In tijden van toenemende onzekerheid en politieke onvoorspelbaarheid vragen velen zich af wat 2026 voor ons in petto heeft. Deze artikelen proberen elk de vraag te beantwoorden: ‘Wat staat ons te wachten?’
In het dossier 2026:

In tijden van toenemende onzekerheid en politieke onvoorspelbaarheid vragen velen zich af wat 2026 voor ons in petto heeft. Deze artikelen proberen elk de vraag te beantwoorden: ‘Wat staat ons te wachten?’
In het dossier 2026:

In tijden van conflict staan veel leiders voor een dilemma: er buiten blijven of toch ten strijde trekken voor de goede zaak. Maar is oorlog ooit echt gerechtvaardigd? Waar komt het principe van rechtvaardige oorlog vandaan en hoe is het door de jaren heen veranderd?
In het dossier oorlogvoeren:
De gastredacteur van dit dossier, Antonia Rados (Oostenrijk, 1953), is al veertig jaar oorlogsverslaggever voor de Oostenrijkse televisie en vooral voor publieke en commerciële zenders in Duitsland. Ze deed verslag van oorlogen in het Midden-Oosten, Afrika en Azië en interviewde onder anderen de voormalige Libische leider Muammar Kadhafi, PLO-voorzitter Yasser Arafat, de Iraanse president Mahmoud Ahmadinejad en de Turkse president Recep Tayyip Erdoğan. Ze werd meerdere malen bekroond voor haar verslaggeving, schreef diverse boeken en woont in Wenen, Parijs en Caïro.

De NAVO-top is achter de rug. Hoe staat het ervoor met de mondiale ‘club van democratieën’ ter behoud van collectieve veiligheid en vrijheid van de lidstaten – die nooit enig bezwaar hebben aangetekend tegen de toetreding van ondemocratische regimes? Wat is er veranderd sinds de geopolitieke verhoudingen zijn gaan kantelen en de rol van het bondgenootschap op scherp is gezet? Wordt Europa met een verhoging van de defensie-uitgaven meteen veiliger? Vooraanstaande journalisten en politicologen laten op de volgende pagina’s hun licht schijnen over het verleden en de toekomst van de in 1949 opgerichte Noord-Atlantische Verdragsorganisatie.
In Dossier Herbewapening


Het Forum on European Culture, georganiseerd door het Amsterdamse centrum voor kunst en gesprek De Balie, brengt voor de vijfde keer denkers, schrijvers en kunstenaars samen in tijden van politieke polarisatie en technologische verandering. Welke democratische, inclusieve en verbeeldingvolle voorhoede neemt het op tegen autocraten die autonomie juist vrezen?
Forum on European Culture: Art Against the Tyrants, 25-29 juni, De Balie, Amsterdam, debalie.nl
In Dossier Habemus Forum

Klimaatverandering en biodiversiteitsverlies bedreigen niet alleen het welzijn van de mens en de gezondheid van de planeet, maar ook het bestaan van inheemse talen. Die van de Sami bijvoorbeeld, in het noorden van Scandinavië. Talen met unieke woorden die eeuwenoude kennis over natuur overdragen, verdwijnen nu samen met de landschappen waar ze uit voortkwamen.
In het dossier Smeltende talen:

MAGA-conservatievelingen zijn dol op Viktor Orbán. Maar dankzij hem is Hongarije inmiddels corrupt en verarmd en is de economie gestagneerd. Als Orbáns autoritaire overname als voorbeeld wordt genomen, ziet Anne Applebaum de toekomst van Amerika somber in.
Sjieke hotels en dure restaurants bepalen tegenwoordig het aanzien van het centrum van Boedapest, een stad die ooit bekendstond om haar vervallen gevels. In het centrum van de stad zijn ook nieuwe monumenten verrezen. Een daarvan, een imitatie van het Vietnammonument in Washington D.C., is een eerbetoon aan het verloren gegane, negentiende-eeuwse Hongaarse Rijk. In plaats van namen van oorlogsslachtoffers staan er namen op van voormalige ‘Hongaarse’ plaatsen – dorpen en steden die nu in Roemenië, Slowakije, Oekraïne of Polen liggen. De in lange granieten muren gegraveerde namen vormen een plechtig eerbetoon met een eeuwig brandende vlam.
Maar achter de nationalistische kitsch en de toeristische attracties gaat een heel andere realiteit schuil. Hongarije, dat ooit werd gezien als het rijkste land van Centraal-Europa (‘de gelukkigste barak in het socialistische kamp’ zoals het land tijdens de Koude Oorlog werd genoemd), en dat later het Centraal-Europese land was waar investeerders het meeste heil in zagen, is tegenwoordig een van de armste landen, om niet te zeggen hét armste land, van de Europese Unie.
De industriële productie neemt jaar na jaar af. De productiviteit is de laagste in de wijde omtrek. De werkloosheid neemt steeds meer toe. Ondanks alle grote woorden van de regeringspartij over traditionele waarden, krimpt de bevolking. Misschien komt dat doordat jonge mensen geen kinderen willen krijgen in een land waar twee derde van de inwoners het landelijke onderwijssysteem als ‘slecht’ betitelt en waar afdelingen van ziekenhuizen sluiten omdat er zo veel artsen zijn uitgeweken naar het buitenland. Misschien dat getalenteerde mensen niet in een land willen blijven dat al drie jaar op rij als het meest corrupte land binnen de EU wordt gezien. Zelfs de Index van Economische Vrijheid – die wordt gepubliceerd door de Heritage Foundation, de aan MAGA-gelieerde denktank achter Project 2025 – plaatst Hongarije helemaal onderaan de EU-lijst waar het de integriteit van de overheid betreft.
Toeristen in het centrum van Boedapest merken niets van deze neergang. Net zo min als rechts Amerika, kennelijk. Want hoewel de premier van Hongarije, Viktor Orbán, geen minerale rijkdommen heeft weg te geven en niet over een noemenswaardig leger beschikt, speelt hij een buitenproportionele rol in het politieke debat in Amerika. Tijdens de presidentiële campagne van 2024 had Orbán diverse ontmoetingen met Donald Trump.
Een Republikeins Congreslid omschreef het land als ‘een van de succesvolste modellen van conservatief bestuur’
In mei 2022 organiseerde een pro-Orbán-denktank de rechtse Conservative Political Action Conference (CPAC) in Boedapest, en drie maanden later ging Orbán naar Texas om te spreken op de CPAC-conferentie in Dallas. Tijdens de derde editie van CPAC-Hongarije, vorig jaar, omschreef een Republikeins Congreslid het land als ‘een van de succesvolste modellen van toonaangevende conservatieve opvattingen en bestuur’. In een videoboodschap noemde Steve Bannon Hongarije ‘een inspiratiebron voor de hele wereld’. Kevin Roberts van de Heritage Foundation heeft, in weerwil van de analyse die zijn eigen instituut heeft gemaakt van de manier waarop Hongarije wordt bestuurd, het moderne Hongarije geprezen als ‘niet zomaar een model voor moderne staatskunde, maar hét model’.
Wat is dit dan voor model, dat zo veel bewondering oogst? Op de eerste plaats heeft het niets van doen met moderne staatskunde. Het is een zeer oude, zeer bekende blauwdruk voor een autocratische machtsovername, die is gehanteerd door zowel rechtse als linkse leiders, van Recep Tayyip Erdoğan tot Hugo Chávez.
Na Orbáns herverkiezing in 2010 heeft hij stelselmatig ambtenaren vervangen door loyalisten; economische drukmiddelen en regelgeving ingezet om de vrije pers de mond te snoeren; universiteiten hun onafhankelijkheid ontnomen en zelfs een universiteit gesloten; het rechtssysteem gepolitiseerd; en meer dan eens de grondwet aangepast voor zijn eigen electorale gewin.
Orbáns autocratische overname is precies waar ze in Amerika zo’n bewondering voor koesteren
Tijdens de coronaepidemie verleende hij zichzelf noodbevoegdheden, die hij tot op de dag van vandaag heeft gehouden. Hij is openlijk banden aangegaan met Rusland en China, heeft zich op EU-vergaderingen doen gelden als spreekbuis van het Russische buitenlandsbeleid en heeft schimmige Chinese investeerders toegang geboden tot zijn land.
Deze autocratische overname is precies waar onder meer Bannon en Roberts zo’n bewondering voor koesteren, en het is precies wat ze nu zelf proberen te bewerkstelligen in Amerika. De uitholling van het ambtenarenapparaat is al gaande, de druk op de pers en de universiteiten wordt opgevoerd en er wordt ook al gesproken over grondwetswijzigingen. Maar we horen de pleitbezorgers van deze ideeën zelden over hoe het de Hongaarse economie is vergaan, of de gewone Hongaar, toen die wijzigingen eenmaal waren doorgevoerd. Evenmin kijken ze naar de tegenstellingen tussen Orbáns retoriek en de realiteit van zijn beleid. Orbán heeft het bijvoorbeeld heel veel over het weren van emigranten, maar op zeker moment heeft zijn regering visa verstrekt aan willekeurig welke inwoner van een land buiten de EU, als diegene voor 300.000 euro aan staatsobligaties kocht van geheimzinnige offshorebedrijven.
Orbán heeft de mond vol van familiewaarden, al geeft zijn regering per hoofd van de bevolking minder uit aan gezondheidszorg dan welk ander EU-land ook. Hij heeft ook de toegang tot IVF aan banden gelegd. En dan is er nog het beruchte geval van een man die seksueel misbruik van kinderen in tehuizen bleek te hebben toegedekt, maar die Orbán evengoed gratie verleende.
Orbán praat ook graag over ‘het volk’, terwijl hij zijn vrijwel absolute macht niet gebruikt om de Hongaarse welvaart te bevorderen maar om nog meer geld toe te spelen aan een klein groepje rijke zakenlieden, van wie sommige familie van hem zijn. In Boedapest worden deze oligarchen soms NER genoemd, of NER-mensen, of NERistani – bijnamen die zijn afgeleid van Nemzeti Együttműködés Rendszere, ofwel het Systeem van landelijke samenwerking, de Orwelliaanse naam die Orbán zijn politieke systeem heeft gegeven – en deze NERistani profiteren direct van hun nauwe banden met de leider.
Direkt36, een van de weinige overgebleven teams van onderzoeksjournalisten in Hongarije, heeft onlangs een documentaire gemaakt, The Dynasty, waarin onder meer is te zien hoe aanbestedingen voor staats- en EU-contracten vanaf ongeveer 2010 bewust zo zijn opgezet dat Elios Innovatív, een energiebedrijf dat deels in handen is van Orbáns schoonzoon István Tiborcz, de opdrachten in de wacht zou slepen. De EU heeft uiteindelijk 35 contracten onderzocht en in vele daarvan onrechtmatigheden aangetroffen, naast bewijzen van belangenverstrengeling. (In een verklaring uit 2018 zei Elios dat hij alle wet- en regelgeving had nageleefd, wat ongetwijfeld waar is; het punt van dit systeem is nu juist dat het allemaal legaal is gemaakt.)
Lőrinc Mészáros, ooit de rijkste man van Hongarije, heeft zijn rijkdom toegeschreven aan ‘God, geluk en Viktor Orbán’
Dit is slechts een van de vele verhalen die Hongaren elkaar vertellen, maar niet in het openbaar. The Dynasty gaat ook over het Kisfaludy Tourism Development Programme, dat het toerisme diende te bevorderen en daartoe 316 miljard Hongaarse forinten (860 miljoen dollar) aan subsidies mocht verdelen. Twee derde daarvan ging naar 0,5 procent van de aanvragers; bijna een vijfde ging naar projecten waar Tiborcz iets mee van doen had, of mee van doen zou krijgen.
Niet dat Tiborcz de enige is die zich mag verheugen in de vrijgevigheid van de overheid. Lőrinc Mészáros, ooit de rijkste man van Hongarije, een gasinstallateur die later ondernemer is geworden, en tevens een oude vriend van de premier, heeft zijn rijkdom ooit toegeschreven aan ‘God, geluk en Viktor Orbán.’ Andere gunstelingen komen en gaan, al naar gelang Orbáns grillige voor- en afkeuren. Een Hongaarse zakenman zei ooit tegen me dat ‘je kunt merken wie in de gunst is en wie niet door te kijken welke ondernemingen floreren. Als je in de gunst bent, groeit je bedrijf. Als je eruit ligt, zal je bedrijf krimpen. Dat is binnen een jaar of twee merkbaar.’
Dergelijke vormen van corruptie zijn, zoals gezegd, meestal legaal omdat de wetten, contracten en aanbestedingsregels zo zijn opgesteld dat die ruimte er is. En zelfs als bepaalde activiteiten illegaal zouden zijn, zouden door de overheid gecontroleerde aanklagers geen onderzoek instellen. De corruptie vindt plaats op een dermate grote schaal dat de rest van de economie erdoor wordt verstoord. De Hongaarse zakenman en een Hongaarse econoom met wie ik heb gesproken – en die beiden absoluut anoniem wilden blijven, uit angst voor represailles – hadden onafhankelijk van elkaar berekend dat NERistan zo’n twintig procent van de Hongaarse economie uitmaakt.
Dat wil zeggen, zo legde de econoom me uit, dat twintig procent van de Hongaarse bedrijven niet draait ‘op basis van marktwerking, niet op basis van verdiensten, maar feitelijk op basis van loyaliteit.’ De bedrijven hebben geen normaal personeelsbeleid en ze gebruiken geen echte businessmodellen, omdat ze niet zijn opgezet om efficiënt te zijn en winst te maken, maar om de kleptocratie te faciliteren – het doorsluizen van overheidsgeld naar de eigenaars van de bedrijven.
Het Sovereignty Protection Office is een sinister orgaan dat onafhankelijke Hongaarse organisaties intimideert en zwartmaakt
Niet dat het regime ooit zal toegeven dat de oligarchie een rol speelt binnen het systeem, of zelfs maar zal onderkennen dat Hongarije mogelijk aan de vooravond staat van een structurele crisis. Een andere Hongaarse econoom vertelde me dat Orbán altijd ‘een stralende toekomst’ voorspelt, met ‘successen, onvoorstelbare successen.’
‘Schenk ons alstublieft uw vertrouwen,’ zei Orbán begin 2023 tijdens zijn jaarlijkse toespraak. ‘Gelooft u mij: Tegen het einde van dit jaar zal de inflatie niet langer dubbele cijfers bedragen.’ Maar in 2023 bedroeg de jaarlijkse inflatie maar liefst dik 17 procent. In 2024 voorspelde de regering een groei van 4 procent; de werkelijkheid was 0,6 procent. Wie met tegengeluiden komt, zal vermoedelijk nauwelijks gehoord worden. Onafhankelijke economen worden zelden gevraagd in televisieprogramma’s en ze komen ook nauwelijks aan bod in de verschillende door de regeringspartij gecontroleerde media.
In februari 2024 heeft het regime het Sovereignty Protection Office in het leven geroepen, een sinister orgaan dat onafhankelijke Hongaarse organisaties intimideert en zwartmaakt. Sinds de Amerikaanse verkiezingen en de aanval op USAID heeft deze dienst haar inspanningen verdubbeld. De dienst richt zijn pijlen onder meer op de Hongaarse tak van Transparency International, de anticorruptieonderzoeksgroep, en op het portal voor onderzoeksjournalistiek Atlatszo.hu – en op willekeurig welke instelling die de waarheid zou kunnen vertellen over hoe het land werkelijk functioneert.
Maar voor wie bereid is te kijken is die waarheid overal zichtbaar, aangezien de gunstelingen van dit corrupte systeem er geen enkel probleem mee hebben om te pronken met hun rijkdom. Toen ik tegen een Hongaarse vriend begon over alle glimmende hotelgevels in de binnenstad van Boedapest, snoof hij: ‘Ja, wat wil je, daar wonen al die NER-lui. Die willen dat alles blinkt.’ Bovendien hebben ze zelf een groot deel van die hotels in bezit. In The Dynasty, de documentaire, zitten ook beelden van de Hongaarse elite die feest in clubs en paleizen. De film is binnen een maand meer dan 3 miljoen keer bekeken, wat veel is voor een land met 9,6 miljoen inwoners. In de duizenden reacties op YouTube worden de Direkt36-journalisten bedankt dat ze de ‘echte waarheid’ hebben getoond, die nergens anders te zien is.
Hongarije is in veel opzichten haast het tegenovergestelde van Amerika: het land is klein, arm en homogeen. Maar de film riep bij mij een angstig voorgevoel op. Terwijl Elon Musk, die door de overheid is ingehuurd, ons ambtenarenapparaat ontmantelt en beslissingen neemt over de ministeries die hem reguleren; terwijl de FBI en het ministerie van Justitie worden overgenomen door partizanen die nooit hun collega’s zullen vervolgen voor corruptie; terwijl inspecteurs-generaal worden ontslagen en wetgeving over belangenverstrengeling aan de laars wordt gelapt, tolt Amerika in sneltreinvaart richting Hongaars populisme, Hongaarse politiek en een Hongaars rechtssysteem. Dat betekent ook dat ons Hongaarse stagnatie, Hongaarse corruptie en Hongaarse armoede staan te wachten.

Minder mensen op de wereld, dat lijkt op het eerste gezicht niet zo’n probleem. Maar dat is het wel, overal van Zuid-Korea tot Italië worstelen landen met een toekomst waarin steeds minder mensen zullen zijn die werken, de ouderen verzorgen, bijdragen aan de economie en aan het in stand houden van sociale systemen.
In het dossier Krimp