Tag: Fotografie

  • Aanbevolen door de redactie. Kerstkiekjes uit de jaren 50 & meer

    Aanbevolen door de redactie. Kerstkiekjes uit de jaren 50 & meer

    De Spaanse Nobelprijswinnaar Santiago Ramón y Cajal schreef al in 1905 een verhaal waarin de bevolking werd gecontroleerd door middel van een vaccin. Verder: Kerstkiekjes uit de jaren vijftig en zestig, de communist met een voorliefde voor kerstkalkoen; het dandy-achtige leven van Friedrich Engels & meer aanraders van de 360-redactie.

    Omdat 360 niet alles kan vertalen wat de redactie leest, ziet en hoort, tippen wij voor u enkele interessante artikelen, documentaires, podcasts en fotoreportages die wij deze week zijn tegengekomen.

    Complotdenkers

    Een artikel uit El País onthult een weinig bekende kant van Nobelprijswinnaar Santiago Ramón y Cajal, die in 1905 een sciencefictionverhaal schreef over het beheersen van mensen door middel van injecties.

    Een tip van editor at large Katrien Gottlieb: ‘Nu het vaccin dichterbij komt, wordt het verzet tegen deze inenting ook groter. We hoorden in eigen land al dat het vaccin niks anders is dan een chip die wordt ingespoten zodat elk individu in de gaten gehouden kan worden door de overheid. Nu blijken die theorieën van alle tijden te zijn. Hoe zit het nou ook alweer, was er eerst sciencefiction en daarna pas de zichtbare werkelijkheid? Dit (Engelstalige) stuk uit El País is een goed en speels tegengeluid voor de complotdenkers onder ons. 

    Kerstkiekjes

    Redacteur IJsbrand van Veelen stuitte op een bijzondere fotocollectie. ‘Dit beeldblog van vier jaar geleden is onverwoestbaar: 43 kiekjes van Amerikaanse vrouwen die in de jaren ’50 en ’60 poseren naast hun kerstbomen. Dat levert niet alleen een schitterend tijdsbeeld op, maar roept ook intrigerende vragen op over de levens van de geportretteerden.’

    De scherpe journalistieke pen van Taub

    Ben Taub is journalist van The New Yorker, het onvolprezen Amerikaanse magazine met schitterende longreads. Taub heeft op zijn 29ste al een indrukwekkende lijst van prestigieuze journalistieke prijzen op zijn naam staan, waaronder de Pulitzer Prize for Feature Writing van dit jaar voor zijn artikel ‘Guantanamo’s Darkest Secret’, over Mohamedou Ould Salahi, die van 2002 tot 2016 zonder aanklacht werd vastgehouden in Guantanamo Bay. 

    Redacteur IJsbrand van Veelen tipt in de huidige editie van The New Yorker zijn zeer lezenswaardige artikel ‘Murder in Malta’, een longread waarin hij de achtergronden van de moord op de Maltese journaliste Daphne Caruana Galizia in 2017 blootlegt. 

    Latijns-Amerikaanse luisterverhalen

    Radio Ambulante is een Spaanstalige podcast van de Amerikaanse publieke omroep NPR. Elke aflevering komt er een Latijns-Amerikaans verhaal aan bod, soms over migranten in de VS, vaker over alles ten zuiden daarvan. De podcast wordt gepresenteerd door de Peruaanse schrijver Daniel Alarcón (fijne, warme stem) en biedt mooie, uitstekend geproduceerde reportages op locatie.

    ‘Prachtige en afwisselende verhalen,’ tipt redacteur Joep Harmsen. ‘Soms zijn het actuele verhalen, soms tijdloos, maar altijd vanuit een persoonlijk perspectief. Een aflevering die me in het bijzonder heeft geraakt is “Los cassettes del exilio”. In deze aflevering interviewt Alarcón de Chileen Dennis Maxwell, die op zolder oude videobanden van zijn vader vond. Zijn vader was tijdens de dictatuur van Pinochet naar Parijs gevlucht, en stuurde vanaf daar videobanden met persoonlijke boodschappen en verslagen van zijn wereldreizen aan zijn achtergebleven kinderen. Een ontroerend verhaal dat het grote politieke samenbrengt met het kleine persoonlijke, precies waar Radio Ambulante voor staat.’

    Engels, de communist met een voorliefde voor kerstkalkoen

    In deze longread voert de Amerikaanse auteur Christopher Sandford Friedrich Engels, medestichter van de de marxistische theorie, aan als ‘levend bewijs van de essentiële humaniserende tegenstrijdigheden van de mens’. Engels verdiende circa 1000 dollar per maand, een constructie van zelf toegekende bonussen, onkostenvergoeding en winstuitkering, in een tijd dat een dokter goed was voor $200. Bij zijn dood liet Engels het moderne equivalent van $4 miljoen achter in een portefeuille van aandelen in van alles, van zijn plaatselijke gasbedrijf tot het koloniale investeringsfonds van de Britse regering. ‘Ik ben niet zo simpel om over deze zaken de socialistische pers te raadplegen’, schreef hij aan socialist Eduard Bernstein. Daarvoor had hij The Economist.

    Sandford: ‘Het zegt iets over de ambivalentie van het vermogen van de mens tot gepassioneerd altruïsme en zijn eeuwige zoektocht naar materiële bevrediging dat de belangrijkste architect van Het Communistisch Manifest ook een fijnproever en oenofiel zou kunnen zijn met een bijzondere voorliefde voor het traditionele kerstkalkoen, afgerond met een genereuze portie van wat hij “tipsy-cake” noemde en een liefdevolle aanraking, zo niet meer, met iedere vrouw die onvoorzichtig genoeg was om onder de maretak te belanden.’

    Een relevant verhaal in onze huidige cancel culture, zegt hoofdredacteur Laura Weeda, waarin die ambivalentie van de mens te vaak over het hoofd wordt gezien.

  • Wereldbeeld: Bansky protesteert

    Wereldbeeld: Bansky protesteert

    De Britse, nog altijd anonieme straatkunstenaar Banksy heeft na 
vijf jaar weer van zich laten horen. 


    Dit keer protesteert hij tegen de opsluiting van Zehra Dogan met een meer dan 21 meter lang fresco in Houston Street en Bowery, Manhattan. De Turkse kunstenares werd vorig jaar veroordeeld tot een celstraf van bijna drie jaar voor haar schilderij over Nusaybin, een door de overheid verwoest Turks dorp vlak bij de Syrische grens. Talloze turfjes tellen de dagen van haar gevangenschap en staan tegelijkertijd voor de tralies van haar cel.

    © Sam Simmonds / Polaris
    © Sam Simmonds / Polaris
  • Wachten op de vloedgolf

    Wachten op de vloedgolf

    Surfers wachten in de rivier de Severn, op de grens van Engeland en Wales, gespannen op de Severn Bore, de vloedbranding van meer dan een meter hoog die hen op hun planken kilometers ver landinwaarts zal dragen.

    Het verschijnsel doet zich sinds mensenheugenis enkele dagen per maand tweemaal daags 
voor (er is een speciale kalender voor opgesteld) en trekt sinds 
de jaren zestig van de vorige eeuw surfers uit de hele wereld. Het afstandsrecord surfen op de Severn Bore staat op 14,8 kilometer, de snelheid die wordt bereikt varieert van 12 tot 19 km/uur. 


    © Matt Cardy / Getty Images
    © Matt Cardy / Getty Images
  • Wereldbeeld: Bevroren mist

    Wereldbeeld: Bevroren mist

    De American Falls dezer dagen, gezien vanaf de Canadese kant van de Niagara Falls, in de provincie Ontario.

    Delen van de Verenigde Staten en Canada zijn getroffen door sneeuwstormen en een zelfs daar ongekende kou, waarbij de temperatuur is gedaald tot min 14 graden. Er stroomt meer dan 3000 ton water per minuut door de watervallen. Wat bevriest, is niet het stromende en vallende water, maar vooral de mist die zich in ijskristallen hecht op de rotspartijen.

    © Aaron Lynett / Reuters
    © Aaron Lynett / Reuters
  • Koning van het detail

    Koning van het detail

    De Amerikaanse fotograaf Irving Penn (1917-2009) werd beroemd door zijn werk voor het modetijdschrift Vogue. Zijn studiowerk is nog altijd ongeëvenaard, zo blijkt op een tentoonstelling in Parijs.

    Het hoogtepunt van de expositie van Irving Penn in het Grand Palais in Parijs is geen foto, maar een oude, grijs geschilderde 
rol tapijt, versleten, beschadigd en vol vlekken, die onder aan de grote trap ligt. Dit simpele achterdoek, dat de fotograaf in 1950 in Parijs had opgeduikeld, vergezelde hem bijna vijftig jaar. Tegen deze neutrale achtergrond liet Penn (1917-2009) de miniemste details in het oog springen, van de rimpels van schrijfster Colette tot de weerspiegeling in de ruiten van een glazenwasser.

    Het voorwerp toont de virtuositeit van deze legendarisch strenge perfectionist, die met niets adembenemende beelden wist te creëren, zonder rekwisieten of decor, alleen maar oog in oog met zijn onderwerp. En tegelijk geeft het ook de grens van zijn kunst aan: als ongeëvenaard studiokunstenaar heeft Penn ook de fotografie tot deze kunstgreep teruggebracht, hij heeft er een sublieme creatie van gemaakt die ver van de wereld af staat, altijd strak gespannen, voor eeuwig buiten de tijd en zijn oprispingen. Op het gevaar af haar op te sluiten in een wereldvreemde pracht.

    De elegante overzichtstentoonstelling in het Grand Palais, met maar liefst 235 foto’s en een zeer fraaie catalogus, toont op een klassieke en ingetogen manier, in elf zalen die allemaal in verschillende 
tinten grijs zijn geschilderd, de series van de sterfotograaf van het blad Vogue: zijn beroemde modefoto’s, zijn kleine ambachtslieden, zijn portretten van bekende of anonieme Zuid-Amerikanen, zijn gebeeldhouwde naakten en zijn geraffineerde stillevens.

    4 x © Condé Nast: After Dinner Games; Girl with Tobacco on Tongue (Mary Jane Russell); Ingmar Bergman (© The Irving Pen Foundation);  Marlene Dietrich (© The Irving Penn Foundation)
    4 x © Condé Nast: After Dinner Games; Girl with Tobacco on Tongue (Mary Jane Russell); Ingmar Bergman (© The Irving Pen Foundation); Marlene Dietrich (© The Irving Penn Foundation)

    Van zaal tot zaal bewijzen de zorgvuldige en fluwelige foto’s van Penn dat hij vooral bezig was met het onderzoek naar materie. Bij hem lijkt het kant van een kledingstuk, het poeder op een gezicht, gestreeld door het licht, tastbaar. Alle afdrukken zijn van zijn eigen hand. En in de jaren zestig nam Penn zijn hele oeuvre opnieuw onder handen met een oude en complexe techniek, platina en palladium, die zijn afbeeldingen oneindige grijsnuances verleende 
en van de fotografie een ambachtelijk en uniek medium maakte. Kwaliteiten die hem in staat 
stelden met zijn foto’s in musea en privécollecties door te dringen.

    Penn begon zijn loopbaan in 1943 als grafisch vormgever bij Vogue, waar hij, aangemoedigd door Alexander Liberman, de almachtige artistiek directeur van het blad, al spoedig overstapte op portretten van beroemdheden en modefoto’s. Hij zou er bijna zestig jaar blijven werken.
    Wat Penn aan Vogue bijdroeg, waren een soberheid en stilering die braken met de glamour en gekunsteldheid van die tijd. Voor de ‘existentialistische’ portretten waarmee hij zijn reputatie vestigde zette de jonge fotograaf zijn modellen tussen twee kroonlijsten, een invalshoek waar ze gedestabiliseerd, intens en getourmenteerd uit naar voren sprongen. Fotografie is een truc, en Penn aarzelde niet om 
dat te tonen: hij liet het kader zien, veegde de vloer niet aan, gebruikte een eenvoudige stoel om zijn onderwerp op te laten poseren. Resultaat: de jonge Truman Capote lijkt kwetsbaar, weggedoken in zijn jas, terwijl de grote Alfred Hitchcock wegzinkt in de zwarte afgrond van zijn pak. Later onthulde Penn op een magistrale manier de sombere kant van zijn onderwerpen: Picasso wil de clown uithangen, Penn brengt hem terug tot zijn doordringende blik. ‘Ik wil een kerf in de façade maken,’ zei Penn. ‘Dat vind ik niet wreed. Wat zich achter de façade verschuilt is heel vaak zeldzaam en veel mooier dan wat men over het onderwerp gelooft of durft 
te geloven.’

    Maar zijn mooiste series zijn degene 
die achter de schermen van Vogue zijn gemaakt. Zoals de magistrale serie die hij, op bestelling, in Lima in Peru schoot, de enige modeserie die hij buiten heeft gemaakt. Hij reisde door naar Cuzco, een precolumbiaanse stad waar hij zijn intrek nam in een eenvoudig appartementje dat baadde in het daglicht en waar hij de eenvoudig geklede voorbijgangers fotografeerde: bijna tweeduizend foto’s, waarop hij de trotse blikken wist vast te leggen, de directe eenvoud van de poses, maar ook het vallen van de rokken van dikke stof, de welving van de hoeden. 
Zijn icoon, twee ernstig kijkende kleine kinderen 
op blote voeten, tussen een wazig gordijn en een 
terracottavloer, vat de directe en naakte stijl samen die de zijne zou worden. De serie werd in kleur in 
het blad gepubliceerd, maar in zwart-wit afgedrukt door de fotograaf.

    Naomi Sims in Scarf. – The Irving Penn Foundation
    Naomi Sims in Scarf. – The Irving Penn Foundation

    Gevulde modellen

    De serie van Penn over kleine ambachten werd 
ook in de marge van zijn modefoto’s gerealiseerd: in Parijs fotografeerde hij, in de voetsporen van Eugène Atget, tussen twee jurken door de kleine man op straat, van kelner tot banketbakker. Ook daar haalde Penn zijn onderwerpen uit de buitenwereld en nam hij ze mee naar zijn studio, waar hij vervolgens zijn eigen geschiedenis fabriceerde, die op een wat nostalgische manier van de verloren trots van de werkende mens getuigt, omringd door het gereedschap waaruit zijn vak blijkt.

    De tweede verdieping van de expositie, die wisselender van kwaliteit is, toont de pogingen van Penn om een oeuvre te creëren. Het verrassendst is de grote zaal die aan zijn naakten is gewijd: omdat hij genoeg had van de ‘anorectische’ mannequins die hij in de jaren vijftig voor Vogue moest fotograferen, wierf Penn rijkelijk gevulde modellen. De borsten en billen vormen golven, het schaamhaar piekt tussen de duinen door. De afdruk en het papier accentueren de blankheid en de onwerkelijkheid van de lichamen. ‘Hier had hij Matisse in gedachten,’ legt curator Jeff Rosenheim uit.

    Anders dan Richard Avedon, de andere sterfotograaf van de jaren vijftig en zestig, liet Penn zijn privéleven en schokkende maatschappelijke ontwikkelingen buiten zijn werk. Zijn reportage in Dahomey na de dekolonisatie levert een serie studioportretten op 
die ons vandaag de dag vooral exotisch voorkomt. Irving Penn plaatste zijn beelden liever in de vormgeschiedenis dan in de echte geschiedenis. Het is 
de vorm van de vergankelijkheid die hij telkens weer opzoekt door sigarettenpeuken te fotograferen en 
die tot ambigue monumenten om te toveren. Op 
diezelfde manier aarzelen zijn verwelkte bloemen met felle kleuren tussen pracht en verval. Alsof ze willen zeggen dat de wereld van Penn, hoe perfect 
en elegant ook, eveneens haar einde nadert.

    Auteur: Claire Guillot

    De tentoonstelling ‘Irving Penn’ is nog t/m 29 januari te zien in het Grand Palais in Parijs.

    Le Monde
    Frankrijk | dagblad | oplage 345.000

    In 1944 opgericht op initiatief van De Gaulle. Iconische krant, gehecht aan zijn onafhankelijkheid (maar sinds 2010 wel eigendom van drie private investeerders). Om recht te doen aan de titel ‘De wereld’ houdt Le Monde een groot netwerk van correspondenten in stand.

  • Wereldbeeld: Spiegeltje, spiegeltje…

    Wereldbeeld: Spiegeltje, spiegeltje…

    Een moment van ontspanning voor Angela Merkel.

    c049ff7c47bb4c2d9547e128bff84bc5 0

    Op 23 januari ontving de Duitse bondskanselier in Berlijn vertegenwoordigers van carnavalsverenigingen uit alle delen van Duitsland. Op de foto wordt ze geflankeerd door Sanra I van een carnavalsclub in Hamburg. Het carnaval in Duitsland beleeft zijn hoogtepunt over twee weken met onder meer de wereldberoemde Rosenmontag.

    © Kay Nietfeld / HH

  • Amateuraeronauten

    Amateuraeronauten

    Op 15 september opent de 7e editie van het BredaPhoto International Photo Festival (t/m 30 oktober). 
Meer dan zeventig fotografen uit binnen- en buitenland exposeren overal in de stad. 360 koos het 
werk van de Chinese fotografe Xiaoxiao Xu.

    Xiaoxiao Xu volgde acht Chinese boeren en fotografeerde hun pogingen om met zelf ontworpen vleugels te vliegen. Xu raakte gefascineerd door de eigengereidheid van de boeren, die op het balkon of op het erf eindeloos aan hun vliegtuigjes bouwen met gerecyclede materialen en huis-, tuin- en keukengereedschap. Een aantal lukt het om airborne te raken. Anderen crashen keer op keer. Maar dat mag de pret niet drukken, want bij deze hobby is het opstaan belangrijker dan de val. Sommige ontwerpen zijn zo goed dat ze worden erkend door de professionele luchtvaart. Maar dat is bijzaak; het doel van de hobbyisten is om te blijven zoeken naar betere, lichtere en goedkopere manieren om te vliegen.

    Yuan Xiangqiu’s droom is een vliegtuig te bouwen dat over Tiantai Mountain kan vliegen. Dat is nog niet gelukt. Als troost heet zijn kleinkind Chen Xiang (morgenvlucht) – omdat Xiangqiu zijn vliegtuigjes altijd ’s morgens test. – © Xiaoxiao Xu
    Yuan Xiangqiu’s droom is een vliegtuig te bouwen dat over Tiantai Mountain kan vliegen. Dat is nog niet gelukt. Als troost heet zijn kleinkind Chen Xiang (morgenvlucht) – omdat Xiangqiu zijn vliegtuigjes altijd ’s morgens test. – © Xiaoxiao Xu
    Zhang Dousan in zijn zelfgebouwde helikopter. – © Xiaoxiao Xu
    Zhang Dousan in zijn zelfgebouwde helikopter. – © Xiaoxiao Xu
    Schets van de helikopter van Zhang Dousan.
    Schets van de helikopter van Zhang Dousan.
    Wang Qiang (1976) is kapper, net als de rest van zijn familie, maar wil het liefst alleen maar vliegen. Dit vliegtuig is gebouwd van materiaal dat hij bij elkaar sprokkelde. Na iedere crash verbetert Qiang het model. – © Xiaoxiao Xu
    Wang Qiang (1976) is kapper, net als de rest van zijn familie, maar wil het liefst alleen maar vliegen. Dit vliegtuig is gebouwd van materiaal dat hij bij elkaar sprokkelde. Na iedere crash verbetert Qiang het model. – © Xiaoxiao Xu
    Schetsen van Wang Qiang. Het vliegtuig waarover hij droomt heeft een houten propeller, een open cockpit en een stalen frame met aluminium structuur.
    Schetsen van Wang Qiang. Het vliegtuig waarover hij droomt heeft een houten propeller, een open cockpit en een stalen frame met aluminium structuur.
    Het eerste vliegtuigje van Wang Qiang kostte nog geen 10.000 yuan 
[1340 euro]; hij wist dat het model niet perfect was en als brandhout zou eindigen.
    Het eerste vliegtuigje van Wang Qiang kostte nog geen 10.000 yuan 
[1340 euro]; hij wist dat het model niet perfect was en als brandhout zou eindigen.
    He Dongbiao (1973) in zijn 
op maat gemaakte, zelfgebouwde helikopter. – © Xiaoxiao Xu
    He Dongbiao (1973) in zijn 
op maat gemaakte, zelfgebouwde helikopter. – © Xiaoxiao Xu
     In de werkplaats van 
He Dongbiao. Om een vliegtuig te mogen bouwen, heeft Dongbiao eerst de toestemming van zijn vrouw, zijn schoonmoeder en schoonvader nodig. – © Xiaoxiao Xu
    In de werkplaats van 
He Dongbiao. Om een vliegtuig te mogen bouwen, heeft Dongbiao eerst de toestemming van zijn vrouw, zijn schoonmoeder en schoonvader nodig. – © Xiaoxiao Xu
    Jin Shaozhi in zijn vliegtuig met stalen frame en aluminium buizen. – © Xiaoxiao Xu
    Jin Shaozhi in zijn vliegtuig met stalen frame en aluminium buizen. – © Xiaoxiao Xu
    Bouwtekening van het vliegtuig van Jin Shaozhi.
    Bouwtekening van het vliegtuig van Jin Shaozhi.

    Xiaoxiao Xu is geboren in Qingtian, in het zuidoosten van China. Op haar veertiende kwam ze naar Nederland, waar haar moeder al een paar jaar woonde. Ze studeerde in 2009 cum laude af aan de Fotoacademie in Amsterdam en won sindsdien een aantal prijzen. Haar fotoboek Aeronautics in the Backyard wordt bij BredaPhoto gepresenteerd.

  • Ik fotografeer, dus ik ben

    Ik fotografeer, dus ik ben

    Het werk van Gerard Fieret, de excentrieke Nederlandse ‘fotograficus’ die in de jaren zestig de grenzen van de fotografie verlegde, is ontdekt in Spanje. El País over het universum van een zonderlinge kunstenaar.

    Hij stierf straatarm, omringd door duiven. Tussen de smerige troep in een bouwval van een huis stonden tientallen dozen en plastic containers met zijn werk. Aangevreten door het vocht en de muizen, maar het was springlevend. Bijna vijftig jaar lang voedden chaos en passie het werk van Gerard Petrus Fieret (Den Haag, 1924-2009). Zwart-witfoto’s die door hun grensverleggende karakter en originaliteit tot de opvallendste behoren in het Europa van de jaren zestig en zeventig, en die het medium fotografie oprekten. In weerwil van dit alles is de fotograaf – en dichter – nog steeds een onbekende buiten zijn geboorteland. De tentoonstellingshal Le Bal in Parijs organiseert nu zijn eerste expositie in Frankrijk.

    Buitenissigheid

    Vanaf het moment dat Hripsimé Visser, conservator fotografie van het Stedelijk Museum in Amsterdam, aan het eind van de jaren zeventig de foto’s van Fieret zag, was ze gefascineerd door hun buitenissigheid. ‘Ze pasten helemaal in de tijdgeest met hun verwerping van conventies en hun omarming van alles wat onkies, rauw, spontaan en authentiek was’, schrijft ze in het boek dat ter gelegenheid van de tentoonstelling is uitgegeven door Xavier Barral Editions. De fotograaf leidde een antiautoritair leven en maakte antiautoritaire foto’s. In zijn kunst hield hij zich bezig met het marginale, dat wat niet tot een gevestigde orde behoort, zowel in visueel als in technisch opzicht. ‘Waar ik naar op zoek ben in de fotografie is anarchie: mijn foto’s zijn binnen de context van een conservatieve maatschappij agressief. De intensiteit van het leven, de passie – een gezonde passie voor het leven – daar gaan ze over,’ zei Fieret.

    Hoewel elk onderdeel van zijn dagelijks leven voor de productieve fotograaf het onderwerp kon zijn voor een foto, bestond het universum van Fieret voornamelijk uit vrouwen. Hij nodigde op straat meisjes uit om de hoofdrol te spelen in hun ontmoetingen, die voor altijd op papier zijn vastgelegd. Zijn zachte, onscherpe naakten lijken op geen andere, en vaak is het de grote betrokkenheid en interactie, die je 
intuïtief voelt tussen de fotograaf en zijn model, die zijn werk zo vitaal maakt. ‘Zijn werk gaat over tederheid. Die naakten worden nooit pornografisch. Ik vind het een prachtig liedje van verlangen,’ zegt fotograaf Willem Diepraam in Foto en copyright by G.P. Fieret, een documentaire die Frank van den Engel in de laatste twee jaar voor de dood van de fotograaf maakte. Fieret bekende tegenover Frans van Burkom, schrijver van een monografie over hem, dat hij nooit ‘een echt erotische relatie met een vrouw heeft gehad’. In de documentaire zegt de fotograaf dat hij ‘tien vrouwen in huis heeft gehad’, maar dat vanwege zijn onrustige karakter ‘het totale pakket veel te georganiseerd was voor mij. Ik wilde vrij zijn’.

    Gerard Fieret liet geen misverstand over het copyright bestaan, het vormde onderdeel van zijn werk. Zonder titel, 1965-1975 – © Gerard P. Fieret. Gemeentemuseum Den Haag, Courtesy Estate of Gerard Petrus Fieret
    Gerard Fieret liet geen misverstand over het copyright bestaan, het vormde onderdeel van zijn werk. Zonder titel, 1965-1975 – © Gerard P. Fieret. Gemeentemuseum Den Haag, Courtesy Estate of Gerard Petrus Fieret

    Fotografie en dierenliefde waren waarschijnlijk zijn enige duurzame passies. Zijn leven werd vanaf zijn tweede jaar getekend door verlating, toen zijn vader het huis uitging en zijn moeder met de zorg voor drie kinderen achterliet. Een jaar later deed zijn moeder, die tbc had, hem in een kindertehuis. Volgens eigen zeggen werd hij in een van die katholieke internaten seksueel misbruikt. In de oorlog werd hij vanwege zijn gemengd joodse afkomst naar verschillende werkkampen gestuurd. Later ging hij naar de Haagse Kunstacademie. Hij wilde schilder worden en maakte houtskoolportretten, terwijl hij een handeltje dreef in Aziatische en Afrikaanse antiquiteiten. Hij schreef ook gedichten en publiceerde meer dan tien boeken.

    ‘Je zou kunnen zeggen, de poëzie is in mijn context een machtige rivier, uit haar ontsproten twee krachtige armen, het tekenen en de fotografie. Op den duur evolueerden de drie mediums 
in gelijkwaardigheid… Uiteindelijk versmolten de drie; foto werd poëzie, poëzie werd foto (metafysiek) en het tekenen werd een schrijfwijze, het tekenen, het dichten werd een zien en foto tot een enjambement in de gangen van het labyrint’, schreef Fieret.

    Halverwege de jaren zestig begon hij zich volledig aan de fotografie te wijden. Zijn werk trok algauw aandacht en werd opgenomen in de collectie van verschillende Nederlandse musea. Er waren geen kunsthandelaren die zeiden wat hij moest maken, zodat hij altijd deed wat hij zelf wilde. Het toeval en het experiment bepaalden zijn werk. Er was geen keurslijf dat zijn verbeelding aan banden legde. Soms gebruikte hij bedorven ontwikkelaar zodat zijn foto’s geel werden. Of hij haalde de afdrukken te vroeg uit de fixeer en legde ze onder zijn bed, waardoor ze een solarisatie-effect kregen. Elk beeld was uniek en onherhaalbaar. Hij was wars van het intrinsieke vermogen tot serialiteit van de fotografie.

    Soms maakte hij meerdere afdrukken van een negatief, die allemaal verschillend waren. Hij noemde zich liever geen fotograaf, maar ‘fotograficus’ (een foto-grafisch kunstenaar). ‘Een grafisch kunstenaar behoudt de controle over de technische middelen en buit die voor zijn doel uit, terwijl een fotograaf afhankelijk is van de techniek om zo duidelijk en waarachtig mogelijk te communiceren wat hij wil vastleggen. Dat verschil is de kern van de aversie die het fotografisch establishment in hem opriep,’ stelt conservator [fotomuseum Den Haag] Wim van Sinderen. 
‘Ik ben niet zo’n Hasselblad-type,’ zei Fieret. Hij ging voor een goedkope Praktica-spiegelreflex.

    Fieret nodigde op straat meisjes uit om de hoofdrol te spelen in hun ontmoetingen, die voor altijd op papier zijn vastgelegd. 3 x Zonder titel, 1965-1975 – © Gerard P. Fieret. Gemeentemuseum Den Haag, Courtesy Estate of Gerard Petrus Fieret
    Fieret nodigde op straat meisjes uit om de hoofdrol te spelen in hun ontmoetingen, die voor altijd op papier zijn vastgelegd. 3 x Zonder titel, 1965-1975 – © Gerard P. Fieret. Gemeentemuseum Den Haag, Courtesy Estate of Gerard Petrus Fieret

    Zijn argwanende en vijandige houding ten opzichte van de gevestigde fotografie drukte hem in een steeds groter isolement. De stempels met zijn naam en adres en zijn buitensporig vette handtekening, die vaak een opvallende plaats op zijn foto’s uit de jaren tachtig innamen, vormden weliswaar formeel onderdeel van het werk, maar verrieden ook een paranoïde trekje dat zich met grote regelmaat manifesteerde in het leven van de kunstenaar, die ervan overtuigd was dat iedereen zijn werk wilde stelen.

    Zijn psychische problemen verergerden steeds meer. Gaandeweg veranderde hij in een zonderling die in Den Haag bekendstond als de man die altijd duiven voerde, op straat panfluit speelde en tekeningen maakte op bierviltjes. Maar met het verminderen van zijn productiviteit groeide zijn roem onder Amerikaanse galeriehouders, en zijn werk is momenteel opgenomen in de collectie van het MoMA.

    Vijf jaar voor zijn dood wijdde het toen pas opgerichte Fotomuseum in Den Haag een retrospectief aan hem.

    Hij maakte van de camera een experimenteel instrument waarmee hij zijn eigen identiteit smeedde. ‘Dit is descartiaans. Ik neem de camera ter hand, dus mijn derde oog, observeer en herken mij in de werkelijkheid, “dus ik ben”’, schreef Fieret.

    Auteur: Gloria Crespo MacLennan
    Vertaler: Nicolette Hoekmeijer

    El País
    Spanje | dagblad | oplage 397.000

    Zes maanden na de dood van Franco opgericht. Prachtige tabloidkrant met exquise journalisten en bijdragen van grote Spaanse schrijvers.

  • De alledaagse schoonheid van Mogadishu

    De alledaagse schoonheid van Mogadishu

    Amateurfotograaf Abdulkadir Mohamed gaat de straten van de Somalische hoofdstad Mogadishu op om een ander beeld van zijn land te tonen. Geen dood en verwoesting, maar kleurrijke stranden, markten en spontane performances van gefotograafeerden. Zijn beelden verspreidt hij op de sociale media onder de naam Ato.

    Jongens en mannen met geweren, kinderen spelend tussen het puin, families samengepakt in vluchtelingenkampen en bloederige taferelen ten gevolge van bominslagen. Soms zit er ineens een kiekje tussen van het prachtige strand dat de stad ook heeft en zie je tekenen van hoop en opleving: nieuwe flatgebouwen oprijzend tegen de hemel, wegen die worden verlicht door zonne-energie en gloednieuwe geldautomaten. Beide soorten foto’s laten facetten zien van de werkelijkheid van Mogadishu, maar ze maken niet duidelijk hoe de ruim twee miljoen inwoners van de stad het dagelijks leven ervaren en wat het leven voor hen de moeite waard maakt.

    ‘Zelfs dwars door de verwoesting heen valt er in Mogadishu schoonheid te ontdekken,’ zegt Abdulkadir Mohamed, een Somalisch-Canadese amateurfotograaf. Hij is een autodidact die met zijn camera de straat op gaat en zich elke keer opnieuw laat verrassen door de stranden, de markten, de kinderen, de minaretten, het drukke stadsgedoe. Hij plaatst zijn foto’s op de sociale media en zet er zijn bijnaam onder: ‘Ato’. Dat is een Somalisch woord dat ‘mager’ betekent.

     
© Ato (Abdulkadir Mohamed)
    
© Ato (Abdulkadir Mohamed)

    Abdulkadir werd geboren en getogen in het kosmopolitische Mogadishu, waar kunst en cultuur een belangrijke rol speelden. ‘Ik ben opgegroeid met het Pan-Afrikaans en Arabisch Filmfestival [dat voor het eerst werd gehouden in 1987]. In die tijd had Mogadishu twintig bioscopen. De Somaliërs gingen heel vaak naar de film.’
    Zijn belangstelling voor fotografie heeft hij niet van vreemden. ‘Mijn oom was fotograaf. Er waren destijds veel fotostudio’s in Mogadishu.’


    tumblr nu2cyqcbts1tm1zovo1 1280

    Abdulkadir verhuisde in zijn tienerjaren naar Canada, vlak voordat Somalië in een langdurige burgeroorlog verzeild raakte. Die burgeroorlog volgde op de val, na een lange regeerperiode, van president Mohamed Siad Barre in 1991. Abdulkadir woonde ruim twintig jaar in Canada en de Verenigde Staten, voordat hij aan het begin van 2014 om familieredenen terugkeerde naar zijn geboortestad.

    ‘Je wilt niet meer behandeld worden als een tweederangsburger, je wilt niet langer uitgescholden worden’

    ‘Toen ik in het buitenland woonde, zag ik alleen maar de gebruikelijke foto’s van Somalië. Het waren clichébeelden over de oorlog en over Somaliërs die of piraterij bedreven, of omkwamen van de honger. Dat is niet het Mogadishu dat ik van vroeger ken.’

    Toen hij terug was, begon hij foto’s te maken, om aan zijn vrienden in de Somalische gemeenschap in Canada te kunnen laten zien hoe het er in Mogadishu in werkelijkheid aan toeging. Via de sociale media bleven ze op de hoogte. Die vrienden bleven steeds om nieuwe foto’s vragen. ‘Een vriend wilde graag dat ik foto’s zou nemen van de wijk in Mogadishu waar hij was opgegroeid. En mijn tienernichtje drong net zo lang aan tot ik een account opende op Tumblr. Veel andere mensen deden dat vervolgens ook.’

    tumblr nducitiebm1tm1zovo1 1280

    Veel jonge Somaliërs die handig zijn met internet, zijn de sociale media gaan gebruiken om foto’s en video’s te verspreiden die een gunstig beeld geven van hun land. Sommigen – zoals Ugaaso Boocow, die veel volgers heeft op Instagram, of Abla Elmi, producent van de zesdelige videoserie Mogadishu Diaries, of Ahmed Yusuf, oprichter van het YouTube-kanaal Welcome to Somalia – zijn net als Abdulkadir teruggekeerd naar Mogadishu, na jarenlang elders te hebben gewoond. Anderen, zoals Zahra Qorane [een blogster en fotografe uit Mogadishu], zijn nooit weggeweest.

    ‘Als je terugkeert naar Somalië en je ziet dat het daar heel anders is dan je dacht, dan besluit je dat je nooit meer naar het buitenland wilt. Je wilt niet meer behandeld worden als een tweederangsburger, je wilt niet langer uitgescholden worden,’ zegt Abdulkadir. ‘Het valt niet mee om tegelijk moslim, zwart en immigrant te zijn. In de westerse wereld heerst vreemdelingenhaat. Hier, in eigen land, zal niemand je uitschelden.’

    tumblr ne3pcab1rv1tm1zovo1 1280

    Abdulkadir legt mensen, dingen en scènes vast. Zijn foto’s zijn niet alleen momentopnames, maar ook betekenisvolle verhalen, die een stem krijgen door de onderschriften in het Engels en het Somalisch. Die onderschriften zijn soms heel ad rem, soms grappig en soms ernstig van toon, maar ze zijn altijd begrijpelijk voor niet-Somaliërs.

    De manier waarop hij mensen portretteert is bijzonder; Abdulkadir heeft een uitzonderlijk vermogen om een verstandhouding op te bouwen met degenen die hij fotografeert. ‘Ik geloof er heel erg in om mensen in hun waarde te laten. Ik neem nooit foto’s zonder toestemming.’ Hij fotografeert van betrekkelijk dichtbij, en velen voelen zich daarbij zodanig op hun gemak dat ze graag een performance geven voor de camera. Dat levert mooie, onverwachte en levendige beelden op. Ook als de mensen zich laten fotograferen zonder zich speciaal bewust te zijn van de camera, wekken de foto’s geen voyeuristische indruk. De kijker krijgt niet het gevoel dat hij op ontoelaatbare wijze binnendringt in het leven van de geportretteerde. ‘Als de mensen in Mogadishu je zien met een camera, dan denken ze meteen dat je persfotograaf of journalist bent,’ zegt hij. Journalistiek blijft een bijzonder gevaarlijk beroep in de stad. ‘Ik zie mezelf trouwens niet als een professionele fotograaf.’

    tumblr ne3piggc7i1tm1zovo1 1280

    Hoewel veel foto’s van Abdulkadir een bepaalde documentaire kwaliteit hebben, ziet hij zichzelf niet als een documentairemaker. ‘Ik heb besloten om mij te richten op positieve berichtgeving. Dat betekent dat ik de gebruikelijke negatieve verhalen over mijn stad aan anderen overlaat.’ Deze stellingname maakt hem tot een visueel activist. Internationaal gezien doen de foto’s van Abdelkadir denken aan het werk van een andere straatfotograaf met Canadese connecties: Thana Faroq, oprichtster van een Jemenitisch fotoproject. Haar motto: ‘Het gaat mij om het leven, níét om oorlog.’

    In de jaren vijftig was het Robert Frank (1924) die brak met de regels van de Amerikaanse fotografische traditie, door schaamteloos een persoonlijk stempel te drukken op zijn fotoserie The Americans. Terwijl Frank de onderbuikgevoelens van de Amerikanen in beeld wilde brengen, vanuit het koele gezichtspunt van een buitenstaander, is het Abdulkadir vooral te doen om het tonen van positieve beelden van binnenuit. Zijn foto’s laten zien hoe de mensen hoop houden, hoe ze genieten van kleine dingen, hoe ze hun vrije tijd besteden (met muziek, dans en sport) en hoe belangrijk familie en kinderen zijn. Aan de hand van de foto’s van Abdulkadir kan iedereen bedenken wat het leven de moeite waard maakt in Mogadishu – en ook in de rest van de wereld.

    tumblr nqamdnwvqk1tm1zovo1 1280
    tumblr nqam7u03mh1tm1zovo1 1280 png
    tumblr nut5fp8zgy1tm1zovo1 1280 png
    tumblr nqled2fyqg1tm1zovo1 1280
    tumblr nqlf03fggr1tm1zovo1 1280
    tumblr nqlgguf1uk1tm1zovo1 1280
    tumblr nrq0qcuyjk1tm1zovo1 1280
    tumblr nu2csdrpwk1tm1zovo2 1280
    tumblr nqlf416ndg1tm1zovo1 1280
    tumblr nqlhtuvqn31tm1zovo1 1280

    Auteur: Mo Keita
    Vertaler: Janet Luis

    True Africa
    Verenigd Koninkrijk, trueafrica.co
    Mediaplatform over cultuur, muziek, lifestyle, politiek, mode en technologie in Afrika en diaspora. De site is gericht op een nieuw geluid, jong getalenteerden plaatsen bijvoorbeeld artikelen over skateboarden in Accra, lesbiënne zijn in Lagos en street art in Rwanda.