Tag: Europa

  • Het nieuwe Europese asielstelsel: ‘Moreel gezien twijfelachtig’

    Het nieuwe Europese asielstelsel: ‘Moreel gezien twijfelachtig’

    Afgelopen vrijdag trad het hervormde Europese asielstelsel in werking. Het migratiepact moet er onder meer voor zorgen dat er strengere regels gelden voor asielprocedures en dat asielbeleid in alle EU-landen in de kern gelijk is. Maar gaan de nieuwe regels niet te ver? 

    Nee: ‘Europa moet functioneren om te overleven’

    ‘De EU legt vluchtelingen nu nog meer restricties op – dat is moreel gezien twijfelachtig, maar uiteindelijk onvermijdelijk’, stelt Brussel-correspondent Josef Kelnberger in Süddeutsche Zeitung. Volgens hem versterkte de gastvrije koers van Angela Merkel de vreemdelingenhaat in Europa. Veel mensen kregen het gevoel dat migratie uit de hand liep en zorgde voor overbelaste scholen, woningnood, toenemende criminaliteit en identiteitsverlies. Om de rechtse partijen de wind uit de zeilen te nemen, wil inmiddels ook het politieke midden migranten ervan weerhouden om in een boot richting Europa te stappen. ‘Het nieuwe stelsel moet de burgers het gevoel geven: de EU wil de irreguliere migratie beteugelen, nog sterker dan voorheen, en dat doen we samen.’

    Het pact, dat onder andere moet zorgen voor strengere screening aan de buitengrenzen, kortere procedures en meer grip op doorreizen, moet ook leiden tot meer samenhang tussen de Europese regeringen. De landen aan de buitengrenzen van Europa, zoals Griekenland en Italië, nemen de verantwoordelijkheid voor de asielprocedures op zich en landen die minder druk ervaren ondersteunen hen daarbij. Het pact bindt de lidstaten aan gemeenschappelijke procedures en daarmee, aldus Kelnberger, aan gedeelde normen voor de behandeling van vluchtelingen.

    De morele rechtvaardiging voor hun beleid luidt: als migranten niet meer naar Europa komen, kunnen ze ook niet verdrinken

    Het migratiepact wordt aangevuld met verdere aanscherping van het asielrecht. Sommige zogenoemde ‘innovatieve ideeën’ schuren volgens Kelnberger met de waarden van de Europese identiteit, waaronder het respect voor de menselijke waardigheid. Afgewezen asielzoekers zouden binnenkort in uitzettingscentra in ‘veilige derde landen’ kunnen belanden zoals Oeganda of Rwanda. Het EU-recht maakt het zelfs mogelijk vluchtelingen daarnaartoe te sturen zonder dat er een asielprocedure in Europa aan voorafgaat.  Volgens de Brussel-correspondent zijn dit de gevolgen van het stemgedrag van de Europese kiezers.

    De morele rechtvaardiging voor hun beleid luidt: als migranten niet meer naar Europa komen, kunnen ze ook niet verdrinken. ‘Je kunt deze rechtvaardiging hypocriet en onmenselijk vinden, maar daarmee ga je voorbij aan de vraag hoe vluchtelingen kunnen worden opgevangen zonder dat de druk op huisvesting, zorg en onderwijs te groot wordt en het maatschappelijke draagvlak afneemt.’

    De weg die de EU inslaat ligt daarom voor de hand, concludeert hij. Te midden van de huidige wereldpolitiek moet Europa zijn burgers bescherming en orde kunnen bieden. Pas als dat gelukt is, denkt Kelnberger, ontstaat er ruimte voor een ander gesprek. ‘Over legale immigratie naar de arbeidsmarkt, bijvoorbeeld. En misschien zelfs over een Europese reddingsmissie in de Middellandse Zee.’

    Josef Kelnberger is journalist en correspondent in Brussel voor de Duitse krant Süddeutsche Zeitung. Eerder werkte hij onder meer als sportverslaggever en politiek correspondent.


    Ja: ‘Onze politici kiezen voor de gemakkelijke weg door vluchtelingen, migranten en minderheden te demoniseren’

    ‘Regeringen in heel Europa – Spanje uitgezonderd – nemen maatregelen die ze vroeger als extremistisch zouden bestempelen. Het is niet alleen een droom die uitkomt voor extreemrechts, maar ook voor mainstream conservatieven en centrumlinkse politici zoals de Deense Mette Frederiksen’, schrijft EU-commentator Shada Islam in The Guardian. Het nieuwe migratiepact maakt het mogelijk om asielaanvragen buiten de EU te laten behandelen en uitgeprocedeerde migranten naar landen buiten de EU te sturen. Regeringen krijgen daarnaast uitgebreide detentiebevoegdheden – inclusief het recht kinderen vast te houden – en mogen uitzettingen versneld afhandelen. 

    De EU is zelfs bereid zaken te doen met de taliban. Voor het eerst bereidt het directoraat Binnenlandse Zaken van de Europese Commissie zich voor op gesprekken in Brussel met een delegatie van Taliban-vertegenwoordigers uit Afghanistan. ‘Deze gesprekken zullen niet gaan niet over de systematische inperkingen van de vrouwenrechten. Nee, ze gaan over de gedwongen uitzetting van asielzoekers van wie het verzoek om bescherming in Europa is afgewezen – uitzetting naar een land waar terugkeerders willekeurig worden opgepakt, vastgehouden en gemarteld.’

    ‘Dit begint bij migranten, maar ik betwijfel of het daarbij blijft’

    De EU-commentator vreest dat dit nog maar het begin is. ‘Dit begint bij migranten, maar ik betwijfel of het daarbij blijft. De geschiedenis leert ons dat zodra politici mensen ervan weten te overtuigen dat bepaalde groepen minder rechten en minder empathie verdienen, iedereen uiteindelijk slachtoffer wordt.’ 

    Na jaren de EU van dichtbij te hebben gevolgd, zag Islam hoe het beleid is verschoven van migratiebeheer naar afschrikking en nu naar uitzetting – volgens haar een ander woord voor remigratie. Ze ergert zich aan de neiging van politici om hun strengste maatregelen te verbergen achter bureaucratisch jargon. ‘Deals waarbij geld wordt betaald voor het opvangen van migratie heten nu “partnerschappen”, uitzetting wordt “terugkeerbeheer” genoemd en degenen die gedwongen naar huis worden gestuurd, worden afgeschilderd als “criminelen”, “illegalen” of “irreguliere migranten”’, merkt ze op.

    Islam schrijft dat Europese samenlevingen inderdaad onder druk staan door ongelijkheid, woningnood en overbelaste publieke diensten. ‘Maar in plaats van deze problemen aan te pakken, kiezen onze politici voor de gemakkelijke weg door vluchtelingen, migranten en minderheden te demoniseren.’ Haar vertrouwen in de EU is behoorlijk geschaad. ‘Jarenlang geloofde ik dat de EU, ondanks haar tekortkomingen, altijd zou opkomen voor democratie, mensenrechten en onafhankelijke rechtspraak. Maar dat vertrouwen neemt met de dag af.’

    Shada Islam is een in Brussel gevestigde commentator op het gebied van EU-aangelegenheden. Ze leidt New Horizons Project, een bureau voor strategisch advies over Europees en internationaal beleid.

  • Het culturele festival in het Finse Oulu is ‘excentriek en uiterst serieus’

    Het culturele festival in het Finse Oulu is ‘excentriek en uiterst serieus’

    De Finse rivierstad Oulu, de cultuurhooffdstad van 2026, neemt het absurde serieus met een mengeling van ernst en zelfspot.

    De stad Oulu, gelegen aan de grens met de dunbevolkte wildernis van Lapland, dankt haar naam aan de rivier de Oulujoki. In de delta van die rivier barst komende zomer een festival los. Het woord Oulu komt uit de taal van de Samen, van wie er ongeveer duizend in de stad wonen. Onder het motto ‘Cultural Climate Change’ maakt de stad zich op voor een culturele vloedgolf. Oulu was in de negentiende eeuw een van ’s werelds belangrijkste exporthavens voor houtteer en heeft zich de afgelopen decennia ontwikkeld tot een universiteitsstad en hightechmetropool.

    De organisatoren leggen de nadruk op de cultuur van de Samen. Na decennialang te zijn blootgesteld aan assimilatie, staat hun cultuur nu volop in de schijnwerpers met een tentoonstelling in het kunstmuseum, rapconcerten en de allereerste Samische opera ooit. Naast deze zogenoemde ‘hoge cultuur’ richt het programma van Oulu2026 zich ook op de cultuur van alledag: van lokale voedselproducenten, gepresenteerd onder het label Arctic Food Lab, tot het saunafestival Naked Truth.
    Maar zo levendig en innovatief was de stad niet altijd. In de jaren tachtig nog wijdde rockmuzikant Kauko Röyhkä, zelf afkomstig uit Oulu, een lied aan zijn geboortestad met de titel Paska kaupunni – Rotstad, vaak naar het Engels vertaald als ‘Shitty City’. Zijn boodschap: laat Oulu achter je als je aan middelmaat wil ontsnappen. Een onbekende spoot de songtitel destijds op een muur in het centrum. Tot op de dag van vandaag wordt de graffiti regelmatig verwijderd, om vervolgens net zo hardnekkig weer op te duiken. De tekst geniet in Oulu inmiddels een cultstatus, maar van middelmaat is in de noordelijkste grote stad van Europa allang geen sprake meer.

    Schreeuwend mannenkoor

    Moet je hier nu blij van worden, of juist bang? De Ode an die Freude die het Mieskuoro Huutajat, oftewel het ‘Koor van schreeuwende mannen’, ten gehore brengt bij de opening van het Europese culturele hoofdstadjaar, klinkt allesbehalve traditioneel. De ode wordt in losse woordgroepen gehakt, op een stampend ritme gezet en vooral: gebruld in plaats van gezongen. Nog wilder klinkt het slaapliedje dat daarna volgt. Toch is het haast onmogelijk om niet meegesleept te worden door de pure energie van deze mannen. Ze treden altijd op in zwarte pakken, met stropdassen gemaakt van oude binnenbanden van auto’s.

    ‘Ik beschouw het als een voorrecht om een keer per week door mijn mensen te worden toegeschreeuwd,’ verklaart koorleider Petri Sirviö, een jeugdige zestiger met een blonde haardos en die typische mix van ernst en zelfspot die zo goed bij Oulu past. Hoe hij op het idee van het schreeuwkoor kwam, weet Sirviö niet meer. In 1987 besloot de voormalige koorknaap en latere rockbassist een plan waar hij al langer mee rondliep op goed geluk ten uitvoer te brengen. Het geïmproviseerde begin was zo ‘verrassend bevredigend’ dat er sindsdien onafgebroken een keer per week wordt gerepeteerd. ‘We hadden toen geen therapeutische bijbedoelingen, maar ik voel hoe gezond het is om je emoties eruit te schreeuwen. Het voelt goed, het klinkt goed en het is heilzaam voor zowel de schreeuwers als het publiek.’

    Het eerste publiek bestond uit de inwoners van Oulu, die door Mieskuoro Huutajat werden verrast met spontane schreeuwconcerten in de openbare ruimte. Inmiddels is het koor een veelgevraagde internationale act. Zijn wortels is het niet vergeten: ‘We deden al aan flashmobs voordat dat woord überhaupt bestond,’ vertelt Petri Sirviö. ‘Je kunt dit koor overal laten optreden, in het Weense concertgebouw of in de supermarkt om de hoek. De omgeving is anders, maar wij blijven hetzelfde.’
    In oktober wordt de proef op de som genomen wanneer de schreeuwende mannen uitgerekend in de opera Carmen optreden. Die wordt uitgevoerd door het stadsorkest Oulu Sinfonia onder leiding van de Britse dirigent Rumon Gamba. Naast het koor staat dan Israel Galván op het podium, misschien wel de beroemdste flamencodanser van dit moment.

    Aaltosiilo

    De schreeuwende Finnen en de dansende Andalusiër met een bloem in het haar kennen elkaar al lang. In 2023 kusten ze – nee, stampten en brulden ze – samen een gebouw wakker uit zijn Doornroosjeslaap. Het bouwwerk, dat gepland stond om gesloopt te worden, had decennialang staan verkommeren aan de rand van de stad. Het gaat om de silo van een voormalige papierfabriek, nu bekend als de Aaltosiilo. Het gebouw werd in 1931 ontworpen door Alvar Aalto, de vader van de Finse moderne architectuur. Zowel de ongebruikelijke Spaans-Finse performance in het ranke, kathedraalachtige betonnen bouwwerk als de redding ervan is te danken aan de Britse architecte Charlotte Skene Catling. Dat gebeurde als volgt: tijdens de pandemie werkte ze met haar man, kunstenaar Adam Lowe, in Sevilla. Ze leed onder de Andalusische hitte toen ze op een advertentiesite op een interessante aanbieding stuitte. ‘Op die grappige kleine website, waar normaal gesproken autobanden, visgerei en buitenboordmotoren worden verkocht, stond het eerste industriegebouw van Alvar Aalto te koop. De prijs bedroeg 6000 euro,’ vertelt ze geamuseerd.

    ‘Om wat verkoeling te zoeken, boden we nog eens 250 euro extra, en nu staan we hier in Oulu met dit behoorlijk ambitieuze project.’ Sinds die eerste vonk van Galván en de schreeuwende mannen veranderde de silo stap voor stap in een cultureel centrum. De opening vond plaats in maart 2026, maar ondanks de verbouwingen vinden er nu al het hele jaar door performances, filmvertoningen, tentoonstellingen en theatervoorstellingen plaats.

    Tegelijkertijd dient de silo als proeftuin voor de restauratie van vergelijkbare objecten. ‘Dit gebouw werd niet voor mensen ontworpen, maar voor industrie,’ legt Charlotte Skene Catling uit. ‘Het heeft vrijwel geen ramen, is niet geïsoleerd en heeft slechts 10 centimeter dikke betonnen muren. Als we dit gebouw geschikt kunnen maken voor mensen, dan kan dat met elk gebouw.’ Het werd ingewijd zoals in Finland van oudsher huizen worden ingewijd: met een sauna.

    Öyly

    ‘Sauna, dat is voor ons zo gewoon als tandenpoetsen,’ legt Katri Tenetz uit, die als programmaontwikkelaar verantwoordelijk is voor het saunagedeelte van het culturele hoofdstadjaar. En omdat de sauna zo’n vanzelfsprekend onderdeel is van het Finse dagelijks leven, voelt een saunabezoek in Finland heel anders aan dan in de rest van Europa. Geen sprake van verbeten zweten tot de saunameester je verlost met een strak geregisseerde opgietsessie. Geen geconcentreerd stilzwijgen, geen deuren die op slot gaan en geen opzichtig naakt. Buiten de familiekring draag je badkleding, je loopt in en uit wanneer je wilt en je kletst met de andere saunagangers.

    De sauna is een plek voor ongedwongen samenzijn. Het was van oudsher het hart van elk Fins huis: het werd als eerste gebouwd en was de plek waar men niet alleen samenkwam voor de lichaamsverzorging, maar ook om de was te doen. De Finse saunacultuur is ongedwongen en kent geen hiërarchie. Bovenal is er geen sprake van een vast opgietritueel. Iedereen giet water op de hete stenen wanneer hij of zij daar zin in heeft.

    Wat daarbij ontstaat, heeft dan toch weer iets mysterieus: ‘We noemen de stoom die vrijkomt löyly. Daar is eigenlijk geen goede vertaling voor,’ aldus de saunaexpert. ‘Als je een sauna hebt, kun je alle negatieve dingen in je leven achterlaten op de stenen en in de löyly. En als je eruit komt, voel je je als herboren.’

    In juni vindt in het kader van het culturele hoofdstadjaar een saunafestival plaats aan de rivier de Oulujoki, waaraan tien sauna’s deelnemen. Het festival nodigt bezoekers uit om de sauna te ervaren als een plek voor ontmoeting en dialoog. De naam van het festival: Naked Truth. Ook de mannen van Huutajat zijn in de sauna te zien, maar dan niet schreeuwend, maar huilend: Weeping Men is de titel van een performance van de groep CuntsCollective in september, waarin de sauna centraal staat als plek van transformatie en wedergeboorte.

    WK luchtgitaar

    Tussen deze twee evenementen ligt de noordse zomer, die een aantal hoogtepunten in petto heeft. Zoals het Delta Life-festival in het laatste weekend van augustus, dat artiesten uit verschillende disciplines op één podium samenbrengt. Naast de onvermijdelijke schreeuwende mannen treden daar ook andere podiumsterren op waar Oulu beroemd om is, maar wier kunst volkomen stil is: de deelnemers aan het jaarlijkse Wereldkampioenschap Luchtgitaar. Dat evenement heeft een even lange traditie als Mieskuoro Huutajat en bezorgt Oulu sinds 1996 een vrolijk en kleurrijk festival onder het motto ‘Make air, not war.’

    De wedstrijd van de virtuozen op het denkbeeldige snaarinstrument is een curieuze mix van artistieke ambitie en zelfspot. ‘Op het eerste gezicht draait het natuurlijk om plezier, we weten best dat we er belachelijk uitzien,’ legt Aapo Rautio uit. De rustige, bedachtzaam ogende zesentwintigjarige met zijn verzorgde baardje verdient zijn geld als barkeeper en toneelschrijver, maar is ondertussen ook regerend wereldkampioen luchtgitaarspelen. Hij veroverde de titel in 2023 met veel zwarte schmink op zijn gezicht, een waanzinnige blik en warrig, uitstaand haar onder de artiestennaam The Angus.

    EU artiest compressed
    Heidi Toivio ‘Pink Passion’ uit Finland treedt op tijdens de finale van het WK luchtgitaar in Oulu. – © ANP

    ‘Maar eigenlijk gaat het erom dat hier een internationale gemeenschap in naam van de wereldvrede samenkomt en er dus samen belachelijk uitziet.’ De luchtgitaristen beschouwen zichzelf als een grote familie: ze headbangen, lachen, huilen en vieren samen feest. Rondom het WK worden workshops aangeboden waarin grote namen uit de wereld – zoals Aapo Rautio, die in 2026 met een gitaarsolo uit Andrew Lloyd Webbers The Phantom of the Opera opnieuw om de titel zal strijden – hun kennis uitwisselen.

    ‘Op het podium sta je er helemaal alleen voor en heb je niet eens een instrument. Je moet de ruimte vullen met jezelf, met je performance, je bewegingen, je gezichtsuitdrukking. Dat kan behoorlijk lastig zijn,’ zegt Rautio. Het belangrijkste criterium waarop de deelnemers worden beoordeeld, heet Airness: ‘Het publiek moet voelen dat de muziek daadwerkelijk uit je instrument komt’– geen eenvoudige opgave als het instrument niet eens bestaat.

    Misschien is het juist dankzij dit soort excentrieke, maar uiterst serieus genomen bezigheden dat de Finnen inmiddels al acht jaar op rij zijn uitgeroepen tot het gelukkigste volk ter wereld.

  • Tussen bezuinigingen en bedreigingen: de vrije pers in Europa wankelt

    Tussen bezuinigingen en bedreigingen: de vrije pers in Europa wankelt

    Om de week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week kijken we naar de persvrijheid in Europa. Recente rapporten laten zien dat bezuinigingen, politieke inmenging en groeiend wantrouwen de onafhankelijke journalistiek steeds verder onder druk zetten.

    Hoe staat de persvrijheid ervoor in Europa?

    Voor het eerst sinds Reporters Without Borders in 2002 begon met het publiceren van een jaarlijkse persvrijheidsindex, wordt de toestand in meer dan de helft van alle landen ter wereld nu ingedeeld als ‘kwetsbaar’ of ‘zeer ernstig’. Volgens het rapport, geciteerd door Al Jazeera, is dat ‘een duidelijk teken dat journalistiek wereldwijd steeds meer als misdaad wordt bestempeld’. De Verenigde Staten staan op de vierenzestigste plaats in de categorie ‘problematisch’, een daling van zeven plaatsen sinds Donald Trump weer president is. Slechts zeven landen ontvingen een ‘goed’, met Noorwegen, Nederland en Estland in de top drie. 

    The Civil Liberties Union for Europe (Liberties) sloeg vorige maand eveneens alarm: de persvrijheid binnen de EU staat ‘onder voortdurende druk’, aldus The Guardian. De belangenorganisatie waarschuwt in een rapport dat de publieke media gestaag worden uitgehold door politieke bemoeienis en bezuinigingen, en dat journalisten steeds vaker stuiten op beperkingen van de vrijheid van meningsuiting en de toegang tot informatie.

    In Athene werd een explosief geplaatst bij de woning van de hoofdredacteur van het weekblad To Vima

    In 2025 bereikte de veiligheid van journalisten in Europa wat het rapport ‘een crisispunt’ noemt: steeds vaker kregen zij te maken met ‘extreem fysiek geweld en systematische juridische intimidatie’. In Athene werd een explosief met vijf kilo TNT geplaatst bij de woning van Yannis Pretenteris, de hoofdredacteur van het weekblad To Vima. In Italië ontplofte een bom onder de auto van Sigfrido Ranucci, een vooraanstaande onderzoeksjournalist.

    Ook in Nederland verslechterde de veiligheid van journalisten: voor het derde jaar op rij nam het aantal aanvallen op journalisten toe, met 106 bedreigingen, 67 gevallen van intimidatie en 55 gevallen van fysiek geweld.

    Waardoor staat de onafhankelijke journalistiek onder druk?

    Financiële instabiliteit vormt een groeiende bedreiging voor de publieke media, stelt het rapport van Liberties. In Frankrijk zijn er plannen om alle publieke omroepen samen te voegen; in Duitsland sloten zestien radiostations en twee tv-nieuwszenders; en in België werd fors bezuinigd op de publieke omroep. Ook het publieke vertrouwen in de media staat onder druk: slechts drie van de tweeëntwintig onderzochte EU-landen scoorden ‘relatief hoog’, terwijl Griekenland, Roemenië en Bulgarije een ‘kritisch lage’ beoordeling kregen.

    Volgens El País worden de publieke omroepen in het nauw gedreven door de opkomst van extreemrechts. ‘Extreemrechts heeft veel doelwitten: immigranten, belastingen, eigenlijk alles wat met links te maken zou hebben. Nu hebben ze hun pijlen gericht op publieke omroepen’, aldus de Spaanse krant. 

    Paolo Cesarini, directeur van het European Digital Media Observatory, vindt vooral ‘ontslagen, politieke inmenging, bezuinigingen en pogingen om controle te centraliseren of de geloofwaardigheid van publieke media te ondermijnen’ uiterst zorgwekkend. Volgens hem spelen deze factoren ook op in landen waar de persvrijheid eerder als stabiel werd beschouwd, zoals Spanje, Frankrijk en Duitsland. Cesarini betreurt bovendien dat ‘het democratische debat steeds meer wordt bedreigd door desinformatie, versterkt door kunstmatige intelligentie, vijandige propaganda en algoritmes van sociale media’, aldus El País. 

    ‘Het normaliseren van extreemrechts heeft ernstige gevolgen’

    Georgios Samaras roept de media bovendien op kritisch naar zichzelf te blijven kijken. Hij is universitair docent Public Policy aan King’s College London en een vooraanstaand onderzoeker die gespecialiseerd is in rechtsextremisme, politieke communicatie en Europese en Griekse politiek. Volgens hem helpen media radicaal-rechtse bewegingen soms onbedoeld vooruit. ‘Redacties grijpen steeds vaker naar alternatieve begrippen, op zoek naar bewoordingen die veiliger aanvoelen of minder snel tot verontwaardiging leiden: extreemrechts, alt-right, nieuw rechts, religieus-conservatief, nationaal-conservatief, traditionalistisch… De lijst wordt steeds langer’, schrijft hij in POLITICO. Dit zorgt voor veel onduidelijkheid. ‘De begrippen zijn vaag en verdoezelen de ideologie erachter. Het normaliseren van deze ideeën heeft ernstige gevolgen.’

    Nu extreemrechtse partijen in grote delen van Europa bovenaan de peilingen staan, zijn we de fase van normaliseren eigenlijk al voorbij, meent hij. ‘Elke onkritische vermelding van extreemrechtse retoriek is een redactionele beslissing met politieke gevolgen. Elke kop, elk filmpje, elke klik draagt bij aan het gewicht ervan. Zo vervaagt de grens tussen verslaggeving en versterking. En zo brengen sommige media niet langer alleen verslag uit over extreemrechts, maar geven ze de beweging ook een podium.’

    Wat wordt ertegen gedaan?

    Halverwege 2025 trad de Europese Media Freedom Act (EMFA) in werking. De wet moet vooral zorgen voor meer transparantie, minder politieke invloed en betere bescherming van journalistieke onafhankelijkheid. Overheden moeten bijvoorbeeld openbaar maken hoeveel geld ze uitgeven aan advertenties en op basis van welke criteria dat gebeurt. 

    De wet ‘maakt de weg vrij voor een veiliger, transparanter en pluralistischer medialandschap – een landschap waarin burgers erop kunnen vertrouwen dat het nieuws op feiten is gebaseerd, en niet op zakelijke of politieke belangen’, verklaarde Michael McGrath, commissaris voor Democratie, destijds tegen POLITICO. Maar POLITICO plaatste daar meteen vraagtekens bij: ‘Zonder daadwerkelijke politieke wil van de Europese Commissie en de nationale regeringen dreigt de wet niet veel meer te zijn dan een belofte op papier, terwijl de onafhankelijkheid van de media in sommige delen van Europa steeds verder wordt uitgehold.’

    Hij sprak van een ‘leugenfabriek’ waarvan de berichtgeving leek op de propaganda uit Noord-Korea of nazi-Duitsland

    Vooralsnog krijgen ze gelijk: veel EU-lidstaten slagen er niet in de wet naar behoren uit te voeren, blijkt uit het rapport van The Civil Liberties Union for Europe. De EMFA wordt ‘veel te traag omgezet in nationale wetgeving’, luidt de conclusie. 

    Alle ogen zijn momenteel gericht op Hongarije. De mediastrategie die Viktor Orbán jarenlang aanhield was bijzonder succesvol, schreef Reporters Without Borders begin dit jaar. ‘Zonder ook maar één journalist gevangen te zetten of te vermoorden, heeft hij de onafhankelijke journalistiek in Hongarije bijna volledig uitgeroeid’, luidde het commentaar van directeur-generaal Thibaut Bruttin destijds. 

    Maar nu Orbán de verkiezingen heeft verloren van Péter Magyar, dreigen de eens zo machtige staatsmedia te verdwijnen. Kort na de verkiezingen van vorige maand beloofde Magyar om ze op te schorten. Hij sprak van een ‘leugenfabriek’ waarvan de berichtgeving leek op de propaganda uit Noord-Korea of nazi-Duitsland. ‘Hoe veel mensen worden ontslagen? Iedereen is bang,’ zei een medewerker van de staatsradio tegen The Guardian. ‘Niemand weet wat er gaat gebeuren,’ liet een ander weten. Volgens Krisztina Balogh, die van 2016 tot 2018 bij de Hongaarse staatsmedia werkte, heeft het land nu veel te verwerken.  ‘Een systeem van leugens, voortdurende manipulatie en op angst gebaseerde communicatie heeft diepe littekens achtergelaten.’

    Het herstellen van het vertrouwen in de media zal geen eenvoudige opgave zijn, aldus de Britse krant. De ontwikkelingen zullen dan ook wereldwijd met veel aandacht worden gevolgd.

  • Europese landen bezorgd over Russische LNG-tanker in de Middellandse Zee

    Europese landen bezorgd over Russische LNG-tanker in de Middellandse Zee

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Peru: regering gevallen na het aftreden van de premier

    » Iran: radicalisering regime dreigt na de dood van veiligheidschef Larijani

    De tanker maakt deel uit van de Russische spookvloot

    ‘Negen Europese landen, waaronder Italië en Frankrijk, hebben de Europese Commissie gealarmeerd over de ernstige milieurisico’s die de Arctic Metagaz met zich meebrengt’, meldde La Libre Belgique dinsdag. Het schip, dat zwaar beschadigd raakte na explosies aan boord begin maart, ‘behoort tot de spookvloot die het Kremlin gebruikt om zijn koolwaterstoffen te verkopen en de westerse sancties tegen Moskou, die sinds de invasie van Oekraïne zijn ingesteld, te omzeilen’, legt de krant uit. De LNG-tanker bevat een ‘aanzienlijke hoeveelheid’ vloeibaar aardgas, aldus Rusland.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De Maltese en Italiaanse autoriteiten hebben het schip omschreven als ‘een tikkende tijdbom’. Il Sole 24 Ore schetst verschillende mogelijke scenario’s, waaronder het stabiliseren van het schip op zee door de lekken te dichten of het naar een veilige haven te slepen. Vanuit Europees perspectief zou ‘elk direct contact met de beschadigde [Russische] LNG-tanker om technische assistentie te verlenen echter kunnen worden gezien als een schending of zelfs een verzwakking van de westerse sancties. Vandaar de status quo’, merkt La Libre Belgique op.

  • Friedrich Merz pleit voor meer economische Europese onafhankelijkheid

    Friedrich Merz pleit voor meer economische Europese onafhankelijkheid

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » India en de Verenigde Staten bereiken handelsakkoord

    » Zelensky: ‘Het bereiken van duurzame vrede is realistisch’

    ‘Herinneringen aan de goede oude tijd helpen ons niet’

    ‘De trans-Atlantische betrekkingen zijn veranderd (…) Maar nostalgie of herinneringen aan de goede oude tijd helpen ons niet (…) Dit is een keerpunt,’ waarschuwde de Duitse bondskanselier over de toestand van de wereld. Geconfronteerd met dit ‘sombere beeld’ pleitte hij onder meer voor de oprichting van een Europese beurs.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    ‘Een gemeenschappelijke Europese kapitaalmarkt, zodat bedrijven zoals BioNTech niet langer naar de Amerikaanse beurzen hoeven te gaan’, legt de zender NTV uit. ‘Merz ziet het economisch en financieel beleid als een concrete stap richting grotere Europese autonomie.’

  • Wat is de winst van het EU-Mercosur-akkoord?

    Wat is de winst van het EU-Mercosur-akkoord?

    Om de week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week kijken we naar het Mercosur-akkoord. Na meer dan een kwart eeuw onderhandelen hebben de Europese Unie en het Zuid-Amerikaanse handelsblok Mercosur een omvangrijk vrijhandelsakkoord ondertekend. De overeenkomst belooft nieuwe markten, maar roept felle tegenstand op van Europese boeren en krijgt bovendien een geopolitieke lading in een wereld die steeds verder polariseert. Wat betekent het EU-Mercosur-akkoord nu echt?

    Wat is het?

    De Europese Unie en het Mercosur-blok hebben zaterdag hun langverwachte handelsovereenkomst ondertekend, waarmee na meer dan vijfentwintig jaar onderhandelen een van ’s werelds grootste vrijhandelsakkoorden werd bezegeld. De voorzitter van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen, en de voorzitter van de Europese Raad, António Costa, woonden de ceremonie bij in Asunción, Paraguay, samen met de leiders van Mercosur uit Argentinië, Uruguay en gastland Paraguay. De Braziliaanse president Luiz Inácio Lula da Silva, een belangrijke voorstander van het pact, was niet aanwezig en liet zich vertegenwoordigen door zijn minister van Buitenlandse Zaken.

    ‘Deze overeenkomst geeft een sterk signaal af aan de wereld,’ zei Von der Leyen tijdens de ceremonie, geciteerd door Politico. ‘Het akkoord weerspiegelt een duidelijke en weloverwogen keuze. We kiezen voor eerlijke handel in plaats van invoerheffingen. We kiezen voor een productief, langdurig partnerschap.’ De overeenkomst moet nog worden goedgekeurd door het Europees Parlement en de nationale wetgevende instanties aan beide zijden van de Atlantische Oceaan.

    Als de overeenkomst wordt geratificeerd, ontstaat een vrijhandelszone die meer dan 700 miljoen mensen in Europa en Latijns-Amerika omvat. Meer dan 90 procent van de invoerrechten op EU-exportproducten wordt geleidelijk afgeschaft, wat nieuwe markten opent voor Europese fabrikanten, met name in industriële sectoren. De Mercosur-landen zouden op hun beurt meer toegang krijgen tot de EU-markt voor landbouwproducten.

    In totaal genereren de landen van de EU en Mercosur een vijfde van het totale bruto binnenlands product (bbp) van de wereld. Op papier is dit een aanzienlijke markt, maar de twee blokken hebben onderling weinig handelsverkeer, merkt Le Monde op. ‘Mercosur is goed voor slechts 2,1 procent van de EU-uitvoer, ver achter Turkije, Noorwegen of zelfs Zuid-Korea.’

    ANP 547847355
    Leiders en vertegenwoordigers van de Europese Unie en Mercosur poseren na de ondertekening van het handelsakkoord. Asunción, 17 januari 2026. – © Luis Robayo / AFP

    De overeenkomst heeft dan ook het doel de handel tussen beide partijen te bevorderen. Brussel schat dat dankzij de verlaging van de douanebarrières tussen beide blokken het bbp van de EU tegen 2040 met 77,6 miljard euro (0,05 procent) en dat van Mercosur met 9,4 miljard euro (0,25 procent) zou kunnen stijgen. Maar volgens het Franse dagblad plaatsen veel economen hun vraagtekens bij deze cijfers, die zij als een overschatting beschouwen. 

    Waarom duurde het zo lang?

    De onderhandelingen tussen de EU en Mercosur begonnen in 1999, maar liepen vast door het aantreden van een reeks linkse leiders in Zuid-Amerika in de jaren 2000 en begin jaren 2010. Met de komst van meer marktgerichte presidenten in Argentinië in 2015 en Brazilië in 2016 vorderden de onderhandelingen en werd in 2019 een principeakkoord bereikt. Deze keer liep de ratificatie echter vast door tegenstand van Europese protectionisten.

    De overeenkomst leek ten dode opgeschreven toen de voormalige Braziliaanse president Jair Bolsonaro – een extreemrechtse ontkenner van klimaatverandering – tijdens zijn ambtstermijn van 2019-2023 in heel Europa een persona non grata werd. Uit bezorgdheid dat het pact ontbossing in het Amazonegebied zou aanwakkeren of klimaatnormen zou verzwakken, voegde de EU in 2023 strengere groene kaders toe. Die stap bracht de onderhandelingen bijna tot stilstand; de leiders van Mercosur reageerden verontwaardigd op wat zij zagen als Europese bemoeizucht, maar bereikten later een compromis, aldus Foreign Policy

    De landbouwlobby maakte zich echter veel zorgen. In Frankrijk blokkeerden boeren met hun tractoren snelwegen ten zuiden van Toulouse en de toegang tot de grootste containerhaven van het land in Le Havre. Ook in Ierland vonden nieuwe tractorkonvooien plaats uit protest tegen het pact. ‘Omdat boeren twee jaar geleden enig succes boekten met hun protesten tegen het EU-landbouwbeleid, kwamen ze nu opnieuw in opstand,’ constateert Süddeutsche Zeitung.

    De Commissie beloofde 45 miljard euro extra steun voor EU-boeren en temperde zo het verzet van landbouwsectoren en regeringen die bezorgd waren over goedkope import. ‘De Franse president Emmanuel Macron kwam als een van de grootste verliezers uit de bus. Ondanks aanhoudende pogingen om de overeenkomst te blokkeren of uit te stellen – onder druk vanuit de Franse landbouwsector – slaagde Parijs er niet in het akkoord van tafel te vegen’, aldus Foreign Policy. Italië steunde de overeenkomst uiteindelijk nadat het garanties en financieringsverplichtingen voor zijn eigen boeren had bedongen.

    ANP 547587209 1
    Boeren demonstreren met honderden tractoren tijdens een landelijke actiedag tegen het vrijhandelsakkoord tussen de Europese Unie en Mercosur. Lyon, 15 januari 2026. – © Konrad K. / SIPA

    ‘De EU heeft dus opnieuw gereageerd op de protesten van de boeren en ingestemd met aanvullende beschermingsbepalingen. Als de markten instabiel worden door import uit Zuid-Amerika, zullen de hogere tarieven opnieuw worden ingevoerd. Deze beslissing heeft de Zuid-Amerikaanse landbouworganisaties ongetwijfeld ontstemd’, schrijft Süddeutsche Zeitung.

    Wat levert het uiteindelijk op?

    Deze vraag is moeilijk te beantwoorden, concludeert Le Monde, aangezien de overeenkomst waarschijnlijk veel onderling verweven ecologische, geopolitieke en economische gevolgen zal hebben, ‘waardoor het onmogelijk is om de impact van elk afzonderlijk element nauwkeurig in te schatten’.

    Vanuit economisch oogpunt zou de Europese industriële sector de meeste baat hebben bij de overeenkomst, aangezien deze een einde maakt aan de hoge invoerrechten op onder andere auto’s, machines en chemische producten. 

    Volgens El Mundo biedt de overeenkomst tussen Mercosur en de EU daarnaast handelsmogelijkheden die kunnen leiden tot meer industrie en hoogwaardige banen in de regio. ‘Het is ook een bron van handels- en investeringsmogelijkheden voor Europa, dat volgend jaar al meer dan 4 miljard euro aan invoerrechten zal besparen.’ In The Conversation schrijft Sergi Basco, universitair hoofddocent economie aan de Universiteit van Barcelona, echter dat ‘deze handelsovereenkomst geen grote economische effecten zal hebben’.

    Voor de Mercosur-landen gaat de overeenkomst met de EU minder over een plotselinge exportboom en meer over geopolitieke invloed. ‘De sterkere banden met Europa vormen een aanvulling op de banden met de Verenigde Staten en China; Zuid-Amerikaanse regeringen zullen niet gedwongen worden om een keuze te maken tussen de druk van Washington en de aantrekkingskracht van Beijing,’ analyseert Foreign Policy. Door Mercosur via een formeel pact aan de EU te binden, krijgt Mercosur bovendien weer een gezamenlijk doel en cohesie. ‘De overeenkomst versterkt ook de diplomatieke geloofwaardigheid van Brazilië, dat zichzelf als regionale leider ziet.’

    Voor Europa biedt de overeenkomst een gedeeltelijke bescherming in de wereldwijde strijd om zeldzame aardmetalen en andere cruciale grondstoffen. Brazilië alleen al controleert meer dan 20 procent van de wereldwijde reserves aan cruciale mineralen, waaronder zeldzame aardmetalen die essentieel zijn voor geavanceerde productie, schone energietechnologieën en militaire toepassingen. Argentinië en Bolivia beschikken over belangrijke lithiumreserves, die onder andere gebruikt kunnen worden voor het ontwikkelen van batterijen van elektrische voertuigen en eveneens belangrijk zijn voor de energietransitie. ‘Nu regeringen wereldwijd hun afhankelijkheid van China voor kritieke mineralen willen verminderen, is het vastleggen van de toegang tot Zuid-Amerikaanse toeleveringsketens niet alleen een commerciële, maar ook een strategische troef geworden’, schrijft het Amerikaanse tijdschrift.

    ANP 488660500 1
    Donald Trump geeft een toespraak tijdens een bijeenkomst van de Republikeinse voorverkiezingen in Des Moines, Iowa, op 15 januari 2024 – © Jim Watson / AFP

    ‘Op dit moment is de overeenkomst met Mercosur het beste antwoord op de uitgebreide versie van de Monroe-doctrine die Trump in de regio toepast’, schrijft El Mundo. Het akkoord creëert de grootste vrijhandelszone ter wereld, die door dezelfde waarden en normen zal worden geregeerd. 

    De overeenkomst is daarmee veel meer geworden dan alleen een handelsakkoord: het is een teken dat Europa en een groot deel van Zuid-Amerika strategieën nastreven om hun economische en strategische autonomie te vergroten in het licht van het protectionisme en de militaire dreigingen van de VS.

    Sterker nog, volgens El País was Donald Trump zelfs onmisbaar bij het nieuw leven inblazen van het handelsakkoord tussen de EU en Mercosur. ‘De Republikein was nog niet eens aangetreden toen EC-voorzitter Ursula von der Leyen in december 2024 op het vliegtuig stapte en naar Montevideo vloog om een principeakkoord te ondertekenen – het tweede – na onderhandelingen die al het hele decennium hadden geduurd.’ Het uitbreiden van handelsallianties met voorspelbare partners is een grote stap om de handelsafhankelijkheid van Europa van zijn voormalige grote partner te verminderen. 

    De afgelopen jaren heeft een golf van populisme en protectionisme – van de brexit tot de invoerheffingen van Trump – twijfel gezaaid over de toekomst van open markten. Veel analisten vreesden dat de wereld afstevende op ontkoppeling en rivaliserende economische blokken. De overeenkomst tussen de EU en Mercosur biedt een tegenwicht. ‘Ze toont aan dat zelfs in 2026 het mondiale noorden en het mondiale zuiden kunnen kiezen voor samenwerking in plaats van confrontatie’, schrijft Foreign Policy. ‘Het akkoord laat zien dat de onvoorspelbaarheid van Washington onbedoelde positieve effecten kan hebben: het stimuleert andere mogendheden om nieuwe allianties te smeden en te investeren in diplomatie.’ 

  • Staat de EU op instorten?

    Staat de EU op instorten?

    Volgens Brussel-correspondent Jan Diesteldorf beweegt Europa nog altijd vooruit, zoals blijkt uit het pas gesloten Mercosur-akkoord. Maar als je het aan politicoloog en redacteur Sabine Rennefanz vraagt, kan het weleens snel gedaan zijn met de EU.

    Ja: ‘De Europese Unie is vermoeid. Niet uiteengevallen, niet handelingsonbekwaam – maar vanbinnen uitgehold’

    ‘Hoe groter de druk van Trump en Poetin wordt, hoe harder men zich vastklampt aan het idee dat de EU Europa kan redden. Maar ik zie een vermoeide Unie, en dat geeft weinig vertrouwen’, schrijft Sabine Rennefanz in Der Spiegel.

    De zevenentwintig lidstaten zijn diep verdeeld. In Hongarije regeert Viktor Orbán, wiens ‘illiberale democratie al lange tijd geldt als blauwdruk voor aanvallen op de rechtsstaat’. In Polen, Italië, Slowakije en Tsjechië regeerden en regeren rechts-populisten die de EU niet als bondgenootschap zien, maar als een stoorfactor. En in Duitsland is een kanselierschap van Alice Weidel (AfD), wier partij openlijk flirt met een vertrek uit de EU, niet langer uitgesloten. 

    ‘Terugkijkend op het begin van de EU is de realiteit ontnuchterend,’ schrijft ze. Wat ooit begon als economisch project na de Tweede Wereldoorlog groeide uit tot een vredesproject dat welvaart, veiligheid en vrijheid beloofde. ‘Als Oost-Duitser sloot ik pas later aan. Maar ook in de jaren negentig was het idee nog altijd glashelder: dit Europa wilde meer zijn dan een markt.’ Maar al ruim twintig jaar spreekt niemand meer van een ‘ever closer union’. In plaats daarvan ontwikkelde de EU zich tot een economische ruimte ‘met starre voorschriften, democratische tekortkomingen en privileges voor de sterken en degenen met de grootste mond’.

    ‘Europa is er nog, maar het draagt niet meer’

    De Brexit in 2016 heeft deze omwenteling niet veroorzaakt, maar wel zichtbaar gemaakt. Het vertrouwensverlies begon volgens Rennefanz veel eerder. ‘Misschien al in 2004 en 2005, toen het project van een Europese grondwet mislukte. Tijdens de eurocrisis tussen 2010 en 2015 werd nog eens duidelijk hoe broos de Europese solidariteit was.’ De Duitse minister van Financiën Wolfgang Schäuble opperde in 2015 een tijdelijk vertrek van Griekenland uit de eurozone. ‘Europa was bereid een lid op te offeren. Dat ging ten koste van het vertrouwen – en gaf de populisten van links en rechts een impuls.’

    Europa moet zich staande houden te midden van de neo-imperialisten. Maar soevereiniteit ontstaat niet alleen uit herbewapeningsprogramma’s. ‘Ze komt voort uit politieke verbondenheid, uit vertrouwen – en uit de bereidheid om conflicten samen uit te vechten, in plaats van ze te moraliseren of eindeloos uit te stellen.’ 

    Het einde van de EU is niet langer een taboeonderwerp, ziet Rennefanz. ‘De Europese Unie is vermoeid. Niet uiteengevallen, niet handelingsonbekwaam – maar vanbinnen uitgehold. Technisch en contractueel functioneert ze nog wel. Maar ze overtuigt nauwelijks nog. Europa is er nog, maar het draagt niet meer.’ Lange tijd werd het einde van de EU als ondenkbaar beschouwd. ‘Vandaag is het vooral een onaangename gedachte waar niemand graag over praat. Het zou me niet verbazen als deze Europese Unie over tien jaar niet meer zou bestaan. Niet door een grote knal, maar door een sluipend verlies aan betekenis.’

    Sabine Rennefanz bekijkt in haar column in Der Spiegel ‘Neue Heimatkunde’ de Duitse politiek en samenleving onder andere vanuit het perspectief van haar Oost-Duitse afkomst. Ze is politicoloog en werd in 2012 bekroond met de Duitse Reporterprijs. Ze heeft verschillende boeken gepubliceerd, waaronder de roman Kosakenberg.


    Nee: ‘Anderen reageren met dreigementen, agressie en chantage; de Europeanen steken de hand uit’

    Het is volgens Brussel-correspondent Jan Diesteldorf in Süddeutsche Zeitung hoog tijd om een pijnlijk feit onder ogen te zien: de op regels gebaseerde internationale orde is in verval. ‘Deze wereldorde is misschien altijd al een kwetsbaar, keer op keer ondermijnd construct geweest, maar met Donald Trump in het Witte Huis stort ze echt in elkaar. Bovendien is er geen goede partij om het stokje van de VS over te nemen.’ De Europese Unie zal deze rol in de nabije toekomst ook niet kunnen vervullen: ze heeft te weinig macht, geen presidentiële beslissingsbevoegdheid en evenmin de nodige militaire slagkracht.

    ‘Toch is er hoop. De EU doet haar uiterste best om ten minste delen van deze orde te verdedigen. Anderen reageren met dreigementen, agressie en chantage; de Europeanen steken de hand uit en willen partners zijn.’ De handelsovereenkomst met de Zuid-Amerikaanse Mercosur-landen, die eind vorige week door de EU-lidstaten is goedgekeurd, is hier een goed voorbeeld van. Dit toekomstige partnerschap met de belangrijkste economieën van Zuid-Amerika is volgens Diesteldorf een geostrategische zet van groot belang. De vrijhandelszone tussen de 27 EU-lidstaten en Brazilië, Argentinië, Uruguay en Paraguay omvat ruim 700 miljoen mensen, een handelsvolume van 111 miljard euro en een jaarlijkse economische productie van 21 biljoen dollar.

    ‘Ondanks alle onenigheid geeft de EU niet op’

    Het heeft veel energie en geld gekost om tot een akkoord te komen. Er is namelijk 26 jaar onderhandeld. Uiteindelijk ging Italië overstag, waardoor er een meerderheid kwam. ‘Het ligt voor de hand om de onenigheid binnen de EU eens te meer als een zwakte te interpreteren. Ja, zevenentwintig onafhankelijke staten zijn het zelden eens.’ Maar dit is niet per se negatief, vindt hij. ‘Als je het van de andere kant bekijkt, is dit juist een bewijs van moed: ondanks alle onenigheid geeft de EU niet op, omdat ze deze kan overwinnen.’

    Het akkoord van het Mercosur-verdrag is dus ook symbolisch gezien van groot belang. ‘Enerzijds is er het zwakke Europa, dat zich zorgen maakt om Groenland en de NAVO omdat Trump het bij Denemarken behorende eiland “nodig” heeft, en dat ademloos toekijkt hoe dee Amerikaanse president het Venezolaanse staatshoofd ontvoert. Maar anderzijds is Europa het grootste handelsblok ter wereld, en juist daarin ligt zijn macht: betrouwbaarheid als tegenmodel voor agressieve machtspolitiek.’

    Jan Diesteldorf schrijft als correspondent in Brussel voor Süddeutsche Zeitung over het economische en financiële beleid van de EU.

  • De grote afbrokkeling is begonnen

    De grote afbrokkeling is begonnen

    Met enkele uitzonderingen is er sinds de Tweede Wereldoorlog vooral vrede geweest tussen de grootmachten van de wereld. Deze status quo kunnen wij echter niet meer voor lief nemen, aldus hoogleraar rechten en politieke wetenschappen Oona Hathaway: ‘die vrede is de afgelopen tien jaar afgebrokkeld en lijkt momenteel een totale ineenstorting nabij.’

    Het besluit van president Trump om de Venezolaanse president Nicolás Maduro door middel van een geheime ​​militaire operatie te arresteren is een flagrante schending van de internationale rechtsorde. Deze actie dreigt een einde te maken aan een periode van langdurige vrede en ons weer in een wereld te storten waar het recht van de sterkste geldt. De prijs hiervoor zal met mensenlevens worden betaald.

    Vorig jaar was het tachtig jaar geleden dat na het einde van de Tweede Wereldoorlog 51 landen het Handvest van de Verenigde Naties ondertekenden. De ondertekenaars beloofden alles in het werk te stellen om ‘toekomstige generaties te behoeden voor de gesel van de oorlog’. De grote mogendheden hebben sindsdien geen oorlog meer met elkaar gevoerd en geen enkele VN-lidstaat is door een buitenlandse verovering van de kaart geveegd.

    Maar die vrede is de afgelopen tien jaar afgebrokkeld en lijkt momenteel een totale ineenstorting nabij. Als dat gebeurt, zullen de gevolgen catastrofaal zijn. De verwoestende tol is nu al zichtbaar: volgens mijn berekeningen bedroeg het gemiddelde aantal doden als gevolg van grensoverschrijdende conflicten tussen 1989 en 2014 minder dan 15.000 per jaar. Vanaf 2014 is dat gemiddelde gestegen tot meer dan 100.000 per jaar. Nu staten steeds minder terugschrikken voor het onrechtmatig gebruik van geweld, is dit wellicht slechts het begin van een nieuw tijdperk van dodelijke conflicten.

    Het handvest

    De relatieve vreedzaamheid van de afgelopen acht decennia is allerminst vanzelfsprekend. Eeuwenlang was oorlog voeren volkomen legaal. Sterker nog, het was de aangewezen manier voor staten om hun geschillen te beslechten. Ze konden met wapens dreigen om verdragen af te dwingen en een oorlog beginnen als die verdragen alsnog werden geschonden. Staten die een oorlog wonnen, hadden het wettelijk recht om te behouden wat ze veroverden – land, goederen, mensen. Staten kwamen op en gingen weer ten onder, veroverden land en verloren het weer, en de bewoners van het betreffende gebied waren de dupe.

    Aan dat systeem van legale oorlogvoering kwam in 1928 een eind met de ondertekening van het Kellogg-Briand-pact, dat staten verbood conflicten nog langer door middel van oorlog te beslechten. Deze afspraak werd in 1945 herbevestigd door het VN-Handvest, dat het afzweren van oorlog tot een van de kernpunten van een nieuwe internationale rechtsorde verhief. Territoriale veroveringen en machtspolitiek waren voortaan uit den boze; in plaats van oorlog werden economische sancties het belangrijkste instrument voor internationale rechtshandhaving en landen die een oorlog begonnen konden voortaan strafrechtelijk worden vervolgd, zoals na de Tweede Wereldoorlog gebeurde tijdens de processen in Neurenberg en Tokio.

    Helemaal vreedzaam werd het helaas nooit, getuige de bloedige conflicten in Korea, Vietnam en Cambodja. Als gevolg van dekolonisatie nam het aantal staten in de wereld allengs toe en er woedden steeds meer burgeroorlogen, waarvoor geen specifieke bepalingen golden in VN-Handvest. Toch had het Handvest een opmerkelijk gevolg: het aantal buitenlandse veroveringen nam af en er vielen minder doden in conflicten buiten de eigen landsgrenzen.

    Helemaal vreedzaam werd het helaas nooit, getuige de bloedige conflicten in Korea, Vietnam en Cambodja.

    Dit laatste blijkt uit gegevens van het Uppsala Conflict Data Program, dat het aantal gevallen van georganiseerd geweld en de daaruit voortvloeiende sterfgevallen bijhoudt. De gegevens tonen aan dat het aantal doden als gevolg van grensoverschrijdende conflicten – inclusief conflicten tussen staten, zoals de Russische inval in Oekraïne, en gevallen waarin een staat zich mengt in een intern gewapend conflict in een andere staat, zoals de Amerikaanse aanvallen op Islamitische Staat in Irak – relatief laag was van de jaren 90 tot halverwege de jaren 2010.

    Er waren een paar uitzonderingen. In 1991 kwamen meer dan 20.000 mensen om bij de Iraakse invasie van Koeweit en de reactie daarop van de internationale gemeenschap. In 1992 stierven er meer dan 20.000 mensen in Bosnië-Herzegovina en in 1999 en 2000 vielen er tienduizenden slachtoffers in de oorlog tussen Ethiopië en Eritrea. Ook in 2003, toen de Verenigde Staten de oorlog tegen Irak begonnen, was er een stijging van het aantal doden.

    Maar vanaf begin 2000 kwam er de klad in de wettelijke restricties op oorlogvoering. Na de verwoestende aanslagen van Al Qaida in de Verenigde Staten op 11 september 2001 begonnen de VS overal in het Midden-Oosten geweld te gebruiken tegen iedereen die ze als een terroristische dreiging beschouwden. Om de voortzetting van de aanvallen en de uitbreiding ervan naar tal van andere terroristische groeperingen te rechtvaardigen, een strijd die later door sommigen als ‘de eeuwige oorlog’ werd bestempeld, beriepen de Verenigde Staten zich op een nieuwe uitleg van het VN-Handvest: zelfverdediging tegen niet-statelijke groeperingen die als een bedreiging werden gezien.

    De VS verschaften andere staten een legale dekmantel om op internationale schaal unilateraal geweld te gebruiken

    Tot dat moment was het regel onder VN-leden dat het door het Handvest geformuleerde recht op zelfverdediging alleen gold voor bedreiging door een andere staat. Door deze regel te verruimen tot bedreiging door niet-statelijke groeperingen, verschaften de VS andere staten een legale dekmantel om op internationale schaal unilateraal geweld te gebruiken. In het daaropvolgende decennium namen steeds meer regeringen deze theorie over.

    Tegen 2014 werden de gevolgen van deze verschuiving merkbaar. Met de opkomst van Islamitische Staat voerden de Verenigde Staten hun strijd tegen het terrorisme in het hele Midden-Oosten op, en vele andere landen sloten zich daarbij aan. In datzelfde jaar beëindigden de Verenigde Staten en de NAVO officieel hun gevechtsoperaties in Afghanistan, maar ze bleven in aanzienlijke mate steun verlenen aan de Afghaanse strijdkrachten. Tijdens het afgelopen decennium was er ook een golf van dodelijke conflicten in Syrië, Irak, Ethiopië, Jemen, de Democratische Republiek Congo, Nigeria, Somalië, Libië en Gaza, waarbij de buitenlandse staten die zich in die conflicten mengden meestal naar het recht op zelfverdediging verwezen. Dat heeft honderdduizenden levens gekost.

    Ondertussen zijn oorlogen tussen staten, waarvan het aantal na 1945 tot een nieuw dieptepunt was gezakt, weer volop terug. De grootschalige invasie van Oekraïne door Rusland in 2022 heeft jaarlijks tienduizenden Russen en Oekraïners het leven gekost. In datzelfde jaar vielen er doden bij interstatelijke conflicten in Syrië, Polen, Kirgizië en Tadzjikistan. In 2024 braken er conflicten uit tussen Iran en Israël en Afghanistan en Pakistan en gebruikten de Verenigde Staten en verschillende bondgenoten dodelijk geweld in Jemen.

    Ook andersoortige conflicten zijn de afgelopen jaren toegenomen. De oorlog tussen Israël en Gaza, waarvoor nu een fragiel en instabiel staakt-het-vuren geldt, heeft meer dan 72.000 levens gekost. Tienduizenden burgers zijn omgekomen in de burgeroorlog in Soedan, die in 2025 flink escaleerde.

    Internationaal recht

    Nu heeft Trump het Amerikaanse leger opdracht gegeven Venezuela te bombarderen, een operatie die volgens plaatselijke autoriteiten minstens tachtig mensen het leven heeft gekost. Uit deze aanval, gevoegd bij de Amerikaanse luchtaanvallen op meer dan dertig vermeende Venezolaanse drugssmokkelboten, blijkt dat de restricties op oorlogvoering die het Handvest formuleert volstrekt worden genegeerd en dat het recht van de sterkste terug is van weggeweest.

    Recht op zelfverdediging is geen rechtvaardiging voor deze militaire operatie. Drugshandel is geen ‘gewapende aanval’ op de Verenigde Staten, het internationale rechtscriterium voor een rechtmatige daad van zelfverdediging. Ook al is Maduro illegaal aan de macht gekomen en heeft hij zich schuldig gemaakt aan strafbare feiten, dan nog wettigt dat niet het gebruik van militair geweld tegen Venezuela. Geweldloze middelen, zoals economische en diplomatieke sancties, zijn de enige reacties die het internationaal recht toestaat. Het gebruik van militair geweld om een ​​ongewenste regering ten val te brengen zal zich niet beperken tot de Verenigde Staten. Reken maar dat anderen het voorbeeld zullen volgen.

    Misschien is er nog tijd om deze ontwikkeling te stoppen. Toen Rusland Oekraïne binnenviel, werd de invasie door meer dan 140 staten als illegaal veroordeeld, waardoor een vermoedelijke doodsteek voor het rechtssysteem werd afgewend. Zoiets is hoognodig om de internationale rechtsorde te beschermen wanneer een machtige staat de regels overtreedt. Tot nu toe is echter maar een handjevol staten bereid geweest zich krachtig tegen Trump te verzetten. Als staten er niet in slagen om gezamenlijk het verbod op het gebruik van geweld – de hoeksteen van de naoorlogse rechtsorde – te handhaven, zullen er nog veel meer doden vallen in conflicten waartegen geen kruid gewassen is.

    ‘Geleidelijk en toen opeens’

    In Ernest Hemingways roman En de zon gaat op legt het personage Mike Campbell uit hoe hij bankroet is geraakt: ‘Geleidelijk en toen opeens.’ De decennia van onvolmaakte maar ongekende vrede waaraan het VN-Handvest mede heeft bijgedragen wacht ​​nu hetzelfde lot. Nu de Verenigde Staten zich niet langer houden aan de grondbeginselen van de internationale rechtsorde die zij ooit zelf voorstonden, dreigt het toch al wankele rechtssysteem volledig in te storten.

    Oona Hathaway is hoogleraar Rechten en Politieke Wetenschappen aan Yale University en als extern onderzoeker verbonden aan de Carnegie Endowment for International Peace. Daarnaast wordt hij binnenkort voorzitter van de American Society of International Law.

  • Sneeuw, ijs en vrieskou eisen zes levens in Europa

    Sneeuw, ijs en vrieskou eisen zes levens in Europa

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Rodríguez: ‘De Venezolaanse regering bestuurt ons land, niemand anders’

    » Europa en VS komen met eensgezind vredesplan voor Oekraïne

    Honderden vluchten zijn geannuleerd en veel scholen zijn dicht

    Zes mensen kwamen dinsdag om het leven in Europa, onder wie vijf in Frankrijk, “doordat sneeuw, ijs en vrieskou in verschillende regio’s van het continent grote schade aanrichten”, meldt The Guardian. Er worden woensdag aanzienlijke verstoringen verwacht in het weg- en luchtverkeer, met name op de luchthavens van Parijs, waar “naar verwachting zo’n 40 procent van de vluchten op Charles de Gaulle en 25 procent op Orly geannuleerd zal worden”, aldus de Britse krant.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Dinsdag werden honderden vluchten geannuleerd op Schiphol in Amsterdam, terwijl het treinverkeer ook werd ontregeld door een computerstoring bovenop het extreme weer. Vrieskou teisterde ook grote delen van Europa, met temperaturen ver onder de -10 in Zuid- en Oost-Duitsland en zelfs -12,5 in het Verenigd Koninkrijk, waar de sneeuwval leidde tot “de sluiting van honderden scholen in de noordelijke regio’s”, aldus de krant.

    Ook de Balkan had te maken met extreme weersomstandigheden. De Servische autoriteiten hebben automobilisten opgeroepen voorzichtig te zijn, omdat “velen van hen van plan zijn naar skigebieden of elders te reizen voor het orthodoxe kerstfeest”, dat woensdag wordt gevierd.

  • De politieke verschuivingen van Europa in 2026

    De politieke verschuivingen van Europa in 2026

    Een oorlog die blijft slepen, een politieke orde die kraakt en een langzaam op gang komende economie. De Russische agressie blijft een test voor veiligheid en energie. Tegelijk verschuiven de fundamenten van de EU door de opmars van radicaal rechts, economische heroriëntatie en het terugkruipen van het VK richting Brussel.

    Rusland: vastgelopen oorlog, groeiende dreiging

    Militair gezien heeft Rusland in Oekraïne minder bereikt dan Vladimir Poetin in 2022 voor ogen had. Na een eerste opmars is er sinds eind 2022 maar weinig extra Oekraïens grondgebied veroverd, tegen de prijs van honderdduizenden gesneuvelde soldaten en een economie die zucht onder oorlogslasten en sancties. Juist omdat een duidelijke overwinning uitblijft, verschuift Poetin zijn strijd naar de rest van Europa. Cyberaanvallen, sabotage en mysterieuze incidenten rond infrastructuur nemen toe. Russische drones dwingen luchthavens in Polen, Duitsland en Denemarken tot tijdelijke sluiting; de Baltische staten oefenen massale evacuaties voor het geval het misgaat. Hoe onveiliger Europeanen zich voelen, hoe groter de kans dat zij hun geld en aandacht verschuiven van steun aan Kyiv naar eigen herbewapening.

    Waar westerse regeringen de oorlog nog altijd als een crisis zien die uiteindelijk ‘opgelost’ moet worden, behandelt Poetin het concept als een permanent kader: een langdurige machtsstrijd met de VS en Europa, bedoeld om het bestaande veiligheidsstelsel te ondermijnen.

    Democratie: AfD en Hongarije als testgevallen

    In Duitsland draait 2026 om de vraag of de radicaal-rechtse AfD het tot nu toe hermetisch gesloten cordon sanitaire – de Brandmauer – weet te doorbreken. De partij werd in 2025 al de op een na grootste van het land en domineert de peilingen in Oost-Duitsland. Als de AfD bij de komende deelstaatverkiezingen een absolute meerderheid behaalt, opent dat voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog een reële route naar regeringsmacht voor radicaal rechts. Blijft ze net onder de 50 procent, dan zal ze lokale CDU’ers onder druk zetten om toch samen te werken. Elke barst in de Brandmauer zou een politieke aardbeving veroorzaken – en een signaal afgeven aan gelijkgestemde partijen in Europa.

    Viktor Orbán, architect van de ‘illiberale democratie’, staat in het voorjaar opnieuw voor de kiezer. Na jaren waarin hij de rechtsstaat, de media en de Europese besluitvorming naar zijn hand zette, lijkt zijn machtspositie voor het eerst echt wankel. In de peilingen ligt zijn partij Fidesz achter op Tisza, de beweging rond Péter Magyar – zelf een Fidesz-overloper uit Orbáns inner circle.

    Voor Brussel is de inzet helder: een nederlaag van Orbán zou niet alleen de interne EU-besluitvorming vergemakkelijken, maar ook laten zien dat een uitgeholde democratie via verkiezingen nog kan kantelen. Voor aanhangers van ‘sterke mannen’ wereldwijd, van de MAGA-beweging in de VS tot populisten in
    Oost-Europa, wordt Hongarije daarmee een casestudy.

    Economie: voorzichtige vooruitgang

    Op economisch vlak is het Europese verhaal minder somber dan enkele jaren geleden, maar zeker niet zorgeloos. Het oude model – Amerikaanse veiligheidsgarantie, Chinese vraag, goedkope Russische energie en een soepele wereldhandel – is in rap tempo geërodeerd. Tegelijk vergrijst de bevolking en groeit de politieke druk om migratie juist in te perken.

    De naweeën van corona werken nu eerder mee dan tegen: lonen stijgen al langer sneller dan de inflatie en huishoudens hebben extra spaargeld opgebouwd. Nu de onzekerheid afneemt, zullen consumenten meer uitgeven, terwijl stabiele of dalende rentes bedrijven ruimte geven om te investeren, vooral in grote projecten zoals hernieuwbare energie en netverzwaring.

    Defensie is onverwacht een groeisector geworden. De oorlog in Oekraïne en twijfel aan Amerika’s betrouwbaarheid hebben geleid tot een Europese herbewapeningsgolf: Duitsland versoepelde zijn begrotingsregels, de EU zoekt manieren om Russische tegoeden te benutten en fabrieken schakelen over op militaire productie. De sector kan honderdduizenden banen creëren. Maar die opleving heeft een prijs: begrotingstekorten lopen op, vooral in Frankrijk, en ook Italië en Spanje leunen op herstelfondsen en soepelere regels. Hoelang markten en kiezers dit zullen accepteren is onzeker – vooral nu er ook meer geld nodig is voor klimaat, sociale voorzieningen en migratie.

    Brexit 2.0

    In 2026 is het tien jaar geleden dat de Britten bij referendum voor vertrek uit de EU kozen en wordt bovendien het handels- en samenwerkingsakkoord van Boris Johnson formeel herzien.
    De economische schade van brexit – handelsbarrières, zwakkere groei, minder export – wordt inmiddels breed erkend, en een stabiele meerderheid van de Britten noemt het een vergissing. Maar terugkeren is moeilijk: het VK zou een nieuwe lidmaatschapsaanvraag moeten indienen, zonder te kunnen rekenen op vroegere uitzonderingsbepalingen, de EU is zelf ingrijpend veranderd en niemand in Londen wil dit trauma opnieuw beleven.

    Daarom kiest de regering-Starmer voor stille, technische toenadering: stap voor stap worden non-tarifaire handelsbarrières verminderd via afstemming op EU-regels voor voedsel, energie en milieu, voortbouwend op het door Sunak herziene Noord-Ierland-protocol. Geopolitieke druk – Rusland, Trump, het Midden-Oosten – duwt beide kanten richting nauwere samenwerking, vooral op het gebied van defensie en veiligheid. En omdat de angst voor een domino-effect is verdwenen, staat de EU meer open voor flexibele, Zwitserlandachtige vormen van gedeeltelijke integratie.

    Op termijn kan zo een gelaagd Europa ontstaan, waarin ook het VK opnieuw een plek vindt. Niet als lidstaat, maar als nauwe partner binnen een breder samenwerkingsverband.

    Project Europa staat niet stil

    Wat de ontwikkelingen gemeen hebben, is dat ze Europa dwingen zijn politieke en institutionele vorm te herzien: van veiligheidsarchitectuur tot begrotingsregels, van uitbreidingslogica tot de omgang met ex-leden. Of 2026 een jaar van echte doorbraken wordt, valt nog te bezien. Duidelijk is dat het Europese project niet stilstaat en dat de landen eerder naar elkaar toe dan uit elkaar bewegen.

    De Noordpool als geopolitieke zone

    In 2026 wordt de Noordpool sneller dan ooit onderdeel van de wereldeconomie.
    Waar het gebied lange tijd een afgelegen sneeuwbal was, groeit het nu uit tot een knooppunt van scheepvaart, grondstoffenwinning en geopolitieke concurrentie. De zich steeds verder terugtrekkende ijskap – in september 2025 39 procent kleiner dan in 1980 – maakt het mogelijk om langer en verder te varen in Arctische wateren. Tankers, vrachtschepen, onderzoeksvaartuigen en zelfs cruiseschepen zullen in het voorjaar van 2026 in grotere aantallen verschijnen zodra het ijs breekt.
    Maar minder ijs betekent niet per se minder risico: drijvend ijs is onvoorspelbaar, kustlijnen lijden onder stormen en stijgende zeeën, en smeltende permafrost ondermijnt gebouwen en pijpleidingen. De Arctische economie is dan ook extreem afhankelijk van prijzen, verzekeringen en van de politiek.
    Een beëindiging van de oorlog in Oekraïne zou Russische Arctische projecten opnieuw openstellen voor westers kapitaal. Maar zolang er sancties gelden, zal Rusland zich blijven richten op China, dat nu al de grootste afnemer is van Arctische olie, gas en mineralen. De VS trekken intussen hun eigen plan: de regering-Trump wil Alaska’s olie-export verdubbelen, al zijn de kosten van nieuwe pijpleidingen astronomisch.
    Op zee wordt de Northern Sea Route (NSR) – langs de Russische kust – het belangrijkste experiment van 2026. Door de onveiligheid in de Rode Zee is de belangstelling voor deze kortere route groter geworden, al blijft hij seizoensgebonden en politiek gevoelig. Een Chinese containerdienst voer in 2025 voor het eerst rechtstreeks via de NSR naar Groot-Brittannië; Zuid-Korea test de route in 2026.
    Ook strategische grondstoffen spelen een grotere rol. China’s exportbeperkingen op zeldzame aardmetalen vergroten de waarde van Arctische voorraden, wat weer de Amerikaanse interesse in Groenland verklaart. Ondertussen breidt Alaska de haven van Nome uit tot de eerste diepwaterhaven dicht bij de Beringstraat: een infrastructuurverschuiving die de regio definitief in de mondiale economie trekt.

  • Jürgen Habermas: ‘Vanaf nu moeten we alleen verder’

    Jürgen Habermas: ‘Vanaf nu moeten we alleen verder’

    De Duitse filosoof Jürgen Habermas analyseert de geopolitieke verschuivingen die het Westen en Europa onder druk zetten. ‘Verdere politieke integratie voor het voortbestaan van Europa is belangrijker dan ooit.’

    Op 19 november 2025 hield de wereldvermaarde filosoof Jürgen Habermas (1929) in München een lezing als onderdeel van een colloquium over de westerse democratieën. In zijn enorme aantal gepubliceerde politieke opstellen over ontwikkelingen in en van Europa was hij nog nooit zo pessimistisch als in de hier vertaalde beschouwing (vert.)

    De Russische inval in Oekraïne heeft onder de Europese bevolking geleid tot een langzaam op gang gekomen perceptie van een diepgaand gewijzigde toestand in de wereld. Deze verandering werd evenwel al langere tijd voorbereid door de neergang van de Verenigde Staten als supermacht van de twintigste eeuw. Een alarmsignaal in die richting werd al uitgezonden na 11 september 2001 toen de stemming in de burgersamenleving van de VS koortsachtig omsloeg. Deze mentaliteitsverandering onder een angstig gemaakte bevolking werd nog eens aangewakkerd door de retoriek van de toenmalige regering van president George W. Bush en diens niets ontziende, militante vicepresident [Dick Cheney; vert.] 

    Iedereen leek de gevaren van het internationaal terrorisme van zeer dichtbij te voelen. In het verlengde van de propaganda voor een oorlog tegen Saddam Hoessein en Irak, die in strijd was met het internationaal recht, bestendigde en radicaliseerde deze mentaliteitsverandering. Institutioneel werd in eerste instantie het partijenstelsel door deze verandering getroffen. Al in de jaren negentig vond er onder leiding van Newt Gingrich [voorzitter van het Huis van Afgevaardigden; vert.] een grondige verandering plaats van niet alleen de praktijk van de Republikeinse Partij, ook de sociale samenstelling van haar aanhang veranderde. De tendensen van een diepgaandere en inmiddels, naar het zich laat aanzien, nauwelijks nog omkeerbare transformatie van het complete politieke systeem wonnen terrein nadat president Obama de hoop beschaamde op een fundamenteel nieuwe koers van de buitenlandse politiek van de VS.

    China wil een sinocentrische wereldorde

    Inmiddels is de ondermijning van de internationale positie van de voormalige supermacht onmiskenbaar. Eind oktober werd dit tijdens de APEC-top [Asian-Pacific Economic Cooperation, momenteel 21 leden; vert.] in Zuid-Korea eens te meer duidelijk: de onzeker geworden bondgenoten van de VS proberen nu ook afspraken te maken met andere buurlanden, die veeleer neutraal of sterk afhankelijk van China zijn. En na het voortijdige vertrek van de Amerikaanse president op de top, die meer geïnteresseerd is in snelle deals dan in de stabiliteit van de invloed van de VS op termijn, zette vervolgens de Chinese president Xi Jinping de toon met zijn promoting van het concept van een multiculturele wereldmaatschappij onder Chinese leiding.

    Al sinds het opnemen van de Volksrepubliek in de Wereldhandelsorganisatie (WTO) streven slimme regeringen ernaar ook van hun land een economisch leidende grootmacht te maken. Maar pas na de ambtsaanvaarding van Xi Jinping in 2012 is het met een zekere ‘defensieve agressiviteit’ nagestreefde doel een vervanging van het liberale wereldhandelsbestel door een sinocentrische wereldpolitieke orde. Met het zijderoute project heeft China al sedert geruime tijd verstrekkende strategische en de nationale veiligheid betreffende doelen nagestreefd. Rusland, Pakistan, Maleisië en Indonesië waren de grootste begunstigden. Maar ook voor de ontwikkelingslanden en opkomende economieën zou China inmiddels weleens de grootste geldschieter kunnen zijn. Vanuit geopolitiek gezichtspunt zal in het algemeen deze internationale machtsverschuiving in de toekomst daarin duidelijk worden dat beslissende conflicten zich in Zuidoost-Azië zullen afspelen.

    Het zal interessant zijn om te zien hoe Trumps machtsovername uitwerkt op de binnenlandse politiek van Taiwan. Maar afgezien van deze conflicthaard staan hier niet alleen China en zijn regionale bondgenoten enerzijds en anderzijds de VS en de op het Westen gerichte staten in de regio, dus vooral Japan, Zuid-Korea en Australië, tegenover elkaar. Op de voet volgt ook inmiddels Indië met eigen plannen om een wereldmacht te worden. Bovendien weerspiegelen de geopolitieke machtsverhoudingen zich niet alleen in de Pacific, maar ook in de opkomst van middelgrote mogendheden zoals Brazilië, Zuid-Afrika of Saoedi-Arabië, die zelfbewust streven naar meer onafhankelijkheid.

    In de VS is een  democratisch gelegitimeerde ontmanteling gaande van de oudste democratie op aarde

    Intussen proberen veel van dergelijke opkomende staten te worden opgenomen tot de inmiddels uitgebreide BRICS-landen [een samenwerkingsverband van inmiddels tien opkomende economieën; vert.] waartussen een losse band bestaat. Ook wijzen de ingrijpende geo-economische veranderingen in de liberale economische wereldorde, die na het einde van de Tweede Wereldoorlog door de VS werd geschapen, op een einde van de westerse hegemonie. Deze op richtlijnen gebaseerde wereldhandelsorde, die nu ook door Trump zelf op de proef wordt gesteld – zoals tegenwoordig blijkt uit het interessante geschil over de levering van zeldzame aardmetalen – kan niet zomaar geliquideerd worden; maar nauwelijks beter kunnen de ondertussen genormaliseerde beperkingen van de wereldhandel geïllustreerd worden dan door het recente besluit van de Duitse regering om, om redenen van nationale veiligheid, haar exportkampioen, de staalindustrie die niet langer in staat is internationaal te concurreren, met publieke middelen te ondersteunen.

    Hoewel deze veranderingen in de geopolitieke machtsverhoudingen al langere tijd zichtbaar zijn, en hoewel al sinds het begin van de oorlog in Oekraïne een herkiezing van Trump geenszins uitgesloten kon worden, hebben westerse regeringen na de Russische inval niet begrepen dat de niet voorkomen uitbraak van dit conflict tijdens de ambtstermijn van president Joe Biden beslist bezworen had moeten worden. Inmiddels vindt met de tweede termijn van Trump plaats wat in het manifest van de Heritage Foundation [Amerikaanse rechtse denktank; vert.] al ruim eerder was aangekondigd: de nauwelijks omkeerbare teloorgang van het oudste liberaal-democratische regime naar een patroon zoals we dat in Europa hebben leren kennen in bijvoorbeeld Hongarije en andere landen.

    Deze nieuwe vormen van autoritaire regimes kunnen duidelijk niet worden herleid tot de bijzondere omstandigheden van een mislukte ontmanteling van machtsvormen uit het tijdperk van de Sovjet-Unie. Ze zijn veeleer de voorlopers van de democratisch gelegitimeerde ontmanteling van de oudste democratie op aarde en van de snelle opbouw en expansie van een technocratisch geleide libertair-kapitalistische regeringsvorm.

    Het lafhartige van een burgermaatschappij zonder veel weerstandsvermogen

    In de VS zien we een overeenkomstige, veeleer onopvallende overgang van het ene ‘systeem’ naar het andere, die niet eens echt geleidelijk verloopt als gevolg van een min of meer verlamde oppositie: de laatste of voorlaatste democratische verkiezing was het al veel eerder aangekondigde begin van een snelle, willekeurige en autocratische uitbreiding van een uitvoerende macht, die gelijktijdig inkromp en gezuiverd werd. Deze uitvoerende macht wordt door Trump misbruikt zonder ook maar rekening te houden met de bezwaren van een geleidelijk aan van bovenaf uitgehold rechtssysteem.

    Eerst trok de president met zijn rigoureuze tarieven voor invoerrechten de wetgevende bevoegdheden van het parlement naar zich toe, daarna probeerde hij stapsgewijs de onafhankelijkheid van de pers en het universitaire bestel te beperken. Vervolgens intimideerde hij de oppositie door ongevraagd de Nationale Garde in te zetten in grote steden als Los Angeles, Washington en Chicago. Alleen al de aanwezigheid van de garde duidt op de bereidheid van de regering om het leger, in de hogere rangen inmiddels volgzaam, tegen haar eigen burgers in te zetten mocht dit nodig zijn. Terwijl in de Europese Unie het partijenstelsel en democratische verkiezingen ook in autoritaire landen als Hongarije (of destijds in Polen) nog steeds beschermd zijn, blijft hun lot in de VS ongewis.

    Voor zover er zich echt verzet voordoet, dan alleen als er geen nadelen aan verbonden zijn of tegen Israël is gericht

    Na recente, op zichzelf staande verkiezingssuccessen van de Democraten, richt Trump zich op het marginaliseren en het belachelijk maken van de politieke oppositie met belastende verklaringen. Wat zijn buitenlands beleid aangaat, zoals blijkt uit zijn willekeurige militaire acties tegen smokkelaars voor de kust van Venezuela, trekt hij zich eveneens niets aan van het internationaal recht. Het meest reden gevend tot verbazing en tot nu toe niet plausibel verklaard fenomeen van deze sluipende, maar doelbewuste machtsovername is wel het vergaand gebrek aan moed van de burgermaatschappij die geen verzet biedt – om nog maar te zwijgen van de bereidheid van studenten en hoogleraren zich aan te passen, terwijl ze net nog op hun campus uit eigen beweging het voor hen niet nadelige verzet tegen de vermeende koloniale macht Israël op de spits hadden gedreven.

    Niet dat ik veronderstel dat wíj ons anders zouden opstellen. Tot nu toe zie ik geen overtuigende voortekenen van een weg terug op de ingeslagen richting naar een maatschappelijk systeem dat politiek autoritair geleid en technocratisch bestuurd wordt, maar in economisch opzicht libertair is. Want Trumps mogelijke opvolgers hebben zelfs een nog sterker gesloten ‘wereldbeeld’ dan de ziekelijk narcistische president, die zich richt op bevestiging en persoonlijk ‘profijt’ op de korte termijn en die liever een tycoon en Nobelprijswinnaar voor de vrede is dan een politicus met visie. 

    Voor mijn hier gepresenteerde overwegingen kan ik geen aanspraak maken op een deskundigheid die uitgaat boven het niveau van een krantenlezer. Mij interesseren deze afwegingen vooral in het licht van de vraag wat de geopolitieke verschuiving en de huidige, al langer op gang gekomen politieke verdeeldheid van het Westen betekenen voor Europa.

    Hierna ga ik ervan uit dat, afgezien van enkele uitzonderingen, de regeringen van de Europese Unie en haar lidstaten voorlopig resoluut vasthouden aan de normatieve grondslagen en ingeburgerde praktijk van hun grondwetten. Daaruit vloeit het politieke doel voort om hun positie zodanig te verstevigen dat EU zich als een autonome medespeler staande kan houden in een wereldpolitiek en mondiale samenleving, onafhankelijk van de VS en onafhankelijk van compromissen met de VS en andere autoritaire staten, die strijdig zijn met het heersende stelsel.

    De Verenigde Staten zijn voor hun bondgenoten een onvoorspelbare partner geworden.

    Met het oog op de maar doorgaande oorlog in Oekraïne zijn ‘wij’ – als ik vanuit dit Europese perspectief mag spreken – evenwel alleen al verder aangewezen op Amerikaanse steun omdat we niet beschikken over hun technologie voor de noodzakelijke bewaking van het luchtruim. Zonder Amerikaanse hulp had het Oekraïense front niet standgehouden. Maar dezelfde Verenigde Staten zijn voor hun bondgenoten een onvoorspelbare partner geworden. De VS handhaven niet langer hun door het internationaal recht gelegitimeerde rol als ondersteuner van Oekraïne zoals nog onder Biden uitgesproken. Hooguit leveren zij wapens, die door Europa (dus de facto de Bondsrepubliek) worden betaald.

    Alleen al om deze reden hebben ook wij belang bij een snelle wapenstilstand zoals door de Oekraïense leiding wordt nagestreefd. Dit heeft voor Europa een bedenkelijke consequentie  waar tot nu toe geen aandacht voor is. De EU kan zich politiek niet distantiëren van het passieve, bij wijze van spreken teruggetreden NAVO-lid, de VS, aangezien ‘het Westen’ normatief niet langer met één stem spreekt, al is de bereidheid er nog om gemeenschappelijk op te treden. De oorlog in Oekraïne dwingt de EU binnen het kader van de NAVO vast te houden aan een bondgenootschap met de VS dat vanwege de ontstane machtswisseling van haar belangrijkste en tot nu toe leidinggevende lid, niet langer geloofwaardig een beroep kan doen op mensenrechten om haar militaire steun aan Oekraïne te rechtvaardigen.

    Wie de meest recente toespraak van Trump voor de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties beluisterd heeft, moet toegeven dat vanaf de eerste dag van het conflict de retoriek van het internationaal recht, waarop het toen nog verenigde Westen zich beroept om zijn steun te rechtvaardigen aan het overrompelde Oekraïne, zijn waarde verloren heeft. Van deze pijnlijke ontwikkeling wordt alleen een samenwerkende groep van oorspronkelijk 30 staten niet getroffen. Onafhankelijk van de VS gaan deze staten onder leiding van Frankrijk en Groot-Brittannië verder dan de EU met hun steun aan Oekraïne. Daarom is het ironisch, naar ik hoop onbedoeld, als juist deze groep staten gedachteloos koos voor de naam ‘Coalitie van de Gewilligen’ – dus dezelfde naam waaronder toentertijd George W. Bush met hulp van de Britse minister-president een coalitie bij elkaar zocht die, in strijd met het internationaal recht, de invasie in Irak steunde, wat overigens op tegenstand stuitte van Frankrijk en Duitsland.

    Angela Merkel negeerde koudweg Frankrijk. Hoe schijnheilig waren en zijn thans alle woorden

    Na deze schets van de veranderde situatie van het verdeelde Westen kom ik tot mijn eigenlijke vraag: hoe realistisch is het streven om door te gaan met een politieke eenwording van de EU om binnen het kader van een wereldgemeenschap niet alleen als een van de belangrijkste handelspartners te worden erkend, maar ook als een zelfstandige partij, die zich in politiek opzicht kan handhaven en handelingsbekwaam is.

    Hoewel de jongere lidstaten in het oosten van de EU het hardst roepen om meer bewapening, zijn zij het minst bereid om voor zo’n gemeenschappelijke versterking hun eigen nationale zeggenschap in te perken. Met het oog op de gevolgen hiervan, al zou in dit opzicht ook de nationale regering van Meloni niet meedoen, zou het initiatief moeten uitgaan van de westelijke kernlanden van de Unie – en gezien de tegenwoordige zwakte van Frankrijk in eerste instantie van Duitsland. Daartoe zou de al begonnen opbouw van een gemeenschappelijke Europese defensie de aanzet kunnen geven.

    Ik acht het waarschijnlijk dat Europa zich minder dan ooit kan loskoppelen van het nog steeds vigerende leiderschap van de VS

    Inmiddels heeft de Bondsdag besloten financiële middelen vrij te maken voor een aanzienlijke opbouw en expansie van het Duitse leger. Daarbij speelt voor mij de twijfelachtige fundering van dit besluit door te wijzen op het zogenaamd actuele gevaar van een Russische aanval op de NATO geen rol. Alleen, de Bondsregering wil ‘het sterkste Europese leger’ opbouwen onder de voorwaarden van bestaande verdragen, dus uiteindelijk binnen de reikwijdte van haar nationale zeggenschap. Hiermee continueert de Bondsregering haar schijnheilige Europese beleid die al onder kanselier Merkel werd gevoerd: retorisch altijd Europa gezind, heeft De Bondsregering de afgelopen decennia meerdere Franse initiatieven voor nauwere economische samenwerking afgewezen, het meest recent de afwijzing van het urgente initiatief van de pas gekozen Franse president Macron [betreft de uitgifte van eurobonds, staatsobligaties, door 19 landen van de EU; vert.] In het voetspoor van Schäuble [in de kabinetten Merkel was hij aanvankelijk minister van Binnenlandse zaken en daarna minister van Financiën; vert.] zijn eurobonds ook voor kanselier Merz een gruwel. Er zijn geen serieuze aanwijzingen dat de Duitse regering ernstige stappen zet om te bewerkstelligen dat er een Europese Unie komt die in de wereldpolitiek mondig en onafhankelijk opereert.

    Zeker, in het teken van het dagelijks toenemend rechtspopulisme in al onze landen zou een dergelijke, reeds lang verzuimde stap richting een verdere integratie van de EU – en daarmee naar een wereldwijde handelingspotentie – thans nog minder spontane steun krijgen dan tot nu toe. In de meeste westerse EU-lidstaten pleiten binnenlandse krachten zelfs voor een decentralisatie of het terugdraaien van de EU, of op z’n minst voor een ondermijning van de bevoegdheden van Brussel die sterker zijn dan ooit tevoren. Daarom acht ik het waarschijnlijk dat Europa zich minder dan ooit kan loskoppelen van het nog steeds vigerende leiderschap van de VS. Of Europa erin zal slagen in het kielzog van de VS zijn normatieve en tot nu toe nog altijd democratische en liberale zelfbeeld te behouden, zal dé centrale uitdaging worden.

    Aan het einde van een politiek veeleer begunstigd leven vind ik het ondanks alles moeilijk met de meeste nadruk tot de volgende conclusie te komen: de verdere politieke integratie van op zijn minst de kern van de Europese Unie is voor ons overleven nog nooit zo essentieel als nu. En nog nooit zo onwaarschijnlijk. 

  • Peiling: helft Europeanen ziet Trump als een vijand van Europa

    Peiling: helft Europeanen ziet Trump als een vijand van Europa

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Brussel wil met Russische activa Oekraïne helpen, tot ergernis van België

    » Eerste directe gesprekken tussen Libanon en Israël in meer dan veertig jaar

    Een nipte meerderheid acht de kans op oorlog met Rusland groot

    Uit een peiling in negen landen voor het in Parijs gevestigde debatplatform Le Grand Continent is gebleken dat bijna de helft van de Europeanen Donald Trump als ‘een vijand van Europa’ beschouwt. Een aanzienlijk groter deel schat het risico op een oorlog met Rusland hoog in en meer dan twee derde gelooft dat hun land zich in geval van een dergelijke oorlog niet zou kunnen verdedigen, schrijft The Guardian.

    Uit het onderzoek bleek dat gemiddeld 48 procent van de mensen in de negen landen Trump als een regelrechte vijand ziet. Europeanen beschouwen de relatie met de VS echter nog steeds als strategisch belangrijk: op de vraag welk standpunt de EU ten opzichte van de Amerikaanse regering zou moeten innemen, was de populairste optie een compromis.

    Uit het onderzoek in Frankrijk, Italië, Spanje, Duitsland, Polen, Portugal, Kroatië, België en Nederland bleek ook dat een relatieve meerderheid (51 procent) het risico op een openlijke oorlog met Rusland in de komende jaren hoog inschat, en 18 procent zeer hoog.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De meningen varieerden sterk, afhankelijk van de nabijheid tot Rusland: in Polen vond 77 procent van de respondenten het risico op oorlog hoog, vergeleken met 54 procent in Frankrijk, 51 procent in Duitsland, 39 procent in Portugal en 34 procent in Italië.

    Het vertrouwen in de nationale militaire capaciteiten was overal laag, zo bleek uit het onderzoek: 69 procent van de respondenten in de negen landen gaf aan dat hun land ‘niet echt’ of ‘helemaal niet’ in staat was zich te verdedigen tegen Russische agressie.

    De overgrote meerderheid van de respondenten in de negen landen was voorstander van EU-lidmaatschap: 74 procent gaf aan dat ze wilden dat hun land in het blok bleef. Dat sentiment was het hoogst in Portugal (90 procent) en Spanje (89 procent) en het laagst in Polen (68 procent) en Frankrijk (61 procent).

  • Moet de EU haar digitale regelgeving versoepelen om concurrerend te blijven?

    Moet de EU haar digitale regelgeving versoepelen om concurrerend te blijven?

    Europa staat onder druk: om te kunnen concurreren met de VS en China wil de EU de AI- en privacywet versoepelen, maar critici vrezen voor de mogelijke gevolgen. Moet Europa zijn regels aanpassen of juist handhaven?

    Nee: ‘Het niet stoppen van schadelijke activiteiten die de democratie ondermijnen, zal het continent alleen maar beschadigen’

    De term ‘Brussel-effect’ werd in 2012 geïntroduceerd door Anu Bradford, expert internationaal handelsrecht aan Columbia University. Het begrip verwees naar de greep van de wetgeving van de Europese Unie op de wereldpolitiek. Door versnelde globalisering groeide Brussel uit tot de belangrijkste speler op het gebied van regelgeving en juridische procedures. ‘De omvang van haar markt en invloed overtuigde multinationals er destijds van dat ze er verstandig aan deden om de strenge EU-regels te handhaven. Die tijd lijkt nu voorbij’, concludeert Stéphane Lauer, columnist voor Le Monde

    Donald Trump richtte zich vanaf het begin van zijn tweede ambtstermijn op de regelgevende macht van de EU en beschuldigde de 27 lidstaten ervan Amerikaanse techbedrijven opzettelijk dwars te liggen. Hij heeft onophoudelijk opgeroepen tot de ontmanteling van de Digital Services Act (DSA) en de Digital Markets Act (DMA). ‘Deze wetten moeten voorkomen dat internetgiganten onze privacy schenden, de concurrentie verstoren en de informatieruimte naar hun hand zetten,’ legt Lauer uit. ‘Grote Amerikaanse techbedrijven zien Europese regels als obstakels voor hun bedrijfsmodel en hebben in Donald Trump hun sterkste pleitbezorger gevonden.’

    De Amerikaanse regering wil dat de EU de strenge techregels afschaft in ruil voor verlaging van de tarieven op Europese export. Tijdens een overleg op 24 november in Brussel verzocht de Amerikaanse minister van Handel, Howard Lutnick, nog om de ontmanteling van Europese digitale wetgeving in ruil voor een ‘mooie deal over staal en aluminium’. 

    ‘De “omnibuswet” lijkt een reactie te zijn op de druk van de Amerikaanse regering’

    Naast het Amerikaanse offensief is er een tweede ontwikkeling. De Europese Commissie blijkt namelijk bereid om op eigen initiatief de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en de wet inzake kunstmatige intelligentie (AI) te versoepelen, om zo haar concurrentievermogen te verbeteren. Voorstellen hiertoe werden door de Europese Commissie op 19 november gedaan in het kader van de zogeheten ‘omnibuswet’. Met de nieuwe wet krijgen bedrijven meer ruimte om data te gebruiken voor de ontwikkeling van AI. Lauer is sceptisch. ‘Hoewel minder bureaucratie wenselijk is, lijkt de “omnibuswet” eerder een reactie te zijn op de druk van de Amerikaanse regering’, schrijft hij.

    De EU moet zich volgens de Franse columnist niet laten wijsmaken dat het een binaire keuze is: óf innovatie óf regulering. ‘Door deze tweedeling te accepteren, riskeert ze op beide fronten te verliezen. Het niet stoppen van schadelijke activiteiten die de democratie ondermijnen, zal het continent alleen maar beschadigen.’

    De inzet is hoog. Als Europa buigt voor Amerikaanse druk zou er definitief geen sprake meer zijn van het ‘Brussel-effect’. Lauers boodschap is helder: ‘Een digitale inhaalslag betekent niet dat de EU lukraak moet dereguleren of zich moet laten inzetten als pion van de internetgiganten.’

    Stéphane Lauer is een economisch journalist met dertig jaar ervaring bij het Franse dagblad Le Monde.


    Ja: ‘Europa riskeert permanent achter te lopen op de VS en China’

    ‘De EU-regelgeving heeft belangrijke bijdragen geleverd aan het waarborgen van gegevensprivacy en concurrentie in de technologiesector’, schrijft Financial Times in een redactioneel. ‘Maar met de AI-wet van 2024 is er een grens overschreden. De regels hebben geleid tot felle lobbyactiviteiten van grote technologiebedrijven en de Amerikaanse overheid. Bovendien brengen ze het concurrentievermogen van EU-bedrijven en start-ups in gevaar.  Europa riskeert hierdoor permanent achter te lopen op de VS en China in de race om de transformatieve technologie te ontwikkelen en te benutten.’

    Volgens de krant overschatte de EU aanvankelijk de risico’s van AI. ‘Er moet een goed evenwicht worden gevonden tussen beperkende regels en de vrijheid om innovatieve technologieën na te streven.’ Te veel regels beschermen gevestigde bedrijven tegen concurrentie, terwijl nieuwe spelers erdoor worden gehinderd. ‘Hoewel Big Tech regelmatig klaagt over de hoge kosten van naleving van de regelgeving, zijn de kosten voor grote bedrijven relatief beperkt. Voor kleine bedrijven kunnen de bedragen echter onbetaalbaar zijn.’

    ‘De belangrijkste motivatie is dat Europa een betere kans krijgt om te concurreren op het gebied van AI’

    De Europese Commissie stelt voor om de volgende fase van de AI-regels, voor systemen met ‘hoog risico’ in bijvoorbeeld de gezondheidszorg en kritieke infrastructuur, een jaar uit te stellen. Ook bestaande GPAI-systemen (General-Purpose AI) krijgen een jaar extra om zich aan te passen.

    De EU zou er volgens Financial Times verstandig aan doen om deze gelegenheid aan te grijpen voor een bredere herziening van haar AI-regels, teneinde deze flexibeler te maken. ‘Dat is geen geval van toegeven aan Donald Trump of Big Tech, al hopen sommige EU-functionarissen dat de nieuwe wet de Amerikaanse regering tevreden stelt en daardoor de druk op andere digitale wetten zal verlichten. De belangrijkste motivatie is dat Europa een betere kans krijgt om te concurreren op het gebied van AI.’

    Europa loopt flink achter op het gebied van vernieuwende start-ups. ‘De toegang tot kapitaal is te beperkt en de energiekosten zijn te hoog om de grootschalige infrastructuur van de VS na te bouwen.’ Volgens de krant levert het versoepelen van de regels dus alleen iets op als dit samengaat met bredere hervormingen.

    De redactieraad van Financial Times vertegenwoordigt het standpunt van Europa’s meest toonaangevende financiële en economische dagblad.

  • Europa moet zich grondig bezinnen op zijn omgang met grondstoffen

    Europa moet zich grondig bezinnen op zijn omgang met grondstoffen

    Voor zeldzame aardmetalen is Europa bijna volledig aangewezen op Chinese export. Dat is een haast absurd economisch risico, schrijft Torben Kassler in Süddeutsche Zeitung. Maar er is een uitweg voorhanden: stoppen met het verspillen van die waardevolle grondstoffen.

    Wanneer je met politici of vertegenwoordigers van de industrie spreekt over zeldzame aardmetalen – toegegeven, dat zal een niet-journalist zelden overkomen – volgt al snel een even zeldzame teneur. De importsituatie is ‘gespannen’, zegt een vrouwelijke expert van het Bundesverband van de Duitse industrie. De exportlicenties uit China zijn ‘niet toereikend’, zegt het verbond van de Duitse auto-industrie. Minister van economische zaken Katharine Reiche zei onlangs zelfs dat ‘op sommige plekken de productielijnen al stil liggen’. Als niet-journalist zou je dat waarschijnlijk zo samenvatten: We zijn de klos.

    Wat het thema van de zeldzame aardmetalen betreft staat Europa voor een trilemma: in de eerste plaats is daar de industrie, die gevangen lijkt te zitten tussen een extreem stijgende vraag en de massieve afhankelijkheid van één enkele aanbieder. Dan is er ten tweede de uitzichtloze positie van Europa tussen de imperialistische kemphanen USA en China, en in de derde plaats een industriepolitiek van de EU die er op papier goed uitziet, maar waarvan de uitvoering op zich laat wachten. 

    Toch is er een oplossing die de bevoorradingssituatie weliswaar niet volledig oplost, maar naast het strategische probleem ook de ecologisch impact van de winning en raffinage van zeldzame metalen zou verminderen: Europa moet zijn omgang met de grondstoffen grondig overdenken.

    De omschakeling op hernieuwbare energie zouden zonder zeldzame aardmetalen slechts utopische gedachte-experimenten zijn

    De zeventien stoffen die het begrip ‘zeldzame aardmetalen’ omvat worden wel de metalen van de toekomst genoemd. Geen high-tech industrie kan zonder. Of het nu Yttrium en Europium zijn in de lichtgevende stoffen van moderne beeldschermen of neodymium en praseodymium die onmisbaar zijn in de legeringen van straaljagermotoren. Maar de grootste behoefte aan zeldzame metalen bestaat bij de vervaardiging van permanente magneet: neodymium, samarium, praseodymium, dysprosium, terbium en gadolinium staan hier bovenaan de lijst. Zonder deze permanente magneten zouden bijna alle belangrijke industrieën hun productie moeten staken. 

    Want ook al worden ze steeds in relatief geringe hoeveelheden gebruikt – in de batterij van een mobieltje bijvoorbeeld zit maar 0,4 gram neodymium en in de motor van een elektrische auto slechts ongeveer drie kilo – de zeldzame metalen zijn onmisbaar voor het functioneren van deze producten. Geen windmolen zou zonder nog stroom opwekken, geen elektromotor een carrosserie aandrijven, geen geleide raket zijn doel vinden. De omschakeling op hernieuwbare energie zouden zonder zeldzame aardmetalen slechts utopische gedachte-experimenten zijn.

    In het afgelopen jaar hebben Duitse ondernemingen ongeveer 12.300 ton van die metalen en daaruit bestaande permanentmagneten geïmporteerd, volgens de Duitse Rohstoffagentur (Dera), bijna 8000 ton meer dan pas vijf jaar geleden. En op langere termijn gaat de trend nog verder omhoog. Experts van het internationale energieagentschap (IEA) verwachten dat de vraag tot 2040 met drie- tot zevenmaal toeneemt, alleen al voor het halen van de Europese klimaatdoelen. De universiteit Löwen komt in een studie tot 2050 zelfs uit op zeven tot zesentwintig keer zo veel.

    Helemaal niet zo zeldzaam

    Op zich zou deze stijgende vraag geen groot probleem zijn: die zeldzame metalen zijn feitelijk helemaal niet zo zeldzaam, sommige komen vaker in de aardkorst voor dan lood of goud. Het probleem ontstaat door de dominantie die een enkele staat bezit op de wereldmarkt van zeldzame metalen: meer dan 70 procent van het wereldwijde aanbod en rond de 90 procent van de verdere verwerking zijn momenteel in Chinese handen. En terwijl dit laatste cijfer weliswaar volgens schattingen van de IEA tot 2040 zal dalen tot ‘slechts’ 76 procent, kan niemand die deze felbegeerde metalen wil bemachtigen op dit moment om de volksrepubliek heen.

    Al vroeg heeft China de toekomstige relevantie van zeldzame aardmetalen onderkend: ‘Het Midden-oosten heeft olie, wij hebben zeldzame aardmetalen,’ zou de toenmalige regeringsleider Deng Xiaoping al in 1987 gezegd hebben. In de volgende decennia breidde China zijn monopoliepositie uit, in eigen land – ongeveer 40 procent van de wereldwijde reserves van zeldzame metalen bevindt zich in China –, maar ook in de rest van de wereld. Inmiddels staat de volksrepubliek China relatief alleen aan de top wat know-how en techniek betreft; experts schatten hun voorsprong in ontwikkeling op tien tot vijftien jaar.

    Lange tijd heeft deze dominantie nauwelijks iemand verontrust. China was weliswaar politiek omstreden, maar zolang de Chinese mijnbouw- en raffinagebedrijven de milieuonvriendelijke bewerkingsprocessen binnen de eigen landsgrenzen hielden en voordelige grondstoffen leverden aan de Europese bedrijven – tja, waarom zouden we daar bezwaar tegen maken? Deze zorgeloosheid veranderde pas toen China in 2010 zijn monopolie als drukmiddel tegen buitenlandse ondernemingen inzette en exportbeperkingen oplegde. In de handelsoorlog tussen de VS en China vanaf 2018 gebruikte de volksrepubliek haar monopoliepositie opnieuw om in geopolitieke kwesties druk uit te oefenen.

    Europa bevindt zich nu in een tamelijk hopeloze positie

    Europa werd zich pijnlijk bewust dat zijn hightech-economie weinig waard is zonder toegang tot grondstoffen, en dat vrije wereldhandel, als het erop aankomt, minder betrouwbaar is dan gehoopt. Tegelijk werd duidelijk dat de Volksrepubliek China allang geen opkomend ontwikkelingsland meer is, maar een volwaardige rivaal voor de Amerikaanse hegemonie.

    Dat zou in een coöperatieve wereldorde geen onoverkomelijk probleem zijn. Maar op zijn laatst sinds Trumps aantreden is helder dat die tijd voorbij is. Zijn protectionisme kwam niet uit de lucht vallen; het is mede een reactie op de economische uitdaging vanuit Oost-Azië. In de Süddeutsche Zeitung schetste politicoloog Ulrich Menzel een komende fase van imperialistische krachtmetingen tussen de VS en China – inclusief handels- en afgeleide oorlogen. Verrassend is dat niet: de strijd om dominantie is de kern van een wereldwijd economisch systeem met globaal concurrerende actoren. Economische dominantie als voltooiing van de concurrentie: het basisprincipe van economisch imperialisme.

    Europa bevindt zich nu in een tamelijk hopeloze positie. Aan de ene kant, zuiver economisch gezien, moeten we goede relaties met China zien te behouden om de toekomst van de eigen industrie te verzekeren. Aan de andere kant staan we, historisch en politiek gezien, aan de kant van de VS. Om dat zo te houden grijpt de president van de VS graag naar middelen die we eigenlijk alleen kennen uit maffiafilms. Neem het voorbeeld van Huawei: toen Trump het gebruik van Chinese hardware in federale overheidsinstanties verbood en Europa zich daar niet bij aan wilde sluiten, dreigde de VS met een herziening de samenwerking tussen de geheime diensten van de VS en de EU-landen – uitgerekend een jaar na het uitbreken van de oorlog in Oekraïne, waarin data van de Amerikaanse geheime diensten onmisbaar zijn voor de Oekraïense verdediging.

    Recycling

    Wat kan Europa nu doen? Welnu, blijkbaar had Brussel na het begin van de Amerikaans-Chinese handelsoorlog in 2018 toch iets geleerd en is er in 2024 met de Critical Raw Materials Act (CRM Act) ten minste een basis gelegd. De Europese soevereiniteit qua grondstoffen moet berusten op drie pijlers: winning, raffinage en verdere bewerking binnen Europa; diversifiëring van de landen waaruit geïmporteerd wordt; en het opbouwen van recyclecapaciteit.

    Op minstens twee punten lopen we al snel tegen harde grenzen aan. Ten eerste zijn de Europese vindplaatsen van zeldzame aardmetalen bij lange na niet toereikend. Zelfs met de twee jaar geleden ontdekte reserves in Zweden – waarvan de winning overigens pas over tien tot vijftien jaar kan beginnen – zal de Europese mijnbouw niet meer dan 10 procent van de Europese vraag bedragen. Bovendien bemoeilijken EU-milieuregels en de afwijzende houding van de bevolking de uitvoering van verder mijnbouwplannen. Ook de diversificering van aanvoerketens kan slechts een klein deel voor zijn rekening nemen. Zelfs bij ‘slechts’ 76 procent van de verwerking in Chinese handen in het jaar 2040, volgens de schatting van de IEA, moeten de overige 24 procent tussen alle westerse industrieën worden verdeeld.

    Dan blijft dus alleen nog massale uitbreiding van de recycling over. Momenteel wordt minder dan 1 procent van de zeldzame metalen uit schroot teruggewonnen. Hierin schuilt de grootste kans voor Europa: want alleen uit recycling kan volgens de studie van de Universiteit Löwen vanaf 2040 tot wel 65 procent van de Europese behoefte gedekt worden. De technologieën om deze cijfers te halen zijn in experimenteel stadium al voorhanden. Maar voor de realisering op industriële schaal is een radicale koerswijziging in de politiek nodig, want lange tijd zal het recyclen van zeldzame aardmetalen een verliesgevende zaak blijven.

    Zolang zeldzame aardmetalen als heel normale grondstoffen behandeld worden, gebeurt er niets

    Voor de opbouw van de benodigde recyclecapaciteit moeten er drie dingen gebeuren. Eerst moet de EU een kader scheppen dat ondernemingen in staat stelt om snel, gecoördineerd en ongecompliceerd te investeren in onderzoek en ontwikkeling van recycling. Daarvoor moeten we bureaucratische drempels wegnemen en EU-breed ruimte creëren waarin onderzoek en bedrijfsleven samen sneller vooruitgang boeken. Op andere strategisch belangrijke gebieden bleken zulke EU-inspanningen mogelijk, bijvoorbeeld op het gebied van cyber security of defensievraagstukken. En al heeft de EU met de CRM Act al enige politieke wil in deze richting getoond, we zijn er nog niet. 

    In de tweede plaats moeten de ondernemingen deze investeringen ook daadwerkelijk doen, om onderzoek en ontwikkeling zo snel mogelijk te kunnen vertalen in industriële realiteit. Om een voorsprong als die van de Chinezen in te halen moeten reusachtige hoeveelheden kapitaal en personeel worden vrijgemaakt. Gezien de strategische relevantie is dat niet alleen een opgave voor het bedrijfsleven, er is een mix van subsidies, garanties en fiscale prikkels nodig om de aanlooprisico’s te overbruggen. Want vrijwel geen enkele onderneming zal miljarden aan startkapitaal investeren om over tien, misschien pas twintig jaar te kunnen zeggen: ‘Nou, nu zijn we toch mooi strategisch belangrijk geworden!’

    Daarom is voor punt een en punt twee vooral punt drie nodig: een ommezwaai in het denken van politici en industriebazen. Zolang zeldzame aardmetalen als heel normale grondstoffen behandeld worden, gebeurt er niets. Beslissers in politiek en bedrijfsleven moeten beseffen dat het bij kritieke grondstoffen zoals zeldzame aardmetalen niet draait om korte- en middellangetermijnwinsten, maar om het veiligstellen van de Europese industriële toekomst op de lange termijn. Zo’n besluiteloos en aarzelend optreden als na 2010 of 2018 kan Europa zich, gezien de verscherping van het conflict tussen de VS en China, niet langer permitteren. Anders is het straks niet alleen een provocatieve economiejournalist, maar de top van VW, Rheinmetall en Siemens die ronduit zegt: ‘We zijn de klos.’

  • Recordoppervlak Europees bosgebied afgebrand in 2025

    Recordoppervlak Europees bosgebied afgebrand in 2025

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Onderzoek: tandpasta op basis van mensenhaar beter dan fluoride

    » Gletsjers op Mars blijken zuiverder dan lang gedacht werd

    De bosbranden hebben 37 miljoen ton kooldioxide uitgestoten

    De bosbranden die Europa teisteren hebben dit jaar meer dan 1 miljoen hectare in de as gelegd, waarmee 2025 het ergste jaar ooit is qua hoeveelheid verwoest bosgebied. ‘Dodelijke vuurzeeën die dorpen hebben leeggemaakt en boeren gedwongen om brandweerman te worden, hebben dit jaar vier keer zoveel land verwoest als het gemiddelde voor dezelfde periode in de afgelopen twee decennia bedraagt’, schrijft The Guardian.

    Uit gegevens van het European Forest Fire Information System, die teruggaan tot 2003, blijkt dat dit jaar 1.015.024 hectare is verbrand. Daarmee is het vorige record van 988.544 hectare uit 2017 gebroken.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De verwoestende branden hebben 37 miljoen ton kooldioxide uitgestoten, ongeveer evenveel als de jaarlijkse CO2-uitstoot van Portugal of Zweden, landen met elk 10 miljoen inwoners. De branden hebben ook records gebroken voor deze tijd van het jaar voor negen andere luchtverontreinigende stoffen, waaronder fijne deeltjes die bekend staan als PM2,5. Deze stoffen zouden volgens deskundigen bosbranden veel dodelijker maken dan eerder werd gedacht.

    Bosbranden hebben deze maand grote delen van Zuid-Europa geteisterd. Een hittegolf, die langer en sterker was door de vervuiling door fossiele brandstoffen, dreef de temperaturen in een groot deel van het Middellandse Zeegebied en de Balkan op tot boven de 40 graden.

    Er zijn voor zover bekend iets meer dan twaalf doden gevallen door de vlammen, maar wetenschappers zeggen dat het werkelijke dodental waarschijnlijk veel hoger ligt. Dikke rookwolken hebben de longen van mensen vervuild met schadelijke gassen en giftige deeltjes die klein genoeg zijn om in de bloedbaan terecht te komen. Een studie die in december in The Lancet werd gepubliceerd, stelt bosbrandrook aansprakelijk voor 111.000 sterfgevallen per jaar in Europa, inclusief Rusland, tussen 2000 en 2019.