Toerisme op Groenland zal naar verwachting flink toenemen
In Nuuk, de hoofdstad van Groenland, is donderdag een nieuw internationaal vliegveld geopend waar voor het eerst grotere vliegtuigen kunnen landen en dat de weg vrijmaakt voor rechtstreekse vluchten vanuit de VS en Europa. Dat bericht CNN. De eerste rechtstreekse vluchten vanaf Nuuk gaan naar Kopenhagen, in juni volgt New York. De verwachting is dat dit het toerisme op het eiland een boost zal geven.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Voordat de nieuwe luchthaven werd geopend, betekende reizen per vliegtuig naar Groenland dat je naar kleinere steden moest vliegen, zoals Kangerlussuaq in het noorden of Narsarsuaq, verder naar het zuiden, en dan moest overstappen op een kleiner propellervliegtuig om de meer dan driehonderd kilometer naar de hoofdstad te overbruggen. Tot nu toe waren alleen die vliegvelden, ooit tijdens de Tweede Wereldoorlog gebouwd als militaire bases van de VS, in staat om grote passagiersvliegtuigen te ontvangen.
Buitenlandse bezoekers kwamen vorig jaar al in recordaantallen naar Groenland, een stijging van 36 procent ten opzichte van 2022, tot meer dan 140.000. Dat is nog steeds bescheiden, maar met meer vluchtmogelijkheden wordt een groei verwacht, aldus BBC.
‘Er is al een toeristische boom gaande en we merken hoe toerisme kleinere plaatsen op een goede manier kan beïnvloeden, maar ook negatief,’ zegt Naaja Nathanielsen, minister van Ondernemingen, Handel en Delfstoffen van Groenland, tegen het Britse medium. ‘We willen echt proberen de toeristen in de grotere steden te verwelkomen, maar we willen ze ook meer spreiden.’
Bewoners van koude gebieden houden er verschillende gewoontes op na om het gebrek aan licht te verzachten en de terugkeer van de zon te vieren. In een tijd van het jaar waarin de dagen nauwelijks te onderscheiden zijn van de nachten, brengen deze tradities verwondering en troost.
Keuze uit het archief
De decembermaand is aangebroken. Dat betekent koude dagen, lange nachten en de komst van de winter. Toch hebben Nederlanders niets te klagen als je kijkt naar andere plaatsen op de wereld, waar mensen soms maandenlang de zon niet zien. Deze reportage van The Guardian noemt een aantal van deze plaatsen en legt uit hoe de lokale bewoners daar met de duisternis omgaan.
Deze lange avonden rond de jaarwisseling, wanneer de schemering al vlak na de lunch lijkt in te vallen, doen me denken aan de extreme poolnacht die ik een paar winters geleden doorbracht op een klein, rotsachtig eiland voor de westkust van Groenland. De bewoners van de Upernavik-archipel zien van eind november tot januari geen zon. In de e-mail die ik ontving als uitnodiging om te komen werken in het kunstenaarsatelier van het museum op het eiland – het meest noordelijke museum ter wereld – stond dat ik kon kiezen tussen zomer of winter. ‘Veel zuiderlingen denken dat de duisternis van de winter een vreselijk zware tijd betekent’, schreef de museumdirecteur. ‘Maar als je er eenmaal aan gewend bent geraakt, is deze heel goed geschikt om na te denken – iets wat mensen gewoonlijk veel te weinig doen.’
Dat bleek te kloppen. Toen ik eenmaal enigszins gewend was aan de voortdurende duisternis, leerde ik de nuances van het licht te waarderen: de heldere sterrenbeelden, de veranderende maan of het licht dat uit de ramen van mijn buren kwam. Andere zintuigen drongen zich op de voorgrond. Ik hoorde het gehuil van sledehonden al in de verte, het gekraak van kindervoetjes in kleine sneeuwlaarsjes. Terwijl de grote ijsbergen aan de horizon zwak glinsterden in het maanlicht op hun doortocht naar het zuiden, beleefde ik intiemere reizen in de beschutting van mijn hut en legde ik een aantal oude spoken te ruste.
Het was een les in soberheid, maar ik was niet geïsoleerd. Er waren veel festiviteiten om de boel op te vrolijken – een feest is eindeloos als de dageraad nooit aanbreekt. De manier van leven van de eilandbewoners wees me op het belang van gezelschap en de eenvoudige aandacht voor rituelen. Die rituelen lopen uiteen van de dagelijkse zorg voor jezelf, zoals het bereiden van een bewerkelijke pap als ontbijt, tot het meer sociale, dagelijkse rondje kaffemik (koffiedrinken in het ene huis na het andere, vaak vergezeld van snoep en koekjes). Kerstmis, Nieuwjaar en Valentijnsdag kwamen en gingen, maar de gebeurtenis waarnaar het meest werd uitgezien, was de terugkeer van de zon. De datum waarop een eerste zwakke gloed aan de horizon is te zien varieert langs deze kust – meestal begint die rond 13 januari in Aasiat, richting het zuiden.
Overvloed aan boeken
Waar ik was, in het noorden, keken we naar televisiereportages van wat er op de lagere breedten gebeurde. De dagen verstreken en het licht kwam steeds dichterbij. En toen kwam de dag waarop onze gemeenschap naar het hoogste punt van het eiland trok om de gouden bol boven het zee-ijs te zien uitstijgen. Schoolkinderen gingen ons voor. Ze droegen uit geel papier geknipte zonnetjes op hun sneeuwpakken en zongen een welkomstlied. De terugkeer van de zon is een moment van hoop.
In IJsland zijn de nachten en dagen duidelijker van elkaar te onderscheiden, maar ook hier bieden atmosferische verschijnselen verwondering en troost. Ik woonde in een golfplaten hut in Siglufjörður op het schiereiland Trollskagi, waar ik schreef aan mijn boekThe Library of Ice. Lezen en schrijven is een normaal binnenshuis tijdverdrijf voor IJslanders in de winter – jólabókaflóðið, ofwel ‘een overvloed aan boeken rond kerst’, is een welbekende traditie. Buitenshuis liggen meer ontastbare, elementaire vormen van vermaak op de loer. Het noorderlicht – het resultaat van geladen deeltjes die in botsing komen met de atmosfeer van de aarde – verschijnt het vaakst tussen september en april en dan vooral rond de nachtevening [het moment waarop de zon loodrecht boven de horizon staat]. Maar er is geen garantie op het fenomeen, en dat maakt het nog intrigerender.
Terwijl noorderlichtjagers in alle ernst de voorspellingen en weerberichten in de gaten hielden en in hun SUV’s dapper naar verre fjorden reden, genoot ik ervan te wachten tot de groene vuren zich veel dichterbij manifesteerden, ingekaderd door mijn raam boven een vertrouwd stuk berg. Volgens de folklore is het noorderlicht het spoor dat wordt achtergelaten door elfen, of zijn het ‘verborgen mensen’ (huldufólk) die in de donkere hemel dansen. Er zijn in Scandinavië veel mythische verklaringen voor het noorderlicht te vinden, maar misschien is het juist de ondoorgrondelijkheid die zo intrigeert, vanwege het mysterie en de onvoorspelbaarheid.
Schaduwen, waarzeggerij en het zesde zintuig zijn trouwens onlosmakelijk verbonden met winter. Deze donkere periode is ook een tijd van voorspellingen. Een nieuw jaar wordt vaak ingeluid met goede voornemens en voorspellingen. Toen ik tijdens oud en nieuw met een groep Duitse kunstenaars in Villa Concordia in Bamberg in Beieren verbleef, nam ik deel aan het zogenoemde loodgieten (Bleigießen), een gebruik waarbij gesmolten lood (tegenwoordig meestal tin of was) wordt gebruikt om de toekomst te voorspellen, zoals ook met theeblaadjes wordt gedaan.
Zodra er ijs ligt is rollen in verse sneeuw een meer dan bevredigend alternatief
Hierbij wordt een kleine hoeveelheid metaal in een pollepel boven een vlam gesmolten en dan in een kom met koud water gegoten. De organische, verwrongen vormen die het staafje lood aanneemt als het afkoelt, worden geïnterpreteerd om het komende jaar te voorspellen. Als het lood bijvoorbeeld een bal vormt, zegt men dat het geluk jouw kant op zal rollen. De vorm van een anker belooft hulp. De voorspelling is in een oogwenk gedaan, maar discussies over deze vormverandering van het element kunnen de hele nacht duren, vooral na een bocksbeutel [traditionele wijnfles] met bubbels.
Het loodgieten komt ook voor in Finland, waar het bekendstaat als tinanvalanta. Maar een nog intensere ervaring is om je bij koud weer terug te trekken in een zomerhuisje met sauna in het merengebied, om daar het oude jaar weg te stomen. In de zomer renden we vanuit de houten hut van mijn vriend naar het meer voor een verfrissende duik, maar zodra er ijs ligt is rollen in verse sneeuw een meer dan bevredigend alternatief.
Sommige internationale commerciële kuuroorden bieden zelfs kunstmatige ‘sneeuwkamers’ bij hun saunabehandelingen – een dappere poging om het rollen in pas gevallen sneeuw onder dennentakken die doorbuigen onder het gewicht van waterkristallen na te bootsen. Het oude jaar zou uitgewist kunnen worden met een paar koele slokken wodka met bosbessen, maar water is geschikter voor degenen die januari graag gezond aanvangen en willen profiteren van de heilzame effecten van de plotselinge overgang van warmte naar kou.
Vuurzee
Even opwindend is een duik in het koude water van de Firth of Forth, een oude traditie op nieuwjaarsdag voor de inwoners van Edinburgh. Voor de viering van Hogmanay [Schots voor oudejaarsavond en de bijbehorende festiviteiten], is in Portobello Park is een nieuw initiatief ontstaan. Om het einde van de feestelijkheden in te luiden worden afgedankte kerstbomen op het zandstrand ‘geplant’ en vervolgens in brand gestoken. Portobello is het enige openbare park in Schotland waar je een vuurtje mag stoken en kleine vreugdevuren zijn hier het hele jaar door te vinden, maar de brandstapel voor het nieuwe jaar moet soms door de autoriteiten worden getemperd. Het is misschien niet de meest duurzame manier om je te ontdoen van hout, maar indrukwekkend is de vuurzee aan de Firth of Forth well deze doet denken aan meer gevestigde Schotse midwintervieringen met vuur, uiteenlopend van Burning the Clavie in Burghead tot de Comrie Flambeaux en van de Fireballs in Stonehaven tot Helly Aa op de Shetland-eilanden. Het meest spectaculair is de dramatische verbranding van een model van een Vikingschip in het dorpje Lerwick.
Maar de vernietigende kracht van de elementen is uiteindelijk nergens duidelijker zichtbaar dan op de ijskap van Antarctica in de winter. Op het zuidelijk halfrond valt midwinter in juni. Dan wordt op onderzoeksstations het onderzoek naar ijskernen, gletsjers en de gewoonten van pinguïns stilgelegd en bereiden wetenschappers zich voor op de lange reis naar huis. Op de meest zuidelijke Britse basis, Halley VI, heersen temperaturen van min 30 graden Celsius, gepaard met snijdende wind. De zon komt wekenlang niet op boven de futuristische rode en blauwe cabines.
Een ervaren overwinteraar vertelde me dat de oudste persoon op de basis de vlag aan het einde van het seizoen laat zakken en dat de jongste hem zal hijsen als het onderzoeksprogramma in de lente weer begint. Het is inmiddels een traditie met nieuwjaar geworden, geliefd bij de weinige overwinterende wetenschappers en het ondersteunende personeel op Halley VI: voor de zonnewende op 21 juni zendt BBC World Service zijn misschien wel meest ongebruikelijke programma uit voor het kleinst beoogde publiek. Overal ter wereld kan men afstemmen op deze hartverwarmende mix van berichten aan familie en vrienden, muziekverzoeken en boodschappen van de British Antarctic Survey. Luisteraars kunnen in hun verbeelding meereizen met degenen die onderzoek doen naar de atmosfeer en het klimaat in het verleden om meer te weten te komen over de toekomst van de planeet – ook een vorm van voorspellen en goede voornemens, uiteindelijk zelfs de belangrijkste van allemaal.
Zeespiegel stijgt met minimaal 27 cm door smeltende ijskap
Wetenschappers hebben ontdekt dat een sterke stijging van de zeespiegel als gevolg van het smelten van de Groenlandse ijskap onvermijdelijk is, zelfs als de verbranding van fossiele brandstoffen die de klimaatcrisis veroorzaakt van de ene dag op de andere zou stoppen, bericht The Guardian.
Uit het onderzoek, dat is gepubliceerd in Nature Climate Change, blijkt dat de opwarming van de aarde tot op heden alleen al door het smelten van 110 ton ijs op Groenland een absolute minimumstijging van het zeeniveau van 27 centimeter zal veroorzaken. Met de aanhoudende CO2-uitstoot, het smelten van andere ijskappen en de thermische uitzetting van de oceaan, lijkt een zeespiegelstijging van meerdere meters waarschijnlijk.
Miljarden mensen leven in kustgebieden, waardoor overstromingen als gevolg van de stijgende zeespiegel een van de grootste langetermijngevolgen van de klimaatcrisis zijn. Als Groenlands recordsmeltjaar 2012 later deze eeuw een routineverschijnsel wordt, wat mogelijk is, dan zal de ijskap zorgen voor een ‘duizelingwekkende’ zeespiegelstijging van 78 centimeter, aldus de wetenschappers.
Naalakkersuisut, zoals de regering van Groenland wordt genoemd, stopt met nieuwe olie- en gasexploraties. In een verklaring die half juli werd uitgegeven, noemt de regering de ‘prijs voor oliewinning te hoog’, verwijzend naar zowel economische overwegingen als de strijd tegen klimaatverandering, schrijft CBS News. Het besluit is genomen ‘in het belang van onze natuur, van onze visserij, van onze toeristenindustrie en om de aandacht te richten op duurzamere mogelijkheden’. Aangenomen wordt dat Groenland over enorme hoeveelheden onontgonnen olievoorraden beschikt. Volgens onderzoek is het equivalent van miljarden vaten olie te vinden langs de westkust. Ook wordt gesproken van grote afzettingen onder de zeebodem aan de oostkust, aldus CBS.
‘We willen bijdragen aan wereldwijde oplossingen om klimaatverandering tegen te gaan’
Met het huidige besluit is exploratie overigens nog niet volledig van de baan, want twee kleine bedrijven beschikken nog over vier eerder gegunde exploratievergunningen, die Groenland zal moeten respecteren. Maar volgens Kalistat Lund, de Groenlandse minister van Landbouw, Zelfvoorziening, Energie en Milieu, neemt de regering klimaatverandering serieus. ‘In ons land zien we elke dag de gevolgen ervan en we willen bijdragen aan wereldwijde oplossingen om klimaatverandering tegen te gaan’, zei Lund. ‘Naalakkersuisut werkt aan het aantrekken van nieuwe investeringen voor het grote potentieel aan waterkracht dat we niet zelf kunnen exploiteren. Het besluit om te stoppen met nieuwe exploraties naar olie draagt ertoe bij dat Groenland wordt gezien als een land waar duurzame investeringen serieus worden genomen.’
Het kabinet werkt ook aan een conceptwetsvoorstel dat vooronderzoek, opsporing en winning van uranium verbiedt, schrijft CBS. De winning van uranium, dat voornamelijk wordt gebruikt voor de opwekking van kernenergie, gaat gepaard met de productie van radioactief afval. ‘Groenland leeft al eeuwenlang van aanwezige natuurlijke hulpbronnen en het verbod op uraniumwinning rust op de diepe overtuiging dat de economie rekening moet houden met de natuur en het milieu’, aldus Naalakkersuisut.
Afrika is dol op Japanse auto’s
Japanse tweedehands auto’s blijven onverminderd populair in Afrika. Het continent ontwikkelt zich economisch gestaag en de invoer van tweedehands Japanse voertuigen blijft stijgen. In de afgelopen tien jaar is de markt bijna verdubbeld, schrijft de Japanse krant Mainichi.
Gebruikte Japanse voertuigen zijn over het algemeen in goede staat, van hoge kwaliteit en bovendien gemakkelijk te onderhouden. Reparatie-onderdelen zijn ruimschoots voorhanden, hetzij origineel, hetzij van Chinese makelij.
Van de 105.000 auto’s die in 2019 in Kenia werden geregistreerd, was ongeveer 90 procent tweedehands. Kenia is ook de thuisbasis van de Japanse autobedrijven Toyota en Isuzu. Ironisch genoeg wordt de belangrijkste concurrentie voor Japanse autofabrikanten in de regio nu gevormd door Japanse auto’s: de populariteit van redelijk geprijsde geïmporteerde occasions zorgt ervoor dat nieuwe Japanse voertuigen slecht worden verkocht, aldus Mainichi. Door corona nam de import wel af: in 2019 werden er zo’n 320.000 tweedehands auto’s van Japan naar Afrika geëxporteerd; in 2020 daalde dat tot zo’n 280.000.
Wereldwijd tekort aan chips
Het mondiale tekort aan halfgeleiders heeft een enorme impact op een breed scala van sectoren, variërend van auto’s en computers tot smartphones en gaming.
Vorige week werden de Duitse autofabrikanten Daimler en BMW gedwongen om hun assemblagelijnen te vertragen of stil te leggen vanwege tekorten en autofabrikanten elders worstelen met hetzelfde probleem. Ook Apple en Samsung lieten weten dat het chiptekort hun productie zodanig beïnvloedt dat de verkoop van laptops en desktopcomputers kan dalen, bericht The Korea Herald.
‘Het aanbod van chips zal waarschijnlijk veel lager blijven dan de groeiende vraag’
Het chiptekort zal naar verwachting aanhouden, omdat het tijd kost voor chipmakers en onderdelenfabrikanten om nieuwe fabrieken op te zetten en systemen aan te passen, aldus experts. ‘De productie van chips zal in het derde kwartaal waarschijnlijk de volledige capaciteit benutten om aan de stijgende vraag te voldoen’, volgens Jeon Byeong-seo, professor aan de Koreaanse Kyung Hee University. ‘Maar het aanbod zal veel lager blijven dan de groeiende vraag van autofabrikanten, smartphone- en elektronicafabrikanten.’
Halverwege juni stonden zo’n vijftig vrouwen aan de start voor de Ronde van Bamiyan, ondanks dat er een zwaar taboe rust op het vrouwenfietsen in Afghanistan, schrijft Al Araby. Officieel werd in 1986 een Afghaans wielerteam voor vrouwen opgericht, maar het werd eigenlijk pas een sport in het post-talibantijdperk. De Amerikaanse Shannon Gilpin speelde daarbij een belangrijke rol.
In 2009 was ze de eerste vrouw die mountainbikend door Afghanistan trok. Ze ontdekte dat een kleine groep vrouwen een eigen nationale wielerploeg had gevormd, met een slechte uitrusting maar met groot enthousiasme. Veel van die vrouwen hadden als vluchteling leren fietsen in Iran en Pakistan. Gilpins liefdadigheidsinstelling Mountain2Mountain zorgde voor beter materieel en betaalde het team om deel te kunnen nemen aan internationale toernooien.
Door de opkomst van de taliban is het de vraag of het Afghaanse vrouwenfietsen nog toekomst heeft
Nu de taliban sinds het vertrek van de Amerikanen claimen dat ze 85 procent van het land in handen hebben en berichten over strenge beperkingen voor vrouwen weer aanzwellen, is het de vraag of het Afghaanse vrouwenfietsen nog toekomst heeft.
Vaccinatieplicht in Azerbeidzjan
Inwoners van Azerbeidzjan zullen binnenkort een vaccinatiebewijs moeten kunnen overleggen om de meeste openbare gebouwen te mogen betreden, bericht Eurasianet. Deze maatregel werd eind juli aangekondigd en komt feitelijk neer op een nationale vaccinatieplicht. Vanaf 1 september moeten mensen vanaf achttien jaar een vaccinatiebewijs in een ‘covidpaspoort’ kunnen tonen om onder meer restaurants, cafés, winkelcentra en hotels te mogen betreden. In onderwijsinstellingen moeten leerlingen en studenten vanaf achttien kunnen bewijzen dat ze zijn ingeënt.
Tot nu toe is 26 procent van de Azerbeidzjanen minstens één keer gevaccineerd. 80 procent van de werknemers van overheidsinstanties, medische en farmaceutische bedrijven en wetenschappelijke en onderwijs-instellingen zal vanaf 1 september een eerste inenting moeten hebben en een tweede in oktober. De vaccinatieplicht leidt nu al tot een zwarte markt in valse covidpaspoorten.
Edelstenen, hoe groter hoe beter
Een troon van amethist met een gewicht van één ton à 45.000 dollar: Crystalarium, een edelstenenwinkel in West-Hollywood, verkocht er recentelijk vier stuks van. Kristallen en mineralen zijn enorm populair geworden bij de meer vermogenden der aarde en het motto is: hoe groter hoe beter, zo signaleert The Los Angeles Times.
De wereldwijde markt van (half)edelstenen wordt nu geschat op ruim 1 miljard dollar. Zangeres Adele houdt ze vast tijdens optredens om plankenkoorts te overwinnen en model Naomi Campbell reist er mee. Er is zelfs een Kim Kardashian-lijn van parfums met kristalthema in kristalvormige flessen. Het fenomeen werd verder aangejaagd door de pandemie: veel rijken zagen minder mogelijkheden voor opzichtige uitgaven en kozen ervoor om hun huizen te bezielen met de ‘genezende’ energie van stenen.
Groenland legt olie-exploratie aan banden
Naalakkersuisut, zoals de regering van Groenland wordt genoemd, stopt met nieuwe olie- en gasexploraties. In een verklaring die half juli werd uitgegeven, noemt de regering de ‘prijs voor oliewinning te hoog’, verwijzend naar zowel economische overwegingen als de strijd tegen klimaatverandering, schrijft CBS News. Het besluit is genomen ‘in het belang van onze natuur, van onze visserij, van onze toeristenindustrie en om de aandacht te richten op duurzamere mogelijkheden’. Aangenomen wordt dat Groenland over enorme hoeveelheden onontgonnen olievoorraden beschikt. Volgens onderzoek is het equivalent van miljarden vaten olie te vinden langs de westkust. Ook wordt gesproken van grote afzettingen onder de zeebodem aan de oostkust, aldus CBS.
‘We willen bijdragen aan wereldwijde oplossingen om klimaatverandering tegen te gaan’
Met het huidige besluit is exploratie overigens nog niet volledig van de baan, want twee kleine bedrijven beschikken nog over vier eerder gegunde exploratievergunningen, die Groenland zal moeten respecteren. Maar volgens Kalistat Lund, de Groenlandse minister van Landbouw, Zelfvoorziening, Energie en Milieu, neemt de regering klimaatverandering serieus. ‘In ons land zien we elke dag de gevolgen ervan en we willen bijdragen aan wereldwijde oplossingen om klimaatverandering tegen te gaan’, zei Lund. ‘Naalakkersuisut werkt aan het aantrekken van nieuwe investeringen voor het grote potentieel aan waterkracht dat we niet zelf kunnen exploiteren. Het besluit om te stoppen met nieuwe exploraties naar olie draagt ertoe bij dat Groenland wordt gezien als een land waar duurzame investeringen serieus worden genomen.’
Het kabinet werkt ook aan een conceptwetsvoorstel dat vooronderzoek, opsporing en winning van uranium verbiedt, schrijft CBS. De winning van uranium, dat voornamelijk wordt gebruikt voor de opwekking van kernenergie, gaat gepaard met de productie van radioactief afval. ‘Groenland leeft al eeuwenlang van aanwezige natuurlijke hulpbronnen en het verbod op uraniumwinning rust op de diepe overtuiging dat de economie rekening moet houden met de natuur en het milieu’, aldus Naalakkersuisut.
Migranten brengen het Spaanse platteland tot leven
Dankzij een programma dat ontvolkte plattelandsgebieden in Spanje probeert nieuw leven in te blazen, leidt een gevlucht Colombiaans gezin met twee kinderen nu een rustig leven in een dorpje in de Noord-Spaanse provincie León. Het gezin verruilde de Colombiaanse stad Cali, met een bevolking van drie miljoen, voor het dorp Brañuelas, dat tweehonderd inwoners telt.
Het project Nuevo Comienzo beoogt migranten naar leeglopende gebieden te trekken
Ze arriveerden in december 2019 in Spanje en vroegen asiel aan om te voorkomen dat ze terug moesten naar Colombia, waar de FARC hun land opeiste. Aanvankelijk liepen ze tegen een bureaucratische muur op, schrijft El País. Totdat ze hoorden van Nuevo Comienzo (‘Nieuw Begin’), een project van de provinciale overheid en verschillende instanties, dat beoogt migranten naar leeglopende gebieden te trekken. Als de Colombianen naar het afgelegen dorp verhuisden, zouden ze werk krijgen, hulp bij huisvesting en zouden hun kinderen worden toegelaten tot het Spaanse schoolsysteem. In ruil daarvoor zou Brañuelas nieuwe inwoners krijgen en genoeg leerlingen om een nieuwe schoolklas te kunnen samenstellen.
Burgemeester Carolina López van de sociaal-democratische PSOE hoopt dat de aanwas leidt tot beter vervoer en betere telefoon- en internetverbindingen. Astorga, de dichtstbijzijnde grote gemeente waar wordt gevaccineerd en waar medische zorg is, is slecht bereikbaar vanuit Brañuelas. Met de auto is het veertig minuten rijden, maar met het openbaar vervoer duurt het vanwege belabberde busverbindingen een hele dag.
Andere leeglopende regio’s in Spanje beginnen nu ook met soortgelijke programma’s.
Marble Arch Mound
Het is het zoveelste project van Nederlandse makelij dat niet geapprecieerd wordt in het buitenland. Parijs haalde de Domestikator van Joep van Lieshout weg en nu is er van alles aan te merken op de installatie van Het Rotterdamse architectenbureau MVRDV in het Londense Hyde Park. Zo veel dat de ‘heuvel’ Marble Arch Hill, ontworpen in opdracht van de Londense deelgemeente Westminster om het winkelend publiek weer terug Oxford Street in te krijgen, tijdelijk gesloten werd om kinderziekten te genezen.
Volgens MVRDV past de kunstmatige heuvel, door de vileine Britse pers nu al met een drol vergeleken, in de Engelse traditie van de folly, de aristocratische gewoonte om even malle als nutteloze bouwwerken neer te zetten.
‘Ground zero’ van de klimaatverandering, zo bestempelen wetenschappers Groenland. Vrijwel nergens anders zijn de consequenties ingrijpender dan hier. De inuit bedachten zelfs een nieuw woord voor wat er om hen geen gebeurt: ‘uggianaqtuq’, oftewel ‘vreemd gedrag’.
Keuze uit het archief
Deze week werd het nieuws gedomineerd door een gebied dat normaal gesproken de krant nauwelijks haalt: Groenland. Vanwege de dreiging van een Amerikaanse militaire inval besloten Europese landen er soldaten heen te sturen om het grootste eiland ter wereld te verdedigen. Hoewel alle ogen gericht zijn op de Amerikanen, laat deze onheilspellende reportage van Der Tagesspiegel uit 2020 zien dat Groenland met een nog veel ernstigere dreiging te maken heeft: de klimaatverandering.
In de haven van Ilulissat, een plaats aan de westkust van Groenland, duwt aan het einde van deze veel te warme zomer een jongeman de gashendel van zijn motorboot naar voren en spuit weg de Noordelijke IJszee op. Voor hem op het water verheffen zich de ijsbergen, blauw oplichtende reuzen in de middagzon waarvan zo nu en dan een stuk afbreekt en in zee stort.
Met één hand stuurt de man zijn boot langs ijsschotsen die als reusachtige scherven op het water drijven. Ole Kristiansen, een 31-jarige Inuit, is jager van beroep, net als zijn vader en diens vader voor hem. Een kleine man met fijne gelaatstrekken, bril en snor, die geen handschoenen aanheeft, hoewel de wind zijn handen blauw kleurt. Meestal zwijgt hij, zijn bruine ogen strak op het water gericht. Plotseling legt Kristiansen de boot stil, grijpt naar een roestig geweer, loopt een paar stappen naar de reling, legt aan en schiet staand op een nauwelijks te onderscheiden zwart stipje in de verte.
Een stinkrob.
Het schot wordt via een ijsberg teruggekaatst als echo. Het water kolkt. Als het rood kleurt, is de rob dood. Dan moet hij het dier te pakken zien te krijgen voordat het naar de zeebodem zinkt. Kristiansen knijpt zijn ogen tot spleetjes. Het water blijft blauw.
Typische Groenlander
Ole Kristiansen is een van de 55.000 bewoners van Groenland, het grootste eiland ter wereld. Kristiansen is een typische Groenlander: hij leeft van wat de natuur hem geeft, meestal stinkrobben of heilbot, waar hij voor de kust op vist. Elke ochtend kijkt hij na het opstaan eerst uit het raam en besluit dan wat de dag voor hem zal brengen. ‘Is het water blauw, dan vaar ik uit, is het zwart, dan blijf ik binnen,’ zegt Kristiansen. Zijn vader en diens vader deden het al zo, zegt hij, en hoe hadden ze ook anders gekund, want in deze blauwgrijze hel van ijs groeiden tenslotte geen aardbeien die ze hadden kunnen oogsten. Tegenwoordig zijn veel dingen anders.
‘Ground zero’ van de klimaatverandering, zo bestempelen wetenschappers Groenland. Vrijwel nergens anders zijn de consequenties ingrijpender dan hier. Het noordpoolgebied warmt twee keer zo snel op als de rest van de wereld; in het zuidwesten van Groenland is de gemiddelde temperatuur in de afgelopen zeven jaar drie graden gestegen. In de zomer van 2019, een van de warmste sinds het begin van de metingen, is op het eiland 320 gigaton ijs gesmolten – zeven keer het volume van de Bodensee. Als de Groenlandse ijskap op een dag helemaal wegsmelt, stijgt de zeespiegel met zeven meter.
Terwijl onderzoekers doorlopend nieuwe metingen uit het binnenste van de ijskap presenteren, overal ter wereld kinderen demonstreren en volwassenen Greta Thunberg beledigen, is de opwarming van de aarde voor de 55.000 Groenlanders al lange tijd de complexe realiteit. Hoe hun leven verandert? Nergens anders is dat beter te zien dan in Ilulissat, de woonplaats van visser Ole Kristiansen.
De graven voor de doden delven ze in de zomer, waarbij ze een inschatting moeten maken van het aantal mensen dat in de winter zal overlijden
De op twee na grootste plaats op Groenland ligt aan de westkust, circa 250 kilometer ten noorden van de poolcirkel, en telt 4500 inwoners. De kleurrijke houten huizen bouwen ze op gneis, omdat de permafrost de bodem zo hard maakt dat je daar niet in kunt graven. De graven voor de doden delven ze in de zomer, waarbij ze een inschatting moeten maken van het aantal mensen dat in de winter zal overlijden.
Hier, waar mannen aan de haven over de ijsberenjacht van gisteren vertellen terwijl cafés van buitenlanders American cheesecake verkopen, waar vissers op robben schieten terwijl het dorp zich tot de belangrijkste bestemming van het lokale toerisme ontwikkelt, kun je de veranderingen in de Groenlandse maatschappij, veroorzaakt door de klimaatverandering, als onder een vergrootglas bekijken.
Hoe het zover is gekomen, kan het best door een Groenlander uit de doeken worden gedaan, bijvoorbeeld door Jens Pele Petersen, de postbode van het dorp. Dagelijks haalt hij pakketjes van de luchthaven op die hij bij de dorpelingen thuis aflevert. Petersen is een grote man met een stevige handdruk en glasheldere ogen, waar hij erg trots op is. ‘Heb je mijn blauwe ogen gezien?’ vraagt hij. ‘Ongewoon voor een Groenlander, maar ik ben voor 100 procent Inuit.’ Petersen zegt dat hij altijd stopt als hij toeristen ziet die van de luchthaven naar het dorp moeten. ‘Die besparen het geld voor een taxi en ik kom wat meer te weten over de wereld buiten Groenland.’
Met één hand stuurt hij zijn auto door Ilulissat en steekt af en toe groetend zijn hand op. Eigenlijk rijden er veel te veel auto’s in het dorp, want het is maar een kwartiertje lopen van het ene naar het andere eind en buiten het dorp houden de wegen simpelweg op. Maar sinds de welvaart hier toeneemt, zegt Petersen, rijden steeds meer mensen auto. ‘De mensen zoeken er eentje uit in een catalogus en die wordt dan weken later aangevoerd per schip.’ Zo heeft hij het ook gedaan. Om de haverklap wijst Petersen op een kraan. ‘Overal wordt gebouwd,’ zegt hij, ‘het houdt maar niet op.’
Om te laten zien waarom Ilulissat het dorp is dat het meest drastisch verandert in Groenland rijdt de postbode een heuvel aan de rand van het dorp op die uitzicht biedt op een van de adembenemendste natuurfenomenen ter wereld: de ijsfjord Kangia.
De duizend meter diepe Kangia bestaat omdat landinwaarts de Sermeq Kujalleq, een van de snelst bewegende gletsjers ter wereld, onafgebroken afkalft in het water en daarmee aan de lopende band ijsbergen en sculpturen produceert die langs Ilulissat de Noordelijke IJszee op drijven. Ooit dreef een gevaarte deze fjord uit dat duizenden kilometers zuidelijker voor Newfoundland op een schip botste, de Titanic. De ijsfjord is er ook de oorzaak van dat Ilulissat meer in de belangstelling is komen te staan: de Unesco riep de fjord in 2004 uit tot wereldnatuurerfgoed. In 2007 bracht Angela Merkel een bezoek aan het dorp; in een rode parka vergaapte ze zich aan de smeltende ijsbergen, de beelden gingen de hele wereld over. De afgelopen jaren is de Kangia weer een stukje gegroeid, maar deskundigen beschouwen dat niet als een trendbreuk in de terugtrekking van het ijs op lange termijn.
Vroeger waren hooguit poolonderzoekers en liefhebbers van extreme sporten geïnteresseerd in deze onherbergzame uithoek van de aarde, tegenwoordig leggen er op sommige zomerdagen drie cruiseschepen tegelijk in Ilulissat aan. Dan wordt het dorp overspoeld door vijfduizend mensen, meer dan het inwoners telt. De toeristen, aldus het Groenlandse verkeersbureau, komen omdat ze een laatste blik willen werpen op het smeltende ijs. Deze zomer gingen velen van hen in T-shirt van boord. Het kwik steeg naar een ongebruikelijke 20 graden.
In de viswinkel aan het dorpsplein hangen bordjes met ‘verboden te fotograferen’, zo graag willen de toeristen foto’s maken van robben- en walvisvlees. Maar de viswinkel is een laatste plaats van verzet. Buiten achter de ramen schieten de hotels, de guesthouses, de cafés en de aanbieders van expedities als paddenstoelen uit de grond. En de toeristen die daarvoor in de rij staan, nemen niet alleen hun nieuwe outdoorjacks mee, maar ook hun ideeën over het leven. Sindsdien botsen hier werelden op elkaar. Cheesecake en robbensoep.
In Ilulissat speelt zich een globaliseringsdrama af, veroorzaakt door de klimaatverandering. In het noorden van het dorp wordt al een nieuwe luchthaven gebouwd, die volgens planning in 2023 in gebruik zal worden genomen. Een nieuw hoofdstuk begint. De vraag is alleen wie daarin de hoofdrol speelt.
Postbode Jens Pele Petersen heeft me voor het avondeten uitgenodigd. Eerst stuurt hij zijn auto nog snel naar supermarkt Pisiffik, waar hij fruit, sla en gehakt koopt. De sla kost 50 kronen, zegt hij, bijna zeven euro. Die komt met de boot uit Europa, twee keer per week.
Onder het eten hebben de Petersens het over de ijsbeer die een jager uit het dorp de vorige dag heeft geschoten
Thuis dekt hij de tafel, zijn vrouw Ane maakt spaghetti bolognese. Ook zij werkt bij de posterijen, als zijn chef. ‘Mijn baas, thuis en op het werk,’ zegt Jens Pele lachend. Hun zoon Kenny zit in de kinderkamer Fortnite te spelen op zijn smartphone. Door die game spreekt hij al beter Engels dan zijn vader. Jens Pele Petersen laat me het huis zien. Het blanke hout maakt het licht, op de gang staat een hometrainer, in de keuken een eiwitshake. Op Facebook – Petersen post vrijwel dagelijks – staan foto’s van een huisje dat hij buiten het dorp aan het bouwen is om daar de steeds warmere zomers door te brengen.
Onder het eten hebben de Petersens het over de ijsbeer die een jager uit het dorp de vorige dag heeft geschoten. Ane zegt dat ze het niet kan begrijpen, het dier was toch veel te jong geweest. ‘Op straat zouden we dit niet hardop zeggen,’ zegt Jens Pele. ‘Onze mening wordt daar niet zo gewaardeerd.’
Ook dat moet de klimaatverandering zijn, die gedachte komt onwillekeurig bij je op als je met dit moderne gezin aan tafel zit. Ze laat het ijs smelten en maakt daardoor vlak bij de noordpool een leven mogelijk waarin eiwitshakes en zomerhuizen een grotere rol spelen dan de jacht op ijsberen. Is dat goed?
Heel wat mensen op Groenland zien dat zo, ook de Petersens. De klimaatverandering, zo betogen ze, is eerder een kans dan een bedreiging. En niet alleen in de privésfeer.
Toen Donald Trump onlangs aangaf Groenland te willen kopen, had dat – de absurditeit van het idee daargelaten – een reden. Negentig miljard barrels ruwe olie vermoeden deskundigen in het noordpoolgebied, ruim zes procent van de mondiale reserve, en bovendien circa 25 procent van de nog niet in productie genomen aardgasreserves. Vooral in twee bekkens voor de kust van Groenland zou exploitatie lonend kunnen zijn. De afgelopen jaren heeft Groenland meer dan vijftig exploitatievergunningen verstrekt aan buitenlandse investeerders: goud, nikkel, koper. In het zuiden van het eiland, bij het plaatsje Narsaq, ligt een van de grootste uraniummijnen ter wereld. Een Chinees-Australisch consortium wil die gaan exploiteren en bovendien de extreem waardevolle en zeldzame mineralen waarnaar de wereld zit te smachten omdat ze nodig zijn voor hybride auto’s en printplaten in smartphones. Daarbij komen nog de onmetelijke zandreserves. De wereld staat in de rij om de natuurlijke rijkdommen van Groenland te exploiteren.
Groenland trekt op zijn beurt een eigen plan. De grootste wens van de bevolking, volgens Jens Pele Petersen en visser Ole Kristiansen maar ook alle enquêtes daarnaar, is de volledige onafhankelijkheid van de vroegere koloniale mogendheid Denemarken. Het probleem is dat Denemarken jaarlijks 470 miljoen euro overmaakt, ongeveer een derde van de Groenlandse begroting. Om zich los te maken van Denemarken zou Groenland ook financieel onafhankelijk moeten worden. Mijnbouw, landbouw, toerisme: uitgerekend de klimaatverandering zou uiteindelijk de onafhankelijkheid kunnen brengen.
In het dorp kom je veel mensen tegen die over de bevroren zee praten als over een vader die op sterven ligt
Dat is echter maar één kant van het verhaal. In de woonkamer van de Petersens vertelt Ane ook over de negatieve aspecten van de klimaatverandering. Ze laat een zwart-witfoto zien die bij hen op de gang hangt. De man erop glimlacht vriendelijk. Het is Anes vader, die een paar jaar geleden bij een ongeluk om het leven kwam.
Haar vader was met de sneeuwmobiel onderweg op het zee-ijs, vertelt Ane, toen hij merkte dat hij op een afgebroken ijsschots reed die aan het zinken was. Hij gaf flink gas om niet te verdrinken, maar botste op een andere sneeuwmobiel, vloog door de lucht en sloeg hard tegen de grond. Hij overleed ter plekke.
Het zee-ijs is de bestaansvoorwaarde voor en het symbool van het traditionele Groenlandse leven. Duizenden jaren lang heeft het ijs het noordpoolgebied beschermd tegen welke invloed ook. Het blokkeerde de zee en daarmee de schepen, die Ilulissat zes, zeven maanden niet meer konden bereiken. Geen sla, geen sinaasappels. In plaats daarvan trokken de vissers dagenlang over het bevroren water en jaagden op robben, ijsberen en rendieren. Of ze konden via de zeeweg een keer op bezoek bij familieleden in andere nederzettingen. Het ijs als sociale brug.
In het dorp kom je veel mensen tegen die over de bevroren zee praten als over een vader die op sterven ligt. Zoals de 76-jarige Ove, ook een visser. Een kleine, kromme man, die net een ladder opklimt om heilbot aan zijn huis te drogen te hangen. ‘Vroeger gingen we tot laat in de lente met sledehonden de zee op,’ zegt Ove. ‘Tegenwoordig hebben we geluk als zich een beetje ijs vormt. Maar meestal is het te dun om op te staan.’
Met het ijs verdwijnen de sledehonden, een van de oudste hondenrassen ter wereld. Kolonisten die vanuit Canada naar Groenland kwamen, brachten ze ooit mee. Nog altijd loopt door het zuiden van Groenland de zogeheten hondenevenaar. Ten noorden van deze overgeleverde grens mogen uitsluitend sledehonden worden gehouden om een vermenging van rassen te voorkomen.
Toen het zee-ijs stabiel genoeg was, waren de sledehonden voor de Groenlanders het belangrijkste middel om zich te verplaatsen. ‘De honden,’ zegt Ove, ‘voelden aan waar het ijs dik genoeg was om op te lopen. Tegenwoordig weigeren ze vaak het dunne ijs ook maar op te gaan.’
Ooit waren er meer dan zesduizend sledehonden in Ilulissat. Hun gehuil klonk ’s nachts door het dorp. Tegenwoordig zijn het er nog geen tweeduizend. Veel jagers hebben hun honden zelfs doodgeschoten omdat ze er niet meer voor konden zorgen. De rest bevindt zich niet zoals vroeger midden in het dorp, maar moet vanwege de vele auto’s die door Ilulissat rijden in kennels erbuiten worden gehouden. ‘Met de honden verdwijnt het leven waarmee ik groot geworden ben,’ zegt Ove.
Maar niet alleen het zee-ijs en de sledehonden verdwijnen. Ook de taal van de Groenlanders, beeldend en beschrijvend, staat bloot aan de klimaatverandering. Zoals het woord ‘isersarneq’, dat ‘dit is een wind in de fjord die van zee komt en het lastig zou kunnen maken om thuis te komen, maar eenmaal buiten de fjord is het aangenaam weer’ betekent. Omdat het weer onberekenbaar is geworden en winden draaien hebben sommige begrippen tegenwoordig geen betekenis meer.
De Inuit bedenken daarvoor nieuwe woorden. Zoals ‘uggianaqtuq’, dat ‘zich wonderlijk gedragen’ betekent. Het woord doelt op het veranderde klimaat – en de mensen die niet weten hoe ze daarop moeten reageren.
Niet alleen het zee-ijs en de sledehonden verdwijnen. Ook de taal van de Groenlanders, beeldend en beschrijvend, staat bloot aan de klimaatverandering
Tot voor kort was er weinig bekend over de psychologische effecten van de klimaatverandering. Afgelopen zomer voerde Kelton Minor, sociologe aan de universiteit van Kopenhagen, het eerste representatieve onderzoek uit. In de Greenlandic Perspectives Survey (GPS) werd de kijk van de Groenlanders op de klimaatverandering onderzocht – en Minor presenteerde verbazingwekkende cijfers. Volgens het onderzoek is circa 92 procent van de ondervraagden ervan overtuigd dat de klimaatverandering een feit is, slechts 1 procent denkt van niet. Ruim drie kwart van de Groenlanders zei de effecten van de klimaatverandering aan den lijve te ondervinden in het dagelijks leven. Drie op de vier gezinnen gaf aan nog al-tijd van de jacht te leven, maar bijna twee derde daarvan was bang dat de klimaatverandering de traditie van het jagen zal schaden.
Ook Courtney Howard, eerstehulparts in het Canadese noordpoolgebied, onderzoekt de gevolgen van de klimaatverandering voor de Groenlanders. Onlangs verklaarde ze tegenover The Guardian dat de klimaatverandering bij sommige Inuit tot angstgevoelens en een vorm van ecologische rouw leidt omdat ze hun geboortegrond kwijtraken. Bij sommige Inuit had ze zelfs tekenen van posttraumatische stressstoornis vastgesteld. Op Groenland heeft de ecologische ramp allang een culturele ramp veroorzaakt.
Ook Simone Petersen uit Ilulissat kan meepraten over de afgronden van een maatschappij in transitie. Petersen, geen familie van postbode Jens Pele Petersen, is een Deense, een vrouw met oranje geverfd haar. Ik loop met haar mee een doodlopend straatje in naar een weiland waar ze drie sledehonden houdt. Uit een plastic tasje haalt ze drie hele vissen, die ze naar de honden gooit. Dan doet ze een schuurtje open, waar vijf welpen aan het ravotten zijn.
Terwijl Petersen de welpen te eten geeft, vertelt ze dat ze in 2008 tijdens een reis naar Groenland verliefd werd op Knut, een jager uit Ilulissat, en twee maanden later hier is komen wonen. ‘We hadden zestien honden en waren gelukkig,’ zegt ze. Drie jaar geleden stierf Knut aan een aneurysma. Simone besloot ook zonder hem hier te blijven.
In Ilulissat werkte ze zes jaar lang als maatschappelijk werkster in een weeshuis. ‘Veel kinderen voor wie ik daar zorgde, waren hun ouders door geweldmisdrijven kwijtgeraakt,’ zegt ze. ‘Anderen werden mishandeld, of de ouders hadden zich van het leven beroofd.’
Het hoge zelfmoordcijfer – zeven keer zo hoog als in Duitsland – bezorgde Petersen handenvol werk. In het weeshuis werkte ze samen met een collega die vier zonen had – allemaal pleegden ze zelfmoord. ‘Als er eentje begint, volgt vaak het hele gezin dat voorbeeld,’ zegt ze. De motieven zijn volgens haar velerlei. ‘Van één jongen weet ik dat zijn vriendin hem had verlaten, dat was voor hem al reden genoeg.’
‘Veel Groenlanders hebben nooit geleerd om met problemen om te gaan,’ zegt Petersen. ‘Van anderen wordt simpelweg te veel geëist door de radicale veranderingen die hier op dit moment plaatsvinden. Als werknemers op Groenland salaris krijgen, wat om de twee weken gebeurt, kun je er bij sommigen van uitgaan dat ze de maandag daarna niet op hun werk verschijnen. Salaris krijgen staat voor velen gelijk aan een driedaags drankgelag. Dan worden ook de meeste misdrijven gepleegd.’
Kapitalistische tijdgeest
Vrijwel iedereen die je er in Ilulissat naar vraagt, komt na een tijdje wel te spreken over die onbetrouwbaarheid, zowel buitenlanders als de Groenlanders zelf. Simone Petersen zegt dat je er niets van begrijpt als je met een Duitse of Deense blik naar de problemen van de Groenlanders kijkt. ‘Veel van wat we in Europa gewoon vinden, is hier niet van toepassing.’ De dag van haar vriend Knut was bijvoorbeeld nooit met de wekker begonnen. Hij werd wakker wanneer hij wakker werd en dan liep hij naar het raam om te kijken wat voor weer het was. Knut had alleen maar gejaagd als hij iets te eten wilde hebben. De buit verkopen, geld verdienen, de welvaart vergroten – ‘dat was hem volkomen vreemd’.
Op een keer zou hij toeristen meenemen op een boottochtje. Toen hij op de afgesproken tijd nog thuis was, had Petersen hem gevraagd of hij niet weg moest. ‘Die mensen zien toch wel dat de zee zwart is, en dan vaar je niet uit,’ had Knut geantwoord.
Onwillekeurig gaan mijn gedachten terug naar robbenjager Ole Kristiansen. Toen die na dertien schoten nog altijd geen rob had geraakt, keerde hij vergenoegd terug naar de haven. Terwijl hij zijn boot vastlegde, zei hij: ‘Ik stop even een paar dagen met jagen, ik heb net genoeg te eten.’
Simone Petersen begint te lachen als ik haar dat vertel. ‘Dat zei Knut ook altijd,’ zegt ze. ‘Maar natuurlijk zijn allang niet meer alle Groenlanders zo. Er zijn enkelen die zich de nieuwe, kapitalistische tijdgeest eigen hebben gemaakt.’ Mensen zoals Carl Sandgreen.
Sandgreen kom je verschillende keren per dag tegen in Ilulissat, want hij is altijd wel ergens naartoe onderweg. Op een ochtend tref ik hem in de haven, een kleine, bruinverbrande man in een dikke wollen trui. Hij is net zijn boot aan het losmaken omdat hij op zee ijs wil gaan verzamelen voor het chique hotel Hvide Falk. Daar wordt het heldere gletsjerijs voor cocktails gebruikt. ‘Toeristen vinden dat cool,’ zegt Sandgreen schouderophalend.
Carl Sandgreen was ooit jager en hij heeft ook bij de receptie van hotel Arctic gewerkt toen Angela Merkel daar overnachtte. En nog daarvoor heeft hij in de Groenlandse hoofdstad Nuuk wiskunde en economische wetenschappen gestudeerd. Tegenwoordig is Sandgreen niet alleen vanwege zijn afstuderen een bijzonderheid in Ilulissat, maar ook omdat hij als een van de weinige Groenlanders als gids voor toeristen werkt.
Sandgreen is zijn bedrijf Ilulissat Water Safari begonnen toen hij over de nieuwe luchthaven hoorde die in 2023 klaar moet zijn. Toen besefte hij dat het oude leven in Ilulissat voorbij was en besloot hij er het beste van te maken.
Dagelijks vaart hij met toeristen de zee op om walvissen te gaan observeren, gaat met hen jagen of vertelt hen wetenswaardigheden over de ijsbergen in de fjord. ‘De klimaatverandering is voor mij geen vijand,’ zegt Sandgreen, ‘maar een verandering waaraan ik me moet aanpassen. Juist wij Groenlanders zijn er eigenlijk meesters in om ons te schikken naar barre omstandigheden.’
De zaken gaan goed, zegt hij. Onlangs heeft hij een tweede boot en een sneeuwmobiel gekocht en binnenkort kan hij iemand in dienst nemen. Het liefst een Groenlander. Hij heeft een vereniging opgericht waar Groenlandse ondernemers van gedachten kunnen wisselen, ze zijn nog op zoek naar een clubhuis. Bij de volgende gemeenteraadsverkiezing wil hij zich kandidaat stellen en op Facebook schrijft hij regelmatig over wat hem stoort in Ilulissat.
‘De mensen die hier wat te vertellen hebben, zijn allemaal Deens,’ zegt Sandgreen. ‘De manager van de luchtvaartmaatschappij, de managers van de supermarkten, van het hotel Arctic.’ Vooral de Deense gidsen werken hem op de zenuwen. ‘Velen van hen zijn studenten die hier één zomer komen om toeristen mee te nemen naar de ijsfjord of de walvissen. Wij Groenlanders kunnen toch veel gedetailleerder over ons geboorteland vertellen.’
Als het ijs gesmolten is, zullen deze zonsondergangen er niet meer zijn
‘Als het ijs gesmolten is, zullen deze zonsondergangen er niet meer zijn.’
Maar, zegt Sandgreen, je hebt er niets aan om op anderen te vitten. ‘Als de klimaatverandering voor de Groenlanders daadwerkelijk meer een kans dan een bedreiging is, dan moeten we wakker worden!’
Sandgreen ziet het als een reusachtige taart die momenteel wordt verdeeld. Of je staat op en eist luidkeels een stuk ervan op of het bord is binnenkort leeg en Groenland nog altijd afhankelijk van het geld van Denemarken. Dat zou het slechtste scenario zijn. ‘Onze onafhankelijkheid begint in ons hoofd,’ zegt hij.
Wanneer hij wegrijdt in zijn auto begint de hemel boven hotel Hvide Falk al rood te kleuren. Later op de avond wordt dat donkeroranje en uiteindelijk felpaars, alsof iemand de verzadigingsregelaar van de kleuren tot in het onnatuurlijke doordraait. Het ijs doet de zonsondergangen op Groenland zo stralen omdat het de kleuren als een reusachtige spiegel reflecteert. De ijsbergen in de Kangia lijken te gloeien.
Als het ijs eenmaal gesmolten is, zullen deze zonsondergangen er niet meer zijn. Dan wordt Groenland, de ijswoestijn, in een misschien helemaal niet al te verre toekomst een heel normaal land.
Groenland streeft naar onafhankelijkheid van Denemarken, maar ontvangt nog jaarlijks 500 miljoen dollar – de helft van de overheidsbegroting – van de voormalige kolonisator. De verkoop van smeltwater moet ervoor zorgen dat Groenland zijn eigen boontjes kan doppen.
Keuze uit het archief
Groenland haalde de afgelopen week weer eens het nieuws. Tijdens een persconferentie op donderdag in het Witte Huis, waar NAVO-baas Mark Rutte te gast was, herhaalde Trump zijn plan om het eiland bij de VS in te lijven. ‘Ik denk dat het zal gebeuren,’ zei hij zelfverzekerd. Zijn opmerkingen konden rekenen op felle tegenstand van Groenlandse politici. Verder waren er deze week verkiezingen in Groenland, die werden gewonnen door de liberale partij Demokraatit van Jens Frederik Nielsen.
Groenland peinst er niet over om onderdeel van de VS te worden. De Groenlanders willen zelfs onafhankelijk worden van hun moederland Denemarken, zo blijkt uit dit artikel van Foreign Affairs uit 2019. Om financieel zelfredzaam te worden, heeft het eiland zijn eigen handelswaar ontwikkeld: flesjes smeltwater.
In 2018 begon Thomas Vildersboll zijn bedrijf Inland Ice, waarmee hij zoet water bottelt dat is gesmolten van de enorme hoeveelheid ijs dat het grootste deel van Groenland bedekt.
In ruil voor een exploitatievergunning betaalt Inland Ice de Groenlandse overheid accijns voor elke liter smeltwater die het opvangt. Vildersboll verkoopt zijn water in chic vormgegeven flesjes, bedoeld om op tafel te zetten bij een exquis diner, als goede wijn. Het bedrijf beroemt zich erop dat het ijs dat voor dit product wordt gebruikt ‘meer dan honderdduizend jaar vastgevroren heeft gezeten, zonder enig contact met de aardlagen, en al lang voordat de eerste mens voet binnen de Poolcirkel zette, is gevormd’. Daarom, aldus het promotiemateriaal, behoort het water van Inland Ice tot ‘een uitzonderlijk zeldzame categorie: het is het zuiverste onbewerkte water op aarde – en heeft een smaak die al even uniek is’.
Inland Ice hoeft zich geen zorgen te maken over de aanvoer van dit water, want het stroomt zo omlaag uit het binnenland van het eiland. Een adviseur van de Groenlandse overheid vertelde me dat zij het water zag als een onuitputtelijke bron, anders dan een olievoorraad die uiteindelijk uitgeput raakt of de visstand die zorgvuldig moet worden beheerd.
De Groenlandse ijskap heeft een oppervlakte van zo’n 2400 bij 1100 kilometer. Op zijn dikste punt is hij bijna 3 kilometer dik. De ijsplaat verliest 250 gigaton water per jaar, genoeg om zo’n honderd miljoen zwembaden van olympische afmetingen te vullen. Maar zelfs in dat verbijsterende tempo zal er tot in de verre toekomst water uit blijven stromen.
Het huidige smelten van het ijs toont de verbijsterende kracht en snelheid van de klimaatverandering. Maar voor de overheid van Groenland en ondernemers zoals Vildersboll is het een kans om goede zaken te doen. Flessenwater is een groeiende mondiale industrie en Groenland gaat ervan uit dat die trend doorzet. Daarom nodigt het andere bedrijven uit om mee te dingen naar waterrechten. De overheid is zelfs bezig het ouderwetse handelsbeleid te hervormen en begint hier en daar te tornen aan een economisch systeem dat Groenland lange tijd financieel afhankelijk heeft gehouden van de vroegere kolonisator en huidige leenheer Denemarken.
De kans blijft klein dat flessenwater de revolutie is die onafhankelijkheid brengt voor het grootste eiland ter wereld. Maar de verkoop van smeltwater heeft er wel aan bijgedragen dat Groenland zich meer openstelt voor de buitenwereld, nu het financieel haalbare wegen naar onafhankelijkheid zoekt.
Denemarken heeft vanaf 1721 tot aan de Tweede Wereldoorlog de koloniale heerschappij gehad over Groenland en zijn oorspronkelijke bevolking. Het gebruikte het eiland voor de jacht op walvissen en robben, de handel met de Inuit en om het christendom te verspreiden. Nadat nazi-Duitsland in 1940 Denemarken had bezet, bouwden de Verenigde Staten militaire installaties op Groenland om het eiland tegen de Duitsers te verdedigen, en aan het eind van de oorlog boden ze zelfs aan om het van Denemarken te kopen, voor 100 miljoen dollar in goud.
Denemarken sloeg dat aanbod af en in 1953 werd de kolonie een officiële provincie met eigen afgevaardigden in het Deense parlement. In de loop van de decennia erna droeg Denemarken geleidelijk aan steeds meer macht aan Groenland over. Nu is het eiland een autonoom, grotendeels zichzelf besturend landsdeel van het Koninkrijk Denemarken. Maar Kopenhagen bepaalt nog steeds de buitenlandse politiek en het defensiebeleid en maakt, heel belangrijk, jaarlijks een subsidie van zo’n 500 miljoen dollar aan Groenland over. Die subsidie is een twistpunt, zowel in Kopenhagen als in Nuuk, de kustplaats met zo’n 18.000 inwoners die als hoofdstad van Groenland fungeert.
In Denemarken zien sommigen deze financiële steun als een vorm van herstelbetalingen voor koloniale misstanden in het verleden, waaronder de vernietiging van de inheemse manier van leven; anderen zien de jaarlijkse betaling als een onredelijk hoge kostenpost om geopolitieke invloed in het Noordpoolgebied te behouden. Voorlopig dekt de subsidie meer dan de helft van alle overheidsuitgaven in Groenland. Als zodanig is het geld onmisbaar voor de publieke sector van het eiland.
Ook zijn overal subtielere sporen terug te vinden van de Deense overheersing. Tot de invoering van het zelfbestuur in 1979 had de Koninklijke Groenlandse Handelsmaatschappij, een Deens staatsbedrijf, een strikt monopolie op de handel naar en van het eiland. Dat monopolie werd lange tijd beschouwd als een voorbeeld van het ‘welwillende’ kolonialisme van Denemarken, dat ogenschijnlijk de traditionele Groenlandse manier van leven beschermde tegen de zogenaamd corrumperende invloeden van buiten die met een vrijere handel mee zouden komen. Tegenwoordig is het vroegere koloniale bedrijf opgesplitst in verscheidene opvolgers onder Groenlands beheer. Maar dankzij geografische kenmerken konden oude onderdelen van het vroegere monopolie blijven bestaan.
Groenlands reddingslijn
Groenland is vijftig keer zo groot als Denemarken, maar 80 procent van het oppervlak is bedekt met ijs. De 56.000 inwoners van het eiland kunnen alleen in nederzettingen aan de kust wonen, die geen van alle door wegen met elkaar zijn verbonden. Scheepvaart is dus van levensbelang voor het bestaan van de meeste Groenlanders. De Royal Arctic Line (RAL), een van de opvolgers van het koloniale handelsmodel, noemt zich niet voor niet ‘Groenlands reddingslijn’.
Het vrachtbedrijf is volledig eigendom van de Groenlandse overheid en profiteert, net als zijn koloniale voorganger, van een exclusieve concessie om alle vracht naar, van en binnen Groenland te vervoeren. De enige verbinding die de RAL heeft met het vasteland van Europa is echter die naar het Deense Aalborg, en dat maakt het verschepen van en naar Groenland voor de meeste buiten Denemarken gevestigde bedrijven te duur. En dus is het niet zo vreemd dat 63 procent van alle geïmporteerde artikelen in Groenland nog steeds uit Denemarken komt.
De effecten van deze vreemde regeling zijn over heel Groenland zichtbaar, niet alleen in de hoge prijzen van de geïmporteerde goederen, maar ook in de producten zelf. Naast lappen muskusos en rendier verkopen supermarkten er biologisch-vegetarische vleesballetjes uit Scandinavië. In Ilulissat, een stad met 4413 inwoners en een populaire toeristenbestemming op zo’n 230 kilometer ten noorden van de poolcirkel, staat in veel tuinen een trampoline, net zoals in de tuinen in Kopenhagen. Faxe Kondi, een Deense limonade, kom je in Groenland zelfs nog meer tegen dan in Denemarken, waar het meer concurrentie heeft van Pepsi en Coca-Cola.
Zoete drankjes hebben de bittere nasmaak van het kolonialisme niet verdreven en ook hebben ze de Groenlanders niet werkelijk het gevoel gegeven bij Denemarken te horen. In een recente enquête door de universiteiten van Groenland en Kopenhagen zei 67,7 procent van de Groenlanders graag binnen twintig jaar onafhankelijk van Denemarken te willen zijn. Om dat te bereiken zal het eiland zonder de steun van Kopenhagen zijn overheidsbudget moeten financieren. ‘We willen af van de bloksubsidie, want we willen onafhankelijkheid,’ zei de Groenlandse premier Kim Kielsen in 2018 tegen The Economist.
Sinds de invoering van het zelfbestuur, veertig jaar geleden, heeft de overheid veel verschillende mogelijke wegen naar financiële onafhankelijkheid geformuleerd. De meeste, waaronder oliewinning en mijnbouwprojecten, hebben nog geen succes opgeleverd – ook niet nadat werd besloten dat olietransport buiten het monopolie van de RAL op het vrachtvoer mocht vallen. Dit komt doordat olie grotendeels op een bereikbare diepte in de zeebodem ligt en Groenland slechts bepekte mens- en verwerkingscapaciteit heeft voor de winning van uranium en zeldzame aardmineralen, laat staan om de mogelijke milieugevolgen daarvan aan te kunnen.
De afgelopen jaren heeft de regering haar hoop gevestigd op de rijke watervoorraden van het land. De overheid in Nuuk heeft de zuiverheid van het water getest en bepaald wat de beste plekken zijn om dat water in grote hoeveelheden te winnen. Op basis van chemische, natuurkundige en microbiologische analyses noemt het ministerie van Industrie, Energie en Onderzoek de Groenlandse ijskap ‘het meest ongerepte zoetwaterreservoir van het noordelijk halfrond’. Plaatselijke bewoners wisten dit al – Groenlanders drinken al eeuwenlang smeltwater – en bezoekende backpackers krijgen te horen dat ze het water overal kunnen drinken, zolang het maar stroomt.
In een internationale brochure voor mogelijk geïnteresseerde waterbedrijven leunt een vrouw over de reling van een boot, terwijl ze een plastic flesje in een beek houdt. Grote hoeveelheden water opvangen voor commercieel gebruik is wel iets gecompliceerder, maar ook daarbij heeft het water weinig verdere bewerking nodig voordat het de wereldmarkt kan bestormen.
Gewapend met glanzende brochures zijn overheidsvertegenwoordigers de aardbol over gereisd om bedrijven over te halen mee te dingen naar de vijf beschikbare vergunningen. Hun verhaal is dat drinkwater van goede kwaliteit schaars wordt en dat ‘zuiver smeltwater van de Groenlandse ijskap de oplossing biedt’. Een eigen flessenwaterindustrie zal zeker schade aan het milieu met zich meebrengen, gezien de mogelijke CO2-uitstoot van schepen die van en naar het afgelegen Groenland varen en het feit dat het meeste flessenwater wordt verpakt in op oliebasis gefabriceerd plastic. Maar begrijpelijkerwijs zet de Groenlandse regering toch door. In mei leidde een team van het ministerie een groep internationale bezoekers rond langs de plekken waar het water opgevangen zou moeten worden.
Of het project inderdaad genoeg geld zal opleveren aan vergunningen en belastingen om het gat in de overheidsbegroting te helpen dichten, moeten we nog afwachten. Op een van de vijf locaties in het huidige biedingsproces stroomt jaarlijks gemiddeld 4,2 gigaton smeltwater weg – veel meer dan een bedrijf als Thomas Vildersbolls Inland Ice, dat juist reclame maakt met de exclusiviteit van zijn product, ooit zal kunnen opvangen.
80 procent van het oppervlak is bedekt met ijs
De regering zal moeten uitkijken naar bedrijven die bereid zijn een goedkoper massaproduct te maken. Een aantal veranderingen in de wetgeving, bedoeld om buitenlandse bedrijven aan te trekken, hebben het optimisme van de regering vergroot.
In april hebben de autoriteiten goedkeuring gehecht aan een samenwerkingsovereenkomst tussen de RAL en de IJslandse scheepvaartmaatschappij Eimskip. De overeenkomst houdt in dat de twee bedrijven vaartuigen kunnen delen en dat er scheepvaartroutes komen die Groenland verbinden met IJsland en indirect met nieuwe internationale markten. Belangrijker nog: eerder dit jaar heeft de regering een wet in werking gesteld waardoor bedrijven met een vergunning om smeltwater op te vangen buiten het RAL-monopolie op de handel over zee vallen – een cruciale stap om de export van water te bevorderen.
Grote veranderingen
De evolutie van het scheepvaartmonopolie is maar een van de grote veranderingen op dit enorme eiland. In november 2018 heeft het Groenlandse parlement vóór de door de overheid gefinancierde uitbreiding gestemd van de luchthavens in Nuuk en Ilulissat, die geen van beide een landingsbaan hebben die lang genoeg is voor trans-Atlantische vluchten. De regering heeft ook belangstelling getoond voor een vertegenwoordigend agentschap in China, dat daar in 2020 gevestigd zou moeten worden, en in mei hebben de VS aangekondigd binnenkort in Nuuk een permanent diplomatieke missie te willen openen.
Groenlands liefde voor gebotteld smeltwater maakt deel uit van zijn groeiende inspanningen om verder te reiken dan Denemarken en contact te leggen met de rest van de wereld. Groenland blijft ver weg, vanaf zo’n beetje overal ter wereld. Maar binnenkort zouden consumenten weleens kleine beetjes ervan in de schappen van de supermarkt kunnen tegenkomen. En wie weet leidt dat ooit tot een onafhankelijk Groenland.
Diep onder het zeeoppervlak tussen Noorwegen en Groenland zwemt een monster dat vijfhonderd jaar geleden werd geboren. Een schrijver en een wetenschapper hebben beiden zo hun eigen redenen om de mysterieuze Groenlandse haai aan de haak te willen slaan.
Keuze uit het archief
Afgelopen week overleed een Duitse vrouw op de Canarische Eilanden aan de gevolgen van een haaienaanval. Het was de eerste dodelijke haaienaanval die ooit op de Canarische Eilanden is vastgesteld.
Het voorval bewijst maar weer eens dat haaien en mensen beter niet bij elkaar in de buurt kunnen komen. Toch zijn er mensen die het gevaar bewust opzoeken, zoals bioloog Julius Nielsen en schrijver Morten Strøksnes. Dit artikel uit 2018 van het Deense dagblad Politiken beschrijft hun zoektocht naar de Groenlandse haai, het langstlevende gewervelde dier ter wereld.
De Deense bioloog Julius Nielsen heeft al verscheidene Groenlandse haaien gevangen. Hij doet onderzoek naar dit oerbeest, het langstlevende gewervelde dier ter wereld. In mei 2017 ging hij met een internationale groep onderzoekers naar Groenland, om antwoord te vinden op de vraag hoe de Groenlandse haai zich voortplant.
28 april 2017
In de eerste 24 uur van de expeditie leren we het voorjaar in Zuidwest-Groenland van zijn slechtste kant kennen. We varen door windstoten van orkaankracht. Acht meter hoge golven slaan van alle kanten tegen het schip. De lunch gaat niet door, want de kok werd door de kajuit geslingerd, zodat al het eten op de vloer terechtkwam en alle borden van het schip met een enorme knal kapot vielen.
Morgen eten we soep, dus is de kapitein eerst naar de dichtstbijzijnde stad gevaren om nieuwe soepkommen te gaan kopen. Nu moeten we de lange lijnen checken. Vanaf het land is het lastig te voelen of er iets aan de lijnen zit. Dus we staan allemaal in de boot naar het water te kijken en proberen te schatten of het touw zo gespannen is dat er een haai aan de lijn zou kunnen zitten. Maar de uitrusting is zo zwaar en de stroom zo sterk, dat het enorm moeilijk is om te beoordelen wat er aan de lijnen trekt.
Het moeilijkst aan het vangen van Groenlandse haaien is om het roofdier naar de oppervlakte te krijgen. De haai stribbelt tegen, hij moet uitgeput worden en in dat proces kan de lange lijn als één grote knoedel eindigen. Opeens komt er 4 à 5 meter onder het schip een reusachtige schaduw tevoorschijn – een enorme haai. Hij meet 430 centimeter van zijn kop tot de punt van zijn staart en weegt wel zo’n 800 kilo. Met dat gewicht en die lengte is de haai vermoedelijk ouder dan honderd jaar. We barsten uit in spontaan gejuich.
Als we al onze lange lijnen hebben gecheckt, hebben we wel zeven haaien. Een supervangst. Hoeveel eet hij?
Slapende zeehonden
De Groenlandse haai is het op een na grootste vleesetende dier ter wereld, maar de meest basale vragen over hem zijn nog niet beantwoord. Hoe vangt hij zijn voedsel?In 1924 beschreef de Noorse ontdekkingsreiziger Fridtjof Nansen hoe hij in de maag van zo’n reuzenroofdier een hele zeehond vond – een mannetje van 1,3 meter – een grote kop van een heilbot en meerdere stukken walvisspek. Wij hebben het geluk twee volkomen intacte zeehonden in de maag van een van de haaien te vinden. De kop en de poten van de zeehond kunnen goed dienstdoen als aas aan de lange lijnen, en zeehonden zijn altijd moeilijk te pakken te krijgen. Zo eindigt het onverteerde diner van de haai meteen aan de haak, als lokaas voor zijn hongerige soortgenoten.
De Groenlandse haai heeft complexe zintuigen. Vermoedelijk ziet hij niet zo goed, maar besluipt hij zijn prooi door af te gaan op diens geur en met behulp van zijn zijlijnzintuig, waarmee hij vermoedelijk drukveranderingen in het water kan onderscheiden. Ook heeft de haai een zintuig dat in zijn kop zit, vooral rond zijn bek. Daarmee voelt hij elektrische impulsen, bijvoorbeeld van een hartslag van een vis op de bodem.
De Groenlandse haai is in verhouding tot zijn grootte de langzaamste vis ter wereld – hij beweegt zich voort met een vaartje van 2,6 kilometer per uur. Daarom is het enigszins een mysterie hoe dit schijnbaar slome roofdier levende zeehonden kan vangen.
Volgens een theorie zoeken de haaien slapende zeehonden. Om veilig te zijn voor ijsberen, slapen zeehonden in de Noordelijke IJszee in het water, en een zeehond die echt diep slaapt, wordt bijna nergens wakker van.
Een ander groot mysterie rond de Groenlandse haai is zijn leeftijd. Ik heb er ooit een onderzocht die volgens onze berekeningen minstens 272 jaar oud was, en mogelijkerwijs zelfs 512 jaar. Hoe dan ook was het het oudste gewervelde dier dat ooit is gevangen.
Het hart van de haai is interessant voor onderzoekers, omdat het misschien licht kan werpen op de vraag hoe de Groenlandse haai zijn hoge leeftijd haalt. Het pompt langzaam – ongeveer één slag per 12 seconden. Onze haai heeft een verhoogde hartslag, omdat hij zojuist voor zijn leven heeft gevochten.
Mijn collega Holly Shields van de Universiteit van Manchester doet onderzoek naar de vraag wat het hart van de Groenlandse haai honderden jaren lang gezond en sterk houdt. Als het lukt om uit te vinden hoe de haai hart- en vaatziekten vermijdt, kan dat misschien de weg openen voor een nieuw medicijn dat de verzwakking van het menselijk hart door ouderdom kan voorkomen.
Het oog van de haai is interessant voor onderzoekers voor wat betreft het bepalen van de leeftijd van het beest. Als je de vele lagen van de ooglens afpelt – als een ui – kom je uiteindelijk in het centrum van de lens, en dat bestaat uit hetzelfde materiaal als toen de haai werd geboren. In dit binnenste materiaal van de ooglens meten we het koolstof 14-niveau. Vergelijk je dat met referentiemateriaal van dieren waarvan de leeftijd bekend is op verschillende plekken in de noordelijke Atlantische Oceaan, dan wordt het mogelijk het waarschijnlijke geboortejaar van de haai te berekenen.
Sociale haaien
De methode die wij gebruiken, is oorspronkelijk ontwikkeld om archeologische vondsten te dateren. We weten dat vrouwtjeshaaien geslachtsrijp worden als ze ten minste 134 jaar oud zijn. Er is echter maar één keer in de geschiedenis een haai gevangen met een jong in de baarmoeder, dus we weten niet zo veel over de biologie van de voortplanting van de haai.
Een van de haaien die we vingen, is helaas doodgebeten door zijn soortgenoten terwijl hij aan de lange lijn hing. Het blijkt een geslachtsrijp mannetje te zijn en dat is een groots moment, want het is voor het eerst dat geslachtsrijpe mannetjes en vrouwtjes op dezelfde plek zijn gevangen.
De mannelijke Groenlandse haai heeft twee geslachtsorganen, claspers, en als je in de buurt van een daarvan drukt, spuit daar een melkachtige vloeistof uit: het sperma van de Groenlandse haai. Dat is voor zover ik weet nog niet eerder geobserveerd en het is waanzinnig interessant. Het duidt er namelijk op dat de haaien misschien bezig zijn te paren, juist nu wij er zijn.
Een van de doeleinden van onze expeditie is te begrijpen hoe haaien zich voortplanten. Daarom plaatsen we gps-zenders op alle vrouwtjeshaaien die we vangen. De zenders vertellen ons over de positie van de haai, drie, zes en twaalf maanden nadat we ze hebben losgelaten. Gedurende deze week brengen we zendertjes aan bij zes dieren. Als we de haaien vervolgens willen loslaten, zijn ze een ogenblik als versteend. Dan beginnen ze te duiken. Over een paar maanden, als de zenders zijn losgeraakt en naar de oppervlakte gestegen, zullen we meer weten over de verplaatsingen van de mysterieuze Groenlandse reuzenhaai, en dat kan ons misschien dichter bij hun voortplantingsgebied brengen.
Als we data van de zender op de haai beginnen te ontvangen, is het duidelijk dat onze expeditie een succes is. Daarbij zijn vooral twee groepen data interessant. Gebleken is dat een van de vrouwtjeshaaien in drie maanden beduidend verder heeft weten te zwemmen dan haar soortgenoten. Zij zette koers naar een plek waarvan we van tevoren al vermoedden dat het een voortplantingsgebied was. Nu hebben we data die ons vermoeden bevestigen, en dat is geweldig.
Onze data wijzen er bovendien op dat Groenlandse haaien socialer zijn dan vroegere onderzoeken hebben aangetoond. Over het algemeen wordt gedacht dat haaien alleen leven, maar vissers vertellen vaak dat ze tegelijkertijd meerdere haaien in hun netten krijgen. Zelf vangen wij ook meerdere haaien tegelijk. Daarom is het interessant om te zien dat twee van de haaien die we op onze tocht vangen, ook na drie maanden nog bij elkaar zwemmen – zo’n 700 km verderop, aan de oostkust van Groenland. Dat duidt erop dat de haaien zich in grote groepen van het ene gebied naar het andere kunnen bewegen.
In zijn boek Haaienkoorts vraagt Morten Strøksnes zich af waarom hij zo graag een Groenlandse haai wil vangen. Is het om zijn nieuwsgierigheid te bevredigen? Om zijn angst onder ogen te zien? Is het zijn jagersinstinct, de droom om de grootst mogelijke buit van de zee te vangen? En stel dat het niet volgens plan verloopt? Al die vragen doen er niet toe op het moment dat je een haai aan de haak hebt.
Een zaterdag in juli
Laat op een zaterdagavond in juli, 3,5 miljard jaar na het moment waarop in zee het eerste primitieve leven is ontstaan, zit ik bij een feestelijk etentje in het centrum van Oslo, als ik word gebeld door Hugo Aasjord. ‘Heb je het weerbericht voor de volgende week gezien?’ vraagt hij. We wachten allebei al lang op een bepaald type weer. Wat we nodig hebben, is zo weinig mogelijk wind op de zee tussen Bodø en de Lofoten. Eigenlijk heb ik een heleboel andere dingen te doen, maar ik antwoord zonder aarzelen: ‘Ja, laten we een Groenlandse haai gaan vangen.’
De Groenlandse haai is een dier uit de oertijd, een reuzenhaai die rondzwemt over de bodem van de diepe Noorse fjorden en voorkomt tot aan de Noordpool. Deense zeebiologen hebben onlangs ontdekt dat de Groenlandse haai misschien wel vijfhonderd jaar oud kan worden; daarmee is hij verreweg het langstlevende dier dat er bestaat.
Hugo’s vader had als jongen van acht al deelgenomen aan de walvisjacht. Hij vertelde altijd hoe ze een keer een opdringerige Groenlandse haai harpoeneerden en die ophesen aan zijn staartvin. Ook al was het beest halfdood en hing hij met zijn kop omlaag en met een harpoen dwars door zijn rug, toch slokte hij een groot stuk walvisvlees op dat op het dek lag.
Als Hugo over de Groenlandse haai praat, krijgt hij een bepaalde gloed in zijn ogen en een bepaalde klank in zijn stem. De meeste soorten vissen en andere dieren in de zee heeft hij wel gezien, maar juist de reuzenhaai is hij nooit tegengekomen.
Ik snijd de vijfde zak met slachtafval open. Er welt een sterke lijkgeur uit op, die zich over de fjord verspreidt
En ik evenmin. Het kost Hugo dan ook geen moeite om me over te halen: ik hap instinctief toe, om het zo maar te zeggen. Ook ik ben opgegroeid bij de zee en ik vis al sinds ik een klein jochie was. Nog steeds krijg ik, altijd als ik beet heb, het gevoel dat bijna alles uit de diepte omhoog kan komen. Is er eigenlijk wel iemand die beseft dat er in het diepe water van de Vestfjord Groenlandse haaien rondzwemmen, haaien die tussen de 7 en 8 meter lang kunnen worden en 1200 kilo kunnen wegen? Afgezien van Hugo, natuurlijk.
De boot schiet weg. Aan deze kant van het eiland is het volkomen stil, de enige rimpelingen op het water maken we zelf. We hebben geen idee wat zich onder het bijna witte oppervlak afspeelt. Op 150 à 200 meter diepte is bijna al het licht door het water geabsorbeerd. Daar is alleen nog een grijzig licht te onderscheiden, als van een oude tv die langzaam uitdooft. Op zo’n 500 meter diepte is het inktzwart. Er is geen fotosynthese meer, geen enkel plantenleven mogelijk. Die duistere, koude diepte is de wereld van de Groenlandse haai, daar glijdt hij rond, stil en geluidloos als een machine van vlees, met gif in zijn spek, in zijn bloed, in zijn lever, en met levenloze, halfblinde ogen waar parasieten uit hangen, lange larven die de oogappel doorboren. De enige levende wezens waarmee hij contact heeft, zijn de dieren die hij eet.
Brakend maak ik een gat in de vuilniszakken die gevuld zijn met resten van Schotse Hooglanders: darmen, lever, kraakbeen, botten, vet, rafels vlees en maden. Dan gooi ik vier van de vijf zakken over de reling. Onder in de zakken zitten zware stenen, en alles zakt dan ook direct naar de bodem. In de vijfde zak zitten wat stevige botten met vlees eraan, die we als aas gaan gebruiken.
Ik snijd de vijfde zak met slachtafval open. Er welt een sterke lijkgeur uit op, die zich over de fjord verspreidt. Nu maar hopen dat de Groenlandse haai niet over de reling springt terwijl ik net een heupbeen vol rood, rottend vlees aan de stevige, glanzende haak doe. Wat gebeurt er meer dan 300 meter onder ons? Begint het beest ons stinkende afval al te ruiken? De olieachtige stoffen van verrotting moeten ver verspreid raken in het water.
Er zijn nog wat details die we nog niet hebben besproken. Wat doen we als we daadwerkelijk zo’n Groenlandse haai naar boven halen? Het is een soort angstig plezier om daarover na te denken.
Bewegende boei
‘Wacht eens! Beweegt die boei?’ vraagt Hugo.
Die lijkt inderdaad in een onnatuurlijk ritme op en neer te gaan, als een gigantische dobber. Een paar honderd meter van waar wij zitten, midden in een school makreel, is er duidelijk iets aan de hand. Hugo start de motor en binnen een minuut zijn we bij de lijn. Hugo begint hem in te halen. Dat wil zeggen: hij trekt aan de lijn en er is geen twijfel aan dat zich daaraan iets groots heeft vastgebeten. Na een tijdje neem ik het over. Dan gaat het nog langzamer. Heb je weleens geprobeerd een Groenlandse haai, die misschien wel 7 meter lang is en 700 kilo weegt, en die vastzit aan 350 meter touw met aan het eind een 6 meter lange ketting, op te halen van de bodem van de zee? De lijn bijt in je vingers en elke decimeter is loodzwaar, je verliest bijna het geloof dat het ooit nog ophoudt. Dat er kwallen vastzitten aan het touw en we geen handschoenen hebben, maakt de taak er niet aangenamer op. Mijn armen zijn gevoelloos, maar als er nog maar zo’n 50 meter te gaan is, wordt alles opeens veel gemakkelijker. Iedereen die weleens heeft gevist, kent dat gevoel van diepe teleurstelling. In een split second worden grote verwachtingen tenietgedaan. Hoe het touw ook in je handen snijdt, de afwezigheid van gewicht doet nog meer pijn.
Nu zijn de ketting en de haak snel onder de boot en ik hijs verder, totdat de haak voor ons in de lucht bungelt. Aan die haak zat, toen we hem neerlieten, een bot vol rood vlees. Nu is dat bot volmaakt schoongeknaagd. Er kriebelen massa’s oranje diertjes op. Ze doen denken aan luizen of kleine insecten: dat moeten de diertjes zijn die in de buikplooien van de Groenlandse haai leven.
In het bot en het vet zien we duidelijk de zaagvormige sporen van de beet. Ik had de haak door een peesopening gestoken en daardoor is het bot blijven zitten. Ik had verwacht dat de haai in elk geval het hele bot zou verbrijzelen als hij beet. Daarom hing de haai niet vaster aan de haak. Daarom raakte hij los. Daarom zitten we hier stommetje te spelen.
Daar beneden zwemt ons monster, wachtend tot het weer wordt gevoerd.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.