Tag: dictator

  • Syrië: rebellenleider belooft misdaden van het Assad-regime te zullen straffen

    Syrië: rebellenleider belooft misdaden van het Assad-regime te zullen straffen

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Soedan: bijna 180 doden na twee dagen bombardementen

    » Brazilië: Lula is herstellende van een operatie aan een schedelbloeding

    Dienstplichtigen die onder Assad vochten krijgen amnestie

    Rebellenleider Ahmed al-Sharaa, beter bekend onder zijn schuilnaam Abu Mohammad al-Julani, beloofde dinsdag voormalige functionarissen van het Syrische regime die betrokken waren bij martelingen te zullen opsporen. Aan de andere kant ‘verleende hij amnestie’ aan lager leger- en veiligheidspersoneel. Deze verklaringen suggereren dat de Syrische rebellen ‘een evenwicht proberen te vinden tussen het uitvoeren van represailles en tegelijkertijd het opvullen van het machtsvacuüm dat achterbleef nadat president Bashar al-Assad naar Rusland vluchtte en de Syrische regering uiteenviel’, analyseert The New York Times.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De leider van de Hayat Tahrir al-Cham (HTC) groep heeft beloofd ‘zeer binnenkort een lijst te publiceren met de namen van de meest hooggeplaatste betrokken functionarissen’. De groep zal beloningen uitloven voor degenen die informatie verschaffen over degenen die verantwoordelijk zijn voor oorlogsmisdaden, voegde hij eraan toe.

    ‘Mensenrechtenexperts geloven dat het tijd zal kosten om een Syrische politiemacht en rechtssystemen op te zetten die in staat zijn om dergelijke misdaden te berechten, en dit kan alleen als de veiligheid in het land is hersteld,’ merkt het Amerikaanse dagblad op.

  • Nicaragua: Ortega voert nieuwe hervorming door om zijn macht te vergroten

    Nicaragua: Ortega voert nieuwe hervorming door om zijn macht te vergroten

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Gaza: Netanyahu biedt een bonus van 5 miljoen dollar voor elke bevrijde gijzelaar

    » VS: Senaat verwerpt voorstel van Sanders om geen wapens aan Israël te verkopen

    Zijn ambtstermijn wordt verlengd van vijf naar zes jaar

    De Nicaraguaanse president heeft ongeveer honderd grondwetsartikelen hervormd, waardoor zijn vrouw, Rosario Murillo, de rang van ‘co-president’ krijgt en de presidentiële termijn wordt verlengd van vijf naar zes jaar. Het ontwerp is voorgelegd aan de Nationale Vergadering, waar het naar verwachting zonder problemen zal worden aangenomen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Dit zal de twaalfde keer zijn dat de dictator de politieke grondwet van het land hervormt sinds hij in 2007 aan de macht kwam, schrijft het weekblad Confidencial. ’Bovendien zullen Ortega en Murillo elkaar de volledige controle geven over de andere staatsmachten.’

  • Hoe kom je van een dictator af?

    Hoe kom je van een dictator af?

    Dictators, van Poetin tot Kim Jong-un, lijken steviger in het zadel te zitten dan ooit. ‘De eenentwintigste eeuw zal in het teken staan van de confrontatie tussen dictatuur en democratie’, schrijft Marcel Dirsus, politicoloog en de auteur van het boek How Tyrants Fall.

    Vorige zomer reden duizenden Russische soldaten met zware wapens ‘in de verkeerde richting’ over de weg van Oost-Oekraïne naar Moskou. Militieleider Jevgeni Prigozjin was in opstand gekomen en rukte met Poetins eigen strijdkrachten tegen hem op. Heel even leek het alsof dit de val van het regime kon inluiden. De dreiging was zo reëel dat Poetin-getrouwe strijdkrachten aan de rand van Moskou versterkingen aanlegden en met gepantserde voertuigen in de stad patrouilleerden. Toen de luchtmacht de opmars van de rebellen probeerde te stuiten, haalden Prigozjins mannen enkele helikopters en een vliegtuig neer.

    Maar nog geen vierentwintig uur later was het alweer gedaan met de muiterij. En nog twee maanden later was Prigozjin dood. Het had Poetin niet zijn ambt, zijn vrijheid of zijn leven gekost, vanuit zijn paleis regeert hij nog steeds en lijkt hij zelfs steviger in het zadel te zitten dan ooit. De prijs voor zijn machtsbehoud wordt betaald door de Russen die hij onderdrukt en de Oekraïners die hij de dood in jaagt.

    Bepalende factoren

    Veel dictators hebben in het verleden minder geluk gehad. De Tunesische oud-president Ben Ali werd uit zijn land verdreven. Nicolae Ceaușescu, die meer dan twintig jaar de scepter zwaaide over Roemenië, werd terechtgesteld. Welke factoren bepalen of een tiran aan de macht blijft dan wel wordt afgezet?

    Dictators worden dagelijks wakker met een hoofd vol zorgen over iedereen die hen naar het leven staat. Van buitenaf kan het lijken alsof ze hun land in een ijzeren greep hebben, maar intern woedt er in zulke regimes een voortdurende strijd tegen het verval, want overal zitten vijanden en de hele boel kan ieder moment instorten.

    Het komt er simpelweg op neer dat tirannen die aan de macht willen blijven, moeten zorgen dat ze de steun behouden van de mensen met geld (de elites) en de mensen met wapens (de generaals). Poetin had de greep op Prigozjin misschien verloren, maar de elite en de generaals bleven hem trouw en daarom zit hij er nog. Toen de crisis tot uitbarsting kwam, lukte het Prigozjin niet om andere hoofdrolspelers van Poetin los te weken. Was hij daar wel in geslaagd, dan had niet hem maar Poetin zelf een voortijdige dood gewacht. Nu heeft de leider van de Wagner-groep aan den lijve ondervonden dat er geen grotere gok bestaat dan een opstand tegen een dictator. Als je die verliest, verlies je ook alles.

    Het constante probleem voor Poetin en andere dictators is dat ze nooit echt veilig zijn

    Het constante probleem voor Poetin en andere dictators is dat ze nooit echt veilig zijn. De steun van de elite en de loyaliteit van de generaals is duur en vereist vaak strategieën waarmee de machthebbers het volk van zich vervreemden. Dan kan de ontevreden massa in opstand komen. En als dat gebeurt, zoals in Tunesië in 2011 en Roemenië in 1989, kan het in een oogwenk voorbij zijn.

    De Tunesiërs en de Roemenen hadden iets heel belangrijks begrepen: om van een dictator af te komen, moet je de verdeeldheid binnen het regime opstoken. Als de straten vol burgers staan en de tiran bevel geeft het vuur te openen, staan de loyalisten voor een keuze: volgen ze die orders op en doden ze hun eigen burgers, of weigeren ze dat? Met scherp schieten op ongewapende burgers kan een opstand ontketenen die niet meer te stuiten is. Anderzijds is elk bevel dat niet wordt opgevolgd een duidelijk signaal van zwakte en interne verdeeldheid. In zo’n situatie zullen hoofdrolspelers binnen het regime zich soms op hun rol bezinnen. Iedereen staat het liefst aan de kant van de winnaar.

    Opties

    Om een regime omver te werpen moet je zelf macht hebben en niet te ver van het centrum van de macht staan. In Rusland kan het hoofd van de Nationale Garde meer bereiken dan een lagere ambtenaar in de hoofdstad, die op zijn beurt weer meer invloed heeft dan een winkelier in Jekaterinenburg of in het Aziatische deel van het land. Het buitenland heeft niet veel invloed, maar kan meehelpen door de positie van de dictator te verzwakken, het volk te steunen en sleutelfiguren die het systeem overeind houden enerzijds het leven zuur te maken en anderzijds een uitweg te bieden.

    Dat betekent brede sancties die de dictator beroven van de mogelijkheid om geld uit te delen aan de elite en de generaals, en maatregelen die de aanschaf bemoeilijken van de wapens waarmee protesten worden neergeslagen en de technologie waarmee tegenstanders worden bespioneerd. Als revolutionairen een plek nodig hebben om hun beweging te organiseren vanuit het buitenland, moeten ze die krijgen. Leden van het regime moeten worden gestimuleerd om over te lopen door geld en veiligheidsgaranties te bieden. Dissidenten moeten een brede coalitie smeden en de straat opgaan. Als ze zich kunnen mobiliseren, met name in de hoofdstad en andere grote steden, dan kan het systeem daaronder bezwijken.

    Zo’n aanpak haalt helaas weinig uit bij de diepst verankerde en meest gewelddadige regimes, zoals in het Rusland van Poetin, het Noord-Korea van Kim Jong-un en het China van Xi Jinping. Daar valt het volk nauwelijks nog te mobiliseren. Zelfs al zouden grote aantallen Russen, Noord-Koreanen of Chinezen hun leiders willen afzetten, het is daar praktisch onmogelijk om grote demonstraties te organiseren. En als demonstraties wel mogelijk waren, zouden ze het regime niet per se aan het wankelen brengen. Dat zou waarschijnlijk reageren met grof geweld, zodat het uitloopt op een bloedbad, maar geen verandering teweegbrengen.

    Als je maar geduld oefent, zullen zulke regimes op den duur vanzelf gaan wankelen

    Buitenstaanders hebben dan twee opties: geweld gebruiken, of geduld oefenen en zich voorbereiden op de dag dat de dictator een fout maakt die kan worden uitgebuit. Geweld, zowel openlijk als achter de schermen, is meestal geen aantrekkelijke optie, het kan contraproductief zijn of zelfs rampzalig uitpakken. Zelden is een democratie voortgekomen uit de loop van een buitenlands geweer. Maar alle dictators maken fouten, omdat het ook maar mensen zijn en omdat ze werken in een systeem waarin ze vaak van slecht nieuws worden afgeschermd: niemand wil de boodschapper zijn wiens slechte nieuws hem de kop kost. Als je maar geduld oefent, zullen zulke regimes op den duur vanzelf gaan wankelen. En als het zover is, kan een uitgekiende combinatie van steun geven en druk zetten net het zetje geven dat van een wankele despoot een oud-dictator maakt.

    De eenentwintigste eeuw zal in het teken staan van de confrontatie tussen dictatuur en democratie. De dictaturen maken nu nog een sterke indruk. Maar alle mensen verdienen inspraak in de manier waarop ze worden bestuurd. Waar mogelijk moeten democratieën steun geven aan dappere burgers die zich verzetten tegen onderdrukking en alle beschikbare middelen inzetten om dictaturen het leven zo moeilijk te maken dat ze sneller bezwijken onder de druk. Het lijkt er nu misschien niet op, maar vaak is het slechts een kwestie van tijd voordat tirannen – en de standbeelden die ze voor zichzelf oprichten – ten val komen.

  • Ex-president van Peru Alberto Fujimori overleden

    Ex-president van Peru Alberto Fujimori overleden

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Keir Starmer: ‘Britse gezondheidszorg moet hervormd worden of sterven’

    » Minstens 18 mensen gedood bij Israëlische aanval in Gaza

    Hij leidde Peru van 1990 tot 2000

    De 86-jarige ex-president van Peru Alberto Fujimori is bezweken aan tongkanker. El comercio heeft het over ‘een voormalige president die een land polariseerde’. La República, een linkse krant, heeft het over een ‘ex-dictator’ en haalt herinneringen op aan ‘een van de donkerste episodes van zijn ambtstermijn’, een beleid van gedwongen sterilisatie van duizenden inheemse vrouwen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Hij stond aan het hoofd van Peru van 1990 tot 2000, een periode die gekenmerkt werd door autoritarisme, corruptie en een gewelddadige strijd tegen de guerrilla’s, en stelde zich kandidaat voor een derde ambtstermijn hoewel de grondwet hem dat niet toestond. Hij werd gedwongen het land te verlaten, werd in 2005 gearresteerd en in 2009 veroordeeld tot 25 jaar gevangenisstraf voor misdaden tegen de menselijkheid. Hij kreeg ook een straf van acht jaar voor corruptie. Een gratieverlening in 2017 werd geannuleerd en in 2019 keerde hij terug naar de gevangenis. In december 2023 werd hij vrijgelaten.

  • Noord-Korea houdt vast aan kernwapens, maar wat wil Kim Jong-un met al die raketten?

    Noord-Korea houdt vast aan kernwapens, maar wat wil Kim Jong-un met al die raketten?

    Kim Jong-un begon zijn tweede decennium als machthebber van Noord-Korea met grote beloften over groeiende welvaart. Maar zolang Kim zijn kernwapens niet wil opgeven, blijft het land economisch geïsoleerd. Ondertussen wordt de Noord-Koreaanse leider steeds brutaler.

    Je zou bijna de tel verliezen, zo veel raketproeven liet Kim Jong-un afgelopen jaar uitvoeren. Onder meer met raketten die in het holst van de nacht vanuit een binnenmeer worden gelanceerd en die in Zuid-Koreaanse wateren belanden, of over Japan vliegen. Alsof dit nog niet genoeg is, onthulde Kim op 19 november zijn grote wapen, de Hwasong-17, een intercontinentale raket. Maar opvallend genoeg werd de 25 meter lange raket, de grootste in zijn soort ter wereld, overschaduwd door de verschijning van een tengere figuur van nog geen anderhalve meter hoog, in een wit jasje en op rode schoenen: Kims dochter Ju-ae, vermoedelijk niet ouder dan een jaar of negen of tien. Het was haar eerste publieke optreden.

    Die vreemde combinatie van een liefhebbende vader en een nieuwsgierige dochter die elkaars hand vasthouden bij het aanschouwen van Noord-Korea’s ‘monsterraket’ deed denken aan een ander opmerkelijk propagandasignaal, van een maand eerder, op de verjaardag van Kims Arbeiderspartij. Er waren veel raketproeven op komst, maar op 10 oktober was in de Arbeiderskrant een ontspannen, stralende Kim te zien tijdens een inspectie – niet van een raketsilo, maar van een kas. Hij werd gefotografeerd terwijl hij trots twee groene paprika’s vasthield, in elke hand een. Kim blijft zijn volk beloven dat hij hen (en hun kinderen) niet alleen zal beschermen, maar ook van voedsel zal voorzien. 

    Jong en onervaren

    Toen Kim Jong-un in 2011 na de dood van zijn vader Kim Jong-il de leiding van Noord-Korea overnam, werd niet verwacht dat hij beide beloftes zou waarmaken. Hij werd alom afgeschilderd als jong en onervaren, en na zijn aantreden voorspelde menig deskundige een ophanden zijnde ineenstorting van het huidige Noord-Korea. Maar meer dan tien jaar later lijkt Kims greep op de macht steviger dan ooit. Hij weerde bedreigingen vanuit zijn eigen familie op brute wijze af door zijn oom te laten executeren en zijn oudere halfbroer te laten vermoorden. Ook vulde Kim de nomenklatoera van partij, leger en regering met mannen die hun positie aan hem te danken hebben. Hij degradeerde de generaals van zijn vader en bevorderde zijn eigen maarschalken. Oudere kaders stuurde hij met pensioen en hij stelde technocraten van middelbare leeftijd aan. Hij knoopte banden aan met lokale functionarissen door ze uit te nodigen naar de hoofdstad en ze in de provincies te bezoeken. 

    Er bestaat in Noord-Korea buiten de staat geen maatschappelijk middenveld. Een levensvatbaar politiek alternatief voor de regering van de Arbeiderspartij ontbreekt, en we hebben niet de minste aanwijzing gezien voor een Pyongyangse Lente. De antioorlogsdemonstraties in Rusland en de protesten tegen de lockdowns in China – laat staan de protesten die Iran op zijn grondvesten doen schudden – vinden in Noord-Korea geen navolging. Hoewel de late uitbraak van corona in het land in het voorjaar van 2022 wellicht ernstiger was dan de autoriteiten toegaven, zijn er geen tekenen dat het virus of de coronamaatregelen hebben geleid tot instabiliteit of noemenswaardige problemen voor Kims bewind.

    De ernstigste bedreiging voor zijn bewind lijkt zijn persoonlijke gezondheid. Hij was lange tijd een zware roker en had morbide obesitas, totdat hij in 2021 wat afviel. Maar in plaats van voortdurend te focussen op de mogelijkheid (gevoed door het wensdenken van analisten) dat Kims regime op instorten staat, is het beter om te kijken waar hij naartoe wil, en hoe hij zijn land over tien jaar ziet. In 2032 is hij immers nog in de bloei van zijn leven – ongeveer vijftig jaar oud – en begint hij ongetwijfeld aan zijn derde decennium aan de macht.

    Om te begrijpen waar hij naartoe wil, moeten we eerst naar zijn verleden kijken

    Bijna alle deskundigen zijn het erover eens dat de kans klein is dat hij binnenkort zijn kernwapens zal opgeven, als dat al ooit gebeurt. Maar dat roept de vraag op: waar zijn al die raketten voor? Is Kim een voorzichtige strateeg die zwakte veinst? Of is hij een risicovolle revanchist die uit is op dwingende diplomatie jegens Zuid-Korea en de Verenigde Staten? Om te begrijpen waar hij naartoe wil, moeten we eerst naar zijn verleden kijken.

    De wereld is geneigd te denken dat kernwapens de belangrijkste prioriteit zijn van Kim Jong-un. Maar voor hemzelf is die belangrijkste prioriteit, op de lange termijn, eerder wat hij voor het eerst verwoordde tijdens zijn inaugurele rede in april 2012. Toen beloofde hij zijn landgenoten dat ze ‘niet opnieuw de broekriem hoefden aan te halen’. In plaats daarvan, benadrukte hij, zouden ze ‘zo veel als ze willen kunnen genieten van de rijkdom en welvaart van het socialisme’.

    Toen hij uit de schaduw trad van zijn vader, die Noord-Korea van 1994 tot 2011 regeerde, begon Kim een reeks veelbelovende economische hervormingen in de landbouw en de industrie, en liet hij de traditionele markten grotendeels met rust. Het leverde het land een paar jaar van solide groei op. Maar na enkele jaren verlegde hij het accent van ‘boter’ naar ‘geweren’ en voerde hij een reeks kern- en raketproeven uit. Die brachten zelfs de formele bondgenoot China van streek en leidden eind 2017 tot strenge sancties van de VN-Veiligheidsraad. Enkele maanden later richtte Kim zich weer abrupt op de economie. In januari 2018 verklaarde hij zijn nucleaire afschrikmiddel als voltooid, en op een partijbijeenkomst in april van dat jaar zette hij een nieuwe strategische lijn uit die ‘alle inspanningen van de partij en het hele land zou richten op de socialistische economische opbouw’.

    Kim werd steeds brutaler. In het voorjaar van 2018 benadrukte hij tegenover de nouveau riche van Noord-Korea (die bekendstaat als de donju) en de lankmoedige massa dat zijn echte strategische doelstelling economische ontwikkeling was. De wereld toonde zich echter geïnteresseerder in het theater van Kims ontmoeting met Donald Trump in Singapore in juni, waarbij internationale media gretig verslag deden van elke wending in het toneelstuk, al veroordeelden tv-commentatoren het theatrale karakter van deze top. Toen de twee mannen elkaar in februari daaropvolgend in Hanoi ontmoetten voor verdere onderhandelingen, was Kim open over wat hij wilde. Hij vroeg om verlichting van de sancties en bood in ruil daarvoor aan zijn belangrijkste nucleaire complex (in Yongbyon) te ontmantelen. 

    Het feit dat het niet tot een overeenkomst kwam, mag de betekenis van Kims verzoek niet verhullen. Het gaf ons de duidelijkste aanwijzing tot nu toe van wat hij wil en wat hij bereid is te geven om dat te krijgen. Door de stille mislukking van de top in Hanoi, die te wijten was aan het feit dat Trump geen belangstelling meer had voor een overeenkomst met Kim, was de kans verkeken om te zien hoe ver Kim bereid was te gaan. De pandemie die begin 2020 toesloeg en de verkiezing van Joe Biden tot president van de VS, later dat jaar, beperkten die kans nog verder.

    Tekortkomingen

    Steeds opnieuw bewees Kim dat hij een blijvende kracht was, en onder waarnemers in de VS en zijn bondgenoten ontstond een nieuw soort angst. Waar er eerder werd gespeculeerd over het schijnbare gevaar van een ophanden zijnde ineenstorting van Noord-Korea, hebben de vorderingen in het nucleaire programma van het land in de afgelopen tien jaar een omgekeerde angst aangewakkerd: dat Kim zich opmaakt om Zuid-Korea binnen te vallen en het Koreaans Schiereiland met geweld te herenigen. Maar een zorgvuldige analyse laat zien dat die vrees misplaatst is. De primaire ambitie van de Noord-Koreaanse machthebber voor 2032 is leiding geven aan een land dat niet langer wordt afgedaan als een economische achterblijver.

    Regelmatig bekritiseerde Kim zichzelf in het openbaar voor zijn tekortkomingen als leider en voor de problemen waarmee het Noord-Koreaanse volk wordt geconfronteerd. In oktober 2020, tijdens de viering van de vijfenzeventigste verjaardag van de Arbeiderspartij, huilde Kim tijdens zijn toespraak vol berouw vanwege zijn falen om een eind te maken aan de ontberingen van het volk. Als Noord-Korea over tien jaar (hoe onwaarschijnlijk dat ook klinkt) uitgroeit tot de nieuwste ‘tijgereconomie’ van Azië, kan Kim zijn strategische lijn een briljant succes noemen en trots verkondigen dat hij na twee zwaarbevochten decennia eindelijk zijn oorspronkelijke belofte heeft ingelost. Een verhoging van de levensstandaard tot wat de Chinese communistische leiders ‘gematigde welvaart’ noemen, zou voor Kim een historische prestatie zijn. Zijn nalatenschap zou die van zijn vader en zijn grootvader, die geen van beiden de kunst van de economische ontwikkeling beheersten, volledig overtreffen.

    De ernstigste bedreiging voor zijn bewind lijkt zijn persoonlijke gezondheid

    Wil hij zijn ambitie van economische modernisering verwezenlijken, dan zal Kim echter moeilijke keuzes moeten maken. Zelfs voor het beste scenario, een door de staat geleid kapitalisme zoals in het communistische China en Vietnam, geldt dat de binnenlandse bronnen voor economische ontwikkeling beperkt zijn. Er is simpelweg niet voldoende investeringskapitaal, persoonlijke rijkdom of marktvraag om een drastische groei te genereren. Of zijn kameraden het nu leuk vinden of niet (en voor velen zal dat laatste gelden), Kim zal het land moeten openstellen als hij serieus werk wil maken van nationale welvaart.

    De makkelijkste plek om op zoek te gaan naar meer handel en investeringen ligt aan de andere kant van de noordgrens, waar zowel China als Rusland oproept tot verlichting van de sancties en betere economische betrekkingen met Noord-Korea. Hoewel het handelsvolume met Rusland van oudsher vrij bescheiden is, is een aanzienlijke toename van de energie-import voorstelbaar nu andere landen zich van Russisch gas en olie ontdoen. En hoewel VN-resoluties landen verbieden om Noord-Koreaanse werknemers in dienst te nemen, zou er in de Russische oorlogseconomie vraag kunnen ontstaan naar vervangende arbeidskrachten in de bouw en bosbouw. China is ondertussen al lang de belangrijkste handelspartner en bron van buitenlandse investeringen voor Noord-Korea. Het handelsvolume zou snel kunnen toenemen als Kim de poorten openzet voor Chinese ondernemers en investeerders – inclusief de onlangs gebouwde, grotendeels ongebruikte Vriendschapsbrug die de twee landen met elkaar verbindt.

    Er is één duidelijke tekortkoming in dit plan. Als Pyongyang niet van plan is zijn nucleaire afschrikmiddel overboord te gooien en een proces op gang te brengen dat kan leiden tot opheffing van de VN-sancties, zou Beijing moeten lobbyen voor versoepeling van die sancties of anders openlijk resoluties moeten schenden die het zelf heeft ondertekend. De eerste strategie zal waarschijnlijk niet werken, aangezien de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk hun veto zullen uitspreken over het verlichten van sancties zolang er geen sprake is van wezenlijke denuclearisering. De tweede strategie zou problematisch zijn, omdat een schaamteloze overtreding van sancties China’s claim een verantwoordelijk lid van de Veiligheidsraad te zijn in diskrediet zou brengen. Een derde optie, waarbij wordt geprobeerd dergelijke grootschalige economische activiteiten geheim te houden, is functioneel onmogelijk gezien de intensieve bewaking van de land- en zeegrenzen van Noord-Korea.

    Kim zou ook een doorbraak kunnen bewerkstelligen in zijn relatie met de Verenigde Staten

    En dan is er nog een ander, minder voor de hand liggend probleem. Zelfs als Kim erin slaagt renminbi en roebels aan te trekken, wordt hij geconfronteerd met een duopolie in de buitenlandse handel. Pyongyang zou voor zijn macro-economische stabiliteit en toekomstige groei bijna volledig afhankelijk worden van twee landen. Kim erfde van zijn vader een gevaarlijke afhankelijkheid van China, wat precies de reden was waarom hij tijdens zijn eerste jaren aan de macht de betrekkingen met Xi Jinping zo sterk liet verslechteren en tot 2018 zelfs weigerde Beijing te bezoeken. Ondanks de warme woorden van ambtenaren dat de twee landen zo hecht zijn ‘als lippen en tanden’, zijn de betrekkingen tussen China en Noord-Korea gekleurd door wederzijds wantrouwen en zelfs minachting, iets wat teruggaat tot de Koreaanse Oorlog (1950-1953). Als Noord-Korea een snelle groei weet te realiseren op basis van Chinees kapitaal, en daarbij vertrouwt op een Chinees defensieverdrag en Chinese diplomatie, zou dat de autonomie van het regime in gevaar brengen.

    In plaats van te vertrouwen op het opkomende Chinees-Russische blok zou Kim ook een doorbraak kunnen bewerkstelligen in zijn relatie met de Verenigde Staten, wat een radicaal alternatief zou zijn. Als Noord-Korea het op een akkoord gooit met Washington, zou het land toegang kunnen krijgen tot een totaal nieuwe wereld van markten en zakenpartners. De dichtstbijzijnde bron van kapitaal zou Zuid-Korea zijn. Maar vanwege de kwetsbaarheid die dat oplevert voor de veiligheid van zijn regime zal Kim vermoedelijk minder bereid zijn om deze route te kiezen. Ongecontroleerde blootstelling aan de open samenleving en de politieke vrijheden van het Zuiden zou immers destabiliserend kunnen werken, en met hun economische geavanceerdheid zouden multinationals als Samsung, LG en Hyundai hun tegenhangers in het Noorden gemakkelijk kunnen overvleugelen. Maar Singapore en Vietnam, twee landen die Kim bezocht in 2018, het jaar van zijn topontmoetingen, zouden natuurlijke economische partners kunnen zijn met minder ideologische verplichtingen. 

    Deze tweede weg is veel ambitieuzer en gevaarlijker. Kim zou moeten voldoen aan basiseisen van de VS en Zuid-Korea op het gebied van veiligheid, zonder zijn eigen fundamentele veiligheid in gevaar te brengen door zijn nucleaire afschrikmiddel op te geven. Het Witte Huis zou zijn strategie ten opzichte van Noord-Korea radicaal moeten heroverwegen, en Washington zou bereid moeten zijn definitief te breken met het nucleaire afschrikkingsbeleid van de afgelopen drie decennia. Deze ontwikkeling zou onvermijdelijk voor enige instabiliteit zorgen in een systeem dat gebaseerd is op controle en isolatie. Maar daar staat wat tegenover: tegen 2032 zou Kim op weg kunnen zijn het lang nagestreefde doel te verwezenlijken en van Noord-Korea een ‘sterke en welvarende grote mogendheid’ te maken – iets wat zijn vader niet was gelukt.

    Toekomst

    Dit veronderstelt natuurlijk dat Kim Jong-un over tien jaar nog steeds aan het roer staat. Afhankelijk van zijn gezondheid kan hij zich vrij zeker voelen over zijn toekomst als leider. Toch zal hij spoedig op een ander probleem stuiten – een probleem dat alle heersers kennen: de kwestie van een troonopvolger. Als de berichten over Kims nageslacht juist zijn, dan studeert zijn oudste zoon in 2032 af aan de universiteit, waarmee hij in aanmerking komt voor het politieke voorbereidingsproces dat zijn vader en grootvader rond die leeftijd ondergingen. Ju-ae, de dochter die Kim onlangs aan de wereld toonde, heeft dan ook de studentenleeftijd bereikt en wil zich misschien mengen in de strijd om de kroon.

    Als Kim vastbesloten is de weg te bereiden voor een regering van de vierde generatie, moet hij op zeker moment het opvolgingsproces in gang zetten. Hoewel de meeste Korea-deskundigen uitgaan van opvolging in de mannelijke lijn, is het mogelijk dat Kim kiest voor zijn dochter. Hij is zelf het product van tanistry (opvolging door de meest bekwame nakomeling) in plaats van eerstgeboorterecht. Kim promoveerde bovendien zijn zus Yo-jong naar een hoge functie, terwijl zijn oudere broer Jong-chul nauwelijks in beeld is. En vorig jaar benoemde Kim de eerste vrouwelijke minister van Buitenlandse Zaken van het land, Choe Son-hui.

    Tenzij het regime ineenstort zal denuclearisering niet snel of helemaal niet gebeuren

    Ook denkbaar is dat Kim het erfelijkheidsbeginsel helemaal afschaft. Misschien wil hij zijn kinderen deze ervaring besparen, of tonen zij er geen belangstelling of aanleg voor (hoewel Ju-ae al wel interesse lijkt te hebben voor langeafstandsraketten). Als de Koreaanse Arbeiderspartij tot het werkelijke bestuursorgaan van Noord-Korea zou worden bevorderd, in plaats van de familie Kim, zou het land meer gaan lijken op de communistische partijstaten China en Vietnam. Daarmee zou het regime zich ontdoen van een belangrijk onderdeel van zijn mythische legitimiteit, aangezien de opeenvolgende leiders een heilige ‘Paektu’-bloedband hebben met oprichter en ‘eeuwig president’ Kim Il-sung (de grootvader van de huidige leider). Ook als Kim Jong-un in 2032 lichamelijk en politiek gezond is, zal de kwestie van de opvolging steeds moeilijker te negeren zijn. Hoe hij met deze kwestie zal omgaan, zal bepalend zijn voor de derde tien jaar van zijn bewind. 

    Terwijl de NAVO zich concentreert op de Russische agressie in Oekraïne, en de Aziatische landen langs de Stille Oceaan zich zorgen maken over de rivaliteit tussen de VS en China, pakken zich het hele jaar al stormwolken samen boven het Koreaans Schiereiland. Noord-Korea ontwaakte uit de ongewone rust van de lockdown, toen vrijwel alle grensoverschrijdende handel was afgesloten, door de raketproeven te hervatten en het tempo ervan op te voeren. Pyongyang deed dit jaar al meer proeven dan ooit tevoren, en inlichtingendiensten verwachten dat een zevende kernproef elk moment kan plaatsvinden.

    De confrontatie tussen Rusland en het Westen biedt Kim een kans. De oorlog van Vladimir Poetin heeft Xi Jinping in een lastig parket gebracht, omdat China probeert zijn speciale relatie met Rusland te behouden en tegelijkertijd de internationale kritiek af te wenden dat het niets doet om het geweld in Oekraïne te stoppen. Het uitgesproken verzet van Beijing tegen de sancties tegen Rusland wijst erop dat de twee permanente leden van de VN-Veiligheidsraad geen zin hebben om Pyongyang nieuwe economische sancties op te leggen (zoals al bleek uit de passiviteit van de Veiligheidsraad na de recente lancering van Kims intercontinentale raket). Intussen is er door de lage prioriteit die Washington aan het Noord-Koreabeleid toekent en het onverzoenlijke standpunt van de conservatieve regering in Seoel voor Kim niet veel aanleiding om van koers te veranderen. 

    Rocinante

    Kim zou inderdaad kunnen besluiten dat hij de patstelling in de betrekkingen tussen de twee Korea’s het best kan gebruiken om binnenlandse politieke punten te scoren, door de nieuwe Zuid-Koreaanse president te verslaan in een wedstrijdje onverzettelijkheid. Trends voorspellen op de korte termijn stapsgewijze cycli van provocatie en tegenprovocatie op het Koreaans Schiereiland en de rest van de regio. Kim zou er ook op kunnen gokken dat een verdere versnelling van zijn strategische wapencapaciteit de beste manier is om gebruik te maken van de stilte in de diplomatie met de Verenigde Staten; dat zou hem in een sterkere positie kunnen brengen bij mogelijke onderhandelingen als Trump of een Trump-achtige figuur bij de verkiezingen van 2024 het Witte Huis verovert. Het is aan de regering-Biden om Kim ervan te overtuigen dat niet alleen de deur naar dialoog openstaat, maar dat het Witte Huis ook echt bereid is om tot een oplossing met Pyongyang te komen. 

    Sinds het einde van de Koude Oorlog willen Amerikanen – zowel Democraten als Republikeinen – maar één enkel hoofddoel bereiken als het gaat om Noord-Korea: denuclearisering. Maar tenzij het regime ineenstort of er een onverwachte, catastrofale oorlog uitbreekt zal dit niet snel of helemaal niet gebeuren, dat is het enige waar vrijwel alle deskundigen het over eens zijn. En toch blijft de regering-Biden, net als haar voorgangers, koppig vechten tegen de windmolens en vasthouden aan ‘volledige, controleerbare en onomkeerbare denuclearisering’. Op hun eigen Rocinante (het trouwe ros van Don Quichot) rijden ze naar de Veiligheidsraad en het ministerie van Financiën om een lans te breken voor meer sancties.

    Maar hoe vaak zij hun lansen ook tonen, de windmolen blijft draaien – en steeds sneller. De discussie onder deskundigen en analisten is op een punt van diepe vermoeidheid aanbeland, een soort van collectieve berusting in de hardnekkige tegenstrijdigheid van de politieke wil. Kim Jong-un zal, net als elke leider, zijn eigen macht, de stabiliteit van het regime of de nationale veiligheid niet in gevaar brengen omwille van economische ontwikkeling, en een nucleaire afschrikking is van essentieel belang voor alle drie. Hij zal onze keuze tussen geweren en boter niet accepteren. Maar ondertussen is het zijn eigen onmogelijke droom om te kunnen regeren over een welvarende natie, waarin de schrijnende armoede van vandaag tot het verleden behoort en meer mensen eindelijk in staat zullen hun gezin te voeden. Moeten we deze windmolen blijven bevechten?

    De eerste, voorzichtige contouren van een serieuze overeenkomst lagen in 2018 op tafel. Nu het tempo van de kernproeven in het Noorden en de gezamenlijke militaire oefeningen in het Zuiden steeds verder wordt opgevoerd, is het tijd om opnieuw te bekijken wat voor toekomst er mogelijk is. Met andere woorden: we moeten Noord-Korea behandelen zoals het werkelijk is en begrijpen wat Kim wil, en waar hij zijn land naartoe wil leiden in zijn volgende tien jaar als machthebber. Misschien is de beste optie voor hem ook de beste voor ons. 

    Lees ook:

  • De harde hand van Nayib Bukele krijgt steeds meer Latijns-Amerikaanse bewonderaars

    De harde hand van Nayib Bukele krijgt steeds meer Latijns-Amerikaanse bewonderaars

    De Salvadoraanse president wordt vanwege zijn harde optreden tegen bendegeweld ervan beschuldigd de mensenrechten te schenden en de democratie af te breken. Maar in de regio is zijn mano dura-aanpak voor velen een voorbeeld.

    Volgens critici heeft Nayib Bukele, de president van El Salvador, zich ontwikkeld tot een meedogenloze hardliner, die eerlijke rechtsgang en andere civiele bescherming met voeten treedt. Maar in Latijns-Amerika heeft hij met zijn gemilitariseerde optreden tegen bendes een fanclub verworven die maar blijft groeien. Prominente politici en doorsneeburgers tonen bewondering voor zijn beleid. Niet alleen in aangrenzende landen, maar ook in het verder gelegen Peru en Chili. Ze wensen dat hun eigen land een soortgelijke aanpak volgt.

    Na de mano dura – de aanpak met harde hand die escaleerde toen Bukele afgelopen maart de uitzonderingstoestand afkondigde – is het aantal moorden in El Salvador teruggedrongen en keerde relatieve veiligheid terug in steden en dorpen die jarenlang door geweld werden geteisterd. Maar daarmee is ook het recht op een eerlijk proces nagenoeg verdwenen voor degenen die ervan worden beschuldigd lid van een bende te zijn. Ongeveer zestigduizend Salvadoranen werden in minder dan een jaar tijd gevangengezet. De regering van Bukele werd het doelwit van berispingen en sancties van de VS en is door mensenrechtenorganisaties veroordeeld. Maar in veel delen van Latijns-Amerika zijn de reacties een stuk positiever.

    Bukele is bij de Ecuadorianen twee keer zo populair is als alle andere politici in het land

    In het door geweld geteisterde Guatemala en Honduras hielden burgers pro-Bukele-demonstraties en tijdens het bezoek van de Salvadoraanse president aan die landen werd hij toegejuicht. De minister van Veiligheid van Costa Rica, Jorge Torres, riep zijn regering op om Bukele na te volgen. Rodolfo Hernández, de bij de presidentsverkiezingen van Colombia nipt werd verslagen, reisde vóór de verkiezingen af naar San Salvador, om het beleid van Bukele uit eerste hand te observeren. Rafael López Aliaga, burgemeester van de Peruaanse hoofdstad Lima en rechtse presidentskandidaat, beloofde een ‘Bukele-strategie’ om de stedelijke criminaliteit aan te pakken. Zelfs in het verre Chili, waar de criminaliteit sterk toeneemt, waren pro-Bukele-demonstraties een veelbesproken onderwerp op sociale media.

    Critici van Bukele in Latijns-Amerika daarentegen zijn opmerkelijk dun gezaaid. De Ecuadoriaanse president Guillermo Lasso, die door critici onder druk werd gezet om zich uit te spreken over de verslechterende veiligheidssituatie in eigen land, vond dat Bukele te ver was gegaan. Hij klonk als een roepende in de woestijn. Niet zo gek, want een recente opiniepeiling laat zien dat Bukele bij de Ecuadorianen twee keer zo populair is als alle andere politici in het land.

    Weldoener

    De soft power van Bukele – ongewoon voor een president van zo’n klein land – is de vrucht van jarenlange diplomatieke arbeid. Al voordat hij in 2019 president werd gaf hij aan dat hij de banden met zijn buurlanden wilde aanhalen, maar zijn echte kans kwam daarna. Het lanceerplatform werd de pandemie, die de doodsklok luidde voor zittende presidenten in de hele regio.

    Om zijn internationale imago te promoten profiteerde hij van de relatief doeltreffende – zij het draconische – reactie van zijn regering op de pandemie. In mei 2021 schonk zijn land 34.000 vaccins aan juichende menigtes in Honduras, waar een tekort was ontstaan door corruptie en incompetentie. Nadat verwoestende orkanen de regio troffen, stuurde zijn regering ook medische noodhulp naar Honduras en Guatemala en bood zij aan om Nicaraguaanse artsen in dienst te nemen die waren ontslagen omdat ze kritiek hadden geuit op de dictatuur van Daniel Ortega. Net als zijn jeugdidool Hugo Chávez lapte Bukele de presidentstermijnen aan zijn laars en zuiverde hij de rechterlijke macht in eigen land. Ondertussen cultiveerde hij het imago van weldoener in het buitenland, om zijn regering te beschermen tegen kritiek.

    In 2023 lijkt Bukele dat script te herhalen, alleen exporteert hij nu zijn veiligheidsbeleid. De Salvadoraanse minister van Veiligheid, Gustavo Villatoro, vertelde eind vorig jaar aan de Hondurese El Heraldo dat de Salvadoraanse autoriteiten sinds afgelopen maart regelmatig bijeenkomen met hun Guatemalteekse en Hondurese collega’s om informatie uit te wisselen over het gaan en staan van verdachte bendeleden die de grens oversteken. Een bendeleider die werd gezocht voor een reeks moorden werd in december door Guatemala overgedragen aan El Salvador, en de Hondurese president Xiomara Castro stuurde militaire politie naar de grens met El Salvador om te voorkomen dat verdachte criminelen die zouden oversteken. ‘Wat we in El Salvador hebben bereikt, is haalbaar voor alle landen,’ zei Villatoro na een bijeenkomst in februari waar de ministers van Veiligheid van Mexico, de Dominicaanse Republiek en verschillende Centraal-Amerikaanse landen besloten tot coördinatie van hun strategie tegen bendes.

    De trage groei en kolossale buitenlandse schuld van El Salvador zouden Bukele de wind uit de zeilen kunnen nemen

    Ideologie lijkt niet te bepalen welke buitenlandse volgelingen zich aansluiten bij Bukele. Castro, die als links politicus campagne voerde met de bedoeling het misbruik door de veiligheidstroepen van Honduras aan banden te leggen, noemde Bukele een lichtend voorbeeld. Castro heeft in zestien van de achttien departementen van het land de permanente uitzonderingstoestand uitgeroepen – massale aanhoudingen laten nog op zich wachten. De conservatieve Zury Ríos, waarvan algemeen wordt aangenomen dat ze dit jaar de aan kop zal gaan bij de presidentsverkiezingen in Guatemala, prijst op sociale media het veiligheidsbeleid van Bukele en heeft banden gesmeed met zijn getrouwen.

    Porfirio Chica, een Salvadoraanse mediastrateeg die nauw heeft samengewerkt met Bukele, vertelde Americas Quarterly dat Ríos hem tweemaal heeft geraadpleegd over de politieke strategie in het kader van de komende verkiezingen. Hij merkt daarbij op dat Bukele de soevereiniteit van zijn buren altijd strikt heeft gerespecteerd. De invloed van het veiligheidsbeleid van Bukele reikt nog veel verder. In januari verklaarde de Salvadoraanse vicepresident Félix Ulloa dat regeringsambtenaren een ontmoeting hadden met de Haïtiaanse premier Ariel Henry. Hij wil in Port-au-Prince een agentschap vestigen om een strategie te ontwikkelen tegen bendes in Haïti.

    De ideeën en retoriek van Bukele verspreiden zich nog steeds snel, maar het is niet duidelijk hoe ver hun invloed werkelijk reikt. Verschillende krachten zouden hem de wind uit de zeilen kunnen nemen – bijvoorbeeld de trage groei en kolossale buitenlandse schuld van El Salvador. Het IMF voorspelt dat deze tegen 2027 – mede gevoed door de dure campagne tegen bendegeweld en de populistische economische hervormingen – 97,5 procent van het bbp zal bedragen. De regering zal de uitgaven moeten beperken, want dat politie en soldaten gratis gaan patrouilleren, is onwaarschijnlijk.

    Diversiteit

    De diversiteit van Midden-Amerika, die voor landen al vaker een sta-in-de-weg is geweest om onderling te integreren, is een ander potentieel obstakel. De regeringen in Guatemala en Honduras hebben te maken met een groter, geografisch diverser gebied en met andere betrokken maatschappelijke organisaties. Die zien het waarschijnlijk niet zitten om de agressievere handhavingsmethode van Bukele te kopiëren. In Costa Rica, en wellicht ook in de Dominicaanse Republiek en Panama, kan het relatief sterke rechtssysteem een rem zijn, als daar de aanpak van Bukele wordt geïmiteerd. Ook burgers zelf kunnen zich ertegen verzetten. Bukele heeft zich weliswaar gepresenteerd als een moderne Francisco Morazán – de negentiende-eeuwse onafhankelijkheidsstrijder die een groot deel van Midden-Amerika verenigd wilde houden – voor anderen doet hij juist denken aan Operatie Condor.

    De zoektocht van Bukele naar soft power in Latijns-Amerika is vooralsnog te succesvol om hem nu al af te schrijven. Gewelddadige criminaliteit, de voedingsbodem voor zijn soort beleid, is vrijwel overal in Latijns-Amerika een groot probleem. Zowel burgers van Chili en Ecuador, waar het altijd rustig is geweest, als die van chronisch gewelddadige landen zoals Haïti, Honduras en Colombia, hebben conventioneel veiligheidsbeleid al te vaak zien mislukken. Voor velen is de aantrekkingskracht van Bukele juist zijn radicale aanpak van misdaad. Mano dura-presidenten in de regio die hem voorgingen – zoals Antonio Saca van El Salvador of Otto Perez Molina van Guatemala – lijken vergeleken met hem voorzichtig en gezagsgetrouw. Vooralsnog nemen de ambtsgenoten van Bukele er nota van.

    Lees ook:

    https://360magazine.nl/wat-gebeurt-er-allemaal-in-el-salvador/
  • Anne Applebaum: ‘Alleen een nederlaag in Oekraïne kan verandering brengen in Rusland’

    Anne Applebaum: ‘Alleen een nederlaag in Oekraïne kan verandering brengen in Rusland’

    Niet alleen het regime moet veranderen, er moet ook een einde komen aan de voor Rusland zo kenmerkende imperiale ambities van Poetins regime, schrijft journalist en historicus Anne Applebaum.

    Keuze uit het archief

    De Oekraïense president Volodymyr Zelensky is op dit moment bezig aan een rondreis door Europa. Het doel van deze tournee is om zijn Europese bondgenoten het plan te presenteren waarmee hij de oorlog van Rusland tegen Oekraïne wil winnen.
    De noodzaak van een Oekraïense overwinning wordt te meer duidelijk als je dit artikel van The Atlantic van historicus Anne Applebaum van begin 2023 leest. Volgens haar staat of valt het huidige autocratische Rusland onder Poetin met winst of verlies in de oorlog in Oekraïne. Daarbij is een belangrijke rol weggelegd voor de Russen zelf. ‘De toekomst van Rusland wordt niet gevormd door mystieke wetten van de geschiedenis, maar door hoe leiders en burgers de tragedie van deze schokkende, meedogenloze, onnodige oorlog verwerken en interpreteren.’

    Gedurende de kwart eeuw dat zij officieel bestond kende de Moscow School of Civic Education geen campus, geen syllabus en geen docenten. In plaats daarvan belegde de school seminars voor politici en journalisten, onder leiding van andere politici en journalisten, uit Rusland en de rest van de wereld. De instelling werkte vanuit het Moskouse appartement van de oprichters, Lena Nemirovskaja en Yuri Senokosov. Ze hadden elkaar in de jaren zeventig ontmoet, ten tijde van de Sovjet-Unie, toen ze aan een filosofietijdschrift waren verbonden en elkaar vonden in hun afschuw van de gewelddadige, arbitraire politiek die het grootste deel van hun leven had beheerst. Nemirovskaja’s vader had in de goelag gevangen-gezeten. Senokosov vertelde me ooit dat hij geen Russisch zwart brood kon eten, omdat de smaak hem deed denken aan de armoede en ellende uit zijn Sovjet-jeugd.

    Beiden waren ook van mening dat Rusland kon veranderen. Misschien niet heel veel, misschien niet heel ingrijpend, maar toch. Nemirovskaja bekende me ooit haar vurige streven om Rusland ‘een beetje beschaafder’ te maken door mensen in aanraking te brengen met nieuwe ideeën. Hun school, die feitelijk voortborduurde op de gesprekken die in hun keuken werden gevoerd, was opgezet om dat ene, niet-revolutionaire doel te bereiken.

    GettyImages 640457523
    Wereldberoemde pacifist en schrijver Lev Tolstoj aan zijn bureau. – © Sergei Mikhailovich Prokudin-Gorskii / Library of Congress / Corbis / VCG via Getty Images

    Lange tijd floreerde die school. Van 1992 tot 2021, zo schat Nemirovskaja, bezochten ruim dertigduizend mensen – parlementariërs, gemeenteraadsleden, zakenmensen, journalisten – in het hele land hun seminars over recht, verkiezingen en media. Sprekers waren Britse redacteuren, Poolse ministers en Amerikaanse gouverneurs; ze ontvingen financiële steun van een keur aan Europese, Amerikaanse en Russische stichtingen en filantropen. Ik heb aan een tiental seminars deelgenomen, meestal om over journalistiek te spreken.

    ‘Dissidente’ organisatie

    Ondertussen bleef de school wel een Russische organisatie, opgericht door Russen, voor Russen. De onderwerpen werden zo gekozen dat ze interessant waren voor Russen, en later voor de Georgiërs, Belarussen en Oekraïners die ook een aantal seminars bijwoonden. Ik herinner me een – voor mij – bijzonder saai seminar over federalisme in Scandinavië dat de deelnemers fascineerde omdat ze zich in hun sterk gecentraliseerde samenlevingen nooit een idee hadden kunnen vormen van de uiteenlopende relaties tussen regionale en nationale overheden die in theorie mogelijk waren.

    GettyImages 1155575030
    De Russische oppositieactivist Ilja Jasjin tijdens een demonstratie ter ondersteuning van de kandidaten van de Doema-verkiezingen in Moskou op 14 juli 2019. ©  Sefa Karacan/Anadolu Agency/Getty Images)

    Destijds leek dit project niet naïef, idealistisch of radicaal, laat staan opruiend. Gedurende de eerste tien jaar van Vladimir Poetins presidentschap waren democratische politieke activiteiten in Rusland onderhevig aan restricties maar niet illegaal; standpunten van de oppositie werden getolereerd zolang ze niet te veel steun kregen van de bevolking, en er waren veel initiatieven om discussies, trainingen en lezingen over democratie en de rechtsstaat te organiseren. Nooit was de gedachte bij Nemirovskaja opgekomen, zo vertelde ze me, dat ze een ‘dissidente’ organisatie had opgericht. Ze wilde juist precies het soort verandering stimuleren dat de Russische machthebbers in de jaren negentig propageerden. Langzaamaan werden deze politici echter weggewerkt of hun overtuigingen veranderden. Functionarissen van de FSB, de Russische geheime politie, verschenen op de seminars en stelden vragen. Er verschenen negatieve artikelen over de school. Uiteindelijk bestempelde de staat de school als ‘buitenlandse vertegenwoordiging’ en zo moest ze zich vanaf dat moment ook presenteren.

    Tienduizenden Russische journalisten, activisten, juristen en kunstenaars trokken weg en namen zodoende ook mee wat er nog over was aan onafhankelijke media

    In 2021 werd de school gesloten. Nemirovskaja en Senokosov verkochten hun appartement en verhuisden naar Riga, de hoofdstad van Letland, waar ze nog steeds seminars geven, nu voor ballingen. Gaandeweg verlieten veel van hun vrienden, collega’s en oud-studenten eveneens het land. In het voorjaar van 2022, na de invasie van Oekraïne, nam die uittocht sterk toe. Tienduizenden Russische journalisten, activisten, juristen en kunstenaars trokken weg en namen zodoende ook mee wat er nog over was aan onafhankelijke media, uitgeverijen, cultuur en kunst. Velen van hen hadden wellicht ooit dat seminar over lokaal bestuur bijgewoond aan de Moscow School of Civic Education.

    Einde verhaal, dachten velen binnen en buiten Rusland. Niet dus. Want dit soort verhalen kent nooit een einde.

    GettyImages 512647226
    In het midden de Russische oppositieleider Aleksej Navalny, zijn echtgenote Joelia Navalnaja (l) en zijn adjudant Leonid Volkov (r) bij een protestmars ter gelegenheid van de herdenking van de moord op oppositieleider Boris Nemtsov op 27 februari 2016 in Moskou. – © Mikhail Svetlov / Getty Images

    Grillig

    Ideeën verplaatsen zich door tijd en ruimte, en soms is hun traject grillig. Het idee dat een land anders zou moeten zijn – anders moet worden bestuurd, anders georganiseerd – kan uit oude boeken oprijzen, tijdens buitenlandse reizen worden opgedaan of gewoon aan de verbeelding van burgers ontspruiten. Op het hoogtepunt van het Russische Rijk, in de negentiende eeuw, ontstond onder het oog van enkele van de lompste toenmalige autocraten een veelheid aan hervormingsbewegingen: sociaaldemocraten, boerenhervormers, pleitbezorgers van grondwetten en parlementen. Zelfs leden van de Russische keizerlijke elite gingen anders denken dan in hun sociale klasse gebruikelijk was. Lev Tolstoj groeide uit tot een wereldberoemde pacifist. De vader van Vladimir Nabokov hield vurige toespraken in de jaren die voorafgingen aan de Russische Revolutie, bracht een liberale krant uit en zat in de gevangenis. Zijn zoon herinnerde zich later hoe, op de avonden dat zijn vader zijn politieke bijeenkomsten hield, ‘zich in de gang een berg overjassen en overschoenen opstapelde’, en gasten bleven tot diep in de nacht discussiëren.

    Toen al zat de staat mensen met afwijkende opvattingen dwars. Michail Zigar, Russisch schrijver en oprichter en hoofdredacteur van het onafhankelijke televisiestation TV Rain, schreef het boek The Empire Must Die, waarin hij onder meer vertelt over de onafhankelijke denkers die begin vorige eeuw uit Rusland werden verdreven. Het aantal politieke emigranten dat terugkeerde werd zo groot dat er een alternatief maatschappelijk middenveld ontstond, schrijft hij. 

    Anderen probeerden in de jaren na de ineenstorting van de Sovjet-Unie een alternatief Rusland te creëren. 

    Het merendeel had één grote blinde vlek: nooit zouden de meeste Russische liberalen inzien dat de Russische autocratie zijn oorsprong vond in hun imperiale ambities. Een van de redenen dat de Witten van de bolsjewieken verloren was dat ze in 1918-1920 hun krachten niet bundelden met het net onafhankelijke Polen of het potentieel onafhankelijke Oekraïne. In de jaren na de Russische Revolutie zegevierden democratische ideeën noch in de vertakkingen, noch in de stam, deels omdat de staat zo veel geweld moest gebruiken om Oekraïne, Georgië en de andere republieken binnen de Sovjet-Unie te houden.

    GettyImages 1238500657
    Politiek gevangene en criticus van het Kremlin Aleksej Navalny tijdens het proces op 15 februari 2022 in de strafkolonie Pokrov. – © Mikhail Svetlov / Getty Images

    Toch konden de tientallen jaren van angst en armoede die volgden op de Russische Revolutie geen einde maken aan de overtuiging dat een ander soort staat mogelijk was. Nieuwe generaties denkers doemden steeds weer op uit het Sovjet-duister. Sommigen stonden aan de basis van de moderne mensenrechtenbeweging. Anderen, zoals de oprichters en studenten van de Moscow School of Civic Education, probeerden in de jaren na de ineenstorting van de Sovjet-Unie een alternatief Rusland te creëren. 

    Ander soort Rusland

    Natuurlijk moesten ze het opnieuw afleggen tegen een dictator die een imperiale oorlog gebruikt om zijn vijanden uit te schakelen en angst te zaaien. Maar zelfs nu, nu de meeste Russen zwijgen, nu ze worden geïntimideerd door propaganda of beïnvloed door nationalistische slogans, hebben meer dan 17.000 Russen in hun eigen land geprotesteerd tegen het regime en tegen hun apathische landgenoten, hebben ze het Russische imperialisme uitgedaagd, en zijn ze om die reden gearresteerd of gevangengezet. Onder hen zijn enkele bekende politici die al lang geleden hun biezen hadden kunnen pakken, zoals Vladimir Kara-Moerza en Ilja Jasjin. De oppositiepoliticus Aleksej Navalny werd in januari 2021 in de cel gegooid; hij wordt geïsoleerd, maar heeft toch, op 21 september jongstleden tegen de rechtbank, de ‘criminele’ oorlog aan de kaak gesteld en Poetin ervan beschuldigd ‘honderdduizenden mensen met bloed te willen besmeuren’. Op 30 september publiceerde hij een uit zijn cel gesmokkeld essay, waarin hij een toekomstvisie op Rusland na Poetin ontvouwt en vervanging eist van het huidige presidentiële systeem – dat tot volledige autocratie is verworden – door een parlementaire republiek. In plaats van zich voor te doen als nieuwe redder van het imperium, propageert hij een totaal ander soort Rusland.

    Een grote groep verzet zich vanuit het buitenland tegen de oorlog

    Buiten de eigen landsgrenzen begint het honderdduizenden gewone Russen te dagen hoe nauw het imperium verweven is met autocratie. Sommige nieuwe ballingen hebben de politiek helemaal opgegeven, velen ontwijken enkel de dienstplicht. Maar een grote groep verzet zich vanuit het buitenland tegen de oorlog, via Russischtalige websites die verslag doen van de oorlog en informatie proberen te verzamelen voor Russen in Rusland. TV Rain, dat in maart door de overheid de das om werd gedaan, is weer online, vanuit Riga. Navalny’s team, en wat er is overgebleven van zijn grote nationale organisatie, maakt video’s die miljoenen kijkers trekken op YouTube, dat in Rusland nog steeds te zien is.

    GettyImages 1231428388
    Russische journalist en oprichter van Novaja Azeta, Dmitri Moeratov, herdacht de moord op Boris Nemtsov samen met tienduizenden andere Russen. – © Mihail Siergiejevicz / SOPA Images / LightRocket via Getty Images

    Een heel leger aan groeperingen en individuen wil een ander idee van Rusland levend houden, een ‘alternatieve burgermaatschappij’ buiten Rusland scheppen, vergelijkbaar met de door Zigar – nu zelf een balling – beschreven situatie van begin vorige eeuw. Garri Kasparov, de voormalig wereldkampioen schaken die zich tot de democratische politiek heeft bekend, die hielp bij het organiseren van straatdemonstraties in Moskou in de eerste jaren van dit millennium en die nu persona non grata is in het land dat hem ooit als held vierde – diezelfde Kasparov vertelde me laatst dat hij hoopt een soort ‘virtueel Zuid-Korea’ op te bouwen, een oppositie in ballingschap die een scherp contrast vormt met een vaderland dat steeds meer op Noord-Korea lijkt. Een van zijn projecten, het Free Russia Forum, brengt geregeld de diverse, soms met elkaar overhoop liggende delen van de Russische gemeenschap buiten Rusland samen.

    Verschillen

    In ten minste één opzicht verschillen al deze eenentwintigste-eeuwse ballingen van hun voorgangers uit de eeuw daarvóór: ze zitten in het buitenland, of in de gevangenis, vanwege een gruwelijke imperiale veroveringsoorlog. Velen verzetten zich niet alleen tegen het regime, maar ook tegen het imperium; voor het eerst verkondigt een aantal van hen dat niet alleen het regime moet veranderen, maar ook datgene wat de natie definieert. Kasparov is een van de velen die ons op het hart drukken dat alleen een militaire nederlaag politieke verandering teweeg kan brengen. Hij is tot de overtuiging gekomen dat democratie alleen mogelijk is ‘wanneer de Krim is bevrijd en de Oekraïense vlag boven Sebastopol wappert’.

    GettyImages 1245284833
    Activisten Jelena Loekjanova, Oleg Dunda, Aleksander Morozov, Garri Kasparov en Konstantin Eggert bij een openbare bijeenkomst van het Free Russia Forum in Vilnius, Litouwen. – © Oleg Nikishin / Getty Images

    Dat idee – dat er een ander Rusland mogelijk is, een Rusland dat een natiestaat is en geen imperium – legt in Oekraïne momenteel weinig gewicht in de schaal. Veel Oekraïners achten de Russische democratische oppositie even schuldig, even imperialistisch en net zo verantwoordelijk voor de oorlog als niet-dissidenten. Het is zeker waar dat niet alle mensen die ‘Russische liberalen’ zijn genoemd tegen het imperium of Poetin gekant waren. Sommige van hen zijn technocraten die voorstanders waren van een dictatuur à la Pinochet, of societyfiguren wier ‘liberalisme’ tot uitdrukking kwam in foto‘s van Europese vakantiebestemmingen op Instagram.

    Waarom laten niet de duizenden ballingen hun stem horen, in plaats van alleen het handjevol dat voor websites schrijft?

    De Oekraïense journaliste Olga Tokariuk betoogde onlangs op Twitter dat ‘zelfs Russische ‘’liberalen’’ geregeld lucht hebben gegeven aan imperialistische ideeën over buitenlands beleid en Oekraïne. Er is verdraagzaamheid tegenover oorlog en afkeer van democratie.’ Velen vragen zich af waar de massale protesten van Russen in Londen of de Georgische hoofdstad Tbilisi blijven. Waarom laten niet de duizenden ballingen hun stem horen, in plaats van alleen het handjevol dat voor websites schrijft?

    De stelling dat er geen ‘goede’ Russen zijn, is emotioneel maar ook politiek diep ingebed, en niet alleen bij Oekraïners. Tenslotte hebben Russische liberalen eerder gefaald. Ze faalden begin vorige eeuw, ze faalden begin deze eeuw en ze falen nu. Het is ze niet gelukt Poetin af te stoppen, ze konden deze catastrofe niet voorkomen. Sommigen begrepen – tot voor kort althans – niet hoe het Russische imperialisme de Russische autocratie heeft gevoed en gevormd, begrepen niet waarom het imperium moet sterven, zoals de titel van Zigars boek luidt. Je hoort de woede hierover doorklinken in recente toespraken van de Oekraïense president Volodymyr Zelensky, die inmiddels een andere toon aanslaat. Aan de vooravond van de oorlog sprak Zelensky de Russen in het Russisch toe en riep hij hen op te voorkomen wat er ging gebeuren: ‘Willen Russen deze oorlog?’ vroeg hij retorisch. ‘Het antwoord is aan u, burgers van de Russische Federatie.’ Maar omdat ze niets deden, sloot Zelensky zich later aan bij degenen die Russen een visumverbod voor Europa willen opleggen, omdat Russen ‘maar in hun eigen wereld moeten leven totdat ze hun kijk op de zaken veranderen’.

    GettyImages 1244803809
    Leden van de militaire jeugdbeweging Joenarmija op een evenement waar 50.000 deelnemers quizvragen over het leger en de Russische geschiedenis beantwoorden. – © Getty Images

    Nadat Poetin in september zijn mobilisatie had aangekondigd, was Zelensky nog explicieter. Russen zouden hun land niet moeten verlaten om aan de dienstplicht te ontsnappen, maar ‘op straat moeten vechten voor hun vrijheid’, zo voegde hij hun toe. De Oekraïense filosoof Volodymyr Yermolenko zei over de Russen die onlangs hun land hebben verlaten, dat zij niet op de vlucht zijn voor oorlog, maar voor de dienstplicht: ‘Als deze honderdduizenden die mobilisatie ontvluchten in hun eigen land in opstand kwamen tegen de oorlog, was die oorlog snel voorbij. Lafaards.’ 

    Feitelijk valt daar weinig tegen in te brengen. 

    Iets onverwachts 

    Alleen dictators geloven dat de geschiedenis wetten voorschrijft die men moet gehoorzamen. Democraten weten dat de staat zich uiteindelijk aanpast aan de samenleving, en niet andersom – en de samenleving verandert per definitie altijd.

    GettyImages 1025590996
    De Russische activist en protegé van Boris Nemtsov Vladimir Kara-Murza en zijn vrouw Jevgenia betuigen eer aan wijlen senator John McCain. – © Tom Williams / CQ Roll Call

    De culturele last van het verleden weegt zwaar, en de ingesleten gegevenheden van de autocratie – vooral het leven in angst – zijn hardnekkig. Macht oefent ook een sterke aantrekkingskracht uit. Degenen die haar hebben, willen haar niet verliezen. Een toekomstig Russisch bewind kan nog repressiever uitpakken dan het huidige. Maar een ongeluk zit in een klein hoekje en er kan altijd iets onverwachts gebeuren. Landen ontwikkelen zich en brengen soms beter en soms slechter bestuur voort. Imperia gaan ten onder: het Russische Rijk bijvoorbeeld, de Sovjet-Unie daarna. Zo zal vroeg of laat het nieuwe Russische rijk van Poetin vallen. Vanuit zijn gevangeniscel wees Kara-Moerza erop dat de ruim 17.000 gedetineerde antioorlogsdemonstranten talrijk afsteken tegen de zeven mensen die werden gearresteerd op het Rode Plein in Moskou toen de Sovjet-Unie in 1968 Tsjechoslowakije binnenviel om te voorkomen dat dit land een andere koers ging varen. Vanuit haar ballingsoord in Riga bezwoer Nemirovskaja mij onlangs dat haar werk niet voor niets was geweest. Ze gelooft nog steeds dat de dertig jaar na de val van de Sovjet-Unie hun weerslag hebben gehad: wat er ook gebeurt, ‘we zullen nooit meer leven zoals toen’. Leonid Volkov, de leider van Navalny’s organisatie in ballingschap, vertelde me vorig jaar dat voorbereid zijn op verandering, wanneer dan ook, volgens hem het belangrijkste is wat hij en zijn collega’s kunnen doen.

    Voortbestaan

    Eerder stelde ik dat het voortbestaan van de Amerikaanse democratie niet gewaarborgd is; wat er met Amerika zal gebeuren, hangt af van wat Amerikanen in het hier en nu doen. Hetzelfde geldt voor Rusland. De toekomst van het land wordt niet gevormd door mystieke wetten van de geschiedenis, maar door hoe leiders en burgers de tragedie van deze schokkende, meedogenloze, onnodige oorlog verwerken en interpreteren. De beste manier waarop buitenstaanders Rusland kunnen helpen veranderen, is ervoor te zorgen dat Oekraïne zijn grondgebied herovert en het imperium verslaat. We kunnen ook die Russen blijven steunen, hoe weinig het er ook zijn, die begrijpen waarom een nederlaag de enige weg naar moderniteit is, waarom militair falen noodzakelijk is voor het ontstaan van een welvarender, open samenleving en waarom, nogmaals, het imperium moet sterven. Reken niet op geïdealiseerde ‘goede Russen’ – er komt geen redder die het land gaat repareren, nu niet en later ook niet. Russen die geloven dat de toekomst anders kan zijn, zullen blijven proberen hun land te veranderen, en op een dag zullen ze daarin slagen. In de tussentijd mag niemand Poetin ooit het recht geven te definiëren wat het betekent om Russisch te zijn. Die bevoegdheid heeft hij niet. 

    GettyImages 1435012084
    Mensenrechtenactiviste en Nobelprijswinnares Irina Scherbakova, Navalny-vertrouweling Leonid Volkov (l) en auteur van Poetinland Michaïl Sjisjkin discussiëren over de situatie van de Russische oppositie op de Boekenbeurs in Frankfurt, 2022. – ©  Thomas Lohnes / Getty Images 

     

  • Guinee: voormalig dictator verschijnt voor de rechter vanwege bloedbad

    Guinee: voormalig dictator verschijnt voor de rechter vanwege bloedbad

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Orkaan Ian laat verwoesting achter in Cuba en koerst nu naar Florida

    » Saoedische kroonprins Mohammed bin Salman benoemd tot premier

    Bij moordpartij in 2009 werden 156 mensen gedood

    De voormalig Guinese dictator Moussa Dadis Camara is op 26 september naar het land teruggekeerd om zich voor de rechter te verantwoorden, bericht Le Monde. Het ex-staatshoofd wordt berecht voor het bloedbad van 28 september 2009 in een stadion in Conakry. Het proces begint precies dertien jaar later. In december 2009 werd Camara het slachtoffer van een moordaanslag door het hoofd van de presidentiële garde en moest hij vluchten naar Burkina Faso.

    Camara, die in 2008 door een militaire staatsgreep aan de macht kwam, is een van de elf voormalige ambtenaren die woensdag voor de rechter moeten verschijnen. Tijdens het bloedbad van 28 september 2009 werden 156 mensen gedood, raakten duizenden anderen gewond en werden minstens 109 vrouwen verkracht, aldus het rapport van een internationale onderzoekscommissie in opdracht van de VN, dat drie maanden na de gebeurtenis werd gepubliceerd. De echte cijfers zijn waarschijnlijk hoger.

    Lees ook:

  • Peru: Nieuwe aanklachten tegen oud-dictator Fujimori

    Peru: Nieuwe aanklachten tegen oud-dictator Fujimori

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Italiaanse bisschop zegt tegen kinderen dat Kerstman niet bestaat

    » Hoge coronasterfte in Britse districten die voor brexit stemden

    Fujimori zou opdracht hebben gegeven tot gedwongen sterilisatie

    De voormalige Peruaanse president Alberto Fujimori, die al een gevangenisstraf uitzit voor misdaden tegen de menselijkheid, is aangeklaagd voor nog eens vijf moorden plus de gedwongen sterilisatie van ruim dertienhonderd vrouwen die tijdens zijn ambtstermijn (1990-2000) werden vastgehouden. Voormalige ministers van Volksgezondheid onder Fujimori zijn ook aangeklaagd, bericht MercoPress.

    De regering van Fujimori had doelgericht de intentie om de allerarmsten te steriliseren, want er zijn geen slachtoffers uit andere sociale groepen, betoogde aanklager Pablo Espinoza al eerder dit jaar. Volgens Espinoza werden tussen 1996-2000 ‘gezondheidsfestivals’ georganiseerd in afgelegen dorpen om vrouwen aan te trekken die later zonder hun toestemming werden gesteriliseerd.

    Lees ook:

  • Julinummer | Kan dit nog?

    Julinummer | Kan dit nog?

    »  Lees dit nummer online

    Moed

    Redactioneel

    Twee van de in deze editie gepubliceerde artikelen zijn geschreven door journalisten die zich niet de mond laten snoeren door het dictatoriale bewind in hun land. Dat is, zacht uitgedrukt, bewonderenswaardig. Wereldwijd zijn er vorig jaar tientallen journalisten vermoord vanwege hun werk. De afweging of waarheidsvinding desnoods met de dood bekocht moet worden, is waarschijnlijk een vraag die deze helden zich niet hebben gesteld. Er stroomt ander bloed door hun aderen, iets moet de oorzaak zijn van hun onberedeneerbare burgermoed.

    Omgaan met de macht in de geglobaliseerde wereld vergt een grote dosis zelfbeheersing en sluwheid. Zowel van de kritische massa die de macht dient te controleren als van de dictators die ten koste van alles en iedereen die macht willen behouden. Een eigenaardige ambitie, maar ze bestaat en neemt helaas niet af, ook niet als telkens weer duidelijk wordt dat tirannie als staatsvorm geen lang en zeker geen leuk leven beschoren is. Uiteindelijk wordt elke ooit aanbeden machtswellusteling van zijn voetstuk getrokken. Om die dreiging zo lang mogelijk af te wenden is het voor zich winnen van de pers en de vernietiging van de onafhankelijke berichtgeving een van de grootste prioriteiten. Alsof het in de instructies staat voordat men de koepel betreedt.

    Zo moeilijk is dat niet: je trekt vergunningen in, strooit gul met het stempel ‘opruiend’ en haalt als het moet een vliegtuig onder valse voorwendselen uit de lucht, omdat er iemand in zit wiens stem je niet bevalt. 

    Opposanten uit de weg ruimen, daar draaien de machthebbers hun hand niet voor om

    Opposanten uit de weg ruimen, daar draaien de machthebbers hun hand niet voor om. Sinds de opkomst van sociale media is de gebruiksaanwijzing aangevuld met verregaande surveillance en de inzet van trollenlegers en onlinebots.

    Blijven ageren, dat is de kunst. Maar tegen welke prijs?

    Daarom mag er voor elke broeder, zuster en x die ondanks de gruwelijke repressie blijft (of bleef) publiceren over het optreden van zijn of haar regime tegen onafhankelijke media een hufterproof monument worden opgericht. Als het goed is komen er nog een hoop sokkels vrij. Vroeg of laat leggen dictators hopelijk het loodje. Want als we historicus en sinoloog Frank Dikötter mogen geloven, presenteren ze zich graag als almachtig, maar zijn het eigenlijk zwakke figuren – anders zouden ze wel zijn verkozen door een meerderheid.

    Katrien Gottlieb

    gottlieb@360international.nl

    Cover197 LR 2 1 1

  • Loekasjenka: de laatste dictator van Europa

    Loekasjenka: de laatste dictator van Europa

    De Belarussische president Aleksander Loekasjenka houdt zijn land al ruim 25 jaar in een wurggreep. De Poolse reporter Grzegorz Szymanik bezocht zijn geboortestreek en dook in het onthutsende verleden van de autoritaire leider, ook wel ‘Pappie’ geoemd. Zijn verhaal helpt ons zowel de persoonlijkheid van de brute dictator, alsook de recente ontwikkelingen in Belarus beter te begrijpen.     

    Keuze uit het archief

    Deze week hielden Belarus en Rusland nucleaire oefeningen en kondigde Oekraïne aan zijn noordgrens te versterken uit angst voor een mogelijk nieuw front in Noord-Oekraïne. Zelensky vreest dat Belarus zich weleens in de oorlog zou kunnen mengen, ook al wordt dat door de Belarussische president Aleksandr Loekasjenka tegengesproken.
    Wie is deze man eigenlijk, die ook wel bekendstaat als ‘de laatste dictator van Europa’? De Poolse journalist Grzegorz Szymanik bezocht zijn geboortestreek, sprak met oude kennissen van hem en verdiepte zich in zijn verleden. Deze reportage van Gazeta Wyborcza vormt de weerslag van zijn ervaringen.

    Dat Belarus het land van de zon is, wordt door de staat bekrachtigd. Ongeacht van welke kant je het land binnenrijdt, zie je de affiches ‘Welkom in het land waar de zon altijd schijnt’. Vervolgens om de haverklap: ‘Het land van de zon’, ‘Het land van de zon’, ‘Het land van de zon’, meiden tussen het graan, arbeiders met helmen op. Militairen. Allemaal spreken ze glimlachend in de hoofdletters: ‘IK HOUD VAN MIJN LAND’, ‘BELARUS – EEN FIJN THUIS’, ‘BELARUS – MIJN LIED’.

    Dit alles om het gebod ‘eer uw vaderland als uw moeder’ niet te vergeten. Eer uw vader.

    Hoe ver kan Loekasjenka gaan?

    Na de spectaculaire kaping van een Ryanair-vliegtuig in Minsk en de arrestatie van een Belarussiche oppositielid aan boord, heeft Loekasjenka de toorn van zowel de EU als de VS op zijn hals gehaald.

    De leiders van de Europese Unie hebben besloten het luchtruim van Belarus te mijden en een nieuwe reeks sancties in te voeren tegen het regime van Aleksander Loekasjenka. Ook de VS veroordelen de ‘schandalige’ gebeurtenis. Beide machtsblokken eisen de onmiddellijke vrijlating van de gearresteerde journalist Roman Protasevitsj.

    Volgens de Russische krant Vedomosti probeert Loekasjenka de EU en de VS te provoceren tot het opleggen van zeer strenge sancties om zo de steun van Rusland te winnen. ‘Deze strategie is erg in de stijl van Loekasjenka’, aldus de krant.

    Die stijl van Loekasjenka komt in dit artikel helder naar voren. Zo windt de president zich op dat hij ‘zoveel doet voor de mensen‘, maar dat ze desondanks klagen dat hij ze ook wel eens ‘een pak rammel geeft’. Er komt een uitgever van een kritisch krantje met nog geen 300 lezers aan het woord, die net die dag ontslagen is. Een oude kennis van Loekasjenka kreeg van hem een baan aangeboden: krantenredacties sluiten.

    De situatie lijkt de afgelopen tien jaar, sinds de auteur de reportage maakte, niet veel veranderd. Tegenstanders werden vergiftigd, vermoord of verdwenen. ‘Vergaf hij vroeger niet, dan vergeeft hij nu ook niet. Was hij vroeger onverbiddelijk jegens zijn opponenten, dan is hij dat nu ook’, aldus een journalist in het artikel. Desondanks blijven velen Loekasjenka trouw. Want Pappie, dan ben je toch zeker voor altijd?

    Dit verhaal verscheen eerder op 360magazine.nl in december 2020.

    Vandaag verdwijnt het land van de zon onder een pak sneeuw. Alle erven zijn eronder bedolven, verdomme, je kunt je stulp niet uit. De koe, nog niet gemolken, loeit in de stal. Een oud vrouwtje fietst over de weg. De wind blaast haar in het gezicht, en blaast haar bijna omver.

    ‘Waar gaat u heen, omaatje?’

    ‘Naar de jacuzzi.’

    Ah, die mooie jacuzzi die Pappie heeft laten bouwen. Waarom zou hij het zijn streekgenoten niet gunnen? Hij ging hier naar school, hij beheerde een sovchoz [collectieve boerderij in handen van de staat ten tijde van de Sovjet-Unie]. De makker die met dezelfde melk werd grootgebracht.

    Tegenwoordig doen zelfs excursies het gebied tussen Vitebsk en Mohylev aan, waar Sjklov, Kopys en het piepkleine Aleksandrja liggen. Men wil de geboortegrond van de president zien. Hoe is het daar?

    Nou, het is er onverbiddelijk. Net als de president zelf. Wie niet naar de grond luistert, zal geen brood hebben. Maar getoonde trouw wordt beloond. Hij is haatdragend. En onveranderlijk.

    Zoals Pappie.

    ‘Hij was al zo toen hij hier woonde,’ zullen de meesten zeggen. ‘Hij was goed, charosjij, hield vast aan discipline.’

    ‘Hij was al zo toen hij hier woonde,’ zullen weinigen zeggen. ‘Een stuk verdriet was hij. Maar wie had gedacht dat hij ons ging vermoorden?’

    © euronews

    Waar kwam Aleksander vandaan? Zijn moeder, Katsiaryna Loekasjenka, ging werken in Orsja en kwam met de president in haar buik terug. Wie was zijn vader? Een zigeuner, zeggen ze. De eenogige chauffeur Grisja uit de linnenbewerkingsfabriek, zeggen ze. ‘Mijn vader kwam om in de Grote Vaderlandse Oorlog,’ voegt de president er zelf aan toe. Maar de laatste schoten vielen negen jaar voordat hij werd geboren. Heeft hij zo lang in zijn moeders buik liggen wachten? Een wonder? Het is onbekend.

    Wat wel bekend is, is het volgende: Kopys, 1954, augustus.

    De 30ste of 31ste augustus? Dat is dan weer onbekend. Vroeger werd zijn verjaardag officieel op de 30ste gevierd, maar sinds twee jaar geldt een nieuwe verordening: de president is jarig op 31 augustus, net als zijn jongste zoon Kola.

    Hij kreeg de naam Aleksander, de beschermer van de mensheid, en groeide op in het nabije dorp Aleksandrja, aan de andere rivieroever.

    ‘Ik zat met mijnheer de president samen in de eerste klas van de basisschool,’ zegt Aleksander Aleksijevitsj, leunend tegen een verrot deurkozijn van de veranda, zo verrot dat het elk ogenblik kan omvallen en de ruit doen sneuvelen. Dat wil zeggen, als in de ramen van het huis van Aleksander Aleksijevitsj tenminste glas zou zitten. Er zit folie in. Aleksander Aleksijevitsj trekt zenuwachtig aan zijn sigaret in een sigarettenpijpje van gedraaid aluminium. ‘Wie had gedacht dat hij president zou worden? Ik voetbalde met hem in de modder. En nu komt hij langs met een auto, chique gekleed, gaat even wandelen. Waarom zou ik hem proberen te benaderen? Wat voor hulp heb ik nodig? Nou ja, ik heb geen verwarming, maar ik stook met hout, het gaat prima.’

    ‘Maar is het beter nu Pappie regeert of was het beter onder de Sovjets?’

    ‘Ik heb hoofdletsel. Wat ik me kan herinneren, herinner ik me.’ Aleksander Aleksijevitsj krabt zijn hoofd alsof hij dichter bij zijn herinneringen zou willen komen. ‘Om een of andere reden kan ik me dat niet herinneren.’

    ‘Ik zeg niets! Waarom zijn jullie hier aan het snuffelen? Onze president is een goed mens, hij bevalt ons wel’

    Nog maar weinigen in het dorp kunnen zich de president herinneren. Allemaal forensen. Een goede plek, ‘de geboorteplaats van presidenten’, er komen steeds meer huizen bij. Ze hebben niet gezien in wat voor armoede Pappie leefde, hoe de jochies aan zijn oren trokken omdat hij geen vader had. Wat kunnen ze vertellen?

    Het boerenhuisje, waar de president op een aardappeldieet groeide als kool, is er ook niet meer. Toen hij president werd, beval hij het plat te gooien. Op die plek staan nu een houten wachthuisje, een bank en een tafeltje. Je kunt er even gaan zitten, een slokje thee uit je thermosfles nemen, op een augurkje uit het koninkrijk der augurken knabbelen en een blik werpen op het land van de zon.

    ‘De oude schoolarts zou zich hem kunnen herinneren,’ herinnert Aleksander Aleksijevitsj zich en stopt met zijn hoofd krabben. ‘Hij zou iets kunnen vertellen.’

    De schoolarts Nikolaj Danilovitsj Jelski: ‘Ik zeg niets! Waarom zijn jullie hier aan het snuffelen? Onze president is een goed mens, hij bevalt ons wel,’ zweert hij en vervolgt: ‘Natuurlijk kan ik het me herinneren! Mijn vrouw Tamara Ivanovna heeft samen met hem gewerkt. Zo was het toch, Tamara Ivanovna?’

    Tamara Ivanovna fatsoeneert haar bloemetjeshoofddoek, tikt met haar wandelstok en verdwijnt in een andere kamer.

    ‘Toen hij hier voor het eerst als president kwam, vroeg hij: “Hoe gaat het met jullie, streekgenoten?” “Goed hoor, Aleksander Grigorjevitsj!” antwoordde ik, waarop de president zei: “Ga dan aan het werk en leef!” En dus werk ik. Ik heb een koe en konijnen. En ik leef. En ik heb het goed. Tamara Ivanovna, zeg eens wat!’

    ‘Dat interesseert me niets!’

    ‘Tamara was de mentor van de eerste klassen van de basisschool toen Pappie hier geschiedenisles gaf. Ik heb dertig jaar als arts gewerkt. Mijn pensioen bedraagt zevenhonderdduizend Belarussische roebels. In de winkels is alles te koop, worsten, vleeswaren, ik kan het me veroorloven. We hebben hier ook een zwembad, een sauna, een jacuzzi. Hij heeft een school voor ons laten bouwen, en een sportcomplex en asfaltwegen. O, er reed een auto voorbij! Tegenwoordig heeft hier een op de drie een auto. Er is ook een hotel en een volgende is in aanbouw. Want er komen excursies hierheen uit Minsk en zelfs uit Rusland! Wat ze bezoeken? Er is een museum, een zaal in de oude school waar de president op zat. Ik ga het even laten zien, maar alleen van de straatkant, want anders moet je met een militieagent komen en er toestemming voor hebben. Wie weet leg je er wel een explosief onder.’ Nikolaj knijpt zijn ogen dicht.

    Door de ruit zijn de netjes opgestapelde boeken te zien. Alsof de kleine Sanja, zoon van een melkboerin en een onbekende vader, gisteren nog met de neus in de boeken aandachtig zat te lezen over de kleine Ioseb Dze Besarionis Dzjoegasjvili, zoon van de schoenmaker Vissarion en de wasvrouw Jekaterina.

    Hij moest wel van de geschiedenis houden aangezien hij naar Mohylev vertrok om er geschiedenis te gaan studeren.

    Sasja uit Sjklov

    In het land van de zon, het koningrijk der augurken, opgesloten in een kasteel, woont prinses Halina. De prinses is al met pensioen, maar ze verdient nog wat bij bij een Regionaal Uitvoeringscomité. Ze organiseert de verblijven in de sanatoria. Ze heeft Sasja leren kennen op de basisschool. Vier kilometer legde hij af om bij haar te zijn. Ze was zo gewoontjes en rustig. En ook hij was vroeger zo gewoon. Later niet meer.

    Hij vertrok naar Minsk om het land te besturen, zij bleef achter op de boerderij met de koeien. ‘Echtgenotes horen zich niet te bemoeien met de zaken van de staatsambtenaren,’ zei hij. Waarom deed ze het dan? Ze liet aan de journalisten zien hoe ze de koe Milka aan het melken was. Een koe aan de tieten trekken, zoiets hoort toch niet bij een first lady? Pappie verbood contacten met de pers en sloot de prinses in het kasteel op: om een groen huisje in Rizkovitsje (tegenwoordig een wijk van Sjklov) liet hij een muur bouwen. Er is een controlepost naast geplaatst. Als er iemand stopt en te lang blijft kijken, wordt er meteen gecontroleerd: Wie is het? Wat wil hij? Wat voor een verdacht gezicht is dat? Waarom zulke lange armen? Waarom zulke onrustige ogen? Waarom glimlacht hij? Is er iets om te lachen? Voor wie is hij bang? Misschien heeft hij een reden om bang te zijn?

    Het zestienduizend inwoners tellende stadje Sjklov nabij Aleksandrja is het koninkrijk der augurken. De hele regio staat bekend om de augurken die er worden verbouwd en verwerkt. De augurk heeft zelfs een standbeeld in Sjklov. Glimlachend houdt een manshoog augurkenmannetje een met augurken gevuld mandje vast. In het plaatselijke museum bevindt zich een wand die aan de president is gewijd. Vanaf de foto’s blinkt het gebit van de president, die door de lokale notabelen wordt verwelkomd.

    Pappie en augurken zijn de symbolen van Sjklov. Sasja is hierheen gekomen omdat hij geen tractorchauffeur wilde worden zoals de andere jongens van het dorp. Maar hij wist nog niet wat hij wel wilde gaan doen. Hij gaf geschiedenisles, hij probeerde het in het leger als politruk [ambtenaar van de Communistische Partij die is aangesteld om de communistische ideologie te versterken in het leger]. Hij was op zoek naar zijn roeping, naar iets waarin hij goed zou zijn.

    ‘Je kunt toch geen slechte herinneringen aan de president hebben?’ verbaast Misjka zich in zijn vlak bij Sjklov gelegen huisje, dat bedekt is met sneeuw als dumplings met dikke room. Misjka is 21 jaar oud en gedurende zijn hele jonge leven steunde hij Loekasjenka. Maar de laatste tijd is er bij Misjka een revolutie te bespeuren. Men zegt dat hij tijdens de presidentsverkiezingen op Sannikau heeft gestemd, degene die in de gevangenis werd gezet.

    ‘Misja, wat is er gebeurd?’

    ‘Ik heb op Sannikau gestemd. Of misschien op Niaklajeu? Ik kan het me niet herinneren. Ik had haast toen ze met de stembus langskwamen. Ik heb snel iets aangekruist zonder goed te kijken. Later, toen ze op de televisie lieten zien wat er op het plein in Minsk aan de hand was, de protesten en rellen, toen kreeg ik er spijt van. Zo’n land hebben we niet nodig.’

    Want nu heerst er, volgens Misja, vrede en rust, wat wil je nog meer. Hij heeft werk en hij wordt naar de bouwplaats gebracht. Hij verdient 500 dollar per maand. Nou ja, Misja heeft dat geld nog niet gezien, maar dat werd hem beloofd (Misjka’s moeder, die vroeger in een sovchoz met Loekasjenka heeft gewerkt, krijgt een salaris van 260.000 Belarussische roebels, dat wil zeggen 90 dollar). En dan op zondag naar de sauna en vrienden zien. Een prima leven. Daarom wordt Misja voorzichtiger bij de volgende verkiezingen.

    ‘En degenen die niet van hem houden, koesteren zij misschien om een of andere reden wrok tegen hem?’ vraagt Misjka zich af.

    In geval van een geldtekort in het land laat Pappie geld bijdrukken

    Natuurlijk zijn die er ook, zelfs op de geboortegrond van de president zijn er egoïsten die hem niet als Vader willen.

    ‘In het vlak bij Sjklov gelegen dorp Dobrejka woont Pjotr Migoerski. Wat is hij allemaal niet aan het doen, hoe strijdt hij niet tegen het regime! Een moedige, harde werker. Verbazingwekkend dat hij nog niet is ontslagen,’ vertelt journalist Anatol Gulajeu, een oude kennis van Loekasjenka.

    ‘Kom, we gaan een glaasje drinken want ik ben vandaag ontslagen,’ zegt Pjotr Migoerski.

    Migoerski was ooit leidinggevende, zoals Loekasjenka, maar dan van een kolchoz [collectieve boerderij bestuurd door de boeren zelf ten tijde van de Sovjet-Unie]. De kolchoz heette De overwinning. Migoerski dronk wodka met Pappie, ze voetbalden met elkaar. Vandaag de dag is Loekasjenka, oud-directeur van een sovchoz, de president en hij ontslaat op staande voet Migoerski, oud-directeur van een kolchoz, doctor in de economie in Mohylev.

    ‘De decaan riep me naar zich toe en zei tegen me: “Neem zelf maar ontslag, anders zal ik je moeten ontslaan.” Die decaan is een goede vent, maar hij kan niet anders.’

    Waarom? – zo luidt de titel van een vertelling van Tolstoj over de familie Migoerski, Poolse bannelingen in Siberië. Volgens Migoerski uit Dobrejka gaat het over zijn voorouders. Zijn overgrootmoeder was de maîtresse van de schrijver en daarom had hij over hen geschreven.

    ‘Waarom?’ vraagt Migoerski nu in navolging van Tolstoj. ‘Waarom werd ik de laan uitgestuurd?’

    Ja, hij geeft de onafhankelijke krant Sjklov Info uit (oplage tot driehonderd exemplaren).

    Ja, hij neemt deel aan de beweging Zeg de Waarheid, die informatie over de ware toestand van de Belarussische staat verzamelt en verspreidt.

    Ja, hij gaf in de regio leiding aan de campagneteams van Niaklajeu, Sannikau, Rymasjeuski en Kastoesiou (het kan niet anders, de oppositie is hier te klein om voor elke kandidaat een afzonderlijk team op te zetten).

    En het allerbelangrijkste: ja, tijdens de laatste verkiezingen was hij de rechterhand van de kandidaat Niaklajeu.

    Hij is schuldig aan zo veel misdrijven. Vanwaar dus die verbazing?

    Een verbetering zit er ook niet in: bij Pjotr Migoerski op zolder bevindt zich ‘het museum van de oppositie’.

    Om de wit-rood-witte vlag van het onafhankelijke Belarus liggen de insignes van het verzet: een bordje met daarop de paus (uit Krakau), de balpen van Sjoesjkievitsj, de handtekening van Milinkievitsj. En een sjaal van Manchester United.

    In Pappies streek zijn er maar weinigen die ‘wrok’ koesteren (zoals Misja het zou hebben gezegd). Het is hier geen Minsk.

    Mensen hier houden van dit soort bestuur. Men houdt hier van salarisverhogingen (al worden ze direct opgevolgd door prijsverhogingen; de prijzen worden door de staat gereguleerd en altijd in dezelfde volgorde: eerst stijgen de salarissen, daarna de prijzen, zodat men nooit over te veel geld kan beschikken en zou ophouden met aards denken, maar ook zo dat men niet te veel honger zou lijden om in opstand te komen). Men houdt van goed bevoorrade winkels (wat maakt het uit dat de prijzen zo hoog zijn, dat de Belarussen die vlak bij de Poolse grens wonen voor hun boodschappen naar Polen afreizen, alleen de sigaretten zijn hier goedkoper, maar met tabak eet je je buikje niet rond). Men houdt hier van een stabiele uitbetaling van pensioenen (een hongerpensioen, maar altijd op tijd binnen). Studeren is gratis (wat maakt het uit dat je het later moet afbetalen door drie jaar lang te werken op het terrein rond Tsjernobyl of in de landbouw). En in geval van een geldtekort in het land laat Pappie geld bijdrukken.

    De wodka raakt op. Pjotr Migoerski herinnert zich ineens dat hij geen werk meer heeft. Hij haalt de schilderijen van de muur en wil ze gaan verkopen om brood te kunnen kopen. Hij doet zijn overhemd uit, want naast de kachel is het heet. In een T-shirt met de tekst ‘De waarheid overwint’ neemt hij plaats voor het tv-toestel en drukt op de knop.

    Klik.

    ‘… het is nog geen jaar geleden dat de sovchoz Zabielsjin, tegenwoordig Oma’s Binnenplaats, winst begon te maken. De melkproductie in de sovchoz steeg toentertijd …’

    Klik.

    ‘… en acht miljoen ton aardappelen.’

    Vandaag weet eigenlijk niemand hoeveel graan, aardappelen, melk en vlees we werkelijk produceren. De melkverkoopcijfers zijn een staatsgeheim

    ‘Waar zijn die aardappelen, waar is die melk?’ vraagt Migoerski. ‘Er is van alles, ja. Op papier. Ze schrijven er cijfers bij om het mooier te doen lijken. Een lage ambtenaar schrijft er wat bij, een belangrijke chef schrijft er wat bij en ook de minister. Vandaag weet eigenlijk niemand hoeveel graan, aardappelen, melk en vlees we werkelijk produceren. De melkverkoopcijfers zijn een staatsgeheim.’

    Klik.

    De president is aan het woord! Hij heeft het over yoghurt, een zaak van staatsbelang. Danone wil Belarus bestelen. Hij schreeuwt. De gezichten van de ministers verbleken. Bij al dat geschreeuw staan ze voorovergebogen en verontschuldigen zich.

    Klik.

    De Egyptische meute steekt een papieren gezicht van Moebarak in brand. Wanneer het vuur Moebaraks neus en wangen verorbert, beginnen Migoerski’s ogen te schitteren.

    ‘Hij is al tachtig. Hij hoort met zijn kleinkinderen te spelen en niet het land te besturen. Dit is een waarschuwing aan de onze,’ zegt Pjotr Migoerski vrolijk.

    ‘Maar die Egyptische Pappie regeert al dertig jaar lang en onze Pappie pas zeventien jaar,’ voegt zijn vrouw Valentina Filipovna er somber aan toe.

    Aleksander uit de Haradzjets sovchoz

    ‘Wanneer hij een toespraak hield, grepen de directeuren, ouderen en hoogopgeleiden naar hun hoofd. Maar anderen vonden het leuk,’ vertelt Anatol Goelajeu, journalist uit Minsk, oud-kennis van Pappie uit Sjklov.

    Daar houdt men van met de arm dreigend zwaaien, keihard met de vuist op tafel slaan. En zo was Sasjka uit Sjklov toen hij Aleksander werd, directeur van de Haradzjets sovchoz. Besnord en breedgeschouderd, oude makker, wapperend met zijn armen alsof hij naar Minsk zou willen vliegen.

    ‘Niemand wilde hem als directeur, maar hij hield voet bij stuk. Hij kreeg die baan omdat men genoeg van hem had,’ voegt Goelajeu eraan toe.

    ‘Mijn vrouw kwam naar me toe en zei: “Er is een nieuwe directeur, hij is jong, belooft weelde en stelt orde op zaken,”’ herinnert zich Vladimir Olejnikov, bosbouwkundige en voorzitter van het oppositionele Belarussisch Volksfront (BNF) in de regio. We warmen onze handen in het houten huisje vlak bij Haradzjets.

    ‘Ik kreeg toen de baan van bijenhouder in de sovchoz aangeboden. Aan het begin had ik een goed contact met de president. Maar later verdween mijn honing uit het magazijn. Loekasjenka’s glimlach verdween eveneens. Pas toen ik stopte met werken hoorde ik dat de tonnetjes met honing in het kabinet van zijn plaatsvervanger stonden. Mijn vrouw vertelde dat hij op zijn eerste werkdag in de sovchoz had gezegd: “Kameraden, ik ben jullie Führer!” Dat zei hij zonder een valse gedachte erbij.’

    Een dictator voelt altijd, onderbewust, sympathie voor andere dictators

    Lavon Barsjtsjeuski, schrijver, aanhanger van de oppositie, was in 1990 samen met Loekasjenka gedeputeerde in de Hoogste Raad van de Belarussische Socialistische Sovjetrepubliek.

    ‘Waarom wordt Stalin door Loekasjenka zo verheerlijkt? Waarom ontkent hij diens misdrijven, waarom bouwt hij voor hem een museum vlak bij Minsk? Een dictator voelt altijd, onderbewust, sympathie voor andere dictators. En hoe ging het met het interview waarin hij het efficiënte beheer van Hitler de hemel in prees? Volgens hem was dat een compliment. Hij dacht dat als hij iets positiefs zou zeggen over een Duitse leider, of dat nou Hitler of iemand anders was, dat een Duitse journalist als muziek in de oren zou klinken.’

    ‘Hij hield een piepklein kopje in zijn enorme handpalm. Hij zat bij me in de keuken en smeekte om hulp,’ herinnert journalist Goelajeu zich. ‘Het was 1988, perestrojka, de verkiezingen voor het Congres van de Volksgedeputeerden van de Sovjet-Unie waaraan hij deelnam. De lokale autoriteiten hinderden hem bij het organiseren van bijeenkomsten omdat hij zichzelf had gekandideerd. Toentertijd werkte ik als correspondent voor de Moskouse krant Idyllisch Leven, uitgegeven door het Centraal Comité van de Communistische Partij. Oplage van twaalf miljoen. Ik ging op stap langs verschillende dorpen. En ik zag, inderdaad, dat hij werd gehinderd. Ik publiceerde een artikel dat hem enigszins heeft geholpen, maar de verkiezingen verloor hij alsnog. We werden echter vrienden. Hij kwam me op mijn datsja opzoeken, bracht cognac mee en we dronken. Hij stelde zijn vriendinnen aan me voor. Geen enkele sloeg hij over.’

    Een jaar later waren er verkiezingen voor de Hoogste Raad van de Belarussische Socialistische Sovjetrepubliek. Loekasjenka doet weer mee. En opnieuw komt hij bij Goelajeu langs. Al bij de voordeur roept hij: ‘Ik heb niemand geslagen!’

    ‘Er was in de sovchoz een zekere Vladimir Bandoerkov, een tractorbestuurder,’ licht Goelajeu toe. ‘Bandoerkov beklaagde zich dat hij van de directeur een behoorlijk pak rammel had gekregen. Loekasjenka kon er drie tot acht jaar voor krijgen. Dus ging ik bij Bandoerkov langs. Een armoedig huis, vijf kinderen kwamen tevoorschijn, het ene nog smoezeliger dan het andere. Ik vroeg: “Heeft hij je geslagen?” “Hij heeft me geslagen, op de grond gesmeten en geschopt. Ik heb de anderen erbij hehaald. Er waren twaalf tractorchauffeurs in de sovchoz. Acht van de twaalf zeiden dat zij ook door Loekasjenka waren geslagen.” “Nou, Sasja, hoe zit dat?” vroeg ik hem. Hij antwoordde: “Wat een smeerlappen! Ik heb zo veel voor hen gedaan en ze kunnen maar niet vergeten dat ik ze een keer op hun bek heb geslagen!”’

    In de winkels was een tekort aan alles, terwijl de prijzen als spoetniks steil omhoogschoten

    Maar deze verkiezingen werden door Loekasjenka wel gewonnen. De zaak werd gesloten.

    Pappie vertrok naar Minsk, maar was niets veranderd. De demonstranten op het plein horen nu ook: ‘Ik doe voor jullie zo veel goeds en moet jullie soms, als een vader, een pak rammel geven.’

    In het koninkrijk der augurken doet nog een verhaal de ronde. Een zekere Ivan Joesjkievitsj, landbouwkundig mecanicien, blijft met zijn collega’s buiten op het veld lunchen. ‘Wat doet die wodka bij de lunch?’ schreeuwt Loekasjenka. Maar Joesjkievitsj is onlangs teruggekomen uit Tiumeni in Siberië, waar hij in een kopermijn heeft gewerkt. Als je daar niet voor jezelf opkomt, dan overleef je het niet. Hij vuurt een scheldkanonnade af richting Loekasjenka. Loekasjenka grijpt Joesjkievitsj bij zijn overhemd. Joesjkievitsj grijpt naar een rubberen buis. De rubberen buis knalt op de rug van Loekasjenka.

    Hoe ouder Ivan werd, hoe banger hij was daarover te vertellen. Hij overleed een jaar geleden. Zijn buren uit het koninkrijk der augurken vragen zich af waarom Pappie nooit wraak op Joesjkievitsj heeft genomen, terwijl de anderen voor kleinere vergrijpen er flink van langs kregen.

    Pappie uit Minsk

    Pappie vertrok om het vaderland te besturen, maar de Sovjet-mogendheid viel uit elkaar. Men maakte zich zorgen of er geen oorlog zou komen. Nu moest Belarus zichzelf gaan besturen. Helemaal alleen, o, o wat eng. We kregen een nieuwe vlag, een nieuw embleem en nieuw, Belarussisch geld met diertjes erop. In de winkels was een tekort aan alles, terwijl de prijzen als spoetniks steil omhoogschoten. Er moesten nullen aan het geld worden toegevoegd en er moesten nieuwe bankbiljetten met nieuwe diertjes worden bijgedrukt. Uiteindelijk kwam men diertjes tekort. Er heerste een gigantische chaos: wie was wie, voor wie moest men buigen en voor wie niet? Niemand die het wist.

    Maar daar, in het verre Minsk, gaat de directeur van de sovchoz uit Sjklov, een goede gozer, orde op zaken stellen.

    ‘Hij was heel ambitieus,’ zegt Lavon Barsjtsjeuski. ‘En we hadden iemand nodig die verstand had van landbouw. Pas later kregen we door dat hij er niet veel verstand van had. Maar hij hield ervan om erover te praten. Ook over het feit dat hij adviseur van Gorbatsjov was. Vaak waren we samen aan het voetballen. Hij was spits en schoot keihard, maar de bal vloog meestal langs het doel. Dan werd hij boos en maakte een overtreding. We hielden er niet van om met hem te spelen, want hij schreeuwde en schold zoals hij dat bij zijn onderdanen in de sovchoz deed, terwijl er kinderen langs de kant stonden. Hij leed destijds aan depressie. Hij droomde ervan om de eerste partijsecretaris te worden, maar de Sovjet-Unie viel voor zijn ogen uiteen. Zijn droom spatte uit elkaar. Maar al snel vond hij een nieuw doel: president worden.

    En dat werd hij in 1994.

    In 1995 introduceert hij een vlag en een embleem die naar het communistische Belarus verwijzen.

    In 1996 wijzigt hij de grondwet, ontbindt de Hoge Raad en vervangt deze door het aan hem ondergeschikte parlement.

    ‘Een deel van de intelligentsia, zoals Karpienka en Hantsjar, heeft hem geholpen om president te worden,’ aldus Lavon Barsjtsjeuski. ‘Wij wilden geen presidentieel systeem, maar zij hielden voet bij stuk: “We hebben een sterke president nodig om de hervormingen door te kunnen voeren, we zullen hem begeleiden.” “Jullie zullen nog huilen door voor zo iemand te kiezen,” zeiden we. Maar ze zullen niet eens meer huilen. Ze zijn er niet meer.’

    De opgedroogde bloedvlekken en de verlaten auto’s bleven achter

    Als eerste werd Hienadz Karpienka vergiftigd. Hij raakte in coma na koffie te hebben gedronken en overleed in april 1999. Zijn begrafenis groeide uit tot een demonstratie van de oppositie.

    Daarna waren er geen demonstraties meer.

    Want er waren geen lichamen om te begraven.

    Binnen een paar maanden losten in de Belarussische lucht de belangrijkste oppositieleden op: Joerij Zacharanka (mei 1999), Viktar Hantsjar (september 1999), Anatol Krasouski (september 1999).

    In juli 2000 verdween Dzmitrij Zavadski, de persoonlijke cameraman van de president, die Pappie had verruild voor de Russische televisiezender ORT.

    De opgedroogde bloedvlekken en de verlaten auto’s bleven achter.

    ‘Ik zeg het eerlijk, er is orde in het land onder Loekasjenka. Hij houdt vast aan discipline. De oppositie is hier niet nodig, noch de chaos zoals in Oekraine,’ constateert de 21-jarige Misja uit Sjklov en zet zijn pet weer goed. De wind blaast de sneeuw weg, die van het huisje verdwijnt als de room van de dumplings.

    ‘Drie keer kreeg ik van de president een baan aangeboden,’ vertelt journalist Goelajeu. Hij kijkt uit het raam. ‘Drie keer heb ik geweigerd. Ik zou me bezig moeten gaan houden met de sluiting van de krantenredacties. Later ging ik kritische artikelen schrijven over de manier waarop hij met oude rivalen uit de Sjklov-regio was omgegaan. Toen werd hij boos op mij. Omdat ik hem een keer had geholpen dacht hij dat ik dat mijn hele leven lang zou gaan doen. Aan het begin van zijn presidentschap kreeg ik bezoek van buitenlandse journalisten. Ze wilden een boek schrijven over zijn relatie met zijn vrouw Halina. Ik wist er veel van. Ze boden me geld aan, maar ik heb geweigerd. Destijds was ik een huisvriend van de Loekasjenka’s, dat zou een schurkenstreek zijn geweest. Ze zijn met niets vertrokken. Binnen de kortste keren verscheen de hoofdredacteur van de krant Sovjet Belarus en zei tegen me: “Aleksander Loekasjenka heeft me gevraagd om aan u door te geven dat hij niet op u is gesteld, maar dat hij u wel respecteert.”’

    ‘Wij, vogelverschrikkers,’ constateert bijenhouder Olejnikov. ‘Men wijst met de vinger naar ons: “Kijk eens hoe die oppositieleden leven.” Maar ik heb de vrijheid leren kennen en ik kan niet terug. Vijftien jaar werkte ik in de bossen. Elk jaar werd er een zaak tegen me aangespannen of ik moest voor de rechter verschijnen. Ik heb mijn brood leren verdienen. Ze hebben me met rust gelaten. Binnen de oppositie van ons district is er sprake van een ware pogrom, zodat we geen enkele bedreiging voor hen vormen. De mensen van hier zijn als kinderen. Ze hebben een vader nodig. Ongeacht of en hoe erg hij hen zou bedriegen en oplichten, ze zullen hem blijven geloven. Van vrijheid worden ze misselijk.’

    Tijdens de laatste verkiezingen werkte Olejnikov als waarnemer en dus zag hij van alles. ‘We komen langs bij een oud vrouwtje. “Pakt u maar een stembiljet. U kunt wel of niet stemmen, maar pakt u het maar.” Ik zat een uur te wachten en liet niet toe dat iemand anders voor haar ging stemmen. Maar ze was zelf niet in staat om dat te doen. Ze zat te staren naar dat stembiljet, het witte vlak deed pijn aan de ogen. “Ikzelf? Waarom zo veel namen? Konden ze niet maar één kandidaat voorleggen zodat je er niet zo moe van werd?”’

    In het land van de zon, in het koninkrijk der augurken sneeuwt het. Pjotr Migoerski trekt een warme trui aan over zijn T-shirt met de tekst ‘De waarheid overwint’ en kijkt op tv hoe Egypte kookt. Hoe het borrelt en overstroomt. Hij kijkt naar Egypte, maar denkt aan Belarus: zal Loekasjenka de troon afstaan?

    ‘Nee, dat doet hij niet,’ zegt Lavon Barsjtsjeuski vol overtuiging. ‘Tijdens de laatste demonstraties van de oppositie op 19 december was het ijzig koud. Als hij even had gewacht, waren de mensen vanzelf naar huis gegaan. Maar hij is een lafaard. Hij vreest dat men hem Hantsjar en Zacharanka niet zal vergeven en dus liet hij de demonstranten met de knuppel bewerken.’

    ‘Waarom zou hij de troon afstaan?’ zullen de anderen uit het koninkrijk der augurken vragen. ‘Hij is toch een vader voor het leven? Een vader kun je niet veranderen. Alleen ontaarde kinderen breken met hun vader.’

    ‘Is dat gespuis beter dan Pappie?’ vraagt Nikolaj Danilovitsj Jelski, de dokter uit Aleksandrja. ‘Ik zag de oppositieleden op de televisie: “Als ik president word, dan verzeker ik jullie van alles!” En waar haal je het vandaan, sukkel? “Halasavac za mianie. Ja prezident!” Hij spreekt Belarussisch. Wat voor een president. Jij, een stuk ongeluk!’ zegt dokter Jelski boos.

    Als men aan iemand anders de absolute macht zou geven, wat zou hij dan hebben gedaan?

    Het oude vrouwtje op de fiets (dat naar de jacuzzi gaat) zet haar nat van de sneeuw geworden muts weer netjes op. ‘Mijn God, Gospodi, ik schaamde me zo toen ik hen op de televisie zag. Ze kunnen niet praten! Later zag ik hoe in Minsk hun ruggen met knuppels werden bewerkt. “Harder, harder!” schreeuwde ik zelfs.’

    ‘Onze Sasjka uit Aleksandrja is niets veranderd,’ zegt dokter Jelski.

    ‘Het is moeilijk voor de mens om na zijn veertigste nog te veranderen,’ bevestigt journalist Goelajeu. ‘Vergaf hij vroeger niet, dan vergeeft hij nu ook niet. Was hij vroeger onverbiddelijk jegens zijn opponenten, dan is hij dat nu ook. Maar hij is geen beest. Hij is zoals de anderen. Als men aan iemand anders de absolute macht zou geven, wat zou hij dan hebben gedaan? Men vraagt me weleens of Loekasjenka wijs is. Nee, niet echt. Er bestaat een Belarussich gezegde: dom of niet, maar wel sluw. Om de macht tot elke prijs te behouden is wijsheid niet nodig.’

    Het is voldoende om geen geweten te hebben.

    In het land van de zon, het koninkrijk der augurken, sneeuwt het niet meer. In de verte doemt een kaal geraamte op, een hotel in aanbouw. In het dorp doet de roddel de ronde dat ook de president hier zijn residentie aan het bouwen is. Hij komt voor zijn oude dag terug naar de Dnjepr. Naar het koninkrijk der augurken. Niet meer als Sanja, de zoon van een melkboerin, de jongen die door andere jochies aan zijn oren werd trokken, maar als mijnheer Aleksander Ryhoravitsj Loekasjenka, president van de Republiek Belarus. Degene die zelf geen pappie had, Pappie van ons allen.

    De transcriptie van namen is vanuit het Belarussisch.

    Deze reportage verscheen oorspronkelijk in de Gazeta Wyborcza in april 2011 onder de titel ‘Kameraden, ik ben jullie Führer!’ (Towarzysze, jestem waszym Führerem!) en is onder de titel Alexanderroman uit het koninkrijk der augurken opgenomen in Szymaniks boek De motoren achter de revoluties (Motory rewolucji, Czarne 2015).

  • ‘Sofagate’, een flater voor Europa | Spanningen tussen Taiwan en China lopen op

    ‘Sofagate’, een flater voor Europa | Spanningen tussen Taiwan en China lopen op

    ‘Sofagate’, een flater voor Charles Michel en voor Europa

    De stoelendans: om Charles Michel en Ursula von der Leyen te verwelkomen, had Recep Tayyip Erdogan slechts één stoel ter beschikking gesteld, die snel door Michel in beslag werd genomen.

    De video die sinds woensdag 7 april de ronde op de sociale netwerken ‘toont de voorzitter van de Europese Raad, Charles Michel, die zich naar een van de twee naast elkaar geplaatste fauteuils haast voor een ontmoeting met de Turkse president Recep Tayyip Erdogan’, schrijft Le Vif-L’Express.

    ‘De twee mannen installeren zich comfortabel, terwijl Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie, zich even verbijsterd afvraagt waar zij zich kan installeren’, vervolgt het Belgische weekblad. ‘[Ze] mompelt een vertwijfeld “eh”, voordat ze uiteindelijk op een bank gaat zitten, op een afstand van de twee mannen.’

    ‘We wisten al dat Erdogan Erdogan was. Nu weten we ook dat Michel Michel is’

    Een duidelijke belediging voor Ursula von der Leyen door Erdogan – die de hele wereld weer eens aan zijn grote conservatisme en vrouwenhaat herinnerde door zich op 20 maart terug te trekken uit het Verdrag van Istanboel tegen geweld tegen vrouwen. Maar ook een blunder van Michel, en een schadelijke voor het imago van Europa.

    ‘De ceremoniële houding van Charles Michel’, merkt Le Vif op, ‘die een alledaags seksisme weerspiegelt dat feministen in de ruimste zin van het woord doet schrikken, wordt des te meer bekritiseerd omdat het gaat om een bijeenkomst die tot doel heeft de betrekkingen te verzoenen met een Turkije dat nooit ophoudt de positie van de vrouw onderuit te halen.’

    ‘We wisten al dat Erdogan Erdogan was. Nu weten we ook dat Michel Michel is’, concludeert Massimo Gramellini, in zijn voorpaginacolumn in Corriere della Sera.

    ‘Als Michel zijn plaats aan zijn collega had afgestaan, zou Erdogan in één klap zijn gereduceerd tot wat hij is: een vrouwen hatende autocraat.’ Maar nee, ‘in plaats daarvan leunt Michel zonder een kik te geven achterover’.

    ‘Met deze dictators, laten we ze bij de naam noemen, moet men openhartig zijn’

    Michel zei donderdag dat hij het voorval ‘ten zeerste betreurde’ en verklaarde dat hij niet had gereageerd ‘uit vrees een veel ernstiger incident te veroorzaken’, meldt La Stampa. Turkije verklaarde dat het alleen het protocol had toegepast waarom de Europese Unie had verzocht – een versie die wordt ontkend door de EU.

    ‘Sofagate’ heeft nóg een staartje gekregen. Donderdagavond noemde de Italiaanse regeringsleider Mario Draghi de Turkse president Recep Tayyip Erdogan een ‘dictator’, schrijft La Stampa in hetzelfde artikel.

    Lees ook:

    Tijdens een persconferentie sprak de Italiaanse premier de volgende woorden: ‘Juist tegen zulke dictators, laten we ze bij de naam noemen, moet je duidelijk maken dat je standpunten en visies op de samenleving van die van hen verschillen.’ De uitspraak wekte de woede van Ankara, dat de Italiaanse ambassadeur in Turkije ontboden heeft.


    Taiwan klaar voor confrontatie met China

    ‘Als China ons aanvalt, zullen we tot het einde vechten.’ Deze woorden, op woensdag 7 april uitgesproken door de Taiwanese minister van Buitenlandse Zaken, Wu Zhaoxie, en geciteerd door de Singaporese krant Lianhe Zaobao, zijn een reactie op de jongste manoeuvres van de Chinese marine.

    Op 3 april staken het Chinese vliegdekschip Liaoning en zes oorlogsschepen de Straat van Miyako over voor oefeningen in de wateren rond Taiwan. Het gebied, gelegen ten zuidwesten van de Japanse prefectuur Nagasaki, is voor China een strategische toegangspoort tot het westelijk deel van de Stille Oceaan.

    In de vroege uren van 3 april, zo meldt de Singaporese krant, verscheen de USS Mustin, een Amerikaans marineschip, voor de monding van de Yangtze-rivier in de Oost-Chinese Zee, op weg naar het zuiden. De volgende dag voer het vliegdekschip USS Roosevelt door de Straat van Malakka de Zuid-Chinese Zee binnen. Het naderde de Spratly-eilanden, die door China worden gecontroleerd, maar door verschillende kustlanden worden opgeëist. De Amerikaanse marine zei dat het de tweede keer dit jaar was dat de Roosevelt deze wateren als onderdeel van haar ‘routineactiviteiten’ had bevaren.

    Lees ook:

    Beijing protesteert dat de Amerikaanse aanwezigheid ‘een verkeerd signaal afgeeft aan de separatistische krachten op het eiland [Taiwan], zich opzettelijk mengt in de regionale situatie en de vrede en stabiliteit binnen de Straat van Taiwan saboteert en in gevaar brengt’.

    De woordvoerder van de Chinese marine, kolonel Gao Xiucheng, zei dat de Chinese marine in de toekomst ‘soortgelijke oefeningen en activiteiten zal blijven houden’, bericht de website Huanqiu Wang van de Chinese nationalistische krant Huanqiu Shibao.

    Geconfronteerd met de militaire druk van de op een na grootste mogendheid ter wereld, heeft het Taiwanese ministerie van Defensie verklaard dat zijn troepen vanaf 23 april gedurende acht dagen militaire oefeningen zullen houden.

    De betrekkingen tussen de twee zijden van de Straat van Taiwan zijn de laatste jaren verslechterd, vooral sinds de herverkiezing van Tsai Ing-wen in januari 2020. De Taiwanese president wordt door Beijing beschouwd als de leider van de ‘onafhankelijken’, terwijl president Xi Jinping blijk geeft van zijn ambitie om de Chinese droom, namelijk ‘de grote eenmaking van China’, te verwezenlijken.


    Na Boulder en Atlanta wil Joe Biden de wapencontrole verscherpen

    De controle over de wapens was een van de hoofdpunten van de verkiezingscampagne van Joe Biden. De president van de Verenigde Staten presenteerde donderdag ‘zes presidentieel decreten ter vermindering van wapengeweld’, zo meldt USA Today.

    ‘Binnen dertig dagen wil hij “achtergrondcontroles” invoeren voor kopers van “zogenaamde spookwapens”, dat zijn zelf in elkaar gezette wapens die geen serienummers hebben’ en daardoor moeilijker te traceren zijn. Tienduizend van dergelijke wapens zijn in 2019 door de autoriteiten van het land in beslag genomen, aldus The Wall Street Journal, een conservatief zakenblad, dat erop wijst dat gunvoorstanders ‘deze zelfgemaakte wapens als recreatief beschouwen’.

    Lees ook:

    Joe Biden wil ook ‘binnen de komende zestig dagen een nieuwe regel aannemen die bepaalt dat elk apparaat dat wordt verkocht als stabilisatiekolf – waarmee een pistool in feite kan worden gebruikt als geweer met korte loop –, moet voldoen aan de vereisten van de National Firearms Act’, schrijft USA Today.

    Andere maatregelen, waaronder de benoeming van David Chipman, voorstander van wapenbeheersing, tot hoofd van het Bureau of Alcohol, Tobacco, Firearms and Explosives, en ‘de goedkeuring van red flag laws in alle staten’, staan eveneens op de agenda. De laatste maatregel ‘zou politieagenten en burgers in staat stellen een aanvraag in te dienen bij een rechtbank om vuurwapens tijdelijk af te nemen van mensen die zichzelf of anderen schade zouden kunnen berokkenen’, aldus The New York Times.


    Onrust houdt aan in Noord-Ierland

    De situatie bleef vrijdagochtend gespannen in Noord-Ierland, ondanks oproepen tot kalmte van de Britse en Ierse regering en het Witte Huis. De botsingen tussen republikeinen en unionisten, ongezien sinds 1998, zijn nu al een week aan de gang en donderdagavond hervat in de westelijke delen van Belfast, aldus The Irish Times.

    ‘De politie moest waterkanonnen gebruiken om te proberen de situatie weer onder controle te krijgen’, schreef het dagblad vanuit Belfast. De Britse premier Boris Johnson en zijn Ierse ambtgenoot Micheál Martin zeiden dat het geweld ‘onaanvaardbaar’ was en ‘riepen op tot kalmte’. De Amerikaanse president Joe Biden, wiens familie Ierse wortels heeft, zei dat hij ‘bezorgd’ was over het geweld en riep eveneens op tot de-escalatie.

  • Mussolini, Manhattan en het verdwenen mozaïek van Caligula

    Mussolini, Manhattan en het verdwenen mozaïek van Caligula

    Tweeduizend jaar geleden sierde een mozaïek van ruim een meter twintig bij een meter twintig de vloer van een ‘orgieschip’ van de beruchte Romeinse keizer Caligula. Het schip zonk in Lago Nemi, bij Rome. Mussolini liet het opgraven en het mozaïek belandde in een chic appartement aan Park Avenue in New York. Daar fungeerde het 45 jaar lang als tafelblad van een salontafel. Uiteindelijk werd het mozaïek aan Italië teruggegeven waar het eerder deze maand feestelijk werd onthuld.

    ‘De afgelopen vier jaar hebben Italiaanse restaurateurs geprobeerd thee- en koffievlekken te verwijderen van een grote, tweeduizend jaar oude mozaïek.’ Zo begint The Daily Beast het artikel over de fascinerende reis van een mozaïek dat de vloer sierde van een drijvend paleis van de Romeinse keizer Caligula (12–41 n.Chr.). Het vierkante mozaïek van rood porfier, groen en wit glas en marmer bevond zich 45 jaar in Park Avenue in New York, in de woonkamer van de Italiaans-Amerikaanse Nereo Fioratti, werkzaam als journalist bij de Italiaanse krant Il Tempo en zijn vrouw, kunstverzamelaar en -handelaar Helen Fioratti. Volgens The Daily Beast legde het mozaïek van het ‘orgieschip’ een fascinerende reis af van Italië naar New York en weer terug naar Italië, waar het op 11 maart werd onthuld. 

    Caligula regeerde slechts vier jaar over het Romeinse Rijk, van 37 tot 41 na Christus, maar hij deed dat op een manier die ervoor heeft gezorgd dat de omschrijvingen ‘gek’ en ‘berucht’ onlosmakelijk met zijn naam zijn verbonden. Als nietsontziende dictator zette hij een standaard voor zijn opvolgers, daarbij mogelijk geholpen door een psychische aandoening. Hij heeft in ieder geval twee en mogelijk drie drijvende paleizen laten bouwen, die een groot deel van het oppervlak van het kleine Lago Nemi, dertig kilometer ten zuiden van het centrum van Rome, in beslag moeten hebben genomen. Wellicht was hij geïnspireerd door plezierschepen die werden gebouwd voor de feesten van de Hellenistische heersers van Syracuse en Ptolemaeïsch Egypte. Van de twee drijvende paleizen was er één voorzien van een tempel, en beide waren ongeveer 75 meter lang en 21 meter breed. 

    Enorme feesten

    De schepen hadden geen voortstuwingssysteem en waren beladen met loodzware versieringen, dus feitelijk waren het drijvende bakken die alleen verplaatst konden worden door over het meer te worden voortgesleept door andere schepen. Er was warm en koud stromend water aan boord dat uit loden pijpen gutste, waarop de naam van Caligula was gegraveerd. Op de schepen stonden roze marmeren zuilen, de muren waren ingelegd met ivoor en de vloeren waren voorzien van felkleurige mozaïeken. Versierd met goud en edelstenen, bronzen sculpturen en bronzen friezen van dieren, vormden de schepen de locatie voor enorme feesten die soms dagen duurden, zo schrijft The New York Times. Diezelfde krant schreef in 1928: ‘Volgens verslagen uit die tijd waren de schepen gevuld met talloze kunstschatten en werden ze beschouwd als een van de wereldwonderen…’

    Wat er zich afspeelde aan het hof en aan boord van de paleisschepen van de ‘Gestoorde Keizer’ nam in de loop van de geschiedenis steeds mythischer proporties aan. Het begon met het beroemde verhaal van de Romeinse historicus Suetonius die in zijn De Vita Caesarum (‘Over het leven van de keizers’) op roddeltoon beschrijft dat Caligula overwoog zijn lievelingspaard Incitatus tot consul te benoemen. Overigens is nooit vastgesteld of dat een daadwerkelijk voornemen was, of dat de opmerking het dédain van Caligula voor de Senaat betrof, bedoelende ‘al die consuls zijn zulke ezels, daar kan mijn paard dan ook wel bij’.

    Caligula zou de tongen hebben laten afsnijden van mensen die het waagden hem tegen te spreken, hij zou vijanden een voor een hebben afgeslacht en hij zou zich hebben overgegeven aan incestueuze orgies met zijn zusters. Zelfs het zinken van de paleisschepen is tot een legende geworden.

    Zo opperde The New York Times in 1929 de mogelijkheid ‘dat Caligula opzettelijk beide schepen in al hun pracht samen met zijn gasten tot zinken bracht om een ​​orgie te bekronen met een geweldig spektakel.’

    Waarschijnlijker is dat de schepen na de moord op Caligula in 41 tot zinken zijn gebracht, wellicht op last van zijn opvolger Claudius, die herinneringen aan zijn tirannieke voorganger wilde uitwissen.

    Mussolini

    Hoe het ook zij, een andere dictator, Benito Mussolini, die een groot bewonderaar van Caligula was, gaf negentienhonderd jaar later opdracht om de gezonken schepen te bergen. Il Duce was daarmee niet de eerste, want lokale vissers waren al sinds mensenheugenis op de hoogte van het bestaan van de wrakken. Met haken haalden ze regelmatig onderdelen omhoog die aan voorbijgangers werden verkocht.

    In 1446 gaf kardinaal Prospero Colonna opdracht aan Leon Battista Alberti, humanist, homo universalis en onder meer ontwerper van de façade van Santa Maria Novella in Florence, om uit te zoeken wat er waar was van de verhalen over schepen die op de bodem van het meer zouden liggen. Alberti ontdekte restanten van de schepen op een diepte van ruim 18 meter, maar had niet de middelen om ze te bergen.

    Mogelijk ligt er nog een derde schip onder de modder op de bodem van het meer

    Mussolini had meer succes. Volgens The New York Times gaf hij in 1929 opdracht om het meer droog te leggen en drie jaar later waren twee schepen gelokaliseerd en aan land gebracht. Overigens ligt er mogelijk nog een derde schip onder de modder op de bodem van het meer. Volgens de burgemeester van Nemi wordt momenteel met hightech sonarapparatuur geprobeerd of een derde schip kan worden gelokaliseerd.

    In 1936 liet Mussolini bij het meer van Nemi een museum bouwen zodat het publiek kennis kon nemen van alle vondsten, waaronder het mozaïek van Park Avenue. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het museum als schuilkelder gebruikt en in mei 1944 brandde het tot de grond toe af, volgens sommige berichten als gevolg van geallieerde bombardementen, volgens andere na brandstichting door wraakzuchtige nazi’s die zich terug moesten trekken.

    Nagenoeg alle overblijfselen van de twee schepen van Caligula gingen verloren, maar het Park Avenue-mozaïek was tijdens de brand al niet meer in het museum aanwezig. De laatst bekende foto van het mozaïek werd gemaakt in 1955 en sindsdien werd het als gestolen beschouwd omdat een officiële verblijfplaats ontbrak. Tot 23 oktober 2013.

    De salontafel van Helen

    De foto uit 1955 werd afgedrukt in een boek van Dario Del Bufalo, een Italiaanse expert op het gebied van antiek marmer. Op de bewuste oktoberavond in 2013 gaf hij in de winkel van juwelier Bulgari op 5th Avenue in Manhattan een lezing naar aanleiding van de publicatie van zijn nieuwe boek Porphyrius, de zeldzame paarse steen die zo geliefd was bij Romeinse keizers, waarna een signeersessie volgde. De bijeenkomst werd bijgewoond door de culturele elite van New York.

    ‘Ik zat daar boeken te signeren’, aldus Del Bufalo, ‘en opeens zeiden mensen: “Oh kijk, is dat niet de salontafel van Helen?”, toen ze de foto zagen van Caligula’s verdwenen mozaïek. Het het alsof iederéén die tafel kende.’ De salontafel van Fioratti bleek eerder op een foto in Architectural Digest te hebben gestaan en had kennelijk indruk gemaakt op de verzamelaarselite van New York.

    Het toeval wilde dat een Italiaanse expert op het gebied van kunstdiefstal en medewerker van de Comando Carabinieri per la Tutela del Patrimonio Culturale (Carabinieri T.P.C.), de Italiaanse organisatie voor opsporing van gestolen kunstschatten, ook bij de lezing van Del Bufalo aanwezig was. Uit de opmerkingen van de aanwezigen werd hem duidelijk dat er iets bijzonders aan de hand was met de salontafel van het echtpaar Fioratti. Gegevens over de Fioratti’s werden aan de politie overhandigd, die vervolgens een onderzoek startte. Dat leidde uiteindelijk tot inbeslagname van het mozaïek en tot teruggave aan Italië in 2017. Tot een aanklacht tegen Fiorattis is het niet gekomen, want de politie is ervan overtuigd dat ze het mozaïek in de jaren zestig te goeder trouw hebben aangekocht. 

    Lintje

    Helen Fioratti, eigenaar van L’Antiquaire and the Connoisseur, een bekende galerie voor Europese oudheden en antiek in New York, zei in 2017 tegen The New York Times dat ze het mozaïek had gekocht van een Italiaanse aristocratische familie en dat de verkoop nota bene was begeleid door een lid van de Italiaanse Carabinieri T.P.C.

    ‘Het was een onschuldige aankoop. Het was ons favoriete stuk en we hadden het al vijfenveertig jaar in bezit.’ Fioratti zei ook dat ze niet van plan was de inbeslagname te bestrijden omdat dat te veel geld en tijd zou kosten. Ze gelooft wel dat ze legitieme aanspraak op het stuk had kunnen maken als ze er een zaak van zou hebben gemaakt. ‘Ze zouden me een lintje moeten geven omdat ik me niet heb verzet.’ Del Bufalo kan met haar meevoelen: ‘Het zat me wel dwars dat het mozaïek in beslag is genomen’, zei hij tegen The Daily Beast. ‘Ze was er echt dol op.’

    Massimo Osanna, directeur-generaal van de Italiaanse staatsmusea, vermoedt dat het mozaïek vanuit Italië naar de VS is gesmokkeld via een diplomatieke zending, want een aankoopbewijs of invoerpapieren zijn nooit gevonden. Dat zou niet uitzonderlijk zijn, want tot halverwege de jaren 2000 doken in musea over de hele wereld Italiaanse oudheden op. Italië voerde bijna tien jaar lang een proces tegen Marion True, destijds conservator van het Getty Museum in Los Angeles, omdat ze, aldus de aanklacht, oudheden had verkocht die door grafrovers waren gestolen uit de uitgestrekte archeologische parken van Italië en vervolgens aan verzamelaars en musea werden doorverkocht. Honderden van dergelijke gestolen kunstschatten zijn de afgelopen jaren geretourneerd aan Italië.

    Koffievlekken

    Het mozaïek van Caligula werd weliswaar in 2013 herontdekt, maar het duurde nog vier jaar voordat samenwerking van de Italiaanse autoriteiten met Cy Vance, de officier van justitie van Manhattan, tot verificatie leidde en uitwees dat het om het originele mozaïek van het paleisschip ging. Toen Vance de authenticiteit van het mozaïek bekendmaakte zei hij: ‘Dergelijke voorwerpen kunnen mooi, legendarisch en enorm waardevol zijn voor verzamelaars, maar feit blijft dat het opzettelijk negeren van de herkomst van een voorwerp in wezen stilzwijgende goedkeuring betekent van schadelijke, criminele praktijken.’

    Helen Fioratti, die nu in de negentig is, is nooit beschuldigd van misdrijven, hoewel verschillende huiszoekingen in haar huis aan Park Avenue en in haar antiekgalerie L’Antiquaire & The Connoisseur suggereren dat de autoriteiten wel degelijk achterdochtig waren.

    Het mozaïek werd al in 2017 teruggestuurd naar Italië, samen met een lading andere geroofde kunstvoorwerpen. Het werd pas twee weken geleden feestelijk onthuld in het Museo delle Navi di Nemi dat het voornemen heeft om ooit reconstructies op ware grootte van de Caligula-schepen te zullen herbergen. Het duurde bijna vier jaar voordat de ‘restanten van het huiselijke leven’, in de woorden van Massimo Osanna, uiteindelijk verwijderd waren.

    Het mozaïek zat onder de koffie- en theevlekken die tannine bevatten dat makkelijk vlekken maakt op natuursteen. De Fioratti’s gebruikten de tafel ook om bloemenvazen en cocktailglazen op te zetten, zodat er ook kalkvlekken op waren achtergebleven. ‘Het was duidelijk een veelgebruikte tafel,’ aldus Osanna. ‘Het is echt een wonder dat het mozaïek is teruggekeerd in Nemi.’

  • Pappie en augurken, de symbolen van Belarus

    Pappie en augurken, de symbolen van Belarus

    De laatste dictator van Europa, Aleksander Loekasjenka, houdt zijn land al ruim 25 jaar in een wurggreep. Grzegorz Szymanik dook in het onthutsende verleden van de Belarussische president. Hij was ambitieus, licht ontvlambaar en leed aan depressies. Droomde ervan eerste partijsecretaris te worden en vond een nieuw doel toen de Sovjet-Unie uiteen viel: president worden.

    Dat Belarus het land van de zon is, is door de staat bekrachtigd. Ongeacht van welke kant je het land binnenrijdt zie je de affiches ‘Welkom in het land waar de zon altijd schijnt’. Vervolgens om de haverklap “Het land van de zon’, ‘Het land van de zon’, ‘Het land van de zon’, meiden tussen het graan, arbeiders met helmen op. Militairen. Allemaal spreken ze glimlachend in de hoofd-etters: ‘IK HOUD VAN MIJN LAND’, ‘Belarus – EEN FIJN THUIS’, ‘Belarus – MIJN LIED’.

    Dit alles om het gebod ‘eer uw vaderland als uw moeder’ niet te vergeten. Eer uw vader.

    Vandaag verdwijnt het land van de zon onder een pak sneeuw. Alle erven zijn eronder bedolven, verdomme, je kunt je stulp niet uit. De koe, nog niet gemolken, loeit in de stal. Een oud vrouwtje fietst over de weg. De wind blaast haar in het gezicht, en blaast haar bijna omver.

    ‘Waar gaat u heen, omaatje?’

    ‘Naar de jacuzzi.’

    Ah, die mooie jacuzzi die Pappie heeft laten bouwen. Waarom zou hij het zijn streekgenoten niet gunnen? Hij ging hier naar school, hij beheerde een
    sovchoz [collectieve boerderij in handen van de staat ten tijde van de Sovjet-Unie]. De makker die met dezelfde melk werd grootgebracht.

    Tegenwoordig doen zelfs excursies het gebied tussen Vitebsk en Mohylev aan, waar Sjklov, Kopys en het piepkleine Aleksandrja liggen. Men wil de geboortegrond van de president zien. Hoe is het daar?

    Nou, het is er onverbiddelijk. Net als de president zelf. Wie niet naar de grond luistert, zal geen brood hebben. Maar getoonde trouw wordt beloond. Hij is haatdragend. En onveranderlijk.

    Zoals Pappie.

    ‘Hij was al zo toen hij hier woonde,’ zullen de meesten zeggen. ‘Hij was goed, charosjij, hield vast aan discipline.’

    ‘Hij was al zo toen hij hier woonde’, zullen weinigen zeggen. ‘Een stuk verdriet was hij. Maar wie had gedacht dat hij ons ging vermoorden?’

    Waar kwam Aleksander vandaan? Zijn moeder, Katsiaryna Loekasjenka, ging werken in Orsja en kwam met de president in haar buik terug. Wie was zijn vader? Een zigeuner, zeggen ze. De eenogige chauffeur Grisja uit de linnenbewerkingsfabriek, zeggen ze. ‘Mijn vader kwam om in de Grote Vaderlandse Oorlog,’ voegt de president zelf eraan toe. Maar de laatste schoten vielen negen jaar voordat hij werd geboren. Heeft hij zo lang in zijn moeders buik liggen wachten? Een wonder? Het is onbekend.

    Wat wel bekend is, is het volgende: Kopys, 1954, augustus.

    De 30ste of 31ste augustus? Dat is dan weer onbekend. Vroeger werd het officieel op de 30ste gevierd, maar sinds twee jaar geldt een nieuwe verordening: de president is jarig op 31 augustus, net als zijn jongste zoon Kola.

    Hij kreeg de naam Aleksander, de beschermer van de mensheid, en groeide op in het nabije dorp Aleksandrja, aan de andere rivieroever.

    ‘Ik zat met mijnheer de president samen in de eerste klas van de basisschool,’ zegt Aleksander Aleksijevitsj, leunend tegen een verrot deurkozijn van de veranda, zo verrot dat het elk ogenblik kon omvallen en de ruit doen sneuvelen. Dat wil zeggen als in de ramen van het huis van Aleksander Aleksijevitsj glas zou zitten. Er zit folie in. Aleksander Aleksijevitsj trekt zenuwachtig aan zijn sigaret in een sigarettenpijpje van gedraaid aluminium. ‘Wie had gedacht dat hij president zou worden? Ik voetbalde met hem in de modder. En nu komt hij langs met een auto, chique gekleed, gaat even wandelen. Waarom zou ik hem proberen te benaderen? Wat voor hulp heb ik nodig? Nou ja, ik heb geen verwarming, maar ik stook met hout, het gaat prima.’

    ‘Maar is het beter als nu Pappie regeert of was het beter onder de Sovjets?’

    ‘Ik heb hoofdletsel. Wat ik me kan herinneren, herinner ik me.’ Aleksander Aleksijevitsj krabt op zijn hoofd alsof hij dichter bij zijn herinneringen zou willen komen. ‘Om een of andere reden kan ik me dat niet herinneren.’

    Nog maar weinigen in het dorp kunnen zich de president herinneren. Allemaal forensen. Een goede plek, ‘de geboorteplaats van presidenten’, er komen steeds meer huizen bij. Ze hebben niet gezien in wat voor armoede Pappie leefde, hoe de jochies aan zijn oren trokken omdat hij geen vader had. Wat kunnen ze vertellen?

    Het boerenhuisje, waar de president op een aardappeldieet groeide als kool, is er ook niet meer. Toen hij president werd beval hij het plat te gooien. Op die plek staan er nu een houten wachthuisje, een bank en een tafeltje. Je kunt er even gaan zitten, een slokje thee uit je thermosfles nemen, op een augurkje uit het koninkrijk der augurken knabbelen en een blik werpen op het land van de zon.

    screenshot 2021 01 28 at 13 18 50

    Geschiedenisleraar

    ‘De oude schoolarts zou zich hem kunnen herinneren,’ herinnert Aleksander Aleksijevitsj zich en stopt met krabben aan zijn hoofd. ‘Hij zou iets kunnen vertellen.’

    De schoolarts Nikolaj Danilovitsj Jelski: ‘Ik zeg niets! Waarom zijn jullie hier aan het snuffelen? Onze president is een goed mens, hij bevalt ons wel,’ zweert hij en vervolgt: ‘Natuurlijk kan ik het me herinneren! Mijn vrouw Tamara Ivanovna heeft samen met hem gewerkt. ‘Zo was het toch, Tamara Ivanovna?’

    Tamara Ivanovna fatsoeneert haar bloemetjeshoofddoek, tikt met haar wandelstok en verdwijnt in een andere kamer.

    ‘Toen hij hier voor het eerst als president kwam, vroeg hij: “Hoe gaat het met jullie, streekgenoten?” “Goed hoor, Aleksander Grigorjevitsj!” antwoordde ik, waarop de president zei: “Ga dan aan het werk en leef!” En dus werk ik. Ik heb een koe en konijnen. En ik leef. En ik heb het goed. Tamara Ivanovna, zeg eens wat!’

    ‘Dat interesseert me niets!’

    ‘Tamara was de mentor van de eerste klassen van de basisschool toen Pappie hier geschiedenisles gaf. Ik heb dertig jaar als arts gewerkt. Mijn pensioen bedraagt zevenhonderdduizend Belarussische roebels. In de winkels is alles te koop, worsten, vleeswaren, ik kan me het veroorloven. We hebben hier ook een zwembad, een sauna, een jacuzzi. Hij heeft een school voor ons laten bouwen, en een sportcomplex en asfaltwegen. O, er reed een auto voorbij! Tegenwoordig heeft hier één op de drie een auto. Er is ook een hotel en een volgende is in aanbouw. Want er komen excursies hierheen uit Minsk en zelfs uit Rusland! Wat bezoeken ze? Er is een museum, een zaal in de oude school waar de president op zat. Ik ga het even laten zien, maar alleen van de straatkant, want anders moet je met een militieagent komen en er toestemming voor hebben. Wie weet, leg je er wel een explosief onder,’ Kola knijpt zijn ogen dicht.

    Sasja uit Sjklov

    Door de ruit zijn de netjes opgestapelde boeken te zien. Alsof de kleine Sanja, zoon van een melkboerin en een onbekende vader, gisteren nog met de neus in de boeken aandachtig zat te lezen over de kleine Ioseb Besarionis Dze Dzjoegasjvili, zoon van de schoenmaker Vissarion en de wasvrouw Jekaterina.

    Hij moest wel van de geschiedenis houden aangezien hij naar Mohylev vertrok om er geschiedenis te gaan studeren.

    In het land van de zon, het koningrijk der augurken, opgesloten in een kasteel, woont prinses Halina. De prinses is al met pensioen, maar ze verdient nog wat bij bij een Regionaal Uitvoerings-comité. Ze organiseert de verblijven in de sanatoria. Ze heeft Sasja leren kennen op de basisschool. Vier kilometer legde hij af om bij haar te zijn. Ze was zo gewoontjes en rustig. En ook hij was vroeger zo gewoon. Later niet meer.

    Hij vertrok naar Minsk om het land te besturen, zij bleef achter op de boerderij met de koeien. ‘Echtgenotes horen zich niet te bemoeien met de zaken van de staatsambtenaren,’ zei hij. Waarom deed ze het dan? Ze liet aan de journalisten zien hoe ze de koe Milka aan het melken was. Een koe aan de tieten trekken, zoiets hoort toch niet bij de Eerste Dame? Pappie verbood contacten met de pers en sloot de prinses in het kasteel op: om een groen huisje in Rizkovitsje (tegenwoordig een wijk van Sjklov) liet hij een muur bouwen. Er is een controlepost naast geplaatst. Als er iemand stopt en te lang blijft kijken, dan wordt er meteen gecontroleerd: Wie is het? Wat wil hij? Wat voor een verdacht gezicht is dat? Waarom zulke lange armen? Waarom zulke onrustige ogen? Waarom glimlacht hij? Is er iets om te lachen? Voor wie is hij bang? Misschien heeft hij een reden om bang te zijn?

    Het zestienduizend inwoners tellende stadje Sjklov nabij Aleksandrja is een koninkrijk der augurken. De hele regio staat bekend om de augurken die er worden verbouwd en verwerkt. De augurk heeft zelfs zijn standbeeld in Sjklov. Manshoog, glimlachend, houdt hij een met augurken gevuld mandje vast. In het plaatselijke museum bevindt zich een wand die aan de president is gewijd. Vanaf de foto’s blinkt het gebit van de president die door de lokale notabelen wordt verwelkomd.

    Pappie en augurken zijn de symbolen van Sjklov. Sasja is hierheen gekomen omdat hij geen tractorchauffeur wilde worden zoals de andere jongens van het dorp. Maar hij wist nog niet wat hij wel wilde gaan doen. Hij gaf geschiedenisles, hij probeerde het in het leger als politruk [ambtenaar van de Communistische Partij die is aangesteld om de communistische ideologie te versterken in het leger]. Hij was op zoek naar zijn roeping, naar iets waarin hij goed zou zijn.

    screenshot 2021 01 28 at 13 19 15

    Iets aangekruist
    ‘Je kunt toch geen slechte herinneringen aan de president hebben?’ verbaast Misjka zich in zijn vlakbij Sjklov gelegen huisje, dat beplakt is met sneeuw als dumplings met dikke room. Misjka is eenentwintig jaar oud en gedurende zijn hele jonge leven steunde hij Loekasjenka. Maar de laatste tijd is er bij Misjka een revolutie te bespeuren.

    Men zegt dat hij tijdens de presidentsverkiezingen op Sannikau heeft gestemd, degene die in de gevangenis werd gezet.

    ‘Misja, wat is er gebeurd?’

    ‘Ik heb op Sannikau gestemd. Of misschien op Niaklajeu? Ik kan het me niet herinneren. Ik had haast toen ze met de stembus langskwamen. Ik heb snel iets aangekruist zonder goed te kijken. Later, toen ze op de televisie lieten zien wat er op het plein in Minsk aan de hand was, de protesten en rellen, toen kreeg ik er spijt van. Zo’n land hebben we niet nodig.’

    Want nu, volgens Misja, heerst er vrede en rust, wat wil je nog meer. Hij heeft werk en hij wordt naar de bouwplaats gebracht. Hij verdient vijfhonderd dollar per maand. Nou ja, Misja heeft dat geld nog niet gezien, maar dat werd hem beloofd (Misjka’s moeder, die vroeger in een sovchoz met Loekasjenka werkte, krijgt een salaris van tweehonderd zestigduizend Belarussische roebels, dat wil zeggen negentig dollar). En dan op zondag een sauna en vrienden. Een prima leven. Daarom wordt Misja voorzichtiger bij de volgende verkiezingen.

    ‘En degenen die niet van hem houden, koesteren zij misschien om een of andere reden wrok tegen hem?’ vraagt Misjka zich af.

    Natuurlijk zijn die er ook, zelfs op de presidentiële grond zijn er egoïsten
    die hem niet als Vader willen.

    ‘In het vlakbij Sjklov gelegen dorp Dobrejka woont Pjotr Migoerski. Wat |is hij allemaal niet aan het doen, hoe strijdt hij niet tegen het regime! Een moedige, harde werker. Verbazingwekkend dat hij nog niet is ontslagen,’
    vertelt journalist Anatol Gulajeu, de oude kennis van Loekasjenka.

    ‘Kom, we gaan een glaasje drinken want ik ben vandaag ontslagen,’ zegt Pjotr Migoerski.

    Migoerski was ooit leidinggevende, zoals Loekasjenka, maar dan van een kolchoz [collectieve boerderij bestuurd door de boeren zelf ten tijden van de Sovjet-Unie. De kolchoz heette De overwinning. Migoerski dronk wodka met Pappie, ze voetbalden met elkaar. Vandaag de dag is Loekasjenka, oud-directeur van een sovchoz, de president en hij ontslaat op staande voet Migoerski, oud-directeur van een kolchoz, doctor in de economie in Mohylev.

    ‘De decaan riep me naar zich toe en zei tegen me: “Neem zelf maar ontslag, anders zal ik je moeten ontslaan.” Die decaan is een goede vent, maar hij kan niet anders.’

    Waarom? – zo luidt de titel van een vertelling van Tolstoj over de familie Migoerski, de Poolse bannelingen in Siberië. Volgens Migoerski uit Dobrejka gaat het over zijn voorouders. Zijn overgrootmoeder was de maîtresse van de schrijver en daarom had hij over hen geschreven.

    ‘Waarom?’ vraagt Migoerski nu in navolging van Tolstoj. ‘Waarom werd ik uit mijn werk gegooid?’

    Ja, hij geeft een onafhankelijke krant Sjklov Info uit (oplage tot driehonderd exemplaren).

    Ja, hij neemt deel aan de beweging Zeg de Waarheid die de informatie over de ware toestand van de Belarussische staat verzamelt en verspreidt.

    Ja, hij gaf in de regio leiding aan de campagneteams van Niaklajeu,
    Sannikau, Rymasjeuski en Kastoesiou (het kan niet anders, de oppositie is hier te klein om voor elke kandidaat een afzonderlijke team op te zetten).

    En het allerbelangrijkste: ja, tijdens de laatste verkiezingen was hij de rechterhand van de kandidaat Niaklajeu.

    Hij is schuldig aan zo veel misdrijven. Vanwaar dus die verbazing?

    Een verbetering zit er ook niet in: bij Pjotr Migoerski op de zolder bevindt zich “het museum van de oppositie”.

    Om de wit-rood-witte vlag van het onafhankelijke Belarus liggen de insignes van het verzet: een bordje met daarop de paus (uit Krakau), de balpen van Sjoesjkievitsj, de handtekening van Milinkievitsj. En een sjaal van Manchester United.

    Op Pappies grond zijn er maar weinigen die ‘wrok’ koesteren (zoals Misja het zou hebben gezegd). Het is hier geen Minsk.

    Mensen hier houden van dit soort bestuur. Men houdt hier van salarisverhogingen (al worden ze direct opgevolgd door prijsverhogingen; de prijzen worden door de staat gereguleerd en altijd in dezelfde volgorde: eerst stijgen de salarissen, daarna de prijzen, zodat men nooit over te veel geld kan beschikken en zou ophouden met aards denken, maar ook zo dat men niet te veel honger zou lijden om in opstand te komen).

    Men houdt van goed bevoorrade winkels (wat maakt het uit dat de prijzen zo hoog zijn, dat de Wit- Russen die vlakbij de Poolse grens wonen voor hun boodschappen naar Polen afreizen, alleen de sigaretten zijn hier goedkoper, maar met tabak eet je je buikje niet rond). Men houdt hier van een stabiele uitbetaling van pensioenen (een hongerpensioen, maar altijd op tijd binnen). Het studeren is gratis (wat maakt het uit dat je het later moet afbetalen door drie jaar lang te werken op het terrein rond Tsjernobyl of in de landbouw). En in geval van een geldtekort in het land, laat Pappie geld bijdrukken.

    Yoghurt
    De wodka raakt op. Pjotr Migoerski herinnert zich ineens dat hij geen werk meer heeft. Hij haalt de schilderijen van de muur af en wil ze gaan verkopen om brood te kunnen kopen. Hij doet zijn overhemd uit, want naast de kachel is het heet. Met een T-shirt aan met daarop ‘De waarheid overwint’ neemt hij plaats voor het tv-toestel Vitjaz en drukt op de knop.

    Klik.

    ‘…het is nog geen jaar geleden dat de sovchoz Zabielsjin, tegenwoordig Oma’s Binnenplaats, begon winst te maken. De melkproductie in de sovchoz steeg toentertijd …’

    Klik.

    ‘…en acht miljoen ton aardappelen.’

    ‘Waar zijn die aardappelen, waar is die melk?’ vraagt Migoerski. ‘Er is van alles, ja. Op papier. Ze schrijven er cijfers bij om het mooier te doen lijken. Een lage ambtenaar schrijft er wat bij, een belangrijke chef schrijft er wat bij en ook de minister. Vandaag weet eigenlijk niemand hoeveel graan, aardappelen, melk en vlees we werkelijk produceren. De melkverkoopcijfers zijn een staatsgeheim.’

    Klik.

    De president is aan het woord! Hij heeft het over yoghurt, een zaak van staatsbelang. Danone wil Belarus bestelen. Hij schreeuwt. De gezichten van de ministers verbleken. Bij al dat geschreeuw staan ze voorovergebogen en verontschuldigen zich.

    Klik.

    De Egyptische meute steekt een papieren gezicht van Moebarak in brand. Wanneer het vuur Moebaraks neus en wangen verorbert, beginnen Migoerski’s ogen te schitteren.

    ‘Hij is al tachtig. Hij hoort met zijn kleinkinderen te spelen en niet het land te besturen. Dit is een waarschuwing aan de onze,’ zegt Pjotr Migoerski vrolijk.

    ‘Maar die Egyptische Pappie regeert al dertig jaar lang en onze Pappie pas zeventien jaar’ voegt zijn vrouw Valentina Filipovna somber aan toe.

    Aleksander uit de Haradzjets sovchoz ‘wanneer hij een toespraak hield grepen de directeuren, ouderen en oogopgeleiden naar hun hoofd. Maar anderen vonden het leuk,’ vertelt Anatol Goelajeu, journalist uit Minsk, oud-kennis van Pappie uit Sjklov.

    Op zijn eerste werkdag in de sovchoz had hij gezegd:
    “Ik ben jullie Führer!”

    Daar houdt men van met de arm dreigend zwaaien, keihard met de vuist op tafel slaan. En zo was Sasjka uit Sjklov toen hij Aleksander werd, directeur van de Haradzjets sovchoz. Besnord en breedgeschouderd, oude makker, wapperend met zijn armen alsof hij naar Minsk zou willen vliegen.

    ‘Niemand wilde hem als directeur, maar hij hield voet bij stuk. Hij kreeg die baan omdat men genoeg van hem had’ voegt Goelajeu eraan toe.

    ‘Mijn vrouw kwam naar me toe en zei: “Er is een nieuwe directeur, hij is jong, belooft weelde en stelt orde op zaken,”‘ herinnert zich Vladimir Olejnikov, bosbouwkundige en voorzitter van het oppositionele Belarussische Volksfront (BNF) in de regio. We warmen onze handen in het houten huisje vlakbij Haradzjets.

    ‘Ik kreeg toen een baan van de bijenhouder in de sovchoz aangeboden. Aan het begin had ik een goed contact met de president. Maar later verdween mijn honing uit het magazijn. Loekasjenkas glimlach verdween eveneens. Pas toen ik stopte met werken hoorde ik dat de tonnetjes met honing in het kabinet van zijn plaatsvervanger stonden. Mijn vrouw vertelde dat hij op zijn eerste werkdag in de sovchoz had gezegd: “Kameraden, ik ben jullie Führer!” Dat zei hij zonder een valse gedachte erbij.’

    Lavon Barsjtsjeuski, schrijver, aanhanger van de oppositie, was in 1990 samen met Loekasjenka gedeputeerde in de Hoogste Raad van de Socialistische Sovjetrepubliek Belarus.

    Andere dictators

    ‘Waarom wordt Stalin door Loekasjenka zo verheerlijkt? Waarom ontkent hij diens misdrijven, waarom bouwt hij voor hem een museum vlakbij Minsk? Een dictator voelt altijd, onderbewust, sympathie voor andere dictators. En hoe ging het met het interview waarin hij het efficiënte beheer van Hitler de hemel in prees? Volgens hem was dat een compliment. Hij dacht dat als hij iets positiefs over een Duitse leider, hetzij Hitler, hetzij een andere, zou zeggen, dat een Duitse journalist als muziek in de oren zou klinken.’

    ‘Hij hield een piepklein kopje in zijn enorme handpalm. Hij zat bij me in
    de keuken en smeekte om hulp,’ herinnert journalist Goelajeu zich. ‘Het was 1988, perestrojka, de verkiezingen voor het Congres van de Volksgedeputeerden van de Sovjet-Unie waaraan hij deelnam. De lokale autoriteiten hinderde hem bij het organiseren van de bijeenkomsten omdat hij zichzelf had gekandideerd.

    Toentertijd werkte ik als correspondent voor de Moskouse krant Idyllisch Leven uitgegeven door het Centraal Comité van de Communistische Partij. Oplage van twaalf miljoen. Ik ging op stap langs verschillende dorpen. En ik zag, inderdaad, dat hij werd gehinderd. Ik publiceerde een artikel dat hem enigszins had geholpen, maar de verkiezingen verloor hij alsnog. We werden echter vrienden. Hij kwam me op mijn datsja opzoeken, bracht cognac mee en we dronken. Hij stelde zijn vriendinnen aan me voor. Geen enkele sloeg hij over.

    Een jaar later waren er verkiezingen voor de Hoogste Raad van de Socialistische Sovjetrepubliek Belarus. Loekasjenka doet weer mee. En opnieuw komt hij bij Goelajeu langs. Al vanaf de voordeur roept hij: ‘Ik heb niemand geslagen!’

    ‘Er was in de sovchoz een zekere Vladimir Bandoerkov, een tractor-bestuurder,’ licht Goelajeu toe. ‘Bandoerkov beklaagde zich dat hij van de directeur een behoorlijke rammel had gekregen. Loekasjenka kon er drie tot acht jaar voor krijgen. Dus ging ik bij Bandoerkov langs. Een armoedig huis, vijf kinderen kwamen te voorschijn, het ene nog meer besmeurd
    dan het andere. Ik vroeg: Sloeg hij?

    “Hij sloeg, smeet me op de grond en schopte. Ik haalde de anderen erbij. Er waren twaalf tractorchauffeurs in de sovchoz. Acht van de twaalf zeiden dat zij door Loekasjenka ook werden geslagen.” “Nou, Sasja, hoe zit dat?” vroeg ik hem. Hij antwoordde: “Wat een smeerlappen! Ik heb zoveel voor hen gedaan en ze kunnen maar niet vergeten dat ik ze een keer op hun bek heb geslagen.”

    Maar deze verkiezingen werden door Loekasjenka wel gewonnen. De zaak werd gesloten.

    Pak rammel

    Pappie vertrok naar Minsk, maar was niets veranderd. De demonstranten
    op het plein horen nu ook: ‘Ik doe voor jullie zoveel goeds en moet ik soms, als een vader, jullie een pak rammel geven.’

    In het koninkrijk der augurken doet nog een verhaal de ronde. Een zekere Ivan Joesjkievitsj, landbouwkundig mecanicien, blijft met zijn collega’s buiten op het veld lunchen. ‘Wat doet die wodka bij de lunch?’ schreeuwt Loekasjenka. Maar Joesjkievitsj kwam onlangs terug uit Tiumeni in Siberië, waar hij in een kopermijn had gewerkt. Als je daar niet voor jezelf opkomt, dan overleef je het niet. Hij vuurt een scheldkanonnade af richting Loekasjenka. Loekasjenka grijpt Joesjkievitsj bij zijn overhemd. Joesjkievitsj grijpt naar een rubberen buis. De rubberen buis knalt op de rug van Loekasjenka.

    Ze kunnen maar niet vergeten dat ik ze een keer op hun bek heb geslagen

    Hoe ouder Ivan werd, hoe banger hij was daarover te vertellen. Hij overleed een jaar geleden. Zijn buren uit het koninkrijk der augurken vragen zich af waarom Pappie nooit wraak op Joesjkievitsj had genomen, terwijl de anderen voor kleinere vergrijpen er flink van langs kregen.

    Pappie vertrok om het vaderland te besturen, maar de Sovjet mogendheid viel uit elkaar. Men maakte zich zorgen of er geen oorlog zou komen. Nu moest Belarus zichzelf gaan besturen. Helemaal alleen, o, o wat eng. We
    kregen een nieuwe vlag, een nieuw embleem en nieuw, Wit-Russich geld met diertjes erop. In de winkels waren tekorten aan alles, terwijl de prijzen als de Sovjet spoetniks recht de hemel invlogen. Er moesten nullen aan het geld worden toegevoegd en er moesten nieuwe bankbiljetten met nieuwe diertjes worden bijgedrukt. Uiteindelijk kwam men diertjes tekort. Er heerste een gigantische chaos: wie was wie, voor wie moest men buigen en voor wie niet? Niemand die het wist.

    Maar daar, in het verre Minsk, gaat de directeur van de sovchoz uit Sjklov, een goede gozer, de orde op zaken stellen.

    ‘Hij was heel ambitieus,’ zegt Lavon Barsjtsjeuski. ‘En we hadden iemand nodig die verstand had van de landbouw. Pas later kregen we het door dat hij er niet veel verstand van had. Maar hij hield ervan om erover te praten. Ook over het feit dat hij adviseur van Gorbatsjov was. Vaak waren we samen aan het voetballen. Hij was spits en schoot keihard, maar de bal vloog meestal langs het doel. Dan werd hij boos en maakte een overtreding. We hielden er niet van om met hem te spelen, want hij schreeuwde en schold zoals hij dat bij zijn onderdanen in de sovchoz deed, terwijl er kinderen langs de kant stonden. Hij leed destijds aan depressie. Hij droomde ervan om de eerste partijsecretaris te worden, maar de Sovjet-Unie viel voor zijn ogen uiteen. Zijn droom spatte uit elkaar. Maar al snel vond hij een nieuw doel: president worden.

    En hij werd dat in 1994.

    In 1995 introduceert hij een vlag en een embleem die naar het communistische Wit- Rusland verwijzen.

    In 1996 wijzigt hij de grondwet, ontbindt de Hoge Raad en vervangt deze door het aan hem ondergeschikte parlement.

    ‘Een deel van de intelligentsia, zoals Karpienka en Hantsjar, heeft hem geholpen om president te worden,’ aldus Lavon Barsjtsjeuski. ‘Wij wilden geen presidentieel systeem, maar zij hielden voet bij stuk: “We hebben
    een sterke president nodig om de hervormingen door te kunnen voeren, we zullen hem begeleiden.” “Jullie zullen nog huilen door voor zo iemand te kiezen,” zeiden we. Maar ze zullen niet eens meer huilen. Ze zijn er niet meer.’

    De opgedroogde bloedvlekken en de verlaten auto’s bleven achter

    Als eerste werd Hienadz Karpienka vergiftigd. Hij raakte in coma na koffie te hebben gedronken en overleed in april 1999. Zijn begrafenis groeide uit tot een demonstratie van de oppositie.

    Daarna waren er geen demonstraties meer. Want er waren geen lichamen om te begraven.

    Binnen een paar maanden losten in de Belarussische lucht de belangrijkste oppositieleden op: Joerij Zacharanka (mei 1999), Viktar Hantsjar (september 1999), Anatol Krasouski (september 1999).

    In juli 2000 verdween Dzmitrij Zavadski, de persoonlijke cameraman van de president die Pappie had verruild voor de Russische televisiezender ORT.

    De opgedroogde bloedvlekken en de verlaten auto’s bleven achter.

    screenshot 2021 01 28 at 13 22 51

    ‘Ik zeg het eerlijk, er is orde in het land onder Loekasjenka. Hij houdt vast aan discipline. De oppositie is hier niet nodig, noch de chaos zoals in Oekraine’ constateert eenentwintigjarige Misja uit Sjklov en zet zijn pet weer goed. De wind blaast de sneeuw weg die van het huisje verdwijnt als de room van de dumplings.

    ‘Drie keer kreeg ik van de president een baan aangeboden,’ vertelt journalist Goelajeu. Hij kijkt uit het raam. ‘Drie keer heb ik geweigerd. Ik zou me bezig moeten gaan houden met de sluiting van de krantenredacties. Later ging ik kritische artikelen schrijven over de manier waarop hij met de oude rivalen uit de Sjklov regio was omgegaan. Toen werd hij boos op mij. Omdat ik hem een keer had geholpen dacht hij dat ik dat mijn hele leven lang zou gaan doen.

    Aan het begin van zijn presidentschap kreeg ik bezoek van buitenlandse journalisten. Ze wilden een boek schrijven over de relatie met zijn vrouw Halina. Ik wist er veel van. Ze boden me geld aan, maar ik had het geweigerd. Destijds was ik een huisvriend van de Loekasjenka’s, dat zou een schurkenstreek zijn geweest. Ze zijn met niets vertrokken. Binnen de kortste keren verscheen de hoofdredacteur van de krant Sovjet Belarus en zei tegen me: “Aleksander Loekasjenka vroeg om aan u door te geven dat hij niet op u is gesteld, maar dat hij u wel respecteert.”‘

    ‘Wij, vogelverschrikkers,’ constateert bijenhouder Olejnikov. ‘Men wijst met de vinger naar ons: “Kijk eens hoe die oppositieleden leven.” Maar ik heb de vrijheid leren kennen en ik kan niet meer anders. Vijftien jaar werkte ik in de bossen. Elk jaar werd er een zaak tegen me aangespannen of ik moest voor de rechter verschijnen. Ik heb mijn brood leren verdienen. Ze hebben me met rust gelaten. Binnen de oppositie van ons district is er sprake van een ware pogrom zodat we geen enkele bedreiging voor hen vormen. De mensen van hier zijn als kinderen. Ze hebben een vader nodig. Ongeacht of en hoe erg hij hen zou bedriegen en oplichten, ze zullen hem blijven geloven. Van de vrijheid worden ze misselijk.’

    Tijdens de laatste verkiezingen werkte Olejnikov als waarnemer en dus zag hij van alles. ‘We komen langs bij een oud vrouwtje. “Pakt u maar een stembiljet. U kunt wel of niet stemmen, maar pakt u die maar.” Ik zat een uur te wachten en liet niet toe dat iemand anders voor haar ging stemmen. Maar ze was zelf niet in staat om dat te doen. Ze zat te staren naar dat stembiljet, het witte vlak deed pijn aan de ogen. “Ik zelf? Waarom zoveel namen? Konden ze niet maar één kandidaat voorleggen zodat je er niet zo moe van werd?”

    De waarheid overwint

    In het land van de zon, in het koninkrijk der augurken sneeuwt het. Pjotr Migoerski trekt een warme trui over zijn t-shirt met daarop ‘De waarheid overwint’ en kijkt naar de tv hoe Egypte kookt. Hoe het borrelt en overstroomt. Hij kijkt naar Egypte, maar denkt aan Belarus: zal Loekasjenka de troon afstaan?

    ‘Nee, dat doet hij niet,’ Lavon Barsjtsjeuski weet het zeker. ‘Tijdens de laatste demonstraties van de oppositie op 19 december was het ijzig koud. Als hij even had gewacht, waren de mensen vanzelf naar huis gegaan. Maar hij is een lafaard. Hij vreest dat men hem Hantsjar en Zacharanka niet zal vergeven en dus liet hij de demonstranten met de knuppel bewerken.’

    ‘Waarom zou hij de troon afstaan?’ zullen de anderen uit het koninkrijk der augurken vragen, ‘hij is toch een vader voor het leven? Een vader kun je niet veranderen. Alleen ontaarde kinderen breken met hun vader.’

    ‘Is dat gespuis beter dan Pappie?’ vraagt Nikolaj Danilovitsj Jelski, de dokter uit Aleksandrja. ‘Ik zag de oppositieleden op de televisie: “Als ik president word, dan verzeker ik jullie van alles!” En waar haal je het vandaan, sukkel? “Halasavac za mianie. Ja prezident!” Hij spreekt Wit-Russisch. Wat voor een president. Jij, een stuk ongeluk!’ zegt dokter Jelski boos.

    Het oude vrouwtje op de fiets (dat naar de jacuzzi gaat) zet haar nat van de sneeuw geworden muts weer netjes op. ‘Mijn God, Gospodi, ik moest me zo schamen toen ik hen op de televisie zag. Ze kunnen niet praten! Later zag ik hoe in Minsk hun ruggen met de knuppels werden bewerkt. “Harder, harder!” schreeuwde ik zelfs.’

    ‘Onze Sasjka uit Aleksandrja is niets veranderd,’ zegt dokter Jelski.

    ‘Het is moeilijk voor de mens om na zijn veertigste nog te veranderen,’ bevestigt journalist Goelajeu. ‘Vergaf hij vroeger niet, dan vergeeft hij nu ook niet. Was hij vroeger onverbiddelijk jegens zijn opponenten, dan is hij dat nu ook. Maar hij is geen beest. Hij is zoals de anderen. Als men aan iemand anders de absolute macht zou geven, wat zou hij dan hebben gedaan? Men vraagt me weleens of Loekasjenka
    wijs is. Nee, niet echt. Er bestaat een Wit-Russisch gezegde: dom of niet, maar wel sluw. Om de macht tot elke prijs te behouden is wijsheid niet nodig.

    Het is voldoende om geen geweten te hebben.

    In het land van de zon, het koninkrijk der augurken, sneeuwt het niet meer. In de verte doemt een kaal geraamte op, een hotel in aanbouw. In het dorp doet de roddel de ronde dat ook de president hier zijn residentie aan het bouwen is. Hij komt voor zijn oude dag terug naar de Dnjepr. Naar het koninkrijk der augurken. Niet meer als Sanja, de zoon van een melkboerin, de jongen aan wiens oren andere jochies trokken, maar als mijnheer Aleksander Ryhoravitsj Loekasjenka, president van de Republiek Belarus. Degene die zelf geen pappie had, Pappie van ons allen.

    Grzegorz Szymanik

    Journalist Grzegorz Szymanik is verbonden aan de Poolse krant Gazeta Wyborcza.

    _Zijn reportage verscheen oorspronkelijk in deze krant in april 2011 onder de titel ‘Kameraden, ik ben jullie Führer!’ (Towarzysze, jestem waszym Führerem!) en is onder de titel ‘Alexanderroman uit het koninkrijk der augurken’ opgenomen in Szymanik’s boek De motoren achter de revoluties (Motory rewolucji, Czarne 2015). _

    Forge
    VS | forge.medium.com

    Forge is opgericht ‘om onze constante strijd te onderzoeken om meer gedaan te krijgen, creatiever te zijn en ook nog eens gelukkig’. Over lifestyle en levenskunst. De leuze luidt: ‘Beat Yesterday’

  • Cambodja’s autoritaire premier denkt na 36 jaar nog niet aan stoppen

    Cambodja’s autoritaire premier denkt na 36 jaar nog niet aan stoppen

    Hun Sen werd bijna zesendertig jaar geleden premier van Cambodja. Op 29 december verklaarde hij dat hij nog eens tien jaar in die functie wil dienen. Een reële wens, aangezien Hun Sen vrijwel de volledige oppositie onschadelijk heeft gemaakt.

    ‘Ik denk dat ik aan de macht zal blijven tot ik de leeftijd van 78 jaar heb bereikt, in andere woorden, de komende 10 jaar,’ aldus de Cambodjaanse minister-president Hun Sen. Premier Sen, die binnenkort zijn zesendertigste verjaardag als leider van het kleine koninkrijk zal vieren, verklaarde op 29 december dat hij nog niet klaar was om op te geven, meldt The Khmer Times. ‘Iedereen die Hun Sen wil vervangen zal eerst de verkiezingen moeten winnen,’ zei hij in een toespraak in de derde persoon.

    Die uitspraak klinkt als een slechte grap, als je bedenkt dat Sen zo’n beetje alle vormen van oppositie heeft uitgebannen. De Cambodjaanse Volkspartij van Hun Sen heeft bij de laatste parlementsverkiezingen in 2018 eenvoudigweg alle zetels in het nationale parlement gewonnen, voor het eerst sinds de herinvoering van de meerpartijenverkiezingen in 1993. Dit kon gebeuren omdat het Cambodjaanse Hooggerechtshof de grootste oppositiepartij, de CNRP van Sam Rainsy, had ontbonden. ‘Dood van de democratie’, concludeerde The Guardian eind 2017.

    Sam Rainsy zelf, zijn belangrijkste tegenstander, leeft in ballingschap in Parijs en werd gisteren (30 december) veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaar, nadat hij schuldig was bevonden aan het beledigen van de minister van Binnenlandse Zaken, bericht The Khmer Times in een ander artikel.

    Hun Sen is ‘aan de macht gebleven dankzij een harde kern van meedogenloze leden van de veiligheidstroepen’

    Een snelle blik op de Cambodja-berichtgeving van de prodemocratische Radio Free Asia (gefinancierd door de Amerikaanse overheid), geeft een beeld van de autoritaire hand waarmee Hun Sen het Zuidoost-Aziatische land regeert. Zo bericht RFA dat woensdag drie oppositie-activisten van de CNRP, die werd voortgezet buiten het parlement, zijn opgepakt voor ‘opruiing’. Volgens een politievoerder zijn de drie vrouwen gearresteerd omdat ze hebben deelgenomen aan een protest zonder daarvoor toestemming aan de autoriteiten te vragen.

    Radio Free Asia Cambodja
    De Cambodja-pagina van Radio Free Asia

    Naast de rechtszaak tegen oppositieleider Sam Rainsy is dinsdag ook het proces begonnen tegen twintig CNRP-leden. Zij worden beschuldigd van het organiseren van een ‘coup’; het aanzetten van soldaten om bevelen te negeren, en van het ‘aanzetten tot ernstige sociale chaos’, meldt RFA.

    Langstzittende premier

    Hun Sen, die zelf ooit opkwam in Rode Khmer-kringen maar later afstand nam van deze terreurorganisatie, werd in 1979 na de val van het Rode Khmer-regime in hoofdstad Phnom Penh naar voren geschoven door de Vietnamese bezetter. Amper 26 jaar oud, werd hij eerst minister van Buitenlandse Zaken. Zes jaar later werd hij benoemd tot premier. Een post die hij sindsdien niet meer heeft verlaten, al moest hij deze titel enkele keren wegens een gebrek aan stemmen kort delen met een co-premier.

    Bij zijn aantreden op 14 januari 1985 was Sen met zijn 32 jaar de jongste premier ter wereld, schrijft The Khmer Times trots. ‘Vandaag de dag is hij ’s werelds langst dienende premier en een van de langst dienende leiders ter wereld.’

    In augustus heeft website Axios een ranglijst opgesteld van de langstzittende machthebbers ter wereld. Hun Sen staat op de derde trede van het podium, achter Paul Biya uit Kameroen (37 jaar aan de macht) en de president van Equatoriaal-Guinea, Teodoro Obiang Nguema Mbasogo (41 jaar). Als 68-jarige heeft Sen, in vergelijking met de 78 en 87 jaar van zijn twee rivalen, nog alle mogelijkheid om door te groeien naar de koppositie.

    De 68-jarige premier sprak zijn intentie om nog langer aan de macht te blijven op dinsdag uit tijdens een viering van het einde van de Cambodjaanse Burgeroorlog, die 22 jaar geleden definitief het afscheid betekende van de beruchte Cambodjaanse revolutionair Pol Pot en de Rode Khmer.

    ‘Wurggreep’

    Inmiddels lijkt Hun Sen zelf een militaire dictator te zijn geworden, dat is tenminste de conclusie van een rapport van Human Rights Watch uit 2018. Het rapport, Cambodja’s Dirty Dozen, vermeldt de twaalf militairen die de ‘ruggengraat’ vormen van Hun Sens ‘gewelddadige en autoritaire politieke regime’, bericht The Guardian. Volgens het rapport is Hun Sen ‘aan de macht gebleven door het creëren van een harde kern van meedogenloze leden van de veiligheidstroepen’. En zoals het een echte dictator betaamt draagt Sen ook een pompeuze officiële titel: ‘prinselijk verheven opperbevelhebber van de glorieus zegevierende troepen’.

    Naast politieke en militaire invloed, laat Sen ook zijn financiële invloed gelden. ‘“Wurggreep”: Hun Sen regeert Cambodja en zijn familie bezit het’, kopt The Guardian in een artikel uit 2016. Uit een rapport van mensenrechten- en corruptieorganisatie Global Witness blijkt dat familieleden van de premier de meest winstgevende sectoren van de economie van de mijnbouw tot het gokken en onroerend goed domineren. ‘Bedrijven die verbonden zijn met leden van de familie Sen zijn erin geslaagd om lucratieve overheidsopdrachten en overheidsconcessies te verwerven om zo grote rijkdom te vergaren’, stelt het rapport.

    Niets lijkt Hun Sen nog in de weg te zitten om zijn bewind de komende tien jaar voort te zetten.