Tag: Europese verkiezingen

  • Commentator Sylvie Kauffman: ‘Als Macron een oorlogseconomie wil, is transparantie cruciaal’

    Commentator Sylvie Kauffman: ‘Als Macron een oorlogseconomie wil, is transparantie cruciaal’

    De voortvarende strategische ommezwaai die de Franse president Emmanuel Macron inzake Oekraïne maakte, heeft hoge verwachtingen gewekt in Kyiv. Nu alleen nog de middelen verschaffen die bij zo’n engagement horen, vindt Sylvie Kauffman, commentator bij Le Monde.

    Dossier: Soeverein Europa

    ‘This is Europe’s moment to answer the call of history’, riep Ursula von der Leyen aan de vooravond van de verkiezingen. 360 maakte voor het juninummer (dat nu in de winkel ligt!) in aanloop van de Europese verkiezingen een rondje langs de lidstaten en koos in samenwerking met weekblad De Groene Amsterdammer de meest verheffende en inzichtelijke bijdragen van grote denkers als Varoufakis, Piketty, Mastrobuoni en Krastev, die hun deskundig licht laten schijnen over hoe de Europese integratie verdiept en verbeterd kan worden.

    Na afloop van twee dagen overleg met zijn collega-ministers van Buitenlandse Zaken wilde David Cameron bij het verlaten van het gebouw van de NAVO in Brussel, voordat hij in de auto stapte, in een video die 4,5 miljoen keer is bekeken op X, graag uitleggen ‘wat er nu moet gebeuren’. Het fiasco van brexit heeft de zelfverzekerdheid van de Britse ex-premier, die nu minister van Buitenlandse Zaken is, duidelijk niet aangetast. Met de flair van een autoverkoper kondigt hij de maatregelen aan die nodig zijn om de Oekraïense oorlogsinspanningen te blijven steunen. ‘We moeten meer doen,’ zei hij met nadruk.

    Dat is simpel en direct. Wat de militaire hulp aan Oekraïne betreft volgen de Britten sinds 2014, toen de gewapende Russische agressie begon, een behoorlijk constante lijn. Londen zegt 60.000 Oekraïense soldaten te hebben getraind. De Franse opstelling is wat gecompliceerder geweest.  Eerst kozen de Fransen de weg van onderhandelingen, die de Duitse kanselier Angela Merkel en president François Hollande voerden met hun Russische en Oekraïense partners in de periode waarin het conflict zich beperkte tot de Donbas. Het doel was een oorlog, een grootschalige oorlog, te vermijden. Dat was ook het doel van de dialoog die Emmanuel Macron vanaf 2019 onderhield met Vladimir Poetin. Dat heeft allemaal niets uitgehaald. Op 24 februari 2022 heeft Poetin, die genoeg had van het onderhandelen, een grootschalige oorlog ontketend om Oekraïne te veroveren.

    Berlijn en Parijs moesten van strategie veranderen. Kanselier Olaf Scholz sprak van een Zeitenwende, een keerpunt in de geschiedenis, en heeft uit die breuk de consequenties getrokken.  De Franse president is meermalen van koers veranderd; hij heeft zich uitgesproken voor uitbreiding van de EU met Oekraïne en Moldavië; hij heeft toenadering gezocht tot de landen van Midden- en Oost-Europa die al twee decennia waarschuwden voor de Russische dreiging, zonder dat ernaar werd geluisterd. In tegenstelling tot Washington en Berlijn bepleitte hij de toetreding van Oekraïne tot de NAVO. En sinds het begin van dit jaar volgt hij een veel hardere lijn tegenover Rusland, dat, zo zegt hij, niet alleen Oekraïne, maar Europa aanvalt. We moeten dus niets meer uitsluiten om deze dreiging het hoofd te bieden, zelfs niet het sturen van ‘onze’ troepen.

    Morele crisis

    Deze daadkrachtige opstelling heeft veel hoop gewekt in Oekraïne, waar men een flinke morele crisis doormaakt vanwege de verpletterende kracht van de Russische wals en de problemen van de Westerse bondgenoten om op te schalen en meer macht te ontplooien. Washington verwijt Kyiv dat het veel te weinig jonge soldaten mobiliseert. Kyiv repliceert: ‘Wat voor zin heeft het jonge rekruten te mobiliseren als we ze niet kunnen bewapenen?’ Het vertrouwen van de Oekraïeners in de Verenigde Staten, waar de beloofde hulp van 60 miljard dollar (55 miljard euro) zes maanden lang geblokkeerd werd, is ernstig geschaad. In dat sombere landschap verschijnt dan een enthousiaste Franse leider die met bloemrijke taal schudt aan de Europese boom, op het gevaar af zich te vervreemden van zijn traditionele partners – en de Oekraïeners beginnen te dromen.

    ‘Na de fase van de angst, die van de empathie en die van de solidariteit gaan de Fransen nu een onverwachte fase in: die van de moed,’ oordeelt Aljona Getmansjoek, analist bij het New Europe Center in Kyiv. ‘De geschiedenis heeft laten zien dat Frankrijk de betekenis kent van de woorden “leiderschap” en “moed”, voegde Rostyslav Ogrysko, een hoge functionaris van het Oekraïense ministerie van Buitenlandse Zaken, eraan toe op 4 april, tijdens een conferentie van het Institut Français des relations internationales in Parijs. Moe van het steeds maar moeten herhalen waarom zijn land Patriot-raketten nodig heeft voor de luchtverdediging suggereert defensieminister Dmytro Koeleba ‘beter te luisteren naar Emmanuel Macron’.

    Zij het dat… de Oekraïeners, de Balten en de Polen off the record allemaal bezorgd dezelfde vraag stellen: ‘Maar is deze strategische wending menens?’ Ze willen er graag in geloven, maar de geschiedenis heeft hen al eerder teleurgesteld; ze zijn al eens eerder in de steek gelaten. ‘Die vastberadenheid moet gepaard gaan met de middelen die erbij horen,’ merkt Aljona Getmansjoek verstandig op.

    Daar wringt de schoen. Die fameuze ‘oorlogseconomie’, zoals president Macron het op 13 juni 2022 noemde tijdens de defensiebeurs Eurosatory in Villepinte, lijkt er nog altijd niet te zijn. Om deze indruk te ontkrachten, die versterkt wordt door de defensie-industrie, die bevestigt van de staat geen nieuwe bestellingen te hebben ontvangen die op een oorlogseconomie zouden wijzen, heeft Macron op donderdag 11 april de belangrijkste CEO’s van de defensie-industrie uitgenodigd in Bergerac in de Dordogne, waar hij de eerste steen legde van Eurenco’s nieuwe munitiefabriek. In het jargon van het Elysee spreekt men niet van een ‘oorlogseconomie’ maar van een ‘economie van verdediging en versterking van onze soevereiniteit’. Misschien is dat beter, want de definitie die het Elysee dinsdag gaf van ‘oorlogseconomie’ – ‘meer en sneller produceren’ – is een beetje beknopt.

    Financiering

    Wie ‘oorlogseconomie’ zegt of zelfs ‘defensie-economie’, zegt ook: ‘budget’, ‘middelen’, ‘geld’, kortom: financiering. Nu Frankrijk een ernstige crisis van de overheidsfinanciën doormaakt, moet openheid van zaken worden gegeven over de budgettaire beslissingen die een dergelijke oorlogseconomie vergt. Een maximalistische politieke aanpak kan geen genoegen nemen met een minimalistische economische of militaire aanpak.

    Vladimir Poetin, die in Rusland een grootschalige oorlogseconomie heeft ingevoerd, hoeft zich het hoofd niet te breken over een eerlijk verhaal. Maar de Europese leiders zijn ertoe verplicht. Zij zijn dat verplicht aan hun kiezers. Ze zijn het ook verplicht aan de Oekraïeners en de andere Oost-Europeanen die nu op hen vertrouwen zonder dat hun ooit is uitgelegd waarom men tot 24 februari 2022 de verkeerde weg heeft gevolgd.  

  • Yanis Varoufakis: ‘Ik mis de tijd waarin pro-Europeanen de EU nog bejubelden’

    Yanis Varoufakis: ‘Ik mis de tijd waarin pro-Europeanen de EU nog bejubelden’

    Al lang voor de Russische inval in Oekraïne was het Europese idee van een gezamenlijke welvaart aan het afbrokkelen. De Griekse econoom en voormalig minister van Financiën Yanis Varoufakis trekt zijn wenkbrauwen op over de koers van eurofielen.

    Dossier: Soeverein Europa

    ‘This is Europe’s moment to answer the call of history’, riep Ursula von der Leyen aan de vooravond van de verkiezingen. 360 maakte voor het juninummer (dat nu in de winkel ligt!) in aanloop van de Europese verkiezingen een rondje langs de lidstaten en koos in samenwerking met weekblad De Groene Amsterdammer de meest verheffende en inzichtelijke bijdragen van grote denkers als Varoufakis, Piketty, Mastrobuoni en Krastev, die hun deskundig licht laten schijnen over hoe de Europese integratie verdiept en verbeterd kan worden.

    Europa is onherkenbaar veranderd. Vroeger werd de Europese Unie door voorstanders van Europese eenwording altijd geroemd als een vredesproject, het ideaal van een ‘schitterend’ kosmopolitisme tegenover nationalisme dat, zoals de Franse president Mitterrand het in 1995 nogal dramatisch verwoordde, ‘gelijkstaat aan oorlog’. Maar al lang voor de Russische inval in Oekraïne was de klad gekomen in die eurofiele visie van een vreedzaam pad naar gezamenlijke welvaart. De metamorfose van de EU is door de Russische invasie hooguit versneld.

    Josep Borrell, hoofd buitenlandse zaken van de EU, liet ons van die verschuiving van kosmopolitisme naar etnoregionalisme al iets merken toen hij de EU beschreef als een prachtige ‘tuin’ die bedreigd wordt door de niet-Europese ‘jungle’ buiten haar grenzen. En recentelijker hebben de Franse president Macron en de voorzitter van de Europese Raad Charles Michel de Europeanen niet alleen opgeroepen om zich op oorlog voor te bereiden, maar belangrijker, om voor de economische groei en technologische vooruitgang van de EU vooral te kijken naar de wapenindustrie. Nu ze Duitsland en de andere zogenaamd zuinige landen niet van het nut van een echte begrotingsunie kunnen overtuigen, vallen ze vertwijfeld terug op het bepleiten van een oorlogsunie.

    Cruciaal moment

    Dit is een cruciaal moment in de bewogen geschiedenis van de EU. Even afgezien van de luidruchtige minderheid van eurosceptici betrof het grootste verschil van inzicht in de Europese politiek een meningsverschil binnen het eurofiele kamp over de te kiezen koers: de keuze tussen het inslaan van een hamiltoniaans pad (Europese schulddeling, wat de ontwikkeling naar federalisering zou versnellen) of verdergaan op de ingeslagen weg van een intergouvernementele unie (geleidelijke marktintegratie). Regeringen van overschotlanden waren altijd voorstander van de laatste optie, terwijl landen met tekorten allicht eerder neigden naar een hamiltoniaanse oplossing, die zo permanent op de lange baan werd geschoven.

    De eurocrisis legde bloot hoe onmogelijk het is om vol te houden dat schulden, banken en belastingen nationaal kunnen zijn terwijl de munt transnationaal is en de markten geïntegreerd zijn. De EU koos er helaas voor om alleen het hoogst noodzakelijke te doen voor het behoud van de euro, en bleef zo achter met het slechtste van twee werelden: een enorm ineffectieve pseudo-begrotingsunie (zonder goed instrument om de staatsschuld bij te sturen, zoals in de VS) en een Europese Centrale Bank die zich keer op keer genoopt ziet de eigen regels te overtreden (en daarvoor steeds creatievere uitvluchten verzint). Het ergst van al is misschien nog dat het gammele politieke proces waarmee gemeenschappelijke gelden en lasten worden verdeeld, elk greintje democratische legitimiteit ontbeert.

    Decennialang hebben sommigen van ons campagne gevoerd voor een Europese Green New Deal. Omdat een federale unie op de afzienbare termijn niet haalbaar was, stelden we manieren voor om federale financiële instrumenten na te bootsen (bijvoorbeeld de uitgifte van eurobonds door de ECB) en zo via de Europese Investeringsbank jaarlijks minimaal vijfhonderd miljard euro op te halen voor een investeringsfonds in groene technologie. In plaats daarvan goochelden de beleidsmakers met vage alternatieven zoals het tot mislukken gedoemde plan-Juncker en een herstelfonds tijdens de pandemie, dat een gemeenschappelijke schuld creëerde zonder goed gemeenschappelijk doel.

    Europese bewindslieden willen helaas niet inzien hoe nutteloos oude recepten in nieuwe verpakkingen zullen zijn

    Daardoor zit de Europese economie nu in het slop. Door te kiezen voor een strategie van vlees noch vis (geen begrotingsunie, maar ook geen volstrekte nationale zelfstandigheid op het gebied van de begroting en het centralebankbeleid) veroordeelde de EU zichzelf tot twee decennia van minimale investeringen en heeft ze niet de technologieën kunnen ontwikkelen die Europa nodig heeft: groene technologie (waarmee Europa op zijn eigen voorwaarden zou kunnen stoppen met Poetins goedkope gas) en cloudkapitaal. De VS en China, de huidige monopolisten in cloudkapitaal, dat nieuwe instrument voor de accumulatie van rijkdom, dringen Europa bovendien een nieuwe Koude Oorlog op, met catastrofale gevolgen voor de toegang van de Duitse industrie tot de Chinese exportmarkten.

    Europese bewindslieden willen helaas niet inzien hoe failliet het Europese bedrijfsmodel is en hoe nutteloos oude recepten in nieuwe verpakkingen zullen zijn. Zo denkt Duitsland zijn concurrentiekracht weer op te vijzelen met energiesubsidies en loonmatiging.

    Het gevaar van dit debat is dat het afleidt van Europa’s werkelijke probleem: dat Duits industrieel kapitaal niet langer de overschotten accumuleert waarmee energiesubsidies voor krimpende industrieën gefinancierd kunnen worden. In deze context is het niet mogelijk om met welke loonmatiging dan ook (zoals toenmalig kanselier Gerhard Schröder die ooit wist af te dwingen) de concurrentiepositie te versterken van een auto-industrie die niet in staat is de batterijtechnologie of de algoritmen te produceren waarmee fabrikanten van moderne elektrische voertuigen reële nieuwe waarde aan hun product toevoegen.

    Slechten van grenzen

    Dus wat nu? Michel lijkt onze voorstellen voor eurobonds en voor het verstevigen van de positie van de Europese Investeringsbank uit de prullenbak van de recente Europese geschiedenis te hebben gevist. Alleen wil hij de nieuwe kredieten niet gebruiken voor het subsidiëren van groene technologie of cloudkapitaal, maar voor een nieuwe wapenindustrie die volgens hem ‘een krachtig middel zal zijn om onze technologische, innovatieve en industriële positie te versterken’.

    Meent Michel dat nou serieus? Hoe moet de Europese Investeringsbank leningen terugverdienen aan de defensie-industrie, die per definitie onproductief is? Wat gebeurt er als onze magazijnen straks vol liggen met munitie en raketten? 

    Verstandige eurofielen kunnen dus maar beter hopen dat het plan van Michel net zo’n zachte dood sterft als dat van Juncker. 

    Ik mis de tijd waarin pro-Europeanen de EU nog bejubelden – hoe hypocriet soms ook – als een project voor het slechten van grenzen en het stimuleren van openheid, verscheidenheid en tolerantie. In plaats van een diverse democratische federatie die aantrekkelijk is voor de mensen buiten haar grenzen, wordt nu gestreefd naar een wit, christelijk rijk dat wordt afgeschermd met dure raketwerpers en hoge hekken die onder stroom staan. Dit is een Europa waar jongeren niet trots op kunnen zijn en dat de rest van de wereld niet serieus zal nemen.  

    Yanis Varoufakis is voormalig Grieks minister van Financiën, leider van de partij MeRA25 en hoogleraar economie aan de Universiteit van Athene.

  • Thomas Piketty: ‘Mogelijke toetreding van Oekraïne vraagt om herdefiniëring van de EU’

    Thomas Piketty: ‘Mogelijke toetreding van Oekraïne vraagt om herdefiniëring van de EU’

    De Franse econoom en hoogleraar Thomas Piketty ziet de mogelijke toetreding van Oekraïne tot de EU als een kans om de Unie te hervormen. In plaats van verdere liberalisering en marktwerking bepleit hij een hervorming in dienst van de rechtsstaat en het democratisch pluralisme.

    Dossier: Soeverein Europa

    ‘This is Europe’s moment to answer the call of history’, riep Ursula von der Leyen aan de vooravond van de verkiezingen. 360 maakte voor het juninummer (dat nu in de winkel ligt!) in aanloop van de Europese verkiezingen een rondje langs de lidstaten en koos in samenwerking met weekblad De Groene Amsterdammer de meest verheffende en inzichtelijke bijdragen van grote denkers als Varoufakis, Piketty, Mastrobuoni en Krastev, die hun deskundig licht laten schijnen over hoe de Europese integratie verdiept en verbeterd kan worden.

    Is de mogelijke toetreding van Oekraïne tot de Europese Unie (EU) een goed idee? Ja, als die tenminste gepaard gaat met een herformulering van het Europese project. Het zal aanleiding moeten zijn om de EU te herdefiniëren als een politieke gemeenschap in dienst van de rechtsstaat en het democratisch pluralisme en om afstand te nemen van de economische religie van vrijhandel en concurrentie als oplossing voor alle problemen, een religie die het Europese bouwwerk nu al decennia lang domineert.

    Als de verdediging van Oekraïne tegen Rusland van vitaal belang is, dan is dat allereerst om politieke en democratische redenen. In tegenstelling tot zijn Russische buurman respecteert Oekraïne de principes van parlementaire democratie, democratische bestuurswisseling, scheiding der machten en een vreedzame oplossing van conflicten.

    De toetreding van Oekraïne tot de EU moet aanleiding zijn voor het formuleren van strenge normen die garant staan voor alle vormen van pluralisme, zowel wat betreft de electorale organisatie (met eindelijk ambitieuze wetgeving inzake de financiering van campagnes en partijen) als wat betreft regels voor de media (met solide garanties voor redactionele onafhankelijkheid en een reële zeggenschapsverdeling tussen journalisten, burgers en publieke en particuliere aandeelhouders).

    Europa presenteert zich graag als een vrijwel perfecte democratische club, een lichtend voorbeeld voor de wereld. Maar hoewel de electorale democratie er in bepaalde opzichten verder ontwikkeld is dan in andere delen van de wereld, is de institutionele grondslag ervan niet minder broos en onvolledig.

    Er moet een harde kern worden gevormd van landen die bereid zijn strengere normen in te voeren op sociaal, fiscaal en milieugebied

    Het is niet genoeg om de transparantie in Kiev te verdedigen en opnieuw aan de kaak te stellen dat Oekraïense oligarchen de politieke dienst uitmaken tijdens verkiezingen en in de media; ook de macht van Franse, Duitse, Italiaanse, Poolse en Maltese oligarchen moet worden ingeperkt en in de hele EU moeten nieuwe, democratischere, pluralistischere en egalitairdere vormen van politieke participatie worden bevorderd waarin geld en privébelangen geen rol meer spelen.

    Het instellen van ambitieuzere democratische normen in Europa moet er ook toe leiden dat er afstand wordt genomen van de economische religie van vrijhandel en concurrentie die al sinds de Akte van 1986 en het Verdrag van Maastricht van 1992 moet doorgaan voor een Europese filosofie.

    Als we willen voorkomen dat de toetreding van Oekraïne tot de EU leidt tot nieuwe schade op sociaal en milieugebied, met name vanwege de toegenomen concurrentie in de sectoren landbouw en industrie, dan is het onvermijdelijk dat er tegelijkertijd op twee fronten actie wordt ondernomen. Allereerst moet in deze vergrote EU zo snel mogelijk een harde kern worden gevormd van landen die in meerderheid bereid zijn strengere normen in te voeren op sociaal, fiscaal en milieugebied. Dat kan bijvoorbeeld door een Europese assemblee op te richten van landen die voorstander zijn van een verdergaande integratie. Ook andere oplossingen zijn denkbaar, op voorwaarde dat daarbij maar een klein aantal positief ingestelde landen betrokken is en er geen blokkades kunnen worden opgeworpen door andere landen.

    Eigen voorwaarden

    Vervolgens is het onvermijdelijk dat, in afwachting van de vorming van zo’n harde kern en om de acties te bestendigen, elk land weer de middelen krijgt om eigen voorwaarden te stellen bij de handel met andere landen, ook met zijn Europese partners.

    Een buitengewoon duidelijk voorbeeld is fiscale dumping. Behalve dat de met de OESO en de EU uitonderhandelde vennootschapsbelasting van 15 procent op alle mogelijke manieren kan worden ontdoken, is die belachelijk laag. Omdat er alleen unaniem tot een aanpassing kan worden besloten, zal dat niet snel gebeuren.

    De eenvoudigste manier om deze situatie te doorbreken is door middel van eenzijdige actie. Als een land als Frankrijk bijvoorbeeld vindt dat een adequate winstbelasting (laten we zeggen) 30 procent bedraagt, dan kan het heel goed besluiten dat over goederen en diensten die worden geïmporteerd uit landen met een lager tarief, het verschil moet worden bijbetaald. Het EU Tax Observatory heeft berekend dat zo’n maatregel Frankrijk 39 miljard euro zou opleveren, een aardig bedrag om in gezondheidszorg, onderwijs of openbaar vervoer te steken.

    De voorstanders van veralgemeniseerde belastingdumping zullen roepen dat er sprake is van protectionisme, maar de werkelijkheid is volstrekt anders: het gaat er alleen maar om dat ondernemingen die goederen en diensten naar Frankrijk exporteren hetzelfde tarief betalen als ondernemingen die in Frankrijk zelf gevestigd zijn, wat al veel eerder als een minimale voorwaarde voor eerlijke handel had moeten worden aangemerkt.

    Alleen als er nieuwe sociale en economische manoeuvreerruimte wordt gecreëerd zal de publieke opinie instemmen met verdere EU-uitbreiding

    Dezelfde logica geldt voor normen op het gebied van volksgezondheid of CO2-uitstoot. Laten we in dit verband niet vergeten dat de beoogde opbrengst van het mechanisme voor koolstofcorrectie aan de grens, dat in 2022 door de EU is ingevoerd, tot 2027 amper 14 miljard euro zal zijn, oftewel minder dan 0,5 procent van de invoerrechten die worden geheven over alle goederen die van buiten Europa in de EU worden geïmporteerd (en nauwelijks meer dan 2 procent van de invoerrechten over de totale Chinese import). Laten we er geen doekjes om winden: om een significante impact te hebben op de handelsstromen tussen Europa en de rest van de wereld moeten deze bedragen met een factor tien of twintig worden vermenigvuldigd. Ook hier zullen alleen eenzijdige acties de huidige impasse kunnen doorbreken.

    Alleen als er nieuwe sociale en economische manoeuvreerruimte wordt gecreëerd zal de publieke opinie instemmen met verdere EU-uitbreiding, omdat die dan zal zijn gestoeld op gedeelde democratische waarden en niet op een liberale economische religie waarvan vooral de allerrijksten profiteren en die de lagere en middenklasse steeds meer vervreemdt van het Europese ideaal. 

    Thomas Piketty is hoogleraar aan de École des hautes études en sciences sociales (EHESS) en de École d’économie in Parijs.

  • Politicologen Ivan Krastev en Mark Hugo Leonard: ‘Iedere kiezer wil zijn eigen crisis’

    Politicologen Ivan Krastev en Mark Hugo Leonard: ‘Iedere kiezer wil zijn eigen crisis’

    De Bulgaarse politicoloog Ivan Krastev en zijn Britse collega Mark Hugo Leonard zien vijf groeperingen of ‘stammen’ die Europa in 2024 zullen bepalen. ‘Elke kwestie heeft haar eigen achterban voor wie die ene dé crisis is.’

    Dossier: Soeverein Europa

    ‘This is Europe’s moment to answer the call of history’, riep Ursula von der Leyen aan de vooravond van de verkiezingen. 360 maakte voor het juninummer (dat nu in de winkel ligt!) in aanloop van de Europese verkiezingen een rondje langs de lidstaten en koos in samenwerking met weekblad De Groene Amsterdammer de meest verheffende en inzichtelijke bijdragen van grote denkers als Varoufakis, Piketty, Mastrobuoni en Krastev. Tot en met 6 juni komt er elke dag een artikel online waarin een van hen hun deskundig licht laat schijnen over hoe de Europese integratie verdiept en verbeterd kan worden.

    Wordt extreemrechts de grote winnaar bij de Europese verkiezingen dit jaar? Zo ja, wat zou hun overwinning betekenen voor de toekomst van de EU? En voor wie staat extreemrechts? Vijf jaar geleden zagen de leiders van Europa terecht in dat de Europeanen leden aan een moment van hoogtevrees. Bij Milan Kundera, van wie de uitdrukking komt, is hoogtevrees niet hetzelfde als de angst om te vallen – het is eerder het verlangen om te vallen, waartegen we ons doodsbenauwd verzetten. Destijds flirtten kiezers met extreemrechtse populisten en hielden al rekening met de instorting van de Unie, maar toen puntje bij paaltje kwam stemde de meerderheid voor middenpartijen. 

    Het is niet waarschijnlijk dat dit scenario zich herhaalt. Inmiddels hebben de meeste extreemrechtse partijen afgezien van de eis dat hun land de EU of de euro zou verlaten en hebben ze hun doelstellingen aangepast. Ze willen niet langer uit de EU maar de Unie hervormen en de koers bepalen. Na de recente verkiezingen in Nederland en Slowakije en regionale verkiezingen in Oostenrijk en een aantal regio’s in Duitsland groeit er consensus over de verwachting dat de komende verkiezingen in juni een ramp worden en dat migratie als enige kwestie de campagne en de uitkomst zal bepalen. Maar klopt dat wel? 

    Feit is dat Europa in een crisisstemming verkeert

    Feit is dat Europa in een crisisstemming verkeert. Maar migratie is maar een van de vijf crises die het continent de afgelopen vijftien jaar hebben verdeeld. Alles begon in het kielzog van een wereldwijde financiële crisis waardoor veel Europeanen ineens gingen twijfelen of hun kinderen het wel beter zouden krijgen dan zijzelf. Ondertussen was er een klimaatcrisis gaande die hen dwong zich een bedreigde wereld voor te stellen. Inmiddels kwam als gevolg van de coronacrisis de kwetsbaarheid van onze gezondheidsstelsels aan het licht en ontstond er angst voor een nieuw soort dictatuur: die van de techbedrijven. De oorlog in Oekraïne, ten slotte, maakte een eind aan de illusie dat op het Europese continent nooit meer een grote oorlog zou plaatsvinden.

    Beter beeld

    Deze vijf crises hebben van alles gemeen: ze werden in heel Europa gevoeld, werden door veel Europeanen ervaren als een bedreiging van hun bestaanszekerheid, tastten het overheidsbeleid dramatisch aan én ze zijn beslist nog niet voorbij. Maar je kunt ze niet op één hoop gooien; ze hebben diverse angsten en gevoeligheden losgemaakt en hebben Europa verscheurd maar tegelijkertijd ook – paradoxaal genoeg – de EU bijeengehouden. 

    Een nieuwe door ons verrichte studie helpt om een beter beeld te krijgen van een Europa dat is bevolkt door vijf verschillende ‘stammen’ waarvan de politieke identiteit werd gevormd als reactie op genoemde crises. Deze stammen vormen afdelingen tussen en binnen de Europese lidstaten. 

    Met de term ‘polycrisis’ wordt aangegeven dat veel crises zich min of meer tegelijk voordoen en dat de schok van hun cumulatieve wisselwerking sterker is dan de som van de delen. Maar een onderbelicht kenmerk van de polycrisis is dat voor verschillende samenlevingen, sociale groeperingen en generaties een bepaalde crisis over het algemeen een dominantere rol speelt dan andere. Emmanuel Macron begreep dit goed toen hij degenen die zich zorgen maakten over het eind van de maand (economische crisis) plaatste tegenover degenen die zich zorgen maken over het eind van de wereld (klimaatcrisis). Dat is wat we bedoelen als we zeggen dat iedereen zijn eigen crisis wil. De klimaatcrisis, de oorlog in Oekraïne, corona, immigratie en wereldwijde economische onrust – elk van deze vijf kwesties heeft haar eigen achterban voor wie die ene dé crisis is.

    Typerend voor de ‘migratiestam’, dus diegenen die migratie als dé crisis zien, zijn de sterke emoties

    Interessant genoeg is Duitsland het enige land waar immigratie duidelijk vooroploopt wanneer mensen wordt gevraagd welke crisis hun met het oog op de toekomst de meeste zorgen baart. Esten en Polen zijn gespitst op de oorlog in Oekraïne. Italië en Portugal zien de economische crisis als hun grootste bedreiging. Spanje, Groot-Brittannië en Roemenië zijn de landen waar corona als het grootste trauma geldt. En in Frankrijk en Denemarken wordt de klimaatcrisis het belangrijkst gevonden. 

    De huidige preoccupatie met migratie ontstond niet doordat de meeste mensen in de meeste landen erdoor geobsedeerd zijn en evenmin doordat het als kwestie de meeste verdeeldheid zaait.

    In feite zijn we getuige van een beginnende migratieconsensus in heel Europa: steun voor strengere buitengrenzen is gemeengoed geworden bij politieke partijen. Maar typerend voor de ‘migratiestam’, dus diegenen die migratie als dé crisis zien, zijn de sterke emoties. Zij zijn het kwaadst van allemaal over het EU-beleid en hun woede drijft hen naar rechts. Degenen die migratie zien als de belangrijkste crisis zullen hoogstwaarschijnlijk stemmen op centrumrechtse of extreemrechtse partijen. In Duitsland betekent dat een grote kans op een stem voor de Alternative für Deutschland; in Frankrijk voor Marine Le Pens Rassemblement National of Éric Zemmours Reconquête.

    Klimaat is de andere crisis die haar stam in een duidelijke politieke richting duwt. De klimaatstam is spiegelbeeldig aan de migratiestam omdat de leden vaak groene of centrumlinkse partijen steunen. De botsing tussen deze twee stammen zal de komende Europese verkiezingen uiteindelijk bepalen.

    Asymmetrie

    Interessant genoeg reageren beide stammen echter heel verschillend wanneer de partij van hun voorkeur eenmaal is gekozen. Als de migratiestam rechtse partijen aan de macht ziet, hebben de aanhangers de neiging meer ontspannen te zijn over het onderwerp. In Italië scoort migratie verrassend laag bij de vraag wat de kiezers bezighoudt: maar 10 procent van de bevolking en maar 17 procent van de achterban van Fratelli d’Italia ziet migratie als de belangrijkste crisis, al kwam die partij aan de macht op basis van een sterk antimigratieprogram en nam de toevloed van illegale immigranten het afgelopen jaar toe.

    De klimaatstam reageert andersom. Onze peiling in Duitsland laat zien dat de leden van deze stam zich grote zorgen over het klimaat blijven maken, ook al zitten de Groenen in de huidige regering, die een streng klimaatbeleid voert. Hoewel Duitsland erin is geslaagd om de uitstoot van koolstof het laatste jaar terug te brengen met een indrukwekkende 20 procent, beschouwen zij de aanpak van het probleem niet als afdoende. Kortom, kiezers zijn geneigd te denken dat de keuze voor een extreemrechtse regering het antwoord is op hun immigratieangsten – zelfs al verandert er in werkelijkheid weinig –, maar in hun ogen is de klimaatcrisis niet voorbij met een stem op de Groenen.

    Elk van Europa’s vijf crises zal menig leven hebben, maar het is bij de stembus dat ze gaan leven, wegkwijnen of herleven

    Uit deze asymmetrie – dat de migratiestam wordt gemobiliseerd door retoriek terwijl de klimaatstam zelfs bij positieve resultaten bezorgd blijft – is een voorzichtige verklaring te trekken voor de duidelijke voorsprong van rechts bij de komende verkiezingen.  

    Elk van Europa’s vijf crises zal menig leven hebben, maar het is bij de stembus dat ze gaan leven, wegkwijnen of herleven. Europese leiders zouden zich ervan bewust moeten zijn dat de verkiezing niet alleen een wedstrijd wordt tussen links en rechts – of tussen eurofielen en eurosceptici – maar ook een gevecht om de suprematie tussen de verschillende stammen van Europa. Het gezicht van de Europese politiek wordt eerder door fragmentatie dan door polarisatie bepaald. Veel kiezers zullen er vooral op uit zijn de terugkeer van hun eigen crisis te voorkomen. De focus op migratie alleen zou weleens de verkeerde strategie kunnen blijken te zijn. 

    Mark Hugo Leonard is een Britse politicoloog en auteur. Hij is directeur van de European Council on Foreign Relations, die hij in 2007 oprichtte.

    Ivan Krastev is schrijver en politicoloog en ontving in 2020 de Jean Améry Prize for European Essay Writing. Eerder was hij directeur van de International Commission on the Balkans en hoofdredacteur van de Bulgaarse editie van Foreign Policy.

  • Wolfgang Streeck: ‘De EU is te heterogeen om top-down bestuurd te worden’

    Wolfgang Streeck: ‘De EU is te heterogeen om top-down bestuurd te worden’

    De EU zal alleen standhouden als ze de democratische staten hun soevereiniteit teruggeeft. Want een federaal Europa is onbereikbaar en de aanhoudende onduidelijkheid ondraaglijk, betoogt socioloog Wolfgang Streeck.

    Dossier: Soeverein Europa

    ‘This is Europe’s moment to answer the call of history’, riep Ursula von der Leyen aan de vooravond van de verkiezingen. 360 maakte voor het juninummer (dat nu in de winkel ligt!) in aanloop van de Europese verkiezingen een rondje langs de lidstaten en koos in samenwerking met weekblad De Groene Amsterdammer de meest verheffende en inzichtelijke bijdragen van grote denkers als Varoufakis, Piketty, Mastrobuoni en Krastev. Tot en met 6 juni komt er elke dag een artikel online waarin een van hen hun deskundig licht laat schijnen over hoe de Europese integratie verdiept en verbeterd kan worden.

    Als het nu, vlak voor de verkiezingen voor een nieuw Europarlement, niet het goede moment is om ons af te vragen wat het einddoel is – haar finalité, zoals de Fransen zeggen – van de ever closer union among the peoples of Europe, zoals ze het in Brussel graag noemen, wanneer dan wel? Dit zou eigenlijk de vraag aller vragen moeten zijn, zowel in Brussel als in de hoofdsteden van Europa.

    En hoewel deze vraag op de een of andere manier altijd en overal boven de vergadertafels hangt, wordt hij met inmiddels verbazingwekkende virtuositeit buiten de deur gehouden. Want elke poging die vraag ter sprake te brengen, zou een eind kunnen maken aan het catastrofale zelfbedrog van de EU-Europeanen: namelijk dat iedereen zich bij de EU hetzelfde zou voorstellen en wel precies datgene wat men zich zélf voorstelt.

    Als je om pragmatische redenen een riskant probleem buiten beschouwing laat omdat je vindt dat dit nog niet aan de orde is, dan mag dat een vorm van hoogstaande politiek-diplomatieke kunst zijn, maar die werkt alleen zolang niemand het kartel van zwijgers doorbreekt en niemand er in de alledaagse praktijk last van heeft. Wat de EU betreft is dat echter een gepasseerd station door het optreden van meer of minder ‘rechtse’ straatvechters die recht voor zijn raap aan de leiders van het ‘Europese project’ vragen waar ze eigenlijk naartoe willen.

    Bij zo veel kabaal vasthouden aan de gevestigde praktijk lijkt een fatale vergissing: op pragmatisch vlak, omdat zo het groeiende ressentiment alleen maar wordt aangemoedigd, en op democratisch vlak, omdat een democratie beschadigd raakt als haar politieke klasse zich bij de gestelde vragen eensgezind in stilzwijgen hult.

    Met het oog op het gewicht van Duitsland in de EU, waar de regering Scholz tegenwoordig openlijk aanspraak maakt op een leidende, zo niet dé leidende rol, lijkt het noodzakelijk met name de Duitse visie op de Europese finalité onder de loep te nemen. 

    In feite komt de Duitse visie neer op een soort federalistische centrale staat, een ‘verenigd Europa’, waarin de Europese landen – gedreven door een uit het Duitse federale model bekend automatisme om te centraliseren dat alle plechtige beloften om te decentraliseren tenietdoet – steeds meer veranderen in federale staten die hun nationale soevereiniteit grondwettelijk of gewoonterechtelijk overdragen aan de federale regering. 

    Achterhaald

    Het probleem is wel dat deze visie niet alleen door geen enkele andere lidstaat wordt gedeeld, maar dat ze door de ontwikkelingen in de afgelopen dertig jaar ook hopeloos achterhaald is. Ook dat kan natuurlijk worden verzwegen, wat in de verkiezingsprogramma’s van de partijen in het Duits-Europese blok dan ook wordt gedaan. Dat leek een tijdje goed te gaan, namelijk zolang het enige tegengeluid kwam van de tot algemene vijand van staat en samenleving gepromoveerde AfD met haar niet erg snuggere dexitproject. 

    Inmiddels is dat veranderd, nu de BSW (Bündnis Sahra Wagenknecht) een Europees verkiezingsprogramma heeft gepresenteerd dat de media, die zichzelf een anti-eurosceptische positie hebben opgelegd, moeilijk kunnen negeren, ook al is niet uitgesloten dat ze daar toch in slagen. Het zou echter opnieuw een gemiste kans zijn om in Duitsland de discussie over de Europese politiek up-to-date te brengen.

    Willen we dat voorkomen dan moeten we allereerst rekening houden met het feit dat – in ieder geval sinds de monetaire unie en de toetreding van de meer naar het oosten gelegen landen – buiten Duitsland iedereen zich er terdege van bewust is dat het Duitse integratieconcept is mislukt. Vandaag de dag peinst geen enkele EU-lidstaat er nog over zijn nationale soevereiniteit op te geven. In werkelijkheid zelfs Duitsland niet, dat zich een soeverein geïntegreerde EU voorstelt als een opgeschaald (West-)Duitsland, en evenmin Frankrijk, dat zich zijn ‘soevereine Europa’ voorstelt als een horizontale uitbreiding van de Franse staat en zich dat volgens de eigen traditie ook niet anders kán voorstellen. 

    Uiteindelijk is dit te wijten aan het feit dat de huidige EU veel te heterogeen is om enig Europees land, met inbegrip van Luxemburg, ermee te laten instemmen dat zijn soevereiniteit opgaat in een geïntegreerde Eurostaat. Het Duits-Europese ideaal van een federale staat die automatisch steeds hechter wordt, is simpelweg onverenigbaar met de enorm toegenomen diversiteit van de staten en samenlevingen die in de EU zijn samengebracht.

    De EU is van 6 naar 27 leden gegroeid en na brexit van 28 naar 27 gekrompen. Een korte analyse van het panorama laat zien hoe diep de scheuren in de EU zijn die de weg naar een Europese integratie à la Duitsland blokkeren. 

    In het zuiden, in Italië, zit ondanks het feit dat dit land al tientallen jaren lid is van de Europese en de Monetaire Unie, een premier in het zadel die in Duitsland als neofascist wordt beschouwd – na het spectaculaire falen van een hele reeks door ‘Europa’ gezonden saneerders, van Monti tot Draghi, de Super Mario van Brussel, Goldman Sachs en Frankfurt. In de landen in het oosten blijkt dat het transplanteren van het naoorlogse West-Europese systeem van democratische instituties makkelijk tot grote conflicten leidt en ook niet van buitenaf kan worden doorgedrukt.

    Een heterogeen complex als de EU kan zowel technisch als politiek niet top-down worden bestuurd

    In het noorden blijven Denemarken en Zweden buiten de monetaire unie en Noorwegen buiten de EU, en in het westen is een van de grootste Europese landen, het Verenigd Koninkrijk, al vertrokken vanwege de onverenigbaarheid van zijn politiek en grondwet met het standaardmodel van de EU. Frankrijk, de nu op een na grootste lidstaat, wordt binnenkort wellicht geregeerd door een andere vermoedelijke neofascist. Frankrijk is trouwens nu al niet meer beschikbaar voor de veelgeroemde Frans-Duitse ‘tandem’ als regeringscentrum van een geïntegreerd Europa.

    Aan het einde van zijn kanselierschap heeft Helmut Kohl voorspeld dat het Verenigd Koninkrijk binnen afzienbare tijd zou toetreden tot de monetaire unie en dat dan snel kon worden overgegaan tot een politieke unie. Dit was een gigantische misser, evenals Wolfgang Schäubles levenslange hoop dat de Franse force de frappe en Duitslands nuclear sharing van de Amerikaanse kernwapens die op zijn grondgebied zijn gestationeerd op een of andere manier zouden kunnen opgaan in een nog te vormen geïntegreerde Europese kernmacht.

    Dat een heterogeen complex als de EU zowel technisch als politiek niet top-down kan worden bestuurd, bleek al toen Merkel en Sarkozy zogenaamd als oplossing voor de financiële crisis van 2008 de Duitse en Franse banken moesten redden zonder daaruit een bankenunie te kunnen laten ontstaan. Een paar jaar later, tijdens de coronapandemie, slaagde de Europese Commissie er niet in vaccins aan te schaffen en bij open binnengrenzen uniforme maatregelen af te dwingen. Daardoor moesten de lidstaten snel ieder voor zich maatregelen nemen om de eigen bevolking te beschermen.

    Het speciale herstelfonds van 750 miljard euro – achteraf bestempeld als wederopbouwhulp en om de verdragen te omzeilen gefinancierd met schulden – heeft niets teweeggebracht. In elk geval niet in Italië, waarop het eigenlijk gericht was en waar het nationale wederopbouwprogramma in Brusselse stijl had moeten worden uitgevoerd door de voor dit doel weer van stal gehaalde Mario Draghi. Draghi’s ambtstermijn als premier van een coalitie van alle politieke partijen eindigde na iets meer dan een jaar met zijn aftreden. Desondanks wordt nu onverdroten gesproken over een herstart van het fonds. 

    Eigen maatregelen

    Een ander beleidsterrein waarop de EU niet in staat blijkt de belangen van de lidstaten met elkaar in overeenstemming te brengen, is en blijft de immigratie. Hier ziet de ene lidstaat na de andere zich gedwongen eigen maatregelen te nemen; van ‘oplossingen’ te spreken zou overdreven zijn. Dit geldt ook voor Duitsland, dat de EU eigenlijk wilde gebruiken om te voorkomen dat het zich op nationaal niveau met dit probleem zou moeten bezighouden.

    Toen zich ook nog de oorlog in Oekraïne begon af te tekenen, werd de EU uitgesloten van de beslissende onderhandelingen tussen Rusland en de VS in de herfst en winter van 2021-2022 en was ze niet in staat de akkoorden van Minsk, waarover Duitsland, Frankrijk, Rusland en Oekraïne hadden onderhandeld, een kans te geven. Na het uitbreken van de oorlog werd de EU vervolgens, op basis van haar veronderstelde expertise op het gebied van economisch beleid en internationale economische betrekkingen, door de Verenigde Staten en de NAVO verplicht om economische sancties tegen Rusland te implementeren. Een jaar later bleek de Russische (oorlogs)economie te zijn gegroeid, terwijl West-Europa en met name Duitsland in een recessie belandden.

    Ze hebben geleerd de EU te gebruiken als arena voor hun op nationale belangen gerichte politiek en voor onzichtbare achterkamertjesdeals

    Waarom houden de lidstaten – of liever, hun politieke klassen – desondanks vast aan de EU, recent zelfs de rechtsbuitens Meloni en Le Pen? In de eerste plaats omdat ze hebben geleerd de EU te gebruiken als arena voor hun op nationale belangen gerichte politiek en voor onzichtbare achterkamertjesdeals in de institutionele wirwar van het EU-systeem. In de tweede plaats omdat de schijnwereld van de EU-superstaat zich er uitstekend voor leent nationale problemen en de verantwoordelijkheid voor het oplossen daarvan naar boven af te schuiven en, omgekeerd, zich van bovenaf maatregelen te laten dicteren die zonder hulp van buiten- en bovenaf niet aan het electoraat te verkopen zijn. En in de derde plaats omdat de welkome ondoorzichtigheid van het Brusselse institutionele complex het lange tijd mogelijk heeft gemaakt bij het publiek hoop te wekken op een geleidelijke maar continue vooruitgang in de richting van een geïntegreerde superstaat waarin alles beter wordt: een gloednieuwe, ideale, op maat gemaakte staat.

    Aan dit soort spelletjes moet een realistisch vernieuwde Europese politiek een eind maken. Als de instituties van de EU worden misbruikt voor verkapte, op nationale belangen gerichte politiek wordt het politieke cynisme bevorderd en de democratische geloofwaardigheid van de staten geschaad. Als verantwoordelijkheden worden afgeschoven op een democratisch ontoegankelijke en technocratisch incompetente pseudocentrale regering, dan verergert dat de problemen alleen maar. In plaats van hooggestemde verwachtingen van een geheel andere toekomst is er behoefte aan realistische politiek in het heden, binnen het raamwerk van instituties die democratisch verantwoordelijk kunnen worden gehouden. 

    Eerlijk zijn

    De belangrijkste opgave is eerlijk te zijn en de centrale rol van de natiestaten in het Europese staatsbestel te erkennen in plaats van te betreuren. En om geen ‘Europese oplossingen’ te eisen waar die niet bestaan. Om het ‘democratisch tekort’ te verhelpen, zouden we de Europese rol van de parlementen van de lidstaten moeten versterken in plaats van stereotiep te blijven roepen om meer bevoegdheden voor een Europees Parlement dat dat niet is en niet kan zijn. 

    Al met al is het zaak het subsidiariteitsbeginsel dat in de EU-verdragen is vastgelegd serieus te nemen en de illusoire hoop te laten varen op een geïntegreerd superbeleid met gestandaardiseerde superoplossingen in een Europese superstaat naar het voorbeeld van de Europese, en dan vooral de Duitse natiestaat, maar dan groter, mooier en maagdelijker. Precies dat is de strekking van het programma van de BSW. 

    En daarna? Voortbouwend op een compromisloze, op ervaring gebaseerde kritiek komt het BSW-programma uit bij een nieuwe EU, een niet-hiërarchische, niet-imperiale, egalitaire gemeenschap van staten als kader en platform voor vrijwillig deelnemende landen, die elk op nationaal niveau verantwoording afleggen, met probleemoplossende partnerschappen, met samenwerking in plaats van integratie en met inachtneming van soevereiniteit en democratie. Begrippen daarvoor bestaan al lang: Europe à la carte, het Europa van vader- of moederlanden, het Europa van de variabele geometrie – om even begrijpelijke als doorzichtige redenen allemaal verworpen door de Brusselse centralisten. 

    Als deze begrippen meer willen worden dan de slogans die ze nu zijn, moet Ursula von der Leyen haar hoop opgeven ooit een Europese superregeringsleider te worden. De EU zou dan geen eindstation voor ambities zijn, maar een projectenbank en adviesbureau voor samenwerking tussen de lidstaten, ondersteuner in plaats van chef, hoedster van de diversiteit aan belangen en levensstijlen in Europa in plaats van producent van top-downstandaardisatie. 

    GettyImages 1238524425
    Ursula von der Leyen hield een toespraak over de Europese veiligheid en de militaire dreiging van Rusland. – © Getty Images

    Een EU die op deze manier vernieuwd en, wellicht, politiek gered wordt, zou bijvoorbeeld weten dat Duitsland een ander immigratieregime nodig heeft dan Griekenland; dat Polen zijn eigen familierecht wil en moet ontwikkelen, zoals ook Duitsland in het verleden heeft gedaan, in plaats van dat geleidelijk van bovenaf opgelegd te krijgen; dat Italië een industriebeleid nodig heeft dat past bij zijn economie in plaats van een economie te moeten creëren die past bij de Europese interne markt; en dat Frankrijk een fiscaal beleid nodig heeft dat past bij de rol van de staat in de Franse politieke economie, enzovoort. 

    Een verandering in deze richting kan vanzelfsprekend niet het resultaat zijn van een Great European Reset. Wat je niet top-down kunt besturen, kun je ook niet top-down hervormen. Want de EU is in feite gestructureerd zoals ze is om haar integratie onomkeerbaar te maken. Als daarmee geen vooruitgang wordt geboekt, blijft ze gewoon steken, zoals dat nu al lang het geval is. Deze organisatie is achterhaald en gebaseerd op de absurde veronderstelling dat democratische staten onderworpen kunnen worden aan hiërarchische controle door een internationale bureaucratie. Om haar nieuw leven in te blazen is geen groots masterplan nodig, maar een aandringen op decentralisatie en het terugbrengen van de democratische verantwoordelijkheid naar waar die thuishoort: het niveau van de staten binnen het Europese huis. Desnoods via subversieve actie van lidstaten, zoals in het BSW-programma wordt voorgesteld, of volgens het beproefde Franse voorbeeld. 

    Dit sluit niet uit dat een eventuele crisis overal zo veel puin achterlaat dat een grote schoonmaak onvermijdelijk is.

    Dit sluit niet uit dat een eventuele crisis – en die kan ieder moment ontstaan, bijvoorbeeld doordat de Europese Monetaire Unie het zonder Europese politieke en dus ook zonder fiscale unie moet stellen – overal zo veel puin achterlaat dat een grote schoonmaak onvermijdelijk is.

    Militaire alliantie

    De laatste hoop op een gecentraliseerd en geïntegreerd Europa is voorlopig dat de EU parallel aan een langlopende oorlog in Oekraïne wordt omgevormd tot een militaire alliantie, als de Europese pijler van de NAVO of – in een Trumpiaans noodscenario – zelfs als vervanger van de NAVO, met Rusland als externe katalysator en, zoals het ernaar uitziet, onder Duitse leiding: de EU als oorlogsproject. Maar als het al zover komt, dan kan ook dit zomaar halverwege blijven steken, want de geopolitieke uitgangspunten en geostrategische ambities van landen als Polen, Duitsland en Frankrijk zijn te verschillend en de te verwachten risico’s en kosten te hoog, vooral voor het tot leidende én betalende macht uitverkoren Duitsland. 

    Natuurlijk worden vrede en veiligheid in Europa sowieso niet bereikt door een bipolaire verdeling van het Euraziatische continent langs Ruslands westgrens, gepaard aan een ongebreidelde wapenwedloop. Wel nodig is een pan-Euraziatisch veiligheidsregime, gebaseerd op gelijke soevereiniteit van alle deelnemende staten, bijvoorbeeld in een gereanimeerde OVSE (Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa), ondersteund door wapenbeheersingsovereenkomsten en een breed instrumentarium dat vertrouwen wekt. Alleen op deze manier zou de EU weer het vredesproject kunnen worden dat ze al zo lang pretendeert te zijn. 

    Dit artikel wordt ook gepubliceerd in de Nederlandse Jacobin (jacobin.nl), opgericht in 2022 door Hannah van Binsbergen. 

  • Dossier: Soeverein Europa

    Dossier: Soeverein Europa

    ‘This is Europe’s moment to answer the call of history’, riep Ursula von der Leyen aan de vooravond van de verkiezingen in juni. 360 maakte een rondje langs de lidstaten en koos in samenwerking met weekblad De Groene Amsterdammer de meest verheffende en inzichtelijke bijdragen van grote denkers als Varoufakis, Piketty, Mastrobuoni en Krastev. Zij voorspellen, analyseren en laten hun deskundig licht schijnen over hoe de Europese integratie verdiept en verbeterd kan worden.

    In het dossier Soeverein Europa:

    1. Tot welke ‘crisisstam’ behoor jij? 
    2. Van integratie naar samenwerking
    3. Herformulering Europees project
    4. Een oorlogsunie?
    5. Schudden aan de Europese boom
    6. Vloek werd zegen door toetreding EU
    7. Angst speelt een grote rol
    8. Milieuactivisme, de nieuwe vijand van rechts 
  • Wilders’ regeringsdeelname plaatst Europese politici voor dilemma

    Wilders’ regeringsdeelname plaatst Europese politici voor dilemma

    Geert Wilders’ politieke succes in Nederland heeft ook impact op de Europese politiek, stelt Süddeutsche Zeitung. ‘Sinds deze week zit er een groot gat in de brandmuur tegen rechts.’

    Tot deze week kende de Europese verkiezingscampagne één bepalend moment. Het was een uitspraak van Commissievoorzitter Ursula von der Leyen tijdens het debat van de belangrijkste Europese kandidaten eind april in Maastricht: ze was bereid om in de toekomst samen te werken met rechtse partijen in de zoektocht naar meerderheden in het Europees Parlement. Het aanbod was vooral gericht op de Italiaanse regeringsleider Giorgia Meloni en haar partij Fratelli d’Italia. De concurrentie gebruikte haar besluit om hun campagnethema te smeden: Europa heeft een brandmuur tegen rechts nodig!

    Sinds deze week zit er een groot gat in de brandmuur. In Nederland is de rechtse Geert Wilders erin geslaagd om als winnaar van de verkiezingen een coalitieregering te vormen – en dit was alleen mogelijk omdat de liberale VVD-partij van de vorige regeringsleider Mark Rutte zich inliet met Wilders. Een alliantie tussen de Europese Volkspartij (EVP), waartoe Ursula von der Leyen als CDU-politica behoort, en Giorgia Meloni’s Fratelli komt nu in een ander, milder daglicht te staan. En vooral Emmanuel Macron, de Franse president, heeft als leidende kracht in het Europese liberale kamp nu een probleem.

    Wankelen

    Vorige week nog ondertekende Valéry Hayer, Macrons vertegenwoordiger in het Europees Parlement, samen met de sociaaldemocraten, de groenen en links een document gericht tegen Ursula von der Leyen. Het draagt de titel ‘Verdediging van de democratie’ en roept op om niet samen te werken met extreemrechtse, radicale partijen. Hayer heeft nu verklaard dat ze de Nederlandse coalitie ‘volledig’ afkeurt.

    De gevolgen van het geschil voor de Europese politiek zijn nog onvoorspelbaar. In het uiterste geval kan het leiden tot een splitsing van de liberale fractie in het Europees Parlement (‘Renew’). Ruttes partij behoort tot dezelfde Europese groepering als de Duitse FDP. De sterkste kracht in ‘Renew’ zijn echter de volgelingen van Macron. De Europese Groenen hebben de liberalen al opgeroepen om de volgelingen van Rutte eruit te schoppen.

    Hoe verdeelder het liberale kamp is, hoe groter de invloed van Meloni in de Europese politiek zal worden. In de vorige zittingsperiode steunden de liberalen het programma van de Commissievoorzitter samen met de EVP en de sociaaldemocraten. Volgens de peilingen zal deze informele alliantie na de verkiezingen wankelen. Meloni daarentegen kan rekenen op sterke winst.

    Dit zal waarschijnlijk niet het laatste twistpunt zijn tussen de EU en de nieuwe Nederlandse regering

    Om de reikwijdte van het conflict rond Geert Wilders te begrijpen, is het de moeite waard om naar de politieke kaart van de EU te kijken. Wilders is van een ander kaliber dan Meloni. Zijn PVV-aanhang in het Europees Parlement behoort tot dezelfde politieke groepering (‘Identiteit en Democratie’) als het Rassemblement National van Marine Le Pen, de FPÖ en de AfD. Het is het kamp van de verklaarde vijanden van de EU; ze liggen puur dwars in het parlement.

    Meloni’s mensen daarentegen maken deel uit van de ‘Europese Conservatieven en Hervormers’ (ECR), een heterogene, nationaal conservatieve, EU-sceptische groep. De Fratelli hebben geholpen om met een centrumrechtse meerderheid belangrijke wetten aan te nemen, waaronder de grote hervorming van de Europese asielwetgeving.

    Het is precies deze hervorming waar Wilders zich met zijn nieuwe regering niet aan wil onderwerpen. Het legt namelijk de plicht tot Europese solidariteit vast, althans als principe. Een land dat geen vluchtelingen opneemt volgens een EU-quotum moet op zijn minst compensatie betalen. De Nederlandse regering zal gebruikmaken van een opt-outclausule, zegt Wilders, die in Nederland de ‘strengste asielwet ooit’ wil opstellen. De Commissie heeft al verklaard dat zo’n clausule niet bestaat. Europees recht is Europees recht.

    Dit zal waarschijnlijk niet het laatste twistpunt zijn tussen de EU en de nieuwe Nederlandse regering. Wilders heeft toegezegd op belangrijke punten de lijn van de EU te volgen. De regering trekt zich niet terug uit het Europese klimaatbeleid en belooft Oekraïne te blijven steunen in zijn verdediging tegen Rusland. Ze staat echter ‘zeer kritisch’ tegenover de uitbreiding van de EU, het grote thema van de komende jaren.

    De debatten rond Wilders laten zien hoe moeilijk het in Europa is geworden om rechts af te bakenen. Voor het verkiezingskamp van Ursula von der Leyen komt het nieuws uit Nederland als een opluchting. Haar partijleider Manfred Weber, die nauwe contacten onderhoudt met Giorgia Meloni, benadrukt dat de ‘brandmuur’ van de EVP overeind blijft. Extreemrechtse allianties op Europees niveau zijn uitgesloten.

    In de Nederlandse coalitie zitten echter ook de partij van voormalig christendemocraat Pieter Omtzigt en de Boerenpartij. Beide hebben aangekondigd zich te willen aansluiten bij de Europese Volkspartij. De EVP heeft aangekondigd dit na de Europese verkiezingen af te handelen.

  • Wat zij zeggen over 12 maanden Giorgia Meloni

    Wat zij zeggen over 12 maanden Giorgia Meloni

    Wat schrijven Internationale commentatoren en opiniemakers over het eerste jaar van Giorgia Meloni als premier van Italië? ‘Haar regering heeft laten zien dat ze kan meespelen in de internationale arena, maar nu begint de tweede helft en het publiek mompelt: “Ik had op meer gehoopt.”’

    Tommaso Ciriaco & Emanuele Lauria – journalisten

    La Repubblica

    ‘Meloni heeft met een ongekend aantal missies geïnvesteerd in buitenlands beleid en onvoorwaardelijke steun aan Oekraïne getoond. Dat levert echter geen concrete resultaten op voor brandende binnenlandse kwesties. Hoge energiekosten en inflatie verzwakken de koopkracht en de staatsschuld heeft een recordhoogte bereikt. De markten zijn voorzichtig, ook vanwege belasting op de extra winsten van de banken. Nu de campagne voor de Europese verkiezingen begint, lijkt de angst voor instabiliteit aan te wakkeren.’


    Antonio Polito – politiek redacteur

    Corriere della Sera

    ‘Zo wordt er in Italië en elders naar Meloni gekeken, na haar eerste twaalf maanden: haar regering heeft laten zien dat ze kan meespelen in de internationale arena, maar nu begint de tweede helft en het publiek mompelt: “Ik had op meer gehoopt.” De regering heeft nog niet gescoord, ondanks beloftes op het gebied van migratie en belastingen. 

    In de peilingen staat Meloni nog steeds sterk, mede dankzij een totaal gebrek aan een alternatief. Het zijn gouden tijden voor de regering… die niet eeuwig zullen duren.’


    Marc Beise – Italië-correspondent

    Süddeutsche Zeitung

    ‘Voor de Europese verkiezingen in juni 2024 wil Meloni rechts verenigen. Maar ze heeft bondgenoten nodig. Voorheen waren dat extreemrechts in Hongarije en Polen. Maar zo duidelijk zijn de zaken niet meer. In Spanje, dat Meloni goed kent, heeft extreemrechts de verkiezingen verloren. Ja, ze heeft onlangs haar oude vriend c bezocht. Maar het is ook mogelijk dat ze zich – met tegenzin – op het centrum zal oriënteren, op zoek naar nauwere banden met conservatieven, die haar tot nu toe op afstand hielden.’


    Frank Hornig – Italië-correspondent

    Der Spiegel

    ‘Meloni wil de balans in de EU doen doorslaan. Nu, negen maanden voor de Europese verkiezingen, werken haar getrouwen aan een alliantie met rechts-populistische en conservatieve partijen. Na een overwinning zou rechts Europa zich moeten verenigen om het continent te domineren. Ze doet dit vaardiger dan Salvini, die als minister van Binnenlandse Zaken half Europa tegen zich in het harnas joeg met zijn racistische migratiebeleid. Vergeleken met hem doet Meloni alsof het belang van vluchtelingen vooropstaat.’

  • Maakt Marine Le Pen nog een kans?

    Maakt Marine Le Pen nog een kans?

    De populariteit van Marine Le Pen neemt af. Toch geeft de leider van het tot Rassemblement National omgedoopte populistische Front niet op. Is er een kans dat ze zich revancheert bij de Europese verkiezingen van volgend jaar?

    Ja

    Nog geen anderhalf jaar geleden was Marine Le Pen verslagen en aan het eind van haar Latijn. Na een rampzalig verlopen televisiedebat had ze de tweede ronde van de Franse presidentsverkiezingen verloren van Emmanuel Macron. Ze wankelde als leider van het populistische Front National en was, naar het scheen, depressief.

    Maar kortgeleden dook zij met een nieuw elan op in Rome. Ze stond daar naast de Italiaanse minister van Binnenlandse Zaken Mateo Salvini en ging als vanouds tekeer tegen het ‘totalitaire’ Europa. Ze kondigde het begin aan van een nieuwe ‘geschiedenis met een grote G’. Bij de Europese parlementsverkiezingen in mei 2019 hoopt zij te laten zien dat haar partij, die voortaan Rassemblement National heet, er nog steeds toe doet.

    Dankzij de lage opkomst en de vele proteststemmen heeft haar partij het bij de Europese verkiezingen vaak goed gedaan. In 2014 werd het Front National, zoals de partij toen nog heette, met 25 procent van de stemmen de grootste Franse partij.

    De stembusgang van volgend jaar betekent voor president Macron een belangrijke tussentijdse test. Zijn populariteitscijfers zijn, na een zomer van uit de hand gelopen schandalen en agressieve opmerkingen, sterk gedaald. Hij loopt het risico dat de verkiezingen uitdraaien op een referendum over zijn presteren. De peilingen laten een nek-aan-nekrace zien tussen Le Pens nieuwe partij en Macrons La République en Marche: beide staan op ongeveer 20 procent, veel hoger dan alle andere partijen.

    Het kan dus goed zijn dat Le Pens partij opnieuw de grootste wordt.

    Zij heeft de populistische wind in Europa mee, en bovendien heeft ze op het thema Europa een strategische draai gemaakt die haar in de ogen van veel kiezers acceptabeler maakt

    Zij heeft de populistische wind in Europa mee, en bovendien heeft ze op het thema Europa een strategische draai gemaakt die haar in de ogen van veel kiezers acceptabeler maakt. Na het Brexit-referendum in 2016 was Le Pen overtuigd ‘Frexiteer’. Op een verkiezingsposter stond een paar vuisten die hun boeien verbreken, met daaronder de slogan: ‘Brexit, en nu Frankrijk!’ Zij pleitte er in haar campagne voor een referendum over uittreding uit de Europese Unie te houden en de euro door een ‘nationale munt’ te vervangen. Maar gepensioneerden vreesden dat hun spaargeld minder waard zou worden; tijdens de eerste ronde stemde maar 10 procent van hen op Le Pen.

    Na het debacle besloot Marine Le Pen haar standpunt over Europa te herzien. Over een referendum over het EU-lidmaatschap en een nationale munt werd niet meer gesproken. In plaats daarvan zei de partij toe te werken naar een hervormd ‘Europa van naties’. In Rome sloot dit mooi aan bij het programma van Salvini, die ook opeens niet meer uit de EU wil. Eendrachtig beloofden zij de Europese Unie opnieuw vorm te gaan geven en haar uit de klauwen van de ‘politici in de Brusselse bunker’ te wringen. Marine Le Pen wil niet langer de Europese Unie verlaten, maar die veroveren.

    The Economist
    Verenigd Koninkrijk | weekblad | oplage 1.337.180

    Sinds jaar en dag de bijbel voor iedereen die zich interesseert voor internationaal nieuws. Liberaal, niet te verwarren met conservatief.

    John Lichfield was twintig jaar lang correspondent voor The Independent in Parijs. Nu schrijft hij onder andere voor het platform UnHerd, voor lezers die ‘wat belangrijk is verkiezen boven het nieuws’.
    John Lichfield was twintig jaar lang correspondent voor The Independent in Parijs. Nu schrijft hij onder andere voor het platform UnHerd, voor lezers die ‘wat belangrijk is verkiezen boven het nieuws’.

    Nee

    Marine Le Pen is onlangs 50 geworden. Dit zou haar moment moeten zijn om een belangrijke figuur in de Franse en Europese politiek te worden. De traditionele Franse centrum-rechtse partijen liggen op apegapen en president Emmanuel Macron is impopulair bij de kiezers. Le Pen heeft haar vaders partij een facelift gegeven (nationalistisch, maar niet langer openlijk racistisch) en zou met gemak de nationalistische, anti-immigratie-, anti-islam- en eurosceptische kiezers voor zich moeten kunnen winnen.

    Toch heeft zij het, sinds ze bij de presidentsverkiezingen verpletterend werd verslagen door Macron, allesbehalve gemakkelijk gehad. Het lukte haar niet om zichzelf als ‘oppositieleider’ te positioneren. Eerder nog heeft haar rivaal op de linkerflank, Jean-Luc Mélenchon, zich die rol aangemeten.

    Volgens een van haar oudste economische adviseurs, die onlangs de partij verliet, is ze economisch ongeletterd en begrijpt ze zelfs de meest eenvoudige financiële kwesties niet. Euro of geen euro? Belastingverlagingen of interventies door een sterke overheid? Tijdens een rampzalig verlopen televisiedebat, vlak voor de tweede stemronde vorig jaar, wist Macron haar verwarring op deze punten overtuigend aan te tonen. Sinds die tijd is er, behalve de naam van haar partij, weinig veranderd. Haar populariteit is zelfs nog wat afgenomen: slechts 16 procent van de ondervraagden noemt haar nu een ‘potentiële toekomstige president’. Toch geeft Le Pen niet op. Ondanks de naamsverandering naar Rassemblement National is haar partij nog steeds een onvervalst familiebedrijf. Er is niemand opgestaan die haar als leider zou kunnen uitdagen en zo de hegemonie van de Le Pens zou kunnen doorbreken.

    Waarschijnlijk zal Rassemblement National het goed doen bij de Europese verkiezingen in mei. Protestpartijen doen het daar door de lage opkomst altijd goed. Toch gaat dat niet de aardverschuiving opleveren waar Marine Le Pen op hoopt. Het moet raar lopen of zij zal ook bij de komende presidentsverkiezingen de kandidaat voor haar partij zijn en bij de drie of vier kandidaten horen die om een plek strijden in de tweede ronde. De meeste kans maakt zij om die te winnen als het uitdraait op een tweestrijd tussen haar en Mélenchon. Maar het is onwaarschijnlijk dat dat gebeurt, aangezien het electoraat van extreemlinks en extreemrechts elkaar overlappen, vooral in het voormalig industriële en landelijke deel van Frankrijk.

    Het Franse systeem met twee verkiezingsronden stelt outsiders in staat tot de tweede ronde door te dringen, maar maakt het hun moeilijk die te winnen. Je zult altijd – tenzij als je je, zoals Emmanuel Macron, in het midden positioneert – de rest van de kiezers schouder aan schouder tegenover je vinden.

    Er is een abrupt einde gekomen aan Macrons onweerstaanbare opkomst. Desalniettemin heeft hij met zijn belangrijkste tegenstanders in 2022 geluk. Het moment van Marine Le Pen was daar, maar is alweer voorbij.

    Auteur: John Lichfield