Tag: Frankrijk

  • Franse musea vergroenen. ‘We verwerpen het idee dat de toekomst uitzichtloos is’

    Franse musea vergroenen. ‘We verwerpen het idee dat de toekomst uitzichtloos is’

    Franse musea proberen hun energiegebruik te verminderen door hun kunstwerken op een andere manier te bewaren en te vervoeren. De grootste winst valt echter te behalen bij de gasten: 99 procent van de CO2 die het Louvre uitstoot, wordt veroorzaakt door de bezoekers.

    Alle toevoer afsnijden! Water, gas, elektriciteit! Afgelopen lente heeft het Maison des arts de Malakoff in het departement Hauts-de-Seine zijn energiegebruik uit eigen beweging volledig stilgezet: geen enkele expositie meer, een radicale stop van vijf maanden. ‘We hadden al veel milieumaatregelen genomen, zoals het opvangen van regenwater, het planten van een boomgaard en het installeren van andere verlichting,’ vertelt directeur Aude Cartier. ‘We moeten de milieuangst omzetten in initiatieven die mensen mobiliseren en de wereld veranderen in plaats van haar te versomberen, en onze instellingen kunnen daarbij een rol spelen.’

    Lampen op zonne-energie, emmers water in de wc’s… Aude Cartier en haar team hebben elk onderdeel van het dagelijks leven een nieuwe invulling gegeven. In de vorm van sculpturen, een broodoven in de tuin, fermentatieworkshops voor het maken van miso, kombucha en kimchi, het middels allerlei acrobatische toeren kweken van paddenstoelen en het voeren van talloze discussies over morgen.

    Niet alle Franse musea en kunstencentra gaan zo ver, maar aandacht voor het milieu is onontkoombaar sinds de coronapandemie. De klimaatrampen van 2022 hebben alles nog in een stroomversnelling gebracht. Er is geen groot museum meer zonder duurzaamheidsadviseur. Doel, volgens het collectief Les Augures dat de groene transitie in de beeldende kunst begeleidt, is ‘het reduceren van de negenduizend ton CO2 die een gemiddeld museum jaarlijks uitstoot, de voetafdruk van achthonderd Fransen’. In Malakoff heeft het collectief een maximaal aantal gegevens verzameld, variërend van de wijze waarop bezoekers naar het museum komen tot de psychologische impact die bepaalde veranderingen hebben op het team. Alles is geïnventariseerd en geanalyseerd, ‘om te kunnen bepalen wat werkt en wat niet, en om ook anderen van onze bevindingen te laten profiteren’, legt Aude Cartier uit.

    ‘Musea weten vaak niet waar ze moeten beginnen‘

    Want dat is het grootste struikelblok. ‘Musea weten vaak niet waar ze moeten beginnen, het valt buiten hun competentie en stelt ze voor een aantal heel uiteenlopende uitdagingen,’ onderstreept Fanny Legros, die drie jaar geleden Karbone Prod heeft opgericht, een ander bureau dat zich in procesbegeleiding op dit gebied heeft gespecialiseerd.

    Een toekomstig museum dat 100 procent duurzaam is? Daarvoor moet je het verbruik van een vrachtauto kunnen berekenen, expert worden op het gebied van isolatie, de herkomst van de vis in je restaurant kunnen vermelden, op de hoogte zijn van het Franse decreet van 2019 dat bepaalt dat het energieverbruik van openbare gebouwen in 2030 met 40 procent verminderd moet zijn, in 2040 met 50 procent en in 2050 met 60 procent, je bezoekers aansporen om op de fiets te komen, de levenscyclus van de bekleding van je banken achterhalen, een toekomst bedenken voor afgedankte vloerbedekking. Een duizelingwekkende hoeveelheid uiteenlopende expertises.

    Recycling

    ‘Maar we hebben geen keus: binnen enkele jaren zal Frankrijk het klimaat van Andalusië hebben,’ benadrukt Sandra Patron, die een voortvarend actieplan heeft gelanceerd voor het Musée d’Art Contemporain in Bordeaux dat ze sinds 2019 leidt. ‘Ons hoofdgebouw? Het is binnenkort misschien te warm om daar exposities te houden. Maar we verwerpen het idee dat de toekomst uitzichtloos is. De vragen die voorliggen zijn even fascinerend als beangstigend. En hoe meer je op de zaken vooruitloopt, des te intelligenter de antwoorden.’ Patron zet vooral in op recycling: komende herfst zal Bordeaux een ondergrondse recyclinginstallatie in gebruik nemen die het ‘afval’ van de culturele instellingen van de stad zal inzamelen en herverdelen. Een prijzenswaardig initiatief dat is gestart door de Réserve des arts de Pantin in het departement Seine-Saint-Denis en sinds 2020 ook in Marseille is gerealiseerd. In 2022 heeft de organisatie 722 ton materiaal ingezameld bij tal van grote en kleine musea en kunstenaars; 520 ton daarvan is weer in gebruik genomen door de 13.000 aangeslotenen. Vooral hout, maar ook metaal, textiel, leer. Een succes dat helaas wordt bedreigd: omdat de Réserve binnenkort moet verhuizen wordt wanhopig naar een nieuwe locatie gezocht, terwijl er nog nooit zo’n groot beroep op de organisatie is gedaan. Want veel instellingen hebben zich met name op het meest voor de hand liggende afvalitem gestort: expositiepanelen. Deze worden voor elke tentoonstelling op maat gemaakt en belandden voorheen systematisch in de afvalcontainer. Maar dat is nu verleden tijd.

    ‘Het wordt hoog tijd dat een expositie van begin tot eind milieubewuster verloopt’

    En verder? De musea wisselen steeds meer ervaringen uit, maar ieder voor zich blijft de regel. Frankrijk kent geen equivalent van de in het Verenigd Koninkrijk opgerichte Gallery Climate Coalition, waarbij momenteel 800 musea aangesloten zijn, van PS! in New York tot Barbican in Londen, die tussen nu en 2030 hun CO2-uitstoot willen halveren en streven naar 0 procent afval. Het enige aangesloten Franse museum is het Musée Picasso in Parijs.

    ‘Frankrijk loopt een beetje achter, want het ontbreekt ons aan gegevens over de werkelijke voetafdruk van de cultuursector, die geen deel uitmaakt van de koolstofarme strategie die de overheid voorstaat,’ zegt Fanny Legros spijtig. Karbon Prod en Augures hebben daarom de handen ineengeslagen om een instrument voor dataverzameling te ontwikkelen waarvoor ze de financiering op korte termijn hopen rond te krijgen; een tiental Franse musea zou als ‘bêtatesters’ fungeren. ‘Het wordt hoog tijd dat een expositie van begin tot eind milieubewuster verloopt en dat er meetinstrumenten komen voor elk afzonderlijk geval,’ aldus Legros. 

    Permacultuur als model

    Intussen voltrekt de facelift zich zo goed en zo kwaad als het gaat: de exposities worden langer, er wordt vaker een beroep gedaan op plaatselijke collecties, koolstofboekhouding vindt steeds meer ingang. Maar dat volstaat in de ogen van Guillaume Désanges niet voor een duurzaam ontwikkelingsbeleid: de directeur van het Palais de Tokyo in Parijs wil verder gaan en permacultuur, een duurzame landbouwmethode, als model gebruiken. ‘Natuurlijk moeten we de koolstofuitstoot beperken, maar we moeten vooral weer ontdekken dat het nodig is om dingen anders te doen. Wij gaan prat op onze vrolijke, creatieve nederigheid. Voor ons is duurzaamheid geen gespreksonderwerp, maar het uitgangspunt van de manier waarop we werken.’

    Dankzij sponsorgelden heeft het Palais de Tokyo het bureau Utopies in de arm kunnen nemen voor het opstellen van een koolstofboekhouding. In 2021 heeft het museum 7200 ton CO2 uitgestoten, constateert het rapport. Oftewel 16 kilo per bezoeker, twee keer zo veel als het Gugenheim in Bilbao. Drie kwart daarvan wordt veroorzaakt door de bezoekers van exposities, die voor het overweldigende merendeel uit het buitenland komen. Een situatie die op nationale schaal aangepakt zou moeten worden: van de 4 miljoen ton CO2 die het Louvre uitstoot wordt 99 procent veroorzaakt door de bezoekers.

    Voor het overige beschikt het Palais de Tokyo nog over de nodige manoeuvreerruimte, verzekert de directeur. Doel is 42 procent minder CO2-uitstoot in 2030. Eerst genomen beslissing in de zomer van 2023 was de sluiting van de glazen zaal op de begane grond, die tijdens grote hitte onbruikbaar is. De tienduizend vierkante meter met airco koelen is ondenkbaar. Het hele parcours is herzien: vanuit de frisse tuinen komt men binnen via het souterrain en de expositie van Laura Lamiel wordt omsloten door dikke muren. ‘Deze initiatieven helpen om het cynisme te doorbreken van de kunstwereld, waar veel over duurzaamheid wordt gesproken zonder werkelijk te beseffen wat er aan de hand is. Maar het belangrijkste is dat we een opwaartse spiraal creëren,’ vervolgt Guillaume Désanges. ‘Het Palais is een levend ecosysteem dat niet als monocultuur mag worden gebruikt, maar waar de gebruiksintensiteit varieert en er soms ruimte onbenut blijft.’

    Op het programma van dit duurzame Palais staat een intensievere dialoog met andere instellingen en het afwijzen van ‘concurrentiestrategieën zodat de artistieke en intellectuele inbreng voorrang krijgt. Altijd haantje de voorste zijn? Die logica is zijn doel voorbijgeschoten. Wij houden ons liever aan de tijd van de kunstenaars.’ En ook aan hun vergroeningstempo, dat ze zichzelf inmiddels heel vaak opleggen. Zo heeft Davide Balula het project Artists Commit gelanceerd, dat de voetafdruk van een expositie haarfijn wil analyseren.

    Grote oceaanstomer

    Bij musea met oude kunst speelt deze aandrang minder. Hoe kunnen we deze grote oceaanstomers een draai laten maken? ‘Bij al onze projecten houden we de energietransitie in het oog; daar staan we met onze teams dagelijks bij stil,’ verzekert Virginie Donzeau, directielid van het Musée d’Orsay.

    ’s Winters één graad minder, ’s zomers één graad meer: eind 2021 heeft Orsay een plan aangenomen voor een haarfijne afstelling van verwarming en airconditioning, aldus Donzeau. Resultaat is dat de energiekosten in de winter van 2022 met 16 procent zijn gedaald. Er zal onder geen beding een beroep worden gedaan op de uitzonderingsclausule voor monumenten die in het energiedecreet van 2019 is opgenomen: voor 2024 wordt gemikt op een daling van het energiegebruik met 25 procent, en voor 2050 met 60 procent, conform de eisen die het decreet stelt aan alle openbare gebouwen van meer dan duizend vierkante meter. ‘Ons gebouw, een spoorstation uit de negentiende eeuw dat aan vier windrichtingen is blootgesteld, is onze grootste uitdaging, maar we zien die complicatie ook als een kans,’ verzekert Donzeau.

    In alle tentoonstellingszalen is inmiddels ledverlichting aangebracht, en de andere ruimtes zullen binnenkort volgen. De renovatie van de entree zal het verbruik ook doen dalen. Er wordt zelfs aan gedeeltelijke geothermie gedacht. ‘De daling van de CO2-uitstoot die in 2022 is gerealiseerd heeft ons een beetje verrast,’ vervolgt ze, ‘want die is nogal contra-intuïtief. Als je de bezoekers niet meetelt komen de exposities zelf pas op de vierde plaats qua energieverbruik, na het gebouw, de winkelactiviteiten en de horeca.’ Transporteurs bewegen tot verduurzaming van hun wagenpark, met verzekeraars onderhandelen om een of twee kunstwerken meer in dezelfde vrachtwagen of hetzelfde vliegtuig te mogen vervoeren, elk detail wordt onder de loep genomen om de uitstoot van broeikasgassen tussen nu en 2030 met 30 procent te verminderen.

    Het beheer van de museumcollecties, waar nog heel wat werk aan de winkel is, blijft een knelpunt

    Origineler is nog dat het museum een project heeft geïnitieerd voor vergroening van de oevers van de Seine in Argentueil in het departement Val d’Oise, naar voorbeeld van de impressionistische doeken waarop het destijds nog ongerepte landschap staat afgebeeld.

    Maar er blijft een knelpunt, namelijk het beheer van de museumcollecties, waar nog heel wat werk aan de winkel is. Zelfs de International Council of Museums breekt zich daar het hoofd over: ‘Sommige normen voor preventieve conservering dateren van dertig jaar geleden. Zijn die nog valide en werkbaar in de huidige tijd?’ Sandra Patron gaat nog verder: ‘Kun je nog werken in koelcellen conserveren à raison van 15.000 euro per jaar? Je moet verder durven denken, zelfs als dat in strijd is met de regels.’

    Lees ook:

  • Leidt het abajaverbod op Franse scholen tot minder radicalisering?

    Leidt het abajaverbod op Franse scholen tot minder radicalisering?

    Onlangs werd de abaja, een jurk die islamitische vrouwen dragen, verboden op Franse scholen. Een goede maatregel, aldus docent Iannis Roder. ‘Elk kind heeft het recht zich te bevrijden van religieuze druk.’ Verre van, werpt socioloog Agnès de Féo tegen. ‘Een verbod werkt averechts.’

    Ja: ‘Het dragen van een abaja is een politiek gebaar’

    In 2004 werd in Frankrijk een verbod ingevoerd op het dragen van opvallende symbolen en kleding waarmee leerlingen uiting geven aan hun geloofsovertuiging. Het is verstandig dat minister van Onderwijs Gabriel Attal deze wet ook heeft toegepast op de abaja, schrijft Iannis Roder in een opiniestuk in Le Monde. ‘Hoewel de opkomst van dit kledingstuk al in 2010 werd gesignaleerd op een paar scholen in [het departement] Seine-Saint-Denis, heeft het dragen ervan zich pas kort geleden aanzienlijk verspreid,’ aldus de docent geschiedenis en aardrijkskunde.

    ‘Om de wet niet te overtreden beweren sommige leerlingen dat het dragen van deze jurk geen religieuze betekenis heeft. Hun argument is dat het een “gewone jurk” is, die alleen “culturele en geen religieuze betekenis” heeft. Wie proberen ze voor de gek te houden?’ vraagt Roder zich af. ‘Deze jonge meisjes (…) herhalen gewoon islamistische retoriek, met als doel het ondermijnen van het schoolsysteem van de Republiek, dat een gevaar vormt voor de politieke islam omdat het toegang biedt tot individuele vrijheid door middel van kennis.’

    Volgens Roder zijn er genoeg aanwijzingen dat de abaja wel degelijk een religieus symbool is, zelfs een dat vrouwen onderdrukt. ‘De abaja wordt vaak gedragen om te voldoen aan religieuze normen die vereisen dat vrouwen “respectabel” en dus “bescheiden” zijn. Dit concept kleineert vrouwen, die van nature schuldig zouden zijn; van hen wordt verwacht dat ze hun vormen verbergen – zoals de sluier hun haar verbergt – voor de blikken van mannen, omdat ze anders het risico lopen minachting, woede of zelfs geweld op te wekken.’

    ‘Dit is het doel van de wet van 15 maart 2004: jonge burgers in opleiding beschermen tegen druk tijdens schooltijd’

    Roder stelt dat sommige islamitische jongeren in Frankrijk door groepsdruk ten prooi vallen aan het islamisme. ‘Het dragen van de abaja (…) is een politiek gebaar, dat meer te maken heeft met het dragen van een uniform dan met stijl of elegantie: met deze kleding kunnen meisjes zich onderscheiden, en dus elkaar herkennen, terwijl ze zich onderwerpen aan gedragsregels die horen bij een gedachtengoed dat vreemd is aan dat van Frankrijk.’

    Roder vervolgt: ‘Er is geen garantie dat sommigen dit niet onder druk doen, of het nu direct of indirect is, door sociale controle vanuit hun directe omgeving, die een boodschap uitdraagt die in strijd is met het gelijkheidsbeginsel van de Franse Republiek. Dit is het doel van de wet van 15 maart 2004: jonge burgers in opleiding beschermen tegen druk tijdens schooltijd.’

    ‘Dus ja, dit soort kleding moet op Franse scholen worden verboden,’ concludeert de leraar. ‘Daar heeft elk kind het recht om de kans te krijgen zich te bevrijden van het determinisme, om te profiteren van de “seculiere ademruimte” die de filosoof Catherine Kintzler zo dierbaar is. Op school zijn jongeren niet langer alleen kinderen van hun ouders en hun omgeving; het zijn leerlingen, die hun vrije wil en autonomie ontwikkelen, vrij van het gewicht van wat hen op andere momenten beperkt; maar alleen zolang de schooldag duurt, want niets verbiedt leerlingen om als ze de school eenmaal hebben verlaten te dragen wat ze willen.’


    Nee: ‘De regering heeft het boemerangeffect van dwingende wetten niet begrepen’

    Het verbieden van de abaja op scholen is contraproductief, schrijft socioloog Agnès de Féo in dezelfde krant. Net als bij het verbod op de boerka in 2009 ‘zijn niet de vrouwen het onderwerp van discussie, maar het kledingstuk dat ze dragen (abaja, boerka), een object dat de integriteit van de natie zou bedreigen. Een karikaturale voorstelling waar je om zou kunnen lachen, als ze niet zo populair was bij een groot deel van de Fransen en overgenomen werd door politieke figuren, die terloops hun obsessie blootgeven met het lichaam van moslimvrouwen sinds de koloniale tijd,’ stelt de socioloog, die aan de Universiteit van Aix-Marseille onderzoek doet naar de Arabische en islamitische wereld.

    ‘Over de draagsters zelf wordt weinig gesproken. Zij blijven de grote onbekenden in de speculaties over hun kleding. Dat deze meisjes worden verdacht van een complot tegen het schoolsysteem, wijst op een overschatting van een marginaal fenomeen onder jongeren, dat vooralsnog ongevaarlijk is.’

    Maar ook De Féo stelt vast dat de jurk om religieuze redenen wordt gedragen: ‘Laten we meteen duidelijk zijn: de abaja is wel degelijk een religieus symbool, ook al ontkennen de meisjes in kwestie dat. Door onnozel te beweren dat de abaja niet een religieus maar een traditioneel kledingstuk is, spelen deze tienermeisjes met de “veelvormigheid” ervan. De elegante jurken die vooral in de Golfstaten worden gedragen, worden inderdaad “abaja‘s” genoemd, maar die term heeft in Frankrijk een heel andere betekenis. Met zijn kuise vorm, effen kleuren, gebrek aan borduursels en vaak elastische manchetten past de abaja bij het beeld van de vrome moslimvrouw,’ schrijft De Féo.

    De maatregelen hebben alleen maar bijgedragen aan de zo betreurde naar binnen gekeerde houding, het groepsdenken en het separatisme

    ‘Ook al wordt de abaja – uit zijn context – gezien als een gewone jurk, in Frankrijk wordt hij gedragen vanwege zijn islamitische betekenis. De meisjes die hierin naar school gaan, zouden dus logischerwijs onder het verbod van de wet van 2004 moeten vallen. (…) Dat neemt niet weg dat de abaja nu juist door dat “rebellerende” aspect een gewild kledingstuk is geworden (net als de nikab, toen die in 2010 verboden werd): de meisjes die hem dragen, drukken hun trots uit om moslim te zijn, ondanks de obsessie van de maatschappij om ze uit de publieke arena te wissen,’ analyseert De Féo.

    ‘Hun vastberadenheid om een abaja te dragen gaat gepaard met uitspraken als “ik doe wat ik wil, niemand beslist hoe ik me kleed” of feministische slogans zoals het beroemde “mijn lichaam, mijn keuze”. De kleding mag dan religieus zijn, de boodschap is dat veel minder: deze jonge vrouwen vechten voor hun rechten in een maatschappij waarin ze het gevoel hebben niet gerespecteerd te worden.’

    Dit gevoel zorgt er volgens de socioloog voor dat religieuze symbolen alleen maar populairder worden. ‘Negentien jaar geleden was het verbod op religieuze symbolen in openbare scholen bedoeld om de hoofddoek uit het schoolsysteem te verwijderen. Dit heeft echter geleid tot een toename van het aantal hoofddoeken in de openbare ruimte, en tot de oprichting van scholen met een islamitische denominatie. (….) De zichtbaarheid van islamitische symbolen onder jongeren moeten we niet langer zien als enkel een religieuze uiting, maar als verzet tegen de terugkerende discussies die deze al meer dan twee decennia proberen te verbieden. Door de afkeer en de maatregelen die islamitische kleding oproept, is ze een middel geworden om normen te overschrijden – tegenwoordig zelfs het enige soort kleding dat “de burgerij choqueert”.’

    De Franse regering heeft niet geleerd van eerdere mislukkingen, stelt De Féo. ‘Ze heeft het boemerangeffect niet begrepen van dwangwetten die het zichtbaar belijden van de islam in de maatschappij alleen maar sterker hebben gemaakt, in plaats van er een einde aan te maken. Integendeel, de maatregelen hebben alleen maar bijgedragen aan de zo betreurde naar binnen gekeerde houding, het groepsdenken en het separatisme. Dit weerhoudt de regering er echter niet van het verbod te herhalen, met een nieuwe maatregel die de abaja zal omtoveren tot een protesttrend, die het aantal dragers zal vermenigvuldigen op de universiteit en in de openbare ruimte, en die burgerlijke ongehoorzaamheid zal aanmoedigen. En die natuurlijk het publiek van TikTok-predikers zal vergroten, die voor jonge vrouwen in abaja gelden als de belichaming van de oppositie die zij aanhangen – en die hen helpen het stigma op zijn kop te zetten.’

    ‘Vergeet niet dat de ronselaars van IS de wet van 2010 gebruikten om vrouwen ertoe over te halen zich aan te melden in Syrië en Irak,’ schrijft De Féo ten slotte. ‘In plaats van te speculeren over de abaja en er een nieuwe kruistocht van te maken, zou het een goed idee zijn om de betekenis van het kledingstuk over te laten aan de persoonlijke opvatting van de vrouwen die haar dragen – iets waar politici vandaag de dag niet toe in staat zijn, ongeduldig als ze zijn om op de onderbuik van de kiezers in te spelen. De Franse regering, die zich op de wetten van 1905 en 2004 beroept om “de waarden van de Republiek te beschermen” tegen een jurk voor tienermeiden, toont haar grote zwakte en gebrek aan initiatief als het aankomt op het werken aan een vreedzaam samenleven, waarbij ruimte is voor verschil.’

    Lees ook:

  • Frans hof houdt abajaverbod in stand

    Frans hof houdt abajaverbod in stand

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » ‘Musk blokkeerde Oekraïense drone-aanval op Rusland’

    » NAVO: Rusland niet betrokken bij mogelijke drone-aanval op Roemenië

    Volgens het hof is het kledingstuk een religieus symbool

    Een hogere bestuursrechter in Frankrijk heeft zich donderdag achter het Franse regeringsdecreet geschaard waarmee het kinderen op openbare scholen verboden wordt om de abaja te dragen, zo schrijft Le Monde. De abaja wordt door sommige moslimvrouwen gedragen. Tegenstanders van het verbod spreken van discriminatie.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Volgens de rechter is het verbod geen ‘ernstige en duidelijk illegale inbreuk op een fundamentele vrijheid’. Sinds 2004 mogen middelbare schoolleerlingen in Frankrijk geen zichtbare religieuze symbolen dragen, zoals christelijke kruizen, joodse keppeltjes of islamitische hoofddoeken. De abaja werd niet als religieus gezien, tot eerder dit jaar.

    Volgens critici is het verbod discriminatie en een nieuwe manier om moslims in Frankrijk aan te pakken. Een moslimrechtengroepering had de zaak aangespannen. Of zij nog verder in beroep gaan tegen de uitspraak is onduidelijk.

    Lees ook:

  • De ontvoering van een Nederlandse narco onthulde een internationaal netwerk

    De ontvoering van een Nederlandse narco onthulde een internationaal netwerk

    In augustus 2020 werd de Nederlandse drugsbaron Jamal B., codenaam ‘Partymaster’, ontvoerd in Marbella – waarschijnlijk door rivalen. Onderschepte berichten van de handlangers die naar hem op zoek gingen, brachten de Nederlandse, Belgische en Franse politie op het spoor van een grensoverstijgend drugsnetwerk.

    Hij noemde zichzelf ‘Partymaster’. Volgens de Europese politie was de Nederlander bezig met grootschalige cocaïnehandel. Jamal B., 31 jaar oud, was een doelwit met ‘zeer hoog internationaal aanzien’ en een drugsbaron binnen de criminele groepen die bekendstaan als de Mocro Maffia, wat door zijn familie wordt betwist. Hij woonde in Dubai en Andalusië in Spanje en hield er een luxe levensstijl op na. Het was in Spanje, op de hoek van een klein straatje in de jachthaven van Puerto Banus in Marbella, dat zijn rijzende ster onder de narco’s doofde, toen hij op de avond van 22 augustus 2020 in zijn Mercedes-AMG terreinwagen terugkeerde van een avondje uit in een restaurant met zijn vrouw en kinderen.

    Onder het voorwendsel van een routinematige verkeerscontrole hielden acht mannen, vermomd als politieagenten, zijn voertuig aan, sleepten de bestuurder eruit, sloegen hem in elkaar en namen hem mee. Van Jamal B. is sindsdien niets meer vernomen. Zijn handlangers zijn hun Partymaster kwijt. Maar in narcokringen kan zo’n ontvoering niet lang onbeantwoord blijven.

    Zijn familie, die hem neerzet als een eerlijke zakenman met een succesvol vastgoedbedrijf, heeft zelf een onderzoek ingesteld met de hulp van een privédetective. Ze hebben een beloning van 100.000 euro uitgeloofd voor alle informatie die leidt naar de verblijfplaats van de vermiste jonge vader. Maar de familie is niet de enige die zich zorgen maakt. Ook zijn naaste contacten ondernemen actie op gecodeerde-berichtendiensten die ze gebruiken voor het organiseren van hun handel.

    De meesten van hen zijn Nederlandstalig, maar een handvol medewerkers wisselt informatie uit in het Frans. Toegang tot hun gesprekken, vastgelegd op bewakings- en geluidsopnames, leverde de politie bewijs van de samenwerking van Franse drugshandelaren met de Mocro Maffia. Die naam wordt gebruikt voor criminele groepen die deels bestaan uit Nederlanders van Marokkaanse afkomst die ooit begonnen in de cannabishandel en vervolgens overstapten naar de cocaïnehandel in Noord-Europa.

    Gewelddadige verdwijning

    De zaak toont de vele contacten aan tussen teams van criminelen met verschillende achtergronden die grensoverschrijdend werken, zakendoen of conflicten uitvechten – afhankelijk van het belang van de handel – en schetst de contouren van de geglobaliseerde georganiseerde misdaad.

    Gedurende enkele maanden hadden Nederlandse, Belgische en Franse rechercheurs toegang tot gesprekken tussen gebruikers van de versleutelde-berichtendienst EncroChat. Het was vooral via dit kanaal dat Jamal B. met de gebruikersnaam Partymaster – hij wordt ook wel ‘Lambo’ genoemd – orders gaf, bestellingen plaatste en toezicht hield op de beveiliging van de illegale handel die naar schatting enkele miljoenen euro’s per jaar bedroeg.

    Drie Franse handelaren waren het meest actief. Zij reageerden het snelst op de plotselinge verdwijning van hun Nederlandse collega. Mohamed A., alias ‘Stabblelizard’, is bekend bij rechercheurs van de drugsbestrijdingsdienst in Straatsburg. Vanuit zijn bolwerk in de Elzas is hij betrokken bij verschillende grote cocaïnetransacties. Hij was de eerste die voorstelde om een gewapend commando op te zetten om Partymaster op te sporen en te bevrijden. Karim H., bekend als ‘Serialscarab’, staat dicht bij de georganiseerde misdaad en opereert in de regio tussen Lyon en Zwitserland. Hocine C., bekend als ‘Pakwat’ of ‘Surealpinguin’, wordt ervan verdacht te hebben bijgedragen aan de business van het trio, door rekeningen te vereffenen en door zijn banden met partners in de Dominicaanse Republiek.

    ‘Help ons alsjeblieft, het is belangrijk wallah, we hebben geen informatie, ik denk dat het Fransen zijn’

    Op 23 augustus 2020 reageerde Mohamed A. op het nieuws dat Jamal B. was ontvoerd: ‘Salam, het is goed bro, ik heb je nodig. Ik denk dat ze Lambo hebben ontvoerd. Het gaat om een team nepagenten uit Marbella en probeer er alsjeblieft achter te komen wie het zijn of geef ze mijn contactgegevens. Zie je, ik kan onderhandelen met hen. Help ons alsjeblieft, het is belangrijk wallah [ik zweer het je], we hebben geen informatie, ik denk dat het Fransen zijn.’

    Om er zeker van te zijn, stapte Mohamed A. in zijn auto en ging op weg naar Andalusië. Hij had geen idee dat zijn zwarte Volkswagen Golf met GPS in de gaten werd gehouden door de Franse rechercheurs. Toen hij in Marbella aankwam, ontmoette hij Karim H. Samen stelden ze zich op de hoogte van de entourage van Jamal B. en probeerden ze het mysterie van zijn gewelddadige verdwijning te ontrafelen.

    ‘Zeer professioneel’

    Er komt wat informatie los over de ontvoering: de ontvoerders zouden 20 miljoen euro losgeld willen voor de vrijlating van Partymaster. Geruchten gingen eerst over ‘mensen uit Marseille’, toen over ‘Bulgaren’, voordat werd gespeculeerd over een ‘team uit Oost-Europa’. Vervolgens – met grotere zekerheid – over ‘een Fransman’, en zelfs de naam van Ridouan Taghi werd genoemd. Hij is de meest bekende en gevreesde figuur van de Mocro Maffia, en wordt ervan verdacht opdracht te hebben gegeven voor talrijke moorden, waaronder die op een advocaat en een journalist. Momenteel staat hij terecht in Amsterdam. Wie er ook achter zit, Karim H. schrijft: ‘Ze laten hem niet zomaar gaan.’

    Toen ze zich realiseerden dat EncroChat ‘gekraakt’ was, stapte de Franse groep in juni 2020 over op berichtendienst Sky ECC, waarbij ze ook hun pseudoniemen veranderden. Sky ECC werd daarna ook gedecodeerd door de politie. Uit de chats blijken ieders rol en activiteiten.

    ‘Zeer professioneel in het gebruik van hun communicatiemiddelen (PGP oftewel Pretty Good Privacy, een algoritme voor het versleutelen van gegevens) en hoog in de hiërarchie van drugshandelaren, zijn deze personen betrokken bij de massale invoer van verdovende middelen, via de rip-offmethode en het plaatsen van drugs in legale zendingen of door het gebruik van voertuigen uitgerust met een verborgen opslagruimte,’ is de conclusie in het politierapport over Hocine C., Karim H. en Mohamed A.

    De rechercheurs houden Mohamed A. nauwlettend in de gaten

    De drie Fransen besteden veel zorg aan vertrouwelijkheid en beveiliging. Ze waken erover zowel tijdens hun reizen – waarbij ze meerdere keren van auto wisselen – als tijdens hun ontmoetingen, die plaatsvinden in ondergrondse parkeergarages of benzinestations buiten het bereik van bewakingscamera’s. Maar de rechercheurs houden Mohamed A. nauwlettend in de gaten. In een paar maanden tijd maakt hij minstens twee reizen naar Nederland, voorafgegaan door de Peugeot 106 van een vriend als verkenningsvoertuig, met het oog op het terugbrengen van de ‘handel’ naar Frankrijk.

    Zijn Volkswagen Golf, uitgerust met afluisterapparatuur, is het middelpunt van frequente discussies over de toekomst van Partymaster, maar ook over witwasoperaties via vastgoedbedrijven (percelen grond, appartementen en dergelijke) en de doorverkoop van luxe auto’s. Dit alles voorziet de drie Fransen van een comfortabel inkomen.

    ‘De grootste vis van Europa’

    Maar deze winstgevende operaties, onder toezicht van Nederlandse groepen – en Partymaster in het bijzonder – weerhouden de Franse narco’s er niet van om ook hun sombere momenten te hebben. En die uiten ze op hun messaging-netwerk. ‘Het leven als handelaar is niet makkelijk, alleen in films lijkt het leuk,’ zegt Karim H. ‘Jij denkt dat de affs [gebeurtenissen] mogelijk door encro komen? Maar dan is het toch vreemd dat het niet in de krant staat,’ antwoordt Hocine C. ‘De telefoon van Lambo moet afgeluisterd zijn geweest,’ benadrukt Karim H., die ervan overtuigd is dat hij nu wordt beschouwd als ‘de grootste vis van Europa’. Op dezelfde dag zoeken ze op internet naar de straffen voor overtredingen begaan door een georganiseerde bende.

    Het trio is enigszins voorspelbaar: door hen zo op de voet te volgen, zien de rechercheurs kans om actie te ondernemen. Op 16 november 2021 verplaatst Karim H. zakjes drugs van kluis naar kluis in een ondergrondse parkeergarage in Schiltigheim, een buitenwijk van Straatsburg, als hij wordt aangehouden door politieagenten van de antidrugsbrigade.

    Volgens een smokkelaar uit Le Havre is Jamal B. ‘de man met het meeste geld in Europa’

    Volgens het parket van Parijs zijn tot nu toe negen mensen aangeklaagd in deze zaak, na een gerechtelijk onderzoek dat een jaar eerder, op 25 november 2020, begon. De meervoudige aanklachten betreffen georganiseerde invoer van drugs, drugshandel, criminele samenzwering, witwassen van drugsgeld en georganiseerde ontvoering.

    Terwijl het onderzoek in Parijs wordt voortgezet onder auspiciën van Junalco, de Franse nationale rechtbank belast met de strijd tegen de georganiseerde misdaad, is er in Spanje nog geen spoor van Partymaster gevonden. 

    De Spaanse krant El Confidencial onthulde dat in 2022 zes mannen – waaronder Franse staatsburgers die bij de Franse justitie vooral bekend waren vanwege wapenhandel – gearresteerd werden door de Andalusische politie. Door een procedurefout werden ze echter vrijgelaten. 

    De zaak wordt zeer nauwlettend gevolgd door zowel de autoriteiten als de rechercheteams. In een ander dossier noemt een smokkelaar uit Le Havre – die inmiddels op de vlucht is – Jamal B. ‘de man met het meeste geld in Europa’.

    Lees ook:

  • Onrust in Frankrijk houdt aan, huis burgemeester aangevallen

    Onrust in Frankrijk houdt aan, huis burgemeester aangevallen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Limiet voor Twittergebruikers na ‘noodmaatregel’ Elon Musk

    » Bolivia sluit miljardendeal met Rusland en China om lithium

    Gepland staatsbezoek van Macron aan Duitsland is afgezegd

    In Frankrijk is het al zes dagen op rij zeer onrustig. In steden door heel Frankrijk protesteren jongeren op vaak gewelddadige wijze tegen politiegeweld, nadat een zeventienjarige jongen was doodgeschoten door een politieagent. In de nacht van zaterdag op zondag werd het huis van de burgemeester van de Parijse voorstad L’Hay-les-Roses doelwit van een aanval, meldt Le Monde.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De burgemeester in kwestie was op het moment dat het gebeurde niet thuis. Zijn vrouw en kinderen wel; zij ontvluchtten het huis nadat betogers met een auto hun tuin waren ingereden. Tijdens de vluchtpoging werd er vuurwerk op de vrouw en kinderen afgevuurd, zij raakten gewond bij de actie die door premier Borne veroordeeld is.

    De oma van de zeventienjarige jongen die dinsdag werd doodgeschoten heeft de rellende jongeren in Frankrijk gevraagd te stoppen met het geweld. Ze zei hun woede te begrijpen, maar benadrukte dat het vernielen van bussen, bushokjes en scholen niet helpt. President Emmanuel Macron heeft zijn staatsbezoek aan Duitsland vanwege de aanhoudende rellen afgezegd.

    Lees ook:

  • Deze man redde Hannah Arendt, Max Ernst en Marc Chagall van de nazi’s

    Deze man redde Hannah Arendt, Max Ernst en Marc Chagall van de nazi’s

    De schijnbare tegenstelling tussen goed en kwaad in de Tweede Wereldoorlog is het perfecte speelterrein voor de Duits-Amerikaanse schrijver Anna Winger, de vrouw achter de serie Transatlantic. Via haar vader kwam ze op het spoor van het verhaal van de Amerikaanse Varian Fry, die in Zuid-Frankrijk veel Joodse migranten, onder wie kunstenaars en intellectuelen, heeft gered.

    Marseille, 1940. In een elegante, enigszins vervallen villa aan de rand van de stad geeft de Duitse kunstenaar Max Ernst een chic verjaardagsfeestje. Zelf draagt hij een hoofdtooi van paarse veren, zijn gasten dragen papieren hoedjes, maskers en absurde brillen. Eén vrouw ziet eruit alsof ze zo uit een surrealistisch schilderij van Ernst is gestapt, met haar tooi die lijkt op een hand. Er wordt getafeld, gepraat en gedanst alsof er geen zorgen zijn. Je zou bijna vergeten dat de feestgangers op de vlucht zijn voor het fascisme, dat ze hun vaderland kwijt zijn en in levensgevaar verkeren. Dat ze in Zuid-Frankrijk wachten om te kunnen vertrekken naar Amerika, waar ze eindelijk veilig zullen zijn.

    Wiki 1
    Anna Winger is een Amerikaanse producent, en bedenker van de televisiedrama’s Deutschland 83, Deutschland 86, Deutschland 89 en Unorthodox. Ze is medeschrijver van Transatlantic, geproduceerd voor Netflix en uitgezonden in 2023. – © Wiki

    De Netflix-serie Transatlantic speelt zich af aan het begin van de Tweede Wereldoorlog, toen allerminst was te voorzien dat het Duitsland van Hitler die oorlog zou verliezen. Integendeel, alles wees erop dat de Duitse opmars amper te stuiten zou zijn. De VS waren nog neutraal en deden niet mee aan de oorlog. Ondertussen veroverde de Wehrmacht de buurlanden: eerst Polen, daarna Noorwegen, Denemarken, België en Nederland. Frankrijk capituleerde in juni 1940 en werd opgedeeld: in het noorden en westen regeerde de Duitse bezetter, in het zuiden het door de nazi’s geïnstalleerde Vichy-regime. In Italië, Spanje, Portugal en Griekenland heersten fascistische dictaturen.

    Gouden gloed

    Transatlantic speelt zich dus af in een van de donkerste periodes uit de Europese geschiedenis, en toch wordt er gelachen en gedronken. Niet alleen op die feestavond, maar ook op andere momenten dragen mensen elegante jurken en pakken. Ze filosoferen en wandelen door de overwoekerde tuin van de villa, zwemmen naakt in het zwembad en drinken rode wijn. Boven dit alles schijnt de Zuid-Franse zon met zijn weergaloze licht, dat zelfs de grootste menselijke verdorvenheid nog in een gouden gloed zet. Die schijnbare tegenstelling is het perfecte speelterrein voor de Duits-Amerikaanse schrijver en serieproducent Anna Winger, die achter dit project schuilgaat. Winger weet het een en ander over personages op de vlucht – in haar bekroonde series wordt de wereld van de hoofdpersonen altijd op z’n kop gezet.

    Het verhaal van Transatlantic begint in Berlijn, de stad waar Winger al vele jaren woont. ‘Jaren geleden liep ik met mijn vader door Berlijn, en toen wees hij me op de Varian-Fry-Strasse, een zijstraatje vlak bij de Potsdamer Platz,’ vertelt ze. ‘De naam zei me niets, maar mijn vader vertelde hoe Fry in Zuid-Frankrijk veel migranten, onder wie kunstenaars en intellectuelen, had geholpen om Europa te ontvluchten.’ Wingers vader, hoogleraar antropologie aan Harvard, had jaren eerder twee van deze vluchtelingen ontmoet: sociaal wetenschapper Albert Hirschman en verzetsstrijdster Lisa Fittko. Zij hadden hem verteld over hun wilde ontsnapping. ‘Zou dat geen materiaal zijn voor een televisieserie?’ vroeg Winger senior zijn dochter.

    6qay1t6hfwlp 42991823
    © Netflix

    Enige tijd later moest Winger terugdenken aan dat gesprek. Ze begon onderzoek te doen en stuitte op het verhaal van een grootschalige hulpactie die bijna vergeten was, ook al waren er veel bekende namen aan verbonden.

    Nog voor de oorlog begon, in de jaren dertig, verlieten honderdduizenden mensen Duitsland. Velen van hen vluchtten naar Parijs. Toen Duitsland in de zomer van 1940 Frankrijk bezette, werd die ballingschap een val: volgens de wapenstilstandsovereenkomst waren de Fransen verplicht iedereen uit te leveren die op de opsporingslijst van de Gestapo stond. In het zuiden van Frankrijk, waar het Vichy-regime nog enkele ontsnappingsmogelijkheden bood, verzamelden zich wanhopige vluchtelingen, op zoek naar een uitweg. Het werd vooral druk in Marseille, waar een mogelijke doortocht per schip naar de VS lonkte. Maar er mochten maar weinig mensen aan boord, want ondanks de dramatische situatie bleven de VS uiterst restrictief met het afgeven van visa.

    Joodse emigranten

    Het Emergency Rescue Committee, opgericht in New York door Amerikanen en Joodse emigranten, wist uiteindelijk met behulp van Eleanor Roosevelt, de vrouw van de president, het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken zover te krijgen om ten minste tweehonderd mensen uit Frankrijk toe te laten tot de VS. Varian Fry, die als redacteur werkte voor een non-profitorganisatie, moest het plan in goede banen leiden. Eenmaal in Marseille realiseerde Fry zich dat er nog veel meer mensen in nood verkeerden en dat het Amerikaanse consulaat niet mee zou helpen om hen te redden.

    Ondanks de dramatische situatie bleven de VS uiterst restrictief met het afgeven van visa

    Samen met andere Amerikanen en vluchtelingen in Frankrijk begon hij in het geheim mensen het land uit te smokkelen. Soms over land via de Pyreneeën naar Spanje en vandaar naar Portugal, soms vermomd als soldaten op een Frans legervaartuig. Een voormalige cartoonist werd ingehuurd om documenten te vervalsen en een medewerker van het Amerikaanse consulaat gaf stiekem visa af.

    Fry en zijn medewerkers wisten op deze manier uiteindelijk meer dan tweeduizend mensen te helpen ontsnappen, onder wie veel prominente kunstenaars en intellectuelen zoals Hannah Arendt, Max Ernst en Marc Chagall. Uiteindelijk werd Fry in december 1940 door de Franse politie gearresteerd. Na zijn vrijlating zette hij zijn werk voort, totdat hij in 1941 opnieuw werd opgepakt en het land uit werd gezet.

    6cc6fplx55p9 3651583439
    © Netflix

    Hoe kijkt Anna Winger, als Amerikaanse die in Duitsland woont en werkt, naar dit verhaal? ‘Het verhaal van Varian Fry herinnert ons eraan hoe moeilijk de VS het vonden om zich in de oorlog te mengen, vanwege de nazidreiging,’ zegt ze. Dit is waarschijnlijk de reden, denkt Winger, waarom Fry tijdens zijn leven niet werd geëerd voor zijn prestaties. ‘Ik denk dat men, toen de oorlog was afgelopen, vooruit wilde kijken en zich niet bezig wilde houden met de terughoudendheid van de VS.’ Varian Fry stierf in 1967 op 59-jarige leeftijd, vrijwel vergeten door het publiek. Pas in 1994 kende Yad Vashem hem de eretitel ‘Rechtvaardige onder de Volkeren’ toe.

    Varian Fry wist meer dan tweeduizend mensen te helpen ontsnappen

    Fry werd in het verleden al wel eens herdacht met een documentaire en een tentoonstelling, maar door Transatlantic wordt hij nu ook bekend bij een breder publiek. De zeven afleveringen van de serie volgen niet de conventionele dramaturgie waarmee historisch materiaal vaak in een vertelling wordt geperst, met doorgaans de opdracht om de geschiedenis als een beknopt, afgesloten hoofdstuk te presenteren. Winger kiest voor een speelsere benadering. Zo kan ook een schurk als de Amerikaanse consul-generaal Graham Patterson schitteren in zijn rol als geldwolf die probeert munt te slaan uit de verwarrende omstandigheden. Ze gunt de jonge Albert Hirschman een liefdesrelatie met de Amerikaanse miljonairsdochter Mary Jayne Gold, laat Lisa Fittko verliefd worden op een zwarte hotelconciërge en speelt met diverse aspecten uit het spionage- en gevangenisgenre.

    Sluier van melancholie

    Winger vertelt dat films uit de vroege jaren veertig haar schrijfproces hebben beïnvloed. Zoals Casablanca, de klassieker uit 1942 waarin Humphrey Bogart een nachtclubeigenaar speelt die niet betrokken wil worden bij de strijd tegen de nazi’s en daarmee symbool staat voor de houding van de VS aan het begin van de oorlog. Veel personages in die film werden gespeeld door echte Duitse en Oostenrijkse emigranten. ‘Een opmerkelijke mix van genres,’ zegt Winger. ‘En daardoor spannend, grappig, tragisch en romantisch tegelijk. Ik vind het ontroerend dat dit soort films gemaakt kon worden terwijl de wereld aan het instorten was.’

    In haar eigen serie vermijdt Winger gelukkig het didactische aspect dat inherent kan zijn aan historisch materiaal. Tegenover de duisternis van de tijd stelt ze de viering van het leven en de creativiteit, zonder de dramatische situatie te bagatelliseren. Over alles ligt een sluier van melancholie, omdat iedereen weet dat thuis – in geografische en geestelijke zin – voorgoed verloren is. ‘Ik mis zelfs het Duitse weer,’ laat ze filosoof Hannah Arendt op een bepaald moment zeggen.

    EN US TS1 Main Vertical RGB PRE
    © Netflix

    Ondanks alle somberheid heeft Winger aan het verhaal van het Emergency Rescue Committee ook een positieve draai gegeven. Ze laat zich voor haar series graag inspireren door de blinde vlekken van de geschiedenis, zegt ze, door liefdesaffaires en gesprekken die voor het nageslacht onbekend zijn gebleven. In Transatlantic heeft Varian Fry – net als in de roman The Flight Portfolio (2019) van de Amerikaanse auteur Julie Orringer, die Winger gebruikte als basis voor haar serie – een affaire met een andere man. Toen het boek werd gepubliceerd zorgde dat voor een kleine controverse, omdat sommige historici betwijfelden of Fry, die twee keer getrouwd was en drie kinderen had, werkelijk homo was. Een van Fry’s zonen stuurde daarop een brief aan The New York Times waarin hij schreef dat zijn vader homoseksueel was, en dat de noodzaak om daarover te zwijgen diens leven had verwoest.

    In Transatlantic staan de liefde tussen hetzelfde geslacht en de liefde in het algemeen symbool voor de innerlijke vrijheid van de personages, ondanks – of juist dankzij – de moeilijke levensomstandigheden. In die zin kun je de serie zien als een historische utopie, niet in de laatste plaats tegen de achtergrond van de nieuwe vluchtelingengolf als gevolg van de oorlog in Oekraïne. In de woorden van Anna Winger: ‘Ik wilde een verhaal vertellen dat van de duisternis naar het licht voert.’

    Lees ook:

  • Grote onrust in Frankrijk na dood tiener in Parijse voorstad

    Grote onrust in Frankrijk na dood tiener in Parijse voorstad

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Woede in Arabische wereld na koranverbranding Zweden

    » Hooggerechtshof: Amerikaanse universiteiten mogen niet langer positief discrimineren

    De jongen van Algerijnse afkomst stierf door een politiekogel

    In voorsteden van Parijs en steden elders in Frankrijk is het al enkele dagen onrustig vanwege de dood van een zeventienjarige jongen. De jongen, Nahel, van Algerijnse afkomst, werd dinsdag van dichtbij doodgeschoten door een politieagent omdat hij weigerde mee te werken aan een politiecontrole. Sindsdien zijn er protesten en rellen uitgebroken, schrijft Le Parisien.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Naar aanleiding van de rellen heeft de Franse regering veertigduizend extra agenten ingezet om te helpen de rust te bewaken. Bij de rellen werd op grote schaal brandgesticht: zo gingen overheidsgebouwen, bussen en auto’s in vlammen op. Er wordt ook op vreedzame wijze gedemonstreerd, onder meer door nabestaanden van Nahel, die gerechtigheid eisen voor de dood van de tiener.

    Volgens de politie was de agent, die inmiddels is gearresteerd, genoodzaakt zijn vuurwapen te gebruiken omdat de jongen met zijn auto dreigde over hen heen te rijden. Videobeelden laten echter zien dat de jongen juist wegrijdt van de politie. De Franse president Emmanuel Macron heeft het schietincident veroordeeld en roept inwoners van de voorsteden op de kalmte te bewaren.

    Lees ook:

  • Gezonde levensstijl of verslaving? Steeds meer jongeren zijn geobsedeerd met spieren

    Gezonde levensstijl of verslaving? Steeds meer jongeren zijn geobsedeerd met spieren

    Ze eten extreem gezond, gaan vroeg naar bed, drinken geen alcohol en sporten drie tot vijf keer per week. Maar meer nog dan naar een sixpack hunkeren ze naar controle. Le Monde sprak enkele Franse jongeren over hun verlangen naar grotere spieren.

    Op zijn TikTokvideo’s wringt Simon zich in allerlei bochten om zijn spieren te tonen. Armen geheven in een rechte hoek, ellebogen gebogen, bollende biceps, uitpuilende aderen: de standaardhouding van een bodybuilder. Zijn video’s hebben altijd dezelfde hashtag: #15jaar. Dat is zijn leeftijd. Maar als je op zijn spieren afgaat, zou hij vijf jaar ouder kunnen zijn. Simon traint al vier jaar.

    Hij begon thuis ‘met lichaamsgewicht’, zonder apparatuur. Daarna ging hij over op street workout – een activiteit die het midden houdt tussen gymnastiek en bodybuilding en die vooral met apparaten in de open lucht wordt beoefend. Zes maanden geleden werd hij lid van een sportschool. Wat hij wil is ‘massa kweken’.

    Die uitdrukking is bij steeds meer jongeren te horen. 43 procent van de zestien- tot vijfentwintigjarigen doet aan bodybuilding, en daarmee is het de favoriete sport van Franse jongeren, aldus een enquête van UCPA-Crédoc in 2022 over sportieve vrijetijdsbesteding. Deze leeftijdsgroep vormt 40 procent van de abonnees van de fitnesscentra van Fitness Park. Bij Basic-Fit is dat zelfs om 50 procent. En volgens Fabien Rouget, business manager van de Franse tak van deze Frans-Nederlandse groep, neemt nu ook het aantal aanmeldingen van jongeren onder de achttien jaar toe.

    Tibo InShape en Juju Fitcats

    Sociale netwerken spelen ongetwijfeld een rol in deze rage. Victoire en Matthieu, zeventien en achttien jaar oud, steken hun bewondering voor Tibo InShape en Juju Fitcats, een toonaangevend fitnesskoppel met miljoenen abonnees en views op YouTube, niet onder stoelen of banken.

    ‘Ik keek veel naar de video’s van Tibo InShape toen ik begon met fitnessen. Hij is motiverend en heeft enorm veel energie,’ vertelt Matthieu. ‘En als je zijn lichaamsbouw ziet, dan krijg je er ook zin in!’ Victoire, zijn liefje in de stad en in de sportschool, hoopt stiekem dat ze op de twee influencers lijken. ‘Zij hebben elkaar ontmoet dankzij fitness en delen hun passie. Dat werkt inspirerend.’

    Deze jonge vrouw uit Rueil-Malmaison kwam door fitnessvideo’s op sociale media op het idee om met bodybuilding te beginnen. Behalve met de video’s van de hele groten met miljoenen volgers, staan TikTok en Instagram vol met filmpjes van ervaren of beginnende bodybuilders tijdens hun workout in de sportschool, of van hun fysieke transformatie in de loop der tijd. Op TikTok hebben de hashtags #muscu en #six-pack respectievelijk 2,6 miljard en 4,8 miljard views. Het is daardoor nog moeilijker om de lokroep van de fitnessapparaten te weerstaan.

    In het taalgebruik van jongeren komen we dezelfde begrippen tegen als in de fitnessvideo’s. Aan bodybuilding doen gaat niet alleen over het hebben van een droomlichaam, maar vooral over ‘zelfvertrouwen krijgen’, ‘gezonder zijn’ en ‘jezelf overtreffen’.

    Deze retoriek verbaast Guillaume Vallet niet. De hoogleraar economie aan de universiteit van Grenoble schreef vorig jaar La Fabrique du muscle, een boek met een sociaaleconomische analyse van de zoektocht naar het perfecte lichaam. ‘Het lichaam is de weg naar gezondheid. Als we erin slagen het te versterken en te vormen, zijn we beter voorbereid op de uitdagingen van het leven,’ zegt hij.

    Guillaume Vallet brengt de zoektocht naar spieren in verband met de opkomst van het kapitalisme

    Meer nog dan een puur esthetische zoektocht, gaat de rage van bodybuilding over een verlangen naar controle. Guillaume Vallet brengt de zoektocht naar spieren in verband met de opkomst van het kapitalisme. ‘Natuurlijk bestond de fascinatie voor spieren in esthetische zin al in de oude wereld. Maar sinds het midden van de negentiende eeuw, met de opkomst van het kapitalisme, worden spieren geassocieerd met het idee van een beter lichaam en betere prestaties. Ze werden een teken van vooruitgang.’

    Volgens de econoom hebben we sinds de jaren tachtig te maken met een nieuw tijdperk; het ‘kapitalisme van de kwetsbaarheid’. ‘Nu de staat zich terugtrekt worden individuen aan hun lot overgelaten. Ze moeten zelf ondernemen, hun leven opbouwen en er zin aan geven. Dat schept een hoop angsten en onzekerheden, waarop het getrainde en goed gevormde lichaam een antwoord geeft.’ Kortom: wie zijn lichaam beheerst, beheerst zijn leven. ‘Als je wilt, dan kun je het.’

    Het valt niet te ontkennen dat je een ijzeren wil nodig hebt om je lichaam te vormen. Simon, de vijftienjarige uit Nantes, gaat acht keer per week anderhalf tot twee uur naar de sportschool: één, soms twee keer per dag en dan ook nog een keer op zijn vrije dag. Elke sessie staat in het teken van de spiergroepen waaraan wordt gewerkt: de ene dag komen de biceps en de rug aan de beurt, de volgende dag de benen, dan de borstspieren en ga zo maar door. 

    Voor de tiener is krachttraining absolute prioriteit geworden. ‘Ik denk de hele dag aan de sport. Als ik moet kiezen tussen huiswerk en naar de sportschool gaan, ga ik liever trainen. Het is deel van mijn routine geworden, net als tandenpoetsen voor ik naar bed ga,’ zegt Simon. Zijn ascetische levensstijl gaat gepaard met een streng dieet met veel eiwitten (kipfilet, biefstuk, kwark, havermout) in combinatie met groenten en zetmeelrijke voedingsmiddelen, zo mogelijk volkoren. Weinig vet, geen suiker. Niet roken, geen alcohol natuurlijk, en goed slapen.

    Stereotypen

    Een tiener die evenwichtig eet, niet drinkt en niet uitgaat – daar droomt elke ouder van, toch? Voor Andrée, de moeder van Victoire, geldt dat niet. Voor haar grenst deze ijzeren discipline aan verslaving. ‘Laatst kwam Matthieu hier eten en toen zeiden ze: “Laten we snel eten, dan kunnen we gaan trainen.’ “Geen sprake van dat jullie tot 22.30 uur gaan trainen in de sportschool,” zei ik. “Dat gaat me echt te ver.”’

    Ondanks de argumenten van haar dochter over lichamelijk en geestelijk welzijn, stoort Andrée zich aan de cultus rond uiterlijkheid. ‘Je lichaam moet zus zijn, je haar en make-up zo, nagels moeten gedaan worden… Ik heb liever dat ze een boek leest,’ zegt ze.

    Misschien is Victoire er zich niet van bewust, maar een gespierd lichaam heeft voor vrouwen de eis van een dun lichaam vervangen. Jonge vrouwen praten net zo graag als jongens over het kweken van spiermassa en ook zij ontzeggen zich geen voedsel. Integendeel, ze weten dat ze calorieën moeten opslaan om aan te komen. Maar ze beseffen niet dat hun streeflichaam overeenkomt met uitgesproken genderstereotypen.

    ‘Als man ben je de beschermer, en dat betekent dat je fysiek imposant moet zijn’

    Marie, een zeventienjarige middelbare scholier uit de regio Parijs, weet precies wat ze wil. ‘Een ontwikkeld figuur, maar niet te veel spieren, zodat het vrouwelijk blijft. Het ideaal is een platte buik, gespierde dijen en rug, en een rond achterwerk.’ Jongens daarentegen werken wat meer aan hun bovenlichaam om brede schouders en grote borstspieren te krijgen. ‘Dat is mannelijk. Als man ben je de beschermer, en dat betekent dat je fysiek imposant moet zijn,’ zegt Othman, een negentienjarige student die regelmatig de sportschool bezoekt.

    Guillaume Vallet denkt dat een dergelijke cultus van het lichaam, naast de genderstereotypen, existentiële risico’s met zich kan meebrengen. ‘Het lichaam is niet het antwoord op alles. Wat doe je als je je doelen hebt bereikt? Wat gebeurt er op de dag dat je lichaam niet meer aan je verwachtingen voldoet, of wanneer het minder krachtig wordt omdat het veroudert?’ De opvatting ‘waar een wil is, is een weg’ zorgt dan al snel voor schuldgevoelens.

    Simon, Victoire, Matthieu, Marie en Othman houden zich niet met deze vragen bezig. Hebben ze hun doel bereikt, dan stellen ze zich een nieuw doel. Want voorlopig geloven ze dat bodybuilding hen in staat stelt om beter om te gaan met de soms moeilijke overgang naar volwassenheid.

    Simon uit Nantes herinnert zich bijvoorbeeld de spot die hij op school moest verdragen over zijn magere lichaam. ‘Nu vragen mensen me om advies over hoe ze in vorm kunnen komen,’ zegt hij triomfantelijk. Othman vond in de sportschool nieuwe vrienden, terwijl hij daar op de universiteit moeite mee had. En al zou de zoektocht naar spieren het nieuwe gebod zijn dat hen wordt opgelegd, dan nog is het volgens hen in ieder geval niet ongezond. Voor hen is er niks tegen in te brengen; om 18.00 uur is het tijd voor de volgende training.

    Lees ook:

  • ‘Mijn Iraanse moeder en ik hebben vaak last van culturele botsingen’

    ‘Mijn Iraanse moeder en ik hebben vaak last van culturele botsingen’

    Opgegroeid in verschillende culturen met verschillende normen, raakte de Iraanse Dina Nayeri (1979) vaak in conflict met haar moeder. Nu haar dochter ouder wordt, begint ze hun relatie in een ander licht te zien.

    We woonden in 2020, toen mijn dochter Elena vier was, korte tijd in Frankrijk. Op onze eerste dag, toen onze keuken nog vol stond met dozen, gingen we samen naar de McDonald’s. Ik vertelde haar dat die in Frankrijk ‘Le Macdo’ genoemd wordt. Ik zette haar op de toonbank en las haar de Franse menukaart voor, terwijl ze giechelend tegen me aan leunde. ‘Mama, de Fransen zijn zo grappig!’ Een paar weken later kwamen we een jongen van haar school tegen. ‘Coucou, Elena!’ zei hij. Ze zwaaide koeltjes naar hem en grijnsde toen naar mij. ‘Vind je dat niet grappig?’

    Haar slinkse lach deed me denken aan de eerste keer dat ik zag hoe westerse families met elkaar omgingen. Ik was negen en we waren net gevlucht uit Iran, omdat mijn moeder zich tot het christendom had bekeerd – en dus een afvallige was. Mijn moeder, broer en ik hadden tot dan toe zonder verblijfsvergunning in onzekerheid in Dubai gewoond. Toen ons migrantenhostel onverwacht sloot, werden we opgenomen door een gezin van Australische missionarissen. We trokken ons op onze eerste avond in hun huis gedrieën terug in onze slaapkamer om het over hun gewoontes te hebben. We giechelden. We waren dankbaar dat we een comfortabele kamer en een bed hadden, maar de familie was in onze ogen zo vreemd.

    Het was ook spannend om het gedrag van witte mensen onder de loep te nemen; die kans kregen we niet vaak. Mijn moeders ogen werden zo groot als schoteltjes toen het eten werd opgediend: we kregen plakken ham, koude groenten en wat restjes. Hun zoon Nathan, een jongen van mijn leeftijd, kreeg elke avond eerst even tijd voor zichzelf om daarna met veel omhaal door zijn beide ouders te worden toegestopt. We vonden het een bizar ritueel.

    Ik had nog nooit tijd voor mezelf gekregen. Mijn moeder bemoeide zich altijd met mijn zaken. Ze had in het hostel in mijn bed geslapen. Dat de deur van Nathans slaapkamer dichtging, vond ik zo theatraal. Zo onnodig. Deden moeders in andere landen ook de deuren van hun kinderen dicht? Wachten ze ook geduldig af tot het heilige speelkwartier afgelopen was? Mijn moeder, mijn broer en ik verkeerden toen we net geëmigreerd waren in een permanente staat van verwondering en verbijstering. Alles wat die Engelsen deden vonden we vreemd. We klampten ons ’s avonds aan elkaar vast en giechelden erom tot ons lachen overging in huilen. Dan vielen we in elkaars armen in slaap. We wensten dat we hun humor op een dag zouden begrijpen, zodat we ontspannen bij ze aan tafel konden zitten.

    Psychische grenzen

    Vandaag de dag moet ik vaak weer aan Nathans gesloten slaapkamerdeur denken. Mijn moeder, mijn broer en ik leefden zo’n twintig jaar lang diep binnen elkaars psychische grenzen, we deelden matrassen en borden eten en spraken een hybride geheimtaal. We leerden om van elkaar te houden in tijden van crisis, maar we werden slecht in alleen zijn, gemoedsrust voelen en elkaars privacy waarborgen. Er was haast geen ruimte voor individualiteit. Waar we ook waren – of we nu vastzaten in een vluchtelingenkamp, een luchthaven of een smerig appartement in Oklahoma – het was alsof we samenleefden in een oude, vertrouwde kamer, die volhing met wandtapijten en rook naar de maaltijden van thuis.

    We grapten en huilden en vochten in die warme bunker. We schreeuwden dingen naar elkaar die we nooit tegen iemand anders zouden zeggen. We brachten ons trauma op lelijke manieren tot uiting en wisten dat we vergeven zouden worden. Onze bloedband zorgde ervoor dat geen enkele uitbarsting te ver zou gaan. Terwijl daarbuiten oorlog, chaos en ontheemding op ons wachtten, vulden we onze kamer met gezellige familiedrama’s. Het rumoer om ons heen ging met de jaren liggen en het werd vanbinnen donkerder en onrustiger. We werden groter, de lucht werd ranzig en mijn broer en ik vertrokken, de een na de ander, op zoek naar een nieuwe horizon en een nieuw gezin.

    We kwamen enkele maanden nadat mijn partner, mijn dochter en ik in Frankrijk waren aangekomen een andere jongen van Elena’s school tegen. ‘Coucou, Benjamin!’ Deze keer initieerde Elena het contact en ze sprak zijn naam zo nasaal uit dat ik moest lachen. ‘Bah-Jamah.’ Het was alsof haar neustussenschot opeens scheef was gaan staan. Ze staarde me boos aan. ‘Houd op, mama!’ fluisterde ze. Ik kromp ineen. Elena’s francofonie werd steeds overtuigender. Iets wat ik nooit zou bereiken, omdat ik het verschil tussen ‘en’ en ‘an’ niet kon horen. Binnen de kortste keren zou ik de enige zijn die vond dat de Fransen zo dom, zo grappig zijn. ‘Houd op!’ fluisterde Elena telkens als ik Frans probeerde te spreken met haar vrienden.

    We leefden diep binnen elkaars psychische grenzen, we deelden matrassen en borden eten en spraken een hybride geheimtaal

    ‘Lach jij maar, jongedame,’ zei ik tegen haar, ‘maar dit is wel mijn derde taal.’ Die woorden brachten me plotseling weer terug naar mijn eerste huis in het zuiden van de Verenigde Staten. Een klein appartement waar mijn moeder, mijn broer en ik begonnen aan een lange klus: Amerikaans worden. Ik maakte grapjes over het Engels van mijn moeder en ze zei dan: ‘Lach maar, Khanom (jongedame), maar vergeet niet dat ik een Perzisch doktersdiploma heb.’ Ik dacht altijd dat ik tien jaar lang met mijn moeder in die warme, denkbeeldige kamer verbleef. Maar misschien heb ik haar daar al een jaar of twee na onze aankomst in Oklahoma achtergelaten, toen ik snel en doelbewust assimileerde en mijn accent op honderd subtiele manieren aanpaste die mijn moeder niet kon waarnemen.

    Ik weet inmiddels dat de lekker ruikende kamer, die denkbeeldige, veilige ruimte die ik deelde met mijn broer en moeder, nooit echt veilig was voor een meisje. Het is niet de bedoeling dat een Iraanse dochter ooit vertrekt. Van een zoon wordt verwacht dat hij uiteindelijk het huis uitgaat, maar een dochter moet daarbinnen wegrotten. Ze mag nooit breken met haar moeders waarden, nooit trots zijn op een prestatie waarvoor haar moeder zich zou schamen. Ik realiseerde me dit in 2013. Ik was drie maanden ervoor gescheiden, voelde me eindelijk vrij in mijn mooie studio in de Lower East Side in New York. Twee mannelijke familieleden stelden toen voor dat mijn moeder en ik zouden gaan samenwonen, omdat we nu allebei alleen waren. Het kwam niet eens in hen op dat we privacy nodig zouden hebben.

    Engelse therapeut

    Mijn moeder en ik zitten nu, tien jaar later en met een oceaan tussen ons in, in onze keukens – ik in mijn Europese huurappartement, zij op haar Amerikaanse boerderij – en we praten via onze schermen, vergezeld door een Engelse therapeut. Het idee van alleen zijn met mijn moeder is beangstigend geworden, dus ik heb een compromis voorgesteld. ‘Dit is niet normaal,’ protesteert mijn moeder tegen mijn nieuwe grenzen: dat ik niet meer wil praten over wat ik schrijf, dat ik niet op religieuze preken zit te wachten, dat ik geen nachtmerries en paranoia meer accepteer (zoals familieleden ervan verdenken samen te zweren en bij elk beetje jeuk meteen bang zijn dat ze een hersenvliesontsteking heeft).

    IMG 9832

    Maar wat is voor moeders en dochters normaal? Ik wil dat een sociaal wetenschapper mij dat vertelt, en niet een Iraanse moeder. In Iran zorgen dochters ervoor dat er tussen hen en hun moeders een illusie van hechtheid blijft bestaan, ook al is dat voor henzelf een last. Moeders hebben kritiek. Dochters luisteren. Dat is liefde, denk ik dan maar.

    Mijn moeder heeft zich in de loop der jaren duizenden keren uitgesloofd om overheerlijke maaltijden voor me te maken. Ze heeft mijn spijkerbroeken ingenomen, mijn wenkbrauwen geëpileerd en me aan het lachen gemaakt. Maar ze heeft ook mijn expertise niet serieus genomen, me opgedragen mijn diploma onder dat van mijn ex-man te hangen, mijn partners zwartgemaakt en rivaliserende moederfiguren ervan beschuldigd me te hersenspoelen. Voor haar weegt dat allemaal bij lange na niet op tegen de maaltijden en het epileren. Het komt nooit in haar op dat ik recht heb op mijn eigen normen en waarden, of dat ik het beledigend vind dat ze me niet in staat acht om mijn eigen mening te vormen. Ik ben in haar ogen gewoon een dom kind dat gemanipuleerd wordt door slimmere mensen: door sluwe mannen of heksachtige, rivaliserende moeders.

    Ze kunnen er niets aan doen, die overbezorgde, getraumatiseerde moeders

    Wanneer ontheemde kinderen volwassen worden, verlangen ze ernaar weer normaal te zijn. We willen niet de hele tijd alles zorgvuldig hoeven af te wegen, niet alles fout doen. We willen dikke zware deuren die onze mentale kamers scheiden van die van onze ouders – enige afstand en tastbare grenzen tussen het heden en het verleden. Soms wordt dat verleden belichaamd door een ontroostbare, buitenlandse moeder, die altijd maar aanklopt en ons blijft uitnodigen.

    Telkens als ik een harde grens afdwing, betrekt mijn moeders gezicht. Ze blijft terugkeren naar ons denkbeeldige toevluchtsoord, waar we gedrieën opgekruld tegen elkaar aan zaten. Ze wil dat haar kinderen ook weer een keer naar die bunker komen, om er samen een kopje thee te drinken en te lachen. Als ik een grap maak, denkt ze dat de deur misschien op een kiertje gaat. Haar ogen lichten op. Ik wil haar die warmte blijven geven, maar ik trek me, omdat ik gevaar bespeur, achter mijn eigen deur terug. Dus blijft ze weer alleen en verward achter.

    Mijn moeder en ik hebben vaak last van culturele botsingen. Maar ons grootste conflict gaat hierover: mijn moeder heeft zich toen ik een puber was voortdurend beziggehouden met het bedekken van mijn lichaam en het corrigeren van mijn manieren. Ze maakte dat ik me ervoor schaamde vrouw te worden. Mijn beklemmende, religieuze opvoeding heeft een enorme invloed gehad op wat voor ouder ik wil zijn: ik doe er alles aan om ervoor te zorgen dat Elena zich niet veroordeeld voelt.

    ‘Weirdos, geen perfectos’

    Mijn dochter, die nu zeven is, zei laatst tijdens het tv-kijken: ‘Nu gaan ze lekker zoenen.’ Ik wilde de vier seconden doorspoelen waarin er redelijk braaf gezoend werd, maar hield me in. Omdat ik haar deze vrijheid geef, deelt ze al haar diepste geheimen met me. Mijn moeder kromp toen ik een kind was ineen als televisiepersonages begonnen te flirten. Ze veranderde zelfs van zender. Als er in een programma gezoend werd, bestempelde mijn moeder het als verdorven en verbood ze ons ernaar te kijken. Ze zei dingen als: ‘Als je naar onchristelijke dingen kijkt, vertrouw ik je niet meer met de tv.’ Eerlijk is eerlijk: zij zou als kind geslagen en uit huis gezet zijn als ze romantische tv-series zou hebben gekeken.

    Eén keer, toen ik twaalf was, snauwde mijn moeder me af omdat ik een smakeloze grap had gemaakt. Mijn borstkas verkrampte, waardoor ik me in mijn maaltijd verslikte. Ze vertelde later, om mijn schaamte te verzachten, iets wat haar als jong meisje in het Teheran van voor de revolutie was overkomen. Terwijl ze haar huiswerk aan het doen was, mompelde ze achteloos drie interessante woorden die ze op de televisie had gehoord. ‘Maria, Maagdelijke Moeder.’ Dat mantra leent zich in het Farsi, met de vele zachte m-klanken, goed voor gezang. Haar vader liep langs, hoorde haar mompelen, besefte wat ze zei en gaf haar een harde klap in haar gezicht. Een jongen was dat in deze situatie niet overkomen, in geen van onze generaties, en dat maakt me boos. Maar het verhaal doet me ook grinniken: mijn moeder hield zich als kind al bezig met de moeder van alle martelaren.

    ‘Laten we weirdos zijn, mama,’ zegt Elena soms terwijl ze vrolijk danst, ‘geen perfectos!’ Ze roept in het openbaar dingen als: ‘Mama, waar eindigt mijn vagina?’ Als een vreemde ons dan afkeurend aankijkt, staar ik terug en antwoord ik luid: ‘Je vagina is via je baarmoederhals verbonden aan je baarmoeder.’ Soms laat ik op mijn telefoon een medische tekening zien. En dan, wanneer ik denk dat ik me daardoor op de een of andere manier afzet tegen mijn moeder, bedenk ik me plotseling dat zij in Iran gynaecoloog is geweest. Dat ze me ditzelfde diagram heeft laten zien. Ze heeft dan wel geprobeerd om me af te zonderen en me voor de wereld te verstoppen, zoals Iraanse moeders dat doen, maar ze is ook een rationele, wetenschappelijke volwassene geweest, een dokter in een witte jas die voor haar plezier ingewikkelde wiskundige puzzels oploste. Mijn moeder deed aan magisch denken en hing religieuze dogma’s aan, maar ze had ook sterke armen en grote hersenen, en ik aanbad haar.

    Goede Aziatische dochters glippen gemakkelijk hun fantasiewerelden in en uit

    ‘Normaal’ betekent in Iran dat er ruimte wordt overgelaten voor die tweeledigheid. Goede Aziatische dochters glippen gemakkelijk hun fantasiewerelden in en uit. Ze zijn loyaal en ze voeren een soort van toneelstukjes op voor hun moeders. Ze blijven in hun denkbeeldige kamers zitten, blijven doen alsof het logisch is dat westerlingen zo dom en zo grappig zijn. Ik ben blijkbaar geen goede Aziatische dochter meer.

    Mijn moeder en ik hadden een aantal maanden geleden – voordat we de Engelse therapeut hadden gevonden – een uitputtend gesprek van twee uur lang. Mijn moeder noemde me toen terloops een concubine, omdat ik niet getrouwd ben. Ons hele project, onze poging tot verzoening, viel meteen in duigen. Ik sms’te een vriendin van me, die ook immigrant en schrijver is, om mijn beklag erover te doen.

    ‘Ze kunnen er niets aan doen! Die overbezorgde, getraumatiseerde moeders… Het is dus echt waar, we hebben allemaal dezelfde moeder!’ Mijn vriendin vindt dat we mild moeten zijn. Dat we voor onze moeders moeten doen alsof we trouwe Aziatische dochters zijn, steeds in gedachten houdend dat we daarna weer terug kunnen naar onze eigen veilige, feministische huizen. ‘De manier waarop zij zijn opgevoed was zoveel erger,’ benadrukt ze. ‘Besef wat voor culturele bullshit zij van hun moeders hebben meegekregen. Daarvan geven ze zo weinig door aan ons… zoveel minder dan wat zij hebben gekregen.’ Het is waar, onze moeders hebben een opvoeding gehad die wij ons niet kunnen voorstellen. Pakken slaag en lange stiltes, body shaming, schaamte rondom seksualiteit, slopende werkzaamheden.

    Mijn moeder heeft koude nachten in de gevangenis moeten doorbrengen. Ze heeft haar twee kinderen mee uit huis gesleurd en een nieuw leven opgebouwd. De moeder van mijn moeder, die vorig jaar in Londen overleed, was een kindbruid in Teheran. Ze was dertien toen ze trouwde met een volwassen man – hij was gelukkig niet zestig, maar negentien, maar dat was een schrale troost voor een meisje dat geen enkele seksuele voorlichting had gehad toen ze het zelf moest ondergaan. Mijn grootmoeder wilde sindsdien niets meer weten van de Iraanse cultuur. Tot aan haar dood trok ze voor zichzelf harde, westerse grenzen. Ze wantrouwde Iraniërs in Londen.

    Wat is voor moeders en dochters normaal? Ik wil dat een sociaal wetenschapper mij dat vertelt, en niet een Iraanse moeder

    Ik vraag mijn vriendin, die zachtaardiger is dan ik, wat die Aziatische moeders toch van ons willen, waarom ze ons niet met rust kunnen laten. Ze antwoordt: ‘Ze willen dochters die hen, wanneer ze oud zijn, kunnen begrijpen en beschermen en vertalen.’ Want de wereld verandert. De regels van onze moeders leken misschien wat burgerlijk in de jaren negentig – typisch iets waar een cabaretier grappen over zou maken. Maar inmiddels zijn ze voor jongere generaties ondoorgrondelijk geworden.

    Toch ben ik daar niet zo zeker van. Ik denk dat onze gebroken moeders, hoewel ze hun dochters onder de duim houden, voor hun kleinkinderen kunnen veranderen in de gezellige grootmoeders die je in films ziet. In grootmoeders die vreselijk misplaatste dingen zeggen, maar niet bedreigend zijn, zoals een dronken oom op een familiefeest. Mijn moeder en dochter giechelen samen over lippenstift en tekeningen van vogels. Wanneer Elena net zo danst als Lizzo, geniet mijn moeder met volle teugen. Het komt niet in haar op om Elena erop aan te spreken. We zijn alleen brutaal tegen de generaties direct boven en onder ons. Er is met een generatie die verder van ons verwijderd is genoeg afstand voor verwantschap, voor gelach, zelfs voor begrip.

    ‘De slechte situatie’

    Ik geloofde mijn grootmoeder toen ze mijn grootvader een verkrachter noemde. Misschien kwam dat doordat ik zelf geen nauwe band met mijn grootvader had gehad. Ik woonde in de zomer waarin ik eenentwintig werd bij mijn oma in haar appartement in Londen. Als ik menstruatiepijn had – wat ze omschreef als ‘de slechte situatie’ – gaf ze me Kahlua en pistachenoten. Haar familie heeft altijd geweigerd de verkrachting te erkennen. Maar cijfers liegen niet. Mijn tante en moeder waren elf en negen jaar oud toen hun moeder vijfentwintig werd.

    Mijn moeder en tante wisten dat ik, direct na mijn grootmoeders dood, haar verkrachting openlijk de wereld in zou slingeren. Dus braken ze vlak nadat ze overleden was bij haar thuis in. Ze verwijderden al haar digitale bestanden en verbrandden al haar papieren, met uitzondering van een paar van haar gedichten en zeven pagina’s onschuldige, maar geweldig rare, christelijke sciencefiction die ze had geschreven. Schreef ze die verhalen om terug te keren naar de kindertijd die haar ontnomen was? Mijn oma’s laatste woorden aan mij waren: ‘Ik ben mijn autobiografie aan het schrijven. Wil je me helpen?’ Zij had de eerste regel al geschreven: ‘Ik heb een heel korte jeugd gehad.’ Die eerste regel is alles wat er van haar over is.

    Mijn moeder en ik trapten tot vorig jaar, toen mijn grootmoeder stierf en haar appartement geplunderd werd en haar nalatenschap vernietigd, nog wel eens lol samen. We assimileerden in de loop der jaren, wat ertoe leidde dat onze grappen vaker over de vreemde gewoontes van Iraniërs gingen dan over die van Amerikanen. Tijdens de pandemie was ik een kort verhaal aan het schrijven. Mijn moeder vertelde me verhalen uit haar jeugd. ‘We epileerden onze wenkbrauwen en zeiden tegen mensen dat ons haar was uitgevallen door een te traag werkende schildklier,’ vertelde ze, terwijl ze in haar vuistje lachte. ‘Alleen bij je wenkbrauwen?’ vroeg ik, giechelend. ‘Dus door een te traag werkende schildklier vielen zeker alleen de extra haren rondom jullie wenkbrauwen uit? Verder nergens?’ ‘Onze beenharen verdwenen daardoor ook,’ zei ze, en ik barstte in lachen uit. Een schildklierprobleem dat alleen ongewenst lichaamshaar aantast… Iraanser dan dat wordt het niet. ‘De grootmoeders geloofden het!’ Of ze lieten het maar voor wat het was. Of ze deden eraan mee.

    Heel even, terwijl we theedronken en grappen maakten over de vrouwen van het Iraanse platteland, waande ik me weer in de veilige bunker die we met ons meedroegen toen we net gemigreerd waren. Die heilige ruimte van waaruit we andere mensen uitlachten om hun ijdelheid, om hun persoonlijke grenzen, om hun borden met vleeswaren.

    Zorgen alle moeders ervoor dat hun dochters doodsangsten uitstaan?

    ‘Ik denk dat er hier sprake is van intergenerationeel trauma,’ zei de therapeut tijdens onze tweede sessie. Er was dus meer aan de hand dan alleen een culturele kloof. Het is waar dat de vrouwen in onze familie gemigreerd zijn, mishandeld door mannen en een diepe, smeulende pijn voelen. Iedereen in mijn familie doet een beetje ongemakkelijk over seks. Nu denk ik dat dat niet alleen door de cultuur of de theocratie komt, maar ook door de verkrachtingen die mijn grootmoeder in haar kindertijd herhaaldelijk moest doorstaan en die door de gemeenschap werd goedgekeurd. Die misdaad is de reden dat wij allemaal ter wereld zijn gekomen.

    Elena gilde het uit toen ik een keer rond bedtijd zei dat de deuren ’s nachts op slot moeten. ‘Vertel me geen enge dingen! Vertel me die pas als ik twintig ben!’ Zorgen alle moeders ervoor dat hun dochters doodsangsten uitstaan? Of ben ik begonnen iets aan haar door te geven dat diepgeworteld en onvermijdelijk is?

    Mijn moeder houdt echter vol dat onze problemen volledig te wijten zijn aan cultuurverschillen en botsende opvattingen over wat normaal is. ‘In mijn cultuur,’ zegt ze, ‘respecteer je je moeder. Je stelt niet zoveel muren op tussen jezelf en je moeder.’ Soms zegt ze precies wat ik denk: ‘We hadden toch een hechte band?’ Dan krijg ik een steen in mijn maag, omdat ik weet dat ik op een dag de privéruimte die ik met Elena deel zal kwijtraken. ‘Leg me eens uit,’ gaat mijn moeder verder, ‘op welke leeftijd moeders ophouden moeder te zijn.’ Ik heb geen idee, maar ik weet dat het onvermijdelijk is, dat mijn hart zal breken als ik ertegen vecht. Ik kan soms urenlang aan Elena’s nek ruiken. Ik gaf mijn moeder op de begrafenis van mijn oma met tegenzin een knuffel, en ze snoof hongerig aan mijn nek. Ik voelde me geschonden en verbijsterd, maar ik had ook met haar te doen. Ik rukte me snel los. Hoe meer ze me nodig had, hoe groter de kwelling. Ik begon na te denken over mezelf, over hoe ik over twintig jaar zou zijn. Zou ik me ook te stevig vastklampen aan mijn dochter?

    ‘Zien jullie twee wat jullie me nu aandoen?’ onderbreekt de Engelse therapeut ons, met de handen in het haar. Mijn moeder en ik hebben al een tijdje tegen elkaar zitten schreeuwen. We vallen stil. We hebben onszelf voor schut gezet ten overstaan van een witte vrouw. We hebben de gewoonte om terug te keren naar die chaotische dagen waarin elke uitbarsting vergeeflijk was. Nu hebben we het gezelschap van een Engelse vrouw nodig om ons netjes te gedragen. Hoewel we midden in een ruzie zitten, voel ik de drang om mijn moeder te vertalen tegenover de Europeaanse vrouw, want dat is mijn werk. Ik doe het al sinds ik klein ben, maar het is ook letterlijk mijn werk – ik schrijf over Iraniërs voor westerse lezers. Mijn moeder haat het dat ik openhartig schrijf over mijn onzekerheden of mislukkingen: ik onthul volgens haar te veel en doe af aan ons geromantiseerde vluchtelingenverhaal.

    Interpretaties

    De schrijver Matthew Salesses benadrukt in zijn werk vaak dat verhalen in verschillende culturen anders geïnterpreteerd worden. Hij schrijft dat een zin afhankelijk van de lezer anders begrepen wordt. ‘Ze wist honderd procent zeker dat ze hem haatte,’ kan bijvoorbeeld verschillende betekenissen hebben. Een westerse lezer zal ervan uitgaan dat de vrouw in kwestie tegen het einde van het verhaal van de man zal houden, of dat ze dat al doet. Diezelfde zin kan voor mijn grootmoeder betekenen dat de vrouw binnenkort gedwongen wordt met de man te trouwen. Dit is precies het soort zin waar mijn moeder en ik ruzie over maken. Als ik schrijf dat een fictieve Iraanse moeder een tekortkoming heeft, die later in het verhaal zou kunnen zorgen voor begrip of verbondenheid, zoekt mijn moeder er een belediging in. ‘Je vindt me gewoon een domme immigrant,’ zegt ze dan. Ik leg uit dat het saai is om alleen maar weerbaarheid en kracht te tonen, dat je op een andere plek moet beginnen dan waar je wilt eindigen. Imperfecte verhalen zijn interessanter, belonen meer dan mythische heldenverhalen. Falende personages zijn geliefder. Ze wuift het allemaal weg. Het is Amerikaanse onzin.

    Mijn moeder vindt het angstaanjagend om in het bijzijn van westerlingen ontmaskerd te worden. Eerlijk schrijven, met mijn eigen stem, is voor mij genezend, vergelijkbaar met bidden. Mijn moeder slaat onze goede dagen op in haar geheugen. Ze maakt in haar hoofd onze kleren schoner en onze gezichten mooier; we lachen elkaar toe alsof we op een Hallmark-kaart staan. Ik sla diezelfde herinneringen op, maar dan wel met barsten en al. Wat ik het bewaren waard vind, verwerk ik in mijn schrijven. ‘Je hebt mijn dierbare herinnering verpest,’ zegt mijn moeder dan, als ze mijn werk leest. Maar waarom zouden we alleen maar misleidend geruststellende migrantenverhalen mogen vertellen? Waarom zouden we alleen maar stiekem blijven giechelen om borden vol met ham? Ik wil lezers uitnodigen om de wereld door mijn ogen te zien – het is niet mijn doel om er voor hen presentabel van af te komen.

    Ik wil dat lezers inzicht krijgen in alle specifieke, schitterende manieren waarop we ons als eikels gedragen – ik vind dat dat gevierd moet worden. Laat ik eens beroep doen op het hiërarchisch denken dat in de Iraanse cultuur zo belangrijk is. Ik word door het Europese en Amerikaanse publiek betaald om over mijn gebreken te praten – geeft dat me niet juist een hogere status? Maakt dat me geen koningin, in plaats van een miserabel iemand?

    Schijnvertoning

    Ik heb vrienden die thuis de goede Aziatische dochter spelen. Ze veranderen in een afgevlakte versie van zichzelf, die onderdanig en lief is. Mijn moeder toonde haar respect voor haar eigen moeder, serveerde haar thee, zei ‘U’ tegen haar. Door het schrijven ben ik maar al te bewust geworden van deze schijnvertoningen. Ik heb altijd mezelf willen zijn, en als iemand van me eist dat ik een toneelstukje opvoer, ben ik gelijk weg. Ben ik mijn moeder – die veel onrecht heeft geleden – een geruststellend optreden verschuldigd, als dat ritueel voor mij schadelijk is?

    We bespreken de dag dat mijn moeder me een ‘concubine’ noemde. Ze vraagt me rekening te houden met haar cultuur – te beseffen dat ze er niets aan kan doen. Ik moet denken aan hoe ik mezelf verdedig als ik mijn leerlingen niet met de juiste voornaamwoorden aanspreek. Ik wil elke keer dat ik stuntel zeggen: ‘Heb geduld met me. Ik ben het met je eens, maar zit nog vast in de gewoontes van een andere generatie. Ik doe mijn best.’ Ik wijs ze er soms op dat we in mijn moedertaal, het Farsi, überhaupt geen gendergebonden voornaamwoorden hebben. En dat ik alleen maar klungel, omdat ik veramerikaniseerd ben. Als ik mijn oorspronkelijke, Iraanse zelf was, zouden voornaamwoorden voor mij niet eens bestaan.

    Mijn studenten zijn een mysterie voor me, net als ik dat voor mijn moeder ben. We stuntelen allebei in de dialecten die we hebben aangeleerd. Mijn moeder vraagt om het voordeel van de twijfel. Misschien moet ik het haar geven, omdat ik het ook verlang van mijn studenten, en omdat ik het op een dag van Elena zal moeten krijgen. We zijn allemaal op een bepaalde manier ontheemd, verdwaald in de tijd, de buitenlandse moeders van de volgende generatie.

    Kinderen leren dat je intens van iemand kan houden zonder diegene te mogen

    Ik denk terug aan vroeger en probeer vergevingsgezind te zijn. Ik herinner me hoe mijn moeder mijn wonden heeft verzorgd. Ze masseerde mijn spieren als ik thuiskwam van taekwondotraining. Ze belde me bijna elke avond tijdens mijn scheiding. Die telefoontjes waren voor mij een troost, omdat er toen een veilige afstand tussen ons was. Ze was in Thailand, als dappere Amerikaanse vrijwilligster van het Vredeskorps. Maar toen ze terugkeerde naar de VS verscheen ze ongevraagd aan mijn deur met zakjes thee en basmati en afgeprijsde pijnstillers, als de opdringerige Iraanse moeder die weer over mijn grenzen heen ging.

    Soms, wanneer ik net enorme behoefte heb aan tijd met mijn dochter, duwt Elena me weg. Heb ik mijn moeder hetzelfde aangedaan? Ik ben vastgeroest in mijn perspectief, waardoor ik alleen nog maar kan zien wie mijn moeder in mijn tienerjaren was: een vrouw met steenkolenengels en een hooghartige houding, die erbij wilde horen, maar daar niet in slaagde. Misschien is het al genoeg om haar maar voor even te begrijpen. Om te weten dat ze (een beetje) gelijk heeft – want alles draait om taal en cultuur. Voor mij is ‘concubine’ een scheldwoord. Voor haar betekent het woord niets meer dan alle duizenden andere woorden die ze in haar leven heeft gezegd.

    Nee zeggen

    Mijn moeders cultuur schrijft voor dat jonge vrouwen dienstbaar zijn en zichzelf opofferen. Ik vroeg Elena een paar dagen geleden of ik een van haar frietjes mocht. Ze dacht erover na en zei toen: ‘Ik zou je graag een frietje geven, mama, maar het spijt me, ik denk dat ik ze allemaal zelf wil opeten.’ Ik lachte en probeerde te beslissen of dit het moment was om haar te leren delen, of om dankbaar te zijn dat mijn dochter weet hoe ze ‘nee’ moet zeggen.

    Diep vanbinnen was ik opgelucht. Mijn god, dacht ik, het is me gelukt. Dit is mijn reactie op een generatie van opdringerige immigrantenmoeders die geloven in het dogma van een dochter die zichzelf totaal wegcijfert. Dat dogma hebben ze allemaal van hun moeders geleerd, en die op hun beurt weer van hun moeders. Mijn zachtaardige vriendin, die ook schrijft en Aziatisch is, stuurde een citaat naar me van de boeddhistische monnik Thích Nhất Hạnh. Onze talenten en onze fouten, zo schrijft Nhất Hạnh, hebben we allemaal geërfd. Ze zijn niet van ons. Mijn vriendin wil dat ik accepteer dat we niet veel van onze moeders verschillen. Ze wil dat ik door blijf vechten, beter leer vechten.

    Veel kinderen leren als ze volwassen worden dat je intens van iemand kunt houden zonder diegene ook maar in de verste verte te mogen. We bereiden ons voor op het pijnlijke moment dat ook ons eigen kind dat onderscheid leert – en we hopen dat ze niet alleen van ons zullen houden, maar ons ook blijven mogen. Toch blijft de beangstigende mogelijkheid bestaan dat ze er niet eens bij zullen stilstaan en dat ze direct zullen besluiten dat alleen van ons houden meer dan genoeg is. Dus doen we hun slaapkamerdeur dicht en wachten we af. We proberen niet te luisteren naar hun speelrituelen en naar de grenzen die ze introduceren en die we op een dag zullen moeten respecteren.

    Het was toen ik een kind was te veel gevraagd om aan te kloppen voordat ze mijn kamer in kwam

    Ik weet nu al dat ik Elena’s waarden op een dag niet meer zal kunnen doorgronden. Maar zal ik van haar verlangen dat ze tegen me liegt, zodat ik oud kan worden in een fantasiekamer? Ik rolde toen ik jonger was met mijn ogen als ik kinderen beleefdheid of zorgzaamheid zag veinzen om iets lekkers te krijgen. ‘Weet die moeder niet dat ze gemanipuleerd wordt?’ dacht ik dan. Nu, wanneer Elena een toneelstukje opvoert, is alleen al het feit dat ze de woorden uitspreekt voor mij genoeg. Haar optreden is een geschenk. Ik stel me voor hoe mijn dochter op haar dertigste liefde en toewijding uitdraagt en een lange zucht onderdrukt terwijl ik aan haar nek snuffel. En dan denk ik: ‘Weet je wat? Daar neem ik genoegen mee.’

    Soms doe ik voor Elena ook alsof – de politieke geschillen van haar My Little Pony-eenhoorntjes interesseren me bijvoorbeeld eigenlijk vrij weinig. Dan moet ik denken aan alle keren dat mijn moeder zich voor mij probeerde te houden aan westerse grenzen. (Het was toen ik een kind was te veel gevraagd om aan te kloppen voordat ze mijn kamer in kwam. Later was het te veel gevraagd om eerst op te bellen voordat ze me thuis kwam opzoeken. Maar af en toe vroeg ze me plechtig: ‘Is dit een goed moment?’) Ik veroordeelde haar, omdat ze zo stuntelig met die Amerikaanse grenzen omging. Ze hield het altijd vol tot het moment waarop iets stressvols haar deed wankelen en al haar Iraanse verwachtingen toch weer naar de oppervlakte kwamen.

    ‘Ze hebben zoveel meegemaakt,’ herhaalt mijn vriendin.

    ‘Wees aardig,’ bedoelt ze. ‘Denk aan de grappige dokter die wiskundige puzzels oploste en in een ander universum je vriendin had kunnen zijn. Stel je voor hoe ze zich als verward kind een weg moest banen door het duistere mijnenveld dat een huishouden in Teheran in het midden van de vorige eeuw moet zijn geweest. Een kind dat geslagen wordt als ze een mysterieus, nieuw woord gebruikt.’ Ik haal diep adem en stem in met een vervolgsessie met de Engelse therapeut die ons leert om ons te gedragen. Ik kijk er eventjes naar uit om mijn moeders gezicht te zien. Ik mis onze lekker ruikende bunker. Ik zet Zoom aan, we zeggen hallo. Dan doen we onze monden open en beginnen we in onze vreemde talen door elkaar heen te praten.

    Lees ook:

  • Franse oud-president Nicolas Sarkozy veroordeeld tot drie jaar celstraf

    Franse oud-president Nicolas Sarkozy veroordeeld tot drie jaar celstraf

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Oudste joodse bijbel ooit voor ruim 35 miljoen euro verkocht

    » Westerse landen werken aan F-16-coalitie na diplomatie Zelensky

    Sarkozy is veroordeeld voor corruptie

    De Franse oud-president Nicolas Sarkozy is woensdag door het hooggerechtshof in Frankrijk veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaar, meldt Le Monde. Sarkozy heeft zich volgens de rechtbank schuldig gemaakt aan corruptie. Volgens de oud-president is hij onschuldig en hij heeft dan ook aangekondigd in cassatie te gaan.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De zaak rond Sarkozy kwam bij toeval aan het licht, toen de oud-president door de veiligheidsdiensten werd afgeluisterd omdat hij bij zijn verkiezingscampagne mogelijk gefinancierd was door de Libische oud-dictator Moammar Gaddafi. Bij het afluisteren ontdekte de politie dat hij een aankomend magistraat promotie had beloofd in ruil voor juridische informatie.

    Sarkozy werd vervolgens tot vier jaar veroordeeld, maar hij ging daartegen in beroep. De oud-president hoeft na de uitspraak van het hoger beroep niet de gevangenis in: hij mag zijn straf thuis uitzitten, maar moet wel een elektronische enkelband dragen. Het is voor het eerst in de Franse geschiedenis dat een oud-president wordt veroordeeld tot een celstraf.

    Lees ook:

  • De winterdroogte is een keerpunt voor Frankrijk: de kraan gaat dicht

    De winterdroogte is een keerpunt voor Frankrijk: de kraan gaat dicht

    ‘Winterdroogte’ noemen ze het schrijnende gebrek aan water waar Frankrijk dit jaar al vroeg mee kampt. Er is een noodplan, dat voornamelijk uit waterbesparingen bestaat, zoals het beperken van particulier verbruik. Maar wat zijn de langetermijnoplossingen?

    Toen Christelle Palasse enkele weken geleden de haren van haar klanten wilde wassen, hield het water plotseling op. ‘Toen ik mijn handen waste stroomde er slechts een dun straaltje uit de kraan, en daarna kwam er helemaal niets meer uit,’ zegt de kapster uit het dorpje Arlanc in het midden van Frankrijk. Palasse klinkt opgewonden aan de telefoon en ook een beetje boos. ‘Ik wist dat het water bij ons schaars is, maar dat er nu helemaal niets is… in wat voor land wonen we?’ Ze werkt al dertig jaar in haar salon en heeft altijd genoeg water gehad voor het wassen en kleuren. ‘Ik had nooit gedacht dat we in Frankrijk met deze ellende te maken zouden kunnen krijgen.’

    De mensen in Frankrijk beleven zo’n uitzonderlijke situatie dat ze er zelfs een nieuw woord voor hebben gevonden: winterdroogte. De rivieren staan niet in de zomer droog, maar reeds in februari. In veel delen van het land heeft het al meer dan vijf weken niet geregend. Ondertussen luidt de regering dagelijks de noodklok met persconferenties en interviews over de watersnood. De minister van Milieu en Klimaatverandering, Christophe Béchu, heeft de prefecten opgeroepen het particuliere waterverbruik ‘zonder aarzelen’ te beperken.

    Frankrijk loopt erg achter

    De Franse senator François Bonhomme wilde weten welke maatregelen de regering beoogt om het hergebruik van afvalwater te bevorderen. Volgens hem wordt de techniek die het mogelijk maakt om afvalwater te recycleren en daarmee de zoetwaterconsumptie te beperken nog te weinig toegepast in Frankrijk. Slechts 1 procent van het afvalwater wordt gerecycleerd, ‘tegen 90 procent in Israël, 20 procent in Spanje en 8 procent in Italië’. In 2020 heeft de regering op een jaarlijkse waterconferentie het belang van het hergebruik bevestigd en verklaard voornemens te zijn om de hoeveelheid onconventioneel water tussen dan en 2025 te verdriedubbelen.

    Het aantal projecten in Frankrijk dat sinds 2017 experimenteert met het hergebruik van behandeld afvalwater voor irrigatie neemt toe, maar het laat nog altijd te wensen over. Natuurlijk, schrijft de senator, ‘heeft de wet van 10 februari 2020 inzake de strijd tegen verspilling en de circulaire economie het gebruik van nieuwe toepassingen van behandeld afvalwater mogelijk gemaakt, met name voor stedelijke doeleinden (reiniging van straten en wegen, brandweerdoeleinden, hogedrukreiniging van netwerken, kunstmatige aanvulling van grondwater), maar hooguit voor een periode van vijf jaar en op te beperkte schaal’. Met 8,4 miljard kubieke meter behandeld afvalwater per jaar in grootstedelijk Frankrijk, aldus het Franse Studie- en Expertisecentrum Cerema, is er toch een aanzienlijk potentieel.

    Aan banden gelegd

    In de regio van kapster Palasse is het watergebruik al sinds afgelopen zomer aan banden gelegd. Sindsdien mogen de bewoners hun tuinen niet meer besproeien, geen auto’s meer wassen en geen privézwembaden meer vullen – nog steeds relatief onschuldige verboden, maar ze brengen de bevolking in beroering. Palasse vertelt hoe zij en vele anderen dagelijks in de rij staan bij de supermarkt in het stadje om waterflessen in te slaan. Je weet maar nooit.

    Arlanc heeft evenals veel andere steden zijn fonteinen, die populair zijn bij toeristen, stopgezet. In de stad Saint-Zacharie, op 30 kilometer van Marseille, heeft geen van de zestien fonteinen sinds mei vorig jaar gedraaid. Het is onwaarschijnlijk dat ze het komende seizoen weer gaan sproeien: minister Béchu waarschuwde dat Frankrijk hoogstwaarschijnlijk een nog drogere zomer tegemoet gaat dan in 2022.

    Sommige gemeenten leggen nu al verdere verboden op om de noodtoestand het hoofd te bieden. Zo mogen in Fayence in Zuid-Frankrijk geen particuliere zwembaden meer worden aangelegd, en dat in een regio waar bijna elk huis in sommige wijken er een heeft: in totaal negentigduizend particuliere zwembaden in Fayence. Andere gemeenten zijn nog verder gegaan en hebben besloten gedurende minstens vier jaar helemaal geen nieuwe bouwvergunningen meer af te geven, zelfs niet voor huizen of flats. Hun argument is dat de huidige bevolking nu al nauwelijks van voldoende water kan worden voorzien.

    ‘De dorre zomer van 2022 heeft iedereen opgeschrikt’

    Tot nu toe heeft Frankrijk echter nog geen plan voor de aanpak van deze en toekomstige droogtes op de lange termijn. In sommige gemeenten – zoals in Arlanc – wordt het water ‘s nachts afgesloten. Afgelopen zomer al moesten vijfhonderd gemeenten worden bevoorraad met tankwagens, in andere gemeenten werd het water ’s nachts volledig afgesloten. Dat er zoveel gemeentes zijn getroffen, maakte minister van Klimaat Béchu pas deze week bekend. Tot dan toe, zo bekende hij aan de krant Le Monde, had zelfs in de hoofdstad niemand een helder idee van het aantal mensen en plaatsen dat gebrek had aan deze primaire levensbehoefte.

    Verantwoordelijk voor de uitzonderlijke droogte is het maandenlange gebrek aan regen, een verschijnsel van de klimaatcrisis. In veel zuidelijke regio’s, maar ook in Bretagne aan het Kanaal, viel de afgelopen zes maanden 30 tot 40 procent minder neerslag dan jarenlang het gemiddelde was. In veel gemeenten vielen de laatste druppels medio januari. Op een officiële kaart is te zien dat veel regio’s ten zuiden van Parijs donkerrood gekleurd zijn; zij lijden onder ‘extreme droogte’. Kijken we naar de neerslag van de afgelopen maand, dan pakt de historische vergelijking nog dramatischer uit: slechts één op de vijf regio’s in Frankrijk kreeg evenveel regen als normaal.

    ‘We zitten in een uitzonderlijk alarmerende situatie’, aldus hydroloog Hélène Michaux, afdelingshoofd bij het waterschap voor de Rhônevallei, het Middellandse Zeegebied en Corsica. Het is haar taak om gemeenten te helpen toekomstige watercrises te voorkomen. ‘Ik neem in alle gemeentehuizen veel bezorgdheid waar. De dorre zomer van 2022 heeft iedereen opgeschrikt’, zegt Michaux. De beperkingen die gemeenten nu moeten opleggen en de opgedroogde beekbeddingen zouden in het verleden alleen in de zomer zijn voorgekomen. De winterdroogte is een keerpunt voor Frankrijk.

    De meeste kansen liggen in de landbouw, die 50 procent van het totale waterverbruik gebruikt

    Hoe zouden langetermijnoplossingen eruit kunnen zien? Michaux ziet de meeste kansen liggen in de landbouw: 50 procent van het totale waterverbruik wordt daar gebruikt, vooral in het droge zuiden, waar veel boomgaarden, wijngaarden en maïsvelden worden besproeid. De boeren hebben hulp nodig om hun bodems te bedekken met natuurlijk materiaal of groenbemesters om ze te beschermen tegen verdamping en om over te schakelen op zuinige druppelsgewijze irrigatie. In deze zonnige gebieden is het ook belangrijk om de velden te beschaduwen, bijvoorbeeld met traditionele hagen of agrobosbouwsystemen waarbij fruit- of notenbomen de velden flankeren.

    Om de afname van het grondwater een halt toe te roepen, moeten steden de bodemverharding een halt toeroepen, zegt Michaux. Vanaf wegen en parkeerplaatsen stroomt het regenwater rechtstreeks naar de riolering of de rivieren, zonder dat het in de grond wegsijpelt en zo het grondwaterpeil hoog houdt. Voorkomen dat de grond wordt afgedicht is echter een moeilijke taak in de zuidelijke regio’s, die elk jaar meer inwoners en toeristen verwelkomen. ‘We staan voor enorme uitdagingen,’ aldus Michaux.

    Minder neerslag

    Volgens deskundigen is Frankrijk een van de landen die bijzonder getroffen zijn door de klimaatverandering. Het Intergovernmental Panel on Climate Change voorspelt tot tien procent minder neerslag voor het zuidwesten en zuidoosten van Frankrijk bij een opwarming van de aarde met twee graden Celsius. Bij een opwarming van vier graden kan tegen het jaar 2100 tot zo’n 40 procent van de neerslag verloren gaan (IPCC, 2021: Regional Fact Sheet Europe, PDF). Bovendien zal door de toenemende hitte ook meer water uit het landschap verdampen, waardoor de droogte nog zal verergeren.

    Frankrijk zal waarschijnlijk ook slechter af zijn dan Duitsland omdat Duitsland tussen twee klimaatgebieden ligt: Noord-Europa, waar klimaatonderzoekers meer regen verwachten, en het Middellandse Zeegebied, dat droger wordt en waartoe ook Frankrijk behoort. De regenverwachtingen voor Duitsland zijn daarom onzekerder dan voor het Middellandse Zeegebied, zei klimaatwetenschapper Peter Greve van het Climate Service Center Germany (GERICS) in een interview met ZEIT ONLINE.

    De regen die in de toekomst nog in Frankrijk zal vallen, zal waarschijnlijk op minder dagen per jaar vallen en vaker voorkomen in de vorm van stortbuien.

    In de herfst van 2020 leidde storm Alex tot een van de grootste overstromingen in Frankijrk

    Juist de regio die nu zo droog is, heeft in de herfst van 2020 een dergelijke gebeurtenis meegemaakt, toen de storm Alex leidde tot een van de grootste overstromingen van Frankrijk. In de valleien van de Vésubie en de Roya bij de Italiaanse grens stortten binnen enkele uren honderden liters water van de bergen naar beneden die huizen en mensen meesleurden.

    President Emmanuel Macron kondigde afgelopen najaar al een nationaal waterplan aan, dat eind maart gepresenteerd wordt. Nu al bereidt hij de bevolking erop voor dat ze in de toekomst met minder water zullen moeten leven. ‘De tijden van overvloed en het grote aanbod zijn voorbij’, zei Macron. Zijn regering benadrukte dat het beschikbare water eerlijk moet worden verdeeld om toekomstige conflicten te voorkomen. Tot nu toe is echter nog niet duidelijk geworden wie als eerste toegang krijgt tot grondwater en rivierwater. De landbouw, die bijna 50 procent van het water in Frankrijk gebruikt? De burgers? Of de industrie? Tot die laatste behoren zeker de zesenvijftig kerncentrales in het land.

    40 procent

    Volgens een rapport dat werd uitgebracht aan de vooravond van de VN-conferentie over water die van 22 tot 24 maart jongstleden zal het watertekort tot 2030 naar schatting oplopen tot 40 procent: ‘Tussen nu en 2030 is er 40 procent kans op een zoetwatertekort, met vooral ernstige gevolgen voor regio’s waar de hoeveelheid water toch al beperkt is’, bevestigen de auteurs. Het rapport bevat, volgens The Guardian, ‘voor het eerst een gedetailleerde studie over de wereldwijde watergesteldheid en een duidelijke uiteenzetting over de risico’s die we lopen’.

    In droge tijden moet Frankrijk dus niet alleen vrezen voor zijn gewassen, maar ook voor zijn energie: het land is voor ongeveer 70 procent afhankelijk van kernenergie. Nergens is de dichtheid van kerncentrales zo hoog als in dit land. Maar de kernreactoren moeten rivieren aftappen om hun reactoren te koelen. Het voor hen beschikbare rivierwater zal door de klimaatcrisis gemiddeld genomen minder worden. Op grond van een actuele prognose van haar bureau gaat hydroloog Michaux ervan uit dat de Rhône, de grootste rivier in Zuid-Frankrijk, waaraan vijf kerncentrales liggen, tegen 2050 gemiddeld tot 40 procent minder water zal afvoeren.

    Organismen en planten

    Bij lage rivierstanden en tijdens langere periodes van hitte warmt het vervoerde water ook meer op. Te warm water brengt dan weer levende organismen en planten in gevaar. Toch heeft de Franse nucleaire toezichthouder ASN afgelopen zomer de grenswaarde van de maximale temperatuur van het water dat uit de kerncentrales wordt teruggevoerd, domweg verhoogd.

    Dezelfde autoriteit heeft ook het energiebedrijf EDF opgeroepen om een concept te presenteren voor veilige kerncentrales in de klimaatcrisis. Want het land blijft afhankelijk van kernenergie: ondanks een aanzienlijk hoger aantal zonuren en twee kuststroken aan de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee die veelbelovend zijn voor windturbines, heeft het tot nu toe weinig geïnvesteerd in hernieuwbare energie en is het het enige land in de EU dat de doelstelling van 20 procent in 2020 niet heeft gehaald. In plaats daarvan wil president Macron tot 2035 nog zes kerncentrales bouwen.

    Op de dagen zonder leidingwater moet kapper Palasse zich behelpen

    Momenteel moeten de burgers echter op verschillende manieren van water worden voorzien. In Arlanc bijvoorbeeld vullen vijf tankwagens nu dagelijks de watertorens. Dat is duur en tijdrovend – en blijkbaar toch geen oplossing voor de lange termijn, want de buurgemeenten waar de watervoorraad vandaan komt, hebben al aangekondigd dat zij Arlanc binnenkort niet meer kunnen bevoorraden. Ook hun vraag naar water stijgt in de zomer en ze zouden veel water nodig hebben voor een bouwplaats die ze willen aanleggen.

    Op de dagen zonder leidingwater moet kapper Palasse zich behelpen. Ze knipt dan droge haren of wast een verfbeurt uit met behulp van plastic flessen vol water. ‘Ik kan toch niet eeuwig die flessen voor de hoofden van mijn klanten gebruiken, ik heb er tientallen van nodig’, zegt ze. Ze kan zich niet voorstellen hoe het in de zomer zal zijn, wanneer het droge en hete seizoen pas echt begint.

  • Fietsstad Parijs: meer dan 400.000 fietsritten per dag

    Fietsstad Parijs: meer dan 400.000 fietsritten per dag

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Nigeria: start-up wil openbaar vervoer verbeteren met elektrische bussen

    » De VS kunnen mogelijk hun rekeningen niet betalen vanaf 1 juni

    In Parijs ligt inmiddels 250 kilometer aan fietspaden

    Een fietsschool in het 20e arrondissement van Parijs heeft een maandenlange wachttijd voor fietslessen die op zaterdagochtend worden gegeven à 50 euro per trimester. Niet zo gek, want burgemeester Anne Hidalgo maakt haast met het fietsvriendelijker maken van Parijs. Overal verschijnen fietspaden en de auto is op zijn retour. In de jaren negentig telde Parijs zo weinig fietsers dat ze elkaar kenden en in de stad lag amper 5 kilometer aan fietspaden. Nu ligt er al 250 kilometer. In oktober 2020 werd het aantal van 400.000 fietsritten per dag overschreden – dat komt neer op een fietsrit per vijf inwoners. Sindsdien is het verkeer op de drukste fietspaden in de stad met ruim twintig procent gestegen, schrijft het New Yorkse digitale magazine Slate.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Volgens het Atelier Parisien d’Urbanisme, de gemeenteafdeling voor planning, daalde het aantal autoritten binnen Parijs tussen 2001 en 2018 met bijna 60 procent; autoritten tussen de stad en haar voorsteden daalden met 35 procent. Het aantal auto-ongelukken nam af met 30 procent en ook de vervuiling is verminderd. Door een enorme investering in het openbaar vervoer – in buscorridors, trams en metro’s – is het gebruik van het openbaar vervoer in diezelfde periode met bijna 40 procent gestegen. Maar de stad is nog niet klaar en zal nog enkele radicale stappen zetten.

    Vanaf volgende zomer worden nog uitsluitend voertuigen met beperkte uitstoot toegelaten en na 2030 gaan auto’s op fossiele brandstoffen helemaal in de ban. Er komt een verbod op doorgaand verkeer in het stadscentrum en mogelijkheden tot parkeren op straat worden gehalveerd. De Champs-Elysées wordt voetgangersvriendelijk gemaakt en de ringweg gaat op de schop. Voorstanders juichen omdat Parijs een schonere, groenere, koelere en stillere stad zal worden. Tegenstanders vinden dat de hoofdstad een speelgoedstad wordt, die vijandig staat tegenover mensen die een auto voor hun werk nodig hebben en die steeds ontoegankelijker wordt voor mensen van buiten.

    Lees ook:

  • Demonstranten verstoren lezing van Macron tijdens staatsbezoek aan Nederland  

    Demonstranten verstoren lezing van Macron tijdens staatsbezoek aan Nederland  

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Zwitserse Nationale Raad spreekt zich uit tegen reddingsplan voor Credit Suisse

    » Chili verkort werkweek naar veertig uur

    Macron hield een toespraak over de toekomst van Europa

    De Franse president Emmanuel Macron was dinsdag in Den Haag om een toespraak te houden voor studenten over de toekomst van Europa. Daarbij werd hij in de rede gevallen door demonstranten die protesteerden tegen de manier waarop de Franse president zijn pensioenhervormingen doordrukt en reageert op de protesten. ‘Waar is de Franse democratie?’ riepen de jonge demonstranten, terwijl ze een spandoek ontvouwden waarop in het Engels ‘president van geweld en hypocrisie’ te lezen viel.

    Het incident volgde op ‘een veel grotere storm van verontwaardiging die Macron onlangs ontketende’ door in een interview te zeggen dat Europeanen geen ‘navolgers’ van de VS of China moeten zijn in de kwestie-Taiwan, maar de middenweg moeten kiezen, schrijft Die Welt.

    ‘Macron liet zich niet ontmoedigen door de onruststoker’

    ‘Politiek analisten hadden gehoopt dat Macron de toespraak in Den Haag zou aangrijpen om alle misverstanden uit de weg te ruimen, maar dat was niet het geval. Macron liet zich niet ontmoedigen door de onruststokers en het vooruitzicht van een diplomatieke crisis met de VS.’

    Tijdens zijn dertig minuten durende toespraak pleitte de Franse president voor meer Europese autonomie op economisch gebied. Hij benadrukte de noodzaak van hervormingen om het concurrentievermogen van Europa te versterken, en van beleid dat gericht is op het beschermen van de eigen industrie, een onderwerp dat lange tijd ‘taboe was in Europa’. De toespraak van Macron in Den Haag maakte deel uit van zijn staatsbezoek in Nederland, dat vandaag wordt afgesloten.

    Lees ook:

  • Frankrijk erkent Oekraïense hongersnood in 1932-1933 als genocide

    Frankrijk erkent Oekraïense hongersnood in 1932-1933 als genocide

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Ex-vicepresident Pence moet getuigen tegen Trump

    » Bijna veertig doden bij brand migrantencentrum Mexico

    President Zelensky heeft zijn dank uitgesproken

    Frankrijk heeft de Holodomor, een door de mens veroorzaakte hongersnood in de jaren 1932-1933, erkend als genocide op het Oekraïense volk. Honderdachtenzestig afgevaardigden van de Nationale Vergadering, het Lagerhuis van het Franse parlement, stemden voor de resolutie en twee stemden tegen, bericht The Kyiv Independent.

    De Holodomor vond plaats onder Jozef Stalins bewind in de Sovjet-Unie en kostte naar schatting 3,5 tot 5 miljoen Oekraïners het leven. De Oekraïense regering heeft de internationale gemeenschap opgeroepen de hongersnood als genocide te erkennen.

    President Zelensky van Oekraïne sprak gisteren zijn dank uit richting Frankrijk. Hij noemde de stemming ‘belangrijk’ en voegde eraan toe ’dat Frankrijk een stevige bijdrage levert aan het blootleggen van de vroegere en huidige misdaden van het totalitaire Rusland en op die manier opkomt voor waarheid en gerechtigheid, en de dader op zijn aansprakelijkheid wijst’.

    ‘De Nationale Vergadering heeft duidelijke gemaakt dat dergelijke misdaden nooit zullen worden vergeten’

    Ook de Oekraïense minister van Buitenlandse Zaken Dmytro Koeleba heeft gereageerd: ‘Met deze historische stemming heeft de Nationale Vergadering duidelijk gemaakt dat dergelijke misdaden nooit zullen worden vergeten en nooit mogen worden herhaald.’

    Hiermee sluit Frankrijk zich aan bij IJsland, dat de Holodomor op 23 maart als genocide erkende, en bij België, dat dit op 10 maart deed. Landen als Tsjechië, Duitsland, Roemenië, Ierland en Bulgarije hadden de hongersnood al eerder als genocide erkend. In december 2022 erkende ook het Europees Parlement de Holodomor officieel als genocide en drong het er bij Rusland op aan om officieel spijt te betuigen voor de wreedheden van het Sovjetregime.

    Lees ook:

  • Aanhoudende onrust in Frankrijk na opmerkelijke actie Franse regering

    Aanhoudende onrust in Frankrijk na opmerkelijke actie Franse regering

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Kim Jong-un voert dreigementen van nucleaire aanval op

    » Biden roept Netanyahu op democratische waarden te respecteren

    Premier omzeilde het parlement om pensioenwet door te voeren

    In meerdere Franse steden is het dit weekend zeer onrustig geweest naar aanleiding van de aangekondigde pensioenhervorming van de Franse regering, schrijft Le Monde. Aanleiding is de actie van de premier Elisabeth Borne, die aankondigde grondwetsartikel 49.3 te gebruiken om een stemming over de hervorming in het parlement te omzeilen. De premier vreesde geen meerderheid te hebben voor de hervormingsplannen.

    Ook in steden als Nantes, Bordeaux en Marseille is het al dagen onrustig

    De actie wordt door oppositieleden als ondemocratisch gezien en machtige vakbonden, studentenorganisaties en tegenstanders van de regering gingen massaal de straat op om tegen de beslissing te protesteren. In onder meer Parijs ging het er gewelddadig aan toe: de oproerpolitie werd bekogeld en er werden brandende barricades opgezet. Politieagenten moesten meerdere malen traangas en waterkanonnen inzetten om de menigte uiteen te drijven.

    Ondanks een verbod op protesten in Parijs gaan mensen nog steeds de straat op. Tientallen mensen zijn inmiddels opgepakt. Ook in steden als Nantes, Bordeaux en Marseille is het al dagen onrustig. Volgens veel betogers gaan ze er financieel op achteruit door de pensioenhervorming en zullen ze daarnaast langer moeten werken.

    Lees ook: