Als reactie op de aanslagen van 13 november presenteerde de Franse regering een omstreden grondwetswijziging, met daarin het plan om terroristen de Franse nationaliteit te ontnemen. Minister van Justitie Christiane Taubira trad uit protest af. Al zag iedereen haar vertrek al maanden aankomen.
‘Een kruiwagen vol kikkers die alle kanten op springen.’ Met deze beeldspraak beschreef de rechtse krant Le Figaro de reacties van links op het aftreden van minister Christiane Taubira.
Met haar vertrek, dat voor flamboyant moest doorgaan maar al maandenlang werd verwacht, sloeg de voorvechtster van het homohuwelijk, die ondanks haar matige beleidsresultaten een links icoon was geworden, een deur achter zich dicht die al flinke tijd stond te klapperen.
‘Soms is je verzetten synoniem met vertrekken,’ verklaarde de voormalig minister op de gloedvolle toon die haar eigen is. Wat aan premier Valls onmiddellijk de reactie ontlokte dat ‘je verzetten tegenwoordig niet meer betekent dat je iets van de daken schreeuwt, maar dat je het hoofd biedt aan de realiteit van het land’.
De minister lag al meer dan een jaar overhoop met de regering
Toch kon je het vertrek van Christiane Taubira al maanden zien aankomen. De Franse pers zinspeelde er al sinds de herfst op. Waarnemers hadden zelfs verklaard dat de regering-Hollande de eerste van de Vijfde Republiek was met zo veel oppositie binnen haar eigen gelederen.
‘Een minister moet zijn mond houden of aftreden’: deze aan de voormalige socialistische minister Jean-Pierre Chevènement toegeschreven woorden zijn nooit het adagium van Christiane Taubira geweest. Maar na de liberale wending van het economische beleid van Hollande kon haar vertrek niet uitblijven.
Emoties
De minister lag al meer dan een jaar overhoop met de regering van Manuel Valls en had alle denkbare vernederingen ondergaan. De strafrechtshervorming en de antiterreurwet waren zonder haar steun tot stand gekomen.
In feite was de Franse grondwetswetswijziging die het mogelijk maakt terroristen met een dubbele nationaliteit hun Franse staatsburgerschap te ontnemen voor Christiane Taubira het ideale excuus om een uiterst symbolische kwestie uit de weg te gaan. Hoe valt dan te verklaren dat zo’n langverwachte beslissing zo veel emoties heeft opgeroepen bij links?
De enige behendigheid waarvan François Hollande de afgelopen drie jaar heeft blijk gegeven, bestond uit de combinatie van steeds meer liberale economische hervormingen met een aantal symbolische overwinningen om de linkervleugel van zijn partij koest te houden, zoals het mogelijk maken van het homohuwelijk.
Als specialist van de ‘synthese’ hoopte Hollande op die manier Taubira nog een tijdje binnenboord te kunnen houden. In elk geval tot de volgende kabinetswijziging. Dan zouden de gevolgen minder desastreus zijn geweest.
‘Hollande wilde haar behouden, Valls moest de grondwetswijziging erdoor loodsen zodat er een echte kabinetswijziging kon worden doorgevoerd als de storm was gaan liggen,’ aldus een vertrouweling van François Hollande in het dagblad Le Parisien. ‘Haar vertrek maakt het vervolg bijzonder gecompliceerd.’
Impopulariteitsrecords
François Hollande heeft altijd gedacht dat Christiane Taubira, ook al gooide ze haar kont tegen de krib, nuttiger voor hem was binnen de regering dan daarbuiten. In de eerste plaats om zijn handen vrij te kunnen houden zodat hij bij de volgende kabinetswijziging eventueel op zoek kon gaan naar nieuwe linkse ministers. In de tweede plaats omdat het binnenboord houden van Taubira de beste manier was om te voorkomen dat ze zich eventueel kandidaat zou stellen voor het presidentschap. Dat Lionel Jospin van Jean-Marie Le Pen verloor in de eerste ronde van de presidentsverkiezingen van 2002 is een vernederende ervaring die de president altijd is blijven achtervolgen. Deze nederlaag werd vooral in de hand gewerkt door de kandidatuur van Christiane Taubira, die 2,3 procent van de stemmen binnenhaalde.
François Hollande, die de impopulariteitsrecords blijft breken, zal de eerste ronde nooit overleven als hij ter linkerzijde zo’n kandidaat tegenover zich vindt. De Franse pers vergelijkt Taubira met een ‘granaat waar de pin uit is gehaald’.
Niemand in Parijs gelooft Taubira wanneer ze verklaart: ‘Ik ga terug naar Guyana om mijn boeken te kunnen lezen onder een koepel van licht.’ Daarvoor lijkt haar vertrek te minutieus voorbereid. De voormalige minister heeft voor de komende weken diverse openbare optredens op het programma staan.
Op vrijdag 28 januari hield ze al een eerste toespraak voor de rechtenfaculteit van de Universiteit van New York. Haar uitgever Bayard kondigt aan dat ze op 9 maart aanstaande een boek zal publiceren, nauwelijks zes weken na haar aftreden. Voor een petitie die aandringt op haar presidentskandidatuur zijn al twintigduizend handtekeningen verzameld, ook al heeft de ex-minister verklaard dat ze ‘absoluut niet’ beschikbaar is.
Sinds het vertrek van Taubira gonst het bij uiterst links van de geruchten. Door haar vertrek wordt opnieuw gespeculeerd over een linksere kandidaat voor de eerste ronde dan François Hollande. Bekend is dat dit idee wordt geopperd door persoonlijkheden als de linkse econoom Thomas Piketty en de voormalige groene Europarlementariër Daniel Cohn-Bendit. Afgaande op de jongste regionale en departementale verkiezingen heeft uiterst links nog nooit zo weinig kiezers gehad. Vandaar dat premier Manuel Valls alleen maar zijn schouders ophaalt en zijn blik op het midden gevestigd houdt.
Auteur: Christian Rioux
Le Devoir Canada, dagblad, oplage 26.000
Henri Bourassa publiceerde in 1910 het eerste nummer van Le Devoir met de belofte een opiniërende krant met ideeën te maken en het nationalisme een nieuwe impuls te geven. Tegenwoordig heeft het onafhankelijke dagblad een solide, soevereine reputatie.
Niet de ontneming van de Franse nationaliteit is het meest heikele punt in de nieuwe grondwet, stelt website Numerama. Het gaat vooral om het eerste artikel, dat het Franse parlement de macht geeft de controleurs van de naleving van de grondwet monddood te maken.
Er moet nog eens grondig worden gekeken naar het eerste artikel van het grondwetsvoorstel voor ‘de bescherming van de natie’, dat niet alleen over ontneming van de nationaliteit gaat, maar in de allereerste plaats over de noodtoestand. De aangenomen tekst is buitengewoon gevaarlijk, omdat hij de Grondwettelijke Raad [Conseil constitutionnel, de waakhond die dit soort uitzonderingswetgeving aan de grondwet moet toetsen.] van een groot deel van zijn controlerende macht berooft.
Het gaat om een politieke communicatietruc die helaas maar al te goed werkt
Het betreft een politieke communicatietruc, die helaas maar al te goed werkt. Tijdens een televisie-interview met de Franse president op 11 februari sprak presentator David Pujadas over ‘de wet op de ontneming van de nationaliteit’ alvorens met François Hollande het zeer belangrijke wetsvoorstel voor ‘de bescherming van de natie’ aan te snijden. De interviewer was zo in de war door het groteske artikel 2 van het wetsvoorstel, dat de waarden van de Parti Socialiste gevaarlijk dicht in de buurt brengt van die van het Front National, dat hij vergat dat het vooral om het éérste artikel ging; over de noodtoestand.
Lees maar na!
De week die daaraan voorafging had al een deel van de pers, bijgestaan door een spontaan koor van antiparlementair gezinde internetgebruikers, met verontwaardiging gereageerd op het grote aantal parlementsleden dat ontbrak tijdens de behandeling van en de stemming over dit eerste grondwetsartikel. Het parlement werd opgeroepen zijn excuses aan te bieden en de kiezers werden aangespoord om rekenschap te eisen. Terwijl er die dag in werkelijkheid heel wat meer leden in het parlement aanwezig waren dan gebruikelijk is bij de behandeling van een wetsvoorstel.
Maar over de grondslag van het eerste artikel, waarbij de noodtoestand wordt opgenomen in de grondwet, hebben we uiteindelijk maar weinig te lezen gekregen. Veel minder in elk geval dan over de ontneming van de nationaliteit. Terwijl het een essentieel en ongelooflijk gevaarlijk artikel is. Lees maar na!
Om te begrijpen waarom dat eerste artikel gevaarlijk is en in strijd met ‘de bescherming van de natie’, moeten we ons er eerst rekenschap van geven dat de Grondwettelijke Raad tot taak heeft te controleren of de wetten die door het parlement worden aangenomen verenigbaar zijn met de grondwet. Wie de grondwet verandert, verandert de grondslagen van de grondwettelijke controle.
Tot nu toe kon met de wet in de hand tot het uitroepen van een noodtoestand worden besloten, binnen het gebruikelijke kader van de grondwet. Desgewenst kon de Grondwettelijke Raad bepalen of de door de wetgever voorgestelde maatregelen verenigbaar waren met deze grondtekst van de Vijfde Republiek, en bezwaar maken tegen wetten die disproportioneel werden geacht.
Premier Manuel Valls heeft zich natuurlijk juist verzet tegen het raadplegen van de Grondwettelijke Raad over de noodtoestand van november 2015, omdat hij een dergelijk bezwaar vreesde. Maar verontruste leden van de Nationale Vergadering of van de Senaat hadden wél een beroep op de wijze mannen en vrouwen kunnen doen. Dat is wezenlijk voor de bescherming van de democratie.
Wat doet dat eerste artikel van de grondwet nu precies, waarop maar zo weinig commentaar is geleverd? Het voegt een nieuw artikel, 36-1, aan de grondwet toe waarin wordt gesteld dat ‘de wet de administratieve politiemaatregelen bepaalt die de burgerlijke autoriteiten kunnen nemen’ wanneer de regering besluit dat er sprake is van een noodtoestand. De parlementaire meerderheid kan dus min of meer zelf bepalen wat voor uitzonderlijke politiemaatregelen er moeten worden genomen, en als hij geraadpleegd wordt door verontruste parlementariërs van de oppositie, zal de Grondwettelijke Raad zich moeten beperken tot de constatering dat de grondwet het parlement de macht geeft om te besluiten wat het goeddunkt.
Monddood
Omdat het nieuwe artikel 36-1 dezelfde juridische waarde heeft als alle andere artikelen van de grondwet, en dezelfde waarde als de Verklaring van de Rechten van de Mens, is de Raad niet of nauwelijks in staat om de onverenigbaarheid van de wetten betreffende de noodtoestand aan andere grondwettelijke normen te toetsen. Temeer omdat het juridische principe ‘lex specialis derogat legi generali’ (de speciale wet wijkt af van de algemene wet) van toepassing zou kunnen zijn.
De Grondwettelijke Raad zou zelfs niet op zoek kunnen gaan naar bepalingen uit het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens, of andere internationale verdragen die voorrang hebben boven de nationale wet, omdat hij van mening is dat zijn rol zich beperkt tot het controleren van de verenigbaarheid van wetten met de grondwet, en niet met de internationale afspraken van Frankrijk. Dat is de rol van de rechter.
‘Wat wij in het leven roepen, zijn zeer strenge controlemechanismen op zowel politiek als juridisch gebied,’ had premier Valls de parlementariërs beloofd tijdens de behandeling van het grondwetsvoorstel. Maar het is de vraag wat er met de strenge controle op de ‘bescherming van de natie’ gebeurt als de grondwet wordt geamendeerd om de Grondwettelijke Raad monddood te maken..
De Franse Vijfde Republiek schudt op haar grondvesten. De noodtoestand, die geldt sinds de aanslagen van 13 november, werd onlangs tot in mei verlengd. Wat er daarna gebeurt is onduidelijk, want premier Valls heeft verklaard dat de huidige toestand gehandhaafd blijft ‘tot IS is verslagen’. Wat betekent dit voor Frankrijk? Kan de rechtstaat zich weer herstellen, of glijdt het land af richting autoritair bestuur?
De noodtoestand in Frankrijk werd onlangs verlengd tot minimaal eind mei. Daarnaast schuift de regering steeds meer uitzonderingsbepalingen het normale strafrecht in. ‘Een aanzienlijk risico voor de rechtsstaat,’ waarschuwt een hoofdofficier van justitie.
Nog drie maanden erbij: de noodtoestand die sinds de aanslagen van 13 november van kracht was, is verlengd. Dat betekent dat Frankrijk in elk geval tot eind mei blijft leven onder deze uitzonderingssituatie – die nu ook in de Grondwet wordt opgenomen. En waarom zou er in het voorjaar wél een einde aan komen? In juni is het EK voetbal. Het wordt voor de regering lastig om uit te leggen dat in ‘de oorlog tegen het terrorisme’ die dan nog steeds wordt gevoerd, de noodtoestand wordt opgeheven.
Al sinds half december was de regering bezig met de vraag wat er moest gebeuren na het opheffen van deze noodtoestand, die zou aflopen op 26 februari. Terugkeren naar de normale situatie, met het gevaar om ‘slap’ gevonden te worden door rechts en extreemrechts, die met inzet van al hun demagogische kracht zouden uitleggen dat ‘de Fransen niet meer veilig zijn zonder de noodtoestand’? Of hem handhaven en door een deel van links, de Europese Unie en een aantal vakbonden te worden beschuldigd van het aantasten van de burgerlijke vrijheden? Ondanks kritiek op de effectiviteit ervan hebben president François Hollande en premier Manuel Valls uiteindelijk gekozen voor een verlenging. Met het gevaar dat het straks moeilijk wordt om er weer vanaf te komen.
Waakzaam zijn
Op 7 januari, precies een jaar na de aanval op Charlie Hebdo, sprak François Hollande de veiligheidstroepen toe: ‘In een democratie die zich wil verdedigen, maar die ook zijn vrijheden wil verdedigen,’ benadrukte het staatshoofd, ‘is het zeker niet de bedoeling dat de noodtoestand blijft voortbestaan.’ Op dat moment leken de signalen nog te wijzen op een niet-verlenging. Twee weken later merkte Manuel Valls tegenover journalisten ook op dat de wet met betrekking tot de noodtoestand in 1955 was opgesteld in verband met een duidelijke en directe dreiging. ‘Welnu, we hebben te maken met een constante en wereldwijde dreiging,’ onderstreepte de premier toen. Maar hij vroeg zich wel af: ‘Stel dat er op een bepaald moment geen dreiging is, en er dan toch twee weken later er een aanslag komt?’ Nu de angst voor nieuwe aanslagen zo groot is, willen Hollande en Valls niet het verwijt krijgen niet waakzaam genoeg te zijn geweest. ‘Als er een nieuwe aanslag komt,’ zei een minister uit de directe omgeving van Hollande, ‘zal iedereen zeggen dat wij de Fransen niet hebben beschermd.’
In theorie had het Elysée tot eind februari kunnen wachten met een beslissing over een verlenging. Maar eind januari zei Valls in een interview met de BBC dat de noodtoestand gehandhaafd moest blijven ‘totdat IS verslagen is’ en tegelijkertijd dat ‘het in geen geval de bedoeling is om die tot in het oneindige te verlengen’. Dus moest het Elysée wel voor duidelijkheid zorgen. In een persverklaring die avond bevestigde het kabinet van de president dan ook de verlenging met ten minste drie maanden. In een periode waarin de president rechts nodig had om zijn grondwetswijziging erdoor te krijgen – het vastleggen van de noodtoestand en de uitbreiding van de mogelijkheden om terroristen die ‘in Frankrijk geboren zijn’ de Franse nationaliteit te ontnemen – wilde hij de oppositie niet de kans geven hem aan te vallen op het onderwerp veiligheid.
Als men puur naar de cijfers kijkt, leverden die twee maanden uitzonderingstoestand wel resultaten op. Althans, op het eerste gezicht. De autoriteiten maakten ruimschoots gebruik van de twee belangrijkste maatregelen die deze uitzonderingstoestand biedt: de mogelijkheid tot huiszoeking zonder gerechtelijk bevel (tot 21 januari 3189 keer uitgevoerd) en het opleggen van huisarrest (tot dezelfde datum 392 keer opgelegd). Het aantal keren dat vervolging werd ingesteld lijkt op het eerste gezicht ook gestegen: 549 rechtszaken zijn aangespannen de huiszoekingen. In de overgrote meerderheid van die zaken gaat het echter om drugshandel, illegaal verblijf in het land of wapenhandel.
De rechterlijke macht staat steeds vaker buitenspel
De onderzoeken die zijn verwezen naar de afdeling antiterrorisme van het parket in Parijs, die het hele land bestrijkt, zijn op de vingers van één hand te tellen: in totaal zijn er vijf procedures begonnen wegens lidmaatschap van een terroristische organisatie, waarvan één tot een gerechtelijk onderzoek heeft geleid. Slechts één persoon is aangehouden, volgens de cijfers die het ministerie van Justitie aan Libération verstrekte. En de kans is groot dat de cijfers nog verder teruglopen.
Het hoofd van de politie in een grote stad vertrouwde ons eind november toe dat de arrestaties zeldzamer werden naarmate het verrassingseffect verdween. Dat is ook de visie van een socialistisch parlementslid dat in november nog voor de verlenging van de noodtoestand stemde: ‘De politiechefs luiden al sinds december de alarmklok: het werkt niet meer zonder het verrassingseffect, en er is niet voldoende personeel voor beschikbaar.’ Later nuanceerde deze politiechef: ‘De resultaten op het gebied van handel in wapens en drugs nemen af, maar de huiszoekingen leveren ook informatie op. Veel gegevens die boven water zijn gekomen bij de huiszoekingen, worden nog nader onderzocht.’
Vanwege dit gebrek aan effectiviteit van een uitzonderingstoestand ‘die een ernstige bedreiging betekent voor de fundamentele vrijheden’, heeft de Liga voor de Rechten van de Mens (LDH) een verzoekschrift ingediend bij de Raad van State. In haar verzoekschrift schetste de LDH een mogelijke, geleidelijke uitweg uit de uitzonderingstoestand. Daarbij zouden bepaalde maatregelen behouden blijven (het huisarrest bijvoorbeeld), terwijl andere bevoegdheden van de staat uitgesloten werden (het verbod op demonstreren of huiszoekingen zonder gerechtelijk bevel).
De regering koos echter voor een andere weg met haar voorstel voor een antiterrorismewet. Dat voorstel is de weerslag van de diverse crises van de afgelopen tijd en bepaalt opnieuw de regels voor noodweer van de politie, de rechten van de verdediging, de strafrechtprocedure en de rol van de officier van justitie, die meer bevoegdheden krijgt.
In het voorstel worden ook maatregelen van de noodtoestand opgenomen in het strafrecht. Om te beginnen het huisarrest. Weliswaar zou die maatregel beperkt worden tot personen die terugkeren uit de oorlogsgebieden (Syrië, Irak, Libië) of die daarheen willen reizen. Maar de beslissing erover wordt genomen door de minister van Binnenlandse Zaken. Volgens Laurence Blisson van het Syndicat de la Magistrature, de vakbond van gerechtsdienaren, betekent dit dat de noodtoestand binnendringt in het algemeen recht, en dat werd al eerder in gang gezet. ‘In de wet Cazeneuve van 13 november 2014,’ aldus Blisson, ‘werd het al mogelijk om mensen, zonder tussenkomst van de rechter, te verbieden het land te verlaten.’
Het gevolg: de rechterlijke macht staat steeds vaker buitenspel, zoals de eerste voorzitter van het Hof van Cassatie, Bertrand Louvel, begin januari klaagde. In aanwezigheid van [de inmiddels uit protest tegen de mogelijkheid tot het ontnemen van de nationaliteit opgestapte] minister van justitie Christiane Taubira, vroeg Louvel zich af: ‘Waarom wordt het gerechtelijk gezag op deze manier ontweken?’
De hoofdofficier van justitie, Jean-Claude Marin, sprak zelfs van ‘een aanzienlijk risico voor de rechtsstaat’ als de noodtoestand de norm zou worden.
Tegen de huisarresten kan wel protest aangetekend worden bij de bestuursrechter, maar ‘de bestuursrechter komt uit een andere hoek dan de gewone rechter,’ zegt Marie Dosé. Deze advocate spreekt uit ervaring: behalve voor de verdediging van de militanten die huisarrest opgelegd hebben gekregen, komt ze ook bij de bestuursrechter voor zaken over uitzetting van illegale vreemdelingen. ‘Je loopt tegen een muur op: onze tegenpartij (de vertegenwoordiger van het ministerie van Binnenlandse Zaken voor de zaken van huisarrest) komt uit dezelfde hoek als de voorzitter van de rechtbank,’ klaagt zij. ‘Uiteindelijk heb je twee partijen tegenover je.’
Libération Frankrijk, dagblad, oplage 151.000
In 1973 opgericht door o.a. Jean-Paul Sartre. De krant hoort inmiddels bij de grote, serieuze Franse dagbladen. Nieuwsgierig en brutaal.
In Frankrijk doet men niet moeilijk over een buitenechtelijk avontuurtje. Volgens de Franse Hoge Raad is het zelfs moreel aanvaardbaar. Waar komt die tolerantie vandaan?
Het is nieuws dat boekdelen spreekt, maar waarover toch maar weinig gesproken wordt: ontrouw is in Frankrijk niet langer in strijd met de moraal. Zo oordeelde onlangs de Franse Hoge Raad in een zaak waarbij Valérie Trierweiler, de ex van president Hollande, betrokken was. Belangrijkste argument van de Raad: ontrouw is al veertig jaar niet meer strafbaar (sinds de wet van 11 juli 1975), en dus moet je niet vreemd opkijken dat mensen soms een scheve schaats rijden.
De beslissing is de laatste in een lange rij gebeurtenissen die van Frankrijk niet alleen het land van de rechten van de mens maken, maar ook van de rechten van de ontrouwe mens. Vanwaar deze tolerantie? In de eerste plaats misschien omdat Fransen een beperkte definitie van bedrog hanteren. Deze kent twee varianten: of je bent een opportunist en hebt een tijdelijk avontuurtje, of je kiest ronduit voor een geheim dubbelleven, met twee huizen, twee Netflix-abonnementen en twee labradors.
Flirten is geen bedriegen
In de Verenigde Staten, daarentegen, is de zaak krankzinnig complex. Daar spreekt men van geautoriseerde ontrouw (in Frankrijk zouden we zoiets een vrije relatie noemen, zeker geen bedrog), van ontrouw om materiële redenen, van emotionele (platonische) ontrouw die onbedwingbaar kan zijn (voor de polyamoureuzen met een affectieve verslaving), van medische ontrouw (nymfomanie), van ontrouw uit wraak (‘als jij buiten de pot piest doe ik het ook’), van onbedoelde ontrouw (de erotische droom, maar ook, in sommige culturen, de ondergane verkrachting), de terechte ontrouw (als je geen enkele band meer hebt met je partner), de sabotageontrouw, bedoeld om je relatie kapot te maken, en ten slotte de financiële ontrouw, die impliceert dat je je uitgaven geheimhoudt, en eventueel ook je schulden (26 procent van de Amerikaanse mannen zou zijn banksaldo graag privé houden en 6 procent heeft een rekening waarvan zijn partner het bestaan niet kent).
Daar komt nog bij dat de meeste Amerikanen het al als ontrouw beschouwen als je iemand zoent, bij iemand op schoot zit of iemands hand vasthoudt. 44 procent vindt met iemand uit eten gaan een vorm van ontrouw (R.I.P. man-vrouwvriendschappen). Een beetje kras als je weet dat bijna de helft van ons aan een ander denkt tijdens het vrijen.
Terug naar deze kant van de Atlantische Oceaan: de meeste Fransen zijn het erover eens dat zoenen bedriegen is. Maar met iemand anders flirten is geen probleem, wat betekent dat verleiden niet telt (je kunt dus prima een lamskoteletje nuttigen met een verleidelijke vriend, en misschien zelfs je decolleté op orde brengen terwijl je zijn enkel streelt).
Het hoeft dus niet te verbazen dat wij het Europese land zijn dat het meest bereid is om te gaan kijken of het gras aan de overkant groener is. Volgens een onderzoek uit 2014 van Ifop [het Franse instituut voor publieke opinie] is 55 procent van de Franse mannen weleens ontrouw geweest, tegen 32 procent van de Franse vrouwen. Tel daar nog een derde bij op dat vindt dat je zoiets nooit moet toegeven, en je hebt de score van een bananenrepubliek.
Ook is er geen land ter wereld dat ontrouw zo makkelijk vergeeft als het onze: voor 53 procent van de Fransen is zoiets moreel aanvaardbaar. Onze grootste concurrent op het gebied van acceptatie is Duitsland, maar daar zakken we al naar 40 procent. De Verenigde Staten? 16 procent. Turkije en de Palestijnse gebieden zitten aan de andere kant van het spectrum, met 6 procent.
De protestantse landen zijn ‘braver’ dan de Latijnse landen, een dijk van een cliché dat echter wel statistisch bewezen wordt
Wat voor conclusie moeten we nu trekken uit onze uitzonderingspositie? Persoonlijk zou ik deze ontspannen houding niet zozeer in verband brengen met huwelijk of seks, maar met de scheiding tussen kerk en staat. De protestantse landen zijn ‘braver’ dan de Latijnse landen, een dijk van een cliché dat echter wel statistisch bewezen wordt. Al mag onze specifieke situatie ook weer niet als een louter katholieke traditie worden beschouwd. In dat geval zou de liederlijkheid in Polen de spuigaten uitlopen.
Wij zijn vóór alles massaal ongelovig. In 2007 verklaarde 48 procent van ons atheïst te zijn. In 2012 beliep het aantal mensen dat ronduit tegen God was of ongelovig al 63 procent van de bevolking (de Zweden zijn wereldkampioen, met 85 procent toekomstige helbewoners). Dus ziedaar: ontrouw vindt haar oorsprong in ongelovigheid.
We weten heel goed dat liefde niet alleen opium voor het volk is (al heeft ze eerder het effect van cocaïne dan van opium, maar goed), maar een regelrechte religie. Als we bedriegen en bedrogen worden, dan is het omdat we sceptisch staan tegenover de religie van de eeuwige liefde – eerder een bewijs van een kritische geest dan van een gebrek aan ethiek. In het land van de verlichting laten we de lamp in de slaapkamer branden: een uitnodiging om binnen te komen?
Auteur: Maia Mazaurette
Vertaler: Peter Bergsma
Beeld bovenaan: Het Franse blad Closer zette als eerste de Franse president Hollande op de cover die op zijn scooter voor het appartement van actrice en vermoedelijke minnares Julie Gayet gesignaleerd was.
Le Monde Frankrijk | dagblad | oplage 345.000
In 1944 opgericht op initiatief van De Gaulle. Iconische krant, gehecht aan zijn onafhankelijkheid (maar sinds 2010 wel eigendom van drie private investeerders). Om recht te doen aan de titel ‘De wereld’ houdt Le Monde een groot netwerk van correspondenten in stand.
Het Front National wist nergens een meerderheid te halen bij de regionale verkiezingen in Frankrijk, maar behaalde wel het hoogste aantal stemmen ooit. Ook steeds meer hoogopgeleiden sluiten zich aan bij de partij van Marine Le Pen en schamen zich daar niet meer voor.
De tijd dat de Franse elite zich en bloc afzette tegen het Front National (FN) lijkt voorbij. Tal van hogere functionarissen, aangetrokken door de lonkende macht, hebben de stap gezet. Zelf noemen ze het ‘uit de kast komen’. Eerder deden ze geheimzinnig over hun voorkeur voor een partij die weigert zichzelf als extreem-rechts te bestempelen maar die door de meerderheid van de Franse elite als extremistisch, xenofoob, weerzinwekkend en strijdig met de republikeinse waarden wordt beschouwd.
De eerste ronde van de regionale verkiezingen betekende een aardverschuiving. Die was al begonnen tijdens de Europese verkiezingen in 2014 en de departementale verkiezingen afgelopen maart. En nu eindigde het FN in zes regio’s als koploper en blijkt het aanhang te verwerven bij steeds meer lagen van de Franse samenleving, inclusief de elite.
Uit de kast
Zoals bij Philippe Lottiaux, die in 2013 ‘uit de kast kwam’. Hij was altijd al meer rechts dan links geweest, maar hij werd steeds rechtser uit bezorgdheid over de immigratie en de invloed van Europa op de Franse economie. ‘Ik kon niet meer lijdzaam blijven toezien,’ aldus deze hoogopgeleide man van 49. Hij werkte bij de gemeente Parijs, toen nog geleid door de socialistische burgemeester Bernard Delanoë, en hield zijn politieke voorkeur wijselijk voor zich. Maar in maart 2014 prijkte hij plotseling op de lijst van Rassemblement Bleu Marine (RBM), een coalitie van rechtse en extreem-rechtse partijen die was gevormd op initiatief van Marine Le Pen. ‘Toen ik de volgende maandag op kantoor kwam, keken sommigen me vreemd aan. Maar anderen gaven me heimelijk gelijk. Mijn superieuren gaven me te verstaan dat ik beter zo spoedig mogelijk ontslag kon nemen. Dat kwam me goed uit.’ Lottiaux zegde zijn baan bij de gemeente vaarwel om gemeentesecretaris van Levallois-Perret te worden in het departement Île de France.
We krijgen bergen cv’s van mensen met een uitstekende opleiding
Intussen is het FN een partij geworden die uitzicht biedt op een politieke carrière, aldus Remi Rayé, de parlementair medewerker van Marion Maréchal-Le Pen. ‘We krijgen bergen cv’s van mensen met een uitstekende opleiding en goede bestuurlijke banen. Er zitten zelfs een paar topmensen tussen.’
Hervé de Lépinau, advocaat en gemeenteraadslid van Carpentras, herinnert zich nog dat Jean-Marie Le Pen zijn kleindochter lanceerde in de Vaucluse met het oog op de parlementsverkiezingen van 2012. Toen de 22-jarige Marion in Carpentras arriveerde, had het FN daar maar één gemeenteraadslid. In die tijd was het nog riskant om op te komen voor het FN, aldus De Lépinau: ‘Winkeliers raakten klanten kwijt, ambtenaren werden gedwarsboomd. Zelf heb ik als advocaat ook klanten verloren.’ Op initiatief van Marine Le Pen begon men zich in de Vaucluse actief op het werven van het hogere kader te richten. Zo kwam Philippe Lottiaux in beeld. Als politicus, bestuurder en kunstliefhebber was hij een ideale kandidaat voor de gemeenteraadsverkiezingen van Avignon, waar hij in de eerste ronde 30 procent van de stemmen binnenhaalde en inmiddels raadslid van de oppositie is.
Het FN verzoent zich dus steeds meer met de hogeropgeleiden waar oprichter Jean-Marie zo’n afkeer van had. Niet alleen Lottiaux en De Lépineau zijn daar voorbeelden van, ook mannen als Florian Philippot, de rechterhand van Marine Le Pen, of Philippe Martin, haar politiek adviseur die vroeger voor [oud-premier] Alain Juppé werkte.
Als belangrijkste arbeiderspartij van Frankrijk heeft het FN al veel aanhang bij de middenklasse en de jongeren. Nu moet het het hogere kader zien aan te spreken. Ondanks enkele meningsverschillen tussen tante Marine en nichtje Marion over gezinsplanning en de eurozone, blijft de partij aandringen op het sluiten van de grenzen, het stopzetten van de immigratie en het uittreden uit de EU en de NAVO. Maar tegelijkertijd heeft het FN zijn imago weten te veranderen in dat van een genormaliseerde, verjongde, glimlachende, betrokken partij die op zoek is naar nieuw electoraat. De economische crisis en het gebrek aan hervormingsgezindheid van de traditionele politieke partijen helpen daarbij een handje. Op het Front National stemmen is geen reden meer voor gêne of schuldgevoelens.
In een café vlak bij het Stade de France in Saint-Denis zijn de stamgasten woedend op de terroristen. ‘Men zal zich tegen de moslims keren.’
Sommigen lezen de krant aan de bar, zwijgend. Anderen, op het trottoir, vertellen, praten met elkaar, discussiëren. Op deze zaterdagochtend is café La Royale, op een steenworp van het Stade de France in Saint-Denis, in rumoerige rouw gedompeld. Hier heeft bijna iedereen vrijdagavond de ontploffingen gehoord die door de drie zelfmoordenaars werden veroorzaakt. Al heel gauw verspreidde de angst zich door de wijk: ‘Mijn neef en mijn schoonzus waren in het stadion, maar we konden ze niet bereiken. Mijn moeder moest bijna overgeven,’ vertelt Hassen (45). Otman was aan het werk in een van de pizzeria’s voor het sportcomplex: ‘Het eerste wat ik heb gedaan was mijn familie bellen om te zeggen dat ze moesten maken dat ze weg‑kwamen of naar huis moesten gaan. Het is afgelopen, we zijn niet veilig meer.’ ‘Wat er is gebeurd heeft ons tot in het diepst van onze ziel geraakt,’ voegt Aziz, een vijftiger van Tunesische afkomst, eraan toe.
Tarek (33) heeft twee verschillende avonden meegemaakt. De ene was ‘goed, want we hebben Duitsland verslagen met voetbal’. De andere was ‘walgelijk’. Hij fluistert dat het ‘erger’ was dan de aanslagen van januari 2015. Allereerst vanwege het aantal doden: ‘Dat is onvoorstelbaar.’ Hij voegt eraan toe: ‘En ten tweede kenden we geen zelfmoord aanslagen in Frankrijk. We waren er niet op voorbereid.’ Hij heeft die nacht geen oog dichtgedaan. ‘Hoe kun je na zoiets slapen? Ze hebben ons aangevallen in onze eigen wijk. Zoiets als vrijdag avond heb ik nog nooit gezien. Er was enorm veel politie op de been, maar als je naar hun gezichten keek, zag je dat ze allemaal geschokt waren,’ zegt Tarek, die ‘in het verzet’ is gegaan. ‘Frankrijk is in oorlog, het kan rekenen op zijn voorsteden.’
Alles op één hoop
Hassen, die persabonnementen verkoopt, benadrukt: ‘We stonden achter Charlie Hebdo en de vrijheid van meningsuiting. Maar nu hebben ze heel Frankrijk getroffen, om het even wie.’ Je merkt dat de mensen radeloos zijn. ‘Hoe kun je jezelf opblazen vanwege ideeën, in naam van een godsdienst?’ vraagt Hassen. ‘De wereld is tot stilstand gekomen. Het is volkomen geschift.’ Janel, van oorsprong Algerijns, verzucht: ‘De islam verbiedt bloedvergieten en zelfmoord. Hoe kun je zover komen?’ Zijn familie heeft in de jaren negentig het terrorisme van de FIS, een islamitisch-fundamentalistische Algerijnse groepering, meegemaakt: ‘De avondklok, de noodtoestand. Juist daarom zijn we naar Frankrijk gevlucht.’
Tarek begrijpt het niet: ‘Ik ben een Franse moslim. Hier kan ik bidden, ramadan vieren. Als je er extreme ideeën op nahoudt, moet je hier niet willen blijven.’ De identiteit van de plegers van de aanslagen, waarvoor de verantwoordelijkheid is opgeëist door IS, baart hun zorgen: ‘Dit zal zich ongetwijfeld tegen de moslims, tegen de mensen uit de voorsteden keren,’ vreest Hassen. De term ‘alles op één hoop gooien’ keert telkens terug, vooral met het oog op de naderende verkiezingen. ‘Er zal vooral met een schuin oog naar één deel van de Franse bevolking worden gekeken, en dat is eerlijk gezegd wel te begrijpen,’ laat Tarek zich ontvallen. Om er even later op terug te komen: ‘We moeten de eenheid bewaren. We moeten ons geen angst laten aanjagen door de terroristen. Je kunt je niet gewonnen geven in je eigen wijk. Het zal tijd kosten om erbovenop te komen, maar we moeten ze laten zien dat ze ons met hun aanslagen alleen maar sterker maken.’ Hij hoopt ook dat de media niet in een ‘stigmatiseringsspiraal’ zullen vervallen en dat François Hollande ‘het volk kracht zal weten te geven om zich te verenigen’.
‘Toen ik Hollande vrijdagavond op tv zag, leek hij in paniek. Hij heeft me niet gerustgesteld’
Deze oproep tot ‘nationale eenheid’ wordt door alle klanten gesteund. ‘De politici moeten ophouden met kibbelen,’ zegt Jamel, ‘anders wordt het van kwaad tot erger.’ Hij maakt zich zorgen over de komende regionale verkiezingen: ‘Wie profiteert er van deze misdaden? Het Front National…’ Soms vallen er harde woorden: ‘Als ik een van die terroristen te pakken krijg, knevel ik hem en gooi hem in het zoutzuur.’ Een andere jongen: ‘We zullen onze wijk met hand en tand verdedigen!’
Volgens Jamel heeft Frankrijk (een ‘grootse natie’) een echte leider nodig, ‘iemand als De Gaulle of Chirac. Toen ik Hollande vrijdagavond op tv zag, leek hij in paniek. Hij heeft me niet gerustgesteld.’ Hij roept op tot meer grenscontroles: ‘Tussen de migranten die momenteel naar Frankrijk komen zitten misschien wel terroristen.’ Hij wil dat mensen die van plannen voor een aanslag worden verdacht ‘het land worden uitgezet’. En als het Fransen zijn? ‘Dan moet je ze hun nationaliteit ontnemen!’ Hassen benadrukt: ‘Je moet de goeden van de kwaden scheiden!’ Met luide stem vraagt hij zich af, verwijzend naar Syrië, Egypte en Libië, ‘of een goede dictator niet beter zou zijn om het terrorisme te bestrijden.’ Tarek gaat nog verder: ‘Als je twijfels over iemand hebt, moet je niet aarzelen. Dan stop je hem in de gevangenis.’
Auteur: Sylvain Mouillard
Vertaler: Peter Bergsma
Libération Frankrijk, dagblad, oplage 151.000
In 1973 opgericht door o.a. Jean-Paul Sartre. De krant hoort inmiddels bij de grote, serieuze Franse dagbladen. Nieuwsgierig en brutaal.
In zijn nieuwe roman 2084 – La fin du monde schetst de Algerijnse schrijver Boualem Sansal een toekomstige wereld in de greep van de totalitaire islam. In Frankrijk vliegt het boek de schappen uit. Een gesprek met een van de belangrijkste stemmen uit de Maghreb.
Sinds de nieuwe roman van de Algerijnse schrijver Boualem Sansal, 2084, in augustus verscheen, zijn er al 100.000 exemplaren van verkocht. Ondanks de onweerlegbare kwaliteiten lijkt het boek binnen de jury’s van de literaire prijzen toch aanleiding te hebben gegeven tot verdeeldheid. 2084 zat eerst wel in de selecties voor alle literaire prijzen, verdween toen van de lijsten van de Prix Renaudot, de Prix Médicis en de Prix Goncourt, maar won op 29 oktober wel de Grand Prix du roman van de Académie française, ex aequo met Les Prépondérants van Hédi Kaddour. Is het boek van Boualem Sansal doortrokken van islamofobie? De schrijver vertelt hoe hij tegen religie aankijkt en hoe hij de situatie in zijn land ziet.
In uw jongste roman, 2084, beschrijft u een religieus totalitarisme, waarbij je meteen aan de islam denkt. Toch wordt die nooit genoemd. Uit voorzichtigheid?
Welke religie zal het in 2084 voor het zeggen hebben? Niet de islam van mijn jeugd en evenmin de islam van nu. Alleen al het verschil tussen de huidige islam en die van dertig jaar geleden is enorm: destijds was de godsdienstbeoefening een klein, niet hinderlijk onderdeel van het leven, nu heeft die een opdringerige vorm aangenomen. Tot het begin van de jaren negentig was Algerije een socialistische staat, waarin de islam ongeveer dezelfde, secundaire, plaats innam als het christendom in Frankrijk. Onze geloofswereld was helder en eenduidig. Totdat opeens die invloed van verre zich opdrong, via redevoeringen en de bouw van moskeeën. Nu is het landschap zelf veranderd, de manier waarop mensen zich kleden is anders, de baarden zijn langer, je zou denken dat we in Afghanistan zijn. Bovendien is er in de lesprogramma’s op scholen veel ruimte gemaakt voor godsdienstonderwijs, zodat de kinderen zich thuis gaan gedragen als kleine ayatollahs aan wie de mensen maar toegeven om problemen te vermijden.
Dus hoe zal het over zestig jaar zijn? Ik denk dat het islamisme, die uitwas van de islam, bezig is zich te ontwikkelen tot een religie, via een soort voortplanting door deling. Je ziet dit proces in de moslimwereld per maand verder gaan. Sommige woorden verdwijnen. De term liefdadigheid bijvoorbeeld, die in de traditionele islam wel vijftig keer per dag werd genoemd, heeft terrein verloren, net als de bijbehorende praktijk. Het taalgebruik wordt steeds krijgshaftiger.
Als dit van een Franse schrijver kwam, zouden ze zeggen dat hij islamofoob was. Geldt dat ook voor u?
Ik zou eerder zeggen dat ik ‘islamismofoob’ ben. Ook al klopt het wel dat ik geen positieve kijk heb op de islam waarmee ik ben opgevoed, die ik heb bestudeerd en die ik in spiritueel opzicht armoedig vind. In algemene zin vind ik vooral dat je niet om religies hoeft te geven, ik persoonlijk heb geen affiniteit met welke religie dan ook. Ik kan ermee leven voor zover ze de openbare ruimte niet binnendringen en de kinderen niet ronselen. Als ik een Fransman uit het begin van de twintigste eeuw was, zouden ze me antiklerikaal noemen. Vóór alles geloof ik in de menselijke rede: die bezit meer schoonheid en spiritualiteit dan welke religie ook. De mens is in staat het oneindige te onderzoeken, het heelal te fotograferen, vragen te blijven stellen zonder ontmoedigd te raken. Maar terug naar 2084: toen dat af was, vond ik het erg onschuldig vergeleken met wat ik de afgelopen vijftien jaar heb geschreven. Het is minder hard dan sommige van mijn eerdere boeken. In Poste restante: Alger en Le Village de l’Allemand [vertaald als Onvoltooide geschiedenis] bijvoorbeeld schrijf ik uiterst kritisch over het islamisme. Tijdens de hele periode dat ik aan dit boek schreef, heb ik mezelf juist elke godslastering verboden.
Ik heb lang zonder salaris geleefd. Ik kon geen werk krijgen. Ik werd door iedereen gemeden
Bent u niet bang dat uw roman in Frankrijk wordt gekaapt door degenen die de angst voor de islam voor ideologische of politieke doeleinden gebruiken?
Daar denk ik onder het schrijven niet aan. Ik weet wel dat dat gebeurt, maar wat doe je ertegen? Rechts, extreem-rechts, maar ook seculier links, allemaal nemen ze er passages of zinnen uit. Wat ik ook zeg, het wordt gebruikt. Moet ik dan voor altijd zwijgen? Naar de rechter stappen? Nee, een boek is van iedereen.
Hoe kijkt men in Algerije tegen u aan?
In 1999, toen mijn eerste roman, Le serment des barbares, verscheen, werd ik bijna beschouwd als een nationale held. Bedenk even wat de situatie van toen was: Bouteflika [nog altijd de Algerijnse president] was net aan de macht gekomen in een Algerije dat was gemangeld door tien jaar van gewelddadigheden. Hij wist te winnen door te beloven dat hij een einde aan de oorlog zou maken en dat we daarna in voorspoed zouden leven. Zo ontstond er een enorm gevoel van optimisme. Op dat moment waren de Algerijnen trots dat een van hun landgenoten door Gallimard werd uitgegeven, dat hij kans maakte op de Prix Goncourt en andere grote literaire prijzen. Maar ik werd erg weinig gelezen, vooral omdat mijn boeken relatief duur zijn: doordat ik geen Algerijnse uitgever heb, worden de boeken vanuit Frankrijk verstuurd en kosten ze gemiddeld vier keer zo veel als uitgaven van hier.
Bij de verschijning van mijn tweede roman, L’enfant fou de l’arbre creux, in 2000 lagen de zaken anders. De optimistische stemming in Algerije was inmiddels aan het zakken. De mensen realiseerden zich dat er nog geen einde was gekomen aan het geweld en de ellende. Sommigen gingen me lezen en dachten toen: wie is die rotzak? Hij bekritiseert het regime en de islamisten, prima, maar hij heeft ook kritiek op ons, het volk. Want ja, ik beweerde dat wij zelf verantwoordelijk zijn voor wat ons overkomt. We hebben laten gebeuren dat er een dictatuur kwam, we gingen zelf naar de preken in de moskee luisteren. In hun ogen was dat onvergeeflijk: in Algerije kom je niet aan het volk. En dan heb ik het nog niet eens over de islamisten voor wie ik een afvallige ben. Of over het regime dat me als een vijand behandelde.
Uiteindelijk ben ik in 2003 binnen vijf minuten zonder enige uitkering ontslagen uit de hoge overheidsfunctie die ik bekleedde. Ik had een slechte naam, hooggeplaatste personen begonnen genoeg te krijgen van de uitspraken die ik in de kranten tegen Bouteflika deed. Ik heb lang zonder salaris geleefd. Ik kon geen werk krijgen, noch in de publieke, noch in de private sector. Ik werd door iedereen gemeden. De autoriteiten pakten mijn broer aan, een kunstenaar die ze bijna tot zelfmoord hebben gedreven door hem de ene fiscale naheffing na de andere te sturen net zo lang tot hij geruïneerd was. En via de oudervereniging hadden ze het ook gemunt op mijn vrouw, die lerares is. Ze beschuldigden haar ervan dat ze de vrouw was van een verrader, van een man die pro-Israël, pro-Frans en antimoslim was. Mijn boeken zijn jarenlang verboden geweest. Tot ze na verloop van tijd alleen nog minachting toonden door me te negeren. Tegenwoordig zijn mijn boeken in beperkte aantallen weer in sommige boekhandels te vinden. Maar ik blijf een outcast, ik kan aan geen enkel debat, aan geen enkele signeersessie meedoen.
Hebt u overwogen om te emigreren?
Je hoeft niet per se van je land te houden om er te blijven. Je bent er nu eenmaal, je leeft er, hebt er je familie, je vrienden. Maar de omstandigheden speelden ook mee: in de jaren zeventig, toen ik nog voor ingenieur studeerde, was het heel gemakkelijk om te vertrekken. Je kon Frankrijk binnenkomen op een identiteitskaart. Het was de tijd dat er een nieuw woord opdook dat ons land te gronde zou richten: ‘algerijnisering’. Het militaire regime van Boumédienne [vierde president van Algerije van 1976 tot 1978] was modernistisch: hij wilde fabrieken bouwen, industriecomplexen aanleggen. Daarom moesten er jongeren naar het buitenland worden gestuurd om ze op te leiden tot geschoolde arbeiders en hoger personeel. Maar veel van hen zijn niet meer teruggekomen, met dramatische gevolgen. Ik heb er zelf ook over gedacht, maar de dingen liepen anders: ik kreeg een laboratorium voor turbinestraalmotoren tot mijn beschikking en die zijn mijn specialisme geworden. Ik heb experimenten gedaan, artikelen gepubliceerd in de vooraanstaande tijdschriften. We leefden in derdewereldomstandigheden, het water was op rantsoen, groentes waren er niet, maar ik was jong en ik vond mijn werk geweldig. De dagen gingen voorbij, ik stelde een beslissing uit terwijl al mijn vrienden en ook mijn broers vertrokken.
Toen de burgeroorlog begin jaren negentig uitbrak, ben ik een andere richting ingeslagen en voor de overheid gaan werken. De minister van Handel benoemde me tot adviseur, omdat ik veel wist van het schuldenprobleem, een centraal vraagstuk in die jaren toen Algerije overging naar een markteconomie, in 1994.
En nu?
Ik heb periodes gekend waarin ik het erg moeilijk had en me echt afvroeg wat ik moest doen. Soms leek vertrekken urgent, bijvoorbeeld toen de islamisten voor de poorten van Algiers stonden [1995-1996] en ze een groot deel van het land in handen kregen. Ik zat midden in islamistisch gebied omdat ik in Boumerdès woon, vijftig kilometer ten oosten van Algiers, aan de weg richting Kabylië. In de jaren negentig waren hier elke nacht bombardementen en er werden constant aanslagen gepleegd. Soms waren er pal voor ons huis schermutselingen tussen het leger en de islamisten. Op den duur raak je dat beu.
Mensen zijn naïef, ze laten zich voor de gek houden, het lijkt wel of ze graag bang zijn. Ik net zo goed als de rest
Maar wat een lijdensweg om een visum te bemachtigen. Tegenwoordig heb ik gelukkig een uitreisvisum dat vijf jaar geldig is, maar destijds zouden ze me maar een visum voor drie maanden gegeven hebben. Wat kun je in drie maanden helemaal doen? En als je dan ook nog ziet hoeveel moeilijkheden het oplevert om je in Frankrijk te vestigen en je er beslist niet met open armen wordt ontvangen, dan schrikt dat wel af. Als ik naar bepaalde Franse steden moet, dan zorg ik dat ik Frankrijk via Parijs binnenkom, om te vermijden dat ik rechtstreeks vanuit Algerije per vliegtuig arriveer. Als je op de vliegvelden van deze steden een Algerijns paspoort laat zien, doen ze onaangenaam, je krijgt rare blikken, ze zeggen vervelende dingen, zijn soms grof tegen je. Ze behandelen je met ongelooflijk veel minachting. Ik wil niet ook nog eens een immigrant zijn.
Ten slotte zou vertrekken ook een vorm van zwichten zijn voor de mensen die het me zo moeilijk hebben gemaakt. Het is een kwestie van zelfrespect.
Bent u bang?
Ja, ik ben al jaren bang. Net als veel mensen. Vroeger, in de tijd van Boumédienne, waren we bang voor iets wat we nog nooit hadden gezien: de SM [Sécurité Militaire], de militaire veiligheidsdienst, oftewel de Algerijnse geheime diensten. In 2084 zijn het de V’s, waarvan niet eens duidelijk is of ze bestaan, ze zijn overal en nergens, iedereen is bang voor ze. En toen, na de dood van Boumédienne, verscheen de baas van de SM op het toneel. Niemand die hem kende. En wij zagen een klein, grijzig mannetje, een onderdeurtje dat bang leek voor zijn eigen schaduw! We dachten: Dat is toch niet waar! Heeft hij ons twintig jaar lang geterroriseerd? Hij heette Kasdi Merbah, een naam had hij in ieder geval wel. Maar op de dag dat hij werd vermoord, in augustus 1993, hoorden we dat het niet eens zijn echte naam was. In werkelijkheid heette hij Abdallah Khalef. Twintig jaar lang waren we geterroriseerd door een ambtenaartje zonder naam of gezicht. Als je er goed over nadenkt, is dat intellectueel gezien een bizarre situatie. En erg vernederend.
Elke Algerijn voelde zich bespioneerd. Toch waren er niet per se even veel spionnen als Algerijnen. Maar mensen zijn naïef, ze laten zich voor de gek houden, het lijkt wel of ze graag bang zijn. Ik net zo goed als de rest. Ze gaan mee in wat de overheidspropaganda ze inprent. Ook nu nog willen ze ons laten geloven dat we voortdurend worden bedreigd door de vijand van buiten, het neokolonialisme, het imperialisme, de Joden, de Marokkanen… We leven met dit soort spookbeelden. Geruchten gaan uit zichzelf rond en onderzoeksjournalisten zijn er niet, we weten nooit wat waarheid is.
Wat hebt u gedaan om u niet door die angst te laten verlammen?
Ik heb erover gediscussieerd en gelezen, ik heb geprobeerd her en der dingen te weten te komen, via vrienden met contacten in het leger of het landsbestuur, dat is de enige manier. Toen ik 2012 naar de internationale boekenbeurs in Jeruzalem ging, kreeg ik massa’s bedreigingen. Uiteindelijk dacht ik: het zijn mafkezen, gekken die dit doen, daar moet je geen aandacht aan besteden. Je bagatelliseert het om jezelf gerust te stellen.
Is dat wat we moed noemen?
Ik weet niet of dat het goede woord is. Ik gebruik het liever niet. Iedereen is dapper, alleen al het feit dat je leeft is moedig. Als ik schrijf, sta ik daar niet bij stil. Pas als ik alles herlees, voordat ik het naar de uitgever stuur, realiseer ik me dat sommige passages me in de problemen kunnen brengen. Maar nogmaals, ik gebruik het woord moedig niet. Ik relativeer. Ik zeg wat ik wil, net als die lui. De dingen die ik doe, doe ik voor mezelf. Of ze nu door God verboden zijn of de duivel, zolang ze niet onder een door mensen geschreven wet vallen, doe ik ze.
U hebt geen vertrouwen in de mensheid?
In het individu wel als het hem lukt zelfstandig te worden en zich te ontworstelen aan alle regels en voorschriften. Zo niet, dan is het ongelooflijk hoe ver mensen meegaan in het doen van concessies. Ze laten zich enorm snel inpakken. Kijk wat de nazi’s in Duitsland in korte tijd hebben gedaan. Ik word moedeloos van de mensheid: zodra mensen met meer dan drie zijn, gedragen ze zich als schapen.
Ziet u zichzelf als iemand die de noodklok luidt?
In zekere zin wel. Ik zie de toekomst somber in. Ik heb meegemaakt hoe mijn land overvallen werd door een volkomen onverwachte verandering, die ertoe leidde dat zowel een staatsbestel als een maatschappelijk bestel in hoog tempo werd vernietigd. Je denkt dat samenlevingen solide zijn, maar niets daarvan: bij de minste of geringste crisis valt alles uiteen. Ik heb het meegemaakt. Tegenover het islamisme houden de waarden van de rede, de Verlichting, geen stand; ze storten als een kaartenhuis ineen. De mensen denken: de vooruitgang, wat heeft die ons opgeleverd? Dat we de aarde vervuilen? Dat de wet boven de menselijke relaties gaat? Ze zijn niet gelukkig met dit systeem. De Verlichting is voorbij. Het Westen moet een nieuwe omwenteling teweegbrengen. Maar wie gaat er supranationale wetten maken? Intussen is de islam wel geglobaliseerd. Die ligt een slag voor.
Zijn literaire prijzen belangrijk voor u?
Door een grote prijs zou mijn stem wel belangrijker worden, in Frankrijk en Europa dan. Het is een manier om mee te doen aan een debat waarvan ik in eigen land uitgesloten ben. Maar dat interesseert ze daar niet. Voor de Algerijnse autoriteiten besta ik niet, zelfs al had ik de Prix Goncourt, de Nobelprijs of wat dan ook gewonnen. Toen ik in 2011 de Vredesprijs van de Duitse Boekhandel kreeg, die in Duitsland als een prestigieuze prijs wordt beschouwd, ben ik niet eens gefeliciteerd door de burgemeester van Boumerdès, het stadje waar ik woon.
Auteur: Raphaëlle Rérolle
Vertaler: Tess Visser
De boeken van Boualem Sansal verschijnen in Nederland bij Uitgeverij De Geus in vertaling van Jan Versteeg.
Le Monde Frankrijk, dagblad, oplage 345.000
In 1944 opgericht op initiatief van De Gaulle. Iconische krant, gehecht aan zijn onafhankelijkheid (maar sinds 2010 wel eigendom van drie private investeerders). Om recht te doen aan de titel ‘De wereld’ houdt Le Monde een groot netwerk van correspondenten in stand.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.