-ups integreerde in militaire missies.
Misschien denkt Mark Zuckerberg dat de wereld beter af is zonder privacy. Maar hij heeft het mis, schrijft journalist Franklin Foer.
Het wordt smullen als het wonderkind er straks van langs krijgt. Al die politici die Mark Zuckerberg de volle laag gaan geven – ironisch genoeg in de hoop daarmee zelf viraal te gaan. Ze zullen de oprichter van Facebook het vuur aan de schenen leggen en hem allerlei vreselijke wandaden proberen aan te wrijven [Zuckerberg getuigde intussen op 10 en 11 april]. Heerlijk spektakel wordt dat. Maar met spektakel heb je nog geen goed beleid.
Na de laatste schandalen rond Facebook is de stemming rond de grote techbedrijven razendsnel omgeslagen. We horen alleen meer boze klachten dan doordachte plannen. Het best uitgewerkte voorstel dat in het Congres circuleert en op enthousiaste steun kan rekenen, behelst regels voor politieke advertenties op het internetplatform. Die zullen de macht en de omzet van het bedrijf nauwelijks aantasten. En het wetsvoorstel pakt de kern van het probleem niet aan: het ontbreken van goede regelgeving om onze persoonsgegevens te beschermen.
Ons digitale leven wordt gedomineerd door het feit dat het internet een massamedium werd in de jaren negentig, toen het vrijemarktdenken hoogtij vierde. Toen we het privatiseerden, om het uit handen te trekken van de onderwijsinstellingen en overheidsinstanties die er aanvankelijk als enigen gebruik van maakten, hebben we onze maatschappelijke neiging tot regulering bedwongen. Anders dan voorheen met het bankenstelsel, de luchtvaart of de landbouw hebben we voor het internet geen strenge regelgeving opgesteld om onze veiligheid en grondwettelijke waarden te beschermen.
Van de zijlijnen van het debat roepen internetactivisten dit al langer, en ergens waren misschien ook de meeste Facebookgebruikers zich wel van de gevaren bewust. Maar een abstract besef van de grootscheepse exploitatie van onze persoonlijke data is iets anders dan een scherpe illustratie van de manier waarop die data tegen je kunnen worden gebruikt – zoals de onthullingen over de bijdrage van Facebook aan het fiasco van de presidentsverkiezingen. Dat Facebook de eigen rol nog steeds niet lijkt te willen erkennen, verhoogt het wantrouwen over de methoden en motieven van het bedrijf. En naarmate er meer wantoestanden aan het licht komen, kan het grote publiek weleens tot het inzicht komen dat het succes van Facebook van meet af aan gebaseerd was op leemtes in onze wetgeving.
Als je er even rustig over nadenkt, is dat onmiskenbaar: het hele verdienmodel van Facebook berust op het uitkleden van onze privacy. Het bedrijf wil gebruikers ertoe aanzetten zo veel mogelijk persoonlijke gegevens te delen – wat ze zelf ‘radicale transparantie’ noemen – en ze nauwlettend volgen, zodat ze bij de site ‘betrokken’ blijven en met gerichte advertenties kunnen worden bestookt. Af en toe maakt Mark Zuckerberg wel een gebaar in de richting van privacybescherming, maar het is altijd heel duidelijk hoe hij er echt over denkt. In 2010 zei hij bijvoorbeeld dat privacy geen ‘sociale norm’ meer is. (In een bui van puberale overmoed noemde hij zijn gebruikers ook al eens ‘domme eikels’, omdat ze hem zomaar al hun persoonsgegevens toevertrouwen.) Ook leidinggevenden in het bedrijf lijken zich bewust van de reikwijdte van hun systeem. Iemand van Facebook met wie ik onlangs in een gesprekspanel zat, gaf toe dat hij de site al jaren niet meer gebruikt, om zijn eigen privacy te beschermen.
We moeten ons goed bewust zijn van die ideologische onverschilligheid over privacy. Dan is er niets schokkends aan de nonchalance die spreekt uit de hele affaire rond Cambridge Analytica. Blijkbaar zag Facebook er geen been in om jouw data aan de charlatans van Cambridge Analytica te overhandigen – zonder die lui na te trekken of zich ook maar even af te vragen wat hun achterliggende reden voor het verzamelen van zo veel privacygevoelige informatie kon zijn. En dit incident stond niet op zichzelf. Facebook gaf die dataverzamelaars toegang tot onze gegevens, omdat het een duivels pact heeft gesloten met ontwikkelaars van externe apps. Het bedrijf had die ontwikkelaars nodig om gebruikers te verleiden steeds meer tijd op Facebook door te brengen. Zoals mijn collega Alexis Madrigal eerder al beschreef, stelde Facebook nauwelijks eisen aan het verzamelen van gegevens, ondanks de felle kritiek die het daarop kreeg.
Misschien denkt Mark Zuckerberg inderdaad dat de wereld beter af is zonder privacy. Maar nu worden we geconfronteerd met de nadelige gevolgen van die opvatting
Misschien denkt Mark Zuckerberg inderdaad dat de wereld beter af is zonder privacy. Maar nu worden we geconfronteerd met de nadelige gevolgen van die opvatting. Onze intieme gegevens werden vrijelijk gedeeld met kwaadwillende personen die onze politieke overtuiging, ons denken en ons consumptiepatroon willen manipuleren. Allemaal kinderspel voor de eigenaren van Cambridge Analytica. Onze data, in feite een röntgenfoto van ons innerlijk, werden buiten ons medeweten door Facebook als koopwaar verhandeld.
In het verleden hebben Amerikanen altijd verlangd dat de overheid hen tegen al te machtige marktpartijen beschermde. Tegen banken die onze menselijke zwakheden en kennisachterstand willen uitbuiten, beschermt de wet ons met een verbod op de verhandeling van onze financiële gegevens. Omdat voedselfabrikanten soms vreselijke ingrediënten in hun producten stoppen, worden ze door de overheid verplicht alle ingrediënten op het etiket te vermelden. In het verkeer heeft de overheid snelheidslimieten vastgesteld en gebruik van de veiligheidsgordel verplicht. Er zitten mazen in al die wetten, maar er heerst een zwaarwegende consensus dat dit allemaal beter is dan wetteloosheid. Dat historische model moeten we nu ook gaan toepassen op onze nieuwe wereld.
Gelukkig hoeven we niet zelf het wiel uit te vinden. In mei wordt in de EU de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) van kracht. Verschillende Europese landen hebben in de loop der tijd ieder hun eigen regels en toezichthouders voor de technologiesector ontwikkeld. Met deze nieuwe verordening komt er één standaard voor de hele EU – een enorme en grotendeels prijzenswaardige poging om techbedrijven te dwingen helder uit te leggen wat zij van plan zijn met de persoonsgegevens die ze verzamelen. Het geeft burgers ook meer mogelijkheden om de exploitatie daarvan aan banden te leggen, onder meer via het recht op het wissen van persoonlijke data.
Amerikaanse toezichthouder
Het wordt tijd dat we in de VS onze eigen toezichthouder krijgen, in overeenstemming met onze eigen waarden en tradities – een Data Protection Authority. Die naam is, zoals ik in mijn boek World Without Mind al schreef, een doelbewuste verwijzing naar de overheidsinstantie (de Environmental Protection Authority) die op de naleving van onze milieuwetgeving toeziet. Er zijn overeenkomsten tussen het milieu en onze privacy. Het zijn allebei zaken waarvoor een volledig vrije marktwerking fataal zou zijn. We laten weliswaar toe dat het bedrijfsleven de lucht, het water en de bossen vervuilt, maar we leggen toch belangrijke beperkingen op aan de commerciële exploitatie van onze leefomgeving. Dat moeten we met onze privacy ook gaan doen. Onze burgers zouden net als in Europa het recht moeten krijgen hun gegevens van servers te wissen. Bedrijven moeten worden verplicht standaardinstellingen zo in te richten dat het voortaan een actieve keuze van gebruikers is om zich te laten bespioneren, in plaats van dat ze zonder iets te doen automatisch hun privacy prijsgeven.
De oprichting van zo’n Data Protection Authority werpt natuurlijk allerlei lastige vragen op. Er is een reële angst dat het grote geld nieuwe regels zal willen aanwenden om onwelgevallige journalistiek het zwijgen op te leggen. Gelukkig is onze jurisprudentie op het gebied van persvrijheid een stuk sterker dan in Europa, en we kunnen ervoor zorgen dat bescherming van de persvrijheid stevig in die nieuwe regelgeving wordt verankerd. Bovendien is niets doen een veel grotere bedreiging voor onze democratie. Als onze privacy eenmaal is verdwenen, krijgen we die nooit meer terug. En als demagogen de zwakheden in ons systeem gaan uitbuiten, kan dat de genadeklap voor onze politieke normen en waarden betekenen.
Bij de ontwikkeling van hun app om Facebookgebruikers over te halen hun gegevens prijs te geven, maakte Cambridge Analytica een duivelse grap. Ze gaven dat Trojaanse paard een naam die leek aan te kondigen hoe ver hun plannen reikten: ze doopten hun app thisisyourdigitallife. Als we alle boze woorden nu eens omzetten in daden, hoeft dit niet ons digitale leven te worden.
De auteur van dit artikel, journalist bij The Atlantic, publiceerde in september vorig jaar het boek World Without Mind(360 publiceerde voor uit de Nederlandse vertaling, Ontzielde wereld (bekijk de voorpublicatie hier). Daarin levert hij kritiek op de macht van grote technologische bedrijven als Google, Amazon, Facebook en Apple. ‘Dat deze bedrijven fantastische dingen voor ons hebben ontwikkeld en dat wij dat kunnen beschouwen als geweldige innovaties, wil nog niet zeggen dat we hun duistere kanten buiten beschouwing moeten laten,’ zei Foer onlangs in een interview met het blad Wired. Als men zich een ranglijst zou kunnen voorstellen van ‘de meest diabolische bedrijven’ ter wereld, dan zou Facebook volgens hem bovenaan staan, gevolgd door Amazon, Google en Apple.
The Atlantic
Verenigde Staten | weekblad | oplage 494.000
Anticipatievermogen is altijd een van de sterke kanten geweest van The Atlantic sinds het blad in 1857 voor het eerst verscheen. De eerbiedwaardige publicatie, waaraan de meest prestigieuze pennen van hun tijd bijdragen hebben geleverd, heeft beter dan welk ander Amerikaans tijdschrift de overgang naar het internettijdperk weten te maken. De website is een zeer dynamische plek voor reflectie en debat.
Data zijn het nieuwe goud. En naar big data wordt dan ook gretig geboord.
Het verzamelen van zo veel mogelijk gegevens over ons heet niet voor niets in newspeak ‘data mining’, data delven, naar gegevens graven. Met veel tijd, dus veel geld, en een enorme computercapaciteit kan men heel veel aan de weet komen, over van alles en iedereen.
Dat kan nuttig zijn. Zo lopen er omvangrijke medische onderzoeken waarin gebruik wordt gemaakt van big data. Uit de zorgvuldige analyse van gegevensbestanden hoopt men oorzaken en gevolgen te kunnen opmaken, om langs die weg het ontstaan van ziekten en andere ongewenste verschijnselen te kunnen begrijpen en zo mogelijk voorkomen. Deze onderzoeken, mogen we aannemen, worden verricht vanuit wetenschappelijke en (of) filantropische motieven. Alles (vrijwel alles) kent helaas ook zijn smerige keerzijde. Want er zullen altijd anderen zijn, met minder intellectuele en menslievende doeleinden, die voor veel geld iets af willen dwingen wat zonder die verzamelde data nooit gelukt zou zijn. Beïnvloeding is van alle tijden, denkt u misschien. En dat is ook zo. Een campagne beïnvloedt. Reclame beïnvloedt. Media beïnvloedt. Alles kan beïnvloeden. Zelfs als je denkt dat jij daar niet vatbaar voor bent. Maar dat een verkiezingsuitslag door andere krachten dan politieke wordt gestuurd, is een recent en verwerpelijk fenomeen. Het zou zich hebben voorgedaan bij twee recente volksraadplegingen: het Britse referendum over het beëindigen van het lidmaatschap van de Europese Unie, en de Amerikaanse verkiezingen voor het presidentschap.
Brexit en Trump, we hebben ze te danken aan hetzelfde groepje superrijken dat met schimmige bedrijven democratisch geachte processen heeft geïntervenieerd om de uitkomsten naar hun hand te zetten
Brexit en Trump, we hebben ze te danken aan hetzelfde groepje superrijken dat met schimmige bedrijven democratisch geachte processen heeft geïntervenieerd om de uitkomsten naar hun hand te zetten. Niet omdat ze zo politiek geëngageerd zijn, welnee, puur en alleen om allerlei financiële deals te waarborgen. Dat ze daarbij niet geheel conform de wet of de geest van de wet handelden, gebruikmaakten van overheidsinstellingen waartoe de gewone burger geen toegang heeft, kortom, dat ze zich geen fluit aantrokken van de democratische spelregels: het is te lezen in het bijna hypnotiserend benauwende rapport dat Carole Cadwalladr schreef voor de Britse zondagskrant The Observer. En wellicht het meest onthutsend van dit alles: wij, internetgebruikers, wij twitteraars, wij consumenten verstrekken zelf de data waarmee we om de tuin worden geleid.
Arme superrijken: verzamel liever alle werken van Yuval Noah Harari, dan heb je geen big data meer nodig. Weten jullie dan niet dat macht helemaal niet gelukkig maakt?
Onlangs kon u in 360 het verhaal lezen van datamiljardair Steve Mercer, die de campagnes van Trump en de Brexit probeerde te beïnvloeden. De auteur van dat verhaal, Carole Cadwalladr, spitte verder en ontdekte dat Mercers rol bij het Brexitreferendum misschien wel beslissend was. Met de verkiezingen voor de deur roept dat de vraag op: voldoet het Britse kiesstelsel nog wel?
In juni 2013 liep Sophie, een jonge Amerikaanse promovenda, door Londen, en belde de baas van een bedrijf waar ze ooit stage had gelopen. Dat bedrijf, SCL Elections, was inmiddels overgenomen door Robert Mercer, een eenzelvige hedgefundmiljardair, die het bedrijf had omgedoopt tot Cambridge Analytica. Het bedrijf zou naam maken als hét data-analysebedrijf dat een belangrijke rol speelde tijdens de campagnes van Trump en die van de Brexit. Maar zover was het allemaal nog niet. In 2013 was Londen nog aan het nagenieten van de Olympische Spelen. Er was nog geen sprake van een Brexit. De wereld stond nog niet op zijn kop.
‘Dat was voordat we uitgroeiden tot dit duistere, dystopische databedrijf dat de wereld heeft opgezadeld met Trump,’ zegt een voormalig Cambridge Analytica-medewerker. Ik noem hem Paul. ‘Het was de tijd dat we alleen nog in psychologische oorlogsvoering deden.’
Noemden jullie het echt zo, wil ik weten. Psychologische oorlogsvoering? ‘Reken maar. Dat is het ook. Psyops. Pschychological operations – dezelfde methoden die het leger gebruikt om de emoties van grote groepen mensen te beïnvloeden. Dat is wat er onder het winnen van de hearts and minds wordt verstaan. We zetten het vooral in om verkiezingen te winnen in ontwikkelingslanden waar maar weinig regels golden.’
Waarom zou iemand stage willen lopen bij een bedrijf dat zich specialiseert in psychologische oorlogsvoering, vraag ik hem. Hij kijkt me aan of ik gek ben. ‘Het was alsof je voor de Britse geheime dienst werkte. Maar dan met veel meer vrijheid. Het was heel deftig allemaal, heel Brits, met iemand van Eton aan het hoofd, en we deden allemaal te gekke dingen. Je vloog de hele wereld over. Je werkte samen met de president van landen als Kenia of Ghana. Het is heel anders dan verkiezingscampagnes in het Westen. Je moet allerlei waanzinnige dingen doen.’
Palantir
Op die dag in juni 2013 had Sophie een afspraak met de chief executive van SCL, Alexander Nix, en ze reikte hem de kiem aan van een idee. ‘Je zou echt iets met data moeten doen,’ zei ze. ‘Zij heeft Alexander daar echt van doordrongen. Ze opperde dat hij een keer moest gaan praten met een bedrijf van iemand die zij weer via haar vader kende.’
Wie is haar vader?
‘Eric Schmidt.’
Eric Schmidt – de topman van Google?
‘Ja. Ze opperde ook dat Alexander eens moest gaan praten met een ander bedrijf, Palantir.’
Ik voerde al maanden gesprekken met voormalig medewerkers van Cambridge Analytica en ik had verhalen gehoord die je de haren te berge doen rijzen, maar toch kon ik mijn oren nauwelijks geloven. Voor iedereen die zich met surveillance bezighoudt, is Palantir een begrip. Het dataminingbedrijf heeft contracten met regeringen over de hele wereld – zoals GCHQ, het Engelse Government Communications Headquarters, en de NSA. Het bedrijf is eigendom van Peter Thiel, de miljardair die medeoprichter is van eBay en PayPal, de eerste in Silicon Valley die openlijk zijn steun voor Trump uitsprak.
In zekere zin is het feit dat de dochter van Eric Schmidt voor de link met Palantir zorgt een van de vele krankzinnige details in het meest krankzinnige verhaal waar ik ooit in ben gedoken.
Een krankzinnig maar veelzeggend detail. Omdat het raakt aan de essentie – waarom het verhaal van Cambridge Analytica een van de meest verontrustende verhalen van dit moment is. Sophie Schmidt werkt inmiddels voor een ander megabedrijf in Silicon Valley: Uber. Het is duidelijk dat de macht en de dominantie van Silicon Valley – Google en Facebook en nog een handjevol andere bedrijven – de stuwende kracht is achter de wereldwijde tektonische verschuiving waarvan we momenteel getuige zijn.
Het toont tevens een cruciale, levensgrote lacune in het politieke debat in Engeland. Want de gebeurtenissen in Amerika en die in Engeland zijn verstrengeld. De banden van de regering-Trump met Rusland en Engeland zijn verstrengeld. En Cambridge Analytica is een van de gezichtspunten van waaruit we kunnen zien hoe al die banden in elkaar grijpen; dat maakt ook het probleem duidelijk waarvoor we het liefst de ogen sluiten terwijl we op verkiezingen afstevenen: Engeland verbindt zijn toekomst aan een Amerika dat onder Trump een – radicale en ingrijpende – metamorfose ondergaat.
Een van mijn bronnen liet me weten dat het adres en het telefoonnummer van AggregateIQ overeenkwamen met dat van een bedrijf dat op de website van Cambridge Analytica wordt vermeld als een overzeese vestiging: “SCL Canada”. Een dag later was die online verwijzing verdwenen
Er lopen drie lijnen door dit verhaal. Dat in de Verenigde Staten de fundamenten worden gelegd voor een surveillancemaatschappij. Dat de Britse democratie is uitgehold door een heimelijk, verstrekkend plan tot coördinatie, mogelijk gemaakt door een Amerikaanse miljardair. En dat er een verwoede strijd gaande is tussen miljardairs, met onze data als inzet. Data die in alle stilte worden verzameld, vergaard en opgeslagen. Wie die data in handen heeft, heeft de toekomst in handen.
Zoals het zo vaak gaat, kwam ik dit verhaal op het spoor via een avondje googelen. Vorig jaar december kwam ik via ‘automatische aanvullen’ van Google toevallig terecht op de zoekopdracht: ‘Heeft de Holocaust echt plaatsgevonden?’ En ik ontdekte dat er een hele pagina vol zoekresultaten was die beweerden van niet.
Googles algoritme was gemanipuleerd door extremistische sites. Jonathan Albright, professor communicatie aan Elon-universiteit, in North Carolina, hielp me om mijn bevindingen te duiden. Hij was de eerste die een compleet ‘alt-right’nieuws en informatie-ecosysteem blootlegde en in kaart bracht, en hij was degene die me op het spoor zette van Cambridge Analytica.
Hij noemde het bedrijf een spil in de ‘propagandamachine’ van rechts, een term die ik ook heb gebruikt in relatie tot de werkzaamheden die ze verrichten voor de verkiezingscampagne van Trump en het Britse Leave-kamp. Dat leidde tot een tweede artikel over Cambridge Analytica – als spil in het nepnieuws- en informatienetwerk dat volgens mij is opgezet door Robert Mercer en Steve Bannon, een van Trumps naaste medewerkers die het zelfs tot chief strategist heeft weten te schoppen. Ik stuitte op bewijzen dat het bedrijf bezig was met een strategische operatie om de mainstream media een kopje kleiner te maken en te vervangen door een systeem dat alternatieve feiten, gefingeerde geschiedkundige informatie en rechtse propaganda zou verspreiden.
Mercer is een briljant computerkundige, een pionier op het gebied van artificiële intelligentie, en mede-eigenaar van een van de meest succesvolle hedge funds ter wereld (met een jaarlijks rendement van 71,8 procent, wat alle economische wetten lijkt te tarten). Ik kwam tot de ontdekking dat hij tevens goed is bevriend met Nigel Farage.
Andy Wigmore, hoofd communicatie van Leave.EU, wist me te vertellen dat Mercer ervoor had gezorgd dat het bedrijf, Cambridge Analytica, het Leave-kamp zou ‘helpen’.
Dit tweede artikel zette twee onderzoeken in gang, die allebei nog lopen: een onderzoek van het Information Commissioner’s Office naar het mogelijk illegale gebruik van data. En een tweede onderzoek, van de kiesraad, dat zich ‘richt op de vraag of een of meerdere donaties – waaronder diensten – die zijn aangenomen door Leave.EU “ontoelaatbaar” waren.’
Wat ik toen ontdekte was dat Mercers rol bij het referendum nog veel verder ging. Veel verder dan de jurisdictie van welke Engelse wet dan ook. De sleutel om te begrijpen hoe een gedreven en vastberaden miljardair onze verkiezingswetten kan omzeilen, is te vinden bij AggregateIQ, een duister webanalysebedrijfje dat is gevestigd boven een winkel in Victoria, in Brits-Columbia.
Vote Leave (de officiële Leave-campagne) besloot 3,9 miljoen te spenderen aan AggregateIQ, dus meer dan de helft van het officiële campagnebudget van 7 miljoen. Hetzelfde geldt voor drie andere aangesloten Leave-campagnes: BeLeave, Veterans for Britain en de Democratic Unionist Party, die nog eens 757.750 pond uitgaven. ‘Coördinatie’ tussen verschillende campagnes is verboden binnen de Engelse kieswet, tenzij de campagnekosten gezamenlijk worden opgegeven. Dat was niet het geval. Volgens Vote Leave heeft de kiesraad ‘de zaak bekeken’ en een ‘gezondheidsverklaring’ afgegeven.
Hoe kan een duister Canadees bedrijf zo’n belangrijke rol hebben gespeeld bij de Brexit? Met die vraag worstelde ook Martin Moore, hoofd van het centrum voor onderzoek naar communicatie, media en macht aan King’s College, in Londen. ‘Ik heb alle facturen bekeken van de Leave-campagne, toen die in februari door de kiesraad online zijn gezet. En ik stuitte steeds maar weer op gigantische bedragen die werden overgemaakt aan een bedrijf waarvan ik niet alleen nog nooit had gehoord, maar waarvan ook op internet vrijwel niets was te vinden. Er werd meer geld betaald aan AggregateIQ dan aan welk ander bedrijf ook, of welke campagne ook, tijdens de aanloop naar het referendum. Het enige wat ik destijds kon vinden was een website van één pagina. Meer niet. Het was een groot raadsel.’
Moore leverde een bijdrage aan een rapport dat in april werd gepubliceerd, en waarin werd geconcludeerd dat de Engelse kieswet ‘krachteloos en machteloos’ was, met alle nieuwe vormen van digitaal campagnevoeren. Offshorebedrijven, geld dat in databases wordt gestoken, ongebonden derde partijen… de geldstromen waren niet zo duidelijk meer gemarkeerd. De wetten die sinds jaar en dag de Britse kieswet hadden geschraagd, waren niet langer toereikend. Wetten, zo stond te lezen in het rapport, die ‘nodig moeten worden herzien’ door het parlement.
AggregateIQ is ook de sleutel om een ander complex netwerk van invloedssferen te ontrafelen dat door Mercer in het leven is geroepen. Een van mijn bronnen liet me weten dat het adres en het telefoonnummer van AggregateIQ overeenkwamen met dat van een bedrijf dat op de website van Cambridge Analytica wordt vermeld als een overzeese vestiging: ‘SCL Canada’. Een dag later was die onlineverwijzing verdwenen.
Er moest een verband zijn tussen de twee bedrijven. Tussen de verschillende Leave-campagnes. Tussen het referendum en Mercer. Het was gewoon té toevallig. Maar iedereen – AggregateIQ, leave.EU, Vote Leave – ontkende. AggregateIQ had gewoon een kortlopende opdracht gedaan voor Cambridge Analytica. Daar was niets op tegen. Wij publiceerden de feiten. Op 29 maart trad artikel 50 in werking.
Gestoord
Dan ontmoet ik Paul, de eerste van twee bronnen die in het verleden bij Cambridge Analytica hebben gewerkt. Hij is ergens eind twintig, en getekend door zijn ervaringen bij het bedrijf. ‘Ik heb bijna posttraumatische stress. Het was zo… gestoord. Het ging allemaal zo snel. Van de ene op de andere dag bleken we te zijn veranderd in de Republikeinse fascistenpartij. Ik kan het nog altijd nauwelijks geloven.’
Hij moet lachen wanneer ik hem vertel over het frustrerende mysterie van AggregateIQ. ‘Kijk of je Chris Wylie kunt vinden,’ zegt hij.
Wie is Chris Wylie?
‘Hij is degene die Cambridge Analytica op het spoor heeft gezet van data en microtargeting [op maat gesneden politieke boodschappen]. Hij komt uit het westen van Canada. Zonder hem zou AggregateIQ niet eens hebben bestaan. Het zijn zijn vriendjes. Hij heeft ze erbij gehaald.’
Er was niet zomaar een terloopse link tussen Cambridge Analytica en AggregateIQ, vertelt Paul me. Ze waren innig verstrengeld, vervulden sleutelposities binnen Robert Mercers uitgestrekte rijk. ‘De Canadezen waren ons backoffice. Zij beheerden onze database. Als AggregateIQ erbij betrokken is, dan is Cambridge Analytica er ook bij betrokken. En als Cambridge Analytica erbij betrokken is, dan zijn Robert Mercer en Steven Bannon erbij betrokken. Kijk of je Chris Wylie kunt vinden.’
Ik wist Chris Wylie op te sporen. Hij weigerde me te woord te staan.
Om te begrijpen hoe data een bedrijf kunnen veranderen, moet je weten waar ze vandaan komen. Ik werd daarbij geholpen door een brief van de ‘Director of Defence Operations, SCL Group’. Hij is afkomstig van ‘commandant Steve Tatham, PhD, MPhil, Royal Navy (buiten dienst)’ die zijn beklag doet over het gebruik van het woord ‘desinformatie’ in mijn artikel over Mercer.
Ik schreef hem terug en wees hem erop dat hij in bepaalde artikelen zelf had geschreven over ‘misleiding’ en ‘propaganda’, wat naar mijn idee ‘min of meer hetzelfde’ was als desinformatie. Pas later dringt tot me door hoe vreemd het is dat ik correspondeer met een gepensioneerde marinecommandant, over militaire strategieën die al dan niet zouden zijn gebruikt tijdens Britse en Amerikaanse verkiezingen.
Wat uit beeld is verdwenen in de Amerikaanse kijk op dit ‘data-analyse’-bedrijf is de achtergrond van het bedrijf: het is diepgeworteld in de militair-industriële wereld. Een opmerkelijk hoekje binnen deze wereld wordt bevolkt door Tories van de oude stempel, zoals dat ook geldt voor het militaire establishment in Engeland. Geoffrey Pattie, een voormalig parlementslid dat een hoge positie bekleedde bij Defensie en dat aan het hoofd stond van Marconi Defence Systems, zat in de raad van bestuur, net als Lord Marland, David Camerons voormalige handelsgezant die pro-Brexit is, en die aandeelhouder was.
Steve Tatham stond aan het hoofd van de psychologische operaties van de Britse strijdkrachten in Afghanistan. The Observer beschikt over brieven waarin hij wordt aanbevolen door het Engelse ministerie van Defensie, Buitenlandse Zaken en de NAVO.
SCL/Cambridge Analytica is niet een of andere start-up van een stel jongens met een Mac Powerbook. Het maakt echt deel uit van het Britse defensiesysteem. En nu dus ook van het Amerikaanse defensiesysteem. Dit is meer dan een verhaal over sociale psychologie en data-analyse. Het moet gezien worden in het kader van een militaire aannemer die militaire strategieën loslaat op een burgerbevolking. David Miller, hoogleraar sociologie aan Bath-universiteit en een autoriteit op het gebied van psyops en propaganda, noemt het ‘een ongehoord schandaal dat dit mogelijk is binnen een democratie. De kiezers behoren te weten waar bepaalde informatie vandaan komt, en als dat niet helder en transparant is, moeten we ons de vraag stellen of we daadwerkelijk in een democratie leven.’
Paul en David, een andere voormalig medewerker van Cambridge Analytica, werkten bij het bedrijf in de tijd dat het op grote schaal vergaren van data deel ging uitmaken van de psychologische-oorlogsvoeringstrategie. ‘Het was een nieuwe, krachtige synergie van psychologie, propaganda en techniek,’ zegt David.
En dat alles werd mogelijk gemaakt door Facebook. Cambridge Analytica kreeg zijn immense hoeveelheid data in eerste instantie van Facebook. Al eerder hadden psychologen van Cambridge Analytica (legaal) gegevens van Facebook geanalyseerd voor onderzoeksdoeleinden, en ze hadden peer-reviewed artikelen gepubliceerd over Facebook-‘likes’, en wat daaruit valt af te leiden over iemands karaktereigenschappen, politieke voorkeuren, seksualiteit en nog veel meer. SCL/Cambridge Analytica huurde een hoogleraar in, dr Aleksandr Kogan, om nog meer Facebookdata te vergaren. Hij deed dat door mensen tegen betaling een persoonlijkheidstest te laten maken, waarbij niet alleen hun Facebookprofiel boven tafel kwam, maar ook dat van hun vrienden – ook dat maakte het sociale netwerk destijds mogelijk.
Facebook was de bron van de psychologische inzichten die het Cambridge Analytica mogelijk maakte zich specifiek te richten op individuen. Het was ook het mechanisme dat het Cambridge Analytica mogelijk maakte hier op grote schaal in te handelen.
Het bedrijf kocht ook (volkomen legaal) consumentendata – gegevens over van alles en nog wat, van tijdschriftabonnementen tot aangeschafte vliegtickets – en combineerde deze voor het eerst met psychologische gegevens en lijsten van kiesgerechtigden. Al deze informatie werd vervolgens gekoppeld aan het adres en telefoonnummer van mensen, en vaak ook aan hun e-mailadres. ‘Het doel was om alle gegevens in kaart te brengen van de informatieomgeving van alle stemgerechtigden,’ zegt David. ‘Met die persoonlijkheidsgegevens kon Cambridge Analytica op maat gesneden berichten sturen.’
De zoektocht naar ‘beïnvloedbare’ kiezers is de sleutel tot elke campagne en met zijn schat aan data was Cambridge Analytica bijvoorbeeld in staat mensen die tamelijk angstig waren aangelegd te benaderen met beelden van immigranten die het land ‘overspoelden’. De truc is om bij elke individuele kiezer de emotionele trigger te vinden.
Cambridge Analytica werkte aan campagnes voor een Republikeins actiecomité, in verschillende staten. Het voornaamste doel, blijkt uit een memo dat in handen is van The Observer, was ‘desinteressse kweken’ en ‘Democratische kiesgerechtigden zo ver zien te krijgen dat ze thuis blijven’: een ongekend verontrustende tactiek. Er is al eerder gezegd dat er ontmoedigingstechnieken werden gebruikt in de campagne, maar dit document levert de eerste echte bewijzen.
Maar werkt zo’n aanpak ook echt? Een van de kritiekpunten op de artikelen van mij en anderen, is dat de ‘specialiteit’ van Cambridge Analytica te veel is opgeblazen. De meeste politieke consultancy’s gaan toch niet zo heel anders te werk?
‘Het is geen politiek consultancybureau,’ zegt David. ‘Wat je goed moet begrijpen, is dat dit op geen enkele manier een normaal bedrijf is. Volgens mij kan het Mercer niet eens schelen of er ook maar een cent winst wordt gemaakt. Het is het product van een miljardair die een vermogen heeft gespendeerd om een experimenteel wetenschappelijk lab op te zetten, waarin hij kan kijken wat aanslaat, waarin hij op zoek kan gaan naar minieme vormen van beïnvloeding die een verkiezingsuitslag kunnen bepalen. Robert Mercer heeft pas geld in het bedrijf gestoken na een aantal pilotprojecten – gecontroleerde experimenten. We hebben het hier over een van de slimste computerkundigen ter wereld. Die gooit echt geen vijftien miljoen over de balk.’
‘Het is een huiveringwekkende gedachte dat er zo veel data in handen zijn van een groep internationale plutocraten, die ermee kunnen doen en laten wat ze willen’
Tasmin Shawn, universitair docent filosofie aan New York-universiteit, schetst een breder kader voor me. Ze heeft onderzoek gedaan naar de financiering van het Amerikaanse leger en naar het gebruik van psychologisch onderzoek bij martelingen. ‘Het is wel aangetoond dat deze wetenschap ingezet kan worden om emoties te manipuleren. Het gaat hier om technologie die oorspronkelijk afkomstig is van het leger en die nu is ingelijfd door een mondiale plutocratie, en die wordt gebruikt om verkiezingen te beïnvloeden op een manier waar mensen geen enkel zicht op hebben, en zelfs geen weet van hebben,’ zegt ze. ‘Het gaat hier om het exploiteren van bestaande fenomenen die vervolgens worden gebruikt om mensen in de marge te manipuleren. Het is een huiveringwekkende gedachte dat er zo veel data in handen zijn van een groep internationale plutocraten, die ermee kunnen doen en laten wat ze willen. We zitten midden in een informatieoorlog en deze bedrijven worden opgekocht door miljardairs, die vervolgens worden binnengehaald in het hart van de overheid. Dat is een zeer zorgwekkende situatie.’
In 2013 heeft Cambridge Analytica een project uitgevoerd in Trinidad, waarin alle verhaallijnen bij elkaar komen. Net op het moment dat Robert Mercer ging onderhandelen met Alexander Nix, de baas van SCL, werd SCL in de arm genomen door verschillende ministers in Trinidad en Tobago. De opdracht was onder meer het ontwikkelen van een zogeheten microtargetingprogramma voor de partij die op dat moment aan de macht was. En AggregateIQ – hetzelfde bedrijf dat zich voor Vote Leave had ingezet bij de Brexit – werd ingehuurd om het targetingplatform te bouwen.
David zegt hierover: ‘De standaardaanpak van SCL/CA is dat je een overheidscontract sluit met de regerende partij. Daarmee is het politieke werk gedekt. Het is vaak een of ander onzinnig gezondheidsproject, dat slechts dient als dekmantel om te zorgen dat de minister wordt herverkozen. Maar in dit geval werden de contracten niet gesloten met de overheid, maar met de nationale veiligheidsraad van Trinidad.’
Het werk voor de informatiedienst was de prijs voor het politieke werk. The Observer heeft documenten in handen waaruit blijkt dat het ging om een voorstel om de zoekgeschiedenis van de gehele bevolking te achterhalen, om telefoongesprekken vast te leggen en spraaksoftware los te laten op de verkregen data teneinde een landelijke politiedatabase aan te leggen, compleet met een inschatting per individuele burger van de waarschijnlijkheid dat hij of zij een misdaad zou plegen.
‘Het plan dat aan de minister is voorgelegd heette Minority Report. Het was Pre-Crime. En het feit dat Cambridge Analytica nu werkzaam is binnen het Pentagon, is zonder meer beangstigend, als je het mij vraagt,’ zegt David.
Deze documenten werpen licht op een belangrijk en onderbelicht aspect van de regering-Trump. Het bedrijf dat Trump in eerste instantie aan de macht heeft geholpen, is beloond met contracten binnen het Pentagon en het ministerie van Buitenlandse Zaken. De voormalige vicepresident van dat bedrijf zit nu in het Witte Huis. Naar verluidt speelt het bedrijf ook een rol in gesprekken over ‘militaire aangelegenheden en binnenlandse veiligheid’.
In Amerika is de overheid gebonden aan strenge wetten waar het gaat om het verzamelen van gegevens van individuele burgers. Maar particuliere bedrijven kunnen doen en laten wat ze willen. Is het irrationeel om hierin de mogelijke fundamenten te zien van een autoritaire surveillancestaat?
Een regering die bedrijfsbelangen binnenhaalt en aan de borst drukt. Er zijn documenten waaruit blijkt dat Cambridge Analytica banden heeft met vele andere miljardairs met rechtse sympathieën, onder wie Rupert Murdoch. Uit een memo blijkt dat Cambridge Analytica heeft geprobeerd een artikel geplaatst te krijgen in Murdochs Wall Street Journal. ‘RM heeft het via een andere weg aangeboden en contact gelegd met Jamie McCauley van Robert Thomson News Corp’, staat er te lezen.
Dat doet mij weer denken aan het verhaal waarin Sophie Schmidt, Cambridge Analytica en Palantir een rol spelen. Is het een veelzeggend detail, of is het een aanwijzing dat er nog iets anders speelt? Cambridge Analytica noch Palantir wilde ingaan op de vraag, in verband met dit artikel, of er sprake is van onderlinge banden. Maar getuigenverklaringen en mails bevestigen dat er in 2013 besprekingen hebben plaatsgevonden tussen Cambridge Analytica en Palantir. Een mogelijke samenwerking is in ieder geval aan de orde geweest.
The Observer beschikt ook nog over andere documenten, die bevestigen dat tenminste één senior medewerker van Palantir gesprekken heeft gevoerd met Cambridge Analytica in verband met het Trinidad-project en latere politieke werkzaamheden in de Verenigde Staten. Maar destijds heeft Palantir besloten, zo wordt me verteld, dat de kans op imagoschade te groot werd geacht om echt met elkaar in zee te gaan. Er stond te weinig tegenover. Palantir is een bedrijf dat wordt vertrouwd met grote hoeveelheden data van Engelse en Amerikaanse burgers, in dienst van zowel GCHQ en NSA, en vele andere landen.
Maar nu zijn beide bedrijven in handen van ideologisch gedreven miljardairs: Robert Mercer en Peter Thiel. De Trump-campagne heeft gezegd dat Thiel heeft geholpen met data. Een campagne die werd geleid door Steve Bannon, die destijds bij Cambridge Analytica zat.
Een hooggeplaatst iemand van QC, die veel tijd heeft doorgebracht bij het Britse onderzoekstribunaal IPT, zegt dat het grootste probleem bij deze technologie is dat het er vooral om gaat wíé de gegevens in handen heeft.
‘Aan de ene kant gaat het om bedrijven en overheden die zeggen “vertrouw ons nou maar, we hebben het hart op de goede plaats en we zijn democratisch en in het weekend bakken we gezellig koekjes”. Maar dezelfde technologie kan worden verkocht aan willekeurig welk repressief regime.’
In Engeland hebben we nog altijd vertrouwen in de overheid. We gaan ervan uit dat de autoriteiten zich aan de wet houden. We hebben vertrouwen in de wet. We geloven dat we in een vrij en democratisch land leven. En juist daarom is naar mijn gevoel het laatste deel van dit verhaal zo ongekend verontrustend.
Dominic Cummings
De details van het Trinidad-project ontsloten eindelijk het mysterie van AggregateIQ. Trinidad was het eerste project van SCL waarbij gebruik werd gemaakt van big data voor microtargeting, voordat het bedrijf werd overgenomen door Mercer. Om dit model was het Mercer te doen. Alle partijen kwamen hier samen: Aleksandr Kogan, de psycholoog van Cambridge, AggregateIQ, Chris Wylie, en de twee andere mensen die een rol zouden spelen in dit verhaal: Mark Gettleson, een focusgroupspecialist die in het verleden voor de liberalen had gewerkt, en Thomas Borwick, de zoon van Victoria Borwick, het conservatieve parlementslid uit Kensington.
Toen in februari mijn artikel verscheen waarin ik Mercer en Leuve.EU met elkaar in verband bracht, was niemand zo boos als voormalig Tory-adviseur Dominic Cummings, de campagnestrateeg van Vote Leave. Hij ging flink tekeer op Twitter. Het artikel stond ‘vol fouten & verspreidt zelf desinformatie’. Of: ‘CA speelde ~0% rol in Brexit-referendum.’
Een week later toonde The Observer het vermoedelijke verband aan tussen AggregateIQ en Cambridge Analytica. Cummings Twitteraccount zweeg in alle talen. Hij reageerde niet op mijn berichten of mijn mails.
Er speelden al langer vragen over een mogelijke coördinatie tussen de verschillende Leave-campagnes. In de week voorafgaand aan het referendum doneerde Vote Leave geld aan twee andere Leave-groeperingen – 625 duizend pond aan BeLeave, een initiatief van modestudent Darren Grimes, en 100 duizend pond aan Veterans for Britain. Beide campagnes hebben dit geld besteed aan AggregateIQ.
De kiesraad heeft AggregateIQ aangeschreven. Een bron dicht bij het onderzoek heeft gezegd dat AggregateIQ heeft gereageerd met de mededeling een geheimhoudingsverklaring te hebben getekend. En aangezien het niet onder de Engelse jurisdictie valt, was de zaak daarmee afgedaan. Dit is waar Vote Leave naar verwijst wanneer ze zeggen dat de kiesraad ‘een gezondheidsverklaring’ heeft afgegeven.
Dominic Cummings heeft op zijn blog duizenden woorden gewijd aan de referendumcampagne. Wat ontbreekt zijn details over zijn data-analisten. Het enige wat hij daarover zegt is dat hij ‘specialisten heeft ingehuurd’.
Eindelijk, na weken van berichten, krijg ik een mail van hem. We bleken het over één ding eens te zijn. Hij schreef: ‘De wetgeving/handhavende instanties zijn een lachertje, en de werkelijkheid is dat iedereen die een loopje met de wet wil nemen dat kan doen zonder dat ook maar iemand het doorheeft.’ Maar, zegt hij: ‘door de aandacht te vestigen op onzinnige verhalen als de denkbeeldige rol van Mercer bij het referendum, leid je de aandacht af van deze belangrijke kwesties’.
En om dan eindelijk antwoord te geven op de vraag hoe Vote Leave terecht is gekomen bij deze duistere firma aan de andere kant van de aardbol, schrijft hij: ‘Iemand stuitte op internet op AIQ [AggregateIQ] en belde hen op, en zei vervolgens tegen mij – laten we met die lui in zee gaan. Ze waren duidelijk veel competenter dan de mensen die we in Londen hadden gesproken.’
Het ongelukkige aan dit verhaal – voor Dominic Cummings – is dat het ongeloofwaardig is. Het is een paar minuten werk om een datumfilter in Google search te installeren en te zien dat ‘AggregateIQ’ eind 2015 of begin 2016 helemaal geen hits opleverde. Er is niets over geschreven in de media. Het bedrijf wordt nergens genoemd. De website verschijnt niet eens op mijn scherm. Ik heb Dominic Cummings betrapt op wat een alternatief feit lijkt te zijn.
Een kleine groep mensen, die zij hadden bestempeld als “te overreden”, werd bedolven onder advertenties, in totaal meer dan een miljard, waarvan verreweg de meeste in die paar laatste dagen
Een controleerbaar feit is dat Gettleson en Borwick, die voorheen werkzaam waren als consultant voor SCL en Cambridge Analytica, beiden een spilfunctie bekleedden in het Vote Leave-team. Ze staan beiden vermeld in de officiële Vote Leave-documenten die zijn gedeponeerd bij de kiesraad, al omschrijven ze hun eerdere werkzaamheden heel bescheiden als ‘microtargeting in Antigua en Trinidad’ en ‘direct communications voor verschillende politie-actiecomités, senaats- en gouverneurscampagnes’.
En Borwick was niet zomaar een medewerker. Hij was het hoofd technologie van Vote Leave.
Dit verhaal omvat een complex netwerk van verbinding, met als spin in het web Cambridge Analytica. Alle lijntjes komen uit bij Mercer. Want de banden moeten overduidelijk zijn geweest. ‘Misschien was AggregateIQ niet van Mercer, maar het speelde zich wel allemaal af binnen zijn domein,’ zegt David. ‘Bijna al hun contracten waren afkomstig van Cambridge Analytica of van Mercer. Zonder hen hadden ze geen bestaansrecht. Gedurende de hele aanloop naar het referendum werkten zij elke dag met Mercer en Cambridge Analytica aan de campagne van [Ted] Cruz. AggregateIQ bouwde en beheerde de databaseplatforms van Cambridge Analytica.’
Cummings wil niet zeggen wie voor hem de websites bouwde. Maar op facturen die zijn overhandigd aan de kiesraad zien we betalingen aan een bedrijf dat luistert naar de naam Advanced Skills Institute. Het duurt weken voordat ik het belang daarvan inzie, aangezien het bedrijf meestal wordt aangeduid als ASI Data Science, een bedrijf waar steeds roulerende data-analisten werkzaam zijn, die vervolgens aan de slag gaan bij Cambridge Analytica, en omgekeerd. Er is beeldmateriaal van ASI data-analisten die persoonlijkheidsmodellen van Cambridge Analytica presenteren, en er zijn documenten over evenementen die de twee bedrijven samen hebben georganiseerd. ASI heeft tegen The Observer gezegd geen officiële banden te onderhouden met Cambridge Analytica.
Waar het om gaat is het volgende: tijdens de Amerikaanse voorverkiezingen heeft AggregateIQ contractueel afstand gedaan van het intellectueel eigendom (IE). Het bedrijf was echter geen eigenaar van dat IE: dat was Robert Mercer. Om met een ander bedrijf in Engeland te kunnen samenwerken, moest AggregateIQ expliciet toestemming hebben van Mercer. Op de vraag of hij commentaar wil geven op de financiële of zakelijke banden tussen ‘Cambridge Analytica, Robert Mercer, Steve Bannon, AggregateIQ, Leave.EU en Vote Leave’, zegt een woordvoerder van Cambridge Analytica: ‘Cambridge Analytica heeft geen betaalde of onbetaalde werkzaamheden verricht voor Leave.EU.’
Dit verhaal gaat niet over de geslepen Dominic Cummings die een paar mazen heeft ontdekt in de regels van de kiesraad. Die her en der een paar miljoen heeft weggezet. Dit verhaal gaat ook nog niet eens om wat een heimelijke coördinatie lijkt te zijn tussen Vote Leave en Leave.EU bij het inhuren van AggregateIQ en Cambridge Analytica. Dit verhaal gaat over gedreven Amerikaanse miljardairs – Mercer en zijn voornaamste ideoloog, Bannon – die medeverantwoordelijk zijn voor de grootste constitutionele verandering in Engeland van de afgelopen eeuw.
Wie wil begrijpen hoe, en in welke mate, de Brexit is verbonden met Trump, is hier op het goede spoor. Deze lijnen, die dwars door Cambridge Analytica lopen, zijn het resultaat van een trans-Atlantisch partnerschap dat vele jaren teruggaat. Nigel Farage en Bannon werken nauw samen, zeker al sinds 2012. Bannon heeft in 2014 de Londense poot van zijn nieuwswebsite Breitbart geopend om Ukip te steunen – het nieuwste front ‘in de culturele en politieke oorlog die momenteel wordt gevoerd’, zei hij tegen The New York Times.
Engeland was altijd al een cruciaal onderdeel geweest van Bannons plannen, hoor ik van een andere ex-Cambridge-medewerker, die anoniem wil blijven. Het was een speerpunt van zijn strategie om de hele wereldorde te veranderen.
‘Hij is ervan overtuigd dat je eerst de cultuur moet omvormen voordat je de politiek kunt omvormen. En daarin speelde Engeland een sleutelrol. Hij meende dat Amerika het voorbeeld van Engeland zou volgen. De Brexit was voor hem van enorme symbolische waarde.’
Op 29 maart, de dag dat artikel 50 in werking trad, belde ik een van de kleinere campagnes, Veterans for Britain. Cummings strategie was om in de laatste dagen van de campagne mensen gericht te benaderen en de kleinere groep kreeg in de laatste week honderdduizend pond van Vote Leave. Een kleine groep mensen, die zij hadden bestempeld als ‘te overreden’, werd bedolven onder advertenties, in totaal meer dan een miljard, waarvan verreweg de meeste in die paar laatste dagen.
Ik vraag David Banks, het hoofd communicatie van Veterans for Britain, waarom ze dat geld aan AggregateIQ hebben uitgegeven.
‘Ik ben niet op AggregateIQ afgestapt, zij zijn op ons afgestapt. Ze hebben ons gebeld en een pitch gehouden. Er is geen sprake van een complot. Het was gewoon een Canadees bedrijf dat een vestiging opende in Londen, om binnen de Britse politiek te gaan werken, en zij deden dingen die geen enkel Engels bedrijf ons kon bieden. Hun targeting was gebaseerd op een aantal technologieën die nog niet tot Engeland waren doorgedrongen. Ze hadden een manier gevonden om mensen te targeten op grond van inzicht in hun gedrag. Zij benaderden ons.’
Naar mijn idee was David Banks zich er niet van bewust dat er iets niet helemaal in de haak was. Het is een vaderlandslievende man, die gelooft in de Britse soevereiniteit, Britse waarden en de Britse wetgeving. Ik denk dat hij niet wist dat er overlap was tussen de verschillende campagnes. Ik kan alleen maar concluderen dat hij om de tuin is geleid.
En dat wij, het Britse volk, om de tuin zijn geleid. In zijn blog schrijft Dominic Cummings dat de Brexit op het conto komt van ‘zo’n 600 duizend mensen – net iets meer dan 1 procent van alle geregistreerde kiezers’. Het is niet zo’n heel grote stap om te denken dat een lid van de mondiale 1 procent een manier heeft gevonden om deze beslissende 1 procent van de Britse kiezers te beïnvloeden.
Rusland
Het referendum was een open doel, onweerstaanbaar voor de Amerikaanse miljardairs. Of moet ik zeggen: de Amerikaanse miljardairs en andere geïnteresseerde spelers? Want als we inzien dat Engeland en Amerika, Brexit en Trump, nauw zijn verbonden door trans-Atlantische connecties, dan moeten we ook inzien dat Rusland een plek heeft binnen deze innige verstrengeling.
De afgelopen tijd heb ik geschreven over de banden tussen rechts in Engeland, de regering-Trump en rechts in Europa. En deze lijnen lopen op een of andere manier allemaal richting Rusland. Vanuit Nigel Farage en Donald Trump en Cambridge Analytica.
The Observer heeft een kaart te zien gekregen met daarop de vele plekken op de wereld waar SCL en Cambridge Analytica werkzaam zijn geweest: onder meer in Rusland, Litouwen, Letland, Oekraïne, Iran en Moldavië. Verschillende bronnen binnen Cambridge Analytica hebben andere banden met Rusland aan het licht gebracht, zoals reisjes naar Rusland, besprekingen met topmannen van Russische staatsbedrijven, en verklaringen van SCL-medewerkers dat ze voor Russische rechtspersonen hebben gewerkt.
Artikel 50 is in werking getreden. AggregateIQ valt niet onder de Engelse jurisdictie. De kiesraad staat machteloos. Een volgende verkiezing, met dezelfde regels, staat voor de deur. Het is niet zo dat de autoriteiten zich niet realiseren dat er reden is tot zorg. The Observer heeft gehoord dat het openbaar ministerie een speciale aanklager heeft aangesteld om vast te stellen of er grond is om over te gaan tot vervolging omdat er campagnefinancieringswetten zijn overtreden. Het openbaar ministerie heeft de zaak terugverwezen naar de kiesraad. Iemand dicht bij de commissie, die zich bezighoudt met de veiligheidsdiensten, weet me te vertellen dat ‘er wordt gewerkt’ aan een mogelijke inmenging van Rusland bij het referendum.
Gavin Miller, werkzaam bij QC en gespecialiseerd in kieswetgeving, noemt de situatie ‘hoogst verontrustend’. Hij denkt dat de waarheid alleen valt te achterhalen door een openbaar onderzoek. Maar daar moet de regering opdracht toe geven. Een regering die net verkiezingen heeft uitgeschreven om haar machtsbasis te versterken. Verkiezingen die zijn bedoeld om meer op één lijn te komen met Trumps Amerika.
Martin Moore van King’s College in Londen wijst erop dat verkiezingen tegenwoordig meer en meer worden gebruikt als middel om een autoritair bewind in het zadel te helpen. ‘Kijk naar Erdogan in Turkije. Wat Theresa May doet is in zekere zin heel antidemocratisch. Ze is doelbewust bezig haar macht te vergroten. Het gaat niet om een verschil in beleid tussen twee politieke partijen.’
Dit in Engeland in 2017. Een Engeland dat steeds meer wegheeft van een democratie die wordt ‘gemanaged’. Bekostigd door een Amerikaanse miljardair. Gebruikmakend van militaristische technologie. In kaart gebracht door Facebook. En mogelijk gemaakt door ons. Als we de uitslag van het referendum honoreren, stemmen we daar impliciet mee in. Het gaat hier niet over Remain of Leave. Dit overstijgt partijpolitiek. Het gaat over de eerste stap in een brave new world, die steeds minder democratisch is.
We stoppen onze huizen vol met slimme apparaten. Maar de gegevens die ze doorgeven, kunnen eenvoudig worden misbruikt door bedrijven en overheden. Mediafilosoof Ian Bogost maakt zich grote zorgen.
Ik maak me zorgen. Over het welzijn van mijn gezin. Over mijn huis. Mijn stomme spullen, en mijn dierbare spullen. Doet iedereen toch? ‘Geluk,’ zegt Don Draper in de pilot van Mad Men, ‘is vrij zijn van angst.’ Bedrijven verkopen remedies tegen die angsten – ook al zijn ze soms ingebeeld. Mondwater, bedacht als remedie voor de verzonnen aandoening halitose. De gympen van Nike, waarop meer wordt gesjokt dan hardgelopen. Het modernistische kastje van glas en aluminium van Apple, de droom van iedere controlfreak. Zoals mensen oorspronkelijk een mobiele telefoon kochten voor hypothetische noodgevallen, zo moeten ook slimme apparaten met een internetverbinding nu allerlei angsten bezweren. Camera’s met bewegingsdetector om boosaardige babysitters van snode plannen te weerhouden. Een videocamera in de deurbel om straatventers en inbrekers af te schrikken. Een digitale weegschaal om een ramp met je gasbarbecue te voorkomen. Sensoren die waarschuwen voor overstroming.
Op individueel niveau zijn zulke angsten en remedies meestal onschadelijk en hooguit vergeefs. Maar als veel mensen zo’n product gaan gebruiken, wordt het tijd om je zorgen te maken. Slimme apparaten veroorzaken ingrijpende veiligheidsproblemen – zoals duidelijk blijkt uit een recente botnetaanval, waarbij slecht beveiligde settopboxen en internetcamera’s werden gebruikt om het halve internet plat te leggen [zie kader ‘Cyberleger’, onderaan]. Met de totale controle die het ‘internet der dingen’ belooft, verruil je de onzekerheid van angst voor de zekerheid van totaal toezicht. Als je gadgets wilt hebben om alles in de gaten te houden, moeten die gadgets ook jou in de gaten kunnen houden. In veel sterkere mate dan je denkt.
Heb je een cirkelzaag of een vibrator in huis? Dat vindt je verzekeraar misschien interessant – en anders je werkgever wel
Ik kijk op mijn smartphone naar de app Sense. Die toont me een livegrafiek van het stroomverbruik in mijn huis. Als ik een lamp aandoe, gaat de grafiek meteen een beetje omhoog. De data zijn afkomstig van een in de meterkast geïnstalleerde verbruiksmeter – een klein oranje doosje met een wifi-antenne om de data via internet door te geven aan Sense. Op een ander scherm van de app wordt met kleine en grote cirkels gevisualiseerd hoeveel stroom de afzonderlijke apparaten in huis verbruiken. Mijn airco-installatie is de grootste cirkel, dan komt de oven (we zijn cupcakes aan het bakken), daarna de lamp. Zodra ik de lamp uitschakel, verdwijnt die cirkel als bij toverslag. Mijn lampen en mijn oven zijn niet verbonden met internet, maar omdat mijn meterkast dat nu wel is, weet Sense wanneer ik welke apparatuur gebruik, en hoelang, en hoeveel stroom dat kost.
Deze vorm van data-analyse wordt energy disaggregation genoemd, ‘energiedesaggregatie’, en bestaat al sinds de jaren tachtig. Bij desaggregatie van energiesignalen wordt geprobeerd het totale stroomverbruik in een gebouw uit te splitsen naar afzonderlijke segmenten: het verbruik van de airco, huishoudelijke apparatuur, verlichting, enzovoort. Met deze methode wordt van oorsprong het verbruik en de efficiëntie van elektrische apparatuur gemeten. Maar Sense Labs, de start-up in Massachusetts waarvan ik dat apparaatje in de meterkast mag uitproberen, heeft grotere en vreemdere plannen.
Mike Phillips, de CEO van Sense, komt uit de wereld van de spraakherkenning. Zijn bedrijf SpeechWorks, dat in 2000 naar de beurs ging, heeft spraakherkenningssoftware ontwikkeld voor telefonische keuzemenu’s bij grote bedrijven. Sommige technieken waarmee computers spraak kunnen herkennen en begrijpen, blijken ook toepasbaar op stroomverbruik. Sense desaggregeert het stroomverbruik door uit minieme wijzigingen in voltage en wattage de signatuur van afzonderlijke apparaten af te leiden. Ter verhoging van de kwaliteit van die herkenning beschikt het systeem over lerend vermogen: door de data van alle verbruikspatronen van alle elektrische apparatuur van alle Sense-gebruikers te verzamelen, kan de app steeds meer apparaten steeds beter en sneller herkennen.
Op het eerste gezicht lijkt Sense alleen een product voor mensen met obsessieve neigingen: mensen die alles in huis op internet willen aansluiten om er op hun smartphone naar te kunnen turen, mensen die hun stroomverbruik tot ver achter de komma willen bijhouden, mensen die geregeld bang zijn dat ze de oven of het strijkijzer aan hebben laten staan. Maar Sense Labs is er niet alleen voor de kostenbewuste of ziekelijk bezorgde consument. Op het eerste gezicht lijkt de waarde van het systeem vooral te schuilen in de inzage in je stroomverbruik. Maar dat zegt nog veel meer over wat er in je huis gebeurt, legt Phillips uit. Als Sense-gebruikers bijvoorbeeld zien dat om vier uur ’s middags de tv aangaat, kunnen ze daaruit afleiden dat de kinderen veilig thuis zijn van school. Als ze zien dat de oven aangaat, weten ze dat hun wederhelft niet is vergeten om de kip in de oven te doen. Als ze kijken wanneer de garagedeur gisteravond voor het laatst is gebruikt, weten ze of hun tiener inderdaad op tijd thuis was. Zo hoopt Sense uiteindelijk een soort huisbrein te bieden dat veel meer doet dan alleen je stroomverbruik meten.
Dan kan het ook functies van andere gadgets overnemen. Een veelgebruikt apparaatje van het internet der dingen is bijvoorbeeld een vochtmeter met wifi, zoals die van Twine. Monteer die in je kelder en je krijgt een tekstbericht zodra de kelder overstroomt. Sense kan dat doen door het verbruik van je vaste kelderpomp te meten. Op de website van Sense worden nog allerlei andere veelbelovende toepassingen genoemd, zoals een melding dat de wasmachine klaar is of een overzicht van hoeveel je tv kijkt. Uiteindelijk kun je apparaten via dit systeem misschien ook aan- en uitzetten.
In de praktijk is zelfs een simpel seintje dat de was klaar is nog toekomstmuziek. Op dit moment kan Sense alleen een overzicht tonen van wanneer verschillende apparaten aan- en uitstaan. Voor zover het die apparaten dus herkent. Het duurt een paar dagen voordat Sense de apparaten in je huis begint te herkennen, en volgens Phillips heeft de app na een maandje een compleet overzicht. Zo zie ik maar een paar van de lampen in ons huis in de app staan, en sommige apparaten staan soms wel in de lijst en dan weer niet. Dat is een verschil met de onmiddellijke bevrediging van de meeste internetgadgets: Sense is traag en semipermanent. Het apparaat moet door een professionele monteur worden geïnstalleerd (zodat je jezelf niet elektrocuteert). En het werkt alleen als er wifi is – maar de meterkast zit vaak in de kelder of de garage, terwijl de wifi-router vaak heel ergens anders staat. Sense overweegt het kastje te voorzien van een ethernetingang, maar veel huiseigenaren hebben ook geen ethernetkabel naar de meterkast liggen.
Deze consumentenversie van stroomdesaggregatie staat dan ook nog in de kinderschoenen. De precisie van het Sense-systeem moet nog groeien, en dat gebeurt vanzelf naarmate meer mensen het systeem installeren en het in staat stellen zijn kennis te vergroten. Sense lijkt mij het begin van een nieuwe en blijvende ontwikkeling van het internet der dingen. Om die toekomst te ontsluiten moet Sense een dienst leveren die interessant genoeg is om voldoende consumenten over te halen dit apparaat permanent in hun meterkast te installeren. In een tijd waarin met ‘slimme’ apparaten grootschalige DDoS-aanvallen worden gepleegd en je met een drone de verlichting van een kantoorgebouw kunt hacken, vormt de zorg om onze veiligheid en privacy misschien nog de grootste hinderpaal voor grootschalige invoering.
Op het gebied van beveiliging is Sense in theorie een verbetering op reeds bestaande slimme apparaten, die al in grote aantallen worden gebruikt terwijl bij het ontwerp ervan de beveiliging vaak is verwaarloosd. Als je niet meer elk afzonderlijk apparaat maar alleen één sensor in de meterkast met internet laat communiceren, verminder je het aantal mogelijke inbraakpunten. Alleen het Sense-kastje zelf kan dan nog worden gehackt. Maar met privacy ligt het lastiger. Sense luistert immers mee met elk elektrisch apparaat in huis en legt daar alles van vast. Dat zijn wel heel veel privacygevoelige en bijzonder waardevolle data.
Early adopters installeerden de slimme thermostaat van Nest vaak zonder ten volle te beseffen hoeveel dat apparaat weet over wie er wanneer in huis is. Toen Nest in 2014 voor 3,2 miljard dollar door Google werd gekocht, kon Google dat kijkje in al die huishoudens in één klap combineren met wat het verder over zijn gebruikers weet: wat ze op internet zoeken, waar ze zich bevinden, enzovoort. Sense biedt dezelfde mogelijkheid om direct data te verzamelen over alles wat mensen thuis met stroom doen – wat tegenwoordig bijna alles is.
Dom houden
De Nest-thermostaat weet ruwweg wanneer iemand wel en niet thuis is. Maar als je een smartphone met Google Maps hebt, wist Google dat waarschijnlijk toch al. Sense kan ook zien wanneer mensen specifieke apparaten en lampen gebruiken: hoe vaak en hoelang. Het lijkt misschien onschuldig dat ze meten hoe vaak jij je garagedeur en je oven gebruikt, tot je bedenkt dat big data nu al worden gebruikt om te beoordelen of mensen in aanmerking komen voor een verzekering of een lening. Hoe vaak je garagedeur open- en dichtgaat kan iets zeggen over het risico dat je loopt als automobilist, afgemeten aan hoe vaak en op welke tijdstippen je de auto gebruikt. En hoe vaak je de elektrische oven of het fornuis, de blender of de magnetron aanzet (of juist niet) kan iets zeggen over het kookpatroon in een huishouden, en daarmee over de gezondheid van de leden daarvan. Heb je een cirkelzaag of een vibrator in huis? Ook dat vindt je verzekeraar misschien interessant – en anders je werkgever wel. Een sollicitant bij wie iedere dag het strijkijzer aanstaat is misschien aantrekkelijker dan iemand die elke dag een ‘persoonlijke stimulator’ gebruikt. En een magazijnmedewerker die in zijn vrije tijd met gevaarlijk gereedschap in de weer is, is misschien een minder aantrekkelijke werknemer dan iemand die in zijn vrije tijd meestal veilig voor de tv zit.
Ook de commerciële toepassingen van deze data zijn legio. Stel dat Amazon, Walmart en Google niet alleen weten welke producten hun klanten zoeken en kopen, maar ook welke alledaagse niet-elektronische producten ze al bezitten en hoe vaak ze die gebruiken. Dan kan hun pornoconsumptie worden afgezet tegen hun drinkgedrag. Hun slaapgewoonten (afgeleid van het gebruik van de tv en lampen in huis) tegen hun neiging om online impulsaankopen te doen. Hebben mannen die zich dagelijks elektrisch scheren een voorkeur voor boxershorts en mannen die dat om de dag doen een voorkeur voor slips? Binnenkort weet Facebook het misschien en past er dan zijn advertenties op aan.
Voorlopig kan Sense zulke gedetailleerde informatie nog niet geven. Maar mettertijd zal het potentieel van deze vorm van dataverzameling groeien. Niet alleen door het zelflerend vermogen van hun systeem, maar ook omdat desaggregatie van stroomverbruik uiteindelijk misschien wordt ingebakken in afzonderlijke apparaten of zelfs in het hele stroomnet. Voor het internet der dingen moeten apparaten nu ieder afzonderlijk een netwerkverbinding kunnen maken. Dat is een van de redenen dat die slimme apparaten zo lastig te beheren zijn, om niet te zeggen ronduit onveilig. Maar het stelt je ook in staat om die slimme apparaten dom te houden: je kunt er altijd voor kiezen om de wifi-functie van je waterkoker of je koelkast níét te gebruiken, en er gewoon thee mee te zetten of eten mee te koelen zoals je vroeger gewend was. Zodra echter eenmaal een apparaatje zoals dat van Sense is geïnstalleerd, kunnen gegevens over welke apparaten je gebruikt, en hoe vaak en wanneer, gewoon worden verzameld via het lichtnet, ook zonder dat jij als consument daar weet van hebt.
De meeste zogenaamde slimme apparaten zijn eigenlijk oliedom. Ten eerste omdat ze vooral ten dienste staan van een Internet der Dingen Die Je Helemaal Niet Nodig Hebt
Ik ben te rade gegaan bij mijn collega Justin Romberg van Georgia Tech, docent elektrotechniek en deskundige op het gebied van digitale signaalverwerking. Een gewoon apparaat zoals een blender of een scheerapparaat kan volgens hem gemakkelijk met een elektriciteitsmeter samenwerken door een vooraf bepaalde elektrische puls te versturen, om aan te geven wanneer het aan en uit wordt gezet of zelfs extra informatie te geven over wat het uitvoert. Het is hypothetisch en het zou nog jaren kosten om zoiets uit te rollen. Maar als het voortaan standaard wordt ingebouwd, kan die ingebouwde puls compatibel worden gemaakt met lokale analysesystemen als Sense of met een uitleespunt buitenshuis. Dan staan straks alle apparaten stiekem te vertellen hoe ze door hun eigenaar worden gebruikt. Neutraal kun je deze techniek dus bepaald niet noemen.
Het moet gezegd dat de leiding van Sense zich bewust is van de privacygevaren van hun dienst. Mike Phillips erkent dat het van vitaal belang is voor het succes van zijn product om het vertrouwen van de consument te winnen. Maar hij hoopt dat vertrouwen van meet af aan te hebben. Volgens de eigen voorwaarden mag het bedrijf immers geen gegevens doorverkopen zonder expliciete toestemming van de gebruiker en belooft het alle gegevens te wissen als een gebruiker daarom vraagt. Sense behoudt zich wel het recht voor geanonimiseerde data te gebruiken om zijn zelflerende algoritmes te voeden.
Technologiebedrijven veranderen hun voorwaarden natuurlijk aan de lopende band, en zodra zo’n met durfkapitaal gefinancierd bedrijf succes heeft, wordt het meestal opgekocht. In dat opzicht garandeert de financiering van Sense misschien wat meer fatsoen in de omgang met data dan bij traditionele start-ups. In september heeft het bij een investeringsronde 14 miljoen dollar opgehaald, met als grootste investeerders twee fondsen die naar investeringen in nieuwe energie zoeken voor grote, traditionele bedrijven: Energy Impact Partners, een investeringsfonds waarin uitsluitend energiebedrijven deelnemen, en de investeringstak van Shell. Door slimme energiemeters in te voeren om de facturering te automatiseren en het aanbod beter af te stemmen op de vraag, hebben energiebedrijven het wantrouwen van de consument aangewakkerd, die vaak met monopolisten te maken heeft. Lindsay Luger, managing director van Energy Impact Partners, zegt dat de investeerders in haar fonds manieren zoeken om het contact met hun klanten te verbeteren. Huiseigenaren zijn misschien niet dol op energiebedrijven, maar wel op hun huis; voor veel Amerikanen is dat hun kostbaarste bezit. Een product als Sense kan energiebedrijven in staat stellen hun klanten nieuwe diensten aan te bieden op het gebied van duurzaamheid, controle en automatisering in huis. Veel energiebedrijven proberen deze ontwikkeling te stimuleren door korting te geven op de aanschaf van een Nest-thermostaat, en in de toekomst misschien ook op het kastje van Sense.
Nieuwe databases
Dat kan natuurlijk weer leiden tot het aanleggen van nieuwe databases. Luger toont zich net als Phillips bewust van het privacy-aspect, maar zegt ook dat mensen er steeds minder moeite mee hebben persoonlijke data te delen, zeker als ze er zelf beter van worden. En dat zou allemaal prima zijn, als Sense garanties kon bieden tegen mogelijk ander gebruik van die data in de toekomst. Maar als start-up moet het bedrijf uiteindelijk toch erkennen dat het een financieel instrument in handen van zijn investeerders is.
Op dat vlak heeft Sense een voordeel dat zowel indrukwekkend als angstaanjagend is. De meeste zogenaamde slimme apparaten zijn eigenlijk oliedom. Ten eerste omdat ze vooral ten dienste staan van een Internet der Dingen Die Je Helemaal Niet Nodig Hebt: apparaten met internet verbinden maakt simpele zaken vaak nodeloos ingewikkeld. Vraag maar aan de man die elf uur lang probeerde thee te zetten met een wifi-waterkoker. Ten tweede zijn het domme apparaten omdat de processoren die erin zitten complete computertjes zijn, terwijl die apparaten toch weinig meer bieden dan een extra knopje en de mogelijkheid om data door te sluizen. Tel daarbij op de veiligheidsproblemen, en dat hele internet der dingen lijkt eigenlijk grote zottigheid.
Erger nog: het alternatief voor die domme ‘slimme’ apparaten is misschien niet intelligentie maar geslepenheid. Mensen als Mike Phillips en Lindsay Luger kunnen nog zo eerlijk en vol goede bedoelingen zijn, een dienst zoals die van Sense blijft een doos van Pandora. Meer dan ooit moeten de maatschappelijke en ethische implicaties van een product worden beoordeeld op basis van alle mógelijke toekomstige manieren waarop het kan worden gebruikt.
Luger zegt dat haar fonds geen investeringen doet met een specifieke exitstrategie in het achterhoofd. ‘Ontwikkel een goed bedrijf en je vindt vanzelf een uitgang,’ zegt ze. Ze wijst erop dat het systeem van Sense voor veel sectoren interessant kan zijn: energiebedrijven, de beleggers in haar fonds, zijn logische kandidaten om het op te kopen. Maar ze erkent dat ook Google en Amazon interesse kunnen hebben, evenals verzekeraars of fabrikanten die de door hun apparatuur gegenereerde data willen verzamelen. De toekomst van datadesaggregatie in huishoudens lijkt er dus een te worden van data die continu wordt verzameld.
Als die toekomst al te bedreigend wordt, kunnen gebruikers altijd een monteur inschakelen om het kastje van Sense uit hun meterkast te halen. Maar de werkelijkheid is nooit zo simpel, zeker niet als een curiositeit eenmaal de norm is geworden. Hoe makkelijk is het nu nog om op internet te zoeken zonder Google, om contact met je vrienden te onderhouden zonder Facebook of te netwerken zonder LinkedIn? Het is allang duidelijk dat consumenten hun persoonlijke data grif afstaan in ruil voor geld of kortingen. Verzekeraars vinden dat ook interessant. Straks kun je misschien je auto niet meer verzekeren als je er geen internetkastje in wilt installeren. Of krijg je geen zorgverzekering als je geen fitnesstracker gebruikt. Kun je geen lening afsluiten zonder volledige inzage te geven in je socialmediagebruik. En kun je misschien geen stroom meer afnemen zonder in te stemmen met het gebruik van zo’n energiedesaggregator.
Voeg daarbij de onzekerheid over hoe technologiebedrijven en de nieuwe regering gaan samenwerken onder president Trump, en het verzamelen van al die informatie over het alledaagse leven van gewone mensen gaat steeds minder lijken op een eerlijke uitwisseling van gratis diensten en steeds meer op de ongeplande komst van een maatschappij van totaal toezicht. Het lijkt vergezocht om zo’n beeld te schetsen naar aanleiding van een energiemetertje van 250 dollar dat nu nog weinig afnemers heeft en gemaakt wordt door alleraardigste mensen met de beste bedoelingen. Maar zoiets lijkt altijd vergezocht tot het ineens een voldongen feit is. Het schrikbeeld van een slim apparaatje zoals dat van Sense valt samen met de belofte die het uitdraagt: dat dit echt de toekomst is, en dat die onafwendbaar is. Dat is wel iets om even bij stil te staan als je een apparaat aanzet of een stekker in het stopcontact steekt. Op den duur, over niet al te lange tijd zelfs, zal de kleine elektrische puls die dat veroorzaakt via de blender en de spaarlamp zo je huis uit zweven, naar de cloud daar boven, waar hij wordt geboekstaafd en bewaard door federale instanties en marketingafdelingen en actuarissen – tot in eeuwigheid.
Ian Bogost is in de VS een bekende persoonlijkheid in de wereld van de videospelletjes. Behalve ontwerper is hij ook hoogleraar in de informatica aan het Georgia Institute of Technology, en mediafilosoof. Zijn specialiteit is het ontwerpen van ‘serieuze’ videospelletjes met sociale en politieke thema’s (veiligheid op luchthavens, bescherming van consumenten tegen het maken van schulden, grieppandemieën et cetera). Hij gaat ook door voor een pionier op het gebied van newsgames, die steeds vaker opduiken – een toepassing van journalistieke technieken in videospelletjes waarbij de informatie op een ludieke en interactieve manier wordt verpakt.
CONTEXT: CYBERLEGER
Veel op het internet aangesloten apparaten zijn slecht beveiligd, waardoor ze een wapen kunnen worden in cyberaanvallen.
Op 21 oktober 2016 ‘kreeg de wereld een voorproefje van de toekomst met een grootschalige cyberaanval, die de toegang blokkeerde tot talrijke websites, zoals die van Twitter en Amazone’, brengt Foreign Policy in herinnering. Die dag kozen de hackers de Amerikaanse onderneming Dyn, waarvan de servers het verkeer op het internet regelen, tot doelwit. Hun wapen? Een leger dat bestond uit een fenomenaal aantal op internet aangesloten objecten, zoals camera’s, printers en zelfs babyfoons, die werden ingezet zonder medeweten van de eigenaren of gebruikers.
‘Deze manipulatie berust geheel op het feit dat de honderden miljoenen apparaten die bij dit soort aanvallen worden ingezet, worden verkocht met weinig ingebouwde beveiliging, áls er al sprake is van enige beveiliging’, betoogt Motherboard.
Deze nieuwe vorm van agressie heeft niet alleen tot gevolg dat de verbindingssnelheid van het internet wordt vertraagd. De aanvallen vormen een werkelijke bedreiging voor de objecten die worden aangevallen, voor het privéleven van de eigenaren, maar ook voor hun gezondheid en in sommige gevallen zelfs voor hun leven. Dat is in elk geval de boodschap die vooraanstaande deskundigen op het gebied van internetbeveiliging medio november vorig jaar neerlegden in een rapport aan het Amerikaanse Congres.
Volgens deze experts ontbreekt een degelijke beveiliging ook op computers en andere op het internet aangesloten instrumenten in ziekenhuizen, vooral in systemen die bijvoorbeeld het functioneren van liften, de ventilatie en andere installaties regelen. ‘Het is niet zo lastig om je voor te stellen welke dodelijke catastrofe zich zou kunnen voordoen – en dat dwingt de overheid tot ingrijpen om dit falen van de markt te corrigeren’, schrijft Bruce Schneier, veiligheidsexpert aan Harvard, in MIT Technology Review. Schneier pleit voor een agentschap dat regels opstelt voor de ‘cyberveiligheid’.
VS – DE TV KIJKT MEE
‘Uw televisie bespiedt u ongetwijfeld meer dan dat u naar het scherm kijkt’, waarschuwt Pacific Standard. Het Amerikaanse tijdschrift heeft één speciaal merk op het oog, namelijk Vizio, de nummer 1 op de markt van ‘intelligente’ tv-toestellen in de Verenigde Staten.
‘De toestellen registreren de kijkgewoonten van de bezitter en delen die gegevens met reclamebureaus, die op hun beurt u weten terug te vinden op uw laptop of op andere apparatuur die met het internet in verbinding staat’, onthult Standard.
Het systeem wordt in werking gesteld door een ‘mankement’ aan de toestellen van dit merk (om het systeem uit te schakelen moet de gebruiker zelf actie ondernemen), in tegenstelling tot de toestellen van de concurrentie, waarvan het volgsysteem pas in werking treedt als de gebruiker daarin toestemt.
We worden omringd door apparaten die op het internet der dingen zijn aangesloten, ‘maar elk van die apparaten is een potentieel lek in het wereldwijde web’, schrijft Süddeutsche Zeitung verontrust. Om onze apparatuur te beveiligen is niets zo goed als een deugdelijk wachtwoord, raadt de Duitse krant aan, die het onderwerp grondig heeft onderzocht. Vergeet het klassieke ‘123456’, dat vaak tevoren op het apparaat is geïnstalleerd en dat veel gebruikers na aankoop niet wijzigen.
Maar dan moet de fabrikant de koper wel de mogelijkheid bieden de toegangscode te wijzigen. En daar schort het soms aan, constateert de Süddeutsche. Het Duitse bureau voor veiligheid op het gebied van informatica raadt trouwens aan om de UPnP-functie (Universal Plug and Play) uit te schakelen, die het apparaat in staat stelt in een systeem te functioneren, maar die tevens piraterij vergemakkelijkt. Bovendien moet de gebruiker van dergelijke apparaten zo veel mogelijk de nieuwste updates installeren die de fabrikant verstrekt.
Tot op heden tonen de fabrikanten zich nauwelijks geïnteresseerd in beveiliging
Een ingewikkelde maar relatief veilige methode is het installeren van een zogeheten VPN (Virtual Private Network), schrijft de krant. Het betreft een privénetwerk dat alle apparaten in huis onderling verbindt. Daartoe moet waarschijnlijk de hulp van een specialist worden ingeroepen.
De verantwoordelijkheid voor de beveiliging van dergelijke apparaten berust dus geheel bij de gebruiker, benadrukt de krant. ‘Die opgelegde verantwoordelijkheid is een vergissing, want de gebruikers zijn goeddeels afhankelijk van de fabrikant.’ Hun bewegingsvrijheid is wat dit soort apparaten betreft dus beperkt. ‘Ze kunnen noch het gebruikssysteem kiezen, noch aanvullende apparatuur installeren om zich te beveiligen.’
Tot op heden tonen de fabrikanten zich nauwelijks geïnteresseerd in beveiliging, en het wordt hoog tijd dat daar verandering in komt, schrijft de Süddeutsche, die de suggestie doet een keurmerk te introduceren waarop de koper kan aflezen in hoeverre een product veilig te gebruiken is.
VS – BARBIE ALS KLIKSPAAN
Is met internet verbonden speelgoed het nieuwe doelwit van Big Brother? Die vraag stelde onlangs New Scientist, dat zich verontrust afvroeg hoeveel van dat speelgoed de Kerstman dit jaar weer onder de kerstboom had gelegd. Al in 2015 veroorzaakte Hello Barbie, het popje waarmee de kleintjes kunnen praten, een schandaal.
Alle woordjes die de kinderen uitspreken worden opgevangen door een microfoon en doorgestuurd naar en ontleed door algoritmen voor stemherkenning, opdat het popje een enigszins adequaat antwoord op gestelde vragen kan formuleren.
‘Er is op zich niets illegaals aan het functioneren van Hello Barbie’, schrijft het wetenschapsblad, ‘maar een fabrikant kan zich keurig houden aan alle wetten en voorschriften en niettemin het privédomein van kleine kinderen betreden. Want die kindertjes begrijpen niet dat een speelpopje geen geheimen kan bewaren en dat alles wat ze tegen hun Barbie zeggen ook afgeluisterd kan worden door een onzichtbare batterij ingenieurs en ontwerpers – en ook door hun ouders.’
ITALIË – DE TOEKOMST IS AL BEGONNEN
Het internet der dingen – en niet alleen het internet van de computers en mobiele telefoons – behelst een woud van voorwerpen (van auto’s en thermostaten tot broodroosters en pacemakers) die met het internet zijn verbonden voor meer gemak en – dat was de oorspronkelijke belofte – voor meer veiligheid, schreef de Italiaanse krant Corriere della Sera eind 2014, verwijzend naar een rapport van Europol over onlinecriminaliteit. Naast diefstal van persoonlijke gegevens en identiteitsfraude kan piraterij ten aanzien van gebruiksvoorwerpen die met internet zijn verbonden leiden tot ‘lichamelijke schade, zelfs tot de dood’.
‘Het risico van een hartinfarct, veroorzaakt door een hacker via een pacemaker, bestaat natuurlijk, maar die dreiging lijkt veraf, de daad van een krankzinnige’, relativeerde de krant, die tot de slotsom kwam: ‘De bescherming van de persoonlijke gegevens van miljoenen mensen zou daarentegen prioriteit moeten krijgen. Europol heeft in elk geval alarm geslagen.’
DUITSLAND – ANGSTAANJAGEND ONDERZOEK
De Süddeutsche Zeitung heeft onlangs na maandenlang onderzoek een serie artikelen gepubliceerd over de veiligheid van op het internet aangesloten apparatuur. ‘Alleen al in Duitsland worden duizenden apparaten geproduceerd die niet worden beveiligd met een wachtwoord en voor iedereen toegankelijk zijn’, luidt de conclusie. De journalisten hebben gebruikgemaakt van de zoekmachine Shodan (shodan.io), waarop een lijst wordt bijgehouden van apparatuur die op het internet moet worden aangesloten, maar het zonder beveiliging moet stellen. Dat kunnen webcams zijn, maar evenzeer controlesystemen in waterzuiveringsinstallaties. Hele levens worden blootgelegd aan wie maar wil toekijken, terwijl elk niet-beveiligd apparaat tevens kan dienen als schakel in massale cyberaanvallen.
ISRAËL – KNIPPERLICHT IN DE NEGEV
Op een avond in 2016 begonnen de ‘intelligente’ lampen van een gebouw van het Weizmann Instituut en vervolgens ook van een woonflat in Beer Sheva in de Negev-woestijn voortdurend aan en uit te knipperen, zonder regelmaat, en ze veranderden daarbij ook nog eens bij voortduring van sterkte en van kleur. Waren ze gek geworden?
In werkelijkheid werden beide gebouwen ‘aangevallen’ door onderzoekers van het Weizmann Instituut zelf en van de Dalhousie-universiteit in het Canadese Halifax, die erin waren geslaagd de controle in beide gebouwen over te nemen. Daartoe hadden ze een ‘informaticaworm’ ontwikkeld met behulp van een tamelijk onbekend internetprotocol, genaamd ZigBee, een standaard voor verbindingen op korte afstand, te vergelijken met de Bluetooth-technologie.
‘De onderzoekers toonden aan dat zij door controle te krijgen over slechts één enkele lamp, binnen een paar minuten een groot aantal andere lampen in de nabijheid een voor een konden manipuleren’, schreef_ The New York Times._ Dezelfde techniek zou gebruikt kunnen worden, aldus de krant, als opstapje om informatie te stelen, enorme hoeveelheden spam te versturen en zelfs een groot aantal aanvallen van epilepsie te veroorzaken.
ISRAËL – DE KOPTELEFOON TELEFONEERT
Stelt u zich voor dat uw koptelefoon en andersoortige luidsprekers zich zouden ontpoppen tot microfoons. Of nog erger: dat men uw gesprekken zou kunnen afluisteren via dit soort apparaten. Het klinkt als sciencefiction, maar toch zijn onderzoekers van de Ben Goerion Universiteit in Beer-Sheva daar op redelijk eenvoudige wijze in geslaagd, zo maakten zij eind vorig jaar bekend.
‘Ze ontwikkelden “vijandige” programmatuur om de membranen van dergelijke apparaten in omgekeerde richting te laten werken, waarbij geluidstrillingen uit de omgeving werden omgezet in electromagnetische signalen,’ zo bericht The Times of Israel. De onderzoekers beweren dat er op het moment geen enkel antwoord bestaat tegen hun programmatuur.
NIEUW-ZEELAND – ZELFS DE VIBRATOR WORDT NIET ONTZIEN
In de zomer van vorig jaar onthulden twee hackers uit Nieuw-Zeeland hoe zij erin slaagden clandestien verbinding te maken met seksspeeltjes. Ze richtten hun aanvallen op We-Vibe 4 Plus, een van de meest verkochte producten op deze markt, en vingen gegevens op die door de apparaatjes werden uitgezonden.
‘Wat het duo vond was verbazingwekkend,’ schrijft het Amerikaanse onlinemagazine Motherboard. Niet alleen bleek het apparaat elke minuut zijn temperatuur door te seinen naar de fabrikant, maar ook de intensiteit waarmee het apparaat werd gebruikt werd terstond gemeld.
De fabrikant wordt er op die manier rechtstreeks van verwittigd dat het apparaat wordt gebruikt en op welke wijze, of het nu op het internet is aangesloten of niet. Dat is verontrustend nieuws, want afgezien van de manifeste inbreuk op het privé-leven van de gebruiker, is de verkoop of het bezit van dit soort speelgoed in een aantal landen, waaronder India en de Filippijnen, verboden.
Een nieuwe Britse wet die overheidsdiensten vrijwel ongelimiteerd inzicht geeft in het surf- en belgedrag van burgers, is een onaanvaardbare inbreuk op het privéleven, schrijft de website Spiked.
De Investigatory Powers Act (IPA), die overheidsinstellingen toegang geeft tot e-mail- en telefoonverkeer en onlangs vrijwel ongewijzigd door het Hogerhuis kwam, is een weerzinwekkend staaltje van staatsbemoeienis. De IPA, in november vorig jaar gelanceerd door toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Theresa May, sleept de al bestaande en even weerzinwekkende inlichtingenwetgeving het digitale tijdperk binnen. Ingevolge de IPA zullen internet- en telefoonbedrijven voortaan alle gegevens over telefoontjes en websitebezoeken van hun klanten twaalf maanden lang moeten bewaren. Dat betekent dat alle mogelijke overheidsinstanties, van douane en inlichtingendiensten tot de nationale gezondheidsdienst en de voedsel- en warenautoriteit, in potentie precies kunnen zien welke sites je het afgelopen jaar hebt bezocht en wie je allemaal hebt gebeld.
En dat is nog niet alles. De IPA zal veiligheidsdiensten en politie ook toestaan computers, telefoons en netwerken te ‘hacken’ om te horen wat je zegt, te zien waar je naar kijkt en te weten wat je typt. En daarbij mogen ze alle middelen gebruiken die ze nodig achten, inclusief het benutten van zwakke plekken in software, wat klinkt als een recept voor een complot tussen bedrijven en staat.
Privacy is ook van wezenlijk belang voor het openbare leven, dat afhankelijk is van zelfverzekerde, onafhankelijk denkende individuen
Volgens May, die de IPA trots en eufemistisch roemde als een ‘inlichtingensysteem dat toonaangevend is in de wereld’, zullen de Britse veiligheidsdiensten daarmee alleen maar ‘de bevoegdheden krijgen die ze nodig hebben om ons land te beschermen’. Als dat vertrouwd klinkt, dan is het omdat elke aantasting van onze vrijheid die de staat zich permitteert wordt gerechtvaardigd met onze veiligheid. Zo noemde de voormalige New Labour-minister van Binnenlandse Zaken Jack Straw de RIPA, de voorloper van deze wet, in 2000 ‘de aangewezen manier om witwassen, mensenhandel, pedofilie, tabakssmokkel en andere ernstige misdrijven aan te pakken’.
Maar de ervaring met de RIPA is leerzaam. In de praktijk ontaardde de bescherming van burgers tegen ernstige misdrijven al snel in het betrappen van diezelfde burgers op kleine vergrijpen. Alleen al in 2009 werd de RIPA voor 552.550 snuffelgevallen gebruikt, waarvan tweeduizend keer door plaatselijke autoriteiten die individuen wilden betrappen op gruwelijke misdrijven als het niet opruimen van afval of hondenpoep. Gezien het gebruikelijke wantrouwen van de Britse staat jegens het maatschappelijk middenveld mag worden aangenomen dat Mays nieuwe versie van de Snuffelwet al even nuttig zal zijn voor de bemoeials.
Maar wat opvallend is aan de reacties op Snuffelwet 2.0, in vergelijking tot die op de oorspronkelijke versie van New Labour, is hoe onverdeeld kritisch deze zijn geweest. Voorspelbaar was misschien dat Edward Snowden, de tot verklikker bekeerde voormalige medewerker van de Amerikaanse Nationale Veiligheidsdienst, sprak van ‘de meest extreme vorm van staatstoezicht in de geschiedenis van de westerse democratie’. Ook was het nauwelijks verbazingwekkend dat de burgerrechtenbeweging Liberty van dik hout planken zaagde: ‘Onder het mom van contraterrorisme heeft de Britse staat het meest indringende toezichtsysteem ontwikkeld van alle democratieën in de menselijke geschiedenis.’ Maar ook de VN laten niets heel van de IPA: Joe Cannataci, de speciale rapporteur voor het recht op privacy, zei dat ‘massale toezichtsmaatregelen en massaal hacken, zoals voorzien in de IPA, eerder onwettig dan wettig verklaard zouden moeten worden’. Zelfs de Daily Star plengde een progressieve traan en vroeg klaaglijk: ‘Het einde van porno?’
Velen wezen er ook op hoe gedwee het parlement is geweest, met schaduwminister Keir Starmer van Labour die het wetsvoorstel praktisch door het Lagerhuis loodste. Maar dat Labour zich niet al te fel heeft verzet mag nauwelijks een verrassing heten. New Labour liep voorop met het snuffelen van staatswege, niet in de laatste plaats met de RIPA. Hun parlementariërs houden bijna net zoveel van de privacy van burgers als van Jeremy Corbyn. En ook al zitten veel sterren van het paternalistische autoritarisme van New Labour, van Jack Straw tot David Blunket, niet langer op de groene bankjes van het Lagerhuis, ze zijn nog steeds te vinden op het luxueuze rode pluche van het Hogerhuis. Dat het wetsvoorstel geen serieuze weerstand ondervindt, bewijst dat het parlement wordt gedomineerd door een politieke klasse die al lange tijd gewoon is het publiek te wantrouwen en te verachten.
Maar er is ook nog een groter probleem. Het ontbreken van serieuze oppositie tegen het wetsvoorstel is niet alleen maar te wijten aan een gebrek aan ruggengraat, maar ook aan de culturele devaluatie van de privacy zelf. Hoewel velen kritiek hadden op de IPA en verwezen naar Orwell en totalitarisme, leken maar weinigen te kunnen zeggen waarom privacy belangrijk is, waarom het waardevol is.
En dat is een probleem, omdat privacy iets is dat op waarde moet worden geschat, niet alleen omdat het mensen in staat stelt onder de radar te blijven, zich te verstoppen, maar ook omdat het van wezenlijk belang is voor het openbare leven, dat afhankelijk is van zelfverzekerde, onafhankelijk denkende individuen. De persoonlijke arena is namelijk de ruimte waar we verschillende aspecten van onszelf kunnen ontwikkelen, ideeën kunnen uitproberen, gedachten en gevoelens kunnen onderzoeken en een rijk en uitgesproken innerlijk leven kunnen opbouwen. Zodra het oog van de staat deze persoonlijke, intieme ruimte binnendringt, of kan binnendringen, raakt deze persoonlijke, intieme ruimte verstikt. Men moet plotseling handelen en spreken alsof men gevolgd en beoordeeld kan worden. De taal wordt aan zelfcensuur onderworpen, gedrag intern gecontroleerd, websites worden gemeden. Wie denkt dat het toezicht houden op het privéleven van mensen, vooral waar het politiek extremisme of seksueel afwijkend gedrag betreft, een progressieve, positieve ambitie is, zal dit ongetwijfeld als een manier beschouwen om de maatschappij te verbeteren. Maar zo’n paternalistisch plan is tot mislukken gedoemd. Mensen stoppen niet met geloven wat ze geloven of met voelen wat ze voelen; ze zetten alleen een openbaar masker op, zelfs privé. In het koninkrijk van de transparantie heersen leugen en kwade trouw.
Beloofde land
Waar privacy ontbreekt, bloeit het conformisme. Het afkalven van de privacy, of het nu komt door de IPA of het almaar toenemende staatstoezicht op internetgedrag in het algemeen, maakt het individu machteloos tegenover druk van buitenaf, de druk om zich te conformeren aan het gemiddelde, om het geloof van de dag aan te hangen, of dat nu anticommunistisch is, zoals in het Amerika van McCarthy, of politiek correct, zoals vandaag de dag. Individuen verliezen zichzelf in de openbare en officiële orthodoxie.
Het is moeilijk om dan niet te denken aan de meest nachtmerrieachtige toezichtsmetafoor: de koepelgevangenis van Jeremy Bentham, een rond gebouw met een toren in het midden van waaruit elke kamer, en daarom elke bewoner, volledig zichtbaar is. Bentham, een negentiende-eeuws filosoof en maatschappelijk hervormer, dacht hiermee de ideale gevangenis te hebben ontworpen, maar in de handen van de twintigste-eeuwse Franse filosoof Michel Foucault werd het een duister visioen van maatschappelijke discipline en straf in het algemeen, een maatschappij, kortom, waarin iedereen, zichtbaar voor alle anderen, de druk voelt om zich te conformeren, om te handelen zoals men denkt dat anderen dat van hem verwachten.
‘Zichtbaarheid is een val’, schreef Foucault. Voor mensen als May, Starmer en de rest lijkt het meer op het beloofde land.
Deze onafhankelijke website werd in 2000 opgericht door vrijwilligers en wordt gefinancierd door donateurs – en een beetje reclame. De site heeft als doel om inhoud van hoge kwaliteit te bieden, en doet dat in rubrieken als Hot Topics, Free Speech, British news, etc.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.