Tag: Frankrijk

  • ‘Niet opgeven’, zei de politie. ‘De volgende keer gaat het jullie lukken’

    ‘Niet opgeven’, zei de politie. ‘De volgende keer gaat het jullie lukken’

    Sinds de anti-immigratiewet van de extreemrechtse Italiaanse minister van Binnenlandse Zaken Matteo Salvini in werking trad, krijgen asielzoekers die de oversteek naar Italië wagen geen humanitaire verblijfsvergunning meer. Na aankomst wacht velen een volgende vlucht: door de besneeuwde Alpen richting Frankrijk.

    Hier en daar komt uit een restaurant de geur van versgebakken pizza. Van achter de ramen van de cafés in skidorp Montgenèvre in de Alpen zijn op deze dinsdag in februari flarden van het gejoel van vakantie vierende toeristen te horen. Niet ver hiervandaan is de sfeer heel wat minder uitgelaten: hoog op de berg die naast het dorp oprijst, trekt een groepje van acht mensen in het pikkedonker de pas over die de grens vormt tussen Italië en Frankrijk.

    Soms zakken ze tot aan hun heupen weg in de sneeuw. Dan weer glijden ze met hun gladde zolen weg over het ijzelende oppervlak van het stukje piste dat ze opklimmen, met onder zich in de diepte de lichten van een Italiaans stadje. Ze weten niet wat hun wacht aan de overzijde van de bergkam die zich aftekent tegen de maanverlichte hemel. ‘En hoe moeten we nu?’ fluistert er eentje. ‘Hierlangs?’ vraagt een ander ongeduldig. Ze verliezen elkaar uit het oog, komen elkaar verderop min of meer toevallig weer tegen, en gaan weer uiteen.

    Zo proberen migranten bijna dagelijks, in een kat-en-muisspel met de politie, langs bergpassen in de Alpen Frankrijk te bereiken. Na meer dan vijf uur lopen door de vallei van Durance komt de groep aan in Briançon, de hoogste stad van Frankrijk, op twaalf kilometer van de grens. Ruim een uur lang moesten ze een van hun maten dragen, die bevangen was geraakt door de kou omdat hij zonder muts of handschoenen en met alleen tennisschoenen aan zijn voeten aan de tocht was begonnen.

    ‘Iemand die de woestijn, de zee en de bergen is overgestoken, waar is die nog bang voor?’

    In de noodopvang van Briançon vinden ze onderdak en warmte, net als 5200 mensen in 2018 vóór hen. Het zijn Guineeërs, Ivorianen, Malinezen, Senegalezen… ‘God is groot,’ roept de 22-jarige Senegalees Demba uit als hij veilig is aangekomen. De afgelopen dagen probeerde hij het ‘al drie keer’. De eerste keer hield de Franse gendarme hem aan in Briançon. De tweede keer gebeurde hetzelfde in La Vachette, de derde in Montgenèvre. Telkens weer werd hij, samen met de twee vrienden met wie hij de tocht ondernam, teruggestuurd naar Italië.

    ‘De politie en de gendarme waren erg vriendelijk,’ verzekert Demba ons. ‘Ze zeiden “niet opgeven” en “de volgende keer gaat het jullie lukken”, maar ze zeiden ook dat de bergen erg gevaarlijk zijn.’ Het hoofd van de eerste hulp van het ziekenhuis van Briançon Yann Fillet heeft deze winter vooralsnog geen reddingsactie in de bergen op touw hoeven zetten om migranten te hulp te schieten, maar ‘we zien wel veel meer gevallen van ernstige bevriezing dan vorig jaar’. Tegen een radiator aan gedrukt in de gemeenschapszaal van de opvang laat Mohammed het oedeem zien in bijna al zijn vingers. Een deel van de huid is volledig ontkleurd, zijn nagels vallen één voor één uit. Toch droeg hij wel handschoenen toen hij een maand geleden probeerde om vanuit Clavière, de laatste Italiaanse stad voor de grens, Briançon te bereiken. Maar hij moest twaalf uur lopen en geregeld zijn vuisten in de sneeuw zetten als zijn hij er zo diep in zakte dat hij niet meer vooruit kwam.

    Op 7 februari stierf een 28-jarige Togolees aan onderkoeling langs de kant van de weg niet ver van het dorp La Vachette. Vorig jaar overleden drie mensen tijdens hun tocht door de bergen. ‘En er zijn twee mensen spoorloos,’ zegt Michel Rousseau. Hij werkt voor de actiegroep Tous Migrants, die de migranten op straat opzoekt en steun verleent. Sinds 2016 kiezen zij in groten getale de route over de Alpen uit angst om teruggestuurd te worden bij de drukke grensovergang tussen Ventimiglia en Menton.

    hh 77110136

    De bergpas tussen Bardonecchia en Briancon is gesloten en onbegaanbaar vanwege lawinegevaar. Desondanks proberen migranten via deze bergpas de Italiaans-Franse grens over te steken. Per bus trein en bus reizen migranten eerst naar het gehucht Clavière hoog in de bergen, waar ze worden opgevangen door sympathisanten die de kelder van een kerk hebben gekraakt. – © Piet den Blanken / Hollandse Hoogte

    ‘Ze doen dat met de moed der wanhoop,’ denkt Rousseau. Sinds de anti-immigratiewet, of liever: het decreet, van de extreem-rechtse Italiaanse minister van Binnenlandse Zaken Salvini in werking trad, is de populatie die de oversteek waagt van karakter veranderd. De wet maakte een einde aan de humanitaire verblijfsvergunningen, die een kwart van de asielzoekers tot dan toe voor twee jaar kregen. ‘Het klimaat is veranderd. Vroeger hadden de migranten die hier aankwamen hooguit zes maanden in Italië doorgebracht. Maar degenen die nu komen, kregen geen verblijfsvergunning of hebben geen kans op verlenging,’ vertelt pastoor Davide Rostan uit de vallei van Suse, een overtuigd actievoerder. ‘Sinds Salvini er is, zijn ze bang,’ vertelt vrijwilligster Sylvia Massara, die in een opvangcentrum werkt van een religieuze orde in Oulx, een klein Italiaans dorp op een steenworp afstand van de grens.

    Zelf zat Demba bijna tweeënhalf jaar in een opvangcentrum in het dorpje Gagliano del Capo in Apulië. Hij laat trots de bewijzen zien van zijn ijver: twee diploma’s van opleidingen die hij er volgde, één in biologische bijenteelt en één in diëtiek. Maar twee maanden geleden werd zijn asielaanvraag afgewezen en werd hij het centrum uitgezet. ‘Toen heb ik voor 150 euro per maand een kleine kamer bij een boer gehuurd,’ vertelt hij. ‘Ik vond werk in een klein restaurant in Leuca, waar ik zeven dagen per week van acht uur ’s ochtends tot zeven uur ’s avonds moest werken voor maar 750 euro per maand.’ Een prettige ervaring was het niet: ‘In Zuid-Italië houden ze niet van zwarte mensen, er is veel racisme,’ zegt Demba. ‘De meeste klanten vertrokken als ik hen serveerde. Toen stuurde de eigenaar me weg.’

    Demba verliet Casamance, een gebied in Senegal, al zeven jaar geleden. Hij reisde door Libië, Tunesië, Algerije en ten slotte door Marokko, waar hij ‘meer dan tien keer’ probeerde om de hekken rondom de Spaanse enclave Ceuta over te klimmen en ‘misschien wel zeven keer’ om de straat van Gibraltar in een rubberboot over te steken. Uiteindelijk keerde hij terug naar Libië en bereikte hij Italië over zee.

    ‘Iemand die de woestijn, de zee en de bergen is overgestoken, waar is die nog bang voor?’ vraagt de 28-jarige Guineeër Ousmane, die wij in de noodopvang van Briançon ontmoeten, verbitterd. Ook zijn asielaanvraag werd afgewezen, na een verblijf van tweeënhalf jaar in een asielzoekerscentrum in Apulië. ‘Ik heb twee jaar van mijn leven verloren,’ vertelt hij. ‘We zaten met tweehonderd mensen in dat kamp. Maar één Malinees kreeg uiteindelijk na vijf jaar een verblijfsvergunning.’

    ‘Ik moest wel acht keer bij de Italiaanse immigratiedienst langskomen. Toen begreep ik dat ze me niet konden helpen’

    Naast hem zit een andere Guineeër, van 21 jaar oud, die ook Ousmane heet. Hij bracht een jaar en acht maanden door in het asielzoekerscentrum van Mineo, te midden van de Siciliaanse sinaasappelboomgaarden, een centrum dat een tijdlang de twijfelachtige eer genoot het grootste migrantencentrum van Europa te zijn. Vaak wonen er wel vierduizend mensen, in gebouwen oorspronkelijk bedoeld om soldaten van een nabije Amerikaanse basis onder te brengen. Begin dit jaar kondigde Matteo Salvini de aanstaande sluiting van het centrum aan, na een serie arrestaties volgend op schandalen met drugssmokkel en systematische verkrachtingen, georganiseerd door een Nigeriaanse maffia.

    Net als veel anderen die in Mineo hebben gezeten, beschrijft Ousmane een heel andere business, die er over de ruggen van de migranten werd bedreven, met medeweten van de kampleiding: ‘In plaats van ons de 75 euro per maand te geven die ons als asielzoekers toekwam, gaven ze ons telefoonkaarten en sigaretten, die we voor hooguit drie euro per pakje konden doorverkopen.’ In Italië heeft ‘elk kamp zijn eigen wet’, zo vatten zijn landgenoten de situatie samen. Ousmane vertrok uit Mineo, waar hij ‘enkel at en sliep’. Hij woonde een maand lang op straat in Turijn, en besloot toen om naar Frankrijk te gaan. ‘Eerst wilde ik in beroep gaan tegen de afwijzing van mijn asielaanvraag. Maar ik moest wel acht keer bij de Italiaanse immigratiedienst langskomen. Toen begreep ik dat ze me niet konden helpen.’

    In Briançon komen de migranten weer op krachten, voeren ze telefoongesprekken en zoeken ze informatie. Het merendeel vertrekt binnen enkele dagen. ‘We proberen te bedenken wat we kunnen doen,’ legt een van hen uit. Camara is al een maand in Briançon. De 22-jarige Guineeër bracht drie jaar door in verschillende Italiaanse centra, tot hem gevraagd werd te vertrekken. Hij probeerde al twee keer eerder om Frankrijk binnen te komen. ‘De eerste keer hield de politie ons aan,’ vertelt hij. ‘Ze verscheurden mijn geboortebewijs en mijn kaart van de bergen.’ De volgende dag lukte het hem toch om Briançon te bereiken. ‘Ik kwam hiernaartoe omdat ze zeiden dat ik niet in Italië kon blijven en omdat ik een beetje Frans spreek. Maar ik ken hier helemaal niemand.’

    Auteur: Julia Pascual
    Vertaler: Valentijn van Dijk

    Openingsbeeld: Migranten lopen ’s nachts over een besneeuwde pas door de Italiaanse Alpen naar Frankrijk. – © Piet den Blanken / Hollandse Hoogte

    Le Monde
    Frankrijk | dagblad | oplage 345.000

    In 1944 opgericht op initiatief van De Gaulle. Iconische krant, gehecht aan zijn onafhankelijkheid (maar sinds 2010 wel eigendom van drie private investeerders). Om recht te doen aan de titel ‘De wereld’ houdt Le Monde een groot netwerk van correspondenten in stand.

  • Dossier:  Opstand der bozen

    Dossier: Opstand der bozen

    Om een einde te maken aan de felle protesten van de gelehesjesbeweging, presenteerde Emmanuel Macron een pakket(je) ad-hocmaatregelen die 
de laagbetaalden in Frankrijk tegemoet moeten komen.

    Of zonnekoning Macron de boze geest weer in de fles krijgt, is zeer de vraag, schrijven commentatoren in de internationale pers.  

    1. Door de ogen van Monsieur le Président

    2. Klassenstrijd in actie

    3. Steun is nodig, geen hoon of haat

    4. Woede 
verspreidt zich snel

    5. Gele hesjes een 
gevaar voor de democratie?

    Openingsbeeld: Het protest begon als een aanklacht tegen de hoge brandstofprijzen en is uitgegroeid tot een massale uiting van algehele onvrede. In Bordeaux ging het er hard aan toe afgelopen weekeinde. – © AFP / Getty

  • Van escargots tot Big Mac

    Van escargots tot Big Mac

    Jarenlang vervulde de Franse keuken een modelfunctie. De haute cuisine is zelfs uitgeroepen tot immaterieel cultureel erfgoed. Nu wordt voorspeld dat in 2030 bijna de helft van de Franse bevolking obees zal zijn. En dat komt niet door de beroemde botersauzen.

    ‘Zeg me wat je eet, en ik zeg je wie je bent.’ Zo verwoordde de eerste foodie, de gastronoom Jean Anthelme Brillat-Savarin, het in 1825. En hij had als geen ander 
verstand van groene puy-linzen en kaviaar, 
langoustines à la nage, poulette du perche en poitrine de grive.Jaren en jaren heeft de Franse keuken – en dan niet alleen in restaurants – een modelfunctie vervuld: veel basisingrediënten (eieren, boter, brood, aardappelen), weinig bewerkt voedsel of fastfood, veel vis, fruit, plantaardige oliën en (vanzelfsprekend) volle zuivelproducten, gestructureerde, gezellige maaltijden met de hele familie. Franse vrouwen worden tenslotte niet dik.

    Hoe kan het dan dat er onlangs een onderzoek 
is verschenen waarin wordt geopperd dat dertig miljoen Fransen – bijna de helft van de bevolking – in 2030 obees zou kunnen zijn? En hoe kan het dan dat er, tijdens de lunch op een 
zonnige dag aan het begin van de herfst, een lange rij staat voor de McDonald’s op de Boulevard des Italiens in het centrum van Parijs? Met 1440 vestigingen is Frankrijk het op een na grootste afzetgebied van de fastfoodketen.

    ‘Ik begrijp niet hoe je dat kunt vragen’, zegt 
Stéphane Loiseau, een 29-jarige accountmanager die zijn bestelling – een ‘CBO’ (chicken, bacon, onion) met frites – intikt op het touchscreen. ‘Het is zo’n cliché. Het is goedkoop, het gaat snel, ze gebruiken best goede ingrediënten. Waarom zouden Fransen anders zijn dan de rest van de wereld?’

    Kruistocht tegen junkfood

    Nathalie Girardot, verkoopster in een nabijgelegen juwelierszaak, schiet ook meteen in de 
verdediging. ‘Wist je dat ze alleen maar Franse ingrediënten gebruiken?’ zegt ze, terwijl ze naar haar dienblad wijst. ‘Kijk maar: Charolais-rundvlees, Fourme d’Ambert-kaas eroverheen. En een echte vinaigrette. Frankrijk is dol op McDonald’s. Dat is nooit anders geweest.’

    Dat is niet helemaal waar. Volgend jaar is het twintig jaar geleden dat een pijprokende schapenboer met een snor, José Bové, veel aandacht trok met het ontmantelen van een in aanbouw zijnde McDonald’s in Millau, in het zuiden van Frankrijk. Hij deed dat samen met een aantal andere kleine boeren en ex-hippies, en zette 
zo een landelijke kruistocht in gang tegen la 
malbouffe – junkfood.

    Maar inmiddels is Frankrijk dol op burgers: uit onderzoek dat eerder dit jaar is gepubliceerd door consultancybureau Gira Conseil, blijkt dat de 66 miljoen inwoners van het land in 2017 samen 1,46 miljoen burgers aten – bijna 10 
procent meer dan het jaar ervoor. Wat misschien nog wel opmerkelijker is, is dat inmiddels in 85 procent van de Franse restaurants burgers op het menu staan. Niet dat je die altijd ‘malbouffe’ zou noemen. Bij L’Artisan du Burger in de Rue 
du Faubourg Poissonnière staan burgers op het menu met rucola, citroenrasp, reblochon, compote van rode ui en gerooktespecerijensaus, voor 12 euro (of meer, als je hem op een broodje met inktvisinkt wil, of met een topping van zwartekomijnzaad).

    © Pexels
    © Pexels

    Bernard Boutboul, de algemeen directeur van 
Gira Conseil, beschrijft de onstuitbare opkomst van de burger in Frankrijk als ‘een euforie, een gekte’, die inmiddels de vorm dreigt aan te nemen van ‘hysterie’, waardoor in veel restaurant de klassiekers van 
de Franse bistro, zoals eendenborst en boeuf bourguignon, van hun plek worden verdrongen door modieuze burgers.

    Toch kan de overgrote meerderheid – 70 procent – van de burgers die in Frankrijk worden geconsumeerd, bepaald niet worden geschaard onder de term ‘fastfood’. Ze worden genuttigd aan een tafeltje, vaak met een glas wijn, in een ‘echt’ restaurant. Wat nog niet wil zeggen dat het thuisland van de haute cuisine niet zou zijn gezwicht voor fastfood: dat is namelijk wel het geval. De Franse eetgewoonten 
zijn aan het veranderen.

    Door de toenemende tijdsdruk (geen lunchpauzes meer van twee uur; volgens een onderzoek neemt de gemiddelde Franse werknemer nu 31 minuten pauze) en de opkomst van thuisbezorgdiensten als Deliveroo en Uber Eats maakt de fastfoodsector in Frankrijk een exponentiële groei door. Afgelopen jaar hebben de 32.000 fastfoodrestaurants een omzet gedraaid van zo’n 51 miljard euro – 6 procent meer dan in 2016, 13 procent meer dan vier jaar geleden en bijna drie keer zoveel als in 2005. En bovenal maakt de fastfoodsector inmiddels 60 procent uit van het Franse restaurantwezen.

    66 miljoen inwoners aten in 2017 samen 1,46 miljoen burgers

    Fastfood ‘wil nog niet meteen zeggen dat je ook slecht eet’, zegt Josiane Bouvier, een aardrijkskundelerares die we aanspreken bij de uitgang van Nous, een organisch afhaalrestaurant aan de Rue de Châteaudun. In haar handen heeft 
ze een weinig Frans klinkende ‘hotbox’ van gegrilde kip, mint-yoghurtsaus, seizoenssalade en bruine rijst. ‘Ik denk dat veel Fransen, ook de Fransen die naar een fastfoodketen gaan, zich heel erg bewust zijn van de kwaliteit van de ingrediënten, en van de vraag of het eten echt
    ter plekke wordt bereid’, zegt ze. ‘Maar goed, dan moet je het je wel kunnen veroorloven om 9, 10 of 11 euro neer te tellen voor je lunch.’

    En dat is de crux: in Frankrijk is kwalitatief goed eten niet langer goedkoop – noch in restaurants, noch thuis. De voedselproducenten en de distributiebedrijven zijn groot en machtig. De Franse eetgewoonten zijn niet langer een voorbeeld, aldus het voedselagentschap Anses: er komt steeds meer bewerkt voedsel aan te pas, er zit 
te veel zout in en te weinig vezels. Frankrijk mag dan nog zo’n bijzondere band hebben met eten, het land is bepaald niet 
ongevoelig voor la malbouffe. In het parlement is onlangs de zorg uitgesproken dat mogelijk dertig miljoen Fransen, vooral in de lagere inkomensgroepen, in 2030 obees of te dik zullen zijn, tenzij de grote voedselproducenten de gehaltes aan zout, suiker, vetten en andere additieven terugbrengen, en kinderen leren hoe ze gezonder moeten eten.

    ‘Franse gezinnen besteden minder geld en 
minder tijd aan eten dan ooit tevoren’, aldus het Kamerlid Loïc Prud’homme. ‘We moeten weer baas worden over eigen bord.’ Een ander Kamerlid, Michèle Crouzet, dat campagne heeft gevoerd voor minder zout in het eten, neemt al helemaal geen blad voor de mond. ‘Het is niet 
zo dat Fransen doodgaan aan een overdaad aan eten’, zegt ze, ‘maar het eten dat we nuttigen, zal ons beetje bij beetje fataal worden.’

    Auteur: John Henley

    The Guardian
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 332.000

    Onafhankelijke kwaliteitskrant van linkse signatuur. Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde columnisten en journalisten. Altijd zeer kritisch ten opzichte van de overheid en andere instituten.

  • 5. Wie zijn de Franse moslims?

    5. Wie zijn de Franse moslims?

    En meer context bij het dossier.

    Hakim El Karoui.
    Hakim El Karoui.

    De Macronfluisteraar

    ‘Wie de hervorming van de islam die de Franse president voor het eerste semester van 2018 heeft aangekondigd misschien vaag vindt, richt zijn blik op Hakim El Karoui’, schrijft The Washington Post. Volgens deze krant, die jongstleden april een portret aan hem wijdde, is de voormalige investeringsbankier van Rothschild ‘het voorbeeld waardoor Macron zich laat inspireren om de moslimtradities met de Franse waarden te verenigen’. Als elitesymbool en vertrouweling van de president wordt El Karoui bekritiseerd door Franse vertegenwoordigers van de moslimgemeenschap, die hem verwijten dat hij is losgezongen van de dagelijkse realiteit van de islam, aldus de Amerikaanse krant.

    ‘Snelkookpan van gemeenschappen’

    Wie vandaag de dag schrijft over de islam in Frankrijk, over zaken als de sluier van zangeres Mennel of de aanhouding van islamoloog Tariq Ramadan, stelt zich bloot aan ‘een stortvloed van e-mails en beledigingen’, meldt Richard Werly, de Parijse correspondent van de Zwitserse krant Le Temps. ‘In de snelkookpan van gemeenschappen die Frankrijk is’, schrijft Werly, verwijt men de journalist zijn ‘geveinsde onnozelheid’, en zijn er ook mensen die hun uitlatingen niet gedrukt willen zien uit vrees dat er een ‘karikatuur’ van wordt gemaakt. ‘Hoe moet dit seculiere Frankrijk dat verteerd wordt door een voorliefde voor banvloeken een “trotse” toekomst creëren voor deze miljoenen “islamitische Galliërs”, een uitdrukking die ik hoorde toen ik onderzoek deed naar Tariq Ramadan?’ vraagt de journalist zich af, die daarin de kern ziet van het Franse probleem: ‘Frankrijk wordt getraumatiseerd door de islam doordat een deel van de bevolking geen “trotse” islam wil in het republikeinse bestel.’

    Wie zijn de moslims in Frankrijk?

    Vorige maand vroeg de Franstalige Algerijnse krant El-Watan zich af hoeveel moslims er in Frankrijk woonden en waar ze vandaan kwamen. Aangezien de geloofsovertuiging uit de Franse statistieken is verbannen, is het moeilijk achter de juiste cijfers te komen, merkte de krant. ‘Vandaar de uit de losse pols verrichte schattingen van de aantallen moslims. Onrustzaaiers drijven dat aantal soms op tot 8 miljoen, om op die manier de brave burger schrik aan te jagen.’

    Het ministerie van Binnenlandse Zaken, dat bemoeienissen heeft met de in Frankrijk voorkomende godsdiensten, gaat uit van een aantal tussen 4 en 5 miljoen – een ‘weinig wetenschappelijke vork’ volgens de krant. Die vertrouwt meer op de cijfers van het Franse wetenschappelijke Institut Montaigne, ‘dat in 2016 het aantal Fransen van vijftien jaar en ouder van het islamitische geloof schatte op 1,7 miljoen’.

    ‘Wat vaststaat’, aldus de krant, ‘is dat op historische koloniale gronden het grootste deel van de moslims in Frankrijk afkomstig is uit de Maghreb [Algerije, Marokko en Tunesië], gevolgd door de Sahellanden en landen bezuiden de Sahara.’


    DRIE POLEMIEKEN IN 2018

    1. Maryan Pugetoux
    Een gesluierde vakbondsvoorzitter

    De voorzitter van de studentenvakbond Unef van de Universiteit Paris-IV ‘heeft nooit een militante rol geambieerd’, schrijft The Washington Post. ‘Maar we zijn in Frankrijk, en Maryam Pougetoux is gesluierd op de nationale televisie verschenen.’ Het gevolg is dat de jonge vrouw sinds 12 mei jongstleden het middelpunt is van een polemiek over haar hidjab en een stortvloed aan politieke reacties heeft ontketend. ‘Volgens haar critici heeft Maryam Pougetoux zich schuldig gemaakt aan een misdrijf, namelijk schending van het nationale laïcité-credo’, schrijft de Amerikaanse krant, onder de kop: ‘Voor sommige Franse hoogwaardigheidsbekleders is de sluier zo’n bedreiging dat ze niet schromen een jonge vrouw hard aan te pakken’.

    2. Tariq Ramadan
    Een islamoloog in conflict met justitie

    De Zwitserse islamprediker is afgelopen februari verhoord en in hechtenis genomen op verdenking van drie verkrachtingen. Zijn gevangenneming is hard aangekomen bij de Franse mosliminsituties, meldde destijds de Zwitserse krant Le Temps, die een woordvoerder van de moslimgemeenschap citeerde: ‘Dit is rampzalig. Ik zie niet in hoe Tariq Ramadan, hoe het uiteindelijke vonnis ook zal luiden, ooit weer het symbool van de islamitische trots en vernieuwing kan worden dat hij pretendeerde te zijn tijdens zijn openbare optredens.’

    800px tariq ramadan profile image

    3. Mennel Ibtissem
    Een afwijkende stem

    De zangeres Mennel, deelneemster aan de Franse versie van de talentenjacht The Voice, heeft van verdere deelname moeten afzien na een lawine van tweets in juli 2016, waarin de Franse staat rechtstreeks verantwoordelijk werd gesteld voor de aanslagen. ‘Het begon er allemaal mee dat ze gesluierd op het televisiescherm verscheen’, schreef destijds de Libanese krant Al-Modon. ‘In het geval van Mennel bleek haar uiterlijk belangrijker dan haar stem’, constateerde de verslaggever spijtig. Een andere journalist van Al-Modon noemde de solidariteitsbetuigingen aan het adres van Mennel ‘onbegrijpelijk’. Zeggen dat de jonge vrouw het slachtoffer was van racisme is ‘pure waanzin’. Hij voegde eraan toe: ‘Er is een algemene tendens bij Arabieren om in de slachtofferrol te kruipen.’

    mennel

    Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk: twee modellen

    Begin juni wijdde The New York Review of Books een lange beschouwing aan het verschil in behandeling van de islam in respectievelijk het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk. Voor het roemruchte Amerikaanse tijdschrift berust dat verschil op culturele en historische gronden. ‘Het Franse dirigisme en de Britse multiculturele inslag – en beider benadering van de integratie van immigranten – zijn het logische gevolg van de twee verschillende zienswijzen vanuit hun imperiale verleden (de beschavingsdrang van Frankrijk tegenover de losse teugel van de Britten). Een standpunt dat in het geval van Groot-Brittannië wordt geschraagd door het uitgangspunt van diversiteit dat voortvloeit uit de grondwet van het land.’

    Deze twee benaderingen zijn onderhevig aan kritiek aan weerszijden van Het Kanaal, schrijft het NYRB. ‘Tijdens de onlusten in de voorsteden in 2005, en vervolgens na de terreuraanslagen in januari 2015, wezen nogal wat Fransen op de keerzijde en de gevolgen van de politiek van doorgedreven integratie, die Noord-Afrikaanse immigranten ertoe dwong zich aan te passen aan alle aspecten van de Franse cultuur, met name de taal en de Republikeinse seculaire ideologie’, aldus het blad. ‘De Britten daarentegen stonden aan de diverse bevolkingsgroepen toe hun eigen onderscheiden karakteristieken te behouden, terwijl zij hen trachtten te verenigen rond symbolen als het parlement en het koningshuis.’

    Dat heeft terreuraanslagen op Britse bodem door islamitische daders niet kunnen voorkomen. ‘De aanslagen in Londen in 2005, met 52 dodelijke slachtoffers, hebben evenwel die optimistische benadering niet duurzaam aangetast. Daarbij moet worden opgemerkt dat het tijdsverloop van acht jaar tot de volgende jihadistische aanslag de Britten bovendien in staat stelde die gebeurtenis te beschouwen als een uitzonderlijk incident.’

    Als reactie op de demografische veranderingen en uit angst voor terrorisme heeft het Verenigd Koninkrijk heel openlijk de multiculturele samenleving afgezworen’

    Maar de afgelopen jaren is de Britse kijk op de zaken veranderd. ‘Als reactie op de demografische veranderingen en uit angst voor terrorisme heeft het Verenigd Koninkrijk onder David Cameron en meer recent onder Theresa May heel openlijk de multiculturele samenleving afgezworen – een ontwikkeling die eveneens kan hebben bijgedragen tot de neiging zich op zichzelf terug te trekken en met een zeer kleine meerderheid te stemmen voor Brexit.’

    Sindsdien, aldus het Amerikaanse blad, ‘berust de strijd tegen het extremisme op het aanprijzen van de zogeheten “Britse” waarden, zoals de democratie, de rechtsstaat, de individuele vrijheid en de tolerantie’, terwijl Frankrijk koos voor een steeds striktere secularisering, die het land te staan komt op een op zijn minst nogal onverwachte vergelijking in de NYRB: ‘Het in stelling brengen van een zeer doctrinaire secularisering in Frankrijk doet denken aan de wanhopige maatregelen in de seculaire republiek Turkije, eer die in handen viel van de nieuwe islamisten van Recep Tayyip Erdogan.’

  • 3. Is Frankrijk onverdraagzaam?

    3. Is Frankrijk onverdraagzaam?

    Twee maanden geleden heeft de Franse Raad van State de afwijzing bekrachtigd van de naturalisatieaanvraag van een jonge Algerijnse die weigerde een man een hand te geven. Een symbolische beslissing die tot verdeeldheid leidt.

    JA

    Overtreding van de wet

    De krant The National uit de Verenigde Arabische Emiraten is verontwaardigd over deze uitspraak en spreekt van een Frankrijk ‘dat een moslimvrouw vervolgt op grond van haar geloof’. Hisham Al-Zoubeir Hellyer schrijft in zijn artikel dat ‘het inburgeringsexamen alleen maar een truc is om een specifieke groep te stigmatiseren: de moslims’. Hij vindt deze beslissing discriminerend, omdat een Algerijnse man er geen enkel probleem mee zou hebben gehad de hand van een andere man te schudden en dus wel genaturaliseerd zou zijn. ‘Als de aanvraagster een Israëlische orthodoxe jodin zou zijn geweest, kun je je afvragen of ze op dezelfde manier zou zijn behandeld.’

    Volgens Hellyer duidt de weigering om iemand van het andere geslacht een hand te geven ‘misschien op een conservatieve, zo niet ultraconservatieve kijk [op de samenleving], maar dat mag geen beletsel vormen om Frans te worden’. Hij benadrukt de keuzevrijheid, die doorslaggevend zou moeten zijn in een samenleving als de Franse. ‘Sommige mensen kunnen ervoor kiezen om zich te laten zoenen, anderen om zich de hand te laten schudden en weer anderen om zich te laten omhelzen. In alle drie de gevallen is er sprake van een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer, maar het accepteren of verwerpen daarvan zou aan de individuele vrijheid van eenieder moeten worden overgelaten.’

    Hellyer denkt dat de oorspronkelijke nationaliteit van de aanvraagster ook een rol in deze beslissing heeft gespeeld: ‘Het koloniale verleden van Frankrijk in de vorige eeuw in Algerije heeft sporen nagelaten die in het huidige Frankrijk nog zichtbaar zijn.’

    NEE

    Kwestie van individuele vrijheid

    In een column getiteld ‘Waarom zou Frankrijk islamitische intolerantie moeten tolereren?’ ziet de correspondent van de conservatieve Britse krant The Spectator geen enkele aanwijzing voor islamofobe discriminatie. ‘Waarom zou een westers land een vrouw moeten opnemen die haar neus ophaalt voor een van zijn oudste vormen van beleefdheid?’ vraagt Gavin Mortimer, om vervolgens een direct verband te leggen met andere vormen van discriminatie: ‘Als het eenvoudige vooruitzicht een man een hand te moeten geven al onacceptabel voor haar is, is er gegronde reden haar ervan te verdenken dat ze ook niets opheeft met de rechten van homo’s en joden.’

    Mortimer citeert de slogans die op talrijke borden in de Franse straten prijken: ‘De Republiek treedt eenieder met open gezicht tegemoet.’ ‘Toch is er een klein aantal vrouwen dat de wet blijft overtreden door te weigeren hun gezicht te tonen’, aldus de columnist.

    Ter verdediging van zijn standpunt wijst hij op de Franse moslimgemeenschap als geheel, die volgens hem ‘het eerste slachtoffers van het extremisme’ is. ‘Deze miljoenen perfect geïntegreerde mannen en vrouwen worden dagelijks geconfronteerd met de intimidatie van islamisten die hen op ideologische gronden aanvallen.’ Als voorbeeld noemt de Britse journalist de sportwereld, waar het aantal jonge geradicaliseerden zou toenemen en vrouwen uit sommige sportverenigingen zouden worden geweerd ‘om de eenvoudige reden dat vrouwen niet welkom zijn in sportclubs die door islamisten zijn geïnfiltreerd’.

    Courrier International
    Frankrijk | weekblad | oplage 165.476

    De Franse 360. Sinds twintig jaar een begrip in de kiosk. Bijgenaamd het Pentagon van de journalistiek, omdat Courrier nauwlettend in de gaten houdt wat er over de hele wereld wordt geschreven door de media.

  • Dossier: Frankrijk en de islam. De grote tegenstelling

    Dossier: Frankrijk en de islam. De grote tegenstelling

    Kan de islam zich conformeren aan nationale waarden? Dat is de vraag die ook premier Macron stelt om het hoofd te bieden aan de gewelddadige uitwassen van een religie met zes miljoen volgelingen.

    Hoe die hervorming zich verhoudt tot het Franse laïcité-model is een paradox en volgens de buitenlandse pers tegelijkertijd de kern van het probleem.

    1. Seculier of niet seculier?

    2. Tekenen van een nationale identiteitscrisis

    3. Is Frankrijk onverdraagzaam?

    4. Eerst de grondwet erkennen

    5. Wie zijn de Franse moslims?

    Beeld: Parijs, december 2017, meisjes op schoolreis maken een groepsselfie. – © Sabine Joosten / Hollandse Hoogte

  • 4. Eerst de grondwet erkennen

    4. Eerst de grondwet erkennen

    Voordat er van integratie sprake kan zijn moeten moslimorganisaties de grondwet erkennen en, zo schrijft Die Welt, hun houding ten aanzien van de Republiek ter discussie te stellen.

    De positie van de islam in Europa is omstreden. Sommigen – vooral toonaangevende politici in Duitsland – zeggen dat de islam, alleen al getalsmatig, deel uitmaakt van Europa. Volgens anderen geldt dat alleen voor seculiere moslims. In Groot-Brittannië, Frankrijk, België, Nederland en ook de andere West-Europese landen is in de laatste vijftig jaar het aantal moslims, moskeeën en bijbehorende organisaties verveelvoudigd. Arbeidsmigratie en immigratie uit voormalige koloniën of van vluchtelingen stellen enorme eisen aan het integratievermogen van de ontvangende samenlevingen. De culturele integratie van met name de moslimmigranten is grotendeels mislukt. Parallelle samenlevingen en rechtssystemen, onderwijsachterstanden, hoge werkloosheid tot en met fundamentalisme en religieus gefundeerd terrorisme bepalen de agenda. De pogingen om de islamitische organisaties te betrekken in een maatschappelijke discussie blijven, zoals duidelijk werd aan de hand van de Duitse islamconferentie, in de aanzet steken. Vooral omdat het de vertegenwoordigers van de islam er in wezen slechts om te doen was dat hun groepsbelangen de maatschappelijke norm zouden worden. Er werd in alle ernst drie jaar lang gediscussieerd over de vraag of van islamitische organisaties mag worden verwacht dat ze de prioriteit van de grondwet boven de Koran, dus boven Alla’s wetten, als bindend erkennen.

    Nu heeft de Franse president Emmanuel Macron een nieuwe aanzet gegeven om de islam in Frankrijk te integreren. Hij wil nog dit jaar een plan presenteren dat ‘het fundament voor de volledig nieuwe inrichting van de islam in Frankrijk moet leggen’. In een interview met de Le Journal du Dimanche zei hij dat hij er op alle niveaus aan werkt ‘om opnieuw te ontdekken wat de kern van het secularisme uitmaakt: de mogelijkheid de gelegenheid te hebben om te geloven, maar ook om niet te geloven’. Het plan, waarvan de bijzonderheden nog niet zijn uitgewerkt, moet meerdere dingen regelen. De moslims moeten zich zo organiseren dat de staat een verantwoordelijke partner heeft die aangesproken kan worden. Macron wil een morele autoriteit instellen, zoiets als een ‘groot-imam’ voor Frankrijk. Deze moet, net als het door Napoleon georganiseerde Grand Sanhedrin, de Franse grondwet als bindend erkennen. Blijkbaar gaat de president ervan uit dat de moslims in Frankrijk in de Franse raad voor het islamitisch geloof vertegenwoordigd zijn.

    Invloed verminderen

    Eén probleem zal zijn dat in Frankrijk, net als in Duitsland, slechts een klein deel (ongeveer 10 procent) van de moslims is vertegenwoordigd in moskeeverenigingen. Ten tweede wil men ‘de invloed van Arabische landen verminderen’. Dat betekent dat een einde gemaakt moet worden aan de financiering van de moskeeën en koranscholen uit de Maghreb, Saoedi-Arabië of Turkije. Ook moeten de financiële zaken van de moskeeën – men gaat er blijkbaar van uit dat via de moskeeën een soort financiële zwarte markt wordt georganiseerd – transparant worden. Het financiële tekort moet dan via een ‘halal’-belasting, een belasting op islamconforme producten, gecompenseerd worden. Daarmee moet dan ook de imamopleiding in Frankrijk gefinancierd worden, zodat er niet, zoals in Duitsland, honderden imams vanuit het buitenland komen. Zulke plannen zijn hier theorie, want de moskeeverenigingen laten tot op heden de aan Duitse universiteiten opgeleide imams links liggen en engageren liever voorgangers uit Turkije of Saoedie-Arabië.

    Macrons plannen worden bij de Franse islamorganisaties enerzijds met instemming ontvangen, hun wordt immers maatschappelijke erkenning in het vooruitzicht gesteld, maar anderzijds wijzen ze invloed van de overheid op de imamopleiding resoluut af. Ook een mogelijke halalbelasting stuit op afwijzing. En de Franse islamorganisaties komen niet op het idee zichzelf of hun houding ten aanzien van de Republiek ter discussie te stellen en aan te zetten tot hervormingen.

    De Duitse politiek heeft – als we uitgaan van het regeerakkoord van de grote coalitie – geen plan hoe in de toekomst om te gaan met de Islam. De islamconferentie heeft een jaar geleden een laatste levensteken gegeven. Ook het initiatief van de CDU-politicus Jens Spahn, in dezelfde geest als Macrons plan, verdween een jaar geleden meteen weer in de vergetelheid. Of de Franse president succesvoller zal zijn, blijft afwachten.

    Auteur: Necla Kelek
    Vertaler: Piet Meeuse

    Die Welt
    Duitsland | dagblad | oplage 202.000

    In 1946 door de Britten opgericht in Hamburg als Duits equivalent van destijds quality newspaper The Times. Sinds 1953 conservatief vlaggenschip van Axel Springer. Op economisch gebied zeer uitgebreid, tevens aandacht voor toerisme en de huizenmarkt.

    Beeld: Mosims bij de Yahya-moskee in Saint-Etienne-du-Rouvray, Normandië, in juli 2016. Ze brachten een eerbetoon aan priester Jacques Hamel, die in dezelfde plaats werd vermoord door IS-aanhangers. – © François Mori / HH

  • Secularisme en islam, een ongelukkige combinatie?

    Secularisme en islam, een ongelukkige combinatie?

    Hoe kan een seculier land zich beschermen tegen gewelddadige ideeën die in naam van de islam worden gepredikt? Emmanuel Macron wil de godsdienst met zes miljoen aanhangers reorganiseren, maar dat is een contradictie. ‘Het is aan de moslims om het voortouw te nemen. Het is hun historische missie.’

    Keuze uit het archief

    Vorige week kondigde de Franse overheid een verbod af voor meisjes en vrouwen om op school een abaja te dragen, een besluit dat afgelopen donderdag door een hogere bestuursrechter werd bekrachtigd. De abaja werd niet als religieus gezien, tot eerder dit jaar. Dit besluit past binnen het patroon dat al jarenlang zichtbaar is in Frankrijk, een land waar de scheiding tussen kerk en staat – de zogeheten laïcité – hoog in het vaandel staat. Zo mogen middelbare scholieren in Frankrijk al sinds 2004 geen zichtbare religieuze symbolen dragen, zoals christelijke kruizen, joodse keppeltjes of islamitische hoofddoeken.

    Dit artikel van The Atlantic uit 2018 laat zien dat Frankrijk reeds tientallen jaren op zoek is naar de ideale manier om zich tot de islam te verhouden. Zo wil president Emmanuel Macron de godsdienst op seculiere leest schoeien en in overeenstemming brengen met de nationale waarden om zo radicalisme en terrorisme buiten de deur te houden. Volgens anderen is het echter beter om deze taak aan de moslims zelf uit te besteden, want ‘de staat kan zich niet bemoeien met religieus beleid of religieuze kwesties’.

    Toen de Franse president Emmanuel Macron vorige maand in een interview zei de islam in Frankrijk volledig te willen reorganiseren, kwam dat niet onverwacht. Hij beloofde immers vooral te zullen slagen waar zijn voorgangers hadden gefaald.

    Sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw hebben opeenvolgende Franse regeringen geprobeerd een vorm van islam te creëren die typisch is voor Frankrijk, met het tweeledige doel de moslimminderheid in het land te laten integreren en islamistisch extremisme te bestrijden. Het ging erom een islam te ontwikkelen die zich conformeert aan de nationale waarden, met name het secularisme, en tegelijkertijd immuun is voor de radicale interpretaties die in sommige delen van de wereld vaste voet aan de grond hebben gekregen.

    Ironisch genoeg werd bij eerdere pogingen om een soort Franse islam te codificeren nauw samengewerkt met de landen van herkomst van Franse moslims, met name Marokko, Algerije en Turkije. In 2015 tekende de toenmalige president François Hollande bijvoorbeeld een akkoord met het koninkrijk Marokko om Franse imams naar een opleidingsinstituut in Rabat te sturen.

    Gematigd

    Het gevolg is een crisis op het gebied van vertegenwoordiging en legitimiteit. Bestaande, al dan niet aan de staat gelieerde organisaties vertegenwoordigen de uiteenlopende moslimgemeenschappen in Frankrijk niet. Dit ondermijnt de integratie van moslims in de samenleving als geheel en schept volgens de regering-Macron ruimte voor gevaarlijke ideologieën. Tegelijkertijd vinden veel moslims een poging om de islam van hogerhand te reguleren domesticerend en bevoogdend, vooral in het licht van Frankrijks twijfelachtige nalatenschap in de Arabische moslimwereld – een manier om de islam net zo lang te assimileren tot hij onzichtbaar wordt.

    Er is nog een reden waarom pogingen van staatswege met scepsis worden bezien. Het belangrijkste doel, dat zelden expliciet wordt verwoord en dikwijls wordt verhuld in retorische platitudes over sociale cohesie, is duidelijk: het bestrijden van radicalisering. ‘Er wordt altijd geïmpliceerd dat een Franse islam gematigd is, en tegen terrorisme,’ zegt Olivier Roy, islamgeleerde en hoogleraar aan het European University Institute in Florence. ‘Maar wat betekent gematigdheid in het geval van een religie?’

    De naar schatting zes miljoen Franse moslims – acht procent van de bevolking – vormen momenteel het middelpunt van een discussie over nationale identiteit in een land dat vasthoudt aan de laïcité, oftewel staatssecularisme, het uit 1905 daterende wetsbeginsel dat kerk en staat scheidt en bepaalt dat de staat neutraal tegenover religie dient te staan. In het recente verleden heeft deze discussie zich meer toegespitst op het bestrijden van islamistisch extremisme, en de aanslagen van afgelopen maart in de zuidelijke steden Carcassonne en Trèbes, gepleegd door een man van Marokkaanse origine die in 2004 is genaturaliseerd, hebben de publieke angst nog verder aangewakkerd.

    Sinds 2013 hebben minstens zeventienhonderd Franse staatsburgers zich aangesloten bij IS in Irak en Syrië; ook achter de aanslagen waarmee Frankrijk in 2015 en 2016 werd geconfronteerd zaten Franse staatsburgers. Maar de nationale angst over de verenigbaarheid van de islam met de Franse Republiek dateert al van de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw, toen immigranten die als gastarbeiders uit voormalige Franse koloniën waren gekomen (met name in Noord-Afrika) zich permanent in Frankrijk begonnen te vestigen. Die realiteit leidde tot een reeks pogingen van staatswege om de moslimintegratie te reguleren.

    ‘De moslimgemeenschap is vermoeid en teleurgesteld geraakt door een opeenvolging van belachelijke en vernederende voorstellen,’ zegt M’hammed Henniche, voorzitter van het Verbond van Moslim Associaties van Seine-Saint-Denis, een departement ten noordoosten van Parijs waar de moslims in de meerderheid zijn. Hij doelt op het beleid dat de Franse islam voortdurend met de Arabische wereld in verband brengt.

    De Franse Raad voor het Moslimgeloof, in 2003 opgericht door de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken Nicolas Sarkozy, is een illustratie van dat ongenoegen. Volgens een enquête uit 2016 weet nauwelijks een derde van de Franse moslims waar die raad voor staat, en een onevenredig groot aantal leiders ervan vertegenwoordigt groeperingen die gelieerd zijn aan Algerije, Marokko, Turkije, Saoedi-Arabië en Qatar. Andere organisaties onderhouden nauwe banden met Algerije, Marokko of de Moslimbroederschap.

    Toch is het geen verrassing dat de Franse overheid de institutionalisering van de islam heeft uitbesteed. ‘De staat kan zich niet bemoeien met religieus beleid of religieuze kwesties,’ zegt Roy. ‘Aan de andere kant is dat precies wat Franse regeringen al dertig jaar lang proberen te doen. Het hele plan is een volstrekte contradictie, waarbij een door en door seculiere staat een plan in elkaar flanst om zijn eigen nationale islam een plaats te geven.’

    Sommige van de gevaarlijkste imams zijn Frans, en preken in het Frans

    Hoewel het plan om de Franse islam te reorganiseren niet nieuw is, verschilt het initiatief van Macron zowel qua omstandigheden als zienswijze van eerdere pogingen. ‘Macron trad aan in 2015, vlak na een reeks terroristische aanslagen,’ zegt Bernard Godard, van 1997 tot 2014 als islamdeskundige verbonden aan het Franse ministerie van Binnenlandse Zaken. ‘De publieke opinie ziet het organiseren van de islam als een veiligheidsnoodzaak die de zorgen van het land moet wegnemen. Maar wat dat concreet betekent weten we niet.’

    Een van Macrons plannen is het stoppen van buitenlandse financiering om Franse moslimorganisaties los te weken van andere landen. Een ander voorstel behelst de opleiding van imams. Waar vorige regeringen, zoals die van Hollande, de blik richtten op bondgenoten als Marokko – ‘een islam die we kennen’, aldus Godard – heeft Macron voorgesteld imams thuis op te leiden. In lijn met het secularisme zou die opleiding over culturele waarden moeten gaan, en niet over religieuze teksten, om een generatie imams te kweken die ‘made in France’ zijn.

    Maar het optuigen van een nationaal opleidingsprogramma om radicalisering tegen te gaan veronderstelt dat de imams die haat prediken uit het buitenland komen. Dat is nauwelijks het geval; stromingen als het salafisme hebben aan invloed gewonnen in Frankrijk. ‘Het is onlogisch om te zeggen dat dat door een islam uit de Maghreb of elders komt,’ zegt Godard. ‘We moeten erkennen dat er in Frankrijk een Franse salafistische islam bestaat.’ Sommige van de gevaarlijkste imams zijn Frans, voegt hij eraan toe, en preken in het Frans.

    De lessen die uit het recente terrorisme kunnen worden getrokken zijn in tegenspraak met het idee dat een inherent gematigde Franse islam – als die al van bovenaf kan worden opgelegd – als een bolwerk tegen extremisme zou kunnen dienen. France academici zijn gebotst over de drijfveren voor radicalisering, maar veel wijst op de niet-religieuze ondertoon daarvan. Dat wil niet zeggen dat de islam geen rol speelt in de verspreiding van radicale ideeën. Maar de jongemannen achter de bloedbaden in Parijs of Nice waren geen vrome moslims die regelmatig een moskee bezochten, ook al doodden ze in naam van de godsdienst. De meeste aanslagplegers zijn draaideurcriminelen die regelmatig korte tijd in de gevangenis zitten, waar ze vaak aan extremistische ideologieën worden blootgesteld. Anderen radicaliseren via het internet, waar volop wordt geworven voor Islamitische Staat. Redouane Lakdim, de aanslagpleger in Carcassonne en Trèbes, past in dat profiel: hij is in 2015 en 2016 gevangengezet wegens het bezit van respectievelijk vuurwapens en drugs en men wist dat hij actief was op salafistische websites.

    ‘Het is een belachelijk en irrelevant idee dat als alle imams in Frankrijk een gematigde islam aanhangen er geen terrorisme meer zal zijn,’ zegt Roy, om eraan toe te voegen dat Frankrijk volgens de grondwet geen salafistische imams kan vervangen door ‘gematigde’ zonder de neutraliteit die door de wet van 1905 wordt voorgeschreven geweld aan te doen. Desondanks heeft de recente aanslag enkele politici van de oppositie ertoe gebracht een ‘verbod op salafisme’ te eisen. Het is onduidelijk wat dat zou inhouden en of het wettelijk haalbaar zou zijn, laat staan of het effectief zou zijn als maatregel tegen terrorisme.

    Roy beschouwt de hardnekkige regeringsfocus op religie als ‘ideologisch’, het gevolg van een steeds verbetener laïcité waarbij religie, en de islam in het bijzonder, uit de openbare ruimte verdwijnt. Die reactionaire neiging vierde vooral hoogtij onder Hollande, wiens premier Manuel Valls de terroristische aanslagen aangreep om in naam van de nationale veiligheid met een antireligieuze agenda te komen, met name met zijn poging in 2016 om boerkini’s op stranden te verbieden.

    Valls, die de islam onlangs ‘een probleem’ voor Frankrijk noemde, staat niet alleen in die opvatting. En hoewel Macron heeft geprobeerd de discussie over laïcité en islam te temperen – hij waarschuwde voor een ‘radicalisering van de laïcité’, waarin sommigen een verhulde verwijzing naar de voormalige premier en diens talrijke volgelingen zagen – is hij daarbij in de minderheid, zowel binnen zijn regering als onder het publiek. Een van de geleerden die Macron over de islam wil raadplegen, Gilles Kepel, is lid van de Printemps Républicain (Republikeinse Lente), een groep intellectuelen en journalisten ter linkerzijde die een agenda voorstaat die strookt met de ideeën van Valls.

    Volgens een enquête in februari beschouwt 43 procent van de Fransen de islam als ‘onverenigbaar met de waarden van de Republiek’. Dat is minder dan de 56 procent in 2016, maar laat nog altijd zien dat de islam een splijtzwam is geworden die een hindernis vormt voor elke poging de godsdienst op een politiek aanvaardbare manier te institutionaliseren of reguleren zonder de moslims zelf van zich te vervreemden.

    En daarmee komt de legitimiteit aan de orde. Hoewel het antimoslimsentiment, dat na de aanslagen in 2015 en 2016 een hoogtepunt bereikte, beduidend is afgenomen, zeggen veel moslims dat dit vooroordeel nog altijd de overhand heeft op sociaal en juridisch gebied. Als voorbeelden noemen ze een wet uit 2004 die religieuze symbolen op openbare scholen verbiedt (inclusief symbolen van andere religies dan de islam), een verbod uit 2010 op het in het openbaar dragen van een volledig gezichtsbedekkende sluier en, met ingang van januari, een verbod op religieuze kleding in het parlement. In de ogen van sommige moslims zal het idee van een van staatswege gecreëerde Franse islam een voortzetting lijken van het beleid dat ze als een assimilatiemiddel zien om de vrijheid van religieuze uitingen te belemmeren.

    Franse schouders

    Volgens Hakim El-Karoui, verbonden aan de denktank Institut Montaigne en een van de deskundigen die Macron wil raadplegen, zou de staat het ontstaan van een Franse islam mogelijk moeten maken zonder die zelf te creëren. Macrons plan om de Franse islam los te weken van de Arabische wereld juicht hij toe, en hij gelooft dat die zelfs nog verder zou moeten gaan: ‘Ik stel voor dat we de verantwoordelijkheid op de schouders van Franse moslims leggen die geen ander belang hebben dan dat van Frankrijk,’ zegt hij, verwijzend naar wat hij de ‘zwijgende moslims’ noemt, afkomstig uit de hogere middenklasse en de elite.

    Maar dat zal misschien niet zo makkelijk zijn. ‘Veel moslims die hogerop zijn gekomen op de maatschappelijke ladder willen niet te veel in verband worden gebracht met de islam, de jihad of de banlieues, de verarmde buitenwijken van de Franse steden,’ zegt Roy.

    El-Karoui, die moslim is, is er niet van overtuigd dat de ‘zwijgende moslims’ hun verantwoordelijkheid zullen ontlopen, maar erkent dat het een langetermijnkwestie is. In zijn ogen gaat het om het bestrijden van de extremistische ideologieën die de ether hebben weten te veroveren. ‘Wie heeft het op de sociale media of in het publieke debat over de islam, wie heeft het over religie? Islamitische Staat aan de ene kant, en de salafisten aan de andere,’ zegt hij. Dat is misschien wat overdreven, maar die groeperingen zijn wel de luidruchtigste, met goed geoliede pr-machines die het gestamel van andere, niet verenigde actoren overstemmen. ‘We moeten het publiek een ander verhaal over de islam vertellen,’ zegt El-Karoui. Dat zou het antimoslimsentiment en het verwarren van islam met terrorisme kunnen verminderen.

    Maar het is onduidelijk of de mobilisering die El-Karoui voor ogen staat de moslims zal aanspreken die hun religieuze identiteit liever benadrukken dan afzwakken en zelfs weer religieuze symbolen zijn gaan dragen om de waargenomen discriminatie te bestrijden. Toen ik dit tegen El-Karoui zei, noemde hij de hoofddoek een symbool van het islamisme, de politieke ideologie die tot geweld heeft geïnspireerd, en niet van de islam, de godsdienst. Vrouwen die er een dragen moeten naar zijn mening erkennen dat het symbool dat ze met hun godsdienst associëren eigenlijk voor een misdadige politieke ideologie staat.

    ‘We proberen een godsdienst met zes miljoen aanhangers in Frankrijk te reorganiseren om te voorkomen dat tweehonderd van hen terrorist worden. Zien we dan niet hoe absurd dat is?’

    Maar dat zal moeilijk te verkopen zijn. Dat de Koran niet eist dat vrouwen een hoofddoek dragen, is voor de draagsters niet per se relevant. Veel meisjes voelen zich, onder invloed van de wet van 2004, afgewezen door een restrictieve visie op wat het betekent om Frans te zijn. Linda Merzouk, een achttienjarige die dagelijks haar hoofddoek afdoet voordat ze haar middelbare school in het oosten van Parijs binnengaat, beklaagde zich in een interview over de verplichting om ‘een integraal deel [van haarzelf] thuis te laten’ en beschreef het verbod als een ‘inbreuk op de vrijheid van godsdienst’ die ‘deuren [voor haar] sluit’ in de Franse samenleving. Het idee aan de zijlijn te belanden zou de slachtofferrol die groeperingen als IS zo effectief hebben gebruikt om jongeren aan hun kant te krijgen wel eens kunnen versterken.

    Voorlopig heeft Macron alleen de fundamenten gelegd. Het stoppen van buitenlandse financiering zou mosliminstituties in elk geval ten dele kunnen losweken van buitenlandse belangen. Maar als het de bedoeling is Frankrijk te beschermen tegen gewelddadige ideeën die in naam van de islam worden gepredikt, zal een standaardaanpak – vooral als die van bovenaf wordt opgelegd, met weinig aandacht voor de behoeften van de uiteenlopende Franse moslimgemeenschappen – zijn doel wel eens voorbij kunnen schieten.

    Voor Roy is de zaak duidelijk. ‘We proberen een godsdienst met zes miljoen aanhangers in Frankrijk te reorganiseren om te voorkomen dat tweehonderd van hen terrorist worden. Zien we dan niet hoe absurd dat is?’ zegt hij. En hoewel hij toegeeft dat de huidige situatie onhoudbaar is, zal elke verandering legitiem moeten zijn om te kunnen slagen. ‘Het is aan de moslims om het voortouw te nemen. Het is hun historische missie.’

  • Zuidoost-Azië zet een rem op het toerisme

    Zuidoost-Azië zet een rem op het toerisme

    Net als in Barcelona en Amsterdam kunnen ze op sommige plekken in Azië de toestroom van bezoekers niet meer aan. ‘De tijd dat belangrijke toeristische bestemmingen in dit gebied vrijelijk bezocht konden worden, is voorbij.’

    Toen Willem Niemeijer, directeur en oprichter van het in Bangkok gevestigde reisbureau YAANA Ventures, voor het eerst naar Angkor Wat in Siem Reap ging, had hij de plek, die op de UNESCO-lijst staat, voor zichzelf. Cambodja stond in 1992 onder interimgezag van de VN en het land bereidde zich voor op verkiezingen na tientallen jaren van burgeroorlog. Reizigers waren er dun gezaaid. Dat jaar trokken de ruïnes minder dan negentigduizend bezoekers. In 2017 kwamen er net iets meer dan twee miljoen, waardoor Angkor Wat met gemak de grootste toeristenattractie van Cambodja genoemd mag worden. ‘Toen waren het alleen ik en de VN,’ zei Niemeijer. ‘Nu kan een bezoek een onaangename ervaring zijn.’

    Zo onaangenaam dat APSARA, de instantie die toezicht houdt op Angkor Wat, heeft besloten om het aantal bezoekers te beperken dat op de tempel Phnom Bakheng de beroemde zonsondergang achter de ruïnes mag meemaken.

    In Thailand heeft het bestuur van de nationale parken en wildparken opdracht gegeven om Maya Bay op Phi Phi Island – beroemd geworden door de film The Beach uit 2000 met Leonardo DiCaprio – vanaf juni voor vier maanden te sluiten voor alle bezoekers.

    Het eerder deze maand genomen besluit van president Rodrigo Duterte van de Filipijnen om het vakantie-eiland Boracay voor een half jaar te sluiten vanwege de verslechtering van het milieu onderstreept een trend, al vinden velen de beslissing te drastisch. De tijd waarin belangrijke toeristische bestemmingen in dit gebied vrijelijk bezocht kunnen worden is voorbij, zeggen reisorganisatoren. Quota en sluitingen zullen toenemen omdat regionale besturen moeite hebben de aanwas van toeristen onder controle te houden.


    ‘De belangrijkste bestemmingen worden platgelopen,’ zei Niemeijer, die in de tijd dat hij Angkor Wat voor het eerst bezocht een bedrijf opzette om gefortuneerde reizigers weg te leiden van de drukke hotspots. ‘We zullen te maken krijgen met per dag en uur vastgestelde bezoekersaantallen en beperkte toegang tot de populaire plekken. Hopelijk leidt dat tot meer belangstelling voor de minder gewilde bestemmingen.’

    De Filipijnse autoriteiten op Borocay klagen dat sommige hotels illegaal gebruikmaken van lokale riolen en andere voorzieningen. Buitenlandse bezoekers zullen vanaf het einde van deze maand geweerd worden van het kleine eiland. Andere vakantieoorden die verdacht worden van soortgelijke overtredingen zullen onder de microscoop worden gelegd.

    Maar mensen die hun brood verdienen in de sector, werpen tegen dat de moeilijkheden veroorzaakt worden door slechte planning en niet door het massatoerisme, dat de regionale economie 120 miljard dollar heeft opgeleverd.

    De ellende is dat het vuilnis zich opstapelt op de stranden, terwijl hotels en villa’s waterhoudende grondlagen uitputten

    Thailand verwacht dit jaar, volgens voorspellingen van de regering, 38 miljoen bezoekers. Maar Frankrijk – een land met eenzelfde oppervlak en bevolking – had in 2016, volgens gegevens van de Wereldbank, bijna 83 miljoen bezoekers zonder dat dit een even grote druk op het milieu tot gevolg had.

    Het verschil ligt in de infrastructuur en overheidsbeleid, zoals belastingvoordelen voor bedrijven om minder bekende bestemmingen te ontwikkelen en steun om de druk op populaire plaatsen te verminderen, zei Matt Gebbie, de directeur Asia Pacific voor het toerisme-adviesbureau Horwath HTL Indonesia. ‘Het gaat om planning, planning, planning,’ aldus Gebbie. ‘Je ontwikkelt pas een duurzame toeristenindustrie als de privésector en de publieke sector met elkaar praten.’

    Maar bestemmingen in Zuidoost-Azië hebben te maken met unieke omstandigheden. Een explosie van goedkope vliegreizen en de toename van Chinese welgestelden die op vakantie willen, leggen weer nieuwe druk op lokale ecosystemen. In Bali kwamen vorig jaar 5,6 miljoen toeristen op bezoek; dit jaar wordt het aantal geschat op zeven miljoen, een stijging die vooral wordt veroorzaakt door de komst van Chinezen (vorig jaar goed voor 1,3 miljoen bezoekers).

    De ellende is dat het vuilnis zich opstapelt op de stranden, terwijl hotels en villa’s waterhoudende grondlagen uitputten, zei Utung Pratama, een activist van Walhi, het Indonesische Forum voor het Milieu. ‘Het gaat hard achteruit op Bali,’ zei hij. ‘De schuldigen zijn de projectontwikkelaars die geen oog hebben voor de invloed van het toerisme op het milieu.’

    Er zijn echter tekenen dat lokale toezichthouders de controle aanscherpen. Vorig jaar werd een generaal pardon afgekondigd voor illegale hotels in Phuket, Thailand. Zij mochten een vergunning aanvragen zonder dat ze een boete hoefden te betalen. Daardoor is het officiële aantal onderkomens dat belasting betaalt verdubbeld tot zeventienhonderd.

    Vorig jaar steeg het aantal bezoekers aan Phuket met elf procent tot meer dan 8,4 miljoen, doordat het aantal Chinezen met een vijfde toenam. Zo’n veertig Chinese steden hebben directe vluchten naar Phuket, terwijl dat vijf jaar geleden nog maar een handjevol was.

    Flaneren over het strand van Borocay, het kleine eiland in de Filipijnse provincie Aklan.
    Flaneren over het strand van Borocay, het kleine eiland in de Filipijnse provincie Aklan.

    Die aantallen zullen alleen maar toenemen, zei Jens Thraenhart, directeur van het Mekong Tourism Coordinating Office. Toekomstige reizigers in China staan te trappelen om erop uit te gaan nadat ze dat jarenlang was verboden. Vorig jaar reisden Chinezen 127 miljoen keer naar overzeese bestemmingen, volgens gegevens van de China National Tourism Association. ‘Er is een enorme vraag en een grote hoeveelheid reizigers,’ zei Thraenhart.

    Milieu- en erfgoedgroepen en toezichthouders maken zich misschien zorgen, maar op vele bestemmingen is dit juist goed nieuws. Na jaren van oorlog en gebrek zijn de inwoners van Laos en Cambodja blij dat de toeristendollars rollen, zei Christian Do Boer, algemeen manager van het Jaya House, een ecohotel in Siem Reap dat zich erop beroemd geen plastic te gebruiken. ‘Bijna elke toerist is een goede toerist,’ zei Do Boer. ‘We hebben het geld nodig.’

    Auteur: Jeffrey Hutton
    Vertaler: Tineke Hunhoff

    Openingsbeeld: Toeristen op de tempels van Angkor Wat in Cambodja, het grootste religieuze monument ter wereld.

    The Straits Times
    Singapore | dagblad | oplage 365.800

    De meest gelezen Engelstalige krant in Zuidoost-Azië. In die regio geniet het dagblad een invloedrijke status. Schurkt tegen de Singaporese overheid aan maar staat garant voor goede analyses.

  • 7. Tijdslijn

    7. Tijdslijn

    Een overzicht van de belangrijkste gebeurtenissen van Macrons eerste bestuursjaar.

    schermafbeelding 2018 05 02 om 11 32 19 am
    schermafbeelding 2018 05 02 om 11 32 39 am
    schermafbeelding 2018 05 02 om 11 32 57 am
    schermafbeelding 2018 05 02 om 11 33 17 am

    Openingsbeeld: Aanhangers van Macron vlak voor zijn verkiezing. – © HH

  • 5. De president als krijgsheer

    5. De president als krijgsheer

    Een jaar na zijn verkiezingsoverwinning zette Macron voor het eerst militair geweld in.

    Nadat hij de toon eerst flink had opgevoerd, gaf de Franse president zijn strijdkrachten uiteindelijk opdracht toe te slaan in Syrië. Een beslissing waarmee hij zich onderscheidt van eerdere presidenten.

    Het symbool was er meteen al, vanaf zijn eerste minuten als staatshoofd. Nauwelijks had hij zijn ambt aanvaard, of Emmanuel Macron verliet op 14 mei 2017 het Elysée om de Avenue des Champs-Elysées op te rijden aan boord van een geblindeerde command car, een verkennings- en ondersteuningsvoertuig dat veel bij interventies in Afrika wordt gebruikt. Vanaf het begin heeft de president willen tonen dat hij, ondanks zijn jeugdige leeftijd – hij behoort tot de generatie die niet meer dienstplichtig is – van plan is zich 
ten volle te kwijten van zijn taak als militair opperbevelhebber.

    Symbolen zijn één ding, daden een ander. Tot dusver legde Emmanuel Macron een zekere terughoudendheid aan de dag. Hoewel hij niet besloot Franse troepen uit het buitenland terug te roepen, bijvoorbeeld uit de Sahel, waar het plaatselijke leger nog niet wordt geacht het stokje te 
kunnen overnemen, waagde hij zich ook niet op nieuwe fronten. In die zin verschilde zijn handelwijze van die 
van zijn voorganger François Hollande.

    Macron in een militair voertuig op de Champs Elysées op de dag van zijn inauguratie. – © Michel Euler / HH
    Macron in een militair voertuig op de Champs Elysées op de dag van zijn inauguratie. – © Michel Euler / HH

    Drie uur ’s ochtends op 14 april jongstleden was dus een historisch keerpunt. Het moment waarop de president, door zich in het tenue van een krijgsheer te hullen, in alle eenzaamheid de ultieme beslissing moest nemen, namelijk de inzet van militair geweld. ‘Ik heb de Franse strijdkrachten bevel gegeven 
te interveniëren in het kader van een internationale operatie die samen met de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk werd uitgevoerd, en die was gericht tegen het verboden chemische arsenaal van het Syrische regime,’ verklaarde Macron in een communiqué. Hij voegde eraan toe dat het Franse parlement krachtens artikel 35 over de interventie zal debatteren.

    Direct daarna werd er een officiële foto openbaar gemaakt, waarop het staatshoofd te zien is in de Jupiterbunker, het militaire commandocentrum onder het Elysée, samen met minister Florence Parly van Defensie, de presidentiële stafchef Bernard Rogel, de stafchef van de Franse strijdkrachten François Lecointre en andere hoge militairen. Op het moment dat de foto werd gemaakt ‘hadden we al actie ondernomen en liet de president zich informeren over het verloop van de missie’, zei een van de deelnemers tegen Reuters. De foto doet denken 
aan de fameuze scène waarin Barack Obama getuige is van de inval in de Pakistaanse woning van Osama Bin Laden in 2011.

    Dit keer staat Frankrijk er in 
militair opzicht niet alleen voor, zoals in augustus 2013, toen François 
Hollande bij gebrek aan steun van de Amerikanen en de Britten moest afzien van een aanval op het regime van Bashar al-Assad

    Tijdens de spoedvergadering van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties feliciteerde de president zichzelf met ‘de uitstekende coördinatie tussen onze strijdkrachten en die van onze Britse en Amerikaanse bondgenoten’. Hij drong er vervolgens op aan dat de Veiligheidsraad ‘eensgezind initiatieven zou nemen ten aanzien van 
politieke, chemische en humanitaire kwesties in Syrië om de burgerbevolking te beschermen en eindelijk de vrede in het land te laten terugkeren’. Daarna telefoneerde hij met respectievelijk Donald Trump en Theresa May.

    De afgelopen dagen heeft Emmanuel Macron de toon opgevoerd door op 
TF1 te verklaren dat hij ‘bewijs’ had dat er chemische wapens waren gebruikt. Vanaf dat moment kon hij moeilijk terug. ‘Hij heeft zich de afgelopen weken afgebeuld in de coulissen en zeer belangrijke telefoongesprekken gevoerd met Erdogan, Poetin en de Iraanse president Rohani,’ deelde 
een minister enkele dagen geleden vertrouwelijk mee.

    Maar dit keer staat Frankrijk er in 
militair opzicht niet alleen voor, zoals in augustus 2013, toen François 
Hollande bij gebrek aan steun van de Amerikanen en de Britten moest afzien van een aanval op het regime van Bashar al-Assad. Dit keer worden de Franse aanvallen samen met Washington en Londen uitgevoerd.

    Auteur: Marcelo Wesfreid
    Vertaler: Peter Bergsma

    Le Figaro
    Frankrijk | dagblad | oplage 313.010

    Grote, rechts georiënteerde zakenkrant. Eigendom van de zakentycoon Serge Dassault, die regelmatig de neiging moet onderdrukken om zich persoonlijk met de inhoud te bemoeien.

  • 4. En Marche! komt 
naar je toe deze zomer

    4. En Marche! komt 
naar je toe deze zomer

    Na de klinkende verkiezingszege in Frankrijk richt de partij van Macron zich nu op de Europese verkiezingen van 2019. Een leger vrijwilligers gaat het land in om de stemming van de burgers peilen.

    In een cafeetje in een tamelijk armoedige straat achter Montmartre bereikt de powerpoint-
presentatie een hoogtepunt. Op de muur staat geprojecteerd: ‘We kunnen het niet vaak genoeg zeggen: glimlachen!’ De ruim veertig aanwezigen knikken. Ze worden getraind om de politieke buitendienst in te gaan. De komende weken zullen zij en vele andere glimlachende mensen bij honderdduizend huizen aanbellen en de burgers vragen of ze even tijd hebben om over Europa te praten. Begin april gaf La République En Marche! (LRM) het startsein voor de ‘Grote Mars voor Europa’. Toen partijleider Christophe Castaner de ‘Grote Mars’ aankondigde tegenover journalisten in Parijs, zei hij dat LRM ‘de beweging van het luisteren’ is, die ‘de Europese droom wil teruggeven aan de 
Fransen’. Deze vaag klinkende teksten zijn de voorbereiding op de Europese verkiezingen in 2019. President Macron en zijn partij willen laten zien dat ze meer zijn dan verrassende winnaars. Ze willen bewijzen dat het succes bij de presidentsverkiezingen niet alleen te danken was aan stemmen tegen Marine Le Pen. De overwinning van LRM bij de parlementsverkiezingen in de zomer was de eerste consolidatie; nu wil de partij ook in 
het Europees Parlement de grootste politieke kracht worden.

    Woonkamers van de republiek

    Maar met politieke strategie moet je de Fransen 
niet lastigvallen. En evenmin met de woorden ‘EU’ 
en ‘Brussel’. Het gaat ‘om Europa’. In het cafeetje in Parijs worden de ‘marcheerders’, zoals de partij ze noemt, eraan herinnerd dat het niet om een 
verkiezingscampagne gaat: ‘Jullie zijn hier niet om te overtuigen, maar om te luisteren.’ De glimlachende luisteraars worden voorzien van een Europablauwe pullover en een vragenlijst. Hebben ze het tot in de woonkamers van de republiek gebracht, dan moet over de volgende vragen van gedachten worden gewisseld: ‘Waar denkt u aan bij Europa? Wat werkt er volgens u niet in Europa? Vindt u dat Europa een wezenlijke invloed heeft op uw dagelijks leven?’ Alle antwoorden worden genoteerd en moeten worden verwerkt in het verkiezingsprogramma voor 2019.

    Wat Macron betreft is de raadpleging van de Fransen slechts een eerste stap in zijn Europapolitiek. Op 17 april maakte hij in het Europees Parlement in Straatsburg de start van een Europese burgerraadpleging bekend. Dat is in zoverre een voortzetting van de ‘Grote Mars’ dat de burgermaatschappij moet worden aangespoord in discussie te gaan over 
Europese kwesties. Maar anders dan in Frankrijk moet zijn partij niet in verband worden gebracht met deze raadplegingen. Macron hoopt dat van Denemarken tot Roemenië zwemverenigingen, 
vrijwillige brandweerkorpsen en vakbonden zelf in gesprek gaan over Europa. Het mogelijke, tactische neveneffect van deze debatoefening is dat er nieuwe partijen kunnen ontstaan die het voor LRM eenvoudiger maken om bondgenoten te vinden in het 
Europees Parlement.

    Auteur: Nadia Pantel
    Vertaler: Pieter Streutker

    Süddeutsche Zeitung
    München | dagblad | oplage 358.000 | sueddeutsche.de

    Het dagblad voor het zuiden van Duitsland behoort tot de toonaangevende kranten in het land. De links-liberale krant is een energiek verdediger van de mensenrechten en van de rechtsstaat.

  • 2. Stilte voor de storm?

    2. Stilte voor de storm?

    Volgens de Spaanse krant El País lijkt het Frankrijk van Macron op het Frankrijk van voor mei ’68. Sluimert er een opstand?

    Alleen de allerbeste journalisten zijn in staat om in 996 woorden, 12 alinea’s en 6180 tekens de stemming van een land te verwoorden. Alleen de allerbesten beschikken over 
een uitzonderlijk observatievermogen, een sensor waarmee ze de diepe onderstromen peilen die 
kenmerkend zijn voor een bepaald moment uit de geschiedenis. En alleen de allerbesten, zoals alleen de grote literaire schrijvers dat kunnen, schrijven teksten die je op verschillende manieren kunt interpreteren en die, afhankelijk van de bril waarmee ze worden gelezen, één ding betekenen of precies het tegenovergestelde. Het artikel in kwestie was de meest trefzekere diagnose van het prerevolutionaire Frankrijk van 1968 of een van de grootste analytische missers in de geschiedenis van de journalistiek.

    Verveling

    ‘Wanneer Frankrijk zich verveelt…’ Dat is de titel van het artikel van Pierre Viansson-Ponté – een ervaren journalist van Le Monde – dat op 15 maart 1968 op de voorpagina van de Parijse ochtendeditie van de krant stond afgedrukt. Het was een klassiek Frans journalistiek stuk: informatief, maar niet 
overladen met saaie data, interpretatief maar 
niet opiniërend, helder en prachtig geschreven. Viansson-Ponté beschreef een Frankrijk dat was weggezonken in lethargie en verveling, zoiets als ‘het einde van de geschiedenis’ 25 jaar voordat dit dankzij Francis Fukuyama een populair begrip werd. Frankrijk was een welvarend land, zonder oorlogen, zonder politieke spanningen, zonder sociale 
conflicten. Het paradijs, of de hel.

    Zes weken nadat het artikel was gepubliceerd, barstte mei ’68 los. Eerst waren er de studentenprotesten, daarna volgden de arbeiders en uiteindelijk brak er een politieke crisis uit die de Vijfde Republiek tot aan de rand van de afgrond bracht. In het door Viansson-Ponté beschreven conformistische, melancholische en doodverveelde Frankrijk ontketende zich in een paar weken tijd een ongebreidelde opstand – het tegendeel van verveling – waarin de ambities en dromen van een deel van de westerse jeugd zich samenbalden, en die de kiem droeg van veel van de sociale veranderingen – van gelijke rechten voor mannen en vrouwen tot het individualisme en de 
ik-cultuur – die onze huidige wereld kenmerken.

    Een Parijse demonstrant ligt op de grond tijdens clashes met de politie in mei 1968. – © HH
    Een Parijse demonstrant ligt op de grond tijdens clashes met de politie in mei 1968. – © HH

    Het zou zomaar kunnen dat Frankrijk zich nu, vijftig jaar later, opnieuw verveelt. Net als in 1968 heeft het land een sterke regering, is er geen noemenswaardige oppositie en staat er een zelfverzekerde, bijna koninklijke president aan het roer. Pas tien maanden nadat Emmanuel Macron de verkiezingen won, valt er iets van sociale onvrede over zijn hervormingen te bespeuren. Maar de diepgaande problemen waarover de Fransen zich ernstig zorgen maakten – de sociale tegenstellingen, de etnische verdeeldheid, de jihadistengetto’s, een bijna chronisch pessimisme en een onherroepelijke achteruitgang – lijken verleden tijd. Sinds de zomer van 2016 is de terroristische dreiging nog steeds van kracht maar groeit de economie, daalt de werkloosheid en wordt de president bewonderd in de wereld.

    Verveelt Frankrijk zich? ‘Nee,’ zei Frédéric Dabi, mededirecteur van marktonderzoekbureau Ifop. ‘Frankrijk wacht…,’ vulde hij aan. Dát zou vandaag een betere titel zijn voor het artikel van Viansson-Ponté. Of nog beter: Frankrijk wacht af… Wat wacht Frankrijk af? Wat de hervormingen van Macron gaan 
brengen. Dat de economie verder groeit en dat de werkloosheid daalt. En dat de kloof tussen het kansrijke en kansarme Frankrijk, tussen de Franse steden en de periferie, gedicht zal worden.

    Publicist Alain Minc, tot voor kort pleitbezorger van de globalisering, analyseert het onbehagen in zijn nieuwste boek Une humble cavalcade dans le monde de demain (Een bescheiden ritje ter paard door de wereld van morgen). ‘Het is niet nieuw in de geschiedenis: het kapitalisme is een machine die efficiëntie en ongelijkheid produceert’, schrijft hij. En hij ziet in het Frankrijk van 2018 tekenen van een aanzwellende golf, een gefrustreerde generatie, het pré-mei ’68-klimaat.

    Een beeld van wat Frankrijk anno maart 2018 zou kunnen zijn, geeft het Insee (het Centraal Bureau voor de Statistiek en Economische Studies) 
in zijn jaarlijkse rapport: ‘Frankrijk, een sociaal portret’. Het rapport 
concentreert zich op wat ze de modale Fransman met een gemiddeld
inkomen noemen. 18,5 procent van de bevolking behoort tot die categorie, voor wie het salaris schommelt tussen de 1510 en 1850 euro netto per maand. Hun opleidingsniveau, hun baan – 
áls ze al werk hebben – en hun 
toekomstvisie liggen dichter bij die van de arme Fransman. Wat betreft de kans op werk, de toegang tot primaire levensbehoeften, de kans op een eigen woning en de zeldzaamheid van eenoudergezinnen staan ze dichter bij de rijke klassen.

    Culturele kloof

    In een recent verschenen rapport van de Stichting Jean-Jaurès legt onderzoeker Jérôme Fourquet nóg een kloof bloot: de culturele kloof die de economische ongelijkheid, die in Frankrijk minder groot is dan 
in andere westerse landen, overstijgt. Het rapport ‘1985-2017: Wanneer de bevoorrechte klasse zich afscheidt’ beschrijft een ‘onzichtbaar proces’ dat bij de elite tot een vorm van separatisme heeft geleid.

    De elite woont in dezelfde wijken en steden, en wordt op dezelfde scholen opgeleid. Men gaat met elkaar om, trouwt met elkaar en krijgt kinderen met elkaar. Terwijl vroeger kruisbestuiving tussen de verschillende Frankrijken plaatsvond tijdens de dienstplicht en in de vakantiekampen, bestaat dit niet langer 
(het eerste geval) of is het nauwelijks meer in trek (het tweede geval).

    Als je het huidige Frankrijk op zijn Viansson-Pontés beschouwt, zou je het moeten hebben over een etnische breuklijn en de jihadisten in de getto’s, maar die diagnose zou onvolledig zijn als je voorbijgaat aan de angst van de modale Fransman voor een onzeker bestaan en het risico daarop dat hij loopt, zoals in het Insee-rapport staat. Of aan de sociale klassen die niet meer met elkaar in aanraking komen, zoals Fourquet beschrijft. Door die sociale segregatie is het ongenoegen met de politiek, dat zich niet alleen in Frankrijk manifesteert, beter te begrijpen.

    ‘Het enige waarover ze zich druk maken is of de meisjes op de campussen van Nanterre en Antony op de kamers van de jongens mogen komen’

    ‘Verveling is wat ons openbare leven kenmerkt. 
De Fransen vervelen zich’, begon Viansson-Ponté op 15 maart 1968 zijn artikel ‘Wanneer Frankrijk zich verveelt…’ Frankrijk, betoogde hij, had zich afgekeerd van de problemen in Vietnam, Latijns-Amerika en Azië die de wereld op hun grondvesten deed trillen. Frankrijk leefde onder een vreedzame stolp van onwetendheid. ‘Het zijn hun problemen, niet de onze…’ Het Frankrijk van toen had een stabiele 
regering en de arbeiders, suf van het televisiekijken, gehoorzaamden de wet en de autoriteiten, net als de studenten. Bij de jeugd was de verveling voelbaar. ‘In Spanje, Italië, België, Algerije, Japan, Amerika, Egypte, Duitsland en Polen’, zo schreef de journalist van Le Monde, ‘protesteren de studenten, roeren ze zich. Maar in Frankrijk: vergeet het maar. Het enige waarover ze zich druk maken is of de meisjes op de campussen van Nanterre en Antony op de kamers van de jongens mogen komen.’ ‘Het probleem,’ zo concludeerde hij, was ‘dat je niks opbouwt zonder bevlogenheid.’ En zijn laatste zin was: ‘Uiteindelijk, en dat is gebleken, kun je ook doodgaan van verveling.’

    Het knappe van het artikel was dat de schrijver, zonder dat hij het wist, zijn vinger had gelegd op de symptomen van de opstand die op het punt stond uit te breken. De diagnose van de wereld van vandaag moet nog geschreven worden.

    Auteur: Marc Bassets
    Vertaler: Henriëtte Arons

    El País
    Spanje | dagblad | oplage 238.560

    Zes maanden na de dood van Franco opgericht. Prachtige tabloidkrant 
met exquise journalisten en bijdragen van grote Spaanse schrijvers.

  • 1. Macrons 
Thatcher-moment is aangebroken

    1. Macrons 
Thatcher-moment is aangebroken

    Na een vrij rimpelloos eerste jaar wacht de Franse president nu een beslissende slag met de vakbonden, schrijft het Britse weekblad The Spectator.

    De wittebroodsweken zijn voorbij voor Emmanuel Macron. Zijn eerste elf maanden als president gingen min of meer van een leien dakje, dankzij economische groei, internationale goedkeuring en museumopeningen in het Midden-Oosten. Maar de jonge president van Frankrijk maakt zich op voor maandenlange vijandigheden in zijn thuisland. ‘De uitputtingsslag’, kopte Le Parisien op 10 april. Naast deze grimmige tekst stond een foto van een van de vijanden van de president, een prominente figuur binnen de uiterst linkse vakbond CGT. Laurent Blum, de potige, baardige en oorlogszuchtige leider van de spoorwegafdeling van de bond, toonde zich onverzettelijk toen hij deze week een drie maanden durende spoorwegstaking afkondigde.

    Macron is even vastberaden als de stakers en lijkt ervan overtuigd dat hij als winnaar uit de bus zal komen. Tijdens het Paasweekend toonde de Franse televisie beelden van de president die in zijn auto stapte. ‘Geef niet toe aan de stakers!’ schreeuwde 
een voorbijganger. Een glimlachende Macron groette 
zijn medestander met een gebalde vuist en riep: ‘Maak u geen zorgen!’

    Zelfingenomen als altijd, toen nog. Maar misschien begint Macron toch wat nerveus te worden. Hij weet dat zijn reputatie op het spel staat, niet alleen in Frankrijk maar overal ter wereld. Stel je het gegrijns voor in Berlijn, het gegniffel in Londen, het teleur
gestelde hoofdschudden in Brussel als de president met zijn stoere praat even zwak blijkt te zijn als zijn voorgangers wanneer hij met massale stakingen wordt geconfronteerd.

    Stormenderhand

    Sinds zijn uitverkiezing heeft Macron de wereld 
stormenderhand veroverd. Hij heeft Trump, Poetin en Erdogan ontvangen, de spanningen tussen 
Libanon en Saoedi-Arabië helpen verminderen, het initiatief genomen om de stroom vluchtelingen van Noord-Afrika naar Italië in te dammen, Frankrijk weer op de kaart gezet als ‘soft power’ nummer 1 
van de wereld en het Parijse klimaatakkoord van 2015 nieuw leven ingeblazen na de terugtrekking van de VS.

    Dit alles was mogelijk doordat hij het thuisfront 
volledig domineerde. De wijdverbreide stakingen, afgelopen herfst, tegen de eerste fase van zijn 
economische hervormingen bloedden dood, en zijn politieke opponenten bleken al even ondoeltreffend, 
gedesoriënteerd als ze waren door de 
wanprestatie van hun partijen bij de verkiezingen van vorig jaar, toen Macron zijn opmerkelijke overwinning behaalde.

    Maar nu wordt de president geconfronteerd met vier uitdagingen die de komende vier jaar van zijn presidentschap zullen bepalen. De terugkeer van de islamistische terreur in Frankrijk heeft het land in opschudding gebracht en aangetoond dat zelfs stille binnenwateren niet veilig zijn voor 
de jihadisten. De recente aanslagen in Carcassonne en Trèbes, die vier mensen het leven kostten, waren ook een bewijs van datgene waarvoor de veiligheidsdiensten al maanden 
waarschuwden: dat de val van het 
IS-kalifaat geen eind zal maken aan het geweld in Europa. Eerder is het tegendeel het geval, nu de jihadisten in groten getale terugkeren, vastbesloten om de strijd hier voort te zetten.

    Een stakende spoorwegarbeider met een masker van Macron tijdens een betoging in Marseille op 13 april. – © Claude Paris / HH
    Een stakende spoorwegarbeider met een masker van Macron tijdens een betoging in Marseille op 13 april. – © Claude Paris / HH

    Voor veel Fransen is islamisme onverbrekelijk verbonden met immigratie – de tweede horde die Macron moet nemen – en met de overtuiging dat terroristen gemakkelijk hun land kunnen binnenkomen dankzij de slappe grenscontroles. In februari 
kondigde de regering plannen aan om illegale immigratie een halt toe te roepen en afgewezen asielzoekers 
versneld uit te zetten. Het wetsvoorstel, dat deze maand in het parlement zal worden behandeld, wordt door de meerderheid van de Fransen met open armen ontvangen, maar niet door sommige leden van Macrons eigen partij, La République En Marche. Het wetsvoorstel zal worden aangenomen, maar op het Franse bureau voor vluchtelingenbescherming wordt al gestaakt en antikapitalistische groeperingen kondigen demonstraties aan. Ook sommige kunstenaars laten zich niet onbetuigd, met voorop Jean-Marie Gustave Le Clézio, in 2008 winnaar van de Nobelprijs voor Literatuur, 
die tekeergaat tegen Frankrijks ‘schandalige behandeling van migranten’.

    Handenwringende schrijvers zullen Macron geen zorgen baren, maar het derde probleem, het spoorwegpersoneel dat tot eind juni twee dagen per week het werk zal neerleggen, is angstaanjagender. Een van de hervormingsvoorstellen van de regering behelst het openstellen van het treinvervoer voor buitenlandse concurrenten en het 
verbeteren van een dienstverlening die de afgelopen jaren aanzienlijk aan kwaliteit heeft ingeboet. Daar kan de 46,6 miljard euro schuld van de SNCF nog bij worden opgeteld, een astronomisch bedrag dat deels zal worden 
verlaagd door het beëindigen van de geprivilegieerde status van spoorwegbeambten die al sinds 1909 bestaat en voorziet in levenslange baangarantie en pensionering op 50-jarige leeftijd voor machinisten en op 57-jarige 
leeftijd voor andere werknemers.

    De “Zadistes” zijn een symbool van verzet voor Franse beroepsdemonstranten, de anarchisten, milieuactivisten en antifascisten die snakken naar een gevecht met hun president

    Met steun van de CGT is het spoorwegpersoneel vastbesloten om vast te houden aan zijn rechten, maar Macron beschouwt de SNCF als de belichaming van verouderde arbeidspraktijken in 
de publieke sector. ‘We leven in een veranderende wereld,’ zei minister van Verkeer 
Élisabeth Borne onlangs. ‘Ook de SNCF moet veranderen om haar dienstverlening te verbeteren.’ Een 
peiling van een krant wees uit dat van de bijna 
honderdduizend respondenten slechts 28 procent achter de staking stond. Maar die krant was dan wel de centrum-rechtse Le Figaro. Veel mensen ter linkerzijde steunen de staking, en andere groepen met grieven, zoals studenten, Air France-medewerkers, werknemers van supermarkten en vuilnisophalers zullen in de nabije toekomst hun eigen stakingen of protestbetogingen organiseren.

    De vierde uitdaging voor Macron lijkt oppervlakkig bezien de minst problematische: wat moet er worden gedaan aan de driehonderd milieuactivisten die 1650 hectare moerasland bezet houden in Notre-Dame-des-Landes, in de buurt van Nantes? 
In januari wisten ze na een lange campagne de bouw van een vliegveld tegen te houden. De regering, die haar nederlaag erkende, droeg hun op het gebied uiterlijk 31 maart te verlaten. Die deadline is verstreken, maar een harde kern van rouwdouwers blijft zitten en heeft zich verschanst met behulp van 
tunnels en barricades met boobytraps. De politie zou hun verzet binnen enkele uren kunnen breken, maar de regering weet dat dat een lont in het kruitvat zou kunnen zijn. De ‘Zadistes’, zoals ze zichzelf noemen – naar zone à défendre, oftewel ZAD – zijn een symbool van verzet voor Franse beroepsdemonstranten, de anarchisten, milieuactivisten en antifascisten die snakken naar een gevecht met hun president.

    Leuze tijdens een anti-Macronbetoging in Parijs op 19 april. – © Julien Mattia / Getty Images
    Leuze tijdens een anti-Macronbetoging in Parijs op 19 april. – © Julien Mattia / Getty Images

    Frankrijk is dus niet alleen maar aan een uitputtingsslag begonnen, het is een slag tussen verschillende visies. Macron en zijn medestanders willen Frankrijk zo snel mogelijk ontdoen van zijn reputatie als land van werkschuwe stakers, de mensen die de president afgelopen september gedenkwaardig omschreef als fainéants (slampampers). Het was geen toeval dat op de dag dat de SNCF-staking begon, de regering bekendmaakte dat Frankrijk in 2017 een recordbedrag aan buitenlandse investeringen had binnengehaald, een stijging van 16 procent ten opzichte van het jaar daarvoor. De linkse krant Le Monde schreef dit toe aan het ‘Macron-effect’.

    Dit is het Frankrijk dat Macron voor zich ziet, de ‘start-upnatie’ die hij tijdens zijn presidentiële 
campagne van vorig jaar in het vooruitzicht stelde en die, naar hij hoopt, de knapste koppen ter wereld zal aantrekken. Hij wil van Parijs een post-Brexit-paradijs voor bankiers maken en heeft aangekondigd dat hij de komende vijf jaar 1,5 miljard euro zal investeren in een nieuw nationaal programma voor kunstmatige intelligentie dat met de Chinese en Amerikaanse programma’s moet wedijveren.

    Dat is een angstaanjagende visie voor miljoenen mannen en vrouwen die niet willen dat Frankrijk verandert, die de veiligheid en bescherming van de publieke sector koesteren. Maar Macron weet van geen wijken. Hij heeft zelfs de ouderen tegen zich in het harnas gejaagd door de belasting op pensioenen te verhogen om belastingverlaging voor werkenden mee te kunnen financieren. ‘Sommige mensen zullen klagen en het niet willen begrijpen, maar zo 
is Frankrijk nu eenmaal,’ zei hij eens.

    Veel gepensioneerden zullen tot de acht miljoen werknemers hebben behoord die vijftig jaar geleden, in mei 1968, een algemene staking hielden en de straat op gingen om te protesteren tegen het bewind van Charles de Gaulle, een president die ze als wereldvreemd en conservatief beschouwden. Een halve eeuw later wordt de man in het Elysée als te innovatief en ambitieus beschouwd, als een gevaarlijke jonge megalomaan die in de woorden van een socialistisch parlementslid ‘het beleid van Margaret Thatcher’ overneemt. Als Emmanuel Macron deze lente en zomer ongeschonden doorkomt, zal hij zich de ‘Iron Man’ mogen noemen.

    Auteurs: Gavin Mortimer en Luke Baker
    Vertaler: Peter Bergsma

    The Spectator 
    Verenigd Koninkrijk | weekblad | oplage 73.791

    Springplank voor aspirant-parlementariërs. Opgericht in 1828 en nog altijd het kompas voor intellectuelen en conservatieve leiders. Sterke analyses, scherp van toon.

    THE WEEK

    ‘Heeft Frankrijk nu ook een Thatcher?’ vroeg het Britse weekblad The Week zich medio april op zijn voorpagina af. In een overzicht van de internationale pers waarschuwde het blad de Franse president: Macron wil duidelijk doorgaan voor een vastberaden hervormer, maar dan heeft hij er het grootste belang bij niet door de knieën te gaan voor de vakbond van het spoorwegpersoneel. Doet hij dat wel, dan brengt hij andere hervormingen in gevaar die nog veel belangrijker zijn.

  • Dossier: Eén jaar Macron

    Dossier: Eén jaar Macron

    De Franse president staat er goed op.

    Hij wist zijn eerste jaar zonder grote kleerscheuren door te komen, bouwde als enige Europese leider een goede band op met Donald Trump en toonde zich een militaire leider door in te grijpen in Syrië. De vraag is nu: kan hij zijn succes doortrekken bij zijn confrontaties met de vakbonden in eigen land en bij de Europese verkiezingen van 2019?  

    1. Macrons 
Thatcher-moment is aangebroken

    2. Stilte voor de storm?

    3. Trumps beste vriend in Europa

    4. En Marche! komt 
naar je toe deze zomer

    5. De president als krijgsheer

    6. Drie vragen aan…

    7. Tijdslijn

    Beeld: Emmanuel Macron loopt na zijn inhuldiging in 2017 naar de Arc de Triomphe, om een krans te leggen bij het graf van de onbekende soldaat. – © Alain Jocard / AFP PHOTO