Tag: Italië

  • Het geheim van ’Ndrangetha, de machtigste maffiaorganisatie ter wereld

    Het geheim van ’Ndrangetha, de machtigste maffiaorganisatie ter wereld

    Lange tijd werd de ’Ndrangheta beschouwd als ouderwets en genegeerd door de media. Die tijden zijn voorbij sinds de Calabrese maffia de Siciliaanse Cosa Nostra van de troon stootte. Inmiddels bouwde deze ‘familie’ een internationaal netwerk dat onderwereld en bovenwereld met elkaar verbindt.

    Dit artikel verscheen eerder in #176

    Het proces tegen de ’Ndrangheta

    Vanaf vandaag (13 januari) staan in Italië meer dan 350 leden van de Calabrese maffiaorganisatie ’Ndrangheta voor de rechter, onder hen bevinden zich politici, ondernemers en maffiosi. Ze staan terecht voor onder andere drugshandel, witwassen en fraude. Het is de grootste rechtszaak tegen de maffia in 30 jaar.
    Het proces vindt plaats in een zwaarbeveiligde bunker in de Calabrese plaats Lamezia Terme, die speciaal voor deze gelegenheid gebouwd is. ‘Het is belangrijk om het proces in Calabrië te voeren,’ aldus hoofdaanklager Nicola Gratteri – zelf Calabrees – in La Repubblica.

    De ene operatie na de andere. Een golf van 334 arrestaties in Vibo Valentia en elders in Europa [in december 2019]. Vervolgens het nieuwe onderzoek dat de Piemontese regionale wethouder Roberto Rosso ten val brengt vanwege het kopen van stemmen van de maffia. Elke dag weer worden we geconfronteerd met grote en kleine onderzoeken naar de enorme macht van de Calabrese clans, die niet alleen het zuiden van Italië verstikken maar inmiddels ook al tientallen jaren geleden voet aan de grond hebben gekregen in het voor hen vruchtbaardere noorden, met name in Lombardije en Piemonte. De ’Ndrangheta wordt vandaag de dag beschouwd als de machtigste, rijkste en meest wijdvertakte maffiaorganisatie ter wereld. Terwijl de Palermitaanse Cosa Nostra haar opkomst dankte aan de emigratie naar Noord-Amerika in de eerste helft van de vorige eeuw, zijn de Calabrese clans inmiddels overal aanwezig: van Australië tot Canada, via Brazilië, Venezuela, Argentinië, Oost-Europa en Rusland. Een expansie die in gang is gezet met het geld van de ontvoeringen in de jaren zeventig en tachtig, en die tegenwoordig wordt versterkt door de wereldhegemonie van de ’Ndrangheta in de cocaïnehandel. Maar is de ’Ndrangheta vandaag de dag sterker dan de Cosa Nostra, de maffia die de Italiaanse staat in de jaren tachtig en negentig uitdaagde tot op het hoogste niveau?

    Zeker, al zijn de ‘Sicilianen’ niet verdwenen, maar nemen ze steeds vaker van de ’Ndrangheta-clans de vaardigheid over om het staatsapparaat binnen te dringen zonder opzien te baren, zonder te schieten en zonder dat het nodig is hun spierballen of hun meest gewelddadige gezicht te laten zien. De ’Ndrangheta heeft er altijd de voorkeur aan gegeven instituties niet uit te dagen, maar erin te infiltreren. Dat geldt voor het ondernemerschap en de politiek, maar (in sommige gevallen) ook voor de rechterlijke macht en het politieapparaat.

    Kaart 1

    Open armen

    Door deze aanpak kon een maffia die te lang is beschouwd als een allegaartje van boerenfamilies en herders de controlekamer betreden. Om zo, en op verbluffende wijze, haar eigen ‘sociale kapitaal’ te laten groeien. De ‘Ndrangheta heeft het noorden niet besmet als een kwaadaardig virus, maar werd zowel in Milaan als in Genua, zowel in Modena en Reggio Emilia als in Aosta en Turijn met open armen ontvangen door degenen die profiteerden van de gunsten van de bazen die er veelal naartoe waren verbannen: van zwart werk tot afvalverwerking, van de bouw tot valse facturen.

    Het geld van de clans zit tegenwoordig in alle bedrijfssectoren: de bouw, de horeca, financiën, onlinegames, autohandel en zelfs de gezondheidszorg.

    De ‘Ndrangheta heeft hoofdzakelijk door drie factoren de top van de mondiale maffia bereikt.

    Ten eerste heeft de organisatie, in tegenstelling tot de Cosa Nostra, geen echte koepel, maar een crimine, die hoofdzakelijk verbindingsfuncties uitvoert, terwijl de clans autonoom werken (en zich autonoom bewegen), zij het binnen gemeenschappelijke regels en grenzen. Een soort franchise avant la lettre.

    Daarnaast is doorslaggevend geweest dat het de ’Ndrangheta is gelukt de hegemonie in de drugshandel te doorbreken, door eigen mensen in de cocaïneproducerende landen neer te zetten en verbonden te sluiten – mede door middel van gearrangeerde huwelijken – met de erfgenamen van de kartelbazen. Dezelfde archaïsche mechanismen dus, maar dan verplaatst naar de andere kant van de planeet.

    ‘De onzichtbaren’

    Het Italiaanse weekblad L’Espresso wijdde op 12 januari 2020 de titelpagina aan ‘de onzichtbaren’ van de ’Ndrangheta, waarbij de nadruk werd gelegd op de banden die deze tak van de maffia onderhoudt met de vrijmetselarij. In Calabrië, zo becijferde het Italiaanse weekblad, ‘bestaan 178 loges van vrijmetselaars met gezamenlijk 9000 leden. Ze worden druk bezocht door advocaten, leiders van bedrijven, leden van de ordebewakende instanties, en maffiabazen en hun afgevaardigden’. Maar ook door ‘vrijmetselaars uit de geestelijke stand’, zoals ‘de machtige pastoor van San Luca, die prat gaat op de steun van het Vaticaan’. In Calabrië zijn politiek, vrijmetselarij en ’Ndrangheta nauw verweven, zoals in het geval van Giancarlo Pittelli, vrijmetselaar en voormalig volksvertegenwoordiger, die onlangs is gearresteerd.

    espresso 1 1

    Ondermijning

    Ten slotte was de ’Ndrangheta in staat om zichzelf te vernieuwen, door van zevenhonderd doden in de tweede maffiaoorlog (1985-91) over te gaan op de strategie van de ondermijning. Met name na het bloedbad in Duisburg – zes doden in augustus 2007 – hebben de clans er bewust voor gekozen die zeer gewelddadige fase achter zich te laten en liquidaties en misdrijven met chirurgische precisie te beperken. Het motief? Precies het tegenovergestelde van de bloedbadstrategie van Totò Riina: wanneer de staat daarop reageert, doet die dat zo hard en vastberaden dat het de maffiaorganisatie in ernstige moeilijkheden brengt. Om die reden is het beter om de staat niet uit te dagen, maar om ermee te versmelten, om te vermijden dat de organisatie wordt gezien als de grootste bedreiging voor de veiligheid van het land (wat die in werkelijkheid wél is). De ’Ndrangheta weet wanneer die kan schieten en wanneer het beter is dat niet te doen, om te voorkomen dat de aandacht van de staat wordt getrokken, en ook om te voorkomen dat de burgers worden gealarmeerd, die in plaats van door de clans moeten worden ‘afgeleid’ door andere kwesties. Een marketingstrategie die haar weerga niet kent.

    Maar er is nog een andere, laatste en wellicht doorslaggevende factor, die door Nicola Gratteri, officier van justitie van Catanzaro, en wetenschapper Antonio Nicaso wordt gesignaleerd in hun nieuwste boek La rete degli invisibili (Het netwerk van de onzichtbaren). In haar contacten met de ontspoorde vrijmetselarij heeft de ’Ndrangheta een vliegwiel gevonden dat haar heeft binnengeloodst in de hoogste staatsapparaten van het land. Een geheim netwerk van onverdachte mensen – rechters, journalisten, politici, ondernemers, wetshandhavers – dat de macht heeft om alles te beïnvloeden. Een scenario dat uit een sciencefictionfilm lijkt te komen, in de ogen van degenen die de ’Ndrangheta beschouwen als een maffia van herders, riten en uitgebreide maaltijden met geroosterd geitenvlees in Aspromonte. Maar het is de zeer verontrustende werkelijkheid, zoals die uit de meest recente gerechtelijke onderzoeken naar voren komt.

    De tijd van de ontvoeringen

    Tussen de jaren zeventig en het begin van de jaren negentig genereerde de ’Ndrangheta veel inkomsten uit ontvoeringen.

    Het eerste ‘beroemde’ slachtoffer was John Paul Getty III, zoon en kleinzoon van Amerikaanse miljardairs, die vijf maanden werd vastgehouden. Hij werd tegen een losgeld van drie miljard lires vrijgelaten, en raakte bovendien een deel van zijn rechteroor kwijt.
    In 1988 werd Cesare Casella 741 dagen vastgehouden; voor Carlo Celadon duurde de lijdensweg 831 dagen.
    De gang van zaken bij deze ontvoeringen is vaak identiek: de ontvoeringen worden doorgaans gepleegd in het rijke noorden van het land, de ‘gijzelaars’ worden vastgehouden in de Aspromonte in het zuiden, waar ze in piepkleine ruimtes worden opgesloten.
    Soms slagen gevangenen erin te ontvluchten. Een van hen, in 1984, is Carlo de Feo, die zijn toevlucht zoekt tot een dorpje, maar prompt door de bewoners wordt uitgeleverd aan zijn ontvoerders uit angst voor represailles. In twintig jaar tijd ontvoert de ’Ndrangheta zo 139 mensen, van wie sommigen nooit worden teruggevonden. Het losgeld stelt de ontvoerders in staat vaste voet aan de grond te krijgen in de cocaïnesmokkel, maar ook in de bouwsector, zoals blijkt uit de naam van een wijk in de stad Bovalino, aan de voet van de Aspromonte, die de bijnaam ‘Paul Gettywijk’ draagt, naar de eerste ontvoerde.

    All the Money in the World 1800 nr 1 1 1
    All the Money in the World is een Amerikaanse film uit 2017, geregisseerd door Ridley Scott, gebaseerd op het waar-gebeurde verhaal van de ontvoering van John Paul Getty III.

  • God, Caesar en de Duce

    God, Caesar en de Duce

    In Italië is het heel gewoon om te zeggen dat Mussolini ‘toch ook veel goeds heeft gedaan’. De gelikte pr-machines van zijn kleindochters leveren een grote bijdrage aan het idealiseren van de dictator. Dat doen ze ieder op hun geheel eigen manier.

    Keuze uit het archief

    Zondag zijn de verkiezingen in Italië en naar alle waarschijnlijkheid wordt de postfascistische partij, Fratelli d’Italia, de grootste van het land. Aan de kop hiervan staat de directe politieke erfgenaam van Mussolini: Giorgia Meloni. Dit prachtig geschreven artikel uit Reportagen maakt heel inzichtelijk wat een bepaalde groep nog steeds naar het Italië van dictator Mussolini doet terugverlangen. ‘Mussolini’s waren ideeën geweldig – ze werden alleen verkeerd toegepast.’

    Het publiek houdt de jassen aan, binnen is even koud als buiten. Boven de hoofden hangen enorme hammen, achter de toonbank staat een monstrueuze vleessnijmachine te blinken. Geen plek voor een lezing, het moet een misverstand zijn. Er zijn ook nauwelijks mensen, veel stoelen blijven leeg. Maar dan, kort voor aanvang, verschijnt er een man die alle vensters afsluit. Daarna gaat hij naar de toonbank en verzamelt de messen. Geen twijfel mogelijk: het wordt een roerige avond. Zoals altijd wanneer de kleindochter van Benito Mussolini optreedt.

    Toch ziet ze er niet zo gevaarlijk uit. Integendeel. Edda Negri Mussolini zeilt op duizelingwekkend hoge hakken in een diep uitgesneden cocktailjurkje stralend de winkelruimte binnen, alsof ze een warme, uitverkochte hal betreedt. Met wijd gespreide armen loopt ze naar haar gasten toe: ‘Caro mio!’ Vertrouwelijk laat ze haar hand rusten op een mannenarm, dan omhelst ze een vrouw. Nieuwelingen volgen het schouwspel verbluft. Als hun dezelfde begroeting ten deel valt, blijven ze sprakeloos achter. Het is alsof een relikwie plotseling tot leven komt. Edda bevestigt het: ‘In het begin ben ik de kleindochter van Mussolini, en dan word ik Edda.’

    Wie Mussolini heette, verstopte zich achter een pseudoniem of vluchtte naar Argentinië, waar ook de Duitse nazi’s hun toevlucht zochten

    Dat een persoon met de naam Mussolini ooit opnieuw in het openbaar zou optreden, leek 75 jaar geleden ondenkbaar. Wie Mussolini heette, verstopte zich achter een pseudoniem of vluchtte naar Argentinië, waar ook de Duitse nazi’s hun toevlucht zochten. Pas vijftig jaar later maakte Silvio Berlusconi de naam weer maatschappelijk aanvaardbaar. Mussolini, zo verzekerde de Italiaanse minister-president de Italianen, was helemaal geen massamoordenaar geweest, zoals Hitler. Hij had zijn tegenstanders eerder verbannen om ‘vakantie te vieren’. En hij had trouwens ‘ook veel dingen goed gedaan’.

    Zo denken intussen veel Italianen erover. Ja, de stemming is zozeer veranderd dat een achterkleinkind van Mussolini in 2019 niet ondanks, maar dankzij zijn naam verzekerd meende te zijn van zijn politieke carrière. ‘Scrivi Mussolini!’ beval hij vanaf de affiches. Schrijf Mussolini op het stembiljet! Bovendien moesten zijn aan de Romeinse veldheer ontleende voornamen het succes garanderen: Caio Giulio Cesare. Maar de in Argentinië geboren manager van een Saoedi-Arabisch wapenconcern had te hoog gegrepen. Zelfs vurige fascisten vonden zijn optreden te lomp.

    Er gaat een half uur voorbij voordat Edda achter het spreekgestoelte gaat staan. Hoewel ze staat, lijkt het alsof ze, klein en gedrongen als alle Mussolini’s, zit. Voor haar liggen een paar exemplaren van haar boek bevallig gearrangeerd: Donna Rachele. Mia nonna, la moglie di Benito Mussolini [Donna Rachele. Mijn oma, de echtgenote van Benito Mussolini]. Het boek over haar grootmoeder is een bestseller; in Langhirano presenteert ze het voor de 267e keer. Er zijn wel mooiere plaatsen dan de zogeheten hoofdstad van de Parmaham. Zelfs het centrum wordt ontsierd door industriële gebouwen, en al vroeg in de middag slokt de nevel het spaarzame licht van de straatlantaarns op.

    Een lezing kun je Edda’s performance niet noemen, het boek blijft gesloten. In plaats daarvan vertelt ze twee uur lang over haar grootmoeder, en wel zo dat het lijkt of alles haar nu net weer te binnen schiet. We krijgen te horen dat Rachele, het vijfde kind in een boerengezin, maar drie jaar naar school mocht. Dat ze in plaats daarvan hard moest werken op het erf, het veld en in de stal, als kind al verliefd werd op de zoon van de dorpssmid, en er ten slotte met hem vandoor ging.

    ‘Stelt u zich haar moed eens voor,’ helpt Edda de fantasie van haar toehoorders. ‘Mijn grootmoeder leefde minderjarig samen met een man die geen beroep had, laat staan geld en macht.’ Erger nog, voor de inwoners was Benito Mussolini de matt, de obscure gek, die zich ’s nachts met zijn hoed diep over zijn gezicht getrokken door de straten van Forli haastte, die in de krant scheldtirades schreef tegen de corrupte politici en vanwege zijn ideeën steeds weer in de gevangenis belandde. Het paar woonde tussen uit groentekisten getimmerde meubels, middag- en avondeten werden samengevoegd om kosten te besparen. Dat Rachele algauw zwanger werd, en ongetrouwde moeder, versterkte de vooroordelen van de mensen nog meer. Met een beetje goede wil, suggereert Edda, zou je haar grootmoeder zelfs een vroege feministe kunnen noemen. Het publiek zit er onbeweeglijk bij, het hoofd ondersteund met de hand en zo ver voorovergebogen als de dikke jassen toelaten. Zo hebben ze de geschiedenis van Italië nog nooit gehoord. En dat uit de eerste hand.

    Rispetto

    Heel vaak neemt Edda het woord rispetto in de mond. ‘Alle mensen hebben recht op respect. Alleen voor onze familie geldt dat niet.’ Alsof het een wachtwoord betreft, wordt er nu voor het eerst op het raam gebonkt. Seconden later gaat een ruit aan scherven. Het bonken en het sneuvelen van de ruiten herhalen zich in steeds nieuwe, nog heviger golven. In de rijen toeschouwers wordt met de voeten gewipt. Achter de bestuurstafel steekt Luca Benedusi de kin naar voren, zijn spieren duidelijk gespannen. Voor aanvang had de organisator, lid van het extreemrechtse Nuova Destra, nog gemeend: ‘Ze zullen niet durven.’ Nu drukt zijn gezicht uit: het was te verwachten. We zijn tenslotte in Emilia-Romagna, traditioneel een gebied met veel communisten.

    Edda glimlacht over het gekraak en gerinkel. Ja, ze lijkt de verstoring zelfs te verwelkomen als een bewijs voor het touché van de tegenstander: ‘Bij negen van de tien lezingen van mij komt de politie.’ Het ergste was het in Nuoro op Sardinië. De communisten hadden zowel de hoofd- als de achteringang van haar hotel geblokkeerd en lieten er niemand in of uit. Bij andere lezingen verlieten de toehoorders met slaande deuren de zaal. Of dreigden: ‘Je zult eindigen als je grootvader!’ Namelijk op het Piazzale Loreto in Milaan, ondersteboven opgehangen aan een Esso pompstation. Hetzelfde lot wensen haar de mensen die haar boek bij lezingen ondersteboven wegleggen. Op het omslag poseert Edda naast haar grootmoeder Rachele.

    Veel verhalen in Edda’s boek kennen de in Mussolini geïnteresseerden al. Edda’s ooms, tantes, neven en nichten hadden al eerder geprobeerd hun familiegeschiedenis te gelde te maken. Intussen is de stof zo vaak opgewarmd, dat de drank erg verwaterd smaakt. Om iets nieuws te proberen pepte Edda haar werk op met de recepten van donna Rachele: tagliatelle, kippendijtjes, pepermuntpudding. De meeste biografieën zijn dankzij de nieuwe Mussolini-hype weer verkrijgbaar. Wat ze gemeen hebben is dat het onaangename in het vage blijft en de figuur van de Duce met zorg getekend wordt. Zijn laatste jaren gelden als bijzonder pijnlijk. In 1938 voerde hij, naar het voorbeeld van Hitler, de rassenwet in, wat duizenden Joden op de vlucht joeg. En in 1940 verklaarde hij aan Hitlers zijde de wereld een oorlog die 60 miljoen levens kostte.

    Minder risico namen de nakomelingen van Mussolini met de biografie van hun moeder en grootmoeder Rachele. Haar leven lang bleef ze trots op haar boerenafkomst; aan haar handen was te zien dat ze kippen konden plukken en deeg konden kneden. Van make-up hield ze evenmin als van opsmuk. De Italiaanse koning verachtte ze als een ‘klein, zwak mannetje’, Hitler vond ze hysterisch. Ook de ministers van haar man, voor haar een bende vleiende wichtigmachers, bezag ze met haar vernietigende blik: ‘Un pis – e basta.’ Bevalt me niet, punt uit. Om ook in het regeringspaleis in Rome het dialect van thuis te kunnen spreken, rekruteerde ze haar huispersoneel in haar geboortedorp Predappio.

    Af en toe zet Edda bij lezingen haar oudere zuster Silvia in; zij is regisseur bij de RAI. Met z’n tweeën bestrijken ze elke smaak van de fans. Edda, blond en vrolijk, belichaamt het lichte in de familie. Silvia, in haar lange zwarte jurk, een heel duistere Erinnye uit de antieke godenwereld, staat voor het drama. Vastberaden verstrengelt en ontvlecht ze haar vingers in de worsteling met het noodlot. ‘Elke familie heeft haar eigen tragedie,’ zegt ze op het podium. ‘Maar ons Mussolini’s is wel heel weinig bespaard gebleven.’ Ook bij het signeren bewijzen de zussen zich als een goed op elkaar ingespeeld team. Edda glimlacht en vult met haar wijde, hemelwaarts strevende handschrift in een ommezien een hele bladzij. Silvia behoudt het overzicht, zorgt flink voor de aanvoer van boeken en incasseert de 15 euro.

    8e8aeee869635e088d15ec5d410ef7d9718d94a5
    Edda Mussolini, zijn oudste dochter, die sprekend op haar nonna leek. – © Getty

    Mannelijke concurrentie in de Mussolinibusiness hoeven de zussen niet te vrezen. In Italië zijn de kleinkinderen Mussolini uitgestorven. Maar met hun nichten Allessandra in Napels en Rachele in Rome hebben ze het moeilijk. Beide zijn eveneens fulltime professional in het vak van Mussolini-kleinkind. ‘We zien elkaar praktisch nooit,’ zegt Edda. Dat komt niet alleen door de geografische afstand.

    Het heeft ook te maken met wezenlijke verschillen. In het bijzonder bewaren ze afstand tot Alessandra, 58 jaar en dochter uit het eerste huwelijk van Romano Mussolini met de zuster van Sofia Loren. Alles aan haar is luidruchtig, te beginnen met de opgespoten lippen en diepe decolletés, tot en met haar levensloop. Nu eens poseerde ze voor de Playboy, dan weer probeerde ze het met hulp van tante Sofia in Hollywood te maken. Pas in de politiek lukte het. Zodra een partij haar te gematigd werd qua fascisme, wisselde ze van partij of richtte er zelf een op. Haar handelsmerk is een knalhard vocabulaire: ‘Beter fasciste dan gay,’ blafte ze tegen een verslaggever. ‘Je vertelt een enorme hoop stront!’ voer ze als vaste gast in de middagtalkshow uit tegen een ‘rode teek’. Hoe het klinkt als ‘de grote toeter uit Napels’ in het Brusselse parlement losgaat, is op YouTube te zien. ‘Europa,’ scheldt ze tegen de plenaire vergadering, ‘kan maar beter zijn mond spoelen voor het het woord Italië in de mond neemt.’ Reden van haar toorn: Europa kapittelt Italië omdat het geen boten met vluchtelingen meer toelaat, maar weigert ook maar een fractie van de gestrande migranten op te nemen.

    “Elke familie heeft haar eigen tragedie,” zegt ze op het podium. “Maar ons Mussolini’s is wel heel weinig bespaard gebleven”

    Heel anders is Alessandra’s halfzus Rachele, 46. Voor haar verkiezingscampagne gebruikte ze een foto die haar met een deegroller aan de keukentafel toont. Maar anders dan bij haar grootmoeder op de originele foto hangt het houten ding lamlendig tussen haar handen, en haar ogen onder de dun getrokken wenkbrauwen kijken uitdrukkingsloos. Daarbij hoorde de boodschap: ‘Het Rachele in mijn naam was wat mij betreft altijd al belangrijker dan het Mussolini.’ Vertaald: een Rachele ziet ten gunste van man en kinderen af van een eigen carrière. Dat past niet alleen bij de levensloop van haar grootmoeder, het correspondeert ook met het vrouwbeeld van haar rechtsradicale partij, de Fratelli d’Italia. Trouw aan de vereiste vrouwelijke terughoudendheid bleef de moeder van twee kinderen met een afgebroken opleiding als gemeenteraadslid van Rome op de achtergrond. Alleen haar protest tegen het kappen van pijnbomen die haar opa geplant had zorgde voor krantenkoppen.

    Het verschil in beroemdheid met Alessandra en Rachele wordt door Edda vereffend met haar betekenis als getuige. Als enige van de vier beroepskleindochters groeide zij, vroeg halfwees geworden, tot de dood van haar grootmoeder in 1979, min of meer op in het familiehuis van de Mussolini’s, de Villa Carpena. Nog een pluspunt: Edda lijkt op haar nonna met het blonde haar. De gelijkenis is zo frappant dat ze bij het bladeren in een geïllustreerd tijdschrift verbaasd opmerkte: ‘Wat gek, die jurk herinner ik me helemaal niet.’ Geen wonder – het was haar grootmoeder op de foto. Daarbij komt nog hetzelfde temperament. ‘Net als nonna word ik soms ’s morgens vroeg wakker met woede in mijn lijf.’

    Mussolini’s privéhuishouding, de villa Carpena in Forli, is voor 12 euro te bezichtigen. In het park sluipen honden en katten besluiteloos rond marmeren bustes en bomen. Vijf pijnbomen zijn eigenhandig door de Duce geplant: een bij de geboorte van elk kind. De laatste twee verwekte hij met precieze instructies: kind nr. 4 moest een derde jongen worden, kind nr. 5 een tweede meisje. Donna Rachele baarde op bevel eerst Romano, daarna Ana Maria, Edda’s vroeg gestorven moeder.

    De vertrekken in de villa zijn hoog en donker, de wanden volledig behangen met foto’s. Hier wordt het beeld van Mussolini op het hoogtepunt van zijn macht bewaard en verzorgd: behangen met ordes en bolstaand van krijgshaftige moed. In vitrines liggen zijn laarzen en zijn brieven, uitgestald zijn zijn ski’s, zijn wapens, zijn tennisrackets en de viool; over het echtelijk bed ligt zijn uniform uitgespreid. ‘Wij hebben alles gelaten zoals het was,’ zegt eigenares Adelina Grana. Ten bewijze opent ze een schuiflade. Er stijgt inderdaad nog altijd een kamfergeur op uit de zorgvuldig opgevouwen zakdoeken en hemdskragen. Mussolini’s kleindochters hadden bij de verkoop in 1990 aan een echtpaar uit Milaan – hij bonthandelaar, zij antiquair – nog geen interesse getoond in de memorabilia. De revival van de Mussolini-cultus was toen nog niet te voorzien.

    ‘Net als nonna word ik soms ’s morgensvroeg al wakker met een woede in mijn lijf’

    ‘De verkoopprijs was ex-or-bi-tant,’ zegt Adelina. Zij is zo klein en tenger dat het woord haar letterlijk door elkaar lijkt te schudden. Maar wat maakt het uit. ‘Voor mijn man zijn er maar drie grootheden die tellen: God, Caesar en de Duce.’

    De lichtste kamer was van Mussolini’s lievelingsdochter Edda, geboren in 1910. Als het enige kind had zij de priemende blik, de markante onderkaak en het heerszuchtig karakter van haar vader geërfd. Het huwelijksaanzoek van een rijke ondernemer uit Lombardije wees ze af met het argument: ‘Na zijn eerste kus had ik een week lang opgezwollen lippen.’ Ook voor graaf Ciano voelde ze, naar eigen zeggen, slechts ‘een vage sympathie’. Toch stond het paar al een paar weken na de eerste ontmoeting voor het altaar. In dat huwelijk overtroefden ze elkaar met slippertjes.

    De villa staat in de steigers, de muren brokkelen af, het dak lekt op steeds andere plekken. Het nieuwste lek bevindt zich boven de bibliotheek. Alle boeken zijn uit voorzorg in plastic gewikkeld. De door de vereniging Vrienden van Mussolini gestuurde dakdekker is verkeerd gereden. Adeline verbaast dat niet: ‘Zodra we een richtingbordje met ‘Villa Caerpena’ neerzetten, wordt het zwart overgeschilderd.’

    De Mussolini-kleindochters komen niet meer in de villa. Het stoort ze dat ze entreegeld moeten betalen voor het huis van hun grootouders. Adelina verdedigt haar prijspolitiek: ‘Alleen het onderhoud kost al 5000 euro per maand.’ Niet dat het ontbreekt aan bezoekers. Ze komen zelfs uit Kazachstan. Maar de echte zaken worden gedaan met schoolklassen, en die blijven uit. Toen Adelina een bevriende onderwijzeres overhaalde tot een bezoek, spraken alle lokale kranten er schande van. ‘En we tonen geen politiek, we laten alleen geschiedenis zien.’ Hoe nauw die twee dingen met elkaar vervlochten zijn is te zien in de keuken. Op de reusachtige marmeren tafel, waarop grootmoeder het deeg uitrolde, staat een melkfles. ‘In zulke flessen voorzag de Duce arme families van gratis melk,’ verklaart Adelina. In 1945 confisqueerde de staat het huis van de familie, Donna Rachele werd een pensioen geweigerd. Tenslotte, zo werd het gemotiveerd, had haar man nooit premies betaald. ‘In tegenstelling tot anderen waren wij aan het eind van de oorlog zo arm als ratten,’ zegt Edda. Rijk zijn ze nog altijd niet. Edda zit in haar piepkleine, volgepakte Fiat en hoopt dat de motor het nog een paar maanden volhoudt. Links en rechts van de weg werpt de zon lange schaduwen over de eindeloze, leeg geoogste velden van de Romagna. Edda woont in het afgelegen dorp Gemmano; in haar lievelingsstad Riccione kan ze zich geen woning veroorloven.

    Ze heeft nooit echt last gehad van haar naam. Haar vertrouwen in de macht van een goed humeur, in de engelen en in haar sterrenbeeld Schorpioen is daarvoor te groot. Omdat ze als Mussolini geen baan kon vinden, begeleidde ze haar vader, de conferencier Nando Negri als assistent voor licht en geluid langs de grand hotels van Cortina, Lugano, Rimini en San Remo. Maar echt crescendo ging het pas sinds haar naamsverandering in 2012. Van toen af noemde ze zich met officiële goedkeuring Negri Mussolini. Hoewel ze geen politieke ervaring had, leverde de nieuwe dubbele naam haar meteen het burgemeesterschap van Gemmano op.

    In de clinch

    Aan schrijven had ze al even weinig verstand als van politiek. ‘Mijn schoolvriendinnen lagen krom van het lachen toen ze hoorden van mijn boekproject.’ Kan haar niks schelen. Voor de uitgever telde alleen haar nieuwe naam. Intussen heeft ze de smaak te pakken gekregen. Pas heeft ze het voorwoord geschreven voor de herdruk van Benito Mussolini’s Parlo con Bruno, de herinneringen van de dictator aan zijn op 23-jarige leeftijd overleden zoon.

    En wat doet ze tegenwoordig? ‘Niets!’ zegt ze stralend. Ze strekt zich uit achter het stuur, verheugt zich over haar antwoord en het effect daarvan. Maar ‘niets’ is overdreven. In het weekend rijdt ze naar lezingen, en de rest van de tijd onderhoudt ze haar Facebook-vriendschappen. Posts beantwoordt ze zo prompt dat wie een mailwisseling met haar begint, een privésecretaris nodig heeft. Bovendien is ze pas verloofd. Daar wil ze liever niet over praten. Ook haar persoonlijke verleden is met een halve zin voldoende behandeld: gescheiden van een veel oudere man met een heel klein pensioentje.

    In Riccione hangt de kerstversiering net zo vreemd tussen de witte hotels als in een badkamer. Edda parkeert haar Fiat in een zijstraatje en klikklakt naar de pompeuze promenade langs de oever. Haar hand wijst naar een okerkleurige villa. ‘Daar, in de oostvleugel, werd in 2016 mijn boek gepresenteerd.’ Tussen de hoteltorens lijkt het alsof de voormalige zomerresidentie van de familie Mussolini merkwaardig gekrompen is. Op de grindpaden woekert het onkruid, het grasveld is bruin. Op het bordje naast de gesloten ingang staat dat de villa nu eigendom is van de gemeente Riccione en als galerie fungeert. Eerst wilde Riccione Edda’s bijeenkomst verbieden. ‘Maar wat een Mussolini wil, dat krijgt ze ook,’ zegt Edda en steekt wilskrachtig haar kin vooruit. 1200 gasten kwamen erop af, de kranten berichtten er uitvoerig over.

    Nu ligt Edda opnieuw in de clinch met Riccione. De gemeente wil de villa Mussolini omdopen naar haar oude, onschuldige naam ‘villa Margherita’. Te veel paren vinden het chic om in de villa Mussolini te trouwen, en het worden er steeds meer. Het nieuwe bruiloftstoerisme ergert vooral de vrouwen van de linkse Partito Democratico. In de lokale krant Il Resto del Carlino protesteerden ze: ‘In deze villa heeft een familie gewoond waarvan het hoofd de waardigheid van zijn echtgenote met voeten trad. En hier zouden jonge paren elkaar eeuwige liefde en trouw moeten zweren?’ Edda beet in dezelfde krant van zich af met het evangelie van Johannes: ‘Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen.’ Bovendien is de enige echt tot oordelen bevoegde in deze zaak: haar nonna. En hoe die over de slippertjes van haar man dacht, is te lezen in alle biografieën van haar nazaten: ‘Ik ben en ik blijf mevrouw Mussolini. Hoofdzaak is dat hij ’s avonds naar huis komt voor het eten.’

    ‘Oh jij goddelijk wezen!’

    Dat deed hij inderdaad, want de Duce verplaatste zijn sexafspraakjes, die dagelijks plaatsvonden, naar de middag. Volgens Mussolini’s zoon Romano stonden ook de dames van de Romeinse adel in de rij. Dat eenvoudig-krachtige vonden ze niet bij hun mannen. Tegelijkertijd hield Mussolini er ook langdurige relaties op na. De eerste minnares, Margherita Sarfati, een Venetiaanse Jodin uit een vermogend geslacht, bracht hem niet alleen manieren en wereldwijsheid bij, maar ook politieke ideeën die aansloegen. Omdat nonno hun brieven overal liet slingeren, was nonna al gauw op de hoogte.

    Het langst – zestien jaar – duurde de liaison met de 29 jaar jongere dochter van een Romeinse arts, Clara Petacci. Als veertienjarige schreef zij hem al een eerste liefdesbrief: ‘Oh jij goddelijk wezen!’ Toen zijn rode Alfa Romeo in 1932 op de weg naar Ostia met hoge snelheid de Lancia van de familie Petacci inhaalde, zag ze haar idool voor het eerst in levenden lijve. De ontmoeting eindigde algauw in bed, en voortaan glipte Claretta elke middag via een zij-ingang het regeringspaleis Venezia binnen.

    Het buitenland reageert geprikkeld op de nieuwe Mussolinihype. Dat merkte de voorzitter van het EU parlement Antonio Tajani van Berlusconi’s Forza Italia. In een interview had hij zorgeloos gezegd dat de Duce toch ook ‘een paar dingen goed gedaan’ had. In Italië is die zinswending heel gangbaar. In Brussel toonde het EU-parlement zich ‘verbijsterd’ en ‘ontzet’ en eiste Tajani’s onmiddellijke aftreden.

    Bijzonder verontwaardigd over Italië’s onbevangenheid inzake het fascistische verleden en het ontbreken van een collectieve wil om daarmee in het reine te komen zijn de Duitsers. In eigen land hebben ze allang alle herinneringen aan het Duizendjarig Rijk uitgewist. Als er nieuwe relikwieën opduiken, dan maken ze die zo snel mogelijk onschadelijk. Een paar maanden geleden kocht een ondernemer op een veiling voor 60.000 franken de hoed van Hitler, alleen maar om te voorkomen dat die in handen van onbevoegden, lees: neonazi’s, zou vallen.

    Weliswaar verbiedt Italië sinds 1952 alle fascistische symbolen, maar de grenzen van het toelaatbare zijn flexibel en van toeval afhankelijk. Zo werd een douanebeambte op staande voet ontslagen toen men het aan Mussolini toegeschreven citaat ‘Liever een dag leven als een leeuw dan honderd jaar als een schaap’ ingelijst in zijn kantoor aantrof. Maar in december kun je in elke grotere kiosk Mussolini-kalenders kopen met dezelfde spreuken. En Predappio, Mussolini’s geboortedorp en laatste rustplaats, leeft bijna uitsluitend van Duce-pelgrims. Daaronder elk jaar ook de voetbalclub Lazio Roma. In 2019 benutten ze een Europacupwedstrijd om, gehuld in het zwart, met de rechterarm geheven in een Romeinse groet, door de binnenstad van Glasgow te marcheren. In de optocht voerden ze een spandoek mee met de tekst: ‘Ere zij Benito Mussolini’.

    In zijn laatste twee jaar schreef hij haar meer dan 360 brieven, waarin hij zichzelf beschreef als een “gestrande dromer”, een “hansworst” en een “levend kadaver”

    Doel van de 100.000 toeristen die Predappio elk jaar bezoeken is de grafkelder van Mussolini op het kerkhof San Cassiano. ‘De parkeerplaats hier staat altijd vol, autobus naast autobus uit heel Italië,’ zegt de verkoopster in de bloemenwinkel. Nu staat er een enkele Fiat op het terrein zo groot als een voetbalveld. Reden: de crypte is gesloten. De oude bewaker van de crypte is gestorven, en een nieuwe is er nog niet. Die zal moeilijk te vinden zijn. Ten eerste is het een erebaantje, een salaris kunnen de Mussolini-kleindochters niet betalen. Ten tweede is het ook gevaarlijk. De massabetogingen op belangrijke Mussolini-gedenkdagen worden steeds agressiever. Bij de laatste Duce-geboortedag was op een T-shirt ‘Auschwitzland’ te lezen. De sluiting is voor Predappio een ramp. In de bloemenwinkel zijn de bedwelmend geurende bossen witte lelies, omwonden met een lint in de kleuren van de Italiaanse vlag, verdwenen. De fans plachten die met tientallen tegelijk op Mussolini’s graf te leggen. Nu heeft de winkel alleen nog kweekplantjes in de aanbieding. Vreugdeloos overziet de verkoopster haar stijve bloemenpracht. Het restaurant Del Moro is even leeg als de souvenirwinkels aan de hoofdstraat. ‘Fotograferen verboden,’ zegt de verkoopster zonder op te kijken. Ze pakt juist de pas afgeleverde doodskop uit een doos. De stellingen zijn tot aan het plafond gevuld met zwarte horrorspullen: overal hakenkruizen en rijksadelaars, mutsen en gordels, helmen en jassen, leer en metaal.

    De enige bezienswaardigheid in Predappio blijft de modelstad die Mussolini volgens fascistische principes liet bouwen. ‘In 245 dagen,’ zoals de op het stuk van bouwvakkers zwaar beproefde Adelina er nostalgisch aan toevoegt. Daar staan ze, links en rechts van de kaarsrechte straat: kazernes en scholen, een markt en een raadhuis, alles in éénzelfde okerkleurige toon gehouden, alles is steengeworden orde, alles met een groot, leeg gebaar.

    De provinciale waarden van hun geboortedorp Predappio bepaalden zelfs in het Romeinse presidentieel paleis het leven van het echtpaar Mussolini. Dertig jaar lang schonk donna Rachele haar man op zijn verjaardag zakdoeken en onderbroeken, zoals gebruikelijk op het platteland. En even lang revancheerde hij zich met zijn gesigneerde fotoportret. Ook het huishouden bleef kleinburgerlijk. Als Mussolini op een nachtelijke uur aankwam met een belangrijke gast, ontving donna Rachele hem in de deuropening met de handen in de zij: ‘Beste man, je komt laat. Hier wordt vroeg gegeten. De keuken is dicht. Buona notte.’

    Natuurlijk zijn de biografieën van de nazaten er niet op uit te ontluisteren. Toch geven ze meer prijs dan ze willen. Mussolini bleef zowel tegenover de Italiaanse koning als tegenover Hitler een gedienstige lakei. Ronduit schurkachtig lijkt het duel waarmee hij indruk wilde maken op Hitler. Als wapen zwaaide hij met een gladiatorenzwaard. Zijn devote houding stoorde vooral zijn geliefde Clara Petacci. In zijn laatste twee jaar schreef hij haar meer dan 360 brieven, waarin hij zichzelf beschreef als een ‘gestrande dromer’, een ‘hansworst’ en een ‘levend kadaver’. Zij antwoordde met gloeiende peptalk: ‘Je moet zelfbewuster optreden tegen Hitler! Want deze zwakte brandt in mij en verwondt mij.’ Of: ‘Houd moed, Ben, houd moed. Zolang jij er bent is Italië zeker van de overwinning.’

    Dat was een vergissing. Op 28 april 1945 werden Clara Petacci en Benito Mussolini op hun vlucht naar Zwitserland bij het Comomeer door partizanen doodgeschoten en later in Milaan ondersteboven opgehangen bij een benzinepomp.

    Rachele Mussolini vocht twaalf jaar voor de vrijgave van het lichaam van haar man. Toen men haar uiteindelijk op het kerkhof van Predappio een ruw getimmerde kist voor de voeten zette, verlangde ze dat die geopend werd. ‘Ze wilde er zeker van zijn dat er niet alleen maar stenen in lagen’, schreef Edda in haar boek. Maanden later overhandigde de Amerikaanse ambassadeur haar in een A4-envelop nog een lichaamsdeel van haar man. Erin zat een schijf van zijn hersenen. De Amerikanen hadden gezocht naar een crimineel gen.

    Mussolini’s ideeën waren geweldig – ze werden alleen verkeerd toegepast

    Edda is van geen enkele partij lid. Om geen lezers te irriteren, vermijdt ze ook een te openlijk fascistisch vocabulaire. In plaats daarvan zegt ze dat men het achteraf altijd beter weet. En trouwens, het fascisme van toen bestaat nu helemaal niet meer. ‘Zelfs nono zou vandaag geen fascist zijn.’ Zij zelf vertegenwoordigt wel de klassieke fascistische waarden: orde, opvoeding en discipline, ‘maar niet op een ideologische manier’. Dan laat ze een begripvolle stilte vallen, om de ander gelegenheid te geven tot tegenargumenten.

    Dit min of meer gelouterde fascisme verspreidt zich in Italië ‘met de snelheid van het licht’, schrijven hoofdredacteur van Die Zeit Giovanni di Lorenzo en de auteur Roberto Saviano in hun boek Verklaar me Italië! Vaak verloopt het overhellen naar rechtsradicaal gedachtengoed spelenderwijs, onder het motto: de linksen is het niet gelukt, dus laten we het eens met rechts proberen. Tenslotte waren Mussolini’s ideeën geweldig – ze werden alleen verkeerd toegepast. De nieuwe bewondering voor de Duce wordt vergemakkelijkt door het ontbreken van een collectief schuldgevoel. Niet alle Italianen waren immers fascisten. Er bestond ook een gewapend verzet. In 1943 telde men officieel 9000 strijders. In 1945, toen al duidelijk was hoe het zou aflopen, waren het er 100.000.

    Tegenwoordig schijnt de halve natie erbij gehoord te hebben.

    In werkelijkheid groeien alle rechtsradicale groeperingen razendsnel.

    De Jonge Fascisten hebben op Facebook al 140.000 volgers. De Fratelli d’Italia verzekerden zich ook nog van 5 procent van de parlementszetels. Hun slogan: ‘Werp de ketenen af, stem fascistisch!’ Ook bij de 250.000 leden van het Casa Pound is er toeloop. Het zogenaamde cultuurcentrum haalde de internationale krantenkoppen toen het in Ostia Afrikaanse handelaars van het strand verdreef. Maar ook de rechtspopulistische Lega, hier bondgenoten genoemd, wint elke verkiezing meer zetels en staat volgens de aatste peilingen op ongeveer 40 procent.

    Maanden later overhandigde de Amerikaanse ambassadeur haar in een A4-envelop nog een lichaamsdeel van haar man

    Anders dan in de rest van Europa zijn er in de Italiaanse ultrarechtse partijen geen scherpe ideologen. Men pakt het liever populistisch aan en besluit schotschriften met hartjes en bloemetjes. Tot de folklore behoren ook vrouwen die, net als Edda, optreden als bella figura. Bij hun lezingen komt de rechtsradicale gemeenschap samen en cultiveert ze de gemeenschappelijke grote woede over de vluchtelingen en het onvermogen, de vriendjespolitiek en de zwaktes van de staat. De schuld van de staat is inderdaad even gigantisch als de corruptie. Het openbaar bestuur staat op instorten, de jeugdwerkloosheid is met 40 procent dubbel zo hoog als in de rest van de EU.

    Voorbeeld

    Na Edda’s lezing in Parma is de stemming onder het publiek ronduit euforisch. Het Italiaanse onderzoeksinstituut heeft vastgesteld dat de roep om een sterke man aanzwelt. 48 procent van de Italianen is bereid onderdelen van de democratie op te offeren ten gunste van meer orde en discipline. Twee van de drie Italianen voelen zich verraden door de politiek en zijn bang voor de toekomst. ‘We hebben weer voorbeelden nodig in de politiek,’ concludeert een man met een glad geschoren hoofd. ‘Wij van Destra Nuova zijn er klaar voor.’ Hij beweegt zich zo kordaat en formeel alsof hij nu meteen als voorbeeld wil dienen.

    Veel partij-insignes in de zaal herken je niet op het eerste gezicht. Een gast met een messcherp getrokken scheiding haalt bereidwillig zijn button uit zijn knoopgat. Erop afgebeeld is een Romeins X, daarachter staat ‘mas’. Omdat zowel herkenning als bewondering uitblijven, helpt hij een handje: ‘Decima mas’. Deze in de tijd van Mussolini fascistische speciale eenheid moordde samen met de SS in Noord-Italië halve dorpen uit als ze daar verborgen partisanen vermoedden.

    Anderen dragen de X niet alleen in het knoopsgat. Een jongeman knoopt zijn shirt open en hetzelfde symbool verschijnt, breed over zijn borst getatoeëerd. Bij een tweede siert het de rechter onderarm. Hij laat de aanblik even inwerken, dan rolt hij zijn linkermouw op. Er komt een rijk versierd hart tevoorschijn. ‘Voor mijn moeder,’ zegt hij.

    Hoewel ze nergens partijlid zijn volgen veel gasten Edda van lezing naar lezing. ‘Ik mag nergens anders praten zoals hier,’ zegt een gepensioneerd musicus uit Milaan. Alleen hier kan hij zich retorisch uitleven, wellustig, zoals anderen in een bordeel. Migranten zijn luie klootzakken en in de regering zitten louter dieven. Dan pakt hij vergenoegd het steekwapen dat plotseling rondgaat, draait en keert het met een kennersblik. ‘Je weet nooit wanneer je zoiets nodig hebt,’ verklaart de eigenaar veelzeggend. De musicus lacht grimmig: ‘Tegenwoordig helpt geen mes meer. Nu heb je een machinegeweer nodig!’

    Edda, helemaal de showgirl van het gezelschap, klikklakt op haar potlooddunne naaldhakken van groep naar groep. Bij elke stap rinkelen haar talloze armbanden mee. ‘De belangrijkste is deze,’ zegt ze en licht de band met de kleuren van de Italiaanse vlag van haar pols. ‘Ik ben een patriot!’ Waar het volkslied ook maar klinkt, staat ze op en legt een hand op haar hart. ‘Alleen in de auto niet,’ zegt ze tegen een vrouw met een wintersportbruine teint en een bijpassende volumineuze bontjas. Marilena is tandarts en leidt Edda’s fanclub. Waarom ze dat doet? Ze antwoordt met de onverstoorbare zekerheid van de ware gelovige: ‘Deze familie met deze Duce heeft Italië weer groot gemaakt.’ Edda glimlacht haar kleindochterslachje. De Destra Nuova-man knikt plechtig. En de musicus roept geestdriftig: ‘Waarom komt je nonno niet terug – tien keer zo rabiaat!’

    Context: Fatsoenlijke mensen

    ‘Ik ben naar Genève gekomen om voor de hele wereld de schandelijke methoden van de Italiaanse luchtmacht aan te klagen, die met gifgas onze vreedzame bevolking aanvalt. De wereld zal een oordeel uitspreken over onze aanvaller.’ Aldus klaagde Haile Selassie, de in ballingschap gedreven regent van Ethiopië, in het jaar 1938, voor de Volkenbond. De precieze aantallen slachtoffers zijn moeilijk te schatten; onderzoekers gaan uit van minstens 350.000 tot bijna 800.000 slachtoffers. Om de weerstand van de bevolking te breken liet Mussolini het verboden mosterdgas inzetten en concentratiekampen inrichten. In Noord-Afrika eiste de bloedige verovering van Libië door de Italianen een geschatte 100.000 slachtoffers. Andere veldtochten vonden plaats in Spanje, en op de Balkan, met Hitlers Wehrmacht tegen de Sovjet Unie.

    Onder de Brava Gente-mythe verstaan historici de weigering om de gruweldaden en oorlogsmisdaden onder ogen te zien

    Ook in Griekenland richtten de Italiaanse troepen massaslachtingen aan, plunderden en verkrachtten. Mussolini en zijn aanhangers doodden minstens een miljoen mensen. Meer dan 5000 oorlogsmisdadigers werden in Italië veroordeeld – op 200 na kregen ze allemaal gratie; velen werden na hun dood als helden vereerd. ‘Italiani brava gente’ heet het – wij Italianen zijn fatsoenlijke mensen. Onder de Brava Gente-mythe verstaan historici de weigering om de gruweldaden en oorlogsmisdaden onder ogen te zien. Wat dat fatsoen betreft: het Vaticaan heeft fatsoenlijk verdiend aan een miljoenengeschenk dat Mussolini in 1929 aan de kerk schonk naar aanleiding van de erkenning van het fascistische regime door de kerkelijke staat. De financiers van het Vaticaan belegden het geld slim, ze maakten het over via brievenbusfirma’s in belastingparadijzen. Daaruit ontstond een vermogen dat nu bijna 600 miljoen euro bedraagt.

  • ‘Niet opgeven’, zei de politie. ‘De volgende keer gaat het jullie lukken’

    ‘Niet opgeven’, zei de politie. ‘De volgende keer gaat het jullie lukken’

    Sinds de anti-immigratiewet van de extreemrechtse Italiaanse minister van Binnenlandse Zaken Matteo Salvini in werking trad, krijgen asielzoekers die de oversteek naar Italië wagen geen humanitaire verblijfsvergunning meer. Na aankomst wacht velen een volgende vlucht: door de besneeuwde Alpen richting Frankrijk.

    Hier en daar komt uit een restaurant de geur van versgebakken pizza. Van achter de ramen van de cafés in skidorp Montgenèvre in de Alpen zijn op deze dinsdag in februari flarden van het gejoel van vakantie vierende toeristen te horen. Niet ver hiervandaan is de sfeer heel wat minder uitgelaten: hoog op de berg die naast het dorp oprijst, trekt een groepje van acht mensen in het pikkedonker de pas over die de grens vormt tussen Italië en Frankrijk.

    Soms zakken ze tot aan hun heupen weg in de sneeuw. Dan weer glijden ze met hun gladde zolen weg over het ijzelende oppervlak van het stukje piste dat ze opklimmen, met onder zich in de diepte de lichten van een Italiaans stadje. Ze weten niet wat hun wacht aan de overzijde van de bergkam die zich aftekent tegen de maanverlichte hemel. ‘En hoe moeten we nu?’ fluistert er eentje. ‘Hierlangs?’ vraagt een ander ongeduldig. Ze verliezen elkaar uit het oog, komen elkaar verderop min of meer toevallig weer tegen, en gaan weer uiteen.

    Zo proberen migranten bijna dagelijks, in een kat-en-muisspel met de politie, langs bergpassen in de Alpen Frankrijk te bereiken. Na meer dan vijf uur lopen door de vallei van Durance komt de groep aan in Briançon, de hoogste stad van Frankrijk, op twaalf kilometer van de grens. Ruim een uur lang moesten ze een van hun maten dragen, die bevangen was geraakt door de kou omdat hij zonder muts of handschoenen en met alleen tennisschoenen aan zijn voeten aan de tocht was begonnen.

    ‘Iemand die de woestijn, de zee en de bergen is overgestoken, waar is die nog bang voor?’

    In de noodopvang van Briançon vinden ze onderdak en warmte, net als 5200 mensen in 2018 vóór hen. Het zijn Guineeërs, Ivorianen, Malinezen, Senegalezen… ‘God is groot,’ roept de 22-jarige Senegalees Demba uit als hij veilig is aangekomen. De afgelopen dagen probeerde hij het ‘al drie keer’. De eerste keer hield de Franse gendarme hem aan in Briançon. De tweede keer gebeurde hetzelfde in La Vachette, de derde in Montgenèvre. Telkens weer werd hij, samen met de twee vrienden met wie hij de tocht ondernam, teruggestuurd naar Italië.

    ‘De politie en de gendarme waren erg vriendelijk,’ verzekert Demba ons. ‘Ze zeiden “niet opgeven” en “de volgende keer gaat het jullie lukken”, maar ze zeiden ook dat de bergen erg gevaarlijk zijn.’ Het hoofd van de eerste hulp van het ziekenhuis van Briançon Yann Fillet heeft deze winter vooralsnog geen reddingsactie in de bergen op touw hoeven zetten om migranten te hulp te schieten, maar ‘we zien wel veel meer gevallen van ernstige bevriezing dan vorig jaar’. Tegen een radiator aan gedrukt in de gemeenschapszaal van de opvang laat Mohammed het oedeem zien in bijna al zijn vingers. Een deel van de huid is volledig ontkleurd, zijn nagels vallen één voor één uit. Toch droeg hij wel handschoenen toen hij een maand geleden probeerde om vanuit Clavière, de laatste Italiaanse stad voor de grens, Briançon te bereiken. Maar hij moest twaalf uur lopen en geregeld zijn vuisten in de sneeuw zetten als zijn hij er zo diep in zakte dat hij niet meer vooruit kwam.

    Op 7 februari stierf een 28-jarige Togolees aan onderkoeling langs de kant van de weg niet ver van het dorp La Vachette. Vorig jaar overleden drie mensen tijdens hun tocht door de bergen. ‘En er zijn twee mensen spoorloos,’ zegt Michel Rousseau. Hij werkt voor de actiegroep Tous Migrants, die de migranten op straat opzoekt en steun verleent. Sinds 2016 kiezen zij in groten getale de route over de Alpen uit angst om teruggestuurd te worden bij de drukke grensovergang tussen Ventimiglia en Menton.

    hh 77110136

    De bergpas tussen Bardonecchia en Briancon is gesloten en onbegaanbaar vanwege lawinegevaar. Desondanks proberen migranten via deze bergpas de Italiaans-Franse grens over te steken. Per bus trein en bus reizen migranten eerst naar het gehucht Clavière hoog in de bergen, waar ze worden opgevangen door sympathisanten die de kelder van een kerk hebben gekraakt. – © Piet den Blanken / Hollandse Hoogte

    ‘Ze doen dat met de moed der wanhoop,’ denkt Rousseau. Sinds de anti-immigratiewet, of liever: het decreet, van de extreem-rechtse Italiaanse minister van Binnenlandse Zaken Salvini in werking trad, is de populatie die de oversteek waagt van karakter veranderd. De wet maakte een einde aan de humanitaire verblijfsvergunningen, die een kwart van de asielzoekers tot dan toe voor twee jaar kregen. ‘Het klimaat is veranderd. Vroeger hadden de migranten die hier aankwamen hooguit zes maanden in Italië doorgebracht. Maar degenen die nu komen, kregen geen verblijfsvergunning of hebben geen kans op verlenging,’ vertelt pastoor Davide Rostan uit de vallei van Suse, een overtuigd actievoerder. ‘Sinds Salvini er is, zijn ze bang,’ vertelt vrijwilligster Sylvia Massara, die in een opvangcentrum werkt van een religieuze orde in Oulx, een klein Italiaans dorp op een steenworp afstand van de grens.

    Zelf zat Demba bijna tweeënhalf jaar in een opvangcentrum in het dorpje Gagliano del Capo in Apulië. Hij laat trots de bewijzen zien van zijn ijver: twee diploma’s van opleidingen die hij er volgde, één in biologische bijenteelt en één in diëtiek. Maar twee maanden geleden werd zijn asielaanvraag afgewezen en werd hij het centrum uitgezet. ‘Toen heb ik voor 150 euro per maand een kleine kamer bij een boer gehuurd,’ vertelt hij. ‘Ik vond werk in een klein restaurant in Leuca, waar ik zeven dagen per week van acht uur ’s ochtends tot zeven uur ’s avonds moest werken voor maar 750 euro per maand.’ Een prettige ervaring was het niet: ‘In Zuid-Italië houden ze niet van zwarte mensen, er is veel racisme,’ zegt Demba. ‘De meeste klanten vertrokken als ik hen serveerde. Toen stuurde de eigenaar me weg.’

    Demba verliet Casamance, een gebied in Senegal, al zeven jaar geleden. Hij reisde door Libië, Tunesië, Algerije en ten slotte door Marokko, waar hij ‘meer dan tien keer’ probeerde om de hekken rondom de Spaanse enclave Ceuta over te klimmen en ‘misschien wel zeven keer’ om de straat van Gibraltar in een rubberboot over te steken. Uiteindelijk keerde hij terug naar Libië en bereikte hij Italië over zee.

    ‘Iemand die de woestijn, de zee en de bergen is overgestoken, waar is die nog bang voor?’ vraagt de 28-jarige Guineeër Ousmane, die wij in de noodopvang van Briançon ontmoeten, verbitterd. Ook zijn asielaanvraag werd afgewezen, na een verblijf van tweeënhalf jaar in een asielzoekerscentrum in Apulië. ‘Ik heb twee jaar van mijn leven verloren,’ vertelt hij. ‘We zaten met tweehonderd mensen in dat kamp. Maar één Malinees kreeg uiteindelijk na vijf jaar een verblijfsvergunning.’

    ‘Ik moest wel acht keer bij de Italiaanse immigratiedienst langskomen. Toen begreep ik dat ze me niet konden helpen’

    Naast hem zit een andere Guineeër, van 21 jaar oud, die ook Ousmane heet. Hij bracht een jaar en acht maanden door in het asielzoekerscentrum van Mineo, te midden van de Siciliaanse sinaasappelboomgaarden, een centrum dat een tijdlang de twijfelachtige eer genoot het grootste migrantencentrum van Europa te zijn. Vaak wonen er wel vierduizend mensen, in gebouwen oorspronkelijk bedoeld om soldaten van een nabije Amerikaanse basis onder te brengen. Begin dit jaar kondigde Matteo Salvini de aanstaande sluiting van het centrum aan, na een serie arrestaties volgend op schandalen met drugssmokkel en systematische verkrachtingen, georganiseerd door een Nigeriaanse maffia.

    Net als veel anderen die in Mineo hebben gezeten, beschrijft Ousmane een heel andere business, die er over de ruggen van de migranten werd bedreven, met medeweten van de kampleiding: ‘In plaats van ons de 75 euro per maand te geven die ons als asielzoekers toekwam, gaven ze ons telefoonkaarten en sigaretten, die we voor hooguit drie euro per pakje konden doorverkopen.’ In Italië heeft ‘elk kamp zijn eigen wet’, zo vatten zijn landgenoten de situatie samen. Ousmane vertrok uit Mineo, waar hij ‘enkel at en sliep’. Hij woonde een maand lang op straat in Turijn, en besloot toen om naar Frankrijk te gaan. ‘Eerst wilde ik in beroep gaan tegen de afwijzing van mijn asielaanvraag. Maar ik moest wel acht keer bij de Italiaanse immigratiedienst langskomen. Toen begreep ik dat ze me niet konden helpen.’

    In Briançon komen de migranten weer op krachten, voeren ze telefoongesprekken en zoeken ze informatie. Het merendeel vertrekt binnen enkele dagen. ‘We proberen te bedenken wat we kunnen doen,’ legt een van hen uit. Camara is al een maand in Briançon. De 22-jarige Guineeër bracht drie jaar door in verschillende Italiaanse centra, tot hem gevraagd werd te vertrekken. Hij probeerde al twee keer eerder om Frankrijk binnen te komen. ‘De eerste keer hield de politie ons aan,’ vertelt hij. ‘Ze verscheurden mijn geboortebewijs en mijn kaart van de bergen.’ De volgende dag lukte het hem toch om Briançon te bereiken. ‘Ik kwam hiernaartoe omdat ze zeiden dat ik niet in Italië kon blijven en omdat ik een beetje Frans spreek. Maar ik ken hier helemaal niemand.’

    Auteur: Julia Pascual
    Vertaler: Valentijn van Dijk

    Openingsbeeld: Migranten lopen ’s nachts over een besneeuwde pas door de Italiaanse Alpen naar Frankrijk. – © Piet den Blanken / Hollandse Hoogte

    Le Monde
    Frankrijk | dagblad | oplage 345.000

    In 1944 opgericht op initiatief van De Gaulle. Iconische krant, gehecht aan zijn onafhankelijkheid (maar sinds 2010 wel eigendom van drie private investeerders). Om recht te doen aan de titel ‘De wereld’ houdt Le Monde een groot netwerk van correspondenten in stand.

  • Een kleine stap van hier naar het fascisme?

    Een kleine stap van hier naar het fascisme?

    De term ‘fascisme’ wordt vaak gebruikt om kritiek op machthebbers, politici en denkers kracht bij te zetten, aldus Paolo Mieli, oud-hoofdredacteur van Il Corriere della Sera. Hij waarschuwt dat overmatig gebruik van de term ertoe kan leiden dat we het echte fascisme over het hoofd zien.  

    Keuze uit het archief

    Deze week besloten zeker drie Nederlandse gemeenten om de lokale fractie van Forum voor Democratie (FvD) te boycotten. Het gaat om een meerderheid van de partijen in Den Haag, Rotterdam en Nijmegen. De reden hiervoor is de aanwezigheid van kandidaten op de kieslijst die ook actief waren bij extreemrechtse organisaties.
    Als het gaat over extreemrechtse denkbeelden valt regelmatig het woord ‘fascisme’. Hoe omstreden iemands standpunten ook zijn, bij het gebruik van deze term is voorzichtigheid geboden, aldus dit artikel van Il Corriere della Sera uit 2018. Door jan en alleman voor fascist uit te maken, lopen we het gevaar het échte fascisme niet meer te herkennen.

    Men kan het niet eens zijn met de in de afgelopen maanden genomen maatregelen van de regering-Conte. En in heel veel gevallen zou het zeker gepast zijn een tegengeluid te laten horen, kritiek die op de meest expliciete en krachtige manieren geuit dient te worden. Met name op een moment als dit, nu de voorgestelde begroting dreigt te leiden tot een economische ravage waarin het hele land mogelijkerwijs wordt meegesleurd. Maar het is altijd verkeerd om dergelijke betogen kracht bij te zetten door te zinspelen op de terugkeer van een fascistisch regime.

    Een paar dagen geleden heeft Eurocommissaris voor Economische Zaken, de Fransman Pierre Moscovici boos gereageerd op het onaanvaardbare gedrag van een Europarlementariër van Lega Nord, Angelo Ciocca, die ostentatief zijn schoen op Moscovici’s aantekeningen had gezet. Moscovici zei dat dit gebaar als ‘gevaarlijk’ moest worden beschouwd, omdat ‘het een kleine stap is van hier naar het fascisme’. Ciocca’s gedrag was stuitend, maar wat heeft het fascisme ermee te maken?

    We zouden ons er wel voor hoeden dit aan de orde te stellen als het alleen maar ging om een enkele willekeurige uitspraak, eruitgeflapt door een – overigens niet onbelangrijke – Europese vertegenwoordiger. Maar we weten uit ervaring dat de verwijzing naar het fascisme sinds de tweede helft van de jaren veertig door links (maar niet alleen door links) bijna stelselmatig wordt gebruikt om hun polemiek tegen machthebbers van allerlei slag kracht bij te zetten.

    Niet alleen politici, maar ook economen, rechters, hoogleraren en docenten, priesters, vaders en broers hebben de scheldnaam ‘fascist’ toegevoegd gekregen. De uitoefening van elk soort gezag – hoe gelegitimeerd ook – leidt bijna vanzelfsprekend tot die beschuldiging.

    Hierdoor heeft het woord ‘fascist’ zo langzamerhand elke relatie verloren met de werkelijkheid van de jaren twintig en dertig, toen de term in heel Europa opgeld deed. Alleen al in de Italiaanse politiek zijn maar liefst vijf presidenten met die typering in aanraking gekomen: Giovanni Gronchi, in de tijd dat hij een regering voorstond onder leiding van christendemocraat Fernando Tambroni met steun van de neofascistische MSI (1960); Antonio Segni, toen hij betrokken was bij een verijdelde coup van de militaire inlichtingendienst (1964); Giuseppe Saragat, toen hij werd beschuldigd van het steunen van de strategie van de spanning (1969); Giovanni Leone, toen hij de stemmen van de MSI nodig had om in het Quirinale [de officiële residentie van de Italiaanse president] te komen (1971); Francesco Cossiga, toen hij zich had gecompromitteerd in de stay-behindkwestie (1991).

    Geen jaar zonder

    En toen de belangrijkste naoorlogse premier, Alcide De Gasperi, de communisten uit de regering zette (1947), werd over hem gezegd en geschreven dat hij ‘de antifascistische eenheid had gebroken’ – iets wat hij inderdaad had gedaan – en wel met zulke methoden dat hij daarmee de deur wijd open had gezet voor een terugkeer op het toneel van de erfgenamen van de Republiek van Salò [de fascistische marionettenstaat die Mussolini in 1943 uitriep in het noorden van Italië en die standhield tot zijn dood in 1945].

    Om maar te zwijgen van Craxi, die in La Repubblica constant werd afgebeeld met het soort laarzen dat Mussolini altijd droeg. En om maar helemaal te zwijgen van Silvio Berlusconi, aan wie op 25 april 1994 uit wrok zelfs de herdenking van het verzet werd ‘opgedragen’. Er zou, kortom, vanaf 1947 tot op de dag van vandaag vrijwel geen jaar zijn voorbijgegaan zonder dat een regeringsvertegenwoordiger blijk gaf van een lichte of meer uitgesproken hang naar autoritaire oplossingen. Wat misschien (en we onderstrepen: misschien) alleen waar was in 1964 en in een aantal perioden aan het begin van de jaren zeventig, zou dus een constante zijn in de Italiaanse politiek.

    Met verschillende intensiteitsniveaus, zeker. Maar nog altijd een constante. Is dat mogelijk? Natuurlijk niet. Voor zover historici hebben kunnen vaststellen, hebben de DC [de Christendemocratische Partij] en de daarmee verbonden partijen – enige zeer minderwaardige exponenten daargelaten – nooit ook zelfs maar een autoritaire optie in overweging genomen. Nooit.

    De begrafenis van Alcide De Gasperi, Italië's belangrijkste naoorlogse premier die in 1947 de communisten uit de regering zette en er toen van werd beticht dat hij ‘de antifascistische eenheid had gebroken’, 1954, Rome. © Getty Images
    De begrafenis van Alcide De Gasperi, Italië’s belangrijkste naoorlogse premier die in 1947 de communisten uit de regering zette en er toen van werd beticht dat hij ‘de antifascistische eenheid had gebroken’, 1954, Rome. © Getty Images

    Waar komt dat spookbeeld dan vandaan? Het is gemaakt van dezelfde schemerige non-materie waarmee in het oordeel over de internationale politiek de beschuldiging van ‘fascisme’ is vervaardigd ten aanzien van bijna alle oud-presidenten van de Verenigde Staten, en zelfs van de leider van het Franse verzet, generaal Charles de Gaulle, vanwege de manier waarop hij in 1958 de overgang van de Vierde naar de Vijfde Republiek bewerkstelligde. In de werkwijze van al deze mensen heeft men de aanzet tot iets van een autoritaire koers bespeurd, alsof ze vergelijkbaar zouden zijn met een caudillo, een kolonel of een Poetin, een Orbán of een Erdogan avant la lettre.

    De waarheid is echter dat het fascisme in de late jaren zeventig in de westerse wereld naar de achtergrond is verdwenen en dat men door er obsessief naar te verwijzen voortdurend heeft geriskeerd, en nog steeds riskeert, dezelfde fout te maken als politicus en historicus Gaetano Salvemini in 1924 deed: na de moord op Giacomo Matteotti vreesde hij zozeer voor een mogelijke monarchistische militaire staatsgreep dat hij verzuimde tijdig notitie te nemen van een aantal specifieke kenmerken van het mussolinisme. Specifieke kenmerken van nieuwe bewegingen dienen in elk tijdperk te worden gesignaleerd, zonder dat moet worden vervallen tot gemakzuchtige verwijzingen.

    Specifieke kenmerken van nieuwe bewegingen dienen in elk tijdperk te worden gesignaleerd, zonder dat moet worden vervallen tot gemakzuchtige verwijzingen

    Ian McEwan

    Er is ten slotte een laatste, algemener betoog te houden over het gebruik van de term ‘fascist’. In een speech die de Britse schrijver Ian McEwan hield in juni 2015, ter gelegenheid van de jaarlijkse afstudeerceremonie aan het Dickinson College, keerde hij terug naar de jaren zestig waarin – zo vertelde hij – zijn universiteit ‘een psycholoog verbood de theorie te promoten volgens welke intelligentie een erfelijke component bevat’.

    In de jaren zeventig, vervolgde McEwan, werd de grote Amerikaanse bioloog Edward Wilson het spreken op universiteiten onmogelijk gemaakt, omdat hij had gesuggereerd dat er een genetisch element zat in het sociale gedrag van mensen. Beiden ‘werden fascist genoemd’.

    En toen? ‘Hun theorieën zijn nu algemeen geaccepteerd’, zei McEwan. Ook na die lezing is de auteur van The Comfort of Strangers verschillende politieke of culturele initiatieven blijven bekritiseren. Vaak in zeer harde bewoordingen. Maar hij heeft nooit meer verwezen naar het fascisme. En wellicht is het zaak zijn voorbeeld te volgen.

    CONTEXT: Geen jaren dertig

    Michael Wildt, hoogleraar Geschiedenis van Duitsland in de twintigste eeuw aan de Humboldt-universiteit in Berlijn vraagt zich af of we ons zorgen moeten maken over rechts-radicale ontwikkelingen in Duitsland. ‘Dat extreemrechtse groepen in staat zijn duizenden sympathisanten op de been te brengen via de sociale media is verontrustend‘, schrijft hij in Die Zeit.

    ‘De “angst voor de ander” heerst vandaag de dag jegens asielzoekers en moslims, vooral in conservatieve partijen. Vluchtelingen worden niet beschouwd als mensen die rechten behoeven, maar als indringers die zo snel mogelijk “uitgezet” moeten worden. Hetzelfde gevoel overheerste destijds ook in burgerlijke kringen.’‘Het politieke debat in Duitsland is in de voorbije decennia heftig en scherp geweest, maar links, conservatief of liberaal hebben zich voortdurend ingespannen om meerderheden te vormen. Extreemrechts – de neonazi’s – heeft dan wel zitting in regionale parlementen en gemeenteraden, maar kan daar weinig uitrichten. Het richt zich ook niet op de bestaande maatschappij als geheel, maar tracht een splitsing aan te brengen langs etnische lijnen. Een dergelijk opzettelijk onderscheid verdraagt zich niet met de de grondwet en dient te vuur en te zwaard worden bestreden.’* (Die Zeit, Hamburg)*

  • Salvini’s 
perfecte storm

    Salvini’s 
perfecte storm

    De Italiaanse regering bevindt zich in woelige wateren. De Europese Commissie heeft haar 
begrotingsvoorstel afgekeurd, maar het volk zegt no tegen wijziging ervan. Wat is nu de juiste koers?

    In een schitterende film van Wolfgang Petersen van bijna twintig jaar geleden, The Perfect Storm, niet toevallig een titel die dezer dagen vaak wordt aangehaald, krijgt een stel vissers, gewend om op ruige zee te varen, na een exceptionele vangst te maken met een banaal mankement: de ijs-machine die onmisbaar is voor het koelen van de vis in het ruim gaat kapot.

    Dan moeten ze kiezen tussen een zekere koers die hen veilig en wel, maar met een bedorven lading, terug naar de haven zal brengen, en een 
kortere maar gevaarlijkere route, met kans op zeer zwaar weer. Ze kiezen voor de tweede optie en lijden schipbreuk.

    Hun ervaring als zeelieden die bekend zijn met de grilligheden van 
de zee, de liefde voor hun op de wal achtergebleven familie en ook de 
simpele drang tot zelfbehoud had hen moeten doen besluiten de veiligere route te nemen. Maar hun honger naar inkomsten uit de enorme lading vis 
in hun ruim jaagt hen de dood in.

    Metafoor

    Een dergelijke metafoor is – zonder overdrijving – precies van toepassing op het lot van Italië, nadat de Europese Commissie onlangs via een noodprocedure heeft besloten het Italiaanse begrotingsvoorstel af te keuren. Om dat in te zien, hoeven we geen doemdenkers te zijn (of antidoemdenkers, wat in het onderhavige geval bijna 
hetzelfde is). We dienen wel goede 
zeelieden te zijn en de juiste koers te vinden, in de woelige wateren waarin we ons bevinden.

    Het is de eerste keer dat een regering het hoofd moet zien te bieden aan weerstand van de autoriteiten in Brussel. De laatste die daarmee te maken kreeg – zonder evenwel dit punt te bereiken – was Matteo Renzi in 2015; en ook zijn verzet tegen het onflexibele ‘Europa van de cijfers achter de komma’ was tevergeefs. 
Toen de toenmalige [Italiaanse] 
premier echter werd geconfronteerd met de mogelijke consequenties van zijn pogingen te tornen aan de onbuigzaamheid van zijn gesprekspartners, wijzigde hij van koers en kwam hij tot een akkoord, al moest hij zijn eigen doelen daarvoor deels bijstellen.

    Europa zal wel drie keer nadenken voor het Italië failliet zou laten gaan

    Matteo Salvini en Luigi Di Maio – en mét hen premier Giuseppe Conte en minister van Economische Zaken 
Giovanni Tria, die weliswaar trachten ruimte voor dialoog met de EU te vinden, maar daarin worden belemmerd door het Italiaanse ‘nee’ ten aanzien van elke aanpassing van het begrotingsvoorstel – lijken even onverzettelijk als de vissers uit de film van Petersen.

    Ze hebben hun ruim vol 
vissen, pardon, stemmen, en menen het nog verder te kunnen vullen door zich hard op te stellen tegenover een Europa waarvan, volgens de peilingen, de impopulariteit in de publieke opinie tot grote hoogte is gestegen. Ze houden daarom vast aan de uitgezette koers. Voor hoelang? En bovenal: waar zal 
dat ons brengen?

    Laten we eens trachten ons dat voor stellen, op basis van de luttele betrouwbare gegevens in deze ongewisse situatie. Het is weliswaar niet 
de eerste keer dat we rekening moeten houden met een inbreukprocedure, maar het is wel de eerste keer, sinds het begrotingspact in 2012 van kracht is geworden, dat de regering geen gevolg geeft aan de richtlijnen van de Commissie en de regels openlijk trotseert.

    Als Italië er vóór half november geen blijk van geeft dat het de begroting heroverweegt, zullen de Europese autoriteiten ons sancties opleggen die, net als de recente afkeuring, wellicht sneller komen dan verwacht. De boete kan dan wel oplopen tot 10 miljard euro, oftewel 0,5 procent van het bbp.

    De Italiaanse vicepremier Matteo Salvini is fel gekant tegen compromissen met de Europese Commissie – © Getty Images
    De Italiaanse vicepremier Matteo Salvini is fel gekant tegen compromissen met de Europese Commissie – © Getty Images

    Salvini en zijn ‘me ne frego’ (‘kan me geen bal schelen’) kennende, zou Italië ook kunnen weigeren die boete te betalen, en dan zou de Commissie als antwoord beslag kunnen leggen op de waarde ervan, namelijk door het bedrag in mindering te brengen op de structuurfondsen die ze verplicht is Italië toe te kennen.

    Salvini – maar 
ook Di Maio, want op dit punt doen ze inmiddels niet voor elkaar onder – zou dan kunnen weigeren de contributie aan de EU te betalen die Italië, net als de andere 27 leden, verplicht is elk jaar te storten. En vervolgens zou, als de situatie volkomen escaleert, een 
vertrek uit Europa en uit de eenheidsmunt een concrete mogelijkheid 
worden.

    Soliditeit

    Maar de antidoemdenkers geloven 
niet in dat vooruitzicht. Ze zeggen, net als Salvini en Di Maio, dat Italië gezond is omdat de grote hoeveelheid particuliere spaargelden van de Italianen het land soliditeit verleent. Dat zou ook blijken uit de spread [het renteverschil met veilige Duitse leningen] die wel stijgt, maar niet al te veel. Ze zeggen ook dat Europa, voordat het een land als Italië failliet zou laten gaan, wel drie keer zou nadenken, omdat het samen met ons te gronde zou kunnen gaan. En dat in het ergste geval [ECB-voorzitter] Mario Draghi, of zelfs 
Vladimir Poetin, ons wel te hulp zal schieten.

    Maar Draghi kan dat zeker niet; en hij beëindigt met ingang van januari ook het programma dat voorziet in het gedwongen opkopen van staatsobligaties. En wat Poetin betreft, waarom zou hij ons in hemelsnaam te hulp moeten schieten, gezien het feit dat de crisis in Italië – eindelijk, vanuit zijn optiek – de stabiliteit van heel Europa zal aantasten. Intussen heeft de aangekondigde apocalyps, met een spread die schommelt rond de 300 punten, ons al 5 miljard extra gekost: de op de staatsschuld te betalen rente. En dat zijn geen voorspellingen; dat 
is helaas de realiteit.

    Auteur: Marcello Sorgi

    La Stampa
    Italië | dagblad | 400.000

    De belangrijkste krant van de 
Fiat-groep, leunt tegen het 
establishment aan. De grote foto’s op de voorpagina hebben de krant diverse prijzen opgeleverd.

  • Waarom Amerikaanse immigranten zo dol zijn op Ferrero Rocher

    Waarom Amerikaanse immigranten zo dol zijn op Ferrero Rocher

    Voor Liana Aghajanian vormden de in goudfolie verpakte chocoladebolletjes in de jaren tachtig en negentig hét symbool van het goede leven in de VS. Dit gevoel bleek universeel onder immigranten.

    Voor mij en vele andere immigranten is leven in Amerika nauw verbonden met Ferrero Rocher. Ik kwam aan het einde van de jaren tachtig met mijn ouders vanuit het Midden-Oosten naar de Verenigde Staten. We waren Iraans-Armeense vluchtelingen die na de oorlog tussen Irak en Iran een nieuw bestaan probeerden op te bouwen. Zoals zoveel andere immigrantengezinnen omarmden we onwennig onze nieuwe, vreemde Amerikaanse identiteit terwijl we ons vastklampten aan de oude, die ons duizenden jaren lang van een bestaan had verzekerd.

    Naast de Amerikaanse dollar en de Iraanse toman was Ferrero Rocher het derde wettige betaalmiddel dat voor mij heilig en reëel was. De in goudfolie verpakte zoete lekkernij was een glanzend bolletje waarin tussen laagjes chocoladevulling en stukjes hazelnoot de pijn, de vreugde en de dromen van immigranten schuilgingen. Het was een verholen handdruk, een teken van respect en goede smaak. Het was een symbool van het ‘goede leven’, iets wat als geen andere eetwaar stond voor sociaaleconomische aspiraties.

    De meeste Amerikanen kennen Ferrero Rocher tegenwoordig van Nutella, maar lang voordat die hazelnootcrème als ingrediënt in bijna elk recept voor een hip dessert voorkwam, was de uitwisseling van een doosje Ferrero Rocher (met 48 stuks erin als je geluk had) een geheime, universele taal onder immigranten uit de jaren tachtig en negentig. Die was in zwang in de o zo gastvrije cultuur van je familie: je ging nooit zonder lege handen bij iemand langs, zelfs al waren het onbekenden. En nam je Ferrero Rocher mee, dan wisten je gastheren zeker dat ze met jou op goud gestuit waren. Ook stond de lekkernij steevast op tafel bij immigranten thuis, waar ze werd gepresenteerd ter ere van de gasten.

    Bij schrijfster Tasbeeh Herwees en haar Libisch-Amerikaanse familie hadden ze dankzij haar moeder altijd Ferrero Rocher in huis, maar was het een soort verboden vrucht die was voorbehouden aan bezoekers. ‘Het was het soort chocola dat ze altijd ergens verstopte,’ zegt ze. ‘Ze werd hels als we aan haar voorraad Ferrero Rocher kwamen.’ Herwees groeide in het Californische Culver City op in een appartementencomplex waar alleen maar Libisch-Amerikaanse gezinnen woonden, allemaal met een schaaltje Ferrero Rocher op tafel voor de gasten. Ze associeerde het chocoladesnoepje met de Libische cultuur, want ze hadden het alleen bij haar thuis, op Libisch-Amerikaanse bruiloften en in Libië zelf. ‘Ik had een tante die altijd een Ferrero Rocher tevoorschijn toverde wanneer ik bij haar langsging. Ik kon ervan op aan dat ze ze in huis had,’ zegt ze. ‘Daardoor werd ze een van mijn favoriete tantes. Voor mij had het iets decadents. Zelfs wanneer ik er nu een eet, heeft het nog iets speciaals.’


    De hevige emotionele reactie die dit ene chocolaatje bij immigrantengezinnen opriep was universeel. Hun leven was doortrokken van oorlog, geweld, politieke onrust en sociaaleconomische ongelijkheid. Terwijl hun wereld veranderde, was Ferrero Rocher een constante factor, een toegankelijke brug tussen heden en verleden. Inmiddels is het een nostalgische herinnering aan wat het voor immigrantenkinderen zoals ik betekende om in Amerika op te groeien.

    Ook al zit er goudfolie om het snoepje, de maker was van eenvoudige komaf. (Niettemin bleek het vermogen van de erfgenamen van het Ferrero-Rocher-imperium uiteindelijk meer dan 20 miljard dollar waard.) Toen aartsvader Pietro Ferrero tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn banketbakkerszaak dreef, waren ingrediënten als chocola schaars. Vandaar dat hij ter compensatie hazelnoten toevoegde. Het smeersel dat hij uitvond heette eerst SuperCrema voordat het begin jaren zestig werd omgedoopt tot Nutella, een combinatie van het woord voor ‘noot’ en het Italiaanse achtervoegsel waarmee iets zoets wordt aangeduid, ella.

    Ferrero Rocher kwam in 1982 in Europa op de markt. Een variant met kokosnoot en amandel, Raffaello, volgde acht jaar later. Pietro’s zoon Michele, die de eer toekomt dat hij het buitenste chocoladelaagje toevoegde, was een vrome katholiek die elk jaar een pelgrimage naar het Franse heiligdom Lourdes ondernam. Toen hij op Valentijnsdag 2015 op negentachtigjarige leeftijd overleed, werd bekend dat zijn inspiratie voor Ferrero Rocher de Roc de Massabielle was geweest, een bolvormige grot in Lourdes waar de maagd Maria zou zijn verschenen aan de heilige Bernadette, een veertienjarige boerenmeisje dat hout aan het sprokkelen was.

    Het is dus niet zo vreemd dat het eten van een Ferrero Rocher een welhaast religieuze ervaring is. Onder de chocola en de stukjes hazelnoot zit een dun, krokant korstje, met daar weer onder een klodder romige, Nutella-achtige chocola. In het midden bevindt zich één hele hazelnoot, als het beeld van de Notre Dame van Lourdes in de grot waar Maria aan Bernadette verscheen.

    Het was de ideale marketingtruc voor de ideale doelgroep

    Maar hoe kon een religieus geïnspireerd Italiaans snoepje zo geliefd worden onder Amerikaanse immigranten? Zoals zo vaak heeft het antwoord alles te maken met marketing. Terwijl andere fabrikanten van chocoladesnoepjes, bijvoorbeeld Godiva, zich in luxueuze winkelcentra positioneerden, was Ferrero Rocher overal te vinden in etnische supermarkten die het snoepje importeerden, en uiteindelijk ook in goedkope Amerikaanse drogistenketens als CVS en Rite Aid. Het had meer glans en was duurder dan Whitman’s en Russell Stover en het had dat exotische vleugje Europese verfijning, waardoor het op slag een betaalbaar luxeartikel werd. ‘Het lekkerste chocolaatje ooit!’ aldus Amerikaanse advertenties voor Ferrero Rocher, en we konden er geen genoeg van krijgen. Het werkte. Het was de ideale marketingtruc voor de ideale doelgroep.

    In een poging de internationale chocolademarkt te domineren bouwde Ferrero Rocher fabrieken en productiecentra in Oost-Europa, Azië, het Midden-Oosten en Afrika. De lekkernij drong door tot het onderbewustzijn van Roemenen, Indiërs, Armeniërs, Libanezen, Chinezen, Nigerianen en vele anderen die zich door de aura van het geïmporteerde luxeartikel aangesproken voelden. In Hongkong, waar het chocolaatje bekendstaat als ‘goudzand’, vertegenwoordigde het van meet af aan een bepaalde sociale status. Zakenlieden uit Hongkong brachten het als geschenk mee naar het vasteland van China, vooral met Chinees Nieuwjaar. ‘De Hongkongse cadeautraditie en -gebruiken werden gretig overgenomen, vooral door de 80 miljoen Chinezen in Guangdong, en zo ontstond de band tussen Ferrero Rocher en de Chinese geschenktraditie,’ schreef Lawrence L. Allen in Chocolate Fortunes: The Battle for the Hearts, Minds, and Wallets of China’s Consumers. Chinese handelsbeperkingen hielden Ferrero Rocher eerst nog buiten de deur. Toen het snoepgoed in 2007 ten slotte toch voet aan de grond kreeg, waren er al nepversies in omloop. Een populaire was volgens Allen Fretate Relish, een andere Tressore Dore, dat in 2008 gedwongen werd de productie te staken en het Italiaanse bedrijf een schadevergoeding van 43.000 dollar moest betalen.

    Alice Chung, van wie de ouders vlak voor haar geboorte in 1984 vanuit Hongkong naar de VS emigreerden, herinnert zich het in ‘goud verpakte chocolaatje’ als een essentieel onderdeel van haar kindertijd. Ze weet nog dat haar ouders grote partijen bij Costco en Price Club insloegen. Niet alleen hadden ze altijd Ferrero Rochers in huis – en verstopten ze die zelfs omdat ze zo gewild waren –, ze namen ze ook in hun koffer mee naar China, tot groot genoegen van hun familie. ‘De verpakking is simpel, maar feit is dat we op goud belust zijn,’ zegt ze. ‘Het staat voor de voorspoed en de rijkdom die we anderen toewensen.’

    De liefde voor Ferrero Rocher is zo groot dat het snoepje zelfs als smeergeld wordt gebruikt. Een Ferrero-Rocher-liefhebber die halverwege de jaren negentig in Oekraïne woonde en anoniem wenst te blijven, vertelde dat hij als tolk uitstapjes en vervoer begon te regelen voor wie steden als Kiev en Charkov wilde bezoeken. Toen hij een keer op zeer korte termijn een verzoek voor zo’n reisje kreeg, waar speciale reserveringen voor nodig waren die niet alleen duurder bleken, maar ook uitsluitend weggelegd voor de hogere kringen, verzon hij een list. ‘Ik wilde best meer betalen, maar nam ook een bos bloemen of een doosje Rafaello’s of Ferrero’s mee naar het reisbureau, want die waren in Oekraïne helemaal je van het. De medewerkers waren diep onder de indruk,’ zegt hij. ‘De meesten zijn vrouwen die vaak overwerken zonder daarvoor betaald te krijgen, want de economie van Oekraïne is een zootje. Chocolaatjes en wat extra geld was beter dan extra geld zonder chocolaatjes. Het heeft diverse malen gewerkt.’

    Nutella zit tegenwoordig in elk hip dessert.
    Nutella zit tegenwoordig in elk hip dessert.

    Of we nu wel of geen Ferrero Rochers kregen of weggaven, ik vond altijd wel een manier om er een te jatten van een tafel vol zelfgebakken taart, dadels, noten en overvloedige hoeveelheden van de stroperige koffie die overal in het Midden-Oosten wordt gedronken. Dan at ik hem heel langzaam op, een eindeloos proces, wat iemand mogelijk op het idee bracht dat ik ondervoed was. Ik at me door elk laagje van het gouden ei heen totdat ik bij de hazelnoot in het midden was aanbeland. Ik wilde dat het eeuwig duurde, maar dat is nooit gebeurd. Als ik geen geduld had, slokte ik hem in één hap op, wat evenveel voldoening gaf. Daarna pulkte ik de stickertjes met ‘Ferrero Rocher’ in gouden letters van het doosje en plakte ze op mijn kleren, als een naambadge.

    De aantrekkingskracht was alleen niet zo universeel als ik dacht, en waarschijnlijk geeft niets de minachting voor Ferrero Rocher beter weer dan de uitzinnige reactie op de beruchte reclame die bekendstaat als ‘het ambassadeursfeestje’ en die in 1993 voor het eerst in het Verenigd Koninkrijk werd vertoond. Hij vervulde het klassenbewuste Britse publiek, dat zich lang voor de Brexit al niet erg Europees voelde, met afschuw. De commercial, met beroerde nasynchronisatie en de gezwollen achtergrondmuziek van een Italiaanse soap, speelt zich af op de receptie in een anonieme Europese ambassadeursresidentie. Een plichtgetrouwe butler loopt door de zaal met een berg Ferrero Rochers op een dienblad en palmt de zwijmelende internationale gasten in, onder wie een Française: ‘Monsieur, wiz zis Rocher you are really spoiling us!’

    Met één iconisch zinnetje werden het chocolaatje én de merkpositionering op verrukkelijke wijze belachelijk gemaakt en voor eeuwig opgestoten in de Britse popcultuur. Achttien jaar geleden sprak William Cook in een artikel over de commercial in de New Statesman van de ‘eeuwige spagaat tussen de mythe van het ambassadeleven en de realiteit van de winkel op de hoek’. De boodschap van hang naar luxe en goede smaak was in de ogen van sommigen juist smakeloos. ‘Britse kijkers maken zich vaak vrolijk óver buitenlanders, niet mét buitenlanders,’ schreef Cook.

    Kapitalistisch spel

    Tientallen jaren later is de reclame-die-zo-slecht-was-dat-hij-weer-goed-werd en die compleet over the top is grappiger dan ooit. Maar juist die spanning tussen mythe en werkelijkheid sprak immigranten zo aan: wat fantastisch dat je je een luxeartikel kon permitteren met daaraan de herinnering dat je het al je hele leven met je familie deelde. Misschien was het gewoon niet te bevatten voor mensen die nooit door een verhuizing waren gedwongen hun in de loop van generaties gevormde welvaart en cultuur vaarwel te zeggen.

    Ferrero Rocher speelde in op die relatie, bijvoorbeeld door het product in verband te brengen met het hindoeïstische lichtjesfeest Divali. ‘Waarom hebben we het zo speciaal gemaakt?’ zegt de voice-over van een in India uitgezonden commercial. ‘Omdat we weten hoe speciaal het is om met Divali bij je dierbaren te zijn.’ Het was een geniale zet in het wereldwijde kapitalistische spel, precies wat mijn familie nodig had toen we destijds de enorme veranderingen in ons leven doormaakten die ons thuisgevoel langzaam uitholden.

    Tegenwoordig is de Ferrero Group niet alleen doorgedrongen tot de Amerikaanse markt, hij neemt die ook over. Eerder dit jaar kocht het bedrijf voedingsconcern Nestlé voor een slordige 2,8 miljard dollar nadat het eerder al Fannie May Confections voor 115 miljoen dollar had overgenomen, evenals gomproducent Ferrara Candy Company. Het afgelopen jaar noteerde de Ferrero Group volgens het vakblad voor de snoepindustrie Confectionary News een wereldwijde omzet van 12,96 miljard dollar. In de VS is Ferrero Rocher volgens marketingdirecteur Shalini Stansberry van Ferrero Premium Chocolates USA het op drie na grootste chocolademerk.

    In een tijd vol jarennegentignostalgie en met een hevig Amerikaans immigratiedebat speelt Ferrero Rocher nog net zo’n grote rol in mijn leven als toen ik opgroeide. Ik koop de chocolaatjes nog altijd en neem ze nog steeds mee wanneer ik bij iemand op bezoek ga, zoals mijn ouders dat deden. Ik mag graag denken dat de Amerikaanse immigrantenbevolking Ferrero Rocher aan zijn succes in dat land heeft geholpen, zoals het ons ook ooit van dienst is geweest.

    Auteur: Liana Aghajanian
    Vertaler: Nico Groen

    Liana Aghajanian is een Armeens-Amerikaanse journalist. Ze is gespecialiseerd in narratieve journalistiek en internationale verslaggeving. Aghajanian werd geboren in Iran, en groeide op in Los Angeles.

    Thrillist.com
    VS | thrillist.com

    Opgericht in 2004. Amerikaanse website over eten, drinken, reizen en entertainment.

  • Je mist een WK en de wereld stort in

    Je mist een WK en de wereld stort in

    Voetballand Italië beleefde de recente uitschakeling voor het WK in Rusland als een historische ramp. Mag het wat minder dramatisch, schrijft politicoloog Alessandro Campi.

    Keuze uit het archief

    Italië doet niet mee aan het wereldkampioenschap voetbal, dat deze zomer in de VS, Canada en Mexico wordt gehouden. Voor de derde keer op rij werd het elftal uitgeschakeld tijdens de WK-kwalificatiewedstrijden, een zware domper voor een voetballand als Italië.
    Toen dat in 2017 gebeurde, heerste er in het land een heuse rouwstemming en werd de uitschakeling opgeklopt tot een nationale ramp. Politicoloog Alessandro Campi legt in dit artikel uit Il Messaggero uit wat aan deze dramatiek ten grondslag ligt en zet de lezer met beide benen op de grond. ‘Het blijft tenslotte maar een spelletje.’

    Je begint je af te vragen wat een fantastisch land Italië zou zijn als zijn inwoners ook maar een tiende van de hartstocht, de mentale inspanning, de lichamelijke energie, de creativiteit en de woorden zouden spenderen aan hun maatschappelijke betrokkenheid, hun dagelijks werk, hun sociale relaties en het algemeen belang als aan voetbal – zij het vaker als toeschouwer dan als speler.

    Eens te meer hebben we laten zien waartoe we in staat zijn: het Squadra Azzurra heeft zich tegenover het over het algemeen zwakke Zweden, dat zich beslist niet kan meten met onze reputatie op voetbalgebied, niet kunnen kwalificeren voor het WK 2018 in Rusland. En op het moment dat het fluitje van de scheidsrechter het einde van de wedstrijd aankondigde, en daarmee niet alleen onze nederlaag bekrachtigde maar vooral onze fysieke inferioriteit, werden we overspoeld door een stortvloed van commentaren, beschuldigingen, protesten en standpunten die grensde aan een collectief psychodrama.

    Een heel land voelde zich geroepen zijn mening te geven. We eisten op hoge toon het ontslag van de verantwoordelijken – en dan vooral van één daarvan, altijd dezelfde, de trainer. We hebben de vreselijke economische gevolgen die deze uitschakeling met zich mee zal brengen schromelijk overdreven. Om een parallel te trekken met deze nederlaag op het ereveld hebben we aan de zwartste uren van onze nationale geschiedenis gerefereerd, de onlangs herdachte Slag bij Caporetto die Italië de nekslag toebracht tijdens de Eerste Wereldoorlog. Plotseling zijn wij Italianen – gewoonlijk zo wars van iedere vorm van collectiviteitsbetoon – onszelf als een gekwetste, gewonde, diep gekrenkte gemeenschap gaan beschouwen die nu wanhopig op verlossing wacht. De woorden ‘catastrofe’, ‘tragedie’ en ‘apocalyps’ waren niet van de lucht, en ze zijn met zo veel luchtigheid en onmatigheid gedebiteerd – het blijft tenslotte maar een spelletje – dat je je kunt afvragen welke termen je moet gebruiken om een echte ramp te omschrijven.

    We hebben gewoon de verkeerde mensen op de verkeerde plekken gezet. Die hebben gewoon hun werk slecht gedaan, fouten gemaakt

    We zijn vooral in sociologische en massapsychologische verklaringen vervallen, op een toon die aan een cafégesprek doet denken. Maar waar staat geschreven dat voetbal een metafoor is voor de maatschappij? En dat een nationaal elftal in crisis dus het product van een land in crisis moet zijn? Want als dat zo was, zouden we daaruit de even ridicule als wijdverbreide conclusie moeten trekken dat de voetbalkracht van een land bepalend is voor zijn economische kracht en zijn internationale geloofwaardigheid. Het gezond verstand zou willen dat het tegendeel het geval was. Bovendien kunnen we minstens tien landen noemen die op voetbalgebied geen deuk in een pakje boter slaan maar desondanks over grote rijkdommen beschikken en een belangrijke rol spelen. Willen we onszelf misschien wijsmaken dat we door onze uitschakeling voor het WK voortaan voor spek en bonen zullen meedoen op het internationale toneel en dat ons bbp weldra een dieptepunt zal bereiken?

    Je krijgt het gevoel dat deze merkwaardige parallel tussen sport en politiek, tussen de overwinningen van de eerste en de macht van de tweede, een onbewuste erfenis is van de totalitaire traditie van de twintigste eeuw, waarin de twee gebieden opzettelijk nauw met elkaar verweven waren. Maar de geloofwaardigheid en het goed functioneren van een democratie – waarin sport als eenvoudig volksvermaak moet worden beschouwd, en niet als een dwangmiddel voor collectieve mobilisering, voor het versterken van de burgerzin en het doen vergeten van de smeerlapperij van en de vrijheidsberoving door de machthebbers – zijn niet afhankelijk van het aantal gescoorde doelpunten of gewonnen bekers.

    Gianluigi Buffon en Leonardo Bonucci omhelzen elkaar na de fatale play-off tegen Zweden in het San Siro-stadion in Milaan. – © Claudio Villa / Getty
    Gianluigi Buffon en Leonardo Bonucci omhelzen elkaar na de fatale play-off tegen Zweden in het San Siro-stadion in Milaan. – © Claudio Villa / Getty

    Als we eens zouden ophouden met filosoferen over een eenvoudige nederlaag – waarvan iedereen weet dat die sportief gezien verdiend was – zouden we misschien ontdekken dat het ons aan een minimum aan voorbereiding en organisatie heeft ontbroken. We hebben gewoon de verkeerde mensen op de verkeerde plekken gezet. Die hebben gewoon hun werk slecht gedaan, fouten gemaakt op het gebied van management, strategie, voorbereiding en prognostiek. Zulke dingen kunnen gebeuren. Maar als zoiets bij een bedrijf gebeurt – en het voetbalmilieu is, de oprechte hartstocht waardoor het wordt bezield even buiten beschouwing gelaten, een enorme commerciële onderneming geworden waarin alles draait om belangen, investeringen en getallen met zes nullen – stroopt men de mouwen op. En men probeert, met het oog op een glorieuzere toekomst, het goede te behouden en het slechte te verbeteren. Zeker, dat is een prozaïsche benadering, maar wel de enige serieuze en rationele.

    Voor de rest is het alleen maar weliswaar vermakelijk maar onverdraaglijk geklets, waarmee de Italianen hun fouten en hun vaak zo armetierige houding graag plegen te maskeren. Zoals wanneer ze zich ware nationalisten betonen, het volkslied galmen, te vuur en te zwaard het Squadra verdedigen of zich alleen maar gedurende de negentig minuten van de wedstrijd als de trotse hoeders van een prestigieuze nationale geschiedenis ontpoppen. Om elkaar vervolgens weer te verscheuren, hun naaste of buurman de rug toe te keren, zich op te sluiten in hun individuele of regionale coconnetje, anti-Italiaanse stereotypen uit te braken of zich te verliezen in zelfdenigrering zodra het nationale elftal de drempel van de kleedkamer over is.

    Dit volk moet eerst vermoeid en verbijsterd zijn voordat het zijn eenheid en solidariteit denkt te kunnen hervinden rond zoiets als een voetbal! En het wordt pas echt pathetisch als het van een verloren wedstrijd een historische ramp maakt waarvan het zich pas in de verre toekomst zal kunnen herstellen. Laten we duimen dat dat gebeurt. We zijn tenslotte Italianen, we hebben wel meer erge dingen meegemaakt en we beschikken over zo veel verborgen krachten.

    Om niet de lachlust te wekken zullen we de soberheid van onze vaders moeten hervinden, die behept waren met een ware hartstocht voor de ronde bal, maar daarvan geen staatskwestie maakten. Toen we in januari 1958 een smadelijke nederlaag leden tegen Noord-Ierland, kopte La Gazetta dello Sport alleen maar: ‘Squadra Azurra uitgeschakeld voor WK’. Meer niet. Heel anders dan het moord en brand geschreeuw van tegenwoordig. Maar dat waren andere tijden, en andere Italianen.

    CONTEXT: Einde van de wereld

    De dag na de uitschakeling van de Azzurri kwam de Italiaanse pers dramatische bewoordingen tekort: ‘Apocalyps’, ‘EINDE’, ‘nationale schande’. De meeste kranten publiceerden foto’s van wanhopige spelers en vertwijfelde koppen. ‘Voor het eerst in zestig jaar zonder WK’, klaagde de Corriere della Sera. We zijn ‘de wereld uitgezet’, voegde Il Giornale eraan toe. Naast al het geweeklaag heeft het land snel naar zondebokken gezocht. De beschuldigende vingers gingen naar trainer Giampiero Venturo, ontslagen op 15 november, en naar bondsvoorzitter Carlo Tavecchia, die op 20 november aftrad.

  • Mythes en feiten over de herverdeling van vluchtelingen

    Mythes en feiten over de herverdeling van vluchtelingen

    160.000, 120.000, 98.255 of toch maar 29.144: hoe groot is het aantal vluchtelingen dat in Griekenland en Italië wacht om over Europa te worden verdeeld nu precies? Die Presse doet een poging de chaos van elkaar tegensprekende getallen te ontwarren.

    Dinsdag 26 september 2017 was de laatste dag dat vluchtelingen die in Griekenland of Italië aanlandden nog in aanmerking konden komen om naar een andere EU-lidstaat te verhuizen. Na twee jaar loopt het herverdelingsprogramma voor asielzoekers, waarover de regeringsleiders het in de crisiszomer van 2015 op voorstel van de Europese Commissie eens waren geworden, op zijn eind. Terwijl Dimitris Avramopoulos, de Europese commissaris die verantwoordelijk is voor migratievraagstukken, bij de toepassing van dit programma een ‘enorme vooruitgang’ constateerde, toont de weigering van Polen, Tsjechië en Hongarije om asielzoekers uit Italië en Griekenland op te nemen aan dat 
de grens van de vrijwillige verdeling van de vluchtelingenstroom binnen 
de Unie is bereikt.

    Maar was dit herverdelingsprogramma voor vluchtelingen echt zo’n flop als door de critici wordt beweerd? Door wat beter te kijken naar de ontwikkeling die het programma heeft doorgemaakt, zien we dat succes en mislukking erg moeilijk objectief meetbaar zijn. De doelstellingen waren van begin af aan opzettelijk hoog gesteld en stonden niet in realistische verhouding tot het daadwerkelijke aantal betrokken asielzoekers. In combinatie met de vaak slecht of helemaal niet gecoördineerde communicatie over de besluiten tussen Raad van ministers en Europese Commissie, ontstond een chaos van getallen die elkaar vaak tegenspraken.

    Bovengrens

    Laten we alles eens op een rijtje zetten. Eind juli 2015, toen de vluchtelingenstroom uit met name Irak en Syrië steeds groter werd, namen de regeringsleiders een principebesluit: 40.000 vluchtelingen die overduidelijk internationale bescherming nodig hadden (lees: die na controle van hun aanvraag aanspraak op asiel konden maken) moesten binnen twee jaar vanuit Griekenland en Italië worden verdeeld over de rest van de EU, met uitzondering van Groot-Brittannië maar inclusief de niet-EU-landen 
Noorwegen, Zweden en Liechtenstein.

    Het duurde bijna drie maanden voor de ministers van Binnenlandse Zaken de politieke opdracht hadden omgezet in EU-wetgeving, waarmee het verplicht werd. Toen was al duidelijk dat het streefgetal van 40.000 immigranten te laag was. Volgens Eurostat hadden zich tussen januari en juli 2015 alleen al in Italië 39.183 mensen gemeld voor een asielaanvraag, zo’n 27 procent meer dan in hetzelfde tijdvak van het jaar daarvoor. Samen met het aantal grensoverschrijdingen dat Frontex, het Europese agentschap voor de bewaking van de buitengrenzen, had verstrekt, waren deze cijfers de basis voor de herverdelingsbesluiten. En dus verhoogden de ministers van Binnenlandse Zaken het streefgetal: nog eens 120.000 asielzoekers met kans op erkenning van hun asielaanvraag moesten uit Italië en Griekenland worden herplaatst.

    Via de Balkanroute waren ook in de Balkanlanden tienduizenden vluchtelingen terechtgekomen. De Commissie stelde voor dat binnen twee jaar 54.000 asielzoekers uit Hongarije zouden worden herverdeeld. Maar de regering in Boedapest wilde daar niet aan meewerken.

    In deze twee besluiten ligt de bron van de verwarring waarmee het herverdelingsprogramma worstelt. Want het getal 160.000 (40.000 plus 120.000) was een puur rekenkundige bovengrens. Hoeveel asielzoekers er daadwerkelijk onder dit programma zouden vallen zou in de eerste plaats afhangen van het aantal dat de lidstaten vrijwillig opnamen, en in de tweede plaats van het werkelijke aantal vluchtelingen dat in aanmerking kwam. Niet iedereen die op de Middellandse Zee uit een opblaasboot wordt gered, kan aanspraak maken op asiel in de EU. Op voorstel van de Commissie besloten de ministers dat alleen die nationaliteiten in aanmerking kwamen die, na hun asielaanvraag, een succespercentage van minstens 75 procent hadden. Sindsdien werd de lijst van landen wier gevluchte burgers uit Italië en Griekenland konden worden herverdeeld, geactualiseerd op basis van Eurostatgegevens over toegekende asielaanvragen. En dus hadden in het begin alleen Syriërs en Eritreeërs, later ook Irakezen, tegenwoordig Irakezen niet meer maar wel Jemenieten, evenals burgers van de Bahama’s, Bhutan, Qatar en de Verenigde Arabische Emiraten recht om na aankomst in Italië of Griekenland naar een ander EU-land te worden overgeplaatst om daar hun asielprocedure af te sluiten.

    Het aantal nieuw aangekomenen in Griekenland nam binnen een jaar met 97 procent afnam. Ook wagen zich over de Middellandse Zeeroute tegenwoordig aanzienlijk minder migranten en vluchtelingen naar Italië

    Wat bleef er over van de 160.000? 
De stand op 22 september was 98.255 herplaatsbare asielzoekers, gebaseerd op de genoemde criteria en op de aantallen die de lidstaten die aan het programma deelnemen, hadden toegezegd te zullen opnemen. Maar ook dit getal is niet geschikt om te beoordelen in hoeverre het programma zijn doel heeft bereikt. Op 18 maart 2016 sloot de EU het beruchte akkoord met Turkije over het de facto sluiten van de Turkse grens voor vluchtelingen, waardoor het aantal nieuw aangekomenen in Griekenland binnen een jaar met 97 procent afnam. Ook wagen zich over de Middellandse Zeeroute tegenwoordig aanzienlijk minder migranten en vluchtelingen naar Italië. Dat ligt, al wil niemand in Brussel het officieel toegeven, in de eerste plaats aan de uit mensenrechtenoogpunt problematische overeenkomst tussen de Italiaanse regering en Libische milities en voormalige mensensmokkelaars.

    Duidelijk is dat tot nu toe uit Griekenland 20.066 en uit Italië 9078 asielzoekers, in totaal 29.144, zijn herverdeeld. Daar moeten we nog 2000 mensen bij optellen die in Griekenland op vertrek wachten en bovendien nog 2000 die in datzelfde land nog kunnen worden geregistreerd als ‘in aanmerking komend’. Of ze nog in het land zijn, is bij gebreke van registratie door de autoriteiten de vraag. In Italië zijn dit jaar ongeveer 7200 mensen aangekomen met kans op honorering van hun asielaanvraag die herverdeeld zouden kunnen worden. Maar de Italiaanse autoriteiten hebben maar 4000 van hen geregistreerd. Al met al zouden in het kader van het tweejarige programma dus 39.000 à 40.000 asielzoekers uit de twee Middellandse Zeelanden zijn herverdeeld. De ontvangende landen kregen daarvoor uit het EU-budget per asielzoeker 6000 euro, en Griekenland en Italië elk 500 euro transportkostenvergoeding. Er was 780 miljoen euro begroot.

    De betrokken mensen zijn hiermee zeker geholpen en ook de overvraagde autoriteiten van Griekenland en Italië zijn ontlast. Voor een principiële oplossing van de migratiecrisis was het noodprogramma slechts een fase, waarin bleek dat de Dublin-verordening − waarbij (alleen) het land van aankomst in de EU de competentie heeft een asielaanvraag te behandelen − achterhaald is. Hoe het Europese immigratie- en asielsysteem wordt gerepareerd, moet voor het einde van dit jaar blijken.

    Auteur: Oliver Grimm

    Beeld: De kust van Lampedusa aan de Middellandse Zee, het zuidelijkste deel van Italië.

    Die Presse
    Oostenrijk | dagblad | oplage 98.000

    Opgericht in 1848 en richtte zich op industriëlen in de conservatief-christelijke hoek. Nog steeds noemt Die Presse zich ‘de krant van de elite’.

  • 1. Eigen keuken eerst

    1. Eigen keuken eerst

    In Italië, maar ook in andere landen, worden buitenlandse restaurants geweerd omdat ze een bedreiging zouden zijn voor de lokale keuken. Verderfelijk nationalisme, vinden ze bij Eater.com.

    Veel succes als je een kebabtent in de historische wijk van Florence zoekt, een bord gebakken rijst in Verona of een hamburger in de chique Italiaanse badplaats Forte dei Marmi. Sinds 2009 hebben gemeentebesturen in heel Italië het openen van ‘buitenlandse’ of ‘etnische’ eethuizen verboden, met diverse verklaringen.

    Vorig jaar was het gemeentebestuur van Florence bang dat de Italiaanse cultuur zou verwateren door het om zich heen grijpen van buitenlands voedsel. ‘Onze traditionele trattoria’s en historische eethuisjes worden 
verdreven door massaal geproduceerd voedsel,’ zei burgemeester Dario 
Nardella van Florence tegen een Italiaanse krant. In Noord-Italië zei de 
burgemeester van Verona tegen 
The Telegraph dat het beperken van het meeste ‘buitenlandse’ of diepgevroren voedsel ertoe zou leiden dat er ‘geen zaken meer worden geopend die eten verkopen dat is bereid op een manier die een inbreuk zou kunnen zijn op het decorum van onze stad’. Naar verluidt overweegt ook Venetië een van deze zogeheten UNESCO-wetten, die historische steden beschermen tegen invloeden van buitenaf.

    Je kunt deze wetten moeilijk als iets anders beschouwen dan een nieuwe vorm van nationalisme. Italië is niet het enige land dat voedsel met een 
buitenlands vleugje weert. In 2011 
verbood Frankrijk ketchup tijdens de schoollunch (behalve bij de friet, die maar eenmaal per week mocht worden geserveerd). Toen sommige mensen 
er lucht van kregen dat Denemarken halalgehaktballen serveerde in ziekenhuizen en op scholen, waren ze laaiend: de Deense Volkspartij, die immigratie wil beperken en gedwongen assimilatie van immigranten voorstaat, was van mening dat zulke praktijken ‘discriminerend waren voor de Deense cultuur’.

    ‘Geen xenofobie’

    Italiaanse politici proberen hun bedoelingen op een andere manier te rechtvaardigen. ‘Deze maatregel heeft niets met xenofobie te maken – hij is alleen bedoeld om onze cultuur te beschermen en op waarde te schatten,’ zei Umberto Buratti, burgemeester van Forte dei Marmi, in 2011 over zijn verbod op ‘buitenlands’ voedsel. ‘We zouden ook nee zeggen tegen Amerikaanse hamburgerketens.’

    Maar als je iets hebt gelezen over Brexit, of over het inreisverbod voor moslims of een van de vele andere overheidsmaatregelen, moet het verhaal je bekend voorkomen. Globalisering is eng! Industrialisering vernietigt al onze banen! Immigranten – met name moslims – overspoelen ons als een tsunami en zullen onze cultuur voor eens en voor altijd verdrinken!

    Hoewel sommige landen (hallo VS!) immigratie in haar geheel willen beperken, vinden wetgevers elders het politiek aanvaardbaarder om verklaringen te verzinnen als ‘we willen niet dat onze nationale cultuur wordt ondermijnd of “gedisneyficeerd”’. Natuurlijk zijn er mensen die zich echt zorgen maken dat hun culturele erfenis wordt weggespoeld. Volgens Fabio Parasecoli, directeur Voedselstudie-initiatieven aan de New School in New York en auteur van talrijke boeken over de Italiaanse eetcultuur, hebben sommige 
Italianen het idee dat ‘toeristen niet naar Italië komen om Chinese restaurants of McDonald’s te zien’ en vinden ze het belangrijk ‘de sfeer te behouden die belangrijk is voor het toerisme, dat een van de belangrijkste bronnen van inkomsten is voor steden en dorpen’.

    Maar zoals gezegd, je kunt deze wetten en de vaak tegen immigratie gekante politieke partijen die erachter zitten moeilijk als iets anders beschouwen dan een nieuwe vorm van nationalisme.

    Snelle hap maakt furore in Zuid-Afrika. (Zie tekst beneden)
    Snelle hap maakt furore in Zuid-Afrika. (Zie tekst beneden)

    In 2007 wees een onderzoek van het Pew Research Center uit dat 94 procent van de Italianen ‘immigratie als een groot probleem’ beschouwde en dat 73 procent vond dat immigranten een negatieve invloed op het land hadden. Om nog even wat zout in de wonden 
te wrijven: Italië werd uitzonderlijk zwaar getroffen door de recessie en het IMF heeft onlangs voorspeld dat de Italiaanse economie zich niet vóór 2020 zal herstellen tot het niveau van 2007.

    In veel gevallen hebben de verboden zeer wezenlijke gevolgen voor een 
deel van de middenstand in Italië. 
‘De meerderheid van de eethuisjes en buurtwinkeltjes is inderdaad in handen van niet-etnische Italianen,’ zegt Gregoria Manzin, hoogleraar 
Italianistiek aan de Australische La Trobe-universiteit.

    Italië hecht volgens Manzin zeer aan zijn eetcultuur omdat ‘Italianen Italianen zijn door wat ze eten en hoe ze het eten’. Toch heeft de consumptie van niet-lokaal voedsel ook economische gevolgen. De landbouw-, voedings- en horecasector in het land is goed voor 8,7 procent van het bnp. De economie hapert, het geboortecijfer daalt en de immigranten – en hun niet-Italiaanse eten – stromen in steeds groteren getale binnen.

    Parasecoli kan wel enig begrip opbrengen voor dit standpunt en zegt dat er ‘een sterk gevoel heerst overspoeld te worden’ door immigranten die vaak naar Italië komen voordat ze doorreizen naar andere Europese landen, al zijn er ‘tegelijkertijd hele sectoren die functioneren dankzij immigranten’. Hij zegt dat Italië bezig is ‘een land van oude mensen te worden’ en dat veel scholen alleen maar genoeg leerlingen hebben om open te kunnen blijven dankzij immigranten.

    Het is een explosieve combinatie: een land met sterke tradities dat bang is voor verandering en een bevolking die huiverig is om mensen van buiten te halen om hun land draaiende te houden.

    Eten is niet alleen een manier om mensen samen te brengen, het is ook een manier om ze uit elkaar te houden

    Slow Food International, dat het licht zag tijdens het protest tegen de vestiging van een McDonald’s in de buurt van de Spaanse Trappen in Rome, ziet een groot verschil tussen het beschermen van het traditionele voedsel en het beperken van buitenlandse invloeden. ‘Wij zetten ons in voor korte aanvoerketens en niet voor een ideologische ban op andere culturen,’ aldus secretaris-generaal Paolo Di Croce in een e-mail. Als voorbeeld noemt hij de eigenaar van een Chinees restaurant in Turijn die een moestuin heeft waar hij Chinese groenten verbouwt om traditionele recepten met verse ingrediënten te kunnen bereiden. ‘Die kok behoort absoluut tot het Slow Food-netwerk, en wij steunen hem,’ zegt hij.

    Het is belangrijk op te merken dat het verbannen van ‘buitenlands’ voedsel veel moeilijker zou zijn in een immigratieland als de Verenigde Staten of zelfs Engeland, waar immigranten van oudsher een duidelijk (en volgens sommigen weldadig) stempel drukken op de nationale keuken. ‘Zo’n ban is alleen mogelijk wanneer men zich sterk bewust is van de waarde van een nationale of regionale keuken,’ zegt Heather Benbow, hoogleraar aan de Universiteit van Melbourne, die onderzoek heeft gedaan naar voedsel, diversiteit en xenofobie in Australië en Europa.

    ‘Niet-Europese en immigratielanden als de Verenigde Staten, Canada en Australië hebben de keukens van de immigranten verwelkomd als een wenselijk en zelfs wezenlijk onderdeel van het stedelijk leven,’ zegt ze. Toch kunnen zelfs landen waar buitenlands voedsel wordt geaccepteerd en gewaardeerd hun eigen onderstromen van culinaire xenofobie hebben: zoals de angst voor Chinees voedsel dat barstensvol [smaakversterker] ve-tsin zit, of als je gewoon wéét dat je een voedselvergiftiging hebt opgelopen in dat Thaise restaurant waar je gegeten 
hebt, zonder ook maar een moment 
de salade in dat tentje met eigen 
moestuin te verdenken.

    Eten is niet alleen een manier om mensen samen te brengen, het is ook een manier om ze uit elkaar te houden. ‘Eten kan al bestaande interculturele spanningen versterken en er een uitlaatklep voor bieden,’ zegt Benbow. 
We beoordelen mensen vaak op wat 
ze eten en niets is makkelijker dan iemand aanvallen op zijn eetcultuur – of hij nou een McDonald’s-liefhebber is of een veganist. Voeg daar nog bij dat restaurants toegankelijker zijn voor het publiek dan andere door immigranten gedreven bedrijven in etnische enclaves, en je hebt een gemakkelijk doelwit voor vandalisme, haat en xenofobie – zelfs in een immigratieland als de Verenigde Staten.

    Vorig jaar werd een kiprestaurant in New Jersey overspoeld door recensies op de culinaire site Yelp, waarin de eigenaars (onder andere) voor ‘terroristen’ werden uitgemaakt nadat hun zoon ervan werd verdacht betrokken te zijn bij bomaanslagen in Manhattan en New Jersey. De bestuursvoorzitter van yoghurtfabrikant Chobani kreeg doodsbedreigingen nadat hij maatregelen had getroffen om meer vluchtelingen in dienst te nemen. Bloeiende restaurants en kruidenierswinkels van immigranten worden publieke symbolen van het succes dat voor iedereen bereikbaar is, maar vaak ook het doelwit van geweld. Alleen al het afgelopen jaar is een Midden-Oosters restaurant in Oakland met uitwerpselen besmeurd, werd een Indiaas restaurant in Denver beklad met de woorden ‘Heil Trump’ en werd een restaurant in 
Galveston dat eigendom is van een moslimimmigrant uit Pakistan tweemaal binnen een week met spek 
bekogeld zodat het moest sluiten.

    Mensen doen er graag hoogdravend over hoe eten tot onderlinge acceptatie kan leiden. Maar voor het oplossen van immigratieproblemen en het beëindigen van xenofobie komt wel wat meer kijken dan een gemengde eettafel en een gezonde eetlust. Zoals Benbow zegt: ‘Sommige etnische keukens kunnen echt populair zijn zonder dat de meerderheid van de bevolking meer cultureel begrip kan opbrengen voor migranten.’

    Disneyficatie

    Menig politicus die voedsel in de ban wil doen omdat het een ‘slechte invloed’ op de plaatselijke cultuur zou hebben, heeft de opkomst van kebabzaken vergeleken met ‘Disneyficatie’. Maar hun definitie van dit woord doet me geloven dat ze nog nooit in een Disneypark zijn geweest. Door het wegnemen van de invloed van immigranten op de cultuur van je eigen land wordt dat land heus niet authentieker; daarmee omzeil je alleen alles wat ingewikkeld is, zodat een bezoek aan die geweldige plekken van de UNESCO-erfgoedlijst weinig verschilt van het dwalen door een door Disney ingericht Italiaans themapark. Het is niet veel anders dan zeggen dat het enige échte Italiaanse eten pizza is en dat de enige échte Italianen degenen zijn die ofwel bij de maffia zitten ofwel praten als Mario. De enige verklaring voor een voedselverbod is dat je er niet op kunt vertrouwen dat toeristen om de Italiaanse cultuur geven zonder hun toevlucht te nemen tot stereotypen.

    Spaghetti met tomatensaus is net 
zo goed een culinaire bastaard als de kebab die door een tentje in Verona wordt geserveerd. In 1844 werd het gerecht voor het eerst in een kookboek opgenomen. De tomaat komt oorspronkelijk uit Zuid-Amerika en bereikte pas in de zestiende eeuw Italië. Spaghetti arriveerde in de middeleeuwen op Sicilië dankzij moslims. Zulke dingen hoor je nooit wanneer mensen het over voedselverboden hebben.

    De burgemeester van Forte dei Marmi gelooft dat de Italiaanse cultuur alleen ‘beschermd en op waarde geschat kan worden’ door een ban op buitenlands voedsel. Maar wie het Italiaanse eten tot de vorm van 2017 wil bevriezen heeft geen respect voor de keuken. Geen enkele cultuur heeft maar één geschiedenis of maar één soort voedsel, en pogingen om Italië, Frankrijk, Denemarken of welk land dan ook in een glazen vitrine te stoppen zullen niet kunnen voorkomen dat die landen zich ontwikkelen. Je ontkent er alleen maar de invloeden mee waardoor die landen groot geworden zijn.

    Auteur: Tove Danovich

    SNELLE HAP MAAKT FURORE IN AFRIKA

    Is dit het een nieuw signaal van de toenemende welvaart in Zuid-Afrika? ‘Vergeet de Duitse auto’s en de dure horloges maar: de toenemende consumptie van fastfood zou wel eens de meest betrouwbare aanwijzing kunnen zijn voor de toenemende welvaart van de middenklasse in Zuid-Afrika,’ schrijft het Zuid-Afrikaanse weekblad Mail & Guardian. De Burger Kings, vestigingen van Domino’s Pizza en Starbucks nemen de laatste jaren hand over hand toe. De consumptie stijgt, door toedoen van de zwarte middenklasse die in tien jaar tijd in omvang is verdubbeld. Andere factoren die het succes van de snelle hap stimuleren: de onverzadigbare trek van Zuid-Afrikanen in vlees, hun voorkeur voor eten buiten de deur en ten slotte het stijgende aantal vrouwen met een baan.

    ‘Dat laatste betekent twee inkomens per gezin dat dus meer te besteden heeft. Maar het betekent ook dat degene die traditionaal zorgt voor de maaltijden daar nu minder tijd voor heeft’, aldus het blad.

    ‘Iedereen koopt tegenwoordig zo veel mogelijk kant-en-klaarmaaltijden, vooral van de bekende merken. En dat betekent dat zelfs mensen die minder te besteden hebben hun weinige geld nog aan fastfood uitgeven.’

    BIJ OPENINGSBEELD:

    De verwachting dat in de komende dertig jaar de wereldbevolking met tweeënhalf miljard zielen zal toenemen ‘zal voorstellingsvermogen en compromissen op het bord vereisen om dagelijks tien miljard mensen te kunnen voeden’, schrijft New Scientist. Het zal ‘een groene revolutie 2.0’ vergen volgens het Britse wetenschappelijke tijdschrift, dat een aantal extreme oplossingen opsomt voor de gastronomie van overmorgen. 
Er bestaan wat dat betreft 
verschillende stromingen, die elk onze eetlust op de proef zullen stellen. De synthetische productie van eieren en koemelk zonder dat er een dier aan te pas komt, bijvoorbeeld. Of termieten en rupsen, die immers rijk zijn aan eiwitten. Of groenten en kruiden die dankzij genetische manipulatie worden opgekweekt uit 
de darmbacterie E. coli…

    Eater
    VS | eater.com

    Dankzij de twee bloggers Lockhart Steele en Ben Leventhal is Eater groot en voornaam geworden als het over gastronomie gaat.

  • Eindelijk: Italiaanse mozzarella

    Eindelijk: Italiaanse mozzarella

    Veel Italiaanse zuivelproducten bevatten buitenlandse grondstoffen, zoals melkpoeder, waarvan de herkomst niet duidelijk is. Een nieuw, transparant etiket moet daar een eind aan maken.

    Eindelijk is het zover. Over een paar maanden, waarschijnlijk per 1 januari 2017, zullen we aan tafel echte Italiaanse mozzarella kunnen serveren. Dat zou opmerkelijk zijn, want vandaag de dag komt het symbool van onze nationale keuken 
in de helft van de gevallen uit een ver buitenland.

    De Europese Commissie heeft dit weekend groen licht gegeven voor het decreet inzake de oorsprong van grondstoffen voor zuivelproducten, dat wordt gesteund door de minister van Landbouw, Maurizio Martina, en gesponsord door de Italiaanse melkveehouders. Als de overheid geen tijd gaat rekken, onder druk van de industrie bijvoorbeeld, moet de tekst binnen een week worden gepubliceerd in het Staatsblad en wordt zestig dagen daarna de wet van kracht.

    Een ware revolutie

    Dit nieuws betekent voor ons consumenten een ware revolutie. Ga maar na: we consumeren in Italië jaarlijks 53 liter melk per persoon, waarvan een groot deel lang houdbaar is. In drie van de vier gevallen betreft het buitenlandse melk, vaak gemaakt uit melkpoeder, maar op het etiket wordt daar geen informatie over gegeven. Ook eten we maar liefst 20,7 kilo kaas per persoon per jaar, waarmee we ons al sinds mensenheugenis in de mondiale top tien van zuivelliefhebbers bevinden.

    Aan deze voorliefde geven we 20 miljard euro per jaar uit, zonder dat we op een bewuste manier kunnen kiezen wat we kopen. We zijn weliswaar koploper als het gaat om de productie van streekgebonden lekkernijen, met 487 soorten traditionele kazen en 49 keurmerken, maar we importeren een enorme hoeveelheid buitenlandse grondstoffen: 8,5 miljoen ton aan melk, gecondenseerde melk, kwark, wrongel en melkpoeder. Dat is meer dan 40 procent van wat er wordt geconsumeerd en gebruikt door de zuivelverwerkende industrie. En eenmaal beland in de schappen van de supermarkt of in vestigingen van Italiaanse zuivelverwerkende bedrijven worden die producten vermengd met het echte Made in Italy.

    Een mozzarellafabriek in de provincie Isernia.  – © Franco Cogoli / HH
    Een mozzarellafabriek in de provincie Isernia. – © Franco Cogoli / HH

    De overgrote meerderheid van de Italianen hecht sterk aan transparantie: een onlineonderzoek in opdracht van het ministerie van Landbouw wees uit dat men het in ruim negen van de tien gevallen zeer belangrijk vindt dat op het etiket van verse melk (95 procent) en zuivelproducten als yoghurt en kaas (90 resp. 84 procent) het land van oorsprong vermeld staat. Bij lang houdbare melk geldt dit voor ruim 76 procent.

    Dat na Frankrijk nu ook Italië gedurende een proefperiode van twee jaar (2017-2018) de verplichte geografische aanduiding voor lang houdbare melk en zuivelproducten mag gebruiken (voor verse melk is die er al), kunnen we dus als een overwinning beschouwen. Op het etiket komen drie verschillende keurmerken te staan: ‘Land van melken’, ‘Land van behandeling’ 
en ‘Land van verwerking’. Wanneer de melk, al dan niet gebruikt als ingrediënt in zuivelproducten, in hetzelfde land is gemolken, behandeld en verwerkt, zal de oorsprongsbenaming uit slechts één land bestaan. Als de aangeduide processen hebben plaatsgevonden op het grondgebied van verschillende landen binnen de Europese Unie, zal voor de plek van elk afzonderlijk proces de vermelding ‘EU-landen’ worden gebruikt. Voor processen die hebben plaatsgevonden buiten Europa geldt de aanduiding ‘niet-EU-landen’.

    Pas op: het transparante etiket zal niet op alle producten te zien zijn

    Naast de consument zullen met name die Italiaanse melkveehouders hier baat bij hebben die hun melk nu verkopen vanuit de stal, buiten de reguliere leveringscontracten om, voor prijzen die kunnen fluctueren van 24 cent per liter (in april), tot 41 cent per liter (begin september). Op deze manier zullen ze minder gemakkelijk kunnen worden gechanteerd door de Italiaanse zuivelindustrie. 
Volgens boerenorganisatie Coldiretti kunnen zo 120.000 banen in de melkveehouderij worden veiliggesteld.

    Maar pas op: het transparante etiket zal niet op alle producten te zien zijn. De wet geldt alleen voor Italiaanse bedrijven die op de Italiaanse markt actief zijn. Bedrijven uit andere lidstaten en landen die naar Italië exporteren, evenals Italiaanse producten die zijn bestemd voor de export, zijn dus van deze verplichting vrijgesteld.

    Auteur: Barbara Cataldi
    Vertaler: Yond Boeke

    Il Fatto Quotidiano
    Italië | dagblad | oplage 150.000

    In 2009 opgericht door Antonio Padellaro, de ex-directeur van het linkse dagblad L’Unità. De krant brengt schrijvers met uiteenlopende journalistieke achtergronden bijeen rond een eenvoudig thema: de resolute afwijzing van het ‘vernederende sultanaat’ van Silvio Berlusconi.

  • 3. Renzi doorbreekt taboes en schept banen

    3. Renzi doorbreekt taboes en schept banen

    Met de Jobs Act van 2015 heeft de Italiaanse premier Matteo Renzi niet alleen de peilingen getrotseerd, maar ook de linkervleugel van zijn eigen partij. Moet zijn methode niet voor eens en voor altijd in marmer worden gebeiteld?

    Waaraan dankt een regering haar succes? Over het algemeen aan drie factoren, die regeringen maar zelden weten te combineren. Ten eerste: de werkelijke impact van hervormingen op de economische prestaties van een land. Ten tweede: de handigheid om hervormingen die door het gezond verstand worden gedicteerd (en niet door de consensus) om te buigen tot hervormingen waarop een nieuwe consensus kan worden gebouwd. Ten derde: het vermogen om zowel de kiezers als de financiële wereld van de juistheid van deze hervormingen te overtuigen (want zonder kiezers kan een regering niet functioneren, en zonder steun van de markten kan ze niet voortbestaan).

    De richting die Renzi eind 2014 is ingeslagen toont aan dat het belang van het volk verzoend kan worden met het belang van de markt

    Ziedaar: twee jaar nadat Matteo Renzi zijn intrek heeft genomen in het Palazzo Chigi [de zetel van de premier], telt men in Italië maar één hervorming die aan deze drie basiseisen voldoet en die kan doorgaan voor een werkelijke overwinning voor de regering: de fameuze Jobs Act, de hervorming van de arbeidsmarkt die in maart 2015 in werking is getreden.

    Dat de Jobs Act van essentieel belang is, komt niet alleen doordat deze wet in 2015 het aantal contracten voor onbepaalde tijd heeft doen stijgen, maar ook doordat hij ergens model voor staat. In alle opzichten is de Jobs Act een volmaakte mengeling geweest van doorbroken taboes, zoals het uitdagen van conservatief links, het vernederen van het corporatisme, het vergroten van het bereik van de Democratische Partij (PD) en van een consensus die niet op peilingen berust, dankzij een hervorming die eerst de markten voor zich heeft gewonnen en vervolgens de kiezers. En het is een model waaraan de premier zou moeten vasthouden om de komende maanden de hervormingen door te voeren zonder welke hij, wat de werkgelegenheid betreft, in 2016 weinig kans heeft dezelfde resultaten te boeken als het vorige jaar.

    Laten we niet vergeten dat 2015 een jaar was dat lichtelijk was ‘opgepept’ door een verlaging van de sociale lasten: een vrijstelling voor bedrijven van maximaal 8000 euro voor elke vaste aanstelling – en dat bracht talrijke ondernemingen ertoe om in december snel nog nieuwe contracten te tekenen (272.000, oftewel het dubbele van de voorafgaande maand) voordat de regering haar steun in 2016 halveerde.

    Pasquale Stigliani (37), voormalig ingenieur, is net als veel andere Italianen weer in de landbouw gaan werken. Hier raapt hij aardappels op het bedrijf van zijn vader. – © HH
    Pasquale Stigliani (37), voormalig ingenieur, is net als veel andere Italianen weer in de landbouw gaan werken. Hier raapt hij aardappels op het bedrijf van zijn vader. – © HH

    Het principe is dus bekend, maar het zou goed zijn om het voor eens en voor altijd in marmer te beitelen. Zonder radicale hervormingen van het arbeidsrecht zou er dit jaar geen significante groei zijn geweest en zouden bedrijven gestopt zijn met het aannemen van personeel. De methode van de Jobs Act – die Renzi in staat heeft gesteld een hervormingsmodel te ontwikkelen dat in heel Europa wordt geapprecieerd en dat uit de koker komt van een links dat volop in beweging is (net zoals het Franse links dat momenteel aan de macht is en waarvan het hervormingsprogramma ‘Code du travail’ overigens duidelijk geïnspireerd is op het Italiaanse model) – zou ook gehanteerd kunnen worden voor de hervorming van het rechtssysteem, voor de overheidsuitgaven, voor het privatiseringsprogramma, voor belastingverlaging, voor het industriebeleid…

    De richting die Renzi eind 2014 is ingeslagen om de Jobs Act tot een goed einde te brengen, toont niet alleen aan dat het belang van het volk verzoend kan worden met het belang van de markt, maar ook dat de obstakels die Italië verhinderen om vooruitgang te boeken vooral door Italië zelf worden opgeworpen, en niet alleen door Europa.

    Utopie

    Om de methode van de Jobs Act de komende maanden verder door te kunnen voeren is het van wezenlijk belang dat Renzi zich laat inspireren door wat zijn Franse collega, Manuel Valls, heel goed begrepen heeft toen hij bekeek hoe links Europa eraan toe is. In Frankrijk, stelt Valls, zijn er twee ‘onverzoenlijke’ vormen van links die een volstrekt tegengestelde kijk hebben op de problemen waarvoor een land dat wil hervormen zich gesteld ziet. En het is dus een utopie te denken dat je die twee kanten tegen elke prijs zou kunnen verenigen.

    De Jobs Act heeft Renzi in staat gesteld een nieuwe ruimte te definiëren waarbinnen het land en de Democratische Partij zich kunnen ontwikkelen. Het verlaten van deze perimeter zou gevaarlijk kunnen zijn voor zowel de Democratische Partij als voor – het laat zich raden – Italië als geheel.

    Auteur: Claudio Cerasa
    Vertaler: Peter Bergsma

    Il Foglio Quotidiano
    Italië, dagblad, oplage 10.000

    Il Foglio is een centrum-rechtse krant opgericht door de journalist en politicus Giuliano Ferrara, waarin het belangrijkste nieuws wordt samengevat en becommentarieerd.

  • Roberto Saviano zegt niks

    Roberto Saviano zegt niks

    De Süddeutsche Zeitung begon een jaar geleden de serie interviews Ohne Worte. Zonder woorden kan veel gezegd worden. Ook journalist en chroniqueur van de Napolitaanse maffia Roberto Saviano kwam voor de lens van fotograaf Frank Bauer te staan. Met gebaren gaf hij uiting aan zijn angsten en beschreef hij wat het met hem doet om nergens thuis te zijn zo lang de ‘ndrangheta op hem jaagt.

    Roberto Saviano heeft het leven van zijn gezin kapotgemaakt, zo ziet hij dat zelf. Vaak gaan er maanden overheen voor het gezin bijeen is, en als het ervan komt is iedereen altijd gespannen. ‘Ik heb mijn gezin mee gesleept in een wereld van angst en twijfel,’ schreef hij. Hij zou dat niet nog eens doen, en toch: spijt heeft hij niet. Het is zoals het is als je de Napolitaanse maffia nerveus maakt, zoals Saviano in 2006 met zijn boek Gomorra. Sinds die tijd is Saviano een onvrij man. Hij woont op een geheim adres, wisselt regelmatig van woonplaats, moet elke afspraak en elke reis afstemmen met de veiligheidsdiensten van het betreffende land en zodra hij verschijnt, worden hotels en restaurants ontruimd en op bommen doorzocht. Bij deze fotosessie waren twee lijfwachten aanwezig.

    Een leven zonder echt ergens thuis te zijn. Wat doet dat met u?
    Een leven zonder echt ergens thuis te zijn. Wat doet dat met u?
    U noemde Italië ‘mooi maar vervallen’. Is het sindsdien verbeterd?
    U noemde Italië ‘mooi maar vervallen’. Is het sindsdien verbeterd?
    Een leven zonder echt ergens thuis te zijn. Wat doet dat met u?
    Een leven zonder echt ergens thuis te zijn. Wat doet dat met u?
    Ik heb mijn gezin mee gesleept in een wereld van angst en twijfel
    Bent u bang?
    Bent u bang?

    Beschuldiging

    De Amerikaanse nieuwssite The Daily Beast betichtte Roberto Saviano, bekend van de bestseller Gomorra, onlangs van plagiaat in zijn tweede boek ZeroZeroZero, over de internationale cocaïnehandel. In La Repubblica verweerde de nemesis van de Napolitaanse maffia zich: ‘Wat ik schrijf, heet non-fictie.’ De beschuldiging zou bedoeld zijn om hem in diskrediet te brengen.

    Uw vader is katholiek, uw moeder joods. Hoe vaak bidt u op een dag?
    Uw vader is katholiek, uw moeder joods. Hoe vaak bidt u op een dag?
    Denkt u dat er iemand is die zich voor u zal opofferen?
    Denkt u dat er iemand is die zich voor u zal opofferen?
    Hoe moeten wij ons uw dagelijks leven voorstellen?
    Hoe moeten wij ons uw dagelijks leven voorstellen?
    Wat uit uw vroegere leven mist u sinds uw boek over de Camorra?
    Wat uit uw vroegere leven mist u sinds uw boek over de Camorra?
    Heeft u enig idee hoeveel aanslagen er op u beraamd zijn?
    Heeft u enig idee hoeveel aanslagen er op u beraamd zijn?

    (Foto boven: Saviano antwoordt met gebaren op de vraag: maakt uw studie filosofie uw leven makkelijker of moeilijker? © Frank Bauer)