Tag: Europa

  • 2. Waarom het Oost-Europese populisme 
anders is

    2. Waarom het Oost-Europese populisme 
anders is

    Alleen in de postcommunistische landen van Oost-Europa verslaan de populisten bij verkiezingen geregeld de traditionele partijen, stelt deze Poolse socioloog vast.

    In zeven van de vijftien Oost-Europese landen zijn populistische partijen aan de macht, in twee maken zij deel uit van de regeringscoalitie en in drie vormen ze de belangrijkste oppositie. Haalden in 2000 de populistische partijen nog maar in twee landen 20 procent van de stemmen, nu is dat in tien landen gebeurd. In Polen haalden ze in 2000 slechts 0,1 procent van de stemmen, maar nu hebben ze de meerderheid in het parlement en regeert de Partij voor Recht en Rechtvaardigheid (PiS). In Hongarije kon Fidesz, de partij van premier Viktor Orbán, op sommige momenten rekenen op een steun van meer dan 70 procent.

    Maar behalve naar de naakte cijfers moeten we ook kijken naar de sociale en politieke factoren die er de oorzaak van zijn dat het populisme in Oost-Europa zoveel sterker is geworden. Om te beginnen bestaat in deze regio niet de traditie van de scheiding der machten, die de westerse democratie lange tijd heeft weten te behouden. Anders dan Jaroslaw Kaczynski, voorzitter van de PiS en de facto leider van Polen, kan zelfs Donald Trump niet de beslissingen van de rechter negeren of de veiligheidsdiensten tegen de oppositie inzetten.

    Nog een belangrijk verschil is dat mensen in Oost-Europa meer naar materialisme neigen dan West-Europeanen, die de zorgen om hun fysieke welzijn veelal achter zich hebben gelaten en zich verbonden hebben met wat [de Amerikaanse politicoloog] Ronald Ingelhart ‘postmaterialistische waarden’ noemt.

    Kwetsbaarder

    Het effect is onder andere dat de Oost-Europese samenlevingen kwetsbaarder zijn voor aanvallen op abstracte liberale instituties zoals vrijheid van meningsuiting en een onafhankelijke rechtspraak.

    Dat hoeft ons niet al te zeer te verbazen. Per slot van rekening is het liberalisme een westers importproduct. Als je de fenomenen Trump en Brexit even buiten beschouwing laat, is de cultuur van het sociale en politieke liberalisme diep geworteld in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten. In Oost-Europa is het maatschappelijk middenveld niet alleen zwakker, het richt zich ook sterker op terreinen als liefdadigheid, religie en ontspanning dan op politieke vraagstukken. Daar komt bij dat in het buitengewoon diverse politieke landschap van de postcommunistische staten links zeer zwak is, zo niet 
geheel ontbreekt in het politieke leven.

    De demarcatielijn ligt dus niet tussen links en rechts, maar tussen goed en kwaad. Daarmee komt Oost-Europa veel dichter bij de tweedeling ‘vriend 
of vijand’ die is geformuleerd door de Duitse antiliberale politiek filosoof en rechtsgeleerde Carl Schmidt. Elk kamp ziet zichzelf als de enige ware vertegenwoordiger van de natie, en vindt dan ook dat elke oppositie onwettig is en niet alleen in verkiezingen verslagen, maar ook monddood gemaakt moet worden.

    Aanhangers van de regerende, rechtsnationalistische partij Fidesz luisteren naar een speech van premier Orban. – © Getty
    Aanhangers van de regerende, rechtsnationalistische partij Fidesz luisteren naar een speech van premier Orban. – © Getty

    En er is nog een onderscheid tussen de populisten in het Oosten en hun neven in het Westen. De eersten kunnen niet alleen rekenen op de steun van de arbeidersklasse, maar ook op die van de middenklasse. Volgens een onderzoek van de Universiteit van Warschau heeft politieke overtuiging niet te maken met wie wel of niet heeft geprofiteerd van de postcommunistische economische transformatie in het land. Onder het electoraat van de regeringspartij bevinden zich veel mensen die zich tevreden voelen over hun bestaan en bepaald niet achtergesteld zijn.

    Die kiezers voelen zich aangetrokken tot het populistische gedachtengoed omdat dat hun een raamwerk biedt waarin ze hun positieve en negatieve ervaringen een plaats kunnen geven. Hebben ze zo eenmaal een doel gevonden, dan voelen de kiezers zich sterk verbonden met de partij. In plaats van zich vanuit hun persoonlijke ervaring een mening te vormen over de rechtspraak, vluchtelingen of de oppositie, luisteren ze naar hun leider en voegen ze zich in hun mening naar diens politieke keuze.

    De arbeidersklasse wordt vooral gedreven door het verlangen om bij een gemeenschap te horen

    Het succes van de PiS valt dus niet te verklaren vanuit de economische frustratie van de kiezers. De arbeidersklasse wordt vooral gedreven door het verlangen om bij een gemeenschap te horen. Hun tegenhangers uit de middenklasse zoeken hun bevrediging niet in materiële rijkdom, maar in het uitsluiten van degenen die als minderwaardig worden gezien – of het nu gaat om vluchtelingen, de verderfelijke elite of rechters die alleen de belangen van die elite dienen. Orbán en Kaczynski weten maar al te goed munt te slaan uit dat verlangen.

    Je kunt je afvragen of het uiteindelijk niet het populisme zal zijn dat de werkelijke culturele – en vervolgens politieke – grenzen van de Europese Unie zal bepalen. Als de Poolse of Hongaarse politiek dichter bij die van Rusland blijkt te liggen dan bij die van Frankrijk of Oostenrijk, betekent dat dan dat de grenzen van de EU te ver zijn opgerekt? Kan het zijn dat hun plek aan de zijde van Rusland is, en niet aan die van West-Europa? Zijn de grenzen van de EU dan op de lange termijn niet meer te handhaven? Dit zijn netelige vragen, en alleen de Oost-Europeanen kunnen ze beantwoorden.

    Auteur: Slawomir Sierakowski
    Vertaler: Annemie de Vries

    Project Syndicate
    Tsjechië | project-syndicate.org

    Website die commentaren verzamelt. Tot de medewerkers behoren prominenten uit politiek, wetenschap en zakenleven.

  • Als integratie wel lukt

    Als integratie wel lukt

    In september 2015 begonnen Aubrey Wade, Sarah Böttcher en Stjepan Sedlar in Berlijn met het fotograferen van vluchtelingen en hun gastgezinnen. Later breidden ze hun project, No Stranger Place, uit naar andere Europese landen, waaronder Zweden. Wat de makers willen laten zien zijn ‘relaties, en wat er mogelijk wordt als mensen die vormen’.

    ‘De foto’s tonen mensen die net zo zijn als wij. In hun verhalen ontdekken we wat individuen gemeen hebben. Hun gedeelde waarden zijn belangrijker dan hun verschillen.’

    Het project werd gesteund door de UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties.

    © Aubrey Wade/UNHCR

    nostrangerplace3

    ZWEDEN

    Alleenstaande moeder en bibliothecaresse Linnea Tell met de Syrische kunstenaar Alqumit Alhamad, die bij haar inwoont in Malmö. ‘Ik kan niet zeggen hoe vrij ik me voel in Zweden,’ zegt Alqumit. ‘Ik kan doen waar ik zin in heb. Het is een andere wereld, zeker als homoseksueel.’

    nostrangerplace7

    OOSTENRIJK

    Kinderjuf Margarethe Kramer (links) met de Iraakse vluchteling Souad Awad in Lavanttal. De twee ontmoetten elkaar via een christelijke hulporganisatie. ‘Ik ben in de zevende hemel,’ verklaart Souad. ‘Margarethe is geweldig, en haar familie ook. Ik heb hier in een maand meer Duits geleerd dan in een halfjaar in een asielzoekerscentrum.’

    nostrangerplace6

    ZWEDEN

    Het lesbische echtpaar Gabriella en Candel Webster met hun Syrische gast Ahmad Lababidi en zijn zoon Ali (18). Dochter Hiba (16) staat niet op de foto. Toen Gabriella en Candel Ahmad vertelden dat ze getrouwd waren, was het even stil, vertellen ze. ’We dachten eerst dat hij misschien van gedachten zou veranderen.’ Dat gebeurde niet. Het was een shock, erkent Ahmad, ‘maar ik zie hoe aardig ze zijn. Ik zie hun menselijkheid, liefde en vriendelijkheid.’

    57b5b1e84

    DUITSLAND

    De joodse familie Jellinek met hun Syrische gast Kinan uit Damascus. ‘Integratie is geen eenrichtingsverkeer,’ aldus vader Chaim. ‘Het moet van beide kanten komen.’

    nostrangerplace2

    ZWEDEN

    Architect Lars Asklund (rechts) met de Syrische vluchteling Farah Hilal, haar man Waleed Lababidi en haar broer Milad Hilal in Malmö. Toen Asklund Lababidi voor het eerst ontmoette in een opvangkamp, stelde hij hem drie vragen: Ben je getrouwd? ‘Ja.’ Heb je kinderen? ‘Nee.’ ‘En toen keek ik hem recht in de ogen: ben je een fundamentalist? “Nee.” Oké, zei ik, dan heb ik een voorstel voor je.’

    nostrangerplace4

    OOSTENRIJK

    Sabine David, haar man Dominique en haar dochter Nora (1) met de Afghaanse vluchteling Nooria en haar tweejarige dochter Aysu in Lavanttal.

    nostrangerplace5

    DUITSLAND

    Manuela en Jörg Buisset en dochter Nöemi (18) met hun gast Nourhan (18), die net haar tweede kind heeft gekregen (niet op de foto), haar man Ahmed (28) en hun dochter Alin (18 maanden) in Berlijn. Manuela wilde aanvankelijk liever een vrouw alleen in huis dan een heel gezin. Intussen past Ahmed op de kinderen.

    nostrangerplace9

    DUITSLAND

    Edgar en Amelie Rai met haar twee kinderen Nelly (9) en Moritz (12) en hun Syrische gasten, de broers Bilal (26) en Amr (17) Aljaber in Berlijn. ‘Ik noem ze keukennazi’s,’ lacht Amelie. ‘Ik ben nogal een controlfreak, maar als zij koken is de keuken naderhand brandschoon. We hebben nooit huisregels hoeven maken.’

    nostrangerplace8

    OOSTENRIJK

    Martina Schamberger met haar man Engelbert, zoon Laurenz, dochter Lea en hun Syrische gast, oud-basketbal-international Nawras Ahmadook, in Bad Schallerbach. Toen Martina’s dochter Valerie in 2006 Arabisch studeerde in Aleppo, nam Nawras’ familie haar in huis. Toen Valerie in 2015 hoorde dat Nawras Syrië ontvlucht was, belde ze direct haar ouders. Martine: ‘De volgende dag heb ik hem opgehaald.’

  • Ivan Krastev: ‘Duitslands probleem is Europa’s probleem’

    Ivan Krastev: ‘Duitslands probleem is Europa’s probleem’

    Toen Ivan Krastev onlangs door Duitsland reisde, trof hij een welvarend, tolerant en democratisch land aan. Maar onder de oppervlakte proefde hij bezorgdheid over de toekomst.

    Keuze uit het archief

    In Duitsland vonden afgelopen zondag verkiezingen plaats. De conservatieve CDU/CSU van Friedrich Merz kwam als grote winnaar uit de bus, met 28,6 procent van de stemmen. De extreemrechtse AfD eindigde als tweede met 20,8 procent, een recordpercentage in de jonge geschiedenis van de partij.
    In dit artikel uit The New York Times doet analist Ivan Krastev verslag van zijn rondreis door Duitsland vlak voor de verkiezingen van 2017. Hij legt uit hoe de scheidslijn tussen Oost- en West-Duitsland tot op de dag van vandaag voelbaar is en verklaart hoe deze tweedeling van invloed is op het stemgedrag van de kiezers.

    De Duitsers hebben lang vakantie van de geschiedenis gehad, maar het ziet ernaar uit dat die nu voorbij is. Dat was mijn indruk toen ik onlangs voor de parlementsverkiezingen door Duitsland reisde. Het trof me hoe abnormaal normaal het land leek: welvarend, democratisch en tolerant. Terwijl andere Europese maatschappijen verscheurd worden door onrust en woede is in Duitsland de grote meerderheid van de inwoners tevreden met hun economische situatie. De regering heeft meer euro’s te besteden dan ooit, werkloosheid komt bijna niet voor en de toon van de verkiezingscampagne verschilde van de laatste Amerikaanse verkiezingen zoals een familiedrama verschilt van een horrorfilm.

    Maar onder deze abnormale normaliteit ligt iets verontrustends. Hoewel de meeste Duitsers zouden beamen dat hun land een periode van welvaart doormaakt, durven maar zeer weinigen te beweren dat het morgen beter zal zijn dan vandaag, of zelfs maar even goed. In plaats daarvan voel je dat er vlak onder het oppervlak bezorgdheid heerst.

    De 9/11 van Europa

    De Duitse verkiezingen illustreerden dat de vluchtelingencrisis, van alle 
crises die de Europese Unie de afgelopen tien jaar heeft doorgemaakt
(de eurocrisis, de Brexit, de oorlog in Oekraïne), de grootste invloed zal hebben op de toekomst van de EU. Dit keer is het niet de economie, stupid. De instroom van vluchtelingen en de culturele en demografische paniek die dat heeft opgewekt, verklaart boven alles de onrust in de gevestigde Europese politiek. Die crisis is, in zekere zin, de 9/11 van Europa geworden, omdat ze de manier waarop burgers naar de wereld kijken fundamenteel heeft veranderd.



    De Duitse verkiezingen lieten eveneens zien dat de Oost-West-scheidslijn niet simpelweg tussen Duitsland en zijn postcommunistische buren loopt, maar soms ook in het Westen zelf. In de oostelijke deelstaten van Duitsland, die vroeger de DDR vormden en waar zich minder vluchtelingen hebben gevestigd dan in andere delen van het land, behaalde het ultrarechtse Alternative für Deutschland zijn beste resultaten. En hoewel de Oost-West-scheidslijn oppervlakkig gezien misschien over migratie gaat, heeft de vluchtelingencrisis in werkelijkheid de toenemende verontwaardiging van de voormalige Oost-Duitsers over de erfenis van de val van het communisme zichtbaar gemaakt.



    Een lokale politicus in het oosten van Duitsland legde het me aldus uit: ‘De regering wil dat wij de vluchtelingen als gelijkwaardig beschouwen, maar waarom beschouwen ze ons niet eerst als gelijkwaardig?’ Meer dan 25 jaar na de Duitse hereniging voelen veel voormalige Oost-Duitsers zich nog steeds tweederangsburgers wier salarissen en pensioenen lager zijn dan die in het westelijke deel van het land.

    Het is een perverse ironie dat juist AfD de wrevel van de verliezers van de hereniging succesvol heeft gemobiliseerd, en niet de postcommunistische Die Linke. De DDR heeft zichzelf altijd afgeschilderd als de belichaming van het Duitse antifascisme. Nu maakt heimwee naar de DDR, of ten minste de wrok over de manier waarop Duitsland met zijn erfenis is omgegaan, het mogelijk dat een fascistisch angehauchte partij een stem in het parlement krijgt.

    De crisis in het politieke centrum, veroorzaakt door het verzet tegen de pro-vluchtelingenpolitiek van de Duitse regering, zou het makkelijker kunnen maken om een gemeenschappelijk beleid inzake migratie in Europa te ontwikkelen. Daar is men het er nu algemeen over eens dat grenzen gesloten moeten worden of op zijn minst slechts voorzichtig mogen worden geopend.

    Maar tegelijkertijd heeft de convergentie tussen Oost en West inzake migratie het wantrouwen tussen het Europese Oosten en Westen alleen maar aangewakkerd. De coalitie die naar verwachting in Duitsland zal gaan regeren – gevormd door christen-democraten, liberalen en groenen – zal waarschijnlijk kritischer staan tegenover Oost-Europese regeringen dan de vertrekkende coalitie. De nieuwe Duitse regering is misschien wel bereid om enkele anti-migratiemaatregelen aan te nemen 
die de Oost-Europeanen voorstaan, maar zal ook meer druk uitoefenen op de regeringen die oorspronkelijk pleitbezorger waren van dat beleid.

    Mensen met wortels gingen wrok koesteren jegens mensen met benen. Het zijn dan ook de inwoners van de ontvolkte gebieden in Europa die het meest enthousiast op populisten stemden

    Vreemdelingenangst lijkt ten grondslag te liggen aan het conflict tussen Europa’s Oosten en Westen, maar dat het Oosten zich nu verwijdert van het Europese project lijkt eerder geworteld in het trauma van diegenen die vertrokken zijn. Beschouw het als een uitgestelde reactie op de gevolgen van het feit dat in de afgelopen 25 jaar miljoenen Oost-Europeanen naar het Westen zijn geëmigreerd.

    In de periode tussen 1990 en 2015 verloor de voormalige DDR 15 procent van haar inwoners. Die massamigratie vanuit het postcommunistische Europa was niet alleen schadelijk voor de economische concurrentie en de politieke dynamiek, maar zorgde er ook voor dat diegenen die besloten thuis te blijven het gevoel kregen de verliezers te zijn. Mensen met wortels gingen wrok koesteren jegens mensen met benen. Het zijn dan ook de inwoners van de ontvolkte gebieden in Europa die het meest enthousiast op populisten stemden.

    En hoewel er zowel in het oosten als het westen van Duitsland en in het oosten en westen van Europa politieke woede is, zien we een duidelijk patroon: als westerlingen ontevreden zijn over de status quo, zoeken ze over het algemeen alternatieven binnen of rondom de gevestigde politiek – veel van de mensen die teleurgesteld waren in Merkels christen-democraten in West-Duitsland stemden op de liberalen – maar in het oosten zoeken kiezers alternatieven in extreem-links of -rechts.

    De centrale rol van Duitsland voor de toekomst van Europa wordt niet alleen bepaald door zijn economische en politieke kracht, maar ook door het feit dat Duitsland als geen ander Europees land de Oost-West-scheidslijn niet zozeer ervaart als een botsing tussen lidstaten, maar als een splitsing in de eigen maatschappij.

  • Waarom China geen droompartner is voor Europa

    Waarom China geen droompartner is voor Europa

    Sinds de verkiezing van Donald Trump schuift China zichzelf naar voren als alternatieve partner voor Europa. Maar op de Chinezen valt heel wat aan te merken, betoogt Steffen Wurzel.

    Bij zijn bezoeken aan Berlijn en Brussel verkocht de Chinese premier Li Keqiang zijn land als nieuwe droompartner voor Europa. Vrijhandel, globalisering, klimaatbescherming: waar de Amerikaanse president Donald Trump het laat afweten, presenteert China zich als voorvechter.

    Maar zo simpel is het niet.

    1. Klimaatbescherming

    De afgelopen jaren heeft China zijn achterstand ingelopen en heeft het grootscheeps geïnvesteerd in hernieuwbare energiebronnen. Nergens op aarde draaien meer windmolens, worden meer zonnepanelen gefabriceerd en meer elektrische auto’s verkocht dan in China. Maar nog altijd stoot het land de meeste CO2 uit en verbruikt het de meeste kolen ter wereld.

    De stroom voor elektrische auto’s produceren de Chinezen vooral in smerige kolencentrales. Energie-efficiëntie kent het land zo goed als niet. En vanwege het vaak verouderde elektriciteitsnet draaien veel van de uiterst geavanceerde windkrachtinstallaties in het noorden en het westen van het land volkomen zinloos omdat de opgewekte stroom niet kan worden afgevoerd.

    In China gelden deze waarden uitsluitend “binnen Chinese kaders”, wat gewoon betekent dat ze niet bestaan

    2. Economie

    Al over enkele jaren zal China de grootste economie ter wereld zijn. Om dat doel te bereiken gaat het land vaak nietsontziend te werk. Het protectionisme is de afgelopen jaren alsmaar toegenomen. Begin deze maand heeft de Europese Handelskamer in Beijng weer eens geklaagd dat veel buitenlandse ondernemingen zich ten opzichte van Chinese bedrijven steeds vaker onrechtvaardig behandeld voelen. En hieraan lijkt vooralsnog geen eind te komen.

    Met hun ambitieuze Made in China 2025-programma zal het regime in Beijing de reusachtige staatsondernemingen nog eens van vele miljarden subsidies voorzien. Tegenover zulk financieel geweld maken buitenlandse bedrijven geen enkele kans.

    Chinese politici benadrukken graag in mooie bewoordingen de win-winsituatie van een nauwe samenwerking tussen Europeanen en Chinezen. Daar mag veel van waar zijn, maar de Europeanen moeten wel oppassen dat deze win-winsituatie niet slechts ten gunste van één kant uitvalt, naar het motto: win-win wil zeggen dat de Chinees tweemaal wint.

    3. Westerse waarden

    In de derde plaats is er in zijn algemeenheid nog de vraag of Europa in plaats van op de VS wel sterker op China moet inzetten. Ik wil zeker niet ontkennen dat een verdere toenadering tussen Europa en China goed is en belangrijk. Beide hebben elkaar nodig.

    Maar China heeft Europa vooral economisch nodig. Maatschappelijk gezien staan de Amerikanen – ondanks Trump – nog altijd veel dichter bij ons dan de Chinezen. En laten we hopen dat dit zo blijft. Vrijheid, democratie, medezeggenschap, rechtsstatelijkheid en individuele mensenrechten – deze grootse waarden zijn door ons Europeanen en Amerikanen moeizaam bevochten. In China gelden deze waarden uitsluitend ‘binnen Chinese kaders’, zoals de leiders in Beijing steeds weer eufemistisch benadrukken.

    Hetgeen gewoon betekent dat deze waarden, zoals wij die begrijpen, in China niet bestaan. En vermoedelijk wordt dit ook niet heel snel anders. Integendeel. De druk op alles wat naar vrijheid ademt, neemt in China verder toe. De perscensuur wordt alsmaar scherper. Sinds begin deze maand is een nieuwe cyberwet in werking getreden, waardoor de Chinese staat nog meedogenlozer controle kan uitoefenen op het internet. En op 5 juni werd de 28e verjaardag van het bloedig neergeslagen protest op het Tiananmenplein ook dit jaar weer doodgezwegen. Elke vorm van herdenking zou door de staat verhinderd zijn, zo nodig met geweld.

    Wie in China de nieuwe droompartner voor Europa meent te zien, is dus overduidelijk te snel met zijn conclusies.

    Steffen Wurzel is correspondent in Sjanghai voor de Duitse radiozender ARD. Hij doet verslag over China, Hongkong en Macau.

    Auteur: Steffen Wurzel
    Vertaler: Marten de Vries

    Openingsbeeld: Jean-Claude Juncker en de Chinese premier Li Keqiang. – © EC / Audiovisual

    Tagesschau
    Duitsland | Tagesschau.de

    Journaal van de ARD-omroepen dat wordt uitgezonden op Das Erste. De eerste uitzending was op 26 december 1952 te zien bij de NWDR (Nordwestdeutscher Rundfunk).

  • Het morele kompas van de EU

    Het morele kompas van de EU

    Ze stond model voor de principiële premier Birgitte Nyborg in de tv-serie Borgen en voert onvervaard rechtszaken tegen Apple en Google. Maak kennis met de Deense Eurocommissaris Margrethe Vestager.

    Niemand had van haar, de dochter van twee lutherse pastores uit het strenge Jutland, zo’n pikante toespeling verwacht. Het was halverwege 2014 en Margrethe Vestager, op dat moment vicepremier van Denemarken, lag onder vuur vanwege haar pakket groeimaatregelen om de economie aan te jagen. De oppositie, onder aanvoering van Lars Løkke Rasmussen, smaalde dat haar bestedingsplannen ‘klein’ waren.

    ‘Sommigen vinden het een nogal klein plan,’ riposteerde ze met een ondeugende grijns. ‘Maar als mannen het over formaat hebben, zegt me dat niet zoveel – misschien omdat ik het vanuit vrouwelijk perspectief bekijk – mij interesseert vooral het effect.’ Het is een typerend voorbeeld van Vestagers scherpe humor en haar vermogen om verrassend uit de hoek te komen. Beide eigenschappen waren een goede basis voor haar reputatie als EU-commissaris, de rol die ze later dat jaar ging vervullen.

    Rasmussen, inmiddels premier, kan opgelucht ademhalen sinds zij is afgereisd naar Brussel, maar nu ontdekken de topmensen van de grootste multinationals tot hun frustratie hoe lastig Vestager te peilen is.

    Onlangs was het de beurt aan Apple-topman Tim Cook om te proberen haar van haar ingeslagen koers af te brengen, nu een onderzoek naar belastingconstructies in Ierland de makers van de iPhone miljarden kan gaan kosten. Maar naar verluidt waren zelfs de verwoede pogingen van de hartstochtelijke Cook om door haar koele, klinische gereserveerdheid heen te breken, 
tevergeefs.

    Antitrustzaken

    Apple is misschien wel haar meest politiek beladen dossier, want de zaak kan tot een ernstige diplomatieke breuk met Washington leiden. Maar Vestager is ook geruchtmakende antitrustzaken begonnen tegen het Amerikaanse technologiebedrijf Google en het Russische gasexportmonopolie van Gazprom. Beide bedrijven verwerpen beschuldigingen dat ze misbruik maken van hun dominante positie op de markt. Daarnaast heeft Vestager onlangs aangekondigd dat ze de belastingpraktijken van Google in het Verenigd Koninkrijk onder de loep gaat nemen en heeft ze miljoenenboetes opgelegd aan een kartel van Japanse auto-onderdelenproducenten. De EU zelf mag dan op belangrijke punten uiteen dreigen te vallen, de EU-commissaris voor Mededinging baant zich onvervaard een weg door de dossiers die variëren van multimiljardenfusies in de telecomwereld tot subsidies aan Poolse kolenmijnen. Maar het is de vraag hoe standvastig 
ze zal blijken in het afronden van haar opvallendste zaken. Nog niet duidelijk is of ze Google en Gazprom grote boetes zal opleggen, of uit is op een schikking.

    Voor de koffiedikkijkers die proberen te voorspellen hoelang ze haar rug recht zal houden, is Vestager een lastig te vangen persoonlijkheid. In de ogen van sommigen is haar benadering ongebruikelijk moreel gedreven, misschien als gevolg van haar kerkelijke opvoeding in het stadje Ølgod. Over haar meest complexe zaken praat ze vaak in krachtige termen: eerlijk of niet eerlijk.

    Margrethe Vestager in haar kantoor in het Berlaymont-gebouw in Brussel. – © Nick Hannes / HH
    Margrethe Vestager in haar kantoor in het Berlaymont-gebouw in Brussel. – © Nick Hannes / HH

    In veel interviews komt ze over als een harde tante, die liefst al voor zonsopkomst haar rondjes rent. Maar ze vertelt ook graag dat ze het leuk vindt om wollen olifantjes te breien en koekjes 
te bakken. De 47-jarige Vestager heeft een brede culturele belangstelling 
en noemt als haar favoriete fictie Het Alexandriakwartet, de vier boeken van Lawrence Durrell over de verwikkelingen van verschillende personages 
in het Egypte van de jaren dertig. Om niet al te intellectueel te klinken voegt ze daaraan toe dat de films die ze het vaakst heeft gezien die van de _Die Hard_-reeks zijn, over de heldendaden van Bruce Willis als onkwetsbare agent.

    Het moederschap is een belangrijk onderdeel van haar politieke identiteit. Ze vertelde enthousiast over het internetgebruik van haarzelf en haar drie dochters tijdens de persconferentie waarop ze de finesses van de antitrustzaak tegen Google uiteenzette.

    Op haar bureau staat altijd een hand van keramiek met een geheven middelvinger, die haar eraan herinneren moet dat er altijd wel iemand kwaad zal worden om haar beleid

    Voordat ze eind 2014 in Brussel aan de slag ging, werd Vestager beschouwd als de drijvende kracht in de centrumlinkse regering van Helle Thorning-Schmidt, waarin ze zowel minister van Economische Zaken als vicepremier was. Sidse Babett Knudsen, de hoofdrolspeelster van de Deense televisieserie Borgen, heeft zich in Vestager verdiept om zich voor te bereiden op haar rol als de principiële premier Birgitte Nyborg.

    Vestager, afgestudeerd econome, steeg snel op de politieke ladder; op haar negenentwintigste werd ze benoemd tot minister van Onderwijs en Kerkelijke Zaken, waarmee ze in feite de baas van haar ouders werd.

    Ze bracht zichzelf in problemen toen ze als minister van Economische Zaken de werkloosheidsuitkeringen moest verlagen. In een interview daarover gebruikte ze de zin ‘Sådan er det jo’ – zo is het gewoon. Die woorden veroorzaakten een storm van protest, waarin ze ervan werd beschuldigd gevoelloos en onverschillig te zijn. Met de uitdagende houding die typerend voor haar is speelde ze de controverse later uit door dezelfde zin negen keer in een belangrijke toespraak te gebruiken. 
Op haar bureau staat altijd een hand van keramiek met een geheven middelvinger, die een boze vakbond haar stuurde in de woelige nasleep van dit incident; die hand moet haar eraan herinneren dat er altijd wel iemand kwaad zal worden om haar beleid.

    Alec Burnside, een ervaren Brusselse advocaat die al zes commissarissen voorbij heeft zien komen, heeft Vestagers harde opstelling al bij eerdere dossiers gesignaleerd. Hij wijst op de ingrijpende beslissingen die ze heeft genomen door een fusie op de Deense telecommarkt te blokkeren en door haar voornemen om Google en Gazprom te vervolgen. Daarentegen heeft ze ook twee van de belangrijkste kartelzaken van de Commissie afgesloten, omdat ze niet verwachtte dat die nog ergens toe zouden leiden. ‘Je kunt dus niet zeggen dat ze een hardliner is,’ concludeert hij, ‘maar wel dat ze de regels toepast en bereid is moeilijke besluiten te nemen, ten goede of ten kwade.’

    Auteurs: Christian Oliver en Alex Barker
    Vertaler: Annemie de Vries

    Financial Times
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 448.000

    Toonaangevende krant voor de Londense City en de rest van de wereld. Internationale economie en management worden uitputtend behandeld.

  • Amerika begint op Europa te lijken

    Amerika begint op Europa te lijken

    Veel Europese waarnemers zijn verbijsterd over de krankzinnige Amerikaanse verkiezingscampagne. Zo niet de Bulgaarse politicoloog Ivan Krastev. ‘Ze lijken gewoon steeds meer op ons.’

    Voor de meeste Europeanen die momenteel Amerika bezoeken is het alsof ze op Mars zijn geland. Zelfs de best ingevoerde politieke analisten kunnen geen touw vastknopen aan wat er in dat land gebeurt. Ze nemen aanstoot aan de opkomst van Donald Trump, zijn verbaasd dat de democratisch-socialistische ideeën van Bernie Sanders jonge Amerikaanse kiezers zo aanspreken en in de war door het emotieloze, risicomijdende buitenlandbeleid van president Obama, dat ertoe heeft geleid dat de Syrische president Assad ongestraft Obama’s eigen verbod op het gebruik van chemische wapens kon overtreden.

    Ikzelf tast veel minder in het duister dan mijn mede-Europeanen. Als ik de woede van de middenklasse zie, de arrogantie van de onbeminde elite, het gemeenschappelijke ongeloof in de effectiviteit van militaire machtsmiddelen en de alomtegenwoordige angst voor de toekomst, dan heb ik misschien voor het eerst het idee dat ik precies begrijp wat er in Amerika gebeurt.

    Amerikanen komen niet langer van Mars, en Europeanen niet langer van Venus

    Neem de knuppels die Donald Trump in het hoenderhok gooit met zijn verachtelijke en krankzinnige opmerkingen. Zijn succes, dat zelfs Ted Cruz gematigd doet lijken, verbijstert zowel velen in Amerika als daarbuiten, gewend als men is dat Amerikaanse politici voorzichtig laveren tussen bloeddorstig populisme en gematigd fatsoen. Tot nu toe bleven ze altijd een centrumkoers varen.

    Maar Donald Trump zou zich thuisvoelen in Europa. Bij nationale verkiezingen hier krijgen de gematigde partijen hooguit de helft van de stemmen. De rest gaat naar partijen die de politieke onderbuikgevoelens aanspreken. Als ik hier in Sofia of in Warschau of Amsterdam een café binnenkom, hoor ik groepen mannen en vrouwen schreeuwen dat buitenlanders per bus het land moeten worden uitgezet, dat moslims geweerd moeten worden en dat er langs onze grenzen muren moeten worden opgetrokken.

    Ze spreken namens de meerderheid die zich bedreigd ziet door het verlies van haar politieke macht en de snelle afname van haar welvaart. Ze voelen zich bedrogen door de demografische revolutie die zich overal op de wereld voltrekt, een revolutie waardoor ze een minderheid in hun eigen land dreigen te worden. De botte directheid van Trump en de ongeëvenaarde behendigheid waarmee hij de nieuwsmedia bespeelt lijken zo sterk op de politieke stijl van de voormalige Italiaanse premier Silvio Berlusconi dat ik me soms afvraag of die hem niet stiekem coacht vanaf de zijlijn.

    Ook Bernie Sanders moet de Europeanen bekend voorkomen. De meeste jonge Europeanen die ik ken beschouwen het kapitalisme als een oneerlijk systeem dat gesjoemel in de hand werkt; voor hen is het echte socialisme – dus niet de neoliberale ‘sociaaldemocratie’ à la Duitsland – nauwelijks een vies woord. Ze zien zichzelf als de grootste slachtoffers van de huidige situatie en dromen vaak hardop van een revolutie (zij het, gelukkig, een geweldloze variant). Voor hen is de oorlog tussen de generaties de nieuwe versie van de klassenoorlog van hun ouders (en grootouders en overgrootouders).


    In landen als Griekenland, Spanje en Portugal is bijna de helft van de jongeren werkloos, zelfs na een universitaire opleiding. Ze zien globalisering als een regelrechte ramp en walgen van vrijhandel. En hoewel Sanders geen Jean Jaurès of Leon Trotski is – ik vind hem ongeveer even opwindend als een komkommersandwich – is zijn gebrek aan charisma voor vele nieuwe radicalen in Europa en Amerika een bewijs temeer van zijn integriteit en authenticiteit.

    Zelfs van Obama’s drastische ommezwaai naar buitenlandse ‘realpolitik’ kijk ik niet meer op. Hij zegt dat hij de ‘spelregels van Washington’ heeft afgeschaft, tot verbazing en angst van Amerika’s Europese bondgenoten. Obama’s beruchte beleidsgebod ‘Doe geen domme dingen’ is al jarenlang de enige leidraad voor het buitenlandbeleid van de Europeanen. Hij maakt alleen maar iets expliciet wat we allang weten, namelijk dat Amerika behoedzamer wordt in zijn buitenlandbeleid; Europeser. Amerikanen komen niet langer van Mars, en Europeanen niet langer van Venus. Misschien zitten we met zijn allen op Saturnus en proberen we te voorkomen dat het vuige gepeupel onze mooie ringen vies maakt.

    Onaantastbaar?

    Als er iemand momenteel Amerika niet ‘snapt’, dan zijn het wel de Amerikanen zelf. Ze zien niet dat hun land in hoog tempo ‘normaliseert’ en niet langer kan vertrouwen op oneindige, breed gedeelde economische groei en zalige geopolitieke afzondering. ‘Het lot van onze natie is dat we geen ideologieën hebben, maar verenigd zijn,’ zei de Amerikaanse historicus Richard Hofstadter ooit. Wanneer ze zichzelf met Europa vergeleken, gingen Amerikanen er prat op dat ‘zoiets hier niet kan gebeuren’ – namelijk Europees socialisme en Europees fascisme. Ze achtten zichzelf immuun voor de ziektebeelden van de democratie: overal op de wereld kunnen menigtes doldraaien, maar niet in Amerika, het land van het gezond verstand. Maar zijn de Amerikanen, na de extreme polarisatie en het disfunctionerende landsbestuur van de afgelopen jaren, er nog steeds van overtuigd dat hun democratie onaantastbaar is?

    Nu de ‘normalisering’ van Amerika zich voor onze ogen afspeelt, heb ik het idee dat veel Europeanen heimwee hebben naar het Amerika dat we nooit echt hebben begrepen. Dat is het Amerika dat zo veel van zijn jonge zwarten in de gevangenis stopt, maar wel een zwarte man als president kiest. Een Amerika dat nog altijd de doodstraf kent, maar ook de rechten van immigranten beschermt. Een Amerika dat niet alleen probeert de wereldorde te handhaven, maar die ooit hartstochtelijk wilde veranderen. Een Amerika met zijn onvolkomenheden, maar ook zijn beloften. Een Amerika dat ambitieuzer was, en minder ambivalent. We missen het nu al.

    Auteur: Ivan Krastev
    Vertaler: Peter Bergsma

    Ivan Krastev is voorzitter van het Centre for Liberal Strategies in Sofia, en columnist voor The New York Times.

    The New York Times
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 1.120.402

    De krant der kranten, met als motto ‘All the news that’s fit to print’. Won meer journalistieke prijzen dan enig ander medium.

  • Dossier Brussel 4. Europa, kom in actie

    Dossier Brussel 4. Europa, kom in actie

    Europa reageert veel te slap op aanslagen zoals die in Brussel, schrijft de Spaanse krant El País. Het is onze Europese identiteit die wordt aangevallen, dus moeten we ook gezamenlijk reageren.

    Bij elke aanslag op Europees grondgebied is het scenario hetzelfde, en altijd is het even ontluisterend: terwijl de terroristen Europa op grote schaal aanvallen, is de reactie van Europa minimaal.

    Zowel uit de communiqués die de aanslagen rechtvaardigen als uit de verklaringen en handelwijzen van de jihadisten (vooral van degenen die in Europa zijn geboren) spreekt een diepgewortelde haat jegens alles waar Europa voor staat: individuele vrijheid, democratische waarden en een ongeëvenaarde tolerantie op religieus gebied.

    Europa blijft een abstracte entiteit waarvoor niemand wil sterven

    Iedereen die zich verbonden voelt met dit Europa, dat evenzeer een idee is als een project en een manier van leven, is een potentieel doelwit, zelfs moslims. Vandaar dat de plegers van de aanslag in de Bataclan de vijftienhonderd toeschouwers die zich daar bevonden niet op religie of nationaliteit selecteerden voordat ze hen executeerden. In hun ogen verdienden ze allemaal de dood.

    De Europese Unie was in november al aangevallen in Parijs, maar ze heeft niet overeenkomstig gehandeld. In plaats van te eisen dat artikel 222 van het functioneringsverdrag van de EU in werking werd gesteld, zodat alle lidstaten op een collectieve en gecoördineerde manier konden reageren, nam Parijs liever zijn toevlucht tot artikel 42, dat een intergouvernementele reactie mogelijk maakte, buiten de Europese instituties om.

    Het Brusselse Beursgebouw werd een herdenkingsplek. – © Christopher Furlong / Getty Images
    Het Brusselse Beursgebouw werd een herdenkingsplek. – © Christopher Furlong / Getty Images

    Uit deze juridische subtiliteit sprak een zeer duidelijke boodschap: de Franse autoriteiten wilden hun volledige handelingsvrijheid behouden op alle fronten in de strijd tegen het terrorisme, zoals bleek uit de beslissing van Hollande om onmiddellijk doelen van IS in Syrië te gaan bombarderen.

    Of het nu gaat om het oplossen van de vluchtelingencrisis of het beleid inzake Syrië, de lidstaten willen zelf de controle behouden over alle gevoelige kwesties die te maken hebben met hun veiligheid. En dat terwijl de betrokkenheid van Belgische netwerken bij de aanslagen in Parijs al voor eens en voor altijd had aangetoond dat het een ernstige vergissing is om bij zulke kwesties de nationale soevereiniteit te willen bewaren.

    Om ons daaraan te herinneren, hebben de jihadisten recentelijk Brussel aangevallen, de hoofdstad van de Europese Unie. Maar één ding is zeker: velen zullen blijven denken dat deze aanslag tegen België was gericht. Europa blijft een abstracte entiteit waarvoor niemand wil sterven. Dat velen bereid zijn Europeanen te doden, zou echter aanleiding moeten zijn om ons nog eens flink achter de oren te krabben over de kracht van onze identiteit en ons project.

    Auteur: José Ignacio Torreblanca

    José Ignacio Torreblanca is hoofd van ECFR (European Council on Foreign Relations) in Madrid en betrokken bij het European Power-programma.

    El País
    Spanje | dagblad | oplage 397.000

    De grootste krant van Spanje, met een centrum-linkse signatuur.

  • Dossier Brussel 3. Het nieuwe normaal

    Dossier Brussel 3. Het nieuwe normaal

    De strijd tegen het terrorisme wordt er een van de lange adem, waarschuwt The Economist. ‘Europa en Amerika zullen moeten wennen aan een lange terreurcampagne waarin wij allemaal doelwit zijn.’

    De komende tijd zal Europa opnieuw de verschillende stadia van rouw doormaken die bij terrorisme horen: wanhoop over de onschuldige levens die zijn afgebroken; woede op de jonge mannen en vrouwen (soms uit eigen land) die moorden in naam van de jihad; onzekerheid of politie en inlichtingendiensten dit wel aankunnen; en tot slot, terwijl de nieuwsuitzendingen en krantenkoppen wegebben, gelaten berusting.

    Toch vallen er nu al, zo kort na de aanslagen, twee lessen te trekken. De eerste is dat IS, ondanks het feit dat het al jarenlang boven aan de lijst van meest vervolgde organisaties staat, nog steeds in staat is gecoördineerde bomaanslagen te plegen in het hart van Europa. De tweede les, die uit de eerste volgt, is dat grote steden in Europa en Amerika zullen moeten wennen aan een lange terreurcampagne waarin wij allemaal doelwit zijn.

    Terrorisme is iets anders dan doodgaan door een ongeluk of willekeurige moord

    De dreiging neemt voorlopig niet af. Sommige toekomstige terroristen zullen lokaal gerekruteerd worden. Duizenden mannen en vrouwen zijn uit Europa vertrokken naar het zelfbenoemde kalifaat in Syrië en Irak, waar ze getraind en gehersenspoeld zijn. In Libië broeit het. Al-Qaida en IS proberen elkaar de loef af te steken in het bewijzen van hun jihadistische geloofwaardigheid. Het is vrijwel zeker dat er meer aanslagen komen in meer steden.


    Hoe moeten regeringen daarop antwoorden? Om te beginnen moeten ze zich realiseren dat terroristen erop uit zijn om overreactie op te roepen. Ze juichen wanneer politici als Donald Trump beloven moslims uit de Verenigde te Staten te zullen weren, wanneer leiders uit Oost-Europa zeggen dat ze alleen migranten uit Syrië willen toelaten als het christenen zijn, of wanneer Marine Le Pen, leider van het Franse Front National, het op straat bidden van moslims vergelijkt met de nazibezetting. Dankzij dat soort intolerantie worden ontevredenen sympathisanten en gaan radicalen bommen gooien. Zo spint IS er ook garen bij wanneer westerse landen veel meer aandacht besteden aan de aantallen mensen die in eigen land zijn omgekomen dan aan de honderden moslims die zijn gestorven door bommen in Beiroet en Turkije, of aan de miljoenen die wegkwijnen in vluchtelingenkampen of slachtoffer zijn van de burgeroorlog in Syrië. Het beleid moet erop gericht zijn radicalen af te zonderen, niet om gewone mensen in hun armen te drijven.

    Een beeld waaraan we moeten wennen: ook het VN-gebouw in Brussel wordt zwaar bewaakt. – © Dursun Aydemir / Getty Images
    Een beeld waaraan we moeten wennen: ook het VN-gebouw in Brussel wordt zwaar bewaakt. – © Dursun Aydemir / Getty Images

    Een andere prioriteit is om burgers de zekerheid te geven dat de overheid bezig is hen te beschermen. Sommige politici vinden de angst onder het volk om slachtoffer te worden van een terroristische aanslag irrationeel. Onlangs vertelde Barack Obama in een interview met The Atlantic hoe hij zijn medewerkers graag voorhoudt dat er nog steeds meer Amerikanen sterven door een val in bad. Maar terrorisme is iets anders dan doodgaan door een ongeluk of zelfs door een willekeurige moord. Mensen reageren zo sterk op terrorisme omdat ze voelen dat hun regering niet in staat is haar basistaak te vervullen: hen beschermen tegen dat soort vijanden. De angst die terrorisme oproept is niet alleen maar een statistische misvatting, maar ook een aanwijzing dat mensen die geen grenzen kennen een samenzwering tegen de staat organiseren.

    Het kost overheden grote moeite om een antwoord te vinden op die roep om geruststelling zonder te vervallen in overreactie. In Frankrijk, dat zwaar te lijden heeft gehad onder twee aanvallen, geldt nog steeds de noodtoestand. President Hollande en zijn eerste minister verklaren nog geregeld dat Frankrijk in oorlog is. Stevige woorden en het opschorten van normale rechten waren begrijpelijk vlak na de aanslagen in november. Nu zouden ze wel eens contraproductief kunnen zijn.

    De beste bescherming zou vrede in het Midden-Oosten zijn – helaas een verre droom. De coalitie heeft vooruitgang geboekt tegen IS in zijn kalifaat, dat grondgebied en mensen verliest. Maar om het kalifaat te vernietigen zijn Iraakse troepen nodig (die daar nog niet klaar voor zijn) en grondtroepen in Syrië (die nog niet bestaan).

    Ondertussen zal het vermogen van IS om terroristen aan te trekken en te inspireren blijven bestaan, en bovendien moet het Westen zijn eigen geradicaliseerde jihadisten het hoofd bieden.

    Veiligheidsdiensten

    En dus moeten de politie en de inlichtingendiensten in eigen land actief zijn op elk terrein, van surveillance tot deradicalisatie. Eén ding dat snel kan worden opgelost is het gebrek aan investeringen in deze diensten. Verouderde IT-systemen belemmeren samenwerking. De veiligheidsdiensten moeten ook kunnen doordringen tot jihadistische netwerken en hun aanhangers, door gebruik te maken van menselijke rekruten en geavanceerde methoden om elektronische communicatie te onderscheppen. De samenwerking tussen de verschillende diensten is verbeterd, maar de bescherming van de privacy belemmert nog steeds het delen van data. Jihadisten kunnen makkelijker over de grenzen heen opereren dan veiligheidsdiensten. Beter politiewerk en betere gevangenissen kunnen helpen voorkomen dat kleine criminelen radicaliseren. Aan het economische en culturele isolement van wijken als Molenbeek moet een eind komen. Het wordt lang en hard werken.

    Velen zien op tegen de moeilijke strijd die voor ons ligt en betreuren het nooit eindigende conflict tussen veiligheid en vrijheid. Maar zolang jihadisten het Westen bedreigen, ontkomen we niet aan de noodzaak om op te treden. Welkom in het nieuwe normaal.

    Vertaler: Annemie de Vries

    The Economist
    Verenigd Koninkrijk | weekblad | oplage 1.337.180

    Sinds jaar en dag de bijbel voor iedereen die zich interesseert voor internationaal nieuws. Liberaal, niet te verwarren met conservatief.

  • 2. Een Syrische ode aan de vrede

    2. Een Syrische ode aan de vrede

    De Sloveense journalist Boštjan Videmšek is aan de Grieks-Macedonische grens getuige van een onvergetelijk tafereel: een Syrische vluchteling haalt zijn viool tevoorschijn en speelt Ode an die Freude, het Europese volkslied.

    Langzaam viel de duisternis in over het savanneachtige landschap bij de grens tussen Macedonië en Griekenland. Vluchten duiven zweefden over velden met uitgedroogde en verwelkte zonnebloemen. In de verte trok een plaatselijke jager met zijn drie honden langzaam door met struikgewas overwoekerd terrein. Onder de bomen en geleund tegen de verlaten grensposten die nog steeds de grens van het vroegere Joegoslavië markeerden, zaten vermoeide groepen Syrische en Afghaanse vluchtelingen, die leken te wachten op een teken.

    In werkelijkheid wachtten ze op officiële toestemming om aan de volgende etappe van hun smartelijke odyssee naar het hart van Europa te beginnen. Bij het schrijven van dit artikel hadden dit jaar al zo’n tweehonderdduizend migranten en vluchtelingen hun bestemming bereikt, via Turkije, Griekenland, Macedonië, Servië en Hongarije, en minstens evenveel waren onderweg.

    Aan de Griekse kant van de grens sjokte groep na groep nieuw aangekomenen in de richting van het geïmproviseerde opvangcentrum bij het spoorwegstation. In een zorgvuldig gecoördineerde poging lieten de Griekse en Macedonische politie ze door de flessenhals van de ‘wilde grens’, waar alleen al in de afgelopen week meer dan drieduizend mensen doorheen waren gekomen.

    De gesprekken tussen de vluchtelingen stokten; het geschreeuw van de kinderen sloeg om in een eerbiedige stilte. Zelfs de politiemensen begonnen te glimlachen

    Bij het opvangcentrum, dat twee weken geleden was opgezet door de Macedonische autoriteiten, haalde Rami Basisah zijn viool uit zijn bundel bagage. Deze vierentwintigjarige musicus streek een paar keer zacht, bijna verliefd over zijn instrument en begon het te stemmen. En toen ging deze ogenschijnlijk verlegen en introverte Rami, eerder nog een jongen dan een man – voor de ruim zeshonderd migranten en vluchtelingen staan, die daar zaten te wachten op de speciale trein naar de Servische grens waarmee ze weer een eindje verder hoopten te komen naar wat sommigen van hen nog steeds zagen als het beloofde land.

    Rami, die muziek had gestudeerd in de Syrische stad Homs, moest even moed verzamelen om zijn viool te laten klinken. Zijn vrienden moedigden hem aan om diep adem te halen en gewoon te beginnen met spelen. De Macedonische politiemensen – van wie sommigen al dertig uur in touw waren – konden alleen maar toekijken, half bezorgd, half verward. Enkelen wisselden zwijgend een blik uit – ze vroegen zich duidelijk af of ze het instrument in beslag moesten nemen. Ze hadden een uiterst stressvolle en veeleisende taak te vervullen, waarvoor de meesten nauwelijks waren opgeleid. Maar toen gaf een van hen een simpel knikje aan Rami, als teken dat hij mocht beginnen.

    Pure liefde

    Rami verplaatste zijn gewicht een paar keer van het ene been op het andere, terwijl hij de sfeer in zich opnam. Het werd duidelijk dat hij gewoon móést spelen. Hij begon langzaam. De toon klonk zo zacht, dat het bijna een trilling was. De gesprekken tussen de vluchtelingen stokten; het geschreeuw van de kinderen sloeg om in een eerbiedige stilte. Zelfs de politiemensen begonnen te glimlachen. Zo te zien herkenden ze de melodie, een aantal van hen had hem vast eerder gehoord.

    Door deze positieve ontvangst kon de jonge Syrische musicus zich ontspannen en hij speelde met heel zijn hart. Zelfs in de meest onverschillige oren vond de melodie weerklank. Rami raakte steeds meer op dreef. Zijn zorgelijke gedachten verdwenen naar de achtergrond en het was duidelijk dat hij speelde uit pure liefde. Er verscheen een lach op zijn gezicht. Zijn hele uitdrukking werd levendig, en een beetje ironisch. De lucht in het opvangcentrum was vervuld van Beethovens Ode an die Freude. Het officiële volkslied van Europa.

    Ironie? Een grap? Een vlaag van briljante politieke analyse? Instantpsychotherapie? De politiemensen stampten nu met hun laarzen de maat. De migranten klapten enthousiast om de jongen aan te moedigen. Na het stuk van Beethoven wachtte Rami een paar seconden met spelen. Daarna zette hij een treurig, maar uiterst trots traditioneel Syrisch patriottisch lied in. Zijn vrienden, goed opgeleide, stadse jonge mannen en vrouwen die net als hij afkomstig waren uit het verwoeste Homs, begonnen te zingen. Al snel vielen steeds meer vluchtelingen in. Geharde oudere mannen die onuitsprekelijke dingen hadden gezien en doorstaan, begonnen te huilen. De vrouwen drukten hun kinderen nog wat vaster tegen zich aan. Even smolt de ijzige pijn in hun borst weg, door deze opflakkering van nieuwe hoop.

    Rami Basisah speelt, zijn landgenoten kijken toe. – © Jure Erzen
    Rami Basisah speelt, zijn landgenoten kijken toe. – © Jure Erzen

    Rami speelde maar door, hij was zich niet eens meer bewust van zijn vluchtelingenpubliek. Over de horizon daalde de schemering neer. Het verbijsterende optreden eindigde met De vier jaargetijden van Vivaldi, een voor de hand liggende, maar toch door enthousiasme ingegeven keus. Onder donderend applaus maakte Rami een onhandige buiging en borg hij zijn instrument weg.

    ‘Ik moet me verontschuldigen. Ik maakte zo veel fouten. Ik was zo zenuwachtig,’ zei de jonge musicus tegen me, nog steeds hijgend van inspanning. ‘Weet je, dit is mijn reserveviool – die is veel slechter dan de viool die in zee terecht is gekomen.’

    Rami was zo’n veertig dagen eerder uit Syrië vertrokken. Daarvóór was hij twee jaar lang op de vlucht geweest in zijn eigen land. Twee weken geleden hadden hij en zijn vrienden gekozen voor de ‘klassieke’ route van Turkije naar het Griekse eiland Kos. De zeereis was voor hen het moeilijkste, gevaarlijkste en meest bloedstollende deel van hun reis geweest. De koffer met Rami’s allereerste viool was in de Egeïsche zee verdwenen. ‘Het doet nog steeds pijn,’ zei hij met een klein stemmetje, terwijl hij een manmoedige poging deed om te glimlachen.

    De gespannen jongeman die zijn studie hoopt te kunnen voortzetten op elke Europese universiteit die hem een kans wil geven, wilde niet veel over zichzelf loslaten. Zodra hij zijn reserveviool had neergelegd, werden zijn bewegingen houterig en verscheen op zijn gezicht weer die getraumatiseerde frons. De dromerigheid was verdwenen en nu keerden de zorgen dubbel en dwars terug. ‘Mijn doel is om mijn broer te gaan helpen, die twee jaar geleden uit Homs naar Libanon is gevlucht,’ vertelde Rami me. ‘Voor hij vertrok, beloofde hij me dat hij mij zou helpen om mezelf ook in veiligheid te brengen. Hij heeft zo hard gewerkt in Libanon. Zodra hij genoeg geld had voor mijn reis naar Europa heeft hij dat aan mij gestuurd. Nu is hij zijn baan kwijt en het is mijn plicht hem te helpen. Ik heb mijn leven aan hem te danken.’

    Overlevingsinstinct

    Boven de horizon kwam snel een volle maan op, die met de minuut helderder werd. Op weg naar het vlak bij de grens gelegen opvangcentrum deden de vluchtelingen en de politiejeeps wolken stof opdwarrelen en de vogels die al hun plekje voor de nacht hadden opgezocht, schrokken op. In de stilte van de gespannen verwachting klonk af en toe hondengeblaf. De vluchtelingen zaten op kartonnen matjes, soms onder een stoffig dekzeil. De plaatselijke hulpverleners, allemaal vrijwilligers, deelden voedsel, water en ingezamelde kleren uit. Ze werden geholpen door de zichtbaar uitgeputte Macedonische soldaten en politiemensen, die voor de journalisten maar één vraag hadden: ‘Wanneer houdt dit op?’

    ‘Dit’ was de eindeloze karavaan van menselijke tragedie, die op zijn lange mars naar de vrijheid was gestuurd door de aardschok van de geschiedenis en door die diepst ingewortelde van alle beweegredenen: het overlevingsinstinct.

    Vanuit het nabijgelegen Gevgelija kwam een speciale trein aangereden om de volgende lading uitgeputte en getraumatiseerde mensen naar Tabanovce aan de Servisch-Macedonische grens te brengen. De afgelopen tien dagen had het opvangcentrum ook gediend als treinstation voor de vluchtelingen. Dit was al de vierde trein vandaag, en in elke trein konden tussen de zeshonderd en zevenhonderd mensen mee. De rest van de vluchtelingen bereikte de Servische grens met behulp van speciale bussen en taxi’s. Voor de plaatselijke ‘vervoersbusiness’ waren de afgelopen weken een gouden tijd geweest, ook al was er sinds het vorige weekend, toen de stroom op zijn hevigst was, een officiële controle ingesteld om deze smerige handel tegen te gaan. Maar dat was nauwelijks een belemmering voor de oorlogseconomie, die per slot van rekening een speciale diersoort is. Officieel was dit verboden gebied, maar het wemelde in de bosjes van de lokale ‘handelaren’ die de vluchtelingen voor exorbitant hoge prijzen sigaretten, water en snacks verkochten. En als je hun vroeg hoe het met de zaken ging, spuugden ze op de grond en zeiden: ‘Man, die Afghanen, verdomme, die hebben echt geen geld meer!’

    Nog een paar dagen en het zou niet meer mogelijk zijn om de Hongaarse grens te passeren

    Aan de andere kant van de grens ging het al net zo. Daar had een plaatselijke handelaar zelfs een tot ijscokar omgebouwd bestelbusje geparkeerd. En volgens de verhalen had hij uitstekende zaken gedaan, afgelopen zondag, toen er wel honderdvijftig bussen waren gearriveerd, die zo’n zevenduizend migranten en vluchtelingen hadden afgezet.

    Met krijsende remmen kwam de trein vol vluchtelingen langzaam tot stilstand. Om chaos te voorkomen verdeelde de politie de vluchtelingen in een aantal kleinere groepen. Telkens weer zeiden de vermoeide, vuile reizigers dat ze haast hadden en vroegen ze wanneer de volgende trein nar de Servische grens zou vertrekken. In de harten en hoofden van deze uitgeputte mannen en vrouwen begon paniek op te komen. Nog een paar dagen en het zou niet meer mogelijk zijn om de Hongaarse grens te passeren. Voor de duizenden en duizenden wanhopige mensen zou dit betekenen dat ze vastzaten in Balkangebied.

    ‘Nee, ik wil niet praten over wat we hebben doorgemaakt. Het enige wat nu telt is dat we eindelijk hier zijn. Ons leven is niet langer in gevaar. We willen wat lucht krijgen en misschien even uitrusten, maar helaas gaat dat niet… We moeten vandaag vertrekken. Waar moeten we heen, wat denk jij dat de beste route is?’ vroeg een verward ogende studente uit Deir ez-Zor, een van de belangrijkste slagvelden in de Syrische oorlog, aan mij. Nadat deze zichtbaar getraumatiseerde vluchtelinge alle nodige informatie van de politie had gekregen, ging ze nog een nieuwe voorraad drinkwater halen. Daarna grepen zij en haar twee jongere broers de handvaten van de aftandse rolstoel waarin ze de hele weg vanuit Syrië hun ernstig zieke vader hadden vervoerd. ‘We gaan naar waar ze ons willen hebben. We hebben geen andere keus. We moeten voor onze vader zorgen,’ zei de jonge studente, die anoniem wilde blijven. ‘We vinden het zelfs goed om hier in Servië te blijven, zolang we maar niet buiten in de kou hoeven te slapen. Natuurlijk zouden we het liefst zo snel mogelijk terug naar huis willen, maar onze huizen zijn er niet meer.’

    Een driejarig meisje ontwaakte uit een diepe slaap. Ze zag de chaotische avondlijke taferelen van de onrustige menigte mensen, en meteen stroomden de tranen over haar wangen. De politie liet de gehandicapten, de gewonden, de ernstig zieken en de moeders met baby’s voorgaan in de lange rij mensen die stonden te wachten om de grens over te gaan. Ik hoorde hoe een van de politiemensen aan een collega vroeg waarom een bepaalde vijfenzeventigjarige man – die duidelijk ernstig ziek was en aan het eind van zijn Latijn – het zelfs maar in zijn hoofd haalde zo’n reis te gaan maken en de halve wereld door te trekken om Duitsland te bereiken.

    Ja, waarom?

    Omdat het Syrische conflict erger is dan alle conflicten die in ons opmerkelijk slechte geheugen gegrift staan. Omdat in dat conflict de afgelopen vierenhalf jaar al 260.000 mensen zijn omgekomen. Omdat 11 miljoen mensen hun huizen hebben moeten verlaten, van wie 4,5 miljoen naar een van de buurlanden zijn gevlucht. Omdat grote delen van het land totaal verwoest zijn. Omdat het heden elke mogelijkheid van een draaglijke toekomst vernietigt en – denk aan Palmyra! – elke herinnering aan het verleden uitwist. Omdat de westerse landen die deze mensen nu behandelen als radioactief afval, niets hebben gedaan om een eind aan de oorlog te maken, integendeel, zelfs veel hebben gedaan om te zorgen dat die maar door en door gaat.

    Hoop mag dan altijd leven in de menselijke borst, er is geen hoop als jij en je hele familie dood zijn.


    ‘We hebben haast. We zijn bang dat de Hongaarse grens gesloten wordt voor we daar zijn. We móéten gewoon die trein halen! We hebben geen geld voor een taxi. In Turkije zijn we beroofd door de mensensmokkelaars,’ vertelde een man die Said heette me en nerveus bijna achteraan in de rij stond. Deze zesentwintigjarige leraar Engels kwam uit de Syrische stad Latakia, het bastion van het Assad-regime aan de Middellandse Zee. Said was deze kustplaats ontvlucht omdat hij weigerde dienst te nemen in het regeringsleger. Dankzij de aanwezigheid van de regeringstroepen was de stad tot dan toe grotendeels voor gevechten behoed gebleven, maar een algehele mobilisatie werd onvermijdelijk. Said weigerde op zijn eigen landgenoten te schieten en deel te nemen aan de totale vernietiging van zijn geboorteland. Toen het zijn beurt was om naar het front te gaan, kon hij kiezen: zijn landgenoten, de vrijheidsstrijders gaan vermoorden, of wegrotten in een gevangeniscel en op gezette tijden onderworpen worden aan het soort wrede martelingen dat in het DNA van het Assad-regime zit. Said koos voor de derde mogelijkheid – vluchten.

    Zwemmen naar Kos

    ‘Een paar maanden geleden ben ik vanuit Latakia naar de heuvels daar in de buurt gevlucht, waar het Vrije Syrische Leger de macht heeft. Zij wilden dat ik met hén mee ging vechten, maar ook dat wilde ik niet. Mijn vrouw had net een baby gekregen. Ahmed is nu zeven maanden en ik wilde niet dat hij zonder vader zou opgroeien. Dus heb ik een tijdje Engels gegeven op een school in door het Vrije Syrische Leger beheerst gebied, maar toen werd het hele dorp verwoest door een luchtaanval van het regeringsleger,’ vertelde Said. De meeste van mijn buren en vrienden werden daarbij gedood. Ik was degene die wat er van hun lichaam over was moest oprapen en de stukken bij elkaar moest zoeken. Het scheelde weinig of ik was gek geworden. Er zijn geen woorden om die verschrikking te beschrijven. Zo snel ik kon haalde ik mijn vrouw en zoontje op en vluchtte naar Turkije,’ ging Said verder met zijn afgrijselijke verhaal, terwijl zijn ogen ongeduldig heen en weer schoten tussen de trein en de politie.

    Said was met zeven andere Syrische vluchtelingen zwemmend van Turkije naar Griekenland overgestoken. Nadat ze door de Turkse mensensmokkelaars waren opgelicht, hadden ze geen andere keus dan te proberen de twaalf kilometer naar het Griekse eiland Kos te zwemmen. Ze lagen zes uur in het water. Ze hadden het heel koud, maar hadden reddingsvesten te pakken weten te krijgen, waardoor ze vaak konden uitrusten. Ze hadden al hun bezittingen in een paar waterdichte zakken gestopt, die ze aan hun middel hadden bevestigd. Terwijl ze langzaam vorderden werden ze ingehaald door rubberboten met medevluchtelingen.

    ‘Ik was helemaal niet bang,’ zei Said tegen me met het optimisme van een geharde overlever. ‘Geloof je me niet? Maar het was helemaal niet zo bijzonder. Ik heb mijn hele leven vlak bij de zee gewoond. Ik kan heel goed zwemmen. Ik wist dat ik het kon halen. Ik hoefde alleen maar te denken aan mijn vrouw en mijn zoon die in Turkije waren achtergebleven. Zodra het kan, laat ik ze overkomen naar Europa. O, en de vrienden met wie ik samen zwom? Voor hen was het ook geen probleem.’

    Said en zijn medezwemmers bereikten Kos op een moment dat de chaos daar een hoogtepunt bereikte. De politie sloeg openlijk in op de migranten, die ook met elkaar slaags raakten. Op zo’n vijfhonderd meter van de kust werden de verkleumde en uitgedroogde Syrische zwemmers opgepikt door de Griekse kustwacht. ‘Zij beledigden en intimideerden ons. Toen we aan land kwamen, werden we geslagen. Het was vreselijk,’ vertelde hij. ‘We wisten niet wat we moesten doen of waar we heen moesten. Van andere vluchtelingen hoorden we dat we ons moeten laten registreren bij een politiebureau, omdat we niet verder mochten reizen zonder de noodzakelijke papieren. Na vijf dagen kregen we onze vergunning. Toen zijn we meteen op de veerboot naar Athene gestapt. Daar zijn we niet eens even gebleven – we wisten wat er bij de Hongaarse grens gaande was. We namen een bus naar Thessaloniki en vandaar verder naar de grens, waar we vanochtend om zes uur aankwamen.’

    Said vertelde me ook dat hij niet meer wist wanneer hij voor het laatst goed had geslapen. ‘Maar we mogen niet aan onze vermoeidheid toegeven. Dat zijn we verplicht aan ons gezin. Ik ben het verplicht aan mijn zoon. We zullen doorgaan en niets zal ons tegenhouden,’ besloot de langharige jongeman vastberaden en hij drukte me stevig de hand.

    Said is nu een van de verscheidene duizenden vluchtelingen die door de Hongaarse regering in het Keleti-spoorwegstation in Boedapest ‘verzameld’ worden. Hij heeft gehoord dat zijn beste vriend is omgekomen terwijl hij van Turkije naar Griekenland probeerde over te steken.

    Auteur: Boštjan Videmšek
    Vertaler: Annemie de Vries

    Boštjan Videmšek (1975) werd vooral bekend met internationale oorlogsrepor- tages. Veel van zijn werk verscheen in Sloveense media, zoals het weekblad MLADINA en het dagblad Delo. Maar hij publiceerde ook in The New York Times, The International Herald Tribune en El Periodico. Hij werd zowel in binnen- als buitenland bekroond.

    Delo
    Slovenië | dagblad, 
oplage 46.000

    Delo is een liberaal dagblad op broadsheet dat al een halve eeuw actief werkt 
aan een openbaar debat 
in Slovenië over politiek, economie en sport.

    Genomineerden in de categorie Special award – refugee crisis

    Ioannis Papadopoulos (Griekenland):
    An Aegean Journey of Despair

    Anders Fjellberg & Tomm W. Christiansen (Noorwegen):
    The Wetsuitman

    Gert van Langendonck (Nederland):
    Op naar Europa

    Daniel Nolan (Hongarije):
    Spinning the Crisis: How the Hungarian Government Played Europe’s Migrant Influx

    Amrai Coen & Henning Susse- bach (Duitsland):
    Im Gelobten Land

    Dialika Neufeld (Duitsland):
    Arme Schweine

    Boštjan Videmšek
    A Syrian ‘ode to joy’ on Europe’s border

  • 3. Het slachtoffersyndroom

    3. Het slachtoffersyndroom

    Waarom weigeren de Oost-Europese landen vluchtelingen op te vangen? Omdat ze nog steeds leiden aan een collectief trauma uit de communistische tijd, schrijft Slavenka Drakulić.

    Tot voor kort leek het erop dat de landen in Oost- en West-Europa naar elkaar toe groeiden en dat de mentaliteit in de nieuwe lidstaten van de Europese Unie zich steeds meer aanpaste aan de democratische normen. Maar de vluchtelingencrisis heeft een hardnekkige kloof blootgelegd. Hongarije, de Tsjechische Republiek en Slowakije verzetten zich tegen de verdelingsquota’s, Bulgarije heeft zijn grens gesloten, ook Roemenië voelt niets voor vluchtelingenopvang en Slovenië en Kroatië zeggen dat ze te weinig opvangcapaciteit hebben. Na de laatste verkiezingen heeft Polen zich bij hen aangesloten. Solidariteit? Nee, dank u.

    In het Westen verbaast men zich over de weigering van de Oost-Europese landen om hun verantwoordelijkheid te nemen. Gisteren vroegen ze nog hulp aan Europa, en die hebben ze gekregen ook. Vanwaar dan deze huidige houding? Daar zijn diverse historische redenen voor.

    Grote verwachtingen

    Op het moment dat ze zich aansloten bij de EU hadden de Oost-Europese landen grote verwachtingen, groter dan kon worden waargemaakt. Naast vrijheid, democratie en respect voor de mensenrechten hoopten de burgers op een beter leven. Voor hun verwachtingen van ‘Europa’ (of van het ‘Westen’) hadden ze verschillende argumenten. Om te beginnen het feit dat zij ook Europeanen waren, die na de Sovjet-bezetting eindelijk in het Europa werden opgenomen waar ze ontegenzeglijk bij hoorden.

    Maar het belangrijkste argument was het leed dat hun bevolking was aangedaan tijdens tientallen jaren Sovjettotalitarisme. Dit leed gaf hun de status van slachtoffers. Dat was iets wat het Westen, dat zich in deze periode had ontwikkeld en steeds rijker was geworden, nooit mocht vergeten. De Oost-Europese landen hadden niet alleen recht op deze erkenning, maar ook op een soort schadevergoeding voor alles wat ze hadden ondergaan. Zo dacht men in Oost-Europa over de hulp en de solidariteit van het Westen, waaraan sommigen niet vergaten toe te voegen dat ze ook nog eeuwenlang onder Turkse bezetting hadden geleefd.


    De psychologie van het slachtoffer heeft altijd een grote rol gespeeld in deze voormalige communistische landen, vooral omdat de slachtofferstatus materiële winst kon opleveren. Maar toen ze eenmaal onafhankelijk waren en deze status werd erkend, kwamen er plotseling nieuwe slachtoffers, die nog meer slachtoffer waren!

    Volgens de totalitaire mentaliteit hoeven slachtoffers zich niet verantwoordelijk te voelen, omdat ze niet verplicht zijn andere slachtoffers te helpen. Daar komt nog bij dat deze landen zich niet alleen solidair moeten tonen met de Europeanen, maar ook met moslimimmigranten met een andere cultuur, andere gewoonten en zelfs een andere huidskleur! De burgers van de voormalige communistische landen zijn niet alleen ondankbaar, ze zijn ook xenofoob geworden.

    Terwijl de EU steeds multicultureler werd, sloten de Oost-Europese landen zich steeds meer van de buitenwereld af

    Nog niet zo lang geleden werd er oorlog gevoerd in ex-Joegoslavië om onafhankelijke staten te creëren, en de Tsjechische Republiek en Slowakije gingen uiteen. Roemenië heeft voortdurend problemen met zijn Hongaarse en Romaminderheid. Bulgarije heeft geprobeerd zijn Turkse minderheid Slavisch te maken. De houding van Hongarije tegenover de Roma is nog schandaliger omdat er niet tegen wordt opgetreden.

    Dit alles valt te verklaren vanuit de wil van deze landen om nationale, liefst etnisch zuivere staten te stichten. Terwijl de EU steeds multicultureler werd, sloten de Oost-Europese landen zich steeds meer van de buitenwereld af.

    We mogen niet de rol vergeten die het nationale bewustzijn, de taal en de godsdienst hebben gespeeld bij de verdediging van de nationale en culturele identiteit, die door de totalitaire regimes werd bedreigd. Daarom roept het idee om vreemdelingen op te vangen en te laten integreren angsten op die de xenofobie aanwakkeren. De vraag die dan rijst is de volgende: waarom zou je oorlog hebben gevoerd met je buren en neven als je nu volstrekte vreemdelingen moet opnemen? Waarom zou je, nu je je staat hebt gesticht, omwille van solidariteit afstand moeten doen van je slachtofferstatus en je nationale homogeniteit?

    Hoogtepunt

    Deze weigerachtige houding is dus niet verbazingwekkend. ‘Ondanks alle druk zullen de Hongaren niet bereid zijn hun culturele model te veranderen, omdat ze binnen hun staat geen parallelle samenleving willen creëren, zoals het geval was toen het Westen een groot aantal migranten uit moslimlanden opving,’ heeft Viktor Orbán openlijk verklaard. Ook al is ze moreel onaanvaardbaar, zijn reactie komt niet helemaal uit de lucht vallen.

    In de huidige crisis wenden ook steeds meer West-Europese burgers zich tot conservatieve partijen. De populariteit van de conservatieve en rechts-radicale partijen beleeft een hoogtepunt. In Letland verwijt men de EU dat ze quota’s oplegt en zich gedraagt als Moskou toen dat tienduizenden Russen naar Letland en Estland stuurde. Om vooruitgang te boeken in de vluchtelingenproblematiek zullen we dus enig begrip moeten tonen voor de reacties en het collectieve trauma van de voormalig socialistische landen.

    Auteur: Slavenka Drakulić
    Vertaler: Peter Bergsma

    Slavenka Drakulić is een veel vertaald Kroatisch journalist en auteur die m.n. schrijft over feminisme, communisme en postcommunisme.

    Beeld bovenaan: Migranten rusten aan de Servisch-Hongaarse grens in de buurt van Morahalom. – © Laszlo Balogh / Reuters

    Jutarnji List
    Kroatië, dagblad, oplage 53.000
    Opgericht na de onafhankelijkheid van Kroatië in 1991. De ‘Ochtendkrant’ is de op een na grootste krant van het land, liberaal georiënteerd en biedt veel ruimte voor columns van nieuw Kroatisch schrijftalent.

  • 1. De EU-uitbreiding naar het oosten was een fout

    1. De EU-uitbreiding naar het oosten was een fout

    Noord-Europa heeft heel wat te stellen met de zuidelijke landen en de Britten, schrijft Der Spiegel. Maar de rechts-radicale en nationalistische partijen in het Oosten vormen een veel groter probleem.

    De ontmoeting, begin januari, tussen de Hongaarse premier Viktor Orbán en Jaroslaw Kaczynski [leider van de conservatieve Poolse partij Recht en Gerechtigheid, die sinds oktober 2015 aan de macht is], markeert het begin van de volgende crisis in de Europese Unie: een hernieuwde wig tussen oost en west. De EU kent al twee grote crises: het noorden tegenover het zuiden en Groot-Brittannië tegenover de rest. Beide dateren niet van vandaag of gisteren, alleen de omvang is veranderd.

    Vroeger waren er inkomensverschillen tussen het economisch sterkere noorden en het armere zuiden. Tegenwoordig zijn er economische onevenwichtigheden, wat niet hetzelfde is. Ook het conflict met Groot-Brittannië is al oud. Een kwart eeuw geleden onderhandelden de Britten al over een uitzonderingspositie binnen de Monetaire Unie. Dit jaar houden ze een referendum over het EU-lidmaatschap. Het oost-westconflict in deze vorm is echter nieuw.

    Het resultaat is een interessante geometrische constructie: een kloof tussen het noorden en het zuiden, tussen het westen en het oosten, en tussen het centrum en de periferie. Welkom in het nieuwe Europa.

    In West-Europa gaat de strijd tussen links en rechts, in Oost-Europa tussen rechts en extreemrechts

    Het conflict met de Britten zal dit jaar hoe dan ook worden beslecht. Het conflict tussen noord en zuid zal de EU misschien nog vijf of tien jaar verscheuren. Ik heb er steeds minder fiducie in dat Duitsland en Italië in één monetaire unie naast elkaar kunnen bestaan. Op een gegeven moment wordt de psychische druk gewoonweg te groot.

    Het oost-westconflict is daarentegen een politieke waterscheiding die zijn weerga in de EU niet kent. In West-Europa domineren normaal gesproken twee grote partijen het politieke spectrum, de ene centrumlinks, de andere centrumrechts. Maar in verscheidene Oost-Europese landen – zoals nu in Polen en Hongarije – gaat de strijd tussen rechts en extreemrechts. Van buitenaf lijkt het bijna onmogelijk Orbán nog rechts in te halen, ook al is zijn partij, Fidesz, in het Europese Parlement formeel aangesloten bij de fractie van de christendemocraten. Maar zijn gevaarlijkste tegenstander in Hongarije is de nationalistische partij Jobbik.

    Nieuw rechts in Oost-Europa veracht de liberale landen in het Westen. Vanuit hun optiek is Duitsland liberaal, en staat Merkel links van het midden. Een politiek van open grenzen voor vluchtelingen is wat hun betreft ondenkbaar. Orbán beveiligt zijn grenzen met prikkeldraad.

    Nieuw rechts in Oost-Europa is overigens niet volledig homogeen. Orbán bewondert Vladimir Poetin, Kaczynski haat de Russische president. Enkele rechtse politici, zoals de voormalige Tsjechische president Václav Klaus, zijn radicaal op het gebied van marktwerking. Kaczynski is dat bepaald niet.

    Ondemocratisch

    In Duitsland zouden Orbán en Kaczynski misschien als rechts-radicalen worden bestempeld en onder observatie van de binnenlandse veiligheidsdienst worden gesteld. Hun regeringen hebben de onafhankelijkheid van justitie, pers en zelfs de centrale banken aanzienlijk beperkt. Wat er in deze landen gebeurt, is absoluut niet verenigbaar met de democratische grondbeginselen van de EU.

    Vanuit onze optiek wekt echter nog iets anders verbazing. Hoe komt het dat in deze landen op dit moment nationalistische gevoelens bovenkomen, juist nu ze zijn toegetreden tot de EU? Als Orbán of de Kaczynski’s tien jaar eerder waren gekozen, dan was ons hun lidmaatschap bespaard gebleven. Nu is dat niet meer ongedaan te maken.

    Vergeleken met Oost-Europa zijn de Britten perfecte teamplayers

    En zelf willen ze niet uittreden, want het lidmaatschap van de EU is financieel aantrekkelijk. Dat is een belangrijk verschil met de Britten. De voorstanders van een Brexit verwachten duidelijke economische voordelen. Velen van hen zijn conservatief, maar er zitten ook veel linkse politici tussen. Als je naar Orbán en Kaczynski kijkt, zie je opeens dat we veel gemeen hebben met de Britten. Groot-Brittannië heeft weliswaar ook een rechts-conservatieve partij, UKIP, maar die is bij de laatste verkiezingen compleet geïmplodeerd. Nog meer dan bij ons bestaat politiek daar uit een klassieke strijd tussen een conservatieve en een sociaaldemocratische partij. Geschillen met EU-partners worden opgelost via onderhandelingen, niet met eenzijdige besluiten. De Britten respecteren geldend recht. Ze willen het veranderen, niet schenden.

    Het unilateralisme van het Oosten zal de volgende breuklijn zijn in de politieke geometrie van de EU. Met zo veel van die zwakke plekken moet je niet verbaasd staan als het vroeg of laat tot een echte breuk komt. Ikzelf beschouw de uitbreiding van de EU naar het Oosten achteraf als een grote fout. We hebben landen de EU binnengehaald die Europese integratie geen snars interesseert. Vergeleken met hen zijn de Britten altijd perfecte teamplayers geweest.

    Auteur: Wolfgang Münchau
    Vertaler: Pieter Streutker

    Beeld bovenaan: Migranten rusten aan de Servisch-Hongaarse grens in de buurt van Morahalom. – © Laszlo Balogh / Reuters

    Der Spiegel
    Duitsland, weekblad, oplage 976.000
    Een belangrijk onderzoekstijdschrift, opgericht in 1947 en uiterst onafhankelijk, dat verscheidene politieke schandalen aan het licht heeft gebracht.

  • Wie is buitenlandminister Sergej Lavrov? ‘Zijn moraal is de Russische staat’

    Wie is buitenlandminister Sergej Lavrov? ‘Zijn moraal is de Russische staat’

    Minister van Buitenlandse Zaken Sergej Lavrov is uitgegroeid tot dé vertegenwoordiger van Moskou op het wereldtoneel. Met zijn snelle denkvermogen, dreunende bariton en grote ego is hij geknipt voor zijn rol. Een portret.

    Uit het archief

    Uit dit portret van Sergej Lavrov uit 2016 blijkt al hoe belangrijk de rol van Ruslands buitenlandminister is. Momenteel onderhandelt hij namens Rusland met Oekraïne over een mogelijk einde van de oorlog. Donderdag was de eerste ontmoeting de Oekraïense minister van Buitenlandse Zaken Dmitro Koeleba, maar die leverde geen concreet resultaat op. Wie is deze man die alom gezien wordt als de trouwe uitvoerder van Poetins plannen?

    Stalin liet het misschien voor de eeuwigheid bouwen, maar het is lastig te renoveren. Al jarenlang werken bouwvakkers aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken aan het Smolenskayaplein in Moskou. Etage voor etage, 27 verdiepingen, 28 liften, tweeduizend werkkamers. De ene kant van het met keramieken tegels beklede gebouw oogt weer als nieuw, de andere staat nog in de steigers. Met de bouw van de eerste wolkenkrabber in Moskou moest het bewijs worden geleverd dat de Sovjet-Unie na de oorlog niet aan het eind van haar Latijn was.

    Het kantoor van Sergej Lavrov bevindt zich op de zevende verdieping. Tapijt op de vloer, landschapsschilderijen aan de muur: sinds de renovatie heeft de sfeer iets weg van de conservatieve elegantie van het Waldorf Astoria, waar Lavrov in zijn New Yorkse periode andere diplomaten ontmoette. In de ontvangstruimte staat een versierde nieuwjaarsboom. Eronder liggen de geschenken die hem vanuit de hele wereld worden toegestuurd. Dat het er weer heel veel zijn, is geen bijzaak: ook dergelijke details zijn een graadmeter om te bepalen of Rusland veel vrienden heeft in de wereld.

    Wereldwijd heeft geen enkele minister van Buitenlandse Zaken zo veel ervaring als hij

    In het ministerie van Buitenlandse Zaken wordt een positieve balans van het afgelopen jaar opgemaakt: John Kerry, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, is twee keer naar Rusland gekomen en tijdens de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties had Lavrov meer dan vijftig persoonlijke ontmoetingen, waarvan meer dan veertig ‘op initiatief van de tegenpartij’ tot stand waren gekomen. Geen spoor van isolement. Sinds de Russische straaljagers het luchtruim boven het noorden van Syrië controleren, onderhouden ook de Amerikanen zich weer regelmatig met de Russen. Islamitische Staat is gekwalificeerd als gemeenschappelijke tegenstander, Oekraïne is naar de achtergrond verdwenen en kijk aan, Lavrov is gewild.

    Amerikaanse levensstijl

    Dat zag er begin 2015 nog anders uit, tijdens de jaarlijkse Veiligheidsconferentie voor regeringsleiders, diplomaten en experts in München. In een korzelige toespraak dist Lavrov de bekende verwijten van Moskou op: de dwalingen van de VS in Kosovo, Irak en Libië, de uitbreiding van de NAVO. De door Washington beraamde Arabische Lente, die het Nabije Oosten in chaos stort. Rechts-radicalen in Kiev die het eigen volk bombarderen. Het Westen splijt Europa. Degenen die het verhaal voor het eerst horen draaien hun ogen naar het plafond, schudden het hoofd, schuiven op hun stoel heen en weer. En als Lavrov in het aansluitende debat verklaart dat de annexatie van de Krim in overeenstemming is met het Handvest van de Verenigde Naties en dat er bij de Duitse hereniging niet eens een referendum heeft plaatsgevonden, klinken er verontwaardigde kreten en beginnen anderen te lachen.

    ‘Misschien vindt u het lachwekkend,’ moppert Lavrov tegen de zaal. ‘Ik vond sommige dingen ook lachwekkend, maar ik heb me ingehouden.’ Als de elite van de internationale diplomatie de Russische minister van Buitenlandse Zaken uitlacht, weet je dat het dieptepunt is bereikt. Het heeft Lavrov ook persoonlijk geraakt, zeggen mensen die hem al lange tijd kennen.

    Toen Sergej Viktorovitsj Lavrov in 1950 in Moskou ter wereld kwam, werd het gebouw waarin hij vandaag de dag resideert net voltooid. Later werkte hij zelf mee aan de bouw van een symbool van Moskou: na zijn schooltijd maakte hij deel uit van een groep vrijwilligers die de graafwerkzaamheden voor het fundament van de televisietoren Ostankino uitvoerde. Daarmee verzamelde hij punten voor de toelating tot het elitaire Instituut voor Buitenlandse Betrekkingen. ‘Ik heb een kuil gegraven voor de televisie,’ grapte hij enkele jaren geleden in een latenightshow.

    Lavrov in afwachting van een televisie-interview. – © Getty Images
    Lavrov in afwachting van een televisie-interview. – © Getty Images

    En daarna? Hij maakt een voorbeeldige carrière in de Sovjetdiplomatie. Naast Engels en Frans wijst de hogeschool hem als derde vreemde taal Singalees toe, waardoor hij in 1972 eerst op de ambassade in Sri Lanka belandt. Wanneer hij in 1981 wordt overgeplaatst naar de Sovjetdelegatie bij de Verenigde Naties, loopt in zijn geboorteland juist het tijdperk-Breznjev ten einde, raakt het Sovjetleger steeds verder verwikkeld in de oorlog in Afghanistan en hebben de VS en andere westerse landen een jaar eerder om die reden de Olympische Spelen in Moskou geboycot. In de Koude Oorlog nadert de temperatuur het dieptepunt.

    In New York leert Lavrov alle spelregels en trucs van de grote diplomatie kennen – én de Amerikaanse levensstijl. Hij is dol op whisky en sigaretten, en in zijn vrije tijd gaat hij skiën in Vermont of wildwatervaren. In 1988 wordt hij teruggeroepen naar een land waar 
een omwenteling gaande is en dat algauw uiteenvalt. Wanneer Boris Jeltsin hem in 1994 weer naar New York stuurt als VN-ambassadeur, is er van de supermacht niet veel meer over dan het vetorecht.

    ‘Who are you to fucking lecture me,’ snauwt hij de Britse minister David Miliband toe

    Dat vacuüm moet hij nu met zijn optreden vullen. Met zijn snelle denkvermogen, zijn dreunende bariton en zijn grote ego is hij de ideale kandidaat voor die rol. Naar goede Sovjettraditie zegt de in Italiaanse pakken gestoken Lavrov in de Veiligheidsraad vooral ‘njet’. Wanneer in 2003 een rookverbod wordt ingesteld in het VN-gebouw, weigert hij zich hieraan te houden. Hij laat secretaris-generaal Kofi Annan weten dat hij, Annan, ook maar gewoon een werknemer is aan wie ‘dit gebouw 
niet toebehoort’. Zijn dochter Jekaterina gaat in Manhattan naar school en 
studeert aan de Columbia University. Tegenwoordig zwaait ze de scepter over het Moskouse filiaal van veilinghuis Christie’s.

    Van zijn 65 jaar is Lavrov er 43 werkzaam geweest in de diplomatieke dienst, de laatste elf als minister van Buitenlandse Zaken. Wereldwijd heeft geen enkele andere minister op die post zo veel ervaring als hij. John Kerry is al de vierde Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken die met hem te maken krijgt. Afgelopen zomer was de Saoedische minister van Buitenlandse Zaken op bezoek in Moskou. Tijdens de aansluitende persconferentie mompelt Lavrov hoofdschuddend: ‘Stomme idioten.’ Eigenlijk zegt hij niet ‘stomme’, maar bezigt hij een onvertaalbare krachtterm die Russische media sinds juli 2014 niet meer mogen afdrukken of uitzenden [als gevolg van een verbod op het gebruik van vloekwoorden in de media]. De belediging is niet bestemd voor Adel al-Jubeir, maar voor de onrustige fotografen. ‘We storen u hopelijk niet?!’ bijt Lavrov hen toe voor hij verdergaat.

    Met beginnelingen samenwerken is behoorlijk zenuwslopend. En als je al zo lang meedraait als Lavrov, is vrijwel iedereen een beginneling. Als je met hem in gesprek bent, wil je vooral niet dat de irritatie die op zijn gezicht geschreven staat over jezelf wordt 
uitgestort. Dat weet Lavrov ook. Naar believen verdoezelt hij zijn superioriteit of zet hij de sluizen open. ‘Who are you to fucking lecture me?!’ snauwt hij Britse minister van Buitenlandse Zaken David Miliband in 2008 toe, wanneer die tijdens de oorlog met Georgië invloed probeert uit te oefenen op de Russen. In Moskouse winkels met patriottische artikelen zijn tegenwoordig muismatjes met die zin en Lavrovs portret te koop.

    Onaangename kant

    In juli 2012 maakt ook Guido Westerwelle kennis met de onaangename kant van Lavrov. De Duitse minister van Buitenlandse Zaken is in Moskou om te proberen tot samenwerking te komen in het Syrië-vraagstuk. Maar Lavrov vindt zijn aanbod zo mager dat hij alle diplomatieke spelregels overtreedt door op de persconferentie vertrouwelijkheden te verklappen: Merkel had Poetin gevraagd of Rusland Assad asiel wilde verlenen. ‘Neem hem zelf maar als jullie willen,’ steekt hij de draak met de Duitsers. Met een versteende gezichtsuitdrukking laat Westerwelle de vernedering over zich heenkomen.

    Op 9 september 2013 krijgt de wereld een indruk van Lavrovs onderhandelingsvaardigheden. Het is een van die zeldzame momenten waarop diplomatie openlijk wordt bedreven. Voor de Amerikaanse president Obama staan die dag interviews met zes televisiezenders gepland. Hij wil de Amerikanen laten weten dat de Amerikaanse luchtmacht aanvallen op de Syrische dictator Bashar al-Assad zal gaan 
uitvoeren. Drie weken eerder hadden bij een gifgasaanval in de buurt van Damascus 1400 mensen de dood gevonden.

    Binnen de Moskouse machtsverhoudingen gedraagt Lavrov zich als een soldaat

    Lavrov heeft die dag de Syrische minister van Buitenlandse Zaken Walid al-Muallem op bezoek. In Moskou is het acht uur later dan in Washington. Terwijl de twee met elkaar praten, probeert John Kerry in Londen de op handen zijnde militaire actie te duiden. Op de vraag of Damascus de aanval nog kan afwenden, antwoordt hij niet al te 
serieus dat Syrië dan meteen al zijn chemische wapens moet inleveren.

    Onmiddellijk roept Lavrov de media bijeen. De minister van Buitenlandse Zaken stormt de zaal binnen en spreekt precies één minuut en veertig seconden: wij pakken het voorstel van Kerry op. Wij willen ons inzetten om Damascus te bewegen zijn chemische wapens af te staan als daarmee een militaire actie kan worden voorkomen. Dan vertrekt hij. Geen vragen. Niets. Vanuit zijn hotel in Moskou prijst al-Muallem ‘de wijsheid van de Russische leiders’; Syrië is bereid mee te bewegen.

    Lavrov heeft de ondoordachte opmerking van Kerry gebruikt om het heft in handen te nemen en daarmee de macht te grijpen. Uiteindelijk zijn er drie 
winnaars: Assad blijft gespaard, Obama hoeft geen nieuwe, impopulaire oorlog te beginnen en Poetin wordt niet neergezet als een slappeling als er opnieuw een bondgenoot in het Nabije Oosten ten val wordt gebracht.

    En de verliezers? Dat zijn de doden. Tot dan toe waren er in de Syrische burgeroorlog al bijna 100.000 mensen omgekomen. Sindsdien hebben er nog eens 150.000 de dood gevonden, de meesten door toedoen van Assads leger.

    Lavrov op bezoek in Turkmenistan. Hij wordt vergezeld door de Russische ambassadeur in Turkmenistan Alexander Blokhin en de Turkmeense minister van Buitenlandse Zaken.  © Valery Sharifulin / Corbis
    Lavrov op bezoek in Turkmenistan. Hij wordt vergezeld door de Russische ambassadeur in Turkmenistan Alexander Blokhin en de Turkmeense minister van Buitenlandse Zaken. © Valery Sharifulin / Corbis

    Binnen de Moskouse machtsverhoudingen gedraagt Lavrov zich als een soldaat, zegt een journalist die hem 
al vele jaren volgt. De bevelen komen van boven en hij voert ze uit. Dmitri Medvedev wil in 2009 een ‘nieuwe start’ in de betrekkingen met de VS, waarop Lavrov en Hillary Clinton symbolisch op de resetknop drukken. Twee jaar later bestempelt Vladimir Poetin Washington als de sturende macht achter de Arabische Lente en de massale protesten tegen het Kremlin, waarop Lavrov zijn lange lijst met dwalingen van de Amerikanen – van Kosovo tot Irak en Libië – weer tevoorschijn haalt en bij elke gelegenheid aanhaalt.

    Eén keer heeft Lavrov het Kremlin openlijk tegengesproken. Dat was begin 2012, toen de VS net een inreisverbod hadden afgekondigd voor een aantal Russische functionarissen dat ervan verdacht werd een greep in de Russische staatskas te hebben gedaan en het geld naar het buitenland te hebben gesluisd. Sergej Magnitski, de man die de fraude aan het licht had gebracht, was vervolgens in de gevangenis overleden, waarna op zijn lichaam sporen van marteling waren aangetroffen. Als reactie op de ‘Magnitski-lijst’ kwam de Doema met een wetsvoorstel waarmee Amerikanen de adoptie van Russische weeskinderen werd verboden.

    Lavrov heeft zich diverse keren tegen dat wetsvoorstel uitgesproken. Niet omdat daarmee de kinderen in Russische weeshuizen werden gestraft voor iets wat de Amerikanen hadden gedaan, maar omdat zijn ministerie net jarenlange onderhandelingen met de VS over adoptieregels had afgerond. Toen het adoptieverbod een feit was, verstomde ook Lavrovs kritiek.

    ‘Als hij al een moreel kompas heeft, dan weet ik het niet waar het zit,’ zei John Negroponte, die als VN-ambassadeur bij de Verenigde Naties in de Veiligheidsraad met Lavrov te maken kreeg. ‘Zijn moraal is de Russische staat.’

    Nieuwe buitenlandpolitiek

    Sinds 2014 voert Rusland een nieuwe buitenlandpolitiek, zegt Vladimir Frolov, een oud-diplomaat die in de jaren nul als buitenlandexpert de Russische regering van advies diende. Volgens hem stelt Moskou zich sinds het begin van de crisis in Oekraïne op het standpunt dat ‘als iedereen de regels overtreedt, Rusland dat ook mag’. Daarbij gaat het om wat van pas komt. ‘De Russen eisen van Kiev dat het de opstandelingen niet bombardeert en het volgende moment helpen ze Assad in Syrië dat juist wel 
te doen.’ De politiek is gestoeld op onberekenbaarheid, niet op principes.

    Daarmee is ook de rol van Lavrov veranderd. Nu eens meldt het ministerie van Buitenlandse Zaken een overval van Oekraïense nationalisten op een overheidsinstantie op de Krim, dan weer massa-executies door het Oekraïense leger. Niets daarvan wordt bevestigd. Officiële standpunten en gefingeerde werkelijkheid zijn niet meer uit elkaar te houden.

    ‘Sinds 2014 baseert de Russische buitenlandpolitiek zich niet meer op feiten,’ zegt Vladimir Frolov, de buitenlandexpert, ‘maar wordt een alternatieve werkelijkheid gecreëerd.’ Het Akkoord van Minsk is naar zijn mening daarvan het beste voorbeeld: Moskou heeft de wereld het verhaal van de bedreigde Russischtalige bevolking in Donetsk opgedrongen. Om hun rechten te beschermen, zou een federalisering van Oekraïne noodzakelijk zijn. Op basis daarvan hebben Merkel, Hollande en Poetin in Minsk de belofte van een grond-
wetshervorming bij de Oekraïense 
president Petro Porosjenko afgedwongen.

    ‘De inzet in Syrië wordt verkocht als een nieuwe anti-Hitler-coalitie, maar nu tegen IS, terwijl het eigenlijk om de redding van Assad gaat.’ De afschildering van IS als gemeenschappelijke 
vijand is geaccepteerd en praktisch de realiteit geworden.

    Brutaliteit werkt het beste bij gevaar

    Niets wat afwijkt van de zelf gecreëerde realiteit vindt genade in de ogen van Moskou. Toen de Verenigde Naties in mei 2014 geen nazi’s aan de macht zagen in Kiev en ook geen bedreiging voor de Russischtalige bevolking constateerden, leidde dat tot stevige kritiek van het ministerie van Buitenlandse Zaken op het rapport van de Commissaris voor de Mensenrechten: ‘Een ten hemel schreiende discrepantie en een dubbele norm laten er geen twijfel over bestaan dat de opstellers een politieke opdracht hebben uitgevoerd om de zelfbenoemde machthebbers in Kiev van verdenking te zuiveren.’ Verder werd gerept van een ‘junta in Kiev’ en bovendien zou de ‘protestbeweging in het zuidoosten’ van Oekraïne worden gedemoniseerd.

    In de Sovjetdiplomatie waren dit soort zaken niet aan de orde, zegt historicus Karl Schlögel. ‘De buitenlandpolitiek van de Sovjet-Unie kwam voort uit een eigen wereldvisie, er was een politieke kaart, een coördinatenstelsel als referentiepunt. Je hoefde het er niet mee eens te zijn, maar je wist waar je aan toe was. Zij vertelden ook niet altijd de waarheid, maar ze veroorloofden zich geen demagogisch toontje.’

    Volgens Schlögel is diplomatie de inachtneming van conventies, die gesprekken ook bij onoverbrugbare tegenstellingen mogelijk maken. Maar Lavrov speelt in zijn ogen soeverein met overtredingen van die regels.

    Condoleezza Rice schetst in haar memoires een gesprek waarin ‘Sergej’ terugkijkt op december 1991, toen 
Gorbatsjov aftrad en er opeens vijftien afzonderlijke landen waren. ‘Hij zei 
dat hij niet meer wist welk land hij eigenlijk vertegenwoordigde.’ Met de Sovjet-Unie verdween ook het coördinatenstelsel. En als VN-ambassadeur ondervond Lavrov hoe het Westen keer op keer de regels schond die hijzelf in ere hield: het ingrijpen van de NAVO in Kosovo noch de oorlog in Irak wist hij te voorkomen. De Veiligheidsraad werd gepasseerd.

    Kerry

    Of de ervaren, wereldwijze Lavrov zelf gelooft wat hij zegt? Dat de VS achter alle revoluties zitten, van het Nabije Oosten tot en met het Onafhankelijkheidsplein in Kiev? Frolov denkt van niet. ‘Maar doorslaggevend is dat het werkt.’

    De richtlijnen voor de buitenlandpolitiek worden vastgesteld door anderen, zoals Sergej Ivanov. De stafchef van 
het Kremlin heeft net als Poetin een verleden in de spionage. Maar op het internationale toneel kan niemand 
die richtlijnen beter uitvoeren, zegt Vladimir Frolov. ‘Dat is Lavrovs grote voordeel: hij kan met Kerry werken.’

    Sinds Russische bommenwerpers boven Syrië het pad van de Amerikaanse toestellen kruisen, werkt Kerry ook weer met hem. Brutaliteit werkt het beste bij gevaar. Als de veiligheidsexperts in februari weer bijeenkomen in München zal niemand meer om Lavrov lachen.

  • Hoe Rusland in Syrië zijn positie als militaire wereldmacht bevestigde

    Hoe Rusland in Syrië zijn positie als militaire wereldmacht bevestigde

    De militaire escalatie van Vladimir Poetin in Syrië was wreed en nietsontziend. Het was een showcase van Ruslands militaire macht. Met als doel: een nieuwe machtsrelatie met het Westen.

    Uit het archief

    De Russische militaire tactiek in Syrië, waar het land Assad te hulp schoot, lijkt steeds meer een voorbode te zijn van de wrede aanvallen in Oekraïne. Ook in Syrië deinsde Rusland er niet voor terug om burgerdoelen te bombarderen.

    Als Aleppo valt zal de gewelddadige oorlog in Syrië een geheel nieuwe wending krijgen, met verstrekkende gevolgen, niet alleen voor de regio maar ook voor Europa. De meest recente aanval van de regering op de belegerde stad in het noorden van Syrië, waarbij nog eens tienduizenden mensen op de vlucht zijn geslagen, is ook beslissend voor de betrekkingen tussen het Westen en Rusland. Ruslands luchtmacht speelt een sleutelrol in het conflict. Als de anti-Assadrebellen, die sinds 2012 een deel van Aleppo in handen hebben, worden verslagen, resten in Syrië alleen nog het regime van Assad en Islamitische Staat. Dan is alle hoop vervlogen dat er ooit nog een overeenkomst gesloten zal worden waarin de Syrische oppositie een rol krijgt toebedeeld. En dat is een uitkomst waar Rusland al veel langer op uit is – de achterliggende reden van het besluit van Moskou, vier maanden terug, om over te gaan tot militair ingrijpen.

    Aleppo zal voor een groot deel bepalend zijn voor de verdere ontwikkelingen

    Het valt nauwelijks toeval te noemen dat de bombardementen op Aleppo, het symbool van de anti-Assadopstand, uitgerekend begonnen op het moment dat in Genève vredesbesprekingen werden gevoerd. Die vredesbesprekingen liepen dan ook al snel vast. De Russische militaire escalatie, bedoeld om het Syrische leger te steunen, moest voorkomen dat een heuse Syrische oppositie zeggenschap zou krijgen over de toekomst van het land. De plannen die het Westen en de Verenigde Naties hadden voorgesteld moesten worden gedwarsboomd. Dit was volkomen in tegenspraak met het feit dat Moskou zich had gecommitteerd om te zoeken naar een gemeenschappelijke, politieke aanpak om einde te maken aan de oorlog. De naschokken zullen wijd en zijd voelbaar zijn. Als de Europeanen in 2015 íéts duidelijk is geworden, dan is het wel dat ze de gevolgen van het conflict in het Midden-Oosten niet buiten de deur kunnen houden. En als Europa iets heeft geleerd van het conflict in Oekraïne van 2014, dan is het dat Rusland niet bepaald een vriend van Europa is. Het is een revisionistische mogendheid die tot militaire agressie in staat is.

    Twee mannen met een dode baby, slachtoffer van de recente bombardementen op Aleppo. – © Reuters
    Twee mannen met een dode baby, slachtoffer van de recente bombardementen op Aleppo. – © Reuters

    Dominante positie

    Sterker nog, nu de toekomst van Aleppo op het spel staat, maken de gebeurtenissen – meer dan ooit sinds het uitbreken van de oorlog – duidelijk dat er direct verband is tussen de Syrische tragedie en de in strategisch opzicht verzwakte positie van Europa en het Westen als geheel. Dat het conflict op die manier naar buiten doorsijpelt is een effect dat Rusland niet alleen nauwlettend in de gaten houdt, maar ook in de hand werkt. Dat de instabiliteit zich verspreidt over Europa past uitstekend binnen het streven van Rusland om zich een dominante positie te verwerven door alle twijfels en tegenstellingen uit te buiten in de landen die Rusland als zijn vijand beschouwt.

    Aleppo zal voor een groot deel bepalend zijn voor de verdere ontwikkelingen. Een nederlaag voor de Syrische oppositiegroepen zal IS nog meer sterker in het idee dat zij als enige opkomen voor de soennitische moslims – terwijl IS de bevolking terroriseert in de gebieden die het in zijn macht heeft. De situatie vertoont vele wrange kanten, niet in de laatste plaats gelegen in het feit dat de strategie van het Westen in de strijd tegen IS stoelde op het idee om de lokale Syrische oppositietroepen op de grond te versterken, zodat zij uiteindelijk de jihadistische opstandelingen zouden kunnen verdrijven uit het bolwerk Raqqa. Als uitgerekend de mensen die de grondtroepen hadden moeten vormen om deze klus te klaren in Aleppo worden omsingeld en genadeloos in de pan worden gehakt, op wie kan het Westen dan terugvallen? Rusland heeft van begin af aan volgehouden dat het IS bestrijdt, maar in Aleppo helpt Rusland bij het verslaan van de Syrische groeperingen die in het verleden effectief zijn gebleken in de strijd tegen IS.

    Als er al ooit twijfels bestonden over het oogmerk van Vladimir Poetin in Syrië, dan zijn die volledig weggenomen door de recente militaire escalatie rond deze stad. Vladimir Poetin past in Syrië precies dezelfde strategie toe als in Tsjetsjenië: zware militaire aanvallen op stedelijke gebieden, teneinde alle opstandelingen te doden of te verdrijven. De betrekkingen tussen de Syrische machtsstructuur en de Russische geheime dienst gaan ver terug – tot in het Sovjettijdperk. Net zoals onder het bewind van Poetin de Tsjetsjenen die mogelijk een rol zouden kunnen vervullen bij vredesbesprekingen letterlijk uit de weg werden geruimd, gooit nu Assad alle politieke tegenstanders op een hoop, onder de noemer ‘terrorisme’. En aangezien er in Tsjetsjenië nooit sprake is geweest van een overeenkomst (enkel van een regelrechte oorlog en totale verwoesting, totdat het Kremlin zijn eigen Tsjetsjeense leider installeerde), behoort ook in Syrië een overeenkomst met de oppositie voor Poetin niet tot de mogelijkheden.

    Een onontploft Russisch explosief in de buurt van Aleppo. – © Getty Images
    Een onontploft Russisch explosief in de buurt van Aleppo. – © Getty Images

    Macht

    Maar de strategische belangen van Rusland gaan nog veel verder. Poetin wil opnieuw zijn macht vestigen in het Midden-Oosten, maar uiteindelijk is het hem om Europa te doen. Het beslissende moment vond plaats in 2013, toen Barack Obama na een gifgasaanval afzag van luchtaanvallen op Assads militaire bases. Dat zette Poetin ertoe aan om op het Europese continent de westerse standvastigheid nog eens extra op de proef te stellen. Poetin werd destijds duidelijk verrast door de volksopstand in Oekraïne, maar hij wist al snel zijn macht te herstellen met de inzet van geweld en de annexatie van grondgebied. Hij had – terecht – de inschatting gemaakt dat zijn hybride oorlog in Oekraïne niet door het Westen kon worden voorkomen. Het Russische beleid in Oekraïne heeft het veiligheidsevenwicht in het Europa van na de Koude Oorlog dan ook op zijn grondvesten doen schudden, en Poetin zou graag zien dat Rusland munt slaat uit de nieuwe machtsverhoudingen.

    Als Europa iets heeft geleerd van het conflict in Oekraïne, dan is het dat Rusland niet bepaald een vriend is

    De militaire betrokkenheid van Rusland in Syrië plaatst de NAVO voor een groot dilemma, nu een van de belangrijkste leden in de frontlinies staat. De betrekkingen tussen Turkije en Rusland staan al maanden onder grote spanning. Inmiddels heeft Moskou Turkije openlijk gewaarschuwd geen troepen naar Syrië te sturen om Aleppo te beschermen. Hoe de Turkse leider daarop zal reageren is ook al een vraagstuk dat de Europese leiders hoofdpijn bezorgt.

    Dit alles speelt zich af in een tijd waarin de Europese regeringsleiders als nooit tevoren de samenwerking zoeken met Ankara, teneinde het vluchtelingenprobleem het hoofd te bieden. Als Turkije gaat dwarsliggen op de Midden-Oostenflank van de NAVO dient dat de Russische belangen. Evenzeer zal een nieuwe uittocht van vluchtelingen Rusland in de kaart spelen. De vluchtelingencrisis heeft diepe kloven geslagen in het continent en rechtse, populistische partijen spinnen er garen bij – en veel van die partijen zijn Ruslands politieke bondgenoten in het verzet tegen het project Europa. De vluchtelingencrisis zet belangrijke Europese instituties onder druk – het gevaar van een Brexit is toegenomen (wat Rusland alleen maar zal toejuichen) – en de vluchtelingencrisis ondergraaft de positie van Angela Merkel, de drijvende kracht achter de Europese sancties tegen Rusland.

    Natuurlijk is het overtrokken om te zeggen dat Poetin dit van begin af aan heeft voorzien. Hij heeft de ontwikkelingen willen sturen, maar ondertussen wordt hij er ook door meegesleept. Rusland is niet verantwoordelijk voor het uitbreken van de burgeroorlog in Syrië, noch heeft het de hand gehad in alle gebeurtenissen in Oekraïne. Maar het cynisme waarmee Rusland het spel speelt zou in het Westen en de Verenigde Naties meer alarmbellen moeten doen rinkelen dan nu het geval is.

    Poetin mag zichzelf graag neerzetten als een man van orde, maar zijn beleid heeft alleen maar gezorgd voor meer chaos, en daar moet Europa een steeds hogere prijs voor betalen. Om het Russische regime tot een andere handelswijze aan te zetten is meer nodig dan alleen optimisme. In Aleppo voltrekt zich een humanitaire ramp. Het is van het grootste belang dat we de verbanden zien tussen het uitzichtloze lot van deze stad, de toekomst van Europa, en het Rusland dat hier dreigend boven hangt.

  • Is de nieuwe Portugese wet tegen seksuele intimidatie nodig?

    Is de nieuwe Portugese wet tegen seksuele intimidatie nodig?

    Net nu heel Europa op zijn kop staat vanwege de aanrandingen in Keulen, is in Portugal een nieuwe wet aangenomen die seksuele intimidatie strafbaar stelt. Overtreders kunnen in het uiterste geval een gevangenisstraf van drie jaar krijgen. Is zo’n wet noodzakelijk?

    Nee

    Het is net alsof er nog maar twee soorten mensen bestaan in dit land. Aan de ene kant degenen die vinden dat op een opmerking als ‘god, wat ben jij lekker’ een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou moeten staan. En aan de andere kant de machomannen die menen vrouwen voortdurend te mogen lastigvallen met obsceniteiten, als een soort natuurrecht. Zo karikaturiseren tenminste de tegenstanders elkaar in het debat rondom de zogenaamde ‘wet van de complimentjes’. 
De hele discussie is een opeenvolging van vergissingen en simplificaties.

    Ik persoonlijk krijg niet de indruk dat mijn rechten als vrouw, evenmin als de strijd voor gelijkheid tussen de seksen in het algemeen, gediend zijn bij de recente wijziging van artikel 170 van het Wetboek van Strafrecht. Of hooguit misschien een heel klein beetje. Allereerst moet worden opgemerkt dat een complimentje, in de zin van een ‘opmerking bedoeld om iemand fysiek te prijzen’, niet echt binnen de door de wet gehanteerde formulering valt. Het gewraakte wetsartikel beschouwt als ‘seksueel opdringerig’ en daarom strafbaar 
een ‘voorstel van seksuele aard’. Alleen in een zeer losse interpretatie van de wet is dat van toepassing op complimentjes, zoals gerenommeerde juristen als Clara Sottomayor al hebben opgemerkt.

    Het idee dat je een vrouw kunt bezitten ligt aan de wortel van allerlei vormen van gevaarlijk gedrag en geweld tegen vrouwen

    De wet maakt het wel makkelijker om gevallen van seksuele intimidatie voor de rechter te brengen. Situaties van herhaaldelijke seksuele opdringerigheid. Maar feitelijk omvatte de vroegere formulering van het wetsartikel dit al: strafbaar waren het uitvoeren van exhibitionistische handelingen of het dwingen tot seksueel contact. Zulke praktijken konden dus al aangepakt worden: aan een juridisch kader ontbrak het niet.

    Er wordt gezegd dat de nadruk op complimentjes vooral bedoeld is om – vaak kwetsbare – minderjarigen te beschermen tegen onbeschofte opmerkingen waar ze bang van worden. Ik heb zo mijn twijfels of het zal helpen. Zou een jongere die op straat seksistisch en agressief bejegend wordt, nou echt de agressor durven confronteren, de politie erbij halen 
en hem laten arresteren? Ik vraag het me af.

    Dat er iets moet veranderen lijdt geen twijfel. Een vrouw moet niet als object worden gezien, op straat, in de reclame, op het werk, op dagen dat ze zin heeft om een iets dieper decolleté te dragen. Het wordt hoog tijd dat mannen ophouden met het maken van seksistische opmerkingen en inzien dat ze vrouwen niet kunnen overheersen of bezitten. Het idee dat je een vrouw kunt bezitten ligt aan de wortel van allerlei vormen van gevaarlijk gedrag en geweld tegen vrouwen. Maar de wet maakt het al mogelijk om zulke excessen aan te pakken.

    Auteur: Inês Cardoso
    Vertaler: Valentijn van Dijk

    Inês Cardoso is opinieredacteur bij Jornal de Notícias  in Lissabon. 

    Jornal de Notícias
    Portugal | oplage 102.000

    De oudste en een van de meest gelezen kranten van Portugal. Heeft vier regionale edities: Noord, Zuid, Midden en de regio Minho (met daarin Lissabon). De toon is overwegend rechts.

    Zonnebadende vrouw in Cascais, Portugal. – © Pedro Ribeiro Simões / Flickr Creative Commons
    Zonnebadende vrouw in Cascais, Portugal. – © Pedro Ribeiro Simões / Flickr Creative Commons

    Ja

    Ik denk niet dat veel mensen zich beledigd zullen voelen, of beperkt in hun persoonlijke vrijheid, als iemand ze op een vleiende manier complimenteert. Maar bij deze wet gaat het om iets heel anders: seksuele intimidatie. Banale opmerkingen als ‘volgens mij moet jij eens even flink geneukt worden’ zijn namelijk niets anders dan dat: een vorm van seksuele intimidatie. En ga nou niet beginnen over de vrijheid van meningsuiting, want dat is een kulargument.

    Ik besteed een groot deel van mijn tijd aan het schrijven over situaties die vrouwen als ongemakkelijk ervaren. Alledaagse vormen van seksuele intimidatie worden vaak afgedaan met: ‘Er zijn wel ergere dingen op de wereld.’ Ja, die zijn er inderdaad, maar toch mag je zulk gedrag niet bagatelliseren. Hoe zou jij het vinden als je dertienjarige dochter te horen kreeg dat ze ‘een lekker pijpbekkie’ heeft? Vind je dan ook dat zoiets niet bestraft hoeft te worden? Als je moeder, zus, vrouw of vriendin op straat ‘ik neuk je helemaal gek’ naar haar hoofd krijgt, vind je dan nog dat daar niet tegen opgetreden hoeft te worden? En als ze op hun werk door hun baas bij hun kont gepakt worden, of promotie kunnen maken als daar seksuele diensten tegenover staan, hoe zou je dat vinden?

    Bij Master Chef Júnior zei een vrouw dat ze een jochie van dertien jaar zo zou aanranden als ze de kans kreeg

    Dit soort dingen gebeuren. Dagelijks, en vaak zelfs bij meisjes die nog niet eens goed begrijpen waar die mannen het eigenlijk over hebben. Zulke opmerkingen zijn funest voor de spontaniteit waarmee vrouwen zich kunnen gedragen en deelnemen aan het openbare leven. Ze bedreigen onze persoonlijke vrijheid, maken ons minder zelfredzaam en beïnvloeden zeker ook onze houding tegenover mannen in het algemeen.

    Toen het nieuws bekend werd, hoorde ik opmerkingen als: ‘Daar heb je die hysterische feministen weer.’ Maar de wet beperkt zich helemaal niet tot het vrouwelijk geslacht: het slachtoffer kan een vrouw, man, jongen of meisje zijn. Bij het Braziliaanse kookprogramma Master Chef Júnior zei een vrouw onlangs dat ze een jochie van dertien jaar ‘een schatje’ vond en hem zo zou aanranden als ze de kans kreeg. Dit is niet iets om luchthartig over te doen, en het is dan ook goed dat de nieuwe Portugese wet extra streng is als het om minderjarigen gaat. De meeste mensen zullen dat wel met me eens zijn, maar als het om volwassenen gaat rijst de vraag waar precies de grens ligt. Een goede stelregel in alle aspecten van het leven lijkt mij: ‘Mijn vrijheid eindigt waar die van anderen begint.’ Dat gaat dus ook op voor seksuele intimidatie. Overigens hangt de effectiviteit van de wet af van het feit hoe individuele rechters deze zullen interpreteren. Maar in ieder geval is nu een eerste stap gezet: de maatschappij moet duidelijk aangeven waar de grenzen liggen.

    Auteur: Paula Cosme Pinto
    Vertaler: Valentijn van Dijk

    Paula Cosme Pinto schrijft al meer dan tien jaar voor Expresso, onder meer over feminisme. 
Ze publiceerde verschillende boeken, waaronder Os Segredos da Maleta Vermelha.

    Expresso
    Portugal | oplage 140.000

    Het eerste weekblad voor de moderne Portugees kwam uit in 1973. Het wist direct lezers aan zich te binden door zijn kwaliteit, onafhankelijkheid en het originele, grote formaat.

  • De uitputtende odyssee

    De uitputtende odyssee

    Ze stromen bij duizenden Europa binnen, van alles beroofd, behalve van hun onmisbare smartphone. De weg om het Duitse ‘Beloofde Land’ te bereiken is lang en vol obstakels.

    Op het station van Gevgelija in Macedonië hangt een wirwar van verlengsnoeren uit een raam die zich zigzaggend een weg banen naar een tafeltje op het perron. Alle stopcontacten worden in beslag genomen door opladers. De vluchtelingen betalen een euro om de batterij van hun mobieltje te mogen opladen. En zonder dat mobieltje kunnen ze niet. Communicatie is van levensbelang: waar zijn familie en vrienden, wanneer en waar is de afspraak met de mensensmokkelaars, wie kan geld sturen? Sommige kwaadwillenden vragen zich af hoe 
die ‘zogenaamde vluchtelingen’ aan smartphones, spijkerbroeken en merktennisschoenen komen. Om echte vluchtelingen te lijken, hadden ze tienduizenden kilometers op hun blote voeten moeten afleggen en in lompen moeten arriveren met hun geiten.

    Begin september. Een groep migranten is er ondanks de grensversperring in geslaagd vanuit Servië Hongarije te bereiken, en rust zo goed en zo kwaad als het gaat uit in het grensdorp Roszke. – © Pierre Crom / Getty Images
    Begin september. Een groep migranten is er ondanks de grensversperring in geslaagd vanuit Servië Hongarije te bereiken, en rust zo goed en zo kwaad als het gaat uit in het grensdorp Roszke. – © Pierre Crom / Getty Images

    In Macedonië

    Ze zijn te voet in Macedonië gearriveerd vanuit het Griekse dorpje Idomeni. De twee grensposten worden door hooguit drie kilometer gescheiden. De migranten zeggen geen Griekse grenswachters te hebben gezien en de Macedoniërs gebaarden alleen maar dat ze konden doorlopen. Af en toe krijgen ze het 
verzoek enkele uren te wachten omdat het station van Gevgelija overvol is. 
Het recente machtsvertoon van de Macedonische politie tegenover de migranten was alleen maar een ijdele poging om de toestroom te vertragen. Ze dwalen met duizenden door het 
station en de aangrenzende straten. 
Ze slapen op de perrons of in het 
naburige park.

    Voordat de Macedonische politie 
de grens voor korte tijd blokkeerde, arriveerden er tweeduizend vluchtelingen per dag op het station van 
Gevgelija. Maar er zijn te weinig treinen om hen naar Servië te vervoeren: behalve een internationale trein, van Thessaloniki naar Belgrado, zijn er een stuk of drie plaatselijke treinen zonder vaste dienstregeling. Je weet nooit hoe laat ze aankomen, en óf ze wel aankomen. Eenmaal op het perron blijven de deuren op slot en mogen reguliere reizigers eerst instappen voordat de treinen bestormd worden door vluchtelingen. Na enkele gewelddadige vechtpartijen om een plekje in de treinen 
te bemachtigen, is besloten voorrang 
te geven aan families met kleine 
kinderen. Zo heeft men enige orde in de algehele chaos weten te scheppen.

    © Pierre Crom / Getty Images
    © Pierre Crom / Getty Images

    Bovenleiding

    Artsen bezoeken het station eenmaal per dag. Er is me verteld dat vijf vrouwen de afgelopen week een miskraam 
hebben gehad. Dat komt in geen 
enkele statistiek voor. Ik hoor dat twee mensen op het dak van een wagon 
zijn geklommen met de bedoeling 
hun mobieltje aan een bovenleiding 
op te laden. Ze zijn voor tachtig procent verbrand, maar hebben het overleefd. De meest voorkomende verwondingen zijn het gevolg van knokpartijen in de rij voor de politiegrenspost. Daar wachten de immigranten op een document dat bevestigt dat ze in Macedonië zijn aangekomen en dat ze 72 uur hebben om een asielaanvraag te doen. Met andere woorden, ze hebben drie dagen om er stiekem vandoor te gaan naar Servië.

    Het document machtigt hen om alle vormen van openbaar vervoer te gebruiken. Sommigen wachten enkele dagen op het papier. De mensen hergroeperen zich op basis van etniciteit, schreeuwen, duwen elkaar opzij, dreigen, schelden elkaar uit. ‘Het ergst zijn de Pakistani’s,’ vertrouwt een Syrische Koerd me toe.

    Zo haalt Gevgelija overal ter wereld de voorpagina’s. De burgemeester van het stadje, Ivan Frangov, is er niet blij mee. Tot dan toe ontving men er alleen maar welgestelde toeristen die in de tien casino’s kwamen gokken. Frangov 
vertelt over het veiligheidsrisico voor Macedonië, over de Grieken die het probleem naar het noorden exporteren, de burgers die de straat niet meer op durven. ‘Ik heb met de vluchtelingen te doen, maar dat wil nog niet zeggen dat ons land het slachtoffer van de situatie moet worden.’

    Maar het zakeninstinct heeft de inwoners van Gevgelija niet verlaten. Op het perron hebben ze geïmproviseerde kraampjes gezet om bananen, popcorn, chips en flessen water te verkopen, 
drie keer zo duur als in de winkels tweehonderd meter verderop. Ook de taxichauffeurs profiteren ervan. Angel Stojankov legt uit dat ze de migranten niet oplichten, ze hanteren gewoon de tarieven die de taximeter aangeeft, 
100 euro voor vier passagiers tot aan 
de Servische grens. ‘We brengen ze tot de officiële doorgangspost, daarna gaan ze verder via landweggetjes.’

    Van Macedonië naar Servië. Of je nu een taxi, trein of bus neemt, alle wegen leiden naar Tabanovce, het laatste Macedonische dorp voor de Servische grens. De UNHCR heeft er een kamp ingericht, wat schuilplaatsen om de aangekomenen tegen zon en regen te beschermen. Niemand belet de immigranten overigens om door te reizen. Zaman, een Marokkaan, arriveert met een grote rugzak en vervolgt meteen zijn weg richting Servië.

    De transportbedrijven doen goede zaken

    Belgrado

    Om de grens over te komen, moet je gewoon geduld hebben. De Macedonische politie is nergens te bekennen, aan Servische zijde zijn maar vier agenten. Zij moeten de toestroom naar Servië doseren zodat de druk op Presevo, de Servische stad waar zich het eerste opvangkamp voor vluchtelingen bevindt, niet te hoog wordt.

    We stoppen op een parkeerplaats langs de snelweg. Daar pauzeert een bus, afgeladen met vluchtelingen. De chauffeur laat me een brief van het ministerie van Binnenlandse Zaken zien waarin transportbedrijven wordt verzocht speciale busdiensten te 
openen tussen het opvangcentrum 
in Presevo en Belgrado. Ze hebben positief op het verzoek gereageerd. De prijs van een kaartje is niet omhooggegaan, 16.000 dinar [14 euro], en de bussen zijn vol. De chauffeur heeft alle passagiers op een lijst gezet, dus alles gaat volgens de regels. Ze beschikken allemaal over een Servisch document dat hun drie dagen geeft om hun asielaanvraag in te dienen. Maar niemand is van plan om van dit recht gebruik 
te maken. Ze willen maar één ding: naar Hongarije.

    Belgrado is de enige grote stad waar 
de migranten enige tijd rust houden tijdens hun Balkanreis. Het park tussen de twee busstations en een park tegenover de economische faculteit worden geheel in beslag genomen door tenten, dekzeilen en wasgoed dat te drogen hangt aan lijnen die tussen de bomen zijn gespannen. De migranten slapen onder de blote hemel, behalve als het regent. In dat geval schuilen ze in een naburige garage, waar ze tussen de auto’s slapen. De vluchtelingen weigeren met de Duitse media te praten uit vrees dat dat tegen hen wordt gebruikt op het moment dat ze asiel zullen aanvragen. ‘In Irak zijn er grote problemen met IS. Als die je te pakken krijgen, hakken ze je hoofd eraf. 
Daarom wil ik naar Duitsland,’ legt de 17-jarige Ahmad uit.

    De jeugdherbergen in de wijk zijn vol. Een plaatselijk eettentje maakt reclame voor hamburgers en ‘cevapcici’ [traditionele gehaktrolletjes], allemaal halal. De mensen passen zich aan aan de vraag van het moment. Maar de prijzen zijn niet overeenkomstig de situatie. Enkele meters verderop kun je dezelfde hamburgers kopen voor drie keer zo weinig. De zaken gaan bijzonder goed, er worden verkoopsters geworven. 
Ook de transportbedrijven doen goede zaken: er is een dozijn extra busdiensten geopend naar Subotica en Kanjiza, 
de kaartjes worden lang van tevoren verkocht.

    Dat is de kant die Mehdi op wil. Hij is Iraniër en verklaart dat hij atheïstisch is, wat problemen geeft in de sjiitische republiek. Hij heeft net een glas vruchtensap gedronken op de binnenplaats van de club Mixer, een populaire plek voor alternatieve cultuur. ’s Zomers wordt de binnenplaats van Mixer omgetoverd tot een liefdadigheidsbazaar. Er worden tafels vol kleren neergezet. De inwoners van Belgrado dragen hun steentje bij, meer dan noodzakelijk. ‘Er komen artsen om de vluchtelingen te onderzoeken,’ vertelt een vrijwilliger die helpt bij de verdeling van kleren, water en eten. Een grootmoeder heeft brood, paté en koekjes gebracht.


    Wat zal hij doen als de muur klaar is? ‘Dan spring ik eroverheen’

    Richting Hongarije

    Boven het dorp Backi Vinogradi geeft een hoge paal met thermische camera’s aan dat we bij de Hongaarse grens komen. Een enorme militaire truck rijdt langzaam de grens langs. Via 
versterkers klinkt Money, Money, Money, de beroemde hit van Abba. De soldaten die de afrastering moeten aanbrengen, maken grappen. Twee grote rollen prikkeldraad liggen klaar om geplaatst te worden, de bouw van de muur nadert zijn voltooiing [op 29 augustus was het zover].

    Een soldaat vraagt ons wat we komen doen. ‘Wilt u foto’s maken? Geen probleem.’ Hij legt ons beleefd uit dat de migranten hier de grens niet over komen. Denkt hij nou echt dat drie meter prikkeldraad mensen zal 
tegenhouden die niet meer naar huis kunnen? ‘Dat hopen we. Ons doel is 
om ze naar de officiële grensposten te dirigeren,’ zegt hij. Maar daar komen ze Hongarije niet in.

    © Pierre Crom / Getty Images
    © Pierre Crom / Getty Images

    Prikkeldraad

    Twintig kilometer meer naar het zuidwesten, in een verlaten steenbakkerij in de buurt van Subotica, treffen we de 27-jarige Milad. Over het afsluiten van de Hongaarse grens met prikkeldraad maakt hij zich niet al te veel zorgen. Wat hem meer zorgen baart, is dat 
‘de Pakistani’ hem niet belt. Dat is zijn smokkelaar. ‘Hij koopt politiemensen om,’ zegt Milad. De genoemde Pakistani slaagt er kennelijk in om dagelijks een twintigtal mensen van de steenbakkerij naar Duitsland te krijgen. Zijn diensten kosten Milad en diens familie 4.500 euro. Wie geen geld heeft, zal voor een andere optie moeten kiezen. Voor enkele tientallen euro’s brengen de smokkelaars hen naar plekken waar de grens makkelijker te passeren lijkt en laten hen vervolgens aan hun lot over.

    Tijdens ons bezoek aan de verlaten steenbakkerij waren er niet veel migranten. Binnen blijkt uit de overvloedige Arabische graffiti dat er daar duizenden mensen zijn gepasseerd.
‘En niemand heeft me gedood,’ grapt Tibor Varga, de breedgeschouderde dominee in camouflagebroek. Hij bezoekt de steenbakkerij al vier jaar, sinds de ‘Arabische lente’. Tibor brengt brood, eieren, tandpasta… Volgens hem is het hek van prikkeldraad een steeds terugkerend gespreksonderwerp bij 
de vluchtelingen, maar ze beschouwen het maar zelden als een onoverkomelijk obstakel. ‘Ze hebben wel andere problemen, die veel erger zijn dan een paar meter prikkeldraad,’ besluit hij.

    Dat doet me denken aan een jonge Syrische arts die ik in Gevgelija heb ontmoet. Toen hij al enkele maanden onderweg was, hoorde hij over de ‘Hongaarse muur’. Hij heeft geen geld om smokkelaars te betalen. Wat zal hij doen als de muur klaar is? ‘Dan spring ik eroverheen, ik knip hem stuk, ik zal alles doen om erdoorheen te komen,’ zegt hij. En trouwens, de kniptangen gaan als warme broodjes over de toonbank in de ijzerwinkels van Subotica.

    Nemanja Rujevic