Tag: erdogan

  • Een speciaal nummer

    Een speciaal nummer

    Zoals u weet gebruiken we bij 360 Magazine het liefst zo veel mogelijk bronnen. Hoe veelzijdiger het perspectief, hoe beter. Maar in deze eerste digitale editie van 2017 maken we een uitzondering. De eerste zeven artikelen in deze Reader zijn gewijd aan slechts één krant: het Turkse Cumhuriyet.

    Dat we onze kolommen zo ruimhartig openstellen voor deze publicatie heeft – het zal u niet verbazen – alles met de politieke situatie in Turkije te maken. Sinds de mislukte coup in juli vorig jaar heeft president Erdogan de oorlog verklaard aan hem onwelgevallige journalisten. Veel van hen zijn ontslagen, zo’n honderdvijftig van hen gevangengezet. Een halfjaar na het begin van de zuiveringscampagne is Cumhuriyet nog de enige overgebleven oppositiekrant van formaat.

    Ook Cumhuriyet – oplage 51.000, gevestigd in Istanboel – kwam er niet zonder kleerscheuren vanaf. De krant werd bedreigd en geïntimideerd, en elf medewerkers zitten intussen vast. Maar het oudste dagblad van Turkije blijft trouw aan zijn missie, die al beschreven stond in het allereerste nummer: het verdedigen de democratie en het bestrijden van degenen die haar bedreigen.

    Onder hoofdredacteur Can Dündar, die begin 2015 aantrad, werd de krant een speerpunt van het centrumlinkse verzet tegen Erdogan

    Al sinds de oprichting in 1924 vertolkt Cumhuriyet in Turkije de stem van de seculiere kemalisten, die staan voor de erfenis van de grondlegger van de Turkse Republiek: Kemal Atatürk. De krant is pro-Koerdisch en pro-Armeens, en wordt – uniek in Turkije – uitgegeven door een onafhankelijke stichting. Onder hoofdredacteur Can Dündar, die begin 2015 aantrad, werd de krant een speerpunt van het centrumlinkse verzet tegen Erdogan.

    Maar Dündar werd in november 2015 gearresteerd nadat hij foto’s had gepubliceerd van wapens die naar Syrië werden getransporteerd. Nadat hij in 2016 werd vrijgelaten, nam hij ontslag en vluchtte naar Duitsland, waar hij onlangs de nieuwe site Özgürüz (‘Wij zijn vrij’) oprichtte (waarvan een van de eerste artikelen verscheen in 360 Magazine in # 115).

    Negen van de Cumhuriyet-journalisten die werden opgepakt.
    Negen van de Cumhuriyet-journalisten die werden opgepakt.

    Terwijl Erdogan-gezinde Turkse politici hun Nederlandse aanhang oproepen om ‘ja’ te stemmen bij het komende referendum op 16 april, roepen de journalisten van Cumhuriyet krachtig op om dat niet te doen. Als Erdogan nog meer macht krijgt, waarschuwen zij, zal in Turkije ‘een autocratisch regime ontstaan dat de politieke, culturele en economische toekomst van het land in gevaar brengt, en waar rechtszekerheid en vrijheid op losse schroeven komen te staan’.

    Dat leek ons wel een boodschap om even bij stil te staan voor de (Turks-)Nederlandse lezer.

    Verder vindt u in deze goedgevulde Reader zoals altijd prachtige verhalen uit alle werelddelen. Tot in de volgende papieren editie op 23 maart.

    Han Ceelen
    ceelen@360international.nl

  • Het einde van de Koerdische droom?

    Het einde van de Koerdische droom?

    De Koerden in Syrië dreigen slachtoffer te worden van de toenadering tussen Turkije en Rusland. Gaat hun droom van een eigen staat eens te meer in rook op?

    De aankondiging van een wankel bestand op 30 december jl. bood de meeste inwoners van Syrië enig soelaas, maar voor een aantal groepen in het door oorlog verscheurde land betekent het dat hun kansen in negatieve zin zijn gekeerd. Het bestand behelst ook een overeenkomst tussen Rusland en Turkije. De nauwere banden tussen deze twee landen betekenen dat sommige rebellengroepen niet langer steun zullen krijgen van Ankara. De Koerden in Noord-Syrië lijken de grootste verliezers.

    Sinds juni 2016 hebben Turkije en Rusland gewerkt aan een normalisering van de verhoudingen. Op die manier probeerde Rusland zijn invloed in de regio uit te breiden. De Turkse president Erdogan op zijn beurt paste zijn beleid aan, zodanig dat het beter strookte met het primaire strategische belang van zijn land in Syrië: het bedwingen van de Koerdische aanspraken op een eigen staat en invloed langs de Turkse grens.

    Tot voor kort stonden Rusland en Turkije tegenover elkaar in het conflict. Rusland steunt de Syrische president, Bashar al-Assad, Turkije wil dat hij vertrekt. Rusland voorzag Assad van militaire steun, Turkije bood – in overleg met de Golfstaten – de rebellen wapens en ondersteuning.

    Akkoord

    Door recente ontwikkelingen, waaronder met name het bestand, hebben de partijen nu andere stellingen betrokken. ‘Het bestand houdt in dat Rusland en Turkije tot een akkoord zijn gekomen. Turkije zal zijn grenzen voor de rebellen sluiten en hen niet meer steunen. In ruil daarvoor zal Rusland de eenwording van de Koerdische gebieden helpen doorbreken,’ aldus Fabrice Balanche, hoofdonderzoeker aan de Universiteit Lyon 2.

    In de nasleep van de Syrische opstanden in 2011 richtten de Koerden in het noorden van het land drie zogeheten federale entiteiten op, die samen de politieke enclave Rojava vormen. De kantons Cizre, Kobani en Afrin hebben een overwegend Koerdische bevolking, maar er wonen ook Arabieren en Assyriërs.

    De Partij van de Democratische Unie (PYD), de belangrijkste Koerdische partij in Syrië, verklaarde medio maart dat het gebied een federale entiteit is binnen Syrische grenzen. Rebellengroepen, Syrië, de VS en Turkije verwierpen deze verklaring. De VS eisten dat de Koerdische YPG-militie zich zou terugtrekken uit posities ten westen van de Eufraat, terwijl Assad de stap een onwettige actie noemde die de ‘territoriale integriteit’ van het land in gevaar zou brengen.

    De Koerden hebben evenwel een gecompliceerde relatie met Assad. De Syrische oppositie heeft de Koerden er voortdurend van beschuldigd samen te werken met de Syrische regering via haar bondgenoot Rusland, waar de PYD in februari kantoren opende om diplomatieke betrekkingen met Moskou te smeden.

    Een bus in het vooral door Koerden bevolkte gebied tussen Aleppo en Afrin. – © Valery Sharifulin / Getty
    Een bus in het vooral door Koerden bevolkte gebied tussen Aleppo en Afrin. – © Valery Sharifulin / Getty

    De nauwere banden tussen Rusland en Turkije en het recente bestand hebben de positie van de VS als belangrijke speler in de regio verzwakt. Volgens analisten dwingt dit de Koerden tot een nieuwe politieke koers en een herziening van hun plannen voor een gefederaliseerd Syrië.

    ‘De Koerden hebben geprobeerd goede betrekkingen te behouden met de VS én met Rusland. Nu zijn ze bang om met Rusland samen te werken, omdat ze Assad niet vertrouwen. Tegelijkertijd zijn ze er niet zeker van of de VS hen nog tegen Erdogan kunnen beschermen,’ zegt Balanche.

    Volgens Ahmed Araj van de Syrian Democratic Council, de politieke arm van de Syrian Democratic Forces (een alliantie van seculiere milities, waaronder Koerdische), kan de verzoening tussen Turkije en Rusland een afspraak zijn om te voorkomen dat de Koerden hun controle over noordelijk Syrië uitbreiden. ‘De echte slachtoffers van de wapenstilstand zijn de Koerden,’ zegt Balanche. ‘De PYD blijft voor de bühne volhouden dat alles in orde is, maar in de stad Manbij bijvoorbeeld, in het gouvernoraat van Aleppo, voelen de strijders zich intens verraden door de VS en zijn ze bang voor wat er gaat komen.’

    Verzwakking

    Vertegenwoordigers van het Syrische leger verklaarden in december dat de door de Koerden bestuurde gebieden weer onder het gezag van de regering moesten terugkeren, nu de strijd tegen de rebellen en IS een nieuwe fase inging.

    Na de herovering, in december, van Aleppo op de rebellen, waren er tevens berichten dat het Syrische leger de Koerdische YPG-militie had verzocht te vertrekken uit de Sheikh Maqsoud-enclave, een voornamelijk door Koerden bewoonde wijk in de stad Aleppo. Op 21 december verklaarde het Turkse leger dat door Ankara gesteunde Syrische rebellen nu de volledige controle hadden over de snelweg die de stad Al-Bab met Aleppo verbindt, na hevige grondgevechten en bombardementen vanuit de lucht.

    ‘Wanneer door Turkije gesteunde rebellen Al-Bab in handen krijgen, zullen ze optrekken naar [het slechts 50 kilometer verderop gelegen] Manbij, en dan is er voor de Koerden geen enkele mogelijkheid meer de gebieden tussen de kantons Afrin en Kobani met elkaar te verbinden,’ aldus Balanche. De Koerden zullen in dat geval de hoop op een aaneengesloten gebied in het westen moeten opgeven, een ernstige verzwakking van hun hele federatie.

    Auteur: Arwa Ibrahim
    Vertaler: Carl Stellweg

    schermafbeelding 2017 02 22 om 13 29 14

    Your Middle East
    Zweden | yourmiddleeast.com

    In 2011 gelanceerd door een groep onafhankelijke wetenschappers, naar eigen zeggen zonder financiële steun. Heeft de ambitie om de belangrijkste nieuwsbron voor het Midden-Oosten te worden. Breed spectrum maar veel aandacht voor economisch nieuws.

  • ‘Erdogan en Trump komen 
er wel uit’

    ‘Erdogan en Trump komen 
er wel uit’

    Volgens Ekim Alptekin, voorzitter van de Turks-Amerikaanse Kamer van Koophandel, zal Donald Trump Turkije steunen tegen de Koerden.

    U hebt gezegd dat u de Turks-Amerikaanse betrekkingen liever met Donald Trump onderhoudt. Waarom?

    ‘Ik heb in de Turks-Amerikaanse gemeenschap campagne gevoerd voor Donald Trump omdat ik ervan overtuigd ben dat hij nuttiger zal zijn om de banden tussen onze twee landen te versterken. De Turks-Amerikaanse relatie berust op politieke en militaire samenwerking. Maar de regering-Obama heeft zich tegen de acties gekeerd die wij voor Syrië hebben voorgesteld, zoals het instellen van een “no-flyzone” om bombardementen door het Syrische leger te voorkomen.’

    Maar dat wil nog niet zeggen dat de betrekkingen tussen Turkije en de Verenigde Staten beter zullen zijn met Trump.

    ‘Als die niet goed zijn, dan komt dat omdat wij het niet eens zijn met bepaalde beleidslijnen van Obama, zoals zijn strategie in Syrië, zijn onvermogen om de betekenis van de staatsgreep van 15 juli snel te onderkennen of zijn gebrek aan bereidwilligheid om de dossiers over de leden van Fetö, de organisatie van Fethullah Gülen, te laten onderzoeken. Bij Trump bespeuren we de wil om de zaken anders aan te pakken. Hij heeft de Turkse regering gefeliciteerd met de manier waarop ze op de staatsgreep heeft gereageerd.’

    Qua stijl en visie zien we overeenkomsten met Trump

    Trump wil IS vernietigen en een isolationistisch beleid voeren ten aanzien van het Midden-Oosten. Zijn de belangen van Turkije daarmee gediend?

    ‘Trump was ontegenzeglijk de meest isolationistische kandidaat. Maar het buitenlandbeleid van Obama, dat uit handelen in de coulissen bestaat, heeft rampzalige gevolgen gehad voor de regio. Hillary Clinton is veel oorlogszuchtiger. Maar ze vergissen zich allebei. Wat nodig is, is een Amerikaanse regering die naar haar bondgenoten luistert. De woede van tachtig miljoen Turken uitlokken vanwege een tactische kwestie in een gebiedje in Syrië dat bezet wordt gehouden door twintigduizend leden van de PYD [Democratische Unie Partij], de Koerdische rebellenbeweging, dient geen enkel doel.’

    Als de vernietiging van IS een prioriteit is, daar zijn de Koerdische Syriërs al volop mee bezig. Zou Trump zijn steun aan hen kunnen intrekken?

    ‘De militaire macht van de PYD is niet te vergelijken met die van Turkije. Ik denk dat de regering-Trump er geen seconde aan zal twijfelen dat de twintigduizend manschappen van de PYD niet tegen het Turkse leger zijn opgewassen.’

    Verwacht u samenwerking in het gebied?

    ‘Zonder aanwezigheid van Amerikaanse soldaten.’

    Het Vrije Syrische Leger bij Aleppo. – © Getty
    Het Vrije Syrische Leger bij Aleppo. – © Getty

    De regering-Trump zal de samenwerking met Rusland waarschijnlijk willen verbeteren. Dat zou ertoe kunnen leiden dat Assad aan de macht blijft, wat tegen de zin van Turkije is.

    ‘Dat zal ook tegen de zin van de Verenigde Staten zijn, omdat hun beleid altijd gericht is geweest op een Syrië zonder Assad. Maar we moeten reëel blijven. Als je de driehoek VS-Rusland-Turkije beziet en de huidige en toekomstige leiders in overweging neemt, lijken de perspectieven me vruchtbaarder dan in het geval van een driehoek Clinton-Poetin-Erdogan. Qua stijl en visie zien we overeenkomsten met Trump.’

    Dus het isolationisme van Trump zal niet per se slecht zijn voor Turkije?

    ‘Ik geloof niet dat Trump zich uit het Midden-Oosten zal terugtrekken. Hij zal de feiten onderzoeken en, in samenwerking met zijn partners ter plaatse, alles doen wat nodig is. De regering-Trump zal zich niet aan een grootscheepse militaire interventie wagen, maar de Verenigde Staten zullen militair betrokken blijven, in elk geval totdat IS geneutraliseerd is, en ik denk niet dat ze zware wapens aan de PYD zullen blijven leveren.’

    Wat zijn volgens u de overeenkomsten tussen Trump en Erdogan? In hoeverre zullen die de communicatie tussen de twee bevorderen?

    ‘Het simpele feit dat Trump Clinton niet is zal voor een betere dynamiek zorgen. Erdogan en Trump hebben de gevestigde orde verslagen. Ze hebben de status quo opgeblazen. Ze hebben zich allebei omhooggewerkt.’

    Die overeenkomsten kunnen een voordeel zijn, maar ook een probleem, als het misgaat. Ze hebben allebei een sterk karakter.

    ‘Ik denk dat ze intelligent genoeg zijn om daaroverheen te stappen. Twee leiders met een sterk karakter brengen risico’s met zich mee, maar ik heb liever twee presidenten die felle en authentieke discussies voeren dan mensen die tegen je glimlachen maar waar je niets mee opschiet.’

    En het antimoslimdiscours van Trump?

    ‘De grootste fout die Trump in zijn campagne heeft gemaakt is dat hij de moslims tegen zich in het harnas heeft gejaagd met voorstellen die hij niet meende. Hij heeft zijn excuses aangeboden voor zijn opmerking dat hij geen moslims meer in de Verenigde Staten zou toelaten. Dat was overdreven. Trump is niet tegen moslims, maar tegen de radicale islam. Ik geloof niet dat hij veel van de islam afweet, en een van de mensen die hij over dit onderwerp zal raadplegen, zal Erdogan zijn.’

  • Erdogans ‘vrome generatie’

    Erdogans ‘vrome generatie’

    Sinds de mislukte coup in Turkije zijn meer dan 30.000 Turkse leerkrachten geschorst of ontslagen. Maar de onderwijshervorming van regeringspartij AKP begon al veel eerder.

    29 oktober zal een zwarte dag blijven voor Erdem G., een vijftiger die lesgaf op een staatsuniversiteit in Istanboel. ‘Ik vernam via de sociale netwerken dat ik ontslagen was. Mijn naam stond op een decreet dat in de officiële staatskrant werd gepubliceerd. Ik werd beschuldigd van het steunen van terroristische organisaties. Mijn diploma’s zijn geconfisqueerd, mijn e-mailadres is gewist, de toegang tot mijn kantoor is me ontzegd.’

    Na een carrière van twintig jaar op de universiteit is Erdem nu werkloos, zonder uitkering, zonder paspoort. Zijn vrouw en kinderen hebben ook geen paspoort meer. Universiteitsmedewerkers en hun familie hebben in Turkije recht op een dienstpaspoort, een privilege dat de staat te allen tijde kan intrekken. In de drie weken na de mislukte staatsgreep van 15 juli zijn 74.562 van zulke paspoorten ingetrokken, aldus het Turkse ministerie van Binnenlandse Zaken.

    Het intrekken van deze paspoorten berust niet op een rechterlijke beslissing; ze worden door de overheid als ‘vermist’ opgegeven. Tegen het decreet, dat is uitgevaardigd in het kader van de noodtoestand die vijf dagen na de mislukte staatsgreep werd uitgeroepen, is geen beroep mogelijk. ‘Mijn naam staat in rode letters op de website van de regering, ik kan niet meer werken in dit land, noch bij de overheid, noch bij een particuliere werkgever,’ mompelt Erdem.

    De docent heeft afgesproken in een park in Istanboel, waar de muren geen oren hebben. Zoals de meeste mensen die ik voor dit onderzoek heb gesproken wil hij niet dat zijn identiteit bekend wordt. ‘Daarin ben ik niet de enige, iedereen is bang.’

    ‘Dood aan de putschisten!’

    De doodsbedreigingen die hij dagelijks via de sociale netwerken ontvangt stellen hem niet bepaald gerust. Waaraan heeft hij zo’n behandeling verdiend? ‘Ik begrijp er niets van, ik vraag het me voortdurend af,’ zegt hij. ‘Ik ben socialist, al heb ik me nooit bij een partij aangesloten. Ik ben actief in een vakbond, ik heb altijd aan stakingen en betogingen meegedaan, maar daarom ben ik nog geen terrorist.’

    Zijn misdaad, vermoedt de docent, is dat hij zijn handtekening onder een petitie heeft gezet. In januari hebben meer dan tweeduizend onderzoekers en universitair docenten net als hij een oproep getekend om de vrede te herstellen in het zuidwesten van het land, waar voortdurend confrontaties plaatsvinden tussen het Turkse leger en de Koerdische Arbeiderspartij (PKK). De represailles lieten niet lang op zich wachten: uitsluiting, disciplinaire sancties, niet-verlengde contracten… Vier universitair docenten zijn enkele weken gevangengezet en daarna weer vrijgelaten in afwachting van hun proces.

    Nadat een deel van het leger in de nacht van vrijdag 15 op zaterdag 16 juli had geprobeerd president Recep Tayyip Erdogan af te zetten, hebben de autoriteiten het op de ondertekenaars van deze petitie gemunt. Zo ook op Murat D., een dertiger die filosofie doceerde aan een universiteit in Istanboel, totdat hij op een dag in september ontdekte dat zijn naam op een lijst van ‘handlangers van het terrorisme’ stond die door de officiële staatskrant werd gepubliceerd. Sindsdien is hij werkloos en kan hij het land niet meer uit. Voor zijn vrouw en hun twee minderjarige kinderen geldt hetzelfde, hun paspoorten zijn waardeloos. ‘Wat wij meemaken is gewoon kafkaësk,’ zegt hij.

    De Recep Tayyip Erdogan Universiteit in de stad Rize, aan de Zwarte Zee, waar de familie Erdogan vandaan komt. – © Getty
    De Recep Tayyip Erdogan Universiteit in de stad Rize, aan de Zwarte Zee, waar de familie Erdogan vandaan komt. – © Getty

    Ook al werd de verantwoordelijkheid voor de staatsgreep gelegd bij Fethullah Gülen – de naar de VS uitgeweken prediker wiens cemaatbeweging lange tijd de trouwste bondgenoot was van de conservatieve islampartij AKP, die sinds 2002 aan de macht is –, toen de noodtoestand eenmaal was uitgeroepen werden alle beroepsgroepen meedogenloos aangepakt: ambtenaren, militairen, rechters, piloten, artsen, zakenlieden, bestuurders, journalisten. In het begin waren alleen veronderstelde aanhangers van Gülen het doelwit. Het hebben van een rekening bij Bank Asya, de financiële instelling van cemaat in Turkije, was al genoeg om op een lijst met verdachte personen te komen.

    De drang om te zuiveren was groot en president Erdogan beloofde de met het Gülen-netwerk gelieerde ondernemingen, charitatieve instellingen en scholen, ‘broeinesten van terrorisme’, genadeloos uit te roeien en hun financieringsbronnen te laten opdrogen. ‘Dood aan de putschisten!’ scandeerden de ontketende menigten die zich in de weken na de couppoging elke avond op de pleinen in de grote steden verzamelden. De ‘martelaren’ (de 246 doden aan loyalistische kant; de 30 doden aan putschistische kant werden niet meegeteld) werden verheerlijkt. Op sommige metrostations in Istanboel hangen nog steeds reusachtige foto’s van hen.

    Al heel snel breidden de zuiveringen zich als een olievlek uit. Linkse militanten, verdedigers van de Koerdische zaak, vakbondsmensen en ook kemalisten zitten momenteel gevangen in de fuik. Niemand weet waar deze op hol geslagen locomotief zal stoppen. Sinds 15 juli zijn 37.000 mensen gevangengezet op verdenking van steun aan het terrorisme, terwijl 110.000 werknemers zijn geschorst of ontslagen, onder wie 30.000 leerkrachten. De laatsten zijn niet moeilijk te vervangen: tienduizenden jonge gediplomeerde leerkrachten die tot nu toe geen aanstelling hadden, staan te trappelen.

    De prestigieuze openbare scholen in Istanboel, waar de neutrale “witteboordenelite” werd gevormd, moesten toezien hoe hun docentenkorps werd ontmanteld en hun lesmethoden in de ijskast werden gezet

    De universiteit is in het gareel gebracht. Sinds 29 oktober worden de rectores magnifici door de president van de republiek benoemd en niet langer gekozen door hun collega’s, zoals sinds 1992 het geval was. Gülay Barbarosoglu, de rectrix van de Bosporus Universiteit, heeft daarvoor de tol al moeten betalen. Nadat ze in juli met 86 procent van de stemmen was herkozen, heeft ze op 12 november het veld moeten ruimen voor Mehmed Özkan, een AKP-getrouwe academicus, die door de president is benoemd.

    De mislukte staatsgreep – ‘een godsgeschenk’, aldus president Erdogan – heeft de onderwijshervorming die al ruim voor de nacht van 15 op 16 juli in gang was gezet alleen nog maar versneld. De zuivering betekent een verdere stap in de richting van de ‘culturele revolutie’ die door de Turkse nummer één wordt gewenst.

    Op 1 februari 2012 had hij al een pleidooi gehouden voor de Imam Hatip-scholen, waar imams worden opgeleid en waar ook hijzelf is opgeleid, en de zegeningen daarvan voor het onderwijssysteem geroemd. ‘Wij hebben als doel een vrome generatie te kweken,’ had hij verkondigd. Een waar idee-fixe, dat hij in april weer van stal haalde tijdens een ontmoeting met Önder, de vereniging van oud-studenten van imamscholen. ‘Turkije is de hoop van de moslimwereld, en de hoop van Turkije zijn jullie.’

    Het gevolg is dat talloze neutrale scholen tot imamscholen zijn omgevormd, ook in Istanboel en Ankara. Toen de AKP in 2002 aan de macht kwam, telden de imamscholen 65.000 leerlingen. Inmiddels zijn het er 1,2 miljoen, aldus Bilal Erdogan, de jongste zoon van de president, die leiding geeft aan Türgev, een stichting die actief is op onderwijsgebied.

    Regels aangepast

    Om de godsdienstvrijheid te waarborgen heeft president Erdogan de afgelopen jaren de regels voor de scheiding tussen kerk en staat aangepast die in 1923 bij de vorming van de republiek waren ingesteld. Zo heeft zijn regering vrouwen achtereenvolgens toegestaan een islamitische sluier te dragen op de universiteit, daarna in openbare functies, daarna op de middelbare school en zeer onlangs in het leger en bij de politie, wat hem elke keer op kritiek van het neutrale kamp kwam te staan.

    In 2014 heeft de meerderheidsvakbond Egitim Bir Sen (pro-AKP) geprobeerd aparte jongens- en meisjesscholen te introduceren, ‘om de veiligheidsproblemen als gevolg van de aantrekkingskracht van het andere geslacht te minimaliseren’. Het voorstel haalde het niet. Desondanks besloot een directeur van een openbare school in het zuiden van het land kortgeleden er gevolg aan te geven. Op 28 oktober vroeg hij de leerkrachten de jongens en meisjes te scheiden. Een week later onthief het ministerie hem uit zijn functie. Zijn militante bezieling ging te ver.

    Het in het gareel brengen van de laatste neutrale bastions vergt tact. In 2014 werd een hervorming doorgevoerd op 155 middelbare scholen die tot dan toe bekendstonden als de beste van Turkije. De prestigieuze openbare scholen in Istanboel, waar de neutrale ‘witteboordenelite’ werd gevormd, moesten toezien hoe hun docentenkorps werd ontmanteld en hun lesmethoden in de ijskast werden gezet. Ook de culturele activiteiten moesten plaatsmaken voor de bestudering van de Koran en het leven van Mohammed.

    In juni kwamen de scholieren tegen deze hervorming in opstand: ze wilden ‘modern onderwijs’. In Istanboel keerden leerlingen van het Kadiköy Anadolu-lyceum hun directeur demonstratief de rug toe terwijl die van het Galatasaray, het prestigieuze Franstalige lyceum, in verzet kwamen tegen ‘de onderwerping aan de sultan’. Op 370 scholen in heel Turkije heerste ontevredenheid. Daarna zijn hun stemmen verstomd in het tumult van de staatsgreep.

    ‘Toen de AKP in de oppositie was schreeuwden ze moord en brand omdat een sluier verboden was op de scholen en universiteiten. En wat doen ze nu ze zelf aan de macht zijn? Ze verbieden de rok!’

    In het hart van de historische wijk Faith, in het Europese deel van Istanboel, treffen ouders van leerlingen en vakbondsvertegenwoordigers elkaar regelmatig op het terras van een café in de buurt van het Cagaloglu Anadolu-lyceum om de situatie te bespreken. De stemming is bedrukt. Mustafa Turgut, vertegenwoordiger van de links-neutrale minderheidsvakbond Egitim Sen, vertelt: ‘De spanningen begonnen met de komst van de nieuwe directeur, twee jaar geleden. Gevolg: 99 procent van de leerkrachten is overgeplaatst. Ze schuwen geen enkel middel om hun ideologie op te leggen; zelfs de muren van het lyceum zijn volgehangen met religieuze affiches.’

    Nilay, wier dochter op het Vefa-lyceum in het Europese deel van Istanboel zit, zegt verbijsterd te zijn door de lessen over ‘de wonderen Gods’ die worden gegeven door de nieuwe geschiedenisleraar. Meral, een moeder van een leerling van het Kadiköy Anadolu-lyceum op de Aziatische oever, merkt op dat alle docenten die in het kader van de hervorming zijn aangesteld ‘de AKP-ideologie delen’, wat nog niet zo erg is ‘als ze wiskunde geven’ maar wel ‘als het gaat om filosofie en literatuur’.

    Nieuwe directeur, nieuwe regels. Op het Cagaloglu Anadolu-lyceum mogen meisjes geen rok meer dragen. Ook het dragen van een korte broek tijdens de gymlessen is verboden. Leggings zijn in de ban gedaan omdat ze de lichaamsvormen niet verhullen. Zerha, moeder van een leerling, is gegriefd: ‘Toen de AKP in de oppositie was schreeuwden ze moord en brand omdat een sluier verboden was op de scholen en universiteiten. En wat doen ze nu ze zelf aan de macht zijn? Ze verbieden de rok!’

    Wraak van de politieke islam op het neutrale kamp? ‘Dat speelt mee,’ zegt Cayan Calik van de vakbond Egitim Sen, die het autoritaire paternalisme van Erdogan hekelt. Mustafa Turgut op zijn beurt betreurt ‘de veranderde manier van leven’ die neutrale en republikeinse kringen wordt opgelegd. De moslims die aan de macht zijn, voorspelt hij, ‘zullen zich niet beperken tot het onderwijs, ze willen de hele maatschappij veranderen’. Hij weet zeker ‘dat ze daar uiteindelijk in zullen slagen, al zal het een tijdje duren’.

    Auteur: Marie Jégo
    Vertaler: Peter Bergsma

    Marie Jégo is correspondent voor Le Monde in Turkije.

    Le Monde
    Frankrijk | dagblad | oplage 345.000

    In 1944 opgericht op initiatief van De Gaulle. Iconische krant, gehecht aan zijn onafhankelijkheid (maar sinds 2010 wel eigendom van drie private investeerders). Om recht te doen aan de titel ‘De wereld’ houdt Le Monde een groot netwerk van correspondenten in stand.

  • 360 leest en selecteert

    360 leest en selecteert

    De redactie van 360 attendeert u graag op een aantal buitenlandse non-fictieboeken die in het Nederlands zijn vertaald. De auteurs, goede bekenden van 360, kunt u eerder zijn tegengekomen op de pagina’s van ons magazine. Vandaar. Dankzij een samenwerking met Veen Media kunt deze boeken nu heel eenvoudig bestellen op veenmedia.nl/360magazine.

    francesca borri

    Verslag uit hel Aleppo


    Als freelance-oorlogscorrespondent 
verslaat Francesca Borri maandenlang 
de slag om Aleppo. Collega-freelancers vertrekken naar nieuwe brandhaarden, maar Borri, de enige vrouw ter plaatse, blijft. 
Er is nog genoeg te vertellen over de alledaagse werkelijkheid in de hel van Aleppo.

    Dit dagboek is een beklemmend verslag van haar dagelijks leven aan het front, 
de druk van de concurrentie tussen 
correspondenten en haar positie als vrouw te midden van dit alles.

    Onze vrouw in Aleppo – Francesca Borri
    De Geus € 18,99

    smith swing time

    De nieuwe Zadie Smith

    Zadie Smith (1975) is een van de grootste 
en invloedrijkste schrijfsters van haar generatie. Ze schrijft regelmatig voor The New Yorker en heeft inmiddels een indrukwekkend oeuvre op haar naam staan.

    Gloednieuw is Swing Time, een verhaal over twee meisjes die naar elkaar toetrekken door een vergelijkbare achtergrond, maar uiteindelijk totaal verschillende levens tegemoet gaan. De roman speelt met moderne maatschappelijke thema’s en zal goed vallen bij liefhebbers van Americanah van Chimamanda Ngozi Adichie.

    Swing Time – Zadie Smith
    Prometheus, Fictie € 19,95

    cheviron en perouse erdogan

    Eerste biografie Erdogan


    De Franse Turkijekenners Nicolas Cheviron en Jean-François Pérouse achterhalen de realiteit van de zeemanszoon die een hoofdrolspeler op het wereldtoneel werd. De auteurs, die al bijna twintig jaar de opkomst van Erdogan volgen, schreven de eerste grote biografie van de man die, met name sinds de mislukte staatsgreep van juli 2016, door de wereld met argusogen wordt bekeken. Het is een helder portret van een ongrijpbaar en omstreden politicus.

    Erdogan. Nieuwe vader van Turkije? – Nicolas Cheviron & Jean-François Pérouse
    Prometheus € 35,00

    bernie sanders

    Unieke politieke carrière 


    In editie 83 besteedde 360 uitgebreid aandacht aan Bernie Sanders, een opmerkelijk politicus die het Hillary Clinton destijds steeds moeilijker maakte in de peilingen voor het kandidaat-presidentschap.

    Zijn hele leven vocht Sanders hard tegen het bestaande politieke etablissement. Hij 
startte een succesvolle politieke beweging 
in zijn thuisstaat Vermont en veroverde een zetel in het Huis van Afgevaardigden. In dit boek geeft hij interessante inzichten in een politieke carrière die in vele opzichten uniek is voor Amerikaanse begrippen.

    Feel the Bern! – Bernie Sanders
    Lebowksi € 19,99

    >> Lees hier het artikel over Bernie Sanders uit editie 83 terug.

    HOE WERKT HET?

    Bestel nu op: veenmedia.nl/360magazine

    Bent u abonnee van 360? Dan betaalt u geen verzendkosten. 
U kunt gebruikmaken van de code die u hebt ontvangen in onze nieuwsbrief.

    Ontvangt u de nieuwsbrief niet, maar bent u wel abonnee? Stuur dan een e-mail naar marketing@360international.nl.

    Bestelt u een boek waarover eerder is geschreven in 360? Stuur een e-mail naar marketing@360international.nl en u ontvangt het betreffende nummer gratis digitaal.

  • Waarom niemand zich tegen Erdogan verzet

    Waarom niemand zich tegen Erdogan verzet

    Met de recente arrestaties van journalisten en parlementariërs verhardt de Turkse president Recep Tayyip Erdogan zijn repressieve beleid. De burgermaatschappij heeft daar geen antwoord op, schrijft columnist Nuray Mert.

    Keuze uit het archief

    De Turkse president Erdogan heeft deze week opzien gebaard door de burgemeester van Istanboel, Ekrem Imamoglu, zijn grootste politieke rivaal, te arresteren op verdenking van corruptie en banden met een terreurorganisatie. Imamoglu is de favoriete kandidaat voor het presidentschap van de oppositiepartij CHP, die sinds de winst bij de lokale verkiezingen vorig jaar de wind in de zeilen heeft.
    De arrestatie doet sterk denken aan een heksenjacht op politici die een gevaar voor Erdogans positie vormen en past dan ook in een jarenlang patroon. Dat blijkt uit deze column die Nuray Mert eind 2016 schreef voor de Turkse krant Hürriyet. Volgens Mert legt het repressieve beleid van Erdogan dat volgde op de mislukte staatsgreep in 2016 de machteloosheid van de democratische oppositie pijnlijk bloot.

    Mijn land lijkt de weg kwijt zoals nooit tevoren. De crises die wij meemaken vinden hun oorsprong in het niet-aangekondigde einde van het oude bestel en de niet-aangekondigde komst van de ‘nieuwe republiek’. In feite droomden wij, de linksgezinde democraten, ook van een nieuwe republiek, veroordeelden we de autoritaire houding van de oude machthebbers en brandden 
we van verlangen naar een democratischer regime. Het oude regime heeft de nieuwe eisen van een aanzienlijk deel van de samenleving, namelijk de conservatieven en de Koerden, niet overleefd. Het idee van een kemalistische 
natiestaat, dat berustte op een rigide opvatting van laïciteit en nationale eenheid, was gedoemd om op enig moment te mislukken. De uitdaging was om het te vervangen door een democratischer republiek, maar ook die droom is niet uitgekomen, omdat er door de verdwijning van het oude bestel een gat viel dat is opgevuld door de stijgende macht van het rechtse nationalisme en het islamisme, of beter gezegd het islamitische nationalisme.

    Het is niet langer mogelijk om van je afkeuring blijk te geven zonder je leven te riskeren en gearresteerd te worden

    De nieuwe republiek berust op autoritair conservatisme en Turks nationalisme, maar de overgang naar de nieuwe orde is bepaald niet zachtzinnig en eensgezind verlopen. Op 31 oktober jongstleden werden de journalisten en redacteuren van het dagblad Cumhuriyet (De Republiek) aangehouden; negen van hen werden gearresteerd 
op verdenking van steun aan het gülenistische en Koerdische terrorisme. Tegelijkertijd werden diverse Koerdische politici, onder wie de leider van 
de Democratische Volkspartij en de burgemeester van Diyarbakir, de Koerdische ‘hoofdstad’ in Zuidwest-Turkije, uit hun functie ontheven en gearresteerd. Dat is de slechtste manier om ‘het Koerdische probleem’ op te lossen. Het kan alleen maar tot meer problemen leiden en de kans op sociale rust en een politiek compromis in gevaar brengen.

    Ons land verkeert in een noodtoestand sinds de mislukte staatsgreep van 15 juli, en elke dag worden er harde decreten uitgevaardigd om het gezag van de huidige regering te versterken. Turkije kent de facto een presidentieel systeem met eigenaardige trekjes, waarin alleen de macht van president Recep Tayyip Erdogan geldt. De nieuwe republiek staat in het teken van de persoonlijkheidscultus van president Erdogan. Voor zijn aanhangers belichaamt die laatste niet alleen de nationale wil, maar ook een historische en religieuze missie. Of iemand een vriend of een vijand van de staat is, wordt dus bepaald door de vraag of hij Erdogans wensen accepteert dan wel verwerpt. Van onafhankelijke rechtspraak of een scheiding der machten is geen sprake meer, omdat de wetten volgens deze nieuwe definitie van misdaad en straf worden toegepast.

    Een journalist van de Turkse Zaman Media Group protesteert bij het hoofdkantoor van het bedrijf in Istanbul. – © Murad Sezer / Reuters
    Een journalist van de Turkse Zaman Media Group protesteert bij het hoofdkantoor van het bedrijf in Istanbul. – © Murad Sezer / Reuters

    Er bestaat geen sterke democratische oppositie om deze autoritaire tendens af te remmen, en het oude bestel is er niet in geslaagd democratische instituties en een publieke opinie te grondvesten. Toch komt het ook doordat Turkije tot nu toe volstrekt autoritair 
is geweest, met een gematigde burgermaatschappij, dat degenen die tegen de huidige koers zijn gekant niet in staat zijn op de verheviging van de politieke druk te reageren.

    Dat is niet als kritiek bedoeld. Het is maar goed dat de mensen niet makkelijk de straat op gaan om te protesteren en te betogen, want het is niet langer mogelijk om van je afkeuring blijk te geven zonder je leven te riskeren en gearresteerd te worden. De uiteenlopende democratische krachten kunnen alleen maar op een democratische manier op politieke druk reageren, en een redelijke samenleving die de wet respecteert mag niet toegeven aan provocatie of haar toevlucht nemen tot methodes die tot een burgeroorlog kunnen leiden.

    Het is paradoxaal dat de democraten zich niet kunnen verdedigen in een ondemocratische politieke sfeer en dat een gezonde en redelijke oppositie zich niet tegen het politieke extremisme kan keren. Om diezelfde reden hoedt onze burgermaatschappij zich ervoor haar leven en veiligheid op het spel te zetten in naam van politieke oppositie, maar het ontbreken van een vastberaden oppositie zal er onvermijdelijk toe leiden dat het leven en de veiligheid van het hele land worden bedreigd.

  • Kan het Turkije van na de staatsgreep nog door één deur met Europa?

    Kan het Turkije van na de staatsgreep nog door één deur met Europa?

    Volgens de Bulgaarse politicoloog Ivan Krastev heeft de Turkse regering grote fouten gemaakt in de nasleep van de recente coup. Maar ook de EU reageerde verkeerd. Het is nu zaak om te zorgen dat de relatie niet volledig ontspoort.

    Toen ik een paar dagen geleden aan boord stapte van een Turkish Airlines-vlucht naar Ankara, overhandigde een stewardess me een gelikt uitziende brochure over de mislukte staatsgreep van 15 juli. Daarin werd het Turkse volk geprezen om zijn bezielde verdediging van de democratie en werd de Gülen-beweging, die voor de staatsgreep verantwoordelijk werd gesteld, afgeschilderd als een duistere religieuze samenzwering die je eerder in een roman van Dan Brown zou verwachten.

    De patriottische brochure was een voorbode van wat ik tijdens mijn bezoek aan het land veelvuldig te horen zou krijgen van Turkse ministers, onafhankelijke journalisten en oppositieleiders. Deze totaal verschillende mensen, vaak afkomstig uit tegengestelde politieke kampen, waren het over één ding roerend eens: de poging tot staatsgreep op 15 juli was totaal onverwacht (in een land dat tijdens recente decennia al vier staatsgrepen te verduren had gekregen) en om die reden zwaar traumatisch. En stuk voor stuk gaven ze de gülenisten de schuld.

    De hoop op aansluiting bij de Europese Unie lijkt voorgoed vervlogen

    Hun verbazing verklaart mede waarom een slecht voorbereide staatsgreep, die al leek te eindigen voordat hij goed en wel begonnen was, zulke schokgolven in het land teweeg kon brengen. Heel even hadden de Turken het angstige idee in een bloedige burgeroorlog te worden meegesleurd. Bovendien reageerde het Westen met een combinatie van een halfslachtige veroordeling van de coupplegers en een afwachtende realpolitik.

    Maar hoewel de Turken redenen hebben om boos te zijn vanwege de westerse reactie, is ook het officiële verhaal van Ankara niet van tendentieuze oogkleppen gespeend. Daarin wordt de schuld volledig bij de kwalijke invloed van de religieuze leider Fethullah Gülen gelegd, terwijl de steun voor de staatsgreep veel breder was. Als je de AK-partij mag geloven, zijn de gülenisten verantwoordelijk voor het politieoptreden tegen de betogers in het Taksim Gezi Park in 2013 en voor het neerschieten van een Russisch vliegtuig boven de Turks-Syrische grens, afgelopen herfst. Sommigen betichten hen er zelfs van dat ze achter het Turkse verzet tegen een gezamenlijke Amerikaans-Turkse militaire operatie tegen IS in Syrië zitten.

    Onderscheid

    Evenmin heeft de Turkse regering de moeite genomen om uit te leggen waarom ze, toen de kloof met de gülenisten ontstond, de waarschuwingen van journalisten en oppositieleiders in de wind heeft geslagen dat de Gülen-beweging in staatsinstellingen infiltreerde, de controle over een belangrijk deel van het rechtssysteem naar zich toe trok en vals bewijs fabriceerde om haar vijanden in diskrediet te brengen en gevangen te zetten.

    Dit alles heeft de regering er niet van weerhouden om een gigantische, zelfdestructieve zuivering uit te voeren, waarbij zo’n tienduizend mensen zijn gearresteerd, honderdduizend mensen zijn ontslagen en voor een kleine tien miljard euro aan bezittingen in beslag is genomen, getallen die niet alleen mensenrechtenactivisten zorgen baren maar ook buitenlandse investeerders.

    De woede van de regering is begrijpelijk, net als haar behoefte om de staat voor coupplegers te vrijwaren. Maar er zou onderscheid gemaakt moeten worden tussen degenen die deelnamen aan de staatsgreep en degenen die alleen maar tot de Gülen-beweging behoren.

    Neem het geval van de Bank Asya. In 2014 zette de regering deze bank, die eigendom was van aan de gülenisten gelieerde zakenlieden, de duimschroeven aan. Gülen ondernam een reddingspoging en vroeg zijn volgelingen hun geld op de Bank Asya te zetten, en ook om geld bij andere banken te lenen en dat bij de bank van de beweging te investeren. Veel gülenisten deden dat. Nu probeert de regering de mensen te identificeren die gehoor hebben gegeven aan de oproep van Gülen, en hen als staatsvijanden te bestempelen; in juli werd de vergunning van de bank ingetrokken.

    Zoals ik tijdens mijn reis heb kunnen constateren, heeft het onvermogen – of de weigering – van de regering om een dergelijk onderscheid te maken al diepe sporen nagelaten in de Turkse samenleving. In een normale democratie zouden rechtbanken over zulke kwesties oordelen. Maar omdat de gülenisten het rechtssysteem op veel niveaus domineerden, en omdat ze allemaal zijn weggezuiverd, ontbreekt het de nieuwe en resterende rechters aan de legitimiteit en, naar mijn mening, aan de wil om de regering het hoofd te bieden. Hetzelfde geldt voor de media: in een vergiftigde sfeer waarin alle kritiek op de zuiveringen als een verdediging van de gülenisten wordt uitgelegd, zijn maar weinig journalisten bereid het achterste van hun tong te laten zien.

    Recep Erdogan met Jean-Claude Juncker. – HH
    Recep Erdogan met Jean-Claude Juncker. – HH

    Tegelijkertijd betekent het feit dat de Europese leiders zich niet krachtig tegen de staatsgreep hebben uitgesproken, en zich niet solidair hebben verklaard met Turkije, dat de Europese Unie haar morele geloofwaardigheid in Turkije heeft verspeeld, net op het moment dat haar stem het hardste nodig is. In een land waar toch al scheef werd aangekeken tegen het idee van aansluiting bij de Europese Unie, lijkt de hoop daarop voorgoed vervlogen door de staatsgreep en de gevolgen daarvan.

    Natuurlijk moet Turkije, of het nu lid wordt of niet, blijven samenwerken met de Europese Unie en vice versa – op het gebied van vluchtelingen, van terrorisme, van veelomvattende kwesties zoals regionale vrede en stabiliteit. Zoiets zal niet eenvoudig zijn. Maar het is duidelijk dat er stappen genomen moeten worden.

    Europa moet stoppen met de valse aantijging dat Turkije alleen maar drie miljoen vluchtelingen heeft opgenomen (en hen voedt en hun kinderen onderwijs probeert te geven) om hen tegen Europa te kunnen gebruiken. Evenzo moeten de Turken stoppen met doen alsof elke kritiek vanuit Europa een teken is dat Europa anti-islam of pro-Gülen is.

    De afgelopen jaren zijn de Europees-Turkse betrekkingen in een giftige mengeling van gemeenschappelijke belangen, gemeenschappelijke frustraties en klinkklare hypocrisie verzonken. Laten we hopen dat de gemeenschappelijke belangen het zullen winnen van de gemeenschappelijke frustraties, en dat de klinkklare hypocrisie niet zal omslaan in onverbloemde rancune.

    Auteur: Ivan Krastev
    Vertaler: Peter Bergsma

    The New York Times
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 1.120.402

    De krant der kranten, met als motto ‘All the news that’s fit to print’. Won meer journalistieke prijzen dan enig ander medium.

  • ‘Hallo Fatih!’

    ‘Hallo Fatih!’

    Hoofdredacteur Can Dündar van de Turkse krant Cumhuriyet verzette zich tegen de lange, repressieve arm van president Erdogan en werd veroordeeld wegens ‘openbaarmaking van staatsgeheimen’. Hij dook onder op een geheim adres buiten Turkije.

    Zou de Duitse bondskanselier ooit de directie van Die Zeit hebben gebeld om ze de mantel uit te vegen met: ‘Hoe halen jullie het in je hoofd om zo’n artikel te plaatsen’? In Turkije is zoiets doodnormaal.

    Twee jaar geleden werd de opname van zo’n telefonische uitbrander – als gevolg van het conflict tussen Gülen en Erdoğan – op internet gelekt. Erdoğan, overtuigd van het succes van zijn volksgezondheidsbeleid, is in het telefoongesprek geïrriteerd over een krantenartikel. Dat gaat over een vader, die klaagt dat het hem niet is gelukt zijn driejarige gehandicapte dochter in een ziekenhuis te laten behandelen. Erdoğan heeft het artikel gelezen en belt meteen de plaatsvervangend voorzitter van de mediagroep, een goede bekende van hem.

    ‘Luister eens Fatih, vandaag staat in de krant op pagina 24 een bijna paginagroot artikel met daarboven: Is dit nou het Turkije dat beweert dat onze gezondheidszorg de sprong naar de moderne tijd heeft gemaakt? Kan het wat minder misschien? Hoe kunnen jullie zo’n kop nou plaatsen?’ – ‘Schandalig meneer, het is schandalig.’ – ‘Het is schandalig, maar hoe krijgen we na zo’n kop de boel weer in orde? Wij bouwen iets op, jullie schoppen er eens flink tegenaan en wij zitten met de gebakken peren. We kunnen toch niet alle berichten van A tot Z in de gaten houden!’ – ‘U hebt gelijk. Het is onze fout. Het zal niet meer voorkomen. Geheel tot uw orders. Ik zal meteen Mehmet Bey [de minister van Volksgezondheid] laten bellen en een bericht op de voorpagina zetten.’

    ‘Fatih, kom nou, jullie begrijpen echt niet wat jullie doen. De man houdt een betoog alsof het met Turkije afgelopen uit is, en jullie zenden dat live uit!’

    U kunt zelf wel bedenken wat er de volgende dag in de krant stond. Op de voorpagina een groot artikel over de minister van Volksgezondheid, die voor het driejarige meisje alles in het werk stelt. De hoofdredacteur betichtte zijn eigen krant van ondankbaarheid en schreef een hoofdartikel waarin de loftrompet werd gestoken over het volksgezondheidsbeleid van de regering. De drie verslaggevers en de redacteur die verantwoordelijk waren voor het artikel werden de laan uitgestuurd.

    Ik geloof dat het telefoongesprek een goed idee geeft van hoe het er in de Turkse media aan toegaat. Maar ik wil nog een voorbeeld geven: in een andere opname zit Erdoğan zich op te winden als hij de oppositieleider op televisie ziet, en hij belt opnieuw met de ‘regeringscommissaris’ van de zender: ‘Fatih, kom nou, jullie begrijpen echt niet wat jullie doen. De man houdt een betoog alsof het met Turkije afgelopen uit is, en jullie zenden dat live uit!’

    Na dit ‘bezwaar’ werd de live-uitzending vanuit het parlement onmiddellijk afgebroken. De plaatsvervangend voorzitter belt uit angst meteen met de zoon van de premier om zijn excuses aan te bieden. De volgende zinnen zijn uit dat telefoongesprek afkomstig: ‘Mijn baas [hij bedoelt Erdoğan] belde zojuist op en zei: “Jullie laten Bahçeli live zien.” Zeg hem alsjeblieft dat als de [staatszender] TRT het uitzendt, wij dat ook doen. Mijn baas heeft het kennelijk bij ons gezien, en ik heb de uitzending meteen afgebroken. Het belangrijkste is dat hij het zich niet te veel aantrekt.’

    Can Dündar. © – Andreas Pein / HH
    Can Dündar. © – Andreas Pein / HH

    Maar ’mijn baas’ trekt zich steevast van alles aan. Toen hij een keer in Marokko was, ergerde hij zich eraan dat wat de oppositieleider zei, als bewegende tekst onder in beeld meeliep; dat moest weg. Op een persconferentie vroeg een onverschrokken verslaggever hem een keer naar zulke interventies: ‘Ja, dat heb ik gedaan,’ bevestigde Erdoğan, ‘want we werden beledigd. Ik weet niet wat er mis mee is om [de directeur van de zender op te bellen en] dat te zeggen.’

    Nadat de opnames van deze telefoongesprekken waren gelekt, kreeg de plaatsvervangend voorzitter van de mediagroep met wie de premier steeds sprak, de naam ‘Hallo Fatih’ opgeplakt. ‘Hallo Fatih’ werd het symbool van een tijdperk van repressie van de media en het handelsmerk van toegewijde mediamanagers die gaan staan en hun jasje dichtknopen wanneer ze met hun ‘bazen’ praten.

    Vóór de verkiezingen had Erdoğan, als tegenprestatie voor grote aanbestedingen, giften geïncasseerd van zakenlieden uit zijn omgeving, en zo degenen die het in de media voor het zeggen hebben nauw aan zich gebonden. Zij kregen de opdracht hem te steunen en zijn tegenstanders te vermorzelen. De propagandacampagne, die aan die van Goebbels deed denken, functioneerde uitstekend en zette, samen met een reeks andere factoren uiteraard, voor Erdoğan de deuren van het presidentiele paleis wijd open.

    Na de coup

    U kunt zich voorstellen hoeveel doorzettingsvermogen, moed, geduld en strijdvaardigheid ervoor nodig is om in een land waar de media op zo’n manier worden gemanipuleerd, een onafhankelijke, oppositionele krant uit te geven en te leiden. In Cumhuriyet, de krant waar ik anderhalf jaar leiding aan heb gegeven, verzetten mijn collega’s en ik ons tegen het ‘Hallo Fatih’-systeem in de media. Vanzelfsprekend had niemand de brutaliteit ons op te bellen en wie dat wel deed trof bij ons geen ‘Hallo Fatih’ aan. Wij kregen het op een andere manier te verduren. Ze probeerden ons door dreigementen, onrechtmatige interventies, processen en veroordelingen te intimideren. Maar we verloren de moed niet.

    Na de coup is de druk echter toegenomen. Honderd mediabedrijven kregen te horen dat ze moesten sluiten. Tegen zeventien journalisten werd een arrestatiebevel uitgevaardigd. Als er een onderzoek naar iemand werd ingesteld, werd zijn paspoort ongeldig verklaard, zoals ook mij overkwam.

    Afgelopen mei werd ik wegens ‘openbaarmaking van een staatsgeheim’ veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaar en tien maanden omdat ik een – met feiten onderbouwd – artikel had gepubliceerd waarin werd gezegd dat een konvooi van de Turkse geheime dienst wapens naar Syrië bracht. Het Hof van Cassatie, dat moest oordelen over het beroep dat wij tegen dit vonnis hadden ingesteld, werd na de couppoging volledig gereorganiseerd. Twee rechters van het Constitutionele Hof, dat onze gevangenisstraf onwettig had verklaard toen we al drie maanden in de gevangenis zaten, zijn gearresteerd. De officier van justitie die ons aan de rechter-commissaris had voorgeleid, is tot hoofdofficier van justitie in Istanboel benoemd. Op internet werd een lijst van ‘te arresteren journalisten’ verspreid; mijn naam stond bovenaan. Bovendien stonden er nieuwe processen op stapel. De rechtbank zou nu uit regeringscommissarissen bestaan. Daarom besloot ik mijn positie als hoofdredacteur ter beschikking te stellen en mijn land te verlaten.

    Zou u, in een land waar na een bloedige couppoging, die 240 mensen het leven kostte, 20.000 mensen zijn opgepakt, 10.000 mensen zijn gearresteerd en bijna 3000 rechters en officieren van justitie uit hun ambt zijn gezet, en waar de herinvoering van de doodstraf op de agenda staat, de rechterlijke macht vertrouwen en uw hoofd op het hakblok van de regering leggen?

    ‘Hallo Fatih! Laten we deze alinea maar schrappen!’

    Auteur: Can Dündar
    Vertaler: Izaak Hilhorst

    Die Zeit
    Duitsland | dagblad | oplage 540.000

    De krant van de Duitse intelligentsia is tolerant en liberaal en biedt iedere donderdag grote politieke analyses. Bij controversiële thema’s worden verschillende meningen en auteurs tegenover elkaar gezet.

  • ‘Het wordt tijd om Erdogan aan te pakken’

    ‘Het wordt tijd om Erdogan aan te pakken’

    De Amerikanen zouden serieus moeten nadenken over het weghalen van hun luchtmachtbasis uit Turkije, schrijft het blad Foreign Policy. Dat zou een krachtige waarschuwing zijn aan president Erdogan dat ze hun belangen niet onbeperkt laten gijzelen.

    Houston, we have a problem. En niet zo’n kleintje. Langzaam maar zeker stevent Turkije af op rampspoed. De wegwijzers spreken boekdelen. We gaan richting despotisme, terrorisme, burgeroorlog. Aan de horizon doemen scenario’s op als ‘mislukte staat’ en ‘gedwongen opdeling’. De dag lijkt niet ver meer dat Amerikaanse beleidsmakers zich met de grootst mogelijke tegenzin moeten buigen over de vraag wat te doen met een NAVO-bondgenoot die volledig van het rechte pad is geraakt.

    De deprimerende en kennelijk onomkeerbare verwording van Turkije tot een autocratie voltrekt zich in rap en mogelijk steeds sneller tempo.

    Erdogans uit 2013 stammende belofte van een wapenstilstand met de PKK is allang vervlogen. De Turkse president verbrak die toen hem duidelijk werd dat zijn despotische ambities beter waren gediend door nationalistische gevoelens tegen het Koerdische terrorisme aan te wakkeren dan door een netelig vredesproces voort te zetten. Maar de prijs die Turkije op de lange termijn zal moeten betalen voor Erdogans kortetermijnwinst dreigt behoorlijk hoog te worden – niet alleen in termen van verloren levens en verwoeste eigendommen, maar ook vanwege een hele generatie radicaliserende Koerden in het zuidoosten van het land, die er steeds dieper van overtuigd raken dat het Turkse staatsbestel hun geen toekomst biedt.

    Erdogan is tot het oordeel gekomen dat de opkomst van de Syrische Koerden een dodelijke bedreiging is die met alle middelen moet worden neergeslagen – ook al betekent dit dat soennitische jihadisten van allerlei soort, waaronder IS, worden ontzien.

    Schaamteloos

    Daarmee is de neerwaartse spiraal van Turkije nog niet afdoende beschreven. Erdogan drukte onlangs een wet door die de immuniteit van parlementariërs opheft. Dat deed hij enkel en alleen om leden van de pro-Koerdische Democratische Volkspartij, de HDP, te kunnen vervolgen wegens vermeende banden met de PKK. Ook steeds meer journalisten, academici en activisten worden beschuldigd van steun aan het terrorisme, omdat ze het hebben gewaagd vraagtekens te zetten bij het beleid van Turkije ten aanzien van de Koerden en de oorlog in Syrië. Nog orwelliaanser: bijna tweeduizend mensen zijn beschuldigd van het misdrijf dat ze Erdogan hebben beledigd.

    Schaamteloos waren Erdogans dreigementen om de stroom vluchtelingen uit Turkije zo te manipuleren dat hij de EU voordelen kon afpersen als ruime financiële bijstand en visumvrij reizen voor Turken. ‘We kunnen de poorten naar Griekenland en Bulgarije op elk gewenst ogenblik openzetten en de vluchtelingen in de bus laten stappen,’ waarschuwde Erdogan de ambtenaren van de EU eind 2015. ‘We kunnen tegen de Europeanen zeggen: Sorry, we zetten de deuren open en zeggen dag tegen de migranten.’

    Erger nog: Erdogan ‘gelooft in een radicale islamitische oplossing voor de problemen in de regio’. En: ‘de komst van terroristen naar Europa maakt deel uit van de Turkse politiek’, aldus de Jordaanse koning Abdoellah II in een briefing achter gesloten deuren aan Amerikaanse Congresleden, in januari van dit jaar.

    Ook buiten de Turkse landsgrenzen wakkert zijn beleid extremisme en terrorisme aan: in Syrië en de rest van het Midden-Oosten, maar inmiddels ook in Europa

    Erdogan is behalve een mislukking ook een groeiende bedreiging van Amerikaanse belangen. Hij ondermijnt niet alleen het welzijn en de stabiliteit van Turkije, een belangrijk lid van de NAVO, ook buiten de Turkse landsgrenzen wakkert zijn beleid extremisme en terrorisme aan: in Syrië en de rest van het Midden-Oosten, maar inmiddels ook in Europa. Het land dat een betrouwbaar bolwerk van veiligheid en stabiliteit op de zuidflank van de NAVO zou moeten zijn, is hard op weg een groot gevaar te worden voor de democratische waarden en – nog belangrijker – de belangen van de alliantie.

    Hoe moeten de VS Erdogan tegemoet treden? Dat hij Amerikaanse en Europese kritiek meesterlijk in zijn voordeel weet om te zetten, is nu wel bekend. Het opvoeren van antiwesterse retoriek is een vast onderdeel geworden van zijn politieke overlevingsstrategie.

    Het moet gezegd, de Amerikaanse regering durft Erdogan de laatste tijd steviger aan te pakken. Dat blijkt uit Obama’s kritiek op het Turkse optreden tegen buitenlandse strijders. Washington zou echter drastischer maatregelen moeten overwegen. Het zou moeten nadenken over een geschikte vervanging voor Incirlik, de Turkse luchtmachtbasis die al jaren heel belangrijk is voor Amerikaanse en NAVO-operaties inzake Irak en Syrië.

    Ongetwijfeld heeft de afhankelijkheid van Incirlik de Amerikaanse tegenzin vergroot om de destructieve politiek van Erdogan aan de kaak te stellen, waardoor hij veel speelruimte heeft gekregen. Hij kon het zich zelfs veroorloven om, ondanks dringend Amerikaans verzoek, vluchten vanuit Incirlik pas toe te staan toen de oorlog tegen IS al een jaar aan de gang was. En dan ging die toestemming ook nog gepaard met zijn controversiële beslissing de oorlog van Turkije tegen de PKK te hervatten.

    Woekercel

    Een besluit om alternatieven voor Incirlik te onderzoeken zou een krachtige waarschuwing zijn aan Erdogan dat de Amerikanen hun belangen niet onbeperkt laten gijzelen door zijn riskante politiek. Dat ze bereid zijn hun geld te zetten op betrouwbaarder en bereidwilliger partners. Iraaks-Koerdistan, de Verenigde Arabische Emiraten en Jordanië staan mogelijk boven aan de lijst.

    Het probleem van Erdogans Turkije heeft zich in de loop der jaren opgebouwd. En jarenlang hebben Amerikaanse functionarissen geprobeerd de kwestie te negeren. Tegen beter weten in hoopten ze dat het allemaal zou meevallen, of dat het probleem zichzelf zou oplossen, en dat ze dus geen moeilijke beslissingen hoefden te nemen ten aanzien van een historische bondgenoot die toevallig een van de belangrijkste geostrategische gebieden ter wereld controleert.

    Het mocht niet zo zijn. Het probleem Erdogan verdiept zich alleen maar, breidt zich uit als een woekercel, en brengt Amerikaanse belangen steeds verder in gevaar.

    Vroeger of later komt hiervoor waarschijnlijk de rekening. De VS moeten nu al voorbereidingen treffen om de schade te beperken.

    Auteur: John Hannah
    Vertaler: Carl Stellweg

    Foreign Policy
    Verenigde Staten | tweemaandelijks tijdschrift | oplage 106.000

    Wetenschappelijk tijdschrift, opgericht in 1970 om het ‘debat te stimuleren over belangrijke kwesties van de Amerikaanse buitenlandse politiek’. Sinds 2008 eigendom van The Washington Post.

  • De een z’n harem is de ander z’n school

    De een z’n harem is de ander z’n school

    De Turkse presidentsvrouw Ermine Erdogan prees de Ottomaanse harems als ‘leerscholen voor vrouwen’. Het kwam haar ook in eigen land op veel kritiek te staan.

    Emine Erdogan, de first lady van Turkije, deed vorige maand van zich spreken. Op een evenement in Ankara prees zij de zogenaamde valide sultans – ofwel de wettige moeders van sultans – als ‘pioniers van hun generatie, voorbeelden voor onze moeders’.

    Ook bestreed ze het westerse beeld van de harem als een plek waar ambitieuze vrouwen het wapen van hun seksualiteit inzetten om zich een weg omhoog te banen. ‘Voor leden van de Ottomaanse familie was de harem een school,’ zei ze, ‘een centrum van onderwijs, waar vrouwen werden voorbereid op het leven en op georganiseerde vrijwilligersactiviteiten.’

    Afrodisiaca uit het Ottomaanse tijdperk hebben een krachtige comeback gemaakt en zijn reguliere handel geworden

    Zoals Erdogans toespraak liet zien roept het begrip ‘harem’ vragen op bij het hedendaags publiek. In zijn oorspronkelijke betekenis (‘verboden’ of ‘heilig’) was het woord van toepassing op vrouwelijke familieleden. In samenlevingen waar mannen en vrouwen gescheiden zijn, hebben vrouwen hun eigen verblijf: de harem. In Ottomaanse paleizen was dit de plek waar alle slavinnen, concubines, eunuchen en vrouwelijke familieleden van de sultan woonden. Welk soort onderwijs de harembewoners kregen hing af van de heerser en van de periode in kwestie, maar de voornaamste rol van de jonge vrouwen die als slavinnen werden binnengebracht was toch om de sultan te behagen en mannelijke baby’s op de wereld te zetten. Dit bood hun de kans om op een dag valide sultan te worden, ofwel de vrouw die het hof bestierde.

    Erdogans geestdriftige aanprijzing van de harem als school leidde zowel in binnen- als buitenland tot stevige reacties. De laatste werden door neo-Ottomaanse groepen – conservatieven, islamisten, maar ook commentatoren die op de hand zijn van Erdogans Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling (AKP) – afgedaan als oriëntalisme. Maar uit discussies op de Turkse sociale media blijkt dat het populaire beeld van haremconcubines bij Turkse burgers zowel afschuw als fascinatie opwekt.

    Scène uit een Turkse harem, schilderij van Franz Hermann, Hans Gemminger, Valentin Mueller (olieverf op doek, tweede helft zeventiende eeuw). – © Google Art Project
    Scène uit een Turkse harem, schilderij van Franz Hermann, Hans Gemminger, Valentin Mueller (olieverf op doek, tweede helft zeventiende eeuw). – © Google Art Project

    Ondank de scherpe afkeuring van de regeringspartij AKP, zijn series als Muhteşem Yüzyıl (De schitterende eeuw) – over het leven van prominente sultans en hun geliefden – zeer populair in Turkije. Ze hebben zelfs een niche gecreëerd voor neo-Ottomaanse producten. Geurtjes vernoemd naar machtige vrouwen aan het Ottomaanse hof, alsmede badjassen, badkameraccessoires, sieraden en zelfs haarverf met een Ottomaans thema gaan als warme broodjes over de toonbank.

    Afrodisiaca uit het Ottomaanse tijdperk hebben een krachtige comeback gemaakt en zijn reguliere handel geworden. Ook kun je als consument zelf een paleiservaring opdoen, afgestemd op je voorkeur en wat je te besteden hebt. Zo biedt het chique hotel Les Ottomans aan de Bosporus kamers die zijn ingericht naar de smaken van tien verschillende sultans en de unieke sfeer van hun tijd. De Amerikaanse Republikeinse presidentskandidaat Donald Trump was er reeds te gast.

    Het linkse kamp

    Niet iedereen was ingenomen met het positieve beeld dat mevrouw Erdogan van de harem schetste. Met name vrouwen uit het linkse kamp namen haar onder vuur. ‘Graag wijs ik mevrouw Erdogan erop dat de harem die zij een school noemt, leerlingen of concubines telde die met geweld naar het paleis werden gebracht,’ aldus Yasemin Cankurtaran, vicevoorzitter van de Republikeinse Volkspartij. ‘Het waren minderjarigen die tot geestelijke en lichamelijke slavernij werden gedwongen… Ik begrijp niet hoe een presidentsvrouw een deel van onze cultuur kan aanprijzen dat van Byzantijnse oorsprong is. Je verstand staat erbij stil.’ Een groepering met de naam Communistische Vrouwen was nog feller. Deze verklaarde de first lady de oorlog en riep het publiek op de familie Erdogan van haar monarchie- en haremwanen te verlossen.

    ‘Seksuele intriges maakten wel degelijk deel uit van het haremleven,’ zegt een cultuurhistorica die anoniem wenst te blijven uit angst haar baan te verliezen. ‘Iedereen had een specifieke taak, waarbij leeftijd, seksuele identiteit en de specifieke rol die je werd toebedeeld cruciaal waren,’ verklaart ze. ‘Zo speelden lesbische relaties tussen concubines en homoseksuele neigingen van sommige sultans of zonen van sultans een belangrijke rol in het overlevingsysteem van de harem, samen met de verhalen van de eunuchen. Het was een plek waar je tamelijk jong terechtkwam en van je hele identiteit werd beroofd. Dus moest je die zelf, binnen de muren van de harem, opnieuw uitvinden. Seksualiteit was de kern van deze identiteit.’

    Waar journalisten van regeringsgezinde media hun best deden de educatieve waarde van de harem aan te tonen, vroegen anderen zich af of je de harem een school kon noemen, simpelweg omdat de bewoners bepaalde beroepen werd geleerd. Historicus Ozlem Kumrular tweette een plaatje van een schilderij met naakte vrouwen rond een zwembad, en schreef: ‘Dit haremtafereel is geschilderd door de laatste kalief, Abdülmecid. Raar maar waar.’ Opmerkelijk is dat Kumrulars tweet honderden keren werd geretweet, maar dat niemand uit het kamp van Ermine Erdogan inging op de betekenis van het schilderij. De meeste retweets waren voorzien van satirisch commentaar, zoals: ‘Zou [Sultan] Abdülmecid de harem beter hebben gekend dan mevrouw Erdogan? Ik vraag me af wat voor klas dit was.’


    Een andere persoon tweette een foto van twee schoolgebouwen met als bijschrift: ‘Masteropleiding Kamasutra’ en ‘Academie van Flirten en Hofmakerij, Paleisintriges en Vergiftiging’. Bij weer een tweet, van een schilderij van een koninklijk hof met dansende vrouwen, luidde de tekst: ‘Dus de harem was een school. Vandaar dat we analfabeet zijn gebleven.’ Sefer Selvi, vooraanstaand cartoonist voor de krant Evrensel Daily, tekende mevrouw Erdogan met een bord waarop stond: ‘Hé meiden, laten we naar de Harem gaan.’

    Vrouwelijke slavernij

    Veel reageerders en commentatoren bekritiseerden de familie Erdogan ook om het feit dat ze heeft geprofiteerd van westers, seculier onderwijs – de kinderen van Erdogan zijn alle vier westers opgeleid –, terwijl ze in eigen land een ander onderwijssysteem propageert. Vandaar dat de meest voorkomende en meest afgezaagde vraag op sociale media was of Erdogan een harem wilde vestigen in het presidentiële paleis van meer dan duizend kamers.

    In sommige landen zou een simpele opmerking over een historische periode geen beroering hoeven wekken, maar in Turkije zijn de maatschappelijke verhoudingen vertroebeld door de pogingen van de islamisten om de plaats en de rol van de vrouw in het publieke domein opnieuw te definiëren. Daarbij gaat het niet langer om het dragen van een hoofddoek, maar om de wens vrouwenrechten terug te draaien en om het verheerlijken van vrouwelijke slavernij.

    Vertaler: Carl Stellweg

    Al-Monitor
    Verenigde Staten | al-monitor.com

    Website die is opgericht door Jamal Daniel en zijn basis heeft in Washington DC. Nieuws en analyses uit het Midden-Oosten in zowel eigenhandige als vertaalde artikelen. Werkt samen met de grootste nieuwsorganisaties in het Midden-Oosten.