Tag: Feminisme

  • #MeToo-slachtoffers zijn niet gek. De daders ook niet

    #MeToo-slachtoffers zijn niet gek. De daders ook niet

    Veel mannen die worden aangeklaagd in het kader van #MeToo blijken plots ‘bezeten door demonen’. Onzin, schrijft Laurie Penny. ‘De taal van de waanzin is de laatste strohalm voor een maatschappij die structurele onderdrukking en geweld niet langer kan negeren.’

    We bevinden ons inmiddels áchter de spiegel. Naarmate meer en meer vrouwen zich uitspreken over hun ervaringen met seksueel geweld, lijken alle oude zekerheden weg te vallen over wat al dan niet normaal zou zijn – het is alsof we een oude huid afwerpen.

    Mannen met macht en aanzien, mannen die tientallen jaren ongestraft hebben kunnen doen alsof hun omgeving een pakken-wat-je-pakken-kanbuffet was van seksueel geweld, krijgen ineens de rekening gepresenteerd. Er worden namen genoemd. Veel vrouwen zijn gaan inzien dat ze helemaal niet gek waren, en dat zelfs áls ze gek waren, ze toch ook al die tijd gelijk hadden. Zij (wij) zijn – hoe zal ik het zeggen? – kwaad.

    ‘Het is alsof je erachter komt dat marsmannetjes echt bestaan,’ hoorde ik laatst een vriend zeggen. Hij had twee gin achter de kiezen en hij probeerde te begrijpen waarom hij er altijd het zwijgen toe had gedaan, al twintig jaar lang, over een gezamenlijke vriend die nu wordt aangeklaagd wegens seksueel geweld. ‘We kenden allemaal de verhalen die over hem de ronde deden, maar… tja, de mensen die die verhalen vertelden waren allemaal een tikje gestoord. In de war, zeg maar. Dus werden ze niet geloofd.’

    Ik nam een slokje thee om tot bedaren te komen, en zei dat die mensen misschien in de war waren geweest – als dat al zo was – omdát ze seksueel misbruikt waren. Ik bracht hem in herinnering dat sommigen van ons het altijd hadden geweten. Maar hé, wie luistert er nou naar mij? Ik ben gewoon een vrouw die in de war is.

    Misbruikplegers hebben de gewoonte om, net als kleine mannetjes in vliegende schotels, hun identiteit te openbaren aan mensen die door niemand worden geloofd – vrouwen die kwetsbaar zijn, vrouwen die niet serieus worden genomen of gewoon, nou ja, vrouwen

    Het proces dat we nu doormaken, in onze vriendengroep en in onze samenleving, heeft wel iets weg van een eerste ontmoeting. Misbruikplegers hebben de gewoonte om, net als kleine mannetjes in vliegende schotels, hun identiteit te openbaren aan mensen die door niemand worden geloofd – vrouwen die kwetsbaar zijn, vrouwen die niet serieus worden genomen of gewoon, nou ja, vrouwen. Maar de misbruikplegers komen niet van een andere planeet, ze komen gewoon van ónze planeet. We zijn samen opgegroeid. We hebben met hen samengewerkt. Hen bewonderd. Hen liefgehad. Hen ons vertrouwen geschonken. En nu moeten we ermee leren leven dat de realiteit anders blijkt te zijn dan wij dachten.

    Er is iets wezenlijks veranderd. Ineens spreken vrouwen zich uit, en in dermate grote aantallen dat het onmogelijk is ze te negeren. Zowel het publieke verhaal over misbruik en mannen die menen overal recht op te hebben, als de publieke opinie over wie er al dan niet geloofwaardig is, veranderen zo snel dat de naden tussen het ene paradigma en het andere duidelijk zichtbaar zijn – de slordige steken waar de ene versie van de realiteit overgaat in de andere. Niet langer worden de slachtoffers en de overlevers van verkrachting en seksueel geweld weggezet als geestelijk gestoord, maar nu zijn het de misbruikplegers die hulp nodig hebben.

    ‘Ik probeer me staande te houden,’ zei Harvey Weinstein in de nasleep van alle onthullingen over een patroon van seksueel misbruik, onthullingen die de entertainmentwereld op zijn grondvesten hebben doen schudden, toen het ene na het andere geheim boven tafel kwam. ‘Het gaat niet goed met me, maar ik doe mijn best. Ik moet hulp zoeken. Weet je wat het is – iedereen maakt fouten.’

    Enkele dagen eerder had Weinstein andere Hollywoodbonzen een mail gestuurd, omdat hij als de dood was te worden ontslagen. Hij vroeg of ze hem wilden helpen om de raad van commissarissen van de Weinstein Company zover te krijgen dat hij aan zou mogen blijven, en hij smeekte of hij therapie mocht volgen in plaats van ontslagen te worden. Soortgelijke smeekbeden zien we ook bij andere machtige misbruikers in de tech-industrie. Dit is de verklaring van 500 Startups, aangaande de daden van de oprichter, Dave McClure: ‘Hij erkent dat hij fouten heeft gemaakt en hij heeft therapie gevolgd om een herhaling van dit soort onacceptabel gedrag te voorkomen.’

    De sociale definitie van geestelijke gezondheid is het vermogen om mee te gaan in de consensus over hoe de maatschappij zou moeten functioneren – en daar valt ook de verhouding tussen mannen en vrouwen onder. Iedereen die zijn vraagtekens plaatst bij die consensus, of ertegenin gaat, is per definitie gestoord. Pas wanneer het misbruik niet langer valt te ontkennen, wanneer zich patronen aftekenen, wanneer er foto’s en videobeelden opduiken die tot een veroordeling kunnen leiden – pas dan wordt er gesmeekt om vergiffenis. Het duurde al met al nog geen twintig minuten. Hij heeft zo’n mooie toekomst voor zich. Denk aan zijn moeder. Denk aan zijn vrouw. Hij had zichzelf niet in de hand.


    Deze vergoelijkingen gaan nooit alleen over de misbruiker en zijn reputatie. Het zijn vertwijfelde pogingen om het hoofd te bieden aan een realiteit die in hoog tempo verandert. Het zijn excuses die zijn bedoeld om, gezamenlijk, te ontkennen dat er sprake zou zijn van stelselmatig misbruik. Ineens is Weinstein degene die wordt geplaagd door demonen, en niet de vrouwen die hem een verkrachter en een zwijn noemen. Hij moet in therapie, in plaats van naar de rechtbank. Weinstein is een heel ongelukkige, zieke man. Net als Bill Cosby. Net als Woody Allen. Net als Cyril Smith. Net als de man in jouw vakgebied, die door iedereen op handen wordt gedragen, de man met de stralende lach en al die gestoorde ex-vriendinnen. Hoe noemen we het als heel veel mensen op hetzelfde moment ziek zijn? Dan spreken we van een epidemie. Ik weet niet precies hoe deze epidemie is ontstaan, maar de situatie is behoorlijk verziekt.

    De taal van geestesziekten is ook een manier om waarheden onder woorden te brengen die zich buiten het domein van de politieke consensus bevinden. Wie zich verzet tegen die consensus wordt automatisch als gek bestempeld – ook vrouwen die het wagen te zeggen dat misbruikers op hoge posities verantwoording moeten afleggen voor hun daden. Het idee dat vrouwen zouden liegen over seksueel misbruik omdat ze krankzinnig zijn, kent een lange en macabere geschiedenis. Freud was de eerste die binnen de psychiatrie op zoek ging naar een verklaring voor het feit dat zo veel van zijn patiënten beweerden te zijn aangerand of verkracht. Als Freud zou hebben beweerd dat dergelijke dingen gebeurden in een beschaafd milieu, zou dat tot grote verontwaardiging hebben geleid in de welgestelde, intellectuele kringen waarin hij verkeerde. Dus zocht de vader van de moderne psychoanalyse in zijn latere geschriften naar alternatieve verklaringen: misschien waren enkele van deze meisjes onbewust geobsedeerd met het erotische idee van de vaderfiguur, in plaats van met een echte vader die wellicht echt misbruik had gepleegd. Of misschien waren ze gewoon hysterisch. Hoe dan ook, het was nergens voor nodig om de mannen in de herenclub tegen de haren in te strijken door te veel waarde toe te kennen aan de verhalen van ongelukkige jonge vrouwen.

    Een eeuw later wordt in werkelijk alle vergelijkbare situaties die ik van nabij heb meegemaakt, nog steeds dezelfde retoriek toegepast. Vrouwen zijn veel te emotioneel. Ze zijn niet te vertrouwen, omdat ze krankzinnig zijn – een woord dat door het patriarchaat wordt gebruikt voor vrouwen die niet weten wanneer ze hun lieve mondje moeten houden. Ze hoeven niet geloofd te worden, want ze zijn ziek – een woord dat door het patriarchaat wordt gebruikt voor vrouwen die boos zijn.

    Cultuur van seksueel geweld

    Ja, natuurlijk zijn ze boos. Natuurlijk zijn ze gekwetst. Ze zijn getraumatiseerd, eerst door het misbruik zelf en vervolgens door de reactie van hun omgeving. Ze kunnen hun terechte woede niet uiten omdat ze geen man zijn. Als je bent aangerand, bent verkracht, behandeld als een gebruiksvoorwerp; als je op zoek bent gegaan naar rechtvaardigheid, of misschien alleen naar troost, en je stuitte op vrienden en collega’s die de gelederen sloten en jou voor een hysterica en een leugenaar uitmaakten, die zeiden dat je maar beter je mond kon houden – hoe zou jij je dan voelen? Je zou kwaad zijn. Maar die woede kun je maar het beste inslikken. Boze vrouwen zijn niet te vertrouwen, en dat komt zowel de misbruikers als de mensen die hen de hand boven het hoofd houden, maar wat goed uit.

    Dit is wat er wordt bedoeld wanneer men het heeft over een cultuur van seksueel geweld – het gaat niet alleen om de daden van afzonderlijke sociopaten, maar om de inrichting van de maatschappij, waarbinnen die sociopaten ongestraft hun gang kunnen gaan – het gaat om een patroon van monddood maken, uit balans brengen en selectief negeren, waardoor de samenleving als geheel niet de realiteit onder ogen hoeft te zien die men liever wegwimpelt. Als alle mensen in je omgeving met vereende krachten proberen de ongemakkelijke waarheid van wat jou is overkomen onder het vloerkleed te vegen, is het moeilijk om daar niet in mee te gaan – zeker als je nog heel jong bent.

    De taal van de waanzin is de laatste strohalm voor een samenleving die de bewijzen van geïnstitutionaliseerd geweld niet langer kan ontkennen. We zien hetzelfde gebeuren wanneer er een schietpartij heeft plaatsgevonden, of een aanslag door wit-nationalisten. Het was zo’n aardige jongen. Er is iets bij hem geknapt. We hebben het niet zien aankomen. Hij was depressief en gefrustreerd. We kunnen onmogelijk ontkennen dat het is gebeurd, dus ontkennen we dat er sprake is van een patroon, schrijven we het toe aan aanpassingsproblemen van een individu. Een chemische verstoring in de hersenen, geen systematische onrechtvaardigheid die in onze cultuur is ingebakken. Harvey Weinstein is geen verkrachter, hij is een ‘heel ziek individu’ – tenminste, als we luisteren naar Woody Allen (die hier misschien wel als geen ander verstand van heeft, gezien het feit dat hij bekendstaat om zijn belangstelling voor zowel de psychoanalyse als voor recreatief seksueel misbruik).

    De misbruikplegers die nu vergoelijkend als geestesziek worden bestempeld zijn geen monsters, en ze zijn ook niet gestoord. Hun gedrag past naadloos binnen de zieke normen en waarden van een samenleving waarin de veiligheid van vrouwen ondergeschikt is aan de reputatie en de status van mannen

    Woody Allen heeft in ieder geval minstens zo te doen met Weinstein als met de dik veertig vrouwen en meisjes die, op het moment dat ik dit schrijf, naar buiten zijn getreden met beschuldigingen van aanranding en verkrachting aan het adres van de filmbons. Ineens moeten we medelijden hebben met verkrachters omdat ze in de war zijn. Nou, we kunnen elkaar een hand geven. We zijn allemaal in de war, en een laag zelfbeeld en een duister verlangen om de vrouwen die je tegen het lijf loopt te intimideren, zijn geen excuus om die vrouwen te misbruiken. In het beste geval zijn het verklaringen, in het slechtste geval zijn het pogingen om de discussie te laten ontsporen – uitgerekend op het moment dat er over de gevoelens van vrouwen wordt gepraat alsof die ertoe doen. Sterker nog, naar de mening van wetenschappers als Lundy Bancroft, die tientallen jaren met seksueel delinquenten heeft gewerkt, zijn misbruikplegers niet vaker of minder vaak geestesziek dan andere mensen. ‘Misbruik heeft weinig van doen met psychologische problemen, maar alles met normen en waarden,’ aldus Bancroft.

    De misbruikplegers die nu vergoelijkend als geestesziek worden bestempeld zijn geen monsters, en ze zijn ook niet gestoord. Hun gedrag past naadloos binnen de zieke normen en waarden van een samenleving waarin de veiligheid van vrouwen ondergeschikt is aan de reputatie en de status van mannen. Veel misbruikplegers zijn zich er op een bepaald niveau niet eens van bewust dat het verkeerd is wat ze doen. De meeste mannen die zich aan vrouwen vergrijpen zijn ervan overtuigd dat ze in essentie een goed mens zijn, en zo kijken ook vele anderen tegen hen aan. Ze zijn vele tientallen jaren bevestigd in dat beeld. Het zijn prima kerels, ze hebben alleen een ingewikkelde verhouding met vrouwen, drank of hun moeder – of alle drie.

    Een verzoek om begrip op grond van emotionele problemen is verrassend effectief wanneer het mannen zijn die de zaak bepleiten. Momenteel zie ik overal om me heen vrouwen die zich enorm inzetten om de mannen, en elkaar, door deze moeilijke periode heen te slepen. En dat is niet alleen omdat we zo lief zijn, of omdat we ons zo makkelijk laten paaien – al speelt het vermoedelijk allebei een rol.


    De norm dat vrouwen, zelfs in een poging af te rekenen met structureel of specifiek geweld, het welzijn van mannen laten prevaleren boven dat van henzelf, is een beproefde methode om vrouwen die voor zichzelf willen opkomen in het gareel te houden. Er wordt van ons verwacht dat we tot op zekere hoogte medeleven tonen voor degenen die ons hebben misbruikt – wat andersom niet eens bij die mannen zou opkomen. Als zij zich ook maar even druk hadden gemaakt over ons welzijn, waren we nooit in deze positie beland.

    Door stelselmatig misbruik te bestempelen tot een probleem van de geestelijke gezondheid, wordt het heel handig in de apolitieke hoek gemanoeuvreerd. Het punt is alleen dat het label ziekte de maatschappij niet ontslaat van haar verantwoordelijkheid. Dat is nooit het geval geweest. Ziekte kan ervoor zorgen dat iemand een overweldigende drang ervaart om zich weerzinwekkend te gedragen, maar ziekte dekt niemand tijdens een vergadering, ziekte betaalt geen advocatenrekeningen, ziekte zorgt niet dat bepaalde vrouwen hun rol in een film verliezen: er is een heel dorp voor nodig om een verkrachter te beschermen.

    Het is makkelijker om te leven met de gedachte dat bepaalde mannen ziek zijn dan om te erkennen dat de maatschappij ziek is; we hebben veel te lang gewacht met het bestrijden van de symptomen omdat we de diagnose niet wilden aanhoren. De prognose is goed, maar de behandeling is pijnlijk. De mensen die nu dan eindelijk worden geconfronteerd met het feit dat ze vrouwen en meisjes hebben behandeld als gebruiksvoorwerpen, zullen het waarschijnlijk bijzonder onaangenaam vinden. Heel begrijpelijk. Ik zou nu niet graag in de schoenen staan van Harvey Weinstein, maar hoe jammer het ook is voor de producent en voor andere mannen zoals hij, de wereld is aan het veranderen, en dit keer mag, en zal, niet langer alles gericht zijn op het ontzien van de tere ziel van machtige mannen. De veiligheid en de geestelijke gezondheid van overlevers zullen voor de verandering eens niet worden geofferd aan de nachtrust van een paar klootzakken die in het verleden zijn blijven hangen.

    Auteur: Laurie Penny
    Vertaler: Nicolette Hoekmeijer

    Longreads
    VS | longreads.com

    Longreads is een website, opgericht in 2009, geheel gericht op de verspreiding van ‘de beste verhalen’ in de wereld, fictie en non-fictie en steeds langer dan 1500 woorden.

  • Is zelfs Doornroosje nu seksistisch?

    Is zelfs Doornroosje nu seksistisch?

    Een Britse moeder protesteerde onlangs tegen het voorlezen van het sprookje Doornroosje op school. Het zou haar zoon een verkeerde boodschap geven over het ongevraagd kussen van meisjes. Heeft ze een punt?

    JA

    Sarah Hall, een moeder uit Newcastle, haalde de krantenkoppen toen zij de lagere school van haar zes jaar oude zoon vroeg om Doornroosje niet meer in de klas voor te lezen omdat het een verkeerde boodschap geeft over het kussen van slapende meisjes. Toen zij dit op sociale media toelichtte, werd zij met hoon overladen (‘Weet je wel dat beren geen pap eten?’ schreef iemand), maar toch had Hall het intuïtief bij het rechte eind.

    De versie van Doornroosje met de kuise, liefhebbende kus, die we allemaal kennen van Disney of de gebroeders Grimm, heeft zijn oorsprong in het zeventiende-eeuwse Italiaanse sprookje Zon, Maan en Talia van Giambattista Basile, dat weer gebaseerd is op volkslegendes uit de veertiende eeuw. In deze vroege versies wordt de slapende prinses door een voorbijkomende koning verkracht en bezwangerd. Het loopt goed af: nadat ze wakker is geworden en bevallen van een tweeling, keert de koning terug en trouwt met haar. Eind goed al goed.

    Ook ik groeide op met de Grimm- en Disney-versies van Doornroosje. En net als andere kinderen vroeg ik me nooit af of de prins haar wel mocht kussen terwijl ze daar zelf niets over te zeggen had. Het was nu eenmaal zijn rol, net zoals het haar rol was gered te worden. Hadden we de versie van Basile voorgelezen gekregen, dan hadden we misschien wel de wenkbrauwen gefronst. In dat verhaal probeert de eerste vrouw van de koning prinses Talia te vermoorden en haar baby’s te koken om die aan haar overspelige man te serveren (spoiler: de kok verwisselt de kleintjes met lammetjes). Uiteindelijk ben je dan blij voor Talia dat ze nog lang en gelukkig met haar verkrachter zal leven – hij is tenslotte niet de ergste schurk van het verhaal. Net als in Fatal Attraction ontpopt de jaloerse vrouw zich als de vernietiger van de familie, niet de man die zijn lul niet in zijn broek kon houden.

    Er zijn wetenschappelijke studies geschreven over de funeste invloed van de “prinsessencultuur” waarmee Disney en consorten jonge meisjes overladen

    Zo werken verhalen: iedereen begrijpt dat wat binnen een fictieve wereld normaal of zelfs wenselijk is, dat niet zonder meer is in het echte leven. Toch is Hall niet de eerste die inziet dat sprookjes, met hun eeuwenoude wereldbeeld en machtsstructuren, jonge kinderen een verwrongen beeld geven van de verhouding tussen de seksen. Er zijn wetenschappelijke studies geschreven over de funeste invloed van de ‘prinsessencultuur’ waarmee Disney en consorten jonge meisjes overladen. Disney heeft als reactie hierop de laatste tijd iets daadkrachtigere heldinnen geïntroduceerd, maar het blanke, passieve, heteroseksuele meisje met de onmogelijk smalle taille is nog steeds de norm.

    Moeten we dan echt elk verhaal dat relaties ouderwets voorstelt in de ban doen? De oplossing is misschien om deze oude sprookjes een moderne draai te geven. Angela Carter ging ons daarin voor, net als de Shrek-films, en er zijn volop boeken op de markt met positieve rolmodellen. De suggestie dat deze oude sprookjesfiguren aan een revisie toe zijn, is dus zo gek nog niet.

    Auteur: Stephanie Merritt

    The Guardian | Londen

    Stephanie Merritt was literair redacteur van The Observer van 1998-2005 en schrijft nu vooral achtergrondverhalen. Ze publiceerde de romans Gaveston en Real en het non-fictieboek The Devil Within.

    1. Ella Whelan; 2. Stephanie Merritt.
    1. Ella Whelan; 2. Stephanie Merritt.

    NEE

    Een moeder heeft de lagere school van haar zes jaar oude zoon gevraagd om kinderen niet meer Doornroosje voor te lezen. Het sprookje zou jongetjes verkeerde ideeën over seksuele toestemming bijbrengen.

    Ik verzin het niet. Tegenover The Newcastle Chronicle opperde ze zelfs dat oudere kinderen naar aanleiding van het sprookje zouden kunnen gaan discussiëren over ongewenste intimiteiten, ‘en hoe de prinses dit ervaart’. Stephanie Merritt schreef in The Guardian dat deze sprookjes kinderen ‘een verwrongen beeld van de verhouding tussen de seksen geven’ en dus nodig aan revisie toe zijn.

    Er deugt niets van deze argumenten. Ze gaan ervan uit dat ouders hun kinderen niet het verschil tussen fictie en het echte leven kunnen uitleggen. Of dat zesjarigen zich al zorgen zouden moeten maken over seksuele toestemming. Of dat kinderen, wanneer ze later hun eerste seksuele relaties aangaan, terug zullen denken aan de sprookjes die ze lazen toen ze zes waren. Of dat er iets volstrekt mis is met het idee een mooie prinses wakker te kussen, dat er iets mis is met een levendige verbeelding.

    Kinderen houden van griezelen, van seks en spanning, bijna net zo als volwassenen, al begrijpen ze het niet allemaal even goed

    Maar het meest irritante is nog wel hoe weinig deze criticasters van Doornroosje van sprookjes begrijpen. De beste sprookjes voor kinderen gaan altijd over afschuwelijke en beangstigende dingen. De glazen kist, een versie van Doornroosje, gaat over een jonge vrouw die in haar eigen huis gevangen wordt genomen, met chantage tot een huwelijk gedreven, en dan gered door een vreemdeling, die zij in ruil voor haar vrijheid belooft te trouwen. De beste kinderverhalen, helemaal die van vroeger, hebben allemaal donkere ondertonen. Kinderen houden van griezelen, van seks en spanning, bijna net zo als volwassenen, al begrijpen ze het niet allemaal even goed.

    Fictie, sprookjes en fantasiespelletjes zijn enorm belangrijk in de ontwikkeling van een kind. We mogen niet toestaan dat politieke modegrillen de magische wereld van de kinderlijke fantasie binnendringen en inperken. De feministische paniek over aanranding dreigt het recht van kinderen aan te tasten om hun fantasie te gebruiken, te dromen en van enge verhalen te gruwen. De meeste jonge jongetjes weten best dat zij een jong meisje beter niet kunnen zoenen als ze ligt te slapen. Het lezen van Doornroosje maakt heus geen aanranders van de volgende generatie – evenmin als het dat met de vorige generatie heeft gedaan.

    Auteur: Ella Whelan

    Spiked | Londen

    Ella Whelan is redacteur bij Spiked en radio- en tv-commentator, met name over feminisme en vrije meningsuiting. Ze schreef het boek What Women Want: Fun, Freedom and a End to Feminism.

    Vertaler: Valentijn van Dijk
    Openingsbeeld: Schilderij van Henry Meynell Rheam. – © Wikimedia

  • Aparte treinwagons voor vrouwen. Het overwegen waard?

    Aparte treinwagons voor vrouwen. Het overwegen waard?

    In het Verenigd Koninkrijk is het aantal aanrandingen in het openbaar vervoer de afgelopen vijf jaar meer dan verdubbeld. Wordt het tijd dat mannen en vrouwen gescheiden gaan reizen?

    JA

    Labour-parlementslid Chris Williamson plaatste zich in de vuurlinie door te zeggen dat er misschien ‘advies moest worden ingewonnen’ over dit controversiële idee, nadat de BBC had bericht dat aanrandingen in het openbaar vervoer in de afgelopen vijf jaar meer dan verdubbeld waren. Hij werd op de korrel genomen door collega’s plus vele journalisten en commentatoren die zeiden dat zo’n beleid de schuld bij het slachtoffer legde.

    Laten we duidelijk zijn: de aandacht moet gericht zijn op gedragsverandering en het straffen van misbruikers, niet op een advies aan vrouwen om zich anders te gedragen om te voorkomen dat ze worden lastiggevallen.

    Tegelijkertijd heeft de kwestie een discussie uitgelokt op sociale media waarin vrouwen op schrille wijze kleur verleenden aan de 1448 incidenten van het afgelopen jaar. Het zijn verhalen van dertienjarigen die betast werden, mannen die het geen punt vonden om in overvolle wagons te masturberen en slachtoffers die te bang waren om ’s avonds alleen te reizen.

    Wanneer je het idee van vrouwenwagons zomaar afwijst zonder met een alternatief te komen, dan neem je het aantal aanrandingen op dit moment niet serieus noch de mate waarin dit vrouwen dwingt hun gedrag te veranderen.

    Wie tegen dat beleid is, negeert het feit dat veel vrouwen zich gedwongen voelen zich anders te gaan gedragen

    Vorig jaar zag ik hoe een tiener laat in de avond in een trein werd belaagd door een groep dronken mannen. Natuurlijk stapte ze zo snel mogelijk uit. Ik deed aangifte van het incident, omdat zij te bang was om dat zelf te doen. Waarschijnlijk zal het meisje ’s avonds laat niet meer met de trein gaan.

    Het is misschien niet dé oplossing, maar er zijn pragmatische redenen voor vrouwenwagons als interim-maatregel. Wie tegen dat beleid is, negeert het feit dat veel vrouwen zich gedwongen voelen zich anders te gaan gedragen.

    Toen Corbyn het idee opperde, maakte hij duidelijk dat het ten doel had vrouwen méér vrijheid te geven, niet minder. ‘Het is onaanvaardbaar dat veel vrouwen hun dagelijks leven aanpassen om te voorkomen dat ze op openbare plekken worden lastiggevallen.’ Bovendien stelde hij ook voor een dag en nacht bereikbare hotline in te stellen waarop vrouwen incidenten konden melden. Door de komst van wagons voor vrouwen zouden meer mensen zich bewust worden van het probleem en zou de maatschappij gedwongen worden om aanranding serieuzer te nemen. Daders zouden dan als schuldigen worden aangewezen, en niet de slachtoffers.

    Het is mogelijk dat vrouwenwagons niet te verwezenlijken zijn. Misschien kan er niet worden toegezien op de naleving of zijn ze te onpopulair om effect te hebben. Maar er dient genuanceerd over te worden gesproken en we moeten ook andere radicale alternatieven overwegen, want de felheid van het debat over deze kwestie toont aan hoe serieus het probleem is.

    Auteur: Charlotte England

    Charlotte England schrijft voor onder meer The Guardian en The Independent over onderwerpen als gender, migratie en activisme.

    The Independent
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 75.600

    Opgericht 1986 in het Thatcher-tijdperk, politiek neutraal. De kleinste kwaliteitskrant van Engeland is sinds 2002 in handen van de Rus Alexander Lebdedev (eveneens eigenaar van The London Evening Standard) maar nog altijd onafhankelijk en pro-Europees.

    1. Charlotte England; 2. Laura Bates.
    1. Charlotte England; 2. Laura Bates.

    NEE

    Toen ik begin 2012 werd aangerand in een bus, voelde ik me niet in staat om aangifte te doen. Ik wist niet aan wie ik het moest vertellen. Ik dacht niet dat iemand naar me zou luisteren. Ik besefte niet dat de gebeurtenis (een man die mijn benen betastte en met zijn hand in mijn kruis ging) in feite een aanranding was. En ik dacht zeker niet dat ik serieus genomen zou worden.

    Vijf jaar later, na een campagne van de Britse transportpolitie, is de situatie langzaam aan het veranderen. Het aantal aanrandingen in het openbaar vervoer is nog steeds schokkend hoog, maar agenten worden getraind om slachtoffers te steunen en het beleid richt zich terecht op de daders. Er worden extra agenten in burger ingezet om meer arrestaties te verrichten, wat slachtoffers meer vertrouwen geeft om aangifte te doen.

    Nu steekt het spook van alleen voor vrouwen bestemde treinwagons weer de kop op. Labour-parlementslid Chris Williamson heeft voorgesteld daarover advies in te winnen als mogelijke manier om een ‘veilige ruimte’ te creëren voor vrouwen, nu cijfers aantonen dat het aantal gemelde seksuele overtredingen in treinen de afgelopen vijf jaar gestegen is.

    Het straalt uit dat mannen altijd vrouwen zullen blijven lastigvallen en misbruiken, en dus is de oplossing het inperken van de vrijheid van vrouwen “voor hun eigen veiligheid”

    Hoewel de suggestie begrijpelijk en vast goedbedoeld is, nemen we daarmee het risico een stap terug te doen op het moment dat we juist vooruitgang boeken. Want we zien dat meer slachtoffers zich, dankzij de campagne, in staat voelen om aangifte te doen. Het zou dus schadelijk zijn om nu over te schakelen op een minder progressief beleid.

    Als je segregatie invoert in het openbaar vervoer, suggereer je dat aanrandingen onvermijdelijk zijn. Het straalt uit dat mannen altijd vrouwen zullen blijven lastigvallen en misbruiken, en dus is de oplossing het inperken van de vrijheid van vrouwen ‘voor hun eigen veiligheid’.

    Als vrouwen in de trein apart worden gezet, wordt daarmee de boodschap afgegeven dat niemand mannen van hun misdaden zal weerhouden. Dus wachten die tot in het station of bij de bushalte. Het grotere probleem van seksuele intimidatie wordt daarmee niet aangepakt. Bovendien is het zeer beledigend voor de grote meerderheid van de mannen, die ten onrechte het stempel opgedrukt krijgen van aangeboren seksuele roofdieren die geen controle hebben over hun eigen gedrag.

    Zijn we bereid dit soort verstrekkende maatregelen te nemen die invloed hebben op een hele sekse? Of zou het misschien verstandiger zijn ons vooral te richten op de daders?

    Diegenen die werkelijk denken dat aparte wagons het antwoord zijn, moeten eens nadenken over wagons die alleen bestemd zijn voor mannen. Wanneer dit als een bespottelijk idee klinkt, dan moeten we ons afvragen waarom het als redelijk wordt beschouwd met een oplossing te komen die vrouwen beperkt, terwijl de daders ongestraft blijven.

    Auteur: Laura Bates

    Laura Bates is een feministische schrijfster en oprichter van de website Everyday Sexism Project. 
Ze publiceerde twee boeken: Everyday Sexism (2014) en Girl Up (2016).

    Left Foot Forward
    VK | leftfootforward.org

    Brits blog voor progressieven. Richt zich op politiek, nieuws en beleid. In 2009 opgericht door Will Straw, zoon van Labour-politicus Jack Straw.

  • Vrouwen, ontsluiert u in het Westen

    Vrouwen, ontsluiert u in het Westen

    De schrijver van dit artikel betoogt, heel voorzichtig, dat moslima’s die in het Westen wonen zich moeten aanpassen aan de wetten van de landen die hun een thuis bieden, om vrij te kunnen zijn.

    Moge God me bewaren! Nooit zou ik zoiets durven zeggen. Want ik zou gestenigd worden. En toch moet het gezegd worden. Alleen een religieus man kan dat doen, iemand die de religieuze teksten goed kent en de subtiliteiten daarvan begrijpt. Zo’n man bestaat. Het is (de Saoediër) Mohammed Al-Issa, secretaris-generaal van de wereldwijde Islamitische Liga (een Saoedische organisatie voor de verbreiding van de islam over de hele wereld. Mohammed Al-Issa is in Saoedi-Arabië minister van Justitie geweest). Hij heeft zich over de vraag gebogen of moslimvrouwen in het Westen een sluier moeten dragen en tijdens een conferentie in Wenen heeft hij tegenover een gehoor van gesluierde vrouwen zijn mening gegeven op basis van de sharia: ‘Wanneer een land democratisch besluit om de sluier niet toe te staan, moet je dat accepteren. Als je in dat land wilt blijven, moet je de sluier afdoen. Ben je daar niet toe bereid, dan moet je vertrekken.’

    Er zijn dus maar twee mogelijkheden: de sluier afleggen of vertrekken. Maar laten we eens wat nauwkeuriger kijken wat hierover precies is gezegd in de islamitische godsdienst. De islam predikt het respecteren van contractuele verplichtingen. Die hebben de waarde van een wet. En de wet bestaat uit veel contractuele verplichtingen, onder andere voor de manier waarop welke immigrant in welk land ook moet verblijven.

    Vrouwen moeten worden beschouwd als volwassenen, die vrij zijn, verantwoordelijk voor zichzelf, die verstand hebben en in staat zijn zelf over hun leven te beschikken

    Zo kan een land het verplicht stellen om de sluier te dragen en de winkels te sluiten op het uur van het gebed opdat iedereen naar de moskee gaat om te bidden; het kan alcohol verbieden evenals het uitoefenen van elke andere religie dan de islam, en dan kan het iedereen die zich daar niet aan houdt straf opleggen. Net zoals wij aan buitenlanders in ons land vragen om die regels te respecteren, moeten wij ons ook voegen naar de wetten die bij anderen gelden, ook als die tegen ons geloof ingaan. Anders kun je daar maar beter niet naartoe gaan. Wat een narigheid voor de gesluierde vrouwen in de westerse landen! Te midden van een veelkleurige wereld die de natuurlijke schoonheid eert, lijken zij vlekken van treurnis, buitenstaanders.

    Om de woedende reacties die ik nu misschien losmaak te pareren, wil ik duidelijk maken dat het me hier niet gaat om een oproep tot de bevrijding van de vrouwen. Dat is niet mijn onderwerp; dat is de zaak van de vrouwen zelf. Wij, de mannen, hebben niet langer het recht om te oordelen over hun zedelijkheid en hun gedrag. Want vrouwen moeten worden beschouwd als volwassenen, die vrij zijn, verantwoordelijk voor zichzelf, die verstand hebben en in staat zijn zelf over hun leven te beschikken.

    Waar ik het hier over hebben wil, is iets anders. Om mijn idee beter te illustreren, vraag ik u: wat zou er gebeuren 
als een westerse vrouw met ontbloot hoofd door de straten van Riyad zou lopen, in een strakke rode broek en een blouse die een deel van haar lichaam bloot liet? Dat zou onvermijdelijk een golf van protest en veroordelingen oproepen. De sociale media zouden overspoeld worden met boze reacties en met een beetje geluk zou dit een paar dagen lang trending zijn op Twitter.
    Dus evengoed als wij zelf niet blij zijn wanneer dat in ons land gebeurt, moeten we de wetten en regels bij de anderen accepteren. Dat is alleen maar gerechtigheid.

    Ons probleem zit hem in de manier waarop wij de rol van de wet zien. 
Voor ons dient de wet om een bepaald gezichtspunt vast te leggen van waaruit het leven van de mensen wordt geregeld. Zo handhaven we onze verbondenheid met al onze tradities en gewoonten, hoe extreem die in de ogen van anderen ook mogen lijken.
    Wanneer we in landen zijn die op cultureel, wettelijk en religieus gebied radicaal verschillen van het onze, zien wij het als een erezaak om ons te vertonen als een karikatuur van onszelf. En we zijn trots op ons vermogen onze gewoonten te verdedigen in zo’n andere omgeving. Daarbij vergeten we gemakshalve dat we dat alleen kunnen doen omdat die landen veel vrijheid toestaan aan alle buitenlanders.

    Twee volledig gesluierde islamitische vrouwen winkelen in Oxford street, Londen. – © Peter Hilz / HH
    Twee volledig gesluierde islamitische vrouwen winkelen in Oxford street, Londen. – © Peter Hilz / HH

    Vroeger verboden veel van onze geleerden ons categorisch om naar het Westen te reizen, tenzij het echt niet anders kon, bijvoorbeeld voor een medische behandeling. Na die periode hebben 
we hartstochtelijke discussies gevoerd over de verschillende varianten van de sluier, waarbij elke stroming de ene of de andere variant tot zijn banier verhief. Vandaar dat de kwestie van de hidjab (sluier die de haren bedekt) of de nikab (gezichtsbedekkende sluier) van het grootste belang is geworden om een identiteit te bepalen, een identiteit 
die je koppig, onwankelbaar dient te verdedigen, zelfs in landen waar dat associaties oproept met terrorisme en wordt gezien als een symbool van de onderwerping van de vrouw aan het mannelijke gezag.

    Dat is het resultaat van onze overdrijvingen op dat gebied. Iedereen weet nog hoe de taliban Afghaanse vrouwen behandelden, die met de dood bedreigd werden als ze geen sluier wilden dragen. Ook kreeg de rest van de wereld het idee dat vrouwen die een sluier dragen, deze willen gebruiken om een terroristische aanslag te plegen. Deze negatieve reactie is niet alleen in het Westen merkbaar, maar ook bij bepaalde moslims. Denk bijvoorbeeld aan Rula Ghani, de vrouw van de Afghaanse president Ashraf Ghani, die het Franse verbod op de gezichtsbedekkende sluier steunde. (Al is het waar dat zij een Libanese christelijke vrouw is.)

    Nu moeten we met grotere openheid tegenover de verschillende standpunten en vanuit een rationalistische benadering gaan werken aan een nieuwe, bij deze tijd passende, interpretatie van de teksten over de sluier; daarbij gaat het erom de waardigheid van de islamitische vrouw te bewaken en haar tegelijkertijd de mogelijkheid te bieden geaccepteerd te worden in andere samenlevingen en daar in vrijheid en op gelijke voet met de mannen te werken.

    Gebeurt dat niet, dan zal de vrouw geen andere keus hebben dan de sluier definitief af te doen dan wel zich in zichzelf terug te trekken en erin te berusten dat haar leven beperkt blijft tot een heel nauw kader. Ik hoop dat dit zonder spanningen kan verlopen.

    Auteur: Mohammed Al Moziani
    Vertaler: Annemie de Vries

    Al-Hayat
    Saoedi-Arabië | dagblad | oplage 110.000

    ‘Het Leven’ is ongetwijfeld de meest toonaangevende krant van de Arabische diaspora en het favoriete podium voor liberale Arabieren die een groot publiek willen bereiken. De krant neigt naar pro-westerse en pro-Saoedische berichtgeving, maar staat ook open voor andere meningen.

  • De Arabische man verkeert in crisis

    De Arabische man verkeert in crisis

    Uit nieuw onderzoek blijkt 
dat veel Arabische mannen lijden aan stress en depressie. Hun chauvinisme zou wel eens aangedreven kunnen worden door een gevoel van zwakte, niet van kracht.

    Ahmed woont in Caïro en heeft zijn vrouw toestemming gegeven om buitenshuis te werken. ‘Eerst wilde ik dat ze thuisbleef, maar het lukte haar om de kinderen op te voeden, voor het huishouden te zorgen en toch nog tijd over te houden om te gaan werken,’ zegt hij. Toch is hij daar kennelijk niet echt van onder de indruk. ‘Natuurlijk blijf ik als man wel de hoofdkostwinner. Dat kunnen vrouwen gewoon niet, volgens mij.’

    Dat is de algemene opvatting in deze regio, waar mannen nog steeds de dienst uitmaken in het gezin, in het parlement en op kantoor. Het chauvinisme komt tot uiting in de wetgeving, waarin vrouwen worden behandeld als tweederangsburgers. Onlangs verscheen een rapport van de VN en lobbyorganisatie Promundo over een onderzoek naar de kijk van Arabische mannen 
op de relatie tussen man en vrouw. 
Volgens dat onderzoek vindt 90 procent van de mannen in Egypte dat de man het laatste woord hoort te hebben bij de beslissingen in het huishouden, en dat vrouwen de meeste huishoudelijke taken moeten uitvoeren.

    Minstens twee derde van deze mannen meldt zich grote zorgen te maken om de veiligheid en het welzijn van hun gezin. In Egypte en Palestina zeggen de meeste mannen dat ze last hebben van stress of depressie als gevolg van een gebrek aan werk of inkomen

    Geen verrassing, tot nu toe. Maar het onderzoek werpt wel nieuw licht op de worsteling van de Arabische mannen in de vier landen waar het is gehouden (Egypte, Libanon, Marokko en Palestina) en laat zien hoe die worsteling de ontwikkeling naar meer gelijkheid belemmert. Minstens twee derde van deze mannen meldt zich grote zorgen te maken om de veiligheid en het welzijn van hun gezin. In Egypte en Palestina zeggen de meeste mannen dat ze last hebben van stress of depressie als gevolg van een gebrek aan werk of inkomen. De cijfers over de gemoedstoestand van vrouwen zijn nog ernstiger, maar volgens dit onderzoek verkeren Arabische mannen in een ‘mannelijkheidscrisis’.

    Arabische mannen verzachten hun patriarchale houding niet, integendeel: ze klampen zich eraan vast. In alle landen behalve Libanon denken jongere mannen niet wezenlijk anders over sekserollen dan oudere mannen. Daar kunnen verschillende redenen voor zijn, maar volgens het rapport zou het feit dat jonge Arabische mannen moeite hebben om werk te vinden, zich een huwelijk te veroorloven en de status van kostwinner te krijgen, zich wel eens tegen mondige vrouwen kunnen keren. Met andere woorden, mannelijk chauvinisme zou wel eens aangedreven kunnen worden door een gevoel van zwakte, niet van kracht.

    Mannen en vrouwen gebroederlijk naast elkaar bij de bibliotheek van Alexandrië. – © Soeren Stache / HH
    Mannen en vrouwen gebroederlijk naast elkaar bij de bibliotheek van Alexandrië. – © Soeren Stache / HH

    Een andere verklaring is dat het religieus conservatisme dat overal heerst, de mannen wantrouwig maakt tegenover nieuwerwetse vrijheden. Islamitische geestelijken zijn voorstander van quwamah, een soort voogdijschap dat mannen gezag geeft over vrouwen. In conservatieve landen als Saoedi-Arabië is dit officieel beleid. Maar de opvatting leeft ook in relatief liberale delen van de Arabische wereld, zoals Marokko, waar 77 procent van de mannen vindt dat het hun plicht is om het voogdijschap te voeren over vrouwelijke familieleden.

    In zo’n sfeer komt geweld tegen vrouwen, al dan niet seksueel, veel voor. 
In de vier landen waar het onderzoek werd gehouden, gaf 10 tot 45 procent van de mannen die ooit getrouwd waren geweest toe hun vrouw te hebben geslagen. Tussen 31 en 64 procent van de mannen gaf toe vrouwen op straat te hebben lastiggevallen. Minder dan de helft van de Marokkaanse mannen vindt dat verkrachting binnen het huwelijk strafbaar gesteld moet worden, de meesten vinden dat een echtgenote verplicht is seks te hebben als haar man dat wil. Zo’n 70 procent van de Egyptische mannen staat nog steeds positief tegenover vrouwenbesnijdenis.

    Overigens keurt ook meer dan de helft van de Egyptische vrouwen vrouwenbesnijdenis goed. Arabische vrouwen tonen in veel opzichten zelfs dezelfde opvattingen als de mannen. In Egypte en Palestina zegt meer dan de helft van de mannen en vrouwen dat een vrouw die verkracht is, met haar verkrachter moet trouwen. In minstens drie van de onderzochte landen zeggen meer vrouwen dan mannen dat een vrouw die zich provocerend kleedt, er zelf om vraagt lastig gevallen te worden. De meeste vrouwen in het onderzoek zeggen achter het idee van mannelijke voogdij te staan.

    Psychologische hulp

    Actievoerders hebben hard hun best gedaan om Arabische vrouwen aan te moedigen voor zichzelf op te komen. Maar ze hebben weinig gedaan om de houding van mannen te verzachten. Daar komt verandering in. Een van de ngo’s in de regio die het opnemen tegen de strenge mannelijkheidsnormen is het Libanese ABAAD; deze organisatie voert bewustwordingscampagnes en biedt psychologische hulp. De auteurs van het rapport, onder wie voormalig Economist-journalist Shereen El Feki, signaleren dat mannen relatief liberaler zijn geworden als het gaat om vaderschap en werkende vrouwen. Ze pleiten er ook voor dat jongens thuis en op school niet langer worden geslagen, want dat maakt de kans groter dat ze zelf later vrouwen zullen mishandelen.

    Uit onderzoeken blijkt dat grotere gelijkheid tussen man en vrouw de Arabische landen rijker en eerlijker zou maken – geëmancipeerde vrouwen verdienen meer. Toch komt daarvoor vanuit de overheid maar weinig steun, al is er wel iets veranderd aan sommige wetten die vrouwen achterstelden. ‘We hebben nog geen Justin Trudeau in de Arabische wereld,’ zegt El Feki, in een verwijzing naar de sexy premier van Canada met zijn feministische ideeën. Maar Libanon heeft onlangs wel voor het eerst in zijn geschiedenis een minister voor vrouwenzaken aangesteld – een man.

    Vertaler: Annemie de Vries

    The Economist
    Verenigd Koninkrijk | weekblad, | oplage 1.337.180

    Sinds jaar en dag de bijbel voor iedereen die zich interesseert voor internationaal nieuws. Liberaal, niet te verwarren met conservatief.

  • De mannenpil, een goed idee?

    De mannenpil, een goed idee?

    Een succesvol experiment met een anticonceptiepil voor mannen heeft het debat over de pil opnieuw doen oplaaien.

    JA

    Een experiment met een anticonceptiemiddel voor mannen is even effectief gebleken als de pil voor vrouwen. Toch zijn de proeven gestaakt vanwege bijwerkingen als depressie, verlaagd libido en acne. Vreemd, want de vrouwenpil heeft net zulke bijwerkingen, al kan die soms juist acne genezen. Andere bijwerkingen van de vrouwenpil zijn misselijkheid, hoofdpijn, gevoelige borsten, angstaanvallen, gewichtstoename en soms een afname van het libido.

    In haar boek Sweetening the Pill wijst Holly Grigg-Spall erop dat mannen geen vruchtbaarheidscyclus hebben, terwijl vrouwen elke maand maar zes dagen vruchtbaar zijn. Vrouwen nemen veel verantwoordelijkheid op zich voor die zes dagen, terwijl het voortdurende risico niet van hun eitjes komt maar van het altijd werkzame sperma. Juist omdat hormonale anticonceptiemiddelen bijwerkingen hebben, die van persoon tot persoon verschillen, zou een deugdelijk anticonceptiemiddel voor mannen een goed idee zijn.

    Als de ene partner de bijwerkingen onverdraaglijk vindt, kan de ander iets slikken. Als de ene partner lange tijd een hormonaal anticonceptiemiddel heeft ingenomen, kan die de andere partner vragen het over te nemen. Een mannenpil zou het idee van gedeelde verantwoordelijkheid bevorderen. En in het geval van seks en voortplanting is dat nog steeds hoognodig.

    Ik weet zeker dat veel mannen graag een hormonaal anticonceptiemiddel zouden slikken. Maar de markt is gewoon te weinig geïnteresseerd

    De vrouwenpil betekende seksuele vrijheid voor een dankbare wereld. Het duurde even voordat feministen beseften dat dit niet altijd in het voordeel van de vrouw was. Sindsdien spitst de discussie over een mannenpil zich toe op de vraag of een vrouw een man kan vertrouwen die zegt dat hij aan de pil is, omdat hij niet voor de gevolgen hoeft op te draaien. Bovendien zullen er bij losse seksuele contacten altijd andere middelen nodig zijn ter bescherming tegen soa’s. Hormonale anticonceptie voor beide seksen is in het gunstigste geval een doel in stabiele relaties.

    Toch lijkt die gedeelde verantwoordelijkheid nog ver weg. Dat de ontwikkeling van een effectief anticonceptiemiddel voor mannen pijnlijk traag verloopt, komt onder andere door een gebrek aan enthousiasme voor het idee. De markt loopt niet warm voor meer seksegelijkheid. Anders dan Grigg-Spall, die vreselijke bijwerkingen ondervond van haar pilgebruik, ben ik niet tegen hormonale anticonceptiemiddelen, ook al zijn ze riskant.

    Ik ben lange tijd de pil blijven gebruiken, tot ik er uiteindelijk niet meer tegen kon. Ik zou het prettig hebben gevonden als mijn partner mij had kunnen aflossen. Maar er was geen alternatief. Ik weet zeker dat veel mannen graag een hormonaal anticonceptiemiddel zouden slikken. Maar de markt is gewoon te weinig geïnteresseerd.

    Betrouwbare anticonceptie is een goede zaak voor de mensheid. Het wordt tijd dat de helft van die mensheid daar niet langer voor terugschrikt.

    Auteur: Deborah Orr in The Guardian

    Deborah Orr is columniste voor The Guardian. Eerder schreef 
ze columns voor The Independent en was ze hoofdredacteur van het Guardian Weekend Magazine.

    Links: Frankie Leach, rechts: Deborah Orr.
    Links: Frankie Leach, rechts: Deborah Orr.

    NEE

    Nu de medische wereld eindelijk een alternatief voor vrouwelijke anticonceptie aankondigt, hebben mannen al besloten dat het niks voor hen is. ‘Het is aan de vrouwen om zichzelf te beschermen.’ Let wel, om zichzelf te beschermen tegen HUN sperma. Ze zijn als proefpersoon gestopt na klachten over acne, verlaagd libido en bijna alle andere symptomen die vrouwen bij hormonale anticonceptie ondervinden.

    De meeste vrouwen zullen razend zijn over de hypocrisie van deze mannen. De anticonceptiepil was destijds eigenlijk voor mannen bedoeld, maar vrouwen kwamen met de brokken te zitten, zoals gewichtstoename en stemmingswisselingen. En kom me niet aan met het vrouwencondoom, want dat is alsof je een vettige plastic zak in je vagina duwt. Niet makkelijk. Niet sexy. Niet te doen.

    Een van de grootste angsten bij anticonceptie is de verantwoordelijkheid van het individu. Als vrouw moet je elke dag je pil slikken. Zou je mannen met die verantwoordelijkheid durven op te zadelen? Hoe belachelijk ik het als feministe ook vind om alle verantwoordelijkheid bij vrouwen te leggen, ik denk toch van niet. Hoe mooi het ook zou zijn om de lusten en lasten te kunnen delen, het lijkt me niet zo’n goed idee als je denkt aan onvolwassen tieners en dronken seksuele contacten.

    Ikzelf wist al hoe ik de pil moest innemen voordat ik wist hoe ik een jongen een condoom om moest doen

    Volgens een onderzoek van de Anglia Ruskin University zou de helft van de vrouwen er niet op vertrouwen dat mannen de mannenpil zouden innemen. Eén man reageerde als volgt op een artikel over anticonceptie voor mannen: ‘Ik hoor dat die voor 95 procent effectief is. Wil dat zeggen dat je bij elke twintig keer neuken een kind maakt? Niet zo’n goed idee, lijkt me.’

    Natuurlijk is deze figuur niet representatief voor alle mannen. Maar zijn reactie is wel een bewijs van de bevooroordeelde houding tegenover vrouwen als het om anticonceptie gaat. Vrouwen hebben vanaf hun veertiende geleerd anticonceptiemiddelen te gebruiken. Ikzelf wist al hoe ik de pil moest innemen voordat ik wist hoe ik een jongen een condoom om moest doen. De meeste vrouwelijke pilgebruikers van achter in de twintig zijn veteranen. Ze weten precies op welk moment hun restbloeding zal plaatsvinden, ze weten precies wat ze moeten doen als ze hebben overgegeven of een dag hebben overgeslagen.

    Het slikken van de pil of het gebruik van welk voorbehoedmiddel dan ook is een enorme verantwoordelijkheid. Gezien de reactie van mannelijke proefpersonen op de bijwerkingen van hormonale anticonceptie betwijfel ik of ze bestand zouden zijn tegen de enorme druk die het regelmatig innemen daarvan met zich meebrengt. Ik zou graag in een wereld leven waarin je erop kunt vertrouwen dat mannen anticonceptiemiddelen slikken, maar gezien de reacties van sommige mannen lijkt die me nog ver weg.

    Auteur: Frankie Leach voor The Huffinton Post

    Frankie Leach is Labour-activiste en feministe. 
Ze studeert aan de Manchester Metropolitan University.

    Vertaler van beide stukken: Peter Bergsma

  • Duurzame liefde

    Duurzame liefde

    Laurie Penny (dertig en single) heeft haar twijfels over het huwelijk en moederschap. Denk nou niet meteen: Ze kan zeker niemand krijgen, maar volg haar redeneringen.

    Susan B. Anthony is nooit getrouwd. Deze voorvechtster van het vrouwenstemrecht, van burgerrechten voor iedereen, en van de afschaffing van de slavernij voorzag in 1877 dat ‘ten behoeve van de overgang die de vrouw doormaakt van ondergeschikt naar onafhankelijk, er een periode dient aan te breken met zelfstandige, in de eigen behoeften voorzienende huishoudens’, hetgeen ‘onontkoombaar’ zal leiden tot ‘een tijdperk van alleenstaande vrouwen’.

    Zeven generaties later hebben we dat misschien eindelijk bereikt. Meer vrouwen dan ooit tevoren wonen alleen of zonder partner, en de vraag die nu weer wordt gesteld is niet hoe we een beter huwelijk kunnen krijgen, maar of we überhaupt wel een huwelijk willen.

    Bevrijding

    Twee recente boeken van Amerikaanse journalisten hebben het sinds lange tijd uitgedoofde debat aangewakkerd over het huwelijk, het partnerschap, en de enorme hoeveelheid werk die met dit alles gepaard gaat, en over de vraag of dat wel de moeite waard is voor vrouwen die hun persoonlijke onafhankelijkheid hoger achten dan de afbrokkelende zekerheid van het tweemanschap. All the Single Ladies van Rebecca Traister vestigt de aandacht op de groeiende macht van partnerloze vrouwen in de Verenigde Staten, en de bedreiging die dat betekent voor de sociaaleconomische status quo. Labor of Love van Moira Weigel richt zich op het feit dat wat voor liefde en toekomst doorgaat, voor veel vrouwen in feite neerkomt op hard werken: eindeloze arbeid, organisatorisch, huishoudelijk en emotioneel werk zonder begrenzing of beloning – terwijl dit veel facultatiever is dan de maatschappij ons wil doen geloven. ‘Leven als single vrouw is geen beperking’, schrijft Traister, ‘maar het tegenovergestelde: een bevrijding.’

    Allerlei onderzoeken hebben aangetoond dat het de mannen zijn, niet de vrouwen, die het meest gebaat zijn bij het huwelijk en een langdurig partnerschap

    Deze boeken hadden voor mij niet op een beter moment kunnen komen. Ik vond het moeilijk om mijn toenemende bezorgdheid onder woorden te brengen over het feit dat ik al tegen de dertig liep en nog steeds geen behoefte had om me te settelen en een traditioneel gezin te stichten. Ik had zo onbevooroordeeld mogelijk gewacht op de plotselinge neodarwiniaanse neiging om me te verenigen en te vermenigvuldigen. Maar daar is het nog steeds niet van gekomen. Ondanks de niet onaanzienlijke sociale druk, ben ik gelukkig zoals ik ben.

    Uit de serie Everlasting. – © Annabel Oostewegel
    Uit de serie Everlasting. – © Annabel Oostewegel

    Ik ben heel tevreden met het feit dat mijn werk, mijn politieke overtuigingen, mijn sociale omgeving en mijn boeken net zo belangrijk voor me zijn als degene met wie ik toevallig een relatie heb. Ik hou van kinderen, maar niet zo veel dat ik het werk, de pijn, de zorgen en de gemiste kansen die ze met zich meebrengen ervoor overheb – nu niet, en misschien wel nooit. Ik woon in een commune, ik date met meerdere mensen, en ik ben carrièregericht. Ik heb altijd gedacht – omdat men dat altijd tegen me zei – dat dit een fase was die ik doormaakte.

    Door deze twee boeken heb ik ingezien dat trouwen en kinderen krijgen altijd al heel laag op mijn prioriteitenlijst hebben gestaan, en dat ze er zelfs bijna van geschrapt worden. Er zijn gewoon te veel andere dingen die ik wil doen. Ik heb een keuze gemaakt die mannen van mijn leeftijd eeuwenlang hebben kunnen maken zonder daarop te worden aangekeken door de maatschappij, of zelfs zonder er maar over na te hoeven denken, en daar is op zich niets radicaals aan. De mogelijkheid dat miljoenen vrouwen en masse dezelfde keuze maken is echter wel een dreigend vooruitzicht.

    Nu vrouwelijke auteurs wereldwijd voor het eerst in generaties eerlijk zijn over de bedenkingen die ze heimelijk over het huwelijk en het moederschap hebben, wordt eindelijk duidelijk hoe veel werk er met beide zaken gemoeid is. Het kernbegrip daarbij is ‘emotionele arbeid’. Emotionele arbeid, aldus Weigel, is niet alleen schoonmaken, koken en snotneuzen afvegen, maar ook de organisatie van het huishouden, van relaties, het plannen van het huwelijk en de vruchtbaarheid, de aandacht voor verjaardagen en feesten, het sussen van stress, aandacht voor voedselallergieën – kortom alles wat nodig is om mensen op huiselijk niveau tevreden te houden.

    Iemand moet dat doen, en vrouwen zijn daar al zo lang mee belast dat het vanzelfsprekend lijkt, onzichtbaar is geworden door de aanname dat het alleen maar logisch is dat vrouwen en meisjes dat soort dingen doen, dat God, of anders de natuur, ze daarvoor heeft geschapen, en soortgelijk pseudowetenschappelijk vaag gewauwel. Het idee dat dat misschien helemaal niet zo is, en dat we er bovendien meer dan genoeg van hebben om dat ondankbare werk gratis en voor niets te moeten doen, is een heftige bedreiging voor de soepel draaiende maatschappij zoals we die kennen.

    Emotionele arbeid

    Het is zeer goed mogelijk dat degenen die de emotionele en huiselijke arbeid verrichten vervreemd raken van de producten van die arbeid, vooral als er zo weinig compensatie tegenover staat. Emotionele en huiselijke arbeid is werk, en vrouwen hebben al veel te lang genoegen genomen met slechte werkomstandigheden.

    Ik wist dat de discussie over emotionele arbeid gemeengoed was geworden toen ik die term op de cover zag van Psychologies, een glossy vrouwentijdschrift dat niet bepaald bekendstaat als een feministisch kanaal. ‘Wie doet het werk in jullie relatie?’ stond er, met daarnaast een foto van Beyonce, die onlangs een album uitbracht waarop ze eiste dat haar man zijn leven moest beteren ‘or you’re gonna lose your wife’, plus een paar gecodeerde dreigementen om de regering ten val te brengen. Bey heeft blijkbaar een ontwikkeling doorgemaakt sinds ‘All the single ladies / put a ring on it’, en dat geldt voor iedereen.

    ‘De revolutie,’ verklaart Traister, ‘heeft te maken met het uitbreiden van keuzemogelijkheden, met het opheffen van de dwang die eeuwenlang bijna alle vrouwen de snelweg op heeft gestuurd naar een heteroseksueel huwelijk op jonge leeftijd en het moederschap.’ Als huwelijk en partnerschap niet zozeer als werk maar als vrijwillig werk worden geherformuleerd, werpt dat voor meisjes en vrouwen die overwegen om zich te settelen reële vragen op. Is het dat wel waard? Is iets wat, zelfs als je geluk hebt, zal uitdraaien op een leven van huiselijk geregel tegen een beperkte beloning een te hoge prijs die moet worden betaald? Wil je echt jarenlang zorgen voor kinderen en een partner terwijl het al moeilijk genoeg is om voor jezelf te zorgen?

    Het is nog niet zo lang geleden dat het huwelijk de enige optie was voor vrouwen die financiële zekerheid, wettige kinderen, maatschappelijk aanzien en min of meer regelmatige seks wilden. Onze voormoeders hebben gevochten om dat alles te kunnen krijgen zonder de ketenen van het partnerschap, en tegenwoordig wegen de voordelen van het huwelijk en monogamie steeds minder op tegen de nadelen.


    Allerlei onderzoeken hebben aangetoond dat het de mannen zijn, niet de vrouwen, die het meest gebaat zijn bij het huwelijk en een langdurig partnerschap. Mannen die trouwen zijn over het algemeen gezonder en gelukkiger dan alleenstaande mannen. Getrouwde vrouwen daarentegen waren niet beter af dan hun alleenstaande tegenhangers. Gescheiden mannen willen twee keer zo graag hertrouwen als vrouwen. Dat is misschien de verklaring waarom vrouwen, en niet mannen, van jongs af aan in de richting van een partnerschap moeten worden gemanoeuvreerd.

    Het zijn de meisjes, niet de jongens, die wordt geleerd om zich voor te bereiden op het huwelijk, om zich een toekomst als echtgenote en moeder voor te stellen, om bang te zijn ‘de boot te missen’. ‘Vrijgezel’ is een respectvolle term, maar ‘ouwe vrijster’ is een scheldwoord, en de romantische propaganda is gericht op vrouwen, niet op mannen. Overal, van Hollywood tot reality-tv en de ingezonden brieven in de kwaliteitskranten, is het een algemeen erkende waarheid dat een alleenstaande vrouw, over wat voor middelen ze ook beschikt, beslist een man nodig heeft.

    Jane Austen schrijft geen romantische verhalen. Het is pure horror

    Of niet? Ik heb Jane Austen, wier beroemde aforisme ik zojuist verbasterde, altijd geminacht, totdat ik vorig jaar in de trein zat en behalve Emma niets te lezen bij me had. Toen drong iets tot me door wat ik me tijdens mijn literatuurstudie nooit heb gerealiseerd: dat Jane Austens beroemde romans over romantiek in de bosschages van landgoederen en de benauwende koppelpogingen veel beter te begrijpen zijn als je je realiseert dat al haar belangrijkste personages zwaar gedeprimeerd en financieel wanhopig zijn. De reden dat haar middle-classheldinnen zo gefixeerd zijn op het huwelijk komt doordat ze geen zinvol alternatief hebben: zonder geschikte partner zijn ze overgeleverd aan armoede, schande en sociaal isolement. Het zijn geen romantische verhalen. Het is pure horror. Ik was meteen verkocht en verslond binnen drie weken haar hele oeuvre.

    De boeken van Jane Austen worden nog steeds gelezen als dwaze, onnozele verhalen voor en over dwaze, onnozele vrouwen, maar er staat erg veel voor ze op het spel. Austen, die zelf nooit getrouwd is geweest, schrijft over vrouwen in een kooi die is gemaakt door mannen en zo goed mogelijk proberen te overleven, en dat is precies waarom haar verhalen zo spannend en – althans voor mij – zo beangstigend zijn.

    De oprechte angst en zorgen van vrouwen over huwelijk en samenwonen zijn altijd op exact dezelfde manier afgedaan: als iets onbelangrijks wat de moeite van het openlijk bespreken niet waard was. Maar het gaat om wezenlijke, diepgewortelde zaken met betrekking tot macht en werk, en dat is nog steeds zo in deze moderne tijd, waarin vrouwen gelukkig meer mogelijkheden hebben dan rond 1810.

    Vijf maal zo veel kans op armoede

    Tegenwoordig staan vrouwen die single zijn steviger in hun schoenen dan ooit tevoren, maar toch moet er een prijs worden betaald als je ervoor kiest om alleen te blijven. Niet alleen omdat het stressvol is om in je eentje door de onbekende wateren van het leven te navigeren, en omdat het moeilijk is de jarenlange conditionering ongedaan te maken waardoor we diep in ons ontvankelijke hart zijn gaan geloven dat het leven zonder partner gelijkstaat aan doffe ellende, maar het heeft ook te maken met geld.

    Meer dan de helft van alle Amerikanen die het minimumloon of minder verdienen zijn alleenstaande vrouwen, en alleenstaande moeders hebben vijf maal zoveel kans om in armoede te leven als getrouwde moeders. Dat wordt gezien als bewijs dat je als vrouw beter getrouwd kunt zijn, terwijl het eigenlijk een signaal zou moeten zijn dat de maatschappij meer moet doen om de keuzes van vrouwen te steunen, zoals mannen eeuwenlang in hun keuzes zijn gesteund.

    Als vrouwen massaal zouden afzien van trouwen en samenwonen, zou de maatschappij op zijn economische en sociale grondvesten staan te schudden. Dat is in feite nu al het geval. Het kapitalisme heeft kans gezien om de massale toestroom van vrouwen op de traditioneel mannelijke arbeidsmarkt op te vangen door de lonen te verlagen, maar de vraag hoe huishoudens moeten worden gerund en kinderen worden grootgebracht is nog niet beantwoord.

    De algemene zorgen over het lage geboortecijfer onder blanke middle-classvrouwen wordt slechts geëvenaard door de hysterie over de zwarte working-classmigrantenvrouwen die ‘te veel’ kinderen krijgen – de pogingen van de neoconservatieven om rijke blanke vrouwen door intimidatie, dreigementen of vleierij weer achter het aanrecht en de kinderwagen te krijgen, hebben net zo veel te maken met racistische paniek als met het herstellen van een maatschappelijk systeem dat vroeger alleen in het voordeel was van mannen.


    ‘Single vrouwen nemen ruimte in in een wereld die niet voor hen is gemaakt’, concludeert Traister. ‘Als we succesvol willen zijn, moeten we ruimte maken voor vrije vrouwen, moeten we onze economische en sociale systemen aanpassen, de systemen die zijn ontworpen op basis van de aanname dat vrouwen eigenlijk niet meetellen, behalve wanneer ze getrouwd zijn.’ Traister ziet wel voor zich dat single vrouwen zullen verlangen dat de steun die een echtgenoot vroeger leverde nu van overheidswege beschikbaar wordt gesteld. ‘Als single vrouwen van de overheid verlangen dat die hun ambities, keuzes en onafhankelijkheid steunt door middel van een beter beleid’, schrijft ze, ‘dan laten ze zich daardoor alleen maar gelden als burgers op een manier waarop Amerikaanse mannen dat generaties lang hebben gedaan.’ En dat geldt overal ter wereld: de bevrijding van vrouwen van de verplichte huishoudelijke en emotionele arbeid opent de weg naar een vrijheid waarvan vroegere generaties alleen maar hebben kunnen dromen, en we zijn het aan hen verplicht om die vrijheid serieus te nemen.

    En wat als vrouwen ondanks deze opties toch kiezen voor het huwelijk of een partnerschap? Dan weten ze in elk geval dat ze hun keuze in alle vrijheid hebben gemaakt. Als een partnerschap niet meer verplicht is, wordt het alleen maar bijzonderder. Volgende week gaat een van mijn partners trouwen en ik ben deze week naar zijn vrijgezellenavond geweest. Ik ben blij voor hem en voor zijn verloofde, aan wie ik toestemming heb gevraagd om haar in dit artikel te vermelden. Ik ben dol op bruiloften. Ik vind het geweldig als mensen van wie ik hou samen een toekomst opbouwen, en ik vind het heerlijk om me mooi aan te kleden en samen met hun rare familieleden dronken te worden van goedkope champagne. Er zijn weinig dingen die ik leuker vind dan een weekendgast zijn op een bruiloft – maar ik geloof tegelijkertijd in het ontmantelen van de maatschappelijke en economische instituten van het huwelijk en het gezin.

    De liefde moet bevrijd worden van de ketenen van het traditionele kerngezin en het monogame huwelijk

    Ik geloof in dat alles: niet ondanks maar dankzij mijn teergevoelige hart. Ik ben een romantica. Ik vind dat de liefde bevrijd moet worden van de ketenen van het traditionele kerngezin en het monogame huwelijk, net als vrouwen. De intiemste, uitputtendste aspecten van de menselijke arbeid verstoppen in een mierzoet pakje versierd met hartjes en bloemen, dit bestempelen als liefde en er vervolgens van uitgaan dat vrouwen die arbeid gratis en zonder bedankje zullen uitvoeren, is volgens mij het tegenovergestelde van romantiek.

    In de echte wereld is de liefde misschien wel de enige echt oneindige en duurzame energiebron die we hebben, en het is de hoogste tijd dat we meer mogelijkheden krijgen. Ik wil die niet alleen voor mezelf, maar voor iedereen, en niet alleen omdat ik een feministe maar ook omdat ik een romantica ben: het is de enige manier waarop we elkaar op een dag eindelijk als echte gelijken kunnen ontmoeten en beminnen.

    Onze persoonlijke keuzes blijven echter een politiek aspect houden. Als je als vrouw niet wilt voldoen aan de traditionele eisen van de liefde en het huwelijk, heeft dat niet alleen met het inrichten van je leven te maken, maar ook met arbeid. Het is niet ondenkbaar dat vrouwen, voor wie de arbeidsomstandigheden altijd ronduit slecht zijn geweest, nog eens zullen gaan staken, en dat zal een staking zijn die zijn weerga niet kent. Een wijdverspreide staking, in elk huishouden en in elk hart. Net zoals bij gewone stakingen is daarvoor een bewustwording en een zekere solidariteit onder de stakers vereist, en dat zal zeker zijn tol eisen. Maar dat is de manier waarop de vrijheid kan worden bevochten.

    Auteurs: Laurie Penny
    Vertaler: Lidwien Biekmann

    New Statesman
    Verenigd Koninkrijk, weekblad, oplage 23.900

    Sinds 1913 hét tijdschrift voor de Britse linkse intelligentsia. Bekend om zijn diepteanalyses en stevige maatschappijkritiek. In de columns en andere opiniërende stukken stelt het blad zich ook open voor andere dan linkse geluiden.

  • Hoe het is om een single van 60 te zijn

    Hoe het is om een single van 60 te zijn

    Alleen op vakantie? Ten dode opgeschreven. Overblijven als ouwe vrijster? Een Afschrikwekkend Voorbeeld. Helen Walmsley-Johnson (zestig en single) maakt brandhout van alle rolbevestigende vooroordelen. 
Ze vindt zichzelf opnieuw uit en ontdekt dat het een zegen is om ‘droog te staan’.

    In 2001, toen mijn kinderen volwassen waren en hun eigen leven hadden, pakte ik mijn boeltje en verhuisde naar Londen. Je spullen ergens opslaan en opnieuw beginnen is niet iets wat gescheiden vrouwen van middelbare leeftijd geacht worden te doen. Tenminste, niet als je afgaat op wat andere mensen daarover te zeggen hadden. In zekere zin snapte ik wel wat ze bedoelden. Ik had het studentenleven en het daarmee gepaard gaande bestaan van kamerbewoner gemist en koos er nu voor om me in het kleinste slaapkamertje te wurmen van een rijtjeshuis in Oost-Londen dat ik met vijf onbekenden zou delen.

    Na een half jaar begonnen de eindeloze schoonmaakroosters, ijskastoorlogen en het delen van de badkamer me zwaar te vallen. Het enige lichtpuntje in deze duistere periode was een donker huis bij thuiskomst: dat betekende dat ik het huis voor mezelf had. Alle glans was inmiddels van het op kamers wonen af, maar ik was weer op de been, had mijn carrière op stoom gebracht en wist dat ik in Londen wilde blijven, althans, in de nabije toekomst.

    Toen ik op een zaterdag op zoek ging, vond ik een piepklein betaalbaar appartementje aan de rand van Blackheath, en daar bleef ik veertien jaar wonen, langer dan ik ooit eerder ergens heb gewoond. Een jaar later werd ik gedumpt door de vriend met wie ik vier jaar samen was geweest omdat ik ‘te onafhankelijk’ was, en kwam ik, zoals dat geloof ik heet, ‘droog te staan’. Ik zou het liever een zegen noemen.

    Het was maar goed dat ik in Londen woonde toen we uit elkaar gingen, want daar trok niemand zich een moer van de etiquette der singles aan

    Het was niet gemakkelijk om het ideaalbeeld van de vrouw dat ik in mijn jeugd voorgehouden kreeg los te laten. Evenals de dogma’s uit de jaren vijftig en zestig die me hadden voortgeduwd op het traditionele pad van school, werk, een echtgenoot, kinderen en daarna… ja, wat daarna? Wat heb je daarna nog om naar uit te kijken? Zulke waarden horen bij een ander tijdperk, een tijdperk waarin niet 46 procent van de huwelijken eindigt in een scheiding. Hoe pijnlijk die klap in mijn gezicht ook was: daardoor werd ik op een spoor gezet dat ik beter vroeg dan laat kon volgen.

    Het was ongetwijfeld maar goed dat ik in Londen woonde toen we uit elkaar gingen, want daar trok niemand zich een moer van de etiquette der singles aan, en in een sociale groep maakte het niet veel uit wat je was. Het was een groot voordeel dat er in Londen zo veel te doen was, zo veel dat het me soms duizelde, hoewel ik al snel merkte dat je je in een kamer of een stad vol mensen heel eenzaam kunt voelen. Ik merkte dat bepaalde dingen die ik als helft van een stel leuk had gevonden in mijn eentje minder aanlokkelijk waren.

    Tochtig tafeltje

    Zo was het ongemakkelijk om in je eentje naar een restaurant te gaan. Oudere alleenstaande vrouwen met een bescheiden inkomen waren nergens welkom. Als we alleen aan een tafel voor twee zitten, vaak met een boek voor onze neus (de traditionele verdediging van de single), is dat niet goed voor de winstmarge. Als ik niet zo koppig was geweest, zou ik het waarschijnlijk hebben opgegeven – je krijgt er op een bepaald moment genoeg van om altijd aan een tochtig tafeltje naast de toiletten te worden geparkeerd.

    Dat ging zelfs aan het begin van de jaren nul nog zo: theaters deden moeilijk als je maar één kaartje wilde kopen, alleengaande reizigers werden hard aangepakt met dure toeslagen en verkopers vroegen nog steeds of ze je man konden spreken. Vrouwen mochten volgens het Hof van Beroep pas sinds 1987 officieel worden toegelaten in pubs – verbijsterend, maar waar. Het enige wat in de tussenliggende jaren is veranderd is dat niemand er meer van uitgaat dat je een man hebt die namens jou de beslissingen neemt.

    Het belangrijkste praktische probleem waarmee ik te maken kreeg was geld, en dat is het nog steeds. De economie is niet afgestemd op singles, en als je niemand hebt om de kosten mee te delen, drukt de verantwoordelijkheid zwaar. Gelukkig was mijn appartementje een verademing na de strijd die ik als single vrouw dagelijks moest leveren, een plek waar ik me niet hoefde te verantwoorden, tegendraads hoefde te zijn of mezelf moest verontschuldigen.

    Af en toe was ik wel bang. Als sirenes boven het gezoem van Londen uitkwamen of de man in het souterrain schreeuwde dat hij de mieren die zijn keuken teisterden in de fik ging steken, kon ik niet slapen. In de film Big zit een scène waarin het personage dat gespeeld wordt door Tom Hanks – een kind in het lichaam van een man – ineengedoken op een vreemd bed in een vreemde omgeving ligt, naar geluiden luistert die hij niet begrijpt, en huilt van verdriet en angst. Daar kan ik niet naar kijken. Ik had nooit eerder zó op mezelf gewoond en nooit eerder alles zelf moeten doen. Ik wist niet waar ik de motivatie vandaan moest halen.

    In de jaren daarna ging me dat beter af. Ik overleefde met veel tranen maar vol goede moed een grillige periode van dreigende kanker. Ik hield de mensen die om me gaven tevreden door zo nu en dan te flirten met de gedachte om met iemand te gaan daten, en zo nu en dan flirtte iemand met mij, zoals de tachtigjarige acteur die mij wel zag zitten en heel charmant en grappig was, tot hij toesloeg en mijn gezicht begon af te lebberen.

    Dat lebberen was op zich trouwens nog niet eens zo onprettig, maar ik kon me niet over het feit heen zetten dat hij ouder was dan mijn vader. Dat was meteen een antwoord op iets wat ik me altijd heb afgevraagd: of ik voor het geld met iemand zou kunnen gaan samenwonen (de financiële afgrond is een constante nachtmerrie voor pensioenloze vrouwen zoals ik die leven van frisse lucht en zorgen).

    Dit werd enkele maanden later nog eens bevestigd toen ik uit eten ging met een advocaat die ongeveer dertig seconden nadat ik bij hem op de bank zat in de keuken verdween en terugkwam in de allerkleinste zwarte onderbroek die ik ooit had gezien en met twee bekers koffie. Lachen? Ja, dat was natuurlijk lachen, maar helaas was het geen grap. Bij een andere gelegenheid hield een zeer leuke heer het tijdens een diner uit tot de zabaglione, maar barstte toen in schuldbewuste tranen uit vanwege zijn echtgenote, die nieuw voor mij was.


    ik begon me af te vragen waarom ik zo’n groot deel van mijn tijd doorbracht met mannen die op zoek waren naar een veredelde huishoudster

    Ik vond het vleiend om mee uit te worden gevraagd, misschien was het een erkenning en geruststelling dat ik ‘nog steeds’ vrouwelijk was, maar ik begon me wel af te vragen waarom ik zo’n groot deel van mijn tijd doorbracht met mannen die ondanks de afwezigheid van de kleinst waarneembare vonk toch seks met mij wilden en eigenlijk gewoon op zoek waren naar een veredelde huishoudster. Het voelde alsof ik weer terug was bij af en net als vroeger een echtgenoot aan de haak probeerde te slaan; God verhoede dat ik dat allemaal nog eens moest doorstaan.

    Na verloop van tijd, en zonder dat ik het echt merkte, begonnen mijn prioriteiten te verschuiven, en kwam de motivatie die ik zo moeilijk had kunnen vinden weer terug, waardoor mijn leven veranderde: ik maakte me minder druk over wat andere mensen dachten en over hoe zij vonden dat ik me moest gedragen en moest leven. Ik begon mezelf een stuk leuker te vinden: ik deed wat ik wilde doen, ik verzon geen uitvluchten en ik probeerde mijn leven leuker te maken. Ik bedacht dat het inderdaad wel prettig zou zijn als ik iemand vond om mee op te trekken, iemand die van dezelfde dingen hield als ik, maar was ik ook bereid om daar grote compromissen voor te sluiten en mezelf op de veemarkt van het internetdaten te begeven? Nee, dat niet.

    Uit de serie Everlasting. – © Annabel Oostewegel
    Uit de serie Everlasting. – © Annabel Oostewegel

    Toen ik eenmaal zo ver was gekomen, vond ik het leven als single in Londen niet deprimerend meer, maar eerder een interessante uitdaging. Ik had mijn eigen leven in de hand en ik hoefde aan niemand verantwoording af te leggen, alleen aan mezelf. Ik was er niet langer mee bezig dat ik alleen was en niet iemands wederhelft. In restaurants weigerde ik om ‘in de hoek’ te worden gezet. Ik bemachtigde kaartjes voor voorstellingen die ik wilde zien, ik ging in m’n eentje naar feestjes en in m’n eentje weer naar huis. Wat andere mensen onverdraaglijk en vereenzamend vonden, vond ik juist bevrijdend.

    Ik ontwikkelde strategieën om onder sociale adoptie door goedbedoelende mensen uit te komen. Soms ging er weleens iets mis, maar dan kon ik dat met geduld oplossen en verder gaan.

    De eerste keer dat ik alleen op vakantie ging, nam ik een appartement op een rustig, groen eiland in de Egeïsche Zee (last minute, geen toeslag). Mijn ex-vriend waarschuwde me voor allerlei verschrikkelijke gevaren, alsof ik een klein kind was. Volgens hem was ik zo ongeveer ten dode opgeschreven. De eerste dag was beangstigend, maar een week later op de veerboot naar Piraeus moest ik een traan wegpinken toen ik Poros zag vervagen tegen de onvergetelijke blauwe bergen.

    Het cadeau dat ik van die vakantie mee naar huis nam, was de wetenschap dat ik opgewassen was geweest tegen alles wat ik die week had meegemaakt. Ik had geleerd om op mezelf en mijn veerkracht te vertrouwen, en dat de wereld niet verging als ik geen oploskoffie of zacht wc-papier had. Voor een vrouw van mijn generatie is dat heel wat. Sindsdien ben ik elk jaar alleen op vakantie gegaan. En die solovakanties hebben me veel meer gebracht dan vakanties als onderdeel van een stel.

    Celibataire brij

    Ik wou dat ik er niet zo lang over had gedaan om dat allemaal te ontdekken, maar toen ik als meisje opgroeide in de jaren vijftig en zestig werd ik voorbereid op een leven van bescheiden vrouwelijkheid en op de zorg voor mijn toekomstige man en kinderen, waarbij ik zelf op de laatste plaats kwam (‘Niemand let op je, schat’). Mijn moeder noemde een ouwe vrijster die bij ons in de buurt woonde een Afschrikwekkend Voorbeeld – een soort onmens. Geen echtgenote en geen moeder, dus wat was dan haar doel in het leven? Met zulke ingesleten overtuigingen verbaast het me niet dat mijn vader niets begreep van mijn ongehuwde staat en vond dat ik ‘iemand’ nodig had die voor me kon zorgen. Met andere woorden: dat ik niet voor mezelf kon zorgen.

    Achteraf gezien, en door mijn eigen ervaringen, ben ik er niet meer van overtuigd dat het huwelijk een spijkerharde garantie is op ‘geluk’, en dat geldt ook voor samenwonen. Het zal er sterk van afhangen wie je uitkiest om mee te trouwen of mee samen te wonen, maar hoe komt het dat we, als we op een gegeven moment geen relatie meer hebben, wanhopig op zoek gaan naar een opvolger? Wat is er mis met een tijdje proberen de kunst te begrijpen van dat mysterieuze ‘lekker in je vel zitten’?

    Daarbij wordt natuurlijk om de celibataire brij heen gedraaid, maar zoals de fictieve detective Aurelio Zen zegt als hem wordt gevraagd of hij niet van seks houdt: ‘Jawel hoor, ik heb er zeer goede herinneringen aan.’ Bovendien kunnen prioriteiten veranderen, net als de dingen waar je blij van wordt. Waarom zou je je daartegen verzetten?

    Is er iemand nieuwsgierig naar mijn klaarblijkelijk celibataire bestaan? Niet echt. Het belachelijke idee dat seks ophoudt na je vijftigste lijkt wel onuitroeibaar. Nadat ik, nota bene op straat, eens werd uitgescholden voor ‘opgedroogde ouwe kut’, vroeg ik me af waarom we het niet vaker over deze dingen hebben. Op mijn zestigste ben ik achter gekomen dat mijn vrouwelijkheid, en mijn seksualiteit, om veel meer gaat dan de vraag of ik nog neukbaar ben.

    Ik ben een cliché – een alleenstaande vrouw met een kat. Een notoire eenzame oudere vrouw

    Soms vraag ik me af waarom ik zo gelukkig ben in een situatie die anderen egocentrisch, enigszins triest en soms ronduit gevaarlijk vinden. Ik ben een cliché – een alleenstaande vrouw met een kat. Een notoire eenzame oudere vrouw. Maar single is niet altijd hetzelfde als alleen. Er zijn familieleden, vrienden, en soms onbekenden die mij steunen, en die steun is welkom en wederzijds, maar toch: zijn wij uiteindelijk niet altijd alleen? Je kunt over dingen praten, maar wat je denkt en voelt zijn niet de gedachten en gevoelens van een ander – jij kent jezelf het beste. De truc is om daarop te vertrouwen.

    Daar dacht ik over na toen ik op de trein naar Londen zat te wachten op de dag waarop mijn vader was overleden. Ik voelde me alleen, maar niet eenzaam. Mijn gedachten gingen niet over verlies en verdriet: dat kwam pas later. Niemand zei tegen me dat ik wel erg verdrietig zou zijn, en ik weet nog dat ik het alleen-zijn juist heel waardevol vond. Rond een overlijden wordt er al zo veel tijd in beslag genomen door andere mensen. Ik was gewoon blij dat mijn vader mijn vader was geweest, en dat hij een goed leven en een goede dood had gehad. Aan de andere kant voelde ik wel een zekere angst toen de bron van kennis en ervaring waar ik altijd op had vertrouwd er opeens niet meer was. Het was een beetje zoals toen de zijwieltjes van mijn eerste fiets af werden gehaald door zijn stevige, sterke handen. Misschien was ik eindelijk volwassen geworden.

    Doris Lessing heeft eens gezegd: ‘Ik geloof niet dat ik talent heb voor het huwelijk. Ik was ongetrouwd veel gelukkiger dan toen ik getrouwd was.’ Ik heb onlangs in alle rust mijn zestigste verjaardag gevierd, ik ben en blijf heel erg single, en ik moet zeggen dat ik het met haar eens ben. Sterker nog: als ik ooit een tattoo zou nemen, zou het waarschijnlijk die tekst worden.

    Niet dat ik het alternatief niet heb geprobeerd: ik ben getrouwd geweest, ik heb kinderen gekregen, ik ben gescheiden en ik heb genoten van mijn relaties. Ik heb er ook niet definitief afscheid van genomen, want je weet maar nooit wat er nog op je pad komt. Maar terwijl ik vriendinnen heb die stad en land en datingsites afzoeken naar een volgend zorgproject, geniet ik ervan om ‘droog te staan’ en mezelf opnieuw uit te vinden. Want dat is echt een zegen.

    Auteur: Helen Walmsley-Johnson
    Vertaler: Lidwien Biekmann

    New Statesman
    Verenigd Koninkrijk | weekblad | oplage 23.900

    Sinds 1913 hét tijdschrift voor de Britse linkse intelligentsia. Bekend om zijn diepteanalyses en stevige maatschappijkritiek. In de columns en andere opiniërende stukken stelt het blad zich ook open voor andere dan linkse geluiden.

  • I Love Dick

    I Love Dick

    Eind deze maand verschijnt de Nederlandse vertaling van I Love Dick, een Amerikaanse cultroman uit 1997 van auteur en filmmaker Chris Kraus. Het boek – een mengeling van memoir en fictie over een vrouw en haar grote liefde – werd aanvankelijk koeltjes ontvangen, maar groeide in de loop der jaren uit tot een feministische klassieker. 360 publiceert voor.

    Scènes uit een huwelijk

    3 december 1994
    Chris Kraus, een negenendertigjarige experimentele filmmaker, en Sylvère Lotringer, een zesenvijftigjarige hoogleraar uit New York, gaan met Dick, een goede kennis van Sylvère, uit eten in een sushibar in Pasadena. Dick is een Engelse cultuurcriticus die zich recentelijk vanuit Melbourne opnieuw in Los Angeles heeft gevestigd.

    Chris en Sylvère hebben Sylvères sabbatical doorgebracht in een huisje in Crestline, een klein plaatsje in de San Bernardino Mountains op zo’n negentig minuten van Los Angeles. Omdat Sylvère in januari weer moet beginnen met lesgeven, zullen ze algauw naar New York terugkeren. Tijdens het eten hebben de mannen het over recente trends in de postmoderne kritische theorie en Chris, die geen intellectueel is, merkt dat Dick voortdurend oogcontact met haar maakt. Dicks aandacht geeft haar een gevoel van macht, en wanneer de rekening komt haalt ze haar Diners Club-card tevoorschijn. ‘Toe,’ zegt ze. ‘Laat mij betalen.’

    De radio voorspelt sneeuw op de snelweg van San Bernardino. Dick nodigt hen beiden genereus uit de nacht door te brengen in zijn huis in de Antelope Valley-woestijn, zo’n 50 kilometer verderop. Chris wil zichzelf losmaken van haar stelletje-zijn, dus ze overtuigt Sylvère ervan dat hij het geweldig zou vinden om in Dicks indrukwekkende vintage Thunderbird-cabriolet te rijden. Sylvère, die een T-bird niet van een kolibrie kan onderscheiden en dat ook niet belangrijk vindt, gaat akkoord, verbijsterd. Geregeld.

    Dick geeft haar uitgebreide, bezorgde routeaanwijzingen. ‘Maak je geen zorgen,’ onderbreekt ze hem, terwijl ze haar haren schudt en lachjes flitst, ‘ik volg jullie.’ En dat doet ze. In een lichte roes houdt ze het gaspedaal van haar pick-uptruck constant ingedrukt, en ze moet denken aan een performance, Car Chase, die ze deed bij het St. Mark’s Poetry Project in New York toen ze drieëntwintig was. Zij en haar vriendin Liza Martin hadden op Highway 95 de ijzig knappe bestuurder van een Porsche door heel Connecticut gevolgd. Uiteindelijk was hij bij een parkeerplaats langs de snelweg gestopt, maar toen Liza en Chris uitstapten, reed hij weg.

    Chris vertelt Sylvère dat ze gelooft dat zij en Dick een Conceptuele Neukpartij hebben beleefd

    De performance eindigde toen Liza Chris per-ongeluk-maar-wel-echt op het podium in haar hand stak met een keukenmes. Het bloed vloeide, en iedereen vond Liza begeesterend sexy en gevaarlijk en mooi. Liza, met haar buik die onder een pluizig topje uit piepte en netkousen die ze openhaalde aan haar groene, vinyl minirokje toen ze naar achteren wiegde om haar kruis te tonen, zag eruit als de goedkoopste soort hoer. Een ster werd geboren.

    Niemand had die avond bij de show Chris’ bleke, lusteloze voorkomen en doordringende blik ook maar in de verste verten innemend gevonden. Was dat überhaupt mogelijk? Dat was een vraag die tijdelijk werd uitgesteld. Maar nu was het een hele nieuwe wereld. De verzoekjeslijn van 92.3 The Beat dreunde, post-riot Los Angeles, een stad strakgespannen aan oogzenuwen van glasvezel. Dicks Thunderbird bevond zich altijd in haar blikveld, de twee voertuigen waren onzichtbaar verbonden in de betonnen rivierbedding van de snelweg, als John Donnes oogbollen. Maar dit keer was Chris in haar eentje.

    Bij Dick thuis ontspint de nacht zich als de dronken kerstavond in Éric Rohmers film Ma nuit chez Maud. Chris merkt dat Dick met haar flirt, zijn onmetelijke intelligentie strekt zich uit voorbij de pomoretoriek en woorden, en betoont een soort essentiële eenzaamheid die alleen zij en hij kunnen delen. Chris gaat er onbesuisd in mee. Om twee uur ’s nachts toont Dick hun een video van zichzelf, verkleed als Johnny Cash, gemaakt in opdracht van de Engelse publieke omroep. Hij praat over aardbevingen en omwentelingen en zijn rusteloze verlangen naar een plek die hij thuis kan noemen. Chris’ reactie op Dicks video, hoewel ze die op dat moment niet onder woorden brengt, is complex. Als kunstenaar vindt ze Dicks werk hopeloos naïef, maar ze houdt van sommige soorten slechte kunst, kunst die een doorkijkje biedt in de hoop en verlangens van degene die haar maakte. Slechte kunst maakt de toeschouwer veel actiever. (Jaren later zou Chris zich realiseren dat haar voorliefde voor slechte kunst precies is als Jane Eyres verlangen naar Rochester, een gemene junk met een paardengezicht: slechte personages openen de deur voor verzinsels.) Maar Chris houdt deze gedachten voor zichzelf. Want ze drukt zich niet uit in theoretische taal, niemand verwacht al te veel van haar en ze is het gewend in volslagen stilte te trippen op lagen van complexiteit.

    Chris’ onuitgesproken dubbele salto bij Dicks filmpje trekt haar nog meer naar hem toe. Ze droomt de hele nacht van hem. Maar wanneer Chris en Sylvère de volgende ochtend op de slaapbank wakker worden, is Dick verdwenen.

    4 december 1994: 10 uur

    Sylvère en Chris verlaten die ochtend, alleen en met tegenzin, Dicks huis. Chris neemt de uitdaging aan om het bedankbriefje, dat achtergelaten moet worden, te improviseren. Zij en Sylvère ontbijten bij de Antelope IHOP. Aangezien ze geen seks meer hebben, onderhouden ze hun intimiteit door deconstructie, d.w.z. door elkaar alles te vertellen. Chris vertelt Sylvère dat ze gelooft dat zij en Dick een Conceptuele Neukpartij hebben beleefd. Zijn verdwijning die ochtend is het sluitstuk, en doordringt dit alles met de subtekst van de subcultuur die zij en Dick delen: ze denkt aan alle wazige onenightstands met mannen die de deur al uit waren voor ze haar ogen opendeed. Ze declameert een gedicht van Barbara Barg over dit onderwerp voor Sylvère:

    Wat doe je anders met een Kerouac
    Je gaat terug steeds terug naar de zak met Jack
    Hoe weet je dat Jack klaarkwam?
    Je kijkt op je kussen en Jack is weg…

    En dan was er nog het bericht op Dicks antwoordapparaat. Toen ze het huis binnenkwamen deed Dick zijn jas uit, schonk drankjes voor hen in en drukte op play. De stem van een zeer jonge, zeer Californische vrouw weerklonk:

    Hé Dick, Kyla hier. Dick, ik – het spijt me dat ik je thuis blijf bellen, en nu krijg ik je antwoordapparaat, maar ik wilde gewoon zeggen dat het me spijt dat het die avond allemaal niets werd, en – ik weet dat het niet jouw schuld is, en ik denk dat ik je gewoon wilde bedanken omdat je zo aardig bent…

    ‘Nu schaam ik me absoluut,’ mompelde Dick charmant terwijl hij de wodka opende. Dick is zesenveertig. Betekent dit bericht dat hij de weg kwijt is? En zo ja, zou een conceptuele romance met Chris hem dan kunnen redden? Was de conceptuele seks pas de eerste stap? Dat is wat Chris en Sylvère de komende paar uur bespreken.

    4 december 1994: 20 uur

    Terug in Crestline kan Chris alleen nog maar aan de avond bij Dick denken. Ze begint er een verhaal over te schrijven, getiteld ‘Abstracte romantiek’. Het is het eerste verhaal dat ze schrijft in vijf jaar.

    ‘Het begon in het restaurant’, schrijft ze. ‘Het was het begin van de avond en we lachten allemaal net iets te veel.’ Af en toe richt ze dit verhaal tot David Rattray, omdat ze ervan overtuigd is dat Davids geest tijdens de autorit afgelopen nacht bij haar was toen ze haar pick-uptruck steeds verder Highway 5 opstuurde. Chris, Davids geest en de truck waren één voorwaarts bewegende entiteit geworden.

    ‘Afgelopen nacht’, schreef ze Davids geest, ‘voelde ik, zoals altijd wanneer er nieuwe spannende perspectieven, aan de horizon verschijnen, dat jij hier was: naast me zwevend, verdicht, ergens tussen mijn linkeroor en mijn schouder, samengebald als gedachten.’ Ze dacht voortdurend aan David. Het was griezelig hoe Dick, alsof hij haar gedachten had gelezen, tijdens het dronken gesprek gisteravond op een gegeven moment had gezegd hoezeer hij Davids boek bewonderde. David Rattray was een roekeloze avonturier geweest en een genie en een moralist, had zich aan de meest onmogelijke bevliegingen overgegeven, bijna tot aan het moment van zijn dood op zevenenvijftigjarige leeftijd. En nu voelde Chris Davids geest haar aanmoedigen om verliefdheid te begrijpen, hoe degene die bemind wordt een wachtruimte kan worden voor alle rafelige eindjes van de herinneringen, ervaringen en gedachten die je ooit hebt gehad. Dus ze begon aan een beschrijving van Dicks gezicht, ‘bleek en beweeglijk, goede botstructuur, rossig haar en diepliggende ogen’. Chris haalde zich al schrijvend zijn gezicht voor de geest, en toen ging de telefoon en het was Dick. Chris voelde zich in verlegenheid gebracht. Ze vroeg zich af of het telefoontje niet eigenlijk voor Sylvère was, maar Dick vroeg niet naar hem, dus ze bleef aan de krakende lijn. Dick belde om zijn verdwijning na afgelopen nacht te verklaren. Hij was vroeg opgestaan en naar Pearblossom gereden om wat eieren en spek te halen. ‘Ik lijd een beetje aan slapeloosheid, zie je.’

    Toen hij thuiskwam in Antelope Valley was hij oprecht verrast dat ze al weg waren. Precies op dat moment had Chris aan Dick haar eigen vergezochte interpretatie kunnen vertellen: had ze dat gedaan, dan was dit verhaal heel anders verlopen. Maar er was zo veel ruis op de lijn, en nu al was ze bang voor hem. Ze overwoog koortsachtig om een volgende ontmoeting voor te stellen, maar dat deed ze niet, en toen had Dick de verbinding verbroken. Chris stond daar in haar geïmproviseerde kantoor, zwetend. Toen rende ze naar boven, op zoek naar Sylvère.

    © Getty
    © Getty

    5 december 1994

    Terug in Crestline, alleen, bespreken Sylvère en Chris voor het grootste deel van de vorige avond (zondag) en deze ochtend (maandag) Dicks drie minuten durende telefoontje. Waarom gaat Sylvère hierin mee? Misschien omdat Chris voor het eerst sinds vorige zomer bezield en levendig lijkt, en omdat hij van haar houdt kan Sylvère het niet verdragen haar droevig te zien. Misschien is hij in een impasse beland in het boek dat hij over het modernisme en de Holocaust schrijft, en vreest hij de terugkeer naar het lesgeven volgende maand. Misschien is hij pervers.

    6 – 8 december 1994

    Dinsdag, woensdag, donderdag worden deze week niet vastgelegd, gaan in een waas voorbij. Als de herinnering betrouwbaar is waren Chris Kraus en Sylvère Lotringer in die periode op dinsdag in Pasadena om les te geven aan het Art Center College of Design. Zullen we ons aan een reconstructie van de gebeurtenissen wagen?

    Ze staan om acht uur op, rijden de heuvel af, Crestline uit, halen koffie in San Bernardino, schieten de 215 op, door naar de 10 en rijden negentig minuten, bereiken la net na de spits. Waarschijnlijk praatten ze het grootste deel van de rit over Dick. Maar aangezien het plan is om binnen tien dagen uit Crestline te vertrekken, op 14 december (Sylvère naar Parijs voor de feestdagen, Chris naar New York), moeten ze het ook kort over logistieke zaken hebben gehad.

    Een Rusteloos Verlangen… Ze reden door Fontana en Pomona, door een betekenisloos landschap, een onzekere toekomst doemt voor hen op. Terwijl Sylvère zijn lezing over poststructuralisme gaf, reed Chris naar Hollywood om wat publiciteitsfoto’s voor haar film op te halen en kocht ze kaas bij Trader Joe’s. Toen reden ze terug naar Crestline, kronkelden de berg op door duisternis en dichte mist.

    Woensdag en donderdag verdwijnen. Het is duidelijk dat Chris’ nieuwe film geen groot succes zal worden. Wat zal ze hierna doen? Haar eerste ervaring met kunst was als deelnemer aan een paar hallucinogene psychodrama’s in de jaren zeventig. Het idee dat Dick mogelijk een soort spel tussen hen heeft voorgesteld is erg opwindend. Ze legt het keer op keer uit aan Sylvère. Ze smeekt Sylvère hem te bellen, te vissen naar een teken dat Dick zich van haar bewust is. En als dat er is, zal ze hem bellen.

    Vrijdag 9 december 1994

    Sylvère, een Europese intellectueel die Proust doceert, is vaardig in de analyse van de bijzonderheden van de liefde. Maar hoelang kan iemand één avond en één telefoongesprek van drie minuten blijven analyseren? Sylvère heeft al twee onbeantwoorde berichten op Dicks antwoordapparaat achtergelaten. En Chris is veranderd in een gespannen bonk emoties, voor het eerst in zeven jaar seksueel
    opgewonden. En dus stelt Sylvère uiteindelijk voor, op vrijdagochtend, dat Chris Dick een brief schrijft. Omdat ze zich enigszins schaamt vraagt ze hem of hij er ook een wil schrijven. Sylvère gaat akkoord. Is het gebruikelijk voor getrouwde stellen om samen te werken aan billets-doux? Als Sylvère en Chris niet zo militant tegen psychoanalyse gekant waren, hadden ze dit misschien als een omslagpunt gezien.

    Crestline, Californië
    9 december 1994

    Lieve Dick,
    Het moet de woestijnwind zijn geweest die ons die avond naar het hoofd steeg of misschien het verlangen om het leven een klein beetje te fictionaliseren. Ik weet het niet. We hebben elkaar een paar keer ontmoet en ik voel veel genegenheid voor je en wil je beter leren kennen. We mogen dan wel van verschillende plekken komen, we hebben allebei geprobeerd met ons verleden te breken. Jij bent een cowboy; ik was tien jaar lang een nomade in New York. Dus laten we teruggaan naar de avond bij jou thuis: de glorieuze rit in je Thunderbird van Pasadena naar het Einde van de Wereld, ik bedoel, Antelope Valley. Het is een ontmoeting die we bijna een jaar hadden uitgesteld. En echter dan ik me had voorgesteld. Maar hoe kom ik daarop? Ik wil het hebben over die avond bij jou thuis. Ik had het gevoel dat ik je op de een of andere manier al kende en we gewoon onszelf konden zijn, samen. Maar nu klink ik als de bimbo wier stem we ongewild hoorden die avond op je antwoordapparaat…
    Sylvère

    Crestline, Californië
    9 december 1994

    Lieve Dick,
    Omdat Sylvère de eerste brief heeft geschreven, zit ik nu in een vreemde positie. Reactief – zoals Charlotte Stant tegenover Sylvères Maggie Verver, als we in de roman The Golden Bowl van Henry James hadden geleefd – de Suffe Kut, een fabriek van emoties die alle mannen oproepen. Dus het enige dat ik kan doen is het ‘Verhaal van de Suffe Kut’ vertellen. Maar hoe? Sylvère denkt dat het niets meer dan een pervers verlangen naar afwijzing is, de liefde die ik voor je voel. Maar ik ben het daarmee oneens, diep vanbinnen ben ik een heel romantisch meisje. Wat me raakte waren alle vensters van kwetsbaarheid in je huis… Zo spartaans en bedacht. De hoes van de Some Girls-plaat die daar was neergezet, de donkere muren – zo achterhaald en declassé. Maar ik val op wanhoop, op het wankele – dat moment waarop de façade valt, ambitie faalt. Ik hou ervan en voel me schuldig dat het me opvalt, maar dan stroomt de warmste onbeschrijfbare affectie door me heen, die het schuldgevoel verdrinkt. Jarenlang bewonderde ik Shake Murphy in Nieuw-Zeeland om deze redenen, een hopeloos geval. Maar jij bent niet echt hopeloos: je hebt een reputatie, zelfbewustzijn en een baan, en zo kwam het in me op dat er misschien voor ons beiden iets te leren valt door deze romance op een wederkerig onbehaaglijke manier uit te spelen.

    Abstracte romantiek? Het is vreemd, ik heb me nooit afgevraagd of ik ‘je type’ ben. (Want vroeger, in de tijd van de Empirische Romantiek, omdat ik noch mooi, noch moederlijk ben, was ik nóóit het type van ‘Cowboymannen’.) Maar misschien zijn acties het enige wat nu telt. Wat mensen samen doen is sterker dan Wie Ze Zijn. Als ik je niet verliefd op me kan laten worden door wie ik ben, dan kan ik je misschien interesseren voor wat ik begrijp. Dus in plaats van me af te vragen ‘Zou hij me leuk vinden?’ vraag ik me af ‘Speelt hij mee?’

    Toen je zondagavond belde, was ik net bezig aan een beschrijving van je gezicht. Ik wist niet wat ik moest zeggen, en hing op als de onbekende in een romantische vergelijking, met bonkend hart en zwetende handpalmen. Het is heerlijk om je zo te voelen. Tien jaar lang was mijn leven ingericht om die pijnlijke, primitieve staat te vermijden. Ik wilde dat ik net als jij kon rondscharrelen in romantische mythes. Maar dat kan ik niet, want ik verlies altijd en nu ook al, drie dagen van deze compleet gefabriceerde romance en ik begin ziek te worden. En ik vraag me af of het ooit mogelijk zal zijn om jeugd en leeftijd met elkaar te verzoenen, of de anorectische open wonde die ik was met de geld sjacherende oude heks die ik ben geworden. We vermoorden onszelf om te kunnen overleven. Is er een mogelijkheid om in het verleden te duiken en eromheen te cirkelen zoals je dat kunt in kunst? Sylvère, die dit uittypt, zegt dat deze brief een punt mist. Wat voor soort reactie zoek ik? Hij denkt dat deze brief te literair is, te baudrillardiaans. Hij zegt dat ik alle bibberige kleine dingetjes die hij zo aandoenlijk vond kapot knijp. Het is niet de Suffe Kut-Exegese die hij had verwacht. Maar Dick, ik weet dat jij, terwijl je dit leest, weet dat deze dingen waar zijn. Jij snapt dat dit spel echt is, of zelfs beter dan de realiteit, en ‘beter dan’ is waar het allemaal om draait. Welke seks is beter dan drugs, welke kunst is beter dan seks?

    ‘Beter dan’ betekent naar buiten treden, tot complete intensiteit. Verliefd zijn op jou, klaar zijn voor deze rit, en ik voelde me net zestien, verborgen in mijn leren jas in een hoekje met m’n vrienden. Een verdomd tijdloos beeld. Het gaat erom dat het je geen ruk uitmaakt, dat je alle dreigende gevolgen ziet en toch iets doet. En ik denk dat jij – ik – daarnaar blijft zoeken en het is opwindend wanneer je dat in andere mensen vindt. Sylvère denkt dat hij dat soort anarchist is. Maar dat is hij niet.

    Ik hou van je, Dick.
    Chris

    ‘Misschien is dat hoe je betere vrienden wordt. Door gedachten te delen die niet gedeeld mogen worden…’

    Maar toen ze deze brieven af hadden, vonden Chris en Sylvère allebei dat ze beter konden. Dat er nog dingen waren die gezegd moesten worden. Dus ze begonnen aan een tweede ronde en brachten het grootste deel van de vrijdag door op de grond van hun woonkamer in Crestline, en gaven de laptop aan elkaar door. En ze schreven beiden een tweede brief, Sylvère over jaloezie, Chris over de Ramones en de Kierkegaardse derde beweging.

    ‘Misschien zou ik net als jij willen zijn’, schreef Sylvère, ‘en helemaal alleen in een huis in het midden van een kerkhof wonen. En ja, waarom zou ik ook een omweg maken? Dus ik liet me echt meeslepen in de fantasie, ook op erotische wijze, want verlangen is iets wat uitstraalt, zelfs als het niet voor jou is, en het heeft een zekere energie en schoonheid, en ik denk dat ik opgewonden was omdat Chris opgewonden was door jou. En na een tijdje werd het moeilijk me te herinneren dat er eigenlijk niets was gebeurd. Ik denk dat ik in een duister hoekje van mijn geest besefte dat als ik niet jaloers wilde zijn, ik alleen nog de optie had op een soort perverse manier in deze fictionele verhouding te stappen. Hoe kon ik het anders verdragen dat m’n vrouw smoorverliefd is op jou? De gedachten die je hierbij te binnen schieten zijn nogal smakeloos: ménage à trois, de gewillige echtgenoot… We zijn alle drie te gesofisticeerd om in zulke trieste archetypes te denken. Probeerden we nieuw terrein te ontginnen?

    Jouw cowboypersona past zo goed bij Chris’ droombeeld van de verscheurde en stille, wanhopige mannen door wie ze werd afgewezen. Doordat je niet reageert op berichten, is je antwoordapparaat een blanco scherm geworden waarop we onze fantasieën kunnen projecteren. Dus op een bepaalde manier heb ik Chris aangemoedigd, want dankzij jou is ze aan het grotere geheel herinnerd, op dezelfde manier als vorige maand na haar bezoek aan Guatemala, en potentieel zijn we allemaal meer dan we zijn. Er is zo veel waar we niet over gepraat hebben. Maar misschien is dat gewoon hoe je betere vrienden wordt. Door gedachten te delen die niet gedeeld mogen worden…’

    Chris’ tweede brief was minder nobel. Ze begon wederom een lofzang af te steken op Dicks gezicht: ‘Ik begon op je gezicht te letten die avond in het restaurant – hé wow, is dat niet de eerste zin uit dat liedje van de Ramones, Needles & Pins? “I saw your face / It was the face I loved / And I knew” – en ik voelde me precies zoals ik me altijd voel als ik dat liedje hoor, en toen je belde bonkte mijn hart en toen dacht ik dat we misschien iets konden gaan doen samen, iets wat voor de adolescentenromance is wat de Ramones-cover van dat liedje voor het origineel is. De Ramones geven Needles & Pins de mogelijkheid tot ironie, maar de ironie ondermijnt de emotie niet, het maakt het sterker en echter. Kierkegaard noemt dit de “derde beweging”. In zijn boek Crisis in het leven van een actrice stelt hij dat geen enkele actrice de veertienjarige Juliette kan spelen voor ze minstens tweeëndertig is. Omdat acteren kunst is en kunst het overbruggen van een afstand impliceert. De vibraties tussen het hier en daar en toen en nu bespelen. En denk je niet dat de werkelijkheid het best bereikt kan worden door dialectiek? Ps: je gezicht is beweeglijk, onverzettelijk, prachtig…’

    Tegen de tijd dat Sylvère en Chris hun tweede brieven af hebben, is de middag bijna voorbij. Lake Gregory glinstert in de verte, omzoomd door besneeuwde bergen. De landschappen zijn vurig en veraf. Voorlopig zijn ze beiden tevreden. Herinneringen aan huiselijkheid toen Chris jong was, twintig jaar geleden: een porseleinen eierdopje en een theekop, waar geschilderde mensen omheen cirkelen, blauw met wit. Op de bodem zie je, door de amberkleurige thee, een sialiavogeltje. Al het mooie in de wereld in deze twee objecten vervat. Wanneer Chris en Sylvère de Toshiba-laptop wegleggen is het al donker. Zij maakt het avondeten. Hij werkt verder aan zijn boek.


    Crestline, Californië 10 december 1994

    Lieve Dick,

    Vanochtend werd ik wakker met een idee. Chris zou je een kort briefje moeten sturen om uit dit verstofte, referentiële delirium te breken.

    Dit is wat erin zou moeten staan:

    ‘Lieve Dick, ik breng Sylvère woensdagochtend naar het vliegveld. Ik moet met je praten. Kunnen we bij jou afspreken?

    Liefs, Chris’

    Ik denk dat het een briljante coup is: een stukje werkelijkheid dat dit gestoorde broeinest van emoties aan gruzelementen slaat. (…)

    Auteur: Chris Kraus

    I love Dick verschijnt deze maand bij uitgeverij Lebowski. Auteur Chris Kraus komt op 22 mei naar Nederland, en zal op 26 mei bij Spui 25 worden geïnterviewd door Niña Weijers.