In Israël heeft een conservatieve stad zijn eerste vrouwelijke burgemeester gekozen. Dat lijkt revolutionair. Maar de opmars van vrouwen in de Israëlische politiek is omgeven door vooroordelen.
Pas toen de allerlaatste stemmen waren geteld, die van de soldaten, de gehandicapten en de mensen in de gevangenis, was de keuze tussen de twee kandidaten duidelijk. Aan het eind van de verkiezingsnacht had de stad Beth Shemesh zichzelf een nieuwe burgemeester gegeven. Deze zeer religieuze en conservatieve stad van bijna 80.000 inwoners koos eind oktober voor het eerst een vrouw als leider van het stadsbestuur.
Aliza Bloch kreeg slechts 533 stemmen meer dan de vertrekkende burgemeester Moshe Aboutboul, een man die bekendstaat om zijn provocerende uitspraken. Sinds zijn controversiële overwinning in 2013, waarbij vermoedens van fraude bestonden, heeft hij zich verheugd uitgesproken over de afwezigheid van homoseksuelen in Beth Shemesh. ‘Dat soort dingen hebben wij hier niet, godzijdank. Deze stad is gezond en zuiver.’
Aliza Bloch, voormalig directeur van een middelbare school, wil een eind maken aan de spanningen tussen niet-religieuzen en religieuzen die Beth Shemesh al tien jaar verscheuren als gevolg van de opkomst van de ultraorthodoxe gemeenschappen. Het lijkt erop dat zij erin is geslaagd duizenden stemmen te winnen van ultraorthodoxen die het stemadvies van hun rabbi in de wind hebben geslagen.
Haar succes is des te veelzeggender omdat lokaal voor een vrouw stemmen niet gebruikelijk is in Israël. Zeker, bij deze gemeenteraadsverkiezingen is ook Einat Kalisch Rotem als eerste vrouw gekozen tot burgemeester van Haifa, de derde stad van het land. Maar volgens het ministerie van Binnenlandse Zaken hadden zich bij de lokale verkiezingen maar 57 vrouwen kandidaat gesteld, tegen 665 mannen.
De rol van vrouwen in de Israëlische politiek komt neer op de eeuwige vraag of het glas half vol is of half leeg. In de Knesset [het parlement] is de opmars opvallend. Daar is 27 procent van de 120 afgevaardigden vrouw, en dat is vijf keer zoveel als dertig jaar geleden. Kijk je echter naar hun verantwoordelijkheden, dan is er minder reden tot vreugde. Vier vrouwen zijn minister, maar slechts een van hen, Ayelet Shaked, heeft een ministerpost op het hoogste niveau.
Als minister van Justitie voor de zionistisch-religieuze partij Habayit Hayehudi [Het Joodse Huis] voert zij een offensief tegen het Hooggerechtshof, dat in haar ogen te veel macht heeft om wetten tegen te houden. In 2006 had het Hooggerechtshof een vrouw als voorzitter: Dorit Beinish. In hetzelfde jaar werd Dalia Itzik de eerste vrouwelijke voorzitter van de Knesset.
Maar het is lastig om in deze individuele verhalen een duidelijke trend te ontwaren. De hele ontstaansgeschiedenis van de staat Israël, vanaf de ondergrondse strijd tegen het Britse protectoraat tot en met de stichting van de kibboetsen, de socialistische gemeenschappen die de nieuwe Jood zouden voortbrengen, stond in het teken van gelijkheid tussen man en vrouw. Niet langer waren vrouwen veroordeeld tot de traditionele rol van moeder en echtgenote. Ze waren ook medestrijdsters en boerinnen die de grond bewerkten.
‘Ik weet niet of vrouwen beter zijn dan mannen, maar ik weet wel dat ze niet slechter zijn’, zei Golda Meir. Zij is nog steeds de enige vrouw die ooit premier is geweest in Israël, tussen 1969 en 1974. Toch zag zij haar carrière niet als een bewijs voor vrouwenemancipatie. David Ben-Goerion, de vader des vaderlands, heeft haar volgens de overlevering ooit ‘de enige man in zijn regering’ genoemd. Volgens haar biografen vond Meir de Amerikaanse feministen ‘krankzinnige vrouwen, die hun beha verbranden, er slonzig bijlopen en mannen haten’. Sterk, onafhankelijk, vrij, streng, kettingroker en geen make-up: Golda Meir was pionier in alles.
Het eind van haar carrière werd een persoonlijk en nationaal trauma. In het najaar van 1973 werd Israël overvallen door de Jom Kipoer-oorlog en verloor het 2700 soldaten. De euforie en verwondering over de verpletterende overwinning op de Arabische landen in 1967 waren verdwenen. De Hebreeuwse staat voelde zich weer kwetsbaar, en dat gebeurde onder leiding van een vrouw – al had die dan gedaan wat de hoogste militairen haar adviseerden. Het is duidelijk dat die associatie een soort collectief stempel werd, en dat leidde weer tot het algemeen heersende idee dat verantwoordelijkheden die van levensbelang waren voor het land, aan mannen moesten worden toevertrouwd.
Dat vooroordeel was ook te merken tijdens de verkiezingscampagne van 2009. Tzipi Livni, die als minister van Buitenlandse Zaken aan het hoofd stond van de centrumpartij Kadima, kreeg de meeste stemmen, maar mocht toch niet de coalitie vormen. De maand voor de verkiezingen was zij in de rug aangevallen door haar tegenstanders, met name door Arbeiderspartij-voorman Ehud Barak, die een grote staat van dienst heeft als militair, om haar zogenaamd zwakke karakter.
In een laat stadium besloot Livni zich te richten op vrouwelijke kiezers. Maar in feite hadden vrouwenrechten voor haar, net als voor Golda Meir, geen hoge prioriteit. Alsof de aanwezigheid van vrouwen eerst gemeengoed moest worden om voor die rechten te kunnen opkomen, in plaats van er nu al eisen aan te stellen. Tegenwoordig leidt Livni de parlementaire oppositie onder de regering-Netanyahu.
Iconische krant, in 1944 opgericht op initiatief van De Gaulle. Om zijn naam (‘De Wereld’) eer aan te doen, onderhoudt Le Monde een groot netwerk van correspondenten.
De Saoedische prins had een grote rol kunnen spelen in de Palestijnse kwestie. Nu moet hij eerst zijn imago grondig opvijzelen.
Ruim een jaar geleden werd Mohammed bin Salman gepromoveerd tot kroonprins van Saoedi-Arabië, en het was me het jaartje wel. Al snel werd hij, ook wel MBS genoemd, een internationale beroemdheid, de bekendste man in het Midden-Oosten, en een graag geziene gast op Dwayne ‘The Rock’ Johnsons Instagrampagina. Hij trok de aandacht van de wereld met een langdurig charmeoffensief en revolutionaire hervormingen in Saoedi-Arabië. Zo mochten vrouwen autorijden en werd de macht van de beruchte Saoedische religieuze politie ingeperkt.
Zoals ik het zie, kan MBS niet alles ingrijpend veranderen, maar hij kan zeker overal ter wereld steun krijgen en zijn imago opvijzelen als hij de Palestijnse kwestie gaat aanpakken. Door het op te nemen tegen Iran probeert hij een leidende rol in de Arabische wereld te krijgen, wat hem zeker enkele bondgenoten heeft opgeleverd. Maar de geschiedenis wijst uit dat Arabische leiders in het verleden respect en prestige verkregen door de Palestijnen te steunen en Israël aan te vallen, ook al bleef dat voornamelijk bij woorden en was het alleen symbolisch.
Het mag een riskante strategie lijken voor een prins, om toenadering te zoeken tot de Amerikaanse president Trump en de Israëlische premier Netanyahu. MBS zei zelfs dat de Palestijnen ‘aan de onderhandelingstafel moesten aanschuiven of hun mond moesten houden’, en hij steunde Israëls recht op een eigen land, waardoor de jonge prins nog meer sympathie won bij Trump en Netanyahu. Maar MBS hoeft niet zulke drastische stappen te ondernemen om bij Trump en Netanyahu in de gunst te komen; hij kan sterke relaties met hen aanknopen en onderhouden, zonder nu in iedere opwelling van hen mee te gaan en hun retoriek te imiteren.
Als hij zijn kaarten goed uitspeelt, kan hij de Palestijnen helpen een eigen staat te stichten, zonder de ontluikende relatie met Israël te schaden. Netanyahu lijkt inderdaad totaal niets te voelen voor de tweestatenoplossing, maar hij staat onder grote internationale druk en wil als bondgenoot tegen Iran graag goede relaties onderhouden met Saoedi-Arabië en de Golfstaten.
Als Saoedi-Arabië de Palestijnen helpt bij het stichten van een eigen staat, zou dat het land niet alleen zeer veel macht in de regio verschaffen; ook zou het MBS helpen een sterker en eendrachtiger front te vormen tegen Iran, door Israël er officieel bij te betrekken. En MBS zou natuurlijk alom als Arabische held worden geprezen.
Dus voordat [Jared] Kushner en [Jason] Greenblatt [het Amerikaanse] vredesplan onthullen en een onderhandelingsmogelijkheid om zeep helpen, is het nu misschien het moment voor MBS om met de Palestijnen te gaan praten, in plaats van te zeggen dat ze hun mond moeten houden.
Met de protserige opening van de Amerikaanse ambassade in Jeruzalem en het geweld in Gaza, heeft het land nog meer goodwill verspeeld, aldus Haaretz.
Het op 14 mei op alle televisieschermen ter wereld getoonde contrast tussen de Israëlische feestelijkheden in Jeruzalem en de Palestijnse slachtoffers in Gaza, was het begin van Dickens onvergankelijke roman A Tale of Two Cities waardig: ‘Het waren de beste en de slechtste tijden, […] een periode van hoop en wanhoop.’
Of je nu het meeste geloof hecht aan de Palestijnse lezing van uitgehongerde massa’s die demonstreren voor hun waardigheid en door soldaten worden neergemaaid, of aan de Israëlische versie die rept van cynische en criminele exploitatie van levens door Hamas – het lijdt geen twijfel dat de tientallen dode en honderden gewonde Palestijnen aan de grens van Gaza een smet hebben geworpen op het protserige vertoon van de Israëlische premier Benjamin Netanyahu en de Amerikaanse president Donald Trump.
Hoe hoger het aantal slachtoffers die dag – die de bloedigste was sinds Operatie ‘Protective Edge’ in 2014 –, des te groter werden de arrogantie, de onthechting en het totale gebrek aan mededogen van de hoogwaardigheidsbekleders op de plek van de nieuwe Amerikaanse ambassade in Jeruzalem. En des te cynischer en grotesker de bewering dat de verplaatsing van de Amerikaanse ambassade naar Jeruzalem de vrede dichterbij brengt.
Netanyahu en zijn collega’s hebben voor eens en altijd aangetoond dat zij de internationale publieke opinie minachten. Israël kent slechts één vorst: Donald Trump. En dat is nogal een vorst. De deelname aan de ceremonie in Jeruzalem van antisemitische predikanten als John Hagee en Robert Jeffress onderstreepte de verandering die de betrekkingen tussen Israël en de VS hebben ondergaan: niet langer dragen die het karakter van een politieke alliantie, er is nu sprake van een messianistisch verbond. Hagee beschreef Adolf Hitler ooit als Gods eigen jager, Jeffress verwees onbekeerde Joden naar de hel. Wat Netanyahu hier allemaal mee opschiet? Het gaat om de combinatie van de gestoorde utopie van evangelische fundamentalisten met de gemeenschappelijke haat jegens de islam en de ongeremde steun aan het project van religieus-nationalistische kolonisten.
Deze ommekeer in de Israëlisch-Amerikaanse betrekkingen is niet zonder gevolgen gebleven. Enerzijds was daar de afwezigheid van Amerikaanse Democratische Congresleden, terwijl Democraten en Republikeinen op het gebied van Israël tot voor kort een verenigd front vormden. Anderzijds dient opgemerkt dat leden van de Israëlische oppositie acte de présence gaven. Niet uit overtuiging, maar omwille van de publieke opinie. Uitzondering was Tamar Zandberg, voorzitter van de partij Meretz, die het uitstekende idee had om thuis te blijven. Hoewel oprecht links en oprecht pacifistisch, is zij niet principieel tegen de verhuizing van de ambassade, maar wenste zij part noch deel te hebben aan de nationalistisch-messianistische orgie die door de Amerikaanse ambassadeur David Friedman was georkestreerd.
Kloof met de diaspora
Voor de meeste Amerikaanse Joden, en dan vooral degenen die nog belang hechten aan het bestaan en het overleven van Israël, was deze ceremonie niets minder dan een klap in het gezicht. De aanwezigheid van de predikanten Hagee en Jeffress wekte al hun walging, en de politieke vuurwerkshow ter ere van Donald Trump heeft de kloof tussen Israël en de grootste gemeenschap in de Joodse diaspora alleen maar verder verdiept. De Amerikaanse progressieven, of ze nu wel of niet Joods zijn, hebben ondertussen niet meer bewijs nodig dat het zowel vanuit ethisch als strategisch oogpunt noodzakelijk is om afstand te nemen van het Israël van Netanyahu, want dat is een Israël dat steeds meer naar rechts opschuift, dat zich hysterisch gedraagt en toegeeft aan de persoonsverheerlijking van een Amerikaanse president die de vleesgeworden bedreiging is van vrijheid en rechtvaardigheid in alle democratieën.
Daar zit Netanyahu voorlopig niet mee. Op de golven van een Israëlische publieke opinie die hem gunstig gezind is, rijgt de premier de successen aaneen: van Trumps beslissing om uit het nucleaire akkoord met Iran te stappen tot de Amerikaanse erkenning van Jeruzalem als hoofdstad van de Joodse staat, tot de overwinning van zangeres Netta Barzilai op het Eurovisie Songfestival. Zijn bondgenootschap met Trump blijft hem voordeel opleveren. Is de laatste niet tot ‘Vorst van het Mededogen’ uitverkoren door de Sefardische opperrabbijn Yitzhak Yosef, die zwarten onlangs vergeleek met apen?
De reputatie van Israel ligt aan scherven. En wel voor langere tijd. Wanneer een zeer modern, met alle toeters en bellen uitgerust leger een menigte aanvalt die slechts gewapend is met stenen en vliegers, dan is een pr-ramp onvermijdelijk. Geen enkel theaterstukje kan de doden en gewonden wegwissen.
Als katalysator van de herdenking van de Nakba [de Palestijnse nederlaag in 1948], kon Hamas zich niets beters wensen dan de ambassadeceremonie en de onvermijdelijke woede-uitbarsting van de Palestijnen. Voor langere tijd zal de internationale publieke opinie niets anders zien dan een strijd tussen sterk en zwak, tussen bezetters en zij die worden bezet, tussen de onzindelijke hoop van een harteloze staat (Israël) en wanhoop.
Ach, naar de hel met de rampzalige en voorspelbare gevolgen van die ambassadeverhuizing! De ultieme hoop op vrede is voor lange tijd gesmoord en het uitbreken van een Derde Intifada heeft nog nooit zo dichtbij geleken. Laten we gewoon doorgaan tot het te laat is! Wat telt is dat de Israëliërs schaamteloos hun fortuin tentoonspreiden, in de hoop dat de Palestijnen kopje-onder gaan in moedeloosheid en neerslachtigheid. Geduld zal ons leren of deze ‘historische dag’ van 14 mei vol ongeluk en bloed de voorbode was van een ‘lente van hoop’, of – wat meer voor de hand ligt – van een winter van wanhoop, een seizoen en een stemming die wij zo goed delen met andere volkeren in het Midden-Oosten.
360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen.
LITERATUUR | Griekse tragedie in tijden van IS
Kamila Shamsie over moslims, migratie, terrorisme en verraad
In Sophocles’ tragedie Antigone moet de gelijknamige hoofdpersoon, dochter van Oedipus, besluiten of ze het lijk van haar jongere broer, die hun beider broer verraden heeft, zal begraven of laten liggen om door de honden te worden verslonden, zoals de koning gebiedt te doen met verraders. Net als Antigone neigde men in het Oude Griekenland naar phusis, natuurwetten, boven nomos, door de mens gemaakte wetten.
De Pakistaans-Britse schrijfster Kamila Shamsie, winnaar van o.a. een prestigieuze literatuurprijs in haar land van herkomst en groot theaterliefhebber, werd benaderd voor een remake van het toneelstuk, wat resulteerde in de roman Home Fire. In dit geval sluit de verradende broer zich aan bij een tak van de IS. Hun vader verwerkte geen kinderen bij zijn moeder, maar kwam als jihadstrijder om toen hij na een marteling naar Guantánamo werd overgeplaatst. De Washington Post vat het dilemma samen als ‘Wat is de verantwoordelijkheid van een zus voor haar voor IS strijdende broer’?
The Guardian vindt het slim van Shamsie om het immigratieprobleem te benaderen middels een verhaal dat zo verankerd is in de westerse canon, al is deze strategie soms ook geforceerd: ‘De actualiteit van het verhaal strookt niet altijd met de tijdloosheid van het stuk, en het noodlot is moeilijk te rijmen met de individuele keuzes van de personages.’
Peter Ho Davies van The New York Times is verdeeld over Shamsies poëtische taalgebruik ‘dat soms een eigen leven gaat lijden’: na een citaat van een alinea over het woord verdriet verzucht hij ‘Laat dat verdriet toch met rust’. Maar hij prijst haar vermogen ‘de benarde positie van Britse moslims’ op humoristische wijze in taal te vatten. Bijvoorbeeld in de beginscène, waarin oudste zus Isma urenlang wordt ondervraagd als ze voor haar PhD naar Amerika wil reizen en haar spullen ‘zo grondig worden gecheckt dat de douanebeambten niet zozeer naar verborgen vakken op zoek lijken als wel de kwaliteit van de materialen willen beoordelen’. Ook introduceert ze het begrip GWM: Googling while Muslim.
Haar eigen Googlezoektocht naar IS-strijders had Shamsie nooit aangedurfd als ze vóór het schrijven van de roman niet haar verblijfsvergunning had gekregen, zegt ze in een interview met Vogue.The Irish Times prijst desalniettemin haar moed om onder ogen te zien dat ‘alle partijen schuld hebben’. ‘Personages, ook gezaghebbers, worden vaak sympathiek afgeschilderd doordat hun eigen morele dilemma’s aan het licht komen. Deze omzeiling van clichés zal sommigen aanspreken, maar de woede wekken van lezers die een meer zwart-witbenadering verlangen van terroristen versus niet-terroristen, moslims versus niet-moslims, de staat versus de burgers.’
Tragediegetrouw moet het einde van Home Fire zo ‘schokkend’ (Publisher’s Weekly) en ‘explosief’ (New Statesman) zijn dat recensenten zich geen spoiler alerts veroorloven. Rahul Jacob van Financial Times verklapt alleen dat hij de roman twee keer las om tot de juiste interpretatie te komen. Davies (NYT) verwijst naar een scène uit de film Pather Panchali, waarin het huilen van twee ouders om hun overleden dochter overgaat in ‘hoge, schelle muziek, die klinkt als de schreeuw van de ziel’, en besluit met: ‘Er klinkt hoge, schelle muziek aan het einde van Home Fire.’
Huis is brand verschijnt begin mei in een vertaling van Anne Jongeling bij Uitgeverij Signatuur.
FOTOGRAFIE | De hipsters van 1849
‘Deze foto’s zijn niet oud. Wij zijn oud’
170 jaar geleden werd Californië ook al bevolkt door hipsters, getuige de portretten op de tentoonstelling Gold and Silver, vanaf 20 april te zien in fotomuseum Foam. ‘Zowel hun haardracht als hun uitstraling en zelfs hun kleding’ komen volgens The Guardian overeen. Dit was de tijd van de Californische goudrush, die begon nadat houthakker James W. Marshall in 1848 het edelmetaal aantrof in het plaatsje Colomo in Californië. Honderdduizenden mannen, de zogenaamde 49ers, lieten hun gezinnen achter en legden de gevaarlijke reis af naar het toen nog ruige gebied, waar geen claimrecht bestond en het goud dus haast letterlijk en figuurlijk voor het oprapen lag. ‘Jongemannen met een zucht naar wetteloosheid en bezit’, noemt Sarah Moz de geportretteerden in The New York Times.The Guardian typeert ze als ‘artistieke avonturiers’.
Dit was immers ook de tijd van de daguerreotypie, een fotografische techniek die gebruikmaakt van een zilverplaat en tien jaar eerder aan de andere kant van de oceaan, in Parijs, werd uitgevonden. Werd dit in Frankrijk beschouwd als een puur wetenschappelijke ontwikkeling die sowieso inferieur was aan de schilderkunst, schrijft HyperAllergic, de Amerikanen zagen het als democratische zege dat portretten nu niet langer waren voorbehouden aan de aristocratie, en de goudzoekers waren de eerste groep die zich massaal liet fotograferen, meestal vlak na aankomst of vlak voor vertrek.
‘Denk je bij oude foto’s aan stoffig, gelig en saai, deze portretten ontkrachten dat vooroordeel volledig’, aldus Moz in_ NYT._ In een interview met BJP vergelijkt Luce Lebart, samensteller van het boek Gold and Silver (en aanwezig bij de opening in Amsterdam) de opkomst van fotografie in dit tijdperk met de opkomst van virtual reality nu. ‘Die foto’s zijn niet oud, ze zijn de jeugd van het medium. Wij zijn oud.’
Ook de bewerking van de foto’s doet eigentijds aan, schrijft Moz. ‘Een mix van koper en brons moest accessoires als boutonnières of horloges accentueren, zoals dat nu in grafische vormgeving gebeurt.’ Het opvallende kleurgebruik deed schilder Samuel Morse de daguerrotypieën in een brief uit 1839 als ‘ware Rembrandts’ bestempelen. Lebart beaamt tegen BJP dat de contrasten en details ‘onbeschrijfelijk’ zijn, evenals de blikken, waarin volgens Daily Mail vaak ‘de beloften van gouden bergen’ doorschemeren. En soms de desillusie. Vanaf 1856 werd de winning van goud steeds bewerkelijker en droogde de toestroom van gelukszoekers op. Maar de reputatie van Californië als goudkust was gevestigd.
FILM | Alles wat je verwachtte en meer
Poëtisch drieluik van Samuel Maoz
Hoe hoog je verwachtingen ook zijn, deze film maakt ze waar en overtreft ze, begint Kenneth Turan zijn recensie van Foxtrot, de nieuwe film van de Israëlische filmmaker Samuel Maoz, in de LA Times. En met acht Ophirs in eigen land, een Zilveren Leeuw in Venetië, een nominatie voor de Academy Award en veel lof voor zijn vorige film Lebanon (2009), vervolgt hij, is er best wat reden voor hooggespannen verwachtingen.
Ook dat de Israëlische minister van Cultuur, Miri Regev, de film in Haaretz’ woorden ‘de oorlog verklaarde’ is voor velen een aanbeveling. Regev probeerde de organisatie van het Israeli Film Festival in Parijs ertoe over te halen een andere openingsfilm te kiezen, waarop directeur Hélène Schoumann zich liet ontvallen dat Regev misschien toch niet zo erg van cultuur houdt. En van democratie al evenmin, vermoedt Haaretz.
Foxtrot is een drieluik over achtereenvolgens twee ouders die het nieuws krijgen dat hun zoon in het leger is omgekomen, de verveling van deze zoon en zijn compagnons op hun post in de woestijn, waar ‘meer kamelen dan mensen voorbijkomen’ , en hoe de ouders verder proberen te gaan met hun leven. Regev viel met name over een scène waarin de Israëlische soldaten bij het controlepunt per ongeluk onschuldige inzittenden van een auto vermoorden en hun fout proberen te verdoezelen; ‘een belediging voor de Joodse gemeenschap’, aldus de minister. Maoz, die zelf aan de Israëlisch-Libanese Oorlog van 1982 deelnam, vertelt Telerama dat deze allegorische scène illustreert hoe Israël ‘de waarheid liever in de modder begraaft dan hem onder ogen te zien’. Ook wijst hij erop dat zelfs de meest patriottische Amerikanen Michael Cimino en Oliver Stone niet als verraders beschouwen vanwege hun films over de Vietnam-oorlog.
Vulture noemt Maoz een ‘dichter-regisseur’ omdat niet alleen deze scène, maar de gehele film in metaforen wordt verteld. (De titel is de naam van de controlepost, maar natuurlijk ook van de quickstepachtige dans ‘waarbij partners over de vloer zigzaggen zoals de regisseur tussen zijn vertellingen heen en weer beweegt’.) De surreële beelden van cameraman Giora Bejach, die volgens LA Times ‘op geen enkele manier geïnteresseerd is in een normale manier van vertellen’, verschaffen het geheel bovendien een vreemd soort schoonheid, schrijft The Jerusalem Post.
Rolling Stone noemt het dan ook ‘de zoveelste fuck-up van de Academy’ dat Maoz niet de Oscar voor beste film van 2018 heeft gekregen. Maar volgens Vulture is dit de zoveelste aanbeveling: blijkbaar was de film te bijtend.
Hoe is het om homo te zijn in de Gazastrook? De Israëlische krant Haaretz sprak met Palestijnse homo’s over datingapps, Israëlische mannen, Hamas en de lokroep van het buitenland.
Jamils avatar op een berichtenapp ziet eruit als een gelukkige man, jong, met een bril en een trendy kapsel. Maar Jamil (niet zijn echte naam) zegt dat hij voortdurend in angst leeft en dat zijn ultieme droom is om zijn vaderland achter zich te laten en zich los te maken van zijn familie. De 21-jarige student uit de Gazastrook is homo en leidt een dubbelleven. In zijn publieke bestaan is hij een ijverige student, de jongste telg van het gezin, en helpt hij zijn ouders, die al aardig op leeftijd zijn, om het huishouden draaiende te houden (door boodschappen te doen, te zorgen dat de elektrische generator het doet en dat er water in huis is). Daarnaast leidt hij een geheim leven, waarvan hij een groot deel doorbrengt op datingapps en nepaccounts op sociale netwerken.
Jamil zegt dat hij zich op zijn veertiende voor het eerst realiseerde dat hij homo was. Hij was toen in het buitenland en ontmoette daar, voor het eerst van zijn leven, iemand die openlijk homo was. Bij thuiskomst ging hij, op internet en sociale netwerken, op zoek naar mensen zoals hijzelf. Naar eigen zeggen is hij er pas sinds een jaar of twee van overtuigd dat zijn homo- seksualiteit niet ‘een of andere psychologische afwijking is’. Een paar homovrienden hebben hem ervan weten te overtuigen dat hij zichzelf moet accepteren zoals hij is.
Op je tellen passen
‘Om te beginnen leg je contact op een nepaccount op social media, of op een app waar je identiteit geheim blijft,’ zegt Jamil tijdens een telefoongesprek. ‘Op zeker moment weet een van de twee voldoende moed bij elkaar te rapen om de eerste stap te zetten en wat foto’s te sturen. Nadat je een tijdje op die manier contact hebt, besluit je om elkaar al dan niet te ontmoeten. Maar degene met wie je contact hebt kan ook een [undercover]agent van Hamas in Gaza zijn. Je moet altijd op je tellen passen. Je moet zorgen dat je eerst met hem aan de praat raakt, bijvoorbeeld op Skype. En hij moet je ervan zien te overtuigen dat hij geen lid van Hamas is.’
Jamil legt uit dat het voor iemand uit Gaza niet al te moeilijk is om agenten van Hamas te herkennen. Hoewel Hamas altijd zeer is gespitst op homo’s en de sociale media strak in de gaten houdt, heeft de organisatie een paar blinde vlekken – zo veronderstelt Jamil dat Hamas geen weet heeft van bepaalde apps die homomannen in de Gazastrook kunnen gebruiken om contact te leggen en te chatten, soms ook met Joden in Israël of op de Westelijke Jordaanoever.
Op de vraag wat hij allemaal bespreekt met mensen uit Israël, antwoordt Jamil dat zij vaak van alles en nog wat willen weten over het leven in de Gazastrook, met name hoe het leven daar is voor een homo. Er komen natuurlijk ook politieke kwesties aan de orde. Een van degenen met wie hij contact heeft wil bijvoorbeeld weten wat Jamil ervan vindt dat Israël raketten afschiet op de Gazastrook. Jamil heeft gezegd het te betreuren dat er onschuldigen omkomen, vertelt hij.
‘Ik heb ooit iemand gesproken die me vertelde dat hij niet ver van Khan Yunis was geboren; dat was nog voor de Israëlische terugtrekking [uit Gaza] in 2005,’ zegt hij. ‘Hij vertelde me hoe dierbaar dat gebied hem was, en zei dat hij zich nog elk moment kon herinneren dat hij daar had doorgebracht. Hij zei dat hij nog altijd een geschenk had dat hij ooit van een vriend van zijn vader had gekregen, een Palestijn uit Gaza.’
Een jonge Israëlische Jood die via een van de apps contact heeft gelegd met Jamil (en die me ook heeft verzocht zijn anonimiteit te waarborgen), vertelt me dat Jamil en hij het hadden over politiek, over Jamils leven en de verhoudingen binnen zijn familie – maar niet alleen daarover. ‘We hebben het ook gehad over de erotische aantrekkingskracht van soldaten,’ herinnert de Israëli zich. ‘Ik had rekening gehouden met een zeer vijandige en afwijzende reactie, maar als ik het me goed herinner zei Jamil dat hij wel met een Israëlische soldaat naar bed zou willen. En dan zijn er nog de gebruikelijke dingen waar homo’s het op dergelijke apps over hebben, wat we lekker vinden in bed en zo. En misschien sturen we elkaar wel een paar ondeugende foto’s.’
Om maar vooral geen argwaan te wekken, beginnen homo’s in Gaza geen clubjes of groepen. Als ze elkaar ontmoeten, dan is het een op een, in een café of een restaurant, of op de promenade langs het strand. Ze zorgen dat ze niet vaker dan één keer op dezelfde plek worden gezien. Soms spreken ze ook thuis af – ervan uitgaande, natuurlijk, dat er geen familieleden in de buurt zijn.
Jamil zegt dat hij geen lesbische vrouwen kent; hij denkt ook dat het voor vrouwen in de Gazastrook nog lastiger is om iets met elkaar te beginnen. ‘Voor vrouwen gelden zoveel meer beperkingen, ze worden veel meer aan banden gelegd,’ zegt hij. ‘Vrouwen durven niet over dit soort dingen te praten, ook niet onderling.’
De negatieve houding ten opzichte van homoseksualiteit is niet per se terug te voeren op de islam, maar eerder op de cultuur en het beeld van mannelijkheid
Zoals in alle abrahamitische godsdiensten zijn homoseksuele relaties binnen de islam verboden. De sharia, de islamitische wet, die is gebaseerd op de Koran en de Hadith (de overlevering van uitspraken die worden toegeschreven aan de profeet Mohammed en enkele mensen uit zijn nabije omgeving) wantrouwt alle homoseksuele handelingen, aldus dr. Nesia Shemer, verbonden aan de faculteit voor de Geschiedenis van het Midden-Oosten van de Bar-Ilan Universiteit. ‘Al sinds jaar en dag,’ zo licht ze toe, ‘bestaat er onenigheid onder islamitische geleerden over de vraag welke straf een homoseksueel moet krijgen. Volgens sommigen dient hij zijn daden te bekopen met de doodstraf, volgens anderen is dat niet per se noodzakelijk en moeten ook de omstandigheden worden meegewogen.’
Tegenwoordig staat er volgens de meest invloedrijke islamitische soennigeleerde, sjeik Yusuf al-Qaradawi uit Qatar, dezelfde straf op homoseksualiteit als op prostitutie, benadrukt Shemer: de doodstraf. In veel moslimlanden, waaronder Iran en Saoedi-Arabië, worden homoseksuelen vervolgd. Wie schuldig wordt bevonden, wordt ter dood gebracht.
In de moderne Palestijnse samenleving wordt homoseksualiteit in sterke mate gestigmatiseerd en veroordeeld. M., een Palestijnse psycholoog die in Duitsland woont en werkt, is bereid om met Ha’aretz te praten op voorwaarde dat hij anoniem blijft. Hij zegt dat de negatieve houding ten opzichte van homoseksualiteit niet per se is terug te voeren op de islam, maar eerder op de cultuur en het beeld van mannelijkheid. ‘De islam speelt natuurlijk wel een rol,’ aldus M., ‘maar ook mensen die volstrekt seculier zijn, wijzen homoseksualiteit af.’
In geen enkele Arabische samenleving in het Midden-Oosten kun je openlijk homo zijn, en datzelfde geldt voor Gaza, de Westelijke Jordaanoever en de Arabische dorpen en steden binnen Israël. Maar dat wil natuurlijk niet zeggen dat er in die samenlevingen geen homoseksuele mannen en vrouwen wonen.
Sterker nog, volgens M. zorgt het taboe op seksuele activiteit buiten het huwelijk ervoor dat veel jongens en mannen hun eerste seksuele ervaring opdoen met een leeftijdgenoot van hetzelfde geslacht. ‘Het wordt verdoezeld, en zodra het naar buiten dreigt te komen zet de familie vaart achter een gearrangeerd huwelijk,’ zegt hij. Hij haast zich eraan toe te voegen dat er ook gevallen zijn van polygame mannen die hun vrouwen ertoe aanzetten seks met elkaar te hebben, teneinde hun eigen seksuele fantasieën te bevredigen – iets wat natuurlijk ook wordt veroordeeld door het geloof.
In tegenstelling tot de Westelijke Jordaanoever, waar homoseksualiteit niet officieel bij wet verboden is, geldt in Gaza nog een wet die resteert uit de tijd van het Brits mandaatgebied, waarin homoseksualiteit officieel wordt verboden. Maar het sociale taboe, waardoor seksueel actieve homo’s zowel door hun familie als door de autoriteiten worden vervolgd, is veel sterker dan het wettelijke verbod. Vorig jaar werd een vooraanstaande Hamas-commandant, Mahmoud Ishtiwi, gemarteld en doodschoten nadat hij er onder meer van was beschuldigd homo te zijn.
Jamil vertelt over een vriend die drie jaar heeft vastgezeten omdat hij homo is, na valselijk te zijn beschuldigd van zowel samenzwering met de Palestijnse Autoriteit als spionage. Zelf heeft Jamil twee jaar geleden een maand in de gevangenis gezeten – nadat hij iets op Facebook had gezet om te pleiten voor homorechten in Gaza. Hij werd ervan beschuldigd antioverheidspropaganda te verspreiden, moest voor de rechter komen en werd uiteindelijk vrijgelaten nadat hij een boete had betaald van 500 sjekel [ca. 117 euro]. Tijdens zijn gevangenschap, zo vertelt Jamil, kreeg hij te maken met seksueel geweld. ‘Een bewaker schold me uit en probeerde me te misbruiken. Ik dreigde het aan de grote klok te hangen. Uiteindelijk liet hij me met rust.’
Ondanks de gevaren en de schande is er volgens Jamil een ‘immense’ homogemeenschap in Gaza. Hij zeg dat het aantal mensen dat in het geheim een homoseksuele relatie heeft, toeneemt. ‘Ik ken zo’n honderdvijftig homo’s in de Gazastrook. Ik heb ze in de afgelopen vier jaar allemaal ontmoet’, schrijft hij in een sms. Aan de telefoon vertelt hij er nog bij dat het moeilijk is om in Gaza iets geheim te houden; geruchten doen er snel de ronde en iedereen weet alles van iedereen. ‘In Gaza doet men niets liever dan roddelen. Het is een gesloten gemeenschap, mensen hebben weinig omhanden, dus ze zitten het grootste deel van de tijd over elkaar te kletsen,’ zegt Jamil.
Desondanks probeert hij zijn eigen voorkeur geheim te houden en is hij ervan overtuigd dat zijn familie van niets weet – behalve een van zijn broers, die een tijdje geleden argwaan begon te koesteren. ‘Je mag niet dat soort gedachten koesteren,’ citeert Jamil de waarschuwende woorden van zijn broer. ‘Die gedachten passen hier niet. Ik probeer je te beschermen. De situatie in Gaza is niet goed.’
‘Ik ben voor allebei even bang’
Uiteindelijk, vertelt Jamil verder, ging zijn broer hem bedreigen en pikte zijn mobieltje. Hij gaf het pas acht maanden later weer terug, nadat Jamil had moeten beloven dat hij alles wat homogerelateerd was eraf zou halen. De broer heeft het momenteel druk met zijn eigen leven en Jamil heeft het gevoel dat hij, in ieder geval voor even, wat meer ruimte heeft. Maar de situatie kan elk moment weer veranderen. ‘Ik probeer uit alle macht weg te komen uit Gaza,’ zegt Jamil. Op de vraag voor wie hij banger is – zijn broer of Hamas – antwoordt hij: ‘Ik ben voor allebei even bang.’
Jamil kent een stuk of acht mannen die de afgelopen jaren zijn gevlucht uit de Gazastrook. Voor zover Jamil weet is zeker de helft van hen in Rafah de grens met Egypte overgestoken, na duizenden dollars smeergeld te hebben betaald aan de grenswachten, waarna ze over zee naar Europa zijn gegaan, met behulp van mensensmokkelaars. ‘Daar heb ik de moed niet voor,’ bekent Jamil. Hij droomt ervan om te ontkomen via de Israëlische grens, en dan naar Jordanië te gaan, totdat hij klaar is voor de volgende stap.
Op de vraag of hij zich niet eenzaam en verloren zou voelen, zo ver van zijn familie en van alles wat hem vertrouwd is, legt hij uit dat zijn persoonlijke veiligheid zwaarder weegt dan het gevaar van eenzaamheid. ‘Het is zo triest dat mensen me niet kunnen accepteren,’ zegt hij. ‘Je krijgt bepaalde waarden mee van je familie en de samenleving waarin je opgroeit. Maar ik kan niet leven met waarden waarin ik niet als mens wordt beschouwd.’
De Palestijnse feministe Samah Salaime vond op het sociale netwerk tal van getuigenissen van vrouwen die zich langzaam ontworstelen aan tradities.
Onlangs heeft een van mijn Facebook-vriendinnen me toegevoegd aan een groep Arabische vrouwen. ‘O nee! Weer zo’n suf groepje!’ dacht ik meteen. Maar goede feministe als ik ben, kon ik uiteraard de verleiding niet weerstaan er een blik op te werpen.
Ik vond op deze pagina getuigenissen van Arabische vrouwen van alle leeftijden en uit alle uithoeken van Israël: moslima’s, druzen en christenen, meer of minder belijdend, getrouwd of vrijgezel. Zowel ontroerende verhaaltjes als pretentieloze anekdotes, confidenties over grote liefdes en al even grote teleurstellingen, verhalen over existentiële crises en een nieuw begin.
Veerkracht
De afgelopen jaren hebben tienduizenden vrouwen op Facebook een podium gevonden om zich te uiten. Het zijn leraressen, sociaal werksters, verpleegkundigen, zakenvrouwen en zelfstandig privécoaches die praktisch alle onderwerpen op hun pagina’s aansnijden.
Zo stuitte ik op het verhaal van een jonge vrouw, Lamis, wier moeder tijdens de bevalling is overleden en die vanaf haar geboorte de naam draagt van een moeder die ze nooit heeft gekend of in de ogen gekeken. Lamis, te vroeg geboren met een lichamelijke handicap, beschrijft de moeilijkheden waarmee ze sinds haar kinderjaren kampt en weidt uit over de verschillende fases van haar leven. Momenteel geeft ze leiding aan een re-integratieprogramma voor jonge gehandicapten uit de Arabische gemeenschap. De naam van haar programma is ‘I can’.
Hanan, een heel bijzondere vrouw van dertig, heeft haar getuigenis geïllustreerd met een foto van een tatoeage op haar arm: een esculaap, het symbool van de geneeskunde, met het onderschrift ‘Ik beloof dat ik het weer oppak’. Nadat ze geneeskunde was gaan studeren kreeg ze een ernstig ongeluk waardoor ze eenzijdig verlamd raakte. Ze zwoer dat ze als ze erbovenop zou komen haar studie weer zou oppakken, en maakte haar droom waar. Na een periode als EHBO’er te hebben gewerkt vatte ze de moed om terug te keren naar de medische faculteit, zoals ze zichzelf had beloofd, waar ze momenteel afstudeert als medisch onderzoeker. De vrouwen uit deze Facebook-groep hebben comfortabele posities opgegeven om hun kinderdroom te verwezenlijken. Fitnessinstructrices en gezondheidscoaches, leidsters van vrouwelijke wielrenploegen, een vrouw die haar baan bij een vrouwenorganisatie vaarwel zegde om styliste en modeontwerpster te worden.
“Als ik naar de universiteit ging, streek hij mijn kleren”, vertrouwde ze me op een avond op Facebook toe
Marianna, moeder van vier kinderen, verloofde zich op haar vijftiende en was zwanger toen ze eindexamen deed. ‘Een vroeg huwelijk’: dat was genoeg om meteen alle rode lampjes bij mij te doen branden. Toch heb ik niet te snel geoordeeld en ben ik door blijven lezen. Daarna nam ik contact met haar op om haar beter te kunnen begrijpen. Ze vertelde me over haar man, die haar niet alleen ‘toestemming’ had gegeven om te studeren en werken, maar haar ook echt steunde en haar dromen en ambities deelde. Geheel in tegenstelling met de in zijn milieu geldende normen zorgde hij voor de baby, en daarna voor het broertje dat anderhalf jaar later kwam, en stelde hij alles in het werk om zijn vrouw haar vleugels te laten uitslaan. ‘Als ik naar de universiteit ging, streek hij mijn kleren’, vertrouwde ze me op een avond op Facebook toe. ‘Ik kolfde voordat ik naar college ging, het huis was een puinhoop en het kwam voor dat de gootsteen vol vuile vaat stond en dat er niet één schoon lepeltje meer te vinden was. Maar hoewel ik daarna nog twee kinderen kreeg, lukte het me om af te studeren. Nu ga ik op zoek naar een baan en gaat mijn man door met zijn islam- en shariastudie. Want hij is imam in een moskee.’
Imam? Ik wist niet wat ik hoorde. ‘Ja, hij is heel gelovig, en hij is heel oprecht en eerlijk. Hij behandelt me met alle egards die zijn geloof en zijn religieuze wet voorschrijven. De islam heeft niets tegen ambitie, en mijn man steunt me volledig bij mijn pogingen gelukkig te worden en me te ontplooien. Hij is aanwezig geweest bij mijn drie diploma-uitreikingen: mijn eindexamen, mijn bachelor en mijn master. Dat is inderdaad iets wat je niet vaak hoort,’ voegt ze eraan toe.
Ik had misschien liever gehad dat ze niet in haar eindexamenjaar was getrouwd, maar wie ben ik om te oordelen over het hart van een meisje dat weet wat ze met haar leven wil?
Steeds meer vrouwen laten zich op het internet met ontroerende eerlijkheid van hun feministische kant zien. Het zijn geen verhalen die de voorpagina’s van kranten zullen halen, maar ze geven de lezeressen een gevoel van macht, helpen hen steviger in hun schoenen te staan en laten ze zien dat ze niet alleen zijn.
In het veelsoortige ecosysteem van Facebook vind je vrouwen die op allerlei gebieden werkzaam zijn en hun dromen najagen, daarin slagen en zich ontplooien. Waarom zou je naar een Hollywoodfilm als Wonder Woman gaan om een vrouw te zoeken die haar lot in eigen hand neemt, obstakels uit de weg ruimt en met hetzelfde gemak plafonds van glas en beton doorbreekt, als je op Facebook zulke vrouwen kunt vinden die veel dichter staan bij de Arabische meisjes die hun eerste stappen in het leven zetten?
Ik werk al twintig jaar met Arabische vrouwen. En elke keer weer ben ik getuige van de stille revolutie die deze vrouwen dag in dag uit in hun natuurlijke omgeving ontketenen. Met kleine stapjes leiden ze ons en onze samenleving naar een betere en inspirerendere toekomst.
Sommigen van ons hebben het geluk gehad dat ze door hun ouders gemotiveerd en aangemoedigd zijn. Anderen hebben hun ouders nooit gekend en zijn slachtoffer geworden van geweld, onrechtvaardigheid en traumatische ervaringen. Er zijn vrouwen bij die fysieke, seksuele of psychologische mishandeling hebben ondergaan. Sommigen slaan zich er helemaal in hun eentje doorheen, maar de meesten van ons hebben in elk geval iemand die in ons gelooft. Om in het leven te slagen hebben Arabische vrouwen, zoals alle vrouwen ter wereld, soms maar één iemand nodig die hen begrijpt, plus de onbedwingbare wil om vooruit te komen.
Met vreemde ogen
Ik heb me afgevraagd waarom dit fenomeen me zo ontroerde en begeesterde. Zijn die tienduizenden sterke, actieve, onafhankelijke vrouwen een uitzondering? En zo ja, door wie worden de regels waarop ze een uitzondering vormen dan opgelegd?
Ik ben tot de conclusie gekomen dat mijn enthousiasme zich deels laat verklaren door het ongelooflijk grote aantal getuigenissen van vrouwen die erin zijn geslaagd zich te ontplooien, wat me alleen maar sterkt in mijn feministische overtuiging. Aan de andere kant benadrukt mijn enthousiasme dat zelfs iemand zoals ik, die doorgaat voor een ‘verlichte Palestijnse’, het leven van de vrouwen uit haar gemeenschap met vreemde ogen blijft bezien. Het wordt hoog tijd daar verandering in aan te brengen.
De ‘normale’ ontwikkeling van vrouwen in de Arabische samenleving verloopt volgens een westers patroon dat een onveranderlijke volgorde van de verschillende levensfases van de vrouw impliceert: schooltijd, jongens, werk, huwelijk, carrière en de ontplooiing van haar mogelijkheden. Daarom is elk verhaal dat ook maar enigszins afwijkt van deze normale sequens in mijn ogen een ‘indrukwekkende’ uitzondering. Vooral als het goed afloopt. Ze is immers tegen alle verwachtingen in geslaagd; ondanks dat ze een Arabische vrouw is, uit een dorp in het noorden of een stam in het zuiden komt, een hidjab draagt, is opgegroeid in een traditionele gelovige familie, jong is getrouwd, veel kinderen heeft gekregen, en heel wat andere obstakels heeft overwonnen – die vooral in onze gedachten bestaan.
Van alle vrouwen die hun verhaal vertelden hebben vele niet het westerse persoonlijke ontwikkelingspatroon gevolgd. Zij hadden gewoon een ander uitgangspunt, of ze nou uit vrije wil handelden, of omdat ze geen andere keus hadden. In plaats van hun school af te maken, een vervolgopleiding te doen, te werken en daarna een gezin te stichten, heeft de overgrote meerderheid van de Arabische vrouwen een enigszins ander parcours gevolgd, waarbij liefdesbetrekkingen en seksualiteit onverbrekelijk verbonden zijn met het gezin en het instituut huwelijk. Ze proberen niet zozeer aan deze voorwaarden te tornen, maar gaan stug hun eigen gang ondanks de geldende omstandigheden. Het verlangen de regels te schenden en te normale gang van zaken te trotseren komen van binnenuit en met de jaren.
We durven nog niet van de “verantwoordelijkheid” van de echtgenoot te spreken of te zeggen dat hij onze keuzes moet respecteren. We durven nog niet hardop ”Ik heb het allemaal zelf gedaan” te zeggen of openlijk over gelijkheid te praten
Ik ben zelf op mijn twintigste getrouwd en kreeg op mijn eenentwintigste mijn eerste kind, zonder ook maar een moment stil te staan bij de gevolgen die dat zou hebben voor mijn studie en mijn carrière. Het heeft me enkele jaren gekost om te begrijpen dat ik voor een andere weg had kunnen kiezen. Maar één ding is zeker: in de Arabische samenleving zijn de sociale normen voortdurend in ontwikkeling, vooral dankzij de tienduizenden vrouwen die het er niet bij laten zitten.
De vrouwen die zich uitspreken in deze verschillende Facebook-groepen hebben ook een partner: de nieuwe Arabische man.
Het merendeel van de actieve vrouwen is getrouwd, en ook bij hun echtgenoot voltrekt zich een langzame, radicale en soms pijnlijke revolutie. De bevoorrechte status van de man die de scepter over het gezin zwaait omdat hij nu eenmaal een man is (iets wat men in feministische termen het patriarchaat noemt) wordt steeds meer ter discussie gesteld in het licht van nieuwe sociaaleconomische ontwikkelingen.
De vrouw van tegenwoordig werkt, studeert, beslist mee en deelt de economische en familiale verantwoordelijkheden met haar echtgenoot. De man neemt niet meer dezelfde plaats in als vijftig jaar geleden.
De meeste vrouwen met wie ik contact heb gehad prezen hun geweldige partner, die hen had gesteund en aangemoedigd en dankzij wie ze waren geslaagd in wat ze hadden ondernomen. We durven nog niet van de ‘verantwoordelijkheid’ van de echtgenoot te spreken of te zeggen dat hij onze keuzes moet respecteren. We durven nog niet hardop ‘Ik heb het allemaal zelf gedaan’ te zeggen of openlijk over gelijkheid te praten. Maar ik zou niets willen afdoen aan het ideaalbeeld dat deze vrouwen wensen voor te spiegelen, en een goede verstandhouding binnen het huwelijk kan alleen maar op waarde worden geschat.
Toch is de gelijkheid tussen man en vrouw nog heel ver weg en heeft de feministische revolutie nog een lange weg te gaan.
De Arabische man begint getuige te worden van de langzame en moeizame bewustwording van de vrouwen in zijn omgeving, die zich nog in een beginfase bevindt. Ik ben ervan overtuigd dat er een moment zal komen dat onze mannen, vaders, broers en zoons zich wel zullen moeten schikken in deze veranderingen en in de revolutie die tot een moderne Arabische man zal leiden, tot een nieuw idee over viriliteit. Er zullen natuurlijk altijd mannen blijven zijn die, omdat ze zich niet in de veranderingen kunnen vinden, hun vrouw weer onder de duim zullen proberen te krijgen en voorwendsels zullen zoeken om geweld, onderdrukking en andere vormen van dominantie te rechtvaardigen.
Daarom, dames en heren, ontdoe ik mij hier en nu van een van die dikke lagen van westers feministisch bewustzijn die zich op mijn lichaam hebben afgezet en vervang ik die door de zachte, tere, onvolmaakte maar authentieke sluier van het Arabische feminisme. Ik zal de bevrijding van de Arabische vrouw niet langer als een vorm van eenrichtingsverkeer beschouwen, ik zal niet langer van mening zijn dat de enige legitieme weg de weg is die ons wordt opgelegd door de Israëlische samenleving of het westers feminisme. Het Arabische bevrijdingsproces is valide op zich, zonder dat we het ritme van onze veranderingen hoeven te vergelijken met dat van andere samenlevingen. De ‘sociologische gps’ moet gewoon de Arabische kaart leren lezen en zich aanpassen.
Samah Salaime (te zien in het openingsbeeld) werd geboren in het noorden van Israël in een gezin van Palestijnse vluchtelingen. Ze behaalde een master Maatschappelijk Werk aan de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem. In 2009 richtte ze de ngo Arab Women in the Center (AWC) op, die vrouwen aanmoedigt voor zichzelf op te komen. Deze ngo strijdt vooral tegen het geweld waaraan vrouwen in de Arabische gemeenschap worden blootgesteld. AWC spoort vrouwen en meisjes ook aan om een actieve rol te spelen in het protest tegen de verwoesting van Palestijnse huizen door het Israëlische leger.
Bij het beeld van de twee vrouwen:
De Bahreinse fotograaf Ali Al-Shehabi (23) putte voor zijn serie Freej Sisterhood uit zijn jeugdherinneringen aan de wijk Al Karama in Dubai. Als kleine jongen ontmoette hij vaak gesluierde vrouwen die hun inkopen kwamen doen in de buurt. Dit leidde tot de serie Freej Sisterhood (Freej betekent buurt in het Arabisch van de Golf).
Uit opnames in bezit van de krant Haaretz blijkt dat een extreem-rechtse Joodse organisatie bij het opkopen van Arabische huizen in Oost-Jeruzalem prostituees aanbiedt aan de Palestijnse eigenaars.
‘Wilt u een meisje? Eén, twee, hoeveel? En hoe oud?’ De man die praat is Matityahou Dan, voorzitter van de extreem-rechtse organisatie Ateret Kohanim (‘De kroon van de grote priesters’), die tot doel heeft een Derde Tempel te bouwen op de plek van de Rotskoepelmoskee en de belangrijkste kracht is achter de Joodse kolonisatie van het Arabische deel van Oost-Jeruzalem. Hij biedt een meisje aan, zo nodig met Viagra en al, aan de Palestijnse eigenaar van een pand dat de organisatie probeert te verwerven. Het gesprek dateert van twee decennia geleden. Sindsdien heeft Ateret Kohanim talrijke Palestijnse panden in bezit gekregen.
Deze opname maakt deel uit van een serie audiodocumenten waarop Haaretz de hand heeft weten te leggen en geeft een inkijkje in de manier waarop Joodse groeperingen Palestijnse panden in Oost-Jeruzalem verwerven. Je kunt horen hoe Matityahou Dan en andere vertegenwoordigers van Ateret Kohanim in alle vrijheid het adagium hanteren dat het doel de middelen heiligt. Ze volstonden niet met het aanbieden van seks (zolang het niet om Joodse meisjes ging) maar dreigden ook de onderhandelingen openbaar te maken, waardoor het leven van de Palestijnse eigenaars op het spel zou komen te staan.
Joodse agent
Op een van de opnames waarschuwt Eitan Geva, de advocaat van de organisatie, de familie van een eigenaar: ‘Of u sluit dit pand en draagt het aan ons over, of u komt voor de rechter met alle onherstelbare gevolgen van dien: iedereen zal weten dat uw vader of uw man een Joodse agent is of aan Joden heeft verkocht. Er zijn twee manieren van onderhandelen, discreet of luidruchtig. In uw eigen belang kunt u beter voor discretie kiezen.’ Matityahou Dan beschrijft ook hoe je in het geheim moet onderhandelen, onder andere door het inschakelen van stromannen of bedrijven die in belastingparadijzen staan geregistreerd. Hij praat vaak met een zekere Haï, die volgens een voormalige rechterhand van Dan niemand anders is dan een vroegere hoge vertegenwoordiger van het Grieks-orthodoxe patriarchaat die hem hielp bij zijn onroerendgoedtransacties. (Zie 360 # 131: ‘Grieks-orthodoxe kerk speculeert met vastgoed in Israël’.)
Matityahou Dan onderhoudt nauwe banden met Israëlische ministers en parlementsleden, evenals met de burgemeester van Jeruzalem, Nir Barkat. Hij is al sinds de jaren tachtig een van de belangrijkste spelers bij het verwerven van Palestijns onroerend goed, bedoeld om meer Joden in Oost-Jeruzalem te huisvesten. Zo wonen er in de enige moslimwijk van de stad inmiddels duizend Joden die gelieerd zijn aan Ateret Kohanim, de twintig Joodse gezinnen die in de buitenwijk Silwan zijn ondergebracht nog even buiten beschouwing gelaten. In 2005 legde een inwoner van Silwan uit hoe Matityahou Dan erin slaagde een pand te verwerven dat bekendstond onder de naam ‘Beith Yonathan’ (‘Het huis van Jonathan’).
Deze Palestijn, die dit huis zonder toestemming had gebouwd en er met zijn gezin woonde, werd door Dan mee naar Amerika genomen, met inbegrip van bordeel- en casinobezoek. Op een avond liet Dan hem achter in het gezelschap van twee callgirls. Diezelfde avond zette in Jeruzalem Ateret Kohanim met behulp van de Israëlische politie het Palestijnse gezin uit hun huis en nam men het pand in beslag.
Dat moet een verrassing zijn voor mensen die weten dat Ateret Kohanim een Talmoedschool bezit die wordt geleid door de religieus-nationalistische rabbijn Shlomo Aviner, een man die bekendstaat om zijn strenge opvattingen over de rol van de vrouw en de heiligheid van het gezin. Toch wijzen de opnames uit dat deze methodes heel normaal zijn. ‘Ik zal u geld geven,’ belooft Dan aan een Palestijnse huiseigenaar. ‘Neem wat u wilt. Wilt u een meisje? Dan regelen we er een.’ Er volgt een gesprek over het aantal meisjes en hun leeftijd, tussen de achttien en tweeëntwintig. De Palestijn zegt dat hij ‘een Russin’ wil. En Dan biedt hem als extraatje Viagra aan. Nadat de verkoper het pand heeft verlaten, wendt Dan zich tot iemand anders: ‘Dat ging goed, hè?’ En de ander antwoordt dat hij makkelijk een hoer, een kamer en Viagra kan regelen. Matityahou Dan stelt één voorwaarde: ‘Als het maar geen Jodin is.’ De ander stelt hem gerust: ‘Er zijn momenteel geen Joodse hoeren op de markt. Je vindt alleen maar niet-Joodse Russinnen.’
Voor Ateret Kohanim is seks niet de enige manier om mensen over te halen. Op een opname belooft Dan aan een Palestijnse verkoper dat hij een stroman zal inschakelen die ‘voldoende invloed heeft en erom bekendstaat dat hij nooit problemen heeft met justitie’. De Palestijn wil dat het geld op de rekening van een bedrijf wordt gestort dat geregistreerd staat in een belastingparadijs en Dan stelt hem de Maagdeneilanden voor. Ateret Kohanim bezit inderdaad een tiental brievenbusmaatschappijen in belastingparadijzen.
Matityahou Dan stelt ook vragen over mogelijke problemen van de verkoper, zoals een belastingschuld of een ziek familielid dat aanspraak op het begeerde pand zou kunnen maken. Familieleden worden ook op andere manieren overgehaald. Op een opname hoor je hoe een vertegenwoordiger van Ateret Kohanim familieleden schaamteloos probeert wijs te maken dat hun vader die het pand bezit overleden is.
De voormalige rechterhand van Dan beschrijft nog een andere tactiek. Als het verkoopcontract eenmaal is getekend, dreigt Ateret Kohanim de overeenkomst openbaar te maken als de man de verkoopprijs niet aanzienlijk verlaagt, met alle gevaar voor het leven van de Palestijnse verkoper van dien. ‘Wat kan zo’n Arabier dan doen?’ zegt hij. ‘Zijn geld opeisen? Naar de rechter gaan? Ze maken misbruik van zijn zwakte. Toen ik Matityahou vroeg waarom hij die mensen oplichtte, antwoordde hij: “We lichten ze niet op, we betalen ze alleen niet.” Voor hem is er geen sprake van oplichting zolang iemand hem niet voor de rechter kan dagen.’
De opnames verschaffen ook informatie over de zaak die het Griekse patriarchaat bij het hooggerechtshof heeft aangespannen tegen Ateret Kohanim over drie panden in Oost-Jeruzalem die in 2004 aan de Joodse organisatie zijn verkocht door de voormalige patriarch Irénée, die inmiddels uit zijn functies is ontheven. Het patriarchaat wil de verkoop annuleren, met als argument de zeer lage prijzen en de corruptiepraktijken die onder Irénée schering en inslag waren.
Uit een van de opnames, enkele jaren vóór deze driedubbele verkoop gemaakt, blijkt dat Dan in minstens één geval, namelijk de verkoop van Hotel Petra in de buurt van de Jaffapoort, heel goed wist dat de betaalde 500.000 dollar ver onder de reële waarde lag. De voormalige rechterhand van Dan denkt dat de belachelijke prijs zich alleen maar laat verklaren door de nauwe banden die Ateret Kohanim onderhoudt met voormalige hoge vertegenwoordigers van het patriarchaat.
Standbeelden kent Israël nauwelijks, maar verschillende straten, parken en monumenten dragen de naam van rechtsextremisten, stelt de krant Haaretz spijtig vast.
Ook al ontbreekt het Israël niet aan controversiële figuren, ons land kent nog geen conflicten zoals die in de Verenigde Staten zijn uitgebroken rond de standbeelden van geconfedereerden. Dat komt vooral doordat het standbeeld in de Israëlische cultuur maar een marginale rol speelt. Dat wil niet zeggen dat degenen die hun stempel op ons land hebben gedrukt niet op waarde worden geschat, gezien het aantal scholen, ziekenhuizen, snelwegen, bruggen, parken, openbare plekken, militaire bases en, uiteraard, straten die hun naam dragen.
Net als in de Verenigde Staten worden enkele ronduit omstreden figuren in de openbare ruimte geëerd. Meir Kahane, de van oorsprong Amerikaanse racistische rabbijn wiens partij door Israël verboden werd, heeft zijn naam aan een straat in de stad Or Akiva gegeven, evenals aan een park in de zionistisch-Joodse nederzetting Kiryat Arba op de Westelijke Jordaanoever. In dit park vind je ook het graf van een andere beruchte figuur, Baruch Goldstein, de Amerikaans-Joodse arts die negenentwintig Palestijnen vermoordde die aan het bidden waren in Tombe van de patriarchen in Hebron. Ook al is het geen officieel monument, het graf van Goldstein is een bedevaartsplek geworden voor extreemrechtse militanten.
Rehavam Zeevi, voormalig generaal, minister van Toerisme en leider van een extreemrechtse partij die de uitzetting van alle Palestijnen voorstond, heeft zijn naam gegeven aan een brug, een autosnelweg, verscheidene monumenten, een nederzetting op de Westelijke Jordaanoever en talrijke Israëlische straten. Toen hij in 2001 door een Palestijns commando werd vermoord op het hoogtepunt van de tweede intifada, was Zeevi niet alleen omstreden vanwege zijn politieke standpunten, maar ook vanwege talrijke beschuldigingen van verkrachting. Enkele maanden geleden heeft de regering-Netanyahu onder druk van belangrijke veteranen en president Rivlin (Likoed) moeten afzien van haar plan om een monument ter nagedachtenis aan de Onafhankelijkheidsoorlog naar Zeevi te vernoemen.
Minister van Binnenlandse Zaken Arie Deri gaf de stad 48 uur om de borden te verwijderen. Wat onmiddellijk gebeurde
In maart werd bekend dat de Arabisch-Israëlische stad Jatt in Galilei al meer dan tien jaar geleden een straat naar Yasser Arafat had vernoemd, die door veel Israëliërs als het archetype wordt beschouwd van de terrorist die de Joodse staat van de kaart wil vegen. Minister van Binnenlandse Zaken Arie Deri gaf de stad 48 uur om de borden te verwijderen. Wat onmiddellijk gebeurde.
Toch is Arie Deri volgens Maoz Azaryahou, geograaf aan de Universiteit van Haifa en gespecialiseerd in toponymisch beleid, buiten zijn boekje gegaan. ‘In Israël zijn, net als in de Verenigde Staten, alleen de plaatselijke autoriteiten bevoegd op dit gebied.’ Vandaar dat een nederzetting als Kiryat Arba de nagedachtenis aan zo’n controversiële figuur als Meir Kahane heeft kunnen eren zonder door de regering op het matje te zijn geroepen. En vandaar dat de Arabische stad Kafr Manda in Galilei een openbare plek naar Gamal Abdel Nasser heeft kunnen vernoemen, de voormalige Egyptische president die een van de geduchtste vijanden van Israël was.
Vanaf de jaren vijftig van de vorige eeuw, toen de Israëlische gemeenten herdenkingsmonumenten begonnen op te richten, werd duidelijk verordonneerd dat de kunstenaars de Joodse traditie moesten respecteren en niemand mochten beledigen. Volgens professor Azaryahou ‘was dat een manier om het maken van figuratieve beelden te ontmoedigen, wat verklaart waarom de meeste Israëlische gedenktekens in de openbare ruimte abstract zijn’.
Toch vind je hier en daar in het Israëlische landschap standbeelden. Een van de bekendste staat in de kibboets Yad Mordechai en is een levensgrote afbeelding van Mordechai Anielewicz, de leider van de opstand in het getto van Warschau. In Tel Aviv staat bij het Gedenkteken van de Onafhankelijkheid een standbeeld te paard van Meir Dizengoff, de eerste burgemeester van de stad. Het grootste plein van Tel Aviv, vroeger ‘het Plein van de koningen van Israël’ geheten, waar in november 1995 de aanslag op premier Yitzhak Rabin plaatsvond, is omgedoopt tot het Yitzhak Rabinplein en voorzien van een borstbeeld van hem. Op de internationale luchthaven Ben-Gurion in de voorstad Lod, ten slotte, zijn borstbeelden te vinden van David Ben-Gurion en Yitzhak Rabin.
Azaryahou noemt het enige geval waarin een standbeeld is verwijderd voordat Israël een onafhankelijke staat werd. ‘In de jaren dertig van de vorige eeuw, tijdens de grote opstand tegen de Engelsen, haalden de Arabieren in Beër Sjeva een standbeeld neer van Edmund Allenby.’ Dat is de Engelse generaal die een eind had gemaakt aan het Ottomaanse regime tijdens de Eerste Wereldoorlog.
Uitzondering
Na de Onafhankelijkheidsoorlog van 1948 werden veel straten die de naam van Britse persoonlijkheden droegen omgedoopt, met uitzondering van de Allenbystraat in Tel Aviv. ‘Maar in Haifa en Jeruzalem sloeg dat niet aan, en de twee steden hebben nog steeds een King George Avenue,’ zegt professor Azaryahou. ‘In Tel Aviv werd zelfs een inscriptie toegevoegd die eraan herinnert dat koning George V koning van Engeland was ten tijde van de Balfour-verklaring, een manier om een zionistisch tintje te geven aan deze toponymie die geërfd is van het Britse mandaat.’ En met reden. De Balfour-verklaring is het document dat in 1917 de steun van Groot-Brittannië bekrachtigde aan de vestiging van een ‘Joods nationaal tehuis’ in Palestina.
Al zijn de plaatselijke autoriteiten in Israël als enige bevoegd om straatnamen te kiezen, er is één uitzondering, onderstreept Azaryahou. ‘Het is ze verboden een straat om te dopen die de naam van een volksheld draagt.’ Dat heeft de gemeente Bnei Brak, een ultraorthodoxe stad ten oosten van Tel Aviv, er niet van weerhouden de Herzlstraat, vernoemd naar de stichter van de zionistische beweging, de naam van rabbijn Eliezer Schach te geven, de geestelijk leider van de ultraorthodoxen van Israël en de diaspora. ‘Ze hebben een subtiele manier gevonden om het verbod te omzeilen en de naam “Herzl” voor een deel van de straat laten bestaan.’
Het onderzoek tegen de Israëlische premier kan in een stroomversnelling raken, nu zijn voormalige opperbevelhebber als kroongetuige wil optreden.
De politieke schandalen in Israël en de eindeloze drama’s rondom de regering van Donald Trump lijken in sommige opzichten op elkaar, maar er zijn ook verschillen. De entourage van premier Benjamin Netanyahu is niet zo weerzinwekkend als die van Trump. En in tegenstelling tot het drama in Washington nadert het drama in Jeruzalem zijn apotheose.
Onlangs sloot Netanyahu’s voormalig opperbevelhebber Ari Harow een deal met politie en justitie om als kroongetuige op te treden. Deze ontwikkeling kan een doorbraak betekenen in het slepende corruptieonderzoek rondom de premier, waarin ook zijn vrouw, oudste zoon, advocaat en een van zijn ministers figureren.
Netanyahu reageerde met het beleggen van een partijbijeenkomst, waarbij drieduizend loyale aanhangers kwamen opdraven. De premier beschuldigde de ‘nepnieuwsmedia’ ervan samen te spannen met zijn linkse tegenstanders en aan te zetten tot een ‘obsessieve, ongekende heksenjacht op mij en mijn familie’.
Naar Netanyahu lopen twee aparte onderzoeken. Het eerste, met als bijnaam ‘Zaak 1000’, gaat over de beschuldiging dat de Netanyahu’s dure cadeaus hebben gekregen van twee rijke zakenmensen: voor maar liefst 150.000 dollar aan sigaren, champagne en juwelen. Het tweede onderzoek, ‘Zaak 2000’, betreft onderhandelingen die Netanyahu voerde met zijn aartsvijand Arnon Mozes, uitgever van het dagblad Yediot Ahronot. De politie vermoedt dat Mozes de premier vlak voor de parlementsverkiezingen van 2015 aanbood de kritiek op hem in deze krant en op de website terug te schroeven. Daar zou tegenover hebben gestaan dat Netanyahu zijn best zou doen de oplage van de belangrijkste concurrent van Yediot Ahronot, de pro-Netanyahu-tabloid Israël Hayom, terug te dringen.
Netanyahu is nog steeds populair. De harde kern van de Likoed-kiezers loopt met hem weg, wantrouwt de elites en hecht weinig geloof aan berichten over zijn misstappen
Ook Netanyahu’s getrouwen zitten in de problemen. Er loopt een ander onderzoek, ‘Zaak 3000’, naar vermeende omkoping bij de aankoop door de Israëlische marine van in Duitsland gefabriceerde schepen en onderzeeërs. Netanyahu’s advocaat David Shimron trad tevens op als advocaat voor een louche tussenpersoon bij deze transactie, en deze man sloot eind juli een deal met justitie om te getuigen in ruil voor strafvermindering. Al eerder adviseerde de politie om Sara Netanyahu aan te klagen wegens het misbruik van overheidsgeld voor het huis van de familie.
Door de getuigenis van Harow kunnen deze zaken in een stroomversnelling terechtkomen. Tijdens het onderzoek in zijn eigen corruptiezaak heeft de politie Harows mobiele telefoon in beslag genomen. Er bleken opnames op te staan van de geheime besprekingen tussen Netanyahu en Mozes. En dit is niet het enige stukje mogelijk belangwekkende informatie dat Harow voor het onderzoek naar Netanyahu bezat. Zo was het zijn taak om contacten met geldschieters te onderhouden en kan hij dus wellicht het een en ander vertellen over de illegale giften die de Netanyahu’s jarenlang ontvingen.
Harow besloot waarschijnlijk een deal te sluiten omdat het bewijs tegen hem zo sterk was dat hij een lange gevangenisstraf tegemoet kon zien. Nu zal hij een taakstraf krijgen en 195.000 dollar boete moeten betalen. Volgens de krant Ha’aretz heeft deze nieuwe ontwikkeling ‘één onvermijdelijke implicatie: er komt een aanklacht tegen Netanyahu… Er is geen reden om een verdachte voor wie het er juridisch zo slecht uitziet als voor Harow te helpen, als daar niet flink wat tegenover staat.’
Ondertussen tracht Netanyahu rust uit te stralen. In een bericht op Facebook vertelde hij vrijdagmiddag wat hij de laatste tijd allemaal wel niet bereikt had en vroeg zijn aanhangers om de recente ’achtergrondruis’ te negeren. Maar in de laatste maanden lanceerde hij ook à la Donald Trump allerlei persoonlijke aanvallen, wat eigenlijk helemaal niet zijn stijl is. Hij beschuldigt de Israëlische pers er voortdurend van nepnieuws te verspreiden en politie en justitie ertoe aan te zetten een heksenjacht op hem te openen.
Sinds Trumps verkiezingsoverwinning in november raadt Netanyahu zijn adviseurs steevast aan om ’op Trump te lijken’ en haalde hij publiekelijk gemeen uit tegen journalisten die hem hadden durven bekritiseren. De kleine tv-zender Channel 20, waarvan Netanyahu hoopt dat het het Israëlische Fox News zal worden, vergeleek Harow met Judas.
Netanyahu’s linkse critici zijn inmiddels begonnen elke zaterdagavond te demonstreren bij het huis van openbaar aanklager Avichai Mandelblit; zij eisen dat er snel gerechtigheid komt. Soms zijn hun aanvallen op Netanyahu’s familie kleinzielig en weinig effectief – maar zelfs dan heeft de reactie van de Netanyahu’s veel weg van de tactiek van de verschroeide aarde. Eind juli ging een Facebookbericht viral waarin geklaagd werd dat [oudste zoon] Yair Netanyahu de poep van de familiehond Kaya niet opruimde. Yair sloeg terug met een eigen Facebookbericht, vol ongefundeerde beschuldigingen tegen links, tegen de media en zelfs tegen de families van Shimon Peres, Ariel Sharon en Ehud Olmert.
Niet zonder slag of stoot
Volgens de Israëlische wet hoeft een premier als hij aangeklaagd wordt niet af te treden. Israëlische politiek analisten gaan er dan ook van uit dat Netanyahu niet zonder slag of stoot zal vertrekken. Sommige denken dat hij vervroegde verkiezingen zal uitschrijven zodra een aanklacht onvermijdelijk wordt. Een andere theorie stelt dat Netanyahu in het ergste geval een deal zal sluiten: vervroegd politiek pensioen in ruil voor het afblazen van juridische stappen. De grote vraag is nu: wat doen zijn coalitiepartners? Blijven ze hem na een aanklacht steunen? Na het sluiten van de deal met Harow voelden maar weinig ministers zich geroepen om Netanyahu te verdedigen. Hij moest het doen met een paar loyale Likoed-parlementariërs, alleen zij wilden hem op televisie nog wel bijvallen.
Hoe het ook voor Netanyahu mag aflopen, op korte termijn ziet het er niet best voor hem uit. Volgens de premier zelf vormen de media, het ministerie van Justitie, de rechtbanken, universiteiten en zelfs het leger en de top van de veiligheidsdiensten één grote samenzwering tegen hem en zijn familie. Maar Netanyahu is nog steeds populair. De harde kern van de Likoed-kiezers loopt met hem weg, wantrouwt de elites en hecht weinig geloof aan berichten over zijn misstappen. Vooral op veiligheidsgebied hebben rechtse kiezers nog steeds veel vertrouwen in hem. Maar zelfs als Netanyahu aanblijft als premier, kan de sfeer van schandaal om hem heen een bedreiging vormen voor de veiligheid van Israël.
Auteur: Amos Harel
Foreign Policy
Verenigde Staten | tweemaandelijks tijdschrift | oplage 106.000
Wetenschappelijk tijdschrift, opgericht in 1970 om het ‘debat te stimuleren over belangrijke kwesties van de Amerikaanse buitenlandse politiek’. Sinds 2008 eigendom van The Washington Post.
Over de oorsprong van hummus en falafel wordt eindeloos getwist tussen Israël en zijn buurlanden. Maar gelukkig kunnen de mezze ook verbinden.
Nadat hij in 1187 Jeruzalem had terugveroverd op de kruisvaarders besloot Saladin, de toenmalige sultan van Egypte en de Levant, een gerecht te creëren om deze heuglijke gebeurtenis te vieren. Hij gelastte – zo wil althans de legende – de bereiding van een koude puree van gekookte kikkererwten, aangemaakt met olijfolie, citroensap en sesamzaadpasta. Iedereen met enige kennis van de keuken van het Midden-Oosten zal deze ingrediënten onmiddellijk herkennen als de bestanddelen van de veelgeliefde hummus.
Volgens een andere versie van de legende liet Saladin het gerecht bereiden toen hij eenmaal aan de macht was gekomen als sultan van Egypte. Beide versies worden overal in het Midden-Oosten bestreden door weer andere varianten, een bewijs te meer hoe belangrijk hummus is voor de regionale cultuur. Maar niet alleen hummus maar het hele begrip ‘mezze’, de Midden-Oosterse vorm van voorgerechten, is altijd onderwerp geweest van conflicten en controverses, zowel in het verleden als vandaag de dag.
In 2008 dreigde het Verbond van Libanese Industriëlen (ALI) wettelijke actie te ondernemen tegen het vermarkten door Israël van wat zij als typisch Libanese gerechten beschouwden, zoals hummus en falafel. Omdat het Israëlische merk Sabra goed was voor 60 procent van de hummusverkoop op de Amerikaanse markt, vreesde de ALI dat het kikkerwerwtengerecht eerder als Israëlisch dan als Libanees zou worden beschouwd.
De kans om erachter te komen waar in de Levant de eerste hummus werd gemaakt is uiteraard klein
Sabra en zijn concurrent Tribe Hummus zijn ook het doelwit geweest van een campagne van de Palestijnse beweging voor Boycot, Desinvestering en Sancties (BDS) vanwege hun banden met het Israëlische militaire apparaat. Toch moet de ALI-actie eerder in de engere context van het Libanees-Israëlische conflict worden bezien, omdat ze de nadruk legt op de specifiek Libanese oorsprong van hummus in plaats van op de Arabische in het algemeen. De kans om erachter te komen waar in de Levant de eerste hummus werd gemaakt is uiteraard klein.
Hoewel het dreigement van de ALI uiteindelijk weinig uithaalde, bleef Libanon ernaar streven wereldkampioen hummus te worden. In 2010 vestigde het dorp Al-Fanar, vlak buiten Beiroet, het wereldrecord hummusproductie met een schaal van 11,5 ton, waaraan 8 ton gekookte kikkererwten, 2 ton sesamzaadpasta, 2 ton citroensap en 70 kilo olijfolie te pas waren gekomen, en versloeg daarmee de vorige wereldrecordhouder, het Arabisch-Israëlische dorp Abu Gosh. De strijd om het wereldrecord hummusproductie raakte bekend als de ‘hummusoorlogen’. ‘Die recordpogingen zijn een beetje belachelijk, maar de brandingstrategie is bloedserieus,’ zegt Elias Muhanna, hoofddocent Literatuurwetenschap aan Brown University in Rhode Island.
‘Mezze zijn een manier van leven,’ zegt de Libanees-Syrische eetschrijver en kok Anissa Helou. In een van haar artikelen citeert Helou Ayla Algar, een Turkse kookboekenschrijver die de oorsprong van de mezze herleidt tot het oude Perzië en de naam tot het Perzische werkwoord maza, dat ‘proeven’ en ‘genieten’ betekent. Tegenwoordig zijn de mezze een belangrijk onderdeel van de mediterrane keuken, van Libanon, Syrië en Turkije tot aan Griekenland en de Balkan.
In 2010 onderzochten de Israëlische kunstenaar Oreet Ashery en de Palestijnse kunstenaar Larissa Sansour een andere mezzegerelateerde kwestie in een project genaamd Falafel Road. ‘Falafel is een voorbeeld geworden van een zich toegeëigend of gestolen nationaal symbool,’ zegt Ashery. ‘Het is waar dat de “oorsprong” van de falafel omstreden is in de regio, maar dat is in dit geval irrelevant, omdat Israëls trotse aanspraak op de falafel als een van zijn belangrijkste nationale gerechten niet zozeer een kwestie is van grensoverschrijdende culturele invloed als wel van koloniale diefstal.’
Duidelijk is in elk geval dat over de oorsprong van de falafel altijd is getwist. Volgens sommigen is het gerecht eeuwen geleden bedacht door koptisch-christelijke Egyptenaren als alternatief voor vlees, waarvan ze zich tijdens bepaalde vastenperioden onthielden. Een andere versie wil dat falafel al in de tijden van de Egyptische farao’s werd bereid als voedsel voor de lagere klassen.
In Egypte wordt falafel van tuinbonen gemaakt en taamiyya genoemd, en heeft het een opvallende groene kleur door de toevoeging van peterselie en koriander. Elke Egyptenaar zal je vertellen dat taamiyya lekkerder is dan falafel. Dat is ironisch, omdat je de inwoners van Caïro tegenwoordig kunt horen klagen over de opmars van falafel, taboulé en andere niet zo Egyptische mezze in hun cafés en restaurants.
Maar uiteindelijk blijven de mezze ondanks al deze meningsverschillen ook mensen met elkaar verbinden. Een goed voorbeeld is de manier waarop Syrische vluchtelingen hun kibbeh- tradities [Syrische mezze] voortzetten in hun nieuwe vaderland – tot Canada aan toe, waar Syrische vrouwen in Toronto een cateringbedrijf hebben opgezet. In Libanon hebben vrouwelijke vluchtelingen en Libanese koks over de kibbeh-bereiding gesproken in een gemeenschapscentrum op de grens van twee elkaar uiterst vijandig gezinde wijken van Tripoli.
Kloven overbruggen
En er zijn nog meer manieren waarop mezze worden gebruikt om kloven te overbruggen en mensen samen te brengen in plaats van hen te verdelen. In 2015 deed een Joods-Israëlische restaurateur zo’n poging door een hummuscafé te openen ten noorden van Tel Aviv, waar Joden en Arabieren die samen kwamen eten korting kregen.
In 2011, voordat Syrië ten prooi viel aan een burgeroorlog, troffen inwoners van Damascus tijdens de ramadan mandjes met hummus, bonen en dadels aan op hun drempel. Onder in de mandjes lagen briefjes die opriepen het regime ten val te brengen en uitleg gaven over de democratische beginselen.
Mezze verbinden een regio die zich uitstrekt van de uiterste westkust van Noord-Afrika tot aan de Arabische Zee, en van de Balkan tot aan Jemen. Ze maken geen eind aan meningsverschillen of twistgesprekken – ze houden die vaak zelfs in leven. Maar daar is voedsel uiteindelijk toch voor?
Website in drie talen die wordt geleid door een groep journalisten, bloggers en grafici uit diverse landen. De site wil een beeld geven van het culturele leven in brede zin van Marokko tot Iran.
De nieuwe kroonprins van Saoedi-Arabië, Mohammed bin Salman, staat bekend als een onvoorspelbare man die denkt dat geld alle problemen oplost. Een profiel.
Zoals verwacht heeft koning Salman zijn jonge zoon Mohammed (31) tot kroonprins benoemd nadat hij de vorige kroonprins, Mohammed bin Nayef, de laan uit had gestuurd. Volgens officiële bronnen had deze laatste om ‘privéredenen’ verzocht van zijn kroonprinselijke taken te worden ontheven.
De koning heeft ook de Saoedische basiswet van 1990 gewijzigd: de verticale troonopvolging van vader op zoon komt in de plaats van de horizontale opvolging van broer op broer die door de stichter van het koninkrijk, Abdulaziz bin Saud, in 1933 was ingesteld.
De nieuwe troonpretendent Mohammed bin Salman denkt dat geld alle problemen oplost, hoewel hij er geen overwinningen mee heeft kunnen afdwingen in de oorlogen en conflicten die hij is begonnen.
Tot nog toe is het onduidelijk waarom de koning niet ook een plaatsvervangende kroonprins heeft benoemd, zoals de gewoonte is. Evenmin is er vooralsnog antwoord op de kernvraag: zal de zieke koning spoedig afstand van de troon doen en zijn zoon het hoogste ambt gunnen terwijl hij zelf nog in leven is? Dat zou een primeur zijn, want nog nooit is een Saoedische vorst vrijwillig afgetreden. De tweede koning, Saud bin Abdulaziz, werd in 1964 afgezet na een belegering van het paleis, waarop hij een vrijgeleide kreeg naar Griekenland.
Mohammed bin Salman zal alle dissidente stemmen het zwijgen opleggen en tegelijkertijd beperkte persoonlijke vrijheden toestaan
De nieuwe aanstelling kwam vlotjes tot stand. In een vloek en een zucht ‘stemden’ 31 van de 34 koninklijke leden van het Comité van Trouw, een soort koninklijk adviesorgaan, voor de nieuwe functie van Mohammed bin Salman. Het Saoedische nieuwsagentschap gaf onmiddellijk beelden vrij waarop de jonge Mohammed zijn neef Bin Nayef bedankt dat deze zich zonder morren heeft teruggetrokken, een erkentelijkheid die hij nog eens benadrukt met een (beleefd afgeweerde) poging de voeten van de afgedankte kroonprins te kussen.
Er was een pleister op de wonde: een gelijktijdige koninklijke benoeming betrof die van Abdulaziz bin Saud bin Nayef tot nieuwe minister van Binnenlandse Zaken. Deze Bin Nayef is de neef van de afgetreden kroonprins en kleinzoon van de overleden prins Nayef, minister van Binnenlandse Zaken van 1975 tot zijn overlijden in 2012. Met deze aanstelling wordt de controle van de Nayef-tak over het belangrijkste ministerie inzake binnenlandse veiligheid bestendigd.
De benoeming van de nieuwe troonopvolger kan de toekomst van het koninkrijk op vele wijzen beïnvloeden. Maar in alle gevallen is die toekomst onzekerder geworden door het grillige karakter van de nieuwe kroonprins.
In de eerste plaats wordt er een straf binnenlands bewind verankerd. Mohammed bin Salman zal alle dissidente stemmen het zwijgen opleggen en tegelijkertijd beperkte persoonlijke vrijheden toestaan. Zijn nieuwe ‘vermaakscommissie’ moet ervoor zorgen dat de Saoedi’s zich in de toekomst binnen redelijke grenzen mogen amuseren.
Het is niet ongewoon dat dictators hun gemarginaliseerde onderdanen bepaalde vormen van gereglementeerd vermaak gunnen, om te voorkomen dat ze geestelijk imploderen. Vrouwen zullen uitgroeien tot symbolen van een nieuw, modern Saoedisch consumentisme. Wellicht krijgen ze spoedig het recht auto te rijden. Saoedi’s zullen een beetje plezier mogen hebben zonder dat de religieuze politie hun voortdurend op de huid zit.
Mohammed bin Salman zal een overbodig, gemarginaliseerd en in ongenade gevallen wahabitisch religieus establishment blijven negeren. Maar de kroonprins kan er maar beter niet van uitgaan dat hij de wind er heel gemakkelijk onder houdt. Hij zal rekening moeten houden met landgenoten die zich bij de Islamitische Staat hebben aangesloten, van wie mogelijk een deel zal terugkeren uit Syrië.
Toen Al-Qaeda na 2001 uit Afghanistan was verdreven, gingen veel Saoedische leden van deze beweging weer naar huis en richtten daar de hevigste terreurcrisis aan die het land heeft gekend. IS heeft sinds 2015 de verantwoordelijkheid opgeëist voor diverse aanslagen in Saoedi-Arabië, wat niet wegneemt dat het sektarische karakter van de beweging Mohammed bin Salman van pas kan komen in de huidige crisis met Iran.
Daarnaast valt er nóg meer rammelend beleid tot economische liberalisering te verwachten, waaronder het afbouwen van de Saoedische afhankelijkheid van olie tegen 2020, een inkrimping van de verzorgingsstaat, privatisering en – heel belangrijk – de internationale verkoop van 5 procent van de Saoedische oliemaatschappij Aramco in september 2017.
Dit betekent dat Mohammed bin Salman de ene dag zijn onderdanen zal voorhouden dat ze de broekriem moeten aanhalen, en hen de andere dag zal belonen voor hun volgzaamheid door ambtenarensalarissen vrij te geven en met extra vakantiedagen te strooien. Maar het zal een wonderbaarlijke prestatie vergen om een neoliberaal paradijs met minder werkdagen en productiviteit aan de praat te houden.
Ten derde zal het Mohammed bin Salman grote moeite kosten om als regionale macht op te boksen tegen Turkije, Iran en Israël, stuk voor stuk landen die op dit moment hun spierballen tonen in hun streven de diverse conflicten in de Arabische wereld naar hun hand te zetten. Turkije en Iran heeft hij al van zich vervreemd – het eerstgenoemde land heeft in de jongste crisis de zijde van Qatar gekozen. De prins heeft ook beloofd de oorlog diep in Iran te planten, een uitspraak die neerkomt op een oorlogsverklaring.
Voorbereiding en coördinatie
Mohammed bin Salman lijkt het effect van zijn flamboyante uitspraken niet te beseffen. Maar hij en IS zouden, gezien de sektarische instelling die ze delen, goed kunnen samenwerken, met name als IS zijn doelwitten in Syrië en Irak kwijtraakt. IS kan worden geïnstrueerd om na het verlies van Mosoel en Raqqa zijn terreurcampagne naar Iran te verplaatsen.
Mogelijk zal hij wel de betrekkingen verbeteren met Israël, dat nu schertsend de jongste soennitische staat wordt genoemd. Dit houdt verband met de pogingen van de kroonprins een pan-islamitische alliantie te vormen tegen én Qatar én Iran. Israël beschouwt dat laatste land als zijn grootste bedreiging, dus maakt het impliciet deel uit van deze alliantie. Bin Salman zal heimelijk met Israël blijven samenwerken op militair en economisch gebied. Maar dat wil nog niet zeggen dat de Israëlische vlag spoedig in Riyad zal wapperen. Zoiets vergt de nodige voorbereiding en coördinatie. Bovendien staat er bij een dergelijke controversiële stap veel op het spel.
Ten slotte zal Mohammed bin Salman de Amerikaanse president Donald Trump het hof blijven maken. Het draait daarbij om wapendeals en investeringsbeloften, in ruil voor aanhoudende steun – althans voor de bühne. Net als Mohammed bin Salman is Trump onvoorspelbaar. De twee mannen zouden om kleinigheden ruzie kunnen krijgen. Maar ze zullen wel een schijn van eensgezindheid blijven ophouden totdat zij hun doelen hebben bereikt, zowel in eigen land als daarbuiten.
De nieuwe kroonprins heeft op dit moment kennelijk geen tijd voor Europa. Dat werelddeel zal hij blijven zien als een vakantiebestemming voor zijn onlangs aangeschafte jacht (voor 500 miljoen euro), en als leverancier van wapens die hij niet elders kan aanschaffen. Dit betekent dat Europese wapenfabrikanten en de Britse en Franse regering om de aandacht van de jonge prins zullen wedijveren.
Beide landen lijken wel hun favoriete Saoedische kandidaat te zijn kwijtgeraakt. Ex-kroonprins Mohammed bin Nayef had een goede verstandhouding met de westerse geheime diensten weten op te bouwen. Hij werd gezien als cruciaal in de strijd tegen het terrorisme. De Britse premier Theresa May zal ook de nieuwe kroonprins nodig hebben, en dan vooral om economische redenen, want voor Groot-Brittannië dreigt na de Brexit zowel een economische als een politieke neergang.
Het moet gezegd dat het koninkrijk van Salman al een beetje vorm begint te krijgen, ondanks levensgrote nationale en regionale problemen. Andere prinsen of groepen in het land zullen de nieuwe benoeming waarschijnlijk niet aanvechten. Ook dan ziet de toekomst er echter bewolkt uit.
Mohammed bin Salman is geen kundig bestrijder van regionale brandjes, noch is hij een groot strateeg. Hij denkt dat geld alle problemen oplost, hoewel hij er geen overwinningen mee heeft kunnen afdwingen in de oorlogen en conflicten die hij is begonnen. Hij zal eerder nog meer brandjes en branden in de regio stichten dan er nu al woeden.
De VS en Europa zien twee afzonderlijke staten als de oplossing voor het Israëlisch-Palestijnse conflict. Maar volgens de conservatieve commentator Moshe Arens hebben de Palestijnen al een land: Jordanië.
Keuze uit het archief
Kort na het aantreden van de nieuwe regering-Netanyahu – een coalitie van extreemrechtse en ultra-orthodoxe partijen – laaiden de conflicten met de Palestijnen op de bezette Westelijke Jordaanoever weer op. Dit jaar zijn er al 29 Palestijnen gedood door Israëlische militairen op de Westelijke Jordaanoever, waar vorig jaar met 172 dodelijke slachtoffers ook al een triest record werd gebroken. Ook al dringen Westerse landen, zoals de VS, aan op een tweestatenoplossing, zoals buitenlandminister Blinken onlangs nog bij een bezoek aan Israël benadrukte, een eigen Palestijnse staat lijkt verder uit het zicht dan ooit. Dit opinieartikel van een van de voormalige ministers van Netanyahu’s partij Likoed geeft perfect weer hoe uiterst rechts in Israël denkt over het Palestijnse streven naar een eigen staat.
Toen hij premier Benjamin Netanyahu op de trappen van het Witte Huis verwelkomde, wekte president Donald Trump wereldwijd verbazing door over het Israëlisch-Palestijnse conflict te verklaren dat hij kon leven met een twee- of een eenstatenoplossing. Aan dat lijstje had hij een ‘geenstatenoplossing’ kunnen toevoegen.Zijn opmerkingen ontlokten allerwegen een stortvloed aan commentaren en interpretaties. Betekent dit dat de Palestijnse staat een gepasseerd station is, of dat Israël op het punt staat een paar miljoen Palestijnen op te nemen, een demografische verschrikking die de zionistische droom waarschijnlijk om zeep zal helpen? Of moet Israël een ‘apartheidsstaat’ worden?
De Israëlische pleitbezorgers van de tweestatenoplossing willen niet meer Palestijnen binnen de grenzen van de staat Israël
Ik stel voor dat wij even wat afstand nemen, diep ademhalen en onze hersenen laten werken. Wat proberen we hier precies op te lossen? Feitelijk zijn er drie problemen: het probleem van de Palestijnen, het probleem van de Israëli’s en het probleem van het Israëlisch-Palestijnse conflict. Het is waar dat ze met elkaar verbonden zijn. En Trump wil een definitief akkoord dat ze alle drie in één keer oplost. Het is evenwel een verre van uitgemaakte zaak dat dit in de nabije toekomst tot het rijk der mogelijkheden behoort.
Wat is het Palestijnse probleem? Een streven naar zelfbeschikking, naar een eigen land? Wie kan hun dat recht ontzeggen? Iedereen die het Midden-Oosten kent, weet echter dat de Palestijnen al een eigen land hebben. Dat is Jordanië, waar de bevolking voor ruim 70 procent Palestijns is. Als dat geen Palestijnse staat is, wat is dan wel een Palestijnse staat?
Iedereen die het Midden-Oosten kent, weet ook dat Jordanië in 1948 Judea en Samaria (de Westelijke Jordaanoever) veroverde, om dit gebied vervolgens te annexeren, samen met de Palestijnse bevolking die er woonde. Waarop PLO-leider Yasser Arafat in september 1970 (Zwarte September) Jordanië probeerde over te nemen.
Sindsdien zijn de Jordaanse heersers op hun hoede voor de Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever, die de Hasjemitische monarchie wel eens omver zouden kunnen werpen, om maar te zwijgen van de Palestijnen in Gaza of de Palestijnen die al zo lang wegkwijnen in de vluchtelingenkampen in Libanon. Zij beweren – maar menen misschien niet – dat ze de voorkeur geven aan een tweestatenoplossing: een oostelijke en een westelijke Palestijnse staat. Zoals Noord- en Zuid-Korea.
In de tussentijd moeten de Palestijnen het stellen met een ministaat in Gaza, en leven ze in Judea en Samaria onder Israëlisch militair bewind. Ongemakkelijk, en ondraaglijk voor sommige Israëli’s.
Dat is het Israëlische probleem. Hoe kan Israël zich van deze last verlossen zonder de levens van Israëlische burgers in gevaar te brengen? Kan het Judea en Samaria met zijn Palestijnse bevolking inlijven zonder het wezenlijke karakter van de staat Israël te veranderen?
De Israëlische pleitbezorgers van de tweestatenoplossing willen niet meer Palestijnen binnen de grenzen van de staat Israël. Zij menen dat er al te veel Palestijnen in Israël zijn. Aanvaard dus een tweede Palestijnse staat, is wat ze zeggen, met alle risico’s van dien. Dat is hun tweestatenoplossing voor het Israëlische probleem.
De Israëli’s die pleiten voor de integratie van Judea en Samaria, op hun beurt, nemen de demografische risico’s voor lief. Dat is hun eenstatenoplossing voor het Israëlische probleem.
Een heel andere zaak
En de Palestijnen? Wat zijn hun opties? Deel uitmaken van Jordanië, of van Israël, of van een Westelijke Palestijnse staat. Of de status-quo voortzetten in de hoop op betere tijden. Meer smaken zijn er niet.
De oplossing van het Israëlisch-Palestijnse probleem is een heel andere zaak. Wanneer we daarmee bedoelen: een regeling die alle Palestijnse claims tegen Israël tenietdoet en een einde maakt aan het Israëlisch-Palestijnse conflict, dan is die oplossing niet in zicht. Aangezien de Palestijnen, verdeeld als ze zijn tussen Hamas en Fatah, niet bereid zijn minimale concessies te doen aan Israël, en Hamas en de Islamitische Jihad uit zijn op de vernietiging van Israël, is geen Palestijnse leider in staat een vrede met Israël te bewerkstelligen die aan de minimumeisen van Israël voldoet.
En dan rest, vooralsnog, de geenstatenoplossing.
Moshe Arens was in het verleden onder meer minister van Defensie voor Likoed.
CONTEXT: Gedrocht
Laten we ons voorstellen dat van de mogelijkheden die Donald Trump oppert, de Israëlische regering die van de eenheidsstaat zou kiezen. Die oplossing komt overeen met wat de aanhangers van BDS [Boycott, Divestment, Sanctions, een beweging die oproept tot een boycot tegen Israël] voorstaan, evenals de antizionisten, joodse en niet-joodse. Ik ben rechts, maar ik deel de waanbeelden van Israëlisch-rechts niet. De eenheidsstaat is een gedrocht dat Israëlische joden het recht ontzegt op een eigen staat. Rechts heeft gelijk als het benadrukt dat de Palestijnen ervan dromen Israël tot een tweede Palestijnse staat te maken. Betekent dit dat er geen initiatieven moeten worden ontplooid? Neen. Israël moet de tweestatenoplossing aanvaarden, zich terugtrekken uit het merendeel van de (Palestijnse) gebieden op de Westelijke Jordaanoever en de veiligheidsmaatregelen treffen die daaruit voortvloeien, aldus Yediot Aharonot, de grootste krant van Israël.
Trump zal Assad laten zegevieren in Syrië en het akkoord met Iran niet intrekken, maar hij zal de Israëlische regering volledig de vrije hand geven tegen de Palestijnen.
De Donald Trump van na zijn overwinning is een andere dan die tijdens zijn verkiezingscampagne. Dat is misschien een hoopvol teken. Begint de ongeremde en provocerende charlatan te beseffen hoe diep de kloof is tussen zijn manier van stemmen trekken en de dagelijkse werkelijkheid in de Verenigde Staten? Anders dan Hillary Clinton begreep Trump dat je om stemmen te winnen moet intimideren, kwetsen en haatzaaien.
Laten we wel wezen, zijn taalgebruik is ook in Israël een bekend fenomeen en jaagt Israëlische kiezers als doodsbange kinderen in de armen van de volwassene die belooft hen te beschermen. Maar nu het op regeren aankomt zal Trump met een programma moeten komen dat aanvaardbaar is voor de Amerikanen en de rest van de wereld.
Zware tol
Juist op het gebied van de buitenlandse betrekkingen begint het Donald Trump langzamerhand te dagen dat de meeste internationale leiders hem als een onvoorspelbare en instabiele figuur beschouwen en vrezen dat hij een onverstandig en onverantwoordelijk internationaal beleid zal voeren. Natuurlijk, hij heeft verklaard dat hij internationale verdragen zal respecteren, maar kleinschaliger overeenkomsten niet per se. Hij heeft ook gezegd dat het internationale beleid van zijn toekomstige regering eerder zal zijn gebaseerd op ‘transacties’ die de Amerikaanse belangen dienen dan op ideologische motieven, zoals bij Obama het geval was. Ook zal in het Amerikaanse internationale beleid minder oog zijn voor democratie en mensenrechten op de wereld.
De zware tol voor de omslag in het Amerikaanse internationale beleid zal worden betaald door Oekraïne en de Syrische rebellen. Niet alleen zullen Trump en de Russen het op een akkoordje gooien om samen tegen IS te strijden, Trump zal Rusland ook toestaan om Bashar al-Assad te helpen de oorlog te winnen. Dat betekent dat de extremistische sjiitische as die geleid wordt door Iran, met hulp en bescherming van Rusland, zijn strategische greep zal versterken op het Midden-Oosten in het algemeen en op wat men de ‘sjiitische boog’ noemt in het bijzonder. Zo’n koersverandering is bijzonder slecht nieuws voor Israël en voor de Arabische Golfstaten, die Hillary Clinton hebben gesteund.
Wij, Israëliërs, zullen er goed aan doen te bedenken dat een impasse in het vredesproces kan leiden tot het weer oplaaien van het geweld in de Israëlisch-Palestijnse arena
Wat Iran betreft, het is onwaarschijnlijk dat Trump het door de regering-Obama getekende nucleaire akkoord zal opzeggen. Maar was opzegging van dat akkoord niet een van zijn belangrijkste verkiezingsbeloftes? Zeker, alleen kan een Amerikaanse president niet zomaar een akkoord herroepen dat is geratificeerd door het Congres, vooral niet als dat Congres in meerderheid Republikeins was.
Wel is het mogelijk dat Trump de eisen van Israël inwilligt om het toezicht op en de spionage in Iran te versterken en op elke schending van het akkoord te reageren met zware sancties. Ook zal de nieuwe president verzoeken van Israël om wapenleveranties genereus tegemoet treden, zodat het Israëlische leger met volle kracht kan reageren als Iran toch een kernbom zou produceren.
Wat het Israëlisch-Palestijnse conflict betreft, de formule van twee staten voor twee volkeren zal voor lange tijd in de ijskast worden gezet. Trump zal waarschijnlijk niet proberen de vredesonderhandelingen weer op te starten of de twee partijen een oplossing op te leggen, laat staan een oplossing die voornamelijk op Israëlische concessies is gebaseerd. Waarschijnlijker is dat de osmose tussen de huidige Israëlische regering en de regering-Trump in Washington tot een definitieve blokkade van de onderhandelingen met de Palestijnen zal leiden, wat een breuk betekent met de initiatieven die de laatste Amerikaanse presidenten successievelijk ten aanzien van deze kwestie hebben ondernomen. Wij, Israëliërs, zullen er goed aan doen te bedenken dat een impasse in het vredesproces kan leiden tot het weer oplaaien van het geweld in de Israëlisch-Palestijnse arena, oftewel een bloedbad waarop we ons van nu af aan zullen moeten voorbereiden.
Na deze historische verkiezing waardoor een onvoorspelbare persoonlijkheid de 45ste president van de Verenigde Staten is geworden, zullen de Israëliërs behoedzaam te werk moeten gaan en hun blik moeten verruimen.
Auteur: Ron Ben-Yishaï
Vertaler: Peter Bergsma
CONTEXT: Kaarten herschud
‘Het Midden-Oosten bereidt zich voor op de komst van een Amerikaanse president die vastbesloten lijkt het machtsevenwicht in de regio op radicale wijze te reorganiseren’, schrijft The Washington Post. Als men zijn – vaak tegenstrijdige – verklaringen mag geloven, is Trump voorstander van ‘een herschikking van de bestaande orde in het Midden-Oosten ten gunste van Rusland en ten koste van Iran, en tot voordeel van de Golfstaten en Turkije’.
Sommige van zijn doeleinden vormen een duidelijke breuk met de politiek die Obama voerde. ‘Met name zijn voornemen om terug te komen op het nucleair akkoord met Iran (…), elke steun aan de Syrische rebellen op te schorten en zich te scharen aan de kant van Assad.’
Volgens een waarnemer zal het bestrijden van IS een van Trumps prioriteiten zijn. ‘Voor de autocratische heersers in de regio is het aantreden van Trump goed nieuws.’
CONTEXT: Liefst alles bij het oude
‘De Palestijnse Autoriteit verwacht niet dat Trump druk zal uitoefenen op Israël om een einde te maken aan de uitbreiding van de nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever’, schrijft de Israëlische krant Haaretz. ‘De Palestijnen hopen dat de nieuwe president niet al te zeer zal afwijken van de Amerikaanse buitenlandse politiek van de afgelopen decennia. […] Een van de uitgangspunten is de handhaving van de Israëlische bezetting, gekoppeld aan maatregelen om het autonome Palestijnse bewind te laten voortbestaan, zoals financiële steun aan de Palestijnse Autoriteit. […] Nu de hoop op een vreedzaam naast elkaar bestaan van de twee staten langzaam uit het zicht raakt, richt het officiële Palestina zich alleen nog op de korte termijn: het bewind wil zijn internationale aanzien niet kwijtraken, evenmin als de voordelen die dat biedt aan zijn ambtenaren en diplomaten.’
Islam El Shehaby, de Egyptische judoka die op de Olympische Spelen weigerde zijn Israëlische tegenstander de hand te schudden, kreeg ook in eigen land veel kritiek. Maar volgens schrijver Nael El Toukhy is zijn gedrag onderdeel van een groter probleem.
Er werd in Egypte heel wat gedebatteerd over de nederlaag van de Egyptische judoka Islam El Shehaby tegen zijn Israëlische tegenstander Or Sasson, en de weigering van de verliezer om zijn opponent daarna de hand te schudden. Zowel Shehaby’s critici als zijn verdedigers voelden zich beschaamd. Niemand zag hem als een held die geprezen moest worden. Velen vielen hem aan en weinigen sympathiseerden met hem. Op zijn best riep Shehaby medelijden op.
Ook ik had medelijden met Shehaby. Ik was het niet eens met de buitensporige aanvallen op hem, omdat ik hem als een slachtoffer van de maatschappij beschouw. Zijn gedrag geeft alleen maar aan dat er een probleem is, dat overdacht en opgelost moet worden. Er dringt zich een simpele en logische vraag op: wat doe ik als ik Israëli’s in het buitenland tegenkom? Negeer ik ze? Moet ik ze een klap geven? Moet ik me normaal gedragen? Wat zou ik doen als ik in het buitenland een Israëlische buurman had die me goedemorgen wenste?
Welnu, de meeste Egyptenaren die elders wonen, zouden goedemorgen terugzeggen tegen een Israëli, zoals tegen alle anderen, omdat mensen nu eenmaal zo met elkaar omgaan.
Wie het licht durft aan te doen zegt: “Zo ziet het spook eruit”, wordt ervan beschuldigd de vijand menselijk te maken
De nationalistische krachten in Egypte, die bestaan uit invloedrijke personen uit de film- en tv-wereld, plus minder invloedrijke nasseristen en linkse figuren, weten dit ook wel. Maar ze willen niet luisteren naar de vraag: ‘Wat zou jij in mijn plaats doen?’ omdat die vraag de nationalistische positie op losse schroeven zet.
Als de vraag wel wordt gesteld, gebruiken de nationalisten soms Egyptische martelaren als emotioneel chantagemiddel, als substituut voor een discussie gebaseerd op logica en collectief denken. Dit lijkt een beetje op het inzetten van Holocaustslachtoffers om mensen die wijzen naar zionistische misdaden het zwijgen op te leggen. Het debat stokt en vragen blijven onbeantwoord.
Als het om Israël gaat, neemt het gros van de bevolking een totaal ander standpunt in dan de nationalisten. De meerderheid van de Egyptenaren heeft niets tegen een normalisatie van de betrekkingen met Israël. De elite heeft daar geen antwoord op, behalve dat ze mensen bang maken voor Israëli’s.
De Egyptische elite maakt het volk bang voor de Israëli’s omdat ze er zelf bang voor zijn, en dat komt omdat ze er niets van afweten. Wij vechten tegen een vijand van wie we niets weten, een spook in een kamer. Wie het licht durft aan te doen zegt: ‘Zo ziet het spook eruit’, wordt ervan beschuldigd de vijand menselijk te maken.
Wat wordt er eigenlijk bedoeld met ‘normalisatie’? Volgens de ‘Campaign to Boycot supporters of Israel in Lebanon’ verwijst normalisatie naar deelneming aan elke activiteit die Arabieren en Israëli’s samenbrengt. Dit is van toepassing op alle vormen van wetenschappelijke, professionele, artistieke, feministische of jongerenactiviteit.
Israël is een onmisbare bondgenoot geworden in de oorlog tegen IS in de Sinaï. De vrede wordt steeds warmer, en ondertussen blijven Egyptenaren bang voor Israëli’s om onzinnige redenen.
Het normalisatiedebat wordt pas geopend als iemand normaliseert. Het document waaraan hierboven wordt gerefereerd, is alleen geschreven omdat de in Libanon geboren Franse romancier Amin Maalouf een interview gaf aan een Israëlisch tv-station.
Als iemand normaliseert – door Israël te bezoeken, zijn of haar werk te vertalen in het Hebreeuws of in de Israëlische media te verschijnen – staan intellectuelen tegen hem of haar op, en daarna staan andere intellectuelen weer op tegen die eersten. Beide partijen zijn niet echt geïnteresseerd in normalisatie, zoals bewezen wordt door het feit dat hun debat alleen oplaait als zich een incident heeft voorgedaan. Als ze tijd over hebben, besteden ze die niet aan het nadenken over de aard en de grenzen van normalisatie. De kwestie van normalisatie wordt altijd uitgesteld tot een gebeurtenis ons dwingt haar aan de orde te stellen, en als die zich voordoet, is er geen plaats voor een kalm gesprek, alleen voor hysterie, want we zitten midden in een crisis.
Dit is het moment waarop het nationalistische discours zich als mislukt moet verklaren
Het opvallende is: in de twee of drie jaar na de revolutie van 25 januari 2011 hoorde ik geen enkele beschuldiging van normalisatie. We hadden net een revolutie doorgemaakt, waren trots op onszelf en trots op het feit dat we Egyptenaren waren. We meenden dat we in opstand konden komen tegen de wereld. In dat jaar namen nationalistische gevoelens in Egypte en andere Arabische landen toe. Dat zal moeilijk te begrijpen zijn voor de vijanden van de Arabische lente, de kinderen van Bashar al-Assad en Gamal Abdel Nasser.
Omdat het nationalistische debat saai is en gevoeligheid ontbeert, durven dagelijks hoe langer hoe meer Egyptenaren te verklaren dat ze het Arabisch-Israëlische conflict niet begrijpen, en vragen ze zich af waarom Israël toch zo slecht is. Dit is het moment waarop het nationalistische discours zich als mislukt moet verklaren, of op zijn minst moet erkennen dat er diepe scheuren zitten in de muren die zijn opgetrokken tegen mensen die Israël niet als vijand beschouwen en die niet alleen Palestijnen zien op hun kaart van het Midden-Oosten.
Een Egyptisch blog dat onder auspiciën staat van de journalisten van de Egypt Independent (de Engelse versie van Al Masry al-Youm). ‘Mada Masr’ betekent: over Egypte.
Gezien de blijvende onzekerheid over de toekomst van Palestina dringt een Europese diplomaat er bij de Palestijnse elites op aan hun verantwoordelijkheid te nemen.
Keuze uit het archief
Afgelopen week hebben meerdere Europese landen de staat Palestina erkend. Sommigen zien dit als een noodzakelijke stap op weg naar vrede, anderen denken dat de oorlog in Gaza er alleen maar door zal verergeren. Weer anderen zien de erkenning als een puur symbolische daad die geen enkel effect zal hebben als er niet tegelijk sancties aan Israël worden opgelegd.
Dit artikel van Your Middle East uit 2016 betoogt dat voor een eigen Palestijnse staat vooral verandering van binnenuit noodzakelijk is. Veel Palestijnen zien het nut van een eigen staat niet in zolang het huidige impotente leiderschap op het regeringspluche blijft zitten, aldus de auteur, die anoniem wenst te blijven.
De Palestijnse Autoriteit (PA) is verworden tot een zielloze, kreupele overheid, een slap aftreksel van een echte regering
De laatste presidentsverkiezingen vonden plaats in 2005. De laatste verkiezingen voor de Palestijnse Wetgevende Raad zijn alweer meer dan tien jaar geleden. Toch is Abbas nog steeds in functie en blijven veel parlementariërs, van wie het mandaat al jaren geleden afliep, hun salaris incasseren en gebruikmaken van hun werkkamer en ambtsauto, zonder dat ze een vinger uitsteken voor het herstel van gezonde democratische machtsverhoudingen en parlementaire controle. Al hun energie lijkt op te gaan aan het gekissebis tussen Fatah en Hamas over wie verantwoordelijk is voor deze vreselijke impasse.
Als dat een voorbode is van de toekomst, als een eventuele Palestijnse staat is voorbestemd om de zoveelste zwakke en autoritaire Arabische staat te worden, zo vragen veel Palestijnen zich af, waarom zouden ze daar dan nog moeite voor doen? Wie wil zich inzetten voor een autoritaire president die aan niemand verantwoording aflegt? Of voor een van de talloze konkelende politici die liever proberen zoveel mogelijk macht te verwerven voor het geval dat Abbas vertrekt dan zich in te zetten voor een vredesakkoord dat de basis voor die macht alleen kan ondergraven? De bezieling lijkt verdwenen.
De Palestijnse Autoriteit (PA) is verworden tot een zielloze, kreupele overheid, een slap aftreksel van een echte regering. De dagen dat Fatah een politiek programma had, liggen ver achter ons. Er worden internationale bezoekers ontvangen, er worden donorgelden aanvaard en salarissen betaald. Elke dag staan soldaten de straat te bewaken als de stoet auto’s van president Abbas langskomt. Verder wordt hij zelden gezien.
De revolutionairen van weleer zitten nu comfortabel op het pluche – een beetje al te comfortabel, volgens veel burgers. In de ogen van veel Palestijnen zijn het onderhand burgemeesters in oorlogstijd, die miljoenen aan ontwikkelingsgeld te besteden hebben. Met elke belofte van verzoening die weer niet wordt nagekomen en elke deadline voor nieuwe verkiezingen die wordt overschreden, slinkt het vertrouwen van de Palestijnen dat hun leiders echt voor hun belangen opkomen en oog hebben voor hun welzijn.
Donorgelden
Er is geen alternatief, zo wimpelen Palestijnse functionarissen kritiek steevast af. Geef je Israël de touwtjes weer in handen, dan zullen de Palestijnen daaronder lijden. Israël wil zich niet houden aan de verplichtingen die het internationaal recht een bezettingsmacht oplegt. Instandhouding van een zwakke en door de internationale gemeenschap gefinancierde eigen regering is veel goedkoper voor Israël en veel veiliger voor de Palestijnen. Breken met het Oslo-proces, de grondslag voor de Palestijnse Autoriteit, zal de Palestijnen in elk geval op korte termijn alleen maar verlies opleveren. De economie kan dan in een vrije val raken en honderdduizenden Palestijnen kunnen hun uitkering verliezen. Het kan het einde betekenen van de donorgelden die de Palestijnse Autoriteit ondanks haar gebrek aan legitimiteit nu nog krijgt omdat ze stabiliteit brengt. Op die manier zorgen de Israëlische bezetters en de donorlanden ongewild (of volgens cynici zelfs met opzet) dat de Palestijnen geen kant op kunnen.
Die donorgelden houden ook de illusie in stand dat er onder de bezetting sprake kan zijn van een status quo. Maar de basis voor een staat brokkelt steeds verder af, met elk huis dat in de nederzettingen wordt gebouwd, met elk Palestijns huis dat wordt gesloopt en elk stuk land dat wordt onteigend. En intussen wordt de Palestijnse Autoriteit, als een soort modeldorp, met internationale hulpgelden overeind gehouden. De donorlanden praten vol vuur over natievorming, maar kritische Palestijnen zeggen dat het vooral om kunstmatige stabiliteit gaat, dat ze alleen de lieve vrede willen bewaren en hun morele schuldgevoel afkopen over het feit dat zij (de donorlanden) niets doen tegen de evidente groei van Israëlische nederzettingen en tegen de mensenrechtenschendingen.
Wat kunnen de Palestijnen doen? Ze hebben momenteel ook geen perspectief op gelijke rechten als burgers van Israël. De steeds fellere rechtse Israëlische regering heeft de situatie van de Palestijnen in praktisch alle opzichten verder verslechterd en de Palestijnse leiders hebben daar geen antwoord op. Dat blijkt wel uit de recente piek in het Palestijnse geweld (en de keiharde Israëlische reactie daarop). Er zit geen politiek programma achter de steekpartijen en de aanslagen met auto’s. Ze zijn een gruwelijk symptoom van uitzichtloosheid en gebrek aan visie. In hun destructiviteit geven ze geen enkel ander signaal af dan een afkeer van alles – van de verstikkende Israëlische bezetting, de verstikkende Palestijnse Autoriteit, de verstikkende Palestijnse maatschappelijke structuren.
Palestijnse beleidsmakers die nog wel hart voor de zaak hebben, zie ik steeds weer tegen een muur aanlopen, ik zie de burgers steeds wanhopiger worden en ik zeg dan ook tegen mijn Palestijnse vrienden: doe niet langer alsof je ook maar enige invloed op de situatie hebt, louter om donorgelden te blijven ontvangen. Want dat geld is eerder een schaamlap voor de bezetting dan een deken voor jullie. Besef dat zelfs de Israëlische oppositie eerder uit is op een vredesproces dat internationale kritiek afwendt dan op een echte oplossing. Voer een eerlijk openbaar debat over wat dat betekent.
Er zit geen politiek programma achter de steekpartijen en de aanslagen met auto’s
Israël zal de Westelijke Jordaanoever nooit opgeven. Dwing de Israëli’s dus om openlijk te kiezen: apartheid of democratie. Maak een eind aan de leugen dat deze bezetting tijdelijk is – een leugen die in stand wordt gehouden door het vasthouden aan de Oslo-akkoorden, oorspronkelijk bedoeld als tijdelijk mechanisme dat in 1999 had moeten uitmonden in een Palestijnse staat. Dwing de internationale gemeenschap een beleid te ontwikkelen waarbij Israëlische mensenrechtenschendingen niet kunnen worden afgekocht met een sloot ontwikkelingsgeld.
Oefen druk uit op internationale instellingen en donorlanden om meer te doen dan het afgeven van steeds weer dezelfde afgezaagde, en daardoor uiteindelijk betekenisloze persverklaringen waarin men zorgen uitspreekt over het zoveelste voorbeeld van landroof of uitbreiding van de nederzettingen door Israël. Dat is al net zo’n poppenkast als het hele optreden van de Palestijnse Autoriteit. Verwerp de internationale consensus dat de vorming van een Palestijnse staat afhankelijk is van Israëls goedkeuring en gooi het over een totaal andere boeg.
Haal de banden tussen Gaza en de Westoever aan. Vorm jullie Palestijnse instellingen om tot lichtende voorbeelden van openheid en transparantie, instellingen waar elke Palestijn zich in vertegenwoordigd kan voelen en trots op kan zijn. Zet de groeiende bekrompenheid van de Israëlische democratie voor schut door zelf een bruisende cultuur van vrije meningsuiting en uitwisseling van gedachten te ontwikkelen. Kom met progressieve oplossingen die verder kijken dan de optie van twee staten op etnisch-religieuze grondslag. Maak van Palestina een idee dat wereldwijd aanspreekt. Kortom: bevrijd Palestina door de Palestijnen te bevrijden.
De auteur, die anoniem wenst te blijven, is een voormalig functionaris van een EU-land die betrokken was bij het vredesproces in het Midden-Oosten.
Vertaler: Frank Lekens
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.