Tag: Feminisme

  • 3. Triomf van een eigenzinnige vrouw

    3. Triomf van een eigenzinnige vrouw

    Haar uitgesproken feminisme en de toepassing van artikel 155 gaven Carmen Calvo het zetje naar de politieke top van het land.

    Carmen Calvo (1957) is de nieuwe vicepremier van Spanje. Haar grootste kracht volgens mensen die haar kennen is haar vaardigheid om zich in de hoogste kringen te bewegen en tegelijkertijd toegankelijk te zijn. Als de situatie daarom vraagt, deelt ze kussen en omhelzingen uit. Wat haar eveneens typeert is haar uitgesproken militante feminisme, dat stamt uit haar prilste jeugd.

    Het is vooral aan haar te danken dat gelijke rechten voor mannen en vrouwen een van de speerpunten is van de nieuwe regering van de socialist Pedro Sánchez. Vastbeslotenheid, feminisme en onafhankelijkheid kenmerken het karakter van deze zeer welbespraakte vrouw die in Andalusië als een van de eersten op de bres stond voor de kersverse minister-president Sánchez.

    Calvo’s lange politieke carrière startte in 1996 toen Manuel Chaves, in alles de tegenpool van haar huidige baas, haar vroeg voor de functie van minister van Cultuur in de Junta de Andalucía [de autonome regering van Andalusië]. Acht jaar heeft ze die post bekleed. Tijdens die periode maakte ze naam met gewaagde initiatieven als het Picasso Museum van Málaga. Het waren jaren die in het teken stonden van haar persoonlijke groei en het ontwikkelen van een politiek imago dat in haar geliefde Córdoba haaks stond op de ideeën van de toen oppermachtige socialiste Rosa Aguilar.

    Hun opzienbarende botsingen zijn met het verstrijken der jaren niet minder heftig. Maar het waren ook jaren waarin beloftes niet werden ingelost, projecten eindeloos duurden en de krantenkoppen van de volgende dag belangrijker waren dan de verwezenlijking van de gestelde doelen.

    11 is het aantal vrouwelijke ministers in de Spaanse regering, tegenover zes mannen. Bij het vormen van zijn regering besloot de nieuwe premier Sánchez verder te gaan dan gelijkheid tussen mannen en vrouwen. Daarmee is Spanje in Europa het land met de meeste vrouwen in de regering.

    Sterkste kanten

    De inner circle van Carmen Calvo zal zeggen dat haar eigenzinnigheid een van haar sterkste kanten is. In een omgeving waar de politieke clans veel gewicht in de schaal leggen, zal niemand durven beweren dat de nieuwe vicepremier haar positie heeft bereikt door blindelings de partijdiscipline te volgen. Eerder het tegendeel is waar. Ze sloot zich aan bij de groep wijze mannen van oud-premier José Luis Rodríguez Zapatero toen niemand een cent voor hem gaf.

    Ze eindigde als minister van Cultuur in zijn kabinet en was aan het eind van haar ministerschap behoorlijk beschadigd. Trouw aan haar strijd om vrouwen gelijke macht te geven, sloot ze zich aan bij Carme Chacón, toen die op een partijcongres in Sevilla de degens kruiste met de voormalige lijsttrekker van de socialisten Alfredo Pérez Rubalcaba. De confrontatie dwong haar terug te keren naar haar oude baan als docent constitutioneel recht aan de Universiteit van Córdoba.

    Maar het bleef daar niet bij. Toen partijleider Pedro Sánchez door de partijbonzen gedwongen werd af te treden tijdens een schaamteloze vertoning van de partijraad in oktober 2016, geloofde niemand meer in de socialist. Maar toen Sánchez het tijdens voorverkiezingen opnam tegen de gedoodverfde winnaar Susana Díaz, was de kleurrijke Carmen Calvo een van de eersten die hem steunden.

    Voor haar steun werd ze in 2017 beloond met een plek in de partijraad en kreeg ze de portefeuille Emancipatie. Ze kon beginnen. Bronnen beweren dat er mensen werden gezocht ‘die de gaten konden opvullen en de boodschap op de juiste manier konden overbrengen’. Calvo werkte gestaag aan haar opmars. Dezelfde bronnen zeggen dat ze ‘de spotlights opzocht en aan terrein begon te winnen in de nieuwe partijraad’.

    Sánchez en zijn mensen kregen steeds meer vertrouwen in Calvo vanwege haar goede communicatieve eigenschappen. Haar deskundigheid op het gebied van constitutioneel recht gaf de doorslag. De onderhandelingen met de toenmalige regering over de toepassing van artikel 155 van de Grondwet van Catalonië en het feit dat ze door één deur kon met regeringsonderhandelaar Soraya Sáenz de Santamaría deden de rest.

    Calvo is het institutionele gezicht van een partij die het hoofdbrekens kost om haar onafhankelijkheid van de partijtop – waarmee ze het bijna altijd oneens is – uit te leggen. Haar persconferenties zijn altijd sterk. Ze heeft de routine van iemand die haar hele leven lang al in de politiek zit en de frisheid van een nieuweling. Maar haar criticasters zeggen dat een van haar grootste minpunten is dat er achter die geslaagde combinatie van eigenschappen een gebrek aan daadkracht in het dagelijks bestuur schuilgaat.

    Uitdaging

    Niemand had kunnen voorspellen dat Carmen Calvo met haar 61 jaar vicepremier zou worden. Degenen die haar al jaren kennen, hadden niet verwacht dat ze die post ooit zou krijgen, maar zelf heeft ze het vertrouwen in zichzelf nooit verloren. Ze is overtuigd van de noodzaak vrouwen machtiger en zichtbaarder te maken in het publieke leven, en staat nu voor de uitdaging van haar leven.

    Bijna geruisloos heeft ze het vicepremierschap weten te bemachtigen, met het vertrouwen van een minister-president die door iedereen dood was verklaard en met ijzeren wilskracht en doorzettingsvermogen. Het is de triomf van een eigenzinnige vrouw die door niets anders wordt gedreven dan door haar overtuiging. Maar ook het gevaar van een vrouw die zich niet laat ringeloren.

    Auteur: Luis J. Pérez-Bustamante

    Diario de Sevilla
    Spanje | dagblad | oplage 16.300
    Lokale krant van Sevilla, in 1999 opgericht door Grupo Joly, een uitgeverij van lokale kranten die de stem van Andalusië wil zijn. De kranten afficheren zich als politiek neutraal en brengen zowel (inter)nationaal als lokaal nieuws.

  • 2. Señora de minister

    2. Señora de minister

    Met elf vrouwen in het nieuwe kabinet is Spanje koploper in een wereldwijde trend. Benoem je als regeringsleider geen vrouwen, dan kun je tegenwoordig rekenen op afkeuring.

    Een actief beleid voor meer gendergelijkheid bij de overheid, dus evenveel mannen als vrouwen aan het hoofd van een ministerie of op andere kabinetsposten, leek lange tijd voorbehouden aan vrouwvriendelijke Scandinavische landen en zeer vooruitstrevende landen als Canada en Costa Rica. Dat is nu verleden tijd.

    De onlangs gekozen president van Mexico, Andrés Manuel López Obrador, die in december zal aantreden, heeft laten weten dat vrouwen acht posities zullen bekleden binnen zijn zestienkoppige regering – en daar valt ook de machtige positie onder van minister van Binnenlandse Zaken.

    En de nieuwe premier van Spanje, Pedro Sánchez, heeft onlangs als eerste wereldleider op bijna tweederde van de kabinetsposten vrouwen benoemd. Geen enkel ander land ter wereld heeft een hoger percentage door vrouwen geleide ministeries. Dertig jaar geleden had Spanje helemaal geen vrouwelijke kabinetsleden.

    In de Verenigde Staten bekleden vrouwen maar net 20 procent van alle posities binnen de regering en in het Verenigd Koninkrijk ligt dat percentage op 28. Wereldwijd is het gemiddelde 18,3 procent.

    Als politicologen die onderzoek hebben gedaan naar de vertegenwoordiging van vrouwen in verschillende kabinetten, hebben wij de indruk dat de snelle opkomst van het aantal vrouwen dat in Spanje aan de macht komt, staat voor een trend die wereldwijd valt waar te nemen: zodra vrouwen eenmaal zijn doorgedrongen tot de hoogste regeringsniveaus, neemt hun aantal vrijwel altijd toe. Dit noemen we ‘de betonnen vloer’ van de politieke vertegenwoordiging van vrouwen. Wil een democratische regering tegenwoordig draagvlak hebben – met andere woorden: wil de bevolking vertrouwen hebben in de beslissingen van die regering – dan moeten er vrouwen in die regering zitten.

    Spaanse doorbraak

    Het is niet zo dat bij elke nieuwe regering het aantal vrouwen automatisch stijgt. Maar als je kijkt naar de samenstelling van nieuw geformeerde regeringen – dus kabinetten die vlak na een verkiezing zijn samengesteld – in Spanje, Frankrijk, Australië, de Verenigde Staten, Canada, Chili en het Verenigd Koninkrijk in de periode 1929-2016, dan zien we dat het percentage vrouwen in die landen cumulatief toeneemt, dwars door de tijd en de politieke scheidslijnen heen.

    Na veertig jaar dictatuur onder generaal Francisco Franco werd Spanje in 1977 weer een democratie. Maar het zou nog ruim tien jaar duren voordat er ook vrouwen werden benoemd in de nieuw geformeerde democratische regering van Spanje. Spanjes historische doorbraak kwam in 2004, toen de socialistische premier José Luis Rodríguez Zapatero, die zichzelf als feminist bestempelt, het eerste gendergelijke kabinet van het land benoemde: acht vrouwen en acht mannen. Momenteel worden elf van de zeventien ministersposten in Spanje bekleed door vrouw. Dat geldt – voor het eerst in de geschiedenis van Spanje – ook voor de post van minister van Financiën.

    De recente geschiedenis van Frankrijk laat een vergelijkbaar beeld zien. In 2007 benoemde president Nicolas Sarkozy zeven vrouwen in zijn vijftienkoppige kabinet. Zijn voorganger, de socialist François Hollande, had zeventien vrouwen in zijn 34-koppige kabinet. Toen president Emmanuel Macron in 2016 campagne voerde, beloofde hij een gelijke vertegenwoordiging van mannen en vrouwen. Momenteel telt zijn kabinet elf mannen en elf vrouwen.

    Ons onderzoek heeft uitgewezen dat leiders die hun macht gebruiken om het aantal vrouwen in hun kabinet te vergroten, daar nooit voor worden afgestraft door het electoraat en er zelfs wereldwijd voor worden geroemd. Nog maar een paar jaar geleden kreeg de Canadese premier Justin Trudeau vanuit de hele wereld lof toegezwaaid omdat hij een gendergelijk kabinet had samengesteld. De reden? We leven in 2015, zei hij tegen journalisten.

    Leiders die beduidend minder vrouwen benoemen dan hun voorgangers, riskeren daarentegen veel kritiek van zowel de media als hun politieke tegenstanders. Het kan hun kiezers kosten.Toen de Australische premier Tony Abbott in 2013 maar één vrouw in zijn kabinet benoemde, moest hij dat ‘beschamende’ besluit verdedigen tegenover zijn kiezers, de oppositie en de media. Het kabinet van zijn voorganger telde drie vrouwelijke leden. Malcolm Turnbull nam twee jaar later Abbotts positie over en benoemde al snel vijf vrouwen in zijn team.

    Een nieuwe generatie van vrouwelijke leiders.
    Een nieuwe generatie van vrouwelijke leiders.

    Elk gendergelijk kabinet lijkt de verwachting te wekken dat er in een volgend kabinet minstens evenveel vrouwen zullen zitten. We hebben een aantal voorbeelden gevonden van leiders die minder vrouwen benoemden dan hun voorganger. Maar meestal zijn de verschillen marginaal.

    De in 1990 gekozen president Patricio Aylwin, die de eerste Chileense regering na de dictatuur vormde, benoemde op slechts 5 procent van alle regeringsposten een vrouw. De eerste vrouwelijke president van Chili, de socialist Michelle Bachelet, vormde in 2006 een gendergelijke regering; vier jaar later benoemde haar conservatieve opvolger, Sebastián Piñera, zeven vrouwen in zijn 23-koppige kabinet.

    Hoewel zijn regering niet gendergelijk was, waren vrouwen er beduidend meer in vertegenwoordigd dan in de regeringen van vóór Bachelet. Dit is een duidelijk bewijs dat het principe van de ‘betonnen vloer’ ervoor zorgt dat vrouwen deel uitmaken van de regering. In tegenstelling tot het ‘glazen plafond’ – de subtiele, onzichtbare barrière die voorkomt dat vrouwen op machtige posities komen – wordt de betonnen vloer duidelijk erkend door alle leiders die wij hebben bestudeerd.

    Een vergelijkbare standaard is van toepassing op andere vormen van politieke vertegenwoordiging in enkele landen die wij hebben bestudeerd. In Canada en de Verenigde Staten is een exclusief wit kabinet nauwelijks meer denkbaar. President Lyndon Johnson benoemde in 1966 als eerste een Afro-Amerikaan in zijn kabinet: Robert C. Weaver, minister van Volkshuisvesting en Stedelijke Ontwikkeling. Lincoln MacCauley Alexander werd in 1979 de allereerste zwarte minister van Canada.

    De enige zwarte parlementariër in Spanje, Rita Bosaho, is pas in 2015 gekozen. In Spanje heeft nog nooit iemand uit een etnische minderheidsgroep een kabinetspost bekleed

    Ondertussen zijn de regeringen in Duitsland en Spanje – landen met een steeds gevarieerdere bevolkingssamenstelling – nog altijd vrijwel exclusief wit. De enige zwarte parlementariër in Spanje, Rita Bosaho, is pas in 2015 gekozen. In Spanje heeft nog nooit iemand uit een etnische minderheidsgroep een kabinetspost bekleed.

    In de zeven landen waarnaar wij hebben gekeken, was gender ons enige criterium bij het bestuderen van de verdeling van de posten. In die landen is al een kwart eeuw geen exclusief mannelijke regering meer geweest. Vrouwen maken de helft uit van de wereldbevolking. Dat gegeven wordt nu meer en meer zichtbaar binnen democratische regeringen – en dat is een duidelijk onomkeerbaar proces.

    Auteurs: Karen Beckwith en Susan Franceschet

    The Conversation
    Verenigd Koninkrijk | theconversation.com

    Het Britse broertje van de Australische website The Conversation, een onafhankelijke site voor nieuws en opinie, bezien vanuit overwegend academisch oogpunt. De site werd in 2011 opgericht door een groep journalisten en verwierf in korte tijd groot aanzien.

  • 1. Triomferen over Trump

    1. Triomferen over Trump

    In de Verenigde Staten hebben vrouwelijke kandidaten de midterms gewonnen. Maar nu? Nu moeten ze zich staande zien te houden op een glazen klif in een mannenarena.

    Een recordaantal vrouwen heeft zich kandidaat gesteld – en een recordaantal heeft gewonnen. Sommigen zijn erin geslaagd zittende politici uit het zadel te wippen en voorheen Republikeinse staten binnen te halen. Mikie Sherrill, een moeder van vier kinderen die tijdens de campagne sprak over haar tijd als gevechtspiloot, heeft gewonnen in New Jersey. Elaine Luria en Abigail Spanberger hebben allebei gewonnen in Virginia.

    Lauren Underwood heeft gewonnen in Illinois. In de strijd om het gouverneurschap van Kansas heeft Laura Kelly het gewonnen van Kris Kobach – een van de belangrijkste mensen achter de plannen om het bepaalde groepen lastiger te maken hun stem uit te brengen. Dit jaar heeft ook een significant aantal gekleurde vrouwen zich verkiesbaar gesteld, en al heeft Stacey Abrams niet gewonnen in Georgia, vele anderen hebben wel gewonnen.

    Allemaal hebben ze gewonnen dankzij de energie van vrouwelijke kiezers, die veelal hun afschuw uitten over president Trump en het chauvinistische gekonkel van het door mannen gedomineerde Witte Huis en Congres. Deze vrouwen zien de winst als een pleister op de nu al twee jaar etterende wond van een president die zich heeft opgewerkt via vrouwenhaat en racisme, en die nu zijn presidentschap gebruikt om die onverdraagzaamheid aan te scherpen.

    Het ging er grof aan toe tijdens deze tussentijdse verkiezingen. De Democraten zijn er niet in geslaagd de Senaat over te nemen en vele veelbelovende kandidaten hebben het onderspit gedolven, maar de vrouwen hebben het er opmerkelijk goed van afgebracht. Begin dit jaar zullen er meer dan honderd vrouwen in het Huis van Afgevaardigden zitten; dat is nog nooit eerder voorgekomen. Hun opmars, tegen de stroom in, is opwindend en opmerkelijk, en het is zeer bemoedigend om te zien dat zovelen ‘als eersten’ een zetel in de Senaat hebben bemachtigd binnen onze democratie, die nooit echt een representatieve afspiegeling is geweest van alle groepen in onze samenleving.

    Rotzooi opruimen

    Tegelijkertijd maak ik me zorgen. De vrouwen zijn er nu, maar zij dragen een taak op hun schouders die ze maar al te vaak dragen: ze moeten de rotzooi van anderen opruimen.

    De verkiezingsuitslag was niet één grote feministische roze wolk. Claire McCaskill en Heidi Heitkamp hebben hun zetel in de Senaat verloren.

    Enkele vooraanstaande mannelijke kandidaten die grote steun genoten onder vrouwen hebben ook verloren, zoals Andrew Gillum en Beto O’Rourke. En er zijn natuurlijk ook Republikeinse vrouwen als overwinnaar uit de strijd gekomen. Marsha Blackburn, die zich verzette tegen abortusrechten en uiteindelijk verviel in zorgwekkend racisme, wist Tennessee binnen te halen. Kristi Noem ging aan kop in de race in South Dakota.

    Tegenover alle kiezers die naar de stembus zijn gegaan om de boodschap af te geven dat president Trump bepaald niet het beste van Amerika vertegenwoordigt, staan vele Trump-aanhangers die de boodschap wilden afgeven dat de president wél staat voor hun Amerika. Deze kiezers zijn boos dat hun land meer mensen van buitenaf toelaat en verlangen terug naar een verleden waarin witte mannen het monopolie op de macht hadden en alle anderen hun plaats kenden.

    De progressieve vrouwen die zich nu in de strijd hebben geworpen, hebben hun recht opgeëist om ook het land te vertegenwoordigen. Velen deden dat vanuit een nieuw soort vertrouwen, waarin ze gek genoeg worden gesterkt door Trump. Het feit dat hij de presidentsverkiezingen heeft gewonnen, laat zien dat iedereen het kan. De vrouwen lapten campagneconventies aan hun laars.

    Ze praatten over hun gezin. Ze gaven borstvoeding in politieke reclame-uitingen. Ze waren openlijk competitief. Maar wanneer ze straks hun zetel innemen, zullen ze worden geconfronteerd met nieuwe verwachtingen, zowel van onze president, die lak heeft aan bestaande regels, als van hun mannelijke collega’s.

    De verwachting is dat de Democratische vrouwen die nu zijn gekozen een werkelijke verandering teweeg zullen brengen en dat ze zullen doen wat ze hebben beloofd

    In het zakenleven wordt door onderzoekers wel gesproken van de ‘glazen klif’: het verschijnsel dat vrouwen in tijden van crisis op hoge posities belanden, wat het lastig maakt successen te boeken. Als die vrouwen er vervolgens niet in slagen een schip vlot te trekken dat iemand anders aan de grond heeft laten lopen, worden zij verantwoordelijk gehouden voor de mislukking.

    Het is zonder meer een positieve ontwikkeling dat er dit jaar zo veel vrouwen aan de verkiezingsstrijd hebben deelgenomen, dat zo veel vrouwen hebben meegewerkt aan de campagnes en dat zo veel vrouwen zich als vrijwilliger hebben ingezet. De verhalen over wie er hebben verloren, en waarom, zullen vrijwel zeker raken aan het thema identiteit. Men zal zich afvragen of de kandidaten zich niet te veel hebben ‘blindgestaard’ op identiteit, door zo te benadrukken dat ze geen witte mannen zijn en daardoor andere levens, ervaringen en prioriteiten hebben.

    Een dergelijke simplistische visie lijkt gedoemd alle andere, genuanceerdere analyses naar de achtergrond te dringen, die gaan over de vraag hoe seksisme en racisme onze waarneming, onze voorkeuren en ons gedrag beïnvloeden. En daarmee gaat ze voorbij aan een verbluffende realiteit: de ‘Democratische golf’ in Amerika is te danken aan vrouwen.

    Deze verkiezingen zijn misschien niet gunstig geweest voor de vrouwen die hebben verloren, maar de komende jaren zullen ook niet makkelijk worden voor de vrouwen die hebben gewonnen. De gedachte is dat we meer vrouwelijke leiders nodig hebben, niet alleen omdat een democratie eerlijker is als ze daadwerkelijk een afspiegeling is van de samenleving, maar ook omdat vrouwen misschien gewoon beter zijn in de dingen waarin onze huidige leiders tekortschieten – communicatie, samenwerking, het vermogen je Twittervingers in bedwang te houden en de politiek weer enige integriteit te verlenen.

    De verwachting is dat de Democratische vrouwen die nu zijn gekozen een werkelijke verandering teweeg zullen brengen en dat ze zullen doen wat ze hebben beloofd: de strijd aanbinden met president Trump, zich sterk maken voor hun achterban, zorgen dat ons landelijke beleid een afspiegeling wordt van de samenleving. Het probleem is dat ze niet echt de middelen in handen hebben gekregen om dat te doen. De Republikeinen houden de meerderheid in de Senaat. Ze hebben een leider in het Witte Huis die heeft gezegd gewoon zijn eigen zin te zullen doordrijven.

    Alexandria Ocasio-Cortez staat verslaggevers te woord op het Capitool in Washington, waar de nieuwe congresleden op 14 november jl. werden gefotografeerd. – © HH
    Alexandria Ocasio-Cortez staat verslaggevers te woord op het Capitool in Washington, waar de nieuwe congresleden op 14 november jl. werden gefotografeerd. – © HH

    Uit onderzoek is gebleken dat zowel in de politiek als in de zakenwereld vrouwen worden gestraft zodra de indruk ontstaat dat ze de publiciteit zoeken of zichzelf op de kaart willen zetten. Daarmee wordt vrouwelijke politici een cruciale manier ontnomen om te onderhandelen en zich sterk te maken voor bepaalde kwesties.

    Ook zullen er meer ogen zijn gericht op vrouwelijke bestuurders, nu de minderheden aan de vergadertafel duidelijker zichtbaarder zijn. De vrouwen die nu zijn gekozen wacht dan ook de monumentale taak de huidige rotzooi op te ruimen die voor het grootste deel is veroorzaakt door mannen, zonder dat hun werk beloond zal worden.

    Fragiele vooruitgang

    Maar het echte verhaal bij deze verkiezingen draait niet om de vraag wat vrouwen al dan niet hebben gedaan, of wat wij al dan niet zullen gaan doen; dit is gewoon een volgende fase in het langdurige proces van vooruitgang en achteruitgang dat de strijd om burgerrechten en vrouwenrechten kenmerkt sinds het stichten van de Verenigde Staten.

    Het rampzalige, autoritaire presidentschap van Donald Trump is mogelijk geworden doordat vóór hem een zwarte man het ambt bekleedde en Trump vervolgens ook nog eens werd uitgedaagd door een vrouw. Zijn presidentschap heeft op zijn beurt vele vrouwen ertoe aangezet zich verkiesbaar te stellen. En Trumps presidentschap is zo’n drama dat veel van die vrouwen ook daadwerkelijk zijn gekozen. Dergelijke overwinningen staan niet op zichzelf en zijn zelden absoluut.

    Wanneer onze vrouwelijke bestuurders eenmaal zijn ingezworen, zullen ze ons soms teleurstellen, net zoals mannen dat doen. En ze zullen soms verbazingwekkend moedig zijn, net als mannen. Velen zullen harder werken dan hun collega’s zonder daarvoor erkenning te verwachten – iets wat je niet vaak ziet bij mannen. De realiteit is dat vrouwen, zelfs na al deze overwinningen, nog altijd minder dan een kwart van het Huis van Afgevaardigden uitmaken.

    In het nieuwe Congres zullen we meer vrouwen en meer gekleurde mensen zien tussen de witte mannen, en dan zullen we constateren dat er vooruitgang is, zij het fragiel. Maar als we goed naar die gezichten kijken, zullen we zien dat onze afgevaardigden nog altijd geen afspiegeling zijn van alles waar Amerika voor staat.

    Auteur: Jill Filipovic

    The New York Times

    Verenigde Staten | dagblad | oplage 1.120.402
    De krant der kranten, met als motto ‘All the news that’s fit to print’. Won meer journalistieke prijzen dan enig ander medium.

  • 6. Vrouwen aan de schijnmacht

    6. Vrouwen aan de schijnmacht

    In Israël heeft een conservatieve stad zijn eerste vrouwelijke burgemeester gekozen. Dat lijkt revolutionair. Maar de opmars van vrouwen in de Israëlische politiek is omgeven door vooroordelen.

    Pas toen de allerlaatste stemmen waren geteld, die van de soldaten, de gehandicapten en de mensen in de gevangenis, was de keuze tussen de twee kandidaten duidelijk. Aan het eind van de verkiezingsnacht had de stad Beth Shemesh zichzelf een nieuwe burgemeester gegeven. Deze zeer religieuze en conservatieve stad van bijna 80.000 inwoners koos eind oktober voor het eerst een vrouw als leider van het stadsbestuur.

    Aliza Bloch kreeg slechts 533 stemmen meer dan de vertrekkende burgemeester Moshe Aboutboul, een man die bekendstaat om zijn provocerende uitspraken. Sinds zijn controversiële overwinning in 2013, waarbij vermoedens van fraude bestonden, heeft hij zich verheugd uitgesproken over de afwezigheid van homoseksuelen in Beth Shemesh. ‘Dat soort dingen hebben wij hier niet, godzijdank. Deze stad is gezond en zuiver.’

    Aliza Bloch, voormalig directeur van een middelbare school, wil een eind maken aan de spanningen tussen niet-religieuzen en religieuzen die Beth Shemesh al tien jaar verscheuren als gevolg van de opkomst van de ultraorthodoxe gemeenschappen. Het lijkt erop dat zij erin is geslaagd duizenden stemmen te winnen van ultraorthodoxen die het stemadvies van hun rabbi in de wind hebben geslagen.

    Haar succes is des te veelzeggender omdat lokaal voor een vrouw stemmen niet gebruikelijk is in Israël. Zeker, bij deze gemeenteraadsverkiezingen is ook Einat Kalisch Rotem als eerste vrouw gekozen tot burgemeester van Haifa, de derde stad van het land. Maar volgens het ministerie van Binnenlandse Zaken hadden zich bij de lokale verkiezingen maar 57 vrouwen kandidaat gesteld, tegen 665 mannen.

    De rol van vrouwen in de Israëlische politiek komt neer op de eeuwige vraag of het glas half vol is of half leeg. In de Knesset [het parlement] is de opmars opvallend. Daar is 27 procent van de 120 afgevaardigden vrouw, en dat is vijf keer zoveel als dertig jaar geleden. Kijk je echter naar hun verantwoordelijkheden, dan is er minder reden tot vreugde. Vier vrouwen zijn minister, maar slechts een van hen, Ayelet Shaked, heeft een ministerpost op het hoogste niveau.

    Als minister van Justitie voor de zionistisch-religieuze partij Habayit Hayehudi [Het Joodse Huis] voert zij een offensief tegen het Hooggerechtshof, dat in haar ogen te veel macht heeft om wetten tegen te houden. In 2006 had het Hooggerechtshof een vrouw als voorzitter: Dorit Beinish. In hetzelfde jaar werd Dalia Itzik de eerste vrouwelijke voorzitter van de Knesset.

    Aliza Bloch op 1 november 2018, de dag dat ze werd gekozen tot de eerste vrouwelijke burgemeester van Beth Shemesh. – © Yaakov Lederman/Flash90
    Aliza Bloch op 1 november 2018, de dag dat ze werd gekozen tot de eerste vrouwelijke burgemeester van Beth Shemesh. – © Yaakov Lederman/Flash90

    Maar het is lastig om in deze individuele verhalen een duidelijke trend te ontwaren. De hele ontstaansgeschiedenis van de staat Israël, vanaf de ondergrondse strijd tegen het Britse protectoraat tot en met de stichting van de kibboetsen, de socialistische gemeenschappen die de nieuwe Jood zouden voortbrengen, stond in het teken van gelijkheid tussen man en vrouw. Niet langer waren vrouwen veroordeeld tot de traditionele rol van moeder en echtgenote. Ze waren ook medestrijdsters en boerinnen die de grond bewerkten.

    ‘Ik weet niet of vrouwen beter zijn dan mannen, maar ik weet wel dat ze niet slechter zijn’, zei Golda Meir. Zij is nog steeds de enige vrouw die ooit premier is geweest in Israël, tussen 1969 en 1974. Toch zag zij haar carrière niet als een bewijs voor vrouwenemancipatie. David Ben-Goerion, de vader des vaderlands, heeft haar volgens de overlevering ooit ‘de enige man in zijn regering’ genoemd. Volgens haar biografen vond Meir de Amerikaanse feministen ‘krankzinnige vrouwen, die hun beha verbranden, er slonzig bijlopen en mannen haten’. Sterk, onafhankelijk, vrij, streng, kettingroker en geen make-up: Golda Meir was pionier in alles.

    Het eind van haar carrière werd een persoonlijk en nationaal trauma. In het najaar van 1973 werd Israël overvallen door de Jom Kipoer-oorlog en verloor het 2700 soldaten. De euforie en verwondering over de verpletterende overwinning op de Arabische landen in 1967 waren verdwenen. De Hebreeuwse staat voelde zich weer kwetsbaar, en dat gebeurde onder leiding van een vrouw – al had die dan gedaan wat de hoogste militairen haar adviseerden. Het is duidelijk dat die associatie een soort collectief stempel werd, en dat leidde weer tot het algemeen heersende idee dat verantwoordelijkheden die van levensbelang waren voor het land, aan mannen moesten worden toevertrouwd.

    Dat vooroordeel was ook te merken tijdens de verkiezingscampagne van 2009. Tzipi Livni, die als minister van Buitenlandse Zaken aan het hoofd stond van de centrumpartij Kadima, kreeg de meeste stemmen, maar mocht toch niet de coalitie vormen. De maand voor de verkiezingen was zij in de rug aangevallen door haar tegenstanders, met name door Arbeiderspartij-voorman Ehud Barak, die een grote staat van dienst heeft als militair, om haar zogenaamd zwakke karakter.

    In een laat stadium besloot Livni zich te richten op vrouwelijke kiezers. Maar in feite hadden vrouwenrechten voor haar, net als voor Golda Meir, geen hoge prioriteit. Alsof de aanwezigheid van vrouwen eerst gemeengoed moest worden om voor die rechten te kunnen opkomen, in plaats van er nu al eisen aan te stellen. Tegenwoordig leidt Livni de parlementaire oppositie onder de regering-Netanyahu.

    Auteur: Piotr Smolar

    Le Monde
    Frankrijk | dagblad | oplage 345.000

    Iconische krant, in 1944 opgericht op initiatief van De Gaulle. Om zijn naam (‘De Wereld’) eer aan te doen, onderhoudt Le Monde een groot netwerk van correspondenten.

  • 5. ‘Jullie zullen er spijt van krijgen, hoeren’

    5. ‘Jullie zullen er spijt van krijgen, hoeren’

    Een vrouwelijk lid van het Libanese parlement krijgt heftige, seksueel getinte beledigingen over zich heen, omdat zij de corruptie uitgaven van de president aan de kaak durft te stellen.

    Beledigingen zijn vandaag de dag schering en inslag in politieke kringen in Libanon. Het is in feite een middel geworden voor de machthebbers om tegenstanders te lijf te gaan. Het slachtoffer is in dit geval een vrouwelijke afgevaardigde, die zich zorgen maakt over het welzijn en de levensomstandigheden van haar medeburgers. (En in tegenstelling tot andere vrouwen in de Libanese politiek komt deze voormalige tv-journalist uit de ‘gewone’ samenleving en vloeit haar positie niet voort uit het systeem van politieke partijen of een ‘politieke’ achternaam.)

    De afgevaardigde (uit de kieskring Beiroet) is Paula Yacoubian, op wie de machthebbers de meute hebben losgelaten om hun vuile zaakjes in de media op te knappen. Yacoubian heeft niet anders gedaan dan rekening en verantwoording te eisen, nadat de president, Michel Aoun, twee vliegtuigen had gehuurd om met familie en vrienden een uitstapje naar New York te maken. Als antwoord krijgt ze een bak modder over zich heen van vuilspuiters die niet zoveel ophebben met democratie en die anderen graag bekritiseren en door het slijk halen.

    Paula Yacoubian deed niet anders dan als volksvertegenwoordiger corruptie aan de kaak stellen. Maar dat is een misdrijf in de ogen van de aanhangers van president Aoun, zoals de regeringsgezinde journalist Joseph Aboe Fadel en de componist Samir Sfeir. Laatstgenoemde twitterde: ‘Op een dag maakte de [Libanese televisiezender] LBC een interview met Gaddafi in Tripoli. Na de opnamen merkte de Libische leider op: “Laat deze journaliste nog een weekje hier blijven.” Aldus geschiedde. En raad eens om wie het ging?’

    Paula Yacoubian kondigde daarop aan dat ze een klacht gaat indienen tegen Aboe Fadel en Sfeir, waarbij ze hen kwalificeerde als ‘kleine boeven’ in dienst van ‘de grote schooier’ Gebran Bassil [de minister van Buitenlandse Zaken en schoonzoon van president Ayoun]. Dat kwam haar op nieuwe beledigingen te staan. Aboe Fadel bijvoorbeeld twitterde aan het adres van ‘de bevoorrechte vrouwen met parlementaire onschendbaarheid’: ‘Welke trucjes je ook uithaalt met je onschendbaarheid om je opgebruikte lijf buiten schot te houden, we zullen jullie opwachten. Jullie zullen er spijt van krijgen, hoeren. Mijn god, wat zullen jullie het betreuren en wat zullen jullie janken!’

    Gebrek aan respect

    Ook de website van de presidentiële partij spaarde haar niet. ‘Ze brengt de strijd van de Libanese vrouwen in gevaar. Door de media schrijden en mooie praatjes verkopen maakt van Paula Yacoubian nog geen heldin. Integendeel, de publieke opinie wordt alleen maar misselijk van een vrouw uit het volk die haar verantwoordelijkheden niet aankan. En dat blijft een hindernis voor de noodzakelijke verandering opdat een zo groot mogelijk aantal vrouwen toegang krijgt tot functies die om verantwoordelijkheidsbesef vragen.’

    Het gebrek aan respect voor vrouwen, hen omlaag halen en in hun eer aantasten, vooral als zij ook nog journalist zijn, is binnen de regeringspartij staande praktijk geworden. Men herinnert zich wellicht Ibrahim Kanaan, een parlementslid dat ook uit die kringen afkomstig is. Hij liet in een live-tv-uitzending een stroom van beledigingen los op de journaliste Ghada Eid, waarbij hij haar onder meer toebrulde: ‘Mijn voeten zijn schoner dan jij en jouw programma!’ En: ‘Ik weet waar je vandaan komt, slet!’

    Auteur: Batoul Khalil

    Al-Modon
    Libanon | almodon.com

    Links-liberale website die in 2013 is *
opgericht in navolging van de ‘Arabische lente’.* In korte tijd is Al-Modon een van 
de betrouwbaarste Arabische 
nieuwsbronnen geworden.

  • 4. Goede hoop in Afrika

    4. Goede hoop in Afrika

    Ethiopië heeft zijn eerste vrouwelijke president, en een kabinet dat voor de helft bestaat uit vrouwen. Salonfeminisme? Misschien. Maar goed voorbeeld doet goed volgen.

    Abiy Ahmed, de premier van Ethiopië, heeft de gewoonte om met grootse politieke gebaren deining te veroorzaken op het hele Afrikaanse continent. In korte tijd heeft hij duizenden politieke gevangenen vrijgelaten, vrede gesloten met Eritrea en democratische verkiezingen beloofd in een van de meest autocratische landen in Afrika.

    Zijn meest recente actie zal wellicht de grootste schokgolven veroorzaken: hij gaf de helft van de ministersposten aan vrouwen. Hiermee sluit Ethiopië aan bij Rwanda, dat ook evenveel vrouwen als mannen in zijn kabinet heeft. [Ethiopië heeft bovendien sinds 25 oktober zijn eerste vrouwelijke president, Sahle-Work Zewde, die werd gekozen op voorspraak van de premier.]


    Cynici zien de benoemingen als een handige truc om buitenlandse geldschieters te paaien en een besmeurd blazoen op te vijzelen. Daar zit misschien wat in. Maar laten we niet vergeten dat goed voorbeeld goed doet volgen en dat er daadwerkelijk iets kan veranderen. 
Vooralsnog zijn Ethiopië en Rwanda helaas uitzonderingen. Nu de Liberiaanse president Ellen Johnson Sirleaf is afgetreden, telt het Afrikaanse continent naast Zewde alleen nog mannelijke regeringsleiders.

    Maar met Rwanda en Ethiopië als lichtende voorbeelden stijgt de druk op andere landen om vooral niet achter te blijven. Atiku Abubakar, presidentskandidaat voor de volgende verkiezingen in Nigeria, beloofde 40 procent van de posten in zijn kabinet aan vrouwen en jongeren af te staan, zo meldde de Nigeriaanse pers. Het woord ‘afstaan’ – gekozen door de verslaggever en niet noodzakelijk door de presidentskandidaat – is hierbij veelzeggend. Het tekent de hardnekkige tegenzin om de macht, die ‘rechtmatig’ aan mannen toebehoort, over te dragen. 


    Seksuele uitbuiting

    Maar Afrika doet er beter aan dat idee te omarmen. Dat geldt zowel voor politici als voor de kiezer. Vrouwen zijn onevenredig vaak slachtoffer van veel van het onrecht dat op het Afrikaanse continent heerst – of het nu gaat om seksuele uitbuiting, beperkte toegang tot onderwijs en gezondheidszorg, of banenschaarste. Ondanks de geboekte vooruitgang is het aantal ondervoede meisjes dat niet naar school gaat nog altijd groter dan het aantal jongens.

    Recente gebeurtenissen in Liberia en Zuid-Afrika onderstrepen niet alleen dat vrouwen kwetsbaar zijn voor seksueel geweld, maar vooral ook dat ze hiertegen in het geweer komen. In Liberia gingen zowel vrouwen als mannen de straat op uit woede over de onthullingen dat meisjes van een door de Amerikaanse liefdadigheidsinstelling More Than Just Me gerunde school herhaaldelijk door de medeoprichter van de organisatie waren verkracht. In Zuid-Afrika trad Cheryl Zondi uit de anonimiteit om in de eerste live uitgezonden verkrachtingszaak te getuigen tegen de evangelische priester die haar vanaf haar veertiende had misbruikt.

    Terwijl ze met haar getuigenis op veel steun kon rekenen en de donkere krochten van de Zuid-Afrikaanse verkrachtingscultuur aan het licht blootstelde, toonde het proces ook aan waarom vrouwen huiverig zijn om hun mond open te doen. Zondi werd op een agressieve manier ondervraagd en voor leugenaar uitgemaakt, en ze werd gedwongen onnodige, pijnlijke details van haar verkrachting te onthullen.

    Sahle-Work Zewde is de eerste vrouwelijke president van Ethiopië. – © HH
    Sahle-Work Zewde is de eerste vrouwelijke president van Ethiopië. – © HH

    Vrouwelijke strijders

    Gelukkig kan Afrika bogen op een lange traditie van sterke vrouwen. Voordat de Arabieren en Europese kolonisten Afrika onder de voet liepen en patriarchale religies als de islam en het christendom over het continent uitrolden, waren veel Afrikaanse samenlevingen matriarchaal. De Ashanti, in wat nu Ghana is, kennen een matrilineaire afstamming en overerving gaat meestal via de vrouwelijke lijn.

    Onder Afrikaanse vrijheidshelden bevinden zich veel vrouwen, hoewel ze maar al te vaak uit de geschiedenis zijn weggeschreven. In de voormalige Britse kolonie Rhodesië, het huidige Zimbabwe, voerde spiritueel leider Nehanda Charwe (1840-1898) het verzet aan tegen de British South Africa Company (BSAC). In Kenia speelden vrouwen een prominente rol in het verzet tegen de koloniale macht, hoewel er nauwelijks straatnamen naar vrouwelijke vrijheidsstrijders zijn vernoemd.

    Ook in het huidige Afrika is er geen gebrek aan inspirerende vrouwen. Zonder de onvermoeibare inzet van Thuli Madonsela, de voormalige ombudsvrouw van Zuid-Afrika, was oud-president Jacob Zuma ongetwijfeld nooit voor het gerecht gesleept. Ook onder de grote Afrikaanse schrijvers bevinden zich talrijke vrouwen, waaronder de Nigeriaanse Chimamanda Ngozi Adichie. En belangrijker nog: op het hele continent zijn het de vrouwen die de boel bijeenhouden, die het meeste zware werk verrichten en een centrale rol spelen binnen het gezin.

    
Uit talloze studies blijkt dat de samenleving als geheel – vrouwen én mannen – baat heeft bij geschoolde, sterke vrouwen. Dat een presidentskandidaat in Nigeria zich geroepen voelt om vrouwen meer macht te geven, is een positief teken. Maar hoe eerder vrouwen zelf die macht beginnen op te eisen, hoe beter.

    Auteur: David Pilling

    Financial Times
    VK | dagblad | oplage 448.000

    Toonaangevende krant voor de Londense City en de rest van de wereld, met internationale economisch en financieel nieuws.

  • In Nagorno-Karabach delen vrouwen de lakens uit

    In Nagorno-Karabach delen vrouwen de lakens uit

    Nagorno-Karabach in de Kaukasus is een machorepubliek. Maar doordat veel mannen zijn weggevallen door de oorlog met Azerbeidzjan, bekleden vrouwen er de machtige posities. ‘In de afgelopen tien jaar is het aantal vrouwen in leidinggevende posities met 300 procent toegenomen.’

    Keuze uit het archief

    Afgelopen week laaide het conflict tussen Azerbeidzjan en de Armeense inwoners van de regio Nagorno-Karabach weer op. Na een kortdurende aanval op de Armeense enclave riep de Azerbeidzjaanse president woensdag de overwinning uit. Volgens president Aliyev is de soevereiniteit van Azerbeidzjan weer hersteld en was de ‘antiterreuroperatie’ in de regio een succes.
    Dit conflict sleept zich al voort sinds 1991, het jaar waarin de Sovjet-Unie uiteenviel en de voormalige autonome oblast Nagorno-Karabach zichzelf uitriep tot republiek. Toch brengt het gewapende conflict ook voordelen met zich mee. Zo blijkt uit dit artikel van Der Spiegel uit 2018 dat het in Nagorno-Karabach nu de vrouwen zijn die de lakens uitdelen en hoge posities bekleden, zij het omdat de mannen zijn gesneuveld, oorlogsinvalide geworden of naar Rusland vertrokken waar wel werk voor hen was. In dit artikel vertelt een aantal vrouwen over het leven in de regio, hun hoge functies en hoe de traditionele rolpatronen naar buiten toe nog altijd gehandhaafd worden, maar achter de schermen niet langer fungeren.

    In een kelder in de Kaukasus staat een vrouw. Ze is begin veertig, met een spijkerbroek en loshangend zwart haar. Ze wijst op de hoek waar ze als kind met haar familie schuilde. Ze laat de trap zien waar een granaat een gat sloeg in het lichaam van haar broer. Wijst op de kist waar ze de Kalasjnikov uithaalde, iedere keer dat haar vader naar het front vertrok.

    De vrouw in de kelder die oorspronkelijk voorraadkamer was, daarna schuilkelder, en die nu een pijnlijke herinnering is, is Armine Alexanjan, de nummer twee op het ministerie van Buitenlandse Zaken. Een vrouw met macht, trots en gescheiden.

    Een historische beschikking van het lot maakte dat ze op een positie kwam die haar anders nooit was toegevallen. Niet hier, in deze machorepubliek, waar de mannen onder de wapens zijn, de grenzen bewaken en bevelen snauwen. Waar nog geen twee generaties geleden vrouwen hun gezicht bedekten, en waar ondanks zeventig jaar van Sovjetheerschappij de traditionele rolverdeling nauwelijks is verbeterd. Waar de geestelijke tot de dag van vandaag bij een huwelijksplechtigheid aan de bruidegom vraagt: ‘Spreekt u ook namens haar?’ en aan de bruid: ‘Zult u hem gehoorzamen?’ De afvallige republiek Nagorno-Karabach, volkenrechtelijk onderdeel van Azerbeidzjan, is gebrandmerkt door oorlog en armoede en streng patriarchaal. Desondanks zijn het de vrouwen die hier de laatste twee decennia aan de macht komen. Ze hebben leidinggevende posities ingenomen op ministeries en aan de universiteit, in het hooggerechtshof, bij politie-eenheden. Ze vullen de leemtes die zijn ontstaan doordat mannen zijn gesneuveld, oorlogsinvalide geworden of naar Rusland vertrokken omdat daar werk voor hen was.

    ‘In de afgelopen tien jaar is het aantal vrouwen in leidinggevende posities met 300 procent toegenomen’

    Van de 150.000 inwoners van dit gebied tussen de Zwarte Zee en de Kaspische Zee − kleiner nog dan de provincie Noord-Brabant − zijn 45.000 mannen onder de wapenen geroepen, actief of als reservist. Overal hangen aanplakbiljetten met propaganda, op gebouwen zitten borden met ‘Pas op, de vijand luistert mee’, op de basisschool leren kinderen hoe ze met wapens moeten omgaan, op tv is de ene militaire parade na de andere te zien. Allemaal gericht tegen buurland Azerbeidzjan, dat de grote vijand werd toen Nagorno-Karabach in 1991 de onafhankelijkheid uitriep en er een oorlog uitbrak die nog steeds nasmeult. In totaal zijn er 40.000 doden gevallen en zijn meer dan een miljoen mensen ontheemd geraakt.

    Nagorno-Karabach werd daardoor een laboratorium waar de resultaten van deze proef zichtbaar zijn: wat gebeurt er als je vrouwen gewoon hun gang laat gaan en hen toegang geeft tot machtsposities? Geen van hen heeft dit lot zelf gekozen. Het zijn geen uitgesproken feministes, met het #MeToo-debat of gendervraagstukken willen ze net zomin iets te maken hebben als de Duitse puinruimsters vlak na de Tweede Wereldoorlog.

    Maar wat doen de vrouwen met deze unieke kans? Kunnen andere vrouwen iets van hen leren?

    Alexanjan leidt ons uit de kelder naar boven, naar het huis van haar ouders. In de keuken zit haar moeder met andere dames van een jaar of zeventig te kaarten: gouden tanden, zuurstokkleurige ochtendjassen ondanks de middag, wenkbrauwen zwart als die van Charles Aznavour. Er is moerbei-jam, en ingelegde augurken, ze praten over hun mannen die ze door ontrouw of oorlog zijn kwijtgeraakt. Ze hebben allemaal wel iemand verloren, maar verbitterd zijn ze niet. Tranen vloeien, de heerlijke Ararat-brandewijn eveneens, en al snel wordt duidelijk dat deze vrouwen heel wat vrolijker vertellers zijn dan de mannen. De enige man in het gezelschap, de vader van Alexanjan, heeft zich allang uit de voeten gemaakt, naar zijn koeien voor het huis.

    In Stepanakert, de hoofdstad, bevindt het bureau van Alexanjan zich op de eerste verdieping van het ministerie van Buitenlandse Zaken, een klein huis tussen verwaarloosde prefab bouwsels. Boven haar bureau hangt een foto van een ezel.

    ‘Wilskrachtig en stijfkoppig,’ zegt Alexanjan, net als zijzelf. Die karaktereigenschappen moeten haar helpen in de strijd voor haar levensdoel: zelfbeschikkingsrecht en internationale erkenning. Want Nagorno-Karabach wordt internationaal niet erkend, zelfs niet door zijn beschermheer Armenië. Het is als het ware een Armeense enclave op Azerbeidzjaans grondgebied.

    © Marco Fieber.
    © Marco Fieber.

    Alexanjan is de vertegenwoordigster van deze de-factostaat, geen geringe opgave, maar ze doet het met een ijzeren discipline, ondanks tegenslagen en isolement. Als er iemand is die kan uitleggen hoe vrouwen zich handhaven in een samenleving waar het adagium luidt ‘Vrouwen werken wel hard, maar mannen hebben meer hersens’, dan is zij het wel. Ze zegt dat dat hun lukt door diplomatieke vaardigheden, die zij ‘paradiplomatie’ noemt.

    Vrouwen in Nagorno-Karabach zijn succesvol doordat ze behoedzaam zijn en tactisch. Zoals de plaatsvervangend minister van Buitenlandse Zaken aan bezoekers van haar moeilijke land uiteenzet, is zij het die achter de schermen aan de touwtjes trekt, maar voor de buitenwereld laat ze de minister, haar baas, voorgaan, zodat hij de lauweren kan oogsten. Mannen, weet Alexjan, en weten alle andere vrouwen hier, moeten met zachtzinnigheid worden overtuigd, ze moeten niet het gevoel krijgen dat ze worden ingehaald of aan de kant geschoven. Daarom is het belangrijk dat naar buiten toe de oude rolpatronen gehandhaafd blijven. Dat zie je in Stepanakert [de hoofdstad] terug op straat: daar zijn vrouwen verlengstukken van hun man, ze doffen zich met kniehoge laarzen onder korte rokjes op, als de zusjes Kardashian, en paraderen aan hun arm van hun man, die een hoekige bontmuts draagt.

    Als aanhangsel is Alexjan niet erg geslaagd, daar is ze te zelfbewust voor. Haar man was jaloers, ze heeft hem eruit gegooid en sindsdien voedt ze de kinderen alleen op. Veel vrouwen in Nagorno-Karabach hebben een eigen carrière en leiden een onafhankelijk leven. Maar dat wrijven ze hun mannen niet onder de neus. Zo heerst er, al is het dan niet in het land, in elk geval vrede tussen de geslachten en binnen de families.

    Ministerie als gezin

    Narine Agabaljan is een van die vrouwen. Broekpak, praktisch, kort haar, vijftig. Ze was de eerste minister van Cultuur van Nagorno-Karabach, en had een staf die voor 80 procent uit vrouwen bestond. Nu is ze minister van Onderwijs. Haar gezicht staat ernstig als ze ons ontvangt in een ijskoud kantoor met een vlag van Nagorno-Karabach. Ze zegt van zichzelf dat ze door de oorlog sterk geworden is. Toen ze 23 was stond ze als soldaat in de loopgraven, haar man sneuvelde aan het front, twee maanden later kwam haar zoon ter wereld. Ze noemde hem Edmon, naar zijn vader. Als ze een man was geweest, zou ze toen zijn begonnen met drinken.

    Maar Narine Agabaljan vocht zich terug in het leven. Als tv-journaliste deed ze verslag van de vijandige linies, van de verliezen, over pogroms, maar daar had ze snel genoeg van. Ze zocht nieuwe wegen, ging de politiek in, werd minister van Cultuur, besteedde geld aan de renovatie van moskeeën in plaats van aan wapens. Tot nu toe doet ze het heel goed zonder man. Wat is het verschil tussen haar en haar mannelijke collega-ministers?

    ‘Twee dingen,’ zegt de minister, nog steeds zonder te glimlachen. ‘In de eerste plaats: flexibel blijven, niet vastzitten aan je positie en behoud van je macht.’ In de tweede plaats stuurt ze haar ministerie aan als een gezin. Dat wil zeggen: ‘Luisteren, laten uitspreken. Geen ellebogenwerk, niet pronken met je heldendaden, iedere dag compromissen sluiten.’

    Over betuttelingen en handtastelijkheden van mannelijke collega’s hoor je hier niets. ‘We kennen hier geen geweld tegen vrouwen,’ zegt de minister van Onderwijs. Ze kan geen land ter wereld bedenken waar vrouwen veiliger zijn. Waarom, vanwege alle soldaten, de veiligheidsmensen? ‘Omdat we met zo weinigen zijn,’ zegt de minister, en bijna alle vrouwen die je in Nagorno-Karabach tegenkomt zeggen hetzelfde. Omdat iedereen iedereen kent en geen man zich een schandaal kan veroorloven.

    Nog geen twee kilometer van het ministerie verwijderd doceert rekenwonder Manusch Minasjan, donker pagekopje, warme stem. Minasjan is de eerste vrouwelijke rector van de staatsuniversiteit. Getallen heeft ze altijd als een uitdaging gezien, niet als mannending. Ze heeft statistiek gestudeerd, was hoofd van de belastingdienst. Ze zegt: ‘Ons land biedt vrouwen enorme kansen.’ Ze leidt ons door lange gangen, doet deuren open. ‘Kijk maar, de collegezalen zitten vol met meisjes.’ Ze zoekt naar de cijfers, controleert de statistieken met een rekenmachine. ‘Van alle arbeidsgeschikte vrouwen werkt bijna 90 procent. In de afgelopen tien jaar is het aantal vrouwen in leidinggevende posities bij ons met 300 procent toegenomen. In de publieke sector is het ongeveer 60 procent. Wat vindt u daarvan?’

    Zijn vrouwen betere leidinggevenden, gaan ze anders om met macht? Ze antwoordt dat ze daar vaak over heeft lopen denken. ‘Vrouwen zijn flexibeler en betrouwbaarder. Maar vooral: ze zijn beter opgeleid.’ Omdat meisjes niet in dienst hoefden hebben ze zich op hun studie geconcentreerd, waardoor ze zijn gekwalificeerd voor betere banen. ‘En ze zijn slim genoeg,’ zegt ook Minasjan, ‘om dat hun man niet de hele tijd in te wrijven.’

    Vrouwen zijn flexibeler en betrouwbaarder. Maar vooral: ze zijn beter opgeleid’

    Zijn vrouwen pacifistischer dan mannen? Welnee, antwoordt de rectrix, alsof dat een schande zou zijn. Ze vertelt dat de minister van Defensie onlangs de universiteit bezocht. De studentes vroegen hem waarom er geen dienstplicht voor vrouwen bestond. Tot grote ergernis van de studentes had de minister gezegd dat vrouwen in de keuken hoorden. ‘Persoonlijk vind ik,’ aldus de rectrix, ‘dat ze als ze dat willen in het leger moeten kunnen gaan.’ Bijna alle vrouwen in Nagorno-Karabach zeggen dat ze in een noodsituatie hun land ook gewapenderhand zullen verdedigen.

    Hoezeer de langdurige oorlog ook kansen biedt voor vrouwen, aan de andere kant is het een catastrofe die hele families uiteenrijt. Dat blijkt als je buiten de hoofdstad komt. Hoe verder je naar het noorden komt, des te vaker zie je de met planken versterkte, mansdiepe loopgraven, of ze zijn dichtgegooid en een paar meter verder weer opnieuw uitgegraven. Het is een gevecht om iedere meter die je de vijand hebt afgedwongen, het lijkt op het vooruit en achteruit in een schaakspel dat geen winnaar kent.

    In Talysch, een grensplaats onder aan een groene heuvelrij, staan de vijandelijke troepen tegenover elkaar, jonge mannen met vage baardjes en met hun bloedgroep op de borst van hun uniform geborduurd. Talysch ligt in puin, alle huizen zijn kapot, bomkraters in de tuinen. Bijna iedere nacht, vertellen ze, dondert aan de overkant de artillerie. Het is een mannendorp, ze sjouwen puin weg, bouwen de oude feestzaal weer op en drinken wodka uit limonadeflesjes. Hun vrouwen wonen een uur verderop in witte containers met gietijzeren allesbranders en sturen hun kinderen naar een provisorisch gebouwde school waar ze vijf uur per week les krijgen in wapenkunde.

    Maar er zijn ook plaatsen waar, als een kasplantje, de hoop groeit, waar mensen wonen die niet zo verstrikt zitten in het eeuwige conflict tussen christenen en moslims in de Kaukasus. Mensen zoals Nana, 27, donkere krullen, pientere blik, nieuwsgierig naar alles wat nieuw is. Nana heeft politicologie gestudeerd en het is haar baan om de onderwijsinstellingen in Nagorno-Karabach te moderniseren, buitenlandse docenten aan te trekken en uitwisselingsprogramma’s te organiseren. Ze heeft in Armenië gestudeerd, had daar een carrière voor zich, maar is teruggekomen ‘omdat ze haar hier dringender nodig hadden’.

    Als Nana het spreekwoord hoort dat iedereen hier kent: ‘Vrouwen zijn de ruggengraat, daarboven zit het hoofd, dat is mannelijk’, wordt ze woedend. Zeker, op feestdagen loopt ook Nana met de vlag van Nagorno-Karabach door de straten en staat ze in de houding als met onderscheidingen overladen veteranen rode anjers op oorlogsgraven leggen. Maar ze weet dat haar vaderland geen toekomst heeft als het in het verleden blijft steken. Ze loopt met ons door de hoofdstraat van Stepanakert, waar inderdaad soldaten flaneren met een meisje aan hun arm. ‘Hier ergens,’ zegt ze terwijl ze op de gevels wijst, ‘wil ik binnenkort werken. In het kantoor van de Verenigde Naties, dat er nog niet is, als politiek adviseur, als bemiddelaar tussen de verschillende werelden.’

    Nana is ervan overtuigd dat ze ooit een vrij leven zal leiden, onafhankelijk van oorlogen en mannen. Kinderen? Natuurlijk wil ze kinderen. Bijna alle vrouwen hebben kinderen, en als ze die niet hebben zien ze dat als een groot ongeluk. Ze hebben kinderen omdat het land nieuwe generaties nodig heeft, om te kunnen voortbestaan en voor komende oorlogen. Maar vooral omdat ze dol zijn op kinderen.

    Met Nana groeit een nieuwe generatie op, die een hele stap verder is dan vrouwen als de minister van Onderwijs en de onderminister van Buitenlandse Zaken. Hun idee van een vreedzaam Nagorno-Karabach gaat veel verder dan een oplossing voor het conflict met Azerbeidzjan. Deze vrouwen hebben de oorlog van de jaren negentig niet meegemaakt, de vierdaagse oorlog van april 2016 was voor hen slechts een korte, nare droom. Ze denken minder in termen van daders en slachtoffers en maken nauwelijks onderscheid tussen mannen en vrouwen.

    © Marco Fieber
    © Marco Fieber

    Net als de jongeren in Bardak, een garage in Stepanakert, tegenwoordig een club, waar ’s avonds in het halfduister de jonge inwoners van Nagorno-Karabach flirten, roken, wodka drinken, dansen op Another Brick in the Wall van Pink Floyd en er niet aan denken een leven te gaan leiden als soldaat, om te lijden en te sterven uit haat. Maar zover is het nog lang niet, dit land is een gebarricadeerd eiland, met Armenië verbonden door een corridor waar tweemaal daags busjes met mensen en goederen doorheen hobbelen.

    Niet ver hiervandaan staan zes vrouwen op een met sneeuw bedekte helling. Niemand heeft het over politiek. Het vrouwenteam spoort de vijand op en maakt hem onschadelijk. Deze vijand heeft zich niet in loopgraven verschanst, maar ligt al op de grond, een paar centimeter diep in de bevroren aarde. Deze vrouwen maken mijnen onschadelijk. In opdracht van de Amerikaanse hulporganisatie Halo ruimen ze het vuilnis op dat de oorlog heeft achtergelaten. Het is mannenwerk, en ze doen het heel goed.

  • Ook de cheerleader pikt het niet meer

    Ook de cheerleader pikt het niet meer

    Cheerleaders zijn met hun hotpants en pompons niet meer weg te denken uit de wereld van het American Football. Toch steekt ook in deze wereld het feminisme voorzichtig de kop op.

    Elk jaar in april houden een aantal American Football-teams audities voor cheerleaders. Vele vrouwen beproeven dan hun geluk. Maar tegenwoordig, in de wereld van #MeToo, worden er kritische kanttekeningen geplaatst bij de strenge regels en de karige beloning.

    Deze maand veertig jaar geleden beschreef een journalist die aanwezig was bij de cheerleading tryouts van de Dallas Cowboys een scène die ‘even zenuwslopend was als een open casting voor een Broadway-show’. Honderdvijftig vrouwen – de meest begeerde, gevierde en gewilde vrouwen van heel Texas – stonden te rillen in een ruimte waar de airco veel te koud stond afgesteld.

    De vrouwen vertelden over hongerdiëten, die ze vele weken hadden volgehouden. De verslaggever van The New York Times schreef dat de cheerleaders een vergoeding van niks kregen: vijftien dollar per wedstrijd (14 dollar 72 na aftrek van belasting). Ze moesten zich aan een strak repetitieschema houden – maar liefst vijf uur per avond, en dat vijf keer per week –, ze mochten zich niet vertonen op plekken waar alcohol werd geschonken, ze mochten niet in hun uniform op welk feestje dan ook verschijnen, ze mochten geen sieraden dragen wanneer ze hun uniform aan hadden.

    ‘De cheerleaders van de Cowboys zijn, boven alles, mooi’, stond in het artikel te lezen. Dit was een tijd waarin deze cheerleaders misschien wel de meest iconische show neerzetten binnen de wereld van het American Football, binnen de hele NFL. Een ‘grote dosis charme en uitstraling’ was een absolute vereiste.

    Cheerleading is begonnen als een sport voor mannen. Eisenhower, Roosevelt, Reagen en beide Bushes stonden tijdens hun studietijd met megafoon langs de zijlijn. – © HH
    Cheerleading is begonnen als een sport voor mannen. Eisenhower, Roosevelt, Reagen en beide Bushes stonden tijdens hun studietijd met megafoon langs de zijlijn. – © HH

    Vier decennia later lijkt de wereld weliswaar te zijn veranderd, maar de regels waaraan professionele cheerleaders zich dienen te houden zijn nog min of meer dezelfde. Toch lijkt, in een tijd waarin de NFL gebukt gaat onder een onophoudelijke stroom verhalen over huiselijk geweld en beschuldigingen van seksueel geweld – en talloze vrouwen zich achter #MeToo scharen – ook in de wereld van cheerleaders het feminisme voorzichtig de kop op te steken. Er worden kanttekeningen geplaatst bij de strenge en naar het zich laat aanzien seksistische regels die op professioneel niveau gemeengoed zijn. Maar tegelijkertijd doen honderden vrouwen, bij verschillende teams, auditie voor cheerleader. Al naar gelang de regels van het team doen ze dat in de voorgeschreven crop top, een huidkleurige panty, hotpants en met ‘geheel verzorgd kapsel en make-up’, zoals staat te lezen in de leidraad van de Arizona Cardinals.

    De vrouwen zullen worden beoordeeld op hun techniek, uitstraling en houding, maar ook op hun uiterlijk, zoals in vele handleidingen staat aangegeven. Het mag duidelijk zijn dat ‘ons uniform een slank figuur vereist’, vermeldt de auditiefolder van de Cowboys. Als deze vrouwen geluk hebben worden ze toegelaten tot teams met namen als Ben-gals (een verwijzing naar de Bengals van Cincinnati), de Raiderettes (Oakland), de Falconettes (Atlanta) of de Saintsations (New Orleans). Ze zullen zich moeten houden aan bepaalde reglementen. Zo mogen ze niet al te vriendschappelijk met de spelers omgaan en in sommige gevallen mogen ze er geen stellige meningen op nahouden, of kauwgom kauwen. Toch zullen velen het een fantastische ervaring vinden: het kameraadschap, de kans om zo dicht in de buurt te komen van de helden, de kans om al je technische vaardigheden te tonen (vaardigheden, jawel: vele NFL-cheerleaders zijn getrainde dansers).

    ‘Ik verdien niet genoeg om mijn hele leven door hen te laten bepalen, ook buiten de Superdome’

    ‘Het is echt een kick die nergens mee is te vergelijken,’ zegt Flavia Berys, die van 2000 tot 2002 cheerleader is geweest bij de San Diego Chargers en een aantal boeken heeft geschreven over alle geheimen rond cheerleaderaudities. ‘Je voelt echt de energie van elke afzonderlijke fan die daar in het stadion zit.’

    ‘Je krijgt instant een hechte band met de andere vrouwen,’ aldus Toni Washington, die in de jaren tachtig cheerleader en toursecretaris is geweest bij de Cowboys.
    Toch gaat er ook weleens iets mis, te beginnen met de zaak van Bailey Davis, een tweeëntwintigjarige ex-cheerleader van de New Orleans Saints, die in januari werd ontslagen omdat ze een foto op Instagram had gezet waarop ze een kanten bodysuit draagt. Dat druist in tegen de socialmediaregels van het team. Als reactie daarop diende zij een klacht in wegens genderdiscriminatie, bij de Equal Employment Opportunity Commission. Ze beschuldigde de NFL ervan een dubbele moraal te hanteren: er gelden andere regels voor de cheerleaders, vrijwel uitsluitend vrouwen, dan voor de spelers, uitsluitend mannen.

    ‘Ik verdien niet genoeg om mijn hele leven door hen te laten bepalen, ook buiten de Superdome,’ zei Davis. Veel cheerleaders van de NFL verdienen een schamele vijfenzeventig dollar per wedstrijd, en ze krijgen nog wat extra’s als ze bepaalde events bijwonen. Als Davis in het team was gebleven, had ze tien dollar vijfentwintig per uur verdiend, ofwel drie dollar meer dan het minimumloon in Louisiana.

    Davis is niet de eerste die de genderongelijkheid binnen de NFL aan de kaak stelt. Al in de jaren zeventig werd er door de National Organization for Women gedemonstreerd bij de Cowboys’ tryouts voor cheerleaders, en de cheerleaders werden door feministen weggezet als ‘instrumenten van het seksisme’, zoals The New York Times het ooit verwoordde.

    De Chicago Bears zijn in 1985 gestopt met hun cheerleaders, de ‘Honey Bears’, toen de dochter van George Halas, de eigenaar en een van de oprichters van de NFL, na de dood van haar vader het team overnam. (George Halas zelf had ooit gezegd: ‘Zolang ik leef, zullen er dansende meisjes zijn.’)

    Processen

    De afgelopen jaren hebben gewezen cheerleaders processen aangespannen tegen de NFL over hun salaris. In 2016 hebben de New York Jets een regeling getroffen en hun cheerleaders met terugwerkende kracht 325.000 dollar uitgekeerd. De Raiders zijn een schikking van 1,25 miljoen dollar overeengekomen met de Raiderettes. Er zijn zes NFL-teams zonder cheerleaders, waaronder de Buffalo Bills – van wie het cheerteam is ontbonden na een groepsvordering over de betaling – en de New York Giants, van wie de mede-eigenaar, John Mara, heeft gezegd: ‘In filosofische zin hebben we er altijd moeite mee gehad om schaars geklede vrouwen het veld op te sturen ter vermaak van onze fans.’

    ‘Ik heb twee dochters,’ zegt Drexel Bradshaw, een advocaat die enkele cheerleaders heeft vertegenwoordigd in rechtszaken voor gelijke betaling, tegen de San Francisco 49ers en de Raiders. ‘Ik zou niet graag zien dat mijn dochters worden behandeld zoals deze vrouwen worden behandeld.’

    Margery Eagan, een radiopresentatrice, formuleerde het onlangs een stuk directer in een column in The Boston Globe. ‘Het is hoog tijd om kritisch te kijken naar de cheerleaders van de NFL, met hun nauwelijks bedekte borsten, die vanaf de tribunes worden begluurd door dronken mannen met een verrekijker,’ schreef ze. ‘Het is beschamend, voor ons allemaal. Of dat zou het in ieder geval moeten zijn.’

    De cheerleader met hotpants en go-go-laarzen is te herleiden tot de Cowboys uit de jaren zeventig. – © Getty
    De cheerleader met hotpants en go-go-laarzen is te herleiden tot de Cowboys uit de jaren zeventig. – © Getty

    Willen vrouwen in een mannenwereld iets bereiken, zo luidt het gezegde, dan moeten ze alles doen wat mannen doen – maar dan achterwaarts en op hoge hakken. Voor de NFL-cheerleaders komt daar nog iets bij: zij moeten aan de kant staan, op hoge hakken, en de mannen aanmoedigen, voor een schijntje – en dat in een wereld waarin spelers miljoenen binnenhalen en zelfs de mascottes soms vijfenzestigduizend dollar per jaar opstrijken.

    Zoals in The New York Times, en op andere plekken, is opgemerkt, roepen de regels waaraan de moderne cheerleaders zich dienen te houden herinneringen op aan een ander tijdperk, waarin vrouwen werden gewogen, een verplichte manicure kregen, instructies kregen hoe ze tampons dienden te gebruiken en werden getraind in het beleefd afwimpelen van fans die te nieuwsgierig of te handtastelijk werden. Wie een blik werpt in de voorschriften uit de jaren zestig voor de Playboy -clubs van Hugh Hefner – regels die waren opgesteld voor de vrouwelijke medewerkers, die ‘bunnies’ werden genoemd – stuit op opmerkelijke gelijkenissen: de bunnies kregen ‘strafpunten’ voor kauwgom kauwen, vuile nagels of ongekamd haar. Maar deze bunnies kregen tenminste wel een salaris en bepaalde voordeeltjes.

    ‘Je moet niet alleen een goed getrainde danser zijn, maar je moet er ook nog eens goed uitzien terwijl je zeer inspannend werk doet. Je moet het doen op tien centimeter hoge hakken. Volledig opgemaakt, en je moet onafgebroken glimlachen, ook als je alleen maar staat te staan’

    ‘Het is ontzettend moeilijk om een NFL-cheerleader te zijn, want je moet niet alleen een goed getrainde danser zijn, maar je moet er ook nog eens goed uitzien terwijl je zeer inspannend werk doet,’ zegt Bailey Davis. ‘Je moet het doen op tien centimeter hoge hakken. Volledig opgemaakt, en je moet onafgebroken glimlachen, ook als je alleen maar staat te staan.’

    ‘Er wordt echt een dubbele moraal gehanteerd,’ zegt Kate Mayfield, een voormalig cheerleader van de Baltimore Ravens, die nu hedgefundconsultant is. ‘Ze wekken de indruk dat de regels zijn opgesteld om te zorgen dat wij niet in de problemen komen, want als er iets gebeurt zal de bond altijd de speler in bescherming nemen. Als puntje bij paaltje komt zijn de spelers belangrijker, hoewel wij ook op het veld staan. Ik geloof niet dat ik daar destijds bij heb stilgestaan. Ik was tweeëntwintig.’

    In een etiquettehandboek uit 2012, van de Raiders krijgen cheerleaders het advies om ‘damesachtig te zitten – kruis je enkels of sla je benen over elkaar, maar zorg in ieder geval dat je je benen bij elkaar houdt’. In de voorschriften van de Bengals, gebruikt als bewijsmateriaal tijdens een rechtszaak in 2014, wordt melding gemaakt van ‘een toegestane gewichtsschommeling van ten hoogste anderhalve kilo’, ‘een verbod op kauwgom’, ‘geen hangende borsten’. Beide teams hebben onlangs laten weten de voorschriften te hebben aangepast, maar weigerden op de details in te gaan.

    ‘Het ergste voor mij, en voor veel van mijn teamgenoten, was een totaal vertekend beeld van je lichaam, een eetstoornis en de depressies en angststoornissen die daarmee gepaard gaan,’ aldus Lyndsey Raucherm, een studente die in 2016 en 2017 cheerleader is geweest bij de New England Patriots. ‘Ik ben bang dat ik nooit meer helemaal de oude zal worden.’

    Sport voor mannen

    Cheerleading is begonnen als een sport voor mannen – ‘een van de meest waardevolle dingen die een jongen meekrijgt van zijn studietijd,’ schreef The Nation in 1911. Zeker vijf presidenten – Dwight D. Eisenhower, Franklin Roosevelt, Ronald Reagan en de beide Bushes – zijn tijdens hun studie cheerleader geweest, net als andere politici zoals Rick Perry, Tom DeLay en Mitt Romney.

    Pas na de Tweede Wereldoorlog namen jonge, parmantige vrouwen met pompoms geleidelijk de plaats in van die mannen met hun megafoons, zoals de sociologe Lisa Wade schrijft. Dat kwam deels doordat cheerleading een van de weinige manieren was waarop vrouwen een rol konden spelen binnen de universitaire sportwereld voordat in 1972 Title IX werd aangenomen, de federale wetgeving waarin gelijke openstelling voor beide seksen werd vastgelegd, betoogt Laura Grindstaff, hoogleraar aan de
    University of California in Davis.

    In de jaren sinds de invoering van die wet zijn er twee duidelijk verschillende vormen van cheerleading ontstaan: een competitieve versie, voornamelijk voor meisjesstudenten, met een sterk gymnastische component – vol ingewikkelde turnoefeningen, sprongen en menselijke piramides – en de versie met cheerleaders die aan de zijkant van het veld staan en ook dansen. Bij die laatste vorm zijn de cheerleaders binnen de NFL vrijwel uitsluitend vrouwen. (De Baltimore Ravens hebben mannelijke stuntlieden tussen hun cheerleaders, en de Los Angeles Rams hebben enige maanden terug laten weten twee mannen – beiden klassiek geschoolde dansers – aan hun cheerleaderteam toe te voegen.)

    ‘Dit is een activiteit waarvoor je bijna een gespleten persoonlijkheid moet hebben,’ zegt Kate Torgovnick May, de schrijfster van Cheer!: Inside the Secret World of College Cheerleaders. Aan de ene kant moet je een heel gymnastische, atletische prestatie neerzetten. Er worden allerlei acrobatische oefeningen in de lucht gedaan. Maar er is ook de andere kant, de bijkomende elementen, het publiek opzwepen, de krappe, weinig verhullende kleding, de geladen blikken die daarbij horen. Het gaat dan vooral over pracht en praal. Ik wil geenszins beweren dat het geen echte dansvorm zou zijn – want dat is het zeker – maar op een bepaalde manier is het toch iets heel anders.’

    We hebben het dan over het soort cheerleaders, met hotpants en go-go-laarzen, die zijn te herleiden tot de Cowboys uit de jaren zeventig – en dan met name tot Suzanne Mitchell, die meer dan tien jaar de scepter heeft gezwaaid. ‘Je zou haar de peetmoeder van het moderne cheerleading kunnen noemen,’ zegt filmmaakster Dana Adam Shapiro, wiens documentaire over de cheerleaders van de Cowboys – Daughters of the Sexual Revolution – onlangs in première is gegaan op het festival South by Southwest.


    Voor de Dallas-cheerleaders kwam het keerpunt in 1976, tijdens Super Bowl X. Een cameraman van de televisie, die op zoek was naar het zogeheten ‘honey shot’, liet zijn camera naar de zijlijn glijden, waar een van de cheerleaders, Gwenda, recht in beeld knipoogde. Van het ene op het andere moment was de hele wereld ‘vergeten dat er een Super Bowl gaande was’, om de woorden van Cowboys-chroniqueur Joe Nick Patoski te gebruiken. Daarmee werd bevestigd wat Tex Schramm, de voorzitter en algemeen manager van de Cowboys, al langer vermoedde: een brutalere, sexy uitstraling zou heel wat commotie veroorzaken.

    Onder Suzanne Mitchell prijkten de cheerleaders van de Cowboys op de cover van Esquire, hadden ze een rol in de tv-serie The Love Boat en speelden ze – ongevraagd – een legendarische rol in een pornofilm uit 1978, Debbie Does Dallas. (Volgens Shapiro’s documentaire waren er destijds drie cheerleaders die Debbie heetten. Maar ze waren geen van alle díé Debbie.)

    De regels van Suzanna Mitchell werden beroemd: niet aanpappen met de spelers. Geen kauwgom. Geen spijkerbroeken. Er mochten geen papillotten worden gedragen in het openbaar. Men werd standaard eens in de zo veel tijd gewogen, en soms liet Mitchell foto’s rondgaan van bepaalde lichaamsdelen van cheerleaders, om duidelijk te maken waar er wat vet diende te verdwijnen. ‘Je shorts werden op maat gemaakt,’ zei voormalig cheerleader Washington, die inmiddels zevenenvijftig is. Ze zeiden altijd: ‘We snoeren het in, het mag er niet uit. Het was een soort etiquetteschool.’


    Maar het verhaal kent ook een donkere kant. In de documentaire horen we voormalig cheerleaders vertellen over stalkers, mannen die brieven schreven, die hen volgden en die hen thuis opbelden – duidelijk een van de redenen dat de cheerleaders van de NFL vandaag de dag niet hun volledige naam mogen gebruiken.

    ‘De meeste fans gedragen zich fatsoenlijk, maar er zit altijd wel iemand tussen die lijkt te denken dat cheerleaders een soort gebruiksvoorwerpen zijn,’ aldus mevrouw Berys, de voormalig aanvoerder van de cheerleaders van de Chargers. Zij grijpt terug op haar eigen ervaringen tussen 2000 en 2002.

    In Philadelphia heeft in 2002 een cheerleader van de Eagles ontslag genomen – en later een rechtszaak aangespannen – nadat was uitgelekt dat teams van de tegenstander de cheerleaders hadden begluurd in hun kleedkamer. Bradshaw, de advocaat die later enkele zaken heeft aangespannen om gelijke betaling af te dwingen, zegt dat twee van zijn cliënten hebben verklaard onzedelijk te zijn betast tijdens het werk op liefdadigheidsbijeenkomsten.

    Bailey Davis is overigens niet van mening dat er een einde moet komen aan de praktijk van het cheerleading – ze vindt alleen dat de NFL met zijn tijd moet meegaan.

    ‘Dit is niet normaal,’ zegt Davis. ‘Volgens mij realiseerde gewoon niemand zich hoe slecht we werden behandeld.’

    Auteur: Jessica Bennett
    Vertaler: Nicolette Hoekmeijer

    Openingsbeeld: © Getty

    The New York Times
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 1.120.402

    De krant der kranten, met als motto ‘All the news that’s fit to print’. Won meer journalistieke prijzen dan enig ander medium.

  • Arabisch feminisme 
vind je op Facebook

    Arabisch feminisme 
vind je op Facebook

    De Palestijnse feministe Samah Salaime vond op het 
sociale netwerk tal van getuigenissen van vrouwen die zich langzaam ontworstelen aan tradities.

    Onlangs heeft een van mijn Facebook-vriendinnen me toegevoegd aan een groep Arabische vrouwen. ‘O nee! Weer zo’n suf groepje!’ dacht ik meteen. Maar goede feministe als ik ben, kon ik uiteraard de verleiding niet weerstaan er een blik op te werpen.

    Ik vond op deze pagina getuigenissen van Arabische vrouwen van alle leeftijden en uit alle uithoeken van Israël: moslima’s, druzen en christenen, meer of minder belijdend, getrouwd of vrijgezel. Zowel ontroerende verhaaltjes als pretentieloze anekdotes, confidenties over grote liefdes en al even 
grote teleurstellingen, verhalen over 
existentiële crises en een nieuw begin.

    Veerkracht

    De afgelopen jaren hebben tienduizenden vrouwen op Facebook een podium gevonden om zich te uiten. Het zijn leraressen, sociaal werksters, verpleegkundigen, zakenvrouwen en zelfstandig privécoaches die praktisch alle onderwerpen op hun pagina’s aansnijden.

    Zo stuitte ik op het verhaal van een jonge vrouw, Lamis, wier moeder 
tijdens de bevalling is overleden en die vanaf haar geboorte de naam draagt van een moeder die ze nooit heeft gekend of in de ogen gekeken. Lamis, te vroeg geboren met een lichamelijke handicap, beschrijft de moeilijkheden waarmee ze sinds haar kinderjaren kampt en weidt uit over de verschillende fases van haar leven. Momenteel geeft ze leiding aan een re-integratieprogramma voor jonge gehandicapten uit de Arabische gemeenschap. De naam van haar programma is ‘I can’.

    Hanan, een heel bijzondere vrouw van dertig, heeft haar getuigenis geïllustreerd met een foto van een tatoeage op haar arm: een esculaap, het symbool van de geneeskunde, met het onderschrift ‘Ik beloof dat ik het weer oppak’. Nadat ze geneeskunde was gaan studeren kreeg ze een ernstig ongeluk waardoor ze eenzijdig verlamd raakte. Ze zwoer dat ze als ze erbovenop zou komen haar studie weer zou oppakken, en maakte haar droom waar. Na een periode als EHBO’er te hebben gewerkt vatte ze de moed om terug te keren naar de medische faculteit, zoals ze zichzelf had beloofd, waar ze momenteel afstudeert als medisch onderzoeker. De vrouwen uit deze Facebook-groep hebben comfortabele posities opgegeven om hun kinderdroom te verwezenlijken. Fitnessinstructrices en gezondheidscoaches, leidsters van vrouwelijke wielrenploegen, een vrouw die haar baan bij een vrouwenorganisatie vaarwel zegde om styliste en modeontwerpster te worden.

    “Als ik naar de universiteit ging, streek hij mijn kleren”, vertrouwde ze me op een avond op Facebook toe

    Marianna, moeder van vier kinderen, verloofde zich op haar vijftiende en was zwanger toen ze eindexamen deed. ‘Een vroeg huwelijk’: dat was genoeg om meteen alle rode lampjes bij mij te doen branden. Toch heb ik niet te snel geoordeeld en ben ik door blijven lezen. Daarna nam ik contact met haar op om haar beter te kunnen begrijpen. Ze vertelde me over haar man, die haar niet alleen ‘toestemming’ had gegeven om te studeren en werken, maar haar ook echt steunde en haar dromen en ambities deelde. Geheel in tegenstelling met de in zijn milieu geldende normen zorgde hij voor de baby, en daarna voor het broertje dat anderhalf jaar later kwam, en stelde hij alles in het werk om zijn vrouw haar vleugels te laten uitslaan. ‘Als ik naar de universiteit ging, streek hij mijn kleren’, vertrouwde ze me op een avond op Facebook toe. ‘Ik kolfde voordat ik naar college ging, het huis was een puinhoop en het kwam voor dat de gootsteen vol vuile vaat stond 
en dat er niet één schoon lepeltje meer te vinden was. Maar hoewel ik daarna nog twee kinderen kreeg, lukte het me om af te studeren. Nu ga ik op zoek naar een baan en gaat mijn man door met zijn islam- en shariastudie. Want hij is imam in een moskee.’

    Imam? Ik wist niet wat ik hoorde. ‘Ja, hij is heel gelovig, en hij is heel oprecht en eerlijk. Hij behandelt me met alle egards die zijn geloof en zijn religieuze wet voorschrijven. De islam heeft niets tegen ambitie, en mijn man steunt me volledig bij mijn pogingen gelukkig te worden en me te ontplooien. Hij is aanwezig geweest bij mijn drie diploma-uitreikingen: mijn eindexamen, mijn bachelor en mijn master. Dat is inderdaad iets wat je niet vaak hoort,’ voegt ze eraan toe.

    © Ali Al-Shehabi  (Zie ook de toelichting onderaan)
    © Ali Al-Shehabi (Zie ook de toelichting onderaan)

    Ik had misschien liever gehad dat ze niet in haar eindexamenjaar was getrouwd, maar wie ben ik om te 
oordelen over het hart van een meisje dat weet wat ze met haar leven wil?

    Steeds meer vrouwen laten zich op het internet met ontroerende eerlijkheid van hun feministische kant zien. Het zijn geen verhalen die de voorpagina’s van kranten zullen halen, maar ze geven de lezeressen een gevoel van macht, helpen hen steviger in hun schoenen te staan en laten ze zien 
dat ze niet alleen zijn.

    In het veelsoortige ecosysteem van Facebook vind je vrouwen die op allerlei gebieden werkzaam zijn en hun dromen najagen, daarin slagen en zich ontplooien. Waarom zou je naar een Hollywoodfilm als Wonder Woman gaan om een vrouw te zoeken die haar lot in eigen hand neemt, obstakels uit de weg ruimt en met hetzelfde gemak plafonds van glas en beton doorbreekt, als je op Facebook zulke vrouwen kunt vinden die veel dichter staan bij de Arabische meisjes die hun eerste 
stappen in het leven zetten?

    Ik werk al twintig jaar met Arabische vrouwen. En elke keer weer ben ik getuige van de stille revolutie die deze vrouwen dag in dag uit in hun natuurlijke omgeving ontketenen. Met kleine stapjes leiden ze ons en onze samenleving naar een betere en inspirerendere toekomst.

    Sommigen van ons hebben het geluk gehad dat ze door hun ouders gemotiveerd en aangemoedigd zijn. Anderen hebben hun ouders nooit gekend en zijn slachtoffer geworden van geweld, onrechtvaardigheid en traumatische ervaringen. Er zijn vrouwen bij die fysieke, seksuele of psychologische mishandeling hebben ondergaan. Sommigen slaan zich er helemaal in hun eentje doorheen, maar de meesten van ons hebben in elk geval iemand 
die in ons gelooft. Om in het leven te slagen hebben Arabische vrouwen, zoals alle vrouwen ter wereld, 
soms maar één iemand nodig die hen begrijpt, plus de onbedwingbare wil om vooruit te komen.

    Met vreemde ogen

    Ik heb me afgevraagd waarom dit fenomeen me zo ontroerde en begeesterde. Zijn die tienduizenden sterke, actieve, onafhankelijke vrouwen een uitzondering? En zo ja, door wie worden de regels waarop ze een uitzondering 
vormen dan opgelegd?

    Ik ben tot de conclusie gekomen dat mijn enthousiasme zich deels laat 
verklaren door het ongelooflijk grote aantal getuigenissen van vrouwen die erin zijn geslaagd zich te ontplooien, wat me alleen maar sterkt in mijn feministische overtuiging. Aan de andere kant benadrukt mijn enthousiasme dat zelfs iemand zoals ik, die doorgaat voor een ‘verlichte Palestijnse’, het leven van de vrouwen uit haar gemeenschap met vreemde ogen blijft bezien. Het wordt hoog tijd daar verandering in aan te brengen.

    De ‘normale’ ontwikkeling van vrouwen in de Arabische samenleving 
verloopt volgens een westers patroon dat een onveranderlijke volgorde van de verschillende levensfases van de vrouw impliceert: schooltijd, jongens, werk, huwelijk, carrière en de ontplooiing van haar mogelijkheden. Daarom is elk verhaal dat ook maar enigszins afwijkt van deze normale sequens in mijn ogen een ‘indrukwekkende’ uitzondering. Vooral als het goed afloopt. Ze is immers tegen alle verwachtingen in geslaagd; ondanks dat ze een 
Arabische vrouw is, uit een dorp in het noorden of een stam in het zuiden komt, een hidjab draagt, is opgegroeid in een traditionele gelovige familie, jong is getrouwd, veel kinderen heeft gekregen, en heel wat andere obstakels heeft overwonnen – die vooral in onze gedachten bestaan.

    Van alle vrouwen die hun verhaal vertelden hebben vele niet het westerse persoonlijke ontwikkelingspatroon gevolgd. Zij hadden gewoon een ander uitgangspunt, of ze nou uit vrije wil handelden, of omdat ze geen andere keus hadden. In plaats van hun school af te maken, een vervolgopleiding te doen, te werken en daarna een gezin 
te stichten, heeft de overgrote meerderheid van de Arabische vrouwen 
een enigszins ander parcours gevolgd, waarbij liefdesbetrekkingen en seksualiteit onverbrekelijk verbonden zijn met het gezin en het instituut huwelijk. Ze proberen niet zozeer aan deze voorwaarden te tornen, maar gaan stug hun eigen gang ondanks de geldende omstandigheden. Het verlangen de regels te schenden en te normale gang van zaken te trotseren komen 
van binnenuit en met de jaren.

    We durven nog niet van de “verantwoordelijkheid” van de echtgenoot te spreken of te zeggen dat hij onze keuzes moet respecteren. We 
durven nog niet hardop ”Ik heb het allemaal zelf gedaan” te zeggen of openlijk over gelijkheid te praten

    Ik ben zelf op mijn twintigste getrouwd en kreeg op mijn eenentwintigste mijn eerste kind, zonder ook maar een moment stil te staan bij de gevolgen die dat zou hebben voor mijn studie en mijn carrière. Het heeft me enkele jaren gekost om te begrijpen dat ik voor een andere weg had kunnen kiezen. Maar één ding is zeker: in de Arabische samenleving zijn de sociale normen voortdurend in ontwikkeling, vooral dankzij de tienduizenden vrouwen die het er niet bij laten zitten.

    De vrouwen die zich uitspreken in deze verschillende Facebook-groepen hebben ook een partner: de nieuwe Arabische man.
    Het merendeel van de actieve vrouwen is getrouwd, en ook bij hun echtgenoot voltrekt zich een langzame, radicale en soms pijnlijke revolutie. De bevoorrechte status van de man die de scepter over het gezin zwaait omdat hij nu eenmaal een man is (iets wat men in feministische termen het patriarchaat noemt) wordt steeds meer ter discussie gesteld in het licht van nieuwe sociaaleconomische ontwikkelingen.

    De vrouw van tegenwoordig werkt, studeert, beslist mee en deelt de economische en familiale verantwoordelijkheden met haar echtgenoot. De man neemt niet meer dezelfde plaats in als vijftig jaar geleden.

    De meeste vrouwen met wie ik contact heb gehad prezen hun geweldige 
partner, die hen had gesteund en 
aangemoedigd en dankzij wie ze waren geslaagd in wat ze hadden ondernomen. We durven nog niet van de ‘verantwoordelijkheid’ van de echtgenoot te spreken of te zeggen dat hij onze keuzes moet respecteren. We 
durven nog niet hardop ‘Ik heb het allemaal zelf gedaan’ te zeggen of openlijk over gelijkheid te praten. 
Maar ik zou niets willen afdoen aan het ideaalbeeld dat deze vrouwen 
wensen voor te spiegelen, en een goede verstandhouding binnen het huwelijk kan alleen maar op waarde worden geschat.

    Toch is de gelijkheid tussen man en vrouw nog heel ver weg en heeft de feministische revolutie nog een lange weg te gaan.

    De Arabische man begint getuige te worden van de langzame en moeizame bewustwording van de vrouwen in zijn omgeving, die zich nog in een beginfase bevindt. Ik ben ervan overtuigd dat er een moment zal komen dat onze mannen, vaders, broers en zoons zich wel zullen moeten schikken in deze veranderingen en in de revolutie die tot een moderne Arabische man zal leiden, tot een nieuw idee over viriliteit. Er zullen natuurlijk altijd mannen blijven zijn die, omdat ze zich niet in de veranderingen kunnen vinden, 
hun vrouw weer onder de duim zullen proberen te krijgen en voorwendsels zullen zoeken om geweld, onderdrukking en andere vormen van dominantie te rechtvaardigen.

    Daarom, dames en heren, ontdoe ik mij hier en nu van een van die dikke lagen van westers feministisch bewustzijn die zich op mijn lichaam hebben afgezet en vervang ik die door de zachte, tere, onvolmaakte maar authentieke sluier van het Arabische feminisme. 
Ik zal de bevrijding van de Arabische vrouw niet langer als een vorm van eenrichtingsverkeer beschouwen, ik zal niet langer van mening zijn dat de enige legitieme weg de weg is die ons wordt opgelegd door de Israëlische samenleving of het westers feminisme. Het Arabische bevrijdingsproces is 
valide op zich, zonder dat we het ritme van onze veranderingen hoeven te 
vergelijken met dat van andere samenlevingen. De ‘sociologische gps’ moet gewoon de Arabische kaart leren lezen en zich aanpassen.

    Auteur: Samah Salaime

    Samah Salaime (te zien in het openingsbeeld) werd geboren in het noorden van Israël in een gezin van Palestijnse vluchtelingen. Ze behaalde een master Maatschappelijk Werk aan de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem. In 2009 richtte ze de ngo Arab Women in the Center (AWC) op, die vrouwen aanmoedigt voor zichzelf op te komen. Deze ngo strijdt vooral tegen het geweld waaraan vrouwen in de Arabische gemeenschap worden blootgesteld. AWC spoort vrouwen en meisjes ook aan om een actieve rol te spelen in het protest tegen de verwoesting van Palestijnse huizen door het Israëlische leger.

    Bij het beeld van de twee vrouwen:

    De Bahreinse fotograaf Ali Al-Shehabi (23) putte voor zijn serie Freej Sisterhood uit zijn jeugdherinneringen aan de wijk Al Karama in Dubai. Als kleine jongen ontmoette hij vaak gesluierde vrouwen die hun inkopen kwamen doen in de buurt. Dit leidde tot de serie Freej Sisterhood (Freej betekent buurt in het Arabisch van de Golf).

  • 5. Allen, Atwood, Shitty Men en meer

    5. Allen, Atwood, Shitty Men en meer

    Gaat Woody Allen alsnog voor de bijl? Is Margaret Atwood een slecht feminist? En wat is de lijst van verdorven mannen precies?

    De ‘Roze Golf’

    ‘Een jaar geleden marcheerden ze, vandaag de dag zijn ze in volle 
politieke wedloop,’ typeert het Amerikaanse weekblad Time in zijn openingsverhaal de situatie onder de titel ‘The Avengers’ (‘De wrekers’). ‘In 2016 waren het nog simpele vrouwelijke kiezers. In 2017 zijn het politieke voorvechtsters geworden, als reactie op de nederlaag van Hillary Clinton. Vandaag de dag storten die vrouwen, in leidinggevende functies, artsen, leraressen of huisvrouwen, zich volop in het politieke strijdgewoel.’

    Het weekblad verstrekt wat cijfers over de aanstaande tussentijdse verkiezingen in november van dit jaar: 79 vrouwen gaan de strijd aan – of overwegen dat – voor het gouverneurschap in de deelstaten – en daarmee wordt het vorige record uit 1994 volledig verpletterd.

    screenshot 2018 02 08 12 27 50

    Gaat Woody Allen alsnog voor de bijl?

    Dylan Farrow heeft in een interview met de Amerikaanse tv-zender CBS haar adoptievader Woody Allen er opnieuw van beschuldigd dat hij haar zou hebben aangerand toen ze zeven jaar was. ‘Waarom zou ik het recht niet hebben om hem voor de bijl te laten gaan? Waarom zou ik het recht niet hebben om kwaad te zijn, na al die jaren waarin men mij heeft genegeerd, mijn beweringen in twijfel getrokken, mij heeft afgewezen?’

    Terwijl de cineast druk is met een promotietour voor zijn jongste 
film Wonder Wheel winden de Amerikaanse media zich meer op over de oude affaire dan over de nieuwe productie. ‘De #MeToo-beweging achterhaalt Woody Allen,’ luidt een kop in Vice News. ‘Gaat Hollywood zich alsnog tegen Woody Allen keren?’ vraagt Esquire zich af. En 
de website Quartz twijfelt niet: ‘Woody Allen wordt op zijn beurt een uitgestotene.’

    Russinnen dromen van 
‘echt betrouwbare mannen’

    Volgens de wet hebben vrouwen en mannen in Rusland sinds de Revolutie, dat wil dus zeggen al zo’n honderd jaar, gelijke rechten, schrijft de site Vzglyad. Maar, zoals ook de regering onlangs heeft toegegeven, ligt het gemiddelde salaris van vrouwen een kwart lager dan dat van mannen. Toch, meent de site, denken Russische vrouwen 
er niet aan, in tegenstelling tot Amerikaanse of Zweedse vrouwen, bewegingen op te zetten om de concurrentie met mannen aan te gaan. ‘De Russische Vrouwenpartij, die in de jaren negentig van de vorige eeuw werd opgericht, is in het vergeetboek geraakt en is tot op de dag van vandaag door geen enkele feministische beweging van 
enige betekenis vervangen. De reden is wellicht dat in talrijke gezinnen de vrouwen 
al van oudsher de dienst uitmaken.’

    Inderdaad is het vaderschap in Rusland al ‘een instituut 
in crisis’. ‘Mannen zijn vaak onverantwoordelijk, dat is bekend, men hoeft alleen maar naar het percentage gescheiden vaders te kijken dat weigert alimentatie te betalen en het aantal vaders dat zich volstrekt niet bezighoudt met de opvoeding van de kinderen.’

    ‘Op dit moment houdt mij het meest bezig hoe vrouwen in leven blijven’

    En als het niet door een scheiding komt, dan is het alcoholisme onder mannen er wel debet aan dat vrouwen de 
leiding in het huishouden 
op zich moeten nemen. Zoals een Russisch spreekwoord zegt: ‘Een echtgenoot die drinkt, betekent een huis dat voor de helft in brand staat, als een vrouw drinkt, brandt het hele huis af.’

    Als gevolg daarvan voelt een vrouw zich in het gezin niet alleen niet onderdrukt, maar integendeel, ‘ze droomt van een echt solide kerel’.

    Desondanks is huiselijk geweld epidemisch, en de recente wet op ‘decriminalisering’ van het delict vormt een probleem dat een voorname plaats inneemt in de feministische strijd, verklaart de auteur en betrokken feminist Maria Arbatova. ‘Op dit moment houdt mij het meest bezig hoe vrouwen in leven blijven,’ zegt ze.

    De Russische activistes kunnen maar moeilijk vaststellen hoeveel vrouwen achter hun beweging staan. De feminist en politicoloog Anna Flodorova schat het op enkele tienduizenden, die zich vooral roeren op internet. Flodorova meent evenwel dat ‘veel vrouwen het begrip feminisme niet kennen, 
maar zonder het te weten toch denken en handelen 
als feministes’.

    Bovendien zegt ze: ‘Het land heeft al problemen genoeg met de mensenrechten, dus ook met de vrouwenrechten.’

    aziz ansari and david chang at the great googamooga festival

    Het geval Aziz Ansari

    De maker van de televisieserie Master of None, Aziz Ansari, wordt er door een jonge vrouw op de Amerikaanse website Babe van beschuldigd dat hij zich geen rekenschap heeft gegeven van haar terughoudendheid tijdens een eerste kennismaking. Auteur Caitlin Flanagan schrijft in The Atlantic dat de #MeToo-beweging daarmee toch wel te ver gaat in het aan de kaak stellen van misstanden, en dat Ansari een zoenoffer is geworden. ‘Beroepsmatig is de man dood, afgemaakt door het verhaal van een anonieme vrouw.’ Flanagan ziet er een voorbeeld in van ‘wraakporno’; het publiceren van pikante bijzonderheden of foto’s met betrekking tot een intieme relatie, puur uit wraakgevoelens.

    kevin spacey

    ‘Noodzakelijke beweging, maar kwetsbaar’

    ‘De ommekeer heeft zich aangediend’ merkt het Amerikaanse onlinetijdschrift Ozy op nadat in Frankrijk een open brief was gepubliceerd waarin ‘de uitwassen’ van de #MeToo-beweging aan de kaak werden gesteld. Ozy meent dat deze reactie in samenhang moet worden gezien met de vraag van een deel van de openbare mening in de VS wat er gebeurt met de beroemdheden die het doelwit 
zijn van de beschuldigingen van seksueel hinderlijk gedrag, zoals 
de acteur Kevin Spacey of de Democratische senator Al Franken, die 
in januari aftrad.

    ‘Kan men en moet men deze mensen nu werkelijk verder buitensluiten – of het nu politici betreft, of journalisten, zakenlieden of acteurs – zonder dat een van hen schuldig is bevonden door een rechter?’ vraagt Ozy zich af. Het is immers in de westerse cultuur ‘heel moeilijk om het onderscheid te maken tussen een kunstenaar, zeker als het een man betreft, en het werk, zeker als de man ook nog eens als een genie wordt gezien’.

    Degenen die strijden tegen seksuele opdringerigheid moeten er zorg voor dragen dat zij ‘rechtvaardig en redelijk’ blijven in hun beschuldigingen, concludeert de website. ‘Het publiek afleiden van de juiste doelstellingen van de beweging, terwijl belangrijke veranderingen buiten Hollywood nog moeten worden bewerkstelligd, zou op 
de lange duur schadelijke effecten kunnen hebben voor vrouwen op hun werkplek in het algemeen, vooral voor degenen die niet beroemd zijn.’

    margaret atwood 2015

    Is Margaret Atwood 
een slecht 
feminist?

    ‘De #MeToo-beweging is het symbool van een rechtssysteem dat slecht functioneert’, meent de auteur Margaret Atwood in een ingezonden stuk dat half januari werd gepubliceerd in de Canadese krant Globe and Mail. Atwood legt daarin uit dat als vrouwen hun 
toevlucht nemen tot internet en 
de sociale media om het misbruik aan de kaak te stellen waarvan zij het slachtoffer zijn, dit vooral wordt veroorzaakt doordat zij langs officiële kanalen niet aan het woord komen.

    Het is volgens Atwood dus zaak 
om eerst ‘de instituties aan een schoonmaakbeurt te onderwerpen, de grote bedrijven en alle werkomgevingen’, met voorbijgaan aan 
een beweging als #MeToo, die het rechtssysteem omzeilt en ruimte schept voor een heksenjacht.

    ‘Ben ik een slecht feminist als ik 
zo denk?’ vraagt ze zich af, en komt dan tot de conclusie, om de kritiek voor te zijn, dat ‘een oorlog onder vrouwen altijd de voorkeur verdient boven een oorlog tegen vrouwen, 
in de opvattingen van degenen die vrouwen niet erg welgezind zijn’.

    Maar die uitleg kon niet verhinderen dat er in de sociale media een polemiek ontstond. ‘Deneuve en Margaret Atwood: één pot nat’ stond er boven een stuk in Journal de Montréal, waarin werd betreurd dat de schrijfster ‘door het slijk wordt gehaald door dolle feministes’.

    ‘Als het debat niet mogelijk is, 
als men geen andere keuze wordt 
gelaten dan te applaudisseren voor de buitenissigste opvattingen, dan wordt de heksenjacht onvermijdelijk,’ schreef de krant, die zich erover verbaasde dat ‘zelfs een 
zo erkend feminist als Margaret Atwood niet ontkomt aan de 
wraakzucht van de activisten’.

    screenshot 2018 02 08 12 39 13

    Censuur in de kunst

    ‘Is #MeToo te ver gegaan? Het geval van de censuur in de kunst’ luidde een kop boven een artikel in Newsweek in december naar aanleiding van een petitie die door twee jonge vrouwen in New York was opgezet en waarin aan het Metropolitan Museum of Art (MoMa) werd verzocht een schilderij uit de collectie te halen dat zij als ‘voyeuristisch’ beoordeelden. Het betrof het werk Thérèse rêvant van de Frans-Poolse schilder Balthus, waarop een jong meisje is afgebeeld van wie het onderbroekje zichtbaar is. ‘Gelukkig hebben ze [de vrouwen achter de petitie] hun doel niet bereikt,’ schrijft journaliste Daphne Merkin in The New York Times. Merkin noemt het een geval ‘van censuur zoals die in extreem-religieuze kringen wordt gehanteerd’. Haar mening wordt gedeeld door de kunstrecensent van _
The Guardian_ in Londen, Jonathan Jones, die vindt dat ‘een debat over een kunstwerk een goede zaak is, maar het vragen om een verbod van een kunstwerk naar fascisme riekt’.

    De vreemde lijst van 
‘verdorven mannen’

    ‘In de nasleep van de affaire-Weinstein maakten tal van Amerikaanse media gewag van het bestaan van een anoniem verspreide lijst onder de titel ‘Shitty Media Men’, waarop de namen zouden prijken van meer dan 70 mannen die 
zich ongepast zouden gedragen ten opzichte van hun vrouwelijke collega’s of medewerkers. De lijst werd op slag ‘het symbool van alles wat mis kan gaan’ met een beweging als #MeToo, aldus het Amerikaanse onlinemagazine Vox.

    Nadat de samensteller van de lijst, Moira Donegan, zich bekend had gemaakt, kwam Vox terug op de problematische kanten aan haar boodschap. Was het niet onverantwoord om dit soort onbevestigde geruchten vast te leggen in een document dat aan jan en alleman kon worden toegezonden? Temeer omdat de lijst beschuldigingen van verkrachting bevatten naast tamelijk onschuldige sms’jes. Donegan antwoordde nogal cynisch dat ze niet het idee had ‘dat iemand met macht zich veel zorgen over de lijst zou maken’.

    Samengesteld door Lambiek Berends

  • 4. Sta ook eens stil 
bij het lot van 
de Arabische vrouw

    4. Sta ook eens stil 
bij het lot van 
de Arabische vrouw

    Prima, die #MeToo-discussie. Maar bezien vanuit de Arabische wereld – waar vrouwen op grote schaal worden uitgehuwelijkt, vermoord en verkracht – heeft ze iets gênants, schrijft de Libanese journaliste Diana Moukalled.

    Eigenlijk zouden we het Iraakse parlementslid Jamila Al-Obeidi, die plotseling beroemd is geworden met haar pleidooi voor polygamie, dankbaar moeten zijn. Zij vindt zelfs dat Irakezen toestemming moeten krijgen om een tweede, een derde en een vierde vrouw te nemen zonder dat met hun eerste vrouw te bespreken, omdat dat volgens haar een oplossing zou zijn voor het probleem van 
de weduwen en gescheiden vrouwen. Ze verscheen in het ene tv-programma na het andere om haar opvattingen over vrouwen te promoten. Aanvankelijk waren de reacties op haar idee sarcastisch, maar nu zou het wel eens bewaarheid kunnen worden want het is inmiddels een wetsvoorstel dat aan het Iraakse parlement zal worden voorgelegd.

    Eigenlijk zouden we haar dankbaar moeten zijn; haar initiatief kwam op het moment dat ik geheel in beslag werd genomen door een andere discussie, die zich voornamelijk afspeelt tussen Hollywood en Parijs. Ik heb het over het vervolg op de #MeToo-campagne die de val van beroemdheden uit de wereld van de media, de kunst en de politiek heeft veroorzaakt. Daarop kwam de verrassing uit Parijs, in de vorm van een manifest dat was ondertekend door honderd vrouwen, onder wie Catherine Deneuve. Binnen een paar uur raakte de westerse wereld in een verhit debat verzeild over de vraag waar de vrijheid die het individu zou moeten hebben, omslaat in een overmaat aan machismo dat via misbruik van macht en invloed leidt tot seksuele intimidatie.

    Ik kan niet voorkomen dat ik me beledigd voel door het ongezond elitaire karakter van dit debat, dat enerzijds eer betoont aan slachtoffers van seksuele agressie en anderzijds weigert de vrouw alleen als slachtoffer te zien

    Waar eindigt de individuele vrijheid? Vanaf welk punt is er sprake van agressie? Kan het artistieke scheppingsproces dienen om intimidatie toe te dekken? Zo stond de westerse discussie ervoor… toen ik het nieuws hoorde over mevrouw Al-Obeidi en haar campagne voor polygamie in Irak. Daardoor kwam ik weer met mijn voeten op de grond terecht en besefte ik weer hoe het er met ons, Arabische vrouwen, voorstaat.

    De feministische strijd waarmee wij hier in de regio te maken hebben, is van een heel andere orde. Ik vind niet dat ik het recht heb om een mondiale discussie over seksuele vrijheden weg te wuiven, maar ik kan niet voorkomen dat ik me beledigd voel door het ongezond elitaire karakter van dit debat, dat enerzijds – in Amerika – eer betoont aan slachtoffers van seksuele agressie en anderzijds – in Frankrijk – weigert de vrouw alleen als slachtoffer te zien. Ik kan alleen maar spreken vanuit mijn positie als Irakese, Syrische, Jemenitische, Saoedische, Egyptische, Tunesische…

    Privilege

    Al zeven jaar worden vrouwen in Syrië vermoord 
en verkracht, en wij zijn niet in staat hen te beschermen. Zoals de Syrische Mariam Khalaf het in de documentaire Syrie, le cri étouffé zegt over de systematische verkrachtingen onder het regime van Bashar al-Assad: ‘[Westerlingen] zullen deze film bekijken, 
er een naar gevoel van krijgen, en dan weer overgaan op iets anders.’ Dat is inderdaad de houding van de wereld tegenover de fysieke en morele vernietiging van duizenden en duizenden vrouwen in Syrië, 
om nog maar niet te spreken van de mannen en 
kinderen die ook een hoge prijs hebben betaald.

    Amerika maakt zich druk om het lot van Hollywoodsterren die seksueel geïntimideerd worden. 
De Parijse intellectuelen maken zich druk om wat 
zij beschouwen als preutsheid en een aanslag op het vrouw-zijn. Maar de wereld maakt zich nauwelijks druk om het verhaal van Mariam en duizenden – 
wat zeg ik? – miljoenen andere vrouwen uit haar land die veel erger geweld moeten ondergaan.

    Ik ken niet één vrouw die geen ervaring heeft met seksuele intimidatie. Het is mij ook overkomen. Ja, 
ik en veel andere vrouwen kunnen dat achter ons laten en verdergaan. Maar ik zie wel dat er ook andere vrouwen zijn die niet weten hoe ze verder moeten. Ik besef dat je niet alles door elkaar moet halen. Dit soort zaken is complex en moeilijk te ontwarren. Maar hoe kun je dit trans-Atlantische debat anders zien dan als een privilege, voorbehouden aan een elite, een luxe die wij ons niet kunnen veroorloven, wij die in landen leven waar onophoudelijk geweld tegen het lichaam en de ziel van vrouwen wordt gepleegd? Zolang men het niet nodig vindt 
om deze vrouwen te redden, heeft het huidige debat iets gênants, ja zelfs iets onfatsoenlijks.

    Auteur: Diana Moukalled
    Vertaler: Annemie de Vries

    Daraj
    Libanon | daraj.com

    Pan-Arabische nieuwssite met grootse ambities, 
o.a. om taboes te doorbreken. Richt zich vooral 
op millennials.

  • 3. Blijf luisteren naar de slachtoffers

    3. Blijf luisteren naar de slachtoffers

    Critici vinden dat de #MeToo-discussie alleen moet gaan over zaken die in de rechtszaal bewezen kunnen worden. Maar ook de andere slachtoffers moeten worden blijven gehoord, benadrukt Ann Friedman.

    Als je echt naar slachtoffers van seksueel geweld en intimidatie luistert, hoor je dit: deze vrouwen willen een excuus. Ze willen de verzekering dat wat hen is overkomen verkeerd was. Ze willen solidariteit tonen met anderen die op dezelfde manier gekwetst zijn. Ze willen het ware gezicht van hun beroemde belagers laten zien. En ze willen geloofd worden: ze willen weten dat wij serieus nemen wat ze zeggen.

    Veel critici van de #MeToo-beweging luisteren niet naar wat de slachtoffers zeggen. Ze verwarren de reacties op 
de beweging met wat de slachtoffers willen. Veel vooraanstaande critici vrezen ook dat de #MeToo-beweging te veel verschillende soorten ervaringen omvat. Zij vinden dat er nu alleen afgerekend moet worden met de misdaden die in de rechtszaal bewezen kunnen worden, al weten ze ook dat de wet de slachtoffers vaak in de kou laat staan.

    In sommige gevallen willen slachtoffers inderdaad dat hun misbruiker wordt ontslagen of gevangengezet. 
‘We moeten zorgen dat zoiets nooit meer gebeurt,’ schreef olympisch goudenmedaillewinnares Simone Biles in een post op Instagram waarin ze onthulde dat zij een van de minstens 140 Amerikaanse turnsters is die zeggen seksueel te zijn misbruikt door hun teamarts Larry Nassar.

    Ze twitterde dat ze zich “opgelucht” voelde “alleen maar door hem te horen zeggen dat dit inderdaad is voorgevallen”

    Maar veel slachtoffers willen alleen maar gehoord worden. De misdragingen die in de #MeToo-verhalen aan 
het licht komen, zijn heel gevarieerd: van mannen die niet voldoen aan het beeld dat het publiek van hen heeft of mannen die tegen het beleid van hun bedrijf ingaan, tot mannen die de wet overtreden. Niet alle vergrijpen zijn hetzelfde en de vrouwen die zich nu uitspreken, weten dat ook.

    Het recente #MeToo-verhaal dat voor de critici nu vooral olie op het vuur gooit, is dat over komiek Aziz Ansari. Onlangs onthulde een jonge vrouw, onder de schuilnaam ‘Grace’, wat haar met hem was overkomen tijdens een ontmoeting die uit de hand was gelopen – en wat haar betreft niet met haar instemming. Ze zei dat ze het teleurstellend vond om aan te zien hoe Ansari werd geprezen bij de Golden Globes, een evenement waar de meeste aanwezigen juist die wederzijdse instemming heel erg belangrijk zeiden te vinden. Voor Grace was het ‘absoluut tenenkrommend’ dat hij het ‘Time’s Up’-speldje droeg.

    Ze zei niet: ‘Sluit hem op!’ of ‘Hij mag nooit meer in deze stad werken’. Persoonlijk geloof ik ook niet dat Ansari nu meteen uit de bedrijfstak moet worden verbannen. Maar we moeten wel blijven luisteren naar vrouwen als Grace, omdat blijkt dat veel verhalen pas effect krijgen wanneer ze vergelijkbare verhalen losmaken. Ooit wist het grote publiek over de privé-uitspattingen van Bill Cosby niet meer dan een of twee verhalen over ontspoorde dates. Toen meer vrouwen naar voren traden, bleek dat die incidenten bij een patroon van systematisch misbruik hoorden.

    Ansari heeft meegewerkt aan een boek dat Modern Romance heet en veel verhaallijnen in zijn Netflix-serie gaan over relaties. Als hij verhalen wil blijven vertellen over de verwikkelingen rond seks en dating, moet hij openlijk ingaan op de kritiek op zijn privégedrag tegenover vrouwen.

    Opbouwende reactie

    Hij heeft het geluk dat er tenminste één geweldig voorbeeld is van een opbouwende reactie. Vorige week bood tv-presentator Dan Harmon uitgebreid zijn excuses aan aan Megan Ganz, die voor hem heeft gewerkt als scriptschrijver. Harmon gaf toe dat hij had geprobeerd haar te versieren en haar vervolgens heel onaangenaam had behandeld op het werk, nadat ze zijn avances had afgewezen. Ganz aanvaardde Harmons excuses en zei dat ze niet op ‘wraak’ uit was geweest toen ze ervoor koos zich uit te speken. Ze twitterde dat ze zich ‘opgelucht’ voelde ‘alleen maar door hem te horen zeggen dat dit inderdaad is voorgevallen’.

    Vrouwen die nu naar buiten treden zijn niet degenen die zelf de nuances uit hun verhaal weglaten. Dat gebeurt in de publieke ophef eromheen. Wanneer critici beweren dat de enige terechte #MeToo-verhalen de verhalen zijn die in een rechtszaal overeind blijven, negeren ze niet alleen de uiteenlopende redenen waarom slachtoffers hun mond opendoen, ze zorgen er ook voor dat de meeste slachtoffers hun leed in stilte moeten dragen.

    Er zijn evenveel manieren om met misbruik om te gaan als er soorten misbruik zijn. Vrouwen moeten kunnen praten over de ongewenste dingen die mannen hun aandoen – en werkgevers en het publiek moeten de vrijheid hebben om vervolgens het beeld dat ze van die mannen hadden bij te 
stellen, ook al is het gedrag waar het over gaat wel immoreel maar niet onwettig. Dit is wat de slachtoffers vragen. En daar moeten we naar luisteren.

    Auteur: Ann Friedman
    Vertaler: Annemie de Vries

    Illustratie: © Aart-Jan Venema

    LA Times
    VS | oplage 657.000

    Meest links georiënteerde van de grote Amerikaanse kranten. Belangrijke nieuwsbron voor de entertainmentindustrie en winnaar van vele Pulitzerprijzen. Eigendom van de Tribune Company in Chicago.

  • 2. We staan op een historisch keerpunt

    2. We staan op een historisch keerpunt

    Natuurlijk is de #MeToo-beweging niet volmaakt, erkent 
de Italiaanse feministe Lorella Zanardo. Maar de uitglijders wegen nu even niet op tegen de kansen op een betere toekomst.

    ‘Ik geloof wel dat die vrouwen gelijk hebben – ik weet het zelfs zeker. Maar als ik nu een meisje leuk vind, durf ik niet goed meer de eerste stap te zetten. Als ik mijn hand uitsteek om haar aan te raken, bijvoorbeeld, ben ik bang dat ze 
zal denken dat ik haar lastigval of haar zal bespringen.’ Dit hoorde ik een paar weken geleden een 
middelbarescholier zeggen tijdens een discussie.

    We hadden het over de #MeToo-beweging, een 
historische ontwikkeling voor de emancipatie van 
de vrouw, voor zover we nu kunnen overzien. Zoals altijd bij een verandering krijgt ook deze beweging veel bijval, maar wekt ze ook bij veel mensen woede op en de behoefte om het belang ervan te ontkennen. Hoe kan het ook anders? Eeuwenlang hebben de mannen in alle mogelijke domeinen, zowel privé 
als publiek, de absolute macht gehad. En die macht hebben ze ook, en vooral, uitgeoefend op het lichaam van vrouwen. Al enkele tientallen jaren zijn we bezig ons van die macht te bevrijden, maar het is nog niet voor iedereen en niet overal en niet helemaal gelukt. De #MeToo-beweging probeert nu voor eens en voor altijd af te rekenen met de ondergeschikte positie van vrouwen die onaanvaardbaar is en niet meer 
van deze tijd: prima!

    Verleiding heeft geen machtsvertoon nodig en ik weiger te geloven dat mannen niet kunnen zien wanneer een erotisch gebaar gewenst 
is en wanneer het met tegenzin wordt ondergaan

    Natuurlijk is niet alles volmaakt, natuurlijk zou het beter kunnen, natuurlijk zie ik ook dat sommige mensen proberen te profiteren van de aandacht die de beweging krijgt en natuurlijk moeten we oppassen dat we niet alle mannen over één kam scheren. Dat hoort erbij. Maar, zoals al vaker gezegd, we staan op een historisch keerpunt en we hebben dus het recht om fouten te maken, ook grove fouten.

    Onlangs las ik het manifest dat honderd vrouwen naar Le Monde hebben gestuurd en dat aan duidelijkheid niets te wensen overlaat: ‘Aanranding is een misdaad. Maar aanhoudende of onhandige versierpogingen zijn geen delict en hoffelijkheid is geen macho-agressie.’ Ik ken niet één vrouw die de verandering van de #MeToo-beweging beleeft als een oorlog tussen de seksen, een strijd tegen de man; ik ken wel heel wat vrouwen die nooit meer slachtoffer willen worden van seksuele chantage, van agressie, kortom van daden waarmee we allemaal wel te maken hebben gehad in ons leven.

    Maar dat betekent zeker niet dat het verleidingsspel nu door de wet moet worden vastgelegd. De agressie en de aanrandingen moeten uitgebannen worden, maar het flirten, het verleiden, de uitingen van 
verliefdheid niet.

    En ik begrijp de verwarring van mijn scholier, aan wie ik heb geantwoord dat we ‘samen, mannen en vrouwen, een nieuwe weg moeten zoeken’. Dat is niet zo moeilijk: verleiding heeft geen machtsvertoon nodig en ik weiger te geloven dat mannen niet kunnen zien wanneer een erotisch gebaar gewenst 
is en wanneer het met tegenzin wordt ondergaan.

    Of het nu om mannen of om vrouwen gaat, ik heb altijd een hekel gehad aan volksgerichten en heksenjachten. Van het begin af aan heb ik gezegd dat het via de media lynchen van mannen die het doelwit waren van deze beschuldigingen, in mijn ogen eerder een persoonlijke vendetta zijn dan gerechtigheid. Het zou dus goed zijn om meisjes zo op te voeden dat ze geïnformeerd en zelfbewust genoeg zijn om een compleet leven te leiden, zonder zich 
te laten intimideren of een schuldgevoel op te laten dringen, en vooral ook dat ze krachtig nee kunnen zeggen als dat nodig is. Waarbij we niet mogen vergeten dat het even belangrijk is om de mannen zo op te voeden dat ze respect hebben en luisteren. Deze opvoeding van beide seksen is essentieel, zolang we weten dat er nog veel situaties zijn waarin een nee voor een vrouw heel nare gevolgen kan hebben.

    Lorella Zanardo (1957) is auteur en documentairemaakster. In 2009 was ze een van de makers van Il corpo della donne (Het lichaam van vrouwen), de beroemde documentaire over de vernederende manier waarop vrouwen op de Italiaanse televisie worden voorgesteld.

    Auteur: Lorella Zanardo
    Vertaler: Annemie de Vries

    Il Fatto Quotidiano
    Italië | oplage 150.000

    In 2009 opgericht door Antonio Padellaro, de ex-directeur van het linkse dagblad L’Unità. De krant brengt schrijvers met uiteenlopende journalistieke achtergronden bijeen rond een eenvoudig thema: de resolute afwijzing van het ‘vernederende sultanaat’ van Silvio Berlusconi.

  • 1. Gaat #MeToo te ver, of niet ver genoeg?

    1. Gaat #MeToo te ver, of niet ver genoeg?

    Volgens de Amerikaanse feminist Laura Kipnis wordt de #MeToo-discussie niet altijd even intelligent gevoerd. Sommige uitwassen zijn ronduit bespottelijk, terwijl anderzijds eisen lang niet ver genoeg gaan.

    Wat is de inzet van de brief die Catherine Deneuve onlangs publiceerde in 
Le Monde en waarin ze uithaalde naar de feministische beweging? De vraag 
is waar je de grens trekt.

    De verbijsterend domme anti-#MeToo-brief die is ondertekend door Catherine Deneuve en zo’n honderd andere Françaises (ik kom er nog op terug wie hem nou eigenlijk heeft geschreven), is me zeker tien keer doorgestuurd, met de mededeling dat ik het vast geweldig zou vinden dat iemand zich sterk maakte voor het gezond verstand. 
Ik heb overwogen een standaardantwoord te schrijven: ‘Als de vraag is of #MeToo te ver is gegaan of nog lang niet ver genoeg, dan is het antwoord natuurlijk: allebei. Het getuigt van politieke naïviteit om jezelf bij een 
van beide kampen aan te sluiten.’

    Het vernieuwende aan de Deneuve-verklaring is dat mannen een extra recht wordt gegeven (alsof ze niet al genoeg rechten hebben), namelijk ‘het recht om lastig te vallen’ – de ondertekenaars beschouwen dit recht als een essentieel onderdeel van seksuele vrijheid. Ik begrijp wel waarom de mensen die me mailden dachten dat dit een kolfje naar mijn hand zou zijn. Ik 
heb onlangs een boek geschreven over overtrokken seksuele aantijgingen op Amerikaanse campussen, en daarin bediende ik me ook van de taal van de heksenjachten.

    Ik weet ook dat ik, tijdens een workshop over ongewenste intimiteiten, zwart op wit de volgende opmerking heb gemaakt: ‘Maar je moet het toch eerst proberen om te weten of een intimiteit al dan niet “gewenst” is?’ Er is officieel vastgelegd dat ik de spot heb gedreven met de kruistocht van Naomi Wolf tegen Harold Bloom, die een jaar of dertig geleden een ‘zware, slappe hand’ op haar knie zou hebben gelegd. Dat beeld van die hand op die knie wordt ook aangehaald in het Deneuve-epistel, als een sprekend voorbeeld van wat er mis is met zowel het Amerikaanse #MeToo-feminisme als met de Franse pendant #BalanceTonPorc (‘verlink je zwijn’). Het probleem zit hem in ‘de afkeer van mannen en seksualiteit’.

    Dom

    Dat ik de brief als dom bestempel komt omdat deze vrouwen, op een moment dat uiterste subtiliteit is vereist, een moker hanteren. Laten we elk onderscheid vermorzelen – in naam van de vrijheid! ‘Hardnekkig’ avances blijven maken: waarom niet? Proberen iemand een kus ‘af te troggelen’: dito. Hoewel verkrachting ‘een misdaad’ is en ‘het Harvey Weinstein-schandaal terecht de nodige commotie heeft veroorzaakt’, zijn dergelijke inbreuken op iemands lichamelijke integriteit niet voldoende om vrouwen tot ‘prooi’ te maken, want wij zijn meer dan alleen ons lichaam, schrijven Deneuve en haar trawanten.

    Ik meen wel te begrijpen wat de inzet is van de vrouwen die deze onhandige brief hebben ondertekend, en ook wat de inzet is van hun onlangs opgestane Amerikaanse tegenhangers die vraagtekens plaatsen bij #MeToo, zo schrijven zowel Daphne Merkin in The New York Times als Claire Berlinski in American Interest (die twee artikelen zijn me ook talloze keren toegestuurd door goedbedoelende vrienden, met de opmerking dat ik het vast geweldig zou vinden), maar ik ben het met allemaal hartgrondig oneens.

    Ze hebben volkomen gelijk waar het gaat om ‘te ver gaan’, maar wat ze over het hoofd zien is het wezenlijke belang van het aspect dat het ‘niet ver genoeg’ zou gaan.

    Het kan sexy zijn, een man die zich bepaalde dingen permitteert

    Natuurlijk begrijp ik het bezwaar dat ongefundeerde beschuldigingen iemands carrière kunnen verwoesten (mijn boek gaat over een dergelijk geval), en ja, veel van de recente beschuldigingen gaan over voorvallen waar mensen gewoon overheen zouden moeten stappen, maar ik wil het politieke belang van de #MeToo-beweging niet zomaar terzijde schuiven.

    Daarnaast vermoed ik dat er bij de terugslag die we momenteel zien, meer meespeelt dan alleen medelijden met de mannen die worden beschuldigd. Er heerst een brede angst dat 
de nieuwe tendens om alles in regels vast te leggen de speelruimte inperkt van wat we nu ‘seksuele gelaagdheid’ noemen: ‘grapjes, toespelingen, complimenten, versierpraatjes, plagerige opmerkingen, erotische boeken en kunst’. Merkin is bang dat er straks niet meer geflirt kan worden; Berlinski maakt zich zorgen dat creatieve geesten als Leon Wieseltier en Louis CK straks onderworpen zullen worden 
aan hetzelfde geestdodende regime 
als gewone stervelingen.

    Voor veel vrouwen, en dan met name heteroseksuele vrouwen, is dit schemergebied nou precies wat het leven de moeite waard maakt. Flirten is het bewijs dat je begeerlijk bent. Wanneer een vrijpostige man je kust gaan er nieuwe werelden open: er is iets onverwachts en misschien wel opwindends gebeurd. Het kan sexy zijn, een man die zich bepaalde dingen permitteert.

    De vraag waar het allemaal om draait is waar je de grens trekt – en of er überhaupt een grens moet zijn. Iedereen trekt de grens ergens anders. Wat vroeger een niemandsland was, wordt nu geannexeerd en scherp afgebakend; dat roept onrust op.

    Ik betrapte mezelf er onlangs op dat 
ik woedend zat te twitteren nadat ik 
in The New York Times een stuk van Michelle Dean had gelezen, ‘What Makes Someone a Predator?’ Iemand die zij omschreef als ‘Een machtige speler in het literaire veld’ had in een bar een hand tegen de binnenkant van haar bovenbeen gelegd. Die man was geen roofdier maar een klootzak, schreef ze.

    Ik had het idee dat het niet om een bar op hun werk ging, en elke andere bar is een schemergebied bij uitstek. (Oké, het kan natuurlijk de bar van een restaurant zijn geweest, maar ook dan geldt: het was laat en er vloeide drank.) Mensen gaan naar een bar om te drinken, om te ontspannen, om losser te worden en maar te zien wat er dan gebeurt. Daar is een bar voor bedoeld: een gevoel van vrijheid oproepen in een overgereguleerde wereld.

    Maar goed, die hand lag daar, op haar bovenbeen, aan de binnenkant. Je zou kunnen zeggen dat daar een grens is overschreden. De binnenkant van het bovenbeen is geen schemergebied. 
Het is niet voor niets dat ‘de hand op de knie’ in al deze debatten als voorbeeld wordt aangedragen. De knie zelf symboliseert als het ware een kantelpunt: de knie kan verschillende kanten op bewegen, wat niet geldt voor de borst, om maar iets te noemen.

    Vrouwen gekleed als suffragettes tijdens de Time’s Up Women’s Rally in Londen op 21 januari jl., een jaar na de eerste Women’s March tegen Trump. – © Chris J Ratcliffe / Getty Images
    Vrouwen gekleed als suffragettes tijdens de Time’s Up Women’s Rally in Londen op 21 januari jl., een jaar na de eerste Women’s March tegen Trump. – © Chris J Ratcliffe / Getty Images

    Een klopje op de knie hoeft geen seksuele lading te hebben, maar het kan wel. Een paar centimeter naar boven en het lijdt geen enkele twijfel meer. Meet de afstand van knieschijf tot kruis, deel die door twee, en zodra je die lijn overschrijdt bevind je je in het gebied van het bovenbeen – ik denk dat iedere vrouw precies kan aangeven waar die grens op haar lichaam loopt, en wat het betekent wanneer die grens wordt overschreden.

    Zodra een hand boven die grens komt, dient er een beslissing te worden 
genomen. Dat is bij flirten niet het geval. Ons lichaam is opgedeeld in zones: bepaalde zones zijn openbaar 
en andere zijn privé; er zijn delen die 
je zonder toestemming kunt aanraken, zoals mijn handen, en delen die verboden zijn om aan te raken zonder mijn toestemming.

    Ik weet alles van schemergebieden; ik begrijp ook het verlangen om mensen die het lichaam van een ander schenden zwaar te straffen, al zijn mijn eigen #MeToo-momenten min of meer verwaarloosbaar. Sterker nog, een van mijn gedenkwaardigste #MeToo-momenten – toevallig ook nog eens op Brits grondgebied – pakte uiteindelijk goed uit.

    De boosdoener was een aanstaand kamerlid en lid van het Europees parlement, een vriend van vrienden. We gingen met een groepje mensen uit eten en deze man, die later een bekende politicus zou worden, en die ik nog maar net tien minuten kende, legde een hand tussen mijn billen.

    Niet óp mijn billen, nee, echt tussen mijn billen, door mijn dunne rokje heen. Ik draaide me om en keek hem woest aan – ik was jong, ik had een jetlag en ik was in de war. Was dit gebruikelijk in Engeland? Ik voelde me vernederd. Ik draaide me weer terug 
en liep vastberaden door, waarop hij het nogmaals deed.

    Uiteindelijk pakte het goed uit, schreef ik net, waarmee ik bedoel dat hij in de gevangenis belandde. De aanleiding was gerommel met zijn financiën, maar ik koester me in de gedachte dat het een vorm van kosmische gerechtigheid is voor wat hij mij heeft aangedaan. Al was het niet zo heel ingrijpend, al heb ik er geen trauma door opgelopen, ik ben blij dat hij achter 
tralies verdween, al was het maar voor een half jaar.

    Gaat dat te ver? Wordt ‘het recht om lastig te vallen’ in de criminele sfeer getrokken? Zou kunnen. Maar ik zie niet in waarom mijn lichaam zou moeten dienen om hem nog meer zogenaamde rechten te verlenen, 
terwijl hij duidelijk al rechten in overvloed had. We hebben het hier over iemand die zich zonder scrupules 
van alles en nog wat toe-eigent, op
elk terrein.

    Vrouwen hebben geen gelijke burgerrechten zolang mannen het lichaam van vrouwen als openbaar bezit beschouwen

    Waar de Deneuve-verklaring aan voorbijgaat, in al haar hoogdravende retoriek over rechten en vrijheid, is dat rechten pas bestaan als ze door de politiek worden bekrachtigd. En tijdens 
de democratische revoluties waarin 
die rechten in Frankrijk en Amerika gestalte hebben gekregen, zijn ze niet aan iedereen in gelijke mate toegekend: het waren de mannen die hun eigen autonomie veiligstelden. In Frankrijk kregen vrouwen pas in 1944 stemrecht; geboortebeperking was strafbaar tot 1967. Wat voor vrijheid heeft een vrouw die niet kan voorkomen dat ze zwanger wordt omdat mannelijke politici haar dat recht hebben onthouden?

    Dit historische geheugenverlies maakt het stuk van Deneuve zo bedenkelijk. Vrouwen hebben geen gelijke burgerrechten zolang mannen het lichaam van vrouwen als openbaar bezit beschouwen – of ze nou menen ongevraagd aan ons te mogen zitten of dat zij beslissen wat wij met onze baarmoeder doen.

    Wie daar aan voorbijgaat, gaat volledig voorbij aan het politieke belang en de politieke achtergrond van #MeToo: de nieuwste fase in een eeuwenoude politieke strijd die vrouwen voeren om zeggenschap te krijgen over hun eigen lichaam.

    Natuurlijk zijn er ook vrouwen die lichamelijke schendingen aangenaam vinden, en een van die vrouwen is Catherine Millet, een van de medeondertekenaars van de brief van Deneuve, al zou ik, op grond van Millets memoires uit 2002, Het seksuele leven van Catherine M., willen pleiten voor een forensische analyse van de twee teksten op stilistische overeenkomsten – ik vermoed dat het leeuwendeel van dit project op het conto komt van Millet. De stilistische overeenkomsten zijn in ieder geval overweldigend.

    Zelfs een Amerikaan die niet filosofisch is onderlegd herkent het gedateerde cartesianisme dat in beide teksten de kop opsteekt, in scherp contrast met het optimistische Amerikaanse feminisme van, bijvoorbeeld, Our Bodies, Ourselves – dat wilde afrekenen 
met het aloude dualisme van lichaam en ziel, een dualisme dat het Deneuve-epistel juist in ere wil herstellen.

    Dualiteit

    Het is precies die dualiteit die de motor vormt van Millets memoires, waarin ze een periode uit haar leven beschrijft waarin ze zich volledig liet gaan in groepsseks – soms wel met dertig tot veertig mannen, haar lichaam een willoze ontvanger van sperma, in alle mogelijke lichaamsopeningen.

    Als ze geen orgies bijwoonde, verleende ze gratis seksuele handelingen aan anonieme voorbijgangers, die met haar konden doen wat ze maar wilden. Dit was allemaal niet echt aangenaam, in ieder geval niet in fysieke zin: het genot was meer cerebraal van aard en gerelateerd aan zelfvernedering, iets wat Millet zelf ook onderkent. Het klinkt als een wel heel katholieke vorm van seksuele rebellie, waarbij veel zelfkastijding komt kijken.

    ‘À chacun son gout,’ luidt het gezegde. En hoewel ik nog wel waardering zou kunnen opbrengen voor deze bijdrage aan een literaire traditie – 
De Sade, Bataille, Genet, Pauline Réage – is het een heel ander verhaal wanneer je een dergelijk standpunt uitdraagt in een politiek manifest over 
de vrijheid van vrouwen.

    In de opzwepend bedoelde slotalinea van de brief wordt een tweedeling aangebracht tussen lichaam en geest – ‘Voorvallen die een vrouw lichamelijk raken, hoeven niet per se haar waardigheid aan te tasten… want wij zijn meer dan alleen ons lichaam. Onze innerlijke vrijheid is onaantastbaar’ – waarmee alle mogelijke vormen van vrijheid worden gereduceerd tot het innerlijke heiligdom van onze geest. De schrijvers van de brief lijken van mening dat wat je lichaam wordt 
aangedaan niet jou als mens wordt aangedaan.

    De politieke uitdaging van dit post-#MeToo-moment is keer op keer benadrukken dat zeggenschap over ons lichaam het begin is van vrijheid. 
Niet het uiteindelijke doel, maar een uitgangspunt. Vrijheid moet meer zijn dan een abstractie, het moet ook echt handen en voeten krijgen.

    Auteur: Laura Kipnis
    Vertaler: Nicolette Hoekmeijer

    Laura Kipnis is een Amerikaanse feminist, cultuurcriticus en essayist.

    Illustratie: © Illustraties Aart-Jan Venema

    The Guardian
    VK | oplage 332.000

    De onlangs gerestylede Guardian geldt als de beste krant van Groot-Brittannië. Heeft een van ’s werelds meest bezochte nieuwssites.

  • Stichtelijk

    Stichtelijk

    Deze week raakte de hoofdredactrice van uw lijfblad ongewild betrokken in wat je met een klein beetje fantasie en goede wil undercoverjournalistiek zou kunnen noemen.

    Door een noodlottige stommiteit brak zij haar bovenarm. Noodlottig, omdat ze juist wilde laten zien dat de jaren helemaal niet tellen. Voor wat haar op haar zestiende moeiteloos lukte, draaide ze ook nu toch zeker haar hand niet om? Een stommiteit, om precies dezelfde reden. De humerus bleek niet bestand tegen deze bravoure en barstte in stukken op het harde asfalt. De ene journalist geeft zich uit voor Uber-chauffeur, de ander verkleedt zich als orthodoxe moslim, en zij trad toe tot een voor haar nieuwe wereld; die van mensen met een beperking. Een opmerkelijke gewaarwording. a. Je bent opeens een buitenstaander. b. Iedereen heeft twee jaloersmakend goed functionerende armen. En c. Mannen (het waren vrijwel alleen mannen, zusters) helpen je de jas in en houden de deur weer voor je open. Moge deze – en andere – hoffelijkheden het post-#MeToo-tijdperk overleven. Niet omdat iemand er recht op zou hebben, zelfs niet iemand met een beperking, maar omdat onze slordige samenlevingen wel wat elegantie kunnen gebruiken.

    Als deze rokende vulkaan toch eens mocht leiden tot een waarachtige cultuuromslag…

    Tot nu toe heeft 360 de berichtgeving over MeToo aan andere media overgelaten. Maar de cultuur van seksueel geweld komt wereldwijd op nog veel grotere schaal voor dan tot nu toe aan het licht is gekomen. En ook al zijn de mannen met macht en aanzien, die jaren ongestraft pakten wat ze pakken konden, inmiddels van de voorpagina’s verdwenen, het onderwerp blijft actueel nu ook de ontuchtschandalen in de (Amerikaanse) politiek worden blootgelegd. Als deze rokende vulkaan toch eens mocht leiden tot een waarachtige cultuuromslag… En dan niet naar een cultuur waarin de angst om aangeklaagd te worden overheerst, of een waarin voortdurend ‘Het spijt me’, of erger: ‘Ik heb dat blijkbaar anders beleefd’, wordt gezegd, maar een van wederzijds respect, van gelijkheid.

    Met dit zeer gevarieerde nummer en deze stichtelijke woorden laat ik u tot februari achter in de deskundige handen van collega’s Ceelen en Weeda om op werkverlof te gaan in den vreemde.

    Auteur: Katrien Gottlieb