Tag: Europa

  • Britten worden gewaarschuwd voor voedseltekorten

    Britten worden gewaarschuwd voor voedseltekorten

    Lange rijen, mensen die vechten om de laatste krop sla, sobere kersttafels. Dat is het schrikbeeld van de Britse tabloids. Aanleiding zijn de maatregelen die veel Europese landen namen toen dit weekend bekend werd dat op het schiereiland een besmettelijkere variant van het coronavirus rondgaat.

    ‘Waarschuwing voor kerstinkopen: Britten krijgen binnen enkele DAGEN te maken met voedseltekorten’, kopt Daily Express gistermiddag (22 december). De voorzitter van de Britse retailvereniging verklaarde dinsdag aan het parlement dat als er binnen 24 uur niets gedaan werd aan de grenscrisis, er een tekort in de supermarkten aan verse producten zou ontstaan, meldt de tabloidkrant.

    Sinds zondag heeft Frankrijk de grens met Groot-Brittannië gesloten voor verkeer, inclusief voedseltransport en ander vrachtverkeer. Door deze maatregel strandden dinsdagavond zo’n vierduizend vrachtwagens en ongeveer duizend transportbussen die het Kanaal naar Calais wilde oversteken in Kent, bericht The Guardian. Als de vrachtwagens niet kunnen terugkeren naar Frankrijk, waarschuwden de vervoerders, komt er een tekort aan vrachtwagens om verse goederen van het continent op te halen en op tijd terug te keren naar het Verenigd Koninkrijk om de rekken na Kerst weer te vullen.

    Een woordvoerder van Boris Johnson roept op om geen paniekaankopen te doen

    Een woordvoerder van Boris Johnson roept op om geen paniekaankopen te doen, meldt The Telegraph. ‘Mensen moeten hun normale inkopen doen en rekening met elkaar blijven houden.’ Door de extra strenge maatregelen die zaterdag zijn ingevoerd voor de regio Londen en Zuid-Engeland, moesten veel mensen hun kerstplannen bijstellen en inkopen doen voor een diner thuis, aldus het dagblad. De zogeheten niveau 4-maatregelen betekenen dat je geen contact mag hebben met mensen van een ander huishouden, behalve als je zorg nodig hebt of alleen woont.

    De Britse krant The Telegraph toont de lange rij voor een supermarkt in North Tyneside op dinsdag.

    Gelukkig is aan de oproep van de retail- en de vervoerssector gehoor gegeven en is vanaf vandaag vrachtverkeer via het Kanaal weer toegestaan. Toch is het probleem van voedseltekorten hier niet mee opgelost, meldt Daily Mail. Alle chauffeurs die de oversteek naar Frankrijk willen maken, moeten worden getest op corona, en negatief worden bevonden. Herculesarbeid als je bedenkt dat zich een rij van duizenden vrachtwagens voor de grens heeft gevormd. ‘Zelfs een sneltest, waarbij de uitslag na dertig minuten al bekend is, is een complete ramp’, zegt de International Road Transport Union tegen de tabloid.

    ‘Hoe afhankelijk is het Verenigd Koninkrijk van de Europese Unie als het gaat om voedsel?’ vraagt BBC News zich af. Groot-Brittannië importeert bijna de helft van de verse groenten en het grootste deel van het fruit uit de EU. Vooral in de winter is het VK afhankelijk van Europa voor verse producten, en dan in het bijzonder van warmere streken als Spanje of de Nederlandse glastuinbouw. Vrijwel al die producten steken tussen Calais en Dover het Kanaal over. Zo wordt 90 procent van de sla en 85 procent van de tomaten geïmporteerd uit Europa, rekent de BBC uit.

    john cameron IEeqknvHRKQ unsplash 1 1
    Tijdens de eerste golf in maart kampten Britse supermarkten ook al met tekorten. – © John Cameron / Unsplash

    ‘Het VK bevindt zich in het oog van een perfect storm: Frankrijk had zijn grens gesloten voor vracht uit het Verenigd Koninkrijk; winter betekent dat het Verenigd Koninkrijk voor vers voedsel afhankelijker is van de EU; Groot-Brittannië zal op 31 december stoppen met handel volgens de EU-regels; sommige Britse havens worden geconfronteerd met ernstige vertragingen; het coronavirus heeft de winkelgewoonten veranderd en de vraag is hoger door Kerstmis’, vat de BBC samen. Toch zeggen de grote Britse supermarkten dat ze nog voldoende voorraad hebben en dat hun klanten voor de kerstdagen ‘hun boodschappen kunnen doen zoals normaal’, waarmee de paniekerige kop van Daily Express wordt tegengesproken. Wel zouden na de kerst tekorten kunnen ontstaan aan verse groente en fruit, meldt The Guardian.

    Voor eieren, rijst, zeep en handzeep geldt er een beperking, daarvan mag een klant maar drie producten per keer inslaan

    Vanwege de lange wachttijden bij Dover zoekt de Britse voedsel- en transportsector naar andere mogelijkheden om verse producten naar het eiland te krijgen. Zo stuurt Lufthansa vandaag een noodvlucht vanuit Frankfurt met ‘beperkt houdbaar voedsel’, meldt nieuwsplatform Bloomberg. Het vliegtuig brengt zo’n tachtigduizend kilo verse producten naar het eiland.

    Tesco, een van de grootste supermarkten van Groot-Brittannië, gaat de verkoop van enkele producten beperken, meldt The Guardian. Zo mag per klant nog maar één pak wc-papier worden gekocht. Ook voor eieren, rijst, zeep en handzeep geldt er een beperking, daarvan mag een klant maar drie producten per keer inslaan. De maatregelen zijn nodig om te voorkomen dat mensen gaan hamsteren, niet omdat er tekorten zijn, aldus de supermarkt.

  • Brussel bereidt zich voor op ‘plan B’

    Brussel bereidt zich voor op ‘plan B’

    De EU-top van donderdag en vrijdag moet het Pools-Hongaars tegen het rechtsstaatmechanisme breken. Europese commentatoren staan vrijwel unaniem achter de strenge opstelling van de EU.

    ‘Europa is in nood’, opent het commentaar van Der Tagespiegel. Het veto van Polen en Hongarije tegen het financiële pakket van de EU ter waarde van ruim 1800 miljard euro, bedreigt de slagkracht van de EU. Als de regeringleiders op de EU-top van donderdag en vrijdag geen overeenstemming bereiken, zal de EU zich voor het eerst in dertig jaar met een noodbegroting moeten behelpen. Geld voor onderzoek en infrastructuur kan dan niet meer worden uitbetaald. Het pakket bestaat uit de meerjarenbegroting 2021-2027 van bijna 1100 miljard euro en het coronaherstelfonds van 750 miljard euro.

    De Süddeutsche Zeitung is dan ook van mening dat ‘Merkel zich van haar strenge kant moet laten zien’. De Duitse bondskanselier heeft vanwege het Duitse voorzitterschap van de Europese Raad de leiding tijdens de EU-top. Merkel heeft altijd geprobeerd om eenheid te bewaren in de EU, maar als het gaat om ‘de democratie en de rechtstaat, is een klassiek Europees compromis uitgesloten’, aldus het Münchense dagblad.

    Druk

    Maar de EU heeft genoeg middelen om de dwarsliggende landen onder druk te zetten, aldus SZ. ‘Het is mogelijk om het coronaherstelfonds op te starten zonder Polen en Hongarije. Vooral Polen zou dit geld pijnlijk missen. Beide landen zouden er bovendien onder lijden als de EU met een noodbegroting komt. (…) Het is terecht dat Brussel nu openlijk dreigt met “Plan B” en eist dat de twee regeringen nog vóór de top stoppen te dreigen met een veto. Hoe geloofwaardiger de druk van Brussel is, des te moeilijker zal het voor Polen en Hongarije worden om te bepalen of ze werkelijk bereid zijn de prijs voor hun veto te betalen ten koste van hun eigen volk.’

    Manfred Weber, voorzitter van de Europese Volkspartij, verklaart tegen Bloomberg dat hij het veto van Polen en Hongarije ‘onverantwoordelijk’ vindt.

    Het Poolse weekblad Polityka verwacht dat Polen eerder zal buigen dan Hongarije. ‘Het blijft de centrale vraag of Viktor Orbán wordt gedreven vanuit een ideologisch principe [namelijk dat de EU niets te zeggen heeft over de Hongaarse rechtsstaat], in welk geval een veto nauwelijks te vermijden is, of dat hij vooral wil voorkomen dat er consequenties volgen wanneer wordt ontdekt dat er met EU-middelen is gefraudeerd. Polen wordt beschouwd als een minder harde noot om te kraken. In zijn huidige vorm zou het ‘geld in ruil voor controle op de rechtsstaat’-plan aanvaardbaar zijn voor de PiS-regering, aangezien de EU-fondsen in ons land min of meer correct worden beheerd.’

    © Wikipedia
    Merkel en Orbán op het congres van de Europese Volkspartij in 2015. – © Europese Volkspartij / Wikipedia

    Voor de Hongaarse onafhankelijke anticorruptieorganisatie K-Monitor is het evident dat Orbán aan zijn veto vasthoudt uit angst voor de aanpak van fraude in Hongarije. ‘Ik ben er vrij zeker van dat dit een van de redenen is waarom Orbán zijn veto uitsprak over het wetsvoorstel,’ zegt Sandor Lederer tegen Le Monde. Lederer is de directeur van K-Monitor en heeft zich de laatste jaren gericht op de vastgoedactiviteiten van familieleden van Orbán. Een van de verdachte vastgoedprojecten die met Europees geld werden gefinancierd, is een voetbalstadion met 4500 zitplaatsen in het Hongaarse dorp Felcsut, dat maar 1800 inwoners telt en het geboortedorp is van Orbán. [Lees hierover ook dit artikel uit 360: De roekeloze voetbalobsessie van Viktor Orbán.]

    ‘Wij, als inwoners van een land waarvan de politici vaak in de clinch liggen met Brussel, moeten het hier niet mee eens zijn’

    De Tsjechische kwaliteitskrant Hospodárske Noviny is kritisch over het ultimatum van de EU. Zij vreest dat wanneer de EU doorzet met een alternatief herstelplan en een noodbegroting zonder Polen en Hongarije, er een precedent wordt geschapen voor het uitsluiten van landen. En dat kan ook gevolgen hebben voor Tsjechië. ‘Wij, als inwoners van een land waarvan de politici vaak in de clinch liggen met Brussel’, schrijft de krant in een commentaar, ‘moeten het daar niet mee eens zijn. (…) Als er deze keer sprake is van een plan voor 25 landen zonder Polen en Hongarije, kan Tsjechië de volgende keer om wat voor reden dan ook eveneens worden buitengesloten.’

  • Wie gaat er schuil achter Mrs Europe?

    Wie gaat er schuil achter Mrs Europe?

    Haar rede over de staat van de Unie en hoe ze denkt de grote vragen van deze tijd op te lossen, was op z’n minst indrukwekkend te noemen. Nu maar afwachten of Europeanen over drie jaar echt het idee hebben dat deze nieuwe machthebber herstel heeft bewerkstelligd. En wie is Ursula von der Leyen eigenlijk, behalve voorzitter van de Europese Commissie?

    Het eerste wat opvalt als je Ursula von der Leyen ontmoet, is dat er iets mist – iets aan deze onberispelijke politica lijkt gemaakt of onoprecht: maar wat precies is opmerkelijk lastig te benoemen. Cryptisch en ondoorzichtig, als de glazen gevel van het Berlaymontgebouw, haar hoofdkwartier, dat openheid uitstraalt maar ondertussen niets prijsgeeft.

    Het zou een vergissing zijn om dwars door haar heen te kijken. Wie Europa wil begrijpen, moet eerst Ursula von der Leyen begrijpen. Deze Eurocraat van de tweede generatie is geboren in Brussel en belichaamt de klasse wier beslissingen bepalend zullen zijn voor de vraag of de Unie zal uitgroeien tot een Verenigde Staten van Europa of langzaam uit elkaar zal vallen. Haar politiek is de Steen van Rosetta die laat zien hoe het Merkel-mechanisme in elkaar steekt. Haar leven toont ons de Duitse reis in Europa, en geeft antwoord op de vraag of die route nog ergens naartoe leidt. Van Brussel, waar ze is geboren, naar Berlijn en nu weer terug naar Berlaymont, van vader op dochter – dit is een reis van smeekbede naar macht, van idealisme naar angst.

    Duitse ministers hebben de neiging altijd in beweging te zijn: ministerconferenties in Brussel, weekenden in de Länder, eindeloze gezamenlijke kabinetsvergaderingen met tientallen bondgenoten. Het zijn mensen van hazenslaapjes in vliegtuigen, mensen die voortdurend uitgeput zijn. In 2009, in Warschau, nam Jacek Rostowski, de Poolse minister van Financiën, tijdens de tweejaarlijkse Pools-Duitse kabinetsbespreking plaats naast een ‘niet al te grote, tamelijk aantrekkelijke vrouw’. Rostowski keek haar even aan. Hij had deze minister niet eerder ontmoet. ‘Maar op de een of andere manier had ik het gevoel dat ik haar kende.’ Ze stelde zich aan hem voor: Ursula von der Leyen, minister van Landbouw en Sociale Zaken. Nog altijd niets. De naam deed geen belletje rinkelen.

    Conferenties. Paneldiscussies. Kringen. De elite die aan het hoofd staat van Europa komt elkaar altijd weer tegen. Zo’n maand of zes later, in Davos, zat de Poolse minister weer naast dezelfde Duitse minister. Ze schudden elkaar de hand, zeiden dat het leuk was om elkaar weer te zien. Rostowski vloog terug naar Warschau. ‘Toen, drie dagen later, daalde ineens het besef over me neer, als een schok.’ Alles kwam weer boven.

    Londen

    Earls Court, Londen, 1978. Nog altijd het sombere Londen van de film Tinker Tailor Soldier Spy, kleine eenkamerwoninkjes en her en der nog gaten van bominslagen; de straat waar Rostowski, een jonge docent en de zoon van Poolse vluchtelingen, in een huis woonde dat zijn moeder had opgedeeld in appartementen. Ze had de bovenste verdieping verhuurd aan Erich Stromeyer, een Duitse bankier die net was gescheiden. Op een dag vertelde Stromeyer dat zijn zwager een vooraanstaand Duits politicus was en dat de Baader-Meinhof-Groep had gedreigd zijn dochter te ontvoeren en te vermoorden. De situatie was nogal ernstig: zouden de Rostowski’s het erg vinden als die dochter bij hem introk, om aan de London School of Economics te gaan studeren, totdat de crisis was overgewaaid?

    Ze trok bij hem in onder een schuilnaam: Rose Ladson. ‘Ze had nog wat babyvet,’ herinnert Rostowski zich. ‘Ze was heel levendig, heel aardig en altijd de hort op.’ Haar echte naam was Ursula Gertrud Albrecht, en de Rostowski’s merkten al snel dat ze vaak tot laat de deur uit was, dat ze vaak pas ’s nachts na enen weer terugkwam in Philbeach Gardens. ‘Ze vergat geregeld bij thuiskomst de deur goed op slot te doen. Dat vond ik nogal lichtzinnig, gezien het feit dat er mensen zouden zijn die haar wilden ontvoeren en vermoorden.’

    gettyimages 543818313
    Vader Ernst Albrecht, minister-president van Nedersaksen namens de CDU met moeder Heidi-Adele (rechts) en dochter Ursula in april 1978. © Ullstein Bild / Getty

    De London School of Economics was in die tijd nog niet de springplank naar the City die hij zou worden – allemaal internationale studenten met weinig esprit de corps – maar nog de school van Ralf Dahrendorf, van de studentenbezettingen, waar de geest van Sidney en Beatrice Webb nog rondwaarden en het politieke klimaat bepaalden. Al zal ‘Rose Ladson’ dat allemaal nauwelijks hebben meegekregen, aangezien ze er bijna nooit was.

    Ze was gegrepen door de punkbeweging en woonde in een stad waar The Clash optrad in Hammersmith Palais, en ze hing vaker rond in de pubs van Soho en in de platenzaken in Camden dan in de bibliotheek van de London School of Economics. Ze kreeg al snel de reputatie dat ze iemand was ‘die in de disco helemaal uit haar dak ging’. Zelf heeft ze over die periode gezegd: ‘Ik leefde meer dan dat ik studeerde.’

    Londen was alles wat het Duitse platteland niet was. ‘Londen,’ zei ze tegen Die Zeit, ‘was voor mij de belichaming van moderniteit: vrijheid, de vreugde van het bestaan, experimenteren.’ Deze liefde voor Londen verklaart de verbittering en de pijn van een groot deel van Europa’s elite, die zich tot aan de dag van vandaag blijft identificeren met de Britse Remain-campagne – of in ieder geval hun berichten retweet. Acht voormalige EU-ministers zijn alumni van de London School of Economics; en Jacek Rostowski zou later voor het Europees Parlement staan met het opmerkelijke Change UK [pro-Europese partij], een partij die een kort leven was beschoren. Londen, en niet Parijs, is de stad waar deze mensen ‘Europeaan’ zijn geworden.

    Vader Albrecht

    ‘Europa is het verhaal van generaties,’ zei Ursula von der Leyen voor het Europees Parlement. Net zoals dat geldt voor George W. Bush of Justin Trudeau, kan men de voorzitter van de commissie niet begrijpen zonder haar vader te begrijpen. En zelfs hij was niet alleen een mens maar ook een grote naam. De twintigjarige Ursula schepte er een speciaal genoegen in om door het leven te gaan als Rose Ladson omdat ze gebukt ging onder de naam Albrecht.

    De voorname connecties van de bewoners van de bovenste verdieping van het huis aan Philbeach Gardens waren niet toevallig. Twaalf generaties zeer vooraanstaande burgers – geestelijken, hoog aangeschreven artsen, hoge ambtenaren, kooplieden – keken via die naam op haar neer, vanuit de hanzeatische handelselites van Bremen, het koninkrijk Hannover en het keurvorstendom Keulen. De familie Albrecht had zelfs een eigen lemma in het Deutsches Geschlechterbuch, misschien nog het beste te vergelijken met Burke’s Landed Gentry.In de negentiende eeuw waren de Albrechts handelsmagnaten in Bremen, katoenimporteurs die huwelijken sloten met leden van de familie Ladson, slavenhouders en plantage-eigenaren uit South Carolina (vandaar Ursula’s Londense achternaam).

    Dergelijke Duitse handelshuizen hebben veel meer gedaan om onder de Britse of Amerikaanse vlag een koloniaal imperium op te bouwen dan velen zich realiseren. Dit soort mannen hekelde Thomas Mann, zelf afkomstig uit de oude Hanzestad Lübeck, in De Toverberg als ‘hardnekkig overtuigd van het recht van de aristocratie om te heersen’. In 1945 kwam Ernst Albrecht tevoorschijn uit de puinhopen van twee wereldoorlogen. Bremen was vrijwel volledig verwoest. Maar Ernst was verliefd en hij was intelligent en ambitieus. Hij wilde de hoogste cijfers halen en hij wilde trouwen met de dochter van het bevriende stel bij wie hij zich had schuilgehouden voor de RAF: Heidi Alele Stromeyer.

    Hij ging filosofie en theologie studeren in Tübingen, in de Amerikaanse bezettingszone, en sleepte daarna een beurs voor Cornell in de VS in de wacht. Er werd een nieuwe Duitse elite gevormd, gekneed door Amerikaanse handen, en hij was vastbesloten daar deel van uit te maken.

    Kweekvijver

    Toen Ernst terugkeerde naar Europa, wilde hij graag naar Bonn, de nieuwe hoofdstad van Konrad Adenauer. De universiteit van Bonn groeide in rap tempo uit tot de kweekvijver van politici voor de opkomende staat. Ernsts afstudeerscriptie was getiteld: Is een monetaire unie een noodzakelijke voorwaarde voor een economische unie? Het zou een slimme keuze blijken, en dat realiseerde hij zich maar al te goed.

    Al snel volgden afspraken en promoties. Op zijn 24ste werd hij attaché van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal in Luxemburg: het nakende Europese project in de kinderschoenen. Hij klom verder op. Op een foto genomen in een palazzo in Rome, in 1957 – vergeeld, een beetje wazig aan de randen – zien we een lange rij leiders een document ondertekenen. Achter hen hangen renaissancistische schilderijen. Dit zijn de mannen (het zijn allemaal mannen) achter het Verdrag van Rome, het verdrag waarmee de Europese Economische Gemeenschap werd gevestigd en het belangrijkste verdrag in Europa sinds de vredesverdragen van Westfalen. Achter Adenauer zien we Ernst Albrecht.

    Terwijl Duitse ambtenaren openlijk hun best deden de Italianen en de Fransen tegemoet te komen, had Ernst weinig last van schuldgevoelens over de oorlog. ‘Beste mensen,’ zei hij, ‘ofwel jullie willen met ons een Europa opbouwen, ofwel jullie willen het niet. Wij zijn een nieuwe generatie. De gebeurtenissen uit het verleden behoren tot het verleden. Ik ben net zo’n neutrale vertegenwoordiger van mijn land als de Fransen.’

    Albrechts Europa was een doel op zich, maar het diende ook een nationaal belang. Zijn uiteindelijke baas, Walter Hallstein, de eerste voorzitter van de Commissie, leek op het eerste gezicht een tegenstelling te belichamen. Als ‘vergeten Europeaan’, net als Adenauer zelf, weigerde hij de Oder-Neissegrens te accepteren als nieuwe westgrens van Polen, en gaf hij zijn naam aan de zogeheten Hallsteindoctrine: Bonn zou geen diplomatieke banden opbouwen of onderhouden met landen die Oost-Duitsland erkenden, met uitzondering van de Sovjet-Unie. West-Duitsland was niet sterk genoeg om zich zelfstandig staande te houden op geopolitiek vlak. Adenauer en Hallstein hadden een sterker Europa nodig.

    gettyimages 541533613
    Ursula von der Leyen met haar zeven kinderen in 2003. In dat jaar werd ze minister van Sociale Zaken en Familie in Nedersaksen. – © Ullstein Bild

    Het Brussel waar de Albrechts naartoe verhuisden na het Verdrag van Rome was een heel ander Brussel dan de Eurostar-stad van vandaag de dag. Ernst werd benoemd tot chef de cabinet van de eerste Duitse commissaris. Er werd nauwelijks Engels gesproken. De voertaal was Frans en de bescheiden onderkomens van de Zes hadden iets karolingisch. Het was een wereld van enkel mannen, die tot laat werkten en tot nog later doorzakten, drinkend of politiek bedrijvend.

    Toen Heidi Adele wist dat ze zwanger was van hun derde kind, zette ze een kinderstoeltje voor de deur van Ernsts werkkamer om hem met het nieuws te verrassen. Ursula Gertrud werd geboren op 8 oktober 1958 in Brussel, anderhalf jaar na het Verdrag van Rome. ‘Je bent een ongelooflijke baby,’ schreef haar moeder in haar dagboek. ‘De eerste die niet krijsend ter wereld komt.’

    Haar koosnaampje was Röschen, een verkleinwoord van Rose [roos]. Van haar vader heeft Ursula haar gevoel voor politiek geërfd; van haar moeder haar vastberadenheid binnen de politiek. Heidi Adele maakte deel uit van de generatie vrouwen die werd verstikt: de opleidingen waren opengesteld voor vrouwen, maar de banen waren nog niet voor hen beschikbaar. Ze had gestudeerd in Heidelberg, was gepromoveerd in Freiburg en had, zo gaat het verhaal binnen de familie, een begenadigd schrijver of beroemd journalist kunnen worden. Maar in werkelijkheid bleef ze altijd in de schaduw staan van haar man en stak ze haar energie in het schrijven van theatrale passages in haar dagboek.

    De kleine Röschen was altijd al Ernsts oogappeltje: ‘Het pronkstuk hier in huis is Ursula Gertrud, amper twee jaar oud,’ schreef haar moeder in haar dagboek. Haar zes kinderen groeiden op als Europeanen: Ursula ging naar de nieuwe Europese School, waar de kinderen van het ambtelijk apparaat dat in Brussel neerstreek – de EEG, de NATO, Euratom – drietalig werden opgevoed, zich bewust van het feit dat ze tot de elite behoorden. Het was dezelfde school, in de voorstad Ukkel, waar Boris Johnson een tijdje op heeft gezeten, toen Johnsons vader er een paar jaar later werkte als een soort Eurocratische klusjesman.

    Ambitie

    Ze hadden alles wat ze zich maar konden wensen, een aangenaam, rijk leven. Maar hoe langer de Albrechts in Brussel woonden, hoe ongelukkiger ze werden. Al sinds zijn twintigste speelde Ernst een belangrijke rol op de achtergrond voor de grote mannen van de CDU, en inmiddels wilde hij daar zelf een van worden. ‘Ik was 37 en op het hoogtepunt van een carrière als Europees ambtenaar. Wilde ik tot mijn 65ste directeur-generaal blijven voor de concurrentie? Dat kon ik me niet voorstellen.’ De jaren zestig van de vorige eeuw waren niet de leukste tijd om een Duitse Eurocraat te zijn. De Gaulle zei nee: zijn sterke Frankrijk zou niet toelaten dat een meer federale, presidentiële commissie het land zou overschaduwen. En Ernst begon actief politici te benaderen.

    Een klein eindje lopen van het Karel de Grotegebouw in het Brussel van vandaag de dag, zeggen de vlaggen en de plaquettes boven de deur net zoveel over Duitsland als over Europa. Beieren. Baden-Württemberg. Elke Duitse deelstaat heeft zijn eigen EU-delegatie: beter geoutilleerd en ruimer gehuisvest dan veel armoedige lidstaten. Het schitterende interieur maakt duidelijk waarom Duitsland, dat constant met zichzelf in onderhandeling is en dat gedurende een groot deel van haar politieke geschiedenis deel heeft uitgemaakt van het Heilige Romeinse Rijk met zijn dambordtactiek, zich binnen de Europese Unie als een vis in het water voelt. Federalisme is Duitslands natuurlijke staat van zijn.

    Albrechts thuisland was Nedersaksen, aan de Noordzee: grof gezegd het Koninkrijk Hannover, waar zijn vader de scepter zwaaide over de douanediensten. Ernst had zijn zinnen gezet op de hoofdprijs: de partij had een sinecure voor hem geregeld bij een koekjesfabriek in Hannover terwijl hij een positie probeerde te verkrijgen. Hij vertrok in 1970, met achterlating van zijn gezin, dat pas later volgde, nadat in 1971 dochter Benita was overleden aan ruggenmergkanker. Ze was elf jaar oud. Vanaf dat moment was Ursula de enige dochter.

    Van haar moeder heeft Ursula haar vastberadenheid geërfd

    De familie ging niet mee op de in ’68 in gang gezette golven van het veranderende Duitsland – je zou zelfs kunnen zeggen dat ze ertegen ingingen. Voor het eten werd er gebeden. Huize Albrecht, een oude boerderij in Ilten, net buiten Hannover, was omgeven door reusachtige braamstruiken en was ingericht in ambachtelijke stijl. Het familieleven was rijk aan paarden, huisconcerten en zware, leerzame en lijvige boekwerken uit de bibliotheek: Oorlog en vrede en Dokter Zjivago.

    In dit huis vormde zich Ursula’s persoonlijkheid: haar liefde voor muziek en dieren, en bovenal haar verlangen naar aandacht. Haar voornaamste activiteiten waren paardrijden en dan vooral springen, en het keurig begroeten van de vele beroemde gasten die haar vader op bezoek kreeg. In tegenstelling tot sommige van haar broers vond zij het leuk om naar buiten te treden. Maar toch, zo merken haar biografen Ulrike Demmer en Daniel Goffart op, nam haar vader haar nooit echt serieus. ‘De conservatieve Albrecht stond voorzichtig afwerend tegenover de vrouwenkwestie,’ herinnert Rolf Zick zich, een journalist uit diezelfde tijd.

    Getalenteerde dochter

    Na een onverwachte verkiezingsoverwinning, op de rug van drie afvalligen uit de regerende coalitie, werd Ernst Albrecht in 1976 minister-president van Nedersaksen. Destijds was dat een hogere positie dan gouverneur van een deelstaat. De rechterkant van het politieke spectrum was in de jaren zeventig het toneel van kleine koningen, regionale machthebbers en haarden van oerconservatieve, reactionaire relikwieën, die nog altijd niet overtuigd waren van de westerse roeping. Hij had Nedersaksen in handen.

    Het leven van zijn kinderen veranderde nog ingrijpender. Van gewone leden van het CDU in Nedersaksen werd verwacht dat ze bewondering koesterden voor de getalenteerde dochter van de minister-president. Hans-Gert Pöttering, de latere voorzitter van het Europese Parlement, herinnert zich dat er over de eerste dochter werd gepraat als een jeugdige activiste: ‘Als lid van de partij, maar zonder haar persoonlijk te kennen, hoorden we dat ze een bijzonder meisje was, en de politici refereerden aan haar als “Röschen”… het was van meet af aan duidelijk dat ze niet zomaar iemand was.’

    “Het was van meet af aan duidelijk dat ze niet zomaar iemand was”

    Haar moeder, de first lady van Nedersaksen, ensceneerde het geheel. Als een scène uit de victoriaanse tijd, of uit Little Women, voerden de kinderen tijdens familiebijeenkomsten stukken op die mevrouw Albrecht had geschreven. Met Kerstmis of Pasen werd de cast uitgebreid: ook kinderen uit het dorp kregen een rol. Het familietoneelstuk, of beter gezegd het toneelstuk van een familie, was voor Ernst Albrecht onlosmakelijk verbonden met zijn politiek. Als een kruising tussen een Joseph Kennedy van het platteland en de familie Von Trapp nodigde hij niet alleen cameramensen uit op zijn pastorale landgoed, maar liet hij ook zijn vrouw en kinderen als familiekoor optreden bij een plaatselijke televisiezender.

    Terwijl David Bowie in 1978 ‘Heroes’ zong in West-Berlijn, waar twee geliefden, uit Oost en West ‘can beat them, just for one day’, bracht de familie Albrecht zelfs een single uit: ‘Wohlauf in Gottes schöne Welt’. Maar de realiteit was harder: gepolariseerd, verdeeld, geconfronteerd met terreur, haar broers die in politiewagens naar school werden gebracht dit was het donkere Duitsland waarvan Ursula zich zo bevrijd voelde in Camden Market.

    Het dieptepunt van Ursula’s leven was in Stanford. Het was begin jaren negentig en ze was een gefrustreerde huisvrouw. De geschiedenis herhaalde zich: niet die van haar vader, maar die van haar moeder. Na zes semesters in Londen was men van mening dat de Baader-Meinhofdreiging was geluwd en moest Rose Ladson weer Ursula Albrecht worden. Ze voelde zich geïsoleerd en ongelukkig aan de universiteit van Göttingen, totdat ze in het universiteitskoor Heiko von der Leyen leerde kennen. Ze was 24. Hij was wetenschapper, een telg uit een familie van vooraanstaande zijdehandelaren; ze ging met hem mee naar China.

    gettyimages 457398231
    ‘Wie Europa wil begrijpen, moet eerst Ursula von der Leyen begrijpen,’ schrijft Ben Judah over de huidige voorzitter van de Europese Commissie. – © Adam Berry / Getty

    Ze behoorde tot de gefrustreerde generatie: vrouwen voor wie een opleiding en een beroep binnen de mogelijkheden lagen. Maar ondertussen was er niets gedaan om de combinatie met een gezin mogelijk te maken, er was niet echt veel veranderd aan de houding van mannen. Ursula had het gevoel dat ze stuitte op ‘statische machtshiërarchieën’. Nadat ze in 1991 was afgestudeerd in Hannover ging ze aan het werk als arts, maar toen ze zwanger werd, kreeg ze van een meerdere te horen dat ze ‘te lui om te werken’ was. Volgens haar biografen was Heiko ‘niet in staat’ haar te helpen met de dagelijkse zorg voor de kinderen. In plaats daarvan moest ze zelf maar zien hoe ze alle bordjes in de lucht hield – zoals zovele vrouwen. Toen Heiko een baan kreeg aan Stanford, hield zij helemaal op met werken. ‘Zo ging het in die tijd,’ herinnert haar vriendin Sabine Cramer zich. ‘Als een man carrière wilde maken, gingen wij niet moeilijk doen.’

    Vijftien jaar later zag alles er anders uit. ‘Ik had nooit kunnen denken dat het einde van het patriarchaat deze vorm zou aannemen,’ zegt Rebecca Harms, die destijds kamerlid was voor Die Grünen in Nedersaksen. ‘Ik had nooit gedacht dat het patriarchaat door het CDU ontmanteld zou worden.’ In 2005 was Angela Merkel gekozen tot bondskanselier en Von der Leyen was uit de regering van Nedersaksen geplukt om haar minister van Gezin en Sociale Zaken te worden. Harms wist niet wat ze hoorde: de dochter van de reactionair ‘die mij voor een belangrijk deel de politiek in heeft gedreven’ was ineens het gezicht van gendergelijkheid binnen de partij.

    Terug naar Duitsland, 1996, waar Von der Leyen in de voetstappen van haar vader was getreden. De meeste politieke loopbanen worden gevormd door één beslissende ontmoeting: die van haar was met Christian Wulff, in 1999, toen ze ruiter was op een paardenveiling. De toekomstige minister-president van Nedersaksen was onder de indruk: niet alleen was ze een fantastische ruiter, ze was ook nog eens zes maanden zwanger van haar zevende kind. Hij zag ambitie en vastberadenheid. Hij zag lef.

    Talkshowgezicht

    Talkshows met zware fauteuils en comfortabele banken maken een belangrijk deel uit van het politieke leven in Duitsland. Ze hebben een belangrijke rol gespeeld bij de opkomst van Von der Leyen, om te beginnen als het gezicht van Wulffs regering in Nedersaksen, waar ze de aandacht trok van niemand minder dan Angela Merkel, de Mutti van Duitsland. Hier blonk Von der Leyen uit: avond na avond droeg ze de boodschap uit, was ze de spreekbuis van Angela, van een CDU dat het gezin hoog in het vaandel heeft staan.

    Ursula deed het zo goed op tv omdat iedereen in Duitsland twee dingen van haar wist: dat ze de dochter was van Ernst Albrecht en dat ze zeven kinderen had. In feite was Von der Leyen ook een alias. En wat het voor de kijker alleen nog maar mooier maakte: dit was niet langer de seksistische partij van haar vader, maar een partij waar de stedelijke bourgeoisie zich bij thuis kon voelen. Het was Von der Leyen op haar best, eerst als minister voor Jeugd en Familiezaken, later als minister van Sociale Zaken en Arbeid – ze maakte zich sterk voor kinderopvang, voor betaald ouderschapsverlof, maakte zich zelfs sterk voor die zaken toen haar partij ertegen was. ‘Het is geen geheim dat ze zich daarmee niet populair maakte binnen haar eigen partij,’ aldus een bron binnen het CDU.

    Dit is het Merkelmechanisme in actie: altijd buitenstaanders inzetten, moeite doen om het midden mee te krijgen, calculeren, dan intomen, zorgen dat niemand ooit te veel macht vergaart. ‘Een knieschot voor wie zijn plek niet kent,’ om een bron te citeren. Merkel is een te nauwgezet politicus om mensen valse verwachtingen te laten koesteren. Maar tijdens een paar roerige dagen in 2010 liet ze Ursula in de waan dat zij de volgende bondspresident zou worden, zozeer zelfs dat er een artikel in de pers verscheen waarin Heiko werd aangeduid als ‘the first man’. Maar uiteindelijk koos Merkel voor haar oude baas, Christian Wulff. Ursula, die dacht dat Merkel en zij een speciale band hadden, was er kapot van.

    Later legde Mutti uit: dit is het politieke spel. Merkel, een Thomas Cromwell-achtige figuur, een in Oost-Duitsland geboren buitenstaander, een natuurkundige uit de DDR, met een portret van Catharina de Grote op haar bureau, is al vijftien jaar lang heer en meester binnen de Duitse politiek. Nu de hereniging, de historische uitdaging van haar generatie, is voltooid, benadert Merkel haar taak als een wetenschapper, niet als een idealist, en ze schept er genoegen in om, voor Duitsland, voor zichzelf, een koers uit te zetten en te laveren tussen verschillende botsende en zwalkende krachten, zonder programmatisch een bepaald doel na te streven. Ursula von der Leyen: de naam, geen vriendin maar een werktuig om de centre quo te handhaven.

    “Ik had nooit gedacht dat het patriarchaat door het CDU ontmanteld zou worden”

    De lounge van een vliegveld in Brussel. Engelse politici zien Brussel als een Eurostar-stad maar de meeste Europeanen gaan er met het vliegtuig heen. Duitsers en Italianen; Duitsers en Zweden; Duitsers en Polen: in deze lounge wordt veel van de discrete Europese politiek bedreven. In 2011, ten tijde van de Griekse schuldencrisis, zat Jacek Rostowski ineens met Ursula von der Leyen in die lounge om over de eurocrisis te praten. ‘Ik zei tegen haar dat het geen Griekse crisis was, maar een crisis van de hele eurozone,’ herinnert hij zich. ‘Ze had geen idee.’ Het is een veelzeggende anekdote over Von der Leyen. Maar het maakt ook duidelijk dat de Duitse reis door Europa in 2011 niet langer voor de hand lag.

    In 2013 stapte Von der Leyen over naar het ministerie van Defensie. Waar het Duitsland van haar vader – het land van Willy Brandt en de Rote Armee Fraktion – gepolariseerd was geweest en gebukt was gegaan onder schuldgevoelens, was Ursula’s Duitsland een land van consensus en morele overtuiging – haast zelfingenomen. Berlijn was uitgegroeid tot wat Londen in de jaren zeventig van de vorige eeuw was geweest: een stad van grungy clubs, kunstenaars en excentriekelingen.

    Maar binnen de ministeries was er iets van de Europese bezieling verloren gegaan. In Bonn was men nog programmatisch geweest, in Berlijn liet men de dingen meer op hun beloop. De hereniging was voltooid, strategisch stond alles goed op de rails, de handel met China floreerde; er waren geen geopolitieke doelen waar Duitsland de hulp van een sterkere Europese Commissie voor nodig had. De logica van het nationaal belang, waardoor Bonn de euro had geaccepteerd – hereniging – ontbrak in het geval van de eurobonds die noodzakelijk waren om de euro tot een succes te maken.

    De Duitse heersende klasse hield zich niet langer bezig met investeren in een diepere verbintenis. Ursula had ingezet op de post van minister van Defensie, in het klassieke mannenbolwerk, misschien wel de meest mannelijke baan die er was, misschien zelfs wel de moeilijkste baan in heel Berlijn, een baan waar veel Duitse ministers op waren stukgelopen. Het nieuws werd breed uitgemeten op de voorpagina’s. Maar wat volgde was Von der Leyen op haar slechtst.

    Flop

    Het leger, dat vele decennia was verwaarloosd, was er slecht aan toe, was niet eens in staat de meest elementaire internationale verplichtingen na te komen. Het was een moeras van corruptie, aanbestedingsschandalen, mismanagement en in de barakken zelf woekerende haarden van extreemrechtse sentimenten. Von der Leyen was vastbesloten hier iets aan te veranderen en nam haar toevlucht tot de oplossing die tegenwoordig erg in zwang is: de revolutie die wordt beloofd door managementconsultants en McKinsey-contracten. ‘Ze leidde het ministerie met een klein team van buitenstaanders,’ zegt Carlo Masala, hoogleraar internationale politiek aan de Universität der Bundeswehr, die veelvuldig voor het ministerie heeft gewerkt. ‘Ze schepte er genoegen in bestaande structuren te ontwrichten,’ aldus een voormalig consultant.

    Het resultaat was geen succes. Net als Merkels soberheidsdecennium van Duits leiderschap in Europa was het een en al gelikte uitspraken, schandalen, ongelukkige officieren en weinig concrete resultaten. Op het ministerie van Defensie groeide Von der Leyen uit tot de belichaming van dit Duitse probleem: er gaapte een diepe kloof tussen haar slogans, zoals steun voor ‘een Europees leger’, en concrete investeringen in de Europese defensie. ‘Het ministerie sloopte haar,’ aldus een bron. In 2019 was de minister van Defensie, die in de titel van haar biografie nog was aangeprezen als De reserve-bondskanselier, echt geflopt. Haar carrière leek ten einde.

    In de Bundestag doet een grapje de ronde. Wat is de afkorting van Von der Leyen? I-C-H, oftewel ich – ik. Maar wat zijn de overtuigingen van Von der Leyen? Op die vraag weet vrijwel geen enkele Europese topambtenaar het antwoord. Slechts weinigen zijn in staat haar visie te schetsen. Haar reputatie in Berlijn, zeker onder journalisten, is dat ze voornamelijk een pr-functie vervult. Maar niet iedereen is zo zuinig in zijn oordeel. ‘Ze gelooft heel sterk in gelijkheid voor vrouwen, ze is een groot voorstander van Europa en trans-Atlantische betrekkingen,’ aldus een insider. Dat de Duitse minister van Defensie de Europeaan binnen het kabinet was, wat teruggrijpt op het partij-idealisme van haar vader, bleef niet onopgemerkt in Parijs.

    Merkel liet Ursula in de waan dat zij de volgende bondspresident zou worden

    Toen Emmanuel Macron in juli 2019 terugkeerde uit Brussel, had hij een idee. De onderhandelingen over een nieuwe voorzitter van de Commissie waren vastgelopen. Het systeem van zogeheten Spitzenkandidaten, waarbij de blokken binnen het Europese Parlement hun eigen campagne voeren om een voorzitter voor de Commissie naar voren te schuiven, was naar zijn idee onwerkbaar. De Europese Volkspartij, in feite het CDU met haar bondgenoten, had Manfred Weber naar voren geschoven, in Macrons ogen een politiek lichtgewicht uit Beieren, beter geschikt voor de politieke arena van München, en simpelweg onacceptabel. De Europese Volkspartij op haar beurt blokkeerde de benoeming van Frans Timmermans, de man van de sociaaldemocraten en een vooraanstaand Nederlands politicus. Het proces zat muurvast.

    Op dat moment kwam de naam Von der Leyen bovendrijven. Merkel had haar naam al eens eerder laten vallen bij de Franse functionarissen: aanvankelijk alweer enige tijd geleden, als mogelijke secretaris-generaal van de NAVO, later als een mogelijke hoge functionaris binnen de EU, bij Buitenlandse Zaken in Brussel, als topvrouw van het blok. Macron zag haar wel zitten, hij wist dat Merkel haar graag mocht en hij wist dat ze van het CDU was. ‘Zo kwam er uiteindelijk iets uit wat nooit zou zijn gelukt als we het zelf hadden voorgesteld,’ aldus een topambtenaar. Niet alleen was Von der Leyen er volkomen door verrast, feitelijk heeft Macron haar carrière gered.

    Merkelmechanisme

    Nu sturen Merkel en Von der Leyen elkaar elke dag berichtjes, de bondskanselier houdt de voorzitter op de hoogte van wat er in Berlijn gebeurt, Ursula brieft Angela over Brussel. Ze hebben veelvuldig telefonisch contact: het is alsof Von der Leyen nog altijd in het kabinet zit. Ze vormen een politieke generatie, dit cohort van Europese vrouwen voor wie macht niet langer de uitzondering is, maar ook nog niet echt de norm. Dit heen-en weren tussen twee Duitse vrouwen is Macrons plan in actie. Frankrijk, dat al zo’n tien jaar een wankele economie heeft en dat de export naar Azië heeft zien inzakken, heeft behoefte aan een sterkere Commissie om te kunnen steunen op de macht van Duitsland.

    Maar Duitsland, dat zich dat bewust is, heeft Franse voorstellen geblokkeerd en lijkt de Commissie meer en meer te zien als een raadsman voor de debiteurenstaten. Door het Merkelmechanisme naar Berlaymont te halen, gokte Macron, zou Berlijn meer vertrouwen krijgen in de instituties, waardoor Frankrijk meer macht zou krijgen.

    Hij gokte dat de bondskanselier het ook wel prettig zou vinden om een Duitser in de Commissie te hebben: al zeker een decennium werd er een strategie gehanteerd om meer Duitse topambtenaren naar voren te schuiven zodat de Commissie de Duitse belangen goed voor ogen zou houden. Von der Leyen zou de culminatie zijn van deze strategie.

    Maar het was geen gelukkige terugkeer naar Brussel. De intieme, francofone Commissie van haar vader was niet meer. Het Berlaymontgebouw van vandaag de dag is een plek van wereld-Engels, een soort internationaals, een taal die De Gaulle ooit grappend ‘een soort Esperanto of Volapük’ heeft genoemd. De sfeer viel Von der Leyen en haar twee topadviseurs, of spindoctors, die ze had meegenomen uit Berlijn, koud op haar dak. ‘Ze leunt te veel op de Duitsers,’ aldus een bron. ‘Ze is paranoïde,’ zei een ander. Dit alles weerspiegelde een consensus: dat Von der Leyen, die nog altijd haar opwachting maakte in Duitse talkshows, het niet had gered.

    gettyimages 883720140
    In 1978 bracht de familie Albrecht een single uit: ‘Wohlauf in Gottes schöne Welt’. – © Peter Timm / Ullstein Bild / Getty

    Maar datzelfde, zo wil de conventionele Brusselse wijsheid, gold voor de Commissie. ‘Juncker is van mening dat Von der Leyen de Commissie omvormt tot een directoraat-generaal voor de Raad,’ aldus een voormalig ambtenaar – geen supranationale regering in wording maar voornamelijk een ambtelijk apparaat. De Commissie, zo wordt gezegd, speelde een steeds kleinere rol, ten koste van de nationale leiders in de Europese Raad, sinds Frankrijk en Nederland zich in 2005 uitspraken tegen de Europese Grondwet. Niemand verwachtte dat de nieuwe voorzitter veel meer zou doen dan de bescheiden verwachtingen managen.

    Met het coronavirus veranderde alles. Aanvankelijk leek het alsof het virus Von der Leyen, en misschien zelfs de hele Europese Unie, noodlottig zou worden. Toen de maatregelen werden ingevoerd, mensen afstand moesten houden, drones patrouilleerden in de straten van Brussel en de Eurocraten het Berlaymontgebouw verlieten, sloeg de angst iedereen om het hart, thuiswerkend achter de laptop. Dit was niet alleen een medische crisis. Het coronavirus was ook een politieke crisis en onvermijdelijk ook een eurocrisis. Toen duidelijk werd dat de kosten van de lockdown Italië in een diepe vicieuze cirkel konden storten van schulden, soberte en populisme, wakkerde dat de woede jegens de EU aan, te beginnen in de zwakkere zuidelijke economieën. ‘Ik heb niet eerder zo’n gevaarlijke opkomst van eurosceptische sentimenten gezien,’ zegt een EU-minister.

    Toen meerdere peilingen lieten zien dat grofweg de helft van de Italianen uit de EU wilde stappen, waar dat twee jaar terug nog minder dan een derde was, begon er een ingewikkeld spel tussen Parijs en Berlijn, over de vraag hoe de crisis moest worden bekostigd.

    Eurobonds

    Het was duidelijk dat het enige antwoord een ongekende verhoging van de schulden was. Maar zou er sprake zijn van de bundeling van Europese schulden, de zogeheten eurobonds? Zou met het opkopen van obligaties door de Europese Centrale Bank de verkapte schuldbundeling worden voortgezet of zou de bank door het Duitse grondwettelijke hof n Karlsruhe een halt worden toegeroepen? Slechts weinigen verwachtten oplossingen van Von der Leyen.

    Macron had haar precies waar hij haar wilde hebben. Maar aanvankelijk dreigde zijn plan te mislukken. Terwijl de pandemie huishield in Frankrijk, Italië en Spanje riep het Élysée tot stomme verbazing van Berlijn op tot het instellen van een gemeenschappelijk schuldinstrument om de crisis te bekostigen, samen met Rome, Madrid en zes andere landen in de eurozone. Anders, zo maakten ze duidelijk achter gesloten deuren in Brussel, riskeerden verschillende lidstaten insolventie. Merkel weigerde ronduit. Zoals altijd trok Duitsland de grens bij gedeelde schulden.

    Maar terwijl Duitsland gespaard leek te blijven voor de allerergste gevolgen van het coronavirus, veranderde er iets. Een voorstel, dat werd bedacht in het Berlaymontgebouw, als we de aanhangers mogen geloven, werd opgepikt door zowel ministers van Financiën als ambtenaren, zowel in Spanje als in Frankrijk. Het idee was om de Commissie massaal op eigen naam leningen te laten afsluiten en vervolgens pakketten van leningen en subsidies te verstrekken aan de zwaarst getroffen lidstaten. Ineens zag Berlijn het zitten. De gok van het Élysée betaalde zich uit. Dit was een Commissie waar Merkel wel zaken mee kon doen: in tegenstelling tot Juncker of Prodi was Von der Leyen iemand die ze kon vertrouwen.

    gettyimages 162557071
    Ursula, haar man Heiko (achter de piano) en haar kinderen in 2005 in hun huis in Hannover. Dat jaar werd ze minister van Jeugd en Familiezaken in het kabinet van Angela Merkel. – © Bruno Bachelet / Paris Match / Getty

    Macron en Merkel bezegelden het met een handdruk: Von der Leyen staat niet op de foto. Maar dat gaf niet, want het ging niet om haar. Frankrijk en Duitsland hadden besloten dat een financieel sterke Commissie in hun voordeel was. ‘Nu hebben we een kans om meer te bereiken dan ooit sinds Jacques Delors,’ aldus een lid van de Commissie. Het Duitse leiderschap binnen Europa heeft ineens weer een vorm gevonden doordat het ‘de zuinige landen’ aan boord heeft weten te krijgen. Ineens is Von der Leyen, die een team vormt met Marcron, Merkel en de blunderende Charles Michel, voorzitter van de Europese Raad, het onverwachte gezicht van deze aanpak.

    De doorbraak is historisch te noemen, maar tot nog toe vooral vanwege de gebeurtenissen die hij in gang zou kunnen zetten. De lijst van successen die de pandemie voor de Commissie mogelijk heeft gemaakt – miljarden aan gezamenlijke leningen, gezamenlijke uitgaven en een voorzichtige opening naar gezamenlijke belastingen – waren een paar maanden geleden allemaal ondenkbaar. Maar hoewel het EU-budget grofweg is verdubbeld, zijn de bedragen nog altijd onvoldoende: de subsidies voor Italië zullen de komende drie jaar misschien maar 0,6 procent van het bnp uitmaken.

    Dat komt omdat uiteindelijk niet altruïsme maar landsbelang de doorslag heeft gegeven: om de Europese exportmarkten van Duitsland veilig te stellen koos Merkel weer voor wat noodzakelijk was om de euro overeind te houden, maar niet voor het maximale om de euro te herstellen. Ondanks al het gekibbel met ‘de zuinige landen’ zijn dit geen volwaardige eurobonds. Er is alleen een deel van de kosten van de crisis gebundeld, in plaats van de volledige Europese schuld, waarmee het zuiden enigszins ontlast zou worden.

    Triomf

    In Brussel heerst nu een triomfantelijke stemming. Er wordt enthousiast gesproken over Von der Leyen, heel anders dan in maart. ‘Ze luistert,’ zegt iemand uit de Commissie. ‘Ze besteedt heel veel aandacht aan speeches,’ zegt een ander. ‘In vier maanden hebben we haar vaker gezien dan Juncker in vier jaar,’ zegt weer een ander. Met haar slaapkamer in het Berlaymontgebouw, als een napoleontisch veldbed vlak naast haar werkkamer gesitueerd, zodat ze binnen enkele minuten aan het werk kan zijn, wordt niet langer de spot gedreven.

    Deze opgetogenheid is niet te danken aan de fiscale cijfers op zich. Het heeft te maken met een toekomstbeeld: dat de Macrons en Merkels kunnen komen en gaan, maar dat de nieuwe super-Commissie, momenteel de beheerder van het laatste redmiddel, blijft. Nu de Rubicon eenmaal is overgestoken, zo is de veronderstelling, zal tijdens crisisberaad steeds vaker op de noodknop van een gezamenlijke schuld worden gedrukt, totdat het Berlaymontgebouw zich uiteindelijk in het hart bevindt van een fiscale unie.

    Maar zal dat ook echt zo gaan? Zullen Europeanen over drie jaar echt het idee hebben dat deze nieuwe macht hun herstel heeft bewerkstelligd?Nadat Von der Leyen was benoemd door het Europees Parlement barstte de kamer uit in luid applaus, nog voor de parlementsleden kans kregen hun nieuwe voorzitter de hand te drukken. Ineens stond een stralende David McAllister, de voormalig minister-president van Nedersaksen voor haar. Hij omhelsde haar en zei: ‘Zal ik je eens wat zeggen? Je vader ziet je nu!’

    Er wordt sinds de coronacrisis enthousiast gesproken over Von der Leyen

    Von der Leyen glimlachte. Tegen het einde van zijn leven was Ernst Albrecht de vraag gesteld of hij ergens in was tekortgeschoten. De oude man had geantwoord: ‘Ieder mens schiet ergens in zijn leven tekort. Ik heb me zeventien jaar lang met hart en ziel ingezet voor de eenwording van Europa. Als u het me nu vraagt, ben ik daarin tekortgeschoten.’

    Ursula is haar hele leven de dochter geweest, de opvolger, de reserve-bondskanselier – nooit iemand met eigen bestaansrecht. Haar hele politieke leven had Europa vastgezeten, in crisis verkeerd, dreigde al het werk van de generatie van haar vader teniet te worden gedaan. Maar nu lijkt het rad van de geschiedenis gekeerd: voor haar, voor de commissie die ze voorzit is dit hét moment om kansen te grijpen die zich misschien niet nogmaals zullen voordoen.

    Frankrijk en Duitsland hebben allebei ja gezegd: de Europese Raad, de rivaal in het Europese gebouw, wordt aangevoerd door een potsierlijke Vlaming; als Von der Leyen het corona-reddingspakket erdoor weet te krijgen, kan dat het Berlaymont weer iets van de macht verlenen die sinds Delors lijkt te zijn weggesijpeld; maar alleen als ze die macht weet vast te houden. Ineens is er geen Mutti meer, en geen Vati, om haar de weg te wijzen. Ze zal het nu allemaal zelf moeten doen. Als zij faalt, als de Commissie faalt, komt dat op haar conto. Er zijn maar weinig momenten in de politiek zo opwindend, zo beangstigend.  

  • Op de barricaden voor Moldavië

    Op de barricaden voor Moldavië

    In Moldavië kan je tien maanden per jaar een speld horen vallen. Pas in de zomer keren duizenden Moldaviërs terug naar hun familie, die ze vaak noodgedwongen hebben achtergelaten om elders geld te verdienen. Tijd om de barricaden op te gaan. ‘Așa sună democrația!’, roept de aanzwellende massa in de straten van Chisinau. ‘
Zo klinkt democratie’.

    _
Dit is een bijdrage van AWE, een Nederlands non-profitmediacollectief, opgericht voor en door jonge Europeanen._

    De democratie in Moldavië wordt ernstig bedreigd. Het armste land van Europa, met de minste toeristen, 
gaat gebukt onder grootschalige corruptie, chronische werkloosheid en – het belangrijkst – massale emigratie.

    Moldavië is het snelst krimpende land ter wereld. Naar verwachting zal de bevolking in 2100 zijn gehalveerd, waarmee de toekomst van het land op het spel komt 
te staan. Jongeren zouden daarom prioriteit moeten krijgen, maar de meeste hervormingen worden gedwarsboomd door chronische corruptie en een 
haperende economie. De EU en Rusland lonken vanwege de betere carrièrekansen. Dus nu staan jonge Moldaviërs voor de keuze: weggaan of blijven?

    Hoewel velen hebben gekozen voor een toekomst in het buitenland, voelen zij 
zich momenteel genoodzaakt weer terug naar huis te gaan, omdat de democratie 
zo onder vuur is komen te liggen. Ze sluiten zich – al dan niet tijdelijk – aan 
bij de strijd voor democratie. Hoe slecht de economie er ook voor staat, ze hebben hun land nog niet opgegeven.

    40%

    van de jonge Moldaviërs had 
in 2014 geen regulier onderwijs, opleiding of werk.

    80%

    van de Moldaviërs zegt nauwelijks of 
geen vertrouwen te hebben in de overheid en het rechtssysteem. Vooral politici, rechters, openbaar aanklagers en de 
politie worden als corrupt gezien.

    73%

    van de Moldaviërs geeft 
aan dat hun inkomen niet of 
nauwelijks toereikend is om 
in de eerste levensbehoeften te voorzien.

    6%

    van de jongeren neemt deel aan demonstraties, waaruit blijkt 
hoe weinig maatschappelijke betrokkenheid er is onder de jonge Moldaviërs.

    Gestolen Stemming

    In juni 2018 werd Andrei Nastase 
democratisch gekozen als burgemeester van de Moldavische hoofdstad Chisinau. Nastase is leider van de grootste oppositiepartij, Waardigheid en Waarheid. Het nationaal hof verklaarde zijn overwinning nietig. Nastase postte op de verkiezingsdag een livefilmpje op Facebook om mensen op te roepen toch vooral te gaan stemmen – niet per se voor hem. Het hof bestempelde het filmpje als een vorm van campagnevoeren, wat niet is toegestaan op de dag van de verkiezingen.

    Het besluit van het hof leidde tot diverse golven van protest tegen wat in Moldavië bekend is komen te staan als de ‘Gestolen Stemming’.

    Occupy Guguta

    Occupy Guguta is een permanente protestbeweging die deze zomer opkwam in reactie op de Gestolen Stemming. De jonge leden van de beweging willen dat Moldavië een echte democratie wordt, die waakt over mensenrechten en zich inzet voor de bevolking. Het is een open beweging, zonder hiërarchie of officieel vastgelegde structuur. De naam is afgeleid van een koffietentje, Guguta, in het Stefan cel Mare-park in Chisinau. In 2009 leidde de onwettige privatisering ervan tot grote woede onder de bevolking, want het café was een geliefde plek voor veel inwoners van de stad. Guguta groeide uit tot een symbool van illegaal geprivatiseerde openbare plekken door het hele land. Tegenwoordig is het terras van Guguta de plek waar de beweging samenkomt.

    vitaligallery5

    Vitali, de pianist

    Vitali (31) probeert vanuit Moskou, zijn thuisbasis, Moldavië nieuw leven in te blazen met behulp van alles wat hij in het buitenland heeft geleerd.

    ‘Moldavië is een klein land. De hele bevolking past op het Grote Nationale Assembleeplein [het centrale plein in Chisinau]. Als alle Moldaviërs daarnaartoe komen, zal de overheid wel moeten luisteren naar wat de bevolking heeft te zeggen’, aldus Vitali.

    Als concertpianist zit Vitali geregeld in vliegtuigen en hotelkamers. Hij heeft net 1000 kilometer afgelegd van Moskou naar Chisinau om aanwezig te kunnen zijn bij een demonstratie, waar hij met duizenden anderen te hoop loopt tegen de Gestolen Stemming. Het is niet voor het eerst dat Vitali grote afstanden aflegt om zich sterk te maken voor veranderingen in zijn vaderland. Toen in juni dit jaar de lokale verkiezingen plaatsvonden, kwam hij helemaal terug vanuit Nieuw-Zeeland. ‘Ik ben het er niet mee eens dat één stem niets zou uitmaken. Ik wil dat mijn stem meetelt.’

    We zitten in een gezellig restaurantje in het centrum van Chisinau. Het duurt niet lang of de piano in de hoek lokt Vitali. Hij neemt plaats op de kruk en legt zijn vingers op de toetsen. Even later klinkt er een melancholieke melodie.

    In 2006 verliet Vitali zijn vaderland Moldavië om aan het conservatorium van Moskou te gaan studeren. Zijn enige kans om een pianist van wereldfaam te worden was om naar Moskou te gaan, vertelt hij. ‘Het is een van de beroemdste conservatoria ter wereld. Alle piano-opleidingen, ook die in Chisinau, hebben nauwe banden met de Russische opleidingen.’ Ook dat bevestigt dat er sterke culturele en economische banden zijn tussen Moldavië en ‘Moedertje Rusland’. In Vitali’s geval is het duidelijk een goede zet geweest om naar Moskou te verhuizen: sinds zijn afstuderen heeft hij opgetreden in uitverkochte concertzalen in vijftien verschillende landen.

    ‘Ik ben het er niet mee eens dat één stem niets zou uitmaken. Ik wil dat mijn stem meetelt’

    Hoewel Vitali veel reist, keert hij geregeld terug naar het land waar hij is opgegroeid. Telkens wanneer hij in zijn vaderland komt, merkt hij dat de situatie is verslechterd. ‘Het onderwijs gaat in snel tempo achteruit’, zegt hij. ‘Om nog maar te zwijgen van het culturele leven.’ De grote armoede onder brede lagen van de bevolking betekent dat mensen geen kaartje kunnen kopen voor een klassiek concert. De andere kant van diezelfde medaille is dat musici geen fatsoenlijke boterham kunnen verdienen. Vitali is ervan overtuigd dat een gezonde economie en goed onderwijs van cruciaal belang zijn voor een bloeiende cultuur. Als zelfbenoemd lid van de gestaag groeiende diaspora van Moldaviërs die in het buitenland wonen en werken, levert Vitali een bijdrage aan het herstel van de culturele sector in zijn vaderland: ‘We doen ons best om iets terug te geven, om de Moldaviërs te laten delen in wat wij hebben geleerd, om betrokken te zijn.’

    De Moldavische economie is voor een onthutsend groot deel afhankelijk van overboekingen uit het buitenland: elke maand maakt de diaspora 100 miljoen dollar over op rekeningen in Moldavië. In 2016 kwam dat neer op maar liefst een kwart van het Moldavische bnp. ‘Iedereen weet hoe groot de bijdrage is die wij leveren’, zegt Vitali. ‘Er komt jaarlijks een miljard uit de diaspora. Een gestolen miljard, feitelijk. En we blijven maar geld sturen, zelfs als we weten dat het geld vermoedelijk weer gestolen zal worden.’

    Maar Vitali’s activisme gaat verder dan alleen het overmaken van geld. In 2011 hielp hij met de organisatie van een festival voor klassieke muziek, dat de symbolische naam Home had en bestond uit een performance gebaseerd op Prométhée ou le poème du feu, een radicaal meesterwerk van de Russische componist Alexander Skrjabin, begeleid door een volledig orkest bestaande uit buitenlandse musici die Vitali had uitgenodigd. En dit jaar gaf hij gratis pianolessen aan de Rachmaninov-muziekschool – de school waar hij zelf als kind op heeft gezeten. ‘Het was geweldig om er nu terug te keren als docent, om met de kinderen te werken en ze wat adviezen te kunnen geven’, zegt hij met een glimlach.

    Op de vraag waarom hij zich achter dergelijke initiatieven schaart, geeft hij een simpel antwoord: ‘Uit liefde.’ Liefde voor zijn familie, maar ook voor zijn land. ‘Het feit dat ik ben teruggekomen voor de protesten, is geen politieke daad. Het gaat om maatschappelijke betrokkenheid. Ik wil een land dat functioneert’, zegt hij.

    anagallery1

    Ana, 
de activist

    Ana (26) is onlangs teruggekeerd naar Moldavië 
en sindsdien uitgegroeid tot een gedreven activist. Nu staat ze voor de keuze: weggaan of blijven?

    ‘Mijn band met Moldavië is altijd sterk geweest’, zegt Ana, die haar vingers door haar korte, bruine pony haalt. Ze zit op een tweepersoonsbed in een kamer in het appartement van haar ouders in het centrum van Chisinau, met haar kinderdeken over haar benen. 
Na jaren in het buitenland te hebben gewoond, is ze teruggekeerd naar huis om te strijden voor de democratie in Moldavië. In ieder geval voorlopig. ‘Ik ben hier geboren, maar eind jaren negentig, net na de kleuterschool, ben ik met mijn ouders verhuisd naar Iasi, in het noorden van Roemenië.’ Ana ging elke week met haar ouders en haar jongere broer de grens over om haar grootouders in Moldavië op te zoeken.

    Hoewel Ana is opgegroeid in Roemenië – dat nooit deel heeft uitgemaakt van de Sovjet-Unie – wordt haar identiteit nog altijd in sterke mate bepaald door de Russische cultuur, die in elke voormalige Sovjet-republiek nog zeer sterk voelbaar is. Haar ouders hebben het grootste deel van hun leven onder het Sovjetbewind geleefd, zoals de ouders van de meeste Moldaviërs van Ana’s generatie.

    ‘Het eerste wat mijn ouders deden toen ze in Roemenië waren, was de televisie aansluiten op de satelliet, zodat ze toegang hadden tot de Russische kanalen’, zegt Ana. Haar lach galmt door het appartement. Ze heeft haar hele puberteit naar Russische talkshows gekeken, over 
politiek en cultuur. Elk jaar zat het hele gezin met Oud en Nieuw voor de buis om naar Sovjetfilms te kijken. Zelfs het eten dat op tafel kwam, was doortrokken van politiek, want haar moeder maakte borsjtsj en boekweit – exotisch eten naar Roemeense maatstaven.

    Toen de kinderen naar het buitenland emigreerden, keerden Ana’s ouders terug naar Moldavië. Haar vader woont momenteel in West-Oekraïne, de enige plek waar hij een baan kon vinden. Haar moeder heeft een baan bij het openbaarvervoerbedrijf, waar 
ze volgens Ana bitter weinig verdient.

    Laten we onze aandacht richten op wat ons bindt, niet op wat ons verdeelt

    Er zijn velen zoals Ana’s ouders: afgaande op cijfers van de Verenigde Naties leeft meer 
dan 14 procent van de Moldaviërs onder de armoedegrens (4,3 dollar per dag) en de werkloosheidscijfers zijn de afgelopen jaren de hoogte in geschoten, tot maar liefst 60 
procent. Zodoende worden velen gedwongen hun heil in het buitenland te zoeken. ‘Toen ik op de middelbare school zat, zei mijn moeder altijd: “Wanneer vertrek je? Ga hier weg! 
Ga weg en maak iets van je leven”’, zegt Ana.

    Uiteindelijk is dat precies wat Ana heeft gedaan. Op haar achttiende is ze van Roemenië naar Polen verhuisd om politieke wetenschappen te studeren, een mengeling van sociologie, filosofie en antropologie. Door te studeren ging ze meer van de wereld begrijpen en zo veranderde ook geleidelijk de manier waarop ze tegen haar eigen identiteit aankeek. ‘Als ik met mensen praatte, vroegen ze me altijd naar Moldavië. Ik wist nooit goed wat ik moest zeggen. Meestal zei ik maar gewoon dat de situatie zeer somber was en dat er maar weinig gebeurde’, zegt ze.

    Langzaam maar zeker werd door de belangstelling van anderen haar eigen nieuwsgierigheid aangewakkerd. Ze begon het nieuws over Moldavië te 
volgen en ging geleidelijk inzien met hoeveel uiteenlopende problemen het land kampt. Wat was haar relatie met het land en hoe kon zij helpen?

    Dit besef betekende een keerpunt. Langzamerhand groeide bij Ana het idee om terug te gaan naar haar vaderland. ‘Hoe meer ik me realiseerde hoe slecht het land eraan toe was’, zegt ze, ‘des te meer het me ging interesseren.’ Uiteindelijk deed ze zelfs een casestudy naar het maatschappelijk middenveld in Moldavië, als onderdeel van haar masterthesis.

    Maar de passieve kant van onderzoek doen is niets voor haar. ‘Ik kan niet tegen onrechtvaardigheid.

    Permanente protestbewegin

    Als ik van mijn familie hoor hoe slecht het land eraan toe is, roept dat bij mij de vraag op: 
wat kunnen we daaraan doen?’ Nadat ze afgelopen juli haar master haalde, besloot Ana terug te keren naar haar familie, naar huis. Bij toeval raakte ze direct verzeild in de rumoerige politieke ontwikkelingen die de democratie van het land op haar grondvesten doen schudden. Nadat oppositieleider Andrei Nastase op 3 juni democratisch werd gekozen tot burgemeester van Chisinau, greep het nationale hof in en verklaarde het de uitslag nietig op grond van een onzinnige aanklacht.

    In de daaropvolgende maanden ontstond een permanente protestbeweging, Occupy Guguta, die honderden mensen, onder wie Ana, verenigt in één doel: de roep om democratie. Als hartstochtelijk deelnemer aan de demonstraties en de maatschappelijke projecten van de beweging is Ana zeer met dit doel begaan: ‘Ik zie heel veel potentieel in deze beweging en de mensen die de beweging dragen, omdat er een nieuwe visie uit spreekt. In een stad als Chisinau kom je dat niet vaak tegen.’

    Ana vindt dat Occupy Guguta een spilfunctie moet vervullen – een plek waar mensen hun problemen kunnen delen en oplossingen kunnen vinden. ‘Een sociale ambulance’, zegt ze. ‘We wonen tenslotte allemaal in Chisinau, we hebben dezelfde problemen. Het maakt niet uit of je Oekraïner of Bulgaar bent. De wegen zijn slecht, het onderwijssysteem stelt niets voor… Laten we onze aandacht richten op dat wat ons bindt, niet op dat wat ons verdeelt.’

    viktorgallery2

    Victor, de kunstenaar

    Victor (38) is een in Chisinau woonachtige
 kunstenaar, die deel uitmaakt van Occupy Guguta.

    In de herfst van 1987 krijgt een zevenjarige jongen op een lagere school in Macaresti, een pittoresk plaatsje in het oosten van Moldavië, een potlood van zijn tekenleraar. Een uur later heeft hij het Kremlin in Moskou getekend, versierd met ballonnen en vlaggen, en met het woord mir – ‘vrede’ in het Russisch – op de gevel.

    Het is de eerste keer dat Victor een potlood op papier zet. Op dat moment wordt de kunstenaar tot wie hij zal uitgroeien geboren. Al vanaf zijn tiende smeekt Victor zijn ouders om hem naar de kunstacademie in de hoofdstad Chisinau te laten gaan. Zijn ouders stribbelen tegen, maar met behulp van zijn broers weet hij ze uiteindelijk over te halen.

    Het brandende verlangen om te schilderen is niet 
de enige reden waarom Victor naar de stad wil: heimelijk hoopt hij ook te ontsnappen aan het leven 
van zware fysieke arbeid dat hem wacht op het platteland. ‘Ik zag mezelf niet tot in lengte van dagen 
op het land werken’, zegt hij.

    Na zijn afstuderen aan de kunstacademie in Chisinau verhuist Victor naar Roemenië om zich verder te bekwamen in keramiek, schilderen en beeldhouwen. Eind jaren negentig keert hij terug naar zijn vaderland, voornamelijk gedreven door een verlangen zijn vrienden te zien. ‘Mijn besluit was niet echt ingegeven door vaderlandsliefde. Het was meer een kwestie van toeval’, zegt hij. ‘Ik denk dat ik me op de een of andere manier een vreemdeling voelde, en ik had 
het nodig me ergens thuis te voelen.’

    ‘Ondanks de protesten zal alles bij het oude blijven’

    Maar thuis treft hij een land aan dat wordt geteisterd door corruptie, een land waar democratische waarden worden uitgehold. Wanneer hij hoort over de opkomst van Occupy Guguta hoeft hij niet lang na te denken en sluit hij zich aan. ‘Met veel van de mensen die bij de beweging zijn betrokken, was ik al bevriend. We deden veel dezelfde dingen en gingen naar dezelfde cafés. Op een bepaald moment 
voelden we dat het goed zou zijn om onze energie 
te bundelen. Door een paar dingen die gebeurden, was de maat vol. En toen was er ook nog de Gestolen Stemming. Dat was de druppel.’

    De Gestolen Stemming was een keerpunt in het democratiseringsproces van Moldavië, sinds het land in 1991 onafhankelijk was geworden van de Sovjet-Unie. Het legde de corruptie en het quasi-autoritarisme bloot die het land sindsdien in de greep houden. ‘Dit land schreeuwt al langer om een beweging zoals die van ons’, zegt Victor.

    VC: Hoe zou je de situatie in Moldavië omschrijven?
    Victor: ‘Vernederend. Een onophoudelijke vernedering – de situatie wordt steeds nijpender.’

    Wat verwacht je van de protesten?
    ‘Ik heb geen enkele verwachting. Ik geloof niet dat 
de protesten ook maar iets zullen veranderen.’

    Waarom doe je het dan?
    ‘Het is belangrijk vanuit een langetermijnperspectief. Maar ondanks de protesten zal alles bij het oude blijven.’

    Wat versta je onder een langetermijnperspectief?
    ‘Over drie of vier maanden, misschien na de volgende parlementsverkiezingen, zal er iets veranderen. Mogelijk verandert er ook niets tot aan de verkiezingen en zal de bevolking na de verkiezingen nog gefrustreerder zijn, nog teleurgestelder. Dan zullen de mensen het niet langer pikken en massaal de straat op gaan.’

    En komt er weer een protestbeweging, bedoel je?
    ‘Na de verkiezingen, denk ik, en dan veel ingrijpender. Want onze beweging wordt nu nog ernstig beperkt door een gebrek aan middelen en invloed.’

    alionabreak 1

    Aliona, de patriot

    Terwijl anderen het land verlieten, bleef Aliona (28) achter om zich in te zetten voor een betere toekomst.

    ‘Wat mij betreft is iedereen die het land verlaat een verrader’, zegt Aliona zachtjes. Ze veegt de vloer van een van de twee flexwerkruimtes die ze beheert in het centrum van Chisinau. Het licht dat door de ramen naar binnen valt, strijkt langs de afbladderende verf van de muren van het oude kantoorgebouw. Met een snelle beweging maakt ze de ruimte schoon. Haar stijlvolle outfit en haar retromoderne bobkapsel passen perfect in het sjofel-chique interieur. ‘Ik begrijp niet 
dat mensen vertrekken. Als je over bepaalde talenten beschikt, moet je die inzetten waar ze het hardst nodig zijn, vind ik.’

    Voor Aliona is dat in Moldavië. Ze heeft zich nog nooit afgevraagd of ze er wel goed aan heeft gedaan om in haar vaderland te blijven. ‘Ik heb het naar mijn zin in Moldavië. Dit is de plek waar ik de meest waarachtige en authentieke versie van mezelf kan zijn, dit is de plek waar ik me begrepen voel’, zegt ze.

    In tegenstelling tot andere mensen van haar leeftijd ziet Aliona Moldavië als een land van mogelijkheden – een land waar jonge mensen kunnen experimenteren zonder een al te hoge prijs te hoeven betalen voor hun vergissingen. Zij is daar het levende bewijs van: als medeoprichter en manager van twee flexwerkruimtes heeft zij haar droom van een eigen onderneming weten te verwezenlijken.

    Maar haar vrienden hebben soms moeite te begrijpen waarom zij per se in het snelst krimpende land ter wereld wil blijven wonen. ‘“Waarom verdoe je je tijd?” vragen ze me. Maar voor mij dient het een hoger doel – om mijn ouders hier te kunnen zien’, zegt ze.

    ‘Als je over bepaalde talenten beschikt, moet je die inzetten waar ze het hardst nodig zijn’

    Aliona is niet de prototypische patriot; op haar dertiende liep haar band met Moldavië een ernstige deuk op, toen haar beide ouders het land verlieten om elders te gaan werken. ‘Dat was een pijnlijk moment.’ Haar stem breekt. Destijds gingen Aliona’s ouders naar het buitenland om het geld terug te verdienen dat ze verschuldigd waren na een mislukte landbouwonderneming. ‘Mijn ouders hebben keihard gewerkt om hun zaak op te zetten. Ze zijn er niet rijk van geworden. Uiteindelijk moesten ze naar het buitenland om geld te verdienen voor schulden die ze niet op een andere manier konden aflossen’, zegt ze.

    Aliona is niet het enige kind in Moldavië dat zonder ouders is opgegroeid. Meer dan 150.000 Moldavische kinderen leven alleen of 
worden opgevoed door oudere broers of zussen, of door hun grootouders. Sommige groeien op in 
eenoudergezinnen. De ouders in het buitenland 
zorgen voor hen door geld over te maken.

    Dat Aliona zo toegewijd is aan Moldavië, wil niet zeggen dat ze haar ogen sluit voor de problemen 
van haar vaderland. Toen de uitslag van de lokale verkiezingen ongeldig werd verklaard, en daarmee dus ook de stem van de bevolking, had ze het gevoel dat ze geen lucht meer kreeg. ‘We konden alles verliezen’, zegt ze. ‘Hoop en democratie.’
    Samen met een groot deel van haar vrienden sloot 
ze zich aan bij een protestbeweging, Occupy Guguta – vernoemd naar een populair café dat illegaal was geprivatiseerd.
    Sindsdien heeft ze geholpen met het organiseren van bijeenkomsten, het schilderen van protestborden en het mobiliseren van de leden van de beweging op social media. ‘We willen de overheid laten weten dat we zien waar ze mee bezig is, dat 
we haar volgen en dat we haar niet zomaar haar gang laten gaan.’

    Belofte

    Onafhankelijkheidsdag

    Nadat duizenden mensen in Chisinau hebben gedemonstreerd tegen hun corrupte regering, brengen Ana, Victor en Aliona de nacht door in de buurt van het standbeeld van Stefanus III de Grote, een middeleeuwse vorst die in Moldavië wordt vereerd als een nationale held. Samen met andere demonstranten van Occupy Guguta wachten ze op de dageraad van Onafhankelijkheidsdag – de dag waarop het land viert dat het in 1991 onafhankelijk werd van de Sovjet-Unie.

    De dag breekt aan. Als de demonstranten weigeren het plein te verlaten, worden ze met geweld verwijderd door de oproerpolitie. Deze plaatst hekken om hen te scheiden van de Moldavische regeringsvertegenwoordigers die bloemen komen leggen bij het standbeeld. ‘Weg met de regering, weg met de maffia!’ scandeert de menigte. De stemmen worden langzaam overstemd door een naderend fanfarekorps van het leger. ‘Ineens werden we omringd door honderden agenten, drie rijen dik’, vertelt Victor later. ‘Alleen al het enorme aantal agenten was intimiderend.’

    *Vermoorde onschuld 
*
    Op hetzelfde moment ontruimen gewapende troepen het Occupy Guguta-bolwerk in het park, een paar honderd meter verderop, hoewel de beweging een demonstratievergunning heeft, geldig tot december. ‘Er werd gehuild, iedereen was woedend; het was heel intens’, zegt Aliona. Voor haar maakt het onwettige optreden van de politie duidelijk dat de strijd voor hervormingen nog lang niet voorbij is.

    De overheid speelt de vermoorde onschuld. 
‘Als mensen zich niet aan de wet houden, heeft de politie het recht om in te grijpen. Het optreden van de politie was legitiem’, zegt Andrian Candu, woordvoerder van het parlement.

    Ondertussen laten oppositieleiders Maia Sandu en Andrei Nastase, die ook van het plein zijn verwijderd, weten dat ‘het verzet niet is gebroken’. ‘De vrijheid van Moldavië mag niet in handen liggen van dictators – die behoort toe aan de mensen die met hun bloed, zweet en tranen dit land hebben opgebouwd’, aldus Nastase.

    Belofte
    Zal die belofte ooit worden ingelost? De geschiedenis heeft keer op keer aangetoond dat wezenlijke democratische hervormingen tijd kosten en zelden van de ene op de andere dag worden bereikt. Hoewel de protesten van augustus in veel opzichten een succes waren, is Moldavië daarmee niet als bij toverslag van alle plagen verlost.

    En terwijl jonge Moldaviërs nog steeds worstelen met de cruciale vraag of ze moeten blijven of vertrekken, maakt hun betrokkenheid duidelijk dat er nog altijd voldoende mensen zijn die bereid zijn hun stem te verheffen en te vechten voor verandering. Hun stem en strijd kunnen van doorslaggevend belang zijn bij de komende parlementsverkiezingen, in februari 2019.

    Tekst : Victoria Colesnic 
    Vertaler: Nicolette Hoekmeijer
    Fotografie  : Ramin Mazur

    Are We Europe

    Stichting Are We Europe (AWE) is opgericht als platform voor Europese storytelling. In Europa heerst toenemende onvrede en onzekerheid. Grenzen gaan dicht, en tegelijkertijd groeit er een generatie op die geen grenzen kent. AWE verzamelt en 
vertelt hun verhalen.

  • 7. Wij zijn de beschaving

    7. Wij zijn de beschaving

    De Italiaanse romancier Alessandro Baricco waande zich een tamelijk onwetende archeoloog die onderzoek ging doen naar alle grote digitale bolwerken alsof het ruïnes zijn van een geheimzinnige verdwenen beschaving. Op het Forum spreekt hij over zijn nieuwe creatie. In La Repubblica schreef hij er alvast over.

    De vraag of ons met de digitale revolutie nou eigenlijk een 
oor wordt aangenaaid bleef me bezighouden. Bovendien was er intussen heel veel nieuws te melden 
en was alles een stuk duidelijker geworden. In 2006, toen ik De Barbaren schreef, tastten we nog in het duister, zogezegd. De iPhone bestond nog niet eens. En ook Youporn niet, en van twitteren had nog nooit iemand gehoord. Kortom, hoog tijd voor een update.

    Dus heb ik me in de materie verdiept en her en der mijn licht opgestoken. 
En nu ben ik bezig met de laatste 
bladzijden. Enigszins uitgeput, maar op de manier van iemand die in zijn eentje rond de wereld is gereisd en 
zich helemaal top voelt, afgezien van een vreemde trilling in zijn oog en terugkerende nachtmerries. Voor het schrijven van de laatste bladzijden van De Barbaren ben ik indertijd afgereisd naar de Chinese Muur: toen wilde ik trachten duidelijk te maken dat het optrekken van muren tegen de digitale vloedgolf net zo’n schitterend en stompzinnig idee was als dat van die muur, die er in de geschiedenis nooit in was geslaagd een invasie van volkeren uit het noorden tegen te houden. En dus zat ik eerst urenlang in een vliegtuig en liep vervolgens zeven uur lang over de Chinese Muur. Op een gegeven moment kruiste ik twee 
Amerikanen die hem helemaal rennend aflegden. Wat voor idiote dingen je ook doet, er is altijd iemand die nog idioter is dan jij.

    Dit keer ben ik naar Silicon Valley gegaan. Een mythische plek, maar 
van een heel ander kaliber, dat moge duidelijk zijn. Ik heb het gedaan omdat een van de dingen die ik me de afgelopen twee jaar tijdens mijn onderzoek heb gerealiseerd is dat het echt allemaal dáár is begonnen, binnen een straal van luttele kilometers, en dat 
het nog steeds allemaal daar gebeurt, binnen diezelfde straal van luttele 
kilometers. De navel van de wereld. Een soort Florence in de renaissance,
 of Parijs in de jaren twintig.

    Ik bestudeerde ze al twee jaar op afstand, die vaders van de digitale revolutie. Allemaal Amerikanen, allemaal wit, allemaal man, bijna allemaal ingenieur. Ik had inmiddels het idee dat ik hen begreep: ik kende hun tics, hun mythen, wat ze deden toen ze jong waren en hoe hun geest werkte. Het enige wat ik niet wist was wat ze zagen als ze uit het raam keken en hoe de plekken eruitzagen waar ze ontbeten. En daarom ging ik erheen. Het stelt niet veel voor. Wat ze zien als ze uit het raam kijken, bedoel ik. Het stelt niet veel voor. Silicon Valley is zo’n plek in Amerika die overal in Amerika zou kunnen zijn. Het is het soort plek 
waar je de snelweg neemt om naar 
de kapper te gaan. Anders raak je verdwaald in gigantische, als kruiswoordraadsels ontworpen woonwijken.

    Tekenen van een mensheid

    De namen van de steden zijn inmiddels legendarisch: Palo Alto, Mountain View, Cupertino, Menlo Park. Je stelt je daar megahippe plekken bij voor, maar uiteindelijk vind je er, naast bungalows en villa’s, niet veel meer dan een 
aardige hoofdstraat, downtown, waar de restaurants er aantrekkelijk uitzien maar de meubelwinkels bijvoorbeeld een aanfluiting zijn, met interieurs die zelfs in de provincie diep in de vorige eeuw al volstrekt gedateerd waren. 
Het valt moeilijk te begrijpen: je zoekt naar tekenen van een mensheid die jaren op de rest voor zou moeten 
lopen en vindt jezelf uiteindelijk terug tussen de divans in gothic country style. Tja… Ook kwam ik door een geestig misverstand terecht in een motel in indianenstijl, in die zin dat ze er 
lederen schemerlampen hadden, nachtkastjes met houten vossen erop en portretten van Pawnee-indianen aan de muur: maar geen etnisch of politiek correct spul, nee, echt van die goedkope namaakrommel die je in 
de jaren vijftig wel bij vrouwen met krulspelden in de zitkamer aantrof. In de hal hing een foto van de opening, uit 1959 inderdaad, iedereen in zwart-wit lachend naar de fotograaf. Ook nu hangt er nog steeds een zweem van trots in de lucht, net als er koeienhuiden aan de muren hangen en nep-Comanchetapijten op de vloer liggen. Het zette me aan het denken, want tien minuten verderop bevindt zich het hoofdkwartier van Apple, om maar iets te noemen, en dus kwam ik tot de volgende overweging: als deze mensen, die op steenworp afstand wonen 
van Google, Apple, Facebook, en van duizenden digitale startups, als deze mensen nog steeds in huizen wonen met een lederen schemerlamp, pijl 
en boog aan de muur en houten minibizons als snuisterij, waarom maken we er ons op duizenden kilometers afstand dan zorgen over dat ze er met onze Vlaamse primitieven en de muziek van Schubert vandoor zullen gaan? Nee, ik meen het, die paranoia van ons zal toch niet onterecht zijn?

    Want paranoïde zijn we, dat lijkt me duidelijk, en daarom heb ik dit boek 
ook geschreven: in zekere zin is het een vervolg op De Barbaren, maar toch ook weer niet. Dit keer ben ik namelijk verder gegaan, of dichterbij gebleven, dat hangt ervan af hoe je het bekijkt – het resultaat had een betrouwbare en voor zover mogelijk mooie atlas moeten worden van de aarde die we zijn gaan bewonen nadat we de rampzalige twintigste eeuw achter ons hadden gelaten. En inderdaad zag ik na een tijdje dat er onder mijn ogen een kaart ontstond, onnauwkeurig, zeker, maar tamelijk geloofwaardig, vol met dingen die ik niet wist, met continenten waarvan ik het bestaan vermoedde maar waar ik nooit een goed beeld van had gehad, of met oceanen waarvan ik niet wist dat ze bestonden maar die er opeens waren. En naarmate die kaart groeide – en me af en toe verbaasd deed staan, door bepaalde combinaties van gebeurtenissen, of wonderen van mental design – naarmate die groeide zag ik ergens, 
ik weet niet waarvandaan, een naam opduiken die volstrekt niet van zins 
was weer te verdwijnen, zodat ik uit-eindelijk tot de slotsom kwam dat het waarschijnlijk de naam is van de maatschappij waarin we leven.

    Hoe het ook zij, toeval bestaat niet: 
als The Game daar is ontstaan, in Silicon Valley, dan was daar een reden voor. In een straal van enkele kilometers had je er militairen, de ruimtevaartindustrie, een stortvloed aan producenten van microchips, een universiteit als 
Stanford, Hollywood (zonder dromen kom je nergens), de pioniers van de 
science computer (Hewlett-Packard), en bovenal een groot aantal gestoorde hippies: de Californische tegencultuur. Stop dat allemaal bij elkaar, even goed schudden en je krijgt Steve Jobs. Het heeft even geduurd voordat ik het doorhad: ik dacht dat het een revolutie was die geheel werd geleid door ingenieurs en technocraten, maar ik had geen rekening gehouden met de afwijkende Californische manier van leven. Bij ons was het in de jaren zeventig zo dat als je een zwager had die informatica had gestudeerd, je niet avond aan avond joints met hem zat te roken, en je ook niet dacht dat hij misschien wel van plan was het systeem omver te werpen. Het was al heel wat als hij 
niet naar de kerk ging. Maar daar, in Californië, had een informatica-zwager vaak lang haar, waste zich zelden, had nerdachtige neigingen, noemde zichzelf hacker, bracht al zijn tijd door in duistere computerlabs en had een elementaire opvatting over de wereld: die moest vernieuwd. Echt, in die tijd had je op dat soort plekken tien twintigers die walgden van de way of life van hun ouders, vijf die demonstreerden tegen de Vietnamoorlog, drie die de vrije liefde praktiseerden in een 
Volkswagenbusje en twee die in een lab videogames aan het programmeren waren. Het is goed te beseffen dat we in een beschaving leven die door die laatste twee is verbeeld.

    nerd

    1. Steve Jobs poseert met een Apple II computer. 
 – © Ted / ThaiGetty; 
Stewart Brand bij New Games in Marin County. – 
© Ted Streshinsky / Getty

Stewart; 3. Brand en andere leden van Merry Pranksters controleren de instrumenten op het dak van The Bus ter voorbereiding van Acid Test Graduation in San Francisco, 1966. 
– © Ted Streshinsky / Getty

    Ze wilden de wereld veranderen, zo werd me duidelijk, en dat deden ze 
met behulp van een door ingenieurs bedacht systeem, waarvan ik uit-
eindelijk veel heb geleerd. Het werd 
het duidelijkst samengevat in een interview met Stewart Brand, een man van wie ik tot een paar maanden geleden niets wist. Hij was (is) een soort profeet, heel bekend in Silicon Valley, een beatnik die rondliep in een leren jack met franje, de effecten van lsd bestudeerde en ondertussen rondhing in de beste computerlabs. Welnu, op een keer zei hij dit in een interview: 
‘Je kunt proberen het hoofd van de mensen te veranderen, maar daar verdoe je alleen maar je tijd mee. Wat 
je wél kunt doen is de instrumenten veranderen die ze gebruiken. Doe het en je zult de beschaving veranderen.’ Laat dat tot je doordringen en opeens begrijp je veel beter wat er de laatste dertig jaar is gebeurd.

    Stewart Brand is ook de eerste mens die het idee zwart op wit heeft gezet dat ieder mens een eigen computer op zijn bureau moest hebben staan. Hij 
zei het toen dat nog klonk als ‘over twintig jaar kan iedereen thuis voor de televisie met zijn blote handen zijn eigen amandelen knippen’.

    Een paar jaar later, op een congres voor designers, werd Steve Jobs gevraagd een speech te houden. Hij was toen nog niet Steve Jobs, hij ging gewoon omdat ze hem betaalden. Toen hij de zaal betrad, realiseerde hij zich dat niemand, maar dan ook niemand wist wat software was. Oké, ik zal het proberen uit te leggen, zei hij. En welk voorbeeld gebruikte hij om het uit te leggen? Pong, een videogame, je weet wel, dat gekmakende spel met die twee rackets die omhoog en omlaag gingen en dat ellendige balletje. O ja, wie herinnert zich nog ‘Stay hungry, stay foolish’, de beroemde zin die bij alle afbeeldingen van Steve Jobs staat? Nou, die kwam niet van hem. Hij gaf het zelf toe. Van wie die wel was? Stewart Brand.

    The Game is het verhaal van een tamelijk onwetende archeoloog geworden 
die onderzoek gaat doen naar alle grote digitale bolwerken – van Google tot Apple, van Facebook tot YouTube – alsof het ruïnes zijn van een geheimzinnige verdwenen beschaving. Hij graaft, onderzoekt, bestudeert, brengt aan de oppervlakte, tart eeuwenoude vloeken, stoft fossielen af, zet zijn leven op het spel, en dat alles om te proberen erachter te komen wie die mensen waren, op wat voor manier ze dachten, waar ze bang voor waren, wat ze wilden en hoe het met ze af is gelopen. Het interessante is dat wíj die mensen zijn, die beschaving is de onze, en die geschiedenis is onze geschiedenis.

    Auteur:Alessandro Baricco
    Vertaler: Yond Boeke

    In 2006 publiceerde Baricco De Barbaren, voor wie vreest dat de digitale vloedgolf het verval van de beschaving betekende.

    Alessandro Baricco: ‘A Manifesto for the Arts’
    De Balie, 3 juni, 19.30

    La Repubblica
    Italië | dagblad | oplage 384.000

    Sinds 1976 de krant voor de intellectuele en zakelijke elite van Italië, staat politiek dicht bij de Democratische Partij (PD). Uitte gedurende Berlusconi’s laatste termijn steeds meer kritiek op de regering. Qua oplage concurrent van Corriere della Sera.

  • 6. ‘We moeten tot de verbeelding van de nieuwe meerderheid spreken’

    6. ‘We moeten tot de verbeelding van de nieuwe meerderheid spreken’

    Als je verandering wilt, moet je een officiële organisatie op de been brengen die daar dagelijks aan werkt, aldus de Hongaarse activist Márton Gulyás.

    Márton Gulyás bracht in april jongstleden een bezoek aan Bratislava om een Face 
to Face-conferentie bij te wonen en te praten over de mogelijkheid om het publieke protest in fatsoenlijke banen te leiden. In een interview met The Slovak Spectator vertelt hij waarin de Hongaarse protestbeweging momenteel tekortschiet en waarom ze niet heeft kunnen voorkomen dat 
Viktor Orbán de recente Hongaarse verkiezingen met een tweederdemeerderheid won.

    Hoe zou een ‘fatsoenlijk publiek protest’ eruitzien?

    Voor een ontwikkelde, beschaafde samenleving zijn alleen niet-gewelddadige betogingen acceptabel. Maar als een protestbeweging het zonder officiële vertegenwoordigers, een duidelijke agenda en een vastomlijnde achterban moet stellen, kunnen mensen die aan betogingen deelnemen verder 
nergens heen. Ook al gaan er in Boedapest op dit moment honderdduizenden mensen de straat op, 
er zit geen officiële organisatie achter de betogingen die dag in dag uit aan een agenda werkt. Dat is iets wat we moeten leren van andere protestbewegingen: als je voor verandering strijdt, moet je je focussen op een officiële organisatie, of desnoods op niet-officiële groeperingen, en zorgen dat die hun voordeel kunnen doen met de massale betogingen. Verandering bereik je alleen als je je daar elke dag voor inzet.

    Hoe komt het dat er in Hongarije geen officiële protestbeweging is?

    Om te beginnen krijgen alle oppositiepartijen de schuld van het verkiezingsresultaat. Ze hebben natuurlijk enorm gefaald en worden daarom 
gewantrouwd. Uit hun kringen zou nooit een goede vertegenwoordiger van het verzet kunnen komen. Aan de andere kant zijn er geen massabewegingen 
of grote vakbonden die door de mensen in mijn land worden gerespecteerd. De vraag is op dit moment wie de eerste beweging zal vormen die zal proberen de mensen te verenigen en hun een agenda te 
bezorgen waaraan ze dagelijks kunnen werken. Er zijn kleine bewegingen die dat doen, maar daar zijn slechts enkele tientallen mensen bij betrokken. Voor echte verandering hebben we een massabeweging van tienduizenden mensen nodig. Daar moeten we over nadenken, en we moeten leren van onze eerdere fouten: zonder politieke vertegenwoordiging kunnen we de problemen waarmee we op dit moment worden geconfronteerd niet oplossen.

    En een burgerlijke, niet-politieke beweging?

    Het zou ook een politieke beweging kunnen zijn. 
We zullen moeten vertrouwen op partijen. Het probleem is dat deze partijen met een enorm gebrek aan vertrouwen en authenticiteit kampen. Vakbonden, die ook politieke organisaties kunnen zijn, zijn niet toegerust voor dit soort werk. Het belangrijkste is dat mensen die nu furieus zijn, niet alleen in Hongarije maar ook in Slowakije, zich inzetten voor de vorming van een beweging of organisatie die de problemen aan de orde blijft stellen. Met alleen maar boze mensen op straat schiet je niks op.

    Massaal protest tegen de regering in Boedapest. – © Zoltan Balogh / HH
    Massaal protest tegen de regering in Boedapest. – © Zoltan Balogh / HH

    In Slowakije zijn recentelijk enkele kleinere organisaties opgestaan die niet bij de ‘Beweging voor een fatsoenlijk Slowakije’ horen. Bestaat 
met zoveel bewegingen niet het risico dat de kern van het probleem ondergesneeuwd raakt en het hele verzet instort?

    Ik ben niet zo goed bekend met de situatie in 
Slowakije, maar één ding is zeker: deze bewegingen of organisaties die voor verandering strijden moeten een duidelijke agenda en ideologie hebben. Mensen moeten niet bang zijn voor ideologische verschillen. Daar gaat politiek tenslotte over: op een vreedzame manier tegen andere ideologieën strijden. Maar 
als er te veel organisaties zijn, kan dat schadelijk 
zijn voor het grotere doel waarvoor ze strijden. Mijn advies zou zijn: heb een duidelijke agenda voor de specifieke politieke kwesties en zoek ruimte voor gemeenschappelijke doelen.

    Sommige Slowaakse politici, onder wie de ex-premier, impliceerden dat deze protesten vanuit het buitenland georganiseerd konden zijn, met name door George Soros. Beschouwt u zulke retoriek als een veeg teken?

    Allereerst moeten alle protestbewegingen volstrekt transparant zijn wat al hun inkomsten en uitgaven betreft. Ze mogen geen kosten verzwijgen die ze hebben gemaakt en ook niet waar hun geld vandaan komt, of het nou om kleine of grote donateurs gaat. Maar waar ik de Slowaakse samenleving voor wil waarschuwen is het volgende: sta niet toe dat politici de mensen die zich tegen hen verzetten en hen bekritiseren, afdoen als ‘soldaten van Soros’. Dat is in Hongarije gebeurd. Eerst waren het alleen maar een paar politici die burger-ngo’s, activisten, advocaten en anderen die voor verandering strijden ervan 
probeerden te beschuldigen dat ze naar de pijpen 
van Soros dansten.

    En op dit moment doet de hele Hongaarse staat niets anders dan mensen zoals ik, op reclameborden, op televisie, radio en in kranten, ervan beschuldigen dat ze door Soros worden betaald of dat we op een oneerlijke manier tegen de regering vechten en dat we de werkelijke reden waarom we dat doen verzwijgen. Niets daarvan is waar. Ik heb verscheidene processen gewonnen waarin werd bepaald dat deze beweringen moesten worden herroepen. Je moet je focussen op politici die met deze beschuldigingen begonnen zijn en alles uit de kast halen om te voorkomen dat het uit de hand loopt.

    Voorafgaand aan de parlementsverkiezingen 
in Hongarije heeft u alles in het werk 
gesteld om te voorkomen dat Fidesz met een tweederdemeerderheid zou winnen. Wat was 
de belangrijkste reden voor het mislukken 
van deze pogingen?

    Het gebrek aan samenwerking tussen de oppositiepartijen. Die waren niet alleen arrogant, maar ook uitermate dom om de realiteit zo te negeren. We hadden minstens vier kandidaat-premiers om het tegen Orbán op te nemen. De verkiezingsuitslag was volstrekt in strijd met de realiteit van de Hongaarse samenleving. We hebben geprobeerd met de oppositie in gesprek te raken en haar duidelijk te maken 
dat ze in de afzonderlijke kiesdistricten moest samenwerken om de tweederdemeerderheid te voorkomen. Maar zelfs daar waren ze niet toe in staat.

    Het is duidelijk dat Fidesz de partij met de grootste aanhang is, maar toch verbaasde het ons hoeveel stemmen ze op nationaal niveau behaalden: 49 
procent, wat ongeëvenaard is. Maar ze kregen de tweederdemeerderheid door bedrog en geknoei met het kiesstelsel. De oppositiepartijen hadden dat kunnen voorkomen als ze rationeler en coöperatiever waren geweest. Dit is hun fout geweest. Nu zitten 
we in een volstrekt andere situatie. We hoeven niet meer na te denken over hoe ze over vier jaar moeten samenwerken, want dat is een gepasseerd station. We moeten van voren af aan beginnen om een nieuwe kijk op het land en de samenleving te ontwikkelen, die de kijk van Fidesz zal kunnen verslaan. We moeten een nieuwe meerderheid tegenover die van Orbán vormen.

    Is er een reële kans op verandering?

    Jazeker. Het beleid dat Orbán voorstaat is onhoudbaar. De welvaart van de EU-economie heeft hem flink geholpen. Maar als je onze welvaart vergelijkt met die van andere landen in de regio, zoals Slowakije, de Tsjechische Republiek of Roemenië, dan hebben we nog heel wat in te halen. Dit zal op een dag ophouden, er zullen nieuwe wereldcrises komen, want we leven nog steeds in een kapitalistisch systeem waarin dit soort dips zijn ingebakken. Als dat gebeurt zal Orbán zijn onaantastbare positie van dit moment verliezen. Maar dat zal niet genoeg zijn. Daarom moeten we er van nu af aan voor zorgen dat we tot de verbeelding van de nieuwe meerderheid spreken.

    Met welke concrete stappen denkt u dat te bereiken?

    Daar denk ik op dit moment over na. Ik moet een paar maanden uit de publiciteit blijven. Als we alleen maar op ons instinct afgaan zullen we onze fouten voortdurend herhalen. We moeten ons focussen op de intellectuele arbeid die we de afgelopen acht jaar hebben verwaarloosd. Het is tijd voor analyses en het ontwikkelen van een nieuwe strategie. Alleen dan kunnen we met ons land aan een nieuw hoofdstuk beginnen.

    Gulyás debateert over het belang van artistieke en democratische vrijheid op 31 mei
    20:30 in De Balie

    Marton Gulyas, foto van B1 Blog
    Marton Gulyas, foto van B1 Blog

    Wie is Márton Gulyás?

    Een Hongaarse activist die door de regering aldaar als veiligheidsrisico wordt bestempeld. Na een betoging tegen een wetswijziging om de Central European University van George Soros aan te pakken werd hij drie dagen gevangengezet en tot een taakstraf van driehonderd dagen veroordeeld. Na zijn vrijlating richtte Gulyás de beweging ‘Land voor iedereen’ 
op, die het huidige Hongaarse kiesstelsel probeert te veranderen door de invoering van een 
nieuwe wet.

    Vertaler: Martinette Susijn

    The Slovak Spectator
    Slowakije | maandblad | oplage nb

    De enige Engelstalige krant in Slowakije. Wordt eens in de maand als bijlage 
gepubliceerd bij het dagblad Sme en biedt behalve cultuur lokaal en financieel nieuws.

  • Het ideologische vacuüm biedt een kans

    Het ideologische vacuüm biedt een kans

    Identiteitspolitiek, waarin het draait om gender en etniciteit in plaats van engagement en solidariteit, ondermijnt de notie van een algemeen en publiek belang, volgens hoogleraar politicologie Mark Lilla.

    Vlak nadat Donald Trump tot president van de Verenigde Staten was verkozen, verscheen er een opiniestuk van politicoloog en filosoof Mark Lilla in The New York Times, met als titel: ‘Het einde van het identiteitsliberalisme’. Als het 
liberalisme weer een factor van belang wil worden ‘moeten we zorgen dat er een eind komt aan het tijdperk van het identiteitsliberalisme’, schreef Lilla. 
De obsessie met identiteit heeft volgens hem een ‘generatie narcistische liberalen en progressievelingen voortgebracht die geen weet hebben van 
de omstandigheden buiten hun zelf-gedefinieerde groep. Lilla’s stuk was het meest gelezen opiniestuk uit de Times dat jaar.

    Voorvechters van identiteitspolitiek mogen dan dol zijn op diversiteit binnen identiteit, maar ze kunnen maar weinig geduld opbrengen met diversiteit van meningen. De heersende moraal van dit moment probeerde Lilla de mond te snoeren met een kwalijke golf van woede, die al snel uitmondde in extreme bewoordingen, waarbij woorden vielen als ‘racist’. Dat was ook de term die enkele demonstranten naar het hoofd geslingerd kregen toen ze zich roerden bij een 
bijeenkomst aan Rutgers University, 
in New Jersey, waar Lilla zou spreken. Ik hield hem gezelschap. Ons uitstapje had een nostalgisch tintje: Op precies die plek hadden we elkaar vijftien jaar eerder leren kennen.

    Gevaren

    Lilla neemt een unieke positie in binnen de Amerikaanse intellectuele elite van dit moment. Zijn collega’s wisten niet altijd goed waar hij precies voor stond. Hij heeft het hun ook niet bepaald makkelijk gemaakt. Met zijn essays in The New York Review of Books ontpopte de hoogleraar zich als een afstandelijke Europese intellectueel 
die door een wrange speling van het lot was aangespoeld op de stranden van de Nieuwe Wereld, waar hij moest zien te overleven in het harde, helle licht van een cultuur zonder echt diepe wortels.

    In Amerika is het altijd ochtend [uit de campagne van Ronald Reagan] en dat is precies het probleem: de ochtend werpt schaduwen, grijstinten en 
kleurschakeringen, en wie die niet ziet realiseert zich wellicht niet welke gevaren er loeren achter allerlei filosofische sluiers. Lilla vond het nou juist interessant om die gevaren onder de loep te nemen, gevaren waar het 
Amerikaanse optimisme nauwelijks weerstand voor heeft gekweekt. Lilla heeft natuurlijk nooit beweerd dat hij geen Amerikaan zou zijn. Maar niets in zijn werk, de toon noch de inhoud, 
verraadt dat de schrijver afkomstig is uit een arbeidersmilieu. Een katholiek gezin in Detroit, met Poolse wortels. Mark heeft ooit gezegd – slechts half grappend, als je het mij vraagt – dat 
al zijn artikelen in de prestigieuze New York Times kunnen worden samengevat in drie woorden: Beteugel het enthousiasme. Amerikanen hebben er een handje van zich te laten meeslepen door intellectuele tendensen uit Europa, en Lilla zoekt naar de balans door er traditie, context en eruditie tegenover te zetten. Zowel in zijn essays als in zijn boeken neemt hij niet alleen een breed scala aan filosofische, literaire en culturele controverses 
bij de kop, maar ook verschillende 
politieke kwesties, waarbij hij kijkt naar verschillende intellectuele kringen: Duitse existentialisten, Franse post-structuralisten, flamboyante 
Russische bannelingen, gematigde Engelse liberalen, mystieke Joodse 
theologen, namen uit de Verlichting en de contra-Verlichting.

    Toen ik destijds zonder afspraak voor de werkkamer van professor Lilla aan NYU stond, verwachtte ik een gereserveerde, gedistingeerde man te ontmoeten. Ik zat in het laatste jaar van mijn studie Amerikaanse geschiedenis en wilde een wel heel cynisch essay van hem vertalen: ‘The Politics of Jacques Derrida’. Die eerste ontmoeting met Mark kon niet geheel en al het beeld wegnemen dat ik me had gevormd 
op grond van zijn artikelen. Hij had een rond brilletje, een beetje interbellum-achtig, en een ernstige blik. In zijn kleine werkkamer, die uitpuilde van de boeken, stond een degelijke archiefkast met allemaal laatjes. Hij deed geen moeite om me meteen heel hartelijk tegemoet te komen – sterker nog, binnen de Amerikaanse context kwam zijn houding op mij over als vrij afwerend. Tot mijn verbazing vroeg hij 
me om er een kort stuk over te schrijven voor een publicatie, Correspondence getiteld, die hij samenstelde voor de Council on Foreign Relations.

    Hij belde me op om te zeggen dat hij ging scheiden. Of ik met hem mee wilde naar IKEA om spullen te kopen voor zijn nieuwe appartement

    Later voerden we nog enkele gesprekken over politiek die me geen van alle voorbereidden op het moment dat hij plotseling het Amerikaanse protocol liet varen. Hij belde me op om te zeggen dat hij ging scheiden. Of ik met hem mee wilde naar IKEA om spullen te kopen voor zijn nieuwe appartement. Dat was zo on-Amerikaans dat ik me ineens heel erg, nou ja, heel erg Israëlisch voelde. Binnen de individualistische, protestantse cultuur van de Verenigde Staten, zeker in de noordelijke staten, gaapt er een grote afstand tussen individuen, is er een duidelijke norm dat je voor jezelf zorgt, en is 
privacy een groot goed. Precies om 
deze redenen halen Israëli’s die naar Amerika verhuizen aanvankelijk 
opgelucht adem, om na enige tijd met heimwee terug te denken aan Israël.

    Zo kwam het dat we uren liepen te sjouwen met alle onderdelen van de Billy-boekenkasten – een eindeloze hoeveelheid van die zware spaanplaat planken – die naar Marks nieuwe appartement moesten, in de Stuyvesant-buurt in Manhattan, ten oosten van First Avenue. Vervolgens waren 
we nog veel langer in de weer om die kasten in elkaar te zetten. We hadden ruim de tijd om te praten, over van alles en nog wat, van het persoonlijke tot het politieke.

    Mark Lilla is niet de enige die ziet hoeveel schade de identiteitspolitiek heeft aangericht. Er zijn nog meer vooraanstaande mensen die dit signaleren, 
en Bernie Sanders is daar een van. Voor hem is en blijft de kwestie geworteld 
in klassenverschillen. Jazeker. Ook hier geldt: ‘It’s the economy, stupid.’ Dat 
is wat veel van de hardwerkende 
Amerikanen vooral bezighoudt. En veel van die mensen hebben uiteindelijk 
op Trump gestemd.

    Dat de Democratische Partij geen brede visie heeft die mensen verenigt, dat de partij zich heeft ‘vastgebeten’ in identiteitspolitiek, blijkt duidelijk als 
je naar hun website kijkt, zegt Lilla. 
Er is geen boodschap van eenheid, er is juist sprake van balkanisering. Dat is het effect van identiteitspolitiek – het staat de vorming van coalities in de weg. Op de website van de partij staan zeventien verschillende boodschappen voor zeventien verschillende identiteitsgroepen. Klik op de groep waartoe je behoort en je krijgt de boodschap te zien die is toegesneden op jou en je vrienden. Maar ‘de mensen in Amerika die het spel van identiteitspolitiek spelen, moeten goed uitkijken dat er niemand buiten de boot valt,’ zegt Lilla. Natuurlijk blijven in een dergelijke opsomming van groepen (en in de hele identiteitspolitiek) ontelbare mensen en hele categorieën Amerikanen buiten beschouwing. De enorme aantallen gelovigen in dit land, om maar iets te noemen, of de arbeiders. En je hoeft natuurlijk geen wit-nationalistische racist te zijn om je af te vragen of de Democratische Partij blanken niet ook iets te bieden zou moeten hebben.

    Mark Lila
    Mark Lila

    Volgens Lilla schuilt de oplossing er echter niet in om ‘witten’ of ‘doopsgezinden’ aan de lijst van groepen toe te voegen. Nee, de oplossing schuilt erin om los te komen van de obsessie met verschil en op zoek te gaan naar een visie die bindt.

    De vorige keer dat Amerika een dergelijke bindende visie heeft gekend, was die afkomstig van de rechtervleugel. 
De kracht van die visie is tanende, zoals de opkomst van Trump duidelijk heeft gemaakt. Wat doorging voor de ‘visie’ van de Republikeinen bleek een wankel staketsel dat vrijwel geruisloos in elkaar is gezakt. Zoals Lilla het ziet 
is Trump niet alleen een oorzaak, maar ook een symptoom. Trump is een 
destructieve kracht die niet tot iets constructiefs in staat is. Hij biedt een pastiche van een visie, geen echte visie. Er gaat geen enkele inhoud schuil achter zijn loze slogan ‘Make America Great Again’.

    De implicatie is dat er nu sprake is van een ideologisch vacuüm. En dat biedt een kans, denkt Lilla. Liberalen kunnen in dat gat springen, maar dan moeten ze twee dingen doen. Om te beginnen moeten ze met een visie komen die verenigt, niet met een visie die verdeelt. Ze moeten terug naar de basis 
en leren om ‘wij’ te zeggen, zoals de ‘wij, het volk’ uit de grondwet – ‘wij’ in de alomvattende zin, een ‘wij’ waar alle burgers zich onder kunnen scharen. Ten tweede moeten ze afstand doen van de politiek van protesten en 
activistische bewegingen, en terug-
keren naar de politiek van partijen en instellingen.

    Volgens Lilla is identiteitspolitiek een knieval van links voor het conceptuele universum van rechts. ‘Identiteits-politiek is niets nieuws, zeker niet bij rechts Amerika,’ schrijft hij in zijn boek. Een lange geschiedenis van denken in verschillen, gebaseerd op identiteit, is natuurlijk ook de grondslag geweest van slavernij en rassenscheiding. ‘Wat verbijsterend was aan de Reagan Dispensation was de opkomst van een linkse variant die 
de facto uitgroeide tot de geloofsovertuiging van twee generaties linkse intellectuelen.’ Dat is geen historisch toeval. Want de fascinatie, en later 
de obsessie, met identiteit, bracht de 
uitgangspunten van het reaganisme niet structureel in het nauw.’ Ondanks de nadruk op groepen is identiteits-
politiek een verruiming, en geen 
vernauwing, van de sterk individualistische tendens.

    Hij reed op een vuilniswagen. Hij was magazijnmeester. Hij gaf gitaarles. 
En hij sliep heel weinig

    Dat is een belangrijke constatering, aangezien identiteitspolitiek iets 
misleidends heeft. Het lijkt of er wordt gehamerd op ‘wij’ in plaats van ‘ik’, maar in feite is het kloppende hart van de identiteitspolitiek een verregaand individualisme. Dat is ook de reden 
dat er binnen elke groep subgroepen ontstaan, of dat er individuen opstaan die, bijvoorbeeld, zeggen dat het 
feminisme in de praktijk exclusief wit is, of exclusief hetero, of dat het zwarte feminisme nog altijd lesbische vrouwen buitensluit, of dat het lesbische feminisme geen ruimte biedt aan 
Hispanics of dikke vrouwen. Of dat 
de letters LGBT in feite queers buitensluiten, evenals aseksuelen en een schijnbaar eindeloos aantal anderen, die allemaal het gevoel hebben dat geen van die letters voldoende nauwkeurig van toepassing is op hun unieke situatie. Want onder dit alles schuilt het principiële verbod om ‘mij’ om wat voor manier dan ook van buitenaf te definiëren. Elke poging om te kijken naar wat twee individuen bindt is daarmee een ontkenning van hun 
volstrekt unieke zelfdefinitie.

    Daaruit volgt dat er binnen deze 
kringen geen stabiele coalities zijn, of kunnen worden gevormd. Het duurt nooit lang of men verwijt elkaar over en weer onderdrukkend bezig te zijn.

    Terwijl overal om hem heen de jaren zestig losbarstten, zat Mark Lilla in de brugklas van een school in Detroit. Hij maakte deel uit van een groepje katholieke Jezusfreaks, liep rond in 
een T-shirt met opdruk ‘Eigendom van Jezus’ en droeg een groot leren kruis om zijn nek. Hij zong gospelnummers en begeleidde zichzelf op de gitaar. 
Hij voerde verhitte discussies met 
zijn klasgenoten en wilde hun het 
religieuze licht laten zien.

    Naarmate Lilla ouder werd, doofde het religieuze vuur. Hij ging studeren aan Wayne State University. Hij beschouwt zichzelf als links, in de ouderwetse zin van het woord. Hij sloot zich aan bij een groep die een radicaal-economische politiek bepleitte. Vervolgens ging hij naar de University of Michigan en haalde daar zijn bachelor, waarna hij doorging naar Harvard.

    Om van Wayne State op Harvard te komen is geen makkelijke opgave voor een jongen met arme ouders. In de 
Verenigde Staten bepaalt de middelbare school waarop je hebt gezeten gewoonlijk op welke vervolgopleiding je wordt toegelaten. En dat is dan weer bepalend voor je financiële toekomst. Maar Mark Lilla was niet zomaar iemand. Hij had drie bijbaantjes en 
kon zodoende zijn studie bekostigen aan de University of Michigan, waar hij omging met de hogere middenklasse. Hij reed op een vuilniswagen. Hij was magazijnmeester. Hij gaf gitaarles. 
En hij sliep heel weinig.

    Het is niet meer dan logisch dat de jonge Lilla moeite had met het feit 
dat allerlei ‘gebronsde middenklasse studenten’ hem uitlegden hoe het leven van de arbeidersklasse in elkaar stak. Ook zinde het hem niet te moeten aanhoren hoe docenten, die zeiden te spreken uit naam van de lagere klassen, ‘zich minachtend uitlieten over de feitelijke overtuigingen en meningen van de echte arbeiders’. Hij kende die mensen tenslotte als geen ander. Zijn vader had aan de lopende band gestaan in een autofabriek in Detroit, en was opgeklommen tot tekenaar. Zijn moeder was verpleegster.

    Een politieagent op de uitkijk tijdens een demonstratie tegen de ingetrokken wet die transgenders de mogelijkheid bood een genderneutraal toilet te bezoeken. – © Gerry Broome / AP
    Een politieagent op de uitkijk tijdens een demonstratie tegen de ingetrokken wet die transgenders de mogelijkheid bood een genderneutraal toilet te bezoeken. – © Gerry Broome / AP

    Zo werd Mark in de richting gedreven van de neoconservatieven, die zich in zijn ogen ‘veel volwassener’ toonden. Zij droegen geen utopische idealen 
uit, maar bepleitten realistische, 
concrete verbeteringen, gebaseerd op het besef dat er grenzen zijn aan wat 
er via de overheid kan worden bereikt. Ze waren, zo dacht hij destijds, ‘de 
vijanden van de vijanden van de 
arbeidersklasse.’ Dat was ‘voordat de neo-cons in het Reagantijdperk 
veranderden van intellectuelen in apparatsjiks.’

    Hij las hun publicaties en later, toen hij dankzij zijn studieresultaten een plek op Harvard had weten te bemachtigen, schreef hij er ook zelf stukken voor. Met een masterdiploma overheids-beleid van de John F. Kennedy School 
of Government op zak, werd hij aangesteld als redacteur bij The Public Interest. Later keerde hij terug naar Harvard om zijn doctoraal te halen in overheidsbeleid. Hij studeerde af bij de socioloog Daniel Bell. Bell zei dat er drie goede redenen waren om de academische wereld te verkiezen boven de journalistiek: juni, juli en augustus.

    Tijdens zijn lezing aan Rutgers sprak Lilla de hoop uit de verkiezing van Trump niet alleen zou leiden tot een visie die mensen verenigt, maar ook dat de vrijgekomen energie in institutionele politiek zal worden gestoken. ‘In Amerika,’ zei hij tegen de studenten, ‘is er maar één manier om de zwakkeren in bescherming te nemen, en dat is zorgen dat je politieke macht hebt. Institutionele macht. In alle lagen van de federale overheid.’

    En wat hebben de pleitbezorgers van identiteitspolitiek ons te bieden? Geen strijd om de politieke macht, maar een politiek van protestbewegingen. Geen solidariteit, maar de bekrompenheid van steeds kleinere groepen die zich terugtrekken in hun eigen hol. Een steeds sterkere gerichtheid op steeds meer verschillen. En dat gebeurt hier, op de universiteiten, waar het makkelijk is. Op een andere plek heeft Lilla ooit gezegd dat hij bereid is de reis-kosten te vergoeden van iedereen die bereid is ‘daarheen’ te gaan – naar de rode staten, om te bouwen aan een politieke machtsfactor waar de 
Democraten echt iets mee kunnen.

    Ontmanteling van coalities

    Het lijkt of Lilla gelijk heeft wanneer hij dit alles bestempelt als apolitiek. En misschien is hij nog niet streng genoeg wanneer hij zegt dat de middelen van dergelijke groepen niet hun doel dienen. Want de identiteitspolitiek-massa’s dienen vooral de belangen van de elite binnen hun groep. Een toch al geprivilegieerde lesbienne aannemen als presentatrice van het avondjournaal is, uiteindelijk, lang niet zo moeilijk als iets doen aan de problemen van de scholen in de binnensteden van 
Baltimore. Ook de mensen van Black Lives Matter houden zich uiteindelijk niet bezig met de sociale problematiek. Zij houden zich bezig met schuldgevoelens, en ze weten hoe ze die moeten aanwakkeren bij mensen die toch al aan hun kant staan. En zoals met alle vormen van politiek correct gedrag repareren ze de spiegel, maar niet 
het gezicht. En vervolgens verhult de spiegel de problemen van het gezicht. De prijs die daarvoor wordt betaald is, hoe kan het ook anders, de ontmanteling van coalities.

    Op landelijk niveau is de verschuiving naar identiteitspolitiek ten koste gegaan van de New Deal-coalitie van minderheden, met name de alliantie tussen Joden en zwarten. Het is mis-gegaan in 1966, met de opkomst van 
de linkse versie van identiteitspolitiek, onder haar eerste naam: Black Power. In datzelfde jaar kwam Stokely Carmichael aan het hoofd te staan van de SNCC, de zwarte studentenvereniging. Hij gooide ogenblikkelijk alle witten eruit. De meesten van hen waren Joods. Veel anderen binnen de burgerrechtenbeweging omarmden een 
paradigma dat we tegenwoordig postkoloniaal zouden noemen, en ze zeiden dat het zionisme ‘racistisch’ was. Tot groot verdriet van progressieve Joden werd de kloof dieper en dieper.

    De tendens om allianties te verbreken is geen betreurenswaardig neveneffect van identiteitspolitiek. Het is het wezen van identiteitspolitiek. Wie daar nog niet van is overtuigd, hoeft zich alleen maar te verdiepen in de verhitte discussies van een jaar geleden over Dana Schutz’ schilderij van Emmett Till, dat in het Whitney Museum hing. Schutz had een schilderij gemaakt 
van Till, die in de zomer van 1955 in Mississippi is gelyncht. Het was 
overduidelijk een blijk van medeleven met de slachtoffers van de zwarte gelijkheidsstrijd. Maar ineens eiste de zwarte kunstenares Hannah Black dat het schilderij zou worden verwijderd. Een witte kunstenares heeft het recht niet om zich het zwarte lijden toe te eigenen teneinde zichzelf te promoten, aldus Hannah Black.
    Het gedachtegoed van Mark Lilla zou een voorbode kunnen zijn van een nieuwe realiteitszin onder de Amerikaanse intelligentsia, na een halve eeuw van narcisme. Hij zou ook een roepende in de woestijn kunnen blijven. Misschien moeten er nog vele jaren overheen gaan voordat het postmoderne verval dat knaagt aan de wortels van de academische wereld, een halt wordt toegeroepen en er een begin kan worden gemaakt met de wederopbouw. Ondertussen is er weinig waaruit we hoop kunnen putten. Het overgrote 
deel van de hoogopgeleide Amerikanen 
verkettert Trump en zijn aanhang, maar lijkt zich nauwelijks af te vragen op welke manier zij zelf hebben bijgedragen aan de ondergang van hun eigen partij. Het lijkt dan ook niet erg waarschijnlijk dat ze open zullen staan voor de introspectie die Lilla voorstaat.

    Terwijl ik aan dit stuk werk, stuurt Mark een groep vrienden een screenshot van Nick Cave’s Instagram-account. Cave ziet eruit alsof hij net een tukje heeft gedaan op zijn stoel in de tourbus. The Once and Future Liberal ligt opengeslagen op zijn borst. Dat is wat hij onderweg leest. ‘Vrienden,’ schreef Mark, 
‘ik mag de academische wereld dan zijn kwijtgeraakt, de king of artrock staat achter me.’

    Auteur: Gadi Taub
    Vertaler: Nicolette Hoekmeijer

    ‘Sign of the Times: The struggle for Identity’.
    Stadsschouwburg, 2 juni, 20.30

    Haaretz
    Israël | dagblad | oplage 80.000

    De eerste Hebreeuwse krant die in 
1919 onder Engels mandaat uitkwam. ‘Het land’ is dé krant voor Israëlische politici en intellectuelen.

  • 2. Santiago Sierra Middelpunt 
van controverse

    2. Santiago Sierra Middelpunt 
van controverse

    Begin dit jaar werd het werk van de Spaanse kunstenaars Santiago Sierra tot grote ontsteltenis verwijderd van de kunstbeurs ARCO omdat leiders van de Catalaanse onafhankelijkheidsbeweging als politieke gevangenen werden afgebeeld.

    De productie van de kunstenaar Santiago Sierra (Madrid, 1966), die gisteren voor de zoveelste keer het middelpunt van een 
controverse werd, valt in drie categorieën uiteen: werken in privécollecties, werken in openbare 
collecties en polemische werken. Wat er op de 
Internationale Beurs voor Hedendaagse Kunst in Madrid met zijn werk ‘Politieke gevangenen in het hedendaagse Spanje’ gebeurde is een nieuwe episode in zijn creatieve carrière, die gekenmerkt wordt 
door steeds terugkerende provocaties.

    Misschien het eerste werk dat negatieve reacties binnen en buiten de kunstwereld opriep was ‘Lijn van 30 cm getatoeëerd op iemand die ervoor betaald werd’ (Mexico, 1998). Het was het begin van een reeks performances waarvoor de kunstenaar betaalde: mensen die zich lieten tatoeëren, die een korte tekst van buiten leerden of die voor 20 dollar (16 euro) voor de camera masturbeerden. Wat de kunstenaar wilde was kanttekeningen plaatsen bij onze omgang met arbeid en onderzoeken hoe ver mensen bereid zijn 
te gaan voor geld, maar de manier waarop hij dat deed zette kwaad bloed in de kunstwereld, die meer geporteerd is voor subtiele metaforen in werken 
met een politieke lading.

    Sierra overschreed de grens van het betamelijke nog verder toen hij in 2000, in San Juan, Puerto Rico, twee heroïneverslaafden een lijntje heroïne betaalde om een 10 centimeter lange strook op hun hoofd 
kaal te mogen scheren. Daarna waren nog maar 
weinigen verbaasd over zijn installatie op de Biënnale van Venetië in 2003, ‘Afgedekt woord’ genaamd, waarmee hij de toegang tot het Spaans paviljoen afsloot voor iedereen die geen Spaanse legitimatie kon tonen. Daarmee wilde hij de Europese immi-
gratiepolitiek aan de kaak stellen, tot grote verontwaardiging van veel bezoekers, inclusief Spanjaarden.

    De woedende reacties op zijn werk hebben Santiago Sierra er niet van weerhouden op dezelfde voet verder te gaan. In 2006 verbood de Duitse stad 
Pulheim zijn installatie ‘245 kubieke meters’, een nagebouwde gaskamer in een synagoge die dienstdeed als cultureel centrum. Het werk verwees 
volgens de kunstenaar naar ‘de geïndustrialiseerde en geïnstitutionaliseerde moord op Europeanen, in het verleden en in het heden’.

    ‘Het is allemaal je reinste waanzin, maar het schijnt volkomen normaal te zijn. Niemand kijkt er nog van op. Vervolging op grond van overtuiging is genormaliseerd’

    Die polemieken waren geen beletsel om hem in 
2010 de Nationale Prijs voor Plastische Kunst toe te kennen, een onderscheiding die hij, samen met het eraan verbonden geldbedrag, weigerde door middel van een brief die hij op de ARCO, de Internationale Beurs voor Hedendaagse kunst, verkocht voor 
30.000 euro, hetzelfde bedrag als de geweigerde geldprijs, die anders uit de algemene middelen betaald zou moeten worden.

    De opschudding na het verwijderen van Sierra’s 
werk bereikte ook de politieke arena. De woordvoerder van de PSOE in het parlement, 
Margarita Robles, sprak haar steun uit voor de maatregel: ‘We dienen waardering te hebben voor elke maatregel die de spanning vermindert.’ De gemeente Madrid, gedomineerd door de Christelijke Volkspartij (PP), staat ook achter de beslissing. Juan Carlos Girauta van Ciudadanos oefende kritiek uit op de beslissing van IFEMA (de jaarbeurs van Madrid) met zijn stelling dat kunst ‘fictie’ is en ‘volkomen vrij’ 
en dat binnen de kunst ‘alles is toegestaan’. Pablo Iglesias van Podemos zei dat het ‘onverenigbaar is met de democratie dat bepaalde thema’s niet aangeroerd mogen worden’. Joan Tardà van Esquerra Republicana de Catalunya (‘Catalaans Links’) nam het woord ‘censuur’ in de mond.

    De staatssecretaris van Cultuur, Fernando Benzo, distantieerde zich van de kwestie: ‘Het valt niet binnen onze competentie in dezen oordelend of 
handelend op te treden.’

    Santiago Sierra staat de pers te woord tijdens een presentatie van zijn serie ‘Politieke gevangenen in hedendaags Spanje’. – © Pablo Blazquez Dominguez / Getty
    Santiago Sierra staat de pers te woord tijdens een presentatie van zijn serie ‘Politieke gevangenen in hedendaags Spanje’. – © Pablo Blazquez Dominguez / Getty

    El País: Wat is uw kijk op wat er gebeurd is met uw werk ‘Politieke gevangenen in het hedendaagse Spanje’?

    Sierra: IFEMA heeft mijn laatste werk laten 
verwijderen omdat de bezoekers van de ARCO het niet mochten zien. Dat is te gek voor woorden, dat is een daad van censuur die niet van deze tijd is, op z’n minst internationaal gezien. Voor de cultuurwerkers in Spanje is het dagelijkse kost.

    El País: Wilt u met uw werk zeggen dat u 
gelooft dat Oriol Junqueras en ‘Los Jordis’ 
(Jordi Cuixart en Jordi Sànchez, twee voorstanders van Catalaanse onafhankelijkheid die door de 
Spaanse centrale overheid wegens hoogverraad zijn gearresteerd) politieke gevangenen zijn?

    Sierra: Dat beweer ik precies, ja. En ik zou niet weten waarom ik dat niet mag zeggen en ik zou ook niet weten waar IFEMA het lef vandaan haalt me de mond te snoeren. Of om Helga de Alvear [zijn galeriehoudster] voor te schrijven wat ze wel en niet in haar 
galerie tentoon mag stellen. Het is allemaal je reinste waanzin, maar het schijnt volkomen normaal te zijn. Niemand kijkt er nog van op. Vervolging op grond van overtuiging is genormaliseerd.

    El País: Wat gaat u er nu aan doen?

    Sierra: Het is nog maar pas gebeurd en ik weet nog niet wat ik ga doen. Ik stel me voor dat ik ga proberen het koste wat kost tentoongesteld te krijgen. Ik kan haast niet geloven dat er niets aan te doen is.

    Een van de gecensureerde werken van Sierra.
    Een van de gecensureerde werken van Sierra.

    El País: Op de ARCO van 2010 was u ook het voorwerp van een polemiek omdat u de brief waarmee u de Nationale Prijs voor Plastische Kunst weigerde, te koop aanbood. Is de kunstbeurs een podium voor u om de polemiek 
te zoeken, in de wetenschap dat uw boodschap in deze context de meeste weerklank vindt?

    Sierra: Alles wat het systeem niet naar de mond praat is volgens de media polemiek. Maar het 
kunstpubliek is heus niet achterlijk, hoor, dat vindt iets niet snel een schandaal. Schandalen worden 
in de pers bekokstoofd.

    El País: Vindt u een kunstbeurs een geschikt podium voor politieke stellingnames?
    Sierra: Jazeker, maar die lui van IFEMA willen alleen maar l’art pour l’art, dat hebben ze al zo vaak laten zien. De ARCO zou zich eens goed moeten bezinnen 
of ze in de toekomst de beurs nog bij IFEMA wil houden. Over de vraag wat kunst is gaat alleen de kunstenaar.

    ‘Political Prisoners in Contemporary Spain’ werd 
verkocht voor 96 duizend euro aan een Catalaanse ondernemer die het per direct beschikbaar stelt aan musea. De posters hangen tijdens het forum op verschillende lokaties in Amsterdam.

    Auteur: Juan José Santos Mateo
    Vertaler: Jos den Bekker

    Santiago Sierra
    31 mei, De Balie, 21.00

    Openingsbeeld: Demonstranten eisen de vrijlating van rapper Valtonyc (hij kreeg een celstraf van drieënhalf jaar voor aanstootgevende teksten in zijn songs) en vrijheid van meningsuiting nadat het werk van Santiago Sierra 
werd verwijderd van de kunstbeurs ARCO. – 
© Marcos del Mazo / Getty Images

    El País
    Spanje | dagblad | oplage 180 770

    Opgericht in 1976, is van doorslaggevende betekenis geweest voor de overgang van dictatuur naar democratie. Prachtige tabloidkrant met exquise journalisten en bijdragen van grote Spaanse schrijvers.

  • Dossier: Europa onder de loep

    Dossier: Europa onder de loep

    Wie door een en dezelfde bril kijkt wordt vroeg of laat bijziend. Of is het nu al, volgens professor 
Jan Werner-Müller die voor- en tegenstanders van het populisme een te simplistische diagnose verwijt.

    Hij is een van de sprekers op het tweede Forum on European Culture in De Balie in Amsterdam, waar internationale denkers en kunstenaars drie dagen lang praten over en zoeken 
naar nieuwe antwoorden op het democratisch tekort in Europa. Gezaagd zal er blijven worden 
aan de stoelpoten van de democratie, dus is het zaak de dunne laag van de beschaving genoeg veerkracht te geven om mee te bewegen en tegelijkertijd tegenwicht te bieden. Op de volgende pagina’s stellen wij u voor aan een aantal genodigden dat met multifocale glazen naar de winst 
en verliesrekening van Europa zal kijken.   

    1. De claim op het ‘echte volk’

    2. Santiago Sierra Middelpunt 
van controverse

    3. Het ideologische vacuüm biedt een kans

    4. Een wereld voorbij ras

    5. Het backfire-effect

    6. ‘We moeten tot de verbeelding van de nieuwe meerderheid spreken’

    Beeld: Between Bridges, een installatie van fotograaf Wolfgang Tillmans die te zien was tijdens fotobeurs Photo London in 2016. – © Jeff Spicer / Getty Images

  • Sneak preview

    Sneak preview

    De vooruitzichten voor een tikkeltje meer harmonie in 
Europa zijn somber: er dreigen nieuwe verkiezingen in Italië, waarvan niet te verwachten valt dat de uitslag uitkomst 
zal bieden.

    De Vijfsterrenbeweging en de Noordelijke Liga, partners in crime, zullen erop blijven hameren dat de president de volkswil aan zijn laars lapt – en indien zij opnieuw een parlementaire meerderheid behalen, kan de president zich dan nog langer verzetten? Ook in Duitsland liet de rechts-populistische partij Alternative für Deutschland onlangs ‘in naam van het volk’ haar witte spierballen rollen tegen het migratiebeleid van Angela Merkel.

    Het dossier van deze editie van 360 is gewijd aan de stand van Europa, naar aanleiding van het Forum on European Culture dat de komende dagen wordt gehouden in De Balie, onze partner in crime. Het kleurrijke palet aan internationale kunstenaars, wetenschappers en schrijvers zal de Italiaanse crisis niet een-twee-drie kunnen oplossen, maar hopelijk met harde feiten tegenwicht bieden aan vage anti-establishment sentimenten en claims op de wil van het volk. Zowel de kunstenaar Wolfgang Tillmans als professor Mark Lilla en zijn collega Jan-Werner Müller maken zich druk om de dovemansoren van het electoraat voor rationele argumenten.

    Donald Trump is geen president van de Verenigde Staten geworden dankzij een brede volksbeweging van boze blanke arbeiders

    Donald Trump is geen president van de Verenigde Staten geworden dankzij een brede volksbeweging van boze blanke arbeiders. Hij had een gevestigde partij en de zegen nodig van Republikeinse zwaargewichten als Rudy Giuliani en Newt Gingrich. De populist het monopolie geven op wat het ‘echte volk’ bezighoudt getuigt volgens Werner Müller van een gebrek aan inzicht in hoe de democratische vertegenwoordiging werkt. Tillmans, geïnteresseerd in het belang van gevoelens in de politiek, vond neurologisch onderzoek waarin met behulp van MRI-scans wordt aangetoond dat ’s mans meningen en emoties direct verweven zijn met ’s mans identiteit. En daar zit hem meteen de crux van Mark Lilla, die juist die synthese aanwijst als vijand van het publiek belang. Dat belang is van iedereen.

    Of zoals Alessandro Baricco zegt: Het interessante is dat wíj allemaal die mensen zijn, de beschaving en de geschiedenis de onze is. Een blauwdruk voor een betere representatieve participatie in de toekomst van Europa rolt wellicht niet kant-en-klaar van de persen, tenzij het Claudia Chwalisz lukt om met een dwarsdoorsnede van de maatschappij de macht uit handen van de politici te nemen. Maar het forum op het Leidseplein zou daar wel eens een sneak preview van kunnen zijn.

    Auteur: Katrien Gottlieb
    gottlieb@360international.nl

  • 3. Trumps beste vriend in Europa

    3. Trumps beste vriend in Europa

    De vriendschap tussen Emmanuel Macron en Donald Trump lijkt bizar, maar de twee hebben meer gemeen dan je zou denken, betoogt columnist Roger Cohen.

    Het is verleidelijk te zeggen dat je je geen onwaarschijnlijker vriendschap kunt voorstellen dan die tussen Emmanuel Macron en Donald Trump, maar dan ga je wel aan de feiten voorbij.

    Natuurlijk, ze zijn het over maar heel weinig eens. Niet over Iran. Niet over de handel. Niet over de Europese Unie. Niet over of je kritiek moet hebben op Vladimir Poetin. Niet over het belang van waardigheid, of waarheid, of de Verlichting.

    Toch hoor ik dat ze elkaar voortdurend spreken. Trump volgt Macrons arbeidsmarkthervormingen en belt om hem de feliciteren. Het eerste staatsbezoek onder zijn regering zal dat van Macron zijn, volgende maand in Washington [het bezoek vond intussen plaats], een bijzondere eer voor een ‘great guy’. De Franse president is Trumps beste vriend in Europa, en misschien ook daarbuiten. Met de Britse premier Theresa May ging het mis. En met de Duitse bondskanselier Angela Merkel werd het ook niets. Trump-Macron is het enige trans-Atlantische scharnier dat niet knarst.

    Macron, die met zijn veertig jaar Trumps zoon zou kunnen zijn, heeft het politieke midden een grandioos toneel verschaft en daarmee de centristische politiek van een nieuw elan voorzien in tijden van populistische verleiding

    Echt verrassend is dat niet. Beide mannen zijn uit het niets gekomen, buitenbeentjes die tot het hoogste ambt van hun land zijn verheven door een golf van afschuw over de gangbare politiek. Ze zijn, elk op hun eigen manier, een historische toevalligheid, op het schild gehesen tijdens de overgang naar een nieuw tijdperk. Een verlangen naar ontwrichting bracht deze twee ontwrichters voort.

    Beiden rekenden af met het politieke establishment door het politieke midden weg te vagen of in te lijven. Beiden begrepen dat stemmers zowel verveeld als boos waren, wantrouwig tegenover de liberale consensus, woedend vanwege de alles verslindende globalisering, verlangend naar grandeur, snakkend naar onomwonden taal in plaats van de plichtmatige waarschuwingen van deskundigen.

    Macron, die met zijn veertig jaar Trumps zoon zou kunnen zijn, heeft het politieke midden een grandioos toneel verschaft en daarmee de centristische politiek van een nieuw elan voorzien in tijden van populistische verleiding. Hij is streng over immigratie omdat hij weet dat zijn overleving daarvan afhangt. Het toneel van Trump is dat van de zigzaggende bullebak, van onophoudelijk en vaak nietszeggend lawaai. Voor beide mannen zijn beweeglijkheid en actie van levensbelang.

    De gaullistische pompositeit, vermeden door Macrons voorganger, is terug van weggeweest. Als die nodig is om het racistische Front National te verslaan, schuw haar dan niet. Macron vierde zijn overwinning vorig jaar met een toespraak tot het Franse volk vanuit het Louvre, verwelkomde Poetin in Versailles en keerde dit jaar terug naar het paleis van de Zonnekoning voor een ‘Choose France’-top met ceo’s van over de hele wereld om een slordige drie miljard aan buitenlandse investeringen uit te bazuinen.

    ‘Het is niet “Make France Great Again”, maar het lijkt er veel op,’ zei een Franse vriend.

    wo16 fra macron tv

    Macrons viering van 14 juli, de nationale feestdag – compleet met gardisten te paard, troepen, tanks en gevechtsvliegtuigen – maakte zo’n indruk op zijn speciale gast, Donald Trump, dat deze nu zijn eigen versie wil met veel luchtmachtvertoon (maar sans tanks) op Veterans Day, de Amerikaanse viering van het einde van de Eerste Wereldoorlog.

    Belachelijk? Als je bedenkt dat Trump zich gewoonlijk met haviken omringt, lijkt deze vriendschap me zo belangrijk dat ik bereid ben veel te slikken.

    Of liever gezegd, mogelijkerwijs belangrijk. We moeten nog maar zien wat Macron uit deze vriendschap kan peuren. We weten niet of dat iets aardigs zal zijn of iets nuttigs. De band heeft Trump er niet van weerhouden het klimaatakkoord vaarwel te zeggen of Jeruzalem te erkennen als de hoofdstad van Israël. De jury is er nog niet uit.

    Trump heeft de Europese Unie uitgezonderd van importheffingen op staal en aluminium, iets waarop de Fransen sterk hadden aangedrongen. ‘Als we over één kam worden geschoren met China zou dat een groot probleem zijn,’ vertrouwde een hoge Franse ambtenaar me toe voordat Trump zijn beslissing nam.

    Iran

    Volgende kwestie: Iran. Als Macron het ergste niet kan voorkomen, namelijk dat Trump op 12 mei besluit het nucleaire akkoord te torpederen door de sancties niet langer op te schorten, dan zijn alle kansen verkeken. Het akkoord, dat op het nippertje voorkwam dat Iran zijn nucleaire programma voor militaire doeleinden zou gebruiken, werkt. De Fransen zijn vastbesloten het van kracht te laten blijven.

    Gebeurt dat niet, dan zal de confrontatie tussen sjiieten en soennieten in het Midden-Oosten verergeren, zal Iran in allerijl een bom ontwikkelen en zal Saoedi-Arabië niet ver achterblijven. Het non-proliferatieverdrag zou dan zo goed als zinloos worden.

    De voortekenen zijn niet zo goed. Mike Pompeo, de door Trump voorgedragen nieuwe minister van Buitenlandse Zaken, is een havik wat Iran betreft. John Bolton, de nieuwe nationale veiligheidsadviseur, wil het nucleaire akkoord opzeggen en het Iraanse regime ten val brengen – en dat is nog maar het begin. Totale vernietiging dreigt. De uitdaging voor Macron – en Europa – om te voorkomen dat de kwestie-Iran uit de hand loopt, is alleen maar groter geworden.

    Macrons visie van herstelde grootsheid strookt met de Franse idealen. Die van Trump verraadt de Amerikaanse

    Terwijl het gedrag van Trump alleen maar grilliger wordt, een trend die de komende maanden nog zal verergeren door het onderzoek naar Russische bemoeienis met zijn uitverkiezing, biedt de vriendschap met Macron enige garantie tegen het ergste. Anders dan Trump weet de Franse president wat hij wil en is hij in staat een coherente strategie te hanteren.

    Hij is ook een bastion tegen de destructieve neigingen van Trump: diens gedweep met etnisch nationalisme en de steeds autoritairder wordende Poetin en Xi Jinping, de afkalving van de rechtsstaat, handelsoorlogen, de militarisering van het buitenlands beleid en de ondermijning van de Europese Unie.

    Macrons visie van herstelde grootsheid strookt met de Franse idealen. Die van Trump verraadt de Amerikaanse. Dat is het verschil. Veel hangt af van wat deze vriendschap oplevert.

    Auteur: Roger Cohen
    Vertaler: Peter Bergsma

    The New York Times
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 540.000

    De krant der kranten, met als motto ‘All the news that’s fit to print’. Won meer journalistieke prijzen dan enig ander medium.

    Cruciale rol in Syrië

    In een interview dat hij op 15 april gaf aan de Franse BFMTV, RMC en Mediapart rechtvaardigde Emmanuel Macron de raketaanvallen op Syrië door te wijzen op de rol van Frankrijk in dit deel van de wereld. ‘Hij wilde daarmee zijn leiderschap in de kwestie-Syrië benadrukken, hoewel de Franse deelname aan de operatie in zijn eigen land werd bekritiseerd’, schrijft The Wall Street Journal. In feite, vervolgt de Amerikaanse krant, betreurt de oppositie het ‘dat Frankrijk bezig is zijn onafhankelijkheid kwijt te raken door de VS en het Verenigd Koninkrijk te volgen’.

  • ‘Opperbevelhebber’ Poetin heeft alle touwtjes in handen

    ‘Opperbevelhebber’ Poetin heeft alle touwtjes in handen

    In 2012 kozen de Russen iemand die borg stond voor de verworvenheden van de jaren 2000 en die werd uitgedaagd door een protesterende liberale middenklasse. Maar in 2018 hebben ze hun steun uitgesproken voor een opperbevelhebber die wordt uitgedaagd door een externe vijand.

    Keuze uit het archief

    In Rusland worden dit weekend presidentsverkiezingen gehouden. Aangezien de tegenstanders van de zittende president Vladimir Poetin gedood zijn, gevangen zitten of van deelname uitgesloten zijn, is het geen verrassing wie er als winnaar uit de bus zal komen.
    In 2018 deed de Russische onafhankelijke krant Nezavisimaya Gazeta verslag van de vorige presidentsverkiezingen. In dit artikel beschrijft de krant hoe de campagneretoriek van Poetin sinds zijn eerste verkiezingen in 2000 veranderd is. Met zijn militante discours over een ‘externe dreiging’ is ‘opperbevelhebber’ Poetin erin geslaagd om het merendeel van de Russische bevolking achter zich te scharen, aldus het dagblad. Een omineus voorteken voor de oorlog in Oekraïne.

    Aan de vooravond van de presidentsverkiezingen waarin Vladimir Poetin naar een vierde ambtstermijn dong, wilde hij indruk maken op zijn electoraat en de internationale gemeenschap met een nieuw kernwapenarsenaal. De Russen hebben dus op 18 maart een opperbevelhebber gekozen. Om ervoor te 
zorgen dat de ‘met voeten getreden’ belangen van zijn land worden gerespecteerd, is hij vastbesloten om van Rusland een even geduchte macht te maken als de Sovjet-Unie. Het Westen is nu aan zet.

    Militaire kracht

    Op 5 maart 2018 stroomde het Loezjnikistadion in Moskou helemaal vol voor een verkiezingsbijeenkomst ter ondersteuning van de kandidatuur van Vladimir Poetin met als leuze 
‘Voor een krachtig Rusland’. Het thema ‘kracht’ is de afgelopen weken uitgebreid uitgemolken door de president. Hij noemde het bij de uitreiking van de nationale onderscheidingen, die op 23 februari plaatsvond, en in een twee uur durende rede in de Doema. En hij had het niet over het concept van soft power dat zo populair is in het Westen, maar hoofdzakelijk over militaire kracht en ultramoderne wapens.

    De officiële televisiezenders en de partijen in de Doema moesten het wel oppikken. Het protest tegen Poetin domineerde de verkiezingen en daarom werd de campagne van Poetin ontworpen in reactie op deze protestbeweging.

    De verkiezingsbijeenkomst in februari 2012 op de Poklonnajaheuvel met als leuze ‘We hebben iets te verliezen’ was een reactie op de protestmars ‘Voor eerlijke verkiezingen’. De macht had gemikt op dat deel van het electoraat dat afhankelijk was van overheidssteun, dat de armoede in de moeilijke jaren negentig [onder Boris Jeltsin] had meegemaakt en dat zijn levensstandaard in de jaren 2000 aanzienlijk had zien stijgen. Dat electoraat werd gemobiliseerd tegen een binnenlandse dreiging. De bijeenkomsten van de oppositie werden gepresenteerd als de eerste tekenen van een terugkeer naar de jaren negentig. De macht had ingezet op de sociale tegenstellingen, en zelfs gesproken van een soort klassenstrijd: tegenover de luie middenklasse, de ‘valse’ stedelijke intelligentsia, plaatste hij de ‘echte’ intelligentsia – de arbeiders.

    Vladimir Poetin met medewerkers van de Uralvagonzavod Scientific and Industrial Corporation. – 
© Mikhail Metzel / Getty Images
    Vladimir Poetin met medewerkers van de Uralvagonzavod Scientific and Industrial Corporation. – 
© Mikhail Metzel / Getty Images

    Met andere woorden: Poetin heeft zes jaar geleden de verkiezingen gewonnen dankzij een politiek betoog over de klassieke kloof.

    Degenen die profiteerden van de veranderingen die werden doorgevoerd door de heersende macht moesten het systeem verdedigen tegen degenen die het systeem bedreigden. En dat is ook wat er feitelijk is gebeurd. De macht had gemikt op een kloof in reactie op een steeds complexere samenleving, waarin de middenklasse initiatieven begon te ontplooien en politieke wil ten toon begon te spreiden. Daar is toen een nieuw legitimeringsmechanisme uit ontstaan: verkozen worden door de overwinning op een reële en niet-fictieve tegenstander.

    Sinds die tijd is het betoog verhard. Eerst was er de affaire-Bolotnaya [massa-arrestaties en processen tegen oppositieleiders] en de aanscherping van de wetgeving over samenscholingen.

    Betogingen in de publieke ruimte werden ‘afgegrendeld’. Daarna waren er de Krim en de Donbas, de sancties en de snelle verzuring van de betrekkingen met het Westen. Het jaar 2014 was het meest delicate voor de zittende macht die zich er desalniettemin goed doorheen sloeg dankzij de zwakke roebel en de olie. De Russische samenleving schaarde zich achter de bezetting van de Krim en het idee dat Rusland een belegerde vesting was. De politieke boodschap beperkte zich tot de strijd tegen de externe dreiging. In grote
lijnen is dat nu nog steeds zo.

    Het kritische betoog over de jaren negentig is veranderd: het gaat niet meer om een periode van armoede maar om een periode van zwakte, van afwezigheid van geopolitiek initiatief

    De macht gebruikte een bijna martiale retoriek. Zo moest er bij de verkiezingen in 2018 niet meer een manager worden gekozen die geacht wordt de overheidsmiddelen te beheren, maar moest er steun worden uitgesproken voor een opperbevelhebber. Het ging niet meer over de tegenstelling tussen witte boorden en blauwe boorden, tussen co-workers en fabrieksarbeiders. De macht stelt dat er een externe dreiging is. In die context zou iedere vorm van oppositie tegen de heersende elite die verder gaat dan discussiëren over details de indruk kunnen wekken dat de oppositie de vijand in de kaart speelt. Als dat de setting is, gaat het electoraat er met gestrekt been in. Het kritische betoog over de jaren negentig is veranderd: het gaat niet meer om een periode van armoede maar om een periode van zwakte, van afwezigheid van geopolitiek initiatief. Het electoraat van Poetin heeft deze benadering geaccepteerd. En in tijden van oorlog – of dat nu een ‘mogelijke’, een ‘lauwe’ of een ‘koude’ is – is iedereen bereid ontberingen te lijden.

    Gedwongen tot vrede

    In 2002 stapten de Amerikanen zonder zich een zier aan te trekken van de bittere kritiek van Moskou uit het akkoord van 1972 over de wederzijdse beperking van antiraketsystemen, roept de krant Moskovski Komsomolets in herinnering. En ze verspreidden die systemen, met name ook in Oost-Europa. Dat droeg bij tot een onderschatting van het Russische nucleaire potentieel, waardoor een antwoord op een Amerikaanse aanval onmogelijk zou zijn geworden. In die situatie besloot Moskou de Amerikaanse defensieve capaciteit te devalueren met een strategisch wapen van de nieuwste soort, dat in staat is het westerse schild te doorboren.

    In het kader van het armpje drukken met de VS lijkt dat logisch – met die nuance, aldus de Russische krant, dat een verdedigingssysteem tegen raketten nog altijd een defensief systeem is, terwijl Vladimir Poetin op 1 maart jongstleden met een offensief wapen op de proppen kwam.

    De wereld is aanzienlijk dichter bij een nucleair conflict gekomen en zal zich rekenschap moeten geven van deze nieuwe werkelijkheid. ‘Formeel wil niemand oorlog. Maar in feite willen beide kanten de wapenwedloop winnen. De uitkomst is dus simpel: of men wordt zich er wederzijds van bewust dat de nieuwe realiteit die van “een gedwongen vrede” is, óf men koerst met gezwinde snelheid op de catastrofe af. Of men tekent nieuwe akkoorden, óf een radioactieve schemering zal onze toekomst verduisteren’, aldus Moskovski Komsomolets.

  • ‘Nu zijn we dus weer een militaire grootmacht’

    ‘Nu zijn we dus weer een militaire grootmacht’

    Vladimir Poetin wil niet terug naar het politieke model van de Sovjet-Unie, maar wel naar de economische ambities waartoe de perestrojka de aanzet gaf. Dat gaat niet zonder militaire macht.

    De lasershow met kruisraketten op het reusachtige scherm tijdens de presidentiële redevoering op 1 maart jl. heeft misschien niet alle sceptici van het land overtuigd, maar wel de buitenlandse functionarissen: Rusland heeft de stoutste verwachtingen van de patriotten overtroffen én de angstigste visioenen van zijn vijanden. Russische wetenschappers hebben kruisraketten ontworpen die niet ‘klem zullen komen te zitten in de Eiffeltoren’, maar veel verder en veel sneller zullen vliegen, volgens een volstrekt onvoorspelbare koers.

    Laten we de afgelopen weken nog eens de revue laten passeren. Een nog altijd onmetelijk land – ondanks het verlies van enkele gebieden – dat in het discours van het Westen meermaals op 
de schroothoop is gegooid, heeft blijk gegeven van een buitengewone wil 
om weer het evenbeeld te worden 
van de indertijd geduchte Sovjet-Unie. 
Vladimir Poetin maakte deze vergelijking niet voor niets.

    Wat we moeten begrijpen is dat Poetin niet wil terugkeren naar de Sovjet-Unie, maar naar de taak die de Sovjet-Unie zich gesteld had

    De Sovjet-Unie moest op een gegeven moment het welvaartspeil verhogen 
en de mate van vrijheid in het land 
vergroten. Dat lukte haar bijna in de jaren zestig. Maar in de geschiedenis worden problemen zelden afdoende opgelost. En eind jaren tachtig stortte de Sovjet-Unie alsnog in.

    De vraag die Poetin stelde, heel wat jaren geleden al, over de aard van de onzichtbare catastrofe die zich parallel aan de geopolitieke catastrofe [de ineenstorting van de Sovjet-Unie] afspeelde, is nog altijd niet definitief beantwoord. Oud-premier Jegor Gajdar had op een dag gedecreteerd dat de Sovjeteconomie niet te hervormen was. Maar communistisch China heeft vervolgens aangetoond dat deze stelling niet klopt. Natuurlijk, we hebben nationale conflicten gehad, maar het waren niet alleen de mechanismen van de ‘unie’ die blokkeerden. Dat gebeurde ook met de mechanismen van de ‘socialistische Sovjetmachine’, terwijl die diepgaand hervormd had kunnen worden en nog altijd had kunnen functioneren in het grootste deel van de uiteengevallen Sovjet-Unie, namelijk de Russische Federatie.

    Een van de beroemdste ruimtevaarders van de Sovjet-Unie, Boris Tsjertok, heeft geschreven dat de technocratische elite van de Sovjet-Unie, de beste ter wereld, indertijd had gewezen op ‘het onvermogen van de intelligentsia, met name de Russische, om zich op 
het politieke vlak te organiseren’.

    Poetin bezoekt de Peter de Grote Strategic Missile Forces Academy. – © Mikhail Klimentyev / Getty Images
    Poetin bezoekt de Peter de Grote Strategic Missile Forces Academy. – © Mikhail Klimentyev / Getty Images

    Toen Rusland een tiental jaren geleden weer ‘opkrabbelde’ – waar sommigen over lasterden – herinnerde men zich plotseling weer dat ‘de versnelling en de perestrojka’ [het programma voor 
de hervorming van de Sovjet-Unie van Michail Gorbatsjov in de jaren 1985-1991] niet gericht waren op achteruitgang. Ze waren erop gericht een grote, egalitaire en machtige natie te transformeren tot een even grote, militair iets minder machtige (op gelijke voet met de VS) en nog steeds egalitaire natie, maar op een iets andere, liberalere en welvarendere leest geschoeid. En dat is de uitdaging waar we nu voor staan. Wat we moeten begrijpen is dat Poetin niet wil terugkeren naar de Sovjet-Unie, maar naar de taak die de Sovjet-Unie zich gesteld had. En die niet is gerealiseerd. Want een van de voorwaarden – de handhaving van een sterke militaire capaciteit – was verwaarloosd. Zoals een van onze lezers die thuis is in de natuurkunde, ons schreef: ‘Een nieuwe thermonucleaire kruisraket, daar hadden we ons al veel eerder mee moeten uitrusten. Dan waren ons al die sancties bespaard gebleven.’

    Nu zijn we dus weer een militaire grootmacht. Maar hoe zit het met de andere gebieden? In zijn redevoering wordt de snelle groei van het bbp als doelstelling aangekondigd. ‘Een bbp dat met 1,5 wordt vermenigvuldigd voor het midden van het volgende decennium, dat wil zeggen voor de jaren 2024-2025, dat wil zeggen een gemiddelde stijging van het bbp met 6 procent’, zo is uitgerekend door Aleksej Koedrin, directeur van het Centrum voor Strategisch Onderzoek. Volgens hem heeft de president ‘de lat een stuk hoger gelegd dan de ramingen van de deskundigen, zelfs als ervan uit wordt gegaan dat er structurele hervormingen worden doorgevoerd’. Iedere deskundige heeft natuurlijk zijn eigen visie. In zijn redevoering heeft de president ook een beroep gedaan op de onafhankelijke, centrale bank om zich bezig te houden met de economische groei, wat in de ‘structurele hervormingen’ niet is opgenomen. Dialoog is dus noodzakelijk.

    Nieuwe kans

    Er is iets zeldzaams gebeurt in de geschiedenis: door onze fouten hebben we een nieuwe kans om te realiseren wat ooit is mislukt. Een van de belangrijkste lessen die we geleerd hebben is dat we leven in een wereld waar de concurrentie meedogenloos is. Die is niet verdwenen met de Koude Oorlog, of met het einde van de communistische ideologie, die zal nooit verdwijnen. Je kunt het je concurrenten niet naar de zin maken. Je kunt ze alleen overwinnen. Door te concurreren natuurlijk en, alleen in geval van agressie, met geweld. Hoe kunnen we in deze context een innovatieve, onbeperkte groei van de productiemiddelen bevorderen zonder een buitensporige druk uit te oefenen op de bevolking? We weten het niet. Maar er zijn veel elementen van dit mechanisme aangedragen in deze redevoering. De 
Russische samenleving staat voor 
de uitdaging ze aan te grijpen en te ontwikkelen en ‘zich op het politieke vlak te organiseren’.

    Expert
    Rusland | dagblad | oplage 85.000

    In 1995 opgericht door oud-medewerkers van dagblad Kommersant. Gezaghebbend in economische kringen, kritisch waarnemer van 
de Russische samenleving.

    Nieuwe spelregels

    Onder de kop ‘Daarentegen bouwen wij raketten’ wijdt het Russische magazine Profil zijn openingsartikel aan de toespraak van Vladimir Poetin, die ‘verbazing en schrik, en tezelfdertijd hoop heeft gewekt’. In een artikel met als kop ‘Destabilisering van de instabiliteit’ stelt het blad dat het militaire aspect van diens boodschap urbi et orbi erg lijkt op ‘een totale herziening van de spelregels op het gebied van een evenwicht van militaire en politieke machten’.

  • 5. De Tsjechen zijn een geval apart

    5. De Tsjechen zijn een geval apart

    De landen van Midden-Europa proberen weliswaar hun gemeenschappelijke positie te verdedigen, maar vormen zeker geen ideologisch homogene groep.

    In een Hongaars dagblad poneerde historicus Márton Békés onlangs het idee dat Midden-Europa – natuurlijk met Hongarije aan het hoofd – Europa zou kunnen helpen om weer op het juiste pad te geraken, nu West-Europa de fundamentele waarden van zijn beschaving heeft verloren. Zijn collega Stefano Bottoni wees dit idee echter van de hand, en benadrukte zelfs dat waarden zoals religie, gezin en burgerlijke vrijheden tegenwoordig in de samenlevingen van Midden-Europa niet steviger verankerd zijn dan in het Westen.

    Het is goed om de herverkiezing in januari van Milos Zeman, de pro-Russische en eurosceptische president van Tsjechië, te bezien in de context van dit debat. Ook is het nodig dat deze discussie eindelijk breed wordt gevoerd, zoals dat al jaren gebeurt in Polen en Hongarije, waar ze een grote invloed heeft op de manier van denken van zowel de politici als de kiezers.

    In Slowakije is het debat uitgemond 
in een concrete conclusie: de meerderheid van de Slowaken is het erover eens dat ze zich liever verbinden aan wat het Westen hun te bieden heeft dan te proberen een alternatieve ideologie te vormen. Degenen die zich niet in die opstelling kunnen vinden, voelen zich aangetrokken tot de neonazi’s rond Marian Kotleba, de vroegere gouverneur van de regio Banská Bystrica (Centraal Slowakije) en leider van de Volkspartij Ons Slowakije.

    Migranten in een Tsjechisch detentiecentrum in september 2015. – © Getty Images
    Migranten in een Tsjechisch detentiecentrum in september 2015. – © Getty Images

    De Hongaarse premier werpt zich graag op als verdediger van de traditionele waarden, en heeft het over het gevaar dat de migranten met zich meebrengen, terwijl zijn eigen regering in het geheim asielverzoeken inwilligt. Ondanks de genegenheid 
die hij voelt voor Rusland en China heeft Victor Orbán de behoefte om een deur open te houden naar een Europa dat hij, samen met de Poolse conservatieven, wil veranderen in een Europa van sterke landen.

    Te midden van dat alles blijven de Tsjechen verbazingwekkend koersvast en nemen zij dus geen migranten op, ook niet in het geniep. Anders dan de Hongaren en de Polen, koesteren zij geen verlangen naar een nationale wederopstanding en luiden zij niet de noodklok in naam van zogenaamde verheven principes, net zomin als ze zich druk maken over de plek van hun land in Europa, zoals de Slowaken. Nee, de Tsjechen vertrouwen liever op ‘ervaren politici’, zoals Milos Zeman er een zou kunnen zijn, en op degenen die ‘in een team werken’, onder leiding van de populistische premier Andrej Babis.

    Deze afwezigheid van ideeën en het pragmatisme van de Tsjechen vormen een opvallend contrast met de debatten die in de omringende landen gaande zijn. Polen, bijvoorbeeld, begrijpen helemaal niets van het pragmatisme, dat voornamelijk voortkomt uit ervaringen in het verleden.

    Auteur: Martin Ehl
    Vertaler: Annemie de Vries

    Martin Ehl, een van de meest gerespecteerde kroniekschrijvers van de Tsjechische Republiek, is hoofd van de internationale sectie van het Tsjechische financieel-economische dagblad Hospodárské Noviny.Hij is gespecialiseerd in Midden-Europa, het Europese veiligheidsbeleid en trans-Atlantische verhoudingen. Voorheen werkte hij op het instituut voor internationale betrekkingen in Praag, en hij is auteur van een verzameling analyses en reportages onder de titel Het derde Decennium. Een essay over het leven, de politiek en de mensen tussen Brussel en Gazprom.

    Hospodárske Noviny
    Tsjechië | dagblad | oplage 68.000

    Deze kwaliteitskrant werd opgericht in 1957. Hij richt zich vooral op mensen uit de zakenwereld en biedt uitstekende politieke, economische en financiële berichtgeving. Er bestaat ook een Slowaakse versie van.

  • 3. Laten we niet langer 
de boksbal van Europa zijn

    3. Laten we niet langer 
de boksbal van Europa zijn

    Hongarije en de andere Oost-Europese landen moeten niet langer 
het moreel ‘verrotte’ Westen volgen, maar een eigen koers kiezen, meent deze conservatieve chroniqueur.

    De verschillen die het ‘oude’ en het ‘nieuwe’ Europa tegenover elkaar plaatsen zijn veel groter dan te verwachten was bij de val van het communisme of bij de uitbreiding van Europa in 2004. Het conflict dat voortkomt uit de migrantencrisis is nog maar het topje van een ijsberg die nog altijd aangroeit. Toch zijn er in de afgelopen vijfentwintig jaar legio samenwerkingsverbanden geweest en hebben de vroegere Oostbloklanden de enorme marktkansen soepel aangegrepen. Wat is er dan gebeurd? Antwoord: de voorstanders van geglobaliseerd geldverkeer hebben Europa systematisch verzwakt door de combinatie van verzorgingsstaat, nationaal bewustzijn en christelijke moraal die het fundament van Europa vormde, steeds verder aan te tasten. Het verlaten van de gouden standaard (1971) en de oliecrises van de jaren zeventig hebben een grote 
economische malaise veroorzaakt, waardoor de traditionele waarden zijn vervaagd. Zowel de ultraliberale genieters als de cultureel marxisten uit de Frankfurter Schule hebben hieraan meegewerkt.

    Nu is het Westen waar wij zo tegenop keken van binnenuit verrot en heeft het zichzelf verlamd door de traditionele waarden te offeren op het altaar van de links-liberale ideologie

    De ene groep verdedigde voortdurend de superioriteit van de markt, terwijl de andere pretendeerde de westerse mens te bevrijden van al die ‘ismes’ (dus ook van het patriottisme), in naam van een relativisme dat elk spoortje traditie en waarheid uitwiste. Het individualisme regeerde, voedde de studentenopstanden van 1968 en veranderde West-Europa voorgoed. Onze regio heeft die ontwikkeling lang als een voorbeeld gezien, maar nu is het tijd om een andere koers te kiezen, zodat we onze positie kunnen handhaven. Hoe? Door een solide eenheid te vormen, door mee te praten aan de tafel van de grote spelers en op te komen voor onze belangen. De verandering zal groot zijn, want Midden- en Oost-Europa hebben decennialang zonder morren de voorschriften van het Westen gevolgd, die ze als het evangelie beschouwden. Nu is het Westen waar wij zo tegenop keken van binnenuit verrot en heeft het zichzelf verlamd door de traditionele waarden te offeren op het altaar van de links-liberale ideologie. Die weg is niet de onze.

    Het Westen beschouwt zichzelf niet meer als katholiek, het gelooft niet meer in natiestaten en in nationale soevereiniteit. Het heeft het keynesianisme in de kerker gesmeten om achter de mooie rokken van de neoliberale economie aan te lopen en erkent niet langer het belang van een gezin dat berust op de 
verbintenis van een man en een vrouw. De landen van Midden- en Oost-Europa die lid van de EU zijn geworden of zich daarbij willen voegen, moeten de navelstreng met het Westen doorsnijden, maar zonder zich los te maken van de fundamentele zaken die het continent bijeenhouden. Er moet een federatie ontstaan die veel beter is dan het model van de 
EU met zijn constellatie van staten die onderworpen zijn aan het instituut. Zo’n federatie zou zich niet tegen het Westen keren, maar zich er juist op toeleggen de wortels van het verleden te redden. Midden-Europa kan zich inspannen om de waarden te redden die het zo belangrijk en waardevol vond in de tijd na de val van het IJzeren Gordijn, toen het zich opmaakte om de wereld 
in te gaan. Het kiest zijn eigen route, want dat is de enige manier om een gemeenschappelijk pad met het Westen te hervinden.

    screenshot 2018 03 21 14 18 38

    Uiteindelijk hebben wij er genoeg van om als tweederangs boksbal te dienen en alle mogelijke preken van bovenaf te incasseren. Deze regio neemt liever weer de rol van bemiddelaar op zich die haar op grond van haar verleden toekomt. Wij hebben altijd waardering gehad voor het Westen. Hongaarse politici weten precies hoe 
ze een gesprek moeten voeren met een Zweedse hoge piet of met een bureaucraat uit Brussel. Ze weten ook hoe ze de Duitsers tegemoet moeten treden en hoe ze kunnen omgaan met de beruchte prikkelbaarheid van mevrouw Merkel. Ze kennen en begrijpen ook de gevoelens en overwegingen van de Balkanlanden, van Oost-Europa of van Rusland, waarmee Hongarije veel historische lotgevallen en culturele kenmerken deelt. Wanneer de Servische premier Aleksandar Vucic op zijn Balkans een vurige omhelzing geeft aan Viktor Orbán, doet zijn Hongaarse collega tegenover hem hetzelfde, want hij kent de grote symbolische waarde van dat gebaar.

    Dat aanpassingsvermogen geeft deze regio des 
te meer geloofwaardigheid en verleent haar de noodzakelijke uitrusting om op te treden als gewaardeerd scheidsrechter tussen de twee 
partijen van het continent. Midden-Europa weet precies wat zijn plaats is. Het weet dat het geen keizerrijk is en al helemaal geen wereldmacht. Het weigert alleen om als boksbal te fungeren en wil eindelijk behandeld worden met het respect dat het verdient. Want vergeet niet: het is wel degelijk belangrijk. Met de tijd kunnen het Westen en het Oosten dat belang alleen maar erkennen.

    Auteur: Tamás Fricz
    Vertaling: Annemie de Vries

    Magyar Idők
    Budapest | dagblad | magyaridok.hu

    Dit dagblad, dat openlijk pro-Orbán is, werd in september 2015 opgericht door voormalige journalisten van Magyar Nemzet, Láncíd Rádió en HirTV, die het niet eens waren met het feit dat die media afstand hielden tot de gevestigde macht. Het noemt zich de voornaamste stem van de conservatieven in Hongarije, naast 
de conservatieve krant Magyar Hírlap.