Tag: hervorming

  • Mexico: debat justitiële hervorming opgeschort na demonstraties

    Mexico: debat justitiële hervorming opgeschort na demonstraties

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Verkiezingen VS: Harris in de aanval tijdens stormachtig debat met Trump

    » Canada schort dertig vergunningen voor wapenexport naar Israël op

    De demonstranten schreeuwden ‘verraders, verraders’

    Dinsdag, terwijl demonstraties in volle gang waren, zijn senatoren in Mexico begonnen met de behandeling van de controversiële grondwetshervorming die de aftredende president Andrés Manuel Lopez Obrador voor ogen had en die tot doel heeft rechters – inclusief die van het Hooggerechtshof – en magistraten te laten kiezen door middel van een ‘volksstemming’.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Excélsior verwachtte een debat van ‘minstens dertig uur’ over het wetsvoorstel dat op 4 september door de afgevaardigden werd aangenomen en sprak van een ‘marathonsessie’. De zitting werd echter ‘voor onbepaalde tijd’ opgeschort toen demonstranten het gebouw binnenstormden en ‘verraders, verraders’ riepen, zoals El Universal meldde. Tegenstanders van het wetsvoorstel zijn van mening dat het de onafhankelijkheid van rechters zal ondermijnen.

  • Netanyahu zwicht en stelt hervormingen uit

    Netanyahu zwicht en stelt hervormingen uit

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Zes doden bij schietpartij op school Nashville

    » Aardverschuiving in Ecuador eist minstens zeven levens

    De premier zegt de plannen voorlopig niet in stemming te brengen

    De geplande juridische hervormingen in Israël gaan voorlopig niet door. Dat heeft de Israëlische premier Benjamin Netanyahu bekendgemaakt in een televisietoespraak aan het hele land, meldt Haaretz. De Knesset, het parlement in Israël, zal op zijn vroegst pas eind april naar het wetsvoorstel kijken. Volgens Netanyahu dreigt een burgeroorlog en moet Israël niet verder verscheurd worden.

    De hervormingen kunnen al maanden op grote protesten rekenen. Ook in aanloop naar de toespraak van Netanyahu stonden tachtigduizend betogers voor het Israëlische parlement. Eerder op de dag werd er al gestaakt, onder meer op universiteiten, ambassades in het buitenland en op luchthavens. Grote vakbonden hadden ook stakingen aangekondigd, die na de aankondiging van Netanyahu zijn uitgesteld.

    Oppositiepartijen hebben tevreden gereageerd op de toespraak van Netanyahu. Volgens oppositiepoliticus Lapid kan het uitstel goed nieuws zijn voor zowel de regering als Israël, zeker als er meer rechtvaardige plannen komen waar iedereen bij betrokken is. Binnen de regering is er wel onenigheid over. Zo zou de ultrarechtse politicus Ben Gvir alleen akkoord zijn gegaan omdat hij dan een nieuwe politiemacht mag vormen in het land.

    Lees ook:

  • Aanhoudende onrust in Frankrijk na opmerkelijke actie Franse regering

    Aanhoudende onrust in Frankrijk na opmerkelijke actie Franse regering

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Kim Jong-un voert dreigementen van nucleaire aanval op

    » Biden roept Netanyahu op democratische waarden te respecteren

    Premier omzeilde het parlement om pensioenwet door te voeren

    In meerdere Franse steden is het dit weekend zeer onrustig geweest naar aanleiding van de aangekondigde pensioenhervorming van de Franse regering, schrijft Le Monde. Aanleiding is de actie van de premier Elisabeth Borne, die aankondigde grondwetsartikel 49.3 te gebruiken om een stemming over de hervorming in het parlement te omzeilen. De premier vreesde geen meerderheid te hebben voor de hervormingsplannen.

    Ook in steden als Nantes, Bordeaux en Marseille is het al dagen onrustig

    De actie wordt door oppositieleden als ondemocratisch gezien en machtige vakbonden, studentenorganisaties en tegenstanders van de regering gingen massaal de straat op om tegen de beslissing te protesteren. In onder meer Parijs ging het er gewelddadig aan toe: de oproerpolitie werd bekogeld en er werden brandende barricades opgezet. Politieagenten moesten meerdere malen traangas en waterkanonnen inzetten om de menigte uiteen te drijven.

    Ondanks een verbod op protesten in Parijs gaan mensen nog steeds de straat op. Tientallen mensen zijn inmiddels opgepakt. Ook in steden als Nantes, Bordeaux en Marseille is het al dagen onrustig. Volgens veel betogers gaan ze er financieel op achteruit door de pensioenhervorming en zullen ze daarnaast langer moeten werken.

    Lees ook:

  • Wereldnieuws: Mexicanen wantrouwen hervorming kieswet & meer

    Wereldnieuws: Mexicanen wantrouwen hervorming kieswet & meer

    Eredoctoraat voor Massimo Troisi

    Een van de geliefdste acteurs van Italië en een favoriete zoon van Napels, acteur en filmregisseur Massimo Troisi, kreeg op 20 februari postuum een eredoctoraat van de Napolitaanse Federico II-universiteit, meldt ANSA. Troisi zou een dag voor de uitreiking 70 jaar geworden zijn. Hij overleed in 1994 op 41-jarige leeftijd aan een hartafwijking, één dag na het afronden van zijn laatste film Il postino

    Zijn hoofdrol als postbode tegenover Philippe Noiret als de Chileense dichter Pablo Neruda maakte hem postuum internationaal beroemd. Hij kreeg twee Oscarnominaties voor Il postino – een als acteur en een als scenarist. De Napolitaanse filmregisseur Mario Martone, die Troisi bij de uitreiking van het eredoctoraat ‘een Napolitaanse Chaplin’ noemde, bracht eind februari de persoonlijke documentaire Laggiù qualcuno mi ama [Ergens is er iemand die van me houdt] over Troisi uit.

    Troisi
    © Wikimedia

    Het Suezkanaal wordt niet verkocht

    Niks van waar, zei de Egyptische president Abdel Fattah Al-Sisi op 26 februari. Het gerucht ging dat Egypte het Suezkanaal zou willen verkopen voor een biljoen dollar. ‘Ik weet dat het de Egyptenaren bezighoudt. Maar los van het bedrag: het is dus niet waar,’ aldus Sisi op een bijeenkomst over de ontwikkeling van de Sinaï, schrijft Middle East Monitor. Het gerucht komt niet helemaal uit de lucht vallen want de Egyptische economie staat er belabberd voor.

    Eerder deze maand werd aangekondigd dat 32 bedrijven zullen worden geprivatiseerd om aan de eisen van het IMF te voldoen

    In mei vorig jaar begon premier Madbouly over plannen om bepaalde staatsactiva te privatiseren en de rol van de particuliere sector in de economie te vergroten – wellicht komen de verhalen over de verkoop van het Suezkanaal daarvandaan. Eerder deze maand werd aangekondigd dat 32 bedrijven zullen worden geprivatiseerd om aan de eisen van het IMF te voldoen en om een acute economische crisis te voorkomen. Het doel van de privatisering is om de druk te verminderen die de overheidsschuld legt op de verdere ontwikkeling van Egypte.


    Hockney immersief

    De tachtigjarige Britse kunstenaar David Hockney gebruikt al tientallen jaren technologie en werkt met een iPad sinds deze in 2010 op de markt kwam. Nu is er Bigger & Closer (not smaller & further away), een vijftig minuten durende lichtshow die zijn zes decennia durende carrière omspant, met een soundtrack van de Amerikaanse componist Nico Muhly en commentaar van de kunstenaar zelf. Critici lopen nog niet echt warm voor de immersieve ervaring, aldus Art News. Het zou entertainment zijn en geen kunst. Je voelt en ruikt de verf niet, en zijn werk verliest intimiteit als het wordt opgeblazen in pixels. Maar Hockney heeft altijd goed geweten hoe hij techniek kan inzetten. Hij krijgt old-schoolers op een gegeven moment vast wel mee.

    8. David Hockney at Lightroom photographer Justin Sutcliffe 682x1024 1

    Mexicanen wantrouwen hervorming kieswet

    In Mexico-Stad zijn meer dan 100.000 mensen de straat op gegaan om te protesteren tegen de bezuinigingen die president López Obrador wil doorvoeren in het Electoraal Instituut (INE). Het instituut geeft kiezerspassen uit en houdt toezicht op het stemproces in afgelegen en vaak gevaarlijke uithoeken van het land, schrijft The Hill.

    De demonstratie werd georganiseerd door de partijen PRI en PAN, die eerder aan de macht waren en beweren dat als de voorstellen van López Obrador van kracht worden, de democratie gevaar loopt. De Mexicaanse president ontkent dat de hervormingen een bedreiging vormen voor de democratie maar zegt dat het INE te groot is en te veel geld uitgeeft. (Er blijft overigens nog 700 miljoen euro over.) Verkiezingen in Mexico zijn naar internationale maatstaven duur, deels omdat bijna alle legale campagnefinanciering door de regering wordt verstrekt.

    LENIN MORENO SE REUNE CON EL LIDER MEXICANO LOPEZ OBRADOR 36186836092
    © Wikimedia

    Afkicken voor de ultrarijken

    Wereldwijd groeide het aantal ultra-rijken – mensen met een vermogen van minimaal 50 miljoen dollar (47 miljoen euro) – van 174.800 in 2019 naar 264.000 in 2021, schrijft The Guardian. Uit The Spear’s 500, een catalogus met exclusieve diensten voor de rijken, blijkt dat er allerlei nieuwe ondernemingen ontstaan die deze groep bedienen, uiteenlopend van adviesbureaus voor het aanschaffen van een wijngaard tot reputatiebeheer. 

    Een aparte, bloeiende tak betreft zeer exclusieve geestelijke gezondheidszorg. Want mensen in deze vermogensklasse zijn weliswaar financieel gewapend tegen allerlei problemen, maar hebben drie tot vijf keer meer kans dan gemiddeld op een psychische aandoening of een drugsprobleem. Voor behandelingen tegen verslavingen en psychische nood is er bijvoorbeeld Paracelsus Recovery, een luxe revalidatiekliniek in Zürich. Anders dan in andere bekende afkickklinieken – The Meadows in Arizona, Betty Ford in Californië, Priory in het Verenigd Koninkrijk – zullen cliënten van Paracelsus nooit een andere cliënt zien. Er is geen groepstherapie en geen gemeenschappelijke ruimte.

    Cliënten verblijven in een eigen villa of appartement en hebben een eigen chauffeur, huishoudster, kok en inwonende therapeut,

    Cliënten verblijven in een eigen villa of appartement en hebben een eigen chauffeur, huishoudster, kok en inwonende therapeut, evenals dagelijkse een-op-eensessies met een team van tussen de vijftien à twintig psychiaters, artsen, verpleegkundigen, yogaleraren, masseuses, voedingsdeskundigen, hypnotherapeuten en traumatherapeuten die elkaar na elke afspraak informeren over de toestand en de vooruitgang van de cliënt. Er verblijven tegelijkertijd drie of vier cliënten in verschillende onderkomens van de kliniek, maar hun roosters zijn zo samengesteld dat het lijkt alsof zij de enige in de faciliteit zijn. Met deze vorm, die single-client rehab wordt genoemd, weet behalve het personeel niemand dat ze er zijn. Paracelsus accepteert slechts 30 tot 40 cliënten per jaar, maar verdient op die manier kennelijk genoeg om de kliniek draaiende te houden. Niet zo gek misschien, gezien de kostprijs van 95.000 tot 120.000 Zwitserse frank (95.500 tot 120.640 euro) per week voor een verblijf dat doorgaans zes tot acht weken duurt.


    Afghaanse vrouwen proberen digitaal te studeren

    Sinds de taliban in augustus 2021 de macht grepen, mogen vrouwen er niet reizen zonder mannelijk gezelschap en hebben weinig mogelijkheden om te werken. De meeste meisjes mogen sinds de machtsovername niet meer naar de middelbare school. Volgens een recent onderzoek van Gallup voelt minder dan 12 procent van de Afghaanse vrouwen zich met respect en waardigheid behandeld, meldt NPR. Vrouwen die hun mening uiten tegen de taliban worden geconfronteerd met gewelddadige onderdrukking van hun protesten, detentie, intimidatie en zelfs marteling. Velen zagen zich gedwongen het land te ontvluchten.

    Naar schatting 90.000 vrouwen zijn getroffen door het studieverbod op universitair onderwijs

    Naar schatting 90.000 vrouwen zijn getroffen door het studieverbod op universitair onderwijs. Velen van hen proberen het daarom digitaal – bijvoorbeeld via University of the People, een particuliere online-universiteit in het Amerikaanse Pasadena. Dat is allesbehalve ideaal vanwege slechte internetverbindingen. Bovendien is er geen vooruitzicht op werk, want banen voor vrouwen zijn er amper. Ook onderwijsinstellingen als FutureLearn, Herat School en Education Bridge for Afghanistan springen in op de gestegen vraag naar digitaal onderwijs door cursussen te ontwerpen en beurzen beschikbaar te stellen voor Afghaanse studenten. ‘Hun toekomstperspectieven zijn inderdaad somber, maar dat betekent niet dat ze hun onderwijs zouden moeten staken,’ aldus Shai Reshef, voorzitter van University of the People. Hij zegt dat zijn universiteit meer dan 6000 aanvragen kreeg sinds de aankondiging van het verbod in december. Het gehele jaar ervoor waren dat er 10.000.

  • 1. Portugal staat weer stevig in de schoenen

    1. Portugal staat weer stevig in de schoenen

    Dankzij een heuse wederopstanding draait de Portugese economie weer op volle toeren. Het land slaagde erin oude industrieën (schoenen en textiel) dankzij innovatie, nieuwe technologie en betere dienstverlening succesvol te hervormen.

    Zo’n twintig of dertig jaar geleden schudden politici en bankiers meewarig het hoofd als ze het hadden over de belabberde nationale textiel-, en schoenenindustrie, de achterhaalde kurkwinning en de armetierige landbouw. Het waren ten dode opgeschreven sectoren, levend in het verleden en steunend op goedkope arbeidskrachten die onherroepelijk zouden verdwijnen als gevolg van de modernisering van het land. Nieuwe doppen van plastic of aluminium zouden kurk overbodig maken. Kortom, Portugal was een land met weinig grondstoffen en een achtergebleven boerenbedrijf dat voornamelijk naar subsidies hengelde.

    Dat was toen. Tegenwoordig is het land weer trots op de schoenen en de textiel die het maakt, op zijn populaire landbouwproducten en florerende kurkindustrie. Dat komt niet alleen maar doordat de sombere prognoses onjuist bleken, maar ook omdat duidelijk is dat werknemers, werkgevers en werkgeversorganisaties een bewonderenswaardig weerstands- en aanpassingsvermogen aan de dag hebben gelegd.

    Creatieve destructie

    De kosten waren enorm. De landbouw neemt momenteel nog maar 2 procent van het bbp voor zijn rekening, tegen 8 procent in 1986, het jaar dat Portugal lid werd van de Europese Unie. De machtige textielindustrie komt pas dit jaar voor het eerst weer in de buurt de recordexport van 2001, van 5 miljard euro. Na een decennium van hervormingen exporteert de kurksector eindelijk weer voor meer dan 900 miljoen euro. Maar het grootste succesnummer van de nationale economie is de schoenenindustrie, die haar buitenlandse export sinds 2010 met 34 procent zag groeien.

    De ontwikkelingen in deze sectoren doen denken aan wat de Oostenrijkse econoom Joseph Schumpeter (1883-1950) ‘creatieve destructie’ noemde. In zogenaamde traditionele industrieën en in de landbouw moesten duizenden bedrijven hun deuren sluiten en verdwenen er tienduizenden arbeidsplaatsen. Dat was het directe gevolg van de eisen die de eenheidsmunt stelde, de liberalisatie van de wereldhandel, waardoor de Europese grenzen opengingen voor handelsmachten als China, en de stijgende loonkosten konden worden afgewend.

    Dit pijnlijke proces nam wel dertig jaar in beslag. Tussen 1985 en 2015 verdween in de kurkindustrie de helft van alle arbeidsplaatsen (er zijn er nog achtduizend over); in de 25 jaar sinds de grenzen opengingen voor import uit Azië gingen meer dan tweeduizend textielbedrijven failliet en verdween de helft van de arbeidsplaatsen in de sector, al met al zo’n 120.000 banen. In de landbouw was de schok niet minder groot: 500.000 hectare weinig vruchtbare grond kwam braak te liggen. Het aantal boerenbedrijven daalde in 35 jaar van 823.000 tot 250.000. In 1950 werkten er nog 1,5 miljoen Portugezen in de landbouw. Vandaag zijn dat er nog maar 120.000.

    Door het opengaan van de Europese grenzen en door de globalisering verloor Portugal een flink deel van zijn economische en commerciële activiteiten. Die waren sinds 1960 juist enorm gegroeid, nadat het land dankzij een akkoord met de Europese Vrijhandelsassociatie kon uitgroeien tot leverancier van textiel en schoeisel voor het rijke Europa. Vlak voordat het land lid werd van de Europese Unie, maakte de textielexport bijna een derde deel uit van het totaal – nu is dat nog maar 10 procent.

    Een werknemer aan de slag in de damesschoenenfabriek Helsar in Sao Joao da Madeira, Portugal. – © Getty
    Een werknemer aan de slag in de damesschoenenfabriek Helsar in Sao Joao da Madeira, Portugal. – © Getty

    Deze verliezen zeggen meer over de groei van andere bedrijfstakken dan over de teloorgang van traditionele sectoren. In andere Europese landen voltrok zich hetzelfde proces en in Portugal doet de ‘oude economie’ het dankzij de opstanding in vergelijking helemaal niet slecht. Als gevolg van economische ontwikkeling en modernisering zijn er altijd sectoren die moeten verdwijnen en plaatsmaken voor modernere, met meer innovatie en betere technologie, gebaseerd op intensief kapitaal in plaats van handwerk. Portugal combineerde twee recepten: het slaagde erin levensvatbare oude sectoren te behouden dankzij innovatieve producten, nieuwe technologie en betere dienstverlening.

    Bij deze transformatie liepen de meest flexibele en resistente bedrijven voorop. Zowel ondernemers uit het noorden 
als grootschalige landbouwers uit de provincies Alentejo en Ribatejo die de faillissementsgolf van de jaren tachtig en negentig overleefden, bleken over deze kwaliteiten te beschikken. Manuel Carlos is president van de organisatie van schoenenfabrikanten APICCAPS en de voornaamste ‘ideoloog’ van de omvorming van de sector van producent van gebruiksgoederen in een van luxegoederen. Hij herinnert zich dat zijn leden ‘een moeilijke tijd hadden’, maar dat deze ervaring hen ‘zeer bedreven’ maakte in het scherp prijzen, het opzetten van klantnetwerken en het omvormen van hun bedrijven.

    De overlevenden in de textielindustrie zagen in dat het traditionele wachten op opdrachten en produceren wat klanten vroegen op een catastrofe uitliep – China deed dat veel goedkoper. De truc was om zelf producten aan te bieden en niet te wachten op tot de opdrachten binnenkwamen. In de kurkindustrie leefde heel lang het idee dat Portugal het zich kon veroorloven om alles bij het oude te houden omdat het nu eenmaal de grootste kurkproducent ter wereld was. Dit conservatisme werd danig op de proef gesteld toen invloedrijke journalisten rond het jaar 2000 campagne gingen voeren tegen de bijsmaak van kurk en duizenden wijnproducenten van over de hele wereld dreigden over te stappen op doppen van plastic of metaal – de beroemde screwcaps. Het machtige bedrijf Corticeira Amorim overwoog zelfs om ook maar die bedrijfstak in te gaan. En in de landbouw ontdekte men dat het land qua graanproductie onmogelijk concurrerend kon zijn; andere gewassen waren nu eenmaal geschikter voor de Portugese bodem.

    In tegenstelling tot wat vaak in kranten werd beweerd, zijn de Europese moderniseringssubsidies niet alleen maar gebruikt om jeeps voor boeren en Porsches voor textielfabrikanten te kopen

    In tegenstelling tot wat vaak in kranten werd beweerd, zijn de Europese moderniseringssubsidies niet alleen maar gebruikt om jeeps voor boeren en Porsches voor textielfabrikanten te kopen. Met het geld konden kleine stuwdammen (en ook de grote van Alqueva) worden gebouwd, innovatieve bedrijven worden opgezet, nieuw geavanceerd materieel worden gekocht en kon er worden geïnvesteerd in technologieën waar bedrijven dringend behoefte aan hadden. De CEO van Corticeira Amorim, Antonio Amorim, vertelde hoe de kurkindustrie erin slaagde om de concurrentie van metalen en plastic schroefdoppen te boven te komen: ‘We zijn het probleem niet uit de weg gegaan. We zetten de afdeling Onderzoek en ontwikkeling aan het werk en investeerden veel, lanceerden nieuwe producten. Daardoor verbeterde op den duur de performance van kurken aanzienlijk.’

    De textielsector richtte zich niet langer op goedkope vaatdoeken en tafelkleden, en transformeerde zich tot een geoliede machine die zelf producten ontwikkelde om klanten aan te bieden, die innoveerde, bijvoorbeeld met hightechstoffen voor wedstrijdzwemmers of stoffen voor hardloopfanaten die de temperatuur aanpasten aan die van de buitenlucht. Het belangrijkste was echter een efficiënt logistiek apparaat, waardoor een Zweeds merk vandaag duizend paar schoenen kan bestellen en ze al enkele dagen later geleverd kan krijgen. In het technologisch centrum van de sector worden stoffen getest, materialen goedgekeurd en nieuwe componenten voor de toekomst ontwikkeld. Jarenlang was een goede samenwerking tussen wetenschap en industrie een luchtspiegeling geweest (en voor veel sectoren is het dat nog steeds). De textielindustrie sloeg echter de brug en gebruikte de opgedane kennis om stoelbekleding voor de duurste automerken te produceren, of vloerbedekking tegen prijzen waar de Chinese en Indiase concurrentie niet tegenop kon.

    Wat dit betreft was de schoenenindustrie misschien wel de sector die zich het meest opnieuw uitvond. Er werden innovatieve machines ontwikkeld, zoals een waarmee schoenzolen met behulp van een waterstraal konden worden gesneden – een technologie die nu ook geëxporteerd wordt. Demonstratiesessies in fabrieken voor andere ondernemers creëerden een cultuur van openheid waardoor men van elkaar kon leren, wat al snel resultaten bracht. Technici introduceerden vernieuwingen in de productielijnen van schoenenfabrieken, waardoor er verschillende modellen konden worden gemaakt zonder dat er nog technische pauzes hoefden te worden ingelast. Net als de textielindustrie is ook de Portugese schoenenindustrie in staat om kleine series laarzen of schoenen te produceren, zodat ook aan kleine orders kan worden voldaan. Aangezien importeurs graag hun lasten omlaag willen brengen door minder voorraden aan te houden, is dit zeer welkom.

    In de landbouw verliepen de veranderingen langzamer, maar de resultaten waren zo mogelijk nog spectaculairder. Het hielp dat er een nieuwe generatie ondernemers aantrad, al werkten bij de transformatie ‘nieuwe boeren en ondernemers samen met de gevestigde orde’, vertelt João Machado, president van de Portugese boerenfederatie CAP. Verenigingen als PortugalFresh hielpen om de productie te organiseren 
en de deur naar het buitenland open 
te zetten. Aangezien de landbouw 
naar verwachting tussen nu en 2050 zijn productie moet verdubbelen om het hoofd te bieden aan de groei van 
de wereldbevolking, is de sector weer op de radar gekomen als prioriteit. Sinds 2014 zet het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) van de Europese Unie in op productiestijging.

    Bekoorlijke zwanen

    Het landbouwareaal is geslonken en 
het aantal arbeidskrachten radicaal verminderd, maar daardoor is de landbouw efficiënter geworden, productiever, meer op het buitenland gericht en relevanter voor de economie. De oude obsessie met zelfvoorzienendheid van graan (basisvoedsel voor mensen en dieren) is voorbij, nu Portugal nog maar een vijfde deel van de tarwe en mais produceert die het consumeert. Maar de productie van andere gewassen explodeerde juist. In één decennium groeide Portugal bijvoorbeeld uit van netto-importeur van olijfolie tot de op drie na grootste exporteur ter wereld (436 miljoen euro in 2015). Groente en fruit – tien jaar geleden nog producten die niet veel deden – worden nu meer geëxporteerd dan wijn (1,3 miljard tegen 720 miljoen euro).

    Nu de strijd om het overleven is gewonnen, lijken de kurk-, textiel- en schoenindustrie goed voorbereid te zijn om ook in het mondiale strijdperk te overleven. Het geheim zit hem in specialisering, in design, in verbeterde dienstverlening en technologie – een recept dat zijn werkzaamheid heeft bewezen.

    Op het moment dat Portugal lid werd van de Europese Unie leek dit alles nog onvoorstelbaar: er werd neergekeken op deze sectoren, men beschouwde ze als ouderwets en ongeschikt voor het Europa van de eenentwintigste eeuw. Dankzij het doorzettingsvermogen van sommige Portugese ondernemers, en met hulp van Europees geld waarmee technologie kon worden gekocht en oude gewoontes afgeleerd, zijn de traditionele sectoren niet langer het lelijke eendje. Ze groeiden uit tot bekoorlijke zwanen waar in het veelbewogen landschap van de Portugese economie met bewondering en afgunst naar wordt gekeken. Uiteindelijk was, in de woorden van Mark Twain, het nieuws van hun dood schromelijk overdreven.

    Auteur: Manuel Carvalho
    Vertaler: Valentijn van Dijck

    Público
    Portugal | dagblad | oplage 21.500

    In Portugal geroemd om zijn originaliteit en moderniteit, laat zich inspireren door de grote Europese kranten. Heeft ook een aparte versie voor jongere lezers: P3, in samenwerking met de Universiteit van Porto.

  • ‘Breek de studie economie open’

    ‘Breek de studie economie open’

    Sinds de financiële crisis van 2008 strijden steeds meer studenten economie voor een hervorming van de lesprogramma’s, en meer aandacht voor alternatieve benaderingen. Maar het verzet van de gevestigde neoklassieke orde is hevig. Wie heeft er gelijk?

    Voor een groep die heeft bijgedragen aan een verandering in het lesprogramma van de studie economie aan universiteiten overal in Engeland, had de Post-Crash Economics Society een allesbehalve gedenkwaardige start.

    In november 2012 kwamen zeven studenten bijeen in een benauwd kamertje op de bovenste verdieping van de studentenvereniging van de Universiteit van Manchester. Ze zaten in een halve cirkel en luisterden naar de twee oprichters, die een korte powerpointpresentatie hielden waarin ze uitlegden wat er volgens hen mis was met de studie economie. Daarna werd er beleefd gediscussieerd tot iedereen de deur uit slenterde om aan de kerstvakantie te beginnen. Het was niet echt Parijs 1968.

    De studenten hadden gereageerd op een e-mail met in de onderwerpregel: ‘Oproep aan alle econosceptici.’ ‘Midden in de grootste mondiale recessie in tachtig jaar,’ aldus de mail, ‘zetten overal ter wereld studenten vraagtekens bij de fundamenten van onze discipline.’

    Verder vroegen de opstellers zich af of de economie zoals ze die gedoceerd kregen – vol wiskundige formules en abstracte modellen – wel toepasbaar was op de echte wereld. ‘In hoeverre kan economie een echte wetenschap worden genoemd?’ luidde een prikkelende vraag, verwijzend naar de neiging van academische economen om hun vergelijkingen en wiskundige identiteiten als ijzeren wetten te presenteren in plaats van als onvolmaakte pogingen om een model te maken van onvoorspelbare menselijke interacties. Lijkt economie eigenlijk niet meer op politicologie dan op natuurkunde, vroegen ze zich af.

    Onder druk

    De Post-Crash Economics Society stond niet alleen in deze opvatting. Ha-Joon Chang, een ontwikkelingseconoom die doceert aan de universiteit van Cambridge, herinnert zich dat studenten op zijn deur bonsden en riepen: ‘We zitten midden in de grootste financiële crisis sinds 1929 en onze hoogleraren geven college alsof er niets is gebeurd.’

    In 2011 richtten studenten aan de universiteit de Cambridge Society for Economic Pluralism op, nadat ze aanwezig waren geweest op een feestje van de Marshall Society, de officiële economievereniging van Cambridge. Het feestje had als thema ‘casino’, was zwaar gesponsord door het bedrijfsleven, en de gasten nipten er champagne en spraken over een baan in de City. Volgens een medeoprichter van de Society for Economic Pluralism, doctoraalstudent Rafe Martyn, is het initiatief gericht op degenen ‘die economie studeren om de wereld te verbeteren in plaats van alleen maar hun inzetbaarheid op de arbeidsmarkt te vergroten’. Vergelijkbare verenigingen als de Post-Crash Economics werden ook op andere campussen opgericht.

    Het is nauwelijks verrassend dat na de ernstigste economische crisis sinds de beurskrach in 1929 en een zelfs nog langduriger gevoelde malaise, die overal in Europa en de VS tot politieke beroering heeft geleid, het beroep van econoom zwaar onder druk is komen te staan.

    De economische ‘deskundigen’ die ons hadden verteld dat we voor eens en altijd de problemen met onze conjunctuurschommelingen hadden opgelost en die de toenemende ongelijkheid in de meeste ontwikkelde landen negeerden of zelfs roemden, bleken tekort te schieten in hun voorspellende en oplossende macht. Nog opvallender is de vastberadenheid van velen binnen de economische elite om hun positie te verdedigen.

    Leden van de Post-Crash Economics Society aan Manchester University.
    Leden van de Post-Crash Economics Society aan Manchester University.

    Toch hebben de studentenprotesten tegen de verwachting in effect gehad en de aanzet tot veranderingen gegeven. Sinds dit jaar bieden verscheidene universiteiten in Engeland programma’s aan die economie benaderen vanuit een breder perspectief. Tweedejaarsstudenten in Cambridge kunnen bijvoorbeeld een lesprogramma van dertig colleges volgen over de Geschiedenis en Filosofie van de Economie. Volgens cursuscoördinator Chang is dit het eerste programma met een dergelijke inhoud aan een Engelstalige universiteit in twintig jaar. In Londen bieden het Goldsmiths College en de University of Greenwich lesprogramma’s aan met een pluralistische inslag. Het University College London neemt deel aan het opensource- en interactieve programma Core (Curriculum Open-access Resources in Economics), waarin wordt geprobeerd de studie economie beter toepasbaar te maken op de echte wereld. Ook in Manchester worden breder georiënteerde modules geïntroduceerd, te laat en nog te beperkt voor de studenten die in 2012 aandrongen op veranderingen, maar desalniettemin wel een doorbraak. Post-Crash Economics heeft zich ontwikkeld tot Rethinking Economics, een officieel netwerk dat meer dan veertig studentengroepen verbindt die op campussen van Italië tot Canada en van China tot Brazilië aandringen op veranderingen in het lesprogramma.

    ‘Er is van alles gaande,’ vertelt Diane Coyle, hoogleraar Economie aan de Universiteit van Manchester. ‘Bijna iedereen die economie doceert, accepteert dat na de crash het lesprogramma aan hervormingen toe was, hoewel ik begrijp dat het voor de studenten nog veel te langzaam gaat.’

    De opstand tegen het lesprogramma heeft implicaties die verder reiken dan de academische wereld. De studenten van tegenwoordig zijn tenslotte de opgeleide economen van morgen, die onze economie runnen vanachter hun bureau bij de overheid, banken, multilaterale instellingen en denktanks. Wat studenten leren over hoe de economie werkt en hoe overheden het resultaat kunnen beïnvloeden zal een grote impact hebben op het toekomstige beleid over zoveel zaken, van belastingen en staatsuitgaven tot rentetarieven, minimumlonen, uitstoot van broeikasgassen en de handel.

    Toch klagen de studenten op dit moment dat ze nog steeds worden geïndoctrineerd in de methodologie van een pseudowetenschap die gestoeld is op zogenaamde neoklassieke beginselen. The Econocracy [Manchester University Press] een boek dat in november uitkomt en waar onder anderen Joe Earle aan heeft meegewerkt, een van de oprichters van Post-Crash Economics, schetst een beeld van de reguliere economen als ware gelovigen in een grotendeels in diskrediet geraakte reeks aannames, die een parallel universum hebben uitgevonden met ‘goed gedefinieerde mechanische relaties tussen verschillende bewegende delen, verbonden door metaforische buizen, remmen en hefbomen: rentetarieven omhoog, meer bankleningen; belastingen omlaag, investeringen omhoog.’

    De financiële crisis van 2008 werd volgens en student in 2011 tijdens zijn eerste jaar aan de Universiteit van Manchester niet één keer genoemd

    De economen hebben volgens de studenten het ernstigst gefaald bij het verklaren, laat staan voorzien, van de financiële crisis van 2008. Die crisis, aldus Earle, werd in 2011 tijdens zijn eerste jaar aan de Universiteit van Manchester niet één keer genoemd. Zijn docenten bleken liever te geloven in een rationeel economisch systeem dat grotendeels zichzelf corrigeerde, een systeem dat automatisch zou terugkeren naar een staat van evenwicht.

    Earle is zelfverzekerd, maar uiterst beleefd. Ik had met hem afgesproken in een café in Kentish Town, vlak bij waar hij is opgegroeid, en na afloop stuurde hij me een e-mail waarin hij zich ervoor verontschuldigde dat hij was vergeten om mij te bedanken voor de koffie met gebak. Hij lijkt me niet echt het type van de luis in de pels van het establishment. Tegen de tijd dat hij begon aan zijn studie filosofie, politicologie en economie, had hij er twee jaar opzitten bij The Big Issue [de Britse daklozenkrant], een baan waar hij in contact was gekomen met daklozen in heel Engeland. Hij begon op twintigjarige leeftijd met een veel breder perspectief aan de Universiteit van Manchester. De economie die hij daar leerde kennen leek niet echt bezig met de problemen van de echte wereld, zoals ongelijkheid en financiële stabiliteit. Die werd gedomineerd door elegante modellen waarin een rationele en representatieve beleidsvormer probeerde zijn nutsfunctie te maximaliseren binnen bepaalde restricties.

    In The Econocracy staat een typische tentamenvraag voor de studie economie: ‘Laat je gedachten gaan over een twee-periode economie waarin een representatieve consument zijn/haar levensduur-nutsfunctie maximaliseert U (C1, C2) = u(C1) + ßu(C2), gegeven de levensduur-budgetrestrictie (1 + t)C1 + C2/R = W, waar 0 < ß < 1, W is de contante waarde van het levensinkomen na belasting, t is het btw-tarief en R = 1 + r, waar r de rentevoet is.’

    Earles bezwaar tegen het herhaalde gebruik van zulke formulaire modellen is dat het een ‘gesloten systeem’ oplevert, immuun voor iedere kritische benadering. ‘Je krijgt een vernauwde manier van denken over economie gedoceerd als een bepaald stelsel van regels en wetten dat niet ter discussie gesteld en niet onderuit gehaald mag worden,’ zegt hij. Hij zou graag willen dat ‘politicologie en filosofie en ook ethiek’ weer werden ingevoerd in de studie economie door het te onderwijzen als een ‘beproefd’ multidisciplinair vak waarin verschillende benaderingen worden getest op scenario’s uit de echte wereld. Vroegere auteurs op het gebied van de economie, zoals Jeremy Bentham en John Stuart Mill, stelden ethiek centraal in de discussie.

    Spontaan gedrag

    Naast de neoklassieke school zou een pluralistisch curriculum ook denkrichtingen kunnen bevatten die het accent leggen op klassenverhoudingen of de psychologie van de mens. In plaats van het extrapoleren van één rationeel, optimaliserend instrument, zoals neoklassieke economen doen, zouden complexere modellen ‘spontaan gedrag’ kunnen onderzoeken, gebruikmakend van methoden uit de chaostheorie en de meteorologie.

    In de praktijk voelen veel economen zich bedreigd door het binnendringen van hybride benaderingen in de omsloten schoonheid van hun wiskundig perfecte tuin. Pontus Rendahl doceert macro-economische theorie in Cambridge. Hij vindt het prima dat studenten worden geconfronteerd met economische geschiedenis en met ideeën die het neoklassieke denken in twijfel trekken. (Hij geeft de voorkeur aan de omschrijving ‘regulier’, omdat neoklassiek, net als neoliberaal, bijna een scheldwoord is geworden.) Hij waarschuwt echter voor de overstap naar een pluralistisch curriculum waarin verschillende denkrichtingen evenveel gewicht krijgen.

    ‘Pluralisme is een mooi gevonden woord,’ zegt hij. ‘Maar dezelfde redenering gebruiken de creationisten in de VS die zeggen dat natuurlijke selectie maar een theorie is.’ Omdat de reguliere economie ‘onwrikbare wetten’ heeft, zo betoogt hij, zou het verkeerd zijn om heterodoxe theorieën te onderwijzen alsof ze gelijk gewicht hebben. ‘Om dezelfde redenen vind ik ook dat er geen heterodoxe techniek of alternatieve geneeskunde zou moeten worden gedoceerd.’

    Volgens Rendahl is de reguliere economie flexibeler dan de critici willen doen geloven. ‘Net zoals de economie in staat is geweest om de ideeën van John Maynard Keynes op te nemen, die het opvoeren van de overheidsuitgaven propageerde om de chronische onbalans tussen vraag en aanbod te corrigeren, zo kan de economie ook andere ideeën opnemen, zoals de gedragseconomie die zegt dat slecht beleid suboptimale nutsfunctie met zich meebrengt.

    De macro-economie is “kapot”. Maar de micro-economie is nog solide en vaak verifieerbaar met behulp van data uit de echte wereld

    Ook andere academische economen vinden dat studenten de problemen overdrijven. Angus Deaton, een winnaar van de Nobelprijs voor Economie die doceert aan de Universiteit van Princeton, vindt dat economie een vrijzinnige kerk is, maar wel een die kort gehouden moet worden. Hij geeft als voorbeeld Daron Acemoglu, een jonge superstar aan het Massachusetts Institute of Technology, die onder meer onderzoekt hoe instituties groei stimuleren of afremmen. ‘Hij is een heel goed voorbeeld van hoe dingen zouden moeten gaan: je houdt je bezig met geschiedenis, maar je weet genoeg van wiskunde om er ook een model van te maken. Het verbannen van de wiskunde is niet de oplossing,’ zegt hij. ‘Een model is de kruiscontrole of je eigenlijk wel weet waar je het over hebt.’

    In Manchester verdedigt ook Diane Coyle de basismethodologie van de economie. Volgens haar halen de critici micro-economie, de studie van het gedrag van mensen en bedrijven, en macro-economie, de studie van economie als geheel, door elkaar. De macro-economie, zo geeft ze toe, is ‘kapot’. Maar de micro-economie is nog solide en vaak verifieerbaar met behulp van data uit de echte wereld.

    Soms ontaardt de botsing der ideeën. Een wetenschapper die ik ontmoette op University College London sprak alleen op fluistertoon met me voor het geval dat collega’s haar kritiek op het curriculum zouden horen, ondanks de recente openstelling voor pluralistische ideeën. In Cambridge zegt Chang, die nooit een volledig professoraat heeft gekregen, vaak voor de grap dat zijn collega’s juist respect voor hem zouden moeten hebben als econoom omdat de markt hem gelijk heeft gegeven: zijn boeken verkopen veel beter dan die van hen. Ze reageren arrogant. Rendahl citeert een concurrent: ‘Wie zegt dat Chang over economie schrijft? Volgens die rekenmethode moet J.K. Rowling [de auteur van de Harry Potter -boeken] als de beste econoom ter wereld worden beschouwd.’

    De cursus die Chang geeft over de geschiedenis en de filosofie van de economie laat studenten kennismaken met non-neoklassieke denkers en stimuleert ze om de methodologie van reguliere economen kritisch te benaderen vanuit het perspectief van andere academische disciplines. Het is een begin, maar volgens Chang is het lesprogramma nog niet genoeg veranderd. ‘Er zitten nog veel intellectuele fossielen, die zeggen dat er niets mis is,’ zegt hij.

    De ideeën van de studenten slaan ook steeds meer aan in de buitenwereld. Robert Skidelsky, de biograaf van Keynes, is een aanhanger. Net als Andrew Haldane, de belangrijkste econoom bij de Bank of England. Ook hij denkt dat dingen langzaam aan het veranderen zijn. ‘Naar mijn gevoel varen we nu een iets andere koers. En in de loop van de tijd zal dat, heel geleidelijk, tot verbeteringen leiden.’

    Earle van de Post-Crash Society zegt dat de studentenbeweging aan invloed wint, ook al is die verandering bescheidener dan hij zou willen. Het overkoepelende doel is volgens hem om de economie af te laten stappen van het idee dat die ‘de enige ware weg’ heeft gevonden. Ware neoklassieke gelovigen, die kritische heterodoxe economen handig wegzetten als charlatans, gedragen zich als ‘astronomen voor de tijd van Galileo’. Uiteindelijk moet de studie economie ‘pluralistischer, kritischer, liberaler’ worden, vindt hij, meer een verkenning van ideeën en minder een opleiding in het economische priesterschap.

    Auteur: David Pilling

    Financial Times
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 448.000

    Gezaghebbende krant voor de Londense City en de rest van de zakenwereld. Internationale economie en management worden uitputtend behandeld. Het in 1888 opgerichte dagblad wordt inmiddels in 23 landen gedrukt en heeft naast de Britse ook drie Europese, een Amerikaanse en een Aziatische editie.