Tag: Feminisme

  • Umeå, de meest feministische stad ter wereld

    Umeå, de meest feministische stad ter wereld

    Van sneeuwruimen tot de inrichting van bushaltes, van openbaar meubilair tot voetbalteams: in deze kleine stad in Zweden worden vrouwen en mannen op gelijke voet behandeld – met als doel het leven voor iedereen beter te maken.

    In het hart van Umeå staat de grote rode poema, ’s werelds eerste publiekelijke standbeeld ter ere van de #MeToo-beweging. Het toont een grommende kat op een stalen frame dat doet denken aan tralies. De officiële titel, volgens kunstenaar en maker Camilla Akraka, is Listen, maar iedereen noemt het beeld gewoon ‘puman’ – de poema. Sinds het in 2019 op het centrale plein voor het oude stadhuis verscheen, staat het symbool voor deze stille, bescheiden plaats een paar honderd kilometer ten zuiden van de poolcirkel, die ook wel bekendstaat als ‘de meest feministische stad ter wereld’.

    Umeå (UU-me-joh, 134.000 inwoners) heeft in Zweden een reputatie als broedplaats van radicale ideeën. In de jaren zeventig werd de ‘rode universiteit’ er het centrum van studentenstakingen en linkse politieke acties. Een Zweedse vriend vertelt me ​​dat ‘iedereen in Umeå helemaal weg is van punk’. Dit lijkt een soort codetaal om aan te geven dat Umeå als ‘cool’ wordt gezien – en zichzelf ook zo beschouwt. Zelfs de website van Visit Umeå, het lokale toeristenbureau, claimt dat de stad ‘de meest bebaarde en getatoeëerde bevolking ter wereld’ heeft. Wat helaas dan weer niet geheel op de vrouwen slaat.

    Wat maakt Umeå dan zo’n geweldige plek om vrouw te zijn? Om daarachter te komen, loop ik een dagje mee met Annika Dalén en Linda Gustafsson, medewerkers gendergelijkheid van de gemeenteraad. Je zult niet snel iemand vinden die enthousiaster is over de boeiende wereld van ‘genderbewustzijn in de stedelijke omgeving’ dan deze twee.

    Een op maat gemaakte stad

    Vlak bij de poema, richting de rivier, staat een schommelstoel waarin ik me ongewoon comfortabel voel. Hoe dat komt? De stoel is gemaakt naar aanleiding van een speciaal project waarbij de mening van tienermeisjes werd gepeild en ontworpen met de gemiddelde lengte van vrouwen in gedachten: 165 centimeter. Precies mijn lengte. Hoewel ik niet per se verwacht dat vanaf nu wereldwijd elk stuk gemeentelijk meubilair precies volgens mijn specificaties wordt gemaakt, is het wel erg aangenaam.

    ‘Toen de universiteit hier [in 1965] werd opgericht, stond Zweden bekend om zijn progressieve ideeën,’ vertelt Dalén. ‘Later werd Umeå de eerste [stad] in Zweden met een hoogleraarschap genderstudies [Britt-Marie Thurén, in 1997]. Er is hier altijd sprake geweest van een sterke “burgermaatschappij”-beweging.’ Een cursus vrouwenstudies verscheen voor het eerst op het universitaire curriculum in 1976. Twee populaire feministische radioprogramma’s (Radio Ellen in de jaren tachtig en Freja in de jaren negentig) en twee van de grootste Zweedse feministische fanzines (Amazon en Radarka, beide eind jaren negentig) kwamen uit Umeå. Marie-Louise Rönnmark, die later burgemeester werd, was een van de eersten die, eveneens in de jaren negentig, pleitte voor ‘een gendergelijkwaardige gemeente’.

    De ochtendactiviteit is een workshop voor onderwijsassistenten in het basisonderwijs, die zich vooral lijkt te richten op het overtuigen van de deelnemers dat vrouwen niet de primaire ouder hoeven te zijn. ’s Middags maken ze een speciaal ontworpen bustour langs het zogeheten ‘gendered landscape’. De gemeente is trots op deze rondleiding, die werd opgezet als activiteit voor bezoekende hoogwaardigheidsbekleders. Hij voert langs Umeå’s architectonische wonderen en langs zebrapaden met verkeersborden voor ‘vrouwen die oversteken’. (Zowel Dalén als Gustafsson waren verguld toen het gemeentelijke team voor verkeersborden hen vertelde dat ze de borden speciaal zo hadden geplaatst dat het niet lijkt alsof het bord met de ‘overstekende vrouw’ wordt ‘achtervolgd’ door dat met de ‘overstekende man’. Maar vervolgens moest het team schoorvoetend toegeven dat het hen niet gelukt was om dat consequent door te voeren. Het gaat om het idee.)

    ‘Sociale samenlevingen zijn een vaccinatie tegen vervreemding en criminaliteit’

    Zelf ben ik een beetje teleurgesteld dat ik niet in een Scooby Doo-achtige Mystery Machine-bus stap, versierd met psychedelische portretten van Gloria Steinem. Aangezien ik vandaag de enige bezoeker ben op de tour, rijden we in een elektrische stadsauto. De eerste stop is een prototype genderbewuste bushalte. Deze beschikt over houten pods die kunnen ronddraaien, zodat je je ofwel van anderen kunt afwenden, ofwel vanuit de veiligheid van je cocon met anderen kunt praten. De pods reiken niet helemaal tot aan de grond, zodat je van een afstandje kunt zien of er iemand bij de bushalte staat. Je kunt je er dus ook niet in ‘verstoppen’. ‘Sociale samenlevingen zijn een vaccinatie tegen vervreemding en criminaliteit,’ zegt Dalén.

    Bij zulke projecten wordt rekening gehouden met ieders behoeften. Dat de bushaltecabines niet is afgesloten, is omdat uit onderzoek bleek dat de Zweden – zowel mannen als vrouwen – zelfs bij vriestemperaturen ver uit de buurt van een bushalte met glazen wanden blijven. Ze staan ​​liever alleen in de kou dan dat ze in een comfortabelere temperatuur naast iemand anders moeten plaatsnemen: ‘Mensen hier houden niet van afgesloten ruimtes of de nabijheid van anderen.’ Maatregelen rondom gendergelijkheid gaan dus niet alleen over het helpen van vrouwen, maar houden ook rekening met bredere sociale en culturele gewoonten. 

    Geografie en klimaat speelden een grote rol bij de acceptatie van deze experimentele ideeën door de bevolking van Umeå. Het kan er sneeuwen van oktober tot april, en vorig jaar daalde de temperatuur in februari tot -38 °C. ‘Een heel gebruikelijke temperatuur is -5 °C,’ zegt Gustafsson. Dit koude weer speelt vrijwel altijd een grote rol in beslissingen. Zo hangen de cabines bij de bushalte aan een mechanisme dat opzij kan worden geschoven, zodat een sneeuwploeg erlangs kan om het wegdek schoon te vegen. ‘Maar daarop focussen, betekent voorrang geven aan mannen,’ vertelt Janet Ågren, locoburgemeester van Umeå, me later. Het zijn namelijk vooral de mannen die de auto pakken, terwijl de vrouwen, zo blijkt, vaker gebruikmaken van wandelpaden en het openbaar vervoer. Als er al weerstand is geweest tegen gendergerelateerde initiatieven in de stad, vertelt Gustafsson, dan heeft die vaak betrekking op de prioriteit voor sneeuwruimen. ‘Deze strategieën [het herverdelen van budgetten ten gunste van vrouwen] zijn geen geheim,’ zegt ze lachend. ‘Maar het sneeuwruimen blijft gewoon een gevoelige kwestie, waar altijd veel aandacht naar uitgaat.’

    ‘We zijn erg op elkaar aangewezen; we moeten elkaar wel vertrouwen’

    Je voelt hier over het algemeen een sterke strijdlust en bewijsdrang. ‘Het is een afgelegen plaats, ver van Stockholm,’ zegt Ågren. De hoofdstad ligt 640 kilometer naar het zuiden, een treinreis van zes uur. ‘Als er een probleem is, moeten we het zelf oplossen. We zijn erg op elkaar aangewezen; we moeten elkaar wel vertrouwen. De criminaliteit is zeer laag. Dat is niet gemakkelijk vol te houden, al helemaal niet omdat er elk jaar duizend mensen komen en gaan vanwege de universiteit. Maar in principe zorgen we goed voor elkaar.’ Umeå is de hoofdstad van de provincie Västerbotten, een gebied groter dan Denemarken of Nederland, met uitgestrekte wildernisgebieden. De EU Regional Social Progress Index bevat vijftig afzonderlijke kenmerken die goed leven definiëren, zoals gezondheid, invloed en ontwikkelingsmogelijkheden. Västerbotten is de regio met de hoogste score binnen de EU.

    ‘Noord-Zweden is dunbevolkt,’ aldus Dalén. ‘Er bestaan ​​veel vooroordelen over ons, zoals dat hier niets is dan bossen. Maar we behoren tot de tien grootste steden van Zweden.’ Desondanks toont het traditionele wapen van de provincie een rendier aan de nachtelijke hemel, drie vissen en een ogenschijnlijk prehistorische man met een knuppel. ‘Er bestaat een beeld van “de eenzame man in het bos op zijn sneeuwscooter”,’ zegt Gustafsson. ‘Maar wij zijn een moderne, feministische stad. Voor mij staat de vraag centraal: wat betekent het om een ​​vrouw te zijn in het Noorden?’

    Andere hoogtepunten van de bustour zijn de eerste kleuterschool in Umeå, opgericht in 1966, jaren vóór de Zweedse wet op de kleuterschool in 1975 die de weg vrijmaakte voor gesubsidieerde kinderopvang voor kinderen van één tot vijf jaar. ‘Dat ging niet van een leien dakje. Er was veel weerstand,’ zegt Gustafsson.

    Om de hoek ligt het voetbalstadion van Umeå, met negenduizend zitplaatsen. Eind jaren negentig werd besloten de trainingsuren te verdelen op basis van het voetbalteam – mannelijk of vrouwelijk – dat de meeste kans had om de competitie te winnen. Voorheen kreeg het mannenteam automatisch voorrang bij de trainingsuren, ongeacht hun succes. Ook hierop volgde veel protest. Maar aan het begin van deze eeuw had Umeå het beste vrouwenvoetbalteam van Zweden, met daarin de Braziliaanse Marta Vieira da Silva (‘de beste vrouwelijke voetballer aller tijden’) en won het tweemaal de UEFA Women’s Champions League, in 2003 en 2004. Bij het succes van het vrouwenteam begon de buitenlandse interesse in Umeå als feministische casestudy. In 2004 kopte Dagens Nyheter, het grootste weekblad van het land: ‘Hoe Umeå een succesvol feministisch bolwerk werd’. Het lot van het vrouwenvoetbalteam (dat uiteindelijk verloor) illustreert het principe achter Umeå’s op gelijkheid gerichte sociale model. Het gaat er niet om dat de ene groep structureel wordt bevoordeeld boven de andere – dat zou geen gelijkheid zijn – maar om het creëren van een gelijk speelveld, zodat iedereen dezelfde kansen krijgt.

    Veilige openbare ruimtes

    Dit principe van gelijkheid geldt ook bij de volgende halte van de tour: de tunnelinstallatie bij het treinstation, de Lev! (Zweeds voor ‘Leef!’). Deze doorgang voor voetgangers en fietsers baadt in het licht en je kunt er gemakkelijk doorheen kijken; er zijn geen hoeken. ‘Dit is een ruimte tegen geweld. Het is een ruimte die een gevoel van veiligheid biedt,’ legt Gustafsson uit. ‘We kunnen niet beloven dat er nooit iets zal gebeuren. Je kunt geen gecertificeerde “veilige ruimte” bouwen. Waar het om gaat is dat vrouwen niet bang zijn voor openbare ruimtes. Ze zijn bang voor mannen in de openbare ruimte.’ Veilige openbare ruimtes zijn voor haar niet alleen noodzaak, maar ook een statement: ‘Deze ruimtes zijn van ons – wij betalen er ook belasting voor.’ Op de glazen tegels van de tunnel staan citaten van de dichter Sara Lidman (‘Ik wil de sneeuw zien branden’) en er is een opname van haar stem te horen. ‘Vrouwen voelen zich meer op hun gemak als ze de stem van een andere vrouw horen. Daarom vermijden ze deze tunnel niet.’ 

    Ik realiseer me plotseling dat ik precies dat deed: deze tunnel vermijden. Op mijn eerste dag in Umeå, toen ik bij het station aankwam, was mijn natuurlijke instinct om via de drukke weg erboven over te steken. Dit is dus precies het soort ingesleten mentaliteit – een ‘veiligere route’ kiezen die je statistisch gezien een groter risico oplevert – die deze initiatieven proberen aan te pakken.

    ‘Mensen praten over veiligheid,’ zegt Gustafsson, ‘maar voor mij is dat een te lage inzet. Is je ambitie echt dat vrouwen niet bang hoeven te zijn in openbare ruimtes? Die lat ligt te laag. Is het niet visionair om te zeggen: dit is een plek waar je jezelf kunt zijn? Uiteindelijk draait het erom dat we het leven voor iedereen zo aangenaam mogelijk maken. In de beginjaren van Umeå’s genderstudies aan de universiteit was de belangrijkste vraag: ‘Wie heeft de macht om de stad in te richten?’ Tot zo’n vijftig jaar geleden luidde het antwoord natuurlijk: mannen. ‘De vragen die we nu stellen, zijn van een andere aard: Wie bezoekt dit park? Wie maakt gebruik van dit fietspad? Wie doet mee aan dit gesprek? Wie wordt buitengesloten? Waarom is die groep ondervertegenwoordigd in deze dialoog? Is de data die we hebben gesorteerd op gender? Natuurlijk doen we niet altijd alles perfect. Maar op politiek niveau hebben we een punt bereikt waarop er altijd wel iemand is die vraagt: ‘“Waarom ontbreekt dit?” Iedereen die hier betrokken is bij politieke, sociale of culturele besluitvorming is inmiddels gewend om te vragen: “Zijn we misschien iemand vergeten?” Een eenvoudige, bescheiden vraag, maar wel een die het verschil maakt.’

    Iedereen die hier betrokken is bij … besluitvorming is inmiddels gewend om te vragen: “Zijn we misschien iemand vergeten?”

    Zijn er ook mensen die het daar niet mee eens zijn, of zich ergeren aan de kosten van de artistieke tunnel en de glimmend rode poema? ​​‘Ik weet niet zeker of de gemiddelde burger weet dat deze maatregelen voortkomen uit gendergelijkheidsoverwegingen,’ antwoordt locoburgemeester Ågren. ‘Maar als je mensen vraagt ​​naar hun “veiligheidsgevoel” of hun gevoel “erbij te horen”, dan scoort Umeå heel goed in vergelijking met andere steden.’

    En hoe zit het met mannen? ‘Wat de tegenreactie van mannen betreft, die is volgens mij afkomstig van een paar individuen die zich buitengesloten voelen,’ zegt Mikael Brändström, directeur ontwikkeling bij de gemeente Umeå. ‘Maar die stemmen zijn zeldzaam, en ik heb gemerkt dat veel mannen, vooral jongere generaties, de voordelen inzien van een meer gelijkwaardige samenleving. Persoonlijk zie ik dat deze inspanningen ons allemaal ten goede komen. Gelijkheid gaat niet alleen over eerlijkheid – het maakt het leven makkelijker. Wie wil er nou niet minder gedoe over wie er aan de beurt is om het voetbalveld te gebruiken?’

    Volgens Gustafsson is de sleutel tot het omarmen van al deze ideeën voor de meeste mensen het feit dat ze simpelweg gebaseerd zijn op gezond verstand. ‘Toen een Italiaanse collega me een keer aan iemand voorstelde en uitlegde wat we doen, was haar toelichting: “Hun methoden zijn niet ingewikkeld. Ze doen gewoon wat ze moeten doen.”’

  • Zuid-Koreaanse 4B-beweging waait over naar de VS

    Zuid-Koreaanse 4B-beweging waait over naar de VS

    Vrouwen in de feministische 4B-beweging zeggen nee tegen huwelijk, bevalling, afspraakjes en seks. Het is een duidelijke waarschuwing naar een alsmaar vrouwonvriendelijker klimaat in de Verenigde Staten.

    In de aanloop naar de inauguratie van Donald Trump spreekt een aanzienlijk aantal jonge vrouwen in de VS zich online uit over de noodzaak om de zogeheten 4B-beweging van Zuid-Korea te volgen, waarbij de 4 B’s staan voor bihon (geen heteroseksueel huwelijk), biyeonae (niet daten met mannen), bichulsan (geen kinderen) en bisekseu (geen seksuele relaties met mannen). Veel anderen in de Verenigde Staten bekritiseren deze nogal radicale afwijzing van mannen. Wat bereik je ermee? Hoe gaat dit ons verder helpen? Is dit niet gewoon het zich toe-eigenen van andermans cultuur?

    Voor mij is de 4B-beweging, ongeacht waar deze plaatsvindt, een ernstig waarschuwingssignaal. Als journalist die de Zuid-Koreaanse feministische bewegingen al jaren volgt, is deze onbedoelde export van weer een ander ‘K-cultuur’-product zowel fascinerend als hartverscheurend. Fascinerend vanwege de verschillen: het feit dat niet-Koreaanse vrouwen dit Koreaanse idee overnemen. Hartverscheurend vanwege de overeenkomsten: elke voorstander van de 4B-ideeën wordt uiteindelijk geregeerd door wanhoop, angst en, ondanks alles, hoop.

    In de kern is de 4B-beweging een noodkreet. De vraag is hoe en of deze gehoord zal worden.

    Middelpunt

    In de VS groeit de 4B-beweging als een directe reactie op de strijd voor de reproductieve rechten van vrouwen, die nu Trump opnieuw aan de macht is nog meer risico lopen. ‘Ik zal me door geen man meer laten aanraken zolang ik mijn rechten niet terug heb,’ zegt een aanhanger van de beweging tegen The Guardian. Een ander vertelt aan CNN dat 4B verkent ‘hoe een leven eruitziet waarin mannen niet zo in het middelpunt staan’.

    TikTok en andere onlineplatforms vormen het belangrijkste strijdtoneel, sommige 4B-content is hier al miljoenen keren bekeken.

    In Zuid-Korea is de beweging ook online ontstaan, hoewel het al meer dan vijf jaar geleden is dat ze viraal ging in de mainstream media. Het is het Koreaanse publiek uiteraard niet ontgaan dat de beweging momenteel is overgeslagen naar de VS. Reacties variëren van ‘Huh? Is dat nog steeds een ding?’ tot meer introspectieve beschouwingen over de erfenis van 4B binnen Zuid-Korea. ‘Toen de politiek en de instellingen er niet in slaagden om adequaat te reageren op discriminatie van en geweld tegen vrouwen, werden [4B-aanhangers] gedwongen om op hun eigen terrein actie te ondernemen,’ schreef Sohn Heejung, een cultuurcriticus en feministisch onderzoeker, in de Koreaanse krant Hankyoreh.

    Toen 4B viraal ging in de mainstream media, gooiden drommen vrouwen hun make-up weg en knipten hun haar kort

    4B is in Zuid-Korea altijd een marginale beweging geweest, die wordt uitgedragen door een kleine groep mensen die hun persoonlijke leven bewust zien als een politieke daad van verzet. De aanhangers ervan worden vaak over één kam geschoren met de vele andere jonge Zuid-Koreanen die weigeren te trouwen en/of kinderen te krijgen – het land heeft het laagste vruchtbaarheidscijfer ter wereld –, maar bij die laatste groep zijn de redenen vaak eerder economisch dan uitgesproken feministisch of politiek van aard.

    De wortels van 4B zijn in Korea niet zo duidelijk aan te wijzen als in de VS. 4B dook rond 2015 voor het eerst op als een trend in onlinegemeenschappen die vooral op vrouwen waren gericht. Dit was een kritieke periode in het Zuid-Koreaanse feminisme waarin jonge vrouwen zich verenigden in de nasleep van een angstaanjagend incident: in 2016 werd een willekeurige vrouw van in de twintig door een man neergestoken in de buurt van het Gangnam-station in Seoul. ‘Ik deed het omdat vrouwen me altijd hebben genegeerd,’ zou de 34-jarige man hebben gezegd. De politie ontkende dat het incident het gevolg was van vrouwenhaat en verwees naar de psychische stoornissen van de moordenaar.

    Veel van mijn vrienden, die in de twintig en dertig zijn, herinneren zich deze periode als een keerpunt in hun leven. Ze schrokken van de gedachte dat dit elke vrouw had kunnen overkomen. Dus gingen ze naar herdenkingen in Gangnam en twitterden ze hashtags om andere vrouwen een hart onder de riem te steken. Dit was het moment waarop veel jonge vrouwen zich gingen identificeren als feminist, als reactie op de krachten in de Zuid-Koreaanse samenleving die buiten hun macht leken te liggen. Uit deze gedeelde paniek – en wanhopige pogingen tot empowerment – ontstond een beweging als 4B.

    Een paar jaar na het incident in Gangnam leek het feminisme zijn hoogtijdagen te beleven. De #MeToo-beweging zorgde ervoor dat mannen met machtige functies hun baan kwijtraakten, toenmalig presidentskandidaat Moon Jae-in verklaarde zichzelf in 2017 feminist en in 2018 gingen historische aantallen vrouwen de straat op om te protesteren tegen illegaal opgenomen ‘spycam’-beelden. In de tijd dat 4B viraal ging in de mainstream media, gooiden drommen vrouwen hun make-up weg en knipten hun haar kort, waarmee ze de patriarchale druk om er mooi uit te zien van zich afwierpen. Ze kwamen bekend te staan als de ‘ontsnap aan het korset’-beweging.

    Vies woord

    Toen kwam de tegenreactie. Enige context: ik leef in een kleine progressieve bubbel in Seoul. Mijn sociale kringen zijn veilige plekken voor feministen, waar we regelmatig frustraties delen over wijdverspreide vrouwenhaat en conservatieve gendernormen. Zuid-Korea heeft de hoogste loonkloof tussen mannen en vrouwen van alle OESO-landen; vrouwen zijn nauwelijks vertegenwoordigd in hogere en leidinggevende functies en vrouwonvriendelijke microagressie is de norm.

    Buiten mijn bubbel, in grotere delen van Zuid-Korea, is feminisme steeds meer een vies woord geworden en wordt het gezien als een taboe. Bij de meest recente presidentsverkiezingen in 2022 profiteerde de inmiddels afgezette president Yoon Suk Yeol van het antifeministische sentiment onder jonge mannelijke kiezers – een wereld van verschil met de vorige verkiezingen.

    Feministische bewegingen zoals 4B zijn door velen bestempeld als ‘extremistisch’ of ‘te radicaal’ en worden gezien als vergif voor de samenleving. Ik betwijfel ten zeerste of een Zuid-Koreaanse 4B-aanhanger daar in het openbaar voor uit zou komen zonder enige tegenreactie te verwachten. Het is dan ook ironisch dat 4B zo veel aandacht heeft gekregen in de VS – de grote broer van Zuid-Korea – terwijl feministen in het land waar de beweging is ontstaan te maken hebben met toenemende censuur.

    Deze negatieve reacties en gevaren voor vrouwenrechten zijn nog wijdverbreid. Helaas hebben Zuid-Korea en de VS nog een andere realiteit gemeen: veel jonge mannen zien zichzelf als slachtoffer. Doordat ze niet begrijpen wat de werkelijke oorzaken zijn van hun weinig stabiele omstandigheden, richten ze onterecht hun woede op vrouwen en andere minderheden.

    Neem mannen als Elon Musk en Nick Fuentes. In de nasleep van Trumps overwinning zijn deze boegbeelden van overwegend mannelijke proteststemmen nog harder gaan schreeuwen. Fuentes tweette onlangs in een post die viraal ging: ‘Jouw lichaam, mijn keuze. Voor altijd.’ The New Yorker noemde dit onheilspellend een ‘slogan die misschien het komende tijdperk van achteruitgang op het gebied van genderkwesties inluidt’.

    4B lijkt voor velen misschien een absurde beweging. Veel vrouwen, waaronder ikzelf, zien nog steeds de waarde in van (goed, veilig) mannelijk gezelschap. Maar het is niet moeilijk te begrijpen waarom 4B vandaag de dag bestaat. De wereld waarin we leven lijkt absurder te worden. De 4B-beweging is daar slechts een symptoom van.

  • Vrouwen in Turkije vechten terug tegen autocratie

    Vrouwen in Turkije vechten terug tegen autocratie

    Vrouwenrechten staan in Turkije onder grote druk. Maar feministen slaan terug en boeken echte overwinningen. ‘De mannelijke staat weet dat hoeveel hij ook ingrijpt, vrouwen nooit zullen opgeven.’

    Eind december zat ik in een strafhof in Istanbul en zag ik een tafereel dat in heel Turkije helaas maar al te herkenbaar is geworden. Een man werd beschuldigd van het binnendringen in het huis van zijn ex-vriendin, in strijd met een preventief bevel, op vier verschillende data in mei 2023. Hij had haar met de dood bedreigd en haar bezittingen vernield. Het slachtoffer was te bang om de rechtszaak bij te wonen.

    Na een korte hoorzitting zag ik hoe de verdachte de rechtszaal uitliep, met in zijn hand één blad papier met de uitspraak van de rechter: Hij was vrijgelaten zonder voorlopige hechtenis.

    ‘Zulke zaken eindigen in moord,’ vertelde Evrim Kepenek, een Turkse journalist die zaken van huiselijk geweld volgt. ‘De man komt naar de rechtbank nadat hij het beschermingsbevel heeft geschonden en hoort dat er niets zal gebeuren, dus gaat hij door totdat hij haar vermoordt.’

    Ik woonde van 2014 tot 2016 in Istanbul, een relatief hoogtepunt voor Turkse organisatoren die huiselijk geweld en andere problemen waar vrouwen wereldwijd mee te maken hebben onder de aandacht wilden brengen. Toen ik afgelopen winter voor twee weken terugkwam, viel het me op hoezeer de situatie is verslechterd voor vrouwen die te maken hebben met huiselijk geweld. Het land vaardigt jaarlijks tienduizenden preventieve bevelen uit, maar de handhaving is zwak. Het Women’s Rights Center van Istanbul onderzocht honderden gevallen van preventieve bevelen die in 2022 werden uitgevaardigd en ontdekte dat vrouwen weinig rechtsmiddelen hebben wanneer bevelen worden geschonden.

    Democratische terugval

    De Turkse vrouwenrechten zijn over het algemeen precair. Als premier van Turkije van 2003 tot 2014 bevorderde Recep Tayyip Erdoğan conservatieve moslimtradities, zoals het recht om een hoofddoek te dragen in openbare instellingen. Sinds hij in 2014 tot president werd gekozen, heeft hij zich ronduit denigrerend uitgelaten over seculiere vrouwen en is hij nog harder gaan optreden tegen nieuwe bedreigingen van zijn politieke macht. De aanvallen van Erdoğan op vrouwen zijn een voorbeeld van een welbekend patroon van autocratische leiders die vrouwen kleineren om hun eigen positie te verbeteren.

    Autoritair gezinde leiders ‘hebben een strategische reden om seksistisch te zijn’, schreven Erica Chenowith en Zoe Marks, hoogleraren politieke wetenschappen aan Harvard, in 2022 in Foreign Affairs. ‘Inzicht in de relatie tussen seksisme en democratische terugval is van vitaal belang voor degenen die tegen beide willen vechten.’

    Turkije laat zien dat wanneer democratieën wankelen, de omstandigheden voor vrouwen verslechteren. Toch vechten Turkse vrouwen terug, veranderen van tactiek als reactie op nieuwe uitdagingen en boeken echte overwinningen.

    De vrouwenbeweging in Turkije is waarschijnlijk de meest succesvolle en langdurige maatschappelijke inspanning in de republiek. Lang voordat het Verdrag van Lausanne in 1923 de staat Turkije erkende, vochten vrouwen uit het Ottomaanse tijdperk om een einde te maken aan het recht van mannen op polygamie en eenzijdige echtscheiding. Naast de seculiere agenda van de vroege republiek drongen vrouwen aan op vervanging van de sharia door westerse burgerlijke en strafwetten, wat van Turkije het enige land in de regio maakte dat dit deed. Onder invloed van het feminisme in de Verenigde Staten, in de jaren 1980, brachten ze hun strijd naar de huiselijke sfeer. Door onophoudelijk campagne te voeren, bereikten ze tegen het begin van de jaren 2000 een gelijkwaardige besluitvorming in het huwelijk, de strafbaarstelling van verkrachting binnen het huwelijk, een einde aan strafvermindering voor ‘eremoorden’ en een aantal beschermingsmaatregelen tegen huiselijk geweld.

    ‘Dat jaar liep ik mee met een van de grootste optochten voor transrechten in de regio. De route was zo vol dat ik me zorgen maakte over een stormloop’

    Toen ik in 2014 voor het eerst naar Turkije reisde, hadden vrouwen een aanzienlijke organisatiekracht ontwikkeld. Ze profiteerden van de belangstelling van de westerse media voor de regio na de Arabische Lente en de lopende gesprekken van Erdoğan met de Europese Unie om massale protesten te organiseren. Dat jaar liep ik mee met een van de grootste optochten voor transrechten in de regio, een van de vele grote protesten die vrouwen hielpen leiden. De route was zo vol dat ik me zorgen maakte over een stormloop. Hoewel Erdoğan voortdurend mensen beledigde die niet voldeden aan de traditionele genderconventies, waren activisten de oorlog van de wereldwijde publieke perceptie aan het winnen.

    Conservatieve moslimvrouwen steunden Erdoğan echter. Vijfenvijftig procent van de vrouwelijke stemmers, tegenover achtenveertig procent van de mannen, stemde op Erdoğan in de presidentsverkiezingen van 2014. Door het opheffen van het hoofddoekverbod had hij de vrijheid van meningsuiting van sommige conservatieve vrouwen verruimd, en de huishoudens hadden geprofiteerd van een versterkte economie.

    In de jaren daarna zouden de omstandigheden voor vrouwen over het hele politieke spectrum aanzienlijk verslechteren. Op 20 maart 2021 verbijsterde Turkije de Raad van Europa door zich terug te trekken uit het Verdrag van de Raad van Europa inzake de voorkoming en bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld – ook bekend als het Verdrag van Istanboel, naar de stad waar het werd opengesteld voor ondertekening – dat Turkije als eerste land had geratificeerd. Erdoğan beweerde dat de conventie familiewaarden ondermijnde en was ‘gekaapt door een groep mensen die homoseksualiteit proberen te normaliseren’, hoewel het document geen belangrijke uitspraken doet over homorechten.

    Ondermijning

    Kort daarna deed de regering van Erdoğan nog een poging om de vrouwenbeweging te ondermijnen door het We Will Stop Femicide-platform, een vrijwilligersgroep van advocaten en pleitbezorgers die slachtoffers van huiselijk geweld vertegenwoordigen, aan te klagen wegens ‘handelen tegen de goede zeden’. De aanklager adviseerde om de groep te ontmantelen. In een ongebruikelijke overwinning voor een mensenrechtenorganisatie ging de rechter in september 2023, na achttien maanden en vier hoorzittingen, in tegen de politieke agenda van Erdoğan en liet de zaak vallen wegens gebrek aan bewijs.

    Erdoğans aanvallen op vrouwen namen toe naarmate zijn politieke steun verzwakte na kritiek op zijn reactie op de aardbeving van februari 2023 en te midden van een razende inflatie. Twee hard-line islamistische partijen stonden klaar om hem te versterken: de Nieuwe Welvaartspartij (YRP) en Hüda Par. De leider van de YRP heeft de Turkse wet op huiselijk geweld vergeleken met fascisme en Hüda Par pleit voor apart onderwijs voor mannen en vrouwen en het strafbaar stellen van seks buiten het huwelijk. In de verkiezingen van mei 2023 voerden beide partijen campagne voor het intrekken van wet 6284, die bepalingen bevat om vrouwen te beschermen maar huiselijk geweld niet strafbaar stelt. Hierdoor verloor Erdoğan aanzienlijke steun van conservatieve vrouwelijke kiezers.

    Vorige maand kondigde Erdoğan zijn plannen aan om wet 6284 te wijzigen en af te zwakken en op 3 juli diende zijn partij een omnibuswet in bij het Turkse parlement die een belangrijke bepaling voor bescherming schrapt. Momenteel kan een huiselijk geweldpleger die een preventief bevel overtreedt een tijdelijke gevangenisstraf krijgen. Als de voorgestelde hervormingen worden aangenomen, kan de misbruiker deze preventieve opsluiting vermijden. Even zorgwekkend voor de vrouwenbeweging is dat de wetshervorming getrouwde vrouwen zou verplichten de naam van hun echtgenoot aan te nemen, wat de nadruk legt op het gezin als basis voor de samenleving. Het parlement buigt zich momenteel over het wetsvoorstel.

    Op 8 maart namen Turkse vrouwen deel aan hun jaarlijkse mars ‘Feminist Night’, ondanks een verbod van de regering op protesten in de drukke wijk in het centrum waar ze zich hadden verzameld. De politie sloeg de vrouwen tot de beschermende schilden die ze droegen kapot waren en arresteerde demonstranten.

    ‘Dit is eigenlijk een uiting van hoe bang ze zijn voor vrouwen’

    ‘Dit is eigenlijk een uiting van hoe bang ze zijn voor vrouwen,’ zei Özgür Sevinç Şimşek, een filmregisseur die in 2021 werd vrijgelaten nadat hij vijf en een half jaar in de gevangenis had gezeten op beschuldiging van terrorisme. ‘De mannelijke staat weet dat hoeveel hij ook ingrijpt, vrouwen nooit zullen opgeven.’ Vanuit dit perspectief gezien is Erdoğan een rationele politieke actor die bedreigingen wil neutraliseren en zijn macht wil consolideren.

    Ondanks alle tegenslagen zijn er tekenen van hoop. Bij de verkiezingen in mei 2023 wonnen Turkse vrouwen 11 van de 81 burgemeesterszetels, waaronder in vijf stedelijke centra en enkele conservatieve gebieden, waardoor hun vertegenwoordiging in de Turkse regering meer dan verdubbelde.

    ‘De verkiezingen vonden plaats tussen twee scherpe lijnen,’ zei de 31-jarige Gulistan Sonuk, die een burgemeestersrace in de oostelijke provincie Batman won met een grote marge tegen Hüda Par. ‘De ene was de mentaliteit die vrouwen als tweederangs zag, en de andere verdedigde de vrijheid van vrouwen. Het publiek koos voor het laatste.’

    De Turkse vrouwenbeweging blijft terugvechten tegen Erdoğan, zelfs nu hij uithaalt naar de burgermaatschappij. De juridische en electorale overwinningen van de beweging tegenover onliberaal leiderschap en brute censuur zijn een baken van hoop voor verdedigers van vrouwen en democratie overal, hoewel hun strijd nog lang niet voorbij is.

    Vandaag de dag worden vrouwenrechten en de liberale democratie aangevallen in landen over de hele wereld, waaronder de Verenigde Staten. De landen die de grootste bedreiging vormen voor de VS – Rusland, China en Iran – zijn autocratische patriarchaten waar vrouwen vaak de laatste verdedigingslinie vormen door te vechten voor hun rechten. Terwijl de democratische wereld met de handen in het haar zit tegenover de schijnbaar onstuitbare krachten van het illiberalisme, organiseren vrouwen zich nog steeds.

  • De feministische revolutie in China speelt zich af op sociale media

    De feministische revolutie in China speelt zich af op sociale media

    Al zo’n tien jaar trekken Chinese vrouwen op blogs en forums traditionele opvattingen over gender en de rol van vrouwen in twijfel. Ze krijgen dagelijks te maken met censuur en agressie, maar de beweging is groter dan ooit. ‘Online kwam ik erachter dat vrouwen ook op een andere manier konden leven.’

    Op een avond in 2021 was Zhang Zirui aan het scrollen op de blogwebsite Weibo toen ze een bericht tegenkwam dat haar aan het denken zette. In de post betoogde de feministische influencer Lin Maomao dat vrouwen hun familie geen gehoorzaamheid verschuldigd zijn. Ze riep vrouwen op om egoïstisch en gemeen te zijn. Ze moeten vooral aan zichzelf denken, schreef ze, en zich van niemand iets aantrekken, ook niet van hun partner of hun ouders.

    De boodschap sprak haar aan. Zhang had in die tijd het gevoel dat ze in de knel zat – met haar familie, haar relatie en haar woonplaats in Ningxia, een onderontwikkelde en conservatieve provincie in het binnenland. Haar ouders keken op haar neer. Ze hadden haar verboden om haar droomstudie natuurkunde te volgen, omdat ‘dat niet voor meisjes is’. In plaats daarvan deed ze een opleiding voor kleuterjuf. Haar vriend, met wie ze ooit een gezin had willen stichten, behandelde haar slecht. En hij deed haar geloven dat dat haar eigen schuld was.

    Toen ze de post van Lin gelezen had, legde Zhang haar telefoon neer en haalde diep adem. Ze had een glimp van een andere wereld gezien. Vanaf dat moment ‘las ik haar posts elke dag om mezelf energie te geven’, vertelt ze. ‘Ik kwam erachter dat vrouwen ook op een andere manier konden leven.’

    Op het internet kwam Zhang termen tegen als misogynie, gaslighting en ‘giftige schoonheidsidealen’, en ze begreep dat ze haar leven moest veranderen. Ze zette de ene stap na de andere: ze ging toch natuurkunde studeren, verhuisde naar een grote stad in een kustprovincie en maakte een einde aan haar relatie. Afgelopen zomer schoor ze haar hoofd kaal, als symbolische breuk met haar vroegere zelf. Voor het eerst voelde ze zich vrij.

    ‘Ik deed afstand van de diamanten ring die me beperkte, trok het keurslijf van discipline uit en wierp de cosmetica weg die me zogenaamd mooi maakte’, schreef Zhang (25) in juli op lifestyle-app Xiaohongshu. Op de bijbehorende foto kijkt ze recht in de camera. Haar ooit zorgvuldig geëpileerde wenkbrauwen zijn nu warrig en haar haar is gemillimeterd. Deze gedurfde nieuwe look leverde haar 1778 likes op.

    Negatieve invloed

    Veel Chinese vrouwen van Zhangs generatie hebben een vergelijkbaar pad afgelegd. Ze zijn geïnspireerd geraakt door onlinegemeenschappen en trekken traditionele opvattingen over gender en de rol van vrouwen in de Chinese samenleving in twijfel. De socialemediaplatforms in China – waaronder Weibo, Xiaohongshu, Douyin (de Chinese versie van TikTok), super-app WeChat en cultureel discussieplatform Douban – staan vol met feministische content. Posts met feministische hashtags worden miljoenen, zo niet miljarden keren bekeken. Aangespoord door de MeToo-beweging hebben tientallen Chinese vrouwen op sociale media beschuldigingen geuit tegen machtige mannen. Een daarvan was Zhu Jun, presentator van de staatszender, die de beschuldigingen ontkende. Tennisser Peng Shuaien beschuldigde voormalig vicepremier Zhang Gaoli van seksueel misbruik, maar die heeft daar nooit publiekelijk op gereageerd.

    Nieuwsberichten over gendergerelateerd geweld leiden regelmatig tot referenda over de voor- en nadelen van het huwelijk. Miljoenen stemmers betogen dat het huwelijk voor een vrouw meer problemen veroorzaakt dan dat het oplevert – en dat het ook nog gevaarlijk is, gezien het gebrek aan regelgeving op het gebied van echtscheidingen en huiselijk geweld. Overheidscijfers laten zien dat dit sentiment serieuze gevolgen heeft. Huwelijks- en geboortecijfers zijn historisch laag. De decennialange stijging van het aantal echtscheidingen stopte pas in 2021, nadat de regering het moeilijker maakte om te scheiden.

    Ook andere factoren – zoals de kosten van levensonderhoud – beïnvloeden deze trends, maar volgens Leta Hong Fincher, auteur van Leftover Women: The Resurgence of Gender Inequality in China, hangen ze samen met een groeiend bewustzijn over vrouwenrechten. ‘Het zijn vooral vrouwen die zich verzetten tegen het huwelijk en ouderschap,’ zegt ze. In mei schreef een aan de Communistische Partij gelieerde denktank in een rapport over het dalende geboortecijfer in China het volgende: ‘De verspreiding van het radicale feminisme heeft een negatieve invloed gehad op de individuele overtuigingen en verlangens van vrouwen als het aankomt op zwangerschap.’

    De Chinese regering, die altijd bezig is om de sociale stabiliteit te handhaven, heeft de afgelopen vijf jaar feministische activisten vervolgd en socialemediasites opgedragen om feministische content aan banden te leggen. Vergelijkbare methoden hebben ervoor gezorgd dat campagnes voor sociale doelen zoals arbeidsrechten en lhbtqia+-rechten de kop in zijn gedrukt. Openlijk activisme voor vrouwenrechten is nu ook zo goed als onmogelijk. Maar zelfs nu de luidste stemmen het zwijgen is opgelegd, worden feministische idealen breder gedeeld dan ooit. De vlam van het Chinese feminisme brandt nog steeds – en nergens feller dan online. Dat de online feministische beweging in China zo agressief gecensureerd wordt, maakt het ‘extra bijzonder hoe invloedrijk zij is’, aldus Hong Fincher.

    ‘Voor mijn gevoel is elke vrouw op sociale media vandaag de dag lid van de feministische gemeenschap,’ vertelt Xiaoniao (28), die in de context van MeToo iemand heeft beschuldigd van seksueel geweld. Ze gebruikt een pseudoniem uit angst voor vergelding door de Chinese autoriteiten. De invloed van de Chinese online-emancipatiebeweging is in haar woorden zo groot dat je ‘zolang je online bent, niet kunt ontsnappen aan de invloed van het feminisme’.

    De politie vroeg feministische activisten steeds vaker om ‘op de thee te komen’: een eufemisme voor een verhoor

    Onlinefeminisme heeft een korte maar turbulente geschiedenis in China. De intensiteit ervan varieerde door de jaren heen en was afhankelijk van hoe ver de vrijheid van meningsuiting op dat moment reikte. De meeste jonge vrouwen zoals Zhang zijn zich niet bewust van eerdere feministische golven van dit activisme, aangezien die door overheidscensuur allang zijn uitgewist. Toch laat de geschiedenis haar sporen na.

    Lü Pin, een prominente feministische activist, herinnert zich de gouden eeuw van de Chinese sociale media. Weibo werd in 2009 gelanceerd en het ledenaantal groeide binnen vier jaar uit tot 500 miljoen – deels doordat buitenlandse concurrenten als Facebook en Twitter in China verboden waren. Het platform was een plek waar journalisten, schrijvers en academici in relatieve vrijheid commentaar konden leveren op de belangrijkste kwesties die in China speelden. In 2010 maakte Lü het account Feminist Voices aan. Daarop verscheen commentaar op huiselijk geweld, seksuele intimidatie en andere vrouwenrechtenkwesties. Het groeide uit tot het invloedrijkste feministische account dat er was.

    Activisten verspreidden hun ideeën ook offline. In 2012 liepen drie feministen op Valentijnsdag in een rode trouwjurk door een drukke straat om aandacht te vragen voor huiselijk geweld. Diezelfde maand begon een campagne om mannentoiletten te ‘bezetten’: een oproep tot meer openbare toiletten voor vrouwen.

    Het tij keerde in 2015, tijdens de eerste ambtstermijn van de Chinese president Xi Jinping. In maart hield de politie van Beijing vijf feministische activisten aan die stickers tegen seksuele intimidatie in het openbaar vervoer hadden verspreid. De maandenlange detentie van deze Feminist Five, zoals ze genoemd werden, was een mijlpaal. ‘Dat gaf aan dat de overheid feministische evenementen en organisaties niet langer accepteerde,’ zegt Lü. Ze was in de VS toen de vijf in hechtenis werden genomen, en ze besloot er te blijven.

    Meer restricties volgden. In 2016 bood een nieuwe wet het veiligheidsapparaat controle over de financiering en activiteiten van ngo’s, waardoor de meest prominente vrouwenrechtenorganisatie van het land moest sluiten. De politie vroeg feministische activisten steeds vaker om ‘op de thee te komen’: een eufemisme voor een verhoor.

    Vrouwen gingen zich vooral op sociale media richten. ‘Het unieke aan de Chinese feministische beweging is dat die zich bijna volledig online afspeelt,’ zegt Lü. Feminist Voices kreeg meer aandacht dan ooit, met op het hoogtepunt meer dan 250.000 volgers op verschillende platforms. Maar die groei op het internet heeft volgens Lü ook een negatieve component: ‘De echte bloei van het onlinefeminisme kwam pas toen de beperkingen in de offline ruimte toenamen,’ zegt ze. ‘Als je het zo bekijkt, duidt de online ontwikkeling niet op uitbreiding, maar juist op inkrimping van de openbare ruimte.’

    De wereldwijde MeToo-beweging, die ervoor zorgde dat steeds meer vrouwen hun verhaal over seksueel misbruik en intimidatie begonnen te delen, bereikte China op 1 januari 2018. In een lange post op Weibo beschuldigde Luo Xixi, een promovendus aan de Beihang Universiteit van Beijing, haar voormalig adviseur van seksuele intimidatie. Meer vrouwen volgden haar voorbeeld. Studenten van meer dan veertig Chinese universiteiten ondertekenden open brieven waarin ze opriepen tot maatregelen tegen seksuele intimidatie op scholen. De universiteit ontsloeg de adviseur, die beweerde dat hij niets illegaals had gedaan.

    Weibo censureerde halverwege januari de hashtag #MeTooInChina. Chinese sociale mediabedrijven onthullen meestal niet hoe of waarom ze dergelijke beslissingen nemen, maar volgens experts speelt de overheid er een grote rol in. ‘De Chinese overheid doorgaans voorkomen dat sociale bewegingen zo sterk worden dat ze tot een opstand leiden of de overheid op de een of andere manier destabiliseren,’ zegt Huang Qian, universitair docent bij het Centrum voor Mediastudies en Journalistiek aan de Rijksuniversiteit Groningen. ‘Ze houden constant in de gaten of een specifieke hashtag of een specifiek online-evenement zich kan ontwikkelen tot iets groters.’

    Enokipaddenstoelen

    Door de MeToo-beweging kregen online feministische discussies meer aandacht, ook van de overheid. Op 9 maart 2018 verwijderde Weibo permanent het account van Feminist Voices wegens ‘het schenden van relevante regelgeving’. Het verbod kwam nadat Feminist Voices een artikel had gepubliceerd waarin lezers werden aangespoord om Internationale Vrouwendag te vieren door vrouwenrechten te gedenken in plaats van te gaan winkelen – Chinese merken en onlinewinkels hebben die dag namelijk omgevormd tot een commerciële feestdag. Het WeChat-account van de organisatie verdween diezelfde dag.

    Sinds 2020 hebben socialemediaplatforms hun toezicht op feministische content verscherpt, vaak met het argument dat ze vijandigheid tussen mannen en vrouwen willen inperken. In dat jaar werd het account van Lin Maomao – de influencer die Zhang inspireerde – door Weibo een jaar lang op non-actief gezet wegens het ‘aanzetten tot vijandigheid tussen verschillende groepen’. Ook Douban en Bilibili (vergelijkbaar met YouTube) hebben haar accounts verwijderd. Lin reageerde niet op interviewverzoeken en Douban en Bilibili reageerden niet op een verzoek om commentaar.

    Een paar maanden later stelde Douban meer dan tien feministische groepen op non-actief, met de mededeling aan de leden dat ‘de groep werd ontbonden als gevolg van meldingen van gebruikers en eisen van de betrokken autoriteiten, omdat er extremisme, radicale politieke zaken en ideologie worden gepropageerd’. Vanaf januari 2021 gebruikt Weibo ‘het uitlokken van genderfrictie’ als een legitieme reden om een account te verwijderen. De accounts van Lin Maomao zijn nooit hersteld.

    Zhang heeft screenshots van de posts van Lin bewaard en bekijkt ze van tijd tot tijd nog steeds. ‘Dat ze is gecensureerd, bewijst dat alles wat ze zei, waar is,’ zegt Zhang.

    Vandaag de dag is overheidscensuur niet het enige waar de vrouwen van de Chinese online feministische beweging zich zorgen over moeten maken. De afgelopen jaren zijn groepen nationalistische mannen, vaak antifeministen genoemd, begonnen met het opsporen van vrouwen wier berichten ze politiek incorrect noemen. Vervolgens rapporteren ze de vrouwen aan de platforms met als doel dat er een verbod volgt, vaak met succes. Hoewel ook zij dus voor veel ‘genderfrictie’ zorgen, kunnen deze socialemediagebruikers wel vrijuit hun gang gaan.

    Twee jaar geleden werd Xiaoniao – die MeToo-beschuldigingen had geuit – geconfronteerd met een dergelijke groep. Ze had tijdens de eerste MeToo-golf in 2018 een bekende ngo-directeur beschuldigd van seksueel misbruik. De ngo-directeur bekende en stapte op. Aanvankelijk was er veel aandacht voor de zaak, maar toen Xiaoniao minder actief werd op Weibo, ging de storm weer wat liggen. Maar in december 2021 was ze getuige van een bijzonder grove antifeministische doxxing-campagne en voelde ze zich gedwongen zich uit te spreken.

    De campagne werd geleid door Ziwu Xiashi. Deze prominente nationalistische influencer werd populair nadat hij een reeks berichten had gepost. Daarin beweerde hij dat Chinese feministen, waaronder Lü Pin, de Feminist Five en MeToo-aanklagers, marionetten zijn van obscure ‘westerse krachten’ die China ten val willen brengen. In het begin had hij het vooral gemunt op bekende vrouwen. Maar die keer richtte hij zijn aandacht op een Weibogebruiker met slechts tweehonderd volgers.

    Hij kamde de accountgeschiedenis van zijn doelwit uit en verzamelde reacties die ze had achtergelaten, zoals haar spottende opmerkingen over mannen met penissen zo klein als ‘enokipaddenstoelen’. Hij vond aanwijzingen dat ze bij een overheidsinstantie werkte. Hij riep zijn meer dan een miljoen volgers op om haar aan te geven bij haar werkgever wegens ‘antimannenopmerkingen’ en ‘niet aan werk gerelateerde activiteiten onder werktijd’ – de vrouw had haar berichten geplaatst terwijl ze aan het werk was.

    Xiaoniao vond dit absurd. In reactie hierop startte ze zelf een kleine campagne waarin ze andere feministen aanmoedigde om brieven te sturen naar de overheidsinstantie met het dringende verzoek om de vrouw niet te ontslaan. Tevergeefs: de vrouw verwijderde haar account en verloor haar baan. (De vrouw wilde niet geïnterviewd worden, omdat ze ‘gewoon wil dat het voorbij is’.)

    Daarna richtten de antifeministen hun aandacht op Xiaoniao. Ze achterhaalden haar persoonlijke gegevens al snel, ook al had Xiaoniao haar Weiboprofiel zo ingesteld dat het alleen zichtbaar was voor mensen die haar langer dan dertig dagen volgden. ‘Ze zijn erg goed getraind,’ zegt ze. ‘Ze hielden me al heel lang in de gaten.’

    ‘Het is absoluut noodzakelijk om deze kwaadaardige tumor uit te roeien!’

    Xiaoniao besloot de confrontatie aan te gaan. Op Douban postte ze een video van zichzelf in een rode trui, waarop ze zingt en een liedje speelt op haar ukelele – het was de eerste keer dat ze haar gezicht op sociale media liet zien. ‘Ik was bang,’ zegt ze. ‘Maar omdat ze vast wilden weten hoe ik eruitzie, dacht ik dat ik het ze beter zelf kon laten zien. Daardoor voelde ik me er beter over.’ Vanaf dat moment veranderde Xiaoniao elke maand haar accountnaam op Douban om het voor trollen moeilijker te maken om haar te vinden.

    Feministen vinden dat sociale media eenzijdig tegen ‘genderfrictie’ optreden. Baidu, een Chinese techgigant die vooral bekendstaat om zijn zoekmachine, beheert Tieba, een site die vergelijkbaar is met Reddit. In mei dit jaar circuleerde er een foto online waarop te zien is dat het platform een van zijn ‘Voortreffelijke forumleider 2023’-prijzen had uitgereikt aan de beheerder van een onlinegemeenschap met zo’n drie miljoen leden – voornamelijk mannen. Die gemeenschap haalde de voorpagina’s omdat er seksistische opmerkingen werden geplaatst en expliciete foto’s van vrouwen werden gedeeld zonder hun toestemming. Voor Chinese feministen was dit het zoveelste bewijs dat Chinese techbedrijven geen enkel probleem hebben met vrouwenhaat. Baidu, Weibo en Xiaohongshu reageerden niet op verzoeken om commentaar.

    Ook de overheid staat duidelijk aan één kant. De gecoördineerde trollenacties van antifeministen liggen in het verlengde van hoe de overheid optreedt tegen activisme voor vrouwenrechten, zegt Hong Fincher. ‘Die komen allemaal overeen met het standpunt van de regering dat het feminisme een bedreiging vormt voor de overheid en dat feministische stemmen een gevaar kunnen vormen voor de sociale stabiliteit,’ zegt ze. In de afgelopen jaren werden via het regeringsbeleid traditionele familiewaarden gepromoot. Zo is er een ommekeer geweest van het éénkindbeleid naar openlijke steun voor stellen die meer kinderen krijgen.

    Soms is de boodschap van de regering nog directer. Vorig jaar uitten gebruikers van sociale media kritiek op de Communistische Jeugdliga, een Chinese partijorganisatie voor jongeren, omdat er geen vrouw was opgenomen in een serie foto’s over de geschiedenis van de Communistische Partij. 

    De Jeugdliga reageerde boos. ‘“Extreem feminisme” woekert voort en wordt steeds kwaadaardiger,’ postte De Liga op Weibo. ‘Het is absoluut noodzakelijk om deze kwaadaardige tumor uit te roeien en de vreedzame online omgeving te herstellen!’

    In maart kostte een feministische trend Wang Qi (24) haar baan. Qi, een socialemediamanager, had berichten gelezen op Xiaohongshu over fumeiyi, oftewel ‘schoonheidsplicht’ – een term die verwijst naar ‘militaire plicht’ en die kritiek levert op de sociale verplichting voor vrouwen om geld uit te geven aan dure kleding, cosmetica en kapsels. Het inspireerde haar om naar de kapper te gaan en zich juist een kort kapsel te laten aanmeten. 

    Wang had kort daarvoor een baan in een koffiezaak aangeboden gekregen. Maar toen de baas haar weer zag, vond hij haar nieuwe uiterlijk onacceptabel en trok hij zijn aanbod in. Ze heeft er geen spijt van. ‘Ik heb me nog nooit zo dicht bij mijn ware ik gevoeld’, schreef Wang in een Xiaohongshu-post met voor-en-nafoto’s. Eerder vertelde ze nog aan Rest of World: ‘Als ik uitga, heb ik minstens twee uur nodig om me aan te kleden en mijn make-up te doen.’

    Fumeiyi is momenteel een van Xiaohongshu’s meest besproken onderwerpen. Het verwerpen van traditionele schoonheidsnormen heeft geleid tot een trend waarbij vrouwen net als Zhang en Wang trots foto’s delen van hun kaalgeschoren hoofd. Volgens NewRank, een platform dat Xiaohongshu analyseert, zijn berichten waarin fumeiyi voorkomt inmiddels meer dan 35 miljoen keer bekeken.

    Dat een dergelijke trend op een ander platform dan Weibo is ontstaan, laat zien hoe het onlinefeminisme de afgelopen jaren is verschoven. Weibo, dat maandelijks meer actieve gebruikers heeft dan X (voorheen Twitter), blijft het populairste platform voor maatschappelijke discussies in China. Maar onder andere vanwege het strenge toezicht op het platform en de meedogenloze trollen, ontmoeten vrouwen elkaar steeds vaker op Xiaohongshu. Daar is hun aandeel ruim twee keer groter dan dat van mannelijke gebruikers. Vrouwen hebben manieren gevonden om het algoritme van de app te misleiden, zodat hun berichten voornamelijk aan andere vrouwen worden getoond. Ook Douban, waar veel interacties plaatsvinden binnen semi-afgesloten groepen, is een feministisch toevluchtsoord.

    Gemengde gevoelens

    Lü, de activist, beschrijft de overstap van Weibo naar Douban en Xiaohongshu als een verschuiving van ‘een openbaar plein’ naar ‘de woonkamer van een vriend’. Op de laatstgenoemde platformen gaat het bij vrouwenemancipatie minder om het creëren van structurele veranderingen. De nadruk ligt meer op alledaagse onderwerpen: conflicten met vriendjes of discussies over trouwen, kinderen krijgen of make-up gebruiken.

    Op Douban ontstaan feministische discussies meestal in gemeenschappen die zich richten op lifestyle, zoals de ‘Douban Breakup Group’ met 370.000 leden, waar vrouwen over hun relatieproblemen praten. Hoewel het niet bepaald een bolwerk van activisme is, worden in de discussies vaak feministische standpunten omarmd.

    Vorig jaar had Wan (28) ruzie met haar vriend. Hoewel ze nog niet klaar was om kinderen te krijgen, zag hij er geen probleem in om een zwangerschap te riskeren. Ze besloot een anticonceptie-implantaat te nemen zonder het aan hem te vertellen. Toen hij erachter kwam, vond hij dat dat blijk gaf van een gebrek aan vertrouwen. Wan, die om privacyredenen alleen haar achternaam wil gebruiken, wilde er met iemand over praten. Maar ze kon het bij haar vrienden niet kwijt – die ‘zouden denken dat ik te gevoelig ben’, en al helemaal niet bij haar moeder, die op kleinkinderen rekent. In plaats daarvan wendde ze zich tot de Douban Breakup Group.

    ‘Waarom moeten vrouwen met hun partners bespreken dat ze anticonceptie willen? Mogen we zelfs niet over ons eigen lichaam beslissen?’ stond er in een veelgelezen commentaar onder Wans post. ‘Zuster, je bent inderdaad een daadkrachtig meisje. Alleen dappere meisjes zoals jij kunnen echte vrijheid krijgen’, zei een ander. Wan had voldoende aanmoediging gekregen en maakte het een week later uit met haar partner.

    Zhuozi (23), videoregisseur en redacteur, is al enkele jaren lid van de Breakup Group. Ze heeft de relatieadviezen van de leden zien veranderen. ‘Als een lid een paar jaar geleden zei dat het uit was met haar vriend, was de kans groot dat mensen zeiden dat het haar schuld was,’ zegt ze. ‘Maar nu analyseren ze de situatie en zeggen ze dat ze, ook als ze haar vriend verlaat, nog steeds een goed leven kan hebben.’ Zhuozi vroeg de groep om advies over haar eigen vriend, die erop stond dat ze geen mannelijke vrienden had, en maakte het vervolgens uit.

    Zowel Zhuozi (die om privacyredenen een pseudoniem gebruikt) als Wan heeft gemengde gevoelens over de populariteit van de groep. ‘Discussies over feminisme richten zich in China vooral op intieme relaties omdat we niet in staat zijn om veranderingen te bewerkstelligen in bredere sociale kwesties,’ zegt Wan, die in de juridische sector werkt.

    ‘Wij vrouwen hebben weinig opties,’ zegt ze. ‘Het enige moment waarop het lijkt alsof je een keuze hebt, is wanneer je een partner kiest.’ Ze weet niet zeker of ze ooit zal trouwen.

    Ongeveer tien jaar na de opkomst van het onlinefeminisme in China is de invloed ervan zowel onmiskenbaar als dubbelzinnig. Op verschillende vlakken – politiek, arbeidsparticipatie, inkomensgelijkheid – is de positie van Chinese vrouwen aan het verzwakken. Ook MeToo-berichten bieden niet langer hoop op stelselmatige verandering. In gerechtelijke uitspraken worden aangeklaagden vaak bevoordeeld, en geen enkele Chinese universiteit heeft maatregelen aangekondigd tegen seksuele intimidatie.

    Veel van de vrouwen laten weten dat het moeilijk is om contacten te leggen in het echte leven

    Maar de steun voor vrouwenrechten lijkt alleen maar te zijn toegenomen. Cijfers geven aan dat het onlinefeminisme in China groter is dan ooit. De stortvloed aan discussies over de oorspronkelijke MeToo-hashtag in 2018 was volgens China Digital Times goed voor meer dan 4,5 miljoen views op Weibo voordat hij werd gecensureerd. Vandaag de dag leveren discussies over gendergerelateerde nieuwsberichten soms nog veel meer reacties op. Vorig jaar werd ontdekt dat een vrouw met een verstandelijke beperking, die acht kinderen had, vastgeketend leefde in een schuur. Posts op Weibo met hashtags over het incident – die vaak lieten verstaan dat het Chinese vrouwen aan rechten ontbreekt en dat ze behandeld worden als babymachines – werden meer dan tien miljard keer gelezen.

    Zhang is inmiddels afgestudeerd in natuurkunde en werkt voor een instituut dat bijlessen verzorgt. Haar studenten stellen vaak vragen over haar korte haar. Buiten haar werk brengt ze elke dag uren door op Xiaohongshu. Ze geeft tips over het rapporteren van huiselijk geweld of deelt wijsheden als: ‘Tolerantie is geen goede deugd voor vrouwen, maar woede wel.’

    Veel van de voor dit artikel geïnterviewde vrouwen laten weten dat het – ondanks de populariteit van onlinefeminisme – moeilijk is om contacten te leggen in het echte leven. Beperkingen op bijeenkomsten zijn zo streng dat het voor gelijkgestemde vrouwen moeilijk is om elkaar te vinden.

    Maar Zhang heeft er vertrouwen in dat miljoenen vrouwen zoals zij zich zullen blijven uitspreken en hun overtuigingen blijven uitdragen. ‘Op een dag zie ik misschien een meisje met een kaalgeschoren hoofd op straat. Dan zullen we naar elkaar glimlachen,’ zegt ze.

  • Feministisch ontwaken onomkeerbaar in China

    Feministisch ontwaken onomkeerbaar in China

    Voor het eerst in 25 jaar zit er geen vrouw in het Chinese politbureau. Maar jonge vrouwen komen in opstand. De arrestatie in 2015 van vijf feministisch activisten betekende een keerpunt in de relatie tussen politiek en gender.

    De zaak rond Jingyao Liu betekende een keerpunt. Die vond weliswaar plaats in de Verenigde Staten, maar bracht een schok teweeg in China. De studente beschuldigde Richard Liu, een van de tweehonderd rijkste mensen ter wereld, in 2018 van verkrachting. Jingyao studeerde aan de Universiteit van Minnesota en werd uitgenodigd voor een diner waarbij de eigenaar van technologiebedrijf JD.com aanwezig was. Ze beweert dat ze onder druk werd gezet om te drinken en dat de miljardair haar daarna verkrachtte. Het proces zou de hele wereld overgaan, maar de twee partijen kwamen in oktober tot een schikking. 

    Het is het meest spraakmakende #MeTooInChina-voorval sinds de zaak van Zhou Xiaoxuan – die een Chinese tv-presentator beschuldigde bij wie zij stage liep – in 2021 werd geseponeerd. Maar het ontwaken van het Chinese feminisme – of althans de eerste tekenen daarvan – deed zich al eerder voor. 

    Haar arrestatie was een van de zeldzame momenten waarop het communistische China hard optrad tegen feministisch activisme

    In de avond van 6 maart 2015 was het kil in Beijing. Li Maizi wist nog niet dat ze die nacht klappertandend zou doorbrengen in een kerker. Toen ze bij haar voordeur geklop en geschreeuw hoorde, begreep ze wat er stond te gebeuren, maar ze dacht er niet aan om nog een extra jas aan te trekken. Waarom nu, terwijl ze alleen maar had deel-genomen aan een campagne tegen intimidatie, voorafgaand aan Internationale Vrouwendag? Waarom niet drie jaar eerder, toen ze met twee vriendinnen verkleed als bloedende bruiden door een voetgangersgebied in de stad had gelopen? Het leek erop dat ze nu eindelijk de ophef veroorzaakten die ze hadden gezocht. Li glimlachte tevreden, pakte haar ukelele en begon met haar partner te zingen totdat de politie een slotenmaker had gevonden en de woning binnendrong. Aanvankelijk was Li niet al te bezorgd; ze dacht dat haar opsluiting maar 24 uur zou duren.

    Li Maizi behoorde tot de Vijf Feministen, zoals de groep bekend zou worden. Haar arrestatie was een van de zeldzame momenten waarop het communistische China hard optrad tegen feministisch activisme. Het markeert dan ook een keerpunt in de relatie tussen politiek en gender in de geschiedenis van de CCP.

    Suzhi, kwaliteitsburgers

    In maart 1913 werd onder Yuan Shikai de Chinese feministische beweging voor vrouwenkiesrecht de kop ingedrukt. Het kiesrecht voor vrouwen kwam er pas in 1947 met de grondwet van de Volksrepubliek China, aan de vooravond van de opkomst van Mao Zedong. (De wet zou overigens pas in 1953 van kracht worden.) ‘Vrouwen houden de helft van de hemel omhoog,’ aldus Mao, die, hoewel hij de militante rol van vrouwen tijdens de Culturele Revolutie gelijkstelde aan die van mannen, de eisen van het feminisme als burgerlijk wegzette. Pas in 1980 introduceerde Deng Xiaoping tijdens zijn opendeurpolitiek het concept van de rechtsstaat (yifazhiguo) met een reeks basiswetten inzake gendergelijkheid. In 1995 vond in Beijing de Vierde Wereldvrouwenconferentie plaats en werden de rechten van vrouwen wettelijk vastgelegd als suzhi, kwaliteitsburgers.

    Schermafbeelding 2022 11 24 om 21.02.55

    Binnen de CCP bestaat de Federatie van Chinese Vrouwen, waarvan de steun-pilaren ooit werden gevormd door stedelijke feministen van de 4 Mei-generatie – een intellectuele revolutionaire beweging uit 1919 die confucianistische waarden wilde vervangen door progressieve waarden, zoals gelijkheid tussen mannen en vrouwen –, guerrillavrouwen op het platteland, intellectuelen en andere vrouwen die waren gevlucht voor een dreigend gearrangeerd huwelijk of een gewelddadige echtgenoot of schoonvader. De Federatie was in 1950 nog een voorvechter van het recht op echtscheiding, maar gleed af naar een omstreden instrument van de regering. Om bijvoorbeeld de geslachtsverhoudingen in de bevolking in evenwicht te brengen – in de leeftijdsgroep onder de dertig waren er 20 miljoen mannen meer dan vrouwen – organiseerde de groep twee omstreden campagnes.

    De eerste, in 2003, was gericht op het Chinese platteland en heette Guan Ai Nü’er (‘Zorg voor meisjes’). Vrouwen werden neergezet als ‘liefhebbend en zachtaardig’, waarbij de confucianistische waarden Sancong Side – de ‘Drie Gehoorzaamheden’ dochter, echtgenote en moeder – werden benadrukt. In 2007 voerde de Federatie campagne om ongehuwde zevenentwintigjarige vrouwen aan te sporen te trouwen. Dat deed ze door deze jonge vrouwen weg te zetten als sheng nü, ofwel ‘de overblijfsels’. 

    In datzelfde jaar was Li Maizi bezig met haar tweede jaar aan de universiteit, en ze wist dat er na haar plan om de lesbische gemeenschap te ondersteunen nog vele zouden volgen.

    Wei Tingting

    Toen Wei Tingting datzelfde geklop op haar voordeur hoorde, had ze een filmscript in gedachten; bovendien was ze van plan om op 8 maart de metro vol te plakken met anti-intimidatiestickers. Door het succes van haar bewerking van De Vagina Monologen, die ze in 2012 in Wuhan had geproduceerd – het toneelstuk was in China geïntroduceerd door Ai Xiaoming, die voor haar activisme werd bekroond met de Simone de Beauvoir-prijs – wist ze dat ze zich voor de zaak moest blijven inzetten. 

    Wei was verbaasd dat ze destijds niet al was gearresteerd, vooral omdat genderdeskundige Rong Weiyi had gezegd dat haar stuk een nieuwe richting betekende voor het Chinese feminisme, wat bij de regering de alarmbellen zou kunnen doen rinkelen. Of dat ze die keer in Shanghai geen boete kreeg, toen ze stickers plakte tegen een overheidscampagne die grensoverschrijdend gedrag beoogde te ‘voorkomen’ door vrouwen te vertellen dat ze meer ‘zelfrespect’ moesten hebben bij hun kledingkeuze.

    Vroeg of laat zou ze worden opgepakt, dat wist Wei zeker. Xi Jinping, die in 2012 aan de macht was gekomen – in de periode dat feministische activisten aan de universiteiten floreerden – had de als podiumkunst vermomde protesten al bestempeld als ‘lasterlijk’. Op dergelijke acties stond vijf jaar gevangenisstraf (en tien jaar als de acties meer dan een stad op z’n kop zetten). Net als haar collega’s was Wei klaar om het nieuwe Chinese feminisme een impuls te geven. Zelfs toen de overheid ingreep door hun feministische stemmen te onderdrukken op Weibo, het sociale netwerk dat hun levensader was, kon dat hen niet tegenhouden.

    Het taboe op seks komt voort uit de confucianistische traditie die discussie over het onderwerp verbiedt

    Wei wilde uiteindelijk in haar werk de seksuele vrijheid van vrouwen bepleiten, zoals in het matriarchale systeem van de Mosuo in Yunnan, het zuidwesten van China. De Mosuo hangen het Tibetaanse boeddhisme aan en alleenstaande moeders beoefenen er de vrije liefde. Maar ze moest bij de basis beginnen, en tot dan toe was seksuele voorlichting nog net zo beperkt als die van haarzelf was geweest: op school werden voortplanting en menstruatie besproken tijdens lessen die alleen voor meisjes bestemd waren.

    Het taboe op seks komt voort uit de confucianistische traditie die gesprekken over het onderwerp verbiedt: de seksuele daad wordt beschouwd als uitsluitend een echtelijke aangelegenheid – met een ondergeschikte rol voor de vrouw –, die moet uitmonden in een bevalling. Het taoïsme daarentegen, dat bepaalde aspecten deelt met het Tibetaanse boeddhisme, stelt een reeks technieken voor om de seksuele energie te verhogen. Het benadrukt de rol van de vrouwen om in de baarmoeder – waar de energie in uitmondt – het idee van leegte te belichamen, en pleit zo voor ‘terugkeer naar de universele moeder’, legt filosoof Carla Rosso uit. 

    Wei Tingting, die zich ook Waiting noemt, moest een aantal jaar wachten op onderwijsveranderingen in haar land. 

    Die volgden in 2019. Omdat slechts 10 procent van de twintigduizend ondervraagde universiteitsstudenten aangaf seksuele voorlichting te hebben gehad (de rest vond die in bibliotheken of via porno, die in China illegaal is), lanceerde de regering het initiatief ‘Gezond China’. Dat bevatte een aantal door de Unesco onderschreven punten, zoals het verbod op discriminatie op grond van geslacht, intimidatie en ongewenste zwangerschap en het recht op veilige abortus en preventie van seksueel overdraagbare aandoeningen. In 2020 werd het initiatief opgenomen als onderdeel van het schoolcurriculum.

    Wang Man

    Op die koude avond in maart werd er nog een arrestatie verricht. Elders in Beijing woonde Wang Man, de oudste van de groep. Zij werd bekend door een actie waarbij ze samen met Li Maizi mannentoiletten bezette om meer vrouwentoiletten te eisen op de universiteit. 

    Er bestaan onafhankelijke centra voor vrouwenstudies in China. Het eerste werd in 1987 opgericht aan de Universiteit van Zhengzhou – tot woede van de regering; die had namelijk al in 1949 haar Vrouwenuniversiteit opgericht, die was aangesloten bij de Federatie van Chinese Vrouwen. Dertig jaar geleden vormden vrouwen 20 procent van het totale aantal studenten; nu is dat 60 procent, en dus hebben zij meer ruimte nodig op de campus. Wang nam het op zich om dat artistiek uit te dragen.

    Het bezetten van de herentoiletten was een revolutionaire vorm van protest. Eerdere feministen namen de houding aan die het taoïsme wuwei noemt: ‘niet-doen’ of ‘passief zijn’, traditionele en zogenaamd ‘vrouwelijke’ eigenschappen die worden belichaamd in yin. Dat contrasteert met het activisme van de hedendaagse feministen die yang belichamen: het strijdbare, wat een zogenaamd ‘mannelijke’ eigenschap is. Maar in plaats van harmonie in de vereniging van yin en yang brachten deze studentes ongewild Xin Yidai voort: een ‘nieuwe generatie’.

    Wu Rongrong

    Ver weg van de Chinese hoofdstad, op 1300 kilometer afstand, verrichtte de politie nog een arrestatie: in de stad Hangzhou, beroemd om zijn Westelijke Meer, die dichters inspireerde en door Marco Polo werd geprezen als ‘de mooiste stad ter wereld’. Politieagenten stonden te schreeuwen buiten het huis van Wu Rongrong. De feministe had haar baan bij Alibaba opgezegd om vrijwilligerswerk te gaan doen bij een organisatie voor jonge vrouwen. Ze verwierf bekendheid met haar performance waarmee ze opkwam voor een vrouw die uit zelfverdediging een ambtenaar had gedood die haar had aangerand. Wu richtte ook het Weizhiming Vrouwencentrum op, dat opkomt voor de rechten van jonge vrouwen. Ze was de enige in de groep die getrouwd was en een kind had. 

    Wu en haar metgezellen behoorden tot de eenkindgeneratie. De eenkindpolitiek, opgelegd door de Communistische Partij, was van kracht tussen 1979 en 2015 en leidde tot een onevenwichtige verdeling van mannen en vrouwen. Amnesty International had scherpe kritiek op deze en andere wetten voor gezinsplanning, omdat die een schending betekenden van seksuele en reproductieve rechten. In die periode vonden naar schatting 30 miljoen abortussen en kindermoorden op meisjes plaats en werden 200 miljoen geboortes voorkomen. Daarbij zijn niet eens de baby’s meegeteld die in de steek werden gelaten of ter adoptie werden afgestaan. De prijs voor het overtreden van de wet was torenhoog, zowel economisch als moreel: gezinnen die uit elkaar vielen, spiraaltjes die zonder voorafgaande toestemming na de eerste geboorte werden geplaatst, en soms zelfs sterilisaties.

    Steeds meer vrouwen kiezen ervoor om alleenstaand te zijn of geen moeder te worden, en komen daar ook publiekelijk voor uit

    De eenkindpolitiek werd in 2015 afgeschaft – hetzelfde jaar ook waarin de arrestaties plaatsvonden. De bedoeling was om een tweede kind per koppel mogelijk te maken en zo het geboortecijfer te verhogen. Maar dat werkte niet, en toen China in 2021 het laagste geboortepercentage noteerde, stond de regering drie kinderen per gezin toe. Dat het op die twee momenten niet tot een demografische boom kwam, komt voornamelijk doordat de kosten die met de opvoeding gepaard gingen het lastig maakten om te concurreren op de arbeidsmarkt, maar ook door de opkomst van het feminisme. Steeds meer vrouwen kiezen ervoor om alleenstaand te zijn of geen moeder te worden, en komen daar ook publiekelijk voor uit. Dit jaar bood de CCP een financiële stimulans en bescherming voor moeders, op voorwaarde dat ze getrouwd zijn. Dat betekent bijvoorbeeld dat een ongehuwde vrouw juridisch machteloos is als zij wordt ontslagen omdat ze zwanger is. 

    Wu Rongrong vreesde dat ze door haar gevangenschap lang gescheiden zou zijn van haar jonge kind. Het is iets wat in de Chinese taal ligt besloten: het Chinese karakter 好 (hao) betekent ‘goed’ of ‘best’, en verenigt twee karakters in zich, namelijk een vrouw (女, nü), en haar kind (子, zi).

    Zheng Churan

    In Zuid-China was het die nacht van 6 maart 2015 veel warmer. In de stad Guangzhou bevond zich de laatste uit de groep jonge vrouwen die bekend zou worden als de Vijf Feministen: Zheng Churan. Zij woonde nog bij haar ouders toen ze haar kwamen halen. Tijdens de verhoren namen ze haar bril af en lieten haar in het donker achter. Ze bedreigden haar met repercussies voor haar ouders. Zheng leed aan stress, slapeloosheid en haaruitval. Toen het allemaal voorbij was, trok ze zich terug uit het activisme. Ook voelde ze zich extra bezwaard: ze vond dat ze schuld had aan de zevenendertig dagen opsluiting van haar metgezellen, omdat zij het was geweest die het plan had bedacht. 

    Maar zij was het ook die zorgde voor de hergroepering van een nieuwe generatie Chinese feministen.

    De nieuwe generatie feministen noemde zichzelf nüquan zhuyizhe. Dit neologisme betekent letterlijk ‘vrouwen voor recht/vrouwenmacht’. Het karakter quan (权) betekent zowel ‘recht’ als ‘macht’; het dook vanaf 1900 op in Chinese vertalingen van buitenlandse – en vooral Japanse – feministische teksten. De term die daarvóór werd gebruikt was nüxing zhuyi, ‘leer van de vrouwelijk sekse’ – xing (性) betekent ‘natuurlijkheid’ of ‘seksualiteit’. Om verwarring te voorkomen gaf de Federatie van Chinese Vrouwen de voorkeur aan het gebruik van funü quanli – ‘vrouwenrechten’. Funü is in het confucianisme het begrip voor ‘vrouw’.

    In de nacht dat de Vijf Feministen werden gearresteerd, gooide de politie ook andere vrouwen in de cel die bij soortgelijke initiatieven betrokken waren geweest. Maar die werden na 24 uur weer vrijgelaten, in tegenstelling tot het vijftal, dat ruim een maand vastzat. Elke ochtend herhaalde Li Maizi de mantra ‘volharding, moed, uithoudingsvermogen’ om het hoofd te kunnen bieden aan de ondervragingen door ambtenaren, die haar vernederden en haar – en de anderen – ervan beschuldigden spion te zijn. Op 13 april werden de Vijf Feministen vrijgelaten en zagen ze iets wat ze zich nooit hadden kunnen voorstellen.

    Internationaal was de hashtag #FreeTheFive viraal gegaan op sociale media. Journaliste en feministe Leta Hong Fincher besloot de verhalen van deze meiden die ‘blij waren Big Brother te verraden’ te bundelen in haar boek Betraying Big Brother: the Feminist Awakening in China. Feministisch activiste Xiao Meili, die eerder met de groep had samengewerkt, gaf in 2018 de aanzet tot de campagne #MeTooInChina. Met meer dan 3 miljoen views op Weibo was het zeven dagen lang de meest-bezochte pagina, voordat deze werd verwijderd. Dat gebeurde ook met het account van Nüquan Zhi Sheng (‘Feministische Stemmen’), de meest invloedrijke organisatie. In 2020 werden tien feministische fora op het sociale netwerk Douban gesloten en werd het verboden de van oorsprong Zuid-Koreaanse feministische beweging 6B4T bij naam te noemen. Die beweging bepleit dat vrouwen niet zouden moeten trouwen of kinderen moeten krijgen.

    Er is nu een nieuwe feministische generatie die nog steeds wordt vervolgd. De pandemie en het restrictieve beleid van Xi Jinping zijn weinig meer dan een excuus om de greep op vrouwen te versterken. Maar het ontwaken van het feminisme in China is niet meer te stoppen. dd054df5 6fcd 4549 9390 41dd03b379a5

    ANP 344937141 1
    Drie van de Chinese Vijf Feministen en hun advocaat keerden terug naar het detentiecentrum waar twee vrouwen vastzaten, vermoedelijk omdat zij op Internationale Vrouwendag wilden protesteren tegen seksuele intimidatie in het openbaar vervoer. Ze eisen dat de borgtocht wordt opgeheven en de zaak wordt geseponeerd. – © ANP
  • ‘We zullen de grondwet van Pinochet vastberaden ten grave dragen’

    ‘We zullen de grondwet van Pinochet vastberaden ten grave dragen’

    Het voorstel voor een grondwetswijziging waarover de Chileense bevolking begin vorige maand mocht stemmen, bevatte belangrijke verbeteringen voor de rechten van de vrouw. Kwesties die voorheen domweg onzichtbaar waren.

    Gewapend met een grote collectie feministische boeken installeert Gladys Bustos zich in de foyer van het Teatro Caupolicán, in het centrum van de Chileense hoofdstad Santiago. Omdat het vandaag een ‘speciale dag’ is, vertelt ze, verkoopt ze twee boeken voor 20.000 pesos (22 euro). ‘Het is een historische dag voor feministen en ik ben erg geëmotioneerd.’ Buiten staat een rij mensen te wachten om het gebouw te betreden. 

    Dit tafereel vond plaats op zaterdag 27 augustus, toen duizenden mensen de zogenoemde ‘Caupolicanazo Feminista’ bijwoonden, een evenement dat was voorbehouden aan vrouwen en leden van de lhbti-gemeenschap. Het was georganiseerd door 37 feministische organisaties die goedkeuring van de voorgestelde nieuwe grondwet bepleiten. 

    Op zondag 4 september beslist het Zuid-Amerikaanse land in een referendum of de huidige grondwet, die tijdens de dictatuur van Augusto Pinochet (1973-1990) tot stand is gekomen, moet worden vervangen. Er zijn twee keuzemogelijkheden om te reageren op het nieuwe grondwetsvoorstel: apruebo [ik keur het goed] of rechazo [ik verwerp het]. Uit recente opiniepeilingen blijkt dat de optie ‘rechazo’ wel eens zou kunnen zegevieren, maar volgens deskundigen kan het nog alle kanten op. 

    Het genderperspectief in de tekst

    De woordvoerder van de bijeenkomst, Cynthia Shuffer, verdedigde de voorgestelde tekst als ‘een stap in de goede richting’ en had ‘goed feministisch nieuws’. Ten minste 36 van de 388 artikelen in de nieuwe wet verwijzen expliciet naar gender en naar kwesties die voorheen domweg onzichtbaar waren, aldus een rapport van de taakgroep VN Vrouwen dat door persbureau EFE werd aangehaald. Een baanbrekend aspect is vervat in artikel 1, waarin democratie wordt omschreven als ‘inclusief en paritair’ [uitgaand van gelijke verdeling]. Het artikel bepaalt dat alle staatsinstellingen en -organen, met inbegrip van de politie en de strijdkrachten, voor ten minste 50 procent uit vrouwen moeten bestaan. 

    Democratie wordt omschreven als ‘inclusief en paritair’, uitgaand van gelijke verdeling

    ‘Dit zal de eerste grondwet ter wereld zijn die door een paritair orgaan is opgesteld, en het zal ook de eerste zijn die garandeert dat onze plek in de democratie nooit minder zal zijn dan de plek die wij in de wereld innemen, namelijk: minstens de helft,’ zei Alondra Carrillo (29) van Coordinadora Feminista 8M, een van de organisaties die de manifestatie van 27 augustus organiseerde.

    Het gaat om een gelijke verdeling die geen limiet stelt aan de hoeveelheid vrouwen en die de vertegenwoordiging van transgender en non-binaire personen erkent op alle terreinen van besluitvorming. ‘Deze grote vernieuwing zorgt ervoor dat de ogen van mensen die in constituties geïnteresseerd zijn zich nu wereldwijd op Chili richten,’ aldus Tania Busch, wetenschapper aan de Andrés Bello-universiteit en directeur van de Chileense Vereniging voor Constitutioneel Recht. 

    Weggestemd
    ​Inmiddels is de nieuwe grondwet met een overtuigende meerderheid weggestemd. 61,9 procent van de Chilenen sprak zich uit tegen de nieuwe grondwet, 38,1 procent stemde voor. 

    Het grondwetsvoorstel erkent huishoudelijk werk als werk, legt de basis voor de oprichting van een nationaal zorgstelsel, garandeert seksuele en reproductieve rechten – met inbegrip van abortus, waarvan de goedkeuring in november 2021 nog door het Congres werd verworpen, en beschouwt gender op een intersectionele manier.

    channels4 profile

    In de opsomming van rechten zijn ook onder meer opgenomen: volledige seksuele voorlichting, een leven zonder gendergerelateerd geweld, het recht op identiteit ‘in alle dimensies en uitingsvormen, met inbegrip van geslachtskenmerken, genderidentiteiten en -uitingen, naam en seksuele geaardheid’, erkenning van het gezin ‘in al zijn verschillende vormen en levenswijzen’ en rechtvaardigheid met een genderperspectief. Als de nieuwe grondwet wordt goedgekeurd, zou Chili wel eens een van de meest feministische grondwetten ter wereld kunnen hebben.

    De organisatoren van de manifestatie van 27 augustus namen een voor een de artikelen door die de vooruitgang op het gebied van vrouwenrechten en seksuele diversiteit voorstaan en riepen de bevolking op te gaan stemmen. ‘Wij zullen de grondwet van Pinochet vastberaden en krachtig ten grave dragen,’ zei een van de leden van Coordinadora Feminista 8M. De meer dan vierduizend aanwezigen scandeerden volgens de organisatie slogans als ‘libre y convencida, “apruebo” de salida’ (‘vrij en overtuigd sta ik achter deze verandering’) en ‘aprobar, aprobar, otra forma de luchar’ (‘apruebo is een andere manier om te vechten’), terwijl kunstenaars, comedians en activisten zich op het podium vertoonden. 

    Alle leeftijden

    Het evenement bracht mensen van alle leeftijden samen, die van de gebeurtenis een feest voor goedkeuring van de grondwetswijziging maakten. ‘Vrouwen zijn de sterkste pleitbezorgers voor “apruebo”, want zij hebben het meeste baat bij de nieuwe grondwet,’ zei Aurora Lizama (71), die met haar vriendinnen naar het theater was gekomen. 

    Naast Mapuche-vrouwen [de Mapuche zijn een inheems volk van Centraal- en Zuid-Chili en Zuid-Argentinië] waren ook gemeentebestuurders, parlementsleden, leden van de Constitutionele Conventie die de nieuwe tekst heeft opgesteld, en milieu-, diversiteits-, plattelands- en migrantenactivisten aanwezig. ‘Het is heel mooi om te zien dat zo veel mensen zich hebben verenigd voor goedkeuring, niet alleen uit de feministische beweging, maar ook dissidenten die mensen vertegenwoordigen zoals ik, die strijden voor een betere wereld voor iedereen door middel van de nieuwe grondwet,’ zei Sam (22).

    ‘Veel mensen kijken naar wat er in Chili gebeurt; wij hebben de gelegenheid om de grondwet van Pinochet te laten sneuvelen’ 

    Het Chileense feminisme heeft op 27 augustus een nieuwe mijlpaal bereikt. Het Teatro Caupolicán was net zo vol als op 29 december 1983, toen duizenden vrouwen er bijeenkwamen om het einde van de dictatuur te eisen. ‘De Caupolicán-manifestatie van 1983 was bedoeld om de dictatuur te bestrijden, die van vandaag is bedoeld om een van de meest structurele erfenissen van de dictatuur uit te roeien, namelijk de huidige grondwet,’ zei Cynthia Shuffer. Vicky Quevedo, een legendarische feminist die er in 1983 ook bij was, voegde eraan toe: ‘Zoveel jaar later komen we opnieuw bijeen om de vele misstanden en onrechtvaardigheden aan de kaak te stellen. De kracht van deze bijeenkomst bevestigt dat we gaan winnen.’ 

    De herinnering aan de vrouwen die voorgingen en aan de slachtoffers van femicide en seksistisch geweld was de hele manifestatie al aanwezig, en bereikte een hoogtepunt toen de Argentijnse antropoloog en feministische activist Rita Segato op het podium verscheen. Ze wees op het belang van het Chileense proces voor Latijns-Amerika en de rest van de wereld. ‘Chili vertegenwoordigt ons. Chileense vrouwen zijn wegbereiders, ze zijn het universele “wezen” dat spreekt over wat de mensheid, de hele mensheid, kan redden op dit apocalyptische moment in de geschiedenis.’ Hiphopzangeres Ana Tijoux, die de manifestatie afsloot, voegde daaraan toe: ‘Veel mensen kijken naar wat er in Chili gebeurt; wij hebben de gelegenheid om de grondwet van Pinochet te laten sneuvelen.’ 

  • Jonge Pakistanen willen ‘ketenen van het patriarchaat verbreken’

    Jonge Pakistanen willen ‘ketenen van het patriarchaat verbreken’

    Jonge, hoogopgeleide Pakistaanse vrouwen schudden met een nieuwe feministische beweging de sociale orde op in het islamitische, door mannen gedomineerde Pakistan.

    In de afgelopen vijf jaar is in heel Pakistan een nieuwe, assertieve feministische beweging ontstaan. Een jongere generatie vrouwen gaat de confrontatie aan met het diepgewortelde patriarchaat. De beweging eist radicale hervormingen om de rechten van andere gemarginaliseerde gemeenschappen en genderminderheden te beschermen.

    Wat begon als een jaarlijkse mars op Internationale Vrouwendag (8 maart), werd een doorlopende campagne voor sociale, politieke, economische en justitiële hervormingen. In deze nieuwe opleving van de Pakistaanse vrouwenrechtenbeweging klinken de stemmen van vrouwen steeds luider; door middel van demonstraties in grote steden zoals Karachi, Lahore en Islamabad probeert ze aandacht te trekken voor de vrouwenzaak. Naast het ophangen van posters en plakkaten zet de beweging breed in op digitale platforms, waarmee ze op grote schaal actievoert; maar ze richt zich ook op podiumkunsten, poëzie en liederen om te pleiten voor een ruimer begrip van vrouwelijkheid.

    De Pakistaanse Aurat-mars, of vrouwenmars, werd in 2018 voor het eerst georganiseerd in de handelsstad Karachi; de deelnemers wilden hiermee aandacht vragen voor de problemen waarmee Pakistaanse vrouwen worden geconfronteerd. De mars kwam tot stand nadat feministische collectieven en vrouwenrechtenorganisaties, waaronder het Women Democratic Front en het Women’s Action Forum, een niet-hiërarchische stuurgroep hadden opgericht die niet gelieerd is aan sociale of politieke organisaties. De stuurgroep opereert onder de noemer Hum Aurtein [Wij vrouwen].

    De beweging combineert online- en offline-actie en mobiliseert vrouwen van verschillende achtergronden via campagnes op sociale media. De fondsen worden grotendeels via crowdfunding gegenereerd. De afdelingen in de verschillende steden publiceren elk jaar een verklaring van eisen op sociale media, die de voortgang van dat jaar thematisch weergeeft.

    Opnieuw verbeeld

    Aanvankelijk waren de eisen van de beweging: een einde aan het dagelijkse geweld tegen vrouwen, non-binaire personen en religieuze minderheden; economische rechtvaardigheid door het invoeren van arbeidswetten en het erkennen van huishoudelijk werk als onbetaalde arbeid; reproductieve rechten voor vrouwen, non-binaire personen en alle seksuele identiteiten; en milieurecht, inclusief betere toegang tot water en land en een einde aan uitbuiting door bedrijven.

    De beweging stelt dit jaar als eis dat het Pakistaanse rechtssysteem radicaal en structureel wordt omgevormd. Zo wil ze de ‘oppervlakkige’, cijfermatige genderquota opheffen om huisvesting, gezondheidszorg en economische en psychosociale steun voor slachtoffers van geweld te kunnen garanderen, evenals meer financiering voor welzijnsinstellingen die zich richten op overlevenden van geweld.

    Het thema van het manifest van de Aurat-mars 2022 is Asal Insaaf, oftewel ‘Het rechtssysteem opnieuw verbeeld’. In plaats van kortetermijnoplossingen zoals de doodstraf en chemische castratie [als straffen voor seksueel geweld] roept het manifest op tot hervormingen van het systeem die patriarchaal geweld moeten voorkomen. ‘Het afgelopen jaar werden we, net als de jaren daarvoor, blootgesteld aan allerlei vormen van geweld: dat van de pandemie, geweld dat werd veroorzaakt door het beleid en de nalatigheid van de overheid, en geweld thuis en op straat,’ aldus het manifest van de organisatie van de Aurat-mars in Lahore.

    De jongere generatie streeft naar een alternatieve, feministische toekomst

    Het manifest benadrukt dat er een ‘cultuur van zorg’ moet worden gecreëerd die verder reikt dan zorg voor het individu. Een cultuur waarin gemeenschappen elkaar steunen in plaats van de slachtoffers de schuld te geven. Toen zij het manifest opstelden, raadpleegden de organisatoren de gemeenschappen om wie het ging: gezinnen die te maken hadden met verdwijningen, mensen die als huishoudelijke hulp werken, overlevenden van seksueel geweld en religieuze minderheden.

    De jongere generatie streeft naar een alternatieve, feministische toekomst. ‘Dit gedachte-experiment is nodig omdat we na vijf jaar tot de conclusie zijn gekomen dat vrouwen, transpersonen, genderfluïde en non-binaire personen er geen vertrouwen in hebben dat het bestaande rechtssysteem kan zorgen voor emancipatie,’ staat er.

    In het Global Gender Gap Report 2021 van het World Economic Forum staat Pakistan op plaats 153 van de 156 landen. Het houdt alleen het door oorlog verscheurde Irak, Jemen en Afghanistan achter zich. Volgens de mensenrechtencommissie van het land en het Pakistan Journal of Medical Sciences heeft 90 procent van de vrouwen te maken gehad met een vorm van huiselijk geweld door hun echtgenoot of familie, terwijl 47 procent van de getrouwde vrouwen te maken heeft gehad met seksueel misbruik, veelal verkrachting. Volgens de Thomson Reuters Foundation is Pakistan het op vijf na gevaarlijkste land ter wereld voor vrouwen. Pakistaanse vrouwen zijn 22 procent minder geletterd dan mannen, maken slechts 22 procent van de beroepsbevolking uit en ontvangen slechts 18 procent van ’s lands arbeidsinkomsten. Slechts 5 procent van de hogere leidinggevende functies in de economie wordt door vrouwen bekleed.

    Volgens Afiya Shehrbano Zia, een feministische wetenschapper die schreef over vrouwelijke seksualiteit en lichaamspolitiek in Pakistan, zijn de twee belangrijkste bijdragen van de Aurat-mars aan de vrouwenbewegingen in Pakistan het opstaan van jonge leiders en het doorbreken van de stilte rondom seksualiteit. ‘Deze bijdragen kwamen op een moedige, creatieve en vrijwillige manier tot stand, in plaats van politiek gemotiveerd of projectmatig,’ zegt ze.

    ‘De mars vertegenwoordigt alle ideologieën van het feminisme’

    Andere academici trokken een soortgelijke conclusie. Volgens hen beschouwen Pakistaanse feministen de Aurat-mars als een middel om de aandacht te vestigen op vrouwenkwesties. De mars brengt het onderwerp van vrouwenonderdrukking in het publieke domein en laat stemmen klinken uit verschillende sectoren van de samenleving: stad en platteland, arbeiders, huisvrouwen, jongeren en ouderen, kunstenaars, denkers, enzovoort. ‘De mars vertegenwoordigt alle ideologieën van het feminisme: liberalen die persoonlijke vrijheden, welzijn en wettelijke voorzieningen eisen, radicale feministen die de ketenen van het patriarchaat willen verbreken, en socialistische feministen die bevrijding van het kapitalisme en het patriarchaat nastreven,’ schrijven de wetenschappers Syeda Mujeeba Batool en Aisha Anees Malik.

    Naarmate de Aurat-mars aan populariteit en invloed won, groeide ook het verzet tegen de beweging, die als westers, anti-islamitisch en antinationaal wordt bestempeld. De organisatoren en deelnemers hebben aanhoudend te maken met een verdraaiing van feiten, beschuldigingen van godslastering en bedreigingen van de kant van het establishment en orthodoxe elementen in de samenleving.

    Sommige tegenstanders beweren dat de demonstranten elitair zijn. Ze zouden de initiatieven uit lokale gemeenschappen afwijzen en westerse waarden propageren. Anderen zien de actievoerders als een door het buitenland gefinancierde bedreiging voor de culturele waarden van Pakistan. De eerste twee Aurat-marsen leidden tot harde kritiek, en online werden de deelnemers aan de schandpaal genageld omdat de slogans op hun affiches niet overeenkwamen met de Pakistaanse culturele en godsdienstige waarden. Sommige tegendemonstranten bij de Haya-mars in maart 2020 [de Bescheidenheidsmars, georganiseerd door islamitische vrouwenorganisaties] gooiden stenen naar deelnemers van de Aurat-mars. Sommige organisatoren werden bedreigd met geweld, verkrachting en de dood.

    Een aantal slogans werd op grote schaal overgenomen en vormt nu het mikpunt van kritiek. De opvallendste zijn: Mera jism meri marzi [Mijn lichaam, mijn keuze], Khana khud garm karo [Warm zelf je eten op], Mein awaara, mein baddchalan [Ik treuzel, ik ben niet ijverig], ‘gescheiden en gelukkig’ en ‘alles wat jij kunt doen, doe ik al bloedend’.

    Dag van de Hidjab

    De Pakistaanse minister van Religieuze Zaken en Minderheden, Noorul Haq Qadri, schreef in februari een brief aan premier Imran Khan, waarin hij hem vroeg de Aurat-mars in het hele land te verbieden. Hij stelde voor om 8 maart uit te roepen tot Internationale Dag van de Hidjab. Eerder had de religieuze groepering Jamiat Ulema-e-Islam-Fazl openlijk gedreigd de mars met wapenstokken tegen te houden. De hooggerechtshoven in Islamabad en Lahore verwierpen vorig jaar petities om de mars te verbieden en zeiden dat het recht om vreedzaam bijeen te komen in de grondwet gewaarborgd is.

    Velen zeggen dat het patriarchale verzet bewijst dat de inspanningen van Pakistaanse vrouwen om hun zeggenschap terug te krijgen de opgeblazen, vrouwonvriendelijke mannelijke ego’s doen leeglopen. Journalist Durdana Najam schrijft dat wat Pakistan zag tijdens de Aurat-mars van 2019, anders was dan andere vrouwenmarsen: de mars was gedurfd en radicaal, en vooral de slogans brachten velen in verwarring. ‘Voor Pakistan was het onverteerbaar en schokkend om te zien hoe de vrouwen grenzen doorbraken en de schotten tussen hen en hun mannelijke tegenhangers neerhaalden.’

    Hoewel de Pakistaanse samenleving over het algemeen de Aurat-mars de hemel in prees, zegt Afiya Shehrbano Zia dat de mars ook kritisch werd bekeken, ook door andere feministische wetenschappers. Volgens haar kreeg de eerste Aurat-mars in 2018 kritiek omdat die niets te maken wilde hebben met de overheid, vanwege de ambivalente houding ten opzichte van religie en omdat ze zich richtte op sociale media in plaats van op serieuze politieke participatie. Wetenschappers Rubina Saigol en Nida Usman Chaudhary benadrukten deze kritiek in hun studie uit 2020, waarin zij wezen op spanningen tussen het uiten van zorgen en het stellen van politieke doelen, generatieverschillen en bediscussiëren van seksuele geaardheid.

    Lees ook:

  • Waarom we slechte seks serieuzer moeten nemen

    Waarom we slechte seks serieuzer moeten nemen

    Consent, oftewel nadrukkelijke instemming, wordt afgeschilderd als de oplossing voor maatschappelijke problemen als seksueel geweld en #MeToo. Maar wat als het gebod ‘weet wat je wilt’ gewoon een andere vorm van dwang is?

    Ergens begin jaren tien van deze eeuw maakte de pornoacteur James Deen een film met een fan die hij Meisje X noemde. Dat deed hij wel vaker; fans schreven hem dat ze seks met hem wilden of hij deed een oproep: ‘Speel een scène met James Deen’. De resultaten kwamen op zijn website.

    In een interview van mei 2017, maar een paar maanden voordat de media zouden worden overspoeld met discussies over aanranding en seksuele intimidatie door Harvey Weinstein en anderen – en maar twee jaar nadat Deen zelf was beschuldigd (maar niet aangeklaagd) wegens diverse aanrandingen (die hij ontkende) – zei hij: ‘Ik heb een “Speel een scène met James Deen”-prijsvraag, waar vrouwen aan kunnen meedoen en pas na een heel lang gesprek en nadat ik maandenlang heb gezegd “Denk goed na, het kan invloed hebben op je toekomst” en haast heb geprobeerd het uit hun hoofd te praten, nemen we een scène op.’

    In maar een klein deel van de Meisje X-video is sprake van seks. Op de video zie je vooral een lang, flirterig, beladen gesprek dat draait om de vraag of ze het al dan niet gaan doen: seks hebben, opnames maken en online zetten. Meisje X aarzelt; ze is afwisselend aanhalig en schuchter; ze is stoer en dan weer gepijnigd; ze gaat overstag en houdt weer af. Ze weet niet wat ze moet doen, denkt na, piekert. Ze spreekt haar dilemma’s hardop uit en Deen probeert haar daarin te volgen.

    Slet

    Vermoedelijk was ze gewoon in voor ‘een scène met James Deen’ maar als hij de deur voor haar opendoet spelen de zenuwen op. Ze loopt het appartement binnen in een vinyl legging en een dichtgeknoopte crème zijden bloes met een zwart detail – wij kijken mee met de camera, met Deen, die haar filmt – en stapt opgewonden rond met een hoog, nerveus lachje terwijl ze ‘Oh my God, oh my God’ zegt. Nu en dan brengt hij de camera dicht bij haar gezicht; ze draait weg. Hij plaagt haar – ‘Je bent een studentje, je bent slim, aan jou heb je niks’ – terwijl ze rondlopen in de keuken met het glimmende kookeiland, in de gang met de witte plinten en dieprode muren.

    Ze is koket, nerveus – ‘Ik durf niet eens naar je te kijken’ – terwijl ze achterover leunt en weer voorover. Ze zit inmiddels aan een glimmend chromen tafeltje op een witte bank. Ze bespreken het contract en het beeld zoemt uit – de details gaan ons niet aan. Dan wordt weer in gezoemd en ze neemt een selfie. Ze staat op het punt om te tekenen maar stopt ineens en zegt ‘Waar ben ik in jezusnaam mee bezig? Wat de fuck doe ik met mijn leven?’ Ze kan altijd nog afhaken, zegt hij; ze kunnen het contract verscheuren. Opnieuw in en uit zoemen; we zien haar tekenen. ‘We verzinnen later wel een artiestennaam,’ zegt hij, ‘tenzij je gewoon Meisje X wilt zijn?’ ‘Ik weet het niet,’ zegt ze kribbig, aarzelend, ‘ik heb geen idee, ik heb dit nog nooit gedaan.’

    ‘Je heb met hen geneukt, waarom dan niet met mij?’

    Als Meisje X uiting geeft aan haar ambivalentie – ‘Ik wil seks met je,’ zegt ze, ‘maar ik weet niet of ik wil dat de wereld dat ziet’ – is hij begripvol: ‘Je wilt niet als slet bekend staan,’ zegt hij. Ze gaat er op in: ‘Zo van,’ zegt ze met een zware stem, ‘ik zag dat je met hem neukte, waarom dan niet met mij?’ Dit is niet helemaal paranoïde gedacht. Een van de beschuldigden in de rechtszaak tegen de rugbyverkrachters in 2018 in Noord-Ierland verzocht de aanklaagster toen hij de kamer binnenkwam nadat twee andere mannen seksuele handelingen met haar hadden gepleegd seks met hem te hebben en hij had naar het schijnt toen ze weigerde gezegd: ‘Je heb met hen geneukt, waarom dan niet met mij?’ Het (veronderstelde) verlangen van een vrouw – ook al is het eenmalig, naar één bepaalde man – maakt haar kwetsbaar. Haar verlangen diskwalificeert haar voor bescherming. Als een vrouw wordt geacht eens ja tegen iets te hebben gezegd, kan ze nergens meer nee tegen zeggen.

    We zullen waarschijnlijk nooit weten wat er precies gebeurde nadat Deen de camera had uitgezet; wat er gebeurde in de pauzes tussen de gefilmde onderdelen; wat er is weggelaten, welke gesprekken we niet hebben gehoord, welke seks we niet zagen. We zullen waarschijnlijk nooit weten wat Meisje X van de beschuldigingen tegen Deen vond en of er die dag dingen waren die haar ongemakkelijk maakten en verdrietig of kwaad. Ik ken het verhaal van Meisje X niet. Maar in de film herken ik de pijnlijke – en vertrouwde – ervaring naar alle kanten te worden getrokken; te moeten balanceren tussen verlangen en risico; te moeten stilstaan bij van alles in de nasleep van het genot.

    Vrouwen weten dat hun seksuele verlangen tegen hen kan werken en kan worden aangevoerd als bewijs dat geweld eigenlijk niet aan de orde was (ze wou het zelf). Maar Meisje X laat zien dat het niet alleen gaat om de uiting van verlangen maar om het verlangen op zich, dat al dan niet wordt geëntameerd door de omstandigheden. Hoe kunnen we weten wat we willen als weten wat we willen iets is dat van ons wordt geëist en ons op straf kan komen te staan. Geen wonder dat Meisje X gemengde gevoelens heeft en is verlamd door onzekerheid. Deen begrijpt niets van het melancholieke belang van seks voor Meisje X – dat hoeft hij niet. Meisje X is echter opgegroeid met tegenstrijdige belangen. Ze zit in de spagaat waarmee vrouwen hebben te leven: dat nee zeggen moeilijk kan zijn, maar ja zeggen ook.

    #MeToo

    Daarna overspoelde #MeToo – een slogan die Tarana Burke in 2006 bedacht om aandacht te vragen voor seksueel geweld tegen jonge vrouwen van kleur – de media en wekte vrouwen op hun verhaal over seksuele intimidatie te vertellen. De maanden erna stonden de media er bol van, met name over machtsmisbruik op de werkvloer. In die sfeer werd het feit dat je je uitsprak over je ervaringen als een vanzelfsprekend en noodzakelijk goed beschouwd.

    Ik was blij met de omvang maar ik was er ook bang voor en zette soms snel het nieuws en de onverbiddelijke parade akelige verhalen uit. Op het hoogtepunt van #MeToo was het soms of we onze verhalen móésten vertellen. De toevloed van verhalen online – op Facebook, op Twitter – en ook live gaf een gevoel van druk, van verwachting. Wanneer kom jij met het jouwe? Je moest wel blind zijn om niet te zien hoe collectief werd gehongerd naar dit soort verhalen, een honger die was ingebed in een taal van betrokkenheid en verontwaardiging die mooi aansloot bij het geloof dat het vertellen van de waarheid een grondrecht en de grondslag van het feminisme is. #MeToo legaliseerde het geluid van de vrouw niet alleen maar dreigde het ook verplicht te stellen; je moest en zou uiting geven aan je persoonlijke feminisme, aan je besluit het niet langer te nemen, aan je vermogen tot een krachtig antwoord op alle smaad. Hiermee werd ook tegemoet gekomen aan een ranzig soort honger naar verhalen over misbruik en vernedering van vrouwen – al was dat niet de opzet.

    Wanneer vragen we vrouwen om hun mond open te doen en waarom? Wie heeft er belang bij? Wie wordt om te beginnen gevraagd haar mond open te doen – en naar welke stemmen wordt geluisterd? Weliswaar stuit iedere beschuldiging van seksueel geweld tegen een vrouw algauw op krachtige weerstand, maar de verhalen van rijke witte vrouwen over seksueel geweld hadden tijdens #MeToo een streepje voor op die van bijvoorbeeld jonge zwarte vrouwen van wie de families hun gram probeerden te halen op de zanger R. Kelly, die tientallen jaren vrouwen misbruikte (hij heeft de beschuldigingen tegen hem ontkend). Studies laten zien dat zwarte vrouwen met klachten over seksueel geweld minder kans hebben geloofd te worden dan hun witte seksegenoten (waarbij zwarte meisjes als volwassener en seksueel rijper worden beschouwd dan hun witte leeftijdgenoten) en dat verklaringen over verkrachting die te maken hebben met witte slachtoffers serieuzer worden genomen dan die welke zwarte vrouwen aangaan. Niet ieder geluid is evenveel waard.

    ‘Het is onze plicht als vrouwen jegens onszelf en onze partners ons beter uit te spreken over wat we willen in bed’

    De afgelopen jaren was ineens sprake van twee vereisten voor goede seks: toestemming – consent – en zelfkennis. Vrouwen moeten zich inzake seks, waar toestemming althans idealiter vooropstaat, uitspreken – ook over wat ze willen. Zij moeten dus ook wéten wat ze willen.

    In wat ik de consent-cultuur zal noemen – de wijdverspreide aanname dat toestemming de manier is om al het kwaad uit onze seksuele cultuur te bannen – wordt de stem van vrouwen over wat ze willen vereist en geïdealiseerd en gelabeld als een teken van progressieve politiek. ‘Weet wat je wilt en ontdek wat je partner wil,’ luidde het dringende advies in een artikel in The New York Times, juli 2018, met de belofte dat ‘goede seks plaatsvindt waar twee agenda’s op elkaar zijn afgestemd’.

    Dit soort retoriek is niet helemaal nieuw; al sinds de jaren negentig wordt in de feministische strijd sterk gefocust op toestemming met heftige commentaren als gevolg. Rachel Kramer Bussel schreef niet zo lang geleden dat ‘het onze plicht als vrouwen jegens onszelf en onze partners is ons beter uit te spreken over wat we willen in bed en ook met de ander te delen wat we niet willen. Je kunt het je als deelnemer niet veroorloven passief te zijn en gewoon af te wachten hoe ver de ander wil gaan.’

    Deze dringende aanbeveling aan vrouwen om goed te weten en verwoorden wat ze willen zou vanzelf leiden tot bevrijding aangezien het vermogen van de vrouw tot – en het recht op – seksueel genot ermee gemoeid is.

    Seks als bevrijding

    In het progressieve denken zijn seksualiteit en genot lang neergezet als equivalenten van emancipatie en bevrijding. Het was precies dat wat de filosoof Michel Foucault in 1976, in De wil tot weten, bekritiseerde toen hij schreef dat ‘morgen seks weer goed zal zijn’. Hij parafraseert hier smalend de houding van de tegencultuur en seksuele bevrijdingsbewegingen in de jaren zestig en zeventig; de marxisten, revolutionairen, freudianen – iedereen die geloofde dat we om te worden bevrijd uit de betuttelende klauwen van het verleden, uit een repressief Victoriaans verleden, voorgoed de waarheid moesten vertellen over seksualiteit.

    Foucault was juist sceptisch over de manier ‘waarop we het heden ijverig wegtoveren en een beroep doen op de toekomst’ en betoogde dat die stoffige Victorianen eigenlijk heel spraakzaam waren over seks, ook al nam die spraakzaamheid de karikaturale vorm aan van ziekelijkheid, abnormaliteit en dwaling. Niet alleen herzag hij de klassieke aanname dat de Victorianen preuts, onderdrukt en gebonden aan stilzwijgen zouden zijn, hij nam ook stelling tegen gemeenplaatsen als zou praten over seks tot bevrijding leiden en zwijgen tot onderdrukking. ‘We moeten niet denken,’ schreef hij, ‘dat ja zeggen tegen seks betekent dat je nee zegt tegen de macht.’

    Seks was, en is nog steeds, op talloze manieren omringd met verboden en regels, en met name rond de seksualiteit van vrouwen golden er altijd sterke beperkingen en bepalingen. Maar toestemming en de idée fixe van absolute duidelijkheid dreigt de druk van goede seksuele interactie te koppelen aan het gedrag van de vrouw – aan wat zij wil en aan wat zij over haar verlangens zegt; aan haar vermogen een vrijmoedig seksueel zelfbeeld te creëren om te waarborgen dat seks over en weer plezierig en niet-afgedwongen is. Wee wie zichzelf niet kent en die taal niet spreekt.

    Antiverkrachtingscampagnes schetsen het beeld van de vrouw als kwetsbaar, goedgelovig en angstig

    Eind jaren tachtig en begin jaren negentig, toen activisten probeerden de publieke opinie te doen omslaan, waren de media vooral gefocust op ‘verkrachting tijdens een date’ of ‘verkrachting in de huiselijke sfeer’. In 1993 zorgde een beleidsstuk ter voorkoming van seksuele vergrijpen op het Antioch College, een klein Amerikaans instituut voor liberal arts, voor opschudding. In dat stuk, dat werd geschreven door vrouwelijke studenten die ontzet waren over verkrachtingen op een campus die zich voorstond op z’n progressieve inclusiviteit, werd gesteld dat ‘consent inhoudt met zoveel woorden toestemming vragen én met zoveel woorden verlenen of weigeren, en wel in alle stadia van de seks’. Toestemming diende steeds worden herhaald en was vereist ongeacht de relatie tussen partners, ongeacht de seksuele voorgeschiedenis of actuele activiteit. Verder kon iemand die dronken, buiten bewustzijn of in slaap was geen toestemming geven. Zoals de laatste jaren in toenemende mate in wetten en richtlijnen is vastgelegd, impliceert deze bepaling dat het ontbreken van een ‘nee’ niet wijst op toestemming en dat wederkerigheid bij seks van levensbelang is. Enorme heibel was het gevolg.

    In haar boek The Morning After: Sex, Fear, and Feminism, dat in hetzelfde jaar werd gepubliceerd als het beleidsstuk van het Antioch College, betoogde Katie Roiphe dat de antiverkrachtingscampagne van het instituut een ouderwets beeld van de vrouw schetste dat eerdere feministen met succes hadden bestreden: het beeld van de vrouw als kwetsbaar, goedgelovig en angstig. Twintig jaar later geldt dat argument nog steeds; in Unwanted Advances, dat in 2017 verscheen, betoogde Laura Kipnis dat richtlijnen voor het geven van toestemming hebben geleid tot een cultuur van hulpeloosheid en slachtofferschap op de Amerikaanse campussen. 

    Lees ook:

    Roiphe en Kipnis erkennen het onrecht en leed dat vrouwen wordt aangedaan, maar ze zoeken de oplossing in een geïdealiseerde figuur: de sterke vrouw die het allemaal aan kan – die het leed van zich af kan schudden en harder is, zeg maar minder kinderachtig. Hun kritiek geeft met andere woorden perfect uiting aan een zelfverzekerd feminisme – een feminisme dat de last legt bij de individuele vrouw en haar vermogen om uitdagingen aan te kunnen en te slagen in een ongelijke wereld.

    Slechte seks

    Voor deze critici weten ‘volwassen’ vrouwen hoe ze met de onvermijdelijke ups-and-downs bij seks moeten omgaan in plaats van moord en brand te schreeuwen. De uitdrukking ‘slechte seks’ speelt in dit soort gesprekken een belangrijke rol. Jonge vrouwen worden, aldus Kipnis, aangemoedigd om bureaucratische middelen in te zetten ‘om over seksuele twijfels en akelige seksuele ervaringen heen te komen’. Voor haar en haar geestverwanten was seks ‘hoe slecht ook (en dat is vaak zo)’ nog altijd ‘leerzaam’. Het idee dat vrouwen harder moeten worden strekt zich uit naar het politieke veld; de journaliste Bari Weiss formuleerde iets soortgelijks in haar reactie op de beschuldigingen aan het adres van de komiek Aziz Ansari in 2018. Die beschuldigingen, die werden geuit in een account op babe.net, veroorzaakten tumult – niet in het minst omdat de kennelijk versnelde publicatie niet lijkt te hebben voldaan aan de gangbare journalistieke normen, bijvoorbeeld Ansari’s recht op wederhoor. (Later verklaarde hij dat alles erop wees dat de seks ‘volkomen vrijwillig was geweest’ maar dat hij ‘zich haar woorden aantrok’.)

    ‘Grace’ (een pseudoniem) vertelde dat ze zich tot seks geprest voelde en – verbaal en non-verbaal – probeerde aan te geven dat ze niet wou, en ze beschuldigt Ansari ervan dat bij herhaling te hebben genegeerd. Velen klonk haar verhaal in de oren als een typisch voorbeeld van een seksbeluste bullebak zonder veel belangstelling voor het genot van de vrouw (of misschien zelfs van hemzelf?).

    ‘Er is een bruikbare term voor wat deze vrouw die nacht met Ansari meemaakte. Die term is “slechte seks”’

    Volgens anderen verwachtte ‘Grace’ dat Ansari gedachten kon lezen en was ze er niet in geslaagd hem haar verlangens of gebrek aan genot duidelijk te maken: ze had gefaald om enthousiast ja te zeggen en gefaald om duidelijk nee te zeggen. Er is, zegt Weiss, ‘een bruikbare term voor wat deze vrouw die nacht met Ansari meemaakte. Die term is “slechte seks”. Jammer dan.’ Weiss gaf toe dat vrouwen van oudsher geneigd zijn ‘de verlangens van de man boven die van henzelf te stellen’. Maar de oplossing hiervoor, stelde ze, is niet mannen kwalijk nemen ‘dat ze haar “non-verbale taal” niet begrijpen. Het is aan vrouwen verbaal sterker te zijn. Dat je zegt “nu ik”. Of “wil ik niet”.’ Weiss vermaant ‘Grace’ met opgestoken vinger: ‘Als hij jou wil dwingen tot iets wat jij niet wilt, gebruik dan een vierletterwoord, spring overeind en verlaat zijn huis.’ In dezelfde trant klaagt Kipnis in Jessa Crispin’s Public Intellectual Podcast over het feit dat studentes 30 seconden of 15 minuten slechte seks ‘niet kunnen verwerken’. En Megan Daum schreef in The Guardian over een kloof tussen de publieke steun van vrouwen aan #MeToo en hun privégesprekken. Ze schrijft: ‘”Wordt volwassen, dit is het echte leven,” hoor ik dezelfde feministen zeggen.’ Hier staan noodkreten van zwakke, gekwetste kinderen tegenover de geluiden van zelfverzekerde volwassen vrouwen, en het is duidelijk wie we verondersteld worden te willen zijn.

    In dit feminisme is het de plicht van iedere vrouw assertief en zelfverzekerd te zijn, en je vooral niet voor te doen als gekwetst en verongelijkt. Het feit alleen al dan je je gekwetst voelt is een teken van zwakte in dit regime van individueel kunnen. Sterker nog, slechte seks wordt voorgesteld als iets dat er onvermijdelijk bij hoort; iets onplezierigs en hardnekkigs waarmee je als vrouw te dealen hebt.

    Uiteenlopende critici als Kipnis en Weiss kunnen zichzelf als progressief profileren omdat ze er op hameren dat vrouwen macht en leiderschap kunnen en moeten uitoefenen. Toch leggen ze met hun luchtige houding ten aanzien van de onvermijdelijkheid van jeugdige, slechte seks een onevenredige druk op vrouwen om met de risico’s om te gaan. Zij zien mannelijke minachting van vrouwelijk genot en autonomie als een gegeven, terwijl ze de manier waarop vrouwen daarmee omgaan als een gebod brengen – en zij richten hun hoon op vrouwen die er niet in slagen gepast frivool te reageren.

    Experimenteren

    In 1993 stond in het opiniestuk van The New York Times over het consent-beleid op het Antioch dat adolescentie, met name de studentenjaren, de tijd bij uitstek is ‘voor experimenteren en experimenteren betekent fouten maken’; geen beleid kan ooit ‘alle jonge menen beschermen tegen dit soort katers’, momenten waarvan ‘mensen leren’. 

    Maar als ‘mensen’, zoals de New York Times het uitdrukt, leren van slechte seks, zijn dan de lessen die mannen en vrouwen trekken dezelfde? Het kan best zijn dat mannen leren dat ze ermee wegkomen als ze niet geven om het genot van een vrouw, en dat vrouwen leren dat ze het plezier van de man boven dat van zichzelf moeten stellen. Wie leren er dat het hun rol is om koste wat het kost genot te beleven, en wie dat ze de gevolgen van de seks in hun eentje moeten dragen?

    Toestemming is ten minste iets – het absolute minimum bij seks. En expliciete toestemming voldoet, zoals de seksuoloog Joseph Fischel in Screw Consent betoogt, in de wet bij grensoverschrijdend gedrag als criterium beter dan de criteria geweld, verzet of weigering. Vragen om een minimaal, niet per se verbaal teken dat de ander positief staat tegenover seks getuigt van respect voor iemands seksuele autonomie en is veelzeggender dan zwijgen of verzet. Maar toestemming stelt op zich weinig voor terwijl de impact ervan enorm is en niet valt te overzien welke onoverkomelijke problemen zich wellicht voordoen.

    Slechte seks verdient vanwege het ongelijke genot beslist aandacht

    Uit frustratie over de consent-cultuur en de gang van zaken op campussen en rond #MeToo komen critici tot het verbijsterde inzicht dat veel seks die met instemming en zelfs een volmondig ja tot stand komt slecht is: miserabel, onplezierig, vernederend, eenzijdig, pijnlijk. ‘Slechte seks’ hoeft geen aanranding te zijn om angstaanjagend, beschamend, misselijkmakend te zijn. Het daagt ze dat toestemming als wettig concept niet instaat is te verklaren hoe seks slecht kan zijn zonder dat het per se om aanranding gaat. Maar ze lijken wel verlamd door hun inzichten en laten na te onderzoeken (of zich er zelfs maar echt druk om te maken) wat de dynamiek is achter slechte seks – seks die vanwege het ongelijke genot beslist aandacht verdient. In plaats van ons neer te leggen bij de onvermijdelijkheid van slechte seks of deze zelfs te romantiseren als louter jeugdig gestuntel, moeten we zulke slechte seks serieus nemen en aan een zorgvuldig onderzoek onderwerpen.

    Slechte seks ontstaat in een context waarin vrouwen niet in gelijke mate seks kunnen najagen en mannen koste wat het kost recht hebben op bevrediging. De oorzaak is onvermogen en ongelijkheid in seksuele kennis en toegang tot seksuele opvoeding en gezondheidszorg.

    Machtsdynamiek

    Het gaat om ongelijke machtsdynamiek tussen de partijen en racistische opvattingen over onschuld en schuld. Slechte seks is een politieke kwestie, het gaat om ongelijke toegang tot genot en zelfbeschikking, en het is als een politieke kwestie dat we er naar zouden moeten kijken, liever dan de kwestie reduceren tot geïndividualiseerde, schouderophalende kritiek van jonge vrouwen die over de middelen beschikken om met de pijn van hun seksleven om te gaan.

    Het idee van niet alleen willige maar ‘enthousiaste’ toestemming legt de lat bij de beleving van seks hoger; we willen niet alleen dat vrouwen instemmen met seks die door mannen wordt geïnitieerd maar dat ze zelf seks willen, er opgewonden van zijn, hun eigen verlangens en eisen kenbaar maken. Vandaar de upgrade van instemming bij seks naar iets ambitieuzers: verlangen, genot, enthousiasme, een positieve houding.

    Het probleem met instemming is niet dat seks niet of nooit op contractbasis zou mogen plaatsvinden – de veiligheid van sekswerkers drijft op het idee van een contract en de mogelijkheid dat het wordt geschonden, zodat verkrachting kan worden aangetoond. Het probleem is ook niet dat instemming niet sexy of romantisch zou zijn.

    Veel seks waar vrouwen mee instemmen is ongewenst want zij stemmen in onder dwang

    Het probleem is dat we bij een wetsartikel over instemming als code voor onze manier van denken over seks – het probleem dat we er door ‘gemagnetiseerd’ zijn, zoals Fischel zegt – iets cruciaals over het hoofd zien van wat het is een mens te zijn: de machtsverhouding tussen individuen is zelden gelijkwaardig. Zo’n wet als overkoepelend kader voor het denken over goede en slechte seks komt neer op vasthouden aan de droom van het liberalisme, waarin, zoals Emily A. Owens zegt, ‘gelijkheid gewoon bestaat’.

    Veel seks waar vrouwen mee instemmen is ongewenst want zij stemmen in onder dwang, of uit behoefte aan voedsel of kleding voor zichzelf of hun gezin, of uit veiligheidsoverwegingen. Overal, iedere dag, stemmen vrouwen in met seks omdat ze voelen dat ze geen keus hebben; omdat ze bij een man in het krijt staan; omdat hij hen heeft bedreigd; omdat het een ramp kan zijn als hij hen aan de dijk zet, wegstuurt, hun illegale status verraadt of hen aangeeft voor een overtreding (bijvoorbeeld prostitutie waar dat strafbaar is). In veel instemmingswetten staat de bepaling dat instemming niet afgedwongen mag zijn, maar in werkelijkheid staan vrouwen seks toe die ze liever niet hadden, uit angst voor de consequenties.

    Daarom is het cruciaal het verschil tussen instemming en enthousiasme te handhaven, juist om te kunnen beschrijven wat er speelt in zo’n ongelijke machtsdynamiek.

    Iedere vorm van instemming verliest z’n waarde als een man niet openstaat voor een eventueel nee

    Bij ongelijke machtsverhoudingen zegt toestemming op zich niets over het verschil tussen goede en slechte seks, al kun je er tot op zekere hoogte seks mee onderscheiden van verkrachting. Toestemming kan sexy zijn wordt ons herhaaldelijk voorgehouden – een opmerking die wellicht komt is van critici die er een spelbreker in zien. Toestemming zou deel moeten uitmaken van de eerste speelse aftasting bij seks; toestemming kan, aldus de website Xojane.com, ‘dienen als een soort voorspel en uitgroeien tot een onlosmakelijk onderdeel van een seksueel samenzijn waarbij partners elkaar aftasten en prikkelen en bij elkaar nagaan wat ze wel (en niet) gaan doen’.

    Maar dit werkt alleen als we uitgaan van een bepaald soort partner die al volledig openstaat voor de complexe autonomie van de ander. Het hangt er allemaal van af of de vrouw voelt dat ze de optie heeft om te weigeren – iets dat niet is beperkt tot de wettelijke dwangsituatie. Het hangt er onder meer van af of de man met wie zij is in staat is een nee te verstaan; in staat is te onderhandelen zonder zijn vaak grotere fysieke en sociale macht te misbruiken; niet misbruik maakt van de wetenschap dat vrouwen zelden aangifte doen van verkrachting en de schijn vaak tegen hebben als ze het doen. Vraagt hij om seks terwijl hij openstaat voor haar eventuele nee? Kan hij leven met een nee? Zal hij opstuiven, haar negeren, op haar inpraten, haar vleien, kleineren, straffen? Iedere vorm van instemming verliest z’n waarde als een man niet openstaat voor het eventuele nee van zijn partner of haar veranderlijke verlangens en hij reageert met uit vernedering geboren woede. Een vrouw kan nog altijd uit een seksueel samenzijn komen met het terechte gevoel onjuist behandeld te zijn, terwijl de man zich veilig voelt in de wetenschap dat hij haar instemming had ‘verworven’.

    Hij vroeg het, zij zei ja. Dit betekent al met al niet dat we de toestemming overboord moeten gooien – toestemming is cruciaal en het absolute minimum. Maar er kan niet het hele gewicht van al onze emancipatieverlangens door worden gedragen; we moeten duidelijk zijn over de beperkingen.

    Toestemming – instemmen met seks – moet niet op een hoop worden gegooid met seksueel verlangen, plezier of enthousiasme; niet omdat we zouden moeten berusten in slechte seks, maar juist omdat we dat niet moeten doen. Dat vrouwen zoveel treurigmakende seks beleven is een door en door maatschappelijke en politieke kwestie, en instemming kan het niet voor ons oplossen.

    Lees ook:

  • Gewenst of ongewenst – dat is niet (langer) de vraag

    Gewenst of ongewenst – dat is niet (langer) de vraag

    Filosoof Amia Srinivasan schreef over Elliot Rodger die in 2014 zeven mensen doodde, inclusief zichzelf. In zijn nagelaten pamflet beroept hij zich op zijn ‘recht op seks’. Dit bestaat uiteraard niet, aldus Srinivasan. Maar we moeten wel onder ogen zien dat politiek en onze verlangens onlosmakelijk verbonden zijn.

    Op 23 mei 2014 werd Elliot Rodger, een tweeëntwintigjarige schoolverlater, de beroemdste incel ter wereld. De term – een afkorting van involuntary celibate, onvrijwillig celibatair – kan in theorie zowel op mannen als op vrouwen slaan, maar wordt in de praktijk gebruikt voor niet zozeer seksloze mannen in het algemeen, als wel een bepaald soort seksloze man: het soort dat ervan overtuigd is dat hij het recht heeft op seks, en woedend is op de vrouwen die het hem ontzeggen. Rodger stak zijn twee huisgenoten, Weihan Wang en Cheng Hong, en hun vriend, George Chen, dood toen ze zijn appartement aan Seville Road in Isla Vista, Californië, binnengingen. Een paar uur later reed hij naar het studentenhuis Alpha Phi in de buurt van de campus van UC Santa Barbara. Voor de deur van het gebouw schoot hij drie vrouwen neer, waarbij hij er twee doodde: Katherine Cooper en Veronika Weiss. Vervolgens reed Rodger al schietend door Isla Vista, waarbij Christopher Michaels-Martinez, ook een student aan UCSB, in een winkel werd gedood met een kogel in de borst, en veertien anderen gewond raakten. Uiteindelijk reed hij met zijn BMW Coupé in op een geparkeerde auto, nadat hij zichzelf door het hoofd had geschoten. Hij werd door de politie dood gevonden. 

    In de uren tussen de moord op de drie mannen in zijn appartement en zijn rit naar Alpha Phi ging Rodger naar Starbucks, bestelde koffie en uploadde een video, Elliot Rodger’s Retribution, naar zijn YouTube-kanaal. Hij mailde ook een biografisch manifest van 107.000 woorden, My Twisted World: The Story of Elliot Rodger, naar een aantal mensen, onder wie zijn ouders en zijn therapeut. Samen beschrijven deze twee documenten het bloedbad dat Rodger had gepland en zijn beweegredenen. ‘Het enige wat ik wilde, was erbij horen en een gelukkig leven leiden,’ legt hij aan het begin van My Twisted World uit, ‘maar ik werd buitengesloten en afgewezen, gedwongen tot een bestaan van eenzaamheid en onzichtbaarheid, alleen maar omdat de vrouwen van de menselijke soort mij niet op waarde wisten te schatten.’ 

    Hierop volgt een beschrijving van zijn bevoorrechte en gelukkige jeugd in Engeland – Rodger was de zoon van een succesvolle Britse filmmaker –, gevolgd door zijn bevoorrechte en ongelukkige adolescentie in Los Angeles als een kleine jongen die slecht was in sport, verlegen, raar, geen vrienden had en wanhopig graag cool wilde zijn. Hij beschrijft hoe hij zijn haar blond verfde (Rodger was half blank en half Chinees-Maleisisch; blonde mensen waren ‘zoveel mooier’); hoe hij een ‘toevluchtsoord’ vond in Halo en World of Warcraft; hoe hij op zomerkamp geduwd werd door een mooi meisje (‘Dat was mijn eerste ervaring met mishandeling door een vrouw die ik heb doorstaan, en het heeft me enorm getraumatiseerd’); zich kwaad maakte over het seksleven van zijn leeftijdsgenoten (‘Hoe kan een minderwaardige, lelijke Zwarte jongen in staat zijn om een wit meisje te krijgen en ik niet? Ik ben mooi, en ik ben zelf voor de helft wit. Ik stam af van de Britse aristocratie. Hij stamt af van slaven’); van verschillende scholen af ging, vervolgens ook stopte met community college en hoe hij fantaseerde over een politieke wereldorde waarin hij de baas was en seks werd verboden (‘Vrouwen zijn de pest en moeten met zijn allen in quarantaine worden geplaatst’). Dit alles, zei Rodger, leidde vanzelf tot zijn ‘War on Women’, waarin hij ‘alle vrouwen zou straffen’ voor hun misdaad hem van seks te beroven. Zijn doelwit was de Alpha Phi-studentenclub, ‘de geilste studentenvereniging van UCSB’, omdat hier ‘de meisjes zitten die alles vertegenwoordigen wat ik haat aan het vrouwelijk geslacht (…) lekkere, mooie blonde meisjes (…) verwende, harteloze, vuile bitches’. Hij zou iedereen laten zien dat hij ‘superieur’ was. 

    Opheffing

    Eind 2017 sloot het onlinediscussieforum Reddit zijn veertigduizend leden tellende ‘incel’-ondersteuningsgroep voor mensen ‘die geen romantische relaties en seks hebben’. De opheffing volgde op het besluit van Reddit om inhoud te verbieden die ‘geweld aanmoedigt, verheerlijkt of ertoe aanzet of oproept’. Wat begon als een steungroep voor eenzame en seksueel geïsoleerde mensen, was uitgegroeid tot een forum waarop de gebruikers niet alleen tekeergingen tegen vrouwen en de ‘noncels’ en ‘normies’ die met hen naar bed gingen, maar ook vaak pleitten voor verkrachting. Een tweede incel-Reddit-groep, ‘Truecels’, werd na de beleidswijziging van de site eveneens verbannen. Hierop stonden teksten als: ‘Het aanmoedigen van of aanzetten tot geweld of andere illegale activiteiten zoals verkrachting is verboden. Maar je mag natuurlijk wel zeggen dat bijvoorbeeld verkrachting een lichtere straf moet krijgen of zelfs gelegaliseerd moet worden en dat sletterige vrouwen het verdienen te worden verkracht.’ 

    Het waren de meisjes die hem seks ontzegden, en daarom moesten de meisjes worden vernietigd

    Kort na Rodgers moorden begonnen incels op de manosphere te verkondigen dat vrouwen (en het feminisme) uiteindelijk verantwoordelijk waren voor wat er was gebeurd. Als een van die ‘vuile bitches’ Elliot Rodger gewoon zou hebben geneukt, dan had hij niemand hoeven te vermoorden. Feministische commentatoren haastten zich erop te wijzen dat uiteraard geen enkele vrouw verplicht was om seks met Rodger te hebben; dat zijn vermeende recht op seks een casestudy was binnen de patriarchale ideologie; dat zijn acties een voorspelbare, zij het extreme reactie waren op het dwarsbomen van dat recht. Ze hadden eraan toe kunnen voegen dat het feminisme in feite niet Rodgers vijand was, maar misschien wel juist de beweging die de meeste weerstand biedt aan een systeem dat hem – als kleine, onhandige, vrouwelijke, interraciale jongen – het gevoel gaf tekort te schieten. Uit zijn manifest blijkt dat het overwegend jongens waren, niet meisjes, die hem pestten: die hem in kluisjes duwden, hem een loser noemden, hem belachelijk maakten omdat hij nog maagd was. Maar het waren de meisjes die hem seks ontzegden, en daarom moesten de meisjes worden vernietigd. 

    Zou je ook kunnen zeggen dat Rodgers ‘onneukbaarheid’ een symptoom was van de internalisering van de patriarchale norm van wat mannen seksueel aantrekkelijk maakt voor vrouwen? Die vraag is om twee redenen moeilijk te beantwoorden. Ten eerste was Rodger een engerd, en kwam het op zijn minst deels door zijn eigen buitensporige nadruk op zijn esthetische, morele en raciale superioriteit, en wat het ook in hem was dat hem in staat stelde zijn huisgenoten en hun vriend in totaal 134 keer met een mes te steken, dat vrouwen bij hem uit de buurt bleven, en niet zozeer door zijn onvermogen te voldoen aan de eisen van heteromasculiniteit. Ten tweede hebben veel niet-moorddadige nerdy jongens wél seks. Een van de onrechtvaardige kanten van het patriarchaat, die door incels en andere ‘mannenrechtenactivisten’ niet wordt belicht, is dat zelfs zogenaamd onaantrekkelijke categorieën mannen aantrekkelijk worden gemaakt: geeks, nerds, onvruchtbare mannen, oude mannen, mannen met een bierbuik. Daartegenover heb je sexy schoolmeisjes en sexy docenten, Manic Pixie Dream Girls en milfs, maar deze zijn allemaal strak en sexy en vormen daarmee slechts kleine variaties op hetzelfde normatieve paradigma. (Zie je een artikel in GQ voor je waarin de vrouw met een uitgezakt lijf wordt bejubeld?) Dat gezegd hebbende, is het een feit dat het soort vrouwen waar Rodger seks mee wilde – knappe blonde dispuutsmeisjes – in de regel niet uitgaan met mannen zoals Rodger, ook niet met de niet-enge en ‑moordlustige variant – tenzij ze in Silicon Valley fortuin hebben gemaakt. Ook is het een feit dat dit te maken heeft met de rigide gendernormen die door het patriarchaat worden opgelegd: alfavrouwen willen alfamannetjes. En feit is dat Rodgers eigen verlangens – zijn erotische fixatie op de ‘verwende, verwaande, blonde slet’ – eveneens voortkomen uit het patriarchaat, net als de ‘lekkere blonde slet’ als ideaalbeeld van de vrouw. (In de manosphere werd spottend opgemerkt dat Rodger er niet eens in slaagde de vrouwen naar wie hij verlangde te vermoorden, als een definitieve bevestiging van zijn ‘omega’-status op seksueel gebied: Katherine Cooper en Veronika Weiss waren geen ‘lekkere blondjes’ van Delta Delta Delta, maar twee meisjes die toevallig langs het Alpha Phi-huis liepen.) In de feministische reacties op Elliot Rodger en het incelfenomeen in het algemeen komen het seksuele recht van mannen, objectivering en geweld uitgebreid aan de orde. Maar tot nu toe ging het nauwelijks over verlangen: de verlangens van mannen, de verlangens van vrouwen en hoe deze ideologisch worden gevormd. 

    Aanvankelijk kon je voor politieke kritiek op verlangen terecht bij het feminisme. Enkele decennia geleden stonden feministen vrijwel alleen in het denken over de manier waarop seksueel verlangen – de objecten en uitdrukkingen, fetisjen en fantasieën – wordt gevormd door onderdrukking. De radicale feministen van de late jaren zestig en zeventig keerden zich af van de freudiaanse opvatting dat seksueel verlangen, in de woorden van Catharine MacKinnon, ‘een aangeboren primaire natuurlijke prepolitieke ongeconditioneerde drang was die afhankelijk van het biologische gender werd gevormd’. In plaats daarvan, bepleitten ze, moeten we erkennen dat het patriarchaat seks heeft gegoten in de vorm die wij kennen, een vorm die wordt gekenmerkt door mannelijke overheersing en vrouwelijke onderwerping, met als belangrijkste emoties, in MacKinnons formulering, ‘vijandigheid en minachting, of de opwinding van een meester tegenover zijn slaaf, en ontzag en kwetsbaarheid, of de opwinding van een slaaf tegenover haar meester’. Dat sommige vrouwen desondanks in staat leken om onder deze omstandigheden plezier te beleven, toonde volgens de zogenaamde ‘antiseks’-feministen aan hoe slecht het wel niet ging. Voor velen van hen lag de oplossing in de weigering van seks en van een huwelijk met een man. Dit gold bijvoorbeeld voor The Feminists, een vrouwenbevrijdingsgroep die in 1969 in New York werd opgericht door Ti-Grace Atkinson, van wie niet meer dan een derde van de leden getrouwd mocht zijn of mocht samenwonen met een man. Dit quotum vertegenwoordigde de overtuiging van The Feminists dat feminisme ‘niet alleen rekening moet houden met wat vrouwen willen’, maar bovendien ‘moet veranderen wat vrouwen willen’. Cell 16, een groep uit Boston, opgericht in 1968, deed aan seksseparatisme, het celibaat en karate. De eerste opdracht voor de leden was om SCUM Manifesto van Valerie Solanas te lezen, waarin uiteen wordt gezet dat de vrouw haar zin in seks gemakkelijk – veel gemakkelijker dan ze misschien denkt – kan conditioneren, ‘waarna ze volledig koel, cerebraal en vrij zal zijn (…) wanneer de vrouw haar lichaam overstijgt (…) zal de man, wiens ego uit zijn pik bestaat, vanzelf verdwijnen’. 

    In navolging van Solanas noemt Roxanne Dunbar-Ortiz, oprichter van Cell 16, ‘degene die de hele seksscène heeft meegemaakt en dan vanuit afkeer voor een celibatair bestaan kiest, het verstandigst’. 

    Hoewel alle radicale feministen eind jaren zestig en begin jaren zeventig seks zagen als een constructie van het patriarchaat, verzetten sommige zich vanaf het begin tegen het idee dat de verlangens van vrouwen in overeenstemming moesten worden gebracht met hun politieke overtuigingen. Zoals Alice Echols beschrijft in Daring to Be Bad (1989), haar onderzoek naar radicaal feminisme in de VS, waren seks en een huwelijk met een man volgens zelfverklaarde ‘provrouw’-feministen voor de meeste vrouwen zowel een legitiem verlangen als een strategische noodzaak – een middel om politieke macht te verwerven of gewoon te overleven – in plaats van een symptoom van patriarchale indoctrinatie.

    ‘Persoonlijk solutionisme’

    Wat vrouwen nodig hadden, was niet de bevrijding van het opgelegde verlangen naar een heteroseksueel huwelijk, maar een nieuwe, gelijkwaardiger vorm van dat huwelijk. Het manifest van de radicale feministische groepering Redstockings, in 1969 opgericht door Shulamith Firestone en Ellen Willis, benadrukte dat ‘de onderwerping van vrouwen niet het resultaat is van hersenspoeling, domheid of geestesziekte, maar van de voortdurende, dagelijkse druk die mannen op ons uitoefenen. We moeten niet onszelf veranderen, maar de man.’ Daaruit volgde voor zowel de Redstockings als voor andere provrouwfeministen een afwijzing van ‘persoonlijk solutionisme’ – het idee dat de separatistische praktijken van groepen als Cell 16 en The Feminists revolutionaire verandering teweeg kon brengen. Deze groepen brachten in de ogen van provrouwfeministen onderscheid aan tussen ‘echte’ feministische vrouwen en de achterlijke vrouwen die vanwege hun relaties met mannen de revolutionaire zaak verraadden. In de ogen van provrouwfeministen deden alle vrouwen aan compromissen en onderhandeling, en vereiste echte bevrijding structurele in plaats van individuele verandering. Een prominente Redstocking zou tijdens een bijeenkomst hebben verklaard: ‘Zonder revolutie komen we niet van de plantage af!’ (Zoals de keuze van de metafoor doet vermoeden, waren de Redstockings, net als de meeste radicale feministische groepen, overwegend wit.) 

    Provrouwfeministen maakten zich ook zorgen dat antiseksfeministen, in hun ijver om het patriarchaat uit te bannen, vrouwelijke seksualiteit volledig zouden ontkennen. Die zorg was niet geheel ongegrond. Ellen Willis herinnert zich dat Ti-Grace Atkinson een bijeenkomst van de Redstockings bijwoonde en ‘nogal betuttelend’ opmerkte dat haar verlangen ‘allemaal in mijn hoofd zat’. Maar hoewel provrouwfeministen de oprechtheid van seksuele verlangens van vrouwen benadrukten, hadden ze weinig belangstelling voor het verdedigen van vrouwelijke verlangens buiten de grenzen van heteroseksualiteit. In hun ogen was het heterohuwelijk zowel praktisch noodzakelijk als intrinsiek wenselijk, en ze beschuldigden lesbiennes ervan zich terug te trekken van het ‘seksuele slagveld’ en de gemiddelde vrouw buitenspel te zetten. Een homoseksuele vrouw die de Redstockings verliet, merkte op dat de groep ‘aanzienlijk minder provrouw was als het aankwam op lesbiennes’.

    In deze neiging tot homofobie zaten provrouwfeministen bij uitzondering op één lijn met antiseksfeministen, van wie velen lesbiennes zagen als ‘door mannen gevormde’ seksuele bedreigingen voor andere vrouwen. Als reactie begonnen lesbische feministen steeds meer te pleiten voor de vereniging van hun seksuele identiteit met hun politiek, waarbij ze lesbianisme deden voorkomen als een kwestie van politieke solidariteit in plaats van als aangeboren seksuele geaardheid. Zo verklaarden The Furies, een radicaal lesbisch collectief dat in 1971 in Washington D.C. werd opgericht, dat ‘lesbianisme geen kwestie is van seksuele voorkeur, maar eerder een politieke keuze die elke vrouw moet maken als ze (…) een einde wil maken aan mannelijke overheersing’. Het antiseksfeministische pleidooi voor het celibaat werd nu dus gebruikt als argument voor (een specifiek soort) lesbianisme. Toen deze ‘politiek lesbiennes’ meer en meer werden gezien als de voorhoede van de vrouwenbevrijdingsbeweging, begonnen provrouwfeministen hen ervan te beschuldigen, zoals ze eerder bij de antiseksfeministen hadden gedaan, dat ze meer geïnteresseerd waren in individuele verandering dan in een politieke confrontatie. Op hun beurt beschuldigden politiek lesbiennes provrouwfeministen ervan de mannelijke overheersing in stand te houden. 

    Grote vijand

    De ontwikkelingen in het Verenigd Koninkrijk kwamen grotendeels overeen met die in de VS. In 1970 vond de eerste National Women’s Liberation Movement Conference (WLM) plaats in het Ruskin College in Oxford. Vanaf het begin werd de Britse tweede feministische golf intellectueel en politiek gedomineerd door socialistische feministen zoals Juliet Mitchell, Sally Alexander en Sheila Rowbotham, voor wie de strijd tegen kapitalistische uitbuiting centraal stond in de emancipatie van vrouwen, en die in linkse mannen belangrijke – zij het niet-ideale – bondgenoten zagen. Sommige feministen waren het daar niet mee eens en richtten speciale vrouwenhuizen en ‑groepen op. Maar het duurde nog tot 1977 voordat er een ware kloof ontstond tussen socialistische feministen en de feministen die niet het kapitalisme maar mannen als de grote vijand zagen. Op de negende Women’s Liberation Movement Conference, dit keer gehouden in Londen, presenteerde Sheila Jeffreys een verhandeling met de titel The Need for Revolutionary Feminism [De noodzaak tot revolutionair feminisme], waarin ze socialistische feministen ter verantwoording riep omdat ze niet inzagen dat mannelijk geweld en niet kapitalistische uitbuiting aan de basis lag van vrouwenonderdrukking, en daarom progressieve eisen stelden als verbetering van de kinderopvang. ‘De vrouwenbevrijdingsbeweging is en moet worden gezien als een bedreiging,’ zei Jeffreys, ‘en ik zie niet in waarom we de bijeenkomsten zouden doen voorkomen als gemengde tupperwareparty’s waar de mannen voor de koffie zorgen.’ Een fanatieke minderheid van Engelse feministen sloot zich bij haar standpunten aan en vormde separatistische groepen zoals de Leeds Revolutionary Feminist Group, beroemd vanwege het pamflet ‘Political Lesbianism: The Case against Heterosexuality’. Op de conferentie het jaar daarop, in Birmingham, dienden revolutionaire feministen een voorstel in om de zes eisen af te schaffen die de WLM op eerdere conferenties had geformuleerd, omdat ‘het belachelijk is om ook maar iets te eisen van een patriarchale staat – van mannen – oftewel de vijand’. Het voorstel ontbrak op de plenaire agenda – met opzet, beweerden de revolutionaire feministen. Toen het uiteindelijk hardop werd voorgelezen, stuitte het op felle tegenstand van socialistische feministen, die de revolutionaire feministen begonnen uit te dagen door sprekers te onderbreken en te gaan zingen. Het ontaardde in een hevige strijd over de vraag of mannelijk seksueel geweld een symptoom was van ‘mannelijke suprematie’ of van andere maatschappelijke kwalen als klassenonderdrukking, en of lesbische seksualiteit al dan niet door feministen moest worden verdedigd. Naarmate de avond vorderde, kon vrijwel niemand meer boven het geschreeuw uit komen; microfoons werden uit handen gerukt; veel vrouwen vertrokken uit woede en frustratie. Dit was de tiende en laatste WLM-conferentie.

    In de loop van de jaren zeventig en tachtig verhardden de standpunten. Vanaf midden jaren zeventig richtten antiseksfeministen in de VS, en in mindere mate revolutionaire feministen in het VK, hun pijlen steeds meer op pornografie, wat sommige feministen beschouwden als symbool voor het patriarchaat als geheel. (Net als de feministische homofoben waren ook antipornofeministen over het algemeen fel gekant tegen lesbisch sadomasochisme, dat volgens hen slechts een nabootsing was van de patriarchale dynamiek.) Veel feministen, met name Ellen Willis, vonden deze focus op porno verontrustend om dezelfde reden dat provrouwfeministen bezwaar hadden gemaakt tegen het celibaat: dat zou bijdragen aan de onderdrukking van vrouwelijke seksualiteit. Maar veel feministen wilden ook afstand nemen van de provrouwgedachte dat het monogame heterohuwelijk de ideale uitkomst voor vrouwen was. Willis, wier overtuigingen het midden hielden tussen provrouw‑en antiseksfeminisme, liep voorop in de ontwikkeling van wat later ‘proseks-’ of ‘sekspositief’ feminisme werd genoemd. In haar beroemde essay uit 1981, ‘Lust Horizons: Is the Women’s Movement Pro-Sex?’ betoogde Willis dat zowel provrouw‑ als antiseksfeminisme het conservatieve idee versterkte dat mannen naar seks verlangen terwijl vrouwen het alleen maar verdragen, een idee waarvan de ‘belangrijkste maatschappelijke functie’ het inperken van de autonomie van vrouwen was in ruimtes buiten de slaapkamer (of het steegje). Beide vormen van feminisme, schreef Willis, verlangden van ‘vrouwen dat ze een zogenaamde morele superioriteit accepteerden als substituut voor seksueel genot, en brachten de seksuele vrijheid van mannen terug tot een substituut voor macht’. Geïnspireerd door de toenmalige lgbt-rechtenbeweging benadrukten Willis en andere proseksfeministen dat vrouwen volwaardige seksuele wezens waren, wier instemming dan wel afwijzing – ja of nee – doorslaggevend was. 

    Seks is niet langer moreel problematisch of onproblematisch: het is gewenst of niet gewenst

    Sinds Willis werd dit proseksfeminisme steeds breder gedragen, doordat het feminisme zich bewoog richting intersectionaliteit. Feministen zijn gaan nadenken over de rol die ras en klasse spelen binnen de patriarchale onderdrukking en terughoudender geworden in het opstellen van universele wetten, waaronder een universeel beleid op het gebied van seks. De eis van gelijke toegang tot de werkplek zal meer weerklank vinden bij witte vrouwen uit de middenklasse van wie wordt verwacht dat ze thuisblijven dan bij de zwarte vrouwen en vrouwen uit een arbeidersmilieu die altijd al samen met hun mannen moesten werken. Evenzo zal seksuele zelfobjectivering een andere lading hebben voor een witte vrouw die, vanwege haar huidskleur, al voldoet aan het paradigma van vrouwelijke schoonheid, dan voor een zwarte of bruine vrouw, of een trans vrouw. Feministen zijn steeds minder gaan denken in termen van vals bewustzijn, zoals de gedachte dat vrouwen die met mannen seks hebben en trouwen het patriarchaat hebben geïnternaliseerd. Het wordt nu belangrijker gevonden om vrouwen op hun woord te geloven. Als een vrouw zegt dat ze graag in de porno-industrie werkt, of graag betaald wordt voor seks met mannen, of verkrachtingsfantasieën heeft, of stiletto’s draagt – en niet alleen van deze dingen geniet, maar ze bovendien ziet als emancipatoir onderdeel van haar feministische overtuigingen – dan zijn we verplicht, vinden veel feministen, om dat van haar aan te nemen. Dit is niet alleen een epistemische bewering, vanuit de gedachte dat wanneer een vrouw iets zegt over haar eigen ervaring, dat een sterke, zij het misschien niet onfeilbare reden is om aan te nemen dat het waar is. Het is ook, misschien wel in de eerste plaats, een ethische bewering: een feminisme dat te makkelijk uitgaat van zelfbedrog, loopt het risico degenen die het wil bevrijden juist te domineren. 

    Wederzijdse instemming

    Willis’ pleidooi in ‘Lust Horizons’ is nog altijd leidend. Sinds de jaren tachtig overheerst een feminisme dat de seksuele verlangens van vrouwen niet langer moraliseert, en van mening is dat het handelen naar die verlangens alleen wordt begrensd door de voorwaarde van wederzijdse instemming. Seks is niet langer moreel problematisch of onproblematisch: het is gewenst of niet gewenst. In die zin komen de normen van seks overeen met de normen van de kapitalistische vrije uitwisseling. Het gaat er niet om onder welke omstandigheden de dynamiek van vraag en aanbod ontstaan – waarom sommige mensen hun diensten moeten verkopen en andere ze kopen –, het gaat er alleen om dat zowel koper als verkoper met de overdracht heeft ingestemd. Het zou echter te makkelijk zijn om te zeggen dat sekspositiviteit de coöptatie van het feminisme door het liberalisme vertegenwoordigt. Hele generaties van feministen en homo‑ en lesbische activisten hebben hard gevochten om seks te bevrijden van schaamte, stigma, dwang, misbruik en ongewenste pijn. Het was essentieel om te benadrukken dat er grenzen zijn aan wat van buitenaf kan worden begrepen over seks, dat seksuele handelingen niet altijd vanuit publiek perspectief kunnen worden geïnterpreteerd, dat we er soms van uit moeten gaan dat een seksuele handeling in orde is, ook als we ons daar niets bij voor kunnen stellen. Feminisme trekt dus enerzijds het liberale onderscheid tussen het publieke en het private in twijfel, maar dringt er anderzijds op aan. 

    Toch zou het onvolledig zijn om niet in te gaan op de overlap, hoe onbedoeld ook, tussen sekspositiviteit en liberalisme, in hun gedeelde weerzin te onderzoeken waar onze verlangens vandaan komen. Feministen van de derde golf hebben bijvoorbeeld gelijk in hun bewering dat sekswerk werk is, en vaak beter werk dan het ondergeschikte werk dat veel andere vrouwen verrichten. En ze hebben gelijk als ze zeggen dat sekswerkers niet zozeer moeten worden gered en gerehabiliteerd als wel juridische en materiële bescherming nodig hebben, beveiliging en een veilige omgeving. Maar om te begrijpen wat voor soort werk sekswerk is – wat voor fysieke en psychische handelingen er worden gekocht en verkocht, en waarom het overwegend vrouwen zijn die het aanbieden, en overwegend mannen die ervoor betalen – moeten we toch iets zeggen over de politieke vorming van mannelijk verlangen. En zo zal er ook iets te zeggen zijn over andere vormen van vrouwenwerk: lesgeven, verplegen, verzorgen, het moederschap. Als we beweren dat sekswerk ‘gewoon werk’ is, vergeten we dat al het werk – mannenwerk, vrouwenwerk – nooit zomaar werk is: sekse speelt altijd een rol. 

    Fundamentele vragen

    Aan het einde van ‘Lust Horizons’ zegt Willis dat het voor haar ‘vanzelf spreekt dat wederzijds instemmende partners recht hebben op hun seksuele voorkeuren, en dat autoritair moralisme geen plaats heeft’ binnen het feminisme. En toch, vervolgt ze, ‘moet een werkelijk radicale beweging verder kijken (…) dan het recht om te kiezen, en de fundamentele vragen blijven stellen. Waarom kiezen we wat we kiezen? Wat zouden we kiezen als we een echte keuze hadden?’ Hier lijkt Willis nogal een draai te maken. Nadat ze ethische argumenten heeft aangevoerd waarom onze seksuele voorkeuren, wat die ook mogen zijn, op zichzelf staan en tegen morele bemoeienis moeten worden beschermd, vertelt Willis ons dat ‘echt radicaal’ feminisme precies die vraag moet stellen die aanleiding geeft tot ‘autoritair moralisme’: hoe zouden de seksuele keuzes van vrouwen eruitzien als ze echt vrij waren? Het voelt misschien alsof Willis met de ene hand wegneemt wat ze met de andere heeft gegeven. Maar misschien ook geeft ze met beide handen. Hier, zegt ze, ligt een taak voor het feminisme: onze vrije seksuele keuzes als vanzelfsprekend behandelen, terwijl we ook inzien dat, zoals antiseks‑ en lesbische feministes altijd hebben gezegd, dergelijke keuzes onder het patriarchaat zelden vrij zijn. Wat ik suggereer is dat feministes zo gefixeerd zijn op het eerste, dat ze het laatste dreigen te vergeten. 

    Als ethisch verantwoorde seks enkel zou worden begrensd door wederzijdse instemming, moeten we seksuele voorkeur als iets natuurlijks beschouwen, waarmee de verkrachtingsfantasie een oergegeven wordt in plaats van een politiek gevormd verschijnsel. En niet alleen de verkrachtingsfantasie. Denk aan de ultieme neukbaarheid van ‘lekkere blonde sletten’ en Oost-Aziatische vrouwen, de relatieve onneukbaarheid van zwarte vrouwen en Aziatische mannen, de fetisjisering van en angst voor zwarte mannelijke seksualiteit, de seksuele afkeer van gehandicapte, trans en dikke lichamen. Deze gegevens van wie ‘neukbaar’ is – niet wiens/wier lichaam wordt gezien als seksueel beschikbaar (in die zin zijn zwarte vrouwen, trans vrouwen en gehandicapte vrouwen maar al te neukbaar), maar wiens/wier lichaam status verleent aan degenen die er seks mee hebben – zijn politieke feiten. Het zijn feiten die we serieus moeten nemen om tot een volledig intersectioneel feminisme te komen. De sekspositieve kijk die zich niets aantrekt van Willis’ oproep tot ambivalentie, dreigt deze feiten als prepolitiek te beschouwen. Met andere woorden, de sekspositieve blik dreigt niet alleen vrouwenhaat te verdoezelen, maar ook racisme, validisme, transfobie en elk ander onderdrukkend systeem dat onder het schijnbaar onschuldige voorwendsel van ‘persoonlijke voorkeur’ zijn weg vindt naar de slaapkamer. 

    ‘De mooie torso’s op Grindr zijn meestal van Aziatische mannen die hun gezicht verbergen,’ zei een homoseksuele vriend tegen me. De volgende dag zag ik op Facebook dat Grindr een webserie is begonnen genaamd ‘What the Flip?’. In de eerste aflevering van drie minuten wisselen een mooie, Oost-Aziatische man met blauw haar en een goed verzorgde, knappe witte man van Grindr-profiel. De resultaten zijn jammerlijk voorspelbaar. De witte man, die nu het profiel van de Aziatische man gebruikt, wordt nauwelijks benaderd, en degenen die hem wel benaderen zeggen ‘Rice Queens’ te zijn en van Aziatische mannen te houden omdat ze ‘zich goed kunnen onderwerpen’. Als hij niet reageert, krijgt hij een beledigende opmerking. Ondertussen wordt de inbox van de Aziatische man overspoeld met bewonderaars. In hun gesprekje achteraf zien we bij de witte man ontsteltenis, bij de Aziatische jongen vrolijke berusting. ‘Je bent misschien niet ieders type, maar je zult zeker iemand vinden,’ merkt de witte man uiteindelijk zwakjes op, waarna ze elkaar omhelzen. In de volgende aflevering wisselt een afgetraind, Ryan Gosling-achtig type van profiel met een mollige kerel met een mooi gezicht. In weer een andere aflevering ruilt een vrouwelijke man met een mannelijke man. De resultaten zijn steeds weer even voorspelbaar. 

    De overduidelijke ironie van ‘What the Flip?’ is dat Grindr zijn gebruikers aanmoedigt om de wereld aan de hand van identiteitskenmerken te verdelen in degenen die wel en degenen die geen acceptabele seksuele objecten zijn – om te denken in termen van seksuele ‘dealbreakers’ en ‘vereisten’. En zo verdiept Grindr de discriminerende groeven waarlangs onze seksuele verlangens zich toch al bewegen. Bij online daten – en vooral op de geabstraheerde interfaces van Tinder en Grindr, die aantrekkingskracht tot de essentie herleiden: gezicht, lengte, gewicht, leeftijd, ras, geestige slogan – worden de slechtste kanten van de huidige staat van seksualiteit op onze schermen geïnstitutionaliseerd. 

    ‘Lichaamsfascistisch’

    Een vooronderstelling van ‘What the Flip?’ is dat dit vooral een homoseksueel probleem is: dat de homoseksuele mannengemeenschap te oppervlakkig is, te lichaamsfascistisch, te keurend. De homoseksuele mannen in mijn leven beamen dit voortdurend; ze voelen zich er allemaal slecht over, zowel de daders als de slachtoffers (de meeste zien zichzelf als beide). Ik ben niet overtuigd. Kunnen we ons voorstellen dat een datingapp die vooral door hetero’s wordt gebruikt, zoals Bumble of Tinder, een webserie maakt die de hetero-’gemeenschap’ aanmoedigt om haar seksuele racisme of vetfobie onder ogen te zien? Als dat onwaarschijnlijk klinkt, is de reden niet dat hetero’s geen lichaams‑ of seksueel racisten zijn. Het is omdat hetero’s – of, beter gezegd, witte, gezonde cishetero’s – niet geneigd zijn te denken dat er iets mis is met de manier waarop ze seks hebben. Daarentegen weten homoseksuele mannen – zelfs de mooie, witte, rijke, gezonde – dat het een politieke kwestie is met wie ze seks hebben en hoe. 

    Niemand is verplicht om seks met iemand anders te hebben

    Uiteraard is het niet zonder risico om onze seksuele voorkeuren aan politiek toezicht te onderwerpen. We willen dat het feminisme de oorsprong van verlangen kan ondervragen, maar zonder slutshaming, preutsheid of zelfverloochening te bewerkstelligen: zonder individuele vrouwen te vertellen dat ze eigenlijk niet weten wat ze willen, of niet mogen genieten van wat ze willen (zolang er sprake is van wederzijdse instemming). Sommige feministen denken dat dit onmogelijk is en dat kritiek op verlangen onvermijdelijk leidt tot autoritair moralisme. (Deze feministen kunnen we vergelijken met vrouwen die pleiten voor een soort ‘sekspositiviteit uit angst’, zoals Judith Shklar ooit pleitte voor een ‘liberalisme uit angst’ – de keuze voor liberalisme vanuit de angst voor autoritaire alternatieven.) Maar het ‘herpolitiseren’ van verlangen kan ook een discours van ‘seksueel recht’ in de hand werken. Wanneer je het hebt over mensen die onterecht seksueel worden gemarginaliseerd of uitgesloten, kan dat de weg vrijmaken voor de gedachte dat deze mensen recht hebben op seks, een recht dat wordt geschonden door degenen die weigeren seks met hen te hebben. Die opvatting is bijzonder kwalijk: niemand is verplicht om seks met iemand anders te hebben. Ook dit is een vanzelfsprekendheid. En dit is natuurlijk wat Elliot Rodger, net als de vele boze incels die hem als martelaar vereren, weigerde in te zien. In de inmiddels opgeheven Reddit-groep was een bericht verspreid met als titel ‘Het zou legaal moeten zijn voor incels om vrouwen te verkrachten’, waarin stond dat ‘geen uitgehongerde man naar de gevangenis zou hoeven gaan voor het stelen van voedsel, en geen seksueel uitgehongerde man naar de gevangenis zou hoeven gaan voor het verkrachten van een vrouw’. Het is een misselijkmakende vergelijking, die de gewelddadige misvatting belicht die ten grondslag ligt aan het patriarchaat. Sommige mannen worden om politiek dubieuze redenen uitgesloten van het seksuele domein – waaronder mogelijk enkelen van de mannen die hun wanhoop uiten op anonieme fora – maar op het moment dat hun frustratie zich omzet in woede ten opzichte van de vrouwen die hun seks ‘ontzeggen’, in plaats van woede op de systemen die verlangens vormen (van henzelf en van anderen), overschrijden ze de grens naar morele verwarring en verwerpelijkheid. 

    In haar scherpzinnige essay ‘Men Explain Lolita to Me’ wijst Rebecca Solnit ons erop dat ‘je geen seks met iemand mag hebben tenzij diegene seks met jou wil’, zoals ‘je niet met iemand een boterham kan delen, tenzij diegene die boterham met jou wil delen’. Geen hap van iemands boterham krijgen is ‘evenmin een vorm van onderdrukking’, aldus Solnit. Maar de analogie werkt even verwarrend als verhelderend. Stel dat je kind thuiskomt uit school en vertelt dat de andere kinderen hun boterhammen met elkaar delen, maar niet met haar. En stel dat je kind bruin is, of dik, of gehandicapt, of niet zo goed Engels spreekt, en dat je vermoedt dat dit de reden is dat de andere kinderen geen boterham met haar delen. Dan is de uitleg dat geen van de andere kinderen verplicht is om iets met je kind te delen, hoe waar ook, niet langer bevredigend. 

    Seks is geen boterham. Hoewel je kind niet wil dat er uit medelijden met haar wordt gedeeld – zoals niemand een wip uit medelijden wil, en zeker niet van een racist of een transfoob – zouden we het niet autoritair vinden als de leraar de andere leerlingen zou aanmoedigen ook met jouw dochter te delen, of een beleid voor gelijke verdeling zou invoeren. Maar een staat die zich op soortgelijke wijze zou bemoeien met de seksuele voorkeur en praktijken van zijn burgers – die ons zou aanmoedigen om seks gelijk te ‘verdelen’ – zou waarschijnlijk als buitengewoon autoritair worden beschouwd. (De utopische socialist Charles Fourier stelde een gegarandeerd ‘seksueel minimum’ voor, vergelijkbaar met een gegarandeerd basisinkomen, voor elke man en vrouw, ongeacht leeftijd of invaliditeit; pas als seksuele deprivatie zou zijn opgeheven, kunnen romantische relaties echt vrij zijn, zo meende Fourier. Deze maatschappelijke dienst zou worden verleend door een ‘amoureuze adel’ die, aldus Fourier, ‘in staat is liefde ondergeschikt te maken aan gevoelens van eer’.) Het maakt natuurlijk uit hoe bemoeienis eruit zou zien: activisten op het gebied van functiebeperking roepen bijvoorbeeld al lange tijd op tot meer inclusieve seksuele voorlichting op scholen, en velen pleiten voor regelgeving die diversiteit in reclame en media garandeert. Maar het zou naïef zijn om te denken dat dergelijke maatregelen voldoende zijn om onze seksuele verlangens te veranderen, om ze volledig van de groeven van discriminatie te bevrijden. En terwijl je in alle redelijkheid kunt eisen dat een groep kinderen hun boterham ‘inclusief’ deelt, is dat met seks simpelweg onmogelijk. Wat in het ene geval werkt, werkt in het andere niet. Seks is niet met een boterham te vergelijken, en ook niet met iets anders. Niets is tegelijkertijd zo met politiek verweven en toch zo onschendbaar persoonlijk. We moeten een manier zien te vinden om seks op zichzelf te zien. 

    Binnen het hedendaagse feminisme komen zulke kwesties veel aan bod in relatie tot trans vrouwen, die vaak worden geconfronteerd met seksuele uitsluiting door lesbische cisvrouwen, terwijl deze tegelijkertijd beweren hen serieus te nemen als vrouw. Dit fenomeen werd door trans pornoactrice en activiste Drew DeVeaux de ‘cotton ceiling’, het katoenen plafond, genoemd, waarbij ‘katoen’ verwijst naar ondergoed. Zoals veel trans vrouwen hebben opgemerkt, is de term uiterst ongelukkig gekozen. Terwijl het ‘glazen plafond’ de schending impliceert van het recht van een vrouw op een carrière, verwijst ‘katoenen plafond’ naar een gebrek aan iets wat niemand verplicht is te geven. Maar als je simpelweg tegen een trans vrouw, of een gehandicapte vrouw, of een Aziatische man zou zeggen: ‘Niemand is verplicht om seks met je te hebben’, zie je iets cruciaals over het hoofd. Er bestaat geen recht op seks, en iedereen heeft het recht om te willen wat ze willen, maar persoonlijke voorkeuren – GEEN LULLEN, GEEN FEMS, GEEN DIKZAKKEN, GEEN ZWARTEN, GEEN ARABIEREN, NO RICE NO SPICE, MASC FOR MASC – zijn zelden uitsluitend persoonlijk. 

    In 2018 betoogde de feministische en trans auteur Andrea Long Chu in een stuk voor n+1 dat de transervaring, niet zoals we geneigd zijn te denken ‘een ware identiteit uitdrukt, maar de kracht van een verlangen’. Trans zijn, zegt ze, is ‘niet een kwestie van wie je bent, maar van wat je wilt’.

    Ze vervolgt: 

    ‘Ik ben overgestapt vanwege de roddels en complimentjes, lippenstift en mascara, om te kunnen huilen in de bioscoop, om iemands vriendin te zijn, haar de rekening te laten betalen of mijn koffers te laten dragen, vanwege de neerbuigende vriendelijkheid van bankbedienden en telefonistes, de intimiteit van een telefoongesprek met een vriendin, het bijwerken van mijn make-up op het toilet, als Christus aan beide kanten geflankeerd door een zondaar, voor de seksspeeltjes, om me sexy te voelen, geslagen te worden door butches, voor de geheime inzichten in welke potten je in de gaten moet houden, voor Daisy Dukes, bikinitopjes, jurken en, mijn god, voor de borsten. Nu wordt wel duidelijk wat het probleem is met verlangen: we willen zelden wat we zouden moeten willen.’ 

    Deze verklaring dreigt, zoals Chu goed weet, het argument van antitransfeministen te versterken: dat trans vrouwen vrouwelijkheid gelijkstellen en verwarren met wat traditioneel wordt geassocieerd met vrouwelijkheid, waardoor het patriarchaat enkel wordt versterkt. Veel trans vrouwen reageren op deze beschuldiging door vol te houden dat trans zijn gaat over identiteit en niet over verlangen: dat ze al vrouw zijn, en niet vrouw willen worden. (Zodra trans vrouwen worden erkend als vrouwen, klinkt de klacht dat ze genderstereotypen versterken ineens idioot, aangezien je aanzienlijk minder klachten hoort over ‘buitensporige vrouwelijkheid’ onder cisvrouwen.) Chu benadrukt daarentegen dat trans vrouwen worden gevormd door een verlangen naar iets wat ze missen: ze willen niet alleen deel uitmaken van de metafysische categorie ‘vrouw’, maar verlangen naar de specifieke kenmerken van een cultureel geconstrueerde en beteugelende vrouwelijkheid – Daisy Dukes, bikinitopjes en ‘neerbuigende vriendelijkheid’. Volgens Chu moet de wens van trans vrouwen niet alleen gerespecteerd, maar ook materieel ondersteund worden, omdat ‘het geen enkele zin heeft om verlangen te conformeren aan politieke principes’. Dit, zegt ze, is ‘de ware les van het mislukte project van het politiek lesbianisme’. Om tot een werkelijk bevrijdend feminisme te komen, zou de radicaalfeministische behoefte om verlangens onder een politieke loep te leggen dus volledig moeten worden uitgebannen.

    Dit is om twee redenen problematisch. Als alle verlangens moeten worden afgeschermd van politieke kritiek, dan geldt dat ook voor de verlangens die maken dat trans vrouwen gemarginaliseerd en buitenspel gezet worden: zowel het erotische verlangen naar een bepaald soort lichaam als het verlangen om het vrouw-zijn niet te delen met de ‘verkeerde’ soorten vrouwen. Identiteit en verlangen zijn inderdaad, zoals Chu suggereert, niet volledig los van elkaar te zien, en de rechten van transgenders mogen niet afhangen van dit onderscheid, net zoals de rechten van homo’s niet mogen afhangen van de vraag of homoseksualiteit aangeboren is dan wel een keuze. Maar een feminisme dat de politieke kritiek op verlangen volledig afzweert, neemt geen stelling tegen de onrechtvaardige behandeling en uitsluiting van juist die vrouwen die het feminisme het hardst nodig hebben. 

    De vraag is dan hoe we omgaan met de ambivalentie dat niemand verplicht is om naar iemand anders te verlangen, dat niemand het recht heeft om begeerd te worden, maar dat wie begeerd wordt en wie niet tegelijkertijd een politieke kwestie is en wordt bepaald door algemene patronen van overheersing en uitsluiting. Het is opvallend, hoewel niet verrassend, dat mannen die met seksuele marginalisering te maken hebben vaak vinden dat ze recht hebben op een vrouwenlichaam, terwijl vrouwen in deze positie het doorgaans niet over rechten hebben, maar over empowerment. Wanneer ze het wel over rechten hebben, gaat het over het recht op respect, niet op andermans lichaam. Aan de andere kant vragen radicale zelfliefdebewegingen onder zwarte of dikke vrouwen en vrouwen met een functiebeperking ons om onze seksuele voorkeuren niet als een vaststaand gegeven te zien. ‘Zwart is mooi’ en ‘Big is beautiful’ zijn niet alleen slogans van empowerment, ze suggereren een herwaardering van onze waarden. Lindy West beschrijft hoe ze zich bij het bestuderen van foto’s van dikke vrouwen afvraagt hoe het zou zijn om deze lichamen – lichamen die haar voorheen met schaamte en zelfhaat vervulden – als objectief mooi te zien. Dit, zegt ze, is geen theoretische kwestie, maar een perceptuele: het gaat om de manier waarop je naar bepaalde lichamen – van jezelf en van anderen – kijkt, uitnodigend, zodat afkeer in bewondering kan omslaan. De vraag die radicale zelfliefdebewegingen stellen, is niet of het recht op seks bestaat (wat niet zo is), maar of het een plicht is om onze verlangens zo goed mogelijk te transformeren. 

    Om deze vraag serieus te nemen, moeten we erkennen dat het hele idee van een vaste seksuele voorkeur politiek van aard is en niet metafysisch. Diplomatiek als we zijn behandelen we de voorkeuren van anderen als heilig: we zijn terecht terughoudend om ons uit te spreken over wat mensen echt willen, of wat een geïdealiseerde versie van hen zou willen. We weten dat dit binnen een autoritair systeem bedrieglijk is. Dit geldt in het bijzonder voor seks, waar echte of ideale verlangens lange tijd werden opgevoerd als excuus om vrouwen en homoseksuele mannen te verkrachten. Maar feit is dat onze seksuele voorkeuren kunnen veranderen, soms onder invloed van onze eigen wil – niet automatisch, maar onmogelijk is het niet. Bovendien komen seksuele verlangens niet altijd overeen met ons eigen idee erover, zoals generaties homoseksuele mannen en vrouwen kunnen bevestigen. Verlangens kunnen ons verrassen, ons ergens heen leiden waar we nooit hadden gedacht te belanden, naar iemand naar wie we nooit hadden gedacht te verlangen, naar iemand van wie we nooit hadden gedacht te zullen houden. In de allerbeste gevallen, de gevallen die misschien de meeste hoop bieden, kunnen verlangens zich losmaken van wat de politiek voor ons heeft gekozen, en hun eigen keuze maken. 

  • ‘Sofagate’, een flater voor Europa | Spanningen tussen Taiwan en China lopen op

    ‘Sofagate’, een flater voor Europa | Spanningen tussen Taiwan en China lopen op

    ‘Sofagate’, een flater voor Charles Michel en voor Europa

    De stoelendans: om Charles Michel en Ursula von der Leyen te verwelkomen, had Recep Tayyip Erdogan slechts één stoel ter beschikking gesteld, die snel door Michel in beslag werd genomen.

    De video die sinds woensdag 7 april de ronde op de sociale netwerken ‘toont de voorzitter van de Europese Raad, Charles Michel, die zich naar een van de twee naast elkaar geplaatste fauteuils haast voor een ontmoeting met de Turkse president Recep Tayyip Erdogan’, schrijft Le Vif-L’Express.

    ‘De twee mannen installeren zich comfortabel, terwijl Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie, zich even verbijsterd afvraagt waar zij zich kan installeren’, vervolgt het Belgische weekblad. ‘[Ze] mompelt een vertwijfeld “eh”, voordat ze uiteindelijk op een bank gaat zitten, op een afstand van de twee mannen.’

    ‘We wisten al dat Erdogan Erdogan was. Nu weten we ook dat Michel Michel is’

    Een duidelijke belediging voor Ursula von der Leyen door Erdogan – die de hele wereld weer eens aan zijn grote conservatisme en vrouwenhaat herinnerde door zich op 20 maart terug te trekken uit het Verdrag van Istanboel tegen geweld tegen vrouwen. Maar ook een blunder van Michel, en een schadelijke voor het imago van Europa.

    ‘De ceremoniële houding van Charles Michel’, merkt Le Vif op, ‘die een alledaags seksisme weerspiegelt dat feministen in de ruimste zin van het woord doet schrikken, wordt des te meer bekritiseerd omdat het gaat om een bijeenkomst die tot doel heeft de betrekkingen te verzoenen met een Turkije dat nooit ophoudt de positie van de vrouw onderuit te halen.’

    ‘We wisten al dat Erdogan Erdogan was. Nu weten we ook dat Michel Michel is’, concludeert Massimo Gramellini, in zijn voorpaginacolumn in Corriere della Sera.

    ‘Als Michel zijn plaats aan zijn collega had afgestaan, zou Erdogan in één klap zijn gereduceerd tot wat hij is: een vrouwen hatende autocraat.’ Maar nee, ‘in plaats daarvan leunt Michel zonder een kik te geven achterover’.

    ‘Met deze dictators, laten we ze bij de naam noemen, moet men openhartig zijn’

    Michel zei donderdag dat hij het voorval ‘ten zeerste betreurde’ en verklaarde dat hij niet had gereageerd ‘uit vrees een veel ernstiger incident te veroorzaken’, meldt La Stampa. Turkije verklaarde dat het alleen het protocol had toegepast waarom de Europese Unie had verzocht – een versie die wordt ontkend door de EU.

    ‘Sofagate’ heeft nóg een staartje gekregen. Donderdagavond noemde de Italiaanse regeringsleider Mario Draghi de Turkse president Recep Tayyip Erdogan een ‘dictator’, schrijft La Stampa in hetzelfde artikel.

    Lees ook:

    Tijdens een persconferentie sprak de Italiaanse premier de volgende woorden: ‘Juist tegen zulke dictators, laten we ze bij de naam noemen, moet je duidelijk maken dat je standpunten en visies op de samenleving van die van hen verschillen.’ De uitspraak wekte de woede van Ankara, dat de Italiaanse ambassadeur in Turkije ontboden heeft.


    Taiwan klaar voor confrontatie met China

    ‘Als China ons aanvalt, zullen we tot het einde vechten.’ Deze woorden, op woensdag 7 april uitgesproken door de Taiwanese minister van Buitenlandse Zaken, Wu Zhaoxie, en geciteerd door de Singaporese krant Lianhe Zaobao, zijn een reactie op de jongste manoeuvres van de Chinese marine.

    Op 3 april staken het Chinese vliegdekschip Liaoning en zes oorlogsschepen de Straat van Miyako over voor oefeningen in de wateren rond Taiwan. Het gebied, gelegen ten zuidwesten van de Japanse prefectuur Nagasaki, is voor China een strategische toegangspoort tot het westelijk deel van de Stille Oceaan.

    In de vroege uren van 3 april, zo meldt de Singaporese krant, verscheen de USS Mustin, een Amerikaans marineschip, voor de monding van de Yangtze-rivier in de Oost-Chinese Zee, op weg naar het zuiden. De volgende dag voer het vliegdekschip USS Roosevelt door de Straat van Malakka de Zuid-Chinese Zee binnen. Het naderde de Spratly-eilanden, die door China worden gecontroleerd, maar door verschillende kustlanden worden opgeëist. De Amerikaanse marine zei dat het de tweede keer dit jaar was dat de Roosevelt deze wateren als onderdeel van haar ‘routineactiviteiten’ had bevaren.

    Lees ook:

    Beijing protesteert dat de Amerikaanse aanwezigheid ‘een verkeerd signaal afgeeft aan de separatistische krachten op het eiland [Taiwan], zich opzettelijk mengt in de regionale situatie en de vrede en stabiliteit binnen de Straat van Taiwan saboteert en in gevaar brengt’.

    De woordvoerder van de Chinese marine, kolonel Gao Xiucheng, zei dat de Chinese marine in de toekomst ‘soortgelijke oefeningen en activiteiten zal blijven houden’, bericht de website Huanqiu Wang van de Chinese nationalistische krant Huanqiu Shibao.

    Geconfronteerd met de militaire druk van de op een na grootste mogendheid ter wereld, heeft het Taiwanese ministerie van Defensie verklaard dat zijn troepen vanaf 23 april gedurende acht dagen militaire oefeningen zullen houden.

    De betrekkingen tussen de twee zijden van de Straat van Taiwan zijn de laatste jaren verslechterd, vooral sinds de herverkiezing van Tsai Ing-wen in januari 2020. De Taiwanese president wordt door Beijing beschouwd als de leider van de ‘onafhankelijken’, terwijl president Xi Jinping blijk geeft van zijn ambitie om de Chinese droom, namelijk ‘de grote eenmaking van China’, te verwezenlijken.


    Na Boulder en Atlanta wil Joe Biden de wapencontrole verscherpen

    De controle over de wapens was een van de hoofdpunten van de verkiezingscampagne van Joe Biden. De president van de Verenigde Staten presenteerde donderdag ‘zes presidentieel decreten ter vermindering van wapengeweld’, zo meldt USA Today.

    ‘Binnen dertig dagen wil hij “achtergrondcontroles” invoeren voor kopers van “zogenaamde spookwapens”, dat zijn zelf in elkaar gezette wapens die geen serienummers hebben’ en daardoor moeilijker te traceren zijn. Tienduizend van dergelijke wapens zijn in 2019 door de autoriteiten van het land in beslag genomen, aldus The Wall Street Journal, een conservatief zakenblad, dat erop wijst dat gunvoorstanders ‘deze zelfgemaakte wapens als recreatief beschouwen’.

    Lees ook:

    Joe Biden wil ook ‘binnen de komende zestig dagen een nieuwe regel aannemen die bepaalt dat elk apparaat dat wordt verkocht als stabilisatiekolf – waarmee een pistool in feite kan worden gebruikt als geweer met korte loop –, moet voldoen aan de vereisten van de National Firearms Act’, schrijft USA Today.

    Andere maatregelen, waaronder de benoeming van David Chipman, voorstander van wapenbeheersing, tot hoofd van het Bureau of Alcohol, Tobacco, Firearms and Explosives, en ‘de goedkeuring van red flag laws in alle staten’, staan eveneens op de agenda. De laatste maatregel ‘zou politieagenten en burgers in staat stellen een aanvraag in te dienen bij een rechtbank om vuurwapens tijdelijk af te nemen van mensen die zichzelf of anderen schade zouden kunnen berokkenen’, aldus The New York Times.


    Onrust houdt aan in Noord-Ierland

    De situatie bleef vrijdagochtend gespannen in Noord-Ierland, ondanks oproepen tot kalmte van de Britse en Ierse regering en het Witte Huis. De botsingen tussen republikeinen en unionisten, ongezien sinds 1998, zijn nu al een week aan de gang en donderdagavond hervat in de westelijke delen van Belfast, aldus The Irish Times.

    ‘De politie moest waterkanonnen gebruiken om te proberen de situatie weer onder controle te krijgen’, schreef het dagblad vanuit Belfast. De Britse premier Boris Johnson en zijn Ierse ambtgenoot Micheál Martin zeiden dat het geweld ‘onaanvaardbaar’ was en ‘riepen op tot kalmte’. De Amerikaanse president Joe Biden, wiens familie Ierse wortels heeft, zei dat hij ‘bezorgd’ was over het geweld en riep eveneens op tot de-escalatie.

  • Het coronavirus is een ramp voor de positie van vrouwen wereldwijd

    Het coronavirus is een ramp voor de positie van vrouwen wereldwijd

    Op basis van de huidige ontwikkelingen zullen vrouwen wereldwijd nog 135,6 jaar moeten wachten – in 2020 leek dat nog 99,5 jaar – om gelijkheid met mannen te bereiken. Maar volgens sommigen kan de crisis ook een kans zijn om de situatie te verbeteren.

    Wanneer mensen opgewekt proberen te zijn over sociale afstand en thuiswerken, en opmerken dat William Shakespeare en Isaac Newton een aantal van hun beste werk schreven terwijl Engeland werd geteisterd door de pest, moeten we één ding niet over het hoofd zien, schrijft Helen Lewis voor The Atlantic: geen van beiden had verantwoordelijkheden voor de kinderopvang. Shakespeare bracht het grootste deel van zijn carrière door in Londen, waar de theaters waren, terwijl zijn familie in Stratford-upon-Avon woonde. Tijdens de plaag van 1606 had de toneelschrijver het geluk gespaard te blijven van de epidemie – zijn hospita stierf op het hoogtepunt van de uitbraak – en zijn vrouw en twee volwassen dochters verbleven veilig op het platteland van Warwickshire.

    Newton is nooit getrouwd en heeft geen kinderen gekregen. Hij bevond zich tijdens de Grote Plaag van 1665-1666 op het landgoed van zijn familie in het oosten van Engeland, en bracht het grootste deel van zijn volwassen leven door als fellow aan de universiteit van Cambridge, waar zijn maaltijden en huishouding door de universiteit werden verzorgd.

    Over de hele wereld betalen vrouwen de prijs voor de sociale en economische gevolgen van de coronapandemie, volgens een rapport van het World Economic Forum (WEF), gepubliceerd in Al-Jazeera. Steeds meer vrouwen zijn werkloos, hetzij vanwege de pandemie zelf, hetzij vanwege de maatregelen die de verspreiding moeten stoppen, doordat in de meest getroffen sectoren (voedselindustrie, handel, detailhandel en amusement) de beroepsbevolking overwegend uit vrouwen bestaat.

    De pandemie vertraagt ​​gendergelijkheid met één generatie. Op basis van de huidige ontwikkelingen zullen vrouwen wereldwijd nog 135,6 jaar moeten wachten – in 2020 leek dat nog 99,5 jaar – om gelijkheid te bereiken met mannen, aldus de WEF, die met name heeft gekeken naar ‘economische kansen, niveau van onderwijs, gezondheid (…) en politiek empowerment’.

    Eerder publiceerde South China Morning Post een artikel waarin aan de orde komt hoe de pandemie vooral vrouwen financieel benadeelt. ‘Zonder ambitieus overheidsbeleid zal het moeilijk zijn de trend te keren’, voorspelt ook SCMP

    Sommige economieën richten zich in eerste instantie op de terugkeer naar het werk van mannen

    Volgens een recent rapport van de Verenigde Naties zal de coronacrisis het armoedepercentage onder vrouwen naar verwachting aanzienlijk doen toenemen en de kloof tussen mannen en vrouwen die onder de armoedegrens leven, vergroten. Volgend jaar zullen naar verwachting nog eens 47 miljoen vrouwen en meisjes in extreme armoede vervallen (dat wil zeggen: 1,90 dollar of minder per dag te besteden hebben), wat het totaal op 435 miljoen brengt. Volgens hetzelfde rapport zullen we waarschijnlijk pas in 2030 zijn terruggekeerd naar het niveau van voor de pandemie.

    Sara Davies, hoogleraar internationale betrekkingen aan de Griffith Universiteit in Australië, gespecialiseerd in vrouwenkwesties en mondiaal gezondheidsbeheer, verwacht dat de loonkloof tussen mannen en vrouwen dit jaar voor het eerst zal toenemen. Slechts een klein deel van de vrouwen profiteert van de mogelijkheid op afstand te werken, aangezien sommige economieën zich in eerste instantie richten op de terugkeer naar het werk van mannen.

    Volgens de academicus zijn vrouwen ook onevenredig zwaar getroffen vanwege het gebrek aan werkgelegenheid in de informele economie, die een substantieel deel van de beroepsbevolking in de regio Azië-Pacific vertegenwoordigt. Volgens een schatting van de Internationale Arbeidsorganisatie werken wereldwijd bijna 510 miljoen vrouwen, of 40 procent van het totaal aantal vrouwen met een baan, in sectoren die ernstig zijn getroffen door de pandemie, terwijl dat percentage bij mannen 36,6 procent bedraagt.

    Grimmig globaal beeld

    Een recente studie van de Amerikaanse non-profitorganisatie Women in Informal Employment: Globalizing and Organizing (Wiego) schetst ‘een grimmig mondiaal beeld, met werknemers die verklaren tijdens de lockdowns uitgesloten te zijn van de arbeidsmarkt, zonder enig inkomen’.

    ‘In plaatsen als Ahmedabad in India ontdekten we dat in sommige sectoren bijna 100 procent van de ondervraagden in een steekproef volledig werkloos was, vooral huishoudelijk personeel, straatverkopers en vuilnismannen’, zegt Wiego’s internationale coördinator Sally Roever.

    In Indonesië meldt ongeveer 56 procent van de huisvrouwen gestrest, angstig en slapeloos te zijn als gevolg van de pandemie, volgens een onderzoek van Populix, een aanbieder van consumenteninformatie, en Teman Bumil, een mobiele app voor moeders en zwangere vrouwen. Ongeveer 60 procent van de ondervraagden zei ook bezorgd te zijn over hun financiële situatie.

    Arbeidsmigranten en vooral huishoudelijk personeel, van wie de overgrote meerderheid vrouw is, zijn hard getroffen; volgens een schatting van de Verenigde Naties is dit jaar 72 procent hun baan kwijtgeraakt. Velen zijn er niet in geslaagd terug te keren naar hun land van herkomst. Zonder geld en zonder noemenswaardige sociale zekerheid, moesten ze hun toevlucht zoeken tot opvangcentra. 

    Dit is met name het geval een stad als Hongkong, waar veel arbeidsmigranten werken. Degenen die begin 2020 naar huis konden vertrekken, zaten daar vast. Omdat ze niet naar hun werk kunnen terugkeren, kunnen ze niet langer het inkomen ontvangen waarvan ze een gedeelte naar hun gezin stuurden.

    De crisis kan ook een kans kan zijn om de gendergelijkheid te verbeteren

    Hoewel de covid-crisis onevenredig zwaar op vrouwen weegt, wijzen sommige internationale bedrijfsleiders erop dat de crisis ook een kans kan zijn om de gendergelijkheid te verbeteren. Een van hen is Christine Burrows, Managing Director Business Strategy and Performance for Asia bij Manulife in Hongkong. Ze is van mening dat de opkomst van thuiswerken en het groeiende belang dat wordt gehecht aan digitale technologie, belangrijke huidige trends, ‘een ongelooflijke kans’ vormen om het aandeel vrouwelijke managers in de financiële dienstverlening te vergroten. Dit aandeel is in 2019 wereldwijd gestegen tot 22 procent.

    ‘De obstakels waarmee vrouwen in het beroepsleven worden geconfronteerd, zijn bekend: ze variëren van bepaalde subtiele vormen van vooringenomenheid tot systematische nadelen die hun professionele vooruitgang kunnen belemmeren’, aldus Burrows.

    ‘Dit is het moment om het probleem opnieuw te formuleren. Het is niet alleen een vrouwenkwestie, het is groter dan dat. Gezinsgericht beleid, zoals flexibele werktijden of betaald ouderschaps- en adoptieverlof, komt iedereen ten goede.’

    Behoefte aan openbaar beleid

    Lenovo Asia-Pacific is een van de bedrijven die opkomen voor vrouwenrechten door tijdens de pandemie flexibele werkregelingen in te stellen, zegt CFO Joey Wong. ‘Het lijkt er zelfs op dat de normalisering van thuiswerken nieuwe mogelijkheden biedt. Moeders die bijvoorbeeld niet elke dag op kantoor konden komen, kunnen nu in deeltijd werken.’

    Bedrijven zouden volgens Burrows maatregelen moeten nemen ten gunste van hun vrouwelijk personeel, bijvoorbeeld door hen te motiveren, waar mogelijk videoconferenties te organiseren en door werknemers te informeren dat ze ‘beoordeeld zullen worden op hun resultaten’ in plaats van op de tijd die ze achter hun computer doorbrengen.

    ‘Naast de kwestie van de werkgelegenheid moet meer aandacht worden besteed aan het probleem van huiselijk geweld’

    Het vinden van betaalbare kinderopvang blijft echter het ‘struikelblok voor veel vrouwen in hun carrière’. Wanneer de overheid of de werkgever een regeling voor kinderopvang biedt, ‘geeft dat een zekere rust’.

    Bij gebrek aan echte hulp van de overheid komen verenigingen uit het maatschappelijk middenveld tussenbeide. Maar volgens academicus Sara Davies is ‘het geen blijvende oplossing om het maatschappelijk middenveld te laten opdraaien voor omstandigheden die te wijten zijn aan falende overheid en een ondermijning van vrouwenrechten’.

    In heel Azië, waar de Verenigde Naties een toename van extreme armoede voorspellen als gevolg van de pandemie, moeten regeringen eerst ‘de gendergerelateerde verdeling van economische productie en arbeid in elk land beter begrijpen, en vervolgens een budget ontwikkelen dat rekening houdt met de specifieke financiële gevolgen van de epidemie voor mannen, vrouwen en non-binaire mensen’, aldus de hoogleraar internationale betrekkingen.

    Naast de kwestie van de werkgelegenheid moet volgens haar meer aandacht worden besteed aan het probleem van huiselijk geweld en de obstakels die vrouwen moeten overwinnen om tijdens de pandemie toegang te krijgen tot betaalbare of gesubsidieerde seksuele gezondheids- en kraamzorg. Bovendien is het erg belangrijk om scholen open te houden, vooral voor vrouwen die voor gehandicapte kinderen zorgen, benadrukt Sara Davies, omdat ‘de pandemie vooral mensen met een handicap en hun verzorgers treft. En dat zijn vooral vrouwen zijn.’

    Vrouwen in de Filippijnen leden het meest onder de quarantainemaatregelen van de overheid. Aimee Santos, plaatselijk hoofd van de afdeling gendergelijkheid van het Bevolkingsfonds van de Verenigde Naties, zei afgelopen september dat de vrouwen die ze geïnterviewd had ‘een zware last op hun schouders voelen. Al het gewicht van huishoudelijke taken… Omdat ze onevenredig veel verantwoordelijk dragen van het welzijn van hun gezin.’

    ‘Een van de meest irritante gegevens is dat het Westen niet heeft geleerd van de geschiedenis’

    ‘De pandemie heeft de trends die er al waren, verergerd’, concludeert ook dr. Tara Thiagarajan, oprichter en hoofdwetenschapper van Sapien Labs, een Amerikaanse nonprofitorganisatie die zich toelegt op begrip van de menselijke geest en eerder dit jaar een rapport uitbracht over de impact van de pandemie op geestelijke gezondheid, waarover The New York Times berichtte.

    Het rapport werd gebaseerd op gegevens verzameld uit een online anonieme enquête in Australië, Groot-Brittannië, Canada, India, Nieuw-Zeeland, Singapore, Zuid-Afrika en de Verenigde Staten.

    Een van de meest irritante gegevens, merkt Lewis op in The Atlantic, is het feit dat het Westen niet heeft geleerd van de geschiedenis: de ebolacrisis in drie Afrikaanse landen in 2014; zika in 2015–2016; en recente uitbraken van SARS, Mexicaanse griep en vogelgriep. Academici die deze episodes bestudeerden, ontdekten dat ze diepe, langdurige effecten hadden op gendergelijkheid.

    ‘De ebola-uitbraak in West-Afrika beïnvloedde het inkomen van iedereen,’ zegt Julia Smith, een onderzoeker op het gebied van gezondheidsbeleid aan de Simon Fraser University in The New York Times, maar ‘het inkomen van mannen keerde sneller terug naar het niveau van vóór de uitbraak dan het inkomen van vrouwen’.

    Deze verstorende effecten van een epidemie kunnen jaren aanhouden, volgens Clare Wenham, een assistent-professor in het mondiale gezondheidsbeleid aan de London School of Economics.

    Andere lessen uit de ebola-epidemie waren net zo grimmig. Schoolsluitingen hadden een negatieve invloed op de levenskansen van meisjes, omdat velen het onderwijs stopten. (Een stijging van het aantal tienerzwangerschappen versterkte deze trend.) Huiselijk en seksueel geweld nam toe. En meer vrouwen stierven tijdens de bevalling omdat middelen elders werden ingezet.

    Lees ook:

    ‘Er is een verstoring van de gezondheidsstelsels, alles gaat naar de uitbraak’, zegt Wenham, die tijdens de ebolacrisis als onderzoeker naar West-Afrika reisde. ‘Wat geen prioriteit heeft, wordt geschrapt. Dat kan effect hebben op de moedersterfte of de toegang tot anticonceptie.’

    De Verenigde Staten hebben op dit gebied al ontstellende statistieken in vergelijking met andere rijke landen, meldt onder andere Vox, en daar hebben zwarte vrouwen twee keer zoveel kans om tijdens de bevalling te overlijden als witte vrouwen.

    Vanzelfsprekend

    Voor Wenham was de meest opvallende statistiek afkomstig uit Sierra Leone, een van de landen die het zwaarst door ebola werden getroffen. Tijdens de uitbraak van 2013 tot 2016 stierven meer vrouwen aan obstetrische complicaties dan de besmettelijke ziekte zelf. Maar deze sterfgevallen trekken, net als de onopgemerkte zorgarbeid waarop de moderne economie draait, minder aandacht dan de onmiddellijke problemen die een epidemie veroorzaakt. Ze worden als vanzelfsprekend beschouwd.

    In haar boek Invisible Women merkt Caroline Criado Perez op dat ten tijde van de zika- en ebola-epidemieën 29 miljoen artikelen werden gepubliceerd in meer dan 15.000 peer-reviewed titels, waarvan minder dan 1 procent te maken had met de gendergerelateerde impact van de uitbraken. Wenham heeft tot dusverre geen genderanalyse gevonden naar aanleiding van de uitbraak van het coronavirus; zij en twee co-auteurs zijn het probleem nu aan het onderzoeken.

    ‘Hoe we nu handelen, zal van invloed zijn op de levens van miljoenen vrouwen en meisjes bij toekomstige uitbraken’

    Net als andere onderzoekers is ze gefrustreerd dat beleidsmakers nog steeds een sekseneutrale benadering van pandemieën hanteren.

    ‘Hoe grimmig het ook is om je nu voor te stellen, volgende epidemieën zijn onvermijdelijk, en de verleiding om te beweren dat gender een bijzaak is, een bijeffect van de echte crisis, moet worden weerstaan. Hoe we nu handelen, zal van invloed zijn op de levens van miljoenen vrouwen en meisjes bij toekomstige uitbraken’, aldus Lewis.

    Ook volgens haar bieden de inzichten een kans. ‘Dit zou de eerste uitbraak kunnen zijn waarbij sekseverschillen en -ongelijkheid worden geregistreerd, en waarbij onderzoekers en beleidsmakers er rekening mee houden. Te lang hebben politici aangenomen dat kinderopvang en ouderenzorg kunnen worden “opgevangen” door particuliere burgers – meestal vrouwen – die daarmee in feite een enorme subsidie ​​aan de betaalde economie verstrekken. Deze pandemie zou ons moeten herinneren aan de ware omvang van deze verstoorde gang van zaken.’

    Wenham pleit voor noodvoorzieningen voor kinderopvang, economische zekerheid voor eigenaren van kleine bedrijven en een financiële stimulans die rechtstreeks aan gezinnen wordt betaald. Maar veel hoop heeft ze niet, omdat ze uit ervaring weet dat regeringen op korte termijn denken en reactief zijn.

    ‘Alles wat is gebeurd, is voorspeld, toch?’ zegt ze. ‘Als academici wisten we collectief dat er een uitbraak zou komen uit China, die laat zien hoe globalisering ziekten verspreidt en financiële systemen lam legt, en toch stond er geen pot met geld klaar, was er geen bestuursplan (…) We wisten dit allemaal, en ze luisterden niet. Waarom zouden ze nu naar dit verhaal over vrouwen luisteren?’

  • ‘Verschillen tussen man en vrouw zijn niet alleen met Darwin te verklaren’

    ‘Verschillen tussen man en vrouw zijn niet alleen met Darwin te verklaren’

    Over de verschillen tussen mannen en vrouwen is al heel wat gefilosofeerd. Toch blijft de seksuele-selectietheorie van Darwin dominant. Wie zich ertegen verzet, wordt al snel beschuldigd van feminisme.

    Als kind deed Holly Dunsworth aan basketbal en droomde ze ervan zo groot te worden dat ze moeiteloos naar de basket zou kunnen springen. ‘Ik was al een flink eind op weg,’ vertelt ze. ‘En toen werd ik ongesteld. Ik zag jongens doorgroeien terwijl mijn eigen groei stopte.’

    De jeugdige basketballer, die hoogleraar biologische antropologie zou worden aan de Amerikaanse Universiteit van Rhode Island, kon niet vermoeden dat ze enkele decennia later een artikel zou publiceren waarin ze biologische redenen aanvoerde voor haar te geringe groei en vraagtekens zette bij de al anderhalve eeuw vigerende theorie van seksuele selectie op grond waarvan het verschil in grootte tussen mannen en vrouwen werd verklaard.

    Seksuele dimorfie

    Deze theorie, in 1871 geïntroduceerd door de Britse natuuronderzoeker Charles Darwin in zijn boek De afstamming van de mens, wordt ook nu nog het meest gehanteerd als verklaring voor seksuele dimorfie [dat wat mannen mannelijk maakt en vrouwen vrouwelijk].

    ‘De verschillen tussen mannen en vrouwen worden verklaard op grond van de seksuele selectie, waarin twee belangrijke mechanismen werkzaam zijn: 
    de competitie tussen de mannetjes en de keus van de vrouwtjes,’ bevestigt Michel Raymond, hoogleraar menselijke evolutiebiologie aan de Universiteit van Montpellier.

    Zodoende zouden de grootste, sterkste en strijdbaarste mannetjes zich kunnen laten gelden tegenover hun zwakkere soortgenoten om met de vrouwtjes ‘aan de haal te gaan’, terwijl de vrouwtjes een natuurlijke aantrekkingskracht zouden uitoefenen op de mannetjes die groter zijn dan zijzelf. Door de combinatie van deze twee elementen zouden de kleinste mannen zijn geofferd op het altaar van de evolutie.

    Maar is deze verklaring afdoende? Louise Barrett, als antropoloog verbonden aan de Universiteit van Lethbridge in Canada en auteur van diverse artikelen over seksuele dimorfie, meent dat er ‘overtuigender bewijs nodig is om met een evolutietheorie te komen die is gebaseerd op de selectie van mannetjes aan de hand van hun specifieke gedragingen en karaktertrekken. Maar in wat ik tot nu toe gelezen heb zijn de argumenten dikwijls zwak. Dat wil niet zeggen dat we de seksuele selectie volledig uit de evolutie moeten schrappen, maar bewijs is er momenteel nog niet voor.’

    Oestrogeen

    Holly Dunsworth zegt een betere verklaring te hebben gevonden. Haar onderzoek, waarvan de uitkomst afgelopen mei is gepubliceerd in het tijdschrift Evolutionary Anthropology, spitst zich toe op de ontwikkeling van de botten en die van oestrogeen, een geslachtshormoon dat onder andere door de eierstokken wordt geproduceerd en, in mindere mate, door de testikels. Oestrogeen is van beslissende invloed op de botgroei.

    Tijdens de kinderjaren groeien jongens en meisjes door de bank genomen even snel. Maar in de puberteit verandert alles: de eierstokken voeren de oestrogeenproductie aanzienlijk op om de eerste menstruatie voor te bereiden, wat gepaard gaat met een hogere ontwikkeling van het groeikraakbeen en een versnelde verlenging van de botten, reden waarom meisjes in het begin van de puberteit meestal groter zijn dan jongens.

    Maar omdat het zeer hoge hormoonniveau ook de botvorming vanuit het kraakbeen versnelt, is de groeispurt bij de meisjes maar van korte duur, terwijl de jongens hun oestrogeen in een regelmatig tempo blijven produceren, en dus nog een aantal jaren doorgroeien. Dit verklaart het verschil in grootte op volwassen leeftijd.

    Michel Raymond is niet overtuigd door de argumenten van Dunsworth: ‘Ze legt goed uit hoe de hormonen de grootte beïnvloeden, maar op geen enkele manier waarom dat zo is.’ Volgens hem kan, evolutionair gesproken, ‘het verschil in grootte niet los van het geslacht worden gezien. In iedere populatie is de man groter dan de vrouw, dus daar moet een reden voor zijn.’

    Het simpele feit dat ze het woord van Darwin in twijfel trekt wordt al als een rebelse daad beschouwd, waaraan een ‘feministisch’ tintje kleeft

    Marcia Ponce de León, paleoantropoloog aan de Universiteit van Zürich, deelt die mening niet. ‘Onderzoekers hebben nog wel eens de neiging hypotheses die veel voorkomen als “dit of dat dier is om deze of gene reden geëvolueerd” te accepteren vanwege hun schijnbare eenvoud, in plaats van echt wetenschappelijk bewijs te eisen,’ zegt ze. ‘Op een vraag over de evolutie is nooit maar één antwoord te geven. We hebben echt behoefte aan verschillende standpunten en betrouwbare gegevens.’ 

    Zoals Holly Dunsworth zelf benadrukt, is het maar een hypothese, maar het simpele feit dat ze het woord van Darwin in twijfel trekt wordt al als een rebelse daad beschouwd, waaraan een ‘feministisch’ tintje kleeft, de term die Michel Raymond gebruikte om Dunsworths artikel te omschrijven. ‘Zo veel wetenschappers houden vast aan de theorie volgens welke seksuele selectie de enige verklaring is,’ zegt Dunsworth spijtig.

    Louise Barrett van haar kant is van mening dat ‘zodra men de manier bestudeert waarop mannen en vrouwen van elkaar verschillen, het politiek wordt’. Volgens haar gaan de simplistische verklaringen voor de evolutie ‘uit van de hersenschim van de orde der dingen. We zouden geprogrammeerd zijn om zo te worden.’

    Aldus redenerend verval je algauw in de gebruikelijke clichés: ‘Vrouwen zijn attenter, dus willen ze verpleegkundige worden. En het is niet erg als een vrouwelijke IT’er minder verdient dan een mannelijke. Dan heeft ze gewoon het verkeerde vak gekozen.’

    In een wetenschappelijke wereld die nog grotendeels wordt gedomineerd door mannen ‘wint het vrouwelijke perspectief terrein, zij het langzaam en onder sterk verzet van mannen en, helaas, ook bepaalde vrouwen’, zegt Marcia Ponce de León. ‘Als vrouwelijke wetenschapper moet je echt knokken om de bestaande gewoonten te veranderen en nieuwe manieren te introduceren om vragen te stellen.’ 

  • Aanbevolen door de redactie. Mexicaanse vrouwen staan op tegen geweld & Meer

    Aanbevolen door de redactie. Mexicaanse vrouwen staan op tegen geweld & Meer

    Afrikaanse filmmakers gebruiken creatieve manieren om het taboe-onderwerp homoseksualiteit te verbeelden. Verder: dit Mexicaanse moordonderzoeksteam bestaat alleen uit vrouwen & meer aanraders van de 360-redactie.

    Omdat 360 niet alles kan vertalen wat de redactie leest, ziet en hoort, tippen wij voor u enkele interessante artikelen, documentaires, fotoreportages en podcasts die wij deze week tijdens het speuren naar mooie journalistiek zijn tegengekomen.

    Vrouwen voor gerechtigheid

    In deze prachtig geschreven reportage van het Mexicaanse tijdschrift Gatopardo lopen we mee met de vrouwen van La Fiscalía Especializada para la Investigacíon del Delito Feminicidio, oftewel Het Gespecialiseerd Onderzoeksteam voor Femicides. Ook te beluisteren als voorgelezen verhaal. Een tip van redacteur Joep Harmsen.

    Deze speciale onderafdeling van Moordzaken die alleen bestaat uit vrouwen, doet onderzoek naar de vele vrouwenmoorden die plaatsvinden in de Mexicaanse hoofdstad, ‘een stad waar elke vijf dagen een vrouw wordt vermoord, in een land waar 10 vrouwenmoorden per dag worden geteld’, lezen we in de inleiding. Deze in september 2019 opgerichte eenheid staat ook wel bekend als ‘Het onderzoeksteam van de gang’, aangezien het geen eigen kantoor heeft en het moet doen met een plek op de gang van Moordzaken. En dat is meteen illustrerend voor de omgang met femicides in het Noord-Amerikaanse land.

    GettyImages 1228380636 1
    Een groep vrouwen bezet op 6 september 2020 het kantoor van het CNDH in Mexico-Stad. – © Carlos Tischler / Eyepix Group / Barcroft Media via Getty Images

    Dat is ook de reden waarom een groep vrouwen, waaronder moeders van verdwenen dochters, het kantoor van de Nationale Commissie voor Mensenrechten (CNDH, in het Spaans) sinds december bezet hebben. Andrea Murcía maakte er voor Gatopardo een bijzondere fotoreportage over. De vrouwen gingen over tot bezetting toen bleek dat de onderzoeksdossiers naar de moorden op hun kinderen incompleet waren en ze te horen kregen dat ze beter naar huis konden gaan.


    Volgende hoofdstuk in de Wirecard-fraudesage

    Eerder deze week publiceerde 360 een artikel over het schandaal rond de ineenstorting van de Duitse betalingsverwerker en financiële dienstverlener Wirecard, waar miljarden verdwenen en waarvan de COO Jan Marsalek met de Noorderzon vertrok, waarschijnlijk naar Wit-Rusland. 

    https://360magazine.nl/hoe-een-politicus-en-een-geheim-agent-een-megafraudeur-hielpen-vluchten/

    Het schandaal is de spreekwoordelijke gift that keeps on giving. Een dag na onze publicatie kwam het Duitse Capital alweer met een artikel met als titel ‘Hoe een oligarch uit kringen rond Poetin een “A+ klant” werd bij Wirecard’. In 2019 opende Wirecard bankrekeningen voor bedrijven van oligarch Dmytro Firtasch, die wordt gezocht door de VS, door tussenkomst van Jan Marsalek en tegen de zin van de raad van bestuur en witwasdeskundigen.

    Bafin, de Duitse toezichthouder op de financiële markten, zag geen enkel probleem in de warme banden tussen Wirecard, Marsalek en Firtasch.

    Lees hier het volgende hoofdstuk in dit verbijsterende Wirecard-verhaal. Een tip van redacteur IJsbrand van Veelen.


    Queerness in de Afrikaanse cinema

    Dit artikel, aangeraden door hoofdredacteur Laura Weeda, van African Arguments beschrijft hoe in films uit de Mahreb-regio, waar zoals in veel Afrikaanse landen homoseksualiteit taboe is en wordt gecriminaliseerd, cinematografische technieken worden gebruikt om ‘queerness’ als onderwerp alsnog te kunnen behandelen.

    Deze technieken ontstonden uit noodzaak om acteurs en filmmakers te beschermen, aldus de auteur, maar de uitwerking is creatief en subtiel. Vooral de huid en stilte zijn manieren om de kijker een achterliggende boodschap over te brengen.

    Het artikel is gebaseerd op een uitgebreid onderzoek Gibson Ncube in Taylor & Francis online, een Britse uitgeverij van wetenschappelijke literatuur, dat achter een betaalmuur staat.

    Films die in het artikel worden behandeld zijn:

    Abdellah Taïa’s L’Armée du Salut (2013):

    Trailer.

    Raja Amari’s Al Dowaha (2009):

    Trailer.

    en de film Bedwin Hacker van Nadia El Fani’s (2003), hier in zijn geheel hier te bekijken:


    Stenen kijken

    Deze week stond in het teken van de steen. Ze kunnen door een ruit, of je kunt je steentje bijdragen, een rots in de branding zijn, of de hoeksteen van de samenleving. Er is natuurlijk ook nog die steen die een girls best friend is! 

    Art director Majel van der Meulen heeft een tip om stenen te gaan kijken:
    ‘Het Natural History Museum in Londen heeft een online tentoonstelling samengesteld. En omdat wij door het gooien van stenen even wereldnieuws waren, ook een tip in Nederland. In het Naturalis is een prachtige collectie te zien, en in het virtuele museum stap je er binnen!’

    Schermafbeelding 2021 01 29 om 15.18.46 1
    Screenshot van de stenencollectie in de virtuele Naturalis.
    Schermafbeelding 2021 01 29 om 15.18.15 1 1
    Door op voorwerpen te klikken krijgt de bezoeker meer informatie.

  • Betty Dodson, evangelist van het vrouwelijk orgasme

    Betty Dodson, evangelist van het vrouwelijk orgasme

    Zelfs feministen ging de leer van Betty Dodson (90) in de jaren zeventig te ver. Essentieel voor haar boodschap is een volledige afwijzing van romantische liefde. Het gaat om plezier, en om een actieve deelname daaraan. Een interview met een subversieve ‘seksgoeroe’.

    Wat is er voor nodig om Gwyneth Paltrow te doen blozen? Niet veel meer, zo blijkt, dan expliciete instructies om haar bekkenbodem te versterken. Haar leraar, Betty Dodson, de kunstenaar die seksueel voorlichter werd en evangelist voor vrouwelijke zelfstimulatie, predikte de voordelen van de Kegel-achtige oefening die volgens haar helpt bij het verkrijgen van een ​​orgasme. ‘Omhoog, knijpen, loslaten,’ zegt ze, waarmee ze Paltrow, verkoper van een kaars van $ 75 met de naam This Smells Like My Vagina, van haar kaaklijn tot haar voorhoofd roze doet kleuren.

    Die scène, uit The Goop Lab op Netflix, een inkijk in de millennial-vriendelijke levensstijl van Paltrow, was een mijlpaal voor Dodson. Nooit eerder sinds ze een halve eeuw geleden vrouwen begon te onderwijzen hoe ze tot een hoogtepunt kunnen komen, was ze zo zichtbaar en ook zo relevant. ‘Er zijn inmiddels jongere goeroe’s,’ zegt Annie Sprinkle, de pornoster uit de jaren zeventig die seksuele voorlichter werd en al jarenlang lesheeft van Dodson, ‘maar tegen Betty kunnen ze nog altijd niet op.’

    Vuurwerk

    Dodson, die al ‘disruptor’ was voordat die term in trek raakte, verkondigt al sinds de jaren zeventig consequent haar seksuele idealen en moedigt deelnemers aan haar Bodysex-workshops aan om plaats te nemen op haar vloerbedekking en elkaars vulva’s te bestuderen, waarna ze een lesje effectief masturberen krijgen.

    Zelfs voordat de stad New York met ‘U bent zelf uw veiligste sekspartner’ begon te adverteren, stond Dodson, nu negentig, weer volop in de aandacht. Haar boodschap verspreidt ze via de handleiding die ze in 2017 samen met Carlin Ross schreef, Bodysex Basics, en via een heruitgegeven versie van haar memoires uit 2010, Sex by Design: The Betty Dodson Story; in de populaire workshops die ze elke maand houdt in haar appartement in Midtown Manhattan (momenteel vervangen door online groepschats); in de erotische kunst waar het allemaal mee begon (haar beelden van copulerende partners worden binnenkort tentoongesteld in het Museum of Sex (als en wanneer het heropent), waar ze een van de adviseur is); en op dodsonandross.com, de website die ze samen met Ross, haar 46-jarige zakenpartner en troonopvolger onderhoudt.

    Op The Goop Lab ligt Ross op haar buik in een verduisterde kamer. Dodson staat over haar heen gebukt, helpt haar haar geslachtsdelen in te smeren met olie, demonstreert haar een massagetechniek en mompelt zachtjes terwijl ze Ross naar een climax begeleidt.

    Niet dat daarvan iets is te zien. Afgezien van wat versnelde ademhaling en zacht beven, leek haar ervaring geenszins op het auditieve en visuele vuurwerk dat lange tijd een steunpilaar vormde van heteroseksuele pornografie.

    ‘De benen trillen, het hele lichaam trilt. Ik heb dat nog nooit in pornografie gezien’

    Als het tam overkwam, zegt Ross, ‘is dat is omdat het geen demonstratief orgasme was’.

    We spraken haar, voordat het coronavirus New Yorkers isoleerde, in de slaapkamer en tevens kantoor waar zij en Dodson hun projecten schrijven en plannen.

    Een vergulde, gevleugelde penis, een van de curieuze onderscheidingen die Dodson kreeg, neemt een ereplaats in op de hoge plank van een boekenkast die verder bezaaid is met zelf uitgebrachte videocassettes zoals Viva la Vulva en werken als Sex for One: The Joy of Self-Loving, haar baanbrekende handleiding uit 1987 over vrouwelijke masturbatie.

    Dodson draagt een slordige badjas, met op de borstzak de letters BAD, ‘mijn initialen, Betty Anne Dodson,’ zegt ze met een grijns. Dan gaat ze verder.

    image 1
    Carlin Ross (rechts), Betty Dodson (midden) en Elise Loehnen tijdens een opname in New York, januari 2020. – © JP Yim / Getty Images

    Natuurlijk kan een orgasme soms luidruchtig zijn. ‘Maar gewoonlijk komen de geluiden veel meer uit de keel, zijn ze dieper, dierlijker,’ zegt ze. ‘De benen trillen, het hele lichaam trilt. Ik heb dat nog nooit in pornografie gezien.’

    Waarom voelen zoveel vrouwen zich dan verplicht om een ​​show op te voeren met een soundtrack van gekreun en oorverdovend geschreeuw? ‘De jongens willen geen echte orgasmes zien, ze willen het porno-orgasme,’ zegt Dodson droogjes. ‘Het is een ego-ding. Ze willen zien wat voor effect ze hebben op een vrouw.’

    ‘Een echt orgasme,’ voegt ze eraan toe, waarbij ze zich naar me toe bukt om haar woorden nadruk te geven, ‘houdt een vrouw voor zichzelf, waar het ook vandaan komt.’

    Actieve deelnemer

    Het staat centraal in haar onderwijs. Ze beveelt vrouwen ‘You’ve got to run’-geslachtsgemeenschap aan: neem de leiding, dat wil zeggen, word een actieve deelnemer aan je eigen plezier. Als je met een partner bent, ‘laat die dan doen wat je wilt,’ blaft ze zowat. ‘Gebruik het standje dat jij wilt.’

    Handmatig of op batterijen, masturbatie is volgens haar de hoeksteen van seksuele bevrediging, een katalysator voor plezier en, meer dan dat, de betrouwbare basis van sociale en emotionele onafhankelijkheid.

    ‘Mijn instinct zei me’, schrijft ze in haar memoires, ‘dat seksuele mobiliteit hetzelfde is als sociale mobiliteit. Iets wat mannen hadden en vrouwen niet.’

    Haar overheersende houding, subversief en zelfs opruiend in de vroege jaren zeventig, sprak niet alle feministen aan. Sommigen vonden haar aanpak te mechanisch en afstandelijk. Ze waren bovendien veel te druk met het benadrukken van de misstanden en vernederingen die mannen veroorzaakten. ‘Ze waren altijd aan het klagen,’ herinnerde ze zich getrouw.

    Ze reageerde onverschrokken met een soort seksuele bewustwording; essentieel voor haar boodschap was een volledige afwijzing van romantische liefde. ‘Romantiek is zo serieus,’ zegt ze. ‘Ik neem afstand van dat paradigma, waarin ik van jou moet houden en jij van mij.’

    Ross stemt ermee in: ‘Seks kan speels zijn, gewoon zo van: “Laten we wat plezier hebben”.’

    Dodsons openbaring kwam in de nasleep van een woelig en op seksueel vlak lauw huwelijk in de vroege jaren zestig met reclameman Frederick Stern. Het echtpaar had geen kinderen, en Dodson, die opgroeide met drie broers en zussen, was ook niet van plan om ze in de toekomst te krijgen. ‘Ik heb gezien wat mijn moeder heeft moeten doorstaan,’ zegt ze. ‘Het is de meest ondankbare taak ter wereld.’

    ‘Georganiseerde groepsseks is een soort bowlingtoernooi’

    Ze was vrij om te experimenteren en verkende groepsseks met vrouwen en mannen met als doel, zei ze in 1970 in een interview met The New York Times, om jaloezie en bezitterige gevoelens los te laten, om ‘te begrijpen dat ik van meer dan één persoon zou kunnen houden’.

    Op een gegeven moment was de betovering eraf. ‘Georganiseerde groepsseks is een soort bowlingtoernooi,’ zei ze destijds. ‘Het is nogal gedwongen – en een beetje hectisch. Het is raar.’

    Van een kleine schikking na haar scheiding financierde ze de eerste van de seksworkshops voor vrouwen die haar broodwinning en roeping zouden worden. Ze spoorde de vaak schichtige deelnemers aan om zich uit te kleden, hun lichaam te ontdekken en zich te onderwerpen aan onder meer clitorale massage en het gebruik van de Magic Wand, de ietwat logge maar zeer efficiënte vibrator die ze promoot en verkoopt via haar website.

    Met haar achterovergekamde witte haren en alwetende houding doet Dodson denken aan Dr. Ruth Westheimer, de gezellige, vermakelijke seksgoeroe uit de jaren tachtig. Dodson ziet het niet zo. ‘Dr. Ruth is als je grootmoeder met een grappig accent,’ placht ze te zeggen. ‘Je luistert nooit naar wat ze zegt.’

    Maar de vergelijking klopt – tot op zekere hoogte, zegt Sprinkle: ‘Dr. Ruth is veilig, terwijl Betty verkennender is, een progressieve ontdekkingsreiziger op het gebied van seksualiteit. Ze heeft het soort ervaringen dat zelfs haar jongere volgers nooit zullen hebben.’

    Dodson, van huis uit kunstenaar, heeft een personage ontwikkeld dat tegelijkertijd nors, sarcastisch en geniaal is, en ze is een ster in wrange grapjes. Sinds ze vorige maand na een routinecontrole een goede-gezondheidsverklaring van haar arts heeft gekregen, is ze voor het eerst sinds jaren weer gaan met roken.

    ‘Waarom niet?’ roept ze uit. ‘Ik heb het eeuwige leven.’ Maar als Ross zegt dat ze er wanneer ze maar wil een op kan steken, staart ze nors voor zich uit. ‘Ik bepaal zelf wel wanneer ik rook.’

    Een vorm van zelfzorg

    Hoe baanbrekend ze destijds ook waren, haar lessen zullen jonge vrouwen, die opgroeiden met popidolen als Miley Cyrus, Nicki Minaj en anderen die zichzelf in video’s en op het concertpodium strelen, nauwelijks schokken.

    Ook in hun teksten is zelfstimulatie haast net zo routineus als een uitstapje naar het winkelcentrum. ‘Oh what an ordinary day,’ zegt Annie Clark, professioneel bekend als St. Vincent, op ‘Birth in Reverse’, haar single uit 2014. ‘Take out the garbage, masturbate. . . ’ (‘Wat een doodgewone dag. De vuilnis buiten zetten, masturberen’.

    De jongere generatie heeft bovendien direct toegang tot online gidsen zoals ‘Hoe masturbeer ik in vrouwelijke stijl: 8 stappen naar een orgasme’. De instructies zijn, zoals de auteur schrijft, handig ‘omdat iedereen het vermogen zou moeten hebben om zichzelf te bevredigen.

    Een soortgelijke bewering doet Flo Perry, een 27-jarige Britse schrijver en illustrator, die How to Have Feminist Sex: A Fairly Graphic Guide schrijft dat masturbatie een ‘vorm van zelfzorg’ is.

    Toch lijken sommige jongere vrouwen de voorkeur te geven aan de hands-on-benadering van Dodson. Haar online lessen zitten vol met vrouwen tussen de 24 en 40, vertelt Ross. Sommigen daarvan worden misschien aangetrokken door de bozige toon uit Dodsons boeken en haar onverbloemde manier van spreken.

    Ze noemt als voorbeeld een verhaal in haar memoires waarin een oudere vriend handtastelijke avances maakt naar haar beste vriendin. Ze grist een mes van een snijplank en sist: ‘Je kunt hier maar beter weggaan voordat ik dit mes in je maag douw.’

    ‘Mannen zijn zo tweedimensionaal. Als er al iets interessants aan ze is, komt dat door de vrouwen met wie ze zijn geweest’

    Maar op andere momenten is Dodson juist weer verbijsterend meegaand. Zo beschrijft ze ook een ontmoeting in de achtertuin met een halfgeklede vreemdeling, die haar van achter besloop. Ze voelde dat hij op het punt stond toe te slaan, draaide zich om, maakte zijn riem los, duwde hem in een stoel en beklom hem.

    Het is, helemaal in het #MeToo-tijdperk, enigszins bevreemdend om te lezen. De schijnbaar dienende houding van Dodson komt haast over als ketterij. Maar ze staat er nog altijd achter. ‘Tenzij je een getrainde vechter bent,’ zegt ze, kun je een een man ​​tijdens een aanval zelden verslaan. Mannen zijn groter en sterker. Wat je motivatie ook is – vechten werkt niet.’

    Ze stelt zich vaak afwijzend op ten opzichte van het andere geslacht. ‘Mannen zijn zo tweedimensionaal,’ zegt ze. ‘Als er al iets interessants aan ze is, komt dat door de vrouwen met wie ze zijn geweest.’

    25-jarige minnaar

    Ross brengt Dodson in herinnering dat ze halverwege de zeventig een 25-jarige minnaar had met wie ze tien jaar samenwoonde. Als Dodson eraan terugdenkt begint ze te schitteren.

    ‘Hij was zo mooi,’ zegt ze tussen twee weemoedige trekjes van een Marlboro Light door. ‘Hij had het perfecte lichaam, brede schouders, grote geslachtsdelen en strakke botten. En oh, hij rook zo lekker – die jeugd, en veel zeep en water.’

    ‘Partnerseks, dat is nu voorbij,’ gaat ze verder. ‘Al zou ik een knappe kerel niet afwijzen als hij nu binnenkwam.’

    Zonder partner zijn is geen reden om het veld te verlaten, voegt ze er op zakelijke toon aan toe, en ze vertrouwt me toe dat ze nog steeds af en toe marihuana rookt (‘Zonder zou ik hier niet meer zijn’), wat wel eens als opmaat kan dienen voor een incidentele partij soloseks.

    Het heeft geen zin om achterover te leunen en te hopen dat de lust je bevangt. ‘Het verlangen komt pas als je opgewonden bent,’ zegt ze. ‘Wacht niet tot de geest je aanspoort, want dat gaat niet gebeuren.’

  • Wereldbeeld: Liggende opstand

    Wereldbeeld: Liggende opstand

    Argentijnse vrouwen zijn massaal op de breedste boulevard ter wereld gaan liggen, de Avenida 9 de Julio in Buenos Aires, uit protest tegen machismo en geweld.

    © Tomas Cuesta / AP / HH
    © Tomas Cuesta / AP / HH

    Argentijnse vrouwen zijn massaal op de breedste boulevard ter wereld gaan liggen, de Avenida 9 de Julio in Buenos Aires, uit protest tegen machismo en geweld. De demonstranten zijn ontzet over het vonnis van de rechtbank in de moord op de 16-jarige Lucía Pérez. Zij werd in 2016 gedrogeerd, verkracht en om het leven gebracht door twee mannen, die ervanaf kwamen met een lichte straf omdat het volgens de rechtbank ging om ‘seks met wederzijdse toestemming’.