Tag: immigratie

  • Dossier: Oppoppend populisme

    Dossier: Oppoppend populisme

    Overal in Europa groeit de macht van extreemrechtse partijen. De Italiaanse premier probeert haar Fratelli d’Italia nu te deradicaliseren om aansluiting bij het midden te vinden. Met de achterban meedraaien en onderwerpen als immigratie telkens laten oppoppen doen ze allemaal.

    In het dossier Oppoppend populisme:

    1. Giorgia Meloni, de premier met vele gezichten
    2. Europa’s immigratiebeleid staat in schril contrast met mensenrechten

  • Europa’s immigratiebeleid staat in schril contrast met mensenrechten

    Europa’s immigratiebeleid staat in schril contrast met mensenrechten

    In Europa staat het aanpakken van immigratie weer hoog op de politieke agenda, ook als de methodes die landen daarvoor gebruiken in strijd zijn met mensenrechten en internationale verdragen. ‘Opsluiting of arrestatie van onschuldige mensen en mishandeling aan de grenzen worden steeds normaler.’

    Een drijvend schip dat aandoet als een gevangenis om asielzoekers te huisvesten in het VK. Megakampen in Griekenland waar vluchtelingen worden opgejaagd door de lokale bevolking en in de smerigste troep hun zelfbeheersing verliezen. Kooien in Bulgarije. 

    De omstandigheden zijn anders, maar ze dienen eenzelfde doel: de migratiestromen indammen. Deze maatregelen moeten voorkomen dat mensen – op zoek naar veiligheid of een kans op welvaart – Europa bereiken, en ze zijn de afgelopen jaren steeds intensiever geworden. Opsluiting of arrestatie van onschuldige mensen en mishandeling aan de grenzen is steeds normaler geworden. Er zijn wetten aangenomen – in Denemarken bijvoorbeeld – die de autoriteiten toestaan al het geld en alle waardevolle spullen van migranten in beslag te nemen, met uitzondering van trouwringen. De duizenden doden op zee – het raakt ons steeds minder.

    ‘Sinds het begin van deze eeuw heeft Europa een reeks maatregelen ontwikkeld die in strijd zijn met de meest fundamentele grondslagen van de mensenrechten, terwijl Europa sinds de Tweede Wereldoorlog belangrijk is geweest voor het opstellen van die mensenrechten,’ zegt Pablo Ceriani, lid van het VN-Comité voor de bescherming van de rechten van arbeidsmigranten. Het beleid van bestraffing – dat niet geldt voor miljoenen Oekraïners die zich op het continent hebben gevestigd – wordt toegepast op Europese bodem, en ook in landen waar het leven van een vluchteling zoveel waard is als zijn familie of de EU ervoor overheeft.

    In Libië is de transit van migranten een vorm van moderne slavenhandel geworden

    In Libië is de transit van migranten een vorm van moderne slavenhandel geworden: migranten worden geïnterneerd, gemarteld en gedood met medeweten van Europese instellingen die een kustwacht hebben opgezet en gefinancierd die deze sadistische praktijken voedt. In Tunesië, dat het belangrijkste vertrekpunt naar Europa is geworden, is de strijd tegen zwarte mensen geïnstitutionaliseerd. Marokko, dat met succes aast op Europees geld, vuurt met geweren op boten, zo vertelden overlevenden na aankomst in Spanje.

    Een internationaal wettelijk kader, ondertekend door 145 landen, is al 72 jaar van kracht en garandeert de rechten van mensen die op zoek zijn naar een toevluchtsoord. Maar door de grote aantallen vluchtelingen worden de waarden waarop deze regels zijn geïnspireerd op de proef gesteld – volgens een rapport van de UNHCR waren eind 2022 108,4 miljoen mensen gedwongen op de vlucht. Toch is Europa lang niet de belangrijkste bestemming voor mensen die een toevluchtsoord zoeken. 

    ‘De grootste uitdaging voor Europa betreft mensen die hun land moeten verlaten op zoek naar veiligheid,’ stelt Ceriani. ‘Het Europese beleid draagt niet bij aan het beteugelen van de menselijke mobiliteit en nog minder aan het ontmoedigen van migratie via irreguliere routes. Het draagt echter wel bij aan een dramatische toename van het aantal sterfgevallen en verdwijningen,’ aldus de deskundige.

    FINLAND

    ‘Democratie is altijd weer geweldig,’ zei oud-premier Sanna Marin van Finland toen ze in april de verkiezingen verloor met een uitslag die een ruk naar rechts voor de Finse politiek betekende. Het is de vraag of ze dat nog steeds vindt.

    Premier Petteri Orpo van de conservatieve Nationale Coalitiepartij smeedde in juni een coalitie met onder meer de tweede grootste partij, de omstreden extreemrechtse De Finnen, die enkele belangrijke regeringsposten kreeg in de meest rechtse regering in de moderne Finse geschiedenis. Kort na de start werden verschillende ministers van De Finnen beticht van racisme – sommigen werden zelfs beticht van banden met neonazi’s. De coalitie overleefde amper moties van wantrouwen tegen onder andere De Finnen–ministers Riikka Purra (Financiën) en Wille Rydman (Economische Zaken). Of daarmee xenofobie en racisme bij die partij verdwenen zijn, valt te betwijfelen.

    Partijleider Purra schreef ooit, verwijzend naar een confrontatie met immigranten: ‘Als ze me een pistool hadden gegeven, zouden er lijken in de trein liggen.’ Ze volgde de al even rabiaat rechtse Jussi Halla-aho, de huidige parlementsvoorzitter, op als leider van De Finnen, toen die moest vertrekken wegens racisme. Partijgenoot Vilhelm Junnila moest eind juni – tien dagen na zijn inauguratie – alweer aftreden als minister van Economische Zaken omdat hij op een extreemrechtse bijeenkomst in 2019 sympathie had getoond voor Adolf Hitler. Ook van zijn opvolger Rydman is bekend dat hij racistische uitlatingen heeft gedaan.

    Op de vraag of de EU zich zorgen maakt over haar partners in landen waar de rechten van vluchtelingen niet of nauwelijks gerespecteerd worden, antwoordt Anitta Hipper, woordvoerder van Binnenlandse Zaken van de Europese Commissie, dat samenwerking met deze landen ‘essentieel is en gebaseerd op volledige eerbiediging van de internationale mensenrechtennormen en het beginsel van non-refoulement’ [het beginsel dat asielzoekers niet mogen worden teruggestuurd vanwege de gevaren die hen bedreigen in het land van herkomst]. Om een einde te maken aan de sterfgevallen op zee wil de Commissie de maffia bestrijden en veilige routes creëren. De focus daarbij ligt op hoogopgeleide en getalenteerde migranten.

    Hierna volgen enkele praktijken en beleidsmaatregelen tegen migranten en vluchtelingen die de afgelopen decennia in Europa genormaliseerd zijn, en waarbij grenscontrole prevaleert boven het respect voor basisrechten.

    Verenigd Koninkrijk

    Ogenschijnlijk goede bedoelingen worden altijd verraden door woorden. De conservatieve regering van Rishi Sunak houdt vol dat haar belangrijkste doel bij het aanpakken van illegale immigratie het bestrijden is van de criminele organisaties die mensen transporteren van de Franse kust naar de kusten van Zuid-Engeland. Maar als minister van Binnenlandse Zaken Suella Braverman het fenomeen een ‘invasie’ noemt, of premier Sunak erop staat om migranten die het Kanaal oversteken ‘illegaal’ te noemen, of als hij over de intenties achter een Stop The Boats-poster spreekt, wordt duidelijk wie de regering als de echte vijand ziet.

    Achter brexit ging uiteindelijk een xenofoob discours schuil. Zeven jaar na het referendum komen er bijna geen EU-burgers meer aan in het VK, maar het aantal asielzoekers uit de rest van de wereld bereikt er recordhoogtes: meer dan 175.000 mensen. De regering-Sunak zorgde met haar voorstellen die de toestroom van mensen moesten afremmen – het ene voorstel nog wreder dan het andere – voor kritiek en woede bij humanitaire organisaties, de Anglicaanse kerk en zelfs bij koning Charles van Engeland. Het Europese Hooggerechtshof heeft deportaties naar een derde land, Rwanda, stopgezet, maar Downing Street geeft niet op. In afwachting van groen licht van het Hof kunnen de vluchten later dit jaar worden hervat.

    De regering is al begonnen de Bibby Stockholm te gebruiken, een drijvende gevangenis die voor anker ligt voor het eiland Portland

    De regering is al begonnen de Bibby Stockholm te gebruiken, een drijvende gevangenis die voor anker ligt voor het eiland Portland. De eerste 39 migranten moesten onmiddellijk weggehaald worden na de ontdekking van een uitbraak van legionella op het schip. Maar ze werden snel elders ondergebracht en Downing Street heeft al opdracht gegeven voor de bouw van twee nieuwe soortgelijke drijvende faciliteiten. Bravermans voorlaatste idee van is om GPS-armbanden te gebruiken om nieuwkomers te kunnen volgen, een maatregel die tot nu toe alleen werd gebruikt op grond van een gerechtelijk bevel voor veroordeelden of in geval van een voorarrest. Het meest recente idee is om migrantenkinderen die over zee aankomen in gevangenissen te plaatsen waar ook zedendelinquenten worden vastgehouden.

    Aanleiding tot deze groeiende onverbiddelijkheid is de nieuwe Illegale Immigratie-wet, die de minister van Binnenlandse Zaken verplicht om koste wat kost te voorkomen dat illegale migranten het land binnenkomen. Het lijkt erop dat alles is toegestaan om dit doel te bereiken.

    Libië

    Vijf jaar geleden toonde CNN de wereld hoe zwarte migranten in Libië werden verhandeld voor ongeveer 400 euro. Camera’s legden een nachtelijke veiling vast in een detentiecentrum en de journalisten spraken met jonge mannen die zich beklaagden over slavenarbeid, marteling en opsluiting voor onbepaalde tijd zonder voedsel of water. Libië blijft een belangrijke locatie voor de tocht naar Europa en deze failed state nam al bijna 700 miljoen euro van de EU in ontvangst om de controle op migratie te verbeteren. De Libische kustwacht is door verschillende Europese instellingen getraind, uitgerust en gefinancierd om – in de officiële versie althans – de levens te redden van degenen die de zee op gaan.

    In werkelijkheid echter maken deze gewapende kustwachten deel uit van een sinistere keten die voorkomt dat vluchtelingen Europa bereiken door ze terug aan land te brengen. Daar worden ze gevangengezet, afgeperst en keer op keer mishandeld in meer dan twintig officiële detentiecentra en een onbekend aantal gevangenissen dat door milities wordt gerund. Verschillende journalistieke onderzoeken en rapporten van ngo’s en Europese autoriteiten hebben deze praktijken in de loop der jaren bevestigd.

    ‘Soms braken ze een hand, een been, ze sloegen je overal zonder reden’

    Wat degenen die op weg naar Europa door Libië reizen waard zijn, hangt af van wat hun families kunnen betalen. Journalist Sally Hayden, die de harde realiteit van de ongeveer 650.000 vluchtelingen in Libië in kaart bracht, analyseerde hoe ze worden gecategoriseerd op basis van hun nationaliteit en wat die opbrengt. In haar boek My Fourth Time, We Drowned: Seeking Refuge on the World’s Deadliest Migratory Route vertelt ze dat Somaliërs en Eritreeërs, vanwege hun grote en nauw verbonden diaspora, het waardevolst zijn omdat ze hun families bereid vinden om compensaties tot wel 10.000 euro te betalen.

    SLOWAKIJE

    De SMER-SD van Robert Fico, die op 30 september de parlementsverkiezingen in Slowakije won, was ooit sociaaldemocratisch. Maar gaandeweg is de partij vervallen tot populisme en nationalisme, met een partijleider die niet alleen de langstzittende premier van het land is (van 2006 tot 2010 en van 2012 tot 2018), maar die ook een geschiedenis heeft van corruptie, vriendjespolitiek en contacten met duistere zakenlieden die banden hebben met de georganiseerde misdaad.

    Fico kon zes jaar geleden vertrekken toen er massale protesten uitbraken na de moord op onderzoeksjournalist Ján Kuciak en zijn verloofde Martina Kušnírová. De misdaad werd gepleegd tijdens zijn premierschap en was bevolen door een plaatselijke miljonair, Fico’s voormalige buurman.

    De anticorruptiecoalitie die Slowakije vervolgens regeerde maakte er echter een zootje van, en de Slowaken geloofden Fico’s belofte dat hij stabiliteit zou brengen in deze tijd van oorlog in Oekraïne en gierende inflatie. Hij wil militaire hulp aan Oekraïne stoppen, waardoor de internationale gemeenschap bezorgd is over scheuren in de westerse steun aan Kyiv.

    Fico heeft een coalitieregering gevormd met de extreemrechtse SNS, die zijn antivluchtelingenretoriek en populisme deelt. SNS-leider Andrej Danko zei in juli dat de door Rusland bezette gebieden ‘historisch gezien niet Oekraïens’ zijn. De andere coalitiepartner is HLAS-SD, een partij die zich eerder afscheidde van SMER-SD.

    Mohammed Abakir Ayacab, die pas vijftien was toen hij vanuit Soedan in Tripoli aankwam, herinnert zich zijn twee jaar in Libië als het ergste deel van zijn lange migratiereis. Nadat hij in 2021 werd onderschept op zee toen hij Italië probeerde te bereiken, werd hij samen met zevenhonderd anderen naar detentiecentrum Ain Zara gebracht. ‘Ik zat daar drie maanden en daarna kwam ik in een andere gevangenis terecht met vierduizend anderen. Er was nauwelijks water of voedsel, we hadden geen ruimte om te liggen of te slapen en ik werd keer op keer geslagen. Soms braken ze een hand, een been, ze sloegen je overal zonder reden. Als je niet sterk genoeg was, ging je dood,’ vertelt hij in een videogesprek vanuit Marokko, waar hij nog steeds zijn kans afwacht om Europa te bereiken.

    Griekenland

    Er zijn 42 vluchtelingenkampen in Griekenland en daar moeten asielzoekers wachten tot hun aanvraag is afgehandeld. Het kan jaren duren voordat de staat een aanvraag accepteert of afwijst, en de kampen ‘slaan vluchtelingen op’ in plaats van ze op te nemen. In 2020 zaten er in Moria, het kamp op het eiland Lesbos, 20.000 mensen op een plek die geschikt was voor 3500 mensen. Vrouwen gingen ’s nachts niet naar het toilet uit angst voor verkrachting. Als gevolg van het stressvolle, opeengepakte leven braken er elke nacht gevechten uit waarbij honderden mensen gewond raakten en tientallen stierven. Het kamp werd aangevallen door extreemrechtse groepen en de omstandigheden waren erbarmelijk, totdat een brand het kamp in september van dat jaar in de as legde.

    Om protesten van de lokale bevolking te vermijden kwam de regering van de conservatieve Kyriakos Mitsotakis met een nieuw type opvang: gesloten kampen met controle op toegang. Dit model is ontworpen om vluchtelingen weg te houden bij Griekse bewoners. In tegenstelling tot andere kampen bevinden ze zich in bergachtige gebieden die moeilijk toegankelijk zijn.

    ‘Alles is ontworpen om ons duidelijk te maken dat we niet welkom zijn’

    In 2021 ging op het eiland Samos het eerste kamp open. Premier Mitsotakis zei bij de opening: ‘U zult een onberispelijk kamp aantreffen, in niets vergelijkbaar met wat we voorheen hadden.’ Maar uit onderzoek van Miren Bardaji van de Universidad del País Vasco blijkt dat ‘buitensporige beveiligings- en bewakingsmaatregelen en vrijheidsbeperkingen meer doen denken aan gevangeniscomplexen’. Bardaji wijst erop dat vooral de ligging, ver van de bewoonde wereld, een grote barrière vormt.

    Hoewel het in theorie open kampen zijn, zitten de bewoners door de gevangenisstructuur in feite opgesloten. Een Palestijnse vluchteling vatte de situatie als volgt samen: ‘Alles is ontworpen om ons duidelijk te maken dat we niet welkom zijn.’

    Tunesië

    Tunesië was jarenlang een toevluchtsoord voor Afrikanen uit landen ten zuiden van de Sahara. Daarom besloten Fati en Pato, een koppel dat elkaar in 2016 ontmoette in een detentiecentrum in Libië, op zoek te gaan naar een beter leven in het land. Onder schrijnende omstandigheden kregen ze een kind en op weg naar Europa werden ze tot vier keer toe onderschept door de Libische kustwacht. ‘We wilden proberen ons kind in te schrijven op een school,’ zegt Pato, een 29-jarige Kameroener wiens volledige naam Mbengue Nyimbilo Crepin is.

    Maar toen ze in juli van dit jaar de Tunesische grens overstaken, was het land dat ooit de democratische hoop van de Arabische wereld was, al veranderd. In februari hield president Kais Said een gewelddadige en racistische toespraak waarin hij waarschuwde voor ‘een crimineel plan’ om de Arabische en moslimbevolking te vervangen door ‘hordes’ zwarte migranten. In de dagen daarna volgde een golf van xenofoob geweld tegen zwarte Afrikanen.

    ‘Ze maakten onze telefoons onklaar, verscheurden onze identiteitspapieren en lieten ons achter in de woestijn’

    Op Tunesisch grondgebied, in de zuidelijke stad Zarzis, onderschepte de politie de familie. ‘Ze maakten onze telefoons onklaar, verscheurden onze identiteitspapieren en lieten ons achter in de woestijn,’ vertelt Pato. Samen met hen werden meer dan duizend mensen achtergelaten in een strook woestijn in het grensgebied tussen Tunesië en Libië. Na vier dagen zonder voedsel en water stortte Pato uitgeput in en in tranen smeekte hij zijn partner om hem daar achter te laten en te proberen de kleine Marie te redden.

    Uren later vonden drie Soedanese migranten hem en hielpen hem Libië te bereiken. Daar zag hij beelden die op sociale media circuleerden van de lijken van een vrouw en een meisje die tegen elkaar aan lagen in het zand – foto’s die het symbool werden van het nieuwe Tunesische beleid tegen vluchtelingen. Het waren Fati en Marie. ‘Ik was liever met hen gestorven…’ jammert Pato. ‘Elke dag als ik wakker word, zoek ik ze naast me. Maar ze zijn weg.’

    Op het moment van deze tragedie werkten Tunesië en de EU al aan een partnerschapsovereenkomst om de migratiestromen te beheersen. Brussel stelt 105 miljoen euro ter beschikking, geld dat uitsluitend bestemd is voor grenscontrole, registratie en terugkeerprogramma’s, naast nog eens 150 miljoen voor directe hulp.

    Bulgarije

    Bakstenen, roestige hekken en houten planken als muren. Een aarden vloer vol afval. Daaruit bestaan de kooien waarin Bulgarije asielzoekers opsluit die aan de grens met Turkije gevangen zijn genomen. Dit blijkt uit een video die werd gepubliceerd als onderdeel van een onderzoek in 2022 door Lighthouse Reports. Soortgelijke detentiepraktijken zijn ook gemeld in Hongarije en Kroatië. Acht maanden na deze onthulling stopte Bulgarije met het gebruik van de kooien. Of dit ook voor de andere landen geldt, is niet bekend.

    DENEMARKEN

    Sinds de verkiezingen van 2022 zitten er in het Folketing, het Deense parlement, drie radicaalrechtse partijen. Ze wijten problemen in de samenleving vooral aan immigratie en zijn dus voorstander van een streng immigratiebeleid. Vaak worden ze betiteld als extreemrechts, populistisch rechts of radicaalrechts – in mei van dit jaar gebruikte de Aarhus Universitet in een overzicht liever de omschrijving Populistisch Radicaal Rechts (PRR) van de Nederlandse politicoloog Cas Mudde: populistisch omdat ze zeggen de belangen van het volk te behartigen tegenover de politieke elite en radicaal omdat ze diepgaande veranderingen in samenleving en politiek nastreven.

    De oudste en belangrijkste is de Deense Volkspartij (Dansk Folkeparti), die in 1995 werd opgericht. Dan is er de
    Nieuwe Burgerpartij (Nye Borgerlige, uit 2015) en als derde zijn er de Deense Democraten (Danmarksdemokraterne), in 2022 opgericht door oud- immigratieminister Inger Støjberg, die in 2021 werd veroordeeld tot twee maanden celstraf omdat ze als minister echtparen die asiel aanvroegen van elkaar had gescheiden.

    De Deense Volkspartij scoorde zo goed bij de verkiezingen van 2015 dat regeringsdeelname mogelijk was, maar zag daarvan af. Een misrekening: de partij verloor bij verkiezingen in 2019 en 2022 veel aanhang. Naast anti-immigratie is de partij economisch gezien relatief links; ze initieerde samen met linkse partijen belangrijke sociale hervormingen, zoals de pensioenhervorming.

    In een kooi naast het politiebureau in Sredets, op veertig kilometer van de Turkse grens, werden verschillende groepen mensen opgesloten voor perioden die varieerden van een paar uur tot drie dagen. Daarna werden ze met een busje naar de Turkse grens gereden en illegaal gedeporteerd. De gevangenen beweren dat ze geen voedsel of water kregen en dat de politie hun persoonlijke bezittingen, zelfs hun schoenen, in beslag nam.

    ‘Hij richtte heel direct, duidelijk met de bedoeling om me te doden’

    Ook werden voertuigen met het logo van Frontex, het grensagentschap van de EU, aangetroffen op enkele meters van deze kooien. Frontex heeft minstens tien kantoren in de omgeving van Sredets als onderdeel van Operatie Terra, gericht op het bestrijden van mensenhandel.

    In hetzelfde onderzoek werd een video gepubliceerd waarop te zien is hoe op Abdullah Mohammed, die zich aan de Turkse kant van de grens bevindt, wordt geschoten. De negentienjarige Syriër beweert dat de schoten afkomstig waren van de Bulgaarse politie. ‘Hij richtte heel direct, duidelijk met de bedoeling om me te doden,’ vertelt de jongeman. Zowel het ministerie van Binnenlandse Zaken als het Openbaar Ministerie ontkennen dit.

    Human Rights Watch heeft herhaaldelijk laten weten dat Bulgaarse agenten migranten slaan, beroven, van hun kleding ontdoen, met zwepen bewerken en honden op hen loslaten voordat ze worden uitgezet naar Turkije.

    Spanje

    Spanje behoort niet tot de Europese landen met de meeste klachten over de behandeling van migranten. Desondanks zijn ook daar schaamteloze praktijken aan het licht gekomen. Zoals de omstreden uitzettingen die zonder enige vorm van regulering of controle werden uitgevoerd, het scherpe razor wire dat boven op de hekken van Ceuta en Melilla werd geplaatst – en die hekken zelf –, de schoten die door de Guardia Civil werden afgevuurd op het strand van El Tarajal in Ceuta, waar veertien mensen verdronken, en de bestorming van Melilla, waarbij nog eens drieëntwintig doden vielen.

    Spanje is pionier op het gebied van samenwerking met Afrikaanse staten die de mensenrechten niet respecteren – zoals Marokko en Mauritanië – om de komst van migranten zonder papieren in te tomen. Al meer dan tien jaar wordt de subsidiëring geconsolideerd en geleidelijk verhoogd. Mauritanië ontvangt jaarlijks tien miljoen euro, ook al wordt het land door Human Rights Watch bekritiseerd voor het willekeurig vasthouden van migranten en asielzoekers, inclusief kinderen, vaak onder erbarmelijke omstandigheden. Het land maakt zich ook schuldig aan standrechtelijke of collectieve uitzettingen en gedwongen terugkeer, die in sommige gevallen gepaard gaan met geweld.

    Buitengerechtelijke detenties, uitzetting naar andere landen en klopjachten aan de grens zijn veelvoorkomende praktijken

    Marokko is sinds 2019 de grootste begunstigde van Spaanse hulp. In dat jaar ontving het land een directe bijdrage van 32 miljoen euro en in 2021 nog eens 30 miljoen euro. Buitengerechtelijke detenties, uitzetting naar andere landen en klopjachten aan de grens zijn veelvoorkomende praktijken.

    De Spaanse regering beweert dat haar reactie op de grote migratiestromen vanuit Afrika duizenden levens redt. ‘Het beleid is gericht op samenwerking met de landen van herkomst en transitlanden, en op de strijd tegen criminele organisaties die mensen verhandelen, en het heeft zijn effectiviteit bewezen,’ aldus een bron bij het ministerie van Binnenlandse Zaken, die erop wijst dat Spanje het aantal illegale aankomsten heeft verminderd en nu tot een van de minst gebruikte routes naar Europa behoort. Daarnaast is Spanje erin geslaagd om het vertrek van migranten uit hun thuisland met 30 en 40 procent te verminderen. ‘Dat betekent tussen de 30 en 40 procent minder levens die in gevaar komen tijdens verschrikkelijke zeereizen. Wie een migratiebeleid voorstelt dat geen rekening houdt met de landen van herkomst en de transitlanden, heeft geen kennis van het fenomeen,’ voegt de bron bij het ministerie eraan toe.

    Marokko

    Marokko werkt mee aan het beheersen van illegale migratie vanuit het zuidelijke Middellandse Zeegebied. Als tegenprestatie ontvangt de Marokkaanse regering 500 miljoen euro van de EU. Maar Marokko’s handelwijze werpt een schaduw op de kwestie van migrantenrechten en het eerbiedigen daarvan.

    Rond het busstation van Casablanca en in de buitenwijken van andere steden leven duizenden Afrikanen uit landen ten zuiden van de Sahara in angst. Ze worden bedreigd met deportatie naar Algerije, waar de grenzen al drie decennia gesloten zijn, of met gedwongen verhuizing per bus naar provincies in het binnenland of het zuiden van het land. Ook riskeren ze gevangenisstraf. ‘Marokko blijft veel mensen deporteren uit het noorden van het land,’ zegt Jadiya Inani, directeur van de afdeling migratie van de Marokkaanse Vereniging voor Mensenrechten (AMDH).

    ‘Ik wacht. Ik probeer niet weer over het hek van Melilla te springen, en ik stap ook niet in een boot’

    Elke keer als onder de inwoners van Marokkaanse steden protesten ontstaan over de massale aanwezigheid van illegale migranten in hun straten, bevelen de autoriteiten nieuwe uitzettingen naar andere regio’s, volgens Inani. ‘Op deze manier probeert Marokko de Europese landen te laten zien dat het land als een politieagent zijn grenzen bewaakt,’ zegt hij. ‘En op deze manier voorkomt Marokko dat mensen uit Sub-Saharaans Afrika er een stabiel leven kunnen leiden.’

    De Soedanese Basir (een fictieve naam om zijn identiteit te beschermen) is minstens twee keer uitgewezen naar de regio Oujda, aan de grens met Algerije. Ondergedoken in Marokko wacht hij al zes maanden op antwoord van de Spaanse ambassade in Rabat op zijn verzoek om internationale bescherming. ‘Ik wacht. Ik probeer niet weer over het hek van Melilla te springen, en ik stap ook niet in een boot,’ zegt hij.

    Volgens AMDH zitten sommige illegale migranten ‘gevangen onder onmenselijke omstandigheden in illegale centra die geen deel uitmaken van het Marokkaanse gevangenissysteem’. Velen van hen zijn richting het zuiden van Marokko en de Sahara getrokken in een poging de Canarische Eilanden te bereiken – een veel gevaarlijker route dan via de Middellandse Zee.

    Polen, Litouwen en Letland

    ‘Urgent: elf kinderen en dertien volwassenen uit Syrië en Irak kamperen al drie dagen aan de andere kant van de muur. Vandaag hebben Belarussische diensten gedreigd dat ze hen met honden zullen opjagen als ze niet naar Polen gaan. Als bewijs lieten ze een Congolees meisje zien dat gebeten was.’ Dit bericht werd op 27 mei op het Twitter-account geplaatst van de Granica Group, een Poolse ngo die zich inzet voor hulp aan migranten aan de Poolse grens met Belarus. Het geval staat niet op zichzelf. Op sociale media en in rapporten van grote internationale mensenrechtenorganisaties circuleren tal van verhalen over kinderen die zijn aangevallen door honden, over botten die werden gebroken door klappen van de politie, over gezinnen die in het bos moeten slapen en over doden. Granica heeft 48 doden geteld sinds 2021. Volgens Amnesty International stierven eveneens vluchtelingen aan de Letse en Litouwse grens.

    De migratiestroom over de grenzen die Belarus deelt met Polen, Letland en Litouwen is sinds 2021 toegenomen. En sindsdien hebben deze drie landen de slechtste praktijken van andere Europese landen overgenomen.

    Deze vrijwilligers hebben de bijnaam ‘migrantenjagers’, omdat ze vuurwapens, traangas en afgerichte honden gebruiken

    In de zomer van 2021 deden de drie landen een beroep op de noodtoestand om gedwongen terugkeer te legaliseren. De migrantenstroom steeg gestaag, en die was te danken aan wat deze landen en de Europese Unie beschouwden als een poging van de Belarussische president Aleksandr Loekasjenka om migranten te gebruiken als wapen om politieke druk uit te oefenen. De drie landen verdrijven migranten en asielzoekers illegaal en soms met geweld naar Belarus, waar ze het slachtoffer worden van ernstige mishandeling, afranseling en verkrachting door veiligheidstroepen.

    In 2023 nam de instroom af door repressieve maatregelen. Op 18 augustus sloot Litouwen twee van zijn zes grensovergangen met Belarus en in mei vorig jaar legaliseerde het land de gedwongen terugkeer en richtte het een vrijwillige politiemacht op naar voorbeeld van Hongarije – dat een lange geschiedenis kent van misbruik en mishandeling. Deze vrijwilligers hebben de bijnaam ‘migrantenjagers’, omdat ze vuurwapens, traangas en afgerichte honden gebruiken.

    Letland voerde in april een soortgelijke wetswijziging door. Amnesty International bundelde meer dan vijftig getuigenissen in een rapport over ‘commando’s’ van de veiligheidsdienst, gekleed in camouflagekleding en uitgerust met bivakmutsen, wapenstokken en tasers.

    Lees ook:

  • Wereldwijd groeit de weerstand tegen immigratie – en daarmee het populisme

    Wereldwijd groeit de weerstand tegen immigratie – en daarmee het populisme

    De val van het Nederlandse kabinet is het zoveelste voorbeeld van wereldwijde ontevredenheid over immigratie, schrijft The Wall Street Journal. Nu immigratie naar een recordhoogte stijgt, worden rechts-populistische partijen in een groot deel van de wereld populairder.

    Een recordaantal immigranten vertrekt naar welvarende landen. Dat leidt wereldwijd tot steeds meer protest, waardoor populistische partijen almaar populairder worden. Regeringen worden onder druk gezet om hun beleid aan te scherpen en de migratiegolf in te dammen.

    In veel landen, waaronder Canada en delen van Europa en Azië, worden migranten aangemoedigd om te komen, zodat ze tekorten aan arbeidskrachten kunnen verlichten en demografische dalingen kunnen compenseren. Maar die grote toestroom zorgt er, in combinatie met de toename van illegale immigratie naar de Verenigde Staten en Europa, tevens voor dat steeds meer kiezers ontevreden worden. Sinds het einde van de coronapandemie is de migratiestroom toegenomen, waardoor samenlevingen veranderen. Veel mensen geven immigranten de schuld van een toename in criminaliteit en hogere woonprijzen.

    Afgelopen vrijdag viel het Nederlandse kabinet. De verschillende partijen konden het niet eens worden over nieuwe maatregelen om de immigratie, die tot een recordhoogte is gestegen, te beperken. In Italië en Finland zijn onlangs anti-immigratiepartijen aan de macht gekomen en in Zweden gedogen ze sinds kort minderheidsregeringen. De extreemrechtse FPÖ [Vrijheidspartij] in Oostenrijk staat momenteel bovenaan in de landelijke peilingen.

    80 procent meer

    Vorig jaar verhuisden er ongeveer vijf miljoen meer mensen naar welvarende landen dan dat er mensen vertrokken. Volgens dataonderzoek van Wall Street Journal is dat 80 procent meer dan vóór de pandemie. De stijging wordt veroorzaakt door versoepeling van de reisbeperkingen die tijdens corona golden, toename van tekorten aan arbeidskrachten in rijke landen en grotere economische problemen in ontwikkelingslanden.

    Opiniepeilingen tonen aan dat de weerstand tegen immigratie in welvarende landen toeneemt – ook in landen die bekendstaan als het meest gastvrij voor nieuwkomers.

    Ruwweg de helft van de Canadezen is het niet eens met nieuwe plannen van de regering, die ongeveer een half miljoen immigranten per jaar wil gaan binnenlaten. Ze vinden dat te veel voor een land met veertig miljoen inwoners. Volgens een peiling van Léger, een onderzoeksbureau uit Montreal, is driekwart van de mensen bang dat het plan een buitensporige vraag naar huisvesting, gezondheidsdiensten en sociale diensten als gevolg heeft.

    In het Verenigd Koninkrijk zijn de regels versoepeld: het doel is om afgestudeerden uit het buitenland aan te trekken om een tekort aan vakkennis op te lossen. Volgens een enquête van onderzoeksbureau Public First vindt de helft van de mensen in het Verenigd Koninkrijk dat er te veel legale migratie plaatsvindt.

    Een groot deel van de bevolking in de Verenigde Staten is al langere tijd tegen immigratie. Die weerstand is het afgelopen jaar toegenomen: volgens Gallup polls ligt de tevredenheid van Amerikanen over immigratie rond de 28 procent, waar dat vorig jaar nog 34 procent was. Het is het laagste cijfer in tien jaar tijd.

    Finland is bezig langs de Russische grens een technologisch geavanceerd hek van tweehonderd kilometer te bouwen

    In Frankrijk vonden dagenlang gewelddadige protesten plaats, omdat de politie er onlangs een tiener van Noord-Afrikaanse afkomst doodschoot. Toch suggereren recente peilingen dat Marine Le Pen, de extreemrechtse leider van Front National, de volgende presidentsverkiezingen van het land zou kunnen winnen. Le Pen is ook voorstander van strengere immigratiewetten.

    Kiezers maken zich over het algemeen vooral zorgen om illegale immigratie, die vaak invloed heeft op lonen en sociale voorzieningen. Illegale immigratie via de Middellandse Zee naar Europa en vanuit Mexico naar de Verenigde Staten heeft de afgelopen maanden een recordhoogte bereikt.

    Maar mensen maken zich ook zorgen over de komst van laag- en zelfs hoogopgeleide legale migranten. De angst bestaat dat de prijzen voor wonen en andere kosten stijgen door hun komst, terwijl er al sprake is van hoge inflatie.

    Europese landen bouwen voort op maatregelen die al vóór de coronapandemie in gang zijn gezet: er worden honderden kilometers aan nieuwe land- en zeebarrières gebouwd om illegale migratie zo veel mogelijk te verhinderen. Finland is bezig langs de Russische grens een technologisch geavanceerd hek van tweehonderd kilometer te bouwen. Kyriakos Mitsotakis, de Griekse premier, beloofde in maart dat er langs de Turkse grens een stalen hek van zo’n honderdvijftig kilometer zou komen om illegale oversteek te voorkomen.

    Vooral in Europa ‘is er absoluut een discrepantie tussen het soort mensen dat onze arbeidsmarkten nodig heeft en het soort mensen dat binnenkomt’, zegt Roland Freudenstein, vicevoorzitter van de onafhankelijke denktank Globsec in Brussel. Veel mensen verhuizen naar Europa vanwege de sociale voorzieningen die worden aangeboden in landen als Zweden en Duitsland, aldus Freudenstein. In de Verenigde Staten ligt dat volgens hem anders: daar komen immigranten meer voor het werk, deels omdat er minder sociale voorzieningen zijn.

    Vacatures

    Het aantal immigranten naar de Verenigde Staten en Europa steeg in 2015 en 2016 enorm. De weerstand daartegen is een van de redenen dat Groot-Brittannië uit de Europese Unie stapte en Donald Trump president kon worden. ‘We zien nu een vergelijkbare ontwikkeling, die nog verder reikende gevolgen zou kunnen hebben,’ zegt Freudenstein.

    Ook in Nederland staan rechtse partijen bovenaan in de peilingen. De conservatieve partij van Mark Rutte heeft onlangs geprobeerd om de stroom asielzoekers naar het land te beperken, maar twee van de coalitiepartners weigerden hierin mee te gaan. Het leidde ertoe dat Rutte, de langstzittende regeringsleider in de Nederlandse geschiedenis, zichzelf gedwongen zag zijn ontslag aan te bieden aan de koning.

    De regering heeft voorspeld dat het aantal asielaanvragen dit jaar kan oplopen tot meer dan zeventigduizend, meer dan het vorige recordaantal uit 2015 [de voorlopige cijfers van de eerste zes maanden van 2023 ligger lagen dan verwacht: 20.122 asielaanvragen]. Met achttien miljoen inwoners is het een dichtbevolkt land en de huisvesting komt hierdoor onder druk te staan. Conservatievere kiezers roepen daarom op tot strengere controles.

    In veel landen is er nog steeds veel steun voor meer migratie, vooral onder bedrijfsleiders die bang zijn dat ze bepaalde functies niet kunnen bezetten zonder talent uit het buitenland. Japan stond lang bekend om zijn anti-immigratiebeleid, maar heeft vorige maand de regels voor buitenlandse werknemers versoepeld. Ook in Duitsland, Spanje en Zuid-Korea worden meer buitenlandse werknemers toegelaten of wordt de wetgeving versoepeld.

    Maar de groeiende weerstand onder de bevolking maakt het voor regeringen steeds moeilijker om een dergelijk beleid door te voeren. Toch is het volgens sommige leiders de enige manier om vacatures op te vullen, nu mensen in rijkere landen ouder worden en met pensioen gaan.

    In Duitsland haalt de anti-immigrantenpartij Alternative für Deutschland (AfD) in de peilingen rond de 20 procent van de stemmen. Dat is twee keer zoveel als bij de nationale verkiezingen van 2021. Het zou betekenen dat de AfD na de christendemocraten de populairste partij van het land is, populairder nog dan de sociaaldemocraten van bondskanselier Olaf Scholz. Uit de peilingen blijkt dat het immigratiebeleid voor de achterban van de AfD de belangrijkste reden is om de partij te steunen.

    Slechts zo’n honderdduizend van de ongeveer miljoen Oekraïners in Duitsland hebben een baan

    Duitsland heeft de afgelopen jaren miljoenen vluchtelingen uit Afghanistan, Syrië en Oekraïne opgenomen. Toch klagen bedrijven nog steeds dat ze meer hoogopgeleide migranten nodig hebben, omdat vluchtelingen moeilijk op te leiden en te integreren zijn. Slechts zo’n honderdduizend van de ongeveer miljoen Oekraïners in Duitsland hebben een baan.

    In Frankrijk heeft de regering van president Emmanuel Macron onlangs plannen opgeschort die het mogelijk maakten voor immigranten zonder papieren om in sectoren met een tekort aan arbeidskrachten te gaan werken. De plannen moeten worden uitgesteld vanwege een geschil met Italië over de illegale oversteek van de Frans-Italiaanse grens.

    Volgens een peiling die na het begin van de rellen door Odoxa-Backbone Consulting voor de krant Le Figaro werd afgenomen, wil ongeveer 60 procent van de Fransen dat de immigratiewetgeving wordt aangescherpt. Le Pen zei in februari dat een groot aantal immigranten ‘ervoor zorgt dat [banen] in eigen land worden “uitbesteed”’. Oftewel: werknemers van Franse afkomst moeten het afleggen tegen werknemers met een buitenlandse afkomst. ‘Als we een fabriek kunnen offshoren, doen we dat. En als dat niet kan, omdat je een restaurant of constructiewerk niet aan het buitenland kan uitbesteden, halen we meer immigranten binnen.’

    Ron DeSantis, gouverneur van Florida en Republikeinse presidentskandidaat, nam in mei een nieuwe wet aan die ongedocumenteerde immigranten in die staat nog verder criminaliseert. Belangrijke figuren uit de agrarische sector en de bouwsector zeggen dat de wet de tekorten aan arbeidskrachten daar zal vergroten.

    Australië en Nieuw-Zeeland haalden al lange tijd veel hoogopgeleide immigranten binnen, maar nu krijgen buitenlanders de schuld van de stijgende woonprijzen. Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat de gemiddelde huur- en koopprijzen met ongeveer 1 procent stijgen als het equivalent van 1 procent van de bevolking van een stad daarnaartoe immigreert. Volgens recente opiniepeilingen is ongeveer 60 procent van de Australiërs voorstander van een migratiestop, zodat de woonprijzen kunnen dalen.

    Record

    In het Verenigd Koninkrijk zeggen ministers dat ze het aantal immigranten willen verminderen, hoewel dat aantal het afgelopen jaar door hun eigen beleid tot een recordhoogte is gestegen. Suella Braverman, de Britse minister van Binnenlandse Zaken, zei in mei dat we niet moeten vergeten hoe we zelf dingen kunnen doen. ‘Er is geen goede reden waarom we niet genoeg vrachtwagenchauffeurs, slagers of fruitplukkers zouden kunnen opleiden.’

    Vorig jaar verhuisden ongeveer zeshonderdduizend meer mensen naar het Verenigd Koninkrijk dan er het land verlieten – een record. Het is onwaarschijnlijk dat dit zo door zal gaan, want dat zou het aandeel van immigranten in de bevolking in tien jaar tijd met 5 procent verhogen, tot ongeveer 20 procent. Dat stelt Alan Manning, professor aan de London School of Economics en voormalig voorzitter van het U.K. Migration Advisory Committee [Adviescomité Migratie Verenigd Koninkrijk], dat de Britse regering adviseert over immigratiebeleid. ‘Alle infrastructuur zou dan moeten mee ontwikkelen, omdat er anders opstoppingen ontstaan,’ zegt hij.

    Experts zeggen dat de weerstand tegen immigranten onderdeel is van een zich herhalende cyclus. Bedrijven zetten zich voortdurend in voor soepeler immigratiewetten, omdat dat hun arbeidskosten verlaagt en hun winst verhoogt. Op rechts krijgen ze steun van neoliberale politici en op links van leiders die integratie nastreven. Daardoor wordt er een immigratiebeleid doorgevoerd dat soepeler is dan de gemiddelde kiezer wil.

    Het gevolg daarvan is volgens Manning dat het populisme een enorme boost krijgt. Populistische politici smoren vervolgens de immigratie in de kiem, waardoor de angsten van de kiezers afnemen en de cyclus opnieuw begint.

    Manning ontving honderden reacties van geïnteresseerde partijen toen hij als voorzitter van het U.K. Migration Advisory Committee informatie inwon. Bijna allemaal wilden ze dat er meer immigranten zouden worden binnengelaten. ‘Maar volgens opiniepeilingen wilden de meeste mensen juist minder immigratie,’ aldus Manning.

    Lees ook:

  • Canada wil ‘zo veel mogelijk immigranten’

    Canada wil ‘zo veel mogelijk immigranten’

    Om de economische slagkracht te vergroten is Canada van plan een recordaantal immigranten toe te laten en de bevolking met 1,45 miljoen te laten groeien. Er bestaat een brede consensus in het land over de waarde van immigratie. ‘We moeten ons openstellen voor elkaar.’

    Keuze uit het archief

    Afgelopen week maakte de regering van Canada bekend dat ze de criteria voor het toelaten van buitenlandse werknemers wil aanscherpen. Een van de maatregelen is dat laagbetaalde buitenlandse werknemers in steden waar de werkloosheid 6 procent of hoger is, geen tijdelijke werkvergunningen meer mogen krijgen. Premier Justin Trudeau legde maandag uit dat door de inflatie en de hoge werkloosheid de situatie niet meer dezelfde is als twee jaar geleden en dat Canada niet meer zoveel buitenlandse arbeidskrachten nodig heeft.
    Met deze beslissing maakt Canada een flinke draai, aangezien het land tot voor kort een zeer open immigratiebeleid voerde. Dat blijkt wel uit dit artikel van The New York Times van een jaar geleden. Daarin wordt beschreven hoe Canada zo veel mogelijk immigranten wil om zijn economie te versterken. Nu moet het land zich meer gaan bezighouden met de inheemse bevolking, die te kampen heeft met een forse werkloosheidsstijging.

    Het kleine plaatsje Hérouxville in landelijk Quebec is binnen de provincie lange tijd de belichaming geweest van een diepgewortelde vijandige houding ten aanzien van vreemdelingen. Er waren geen immigranten in de stad, maar toch werd er op zeker moment een gedragscode van kracht die er geen twijfel over liet bestaan dat zij en hun vermeende gewoonten er ongewenst waren.

    Hérouxville, zo stond er te lezen in de gedragsregels, zou niet ‘tolereren dat er op het stadsplein vrouwen zouden worden gestenigd,’ dat ze ‘levend zouden worden verbrand’ of dat ze ‘als slaven zouden worden behandeld.’ De bevolking van de stad vierde Kerstmis en gezichtsbedekking was uit den boze, behalve misschien met Halloween, zo werd er gewaarschuwd.

    Deze gedragscode speelde in op een diepgewortelde angst in de enige Franstalige provincie van Canada dat de eigen cultuur zou worden uitgehold door immigratie. Daarnaast was de code ook aanleiding tot het instellen van een unieke overheidscommissie, bedoeld om consensus te bereiken over ‘een redelijke huisvesting’ van etnische minderheden.

    Gebroken met verleden

    Het is dan ook verrassend te noemen dat Hérouxville tegenwoordig immigranten verwelkomt en maar al te bereid is om hun onderdak te bieden. ‘We hebben gebroken met het verleden,’ zegt Bernard Thompson, de burgemeester van het plaatsje en een voormalig voorstander van de gedragscode. ‘We willen nu zo veel mogelijk immigranten.’

    Deze radicale ommekeer komt op een moment dat Canada de deur verder wil openzetten voor nieuwkomers, als onderdeel van een structureel beleid om de economische slagkracht te vergroten. De federale overheid heeft plannen aangekondigd om in de komende tien jaar een recordaantal immigranten toe te laten, vanuit het streven de huidige bevolking van 39 miljoen mensen met 1,45 miljoen te laten groeien. In tegenstelling tot andere westerse landen, waar immigratie heeft gezorgd voor een diepe tweedeling binnen de maatschappij en zelfs een opkomend politiek extremisme heeft gevoed, bestaat er in Canada brede consensus over de waarde van immigratie.

    De enige uitzondering hierop is Quebec, waar politici olie op het vuur van de anti-immigratiesentimenten hebben gegooid door de Franstalige stemgerechtigden voor te houden dat hun culturele identiteit in het gedrang komt. Maar zelfs in Quebec zijn er, tegen een achtergrond van demografische ontwikkelingen en veranderende opvattingen, tekenen van kentering in plaatsen als Hérouxville.

    De omslag in Hérouxville is toe te schrijven aan een combinatie van factoren, waaronder niet alleen de vergrijzing, een laag geboortecijfer en een nijpend personeelstekort, maar ook wezenlijk andere opvattingen onder jongere generaties en persoonlijke verhalen van mensen als burgemeester Thompson. Desgevraagd zou Thompson zelfs toestemming geven aan moslimimmigranten om een leegstaande zaal in het gemeentehuis te gebruiken als gebedsruimte, ook al is hij daar wettelijk niet toe verplicht. ‘Als we niet in staat zijn respect op te brengen voor elkaars cultuur, of het nou om religie gaat of om iets anders, zijn we naar mijn mening verkeerd bezig,’ aldus de burgemeester. ‘We moeten ons openstellen voor elkaar.’

    Thompson is tevens de hoogste gekozen ambtenaar van de regionale gemeente [een bestuurlijk onderdeel van een provincie] Mékinac, waar niet alleen Hérouxville met zijn 1336 inwoners onder valt, maar ook negen andere kleine plaatsen, waarvan enkele de gedragscode van Hérouxville steunden. In scherp contrast met het verleden, toen zich in heel Mékinac jaarlijks één of helemaal geen immigrant vestigde, heeft de regionale gemeente de afgelopen twee jaar een recordaantal van zestig immigranten aangetrokken uit Zuid-Amerika, Afrika, Europa en elders.

    Een van die immigranten, de veertigjarige Habiba Hmadi, kwam ongeveer een jaar geleden vanuit Tunesië naar Canada, met haar man en haar zoon en dochter, die allebei de lagereschoolleeftijd hadden. Habiba en haar man spreken beiden Frans, maar thuis wordt er Arabisch gesproken. Zij is verzekeringsagent en haar man is lasser.

    ‘We hopen dat ze hier zullen wortelen, maar van ons hoeven ze niet per se te veranderen’

    Vooral tijdens de ramadan en andere feestdagen is het moeilijk om zo ver van huis te zijn, zegt Habiba. Ze heeft nog nooit van de gedragscode van Hérouxville gehoord en het gezin is door de plaatselijke bevolking warm ontvangen. ‘We hebben heel veel telefoontjes gekregen, en er klopten allerlei mensen bij ons aan met de vraag of ze iets voor ons konden doen,’ vertelt Habiba. ‘Een van de buren stond voor de deur met een grote zak speelgoed voor de kinderen. We kenden haar niet eens. We zaten nog midden in de verhuizing.’

    De toestroom van immigranten is het gevolg van een ingrijpend pro-immigratiebeleid dat in 2017 in de regionale gemeente werd ingevoerd, tien jaar nadat in Hérouxville de gedragscode was aangenomen. Vanaf dat moment begonnen lokale ondernemingen fanatiek buitenlandse arbeiders te werven die bereid waren zich te vestigen in een regio met vrijwel uitsluitend Franssprekende Québécois, ver weg van multiculturele steden als Montreal. Ook werd de plaatselijke bevolking voorbereid op de komst van de nieuwkomers en werden er programma’s opgezet om de immigranten wegwijs te maken in de buurt, bijvoorbeeld in het onlangs uitgebreide gemeenschapscentrum La Maison des Familles. Een paar maanden geleden is Mékinac door de overheid onderscheiden vanwege het beleid ten aanzien van immigranten.

    ‘Door de komst van deze zestig mensen heeft onze eigen omgeving zich enorm geopend,’ zegt Nadia Moreau, hoofd economische ontwikkelingen van de regionale gemeente. ‘Soms hebben zij andere waarden of andere gewoonten, die ze met ons delen, waardoor wij weer vanuit een ander perspectief naar de realiteit kijken.’

    ‘We hopen dat ze hier zullen wortelen, maar van ons hoeven ze niet per se te veranderen,’ voegt Moreau er nog aan toe.

    Herroepen gedragscode

    Haar boodschap heeft, in combinatie met het beleid uit 2017, geleid tot een officiële herroeping van de gedragscode, die een onoverbrugbare grens trok tussen de lokale bevolking en de immigranten. De regels konden weliswaar rekenen op steun in sommige delen van Quebec, maar Hérouxville werd ook geregeld weggezet als een bastion van stompzinnige intolerantie, zoals in een parodie in een eindejaarsprogramma op tv, waarin een nietsvermoedend moslimstel werd opgevoerd dat in het plaatsje verzeild was geraakt..

    De belangrijkste opsteller van de gedragscode, André Drouin, die in 2017 is overleden, was destijds raadslid. Drouin en Thompson, de huidige burgemeester, waren overburen. Ze kwamen regelmatig bij elkaar over de vloer en bespraken, onder het genot van een glas wijn, in hoeverre de Franstalige meerderheid in Quebec immigranten en andere minderheden tegemoet moest komen.

    Thompson, destijds de webmaster van de gemeente, zegt dat hij Drouins conceptversie voor de gedragscode moest redigeren en er spellings- en grammaticafouten uit haalde, en ook de in zijn ogen overdadige verwijzingen naar kerstbomen schrapte. Hij zag hoe Drouin, een charismatisch man, de gemeenteraad wist over te halen zich unaniem achter de regels te scharen, en hoe hij er ook de lokale bevolking warm voor wist te maken. ‘André had nog een koelkast aan een eskimo kunnen verkopen, zoals we hier zeggen,’ vertelt hij.

    Maar Thompson, die tientallen jaren werkte in de telecommunicatie in Montreal, zegt dat hij zich in toenemende mate ongemakkelijk voelde bij de meest uitgesproken passages in de gedragscode. Hij kon niet ontkennen dat vrijwel iedereen in Quebec ‘kind van een immigrant’ was. Hij was ‘dol’ op de partner van zijn broer, een moslima.

    Uiteindelijk verbrak Thompson de banden met zijn overbuurman. Nadat hij tot burgemeester was verkozen, spande hij zich ervoor in om de gedragsregels naar de stadsarchieven te verbannen. Als burgemeester wilde hij de reputatie van de stad herstellen, en met het steeds grotere personeelstekort in de landbouwsector, de bosbouw en de industrie- en dienstensector werd de noodzaak om immigranten aan te trekken steeds groter. ‘Zonder immigratie redden we het niet,’ zegt Thompson. ‘We hebben geen keus.’

    Bijna iedereen in Quebec is ‘kind van een immigrant’

    De vierenveertigjarige Pascal Lavallée is mede-eigenaar van Boulangerie Germain, een bakkerszaak met twee vestigingen en vijfenveertig werknemers in de regio. Lavallée kampt met een personeelstekort, maar hoopt evengoed uit te breiden. Hij wacht nu op de komst van drie immigranten uit het West-Afrikaanse Togo en Burkina Faso. Ook buiten de grote steden maken de jongere Franstalige Québécois zich minder druk over het verlies van hun identiteit, zegt Lavallée. ‘Zij hebben een hogere tolerantie ten aanzien van nieuwe gebruiken.’

    Desondanks probeerden politici bij de laatste provinciale verkiezingen in te spelen op anti-immigratiesentimenten onder oudere stemgerechtigden op het platteland. Jean Boulet, die tot voor kort provinciaal minister van Immigratie was en afkomstig is uit een plaats vlak bij Hérouxville, beweerde ten onrechte dat ‘80 procent van de immigranten naar Montreal gaat, niet wil werken, geen Frans spreekt en zich niet houdt aan de normen en waarden van de samenleving in Quebec’.

    Een man en een vrouw die voor de deur van een buurtwinkel een sigaretje staan te roken, zeggen nog altijd achter de gedragscode te staan. Ze hebben ooit een groep moslims op de fiets de hoofdweg zien oversteken, vertellen ze, en dan niet bij het stoplicht, maar zomaar ergens; een van hen hield zelfs het verkeer tegen. ‘Weet je, ze zijn hier niet in hun eigen land,’ zegt de man, Jean-Claude Leblanc (72).

    Nog altijd briesend vertellen ze de wijdverspreide verhalen over cabanes à sucre – eettentjes die traditionele gerechten uit Quebec serveren en waar ahornsiroop wordt gemaakt – die varkensvlees van het menu hadden gehaald om moslimklanten te trekken. Ze hadden zelfs gehoord van moslims die in een eettentje waren gaan bidden. ‘Bínnen, hè,’ zegt de vrouw, die weigert haar naam te noemen. ‘In ónze suikerhuisjes.’

    Andere generatie

    Maar voor Eva-Marie Nagy-Cloutier (32), inwoner van Hérouxville, is de gedragscode echt iets van het verleden. ‘Wij zijn van de generatie waarin je kunt zijn wie je wilt en kunt houden van wie je wilt,’ zegt Nagy-Cloutier, die werkt op de HR-afdeling van Pronovost, een lokale producent van sneeuwruimers die ook arbeidsmigranten werft.

    Abdelkarim Othmani (33) heeft bijna twee jaar geleden zijn huis in het zuiden van Tunesië verlaten en draait avonddiensten als mecanicien bij Pronovost. Tijdens de ramadan mocht hij wat eerder pauzeren, zodat hij na zonsondergang de vasten kon verbreken. Othmani zegt dat hij veel vrienden heeft en dat hij in het weekend met zijn collega’s naar de sportschool gaat. ‘Ik vind de sfeer hier heel fijn,’ zegt hij. Othmani wil trouwen met zijn Tunesische vriendin – of blonde, een van de vele woorden uit het lokale slang die zijn Frans zijn binnengeslopen. Hij wil haar uiteindelijk laten overkomen naar Quebec.

    Zijn beste vriend is Alex Béland-Ricard (29), met wie hij elke dag carpoolt naar het werk. Béland-Ricard, geboren in Quebec en getogen op het platteland, zegt dat hij onder de indruk is van de waarde die de nieuwkomer hecht aan vriendschappen, familie en hard werken. ‘Karim is de eerste immigrant die ik heb leren kennen,’ zegt Béland-Ricard. ‘Van mij mogen er nog wel veel meer komen.’

    Lees ook:

  • Hooggerechtshof houdt anti-immigratiewet in stand

    Hooggerechtshof houdt anti-immigratiewet in stand

    » Ghanese politie wil geen negatieve nieuwjaarsvoorspellingen

    » Militieleider Michigan veroordeeld tot 16 jaar

    Met de wet mogen migranten zonder papieren worden uitgezet

    Een controversiële anti-immigratiewet uit het tijdperk van oud-president Donald Trump mag niet komen te vervallen. Dat heeft het Hooggerechtshof in de Verenigde Staten dinsdag besloten, meldt The Texas Tribune. De wetsmaatregel, die in de VS bekend staat als Titel 42, zou 21 december aflopen en met name Republikeinen vreesden een grote toename van illegale migratie vanuit Mexico.

    Onder de Titel 42-wet kunnen migranten die zonder papieren de grens zijn overgestoken zonder proces uitgezet worden. Sinds de invoering van de wet in maart 2020, werd de maatregel ruim 2,5 miljoen keer toegepast. Mensenrechtenorganisaties waarschuwen dat de verwachte grote aantallen migranten alsnog zullen komen, en zullen stranden aan de grens waar het momenteel winters koud is.

    Eerder werd in de Texaanse grensstad El Paso de noodtoestand uitgeroepen omdat de stad en omliggende steden de opvang van illegale migranten niet langer aankon. Steeds meer mensen werden gedwongen in de kou te overnachten op straat. Het Witte Huis heeft aangegeven het migratiebeleid te willen hervormen, maar heeft ook gezegd zich te zullen houden aan de uitspraak van het Hooggerechtshof.

    Lees ook:

  • ‘Als ik mijn land nu zou verlaten, zou ik het verraden’

    ‘Als ik mijn land nu zou verlaten, zou ik het verraden’

    Duizenden Russen zijn de afgelopen weken hun land ontvlucht uit onvrede met het politieke klimaat of uit financiële noodzaak vanwege de zware sancties. De onafhankelijke Russische nieuwsorganisatie Meduza sprak met enkele achterblijvers. Wat zijn hun redenen om niet te vertrekken?

    Duizenden mensen zijn de afgelopen weken Rusland ontvlucht, in de hoop de binnenlandse politieke, sociale en economische gevolgen van de oorlog te ontlopen. Maar zij zijn in de minderheid: niet iedereen kan zo snel naar een nieuw land verhuizen, al zouden ze dat nog zo graag willen. Sommigen blijven in Rusland vanwege familie, anderen kunnen het zich niet veroorloven om te vertrekken, terwijl weer anderen uit principe blijven waar ze zijn.

    Screen Shot 2022 03 17 at 9.16.47 PM 1

    Kirill – Ingenieur, Moskou

    ‘Mijn familie en ik dachten erover om te emigreren maar zien dat uiteindelijk niet zitten. Wat heeft het voor zin om ergens heen te gaan waar we niet kunnen blijven? Het zou alleen maar moeilijker worden om terug te keren. Ik ben er niet klaar voor om ergens als een illegale immigrant te leven. Nog niet.

    Als we via de officiële weg ergens legaal zouden kunnen wonen, dan zou ik vertrekken. Ik denk dat dit land donkere tijden te wachten staan. Hopelijk maakt de Russische bevolking de laatste stuiptrekkingen van haar grote leider mee.’


    Tatjana – Werkt voor een IT-bedrijf, regio Perm

    ’Mijn ouders zijn bejaard en mijn partner werkt in overheidsdienst. Om die redenen kan ik niet weg. Bovendien denken we dat de Europese Unie binnenkort waarschijnlijk ook in een grote crisis zit, en dan zal het in Rusland makkelijker overleven zijn.

    Vanwege de russofobie die nu overal heerst, is het onveilig om nu buiten Rusland te wonen. Om nog maar te zwijgen over het feit dat alles duur is geworden daar. De kosten voor levensonderhoud zijn zodra de migratie begon omhoog geschoten.’


    Elizaveta – Werkt in de pr en marketing, Angarsk

    ‘Ik heb overwogen om te vertrekken, en eigenlijk wil ik dat nog steeds. Ik ben dertig jaar oud en kom uit een kleine stad in Siberië. Ik begon net echt te leven in plaats van te overleven: ik had genoeg geld om lekker te eten, mooie spullen te kopen en met mijn man reizen te maken. En nu duwt mijn land mij terug de armoede in, terug naar de tijd toen reizen naar het buitenland alleen maar in onze verbeelding bestond.

    ‘Ik wil niets te maken hebben met dit agressorland’

    Ik wil niets te maken hebben met dit agressorland. Het past niet in mijn wereldbeeld. We blijven hier omdat we de voogdij over een kind hebben, en we op dit moment niet het recht hebben haar mee het land uit te nemen. Bovendien hebben we nog niet genoeg tijd gehad om te sparen voor een verhuizing. Maar we zijn begonnen met het leren van een vreemde taal. Zo kunnen we alvast een basis leggen.’


    Meduza & 360

    360 gaat samenwerken met de onafhankelijke Russischtalige nieuwssite Meduza.
    Sinds de Russische inval in Oekraïne hebben de autoriteiten Meduza afgesloten voor Russische internetgebruikers. Ook hebben veel buitenlandse correspondenten en media het land verlaten na een controversiële mediawet die het verspreiden van ‘nepnieuws’ sanctioneert met een gevangenisstraf die kan oplopen tot vijftien jaar. 360 breekt al jaren een lans voor onafhankelijke en vrije journalistiek. Met deze samenwerking wil 360 een platform bieden aan onafhankelijke en kritische geluiden uit Rusland, zodat ook de Nederlandse nieuwsvolger op de hoogte kan blijven van wat er speelt aan de Russische kant van het front.

    Aidar – Programmeur, Kazan

    ‘Ik heb me suf gedacht, en ik zal blijven twijfelen, ofwel tot ik vertrek, ofwel voor de rest van mijn leven. Er zijn verschillende redenen waarom ik blijf. Ik ben de oudste zoon en mijn broer werkt in het buitenland. Mijn ouders kunnen niet weg, tenminste niet op korte termijn. Het was niet meer dan logisch dat de jongste zoon naar een rijker land zou gaan om te werken, en dat de oudste zoon voorlopig bij onze ouders in dit totalitaire land zou blijven.

    De andere reden is mijn vriendin, hopelijk mijn toekomstige vrouw. Het is voor mij geen optie om weg te gaan terwijl zij hier achterblijft, en er zijn geen garanties als je in het buitenland bent. Ook niet als je hier blijft, trouwens. Als deze twee factoren niet meespeelden, zou ik vertrekken, zelfs zonder spullen en met een onzekere toekomst. Ik denk dat ik het in het buitenland best zou redden als ervaren programmeur, maar diezelfde garantie kan ik mijn dierbaren niet geven. Zij hebben me hier waarschijnlijk harder nodig.

    ‘Deelnemen aan een protestactie zou te gevaarlijk zijn’

    Ik zie niet voor me dat we in Rusland een comfortabel leven kunnen leiden. Een minder comfortabel leven in het buitenland lijkt me aantrekkelijker. Bovendien voel ik me elke dag dat de oorlog voortduurt indirect verantwoordelijk voor wat er gebeurt, en misschien ben ik dat ook wel: als burger ben je maar een klein beetje verantwoordelijk, maar niettemin verantwoordelijk voor wat jouw land aan het doen is. Deelnemen aan een protestactie en een gevangenisstraf riskeren, waardoor ik mijn dierbaren niet zou kunnen helpen of het land niet zou kunnen verlaten, zou te gevaarlijk zijn.’


    Elizaveta – Accountant, Moskou

    ‘Ik dacht eraan om weg te gaan toen ik nog studeerde – mijn seksuele geaardheid speelde een rol –, maar ik had de moed niet. En nu is die kans verkeken. Mijn moeder heeft een beroerte gehad, ik heb een puppy om voor te zorgen en ik ben blut. Om nog maar te zwijgen over mijn beroep, dat niemand in het buitenland zou interesseren.

    Ik denk dat er in de toekomst veel armoede in het land zal zijn door de hoge inflatie, werkloosheid en het sluiten van bedrijven. Wie arm is, zoals ik, zou dan wel eens van honger kunnen omkomen.’


    Alija – Werkt in een galerie voor moderne kunst, Moskou

    ‘Ik wil wel weg, maar mijn man niet. Hij denkt niet dat we in het buitenland werk zullen vinden zonder de taal te spreken of speciale vaardigheden te hebben. Dan is er ook nog de kwestie van mijn ouders en mijn oude, tweeënnegentigjarige grootmoeder, voor wie ik moet zorgen. Ik ben heel bang, maar mijn familie achterlaten kan ik niet. Ik denk dat het erg uit de hand gaat lopen: tirannieke wetshandhaving, armoede, banditisme, en misschien een burgeroorlog.

    ‘Niemand zit op kunst te wachten als er oorlog is, of in de nasleep ervan’

    We hebben een vakantiehuisje in een dorp, en als alles in duigen valt, zullen we daarheen moeten verhuizen. Ik heb geen enkele mogelijkheid meer om me beroepsmatig verder te ontwikkelen en plezier te hebben in mijn werk. Dat is me afgepakt. Niemand zit op kunst te wachten als er oorlog is, of in de nasleep ervan.’


    Alisa – Werkt in de dienstensector, Krasnodar

    ‘Ik denk er vaak over na om weg te gaan. Ik doe mijn uiterste best om een manier te vinden om mijn ouders mee te krijgen. Maar hoogstwaarschijnlijk blijf ik hier om dicht bij mijn dierbaren te zijn. Ik kan het niet over mijn hart verkrijgen om ze achter te laten.

    Soms denk ik terug aan de verhalen van mijn vader, die vertelde hoe moeilijk het was in de jaren negentig. Nu voorzie ik een toekomst die veel erger is dan toen: veel mensen komen zonder werk te zitten, honger wordt een ernstig probleem en de criminaliteit zal de pan uit rijzen. We zitten op de Titanic, en die heeft net de ijsberg geraakt.’


    Nastya – Verkoopt producten op een markt, Moskou

    ‘Ik popelde om naar Georgië te gaan of naar een ander GOS-land [verbond van voormalige Sovjet-Unielanden]. Maar ik ben tweeëntwintig, die stomme leeftijd waarop ik wel een spaarpotje heb maar niet genoeg om alles te laten vallen en voor onbepaalde tijd naar een land te verhuizen waar ik niet kan werken.

    ‘Ik wil gewoon niet weg. Dit is mijn land en ik ben ervan overtuigd dat we iets kunnen veranderen’

    Ik ben ook bang om mijn grootmoeder en vader achter te laten, die in de Samara-regio wonen. Ik moet mijn oma gaan helpen om de meest noodzakelijke levensbehoeften in te slaan. Ik vrees dat haar pensioen niet genoeg is, of dat er een tekort aan producten zal zijn. Bovendien wil ik gewoon niet weg. Dit is mijn land en ik ben ervan overtuigd dat we iets kunnen veranderen. Vooral nu, nu het regime in Rusland bijzonder kwetsbaar is. Als we deze crisis overleven, kunnen we een nieuw Rusland opbouwen. Ik probeer er het beste van te maken en te doen wat ik kan.’


    Oleg – Werkt op een universiteit, Jelets

    ‘Ik heb nagedacht over weggaan. Ik weet niet hoe ik op morele wijze verder kan leven. Ik denk er nog steeds over na, maar… Ik heb hier een dochter, die bij mijn ex-vrouw woont. En hier is ook het graf van mijn moeder.’


    Jevgeni – Werkt in een autozaak, Vladivostok

    ‘Vijf jaar geleden besloot ik te blijven en sindsdien ben ik niet van gedachten veranderd. Even overwoog ik te vertrekken toen mijn vrienden meteen na 24 februari begonnen te praten over emigreren. In paniek sloot ik me aan bij enkele immigratiegroepen op internet. Ik had zelfs al een vliegticket naar Istanboel, voor begin maart. Ik had het al gekocht lang voordat dit allemaal gebeurde, wat een gelukkig toeval leek. Toch ben ik uiteindelijk niet in dat vliegtuig gestapt.

    ‘Ik maak vaak het grapje dat er uiteindelijk drie mensen in dit land over zullen blijven: Navalny, Poetin en ik’

    Ik heb in mijn leven al veel in het buitenland gewoond en heb genoeg ervaring opgedaan om te begrijpen hoezeer ik mijn thuis en mijn land waardeer. Ik hou echt van Rusland en de mensen hier. Ik heb hier geleerd wat vriendschap en liefde zijn, hier ben ik geworden wie ik ben, hier heb ik mijn belangrijkste waarden en de zin van mijn leven leren kennen, en daarom zal ik blijven. Ik denk dat vrijheid het waard is om voor te vechten. Ik maak vaak het grapje met mijn therapeut dat er uiteindelijk drie mensen in dit land over zullen blijven: Navalny, Poetin en ik.’


  • De koloniale landkaart kent zowel Bengaalse als Indiase slachtoffers

    De koloniale landkaart kent zowel Bengaalse als Indiase slachtoffers

    Zeventig jaar geleden trok een Britse advocaat een bizarre grens tussen India en Bangladesh. Wie zijn enclave verliet, moest ineens over een visum beschikken, anders was hij een illegale immigrant in een ander land.

    Abul Seikh zat drie jaar in de gevangenis omdat hij zijn dorp had verlaten. Bij de kruising voor het ziekenhuis arresteerde de grenspolitie hem. Er was geen hek, geen douane, alleen een onzichtbare lijn en toen hij die overschreed, pakte de Indiase politie hem op. ‘Ze zeiden tegen me dat ik uit Bangladesh kwam, en dat ik de gevangenis in moest,’ vertelt hij.

    Seikh werd het slachtoffer van een grens die een Britse koloniale ambtenaar meer dan zeventig jaar geleden had getrokken tussen India en Bangladesh. Die grenslijn heeft zijn dorp veranderd in een Bengaals gehucht, ingesloten door India. Want langs de grens tussen India en Bangladesh ligt een unieke lappendeken van enclaves. Door de lijn van de koloniale ambtenaar ontstonden tientallen kleine India’s in Bangladesh en tientallen kleine Bangladeshjes in India. Officieel hebben de landen in 2015 hun enclaves wel uitgewisseld, maar de mensen leven nog steeds met de gevolgen.

    Seikh is nu vierendertig jaar oud en woont in de voormalige enclave Mashal Danga. Ongeveer de helft van het jaar brengt hij als dagloner door in grote steden. Hij is een van de miljoenen arbeiders die daar op bouwplaatsen hurken, graven en slapen, tot het regenseizoen aanbreekt en alles stilligt. Seikh was zestien toen hij voor het eerst vanuit de enclave naar Delhi vertrok. Iemand had hem een baantje beloofd. Ze waren met een groep van zes tieners uit hetzelfde dorp. ‘De grenspolitie loerde op ons,’ zegt hij. De politie arresteerde ze als illegale immigranten. Maar Seikh en zijn vrienden zijn midden in India opgegroeid, al was het in een klein stukje Bangladesh.

    Enclaves

    Dat klinkt ingewikkeld en dat is het ook. Tot 2015 had India 111 enclaves in Bangladesh, en Bangladesh had er 51 in India. Toen werden ze opgeheven. Maar de bewoners zijn sinds tientallen jaren nog steeds gevangen in deze cartografische eigenaardigheid. Degene die de grenslijn trok tussen Bangladesh en India was Cyril Radcliffe, een Londense advocaat. Toen hij in 1947 de opdracht kreeg om Brits-Indië te verdelen, was de kolonie hem volkomen onbekend. Hij was nooit verder naar het oosten gereisd dan Parijs. Nu had hij vijf weken de tijd om het subcontinent te verdelen. Daarbij moest hij ook de grens trekken tussen India en het huidige Bangladesh.

    De gebieden die hij met de pen van elkaar scheidde, had hij nooit bezocht

    Radcliffe betrok in India een huis in Simla, de stad in de bergen waar de Britten de hete zomer doorbrachten. De kaarten die hij gebruikte waren niet up-to-date. De gebieden die hij met de pen van elkaar scheidde, had hij nooit bezocht. Op 9 augustus 1947 was hij klaar met zijn werk. Een dag later reisde hij af, nadat hij alle bescheiden had verbrand. Hij zou nooit meer naar India terugkeren en accepteerde ook het afgesproken honorarium niet. Radcliffe wist wat hij had aangericht.

    Toen de grenzen van kracht werden, volgden er weken vol geweld – moslims werden naar Pakistan verjaagd, hindoes naar India. In de chaos werd gemoord, geplunderd en verkracht. De Radcliffe-linie verdeelde niet alleen een land, maar maakte het leven in de enclaves tot een nachtmerrie.

    Vredesverdrag

    De enclaves bestonden al lang voordat Radcliffe het land opdeelde. Volgens de legende zijn ze ontstaan doordat de maharadja van het koninkrijk Cooch Behar en de maharadja van Rangpur regelmatig tegen elkaar schaakten. Inzet bij hun spel zouden kleine delen van hun rijken geweest zijn. Maar waarschijnlijk is dat alleen maar een sterk verhaal.

    Enclaves in enclaves in enclaves, in elkaar geschoven als een Russische matroesjka

    Feitelijk ontstonden de enclaves in het begin van de achttiende eeuw als gevolg van allerlei oorlogen en vredesverdragen. In elk vredesverdrag stond dat een van de heersers een stukje land aan de ander moest afstaan. In bijzonder groteske gevallen ontstonden binnen enclaves nog zogeheten contra-enclaves. Enclaves in enclaves in enclaves, in elkaar geschoven als een Russische matroesjka. De kleinste enclaves waren maar net groot genoeg voor een familie. De mensen die er woonden, stoorden zich niet aan die grenzen; hun leven ging gewoon op de oude voet door, totdat Radcliffe in 1947 zijn werk begon.

    Doordat de grenzen van de enclaves nu grenzen werden van moderne staten, leefden hun bewoners plotseling in verschillende landen. Wie zijn enclave verliet, moest ineens over een visum beschikken, anders was hij een illegale immigrant in een ander land.

    Ganesh Barman was als jongeman een sprinter. De schooldirecteur ontdekte zijn talent en overtuigde zijn vader ervan dat de jongen moest hardlopen. Hij was de snelste van zijn school en de snelste van zijn district. Persoonlijk record: 58 seconden op de 400 meter. Dat zou voldoende zijn geweest om zich te meten met de snelsten van zijn deelstaat West-Bengalen, en voor een plek bij de grenspolitie, die baantjes weggaf aan de beste sporters uit de streek. Maar Ganesh is boer geworden, en geen politieman. Hij zit in een huis van golfplaat waar hij met zijn gezin, de gezinnen van zijn twee broers en hun ouders woont. Hij verbouwt rijst zoals zovelen hier, en een beetje illegale tabak.

    Ganesh woont in Falnapur, een dorp met achthonderd inwoners. Toen hij naar school ging, stond zijn huis nog in een enclave. Daarom kon zijn droom niet in vervulling gaan. ‘Op school gaven we een ander adres op,’ zegt Ganesh. ‘Dat van het huis van mijn grootvader, dat in India stond.’ Mainland, zeggen ze hier tegen India: het vasteland, omdat de enclaves eilanden zijn. Kinderen uit Falnapur konden niet naar school; wie onderwijs wilde krijgen, moest een vals adres opgeven of een adres van familie buiten de enclave. Elke morgen stak Ganesh een landsgrens over.

    Het bedrog kwam uit omdat hij zo’n snelle sprinter was. Op een bepaald moment was het adres niet meer voldoende voor de organisatoren van de wedstrijden. Ze wilden een Indiaas identiteitsbewijs zien, en dat had Ganesh niet. Ook voor de aanstelling bij de grenspolitie zou hij zo’n document nodig gehad hebben. ‘De andere sprinters hebben ze aangenomen,’ vertelt Ganesh. Die waren langzamer dan hij.

    Rechtenloos

    Tot 2015 konden mensen geen gebruik maken van de openbare voorzieningen in de regio: de ziekenhuizen, de waterleiding, de politie. De enclaves waren een soort rechtenloze gebieden zonder infrastructuur. Toen kwamen India en Bangladesh overeen om ze uit te ruilen. Veertienduizend bewoners van de opgeheven enclaves kregen nu een Indiaas identiteitsbewijs en een kiezerspas. Maar velen weigerden om aan verkiezingen deel te nemen.

    De mensen in de enclaves zijn nog altijd geen echte Indiërs

    ‘Al meer dan zeventig jaar worden wij benadeeld,’ zegt Ganesh. Zijn zoon bezit nog steeds geen geboortebewijs, zijn vrouw en hij geen huwelijksakte – steeds klonk het: kan niet worden uitgereikt. Hun status is nu weliswaar officieel geregeld, maar in de bureaucratische jungle van India ontbreekt het hun meestal aan een bepalend document. De mensen in de enclaves zijn nog altijd geen echte Indiërs.

    In 2015 heeft de Indiase regering hun veel beloofd. De vroegere enclaves zouden waterleiding en gezondheidscentra krijgen. De landsregering zegde financiële steun toe. Maar de regering van het land en die van de deelstaat behoren tot elkaar vijandig gezinde partijen. Politici van de ene partij zeggen dat de andere partij geld heeft verduisterd. Politici van de andere partij zeggen dat pas de helft van het geld binnen is. 

    Het gebied langs de grens ziet er sappig groen uit. In de bevloeide rijstvelden zwemmen eenden en staan blauwe reigers, en de bananenbladeren hangen weelderig langs de wegen. Overal scharrelen geiten tussen de mensen. Toen Radcliffe zijn lijn trok door het oosten van India, schiep hij wat in India tegenwoordig de ‘kippenhals’ wordt genoemd: een smalle strook India tussen Bangladesh, Bhutan, Nepal en China. Die verbindt de buik van India met de kop in het noordoosten. In die kippenhals, in het sappige groen, liggen de enclaves. Langs de grens staan hoge hekken. Niemand moet het in zijn hoofd halen om die hals te breken.

    Bijobala Barman kwam vijfendertig jaar geleden de enclave Naulgram binnen, die omringd was door India. Bijobala is ongeveer vijftig jaar oud, helemaal zeker weet ze het niet. Ze bezit wel een Indisch identiteitsbewijs en een kiezerspas, maar de geboortejaren daarop komen niet overeen. Bijobala’s ouders hebben haar ooit uitgehuwelijkt naar de enclave. Haar man Hitindra is eenenzestig jaar oud. Hij werkt nu als boer, maar liever reisde hij met een harmonium langs de dorpen om volksliederen te zingen op bruiloften. Zijn vrouw was dertien of veertien toen ze hierheen kwam. ‘Ik had de tiende klas afgerond,’ zegt Bijobala, ‘maar hier waren geen wegen en de kinderen kregen geen onderwijs.’ Een weg voor de 1700 inwoners van Naulgram is er nog steeds niet.

    De grens met de enclaves mag dan officieel zijn afgeschaft, in de hoofden van de mensen bestaat hij nog steeds

    De grens met de enclaves mag dan officieel zijn afgeschaft, in de hoofden van de mensen bestaat hij nog steeds. Mannen geloven dat de beste vrouwen niet met hen willen trouwen omdat ze in voormalige enclaves wonen. En de mooiste meisjes gaan weg omdat ze hopen op een goede partij aan de andere kant van de onzichtbare grens. 

    Ook Bijobala heeft haar dochter gegeven aan een man buiten de enclave. ‘Daar heeft ze het beter. En ons kleindochtertje wordt een echte Indiase.’ De zonen zijn gebleven. Een van hen heeft gestudeerd en kan geen baan vinden. Hij zou graag voor de overheid werken, maar daar willen ze hem niet. Toen Bijobala en haar man in 2015 een Indiaas identiteitsbewijs kregen, hebben ze overwogen om te verhuizen. Toch zijn ze gebleven. Hun grond is hun waardevolste bezit, ze willen niet weer van vooraf aan beginnen.

    Omstreden gebied

    Grenzen hebben in Zuid-Azië een andere betekenis dan in het huidige Europa. Hier zijn het helder getrokken lijnen, in India gaat het eerder om gebieden. Degenen die ooit overeenstemming bereikten over de grenslijnen, zijn allang weg. En degenen die ze nu bewaken, zijn het er meestal niet over eens waar ze precies lopen. Dus verklaren ze het gebied links en rechts van een grens tot omstreden gebied. In de kippenhals word je soms al honderd meter voor de grens tegengehouden door een beambte. ‘Zou ik in uw land zomaar tot aan de grens kunnen lopen?’ vraagt die. Dat zou hij kunnen, maar hij lijkt het nauwelijks te begrijpen.

    Een aantal bewoners van enclaves hebben in 2015 alles opgegeven: dat zijn degenen die vanuit Bangladesh naar India zijn geëmigreerd. Na de uitruil lokte de Indiase regering ze met de belofte van een nieuw leven en financiële steun. Toen bijna duizend van hen daadwerkelijk kwamen, werden ze door de lokale politici met de nodige tamtam ontvangen. In de Indiase enclaves woonden 37.000 mensen. De meesten zijn in Bangladesh gebleven. Het is alsof ze vermoedden wat er zou gebeuren.

    In Dinhata, op een paar uur van de grens, is er een wijk voor de nieuwe Indiërs uit de voormalige enclaves. Eerst hebben ze vijf jaar in kampen gezeten. De huizen van de wijk zijn blauw-wit geschilderd, een jaar geleden waren ze klaar. Alle woningen zijn identiek en even groot, of de familie die erin woont nu vijf of vijftien leden telt. De verf bladdert al af. 

    ‘We zijn hier weliswaar een minderheid, maar in ieder geval zijn we die minderheid samen’

    Kachya Barman, vijftig jaar oud, wacht al zes jaar op wat zijn nieuwe vaderland hem heeft beloofd. Hij stapte in 2015 in Bangladesh in een bus die hem naar het noorden bracht. Hij nam zijn gezin mee. Ze wonen met zijn achten in de woning. Kachya is hindoe, de meerderheid in Bangladesh bestaat uit moslims. India, meende hij, was het land waar hij thuishoorde. Het land waar hij van afgesneden raakte toen Radcliffe zijn grenzen trok. Dus liet hij alles achter. ‘Nu vragen mijn verwanten mij: waarom ben je vertrokken? We zijn hier weliswaar een minderheid, maar in ieder geval zijn we die minderheid samen. Waren jullie maar hier gebleven.’

    Bedreigingen 

    Sinds een jaar woont Kachya met zijn gezin in het appartement in Dinhata. Als hij uit het raam kijkt, ziet hij een grasveldje op de binnenplaats. Kachya was boer, nu heeft hij wel een woning, maar geen land. Hij werkt net als de meeste mannen in de wijk als dagloner in de grote steden. Hij zegt dat de Indiase staat hem geld schuldig is. Maar dat mocht hij niet krijgen: politici vrezen sociale onrust in de stad als ze geld uitdelen aan de gezinnen uit de enclaves. Onlangs verzamelden zich buren voor de poort van de wijk en riepen bedreigingen. Ze zeiden: ‘We hebben jullie land gegeven, wat willen jullie eigenlijk nog meer?’ De mensen hier zijn arm, de buren kijken met jaloezie naar die nieuwe Indiërs, die blijkbaar alles cadeau krijgen. Kachya zou eindelijk wel eens willen hechten, maar zijn hart ligt nog steeds in Bangladesh.

    Ook deze geëmigreerde enclavebewoners zijn geen echte Indiërs geworden. Radcliffe heeft een grens getrokken en is weggegaan. En meer dan zeventig jaar later weten de mensen nog steeds niet echt waar ze nu eigenlijk bij horen.

    Waarschijnlijk zal de tijd helpen om levens, die ooit door de grenslijn van elkaar werden afgesneden, weer samen te voegen

    Kachya’s oudste zoon was zestien jaar toen de familie naar India verhuisde. Tegenwoordig werkt hij in een steengroeve. Op de Indiase school werd hij uitgelachen. Hij was de jongen uit Bangladesh. Hij zegt: ‘Ik voel me een Bengalees.’ Kachya’s jongere zoon Surjyo was veertien toen de familie naar India verhuisde. Hij voetbalt in de stad, werd een keer tot beste speler van de wedstrijd uitgeroepen en kreeg een bokaal. Binnenkort is hij klaar met de middelbare school en wil verder studeren. Hij zegt: ‘Ik voel me een Indiër.’

    Waarschijnlijk zal de tijd helpen om levens, die ooit door de grenslijn van elkaar werden afgesneden, weer samen te voegen. Maar soms helpt zelfs de tijd niet. Uit de wijk van de immigranten in Dinhata zijn in de afgelopen jaren een paar jongemannen verdwenen. Dit jaar waren het er drie. Ze zijn teruggevlucht naar Bangladesh. Daar zijn ze nu illegale immigranten in hun oude vaderland.

  • Hulp aan mensensmokkelaars. Noodzaak of strafbaar feit?

    Hulp aan mensensmokkelaars. Noodzaak of strafbaar feit?

    Een Italiaanse antimaffia-instantie coördineert de Italiaanse en Europese aanpak van smokkelaars die mensen vanuit Libië naar Europa proberen te krijgen. De aanpak lijkt succesvol en bedient de wensen van de publieke opinie, maar uit onderzoek van The Intercept blijkt dat het voornamelijk migranten zijn die worden opgepakt en veroordeeld. Smokkelbendes blijven grotendeels buiten schot.

    ‘Afana Dieudonne noemt zichzelf geen held, want hij heeft dingen gedaan waar hij niet trots op is. Zoals iedereen in zijn situatie zou doen om te overleven, zegt hij. Dieudonne reisde van Kameroen naar Tunesië per vliegtuig, vandaar met de auto en te voet door de woestijn naar Libië, en belandde vervolgens in een rubberboot op de Middellandse Zee.’ Zo beginnen Zach Campbell en Lorenzo D’Agostino hun verhaal voor The Intercept. Het verhaal van Afana Dieudonne kenmerkt de huidige aanpak van het migrantendrama.

    Mensensmokkelaars in Libië die het onderduikadres beheerden waar Dieudonne verbleef, vroegen om zijn hulp. Hij sprak een beetje Engels en wilde geen problemen, dus hij hielp hen, beducht omdat ze vaak stoned waren en altijd gewapend. Soms vroegen ze hem voedsel en water onder de andere migranten te verdelen. Andere keren verklikte hij degenen die hun bevelen niet opvolgden. Soms dwongen de mensenhandelaars hem tot geweld tegen zijn lotgenoten. Zij of ik, redeneerde hij.

    Op 30 september 2014 duwden de smokkelaars Dieudonne en 91 anderen in een rubberboot de zee op. In de pikdonkere nacht zagen ze de lichten van de Libische kust uit het zicht verdwijnen. Na een dag op zee begon de overvolle rubberboot water te maken. De opvarenden werden gered door een schip van een hulporganisatie en overgebracht naar een schip van de Italiaanse kustwacht. Dieudonne werd eruit gepikt voor ondervraging.

    Ze krijgen betaald om een reis te organiseren die zo gevaarlijk is dat hij al tienduizenden levens heeft geëist

    De eerste vragen die hem werden gesteld waren kort en routineus: naam, leeftijd, nationaliteit. En toen veranderde de ondervraging van toon: de agenten wilden weten hoe de mensenhandel in Libië werkte, zodat ze de betrokkenen konden arresteren. Ze wilden weten wie de rubberboot had bestuurd en wie had genavigeerd.

    Hij vertelde alles en wees ook de ‘kapitein’ aan, tussen aanhalingstekens, want er was geen echte kapitein. De echte mensensmokkelaars blijven in Libië, aldus Dieudonne, en degenen die handelen als ‘de “kapiteins” doen dat niet uit vrije wil’.

    Het antimaffia-agentschap

    Om migratie in het centrale Middellandse Zeegebied aan te pakken waren de inspanningen van de Italiaanse regering en de Europese Unie jarenlang gefixeerd op de achterblijvers in Libië. Die worden afwisselend facilitators, smokkelaars, mensenhandelaars of militieleden genoemd. Ze voorzien in hun levensonderhoud door anderen te helpen op illegale wijze Europa binnen te komen. Ze krijgen betaald om een reis te organiseren die zo gevaarlijk is dat hij al tienduizenden levens heeft geëist.

    De Europese poging om deze smokkelnetwerken te ontmantelen wordt aangestuurd door een opmerkelijk instituut: de Direzione nazionale antimafia e antiterrorismo (DNAA): het Italiaanse antimaffia- en antiterreuragentschap. Deze kleine politie-afdeling uit Rome verwierf in de jaren negentig en begin 2000 aanzien door grote delen van de maffia in Sicilië en elders in Italië te ontmantelen.

    Uit niet eerder gepubliceerde interne documenten blijkt dat DNAA een belangrijke rol speelde bij het toezicht op de zuidelijke zeegrenzen van Europa, in nauwe samenwerking met het EU-grensagentschap Frontex en Europese militaire missies die voor de Libische kust opereren.

    Illegale migratie naar Europa kreeg dezelfde aanpak als de maffia

    Onder leiding van de ervaren maffiajager Franco Roberti ontwikkelde DNAA een strategie die uniek was, in ieder geval nieuw voor de instanties die de grenzen moeten bewaken. Illegale migratie naar Europa zou dezelfde aanpak als de maffia krijgen. Hierdoor kregen de Italiaanse en Europese politie, kustwacht en marine, die volgens het internationaal recht verplicht zijn om gestrande vluchtelingen op zee te redden, de mogelijkheid om op zijn minst een aantal arrestaties en veroordelingen te verrichten.

    Het idee was om laaggeplaatste handlangers te arresteren en hen met dwang en de belofte van strafvermindering ertoe te brengen hun opdrachtgevers prijs te geven. Zo zouden onderzoekers de mensen een stap hoger op de ladder kunnen identificeren, om uiteindelijk de smokkelbendes in Libië te ontmantelen. Bij elke boot die in Italië arriveerde, verrichtte de politie een handvol arrestaties. Iedereen die tijdens de overtocht een actieve rol had gespeeld, van het sturen tot het vasthouden van een kompas tot het uitdelen van water of het repareren van een lek, kon worden gearresteerd op grond van de nieuwe wettelijke richtlijnen die werden opgesteld door Roberti’s antimaffia-eenheid.

    Aanklachten varieerden van smokkel tot transnationale criminele samenzwering en zelfs moord, als opvarenden benedendeks waren gestikt of waren verdronken. Het aantal mensen dat sinds 2013 is gearresteerd wordt in de duizenden geschat.

    Voor de politie, aanklagers en betrokken politici waren deze arrestaties een belangrijk binnenlands politiek succes want de publieke opinie in Italië had zich tegen migratie gekeerd, en nu haalden politiefoto’s van vermeende smokkelaars regelmatig de voorpagina‘s.

    De meeste ‘succesvolle’ vervolgingen betroffen veelal migranten die voor hun overtocht hadden betaald

    The Intercept vroeg documenten op via de Italiaanse Wet openbaarheid van bestuur. Uit notulen van niet-openbare gesprekken tussen leidinggevenden blijkt dat de meeste ‘succesvolle’ vervolgingen alleen betrokkenen op laag niveau betroffen, veelal migranten die voor hun overtocht hadden betaald. Smokkelbazen zelf werden zelden veroordeeld. Uit de documenten blijkt dat veel rechtszaken zijn gebaseerd op overhaaste onderzoeken en ondervragingen waarbij sprake was van dwang.

    In de jaren die volgden ging DNAA tot het uiterste om de stroom van arrestaties voort te zetten. Volgens interne documenten coördineerde het bureau een reeks strafrechtelijke onderzoeken naar de civiele hulporganisaties die levens redden in de Middellandse Zee en ervan worden beschuldigd het werk van de politie te belemmeren. DNAA zag ook toe op pogingen om een nieuwe kustwacht in Libië op te richten en op te leiden, wetende dat sommige kustwachtofficieren samenwerken met de smokkelnetwerken die de Italiaanse en Europese diensten juist proberen te bestrijden.

    Sinds de oprichting heeft het antimaffia-agentschap ongekende onderzoeksinstrumenten gebruikt en fungeerde het als een brug tussen politici en de rechtbanken. De documenten onthullen tot in de kleinste details hoe het agentschap met Italiaanse en Europese functionarissen, gebruikmaakte van allerlei bevoegdheden om vermeende smokkelaars aan te pakken, terwijl ze wisten dat het in de meeste gevallen ging om wanhopige mensen die op de vlucht waren voor armoede en geweld en die beperkte middelen hadden om zichzelf in de rechtbank te verdedigen.

    Tragedie en kansen

    DNAA werd begin jaren negentig opgericht na een decennium van escalerend maffiageweld. Tegen die tijd waren honderden aanklagers, politici, journalisten en politieagenten neergeschoten, opgeblazen of ontvoerd, en nog veel meer werden afgeperst door georganiseerde misdaadfamilies die actief waren in Italië en ver daarbuiten.

    In Palermo, de Siciliaanse hoofdstad, was officier van justitie Giovanni Falcone een rijzende ster in de Italiaanse rechterlijke macht. Falcone had ongekend succes behaald met een aanpak van de georganiseerde misdaad die gebaseerd was op het volgen van geldstromen, het in beslag nemen van activa en het centraliseren van bewijsmateriaal dat door openbare aanklagers op het eiland was verzameld. Maar toen de maffia uitbreidde naar de rest van Europa, bleek Falcone‘s werk ontoereikend.

    In september 1990 reisde een maffiacommando vanuit Duitsland naar Sicilië om een 37-jarige rechter neer te schieten. Weken later, bij een politiecontrole in Napels, bleek dat de Siciliaanse chauffeur van de vrachtwagen vol wapens, explosieven en drugs, ingezetene van Duitsland was. Een maand na diens arrestatie reisde Falcone naar Duitsland om een infrastructuur voor informatie-uitwisseling met de autoriteiten op te zetten. Hij bracht een jongere collega uit Napels mee, Franco Roberti.

    Het was een huwelijk tussen politie, justitie, politieke belangen en zogenaamd apolitieke rechtbanken

    ‘We stonden tegenover een ondoordringbare muur’, aldus een bittere Roberti, die drie decennia later met The Intercept sprak in Napels. Inmiddels 73 jaar oud en met de hese stem van een levenslange roker, beschrijft Roberti het Italiaanse maffiaprobleem in directe bewoordingen. Hij betreurt het gebrek aan internationale samenwerking dat volgens hem tot op de dag van vandaag voortduurt. ‘Ze beweerden dat ze geen onderzoek hoefden te doen,’ aldus Roberti, ‘omdat het aan ons was om Italiaanse maffiosi in Duitsland te traceren.’

    Toen de aanklagers met lege handen terugreisden naar Italië, vertelde Falcone hem dat we ‘een gecentraliseerd nationaal orgaan nodig hadden dat rechtstreeks met buitenlandse gerechtelijke autoriteiten kon spreken en onderzoeken in Italië kon coördineren’.

    ‘Zo ontstond het idee van het antimaffia-agentschap’, aldus Roberti. De twee begonnen met het opzetten van wat de eerste nationale antimaffiastrijdmacht van Italië zou worden.

    Destijds was er veel weerstand tegen het project. Critici voerden aan dat Falcone en Roberti ‘superaanklagers’ creëerden met buitensporige macht over de rechtbanken, terwijl ze ondertussen onderhevig waren aan politieke druk van de regering in Rome. Het was, zo luidde de kritiek, een huwelijk tussen politie, justitie, politieke belangen en zogenaamd apolitieke rechtbanken; handig om de maffia te veroordelen, maar gevaarlijk voor de Italiaanse democratie.

    Toch werd het project in januari 1992 goedgekeurd door het Italiaanse parlement. Maar Falcone zou er nooit leiding aan geven want enkele maanden later werd hij gedood door een maffiabom, samen met zijn vrouw en de drie agenten die hen begeleidden. Door die aanslag verstomde alle kritiek op het plan van Falcone.

    ‘Ten overstaan van ons allemaal zetten de smokkelaars een man in een koelkast om te laten zien hoe de volgende zou worden behandeld die zich zou misdragen’

    DNAA werd een van de belangrijkste instellingen van Italië, als nationale autoriteit voor alles wat betrekking heeft op de georganiseerde misdaad en als de instantie die verantwoordelijk is voor het gedeeltelijk bevrijden van het land uit de eeuwenlange greep van de maffia. In de decennia na de dood van Falcone deed DNAA wat velen in Italië voor onmogelijk hielden, door grote delen van de vijf belangrijkste Italiaanse misdaadfamilies te ontmantelen en het aantal moorden door de maffia bijna te halveren.

    Maar tegen de tijd dat Roberti er de leiding kreeg in 2013, was het alweer jaren geleden dat de laatste spraakmakende maffiavervolging had plaatsgevonden. Tegelijkertijd kreeg Italië te maken met een ongekend aantal migranten dat per boot arriveerde. Zo kwam Roberti op het idee om DNAA te laten optreden tegen wat hij zag als een ander soort maffia. Hij richtte zijn blik op Libië.

    ‘We moesten beter gecoördineerd handelen om mensensmokkel te bestrijden en dus nodigde ik iedereen aan tafel met als belangrijkste doel om levens te redden, schepen in beslag te nemen en smokkelaars te pakken’, aldus Roberti. ‘En dat hebben we gedaan.’

    Gewelddadigheden

    Afana Dieudonne bereikte de Libische havenstad Zuara in augustus 2014. Hij hoefde alleen nog de Middellandse Zee over en hij zou in Europa zijn. De smokkelaars die hij voor die stap betaalde, namen hem al zijn bezittingen af en stopten hem in een verlaten gebouw dat diende als onderduikadres om zijn beurt af te wachten.

    Dieudonne vertelt zijn verhaal in een klein kantoor in Bari, de Italiaanse havenstad waar hij nu een coöperatie runt die nieuwkomers helpt toegang te krijgen tot lokaal onderwijs. Hij is vurig en charismatisch. Telkens als hij iets betoogt, tikt hij met zijn knokkels op tafel. Hij stond drong er bij The Intercept op aan dat ze zijn echte naam zouden publiceren. Anderen die de reis recenter maakten en in afwachting zijn van beslissingen over hun verblijfsvergunning of vluchtelingenstatus, waren minder bereid om openlijk te spreken.

    Dieudonne herinnert zich zijn onderduik in Zuara als een aaneenschakeling van gewelddadigheden. De smokkelaars kwamen één keer per dag met eten en vroegen dan wie hun bevelen niet hadden opgevolgd. De aanwezigen in het gebouw wisten dat ze niet snel zouden worden ontdekt door politie of rivaliserende smokkelaars, maar ze wisten ook dat ze niet vrij waren om te vertrekken.

    ‘Ten overstaan van ons allemaal zetten de smokkelaars een man in een koelkast om te laten zien hoe de volgende zou worden behandeld die zich zou misdragen‘, herinnert Dieudonne zich verontwaardigd. Hij was getuige van martelingen, schietpartijen en verkrachtingen. ‘De eerste keer dat je het ziet, doet het je pijn. De tweede keer doet het je minder pijn. De derde keer’, zegt hij schouderophalend, ‘wordt het normaal. Het is de enige manier om te overleven.’

    ‘Daarom moet ik erom lachen dat mensen die een boot bestuurden worden aangehouden en dan als mensensmokkelaar worden behandeld’, zei Dieudonne. Migranten die naar Italië reisden, meldden dat ze onder bedreiging van een vuurwapen hebben moeten sturen. ‘Dat doe je alleen om niet ter plekke te sterven.’

    Mare Nostrum

    Twee jaar na de val van de regering van Moammar Qadhafi was een groot deel van de noordwestkust van Libië veranderd in een pleisterplaats voor smokkelaars die overtochten naar Europa organiseerden in grote houten vissersboten. Die overvolle schepen, ondermaats bestuurd door amateurs, kapseisden onvermijdelijk, met honderden doden als resultaat. In oktober 2013 eisten twee schipbreuken voor de kust van het Italiaanse eiland Lampedusa meer dan vierhonderd levens, wat tot publieke verontwaardiging leidde in heel Europa. Als reactie hierop lanceerde de Italiaanse staat twee plannen, het ene openbaar en het andere privé.

    ‘Het was een grote schok toen de tragedie bij Lampedusa plaatsvond’, herinnert de Italiaanse senator Emma Bonino zich, destijds de Italiaanse minister van Buitenlandse Zaken. De premier ‘belegde een spoedvergadering en we besloten om onmiddellijk met een reddingsprogramma te beginnen’, zei Bonino. ‘Iemand wilde het programma “veilige zeeën” noemen, maar ik zei nee, niet veilig, want er zullen zeker nog andere tragedies volgen. Laten we het Mare Nostrum noemen.’

    Mare Nostrum, ‘onze zee‘ in het Latijn, werd de naam voor een reddingsmissie in de internationale wateren voor de kust van Libië die een jaar duurde en die meer dan 150.000 mensen redde. De operatie bracht Italiaanse schepen, vliegtuigen en onderzeeërs dichter dan ooit bij de Libische kust. Franco Roberti, net twee maanden hoofd van DNAA, zag mogelijkheden om het juridische bereik van het land uit te breiden en een dodelijke slag toe te brengen aan smokkelbendes in Libië.

    Vijf dagen na de start van Mare Nostrum lanceerde Roberti zijn plan: een reeks coördinatievergaderingen tussen de hoogste echelons van de Italiaanse politie, marine, kustwacht en justitie. Onder leiding van Roberti zouden deze bijeenkomsten vier jaar duren en uiteindelijk vertegenwoordigers van Frontex, Europol, een militaire operatie van de EU en zelfs Libië omvatten.

    Iedereen die als bemanningslid optrad of een noodoproep deed op een boot met migranten, moest als medeplichtige aan mensensmokkel worden beschouwd

    De notulen van vijf van deze bijeenkomsten, die door Roberti werden gepresenteerd aan een commissie van het Italiaanse parlement en die in handen zijn van The Intercept, bieden een ongekend kijkje achter de schermen van de gebeurtenissen aan de zuidelijke grenzen van Europa sinds het drama van Lampedusa.

    Tijdens de eerste bijeenkomst, gehouden in oktober 2013, vertelde Roberti de deelnemers dat de antimaffiabureaus in de Siciliaanse stad Catanië een innovatieve manier hadden ontwikkeld om migrantensmokkel aan te pakken. Door Libische smokkelaars aan te pakken zoals ze de Italiaanse maffia hadden aangepakt, konden aanklagers jurisdictie claimen over internationale wateren tot ver buiten de Italiaanse grenzen. Dat, aldus Roberti, betekende dat ze legaal aan boord konden gaan van schepen op volle zee om ze te onderzoeken en er beslag op te leggen en dat gevonden bewijsmateriaal in de rechtbank kon worden gebruikt.

    De Italiaanse autoriteiten weten al sinds lange tijd dat ze volgens de internationale maritieme wetgeving verplicht zijn om mensen die Libië ontvluchten op overvolle boten te redden en in veiligheid te brengen. Toen het aantal mensen dat de oversteek probeerde te maken steeg, raakten veel Italiaanse officieren van justitie en kustwachters ervan overtuigd dat smokkelaars op deze reddingsacties vertrouwden om hun bedrijfsmodel te laten werken. Daarom luidde de antimaffiaredenering: iedereen die als bemanningslid optreedt of een noodoproep doet op een boot met migranten, moet als medeplichtige aan mensensmokkel worden beschouwd en onderworpen worden aan de Italiaanse jurisdictie.

    Europese leiders zochten koortsachtig naar een oplossing voor wat zij zagen als een dreigende migratiecrisis. Italiaanse functionarissen dachten dat ze het antwoord hadden en rechtvaardigden hun beslissingen publiekelijk om toekomstige verdrinkingen te voorkomen.

    Maar volgens de notulen van de antimaffiavergadering in 2013 was deze nieuwe strategie zeker een week ouder dan de schipbreuken bij Lampedusa. Siciliaanse aanklagers hadden het plan al opgesteld om de migratie over de Middellandse Zee aan te pakken, maar misten de instrumenten en de publieke steun om het in daden om te zetten. Na de tragedie van Lampedusa en de oprichting van Mare Nostrum, hadden ze plotseling allebei.

    Scafisti

    Dieudonne en 91 anderen werden gered in de internationale wateren voor de kust van Libië door een Europese ngo genaamd MOAS (Migrant Offshore Aid Station). Ze brachten twee dagen door aan boord van het schip van MOAS voordat ze werden overgebracht naar een schip van de Italiaans kustwacht, de Nave Dattilo, om naar Europa te worden gebracht.

    Aan boord van de Dattilo vroegen kustwachters aan Dieudonne waarom hij Kameroen had verlaten. Ze lieten hem een foto zien van de rubberboot die vanuit de lucht was genomen. ‘Ze vroegen me wie er stuurde, wie welke rol had en zo’, zegt hij. ‘Toen vroegen ze me of ik kon vertellen hoe mensenhandel in Libië werkt, dan zouden ze me verblijfsdocumenten geven.’

    Aanvankelijk wilde hij niet niet graag meewerken. Hij wilde geen lotgenoten beschuldigen, maar was ook bang dat hij verdachte zou kunnen worden. Per slot van rekening had hij de stuurman een paar keer geholpen tijdens de reis. ‘Ik dacht dat ze me pijn zouden doen als ik niet meewerkte‘, zegt hij. ‘Niet zozeer lichamelijk, maar ze zouden me als oneerlijk kunnen beschouwen, als iemand die deel uitmaakt van de mensenhandel.’

    Dieudonne kan niet begrijpen waarom Italië mensen zou straffen die zijn gevlucht voor armoede en politiek geweld in West-Afrika

    Tot op de dag van vandaag zegt hij dat hij niet kan begrijpen waarom Italië mensen zou straffen die zijn gevlucht voor armoede en politiek geweld in West-Afrika. Hij somt gebeurtenissen van alleen al het afgelopen jaar op: dienstplicht, hongersnood, corruptie, gewapende milities, aanvallen op scholen. ‘En je probeert dan iemand te veroordelen omdat hij erin is geslaagd daaraan te ontkomen?’

    Het kustwachtschip legde aan in Vibo Valentia, een stad in Calabrië. Tijdens het ontschepen vertelde een plaatselijke politieagent aan een journalist dat ze vijf mensen hadden gearresteerd. De journalist vroeg hoe de politie de verdachte had geïdentificeerd. ‘Er is veel gedaan door de kustwacht’, antwoordde de agent. ‘De migranten zijn twee dagen geleden opgepikt en de vermeende smokkelaars zijn bekend. En we hebben getuigenverklaringen en video’s.’

    Gevallen als deze, waarbij arrestaties worden verricht op basis van foto- of videobewijs en verklaringen van getuigen zoals Dieudonne, komen vaak voor, aldus Gigi Modica, een rechter in Sicilië die veel immigratie- en asielzaken heeft gedaan. ‘Het is meestal hetzelfde verhaal. Ze pakken drie of vier mensen op, niet meer. Ze stellen hen twee vragen: wie bestuurde de boot en wie hield het kompas vast’, aldus Modica. ‘Dat is alles. Zo krijgen ze namen en de rest maakt ze niets uit.’

    Als een van de eerste rechters in Italië sprak Modica mensen vrij die beschuldigd waren van het besturen van rubberboten, in het Italiaans bekend als scafisti, op grond van het feit dat ze daartoe gedwongen werden. Dergelijke ‘noodtoestand’-uitspraken komen sindsdien steeds vaker voor. Modica noemt de onregelmatigheden op die hij in soortgelijke gevallen heeft gezien: systemisch racisme, getuigenverklaringen waarvan migranten later zeiden dat ze die niet hadden afgelegd, ondervragingen zonder aanwezigheid van een vertaler of advocaat, en in sommige gevallen aanmoediging door de politie om afstand te doen van het recht om asiel aan te vragen.

    ‘Heel vaak zijn deze vermeende scafisti gewone mensen die door smokkelaars in Libië gedwongen werden een boot te besturen’, aldus Modica.

    Getuigen worden enkele uren na hun redding op zee door de politie verhoord, terwijl ze vaak nog in shock zijn van het overleven van een schipbreuk

    Documenten van meer dan een dozijn processen die door The Intercept zijn ingezien, laten zien dat vervolgingen grotendeels zijn gebaseerd op getuigenissen van migranten aan wie een verblijfsvergunning is beloofd in ruil voor medewerking. Getuigen worden al enkele uren na hun redding op zee door de politie verhoord, terwijl ze vaak nog in shock zijn van het overleven van een schipbreuk.

    In veel gevallen worden identieke verklaringen, inclusief typefouten, toegeschreven aan verschillende getuigen en gekopieerd en geplakt in verschillende politierapporten. Sommige van deze rapporten zorgden voor decennialange straffen. In andere gevallen weerspraken of ontkenden getuigen de verklaringen van de politie tijdens een kruisverhoor in de rechtbank.

    De Italiaanse kustwacht besloot in sommige gevallen redding uit te stellen van boten die in nood verkeerden, in afwachting van schepen om arrestaties uit te voeren

    Al in 2015 bespraken de aanwezigen op de antimaffiabijeenkomsten het probleem van dergelijke vervolgingen. Tijdens een bijeenkomst in februari erkende Giovanni Salvi, toen de officier van justitie van Catanië, dat migrantenboten vaak in internationale wateren werden achtergelaten door smokkelaars. Toch zette de Italiaanse politie vaart achter vervolging van degenen die aan boord waren achtergebleven.

    Deze vervolgingen werden zo belangrijk geacht dat de Italiaanse kustwacht in sommige gevallen besloot redding uit te stellen van boten die in nood verkeerden, in afwachting van de ‘de komst van institutionele schepen die arrestaties kunnen uitvoeren’, zo vertelde een kustwachtcommandant tijdens de bijeenkomst.

    Gevraagd naar de opmerkingen van de commandant, ontkende de Italiaanse kustwacht ‘ooit’ een reddingsoperatie te hebben vertraagd. Het uitstellen van redding om welke reden dan ook is in strijd met het internationale en Italiaanse recht en zou volgens verschillende mensenrechtenadvocaten in Europa aanleiding kunnen zijn voor strafrechtelijke aansprakelijkheid.

    Lees hier deel 2 van dit artikel.

  • Vluchtelingen, nee! Aziaten, ja graag!

    Vluchtelingen, nee! Aziaten, ja graag!

    Daar waar Polen net als veel andere Oost-Europese landen weigert Syrische vluchtelingen op te nemen, zijn Aziatische arbeidsmigranten er van harte welkom.

    Na de golf economische vluchtelingen uit Oekraïne komt er nu een nieuwe aan – uit het Verre Oosten. Poolse werkgevers hebben steeds meer moeite om aan Oekraïense werknemers te komen – die al even veeleisend zijn geworden als de Polen – en beginnen in exotischer oorden personeel aan te werven.

    Volgens gegevens van het ministerie van Gezin, Arbeid en Sociaal Beleid heeft Polen alleen al in 2017 bijna 30.000 werkvergunningen afgegeven aan mensen uit Nepal, India, Bangladesh, Oezbekistan, Pakistan, de Filippijnen en China. Het afgelopen jaar raakte het echt in de mode om mensen uit het Verre Oosten te rekruteren, iets wat Poolse werkgevers tot dusverre nooit hebben gedaan.

    Het aantal buitenlandse werknemers in Polen stijgt gestaag: in 2016 zijn 140.000 werkvergunningen afgegeven, een jaar later is dat aantal bijna verdubbeld. Natuurlijk bestaat de meerderheid van hen uit Oekraïners en, in iets mindere mate, Witrussen. Maar na hen worden de meeste werknemers naar Polen gehaald uit… Nepal, gevolgd door India, Moldavië, Bangladesh en Oezbekistan. ‘Qua openheid van de grenzen kunnen we stellen dat we onze verplichtingen ten opzichte van de Europese Commissie meer dan vervuld hebben,’ grapt Andrzej Kubisiak, directeur [van de dienst analyse en communicatie] bij Work Service [het grootste wervingsbureau in Polen]. ‘Maar even serieus, het menselijk potentieel aan onze oostgrens raakt uitgeput. En daarom beginnen de werkgevers en de wervingsbureaus nu andere bronnen te zoeken.’

    Een heel ander arbeidsethos

    Waarom is Azië plotseling in de mode? Bartosz Cebula, vicedirecteur van een bureau dat gespecialiseerd is in rekrutering van Aziaten, legt uit dat zijn cliënten ‘teleurgesteld zijn in het Oekraïense personeel. Ten eerste stijgen de aanwervingskosten van onze buren almaar. Oekraïners eisen vaak hetzelfde salaris als Polen, en soms meer. Ten tweede zijn Oekraïners, volgens mijn cliënten, vaak minder gemotiveerd. Indiërs en Nepalezen hebben een heel ander arbeidsethos.’

    Uit de statistieken van het ministerie blijkt dat het voornamelijk om handarbeiders gaat. In 2017 waren er op een totaal van 250.000 buitenlandse werknemers slechts 30.000 gekwalificeerde krachten, 3000 informatici en 20… artsen. Het gaat hoofdzakelijk over lichamelijke arbeid – in de bouw en de verwerkende industrie. De administratieve rompslomp en de eenmalige kosten die verbonden zijn aan de aanwerving van mensen die van het andere eind van de wereld komen, vormen geen beletsel voor werkgevers die op de salarissen willen besparen.

    Maar Bartosz Cebula is van mening dat ‘het bij ons nog steeds gemakkelijker is dan in Duitsland, waar de aanwerving van buitenlands personeel beperkt blijft tot een lijst met beroepen waarvan officieel erkend wordt dat er een tekort aan geschoold personeel bestaat, bijvoorbeeld wiskundigen, artsen of informatici. En daar wordt buitengewoon streng de hand aan gehouden. Daarom besluiten de Aziaten naar ons te komen. Voor hen is werken in de Europese Unie een droom, ze kunnen meer dan tien keer zo veel verdienen als in hun land van herkomst.’

    Het ministerie van Arbeid wil uiterlijk voor de zomervakantie de aanwervingsvoorwaarden voor buitenlandse werkkrachten liberaliseren. Evenals in Duitsland moet er een lijst van beroepen komen, maar degenen die aan de criteria voldoen kunnen dezelfde voorrechten genieten als onderdanen uit zes Oost-Europese landen (Oekraïne, Wit-Rusland, Rusland, Armenië, Georgië en Moldavië); ‘de zes’. Werkgeversorganisaties willen zelfs een tiental landen toevoegen aan de lijst met landen waarvoor gunstiger voorwaarden gelden!


    Als dit scenario zich voltrekt staat ons misschien een ware toestroom van goedkope arbeidskrachten uit heel Azië te wachten. In de Poolse wetgeving wordt bepaald dat buitenlandse werkkrachten een minimumsalaris moeten ontvangen en woonruimte moeten krijgen, maar hoe die woonruimte eruit moet zien wordt niet nader gepreciseerd. Het is dus mogelijk dat het net zo zal gaan als nu met de Oekraïners die soms met z’n tienen een appartement delen.

    In dat opzicht staat het Poolse recht aan de kant van de werkgevers. Afgezien van de ‘bevoorrechten’ uit ‘de zes’, worden de overige werknemers aangeworven voor een minimumperiode van één jaar. Maar bij voorkeur twee jaar. In die periode mogen ze alleen maar werken voor de onderneming die ze heeft aangemeld bij de arbeidsadministratie en ze mogen dus niet, zoals de Oekraïners, van werk veranderen als iets hun niet aanstaat. De werkgever die een Nepalees laat komen voor de duur van een bouwproject heeft dus de garantie dat hij gedurende het project voor een minimumsalaris voor hem zal werken. Sterker nog, hij gaat niet naar huis tijdens de feestdagen en neemt geen vakantiedagen op. Er is geen directe vlucht tussen Warschau en Kathmandu en vluchten duren met overstappen algauw meer dan twintig uur en kunnen wel vijftienhonderd euro kosten. Een Oekraïner daarentegen die in Lublin [Oost-Polen] werkt, kan voor tien euro met de bus naar zijn geboortestad Lviv.

    In de bouwsector worden ook Noord-Koreanen aangeworven. In 2016 hebben de autoriteiten vierhonderd werkvergunningen afgegeven en in 2017 circa honderd

    Het is dus helemaal niet verbazingwekkend dat werkgevers hele ploegen Aziatische bouwvakkers laten komen. ‘Deze bouwvakkers hebben nog een voordeel,’ aldus Andrzej Kubisiak. ‘Ze hebben vaak ervaring met grote bouwprojecten omdat ze gewerkt hebben in de Arabische Emiraten of in Qatar. Ook in Azië zelf zijn er enorme bouwprojecten. Helaas kunnen Oekraïense bouwvakkers niet prat gaan op zo’n cv.’

    In de bouwsector worden ook Noord-Koreanen aangeworven. In 2016 hebben de autoriteiten vierhonderd werkvergunningen afgegeven en in 2017 circa honderd. Vorig jaar hebben ze in Silezië (Zuid-Polen) gewerkt, terwijl ze twee jaar eerder in Ermland-Mazurië (Noord-Polen) werkzaam waren. Ze worden dus in heel Polen ingezet. Er zou dan ook niets vreemds aan geweest zijn als inmiddels algemeen bekend zou zijn dat het regime-Kim al jarenlang werknemers aan andere landen verkoopt. Vrijwel hun gehele salaris wordt ingehouden en vloeit in de Noord-Koreaanse schatkist. Tegelijkertijd zijn ze gewaarschuwd dat als ze vluchten, hun op het Koreaans schiereiland achtergebleven familieleden de consequenties ervan zullen ondervinden.

    Oekraïners en Witrussen spreken al vrij snel Pools. Vaak hebben ze al een basis als ze in Polen aankomen. Hoe communiceren hun superieuren met de Aziaten? Met een Indiër kun je Engels praten, maar het wordt al lastiger met Chinezen, Nepalezen of Filippijnen. De werkgever moet er dus voor zorgen dat iedere ploeg ten minste één persoon bevat die een gemeenschappelijke taal spreekt.

    Komt er in Polen een nieuwe boom van buitenlandse werknemers? ‘Naast een stijging van het aantal Aziatische arbeiders moet rekening worden gehouden met een toenemende immigratie uit de landen van de voormalige Sovjet-Unie,’ aldus Grzegorz Sielewicz, hoofdeconoom van Coface Midden-Europa. ‘Hoewel de Russische economie geleidelijk aantrekt, wordt de Poolse arbeidsmarkt een aantrekkelijk alternatief voor mensen uit traditionele emigratielanden als Moldavië, Georgië, Oezbekistan, Tadzjikistan of Kazachstan, die vroeger voor Rusland kozen.’

    Auteur: Karol Wasilewski
    Vertaler: Dirk Zijlstra

    Openinsgbeeld: De grens tussen Polen en Oekraïne. Oekraïense gastarbeiders in Polen worden steeds vaker vervangen door Aziatische. – © Phil Nijhuis /HH

    Wprost
    Polen | weekblad | oplage 85.000

    Wprost (‘Recht op het doel af’) staat in Polen vooral bekend om zijn scoops. In 2014 baarde het blad veel opzien met de publicatie van in het geheim opgenomen gesprekken tussen belangrijke politici.

  • Wat moeten 
we met onze pro-Russische president?

    Wat moeten 
we met onze pro-Russische president?

    De eurosceptische Tsjechische president Milos Zeman is een echte kopzorg voor de nieuwe premier Andrej Babis.

    President Milos Zeman zei 
vroeger dat er drie soorten 
politici zijn: zij die slagen, zij die mislukken en zij die belachelijk zijn. Zelf hoort hij in de eerste categorie. Qua verkiezingszeges is hij ongetwijfeld de meest geslaagde politicus 
in Tsjechië sinds 1989. Toch kun je hem ook indelen in de andere twee categorieën. Tijdens de NAVO-top in 2014 in Wales begonnen de staatshoofden en regeringsleiders aan het einde van zijn toespraak te lachen. De Amerikaanse president, de Britse premier, de 
vertegenwoordigers van Canada, 
Frankrijk, Duitsland hadden het gevoel dat Zeman de spot met hen dreef. 
De Tsjechische president had beweerd, met droge ogen, dat zich geen enkele Russische soldaat op het grondgebied van Oekraïne bevond en dat Rusland in geen geval de pro-Russische rebellen in de Donbas-regio steunde. En dat, mochten er Russische soldaten in Oekraïne strijden, dat alleen maar was omdat ze er geheel uit vrije wil, tijdens hun vakantie, even op bezoek waren. Kortom, Zeman had woordelijk de beweringen van het Kremlin herhaald. Als kers op de taart had hij het brandalarm laten afgaan in het hotel waar hij verbleef, na in zijn kamer een sigaar te hebben opgestoken, ondanks het rookverbod. De schoonmaakkosten waren natuurlijk voor de belastingbetaler.

    Betrekkingen met de EU

    Babis is ontegenzeglijk ook een politicus die slaagt. Nu hij de parlementsverkiezingen in oktober jl. ruim heeft gewonnen, heeft hij als belangrijkste doelstelling dat hij door de leiders van de Europese Unie (EU) en de NAVO wordt gerespecteerd. Hij die de EU tijdens de verkiezingscampagne zo zeer had bekritiseerd – waarbij hij zich vaak bediende van leugens – heeft sinds zijn verkiezingsoverwinning het roer omgegooid. Nu verklaart hij plotseling dat de Tsjechen ‘niet met het vuur van nationalisme en xenofobie willen spelen’. Hij heeft Jean-Claude Juncker, de voorzitter van de Europese Commissie, zelfs verzekerd dat hij voorstander 
is van ‘een sterke Unie en een 
pro-Europese Tsjechische Republiek’.

    Perfect! Als Babis begrijpt dat het 
EU-lidmaatschap van vitaal belang is voor het land, en als hij zelf in Brussel en door zijn collega’s van de andere lidstaten wil worden gezien als een achtenswaardige premier, zouden we hem moeten toejuichen. Maar stel dat het hem lukt een coalitie te vormen die de steun krijgt van het parlement, en dat hij kan gaan regeren zoals hij van plan is, dan nog loopt hij tegen een groot probleem aan dat luistert naar 
de naam Milos Zeman.

    Niet wat betreft de binnenlandse 
politiek, maar waar het gaat om de betrekkingen met de EU. Dan kan Zeman een groter probleem vormen dan de corruptiezaak-‘Het Ooievaarsnest’ waarin Babis verwikkeld is. Natuurlijk speelt die affaire hem parten wanneer hij, tijdens Europese toppen, met Angela Merkel en Emmanuel Macron moet discussiëren over de 
miljarden die de Tsjechische Republiek uit de Europese fondsen wil ontvangen, terwijl zij weten dat de Tsjechische 
politie hem beschuldigt van fraude met diezelfde Europese subsidies die hij voor zijn land tracht binnen te halen. Maar de Europese leiders vormen een club 
– zij respecteren wederzijds het 
democratische mandaat dat zij van 
hun kiezers hebben verkregen. En er 
zal heel wat water onder de brug zijn doorgestroomd voordat een rechtbank zich over de eventuele schuldigheid 
van Babis zal uitspreken.

    Een verkiezingsaffiche van Milos Zeman in Praag. – © HH
    Een verkiezingsaffiche van Milos Zeman in Praag. – © HH

    Zeman zal dus in de EU een groter stigma zijn voor de leider van de ANO-partij. In Europa weet men dat Babis hem gesteund heeft tijdens de verkiezingscampagne en dat deze steun, gezien het geringe verschil waarmee Zeman is herkozen, van doorslaggevend belang was. Een naaste medewerker van een hoge Europese politicus vertrouwde onze krant toe: ‘Wij beschouwen de Tsjechische presidentsverkiezingen als buitengewoon belangrijk. Uit de uitslag kunnen we opmaken of we op de 
Tsjechen kunnen rekenen als een volk dat de Europese normen onvoorwaardelijk steunt, of op het tegendeel: dat 
de Tsjechische Republiek afglijdt naar Polen en Hongarije.’ De politicus in kwestie had zich zeer verbaasd over de steun van Babis voor Zeman omdat hij overal waar hij komt in Europa zijn gesprekspartners verzekert dat hij niet de Tsjechische Donald Trump is.

    Laten we even in het midden laten of de Tsjechische premier serieus meent wat hij zegt, of zich eerder zal gedragen als de Hongaarse regeringsleider Viktor Orbán, die thuis iets anders doet dan hij in Europa beweert – in Brussel en in de Europese hoofdsteden weten ze heel goed dat Zeman zijn kaarten niet voor de borst houdt. Hij wordt beschouwd als een pro-Russische president die een onbegrensde bewondering koestert voor autocraten, inspeelt op de laagste instincten van de kiezers en evenals zijn naaste medewerkers bewust liegt waar het over de EU en het functioneren van de EU gaat.

    Door deze man te steunen heeft Babis zijn eigen positie in Europa verzwakt

    Door deze man te steunen heeft Babis zijn eigen positie in Europa verzwakt. Zeman herhaalt voortdurend dat hij degene wil zijn die de quota voor de opvang van vluchtelingen zal afschaffen. Natuurlijk kan hij daar als geen ander vóór hem bij de Tsjechen punten mee scoren. Maar om anderen te 
overtuigen moet je wisselgeld hebben. Babis weet dat, hij doet zijn best, zoals blijkt uit zijn recente verklaringen. Help mij, vraagt hij aan de Europese Commissie en aan de overige 
EU-lidstaten, houd niet vast aan die quota, anders wordt de aversie van de Tsjechen tegen de EU nog sterker. Dat klinkt aangenaam en vrij logisch. 
Maar Babis’ probleem is dat het voor hem moeilijk is om zijn woorden en zijn daden op elkaar af te stemmen. Zoals blijkt uit zijn steun voor de Tsjechische president die electoraal in sterke mate leunt op de verwerping van de EU.

    Auteur: Ondrej Houska
    Vertaler: Dirk Zijlstra

    Hospodárské Noviny
    Tsjechische Republiek | oplage 86.000

  • Van vuilnisman in Japan tot spil in de Tsjechische politiek

    Van vuilnisman in Japan tot spil in de Tsjechische politiek

    De Tsjechisch-Japanse politicus Tomio Okamura, een nationalist en verklaard tegenstander van de EU en immigratie, was een verrassende winnaar bij de parlementsverkiezingen in oktober. Wie is hij?

    Hij wilde president worden van de Tsjechische Republiek. Hij wil de radio en de televisie nationaliseren. Hij wil directe democratie en accepteert niet dat iemand hem de mond snoert. Hij heeft een bloedhekel aan de media maar verschijnt er veelvuldig in. Hij is half-Japans en half-Tsjechisch, wijst de islam radicaal af en is tegen iedere vorm van immigratie.

    Hij is voorzitter van de partij Vrijheid en Directe Democratie (SPD), die hij oprichtte nadat hij uit de Dageraad-partij was gezet, die hij eveneens had opgericht. Tomio Okamura en zijn SPD zorgden voor een verrassing bij de parlementsverkiezingen in oktober door de op drie na grootste partij te worden (10,64 procent van de stemmen, 22 zetels). Dit resultaat verschaft Okamura een machtspositie aangezien Andrej Babis, met 29 procent van de stemmen de winnaar van de verkiezingen, hem nodig heeft voor een toekomstige coalitieregering.

    Okamura werkte in Japan als vuilnisman. Dankzij hard werken werd hij later miljonair in Tsjechië, het land waar hij naar eigen zeggen nog steeds last heeft van racistische pesterijen. Hij werd in 1972 geboren in Tokio als zoon van een Tsjechische moeder en een Japanse vader, als jongste van drie zonen. Na zijn kindertijd voornamelijk te hebben doorgebracht in Japan, maakte hij zijn lagere school af in Tsjecho-Slowakije. Toen zijn moeder ziek werd, bracht hij met een van zijn broertjes enige tijd door in een weeshuis. Hij vertelt dat hij er werd gepest, wat een verklaring zou kunnen zijn voor het gestotter waar hij tot zijn tweeëntwintigste last van had.

    Okamura volgde een middelbare 
chemieopleiding alvorens op zijn achttiende terug te keren naar Japan, waar hij niet verder ging studeren. Hij kon in het land van zijn vader alleen een baan vinden als vuilnisman, en vervolgens als popcornverkoper in een bioscoop. Omdat hij zich naar eigen zeggen gediscrimineerd voelde en geen toekomst zag in Japan, vertrok hij opnieuw naar Tsjechië.

    Bedwelmd door succes

    Daar stort hij zich met succes in het toerisme en begint zijn eigen reisbureau, dat zich voornamelijk richt op Japanse toeristen. Hij is mede-eigenaar van winkels met Japanse producten en een softwarebedrijfje, en wordt ook actief in het restaurantwezen. In 2012 maakt hij gebruik van zijn contacten in de media om zich kandidaat te stellen voor de Senaatsverkiezingen. Bedwelmd door zijn succes besluit hij vervolgens deel te nemen aan de presidentsverkiezingen. Als blijkt dat hij niet genoeg handtekeningen heeft verzameld, gaat hij in beroep bij de hoogste bestuursrechter.

    In 2013 richt Tomio Okamura Dageraad op, een partij voor directe democratie. Hij wordt verkozen tot partijvoorzitter en wordt gekozen in het parlement. Okamura schreef verschillende boeken waarin hij naast verhalen over zijn persoonlijke leven advies geeft over de manier waarop je een gelukkig leven kunt leiden: hoe geld te verdienen, hoe te slagen in het leven of macht te vergaren. Het eerste boek, met zijn gezicht op het omslag, heeft als titel De Tsjechische droom. Deze boeken, de auteur komt er rond voor uit, zijn geïnspireerd door de boeken van Donald Trump, voor hem liefkozend ‘Donald’.

    Het bewijs dat het hem financieel voor de wind gaat, is het feit dat hij de op twee na rijkste volksvertegenwoordiger van het land is, na miljardair Andrej Babis en de aristocraat Karel Schwarzenberg. Maar het is eveneens geld dat zijn imago van integer zakenman, dat hij zorgvuldig koestert, het meest bezoedelt. Na zijn succes bij de verkiezingen van 2013 vloeiden er miljoenen kronen in de partijkas van Dageraad. Maar in diezelfde periode werd er iedere maand een bedrag van 1 miljoen Tsjechische kronen [ca. 39.000 euro] overgemaakt van de partij naar een rekening van Okamura, zogenaamd als vergoeding voor marketingactiviteiten en media-adviezen. De politicus had geen verklaring voor deze naar klassieke verduistering riekende praktijken, en werd uitgesloten van de politieke partij waar hij oprichter van was. Okamura verweerde zich en zei dat er in zijn partij een coup was gepleegd. Nadat het schandaal enkele maanden had geduurd, trad Okamura zich terug en verliet hij de partij die geen toekomst meer had en die financieel onherstelbaar beschadigd was. De kwestie is des te pijnlijker omdat een van de campagneslogans van de partij bij de laatste verkiezingen nu juist was dat politiek leiders hoofdelijk aansprakelijk moeten worden gesteld, zowel materieel als strafrechtelijk.

    schermafbeelding 2017 11 30 om 12 46 51 pm

    Twee jaar geleden richtte Okamura, met de retoriek van de man die door zijn naasten was verraden maar toch onverdroten beleef vechten voor een betere toekomst voor alle eerlijke Tsjechen, de partij Vrijheid en Directe Democratie op. Hij bouwde zijn campagne op door zich te presenteren als de model-Tsjech die zijn land verdedigt tegen migranten en tuig. Tot grote verrassing van de meeste mensen kwamen Okamura en zijn horde heethoofden, die zich vooral onderscheiden doordat ze schaamteloos absurde uitspraken doen zonder dat ze in staat zijn tot enige vorm van zelfkritiek, in het parlement terecht.

    De belangrijkste thema’s van Okamura zijn patriottisme, nationale trots, directe democratie (Okamura laat zich lovend uit over een ‘regering van iedereen’ en over het communisme als een idee dat door ‘de mensen’ is gecorrumpeerd), aanscherping van de immigratiewetten en zero tolerance ten aanzien van groepen die zich zogenaamd niet aanpassen. Als euroscepticus stelt hij de natiestaat voorop en gaat hij prat op zijn ideologische verwantschap met Marine Le Pen.

    Als iemand anders zijn woorden tegen hem gebruikt, smelten de waarden waar hij zich op zegt te beroepen – moed, persoonlijke motivatie, je aan je woord houden – plotseling als sneeuw voor de zon

    Okamura verdedigt graag het beginsel van gelijke rechten. Hij legt de nadruk op ‘gewone’ mensen – waar hij zelf bij zegt te horen – die altijd aan het kortste eind trekken, met name ten opzichte van alle minderheden. Van succesvolle miljonair wordt hij plotseling een ‘kleine’, ‘gewone’ en ‘eerlijke’ Tsjech.

    Maar als iemand anders zijn woorden tegen hem gebruikt, smelten de waarden waar hij zich op zegt te beroepen – moed, persoonlijke motivatie, je aan je woord houden – plotseling als sneeuw voor de zon. Dan dient hij een aanklacht in. Zo klaagde hij vijf jaar geleden een journaliste, die alleen had gewezen op een verklaring waarin hij stelde dat hij ‘op zoek was naar de definitieve oplossing van het Roma-probleem’, aan wegens smaad.

    Okamura aarzelt ook niet om zijn eigen familie, die niet erg te spreken is over zijn opvattingen, aan te pakken. Hij 
wil niets weten van zijn oudere broer Hayato, die heeft aangegeven dat hij de familie wil zuiveren van de naam van Tomio en die zich kandidaat heeft gesteld voor de christen-democratische partij. Tegelijkertijd zegt Okamura dat 
er niets boven familie gaat. Tijdens de bekendmaking van de resultaten van de jongste verkiezingen dwong hij zijn 
zoon voor de camera’s naast hem te komen staan. De jongeman, student 
aan de filmacademie, distantieerde zich echter meteen van zijn vader en diens ideeën.

    Tomio Okamura heeft het vaak over familie. De ondersteuning van het traditionele gezin en ‘eerlijke mensen’ maakt deel uit van het programma van de SPD. Maar wat deze woorden betekenen weet alleen Okamura zelf. Hij gedraagt zich al sinds jaar en dag als een playboy die geen haast heeft een gezin te stichten, en omringt zich het liefst met meisjes die een flink stuk jonger zijn dan hij. Momenteel stoomt hij zich klaar voor de rol waarvan hij al jaren droomt: die van politicus waar je rekening mee moet houden. Of hij er nu wel of niet in slaagt de aandacht van het publiek op zich te vestigen, u kunt er zeker van zijn dat hij, als het weer mislukt, zal zeggen dat het komt door onze racistische vooroordelen.

    Auteur: Adéla Knapová
    Vertaler: Dirk Zijlstra

    Gedoodverfd premier Babis: steenrijk en omstreden

    Andrej Babis (63), met zijn partij ANO de grote winnaar van de Tsjechische parlementsverkiezingen van oktober 2017 en daarmee de gedoodverfde nieuwe regeringsleider, is niet geheel onomstreden. Tegen deze voormalig minister van Financiën lopen diverse onderzoeken wegens malversaties. Bovendien doen hardnekkige geruchten de ronde dat hij tijdens het communistische bewind een informant was van de Tsjechische geheime dienst StB en tevens medewerker van de Russische KGB.

    De naam van de partij die Babis in 2011 oprichtte, Ontevreden Burgers in Actie, dekt de lading perfect. Het succes ervan stoelt op de recente golf van populisme in Oost-Europa. Zo ontevreden zal Babis overigens zelf niet zijn: zijn vermogen wordt door Forbes geraamd op 4,1 miljard dollar. Hij wordt weliswaar onveranderlijk ‘de Tsjechische Donald Trump’ genoemd, maar de Amerikaanse president loopt nog altijd een miljard bij hem achter.

    Babis is overigens geen Tsjech: hij werd in de Slowaakse hoofdstad Bratislava geboren uit Slowaakse ouders, maar hij studeerde economie in Praag. Hij was jarenlang ook braaf lid van de communistische partij in zijn geboorteland en schopte het tot een van de leidende figuren van het staatsconglomeraat Petrimex. In 1993, na de val van het communistische bewind en de ‘fluwelen scheiding’ tussen Tsjechië en Slowakije, kwam hij aan het hoofd te staan van Agrofert, de landbouwtak van Petrimex. Later bleek het bedrijf ineens op zijn naam te staan. Agrofert is de op drie na grootste onderneming van Tsjechië. Babis heeft er ook zijn recente aankopen in ondergebracht: de belangrijkste uitgeverij van het land en twee kranten.

    Reflex
    Tsjechië | reflex.cz

    Nieuws en trends met originele accenten. Jongleert tussen politieke analyses 
en sociale reportages voor 
een jonge doelgroep.

  • Mythes en feiten over de herverdeling van vluchtelingen

    Mythes en feiten over de herverdeling van vluchtelingen

    160.000, 120.000, 98.255 of toch maar 29.144: hoe groot is het aantal vluchtelingen dat in Griekenland en Italië wacht om over Europa te worden verdeeld nu precies? Die Presse doet een poging de chaos van elkaar tegensprekende getallen te ontwarren.

    Dinsdag 26 september 2017 was de laatste dag dat vluchtelingen die in Griekenland of Italië aanlandden nog in aanmerking konden komen om naar een andere EU-lidstaat te verhuizen. Na twee jaar loopt het herverdelingsprogramma voor asielzoekers, waarover de regeringsleiders het in de crisiszomer van 2015 op voorstel van de Europese Commissie eens waren geworden, op zijn eind. Terwijl Dimitris Avramopoulos, de Europese commissaris die verantwoordelijk is voor migratievraagstukken, bij de toepassing van dit programma een ‘enorme vooruitgang’ constateerde, toont de weigering van Polen, Tsjechië en Hongarije om asielzoekers uit Italië en Griekenland op te nemen aan dat 
de grens van de vrijwillige verdeling van de vluchtelingenstroom binnen 
de Unie is bereikt.

    Maar was dit herverdelingsprogramma voor vluchtelingen echt zo’n flop als door de critici wordt beweerd? Door wat beter te kijken naar de ontwikkeling die het programma heeft doorgemaakt, zien we dat succes en mislukking erg moeilijk objectief meetbaar zijn. De doelstellingen waren van begin af aan opzettelijk hoog gesteld en stonden niet in realistische verhouding tot het daadwerkelijke aantal betrokken asielzoekers. In combinatie met de vaak slecht of helemaal niet gecoördineerde communicatie over de besluiten tussen Raad van ministers en Europese Commissie, ontstond een chaos van getallen die elkaar vaak tegenspraken.

    Bovengrens

    Laten we alles eens op een rijtje zetten. Eind juli 2015, toen de vluchtelingenstroom uit met name Irak en Syrië steeds groter werd, namen de regeringsleiders een principebesluit: 40.000 vluchtelingen die overduidelijk internationale bescherming nodig hadden (lees: die na controle van hun aanvraag aanspraak op asiel konden maken) moesten binnen twee jaar vanuit Griekenland en Italië worden verdeeld over de rest van de EU, met uitzondering van Groot-Brittannië maar inclusief de niet-EU-landen 
Noorwegen, Zweden en Liechtenstein.

    Het duurde bijna drie maanden voor de ministers van Binnenlandse Zaken de politieke opdracht hadden omgezet in EU-wetgeving, waarmee het verplicht werd. Toen was al duidelijk dat het streefgetal van 40.000 immigranten te laag was. Volgens Eurostat hadden zich tussen januari en juli 2015 alleen al in Italië 39.183 mensen gemeld voor een asielaanvraag, zo’n 27 procent meer dan in hetzelfde tijdvak van het jaar daarvoor. Samen met het aantal grensoverschrijdingen dat Frontex, het Europese agentschap voor de bewaking van de buitengrenzen, had verstrekt, waren deze cijfers de basis voor de herverdelingsbesluiten. En dus verhoogden de ministers van Binnenlandse Zaken het streefgetal: nog eens 120.000 asielzoekers met kans op erkenning van hun asielaanvraag moesten uit Italië en Griekenland worden herplaatst.

    Via de Balkanroute waren ook in de Balkanlanden tienduizenden vluchtelingen terechtgekomen. De Commissie stelde voor dat binnen twee jaar 54.000 asielzoekers uit Hongarije zouden worden herverdeeld. Maar de regering in Boedapest wilde daar niet aan meewerken.

    In deze twee besluiten ligt de bron van de verwarring waarmee het herverdelingsprogramma worstelt. Want het getal 160.000 (40.000 plus 120.000) was een puur rekenkundige bovengrens. Hoeveel asielzoekers er daadwerkelijk onder dit programma zouden vallen zou in de eerste plaats afhangen van het aantal dat de lidstaten vrijwillig opnamen, en in de tweede plaats van het werkelijke aantal vluchtelingen dat in aanmerking kwam. Niet iedereen die op de Middellandse Zee uit een opblaasboot wordt gered, kan aanspraak maken op asiel in de EU. Op voorstel van de Commissie besloten de ministers dat alleen die nationaliteiten in aanmerking kwamen die, na hun asielaanvraag, een succespercentage van minstens 75 procent hadden. Sindsdien werd de lijst van landen wier gevluchte burgers uit Italië en Griekenland konden worden herverdeeld, geactualiseerd op basis van Eurostatgegevens over toegekende asielaanvragen. En dus hadden in het begin alleen Syriërs en Eritreeërs, later ook Irakezen, tegenwoordig Irakezen niet meer maar wel Jemenieten, evenals burgers van de Bahama’s, Bhutan, Qatar en de Verenigde Arabische Emiraten recht om na aankomst in Italië of Griekenland naar een ander EU-land te worden overgeplaatst om daar hun asielprocedure af te sluiten.

    Het aantal nieuw aangekomenen in Griekenland nam binnen een jaar met 97 procent afnam. Ook wagen zich over de Middellandse Zeeroute tegenwoordig aanzienlijk minder migranten en vluchtelingen naar Italië

    Wat bleef er over van de 160.000? 
De stand op 22 september was 98.255 herplaatsbare asielzoekers, gebaseerd op de genoemde criteria en op de aantallen die de lidstaten die aan het programma deelnemen, hadden toegezegd te zullen opnemen. Maar ook dit getal is niet geschikt om te beoordelen in hoeverre het programma zijn doel heeft bereikt. Op 18 maart 2016 sloot de EU het beruchte akkoord met Turkije over het de facto sluiten van de Turkse grens voor vluchtelingen, waardoor het aantal nieuw aangekomenen in Griekenland binnen een jaar met 97 procent afnam. Ook wagen zich over de Middellandse Zeeroute tegenwoordig aanzienlijk minder migranten en vluchtelingen naar Italië. Dat ligt, al wil niemand in Brussel het officieel toegeven, in de eerste plaats aan de uit mensenrechtenoogpunt problematische overeenkomst tussen de Italiaanse regering en Libische milities en voormalige mensensmokkelaars.

    Duidelijk is dat tot nu toe uit Griekenland 20.066 en uit Italië 9078 asielzoekers, in totaal 29.144, zijn herverdeeld. Daar moeten we nog 2000 mensen bij optellen die in Griekenland op vertrek wachten en bovendien nog 2000 die in datzelfde land nog kunnen worden geregistreerd als ‘in aanmerking komend’. Of ze nog in het land zijn, is bij gebreke van registratie door de autoriteiten de vraag. In Italië zijn dit jaar ongeveer 7200 mensen aangekomen met kans op honorering van hun asielaanvraag die herverdeeld zouden kunnen worden. Maar de Italiaanse autoriteiten hebben maar 4000 van hen geregistreerd. Al met al zouden in het kader van het tweejarige programma dus 39.000 à 40.000 asielzoekers uit de twee Middellandse Zeelanden zijn herverdeeld. De ontvangende landen kregen daarvoor uit het EU-budget per asielzoeker 6000 euro, en Griekenland en Italië elk 500 euro transportkostenvergoeding. Er was 780 miljoen euro begroot.

    De betrokken mensen zijn hiermee zeker geholpen en ook de overvraagde autoriteiten van Griekenland en Italië zijn ontlast. Voor een principiële oplossing van de migratiecrisis was het noodprogramma slechts een fase, waarin bleek dat de Dublin-verordening − waarbij (alleen) het land van aankomst in de EU de competentie heeft een asielaanvraag te behandelen − achterhaald is. Hoe het Europese immigratie- en asielsysteem wordt gerepareerd, moet voor het einde van dit jaar blijken.

    Auteur: Oliver Grimm

    Beeld: De kust van Lampedusa aan de Middellandse Zee, het zuidelijkste deel van Italië.

    Die Presse
    Oostenrijk | dagblad | oplage 98.000

    Opgericht in 1848 en richtte zich op industriëlen in de conservatief-christelijke hoek. Nog steeds noemt Die Presse zich ‘de krant van de elite’.

  • Teruggevonden in een rioolbuis

    Teruggevonden in een rioolbuis

    In de mortuaria van Zuid-Afrika blijven jaarlijks duizenden personen ongeïdentificeerd. Niet alleen uit het land zelf, maar ook uit de rest van het continent.

    Een op de tien personen die in 
de mortuaria van de provincie Gauteng belanden, blijft 
ongeïdentificeerd. Hun lichamen liggen maandenlang weg te kwijnen in overvolle en slecht geoutilleerde centra voor forensische pathologie: het vlees begint langzaamaan te rotten, omdat de koeling het onvermijdelijke verval niet tot in de eeuwigheid kan tegengaan. Uiteindelijk, als niemand hen komt ophalen en het onverantwoord 
is ze nog langer in het mortuarium te houden, worden ze en masse afgevoerd naar een openbare begraafplaats en naamloos, zonder rouwenden, begraven. Zodra ze eenmaal onder de grond liggen, slinken hun kansen om alsnog te worden opgegraven en geïdentificeerd tot nagenoeg nul. En zo ook de kans om de familie te verwittigen en de verantwoordelijke partij – als die er is – voor het gerecht te brengen.

    Dr. Ericka L’Abbé, forensisch patholoog van de Universiteit van Pretoria, houdt een schedel omhoog die voor leerdoeleinden in de collectie van de universiteit is opgenomen en al geruime tijd geen huid meer heeft. Ze wijst op de verbrijzelde plekken op de schedel, die met lijm is gerepareerd. ‘Ze hebben zijn hersenpan ingeslagen. Alleen al op zijn hoofd heeft hij minsten tien klappen gekregen, dus er is sprake van ernstig letsel, en daarnaast hebben ze zijn 
handen verbrijzeld.’ L’Abbé zucht en kijkt op. ‘Maar we zullen nooit weten wie deze persoon is. En als je niet weet wie het slachtoffer is, zul je ook nooit weten wie de dader is. In dit land kun je eenvoudig wegkomen met moord, gewoon het lijk ergens in een veld – of in dit geval een rioolbuis – dumpen en klaar. Het enige wat je nodig hebt is een baksteen. Het is hartverscheurend dat niemand naar hem op zoek is.’

    Zuid-Afrikaanse mortuaria kunnen het aantal lichamen nauwelijks aan. – © Kristen van Schie
    Zuid-Afrikaanse mortuaria kunnen het aantal lichamen nauwelijks aan. – © Kristen van Schie

    Alleen al in Gauteng worden jaarlijks 1300 tot 1600 lijken, oftewel drie per dag, bijgeschreven op de lange lijst 
van ongeïdentificeerde personen die Zuid-Afrika rijk is. En dan hebben we het nog maar over één provincie. 
‘Dit speelt niet alleen in Gauteng,’ zegt dr. Jeanine Vellema, hoofd van de afdeling Medisch Forensisch Onderzoek van Gautengs acht mortuaria. Van de andere provincies zijn alleen geen gegevens beschikbaar. ‘Ongeïdentificeerde lijken zijn een groot probleem in Zuid-Afrika. Dat geldt overigens voor het hele continent.’

    De reis naar een anoniem einde begint in een mortuarium, oftewel een ‘gerechtelijk geneeskundig laboratorium’ of een ‘centrum voor forensische pathologie’, zoals Vellema het liever noemt, om aan te geven dat ze deel uitmaken van het gerechtelijk systeem.

    In het centrum voor forensische 
pathologie in Hillbrow, Johannesburg, is het op alle maandagen even druk. 
In de schaduw van het Constitutioneel Hof, dat het recht op leven en menselijke waardigheid bewaakt, liggen dertig tot veertig lichamen op autopsie te wachten. De koelcellen, die al bijna 
uitpuilen, kunnen de hoeveelheid 
lichamen nauwelijks aan. Afgelopen jaar werden meer dan drieduizend lijken het centrum met de bladderende gele muren, een van de drukste van 
het land, binnengedragen. Dit jaar zal het waarschijnlijk niet anders zijn. 


    De medewerkers van het gerechtelijk geneeskundig laboratorium moeten onderzoeken hoe iemand is gestorven, niet wie de dode is – dat is de taak van politie. Maar omdat de lichamen zich blijven opstapelen, zoeken ze naar manieren om de niet-aflatende stroom te kunnen bedwingen. De forensische experts fotograferen gezichten en 
verzamelen vingerafdrukken, en dragen deze informatie over aan de verantwoordelijke rechercheur van de Zuid-Afrikaanse politiedienst (SAPS). Als niemand zich na een paar dagen meldt om het lichaam te identificeren, vergelijkt de politie de vingerafdrukken met de gegevens van plaatselijke strafregisters en de nationale database. Als dat geen resultaat oplevert, worden de vingerafdrukken naar het ministerie van 
Binnenlandse Zaken gestuurd. Iedere Zuid-Afrikaanse staatsburger boven de zestien jaar moet vingerafdrukken afstaan voor een identiteitsbewijs, dus als de database van Binnenlandse Zaken niets oplevert, gaat men ervan uit dat de overledene een buitenlander is.

    ‘Ik denk niet dat wij, Zuid-Afrikanen, beseffen wat onze mede-Afrikanen moeten doorstaan. Het is in- en intriest’

    ‘Ik denk niet dat wij, Zuid-Afrikanen, beseffen wat onze mede-Afrikanen moeten doorstaan. Het is in- en intriest,’ zegt Candice Hansmeyer, forensisch patholoog van het gerechtelijk geneeskundig laboratorium in Hillbrow. ‘Ze komen met lege handen, op zoek naar een beter bestaan, en vervolgens sterven ze hier – en niemand die naar hen taalt. Maar ze doen er 
wel toe: het gaat om iemands kind, iemands dochter, iemands moeder, iemands echtgenote.’

    Het is onmogelijk te schatten hoeveel buitenlanders zich onder de onbekende doden bevinden, omdat we domweg niet weten wie ze zijn. We weten niet eens hoeveel buitenlanders Zuid-Afrika telt, laat staan Gauteng. Volgens de officiële telling uit 2011 zijn er in totaal 2,2 miljoen, maar het werkelijke getal ligt waarschijnlijk vele malen hoger. Volgens de VN telt Zuid-Afrika van alle landen bezuiden de Sahara het grootste aantal buitenlanders. Wat de zaak compliceert is dat veel Afrikanen 
illegaal in Zuid-Afrika verblijven. De kwestie van het grote aantal ongeïdentificeerde lijken, en dus vermisten, omspant het hele continent. Mensen trekken grenzen over, maar data niet. Er is geen continentale of regionale database voor vermisten, of voor gevonden lichamen. In sommige 
landen is er niet eens een fatsoenlijk bevolkingsregister.

    Zuid-Afrika vormt hierop een uitzondering: het heeft een solide forensisch systeem, een Bureau Vermiste Personen, nationale databanken, zowel bij de politie als bij het ministerie van Binnenlandse Zaken, universiteiten waar forensische geneeskunde wordt gedoceerd en gekwalificeerd, ervaren personeel. Maar de enorme aantallen doen het systeem in zijn voegen kraken: 
Gauteng krijgt jaarlijks te maken met 15.000 tot 16.500 personen die een onnatuurlijke dood zijn gestorven, 
en identificatie vereist onderzoek. 
Een op de tien wordt uiteindelijk nooit geïdentificeerd.

    Blamage

    De politie is zich bewust van de omvang van het probleem. Generaal-majoor Charles Johnson, districtshoofd van de recherche, vaardigde in september 2016 een strikte richtlijn uit met betrekking tot ongeïdentificeerde doden. Johnson stelde dat er ‘veel’ klachten waren binnengekomen over het feit dat ongeïdentificeerde stoffelijke overschotten zonder degelijk onderzoek werden begraven, ‘wat een blamage is, een smet op het blazoen van de politie en in het bijzonder van de recherche’.

    Hansmeyer stopt met het doorbladeren van de dossiers van die dag – in de autopsiekamer beneden liggen vier lichamen op haar te wachten – en kijkt op. Haar lippen vormen een strakke streep. ‘De politie geeft prioriteit aan de levenden. Ik wil niet met een beschuldigend vingertje wijzen, want we lopen allemaal tegen hetzelfde aan: we zijn overbelast en slecht uitgerust. De politie kampt ook met burn-outs 
en oververmoeidheid. Er zitten niet genoeg uren in een dag en niet genoeg dagen in een jaar om overal aan toe 
te komen. Je moet wel prioriteiten 
stellen,’ zegt ze.

    In 2015-2016 werden in Zuid-Afrika 18.673 moorden gepleegd, een stijging van 4,9 procent ten opzichte van 
2014-2015. In de samenleving klinkt 
de roep om maatregelen, en de politie moet simpelweg kiezen tussen 
criminelen opsporen of wegrottende lijken identificeren. Een complete en betrouwbare lijst van vermiste personen zou al een stap in de goede richting zijn, maar zo’n lijst is er niet. Familieleden willen vaak niet naar voren 
treden of iemand als vermist opgeven. Maar er zijn nog andere redenen 
waarom er drie kisten in één enkel 
graf worden neergelaten op Doornkop, de nieuwste begraafplaats waar 
ongeïdentificeerde en niet-opgeëiste doden worden begraven.

    Pas na 23 verzoeken in een tijdspanne van achttien maanden slaagden we erin een officieel interview met de politie te regelen. Uit de reacties, variërend van een oorverdovend stilzwijgen tot een botte, ongemotiveerde ‘nee’, bleek duidelijk dat de politie liever niets over de kwestie wilde loslaten – totdat er opeens, geheel uit het niets, groen licht werd gegeven.


    Brigadier Helena Ras staat aan het hoofd van het Slachtoffer Identificatie Centrum (VIC) van de Zuid-Afrikaanse politie in Pretoria en heeft, onder andere, de afschuwelijke taak om massadoden af te wikkelen. Een massadood betreft een incident met meer dan vijf doden. Dit soort incidenten komen in Zuid-Afrika zo vaak voor dat ze in het radionieuws niet eens onder het hoofdnieuws worden geschaard en 
zelden de voorpagina’s van nationale kranten halen: een minibustaxi botst op een personenauto, een brand breekt uit in een krottenwijk, een gebouw stort in. Zodra het stof is neergedaald moet iemand de wrakstukken en het puin doorzoeken, alle lichamen proberen te identificeren en de families op de hoogte brengen.

    Neem alleen al de N1 op het traject 
tussen Johannesburg en Beitbridge, aan de grens met Zimbabwe. In de vroege ochtend van 13 augustus 2015 botste een minibus tegen een vrachtwagen, het busje vloog in brand met aan boord twaalf passagiers, als ratten in de val; op 2 mei 2016 vielen er 
negen doden toen een taxi tegen een verongelukte vrachtwagen aanreed 
en in vlammen opging. ‘Bij zulk soort ongelukken ontploft de brandstoftank en blijven er alleen verkoolde lichamen over,’ zegt Ras in het hoofdkantoor 
in Pretoria. Eén wand van haar werkkamer gaat volledig schuil achter dozen met dossiers. ‘Anders dan bij bussen of vliegtuigen houden taxi’s geen passagierslijsten bij.’

    Op het genoemde snelwegtraject, 
dat Zimbabwe verbindt met de steden van Gauteng, vol economische kansen, reist een onevenredig groot aantal migranten. Vanwege het ernstige 
lichamelijke letsel bij zware ongelukken is het vaak lastig om een gezichtsreconstructie van het slachtoffer te maken. Het VIC neemt DNA-monsters af, maar zolang zich geen bloedverwanten melden, is er geen vergelijkingsmateriaal.

    Mensen denken dat hun familielid nog leeft, dat ze in Johannesburg een bestaan hebben opgebouwd, dat ze hard werken, nieuwe vrienden maken, verliefd worden

    Azwidowi Nevondo droomt van lijken als ze lang vrij heeft. ‘Dan weet ik dat het weer tijd is om aan de slag te gaan.’ Nevondo is al tien jaar forensisch medewerker bij het gerechtelijk geneeskundig laboratorium in 
Hillbrow, lang genoeg om patronen te herkennen. ‘Het soort lichamen dat wordt binnengebracht beweegt mee met de seizoenen. In de zomer komen bijna dagelijks stoffelijke overschotten in verre staat van ontbinding binnen, omdat het vlees sneller vergaat als het warm is. In de winter zie je veel verkoolde lijken, vanwege de branden die in sloppenwijken om zich heen grijpen terwijl mensen liggen te slapen.’

    Eens per maand komt een door de lokale autoriteiten aangestelde 
begrafenisondernemer langs om de lichamen op te halen die niet langer bewaard kunnen worden, soms wel zeventig in één keer. Een klein deel daarvan is ‘niet-opgeëist’, wat wil 
zeggen dat het slachtoffer bekend is, maar niet door de familie wordt opgeëist. Een kleiner aantal, dat overigens groeiende is, zijn de armlastigen: in 
dit geval kan de familie zich geen begrafenis veroorloven, zodat de staat de kosten op zich neemt. Maar het leeuwendeel van de lichamen die het centrum verlaten is ongeïdentificeerd.

    Volgens de wet moeten stoffelijke overschotten minstens een maand worden vastgehouden, maar manager Ina Botes doet haar best de lichamen zo lang mogelijk in het mortuarium te houden, in de hoop dat de familie wordt getraceerd. ‘Ik lig er ’s nachts wakker van dat mensen in een naamloos graf verdwijnen. Ergens is er een moeder; haar zoon is vermist, en zij denkt dat hij nog leeft.’

    Dit is iets wat speelt in heel Zuid-Afrika, op het hele continent. Mensen denken dat hun familielid nog leeft, dat ze in Johannesburg een bestaan hebben opgebouwd, dat ze hard werken, nieuwe vrienden maken, verliefd worden. Maar in plaats daarvan is hun hersenpan 
met een baksteen ingeslagen en zijn hun handen verbrijzeld terwijl ze zich probeerden te beschermen. Ze worden gemummificeerd teruggevonden in 
een rioolbuis, en nu ligt hun schedel op een plank in de verzameling van een hoogleraar aan de universiteit.

    Auteur: Sarah Wild
    Vertaler: Astrid Staartjes

    Mail & Guardian
    Zuid-Afrika | weekblad | oplage 41.000

    Opgericht in 1985 als Weekly Mail en in 1990 vlot getrokken door The Guardian in Londen. Sinds 2002 eigendom van de Zimbabwaanse krantenuitgever Trevor Ncube. De duidelijk links georiënteerde krant ijvert voor een toleranter Zuid-Afrika.

  • Wat er gebeurde met banen die van Ohio naar Mexico werden verplaatst

    Wat er gebeurde met banen die van Ohio naar Mexico werden verplaatst

    Tien jaar geleden verhuisde Delphi Automotive zijn onderdelenfabriek van Warren, Ohio naar Ciudad Juárez in Mexico. Zo kreeg Berta Alicia Lopez de baan van Chris Wade.

    In het donker steekt Chris Wade zijn hand uit om zijn blèrende wekker tot zwijgen te brengen. 
Het is halfvijf op een ijskoude winterochtend in Warren, Ohio en buiten ligt een verse laag sneeuw. Godzijdank, denkt Wade bij zichzelf. Nu kan hij er met zijn sneeuwschuiver opuit om 
snel een paar dollar te verdienen.

    Vroeger was geld nooit een probleem voor Wade (47). Hij bezat een huis met zwembad in de tijd dat hij voor Delphi Automotive werkte, een fabriek van auto-onderdelen die jarenlang een 
van de grootste werkgevers was in dit bebosWadte stukje in het noordoosten 
van Ohio. Tien jaar geleden besloot Delphi grote delen van de productie naar Mexico en China te verplaatsen. Wade kreeg een afvloeiingsregeling en nu behoren het huis en het zwembad tot het verleden.

    Berta Alicia Lopez (54) is het nieuwe gezicht van Delphi. Op een kille ochtend wordt ze voor dag en dauw wakker en neemt een onverwarmde bus die haar na een uur rijden afzet bij de Delphi-fabriek. Lopez verdient 1 dollar per uur met het in elkaar zetten van kabels en elektronica die uiteindelijk 
in auto’s zullen worden geïnstalleerd – hetzelfde werk dat Wade vroeger voor 30 dollar per uur deed. Als boerendochter uit een verarmd stukje Mexicaans platteland is Lopez trots op haar tweedehands Toyota en haar betonnen flatje. Vaak dankt ze God dat ze werk heeft, ook al is het in een stad die kampt met drugsgeweld en ziet ze weinig kansen op salarisverhoging of promotie.

    Tussen deze twee arbeiders ligt 2500 kilometer en een grens, en ze hebben elkaar nooit ontmoet; maar samen belichamen ze de enorme 
economische verschuiving die de opkomst van de vrijhandel met zich mee heeft gebracht.

    Onlosmakelijk verbonden

    In de Verenigde Staten heeft die verschuiving bijgedragen aan het verlies van de banen die arbeiders ooit in staat stelden om een eigen huis te kopen, een zorgverzekering te betalen en 
hun kinderen naar de universiteit te sturen. In Mexico kwamen er door 
die verschuiving juist banen hij – al brachten die niet de brede welvarende middenklasse die ze ooit in Amerika hadden opgeleverd.

    President Trump heeft gezworen de fabrieken terug te brengen. Maar het zou wel eens te laat kunnen zijn om het krachtige tij nog te keren dat 
bepalend is geweest voor het leven van Wade en Lopez, en voor de ontwikkelingen in twee steden, een Amerikaanse en een Mexicaanse, die op de kaart van de wereldeconomie onlosmakelijk met elkaar verbonden blijven.

    In het verhaal van Trump hebben de vrijhandelsakkoorden en de globalisering duidelijke winnaars en verliezers opgeleverd. Maar Delphi was al jarenlang bezig zijn Amerikaanse personeelsbestand in te krimpen, voordat het bedrijf in 2006 zijn productielijnen naar het buitenland overbracht. ‘Elke keer 
als ik een Delphi zie en andere bedrijven die het land verlaten, wordt die muur een beetje hoger, en hij blijft maar omhoog gaan,’ zei Trump op een 
campagnebijeenkomst in Ohio, een paar dagen voor de verkiezingen. ‘We gaan de strijd aan met Delphi en andere bedrijven en we zeggen: verlaat ons niet, want dat zal gevolgen hebben.’

    Op haar tiende 
haalde haar moeder haar van school: “Waarom zou je verder leren, als je 
toch alleen maar gaat werken en baby’s gaat krijgen?”

    Trump heeft gezworen invoerrechten te zullen heffen op producten uit Mexico en opnieuw te gaan onderhandelen over de North America Free Trade Agreement (NAFTA), het verdrag dat een eind maakte aan de meeste handelstarieven op het continent en waardoor, in de ogen van Trump, Mexico zich heeft verrijkt ten koste 
van Midden-Amerika.

    Maar de werkelijke erfenis van NAFTA, dat van kracht werd in 1994, is gecompliceerder. Niemand zal bestrijden dat het verlies aan maakindustrie pijnlijke littekens heeft achtergelaten in delen van de VS, zoals in de Rust Belt, waar lager betaalde banen in de dienstensector steeds meer de plaats innemen van middenklassebanen in de industrie. Maar volgens veel economen ligt de oorzaak daarvoor eerder bij technologische veranderingen en de concurrentie met China dan bij NAFTA. De scherpe afname van het aantal fabrieksbanen tussen 2000 en 2010, van 17 miljoen naar 11 miljoen, is volgens Gordon 
Hanson, econoom en handelsexpert aan de Universiteit van San Diego, voor een belangrijk deel toe te schrijven aan de vrije import van goederen die goedkoop in China worden gemaakt en aan het toenemende gebruik van machines die het werk doen dat vroeger door mensen werd gedaan. Ten zuiden van de grens heeft de vrije handel Mexico inderdaad geholpen om te moderniseren; sinds de ondertekening van 
het NAFTA-akkoord zijn in het land 
miljoenen banen gecreëerd, heeft de investeringsstroom een stimulans gekregen en is de Mexicaanse maakindustrie diverser geworden. Mexicaanse arbeiders fabriceren nu allerlei producten, van Whirlpool-wasmachines tot Bombardier-vliegtuigen. Maar de 
lonen zijn laag gebleven, zodat Mexico aantrekkelijk blijft voor fabrikanten 
die anders in de verleiding zouden kunnen komen om zich in China of elders in Azië te vestigen. Sinds NAFTA in werking trad, is er niets veranderd 
in het aantal Mexicanen dat onder de armoedegrens leeft – meer dan de helft.

    Nu Trump bedrijven onder druk zet 
om plannen voor nieuwe fabrieken in Mexico af te blazen en bezweert dat 
hij handelsakkoorden gaat openbreken, doemen er aan de horizon nog meer dramatische veranderingen op. 
Zijn regering heeft voorgesteld om 20 procent invoerrechten te heffen 
op de import van goederen uit Mexico en andere landen waarmee de VS 
een handelstekort hebben. Volgens economen vormt dat plan een reële bedreiging voor Mexico, dat zo’n 80 procent van zijn export naar de VS verscheept en waarvan de nationale munt, de peso, sterk is gedaald als gevolg van de zorgen over wat de 
regering-Trump zal gaan doen.

    Bertha Lopez in haar huis. – © Katie Falkenberg / Los Angeles Times
    Bertha Lopez in haar huis. – © Katie Falkenberg / Los Angeles Times

    Lopez denkt niet na over Trump – zij heeft het te druk voor politiek. Wade zegt dat hij alleen maar wil dat alles weer wordt zoals vroeger. Maar zelfs hij vraagt zich soms af: ‘Is het te laat?’

    De sneeuw blijft vallen, dus Wade 
belt een paar maten met wie hij vaak samenwerkt en start zijn sneeuwschuiver. Zijn eerste klus: de oprit schoonvegen van een industrieterrein dat ooit van Delphi was. ‘Toen waren de tijden nog goed,’ zegt Wade in zijn slepende tongval. ‘Ik kwam hier graag.’

    De geschiedenis van Delphi begint in 1890, toen het bedrijf onder de naam Packard Electric in Warren begon met de productie van gloeilampen. Later kwamen daar auto-onderdelen bij. In 1932 werd het bedrijf onderdeel van General Motors en breidde het zich steeds verder uit, tot het overal in de VS fabrieken had.

    De vestigingen in Warren betaalden middenklassesalarissen en droegen zo bij aan de bouw van een welvarende stad met aantrekkelijke bakstenen gebouwen aan levendige straten. Wades beide ouders werkten voor 
Packard Electric en verdienden genoeg om zomers met het gezin op vakantie te gaan en zich een zwembad in de achtertuin te kunnen veroorloven. Wade groeide op met de verhalen die elke avond aan tafel werden verteld over wat er die dag op de werkvloer in de fabriek was gebeurd. Packard was toen al begonnen met het reduceren van het personeelsbestand in de VS, door delen van de productie over te brengen naar Mexico. Daar kon het bedrijf profiteren van de lagere loonkosten in steden als Ciudad Juárez, dat fabrieken van buitenlandse bedrijven lokte door ze heel weinig belasting te laten betalen. De dreiging dat er nog meer banen naar het buitenland zouden verdwijnen dwong de vakbonden in Ohio tot concessies op het gebied van salarissen en arbeidsvoorwaarden.

    Toen NAFTA toesloeg, veranderde 
Ciudad Juárez van het ene moment op het andere van een woestijnoase die vooral bekendstond om zijn nachtclubs en casino’s, in een uitgestrekt netwerk van betonnen bedrijfsgebouwen langs stoffige zandwegen

    Toch gingen Wades broer en schoonzus na de middelbare school bij de fabriek in Warren werken, en Wade ging ervan uit dat hij dat ook zou doen. Toen het zover was, werkten er nog krap negenduizend mensen bij de vestiging in Warren, tegen dertienduizend tien 
jaar daarvoor. Maar Wade was tevreden met zijn leven. Hij werkte in de avonddienst aan de lopende band en kon elke donderdagavond zijn looncheque gaan verzilveren in de bar aan de overkant van de straat. Op zijn vrije dagen ging hij eenden jagen met zijn chocoladebruine labrador Hunter.

    Aan het begin van deze eeuw, nadat Packard was omgedoopt tot Delphi Automotive Systems en los van General Motors verder was gegaan, bezat Wade zijn huis met zwembad. Zijn vrouw reed in een gloednieuwe Trailblazer 
en hijzelf in een nieuwe Chevrolet pick-up. Hij had geen idee wat hem boven het hoofd hing.

    Lopez groeide op in Bermejillo, een stoffig stadje in de staat Durango, 
waar haar stiefvader hele dagen in de brandende zon werkte op zijn katoen- en meloenakkers. Op haar tiende 
haalde haar moeder haar van school: ‘Waarom zou je verder leren, als je 
toch alleen maar gaat werken en baby’s gaat krijgen?’

    En inderdaad: op haar zeventiende kreeg ze een zoon, de eerste van haar vijf kinderen. De mensen in Bermejillo verdienden al eeuwenlang de kost op hun akkers en Lopez had weinig reden om aan te nemen dat voor haar iets anders weggelegd zou zijn.

    Maar het NAFTA-verdrag maakte het 
de kleine Mexicaanse boeren moeilijk. Zij moesten nu concurreren met de importproducten van reusachtige agrobedrijven uit de VS, die vaak flinke subsidies kregen van de Amerikaanse regering. In plaatsjes als Bermejillo raakte een hele generatie jonge 
mensen werkloos en velen trokken naar het noorden, de VS in. Anderen gingen naar grenssteden zoals Ciudad Juárez.

    Toen NAFTA toesloeg, veranderde 
Ciudad Juárez van het ene moment op het andere van een woestijnoase die vooral bekendstond om zijn nachtclubs en casino’s, in een uitgestrekt netwerk van betonnen bedrijfsgebouwen langs stoffige zandwegen. De bevolking groeide sneller dan de overheid snelwegen, scholen en andere infrastructurele voorzieningen kon bouwen.

    Lopez werkte voor 5 dollar per avond in een café, toen een vrachtwagenchauffeur op doorreis haar vertelde over de nieuwe banen in de fabrieken in het noorden. In 1996 arriveerde ze met haar man en vijf kinderen in Ciudad Juárez. Haar oudste zoon was toen zestien en vond meteen werk in een maquiladora, zoals ze de Amerikaanse fabrieken noemden die zich in hoog tempo aan de Mexicaanse kant van de grens 
vestigden. Dat gold ook voor Lopez, 
die zo nerveus was dat ze op haar eerste dag op het werk aanbood om de toiletten schoon te maken in plaats van op de fabrieksvloer te werken.

    ‘God hielp me,’ vertelt ze nu. ‘We hadden tenminste werk, hoe goed of slecht dat ook was.’ Ze raakte gewend aan het fabriekswerk – roddelde met de andere arbeiders tijdens de pauzes, volgde lessen die na werktijd werden aangeboden en waarmee ze een diploma algemene ontwikkeling behaalde, legde zich neer bij het leven in een grote stad ver van huis. Toen, in 2001, pleegde haar op één na oudste zoon zelfmoord. Na zijn dood was ze zo verslagen dat ze voor het eerst thuisbleef van haar werk.

    Een van haar leidinggevenden kwam haar thuis opzoeken en haalde haar over om weer naar de fabriek te komen. Lopez overwoog vervolgens om naar Durango terug te gaan, maar ze wist dat daar geen goede banen waren. Ze legde zich neer bij het feit dat de Delphi-fabriek waarschijnlijk de beste plek was waar ze ooit zou kunnen werken en dat Ciudad Juárez nu haar thuis was. ‘Zonder die baan had ik niet te eten,’ zegt ze.

    1. Chris Wade werkt ’s zomers als dakdekker 
en ’s winters als sneeuwruimer; 2. Na een dag belt Wade over zijn werkrooster voor de rest van de week. – © Katie Falkenberg / Los Angeles Times
    1. Chris Wade werkt ’s zomers als dakdekker 
en ’s winters als sneeuwruimer; 2. Na een dag belt Wade over zijn werkrooster voor de rest van de week. – © Katie Falkenberg / Los Angeles Times

    Delphi had een notering aan de beurs van New York, maar was nog steeds afhankelijk van zijn grootste klant, General Motors. Toen die in 2004 instortte, raakte ook de transnationale auto-onderdelenfabrikant in een vrije val. Het jaar daarna volgde bovendien een boekhoudfraudeschandaal waarin verscheidene topmanagers werden bestraft, en Delphi stevende af op een faillissement.

    Er kwam een nieuwe topman, Robert Miller, die klaagde dat de Amerikaanse personeelsleden van het bedrijf te 
veel betaald kregen, waardoor de loonkosten in de VS-vestigingen drie keer zo hoog waren als die van andere 
auto-onderdelenleveranciers. In maart 2006 kondigde Delphi de sluiting van 21 van zijn 29 Amerikaanse fabrieken aan, waarmee 29.000 banen verloren gingen, zo’n twee derde van het totale personeelsbestand. De productie werd overgebracht naar fabrieken in China en Mexico, waar Delphi nu zo’n 70.000 mensen in twintig steden aan het werk heeft.

    De meeste bedrijfsonderdelen in 
Warren bleven wel open, maar met veel minder mensen. Terwijl Miller een vertrekregeling meekreeg die volgens sommigen 35 miljoen dollar waard was, kregen de arbeiders het dringende advies om een afvloeiingsregeling 
te accepteren en werden ze gewaarschuwd dat hun salaris, als ze bleven, gemiddeld van 29 naar 16,50 dollar 
per uur zou dalen.

    Op de dag dat hij Delphi verliet met een vertrekregeling van in totaal 140.000 dollar, was Wade, zoals hij het noemt, ‘laaiend’. ‘De directeuren en 
de mannen aan de top verdienen 
miljoenen, terwijl alle anderen maar nauwelijks overleven,’ zegt hij. ‘Dat deugt niet.’

    in Trumbull County, het vroeger 
fabricage- en staalbastion waar Warren toe behoort, voelde men de ontslagen bij Delphi als een laatste dodelijke dreun. Wades jaren na Delphi waren niet gemakkelijk. Kort na zijn vertrek bij de fabriek maakte hij een scheiding door en hij ontsnapte op een haar na aan gevangenisstraf, nadat hij dronken achter het stuur was aangehouden met in zijn achterbak een paar wapens waarvoor hij geen vergunning bezat. Hij had zijn groot rijbewijs gehaald om vrachtwagenchauffeur te kunnen worden, maar zijn veroordeling voor rijden onder invloed haalde een streep door dat carrièreplan. Hij behaalde een certificaat om verzekeringen te mogen verkopen, maar ook dat werd geen succes.

    Nu werkt hij ’s zomers als dakdekker 
en ’s winters als sneeuwruimer. Na tien jaar verdient hij ongeveer wat hij ook bij Delphi kreeg, maar zonder de zekerheid van een pensioen, doorbetaalde vakanties of een ziektekostenverzekering. Had hij zijn baan bij Delphi behouden, dan had hij over zeven jaar met pensioen gekund.

    Wade wil geen woord horen over de Mexicaanse arbeiders die zijn plaats hebben ingenomen. Hij kookt van woede als hij hoort hoe weinig zij betaald krijgen en windt zich al even erg op over immigranten die illegaal 
in de VS werken.

    Stem aan Trump

    Hij vond het goed dat Trump Mexico op dit onderwerp aanviel. Dat is dan ook de reden waarom Wade, die zijn hele leven Democraat en vakbondslid was geweest, dit keer besloot zijn stem aan Trump te geven. Net als veel 
anderen in Trumbull County, dat bij 
de afgelopen presidentsverkiezingen voor het eerst sinds 1972 in meerderheid Republikeins stemde.

    Vakbondsman Brian Lutz van de bond die ooit ook Wade vertegenwoordigde, zegt dat hij die woede tegen het 
establishment wel begrijpt. ‘Ik hoor voortdurend mensen zeggen: waarom zou ik op een Democraat blijven stemmen, als alle mensen met wie ik heb gewerkt weg zijn en de Democraten niet gedaan hebben waarvoor wij ze hadden gekozen?’ Zijn bond heeft onlangs een cao afgesloten waarin arbeiders een startsalaris krijgen van 13 dollar per uur. Dat is zo’n tien keer zoveel als Lopez nu verdient, na twintig jaar werken bij de Delphi-fabriek 
in Ciudad Juárez.

    Het effect van Trumps waarschuwingen aan bedrijven om hun productie in Amerika te houden, wordt al zichtbaar in de Mexicaanse economie. Autofabrikant Ford had plannen om een fabriek van 1,6 miljard dollar in Mexico te 
bouwen, maar kondigde vorige maand aan daarvan af te zien, na kritiek van Trump via Twitter. In plaats daarvan gaat het bedrijf in Michigan extra mensen aannemen.

    Een arme buurt in Juárez waar veel fabrieksarbeiders wonen.
    Een arme buurt in Juárez waar veel fabrieksarbeiders wonen.

    Maar sommige bedrijven die nu in Mexico hun producten fabriceren, zeggen dat ze zeker niet terug zullen gaan naar de VS. Dat geldt ook voor Delphi. Het bedrijf heeft net een plan aangekondigd voor nieuwe ontslagen in Warren, waar dan nog 1500 medewerkers overblijven.

    Op de Barclay’s Automotive Conference in New York zette Delphi’s financieel directeur Joe Massaro afgelopen december uiteen wat er met Delphi zou gebeuren bij verschillende handelsscenario’s van Trump. Als Trump de grens met Mexico helemaal zou sluiten, zouden ‘alle mensen in 
Michigan en Ohio die op hem hebben gestemd binnen een week zonder werk zitten’, omdat, zo benadrukte Massaro, veel fabrieken in de VS, waaronder autofabrikanten in Detroit, afhankelijk zijn van onderdelen die in Mexico 
worden gemaakt.

    Als de Verenigde Staten zich terugtrekken uit NAFTA en weer invoerrechten gaan heffen voor producten uit Mexico, blijft Delphi in Mexico produceren, 
zei Massaro. Het bedrijf zou de extra kosten dan doorberekenen aan zijn leveranciers of aan de consumenten, 
of op zoek gaan naar een manier om zijn productiekosten te verlagen – wat ontslagen of salarisverlagingen in Mexico zou kunnen betekenen.

    Wat de gevolgen van dit alles voor Lopez en haar gezin zullen zijn, weet ze niet. Drie van haar vier kinderen werken in een fabriek. De afgelopen paar jaar is elke peso die ze kon missen opgegaan aan de universitaire opleiding voor haar jongste zoon, Sergio, 
die computerwetenschappen studeert. Zijn droom is om een eigen softwarebedrijf te starten dat de concurrentie met Amerikaanse bedrijven aankan. Hij heeft gezien hoe het leven van zijn moeder eruitzag en wil meer dan een fabrieksloontje verdienen. ‘Dat is hard werken voor weinig geld,’ zegt hij.

    Auteur: Kate Linthicium
    Vertaler: Annemie de Vries

    Openingsbeeld: © Katie Falkenberg

    Los Angeles Times
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 657.000

    Meest links georiënteerde van de grote Amerikaanse kranten. Belangrijke nieuwsbron voor de entertainmentindustrie en winnaar van vele Pulitzerprijzen. Eigendom van de Tribune Company in Chicago.

  • Kan autodidact Schulz Merkel verslaan?

    Kan autodidact Schulz Merkel verslaan?

    Martin Schulz wil Brussel verruilen voor Berlijn. Als sociaaldemocratisch kandidaat voor het kanselierschap zal hij het in september opnemen tegen Angela Merkel.

    Het is wel vreemd: uitgerekend op het moment dat de Europese Unie de grootste crisis in haar bestaan doormaakt, wil de SPD de verkiezingen in met een lijsttrekker die meer dan wie ook dat Europa vertegenwoordigt. De partij legt haar lot in handen van een man die geen regeringservaring heeft en de politiek in Berlijn slechts op afstand kent. Een sprong in het diepe, absoluut. Voor iedereen.

    Al onmiddellijk kreeg de kandidaat te voelen wat hem nu te wachten staat. De verwachtingen in zijn eigen fractie zijn hooggespannen – zijn politieke tegenstanders slijpen hun messen. Niemand weet waar hij in de binnenlandse politiek voor staat, beweren vertegenwoordigers van Groenen, FDP en CDU/CSU. Kent hij wel de details van de loonvorming of de finesses van het pensioenstelsel? Oude interviews worden doorgespit. Ah! Hij wilde ooit euro-obligaties om Zuid-Europese schulden over te hevelen naar de Europese Unie! Sommigen proberen hem nu als extreemlinks weg te zetten. En de AfD heeft haar slogans al klaar: Schulz is ‘symbool van de EU-bureaucratie en een diep gespleten Europa’.

    Dat zal hij nog vaak te horen krijgen, want met zijn aanwijzing als lijsttrekker is de verkiezingsstrijd begonnen. En die zal heviger zijn dan alles wat hij als lijsttrekker bij de Europese verkiezingen ondervond.

    Martin Schulz in zijn boekwinkel. – © Michael Trippel / Laif / Hollandse Hoogte
    Martin Schulz in zijn boekwinkel. – © Michael Trippel / Laif / Hollandse Hoogte

    Natuurlijk maakt Schulz deel uit van het establishment in Brussel. Hij was er zeven jaar fractieleider en vijf jaar parlementsvoorzitter. Maar symbool van de bureaucratie? Schulz was nooit lid van de Europese Commissie, hij was altijd met hart en ziel parlementariër. Tussen zijn collega’s viel hij snel op: omdat hij zijn standpunten hartstochtelijk verdedigde, over een scherpe tong beschikte, anderen wist mee te slepen. Zulke eigenschappen zijn in het Europees Parlement niet al te dik gezaaid. Europarlementariërs zijn vakpolitici en hebben, alleen al vanwege de grote ruimtelijke afstand, een zwakke band met de kiezers in eigen land.

    Voor Schulz was dat anders. Zijn kieskring lag immers maar anderhalf uur van Brussel. Hij bleef er wonen. Zijn vrouw, landschapsarchitect, had er haar bedrijf, zijn kinderen gingen er naar school.

    In Würselen kent vrijwel iedereen hem. Hij wilde er profvoetballer worden, en toen dat niet lukte begon hij een boekhandel, die nog altijd bestaat. Achter in de zaak zat Schulz met zijn vrienden van de jonge socialisten politieke plannen te smeden. Op zijn eenendertigste werd hij tot burgemeester gekozen, de jongste op dat ogenblik in Noordrijn-Westfalen. Vanuit kikkerperspectief leerde hij de politiek kennen.

    Eind jaren tachtig moest hij onverwacht ruim duizend Afrikaanse vluchtelingen onderbrengen, die België had doorgelaten. Hij legde beslag op een sportzaal, vreesde vervolgens voor zijn herverkiezing… en kreeg een absolute meerderheid. Toen de kolenmijnen in de regio sloten, zette hij samen met zijn collega uit het naburige Aken een bedrijvenpark op, waar IT-ondernemers zich vestigden. De vandaag de dag bij internationale voetbaltoernooien gebruikte doellijntechnologie komt uit Würselen. Voor hem is dat belangrijker dan heel wat richtlijnen die hij door het parlement loodste, zegt de voetbalfan Schulz enthousiast.

    Mislukte schoolcarrièrre

    Sowieso is hij een goed verteller en een goede waarnemer. Misschien ook wel omdat hij een dagboek bijhoudt, al meer dan dertig jaar. Maar bovenal is hij een buitengewoon belezen mens, uitdrukking van een honger naar ontwikkeling, en dat is weer het resultaat van een mislukte schoolcarrière. Schulz was slecht in wiskunde, hij bleef tweemaal zitten en in de vijfde klas moest hij van school. Geen diploma, geen studie. Dus moest hij zich zijn kennis zelf eigen maken, als autodidact.

    Boekhandelaar worden lag voor de hand, dan kon hij veel lezen.

    Sommigen proberen uit dat ontbrekende diploma nu al politieke munt te slaan. Maar Schulz komt er niet door in gevaar. In de ogen van sociaaldemocraten adelt het hem pas echt: hij zou de eerste kanselier zijn zonder diploma.

    Maar tot het zo ver is, dient hij nog een lange weg te gaan en moet hij eerst politiek stelling nemen. Zelfs partijvrienden konden of wilden de afgelopen tijd niet zeggen waarvoor deze kandidaat inhoudelijk staat. Toch is Schulz uitstekend thuis in de landelijke politiek. Sinds 1999 maakt hij deel uit van het partijpresidium, langer dan wie ook. Debatten over een rem op de huurstijgingen of over het minimumloon kent hij maar al te goed, maar als Europaparlementariër hoefde hij zich hierop nooit in het openbaar vast te leggen.

    Schulz spreekt de laatste tijd vaak over de onzekerheden in het arbeidsleven, de problemen van gewone hard werkende mensen en de onrechtvaardige verdeling van de welvaart. Maar pogingen hem als extreemlinks af te schilderen zullen stuklopen. Sinds de jaren negentig is Schulz lid van de Seeheimer Kreis, een groep pragmatisch-conservatieve SPD-politici. Ook in de Europese fractie van de sociaaldemocraten, waarvan veel socialisten deel uitmaken, bevond hij zich altijd op de rechterflank.

    Vluchtelingen, Turkije, euro: op geen van die dossiers kan hij Merkel geloofwaardig aanvallen. Dat zou ook ingaan tegen zijn eigen overtuiging

    Schulz spreekt zich niet uit voor een bepaalde coalitie. Dat verwachten de SPD-parlementariërs ook van hem. Velen dromen van een rood-rood-groene coalitie. De partij wil eindelijk weg uit de Grosse Koalition, waarin zij de juniorpartner is. Schulz moet een nieuw begin maken. Maar hoe? Hij is dan wel niet gebonden aan kabinetsstandpunten, maar staat toch als vrijwel geen ander voor de grote coalitie – in Europa. Daar was hij de afgelopen tweeënhalf jaar verantwoordelijk voor een ongekende samenwerking met de christendemocraten. Het had veel weg van de wijze van regeren die Duitsland kent.

    Schulz was betrokken bij alle belangrijke beslissingen. Hij maakte de Grieken duidelijk dat ze alleen in de euro konden blijven als ze zich aan hun verplichtingen zouden houden. Over euro-obligaties sprak hij niet meer. Hij maakte zich hard voor een eerlijke verdeling van vluchtelingen over Europa en voor het vluchtelingenakkoord met Turkije. Hij verdedigde de handelsverdragen met Canada en met de Verenigde Staten – steevast tegen het verzet van links in. Schulz handelde als verlengstuk van zijn vriend Juncker, beiden onderhielden ze nauwe contacten met de kanselier in Berlijn. Tussen Angela Merkel en Schulz ontstond een verhouding van wederzijds vertrouwen. Zij nodigde hem vaak uit in de kanselarij, hij organiseerde gezamenlijke diners met de Franse president.

    Toen Schulz in de voorbije herfst een nieuwe ambtstermijn als parlementsvoorzitter ambieerde, vestigde hij zijn hoop op Merkel. Mijn toekomst ligt in handen van de kanselier, orakelde hij. Zij zou de conservatieven in Europa er wel van overtuigen dat hij – tegen alle afspraken in – in functie zou kunnen blijven, dacht Schulz. Dan zou ze zich hem immers als concurrent bij de Bondsdagverkiezingen van het lijf kunnen houden.

    Maar Merkel deed niets. Nu daagt hij haar uit – en torst hij hun hele gezamenlijke geschiedenis met zich mee. Vluchtelingen, Turkije, euro: op geen van die dossiers kan hij Merkel geloofwaardig aanvallen. Dat zou ook ingaan tegen zijn eigen overtuiging. Schulz wil geen brandmuren optrekken tegen het populisme en zo voorkomen dat steeds meer sociaaldemocraten overlopen naar de AfD. Hij zal het nationalisme hekelen en zich hard maken voor een sterk verenigd Europa.

    Of dat stemmen gaat opleveren? Het blijft een gok.

    Auteur: Thomas Gutschker
    Vertaler: Marten de Vries

    Openingsbeeld: © Hermann Bredehorst / Polaris

    Frankfurter Allgemeine Zeitung
    Duitsland | dagblad | oplage 382.000

    Een van de belangrijkste kranten van Duitsland. Hoewel politiek onafhankelijk, wordt de FAZ over het algemeen een gematigd conservatief profiel toegedicht.