Tag: Europese Unie

  • 2. ‘We moeten een herhaling van de jaren dertig voorkomen’

    2. ‘We moeten een herhaling van de jaren dertig voorkomen’

    Yanis Varoufakis is bepaald geen fan van de huidige EU, die hij een mislukte federatie noemt. Maar als Groot-Brittannië de unie verlaat, opent dat volgens de voormalige Griekse minister van Financiën de deur voor xenofoben, nationalisten en tegenstanders van democratische soevereiniteit.

    Het allereerste Duitse woord dat ik leerde was ‘Siemens’. Dat stond als logo op onze robuuste koelkast uit de jaren vijftig, onze wasmachine, onze stofzuiger – op bijna ieder apparaat in mijn ouderlijk huis in Athene. De reden voor die specifieke trouw aan dat Duitse merk was mijn oom Panayiotis. Een germanofiele elektro-ingenieur, die vanaf halverwege de jaren vijftig tot eind jaren zeventig directeur was van Siemens 
in Griekenland.

    In de vroege ochtend van 21 april 1967 rolden op bevel van vier legerkolonels tanks door de straten van Athene en andere grote steden, en was ons land 
al snel gehuld in een dikke mist van neofascistische treurnis. Dat was de dag waarop de wereld van mijn oom instortte. Anders dan mijn vader, die eind jaren veertig met enkele jaren concentratiekamp had geboet voor 
zijn linkse ideeën, was Panayiotis wat tegenwoordig een neoliberaal wordt genoemd. Fanatiek anticommunistisch, wantrouwend ten opzichte van de sociaaldemocratie, had hij de Amerikaanse interventie gesteund in de Griekse burgeroorlog in 1946. Met zijn politieke ideeën en zijn positie als directeur van Siemens Griekenland behoorde hij tot de naoorlogse heersende klasse in Griekenland. Toen troepen van de staatsveiligheidsdienst of hun stromannen linkse demonstranten in elkaar sloegen en zelfs een briljant parlementslid, Grigoris Lambrakis, vermoordden, keurde hij dat schoorvoetend goed, onaangenaam maar noodzakelijk.

    De grote invloed van de Amerikaanse veiligheidsdiensten in de Griekse politiek in 1965 vond Panayiotis een aanvaardbare ruil: Griekenland had enige soevereiniteit aan westerse mogendheden overgedragen in ruil voor de bescherming tegen de dreiging van het Oostblok dat aan Griekenlands noordgrens lag. Op die grauwe dag in april werd zijn leven 
op zijn kop gezet. Hij kon simpelweg niet verdragen dat ‘zijn’ mensen het parlement ontbonden, de grondwet opschortten en potentiële dissidenten (inclusief rechtse democraten) interneerden in voetbalstadions, politiebureaus en concentratiekampen.

    Ondergronds

    Dat leidde bij hem tot een razendsnelle, bijna komisch aandoende radicalisering. Enkele maanden nadat de kolonels de macht hadden gegrepen, sloot hij zich aan bij een ondergrondse beweging, Democratische Verdediging, die voornamelijk bestond uit liberalen uit de elite zoals hij – hoogleraren, advocaten en zelfs een toekomstig premier. Ze plaatsten bommen in Athene, waarbij ze ervoor zorgden 
dat er geen slachtoffers vielen, om te laten zien dat de kolonels niet alles onder controle hadden.

    Enkele jaren leek Panayiotis – zelfs voor zijn eigen moeder – een van de vele intellectuelen die zich gedeisd hielden, zich niet met anderen bemoeiden. Niemand wist van zijn dubbelleven.

    Ik herinner me nog steeds het krakende geluid van een radio, verborgen onder een rode deken in het midden van de woonkamer. Iedere avond, om een uur of negen, kropen mijn vader en moeder samen onder de deken – en na de gedempte jingle waarmee het programma begon, gevolgd door de stem van de Duitse omroeper, reisde mijn zesjarige fantasie van Athene naar Midden-Europa. Deutsche Welle, de Duitse internationale radiozender, werd de dierbaarste bondgenoot van mijn ouders tegen de staatspropaganda: een venster op het democratische Europa.

    De reden voor die rode deken was de chagrijnige oude buurman Gregoris, van wie bekend was dat hij banden had met de geheime politie en graag mijn vader bespioneerde. Hoe vreemd het nu ook mag klinken, het luisteren naar de Deutsche Welle kwam op de lange lijst te staan van activiteiten waarop straffen stonden, die varieerden van intimidatie tot marteling. Nadat mijn ouders Gregoris hadden betrapt toen die in onze achtertuin rondsloop, namen ze geen enkel risico meer.

    Enkele jaren later kregen we via de Deutsche Welle te horen waar Panayiotis en zijn collega’s mee bezig waren geweest: er werd bekendgemaakt dat ze allemaal waren gearresteerd. Al een paar uur nadat een lid van de Democratische Verdediging bij toeval was opgepakt, werd de rest van de beweging ook opgerold. De politie hoefde alleen maar de agenda van de eerste man te lezen, want daarin stonden alle namen en adressen van zijn kameraden. Martelingen, de krijgsraad en lange gevangenisstraffen – in sommige gevallen de doodstraf – volgden.

    Yanis Varoufakis met zijn Nemesis: de Duitse minister van Financiën Wolfgang Schäuble. – © Krisztian Bocsi / Getty
    Yanis Varoufakis met zijn Nemesis: de Duitse minister van Financiën Wolfgang Schäuble. – © Krisztian Bocsi / Getty

    Een jaar nadat Panayiotis was opgepakt, versoepelde de militaire politie die hem vasthield zijn isolatieregime, door toe te staan dat ik als tienjarige één keer per week bij hem op bezoek mocht. Onze toch al sterke band werd hechter door de gesprekken die we daar voerden als jongens onder elkaar, en die hem wat afleiding bezorgden. Hij vertelde me over apparaten die ik nog nooit had gezien (computers noemde hij ze), vroeg naar de nieuwste films, beschreef zijn lievelingsauto’s. In afwachting van mijn bezoekjes bouwde hij met lucifers en ander materiaal dat hij van de bewakers mocht hebben modelvliegtuigjes voor mij. Vaak had hij daarin een boodschap voor mijn tante verborgen, of voor mijn moeder, en soms zelfs voor zijn collega’s bij Siemens. Lange tijd na zijn dood vond ik op zolder bij mijn ouders nog een lucifermodel van een Stuka-duikbommenwerper. En daar stond het, een enkel woord gericht tot niemand in het bijzonder: kyriarchia. Soevereiniteit.

    Bezoek aan Berlijn

    Het was bijna vijftig jaar na die avonden onder de rode deken dat ik in februari 2015 als Griekse minister van Financiën mijn eerste officiële bezoek aan Berlijn bracht. Mijn eerste bezoekadres was het ministerie van Financiën, voor een ontmoeting met de legendarische dr. Wolfgang Schäuble. Voor hem en zijn paladijnen was ik een lastpak. Onze linkse regering was gekozen op een programma dat, op zijn zachtst gezegd, niet zo goed paste in kanselier Merkels plannen om de eurozone op orde te houden. Ons succes was inderdaad een nachtmerrie voor Berlijn. Als wij erin zouden slagen er een nieuwe overeenkomst uit te slepen om de eindeloze recessie te stoppen die ons land in haar greep hield, zou die Griekse linkse ‘ziekte’ zich natuurlijk gaan verspreiden.

    Toen ik van Berlijns luchthaven Tegel dichter bij het oude hoofdkwartier van Goerings ministerie van Luchtvaart kwam – waar nu het ministerie van Financiën zetelt – vroeg ik me af of mijn gastheer zich zou kunnen voorstellen dat mijn hoofd vol zat met jeugdherinneringen waarin Duitsland een belangrijke vriend was. Eenmaal in het gebouw werden mijn assistenten en ik snel in een grote lift geleid. De lift kwam uit op een lange kille gang aan het einde waarvan de belangrijke man zat te wachten in zijn rolstoel. Mijn uitgestoken hand negeerde hij, en hij ging me resoluut voor zijn kantoor in. Hoewel mijn relatie met Schäuble in 
de loop der maanden hartelijker werd, stond die geweigerde hand symbool voor wat er mis is met Europa. Het was het symbolische bewijs dat Europa enorm was veranderd in de halve eeuw die sinds de tijd van de rode deken was verstreken.

    Voor mijn ouders was de Deutsche Welle een venster op democratisch Europa

    Een week na mijn ontmoeting in Berlijn ontmoetten Schäuble en ik elkaar opnieuw, maar nu aan de lange rechthoekige tafel van de Eurogroep, het beleidsbepalende orgaan van de eurozone waarin de ministers van Financiën zitting hadden, plus de vertegenwoordigers van de trojka – de ECB, de Europese Commissie en het Internationaal Monetair Fonds. Toen ik namens onze regering had gepleit voor een wezenlijke heronderhandeling over het zogenaamde ‘Griekse economische programma’, dat voornamelijk door 
de trojka was bedacht, verbijsterde dr. Schäuble me met een reactie die iedere democraat de rillingen op de rug zou moeten bezorgen: ‘Verkiezingen mogen niet het economische programma van een staat veranderen!’

    Tijdens een pauze in die tien uur 
durende vergadering, waarin ik mijn uiterste best had gedaan om enige economische soevereiniteit terug te winnen voor mijn murw gebeukte parlement en ons lijdende volk, probeerde een andere minister van Financiën me te troosten: ‘Yanis, je moet begrijpen dat geen enkel land tegenwoordig nog soeverein is. Vooral niet zo’n klein en bankroet land als het jouwe.’ Die redenering is waarschijnlijk de verderfelijkste denkfout die het publieke debat in onze moderne liberale democratieën heeft vergiftigd. Het betekent in feite dat soevereiniteit passé is, behalve voor de VS, China of misschien Poetins Rusland. In dat geval kun je net zo goed je land weggeven aan een transnationale statenbond waarin je eigen parlement klakkeloos de besluiten van de bond goedkeurt. Het interessante is dat dit argument niet alleen geldt voor kleine bankroete landen als Griekenland, gevangen in een slecht ontworpen eurozone. Diezelfde giftige wijsheid wordt tegenwoordig verkondigd in Engeland – waarschijnlijk als doorslaggevend 
argument om in de EU te blijven.

    Het probleem ontstaat zodra het onderscheid tussen soevereiniteit en macht vervaagt. Soevereiniteit gaat over wie rechtmatig besluiten neemt namens het volk, terwijl macht het vermogen is om die besluiten op te leggen aan de wereld eromheen. IJsland is een heel klein land; maar de bewering dat IJslands soevereiniteit een illusie is omdat het land te klein is om die macht te hebben, is net zoiets als de bewering dat een arm iemand zonder politieke invloed net zo goed zijn stemrecht kan opgeven.
    Om het iets anders te formuleren: kleine soevereine staten zoals IJsland kunnen keuzes maken binnen de bredere beperkingen die de natuur en de rest van de mensheid voor hen hebben gecreëerd. Hoe beperkt die keuzes ook zijn, de burgers van IJsland behouden de absolute autoriteit om hun gekozen vertegenwoordigers verantwoording af te laten leggen voor de beslissingen die ze hebben genomen (binnen de externe beperkingen van het land), en om ieder stuk wetgeving in te trekken waar die vertegenwoordigers in het verleden toe hebben besloten.

    Britse tegenstanders van een Brexit betogen op de campus van Northumbria University in Newcastle upon Tyne. 
– © Ian Forsyth / Getty
    Britse tegenstanders van een Brexit betogen op de campus van Northumbria University in Newcastle upon Tyne. 
– © Ian Forsyth / Getty

    Een statenbond zoals de EU kan natuurlijk tot onderling gunstige afspraken komen, zoals een militair defensief verbond tegen een gemeenschappelijke vijand, samenwerking tussen nationale politiediensten, open grenzen, de instelling van een vrijhandelszone. Maar zo’n bond kan nooit legitiem de soevereiniteit van een van de lidstaten opheffen of terzijde schuiven op basis van de beperkte macht die het toebedeeld heeft gekregen van de soevereine staten die overeen zijn gekomen in zo’n bond te participeren. Daar zou tegen ingebracht kunnen worden dat de EU over onberispelijke democratische geloofsbrieven beschikt. De Europese Raad bestaat uit de regeringsleiders, de Eurogroep uit de ministers van Financiën van de eurozone. Al die vertegenwoordigers zijn natuurlijk democratisch gekozen. Verder is er ook nog het gekozen Europese Parlement. Maar die redenering laat zien hoe diep de Europese waardering van de grondbeginselen van de liberale democratie is gezonken. Ook hierbij begaat men de cruciale vergissing om politieke autoriteit te verwarren met macht.

    Een parlement is soeverein – ook al betreft het geen machtig land – als het de uitvoerende macht kan ontslaan. Dat is in de EU niet mogelijk. Hoewel de leden van de Europese Raad en de Eurogroep van ministers van Financiën gekozen politici zijn, die in theorie verantwoording schuldig zijn aan hun nationale parlement, hoeven de Europese Raad en de Eurogroep zelf geen verantwoording af te leggen aan welk parlement dan ook, dus aan geen enkele kiezer in de EU.

    De Eurogroep, waar voor Europa de belangrijkste economische beslissingen worden genomen, is een orgaan dat zelfs niet eens bestaat in de Europese wetgeving, dat geen notulen bijhoudt van zijn procedures en hecht aan de vertrouwelijkheid van het overleg. Het orgaan handelt, om met Thucydides te spreken, op basis van het motto ‘de sterken doen wat hun goeddunkt en de zwakken moeten daaronder lijden’. Het is een structuur die is ontworpen om iedere soevereiniteit die wordt ontleend aan de burgers van Europa uit te sluiten.

    Ik heb Schäuble een keer voorgehouden dat wij, als de gekozen vertegenwoordigers van een continent in crisis, niet kunnen buigen voor niet-gekozen bureaucraten; we hebben de plicht om overeenstemming te bereiken. Hij antwoordde dat het naar zijn mening het belangrijkste is dat we de bestaande ‘regels’ respecteren. En omdat die regels alleen kunnen worden uitgevoerd door technocraten, moest ik met hen gaan praten. Telkens als ik probeerde de regels ter discussie te stellen die duidelijk niet uitgevoerd konden worden, was steevast de reactie: ‘Maar het zijn de regels!’

    Corruptie

    Er is een reden dat ik dit artikel begon met het verhaal van mijn oom Panayiotis. Dat komt door een vraag die me door een journalist werd gesteld tijdens de persconferentie na mijn eerste ontmoeting met dr. Schäuble, over een schandaal dat enkele jaren daarvoor was losgebarsten, toen uit een Amerikaans onderzoek bleek dat een zekere Michalis Christoforakos, een opvolger van mijn oom bij Siemens, Griekse politici omkocht om voor Siemens overheidscontracten binnen te halen. Toen de Griekse justitie de zaak begon te onderzoeken, verdween de man meteen naar Duitsland, waar de rechter zijn uitlevering voorkwam.

    ‘Minister,’ zei de journalist, ‘hebt u 
druk uitgeoefend op uw Duitse collega dr. Schäuble om Christoforakos uit te leveren aan Griekenland ter ondersteuning van het Griekse anticorruptiebeleid?’ ‘Ik ben ervan overtuigd,’ antwoordde ik, ‘dat de Duitse overheid het belang ervan inziet om onze gekwelde staat bij te staan in de strijd tegen 
corruptie. Ik vertrouw erop dat mijn collega’s in Duitsland het belang ervan inzien dat er nergens in Europa met twee maten wordt gemeten.’ Enigszins aangeslagen mompelde Schäuble dat zijn ministerie daar niet over ging.

    In het vliegtuig terug naar Athene dwaalde ik in gedachten af naar eind jaren zeventig. Nadat hij uit de gevangenis was vrijgelaten, keerde Panayiotis terug aan het roer van Siemens Griekenland. Hij was gelukkig in die baan, vertelde hij steeds, en trots op zijn werk. Totdat hij niet meer trots was en woedend ontslag nam. Ik weet nog dat ik vroeg waarom. Hij vertelde dat hij door zijn superieuren in Duitsland onder druk werd gezet om smeergeld te betalen aan Griekse politici en er zo voor te zorgen dat Siemens zijn dominante positie in Griekenland kon behouden.

    Moeten we het uiteenvallen van onze mislukte confederatie versnellen? Nee!

    In het noorden van Europa heerst de ontroerende opvatting dat Europa 
bestaat uit mieren en sprinkhanen – alle vlijtige mieren leven in het noorden, terwijl de spilzieke sprinkhanen zich op geheimzinnige wijze in het zuiden hebben verzameld. De werkelijkheid is veel genuanceerder. Een machtig corruptienetwerk heeft zich over al onze landen verspreid – en de instorting van het democratische controlesysteem, deels te wijten aan onze afnemende soevereiniteit, heeft mede ertoe bijgedragen dat dat netwerk aan ons gezicht was onttrokken.

    Als de legitieme politieke autoriteit zich terugtrekt, leidt dat tot bruut geweld, apathie en demonisering van de zwakkeren. Eind juni 2015 had de ECB onze banken gesloten, was onze regering verdeeld, diende ik mijn ontslag in als minister en capituleerde mijn premier voor de trojka. Met de verplettering van de Atheense lente werd het al gewonde Griekenland een ernstige klap toegediend. Het was ook de nederlaag van het idee van een verenigd, humanistisch, democratisch Europa.

    Onze unie valt uiteen. Moeten we het uiteenvallen van een mislukte confederatie versnellen? Als je, zoals ik, van mening bent dat zelfs kleine landen hun soevereiniteit kunnen behouden, houdt dat dan in dat een Brexit het logische gevolg is? Mijn antwoord is 
een nadrukkelijk ‘Nee!’ Als Engeland 
en Griekenland niet al in de EU zaten, zouden ze er zeker buiten moeten blijven. Maar als je er eenmaal in zit, is het van cruciaal belang om je te realiseren welke consequenties een vertrek heeft. Of je het nu leuk vindt of niet, we zijn ingebed in de Europese Unie, die verschrikkelijk instabiel is geworden en 
al uiteenvalt als een klein, noodlijdend land als Griekenland vertrekt, laat staan een belangrijke economie als Engeland. Moeten de Grieken of de Britten zich daar zorgen over maken? Ja, want in de maalstroom die op 
een uiteenvallen van die frustrerende federatie volgt zullen we allemaal verzwolgen worden – een postmoderne herhaling van de jaren dertig.

    Grieken protesteren tegen een bezoek van Angela Merkel aan Athene in 2012. – © Milos Bicanski / Getty
    Grieken protesteren tegen een bezoek van Angela Merkel aan Athene in 2012. – © Milos Bicanski / Getty

    Het is een grote vergissing om te veronderstellen – of je nu voor- of tegenstander van een vertrek uit de EU bent – dat die EU ‘ver van ons bed’ ligt. Een vertrek van Engeland uit de EU ondermijnt het voortbestaan van de unie. Griekenland en Engeland hebben dezelfde drie opties. De eerste twee zijn inwilliging van de eisen van Brussel of vertrek, beide even rampzalig. Beide leiden tot dezelfde dystopische toekomst: een Europa dat alleen geschikt is voor hen die gedijen in tijden van een grote depressie – de xenofoben, de ultranationalisten, de tegenstanders van democratische soevereiniteit. Alleen de derde optie blijft nog over: in de EU blijven om een grensoverschrijdend verbond van democraten te vormen, wat Europa in de jaren dertig niet is gelukt, maar wat onze generatie nu moet proberen, om te voorkomen dat de geschiedenis zich herhaalt.

    Is dat niet een utopie? Natuurlijk! Maar niet meer dan het idee dat de huidige EU ten onder zal gaan aan zijn antidemocratische hybris en de flagrante incompetentie die wordt aangewakkerd omdat er geen verantwoording hoeft te worden afgelegd. Of het idee dat de Britse of Griekse democratie weer tot leven gewekt kan worden in de boezem van een natiestaat waarvan de soevereiniteit nooit hersteld zal worden binnen een door Brussel gecontroleerde markt. Net zoals in het begin van de jaren dertig kunnen Engeland en Griekenland niet uit Europa ontsnappen door een mentale of wetgevende muur op te richten om zich achter te verstoppen. Of we verenigen ons om te democratiseren, of we lijden onder de consequenties van een pan-Europese nachtmerrie.

    Auteur: Yanis Varoufakis
    Vertaler: Paul de Bruijn

    De Griekse econoom Yanis Varoufakis 
(55) stond als minister van Financiën 
zes maanden in het middelpunt van de eurocrisis. Onlangs verscheen bij uitgeverij De Geus zijn boek Hoe Europa de stabiliteit in de wereld bedreigt.

    The Guardian
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 332.000

    Onafhankelijke kwaliteitskrant van linkse signatuur. Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde columnisten en journalisten. Altijd zeer kritisch ten opzichte van de overheid en andere instituten.

    Yanis Varoufakis, toen nog minister van Financiën, op weg naar Downing Street voor een vergadering met zijn Britse collega George Osborne. – © Jason Alden / Getty
    Yanis Varoufakis, toen nog minister van Financiën, op weg naar Downing Street voor een vergadering met zijn Britse collega George Osborne. – © Jason Alden / Getty

    Yanis Varoufakis

    ‘Ik zou ook wel graag eens de draai om de oren zien die Brussel krijgt als de uitslag van het Britse referendum de heer Juncker, mevrouw Merkel en… de heer Cameron niet zou bevallen,’ zei Yanis Varoufakis onlangs in een interview met de Britse krant The Guardian. De econoom Varoufakis (Athene, 1961), gespecialiseerd in speltheorieën, werd in januari 2015 minister van Financiën in Griekenland. Maar zes maanden later nam hij alweer ontslag, nadat het hem niet was gelukt om tot een akkoord te komen met de Europese Commissie, de ECB en het IMF over de verlenging van de programma’s voor de herfinanciering van de Griekse schulden.

    Ondanks zijn hevige kritiek op de Europese instellingen richtte hij in februari 2016 de Democracy in Europe Movement 2025 (DiEM25) op, met het devies: ‘Of de Europese Unie democratiseert, of zij gaat ten onder.’ 
‘Ons criterium is een pan-Europese democratische beweging,’ zei hij in het interview in The Guardian. ‘Zo niet, dan keren we terug naar een postmoderne versie van de jaren dertig.’

    KRANTENCITATEN

    Daily Mail, 4 februari
    ‘Wie spreekt er namens Engeland?’ vraagt de tabloid zich af, die doorgaans fel gekant is tegen de Europese Unie. De krant toont zich vooral verontrust over ‘de tsunami van migranten’ in de toekomst. Het nieuwe akkoord dat premier Cameron namens het Verenigd Koninkrijk met Brussel heeft bereikt om de Britten gerust te stellen ‘verandert daar helemaal niets aan’.

    New Statesman, 26 februari 2015
    ‘Boris slaat terug’: de Londense burgemeester is niet alleen een formidabele troef voor de pro-Brexit-campagne, maar ‘hij plaatst zich ook op de eerste rij om het voorzitterschap van de Conservatieve Partij over te nemen zodra Cameron zou aftreden’, meent het weekblad.

    The Spectator, 27 februari
    ‘Brexit ontketend’, kopt het Britse weekblad, dat voorziet dat ‘het referendum over de Europese Unie zich tegen Mister Cameron zal keren en hem te pakken zal nemen’.

    The Sun, 9 maart
    ‘De koningin steunt een Brexit’, verheugt de conservatieve tabloid zich, een fervent voorstander van het Britse vertrek uit de Europese Unie. De krant verwijst naar een gesprek dat de vorstin zou hebben gehad met de pro-Europese voormalige vicepremier Nick Clegg, waarin zij zou hebben gezegd: ‘Ik begrijp Europa niet’, daaraan toevoegend dat de unie zich ‘in de verkeerde richting’ beweegt.

    The Times, 22 april
    ‘Keer de Europese Unie de rug niet toe, zegt Obama tegen Groot-Brittannië.’ Tijdens zijn bezoek aan Londen op 22 april houdt de Amerikaanse president een pro-Europese toespraak, die de voorstanders van een Brexit in het verkeerde keelgat schiet.

  • 1. ‘De EU luistert pas echt als een volk keihard nee zegt’

    1. ‘De EU luistert pas echt als een volk keihard nee zegt’

    Volgens de charismatische burgemeester van Londen, Boris Johnson, moet Groot-Brittannië de EU vaarwel zeggen. In essentie is de kwestie simpel, schrijft hij: Brussel wil een echte federale unie, de meeste Britten niet.

    Ik ben Europeaan. Ik heb jaren in Brussel gewoond. Ik ben erg op die oude stad gesteld. Het ergert me dus dat we Europa – bron van de grootste en rijkste cultuur ter wereld, waaraan Groot-Brittannië altijd zal blijven bijdragen – voortdurend verwarren met het politieke project van de Europese Unie. Daarom wil ik benadrukken dat het helemaal geen blijk van anti-Europese gevoelens of xenofobie hoeft te zijn om op 23 juni voor een vertrek uit de EU te stemmen. Want wat we vooral niet moeten vergeten: niet ons land, maar de Europese Unie is veranderd. Het is 28 jaar geleden dat ik in deze krant begon te schrijven over de Europese Gemeenschap (zoals we het toen noemden). Sindsdien is het project zo enorm gegroeid dat het bijna onherkenbaar is veranderd – een beetje zoals de reusachtige nieuwe Euro-paleizen van glas en staal die tegenwoordig boven de kasseienstraatjes in het hart van de Belgische hoofdstad uittorenen.

    Gekwalificeerde meerderheid

    In 1989 zag ik in Brussel goedbedoelende ambtenaren (onder wie veel Britten) die hun best deden handelsbelemmeringen weg te nemen, met behulp van de nieuwe – ook door Margaret Thatcher 
goedgekeurde – procedure van besluitvorming ‘met een gekwalificeerde meerderheid’. Het harmoniseren van regelgeving kreeg soms lachwekkende trekjes. Ik vertelde de lezers over eurocondooms en de felle oorlog tegen Britse chips met garnalencocktailsmaak. Toen kreeg je de Duitse hereniging en de paniekerige poging van Delors, Kohl en Mitterand om Duitsland aan Europa ‘vast te klinken’ met behulp van de euro. En sindsdien is het tempo van de integratie onverminderd hoog gebleven. Er kwamen steeds meer lidstaten bij en de regels voor de gekwalificeerde meerderheid werden zodanig opgerekt dat Groot-Brittannië steeds vaker aan het kortste eind zal trekken. Na het Verdrag van Maastricht kregen we ook nog de verdragen van Amsterdam, Nice en Lissabon, die de macht van de EU stapje voor stapje uitbreidden en in Brussel concentreerden. Volgens de bibliotheek van het Lagerhuis is zo’n 15 tot 20 procent van de Britse wetgeving nu afkomstig van de EU.

    We zijn getuige van een langzaam proces van onzichtbare juridische kolonisatie

    Daarbij moet je beseffen dat dit heel speciale wetgeving is: wetten die je niet kunt tegenhouden of terugdraaien, omdat alleen de EU zelf ze kan intrekken. En hoeveel EU-wetten dacht je dat de Commissie, met al haar programma’s om de Europese bureaucratie te stroomlijnen, al heeft ingetrokken? Niet één. De EU-wetgeving is als een raderwerk dat onverbiddelijk doordraait. We zijn getuige van een langzaam proces van onzichtbare juridische kolonisatie, waarbij de EU doordringt in alle terreinen van het overheidsbeleid. En vervolgens – en dat is het hele punt – heeft de EU over elk onderwerp dat het aansnijdt ook het laatste woord. Een van de basisvoorwaarden van ons lidmaatschap is namelijk dat alle geschillen met de EU moeten worden gearbitreerd door het Europese Hof van Justitie in Luxemburg. Daar hebben we in 1972 zelf mee ingestemd.

    Destijds zag het Hof vooral toe op de vrije en eerlijke handel in de interne markt, maar dat is nu wel anders. Volgens het Verdrag van Lissabon moet het Hof waken over de rechten die zijn vastgelegd in de 55 artikelen van het ‘Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie’. En dat omvat specifieke zaken als het recht om een school op 
te richten, het recht om overal in de 
EU ‘een vrijelijk gekozen beroep uit te oefenen’ en het recht om een bedrijfje te beginnen.

    Dat is niet wat wij gewoonlijk onder grondrechten verstaan, en je kunt je ook niet voorstellen dat dit te handhaven is. Tony Blair maakte ons indertijd wijs dat hij niet aan dat handvest gebonden was. Maar dat bleek juridisch niet houdbaar, en onder Britse juristen heerst grote bezorgdheid over de activistische opstelling van het Europese Hof. Hoe meer de EU doet, hoe minder ruimte er overblijft voor nationale besluitvorming. Sommige EU-regels klinken alleen maar belachelijk, zoals de regel dat je geen theezakjes mag recyclen of kinderen van onder de acht geen ballonnen mag laten opblazen, of dat stofzuigers niet te veel vermogen mogen hebben. Maar soms kun je er ook woedend om worden, zoals toen 
ik in 2013 merkte dat het onmogelijk was om vrachtwagencabines te voorzien van betere zijruiten, waardoor 
ze minder fietsers zouden aanrijden. Die regelgeving kon alleen op Europees niveau worden ingevoerd, en de Fransen wilden dat niet.

    © Christopher Furlong / Getty
    © Christopher Furlong / Getty

    Soms ziet het volk dat hun eigen gekozen politici volledig machteloos staan, zoals in het immigratievraagstuk. Dat maakt mensen woedend. Niet zozeer de immigrantenstroom als het feit dat we er geen vat op hebben. Dat is wat het verlies van soevereiniteit betekent: dat we niet langer in staat zijn om de mensen die ons leven regeren bij de volgende verkiezingen de laan uit te sturen. Mensen voelen die macht uit hun handen glippen en ik weet zeker dat dit bijdraagt aan de algehele apathie en afkeer van de politiek, aan de gedachte dat politici ‘één pot nat’ zijn en niets klaarmaken, aan de opkomst van extremistische partijen.

    Democratie is belangrijk, en ik vind het verontrustend dat de Grieken in feite wordt gedicteerd hoe ze hun geld moeten besteden, terwijl hun bevolking 
het al zo moeilijk heeft. En nu wil de EU nog verder gaan. In Brussel circuleert het zogenaamde ‘Rapport van de Vijf Voorzitters’, waarin de hoofden van de verschillende Europese instellingen schetsen hoe de euro volgens hen gered moet worden. Het komt allemaal neer op verdergaande integratie: een sociale unie, een politieke unie, een begrotingsunie. In een tijd waarin Brussel zou moeten decentraliseren, trekt het steeds meer macht naar zich toe, en ook Groot-Brittannië zal dat gaan merken.

    David Cameron heeft zijn uiterste best gedaan, en hij heeft al meer bereikt dan velen hadden verwacht. Er wordt gezegd dat het streven naar een ‘ever closer union’ (‘steeds hechter verbond’) niet langer zal gelden voor Groot-Brittannië, er wordt gepraat over bescherming van de niet-eurolanden tegen de eurolanden en over de noodzaak van deregulering om onze concurrentiekracht te behouden. Er komt een uitstekende nieuwe wet om de soevereiniteit van ons parlement te bekrachtigen en zo een rem te zetten op de federalistische dromen van het Hof en de Commissie. Allemaal heel goed en terecht, maar het brengt de machine niet tot staan. Hooguit strooi je zo wat zand in het raderwerk.

    Er is maar één manier om de veranderingen te bereiken die we nodig hebben, en dat is stemmen voor een vertrek uit de EU. Want de geschiedenis wijst uit dat de EU pas echt luistert als een volk keihard nee zegt. En het fundamentele probleem blijft gewoon: zij hebben een ideaal dat wij niet delen. Zij streven naar een echte federale unie, e pluribus unum, en de meeste Britten willen dat niet.

    Risico’s

    Het is tijd om te proberen tot een nieuwe verstandhouding te komen, waarin we ons bevrijden van de meeste van die supranationale elementen. We zullen de komende weken veel horen over alle risico’s die dat met zich meebrengt: gevaren voor de economie, voor de City, enzovoort. En je mag die risico’s niet wegwuiven, maar ik denk dat ze schromelijk overdreven worden. We hebben zulke verhalen eerder gehoord, toen we besloten niet mee te doen aan de euro, en toen bleek het omgekeerde het geval.

    Ik begrijp wel dat het besluit om met de EU in haar huidige vorm te breken tot nieuwe spanningen kan leiden in de unie tussen Engeland en Schotland. Anderzijds: alle cijfers die ik heb gezien wijzen erop dat de Schotten grofweg hetzelfde zullen stemmen als de Engelsen. Er wordt ons ook voorgehouden dat een Brexit president Poetin nog brutaler zal maken. Maar ik heb de indruk dat vooral de lijdzame opstelling van het Westen in Syrië hem zo brutaal maakt.

    Bovenal wordt er beweerd dat we, alle democratische tekortkomingen van 
de unie ten spijt, in de EU toch beter 
af zijn omdat we er dan ‘invloed’ op houden. Dat argument overtuigt me steeds minder. Slechts 4 procent van de leden van de Commissie is Brits, terwijl wij 12 procent van de bevolking van de EU uitmaken. Ik zie niet in waarom de Commissie beter op de hoogte zou zijn van de behoeften van het Britse bedrijfsleven dan de horden ambtenaren van onze eigen ministeries voor Handel en Investeringen en voor het Bedrijfsleven en Innovatie.

    Het volk ziet dat hun eigen gekozen politici volledig machteloos staan. Dat maakt mensen woedend

    Als we voor een Brexit kiezen, zal het inderdaad nodig zijn om in rap tempo een groot aantal handelsakkoorden 
te sluiten. Maar waarom zou dat niet kunnen? We zijn intussen zo afhankelijk geworden van moedertje Brussel dat we soms net kleine kinderen lijken die niet meer op eigen benen kunnen staan. Ooit bestierden we het grootste wereldrijk in de geschiedenis, met een eigen bevolking die nog veel kleiner was en een relatief miniem ambtenarenapparaat. Zijn we echt niet meer 
in staat om zelf handelsakkoorden te sluiten? We hebben een periode van minstens twee jaar waarin de bestaande verdragen van kracht blijven.

    De echte risico’s liggen op het vlak van de algemene stemming in Europa en het prestige van het EU-project. Dat moeten we serieus nemen. We moeten bedenken dat de federalistische visie geen laaghartig idee was. Ze is uit nobele motieven geboren: de wens om de vrede in Europa te bewaren. De mensen aan het hoofd van de verschillende EU-instellingen, die wij zo graag met hoon overladen, zijn in mijn ervaring integere en verstandige ambtenaren. Ze hebben heel goede dingen gedaan. Ze hebben alleen een andere visie op hoe Europa moet functioneren. Als ons land voor een Brexit kiest, hoop ik dat ze dat beschouwen als een uitdaging – niet alleen om tot een nieuwe, harmonieuze relatie met Groot-Brittannië te komen, maar ook om iets van de concurrentiekracht te heroveren die het continent de afgelopen decennia heeft verloren.

    Unieke kans

    Wat er ook gebeurt, Groot-Brittannië moet zijn vrienden en bondgenoten blijven steunen. Maar wel zoals Winston Churchill het ooit schetste: betrokken, verbonden, maar niet in een groter geheel opgenomen; samen met Europa, maar niet als onderdeel ervan. We zijn al vijfhonderd jaar bezig om te voorkomen dat de machten van continentaal Europa zich tegen ons verenigen. Er is geen enkele reden waarom dat nu wel zou gebeuren, en alle reden voor vriendschappelijke betrekkingen.

    We hebben de wereld zo veel te bieden aan ideeën en cultuur. Maar het waardevolste Britse exportproduct waar onze natie bekend om staat, wordt nu steeds vaker bedreigd: de parlementaire democratie, het systeem dat de macht aan het volk geeft. Dit is een unieke kans om te stemmen voor werkelijke verandering van de Britse relatie met Europa. Het is de enige kans die we ooit zullen krijgen om te laten zien dat we zelfbestuur belangrijk vinden. Als we besluiten in de EU te blijven, zal Brussel dat opvatten als groen licht voor meer federalisme en verdere uitholling van de democratie. In de loop van de komende weken zal de mening van mensen zoals ik er steeds minder toe doen, want het woord is straks aan de mensen die werkelijk soeverein zijn: het Britse volk. En als het om hun eigen soevereiniteit gaat, zal dat volk per definitie de juiste keuze maken.

    Auteur: Boris Johnson
    Vertaler: Frank Lekens

    Dit artikel verscheen op wat nu ‘Boris Day’ heet in de Britse media. Alle kranten openden die dag met het nieuws dat de populaire burgemeester van Londen campagne gaat voeren om de Britten uit de Europese Unie te halen. Sindsdien bestaat het kabinet uit twee kampen: dat van premier Cameron en dat van Johnson.

    Beeld bovenaan: Burgemeester Boris Johnson op de ets in Londen. – © Jason Alden / Getty

    The Daily Telegraph
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 840.000

    Anti-Europees tot op het bot, strijdlustig en imagobewust, kortom: het conservatieve dagblad van Engeland op broadsheet.

    © Matthew Horwood / Getty
    © Matthew Horwood / Getty

    BORIS JOHNSON

    Boris Johnson (1964), de huidige burgemeester van Londen en lid van het Britse parlement voor de Conservatieven, wordt volgens de Britse pers de volgende Britse regeringsleider als hij de ‘extreem moeilijke’ gok wint die hij heeft genomen toen hij op 21 februari aankondigde dat hij campagne zou gaan voeren voor de uittreding van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie. De journalist en schrijver – en een tijdlang ook een graag geziene gast in Have I Got News for You?, het satirische tv-programma van de BBC – was van 1989 tot 1994 correspondent in Brussel voor The Daily Telegraph, voordat hij hoofdredacteur werd van het conservatieve weekblad The Spectator. Johnson staat bekend om zijn eruditie en zijn gevoel voor humor, die ook bleek uit zijn wekelijkse column in The Daily Telegraph. Hij heeft bovendien het – door de Britse pers al lang geleden onderkende – vermogen 
om ‘delen van het electoraat aan 
te spreken die voor andere conservatieve politici onbereikbaar zijn’, zelfs onder kiezers die traditioneel op Labour stemmen.

    Zijn inzet voor de campagne voor een Brexit zou dus wel eens beslissend kunnen blijken. Hij zou zelfs zijn vriend en huidig premier David Cameron tot aftreden kunnen 
dwingen.

    bankcontr

    Tijdlijn

    1957
    Het Verenigd Koninkrijk wijst het Verdrag van Rome af waarmee zes landen de Europese Economische Gemeenschap (EEG) oprichten. De ondertekenaars zijn Duitsland, Frankrijk, Italië, Nederland, België en Luxemburg.

    1963
    Charles de Gaulle blokkeert de toetreding van Groot-Brittannië tot de EEG. De Franse president verwijt Londen ‘een diepgewortelde vijandigheid’ ten aanzien van het (West-)Europese project. De Britse toetreding zal pas in 1973 haar beslag krijgen.

    1975
    In een referendum, gehouden op initiatief van premier Harold Wilson (Labour), spreken de Britten zich uit voor de handhaving van het lidmaatschap van de EEG.

    1992
    Ook Groot-Brittannië ondertekent het Verdrag van Maastricht, maar onder voorwaarden. Londen zal onder meer niet toetreden tot de eurozone, maar de eigen munt handhaven.

    2011
    Premier David Cameron raakt in conflict met ‘Brussel’ over een bankenbelasting die de City, het financiële hart van het Verenigd Koninkrijk, hard zou treffen.

    2016
    Op 23 juni gaan de Britten naar de stembus om de volgende vraag te beantwoorden: ‘Moet het Verenigd Koninkrijk lid blijven van de Europese Unie of uit de Unie treden?’

  • Vrijspraak Seselj is schandalig

    Vrijspraak Seselj is schandalig

    De verrassende vrijspraak van de Servische ultranationalist Vojislav Seselj door het Joegoslaviëtribunaal in Den Haag is slecht nieuws voor Servië én Europa, schrijft het tijdschrift Vreme.

    Na een proces van dertien jaar en een maand heeft het Joegoslaviëtribunaal vorige maand Vojislav Seselj vrijgesproken van negen aanklachten, waaronder misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden in Kroatië, Vojvodina en Bosnië en 
Herzegovina. Dat is de schandalige uit-
komst van een schandalig proces. Schokkender nog waren de overwegingen
voor het vonnis die werden uitgesproken door rechter Jean-Claude Antonetti, de voorzitter van het tribunaal, die in de loop van dit marathonproces niet alleen begrip voor de verdachte heeft getoond, maar ook een soort bewondering.

    Tijdens het voorlezen van het vonnis ontstond de indruk dat rechter Antonetti de ideologie van Seselj was gaan omarmen: op een gegeven moment sprak hij over Serviërs met een 
orthodoxe, katholieke en islamitische geloofsovertuiging (de termen die door Seselj werden gebruikt om de Kroaten en de Bosniërs aan te duiden). Volgens de argumentatie van Antonetti zijn de vrijwilligers van de Servische Radicale Partij niet naar Kroatië en Bosnië en Herzegovina getrokken om te strijden, maar om het Servische volk te verdedigen: de zuivering in Hrtkovci had tot doel ‘woningen voor Servische vluchtelingen vrij te maken’, en het verdrijven van de inwoners uit de moslimdorpen in de omgeving van Zvornik werd 
geïnterpreteerd als een ‘humanitaire verplaatsing van de bevolking naar een gebied dat verder van de oorlogshandelingen gelegen was’. Hoe het ook zij, Seselj is momenteel een ‘vrij man’, zoals Antonetti heeft onderstreept, 
en dat zal hij blijven tot het hoger beroep.

    Rechter Jean-Claude Antonetti toonde een soort bewondering voor de verdachte

    Het proces ging al mis op de eerste dag, toen de veiligheidsdienst van het tribunaal Seselj bij een verkeerde gate van de luchthaven van Amsterdam opwachtte en hem een uur lang in zijn eentje liet ronddwalen voordat men hem vond. Vervolgens ging de verdachte in hongerstaking, wat hem belangrijke concessies opleverde. Daarna slaagde hij erin een van zijn rechters (Frederik Harhoff) te wraken en andere aan de zaak te laten onttrekken. Niets was te gek in de gehoorzaal van het tribunaal: beledigingen van het Hof, het min of meer expliciet intimideren van getuigen en heel wat andere zaken die ertoe hadden moeten leiden dat het Hof het proces annuleerde en van voren af aan begon.

    Kroatische vredesactivisten protesteren in Zagreb tegen de vrijspraak van Seselj.  – © Xinhua / Miso Lisanin / HH
    Kroatische vredesactivisten protesteren in Zagreb tegen de vrijspraak van Seselj. – © Xinhua / Miso Lisanin / HH

    Voorbode van chaos

    En toch is Seselj voorlopig vrij en excelleert hij momenteel in Servië in de kunst van het provoceren, beledigen en intimideren. Het zou geen verbazing wekken als hij binnenkort wordt herkozen in het Servische parlement, 
waar hij met een pistool zal zwaaien en kabels uit microfoons zal trekken, zoals hij in het verleden heeft gedaan. In de tijd van Slobodan Milosevic was hij erg nuttig voor het regime: internationaal genoot hij legitimiteit als een gematigder politicus dan Milosevic (die naast hem ook iets respectabels kreeg) en in Servië ging hij de democratische oppositie en de onafhankelijke media te lijf. Of Seselj tot levenslang zou zijn veroordeeld of tot een werkstraf van drie maanden maakt weinig uit. Met zijn leverkanker zou hij toch niet naar de gevangenis zijn teruggekeerd. Maar 
de kans bestaat dat hij binnenkort 
deel zal uitmaken van een Servische delegatie die een officieel bezoek brengt aan het Europees Parlement, waarvan hij binnen enkele jaren lid zal kunnen worden als Servië toetreedt tot de EU.

    Europa begint te lijken op Joegoslavië aan de vooravond van zijn ontbinding

    Het is niet moeilijk zich Seselj voor te stellen in het gezelschap van Marine Le Pen, Geert Wilders of Nigel Farage, van de Griekse afgevaardigden van Gouden Dageraad, van de Hongaren van Jobbik of de Bulgaren van Ataka. Toen Vojislav Kostunica vijftien jaar geleden Slobodan Milosevic verving, beloofde hij van Servië een ‘normaal 
en saai land’ te zullen maken. Velen van ons hoopten daarop. Wat men ook van het Joegoslaviëtribunaal mag vinden, het heeft Milosevic en Seselj van het Servische politieke toneel verdreven, wat het herstel heeft bevorderd van een land dat was uitgeput door dictatuur, sancties en oorlog.

    Naïef als we waren, geloofden we dat Servië vijf jaar later, of in het ergste geval tien, zou toetreden tot de EU en dat er op het politieke toneel geen plaats meer zou zijn voor tirannen en demagogen. Het omgekeerde is het geval. Het is niet Servië dat op Europa begint te lijken, maar Europa en een groot deel van de westerse wereld die op Joegoslavië beginnen te lijken aan de vooravond van zijn ontbinding. In deze context is Seselj geen dinosaurus die bezig is uit te sterven, zoals men ons wilde doen geloven, maar een voorbode van de chaos die komen gaat.

    Auteur: Dejan Anastasijevic
    Vertaler: Peter Bergsma

    Vreme
    Servië | weekblad | oplage 25.000

    ‘De Tijd’ staat bekend om goed gedocumenteerde stukken van onafhankelijke commentatoren die de politiek kritisch volgen.

    Vojislav Seselj verbrandt een Amerikaanse vlag bij de herdenking van het NAVO-bombardement op Belgrado. –  © Hollandse Hoogte
    Vojislav Seselj verbrandt een Amerikaanse vlag bij de herdenking van het NAVO-bombardement op Belgrado. – © Hollandse Hoogte

    CONTEXT: Olie op het vuur

    Ook in de Kroatische media wordt woedend gereageerd op de beslissing van het Joegoslaviëtribunaal.

    Een golf van revisionisme en nationalisme heeft alle Balkanstaten overspoeld, maar ook het Joegoslaviëtribunaal in Den Haag is erdoor getroffen. De uitspraak van de Franse rechter Jean-Claude Antonetti, gedaan aan het eind van het proces tegen Vojislav Seselj, de leider van de Servische Radicale Partij, is in volstrekte tegenspraak met de conclusies die het tribunaal het afgelopen tweeënhalve decennium op basis van feiten heeft getrokken.

    Het tribunaal is ingesteld om de waarheidsvinding inzake de oorlogen in ex-Joegoslavië te faciliteren. Door het individualiseren van de schuldvraag had het een cruciale rol moeten spelen bij het herstel van het vertrouwen en de verzoening tussen de volkeren. Maar de vrijspraak voor Seselj gooit olie op het vuur dat brandend wordt gehouden door extremisten van allerlei slag. Met andere woorden, het tribunaal heeft zijn wezenlijke opdracht verraden.

    Ook al druist ze in tegen de belangen van Kroatië, de stijgende populariteit van de radicalen van Seselj stemt de Kroatische nationalisten euforisch

    Met de uitspraak van Antonetti wordt het rad van de geschiedenis een slag teruggedraaid en komt het uiteenvallen van ex-Joegoslavië in een nieuw licht te staan. Het is alarmerend dat de Kroatische en Bosnische afscheidingsbewegingen daarvoor de eerstverantwoordelijken zijn. In de ogen van Antonetti was de vestiging van autonome regio’s in Servië, Kroatië en Bosnië en Herzegovina alleen maar een reactie op de Kroatische en Bosnische afscheidingsdrang, waarmee het plan van een Groot-Servië, waarvoor Seselj zich beijverde, werd gelegitimeerd.

    De legitimering van het criminele plan van een Groot-Servië krijgt zo een politieke lading: het geeft de Serviërs het recht om de hereniging te eisen van alle regio’s waar ze hebben gewoond, binnen een staat die zowel een deel van Kroatië als van Bosnië en Herzegovina omvat. Deze foutieve voorstelling van de geschiedenis maakt de chaos in de westelijke Balkan alleen maar groter, met alle risico’s van destabilisering van dien. Ze geeft zuurstof aan de nationalisten en een excuus om zich verder te mobiliseren. Daarmee heeft Seselj onverwachte politieke steun gekregen, die er weleens voor zou kunnen zorgen dat de Servische Radicale Partij (SRS) een goed resultaat behaalt bij de komende parlementsverkiezingen op 24 april. De SRS zou opnieuw in het parlement kunnen komen als een van de vier grootste partijen [de SRS behaalde 8 procent van de stemmen].

    Dit is vooral een bedreiging voor de pro-Europese krachten in Servië. Ook al druist ze in tegen de belangen van Kroatië, de stijgende populariteit van de radicalen van Seselj stemt de Kroatische nationalisten euforisch. Ze kunnen hun pijlen opnieuw op het Haagse tribunaal richten, met als argument dat het de agressie tegen Kroatië rechtvaardigt, al heeft datzelfde tribunaal onlangs ook Kroatische generaals vrijgesproken. De Kroatische nationalisten zullen gewoontegetrouw hun woede op Belgrado richten en daarmee echte bondgenoten worden van Seselj, die ervan droomt de Servische premier, president Tomislav Nikolic en vicepresident Aleksandar Vucic ten val te brengen, die groot zijn geworden onder zijn vleugels voordat ze hem de rug toekeerden.