Tag: Frankrijk

  • Zweet, sissend vlees en gezwaai met messen: een inkijk in de keuken van een Parijse bistro

    Zweet, sissend vlees en gezwaai met messen: een inkijk in de keuken van een Parijse bistro

    Een voormalige ober onthult wat er achter de klapdeur van een Parijse bistro gebeurt. Hij vergelijkt de hectiek in de keuken met een aards inferno. ‘De chef-kok duwt me tegen de muur, zijn mes vlak bij mijn oog.’

    Keuze uit het archief

    De Deense topchef René Redzepi kondigde deze week aan te vertrekken bij het wereldberoemde sterrenrestaurant Noma. Hij wordt beschuldigd van fysiek en verbaal geweld richting personeel. Daarmee lijkt er sprake te zijn van een cultuuromslag: ondergeschikten pikken het niet langer om door hun chef-kok geïntimideerd te worden.
    In dit artikel van The Telegraph uit 2022, een fragment uit het boek A Waiter in Paris, doet ober Edward Chisholm uit de doeken hoe het er in de Parijse bistro Les Deux Magots achter de schermen aan toegaat. Het stuk sluit naadloos aan bij de onthullingen van de afgelopen week.

    ‘Veel mensen zien een restaurant in Parijs misschien als iets moois, een goed geoliede machine vergelijkbaar met een goed getraind leger, iets wat al eeuwen op rolletjes loopt. Dat beeld klopt niet. Een restaurant in Parijs is een tweemaal daagse oefening in crisisbeheer en winstmaximalisatie en eerlijk gezegd, nu ik weet hoe het werkt, kan ik vertellen dat het een wonder is dat de gerechten zoals jij ze besteld hebt op tafel belanden. Een restaurant in Parijs is in werkelijkheid een inefficiënte bedoening, bemand door onderbetaalde en ondervoede slaven.’

    Dat zegt Edward Chisholm, die tien jaar geleden aan de grond zat in Parijs en een baan kreeg in een restaurant dat het midden hield tussen een buurtbistro en een sterrentent, en zich profileerde als ‘een soort Mekka waar mode en goed eten bij elkaar komen: het hedendaagse Parijs in een notendop’.

    Dat betekende dat hij twaalf tot veertien uur per dag moest werken, slechts gevoed door koffie en sigaretten

    Chisholm, beter bekend als ‘l’Anglais’, ‘de Engelsman’, begon als runner, de laagste positie op de ladder van de bedieningshiërarchie. Dat betekende dat hij twaalf tot veertien uur per dag moest werken, slechts gevoed door koffie en sigaretten, en tijdens zijn pauzes in een hokje van de herentoiletten in een naburig luxehotel wat bijsliep.

    De klapdeur achter in het restaurant vormde voor Chisholm het begin van een groot avontuur en van een levenslange liefde voor Frankrijk en Europa. Plotseling werd hij ingewijd in een van de meest iconische steden op aarde. Hij ontdekte een verborgen wereld bevolkt door dieven, immigranten zonder papieren, ex-soldaten, zogenaamde acteurs, drugsdealers en meer.

    Zoals de vergeten arbeiders in veel rijke steden zwoegden ze gezamenlijk in de schaduw van de Lichtstad, in de hoop dat dat tijdelijk was en het echte leven ergens om de hoek lag. Hier moesten ze alleen even doorheen.

    Nu, tien jaar later, heeft Chisholm een boek geschreven over zijn ervaringen. Het volgende fragment beschrijft de gruwelen van de Passage en de grote gevaren die op de loer liggen wanneer je de bovenkeuken betreedt…

    Afdaling naar de eethel

    Een restaurant in Parijs is als een bijenkorf, met jullie, de gasten, bovenaan, en de keukens ergens beneden. Maar het knooppunt van deze operatie, de plek die deze twee werelden verbindt en waar ik het grootste deel van mijn tijd doorbracht, heet de Passage.

    Dit vagevuur van zes vierkante meter met lage plafonds is de plek waar al het eten en drinken langskomt, hetzij vanuit de keukens richting restaurant, hetzij op de terugweg in de vorm van vuile borden en glazen. Hier komen ook de obers samen, een groep buitenbeentjes die meer weghebben van een goed geklede straatbende dan van een groep obers in een chic restaurant in Parijs.

    De Passage is de poort naar de onderwereld, compleet met zijn eigen Hellehond in de vorm van drie linke Sri Lankanen die geen genade kennen en hun werk verrichten in een ruimte ter grootte van een cockpit, slechts verlicht door een kaal peertje. Ze dragen vuile laboratoriumjassen die ooit wit waren en die bij de knopen opbollen door de vele lagen kleding eronder. Ook al zijn deze mannen de bewakers van het inferno beneden, in de Parijse winters werken ze bij ijskoude temperaturen aangezien de Passage voor de zomer ook een opening heeft naar het terras, die in de winter attent wordt afgedekt met een dun metalen luik.

    De leider van de bende in Le Bistrot de la Seine is Nimsath, een kleine pezige man met diepe groeven in het gezicht, een intense blik en vinnige houding, die schijnbaar altijd op het punt staat te ontploffen. Hij is donker en gespierd. Hij zou eind twintig of veertig kunnen zijn – dat is lastig te bepalen aan de hand van zijn uiterlijk. Hij maakt een prachtig grommend geluid als hij boos is. ‘Tamiltijger, vrijheidsstrijder,’ blaft hij dan. ‘Niet Sri Lankaans, niet Indiaas, Ingleeshman.

    De mannen die de Passage beheren, blijken allemaal lid te zijn van een guerrillaorganisatie

    De tweede Tamil is reusachtig, met zeer donkere trekken. Alle obers noemen hem Baloo. Hij heeft vriendelijke ogen en beweegt zich langzaam en doelgericht, alsof hij bang is iets te breken. De derde heet Mani. Ik heb hem niet eerder gezien. Hij zegt niets, kijkt alleen naar me en glimlacht.

    De mannen die de Passage beheren, blijken allemaal lid te zijn van een guerrillaorganisatie die sinds 2006 op de zwarte lijst van de Europese Unie staat. Uit gesprekken met Nimsath en de andere Tamils blijkt dat het geharde soldaten zijn, met genoeg gruwelverhalen om de obers door de tragere diensten te loodsen. Je kunt je soms moeilijk voorstellen dat deze mannen die daar borden aan het stapelen zijn en tegen de obers schreeuwen, bedreven zijn in lijf-aan-lijfgevechten en weten hoe ze een guerrilla-aanval op een gewapend konvooi moeten plannen en uitvoeren.

    Kwijtgeraakt bord

    Van iedereen die in het restaurant werkt respecteer ik Nimsath waarschijnlijk het meest. Niemand werkt harder. Een meter zestig, louter spieren en agressie. De obers mogen dan schreeuwen en tekeergaan over een kwijtgeraakt bord, ze weten allemaal dat Nimsath hen met gemak in elkaar timmert. Hij hoeft het niet te zeggen, je ziet het aan de blik in zijn ogen. Tegelijkertijd heeft hij iets komisch, haast kinderlijks.

    Natuurlijk probeert het management met haar kleingeestige regeltjes soms de onafhankelijke geest van de Tamils te breken. Maar ze onderschatten hen en weten waarschijnlijk niet precies met wie ze te maken hebben. Want hoe zwaar het ook wordt, de Tamils krijg je er niet onder. Ze breken niet. Op momenten dat het wat rustiger is, stel ik me graag voor dat Corentin, de manager, de Passage binnenkomt om hen te berispen, waarna de Tamils als uit een schuttersputje tevoorschijn sluipen, messen tussen de tanden geklemd, om ‘het gevaar te neutraliseren’. Mogelijk sleept Baloo daarna het nog warme lijk van Corentin terug de Passage in om het vervolgens op gepaste wijze te laten verdwijnen.

    Als enige Engelsman in het restaurant kreeg ik snel de naam, of misschien de identiteit van l’Anglais, de Engelsman. Ik kwam erachter dat die naam op veel verschillende manieren kan worden uitgesproken: met afkeer, bewondering, achterdocht. Maar niemand schept er meer genoegen in mijn naam te roepen dan Nimsath, die de voorkeur geeft aan de Engelse versie, die hij uitspreekt als Ing-gleeesh-maan.

    Behalve deze vrij oppervlakkige buitenkant, weet niemand iets over mij. Niemand lijkt ook erg geïnteresseerd, en dat is prima. We zijn hier tenslotte om te werken, en alleen daarop word ik beoordeeld. Maar voor Nimsath heb ik een zekere fascinatie. Hoewel onze levens totaal verschillen en de redenen waarom we hier zijn nog meer, ziet Nimsath ons als gelijken: we zijn beiden buitenlanders in Frankrijk. En hij heeft een obsessie met Londen. Dat is een voordeel, want ik ontdek al snel dat je voor een succesvolle baan als runner maar beter de Tamils, en in het bijzonder Nimsath, aan jouw kant kan hebben.

    Als gast denk je dat je naar een restaurant gaat om te eten, maar wat je daadwerkelijk wordt verkocht is een illusie

    Als gast denk je dat je naar een restaurant gaat om te eten, maar wat je daadwerkelijk wordt verkocht is een illusie. Het is doodeenvoudig theater. En jouw ober, de eerste en laatste schakel in de keten die jou, die boven zit, verbindt met de arme drommels die onder de grond lopen te zweten en te vloeken, is de grootste acteur van allemaal.

    GettyImages 635968091
    Op het terras van de beroemde bistro Les Deux Magots lijkt alles van een leien dakje te gaan. – © Peter Turnley/ Corbis/VCG via Getty Images

    Vergeet niet dat de ober slechts één doel heeft en dat is ervoor zorgen dat jouw bestelling precies op tijd op jouw tafel terechtkomt. Het lijkt zo eenvoudig. Daarom verwijt je hem soms dat hij onaardig is en laat je na hem fooi te geven. Maar om zijn eenvoudige doel te bereiken, moet de ober ervoor zorgen dat Nimsath en de andere Tamils in de Passage prioriteit geven aan jouw bestelling. Simpel gezegd betekent dit dat hij de Tamils paait, onder druk zet en overhaalt om andere bestellingen even te laten voor wat ze zijn, en tegelijkertijd gerechten van andere obers steelt zodat hij zijn eigen bestelling compleet heeft en kan wegbrengen.

    Dit proces wordt bemoeilijkt door het feit dat elke ober precies hetzelfde doet. En ze doen het omdat ze jouw fooi willen. Als runner sta ik regelmatig aan de ontvangende kant van al deze stress. De obers hebben het vaak zo druk met het afhandelen van verzoeken van hun tafels dat ik regelmatig met strikte instructies naar de Passage wordt gestuurd om iets te halen dat nog ontbreekt. Als er dan een probleem is, is het dus meteen mijn schuld: zo is het leven aan de onderkant van de voedselketen nu eenmaal. En als ik snel iets moet regelen, dien ik me tot Nimsath te wenden.

    Niet meer dan een concept

    De gebeurtenissen in het restaurant laten Nimsath koud: het restaurant ligt weliswaar direct achter de klapdeur, maar voor hem is het niet meer dan een concept, ongeveer net zo vaag en onbestemd als Londen. De wereld van Nimsath bestaat uit de zes vierkante meter waar hij werkt. Of een Hollywoodster misschien op haar seizoensgroenten wacht en een van de obers op het punt staat mij te vermoorden, interesseert hem geen moer. Zijn werk is eenvoudig: het eten arriveert, hij doet zijn best om complete bestellingen samen te voegen zonder al te veel inmenging van de obers; de vuile borden die binnenkomen stuurt hij terug naar beneden. En als je iets van hem gedaan wil krijgen, tja, dan zal je dat moeten verdienen.

    Je zal je fooien met hem moeten delen; je zal moeten accepteren dat hij jouw gerechten soms aan iemand anders meegeeft en dus met hem in discussie moeten gaan en daarbij, als vast onderdeel van je baan, elk denkbaar Tamil-scheldwoord voor je kiezen krijgen; en ten slotte zal je tegen hem terugschreeuwen, en wel in het Tamil, want elke zichzelf respecterende Parijse runner of ober spreekt wel een klein beetje Tamil. Maar als de dienst dan voorbij is en de slachtoffers geteld zijn, drink je weer koffie met hem en hoop je dat hij je van wat overgebleven voedsel kan voorzien, want je hebt al acht uur niet gegeten. En dan praat je over van alles en nog wat totdat de volgende keer exact hetzelfde gebeurt. Het is een herhaling van herhalingen.

    Als runner is mijn positie ten opzichte van de Tamils extra zwak aangezien ik geen fooien krijg en ze dus ook niet kan delen, hoewel zij volgens mij denken dat ik gewoon gierig ben. In theorie is het de bedoeling dat de obers mij elk drie euro geven voor mijn werk, maar dat doen ze zelden en het is vernederend om ze aan het eind van de dienst als een Oliver Twist met uitgestoken hand langs te gaan.

    Het gevolg is dat het Nimsath geen zier kan schelen of de obers tegen me schreeuwen dat ik de ontbrekende pommes dauphinoises voor tafel 487 moet gaan halen. Ik heb meer harde valuta nodig om dit alles draaiende te houden, ik moet fooi gaan verdienen en niet alleen om de Tamils om te kopen, ook om van te kunnen leven. Tot die tijd heb ik één troefkaart wat Nimsath betreft: Londen. Maar hoelang dat zal duren? Ik heb geen idee.

    ‘Londen goed, Parijs slecht’ is zijn vaste uitspraak.

    Voor Nimsath is het ondenkbaar dat ik Londen heb verlaten, waar, volgens hem, iedereen vriendelijk is en je nooit als slaaf wordt behandeld. De kans dat hij ooit Londen zal bereiken is klein, en dat weet hij. Dus neemt hij er genoegen mee mij vragen te stellen in gebroken Engels in de hoop dat hij door met mij, een echte Engelsman, te spreken op de een of andere manier dichter bij zijn droom komt.

    Als de dienst voorbij is, wikkelt Nimsath zich, net als de andere Tamils, in nog meer lagen kleding en vertrekt hij naar de vergeten buitenwijken. Ik weet niet precies waar hij woont, maar hij beschrijft een plek met verwaarloosde torenflats waar de liften niet meer werken en de bewoners hun boodschappen met touwen omhoog moeten hijsen. Geen wonder dat hij denkt dat Londen beter is. Bovendien kan hij nooit meer terug naar Sri Lanka, zegt hij.

    ‘Tamiltijger, vrijheidsstrijder,’ mompelen de Tamils in zichzelf als ze het zwaar hebben.

    Nimsath is al tien jaar in Parijs, waarvan hij het merendeel in de Passage heeft doorgebracht. Hij is weliswaar geen soldaat meer, maar hij vecht nog steeds voor zijn vrijheid.

    Onderbemand

    Het is lunchtijd en we zijn onderbemand. Een Amerikaanse vrouw houdt me staande, verontwaardigd dat haar filet de boeuf niet à point is, zoals gevraagd, maar absoluut saignant. De opengesneden, roze binnenkant van het gewraakte stuk vlees staart me aan als een oude wond. Wat zij heeft gekregen is wat Franse koks medium zouden noemen, zeg ik beleefd; misschien wil ze het eerst proeven? Met taalgebruik dat eerder thuishoort in de Passage duwt de dame me het bord in handen en draagt me op me uit de voeten te maken. Je raakt er als ober al snel aan gewend dat mensen menen tegen je te kunnen praten alsof je tot een lagere soort behoort.

    In de Passage kan de timing niet slechter zijn. Bijna alle obers zijn er, en de sfeer is giftig. Je hebt Lucien, mijn onwillige Gallische gids; De Souza, een kleine, voormalige bokser met gebroken neus; Salvatore, een Siciliaan zo groot als een beer; Renaud, de beroepsober met het onbetrouwbare gezicht; Jamaal, scheel en bedrieglijk en natuurlijk Adrien, de maître d’ouvrage, met zijn vettige blonde haar, zijn puisterige gezicht en zijn bijbaantje als cokedealer van de directie.

    De beschuldigingen vliegen in het rond, Nimsath schreeuwt obsceniteiten in het Tamil, en De Souza en Renaud staan tegenover elkaar, met Adrien als bemiddelaar. De Souza zegt iets over Renaud, die opnieuw fooien zou hebben gestolen. Renaud lacht hem uit.

    Nimsath weigert botweg het vlees terug te sturen naar de keuken. De andere obers zijn het daarmee eens en ik word de Passage uitgewerkt en teruggeduwd naar het restaurant.

    Ik zal het vlees zelf naar de bovenkeuken moeten brengen, besluit ik. Daar ben ik nog nooit geweest. We moeten er uit de buurt blijven. Het kastenstelsel houdt ons strikt gescheiden. Uit de bovenkeuken komen de belangrijkste onderdelen van elk gerecht: het vlees en de vis. Ze worden met dienstliften naar beneden gestuurd. Daar voegen de Tamils ze met de rest van het gerecht samen.

    Bovenaan de trap tref ik een ruimte aan ter grootte van een cockpit, met aan alle kanten op vol gas vlammende kookplaten

    Ik stel me de bovenkeuken voor als een redelijk glamoureuze plek, gezien de prestige, vol hoogopgeleide mensen die belangrijk culinair werk verrichten op glanzende metalen werkbladen met behulp van chique apparatuur. Bovenaan de trap tref ik echter een ruimte aan ter grootte van een cockpit, met aan alle kanten op vol gas vlammende kookplaten.

    steven lasry m9 Igxe55nM unsplash
    © Unplash

    Het lawaai is oorverdovend, een aanhoudend kabaal van afzuigkappen, ventilatoren, sissend vlees, metaal dat tegen metaal klettert en geschreeuw. Boven de hoofden bevindt zich een klein raampje, dat gesloten is. De intensiteit van de hitte is onbeschrijfelijk. De zwarte muren en het plafond zijn bedekt met grote plekken condens. Tussen de vlammen staan vijf Afrikaanse mannen. Grote mannen in doorweekte, bevuilde kokskleren. Het lijkt hier meer op een ijzersmederij in een afgelegen Romeinse buitenpost dan op een Parijse keuken. Ik zie hoe stukken schroeiend vlees en sissende vis uit de pannen worden geschept en op borden worden gegooid om na een snelle veeg met een vuile doek met de liften naar beneden te worden gestuurd.

    De chef-kok zwaait de scepter over dit aardse inferno

    De chef-kok zwaait de scepter over dit aardse inferno. De enige witte man in de keuken. Een Corsicaan. Een reus van een man die een mes hanteert dat zo groot is dat het waarschijnlijk ooit van Hercules zelf is geweest. Hij wijst, prikt, snijdt, smeert met het mes, slaat ermee op metalen oppervlakken. Een man vol schuimbekkende woede. Niets is ooit goed genoeg. Een kleine printer spuugt aan één stuk door kaartjes uit die hij zo woest afscheurt dat de machine van de muur dreigt los te komen. De bestellingen schreeuwt hij bruut in de oren van de koks, alsof hij er intens behagen in schept hen met een dergelijke minachting te behandelen.

    ‘Deux poulets! Trois loups! Un filet – bien cuit!’ Hij buigt zich naar hen toe als hij in hun oren schreeuwt: ‘Heb je me verdomme gehoord?’

    ‘Oui, chef!‘ roepen ze als in trance eenstemmig terug. Ze nemen niet eens de moeite om zijn spuug van hun wangen te vegen.

    ‘Bon, espèce de connard. Encore! Deux magrets! Un loup! Trois saumons!’

    ‘Deux veaux!’

    Dan ziet hij mij. ‘Flikker op jij!’

    Ik sta daar als een idioot met het uitgestoken bord.

    Hij wijst op me met het reusachtige mes. ‘Heb je me niet begrepen? Va te faire foutre! Fils de pute!’

    Door de zenuwen laat mijn Frans me in de steek en ik stotter. Het voelt alsof ik me in een trainingsscène uit een film over de Vietnamoorlog bevindt.

    ‘Dégage! Deze biefstuk is medium. Jouw klant is niet speciaal. Ze is een pute!’

    Hij keert terug naar zijn personeel. Om de een of andere reden blijf ik staan waar ik sta, op de drempel. Vastbesloten om het vlees gegaard te krijgen.

    Als hij zich weer omdraait en mij nog steeds ziet staan met het bord biefstuk in de hand, zie ik voor mijn ogen gebeuren dat hij verteerd raakt door woede, door onvervalste, pure haat. In een oogwenk duwt hij me tegen de muur, met zijn vrije hand op mijn keel en de punt van het reusachtige mes vlak bij mijn oog.

    ‘Hoe durf je me te vertellen hoe ik moet koken!’ schreeuwt hij.

    Ik krijg geen lucht meer. Zijn bankschroefachtige greep vermorzelt mijn luchtpijp. Hij houdt mijn keel nog steeds vast, laat het mes zakken en trekt het bord uit mijn hand. De steak glijdt in een pan.

    ‘Cremeer het!’ schreeuwt hij naar de kok.

    ‘Oui, chef!’

    Ik voel paniek opkomen want ik krijg nog steeds geen lucht. Ik probeer me vergeefs te ontworstelen aan zijn greep, wat hem alleen maar bozer maakt, zodat hij nog harder knijpt. Zijn adem ruikt naar sigaretten en cognac, de muur ruikt naar vlees. Nog nooit is de tijd zo langzaam voorbijgegaan. Ik sta op het punt een black-out te krijgen en dan…

    ‘Cramé, chef!’ schreeuwt de kok die het dichtst bij ons staat. Verbrand.

    Nu laat de chef-kok eindelijk mijn keel los, pakt het stuk vlees met zijn blote hand, houdt het voor mijn gezicht zodat het mijn neus raakt, en smijt het dan op het bord, dat bijna uit mijn hand valt. Ik draai me om en haast me de trap af. Beneden raap ik mezelf bijeen. Het kost me moeite om adem te halen. Ik controleer mijn verschijning en strijk mijn haar glad. Met een servet dat aan de zijkant van het bord is blijven liggen veeg ik eerst het bord en daarna mijn gezicht af, waarna ik me een weg baan door de smalle gangen, richting het restaurant.

    In de eetzaal is niets veranderd. Ik ben nauwelijks een paar minuten weg geweest. Er klinkt nog steeds het gekletter van bestek tegen borden en het geroezemoes van beleefde gesprekken, obers zwermen nog steeds rond als vliegen. Ik ga rechtstreeks naar de tafel van de Amerikaanse dame en zet het vlees voor haar neer. Ze kijkt me niet aan en bedankt me niet. Ze prikt er simpelweg met haar vork in, laat weten dat het in orde is en gaat verder met eten. Als een speer begeef ik me naar de Passage, elke gast en ober negerend die mijn aandacht probeert te trekken. Ik schreeuw naar Nimsath om water, dat ik weer ophoest als ik drink. Yulia, een van de gastvrouwen, komt me achterna gesneld. ‘Wat heb je gedaan?’

    Ik kijk om. Geschrokken. ‘Wat?’

    ‘Je rug!’

    Ze draait me om en begint te wrijven met een doek. ‘Walgelijk.’

    Mijn jasje is bedekt met een laagje slijm. Vet, zweet en condens van de muren in de bovenkeuken. Gaat er nooit meer uit. En dat midden in mijn dienst. Als ik geen jasje heb, kan ik niet in de eetzaal werken en als ik niet kan werken, word ik ontslagen.

    Lucien, de ober die de weinig benijdenswaardige opdracht heeft ervoor te zorgen dat ik er geen zooitje van maak, stormt naar binnen. Als ik hem vertel wat er is gebeurd, is hij onvermurwbaar: ‘Wat heb ik je nou gezegd? Hè? Je mag nooit in de bovenkeuken komen. Nooit!’

    9781800960183 front

    Edward Chisholm, A Waiter in Paris: Adventures in the Dark Heart of the City, Octopus.

  • Thomas Piketty: ‘De sociale kwestie moet weer de kern vormen van het politieke debat’

    Thomas Piketty: ‘De sociale kwestie moet weer de kern vormen van het politieke debat’

    Naar aanleiding van de Franse verkiezingen afgelopen juni schreef de Franse stereconoom over de huidige situatie in zijn land, waar volgens hem te weinig aandacht is voor de sociale kwestie. Onder andere omdat de identiteitskwestie de overhand kreeg.

    Is het mogelijk, zowel in Frankrijk als op Europese en internationale schaal, de uit drie lagen bestaande democratie achter ons te laten en opnieuw een kloof tussen links en rechts te creëren waarbij herverdeling en sociale ongelijkheid centraal staan? Dat was de inzet van de jongste Franse parlementsverkiezingen.

    Laten we om te beginnen de contouren van de drielagendemocratie nog eens onder de loep nemen die zich tijdens de eerste ronde van de Franse presidentsverkiezingen hebben afgetekend. Tellen we de uitslagen van de verschillende linkse en groene partijen bij elkaar op, dan komt dit sociaal-ecologische blok uit op 32 procent van de stemmen. Kijken we naar de stemmen die zijn uitgebracht op Macron en Pécresse, dan zien we dat het liberale of centrumrechtse blok ook 32 procent van de stemmen heeft behaald. De drie kandidaten van het nationalistische of extreemrechtse blok (Le Pen, Zemmour, Dupont-Aignan) haalden precies dezelfde score van 32 procent. Als we de 3 procent die plattelandskandidaat Lasalle behaalde gelijkelijk over de drie blokken verdelen, komen we uit op drie vrijwel gelijke lagen.

    Deze driedeling is deels verklaarbaar vanwege de specifieke kenmerken van het Franse kiesstelsel en de politieke geschiedenis van het land, maar er liggen ook algemenere redenen aan ten grondslag. Laten we vooropstellen dat de drielagendemocratie geenszins het einde betekent voor de politieke kloof die is gebaseerd op uiteenlopende sociale klassen en economische belangen, integendeel zelfs. Het liberale blok behaalt veruit de beste resultaten bij de sociaal meest bevoorrechte kiezers, welk criterium ook wordt gehanteerd (inkomen, erfenis, opleiding), met name bij de oudsten onder hen. Als dit ‘bourgeoisblok’ een derde van de stemmen weet te vergaren, is dat ook voor een groot deel het gevolg van het feit dat de oudste en welvarendste Fransen de afgelopen decennia in groteren getale naar de stembus gaan dan de rest van de bevolking, iets wat eerder niet zo was.

    De facto heeft dit blok de synthese bewerkstelligd van de economische elite met oud of nieuw geld die van oudsher centrumrechts stemt en de gediplomeerde elite die sinds 1990 vrijwel overal de scepter heeft gezwaaid over centrumlinks. Als dit blok evenredig over alle sociaaldemografische groeperingen was verdeeld, zou het toch maar nauwelijks een kwart van de stemmen binnenhalen en nooit in zijn eentje kunnen regeren. Het linkse blok daarentegen zou ruimschoots aan kop gaan omdat dat het beste scoort bij het gewone volk, en vooral bij de jongsten onder hen. Ook het nationalistische blok zou vooruitgang boeken maar in mindere mate, omdat het gewone volk dat daarop stemt evenwichtiger over de leeftijdsgroepen zijn verdeeld.

    Links en het triomferende liberalisme

    In zekere zin zou je kunnen zeggen dat deze driedeling de drie grote ideologische families weerspiegelt die het Franse politieke leven al meer dan twee eeuwen bepalen: het liberalisme, het nationalisme en het socialisme. Sinds de industriële revolutie steunt het liberalisme op de markt en de sociale verschuivingen die de economie teweegbrengt en trekt het voornamelijk mensen aan die baat hebben bij het systeem. Het nationalisme is een antwoord op de sociale crisis die het gevolg is van de ontpersoonlijking van het land en de etno-nationale solidariteit, terwijl het socialisme niet zonder moeite universele emancipatie probeert te bevorderen door middel van onderwijs, kennis en het delen van de macht.

    Het nieuwe aan de huidige situatie is dat de sociale kwestie niet zo heftig meer speelt

    In meer algemene zin hebben we altijd al geweten dat het politieke conflict structureel instabiel en multidimensioneel is (de identitaire en religieuze kloof, de kloof tussen stad en platteland, de sociaaleconomische kloof et cetera) en niet kan worden teruggebracht tot een eendimensioneel links-rechtsconflict dat zich in de loop van de tijd opnieuw zal voordoen. Toch voerde in talrijke configuraties die we in het verleden hebben kunnen waarnemen, of in elk geval in die welke ons zijn bijgebleven, de sociale kwestie de boventoon en was die de belangrijkste spil in het sociale conflict door het tegenover elkaar zetten van een sociaal-internationalistisch links en een liberaal-conservatief rechts.

    Het nieuwe aan de huidige situatie is dat de sociale kwestie niet zo heftig meer speelt, deels omdat links toen het aan de macht kwam zijn hervormingsambities heeft gematigd en vaak het liberalisme heeft omarmd dat na de val van het communisme in zwang raakte, met als gevolg dat de identiteitskwestie de overhand heeft.

    Een riskante gok

    Wat kenmerkend is voor de drielagendemocratie is allereerst dat de werkende klasse sterk verdeeld is over migratie en de postkoloniale kwestie: stedelijke jongeren hebben minder moeite met integratie en stemmen over het algemeen links. Het minder jonge electoraat op het platteland daarentegen voelt zich in de steek gelaten en wendt zich tot het nationalistische blok. Het bourgeoisblok hoopt zich voor altijd te kunnen handhaven dankzij deze tweedeling, maar dat is een riskante gok, want de retoriek waarvan het nationalistische blok zich bedient, vaak aangemoedigd door het bourgeoisblok, is allesbehalve constructief en verergert het conflict alleen maar. In tegenstelling tot wat de andere blokken beweren is het linkse blok allerminst blind voor de veiligheidskwestie, maar wil het juist belastinggeld bestemmen voor de versterking van politie en justitie.

    De beschuldiging dat er bij links sprake zou zijn van communautarisme is volstrekt ongerijmd

    De beschuldiging dat er bij links sprake zou zijn van communautarisme, dat niet markt of staat centraal stelt maar de samenleving, is volstrekt ongerijmd. Dat jongeren met een migratieachtergrond massaal op het linkse blok stemmen is omdat dat hen als enige tegen het heersende racisme beschermt en het discriminatievraagstuk serieus neemt. Het wordt hoog tijd dat de sociale kwestie weer de kern vormt van het politieke debat in Frankrijk, niet omdat het volksblok per definitie gelijk heeft en het bourgeoisblok ongelijk (de noodzakelijke mate van herverdeling is nooit eenvoudig te bepalen), maar omdat sociale klassenconflicten meer stof tot nadenken bieden en de democratie in staat stellen te functioneren. Laten we hopen dat deze verkiezingen daarbij zullen helpen.

  • Levenslange gevangenisstraf Salah Abdeslam voor aanslagen Parijs

    Levenslange gevangenisstraf Salah Abdeslam voor aanslagen Parijs

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VK stelt 1 miljard pond extra militaire steun aan Oekraïne beschikbaar

    » Onderzoek: Griekenland gebruikt ‘slaven’ om asielzoekers terug te duwen

    Straf is een primeur voor een terroristisch daad

    Zes jaar na de aanslagen van 13 november heeft de rechtbank in Parijs Salah Abdeslam veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf zonder kans op vervroegde vrijlating. ‘Een uitzonderlijke straf’, schrijft Le Soir, voor het enige nog levende lid van de terreurgroep die in 2015 op verschillende plaatsen in de Franse hoofdstad een bloedbad aanrichtte.

    De straf is ‘een primeur voor een terroristische daad’, merkt ook Le Temps op. ‘De openbaar aanklager had deze straf geëist, de zwaarst mogelijke volgens het Franse recht.’ De uitspraak ‘onderstreept het unieke en historische karakter van deze misdaad’, schrijft Corriere della Sera.

    Experts toonden aan dat Abdelsalams bomgordel niet afging omdat hij niet werkte

    Justitie geloofde niet in de verklaring van Salah Abdeslam, die zei dat hij zich op het laatste moment bedacht en niet wilde dat de bomgordel afging, meldt El País. Experts toonden aan dat de bomgordel niet afging omdat hij niet werkte.

    Abdeslam was niet de enige die die dag werd veroordeeld. Het speciaal samengestelde Hof gaf onder andere ook levenslang aan Mohamed Abrini, die Abdeslam vergezelde om de Clio te huren die bij de aanslagen werd gebruikt en om woonruimte te huren in Parijs. Ook was hij betrokken bij de aanslag op het Brusselse vliegveld Zaventem.

    ‘Er is dus een uitspraak, maar het was vanaf het begin duidelijk dat het in dit proces om meer ging dan een vonnis’, schrijft Süddeutsche Zeitung. ‘Het was een poging om alle gevolgen te beschrijven die een dergelijk misdrijf met zich meebrengt, want 13 november 2015 veranderde Frankrijk.’

    Lees ook:

  • Waarom het ene land rijk is en het andere arm

    Waarom het ene land rijk is en het andere arm

    Oded Galor deed onderzoek naar de economische geschiedenis van de mensheid sinds het verschijnen van de homo sapiens in Afrika, ongeveer 300.000 jaar geleden. Volgens de Israëlisch-Amerikaanse econoom hebben samenlevingen die diversiteit accepteren meer succes.

    Al lange tijd houden vooraanstaande denkers zich keer op keer bezig met twee fundamentele vragen. De eerste luidt: welke oorzaken leidden tot de industriële revolutie waarmee de mensheid zich wist te bevrijden uit een onvermijdelijk lijkende armoedeval? En de tweede: waarom profiteren niet alle landen in gelijke mate van de vruchten van materiële welvaart, die onder andere tot uiting komen in een hogere levensverwachting, een betere gezondheid en al met al een aangenamer leven? Juist in een tijd waarin veel economen zich steeds vaker lijken te wijden aan steeds specifiekere onderzoeken, verdient de poging deze belangrijke vragen van de mensheid te willen oplossen grote waardering.

    Oded Galor houdt zich er al decennialang mee bezig. Met zijn ‘uniforme groeitheorie’ draagt de uit Israël afkomstige, en sinds vele jaren aan de Amerikaanse Brown University docerende econoom de overtuiging uit dat een betrouwbare en volledige kennis van de mondiale economische ontwikkelingsfactoren slechts mogelijk is wanneer we de primaire drijvende krachten achter het gehele ontwikkelingsproces in beschouwing nemen, en niet alleen die van bepaalde perioden. De uniforme groeitheorie omvat ‘de reis van de mensheid sinds het verschijnen van de homo sapiens in Afrika, ongeveer 300.000 jaar geleden, door het hele verloop van de geschiedenis heen’.

    Nadat Galor gedurende vele jaren in deels zeer ambitieus opgezette wetenschappelijke artikelen zijn thesen heeft ontwikkeld, zoekt hij nu met een toegankelijk geschreven werk (De reis van de mensheid) een breder publiek.

    Voorwaarde voor economische bloei

    Je zou tegen Galors pretentie in kunnen brengen dat het niet ontbreekt aan plausibele verklaringen voor de ontwikkeling van welvaart en ongelijkheid. Een bekende stelling, gepopulariseerd door de Nobelprijswinnaar Douglas North, ziet in het bestaan van instituties die eigendomsrechten garanderen, een juridisch kader scheppen voor een profijtelijk samenleven en de concentratie van economische macht verhinderen een allesbeheersende voorwaarde voor een positieve economische ontwikkeling.

    Enkele jaren geleden hebben Daron Acemoglu en James Robinson in hun bestseller Waarom naties mislukken het begin van de industriële revolutie in Engeland verklaard uit gunstige institutionele veranderingen na de Glorious revolution van het jaar 1688. Men kan in het zoeken naar sporen van institutionele veranderingen nog verder teruggaan. Economiehistoricus Werner Plumpe uit Frankfurt onderkent in zijn boek over het kapitalisme (Das kalte Herz) in de vroegmiddeleeuwse herendienstwetgeving van de Karolingers een ontwikkeling die samen met andere invloeden, veel later in het noordwesten van Europa de voorwaarden schiep voor een economische opbloei.

    Een tweede interpretatie richt zich op de geografische omstandigheden van het economisch handelen. In zijn boek Arm en rijk verklaart de evolutiebioloog Jared Diamond de vroege bloei van de Mesopotamische cultuur met gunstige klimatologische omstandigheden voor de akkerbouw. De opkomst van Europa is volgens hem te danken aan een gefragmenteerde geografie, die de vorming van duurzame grote rijken verhinderde.

    De landbouw in het jaar 1000 bracht nauwelijks meer op dan de landbouw rond het begin van de jaartelling

    Galor wijst de op instituties en geografie gebaseerde verklaringen zeker niet af. Hij beschouwt ze als nuttig om afzonderlijke ontwikkelingen te verhelderen, maar volgens hem bezitten ze geen omvattende verklarende kracht. Zo verklaren, vanuit Galors gezichtspunt, de institutionele veranderingen wel waarom de industriële revolutie juist in Engeland uitbrak, maar niet waarom die industriële revolutie zich überhaupt voordeed.

    Galors verklaring is gebaseerd op een allesbeheersende rol van de technische vooruitgang en de bereidheid van de mensen om daarop in te haken, vooral door scholing. Toen ongeveer 60.000 jaar geleden mensen Oost-Afrika begonnen te verlaten en zich over de wereld verspreidden, bleef hun aantal lange tijd gering. Twaalfduizend jaar geleden bevolkten naar schatting slechts 2,5 miljoen mensen de aarde. Deskundigen duiden deze periode die tot de industriële revolutie duurde aan als de ‘malthusiaanse plafond’, ter herinnering aan de Britse econoom Thomas Malthus. De meeste mensen worstelden om te overleven; planning van het leven op langere termijn was helemaal niet mogelijk. Elke verbetering van de economische situatie verhoogde het aantal kinderen dat hun eerste levensjaren overleefde. Volgens Malthus’ beroemde formule groeide de bevolking in een meetkundige reeks (1,2,4,8….), maar het aanbod van voedingsmiddelen slechts met een rekenkundige reeks (1,2,3,4…). Een toename van de bevolking moest daarom wel tot een zware crisis leiden omdat er niet genoeg te eten was voor het snel groeiende aantal hongerige monden. Lange tijd maakte de mensheid niet echt vorderingen: de landbouw in het jaar 1000 bracht nauwelijks meer op dan de landbouw rond het begin van de jaartelling. De meeste mensen leefden gevaarlijk dicht bij het minimale bestaansniveau.

    Storm onder de oppervlakte

    Toch zou het fout zijn om de tijd tot aan het uitbreken van de industriële revolutie te beschouwen als een volledige stilstand in economisch opzicht, net zo min als men zich de industriële revolutie moet voorstellen als een plotselinge explosie van economische dynamiek. Galor spreekt van een ‘storm onder de oppervlakte’. Voor de industriële revolutie verliep de technische vooruitgang slechts langzaam, maar ze was er wel. Ze toonde zich niet in een toename van materiële rijkdom voor veel mensen – de meesten bleven straatarm – maar de vooruitgang was zichtbaar in het vermogen een groeiende bevolking te voeden. Aan het begin van onze jaartelling leefden er naar schatting ongeveer 200 miljoen mensen op aarde, rond het jaar 1600 zouden het er toch al 600 miljoen kunnen zijn geweest.

    Toen begon zich langzaam een dynamiek te ontwikkelen, want het aanbod en de vraag naar technologie hangen af van de bevolkingsgrootte. Hoe meer mensen er zijn, hoe meer hoofden iets nieuws kunnen bedenken. Met de groei van de bevolking nemen ook de mogelijkheden toe van een arbeidsdeling die de productiviteit verhoogt. Tegelijkertijd ontstaat door een groeiende bevolking ook de economische prikkel om innovatieve producten te ontwikkelen omdat het aantal potentiële kopers toeneemt. Een op gang komende technische vooruitgang zorgt voor steeds meer prikkels om verdere innovaties te ontwikkelen.

    Zo kwam het tot de industriële revolutie, die er veel begrijpelijker uitziet als ze niet als een plotselinge eruptie wordt opgevat, maar als een langdurig proces. Er is in deze fase op geen enkel tijdstip sprake geweest van een ‘schok’, schrijft Galor. ‘Weliswaar voltrok zich de overgang, in verhouding tot de hele geschiedenis van de mens, heel snel, maar de toename van de productiviteit in deze periode voltrok zich in kleine stapjes. In het begin van de industriële revolutie groeide de bevolking vanwege de toenemende technologische veranderingen wel sprongsgewijs, maar het gemiddelde inkomen groeide slechts in zeer bescheiden mate, precies zoals de malthusiaanse theorie voorspelde.’

    De vooruitgang van de mensheid berust in wezen op het samenwerken van technologie en scholing

    Het slechten van de malthusiaanse plafond lukte pas ongeveer een eeuw later, toen de bevolkingsaanwas in de opkomende industrielanden terugliep, en daardoor het inkomen per capita konden stijgen. Volgens de opvatting van Galor was het de omgang met de technologie die deze verandering tot stand bracht. Want de mensen begonnen te begrijpen dat een succesvolle omgang met de technische vooruitgang een duidelijk betere scholing vereiste. In plaats van hun materiële hulpbronnen te verbruiken in kinderrijke gezinnen gaven veel mensen de voorkeur aan kleinere gezinnen die het mogelijk maakten de middelen te investeren in de opleiding van de kinderen. Samen met de materiële vooruitgang verbeterden de levensomstandigheden en de levensverwachting. Steeds meer mensen beschikten over spaargeld; pas nu werd een vooruitziende planning van het leven mogelijk. De vooruitgang van de mensheid berust in wezen op het samenwerken van technologie en scholing. Technische vooruitgang staat niet alleen bevolkingsgroei toe, ze heeft ook invloed op de samenstelling van de bevolking.

    Maar industrialisering kan ook een valkuil zijn. Galor haalt als voorbeeld Noord-Frankrijk aan, dat bij het begin van de industrialisering, toen het bijvoorbeeld veel textielindustrie bezat, tot de rijkste delen van het land behoorde. Die fabrieken vroegen veel eenvoudige arbeid, maar dwongen niet tot een steeds betere scholing om gelijke tred te kunnen houden met de steeds modernere technologieën. Tegenwoordig zijn die regio’s rijk waar de toepassing van technische vooruitgang het betalen van hogere arbeidslonen toestaat. 

    Galor is duidelijk geen aanhanger van historisch determinisme: niets is voorbestemd. Geen samenleving heeft altijd materiële rijkdom gekend; omgekeerd is ook geen samenleving gedoemd om voor altijd tegen de mathusiaanse plafond te blijven aanlopen.

    Diversiteit

    Waarom zijn sommige landen dan al lange tijd rijk terwijl andere zich nooit wisten te bevrijden uit de ijzeren greep van de armoede? Voor Galor luidt het antwoord: het komt in een samenleving aan op een optimale mate van diversiteit, verbonden met het vermogen om vaak duizenden jaren oude tradities te overwinnen. Hij geeft een interessant voorbeeld. Voordat mensen enkele duizenden jaren geleden de ploeg uitvonden, deelden mannen en vrouwen het werk op het land. Omdat het voor gebruik van de ploeg lichaamskracht nodig was, waardoor mannen voor deze bezigheid in het voordeel waren, bevorderde de uitvinding van de ploeg in de visie van Galor een arbeidsdeling waarbij de man zich meer concentreerde op het werk op het veld, en de vrouw op het werk in het huis. Vanwege de verschillende bodemgesteldheden speelde de ploeg in de Europese geschiedenis in het zuiden een belangrijkere rol vroeger dan in het noorden. De observatie dat de beroepsmatige emancipatie van de vrouw in moderne samenlevingen in het noorden van Europa vandaag sterker ontwikkeld is dan in het zuiden verklaart Galor dan ook met de verschillen in het gebruik van de ploeg in de landbouw van vele jaren geleden.

    Diversiteit heeft in de visie van de econoom aanzienlijke voordelen, maar die hebben hun prijs. Diversiteit in samenlevingen, in combinatie met opleiding(sniveau) verhoogt de kans op technische vooruitgang. De Verenigde Staten, waar studenten uit vele landen ook aan de beste universiteiten kunnen studeren, zijn een schoolvoorbeeld voor deze stelling. Maar diversiteit kan eveneens gepaard gaan met aanzienlijke kosten in de vorm van sociale spanningen, zoals ook juist in de Verenigde Staten is waar te nemen. De samenlevingen in andere landen laten diversiteit slechts met tegenzin toe; vaak zijn ze economisch dan ook niet succesvol.

    ‘Waar de sociale samenhang zwak en corruptie wijd verbreid is, lopen omvattende hervormingen vaak in het honderd’

    Een succesvol recept voor het oplossen van deze problemen ligt volgens Galor niet algemene beleidsaanbevelingen, zoals ze in het verleden niet zelden door internationale organisaties werden uitgesproken. ‘Privatisering van de industrie, liberalisering van de handel en het vastleggen van eigendomsrechten kunnen groeibevorderende maatregelen zijn voor landen waarin al sociale en culturele voorwaarden voor economische groei bestaan, maar daar waar deze voorwaarden ontbreken, waar de sociale samenhang zwak en corruptie wijd verbreid is, lopen zulke omvattende hervormingen vaak in het honderd’, schrijft de econoom.

    ‘Geen hervorming, al is die nog zo efficiënt, zal een verarmd land in een handomdraai veranderen in een vooruitstrevende economie, want het grootste deel van de kloof tussen ontwikkelingslanden en industrielanden komt voort uit al millennia bestaande processen. Institutionele, culturele, geografische en sociale kenmerken uit een ver verleden hebben de beschavingen voortgestuwd op hun verschillende historische wegen en hebben de verschillen in welvaart tussen de naties verdiept.’ Een goede politieke strategie om de armoede te overwinnen is niet eenvoudig, maar ze is naar het inzicht van Galor wel mogelijk. De boodschap van zijn boek is optimistisch.

    Oded Galor, De reis van de mensheid. Waar welvaart en ongelijkheid vandaan komen, in vertaling van Pon Ruiter en Linda Broeder, is in maart 2022 verschenen bij De Bezige Bij.

  • Frankrijk, Italië, Duitsland en Roemenië steunen EU-kandidatuur Oekraïne

    Frankrijk, Italië, Duitsland en Roemenië steunen EU-kandidatuur Oekraïne

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Duizenden runderen sterven door hittegolf in Kansas

    » VS: 91 jaar na executie wordt zwarte tiener alsnog onschuldig verklaard

    Europese leiders spreken steun uit voor Oekraïne

    Frankrijk, Italië, Duitsland en Roemenië ’steunen de onmiddellijke toekenning van de status van kandidaat-lidstaat voor Oekraïne’, zei Emmanuel Macron donderdag in Kyiv, waar hij op bezoek was samen met zijn Italiaanse en Duitse ambtgenoten. Na gesprekken met de Oekraïense president Volodymyr Zelensky heeft de Franse president ‘ook toegezegd wapens te blijven sturen, om de Oekraïense oorlogsinspanningen te steunen’, meldt Financial Times.

    ‘Het Oekraïense volk verdedigt elke dag de waarden van democratie en vrijheid’

    ‘Het Oekraïense volk verdedigt elke dag de waarden van democratie en vrijheid, die aan de basis liggen van het Europese project, van ons project. We mogen niet treuzelen en dit proces vertragen’, aldus de Italiaanse premier Mario Draghi. Het besluit van de zeventwintig lidstaten, dat met unanimiteit moet worden genomen, zal volgen tijdens de Europese top op 23 en 24 juni.

    Olaf Scholz, de bondskanselier van Duitsland, benadrukte dat hij en zijn EU-collega’s naar Kyiv waren gekomen met een ‘duidelijke boodschap (…) dat Oekraïne bij de Europese familie hoort’. Ook de Roemeense president Klaus Iohannis maakte de reis per trein van Polen naar Kyiv. Een dag eerder was hij gastheer geweest voor Macron, die naar Roemenië was gereisd om de Franse NAVO-troepen te bezoeken.

    Lees ook:

  • Macron, Scholz en Draghi in Kyiv: aandringen op onderhandelen met Rusland

    Macron, Scholz en Draghi in Kyiv: aandringen op onderhandelen met Rusland

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VS: experts keuren Pfizer en Moderna goed voor baby’s vanaf zes maanden

    » Sokken meest gekochte kledingstuk in VS tijdens pandemie

    Eerste bezoek leiders grote EU-landen aan Kyiv

    De verwachting is dat de Franse president Emmanuel Macron en zijn Duitse en Italiaanse ambtgenoten, Olaf Scholz en Mario Draghi, vandaag aankomen in de Oekraïense hoofdstad. Daar zullen zij naar verwachting namens de Europese Unie steun betuigen aan het door oorlog verscheurde Oekraïne, bericht La Stampa. Aan het einde van een lange reis met de nachttrein maken de ‘drie leiders van de drie grote Europese landen’ zich op om getuige te zijn van ‘het schandaal van de onmenselijkheid van de Russische invasie’, merkt het Italiaanse dagblad op.

    ‘Verwacht wordt dat Zelensky er bij zijn bezoekers op zal aandringen meer wapens te sturen’

    De verwachte reis, die om veiligheidsredenen nog niet is aangekondigd, komt een dag voordat de Europese Commissie een aanbeveling moet doen over de status van Oekraïne als kandidaat-lidstaat van de EU, iets waar een aantal Europese naties, waaronder Nederland, zich weinig enthousiast over hebben getoond, aldus The Guardian. Het bezoek aan Kyiv zou het eerste zijn voor de leiders van de drie belangrijkste EU-landen sinds de Russische invasie in Oekraïne op 24 februari begon.

    Volgens La Stampa zullen de drie regeringsleiders een ontmoeting hebben met Volodymyr Zelensky en zullen ze de Oekraïense president verzoeken de onderhandelingen met Rusland te starten voor een nieuw Minsk-akkoord om het conflict te stoppen. ‘Verwacht wordt dat Zelensky er bij zijn bezoekers op zal aandringen meer wapens te sturen om zijn zwaar beproefde leger te helpen de Russische indringers het hoofd te bieden’, schrijft The Guardian.

    Lees ook:

  • Westerse landen veroordelen intransparante nucleaire programma van Iran

    Westerse landen veroordelen intransparante nucleaire programma van Iran

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Stormachtig debat in Spaans parlement over afschaffing prostitutie

    » EU stemt voor vrouwenquotum van 40 procent in raden van bestuur

    Nucleaire onderhandelingen met Iran in gevaar

    De Verenigde Staten, Frankrijk, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Israël hebben bij het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA) een resolutie ingediend waarin zij Iran bekritiseren wegens het gebrek aan medewerking bij het toezicht op zijn installaties. ‘Het Westen had tot nu toe afgezien van deze stap omdat het vond dat het de besprekingen [om de vastgelopen nucleaire deal met Iran uit 2015 te redden] kon schaden’, merkte Al Jazeera op. Waarschijnlijk zal woensdag over de resolutie worden gestemd.

    De westerse onvrede ontstond na twee recente IAEA-rapporten. Volgens het eerste rapport heeft Iran 43 kilogram met 60 procent verrijkt uranium geproduceerd. Als Iran besluit deze hoeveelheid te verrijken tot 90 procent, zou het theoretisch genoeg materiaal hebben voor één kernbom. In het tweede rapport staat dat Iran de vragen van het IAEA over drie niet eerder aangegeven nucleaire installaties niet grondig heeft beantwoord. Iran heeft beide rapporten ‘niet eerlijk en evenwichtig’ genoemd, meldt de Qatarese nieuwssite.

    Iran hekelt de ‘infiltratie door de vijanden van Iran’ in het internationale atoomagentschap

    Mohammad Eslami, het hoofd van de Atomic Energy Organization of Iran (AEOI), en andere hoge ambtenaren hebben zich afgevraagd of de wereldwijde atoomwaakhond politiek gecompromitteerd is, nu westerse mogendheden, gesteund door Israël, een resolutie voorstellen om Iran te berispen vanwege zijn nucleaire programma. Volgens Eslami moet het IAEA een einde maken aan de ‘infiltratie door de vijanden van Iran’ in haar organisatie.

    Lees ook:

  • Voormalig bestuursvoorzitter Louvre opgepakt voor illegale handel in antiquiteiten

    Voormalig bestuursvoorzitter Louvre opgepakt voor illegale handel in antiquiteiten

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Irak neemt wet aan om betrekkingen met Israël strafbaar te stellen

    » Pools parlement ontmantelt omstreden tuchtkamer voor rechters

    Fraude betrof verkopen aan Louvre Abu Dhabi

    ‘Het is een zaak die een Kuifje-verhaal waardig is’, aldus El País. Jean-Luc Martinez, acht jaar lang het hoofd van ’s werelds grootste museum, werd woensdag aangeklaagd voor fraude en illegale handel in antiquiteiten, zei een gerechtelijke bron donderdag.

    Volgens Le Canard enchaîné onderzoeken de autoriteiten of de voormalige bestuursvoorzitter van het Louvre ‘een oogje heeft dichtgeknepen‘ bij valse certificaten van oorsprong voor vijf artefacten uit de Egyptische oudheid die ‘voor tientallen miljoenen euro’s’ zijn aangekocht door het Louvre Abu Dhabi, het filiaal van het Parijse museum in de hoofdstad van de Verenigde Arabische Emiraten. Een van de stukken is een roze granieten stele waarin de naam van farao Toetanchamon is gegraveerd.

    ‘Andere vooraanstaande personen uit de cultuur- en archeologiewereld in Frankrijk zouden betrokken kunnen zijn’ bij deze ‘nieuwe vloek van Toetanchamon die de kunstinstelling en de regering doet sidderen’, onderstreept El País. Ook conservator Vincent Rondot en egyptoloog Olivier Perdu zijn gearresteerd.

    Lees ook:

  • Boerkini wordt opnieuw verboden in zwembaden Grenoble

    Boerkini wordt opnieuw verboden in zwembaden Grenoble

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VS: Oklahoma voert wet in die abortus vanaf bevruchting verbiedt

    » Wetenschappers zetten grote stap richting revolutionair ‘kwantuminternet’

    Rechter oordeelde dat boerkini ingaat tegen ‘neutraliteitsbeginsel’

    De boerkini wordt opnieuw verboden in de zwembaden van Grenoble, zo besliste een plaatselijke rechtbank gisteren, meldt Il Giornale. Het Italiaanse conservatieve dagblad noemt de boerkini ‘het symbool van de meest fundamentalistische vorm van de islam’.

    Met de uitspraak van de rechter wordt de toestemming ingetrokken die burgemeester Éric Piolle maandag had gegeven voor het dragen van een badpak dat het hele lichaam bedekt. Vervolgens vroeg het hoofd van het departement Isère, waartoe Grenoble behoort, bij de rechter om de opheffing van het besluit.

    De rechtbank oordeelde dinsdag dat de boerkini ‘het neutraliteitsbeginsel van overheidsdiensten ernstig ondermijnt’. Burgemeester Piolle kondigde in een bericht op Twitter aan dat hij bij de Raad van State in beroep zal gaan tegen de uitspraak.

    Lees ook:

  • Frankrijk: Boerkini staat opnieuw in middelpunt politieke ruzie

    Frankrijk: Boerkini staat opnieuw in middelpunt politieke ruzie

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Internationale olifantencorridor Botswana in gevaar

    » Somalië: oud-president Hassan Sheikh Mohamud komt opnieuw aan de macht

    Burgemeester Grenoble staat boerkini en topless zwemmen toe

    De boerkini, het badpak voor het hele lichaam, staat opnieuw in het middelpunt van een politieke ruzie in Frankrijk, meldt Angelique Chrisafis, correspondent voor The Guardian in Parijs. Eric Piolle, de spraakmakende groene burgemeester van Grenoble, wil in de gemeenteraad maandag zijn voorstel bespreken om mensen toe te staan zich ‘te kleden zoals ze willen’ bij buitenzwembaden. Dat zou zowel vrouwen als mannen toestaan om topless te zwemmen of een boerkini te dragen – of dat nu uit religieuze overtuiging is of om zich te beschermen tegen de zon.

    De versoepeling van de zwembadregels is zeer tegen de zin van de tot de rechtervleugel behorende Laurent Wauquiez, hoofd van de regio Auvergne-Rhône-Alpes. Hij dreigt ermee alle regionale financiering voor Grenoble terug te trekken als het de regels versoepelt: ‘Met geen cent zullen wij uw onderwerping aan het islamisme financieren,’ aldus Wauquiez.

    Het is niet de eerste keer dat badkleding een politieke rel veroorzaakt in Frankrijk vlak voor een verkiezing

    De ruzie wordt door alle partijen aangegrepen in de aanloop naar de parlementsverkiezingen van volgende maand, waar de centristische groepering van de herkozen president Emmanuel Macron een meerderheid hoopt te behalen. Het is niet de eerste keer dat badkleding voor het hele lichaam vlak voor een belangrijke verkiezing een politieke rel veroorzaakt in Frankrijk. In de zomer van 2016, in de aanloop naar de presidentsverkiezingen, hadden zo’n dertig Franse kustplaatsen de boerkini van het strand verbannen. De hoogste administratieve rechtbank oordeelde echter dat het antiboerkinidecreet ‘een ernstige en duidelijk illegale aanval op de fundamentele vrijheden’ was.

    In Grenoble zij burgemeester Piolle dat de nieuwe zwembadregels niet alleen over boerkini’s gingen en dat de boerkini een ‘non-issue’ is. Hij zei dat de rel aantoonde dat de kwaliteit van het Franse politieke debat in een neerwaartse spiraal zat. ‘Stop met het stigmatiseren en discrimineren van moslims in ons land,’ verkondigde hij in een interview op France 2 TV.

    Lees ook:

  • Wat zij zeggen over de uitslag van de Franse Verkiezingen

    Wat zij zeggen over de uitslag van de Franse Verkiezingen

    Internationale commentatoren en opiniemakers over de herverkiezing van Emmanuel Macron.

    David A. Andelman – buitenlandcorrespondent

    CNN

    ‘Frankrijk, Europa en de vrije wereld hebben een aanzienlijke aanval op hun collectieve welzijn overleefd. Voor de Russische president is het een zware slag dat Emmanuel Macron zijn extreemrechtse uitdager Marine Le Pen heeft weten te verslaan. Voorlopig heeft het Westen een trouwe bondgenoot met democratische aspiraties en principes die een anker zou kunnen zijn voor de toekomst van Europa – de regering Biden was zeer bezorgd dat Le Pen wellicht haar weg zou vinden naar het presidentiële paleis.’


    David Leonhardt – columnist en redacteur

    The New York Times

    ‘Het resultaat van Le Pen was aanzienlijk beter dan bij de vorige verkiezingen in 2017, toen ze 34 procent behaalde in de tweede ronde. Toen haar vader in 2002 de laatste ronde haalde, won hij slechts 18 procent van de stemmen. De afgelopen twee decennia is een groeiend deel van de Franse burgers afgegleden naar de nationalistische politiek van Le Pen, met zijn vijandigheid tegenover moslims en scepsis tegenover instellingen die West-Europa sinds de Tweede Wereldoorlog grotendeels vreedzaam 
    en verenigd hebben gehouden.’


    Ellen Ehni – hoofdredacteur

    WDR Fernsehen

    ‘Eind goed, al goed? Nee. Het politieke midden is uitgehold. De traditionele partijen zijn irrelevant geworden. En Marche van Macron is grotendeels de presidentiële verkiezingsclub gebleven die niet diep geworteld is in de regio’s. Een partij voor welgestelden in de steden, maar niet voor de gemarginaliseerden op het platteland. Ondertussen is het politieke discours in het land naar rechts verschoven. Het is Marine Le Pen gelukt wat haar vader Jean-Marie niet was gegeven: “présidentiable” te worden geacht, ofwel geschikt voor het presidentschap.’


    Sophie Louet – columnist

    Reuters

    ‘De Franse president Emmanuel Macron kreeg geen respijt na zijn herverkiezing. Zijn politieke tegenstanders riepen hun kiezers onmiddellijk op ervoor te zorgen dat hem geen parlementaire meerderheid wordt geboden. Als Macron er niet in slaagt om bij de parlementsverkiezingen van 12 en 19 juni opnieuw een overwinning te behalen, dan zal het voor de pro-Europese, centristische president moeilijk worden om zijn probusiness-agenda door te voeren, met daarop onder andere impopulaire plannen om de pensioenleeftijd te verhogen.’

  • Zenders Radio France International en France 24 definitief geschorst in Mali

    Zenders Radio France International en France 24 definitief geschorst in Mali

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » EU zegt klaar te zijn om Russische ‘gaschantage’ tegen te gaan

    » Rapport: onafhankelijke media in Hongkong bijna volledig ontmanteld

    Malinese junta had schorsing in maart bevolen

    De zenders Radio France InternationaI (RFI) en France 24 zijn sinds woensdag 27 april definitief geschorst in Mali, meldt Wakat Séra. De twee Franse audiovisuele media hadden sinds 17 maart een tijdelijk uitzendverbod en zijn er woensdag door de Hoge Autoriteit voor Audiovisuele Communicatie (HACA) in Mali van op de hoogte gebracht dat zij niet langer op Malinees grondgebied mogen uitzenden.

    France Médias Monde (FMM), de moedermaatschappij van RFI en France 24, reageerde in een verklaring waarin zij een dergelijke maatregel ‘met kracht’ betwistte en beloofde ‘alle mogelijke middelen van beroep’ te zullen aanwenden.

    De opschorting is een teken van de escalerende spanningen tussen Frankrijk en Mali. Het militaire bewind van Mali had de schorsing van de twee media op 17 maart bevolen nadat RFI en France 24 berichten hadden gepubliceerd dat het Malinese leger betrokken was bij misstanden tegen burgers.

    Lees ook:

  • Frankrijk en Duitsland omzeilden embargo om wapens aan Rusland te verkopen

    Frankrijk en Duitsland omzeilden embargo om wapens aan Rusland te verkopen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » EU onthult plan voor ‘grootste verbod ooit’ op gevaarlijke chemische stoffen

    » Turkije veroordeelt Osman Kavala tot levenslange gevangenisstraf

    Na Krim-annexatie bleven EU-landen wapens leveren aan Rusland

    Frankrijk en Duitsland hebben Rusland bewapend met 273 miljoen euro aan militair materieel, dat nu waarschijnlijk wordt gebruikt in Oekraïne, zo blijkt uit een analyse van de Europese Unie die in handen is van The Telegraph. De twee landen stuurden onder andere bommen, raketten en geweren naar Moskou ondanks een EU-embargo op wapenzendingen naar Rusland, dat werd ingesteld in de nasleep van de annexatie van de Krim in 2014.

    De Europese Commissie zag zich deze maand gedwongen een maas in haar blokkade te dichten nadat was gebleken dat ten minste tien lidstaten voor bijna 350 miljoen euro aan militair materieel hadde verkocht aan het regime van Vladimir Poetin. Ongeveer 78 procent daarvan werd geleverd door Duitse en Franse bedrijven, aldus de Britse krant.

    Lees ook:

  • Malinese leger en vermoedelijke Russische huurlingen doden 300 burgers

    Malinese leger en vermoedelijke Russische huurlingen doden 300 burgers

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Twee derde van de Britse jongeren mist lockdowns

    » Peru: Noodtoestand afgekondigd op snelwegen vanwege truckersprotest

    Human Rights Watch claimt dat doden burgers waren

    Het Malinese leger en vermeende Russische huurlingen hebben eind maart zo’n driehonderd burgers gedood in de stad Moura. Dat meldt de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch (HRW). Moura ligt centraal in het West-Afrikaanse Mali, waar veel terreurgroepen opereren. De Malinese regering erkent 203 jihadistische strijders te hebben ‘uitgeschakeld’, aldus El País. Volgens getuigen die HRW sprak, bevonden zich onder de doden een groot aantal ongewapende burgers die geen relatie hadden met de milities.

    De Verenigde Naties, de Europese Unie, Frankrijk en de Verenigde Staten noemen de gebeurtenissen in Moura zeer zorgwekkend. De VN-missie voor de stabilisatie van Mali (Minusma) heeft aangekondigd te onderzoeken wat er precies is gebeurd. Charles Michel, voorzitter van de Europese Raad, verzekerde dat er ‘opheldering moet komen over de omstandigheden van antiterroristische operaties in de afgelopen weken in Mali’.

    Soldaten van de Wagner Group hebben de afgelopen jaren tal van mensenrechtenschendingen gepleegd

    HRW en journalisten horen de laatste weken getuigenissen over bloedbaden die de Malinese strijdkrachten zouden hebben gepleegd in samenwerking met Russische huurlingen. De massamoorden op burgers in Nampala, Dogofry en Diabaly zouden ook onder de verantwoordelijkheid van het Malinese leger vallen, dat nog steeds wordt opgeleid door de EUTM Mali, een trainingsmissie van de EU om het Malinese leger op te leiden en te hervormen, schrijft El País.

    De militaire junta die sinds 2020 aan de macht is in Mali, heeft zijn militaire banden met Rusland versterkt, waaronder de inzet van huurlingen van het particuliere bedrijf Wagner Group. Soldaten van de Wagner Group hebben de afgelopen jaren tal van mensenrechtenschendingen gepleegd in landen als de Centraal-Afrikaanse Republiek, Libië en Syrië.

    De geweldplegingen gebeuren op een moment dat de Franse operatie Barkhane, met 5.500 Franse soldaten gestationeerd in de Sahel, begonnen is aan een terugtrekking uit Mali.

    Lees ook:

  • Vijf doden bij zware storm in Europa met Eunice op komst

    Vijf doden bij zware storm in Europa met Eunice op komst

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Colombia: inheemse gemeenschappen in juridisch gevecht met Coca-Cola om speciaal bier

    » Amazon verdubbelt salaris voor management en techmedewerkers

    Stormdoden in Polen en Duitsland

    Als gevolg van storm Dudley stierven er donderdag drie mensen in het Poolse Krakau, ook vielen er twee doden in Duitsland. De storm bereikte windsnelheden van 180 kilometer per uur, ontwrichtte trein- en luchtverkeer en zorgde ervoor dat honderdduizenden huizen zonder elektriciteit zaten. Deze incidenten komen aan de vooravond van de komst van een andere storm, Eunice.

    Terwijl voor Noord- en Noordwest-Frankrijk en vier provincies in het noordwesten van België en het grootste deel van Nederland code oranje geldt, heeft de Britse weerdienst donderdag een zeldzaam code rood afgekondigd. De Britse autoriteiten verwachten dat rukwinden een levensgevaarlijke snelheid van 160 kilometer per uur kunnen bereiken. De bosbeheerdiensten bereiden zich voor op de vernietiging van miljoenen bomen, aldus The Independent.

    Lees ook: