Tag: jemen

  • Oorlog in Jemen: wapenstilstand verlengd met twee maanden

    Oorlog in Jemen: wapenstilstand verlengd met twee maanden

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Bibliotheken Oklahoma verboden om informatie over abortus te verstrekken

    » Mexicaanse justitie doet onderzoek naar voormalig president Peña Nieto

    Wapenstilstand betekent ‘ongekende periode van rust’

    De wapenstilstand tussen de Jemenitische regering en de Houthi-rebellen is dinsdag met twee maanden verlengd, meldt Al Jazeera. Het staakt-het-vuren, dat op 2 april was ingesteld, was al eerder op 2 juni verlengd. Ditmaal pleitten de VN voor een verlenging met zes maanden, maar ‘het wantrouwen tussen de strijdende partijen blijft diep’, aldus het Qatarese medium.

    De VN-gezant voor Jemen zei niettemin dat het nieuwe akkoord ‘een verbintenis van de partijen omvat om de onderhandelingen te intensiveren om zo spoedig mogelijk tot een uitgebreide wapenstilstandsovereenkomst te komen’. De Amerikaanse president Joe Biden verwelkomde de verlenging van de wapenstilstand en een ‘ongekende periode van rust’ in Jemen na acht jaar oorlog.

    Lees ook:

  • Voetbal biedt Jemenieten troost in slepende oorlog

    Voetbal biedt Jemenieten troost in slepende oorlog

    Voetbaltoernooien zijn een manier om het aanhoudende oorlogsgeweld in Jemen even te kunnen vergeten. Bovendien versterken de patriottische liederen van het publiek de hoop op een vreedzame toekomst voor iedereen.

    Keuze uit het archief

    Te midden van de oorlog en de humanitaire crisis die in Jemen woeden en die deze week weer zijn opgelaaid na de Amerikaans-Britse aanval op de Houthi’s, is er één ding waar de Jemenieten troost en voldoening uit halen: voetbal. De teamsport zorgt ervoor dat de bevolking de oorlog, die al sinds 2014 gaande is, even kan vergeten en brengt mensen uit heel het land bij elkaar, zoals deze reportage van Al Jazeera uit 2022 laat zien. ‘Ons leven is door oorlog verwoest, maar de liefde voor voetbal en het spelen op straat zijn gebleven,’ aldus een van de voetballers.

    De gewelddadige strijd in Jemen heeft al aan ruim 370.000 mensen het leven gekost. De liefde voor voetbal die veel Jemenieten koesteren helpt hen het hoofd te bieden aan de verwoestingen, het geweld en de humanitaire crisis die hun land teisteren.

    Officieuze voetbaltoernooien in dorpen en steden brengen Jemenitische jongens en mannen samen en bieden hun een schijn van een normaal bestaan. Op geïmproviseerde voetbalvelden van zand en steen tonen amateurspelers hun vaardigheden aan een juichend publiek dat vaak van heinde en verre is toegestroomd. Stoeltjes zijn er niet. De toeschouwers – van achthonderd tot vijftienhonderd man – moedigen hun helden de hele wedstrijd staand aan met spreekkoren en gezang. 

    Zoals aan veel aspecten van het openbare leven in Jemen kwam er ook een abrupt einde aan officiële voetbalcompetities, nadat de oorlog in 2014 was uitgebroken.

    In het politieke vacuüm dat volgde op het aftreden van Ali Abdullah Saleh, de man die vele jaren president van het land was geweest, probeerde de door Iran gesteunde Houthi-groepering de macht in Jemen te grijpen. De Houthi’s veroverden de hoofdstad Sana’a en verdreven de door de Verenigde Naties erkende regering en haar president Abd-Rabbu Mansour Hadi, die de steun genoot van Saoedi-Arabië en andere regionale spelers.

    Voor 5 miljoen mensen dreigt hongersnood en meer dan 1 miljoen mensen hebben cholera opgelopen

    Meer dan de helft van de 370.000 doden is omgekomen door honger, gebrek aan gezondheidszorg en onveilig water, die weer het gevolg zijn van een zwaar beschadigde infrastructuur. Bijna 25 miljoen Jemenieten hebben nog steeds hulp nodig, voor 5 miljoen dreigt hongersnood, en meer dan 1 miljoen mensen hebben cholera opgelopen. 

    In deze erbarmelijke omstandigheden zoeken veel Jemenieten hun toevlucht tot voetbal, niet alleen in de vorm van officieuze toernooien, maar ook straatvoetbal.

    Sportieve infrastructuur

    Volgens Sami al-Handhali, voetbalcommentator en voormalig speler van Al-Ahly Taiz, is de sportieve infrastructuur vermorzeld. Stadions en sportcentra waren het doelwit van aanvallen of werden omgebouwd tot militaire bases. Hoewel de officiële voetbalcompetities in september vorig jaar werden hervat, blijft de financiering van sportclubs en sporters schamel, zegt hij.

    ‘Door eigen evenementen te organiseren op geïmproviseerde voetbalvelden hebben Jemenieten het enthousiasme voor het voetbal nieuw leven ingeblazen,’ aldus Al-Handhali tegen Al Jazeera. ‘Zo kunnen ze hun benarde situatie weer een beetje aan. Mooi is ook dat er op deze manier nieuwe talenten zijn ontdekt, door zowel clubs als door het nationale team. Bovendien voorkom je op deze manier dat jonge mannen in het oorlogsgeweld verwikkeld raken, omdat de banden tussen spelers en publiek van allerlei regio’s en stammen zo worden aangehaald.’

    Het publiek zingt vaak patriottische liederen en roept op tot een verenigd en vreedzaam thuisland voor iedereen

    De wedstrijden versterken niet alleen de verbondenheid met een dorp of provincie, maar komen ook gevoelens van nationale eenheid ten goede, ondanks de jarenlange verdeeldheid, met twee rivaliserende regeringen. Het publiek zingt vaak patriottische liederen en roept op tot een verenigd en vreedzaam thuisland voor iedereen.

    Voor Ramzy Mosa’d (25) zijn de voetbaltoernooien een kans om contact te maken met landgenoten op een manier die hij niet gewend is. Hij behoort tot de Muhamasheen, een gemarginaliseerde bevolkingsgroep van Afrikaanse afkomst. Het is voor hem moeilijk te ontsnappen aan de sloppenwijken van Jibla, een plaatsje in het zuidwesten van Jemen, vlak bij de stad Ibb. Hier wonen de Muhamasheen, afgezonderd van andere Jemenieten, opeengepakt in onderkomens van riet of karton. Basisvoorzieningen als gezondheidszorg, schoon water, sanitair en ononderbroken stroom zijn er niet.

    Vandaar dat de uitnodiging aan het Muhamasheen-voetbalteam ‘Elnaseem’ om deel te nemen aan een toernooi in het district Assayani en te spelen tegen andere teams uit de regio Ibb ‘ons hart verwarmde’, zegt Mosa’d. ‘Dat de bevolking van Assayani naar onze wedstrijden kwam kijken, was van onschatbare waarde. We waren overweldigd en zielsgelukkig toen de menigte ons toejuichte alsof we zonen van de streek waren.’ Als klap op de vuurpijl won zijn team het toernooi.

    Als gevolg van een eeuwenoude sociale hiërarchie waarin de Muhamasheen helemaal onderaan staan wordt deze bevolkingsgroep uit de samenleving geweerd. Juist daarom werd de uitnodiging om deel te nemen aan het toernooi zo enorm gewaardeerd. ‘We wilden anderen laten zien dat wij ook talentvolle voetballers hebben en dat we graag deel van de samenleving willen worden.’

    ANP 408052981
    – Jonge Jemenieten voetballen in 2020 in een wijk in Sana’a. De nationale competitie van Jemen is opgeschort vanwege de burgeroorlog, die in 2015 begon. © EPA/Yahya Arhab

    Nieuwe levenskracht

    Dit specifieke toernooi vindt sinds 2017 elke winter plaats in de regio waar de Houthi’s het voor het zeggen hebben, vertelt Motee’ Dammaj, een van de organisatoren en financiers van het toernooi in Assayani. Er worden uitnodigingen verstuurd naar liefst zestien teams uit dorpen in Assayani en Jibla. ‘We willen dergelijke evenementen organiseren omdat de liefde van de Jemenieten voor de sport ons welbekend is,’ zegt Dammaj, ‘en om veel Jemenieten die door de oorlog zijn getroffen nieuwe levenskracht te geven en de sociale banden tussen hen te versterken.’

    De situatie in het land maakt deelname echter niet altijd voor iedereen mogelijk, zegt Dammaj. ‘Elk jaar is er veel publiek, doen veel spelers mee, de stemming zit er altijd goed in. Door het acute brandstoftekort is het voor velen moeilijk om naar het toernooi te komen, maar toch lukte het acht teams om mee te doen.’ Hij is vooral blij met de deelname van de Muhamasheen. ‘Het is belangrijk om de spiraal van discriminatie te doorbreken waarmee deze minderheid al jaren wordt geconfronteerd’.

    In 2017 ontvluchtte Hamza Mahrous, toen dertien jaar, samen met honderdduizenden anderen de havenstad Hodeida aan de Rode Zee vanwege het escalerende geweld. Hij vestigde zich met zijn familie in Taiz, dat ook niet voor geweld gespaard bleef en sinds 2015 zucht onder een blokkade door de Houthi’s.

    Al op jonge leeftijd ontwikkelde Mahrous, die afkomstig is van het Jemenitische platteland, een grote liefde voor voetbal. Hij sleepte diverse onderscheidingen in de wacht, als spits in zijn schoolteam en voor een lokale club. In Taiz draafde hij op in officieuze toernooien die werden gespeeld in de door oorlog verwoeste straten van de wijk Al-Masbah, waar hij woonde. Hij werd al snel ontdekt door lokale teams, waaronder Talee’ Taiz en Ahly Taiz. In 2019 werd hij opgemerkt door een groep scouts die op zoek waren naar spelers voor het nationale elftal. Hij kreeg een uitnodiging om zich bij de selectie onder 15 te voegen.

    Sommigen schoten van pure blijdschap hun wapens leeg in de lucht

    ‘Ik had nooit durven dromen dat ik nog eens voor het nationale team zou spelen, gezien de zware tijden die we hebben gehad na onze vlucht,’ vertelt Mahrous. ‘Maar door vol te houden en te oefenen, op straat en op voetbalvelden, en dankzij de steun van mijn ouders, is het gelukt.’

    In december 2021 gaven Mahrous en zijn medespelers hun landgenoten een zeldzame reden om te gloeien van nationale trots: ze wonnen het West-Aziatisch kampioenschap voor junioren door Saoedi-Arabië in de finale na strafschoppen te verslaan. De Jemenieten vierden feest in de straten, waar trots en eensgezindheid heersten. Sommigen schoten van pure blijdschap hun wapens leeg in de lucht. 

    ‘Ik merkte dat ik had bijgedragen aan een gevoel van geluk waar miljoenen Jemenieten zo naar verlangden en dat ze zo nodig hadden. Dat kon alleen door voetbal – een sport waar iedereen van houdt,’ zegt Mahrous.

    Stilstand

    Saad Murad (30) vertelt dat hij door de oorlog zijn voetbalcarrière niet heeft kunnen voortzetten. Na ruim tien jaar, waarin hij zich had opgewerkt van schooltoernooien in zijn thuisstad Damt tot speler op het hoogste niveau bij de club Dhu Reidan, leek hij klaar voor het nationale team. Maar toen de competitie en alle officiële sportactiviteiten werden opgeschort, kwam Murads carrière tot stilstand. Alleen de officieuze toernooien die ‘s winters plaatsvinden herinneren hem aan zijn vroegere voetballeven.

    ‘Deze lokale toernooien bieden troost en geven me een manier om mijn verloren dromen te accepteren,’ zegt Murad, die geen baan kan vinden door de erbarmelijke economische situatie in het land.

    Met de deelname van tweeëndertig officiële voetbalclubs en spelers van het nationale team was het toernooi dat afgelopen winter in Damt werd gehouden een van de grootste voetbalevenementen in het land in zeven jaar. Volgens Moammar al-Hajri, lid van het organisatiecomité in Damt, vindt dit toernooi sinds 2018 jaarlijks plaats dankzij onafhankelijke financiering en donaties en door steun van zakenlieden, bedrijven en Jemenieten in het buitenland.

    ‘Het winnende team won dit jaar ongeveer 500.000 Jemenitische riyal [bijna 2000 euro] aan prijzengeld, en de verliezend finalisten ontvingen 300.000 Jemenitische riyal [bijna 1200 euro],’ zegt Al-Hajri. Dat zijn grote bedragen in een land waar de lokale munt forse devaluaties heeft ondergaan als gevolg van de oorlog. Banen zijn verloren gegaan, salarissen worden niet uitbetaald, miljoenen mensen houden met moeite het hoofd boven water. En tot overmaat van ramp heeft een brandstoftekort de inflatie opgedreven.

    ‘Ons leven is door oorlog verwoest, maar de liefde voor voetbal en het spelen op straat zijn gebleven’

    Mahioub al-Marisi, een vijftigjarige ambtenaar die dit jaar met zijn kinderen de meeste wedstrijden van het toernooi bijwoonde, stond versteld van het grote aantal bezoekers uit verre streken, die vaak te voet waren gekomen. ‘De velden waren zanderig, maar dat kon het enthousiaste publiek niet deren,’ zegt hij. ‘De mensen stonden tot op de rand van boerengebied om een ​​glimp op te vangen van de wedstrijden, zo blij waren ze dat ze erbij konden zijn. Het heeft het moreel van de Jemenieten voor een deel hersteld.’

    Buiten deze toernooien gaat de 22-jarige Jameel Nasher bijna dagelijks naar een veldje in de buurt van zijn huis aan de weg naar Taiz in Ibb, waar hij ‘s middags andere liefhebbers ontmoet om tot ’s avonds laat te voetballen. Hij is groot fan van Mohamed Salah en draagt het ​​Liverpool-shirt met nummer 11 van de Egyptenaar.

    Nasher heeft een team van acht spelers samengesteld. Op het veld is er een bonte verzameling kleuren, elke speler draagt een shirt ​​van de club waar hij fan van is. ‘Ons leven is door oorlog verwoest, maar de liefde voor voetbal en het spelen op straat zijn gebleven,’ zegt hij. ‘We zijn opgegroeid met voetbal, en het is een geruststellend idee dat dat ons niet is afgenomen.’

    Lees ook:

  • Waar is die god die mijn moeder elke avond  aanroept?

    Waar is die god die mijn moeder elke avond aanroept?

    De eindeloze oorlog in naam van Allah en de verschrikkelijke humanitaire crisis hebben sommige jonge mensen in Jemen ertoe gebracht het geloof af te zweren. Het atheïsme wint terrein in dit zwaar religieuze en conservatieve land.

    ‘Bij mij staat Allah voor de bloemen, maar bij de bloemen zelf staat hij voor het graf.’ Dit zijn de woorden van Omar Batawil, een Jemenitische jongen van zeventien die in april 2016 werd vermoord vanwege uitlatingen op Facebook die hem op beschuldigingen van atheïsme kwamen te staan. Omar bekritiseerde degenen die hij ‘de handelaren in religie’ noemde en heeft zwaar voor die mening moeten boeten: met zijn leven. Omar is niet de enige die is gedood vanwege zijn kritiek op het religieuze bestel of zijn mening over geloofskwesties; hij is een van de jongeren, merendeels onder de twintig, die zijn geliquideerd omdat ze openlijk hebben gezegd hoe ze over het geloof in Allah denken.

    Religie is een onderwerp waarover door talrijke groepen jongeren in Jemen enorm veel wordt gediscussieerd, maar heel zelden in de openbare sfeer. Het geloof en de alomtegenwoordigheid van religieuze teksten zijn thema’s geworden die veel mensen op sociale media aansnijden. Sommigen komen zelfs in het openbaar voor hun mening uit, ondanks het gevaar dat dat oplevert in een land dat ten prooi is aan oorlog, aan een algehele crisis en aan gewapende religieuze partijen. Ik heb contact opgenomen met diverse van deze jongeren die aan het hoofd staan van ‘atheïstische’ groepen op sociale media, om te begrijpen waarom ze de religie hebben afgezworen.

    ‘Ik hoop te kunnen emigreren om alles te vergeten wat ik hier heb geleerd’

    ‘Ik word verscheurd door tegenstrijdige gevoelens over wat ik lees en op de wereld zie, en wat er in mijn stad gebeurt,’ zegt Mohsen (19). ‘Ik word niet meer overtuigd door wat ik in de moskee hoor, of het nu gaat om de gebeden over onze ellende of de vergeving die we moeten schenken aan mensen die niet denken of bidden zoals wij. Waarom wordt er niet opgeroepen tot verzoening? Ik woon zelf in Jemen, maar via internet heb ik vrienden in een heleboel landen met wie ik meningen uitwissel. In Jemen zie ik overal verwoesting om me heen. Ik kan hier niet mezelf zijn. Ik ben bang om te worden gedood. Weet u dat een ander kapsel nemen genoeg is om gevangenisstraf te riskeren? Ik hoop te kunnen emigreren om alles te vergeten wat ik hier heb geleerd.’

    Religieuze mythe

    De Jemenitische politicus Ali al-Bakhiti, die zich liever schrijver en blogger noemt, heeft talrijke jonge volgers op Twitter, waar hij vrijuit spreekt over het feit dat hij niet gelovig is. Veel jongeren reageren op zijn tweets, maar durven niet hun naam te noemen. ‘Mij gaat het er in de eerste plaats om gedachten te verspreiden die ik niet kon verspreiden toen ik nog in het Midden-Oosten woonde,’ zegt Al-Bakhiti. ‘Ik heb het gevoel dat Jemen is vernietigd door de religieuze mythe en dat het land daardoor al meer dan veertienhonderd jaar gebukt gaat onder etnische en sektarische conflicten. En de religieuze groeperingen die met elkaar botsen in Jemen doen dat vanwege deze mythe. Om die reden zet ik me in voor de ontmanteling ervan, om te voorkomen dat de jeugd op de bres gaat staan voor een mythisch paradijs.’

    ‘Je kunt nog beter dood zijn dan zo’n ellendig leven te moeten leiden’

    ‘Ik ben atheïst,’ verklaart Salwa F. ‘Ik gebruik een vals account om mijn mening op Twitter te geven, te meer omdat wij, de jonge vrouwen en mannen in Jemen, de laatste tijd steeds meer onder druk komen te staan. We hebben geen enkele hoop meer. Je kunt nog beter dood zijn dan zo’n ellendig leven te moeten leiden. Waar is de god die mijn moeder elke avond aanroept? Waarom laat hij ons zo lijden? Waarom verdedigt hij de onschuldige kinderen niet die in Jemen worden gedood?’

    Abdel Aziz l-Assali, hoogleraar islamitische filosofie, vertelt dat er zich bijna drie jaar geleden een discussie ontspon tijdens een van zijn colleges. ‘Toen de jongeren zagen hoe vrouwen en kinderen omkwamen door granaten in de belegerde stad Taïz en met het gebrek aan medische zuurstof werden geconfronteerd, begonnen ze zich dingen af te vragen: hoe kan het dat Allah in al zijn goedertierenheid accepteert dat kinderen, vrouwen en bejaarden onschuldig worden gemarteld, gedood en verwond? Aan het eind van de discussie heb ik gevraagd of deze gebeurtenissen mensen ertoe konden brengen het geloof vaarwel te zeggen. Ik heb het volgende tegen mijn studenten gezegd: het religieuze discours dat op gevoelswaarde berust, gaat ten koste van het rationeel denken en de logica, die genegeerd en veronachtzaamd worden terwijl ze centraal staan in de religieuze tekst.’

    ‘De religie in onze samenlevingen wordt opgelegd door wet en overheid’

    ‘De eerste keer dat ik aan de religie begon te twijfelen was toen ik nog maar negen jaar was en een Koranlerares me sloeg,’ vertelt Salem. ‘Op dat moment vroeg ik me af hoe iemand die elke dag de Koran leest, die geacht wordt dicht bij Allah te staan, zo gemeen kon worden. Toen de oorlog in Jemen begon en allerhande religieuze groeperingen meer macht kregen, raakte ik er des te sterker van overtuigd dat staat en religie gescheiden moeten worden als we voor iedereen een heilzame en rechtvaardige samenleving willen.’

    ‘De burgers zien met eigen ogen hoe gewelddadig deze groeperingen zijn wanneer ze aan de macht komen. Ze hebben al hun krediet verspeeld,’ voegt Ali al-Bakhiti er nog aan toe. ‘Het percentage atheïsten en agnostici neemt spectaculair toe, maar die mensen kunnen zich niet vrijelijk uitspreken, dus het is moeilijk te meten. Bovendien wordt de religie in onze samenlevingen opgelegd door wet en overheid.’

    Mooie kanten

    Mohamed al-Mansouri (33) heeft een wat andere kijk op de zaak; hij is ervan overtuigd dat religie onontbeerlijk kan zijn voor sommige bevolkingsgroepen. ‘Ik heb het geloof twee jaar geleden vaarwel gezegd,’ bekent hij, ‘maar voor veel mensen is het volgens mij een noodzaak. Ik ben voor de scheiding van geloof en staat, en ik hoop dat de religieuze groeperingen die momenteel in Jemen aan de macht zijn zullen vertrekken. Toch hoop ik tegelijkertijd niet dat het afgelopen zal zijn met de religie. Religie is in veel gevallen belangrijk en de islam heeft ondanks alles veel mooie kanten, al valt er ook het nodige op aan te merken.’

    ‘Wat heb ik als vrouw voor toekomst in dit land?’

    Salwa besluit het gesprek met een vraag die onbeantwoord blijft. ‘Wat heb ik als vrouw voor toekomst in dit land? Met een man trouwen die ten strijde zal trekken in naam van de religie, omdat hij daarmee in het paradijs hoopt te komen, en eindigen als weduwe? De maatschappij zal me niet toestaan mijn toekomst zelf vorm te geven. En ik zal mijn manier van leven niet kunnen veranderen. Wij jongeren zijn niet afgesloten van de wereld en we weten dat de religieuze groeperingen die ons besturen het leed alleen maar verergeren. We hebben geen recht op een normaal leven, zoals de rest van de wereld.’

  • Waarom de Verenigde Arabische Emiraten massaal wapens inkopen

    Waarom de Verenigde Arabische Emiraten massaal wapens inkopen

    Abu Dhabi breidt zijn militaire capaciteit uit en versterkt zijn macht in het Midden-Oosten door historische contracten te sluiten met Frankrijk en Zuid-Korea, en te onderhandelen met Israël.

    De recente aanvallen op de VAE door raketten en drones van de sjiitische Houthi-rebellen uit Jemen toonden weer aan hoe kwetsbaar deze stadstatenfederatie in de Golf van Perzië is. Haar economie steunt op een uitgebreide energie-infrastructuur, internationale knooppunten in de vorm van enorme luchthavens en grotendeels buitenlandse arbeidskrachten.

    De VAE zitten in de door Saudi-Arabië geleide militaire coalitie die vecht tegen de Houthi’s in Jemen. Ze hebben een van de krachtigste luchtverdedigingssystemen in de regio. Deze bestaat voornamelijk uit Amerikaanse wapens, zoals de wat oudere HAWK-raket, de effectievere Patriot PAC-3-raket en het THAAD-luchtverdedigingssysteem dat voor het eerst dit jaar in gevechtshandelingen werd gebruikt en een Houthi-raket vernietigde. Deze raketbatterijen beschermen luchthavens, olie- en gasinstallaties en militaire bases. Hoewel dit een prima verdedigingssysteem is, lukt het de Houthi’s nog steeds om er bressen in te slaan, zoals in Abu Dhabi, waar ze de luchthaven en een brandstofdepot beschadigden, waarbij drie mensen om het leven kwamen.

    Van de VN naar het voorzitterschap van Interpol

    Als teken van hun toenemende invloed op het internationale toneel, bezetten de Verenigde Arabische Emiraten sinds begin dit jaar als niet-permanent lid een zetel in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, die ze zullen behouden tot eind 2023. Het land heeft zich in 1971 aangesloten bij de VN en ook al een Veiligheidsraadszetel bezet in de periode 1986-1987, aldus de Saoedische krant Arab News. In oktober 2021 waren de Emiraten al in de Mensenrechtencommissie van de VN gekozen. En in november van datzelfde jaar haalde het land het voorzitterschap binnen van Interpol. Dat wordt sindsdien bekleed door Ahmed Naser Al-Raisi. De benoeming van deze voormalige inspecteur-generaal van het ministerie van Binnenlandse Zaken van de Emiraten leidde tot nogal wat polemiek vanwege verdenkingen van marteling. Sinds vorige week wordt er in Parijs onderzoek naar hem gedaan inzake ‘marteling’ en ‘barbaarse praktijken’.

    Oorlog in Jemen

    De VAE kunnen meer van dergelijke aanvallen verwachten, gezien hun hernieuwde betrokkenheid bij de oorlog in Jemen, waarbij volgens schattingen van de Verenigde Naties al zo’n 377.000 doden vielen. De door Iran gesteunde Houthi’s verliezen weliswaar terrein op milities die steun krijgen van de VAE, maar de tegenaanvallen van de Houthi’s noodzaken de VAE hun gelaagde luchtverdedigingssysteem te versterken met nieuwe en zeer effectieve wapens van uiteenlopende leveranciers. Zo hopen ze de bevoorradingsproblemen waar Saoedi-Arabië momenteel mee kampt te vermijden. Het koninkrijk heeft het afgelopen jaar zo veel Houthi-raketaanvallen afgeweerd dat het nu een nijpend tekort heeft aan Patriot-raketten. Versnelde leveringen uit de Verenigde Staten zijn mogelijk niet voldoende om deze leemte op te vullen. 

    Koorddansersdiplomatie

    Sinds 2011 spelen de Verenigde Arabische Emiraten ‘al een krachtpatsersrol in het Midden-Oosten, waarbij ze niet aarzelden krachtige militaire middelen in te zetten om de gevolgen van de Arabische Lente de kop in te drukken’, meldt Mohammed Barhouma op de site Sada. Maar tegenwoordig lijken ze vastbesloten ‘communicatie, diplomatie en bemiddeling te laten prevaleren om problemen met hun regionale rivalen en tegenstanders te vermijden’. Ze liggen niet openlijk meer overhoop met Qatar en hebben zich verzoend met Turkije door middel van een bezoek van Mohammed bin Zayed aan Ankara in november 2021, gevolgd door een bezoek van de Turkse president aan Abu Dhabi in februari 2022. Maar vooral bemiddelen ze als ware ‘koorddansers’ tussen twee landen die elkaars gezworen vijanden zijn, namelijk Israël en Iran. Ze cultiveren hun vriendschaps- en partnerschapsbanden met Israël en werken tegelijkertijd aan een minder gespannen relatie met Iran. Aan het met name door de Amerikanen gedecreteerde embargo tegen Iran hebben ze toch al nooit echt meegedaan, aangezien dat land hun op vier na grootste exportmarkt is voor niet-aardolieproducten.

    Wapendeals

    In hun streven naar een gelaagde luchtverdediging hebben de VAE gekozen voor de aankoop van voornamelijk Zuid-Koreaanse en Israëlische raketten, al is het grootste deel van de wapens nog steeds van Amerikaanse makelij. De HAWK-raket, die stamt uit 1959, is na een groot aantal upgrades nu vrijwel definitief verouderd. Hij ruimt het veld voor Zuid-Koreaanse luchtdoelraketten voor de middellange afstand (Cheongung 2) evenals bestaande Patriot-batterijen.

    De verkoop aan de VAE van deze geavanceerde raketten, inclusief bijbehorende radars, levert Zuid-Korea 3,5 miljard dollar op

    De verkoop aan de VAE van deze geavanceerde raketten, inclusief bijbehorende radars, levert Zuid-Korea 3,5 miljard dollar op. Nooit eerder sloot het land zo’n grote wapendeal. Beloften van nauwe samenwerking bij de ontwikkeling van raketten maken deel uit van de overeenkomst. De Cheongung 2-raket is gedeeltelijk afgeleid van de zeer effectieve Russische S-400, heeft een bereik van veertig kilometer en kan meerdere doelen tegelijk aanvallen. Hij is bovendien zeer goed bestand tegen elektronische storing.

    Ondanks de omvang van de Zuid-Koreaanse deal, zou Israël het meest kunnen profiteren van de wapenbehoefte van de VAE. De Emiraten voeren besprekingen met Israël over de aankoop van de Barak 8- of van de Spyder-luchtverdedigingsraketsystemen. De eerste Zuid-Koreaanse wapens komen pas in 2024; de VAE zien de Israëlische systemen als een tussenoplossing.

    Een beeld scheppen van een modern land 

    ‘Het mooiste gebouw op aarde opent zijn deuren,’ juichte de VAE-site Al-Ain op 22 februari jongstleden. Het betreft het Museum van de Toekomst, ‘een architectonisch icoon dat laat zien dat de Verenigde Arabische Emiraten klaar zijn voor de uitdagingen van de toekomst’. Het voegt zich bij andere ‘toonaangevende gebouwen’ van de hand van sterarchitecten, zoals het Louvre in Abu Dhabi van de Fransman Jean Nouvel, het Nationaal Museum van de Brit Norman Foster of een toekomstig Guggenheim-filiaal van de Amerikaan Frank Gehry. De VAE herbergen ook enkele gerenommeerde buitenlandse universiteiten, zoals de Sorbonne, American University en de London Business School. Om hun soft power te consolideren en een beeld te scheppen van een modern land hebben ze het burgerlijk huwelijk voor niet-moslims ingevoerd en het weekend, dat in de meeste moslimlanden op vrijdag begint, naar zaterdag en zondag verplaatst.

    Barak 8

    De geavanceerde Barak 8 is ook gekocht door het Indiase leger. Azerbeidzjan zou een Barak 8 hebben gebruikt om een ​​geavanceerde Iskander-raket neer te schieten, die door Armenië was afgevuurd in de oorlog die in 2020 tussen de twee landen woedde. De raket heeft een groter bereik dan zijn Zuid-Koreaanse tegenhanger en kan meerdere doelen tegelijk vernietigen.

    De VAE zijn in gesprek met Israël om de Iron Dome te kopen

    De meeste ballistische raketten van de Houthi’s zijn succesvol onderschept, maar met hun met explosieven volgeladen drones lukt het hen nog wel vaak om doel te treffen. Om dit gat in hun luchtverdediging te dichten, zijn de VAE ook in gesprek met Israël om de Iron Dome te kopen. Dit systeem, dat Israël zelf gebruikt om projectielen uit de Gazastrook te neutraliseren, biedt een extra verdediging tegen langzamere, laagvliegende drones en kruisraketten. Daarnaast betekent een verdieping van de veiligheidssamenwerking dat de twee landen steeds meer inlichtingen met elkaar zullen delen. De VAE, met hun nieuwe, geavanceerde, gelaagde raketverdediging, zouden een waarschuwingssysteem voor mogelijke raketaanvallen vanuit Iran op Israël kunnen opzetten. Israël wint dan kostbare tijd voor de lancering van zijn eigen onderscheppingsraketten.

    De VAE wenden zich niet alleen tot andere landen om hun honger naar wapens te stillen. Door miljarden te spenderen aan onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma’s heeft de federatie van stadstaten haar eigen defensie-industrie een oppepper gegeven. 

    In 2021 lanceerde Halcon, een leverancier van precisiegeleide wapens in Abu Dhabi, zijn nieuwe luchtverdedigingssysteem SkyKnight. Het is ontworpen om helikopters, onbemande luchtvaartuigen (UAV’s, Unmanned Aerial Vehicles) en raketten te vernietigen. Het is gemaakt om doelen op korte afstand (tot tien kilometer) te onderscheppen. Samen met de Iron Dome en het bestaande Russische Pantsir-luchtverdedigingssysteem, levert het een indrukwekkend gelaagd verdedigingsnetwerk op.

    Een militaire industrie

    De Verenigde Arabische Emiraten ‘gaan over op plaatselijke wapenproductie om hun nu nog grotendeels van koolwaterstof afhankelijke economie te diversifiëren en minder aangewezen te zijn op buitenlandse leveranciers’, meldt financieel persbureau Bloomberg. Daartoe hebben de VAE enkele miljarden euro’s in hun defensie-industrie geïnvesteerd, met opmerkelijk resultaat.

    Het in 2019 opgerichte bedrijf Edge, gespecialiseerd in ‘autonome technologie’ en ‘slimme projectielen’, is een van de paradepaardjes van de defensie-industrie van de VAE. In 2020 was de holding, die is gevestigd in Abu Dhabi en vijfentwintig ondernemingen telt, goed voor 1,3 procent van de mondiale wapenverkoop en bezette daarmee de tweeëntwintigste plaats op de wereldranglijst van defensieondernemingen, aldus Bloomberg. Edge heeft zich razendsnel ontwikkeld tot een succesvolle exporteur. Het dochterbedrijf Halcon heeft in 2021 een nieuw luchtafweersysteem voor de korte afstand (10 kilometer) gelanceerd, SkyKnight geheten, dat is bedoeld voor het onderscheppen van helikopters, drones en raketten. En het heeft bevestigd projectielen voor het afweersysteem SkyKnight te hebben verkocht aan het Duitse defensiebedrijf Rheinmetall AG.

    Geavanceerd systeem

    De Emiraten beschikken over een van de meest geavanceerde luchtverdedigingssystemen in de Golfregio. Met deze nieuwe moderne wapens zullen ze elke beschermingslaag verbeteren en hiaten in vorige systemen dichten, waardoor groepen of landen er veel moeilijker doorheen kunnen breken. En door een intensiever gebruik van Saoedische en Amerikaanse sensorinformatie zijn inkomende raketten en drones sneller te herkennen en te vernietigen.

    De VAE streven niet alleen naar versterking van hun luchtverdediging. De kleine maar goed opgeleide luchtmacht krijgt een enorme impuls, getuige de in december aangekondigde aankoop van tachtig geavanceerde Franse multifunctionele Rafale-gevechtsvliegtuigen. Kosten: 18 miljard dollar, waarmee de grootste Franse wapendeal ooit een feit is.

    Volgens het International Institute for Strategic Studies (IISS) bezitten de Emiraten 156 gevechtsvliegtuigen. Als daar 80 zeer effectieve Rafales bij komen, neemt de gevechtskracht van de VAE aanzienlijk toe, waardoor de machtsverhoudingen in de regio nog verder in hun voordeel uitvallen. Hierdoor zullen de Emiraten hun robuuste buitenlandse beleid en de oorlog in Jemen kunnen voortzetten, in de wetenschap dat hun kwetsbaarste plekken, steden en luchthavens een stuk beter beschermd zijn tegen aanvallen van Houthi’s.

  • Wapenstilstand in Jemen tijdens ramadan

    Wapenstilstand in Jemen tijdens ramadan

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Uruguay wil stoppen met verplicht testen voor gevaccineerde reizigers

    » Ten minste vijf doden bij aanslagen in de buurt van Tel Aviv

    Saoedi-Arabië kondigt staakt-het-vuren aan

    Saoedi-Arabië heeft dinsdagavond een staakt-het-vuren aangekondigd tussen de coalitie die het leidt en de Houthi-rebellen in Jemen, schrijft Al-Jazeera. De wapenstilstand, waartoe door de Verenigde Naties is opgeroepen, gaat woensdag in en zal naar verwachting gedurende de gehele maand Ramadan in acht worden genomen.

    Het is ‘de belangrijkste stap naar vrede in meer dan drie jaar. De internationale gemeenschap spant zich in om een einde te maken aan een conflict dat in zeven jaar tienduizenden mensen het leven heeft gekost en miljoenen tot de hongerdood heeft veroordeeld’, aldus het Qatarese nieuwsmedium.

    Lees ook:

  • Saoedi-Arabië begint offensief tegen Jemen

    Saoedi-Arabië begint offensief tegen Jemen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Protest bij Indiase Apple-leverancier na massale voedselvergiftiging

    » China vervangt zijn sterke man in de Oeigoerse regio Xinjiang

    Offensief is een reactie op raketaanvallen op Saoedi-Arabië

    De door Saoedi-Arabië geleide coalitie is zaterdag begonnen met een grootschalige aanval op Houthi-doelen in Jemen nadat twee mensen waren omgekomen bij raketaanvallen door de door Iran gesteunde militie in de zuidwestelijke regio Jazan, aldus Arab News. Het doelwit: wapendepots.

    Tweehonderddrieëntwintig Houthi-strijders werden gedood en zeventien militaire voertuigen vernietigd tijdens veertig operaties die zaterdag in Marib en Al-Jouf werden uitgevoerd, melden de Saoedische autoriteiten.

    Lees ook:

  • Gletsjer in Alaska beweegt 100 keer sneller dan normaal | Hongerstaking voor Jemen

    Gletsjer in Alaska beweegt 100 keer sneller dan normaal | Hongerstaking voor Jemen

    Onderzoek naar het beleid van Bolsonaro

    De Braziliaanse Senaat startte deze week een onderzoek naar president Jair Bolsonaro’s aanpak van de bestrijding van het coronavirus. Senator Rodrigo Pacheco geeft aan dat de commissie zal gaan kijken naar de federale reactie op de gezondheidscrisis en welke middelen vanuit de overheid over de staten werden verdeeld.

    ‘De oprichting van deze parlementaire onderzoekscommissie betekent een tegenslag voor de regering van Bolsonaro, die haar nu probeert te ondermijnen’, schrijft Jornal do Brasil. Wel kan Bolsonaro de uitkomst volgens de krant mogelijk verzachten ‘door verklaringen van deelstaat- en gemeentelijke overheden te beïnvloeden’. De commissie krijgt een periode om de onderzoeksprocedures af te ronden en een eindrapport op te stellen dat in verband met mogelijke overtredingen zal worden doorgestuurd naar de officier van justitie, meldt Folha de Sao Paulo.

    Lees ook:

    Deutsche Welle noemt de commissie ‘een politiek hoofdpijndossier voor Bolsonaro, die nu al te maken heeft met dalende populariteit in een land met een van de hoogste covid-19-sterftecijfers ter wereld’. Het dodental dat in Brazilië in verband wordt gebracht met het coronavirus is meer dan 350.000, na de VS het hoogste aantal ter wereld.

    Het land heeft de situatie de afgelopen weken bovendien zien verslechteren, met dagelijkse sterfgevallen die soms oplopen tot vierduizend. De P.1-variant in het land lijkt ook jongeren meer te treffen.

    ‘Ik zou graag willen dat de mensen die een colbert en stropdas dragen met hun bedienden thuis praten’

    Ondertussen houdt Bolsonaro vol te doen ‘wat de mensen willen’. Zo zei hij in reactie op een rapport over de oprukkende honger tijdens de pandemie, dat hij wacht tot de bevolking ‘een signaal’ geeft om ‘actie te ondernemen’, meldt Correio Braziliense. De aanleiding was een onderzoek van de Food for Justice-beweging, waaruit blijkt dat zes op de tien Braziliaanse huishoudens vorig jaar tussen augustus en december kampten met voedseltekort; in totaal ging het om 125 miljoen Brazilianen.

    De president heeft ook zijn woede getoond over het voorgestelde onderzoek en zowel wetgevers als rechters onder vuur genomen. Woensdag [13 april] zei hij dat het land een ‘kruitvat’ is en dat er ‘ernstige problemen’ zullen ontstaan ​​als gevolg van maatregelen om het virus te beteugelen.

    ‘Ik zou graag willen dat de mensen die een colbert en stropdas dragen, die beslissen, de periferie bezoeken, met de bevolking praten, met hun bedienden thuis praten, in plaats van ze verhinderen te werken’, aldus de Braziliaanse president.


    Amerikaanse activisten in hongerstaking voor Jemen

    Activisten dringen er bij de Amerikaanse president Joe Biden op aan om de steun aan de door Saoedi-Arabië geleide coalitie in Jemen, waar miljoenen mensen honger lijden, stop te zetten.

    Iman Saleh, coördinator van de activistengroep Yemeni Liberation Movement, heeft al zeventien dagen niets gegeten. De 26-jarige Jemenitische Amerikaan en haar jongere zus, Muna, kwamen eind vorige maand vanuit de Amerikaanse staat Michigan naar Washington om de aandacht te vestigen op de humanitaire crisis in Jemen, waar al zes jaar een oorlog woedt.

    In hongerstaking gaan was een symbolische keuze, aldus Saleh tegen Al Jazeera, aangezien miljoenen Jemenieten te midden van het voortdurende conflict onder dreiging van wijdverbreide hongersnood leven.

    ‘We hebben het idee dat de wereld niet luistert naar wat er in Jemen gebeurt’, aldus Saleh. Aanvankelijk namen zes activisten deel aan de hongerstaking, nu zijn alleen zij en haar zus over. Ze leven van drinkwater en water met elektrolyten.

    ‘We willen door de wereld te laten zien wat het lichaam doormaakt als het verhongert (…) niet alleen aandacht en bewustzijn vestigen op wat er in Jemen gebeurt, maar mensen bovendien helpen de omstandigheden waar Jemenieten al jaren mee te maken hebben beter te begrijpen.’

    Druk op Biden

    De hongerstaking wordt gesteund door tientallen grassrootsorganisaties en krijgt veel steun van de internationale gemeenschap. ‘Beroemdheden als Mark Ruffalo en Noname en publieke figuren zoals Ilhan Omar, Rashida Tlaib en Marianne Williamson hebben hun steun aan de campagne van de stakers betuigd via Twitter’, schrijft Samidoun. Terwijl de hongerstaking voortduurt, neemt volgens de activistische site de druk op de regering-Biden om snel te reageren toe.

    https://twitter.com/LiberateYemen/status/1379231343414976512?ref_src=twsrc%5Etfw%7Ctwcamp%5Etweetembed%7Ctwterm%5E1379231343414976512%7Ctwgr%5E%7Ctwcon%5Es1_&ref_url=https%3A%2F%2Fsamidoun.net%2F2021%2F04%2Fyemeni-liberation-movement-hunger-strike-for-yemen-actions-this-week%2F
    Een video waarin YLM een overzicht geeft van de eerste week van de hongerstaking, de missie en de situatie in Jemen.


    The Washington Post publiceerde een ingezonden brief van Saleh, waarin ze eraan herinnert dat Biden in februari aankondigde een einde te zullen maken aan ‘alle Amerikaanse steun voor offensieve operaties in de oorlog in Jemen’. Noch Biden, noch het Congres hebben echter concrete stappen ondernomen om de steun te beëindigen, aldus Middle East Eye.

    Saleh in The Post: ‘Voor de regering vereist dit slechts een pennenstreek en een reeks opdrachten aan het Amerikaanse leger. Wij geloven niet dat deze acties een einde zouden maken aan de oorlog in Jemen, maar het zou zeker een effectieve stap zijn om een onvoorstelbare hoeveelheid leed ter plaatse te verlichten.’

    Weinig details vrijgegeven

    De oorlog in Jemen brak eind 2014 uit toen de Houthi-rebellen er grote delen van het land in beslag namen, waaronder de hoofdstad Sanaa. Het conflict escaleerde in maart 2015, toen Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten een door de VS gesteunde militaire coalitie samenstelden in een poging de regering van de door Riyad gesteunde president Abd-Rabbu Mansour Hadi te herstellen.

    Amerikaanse wetgevers hebben een beroep gedaan op de regering om duidelijkheid te krijgen over haar plan, schrijft MEE, maar er zijn weinig details vrijgegeven.


    De Muldrow-gletsjer in Alaska beweegt 100 keer sneller dan normaal

    In wat bekend staat als een glaciale golf, verschoof de meer dan 60 kilometer lange Muldrow-gletsjer de afgelopen maanden maar liefst 30 meter per dag. Pieken duren over het algemeen slechts enkele maanden en worden vaak pas gedetecteerd als ze al voorbij zijn. Maar de Muldrow-gletsjer bevindt zich in het Denali National Park and Preserve waar regelmatig vliegtuigen overheen vliegen, zodat de verschuiving al in vroeg stadium is opgemerkt.

    De Muldrow-gletsjer, die meestal langzaam beweegt en relatief gaaf is, vertoonde plotseling vele scheuren over bijna de gehele lengte van de gletsjer.

    De laatste keer dat de Muldrow-gletsjer een hoge vlucht nam, was in 1956-57

    Wetenschappers zijn er nog niet in geslaagd de afwijkingen genoeg te bestuderen om volledig begrip te krijgen van waarom ze plaatsvinden en te peilen wat de mogelijke rol hierop is van klimaatverandering, die snel smeltende gletsjers in Alaska en elders kan beïnvloeden.

    De laatste keer dat de Muldrow-gletsjer een hoge vlucht nam, was in 1956-57, toen hij in een paar maanden tijd meer dan 6 kilometer vooruitbewoog en een nu met aarde en vegetatie bedekt gebied van ijs achterliet, schrijft Alaska Public.

    Dave Schirokauer, teamleider van het Denali National Park Science and Resources, vloog onlangs de gletsjer op, en meldde dat de golf het oppervlak van de gletsjer heeft gekarnd, wat in juni naar verwachting zal resulteren in een grote hoeveelheid water.

  • 3000 jaar oude speerpunt gevonden | Hulp voor Jemen ‘teleurstellend’

    3000 jaar oude speerpunt gevonden | Hulp voor Jemen ‘teleurstellend’

    VN spreekt van doodvonnis voor Jemen

    Jemenieten en hulporganisaties noemen het tekort aan internationale financiering voor Jemen een ‘doodvonnis’ voor mensen die lijden onder de burgeroorlog in het land. Het VK, meldt The Guardian, besloot ongeveer 50 procent van de steun voor humanitaire inspanningen aan het land te verminderen.

    De VN hoopte maandag 3,85 miljard dollar (3,2 miljard euro) in te zamelen bij meer dan honderd regeringen en donoren op een virtuele conferentie om de wijdverbreide hongersnood in de ergste humanitaire crisis ter wereld te voorkomen, maar ontving slechts 1,7 miljard dollar – minder dan de helft. ‘Een teleurstellende uitkomst’, aldus secretaris-generaal van de VN António Guterres, geciteerd door de Britse krant. Het totaal dat op de conferentie van vorig jaar werd opgehaald, was 1,5 dollar miljard lager dan gehoopt.

    ‘Miljoenen Jemenitische kinderen, vrouwen en mannen hebben dringend hulp nodig om in leven te bijven. Een mindering van de hulp betekent een doodvonnis’, aldus Guterres in een verklaring. ‘Oorlog en hongersnood’, waarschuwt The Guardian‘kunnen de volgende generatie Jemenieten wegvagen.’


    Armeense premier staat open voor vervroegde verkiezingen 

    De Armeense premier Nikol Pasjinian heeft gezegd bereid te zijn vervroegde verkiezingen te houden als de parlementariërs daarmee instemmen, meldt Armenpress‘Laten we weer een verkiezing houden en we zullen zien wie de mensen vragen ontslag te nemen’, zei Pasjinian in een officieel bericht.

    In het Kaukasische land is er onrust sinds de premier een vredesakkoord sloot met Azerbeidzjan over het betwiste gebied Nagorno-Karabach. Na een oorlog van zes weken werden delen van het gebied afgestaan aan de vijand. De Armeense oppositie, grote groepen betogers en het leger waren het daar niet mee eens.

    Vorige week zegde het hoofd van de strijdkrachten zijn vertrouwen op in de regering, wat door Pasjinian als een militaire staatsgreep werd gezien. Hij besloot daarop de legerchef te ontslaan, maar de onafhankelijke president Saskissian verklaarde die beslissing ongrondwettelijk. Sindsdien gaan voor- en tegenstanders van Pasjinian dagelijks massaal de straat op.

    ‘Niet alles mag afhangen van de grillen van het staatshoofd’

    In een redactioneel commentaar van de Armeense site Aravot, schrijft Aram Abrahamyan dat de regering onder geen beding demonstraties mag organiseren. ‘Ze moeten werken en het dagelijks leven in de staat regelen, de veiligheid en welvaart van burgers garanderen. Ze mogen niet stoppen met werken, zelfs niet tijdens campagnes. Als ze twee dagen aan een betoging werken en marcheren om de leider van de staat te “steunen”, dan heeft dat niets te maken met “het regeren van het volk”. Dat is geen regering van het volk, maar van ambtenaren en oligarchen die de regering steunen, die de afgelopen dertig jaar hebben bestaan ​​en nog altijd bestaan.’

    De oppositie moet volgens Abrahamyan instemmen met het houden van snelle verkiezingen terwijl Pasjinian premier blijft, en de regering moet ermee instemmen om die verkiezingen binnen twee à drie maanden te houden en garanderen dat ze zo eerlijk mogelijk zullen verlopen. De generaals moeten hun eisen aan de regering om af te treden stoppen, en de premier moet van zijn voornemen afzien om de legerchef uit zijn functie te verheffen.

    ‘Gezien Pasjinians tegenstrijdige, verdeeldheid zaaiende aard zal dit moeilijk worden. Maar we moeten niet vergeten dat Armenië een parlementaire republiek is, en dat niet alles mag afhangen van de grillen van het staatshoofd.’


    3000 jaar oude speerpunt gevonden op het strand van Jersey

    In augustus 2020 vond Jay Cornick, een elektrotechnisch ingenieur, met zijn metaaldetector een 35 cm lange speerpunt die was begraven in het zand op een strand in het oosten van het eiland Jersey, schrijft The Daily Telegraph.

    Deze speerpunt, gemaakt van een koperlegering, was in zo’n goede staat, dat Jay Cornick dacht dat het een moderne visspeer was. ‘Hij stopte hem in zijn tas en dacht er niet meer echt aan tot hij hem aan de archeologen van Jersey Heritage liet zien’, aldus het dagblad.

    Neil Mahrer, specialist in erfgoedbehoud in Jersey, noemt de vondst ‘ongelooflijk’. De York Archaeological Trust heeft bevestigd dat de overblijfselen van het houten handvat van de speer die op de punt werden aangetroffen, dateren van tussen 1207 en 1004 voor Christus. Daarmee is dit een van de meest spectaculaire wapens uit de Bronstijd die in Noord-Europa zijn gevonden.

    De stijl van dit type speerpunt staat bekend als Tréboul, maar het gevonden object in Jersey is ‘zo groot en verfijnd’ dat het mogelijk was bedoeld was voor ceremonieel gebruik.

    De punt zou in zo’n goede staat zijn gebleven doordat hij tegen de lucht werd beschermd door het zwarte zand waarin hij begraven lag. ‘Hij overleefde niet alleen de bouw van de haven van Gorey en het middeleeuwse kasteel dat erboven uittorent, maar ook drie millennia van wintertij en stormen’, jubelt The Daily Telegraph.

  • Terugkeren na IS. ‘Ik dacht dat ik het juiste deed’

    Terugkeren na IS. ‘Ik dacht dat ik het juiste deed’

    Hoda Muthana en Kimberly Polman verbrandden beide alle schepen achter zich toen ze naar het kalifaat vertrokken om te trouwen. Ze twitterden boodschappen als ‘Beschiet ze vanuit auto’s en laat al hun bloed vloeien, of huur een grote vrachtwagen en rijd over ze heen’. Tot ze begonnen te realiseren dat ze een fout hadden gemaakt.

    Kamp al-Hawl, Syrië – Hoda Muthana was een twintigjarige studente in Alabama die ervan overtuigd was geraakt dat IS voor de goede zaak streed. Dus maakte ze haar ouders wijs dat ze op studiereis ging maar kocht in plaats daarvan van haar studietoelage een vliegticket naar Turkije. Nadat ze het kalifaat binnen was gesmokkeld postte de studente een foto op Twitter waarop haar gehandschoende handen haar Amerikaanse paspoort vasthielden. ‘Binnenkort de fik erin,’ beloofde ze.

    Dat was meer dan vier jaar geleden. Nu, na drie huwelijken met IS-strijders en het bijwonen van het soort executies dat ze op sociale media had toegejuicht, zegt Muthana dat ze diepe spijt heeft en terug wil naar de Verenigde Staten. Ze gaf zich vorige maand over aan de coalitietroepen die tegen IS vechten en brengt nu haar dagen door als gedetineerde in een vluchtelingenkamp in het noordoosten van Syrië. Ze heeft daar gezelschap van een andere vrouw, Kimberly Gwen Polman (46), die rechten studeerde in Canada voordat ze zich aansloot bij het kalifaat en die zowel Amerikaans als Canadees staatsburger is.

    Tijdens een interview in het kamp met The New York Times zeiden beide vrouwen dat ze erachter probeerden te komen hoe ze een nieuw paspoort konden krijgen en hoe ze de sympathie konden herwinnen van de twee landen die ze eerder verachtten.

    Krankzinnig idee

    ‘Woorden schieten me tekort om mijn spijt uit te drukken,’ zei Polman, dochter van een Amerikaanse moeder en een Canadese vader uit een mennonitische gemeenschap in Hamilton, Ontario, die zelf drie volwassen kinderen heeft.

    Muthana zei dat ze zich in haar middelbare-schooltijd voor het eerst aangetrokken had gevoeld tot IS door het lezen van posts op Twitter en andere sociale media. ‘Als ik er nu op terugkijk, kan ik niet genoeg benadrukken wat een krankzinnig idee het was,’ zegt ze. ‘Ik kan het gewoon niet geloven. Ik heb mijn leven verpest. Ik heb mijn toekomst verpest.’

    President Trump leverde deze week in een tweet kritiek op bondgenoten als Groot-Brittannië, Frankrijk en Duitsland omdat ze niet honderden IS-gevangenen terugnamen die waren gevangengenomen op het slagveld. ‘Het alternatief is dat we ze moeten vrijlaten,’ waarschuwde hij.

    De president zei er niet bij dat de Verenigde Staten Amerikaanse vrouwen die met IS-strijders waren getrouwd ook niet naar huis hadden gehaald. Zowel Muthana als Polman zei geen bezoek te hebben gehad van Amerikaanse functionarissen sinds hun gevangenneming vorige maand. Ze zeiden ook dat er een familie van vier zussen uit Seattle was, met vier kinderen, die in een ander kamp werd vastgehouden. Een voormalige politiefunctionaris bevestigde dat een familie uit Seattle naar Syrië was gereisd om zich aan te sluiten bij Islamitische Staat, maar had geen aanvullende informatie.

    Hoda Muthana trouwde drie keer in het kalifaat en vluchtte uiteindelijk mee met een Syrische familie vanuit Shafa. Ze nam alleen haar baby mee.
    Hoda Muthana trouwde drie keer in het kalifaat en vluchtte uiteindelijk mee met een Syrische familie vanuit Shafa. Ze nam alleen haar baby mee.

    Van een klein aantal Amerikanen – slechts 59, volgens gegevens van het George Washington University Program on Extremism – is bekend dat ze naar Syrië zijn gereisd om zich aan te sluiten bij IS. Bijna alle Amerikaanse mannen die in de strijd gevangen zijn genomen zijn gerepatrieerd, maar het blijft onduidelijk waarom dat bij sommige Amerikaanse vrouwen en hun kinderen – minstens dertien, volgens bronnen van The Times – niet het geval is.

    Een FBI-woordvoerster wilde geen commentaar leveren op de twee gevallen, maar zei dat agenten per definitie een onderzoek instellen naar iedere Amerikaan die zich heeft aangesloten bij Islamitische Staat, een organisatie die als terroristisch te boek staat.

    Robert Palladino, een woordvoerder van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, beschreef de situatie van Amerikanen in Syrië als ‘uiterst gecompliceerd’. ‘We bekijken deze gevallen om de details beter te begrijpen,’ zei hij, maar hij wilde verder geen commentaar geven om redenen van privacy en veiligheid.

    Een Canadese regeringsfunctionaris zei dat het voor Canadezen die vastzitten in Syrië moeilijk kan zijn de regio te verlaten omdat ze waarschijnlijk ernstige aanklachten tegemoet kunnen zien in naburige landen.

    Seamus Hughes, adjunct-directeur van het George Washington University Program on Extremism, noemde de talrijke misdaden die door IS zijn gepleegd en zei dat er ‘duizenden legitieme redenen zijn om de oprechtheid in twijfel te trekken’ van verzoeken als die van Muthana en Polman. ‘Hoewel er vaak simplistische verhalen de ronde doen over “jihadbruiden”, “hersensspoelen” en “internetdaten”,’ zei hij, ‘hebben de buitenlandse vrouwen van IS bij heel wat wreedheden geassisteerd en zich er in sommige gevallen rechtstreeks schuldig aan gemaakt.’

    Muthana en Polman erkenden tijdens het interview dat veel Amerikanen zich zouden afvragen of ze het verdienden naar huis te worden gebracht nadat ze zich hadden aangesloten bij een van de dodelijkste terreurgroepen ter wereld. ‘Hoe kun je eerst je paspoort verbranden en je vervolgens in slaap huilen omdat het je zo vreselijk spijt?’ vroeg Polman. ‘Hoe maak je mensen dat duidelijk?’

    Neem een vliegtuig naar Turkije. Bel na het landen dit nummer

    Muthana groeide als dochter van Jemenitische immigranten op in een ultrastreng huishouden, waar feestjes, vriendjes en mobieltjes taboe waren. Haar vader gaf haar pas een mobiele telefoon als cadeautje voor haar einddiploma van de middelbare school. Die telefoon werd algauw haar toegangspoort tot de wereld van de extreme islam, zei ze. Ze vertelde hoe nog geen twee jaar later, in 2014, een internetcontact haar instructies gaf hoe ze zich kon aansluiten bij Islamitische Staat: Neem een vliegtuig naar Turkije. Bel na het landen dit nummer.

    Muthana schreef zich in bij de University of Alabama in Birmingham, waar ze het als tweedejaars na het innen van de studietoelage van haar ouders voor gezien hield. Ze stopte een boekentas vol kleren en zei tegen haar familie dat ze naar een studie-evenement in Atlanta ging, op twee uur rijden afstand. In plaats daarvan ging ze regelrecht naar de luchthaven van Birmingham voor een vlucht naar Istanboel. ‘Ik huilde omdat ik dacht dat ik een groot offer aan God bracht en afstand deed van mijn familie, mijn thuis, mijn comfort, alles wat ik kende, alles wat me lief was,’ zei ze. ‘Ik dacht dat ik het juiste deed.’

    Muthana zei dat ze in november 2014 over de Syrische grens werd gesmokkeld en naar een slaaphuis voor vrouwen werd gebracht, waar honderden alleenstaande vrouwen van over de hele wereld dicht opeengepakt zaten. Elke dag, zei ze, wandelde een IS-functionaris door het slaaphuis met een lijst van mannen die op zoek waren naar een bruid. ‘Je mag het huis niet verlaten voordat je getrouwd bent,’ zei ze. ‘Ik wist dat dat zou gebeuren, maar ik dacht dat ik er wel aan kon ontkomen. Ik wist niet dat er sloten op de deuren zaten. Ik wist niet dat er kettingen waren. En bewakers.’

    Ze zei dat ze het een maand volhield voordat ze toestemde in een ontmoeting met Suhan Rahman, een Australiër uit Melbourne. Hij gebruikte de naam Abu Jihad, oftewel ‘Vader van de Jihad’, zei ze. Ze ontmoetten elkaar in een kamer onder begeleiding. Na een kort gesprek nam hij haar mee naar huis. Ze nam de naam Umm Jihad aan, oftewel ‘Moeder van de Jihad’. Als ze alleen thuis zat terwijl haar man aan het vechten was, postte ze giftige tweets onder haar pseudoniem. ‘Petje af voor de moedjs in Parijs’, schreef ze met gebruikmaking van de afkorting voor moedjahedien op de dag in 2015 dat jihadisten de kantoren van het satirische weekblad Charlie Hebdo bestormden en twaalf mensen doodden. Ook spoorde ze anderen aan zich bij de terroristische organisatie aan te sluiten. ‘Er zijn hier zoooooveel Aussies en Britten maar waar blijven de Amerikanen, word wakker lafaards’, postte ze.

    Ook gebruikte ze haar account om aanslagen in het Westen te helpen uitlokken, zoals in de Verenigde Staten. ‘Amerikanen word wakker!’ schreef ze op 15 maart 2015. ‘Jullie hebben veel te doen zolang jullie nog onder onze grootste vijand leven, genoeg geslapen! Beschiet ze vanuit auto’s en laat al hun bloed vloeien, of huur een grote vrachtwagen en rijd over ze heen.’

    Haar Twitteraccount is sindsdien geblokkeerd, maar de posts werden door het George Washington Program gekopieerd en doorgespeeld aan The Times.

    Ze was nauwelijks drie maanden getrouwd, zei Muthana, toen ze thuis een dutje lag te doen en een man de trap op kwam rennen en schreeuwde dat haar man ‘de marteldood’ was gestorven. Na zijn dood stemde ze toe in twee andere gearrangeerde huwelijken, zei ze.

    Kinderadvocaat

    Polman zei dat ze begin 2015 het kalifaat binnen was gesmokkeld nadat ze op een Amerikaans paspoort van Vancouver naar Istanboel was gevlogen. Ze zei dat ze kort daarvoor belangstelling voor de verpleging had gekregen en was gaan corresponderen met een man in Syrië die de nom de guerre Abu Aymen gebruikte. Deze man, met wie ze later trouwde, vertelde haar dat in het groeiende kalifaat steeds meer behoefte was aan verpleegkundigen.

    Jaren eerder had ze het mennonitische geloof van haar ouders vaarwel gezegd en zich bekeerd tot de islam. Omdat ze niets anders te doen had, zei ze, bracht ze haar dagen door op internet en was haar Facebook-tijdlijn vergeven van de beelden van stervende moslims in Syrië.

    Polman zei dat ze op een gegeven moment had ontdekt dat ze een posttraumatische-stresstoornis had en niet meer in staat was haar bed uit te komen. Een broer en een zuster meldden vanuit British Columbia dat haar was gezegd dat ze aan een psychische aandoening leed. ‘Ze heeft het zichzelf niet makkelijk gemaakt,’ zei de broer, die niet met name genoemd wilde worden uit angst voor represailles.

    Volgens de zuster, die ook niet met name genoemd wilde worden, studeerde Polman rechten aan Douglas College en werkte ze korte tijd op een moslimschool in Richmond, British Columbia. In 2011 won ze een Women’s Opportunity Award van de vrouwenorganisatie Soroptimist International. In de bekendmaking van de prijs, afgedrukt in de plaatselijke krant, stond dat het haar uiteindelijke doel was kinderadvocaat te worden.

    Haar zuster zei dat Polman in de zomer van 2015 op reis ging naar Oostenrijk, zogenaamd voor twee weken. ‘Ze omhelsde me bij het afscheid en zei dat we thee zouden gaan drinken als ze terugkwam,’ zei de zuster. Pas nadat de familieleden waren ingelicht door de Canadese autoriteiten beseften ze dat ze zich had aangesloten bij IS. Op een gegeven moment had haar zus zes maanden lang niets van Polman gehoord en ging ze ervan uit dat ze dood was. ‘In het verleden hebben we haar als familie kunnen helpen,’ zei haar zus. ‘Dit was de enige keer dat we haar niet konden helpen. Dus dat was heel moeilijk voor ons.’

    Tegen de tijd dat Polman in het kalifaat belandde waren de misdaden daarvan welbekend, inclusief het onthoofden van journalisten, het tot slaaf maken en systematisch verkrachten van vrouwen van de Jezidi-minderheid en het levend verbranden van gevangenen. Zowel zij als Muthana deed ontwijkend toen er vragen over die wreedheden werden gesteld. ‘Ik ben niet geïnteresseerd in bloedvergieten en wist niet wat ik moest geloven,’ zei Polman. ‘Dat zijn filmpjes op YouTube. Wat is waar? Wat is niet waar?’

    Vluchtelingen op weg naar een tijdelijk kamp, vanwaar ze naar het Al-hol-kamp in de Syrische provincie Hassakeh worden overgeplaatst. Veel van hen zijn gezinsleden van en waarschijnlijk zelf ook IS-strijders. – © Antoine Chauvel / SIPA /SIPA / 19021519
    Vluchtelingen op weg naar een tijdelijk kamp, vanwaar ze naar het Al-hol-kamp in de Syrische provincie Hassakeh worden overgeplaatst. Veel van hen zijn gezinsleden van en waarschijnlijk zelf ook IS-strijders. – © Antoine Chauvel / SIPA /SIPA / 19021519

    Volgens haar eigen lezing begon Muthana zich in haar tweede jaar in het kalifaat van de terroristische groepering distantiëren. Ze trouwde met een tweede strijder en raakte zwanger. Omdat ze aan bloedarmoede leed door ijzergebrek bracht ze veel tijd in bed door. ‘Ik kreeg twijfels,’ zegt ze in een verslag dat The Times niet kon verifiëren. ‘Ik was zwanger. Heel emotioneel, omdat ik mijn familie miste. Ik dacht: wat doe ik hier?’

    Ze zei dat haar tweede man omkwam in Mosoel in Irak. ‘Door een raket of een luchtaanval.’

    Het was inmiddels 2017 en de belegering van Raqqa in Syrië was begonnen. Toen ’s nachts haar vliezen braken liep ze volgens eigen zeggen bijna twee kilometer naar de dichtstbijzijnde kliniek terwijl de bommen op de stad vielen.

    Na het baren van een zoon trok Muthana van het ene huis naar het andere, naarmate het gebied van het kalifaat verder kromp. Toen Raqqa eind 2017 viel, verhuisde ze naar al-Mayadin in het dal van de Eufraat. Toen al-Mayadin viel, verhuisde ze naar Hajin, en vandaar naar Shafa, een dorp in de laatste schilfer IS-gebied dat honderden luchtaanvallen te verduren kreeg. Ze trouwde voor de derde keer en scheidde na enige tijd weer van haar man, wiens naam ze niet wilde noemen.

    Polman zei dat haar breuk met het kalifaat heftiger verliep, al een jaar na haar aankomst. Ze zei dat ze probeerde te ontsnappen maar werd betrapt door veiligheidsagenten van IS toen ze op de markt een vrouw vroeg of ze een smokkelaar kende die haar zou kunnen helpen. Ze zei dat ze werd opgesloten in een cel in Raqqa, waar ze zo lang bleef dat ze uiteindelijk alle 4422 tegels had geteld.

    Ze zei dat ze herhaaldelijk uit haar cel werd gehaald om te worden verhoord. En dat ze op een avond werd verkracht.

    ‘Ze namen me mee via de gang, en het was aardedonker,’ zei ze. ‘Er waren dikke metalen deuren en ik herinner me dat ik uitgleed, en ze schopten me.’ Ze zei dat de gevangenbewaarders haar waarschuwden dat als ze de verkrachting ooit zou melden, ze zouden zeggen dat ze bewijs hadden dat ze een spionne was. Voordat ze haar vrijlieten, zei ze, lieten ze haar een verklaring ondertekenen in zowel het Arabisch als het Engels waarin stond dat als ze opnieuw zou proberen te ontsnappen ze de hukm zou accepteren, de doodstraf volgens de shariawet.

    ‘Het is moeilijk om van gedachten te veranderen als je alles hebt verloren en opgeofferd’

    De twee vrouwen, die een generatie in leeftijd verschillen, ontmoetten elkaar en raakten bevriend in de laatste uithoek van het kalifaat, dat tegen januari uit nog geen vijftien vierkante kilometer bestond. Het omsingelde gebied kampte met verscheidene tekorten. Toen er geen papieren luiers meer te krijgen waren, knipten de twee vriendinnen handdoeken in stukken. Toen er moeilijk aan eten viel te komen, verzamelden ze gras uit spleten tussen de stoeptegels, kookten het en dwongen zichzelf het op te eten. ‘Als je een aardappel zag,’ aldus Muthana, ‘was het alsof je een Lamborghini zag.’ Ze begonnen over vluchten te praten, en ze zeiden dat ze steeds meer gruwden van de keuze die ze hadden gemaakt.

    ‘Het is moeilijk om van gedachten te veranderen als je alles hebt verloren en opgeofferd. Ook al voel je dat er iets niet klopt, dat dit niet oké is, toch denk ik dat het heel erg moeilijk is om een ommezwaai te maken als je alle bruggen achter je hebt verbrand,’ zei Polman.

    IS verbood mensen te vertrekken en zette landmijnen en scherpschutters in om dat te voorkomen. Maar vorige maand, zei Muthana, besloot ze het toch te proberen door aan te haken bij een Syrische familie die Shafa rond het schemeruur verliet. Ze nam alleen haar baby mee in zijn kinderwagen, zei ze. Toen de duisternis inviel, raakte de groep verdwaald en bracht de nacht door in de ijzige kou. De volgende dag, op 10 januari, voltooide ze de reis en gaf zich over aan Amerikaanse troepen in de Syrische woestijn, die haar vingerafdrukken namen.

    Enkele dagen later volgde Polman via dezelfde route en gaf zich ook over. Na enkele weken, waarin ze geen contact hadden met de Amerikaanse of Canadese autoriteiten, benaderden zij en Muthana het Rode Kruis om hulp te krijgen. Ze hebben ook contact met een advocaat die probeert hun terugkeer naar Noord-Amerika te bewerkstelligen.

    Muthana gaf de advocaat een handgeschreven briefje: ‘Ik besefte dat ik niet inzag of misschien zelfs niet eens begreep hoe belangrijk de vrijheden zijn die we in Amerika hebben. Nu doe ik dat wel,’ schreef ze. ‘Ik kan moeilijk onder woorden brengen hoeveel spijt ik heb van wat ik in het verleden heb gezegd, van de pijn die ik mijn familie heb gedaan en van de overlast die ik mijn land heb bezorgd.’ Volgens adjunct-directeur Hughes van het George Washington University Program on Extremism zijn de Verenigde Staten verplicht haar naar huis te halen, ‘maar wel met handboeien om’.

    Rukmini Callimachi deed verslag vanuit Syrië, Catherine Porter vanuit Toronto. Adam Goldman en Edward Wong leverden bijdragen vanuit Washington, en Glenny Brock vanuit Alabama. Kitty Bennett deed research.
    Vertaler: Peter Bergsma

    The New York Times
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 1.120.402

    De krant der kranten, met als motto ‘All the news that’s fit to print’. Won meer journalistieke prijzen dan enig ander medium.

  • Westen geeft 
Saoedi-Arabië vrij spel

    Westen geeft 
Saoedi-Arabië vrij spel

    Saoedi-Arabië is verantwoordelijk voor duizenden burgerdoden in Jemen. En wat doet het Westen? Dat kijkt toe en levert wapens.

    Op 9 augustus treft een bom een bus vol kinderen in de provincie Sa’dah, in het noorden van Jemen. Hulpverleners tellen 51 doden en 79 gewonden. De beelden van de bebloede kinderen veroorzaken een golf van internationale verontwaardiging.

    De woede is gericht tegen de militaire coalitie onder Saoedische leiding, die sinds maart 2015 in Jemen opereert 
ter ondersteuning van de voormalige president Al-Hadi, die in 2015 door de Houthi-rebellen werd verdreven. De bombardementen van deze coalitie hebben al duizenden burgerslachtoffers gemaakt. De VN, de VS en Frankrijk eisen een onderzoek. Spanje zegt wapenleveringen aan Riyad te heroverwegen. De gêne in Washington groeit wanneer CNN een week later onthult dat het bloedbad is veroorzaakt door een lasergestuurde bom van 
Amerikaanse makelij, door de VS aan hun bondgenoot geleverd.

    Mensenrechtenorganisaties eisen al jaren dat er een eind wordt gemaakt aan de wapenleveranties aan alle 
strijdende partijen in Jemen, en komen ook nu in het geweer. Zij hopen dat het bloedbad van Sa’dah de westerse landen kan overtuigen van de noodzaak hun Arabische bondgenoot te dwingen zijn militaire betrokkenheid te verminderen. Maar nadat de Spaanse regering begin september aankondigde het 
contract voor de levering van bommen te annuleren, is ze nu teruggekrabbeld onder druk van Saoedi-Arabië, dat dreigde een voor Spanje veel lucratievere deal over de levering van vijf oorlogsschepen te verscheuren.

    De Duitse regering kondigde begin dit jaar een moratorium af op de wapenexport naar landen die bij de oorlog in Jemen zijn betrokken, maar werd onlangs betrapt op het schenden ervan. ‘Niet verwonderlijk’, zegt een westerse 
fabrikant die in Riyad is gevestigd. 
‘De Duitse bedrijven zitten in de 
problemen in het koninkrijk. Als ze hierheen komen om zaken te doen, 
wil niemand hen ontvangen.’

    Agressieve diplomatie

    Begin augustus had Saoedi-Arabië al woedend gereageerd op een tweet van de Canadese minister van Buitenlandse Zaken, waarin zij kritiek uitte op 
de arrestatie van mensenrechtenactivisten in het koninkrijk. Er volgden strafmaatregelen, waaronder het wegsturen van de Canadese ambassadeur en het bevriezen van Saoedische investeringen in Canada. Dit soort boze reacties is tekenend voor het duo dat in Riyad aan de macht is, koning Salman bin Abdoel al-Saoed en zijn zoon Mohammed bin Salman. Zij gaven het bevel voor het militair ingrijpen in Jemen, uitgevoerd in samenwerking met de Verenigde Arabische Emiraten en alom opgevat als een nieuwe, agressievere vorm van diplomatie om de 
uitbreiding van de Iraanse invloed in het Midden-Oosten in te perken. De Houthi-strijders zijn zaiditisch – een tak van het sjiisme – en de Saoediërs beschouwen hen als Teherans paard van Troje. ‘Ze hebben besloten dat 
niemand hun in de weg zal staan, hoe dan ook’, verklaart een zakenman die de machtige kringen in Saoedi-Arabië goed kent. ‘Zolang de VS hen steunt, kunnen ze zich alles veroorloven.

    Rouwende toeschouwers kijken naar de begrafenisstoet voor de slachtoffers van de luchtaanval op een bus in Sa’dah, begin augustus, waarbij 51 doden vielen, onder wie 40 kinderen. – © Getty Images
    Rouwende toeschouwers kijken naar de begrafenisstoet voor de slachtoffers van de luchtaanval op een bus in Sa’dah, begin augustus, waarbij 51 doden vielen, onder wie 40 kinderen. – © Getty Images

    Met een olieprijs van 80 dollar per vat lopen ze ook weinig risico. En de Britten mopperen voorlopig ook niet, net zomin als de Fransen.’
    Begin september kwam Saoedi-Arabië zijn bondgenoten enigszins tegemoet. De coalitie die aanvankelijk had verklaard dat het bombardement op Sa’dah ‘binnen het internationale recht’ viel, erkende ‘zich te hebben 
vergist’. Het koninkrijk beloofde de 
verantwoordelijken te straffen en de familie van de slachtoffers een schadevergoeding aan te bieden. Maar de kans dat deze zeldzame schuldbekentenis verandering zal brengen in de beschietingen en het burgerleed zal verminderen, lijkt vooralsnog klein.
    In drieënhalf jaar strijd, waarin volgens de organisatie Jemen Data Project 18.000 luchtaanvallen zijn uitgevoerd,

    heeft Riyad altijd burgerdoelen getroffen: eerst vooral economische infrastructuur, later ook markten, woongebouwen en openbare bijeenkomsten. Bij een deel van die beschietingen is 
er duidelijk sprake van een vergissing, een gevolg van het notoire gebrek aan professionaliteit bij de Saoedische piloten. Maar de bombardementen maken ook deel uit van een strategie: het 
isoleren en uitputten van de Houthi’s, die het grootste deel van het dichtbevolkte noorden van het land beheersen. Het gevolg: van de in totaal 6600 burgerslachtoffers sinds maart 2015 zijn 
er 4300 omgekomen door bommen van de coalitie, volgens een schatting van het Hoge Commissariaat voor de 
Rechten van de Mens van de VN. En dat is nog een voorzichtige schatting. De onafhankelijke organisatie ACLED, die de gegevens van het conflict bijhoudt, spreekt over 50.000 doden tussen januari 2016 en juli 2018, en daarbij worden de slachtoffers van de ineenstorting van de staat en de economie niet meegeteld.

    In reactie op de verontwaardiging van mensenrechtenorganisaties zetten de vs, die de vliegtuigen van de coalitie in de lucht bevoorraden en het koninkrijk voorzien van inlichtingen, de Saoediërs nu onder druk om hun trefzekerheid te verbeteren.

    ‘Jemen is het Vietnam van de Saoedi’s geworden’

    Tot nu toe tevergeefs. De Saoediërs beweren geen andere keus te hebben dan doorgaan met de aanvallen in het gebied rond Hodeida, de grootste haven van het land, van waaruit de Houthi’s eenderde van hun inkomsten zouden betrekken. De bombardementen dienen als drukmiddel op de Houthi’s om te onderhandelen over een politieke oplossing voor het conflict.

    ‘Jemen is het Vietnam van de Saoedi’s geworden’, zegt een VN-functionaris. ‘Ze zijn er op kleine schaal aan begonnen en nu is er sprake van een vlucht naar voren, waarbij alle internationale verdragen met voeten worden getreden. Maar Trump heeft toch geen goed woord over voor het Internationaal Strafhof en de Europese leiders maken zich alleen druk om de werkgelegenheid en kunnen blijkbaar niet tot een gezamenlijk standpunt komen, dus wat kan hun gebeuren?’ Niet veel, 
moet een westerse functionaris tot zijn spijt toegeven. ‘Alle belangrijke bondgenoten van Riyad uiten hun twijfels, ze weten dat deze oorlog niet te winnen valt. En toch blijven ze prioriteit geven aan de verkoop van wapens.’

    Louis Imbert, Benjamin Barthe

    Auteurs: Louis Imbert, Benjamin Barthe

    Le Monde
    Frankrijk | dagblad | oplage 345.000

    In 1944 opgericht op initiatief van generaal Charles de Gaulle. Iconische krant, gehecht aan zijn onafhankelijkheid (maar sinds 2010 eigendom van drie private investeerders). Le Monde onderhoudt een groot netwerk van 
correspondenten over de hele wereld.

  • In Jemen sterven meer mensen van honger dan door geweld

    In Jemen sterven meer mensen van honger dan door geweld

    De Verenigde Arabische Emiraten voeren een eindeloze oorlog tegen de Houthi-rebellen in het noorden van Jemen. In plaats van alles in goede banen te leiden, helpen ze het land te gronde te richten. Een reportage vanuit Al Mukalla, een zuidelijke stad in crisis.

    Al Mukalla is een afgelegen havenstad in het uiterste zuidoosten van Jemen. De trage witte stad balanceert tussen rotskust en zee en is de laatste pleisterplaats voor een onmetelijke woestijnvlakte die zich uitstrekt tot de grens met Oman. Het leven van de stad speelt zich voornamelijk af op de kustboulevard, net als in de omringende vissersdorpen.

    Voordat hij in de oude stad verdwijnt, beschrijft deze boulevard een smalle bocht: daar heeft zich in de ochtend van woensdag 5 september een kleine menigte demonstranten verzameld. Ze protesteren al twee dagen tegen de koersval, afgelopen zomer, van de Jemenitische munt. De rial heeft sinds januari een derde van zijn waarde verloren. Daardoor belandt Al Mukalla, net als het hele land dat het armste van de Arabische wereld is, in een nieuwe crisis. Het maakt ook een eind aan de dromen over autonomie van deze vreedzame regio, die zich al sinds eind 2014 van het in oorlog verkerende Jemen heeft losgemaakt, en ook aan die van de Verenigde Arabische Emiraten die er dankzij het conflict in feite een protectoraat van hebben gemaakt.

    De Jemenitische regering van Abd Rabbuh Mansur Al-Hadi, die al in maart 2015 naar de Saoedische hoofdstad Rijad is uitgeweken, lijkt machteloos. Ze heeft al drie jaar geen begroting meer opgesteld. De schaarse inkomsten, afkomstig van olie en in- en uitvoerrechten, zijn onvoldoende om de ambtenarensalarissen te betalen. Om een illusie van stabiliteit in stand te houden laat de regering sinds eind 2016 rials in Rusland drukken. De laatste lading biljetten is in april afgeleverd in de haven van Aden, een andere zuidelijke havenstad die sinds 2015 fungeerde als tijdelijke hoofdstad van Jemen. Maar niemand wil ze meer hebben. In Al Mukalla eisen de verhuurders dat de huur voortaan in Saoedische rials wordt betaald.

    Deze crisis is van kapitaal belang voor een land waar de gevechten minder levens eisen dan de ineenstorting van de staat en de economie, die zorgt voor toenemende risico’s van hongersnood en epidemieën. Hoeveel doden eigenlijk? Niemand die het weet. Volgens een hoge VN-functionaris heeft de militaire interventie van een door Saoedi-Arabië geleide coalitie tegen de door Iran gesteunde Houthi-rebellen tussen maart 2015 en augustus 2016 aan meer dan tienduizend burgers het leven gekost. Maar dit cijfer weerspiegelt allang de werkelijkheid niet meer. In het noorden van het land hebben de rebellen de hoofdstad Sanaa in handen. Ze vormen er een rebellenkabinet en controleren de dichtstbevolkte regio’s.

    Onontwarbare situatie

    De coalitie erkent dat het onmogelijk is de rebellen militair te verslaan. Ze isoleert de belegerde zones door middel van een gedeeltelijke blokkade, waardoor acht miljoen mensen niet meer bereikbaar zijn voor humanitaire hulp en een hongerdood dreigen te sterven. De Saudische hoofdstad Rijad bombardeert het noorden vanuit de lucht, maar zet geen fronttroepen in. De Verenigde Arabische Emiraten, de belangrijkste strijdmacht ter plaatse, vinden dat ze met meer dan honderd doden al te veel verliezen hebben geleden.

    Ze kunnen hun Jemenitische bondgenoten in het zuiden er maar niet van overtuigen dat ze het verre noorden, dat hun zo vreemd is, moeten ‘bevrijden’. Maar weinigen zijn bereid om vanwege hun rivaliteit met het sjiitische Iran, dat de Houthi-rebellen van verre en tegen weinig kosten steunt, te sterven voor de soennitische monarchieën in de Perzische Golf. Het is een onontwarbare situatie. De Emiraten wachten geduldig af. Ze spelen een beetje de baas over het zuiden en laten het vaak aan zijn lot over. Ze rivaliseren met de regering van Hadi, die ze incapabel en corrupt vinden en te zeer gelieerd aan de politieke islam van de Moslimbroeders, hun zwarte schapen.

    In deze chaos mag Al Mukalla nog van geluk spreken. De regio is decentraal gelegen en solidair. Burgers mogen in de stad geen wapens dragen: een zeldzaamheid in dit land waar een automatisch geweer vaak als een natuurlijk verlengstuk van mannelijkheid wordt beschouwd. Hier kunnen de Emiraten zich tegenover hun grote Amerikaanse bondgenoot beroemen op het succes van hun antiterroristische politiek in Jemen. In de lente van 2016 hebben ze de jihadisten van Al-Qaida op het Arabisch Schiereiland (AQAS), de lokale afdeling van de terroristische organisatie die door Washington als een van de gevaarlijkste ter wereld wordt beschouwd, uit Al Mukalla verdreven. Dankzij de oorlog had AQAS de facto een jaar lang een staat kunnen stichten in de haven en omgeving voordat het zich onder druk van de Emiraten moest terugtrekken.

    Moeders en kinderen in het ziekenhuis van al-Khoukha, Jemen. De voorraden van het ziekenhuis zijn op, 40 procent van de kinderen is ondervoed. Door de oorlog zijn vluchtroutes afgesneden. – AP Photo / Nariman El-Mofty
    Moeders en kinderen in het ziekenhuis van al-Khoukha, Jemen. De voorraden van het ziekenhuis zijn op, 40 procent van de kinderen is ondervoed. Door de oorlog zijn vluchtroutes afgesneden. – AP Photo / Nariman El-Mofty

    De inwoners waren hun ‘bevrijders’ en beschermers bijzonder dankbaar. Maar nu, bijna twee jaar later, worden ze ongeduldig. ‘Op de lange termijn willen de Emiraten blijven en investeren, maar ze pakken het verkeerd aan’, zegt een treurige Badr Basalmah, een voormalige Jemenitische minister van Transport die afkomstig is uit Al Mukalla. ‘Kijk zelf maar: de regio heeft nog geen cent aan ontwikkelingsgeld ontvangen en ze zijn niet in staat een stabiele regering te vormen. De mensen beginnen hun vlag op straat te verbranden.’ Een reusachtig portret van Mohammed Ben Zayed, de sterke man van de Emiraten, dat op een reclamezuil in Al Mukalla prijkte, is tijdens de betogingen begin september verscheurd.

    De Emiraten hebben meebetaald aan het opknappen van de gevangenis van de stad. Ze hebben de kustwacht van snelle boten voorzien die onder hun gezag patrouilleren, en volgens de plaatselijke autoriteiten hebben ze het equivalent van 15,7 miljoen euro voor gezondheidszorg gestort en ook op andere vlakken hulp beloofd. In de haven hebben ze ervoor gezorgd dat de enige sleepboot weer functioneert. Dat is onmisbaar voor de handel, maar de plaatselijke ondernemers schieten er niets mee op.

    ‘De prijzen zijn te hoog en onze salarissen te laag. Ik kan niet eens meer suiker kopen. We redden het niet meer’

    Even voor het middaguur op die vijfde september hebben tientallen leden van de veiligheidstroepen van de stad, sommigen met een bivakmuts, de boze burgers met stokslagen uiteengedreven. Ze hebben op de boulevard pick-uptrucks met zware mitrailleurs opgesteld en nieuwsgierigen verjaagd. Een uur later weigert een honderdtal betogers op een kruispunt tegenover het centrale ziekenhuis zich te verspreiden. ‘De prijzen zijn te hoog en onze salarissen te laag. Ik kan niet eens meer suiker kopen. We redden het niet meer. De autoriteiten hebben ons gezegd dat ze er niets aan kunnen doen, dus zijn we de straat op gegaan’, zegt Anwar Ali (40), die werkt als arbeider in de fabriek voor tonijnconserven in de oude stad en in het ziekenhuis wordt behandeld aan een wond op zijn voorhoofd als gevolg van een stokslag. Aan de te dure benzine is al een tekort: voor de pompen staan wachtrijen van enkele uren.

    De volgende dag houden de winkeliers wantrouwig hun rolluiken dicht. Net als elders in het zuiden van het land, in Aden en in de provincies Abiyane en Lahij, beginnen de betogingen opnieuw en de gouverneur van Al Mukalla, Faraj Salmen Al-Bahsani, heeft uiteindelijk zijn steun aan de betogers toegezegd. Voor de microfoon van het plaatselijke radiostation heeft hij de plaatselijke regering gedreigd de volgende levering van ruwe olie vanuit zijn provincie Hadramaout, voorzien voor begin oktober (de regio is met dertigduizend vaten per dag goed voor meer dan de helft van de nationale productie), te zullen blokkeren als er geen serieuze reactie komt op de valutacrisis.

    Onhandigheid of onverschilligheid?

    In de enorme baai waar het water kalm is, ligt altijd een tiental schepen voor anker. De bemanning moet soms enkele weken wachten voordat ze aan land kan gaan in de haven, een uitgestrekt terrein met twee kades dat door kokende hitte wordt geteisterd en waar het te ondiep is voor schepen met een zeer grote tonnage. Arbeiders doden de verveling in de schaduw van krappe hangars en enkele silo’s.

    In januari heeft de coalitie een mobiele hijskraan beloofd, die node wordt gemist op de kades. De coalitie had de ambitie de havens van Al Mukalla en Aden verder te ontwikkelen om het scheepsverkeer in de houthistische zone in het noorden te beperken. Nu de VN er niet in is geslaagd begin september in Genève de vredesonderhandelingen te hervatten, bombardeert de coalitie Hodeida, de grootste haven van het land, en dreigt ze de stad te bestormen. Ondertussen wacht Al Mukalla nog altijd op zijn hijskraan.

    Is het onhandigheid of onverschilligheid? Diverse grote importeurs in Al Mukalla geven de coalitie de schuld van de trage toegang tot de haven. Uit vrees voor illegale wapenleveranties aan de Houthi-rebellen moet elke lading vóór het lossen van een blanco volmacht van Rijad zijn voorzien. Sinds kort zouden de Emiraten hetzelfde doen vanaf hun militaire basis op de luchthaven van Al Mukalla, die ze nog steeds niet heropenen voor burgergebruik. Diverse ondernemers hebben zich bij de gouverneur beklaagd over pogingen tot afpersing. ‘We betalen ons blauw’, klaagt Abubaker Mohammad Bajersh, een grote importeur van voedingswaren. ‘Die vertragingen leveren ons boetes van de verzekeraars op. Uiteindelijk zullen ze het enige internationale bedrijf dat ons nog in Al Mukalla wil leveren, de Mediterranean Shipping Company, ook tegen ons in het harnas jagen.’

    De Emiraten weigeren dit slechte functioneren voor hun rekening te nemen. ‘In Zuid-Jemen hebben we de pech dat we met een inefficiënte Jemenitische regering moeten samenwerken’, verklaarde een hoge functionaris van de Emiraten afgelopen augustus op doorreis in Parijs. ‘We hebben een politieke oplossing nodig voor het conflict met de houthisten. In de tussentijd gaan we Aden en de Jemenieten niet drijvende houden: dat is een verloren zaak. We hebben de middelen niet om het land te reorganiseren.’

    Deze afwachtende houding werkt het uiteenvallen van het land in de hand. In Aden laten de Emiraten hun plaatselijke bondgenoten, gewapende separatisten en salafisten, dromen van de wedergeboorte van een onafhankelijke staat in het zuiden, die in 1990 aan het eind van de Koude Oorlog is verdwenen. In Al Mukalla mikken ze op een regionalistischer sentiment: de provincie wordt de facto autonoom.


    Gouverneur Faraj Salmen Al-Bahsani voelt zich verantwoordelijk: hij wantrouwt zowel Sanaa als Aden. Hij noemt zich een legitimist, maar op zijn gouvernementsgebouw wappert geen enkele vlag, noch die van het verenigde land, noch die van het oude zuiden. Dit graatmagere mannetje met holle ogen, wiens wervelkolom wordt geteisterd door slaapgebrek, is een van de weinige Jemenitische bestuurders die niet van corruptie wordt beticht. Als militair koestert hij een instinctief wantrouwen jegens de politiek, die hem in 1994 twintig jaar naar Saoedi-Arabië heeft verbannen aan het eind van een burgeroorlog tussen het noorden en het zuiden. Hij houdt zijn provincie op de been ‘zonder ook maar één cent van de centrale regering te ontvangen’, benadrukt hij. Hij houdt 20 procent van de olie-inkomsten en de havenbelasting van Al Mukalla in.

    Voor de toekomst mikt Bahsani vooral op investeringen van degenen die uit zijn regio Hadramaout zijn vertrokken en zich in de middeleeuwen en daarna sinds de achttiende eeuw met succes in de Golfregio en Zuid-Azië hebben gevestigd. Sommigen behoren tot de rijkste families van Saoedi-Arabië, zoals de Bin Ladens en de Bugshans. Deze grote neven spreken hem moed in, maar ze investeren niet: Al Mukalla is niet zeker genoeg. Voorlopig keren er vooral mensen zonder geld terug. Sinds een jaar worden duizenden arbeidsmigranten door de Saoedische autoriteiten het land uitgezet. Zo ook de familie van Faiz Bajaber, een 19-jarige student. Zijn twee ooms en hun gezinnen hebben zich net bij hem gevoegd, na verjaagd te zijn uit Rijad. ‘Mijn vader is nog in Djedda, hij heeft een carrosseriebedrijfje. Maar aan het geld dat hij stuurt hebben we niet genoeg’, zegt hij wanhopig.

    De salarissen die arbeidsemigranten aan hun gezinnen overmaken zijn onmisbaar voor Jemen, maar het worden er steeds minder. Bahsani schat dat over een jaar minimaal 500 duizend van hen in het land zullen zijn teruggekeerd. Dat kan een enorme schok veroorzaken. De regering-Hadi in Rijad heeft haar grote beschermheer daarvoor gewaarschuwd, maar zonder succes.

    Auteur: Louis Imbert
    Vertaler: Peter Bergsma

    Le Monde
    Frankrijk | dagblad | oplage 345.000

    In 1944 opgericht op initiatief van De Gaulle. Iconische krant, gehecht aan zijn onafhankelijkheid (maar sinds 2010 wel eigendom van drie private investeerders). Om recht te doen aan de titel ‘De wereld’ houdt Le Monde een groot netwerk van correspondenten in stand.

  • Eritrea kruipt uit zijn isolement

    Eritrea kruipt uit zijn isolement

    De muur rond de autoritaire eenpartijstaat Eritrea brokkelt af. Trump in het Witte Huis en de oorlog in Jemen, aan de overzijde van de Rode Zee, helpen daarbij een handje. Aartsrivaal Ethiopië kijkt met argusogen toe.

    Twee recente, maar volstrekt verschillende gebeurtenissen, zullen op een dag wellicht gelden als symbolische keerpunten voor Eritrea, een autoritaire eenpartijstaat, alom bekend als het geïsoleerdste land van Afrika. De eerste gebeurtenis betrof de bloedige botsing aan de grens met Ethiopië, een jaar geleden, die 
herinneringen opriep aan de verwoestende tweejarige oorlog die in 1998 tussen de twee aartsvijanden uitbrak. Bij dit oplaaien van de strijd vielen honderden doden.

    De tweede gebeurtenis was een wetenschappelijk congres, een maand later, in de Eritrese hoofdstad Asmara – 
de eerste bijeenkomst van dien aard 
in vijftien jaar. De deelnemers aan het congres waren hogelijk verbaasd over de relatieve vrijheid waarmee in de beruchte politiestaat over de meest uiteenlopende onderwerpen – van vrouwenrechten tot buitenlandbeleid – kon worden gedebatteerd. ‘Je zou het een politieke gebeurtenis kunnen noemen,’ zegt Harry Verhoeven, hoogleraar internationale betrekkingen aan de Georgetown University in Qatar. ‘Het was voor regionale begrippen 
al uitzonderlijk, maar voor Eritrea helemaal.’

    Welbeschouwd zijn deze ogenschijnlijk tegenstrijdige aangelegenheden twee lijnen in hetzelfde verhaal: Eritrea doorbreekt schoorvoetend het isolement waarin het land al tien jaar verkeert, en rivaal Ethiopië probeert aan die verschuiving het hoofd te bieden.

    Sancties

    Het congres toonde in elk geval aan dat Eritrea voorzichtig naar buiten treedt. Het grensconflict was een teken dat buurland Ethiopië bang is dat het zijn dominante positie in de regio kwijtraakt als Eritrea wordt gerehabiliteerd. Samen laten de twee gebeurtenissen zien dat de zeventienjarige toestand van ‘geen vrede én geen oorlog’ zijn einde nadert.

    In april kondigde Ethiopië aan dat het land aan een nieuw beleid ten opzichte van het buurland werkt. Nog niet alle details zijn bekend, maar één ding is duidelijk: de regering in Addis Abeba erkent dat haar strategie om Eritrea 
na het einde van de grensoorlog in te tomen – in 2009 formeel bekrachtigd door een wapenembargo van de VN – 
is mislukt. Voor het eerst in jaren wordt er in Addis Abeba serieus over een koerswijziging gesproken.

    Het sanctiebeleid van de Verenigde Naties is afhankelijk van de steun van de internationale gemeenschap, maar die steun brokkelt geleidelijk aan af. De sancties waren altijd al controversieel omdat Eritrea in een regio vol bad guys als enige tot boeman werd bestempeld. Binnen de VN is inmiddels een groeiende consensus dat er geen duidelijke grond meer is voor de sancties: er is geen bewijs dat Eritrea de islamitische terreurgroep Al-Shabaab in Somalië nog steeds steunt. En hoewel het land wel achter andere gewapende oppositiegroepen in de regio – met name in Ethiopië – blijft staan, is het daarin geen uitzondering: omringende landen doen dat eveneens. Ethiopië kan de versoepeling – of opheffing – van de sancties hooguit tegenhouden tot eind 2018, wanneer de termijn van Addis Abeba als niet-permanent lid van de Veiligheidsraad afloopt.

    Een markt in de Eritrese hoofdstad Asmara. – © Stefan Boness / Hollandse Hoogte
    Een markt in de Eritrese hoofdstad Asmara. – © Stefan Boness / Hollandse Hoogte

    Spanningen tussen Eritrea en buurland Djibouti, die in juni een hoogtepunt bereikten na het besluit van Qatar om zijn blauwhelmen uit het betwiste grensgebied terug te trekken, zouden Ethiopië op de korte termijn in de kaart kunnen spelen. Maar op de lange duur zal het nog niet meevallen de andere VN-leden ervan te overtuigen de status-quo te handhaven nu de steun van de Verenigde Staten dreigt weg te vallen. Met het vertrek van president Barack Obama – en vooral van diens nationale veiligheidsadviseur Susan Rice, die zich onverbiddelijk opstelde tegenover het Eritrese regime – is Washington waarschijnlijk minder geneigd Eritrea in het strafbankje te laten zitten. ‘Rice liet de Eritreeërs geen enkele speelruimte,’ zegt Bronwyn Bruton, adjunct-directeur van 
het Africa Center van de Amerikaanse denktank Atlantic Council. ‘Alle 
Afrikaanse dictators wrijven zich in 
de handen nu Donald Trump in het zadel zit.’

    Eritrea heeft op meer fronten de wind in de rug. De oorlog in Jemen – op nog geen 150 kilometer afstand, aan de overkant van de Rode Zee – heeft onder de Golfstaten een stormloop veroorzaakt op ‘bedrijfsruimte’ langs de Eritrese kust, de ideale plek om troepen te stationeren. De Verenigde Arabische Emiraten bijvoorbeeld huren al sinds 2015 de haven van Assab, waar de VAR een militaire basis bouwen. In Jemen zelf vechten naar verluidt vierhonderd Eritrese soldaten voor de door de Saoedi-Arabië geleide coalitie, en dat levert Eritrea olie en geld op.

    En door de migratiecrisis heeft de Europese Unie, die de stroom van vluchtelingen en migranten uit Afrika wanhopig probeert in te dammen, tegen wil en dank toenadering gezocht. Van 2014 tot 2016 bestond het leeuwendeel van de Afrikaanse vluchtelingen uit Eritreeërs – en dat levert president Isaias Afewerki, die al sinds 1993 aan de macht is, een aardige som geld op. In 2015 zegde de EU een hulppakket van 200 miljoen euro toe, geld dat overigens nog moet worden uit–betaald. Dit bedrag komt boven op de beloofde hulp om het functioneren van het justitiële apparaat en de veiligheidsdiensten te verbeteren zodat mensensmokkel effectiever kan 
worden aangepakt.

    Individuele Europese landen en humanitaire organisaties laten hun neus ook weer zien. Zo is Duitsland weer begonnen met technische hulpprogramma’s, terwijl het Britse ministerie van 
Ontwikkelingssamenwerking van plan is een kantoor te openen in Asmara. Amerikaanse functionarissen van het ministerie van Buitenlandse Zaken, 
die het land jaren hebben gemeden, hervatten voorzichtig diplomatieke bezoekjes. ‘De muur die de Ethiopiërs zorgvuldig rond Eritrea hadden opgebouwd is danig aan het afbrokkelen,’ zegt Martin Plaut, auteur van het boek Understanding Eritrea. ‘En iedereen staat ineens te dringen om vriendschapsbanden aan te knopen.’

    President Afewerki is nog altijd gebaat bij de huidige situatie – en dat verklaart waarom het land in een permanente staat van oorlog wordt gehouden

    Eritrea zelf is ook druk bezig zich aan zijn status van paria te ontworstelen. Asmara probeert buitenlandse investeerders te paaien, met name in de mijnbouwsector. In een poging meer buitenlandse investeerders te trekken heeft de regering in de haven van 
Massawa een vrijhandelszone ingesteld. Ook heeft ze kleine, maar symbolische stappen gezet om haar slechte naam op gebied van mensenrechten op te vijzelen. Tussen mei 2015 en mei 2016 kregen vijftig buitenlandse journalisten toegang tot het land, aldus Atlantic Council. En de UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de VN, kreeg onlangs toestemming voor een bezoek aan een gevangenis.

    Addis Abeba beziet al deze ontwikkelingen met argusogen. Het vooruitzicht dat Eritrea zijn invloed in het gebied rond het Rode Zee uitbreidt, bevalt Ethiopië, gefrustreerd doordat het zelf geen toegang heeft tot de zee, allerminst. De regering vreest ook dat de Eritrese president Afewerki zijn verbeterde financiële positie zal gebruiken om de steun aan het gewapende verzet in Ethiopië op te schroeven in een tijd waarin de noodtoestand, afgekondigd na maandenlange onrust, onverminderd voortduurt. En het grootste schrikbeeld voor Ethiopië is dat het wordt ingesloten door vijandige 
regimes.

    Analisten zijn het er niet over eens wat het nieuwe Ethiopische beleid met betrekking tot Eritrea nu eigenlijk zal behelzen. Sommigen voorspellen dat de aloude strategie alleen maar in een nieuw jasje wordt gestoken: het land zal, net als nu, harde grenzen afbakenen en er geen misverstand over laten bestaan dat er een militair antwoord volgt als die grenzen worden geschonden. Anderen vragen zich af of de 
Ethiopische regering geheime bilaterale gesprekken overweegt – misschien zelfs het aanbod zich terug te trekken uit het grensplaatsje Badme, dat al vijftien jaar lang illegaal wordt bezet door Ethiopische troepen. Maar ook oorlog, met als doel het regime in Asmara omver te werpen, wordt niet uitgesloten, hoewel dat niet zeer waarschijnlijk lijkt omdat Ethiopië daarmee zijn hand kan overspelen en de greep op het gebied ten noorden van de grens zou kunnen kwijtraken.

    Het Afrikaanse Noord-Korea

    Eritrea heeft weliswaar de verdiende bijnaam ‘het Afrikaanse Noord-Korea’, maar het heeft geen beschermheer als China die het land kan dwingen aan de onderhandelingstafel plaats te nemen. President Afewerki is nog altijd gebaat bij de huidige situatie – en dat verklaart waarom het land in een permanente staat van oorlog wordt gehouden.

    Berichten dat de Eritrese troepen na het vertrek van de Qatarese blauwhelmen betwist gebied aan de grens met Djibouti hebben bezet, maken duidelijk dat Eritrea de regio nog altijd verder kan ontwrichten. Maar hoewel het land inmiddels minder geïsoleerd is dan voorheen, is het nog steeds veel zwakker dan Ethiopië, dat nu aan zet is. ‘Het is een gevaarlijk spel waarbij voor beide partijen veel winst te behalen valt,’ zegt Verhoeven. ‘Maar ik ben voorzichtig optimistisch.’

    Auteur: Tom Gardner

    Foreign Policy
    Verenigde Staten, tweemaandelijks tijdschrift, oplage 106.000

    Wetenschappelijk tijdschrift, opgericht in 1970 om het ‘debat te stimuleren over belangrijke kwesties van de Amerikaanse buitenlandse politiek’. Sinds 2008 eigendom van The Washington Post.

  • Wat heeft koning Salman in de twee jaar van zijn bewind bereikt?

    Wat heeft koning Salman in de twee jaar van zijn bewind bereikt?

    Volgens de islamitische kalender is de Saoedische koning Salman precies twee jaar aan de macht. Misschien wel zijn belangrijkste verdienste is het aanwijzen van zijn opvolger.

    In de twee jaar dat hij op de troon zit, is koning Salman bin Abdoel-Aziz Al-Saoed een vernieuwende leider geweest die een aantal belangrijke problemen van Saoedi-Arabië heeft aangepakt. In zijn buitenlands beleid ging hij de confrontatie aan: geen van zijn voorgangers trad Iran zo onverzoenlijk tegemoet als hij. De oorlog in Jemen, die geen succes is geworden, draagt zijn politieke stempel nog het meest.

    Onlangs vierde Salman dat hij, gemeten naar de islamitische kalender, twee jaar geleden de troon besteeg. De Saoedische leider oogstte lof voor een fundamentele koersverandering in het landsbestuur. Misschien was zijn belangrijkste beslissing wel om het opvolgingsproces zodanig bij te stellen dat een jongere generatie daarin eindelijk aan bod komt. Vanaf zijn eerste dag op de troon richtte de 81-jarige koning zich op de keuze van zijn opvolger.

    Kort na zijn kroning benoemde Salman prins Mohammed bin Nayef tot vicekroonprins. Twee maanden later zette hij zijn halfbroer, prins Moeqrin, af, waardoor de 57-jarige Nayef kroonprins werd. Wanneer Nayef de troon bestijgt, zal hij de eerste Saoedische vorst zijn die geen zoon is van de oprichter van het moderne Saoedi-Arabië: koning Abdoel-Aziz Al-Saoed, die in 1953 overleed. Dit betekent een eerste generatiewisseling in het leiderschap.

    Hij overleefde vier moordaanslagen door Al-Qaeda en ontwikkelde wereldwijd intensieve contacten met veiligheidsdiensten

    Kroonprins Mohammed bin Nayef is zonder twijfel de meest gekwalificeerde prins van zijn generatie. Hij speelt al tien jaar een leidende rol in de oorlog van het koninkrijk tegen terrorisme. Hij overleefde vier moordaanslagen door Al-Qaida en ontwikkelde wereldwijd intensieve contacten met veiligheidsdiensten. Als kroonprins heeft hij de kans om zijn ervaring en deskundigheid te verbreden.

    De zoon van de koning, vicekroonprins en minister van Defensie Mohammed bin Salman, heeft een creatief plan ontwikkeld om het koninkrijk tussen nu en 2030 te transformeren. Koning Salman heeft zijn zoon ongekende bevoegdheden toebedeeld, waaronder de leiding over de economie. Uit het plan ‘Saudi Vision 2030’ spreekt het inzicht dat de Saoedische verzorgingsstaat niet eeuwig op lage olieprijzen kan drijven. Een groot deel van het programma moet nog worden uitgevoerd, maar het is van cruciaal belang dat het koninkrijk de noodzaak van verandering erkent. Dit jaar is het zaak de visie verder uit te werken en de beginfase ervan uit te voeren.

    De koning heeft zich gehouden aan de belofte van zijn voorganger, koning Abdoellah, om Saoedische vrouwen het recht te geven te stemmen en zich verkiesbaar te stellen voor de gemeenteraden in het land. Dat is een belangrijke symbolische stap voor de monarchie. Ingrijpender beslissingen over vrouwenrechten zijn van cruciaal belang, wil Saudi Vision 2030 werken.

    Het buitenlands beleid van Abdoellah was risicomijdend en behoedzaam. Tijdens de Arabische Lente voerde het koninkrijk de contrarevolutie in Bahrein en Egypte aan. In Jemen probeerde het Ali Abdoellah Saleh te vervangen door een volgzaam regime dat de Saoedische dominantie zou aanvaarden. In Syrië zag het koninkrijk een kans de oudste bondgenoot van Iran in de Arabische wereld ten val te brengen.

    De koning van Saoedi-Arabië, Salman bin Abdoel-Aziz. – © Bandar Algaloud / HH
    De koning van Saoedi-Arabië, Salman bin Abdoel-Aziz. – © Bandar Algaloud / HH

    Salman heeft zich, nogmaals, veel agressiever en confronterender getoond dan zijn broer. De betrekkingen met Iran zijn verbroken, waardoor Iraniërs de hadj naar Mekka niet meer kunnen maken. Er is een veertig leden tellend islamitisch militair bondgenootschap (onder leiding van de Saoedische minister van Defensie) in het leven geroepen, zonder deelname van Iran en Irak. Vorige maand trad Oman, dat lange tijd geprobeerd heeft de spanningen in de Golf te verminderen, officieel toe tot de Saoedische militaire alliantie. Er is een agressieve inlichtingencampagne gelanceerd tegen Iraanse onderaannemers als Hezbollah. En er is geld gestuurd naar de rebellen die vechten tegen de Syrische president Bashar al-Assad.

    De Saoedische betrekkingen met Washington waren onder Abdoellahs bewind bekoeld. Riyad was geschokt toen de Amerikaanse president Barack Obama de Egyptische president Hosni Moebarak tot aftreden trachtte te bewegen. Abdoellah voelde zich tot actie genoopt door de Amerikaanse druk op de soennitische monarchie van Bahrein om tegemoet te komen aan de hervormingseisen van de sjiitische meerderheid. Hij stuurde troepen over de Koning Fahddijk (die het eiland Bahrein met het Arabisch schiereiland verbindt) om de soennieten te steunen en de sjiieten te onderdrukken. Bijna zes jaar later zitten die troepen er nog steeds.

    Salman deelt de scepsis van zijn voorganger over Obama. Hij wees een uitnodiging om naar Washington te komen af. Het koninkrijk heeft gedempte kritiek geuit op het Iraanse nucleaire akkoord en de opheffing van de sancties tegen Teheran. Toch heeft de regering-Obama in acht jaar tijd meer dan 110 miljard dollar aan wapens aan de Saoedi’s verkocht.

    Slechts twee maanden nadat hij de troon had bestegen, intervenieerde Salman in Jemen. Dat was naar aanleiding van de inname van de hoofdstad door loyalisten van Saleh en de sjiitische Houthi-rebellen. Riyad vreesde dat de Iraniërs op het punt stonden een satellietstaat aan hun zuidgrens te creëren. Een door de Saoedi’s geleide coalitie heeft Jemen een blokkade opgelegd en in Aden een bevriende regering geïnstalleerd.

    Elke tien minuten

    Twee jaar later verhongert volgens Unicef elke tien minuten een Jemenitisch kind. Miljoenen Jemenieten zijn ondervoed en hebben geen medische zorg. Alle strijdende partijen dragen schuld aan deze humanitaire ramp. Maar de realiteit is dat de rijkste landen in de Arabische wereld het armste land in hun midden hebben aangevallen.

    De internationale gemeenschap heeft vrijwel niets gedaan om het bloedbad te stoppen. De Verenigde Staten en Groot-Brittannië hebben de oorlog gefaciliteerd door vliegtuigen, munitie, logistiek en inlichtingen te verschaffen. De Saoedi’s hebben de steun gekregen die ze nodig hadden om een oorlog te voeren. Slechts incidenteel hoeven zij zich in te houden, meestal als gevolg van druk van het Amerikaanse Congres en publieke verontwaardiging. Salman moet een manier vinden om de oorlog eervol te beëindigen. Saudi Vision 2030 wordt waarschijnlijk een illusie als het koninkrijk er niet in slaagt zich aan het Jemenitische moeras te ontworstelen.

    Auteur: Bruce Riedel
    Vertaler: Carl Stellweg

    Al-Monitor
    Verenigde Staten | al-monitor.com

    Website die is opgericht door Jamal Daniel en zijn basis heeft in Washington DC. Nieuws en analyses uit het Midden-Oosten in zowel eigenhandige als vertaalde artikelen. Werkt samen met de grootste nieuwsorganisaties in het Midden-Oosten.

  • Opdeling Jemen is de beste oplossing

    Opdeling Jemen is de beste oplossing

    De enige manier om de oorlog in Jemen te beëindigen, is om het land in tweeën te delen, schrijft Saoedi-Arabië- expert Simon Henderson.

    Het beleid van Saoedi-Arabië ten opzichte van Jemen stoelt sinds lange tijd op paranoia. Eerst betrof het paranoia ten aanzien van de Jemenieten zelf, nu zijn het de Iraniërs. De Houthi-rebellen in Jemen worden afwisselend ‘geholpen’, ‘gesteund’ of ‘geregisseerd’ door Iran. Het is duidelijk dat de Houthi’s een directe bedreiging vormen voor de internationaal erkende Jemenitische regering van president Abdu Rabbo Mansur Hadi, die nauwe banden 
heeft met Saoedi-Arabië. De rebellen hebben hem gedwongen het land te ontvluchten, nadat ze de krachten 
hadden gebundeld met de voormalige Jemenitische president (en lange tijd 
de grote tegenstander van de Saoedi’s) Ali Abdullah Saleh (die aanvankelik tegen de Houthi’s was, tot hij in 2012 onder dwang opstapte). Maar het valt sterk te betwijfelen of die rebellen, los van de Saoedische paranoia, echt een directe bedreiging vormen voor Riyad.

    Desalniettemin heeft Riyad in ruil voor Amerika’s herstel van de betrekkingen met Teheran de VS om steun gevraagd bij de pogingen van de door de Saoedi’s geleide coalitie om Hadi weer aan de macht te brengen. (Vooralsnog prefereert Hadi nog even de veiligheid van een hotelsuite in Riyad.) Daarvoor heeft Riyad nog een extra troef in handen: Washington wil betrokkenheid en goedkeuring van de Saoedi’s bij de strijd tegen Islamitische Staat in Syrië en Irak, een strijd die wordt gevoerd door een coalitie onder aanvoering van de VS.

    Angst, zo niet regelrechte paranoia, kenmerkt de Amerikaanse houding ten opzichte van Jemen

    Angst, zo niet regelrechte paranoia, zou ook de omschrijving kunnen zijn van de Amerikaanse houding ten opzichte van Jemen. In het rotsgebergte van Jemen heeft Al-Qaida zijn regionale trainingskampen voor het Saoedische schiereiland, waar de acties werden voorbereid van de ‘ondergoed’-terrorist die in 2009 een vliegtuig van Northwest Airlines wilde opblazen en van de mannen die in 2015 de aanslag op Charlie Hebdo uitvoerden. Een in Jemen voorbereide terroristische 
aanslag is een reële mogelijkheid, en de Amerikanen zijn bereid heel te ver te gaan om zoiets te voorkomen. Ook een succesvolle aanslag op een Amerikaans marineschip, zoals in 2000 met een zelfmoordduikboot op de USS Cole in 
de haven van Aden, zou als zeer ernstig worden ervaren.

    Tot vorig jaar de oorlog met de Houthi’s uitbrak, opereerden Special Forces van de VS vanuit de luchtmachtbasis Anad, even ten noorden van Aden. Ze speelden een kat-en-muisspel met de jihadi’s en waren soms wat succesvoller, zoals bij de moord met een Hellfire-raket op Anwar al-Awlaki, de fanatieke prediker (en Amerikaans staatsburger), in 2011. Nu worden VS-operaties opgezet vanuit het Afrikaanse Djibouti, aan de andere kant van de Rode Zee. De acties worden nog steeds voornamelijk door drones uitgevoerd. Ook zijn er verscheidene half-illegale operaties van Amerikaanse Special Forces op de grond.

    Jemenitische jongens op een gebombardeerde brug in de hoofdstad Sanaa. – © HH
    Jemenitische jongens op een gebombardeerde brug in de hoofdstad Sanaa. – © HH

    Maar een cruciaal verschil tussen de belangen van Saoedi-Arabië en die 
van de VS springt meteen in het oog. Terwijl de aandacht van Riyad zich voornamelijk richt op de Iraanse steun aan de Houthi-rebellen die de hoofdstad en Noord-Jemen onder controle hebben, focussen de VS hun bezorgdheid op het zuiden.

    Die twee aparte oorlogen van Riyad en Washington zijn met elkaar verbonden op een manier die voor buitenstaanders misschien niet meteen duidelijk is. 
De Saoedische en de Amerikaanse luchtmacht delen het luchtruim van Jemen. De twee landen moeten dus samenwerken en daarom het gedrag van de andere partij tolereren.

    Maar die tolerantie staat onder druk. Al voor het afschuwelijke bombardement op een uitvaartcentrum in Sanaa op 8 oktober, met meer dan 140 doden 
en honderden gewonden, had de 
Amerikaanse bezorgdheid over de Saoedische gevechtstactiek al geleid 
tot het terugschroeven van de samenwerking. Er werd minder informatie uitgewisseld over de zwaarte van de bommen, en over van welke hoogte, 
uit welke richting en op welk moment van de dag deze zouden worden ingezet (belangrijk bij het beperken van de 
collateral damage, ofwel het aantal 
burgerslachtoffers). De Saoedi’s hadden al klinieken en scholen gebombardeerd, en hun rechtvaardiging daarvan, namelijk dat de Houthi’s daar (of er vlakbij) militaire opslagplaatsen en hoofdkwartieren hadden gevestigd, was zeer discutabel.

    Verstandig

    Het bombarderen van een begrafenisplechtigheid op 8 oktober was zowel een humanitaire ramp als een grote tactische catastrofe voor de oorlog tegen de Houthi’s. Ook al was het doelwit een politicus die nauwe banden had met de Houthi’s, het bombarderen van zo’n plechtigheid was strijdig met de ethiek van het Amerikaanse leger. De Saoedi’s lieten alleen weten dat 
er een ‘vliegtuig van de coalitie’ bij betrokken was, een formulering die ongelukkigerwijs suggereerde dat het om door Amerika geleverde F-15’s ging, die munitie van Amerikaanse makelij bij zich hadden. De machtscentra in Washington – het Witte Huis, het 
Congres en de media – schreeuwden moord en brand.

    De opdeling van Jemen, een wens die Ibn Saud [de stichter van Saoedi-Arabië] op zijn sterfbed uitsprak, zou voor alle partijen de verstandigste oplossing zijn. Het Zuiden wil het. Hadi geeft er zelf waarschijnlijk ook de voorkeur aan. 
De cruciale buitenlandse macht in de regio, de Verenigde Arabische Emiraten, zou het ook de beste optie vinden. Omdat Iran het druk heeft met problemen elders, is dat land er waarschijnlijk ook niet tegen. Dan hangt het er dus waarschijnlijk van af of Saoedi-Arabië, en in het bijzonder Mohammad bin Salman (de minister van Defensie en plaatsvervangend kroonprins), van 
de wijsheid van zijn grootvaders laatste woorden overtuigd kan worden. Om een volgende catastrofe met burgerslachtoffers in Jemen of een terroristische aanslag in de Verenigde Staten 
te kunnen voorkomen zal Washington waarschijnlijk te veel in beslag worden genomen door de presidentswisseling. Maar het probleem van Jemen, of van de twee Jemens, ligt al te wachten op 
de volgende president.

    Auteur: Simon Henderson
    Vertaler: Paul Bruijn

    Foreign Policy
    Verenigde Staten | tweemaandelijks tijdschrift | oplage 106.000

    Wetenschappelijk tijdschrift, opgericht in 1970 om het ‘debat te stimuleren over belangrijke kwesties van de Amerikaanse buitenlandse politiek’. Sinds 2008 eigendom van The Washington Post.

  • Sektarische chaos in Jemen

    Sektarische chaos in Jemen

    Jemen gaat sinds vorig jaar gebukt onder sektarisch geweld. Sjiitische Houthi-rebellen voeren strijd tegen de verdreven president Abd-Rabbuh Mansur al-Hadi. En dan zijn er behalve hun tegenstanders nog de Moslimbroeders, Al Qaida en IS. Er is te veel dat hen scheidt om tot een verzoenende regeling te komen.

    Jemen hangt van paradoxen aan elkaar. Dat begint al met het aantal strijdende partijen in de huidige oorlog die iedereen probeert aan te wenden om zijn eigen agenda te realiseren. Zo kunnen de belangen van de één op sommige punten samenvallen met de belangen van de ander, de vijand van vandaag kan de bondgenoot van morgen zijn, en vice versa. In de eerste plaats zijn er de Houthi’s (rebelerende milities die beschouwd worden als sjiieten). Sinds een tiental jaren voeren ze oorlog tegen de Jemenitische centrale regering, wat geleid heeft tot verzwakking van het regime en verbreding van de politieke en religieuze kloof in de samenleving. Dat zal ook 
zo blijven als deze oorlog is afgelopen. Er dient trouwens op te worden gewezen dat de Houthi’s de vijand waren van president Ali Abdallah Saleh [aan de macht van 1978 tot 2012], terwijl ze nu gemene zaak met hem maken, zonder dat we weten hoe lang dat zal duren.

    ‘Jemen regeren is als dansen in een slangenkuil’
    prentjemen

    Geen terugkeer

    Vervolgens is er de afscheidingbeweging in het zuiden. Die is het gevolg van alle teleurstellingen die de eenwording van het land in 1990 teweeg heeft gebracht. Deze mensen hebben goede (sociale, politieke en culturele) redenen om zich van het noorden af te scheiden. Ze strijden nu tegen de overheersing van de uit het noorden afkomstige Houthi’s, maar ze willen daarom nog geen terugkeer naar de status quo ante, dat wil zeggen een herstel van de centrale macht in Sanaa, die ze beschouwen als een noordelijke overheersing. Velen van hen vinden de huidige oorlog bij uitstek een gelegenheid om zich onafhankelijk te verklaren. In de derde plaats zijn er de Moslimbroeders. In het verleden waren het bondgenoten van president Saleh in 
de strijd tegen de zuiderlingen, maar nu zijn het bondgenoten van de zuiderlingen in de strijd tegen Saleh, die sindsdien met de Houthi’s optrekt. 
De Moslimbroeders, die hun politieke koers steeds heel behendig verleggen, profiteren van de huidige oorlog door zich een positie te verwerven in het centrum van het land zodat ze straks na de oorlog een partij zijn waar niemand omheen kan. Dat is tegen de zin van de anderen, die niet dezelfde ideologie hebben, maar die zich wel in hetzelfde kamp als zij bevinden, namelijk tegen de Houthi’s. Dan is er nog Al-Qaida, waarvan een van de vertegenwoordigers deel heeft uitgemaakt van de delegatie van de huidige president Abd-Rabbuh Mansur al-Hadi [in ballingschap in Saoedi-
Arabië] bij de onderhandelingen in Genève [om een politieke oplossing 
te vinden voor de oorlog]. Toch koos 
Al-Qaida vroeger partij voor president Saleh, die dat weer gebruikte om inhoud te geven aan zijn fameuze uitspraak ‘Jemen regeren is als dansen 
in een slangenkuil’. Maar er is ook nog IS, dat bestaat uit dissidenten van Al-Qaida en de Moslimbroeders. Net als Al-Qaida nemen zij geen genoegen met minder dan een staat waarin de sharia van kracht is, net als de Taliban in Afghanistan. Ze bevinden zich dus in hetzelfde kamp als Al-Qaida [maar concurreren ook met hen].
    Hoe dan ook, al deze actoren zijn pionnen in een ingewikkeld schaakspel, waarin de posities steeds veranderen door de tribale en regionale banden. 
Er worden regionale en internationale actoren ingezet in een geopolitieke context die Jemen te buiten gaat, waarin alles verward raakt tussen tribale, regionalistische, regionale en internationale belangen om ten slotte uit te kristalliseren in de vorming van clans met verschillende benamingen. Zij hebben alle gemeen dat ze tegen de vestiging van een sterk centraal gezag zijn.

    Ze zijn allemaal tegen de vestiging van een sterk centraal gezag

    Gloeiende kolen

    Zelfs als de regionale en internationale machten erin zouden slagen een regeling te treffen (waar het nog lang niet naar uitziet), dan kunnen deze groepen het proces nog steeds negatief beïnvloeden en destabiliseren. En zelfs als het de regeringsgezinde krachten zou lukken de Houthi’s in het hele land te bedwingen, dan blijven ze nog steeds aanwezig als gloeiende kolen onder 
de as. Anders gezegd, zelfs als het zou komen tot een verzoening die op de voorpagina’s van de kranten en op de televisie zal worden gevierd, zal er een lange slijtageslag volgen tussen de verschillende actoren. Er is te veel dat hen scheidt.
    In het tegenovergestelde geval, als de regeringsgezinde krachten er niet in slagen de orde in het hele land te herstellen, zal dat de facto neerkomen op een afscheiding. Wat er ook gebeurt, we zijn ertoe veroordeeld om lange tijd in een instabiel land te leven. De lijdensweg van Jemen is nog niet ten einde.

    Hassan Khader

    Shaffaf
    Frankrijk, website, metransparent.com
    Arabische nieuwssite, opgericht in 2006. ‘Transparantie’ publiceert artikelen met een liberaal standpunt. Ook in het Engels en Frans.