Tag: internet

  • Rusland zet volgende stap richting ‘soeverein internet’

    Rusland zet volgende stap richting ‘soeverein internet’

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Trump ontslaat zijn loyale justitieminister Pam Bondi

    » Landen bespreken mogelijke maatregelen om Straat van Hormuz te heropenen

    Telegram onder druk van Kremlin

    De Russische regering voert de druk op berichtendienst Telegram verder op, als onderdeel van een bredere poging om het internet strakker onder staatscontrole te brengen. Volgens The New York Times worden verbindingen vertraagd, websites geblokkeerd en mobiele netwerken in sommige regio’s tijdelijk stilgelegd om de verspreiding van ongewenste informatie te beperken.

    Telegram, opgericht door de Russische ondernemer Pavel Doerov, is uitgegroeid tot een van de laatste grote platforms waar relatief vrij informatie circuleert. Het speelt een belangrijke rol bij het delen van nieuws over de oorlog in Oekraïne en wordt zowel door burgers als door militaire en politieke actoren gebruikt.

    image
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Tegelijkertijd probeert het Kremlin gebruikers richting staatsgecontroleerde platforms te sturen en het gebruik van VPN’s – waarmee censuur kan worden omzeild – verder aan banden te leggen. De maatregelen passen in een langer lopende strategie om een zogenoemd ‘soeverein internet’ op te bouwen, waarbij Rusland zijn digitale infrastructuur loskoppelt van het mondiale web.

    Volgens experts verstevigt de overheid daarmee haar grip op informatie, maar groeit ook het risico op digitale isolatie en verdere inperking van de vrijheid van meningsuiting.

  • Moet er een einde komen aan anonimiteit op het internet?

    Moet er een einde komen aan anonimiteit op het internet?

    De Duitse bondskanselier Friedrich Merz sprak zich vorige week uit voor een zogeheten ‘Klarnamenpflicht’, ofwel een verplichting voor internetgebruikers om hun echte naam te gebruiken. Volgens hem zou dat de ​​liberale samenleving beschermen. Maar is dat wel zo? In Frankfurter Allgemeine Zeitung lopen de meningen uiteen.

    Ja: ‘Het internet is een plek van wantrouwen, nepnieuws, discriminatie en criminaliteit geworden’

    ‘Anonimiteit, neppe profielen en bots ondermijnen het vertrouwen van mensen. Wie zich in het openbaar uitspreekt, moet ook verantwoordelijkheid dragen’, schrijft Thomas Giesen, voormalig Saksisch functionaris voor gegevensbescherming, in Frankfurter Allgemeine Zeitung

    Volgens Giesen zijn de huidige zorgen rondom privacy overtrokken. Het zal echter niet makkelijk zijn om af te stappen van ‘overdreven veiligheidsregels’, stelt hij. Maar nog moeilijker is het om een valse ideologie uit de weg te ruimen. Het idee dat je vrij bent omdat je je anoniem op het internet kunt begeven, noemt hij een doctrine. ‘Het internet is een plek van wantrouwen, nepnieuws, discriminatie en criminaliteit geworden, omdat strenge regels de identificatie en autorisatie van internetgebruikers nagenoeg onmogelijk maken.’ Manieren om iemand te identificeren zijn bijvoorbeeld een permanent IP-adres, irisherkenning of vingerafdrukken.

    ‘Maskers en façades horen thuis in het theater’

    Volgens Giesen heeft de vrijheid om alles te posten, zowel voor gewone gebruikers als voor autoritaire regimes, de communicatie fundamenteel veranderd en vergiftigd. ‘Maskers en façades horen thuis in het theater. Iedereen die deelneemt aan een menswaardig gesprek moet zich kunnen identificeren.’ 

    Doordat mensen geen verantwoordelijkheid hoeven te nemen, slaat vrijheid volgens hem bovendien om in onvrijheid. Een vrije burger zou achter zijn eigen woorden moeten staan en opkomen voor zijn of haar eigen mening. ‘Iedereen die op sociale media, forums of websites zijn eigen identiteit bekendmaakt, kan vrijheid opeisen. Vermomming is noch bij demonstraties, noch op het internet te tolereren.’ De wetgever zou volgens Giesen het volgende moeten verplichten: ‘Iedereen die schrijft, post of actief reageert op internet moet betrouwbaar en direct identificeerbaar zijn.’

    Dr. Thomas Giesen was van 1991 tot 2003 Saksisch functionaris voor gegevensbescherming.


    Nee: ‘Een verbod op anonieme meningsuiting zou de grondwet schenden’

    ‘De verharde toon op sociale media is om te betreuren. Maar het opheffen van de anonimiteit op internet gaat te ver,’ stellen Michael Harraeus en Jonas von Zons in Frankfurter Allgemeine Zeitung. Volgens de auteurs lijkt het idee van verantwoordelijkheid nemen door resoluut op te treden tegen online haat een mooi voorstel. ‘Maar bij nader inzien lijkt het een autoritaire reflex te zijn. Het voorstel zou de grondwet schenden en leiden tot verdere maatschappelijke verdeeldheid.’

    De vrijheid van meningsuiting behoort tot de belangrijkste grondrechten. Artikel 5 van de Duitse grondwet is herhaaldelijk aangemerkt als ‘absoluut constitutief’ voor de democratie. Het gaat dan niet alleen om het hebben van een mening, maar ook om het kunnen uiten daarvan, benadrukken de auteurs. Dit recht is nauw verbonden met het ontstaan van de liberale democratie. ‘Het recht op anonimiteit is – in de woorden van de Duitse rechtsprofessor Johannes Caspar – geen storende factor, maar “de sleutel tot vrijheid van meningsuiting”.’ Anonieme meningsuitingen zouden dezelfde bescherming moeten genieten als alle andere meningen. ‘Vooral als er grote machtsverschillen zijn, zoals tussen burger en staat, vormt anonimiteit een belangrijk beschermingsmechanisme.’

    ‘Een verbod maakt het publieke debat niet eerlijker of objectiever; het werkt averechts’

    Volgens media-advocaat Joachim Steinhöfel zou het nut van artikel 5 van de grondwet na een verbod op anonimiteit beperkt zijn tot mensen ‘die niets te verliezen hebben of maatschappelijk onaantastbaar zijn’, zoals journalisten, politici en opiniemakers. Daar sluiten Harraeus en Von Zons zich bij aan. ‘Een verbod op anonieme meningsuiting maakt het publieke debat niet eerlijker of objectiever; het werkt averechts.’ De wet zou de kloof tussen politiek en burgers juist vergroten, en de politieke cultuur en uiteindelijk ook de liberale democratie beschadigen.

    De auteurs trekken een vergelijking met een ander kernpunt van de democratie: de verkiezingen. ‘Om precies dezelfde redenen is je stem geheim. Bij openbare verkiezingen bestaat namelijk het gevaar dat een kiezer niet of anders stemt. Hetzelfde geldt voor het online uiten van meningen.’ 

    Michael Harraeus is juridisch stagiair bij het Hoger Gerechtshof München en werkt momenteel bij het Federaal Constitutionele Hof.

    Jonas von Zons is wetenschappelijk medewerker en promovendus bij de leerstoel Publiek Recht en Staatsfilosofie van prof.dr. Peter M. Huber aan de Ludwig Maximilian Universiteit München.

  • Internet wereldwijd verstoord door een cloudstoring bij Amazon

    Internet wereldwijd verstoord door een cloudstoring bij Amazon

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Ongeluk met de kabeltram in Lissabon: de kabel voldeed niet aan de norm

    » Australië en VS tekenen een overeenkomst over zeldzame aardmetalen

    Veel games, sites en apps waren lange tijd onbruikbaar

    Een enorme storing aan de servers van Amazon Web Services (AWS), ’s werelds grootste cloudplatform, zorgde ervoor dat ‘online games, uitgevers, streamingplatforms en andere toonaangevende applicaties’ een groot deel van de maandag onbruikbaar waren, meldde NBCNews.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De storing, die maandagochtend vroeg optrad in een datacenter nabij Washington en tegen de avond werd verholpen, trof uren achtereen gebruikers ‘van Snapchat en de McDonald’s-app tot de Ring-deurbellen van Amazon en de gameplatforms Roblox en Fortnite’, evenals banken en luchtvaartmaatschappijen.

    ‘Het onderstreept de kwetsbaarheid van bedrijven, met name financiële bedrijven, die cloudservers gebruiken om hun data te hosten, en de plotselinge impact van een onverwachte storing op bedrijven wereldwijd’, aldus het Amerikaanse mediabedrijf.

  • Passief inkomen is zo passief nog niet: de waarheid over de constante cashflow

    Passief inkomen is zo passief nog niet: de waarheid over de constante cashflow

    Het klinkt zo mooi: passief inkomen. Nietsdoen en toch inkomen genereren. Maar als je 2000 euro per maand wilt bijverdienen, heb je kapitaal nodig – of moet je heel creatief zijn.

    Een onuitputtelijke geldbron, een boom in je achtertuin waar geld aan groeit, een magische, ongelimiteerde creditcard. Hoe verleidelijk zulke bronnen van rijkdom ook lijken, het zijn duidelijk verzinsels. Want afgezien van het winnen van de loterij: geld zonder ervoor te werken is een sprookje. Toch?

    Sommige mensen zullen het daar wel volstrekt mee oneens zijn, tenminste als ze geloven in het moderne equivalent van de geldboom: een passief inkomen. Iedere maand geld binnenkrijgen zonder daar iets voor te hoeven te doen, klinkt als een sprookje. Daarom zijn er online ook mensen die beweren dat ze dat allang voor elkaar hebben en die deze zogenaamd waardevolle tips met je proberen te delen, waar zij dan weer geld mee verdienen. 

    Voordat we het over de methodes hebben, eerst een definitie: onder passief inkomen verstaan we een constante of regelmatige geldstroom waarvoor je niet hoeft te werken, zoals een uitkering of pensioen. Anders dan bij financiële onafhankelijkheid gaat het er bij een passief inkomen niet om het dekken van alle kosten van levensonderhoud. De extra inkomstenstroom kan ook gewoon het maandbudget aanvullen of een kortere werkweek en meer vrije tijd mogelijk maken. 

    Het begrip passief inkomen wordt veel gebruikt door zelfbenoemde businesscoaches en beleggingsprofessionals. Ze gebruiken deze slogan al jaren om ondoorzichtige bedrijfsstrategieën en dubieuze producten aan de man te brengen. Om een exclusieve en serieuze indruk te maken, nodigen ze zogenaamd geselecteerde klanten uit voor chatgroepen waarin ze advies geven. Het verleidelijke Join the group is op internet een meme geworden. Maar zijn alle mogelijkheden voor een passief inkomen dan flauwekul? Laten we een paar van de aangeprezen methodes eens onder de loep nemen. 

    De drempels voor passief inkomen

    Wil je meer met je geld doen, maar weet je niet hoe je dat moet aanpakken? Of vraag je je af welk ETF (exchange traded fund, een beleggingsfonds dat op de beurs wordt verhandeld) je moet kopen en hoeveel je eigenlijk elke maand in je pensioen zou moeten stoppen? 

    Een van de populairste strategieën voor een passief inkomen zijn huuropbrengsten. Daarbij zijn er verschillende opties die allemaal één gemeenschappelijk probleem hebben: je moet eerst onroerend goed bezitten. Dat kan behoorlijk in de papieren lopen, vooral in populaire grootstedelijke regio’s. Een simpel sommetje: wie met vastgoed € 2.000 per maand wil verdienen, dus € 24.000 per jaar, moet bij een jaarlijks netto-huurrendement van 2,4 procent bijvoorbeeld al een miljoen euro investeren. 

    Om met een geringere investering een hoger rendement te behalen, deed een paar jaar geleden het idee van ‘Airbnb-arbitrage’ opgeld. Een trend die vooral digitale nomaden, mensen die zonder vaste locatie werken en veel kunnen reizen, als geniale truc voor passief inkomen probeerden te verkopen. Daar waren ‘alleen maar’ een aantal appartementen of huizen in verschillende landen voor nodig, liefst in populaire vakantieoorden met betaalbare koop- of huurprijzen. De leegstaande appartementen konden tijdelijk worden verhuurd als men er zelf geen gebruik van maakte, wat weer tot de beloofde ‘constante cashflow’ zou leiden. 

    zelfs als je de appartementen enkel verhuurt, wordt dat zonder startkapitaal lastig

    Afgezien van de talrijke juridische restricties waarmee je in het buitenland bij de aankoop van onroerend goed en permanente onderverhuur rekening moet houden, is het verhuren van woningen natuurlijk een allesbehalve stressloze onderneming. Denk bijvoorbeeld aan schoonmaak, sleutels overhandigen, communicatie, reparaties en boekhouding. Inkomen zonder te hoeven werken ziet er heel anders uit. En zelfs als je de appartementen enkel verhuurt, wordt dat zonder startkapitaal lastig.

    Het probleem van startkapitaal geldt ook voor passieve inkomensstrategieën op de aandelenmarkt. Om met ETF’s of aandelen een geldstroom van € 2.000 per maand te genereren, is een klein vermogen nodig. Als je ETF jaarlijks 4 procent dividend uitkeert, heb je een vermogen van € 600.000 nodig om dat bedrag te realiseren. Bij een rendement van 2 procent is het zelfs € 1,2 miljoen. Bovendien is dividend nooit gegarandeerd en kunnen aandelenprijzen en dividenden sterk fluctueren.

    Zogenaamde P2P-leningen lijken aantrekkelijk door hun bijzonder hoge rendement. Ze zijn een populaire bron van passief inkomen, maar brengen ook aanzienlijke risico’s met zich mee. Het systeem werkt zo: via speciale platforms wordt het ingelegde geld als krediet aan particulieren verstrekt. De rente die zij betalen vloeit weer naar jou terug. Maar garanties zijn er niet. Het kan gebeuren dat kredietnemers hun schulden niet kunnen aflossen. En als het platform failliet gaat, is het voor beleggers vaak moeilijk om hun geld terug te krijgen.

    Als [een startkapitaal] geen optie is, moet je creatief zijn

    Alle hier genoemde mogelijkheden voor het genereren van passief inkomen vereisen een forse kapitaalinvestering in het begin. Als dat geen optie is, moet je creatief zijn – in de ware zin van het woord. Een andere mogelijkheid zijn namelijk creatieve bijverdiensten, in goed Dunglish: side hustles. Met een blog kun je voor stukken die meer dan 1.500 views per jaar krijgen – in Duitsland – geld krijgen van de Verwertungsgesellschaft Wort. En dat niet alleen in het jaar van publicatie, maar ook langer, mits de artikelen genoeg lezers blijven trekken. Ook een YouTube-kanaal kan aantrekkelijk zijn omdat je op langere termijn van de advertentie-inkomsten van eenmaal gemaakte video’s kunt profiteren. De algoritmes van de meeste platforms zijn echter wel ontworpen om steeds nieuwe content onder de aandacht te brengen; alleen als je continu produceert, heb je een kans er op lange termijn geld mee te verdienen.

    Het concept iets te creëren en daar jarenlang een deel van je inkomsten mee te genereren, werkt in theorie beter als je bijvoorbeeld een app programmeert en verkoopt of een boek schrijft. Maar in de praktijk is het probleem van creatieve side hustles dat naast de initiële inspanning ook de content relevant en populair genoeg moet zijn om er geld mee te verdienen. 

    De fout in de toverformule 

    Online of van vrienden heb je misschien gehoord van andere mogelijkheden om passief inkomen te verwerven. Ook die functioneren niet zonder voorafgaande inspanning. Want het is net als met de geldboom: iemand moet hem wel eerst planten. Zonder tijd, werk of kapitaal te investeren, kan er ook geen geldstroom ontstaan. De enige uitzonderingen zijn erfenissen, een prijs in de loterij of heel gulle vrienden. 

    Het probleem met passief inkomen is niet per se de methode. Sommige werken wel, maar niet zoals de meeste mensen zich dat voorstellen. De term ‘passief’ is misleidend. Een betere term zou ‘inkomen op termijn’ zijn: na een periode van hard werken of een aanzienlijke kapitaalinvestering volgt een fase waarin je minder hoeft te doen en toch geld blijft verdienen. 

    Dat is vermoedelijk ook wat de meeste coaches hopen die je online benaderen. Het feit dat ze zo actief proberen iets te verkopen, laat al zien dat ook zij de weg naar echt passief inkomen nog niet hebben gevonden.

  • Een gezonde democratie vraagt om aandacht

    Een gezonde democratie vraagt om aandacht

    Onze aandachtsspanne bedraagt inmiddels een armzalige 47 seconden. Maar sommige verhalen, zoals het postkantoorschandaal (een Britse versie van het toeslagenschandaal), weten nog steeds onze aandacht te trekken en onze woede aan te wakkeren.

    Het kost gemiddeld vierenhalve minuut om deze column te lezen, dus je moet een paar pauzes incalculeren om je erdoorheen te slaan.

    Dit is een column over… Sorry, waar was ik gebleven?

    O ja, dit is een column over onze aandach… wacht even…

    Sorry, ik kreeg een appje. Zo grappig.

    Maar goed, aandacht, en hoe dat in het komende jaar…

    Shit, weer een mailtje. Moment.

    Dat filmpje dat ik net zag over een auto-ongeluk op Insta, je gelooft je ogen niet. Iemand die in zo’n knoert van een SUV achter het stuur in slaap sukkelt… Maar ik dwaal af.

    Als we de sociale wetenschappers mogen geloven, bedroeg onze gemiddelde aandachtsspanne twintig jaar geleden tweeënhalve minuut. En nu nog maar 47 seconden. In 47 seconden kun je pakweg 120 woorden lezen, ongeveer zoveel als ik er nu geschreven heb, en dan… Hè nee toch, gaat het nou regenen als ik straks naar huis moet? Sorry, toch even kijken.

    Ik heb deze cijfers gehoord – gehoord, ja, luisterend naar een podcast, niet starend naar een schermpje – in de voortreffelijke Ezra Klein Show van The New York Times. Klein sprak daarin met Gloria Mark, een hoogleraar aan de University of California, Irvine, die zich gespecialiseerd heeft in onderzoek naar het hoe en wat van ons concentratievermogen.

    Omdat mensen zichzelf wijsmaken dat het wel meevalt met hun aandachtsspanne, heeft haar team dat door slimme software laten meten, en zo kwamen ze uit op dat vrij dodelijke getal van 47 seconden. Daarmee scoren we wel hoger dan een mug of een goudvis, maar misschien is het toch niet helemaal wat we hadden gehoopt na een slordige vier miljoen jaar evolutie.

    Klein omschrijft onze huidige wereld als een ‘aandachtsgestoorde maatschappij. We hebben tig dingen ontwikkeld die om onze aandacht schreeuwen en ons steeds meer opjagen, van tv tot TikTok.’ Daar kan hij weleens gelijk in hebben. En dan het verschijnsel van nieuws mijden.

    Ben je daar nog? Want als je even wilt checken wanneer je pakjes nou bezorgd gaan worden, geen punt hoor

    Het aantal mensen dat gestopt is met het lezen van of kijken naar bepaalde soorten nieuws is in het Verenigd Koninkrijk in vijf jaar tijd verdubbeld. Zo’n 40 procent van ons zegt het nieuws nu soms of zelfs vaak te mijden. Gevraagd naar het waarom zeggen de respondenten dat het nieuws te negatief is, te deprimerend. Sommigen vertrouwen het niet, anderen trekken het niet. Een flinke minderheid klaagt dat ze er niets mee kunnen. Ze voelen zich machteloos.

    Ik moest aan deze cijfers denken toen ik de verbluffende impact zag van ITV’s dramaserie over het Britse postkantoorschandaal. Binnen enkele dagen was de publieke verontwaardiging zo aangezwollen dat de autoriteiten als de wiedeweerga op hun schreden moesten terugkeren en alsnog met één pennenstreek honderden onterechte veroordelingen van postkantoorhouders hebben vernietigd.

    Het is niet zo dat dit verhaal in de jaren daarvoor geen aandacht kreeg van journalisten. Speciale vermelding verdienen wat dat betreft onder meer Computer Weekly, de Daily Mail, The Times, de BBC en het blad Private Eye. Maar om de een of andere reden kreeg het niet de aandacht van de massa. Die klikte op een grappig plaatje of keek de andere kant op.

    Zullen we hier even pauzeren zodat je, weet ik veel, een koekje kunt eten of zo?

    In de jaren twintig van de vorige eeuw voerden twee politieke denkers, John Dewey en Walter Lippmann, een lang en beroemd geworden debat over de relatie tussen media en democratie. Dat was honderd jaar geleden, dus dat debat had de vorm van dikke turven met stofomslag. Lippmann schreef een boek. Dan snoof Dewey misnoegd en zette hij zich aan het schrijven van een weerwoord. En het publiek lustte er wel pap van. Grote aandachtsspanne toen nog, weet je wel.

    Lang verhaal kort – want ik weet dat je op het punt staat even je banksaldo te checken –, Dewey vond het een essentiële bestaansvoorwaarde voor een gezonde democratie dat we nieuws tot ons nemen. Als kiezers hebben we een soort burgerplicht om geïnformeerd te blijven, want dan kiezen we vanzelf de beste mensen om ons te vertegenwoordigen.

    Leuk bedacht, wierp Lippmann tegen. Maar in zijn ogen was de grote massa gedoemd om buitenstaander te blijven, terwijl veel van wat de overheid doet, gedaan wordt en gedaan moet worden door insiders en deskundigen. En hij was ook van mening dat de pers nooit in staat zou zijn om de kiezers naar behoren te informeren.

    Aanhaken

    Ik heb mezelf altijd tot het Dewey-kamp gerekend, zoals waarschijnlijk de meeste journalisten. Maar ik geef toe dat zijn theorie spaak loopt als de kiezers afhaken of… Ach wat, ik moet echt even kijken waar dat pakje nou blijft.

    Maar bij het treurige verhaal van het postkantoorschandaal is het beeld veel genuanceerder. De makers van de tv-serie zullen de eersten zijn om toe te geven dat hun serie niet gemaakt had kunnen worden zonder het harde onderzoekswerk dat journalisten al bijna vijftien jaar in de zaak hadden gestoken. Zij stelden de vragen, verzamelden de cijfers, zetten vraagtekens bij de officiële verklaringen en schetsten zo stilaan de contouren van een groot schandaal. Daarna was er nog wat briljant scenarioschrijfwerk, regie en spel voor nodig om een versie van het verhaal neer te zetten die eindelijk breed aansloeg en publieke verontwaardiging wekte. 

    Dus misschien had Dewey toch gelijk. We kunnen het niet overlaten aan de ‘deskundigen’, zoals Lippmann wilde. De publieke opinie kan wel degelijk gemobiliseerd worden en een orkaan van protest veroorzaken die geen politicus meer kan negeren. Maar dan moeten we juist aanhaken, niet afhaken. Zoals we deden met Mr Bates vs The Post Office, vier afleveringen lang.

    Dus stop met dat nieuws mijden en hou je kop erbij. Onze democratie hangt ervan af.

  • Online daten is uit. Romantiek in het echte leven is in

    Online daten is uit. Romantiek in het echte leven is in

    Bijna drieënhalf miljoen Canadezen gebruiken datingapps. Nu het erop begint te lijken dat algoritmes, ghosting en catfishing bepalen wie in aanmerking komt, is volgens Treena Orchard tijd om terug te keren naar een ontmoeting in het echte leven.

    In 2017, na een paar jaar single te zijn geweest, wilde ik me weer op de datingmarkt wagen. Ik was net gestopt met drinken, dus ik ontweek liever mijn vaste bars in London, Ontario. In plaats daarvan sprong ik via Bumble in de wereld van digitaal daten, waarbij vrouwen destijds het eerste bericht moesten sturen. Ik dacht: Dat is feministisch. Ik ben een feminist. Ik geef het een kans! 

    Mijn eerste paar maanden online vormden een emotioneel uitputtende opleiding. Ik leerde dat een man die zegt dat hij anderhalve meter lang is, ook anderhalve meter lang kan zijn; dat het heel gebruikelijk is dat mensen belachelijk oude foto’s plaatsen om zichzelf jonger te laten lijken en dat catfishing, het gebruik van nepfoto’s, de normaalste zaak van de wereld is. Ik ben ooit twee keer door dezelfde man gecatfisht. Toen we elkaar ontmoetten, leek hij in niets op zijn foto’s. Ik heb hem na onze date uit mijn matches verwijderd, omdat hij via de app om geld begon te vragen. Een paar jaar later hadden hij en ik opnieuw contact; hij had een nieuwe reeks nepfoto’s gebruikt. Toen hij bij mijn huis aankwam, ontkende hij dat hij me had gecatfisht en schonk hij zichzelf ongevraagd een drankje in. Ik vroeg hem om te vertrekken, waarop hij me nog voordat hij zelfs maar in zijn taxi was gestapt verwijderde – en voordat ik hem kon aangeven. (Maar ja, wat kan Tinder ook met een stel nepfoto’s?)

    Door deze en andere bizarre datingavonturen begon ik me af te vragen of de apps gewoon slecht waren, of dat ik iets verkeerd deed. Waarom gaan ze er allemaal ineens vandoor? vroeg ik me af. Wat is er mis met mij? Maar ik ben niet de enige. Tegenwoordig gebruiken bijna drieënhalf miljoen Canadezen datingapps, en velen zijn het erover eens dat swipen dystopisch is geworden. We vertrouwen nu op algoritmen om ons potentiële partners aan te bevelen alsof het om een bezorgdienst of reisje gaat.

    Gamificering

    Apps moedigen ons via dwingende meldingen bovendien aan om vooral actief te blijven: ‘Het is tijd om te swipen!’ en ‘Laat je match niet hangen!’ Dit verslavende, orwelliaanse model heeft matchen gegamificeerd, en ik maak me zorgen over waar dit heen gaat. Onlangs had Bumble het zelfs over de toevoeging van persoonlijke, door AI aangedreven ‘datingconciërges’ die een match in opdracht van de menselijke gebruiker konden onderzoeken. Zou mijn AI-avatar beter zijn in het kiezen van een partner voor mij dan ikzelf? Het is een griezelige gedachte.

    Als antropoloog bestaat een deel van mijn werk uit het bestuderen van de aard van moderne relaties – en ik heb ontdekt dat er veel bedrog bestaat onder online daters. Nieuw onderzoek suggereert dat veelvuldig gebruik van de apps de kans op bedrog doet toenemen. (Noem het het ‘gras is groener’-effect.) We weten niet hoe app-gebaseerd daten ons op de lange termijn zal beïnvloeden, maar uit een onderzoek van afgelopen januari is gebleken dat stellen die elkaar via een app ontmoeten minder snel een stabiel en bevredigend huwelijk zullen hebben. Bij jonge volwassenen kan overmatig swipen leiden tot een combinatie van te hoge eisen aan je partner en een minder goed gevoel over jezelf. Over het algemeen weerhoudt het swipen een groot aantal mensen ervan elkaar te behandelen met het respect dat ze wel zouden tonen aan iemand die voor hun neus stond.

    Door alle keuze zijn we bovendien verdeelder dan ooit: voor heteroseksuele daters is er een politieke kloof ontstaan ​​onder achttien- tot dertigjarigen: vrouwen zijn 30 procent liberaler dan mannen. En een kwart van alle volwassenen en twee derde van de jongeren rapporteert aanhoudende gevoelens van eenzaamheid. Dit alles heeft, zoals te verwachten, tot een terugslag geleid. Leden van Generatie Z gebruiken datingapps veel minder dan hun millennial-tegenhangers.

    Interpersoonlijke vaardigheden kunnen afnemen als we het grootste deel van ons romantische leven swipend doorbrengen

    Dit is wat ik voorstel om onze duistere, schijnbaar beschadigde datingcultuur te herstellen: een terugkeer naar échte, real life-ontmoetingen, ofwel, zoals sommigen zeggen; ‘rewilding’. Het ontmoeten van potentiële partners in de fysieke wereld vermindert niet alleen onze digitale afhankelijkheid, het kan ook de afstand wegnemen die door de apps wordt gecreëerd. Het dwingt ons om gebruik te maken van onze interpersoonlijke vaardigheden, die kunnen afnemen als we het grootste deel van ons romantische leven swipend doorbrengen.

    Daten in 2D brengt onzekerheid met zich mee (over zaken als wie het eerste bericht gaat sturen), de angst te worden geghost en, in mijn geval, of de persoon met wie we praten wel of niet daadwerkelijk is wie hij zegt dat hij is. Mensen in levenden lijve leren kennen kan ingewikkeld zijn, en soms beangstigend, maar we kunnen al onze zintuiglijke input en persoonlijke feedback inzetten om de situatie binnen enkele seconden in te schatten: is deze persoon veilig? Is deze dynamiek sexy? Moet ik het gesprek voortzetten? Het mooiste is nog dat interacties in het echte leven onze empathie kunnen vergroten.

    Een heropleving van IRL-dating [in real life] is al aan de gang. In de VS groeide het aantal bezoekers aan persoonlijke evenementen, zoals singlesmixers en trivia-avonden, tussen 2022 en 2023 met ruim 40 procent, volgens gegevens van Eventbrite. Speeddaten, ooit gezien als een overblijfsel uit eind jaren negentig en begin jaren 2000, beleeft ook een comeback. In Canada organiseren initiatieven als Single in the City en Speed ​​Dating Canada bijeenkomsten, vaak in restaurants of bars, waar deelnemers steeds een aantal minuten met een tiental anderen kunnen daten, waarna ze de namen van de mensen die ze leuk vinden op een kaart schrijven. De organisatoren (en niet de AI-avatars) bepalen vervolgens de matches voor een meer officiële, persoonlijke date.

    Zelfs persoonlijke contactadvertenties raken weer in zwang. Singles stellen zich voor op internetfora en, zo nu en dan, in de advertentieruimte op een billboard. Er zijn ook minder nicheachtige opties, zoals singles-sportclubs, maar met een nieuwe twist. Afgelopen juni lanceerde Tinder een samenwerking met trainingsapp Runna, een hardloopclub voor singles in Londen, Engeland. Elders, in Los Angeles, organiseerden drie stand-upcomedians onlangs een show waarin de single centraal stond, waarbij ze de leden van het publiek matchten ‘op basis van de vibe’.

    Real life-verbinding

    Ik pleit niet voor een volledige uitroeiing van datingapps. Daarvoor zijn ze sowieso veel te diep verankerd in de samenleving. En ze hebben hun goede kanten. Ze boden me de mogelijkheid om contact te leggen met mensen die ik anders nooit zou hebben ontmoet, en moedigden me aan om op date te gaan met mannen die ik anders niet als ‘mijn type’ zou hebben beschouwd. Tijdens de pandemie datete ik anderhalf jaar met een man die zeventien jaar jonger was dan ik. Daarmee ontkrachtte ik het idee dat jongere mannen vrouwen in de veertig automatisch afschreven als ‘te oud’. 

    Toch is het misschien niet verstandig om alleen op Tinder en de andere op swipen gerichte apps te vertrouwen. Als digitaal hulpmiddel werken ze uitstekend, maar niet als doel op zichzelf.

    Door IRL-daten kunnen we op verschillende plekken een partner ontmoeten: op de werkvloer, via vrienden of via een van onze hobby’s. Als we alleen op het algoritme vertrouwen lopen we mogelijk die willekeurige, prachtige, onverwachte vonk mis die kan overslaan tussen mensen, en die juist zo bepalend is voor ons mens-zijn. Ook al leidt het niet tot een langdurige relatie, voor het smeden van een wederzijdse connectie gaat niets boven een real life-verbinding. Daar zijn we sociale wezens voor.

    Treena Orchard is universitair hoofddocent aan de School of Health Studies van Western University en auteur van Sticky, Sexy, Sad: Swipe Culture and the Darker Side of Dating Apps.

  • Bevorderen memes en internetcultuur Harris’ politieke campagne?

    Bevorderen memes en internetcultuur Harris’ politieke campagne?

    Internetgrapjes – beter bekend als memes — worden steeds prominenter in politieke communicatie, ook in Kamala Harris’ presidentscampagne. Terwijl sommigen dit zien als een moderne manier om kiezers te bereiken, wijzen anderen op de risico’s van deze strategie.

    Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – tijdelijk al vanaf €1,50 per maand – op 360 Magazine.

    ‘Inzetten op internetcultuur is een riskante strategie’

    ‘Als je niet veel weet van internetcultuur, kan het zijn dat je enige interpretatie nodig hebt om de recente Amerikaanse verkiezingen te begrijpen’, schrijft The Guardian-columnist Nesrine Malik. Ze legt uit hoe internetcultuur en memes steeds sterker verweven zijn met de Amerikaanse politiek.

    Volgens Malik was de Democratische Nationale Conventie (DNC) bij uitstek een oefening in het combineren van politiek en theatrale castings, beroemdheden, muziek, drama en internetverwijzingen. ‘Neem bijvoorbeeld Nancy Pelosi, die werd geïntroduceerd als de “Mother of Dragons”, een personage uit de hitserie Game of Thrones. Het internet heeft haar inmiddels omgedoopt tot “brat before brat was brat”.’ Het woord ‘brat’ verwijst naar het gelijknamige album van popartiest Charli XCX en betekent een zelfverzekerde, nonchalant rebelse vrouw. ‘Kamala Harris kreeg de titel “brat” op het moment dat Joe Biden opstapte, en nu is Harris’ moeder – die een Indiase afkomst heeft en alleenstaand is – uitgeroepen tot de “überbrat”; nog meer brat dan haar dochter,’ legt ze uit.

    ‘Harris heeft deze mix van populaire cultuur en internettrends perfect benut door liberalen te geven wat ze zo hard nodig hebben: een Beyoncé-moment.’ Volgens New York Times-columnist Charles M. Blow beleeft Harris haar eigen renaissance – een verwijzing naar de spectaculaire tournee die Beyoncé tot popicoon maakte. Het gerucht dat Beyoncé als verrassingsgast op de DNC zou verschijnen, zorgde voor veel speculatie, ‘alsof haar aanwezigheid alleen al de campagne zou zegenen’.

    Memes, beroemdheden en culturele symboliek zijn niet alleen de taal geworden van politieke prestaties, maar ook van politieke analyse en berichtgeving in de media. ‘De werelden van sociale media en politiek zijn volledig naar elkaar toegegroeid. Harris’ transformatie zelf, binnen enkele dagen, van een relatief onopvallende vicepresident tot een internetspektakel, heeft het hele narratief van de verkiezingen veranderd,’ aldus Malik.

    ‘Politieke levens worden steeds meer bepaald door clips en fragmenten’

    Haar snelle rehabilitatie tot de ‘Beyoncé van de politiek’ komt volgens de columnist deels voort uit paniek. Even leek het er namelijk op dat Biden zijn hakken in het zand zou zetten en zou weigeren een stap opzij te zetten – ‘wat Donald Trump een overwinning zou hebben opgeleverd’. De moordaanslag op Trump gaf zijn campagne een boost. Versterkt door memes, muziek en online reacties leek Trump voor veel Amerikanen een krachtige held tegenover een zwakke zittende president. ‘Harris dook op toen alles verloren leek. Ze werd gepresenteerd als een mengeling van vrolijke culturele verwijzingen en hoop.’ 

    Voor wie ‘het presidentschap van Barack Obama zag omslaan in de nachtmerrie van Trump’, komt deze stormachtige rehabilitatie van Harris als geroepen. De kans op een nieuw Obama-tijdperk lijkt binnen handbereik, mits Harris haar beloftes waarmaakt. ‘Deze druk leidt tot een sterke focus op het gewenste resultaat, met weinig ruimte voor kritische evaluatie. Er is sprake van een infantiel publiek dat niet te vertrouwen is in een mediatijdperk waar politieke levens steeds meer worden bepaald door clips en fragmenten.’

    ‘In plaats van een duurzame beweging op te bouwen, richt deze strategie zich vooral op dopamineverslaafde consumenten’

    Deze neigingen zijn mogelijk ook versneld door het reële vooruitzicht van een tweede termijn van Trump en de alomtegenwoordige schaduw die hij sinds 2016 heeft geworpen over de Amerikaanse politiek. ‘Sinds zijn eerste verkiezing is er onder Trumps heerschappij een wrede rechtse beweging gegroeid. Democraten hopen misschien dat het alternatief voor deze duisternis ligt in het presenteren van Harris als de “president van vreugde”, zoals Bill Clinton haar onlangs noemde.’

    Maar als je mensen alleen een grappige, oppervlakkige kant van jezelf laat zien, zullen ze ook op dezelfde manier reageren. ‘Het internet is wispelturig. In plaats van een duurzame beweging op te bouwen, richt deze strategie zich vooral op dopamineverslaafde consumenten die zich naar alle kanten toe kunnen laten beïnvloeden.’ Democraten zouden er volgens Malik wel eens achter kunnen komen dat de kiezer onvoorspelbaar is en zich niets aantrekt van partijlijnen of politieke conventies. ‘Deze mememachine is een riskante strategie bij verkiezingen waar veel op het spel staat.’


    ‘Memes kunnen authenticiteit tonen en de pogingen om een karikatuur van haar te maken de kop indrukken’

    ‘De geschiedenis suggereert dat memes Kamala Harris kunnen helpen winnen’, schrijft universitair hoofddocent geschiedenis aan het Wentworth Institute of Technology Allison Lange in Time. Sociale media staan vol met filmpjes van Kamala Harris waarin ze lacht en danst. Ze bevatten liedjes van de popsterren van deze zomer – van Charli XCX en Chappell Roan tot Taylor Swift – en inmiddels beroemde uitspraken van Harris. Met een lach zegt ze: ‘Denk je dat je uit een kokosnootboom bent gevallen? Je bestaat in de context van alles waarin je leeft en wat er was voordat je geboren werd.’ Het citaat komt uit een toespraak in mei 2023.

    ‘Deze video’s lijken misschien uit het niets te komen – maar ze zouden de sleutel tot de overwinning voor Harris kunnen zijn’, suggereert Lange. ‘Ze gaan in tegen Republikeinse pogingen om de vicepresident, en vooral haar lach, negatief te framen voor kiezers.’ Tijdens een bijeenkomst op 20 juli, de dag voordat ze genomineerd werd voor de Democratische Partij, riep Donald Trump haar uit tot ‘laughing Kamala’. Hij vroeg zijn publiek: ‘Heb je haar zien lachen? Ze is gek. Weet je, je kunt veel aflezen aan een lach. Nee, ze is gek.’

    De memes die sociale media overspoelen, stellen Trumps framing van de vicepresident ter discussie

    De memes die sociale media overspoelen, stellen Trumps framing van de vicepresident ter discussie. ‘Harris lijkt er cool in. De populaire video’s geven haar een reële kans om het lot te vermijden dat de eerste vrouwelijke presidentskandidaat, Victoria Woodhull, trof in 1872.’ 

    Victoria Woodhull werd geboren in 1838 in Ohio en verhuisde op dertigjarige leeftijd naar New York City met haar zus, Tennessee Claflin. Samen werden ze de eerste vrouwelijke effectenmakelaars op Wall Street en richtten ze Woodhull & Claflin’s Weekly op, de eerste wekelijkse krant uitgegeven door vrouwen. In die tijd verwachtte de Amerikaanse samenleving dat vrouwen zich op huishoudelijke taken zouden richten. Woodhulls carrière ging tegen deze norm in en bracht haar zowel oprechte belangstelling als ook veel hoon. Ze genoot grote  populariteit en werd genomineerd voor het presidentschap, maar ondervond ook aanzienlijke weerstand.

    De media maakten gebruik van spotprenten om haar imago te ondermijnen. Harper’s Weekly drukte een paginagrote spotprent van Woodhull af als duivel, compleet met vleugels en hoorns. Ook verschenen er spotprenten die haar en haar zus seksualiseerden, wat hun reputatie verder schaadde. Woodhull probeerde negatieve stereotypen te weerleggen door zich bijvoorbeeld in traditionele mannelijke kleding te laten portretteren. Maar kranten konden destijds geen foto’s drukken, waardoor deze tegenreactie het grote publiek niet bereikte.

    ‘Ze doen wat Woodhull niet voor elkaar kreeg: de negatieve aanvallen van de Republikeinen omzetten in positieve’

    ‘Door het onvermogen van Woodhull om de karikatuur van haar als duivels en losbandig te weerleggen, was haar campagne gedoemd te mislukken’, schrijft de hoogleraar. ‘Vandaag doen Harris’ aanhangers wat Woodhull niet voor elkaar kreeg: de negatieve aanvallen van de Republikeinen omzetten in positieve.’ Toen de populaire zangeres Charli XCX op 21 juli postte ‘kamala IS brat’, herkende Harris’ team dat de popster de kandidaat steunde met een verwijzing naar haar laatste album. Ze pasten hun eigen socialemediaprofiel aan naar het licht vervaagde lettertype tegen een limoengroene achtergrond van Charli XCX‘s albumcover. Vervolgens werd Harris op 25 juli lid van TikTok, het platform waar veel van de huidige memes vandaan komen. ‘Het team van Harris kan bekendheden zoals Charli XCX en haar fans inzetten om een breed publiek aan te spreken, op een manier waar Victoria Woodhull jaloers op zou zijn geweest.’

    Volgens Lange biedt deze socialemediacampagne – samen met Harris’ advertenties, toespraken en interviews – de kans om het publieke imago van Harris te bepalen voordat Trump dat doet. Terwijl haar strategen zullen proberen hun eigen verhaal te creëren, kunnen de memes van Harris op sociale media net zo waardevol zijn. ‘De video’s kunnen haar menselijkheid, expertise en wereldbeelden overbrengen en de Republikeinse pogingen om een karikatuur van haar te maken de kop indrukken. Ze kunnen viraal gaan en authentieker aanvoelen dan betaalde reclame.’ Als ze succesvol zijn, stellen ze Harris in staat om haar eigen zaak te bepleiten op haar eigen voorwaarden – ‘iets waar Victoria Woodhull nooit de kans toe heeft gekregen’.

  • In het onderzoek naar de Capitoolbestorming waren deze hobbydetectives de FBI voor

    In het onderzoek naar de Capitoolbestorming waren deze hobbydetectives de FBI voor

    Na de bestorming van het Capitool op 6 januari 2021 verschenen talloze beelden van de gebeurtenis online. Een groep hobbydetectives slaagde erin om via sociale media en andere publieke bronnen de FBI een handje te helpen, en de identiteit van de bestormers te achterhalen.

    Het was begin 2023 en een onlinespeurneus die ik Josh zal noemen was weer op jacht. Josh werkte voor het hoofdkantoor van een mondiaal, beursgenoteerd bedrijf in het zuiden van de Verenigde Staten, maar op dit moment was zijn echte passie het oplossen van misdaden die twee jaar eerder en honderden kilometers verderop plaatsvonden, op 6 januari in het Amerikaanse Capitool. Daarvoor had hij niets anders nodig dan zijn laptop. Wel was hij overgestapt op een andere computermuis nadat hij RSI-symptomen had gekregen ‘door overdag te werken en ’s nachts op opstandelingen te jagen’.

    Het onderzoek naar de aanslag op het Capitool – het grootste FBI-onderzoek in de Amerikaanse geschiedenis – zou binnenkort halverwege zijn en de gemeenschap van onlinespeurneuzen waar Josh deel van uitmaakte stond in het middelpunt ervan: video’s binnenhalen, sociale media afspeuren, nieuwe gezichten en nieuwe misdrijven ontdekken. De arrestaties door de FBI van mensen die op die dag het Capitool waren binnengedrongen, geweld hadden gepleegd of eigendommen hadden vernield, naderde de duizend en dit gezelschap van onlinespeurders – dat zichzelf Sedition Hunters [muiterij-jagers] noemde – had honderden van die arrestaties in gang gezet en aan honderden andere meegeholpen. Ze hadden ook nog eens meer dan zevenhonderd deelnemers aan de bestorming weten te identificeren die nog niet gearresteerd waren.

    Vaak leverden Sedition Hunters zoals Josh kant-en-klare zaken aan de FBI, maar de regels van het bureau maakten het voor zijn agenten lastig om zelfs maar een simpele update te mogen geven over de status van de onderzoeken. Dat eenrichtingsverkeer was frustrerend. De beste schriftelijke feedback waar de jagers op konden hopen bestond uit slechts één woord: ‘ontvangen’. Een van de FBI-informanten vertelt hoe blij ze was toen ze van haar FBI-contact een duimpje omhoog ontving.

    Josh besteedde de afgelopen twee jaar ontelbare uren aan deze nieuwe hobby die hij ‘zowel bevredigend als belangrijk’ noemt. Zijn ‘ongelooflijk geduldige vrouw’ vond het maar een beetje vreemd. ‘De gesprekken bij ons thuis aan de eettafel waren zonder meer ongebruikelijk,’ zegt Josh. ‘Het ging over schuil- of bijnamen, hashtags en verwijzingen naar specifieke J6 [6 januari]-gebeurtenissen.’ Hij vertelde zijn vrouw alles over de Sedition Hunters, van wie velen goede vrienden werden, ook al gebruikten ze meestal alleen hun bijnaam.

    Bominslag

    Die nieuwe vrienden wisten hem steeds weer te verrassen. Een paar maanden eerder vertelde een van hen, een speurder die een cruciale rol speelde in de gemeenschap en met wie hij nauw samenwerkte, dat hij op Donald Trump had gestemd. Twee keer. Dat was een schok voor Josh. Het moment waarop hij dat hoorde kan hij zich even helder voor de geest halen als het moment waarop hij hoorde van de aanslagen op 11 september of dat Michael Jackson was overleden. ‘Het was niet zozeer een wat-krijgen-we-nou-ervaring als wel een bominslag,’ zegt hij.

    Naast de kameraadschap en het verlangen de democratie te beschermen en gerechtigheid te zoeken voor degenen die door de aanval getroffen waren, is dat juist een van de redenen waarom hij ermee doorging. Er was altijd wel iets nieuws te ontdekken, een nieuw stukje van de puzzel te vinden. Trek hier aan een touwtje en daar komt plotseling het antwoord op een vraag van maanden geleden uit de lucht vallen. Misschien beweegt de camera in een net opgedoken video op precíés het juiste moment langs een oproerkraaier en heb je opeens een perfecte gezichtsopname van een gemaskerde aanvaller die op het verkeerde moment even een slokje water neemt. Misschien probeer je de zoveelste samenzweringstheorie van een of andere extreemrechtse website te ontkrachten en stuit je op een aanval op een agent van de U.S. Capitol Police – een aanval die eerder nog ongedocumenteerd was omdat de agent geen bodycamera droeg. De ene kick volgde de andere op. ‘Het gaf een gevoel van voldoening dat ik bij niets wat ik ooit eerder heb gedaan heb gevoeld,’ zegt Josh.

    ‘Het gaf een gevoel van voldoening dat ik bij niets wat ik ooit eerder heb gedaan heb gevoeld’

    Ook na ruim twee jaar uitgebreid onderzoek waren er steeds weer nieuwe identificaties. Josh richtte zich vooral op het archiveren van video’s en foto’s van 6 januari, het maken van back-ups van opensourcemateriaal dat hij online vond. Voor andere onderzoekers maakte hij dit alles toegankelijk in een permanente database. ‘Online naalden in hooibergen vinden,’ zegt hij, ‘daar ben ik echt goed in.’ 

    Maar vandaag probeerde hij iemand te identificeren. Nadat hij de foto van een relschopper door een gezichtsherkenningssite had gehaald, laveerde hij door wat hij beschrijft als ‘een lawine van piemels’, omdat hij afbeeldingen van de verdachte op verschillende expliciete websites had aangetroffen. Uiteindelijk was hij in staat om een voormalig pornoacteur in homofilms te identificeren als degene die een politieagent had aangevallen. Het was niet de eerste keer dat de speurneuzen een verdachte relschopper vonden aan de hand van diens eerdere werkzaamheden in de pornografie.

    ‘Wat ik al niet overheb voor dit land!’ grapte Josh in het bericht dat hij me stuurde nadat hij de man had ontmaskerd. ‘Het aantal lullen dat ik heb moeten bekijken in naam van het behoud van onze democratie! Daar verdien ik verdomme toch zeker wel een medaille voor?’

    Hij deelde zijn laatste vondst met de kleine groep over het land verspreide speurneuzen en onthulde de zoveelste identificatie die uiteindelijk bij de FBI terecht zou komen.

    ‘WTF krijg ik nou te zien als ik mijn computer aanzet?’ schreef de Trump stemmende speurder nadat Josh een link naar erotische foto’s in de groepchat had gedropt. ‘Dit is patriottisme, eikel,’ antwoordde Josh.

    Memes

    Sinds een menigte van Donald Trump-aanhangers, opgezweept door zijn leugens over de verkiezingen van 2020, op 6 januari het Amerikaanse Capitool bestormde, ben ik in gemeenschappen gedoken van onlinespeurneuzen die het FBI-onderzoek gaande houden. Ik leerde nog voordat ze werden gearrestereerd de namen kennen van honderden deelnemers aan de rellen, evenals de identiteit van meer dan honderd personen van wie momenteel foto’s zijn te zien op de FBI-site over het geweld in het Capitool, maar die nog steeds niet zijn aangeklaagd.

    Er was de begrafenisondernemer die agenten had besproeid met een spray tegen wespen en horzels. De verzamelaar van selfies met beroemdheden, die op de foto staat met Rihanna, Selena Gomez en Kim Kardashian. De ex-NFL-speler. De voormalig autocoureur. De neurochirurg. De stand-upcomedian genaamd Kevin Downey Jr., die tien jaar eerder had meegedaan aan America’s Got Talent. De Trump-fan die met een pistool op het Capitool had geschoten en een paar maanden later een negentienjarige doodstak in een park. Een mannelijk model. Een politieagent. Een makelaar. Er was een fan bij van antropomorfe dieren, die was gespot op de vloer van de Senaat op 6 januari. Hij werd geïdentificeerd omdat een van de speurneuzen in de wereld van de furries [mensen met een voorliefde voor dieren met menselijke eigenschappen, zoals tekenfilmdieren] was gedoken. De naam van de man en zijn pseudoniem (oftewel zijn fursona) werden ontdekt omdat hij een Thanksgivingfeest voor furries had georganiseerd in zijn ‘hol’. 

    Er was een man die eerder was gearresteerd voor het naakt bespelen van een muziekinstrument in het openbaar, en een omdat hij zonder broek door zijn buurt liep. Een man die banden onderhield met de Proud Boys [en extreemrechtse neo-fascistische organisatie die politiek geweld gebruikt en promoot en enkel mannen als leden toelaat] en die met zijn zoon in het Capitool was geweest, werd met middels DNA-onderzoek gearresteerd voor een tientallen jaren oude moord op een zeventienjarig meisje.

    Ik heb in enkele maanden van de speurneuzen leren kennen en velen van hen persoonlijk ontmoet. Ik heb met Sedition Hunters uit het hele land gesproken over hun technieken, hun motivatie en hun grootste vondsten. Sommigen ken ik bij hun echte naam, anderen alleen bij hun bijnaam of door hun onderzoeksresultaten. We bouwden een band op en spraken over de opvoeding van onze kinderen, ADHD – een diagnose die veel voorkomt bij speurneuzen, zo blijkt –, sport, series die je moet bingen en memes. Veel memes.

    Sommige speurneuzen hielden het een paar weken vol, anderen een paar maanden. Weer anderen haakten zo nu en dan aan, als hun dagelijks leven het toeliet. Sommigen dachten al over wat er gaat gebeuren na 6 januari 2026, wanneer de verjaringstermijn is verstreken; nu is er nog een reden om de namen van geïdentificeerde relschoppers achter te houden voor het publiek, aangezien het bekendmaken ervan een negatieve invloed kan hebben op de zaken die de FBI voorbereidt. Maar wat als dat niet langer een zorg is?

    Ik doe al meer dan tien jaar verslag over het ministerie van Justitie en heb al eerder met FBI-informanten gesproken. Maar niets kan tippen aan de impact die de Sedition Hunters hebben gehad. Werkend vanuit huis, op de bank, aan keukentafels, in slaapkamers, garages en – in één geval – vanuit de slaapcabine van een vrachtwagen, zet deze groep anonieme Amerikanen zich in om de FBI verder te helpen en ervoor te zorgen dat de specifieke gevallen worden geïdentificeerd.

    6 januari was een keerpunt voor de Amerikaanse democratie. Dat was het ook voor de FBI en de wetshandhaving, die ondanks alle waarschuwingssignalen die online voorbijkwamen in aanloop naar de aanval op het Capitool, niet veel anders konden doen dan toekijken.

    ‘Deze speurneuzen zijn het onderzoek,’ vertelde een wetshandhaver me. ‘Ik ben hen zo ongelooflijk dankbaar voor alles wat ze hebben gedaan. Maar wat een fiasco voor de wetshandhaving in de Verenigde Staten.’

    Op het moment dat hij iemand sms’te dat de menigte door de stellingen zou breken, was het al zover

    Meer dan twintig jaar geleden, na de aanslag van 11 september, realiseerde de FBI zich hoe verouderd hun technologie was. Ze waren ‘als verlamd’, zoals een rapport het omschreef, als ze eenvoudige zoekopdrachten wilden doen in de data die ze hadden verzameld. De directeur van de FBI omschreef het systeem als ‘omslachtig’ en ‘moeilijk’, volgens een nieuwsbericht waren de computersystemen van de FBI het ‘hightech equivalent van het Stenen Tijdperk’. Volgens een kop in The New York Times had het bureau ‘een computersysteem dat gegevens veiligstelt, maar ze amper kan terugvinden’. Het duurde tien jaar en kostte 451 miljoen dollar, maar de FBI implementeerde uiteindelijk in 2012 een nieuw computersysteem, het jaar waarin Barack Obama werd herkozen en de iPhone 5 werd uitgebracht.

    Maar ook nu nog, 22 jaar na 11 september – een tijdsbestek waarin een FBI-specialagent zich op zijn vijfendertigste had kunnen inschrijven in Quantico [het opleidingscentrum van de FBI] en het bureau had kunnen verlaten op de verplichte pensioenleeftijd van 57 – loopt het bureau technologisch gezien vaak achter de feiten aan.

    Op 6 januari kwam de waarnemend nummer twee van het ministerie van Justitie erachter dat er was ingebroken in het Capitool doordat hij dat in het kantoor van de waarnemend procureur-generaal op tv zag. Dus ging Richard Donoghue naar de overkant van de straat, naar het hoofdkantoor van de FBI, in de veronderstelling dat zij erbovenop zouden zitten. ‘Ze hadden niet veel informatie,’ zegt Donoghue. ‘Ook zij hadden schermen waarop mensen waren te zien die door het gebouw marcheerden, maar ze wisten niet precies wat er aan de hand was in het Capitool.’

    Donoghue hoorde dat de adjunct-directeur van de FBI naar het Field Office van de FBI in Washington was gegaan, en ging met hem mee. Maar op die commandopost trof hij hetzelfde aan: mensen die naar een televisiescherm keken en elkaar dingen toe riepen. Vanwege het gebrek aan informatie besloot het duo al snel om zelf naar het Capitool te gaan.

    Donell Harvin, die de leiding had over het National Capital Region Threat Intelligence Center, had op 6 januari een heel andere ervaring. Hij zag een menigte richting het Capitool trekken. Hij zag het geduw en getrek aan de ‘zwakke, haveloze’ barrière van fietsenrekken die de politie had opgeworpen. Hij zag de situatie snel verslechteren. Op het moment dat hij iemand sms’te dat de menigte door de stellingen zou breken, was het al zover. Hij zag hoe ze het gebouw binnenstormden. Wat er gebeurde ‘werd niet live door de media uitgezonden omdat ze daar niet waren’, zegt hij. 

    Zelf beschikte hij over extra informatie. ‘Ik keek niet zoals iedereen naar de televisie,’ zegt Harvin. ‘Wij hebben andere middelen om naar dergelijke dingen te kijken, bijvoorbeeld sociale media waar mensen livestreamen. Daar hebben we toegang toe. Dat heet OSINT.’

    USB-sticks

    OSINT, of open source intelligence, is een afkorting die Donna – die zichzelf omschrijft als een ‘grijsharige oma’ – moest googelen toen ze na 6 januari voor het eerst betrokken raakte bij online speurwerk. Ze bekeek de aanval op het Capitool op twee schermen: op televisie en op haar laptop, en scrolde door X, het platform voorheen bekend als Twitter. Donna was betrokken bij de eerste speurtochten en uiteindelijk kreeg ze een contactpersoon bij de FBI. Ze was verbaasd over de achterstand van de organisatie.

    ‘Ik voelde de noodzaak toen ik zag hoe langzaam het er ging en hoe vreselijk lang het duurde voordat ze even ver waren als wij op Twitter,’ zegt Donna. ‘Ze zijn gewoon traag. Doordat al die mensen op een en dezelfde dag misdrijven begingen, werd het systeem duidelijk overbelast; daar is het niet op gebouwd.’

    De FBI, zo begrepen de speurneuzen, voldeed niet aan het beeld dat Hollywood ervan schetst. ‘We hebben te veel films gezien,’ zei iemand. ‘Overschatten we allemaal de capaciteiten van de FBI doordat we zoveel televisie kijken?’ Een speurder die voor J6 nauw met het bureau samenwerkte, beschrijft het computersysteem van de FBI als ‘fokking achterlijk’. Ze zei: ‘Het is heel lastig in gebruik en je kunt er heel slecht op zoeken.’ Verschillende speurders vertellen dat ze de rapporten die ze naar de FBI stuurden op een specifieke manier moesten opmaken om er zeker van te zijn dat ze de limiet voor de bestandsgrootte van e-mails niet overschreden. Het bureau is niet happig op het gebruik van programma’s voor het delen van bestanden. Als die rapporten eenmaal bij de FBI waren binnengekomen, moesten ze nog verder worden verkleind voordat ze konden worden ingevoerd in een systeem dat slechts maximaal enkele megabytes aankon: ongeveer de grootte van een iPhone-video van acht seconden of een paar foto’s met hoge resolutie. Soms waren FBI-agenten urenlang met de auto onderweg, alleen maar om een paar USB-sticks op te halen.

    Het beleid en de verouderde technologie van de FBI maakten dat het bureau werd afgesneden van onlinegebeurtenissen

    Tot een paar jaar geleden werden e-mailadressen van de FBI weergegeven met ic.fbi.gov – ‘ic’ stond voor ‘internetcafé’ en stamde nog uit de tijd dat je moest inbellen om verbinding te krijgen. Volgens een voormalige FBI-functionaris was het binnen de FBI een enorm irritant proces om bestanden van ‘lage prioriteit’ naar ‘hoge prioriteit’ te verplaatsen en omgekeerd – er waren speciale toestemming en een USB-stick voor nodig. Nog niet zo lang geleden waren sommige nieuwswebsites en X geblokkeerd op het interne systeem van de FBI. En dan waren er nog de door de FBI uitgegeven mobiele telefoons. ‘Die waren verschrikkelijk,’ vertelt de voormalige functionaris. Het waren dezelfde telefoons die ook aan het publiek werden verkocht, maar voorzien van op de achtergrond draaiende software die ze supertraag maakte. ‘Ze werkten voor geen meter.’

    Dat het bureau extra voorzorgsmaatregelen moest nemen zodat hun netwerk niet werd geïnfiltreerd is begrijpelijk. Data van het bureau zijn een aanlokkelijk doelwit voor buitenstaanders, vooral voor tegenstanders in het buitenland. Maar het beleid en de verouderde technologie van de FBI maakten dat het bureau werd afgesneden van onlinegebeurtenissen.

    De gedachte van de FBI was dat agenten ‘zo goed zijn als hun undercoverinformanten’, zegt een wetshandhaver. Oude gewoonten zijn hardnekkig, en de FBI-cultuur hechtte meer waarde aan een goed ingevoerd undercoverpersoon van vlees en bloed dan aan opensource-informatie.

    Maar het goede van OSINT was dat de FBI niet volledig hoefden af te gaan op hun speurders. Het bureau kon informatie eenvoudig zelf controleren, of het kon zijn opsporingsbevoegdheden gebruiken om na te gaan of de door de speurders geïdentificeerde verdachten op 6 januari hun mobiele telefoon in het Capitool hadden gebruikt, een hotel hadden geboekt of een creditcard hadden gebruikt in Washington en omgeving. 

    Toch duurde het enkele maanden tot de relaties tussen de FBI en de onlinespeurders geformaliseerd waren en konden gedijen. In 2021 waren onlinespeurneuzen soms onder de indruk van het bureau en deden ze graag al het mogelijke om het onderzoek te helpen. In 2023 was die machtsdynamiek verschoven. Toen stond de FBI inmiddels diep bij hen in het krijt. Het bureau zocht vaak contact met de speurders en vroeg ze om hun werk te controleren, te helpen een zaak op te bouwen of om op zoek te gaan naar bewijs dat tijdens het eigen onderzoek van het bureau over het hoofd was gezien. Aan de andere kant voerden de speurders de druk op de FBI op, vroegen zich af waarom zaken zo lang duurden en riepen ze de FBI op om verdachten te arresteren die ze al meer dan twee jaar geleden hadden geïdentificeerd.

    Iemand postte foto’s van twee mensen van wie werd gedacht dat ze de daders waren, maar dat bleek niet te kloppen

    Toegegeven, de FBI had zijn redenen om in de nasleep van de aanval op het Capitool sceptisch te zijn over het werk van anonieme online onderzoekers. Ze waren hiermee eerder de mist in gegaan. Bij de jacht op de daders van de bomaanslag in 2013 tijdens de marathon van Boston – een aanslag waarover de FBI voor het eerst hoorde via een tweet – explodeerde Reddit: een groot aantal amateurs ging op zoek naar degenen die verantwoordelijk waren voor de aanslag. Dat pakte rampzalig uit. Iemand postte foto’s van twee mensen van wie werd gedacht dat ze de daders waren. Dat bleek niet te kloppen, maar het was al te laat; The New York Post zette hun foto’s op de voorpagina. (De krant schikte uiteindelijk een rechtszaak onder niet bekendgemaakte voorwaarden.)

    De gebeurtenissen rond de bomaanslag tijdens de Boston Marathon laten zien hoe makkelijk het verkeerd kan gaan met onlinespeurwerk. Dit veranderde ook het verloop van het FBI-onderzoek, doordat valse geruchten die online opdoken het proces van wetshandhaving beïnvloedden. Uiteindelijk werd besloten foto’s van de echte verdachten vrij te geven om de schade voor onschuldigen te beperken, en om zo een einde te maken aan het ‘freelancespeurwerk’, zoals The Washington Post het noemde.

    Toen de foto’s van de echte verdachten van de Boston Marathon-bomaanslag eenmaal waren vrijgegeven, kwam er een bruikbare tip van een familielid binnen. Uiteindelijk vond de FBI Dzjokhar Tsarnajev, een van de broers die een schietpartij met de politie overleefde en zich schuilhield in een boot op een trailer in een achtertuin in Watertown, Massachusetts. Nadat Tsarnajev was opgepakt, hielden wetshandhavers een persconferentie op de parkeerplaats van het winkelcentrum van Watertown.

    Bij die bewuste persconferentie was een K9-agent – een agent met politiehond – van het corps van Boston aanwezig. ABC News maakte beelden en een screenshot van een mooie, scherpe gezichtsopname van de K9-agent belandde op een website. Acht jaar later bestormde ook deze voormalig agent met een Boston-sportmuts op zijn hoofd het Amerikaanse Capitool, in naam van Donald Trump. In het voorjaar van 2022 zouden onlinespeurneuzen, nadat ze via gezichtsherkenning een match hadden gekregen, zijn naam naar de FBI sturen. Twaalf maanden later werd dit opgepakt. In maart 2023, tien jaar na de bomaanslag in Boston, werd deze gepensioneerde politieagent uit Boston, genaamd Joseph Fisher, gearresteerd op beschuldiging van het aanvallen van een politieagent in het Capitool met een stoel.

    Dit keer hadden de speurneuzen goed werk geleverd.

  • In de ‘sweatshops’ van Facebook beoordelen moderatoren de gruwelijkste beelden

    In de ‘sweatshops’ van Facebook beoordelen moderatoren de gruwelijkste beelden

    Wereldwijd zijn er tienduizenden contentmoderatoren voor sociale media werkzaam. Ze worden slecht betaald en door de extreme beelden die ze te zien krijgen, is het werk psychisch zwaar. Daniel Motaung is een van hen. Hij liep een posttraumatische stresstoornis op terwijl hij in Kenia werkte voor Facebook.

    ‘We zijn net mijnwerkers die zonder veiligheidsuitrusting een instortende schacht worden ingestuurd,’ zegt Mukisa Akello [de namen in dit artikel zijn aangepast]. Hij heeft een van de meest bedenkelijke banen in de technologie-industrie: contentmoderator. Wereldwijd zijn er tienduizenden contentmoderatoren werkzaam. Ze houden socialemediaplatforms vrij van geweld, haat en opruiing. Daarvoor moeten ze elke dag honderden berichten doorspitten, de ene extreme post na het andere. Ze zien executies, zelfmoorden, kindermisbruik, oorlogsmisdaden, seksueel geweld en dierenmishandeling voorbijkomen. De berichten zijn zo onmenselijk en wreed, zo moeilijk te verdragen, dat het werk zijn sporen nalaat. Het is een kantoorbaan met fysieke gevolgen.

    Daniel Motaung stapt in 2019 op het vliegtuig van Zuid-Afrika naar Kenia. Hij wil aan een nieuwe levensfase beginnen – als contentmoderator. Op papier klinkt de baan goed. Daniel denkt dat het gewoon administratief werk op de computer zal zijn, een klassieke kantoorbaan. Tijdens zijn studie heeft hij geleerd hoe hij met databases en onlinedocumenten moet werken. Eindelijk zal hij op eigen benen staan en ontsnappen aan de armoede in zijn geboortedorp. 

    Na een paar dagen training begint zijn eerste werkdag. Hij zit in Nairobi, in een kantoor met airconditioning. Wat hij nog niet weet: deze dag zal zijn leven veranderen. De video die hij ziet is binnen een oogwenk weer voorbij, maar zal hem tot in zijn diepste dromen blijven achtervolgen. Het is een video van een executie. Een man wordt voor de camera onthoofd. Het is een korte video, maar genoeg om Daniel Motaung een posttraumatische stressstoornis te bezorgen. Tot op de dag van vandaag, vijf jaar later, worstelt hij met de gevolgen. Hij wordt geplaagd door nachtmerries, flashbacks en rusteloosheid. De zes maanden die David als contentmoderator doorbracht, hebben hem gebroken. Hij woont weer in zijn dorp op het Zuid-Afrikaanse platteland, werkloos en psychisch ziek.

    In stilte

    Contentmoderatoren zoals Daniel hebben jarenlang in stilte gewerkt. Bijna niemand wist van het bestaan van dit werk af, laat staan van de precaire omstandigheden waaronder het plaatsvindt. Time Magazine noemt de Keniaanse kantoren waar de contentmoderatoren werken de Afrikaanse sweatshops van Facebook. Je vindt deze sweatshops over de hele wereld: in de Filippijnen, Venezuela, India, de Verenigde Staten en vele andere landen. Een standaardwerkdag wordt gekenmerkt door toezicht, tijdsdruk en uitbuiting. Jarenlang zijn de arbeidsomstandigheden stilgehouden, maar sinds kort komen er steeds meer contentmoderatoren in opstand tegen hun werkgevers. 

    Daniel Motaung is een van de eersten die zich, net als zijn collega’s, hard begon te maken voor fatsoenlijke arbeidsomstandigheden. Het is een strijd van David tegen Goliath: de bedrijven waar ze tegenover staan zijn haast onoverwinnelijk. Ze behoren tot de rijkste bedrijven ter wereld. Denk aan Meta, Bytedance, Google en Twitter. Iedereen kent de producten die ze leveren en de socialemediaplatforms zoals Instagram, Facebook en TikTok. Maar niemand kent de gezichten van de contentmoderatoren die de platforms op de achtergrond draaiend houden. Als ze in opstand komen, worden ze bestraft of ontslagen. Zo werd Daniel Motaung ontslagen toen hij een vakbond wilde oprichten.

    ANP 472623323
    Nathan Nkunzimana is een van de bijna tweehonderd voormalig contentmoderatoren voor Facebook die het het bedrijf en een lokale onderaannemer aanklagen in een rechtszaak in Kenia die gevolgen zou kunnen hebben voor het werk wereldwijd. – © Khalil Senosi / AP Photo

    De techbedrijven proberen het werk zo onzichtbaar mogelijk te maken. Ze besteden het uit aan derden. Daniel en zijn collega’s modereren weliswaar voor een aantal van de grootste platforms, maar officieel werken ze voor onbekende outsourcingbedrijven. Dat de banen worden uitbesteed is een van de redenen dat de sector zo ondoorzichtig is. Het is onmogelijk om bij te houden hoeveel moderatoren er wereldwijd werkzaam zijn. Techbedrijven willen niks te maken hebben met het stressvolle werk en de slechte werkomstandigheden; ze willen hun imago behouden en de reputatie van hun merk niet aantasten.

    Doordat het werk wordt uitbesteed, dragen de bedrijven geen verantwoordelijkheid meer voor de contentmoderatie. De contentmoderatoren moeten strikte geheimhoudingsovereenkomsten ondertekenen, zodat er zo weinig mogelijk naar buiten komt over deze praktijken en het precaire werk. De overeenkomsten zijn overdreven streng en verbieden zelfs dat moderatoren met hun collega’s over hun werkomstandigheden praten. Zo wordt een cultuur van angst en geheimhouding gecreëerd.

    Het belang van het werk kan niet worden onderschat: zonder moderatoren zouden er geen socialemediaplatforms zijn

    Ook in Duitsland zijn er contentmoderatoren. Op 9 maart van dit jaar sta ik in de lobby van de vakbond Verdi in Berlijn. Ik werk met mijn organisatie SUPERRR Lab al weken naar deze dag toe. Straks staan er vijftig contentmoderatoren van verschillende bedrijven in de entreehal. Ze komen in het vakbondsgebouw bijeen om ’s werelds eerste bijeenkomst van contentmoderatoren, de ‘Content Moderator Summit’, bij te wonen. Het was niet gemakkelijk om ze te vinden: de outsourcingbedrijven waarvoor ze werken gebruiken voor de functie niet het begrip contentmoderator, maar hanteren termen als ‘systeemanalist’ of ‘medewerker klantenservice’. Een woordkeuze die verhult waar het werkelijk om gaat. 

    Onze partner Foxglove, een Britse non-profitorganisatie in Londen, benaderde de moderatoren via LinkedIn. Er is veel belangstelling voor de bijeenkomst; veel van de aanwezigen willen zich met collega’s van andere bedrijven organiseren en samen strijden voor betere arbeidsomstandigheden. Terwijl ik in de lobby sta, probeer ik me voor te stellen om wat voor mensen het gaat. Hoe zien ze eruit? Waar komen ze vandaan? Wat is hun professionele achtergrond? Voordat ik me een beeld heb kunnen vormen, komen de eersten al binnen. Ze zijn tussen de vijfentwintig en veertig jaar oud, spreken Engels en lijken op mij. Velen hebben een universitair diploma, sommigen zijn aan het promoveren. Ze komen niet overeen met het beeld van een uitgebuite ‘klikwerker’. Ze zijn niet wanhopig en lusteloos, maar dapper en strijdlustig.

    De contentmoderatoren vertellen over de extreme psychologische tol die hun werk eist. Ze zien per dag tussen de tweehonderd en duizend berichten, waarvan sommige extreem gewelddadig zijn. Het werk is ingedeeld in drie shifts: sommige mensen werken overdag, sommige ’s nachts. De kantoren zijn steriel en de werkplek wordt bewaakt. Het systeem waarmee ze werken registreert elke klik, elke beweging die de cursor maakt en houdt bij hoelang de moderatoren erover doen om een bericht te beoordelen. Idealiter duurt dat slechts een paar seconden. Alleen de snelste en efficiëntste moderatoren mogen zelf kiezen welke diensten ze werken. Nacht- en weekenddiensten worden beter betaald. 

    Het vaste loon bedraagt 14,40 euro per uur, iets boven het minimumloon. Het is een mager bedrag voor een veeleisende baan die veel culturele, politieke en taalkundige kennis vereist. Het belang van het werk kan niet worden onderschat: zonder moderatoren zouden er geen socialemediaplatforms zijn. Veel van de moderatoren die ik ontmoet zijn migrant. In Duitsland wordt niet alleen de Duitstalige markt gemodereerd, ook buitenlandse markten komen aan bod, waaronder berichten in het Arabisch, Perzisch en Turks. Eén moderator vertelt me dat ze naar Duitsland is gekomen om te studeren. Dit werk begon als een parttimebaan, maar sinds ze is afgestudeerd doet ze het fulltime. Ze wil ermee stoppen, maar haar verblijfsvergunning hangt ervan af. Zulke verhalen hoor ik veel.

    De werkgever biedt geen goede, psychologische ondersteuning door externe deskundigen aan, maar iets wat ‘welzijnsbegeleiding’ wordt genoemd. De moderatoren vinden het nutteloos en zelfs bespottelijk. De sessies zijn er volgens hen alleen maar voor de vorm. De moderatoren zijn getraumatiseerd door wat ze dagelijks zien, maar krijgen van hun coaches enkel het advies om ademhalingsoefeningen te doen of een wandeling te maken. Bovendien vertrouwen de moderatoren hun coaches niet: ze zijn bang dat ze bespioneerd worden en dat vertrouwelijke informatie wordt doorgespeeld naar hun werkgever. Toegang tot deskundige psychologische begeleiding en minder tijdsdruk zijn noodzakelijke maatregelen om het werk dragelijk te maken, zo zeggen veel van de mensen die ik spreek.

    ‘Beterschap’

    Om verandering te bewerkstelligen hebben de moderatoren een manifest opgesteld met acht eisen voor betere arbeidsomstandigheden. Naast psychologische begeleiding en een gepast salaris eisen ze dat er een einde komt aan de cultuur van intimidatie en outsourcing. Techbedrijven moeten zelf verantwoordelijkheid nemen voor het werk en zorgen voor betere omstandigheden. Binnen een paar dagen ondertekenen meer dan driehonderd moderatoren in Duitsland het manifest. Half juni wordt het gepresenteerd bij een bijeenkomst van deskundigen in de digitale commissie van de Bondsdag. 

    Het is de eerste keer dat moderatoren ten overstaan van de leden van de Duitse Bondsdag over hun werkomstandigheden spreken. De anders nogal zakelijke en droge sfeer in de commissie wordt opgeschud door de emotionele betogen van de moderatoren. De hele vergaderzaal luistert geboeid naar de verhalen van de twee gespreksleiders, Daniel Motaung uit Zuid-Afrika en Cengiz Haksöz uit Duitsland. Haksöz begint zijn betoog met een citaat uit de Dreigroschenoper van Bertolt Brecht: ‘De mensen in het donker worden niet gezien.’ Hij vertelt dat zijn collega’s elkaar aan het eind van de werkdag geen ‘fijne avond’, maar ‘beterschap’ wensen. Ze hebben hun vrije avond nodig om bij te komen van de stress en spanning van het werk.

    De parlementsleden zijn erg geïnteresseerd en stellen veel vragen. Eén onderwerp komt steeds weer terug: kunstmatige intelligentie. Ze vragen of kunstmatige intelligentie in de toekomst het werk van moderatoren zal kunnen vervangen. Het is een vraag die techbedrijven graag krijgen: zo kunnen ze speculeren over de toekomst, in plaats van zich te bekommeren om de omstandigheden waaronder tienduizenden mensen nu werken. 

    Vooralsnog is kunstmatige intelligentie nog lang niet ontwikkeld genoeg om de complexe taak van een contentmoderator over te nemen. Het is ingewikkeld werk: de beoordeling van veel van de berichten moet genuanceerd gebeuren. Denk bijvoorbeeld aan satire of aan politiek commentaar. Geautomatiseerde systemen staan erom bekend dat ze videocontent en andere talen dan Engels slecht kunnen beoordelen. Ze zijn dus nog niet geschikt als alternatief voor menselijke moderatoren. Haksöz zegt dat de focus moet liggen op de ondersteuning van mensen nu, in plaats op van speculatie over hun toekomstige vervanging. Aan het einde van de vergadering verzekert Tabea Rößner, de voorzitter van de commissie, dat ze aan de slag gaan om de omstandigheden te verbeteren.

    Als ze zich publiekelijk uitspreken over hun arbeidsomstandigheden, zetten ze hun baan op het spel

    Haksöz ondervindt onmiddellijk gevolgen van zijn dappere optreden. Slechts een paar dagen na de hoorzitting wordt hij ontslagen door zijn werkgever. Hij mag het bedrijfsgebouw niet meer in. Zo wordt de angstcultuur weer eens bevestigd. Met het ontslag geeft de bedrijfsleiding een duidelijk signaal af aan de werknemers: als ze zich publiekelijk uitspreken over hun arbeidsomstandigheden, zetten ze hun baan op het spel. De werkgever van Haksöz zegt dat hij zijn ‘arbeidsvoorwaarden’ heeft geschonden met zijn uitspraken in de Bondsdag en de media. Maar als burger in een democratie heeft Haksöz het goed recht om over zijn ervaringen te vertellen. 

    Nu moet hij zijn zaak voor de arbeidsrechter brengen om zijn taken als commissielid voor de komende verkiezingen voor de ondernemingsraad weer te kunnen hervatten. Vakbond Verdi stelt het optreden van de werkgever gelijk aan union busting: daarvan is sprake wanneer werkgevers voorkomen of bemoeilijken dat hun werknemers actief zijn in de vakbond. Haksöz bereidt zich voor op de verkiezingen. Ondertussen zegt zijn werkgever bij de arbeidsrechtbank af te zullen dwingen dat hij ontslagen wordt. Samengevat: er worden nog meer intimidatietechnieken ingezet om de vakbondsactiviteiten van de moderatoren te verhinderen.

    Een functionerende ondernemingsraad is een eerste, kleine stap in de richting van betere werkomstandigheden. Maar er moet nog veel meer veranderen om de arbeidsomstandigheden wereldwijd te verbeteren. Zo moet er striktere regelgeving komen voor techbedrijven. Zij zijn verantwoordelijk voor de uitbuiting en dus ook voor de schade. Begin juni deed een arbeidsrechtbank in Nairobi een voorlopige uitspraak waarin precies dat werd vastgelegd. Volgens de rechtbank is Meta de belangrijkste werkgever van de contentmoderatoren van Facebook in Kenia. Als je resultaten wil boeken, is het belangrijk om het probleem vanuit verschillende oogpunten te bekijken. Wat kan er gedaan worden op nationaal, Europees en mondiaal niveau? In Duitsland is in januari de Lieferkettensorgfaltspflichtengesetz van kracht geworden. Deze wet stelt bedrijven die producten leveren verantwoordelijk voor het naleven van mensenrechten in hun wereldwijde toeleveringsketens. Met een vergelijkbare regeling voor digitale diensten zoals contentmoderatie zou het mogelijk worden om het probleem van uitbuiting bij de wortel aan te pakken.

    Tot dat moment zullen moderatoren elke dag blijven afdalen in de mijnschacht van de sociale media om onze gezondheid en democratie te beschermen. Maar ze doen het niet langer in het donker. Ze worden steeds vaker gezien. 

    Lees ook:

  • ‘Oeps, ik heb mijn leven gedeletet’

    ‘Oeps, ik heb mijn leven gedeletet’

    Door ons vele gebruik van het internet, websites en apps speelt een deel van ons leven zich online af. Deze data is zelfs een afspiegeling van onze identiteit, ondervond Thomas Chatterton Williams. ‘Paniek bekroop me toen ik me realiseerde dat ik mijn hele inbox had gewist.’

    Een paar maanden geleden begonnen onheilspellende waarschuwingen mijn inbox binnen te stromen, maar toen negeerde ik ze nog. Vroeger waren Gmail-berichten altijd in zekere zin humoristisch of speels, maar deze e-mails waren dat totaal niet. Wel kort, en enigszins dreigend, alsof ze de alomtegenwoordige domper van financiële ineenstorting en bezuiniging probeerden te vatten. Het onderwerp: ‘Uw Gmail is bijna leeg.’ De inhoud, in mijn woorden: wij persen u af – betaal tot in de eeuwigheid voor een abonnement, want alleen dan zullen we u de toegang tot uw eigen leven en herinneringen blijven geven die we u ooit gratis en voor niets beloofden.

    De boodschap had niet zo veel weerstand bij me opgeroepen, als ik niet tegelijkertijd vanuit alle andere hoeken van mijn digitale leven precies hetzelfde te horen had gekregen. Als Apple bijvoorbeeld niet mijn zakken al had leeggeroofd om mijn immer groeiende fotoarchief te onderhouden en de ‘zorg’ voor mijn steeds duurder wordende verzameling Appleproducten te verzekeren en te financieren. Als Microsoft me niet had gedwongen een abonnement te nemen om van zijn tekstverwerkingssoftware gebruik te kunnen maken. Als zovelen van mijn getalenteerde, ondernemende vrienden en kennissen niet afhankelijk waren geweest van donaties via Substack en Patreon. Als ik mijn muziek niet had hoeven huren van Spotify in plaats van een eigen platencollectie te gebruiken. Als ik Amazon niet had hoeven betalen om mijn pakketjes met de post te ontvangen en om professioneel tennis te kijken. Als ik niet verplicht was geweest om Netflix-, Canal+- en AppleTV-accounts aan te maken zodat mijn kinderen zich in het vliegtuig koest hielden. Als Elon Musk niet had gedreigd mijn tweets onzichtbaar te maken als ik hem niet maandelijks acht dollar zou betalen. Tegen de tijd dat ik onmogelijk nog die verdomde Gmail-verzoeken kon negeren, had ik het toppunt van microbetaling al bereikt: ik verdronk in de abonnementen.

    Paniek bekroop me toen ik besefte dat ik mijn hele inbox had gewist

    Dus besloot ik dat ik duizenden onnodige berichten zou gaan verwijderen. Een eenvoudig klusje, zo dacht ik. Op een ochtend schonk ik mezelf een kop koffie in, koos een geschikte podcast uit en ik begon. Eerst leegde ik de map met concepten, daarna die met de reclame, en vervolgens de map ‘sociaal’. Zoveel berichten verwerken kost tijd. Eenmaal bij mijn inbox aangekomen, bleef ik maar klikken, op zoek naar categorieën die ik in hun geheel naar de prullenmand kon verplaatsen. Toen ging de telefoon, en ik verloor mijn concentratie. Ik weet niet wat er precies gebeurde, maar toen ik ophing, zag ik dat ik meer dan 13 van de 15 beschikbare gigabytes aan opslagruimte had vrijgemaakt. Paniek bekroop me toen ik besefte dat ik mijn hele inbox had gewist.

    Internetcafé

    Drie maanden na mijn afstuderen verhuisde ik van mijn ouderlijk huis in New Jersey naar de regenachtige postindustriële stad Lille, dertig minuten van de Belgische grens vandaan. Dat was in september 2003. Inmiddels kost het me moeite om mentaal en emotioneel terug te gaan naar die periode van de technologische ontwikkeling. Ook al is het zo kort geleden, mijn belevingswereld was toen compleet anders. In die tijd had ik een flip phone, een zogenaamde Motorola Razr, en een laptop van Compaq. Ik haalde als student altijd veel plezier – en, vooral in de vorm van gratis muziekdownloads, ook winst – uit een snelle ethernetverbinding. Maar het kwam niet eens in me op om in mijn minuscule appartement een wifinetwerk te installeren. Een of twee keer per week ging ik naar het internetcafé om de hoek om mijn e-mails te lezen en beantwoorden.

    Ik was aanvankelijk naar Frankrijk verhuisd om dichter bij een zeker meisje te zijn, maar zij had het in de zomer uitgemaakt, waardoor ik door schade en schande ondervond hoe het was om echt eenzaam te zijn. De eerste maanden bracht ik ofwel door in mijn kleine onderkomen, waar ik onder het genot van percolatorkoffie luisterde naar de MP3’s die ik had gedownload, ofwel in cafés, waar ik mijn belachelijk bescheiden inkomen in één keer uitgaf en een warm gevoel kreeg terwijl ik de regen langs de ramen zag stromen. Dat waren, zoals Junot Díaz ze noemt, mijn ‘ontdekkingsjaren’. Ik zwierf door de stad, high van het leven en altijd in de ban van allerlei dagdromen. Tussen de momenten van stierlijke verveling werd ik verheven door openbaringen, waarvan ik inmiddels weet dat ze de ware rijkdom van jonge en onervaren mensen zijn. Ik schreef alles op wat ik dacht en voelde, en deelde dat in de vorm van lange en gedetailleerde e-mails met mijn beste studievriend, die naar Rusland was verhuisd, en met mijn moeder. Zij stuurden mij op hun beurt prachtige, uitgebreide antwoorden.

    E-mail gold niet meer als mijn enige of zelfs voornaamste belangrijkste contactmiddel, en lange brieven aan mijn naasten werden sporadischer

    Veel van die uitwisselingen hadden dezelfde sentimentele lading als papieren brieven, en de hoge mate waarin ze bevlogen observaties en intense verlangens uitdrukten heb ik zelfs in mijn gepubliceerde werk zelden kunnen evenaren. Toch stonden ze, gevaarlijk genoeg, opgeslagen op de servers van Yahoo en Hotmail. Tegen de tijd dat ik het jaar daarop naar Manhattan verhuisde om langzaam uit te zoeken wat ik nu zou gaan doen, was Gmail de nieuwe grote speler. Snel genoeg belandden al die smartelijke, extatische verhalen en empathische reacties op hetzelfde digitale kerkhof waar vervallen Napsterbestanden en complete iPhotoarchieven staan die niet meer functioneren op de geüpgradede besturingssystemen. Ik rouwde om hun verlies, maar geloofde, jong en onwetend als ik was, dat mijn belangrijkste herinneringen en gesprekken nog altijd binnen handbereik zouden liggen. In elk geval was ik in 2004 nog niet bezig met wat ik verloren had, toen mijn collega Daria me zegende met een felbegeerde Gmail-uitnodiging. ‘Hoe voelt het om nu een G te zijn?’ schreef ze.

    Vanaf dat moment werd Gmail mijn belangrijkste communicatiemiddel. Wat de makers van Gmail mogelijk hadden gemaakt, voelde als buitengewoon altruïsme – een sterk verbeterde gebruikerservaring die dan wel beperkt werd door de opslaglimiet, maar die – net als de horizon – op wonderlijke wijze leek te verdwijnen naarmate je deze naderde. Ik bleef lange, digitale brieven schrijven en ontvangen, maar de uitwisselingen verliepen in steeds hoger tempo. De berichten werden korter, vluchtiger en veel talrijker. Gmail zelf werd een bestemming, en de chatfunctie bleef de hele werkdag openstaan op mijn bureaublad. Mijn vrienden en ik begonnen onze eerste chatgroepen, waarvan sommige nu nog steeds bestaan. Al snel begonnen we daarnaast sms’jes te typen op onze mobiele telefoons en berichtjes te schrijven op elkaars Myspace- en Facebookpagina’s.

    Sneeuwvlokje

    Tegen 2007, toen de iPhone op de markt kwam, waren internet en constante bereikbaarheid de norm, waardoor mijn vroegere relatie met technologie en het tempo waarin ik daarvoor had gecorrespondeerd haast onherkenbaar waren geworden. E-mail gold niet meer als mijn enige of zelfs belangrijkste contactmiddel, en lange brieven aan mijn naasten werden sporadischer. Maar nog steeds schreef ik, met veel aandacht en zorg, diepgaande stukken over conflicten, misverstanden en romantische overpeinzingen. Mijn Gmail-inbox bevatte het merendeel van mijn meest oprechte reflecties en uitlatingen.

    Toen ik begon te schrijven voor mijn levensonderhoud in plaats van voor mijn plezier, nam mijn Gmail-account (samen met de notitie-app) ook het stokje over van de papieren kladboekjes die ik altijd had volgeschreven met inzichten, berichten aan mezelf en ideeën voor de toekomst. Ik bewaarde mijn manuscripten en lopende projecten door mezelf Word-documenten te sturen. Mijn Gmail-inbox veranderde in een archief waarin niet alleen mijn persoonlijke beproevingen stonden opgeslagen, maar ook mijn professionele inspanningen en prestaties. Elke romantische relatie die ik als volwassene heb gehad, is begonnen en beëindigd – en bovendien beschreven en geanalyseerd – met een gekmakende reeks Gmail-berichten. Daartoe behoorde het jubelende verslag van mijn verliefdheid en van het huwelijk dat eruit voortkwam. Daartoe behoorden hartverscheurende ruzies en moeizame verzoeningen. Het verhaal van mijn vrijgezellenfeest, zowel mijn versie als die van mijn bruidsjonkers. De vreugde over de geboorte van mijn kinderen, inclusief foto’s. Dat alles stond zij aan zij met reisgegevens, ontvangstbewijzen, spam, zinloos geklets en vele duizenden overbodige meldingen van Twitter en Facebook. Mijn inbox was zo uniek als een sneeuwvlokje, ongeveer twee decennia in de maak en goed voor 90.000 berichten. En nu is hij weg.

    Mijn Gmail-inbox veranderde in een archief waarin niet alleen mijn persoonlijke beproevingen stonden opgeslagen, maar ook mijn professionele inspanningen en prestaties

    Die ochtend tolde mijn geest terwijl ik tevergeefs probeerde om de observaties en emoties die in de Google-servers waren vastgelegd maar nu de ether in waren verdwenen, terug te halen. Een plots rouwgevoel maakte zich van me meester, waar ik nog steeds niet overheen ben. Maar tot mijn verrassing voelde ik daarnaast nog iets anders: een verwarrend gevoel van opluchting en zelfs lichtheid. Ik zou al die e-mails nooit vrijwillig hebben gewist, maar ik kan toch ook niet helemaal ontkennen dat er een bepaalde catharsis schuilt in het afwerpen van duizenden opeengestapelde teleurstellingen en verwijten, van hartstochtelijke en zinloze ruzies en drama’s, zelfs van al die inzichten en opwellingen – van elke ingewikkelde maar vergankelijke laag van eerdere versies van mezelf. Ik begon te accepteren dat ik, als ze echt de moeite waard waren, via mijn verbeelding toegang moest krijgen tot mijn eerdere mentale toestanden. Mocht dat onmogelijk blijken, dan was het verlies te overzien. Ik deed mijn laptop dicht, wandelde naar buiten, in dat kleine stukje Frankrijk waar ik door de keuzes van al mijn vroegere zelven was beland, en werd overspoeld door een gevoel van hoop.

    Lees ook:

  • Russische hackers vallen Litouwen aan vanwege sancties tegen Kaliningrad

    Russische hackers vallen Litouwen aan vanwege sancties tegen Kaliningrad

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Zuid-Afrika: mysterieuze dood van 21 jongeren in bar blijft onopgehelderd

    » VS: rechter blokkeert antiabortuswetgeving in Louisiana en Utah

    EU-sancties Rusland leiden tot DDoS-aanvallen op Litouwen

    De Russische hackersgroep ≈ heeft maandag een dagenlange DDoS-aanval (Distributed Denial of Service-aanval) op de Litouwse overheidsdiensten opgeëist, meldt Politico. De aan het Kremlin gelinkte hackersgroep beweerde dat de aanslag een directe reactie was op de door Vilnius opgelegde goederenblokkade naar het Russische Kaliningrad.

    In een videoboodschap die online circuleert, eiste de pro-Russische hacktivistengroep dat Litouwen de doorvoer van goederen naar Kaliningrad zou toestaan, anders zouden de aanvallen doorgaan.

    De EU-landen legden Rusland eerder een vierde pakket sancties op voor de invasie in Oekraïne, waardoor de transportlijnen van en naar Kaliningrad – Russisch grondgebied dat ligt ingeklemd tussen Litouwen en Polen – werden getroffen. De verstoorde transportlijnen hebben de spanningen tussen de EU en Rusland aangewakkerd, meldde Politico vorige week in een ander artikel.

    Lees ook:

  • Wetenschappers zetten grote stap richting revolutionair ‘kwantuminternet’

    Wetenschappers zetten grote stap richting revolutionair ‘kwantuminternet’

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Boerkini wordt opnieuw verboden in zwembaden Grenoble

    » VS: Oklahoma voert wet in die abortus vanaf bevruchting verbiedt

    Doorbraak in teleportatie van kwantuminformatie

    Wetenschappers hebben een grote stap gezet in de richting van de totstandbrenging van het kwantuminternet, zo blijkt uit onderzoek dat The Independent aanhaalt. Kwantumtechnologie zou het mogelijk maken informatie in een oogwenk te ‘transporteren’. Dit zou bijdragen tot de beloofde revolutie op het gebied van kwantumcomputers en een radicale verandering teweegbrengen in de wijze waarop netwerken functioneren.

    Om zo ver te komen, moeten wetenschappers eerst de basistechnologie begrijpen, zodat deze in complexere netwerken kan worden gebruikt. Twee onderzoekers zeggen nu dat ze iets van dat fundamentele werk hebben gedaan, blijkt uit een nieuwe studie die woensdag is gepubliceerd in tijdschrift Nature. In hun studie beschrijven Oliver Slattery en Yong-su Kim dat het ze gelukt is om kwantuminformatie te teleporteren tussen twee knooppunten van een netwerk die niet met elkaar verbonden zijn. De onderzoekers hebben hiermee een belangrijke stap gezet in de richting van een ultraveiling kwantuminternet. Verwacht wordt dat dit echter pas over tien jaar beschikbaar zal zijn.

    Lees ook:

  • Een kijk in de chats van internetcriminelen

    Een kijk in de chats van internetcriminelen

    Met valse advertenties en neppe websites sluizen internetfraudeurs geld weg. Alles verloopt snel en anoniem waardoor het lastig is de criminelen te achterhalen. Wel kunnen we op Crimenetwork gesprekken van de oplichters lezen.

    Misschien kunnen we nog iets vinden op eBay. Zo vlak voor Kerst is dit platform de laatste grote hoop voor veel mensen die nog een cadeautje zoeken. Sommigen willen niet meer veel geld uitgeven, anderen hebben het gewoon niet. En bij eBay of in off-the-beaten-track onlineshops is het vaak ietsje goedkoper. 

    Maar deze koopjesjacht kent risico’s. Want terwijl de argeloze koopjeszoekers de aanbiedingen langslopen hebben internetfraudeurs allang hun val gezet. En dat gaat zoals hier tussen twee gebruikers met als pseudoniem lockdownlothar en 3komma3:

    lockdownlothar guess you’re sway, right? 3komma3 hoi ja lockdownlothar wat kan ik voor je doen? 3komma3 wil graag op proef tien advertenties kopen voor klaz. (‘Klaz’ staat voor eBay, de advertenties horen bij de oplichterstruc.) lockdownlothar kunnen we doen lockdownlothar prijssegment en andere item verzoeken? 3komma3 beste niche 3komma3 prijs vanaf 500.  

    Crimenetwork, een marktplaats voor criminelen, waar vrijwel alles te krijgen valt waar de legale markt niet in voorziet

    Bovenstaande boodschap komt uit een echte chat tussen twee vermoedelijke cybercriminelen. Een van hen is 3komma3 – of ook wel sway. Beide pseudoniemen gebruikt hij op Jabber, een instant messaging-service vergelijkbaar met het vroegere msn. Het forum waar ze elkaar hebben ontmoet is Crimenetwork, een marktplaats voor criminelen, waar vrijwel alles te krijgen valt waar de legale markt niet in voorziet: nep-onlineshops met fakeproducten, gejatte identiteiten, gekaapte bankrekeningen. Wie zoekt, die vindt.

    Advertenties met koopjes

    Op internetfora vinden deze vermoedelijke fraudeurs alles wat ze voor hun oplichterij nodig hebben. De nietsvermoedende shopper ziet alleen advertenties met koopjes en kan de verleiding niet weerstaan. Hij klikt, betaalt – en staat met lege handen. De bestelling komt nooit aan, het geld verdwijnt naar een door de oplichters gekaapte rekening en is weg. De daders hebben daarvoor alleen een computer nodig en een flinke portie criminele energie. Elk jaar maken ze zo miljoenen euro buit.

    In 2020 wilde de recherche het criminele forum een harde slag toebrengen. Veertienhonderd agenten doorzochten een flink aantal gebouwen. Lamgelegd hebben ze het netwerk duidelijk niet. Want enkele chatberichten schreven lockdownlothar en 3komma3 pas begin dit jaar.

    De mensen achter zulke pseudoniemen opereren niet in een bende, het zijn lone wolves

    Uit de gesprekken blijkt dat mensen achter zulke pseudoniemen niet in een bende opereren, het zijn lone wolves. Ze frauderen allemaal op eigen houtje. Maar ze onderhouden wel contact met elkaar, ze bieden elkaar diensten aan, sommigen worden ook echte maatjes. De Süddeutsche Zeitung kon ruim 20.000 chats inzien en de echtheid ervan steekproefsgewijs controleren via enige eruit voortvloeiende bitcoin-transacties. Zo kom je heel dicht bij de vermoedelijke fraudeurs – tot bij hun onderlinge chatverkeer. sway schreef tussen eind januari en begin april 7300 berichten, meer dan enig andere persoon in het chat-bestand. Wat drijft iemand die thuis waarschijnlijk honderdduizenden euro’s verdient met oplichting vanaf zijn computer?

    Werktijden

    Zijn normale ‘werktijd’ ligt klaarblijkelijk tussen elf uur ’s ochtends en 10 uur ’s avonds, de meeste berichten heeft hij binnen dit tijdsbestek geschreven. Waarom er juist van sway zoveel chats in het bestand zitten, is vooralsnog niet duidelijk. Mogelijk is hij zeer actief is in de scene en beschikt hij over een groot netwerk. Maar het is ook mogelijk dat iemand hem een loer heeft willen draaien.

    Zijn job in de scene is die van shop filler, schrijft sway aan een van zijn chatpartners. Dat kan weinig anders betekenen dan dat hij nepwinkels opzet en zijn bankrekeningen spekt met geld van mensen die daar intrappen. Uit de chats blijkt verder dat hij mensen ook oplicht met nepadvertenties op eBay.

    Elke dag chat sway met dienstverleners die hem veel werk uit handen nemen – en daarbij fors meeverdienen. In de chats informeert sway naar hun diensten, pingelt af van hun prijs, bekritiseert slechte waar. Hij koopt diensten in, vermoedelijk om zelf te kunnen frauderen. Dit systeem staat bekend als crime as a service. Met 30 pseudoniemen had sway in de genoemde drie maanden contact. Voor sommigen lijkt hij een vaste klant, anderen zijn waarschijnlijk vooral vriendjes.

    Dit soort nepadvertenties verschijnt ook bij Amazon of andere online marktplaatsen

    Dagelijks besteedt sway een deel van de dag aan het lokken van potentiële slachtoffers met fakeadvertenties op eBay. Daarvoor kopiëren oplichters meestal bestande bonafide advertenties en proberen zij die op het platform te plaatsen. Dit soort nepadvertenties verschijnt ook bij Amazon of andere online marktplaatsen. sway laat zulke advertenties – in de chats noemt hij ze ‘insis’ – door anderen in elkaar zetten. Zoals door raes:

    3komma3 hoi 3komma3 wil graag paar insis kopen 3komma3 10x op proef raes nicheproducten? 3komma3 joe raes er zijn 80, in de aanbieding

    Aan het eind van het gesprek koopt sway voor 150 euro advertenties. Daarmee creëert hij voor zichzelf de mogelijkheid om in het tijdsbestek van een maand zo’n 35 miljoen gebruikers op eBay te bestelen.

    Technische voorzorgsmaatregelen

    En eBay? Het bedrijf is op de hoogte van het probleem en treft naar eigen zeggen technische voorzorgsmaatregelen, neemt goed nota van klachten van gebruikers en waarschuwt voor opvallende zaken. Een woordvoerder zegt dat klanten beter niet vooruit kunnen betalen en dat het platform er alles doet om de veiligheid te garanderen. 

    sway heeft op dat moment twintig nieuwe advertenties. Het geld dat daarmee gemoeid is stuurt hij naar raes, natuurlijk niet via een bankoverschrijving, maar via bitcoin wallet. Dat is de digitale portemonnee waarmee je cryptovaluta zoals bitcoins kunt verzenden en ontvangen. Elke transactie die ooit met bitcoin is gedaan, wordt vastgelegd in de blockchain en kan met behulp van eenvoudige online tools door iedereen publiekelijk worden ingezien. En inderdaad, enkele uren na sways bericht legt de blockchain een transactie vast van omgerekend ongeveer 150 euro.

    serkan36: broer, ik moet gewoon junky stuff hebben voor te adverteren

    Vooral nicheproducten zijn gewild. Experts zeggen dat mensen met name in de val lopen als een product moeilijk verkrijgbaar is en kopers bereid zijn vooraf te betalen. Dan kan het net zo goed om de nieuwe Playstation als om een zak openhaardhout gaan. De vermoedelijke dienstverlener in de misdaad heeft als insider tip roeimachines aanbevolen, die gaan momenteel ‘als broodjes over de toonbank’. Geen wonder, in tijden van pandemie willen mensen immers thuis kunnen sporten. Het vraagstuk van producten die bijzonder ‘goed lopen’ houdt sway sowieso regelmatig bezig. Vaak gaat dat in een heel eigen vaktaaltje:

    serkan36 broer serkan36 ik moet gewoon junky stuff hebben voor te adverteren 3komma3 wat is junky stuff serkan36 so dj shit un gitaren serkan36 dan gaan de mensen los 3komma3 oke bro 3komma3 vet veel adverteren 3komma3 aanval ok serkan36 ja maar ik moet ook gewoon advertenties hebben die knallen serkan36 un geen inbouwkeukens un grasmaaimachines serkan36 doe mij platenspelers un so djay shitzooi.

    In de chats gaat het verder over halters, paardenzadels, kettingzagen of elektrische scooters. De vermeende gangsters scannen voortdurend de markt – en zetten daarop hun val. Zeker de maand december betekent voor internetfraudeurs hoogconjunctuur: ‘Hoe vaker mensen online shoppen, hoe vaker ze in de val van de nepshop trappen,’ waarschuwt Iwona Husemann van de consumentenbond Noordrijn-Westfalen. Door de 2g-regel in de detailhandel zullen dit jaar waarschijnlijk heel veel mensen kiezen voor onlineshopping, denkt ze. Daarbij komen nog de leveringsproblemen bij speelgoed en elektronica – reden temeer om elders op zoek te gaan naar aanbiedingen.

    Nepshopproject

    Behalve met nepadvertenties op eBay probeert sway consumenten klaarblijkelijk ook om de tuin te leiden met nepshops. In plaats van hier en daar een losse nepadvertentie zet sway daartoe meteen een complete website op. Die moet alles weghebben van een bonafide onlineshop met een groot aanbod. Alles op zo’n site is fake. Voor zijn meest recente nepshopproject geeft sway opdracht aan weer een andere chatpartner, die zichzelf op Crimenetwork simonerus noemt. Zijn taak: de inhoud kopiëren van de sites van solide online-postorderbedrijven en deze nabouwen voor de nepwinkels. De twee werken al een paar dagen samen. Ondertussen raken ze aan de praat, over bitcoins en het geld dat ze met onlinefraude binnenhalen:

    sway te veel geld uitgegeven laatste tijd simonerus haha. wat heb je nog zo opgescharreld sway poeh paar auto’s simonerus hoe maak je zo veel geld zonder wat te doen sway nou ik leef van het maanden geleden verdiende nog haha simonerus wat was dat dan 20 30k sway nene. was wel goed simonerus ik heb 700 gemaakt ongeveer. vorig jaar sway dan heb je echt grote uitgaven simonerus dit jaar wil ik 1mio halen. hoe dan ook simonerus dan eventjes rustig aan

    Even later schrijft sway dat hij in het afgelopen jaar tussen de 100.000 en 200.000 euro heeft verdiend. Of dat klopt kan de Süddeutsche Zeitung niet controleren. Maar de bedragen die hij blijkens de bitcoin-transacties overmaakt doen vermoeden dat er in zijn zaakjes wel degelijk veel geld omgaat.

    Volgens de recherche zijn maar weinig onlinefraudeurs professioneel programmeur laat staan hacker

    Volgens de recherche zijn maar weinig onlinefraudeurs professioneel programmeur laat staan hacker. Waarom ook al die moeite? Gedetailleerde instructies voor onlinefraude staan op fora als Crimenetwork. Daar worden zakelijke en persoonlijke dingen besproken. Iemand schrijft dat hij als kind Pokemon-kaarten heeft gestolen, een ander werkt niet als zijn vriendin over de vloer is. En soms krijgen ze wroeging, iemand schrijft: ‘Jezelf op de borst slaan kun je niet, om eerlijk te zijn. Zeker ook omdat je altijd bang moet zijn dat je ’s ochtends hardhandig wordt gewekt.’ Hij bedoelt: door de politie.

    Sway alias 3komma3 wacht kennelijk een volgende stap. Als een slachtoffer toehapt op een van zijn eBay-advertenties of nepshops, heeft hij immers een factuur nodig zodat de handel er zo echt mogelijk uitziet. Voor dienstverlener bigfootcnw een fluitje van een cent:

    3komma3 hoi 3komma3 kun je me snel un rekening voor un koffiemachine knutselen bigfootcnw hi bigfootcnw ben jij sway ? 3komma3 yep 3komma3 die machine is et 3komma3 lukt et vllt in 5 min bigfootcnw Ik ben al bijna klaar

    Identiteitskaarten en pakketzegels

    Zo vervalsen mogelijke cybercriminelen als sway waarschijnlijk ook foto’s van identiteitskaarten en pakketzegels. Sway koopt zo’n zegel bijvoorbeeld bij Whit3cnw. Hij schrijft: ‘Heb un 100% tid-graad nodig gaat dat snel.’ tid, weer zo’n afkorting. Zij staat voor Transaction id, het trackingnummer waarmee de verzendstatus van pakketten gevolgd kan worden. Het is gekocht met een valse identiteit. Waarschijnlijk zal sway zijn denkbeeldige pakket nooit verzenden, maar met een echt trackingnummer kan hij zijn slachtoffers langer aan het lijntje houden.

    Om met zijn slachtoffers af te kunnen rekenen mist sway nu nog een bankrekening. Zijn eigen rekeningnummer kan hij immers niet gebruiken. Op Crimenetwork koopt hij daarom waarschijnlijk een zogeheten bankdrop, een eerder door een oplichter gekaapte rekening. In de chats komen heel vaak gekaapte rekeningen van online banken zoals n26, Fidor of de Postbank terug. Veel minder vaak, maar daarom des te gewilder en duurder, lijkt er sprake te zijn rekeningen van de Sparkasse en de Consorsbank.

    Een gejatte bankrekening is een belangrijk onderdeel van deze zwendel

    Een gejatte bankrekening is een belangrijk onderdeel van deze zwendel. Ze bestaan dankzij de naïviteit van het publiek. Mensen surfen op internet en zien daar een goed gecamoufleerde advertentie van oplichters: ‘Testpersonen gezocht voor opening van een bankrekening.’ Nietsvermoedend klikken zij erop en openen zo een rekening bij een bank. In ruil daarvoor krijgen ze van de oplichters wat geld – een kleine tegemoetkoming voor de moeite. Vervolgens vragen de oplichters de mensen om hun toegangsgegevens. Zij zullen het rekeningnummer dan weer afsluiten. Maar dat is, net als het hele testgebeuren, een leugen. Zodra de mensen hun gegevens hebben doorgegeven kunnen de oplichters het legaal geopende bankrekeningnummer gebruiken alsof het van hen is. Als de koper bij eBay vervolgens geld overmaakt, belandt dit op de gekaapte rekening en vloeit het van daaruit weer weg. Zonder ook maar een spoor achter te laten naar de dader. In plaats daarvan komt de argeloze testpersoon in beeld. 

    Als de politie met de slachtoffers contact opneemt, is het vaak al te laat en zijn de daders gevlogen. Desgevraagd zeiden alle banken dat ze zich bewust waren van het probleem en dat dit als gevolg van de pandemie ook groter was geworden. Ze gingen er actief mee aan de slag, met technische oplossingen en via voorlichting. Maar zolang mensen nietsvermoedend in de trucjes van oplichters trappen valt het frauduleus openen van bankrekeningen niet volledig te voorkomen. Daarover is iedereen het eens.

    Omdat alles anoniem en snel verloopt, is het voor de recherche lastig de oplichters te achterhalen

    Als de politie bij de slachtoffers voor de deur staat is het meestal te laat. Omdat alles anoniem en snel verloopt, is het voor de recherche lastig de oplichters te achterhalen. Voor consumenten is dat geen goed nieuws. Ze zijn min of meer machteloos en kunnen op een dag een waarschijnlijke oplichter zoals sway tegen het lijf lopen. In een van de chats duikt zijn telefoonnummer op. Als Süddeutsche Zeitung hem belt, neemt hij niet op. Hij antwoordt via Telegram Messenger. Op onze aantijgingen wil hij in eerste instantie niet reageren, hij schrijft dat het ‘waarschijnlijk om een misverstand’ gaat. Als we doorvragen stuurt hij links naar het socialemediaprofiel van de drie betrokken SZ-redacteuren, zegt dat hij daar wel iets mee kan en dat ze maar eens goed moeten nadenken of ze hun verhaal wel willen publiceren. Vooralsnog is het zijn laatste bericht.

  • Hoe de rijken der aarde hun digitale sporen uitwissen

    Hoe de rijken der aarde hun digitale sporen uitwissen

    Particulieren die intieme filmpjes van pornosites willen verwijderen, of zakenmensen en politici die online kritiek onschadelijk willen maken kunnen voor een flinke som geld hun reputatie witwassen. Bedrijven als Eliminalia zetten dubieuze copyrightclaims en loze juridische aanmaningen in om artikelen van het internet te laten halen.

    Qurium, een organisatie die hostingdiensten levert voor mensenrechtenorganisaties en onafhankelijke nieuwsmedia, kreeg in februari 2021 een lange e-mail van iemand wiens ondertekening de indruk wekte dat hij voor de juridische afdeling van de Europese Commissie werkte. In een mail vol juridisch jargon eiste deze ‘Raúl Soto’ dat er actie werd ondernomen tegen teksten op de door Qurium gehoste website The Elephant, een Keniaans platform voor onderzoeksjournalistiek. Het betreffende artikel ging over een onderzoek naar vermeende corruptie, maar dat was niet waar de mail van Soto over ging. Hij beweerde alleen dat het stuk inbreuk maakte op de Algemene Verordening Gegevensbescherming van 
    de EU (AVG), waarin geregeld is welke persoonsgegevens een website mag verzamelen en opslaan.

    De medewerkers van Qurium vertrouwden het niet. Ze kwamen er al snel achter dat het postadres in de ondertekening niet het adres van de Europese Commissie was, maar van een commercieel kantoorpand in Brussel. In een openbare database zagen ze dat er rond dezelfde tijd bij verschillende zoekmachines een verzoek was ingediend om een artikel op The Elephant wegens plagiaat te verwijderen en uit de zoekindex te halen, zodat het niet meer op de eerste pagina’s van de zoektreffers zou voorkomen.

    Het domein van waaraf Soto’s e-mail was verzonden, voerde Qurium naar het reputatiemanagementbedrijf Eliminalia, dat hoofdkantoren heeft in Barcelona en Kyiv en in 2013 is ingeschreven door de Spaanse ondernemer Diego ‘Dídac’ Sánchez. Eliminalia specialiseert zich in het van internet verwijderen van informatie. ‘We Erase Your Past, We Help You Build Your Future’ luidt hun slogan, waarbij ze ‘100 procent discretie’ beloven.

    Documenten in het bezit van Rest of World werpen een nieuw licht op deze bedrijfstak en onthullen de werkwijze van Eliminalia en soortgelijke bedrijven, die dubieuze copyrightclaims en loze juridische aanmaningen inzetten om artikelen van internet te laten halen waarin hun cliënten in verband worden gebracht met zaken als belastingontduiking, corruptie en drugshandel. Het voorbeeld van The Elephant is wellicht maar een van de duizenden.

    Controle op informatie

    Op basis van de metadata, de bestandsnamen en de interne informatie die deze documenten bevatten, waaronder contactgegevens en verwijzingen naar bedrijfsbeleid, hebben wij de indruk dat ze echt van Eliminalia afkomstig zijn. Naast namen van personen die als cliënt worden genoemd bevatten ze URL’s die deze cliënten van internet of uit zoekmachines wilden verwijderen. We hebben verschillende mensen en mediaorganisaties gesproken wier websites in de documenten worden genoemd, en zij bevestigden dat ze zijn benaderd door mensen die banden hadden met of werkten voor Eliminalia.

    Tot de duizenden mensen die in de documenten als cliënt worden genoemd, behoren een voormalig minister van Buitenlandse Zaken van de Dominicaanse Republiek, iemand die in Argentinië is aangeklaagd voor zijn rol in een piramidespel met cryptomunten, en mensen van overal ter wereld die zijn beschuldigd van corruptie. Allemaal willen ze blijkbaar graag informatie over zichzelf van internet verwijderd zien. De documenten bevatten 17.000 URL’s die het bedrijf tussen 2015 en 2019 namens de cliënten op de korrel heeft genomen. Het is niet duidelijk of dit de volledige klantenlijst van het bedrijf is, maar hij omvat in ieder geval personen en bedrijven uit Latijns-Amerika, Europa, het Midden-Oosten en Afrika. Het illustreert hoezeer dit soort diensten voor de rijken der aarde een manier zijn geworden om controle uit te oefenen op de informatie die op internet te vinden is.

    Magalis Camellón, het hoofd van Eliminalia’s juridische afdeling, schreef in een e-mail dat het bedrijf met geen van de in dit verhaal genoemde personen ‘een contractuele relatie’ had: ‘Helaas voeren concurrenten in naam van Eliminalia ongeoorloofde acties uit (DMCA) om ons bedrijf in een kwaad daglicht te stellen.’ DMCA, de Digital Millennium Copyright Act, is een Amerikaanse wet tegen copyrightschendingen op internet. Op grond van die wet kunnen rechthebbenden eisen dat bepaalde content van internet wordt verwijderd. Nadere details wilde Camellón niet geven.

    Bekende cliënten en bedrijven betalen soms wel twintig- tot dertigduizend dollar

    Sommige mensen die als cliënt in de documenten staan, zijn particulieren die intieme filmpjes van pornosites verwijderd willen hebben. Maar de dienst wordt toch vooral gebruikt door zakenmensen en politici die online kritiek onschadelijk willen maken. Uit een contract met een cliënt uit 2021 dat door ons is ingezien, blijkt dat het bedrijf voor het van internet halen en uit zoekmachines verwijderen van elke link 2500 euro vraagt. In 2016 zei Sánchez in een interview dat bekende cliënten en bedrijven soms wel twintig- tot dertigduizend dollar betalen. In de documenten is te zien dat sommige cliënten blijkbaar honderden artikelen en internetpagina’s willen laten verwijderen.

    Een van de namen is Miguel Octavio Vargas Maldonado, die een voormalig minister van Buitenlandse Zaken van de Dominicaanse Republiek blijkt te zijn. Bij zijn naam staan meer dan vijfhonderd links naar nieuwsartikelen, berichten op blogs en sociale media en YouTube-filmpjes die hij blijkbaar wilde laten weghalen. Het betrof veelal artikelen waarin vraagtekens werden gezet bij de manier waarop hij geld had ingezameld voor politieke campagnes, en ook beschuldigingen dat hij geld had gekregen van iemand die later zou worden veroordeeld wegens drugshandel. Sommige van de links op zijn lijst staan nog steeds online, maar bij andere stuit je nu op een 404-melding of ‘pagina niet gevonden’. Maldonado was niet bereikbaar voor commentaar. E-mails aan zijn partij, waarvan de website momenteel uit de lucht is, zijn gebouncet. Tijdens zijn ambtsperiode heeft hij altijd alles ontkend.

    Ook staat in de documenten ene José Antonio Gordo Valero vermeld, die een aantal artikelen wilde laten verwijderen over de val van OneCoin, een in Bulgarije gevestigd bedrijf dat uiteindelijk een piramidespel met cryptomunten bleek te zijn en naar verluidt zo’n vier miljard dollar binnenharkte voordat het werd ontmaskerd. De oprichter, Ruja Ignatova, is ergens in 2017 van de radar verdwenen, maar werd in de VS bij verstek veroordeeld wegens witwassen, telefoonfraude en de beraming van effectenfraude. De ondernemer José Gordo kwam in 2015 bij OneCoin werken en zijn naam komt voor in een aanklacht tegen de OneCoin-zwendel in Argentinië. De artikelen die volgens de documenten op zijn wensenlijstje staan, bevatten verwijzingen naar zijn rol bij het bedrijf. We hebben Gordo meermaals om een reactie gevraagd, maar nooit antwoord gekregen.

    Rechtse bewegingen

    Een andere naam in de documenten is Diego Adolfo Marynberg. Dat lijkt de Marynberg te zijn die in verband wordt gebracht met de financiering van rechtse bewegingen, waaronder organisaties die ijveren voor de kolonisten in Israël. Er zijn ook rapporten waarin wordt beweerd dat zijn bedrijf een voorkeursbehandeling kreeg bij de uitgifte van miljoenen dollars aan Argentijnse staatsobligaties. Bij zijn naam staan meer dan 70 URL’s, waaronder pagina’s van de Israëlische kranten The Times of Israel en Haaretz en van Clarín, een van de grootste Argentijnse nieuwssites. Marynberg reageerde niet op een verzoek om commentaar en ook een bericht aan een van zijn op de Kaaimaneilanden gevestigde fondsen werd niet beantwoord.

    De documenten bevatten ook veel links naar verhalen over Venezuela. Een van de namen is Majed Khalid Majzoub. Gezien de verhalen die deze man verwijderd wil hebben, is zijn naam vermoedelijk verkeerd gespeld en gaat het om Majed Khalil Majzoub, een invloedrijke zakenman die nauwe banden onderhoudt met de regeringen van verschillende landen, waaronder die van de Venezolaanse president Nicolás Maduro. Bij de naam van Majzoub staan meer dan 180 URL’s, merendeels van onafhankelijke nieuwsorganisaties. Van de twee links naar artikelen in Der Spiegel levert de ene inmiddels een foutmelding op; de andere URL, die een artikel lijkt te beloven over de banden tussen Venezuela en Colombia, leidt nu naar een heel ander verhaal over Brexit. Majzoub was niet bereikbaar voor commentaar. Der Spiegel heeft niet gereageerd op onze vragen.

    Een van de nieuwsbronnen die volgens de documenten geregeld op de korrel wordt genomen is Infodio.com, een site van de in Londen gevestigde Venezolaanse onderzoeksjournalist Alek Boyd. Boyd liet ons weten dat hij herhaaldelijk te maken heeft gekregen met valse claims van copyrightschendingen op grond van de DMCA, en dat hij berichten heeft gekregen waarin pr- en reputatiebedrijven met juridische stappen dreigen. Hij zegt dat hij in minstens twee gevallen benaderd is door mensen met een mailadres van Eliminalia die voor dat bedrijf zeggen te werken en die eisten dat hij een artikel zou verwijderen.

    Organisaties die waken over de vrijheid van meningsuiting hebben al eerder aan de bel getrokken over het werk van Eliminalia voor Venezuela. In 2017 waarschuwde Freedom House in zijn jaarlijkse Freedom on the Net-rapport op basis van gegevens van Lisseth Boon van Runrun.es dat Eliminalia betrokken was geweest bij pogingen om ‘het blazoen op te poetsen’ van politici en zakenlui in dat land. Boyd zegt ook bij sociale media, opsporingsinstanties en toezichthouders aan de bel te hebben getrokken om hen op deze praktijken te wijzen, maar zonder succes. Hij zegt een tikje defaitistisch te worden van mensen met geld en macht die zulke reputatiebureaus inschakelen: ‘Als iedereen met een beetje geld zijn eigen werkelijkheid en de werkelijkheid die de wereld te zien krijgt kan veranderen, wat heeft het dan allemaal nog voor zin?’

    De Mexicaanse politiek is al decennia in de greep van de corruptie en de georganiseerde misdaad

    Verschillende klanten die in de documenten worden genoemd, lijken de dienst te hebben ingeschakeld om de schade te beperken die ze konden oplopen door de publicatie van de zogenaamde Panama Papers, waarin het gebruik van belastingparadijzen door politici en andere prominente personen van overal ter wereld aan het licht werd gebracht. Ook lijkt een aantal van hen, al dan niet bewust, bij Eliminalia te zijn beland via een ander reputatiemanagementbureau, ReputationUp, dat geregistreerd staat in Spanje en actief is in Latijns-Amerika. De topman van ReputationUp, Andrea Baggio, liet ons weten dat zijn bedrijf een ‘samenwerkingsverband’ met Eliminalia heeft gehad dat ‘op staande voet verbroken’ is. ‘We besloten geen zaken meer met hen te doen toen we beseften dat hun werkwijze niet strookt met onze opvattingen en onze gedragscode,’ zegt Baggio. Hij wilde niet zeggen op welke datum de samenwerking precies was beëindigd.

    De documenten bevatten vooral ook een lange lijst namen uit Mexico. Meer dan tweeduizend van de voor verwijdering voorgedragen links stonden op de verlanglijst van cliënten uit dat land, onder wie zakenlui en mensen met politieke connecties die artikelen wilden laten weghalen bij grote nieuws-organisaties als La Jornada en Proceso. Volgens de Mexicaanse nieuwssite Animal Político is Eliminalia sinds 2015 in Mexico actief. Een jaar later pochte Sánchez in een interview al dat hij er vierhonderd klanten had.

    Uit de roulatie

    De manier waarop een onderzoek van de site Página 66 werd weggehaald, illustreert dat bedrijven zoals Eliminalia weleens verantwoordelijk kunnen zijn voor een patroon waarin Mexicaanse onderzoeksjournalistiek plotseling en zonder enige verklaring uit de roulatie werd gehaald. In januari 2018 publiceerde Página 66 een verhaal over lokale bestuurders die het op een akkoordje hadden gegooid met een dochter van de Grupo Altavista, een conglomeraat met belangen in de infrastructuur, cybersecurity en bewakingstechnologie. Enkele maanden later kreeg Página 66 van zijn hostingprovider te horen dat er op grond van dat artikel een klacht tegen hen was ingediend wegens schending van intellectueel eigendom. Er volgden meer aanmaningen, met juridisch klinkende e-mails, dreigende berichten op sociale media en meer, om met een beroep op de DMCA het artikel van de site te krijgen. Daar staat het nu ook niet meer op. Op een verzoek om commentaar heeft Página 66 niet gereageerd.

    De link naar het betreffende artikel op hun site staat in de documenten die wij hebben ingezien, evenals een link naar een verklaring over deze kwestie van Article 19, een organisatie die zich inzet voor transparantie. Die tekst staat op het moment van schrijven nog wel online. De persoon voor wie Eliminalia de links moest weghalen is volgens de documenten Humberto Herrera Rincón Gallardo. Herrera is een zogenaamde expert in ‘personal branding’ en volgens zijn website wordt hij in de zakelijke pers van Mexico vaak geciteerd over het thema reputatiemanagement. Herrera zou volgens de documenten ook hebben gevraagd om het weghalen van verschillende artikelen over de Grupo Altavista. Verder komt zijn naam voor in een tegen Página 66 ingediende klacht over copyrightschendingen. Ondanks herhaalde verzoeken om commentaar hebben Herrera en Altavista niets van zich laten horen.

    Priscilla Ruiz, de juridisch coördinator voor digitale rechten bij de Mexicaanse afdeling van Article 19, moet lachen als ze te horen krijgt dat die pagina van hun organisatie in de documenten voorkomt, maar ze klinkt ook vrij gelaten. ‘Zo gaat dat hier,’ zegt ze. Het wijdverbreide gebruik van diensten als Eliminalia in Mexico baart haar zorgen. De politiek van het land is al decennia in de greep van de corruptie en de georganiseerde misdaad. En nu kunnen machtige mensen op deze manier proberen schandalen uit hun verleden in de doofpot te stoppen en hun blazoen op te poetsen, zodat het voor de kiezer moeilijker wordt om ze af te rekenen op wangedrag of corruptie. ‘Journalisten zijn de enige bron [van informatie],’ zegt ze. ‘Informatie zoals [Página 66] die publiceerde is belangrijk voor ons, om te kunnen zien hoe het bedrijfsleven invloed uitoefent op de politiek.’

    Selfmade man

    Eliminalia werd in Spanje opgericht door Sánchez en maakt deel uit van de Maidan Holding, de in Kyiv en Barcelona gevestigde holding waarin Sánchez zijn zakelijke belangen heeft ondergebracht. Op de website van Maidan wordt hij beschreven als een selfmade man die in zijn jeugd is weggehaald bij zijn ouders en nooit gestudeerd heeft, maar desondanks al op jonge leeftijd zijn eerste bedrijf opzette. ‘In korte tijd ontpopte “Dídac” Sánchez zich al op zijn vijfentwintigste tot een voorbeeld voor jonge ondernemers,’ staat er te lezen. Op Instagram heeft hij meer dan 40.000 volgers.

    De site van Maidan staat vol wand-tegelteksten als ‘Verantwoordelijkheid moet je niet geven, maar nemen’ en ‘Kleine dingen leiden tot grotere’. Sánchez heeft ook een stichting die zich inzet voor de strijd tegen armoede en sociale uitsluiting in Spanje. De holding telt verder onder meer een vruchtbaarheidskliniek met betaalde draagmoeders, een nog op te richten kliniek voor cosmetische chirurgie, een betaaldienst en verschillende pr- en reputatiemanagementbedrijven, waaronder dus Eliminalia.

    Reputatiemanagement is een sector die de afgelopen tien jaar enorm is gegroeid, dankzij de opkomst van nieuwe wetten over het ‘recht op vergetelheid’ (zoals de Europese AVG, die particulieren enige zeggenschap moet geven over de gegevens die online over hen te vinden zijn) en de enorme behoefte om sporen van vroegere misstappen van internet te halen. De sector gedijt mede dankzij de effectiviteit, het gemak en de lage kosten-drempel van het indienen van een klacht op grond van de Amerikaanse DMCA. Het ontbreekt hostingproviders vaak aan de middelen en de bereidheid om elke klacht diepgaand te onder-zoeken, terwijl ze volgens die wet wel aansprakelijk kunnen worden gesteld voor medeplichtigheid aan de copyrightschending, als die uiteindelijk wordt bewezen – en dan kan het in de papieren lopen. Daarom voldoen ze vaak maar gewoon aan het verzoek om iets weg te halen.

    ‘En wat nou bijna magisch is: zodra ze dat doen, is de hostingprovider klaar. Die heeft dan zijn straatje schoongeveegd en kan nergens meer verantwoordelijk voor worden gehouden,’ zegt Adam Holland, hoofd van de Lumen database, een project van het Berkman Klein Center for Internet & Society aan Harvard University, dat DMCA-verzoeken bijhoudt. ‘Je wordt alleen maar gestimuleerd om het weg te halen. Want waarom zou je moeilijk doen? Dan kun je juridisch aansprakelijk worden gesteld, terecht of niet.’ Sommige zoekmachines en grotere hostingbedrijven wijzen dergelijke verzoeken weleens af, maar ‘aan de overweldigende meerderheid wordt nog steeds bijna onmiddellijk gehoor gegeven’, zegt Holland.

    Legitieme redenen

    Er kunnen natuurlijk legitieme redenen zijn om een klacht in te dienen over inbreuk op je auteursrecht of om een reputatiemanagementbureau in te schakelen, maar het kan ook worden misbruikt om bewijzen van eerdere misstappen te verdoezelen.

    Toen Qurium zich over de bovengenoemde klacht van Eliminalia tegen The Elephant boog, leek de aantijging van plagiaat aanvankelijk te kloppen. De tekst van het betreffende artikel bleek ook te vinden op verschillende andere websites, allemaal met domeinnamen die de indruk wekten dat het om Afrikaanse nieuwssites ging en een publicatiedatum die de indruk wekte dat deze artikelen eerder waren gepubliceerd dan het origineel. Maar die sites stonden op servers van het bedrijf World Intelligence Limited in het Engelse Manchester. En Sánchez staat in het Britse handelsregister vermeld als de enige directeur van World Intelligence Limited.

    John Githongo, een ervaren anticorruptieactivist en de uitgever van The Elephant, liet ons weten dat het een kleine organisatie als de zijne veel tijd en geld kan kosten om zich tegen zo’n klacht te verweren. En dat is volgens hem ook precies de bedoeling. ‘Zij bereiken hun doel al door je bezig te houden en je te dwingen geld uit te geven dat je niet hebt,’ zegt hij. Volgens Githongo zijn die reputatiemanagementbedrijven in de manier waarop ze te werk gaan ‘in feite net afpersers die met een zogenaamd beroep op westerse wetgeving proberen jou van publicatie te weerhouden’.

    Volgens Tord Lundström, hoofd digitale forensische techniek bij Qurium, zijn de nepsites ter ondersteuning van een klacht over copyrightschendingen inmiddels alweer veel geraffineerder en moeilijker te ontmaskeren. Ze hebben al meer dan tweehonderd nieuwe domeinnamen gevonden die volgens hen zijn opgezet door aan Eliminalia gelieerde bedrijven om DMCA-claims te ondersteunen of zoekresultaten te manipuleren. Eliminalia heeft niet gereageerd op vragen over dat nieuwe netwerk van websites en over de beschuldiging dat het misbruik maakt van het DMCA-proces.

    ‘Het is maar net hoeveel geld je hebt. Heb je genoeg, dan heb je het recht om vergeten te worden’

    Volgens Lundström is er dringend behoefte aan regelgeving voor de reputatiemanagementsector. Want hiervoor waren de DMCA en de AVG niet bedoeld. Maar zowel in de VS als in Europa hebben politiek en rechtspraak nog geen grote stappen gezet om deze sector aan te pakken. ‘Valse namen gebruiken, ongegronde DMCA-klachten, teksten van internet halen: er wordt misbruik gemaakt van het recht op vergetelheid. Een gerechtshof moet eens met een duidelijke uitspraak komen dat het recht op vergetelheid niet bedoeld is om het blazoen van [corrupte] mensen op te poetsen,’ zegt hij. Nu lijkt het recht om je verleden van internet te wissen soms voor-behouden aan een klein groepje 
    rijkelui. ‘Het is maar net hoeveel geld je hebt. Heb je genoeg, dan heb je het recht om vergeten te worden.’

  • Aprilnummer | Oekraïne

    Aprilnummer | Oekraïne

    » Lees dit nummer online

    Met onder andere:

    » ‘De samenwerking met het Westen is voorbij’

    » Jonathan Littell: ‘Poetin bestaat dankzij oorlog, hopelijk wordt het ook zijn ondergang’

    » ‘Mijn Oeigoerse cultuur zal overleven’

    » Botten: ze doen veel meer dan je denkt

    404

    Redactioneel

    Om überhaupt een reputatie te krijgen online bestaat een wildgroei aan bedrijven die voor een aanzienlijk honorarium een socialmediaplan opstellen waarmee u of uw onderneming boven aan een zoekmachine komt te staan. De klantenkring van deze commerciële branche bestaat vooral uit grote merken en beroemdheden, laten we zeggen partijen met voldoende budget om het digitale reputatiemanagement voortdurend bij te houden. Want dat loopt in de papieren.

    Maar stel dat die jarenlange opgebouwde naam en faam opeens nogal slecht uitkomen? Zakenlui en politici kunnen daar bijvoorbeeld nog wel eens last van hebben. In eigen land worstelde een actrice met een filmpje dat viraal ging, wat he-le-maal niet de bedoeling was. Probeer die digitale sporen maar eens uit te wissen. 

    Wat de witwassers met geen mogelijkheid weggewassen krijgen is dat er gewassen wordt

    Wereldwijd zijn er in de afgelopen jaren talloze witwasbedrijven uit de grond gestampt die voor 2500 dollar een onwelgevallige url van het web kunnen halen. Sinds 2014 hebben inwoners van de Europese Unie namelijk ‘het recht om vergeten te worden’, wat betekent dat ze bij Google een nogal omslachtig verzoek moeten indienen om privacy-gevoelige desinformatie over zichzelf te laten verwijderen. Daar wordt door particulieren vrijwel geen gebruik van gemaakt omdat de criteria die Google hanteert nogal complex zijn en veel tijd in beslag nemen. Commerciële bedrijven zagen een gat in de markt en boden hun diensten aan om straatjes schoon te vegen. De vraag rijst dan al snel of het ethisch te verantwoorden is, en waar die grens dan ligt. En wie dat bepaalt.

    Het zal niemand verbazen dat de moraal in deze bedrijfstak ver te zoeken is, ‘ja hoor ’ns even, we zijn geen rechters’, en dat zijn ze inderdaad niet. Of de werkwijze van de door Rest of World op de korrel genomen witwasserette Eliminalia (sinds 2013 met hoofdkantoren in Barcelona en Kyiv) door de beugel kan, valt te betwijfelen. Copyrightclaims en loze juridische aanmaningen inzetten om artikelen van internet te laten halen waarin cliënten in verband worden gebracht met belastingontduiking, corruptie en drugshandel, mag dat? 

    Nog wel. Terwijl het recht om vergeten te worden een recht is voor iedereen die zijn of haar naam wil zuiveren, blijkt uit documenten dat het toch vooral corrupte politici zijn die soms honderden artikelen en internetpagina’s voor grof geld willen laten verwijderen. Wat de witwassers met geen mogelijkheid weggewassen krijgen, is dat er gewassen wordt. Hoewel ze daar in sommige landen een uitgebreid wapenarsenaal voor hebben. 

    Katrien Gottlieb 

    gottlieb@360international.nl

    cover 360 206