Tag: Japan

  • Nanmoku, het bejaardste dorp in het bejaardste land

    Nanmoku, het bejaardste dorp in het bejaardste land

    Japan is het meest vergrijsde land ter wereld en daarbinnen is Nanmoku het meest vergrijsde dorp. Meer dan twee derde van de bevolking is ouder dan 65 en kinderen maken slechts 3 procent van de bevolking uit. Ongeveer honderd mensen wonen in de twee bejaardenhuizen of gaan er dagelijks heen, terwijl er op de school meer docenten zijn dan leerlingen.

    In Nanmoku staan 597 huizen leeg en ze worden maar moeizaam gevuld, terwijl de steden kampen met torenhoge huizenprijzen. Het dorp telt ongeveer 1500 inwoners, evenveel als één volle trein naar Tokyo, dat 130 kilometer verderop ligt. De gemiddelde leeftijd is 68 jaar. De bevolkingspiramide, die hier meer de vorm heeft van een hart, reflecteert de verstedelijking en dalende geboortecijfers in de op drie na grootste economie ter wereld. Beide kwesties stonden centraal bij de Japanse presidentsverkiezingen in september 2024. Een bezoek aan dit bejaarde dorp vertelt ons misschien meer. 

    ‘Ik ben 65 jaar en ik kan het nauwelijks geloven: ik ben het jonkie van het dorp,’ zegt meneer Ichikura, terwijl hij toezicht houdt op enkele bouwvakkers die bij de toegangsweg van het dorp het talud versterken om aardverschuivingen te voorkomen. Meneer Ichikura is geboren in 1958 en als tiener droomde hij ervan om, net als zijn leeftijdsgenoten, de wijde wereld in te gaan, maar het is er nooit van gekomen. Hij was op jonge leeftijd bij een regionaal bouwbedrijf gaan werken en wil na vijftig jaar dienst wel met pensioen. Maar het bedrijf heeft hem gevraagd om te blijven; ze kunnen nergens werknemers vinden zoals hij. Hij is dus van plan op zijn zeventigste met pensioen te gaan.

    ‘Krijgt u een mooi pensioen?’

    ‘Ik hoop het!’

    De werkzaamheden vinden plaats tegenover een van de drukste plekken in het dorp genaamd Oasis Nanmoku. Daar zijn onder andere een traditionele winkel, een restaurant met Italiaanse aankleding, vier automaten voor snacks en andere producten, een telefooncel en een openbaar toilet. Er loopt een oude man langs die grapt: ‘Zeg maar niks tegen mij, ik kan je toch niet horen!’ Hij koopt wat in de winkel en rijdt weer weg in zijn rode, glimmende Volkswagen Passat. 

    Herbevolkingsplan

    Het dorp met steile straten ligt langs een rivier in een prachtige vallei waar cederbomen groeien. Je kan het water horen kabbelen en de vogels horen fluiten. Ontelbare houten huizen van een of twee verdiepingen staan leeg, zijn schimmelig en vervallen. Veel winkels lijken gesloten. Bij de ingang van het gemeentehuis hangt een bord dat voelt als een intentieverklaring. Bevolking: 1440 bewoners, 753 vrouwen en 687 mannen.

    Binnen zit Satomi Oigawa, 25 jaar. Ze is een van de weinige nieuwe bewoners. Ze heeft altijd op het platteland willen wonen, al sinds ze een klein meisje was. Ze studeerde bosbouw aan de universiteit van Tokio en is een paar jaar geleden hierheen verhuisd. Nu is ze immigratiecoördinator, een positie die in dit soort dorpen vaker voorkomt. Er is niet echt een makelaarskantoor, dus neemt zij telefoontjes aan en laat ze woningen aan potentiële kopers zien. Zo’n 150 mensen hebben haar al gebeld, maar slechts twee of drie hebben daadwerkelijk een contract getekend.

    Het herbevolkingsplan is vooral gericht op volwassenen die kinderen hebben of van plan zijn ze te krijgen, legt Jin Takayanagi, wethouder voor Algemene Zaken in Nanmoku, uit. De zorgsector moet worden versterkt om te voorkomen dat ouderen naar verzorgingshuizen elders gaan, en tegelijkertijd jonge werknemers aan te trekken, het liefst met een kinderwens. Het plan heeft tot nu toe weinig effect. Op de vraag hoeveel kinderen er dit jaar geboren zijn, antwoorden Takayanagi en Oigawa na even over het aantal te hebben gediscussieerd: ‘Één.’

    Trek naar de stad

    Toen de jonge Oigawa in het dorp aankwam, werd ze niet zozeer verrast door de stilte van een plaats zonder kinderen, maar meer door de vitaliteit van de ouderen. ‘De mensen zijn heel gezond en enthousiast. Er zijn 90-jarige boeren die nog steeds werken.’ Ze vindt het alleen jammer dat ze alleen woont. ‘Het is niet makkelijk. Als ik ziek ben, moet ik zelf een kwartier naar het ziekenhuis rijden.’ Ze wil graag samenwonen. Ze woont in een huis waar ze 15.000 yen (ongeveer €91) voor betaalt. In Tokio betaalt een student makkelijk 65.000 yen (€395) voor twintig vierkante meter. 

    Van de 10.500 inwoners die Nanmoku in 1950 telde, is nu nog maar tien procent over

    Wat er in Nanmoku gebeurt, lijkt op het leeglopen van het platteland in Spanje. De trek naar de stad is tientallen jaren geleden begonnen. Men vertrekt uit de dorpen en komt meestal niet terug. Van de 10.500 inwoners die Nanmoku in 1950 telde, is nu nog maar tien procent over. Sinds de jaren tachtig zijn er meer mensen boven de 65 dan onder de 14; sinds 2000 zijn er meer bejaarden dan mensen in de werkende leeftijd, en vanaf dat moment valt de trend moeilijk terug te draaien.

    Hisakazu Kato, professor in politicologie en economie aan de Meiji-Universiteit, is ervan overtuigd dat Japan de toekomstige demografische crisis heeft onderschat. ‘Als de bevolkingsafname intreedt, zal er misschien wel sprake zijn van een crisisgevoel, maar dan is het, denk ik, te laat,’ schrijft hij in een e-mail. 

    Een krimpende bevolking

    Na de naoorlogse babyboom kreeg Japan te maken met een laag geboortecijfer. In 2008 was er voor het eerst sprake van een bevolkingsdaling. In 2020 deed het Internationaal Monetair Fonds een ernstige voorspelling: ‘De vergrijzing en de bevolkingsafname zullen de Japanse economie onder druk zetten omdat leeftijdsgebonden uitgaven – zoals gezondheidszorg en pensioenen – toenemen terwijl er minder belastingen binnenkomen.’ De overheid schat in dat er in 2060 één 65-plusser zal zijn per werkende volwassene. Dit was in Nanmoku in 2000 al het geval. 

    Minder baby’s door vrouwonvriendelijke maatregelen

    4B-vrouwen zeggen nee tegen huwelijk, bevalling, afspraakjes en seks.

    De Zuid-Koreaanse 4B-beweging, die vrouwen oproept om af te zien van huwelijk, daten, kinderen en seks, heeft onverwachts voet aan de grond gekregen in de Verenigde Staten, schrijft magazine Nikkei Asia. Waar de beweging in Zuid-Korea begon als een verzet tegen vrouwenhaat en institutionele ongelijkheid, zien veel Amerikaanse vrouwen 4B nu als een vorm van protest tegen de inperking van reproductieve rechten. ‘Ik zal me door geen man meer laten aanraken zolang ik mijn rechten niet terug heb,’ zegt een aanhanger van de beweging tegen The Guardian. Een ander vertelt aan CNN dat 4B verkent ‘hoe een leven eruitziet waarin mannen niet zo in het middelpunt staan’.

    Sociale media zorgden in een mum van tijd voor de verspreiding van de beweging. Video’s over 4B werden sindsdien miljoenen keren bekeken en zorgen voor verhitte discussies. Tegenstanders zien het fenomeen als een overdreven en destructieve vorm van feminisme, terwijl voorstanders benadrukken dat de beweging vooral gezien moet worden als een uiting van diepe frustratie.

    Opvallend is dat 4B in Zuid-Korea altijd een nichebeweging is gebleven. Daar werden feministische uitingen in de loop der jaren steeds meer gestigmatiseerd. Dat juist in de VS, waar feminisme nog relatief breed wordt geaccepteerd, een radicale beweging als 4B nu aan terrein wint, heeft duidelijk te maken met de nieu- we conservatieve wind die er waait. De polarisatie rond gendergerelateer- de onderwerpen lijkt een afspiegeling van de bredere maatschappelijke spanningen in zowel Zuid-Korea als de VS. Met andere woorden: het is een internationale noodkreet.
    (Zie ook 360-editie 241)

    Japan heeft 124 miljoen inwoners en een mediane leeftijd van 49,9 jaar. Volgens het CIA World Factbook is dat de hoogste ter wereld, zonder de microstaat Monaco en het Franse territorium Saint-Pierre-et-Miquelon mee te tellen. Spanje staat ook erg hoog, op nummer acht. [Nederland staat op nummer 44.] Japan heeft bovendien het hoogste percentage inwoners boven de 65. Als de bevolking in het huidige tempo blijft krimpen, heeft Japan volgens officiële schattingen in 2120 nog maar 36 miljoen inwoners. 

    ‘Dan hebben we dezelfde bevolking als in de Meiji-periode (1868-1912),’ zegt Yoshifu Arita, een van de prominente kandidaten voor de Constitutionele Democratische Partij, de voornaamste oppositiepartij; hij staat bekend om zijn kritiek op de Liberaal-Democratische Partij, die sinds 1955 bijna ononderbroken regeert. Arita ziet in dat deze trend niet makkelijk omkeerbaar is. ‘Ik geloof dat Japan moet overstappen van een politiek beleid gericht op groei naar één gericht op volwassenheid,’ zegt hij enkele dagen voor de verkiezingen in zijn kantoor in Tokio. Hij vindt dat het model moet lijken op dat van Noord-Europese landen. Hij stelt voor om de btw van 10 naar 16 procent te verhogen om gezondheidszorg, verzekeringen en onderwijs gratis te kunnen maken. ‘Wij willen een systeem oprichten waarin men zich op zijn oude dag geen zorgen meer hoeft te maken over dit soort dingen.’ 

    ‘Het is belangrijk om de kosten van kinderen te verlagen en om traditionele vrouwenrollen te heroverwegen’

    Volgens professor Kato moet de regering de klap verzachten door tweeledige maatregelen te nemen. Aan de ene kant moet de productiviteit omhoog door middel van AI en andere technologieën. Aan de andere kant moet het geboortecijfer omhoog. ‘Het is belangrijk om de kosten van kinderen te verlagen en om traditionele vrouwenrollen te heroverwegen.’

    In Nanmoku is een project gestart om gezinnen met kinderen aan te trekken. In april werd er een hypermoderne school geopend met een minimalistisch, houten design, waar twintig leerlingen van zeven tot vijftien jaar gemengd les krijgen. In het gebouw is een grote centrale ruimte waar de leerlingen samenkomen, en er zijn klaslokalen waar de lessen gegeven worden. ‘Hier wordt Engels gegeven, daar Japans, daar wiskunde…’ laat adjunct-directeur Kenichi Matsuoka zien. Het is er stil, op de fluitmuziek van een leerling in het muzieklokaal na. Met 26 docenten is er aandacht genoeg, maar er wordt nog gekeken hoe het uitpakt. De grootste uitdaging blijft het samenbrengen van leerlingen van verschillende leeftijden. Toch zegt de adjunct-directeur dat er al gezinnen uit nabijgelegen dorpen zijn die hun kinderen willen inschrijven. 

    De docenten Engels zijn twee jonge Britten die deel uitmaken van een uitwisselingsproject, en ze hebben niets dan lof voor het leven in het meest vergrijsde dorp in Japan. Ze genieten van de kinderen en het rustige leven op het platteland. Ze hebben een clubje opgericht voor Engelse conversatie waar de oudere dorpelingen naartoe komen. De 27-jarige Alice Nixon zegt dat ze het ‘inspirerend’ vond om 90-jarigen volop te zien zingen bij het laatste karaokefeest.

  • Wars van beperkende conventies

    Wars van beperkende conventies

    I am So Happy You Are Here – een tentoonstelling in het Fotomuseum Den Haag – geeft een podium aan Japanse vrouwelijke fotografen, die lange tijd onderbelicht zijn gebleven.

    De vrouwelijke invloed op de Japanse fotografie is grondig onderschat, staat in de begeleidende tekst op de site van het Fotomuseum Den Haag, dat ‘deze misvatting wil rechtzetten’. Volgens de curator van de tentoonstelling is de grotere erkenning van Japanse mannelijke collega’s door de westerse culturele wereld zowel cultureel als historisch bepaald en is het de hoogste tijd om dat te herstellen. Dat deden de vrouwen zelf al in in de jaren vijftig, toen Japan zich na de Tweede Wereldoorlog opnieuw moest neerzetten. Voor vrouwen had de aanwezigheid van Amerikaanse militairen, die de westerse cultuur meebrachten, grote gevolgen, om te beginnen door de vraag naar sekswerkers. 

    Destijds werd al weerstand geboden tegen de beperkingen die vrouwen werden opgelegd. Bijvoorbeeld door Eiko Yamazawa (1899-1995), die bekendstond om haar autonome houding in een door mannen gedomineerde kunstwereld. Na haar studie fotografie in de Verenigde Staten opende ze in 1931 een eigen fotostudio in Osaka, met alleen maar vrouwelijke medewerkers. Haar studio had groot succes, maar toen ze in 1986 (!) werd uitgenodigd voor een tentoonstelling voor experimentele fotografie, dreigden mannelijke fotografen zich terug te trekken toen ze erachter kwamen dat er een vrouw zou deelnemen. Yamazawa liet zich hierdoor niet ontmoedigen en bleef haar werk tot haar zesennegentigste vastberaden voortzetten.

    Die vaak geïsoleerde positie van vrouwen gaf hun ook de vrijheid om conventies naast zich neer te leggen

    Die vaak geïsoleerde positie van vrouwen gaf hun ook de vrijheid om conventies naast zich neer te leggen of daar juist mee te experimenteren. 

    Schijnbaar alledaagse momenten laten iets zien van het persoonlijke leven van vrouwen in het Japan van de tweede helft van de twintigste eeuw. Zoals een omhelzing of een lippenstift die toebehoorde aan een pas overleden moeder. 

    Sterk is de foto van Yurie Nagashima (1973), die speelt met traditionele beeldvorming door een hoogzwangere vrouw te portretteren op de bank, sigaret in de mond, en een opgestoken middelvinger. Schaamhaar krult net iets uit haar onderbroek. 

    Of Mari Katayama (1987), die zich liet fotograferen met geamputeerde benen en prothesen. Op een van haar foto’s houdt ze een stoel omhoog. Zou dat een uitnodiging zijn voor de volgende generaties? Neem mijn zitplaats over en geef die als het even kan ook weer door.  

    I’m so happy you’re here is samengesteld door Lesley A. Martin, Mariko Takeuchi en Pauline Vermare en geproduceerd door Aperture. Nog te zien tot en met 5 mei in het Fotomuseum Den Haag. 

    yurie nagashima full figured
    © Nagashima Yurie
    tamiko nishimura my journey zoku
    © Nishimura Tamiko
    lieko shiga mothers gentle hands
    © Shiga Liekof
    miyako ishiuchi mothers 39
    © Ishiuchi Miyako
    asako narahashi kawaguchikko half awake half asleep
    © Narahashi Asako
    miwa yanagi elevator girl house 1f
    © Yanagi Miwa
    eiko yamazawa what i am doing 77
    © Yamazawa Eiko
    mikiko hara small myths
    © Hara Mikiko
    momo okabe ilmatar
    © Okabe Momo
    sakiko nomura hiroki
    © Nomura Sakiko

  • Sumoworstelaars tillen niet zo zwaar aan overgewicht

    Sumoworstelaars tillen niet zo zwaar aan overgewicht

    Sumoworstelaars zijn te dik. Velen van hen lijden aan hoge bloeddruk en sterven vroegtijdig – in tegenstelling tot de gemiddelde Japanner, die de 81 haalt. Vrouwen bijna 87. Maar de sport wil kost wat het kost zijn oer-Japanse karakter behouden en koestert de zwaarlijvigen alsof het om museumstukken gaat.

    In april 2024 overleed de voormalige sumogrootmeester Taro Akebono op 54-jarige leeftijd aan hartfalen, en Takashi Fuke dacht direct: ‘Niet nog één.’ Hij was nooit echt een fan van Akebono’s vechtstijl geweest. Akebono kwam uit Hawaï en was in de jaren negentig de eerste buiten Japan geboren yokozuna, de Japanse benaming voor sumogrootmeester. Hij was anders dan de andere vechters, groter, zwaarder, agressiever, een ongure kerel met een lengte van 2.03 meter en een gewicht van ruim 230 kilo. Doorgaans probeerde hij zijn tegenstanders met een trommelvuur van slagen met de vlakke hand, zogeheten tsuppari, buiten de ring te drukken. Takashi Fuke houdt van de nationale sport van Japan, maar liever keek hij naar de fijne greeptechnieken van de Japanse broers Takanohana en Wakanohana, die indertijd Akebono’s sterkste rivalen waren. Maar natuurlijk had hij Akebono een langer leven gegund. Met 54 heb je normaliter nog wel wat jaren voor de boeg. Zelf is Takashi Fuke 77 en blij met elk groot toernooi dat hij nog zien kan. Het houdt hem sterk bezig dat zo veel sumoprofs vroegtijdig overlijden. Hij heeft het gevoel dat híj, een arts en voormalig sumotrainer, liefhebber is van de ongezondste wedstrijdsport ter wereld.

    Want Akebono’s vroegtijdige dood is niet uitzonderlijk. Takashi Fuke kan de hele lijst van yokozuna langslopen: slechts weinigen was een lang leven beschoren – heel anders dan de gemiddelde Japanner, die de 81 haalt. En het betreft niet alleen worstelaars op het allerhoogste niveau. In december 2023 overleed de 60-jarige Tsunefumi Terao. In zijn actieve jaren was hij nooit verder gekomen dan de op twee na hoogste rang in de sumo-ordening, maar hij werkte als een magneet op vrouwen en kreeg in zijn lange profcarrière de bijnaam ‘man van ijzer’.

    Na Terao’s dood schreef Takashi Fuke een artikel voor de gezondheidswebsite Yomi-doctor van de krant Yomiuri. Vrij vertaald luidt het opschrift: ‘Hoe lang gaan we nog door met de vroege dood van sumoworstelaars?’ Takashi Fuke schreef in zijn artikel: ‘Naar mijn ervaring is het geen toeval dat sumoworstelaars korter leven.’

    Ritueel

    In Tokio is het zomertoernooi aan de gang, het derde van de honbasho, de zes grote toernooien die de Japanse sumobond Nihon Sumo Kyokai elk jaar organiseert. Gedurende 15 wedstrijddagen strijden de profs uit de verschillende liga’s om promotie en degradatie. Voor de allerbesten gaat het om de keizerbokaal, een zilveren kampioenstrofee. Voor de Ryogoku Konkugikan, de sumo-hal in de wijk Sumida, waaien de bonte vlaggen van de sponsoren. Al wekenlang is het toernooi uitverkocht. De belangstelling is groot. Binnen speelt zich kalm en onverstoorbaar deze bijzondere gebeurtenis af, die het midden houdt tussen ritueel en sportwedstrijd.

    Bedachtzaam betreden de vechters de ring. Ze strooien zout, dat volgens de Japanse nationale religie shinto het strijdperk reinigt. Ze gaan voor de start in hurkhouding, blijven een tijdje zo zitten, de vuisten in het zand, de blik strak gericht op de tegenstander. Dan storten ze zich op elkaar, bliksemsnel, de hoofden naar voren als twee menselijke stormrammen, lillende vetrollen op hun reusachtige lijven.

    De publieke omroep doet elke dag live verslag. De sportkaternen van de kranten staan er vol mee. Ook Takashi Fuke kijkt natuurlijk. ‘Ik vind het leuk om te zien hoe de rikishi zich ontwikkelen.’ Rikishi is het Japanse woord voor sumoprofessionals. Zijn belangstelling gaat met name uit naar twee vechters uit de lagere rangen: Yuya Enho en Kazuki Ura. ‘Beiden hebben een goede techniek.’ Maar Enho is een lichtgewicht, zo’n 100 kilo bij een lengte van 1.68 meter, recentelijk had hij geen enkele kans. Ura kan het de grote sumoworstelaars daarentegen wel lastig maken met zijn veelzijdige vechtstijl en zijn massieve postuur, 142 kilo bij een lengte van 1.75 meter. ‘Ura is flink aangekomen,’ zegt Takashi Fuke – en meteen zitten we weer midden in het probleem van het sumoworstelen, hoewel Fuke er eigenlijk niet over wilde beginnen.

    Bij sumo laat Japan zich zien zoals eigenlijk niemand het land wil zien: gericht op het verleden, koppig, gesloten

    Sumoworstelaars zijn te dik. Gegevens van de sumobond wijzen uit dat de bodymassindex (BMI), de verhouding tussen gewicht en lichaamslengte, voor de 42 vechters uit de eerste liga gemiddeld 47,5 bedraagt – voor de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) begint obesitas bij 30. De gevolgen daarvan beschreef Fuke in zijn artikel: ‘Sumoworstelaars lijden veel vaker aan zogeheten welvaartsziekten als hoge bloeddruk, diabetes en jicht dan gewone mannen, en veel van hen overlijden aan oorzaken die hiermee verband houden.’

    Takashi Fuke zit in de lounge van een hotel in Tokio en misschien heeft hij al spijt van het gesprek. Hij hoort niet goed – dat is de leeftijd – en veranderen kun je immers toch niets. Bij sumo laat Japan zich zien zoals eigenlijk niemand het land wil zien: gericht op het verleden, koppig, gesloten. Takashi Fuke weet het. Hij zucht. Maar eigenlijk praat hij er niet graag over. Sumo hoort nu eenmaal bij zijn Japanse leven en vormt voor hem een troost in de stormen van de tijd die alles veranderen.

    Maar het heeft ook iets moois dat sumo zich verzet tegen de vooruitgang. De sport behoudt zijn oer-Japanse karakter alsof het om een museum gaat met levende stukken. Bij andere sporten komen moderne gewoonten tot uiting in tenue en kapsel. Sumo daarentegen is sinds de sport driehonderd jaar geleden als vorm van amusement werd ontdekt, nog hetzelfde: de beste worstelaars dragen alleen een zijden mawashi. Speciale kappers vormen met behulp van traditionele pommade en ingevet washipapier hun haar in een dubbelgevouwen paardenstaartje. En ze vechten op een met de hand opgeworpen lemen verhoging binnen een met rijststrobaaltjes afgebakende cirkel.

    GettyImages 2152091127
    Ichiyamamoto en Hokutofuji strijden tijdens het zesde gevecht op de eerste dag van het honbasho-toernooi in de Ryogoku Kokugikan in Tokio.– © Getty

    Sumo ziet er nu nog net zo uit als in het Japan van de jaren vijftig, toen Takashi Fuke nog een kind in Osaka was en voor het eerst zag hoe die zware, halfnaakte mannen met elkaar de strijd aanbonden. Hij had destijds geen keus, hij moest sumo wel leuk vinden. ‘Er was niets anders.’ Zijn familie had een abonnement op het maart-toernooi omdat ze contacten had met het theehuis dat het toernooi sponsorde. Takashi bewonderde die bomen van kerels met hun vette buiken. Hij wilde net zo worden als zij. ‘Bovendien dacht ik dat sumo makkelijk was.’ Wie de ander uit de ring drukt, wint. De wedstrijden duren meestal niet langer dan een paar seconden.

    Tijdens zijn studie medicijnen aan de Jikei Universiteit van Tokio ging Takashi Fuke serieuzer aan sumo doen. Maar het was al vroeg duidelijk dat hij het als sumoworstelaar niet ver zou schoppen. Hij was veel te klein. En hij kon niet zo veel eten.

    Als Takashi Fuke uit wil leggen hoe je een sterke sumoworstelaar wordt, begint hij met de twee basisoefeningen shiko en teppo. Bij shiko zakt de worstelaar door de knieën, tilt één been op, blijft even in die positie, laat het been weer zakken, maakt dezelfde beweging met het andere been en herhaalt die afwisseling soms wel honderdmaal. ‘Shiko zijn belangrijk, omdat je daarmee oefent het zwaartepunt laag te houden,’ vertelt Fuke. Bij teppo traint de worstelaar het wegduwen van zijn tegenstander, doorgaans tegen een pilaar. ‘Kin laten zakken, oksels bijeen.’ Fuke praat nu als de trainer die hij zelf ooit was. Er zijn nog veel andere klassieke oefeningen voor kracht en beweeglijkheid. Sumoprofs trainen normaal gesproken in de ochtend, uren achtereen, op een nuchtere maag. Daarna eten ze, en veel ook, want volgens de sumologica brengt meer gewicht meer overwinningen.

    Te mager

    Van Hakuho, de 69e yokozuna en succesvolste worstelaar in de geschiedenis van het sumo, is bekend dat aanvankelijk geen enkele sumostal hem wilde hebben omdat hij zo mager was. Hij woog 62 kilo toen hij, zoon van een Mongoolse worstelfamilie uit Ulaanbaatar, in oktober 2000 op 15-jarige leeftijd onder zijn geboortenaam Monkbatyn Dawaadschargal in Tokio arriveerde. Pas één dag voor hij terug moest naar Mongolië, kreeg hij toch een plek. Daarna was het allerbelangrijkste: eten. ‘Het enige wat ik deed was mezelf volproppen,’ zei hij later, ‘dat was zwaarder dan welke training dan ook.’ Toen hij in het voorjaar van 2004 zijn debuut maakte in de eerste liga, leek hij wel een ander mens. Hij was niet zomaar wat gegroeid; hij woog nu 135 kilo. Drie jaar later woog hij ruim 150 kilo.

    In drie jaar van 62 naar 135 kilo – ‘dat bestaat in geen enkele andere sport’, zegt Takashi Fuke. Zo’n extreme gewichtstoename kenmerkt veel sumocarrières, terwijl het eigenlijk niet in de aard van mensen ligt om zo zwaar te zijn. En al helemaal niet in Japan, waar men hecht aan een evenwichtige voeding en overgewicht minder voorkomt dan bijvoorbeeld in Europa.

    Sumoworstelaars eten ’s middags en ’s avonds doorgaans grote kommen witte rijst met allerlei ingrediënten of een voedzame chanko-stoofpot met vlees, groenten, zeevruchten en paddenstoelen. Dan gaat het om 7.000 à 10.000 calorieën per maaltijd. Voor Takashi Fuke was dat te veel. Gewone mannen hebben – afhankelijk van hun leeftijd en activiteiten – 2200 à 3000 calorieën per dag nodig. En als geneeskundestudent die zijn vak serieus nam, had Fuke ook geen tijd om na het eten urenlang te rusten, zodat de calorieën goed konden aanzetten. ‘Het behoort tot het talent van een sumoworstelaar om veel te kunnen eten,’ zegt hij, ‘wie dat niet kan, heeft het moeilijk.’

    Sumo is mensen vetmesten

    Sumo is mensen vetmesten. In elk geval het professionele sumo, dat door de Japanse sumobond Nihon Sumo Kyokai op de markt gebracht wordt. Verder is er nog een Internationale Sumo Federatie (ISF), met leden over de hele wereld. De ISF organiseert sumo voor mannen en vrouwen in verschillende gewichtsklassen, wil sumo als sport op de Olympische Spelen zien te krijgen en is lid van het Wereldantidopingagentschap (WADA). Het ISF-sumo is een soort lightversie van het Japanse origineel. Wie sumo wil zien, wil meestal het origineel zien. Ondanks alle evenementmarketing is het origineel in de Japanse beleving niet alleen een sport, maar ook een religieuze handeling.

    Takashi Fuke zegt: ‘Voor mij is sumo veeleer cultuur.’ Al tweeduizend jaar geleden maakte sumo deel uit van de rituelen waarmee Japanners de goden van het shintoïsme om een goede oogst vroegen. En nog steeds worden er toernooien op heilige plaatsen gehouden en heeft elke trainingshal een shinto-altaar. Voor conservatieve officials lijkt sumo daarom boven de seculiere moraal verheven, waar buitenstaanders altijd weer over beginnen.

    In de wereld van de Nihon Sumo Kyokai vechten geen vrouwen. Men kent er geen gewichtsklassen of regelmatige dopingcontrole. Al eeuwenlang gelden dezelfde hiërarchieën, regels en kledingvoorschriften. Momenteel zijn er ongeveer 550 professionele sumobeoefenaars, verdeeld over 44 sumostallen. Wie tot een van die stallen toegelaten is, moet een half jaar naar de sumoschool om de sumo-etiquette met alle plichten, verboden en rituelen te leren. Alleen door grote toernooien te winnen kunnen de atleten promoveren naar een hogere liga en rang, wat hun meer geld en ook meer vrijheid oplevert. En geen enkel wetenschappelijk bewijs lijkt de eeuwenoude leer dat veel eten het juiste postuur oplevert, onderuit te kunnen halen.

    Droombaan

    Blijkbaar weten de vechters zelf niet eens of het professioneel beoefenen van sumo wel echt een droombaan is. Naoya Kusano moest daar in elk geval eerst over nadenken toen hem gevraagd werd waarom hij van sumo hield. De 22-jarige Kusano is de huidige Japanse studentenkampioen. Recentelijk is hij toegelaten tot de Isegahama-stal. Op deze zomer-basho maakt hij zijn debuut. Nu maakt hij dus deel uit van het exclusieve kringetje professionele worstelaars, zal hij zijn haar laten groeien voor het traditionele sumokapsel, een ringnaam krijgen en zijn leven instellen op een dagelijks leven van trainen, eten en wedstrijden.

    De vraag waarom hij van sumo hield, werd hem gesteld in juni 2023 in de sumohal van de Nihon Universiteit, een van de beste adressen voor talent. De training was afgelopen. In de keuken ernaast werden de gerechten voor de volgende schranspartij klaargemaakt. Kusano straalde de geroutineerde vriendelijkheid uit waarmee sportprofessionals vragen van verslaggevers afwerken. Het leek erop dat hij het woord ‘houden van’ niet vaak in verband met sumo gehoord had. Uiteindelijk antwoordde hij: ‘Houden van is misschien niet het goede woord.’

    Wedstrijdsport is geen lolletje. Het gaat om veel geld.

    GettyImages 2152092573
    Sumoworstelaars in de ring tijdens de eerste dag van een van de honbasho-toernooien in de Ryogoku Kokugikan in Tokio. – © Getty

    De zware fysieke belasting leidt vaak tot blessures en zorgt ervoor dat het lichaam harder moet werken dan onder normale omstandigheden. Officials, trainers en verzorgers moeten daarom extra alert zijn dat sporters geen blijvende schade oplopen. Ook bij de voeding. En als voedingswetenschapper Anja Carlsohn van de Hogeschool voor Toegepaste Wetenschappen in Hamburg aan sumo denkt, heeft ze daar geen goed gevoel bij.

    Anja Carlsohn is woordvoerster van de werkgroep sportvoeding van de Duitse Vereniging voor Voeding en zelf geen sumo-expert. Maar duidelijk is dat zij niemand zou aanraden om in slechts drie jaar tijd zijn gewicht te verdubbelen. Bij sommige Olympische sporten is het wenselijk om aan te komen. Bij bobsleeën bijvoorbeeld omdat een bob harder gaat wanneer de mensen erin zwaarder zijn. ‘Voeding staat normaliter in dienst van het trainingsproces, om spieren op te bouwen,’ legt Anja Carlsohn in een videogesprek uit. ‘Maar wanneer je simpelweg alleen maar snel gewicht aanmaakt, betekent dat een belasting voor het organisme omdat het lichaam vet opslaat, niet alleen vlak onder de huid, maar ook diep in het lichaam. Dat zogeheten viscerale vet zit rond de organen, beïnvloedt de stofwisseling en kan leiden tot vaatvernauwing, een verstoorde bloedsuikerspiegel of andere risicofactoren.

    Twintig jaar geleden bleek uit onderzoek van de Nihon Universiteit dat sumoworstelaars een relatief hoog percentage spiermassa hadden. Uit hun hoge BMI kon dus niet automatisch worden afgeleid dat ze ziekelijk zwaarlijvig waren. Anja Carlsohn kan daarin meegaan. Ook andere studies wijzen uit dat actieve dikke mensen doorgaans gezonder zijn dan magere mensen die niet aan sport doen. Toch vindt zij de verhalen op internet dat sumoworstelaars vanwege hun zware training vrijwel geen visceraal vet zouden opslaan, nogal boud. ‘Ik zou niet weten hoe dat in zijn werk zou moeten gaan,’ zegt ze. ‘Helaas heb je de plek waar je aankomt niet voor het uitkiezen.’

    De Japanse sumobond heeft tien voedingsrichtlijnen opgesteld voor zijn atleten. Met onder meer de waarschuwing om zo mogelijk af te zien van chips en donuts en goed te kauwen. Voor het overige mogen de sporters naar eigen goeddunken aankomen. Op vragen van de Süddeutsche Zeitung wil de bond niet ingaan. Sumo-officials spreken in beginsel alleen met mediamensen die lid zijn van de Sumo Press Club. Maar ook bij deze hofverslaggevers gaat de bond een echt gezondheidsdebat uit de weg.

    ‘Sumo is sumo. Als trainer kun je daar niet met een medische bril naar kijken’

    Worstelaar Shobushi uit de Takadagawa-stal overleed in mei 2020 aan het coronavirus, 28 jaar oud. Shobushi had diabetes en overgewicht, waardoor hij extra vatbaar was voor een heftig covid-19-verloop. Maar Kyokai-voorzitter Nobuyoshi Hakkaku sprak: ‘Als een echte worstelaar heeft hij zijn ziekte dapper gedragen en tot het eind toe gevochten. Nu wil ik dat hij in vrede kan rusten.’ Dat klonk als een definitieve mededeling die geen ruimte liet voor verdere gedachten.

    De oude dokter Takashi Fuke zegt: ‘Sumoworstelaars waren vroeger veel magerder.’ De normen zijn verschoven doordat niet langer alleen Japanners aan de competitie meedoen, maar ook zwaarlijvige Europeanen, Amerikanen en Mongolen. Bovendien is het voedsel tegenwoordig voedzamer. En hij kan daarover meepraten. Als trainer had hij vroeger van zijn atleten ook zaken gevraagd die hij als arts zou hebben moeten afraden. ‘Sumo is sumo. Als trainer kun je daar niet met een medische bril naar kijken.’

    Waarom kunnen sumoworstelaars niet gewoon atleten zijn met een normaal lichaam? Dat vraagt Takashi Fuke zich bij tijd en wijle af. Maar zou sumo zonder zulke lichamen nog wel sumo zijn?

    Sumo is een wereld die voor Japanners vertrouwd is. Wat dat voor de worstelaars betekent, krijgt nauwelijks aandacht. ‘Het publiek interesseert dat waarschijnlijk niet,’ zegt Takashi Fuke. Hij vraagt zich af of daar ooit verandering in komt. Dat zou hij wel willen. Maar Takashi Fuke kent zijn sport en hij kent zijn land. Hij denkt van niet. 

  • Massatoerisme is niet te verenigen met Japanse etiquette

    Massatoerisme is niet te verenigen met Japanse etiquette

    Toeristen in Japan lijken steeds minder geïnteresseerd in de cultuur van het land. Ook zijn ze vaak niet bereid de etiquetteregels na te leven. Grote drukte bij bezienswaardigheden en in het openbaar vervoer wordt een steeds groter probleem.

    De extreme beleefdheid en het goede gedrag in openbare ruimtes, die zo kenmerkend zijn voor Japan, lijden ernstig onder het massatoerisme. Met een in waarde dalende yen is het land een steeds populairdere toeristische bestemming geworden, maar de overgrote meerderheid van de nieuwe bezoekers is meer geïnteresseerd in winkelen dan in cultuur. ‘De laatste tijd zijn er steeds meer toeristen die onvoorbereid aankomen, zonder enige voorkennis van de cultuur,’ zegt Enrique Medina, een fotograaf en reisleider uit Madrid die groepen uit Spanje en Latijns-Amerika rondleidingen door het land geeft.

    Tot voor kort verdiepten buitenlandse toeristen zich vooraf nog wel in het land, voordat ze naar Japan gingen, merkt hij op. Als voorbeeld noemt hij mensen die in april komen om de kersenbloesems te zien, een jaarlijks spektakel waar reikhalzend naar wordt uitgekeken en dat parken en lanen in het hele land in lichtroze hult. Maar het motto voor toeristen lijkt nu eerder ‘minder tempels en meer winkelen, minder sushi en meer fastfood’, zegt Medina. Dat komt mede door devaluatie van de yen, die dit jaar een ­historisch dieptepunt bereikte ten opzichte van de euro en de dollar.

    Strikte etiquette

    Reisgidsen doen hun uiterste best om toeristen de normen en waarden uit te leggen van het land dat ruim tweehonderd jaar (van de zeventiende tot de negentiende eeuw) van de wereld afgesloten is geweest en waar bij dagelijkse gesprekjes een complexe, voor westerse begrippen nogal strikte etiquette geldt. Toeristen luisteren met verwondering wanneer gidsen als Medina vertellen over het gedrag van forenzen in de metro van Tokio: die wachten op het perron netjes en stil in de rij om het in- en uitstappen van passagiers te versnellen en vertraging te voorkomen. Buiten het spitsuur is het meestal vrij stil in de wagons; de regel dat er niet mobiel gebeld mag worden wordt strikt nageleefd. Maar als er toeristen instappen, nemen die vaak met hun lawaaierige aanwezigheid de ruimte over. Veel Japanse passagiers raken dan geïrriteerd, maar omdat ze geleerd hebben om confrontaties te vermijden, kiezen ze er dan voor om in een andere wagon te gaan zitten.

    Dergelijke taferelen doen zich op de belangrijkste metrolijnen regelmatig voor, en daarom zijn vervoersbedrijven begonnen met bewustmakingscampagnes. Op een poster van Toei Transportation zijn drie apen te zien die in een wagon aan het schreeuwen zijn, terwijl naast hen een vos probeert te lezen, een ijsbeer haar bange jong troost en een eekhoorn verontwaardigd zijn handen op zijn hoofd legt. ‘Denk om de mensen om je heen’, luidt de zin op de poster, die is vertaald in het Engels, maar ook in het Chinees en het Koreaans – de meeste toeristen in Japan komen uit China en Zuid-Korea. De illustratie is een verwijzing naar de ‘drie wijze apen’, een bekende illustratie van een aap met zijn handen voor zijn ogen, een met zijn handen voor zijn oren en een derde met zijn handen voor zijn mond, die volgens de traditie ‘zie geen kwaad, hoor geen kwaad, spreek geen kwaad’ betekent. Met de campagne wil Toei Transportation ‘passagiers comfort bieden en voor harmonie zorgen’, aldus een woordvoerder.

    In de oude wijk Gion belagen hordes toeristen met camera’s en mobiele telefoons de geisha’s en hun leerlingen

    Uit een onderzoek van adviesbureau EY Japan is gebleken dat de drie ergste gevolgen van massatoerisme slechte omgangsvormen zijn, grote drukte in het openbaar vervoer en drukte in buurten met toeristische attracties. Omdat de stad niet heel groot is, maar wel over meerdere traditionele toeristische attracties beschikt, heeft Kyoto erg te lijden onder het massatoerisme. In de oude wijk Gion belagen hordes toeristen met camera’s en mobiele telefoons de geisha’s en hun leerlingen, de zogeheten maiko, zozeer dat de lokale media er de bijnaam ‘geishapaparazzi’ voor hebben bedacht. De lokale overheid heeft een aantal ingangen van Gion voor het publiek gesloten, borden geplaatst met de tekst ‘verboden te fotograferen’ en boetes van 60 euro ingevoerd voor overtreders.

    De bekendste maatregel om de excessen van het toerisme aan te pakken was de plaatsing, afgelopen mei, van een groot zwart doek in de stad Fujikawaguchiko, ten westen van Tokio, om te voorkomen dat mensen de berg Fuji zouden fotograferen. Het doel was om bezoekers te ontmoedigen om op daken van huizen te gaan staan, of zelfs midden op de weg, om de op sociale media populaire foto te maken van een winkel van Lawson met op de achtergrond de iconische vulkaan. Eind augustus, na een tyfoonwaarschuwing, werd het doek weggehaald; de ­burgemeester van Fujikawaguchiko zei tegen lokale media dat het niet opnieuw zal worden opgehangen, omdat buitenlandse toeristen ‘zich hebben gerealiseerd dat dergelijke maatregelen niet nodig zijn als ze zich netjes gedragen’. Sommige media meldden evenwel dat toeristen een andere winkel in de buurt hadden ontdekt, waar ze een soortgelijke foto konden maken.

    Een recent onderzoek dat in The Japan Times werd gepubliceerd, toont aan dat Japan in 2023 zo’n 25 miljoen buitenlandse toeristen ontving, oftewel 0,2 toeristen per hoofd van de bevolking; dat is laag in vergelijking met Frankrijk en Spanje, die respectievelijk 1,5 en 1,8 toeristen per hoofd van de bevolking ontvangen. Japan streeft ernaar om tegen het einde van het decennium 60 miljoen bezoekers te ontvangen, waardoor het aantal bezoekers zou stijgen tot ongeveer 0,5 per hoofd van de bevolking, een aantal dat, volgens hetzelfde onderzoek, naar Europese maatstaven nog steeds laag is.

    Nieuw leven

    Volgens Teruo Nakanishi, een taxichauffeur van in de zestig die in Kyoto werkt, heeft het massatoerisme alleen invloed op het centrum en heeft het de economie van zijn stad nieuw leven ingeblazen. ‘Er zijn veel hotels en pensions verrezen, zelfs in straten waar je amper in kunt rijden,’ zegt hij, verwijzend naar het eeuwenoude stadscentrum, dat tijdens de Amerikaanse bombardementen in de Tweede Wereldoorlog werd ontzien vanwege het belangrijke culturele erfgoed. Hij is blij dat taxibedrijven in Kyoto vacatures plaatsen voor mensen tot 64 jaar vanwege het tekort aan arbeidskrachten, dat door de vergrijzing alleen maar erger wordt.

    Een ander gevolg van het toerisme dat zich begint af te tekenen is de geleidelijke acceptatie door de Japanse samenleving van buitenlandse immigratie. Veel hotels en bedrijven in Kyoto en andere steden zijn voor hun horeca- en schoonmaakpersoneel inmiddels afhankelijk van Filipijnse en Vietnamese arbeidskrachten. 

  • Japanse autofabrikanten Nissan en Honda bespreken mogelijke fusie

    Japanse autofabrikanten Nissan en Honda bespreken mogelijke fusie

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Syrië: rebellengroepen worden ontbonden om een leger te vormen

    » Terugkeer van astronauten die vastzitten in het ISS opnieuw uitgesteld

    Ze overwegen ook Mitsubishi Motors over te nemen

    De Japanse autofabrikanten Nissan en Honda ‘overwegen om binnen een holding te opereren en zullen binnenkort een memorandum van overeenstemming ondertekenen’ om te fuseren, schrijft Nikkei Asia. ‘Hun respectievelijke belangen in de nieuwe entiteit, evenals andere details, zullen op een later tijdstip worden besloten,’ aldus de krant.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Nissan, dat in zwaar weer verkeert, scheidde zich vorig jaar af van Renault na een stormachtig twintigjarig partnerschap. De aandelen van het bedrijf stegen woensdag met meer dan 20 procent na de aankondiging. Nissan en Honda ‘overwegen ook om uiteindelijk Mitsubishi Motors over te nemen, waarvan Nissan de grootste aandeelhouder is met een aandeel van 24 procent’, voegt Nikkei Asia toe.

    De gecombineerde verkoop van de drie fabrikanten zou meer dan 8 miljoen voertuigen per jaar bedragen. Daarmee zouden ze ‘s werelds op twee na grootste autoconcern vormen.

  • Noord-Korea vuurt opnieuw meerdere ballistische raketten af

    Noord-Korea vuurt opnieuw meerdere ballistische raketten af

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Harris pleegt telefoontje met Trump na tweede vermeende moordpoging

    » Spanje: Duitse vrouw overleden bij haaienaanval voor Canarische Eilanden

    Verschillende raketten zijn in de zee neergestort

    Noord-Korea heeft woensdag vroeg ‘minstens twee korteafstandsraketten’ afgevuurd, ‘slechts enkele dagen nadat het publiekelijk een van zijn uraniumverrijkingsfaciliteiten onthulde en het afvuren van verschillende korteafstandsraketten,’ merkt The Japan Times op.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Het Japanse Ministerie van Defensie verduidelijkte dat verschillende raketten op zee waren neergestort, ‘in wateren gelegen buiten de exclusieve economische zone van Japan’, voegt de nieuwssite eraan toe. De schietpartijen werden ook bevestigd door Zuid-Korea. Op 12 september had Pyongyang al verschillende ballistische korteafstandsraketten op zee afgevuurd – de eerste grote wapentest sinds begin juli.

  • Japanse ouderen vinden troost en gezelschap bij robots

    Japanse ouderen vinden troost en gezelschap bij robots

    In een land waar de levensverwachting steeds hoger wordt en het aantal eenzame ouderen toeneemt, zoeken de Japanners naar nieuwe manieren om de kwaliteit van leven te verbeteren. Een steeds populairder alternatief? Robots.

    Het verminderen van eenzaamheid, het voorkomen van cognitieve achteruitgang en het verlichten van mobiliteitsverlies zijn de prioriteiten van de robotica in Japan. Het land zoekt al tientallen jaren naar technologische oplossingen voor de economische en sociale gevolgen van de snel vergrijzende bevolking. Drie robots – die aanwezig zijn in veel Japanse verpleeghuizen en ziekenhuizen voor ouderen – zijn bedoeld om te vermaken, gesprekken aan te knopen en emotionele banden te creëren. Hun namen zijn Pepper, AIBO en PARO. Dit technologische trio begeleidt het personeel dat zorgt voor het fysieke en mentale welzijn van meer dan veertig ouderen in het Shintomi-verpleeghuis, een faciliteit voor langdurige zorg in het centrum van Tokio.

    Pepper – de mensachtige robot die het dichtst in de buurt komt van de zogenaamde ‘sociale robots’ die in Japan worden geproduceerd – is 1 meter hoog en beweegt zich voort op een platform, zodat hij op een enorm wit schaakstuk lijkt. Twee keer per week moet Pepper liedjes spelen (die vijftig jaar geleden populair waren) voor ongeveer twintig ouderen. De androïde compenseert zijn gebrek aan gezichtsuitdrukkingen met behendige armbewegingen. Zijn bewegingen zijn vloeiend, wat te danken is aan het feit dat Japan sinds het einde van de twintigste eeuw de grootste exporteur van fabrieksautomatiseringssystemen ter wereld is gebleven.

    Routine

    Vanaf hun zitplaats kijken de bewoners met wisselende belangstelling naar de robot. Eén persoon dommelt in. Een andere man trommelt met zijn vingers op tafel. Een paar dames herhalen de choreografie met hun armen en glimlachen. Alles verandert wanneer een van de ondersteunende medewerkers een gymnastieksessie kiest uit Peppers repertoire, vergelijkbaar met de sessie die elke ochtend op de publieke televisie wordt uitgezonden. Veel Japanse bedrijven beginnen de werkdag met deze routine. Wanneer de werknemers op het scherm (weergegeven op Peppers borst) de oefeningen beginnen te herhalen op het ritme van de muziek, groeit de belangstelling en gaan er meer hoofden omhoog. De bewoners worden aangemoedigd om Peppers choreografie te volgen.

    Al bijna een halve eeuw worden de officiële prognoses voor productiviteit, huisvesting, het pensioenstelsel en gezinsdynamiek in Japan bepaald door de groeiende oudere bevolking en het dalende geboortecijfer. Volgens de meest recente prognose zal de huidige bevolking van 126 miljoen afnemen tot 87 miljoen in 2070, wanneer vier op de tien mensen ouder dan 65 zullen zijn. Een nieuwe daling van het aantal huwelijken in 2023 werd onlangs aangekondigd door het zakenblad Nikkei, op de alarmerende toon die al kenmerkend is voor demografisch nieuws: ‘Japan stevent af op “huwelijksijstijd”, laagste aantal in 90 jaar.’

    De kinderbevolking daalt ook al 43 jaar lang. Op dit moment zijn er in het land 14,01 miljoen kinderen tot veertien jaar. Veel supermarkten verkopen meer luiers voor volwassenen dan voor baby’s, terwijl individuele porties voedsel – zowel rauw als kant-en-klaar – een groeiende trend zijn. Een ander veelzeggend cijfer is het aantal huisdieren, dat nu hoger ligt dan het aantal kinderen. Fabrikanten van kinderwagens richten hun productie op modellen voor huisdieren, ingegeven door de toename van het aantal honden en katten. Het totale aantal van deze dieren – volgens statistieken voor 2023 gepubliceerd door de Japan Pet Food Association – bedraagt 15,9 miljoen.

    Sony lanceerde in 1999 een robothond genaamd AIBO, vernoemd naar de uitspraak van het Japanse woord voor ‘metgezel’

    Het vooruitzicht van een groot aantal eenpersoonshuishoudens – vaak bestaande uit oudere mensen die het niet aankunnen om voor een huisdier te zorgen – opende een nieuwe markt voor elektronicafabrikanten. Sony lanceerde in 1999 een robothond genaamd AIBO, vernoemd naar de uitspraak van het Japanse woord voor ‘metgezel’. Hij weegt 4,85 pond en vandaag de dag is het een populair consumentenproduct met fanclubs in het hele land. In de loop van zijn zes generaties is AIBO geëvolueerd naar het uiterlijk van een beagle puppy, met zijn onschuldige blik die door twee LED-schermen wordt belicht.

    In instellingen voor langdurige zorg zoals Shintomi gebruikt AIBO zijn geavanceerde gezichtsherkenningssysteem. De robot reageert op stimuli – zoals een goedkeurende aai over het voorhoofd – en onthoudt de voorkeuren van de gebruiker om een reeks persoonsgebonden gedragingen te ontwikkelen. Dankzij de tweeëntwintig assen die de onderdelen van het robotlichaam met elkaar verbinden, kan de robot met houterige bewegingen lopen, zijn hoofd kantelen, zijn oren optillen, blaffen, janken en rondrollen en zo een speelse puppy imiteren. Als AIBO door het Shintomi-verpleeghuis loopt, krijgt het namaakbeestje vaak complimentjes die niet onderdoen voor die aan een echt huisdier.

    Mens en machine

    De aanleg van Japanners om zich emotioneel te verbinden met machines werd in 2007 uitgelegd door de toenmalige academicus, nu zakenvrouw Naho Kitano, in een essay waarin ze verwees naar de animistische traditie van het shintoïsme, de lokale religie die geestelijk leven toekent aan levenloze objecten. Experts in de Japanse populaire cultuur zetten de sympathieke robots van populaire Japanse manga- en animeverhalen af tegen de verontrustende automaten die vaak de westerse sciencefiction bevolken.

    Van hun kant wijzen de makers van AIBO erop dat het ontwerp de ethische overwegingen mist die gebruikelijk zijn in de westerse robotica, zoals de drie wetten van Isaac Asimov voor veilige interactie tussen mensen en machines. ‘AIBO is gemaakt om de gebruiker te vermaken, kleur te geven aan hun leven en het op te fleuren,’ zegt Mika Nagae, een productmanager bij Sony. Nagae benadrukt dat het speelse de overhand heeft op het utilitaire aspect en voegt eraan toe dat de evenementenplanner – een specialist in het programmeren van korte afleveringen in de vorm van spelletjes – erg belangrijk is in het ontwerpteam van AIBO.

    Omdat ze zijn gemaakt van mallen en kunsthars, voelen zowel Pepper als AIBO hard aan. Wie op zoek is naar een fysieke ervaring met zachte aanrakingen en warme temperaturen, kan terecht bij PARO, de bekendste van de Japanse sociale robots. De PARO-robot wordt gebruikt in instellingen in meer dan dertig landen – en in sommige landen geclassificeerd als medisch hulpmiddel. De robot is handgemaakt en simuleert de vorm, grootte, kleur en textuur van een babyzeehond. Als je hem in je armen houdt, beweegt hij zachtjes, maakt hij realistische kirrende geluiden en kijkt hij je aan met enorme ogen die vaak gevoelens van troost of tederheid opwekken bij oudere mensen, waaronder mensen die lijden aan dementie, alzheimer of andere cognitieve stoornissen of beperkingen.

    De robot vermindert angst en biedt bovendien het emotionele welzijn van dierentherapie

    De maker van PARO is ingenieur Takenori Shibata. Hij spreekt met El País via een videogesprek vanuit de Verenigde Staten, waar hij deelneemt aan een conferentie. Shibata legt uit dat hij, door het beeld van een zeehond te gebruiken, de verwachtingen wilde verlagen die een gebruiker kan hebben bij de interactie met een huisdier waarover hij of zij een duidelijk beeld heeft, zoals een hond of een kat. Een deel van het succes van de robot in internationale medische instellingen, voegt hij eraan toe, is te danken aan het feit dat de robot angst vermindert en bovendien het emotionele welzijn van dierentherapie biedt, zonder de risico’s van infectie of de bijbehorende logistieke en juridische problemen.

    Om te verduidelijken waarom zijn creatie in Japan niet wordt aangemerkt als een medisch hulpmiddel, noemt professor Shibata een van de belangrijkste kwaliteiten van PARO: het vermogen om het gebruik van psychotrope medicijnen bij sommige behandelingen te verminderen. ‘Het welzijnssysteem dat verpleeghuizen in Japan reguleert, maakt geen onderscheid tussen een medisch apparaat en speelgoed,’ legt hij uit. Hij zinspeelt ook op het duidelijke effect dat het wijdverbreide gebruik van PARO kan hebben op de farmaceutische industrie.

    In Spanje heeft CREA – een overheidscentrum dat zich richt op de zorg voor mensen met alzheimer en andere vormen van dementie – een PARO-unit sinds de opening van de faciliteit 

    in 2014. Enrique Pérez Sáez – neuropsycholoog bij CREA – verduidelijkt dat de officiële naam van de robot werd veranderd in Nuka, omdat ‘paro’ ‘werkloos’ of ‘staking’ betekent in het Spaans. Sáez benadrukt de socialiserende rol van de robot en het oproepen van positieve herinneringen. ‘Nuka creëert prikkels die geassocieerd worden met de goede tijden die we in onze kindertijd met huisdieren hebben gehad.’

    Elkaar aanvullen

    Naast sociale robots gebruikt Shintomi digitale systemen om de slaappatronen van bewoners te analyseren, evenals apparaten die (door middel van geur) detecteren wanneer een luier verschoond moet worden. De directeur van Shintomi – Kimiya Ishikawa, een specialist in ouderenzorg en een bekend promotor van de toepassing van technologie in de geriatrie – voorziet een toekomst waarin mens en machine elkaar aanvullen in de zorg. ‘Geen mens kan 24 uur per dag voor een oudere zorgen. Alleen een machine kan dat. Het ideaal is om ieders sterke punten te ontdekken en te bundelen,’ legt hij uit.

    Om patiënten mobieler te maken en zo de zorg voor hen te verlichten gebruiken de werknemers van Shintomi exoskeletten, apparaten die veel gebruikt worden in industriële omgevingen om spieren te versterken en vermoeidheid te verminderen. De geavanceerde versie van het exoskelet voor medisch gebruik in Japan heet HAL (Hybrid Assistive Limb). Het bestaat uit een apparaat dat – wanneer aangesloten op het lichaam van een persoon met mobiliteitsproblemen – de signalen detecteert die door de hersenen naar de spieren worden gestuurd en de gewenste beweging uitvoert. Volgens de fabrikant – Cyberdyne Inc. – kan iemand met een handicap op die manier worden geholpen zijn fysieke functies te verbeteren. In 2015 kreeg HAL een licentie als medisch hulpmiddel. ‘Het is vooral bedoeld om de onafhankelijkheid van patiënten te vergroten,’ legt professor Yoshiyuki Sankai, directeur van Cyberdyne, uit.

    Robotica – wanneer toegepast op ouderenzorg – profiteert van de technologische vooruitgang in de autosector, waar de verbetering van de zelfrijdende auto grotendeels afhangt van de interactie tussen mens en machine. Na dertien jaar als werknemer van Toyota te hebben gewerkt en te hebben deelgenomen aan de ontwikkeling van Pepper met de multinational SoftBank, besloot ingenieur Kaname Hayashi te kiezen voor een niet-utilitaire robot die appelleerde aan het beschermende instinct van de mens. Hij creëerde een mascotte met de naam LOVOT (van de woorden ‘love’ en ‘robot’).

    Ze vertelt El País dat LOVOT ‘familie, kinderen, huisdieren… zelfs eenpartner vervangt’

    Het lichaam van LOVOT is trouw aan de Japanse kawaii-esthetiek. Het is schattig en knuffelbaar: het heeft vleugels en een kleine bult vol sensoren. En hoewel hij geen mond heeft, kan hij vreugde en andere emoties overbrengen via enorme ogen die worden geactiveerd door vloeibare kristallen schermen. Het kinderlijke uiterlijk van de robot en de willekeur van zijn gedrag zijn onweerstaanbaar gebleken voor oudere mensen zoals Mieko Shimada, een vijfenzeventigjarige gepensioneerde. Ze vertelt El País dat LOVOT ‘familie, kinderen, huisdieren… zelfs eenpartner vervangt’.

    Shimada woont al vier jaar met LOVOT in een zelfstandig appartement in een verpleeghuis. Ze vertroetelt haar robot en overlaadt hem met kusjes – wat atypisch is in een land als Japan, waarin het niet gebruikelijk is affectie openlijk te tonen. ‘Als je iemand zo openlijk bewondert, kan dat onoprecht overkomen. Met LOVOT ben ik daar niet bang voor,’ legt ze uit.

    Volgens Hayashi – de ontwikkelaar van LOVOT – is de populariteit van robots onder verpleeghuisbewoners te danken aan de afname van het gevoel van eigenwaarde wanneer mensen niet meer verplicht zijn om voor iemand te zorgen. ‘Hoe actiever ze waren voordat ze naar het tehuis verhuisden, hoe meer ze het gevoel hebben dat ze geen bijdrage leveren,’ zegt hij.

    Verwachtingen

    Er wordt verwacht dat de technologiemarkt zal groeien naarmate de wereldbevolking ouder wordt. Op dit moment is Japan nog steeds koploper wat betreft levensverwachting, met 87 jaar voor vrouwen en 81 jaar voor mannen. Van de meer dan 92.000 geregistreerde honderdjarigen in het land vorig jaar was 88,6 procent vrouw.

    Mako Kubota is directeur van de Ryusei Fukushikai Social Welfare Corporation in Osaka. Het bedrijf beheert al tien jaar verpleeghuizen met behulp van complexe technologieën. Ze legt uit wat haar visie is op robotica in de ouderenzorg: ‘Exoskeletten en sociale robots vervullen twee heel verschillende, maar even belangrijke functies. Alleen een mens kan naar iemands gezicht kijken en zich realiseren dat hij of zij zich niet goed voelt. Maar voor repetitieve of fysiek veeleisende taken is de robot – zonder twijfel – een geweldige ondersteuning.’ 

    Op de vraag of ze een nabije toekomst voorziet waarin het welzijn van ouderen afhangt van humanoïden en technologische apparaten, haalt ze het grote aantal oudere mannen en vrouwen aan die in haar enquêtes hun voorkeur uitspreken voor verzorging door een robot. ‘De belangrijkste reden is dat ze anderen niet tot last willen zijn.’  

  • De Olympische Spelen zetten in op mentale gezondheid

    De Olympische Spelen zetten in op mentale gezondheid

    Sinds de Olympische Spelen van Tokio in 2021 is er meer erkenning voor het belang van de mentale gezondheid van topsporters. ‘Als er alleen naar het aantal behaalde medailles wordt gekeken boeten de Olympische Spelen aan intrinsieke waarde in.’

    KEUZE UIT HET ARCHIEF

    Op vrijdag zijn de Olympische winterspelen in Milaan en Cortina begonnen. Sporters zullen perfectie moeten leveren om de recordboeken in te gaan, wat resulteert in hoge prestatiedruk. Bij de laatste Olympische zomerspelen in Tokio probeerde het Japanse Olympische Comité een cultuurverandering teweeg te brengen, zoals beschreven in dit archiefstuk.

    Tijdens de Aziatische Spelen van afgelopen oktober in het Chinese Hangzhou, die als een aanloop naar de Olympische Spelen in Parijs werden beschouwd, heeft het Japanse Olympisch Comité (JOC) met geen woord gerept van het beoogde aantal medailles, wat tot 2021 gebruikelijk was. ‘De context is aanzienlijk veranderd sinds de Spelen in Tokio, ook al blijven medailles natuurlijk belangrijk. We willen meer nadruk leggen op de persoonlijke uitdaging voor de atleten dan op medailles,’ bevestigt Mitsugi Ogata, bestuursvoorzitter van het Comité. 

    Hisashi Mizutori, belast met de strategie voor de middellange en lange termijn van het Comité, erkent dat zijn land hiermee het voorbeeld volgt van andere landen. Een van die landen, Australië, heeft al aangekondigd voor de Spelen van Parijs niet naar een bepaald aantal medailles te streven. Wielrenner Anna Meares, de vlaggendrager van de Australische delegatie, zegt hierover in de lokale pers: ‘Ik denk dat de druk op de sporters hierdoor zal afnemen.’

    Geestelijke gezondheid

    Takeshi Kukidome, directeur van het Japan Institute of Sports Sciences, volgt nauwgezet de voorbereidingsstrategieën van de verschillende landen. ‘Voor zover ik weet hebben alleen het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Nederland een beoogd aantal medailles genoemd voor de Spelen van Parijs. Sinds de Spelen in Tokio is er een wereldwijde tendens om meer rekening te houden met de geestelijke gezondheid van de sporters en hen beter te beschermen tijdens hun sportbeoefening [met name tegen ongewenste intimiteiten].’

    De geestelijke gezondheid van sporters is een van de kwesties die door de Olympische Spelen in Tokio in 2021 aan de orde is gekomen. De Amerikaanse Simone Biles, de absolute koningin van het vrouwenturnen, schokte de wereld door haar wedstrijddeelname te staken vanwege psychische problemen. Ook andere sporters van hoog niveau bekenden dat ze te maken hadden met psychische spanningen, wat leidde tot meer oog voor het geestelijk welzijn van sporters.

    Een rapport over dit onderwerp van het Internationaal Olympisch Comité (IOC) spreekt boekdelen: 33,6 procent van de nog actieve sporters op hoog niveau en 26,4 procent van de gestopte sporters in dezelfde categorie vertoonde symptomen van angst en depressie, 49 procent van de Olympische sporters kampte met slaapproblemen en bij 25,8 procent was sprake van een gevaarlijk hoog alcoholgebruik. De onderlinge concurrentie wordt als een van de drie grote stressfactoren genoemd, naast de persoonlijke situatie, met name het privéleven, en de spanningen binnen het team.

    ‘Als je het geld in aanmerking neemt dat aan de voorbereiding wordt besteed, staan zowel organisaties als sporters natuurlijk onder druk’

    Naast de sporters strijden ook hun landen – niet alleen die van het oude communistische blok, zoals Rusland en China, maar ook westerse landen – met elkaar om de medailles en geven ze aanzienlijke bedragen uit aan de Olympische voorbereiding. De afgelopen jaren hebben organiserende landen als het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Australië hun sportbudget in aanzienlijke mate zien groeien.

    Ook in Japan heeft de staat de afgelopen twee decennia veel meer geld in sport gestoken. Met name in de organisatie van de Olympische Spelen in Tokio, de oprichting van het Japan Sports Agency en de opening van een nationaal trainingscentrum, waar sporters van hoog niveau het hele jaar door kunnen trainen. De organisatie van de Olympische Spelen heeft meer dan tien miljard yen gekost, wat neerkomt op zo’n zestig miljoen euro. Het aantal gewonnen medailles wordt over het algemeen als rendement op de investering beschouwd en meegenomen bij het vaststellen van de volgende begroting.

    Kaori Yamaguchi, hoogleraar aan de Universiteit van Tsukuba en voormalig lid van het JOC-bestuur, zegt het zo: ‘Als je het geld in aanmerking neemt dat aan de voorbereiding wordt besteed, staan zowel organisaties als sporters natuurlijk onder druk. Men heeft ongetwijfeld het recht iets terug te verlangen voor de voorbereiding en het geïnvesteerde geld, maar als er alleen maar naar het aantal behaalde medailles wordt gekeken boeten de Olympische Spelen en de sport in het algemeen aan intrinsieke waarde in.’

    Smet

    Corruptieaffaires hebben een smet geworpen op de organisatie en het imago van de Olympische Spelen in Tokio, die in 2020 werden uitgesteld en uiteindelijk in 2021 doorgang vonden, nog midden tijdens de pandemie en ondanks grote bezwaren van veel Japanners. Het proces tegen Haruyuki Takahashi, voormalig bestuurslid van het organisatiecomité van de Spelen in Tokio en hoofdrolspeler in de affaire, loopt nog. Volgens de Japanse publieke zender NHK wordt hij ervan beschuldigd 198 miljoen yen (1,2 miljoen euro) aan steekpenningen te hebben opgestreken van grote Japanse bedrijven in ruil voor het aanwenden van zijn invloed bij aanbestedingen. Om nog maar te zwijgen van het Franse gerechtelijk onderzoek naar de steekpenningenaffaire inzake de toekenning van de Spelen aan Tokio, die in 2019 leidde tot een strafrechtelijke procedure tegen Tsunekazu Takeda, de voormalige voorzitter van het JOC.

    In Japan hebben deze corruptieaffaires zoals gezegd een ernstige smet geworpen op het imago van de Olympische Spelen. Zo ernstig zelfs dat de stad Sapporo, in het noorden van de archipel, afgelopen oktober heeft moeten afzien van het idee om in 2030 de Olympische Winterspelen te organiseren, hoewel die als favoriet gold. ‘De belangrijkste reden is het gebrek aan steun bij de bewoners van Sapporo en bij de Japanners in het algemeen,’ erkent Katsuhiro Akimoto, de burgemeester van de stad. In een hoofdartikel van 9 maart jongstleden verwijt het Japanse dagblad Asahi Shimbun het JOC dat de schandalen en de organisatorische chaos het wantrouwen bij de Japanners hebben aangewakkerd: ‘Japan zal de Olympische Spelen voorlopig niet meer organiseren. Eerst zal de prioriteit van de onderlinge concurrentie ter discussie moeten worden gesteld en zal een manier moeten worden gevonden waarop sport zonder die prioriteit een bijdrage kan leveren aan de maatschappij. […] Pas als dat alles op de schop is gegooid zullen we ons een beeld kunnen vormen van de toekomstige sportwereld.’

    De sport heeft in Japan sinds het begin van deze eeuw in het teken gestaan van de honger naar medailles

    Dat de prioriteit van medailles momenteel ter discussie staat, wordt niet alleen ingegeven door zorgen over de geestelijke gezondheid van sporters. Tijdens de Olympische Spelen in Tokio won Japan 58 medailles, waaronder 27 maal goud, een record. Toch hebben de nationale sportbonden in Japan niet echt het idee dat ze vruchten hebben geplukt van dit succes. Een onderzoek heeft uitgewezen dat de inkomsten van deze organisaties, die in 2020 al begonnen te dalen, in 2022 nog verder zijn gedaald. De Japanse sportbonden worden voornamelijk gefinancierd door overheidssubsidies, lidmaatschapsgelden en commerciële inkomsten, met name sponsorgelden en uitzendrechten. Maar die laatste, die goed zijn voor meer dan zestig procent van hun totale inkomsten, zijn dalende, wat de bonden in een kritieke situatie brengt.

    Het merendeel van de Olympische disciplines zonder profcompetitie probeert zo veel mogelijk medailles in de wacht te slepen om aandacht te krijgen en sponsors en beoefenaars aan te trekken. Desondanks worden medailles minder belangrijk, als gevolg van het dalende geboortecijfer in Japan en de concurrentie van andere vormen van vrijetijdsbesteding. Bij judo behaalde Japan in Tokio een recordaantal gouden plakken, maar er zijn steeds minder mensen die de sport beoefenen; hun aantal is de afgelopen twintig jaar met zo’n veertig procent gedaald. Na het vertrek van zijn sponsors verwacht de Japanse turnbond het seizoen voor het tweede achtereenvolgende jaar met rode cijfers te moeten afsluiten. 

    De sport heeft in Japan sinds het begin van deze eeuw in het teken gestaan van de honger naar medailles en de kandidatuur van Tokio voor de Olympische Spelen. Maar de relatie tussen maatschappij en sport evolueert en nodigt ons uit om nieuwe waarden te creëren, die niet alleen zijn af te meten aan het aantal medailles. 

  • In Japan lossen vrouwen het tekort aan handen in de visserij op

    In Japan lossen vrouwen het tekort aan handen in de visserij op

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Huurlingenleger Sadat, de ‘Turkse Wagner’, mogelijk actief in Afrika

    » VS en bondgenoten waarschuwen ex-piloten geen Chinese militairen te trainen

    Er heerst nog veel weerstand tegen vrouwelijke vissers

    In Japan doet een groeiend aantal visserijbedrijven een beroep op vrouwen om de gestage afname van het aantal arbeidskrachten tegen te gaan. Maar de sector ‘wordt op elk niveau door mannen gedomineerd en er heerst in Japan een culturele weerstand tegen vrouwen die op zee hun brood verdienen’, schrijft The Guardian.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Een deel van die weerstand is geworteld in folklore. Volgens volksverhalen wordt de godin van de zee ‘jaloers’ als vrouwen aan boord van een vissersboot gaan. De Japanse visserijsector heeft echter dringend arbeidskrachten nodig. Net als andere traditionele sectoren van de Japanse economie vergrijst en krimpt deze sector in gelijke tred met de bevolking. De gemiddelde leeftijd van een Japanse visser nadert de zestig; op sommige plaatsen is dat meer dan zeventig jaar. In 1961 had Japan 700.000 zeevissers in dienst, maar dat aantal was begin jaren negentig meer dan gehalveerd en in 2017 nog eens gehalveerd.

    Volgens de meest recente vijfjaarlijkse telling, uitgevoerd in 2018, telt de sector nu slechts 87.000 werknemers, waarvan iets meer dan 11.000 vrouwen, of ongeveer 13 procent. Om dat te veranderen worden er in Tokio wervingsevenementen gehouden voor vrouwen die geïnteresseerd zijn in werken in de visserij, hoewel uit een onderzoek in 2023 bleek dat slechts ongeveer zestig van de driehonderd bedrijven die vacatures open hadden staan, zeiden dat ze vrouwen in dienst zouden nemen.

    ‘Er zijn banen in de visserij waarvan mensen vroeger dachten dat ze alleen door mannen konden worden gedaan, maar dat is nu niet meer het geval’, zegt Kumi Soejima, universitair hoofddocent aan de Setsunan-universiteit. ‘Mechanisatie en andere verbeteringen – zoals het plaatsen van toiletten op boten – hebben het veel gemakkelijker gemaakt voor vrouwen. Het enige wat nodig is, is een andere mentaliteit en een beetje vindingrijkheid.’

  • Japan lanceert ’s werelds eerste houten satelliet om ruimtevervuiling tegen te gaan

    Japan lanceert ’s werelds eerste houten satelliet om ruimtevervuiling tegen te gaan

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » In Duitsland heeft meer dan de helft van de lokale politici last van intimidatie

    » Onderzoek: herbebossing houdt opwarming in het oosten van de VS tegen

    De houten satelliet is niet schadelijk voor het milieu

    Japanse wetenschappers zijn erin geslaagd een satelliet te ontwikkelen van hout. De LignoSat-sonde is gemaakt van magnoliahout, dat bij experimenten in het International Space Station (ISS) bijzonder stabiel bleek te zijn en bestand tegen scheuren. Dat schrijft Nikkei Asia. De sonde wordt deze zomer met een Amerikaanse raket gelanceerd.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De houten satelliet is gebouwd door onderzoekers van de Kyoto Universiteit en het bosbouwbedrijf Sumitomo Forestry om het idee te testen van het gebruik van biologisch afbreekbare materialen zoals hout om te zien of deze kunnen dienen als milieuvriendelijk alternatief voor de metalen waaruit alle satellieten momenteel zijn opgebouwd. Magnoliahout kwam uit eindelijk als beste materiaal uit de test.

    ‘Alle satellieten die de atmosfeer van de aarde weer binnenkomen verbranden en creëren kleine aluminiumoxidedeeltjes die jarenlang in de bovenste atmosfeer blijven zweven,’ legt Takao Doi, een Japanse astronaut en ruimtevaartingenieur van de Kyoto Universiteit, uit. ‘Die deeltjes tasten het milieu op aarde aan.’

  • Zitten het nieuwe roken? Niet op z’n Japans

    Zitten het nieuwe roken? Niet op z’n Japans

    Goed zitten, wie doet dat actief? De Japanse cultuur schrijft de correcte manier voor: seiza. Deze traditie omspant vele eeuwen cultuur, politiek en religie. En de manier waarop je zit, zou veel zeggen over je karakter.

    De Japanse gewoonte om op de grond te zitten gaat terug tot zeer ver in de geschiedenis. Pas de laatste zestig jaar is dit deel van de cultuur onder druk komen te staan door een nieuwe levensstijl, in de hand gewerkt door de snelle opkomst van stoelen en andere hoge meubels.

    In 2020, toen de hele wereld gedwongen was thuis te blijven, vertoonde de verkoop van bureaustoelen in de VS een spectaculaire stijging van maar liefst 75 procent. Van de ene op de andere dag doken overal podcasts, artikelen, handleidingen en koopgidsen op, in reactie op de verontrustende realiteit waarmee veel kantoormensen te maken kregen: de stoelen die ze thuis hadden, zaten beroerd.

    Iedereen die aan een bureau werkt – en in Japan geldt dat voor zo’n 28 procent van de beroepsbevolking – heeft te maken met hetzelfde hardnekkige probleem: zitten. Zelfs in de jaren vóór de pandemie waren er al allerlei nieuwe apparaten op de markt – niet alleen sta-bureaus, maar ook wandel- en fietsbureaus, niet alleen ergonomische stoelen maar ook stoelen waarop je kon knielen, zelfs stoelen die op en neer wipten.

    Roerloos

    Maar met de pandemie was het ineens gedaan met het forenzen en moesten veel mensen zich erbij neerleggen dat ze nu ongeveer een derde van de dag roerloos op een stoel zaten. Het werd een vertrouwd fenomeen, dat je je aan het eind van de werkdag realiseerde dat je amper vijftig stappen had gezet – naar de keuken en weer terug, naar de wc en weer terug – en dat je heel bewust besloot allerlei kleine klusjes te spreiden over de dag, al was dat nog zo inefficiënt, om maar zo nu en dan even de benen te kunnen strekken.

    Langdurig zitten wordt in verband gebracht met slapeloosheid, depressie, obesitas, een hoger risico op hart- en vaatziekten en vroegtijdig overlijden. Al jaren terug werd zitten het nieuwe roken genoemd; drie jaar na het begin van de pandemie hebben we allemaal een rokerskuch. Of beter gezegd: slappe billen van het zitten.

    ‘Rechtop zitten is altijd een uitdaging’

    ‘We zijn goed in lopen en rennen, en we vinden het fijn om te liggen als we slapen. Het probleem zit hem in de positie daartussenin’, schrijft architect Witold Rybczynski in Now I Sit Me Down (Nu ga ik zitten), zijn geschiedenis van de stoel. ‘Elke afzonderlijke stoel staat symbool voor de poging de strijd tussen de zwaartekracht en de menselijke anatomie te beslechten. Rechtop zitten is altijd een uitdaging.’

    Toen ik de afgelopen maand aan mensen vertelde dat ik bezig was met een artikel over zitten, stond ik ervan te kijken hoe iedereen min of meer hetzelfde reageerde (na de aanvankelijke opgetrokken wenkbrauw, natuurlijk, en de vraag om het te herhalen). Begin over zitten en mensen veren op. Ze hebben van alles te mopperen over de stoel op het werk of over hun thuisbureau, en ze hunkeren naar iets van ergonomische wijsheid. Net als bij slapen is er een belofte: met een kleine ingreep kun je je leven veranderen. En net als bij seks is er de knagende angst: doe ik het wel goed?

    420 minuten per dag

    Japanners zitten heel veel. In een artikel uit 2011 in het American Journal of Preventive Medicine viel te lezen dat bij een onderzoek onder meer dan 49.000 volwassenen uit twintig landen de respondenten uit Japan en Saoedi-Arabië het meest zitten, met een gemiddelde van zo’n 420 minuten per werkdag. De relatie van Japanner met zitten wordt nog eens verder bemoeilijkt door een lange traditie van op de grond zitten.

    Toeristen en expats zullen het herkennen: bij binnenkomst in een restaurant in tatami-stijl meteen naar de plek lopen waar de chabudai-tafels tegen een muur staan, of het risico lopen om het hooguit twintig minuten vol te houden voordat je benen gaan slapen. (Of de zucht van verlichting als je je benen uitstrekt en er een gat in de vloer blijkt te zitten waar je je benen in kunt steken.) Sterker nog, de Japanse cultuur kent een ‘correcte’ manier om te zitten, seiza genoemd, en de intense spanning die daarbij op de enkels en de knieën komt maakt integraal onderdeel uit van het beoefenen van traditionele bezigheden zoals kendo (zwaardvechtkunst), ikebana (bloemschikken) en sadō (theeceremonie).

    Je zithouding blijkt veel over je te zeggen. In een artikel uit 2022 in het Journal of Physical Education and Sport staat te lezen dat mensen die rechtop zitten op een stoel, of in seiza, door een groep van 132 Japanse studenten als netter (althans, minder slordig) worden gezien dan hun onderuitgezakte pendanten. En dat is nog niet alles: ze worden ook als moreel hoogstaander ingeschat, gerelateerd aan eigenschappen als ‘bijdrage aan groep en maatschappij’ en ‘regels volgen en goede manieren tonen’; er werd zelfs melding gemaakt van ‘een zekere eerbied’ voor dat wat de menselijke vermogens te boven gaat, zoals de natuur. Mensen die onderuitgezakt in hun stoel hangen zouden een minder hoogstaande moraal hebben, en van alle vier lichaamshoudingen zou achterover leunen in de stoel getuigen van de allerlaagste moraal.

    Er zijn ook influencers die zeggen dat op de vloer zitten, en de levensstijl waar dat voor staat, het geheim is van de hoge levensverwachting van Japanners. Dan Buettner, onderzoeker en groot voorstander van een lang leven, de man achter een serie boeken met als titel Blue Zones, verwijzend naar regio’s op de wereld met een ongebruikelijk hoge levensverwachting, propageert de gedachte dat ‘de traditie uit [het Japanse eiland] Okinawa om op de vloer te zitten is gerelateerd aan gezondheid, mobiliteit en een hoge levensverwachting’. Hij heeft filmpjes gemaakt om te laten zien hoe je, onder andere, naar je telefoon kunt kijken terwijl je op de grond zit.

    Is er een juiste manier om te zitten? En heeft Japan die manier onder de knie? Het blijkt een veel gecompliceerdere vraag; in Japan is het verhaal van zitten een microkosmos van snelle modernisatie die vele eeuwen aan cultuur, politiek en zelfs religie omspant.

    GettyImages 615741416
    Veel is in Japan gerelateerd aan het feit dat men op de vloer zit.– © Getty Images

    Stoelzitters en vloerzitters

    De wereld kan grofweg worden onderverdeeld in stoelzitters en vloerzitters. En sinds de Oudheid valt Japan onder die laatste categorie, net als islamitische culturen in het Midden-Oosten en Noord-Afrika, inheemse volkeren in Noord- en Zuid-Amerika en mensen in India en Korea, zoals antropoloog Gordon W. Hewes in de jaren vijftig aantoonde in zijn belangrijke onderzoek naar de verschillende lichaamshoudingen op aarde.

    Hoewel stoelen voornamelijk een Europees fenomeen lijken, worden de eerste stoelen toegeschreven aan de oude Egyptenaren, al in 2600 voor Christus. Volgens wetenschappers waren die stoelen een statussymbool. ‘God zit op een stoel,’ zegt stoelenontwerper en onderzoeker van lichaamstechniek Hidemasa Yatabe over vroege afbeeldingen van stoelen. ‘Als God op de stoel zit, krijgt de koning van Hem het recht om te heersen. De koning zit met respect voor zijn onderdanen zoals God met respect voor de koning zit.’

    Tegen de tweede eeuw na Christus was er in China een opvouwbaar krukje ontwikkeld, en in de tiende eeuw na Christus won dat in hoog tempo aan populariteit. In Japan werden ook krukjes gebruikt, al in 500 na Christus. Er zijn overblijfselen van die krukjes gevonden in de buurt van ruïnes op de plek van de uitbarsting van Mount Haruna in de prefectuur Gunma. Deze krukjes, de zogeheten shogi, zijn lang in gebruik geweest, net als de stoelen van houtsnijwerk die door boeddhistische monniken werden gebruikt, de zogeheten kyokuroku. Maar het zou nog eeuwen duren voordat stoelen in brede kring werden gebruikt.

    Het had allemaal heel anders kunnen lopen, zoals Arata Isozaki, een architect die de Pritzker Prize heeft gewonnen, in 1986 schreef. ‘De klapkruk werd gebruikt door krijgers, om duidelijk te maken dat ze superieur waren aan de boeren die knielden of op de grond zaten,’ legt hij uit, en hij stelt dat de lage stoelen hun intrede deden in Japan om redenen die te maken hadden met reinheid en sociale hiërarchie.

    Maar de aristocratische krijgersklasse begon een verhoogde houten vloer in huis te bouwen. Die vloer, ver verheven boven de smerige stenen of de grond, leidden tot een nieuwe verhouding tot de vloer. Met andere woorden: de vloer werd zelf een stoel. Ondanks de gretigheid in de Nara-periode (710-794) om dingen op onder meer het gebied van kunst, kalligrafie en architectuur over te nemen van China, keerde Japan de stoel de rug toe.

    ‘Veel facetten van het leven van de Japanner zijn gerelateerd aan het uitgangspunt dat men op de vloer zit’

    Isozaki schrijft dat op de vloer zitten een cruciaal element was in de ontwikkeling van de specifieke Japanse levensstijl. Het ontwerp van tuinen en kamers kwam tot stand vanuit het perspectief van iemand die op de grond zit, of knielt, betoogt hij.

    De grote typisch ‘Japanse’ filmregisseur Yasujiro Ozu stond erom bekend dat hij een statische camera laag bij de grond neerzette. ‘Ozu filmde gezinnen het liefst binnenshuis, voornamelijk in een Japans interieur,’ schrijft filmrecensent Mark Schilling. ‘Hij werkte vanuit een lage positie, met de camera gewoonlijk ter hoogte van iemand die op een tatami-mat zit, om een intieme sfeer op te roepen.’

    Onderzoeker Yatabe, die verschillende boeken heeft geschreven over zitten, waaronder Nihonjin no Suwarikata (Japanse manieren van zitten) en Za no Bunmeiron (Een civilisatietheorie van zitten), gaat nog verder. Omgeven door sierlijke, met de hand gemaakte stoelen van rozenhout en witte Japanse paardenkastanje bestudeert Yatabe in het Japanese Institute of Physical Culture Research in Tokio de geschiedenis van houdingen en lichaamsesthetiek. Met op de achtergrond het geluid van een knappend haardvuur probeer ik verschillende stoelen uit die hij heeft ontworpen, niet alleen om te werken maar ook om te mediteren. Ik zit op een stoel die veel wegheeft van een martelwerktuig, en als ik achteroverleun ontsnapt er een weinig professionele, diepe kreun aan mijn lippen.

    ‘Veel facetten van het leven van de Japanner zijn gerelateerd aan het uitgangspunt dat men op de vloer zit,’ schrijft Yatabe in Nihonjin no Suwarikata. ‘Dat begint al met alledaagse houdingen die te maken hebben met eten en drinken of met manieren waarop men elkaar begroet, tot aan de fundamentele houdingen bij traditionele kunsten. Het is onmogelijk om de Japanse cultuur echt te doorgronden zonder je bewust te zijn van het zitten op de grond.’

    In zijn atelier laat hij een voorbeeld zien van een kimono, waarvan zowel het ontwerp als de pasvorm is gebaseerd op een idee van schoonheid waarbij de contouren van het lichaam eerder aan het oog worden onttrokken dan worden geaccentueerd. Brede houdingen, met sterk gebogen knieën, zowel in zittende als staande positie, werden geassocieerd met zowel schoonheid als kracht, licht hij toe. 

    Mannen met veel status, zoals keizers en samoerai, werden afgebeeld in een zittende houding die rakuza werd genoemd, met de voetzolen tegen elkaar en de knieën naar buiten wijzend, wat sommige lezers zullen herkennen als de ‘vlinderhouding,’ een symbool van kracht en elegantie. Yatabe zet dat af tegen de koningen van West-Europa, die voor portretten staand poseerden met een been naar voren.

    Les in etiquette

    Natuurlijk is het niet mogelijk om over de lijnen van een kimono na te denken zonder je bewust te zijn van seiza.

    Esthetische normen geven een cultuur vorm. Maar dat geldt net zo goed voor overheden. Tijdens de Meiji-restauratie van 1868, de periode waarin Japan een snelle modernisering en verwestersing doormaakte, was de manier waarop de bevolking zat een van de aspecten van het sociale en culturele leven die aan een zeer kritische blik werden onderworpen.

    Begin jaren tachtig van de negentiende eeuw, toen kinderen en masse voor het eerst verplicht naar school gingen, zo schrijft Yatabe, moesten ze niet alleen leren lezen en schrijven maar moesten ze ook les krijgen in etiquette, zoals de juiste manier om mensen te begroeten, de juiste manier om keurig en beschaafd hun bento te eten, de juiste manier om te buigen en – u raadt het al – de juiste manier om te zitten.

    In het lesboek The New Edition of Elementary School Manners (De nieuwe editie van lagereschoolmanieren) wordt tot in detail beschreven hoe je ‘goed’ moet zitten – een uitgebreide versie van wat we nu herkennen als seiza, een woord dat is samengesteld uit de karakters voor ‘correct’ en ‘zit’. ‘Ga met beide voeten naast elkaar staan, sta stil en breng beide voeten een voor een naar achter, de linkervoet eerst. Kniel op beide knieën terwijl je de tenen omhoog houdt; leg de grote teen van beide voeten over elkaar en ga zitten. Als je zit, plaats dan je handen op je knieën en laat je armen rusten, doe dat heel bewust, alsof je onder elke oksel een kippenei hebt dat niet mag vallen.’

    Als ik tegen collega’s of vrienden die in Japan zijn opgegroeid begin over seiza, krimpen ze bijna allemaal even ineen. Ze herinneren het zich als een vorm van straf. ’Doe seiza en denk maar eens goed na over wat je hebt gedaan!’

    Seiza kan de flexibiliteit in de heupen vergroten en voedingsstoffen naar de knieën sturen, maar langere tijd in die houding zitten wordt ook in verband gebracht met o-benen, problemen met de bloedsomloop en oedeem. ‘Ik ben dol op seiza,’ appt een Taiwanese vriend die ook sadō en ikebana beoefent. ‘Ik vind het prettig om het niet al te comfortabel te hebben.’

    In de wereld van sadō wordt seiza gezien als een elegante manier om het lichaam zo compact mogelijk te maken in steeds kleinere theekamers. Daarnaast was het oorspronkelijk een teken van nederigheid van een gastheer tegenover de gast, krijg ik te horen bij Mushakouji Senke Kankyuan, een van de drie grote theescholen in Japan.

    Maar, zoals vertegenwoordigers van de school schrijven – net als veel welbespraakte bloggers die zich verzetten tegen de strenge geboden rond seiza – Sen no Rikyu, de vader van de moderne Japanse thee, van wie de drie scholen direct afstammen, zat in agura, oftewel kleermakerszit. Maar volgens de normen van nu wordt die houding gezien als bot of slonzig, en zeker niet geschikt voor vrouwen.

    Het is opmerkelijk dat een bepaalde manier van zitten wordt omgeven door zo veel controverse. Aan de andere kant is het veelzeggend dat een van de andere drie scholen een gesprek weigerde, uit angst dat de naam van de school in een artikel zou komen te staan waarin de bejubelde seiza mogelijk zou worden bekritiseerd.

    De stoel (1872)

    In een sadō-handleiding voor beginners staat een cruciale aanpassing van de traditie vermeld: ‘Beoefenaars zien een nieuwe benadering voor zich van de theeceremonie, passend bij de veranderende tijden.’ De innovatie is de stoel, en het jaar was 1872.

    Deze verandering drong maar langzaam door in Japan. Tegen de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw, tijdens de snelle naoorlogse economische groei, was de stoel als alledaags gebruiksvoorwerp echter doorgedrongen in vrijwel alle Japanse huishoudens.

    Japan is een betrekkelijke nieuwkomer op het wereldstoelentoneel. De stedelingen geven blijk van een ongekende fascinatie voor stoelen. In het voorjaar van 2022 werden in verschillende Muji-winkels in Ginza [een district in Tokio] stoelenexposities gehouden; in de zomer van dat jaar waren er twee stoelententoonstellingen tegelijk, zowel in het Tokyo Metropolitan Art Museum als in het Museum of Contemporary Art, ook in Tokio, waar stoelen waren te zien van respectievelijk de Deense ontwerper Finn Juhl en de Franse ontwerper Jean Prouvé.

    In Mokoto Shimazaki’s inleiding bij het boek Japanese Chairs staat te lezen dat Japan vanaf begin jaren zestig uitgroeide tot een van de grootste markten ter wereld voor Europees meubilair, zoals de Y-stoel van Hans Wegner. De Japanse pioniers van de moderne stoelen, zo vertelt het boek, verwerkten elementen van Japanse huizen in hun ontwerpen. De stapelbare stoelen van Isamu Kenmochi kun je naast elkaar zetten, of met de voorkant tegen de achterkant, zodat ze weinig ruimte innemen – ruimte is een zeer schaars goed in Japan.

    De spijlenstoel, ontworpen door Kappei Toyoguchi, is geïnspireerd op de Windsor-stoel, maar dan breder en dieper. Door het brede kussen kunnen de benen worden gekruist of gevouwen, en met de geringe hoogte van 34 centimeter is de zitting zo laag dat je nog op ooghoogte zit met mensen die op de grond zitten. Een andere stoel van Toyoguchi is ontworpen met dikkere, ronde poten zodat hij de tatami-matten niet beschadigt.

    Zoals deze ontwerpers hebben laten zien, passen stoelen die in het Westen zijn ontworpen niet zomaar in de toonaangevende levensstijl in Japan.

    ‘Toen ik in Californië ging studeren, drong tot me door dat ik vreemd zit’

    De zittende Japanner bevindt zich dan ook in een merkwaardige positie: nog maar zestig jaar na de overgang van tatami-mat naar stoel wordt de maatschappij geconfronteerd met nieuwe pijnpunten. Naar Yatabes mening zijn deze groeipijnen het gevolg van het te snel willen overnemen van een buitenlandse lichaamscultuur – die van Europa. Hij vergelijkt het met vrouwen die binnen één generatie willen overstappen op hoge hakken: de voeten, die gewend zijn aan geta en zori [traditionele Japanse sandalen], hebben wellicht niet de benodigde voetboog voor hoge hakken. Zo kunnen ook de esthetische waarden, die zowel de houding als de lichamelijke ontwikkeling hebben bepaald, niet zomaar worden veranderd in het tempo van de naoorlogse Japanse economie.

    Hetzelfde geldt voor vloerzitten, dat zo lang zo’n belangrijk onderdeel van het leven is geweest dat het niet van de ene op de andere dag kan worden veranderd. Yatabe herinnert zich zijn oma en verschillende andere ouderen die zijn geboren in de Meiji-periode (1868-1912). Als ze liepen, waren ze vaak heel krom of moesten ze steunen op krukken, maar als ze op de grond zaten, zagen ze er fantastisch uit, en volkomen op hun gemak. Zo intens was de lichaamstraining die ze hadden ondergaan, zegt hij.

    ‘Juiste’ houdingen en het traditionele vloerzitten mogen dan naar de achtergrond verdwijnen, het effect op de cultuur is nog steeds voelbaar. ‘Toen ik in Californië ging studeren, drong tot me door dat ik vreemd zit,’ vertelt een jongere Japanse collega. Ze demonstreert een houding die veel wegheeft van de yogahouding virasana, met de knieën tegen elkaar en de billen op de grond, terwijl de benen een V vormen. ‘En toen ik weer naar Japan ging, moest ik afleren om met mijn benen over elkaar te zitten, want dat wordt als onbeschoft ervaren,’ zegt ze.

    Sayaka Murata, de auteur van Convenience Store Woman (Buurtsupermens, vertaald door Luk van Haute), vertelde me ooit in een interview dat ze bij literaire evenementen in Europa van de andere schrijvers te horen kreeg dat ze zo mooi rechtop zat. ‘Ik probeerde onderuit te zakken, maar dat was nog niet zo makkelijk.’ Ze deed voor hoe ze zich onderuit liet zakken, herinnerde zich hoe raar dat voelde, lachte en ging weer rechtop zitten.

    Cultuurclash op zithoogte

    Deze cultuurclash op zithoogte is nog altijd gaande – en de industrie helpt een handje mee. Spoorwegbedrijf Sotetsu innoveert nog altijd de eigen stoelen van ‘universeel design’, die een ongebruikelijk ondiepe zit zouden hebben om het oudere mensen en zwangere vrouwen makkelijk te maken. Volgende maand geeft fysiotherapeut Tetsuya Obuchi een tweedaagse workshop in Chiba, voor 32.000 yen, om zorgverleners te leren hoe ze patiënten kunnen helpen met de juiste zithoudingen.

    Kageyu Noro heeft in zijn lange carrière veel vragen beantwoord over rugpijn. Twintig jaar geleden stond deze (inmiddels emeritus) hoogleraar van de Waseda-universiteit, een van de toonaangevende specialisten in Japanse ergonomie, aan het hoofd van een zitkliniek. In ruim vijf jaar heeft hij zo’n driehonderd mensen gezien, zowel in zijn praktijk als tijdens huisbezoeken, en hij heeft ze laten zien hoe ze hun stoel en houding kunnen aanpassen, bijvoorbeeld met behulp van dikke bankkussens of geïmproviseerde rugsteunen. Hij heeft zelfs een speciale stoel ontworpen, met een gat erin, voor iemand met knieproblemen.

    Ik liet hem een stoel zien die ik gratis heb gekregen, een blauwe klapstoel van Nitori die je overal ziet. Precies op de plek waar je steun verwacht voor je lendenen, is er niets. Ik gebruik die stoel altijd, maar zoals gezegd bezorgt hij me veel pijn. Noro – die zich misschien weer in zijn kliniek waande – stelde voor dat ik een handdoek zou oprollen, als een sushirol, en die in de spleet van de stoel zou klemmen, om mijn heiligbeen steun te geven. Toen vroeg hij: ‘Hoeveel kost dit ding? 5.000 yen?’ (Eigenlijk kost hij maar 2990 yen, wat met de huidige koers neerkomt op 20 dollar.) ‘Je zou meer moeten betalen!’

    ‘Mensen gaan op zoek naar een goede stoel, of bed of matras – maar ze nemen te snel een beslissing. Het belangrijkst vinden ze de prijs,’ zegt hij. Mensen zouden volgens hem juist op zoek moeten gaan naar iets wat precies bij hun lichaam past. Om het gebrek aan verkopers met verstand van zaken te compenseren werkt Noro aan een technologie voor ‘een dialoog tussen de stoel en degene die erop zit’. Sterker nog, zegt hij, er bestaat geen stoel waar iedereen goed op zit. ‘Twintig jaar geleden dacht ik nog dat er een soort ideale stoel zou zijn. Maar het is heel moeilijk om die te maken. De oplossing is zoeken naar individueel comfort.’

    Voor Noro schuilt het antwoord niet in moderne ergonomie, maar in het verre verleden van Japan. De boeddhistische monnik Dogen, die leefde van 1200 tot 1253, tijdens de Kamakura-periode, bracht het zenboeddhisme naar Japan en verspreidde de beoefening van zazen, oftewel zittende zenmeditatie. Hij en zijn volgelingen zaten op zafu, ronde kussens van gevlochten lisdoddebladeren. ‘Dogens manier van zitten was volkomen logisch,’ zegt Noro. ‘Hij liet de monniken hun eigen zafu maken, afgestemd op hun lichaam.’

    De sleutel was individualisering: hoe prettig een stoel zit, hangt – onder meer – af van je gewicht. Noro richtte zich in zijn onderzoek op de relatie tussen lichaamsgewicht en ‘wegzakdiepte’, de verandering in hoogte van het kussen. Zijn lab heeft een stoel ontwikkeld voor microchirurgie, waarin iemand lange uren gerieflijk kan blijven zitten terwijl er handelingen worden uitgevoerd die uitzonderlijke precisie vereisen – geïnspireerd op Dogens kussenmodel uit de dertiende eeuw.

    GettyImages 803961874
    Seiza in de Starbucks in Kyoto. – © Getty Images

    Lichamelijke tweetaligheid

    Yatabe beaamt Noro’s conclusies. Na zich er jaren in te hebben verdiept, is hij stoelen gaan maken die zijn afgestemd op het lichaam van zijn cliënten. Hij benadrukt dat het niet nodig is om te rade te gaan bij ergonomische studies uit het Westen, aangezien de nauwe banden van Japan met vloerzitten duizenden jaren teruggaan, en gezien de vele tradities die nauw zijn verweven met zen, yoga en tai chi. Hij heeft een diepe bewondering voor de verschillende stijlen van zitten die opgang deden voordat seiza de overhand kreeg, en voor de hulpmiddelen die dergelijke zitstijlen mogelijk maken, zoals de kyōsoku-armsteun (letterlijk ‘oksel’ en ‘adem’), waardoor de zitter naar één kant kan overhellen en comfortabel op de vloer kan zitten met de andere knie omhoog.

    Yatabe wil niets liever dan de tradities in ere herstellen die verloren zijn gegaan tijdens de snelle modernisering van Japan. ‘Ik wil steeds meer van de fantastische elementen van onze cultuur voor het voetlicht brengen en dingen ontdekken waardoor we trots kunnen zijn op ons land,’ zegt hij.

    Inmiddels kijk ik er al niet meer van op als een gesprek over een ogenschijnlijk eenvoudige handeling als zitten een onverwachte wending neemt, om niet te zeggen een patriottische wending. Ook zitten blijkt politiek te zijn.

    Yatabe denkt niet dat mensen die de hele dag zitten, waar ook ter wereld, hoeven te wanhopen. Voor dergelijke mensen in Japan heeft hij iets bedacht wat doet denken aan een soort lichamelijke tweetaligheid. ‘In termen van fysieke mogelijkheden is het niet ondenkbaar om het lichaam zowel op een Japanse als op een Europese manier te gebruiken,’ zegt hij.

    Mensen die altijd op de vloer hebben gezeten, kunnen wennen aan stoelen – voornamelijk door de hoogte en de diepte van de zitting zo af te stellen dat de stoel echt past bij hún lichaam. En mensen die niet gewend zijn om op de vloer te zitten, kunnen stretchen en oefeningen doen om hun heupen en ledematen soepeler te maken, om aan het leven in Japan te wennen. ‘Zitten hoeft niet stressvol te zijn,’ zegt hij resoluut.

    De ziel

    Zitten blijkt niet alleen een kwestie te zijn van esthetiek, gezondheid, etiquette en traditie; het heeft ook te maken met de ziel. In 1970 werd een verzameling lezingen van de Japanse monnik Shunryu Suzuki gebundeld en uitgegeven met als titel Zen Mind, Beginner’s Mind. Het boek zou uitgroeien tot een klassieker van moderne spiritualiteit en zou in belangrijke mate verantwoordelijk zijn voor de verspreiding van het zenboeddhisme in het Westen. Het boek telt honderdvijftig pagina’s en is – hoe kan het ook anders – gewijd aan de vraag hoe te zitten. ‘Als ik zit, is er niemand anders, maar dat wil niet zeggen dat ik je negeer. Ik ben volledig één met alle aanwezigheid in deze fenomenale wereld. Dus als ik zit, zit jij; alles zit met mij. Dat is onze zazen,’ schreef de priester.

    ‘Houd gewoon je lichaam recht zonder over te hellen of ergens tegenaan te leunen,’ zegt hij. ‘Op die manier zul je, zowel fysiek als mentaal, totale rust ervaren.’

    Spirituele praktijken die voortkomen uit de handeling van zitten zijn niet voorbehouden aan het boeddhisme; je ziet ze ook in het hindoeïsme, of in de traditionele Chinese geneeskunst. (Ook in de Bijbel worden de discipelen opgeroepen te knielen, en in de islam schrijft een van de stappen in het dagelijkse gebed voor hoe je de voeten precies naast elkaar moet houden.)

    De homo sapiens is geëvolueerd om rechtop te lopen, maar toch kromt onze ruggengraat zich steeds meer naar beneden

    ‘Seiza is een houding waarbij de kracht kan worden gebundeld in het vitale punt van het lichaam, de dantian,’ zo krijg ik te horen op de Mushakouji Senke Kankyuan-theeschool. ‘Volgens sommigen kan het aannemen van deze houding de geest op effectieve wijze tot rust brengen en vervullen.’

    Hoewel de stoel vele problemen veroorzaakt voor de moderne kantoormens, zijn bepaalde vormen van zitten juist een manier om de dagelijkse beproevingen van zowel het privé- als het werkleven het hoofd te bieden. Seculiere meditatie is ongekend populair, en dat geldt zelfs voor een extreme vorm ervan, de vipassana-meditatie, die is uitgegroeid tot een trendy toevluchtsoord voor wie de wereld even niet meer ziet zitten: tien dagen zittende meditatie, in stilte, volledig weg van de maatschappij.

    Tijdens het schrijven van dit artikel heb ik twee lessen gevolgd in zeer verschillende meditatietechnieken: ik zat nog geen uur of mijn benen waren al volkomen gevoelloos. Omdat me was gezegd dat ik aan niets anders mocht denken dan mijn ademhaling en de energie van mijn lichaam, ging er maar één gedachte door mijn hoofd: waar ben ik in godsnaam mee bezig? Waarom zit ik hier te zitten?

    Misschien is dat wel de crux van de problemen waar mensen mee kampen die aan een bureau zijn gebonden en die na jaren van werken gebukt gaan onder nek-, schouder- en rugpijn: de hele dag naar een scherm staren voelt niet echt als leven – eerder als het tegenovergestelde. De homo sapiens is geëvolueerd om rechtop te lopen, maar toch kromt onze ruggengraat zich steeds meer naar beneden, onze ogen op zoek naar afbeeldingen en tekst, onze billen op zoek naar iets waarop we kunnen zitten. Maar de inspanningen die we ons getroosten om het zitten – een probleem dat we zelf hebben gecreëerd – weer naar onze hand te zetten, omwille van gezondheid, cultuur, land, schoonheid, existentiële vervulling en zelfs dat onbeschrijflijke ideaal dat we geluk noemen – iets menselijkers dan dat is toch nauwelijks denkbaar?

  • Nog bijna 200 vermisten na aardbeving in Japan

    Nog bijna 200 vermisten na aardbeving in Japan

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » IS zegt achter bloedige aanslag in Iran te zitten

    » ‘Trump ontving voor miljoenen aan betalingen van buitenlandse regeringen’

    Bij de beving kwamen zeker 84 mensen om het leven

    Duizenden reddingswerkers zijn aan het zoeken naar overlevenden van de aardbeving op Nieuwjaarsdag in Japan, die aan minstens 84 mensen het leven heeft gekost. Tot nu toe zijn 156 mensen gered, maar volgens de autoriteiten zijn er nog minstens 179 anderen vermist. Dat schrijft het Chinese CGTN.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Overlevingskansen nemen 72 uur na een beving af, zeggen de hulpverleners. Drie dagen na de ramp zijn zeker dertig dorpen echter nog steeds ontoegankelijk, volgens de autoriteiten van de prefectuur Ishikawa, waar de beving het hardst toesloeg. Veel mensen blijven grotendeels afgesneden van voedsel, water, elektriciteit en communicatie, terwijl het in delen van Japan vriest.

    De omvang van de schade van de aardbeving en de tsunami die volgde, blijft onduidelijk, omdat reddingswerkers moeite hebben om de meest noordelijke gebieden van het schiereiland te bereiken door schade aan de infrastructuur. Sommige hulp werd over zee geleverd in plaats van over land. Boten van de kustwacht bereikten woensdag de havens van Wajima en Suzu.

    Lees ook:

  • Aardbeving in Japan eist ten minste 48 levens

    Aardbeving in Japan eist ten minste 48 levens

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Oppositieleider Zuid-Korea Lee Jae-myung is neergestoken

    » Hooggerechtshof Israël verwerpt staatsrechthervorming Netanyahu

    Reddingsoperaties gehinderd door naschokken en puin

    De krachtige aardbeving in Japan die maandagmiddag plaatsvond, heeft ten minste 48 levens geëist, zo meldt The Japan Times. De aardbeving veroorzaakte aardverschuivingen, het instorten van gebouwen en grootschalige branden. Reddingsoperaties worden bemoeilijkt door aanhoudende naschokken, puin en beschadigde wegen. De eerder uitgegeven tsunamiwaarschuwing voor de gehele westkust van het land is inmiddels opgeheven.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De aardbeving had een kracht van 7,6 op de schaal van Richter en bereikte in het epicentrum, op het schiereiland Noto in Ishikawa, het hoogste niveau 7 op de Japanse shindo-schaal, die wordt gebruikt om de intensiteit van de aardbeving op het grondoppervlak te meten. Sinds de eerste beving die maandag rond vier uur ’s middags plaatsvond, zijn er dinsdagochtend al meer dan 129 naschokken geweest van shindo 2 of hoger. Op maandag waarschuwde het Meteorologisch Bureau van Japan dat bevingen tot shindo 7 het gebied opnieuw zouden kunnen treffen in de komende week.

    De aardbeving veroorzaakte een zeldzame tsunamiwaarschuwing met voorspellingen dat golven tot 5 meter zouden kunnen inslaan. De hoogste tsunami die werd gemeten was naar verluidt meer dan 1,2 meter bij de haven van Wajima in Ishikawa. Om 10.00 uur op dinsdagochtend waren alle waarschuwingen en adviezen opgeheven. 

  • Japanse steden leven op door streetart: ‘Zo kan iedereen met kunst in aanraking komen’

    Japanse steden leven op door streetart: ‘Zo kan iedereen met kunst in aanraking komen’

    In Tokio en andere delen van Japan werken straatkunstenaars in samenwerking met bewoners aan muurschilderingen om buurten te verlevendigen. Via de kunst ontstaat een gesprek over wat voor gemeenschap ze eigenlijk willen zijn.

    In een straatje niet ver van het grote overdekte winkelcentrum in Koenji, een woonwijk ten westen van het centrum van Tokio, spreidt een reusachtige adelaar zijn vleugels boven bladerrijke bomen en een klaterend beekje.

    De meer dan levensgrote, zachtroze adelaar prijkt op een immense muurschildering die de zijkant bedekt van een zes verdiepingen hoog gebouw, dat particulier eigendom is. De muurschildering, gemaakt door WHOLE9, een kunstenaarsduo uit Osaka, is getiteld SYNC. De inwoners van Koenji staan erop afgebeeld in de vorm van een adelaar, omgeven door abstracte vormen die de diversiteit van het leven symboliseren.

    220523 DJI 0001
    – © Yoshi Travel Films

    ‘Het is een muurschildering met vele kleuren, wat symbool staat voor de grote variëteit die Koenji kenmerkt,’ aldus Simo, een van de twee WHOLE9-kunstenaars.

    Koenji Mural City Project

    SYNC is in opdracht gemaakt, als onderdeel van het Koenji Mural City Project, een collectief van kunstenaars, inwoners en anderen, onder leiding van kunstproducent Kenji Daikoku. Dit project past binnen een opkomende trend in Tokio en andere delen van Japan om straatkunst – en dan met name muurschilderingen – te stimuleren om buurtgemeenschappen te verlevendigen.

    In de afgelopen jaren zijn er muurschilderingen opgedoken in heel Tokio, zowel in woonwijken als Koenji en Nakano, als in meer commerciële buurten zoals Nihonbashi in het centrum van Tokio. De trend beperkt zich niet tot de hoofdstad: er verschijnen ook muurschilderingen in andere stedelijke gebieden, waaronder Yokohama, Kawasaki en Osaka.

    Anders dan commerciële muurschilderingen, waarmee bedrijven proberen hun diensten of waren aan de man te brengen, zijn deze schilderingen, die prijken op de buitenkant van treinstations, winkels, openbare gebouwen en gebouwen die particulier bezit zijn, voor het merendeel gemaakt door bewoners die zich verbonden voelen met hun omgeving en die menen dat kunst positieve ontwikkelingen in gang kan zetten.

    ‘We wilden de creativiteit van kunstenaars gebruiken om de maatschappij te verbeteren’

    ‘We wilden de creativiteit van kunstenaars op een positieve manier gebruiken om de maatschappij te verbeteren,’ aldus Daikoku, die zegt te hopen dat de muurschilderingen in Koenji de plaatselijke gemeenschap vreugde zullen brengen door enerzijds te zorgen dat de bewoners trots zijn op hun buurt en anderzijds de buurt zelf te profileren als een artistieke hub die in de belangstelling staat en bezoekers trekt.

    Tot nu toe zijn er in Koenji elf muurschilderingen gemaakt – onder meer op de muur van een badhuis, op de rolluiken van winkels en op een muur die langs de rivier de Momozono loopt. ‘Dit is meer dan zomaar een klus, ik doe dit omdat het iets toevoegt aan de culturele rijkdom van mijn leefomgeving,’ zegt Daikoku.

    248222461 954496588481733 1607571338159415841 n
    – © Yoshi Travel Films

    Ten oosten van Koenji, in Nakano, worden ook muurschilderingen gebruikt om de culturele waarde van de buurt te vergroten en de buurt aantrekkelijker te maken voor zowel bewoners als mensen van buiten. Nakano gaat prat op veel culturele evenementen, zoals taiko-concerten en het traditionele no-spel.

    Daarnaast is het een centrum van manga en anime. Maar volgens de lokale overheden hebben de inwoners al langere tijd het gevoel dat het niet echt lukt om duidelijk te maken dat dit een aantrekkelijke buurt is om te wonen en te werken, of om te bezoeken.

    In 2021 zette Nakano het Nakano Mural Project op, dat tot nog toe opdracht heeft gegeven voor vijf muurschilderingen op een verscheidenheid aan plekken, zoals onder meer een school. ‘Muurschilderingen spelen een belangrijke rol in ons streven om de lokale cultuur uit te dragen,’ zegt Tomoya Takahashi in het districtskantoor.

    Dat streven wordt gedeeld door vele voorstanders van muurschilderingen in de openbare ruimte; het zijn kunstwerken die doorgaans geworteld zijn in de geschiedenis en de cultuur van de buurt, en die vaak worden gezien als een mooie manier om de lokale cultuur uit te dragen en de gemeenschapszin te versterken.

    Renovatie van de wijk

    In de wijk Tennozu, vooral bekend om de warenhuizen en de nabijheid van het vliegveld Haneda, zijn zeventien reusachtige muurschilderingen gemaakt in het kader van de renovatie van de wijk en het streven om uit te groeien tot hét kunstcentrum van Tokio.

    In veel gevallen is het ontwerp van muurschilderingen erop gericht de door de bewoners gewaardeerde kenmerken van de buurt te treffen en tegelijk de ambities van de buurt uit te dragen. Zo zijn op muurschilderingen in Ningyocho, in de wijk Nihonbashi in het centrum van Tokio, afbeeldingen te zien die refereren aan het traditionele karakter van de buurt, die al sinds het Edo-tijdperk (1603-1867) centrum is van zowel handel als traditionele ambachten. In Ningyocho zijn nog altijd veel bedrijven gevestigd uit het Edo-tijdperk, en de geest van het oude Tokio is dan ook nog voelbaar.

    ‘Er treden van tijd tot tijd nog geisha’s op,’ zegt Koichiro Kato, die aan het hoofd staat van het Mural Art Project @ Ningyocho, dat Kato samen met een zakenpartner heeft opgezet. Op een van de werken, gemaakt door Kensuke Takahashi, is een geisha te zien, op de muur van Hiding Bar Zoro, een bar in een gerenoveerd oud Japans huis. De geishacultuur in Japan is al langere tijd op haar retour.

    Deze gemeenschappelijke aanpak vergroot de belangstelling voor kunst

    Een ander kenmerk van de muurschilderingen is dat ze vaak voortkomen uit een samenwerking tussen kunstenaars en bewoners. Deze gemeenschappelijke aanpak vergroot de belangstelling voor kunst en versterkt de gemeenschapszin.

    Het aanbrengen van muurschilderingen op plaatsen waar iedereen ze kan zien is meer dan alleen een manier om bezoekers te trekken, kunstenaars een kans te bieden om zich te uiten, en de kunst zelf toegankelijk te maken voor de gemeenschap. Het brengt ook een discussie op gang tussen de inwoners onderling over wat voor gemeenschap ze eigenlijk willen zijn, zegt Daikoku.

    Een maand in de wijk

    De kunstenaars die zijn gevraagd voor het Koenji-project hebben allemaal op de een of andere manier een band met Koenji. De twee leden van WHOLE9 hebben een maand in de wijk doorgebracht, om met de inwoners te praten en om een beeld te krijgen van wat de inwoners van Koenji beweegt. In Nakano zijn workshops georganiseerd voor de bewoners, onder wie kinderen, die een inbreng hebben gehad bij de keuze van het ontwerp en die ook hebben geholpen bij het maken van de muurschildering.

    256069802 952219282366091 3555952645446932415 n
    – © Yoshi Travel Films

    Doordat de muurschilderingen zich in de openbare ruimte bevinden en voor iedereen toegankelijk zijn, weten ze de kunst dichter naar de mensen te brengen. ‘Binnen de mondiale kunstmarkt (met een totale waarde van 63,3 miljard dollar) bedraagt het aandeel van Japan slechts 1 tot 3 procent,’ zegt Takanobu Kawazoe, de CEO van het in Osaka gevestigde Wall Share, dat tot nog toe meer dan 100 muurschilderingen heeft geleverd.

    Het interessante aan muurschilderingen is dat mensen kunnen zien hoe kunst tot stand komt

    Dit gebrek aan belangstelling om kunst te kopen is deels het gevolg van het feit dat men over het algemeen niet zo vertrouwd is met kunst. ‘Als er kunst in de stad is, kan iedereen ermee in aanraking komen,’ zegt Kawazoe. ‘Het interessante aan muurschilderingen is dat mensen kunnen zien hoe kunst tot stand komt. Voor zowel oude mensen als kinderen geldt dat ze het leerzaam en spannend vinden om te zien hoe een muurschildering wordt gemaakt en dat het daarmee iets wordt waar ze trots op kunnen zijn.’ Toch waren er nog zorgen over de reacties van de bewoners op de muurschilderingen. Anders dan in het Westen, waar het werk van straatkunstenaars als Banksy in brede kring wordt gewaardeerd en miljoenen dollars kan opleveren, maakten muurschilderingen tot nu toe geen deel uit van het openbare leven in Japan.

    Maar voorlopig lijken de reacties zeer positief. ‘Aanvankelijk maakten we ons zorgen, omdat niet iedereen in Ningyocho het meteen een goed idee vond. Maar toen de mensen de kunstwerken zagen, waren ze om,’ zegt Kato. Het bestuur van Nakano heeft veel verzoeken binnengekregen van bewoners die meer muurschilderingen in de buurt willen, vertelt Tomoya Takahashi.

    Schenking van 10 miljoen yen

    De grootste uitdaging voor de initiatiefnemers is vaak om aan voldoende middelen te komen om de kunstenaars en hun materiaal te kunnen betalen. De vijf muurschilderingen die in opdracht van het Nakano Mural Project zijn gemaakt, zijn gefinancierd door de Shinkin Central Bank die een schenking heeft gedaan van 10 miljoen yen. De schildering op de muur van de gymzaal van basisschool Saginomiya is betaald door de school zelf en de oudercommissie. De muurschilderingen in Ningyocho zijn gefinancierd door het bureau voor culturele zaken, dat onderdeel is van het Japanse ministerie van Onderwijs, Cultuur, Sport, Wetenschap en Technologie.

    260287399 885362718839923 2150929051668631732 n
    © Yoshi Travel Films

    Hoewel het een uitdaging blijft om fondsen te werven, zal het enthousiasme voor muurschilderingen naar verwachting alleen maar toenemen door het groeiende besef dat muurschilderingen in de openbare ruimte een positief effect kunnen hebben op lokale gemeenschappen.

    ‘Ik ben ervan overtuigd dat we steeds meer muurschilderingen zullen gaan zien omdat ze bijdragen aan het stimuleren en ontwikkelen van gemeenschappen, en dat is waar we behoefte aan hebben,’ zegt Daikoku. ‘Zodra de vooroordelen tegen muurschilderingen zijn weggenomen en de regelgeving is versoepeld – de twee belangrijkste hindernissen – verwacht ik dat deze trend snel om zich heen zal grijpen,’ zegt hij.

  • Japan vraagt VS om Osprey-vluchten te stoppen na dodelijke crash

    Japan vraagt VS om Osprey-vluchten te stoppen na dodelijke crash

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Topdiplomaat en Nobelprijswinnaar Henry Kissinger overleden

    » Wapenstilstand tussen Israël en Hamas op het laatste moment verlengd

    Meerdere dodelijke ongelukken met Osprey-toestellen

    Japan heeft de Verenigde Staten gevraagd vluchten met Osprey-vliegtuigen op te schorten na een dodelijke crash, zo meldt Asahi Shimbun. Het verzoek kwam op donderdag nadat een Amerikaans militair vliegtuig met acht bemanningsleden aan boord woensdag neerstortte in zee ten zuidwesten van het Aziatische land. Een van de passagiers werd bewusteloos gevonden en overleed nadat hij was overgebracht naar een Japans ziekenhuis. De zoektocht naar de zeven andere vermisten ging donderdagochtend verder.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De US Air Force Special Command zei dat de Osprey CV-22B ‘een routinematige trainingsmissie uitvoerde’ vanaf de Amerikaanse luchtmachtbasis in Yokota, vlakbij Tokio. Volgens Asahi Shimbun beweerde een getuige die in de buurt van het vliegveld van Yakushima woonde ‘vlammen te hebben zien komen uit de linkermotor van het vliegtuig, dat een bocht maakte en vervolgens neerstortte’.

    De betrouwbaarheid van de Osprey, een joint venture tussen Boeing en helikopterspecialist Bell, staat al lange tijd ter discussie vanwege een aantal dodelijke ongelukken. Eind augustus kwamen drie Amerikaanse mariniers om toen een van deze toestellen neerstortte in het noorden van Australië.

    Lees ook: