Yanis Varoufakis is bepaald geen fan van de huidige EU, die hij een mislukte federatie noemt. Maar als Groot-Brittannië de unie verlaat, opent dat volgens de voormalige Griekse minister van Financiën de deur voor xenofoben, nationalisten en tegenstanders van democratische soevereiniteit.
Het allereerste Duitse woord dat ik leerde was ‘Siemens’. Dat stond als logo op onze robuuste koelkast uit de jaren vijftig, onze wasmachine, onze stofzuiger – op bijna ieder apparaat in mijn ouderlijk huis in Athene. De reden voor die specifieke trouw aan dat Duitse merk was mijn oom Panayiotis. Een germanofiele elektro-ingenieur, die vanaf halverwege de jaren vijftig tot eind jaren zeventig directeur was van Siemens in Griekenland.
In de vroege ochtend van 21 april 1967 rolden op bevel van vier legerkolonels tanks door de straten van Athene en andere grote steden, en was ons land al snel gehuld in een dikke mist van neofascistische treurnis. Dat was de dag waarop de wereld van mijn oom instortte. Anders dan mijn vader, die eind jaren veertig met enkele jaren concentratiekamp had geboet voor zijn linkse ideeën, was Panayiotis wat tegenwoordig een neoliberaal wordt genoemd. Fanatiek anticommunistisch, wantrouwend ten opzichte van de sociaaldemocratie, had hij de Amerikaanse interventie gesteund in de Griekse burgeroorlog in 1946. Met zijn politieke ideeën en zijn positie als directeur van Siemens Griekenland behoorde hij tot de naoorlogse heersende klasse in Griekenland. Toen troepen van de staatsveiligheidsdienst of hun stromannen linkse demonstranten in elkaar sloegen en zelfs een briljant parlementslid, Grigoris Lambrakis, vermoordden, keurde hij dat schoorvoetend goed, onaangenaam maar noodzakelijk.
De grote invloed van de Amerikaanse veiligheidsdiensten in de Griekse politiek in 1965 vond Panayiotis een aanvaardbare ruil: Griekenland had enige soevereiniteit aan westerse mogendheden overgedragen in ruil voor de bescherming tegen de dreiging van het Oostblok dat aan Griekenlands noordgrens lag. Op die grauwe dag in april werd zijn leven op zijn kop gezet. Hij kon simpelweg niet verdragen dat ‘zijn’ mensen het parlement ontbonden, de grondwet opschortten en potentiële dissidenten (inclusief rechtse democraten) interneerden in voetbalstadions, politiebureaus en concentratiekampen.
Ondergronds
Dat leidde bij hem tot een razendsnelle, bijna komisch aandoende radicalisering. Enkele maanden nadat de kolonels de macht hadden gegrepen, sloot hij zich aan bij een ondergrondse beweging, Democratische Verdediging, die voornamelijk bestond uit liberalen uit de elite zoals hij – hoogleraren, advocaten en zelfs een toekomstig premier. Ze plaatsten bommen in Athene, waarbij ze ervoor zorgden dat er geen slachtoffers vielen, om te laten zien dat de kolonels niet alles onder controle hadden.
Enkele jaren leek Panayiotis – zelfs voor zijn eigen moeder – een van de vele intellectuelen die zich gedeisd hielden, zich niet met anderen bemoeiden. Niemand wist van zijn dubbelleven.
Ik herinner me nog steeds het krakende geluid van een radio, verborgen onder een rode deken in het midden van de woonkamer. Iedere avond, om een uur of negen, kropen mijn vader en moeder samen onder de deken – en na de gedempte jingle waarmee het programma begon, gevolgd door de stem van de Duitse omroeper, reisde mijn zesjarige fantasie van Athene naar Midden-Europa. Deutsche Welle, de Duitse internationale radiozender, werd de dierbaarste bondgenoot van mijn ouders tegen de staatspropaganda: een venster op het democratische Europa.
De reden voor die rode deken was de chagrijnige oude buurman Gregoris, van wie bekend was dat hij banden had met de geheime politie en graag mijn vader bespioneerde. Hoe vreemd het nu ook mag klinken, het luisteren naar de Deutsche Welle kwam op de lange lijst te staan van activiteiten waarop straffen stonden, die varieerden van intimidatie tot marteling. Nadat mijn ouders Gregoris hadden betrapt toen die in onze achtertuin rondsloop, namen ze geen enkel risico meer.
Enkele jaren later kregen we via de Deutsche Welle te horen waar Panayiotis en zijn collega’s mee bezig waren geweest: er werd bekendgemaakt dat ze allemaal waren gearresteerd. Al een paar uur nadat een lid van de Democratische Verdediging bij toeval was opgepakt, werd de rest van de beweging ook opgerold. De politie hoefde alleen maar de agenda van de eerste man te lezen, want daarin stonden alle namen en adressen van zijn kameraden. Martelingen, de krijgsraad en lange gevangenisstraffen – in sommige gevallen de doodstraf – volgden.
Een jaar nadat Panayiotis was opgepakt, versoepelde de militaire politie die hem vasthield zijn isolatieregime, door toe te staan dat ik als tienjarige één keer per week bij hem op bezoek mocht. Onze toch al sterke band werd hechter door de gesprekken die we daar voerden als jongens onder elkaar, en die hem wat afleiding bezorgden. Hij vertelde me over apparaten die ik nog nooit had gezien (computers noemde hij ze), vroeg naar de nieuwste films, beschreef zijn lievelingsauto’s. In afwachting van mijn bezoekjes bouwde hij met lucifers en ander materiaal dat hij van de bewakers mocht hebben modelvliegtuigjes voor mij. Vaak had hij daarin een boodschap voor mijn tante verborgen, of voor mijn moeder, en soms zelfs voor zijn collega’s bij Siemens. Lange tijd na zijn dood vond ik op zolder bij mijn ouders nog een lucifermodel van een Stuka-duikbommenwerper. En daar stond het, een enkel woord gericht tot niemand in het bijzonder: kyriarchia. Soevereiniteit.
Bezoek aan Berlijn
Het was bijna vijftig jaar na die avonden onder de rode deken dat ik in februari 2015 als Griekse minister van Financiën mijn eerste officiële bezoek aan Berlijn bracht. Mijn eerste bezoekadres was het ministerie van Financiën, voor een ontmoeting met de legendarische dr. Wolfgang Schäuble. Voor hem en zijn paladijnen was ik een lastpak. Onze linkse regering was gekozen op een programma dat, op zijn zachtst gezegd, niet zo goed paste in kanselier Merkels plannen om de eurozone op orde te houden. Ons succes was inderdaad een nachtmerrie voor Berlijn. Als wij erin zouden slagen er een nieuwe overeenkomst uit te slepen om de eindeloze recessie te stoppen die ons land in haar greep hield, zou die Griekse linkse ‘ziekte’ zich natuurlijk gaan verspreiden.
Toen ik van Berlijns luchthaven Tegel dichter bij het oude hoofdkwartier van Goerings ministerie van Luchtvaart kwam – waar nu het ministerie van Financiën zetelt – vroeg ik me af of mijn gastheer zich zou kunnen voorstellen dat mijn hoofd vol zat met jeugdherinneringen waarin Duitsland een belangrijke vriend was. Eenmaal in het gebouw werden mijn assistenten en ik snel in een grote lift geleid. De lift kwam uit op een lange kille gang aan het einde waarvan de belangrijke man zat te wachten in zijn rolstoel. Mijn uitgestoken hand negeerde hij, en hij ging me resoluut voor zijn kantoor in. Hoewel mijn relatie met Schäuble in de loop der maanden hartelijker werd, stond die geweigerde hand symbool voor wat er mis is met Europa. Het was het symbolische bewijs dat Europa enorm was veranderd in de halve eeuw die sinds de tijd van de rode deken was verstreken.
Voor mijn ouders was de Deutsche Welle een venster op democratisch Europa
Een week na mijn ontmoeting in Berlijn ontmoetten Schäuble en ik elkaar opnieuw, maar nu aan de lange rechthoekige tafel van de Eurogroep, het beleidsbepalende orgaan van de eurozone waarin de ministers van Financiën zitting hadden, plus de vertegenwoordigers van de trojka – de ECB, de Europese Commissie en het Internationaal Monetair Fonds. Toen ik namens onze regering had gepleit voor een wezenlijke heronderhandeling over het zogenaamde ‘Griekse economische programma’, dat voornamelijk door de trojka was bedacht, verbijsterde dr. Schäuble me met een reactie die iedere democraat de rillingen op de rug zou moeten bezorgen: ‘Verkiezingen mogen niet het economische programma van een staat veranderen!’
Tijdens een pauze in die tien uur durende vergadering, waarin ik mijn uiterste best had gedaan om enige economische soevereiniteit terug te winnen voor mijn murw gebeukte parlement en ons lijdende volk, probeerde een andere minister van Financiën me te troosten: ‘Yanis, je moet begrijpen dat geen enkel land tegenwoordig nog soeverein is. Vooral niet zo’n klein en bankroet land als het jouwe.’ Die redenering is waarschijnlijk de verderfelijkste denkfout die het publieke debat in onze moderne liberale democratieën heeft vergiftigd. Het betekent in feite dat soevereiniteit passé is, behalve voor de VS, China of misschien Poetins Rusland. In dat geval kun je net zo goed je land weggeven aan een transnationale statenbond waarin je eigen parlement klakkeloos de besluiten van de bond goedkeurt. Het interessante is dat dit argument niet alleen geldt voor kleine bankroete landen als Griekenland, gevangen in een slecht ontworpen eurozone. Diezelfde giftige wijsheid wordt tegenwoordig verkondigd in Engeland – waarschijnlijk als doorslaggevend argument om in de EU te blijven.
Het probleem ontstaat zodra het onderscheid tussen soevereiniteit en macht vervaagt. Soevereiniteit gaat over wie rechtmatig besluiten neemt namens het volk, terwijl macht het vermogen is om die besluiten op te leggen aan de wereld eromheen. IJsland is een heel klein land; maar de bewering dat IJslands soevereiniteit een illusie is omdat het land te klein is om die macht te hebben, is net zoiets als de bewering dat een arm iemand zonder politieke invloed net zo goed zijn stemrecht kan opgeven.
Om het iets anders te formuleren: kleine soevereine staten zoals IJsland kunnen keuzes maken binnen de bredere beperkingen die de natuur en de rest van de mensheid voor hen hebben gecreëerd. Hoe beperkt die keuzes ook zijn, de burgers van IJsland behouden de absolute autoriteit om hun gekozen vertegenwoordigers verantwoording af te laten leggen voor de beslissingen die ze hebben genomen (binnen de externe beperkingen van het land), en om ieder stuk wetgeving in te trekken waar die vertegenwoordigers in het verleden toe hebben besloten.
Een statenbond zoals de EU kan natuurlijk tot onderling gunstige afspraken komen, zoals een militair defensief verbond tegen een gemeenschappelijke vijand, samenwerking tussen nationale politiediensten, open grenzen, de instelling van een vrijhandelszone. Maar zo’n bond kan nooit legitiem de soevereiniteit van een van de lidstaten opheffen of terzijde schuiven op basis van de beperkte macht die het toebedeeld heeft gekregen van de soevereine staten die overeen zijn gekomen in zo’n bond te participeren. Daar zou tegen ingebracht kunnen worden dat de EU over onberispelijke democratische geloofsbrieven beschikt. De Europese Raad bestaat uit de regeringsleiders, de Eurogroep uit de ministers van Financiën van de eurozone. Al die vertegenwoordigers zijn natuurlijk democratisch gekozen. Verder is er ook nog het gekozen Europese Parlement. Maar die redenering laat zien hoe diep de Europese waardering van de grondbeginselen van de liberale democratie is gezonken. Ook hierbij begaat men de cruciale vergissing om politieke autoriteit te verwarren met macht.
Een parlement is soeverein – ook al betreft het geen machtig land – als het de uitvoerende macht kan ontslaan. Dat is in de EU niet mogelijk. Hoewel de leden van de Europese Raad en de Eurogroep van ministers van Financiën gekozen politici zijn, die in theorie verantwoording schuldig zijn aan hun nationale parlement, hoeven de Europese Raad en de Eurogroep zelf geen verantwoording af te leggen aan welk parlement dan ook, dus aan geen enkele kiezer in de EU.
De Eurogroep, waar voor Europa de belangrijkste economische beslissingen worden genomen, is een orgaan dat zelfs niet eens bestaat in de Europese wetgeving, dat geen notulen bijhoudt van zijn procedures en hecht aan de vertrouwelijkheid van het overleg. Het orgaan handelt, om met Thucydides te spreken, op basis van het motto ‘de sterken doen wat hun goeddunkt en de zwakken moeten daaronder lijden’. Het is een structuur die is ontworpen om iedere soevereiniteit die wordt ontleend aan de burgers van Europa uit te sluiten.
Ik heb Schäuble een keer voorgehouden dat wij, als de gekozen vertegenwoordigers van een continent in crisis, niet kunnen buigen voor niet-gekozen bureaucraten; we hebben de plicht om overeenstemming te bereiken. Hij antwoordde dat het naar zijn mening het belangrijkste is dat we de bestaande ‘regels’ respecteren. En omdat die regels alleen kunnen worden uitgevoerd door technocraten, moest ik met hen gaan praten. Telkens als ik probeerde de regels ter discussie te stellen die duidelijk niet uitgevoerd konden worden, was steevast de reactie: ‘Maar het zijn de regels!’
Corruptie
Er is een reden dat ik dit artikel begon met het verhaal van mijn oom Panayiotis. Dat komt door een vraag die me door een journalist werd gesteld tijdens de persconferentie na mijn eerste ontmoeting met dr. Schäuble, over een schandaal dat enkele jaren daarvoor was losgebarsten, toen uit een Amerikaans onderzoek bleek dat een zekere Michalis Christoforakos, een opvolger van mijn oom bij Siemens, Griekse politici omkocht om voor Siemens overheidscontracten binnen te halen. Toen de Griekse justitie de zaak begon te onderzoeken, verdween de man meteen naar Duitsland, waar de rechter zijn uitlevering voorkwam.
‘Minister,’ zei de journalist, ‘hebt u druk uitgeoefend op uw Duitse collega dr. Schäuble om Christoforakos uit te leveren aan Griekenland ter ondersteuning van het Griekse anticorruptiebeleid?’ ‘Ik ben ervan overtuigd,’ antwoordde ik, ‘dat de Duitse overheid het belang ervan inziet om onze gekwelde staat bij te staan in de strijd tegen corruptie. Ik vertrouw erop dat mijn collega’s in Duitsland het belang ervan inzien dat er nergens in Europa met twee maten wordt gemeten.’ Enigszins aangeslagen mompelde Schäuble dat zijn ministerie daar niet over ging.
In het vliegtuig terug naar Athene dwaalde ik in gedachten af naar eind jaren zeventig. Nadat hij uit de gevangenis was vrijgelaten, keerde Panayiotis terug aan het roer van Siemens Griekenland. Hij was gelukkig in die baan, vertelde hij steeds, en trots op zijn werk. Totdat hij niet meer trots was en woedend ontslag nam. Ik weet nog dat ik vroeg waarom. Hij vertelde dat hij door zijn superieuren in Duitsland onder druk werd gezet om smeergeld te betalen aan Griekse politici en er zo voor te zorgen dat Siemens zijn dominante positie in Griekenland kon behouden.
Moeten we het uiteenvallen van onze mislukte confederatie versnellen? Nee!
In het noorden van Europa heerst de ontroerende opvatting dat Europa bestaat uit mieren en sprinkhanen – alle vlijtige mieren leven in het noorden, terwijl de spilzieke sprinkhanen zich op geheimzinnige wijze in het zuiden hebben verzameld. De werkelijkheid is veel genuanceerder. Een machtig corruptienetwerk heeft zich over al onze landen verspreid – en de instorting van het democratische controlesysteem, deels te wijten aan onze afnemende soevereiniteit, heeft mede ertoe bijgedragen dat dat netwerk aan ons gezicht was onttrokken.
Als de legitieme politieke autoriteit zich terugtrekt, leidt dat tot bruut geweld, apathie en demonisering van de zwakkeren. Eind juni 2015 had de ECB onze banken gesloten, was onze regering verdeeld, diende ik mijn ontslag in als minister en capituleerde mijn premier voor de trojka. Met de verplettering van de Atheense lente werd het al gewonde Griekenland een ernstige klap toegediend. Het was ook de nederlaag van het idee van een verenigd, humanistisch, democratisch Europa.
Onze unie valt uiteen. Moeten we het uiteenvallen van een mislukte confederatie versnellen? Als je, zoals ik, van mening bent dat zelfs kleine landen hun soevereiniteit kunnen behouden, houdt dat dan in dat een Brexit het logische gevolg is? Mijn antwoord is een nadrukkelijk ‘Nee!’ Als Engeland en Griekenland niet al in de EU zaten, zouden ze er zeker buiten moeten blijven. Maar als je er eenmaal in zit, is het van cruciaal belang om je te realiseren welke consequenties een vertrek heeft. Of je het nu leuk vindt of niet, we zijn ingebed in de Europese Unie, die verschrikkelijk instabiel is geworden en al uiteenvalt als een klein, noodlijdend land als Griekenland vertrekt, laat staan een belangrijke economie als Engeland. Moeten de Grieken of de Britten zich daar zorgen over maken? Ja, want in de maalstroom die op een uiteenvallen van die frustrerende federatie volgt zullen we allemaal verzwolgen worden – een postmoderne herhaling van de jaren dertig.
Het is een grote vergissing om te veronderstellen – of je nu voor- of tegenstander van een vertrek uit de EU bent – dat die EU ‘ver van ons bed’ ligt. Een vertrek van Engeland uit de EU ondermijnt het voortbestaan van de unie. Griekenland en Engeland hebben dezelfde drie opties. De eerste twee zijn inwilliging van de eisen van Brussel of vertrek, beide even rampzalig. Beide leiden tot dezelfde dystopische toekomst: een Europa dat alleen geschikt is voor hen die gedijen in tijden van een grote depressie – de xenofoben, de ultranationalisten, de tegenstanders van democratische soevereiniteit. Alleen de derde optie blijft nog over: in de EU blijven om een grensoverschrijdend verbond van democraten te vormen, wat Europa in de jaren dertig niet is gelukt, maar wat onze generatie nu moet proberen, om te voorkomen dat de geschiedenis zich herhaalt.
Is dat niet een utopie? Natuurlijk! Maar niet meer dan het idee dat de huidige EU ten onder zal gaan aan zijn antidemocratische hybris en de flagrante incompetentie die wordt aangewakkerd omdat er geen verantwoording hoeft te worden afgelegd. Of het idee dat de Britse of Griekse democratie weer tot leven gewekt kan worden in de boezem van een natiestaat waarvan de soevereiniteit nooit hersteld zal worden binnen een door Brussel gecontroleerde markt. Net zoals in het begin van de jaren dertig kunnen Engeland en Griekenland niet uit Europa ontsnappen door een mentale of wetgevende muur op te richten om zich achter te verstoppen. Of we verenigen ons om te democratiseren, of we lijden onder de consequenties van een pan-Europese nachtmerrie.
Auteur: Yanis Varoufakis
Vertaler: Paul de Bruijn
De Griekse econoom Yanis Varoufakis (55) stond als minister van Financiën zes maanden in het middelpunt van de eurocrisis. Onlangs verscheen bij uitgeverij De Geus zijn boek Hoe Europa de stabiliteit in de wereld bedreigt.
The Guardian
Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 332.000
Onafhankelijke kwaliteitskrant van linkse signatuur. Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde columnisten en journalisten. Altijd zeer kritisch ten opzichte van de overheid en andere instituten.
Yanis Varoufakis
‘Ik zou ook wel graag eens de draai om de oren zien die Brussel krijgt als de uitslag van het Britse referendum de heer Juncker, mevrouw Merkel en… de heer Cameron niet zou bevallen,’ zei Yanis Varoufakis onlangs in een interview met de Britse krant The Guardian. De econoom Varoufakis (Athene, 1961), gespecialiseerd in speltheorieën, werd in januari 2015 minister van Financiën in Griekenland. Maar zes maanden later nam hij alweer ontslag, nadat het hem niet was gelukt om tot een akkoord te komen met de Europese Commissie, de ECB en het IMF over de verlenging van de programma’s voor de herfinanciering van de Griekse schulden.
Ondanks zijn hevige kritiek op de Europese instellingen richtte hij in februari 2016 de Democracy in Europe Movement 2025 (DiEM25) op, met het devies: ‘Of de Europese Unie democratiseert, of zij gaat ten onder.’ ‘Ons criterium is een pan-Europese democratische beweging,’ zei hij in het interview in The Guardian. ‘Zo niet, dan keren we terug naar een postmoderne versie van de jaren dertig.’
KRANTENCITATEN
Daily Mail, 4 februari
‘Wie spreekt er namens Engeland?’ vraagt de tabloid zich af, die doorgaans fel gekant is tegen de Europese Unie. De krant toont zich vooral verontrust over ‘de tsunami van migranten’ in de toekomst. Het nieuwe akkoord dat premier Cameron namens het Verenigd Koninkrijk met Brussel heeft bereikt om de Britten gerust te stellen ‘verandert daar helemaal niets aan’.
New Statesman, 26 februari 2015
‘Boris slaat terug’: de Londense burgemeester is niet alleen een formidabele troef voor de pro-Brexit-campagne, maar ‘hij plaatst zich ook op de eerste rij om het voorzitterschap van de Conservatieve Partij over te nemen zodra Cameron zou aftreden’, meent het weekblad.
The Spectator, 27 februari
‘Brexit ontketend’, kopt het Britse weekblad, dat voorziet dat ‘het referendum over de Europese Unie zich tegen Mister Cameron zal keren en hem te pakken zal nemen’.
The Sun, 9 maart
‘De koningin steunt een Brexit’, verheugt de conservatieve tabloid zich, een fervent voorstander van het Britse vertrek uit de Europese Unie. De krant verwijst naar een gesprek dat de vorstin zou hebben gehad met de pro-Europese voormalige vicepremier Nick Clegg, waarin zij zou hebben gezegd: ‘Ik begrijp Europa niet’, daaraan toevoegend dat de unie zich ‘in de verkeerde richting’ beweegt.
The Times, 22 april
‘Keer de Europese Unie de rug niet toe, zegt Obama tegen Groot-Brittannië.’ Tijdens zijn bezoek aan Londen op 22 april houdt de Amerikaanse president een pro-Europese toespraak, die de voorstanders van een Brexit in het verkeerde keelgat schiet.



