Tag: interview

  • VS: oud-president Joe Biden geeft voor het eerst sinds lange tijd een tv-interview

    VS: oud-president Joe Biden geeft voor het eerst sinds lange tijd een tv-interview

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » India vraagt X om achtduizend accounts te blokkeren

    » Vaticaan: kardinaal Prevost verkozen tot nieuwe paus Leo XIV

    In het gesprek blikt hij terug op de verkiezingscampagne

    De voormalige Amerikaanse president Joe Biden gaf een zeldzaam televisieoptreden in de talkshow The View. ‘Een mislukte poging om zijn nalatenschap te herstellen’, aldus Variety. Het weekblad merkt op dat hij werd gevraagd naar zijn late beslissing om uit de race voor het Witte Huis te stappen en de rol die dit kan hebben gespeeld in de grote verkiezingsnederlaag van de Democraten. Biden wekte niet de indruk dat hij zichzelf hierover vragen stelde, klaagt Variety, dat een aantal onbeholpen uitspraken noemt die hij tijdens het tv-interview deed.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Zo zei hij dat hij ‘niet verbaasd’ was dat Kamala Harris had verloren, vanwege de seksistische houding van het Trump-team. Volgens het tijdschrift was de oud-senator tijdens het interview echter ‘scherper’ dan tijdens het debat in juni 2024, dat het einde van zijn verkiezingscampagne inluidde. Variety geeft toe dat nog geen enkele Democraat een manier heeft gevonden om ‘de kracht’ van Donald Trump, een man die al zijn hele leven een ‘televisiemens’ is, tegen te gaan, maar het weekblad is er in ieder geval zeker van dat ‘Bidens sarcasme en passief-agressieve aanpak daarbij niet hebben geholpen’.

  • De Islamitische Republiek Iran zal vallen

    De Islamitische Republiek Iran zal vallen

    De Iraanse winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede maakte van haar voorlopige vrijlating gebruik om te vertellen over haar land en haar hoop, in een tijd waarin het regime van de ayatollahs kwetsbaarder lijkt dan ooit.

    Narges Mohammadi was negentien jaar toen ze voor het eerst gearresteerd werd voor het dragen van een simpele oranje outfit. Sindsdien is ze niet opgehouden met haar activisme tegen de doodstraf en gendersegregatie in Iran. Haar strijd voor mensenrechten heeft ertoe geleid dat ze dertien keer gevangen is gezet, is mishandeld, vier keer in eenzame opsluiting is geplaatst en tien jaar lang haar twee kinderen, een tweeling, heeft moeten missen. De tweeling woont nu in Frankrijk bij hun vader, de verbannen dissident Taghi Rahmani. Maar niks kan Narges Mohammadi het zwijgen opleggen. Met de Vrouw, Leven, Vrijheid-beweging die in september 2022 ontstond terwijl zij gevangenzat, is ze een leidende figuur geworden in het verzet tegen de Islamitische Republiek. Toen in oktober 2023 de Nobelprijs voor de Vrede werd uitgereikt, zat ze nog steeds in de gevangenis. 

    Op 4 december werd ze vrijgelaten, vanwege een medisch verlof. Ze maakte gebruik van deze tijdelijke vrijheid om begin februari dit interview te geven. Ze weet dat het kan leiden tot een strafverhoging op de twaalf jaar gevangenisstraf die ze nog heeft. 

    Maar in een tijd waarin het regime in Teheran zowel intern als extern verzwakt is, blijft Mohammadi op 52-jarige leeftijd de repressie in Iran veroordelen en pleit ze met bewonderenswaardige vastberadenheid voor een democratische transitie.

    U hebt uw kinderen tien jaar niet gezien. Hoe ervaart u deze scheiding?

    Het is een ongeneesbare wond. Ali en Kiana werden geboren terwijl ik al in mijn activisme verwikkeld was. Ik herinner me het eerste afscheid nog: ze waren drieënhalf jaar oud en Kiana werd ziek terwijl ik gevangenzat. Dat ik niet bij ze kon zijn was pure marteling. 

    De gevangenis heeft mij nooit kunnen breken

    Twee jaar later werd ik opnieuw in isolatie geplaatst en hun vader was al in Frankrijk op dat moment. Toen ze achtenhalf jaar oud waren hebben ze op hun beurt Iran verlaten voor Frankrijk. Het was hartverscheurend, maar ook een opluchting, omdat ik wist dat ze eindelijk veilig zouden zijn. Sindsdien heb ik ze niet meer gezien. Sterker nog, de laatste twee jaar heeft de Islamitische Republiek mij verboden om met ze te bellen. Daarvoor had ik recht op vijftien minuten bellen per week met elk van hen… 

    Het is een onbeschrijfelijk lijden dat ik ze niet zie opgroeien. Ik hoop dat ze mijn keuze zullen begrijpen en mij zullen vergeven voor mijn afwezigheid.

    U werd op 4 december vrijgelaten vanwege medische redenen. Hoe gaat het nu met u?

    Ik werd vrijgelaten uit de gevangenis om een medische behandeling te ondergaan, na een zware operatie waarbij een tumor uit mijn rechterbeen was verwijderd. Maar mijn vrijlating blijft voorwaardelijk. Ik maak van de gelegenheid gebruik om weer in contact te komen met mijn dierbaren, om zo veel mogelijk mensen te zien die mij thuis komen bezoeken en om getuigenis af te leggen van de Iraanse gevangenissen en de onderdrukking door het regime. Mijn been doet pijn en ik voel ook de gevolgen van mijn jarenlange opsluiting. Maar ik ben goedgehumeurd en psychologisch sta ik nog steeds sterk. De gevangenis heeft mij nooit kunnen breken.

    U zou na drie weken, op 25 december, opnieuw worden opgesloten…

    Mijn botten zijn nog steeds broos, dus is er om verlenging van mijn medische verlof gevraagd. De procureur heeft hier niet op gereageerd. De autoriteiten wilden mijn vrijlating niet officieel bekendmaken, maar ze hebben me ook niet teruggestuurd naar de gevangenis. Ik weet niet wat hun plan is, maar wel dat ik niks heb misdaan. Ze hebben me vrijgelaten zonder enige uitleg en dat stilzwijgen is een repressietactiek: ik leef met de angst dat ik elk moment opgepakt kan worden zonder te weten wat er met mij zal gebeuren. Op die manier voorkomen ze dat ik mij engageer. 

    Waar haalt u de kracht vandaan om door te gaan?

    Er is geen scheiding tussen mijn privéleven en mijn activisme. Al meer dan dertig jaar zet ik mij in voor iedereen van wie de rechten worden geschonden. Sinds mijn studie wist ik al dat ik zou vechten voor de vrijheid van Iran. Deze strijd is de rode draad in mijn leven.

    Ondanks de scheiding van mijn kinderen, ondanks de gevangenis, ondanks de pijn blijft het geloof in een toekomst met respect voor menselijke waardigheid mij motiveren. De moed van het Iraanse volk geeft mij ook enorm veel kracht. Vrouwen, jongeren, arbeiders, leraren, families van gevangenen… iedereen vecht. 

    Sommigen zien uw voorlopige vrijlating als een teken dat het regime is verzwakt… 

    Mijn voorlopige vrijlating betekent niet dat het regime instort, maar het is duidelijk verzwakt. Ten eerste door de huidige gebeurtenissen in het Midden-Oosten: Iran had enorm geïnvesteerd in buurlanden door middel van proxyoorlogen. Het land heeft veel van deze investeringen verloren, vooral door de val van Bashar al-Assad, waardoor Irans geopolitieke positie in de regio is verzwakt.

    Iraniërs geven niet langer alleen kritiek in persoonlijke kringen, ze discussiëren openlijk met elkaar. Ze dagen het regime uit

    Tegelijkertijd moeten we ook de positie van de Iraanse bevolking ten opzichte van de staat bekijken: veel mensen accepteren het regime niet. Vroeger was repressie voldoende om elk protest de kop in te drukken. Tegenwoordig kijken we de Islamitische Republiek recht in de ogen. Ze kunnen dit regime niet voor altijd met geweld opleggen.

    U zat al in de gevangenis toen de Vrouw, Leven, Vrijheid-beweging begon in september 2022. Welk Iran trof u aan in december 2024?

    Een veranderd Iran. De opstanden zijn niet in 2022 begonnen: er wordt al meer dan veertig jaar gestreden. Maar nu heeft de bevolking veel meer moed. Tijdens bijeenkomsten zijn leuzen te horen die vijandig tegenover de regering zijn. Dat is ongekend. En in Teheran lopen vrouwen zonder sluier. Iraniërs geven niet langer alleen kritiek in persoonlijke kringen, ze discussiëren openlijk met elkaar. Ze dagen het regime uit.

    U wilt een einde aan de ‘tirannie’. Hoe stelt u zich dat voor?

    De vraag is niet langer of dit regime valt, maar wanneer het zal vallen. Er is corruptie, werkloosheid, een economische crisis en de vernietiging van natuurlijke hulpbronnen… 

    Iran zal niet overleven onder dit regime. Het verlangen naar verandering heeft zich inmiddels over de hele samenleving verspreid. Ik zeg niet dat de transitie gemakkelijk zal zijn, maar ik weet dat het zal gebeuren, omdat de Iraniërs qua mentaliteit de Islamitische Republiek al achter zich hebben gelaten. Ik hoop oprecht dat de machtswisseling vreedzaam zal verlopen, zodat de bevolking niet hoeft te lijden onder het geweld dat daarmee gepaard kan gaan.

    Werd u onder druk gezet om Iran te verlaten?

    Natuurlijk! De activisten in de gevangenis zijn voortdurend in dialoog met de samenleving en daarom drijven ze ons systematisch in ballingschap. Toen mijn man dertien jaar geleden naar Frankrijk vluchtte, weigerde de overheid mij een paspoort te geven. Ze probeerden mij te dwingen illegaal de grens met Koerdistan over te steken. Dat zou betekenen dat ik niet meer legaal naar Iran kon terugkeren. Het regime wilde mij voorgoed weg hebben, maar ik ga niet weg. Mijn strijd is hier, naast de mensen.

    In Torture blanche, dat in 2024 in Frankrijk werd gepubliceerd, hekelt u de detentieomstandigheden in Iran. U bent bezig met het voorbereiden van een nieuw boek over seksueel geweld in de gevangenis.

    Het probleem is niet nieuw. Twintig jaar lang heb ik talloze gevallen van seksueel geweld tegen vrouwelijke gevangenen waargenomen en de schadelijke effecten op zowel hun psyche als hun lichaam gezien. Sinds 2022, en het begin van de Vrouw, Leven, Vrijheid-beweging, merk ik dat dit seksuele geweld in gevangenissen op een systematische manier wordt toegepast om activisten het zwijgen op te leggen.

    Tijdens de protesten in 2019 organiseerden we een sit-in tegen de onderdrukking van demonstranten. Toen werd ik hevig geslagen

    Wie pleegt het seksuele geweld? De bewakers?

    Veel misdaden worden gepleegd tijdens verhoren in inlichtingencentra buiten de gevangenissen. Maar ik heb ook de getuigenis van iemand die seksueel misbruik heeft ondergaan op het kantoor van de officier van justitie, wat erg verontrustend is. Geweld vindt ook plaats binnen de gevangenis: niet door bewakers, maar meestal door agenten van de inlichtingendienst die daar komen om verhoren af te nemen. De plekken waar dat het meest voorkomt, zijn de isoleercellen, waar geen toezicht is.

    U heeft zelf onlangs 64 dagen in eenzame opsluiting doorgebracht, na de publicatie van Torture blanche. Heeft u daar te maken gehad met mishandeling of seksueel geweld?

    Isolatiecellen zijn op zichzelf al martelwerktuigen. Dat is de plek waar ‘white torture’ wordt toegepast, een vorm van psychologisch geweld om gevangenen gek te maken. Er is geen licht, geen frisse lucht, het is er piepklein, je kunt maar drie keer per week een kwartier naar buiten en je kunt maar beperkt douchen. Ikzelf heb vier keer in eenzame opsluiting gezeten.

    Ik heb ook geweld meegemaakt in de gevangenis. Tijdens de protesten in 2019 organiseerden we een sit-in tegen de onderdrukking van demonstranten. Toen werd ik hevig geslagen. Ik zat onder de blauwe plekken en mijn ledematen waren wekenlang verlamd door de pijn. De littekens zijn nog zichtbaar. 

    Op 23 januari vroeg u de internationale gemeenschap om u te steunen tijdens een hoorzitting in de Franse Senaat…

    Voor duurzame vrede moeten onze samenlevingen menselijker worden. Ons concept van democratie mag geen ongelijkheden bevatten. Dit geldt voor alle landen. Democratie in Iran zal bijdragen aan stabilisatie en vrede in de hele regio. Het is daarom van cruciaal belang dat de internationale gemeenschap naar het maatschappelijk middenveld luistert in landen waar de vrijheden in gevaar zijn.

    Dwangmatige controle over het lichaam van vrouwen begint al bij jonge meisjes die zichzelf moeten bedekken

    Het zijn tegenwoordig deze maatschappelijke organisaties die het voortouw nemen. Mijn strijd voor de erkenning van genderapartheid geldt niet alleen voor Iraanse vrouwen, maar ook voor anderen wier rechten worden bedreigd. Je inzetten voor vrouwenrechten betekent ook het bevorderen van democratie. Het begrijpen hiervan zou een even belangrijke stap zijn als het erkennen van raciale apartheid.

    U heeft The Handmaid’s Tale in de gevangenis gelezen, de roman van Margaret Atwood waarin vrouwen tot slaaf worden gemaakt. Welke overeenkomsten ziet u tussen deze dystopie en Iran?

    Wat in dit boek aansluit bij de situatie van Iraanse vrouwen, is de manier waarop de overheid beperkingen oplegt om vrouwen te onderwerpen. Dwangmatige controle over het lichaam van vrouwen begint al bij jonge meisjes die zichzelf moeten bedekken. Dat is wat ik heb meegemaakt, net als miljoenen andere vrouwen in Iran. De hoofddoek heeft dezelfde symbolische functie als
    de hoofdtooi van de slaven in The Handmaid ’s Tale. We moeten aantonen dat er macht over ons lichaam wordt uitgeoefend. 

    De cultuur van democratie en het verlangen naar vrijheid zíjn al krachtig verankerd in de mentaliteit van de Iraniërs

    Nog een opvallende overeenkomst tussen de roman en Iran zijn de openbare executies van dienstmeisjes die ervan worden beschuldigd onrein te zijn. Het lijkt sterk op de executies van Iraanse vrouwen die tot openbare steniging worden veroordeeld vanwege buitenechtelijke affaires. Ik heb met een van deze vrouwen in de gevangenis gezeten. Ze zou eerst gestenigd worden, maar dankzij internationale druk kon zij aan deze barbaarse praktijk ontsnappen.

    Welke boodschap zou u willen meegeven aan Iraanse vrouwen, maar ook aan de mannen die samen met hen strijden in de Vrouw, Leven, Vrijheid-beweging?

    Ik ben ervan overtuigd dat het Iraanse volk bereid is om verder te kijken dan de Islamitische Republiek en democratische principes te omarmen. Het moet vrijheden voor iedereen garanderen, ongeacht etnische, religieuze, gender- en politieke verschillen. Het is niet alleen mógelijk, de cultuur van democratie en het verlangen naar vrijheid zíjn al krachtig verankerd in de mentaliteit van de Iraniërs.

    Heeft u nog persoonlijke dromen buiten uw politieke engagement?

    Mijn grootste wens is om mijn twee kinderen in mijn armen te kunnen nemen en ze dicht bij me te kunnen houden. Ik droom ervan dat deze hereniging in Iran zal plaatsvinden, in ons land…

    Maar voordat ik dit interview afsluit, wil ik de leraren van Ali en Kiana bedanken en de families van hun klasgenoten. Ze hebben mijn kinderen in Frankrijk verwelkomd, gesteund en getroost. Daarnaast wil ik de hele Franse samenleving bedanken voor haar solidariteit en steun: bedankt voor het opvangen van mijn kinderen, maar ook van alle mensen wier rechten zijn geschonden. 

    Narges Mohammadi werd in 1972 geboren in Zanjan (Iran) en is talloze keren gevangengenomen door de Islamitische Republiek vanwege haar inzet voor vrijheid en mensenrechten. Ze is de auteur van het boek Torture blanche (Albin Michel, 2024), waarin de omstandigheden in detentie in Iran worden gedocumenteerd. In 2023 won ze de Nobelprijs voor de Vrede. Ze is nu veroordeeld tot twaalf jaar gevangenisstraf.

  • Thomas Chatterton Williams over identiteit, politiek en de toekomst van Amerika

    Thomas Chatterton Williams over identiteit, politiek en de toekomst van Amerika

    Thomas Chatterton Williams, cultuurcriticus en de auteur van Self-Portrait in Black and White: Unlearning Race, maakt zich zorgen over de toekomst van Amerika onder Trump, maar blijft op de lange termijn optimistisch. In een interview met 360 Magazine spreekt hij over identiteitspolitiek, de normalisering van autoritarisme en waarom we anders moeten gaan denken over ras. Het interview vond vlak voor de presidentsverkiezingen in de VS plaats.

    In de geschiedenis zien we vaak dat groepen herhaaldelijk proberen veranderingen door te voeren, maar uiteindelijk uitgeput raken en het opgeven. Denk je dat dit ook gebeurt met Trump en zijn aanhangers?

    ‘Ja, in het geval van Trump zagen we het bij  zijn running mate, J.D. Vance, en bij veel anderen die ooit tegen hem waren. Op een gegeven moment hebben ze allemaal besloten om toch mee te gaan. Mensen raken gewoon moe van het vechten. Zelfs iemand als Jeff Bezos, die vroeger fel tegen Trump was, lijkt nu een meer passieve houding aan te nemen.’

    Je lijkt een parallel te trekken naar de opkomst van autoritaire bewegingen. Is dat je zorg?

    Absoluut. Wetenschappers die zich bezighouden met autoritarisme, benoemen dat voor de groei van autoritaire bewegingen niet alleen aanhangers nodig zijn. Degenen die zich ertegen verzetten moeten zó worden uitgeput dat de autoritaire beweging genormaliseerd wordt. Je ziet dit bij Marine Le Pen in Frankrijk; ik denk dat ze uiteindelijk president zou kunnen worden, omdat ze dat al zo vaak heeft geprobeerd en het moeilijk is voor haar tegenstanders om bij elke verkiezing waakzaam te blijven. Hetzelfde is gebeurd met Geert Wilders in Nederland.’

    Dus je suggereert dat Trump deze keer beter voorbereid is dan bij vorige verkiezingen?

    Hij is veel strategischer geworden. De mensen die hem voorheen tegenhielden, zoals Mike Pence, zijn er niet meer. Trump heeft zich omringd met loyale volgelingen. Dit maakt hem veel gevaarlijker dan in 2020.’

    ‘Ondanks alles geloof ik nog steeds dat Amerika een fundamenteel goede samenleving is’

    Dat klinkt zorgwekkend. Zie je op de lange termijn nog een  toekomstperspectief voor Amerika?

    Ik ben op de lange termijn optimistisch. Ondanks alles geloof ik nog steeds dat Amerika een fundamenteel goede samenleving is. Veel dingen verbeteren. Zo zijn de ervaringen van minderheden in 2024 totaal anders dan die van vijftig of zestig jaar geleden. Zelfs met iemand als Trump die streeft naar macht, wordt raciale identiteit minder een sociaal probleem dan het in het verleden was. Ik denk dat mensen zich steeds meer bewust worden van klassenverschillen, en dat is op zich een positieve verandering.’

    Hoe zit het op de korte termijn? Ben je daar optimistisch over?

    Op de korte termijn ben ik behoorlijk bezorgd. Ik denk dat dingen veel erger worden, voordat ze beter kunnen worden. De mate van polarisatie in Amerika is op dit moment zorgwekkend. Grote delen van de bevolking trekken de legitimiteit van verkiezingen in 2020 in twijfel en dat is heel gevaarlijk. De gebeurtenissen van 6 januari hebben ons laten zien hoe snel dingen uit de hand kunnen lopen. We hebben zelfs ergere dingen gezien, zoals moordpogingen en toenemend politiek geweld. We leven met een niveau van gevaar en instabiliteit dat onacceptabel is.’

    Wat kan er gedaan worden om het vertrouwen van Amerikanen te herstellen?

    Ik denk dat het huidige klimaat van wantrouwen het heel moeilijk maakt om iets voor elkaar te krijgen in de politiek. Als Democraten en Republikeinen het niet eens kunnen worden over basale waarheden, zoals het accepteren van de verkiezingsresultaten of de legitimiteit van het Hooggerechtshof, hoe kunnen we dan effectief regeren? Het is lastig voor te stellen hoe we onder deze omstandigheden deze situatie in een functionerende samenleving kunnen ombuigen, vooral zolang figuren als Trump polarisatie blijven aanwakkeren. Hij is een meester in verdeeldheid creëren.’

    Speelt Kamala Harris hier een rol in?

    Ik ben onder de indruk van hoe Harris haar identiteit heeft gepositioneerd tijdens haar campagne. In tegenstelling tot Hillary Clinton, die haar vrouwelijke presidentschap centraal stelde, heeft Harris haar ras en geslacht veel minder prominent op de voorgrond geplaatst. Toen Trump probeerde om op basis van haar identiteit verdeeldheid te zaaien, reageerde ze slim: ze weigerde zich in de identiteitspolitiek te verliezen en richtte zich op het beleid. Ik denk dat dit een stap voorwaarts kan zijn in de Amerikaanse politiek.’

    ‘Gelukkig zien we langzaamaan een verschuiving in de manier waarop we naar raciale groepen kijken’

    Sluit dit aan bij je eigen boodschap van je boek Self-Portrait in Black and White – Unlearning Race?

    Ik heb altijd geloofd dat de manier waarop we in Amerika over ras denken, fundamenteel verkeerd is. Het is een sociaal construct, geen biologische realiteit. Ik heb geschreven over hoe ras in de samenleving functioneert, bijna zoals hekserij vroeger functioneerde: het is een geloofssysteem zonder wetenschappelijke basis, maar mensen behandelen het als echt omdat ze erin geloven. Gelukkig zien we langzaamaan een verschuiving in de manier waarop we naar raciale groepen kijken. Kamala Harris die haar identiteit niet benadrukte in haar campagne is een kleine, maar belangrijke stap in die richting.’

    Is het niet moeilijk om ras volledig los te laten, gezien de tastbare gevolgen die het heeft in het leven van mensen?

    Je hebt gelijk. We kunnen de gevolgen van raciale discriminatie niet ontkennen. Dat mensen op basis van hun ras anders behandeld worden, is onmiskenbaar waar. Het is een intellectuele uitdaging om ras los te koppelen van de realiteit van de discriminatie die mensen ervaren. Maar ik denk dat het belangrijkste is om te erkennen dat racisme bestaat, zonder de groepen mensen te steunen die het rechtvaardigen. Het is een lastige balans, maar ik geloof echt dat we door deze rigide ideeën over ras los te laten, kunnen toewerken naar een meer inclusieve samenleving.‘

    Zijn er tekenen dat deze verschuiving plaatsvindt? Beginnen mensen écht na te denken over de manier waarop ze ras definiëren?

    Die tekenen zijn er zeker, al is het nog vroeg. Boeken zoals Racecraft van Barbara en Karen Fields hebben een belangrijke rol gespeeld in het verschuiven van het gesprek. Zij stellen dat ras functioneert als geld – het is niet echt, maar we geloven erin, dus het heeft waarde. Ik ben ook geïnspireerd door denkers zoals Adrian Piper, die publiekelijk besloot om “zwart” te zijn, met de boodschap dat ze niet meer wilde deelnemen aan “het rassenspel”. Dit soort denken wint aan terrein, vooral onder jongere generaties.’

    Je noemde eerder dat je het als een grote mislukking zou ervaren als je dochter zou opgroeien als een ‘witte, bevoorrechte’ persoon. 

    Ik zou niet willen dat ze zich niet bewust  is van haar achtergrond. En dat is ze gelukkig niet. Ze is inmiddels 11 jaar oud en kent mijn vader goed. Ik wil dat ze zich bewust is van de sociale en raciale positie waarin haar vader zich bevond en waarom dat belangrijk is. Veel mensen hebben geen idee van de ervaringen van zwarte mensen, of wat ze echt doorgemaakt hebben. Ze lezen misschien een boek over racisme of iets dergelijks, maar daar blijft het bij. Mijn dochter heeft veel tijd doorgebracht met haar zwarte grootvader en ik wil dat ze begrijpt wat de offers waren die hij heeft gebracht, zodat wij konden worden opgeleid, reizen en een beter leven konden leiden. Dat was dankzij de keuzes van haar grootvader, niet van haar moeders kant, maar van mij. Dus ik wil niet dat ze dat aspect van haar afkomst uit het oog verliest.

    ‘De wereld is toegankelijker als je als wit persoon wordt gezien’

    De wereld is toegankelijker als je als wit persoon wordt gezien. De wereld biedt dan een manier van leven die volgens mij redelijk onbelast is. Weet je, in Parijs zou ze zomaar kunnen zeggen dat ze wit is, en alles en iedereen zou dat beamen. Dus ze zou kunnen vergeten wat het betekent om niet alleen maar wit te zijn. Ik wil niet dat ze dat aspect verliest, het gevoel van wat het betekent om met een ander perspectief door het leven te gaan. Ze kan heel andere ideeën over ras hebben, ze kan zelfs geloven dat ras iets reëels is en het oneens zijn met mij over dat punt, maar ik wil gewoon dat ze zich bewust blijft van de ervaringen van de mensen waar ze mee verbonden is.’

    Dus jullie praten hierover met haar?

    Tot nu toe wel. En mijn kinderen zijn zo gevoelig voor dit soort dingen. Ik zie het bij mijn zoon, die pas zes is. Zijn beste vriend is ook van gemengde afkomst, maar zijn moeder komt uit Afrika en zijn vader is een witte Fransman. Hij is veel donkerder dan mijn zoon. En ik zie hoe kinderen zich sterk bewust zijn van deze verschillen. Mijn zoon heeft moeite om zichzelf als gemengd te zien. Hij ziet zichzelf heel duidelijk als wit. En ik zie hoe hij steeds wordt aangemoedigd om zichzelf zo te zien. Mijn dochter is ouder en heeft een verder ontwikkeld begrip van ras, maar ik zie bij mijn zoon hoe hij elke wordt aangemoedigd om zichzelf als wit te zien, met een zwarte grootvader, maar toch wit.’

    Moeten witte mensen zich meer uitspreken tegen het rigide idee van ras?

    Nou, ik denk dat iedereen dat moet doen. Het werkt niet als alleen zwarte mensen of andere niet-witte mensen zeggen dat ze moe zijn van het concept ras. Ook witte mensen die zich niet meer identificeren met dat idee van het ras moeten zich ertegen uitspreken. In feite is het een vraag die door witte mensen beantwoord moet worden. 

    James Baldwin zei ooit heel treffend dat, wil er ooit iets veranderen, witte mensen moeten stoppen met zich wit te willen voelen. Maar zoals ik eerder zei over mijn kinderen: er is zoveel stimulans om wit te zijn. En dat is iets waar we over na moeten denken. James Baldwin had in een interview een gesprek met een witte, intellectuele en progressieve man. Die vroeg: “Waarom praten we altijd over zwart en wit? Dat moeten we niet doen.” En Baldwin zei toen: “Ik kan niet anders, omdat we doen alsof het geen probleem is, maar het is wel degelijk een probleem.” Hij zei iets heel scherpzinnigs en diepzinnigs: “Ik ben geen neger. Maar de echte vraag is: waarom moest je van mij een neger maken?” En dat is een vraag die alleen door witte mensen beantwoord kan worden. Ik denk dat dat de werkelijke vraag is. Het gaat niet alleen om zwart en wit. Waarom hebben we elkaar nodig? Wat betekent het voor de multi-etnische samenlevingen die we nu hebben? Europa en vooral Amerika waren altijd al een multi-etnische samenleving, tot op zekere hoogte, maar samenlevingen waren vroeger niet altijd zo multi-etnisch als nu. 

    ‘Als we een verandering willen, dan moeten witte mensen wit niet meer zien als een erfelijke, sociale of biologische categorie’

    We leven in steeds meer gemengde, multi-etnische en multiculturele samenlevingen en we moeten een manier vinden om onszelf en elkaar zó te begrijpen dat we geen behoefte hebben om “een ander” te creëren. Er moet een manier zijn waarop we allemaal Amerikanen kunnen zijn. En ik denk dat deze vraag uiteindelijk beantwoord moet worden door de witte meerderheid. Het kan niet zomaar een standpunt zijn van een paar zwarte mensen die zeggen dat ze niet meer in ras geloven. Als we een verandering in de samenleving willen, dan moeten witte mensen wit niet meer zien als een erfelijke, sociale of biologische categorie.’

    Het gebeurt nu overal, vooral in Europa, dat extreemrechtse mensen aan de macht komen en er vreemde theorieën op nahouden. Het idee van de omvorming, bijvoorbeeld. We hebben nu mensen in de regering die dat idee steunen. Hoe zal dit aflopen?

    Ik denk dat de meeste fatsoenlijke mensen zich ongemakkelijk voelen bij dit soort ideeën, maar ik vraag me af of, op een dieper niveau, veel witte mensen eigenlijk bang zijn voor culturele en etnische omvolking. Er is een Franse schrijver, Raphael Glucksman, die in het afgelopen decennium een boek publiceerde waarin hij zei dat zelfs wanneer je denkt aan een homogeen Europese samenleving, zoals Frankrijk, waar mensen zeggen dat “we de Franse identiteit moeten bewaren,” je je moet realiseren dat de Franse identiteit nooit echt een vaststaand gegeven was. 

    Als ik in Amsterdam over straat loop, zie ik een echte multiculturele samenleving die heel goed werkt. Er is Indisch eten, ik loop langs een dumplingrestaurant en overal zijn er Mexicaanse eettentjes. En het werkt, mensen willen het zo hebben. Amsterdam is waarschijnlijk de eerste stad in het Westen die echt openstond voor de rest van de wereld. Dit is een stad die altijd gastvrij is geweest of op zijn minst tolerant tegenover vreemden. En je kunt zien dat een multiculturele samenleving eigenlijk best goed werkt. Ik denk ook dat in Amerika, zelfs midden in Trump-land, de bevolking veel gemengder en diverser is dan we vaak denken. Ik gaf eens een lezing in Texas, ik keek het publiek in en zag Latino’s, Aziaten, zwarte en witte mensen die gewoon naast elkaar zitten.

    ‘Hij zei: “Je hoeft niet in de buurt van immigranten te wonen om je zorgen te maken over het idee van immigratie”’

    Ik las dat je voor je werk ook met racisten hebt gesproken.

    Voor de New Yorker schreef ik een profiel van de man die de term the Great Replacement heeft bedacht. Op sommige witte supremacisten na had niemand in Amerika nog echt van die term gehoord. Maar toch was het interessant, omdat de Europese racist een beetje anders is dan de Amerikaanse racist. Die man woonde in een kasteel in een klein dorpje in het zuidwesten van Frankrijk, waar volgens mij geen enkele immigrant woont. Maar hij zei: “Je hoeft niet in de buurt van immigranten te wonen om je zorgen te maken over het idee van immigratie.” Toen ik naar hem toe ging, had ik nog geen rijbewijs, dus mijn ex-vrouw en mijn dochter gingen mee naar het kasteel. Hij vroeg ons uiteindelijk om te blijven voor het diner en hij was een goede gastheer. Dus ik zei: “Ben ik niet eigenlijk precies datgene wat je zo tegenstaat?” Maar hij zei: “Nee, een zwarte man uit New York en een Amerikaan in Parijs is juist zo Frans als het maar kan .Massale immigratie uit armere landen, dát is het probleem.” En misschien deed hij gewoon beleefd tegen mij, maar hij zei heel duidelijk: “Immigratie op individueel niveau is geen probleem. Bij massale immigratie wordt het omvolking. En mijn probleem daarmee is dat ik van diversiteit houd. Maar als alles samenkomt, wordt alles gehomogeniseerd. De wereld is divers. Marokkanen wonen in Marokko, Fransen in Frankrijk, Japanners in Japan.” Dus ze beweren dat het hun liefde voor diversiteit is. En dat eigenlijk, als je van diversiteit houdt, je ook zou willen dat witte identiteiten blijven bestaan, omdat dat een deel is van wat de wereld divers en interessant maakt.’

    Noemde hij zichzelf een racist?

    Nee. Hij noemt zichzelf het tegenovergestelde van een racist. Hij noemt zichzelf ook een xenofiel, geen xenofoob. Hij houdt van de verschillen van iedereen, dus hij wil de verschillen behouden. Er zijn Fransen die dit argument op een veel verfijndere manier maken dan de typische Amerikaanse racist. Maar het leidt uiteindelijk tot hetzelfde, namelijk dat je de identiteit wilt bevriezen op een bepaald punt, waar je zegt: “Dit is wat Frans zijn is en hier houdt het op.” Maar zo werkt het menselijke leven niet.’

    Denk je dat de term racisme tegenwoordig te gemakkelijk wordt gebruikt?

    Ik denk dat racisme een term is die in Amerika te veel wordt gebruikt, maar niet in Frankrijk. Ik weet niet hoe het in Nederland is, maar in Frankrijk erkennen ze officieel geen raciale verschillen. Het woord ras bestaat niet in de grondwet. Je kunt privé een jood zijn of wat je maar wilt zijn, maar publiekelijk is elke Franse burger gewoon een Franse burger. Dus ze houden zelfs geen statistieken bij. Activisten zullen zeggen dat dat pas echt problematisch is, omdat je het gevoel hebt dat er meer Arabieren en zwarte mensen in de gevangenis zitten in Frankrijk en dat dat iets te maken heeft met discriminatie. Maar eigenlijk is iedereen in de gevangenis in Frankrijk Frans. Dus ze zeggen dat die soort kleurenblindheid je blind kan maken voor raciale ongelijkheid.

    ‘In Ghana zijn er op dit moment slaven en niemand heeft het erover’

    Maar in Amerika speelt het tegenovergestelde probleem, waar we raciale verschillen bijna verafgoden. Racisme is een van de redenen dat mensen Donald Trump steunen. Mijn volgende boek komt eraan. Het gaat over de zomer van 2020 en de dood van George Floyd, een arme zwarte man. En wat er daarna gebeurde, al de veranderingen die plaatsvonden, zoals Harvard-professoren die zeiden: “George Floyd stierf, dus we moeten meer banen voor zwarte mensen krijgen.” Bij The New York Times zeiden ze: “George Floyd stierf, dus we moeten de Yale freshman-klas zwart maken” en “George Floyd stierf, dus we moeten het hele bestuur van deze prestigieuze instellingen laten aftreden en vervangen door zwarte mensen.” Dat gebeurde.

    Maar tegelijkertijd praten mensen in Amerika over racisme, terwijl ze zich niet bewust zijn van het feit dat in Libië, in het tijdperk van de iPhone, we video’s hadden van een slavenmarkt in de open lucht nadat Gaddafi was gevallen. In Ghana zijn er op dit moment slaven en niemand heeft het erover. We praten continu over waarom het belangrijk is voor Amerikanen om de wortels van slavernij in Amerika te begrijpen, maar er is geen discussie over de slavernij die op dit moment bestaat.’

    En waarom denk je dat dat zo is?

    Ik denk dat het komt doordat er sprake is van een soort narcisme in sterk egalitaire samenlevingen, waar we elk klein verschil fetisjiseren. Er zijn echte verschillen en er zijn echte ongelijkheden, maar het is nooit zo gelijk geweest als nu. En weet je, ik denk dat, toen mijn vader opgroeide, je je niet echt kon fixeren op de kleine dingen, omdat er grote dingen aan de hand waren. Ik denk dat je veel gevoeliger wordt naarmate er minder echte tegenslagen in je leven zijn. Mijn vader is in Texas geboren. Zijn grootmoeder was oud genoeg om getrouwd te zijn met een man die geboren was tijdens de slavernij. In zijn ouderlijk huis hadden ze in de jaren dertig geen stromend water. Ze konden zich niet fixeren op de dingen waar mensen zich nu mee bezighouden, zoals of ze voldoende vertegenwoordigd werden in de boeken die ze lazen. Of er genoeg zwarte personages waren. Of ze zich gezien voelden in de romans die ze lazen. Dat was niet iets waar hij zich zorgen over maakte. Hij las gewoon Hemingway en hij probeerde een opleiding te krijgen en vroeg zich af of het boek goed was. Hij vroeg zich niet af of hij zich gezien voelde. Er waren grotere dingen om je zorgen over te maken.’

    Summer of Our Discontent komt 5 augustus uit in de Verenigde Staten. Het is nog onbekend wanneer het boek in Nederland zal verschijnen. 

  • Kwantumcomputers zijn een cadeau voor cybercriminelen

    Kwantumcomputers zijn een cadeau voor cybercriminelen

    Dankzij kwantumtechnologie staan cybercriminelen mogelijk gouden tijden te wachten. Buitgemaakte gegevens die nu nog versleuteld zijn, zullen over een paar jaar in te zien zijn. Overheden en bedrijven moeten zich hier nu al op gaan voorbereiden, zegt internetpionier Harald Summa.

    U waarschuwt voor een mogelijke wereldwijde kwantumcrisis vanwege de prestaties van kwantumcomputers. Wat zijn kwantumcomputers eigenlijk precies?

    ‘Strikt genomen is een kwantumcomputer meer een kwantumprocessor die gebruikmaakt van de wetten van de kwantummechanica en die de toestanden van gemanipuleerde toestanden meet en evalueert. We bevinden ons als het ware niet meer in de digitale wereld van nullen en enen, maar weer in een analoge wereld. Een kwantumcomputer is gebaseerd op de interactie van kwantummechanische toestanden die meerdere keren worden gemeten en geverifieerd door statistische waarschijnlijkheden. In plaats van bits en bytes spreken we van qubits, die naast “ja” of “nee” ook de toestand “ja én nee” kunnen aannemen.’

    Voor de leek klinkt dit ingewikkeld. Maar kunnen we zeggen dat kwantumcomputers superieur zijn aan traditionele computers?

    ‘Ja, want dankzij hun grotere rekencapaciteit kunnen kwantumcomputers taken aan die gewone computers en supercomputers met hun processors tot nu toe niet aankunnen.’

    Waar ziet u de grootste risico’s?

    ‘Over slechts een paar jaar zullen kwantumcomputers in staat zijn alle huidige methoden om gegevens te versleutelen te kraken. Dit brengt het risico met zich mee dat cybercriminelen en schurkenstaten in staat zullen zijn om eerder versleutelde informatie van overheden, financiële instellingen en andere bedrijven te ontsleutelen. De meestgebruikte cryptografische standaarden van dit moment, RSA en Diffie-Hellman, zullen niet bestand zijn tegen systematische aanvallen van kwantumcomputers. Dit betekent dat we de basis voor veilige gegevensopslag zoals we die nu kennen, zullen verliezen. Vorige week nog heeft het Amerikaanse National Institute of Standards (NIST) de nieuwe standaarden voor post-kwantumcryptografie vastgesteld.’

    Harald Summa

    Harald A. Summa (71) wordt beschouwd als een van de belangrijkste Duitse internetpioniers. Hij is ook actief geweest als ondernemer en schrijver. Summa is geboren in Oberfranken en woont al lange tijd in Keulen. Van 1996 tot 2022 was hij directeur en CEO van DE-CIX (spreek uit: De-kicks), de exploitant van het in Frankfurt gevestigde internetknooppunt, dat qua datadoorvoer soms het grootste ter wereld was. Momenteel is Summa nog steeds lid van de raad van toezicht van de DE-CIX-Group. Hij was ook de oprichter en voormalig CEO van ECO, de vereniging van de internetindustrie. Dankzij zijn lidmaatschap kent Summa veel adviesraden en commissies van binnenuit. Hij is momenteel onder meer voorzitter van het initiatief Quantum Leap bij de denktank Diplomatic Council, een adviesgroep van de Verenigde Naties.

    Hoeveel tijd hebben we nog?

    ‘Dat is moeilijk te zeggen. Het kan vijf jaar, tien jaar of zelfs nog langer duren voordat het zover is. In ieder geval zal de wedloop tussen gegevensbeschermers en cybercriminelen door de kwantumtechnologie enorm versneld worden. Een ander risico is dat er nu al op de toekomst wordt geanticipeerd, want criminelen kunnen besluiten buitgemaakte gegevens net zo lang te bewaren tot ze die kunnen ontsleutelen met behulp van kwantumcomputers. Dit staat bekend als harvest now, decrypt later: vandaag oogsten, morgen ontsleutelen.’

    Maar het is toch niet zo gemakkelijk om aan ­kwantumcomputers te komen?

    ‘Momenteel nog niet, maar dat kan veranderen. Bovendien hoef je geen kwantumcomputer te bezitten om de technologie te gebruiken. Je kunt de bijbehorende rekencapaciteit huren. In sommige gevallen is dit nu al mogelijk.’

    Wat moet er gebeuren?

    ‘Het is tijd voor gestandaardiseerde post-kwantum­encryptie die beschermd is tegen kwantumaanvallen. De ontwikkeling is al begonnen. Dergelijke encryptie kan worden ingevoerd op mobiele telefoons met een nieuwe chip. Apple heeft zijn berichtendienst iMessage al in die zin aangepast. Veel ­overheden, financiële instellingen en centrale ­banken zijn er echter nog niet klaar voor.’

    Hoe reageren overheden en bedrijven op deze ­dreiging?

    ‘Ze luisteren. Veelal hebben ze het probleem op hun radar, vooral de ontcijfering van gegevens en de verspreiding van wachtwoorden. Je kunt kwantumtechnologie gebruiken om wachtwoorden zo te versturen dat ze hun geldigheid verliezen als ze worden gehackt of door derden worden bekeken.’

    Welke landen lopen voorop op het gebied van kwantumcomputing?

    ‘In termen van financiering van onderzoek en ontwikkeling zijn de Chinezen de wereldleiders. De VS lopen ook voorop in de technologie en Europa probeert ook bij te blijven. Volgens schattingen wordt er momenteel wereldwijd meer dan 40 miljard dollar geïnvesteerd in deze technologie. Naar mijn mening zou 400 miljard dollar meer op zijn plaats zijn.’

    Het zou interessant kunnen zijn om kwantumcomputing te combineren met kunstmatige intelligentie

    Waar staan Duitsland en Zwitserland?

    ‘Ik ben onder de indruk van hoe goed de academische wereld en bedrijven in Duitsland het op dit gebied doen. Grofweg hebben we vier centra waar onderzoek plaatsvindt; dit zijn Berlijn, München, de regio Stuttgart met IBM en verschillende universiteiten in Noordrijn-Westfalen en onderzoeksinstellingen. Er is ook een interessante start-upscene. In Siegen bijvoorbeeld bouwt een bedrijf kleine kwantumcomputers, en het heeft er inmiddels al een paar verkocht. En een bedrijf uit Bochum heeft in de VS een voorstel voor kwantumbestendige encryptie ingediend bij de Amerikaanse standaardiseringsinstituut NIST, en het is geselecteerd.

    Natuurlijk zijn er ook activiteiten in Zwitserland op het gebied van kwantumtechnologie, vooral gevoed door onderzoek in het CERN. Een groot aantal start-ups houdt zich met dit onderwerp bezig. Zwitserland is ook de thuisbasis van ID Quantique, een wereldwijd toonaangevend bedrijf dat al kwantumbestendige encryptie op een chip aanbiedt. De nabijheid van de financiële wereld maakt Zwitserland interessant, vooral voor praktische toepassingen.’

    Wat is de reden voor de positieve ontwikkeling in Duitsland?

    ‘Simpel gezegd: wij hebben de kwantumtechnologie uitgevonden. Denk maar aan de Nobelprijzen voor Duitse natuurkundigen, te beginnen met Werner Heisenberg in 1932 voor de uitvinding van de kwantummechanica. Die traditie heeft zich voortgezet. In de afgelopen decennia zijn er ook veel patenten en ontwikkelingen uit Duitsland gekomen, waarvan sommige vervolgens door anderen zijn overgenomen.’

    Wordt er samengewerkt tussen de staat, de wetenschap en bedrijven?

    ‘De staat ondersteunt voornamelijk projecten op wetenschappelijk gebied. Soms worden er pogingen ondernomen om bedrijven erbij te betrekken. Op dit moment is de sector echter nog een speelveld voor investeerders. Sommige basisprincipes moeten nog worden uitgewerkt en toepassingen moeten nog worden ontwikkeld. Het zou bijvoorbeeld interessant kunnen zijn om kwantumcomputing te combineren met kunstmatige intelligentie. Dit zou taalmodellen aanzienlijk kunnen versnellen.’

    Waarmee is de opkomst van kwantumtechnologie te vergelijken: met de opkomst van het internet, of met die van kunstmatige intelligentie (AI)?

    ‘Eerder met die van het internet. Het internet was een basistechnologie waaruit vervolgens toepassingen voortkwamen zoals het world wide web. ChatGPT doet me eerder denken aan de allereerste browser, Mosaic, die HTML-pagina’s voor het eerst zichtbaar maakte. De browser was dus een toepassing gebaseerd op het internet.’

    ‘Mijn indruk is dat de overheid een afwachtende positie inneemt’

    U was jarenlang directeur van DE-CIX, de exploitant van het grote internetknooppunt in Frankfurt, en u zit daar nog steeds in de raad van commissarissen. Heeft kwantumtechnologie ook invloed op dergelijke internetknooppunten?

    ‘Jazeker, DE-CIX werkt momenteel aan op ionen gebaseerde transportroutes en in Aken wordt onderzoek gedaan naar een testomgeving voor een kwantum-Internet Exchange. We gebruiken kwantumtechnologie om een testroute tussen Bonn en Berlijn te upgraden, zodat deze gebruikt kan worden om kwanta, dat wil zeggen ionen, te transporteren in plaats van lichtpulsen. Dit is echter niet zo eenvoudig over lange afstanden, omdat de huidige capaciteit maar zo’n 80 kilometer is. Je hebt dan een versterker nodig voor het signaal, zodat de ionen hun reis kunnen voortzetten. Afgezet tegen het wereldwijde internet zou er veel geld moeten worden uitgegeven aan dergelijke versterkers.’

    Zijn de Duitse overheid en de deelstaten zich bewust van de gevaren van kwantumtechnologie voor gegevensbeveiliging?

    ‘Absoluut, het ministerie van Onderwijs en Onderzoek is er volledig bij betrokken omdat het een groot deel van het onderzoek financiert. Het Federale Bureau voor Informatiebeveiliging erkent ook de mogelijkheden en risico’s van deze technologie. De standaardisatie van kwantumbestendige encryptie is echter nog niet zo ver gevorderd dat ze er een regeling van willen maken. Mijn indruk is dat de overheid een afwachtende positie inneemt.’

    Het klinkt toch verstandig om je niet voortijdig vast te leggen op een standaard?

    ‘Dat is het oude kip-en-eiverhaal. Je moet oppassen dat de normatieve kracht van de feiten het niet op een gegeven moment wint, als iemand met een norm komt die vervolgens geconsolideerd en verspreid wordt. In Frankrijk zie ik een tendens om het vooraf vastleggen van een standaard te stimuleren. Dit komt door de manier waarop Frankrijk zijn industrieel beleid voert: krachtdadig en soms erg francofiel.’

    ‘Kwantumtechnologie kan helpen bij complexe modellen die veel rekenkracht vereisen, zoals bij betere weersvoorspellingen’

    We hebben het veel gehad over de risico’s, maar op welke gebieden heeft kwantumcomputing grote voordelen?

    ‘Waarschijnlijk op heel veel gebieden. Denk vooral aan medische technologieën en de farmaceutische industrie. Kwantumtechnologie zal computertomografie vereenvoudigen en sterk verbeteren en ook helpen met complexe moleculaire structuren die nu nog berekend moeten worden om medicijnen te ontwikkelen. Het zou ook op de Duitse spoorwegen kunnen worden toegepast. Als de spoorwegen een lijn voor langere tijd moeten sluiten door bijvoorbeeld noodweer, duurt het momenteel meerdere dagen om de dienstregeling aan te passen. Met behulp van kwantumtechnologie zou dit met één druk op de knop kunnen gebeuren, inclusief de ­nieuwe dienstroosters voor het personeel. Kwantumtechnologie kan ook helpen bij andere complexe modellen die veel rekenkracht vereisen, zoals bij betere weersvoorspellingen.’

    Zijn de mogelijkheden van de technologie dus ­groter dan de risico’s?

    ‘Ik denk het wel. Het is een paradigmaverschuiving. Tegenwoordig hebben computers steeds meer ­energie nodig. Ik geloof niet dat alle traditionele computers vervangen zullen worden door kwantumcomputers, maar kwantumcomputers zouden een uitbreiding kunnen zijn, een soort turbocharger die je combineert met gewone computers om met ­minder energie tot meer prestaties te komen.’ 

  • Ontspannen de nacht doorkomen? Regisseer je eigen dromen

    Ontspannen de nacht doorkomen? Regisseer je eigen dromen

    Steeds meer mensen proberen hun dromen te sturen om nachtmerries te kunnen bestrijden of om in hun slaap iets leuks te beleven. Psycholoog en droom­expert Michael Schredl legt uit hoe dat werkt.

    U bent een van ’s werelds meest gerenommeerde wetenschappers die zich met droomonderzoek bezighouden. Hoe weet ik zeker dat dit videointerview geen droom is? 

    Schredl: Iets zeker weten is altijd een kwestie van perspectief. Dromen kun je relatief gemakkelijk onderscheiden van de realiteit, omdat je in een droom dingen kunt doen die niet passen binnen de natuurkundige wetten van die werkelijkheid. We noemen dat lucide dromen. 

    Wat verstaat u daaronder? 

    In zulke dromen weet je dat je droomt en kun je beslissen wat je doet. Geoefende lucide dromers kunnen in hun droom bijvoorbeeld opstijgen en vliegen. Mijn favoriete activiteit was door muren heen te lopen, dat vond ik het leukst.

    Als je zeker wilt weten dat je niet droomt, helpt het dan om jezelf te knijpen?

    Jezelf knijpen is geen goede realitycheck. Dat is uitgezocht door een groep Amerikaanse onderzoekers. Als je jezelf in een lucide droom knijpt, kan het zijn dat je verwacht dat het pijn doet. En dan doet het inderdaad pijn. 

    Kan iedereen lucide dromen? 

    Hoe vaak lucide dromen voorkomen, varieert nogal. Uit een representatief onderzoek in Duitsland blijkt dat ongeveer de helft van de mensen minstens één keer een lucide droom heeft gehad. Weinig mensen maken dat vaker mee. Er bestaan verschillende technieken om lucide dromen op te wekken. De eenvoudigste techniek is een reality check: vraag jezelf overdag meermaals af of je droomt of wakker bent. 

    Er zijn aanwijzingen dat een positieve lucide droom de dag erna een positief effect heeft

    Hebben we ook baat bij zulke dromen als we wakker zijn? 

    Er is onderzocht of iemand in lucide dromen vaardigheden kan oefenen, een beetje zoals sporters doen met mentale trainingen terwijl ze wakker zijn. Er zijn wat data die erop wijzen dat dat mogelijk is. Sommige mensen gebruiken lucide dromen voor de behandeling van nachtmerries of gewoon voor de lol. Er zijn aanwijzingen dat een positieve lucide droom de dag erna een positief effect heeft. 

    Dus eigenlijk is het een soort droomoptimalisatie? 

    Ik vergelijk het graag met meditatie. Lucide dromen maakt bewustzijnsverruiming mogelijk zonder gebruik te maken van van buitenaf toegediende stoffen. Mensen vragen vaak of lucide dromen bijwerkingen heeft, maar tot nu toe hebben we die niet gevonden, ook niet wat de kwaliteit van de slaap betreft. In één onderzoek waren er zelfs aanwijzingen dat de deelnemers zich na een lucide droom veel beter voelden.

    Kun je door ontspanningstechnieken of een positieve basishouding je dromen in positieve zin vormgeven? 

    Er bestaat een sterke correlatie tussen een positieve dag en positieve dromen. Ook als je overdag gestrest bent, wordt dat vaak weerspiegeld in je dromen. Het is dus niet zo eenvoudig om ’s nachts bewust mooie dromen te creëren als je een stressvolle dag hebt gehad. 

    Hoe gaat u zelf met verontrustende dromen om? 

    Als volwassene heb ik wel eens wat heftigere dromen gehad. Maar echte nachtmerries zijn na mijn kindertijd niet teruggekomen. We spreken van een nachtmerrie als de negatieve emoties zo sterk zijn dat je er zelfs wakker van wordt. Sommige mensen beleven ’s nachts hele horrorfilms. Voor die mensen hebben we in ons slaaplaboratorium in Mannheim een speciaal nachtmerriespreekuur. Want akelige dromen wegduwen helpt niet. Als je probeert om iets in je hoofd weg te duwen, komt het alleen maar sterker terug.

    Droom je bijvoorbeeld dat je in een afgrond valt, stel je dan voor dat beneden de brandweer klaar staat met een vangnet

    Wat adviseert u deze mensen? 

    Er bestaat een heel eenvoudige therapie om van je demonen af te komen: imagery rehearsal therapy. Daarbij worden terwijl je wakker bent oplossingen gezocht voor de benauwende situatie in je dromen. Droom je bijvoorbeeld dat je in een afgrond valt, stel je dan voor dat beneden de brandweer klaar staat met een mooi kleurig vangnet. Vriendelijke brandweermannen helpen je er weer uit en bieden je een kop thee aan. Je voelt je meteen stukken beter. Daarna moet je veertien dagen lang elke dag vijf minuten aan die oplossing denken. Deze techniek werkt niet bij iedereen, maar wel bij zeker 80 tot 85 procent. 

    Hebben kinderen daar ook iets aan? 

    Ja, maar een kind laten we een oplossing tekenen. Het monster draagt misschien rolschaatsen, maar het blijkt er niet mee te kunnen schaatsen en valt op de grond. Heel kleine kinderen kunnen tijdens een nachtmerrie alleen mama of papa roepen. Uit onderzoek blijkt dat de frequentie van nachtmerries meestal afneemt als kinderen een jaar of tien zijn. Dan hebben ze al wat beter met hun angsten leren omgaan. 

    Welke invloed heeft socialisatie op onze dromen? 

    Meisjes kunnen zich vaker dromen herinneren dan jongens. Het zou dus kunnen dat de manier waarop we met dromen omgaan en onze belangstelling daarvoor invloed heeft op hoe vaak we ons dromen kunnen herinneren. Bovendien laten culturele verschillen zien hoe mensen met dromen omgaan. Mensen van Latijns-Amerikaanse afkomst in de Verenigde Staten praten bijvoorbeeld vaker over dromen dan Angelsaksen, omdat dromen in hun cultuur een andere betekenis heeft. Zulke verschillen bepalen niet alleen de inhoud van dromen, maar ook de manier waarop erover wordt gesproken.

    Dromen zijn er altijd. Je droomt continu, gedurende de hele slaapcyclus

    Heeft het zin om met kinderen over hun dromen te praten?

    Helaas hebben we nog geen gericht onderzoek gedaan bij kinderen, maar een studie onder getrouwde stellen suggereert dat praten over dromen hun onderlinge band kan versterken. Een open gesprek over dromen creëert meer emotionaliteit en betrokkenheid dan praten over alledaagse dingen als het weer of wat je die dag gedaan hebt.

    Zijn er fasen waarin we meer of minder dromen? 

    Dromen zijn er altijd. Je droomt continu, gedurende de hele slaapcyclus. Het grote verschil is of je je, als je wakker wordt, kunt herinneren wat je hebt beleefd. Dit vermogen om dromen te herinneren varieert sterk. De meeste studies laten echter zien dat je met relatief eenvoudige maatregelen het herinneren van dromen kunt verbeteren. Een dromendagboek bijhouden bijvoorbeeld. Het kan ook al helpen om je alleen voor te nemen je dromen te herinneren.

    Dus het zegt niets over mij als persoon of ik mijn dromen wel of niet kan onthouden?

    Inderdaad. Het onthouden van dromen correleert met bepaalde persoonlijkheidskenmerken, zoals in hoeverre je openstaat voor ervaringen. Mensen die meer geïnteresseerd zijn in alledaagse onderwerpen kunnen hun dromen over het algemeen beter onthouden. Dit is in tegenspraak met de oude ideeën over verdringing van volgelingen van Freud. Iedereen die geïnteresseerd is in dromen en wil begrijpen wat er ’s nachts gebeurt, zal dromen ook beter kunnen onthouden. 

  • Hoe Kim Jong-un terreur orkestreert. ‘Het aantal openbare executies neemt toe’

    Hoe Kim Jong-un terreur orkestreert. ‘Het aantal openbare executies neemt toe’

    Een voormalige leidinggevende van het Noord-Koreaanse regime, die vijf jaar geleden het land ontvluchtte, heeft een interview gegeven aan het Japanse dagblad Mainichi Shimbun. Hij onthult hoe Kim Jong-un, ondanks zijn ogenschijnlijk onwrikbare positie, een zwakke machtsbasis heeft. Om zijn greep op de bevolking te versterken deelt hij meedogenloos doodvonnissen uit.

    Kim Jong-un regeert nu al ruim twaalf jaar in Noord-Korea. Hij zet zijn programma voor ballistische raketten en kernwapens koste wat kost voort, ondanks de economische problemen en de zware internationale sancties waarmee het land te maken heeft. Tegen deze achtergrond gaf een voormalige leidinggevende van de Regionale Veiligheidsmacht, die rond 2019 naar Zuid-Korea vluchtte [we zullen hem Choe noemen], een exclusief interview aan Mainichi Shimbun tijdens een bijeenkomst in Seoul, eind februari. Zijn verslag van de mensenrechtensituatie in Noord-Korea in de afgelopen jaren is van onschatbare waarde.

    De man, die in de veertig is, doet een boekje open over een regime dat op zijn hoede is in het licht van groeiende publieke onvrede en sociale onrust. Een regime dat het toezicht probeert aan te scherpen door het aantal functionarissen dat het gedrag van burgers moet monitoren aanzienlijk te verhogen, en dat regelmatig zijn toevlucht neemt tot de doodstraf, zowel in het openbaar als achter gesloten deuren. Het is uitzonderlijk dat een overgelopen leidinggevende met zo’n staat van dienst bereid is vragen van buitenlandse media te beantwoorden, te meer daar hij het land nog niet zo lang geleden heeft verlaten.

    ‘Het aantal openbare executies voor kleine vergrijpen neemt toe. Meestal wordt daartoe besloten tijdens vergaderingen, in plaats van in de rechtbank,’ vertelt Choe. Vroeger gold de doodstraf alleen voor moord en andere ernstige misdrijven. Nu wordt de straf veel breder toegepast, op basis van ‘decreten’ die op straat zijn opgehangen.

    Doodvonnis

    In Noord-Korea is bijvoorbeeld de diefstal van telefoonkabels, waarvan het koper op de zwarte markt wordt verkocht, een plaag geworden die de telecommunicatie-infrastructuur ernstige schade toebrengt. Om dit in te dammen waarschuwen de autoriteiten van het land regelmatig met de boodschap ‘Diefstal van telefoonkabels wordt zwaar bestraft’. Volgens het Noord-Koreaanse wetboek van strafrecht is diefstal een overtreding waarop gevangenisstraf staat, maar volgens de decreten, die worden beschouwd als ‘buitengewone wetten’, kan er ook de doodstraf op staan.

    ‘Ook op diefstal en het slachten van vee staat de doodstraf, vanwege het negatieve effect op de landbouwsector,’ vervolgt Choe. Toen hij nog in Noord-Korea woonde, werden er elke week wel een of twee doodvonnissen voltrokken op basis van de decreten. 

    Bovendien worden deze doodvonnissen niet langer alleen op regeringsniveau uitgesproken. Sinds een jaar of tien bepalen de veiligheidscomités die in elke provincie zijn opgericht rond de regionale secretaris van de Koreaanse Arbeiderspartij (de enige partij), de hoogste provinciale autoriteit, de straffen die in hun rechtsgebied worden toegepast, waaronder de doodstraf.

    Volgens Choe is voor Kim Jong-un, wiens machtsbasis in werkelijkheid niet erg solide is, een sterk gevoel van onveiligheid een van de redenen waarom hij het regime verscherpt. In tegenstelling tot zijn vader, Kim Jong-il (1942-2011), die ongeveer dertig jaar de tijd had om zich voor te bereiden op zijn functie aan het hoofd van het land, heeft de huidige secretaris-generaal van de Koreaanse Arbeiderspartij niet genoeg tijd gehad om een betrouwbare entourage op te bouwen.

    Het feit dat zijn moeder, Ko Yong-hui, geboren is in Osaka [Japan] uit Zuid-Koreaanse ouders, lijkt een ‘vlek op zijn legitimiteit’ in de ogen van de stafleden en het volk, denkt Choe. ‘De bevolking is zich daar goed van bewust. Sommige mensen zeggen zelfs dat Kim Jong-un tot de “Fuji-lijn” behoort (in tegenstelling tot de “Paektu-lijn”, de bijnaam voor de erfelijke machtsoverdracht sinds Kim Il-sung [de grootvader van Kim Jong-un, 1912-1994]).’ 

    Toen Kim Jong-un na de dood van zijn vader de teugels overnam, toonde hij zich bereid om actief economische hervormingen door te voeren, wat verwachtingen wekte bij de bevolking. Maar die hoop werd de bodem ingeslagen toen het toezicht en de controle werden opgevoerd.

    ‘Het aantal informanten van de veiligheidsdiensten die in de bevolking zijn geïnfiltreerd, is verdubbeld’

    ‘Het aantal informanten van de veiligheidsdiensten die in de bevolking zijn geïnfiltreerd, is verdubbeld,’ zegt Choe, ‘en in plaats van twee keer per maand moeten ze nu een keer per week een rapport schrijven. Er zijn ook meer veiligheidsfunctionarissen die bewoond gebied in de gaten moeten houden.’ Mensen die kritiek hebben op het regime of informatie proberen uit te wisselen met de VS, Japan of Zuid-Korea, worden extra streng in de gaten gehouden.

    Wie door de geheime politie is gearresteerd wegens een ‘politiek misdrijf’, na een tip van informanten, wordt vaak achter gesloten deuren geëxecuteerd, uit angst dat de aanklacht, kritiek op het regime bijvoorbeeld, na bekendmaking tot navolging zou kunnen leiden. Soms sterven ‘politieke misdadigers’ van de honger, verstoken van voedsel en water.

    Choe benadrukt dat het belangrijk is de internationale gemeenschap te wijzen op de mensenrechten in Noord-Korea. ‘In het verleden heeft het regime bijvoorbeeld na internationale kritiek de behandeling van Noord-Koreaanse overlopers aangepast.’ Door bewustzijn te creëren bij mondiale instellingen zoals de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties en het Internationaal Strafhof (ICC) hoopt Choe ‘een einde te kunnen maken aan willekeurige executies’.

    In januari kondigde Kim Jong-un aan dat ‘de begrippen “hereniging”, “verzoening” en “homogeniteit” [van het Koreaanse volk] volledig uit de nationale geschiedenis zouden worden geschrapt’. Hiermee liet hij de doelstelling van vreedzame hereniging met Zuid-Korea, die hij eerder nog had gesteund, volledig varen. Waarom is hij plotseling afgestapt van een fundamenteel beleid dat sinds de tijd van de eerste opperste leider, Kim Il-sung, standaard werd gevoerd? En hoe reageren de Noord-Koreanen hierop? ‘Het feit dat iets wat hun tot nu toe altijd is geleerd op deze manier wordt afgezworen, moet als een grote schok zijn gekomen,’ zegt Choe.

    De campagne om verwijzingen naar de hereniging te verwijderen vordert met rasse schreden. De Boog van de Hereniging in Pyongyang is afgebroken en uit het volkslied is de zinsnede ‘3000 li’ [een li is een meeteenheid van ongeveer 500 meter] geschrapt, die verwees naar de lengte van het Koreaanse schiereiland. ‘Verwijzingen naar de hereniging zijn er overal,’ zegt Choe, ‘dus dit betekent dat veel van de geschriften van Kim Il-sung en Kim Jong-il, evenals liederen en documentaires die bedoeld waren om de bevolking op te voeden, gedoemd zijn te verdwijnen. Dat is nogal een ommekeer.’

    Hereniging

    ‘Hereniging was een hoog gegrepen doel,’ aldus Choe, ‘maar iedereen in Noord-Korea weet dat onze twee volken dezelfde taal en cultuur delen, en ik denk niet dat een enkel woord van de hoogste leider dat zal veranderen. Deze ideologische ommezwaai zal waarschijnlijk wantrouwen en onvrede opwekken onder de bevolking.’

    In 1960, en later ook in 1980, stelde Kim Il-sung een plan voor om de twee Korea’s te herenigen onder een federaal systeem. In 2000 ontmoette Kim Jong-il de Zuid-Koreaanse president Kim Dae-jung voor de ondertekening van een gezamenlijke verklaring, waarin ook de doelstelling van hereniging van Noord en Zuid op basis van een ‘voorstel voor een federaal systeem’ was opgenomen.

    Zuid-Koreaanse en Japanse experts op het gebied van Noord-Korea en mensen die het regime van binnenuit kennen, hebben mogelijke verklaringen geuit voor de plotselinge ommezwaai van Kim Jong-un. Sommigen denken dat de leider, na twaalf jaar aan de macht te zijn geweest, zich probeert te bevrijden van de politieke ideologie en principes van zijn grootvader en vader, om zijn eigen ideeën op te leggen. Volgens Choe is dat al enkele jaren aan de gang.

    In 2019 bekritiseerde Kim Jong-un het toeristische project rond de berg Kumgangsan, dat een symbool was voor de economische samenwerking tussen Noord en Zuid onder leiding van zijn vader Kim Jong-il. ‘Mijn voorganger heeft een grote fout gemaakt door zich aan anderen (Zuid-Korea) te onderwerpen toen het land zwak was,’ zei hij. Ook is bekend dat de portretten van Kim Il-sung en Kim Jong-il in 2021 zijn verwijderd uit de congreszaal van de Koreaanse Arbeiderspartij.

    Volgens Choe hebben veel Noord-Koreanen heimwee naar de tijd van Kim Il-sung. Rond 1980 profiteerde het land van een voedseldistributiesysteem en economische steun van de Sovjet-Unie. De mensen zouden het niet op prijs stellen dat hun huidige leider kwaadspreekt over zijn voorgangers, aldus Choe.

    ‘De volledige breuk met Zuid-Korea is begrijpelijk omdat het regime het land ziet als een bron van “culturele vervuiling”’

    Andere waarnemers koppelen de koerswijziging van Kim Jong-un aan het mislukken van zijn ‘diplomatieke offensieven’. De reeks topontmoetingen met de VS en Zuid-Korea van enkele jaren geleden leverden niet de verhoopte resultaten op, waaronder de opheffing van economische sancties. Volgens een Noord-Koreaanse bron was de tegenslag voor Kim Jong-un op de Koreaanse top in 2018 een zware klap voor zijn gezag en legitimiteit. Om de impasse te doorbreken zou de Noord-Koreaanse leider zich gedwongen zien om strenge maatregelen te nemen tegen het buurland. Volgens sommigen ligt de totale afwijzing van een vreedzame hereniging in het verlengde hiervan.

    Andere waarnemers wijzen op het mislukken van recentere maatregelen om de invloed van de Zuid-Koreaanse cultuur in te perken. Noch de grensblokkade, die ongeveer drie jaar werd gehandhaafd onder het mom van het indammen van de coronapandemie, noch de eind 2020 aangenomen wet op de uitsluiting van de cultuur van reactionair gedachtengoed – die onder meer het contact met de Zuid-Koreaanse cultuur streng bestraft – hebben weten te voorkomen dat Zuid-Koreaanse series en muziek de Noord-Koreaanse bevolking bereiken. Ook dit heeft, naar wordt aangenomen, de wrok van Kim Jong-un jegens Seoul aangewakkerd.

    ‘De volledige breuk met Zuid-Korea is begrijpelijk omdat het regime het land ziet als een bron van “culturele vervuiling”,’ concludeert Choe. ‘Maar de breuk is ook bedoeld om intern de eigen macht te versterken.’ 

  • David Grossman: ‘We zijn ver verwijderd geraakt van een opening voor dialoog, of vrede’

    David Grossman: ‘We zijn ver verwijderd geraakt van een opening voor dialoog, of vrede’

    De literaire grootheid, bekend om zijn pleidooi voor vrede in het Midden-Oosten, ziet het somber in en voorspelt dat zijn land na het conflict rechtser zal zijn en meer bevooroordeeld ten opzichte van Arabieren.

    David Grossman (Jeruzalem, 70) verwelkomt ons met een baard. Hij legt uit dat dit te maken heeft met de dood van zijn vader op 97-jarige leeftijd. Hij is nog steeds in sjlosjiem, de periode van dertig dagen na de begrafenis waarin mannen zich niet scheren, volgens de Joodse rouwtraditie. Dit lijkt niet de enige reden te zijn voor het verdriet dat hij gedurende het interview uitstraalt. Het is alsof hij ook rouwt om de ‘situatie’, zoals de Israëli’s het conflict in het Midden-Oosten noemen. Dat is een van de eufemismen die hij aan de kaak stelt in zijn nieuwe boek, ‘De prijs die we betalen’, een verzameling toespraken en opinieartikelen die zijn kijk op zijn land in de afgelopen jaren weerspiegelen.

    Hij pronkt er niet mee, maar hij is de bekendste Israëlische schrijver die nog leeft, na de dood van de twee met wie hij vredig om het podium streed: Amos Oz en A.B. Yehoshua. Zijn werk is vertaald in 42 landen en hij heeft de Man Booker International- en de Erasmusprijs gewonnen. Hij nam vorig jaar deel aan protesten tegen de justitiële hervorming van Benjamin Netanyahu, spreekt al decennialang het woord ‘bezetting’ uit, waarop nog altijd een licht taboe rust, en trok in 2015 zijn kandidatuur voor de hoogste burgerprijs van het land in uit protest tegen Netanyahu’s vermeende gemanoeuvreer met de jury. Grossman is ook essayist en columnist voor grote media.

    Innerlijke strijd

    De dag is helder en de geur van bougainville vult het pad naar zijn huis in Mevaseret Zion, gelegen in de heuvels met uitzicht op de afslag van Jeruzalem naar Tel Aviv en een van de weinige hoge plekken in een land dat wordt gedomineerd door bijbelse woestijnen. Daarvandaan kan hij het enige land observeren waar hij wil wonen en waar hij ook een Palestijnse staat wil zien. De Hebreeuwse zorgvuldigheid die hij tentoonspreidt in romans, essays en korte verhalen – waardoor zijn naam elk jaar weer klinkt als kandidaat voor de Nobelprijs voor de Literatuur – verandert in twijfel als hij het over het huidige conflict heeft. Alsof de man die getraumatiseerd werd door de Hamas-aanval van 7 oktober en om de haverklap een paar clichés uitspreekt, en de welwillende en gevoelige intellectueel die in 2006 zijn zoon Uri verloor in de strijd in Libanon een interne strijd met elkaar voeren. Het was de laatste dag, er was al een staakt-het-vuren overeengekomen; een van die momenten die de zinloosheid van oorlog nog eens extra illustreren. Zoals die in Gaza, die Grossman ‘vijf of zes maanden geleden’ al had willen beëindigen. Uri kijkt op ons neer vanaf een foto op een plank in zijn woonkamer.

    El País: Ik had graag met u willen praten over literatuur of liefde, maar dat is een beetje moeilijk tegenwoordig.

    DG: Bijna onmogelijk. Elke dag ga ik naar het atelier om te schrijven, maar ik heb het gevoel dat ik dat vooral doe om mijn verstand te bewaren. En dat is niet erg. Het maakt me niet uit of er een boek uit voortkomt, want het helpt me, het geeft me een doel in het leven. Tegenwoordig ga ik ook graag naar het Israëlmuseum [in Jeruzalem], omdat ik me daar geborgen voel, alsof de cultuur me beschermt tegen de wreedheid die zo sterk aanwezig is, en zo bruut.

    Wat haalt u uit het schrijven?

    Schrijven is een poging om te verfraaien. Je kunt een gewelddadige en wrede situatie beschrijven, maar je doet het met precisie. Oorlog is een massale aangelegenheid en kunst haalt juist de stem van het individu eruit. Er wordt iemand uitgelicht via wie een groter verhaal wordt verteld, terwijl oorlog appelleert aan het algemene, het stereotype, het vooroordeel.

    Hebt u het gevoel dat u iets kunt schrijven dat niets te maken heeft met 7 oktober en wat er sindsdien in Gaza is gebeurd?

    Ik vind niet dat schrijvers over de politiek van hun tijd hoeven te schrijven. Ik denk dat het hun contact met de realiteit verrijkt, maar het is niet noodzakelijk. [De grootste Israëlische Nobelprijswinnaar voor literatuur, Shmuel Yosef] Agnon schreef nauwelijks over de Holocaust. Alleen soms metaforisch. Hij vond een manier om de menselijke natuur te beschrijven zonder luid uit te dragen wat zijn gedachten en overtuigingen zijn. Ik heb het gevoel dat ik een hoge prijs betaal voor mijn politieke betrokkenheid, nog los van het feit dat de helft van de mensen [in Israël] niet echt houdt van wat ik schrijf of wie ik ben. Maar de behoefte om over de situatie te schrijven, om die te begrijpen, is vermoeiend. Schrijven over de politieke realiteit in Israël stelt me in staat om meer inzicht in de mens te krijgen. Schrijven stelt je voortdurend op de proef om na te denken over je positie, over wat je denkt, hoe je je verhoudt tot de regering, het leger; of je wordt geleid door je angsten of erin slaagt je eigen visie te vinden. Het is verschrikkelijk moeilijk, vooral in oorlogstijd. Het houdt in dat je moet spreken in een andere taal.

    En wat betekent ‘spreken in een andere taal’ vandaag de dag?

    Mijn bereidheid om meer te begrijpen van mijn situatie als persoon in een realiteit die verandert en beangstigend en bedreigend wordt. En ik weet zeker dat we nog maar aan het begin staan van de verwoestingen van de oorlog. De woorden die ik zeg jagen me angst aan, maar ik voel echt dat het een heel moeilijke tijd zal worden. Nu al.

    ‘We zijn ver verwijderd geraakt van een opening voor dialoog, of vrede’

    In een tekst in het boek, gedateerd op 10 oktober, vraagt u wie de Israëli’s en de inwoners van Gaza zullen zijn als de oorlog voorbij is. Wat zijn uw gedachten daarover nu, zeven maanden later?

    Dat hangt af van de oplossing die wordt bereikt. Ik denk dat Israël veel rechtser zal zijn en dat de stereotiepe kijk op Arabieren veel groter zal worden. Angsten zullen zo hevig overheersen dat het moeilijk zal zijn om over vrede, compromissen en dialoog te praten. Alles waar ik in geloof zal ruw aan de kant worden geschoven. En ik kan niet zeggen dat ik mensen die zo denken niet begrijp. Ze zijn bang. En terecht. Op 7 oktober ontwaakten we in een nachtmerrie die zijn weerga niet kent sinds de holocaust. De eerste keer dat iemand die vergelijking maakte vond ik dat enorm overdreven, maar de gebeurtenis bevatte werkelijk holocastelementen. Mensen zullen de Palestijnen niet volledig vertrouwen. We zullen moeten slapen met een geweer onder ons kussen. Dat is wat ze zeggen en dat snap ik. We zijn ver verwijderd geraakt van een opening voor dialoog, of vrede. Misschien worden we nu gedwongen om een overeenkomst te sluiten, maar dat zal er niet voor zorgen dat we dichter bij elkaar komen. Aan de andere kant, welk alternatief hebben we? We moeten leren om zowel Athene als Sparta te zijn. Slapen met een geweer onder ons kussen, zoals Sparta, en zoals Athene proberen de vrije, creatieve en grotendeels seculiere staat te zijn die Israël was, of dacht te zijn, tot 7 oktober. Hoe doen we beide tegelijk? Ik weet het niet.

    U heeft het over ‘wij’, maar ik zou graag willen weten of u sinds 7 oktober persoonlijk ook minder gelooft in vrede.

    In het vredeskamp in Israël, waar ik onderdeel van uitmaak, geloofden we te veel in logica en te weinig in de kracht van religieus fanatisme. En onze relatie met het Palestijnse volk gaat niet over logica. Er komt haat bij kijken, onbeantwoorde liefde, verraad, een verlangen naar wraak… Dit conflict is erg emotioneel en psychologisch van aard. Als de Palestijnen geen thuis en geen thuisgevoel hebben, hebben wij dat ook niet. Als meer en meer Palestijnen zouden inzien dat we hier zijn om te blijven, dat we geen kruisvaarders zijn, geen kolonialisten, maar dat we in Israël geboren zijn als een volk met een cultuur, een religie, een taal, dan zou dat helpen. We zijn geen vreemdelingen. We zijn hier gekomen omdat we hier vandaan komen. Als ze dit accepteren, kunnen de eerste stappen richting vrede worden gezet. Ik weet niet of dit binnen een jaar, binnen dertig jaar of nooit zal gebeuren. Ik weet alleen dat het bereiken van vrede nu in het belang van Israël is, want zolang het niet gebeurt worden we blootgesteld aan rampen zoals die het afgelopen jaar plaatsvonden. Israël is in zijn eentje niet in staat om het van de hele Arabische wereld te winnen. Dat is moeilijk te accepteren, want we dachten onoverwinnelijk te zijn. We keken neer op de Palestijnen en daarvoor voor de Egyptenaren, de Syriërs, de Jordaniërs… Tot we [in de Jom Kipoeroorlog van 1973] ontdekten dat zij geen slechtere strijders zijn dan wij. En Hamas onder onze neus een strijd voorbereidde zonder dat wij het doorhadden.

    En denkt u dat, zoals gebeurde toen na de Jom Kipoeroorlog vrede werd gesloten met Egypte, dit er op de lange termijn toe kan leiden dat mensen inzien dat het niet langer zo door kan gaan?

    Vroeger zou ik enthousiast hebben geantwoord: ‘Ja, dat gaat zeker gebeuren.’ Nu minder snel. Niet omdat ik geen enkele hoop meer heb op vrede. Dat kan ik me niet veroorloven. Ik heb hier twee kinderen, nichtjes en neefjes, dierbaren… Ook Israël is me heel dierbaar. Ik kan nergens anders wonen. Het is mijn thuis. Het is waar ik wil zijn.

    U bent niet moedeloos, maar…

    Ik denk dat we veel voorzichtiger moeten zijn, zelfs in een staat van vrede. Het trauma van zeven maanden geleden zal zo sterk zijn dat het ons zal blijven beïnvloeden. Als de Gazanen in 2005, toen Israël zich terugtrok uit Gaza, die prachtige kans hadden aangegrepen om de wereld te laten zien dat de Palestijnen een vreedzame situatie konden creëren na decennia van oorlog met Israël, dan zou Israëls bereidheid hun ook de Westelijke Jordaanoever te geven enorm zijn gegroeid. In plaats daarvan lanceerde Hamas in de eerste paar jaar 4500 raketten. Geen enkel normaal land zou dat accepteren van een buur. Zou Spanje niet reageren op twintig raketten? Zou het niet vinden dat het daar het volste recht toe heeft?

    Zonder hierover in discussie te willen gaan, denk ik dat u wel weet dat dit een scheve vergelijking is, omdat er geen sprake is van een algemene bezetting door Spanje van zijn buurland.

    Ik kan maar niet begrijpen hoe wij, goede en morele mensen, een heel volk 56 jaar lang onder de plak hebben gehouden. Hoe we gewend raakten aan de situatie en er vervolgens aan gingen hechten. Maar feit blijf dat Gaza die kans heeft gemist. En soms willen we kansen missen zodat er een realiteit wordt gecreëerd die ons geweld kan rechtvaardigen.

    ‘Ik hou mezelf voor dat ik doe wat ik kan om deze situatie te veranderen, al vele jaren’

    Wat vindt u van de 35.000 doden in Gaza, die in uw naam zijn gevallen?

    Verschrikkelijk. De eerste week van de Israëlische reactie, na de gruweldaden van Hamas, vind ik volkomen begrijpelijk. Je loopt op straat en iemand geeft je een enorme klap. Geef je diegene dan geen klap terug? Het is instinct. Wat me verbaast is wat er daarna gebeurde. Ik begrijp onze wens om Yahia Sinwar en de Hamasmensen gevangen te nemen, en we hebben het volste recht om dat te doen. De vraag is op welk punt de staat wraakzuchtig wordt. Of verslaafd raakt aan wraak en geen onderscheid meer maakt tussen criminelen en terroristen en mensen die ‘er niet bij betrokken zijn’. En nu zijn er 35.000 doden omdat we op zoek waren naar een paar honderd personen… Ik kan die realiteit niet verdragen. Ik hou mezelf voor dat ik doe wat ik kan om deze situatie te veranderen, al vele jaren.

    Wanneer had u het gevoel dat u zich distantieerde, dat die grens overschreden werd?

    Toen ik voor het eerst de verwoeste huizen zag. De wil om wraak te nemen. Ik neem het niet voor Hamas op. Het is een vreselijke vijand. De eerste week voelde ik niet alleen dat ik niet in zo’n conflict wilde leven, maar ook dat ik niet in een wereld wilde leven die zulke wreedheden toestaat.

    In de teksten van het boek bespeur ik een verandering in uw toon. Tijdens de periode van de gerechtelijke hervorming: bezorgdheid, boodschap tegen Netanyahu. Net na 7 oktober, zoals ik al zei, is te lezen dat u niet meer wilde bestaan. In de laatste teksten bespeur ik meer angst vanwege het antisemitisme, de studentenprotesten…

    In het algemeen is het zoals je het beschrijft, ja. In het begin, met het protest, waren er honderdduizenden mensen die door de straten marcheerden. Een euforische opwinding. En toen begon de oorlog. Maar wacht, u noemde antisemitisme. Maakt u zich daar geen zorgen over?

    Als mens, natuurlijk. Maar als niet-Jood zal ik het niet op dezelfde manier ervaren als u, omdat ik niet het doelwit ben.

    Je kunt je daarin inleven, ook al ben je niet Joods. Omdat je een mens bent. Daarom komt het zo hard binnen als ik demonstraties zie tegen de Joden, of tegen het bestaan van Israël… Dat je kritisch bent over Israël dat mag, dat ben ik ook. Maar om te willen dat Israël totaal niet bestaat, ‘from the river to the sea’… Dat niet. Ik ben niet suïcidaal. Israël is het enige land waarvan je kunt zeggen dat het dreigt te verdwijnen. Alleen al het feit dat presidenten van de VS in al hun toespraken zeggen dat ze zich inzetten voor het bestaan van de staat Israël… Kun je je zo’n zin voorstellen als het gaat over Spanje? Dat zou klinken op een grap.

    Vergeef me dat ik terugkom op de actualiteit, maar het openbaar ministerie van het Internationaal Strafhof heeft net om de arrestatie van Netanyahu en [minister van Defensie Yoav] Gallant gevraagd.

    Als je het slachtoffer en de dader op één lijn stelt, verlies je je geloofwaardigheid. Zoals al het gepraat over genocide is dit perverse onzin. Het is niet zo dat Israël in juni 1967 eens even rustig ging denken over de vraag: Hoe ga ik het Palestijnse volk vernietigen? Degenen die uit waren op genocide, waren de Palestijnen. De Israëli’s bevonden zich in een situatie van bezetting en ontdekten gaandeweg dat deze voordelen had. Het Joodse volk bezat gedurende het grootste deel van zijn bestaan geen wapens, en plotseling heeft het die nu wel. En grondgebied, een fort…

    ‘Michal [zijn vrouw] en ik kijken elkaar aan en we weten wat een lange weg ze nog te wachten staat’

    Herinnert u zich dat u toen euforie voelde?

    Ik denk niet dat er meer dan drie mensen waren die het niet voelden. Toen, in oktober, was het niet zo dat we gingen slapen en dachten: Hoe kunnen we als we wakker worden Hamas uitroeien? We hebben domme en misdadige daden begaan, maar zonder enige intentie of wil om zoiets gruwelijks te doen.

    Is dat niet aan het tribunaal in Den Haag om te beoordelen?

    Ik ben geen rechter. Voor mij is het duidelijk dat wij verantwoordelijk zijn voor de moord op zoveel mensen, kinderen… ik kan het niet verdragen. Maar genocide hangt af van de intentie. Ik wil niet ingaan op juridische vragen. Afschuwelijk is afschuwelijk en ik had gewild dat deze oorlog zou eindigen, niet nu, maar vijf of zes maanden geleden.

    Hoe verschilt de collectieve rouw in Israël waar u het over had van uw individuele rouw om de dood van uw zoon?

    Er is niets zo pijnlijk als dat [stilte]. Het is moeilijk voor mij om over hem te praten. Elke ochtend hoor ik op de radio dat er een soldaat is overleden en dan denk ik aan de nabestaanden, die zich in de euforie van het verdriet bevinden. Dat bestaat echt, het is alsof je via de dood de eeuwigheid aanraakt… Michal [zijn vrouw] en ik kijken elkaar aan en we weten wat een lange weg ze nog te wachten staat. We hebben het trouwens nog niet gehad over de gijzelaars [in Gaza], ik laat u niet weggaan zonder het daarover te hebben gehad. Het is een vorm van marteling die ik tot nu toe niet kende. Als ik denk aan wat ze moeten doorstaan, roept dat bij mij het beeld op van een schroevendraaier in een stopcontact. Ik begrijp niet waarom we niet tot een overeenkomst zijn gekomen om hen vrij te laten.

  • Filosoof Kohei Saito is voorvechter van economische krimp

    Filosoof Kohei Saito is voorvechter van economische krimp

    De Japanse hoogleraar filosofie vindt dat we moeten ontgroeien en minder buitensporig moeten consumeren. ‘Wil iedereen op aarde een fatsoenlijk leven kunnen leiden, dan moet het mondiale Noorden opgeven wat niet noodzakelijk is.’

    Stel je een wereld voor waarin je maar drie of vier dagen per week hoeft te werken. In je vrije tijd kun je sporten, tijd aan je dierbaren besteden, tuinieren of actief zijn in de lokale politiek. Bezorging binnen 24 uur, reclame en privévliegtuigen zijn verleden tijd, maar gezondheidszorg, onderwijs en groene stroom zijn voor iedereen gratis. Dat is het radicale ideaal dat de marxistische hoogleraar filosofie Kohei Saito voorstaat. Hij houdt een pleidooi voor ‘degrowth’, ‘ontgroei’, een doelbewuste krimp van de economie om zo de rijkdom beter te verdelen en over te gaan op een trager economisch stelsel waarin het welzijn van mens en planeet centraal staat.

    In de VS en andere rijke landen woedt onder voorvechters van klimaatmaatregelen steeds meer discussie over de vraag of economische groei moet worden ontmoedigd om de opwarming van de aarde tegen te gaan. Het stimuleren van duurzame energie en groene technologie zal tot nieuwe banen en meer economische activiteit leiden. En ontwikkelingslanden hebben groei nodig om hun levensstandaard te verhogen.

    Maar pleitbezorgers van krimp zoals Saito en economen zoals Jason Hickel en Tim Jackson zeggen dat het vervangen van fossiele brandstoffen door groene energie niet volstaat. Volgens hen moeten de rijke landen, die verantwoordelijk zijn voor het leeuwendeel van de uitstoot van broeikasgassen, ook gaan minderen in hun energieverbruik en hun gebruik van grondstoffen uit ontwikkelingslanden, en zich meer richten op het voor hun burgers gratis maken van elementaire levensbenodigdheden als voedsel, onderdak, schoon water en energie.

    Waarom denkt u dat er steeds meer interesse is in kritiek op het kapitalisme en in economische krimp in het algemeen?

    De afgelopen decennia zijn onze samenlevingen overal ter wereld ernstig ontwricht door neoliberale hervormingen. En er is veel debat over het oplossen van de klimaatcrisis en het tegengaan van economische ongelijkheid. Maar de maatregelen werken niet en de klimaatcrisis wordt alleen maar erger. De mensen hebben te lijden onder banen zonder zekerheid, lage lonen en veel concurrentie. Mensen worden er ongelukkig van.

    Krimp en een postkapitalistische samenleving zijn op dit moment in zekere zin natuurlijk nog een utopie

    Krimp en een postkapitalistische samenleving zijn op dit moment in zekere zin natuurlijk nog een utopie. Maar anderzijds: voor mensen die echt op zoek zijn naar een alternatief, die zich echt zorgen maken om de crisis, is er binnen het bestaande kader geen oplossing te vinden. Ik zeg niet dat mijn oplossing alleen zaligmakend is, maar hij raakt wel een snaar, in deze algehele sfeer van onvrede en onbehagen, zeker onder de jongere generatie.

    Ik wil wat dieper ingaan op de kritiek op het kapitalisme zoals u die uiteenzet in Slow Down. Kunt u uitleggen waarom het kapitalisme volgens u de aanjager is van de ongelijkheid in de wereld en van de klimaatverandering?

    Karl Marx heeft aangetoond dat het kapitalisme de tendens vertoont om de economische ongelijkheid te vergroten, omdat onder dat systeem arbeiders worden uitgebuit, zodat het kapitaal zich ophoopt bij een kleine minderheid. En Marx zei ook dat in zo’n systeem van uitbuiting niet alleen mensen, maar ook de natuur wordt uitgebuit. Van die tendens waren we ons jarenlang niet bewust omdat rijke landen zoals de VS, Japan en de EU veel kosten elders konden onderbrengen. We hadden ons rijke leventje veelal te danken aan goedkope producten en grondstoffen die werden verkregen door uitbuiting van mens en natuur in het mondiale Zuiden.

    Door de globalisering heeft het kapitalisme nu de hele wereld veroverd. Dat betekent dat we alle kosten elders hebben ondergebracht. En nu kunnen we er nergens meer mee terecht, want China groeit, Brazilië groeit, India groeit: iedereen wil nu een kapitalist zijn en dan loopt het spaak. We hebben te maken met de wereldwijde ecologische crisis, de pandemie, de klimaatcrisis, de wedijver om grondstoffen, en dat is allemaal nauw verbonden met het kapitalisme en de neiging tot constante groei.

    Veel klimaatbeleid van tegenwoordig, zoals plannen voor een Green New Deal, zijn sterk gericht op meer hernieuwbare energie en groene technologie, met daarbij aanhoudende groei van de werkgelegenheid en de economie. Waarom is dat volgens u niet genoeg om iets tegen de klimaatcrisis te doen?

    Om te beginnen ben ik niet tegen technologie. We hebben hernieuwbare energie nodig. Elektrische auto’s en zo, die hebben we nodig. Ik ben voor het ontwikkelen van nieuwe technologieën en het investeren in goedkopere groene energie. Ik ben geen pleitbezorger van ‘terug naar de natuur’.

    Het probleem is dat we in het streven naar groei steeds meer en steeds grotere producten gaan verkopen. Het duidelijkste voorbeeld daarvan is de SUV. Ook al stappen we over op elektrisch rijden, als we steeds grotere auto’s blijven maken, zullen we nog steeds veel energie en grondstoffen verbruiken die vooral uit het mondiale Zuiden komen. Dan komt er dus geen eind aan de roof van land en grondstoffen, de uitbuiting van mijnwerkers en de vernietiging van inheemse gemeenschappen, de ontbossing enzovoort.

    Misschien moeten we privévliegtuigen verbieden. Misschien moeten we korte binnenlandse vluchten verbieden, omdat je evengoed de trein kunt nemen

    Wat volgens mij nodig is: investeer vooral in die groene technologieën. Maar we moeten ook eens gaan praten over bijvoorbeeld het terugdringen van het aantal auto’s, of van de vleesconsumptie, of van het vliegverkeer. Misschien moeten we privévliegtuigen verbieden. Misschien moeten we korte binnenlandse vluchten verbieden, omdat je evengoed de trein kunt nemen. Dat moet ook prioriteit krijgen.

    Het probleem met het mainstream debat over groen kapitalisme is dat het nooit gaat over het terugdringen van onze buitensporige consumptie en productie, want dat is iets wat het kapitalisme niet kan accepteren. Wil iedereen op aarde een fatsoenlijk leven kunnen leiden, dan moet het mondiale Noorden opgeven wat niet noodzakelijk is. Daar is het kapitalisme niet toe in staat.

    Daarom komt u met uw alternatieve economische visie van degrowth-communisme. Waarom zou het daarmee beter lukken om de mondiale klimaatdoelen te halen?

    Degrowth houdt in dat het bbp niet meer je enige toetssteen voor vooruitgang is. En dat je stopt met dingen die niet echt nodig zijn.

    Je kunt het bbp verhogen door dingen te produceren die niet echt nodig zijn, zoals privévliegtuigen. En ik zeg: misschien hebben we geen behoefte aan die dingen, want ze zijn alleen voor rijkelui en je maakt er de planeet mee kapot. Dus waarom steken we onze energie en ons geld niet in dingen die duurzamer zijn en die iedereen nodig heeft? Zoals gratis internet, gratis openbaar vervoer, gratis onderwijs, gratis zorg. Al die dingen die meestal aan commerciële partijen worden overgelaten, zeker in de VS, moeten uit handen van de commercie worden gehaald.

    Ons huidige model is dat de economie steeds groeit, zodat de taart groter wordt en iedereen een steeds groter stuk krijgt. Maar als we de economie zo laten groeien, produceren we enorm veel overbodige zaken. Als we overgaan op een economie zonder groei, wordt de taart niet meer groter. Dan moeten we de bestaande rijkdom met elkaar delen.

    Je levert er misschien iets voor in, maar je wint aan maatschappelijke rust, gemeenschapszin en betere producten

    Er zijn natuurlijk dingen die we niet kunnen delen, zoals privé-eigendom. Maar wat we wel kunnen delen is bijvoorbeeld kennis en onderwijs, openbaar vervoer, cultuur, gemeenschappelijke landbouw, elektriciteit enzovoort. Dan kunnen we gelukkiger zijn, over meer essentiële goederen en diensten beschikken en een stabieler leven leiden.

    Dan hebben we niet meer om de twee jaar een nieuwe iPhone. Hebben we geen wegwerpmode meer. Geen industriële vleesproductie. Misschien ook geen McDonald’s meer, maar wel gezonder eten. Dan hebben we duurzamere kleding, die je jarenlang kunt dragen. Je levert er misschien iets voor in, maar je wint aan maatschappelijke rust, gemeenschapszin en betere producten.

    Sommigen wijzen erop dat het vertragen van de economische groei schadelijk kan zijn voor de landen die nog in ontwikkeling zijn. Wat zou krimp betekenen voor het mondiale Zuiden?

    Ik zeg niet dat het mondiale Zuiden de beginselen van krimp meteen moet omarmen. We moeten daar nog meer wegen aanleggen en huizen, scholen en ziekenhuizen bouwen. We moeten daar ook meer energiecentrales bouwen en zonnepanelen aanleggen.

    Maar ik vind dat ook die landen in hun groei meer prioriteit moeten geven aan het voorzien in basisbehoeften dan aan het stimuleren van winstgevendheid en concurrentie, de manier waarop ontwikkeling nu door de Wereldbank met structurele aanpassingsprogramma’s wordt afgedwongen. We hebben voor het mondiale Zuiden andere ontwikkelingsmodellen nodig.

    Het verbruik van grondstoffen en energie zal in het Zuiden natuurlijk eerst stijgen, want hun verbruik ligt nu te laag

    Het verbruik van grondstoffen en energie zal in het Zuiden natuurlijk eerst stijgen, want hun verbruik ligt nu te laag. Hun ontwikkeling zal onvermijdelijk meer verbruik van energie en grondstoffen met zich meebrengen. Dat legt druk op de planetaire grenzen. Dat betekent dus dat het mondiale Noorden bewust naar krimp moet streven, omdat het zich te ver ontwikkeld heeft en overmatig produceert en consumeert.

    U schrijft in uw boek dat de transitie naar krimp niet van het ene op het andere moment hoeft plaats te vinden, en dat die overgang zelfs nu al gaande is. Kunt u een paar voorbeelden geven van stappen in de richting van degrowth?

    Frankrijk heeft een verbod ingesteld op korte binnenlandse vluchten, dat is een belangrijke stap. Sommige Europese landen experimenteren nu met minder arbeidstijd, zoals een werkweek van vier dagen. Gratis onderwijs en gratis zorg zijn andere voorbeelden. Gratis internet hoort daar ook bij, iets wat Jeremy Corbyn een paar jaar geleden in zijn verkiezingsprogramma had opgenomen.

    Verder de invoering van een maximum op jaarinkomens, en van werknemerscoöperaties, en de nationalisering van sommige bedrijven, zoals nutsbedrijven. Dat zijn een paar elementaire tegenmaatregelen die we binnen het kapitalisme kunnen nemen.

    Volgens sommigen is krimp een te grote politieke opgave en maak je jezelf niet populair als je de bevolking in het mondiale Noorden vraagt om bijvoorbeeld te gaan consuminderen. Wat is ervoor nodig om te zorgen dat de politieke prioriteiten zo breed worden verlegd? Is het wel realistisch om naar krimp te streven?

    In zekere zin is het een utopie, denk ik. Maar de gedachte dat het kapitalisme de komende decennia tot grote bloei zal leiden is ook utopisch, want we krijgen meer natuurrampen, inflatie en oorlogen, en met de klimaatcrisis wordt dat alleen maar erger. Dus het is naïef om te denken dat we op de een of andere manier ons leventje wel kunnen voortzetten. 

    Maar ons wereldbeeld is nu radicaal aan het veranderen en mensen als Greta Thunberg hebben het debat echt naar een hoger plan getild

    Ik denk dat er nu meer mensen zijn, zeker onder de jonge generatie, die radicalere verandering eisen. Ik vermoed dat bewegingen als de Sunrise Movement, Fridays for Future, Extinction Rebellion en Just Stop Oil vijftien jaar geleden nog niet op veel steun onder de bevolking konden rekenen en niet genoeg media-aandacht kregen. Maar ons wereldbeeld is nu radicaal aan het veranderen en mensen als Greta Thunberg hebben het debat echt naar een hoger plan getild. De herwaardering van waarden kan eigenlijk best snel gaan. 

    Capital in the Anthropocene (2020), is in november bij Arbeiderspers uitgegeven als Systeembreuk. Een nieuwe visie op kapitaal, natuur en maatschappij als antwoord op de klimaatcrisis. Het dit jaar in het Engels verschenen Slow Down: The Degrowth Manifesto is nog niet in het Nederlands vertaald.

  • Tucker Carlson interviewt Vladimir Poetin, onder meer over Oekraïne

    Tucker Carlson interviewt Vladimir Poetin, onder meer over Oekraïne

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Zelensky vervangt opperbevelhebber Oekraïense strijdkrachten

    » Nicaragua wil zich aansluiten bij genocidezaak Zuid-Afrika tegen Israël

    Poetin riep de VS op om te praten over het einde van de oorlog

    In een gesprek met Tucker Carlson, voormalig Fox News-presentator, heeft de Russische president Vladimir Poetin de Verenigde Staten opgeroepen te onderhandelen over het einde van de oorlog in Oekraïne, onder meer door Oekraïens grondgebied aan Rusland af te staan. Dat meldt de BBC.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    ‘Hebben jullie niets beters te doen?’ zei Poetin in antwoord op de vraag van Carlson over de mogelijkheid dat Amerikaanse soldaten in Oekraïne vechten. ‘Jullie hebben problemen aan de grens, problemen met migratie, problemen met de staatsschuld. Zou het niet beter zijn om met Rusland te onderhandelen?’ Ook begon Poetin over waarom Rusland historisch gezien aanspraak zou maken op een groot deel van Oost-Europa.

    Poetin zei ook hoe hij de oorlog in Oekraïne ziet eindigen: niet met een militaire overwinning, maar door een overeenkomst met het Westen. Aan het einde van het interview zei Poetin tegen Carlson dat het tijd was voor gesprekken over het beëindigen van de oorlog omdat ‘degenen die in het Westen aan de macht zijn zich zijn gaan realiseren’ dat Rusland niet verslagen kan worden op het slagveld.

  • Vrouwenrechten in Afrika: ‘De bereidheid is er, het ontbreekt aan capaciteit’

    Vrouwenrechten in Afrika: ‘De bereidheid is er, het ontbreekt aan capaciteit’

    She Leads is een vijfjarig programma dat zich inzet voor de zelfbeschikking van meiden en jonge vrouwen in Oost-Afrika, West-Afrika en het Midden-Oosten. 360 ging hierover in gesprek met de Keniaanse Caroline Boraya en de Sierra Leoonse Hawa Mansaray, beiden She Leads-landencoördinator in hun desbetreffende land. ‘Waar we ons nu op richten is gendergelijkheid, representatie en leiderschap van jonge vrouwen.’

    Caroline Boraya is pleitbezorger van kinderrechten en woont in Nairobi, Kenia. Zo kwam ze onder andere te werken voor Kesho Kenia, een lokale ngo die zich inzet voor onderwijs, training en bescherming van kinderen en jongeren, en gaf ze de leiding aan het Changing the Way We Care Initiative, een project dat onderwijs en gezinszorg promoot. Nu is ze landencoördinator van het She Leads Consortium, een gezamenlijk programma van Plan International, Defence for Children-ECPAT, African Women’s Development and Communication Network (FEMNET) en Terre des Hommes (TdH) dat in 2021 van start is gegaan. 

    Het She Leads-consortium, lezen we online, brengt kinderrechtenorganisaties, vrouwenrechtenorganisaties en door GYW [girls and young women] geleide groepen samen en heeft tot doel de duurzame invloed van deze groep op de samenleving te vergroten en de visie op en besluitvorming rondom gendernormen binnen formele en informele instellingen te veranderen.

    ‘Dit liet haar ‘de kracht van vrouwen zien, het belang van het helpen van anderen’

    Ook Hawa Mansaray is coördinator van dit programma, in haar geval van Sierra Leone. Ze groeide op in een gezin met veel broers en zussen, waarvan maar één ‘echt’ was. De anderen waren kansarme kinderen die haar moeder, een alleenstaande vrouw, in huis had genomen om ze te helpen. Dit voorbeeld inspireerde haar van jongs af aan en liet haar ‘de kracht van vrouwen zien, het belang van het helpen van anderen, vooral meisjes en jonge vrouwen, en zette mij ertoe aan om de mensheid te dienen’, aldus Mansaray. Vanuit deze wens wilde ook zij aanvankelijk rechten studeren, maar ze bleek niet aan de eisen te voldoen. Uiteindelijk, zegt ze, was dat een zegen want zo kwam ze terecht in een studie vredes- en conflictstudies/ontwikkeling, die haar naar haar stage bij Defense for Children Sierra Leone leidde.

    Op 4 oktober spraken Boraya en Mansaray in De Balie met vier anderen die zich met feminisme en beleid bezighouden. De dag erna sprak ik hen samen in Den Haag op het hoofdkantoor van Terre des Hommes.

    Hoe was het gesprek in De Balie?

    C+H: Het was een mooie avond, echt bijzonder. 

    C: Er was alleen niet echt sprake van een gesprek. Het was eigenlijk zo dat iedereen zichzelf presenteerde en zijn verhaal vertelde, terwijl de anderen luisterden. Er werd niet gedebatteerd.

    Dus dat viel eigenlijk een beetje tegen?

    C: Juist niet, het hoeft niet altijd confronterend te zijn. Het is bijzonder dat iedereen de ruimte krijgt en alles kan zeggen, zonder dat daar protest op volgt. Bijvoorbeeld het verhaal van Lucy Hall, hoogleraar Internationale Betrekkingen en Feminisme, over de geschiedenis van het feminisme, vond ik buitengewoon informatief. Het publiek en wij luisteren en bepalen zelf wat we ermee willen. Iedereen kan zeggen wat hij wil.

    Orange team cheering during the team building session in Kisumu KENYA on 1st Dec 2022. Pic by Felista Nduta 2.JPG 1
    © Felista Nduta

    Is zoiets in Kenia niet mogelijk? 

    C: Ik denk dat het nu wel mogelijk zou zijn, maar het is vooral een nieuwe vorm, die we nauwelijks kennen. Er is veel meer sprake van strijd. Dit heette een debat, maar was het niet, niet zoals wij dat kennen.

    Kunnen jullie kort de situatie in jullie respectievelijke thuisland schetsen op het gebied van vrouwen en kinderrechten?

    H: In Sierra Leone is er veel in ontwikkeling geweest op het gebied van bescherming en emancipatie van vrouwenrechten. Voor de jaren negentig was hier nauwelijks aandacht voor. Rond de jaren 2000-2020 zijn de meeste wetten (de 3 Gender Justice Laws: Customary Marriage and Divorce Act, Devolution of Estate Act en Domestic Violence Act, The Child Right Act 2007, and the Sexual Offences Act) ontworpen, gericht op de bescherming van meisjes en jonge vrouwen in plaats van op het bevorderen van hun participatie en vertegenwoordiging in besluitvormingsprocessen. In 2019 werd bovendien een callcentrum opgericht voor slachtoffers van seksueel geweld, daarvoor konden zij nauwelijks ergens terecht. 

    Waar we ons nu op richten, is niet alleen de opvang maar ook preventie en het veranderen van de blik binnen de maatschappij; gendergelijkheid, representatie en leiderschap van jonge vrouwen. Ook op dit gebied beginnen de vooruitzichten langzaam te veranderen. Sierra Leone heeft in 2022/2023 de Gender Equality and Women’s Empowerment Act aangenomen als een manier om gendergelijkheid te bevorderen.

    ‘Het moeilijke gedeelte is dat de wetten worden nageleefd’

    Dat klinkt veelbelovend.

    H (lacht): Op papier wel ja. Het moeilijke gedeelte is dat de wetten worden nageleefd.

    Hoe is dat in Kenia?

    C: Ook hier is de grootste uitdaging het naleven van de wetten. Er liggen heel veel voorstellen op de plank, het gaat erom ze erdoorheen te krijgen én om de mensen ervan op de hoogte te brengen. We hebben vaak te maken met mensen die nauwelijks zijn opgeleid, juist die moeten we zien te bereiken. We kijken per regio wat het beste aanslaat, en maken om de jeugd te bereiken bijvoorbeeld ook veel gebruik van animaties, kunst en sport.

    Daarnaast moeten we natuurlijk duidelijk maken waar de slachtoffers terecht kunnen. 

    We zien niet meteen verandering, de zienswijze verandert ook van generatie op generatie, bijvoorbeeld op het gebied van meisjesbesnijdenis. Daarvoor gaan we met ouders zitten, die meestal claimen dat het een traditie is, die onder andere in het leven is geroepen om het vreemdgaan van vrouwen tegen te gaan. We leggen bijvoorbeeld uit dat het dat niet tegengaat en dat het de gezondheid van de vrouw in gevaar brengt tijdens de bevalling, dat er andere manieren zijn om ernaar te kijken. We proberen als het ware door hun ‘verkeerde geloofssysteem’ heen te breken, dat gevoed wordt door religie en traditie. Het belangrijkst is om te kijken met wie je aan tafel moet gaan zitten, en vervolgens om steeds dichter in de buurt van die muur te komen, om er uiteindelijk helemaal doorheen te breken.

    Draagt het She Leads-programma hieraan bij?

    H: Zulke programma’s dragen zeker bij aan deze ontwikkelingen. Vooral omdat het niet gaat om een eenmalige campagne, waarmee je mensen iets bijbrengt. Het gaat om de consistentie. We zien niet direct verandering, misschien pas over 5 jaar, of zelfs 10 jaar nadat het programma is afgerond. Het gaat om het uitdragen en lobby’en, om het in gang zetten van ontwikkelingen. We moeten ervoor zorgen dat dit überhaupt mogelijk is: dat er budget voor vrij wordt gemaakt bijvoorbeeld. In dat opzicht hebben we nog een lange weg te gaan.

    Het is nu het derde jaar, waarin veel ruimte is voor reflectie. Want de praktijken die wij initiëren moeten ook na jaar vijf worden voortgezet.

    ‘De praktijken die wij initiëren moeten ook na jaar vijf worden voortgezet’

    Vinden jullie het op de een of andere manier nadelig dat het een westers programma betreft, dat wil zeggen dat het door westerse landen is opgezet?

    C: She Leads is geen westers programma. Het is geen omlijnd concept, de coördinatoren krijgen juist de vrijheid het op hun eigen manier in te richten, afgestemd op het betreffende land.

    H: Klopt, het is niet westers, het ligt niet vast. Het groeit geleidelijk binnen de context van het land.

    Hoe is de samenwerking internationaal, zorgt die voor culturele verschillen en dergelijke?

    C: We hebben weliswaar andere achtergronden, maar ook heel veel gemeen, en de focus ligt natuurlijk op één gebied. Ook de verschillen brengen ons samen. We leren van elkaar, we wisselen ideeën uit, andere manieren van aanpak et cetera.

    Werken de regeringen in jullie respectievelijke landen mee?

    C: In Kenia merk ik dat er heel veel goodwill is van de regering als instituut. Zo heeft het ministerie van Gender onlangs bijvoorbeeld de Protection Against Domestic Violence Act gelanceerd, die de bescherming van slachtoffers van sexual and gender-based violence (SGBV) moet bevorderen. Dit genderbeleid heeft tot doel de participatie en empowerment van vrouwen en mannen, jongens en meisjes, kwetsbare en gemarginaliseerde groepen te vergroten. Soms lopen we wel aan tegen de persoonlijke vooroordelen van iemand met wie we te maken hebben, dat zal nog wel een tijd zo blijven en daar werken we hard aan, om die zienswijze te veranderen.

    H: In Sierra Leone is dat net zo, er is veel steun vanuit de bevolking en de overheid. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de unanieme stem voor de GEWE (de Gender Equality and Women’s Empowerment Act, die een quotum van 30 procent vaststelt voor de participatie van vrouwen in de regering voor zowel benoemde posities als voor gekozen posities). Op dit moment is de wet ook van kracht, hij is in januari 2023 door de president ondertekend. 41 vrouwen zijn in het parlement gekozen, wat neerkomt op 30,4 procent van de gewone parlementsleden en 28,2 procent van het totale aantal parlementsleden. De moeilijkheid zit hem meer in de expertise, voor het opstellen van de wetten bijvoorbeeld, en ook voor de technische uitvoering ervan. De bereidheid is er, het ontbreekt aan capaciteit. 

    Youth advocate Blessing rallies at a She Leads girls meetup in Freetown Sierra Leone. Pic by MJ Sessy Kamara 1
    © MJ Sessy Kamara

    Hoe vinden jullie, als jullie westerse kranten lezen, dat jullie land wordt vertegenwoordigd in westerse media?

    C: Ik lees veel internationaal nieuws, omdat ik wil weten wat er speelt en ook hoe andere kranten daarover berichten. Wat me opvalt is dat er twee manieren van weergave zijn, afhankelijk van het medium. Of de lezer wordt verteld vooral naar Kenia te komen omdat het zo’n fantastisch vakantieland is, mooie safari’s, leuke mensen, goede sfeer, lekker eten. Of er wordt juist gezegd dat je er niet heen moet gaan, bijvoorbeeld vanwege het geweld na de verkiezingen [augustus 2018 en augustus 2022], de honger, de hoge kindersterfte. Er wordt vanuit het land zelf en door ngo’s vaak naar sympathie gezocht, ook door middel van zielige foto’s. Ik snap dat dit een manier is om de aandacht te trekken, maar het probleem is toch dat de meesten hier niet echt verwantschap mee voelen. Ik kan me zelf in ieder geval niet in het beeld herkennen.

    H: Ik merk dat de berichtgeving vaak is gerelateerd aan belangen. Sierra Leone kwam bijvoorbeeld in het nieuws vanwege de bloeddiamanten, het vele geweld, de oorlog, ebola. Dan schrijven westerse media erover; dat gaat ook hen in meer of mindere mate aan. De reden dat bedrijven en particulieren naar Sierra Leone komen is ook vaak om meer te exploiteren. Die houding wordt weerspiegeld in de berichtgeving. De mooie ontwikkelingen worden vaak nauwelijks genoemd, zoals de toegenomen vertegenwoordiging van vrouwen in de wetgevende macht, die de laatste tijd een recordhoogte heeft bereikt: vrouwen zijn nu bijna evenredig vertegenwoordigd als mannen in het parlement van Sierra Leone, zoals hierboven al is gezegd. Vergeleken met de uitdagingen waarover meestal wordt bericht.

    ‘De mooie ontwikkelingen worden vaak nauwelijks genoemd’

    Is er in jullie respectievelijke landen sprake van persvrijheid?

    C: In Kenia gaat dit opvallend goed. In onze grondwet van 2010 beschermt artikel 34 het recht van de media om verslag te doen en ze worden niet gestraft voor geuite meningen. Op sociale media bijvoorbeeld uiten mensen openlijk kritiek op de regering, waar zoiets vroeger nog je leven kon kosten.

    H: In Sierra Leone is er niet zozeer sprake van directe censuur, maar zijn mensen bang om slecht te spreken over de regering vanwege de mogelijke consequenties op het gebied van werk, ook voor hun familie. Ze leggen het zichzelf dus op. De Right to Access Information Act, 2013 (wet op het recht op toegang tot informatie) biedt echter de mogelijkheid om gedurende een bepaalde periode informatie op te vragen bij overheidsfunctionarissen of particuliere instellingen. Onlangs heeft bijvoorbeeld een gerenommeerde advocaat, Augustine Marrah, bij het Hooggerechtshof een rechtszaak aangespannen tegen de nationale verkiezingscommissie omdat deze heeft nagelaten om de uitgesplitste gegevens over de algemene verkiezingen van 24 juni 2023 in Sierra Leone vrij te geven.

    Welke Keniase en Sierra Leoonse kranten kunnen jullie aanraden?

    In Kenia: The Star, Nation, Standard Newspaper en Mpasho News.
    In Sierra Leone: De Awoko, Politico en AWL-krant wordt veel gelezen.

    Kennen jullie ook panafrikaanse initiatieven als Africa is a Country en African Argument, die ernaar streven het continent op een andere manier te belichten dan westerse media meestal doen?

    C + H: Nee, nooit van gehoord.

    Wat is jullie droom voor de toekomst?

    C: Vooral dat meer meisjes op leidinggevende posities terechtkomen, onderwijs volgen, ook voortgezet. Dat ze zich bewust worden van hun rechten. Dat samenwerking zoals die tijdens onder andere She Leads is ontstaan en wordt voortgezet, ook na 2025.

    H:  Hier sluit ik me volledig bij aan.

  • ‘Vrouwenrechten zijn onverenigbaar met religie’

    ‘Vrouwenrechten zijn onverenigbaar met religie’

    De Libanese schrijver en activist Joumana Haddad gaat tijdens een interview met Muwatin zonder omwegen in op de vrouwelijke seksualiteit en de ‘verwrongen’ kijk op viriliteit in de Arabische wereld. ‘Mannen moeten eens ophouden zo bang te zijn voor vrouwelijke begeerte.’

    De Libanese en Arabische cultuur verdeelt vrouwen gewoonlijk in twee groepen: vrouwen die mooi maar dom zijn en vrouwen die intelligent zijn maar hun uiterlijk verwaarlozen. Wat vindt u daarvan?

    ‘Dat hokjesdenken behoort tot de dingen die onuitroeibaar lijken in onze samenlevingen. Noch de ontwikkelingen om ons heen, noch de grotere publieke aanwezigheid, noch de kennisrevolutie, noch de humanistische feministische strijd heeft daarin verandering kunnen brengen. Deze link tussen vorm en inhoud is een van de talloze manieren waarop het machisme overal op de wereld, maar in het bijzonder in onze regionen, vrouwen onder de duim houdt.

    Het ergste is nog dat deze stereotypen kinderen van jongs af aan worden ingeprent

    Het ergste is nog dat deze stereotypen kinderen van jongs af aan worden ingeprent. Zowel jongens als meisjes groeien op met deze waandenkbeelden, waar ze nooit meer van loskomen.

    Het vergt veel tijd, veel verschillende stadia, veel goede wil en wilskracht om de zware strijd tegen onwetendheid te voeren. Wij zijn voor het merendeel nog ‘robots’ die moeten voldoen aan de normen die ons thuis, op school, door het godsdienstonderwijs, de televisie en de sociale media zijn opgelegd. Die botsen met het individueel bewustzijn en beperken de mogelijkheid om jezelf vragen te stellen en voor jezelf te beslissen.’

    De studenten

    In zijn eerste officiële reactie, achttien dagen na de dood van Mahsa Amini op 16 september, heeft de opperste leider van de Islamitische Republiek, ayatollah Ali Khamenei, de Verenigde Staten, ‘het zionistische regime’ (Israël) en hun ‘agenten’, evenals ‘enkele in het buitenland gevestigde Iraanse verraders’ ervan beschuldigd de protesten aan te wakkeren en heeft hij de ordetroepen opgeroepen ‘de criminelen het hoofd te bieden’. In de straten gaan de vrijwel dagelijkse betogingen door ondanks heftige repressie.

    Op zaterdag 1 oktober hebben de studenten zich bij de beweging aangesloten en diverse bijeenkomsten georganiseerd. Sinds het begin van de betogingen zijn er volgens de in Noorwegen gevestigde ngo Iran Human Rights (IHR) minstens 92 mensen gedood en honderden gearresteerd. Buiten het land zijn talrijke steunmanifestaties gehouden, van Los Angeles tot Mexico-Stad en van Belgrado tot Beiroet.

    In datzelfde kader worden vrouwen ofwel als ‘heilige’ ofwel als ‘prostituee’ bestempeld. Vanwaar die versimpelende tegenstelling?

    ‘Zowel mannen als vrouwen moeten ophouden de sensuele vrouw als tegendeel van de deugdzame vrouw te projecteren. De tegenstelling “heilige versus prostituee” bestaat niet. Ze is schadelijk voor de onderlinge betrekkingen en maakt die oppervlakkig. Elke prostituee is een heilige, elke sensuele vrouw is een deugdzame vrouw. Wij hebben het recht en zijn in staat om allebei tegelijk te zijn. Vooral mannen maar ook vrouwen moeten eens ophouden zo bang te zijn voor vrouwelijke begeerte. Die begeerte is weliswaar onbedwingbaar, maar juist daarom kan ze een onuitputtelijke bron van generositeit, van plezier en nieuwe ervaringen vormen. Laten we daar liever van profiteren!’

    Kan de oosterse man volgens u van een opstandige vrouw houden of is hij bang voor haar?

    ‘Nee, hij kan niet van haar houden, omdat hij haar niet begrijpt. Je zou beter kunnen zeggen dat hij haar begeerlijk vindt. Ze trekt hem aan als een magneet, maar tegelijkertijd stoot ze hem af. Omdat ze een vrije vrouw is, en omdat alles wat vrij is de oosterse en machistische man angst aanjaagt.

    In wezen beeldt dit soort mannen zich in dat het viriel is om degenen die lichamelijk, economisch, politiek of sociaal het zwakst zijn te onderwerpen, en soms geweld aan te doen. Ze denken dat ze daarmee hun angst kunnen maskeren. Maar dat is een verwrongen kijk op viriliteit. Het is een toevlucht tot iets wat het volstrekte tegendeel is van viriliteit.’

    In uw boek Superman est arabe schrijft u dat u atheïst bent. Bent u niet bang daarmee sympathisanten te verliezen?

    ‘Ik schrijf niet, ik denk niet en ik leef niet om sympathiek te worden gevonden of me populair te maken. Ik doe het om gehoor te geven aan mijn overtuigingen, aan mijn principes, aan mijn dromen en aan de talloze stemmen die in mij klinken. Ik denk en ik schrijf omdat ik het recht heb degene te zijn die ik ben, zonder opsmuk, zonder pluimstrijkerij, zonder concessies.

    Ik heb het recht openlijk te zeggen wat ik denk. Ook heb ik het recht niet-gelovig te zijn

    Ik geloof dat vrouwenrechten onverenigbaar zijn met religies. En ik heb het recht openlijk te zeggen wat ik denk. Ook heb ik het recht niet-gelovig te zijn. Net zoals gelovige vrouwen het recht hebben te denken en te zeggen dat religies vrouwen in ere houden. Waar ze niet het recht toe hebben, zij noch iemand anders, is om mij en anderen het recht te ontzeggen bepaalde meningen of overtuigingen aan de kaak te stellen.’

    Laat het Iraanse volk niet in de steek

    Zonder steun van de grote mogendheden en de VN zal deze opstand in bloed worden gesmoord, onderstreept de hoofdredacteur van Independent Persian die kritisch staat tegenover de Iraanse machthebbers.

    De opstand van het Iraanse volk na de dood van Mahsa Amini, die een symbool is geworden van alle onrechtvaardigheid, onderdrukking en chaos in het land en van de vernedering en het geweld waaraan de bewoners van dit grondgebied worden blootgesteld, gaat door.

    Er wordt geprotesteerd tegen een regime dat er de afgelopen veertig jaar alleen maar op uit is geweest om een leger van repressieve en paramilitaire groeperingen te vormen, zowel in Iran als in de rest van het Midden-Oosten, en zo zijn duivelse plannen ten uitvoer te brengen. Een regime dat is gegrondvest op het bloed van het Iraanse volk en dat zijn macht heeft versterkt door het massaal executeren van tegenstanders.

    De afgelopen jaren, tijdens andere protesten van het Iraanse volk, heeft dit regime honderden zo niet duizenden betogers gedood.Naast het leger, de paramilitaire troepen en de Revolutionaire Garde, een militaire elite-eenheid, beschikt Teheran over brigades uit het buitenland (Irak, Libanon, Afghanistan, Pakistan), die bij de huidige opstand kunnen worden ingezet om het volk te onderdrukken.

    Als de wereld het Iraanse volk niet op dezelfde manier steunt als het Oekraïense, zullen deze regering en haar militaire apparaat duizenden mensen afslachten.Het Iraanse volk heeft internet nodig om de wereld duidelijk te maken wat er gebeurt, maar meer nog dan internet heeft het meer solide steun nodig van andere regeringen en de Verenigde Naties om dit regime te kunnen veranderen.

    Alle sympathiebetuigingen van wereldleiders, alle tweets en alle sancties tegen mensen die met het regime worden geassocieerd zijn niet voldoende. Het Iraanse volk moet door de wereld worden gehoord. Laat het Iraanse volk niet in de steek in de strijd tegen zijn onderdrukkers.

    GettyImages 1425892421
    In veel landen zijn mensen de straat op gegaan om het protest te steunen tegen het tirannieke bewind in Iran. Symbool voor het verzet is het offeren van een haarlok. – © Chris McGrath / Getty Images

    In de Arabisch-islamitische wereld wordt seksuele vrijheid vaak geassocieerd met zedeloosheid, onreinheid of prostitutie. Wat vindt u daarvan?

    ‘Onreinheid bestaat niet op seksueel gebied. Iedereen mag vrijelijk over zijn eigen lichaam beschikken. Onreinheid, onzedelijkheid, prostitutie – echte prostitutie – bestaat alleen op intellectueel, politiek, economisch, ideologisch en religieus niveau. Onreinheid en onzedelijkheid zijn gelegen in tirannie, in onderdrukking, in corruptie, in het plunderen van natuurlijke hulpbronnen, in hersenspoeling, in het demoniseren van de ander.

    Op diezelfde manier is een “verantwoordelijk” seksleven geen seksleven dat “morele normen respecteert”. Voor mij is de verantwoordelijkheid gelegen in het feit dat je je tegen bepaalde seksueel overdraagbare ziektes of een ongewenste zwangerschap beschermt.

    Eén ding moet voor iedereen duidelijk zijn: een volwassen vrouw is de enige die bepaalt wat ze met haar lichaam doet

    Eén ding moet voor iedereen duidelijk zijn: een volwassen vrouw is de enige die bepaalt wat ze met haar lichaam doet, of ze een seksuele relatie wil hebben met duizend mannen, of vrouwen, of met helemaal niemand.’

    Vrouwenbesnijdenis wordt tegenwoordig zwaar bestraft en hersteloperaties aan de clitoris komen veelvuldig voor. Betekent dat een erkenning van de vrouwelijke begeerte, in dezelfde mate als die van mannen?

    ‘Wat voor erkenning? Van welke begeerte? Als er niet herhaaldelijk internationale campagnes tegen besnijdenis waren gevoerd, zou alles bij het oude zijn gebleven. Wie in hoge Arabische kringen bekommert zich nu werkelijk om vrouwelijke begeerte of het recht van vrouwen op seksueel genot? De machistische mentaliteit die bepalend is voor onze regimes en samenlevingen impliceert dat alleen de man genot ervaart. Voor hem is dat een “recht” dat is vastgelegd in de religieuze wetten. En de vrouw heeft alleen tot taak hem dat te verschaffen, dat is haar “heilige plicht”. Er zijn maar weinig partners die het genot van de vrouw belangrijk vinden. En dan vaak alleen om hun eigen potentie bevestigd te zien, niet omdat ze echt begaan zijn met het genot van de vrouw.’ 

  • Barbara Kruger: ‘Ik maak geen vrouwenkunst’

    Barbara Kruger: ‘Ik maak geen vrouwenkunst’

    De Amerikaanse kunstenaar Barbara Kruger maakt in haar werk onder andere gebruik van reclame, internet, rechts getinte aanplakbiljetten en memes. Ze laat met een enorme visuele kracht zien wat het betekent om in een bepaalde tijd te leven. ‘De beschikbaarheid van beelden en de verspreiding ervan veranderen ons leven,’ zegt ze tegen The Drift.

    Toen in juni bekend werd dat het Amerikaanse Hooggerechtshof het arrest Roe versus Wade de nek had omgedraaid en daarmee het federale recht op abortus, waren wij niet de enigen die moesten denken aan Barbara Krugers beroemde zeefdruk Untitled (Your Body Is a Battleground). Net als veel ander werk van Kruger blijft het uit 1989 daterende portret actueel, of we dat nu leuk vinden of niet. Haar onmiddellijk herkenbare en veelvuldig geïmiteerde stijl heeft enkele van de meest onuitwisbare afbeeldingen uit de moderne kunst voortgebracht.

    Op haar zevenenzeventigste is Kruger nog volop actief en maakt ze zowel geheel nieuwe kunst als nieuwe versies van oudere werken onder een andere invalshoek of met een nieuw medium. Dit jaar reisde Thinking of You. I Mean Me. I Mean You. de VS af: een overzichtstentoonstelling die vier decennia omspant en die een kans biedt om stil te staan bij de reikwijdte van haar inspiratiebronnen en haar eigen invloed op anderen. Kruger is een omnivoor die gebruikmaakt van reclame, internet, rechts getinte aanplakbiljetten, memes en zelfs plagiaat op haar eigen werk, zoals imitaties door modemerk Supreme en krugereske beelden op Tumblr. De vooral uit grote installaties bestaande tentoonstelling is een verzameling van grootschalige collages, geluids-werken, van aantekeningen voorziene teksten en videofilms waarin jonge poesjes worden gecombineerd met rechtse retoriek.

    Via Zoom spraken we met Kruger over haar carrière, haar mediadieet, haar politieke standpunten, de altijd kolkende stroom beelden en woorden en – wat anders? – reality-tv.

    Een van uw beroemdste werken, Untitled (Your Body Is a Battleground), werd aanvankelijk gemaakt voor de vrouwenprotestmars naar Washington in 1989, die bedoeld was om abortus gelegaliseerd te krijgen. Hoe staat u tegenover de nieuwe protestmarsen van vrouwen en het herroepen van Roe versus Wade?

    ‘Ik hoop vooral dat de mensen die nu meedemonstreren voor reproductieve rechten en zeggenschap over het eigen lichaam de macht van het Hooggerechtshof in hun achterhoofd hadden toen ze bij de laatste presidentsverkiezingen en de tussentijdse verkiezingen hun stem uitbrachten. Hun keuzes, die tot een nipt verschil in de uitslagen leidden, hebben ons de samenstelling van het huidige hof opgeleverd. Wat er gebeurde ten aanzien van Roe was heel erg voorspelbaar en had voorkomen kunnen worden. Het is noodzakelijker dan ooit dat mensen strategisch stemmen en beseffen hoezeer hun stem, gezien de gevolgen voor de rechtspraak, bepalend zal zijn voor hoe zij zich – of hoe wij ons – dag en nacht voelen.’

    ‘Ik stem niet “met mijn geweten”, want de wereld is groter dan het narcistische geweten van mijzelf of wie dan ook. Jarenlang verzekerden veel kandidaten van andere partijen dan de Democraten of Republikeinen ons dat als Roe zou worden herroepen, dat geen probleem zou zijn omdat het dan gewoon een kwestie van individuele Amerikaanse staten zou worden. En dat kwam altijd uit de koker van een man zonder baarmoeder. Ik ga de geleidelijke veranderingen in het beleid van de Democratische Partij hier niet verdedigen, maar ik moet strategisch stemmen. Ik zal de tijd van “Bush versus Gore” nooit vergeten, toen veel stemmen uit kringen rond de Universiteit van Florida, gecombineerd met de macht van Hooggerechtshoflid Sandra Day O’Connor, ons het begin brachten van de huidige ruk naar rechts van het Hooggerechtshof – hoewel die eigenlijk zelfs al eerder in gang was gezet door die verfoeilijke Clarence Thomas.’

    Rechts is al bijna drie eeuwen bezig om olie op dit vuur van wrok en superioriteitsgevoelens te gooien

    ‘“Oud links” is nooit echt buiten de gebaande paden getreden, zelfs niet toen het bestond uit jonge studenten. Het bleef zaken als gender en ras marginaliseren en weigerde in te zien dat deze kwesties tegelijkertijd en dringend moeten worden aangepakt. 

    Trump is niet verantwoordelijk voor dit gedoe. Rechts is al bijna drie eeuwen bezig om olie op dit vuur van wrok en superioriteitsgevoelens te gooien. Maar nu is de geest volledig uit de fles. En dat hoeft niemand te verbazen.’

    barbara kruger thinking of you i mean me i mean you art institute of chicago exhibition 3
    Thinking of You. I Mean Me. I Mean You.
    © Art institute Chicago / Barbara Kruger

    In enkele van uw nieuwste werken gaat u expliciet in op het presidentschap van Trump –

    ‘Dat bestrijd ik. Ja, er waren twee momenten in Untitled (No Comment) dat Trump een fractie van een seconde te zien was en er waren beelden van Michael Cohen. Ik heb covers gemaakt voor The New York Times en New York (inclusief, in oktober 2016, een afbeelding van Trumps gezicht met het woord LOSER over zijn neus in het lettertype Futura Bold Oblique, Krugers handelsmerk) op heel specifieke momenten, naar aanleiding van bepaalde incidenten, maar voor het meeste van mijn werk gaat dat niet op. Ik probeer de manier waarop macht met cultuur is verweven in een breder perspectief te plaatsen, en ook de manier waarop we ons tot elkaar verhouden, hoe we elkaar aanbidden of verafschuwen, hoe we elkaar strelen, kussen of slaan. Dat zijn dingen die me bezighouden. Maar ik denk echt niet dat het zo vaak over Trump gaat. Alleen is Trump een geweldige verkoper en kopen een heleboel mensen wat hij ze voorhoudt.

    Ik maak geen feministische kunst. Ik ben een vrouw die ook feminist is. Ik maak geen vrouwenkunst

    Ik maak geen politieke kunst. Ik maak geen feministische kunst. Ik ben een vrouw die ook feminist is. Ik maak geen vrouwenkunst. Ik vind dat die categorieën ieders werk marginaliseren. Ik houd me bezig met ideeën over macht en manieren van afbeelding, over plezier en straf, over levens en het begin en eind daarvan, en met de vraag hoe er, te midden van momenten van plezier en tederheid, explosies van vernieling en onderwerping kunnen bestaan, en de waanzin van oorlog.’

    Iets wat ons opviel toen we door uw tentoonstelling liepen, was dat uw werk veel meer leek te spelen met stijlfiguren van internet en die leek te bekritiseren dan de kunst van veel tijdgenoten die met internet zijn opgegroeid. Wat zijn uw ervaringen met internet en waarop wilt u kritiek leveren?

    ‘Ik zou het woord “kritiek” niet eens in de mond nemen. Eigenlijk weet ik niet eens wat dat op een bepaald niveau betekent. Met Untitled (I Shop Therefore I Am) stond ik stil bij de overweldigende macht van marktcultuur, of die nu heel erg stedelijk of landelijk is, en of het nu via fysieke winkels of digitaal gaat. Wat ik doe is kijken naar de manier waarop ons leven tot op zekere hoogte een soort rampplek is geworden voor narcisme en voyeurisme. Kunnen we ons leven blijven leiden zonder ons voor de lens te bevinden, of achter de lens? Als je in een museum bent en een foto maakt van een voorwerp, dan is dat niet genoeg – je moet in het voorwerp zijn, in de afbeelding. Het “ik was hier”-achtige daarvan is heel veelzeggend. Ik was hier. Dit is er gebeurd. Ik ben hier. Kijk naar me. Dit zijn mijn “likes”. Dat is tegenwoordig misschien wel het bewijs dat je leeft.’

    Waardoor wordt die tendens ingegeven?

    ‘Ik heb het idee dat de beschikbaarheid van beelden en de verspreiding ervan, of het nu beelden van dingen zijn of de manier waarop we naar onszelf kijken – het feit dat die beelden beschikbaar zijn en dat wat we erover te zeggen hebben ook ogenblikkelijk beschikbaar is – de momenten van ons leven veranderen. Wat betekent “wees hier, nu”? Betekent het “wees hier op het moment zelf” of “leg dat moment vast”? Dat zijn verschillen die de kop hebben opgestoken door veranderingen op het gebied van receptie, methodologie en technologie.’

    In hoeverre hebt u het over mensen van andere generaties, en in hoeverre hebt u het ook over uzelf?

    ‘Ik ga nog liever naar de hel dan dat ik me laat fotograferen. Maar dat komt door de jaren dat ik voortdurend met mijn neus in de foto’s zat bij uitgeverij Condé Nast. Ik was daar fotoredacteur en keek naar de modellen, de kleren, de lichamen, de markteconomie van koopwaar en hoe lichamen ook tot die koopwaar behoorden. Maar ik denk ook dat er tot op zekere hoogte erkenning moet zijn voor de macht die het geeft wanneer je de camera op iemand anders richt. Dat verandert wanneer je hem op jezelf richt. Generaties straatfotografen en fotojournalisten zijn op zoek gegaan naar de gruwelijkste gebeurtenissen, de goddelijkste eigenaardigheden, de meest “andere” anderen. Ik denk dat het “vangen” van beelden vaak gepaard gaat met de mogelijkheid, zo niet de onvermijdelijkheid, van uitbuiting. In veel opzichten zijn de conventionele fotojournalistiek en de zogeheten “straatfotografie” jammerlijk onderbelicht gebleven als manieren van afbeelden. Maar als mensen ervoor kiezen om zichzelf af te beelden, wordt het een andere vorm. Dan verandert het.’

    De woorden ‘jij’, ‘ik’ en ‘mij’ duiken telkens opnieuw op in uw werk. Hoe denkt u over universaliteit en individualiteit? Wie is de ‘ik’ en wie is de ‘jij’?

    ‘Ik denk niet na over “universaliteit”. Ik ben te zeer beducht voor de manier waarop je daardoor verschillen kunt reduceren en wegpoetsen. En wat dat “jij”, “wij” en “ik” betreft, ik vraag me gewoon af hoe de plaats van het onderwerp werkt, hoe aanspreekvormen werken. Rechtstreeks aanspreken is een drijvende kracht achter een groot deel van mijn werk geweest. Maar ik geloof niet dat er een specifiek of vast “jij”, “zij” of “wij” bestaat. Ik denk dat het veelomvattender en vloeibaarder is. Je kunt afwijzen of accepteren dat je wordt aangesproken, of iets daartussenin.’

    In de loop der jaren, naarmate uw werk beroemder werd, hebben veel mensen zich uw afbeeldingen toege-eigend, en uw nieuwste werk omvat enkele van die toe-eigeningen. Ziet u dat als een vorm van samenwerking of als een vorm van kritiek?

    ‘Het voelt als geen van beide. Ik zou willen zeggen dat het me altijd is blijven verbazen en amuseren – en tot op zekere hoogte plezieren – dat mijn werk zo’n onderdeel van de cultuur is geworden. Ik had nooit verwacht dat mensen mijn naam of mijn werk zouden gaan kennen, dus dit is het zoveelste voorbeeld van die willekeur, van de rol van historische omstandigheden en maatschappelijke betrekkingen die tezamen bepalen wie er gezien wordt en wie niet, wie er gehoord wordt en wie niet. En de razendsnelle verspreiding van beelden, woorden en eigennamen heeft alles versneld en beïnvloed.

    Ik denk dat de komst van film, radio, televisie en internet verschillende kansen heeft geboden voor het rechtstreeks aanspreken. En onlinelevens gaan natuurlijk enorm over de beloften en afstraffingen van het rechtstreeks aanspreken, niet alleen via teksten maar ook via oogcontact, of van oor tot oor via ASMR.

    Ik heb het altijd belangrijk gevonden om voor ogen te houden welke volstrekt marginale rol beeldende kunst in de VS speelt

    Ik heb het altijd belangrijk gevonden om voor ogen te houden welke volstrekt marginale rol beeldende kunst in de VS speelt. Wie denkt erover na? Van veel kunstenaars kent bijna niemand de naam, en ik neem niet aan dat iemand weet wie ik ben, behalve in bepaalde kleine subculturen. Maar nu ik mijn honderdste nader, krijg ik opeens deze steun via allerlei instituties. Steeds meer mensen hebben mijn werk gezien, en het reist nu digitaal sneller rond dan het ooit heeft gedaan. Maar ik denk dat het belangrijk is om te beseffen dat de zogeheten “kunstwereld” een heel benauwde en bekrompen plek kan zijn. Zelf zie ik kunst in een veel ruimere zin: als een spuitbus van commentaar, een enorme visuele, filmische, sonische en tekstuele creatie van wat het betekent om in een bepaalde tijd te leven. Een vermogen om de ervaringen van de wereld te visualiseren of op schrift of muziek te zetten.’ 

    Kruger Kassel Documenta 2 Majel van der Meulen
    Thinking of You. I Mean Me. I Mean You. in het Museum of Modern Art, New York. – © Emile Askey / Moma

    Beïnvloedt dat ook uw werkwijze als docent beeldende kunst?

    ‘Dat deed het wel, maar ik ben dit jaar gestopt met lesgeven. Maar weet u, ik heb altijd lesgegeven op een openbare universiteit, niet op een kunstacademie, En omdat ik zelf geen bachelor- of masteropleiding heb gevolgd, vond ik het belangrijk om les te geven op een openbare universiteit met veel eerstegeneratiestudenten, eerstegeneratiefamilies, studenten die tot de eerste generatie Engelstaligen behoorden. Het betekende iets dat deze jonge mensen op een openbare universiteit studeerden of een beroepsopleiding volgden waar hun een heel breed perspectief werd geboden op wat ze van hun leven konden maken, in plaats van op een privéacademie waar de jongste studenten soms al bezig waren met het plannen van hun carrière in de kunstwereld. Daar is op zich niets mis mee, maar ik vond het geen context waarin ik van erg veel nut kon zijn.’

    Voelt u zich meer thuis in zo’n omgeving dan in het door galeries bevestigde kunstcircuit?

    ‘Ik heb de subcultuur van de kunst altijd erg intimiderend gevonden. Elke keer als ik een galerie binnenliep, had ik gevoel dat ik een kledingborstel bij me moest hebben, vanwege dat idee van perfectie en zo. Jonge kunstenaars bedenken manieren om zichzelf in leven te houden – sommige kiezen ervoor om assistent te worden van een gerenommeerde kunstenaar, of om in een galerie te werken. Dat was voor mij nooit weggelegd. Voor mij was het heel erg een klassenkwestie. Ik heb gewoon jarenlang negen-tot-vijfbaantjes gehad.’

    Is er iets veranderd? Zijn er ontwikkelingen gaande in de kunstwereld die u hoopvol stemmen over de toekomst ervan?

    ‘Ja, natuurlijk is er iets veranderd. Ik bedoel, goddank is er iets veranderd, maar de strijd is nog niet gestreden. Ik herinner me dat begin jaren tachtig de situatie begon te veranderen voor (witte) vrouwen. Maar nu zien we enorme verschuivingen op het gebied van macht en vertegenwoordiging. Veel meer mensen kunnen zich tegenwoordig moeiteloos kunstenaar noemen. Het duurde een hele tijd voordat ik mezelf als kunstenaar zag. Ik heb weleens gezegd dat de “kunstwereld” eruitzag als twaalf witte mannen in Lower Manhattan. Maar er was altijd veel meer aan de hand. Er waren zo veel kunstenaars die op zo veel niveaus gemarginaliseerd en onzichtbaar gemaakt waren. Factoren als ras, klasse en gender waren doorslaggevend om al dan niet gezien te worden. Nu maken we een historische “reset” mee die absoluut dringend noodzakelijk is, zelfs als je bedenkt dat een deel ervan misschien wel wordt aangejaagd door een uitermate speculatieve markt en allerlei spijtbetuigingen.’

    In uw nieuwe tentoonstelling figureren ook enkele oudere werken van uw hand. Wat betekent het voor u om terug te grijpen op eerder werk en om een bredere kijk op kunst te hebben, namelijk als een doorlopend proces dat op het heden is georiënteerd?

    ‘Pas de afgelopen vier jaar, tijdens het inrichten van deze tentoonstelling, die een jaar werd uitgesteld vanwege corona, ben ik me weer in die werken gaan verdiepen. Wat wordt “iconisch” en wat niet, wat komt in de canon, neemt toe in waarde of wordt waardeloos geacht? Als ik probeer te bepalen wat een heel tijdelijke “canoniciteit” bezit (laten we zeggen de komende twintig minuten), moet ik rekening houden met de grilligheid van smaak en waarde. Van wat wordt vergeten en twintig jaar later door kunsthistorici wordt opgegraven. Alles wordt zo sterk bepaald door de grilligheid van de markt.

    Het is een heel complexe mengeling van wat in het oog springt en wie een echte naam wordt en wie niet

    Het is een heel complexe mengeling van wat in het oog springt en wie een echte naam wordt en wie niet. En daar ben ik me altijd erg van bewust geweest, omdat ik aan beide kanten heb gezeten, en ook in het midden. Jaren geleden had ik een tentoonstelling, genaamd Picturing “Greatness”, die inging op de manier waarop grootsheid tot stand komt – de willekeurigheid ervan, de investeringen, de opwinding en de verhalen eromheen. Mensen die echt in grootsheid geloven wens ik alle succes en macht toe. Maar voor mijzelf is het zo’n bouwwerk van inflatoire markten en claims. Ik heb eerder gezegd dat geen enkel kunstwerk, geen schilderij, beeld, film, muziekstuk of gebouw ooit zo groots, belangrijk en briljant is – of zo beschadigd en onbeduidend – als de maker ervan voor ogen had. Alles is een vorm van overdrijving. Dat is ofwel een verkoopargument of het komt voort uit een behoefte om in het idee van “het meesterwerk” te geloven, of in de uitzonderlijkheid van een bepaalde schepper. Dat hoort er allemaal bij, maar ik ben geneigd er met enige argwaan naar te kijken.’

    Is er nog iets anders waar u het over wilt hebben?

    ‘Nou, iets waarover ik heb nagedacht is de wisselende belangstelling voor het narratief en de rekbaarheid van de aandachtsspanne. De grote filmstudio’s zijn natuurlijk bijna te gronde gegaan door het teruglopende bioscoopbezoek en hebben ervoor gekozen om vooral te investeren in grote spektakel- en vervolgfilms. Dat leek in veel opzichten ten koste te gaan van het verhalen vertellen en van de vertelvormen van kleinere films. De aandachtsspanne leek meer berekend op episodisch kijken. En mijn werk, mijn bewegende beeldende kunst, is veel meer episodisch dan narratief in lineaire zin. Maar streaming heeft zowel nieuwe belangstelling voor het narratief gewekt als een enorme liefde voor – zo niet een verslaving aan – episodisch kijken. Als je niet naar films kijkt, kijk je naar seriëlere, tv-achtige dingen. In de precoronatijd duurde het narratief te lang – is het nou nog niet afgelopen? We zijn zo gewend aan de snelheid van online, of het nu memes zijn of snelle beelden. En ik denk dat de segmentering van verhalen via streaming de mogelijkheid heeft geopend voor meer narratief, maar dan in korte stukjes en afleveringen. We zien gestreamde dingen die van de oude filmstudio’s nooit het groene licht zouden hebben gekregen.

    Vóór corona had ik nog nooit naar [de animatieserie] BoJack Horseman gekeken, maar in mijn ogen is dat een kunstwerk. Ik bedoel, de mensen die die shit schreven moeten aan de paddo’s zijn geweest, want het was echt zó’n pakkende tragedie. Over leven en doodgaan. Het was niet alleen maar grappig – ik bedoel, af en toe moest ik huilen. Alles van Jordan Peele heb ik gezien; Ozark was geweldig; Small Axe van Steve McQueen, alle vijf die films, dat was echt ongelooflijk; Euphoria was visueel zo sterk, ook al was het te veel uitgesponnen. Maar allemaal voelde het nog steeds episodisch en gesegmenteerd. Het was niet zoiets als drie uur in een bioscoop zitten, snap je? Vanaf het begin van corona, toen ik negentien maanden LA niet uit ben geweest, heb ik zo veel schitterende dingen gestreamd. En ook reality-tv – dat was een escapistische reddingsboot. Kun je het je voorstellen? Reality-tv als brenger van geestelijke gezondheid. Zo is de wereld eraan toe.’

    Naar wat voor reality-tv kijkt u?

    ‘Nou, ik kijk er nu veel minder naar, maar bijvoorbeeld Real Housewives, Black Ink Crew, Vanderpump Rules, 90 Day Fiancé, bijna alles van HGTV [Home & Garden Television] – absolute onroerendgoedporno.’

    U hebt bij uw werk vaak gebruikgemaakt van ‘lagere cultuur’, zoals ook in deze tentoonstelling: onlinememes en kattenfilmpjes…

    ‘Ik kom er niet onderuit dat een bepaalde mallotigheid altijd een belangrijke rol in mijn werk heeft gespeeld, een gebruik van de lach die zowel bevrijdend als meedogenloos kan zijn. Vooral in deze tijd waarin mensen huizenhoog op het schild worden geheven of genadeloos voor schut worden gezet. Maar niets werkt zo goed als jonge poesjes en hondjes. Tenzij je totaal gestoord bent raak je vertederd door puppy’s en kittens, door hun intense schattigheid. Ik denk niet dat veel mensen immuun zijn voor die beelden; ze geven toegang tot een ander soort emotionele ruimte, die warmer is en vaak grappig.’

    Hoe voelt het om die naast de beelden van Trump te zetten, en naast de teksten die u hebt geschreven?

    ‘Voor mij voelt het levensecht. Ik denk dat ik het zo het best kan omschrijven. Het voelt levensecht.’ 

  • Lea Ypi: ‘Hoop is een morele plicht’

    Lea Ypi: ‘Hoop is een morele plicht’

    De bekende Albanese auteur en academica Lea Ypi over wat ze het meest aan haar vaderland mist en hoe een van leugens vergeven communistische jeugd haar interesse in filosofie wekte.

    Lea Ypi groeide op in het laatste stalinistische bastion in Europa: Albanië. Ze had er geen idee van dat Xhafer Ypi, voormalig premier van Albanië, een man die ze verplicht moest verachten, haar overgrootvader was, noch dat haar ouders allesbehalve enthousiast waren over het communistische regime. In haar bekroonde memoires (Vrij) vertelt ze dat in 1991, toen het Albanese communistische bewind ten val kwam, haar ouders haar de waarheid  vertelden, namelijk dat het land bijna een halve eeuw een openluchtgevangenis was geweest. Ze schrijft ook over haar vreselijke ervaringen met de burgeroorlog in 1997. Ypi is hoogleraar politieke theorie aan de London School of Economics.

    U legt uit dat ‘biografie’ een beladen begrip was in het communistische Albanië. Had u dat ironische gegeven in gedachten toen u aan uw memoires begon?

    ‘Ik was niet van plan memoires te schrijven; ik wilde een filosofisch boek schrijven, maar toen was daar ineens corona. Ik zat in Berlijn en probeerde mijn kinderen te ontvluchten. Die zaten me voortdurend in huis achterna. Ze vonden dat niemand thuis mocht werken, in hun ogen was er alleen ruimte voor spel, was het altijd zondag. Dus verstopte ik me in een kast en werd het boek steeds persoonlijker: omdat het ging over fysieke beperking, omgeven door grote onzekerheid over wat vrijheid betekende in een liberale samenleving. Ik had in 1997 in Albanië al een lockdown meegemaakt, en hoewel die heel anders en veel angstaanjagender was omdat er buiten een oorlog woedde, was er een gevoel van herkenning.’

    Uw jeugd werd getekend door onwetendheid. U werd voor de gek gehouden: is uw vermogen tot vertrouwen daardoor aangetast?

    ‘De overgang van niet-weten naar weten is problematisch: is de nieuwe waarheid niet gewoon weer een ander verhaal? Die scepsis over de waarheid die tevoorschijn kwam na een grote leugen heeft me nooit echt verlaten. Dat is wat me aantrekt in de filosofie. Ik verdiep me in Kants Kritiek van de zuivere rede. Zijn filosofie bestaat er onder meer uit te pogen de rede los te maken van dogmatisme en scepticisme. Voor mij betekent kritisch zijn dat je geen dogma’s accepteert. Maar dan krijg je weer te maken met het gevaar van de scepsis: als je voorgeschotelde waar-heden verwerpt, houd je misschien heel weinig over. Als je niets meer vertrouwt, kan dat heel verlammend werken. Ik probeer dat te vermijden, en vastigheid te vinden in abstracte moraliteit.’

    GettyImages 1240447905 1
    Lea Ypi tijdens de uitreiking van de Ondaatje-prijs voor haar memoires, Free. Londen, 2022. – © David M. Benett/Dave Benett/Getty Images

    Wat was Albanië, afgezien van de politiek, voor een land, en mist u het?

    ‘Ik mis het heel erg – de stomend hete zomers en de droge, stormachtige winters. Als je het hele jaar door aan de kust woont, krijg je een andere verhouding met de zee. Die is grillig van aard. Onze middelbare school lag dicht aan zee en we gingen er soms naartoe wanneer we pauze hadden. Toen ik klein was, wist ik al dat er een wereld bestond buiten Albanië, aan de overkant van de zee, dus die borg ook deze suggestie in zich.’

    Waar woont u nu?

    ‘Als mensen vragen: ‘‘Waar is je thuis?’’ antwoord ik altijd: Heathrow, Terminal 5 [lacht]. Ik weet niet waar ik thuishoor … niet meer in Albanië, want daar heb ik een immigrantenrelatie mee gekregen. Ik reis veel en voel me met veel landen verbonden. Laten we zeggen dat mijn officiële staatsburgerschap Brits is en mijn woonplaats Londen.’

    Uw grootmoeder zei: ‘Hoop is iets waarvoor je moet vechten. Maar er komt een moment dat ze een illusie wordt.’ Wat hoopte u als kind? Wat hoopt u nu? En is hoop voor onze planeet een illusie?

    ‘Het was mijn hoop om een goede burger te zijn. Ik ben opgegroeid met een besef van politieke verantwoordelijkheid. Ik voelde me een pionier en identificeerde me met de staat en de partij. Wat ik nu hoop, is eigenlijk niet zo heel anders: ik wil een deugdzaam, verantwoordelijk lid van de samenleving zijn en de vrijheid dienen. Op het laatste deel van uw vraag heb ik een filosofisch antwoord. Hoop is een morele plicht – we moeten doen alsof er een kans is dat de dingen een gunstige wending zullen nemen voor wat wij willen bereiken. Met een nihilistische levenshouding is dat plichtsbesef niet vol te houden.’

    Vrijheid is iets wat u voortdurend bezighoudt. Hoe definieert u vrijheid?

    ‘Vrijheid omvat ook plichtsbesef, de idee dat je je plicht kunt doen, hoe moeilijk die ook is. De innerlijke morele dimensie biedt mij een grondslag om de samenleving te bekritiseren. We leven in een wereld met asymmetrische machtsverhoudingen op alle niveaus. Macht wordt uitgeoefend door de machtigen en de zwakkeren en kwetsbaren zijn de passieve ontvangers van die macht. Die dynamiek van machtsverhoudingen staat altijd haaks op vrijheid.’

    U groeide op in een moslimgezin dat verplicht werd het geloof af te zweren. Hebt u nu een religieuze overtuiging?

    ‘Albanië was een constitutioneel atheïstische entiteit; God was een berg leugens. Toen elke waarheid waarin ik geloofde een leugen bleek te zijn, vroeg ik me af of de leugen inzake God waar kon zijn. In de jaren negentig ging ik shoppen op de vrije markt van de religie. Ik was een paar maanden katholiek, ging vervolgens naar de moskee en praktiseerde de ramadan. Ik verkende het boeddhisme, maar ging uiteindelijk filosofie studeren omdat ik geen antwoorden wist. Ik ben nu agnostisch.’

    Je moeder komt prachtig naar voren als een onbevreesd iemand die zich niet liet muilkorven, een krachtpatser… lijkt u in zekere mate op haar?

    ‘Ik putte altijd inspiratie uit de onverschrokkenheid van mijn moeder. Ik probeer die na te volgen, maar ik weet niet of ik erin slaag. Toen ik kind was, liepen we samen door nachtelijk Durrës, mijn geboorteplaats. Het was erg donker, er waren veel dronkaards en ik was heel bang, maar ik zag bij haar geen greintje angst. Ik zei: “Die figuur is niet goed bij zijn hoofd, hij is dronken, hij gaat ons aanvallen.” En dan zei zij: ‘‘Nee, wij gaan hem aanvallen!’’

    U schrijft tactvol over de ontsnapping van uw moeder naar het buitenland, met uw broer, tijdens de burgeroorlog. Het lijkt er wel op dat ze het gezin in tweeën splitste. Was dat niet heel schokkend?

    ‘Zeker. Pas later begreep ik dat ze zich in een situatie bevond waarin ze meende dat ze een kind redde, waarop mijn grootmoeder dan steeds weer het volgende zei: “Je liet een ander kind achter.” Ik heb er nu vrede mee, maar het was toen wel moeilijk.’

    Heb u ooit nog iets vernomen van uw jeugdvriendin Elona, van wie u het aangrijpende verhaal vertelt en die op dertienjarige leeftijd het land ontvluchtte en prostituee werd?

    ‘Ze stierf een week nadat mijn boek was uitgekomen. Iemand die haar herkend had, schreef het me. Na dit nieuws heb ik dagenlang gehuild.’

    Hoe bent u professor aan de London School of Economics geworden?

    ‘Ik heb filosofie gestudeerd in Rome – daarna heb ik een rechttoe rechtaan academische carrière gekend. Ik promoveerde in Florence, ging naar Oxford voor een postdoc en kon vervolgens terecht bij de London School of Economics.’

    Wat voor lezer was u als kind?

    Ik hield van Griekse mythologie. Ik was geobsedeerd door de goden, dat ze zo machtig en tegelijkertijd zo machteloos waren. In Albanië was er een zeer beperkte keuze aan boeken. Ik las alle boeken in de boekwinkel en de kinderbibliotheek en ging vervolgens naar de bibliotheek voor volwassenen, waar ik de Ilias en de Odyssee las. En Russische sprookjes.

    Welk boek zou u een jongere geven?

    ‘Griekse mythen! Mijn kinderen zijn elf, zes en vier. Ik heb ze trouwens aan de twee oudsten gegeven toen ze vijf waren.’

    Wat bent u nog van plan om te lezen?

    ‘The Memoirs of Ismail Kemal Bey, de memoires van de Albanese politieke leider Ismail Qemali, de grond-legger van het Albanese nationalisme. Mijn volgende boek gaat over de val van het Ottomaanse rijk, vandaar. En Stalingrad van Vasily Grossman en een paar geschiedenisboeken. En ik ben van plan om Radetzkymars van Joseph Roth te lezen.’

    Bestaat luchtige leeskost voor u? Wat leest u het liefst ter ontspanning?

    ‘Ik geloof het niet [lacht]. Of het moeten negentiende-eeuwse romans zijn. Mijn favoriete boek is Dostojevski’s Demonen, een verbazingwekkende verkenning van de geschiedenis van ideeën en van de menselijke ziel.’ 

    Lea Ypi Vrij 1
    Vrij: Opgroeien aan het einde van de geschiedenis, in vertaling van Luud Luud Dorresteyn, verscheen bij De Bezige Bij.
  • Waar simulatie ophoudt en de realiteit begint

    Waar simulatie ophoudt en de realiteit begint

    We weten dat ons beeld van de werkelijkheid in de hersenen wordt samengesteld: gefilterd door onze eigen waarneming. Filosoof David Chalmers verdiepte zich in hoe ‘een klont organisch materiaal in staat is de ervaring van zelfbewustzijn te creëren’. En is die ervaring even waarachtig als de virtuele werkelijkheid?

    ‘Kun je me zien?’ In het tijdperk van videogesprekken is dit inmiddels een vaak gestelde vraag. Maar stel je die vraag aan filosoof David Chalmers, dan krijgt hij een diepere betekenis. Als het gaat om de elementaire versie van virtual reality (VR) waarin wij dit gesprek voeren, denkt hij dat ‘sommige uiterst conservatieve filosofen zouden zeggen: nee, ik zie alleen een patroon van pixels op een scherm, zonder jou erachter’. Maar zelf ziet Chalmers dat toch anders. ‘Ja, ik zie je heel goed,’ zegt hij, en dat heeft een dubbele lading. Zijn ogenschijnlijk eenvoudige bewering slaat niet alleen op wat VR kan doen, maar ook op het denken over wat werkelijkheid is.

    Chalmers is een van de bekendste filosofen van deze eeuw. Zijn nieuwste boek Reality+ is weliswaar het eerste dat hij bewust voor een breed publiek heeft geschreven, maar eerder had hij zich al bij dat publiek in de kijker gespeeld, vooral met zijn essay ‘The Matrix as Metaphysics’, dat hij in 2003 schreef voor de officiële website van die film. Zijn werk inspireerde [de Britse toneelschrijver] Tom Stoppard tot diens toneelstuk over bewustzijn, The Hard Problem. Met zijn ontspannen manier van praten, zijn afgedragen kleding en zijn onverzorgde, jarenlang niet geknipte haar is het niet gek dat hij het etiket van ‘popster-filosoof’ kreeg opgeplakt.

    Het makkelijke vraagstuk is hoe we in kaart kunnen brengen welke hersenactiviteiten gelinkt zijn aan bepaalde stemmingen

    Zijn reputatie berust niet zozeer op zijn eigen theorieën als wel op de kernachtige omschrijvingen die hij weet te geven van wat wel wordt gezien als het grootste actuele vraagstuk in de filosofie. Chalmers maakt onderscheid tussen de ‘makkelijke’ en de ‘lastige’ vragen rond bewustzijn. Het makkelijke vraagstuk is hoe we in kaart kunnen brengen welke hersenactiviteiten gelinkt zijn aan bepaalde stemmingen; dat is alleen makkelijk in de zin dat het geen diepgaande filosofische vragen oproept. Het lastige vraagstuk met betrekking tot bewustzijn is hoe een klont organisch materiaal, complex of niet, in staat is de ervaring van zelfbewustzijn te creëren. Dat staat nu bekend als ‘Chalmers’ lastige probleem’, al bestond de vraag al voordat hij er zijn naam aan gaf.

    Woordenlijst

    Vier sleutelbegrippen om de kluts niet kwijt te raken:

    Virtual reality (virtuele werkelijkheid), aanvankelijk ontwikkeld naar het voorbeeld van computergames, staat voor een technologie waarbij met behulp van software en vaak een bril de fysieke aanwezigheid van andere mensen of een bepaalde omgeving wordt gesimuleerd. Op die manier kun je een driedimensionaal virtueel universum waarnemen en je daarin bewegen.

    Augmented reality (aangevulde werkelijkheid), ook afkomstig uit de gamewereld, maakt het mogelijk een scherm (vooral dat van een smartphone) als venster op onze reële wereld te gebruiken, waar virtuele, digitale elementen overheen worden geprojecteerd. Het populairste voorbeeld is het spel Pokémon Go, maar er zijn een heleboel andere toepassingen, variërend van gps-navigatie tot rondleidingen door musea.

    Het multiversum , dat zowel fictieve als wetenschappelijke toepassingen kent, veronderstelt dat er nog andere parallelle en gelijktijdige universums bestaan naast het onze. Dit verschijnsel kan vele vormen aannemen en roept tal van vragen op, zoals: hebben wij parallelle ‘ikken’? Wat doen die dan? Zijn de grenzen tussen universums poreus?

    Als we Facebookbaas Mark Zuckerberg mogen geloven, is de metaverse de volgende etappe in de ontwikkeling van het mobiele internet. Dankzij de virtuele werkelijkheid zouden gebruikers fysiek door een 3D-wereld kunnen navigeren en avatars kunnen gebruiken om in virtuele winkels te shoppen of virtuele werkvergaderingen te houden. Zelf wil Zuckerberg graag de grote baas van de metaverse worden, wat toch enigszins dubieus overkomt.

    In zijn nieuwe boek richt Chalmers zich op de vraag of een perfecte virtualrealityomgeving, waarin je jezelf werkelijk totaal kunt onderdompelen – noem het ‘Full VR’ – een echte werkelijkheid genoemd zou mogen worden of altijd alleen een alternatief voor de werkelijkheid blijft. Zijn boek komt als geroepen: in oktober 2021 kondigde Mark Zuckerberg aan dat Facebook werkt aan de bouw van de metaverse, een ‘alomvattend, alomaanwezig internet’, waarin je via je eigen avatar in een 3D-omgeving online kunt vergaderen of met vrienden kunt eten.

    Virtuele utopie

    Zuckerberg ziet het als een virtuele utopie, anderen als de totale ontmenselijking en het einde van de werkelijkheid. Wie er gelijk heeft, hangt grotendeels af van het antwoord op een oude filosofische vraag: wat is werkelijkheid? Het nieuwe van de ‘technofilosofie’, zoals Chalmers zijn benadering in Reality+ noemt, is ten eerste dat filosofie daarin wordt toegepast op nieuwe technologieën. En ten tweede dat die technologieën worden gebruikt om anders tegen eeuwenoude filosofische kwesties aan te kijken. Technofilosofie is goeie ouwe metafysica in een nieuw jasje.

    Neem de vraag waarmee ik begon: kun je me zien? Als je vindt dat je iemand niet ziet als je er een Zoom-gesprek mee voert, dan betekent dat dat we elkaar eigenlijk nóóit zien, zo redeneert Chalmers. De naïeve gedachte dat we de dingen direct en ongefilterd waarnemen hebben we allang achter ons gelaten. We weten dat alles via onze zintuigen binnenkomt en dat ons uiteindelijke beeld van de werkelijkheid in onze hersenen wordt samengesteld: alle perceptie wordt door onze waarneming gefilterd. Dus de enige betekenisvolle mate waarin ik je echt zie of hoor, ook in het echte leven, is in hoeverre de signalen die ik zie en hoor oorzakelijk op jou teruggaan.

    Nieuwe technologie kan veranderingen aanbrengen in die keten van oorzakelijkheid. Maar zolang de essentiële verbanden intact blijven, is het resultaat nog steeds dat ik echte personen en dingen waarneem. Neem een telefoongesprek. ‘De allereerste keer dat mensen een telefoon gebruikten, zeiden ze misschien nog: ik hoor de ander niet direct, ik hoor een projectie van zijn stem,’ zegt Chalmers. ‘Maar zodra de telefoon zijn intrede deed in het dagelijks leven, zeiden mensen zonder er verder bij stil te staan: ik hoor je. Met het voortschrijden van de techniek blijken zulke begrippen als vanzelf mee te groeien.’

    ‘Waar je in dit debat staat, hangt sterk af van hoe je ‘echt’ definieert’

    Chalmers denkt dat dit nu weer plaatsvindt. Zelfs met de primitieve vorm van VR die we op dit moment hebben, is het al ‘heel gewoon om te zeggen dat je virtuele voorwerpen in een virtuele werkelijkheid ziet’. Daar valt natuurlijk tegen in te brengen dat wat je in de virtuele werkelijkheid ziet per definitie niet echt is. Een virtuele kat is geen echte kat. Tot op zekere hoogte is Chalmers het daarmee eens. Het is geen biologische, organische kat van vlees en bloed. Maar het is wel een echte virtuele kat. Dat is geen semantische haarkloverij. Denk maar aan hoe de wetenschap ons inzicht heeft veranderd in de verhouding tussen wat we zien en de onderliggende werkelijkheid. De kwantumfysica heeft aangetoond dat de grondslag van alle schijnbaar vaste objecten in onze wereld grotendeels uit lege ruimte bestaat. Het is niet zo dat katten en tafels niet bestaan, maar hun uiterlijke verschijning zegt niets over hun diepste aard. In een virtuele wereld zouden virtuele objecten op die manier ook echt zijn, zelfs al zijn ze ten diepste niet meer dan bits en bytes.

    Waar je in dit debat staat, hangt sterk af van hoe je ‘echt’ definieert. Als we zeggen dat iets echt is, kan dat volgens Chalmers vijf betekenissen hebben: het bestaat, het heeft causale krachten, het is onafhankelijk van onze hersenactiviteit, het is niet illusoir en het is een echte representant van dat waar wij het voor verslijten. Een werkelijk immersieve VR die van binnenuit niet van het echte leven te onderscheiden is, zou volgens hem aan minstens vier van deze vijf criteria moeten voldoen.

    Oleg Buyevsky illustrationzone.com 3 RGB
    – © Oleg Buyevsky/illustrationzone.com

    Een digitale hond

    Neem een digitale hond. Wat je daar ook van denkt, op een bepaalde manier bestaan digitale honden zeker. Ten tweede heeft zo’n virtuele hond in Full VR ook causale krachten: als hij bijt, doet het pijn. Ten derde heeft de hond een bestaan buiten jouw geest om: als je de virtuele wereld verlaat, blijft die hond daar rondsnuffelen.

    Minder voor de hand ligt de conclusie dat zo’n digitale hond niet illusoir is of althans niet hoeft te zijn. Je denkt misschien dat VR per definitie een illusie is, aangezien het hele idee van VR is dat digitale dingen daarin echt lijken. Maar met een beroep op het begrip ‘cognitieve penetratie’ stelt Chalmers dat dit niet per se opgaat. Als je in de achteruitkijkspiegel van je auto kijkt, zie je wat je daarin ziet dan voor je of achter je? Strikt genomen zie je het voor je. Daarom benadert een dier iets wat het in de spiegel ziet altijd alsof dat zich achter het glas bevindt. Omdat wij weten dat het een reflectie is en we daaraan gewend zijn, weten wij dat we in die spiegel zien wat zich achter ons bevindt.

    Chalmers denkt dat deze gewenning ook in de virtuele wereld kan optreden. Toen hij in een VR-lab op een plank stond die over de Grand Canyon was gelegd en hij werd verzocht van die plank af te stappen, ‘tikte ik eerst even met mijn voet op de grond, gewoon voor de zekerheid’. Maar ‘je raakt heel snel gewend aan wat er kan. Dan stap je eraf en loop je naar de overkant van de kloof. Je loopt gewoon in de lucht, dat went.’ Na verloop van tijd wordt de virtuele aard van zo’n wereld iets ‘wat gewoon ingebakken raakt in je perceptie van de werkelijkheid’. Dan voelt het op den duur net zo min als een illusie als onze ervaring dat de zon opkomt terwijl we weten dat het alleen de aarde zelf is die beweegt.

    ‘Vergelijk het met havermelk: die is wel echt, maar het is geen echte melk’

    Het enige criterium waar Full VR volgens Chalmers niet aan zal kunnen voldoen, is dat een digitale hond wel echt is, maar geen echte hond, want echte honden zijn biologische wezens. Vergelijk het met havermelk: die is wel echt, maar het is geen echte melk.

    Omdat Full VR aan vier van zijn vijf criteria voldoet, kunnen we volgens hem stellen dat het ‘ten minste 80 procent echt is’. Maar die vlieger gaat niet per se op. Als ik voldoe aan vier van de vijf vereiste criteria om arts te zijn, ben ik niet voor 80 procent arts, dan ben ik helemaal geen arts. Dus er hangt heel veel af van het belang van dat ene onderscheid, tussen gewone echte dingen en echte digitale dingen.

    Leven in een simulatie

    Veel mensen zullen Reality+ willen lezen vanwege het tegen onze intuïtie indruisende pleidooi dat wij zonder het te weten misschien al in een simulatie leven, of dat we onszelf in de toekomst misschien wel kunnen uploaden naar een VR-wereld die dan net zo echt en net zo aangenaam zal zijn als ons biologische leven nu. Zelf vind ik Chalmers’ redeneringen op dat punt veel te sterk afhangen van onzekerheden in de toekomst. Zullen we ooit over genoeg machinale rekenkracht en genoeg elektriciteit beschikken om een virtuele wereld te creëren die net zo rijk en alomvattend is als onze huidige fysieke wereld? Zoiets simpels als de cryptomunt Bitcoin verbruikt nu bijvoorbeeld al 0,5 procent van alle stroom in de wereld.

    Chalmers neemt dit probleem serieus, maar schat de kans toch op fiftyfifty dat we Full VR zullen realiseren. Als het gaat om de energie die dat zou vergen, wijst hij erop dat fundamentele fysieke grenzen weliswaar betekenen dat ‘geen eindig universum in staat is zichzelf tot in elk detail perfect te simuleren’, maar dat dit niet erg is omdat Full VR dat ook niet hoeft te doen. ‘Universa hoeven alleen een eenvoudiger en kleiner universum te simuleren. Misschien kan bijvoorbeeld een deel van de energie van een verre ster worden gebruikt om te simuleren wat er allemaal op en rond de aarde gebeurt.’

    ‘Maar nee, ze hebben een wereld ontworpen met kanker, MS en ebola, om van marteling en verkrachting nog maar te zwijgen’

    Een oneindig universum zou volgens Chalmers in staat zijn een eindig universum zoals het onze perfect te simuleren. En als ons universum zo’n perfecte simulatie was, dan zouden wij daar nooit achter kunnen komen. Veel mensen nemen deze mogelijkheid serieus. Maar als onze wereld zo’n simulatie is, vraag ik me toch af: waarom is die wereld dan zo vreselijk? Als de wereld het product is van evolutie, dan vallen armoede, ziekte en menselijke wreedheid te verwachten. Als de wereld het product is van intelligent ontwerp, dan moeten de ontwerpers niet alleen ongelooflijk slim maar ook ongelooflijk sadistisch zijn. Dan hadden ze ook wel een wereld van overvloed en veiligheid kunnen ontwerpen. Maar nee, ze hebben een wereld ontworpen met kanker, MS en ebola, om van marteling en verkrachting nog maar te zwijgen.

    ‘Ik heb de Dreamachine voor u getest’

    ‘Het is een gratis reis door uw eigen hoofd’, verzekert The Guardian.

    Een journalist van de Londense krant heeft de ‘Dreamachine’ getest, geïnspireerd op een vinding uit de jaren zestig. Het is een experiment op basis van witte lichtflitsen, vergelijkbaar met de hallucinatiemachine van de Britse neurowetenschapper Anil Seth. De Dreamachine werd aan het Britse publiek gepresenteerd op de afgelopen editie van het rondreizende lentefestival Unboxed.

    De deelnemers, die comfortabel onder een deken lagen, werden uitgenodigd om zich te ontspannen. ‘Het volume van de ritmische muziek wordt geleidelijk opgevoerd, terwijl wij met onze ogen dicht liggen en de ruimte die we door onze oogleden waarnemen verduistert,’ vertelt de journalist. ‘Dan begint het allemaal: voor me zie ik een grote purperen wolk steeds dikker worden en een donkerrode nevel vult te leegte. Het ritme en de intensiteit van de knipperende lichten variëren (vermoed ik) en ik word verblind door een feloranje hemel, de kleur van marmelade. Het is niet echt een hemel, maar eerder een muur van kleuren, elektrisch en verblindend, die zich binnen in mij bevindt.’ Iedereen geniet op zijn eigen manier van de psychedelische ervaringen. En er komen gegarandeerd geen verboden middelen aan te pas. ‘Het schijnt niet verslavend te zijn. Maar wanneer mag ik weer?’

    Chalmers heeft wel oog voor deze nieuwe variant op een oud argument tegen het bestaan van God, en voor andere vragen rond wat wel ‘simulatietheologie’ wordt genoemd, maar hij gaat er niet in mee. ‘Dat hangt helemaal af van de aard en de motieven van de ontwerper, en die kan duizenden verschillende motieven hebben,’ zegt hij. ‘Onze wereld is niet alleen maar slecht. Die bevat zowel afschuwelijke als mooie dingen. Misschien waren de ontwerpers van mening dat het al de moeite waard is om de wereld te scheppen als de balans per saldo tenminste positief uitslaat. Uiteindelijk denk ik dat er geen bijzondere reden is om te denken dat de ontwerpers van onze simulatie ethisch onfeilbaar zouden moeten zijn. Ze kunnen net zo ethisch feilbaar zijn als wij.’

    Risico nomen

    Zelfs al zou Full VR tot de mogelijkheden behoren, moeten we dan het risico nemen om zo’n wereld te maken? Techno-utopisten hebben de neiging radicaal te overschatten in welke mate wij in staat zijn de fundamenten van ons gedrag en onze samenleving te herprogrammeren. Die angst begrijpt Chalmers wel. ‘Als je de sociale media nu al problematisch vindt omdat Facebook bepaalt wat er op je tijdlijn verschijnt, maak dan je borst maar nat voor het moment waarop die socialemediagiganten ons dagelijks leven in de virtuele wereld aansturen.’ Maar hij ziet het niet al te somber in. ‘Bij elke technologie heb je overmoedige utopisten,’ zegt hij. ‘Elke technologie heeft zowel een utopisch als een dystopisch potentieel, en ik kan niet voorspellen welke kant het opgaat. We eindigen hoogstwaarschijnlijk met een mengeling van beide. Ik vergelijk het graag met het internet. Dat had tenslotte een utopisch potentieel, en een deel daarvan is ook ingelost. Maar het heeft ook aardig wat afschuwelijke gevolgen gehad.’

    Oleg Buyevsky illustrationzone.com 1 RGB
    © Oleg Buyevsky/illustrationzone.com

    Bij de suggestie van een virtueel leven zal de eerste reactie bij veel mensen zijn dat we dat niet zien zitten omdat het onweerlegbaar kunstmatig is en we toch in contact willen blijven met de natuur. Chalmers vindt dat ‘een redelijk argument, maar wel een keuze. Ik woon in New York: weinig natuurlijks aan, maar daarom nog geen minder zinvol leven.’

    Hij wil in zijn boek niet voorspellen hoe snel hij de komst van Full VR verwacht. ‘Over het algemeen overschatten mensen de snelheid van toekomstige veranderingen op de korte termijn, maar onderschatten ze die op de lange termijn,’ zegt hij. ‘Dus ik vermoed dat we op de korte termijn nog tegen een hoop hindernissen, vertragingen en defecten gaan aanlopen.’ En hij voegt eraan toe: ‘Het zou mij niet verbazen als het nog twintig of dertig jaar duurt voor we een werkelijk rimpelloze virtuele werkelijkheid hebben die voor iedereen heel gewoon is.’

    ‘Deze technologie zal filosofische vragen blijven oproepen. En die verdwijnen niet zomaar’

    En de mate waarin je denkt dat een goed leven in VR mogelijk is, hangt misschien meer af van je leeftijd dan van de kracht van zijn argumenten. ‘Dit is een generatieding. Wij worden allebei een dagje ouder, maar neem de jongste tieners van nu. Voor hen is het doodnormaal om met elkaar om te gaan in een digitale wereld en dat als werkelijkheid te beschouwen, en als je in die situatie opgroeit is het idee dat de werkelijkheid een simulatie is misschien lang niet zo buitenissig als het voor jou en mij kan voelen.’

    Nog niet zo lang geleden zouden de scenario’s die Chalmers in zijn boek bespreekt van de hand zijn gedaan als speculatieve sciencefiction of leuke gedachte-experimenten zonder praktisch nut. Maar in het tijdperk van de metaverse kunnen we het ons niet meer veroorloven om ze te negeren. ‘Deze technologie zal filosofische vragen blijven oproepen. En die verdwijnen niet zomaar.’

  • Paus Franciscus vergelijkt Oekraïne met Rwanda

    Paus Franciscus vergelijkt Oekraïne met Rwanda

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Onderzoek: Slechte slaap belemmert pogingen om gewichtsverlies te behouden

    » Eerste zwarte en openlijk lesbische woordvoerder in Witte Huis

    Interview met paus over oorlog in Europa

    In een interview met Corriere della Sera vergelijkt paus Franciscus Oekraïne met Rwanda. ‘Praten over wat er in het hart van Europa gebeurt, kwelt hem. (…) Er klinkt pessimisme door in zijn woorden‘, aldus Corriere della Sera.

    Paus Franciscus, geboren als Jorge Mario Bergoglio, vertelde dat hij Vladimir Poetin een bericht had gestuurd dat hij bereid was om naar Moskou te komen. ‘Ik moet eerst naar Moskou [voordat hij naar Kyiv zou gaan]. Eerst moet ik Poetin ontmoeten. Maar ik ben een priester, wat kan ik doen? Ik ben bang dat hij deze ontmoeting nu niet kan en wil aangaan,‘ vertelde de paus. ‘Maar hoe kun je niet proberen iets tegen al die wreedheid te doen? Vijfentwintig jaar geleden hebben we hetzelfde meegemaakt in Rwanda,‘ voegde hij eraan toe.

    Gevraagd naar de oorsprong van het conflict, vraagt Franciscus zich hardop af of ‘het geblaf van de NAVO voor de deur van Rusland‘ de woede van de Russische president kan hebben uitgelokt.

    Lees ook: