Tag: klimaatbeleid

  • VN-rapport: vrijwel geen vooruitgang geboekt in emissiereductie

    VN-rapport: vrijwel geen vooruitgang geboekt in emissiereductie

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Brazilië spreekt veto uit tegen BRICS-lidmaatschap Venezuela

    » Canada haalt immigratiequota drastisch omlaag

    Zonder emissiereductie is de 1,5°C-doelstelling onhaalbaar

    Uit een nieuw rapport van het United Nations Environment Programme (UNEP), dat minder dan een maand voor de COP29-top in Azerbeidzjan werd gepubliceerd, blijkt dat ’een jaar nadat wereldleiders een historische belofte deden om af te stappen van fossiele brandstoffen, landen vrijwel geen vooruitgang hebben geboekt in het verminderen van emissies‘. Dat schrijft The New York Times.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Volgens de VN zou het emissiereductiebeleid dat momenteel door landen wordt uitgevoerd leiden tot een ’catastrofale‘ opwarming van 3,1°C deze eeuw ten opzichte van het pre-industriële tijdperk. Zelfs met alle beloften om het beter te doen, zouden de temperaturen wereldwijd met 2,6°C stijgen, met een reeks onomkeerbare ’omslagpunten‘.

    ’We hebben een wereldwijde mobilisatie nodig op een schaal en in een tempo die we nog nooit eerder hebben gezien, en we hebben het nu nodig, of de 1,5°C-doelstelling is onhaalbaar‘, waarschuwde Inger Andersen, Executive Director van het UNEP.

  • Rapport: ‘Klimaatcrisis gaat kritieke en onvoorspelbare nieuwe fase in’

    Rapport: ‘Klimaatcrisis gaat kritieke en onvoorspelbare nieuwe fase in’

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Hooggerechtshof Brazilië: platform X mag activiteiten weer hervatten

    » Overstromingen in Bosnië eisen 22 levens, evacuatie afgekondigd

    Beslissende, snelle actie is noodzakelijk, aldus experts

    Veel van de ‘vitale functies’ van de aarde hebben recordextremen bereikt, wat aangeeft dat ‘de toekomst van de mensheid aan een zijden draadje hangt’, aldus het rapport van een groep van ‘s werelds meest vooraanstaande klimaatexperts. Dat schrijft The Guardian.

    Het rapport beoordeelde 35 vitale functies in 2023 en ontdekte dat 25 functies slechter waren dan ooit gemeten, waaronder kooldioxideniveaus en de menselijke bevolking. Dit wijst op een ‘kritieke en onvoorspelbare nieuwe fase van de klimaatcrisis’, aldus het rapport.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De temperatuur van het aardoppervlak en de oceanen bereikte een recordhoogte door de recordverbranding van fossiele brandstoffen, aldus het rapport. De menselijke bevolking neemt toe met ongeveer 200.000 mensen per dag en het aantal runderen en schapen met 170.000 per dag, wat allemaal bijdraagt aan een recorduitstoot van broeikasgassen.

    De wetenschappers zeiden dat hun doel was ‘om duidelijke, op bewijs gebaseerde inzichten te bieden om burgers en wereldleiders tot actie aan te zetten. We willen gewoon eerlijk handelen en vertellen hoe het is.’ Beslissende, snelle actie is noodzakelijk om menselijk lijden te beperken, inclusief het verminderen van de verbranding van fossiele brandstoffen en methaanuitstoot, het terugdringen van overconsumptie en verspilling door de rijken, en het aanmoedigen van een omschakeling naar plantaardig voedsel, aldus de experts.

  • Lucia Reisch: ‘Beleidsmakers moeten nudgen in de richting van plantaardig voedsel’

    Lucia Reisch: ‘Beleidsmakers moeten nudgen in de richting van plantaardig voedsel’

    Om de uitputting van de aarde te voorkomen en de klimaatverandering af te remmen, moeten we minder vlees en meer plantaardig voedsel eten. Daarbij is een belangrijke rol weggelegd voor de gastronomische sector en de beleidsmakers, betoogt Lucia Reisch.

    De catastrofale gevolgen van de klimaatverandering dienen zich al aan: Europa wordt door dodelijke hittegolven geteisterd en de poolkappen smelten, de aangroei van het zee-ijs heeft op Antarctica een historisch dieptepunt bereikt. Is er ook iets wat wij daar persoonlijk aan kunnen doen? Het antwoord is driewerf ja. Vooral wat we eten maakt heel veel uit. De leus ‘koeien zijn de nieuwe steenkool’ klinkt misschien overtrokken, maar is in wezen waar. Bijna een derde van alle uitstoot van broeikasgassen is afkomstig van voedselsystemen, en alleen al rundvlees is verantwoordelijk voor een kwart van de uitstoot van de veehouderij en voedselproductie.

    Bovendien worden de voetafdruk van dierlijk voedsel en de daaruit voortvloeiende kosten om de uitstoot terug te dringen niet weerspiegeld in de prijs. Onderzoek toont aan dat mens en planeet baat zouden hebben bij een overstap op plantaardige voeding of op minder milieuvervuilend dierlijk voedsel zoals kip of vis. In een gezamenlijk rapport van onder meer de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties, de Wereldgezondheidsorganisatie en UNICEF werd onlangs gesteld dat voor een duurzaam en gezond voedingspatroon de voedselsystemen grondig op de schop moeten – en snel. Ook het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) heeft aangetoond dat vergroening van de voedselsystemen een grote bijdrage kan leveren aan de strijd tegen de opwarming van de aarde.

    Je kunt de voedselkeuze van mensen beïnvloeden door duurzame maaltijden aantrekkelijker en toegankelijker te maken

    In de gedragswetenschap is onderzocht op welke manieren mensen op alle punten in de keten beïnvloed kunnen worden in de keuzes die ze maken: van boeren die moeten besluiten wat ze gaan verbouwen tot detailhandelaren die kunnen overschakelen op de verkoop van duurzamer voedsel en consumenten die eten bestellen in een restaurant. In de VS zit vooral bij die laatste doelgroep veel potentieel, aangezien Amerikanen gemiddeld zes keer per week buiten de deur eten.

    Het is aangetoond dat je de voedselkeuze van mensen kunt beïnvloeden door duurzame maaltijden aantrekkelijker en toegankelijker te maken, bijvoorbeeld door plantaardige opties prominenter en in ruimere mate aan te bieden. Deze vorm van beïnvloeding stuit ook op betrekkelijk weinig weerstand, terwijl regels en verboden doorgaans betuttelend worden gevonden en een heffing op specifieke producten als vlees en suiker nadelig uitpakt voor de armen.

    Nudging

    Het zou dus een echte gamechanger kunnen zijn om plantaardig voedsel meer centraal te stellen op het menu van restaurants, cafés en kantines. Door het veranderen van de context waarin mensen hun eigen keuze maken, kun je ze met behoud van hun keuzevrijheid toch een duwtje in de goede richting geven (nudging). Maar zo’n verandering moet niet op zichzelf staan. Die moet onderdeel zijn van een bredere verandering van alle aspecten van het voedselsysteem waarmee de consument in aanraking komt, en daarin moeten industrie en detailhandel een grote rol spelen. Overal waar consumenten keuzes maken, kunnen op basis van gedragsonderzoek wijzigingen worden ingevoerd.

    Politici zullen misschien liever grote klimaatbeloften doen, wetten tegen voedselverspilling aannemen of het bedrijfsleven tot duurzame keuzes oproepen, en soms hameren ze er zelfs op dat ‘mensen zelf moeten bepalen wat ze eten’. Maar ze kunnen de detailhandel stimuleren om zijn geavanceerde arsenaal aan marketingtechnieken in te zetten om duurzame en gezonde voedingskeuzes (of zoals het tegenwoordig heet: een ‘planetary health diet’) aantrekkelijker, betaalbaarder, toegankelijker en sociaal breder aanvaard te maken. Dat zou al een grote stap zijn in de richting van verlaging van de uitstoot van broeikasgassen.

    Beleidsmakers mogen hun kiezers natuurlijk nooit manipuleren, al is het voor nog zo’n goed doel. Maar krachtige instrumenten om gedrag te beïnvloeden werken ook als ze volledig transparant zijn. En op basis van inzichten uit consumentenonderzoek en de economische en gedragswetenschappen kan beleid tegen klimaatverandering worden ontworpen dat de emoties, gewoonten, denkpatronen, sociale normen en voorkeuren van mensen centraal stelt. De kritiek op nudging – met name dat het weinig effect heeft en andere, nuttigere middelen overschaduwt – snijdt meestal geen hout. Beleidsmakers streven naar een verantwoorde toepassing, en overal ter wereld wordt door steden als New York en Kopenhagen en andere regio’s keuzearchitectuur ingezet om bij te dragen aan de verandering van voedselsystemen. Dankzij de kracht van suggestie en de neiging van mensen om inspanning te mijden en de weg van de minste weerstand te kiezen is het tot standaard verheffen van de vegetarische optie een van de beste middelen om gedrag te veranderen.

    Standaardoptie

    Als plantaardig eten eenmaal de standaardkeuze wordt en vlees de ‘andere’ optie is, daalt de vleesconsumptie. Uit een systematische analyse van vijftien onafhankelijke interventiestudies die zijn gepubliceerd tussen 2012 en 2020 en uitgevoerd in uiteenlopende situaties in zes Europese landen en de Verenigde Staten bleek dat zo’n ingreep steeds leidde tot een aanzienlijke verlaging van het aantal consumenten dat voor vlees koos, variërend van 53 tot 87 procent. Uit een Deens onderzoek bleek dat ruim 84 procent van de 300 deelnemers achter de keuze stonden om een vegetarische lunch tot standaardoptie te maken. En er zijn sterke aanwijzingen dat deze methode in diverse situaties de voedselkeuze kan beïnvloeden. Voortbouwend op eerder onderzoek voert mijn eigen El-Erian Institute of Behavioral Economics and Policy aan de Universiteit van Cambridge nu een vergelijkbaar veldexperiment uit in dertien van onze mensa’s.

    Gezien deze resultaten is het dus geen gek idee om van vega de standaardoptie te maken in restaurants, supermarkten, scholen en kantoren. De non-profitorganisatie Better Food Foundation heeft een hele reeks tips en ideeën voor hoe je dit kunt aanpakken. Meatless Monday was bijvoorbeeld een actie die wereldwijd aansloeg en door veel mensen en organisaties werd gedragen. Ook de woordkeuze op een menu is van belang: door een gerecht niet ‘vegetarisch’ maar ‘planetair’ of ‘plantaardig’ te noemen, breng je beter over dat het ook een duurzame keuze is.

    Het is dus geen gek idee om van vega de standaardoptie te maken

    Het veranderen van voedselsystemen als een vorm van klimaatactie kan beginnen met beleidsveranderingen van bovenaf. Vanuit die gedachte hebben activisten, mensen uit het veld, beleidsmakers en onderzoekers op de VN Voedseltop in New York twee jaar geleden samen de Duurzame Ontwikkelingsdoelen voor 2030 geformuleerd. Maar bij de implementatie van die doelen moeten beleidsmakers oog houden voor de rol die de menselijke factor in de voedselkeuze speelt. Gelukkig slaan partijen uit allerlei sectoren nu de handen ineen om nieuwe beleidsinstrumenten uit te testen en nieuwe normen en keuzefuiken te bedenken. Want dat consumenten moeten overstappen op meer plantaardig voedsel om de broeikasuitstoot van de voedselsystemen te verminderen, staat buiten kijf. Samen met andere beleidsinstrumenten die tot gedragsverandering leiden, kan een centrale plaats van plantaardig voedsel op het menu leiden tot een flinke daling van de vleesconsumptie met behoud van keuzevrijheid. Zo kunnen we straks allemaal een actievere rol spelen in het behoud van de natuurlijke hulpbronnen van de aarde en het afremmen van klimaatverandering.

  • Franse musea vergroenen. ‘We verwerpen het idee dat de toekomst uitzichtloos is’

    Franse musea vergroenen. ‘We verwerpen het idee dat de toekomst uitzichtloos is’

    Franse musea proberen hun energiegebruik te verminderen door hun kunstwerken op een andere manier te bewaren en te vervoeren. De grootste winst valt echter te behalen bij de gasten: 99 procent van de CO2 die het Louvre uitstoot, wordt veroorzaakt door de bezoekers.

    Alle toevoer afsnijden! Water, gas, elektriciteit! Afgelopen lente heeft het Maison des arts de Malakoff in het departement Hauts-de-Seine zijn energiegebruik uit eigen beweging volledig stilgezet: geen enkele expositie meer, een radicale stop van vijf maanden. ‘We hadden al veel milieumaatregelen genomen, zoals het opvangen van regenwater, het planten van een boomgaard en het installeren van andere verlichting,’ vertelt directeur Aude Cartier. ‘We moeten de milieuangst omzetten in initiatieven die mensen mobiliseren en de wereld veranderen in plaats van haar te versomberen, en onze instellingen kunnen daarbij een rol spelen.’

    Lampen op zonne-energie, emmers water in de wc’s… Aude Cartier en haar team hebben elk onderdeel van het dagelijks leven een nieuwe invulling gegeven. In de vorm van sculpturen, een broodoven in de tuin, fermentatieworkshops voor het maken van miso, kombucha en kimchi, het middels allerlei acrobatische toeren kweken van paddenstoelen en het voeren van talloze discussies over morgen.

    Niet alle Franse musea en kunstencentra gaan zo ver, maar aandacht voor het milieu is onontkoombaar sinds de coronapandemie. De klimaatrampen van 2022 hebben alles nog in een stroomversnelling gebracht. Er is geen groot museum meer zonder duurzaamheidsadviseur. Doel, volgens het collectief Les Augures dat de groene transitie in de beeldende kunst begeleidt, is ‘het reduceren van de negenduizend ton CO2 die een gemiddeld museum jaarlijks uitstoot, de voetafdruk van achthonderd Fransen’. In Malakoff heeft het collectief een maximaal aantal gegevens verzameld, variërend van de wijze waarop bezoekers naar het museum komen tot de psychologische impact die bepaalde veranderingen hebben op het team. Alles is geïnventariseerd en geanalyseerd, ‘om te kunnen bepalen wat werkt en wat niet, en om ook anderen van onze bevindingen te laten profiteren’, legt Aude Cartier uit.

    ‘Musea weten vaak niet waar ze moeten beginnen‘

    Want dat is het grootste struikelblok. ‘Musea weten vaak niet waar ze moeten beginnen, het valt buiten hun competentie en stelt ze voor een aantal heel uiteenlopende uitdagingen,’ onderstreept Fanny Legros, die drie jaar geleden Karbone Prod heeft opgericht, een ander bureau dat zich in procesbegeleiding op dit gebied heeft gespecialiseerd.

    Een toekomstig museum dat 100 procent duurzaam is? Daarvoor moet je het verbruik van een vrachtauto kunnen berekenen, expert worden op het gebied van isolatie, de herkomst van de vis in je restaurant kunnen vermelden, op de hoogte zijn van het Franse decreet van 2019 dat bepaalt dat het energieverbruik van openbare gebouwen in 2030 met 40 procent verminderd moet zijn, in 2040 met 50 procent en in 2050 met 60 procent, je bezoekers aansporen om op de fiets te komen, de levenscyclus van de bekleding van je banken achterhalen, een toekomst bedenken voor afgedankte vloerbedekking. Een duizelingwekkende hoeveelheid uiteenlopende expertises.

    Recycling

    ‘Maar we hebben geen keus: binnen enkele jaren zal Frankrijk het klimaat van Andalusië hebben,’ benadrukt Sandra Patron, die een voortvarend actieplan heeft gelanceerd voor het Musée d’Art Contemporain in Bordeaux dat ze sinds 2019 leidt. ‘Ons hoofdgebouw? Het is binnenkort misschien te warm om daar exposities te houden. Maar we verwerpen het idee dat de toekomst uitzichtloos is. De vragen die voorliggen zijn even fascinerend als beangstigend. En hoe meer je op de zaken vooruitloopt, des te intelligenter de antwoorden.’ Patron zet vooral in op recycling: komende herfst zal Bordeaux een ondergrondse recyclinginstallatie in gebruik nemen die het ‘afval’ van de culturele instellingen van de stad zal inzamelen en herverdelen. Een prijzenswaardig initiatief dat is gestart door de Réserve des arts de Pantin in het departement Seine-Saint-Denis en sinds 2020 ook in Marseille is gerealiseerd. In 2022 heeft de organisatie 722 ton materiaal ingezameld bij tal van grote en kleine musea en kunstenaars; 520 ton daarvan is weer in gebruik genomen door de 13.000 aangeslotenen. Vooral hout, maar ook metaal, textiel, leer. Een succes dat helaas wordt bedreigd: omdat de Réserve binnenkort moet verhuizen wordt wanhopig naar een nieuwe locatie gezocht, terwijl er nog nooit zo’n groot beroep op de organisatie is gedaan. Want veel instellingen hebben zich met name op het meest voor de hand liggende afvalitem gestort: expositiepanelen. Deze worden voor elke tentoonstelling op maat gemaakt en belandden voorheen systematisch in de afvalcontainer. Maar dat is nu verleden tijd.

    ‘Het wordt hoog tijd dat een expositie van begin tot eind milieubewuster verloopt’

    En verder? De musea wisselen steeds meer ervaringen uit, maar ieder voor zich blijft de regel. Frankrijk kent geen equivalent van de in het Verenigd Koninkrijk opgerichte Gallery Climate Coalition, waarbij momenteel 800 musea aangesloten zijn, van PS! in New York tot Barbican in Londen, die tussen nu en 2030 hun CO2-uitstoot willen halveren en streven naar 0 procent afval. Het enige aangesloten Franse museum is het Musée Picasso in Parijs.

    ‘Frankrijk loopt een beetje achter, want het ontbreekt ons aan gegevens over de werkelijke voetafdruk van de cultuursector, die geen deel uitmaakt van de koolstofarme strategie die de overheid voorstaat,’ zegt Fanny Legros spijtig. Karbon Prod en Augures hebben daarom de handen ineengeslagen om een instrument voor dataverzameling te ontwikkelen waarvoor ze de financiering op korte termijn hopen rond te krijgen; een tiental Franse musea zou als ‘bêtatesters’ fungeren. ‘Het wordt hoog tijd dat een expositie van begin tot eind milieubewuster verloopt en dat er meetinstrumenten komen voor elk afzonderlijk geval,’ aldus Legros. 

    Permacultuur als model

    Intussen voltrekt de facelift zich zo goed en zo kwaad als het gaat: de exposities worden langer, er wordt vaker een beroep gedaan op plaatselijke collecties, koolstofboekhouding vindt steeds meer ingang. Maar dat volstaat in de ogen van Guillaume Désanges niet voor een duurzaam ontwikkelingsbeleid: de directeur van het Palais de Tokyo in Parijs wil verder gaan en permacultuur, een duurzame landbouwmethode, als model gebruiken. ‘Natuurlijk moeten we de koolstofuitstoot beperken, maar we moeten vooral weer ontdekken dat het nodig is om dingen anders te doen. Wij gaan prat op onze vrolijke, creatieve nederigheid. Voor ons is duurzaamheid geen gespreksonderwerp, maar het uitgangspunt van de manier waarop we werken.’

    Dankzij sponsorgelden heeft het Palais de Tokyo het bureau Utopies in de arm kunnen nemen voor het opstellen van een koolstofboekhouding. In 2021 heeft het museum 7200 ton CO2 uitgestoten, constateert het rapport. Oftewel 16 kilo per bezoeker, twee keer zo veel als het Gugenheim in Bilbao. Drie kwart daarvan wordt veroorzaakt door de bezoekers van exposities, die voor het overweldigende merendeel uit het buitenland komen. Een situatie die op nationale schaal aangepakt zou moeten worden: van de 4 miljoen ton CO2 die het Louvre uitstoot wordt 99 procent veroorzaakt door de bezoekers.

    Voor het overige beschikt het Palais de Tokyo nog over de nodige manoeuvreerruimte, verzekert de directeur. Doel is 42 procent minder CO2-uitstoot in 2030. Eerst genomen beslissing in de zomer van 2023 was de sluiting van de glazen zaal op de begane grond, die tijdens grote hitte onbruikbaar is. De tienduizend vierkante meter met airco koelen is ondenkbaar. Het hele parcours is herzien: vanuit de frisse tuinen komt men binnen via het souterrain en de expositie van Laura Lamiel wordt omsloten door dikke muren. ‘Deze initiatieven helpen om het cynisme te doorbreken van de kunstwereld, waar veel over duurzaamheid wordt gesproken zonder werkelijk te beseffen wat er aan de hand is. Maar het belangrijkste is dat we een opwaartse spiraal creëren,’ vervolgt Guillaume Désanges. ‘Het Palais is een levend ecosysteem dat niet als monocultuur mag worden gebruikt, maar waar de gebruiksintensiteit varieert en er soms ruimte onbenut blijft.’

    Op het programma van dit duurzame Palais staat een intensievere dialoog met andere instellingen en het afwijzen van ‘concurrentiestrategieën zodat de artistieke en intellectuele inbreng voorrang krijgt. Altijd haantje de voorste zijn? Die logica is zijn doel voorbijgeschoten. Wij houden ons liever aan de tijd van de kunstenaars.’ En ook aan hun vergroeningstempo, dat ze zichzelf inmiddels heel vaak opleggen. Zo heeft Davide Balula het project Artists Commit gelanceerd, dat de voetafdruk van een expositie haarfijn wil analyseren.

    Grote oceaanstomer

    Bij musea met oude kunst speelt deze aandrang minder. Hoe kunnen we deze grote oceaanstomers een draai laten maken? ‘Bij al onze projecten houden we de energietransitie in het oog; daar staan we met onze teams dagelijks bij stil,’ verzekert Virginie Donzeau, directielid van het Musée d’Orsay.

    ’s Winters één graad minder, ’s zomers één graad meer: eind 2021 heeft Orsay een plan aangenomen voor een haarfijne afstelling van verwarming en airconditioning, aldus Donzeau. Resultaat is dat de energiekosten in de winter van 2022 met 16 procent zijn gedaald. Er zal onder geen beding een beroep worden gedaan op de uitzonderingsclausule voor monumenten die in het energiedecreet van 2019 is opgenomen: voor 2024 wordt gemikt op een daling van het energiegebruik met 25 procent, en voor 2050 met 60 procent, conform de eisen die het decreet stelt aan alle openbare gebouwen van meer dan duizend vierkante meter. ‘Ons gebouw, een spoorstation uit de negentiende eeuw dat aan vier windrichtingen is blootgesteld, is onze grootste uitdaging, maar we zien die complicatie ook als een kans,’ verzekert Donzeau.

    In alle tentoonstellingszalen is inmiddels ledverlichting aangebracht, en de andere ruimtes zullen binnenkort volgen. De renovatie van de entree zal het verbruik ook doen dalen. Er wordt zelfs aan gedeeltelijke geothermie gedacht. ‘De daling van de CO2-uitstoot die in 2022 is gerealiseerd heeft ons een beetje verrast,’ vervolgt ze, ‘want die is nogal contra-intuïtief. Als je de bezoekers niet meetelt komen de exposities zelf pas op de vierde plaats qua energieverbruik, na het gebouw, de winkelactiviteiten en de horeca.’ Transporteurs bewegen tot verduurzaming van hun wagenpark, met verzekeraars onderhandelen om een of twee kunstwerken meer in dezelfde vrachtwagen of hetzelfde vliegtuig te mogen vervoeren, elk detail wordt onder de loep genomen om de uitstoot van broeikasgassen tussen nu en 2030 met 30 procent te verminderen.

    Het beheer van de museumcollecties, waar nog heel wat werk aan de winkel is, blijft een knelpunt

    Origineler is nog dat het museum een project heeft geïnitieerd voor vergroening van de oevers van de Seine in Argentueil in het departement Val d’Oise, naar voorbeeld van de impressionistische doeken waarop het destijds nog ongerepte landschap staat afgebeeld.

    Maar er blijft een knelpunt, namelijk het beheer van de museumcollecties, waar nog heel wat werk aan de winkel is. Zelfs de International Council of Museums breekt zich daar het hoofd over: ‘Sommige normen voor preventieve conservering dateren van dertig jaar geleden. Zijn die nog valide en werkbaar in de huidige tijd?’ Sandra Patron gaat nog verder: ‘Kun je nog werken in koelcellen conserveren à raison van 15.000 euro per jaar? Je moet verder durven denken, zelfs als dat in strijd is met de regels.’

    Lees ook:

  • Levensbedreigende hitte kan tegen 2100 twee miljard mensen treffen

    Levensbedreigende hitte kan tegen 2100 twee miljard mensen treffen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Saoedi-Arabië verlaagt olieproductie opnieuw om prijs te stuwen

    » De Zweedse krant Aftonbladet brengt het nieuws als rap

    Hitte bedreigt een vijfde van de mensheid

    Wetenschappers waarschuwen dat meer dan een vijfde van de mensheid tegen het einde van deze eeuw zal worden blootgesteld aan gevaarlijk hoge temperaturen, aldus de Franse nieuwszender Euronews. Volgens een nieuwe studie van de Universiteit van Exeter in het Verenigd Koninkrijk zijn we met het huidige klimaatbeleid op weg naar een opwarming van 2,7 graden Celsius. De Intergouvernementele Werkgroep inzake Klimaatverandering (IPCC) van de Verenigde Naties waarschuwt dat daarmee de limiet van 1,5 graad – die nodig is om een klimaatramp te voorkomen – wordt overschreden.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Als de opwarming van de aarde op deze schaal doorgaat, zullen tegen 2100 twee miljard mensen – dat is ongeveer 20 procent van de verwachte wereldbevolking – worden blootgesteld aan levensbedreigende hitte en extreem weer. De gemiddelde wereldtemperatuur bedraagt dan ruim 29 graden en valt buiten de ‘menselijke klimaatniche’, oftewel de omstandigheden waarin mensen goed kunnen gedijen. De optimale temperatuur voor de mens ligt tussen 13 en 25 graden.

    India, waar nu al mensen sterven door de hitte, zal een van de zwaarst getroffen landen blijven

    De Universiteit van Exeter onderzocht niet de financiële maar de menselijke kosten van de opwarming van de aarde. Extreme hitte beïnvloedt het vermogen om te werken, te denken en te leren, heeft een verwoestend effect op gewassen en vergroot de kans op conflicten, infectieziekten en zwangerschapscomplicaties. Naarmate de gevolgen groter worden, zullen meer mensen uit hun huizen worden verdreven en zich gedwongen zien om naar koelere klimaten te migreren.

    India, waar nu al mensen sterven door de hitte, zal een van de zwaarst getroffen landen blijven, gevolgd door Nigeria, Indonesië, de Filipijnen en Pakistan. Ook plekken die aan de koelere kant van de voorspelde opwarming blijven, krijgen te maken met meer hittegolven en droogtes.

    Door de wereldwijde temperatuurstijging te beperken tot 1,5 graad, de richtlijn van het klimaatakkoord van Parijs, zal het aantal mensen dat aan extreme hitte wordt blootgesteld, verminderen tot 400 miljoen, zo blijkt uit het onderzoek dat werd gepubliceerd in Nature Sustainability.

    Lees ook:

  • Drinkwater wordt steeds schaarser, is ontzilten de oplossing?

    Drinkwater wordt steeds schaarser, is ontzilten de oplossing?

    Vanwege drinkwatertekorten bouwen veel landen fabrieken voor de behandeling van zeewater. Maar aan deze techniek zitten wel haken en ogen. Zo kost ontzilting veel energie en is ze ook nog eens slecht voor het milieu.

    ‘Na een februari die te boek staat als de droogste maand in dertig jaar is er alle reden om haast te maken met de omzetting van zeewater in drinkwater.’ Je zou verwachten dat dit commentaar afkomstig is van een krant uit een regio die bekendstaat om haar droogte, maar het komt uit The Times en gaat over de situatie in Engeland. Vanwege de klimaatverandering kan dat land niet langer alleen op zijn neerslag rekenen om zich van drinkwater te voorzien. Er zouden dan ook plannen zijn voor de bouw van acht ontziltingsfabrieken in het zuiden en oosten van Engeland.

    het pekelprobleem

    Volgens een rapport van de Wereldbank waarin de milieugevolgen van ontzilting worden onderzocht, zal als er niets wordt ondernomen om het proces duurzamer te maken, in 2050 240 kubieke kilometer pekel in het milieu terechtkomen, tegen 40 kubieke kilometer op dit moment. Dit soort water met een zeer sterk verhoogd zoutgehalte zal via rivieren, meren en vochtige zones in zee terechtkomen: een regelrechte ramp. ‘Als de pekel niet over enorme oppervlakken wordt verspreidt, draagt hij bij aan de afname van opgeloste zuurstof in het water waarin hij terechtkomt, wat funest is voor het zeeleven’, constateerde Yale Environment 360 al in een in 2019 verschenen artikel. Een ander probleem, naast de zoutconcentratie, is dat de afvalvloeistof heel dikwijls giftig is, omdat ze vermengd is met chemische stoffen die bedoeld zijn om de verontreiniging van de ontziltingsinstallatie tegen te gaan. Ze is dus totaal ongeschikt voor agrarisch of industrieel gebruik, en nog minder voor consumptie.

    Volgens South West Water, een onderneming die heel Devon en Cornwall van drinkwater voorziet en al een heel kleine ontziltingsfabriekje op Sicilië heeft, ‘is ontzilting een logische oplossing voor de regio, rekening houdend met het uitgestrekte kustgebied’.

    Andere landen die aan zee zijn gelegen constateren hetzelfde. Israël, voorloper op dit gebied, heeft zijn productie opgeschroefd van 505 miljoen kubieke meter ontzilt water in 2013 tot 750 miljoen in 2020, en mikt op 1,2 miljard kubieke meter vanaf 2030. Marokko, dat al elf ontziltingsstations telt, ‘is van plan zijn productie tot 2030 te verdrievoudigen’, aldus de Marokkaanse online krant Medias 24. Het transalpiene blad Panorama schrijft op zijn beurt dat ‘Italië zich moet voorbereiden op ontzilting’.

    ‘Ontzilting is een strategie die we al lange tijd voor ogen hebben, maar dat is niet zo makkelijk te realiseren,’ erkent Francesca Portincasa, algemeen directeur van Acquedotto Pugliese, in La Stampa. Haar bedrijf wil in Tarente een fabriek bouwen die ‘385.000 mensen dagelijks van water kan voorzien’. ‘Momenteel,’ voegt La Stampa eraan toe, ‘is het water dat uit dit soort installaties komt goed voor slechts 0,1 procent van de Italiaanse waterconsumptie.’ Het zal nog een hele tijd duren voordat het land Koeweit evenaart, waar 90 procent van het drinkwater uit ontziltingsfabrieken afkomstig is, of Saoedi-Arabië met 70 procent, of zelfs de Cycladen, waar volgens de Griekse krant I Kathimerini 51 procent van de bevolking ontzilt water drinkt. Maar overal op de wereld valt dezelfde tendens te bespeuren.

    In 2022 waren er wereldwijd 21000 stations voor ontzilting van zeewater actief, oftewel bijna twee keer zo veel als tien jaar eerder. En ‘alleen al in 2020 zijn er plannen aangekondigd voor meer dan 35 ontziltingsfabrieken in China, zes in de Filippijnen en zes in Taiwan’, zo staat te lezen in het afgelopen september gepubliceerde rapport ‘Geopolitiek op het gebied van zeewaterontzilting’ van het Franse Instituut voor Internationale Betrekkingen.

    Volgens de auteurs ‘wordt ontzilting steeds meer als de belangrijkste oplossing beschouwd voor de toenemende waterstress, dat wil zeggen het verschil tussen de vraag naar water en de beschikbare hoeveelheid’. ‘Maar voor deze uiterst energieverslindende benadering worden over het algemeen fossiele brandstoffen gebruikt. Risico is dus dat de CO2-uitstoot zal toenemen, terwijl het Verenigd Koninkrijk ernaar streeft zijn uitstoot terug te brengen tot nul’, constateert The Times spijtig.

    La Stampa toont zich ronduit optimistisch: ‘Ontzilting mag dan een energieverslindend proces zijn, dankzij de technologische voortuitgang is het energieverbruik al drastisch beperkt. Tegelijkertijd zal er bij de ontwikkeling van deze installaties steeds meer duurzame energie moeten worden ingezet en zullen er milieuvriendelijker oplossingen moeten worden gezocht voor het pekelprobleem.’ – Courrier international


    En elders

    Griekenland. Lekken afdichten

    Gezien de voorspelde neerslagafname van twintig procent die voor de komende jaren wordt voorspeld, gevoegd bij de onafgebroken stroom zomertoeristen, moeten de Griekse eilanden zuiniger omspringen met hun water. Een van de beoogde oplossingen is verbetering van het leidingennet. ‘Het probleem van waterverlies is zeer groot en wordt in het zuiden van de Egeïsche Zee op 30 procent geschat!’ waarschuwt I Kathimerini. ‘Een van de belangrijkste maatregelen is het afdichten van de leidingennetten.’

    De Griekse krant herinnert eraan dat de benodigde technologie al voorhanden is, zoals camera’s om de leidingen te inspecteren. ‘Maar een algehele, centraal geleide planning is onontbeerlijk,’ aldus de krant, die eraan toevoegt dat er op alle eilanden kunst- en stuwmeren nodig zijn.

    België. Terug naar de bronnen

    Van oudsher telt Vlaams Brabant tal van kleine bronnen. Maar door de urbanisatie van deze provincie rond Brussel is een groot deel daarvan afgedekt en richting riolering geleid. ‘De verspilling van dit kostbare bronwater is moeilijk te accepteren, temeer omdat wij steeds vaker met droogte worden geconfronteerd,’ schrijft de Belgische krant De Standaard.

    Nog afgezien van het feit dat daardoor ook andere problemen ontstaan: het verzadigde rioolstelsel dreigt bij zware regenval te overstromen. Wat de zuiveringssystemen betreft, die worden minder effectief door de vermenging met afvalwater. Een door de Vlaamse overheid gesteund project wil daarom op vier plekken de bronnen weer openen om het water naar ondergrondse waterbekkens of waterlopen te leiden, waarvan de hele regio zou kunnen profiteren. ‘Als het werkt, zal deze pilot worden uitgebreid.’

    Zweden. Drie afvoerpijpen per huishouden

    In Helsingborg, een stad in het zuiden van Zweden, kan een nieuwe wijk op een innovatie bogen die op het moment van de lancering in 2021 als ‘een wereldwijd unicum’ werd gepresenteerd. Elk van de ongeveer 350 woningen is uitgerust met een afvoersysteem dat uit drie pijpen bestaat. De bedoeling is om minder schoon water te verspillen en het afvalwater beter te recycleren dan met een traditioneel afvoersysteem, legt de website van de publieke zender Sveriges Radio uit.

    Een van de drie pijpen is bedoeld voor ‘grijs’ water (douche, wastafel), een voor vacuümtoiletten (met een laag waterverbruik) en een voor voedingsresten, die van tevoren worden fijngemalen onder de gootsteen. Een zelfde aantal leidingen is verbonden met een behandelingsunit naast de gemeentelijke waterzuiveringsinstallatie. Het resultaat is water van drinkbare kwaliteit, niet-fossiele kunstmest en biogas.

    Irak. Bomen tegen de woestijn

    De Irakese regering heeft aangekondigd 5 miljoen bomen te willen planten om de droogte te bestrijden. Maar dat is ruimschoots onvoldoende, verklaart milieudeskundige Adel Al-Moukhtar tegenover de onafhankelijke website Al-Alam-Al-Jadid.

    ‘Het land heeft veertien miljard palmen en andere bomen nodig om een groene gordel te creëren waarmee we werkelijk de stofstormen kunnen bestrijden en de verwoestijning een halt kunnen toeroepen,’ zegt hij. Maar het project wordt bemoeilijkt door de verouderde staat van de irrigatiesystemen en door een alarmerende daling van het waterpeil van de twee grote rivieren van het land, de Eufraat en de Tigris.

    Kenia. Waterpolitie

    Afgelopen januari heeft de Keniaanse regering een speciale politiedienst in het leven geroepen ‘ter bestrijding van de toenemende mate van vandalisme en diefstal waardoor de waterreservoirs en het distributienetwerk worden getroffen’, aldus het dagblad The Star.

    Deze maatregel maakt deel uit van een restauratieprogramma van vervallen watertorens. In Nairobi bijvoorbeeld wordt de vraag geschat op 850 miljoen liter water per dag, tegen een dagelijkse productie van maar 525 miljoen, aldus het stedelijke waterleidingbedrijf.

    Lees ook:

  • Om de rijstcrisis te bezweren heeft Azië een nieuwe groene revolutie nodig

    Om de rijstcrisis te bezweren heeft Azië een nieuwe groene revolutie nodig

    In zowel Afrika als Azië dreigt een rijsttekort – geen enkel gewas is zo kwetsbaar voor de opwarming van de aarde. Maar naast slachtoffer is rijst, een belangrijke voedingsbron voor 60 procent van de wereldbevolking, ook een aanjager van klimaatverandering.

    Volgens een Indonesische legende schonk de godin Dewi Sri rijst aan het eiland Java. Cassave was tot dan toe de belangrijkste voeding, maar omdat ze medelijden had met de Javanen vanwege die saaie cassave, leerde ze hun hoe ze rijstzaailingen konden laten groeien in weelderige, groene rijstvelden. In India zou de hindoegodin Annapurna een soortgelijke rol hebben gespeeld en in Japan was deze voorbehouden aan Inari. In heel Azië wordt aan rijst een goddelijke – en meestal vrouwelijke – oorsprong toegekend.

    Die mythologisering is begrijpelijk. De zaden van de grasplant Oryza sativa (bekend als Aziatische rijst) zijn rijk aan zetmeel, en al duizenden jaren vormen ze het belangrijkste voedingsmiddel van het continent. Azië is goed voor 90 procent van zowel de wereldproductie als de wereldconsumptie van rijst. Aziaten halen er ruim een kwart van hun dagelijkse calorieën uit. De VN schatten dat een gemiddelde Aziaat 77 kilo rijst per jaar consumeert – meer dan de gemiddelde Afrikaan, Europeaan en Amerikaan bij elkaar. Honderden miljoenen Aziatische boeren zijn afhankelijk van de rijstteelt, en de meesten verbouwen het gewas op een klein lapje grond. Maar er vertonen zich barsten in de rijstkom van de wereld.

    Zowel in Afrika als in Azië stijgt momenteel de wereldwijde vraag naar rijst, terwijl de opbrengst stagneert. Grond, water en arbeid die nodig zijn voor de rijstproductie worden schaarser. Klimaatverandering is een nog grotere bedreiging. Het wordt steeds warmer, waardoor de gewassen verdorren, en er vinden vaker overstromingen plaats, die de rijst vernietigen. De rijstteelt is niet alleen slachtoffer maar ook een belangrijke oorzaak van de opwarming van de aarde, omdat rijstvelden veel van het krachtige broeikasgas methaan uitstoten. Zo is het gewas dat als voeding voor 60 procent van de wereldbevolking dient, een bron van onzekerheid en een bedreiging geworden.

    Stijgende vraag

    Het probleem wordt verergerd door de stijgende vraag. In 2050 zullen er 5,3 miljard mensen zijn in Azië tegenover 4,7 miljard nu, en 2,5 miljard in Afrika tegenover 1,4 miljard nu. Volgens een studie in het tijdschrift Nature Food zal deze groei de vraag naar rijst met 30 procent doen toenemen. Alleen in de rijkste Aziatische landen, zoals Japan en Zuid-Korea, beconcurreren brood en pasta het monopolie van rijst als basisvoedsel.

    Toch neemt de groei van de rijstproductiviteit in Azië af. Volgens gegevens van de VN steeg de opbrengst het afgelopen decennium met gemiddeld slechts 0,9 procent per jaar, tegenover ongeveer 1,3 procent in het decennium daarvoor. De daling was het sterkst in Zuidoost-Azië, waar het stijgingspercentage daalde van 1,4 procent tot 0,4 procent – Indonesië en de Filipijnen voeren al veel rijst in. Als de opbrengsten niet stijgen, zullen deze landen steeds afhankelijker worden van andere om hun 400 miljoen inwoners te voeden, aldus de studie in Nature Food.

    De rijstteelt is niet alleen slachtoffer maar ook een belangrijke oorzaak van de opwarming van de aarde, omdat ze methaan uitstoot

    Jarenlang hield de productie gelijke tred met de stijgende vraag dankzij het aanhoudende effect van de groene revolutie, die in de jaren zestig begon. Om slechte oogsten te voorkomen, ontwikkelden wetenschappers van het Internationaal Instituut voor Rijstonderzoek (IRRI), gevestigd op de Filipijnen, een variëteit, IR8, die het goed doet in combinatie met kunstmest en irrigatiesystemen. China had net een hongersnood achter de rug terwijl India zich juist op de rand van een hongersnood bevond. IR8 heeft toen op grote schaal levens gered.

    Toen IR8 zich over Azië verspreidde – van de Filippijnen tot Pakistan – nam de rijstopbrengst toe. De grotere productiviteit maakte rijst aantrekkelijker om te verbouwen, waardoor er ook meer middelen voor werden uitgetrokken. De zorg om voedselzekerheid nam af en stelde Aziatische regeringen in staat zich te concentreren op industrialisatie en economische groei.

    Het IRRI heeft nieuwe rijstvariëteiten ontwikkeld die iets van dit succes zouden kunnen herhalen. Ze leveren meer op, zijn klimaatbestendiger en hebben minder water nodig. Toch lijkt het moeilijker dan in de jaren zestig om aan de groeiende vraag te voldoen. Verstedelijking en meedogenloze verkaveling slokken veel land op. Tussen 1971 en 2016 werd een gemiddeld landbouwbedrijf in India meer dan de helft kleiner, van 2,3 tot 1,1 hectare.

    Het wordt daardoor steeds moeilijker om winst te maken met de productie, vooral ook als de arbeidskrachten schaars zijn. Zaden planten in keurige rijen, zaailingen herplanten en oogsten is slopend werk, waaraan steeds meer Aziatische arbeiders weten te ontkomen. Water – ook een belangrijke factor – wordt schaarser. Op veel plaatsen is de bodem uitgeput en zelfs vergiftigd doordat er overmatig gebruik is gemaakt van kunstmest en pesticiden.

    De rijstvelden van Vietnam produceren meer koolstofequivalent dan de vervoersector van het land

    Geen enkel gewas is zo kwetsbaar voor de opwarming van de aarde als rijst, aldus wetenschappers van het IRRI. Uit een studie uit 2004 bleek dat een stijging van de minimumtemperatuur met 1°C zorgt voor een daling van de opbrengst met 10 procent. De stijging van de zeespiegel, een ander gevolg van de opwarming, zorgt nu al voor toename van het zoutgehalte in laaggelegen gebieden van de Mekong-delta, waardoor de rijstopbrengsten daar afnemen. Massale overstromingen vorig jaar in Pakistan, de op drie na grootste rijstexporteur ter wereld, vernietigden naar schatting 15 procent van de oogst.

    Rijst draagt bij aan de opwarming van de aarde en is een feedback loop die vaak over het hoofd wordt gezien. Door irrigatie van de rijstvelden krijgt de grond geen zuurstof, zodat de groei van methaan-uitstotende bacteriën wordt bevorderd. En zo is de rijstproductie verantwoordelijk voor 12 procent van de totale uitstoot van methaan en 1,5 procent van de totale uitstoot van broeikasgassen. Deze aantallen zijn vergelijkbaar met de luchtvaart. De rijstvelden van Vietnam produceren meer koolstofequivalent dan de vervoersector van het land.

    Glucose

    Een ander toenemend probleem is de voedingskwaliteit van rijst. De korrel bevat veel glucose – wat bijdraagt aan diabetes en obesitas – en weinig ijzer en zink, twee belangrijke micronutriënten. In Zuid-Azië kan de grote aanwezigheid van diabetes en ondervoeding worden teruggevoerd op een te grote afhankelijkheid van rijst.

    Het aanpakken van al deze problemen is ingewikkeld. Ging de eerste groene revolutie over productiviteit, zegt Jean Balié, directeur-generaal van het IRRI, de volgende moet gaan over ‘systemen in plaats van oplossingen op plant- of perceelniveau’. Een beter rijstbeleid en betere variëteiten dus.

    De meeste zorgen over productiviteit en het milieu zijn het gevolg van slechte of verouderde overheidsmaatregelen. Deze verstoren de markten en belemmeren stimulansen voor verandering. Neem Sandeep Singh uit Bassi Akbarpur, een klein dorp in de Noord-Indiase deelstaat Haryana. Hij verbouwt rijst maar eet liever roti, een brood gemaakt van tarwe. Dat gewas is veel geschikter voor het hete, droge klimaat van Haryana. Toch dwingen stimuleringsmaatregelen van de regering Singh tot wisselteelt van rijst en graan.

    India koopt rijst van boeren tegen een gegarandeerde prijs, die vaak boven de marktprijs ligt. De oogst wordt aan de armen verkocht tegen een gesubsidieerde prijs, zodat de rijstconsumptie bevorderd wordt. Ook meststoffen en water worden gesubsidieerd. Dergelijke maatregelen komen overal in Azië voor. De meeste werden ingevoerd in tijden van aanhoudende voedselonzekerheid, toen diabetes en het milieu nog veel minder zorgen baarden dan nu.

    Het is moeilijk om aan beleid te tornen dat al decennialang steeds strakker wordt doorgevoerd. De boeren zijn bovendien goed voor vele stemmen – overheden durven ze niet tegen zich in het harnas te jagen. De regerende Bharatiya Janata Party van India, die er prat op gaat harde maar noodzakelijke maatregelen door te voeren, ondervond dat aan den lijve toen zij zich in 2021 gedwongen zag landbouwhervormingen terug te draaien als gevolg van boerenprotesten.

    Vietnam presenteerde onlangs een ambitieus plan om op een miljoen hectare ‘koolstofarme’ rijst te verbouwen

    Hoewel er niet één oplossing is voor de groeiende rijstcrisis, zijn er vele kleinere oplossingen. In delen van Azië waar de opbrengst laag is, zoals Myanmar en de Filipijnen, is het mogelijk de productiviteit te verhogen door meer kunstmest en pesticiden te gebruiken, zonder dat het milieu ernstige schade wordt toegebracht.

    Wetenschappers van het IRRI en andere onderzoeksinstellingen hebben rijstvariëteiten ontwikkeld die bestand zijn tegen overstromingen, droogte en hitte. Ze hebben ook voedzamere soorten ontwikkeld. Deze veranderingen, gecombineerd met innovaties in de teelt zoals direct zaaien – een manier van planten die minder water en arbeid vergt – kunnen milieuschade beperken en de opbrengst verhogen.

    Experimenten in heel Azië bevestigen dit. Boeren in Bangladesh die Sub1 verbouwden, een rijstsoort die tolerant is voor overstromingen, behaalden 6 procent hogere opbrengsten en 55 procent meer winst, volgens een studie die in 2021 werd gepubliceerd in het tijdschrift Food Policy. Een studie van veldproeven in Global Food Security toont dat rassen die resistent zijn tegen droogte een opbrengstvoordeel van 0,8-1,2 ton per hectare behalen.

    Het is nog een uitdaging ervoor te zorgen dat verbeterde zaden en methoden op grote schaal ingang vinden. Veel boeren weten niet dat ze bestaan, anderen zijn huiverig iets nieuws te proberen. Uit een landelijk onderzoek onder rijstboeren in India in 2017 en 2018 bleek dat slechts 26 procent werkte met nieuwe rassen, hoewel deze al sinds 2004 beschikbaar zijn.

    Regeringen kunnen een belangrijke rol spelen door de voordelen van nieuwe rassen en methoden onder de aandacht te brengen. Vietnam heeft onlangs het voortouw genomen met de aankondiging van een ambitieus plan om op een miljoen hectare ‘koolstofarme’ rijst te verbouwen. Het land ziet dit als een middel om op arbeid te besparen en efficiëntie te verhogen. Een essentiële stap die voorkomt dat emissiebeperking een extra last op de boeren legt, zegt Bjoern Ole Sander, klimaatwetenschapper bij het IRRI.

    Ook een bottom-upbenadering is belangrijk. Landbouwvoorlichters kunnen een grote rol spelen bij kennisoverdracht, maar ze worden vaak veronachtzaamd door beleidsmakers. De meeste overheidsuitgaven voor landbouw gaan naar subsidies en irrigatie en komen ten goede aan rijkere boeren met grotere stukken grond.

    Diversifiëren

    Regeringen zullen ook veel meer moeten doen om mensen minder afhankelijk te maken van rijst. Op verzoek van India heeft de VN 2023 uitgeroepen tot het jaar van de gierst. India hoopt boeren en consumenten te overtuigen van dit gewas, dat veel voedzamer is dan rijst of tarwe en veel minder water nodig heeft. Ook Indonesië promoot het. Momenteel zullen enkel gezondheidsbewuste hipsters in Delhi een biryani van gierst verkiezen boven een biryani van rijst. Maar waar de elite vooroploopt, volgt vaak de massa. Als de afzetmarkt groter wordt, zal dat eerst enkele boeren over de streep helpen en zullen uiteindelijk zelfs de meest fervente rijsttelers omschakelen of diversifiëren.

    Door de eerste groene revolutie werd een Aziatische catastrofe afgewend. Vandaag de dag is de situatie dan misschien minder precair, maar in sommige opzichten is de uitdaging groter. Landen zullen meer moeten produceren met minder middelen en met veel meer zorg voor het milieu. En dat vereist een ‘echte groene revolutie’, aldus IRRI-baas Balié.

    De beloning zou ongekend groot kunnen zijn. Duurzamere teelt en hogere opbrengsten kunnen de boeren een hoger en stabieler inkomen opleveren. Dat kan hen motiveren zich aan te passen aan de klimaatverandering, terwijl ze er minder aan bij hoeven dragen. Dat succes, dat nu nog niet verzekerd is, kan de voedselzekerheid voor Aziaten – en voor de wereld – helpen garanderen.

    Lees ook:

  • Klimaatactivisten richten hun pijlen op burgers: ‘Niet u maar uw auto is ons doelwit’

    Klimaatactivisten richten hun pijlen op burgers: ‘Niet u maar uw auto is ons doelwit’

    Klimaatactivisten zijn de laatste jaren steeds irritanter geworden, schrijft journalist Karl Mathiesen. Hij ging op pad met een anarchistisch collectief dat banden van vervuilende SUV’s laat leeglopen. Zouden extremere vormen van geweld de volgende stap kunnen zijn?

    Claude houdt de wacht op de donkere, glimmende straat terwijl Samuel gehurkt een groene linze in het ventiel van de band van een SUV duwt. ‘Natuurlijk worden ze kwaad,’ zegt Claude. Een uur later staat het voertuig met een lekke band tegen de stoeprand. Als de nacht op z’n einde loopt heeft de Belgische cel van de Tyre Extinguishers – een los collectief van anarchistische klimaatactivisten – 194 SUV’s in Brussel en het nabijgelegen Gent ‘ontwapend’, zoals ze zelf zeggen.

    ‘Ze moeten niet denken dat ze een grote auto kunnen kopen en gewoon van het leven kunnen genieten en negeren wat er in de wereld gebeurt,’ legt Claude me uit. Ik mag mee met hun nachtelijke expeditie op voorwaarde dat ik Claude en zijn twee handlangers vermeld onder gefingeerde namen. De voertuigen worden niet beschadigd, maar de banden moeten worden opgepompt of verwisseld. Voordat hij ervandoor gaat, plakt Claude een foldertje op de voorruit met de Franse tekst: ‘Vat het niet persoonlijk op. Niet u maar uw auto is ons doelwit.’

    Als je op aarde woont, is het je misschien opgevallen dat activisten tegen klimaatverandering de laatste jaren steeds irritanter zijn geworden. Ze besmeuren meesterwerken met soep, leggen voetbal- en tenniswedstrijden stil, sluiten snelwegen en tankstations af of ze hebben meer dan elfduizend SUV’s in zeventien landen wereldwijd onklaar gemaakt, zoals de Tyre Extinguishers beweren, die hun opdrachten via een geanonimiseerde website krijgen.

    Ik ontmoet Claude en zijn vrienden en ben getuige van een nieuwe ontwikkeling in het klimaatactivisme. Een kleine maar belangrijke tak van de groene beweging is een grens over gegaan: niet alleen bestuurders van bedrijven in fossiele brandstoffen en politici zijn het doelwit, activisten zoals Claude mikken nu ook op burgers.

    Doodsbang

    Claude en zijn maten zien hun acties als hinderlijk, zeker, maar ook als onderdeel van een existentiële strijd. Het is de volgende noodzakelijke stap nadat normale democratische handelingen als stemmen, vreedzaam protesteren, lobbyen en desinvesteren zijn uitgeput. Westerse regeringsambtenaren mogen zich dan op de borst kloppen met de recente toename van de klimaatuitgaven en -wetgeving, maar activisten zien investeringen in kolencentrales of de uitbreiding van de olie- en gasproductie als bewijs dat de mensheid op haar eigen ondergang blijft afstevenen. ‘Ik snap niet dat je het niet ziet,’ zegt Claude. Wat betekenen een paar lekke banden nou tegenover een klimaatcrisis die het einde van de beschaving kan betekenen?

    ‘Het is echt tijd om wakker te worden,’ zegt Margaret Klein Salamon, directeur van het in de VS gevestigde Climate Emergency Fund (CEF), dat sinds zijn oprichting in 2019 miljoenen dollars heeft doorgesluisd naar 95 groepen die zich wijden aan ‘disruptief activisme’. ‘Ik zie hen als activisten die ons door elkaar schudden, die alles proberen wat ze maar kunnen bedenken en zichzelf blootstellen aan aanzienlijke risico’s – ze doen het omdat ze doodsbang zijn.’

    Benaderingen als die van Claude versterken een opvatting die al langer leeft bij sommige wetshandhavers, academici en onderdelen van de groene beweging, namelijk dat dergelijke escalatie onvermijdelijk is. Als activisten er echt klaar mee zijn om instemming van het grote publiek te krijgen, wat weerhoudt hen er dan van om van deze ietwat klunzige stunts over te stappen op iets ernstigers? Gevallen van brandstichting en sabotage duiken steeds vaker op. Zouden extremere vormen van geweld de volgende stap kunnen zijn?

    ‘De beweging zoekt steeds vaker de confrontatie,’ zegt Jamie Henn, een Amerikaanse activist, organisator en medeoprichter in 2007 van de klimaatgroep 350.org. ‘Borden met gevatte teksten tijdens demonstraties zullen Exxon er niet toe brengen fossiele brandstoffen in de grond te laten zitten, dus mensen zoeken andere manieren om druk uit te oefenen. En dan zijn er altijd ook nog jonge mensen die op erger uit zijn.’

    Auto’s met kinderzitjes, stickers van invaliden of andere medische indicaties laten ze ongemoeid

    Het maken van mijn afspraak met de Tyre Extinguishers verloopt een beetje geheimzinnig: verborgen telefoonnummers, gecodeerde e-mails en codenamen. Maar Claude en zijn kleine bende zijn geen hardcore militanten – althans, nog niet.

    Op straat nemen ze nogal amateuristische voorzorgsmaatregelen, zoals gezichtsbedekking (die vaak afzakt) en ze gebruiken bepaalde signalen voor het geval agenten of boze autobezitters opduiken. Claude erkent dat wat ze doen ‘gevaarlijk kan zijn voor mensen, omdat ze een ongeluk zouden kunnen krijgen’. De flyers die hij op de voorruit plakt verklaren niet alleen de acties van de groep, maar dienen ook als waarschuwing voor mensen die anders met een lekke band zouden wegrijden. Auto’s met kinderzitjes, stickers van invaliden of andere medische indicaties laten ze ongemoeid.

    Het doel van de Tyre Extinguishers is om SUV-bezit sociaal gezien onwenselijk te maken, om het symbool van rijkdom, comfort en macht aan te tasten. De enorme voertuigen zijn immers een van de grootste aanjagers van de toename van CO2-uitstoot. Volgens het Internationaal Energieagentschap maakten SUV’s in 2022 46 procent uit van de wereldwijde verkoop van nieuwe auto’s – een record. Door hun omvang zijn ze 20 procent minder energie-efficiënt dan een gewone auto en aanzienlijk gevaarlijker voor voetgangers. De Tyre Extinguishers willen bezitters tegenwerken door ervoor te zorgen dat ze ’s ochtend niet weg kunnen rijden.

    De website van de groep lijkt te worden beheerd door een Britse groep die in 2021 aanvallen op SUV’s in het Verenigd Koninkrijk opeiste. De site moedigt iedereen aan om hun campagne over te nemen. ‘We hebben geen leider’, staat er. Het idee zelf is gestolen: het is een reprise van de activiteiten van een Zweedse groep – de Indianen van de Betonnen Jungle – die in 2007 claimde tijdelijk de SUV-verkoop in hun land verminderd te hebben.

    Een van de leden van die groep was Andreas Malm, een academicus wiens boek How to Blow up a Pipeline uit 2021 een nieuwe golf van activisten stimuleerde. Die willen verder gaan dan protesten en sit-ins; ze willen de machines aanvallen die klimaatverandering veroorzaken. (Een speelfilm gebaseerd op het boek kwam op 7 april uit in de Verenigde Staten.) In zijn boek, dat meer een manifest is dan een handleiding, daagt Malm de doorgaans vreedzame groene beweging uit omdat die geweldloosheid belangrijker vindt dan de urgente zaak waarvoor ze strijdt.

    De boodschap van Malm vond weerklank bij activisten die niet langer om protestmarsen geven. Greta Thunberg inspireerde de schoolstakingen die tussen 2018 en 2020 miljoenen jongeren op de been brachten, maar dat is voorbij. ‘We proberen ons te verzetten tegen het gevoel een nederlaag te lijden, en dat brengt ons hier,’ zegt Dominika Lasota, een Poolse activist en een van de leiders van Fridays For Future, een protestbeweging voor het klimaat. ‘Corona heeft de boel echt lamgelegd,’ zegt Klein Salamon. ‘Earth Day 2020 had de grootste milieudemonstratie in de geschiedenis moeten worden. En in plaats daarvan werd het een livestream.’

    Avondje uit

    Groepen als de Tyre Extinguishers lopen een relatief laag risico voor hun betrokkenheid bij wat activisten direct action noemen. Hun doel is nobel. Maar het is ook een avondje uit – een vrolijke bijkomstigheid bij hun wetteloze streken. Zwervend door de straten van Ukkel, een welvarende zuidelijke Brusselse voorstad, laten Claude en zijn vrienden een vreugdekreet horen als ze een Tesla zien. Nee! Twee Tesla’s zelfs! Het duurt niet lang of de accu-auto’s zakken sissend ineen.

    Op de website van de Tyre Extinguishers staan regels die vermelden wat wel of niet mag. Het aanpakken van dure elektrische voertuigen wordt gezien als koosjer, vanwege de schade die wordt aangericht door de winning van kostbare mineralen voor hun accu’s. Claude legt uit dat alle grote auto’s onaanvaardbaar zijn. ‘Het zijn gewoon rijke mensen die doen alsof ze in duurzaamheid geloven,’ zegt hij over Tesla. Een paar minuten later, net als hij een auto wil voorzien van een folder, beweegt een man in een nabijgelegen huis voor zijn riante raam. De groep loopt snel weg, wat er behoorlijk verdacht uitziet.

    Een paar straten verder gebeurt het opnieuw. Terwijl de vermoedelijke eigenaar van een beoogde SUV uit zijn raam staart, op enkele meters afstand van mij, is er dit keer geen tijd om een folder op de voorruit te plakken. De groep wijkt uit naar andere delen van de stad.

    Het oranje poeder bevlekte het groene biljartlaken terwijl de commentator zei: ‘Vreselijke, echt vreselijke taferelen hier’

    De spanning tussen geweldloosheid en strijdlust is zo oud als protesteren zelf. Maar de vraag hoe de milieuvervuilers moeten worden aangepakt, heeft door de escalerende klimaatcrisis nu urgentie gekregen. Als het irriteren van het publiek uitloopt op een mislukking, hoe moeten de Tyre Extinguishers, of anderen zoals zij, dan verder gaan?

    Een iconisch moment in deze nieuwe golf van protest-door-irritatie vond afgelopen oktober plaats, toen twee Britse activisten van de groep Just Stop Oil internationaal het nieuws haalden door in de National Gallery in Londen Heinz-tomatensoep over Vincent van Goghs Zonnebloemen te sproeien. De publieke woede die daaruit voortvloeide was niet onverwacht, zegt James Skeet, een woordvoerder van de groep. Die was exact de bedoeling. ‘Als je geen miljoenen kijkers hebt, kom je niet in de buurt van belangrijke maatschappelijke veranderingen.’ Hij wijst erop dat het publiek er nauwelijks aandacht aan besteedde toen de groep een reeks olieterminals aanviel. Maar een video van de Van Gogh-actie, gemaakt door Guardian-journalist Damian Gayle, werd op Twitter al meer dan vijftig miljoen keer bekeken.

    Voor veel van deze groepen is oranje de favoriete kleur: opzichtig en onmogelijk te negeren. Op maandag 1 mei sprong een demonstrant van Just Stop Oil op een biljarttafel tijdens de wereldkampioenschappen snooker in Sheffield en overgoot zichzelf met een gekleurde stof, als een gelovige op het hindoeïstische Holi-festival. Het oranje poeder bevlekte het groene biljartlaken terwijl de commentator zei: ‘Vreselijke, echt vreselijke taferelen hier.’

    Toen de beruchte protestgroep Extinction Rebellion in het weekend van 29 april een vreedzame mars hield in Londen, bestond de media-aandacht daarentegen uit radiostilte. ‘Je moet ontregelen of je bestaat niet’, schreef Roger Hallam, een van de oprichters van de groep, op Twitter. ‘Soms biedt het leven je maar twee opties.’

    Elders zijn milieudemonstraties al geëscaleerd. Recente protesten in Frankrijk tegen de aanleg van waterreservoirs voor de landbouw, die volgens critici ten onrechte bedrijven zouden bevoordelen, gingen gepaard met brandstichting, sabotage en botsingen tussen demonstranten en de politie. Claude, de Tyre Extinguisher, was aanwezig bij een recente botsing met de politie waarbij een activist in coma raakte.

    Een langdurige strijd over de uitbreiding van een netwerk van kolenmijnen in het noordwesten van Duitsland was aanleiding voor sabotage en aanvallen op voertuigen en politie. In 2020 werd een graafmachine op een bouwterrein van energiebedrijf RWE in brand gestoken. In januari verklaarde een anonieme auteur op het linkse blog indymedia.org dat ‘twee strategisch geplaatste brandbommen’ een kolentrein in Keulen onklaar hadden gemaakt. ‘Onze actie is onderdeel van een militante campagne tegen de wereldwijde klimaatvernietiging’, aldus de schrijver. ‘RWE verdient niets anders dan onze grootste haat!’ RWE weigert commentaar te geven op het bericht of te bevestigen dat de aanval heeft plaatsgevonden en verwijst voor vragen door naar de politie.

    Een verband met klimaatactivisme is ‘aannemelijk’, zegt Andreas Müller, woordvoerder van de politie van Aken. Hij bevestigt dat er brandbommen zijn geplaatst op spoorweginfrastructuur van RWE, maar wil verder geen details geven, behalve dat er geen arrestaties zijn verricht. ‘Sommige groepen worden in de gaten gehouden door de overheid.’.

    Een woordvoerder van het ministerie van Binnenlandse Zaken van de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen noemt de Ende Gelände-beweging een ‘scharnier’ tussen uiterst linkse ‘extremistische gewelddadige criminelen’ en de democratische protestbeweging. Tussen 2019 en 2022 werden bij de kolenmijnen 43 brandstichtingen, 25 gevaarlijke acties rond het treinverkeer en 216 incidenten met materiële schade geregistreerd, aldus de regering.

    Drijvende kracht

    Ende Gelände wijst het etiket ‘extremisme’ af. Maar eind april zei de groep in een tweet – die later werd verwijderd – dat het nodig zou zijn ‘de democratie af te schaffen’ om de klimaatcrisis aan te pakken. De afgelopen maanden overschaduwde een andere groep, Letzte Generation, zowel Fridays For Future als Ende Gelände als de luidruchtigste, meest disruptieve kracht in het Duitse klimaatactivisme.

    Veel ‘mainstream’ activisten zien dergelijke groepen als een drijvende kracht die de rest van de beweging kan helpen haar doelen te bereiken. Malm wijst erop hoe de Amerikaanse burgerrechtenleider Martin Luther King Jr. de dreiging van zwarte militanten als Malcolm X benadrukte om zijn zaak te bepleiten. Activisten die opkwamen voor het vrouwenkiesrecht demonstreerden niet alleen, ze sloegen ook ruiten in, goten zuur in stembussen en streden met bommen en brandstichting; één activist viel zelfs de jonge Winston Churchill aan en bewerkte zijn gezicht met een hondenzweep.

    ‘We moeten niet vergeten dat zowel de wet als de praktijk in het verleden altijd werd veranderd door burgerlijke ongehoorzaamheid,’ zegt Michel Forst, de speciale VN-rapporteur voor milieuactivisme. ‘Ik heb veel jonge mensen ontmoet die me vertelden dat ze de wet overtreden omdat de noodtoestand dat vereist (…) Ik zie dat niet als iets onwettigs.’ De strenge antiprotestwetten die Italië en Groot-Brittannië hebben voorgesteld als reactie, hebben juist bij breder links de steun voor activisten aangewakkerd. In Duitsland hebben tientallen linkse en groene groeperingen – waaronder reguliere ngo’s als BUND en Oxfam – een brief ondertekend waarin de regering wordt veroordeeld omdat zij Ende Gelände als extremistisch aanmerkt.

    De Amerikaanse filantropische gemeenschap, die een groot deel van de wereldwijde klimaatbeweging financiert, wordt niet afgeschrikt door militante acties. Mogelijk heeft de tactiek van groepen als Ende Gelände, Letzte Generation en Just Stop Oil hen juist nog aantrekkelijker gemaakt voor een bepaald type financier. Deze drie organisaties plus acht andere hebben zich verenigd in het A22-netwerk, dat zichzelf verplicht tot voortdurende ‘massale burgerlijke ongehoorzaamheid’. Ze worden gefinancierd door het Climate Emergency Fund (CEF), dat vorig jaar naar eigen zeggen 5,3 miljoen dollar doneerde aan ‘organisaties die de waarheid vertellen, de normale gang van zaken verstoren en met spoed om verandering vragen’.

    Het CEF werd opgericht door Aileen Getty, erfgename van Getty Oil. Twee andere grote donoren zijn Rory Kennedy – het jongste kind van Robert Kennedy, de voormalige Amerikaanse procureur-generaal en senator die in 1968 werd vermoord – en filmregisseur Adam McKay. Samen vertegenwoordigen zij de drie-eenheid van de liberale Amerikaanse schuld: Big Oil, Big Politics en Hollywood.

    Het CEF is een gereguleerde liefdadigheidsinstelling in de VS, wat betekent dat het wetsovertredingen niet rechtstreeks mag financieren. ‘Het Climate Emergency Fund geeft geen steun aan sabotage,’ zegt Klein Salamon. ‘Wij financieren alleen legale activiteiten.’ Ze wijst op de eis dat activisten een geweldloze training moeten volgen. Toch hebben groepen die geld van haar ontvangen openlijk de wet overtreden. Op de website van Just Stop Oil staat het onderdeel ‘Rechtbank en gevangenis’, dat ook dienstdoet als hall of fame voor tientallen activisten die trots de gevangenis ingingen voor hun kattenkwaad. ‘Feitelijk hebben we aan sabotage gedaan,’ zegt Skeet.

    Afkerig

    Sommige leden van de Tyre Extinguishers gaan al verder dan lekke banden. In de Britse stad Bristol werd de Range Rover van Chris Bailey begin april auto bespoten met de tekst ‘THIS MACHINE KILLS KIDS’. Drie weken daarvoor waren zijn banden al eens lek gestoken. Hoewel hij het ermee eens is dat de opwarming van de aarde een ernstig probleem is, zegt Bailey tegen lokale media dat de daders ‘klimaatverandering een negatieve connotatie geven’ en mensen ‘zeer afkerig maken van de beweging’.

    Ondertussen vindt Claude in Brussel juist dat de klimaatbeweging radicaler moet worden. De dag nadat ik met de Tyre Extinguishers door de verduisterde straten van de stad rende, ontmoeten Claude en ik elkaar in een café op een hip plein waar Brusselse studenten elk weekend feest vieren.

    Claude vertelt tussen de vijfentwintig en vijfendertig jaar oud te zijn en is een nieuwkomer als activist. Drie jaar geleden gloorde een carrière in het bedrijfsleven. ‘Er werd mij een grote baan in een groot bedrijf aangeboden.’ Toen las hij het boek How Everything Can Collapse van theoretici Pablo Servigne en Raphaël Stevens, die stellen dat de milieuproblematiek onze beschaving binnenkort de vergetelheid in kan drijven. Tien dagen later nam hij ontslag. ‘Ik wil geen spijt hebben,’ zegt hij. Hij kiest voor frisdrank terwijl ik een biertje neem. ‘Als het fout gaat, oké, dan heb ik gedaan wat ik kon. Dat is hoe ik erover denk. Ik maak deel uit van een generatie die bereid is verder te gaan.’

    Maar wat betekent dat concreet? Zou hij iemand kwaad doen? ‘Ik zou nooit iemand vermoorden. Ik vind niet dat ik aan gewelddadige acties heb deelgenomen. En ben dat ook niet van plan.’ Hoe zit het met dingen opblazen of andere vormen van sabotage? ‘Voor mij is sabotage geen geweld want het is niet gericht op mensen… Dus ja, aan sabotage kan ik probleemloos meedoen.’ Hij voegt eraan toe: ‘Ik denk dat het belangrijk is om de regering en bedrijven te laten zien dat als onze acties niet genoeg zijn om hen in beweging te krijgen, we bereid zijn om nog verder te gaan’

    Hoeveel van hen vragen zich in het café bij jou in de buurt af hoe ver ze bereid zijn te gaan?

    Misschien is het bluf. Het is makkelijk om dreigende teksten uit te slaan tegen een verslaggever die je echte naam niet eens kent. Maar bedenk eens: vijf jaar nadat Thunberg miljoenen jonge mensen warm maakte voor klimaatactivisme, is een aanzienlijk aantal van hen gedesillusioneerd geraakt over normale manieren van protesteren, maar nog wel net zo boos en bang als destijds. Hoeveel van hen vragen zich in het café bij jou in de buurt af hoe ver ze bereid zijn te gaan? Kolenmijnen, snelwegen, SUV’s, snookerwedstrijden, metrostations, meesterwerken in musea – de lijst is al lang. Hoelang zal het duren voordat iedereen, alles, overal een potentieel doelwit wordt voor disruptie of zelfs geweld? Het zijn vragen die nog onheilspellender worden als ik hem een uur na mijn drankje met Claude opnieuw tegen het lijf loop: de would-be eco-militant die me in de supermarkt onheilspellend aanstaarde in het gangpad met bier.

    Lees ook:

  • De winterdroogte is een keerpunt voor Frankrijk: de kraan gaat dicht

    De winterdroogte is een keerpunt voor Frankrijk: de kraan gaat dicht

    ‘Winterdroogte’ noemen ze het schrijnende gebrek aan water waar Frankrijk dit jaar al vroeg mee kampt. Er is een noodplan, dat voornamelijk uit waterbesparingen bestaat, zoals het beperken van particulier verbruik. Maar wat zijn de langetermijnoplossingen?

    Toen Christelle Palasse enkele weken geleden de haren van haar klanten wilde wassen, hield het water plotseling op. ‘Toen ik mijn handen waste stroomde er slechts een dun straaltje uit de kraan, en daarna kwam er helemaal niets meer uit,’ zegt de kapster uit het dorpje Arlanc in het midden van Frankrijk. Palasse klinkt opgewonden aan de telefoon en ook een beetje boos. ‘Ik wist dat het water bij ons schaars is, maar dat er nu helemaal niets is… in wat voor land wonen we?’ Ze werkt al dertig jaar in haar salon en heeft altijd genoeg water gehad voor het wassen en kleuren. ‘Ik had nooit gedacht dat we in Frankrijk met deze ellende te maken zouden kunnen krijgen.’

    De mensen in Frankrijk beleven zo’n uitzonderlijke situatie dat ze er zelfs een nieuw woord voor hebben gevonden: winterdroogte. De rivieren staan niet in de zomer droog, maar reeds in februari. In veel delen van het land heeft het al meer dan vijf weken niet geregend. Ondertussen luidt de regering dagelijks de noodklok met persconferenties en interviews over de watersnood. De minister van Milieu en Klimaatverandering, Christophe Béchu, heeft de prefecten opgeroepen het particuliere waterverbruik ‘zonder aarzelen’ te beperken.

    Frankrijk loopt erg achter

    De Franse senator François Bonhomme wilde weten welke maatregelen de regering beoogt om het hergebruik van afvalwater te bevorderen. Volgens hem wordt de techniek die het mogelijk maakt om afvalwater te recycleren en daarmee de zoetwaterconsumptie te beperken nog te weinig toegepast in Frankrijk. Slechts 1 procent van het afvalwater wordt gerecycleerd, ‘tegen 90 procent in Israël, 20 procent in Spanje en 8 procent in Italië’. In 2020 heeft de regering op een jaarlijkse waterconferentie het belang van het hergebruik bevestigd en verklaard voornemens te zijn om de hoeveelheid onconventioneel water tussen dan en 2025 te verdriedubbelen.

    Het aantal projecten in Frankrijk dat sinds 2017 experimenteert met het hergebruik van behandeld afvalwater voor irrigatie neemt toe, maar het laat nog altijd te wensen over. Natuurlijk, schrijft de senator, ‘heeft de wet van 10 februari 2020 inzake de strijd tegen verspilling en de circulaire economie het gebruik van nieuwe toepassingen van behandeld afvalwater mogelijk gemaakt, met name voor stedelijke doeleinden (reiniging van straten en wegen, brandweerdoeleinden, hogedrukreiniging van netwerken, kunstmatige aanvulling van grondwater), maar hooguit voor een periode van vijf jaar en op te beperkte schaal’. Met 8,4 miljard kubieke meter behandeld afvalwater per jaar in grootstedelijk Frankrijk, aldus het Franse Studie- en Expertisecentrum Cerema, is er toch een aanzienlijk potentieel.

    Aan banden gelegd

    In de regio van kapster Palasse is het watergebruik al sinds afgelopen zomer aan banden gelegd. Sindsdien mogen de bewoners hun tuinen niet meer besproeien, geen auto’s meer wassen en geen privézwembaden meer vullen – nog steeds relatief onschuldige verboden, maar ze brengen de bevolking in beroering. Palasse vertelt hoe zij en vele anderen dagelijks in de rij staan bij de supermarkt in het stadje om waterflessen in te slaan. Je weet maar nooit.

    Arlanc heeft evenals veel andere steden zijn fonteinen, die populair zijn bij toeristen, stopgezet. In de stad Saint-Zacharie, op 30 kilometer van Marseille, heeft geen van de zestien fonteinen sinds mei vorig jaar gedraaid. Het is onwaarschijnlijk dat ze het komende seizoen weer gaan sproeien: minister Béchu waarschuwde dat Frankrijk hoogstwaarschijnlijk een nog drogere zomer tegemoet gaat dan in 2022.

    Sommige gemeenten leggen nu al verdere verboden op om de noodtoestand het hoofd te bieden. Zo mogen in Fayence in Zuid-Frankrijk geen particuliere zwembaden meer worden aangelegd, en dat in een regio waar bijna elk huis in sommige wijken er een heeft: in totaal negentigduizend particuliere zwembaden in Fayence. Andere gemeenten zijn nog verder gegaan en hebben besloten gedurende minstens vier jaar helemaal geen nieuwe bouwvergunningen meer af te geven, zelfs niet voor huizen of flats. Hun argument is dat de huidige bevolking nu al nauwelijks van voldoende water kan worden voorzien.

    ‘De dorre zomer van 2022 heeft iedereen opgeschrikt’

    Tot nu toe heeft Frankrijk echter nog geen plan voor de aanpak van deze en toekomstige droogtes op de lange termijn. In sommige gemeenten – zoals in Arlanc – wordt het water ‘s nachts afgesloten. Afgelopen zomer al moesten vijfhonderd gemeenten worden bevoorraad met tankwagens, in andere gemeenten werd het water ’s nachts volledig afgesloten. Dat er zoveel gemeentes zijn getroffen, maakte minister van Klimaat Béchu pas deze week bekend. Tot dan toe, zo bekende hij aan de krant Le Monde, had zelfs in de hoofdstad niemand een helder idee van het aantal mensen en plaatsen dat gebrek had aan deze primaire levensbehoefte.

    Verantwoordelijk voor de uitzonderlijke droogte is het maandenlange gebrek aan regen, een verschijnsel van de klimaatcrisis. In veel zuidelijke regio’s, maar ook in Bretagne aan het Kanaal, viel de afgelopen zes maanden 30 tot 40 procent minder neerslag dan jarenlang het gemiddelde was. In veel gemeenten vielen de laatste druppels medio januari. Op een officiële kaart is te zien dat veel regio’s ten zuiden van Parijs donkerrood gekleurd zijn; zij lijden onder ‘extreme droogte’. Kijken we naar de neerslag van de afgelopen maand, dan pakt de historische vergelijking nog dramatischer uit: slechts één op de vijf regio’s in Frankrijk kreeg evenveel regen als normaal.

    ‘We zitten in een uitzonderlijk alarmerende situatie’, aldus hydroloog Hélène Michaux, afdelingshoofd bij het waterschap voor de Rhônevallei, het Middellandse Zeegebied en Corsica. Het is haar taak om gemeenten te helpen toekomstige watercrises te voorkomen. ‘Ik neem in alle gemeentehuizen veel bezorgdheid waar. De dorre zomer van 2022 heeft iedereen opgeschrikt’, zegt Michaux. De beperkingen die gemeenten nu moeten opleggen en de opgedroogde beekbeddingen zouden in het verleden alleen in de zomer zijn voorgekomen. De winterdroogte is een keerpunt voor Frankrijk.

    De meeste kansen liggen in de landbouw, die 50 procent van het totale waterverbruik gebruikt

    Hoe zouden langetermijnoplossingen eruit kunnen zien? Michaux ziet de meeste kansen liggen in de landbouw: 50 procent van het totale waterverbruik wordt daar gebruikt, vooral in het droge zuiden, waar veel boomgaarden, wijngaarden en maïsvelden worden besproeid. De boeren hebben hulp nodig om hun bodems te bedekken met natuurlijk materiaal of groenbemesters om ze te beschermen tegen verdamping en om over te schakelen op zuinige druppelsgewijze irrigatie. In deze zonnige gebieden is het ook belangrijk om de velden te beschaduwen, bijvoorbeeld met traditionele hagen of agrobosbouwsystemen waarbij fruit- of notenbomen de velden flankeren.

    Om de afname van het grondwater een halt toe te roepen, moeten steden de bodemverharding een halt toeroepen, zegt Michaux. Vanaf wegen en parkeerplaatsen stroomt het regenwater rechtstreeks naar de riolering of de rivieren, zonder dat het in de grond wegsijpelt en zo het grondwaterpeil hoog houdt. Voorkomen dat de grond wordt afgedicht is echter een moeilijke taak in de zuidelijke regio’s, die elk jaar meer inwoners en toeristen verwelkomen. ‘We staan voor enorme uitdagingen,’ aldus Michaux.

    Minder neerslag

    Volgens deskundigen is Frankrijk een van de landen die bijzonder getroffen zijn door de klimaatverandering. Het Intergovernmental Panel on Climate Change voorspelt tot tien procent minder neerslag voor het zuidwesten en zuidoosten van Frankrijk bij een opwarming van de aarde met twee graden Celsius. Bij een opwarming van vier graden kan tegen het jaar 2100 tot zo’n 40 procent van de neerslag verloren gaan (IPCC, 2021: Regional Fact Sheet Europe, PDF). Bovendien zal door de toenemende hitte ook meer water uit het landschap verdampen, waardoor de droogte nog zal verergeren.

    Frankrijk zal waarschijnlijk ook slechter af zijn dan Duitsland omdat Duitsland tussen twee klimaatgebieden ligt: Noord-Europa, waar klimaatonderzoekers meer regen verwachten, en het Middellandse Zeegebied, dat droger wordt en waartoe ook Frankrijk behoort. De regenverwachtingen voor Duitsland zijn daarom onzekerder dan voor het Middellandse Zeegebied, zei klimaatwetenschapper Peter Greve van het Climate Service Center Germany (GERICS) in een interview met ZEIT ONLINE.

    De regen die in de toekomst nog in Frankrijk zal vallen, zal waarschijnlijk op minder dagen per jaar vallen en vaker voorkomen in de vorm van stortbuien.

    In de herfst van 2020 leidde storm Alex tot een van de grootste overstromingen in Frankijrk

    Juist de regio die nu zo droog is, heeft in de herfst van 2020 een dergelijke gebeurtenis meegemaakt, toen de storm Alex leidde tot een van de grootste overstromingen van Frankrijk. In de valleien van de Vésubie en de Roya bij de Italiaanse grens stortten binnen enkele uren honderden liters water van de bergen naar beneden die huizen en mensen meesleurden.

    President Emmanuel Macron kondigde afgelopen najaar al een nationaal waterplan aan, dat eind maart gepresenteerd wordt. Nu al bereidt hij de bevolking erop voor dat ze in de toekomst met minder water zullen moeten leven. ‘De tijden van overvloed en het grote aanbod zijn voorbij’, zei Macron. Zijn regering benadrukte dat het beschikbare water eerlijk moet worden verdeeld om toekomstige conflicten te voorkomen. Tot nu toe is echter nog niet duidelijk geworden wie als eerste toegang krijgt tot grondwater en rivierwater. De landbouw, die bijna 50 procent van het water in Frankrijk gebruikt? De burgers? Of de industrie? Tot die laatste behoren zeker de zesenvijftig kerncentrales in het land.

    40 procent

    Volgens een rapport dat werd uitgebracht aan de vooravond van de VN-conferentie over water die van 22 tot 24 maart jongstleden zal het watertekort tot 2030 naar schatting oplopen tot 40 procent: ‘Tussen nu en 2030 is er 40 procent kans op een zoetwatertekort, met vooral ernstige gevolgen voor regio’s waar de hoeveelheid water toch al beperkt is’, bevestigen de auteurs. Het rapport bevat, volgens The Guardian, ‘voor het eerst een gedetailleerde studie over de wereldwijde watergesteldheid en een duidelijke uiteenzetting over de risico’s die we lopen’.

    In droge tijden moet Frankrijk dus niet alleen vrezen voor zijn gewassen, maar ook voor zijn energie: het land is voor ongeveer 70 procent afhankelijk van kernenergie. Nergens is de dichtheid van kerncentrales zo hoog als in dit land. Maar de kernreactoren moeten rivieren aftappen om hun reactoren te koelen. Het voor hen beschikbare rivierwater zal door de klimaatcrisis gemiddeld genomen minder worden. Op grond van een actuele prognose van haar bureau gaat hydroloog Michaux ervan uit dat de Rhône, de grootste rivier in Zuid-Frankrijk, waaraan vijf kerncentrales liggen, tegen 2050 gemiddeld tot 40 procent minder water zal afvoeren.

    Organismen en planten

    Bij lage rivierstanden en tijdens langere periodes van hitte warmt het vervoerde water ook meer op. Te warm water brengt dan weer levende organismen en planten in gevaar. Toch heeft de Franse nucleaire toezichthouder ASN afgelopen zomer de grenswaarde van de maximale temperatuur van het water dat uit de kerncentrales wordt teruggevoerd, domweg verhoogd.

    Dezelfde autoriteit heeft ook het energiebedrijf EDF opgeroepen om een concept te presenteren voor veilige kerncentrales in de klimaatcrisis. Want het land blijft afhankelijk van kernenergie: ondanks een aanzienlijk hoger aantal zonuren en twee kuststroken aan de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee die veelbelovend zijn voor windturbines, heeft het tot nu toe weinig geïnvesteerd in hernieuwbare energie en is het het enige land in de EU dat de doelstelling van 20 procent in 2020 niet heeft gehaald. In plaats daarvan wil president Macron tot 2035 nog zes kerncentrales bouwen.

    Op de dagen zonder leidingwater moet kapper Palasse zich behelpen

    Momenteel moeten de burgers echter op verschillende manieren van water worden voorzien. In Arlanc bijvoorbeeld vullen vijf tankwagens nu dagelijks de watertorens. Dat is duur en tijdrovend – en blijkbaar toch geen oplossing voor de lange termijn, want de buurgemeenten waar de watervoorraad vandaan komt, hebben al aangekondigd dat zij Arlanc binnenkort niet meer kunnen bevoorraden. Ook hun vraag naar water stijgt in de zomer en ze zouden veel water nodig hebben voor een bouwplaats die ze willen aanleggen.

    Op de dagen zonder leidingwater moet kapper Palasse zich behelpen. Ze knipt dan droge haren of wast een verfbeurt uit met behulp van plastic flessen vol water. ‘Ik kan toch niet eeuwig die flessen voor de hoofden van mijn klanten gebruiken, ik heb er tientallen van nodig’, zegt ze. Ze kan zich niet voorstellen hoe het in de zomer zal zijn, wanneer het droge en hete seizoen pas echt begint.

  • Heeft The Last of Us gelijk?

    Heeft The Last of Us gelijk?

    Microbiologen maken zich zorgen dat opwarming van de aarde gevaarlijke schimmels resistent zal maken.

    The Last of Us, een postapocalyptische televisiethriller, sloot onlangs het eerste seizoen af met een verbluffende finale. Maar als medicus en superfan van horror vond ik het begin van de serie opmerkelijker: een presentator van een talkshow uit de jaren zestig vraagt twee epidemiologen wat hen ’s nachts wakker houdt. ‘Schimmel,’ antwoordt een van hen.

    De epidemioloog maakt zich zorgen over Ophiocordyceps, een bestaande soort die het lichaam en het gedrag van mieren overneemt. Fast forward naar het centrale, fictieve gegeven van de serie: een mutatie van deze schimmel, die ontstond onder invloed van de opwarmende aarde, veroorzaakt een pandemie. Die nieuwe soort infecteert mensen en verandert hen in vraatzuchtige, zombie-achtige wezens wier lichaam wordt overgenomen door paddenstoelen.

    Schimmelepidemieën komen bij mensen bijna nooit voor, deels omdat een schimmel zelden van mens op mens wordt overgedragen, laat staan dat er zombies uit voortkomen. Veel waarschijnlijker is dat de volgende pandemie van een virus komt. Maar dat nieuwe bedreigingen van de gezondheid waarschijnlijker worden door klimaatverandering, is niet zo’n gek idee. Kan een in het milieu alomtegenwoordige schimmel veranderen in een voor mensen dodelijke ziekteverwekker? Ja, dat kan.

    Schimmelpathogenen

    Wetenschappers zoals ik vrezen dat klimaatverandering en vernietiging van het ecosysteem invloed hebben op ziekteverwekkende schimmels – oftewel schimmelpathogenen. De kans wordt groter dat ze besmettelijker worden en zich over grotere afstanden verspreiden, waardoor ze meer mensen bereiken. Candida auris bijvoorbeeld – een gist dat resistent is tegen medicijnen en dat dodelijk kan zijn voor gehospitaliseerde patiënten – heeft volgens sommige wetenschappers onder invloed van warmte het vermogen ontwikkeld om mensen te infecteren. Op 20 maart zei het Centers for Disease Control and Prevention (CDC – de Amerikaanse tegenhanger van het RIVM) dat Candida auris ‘zorgwekkend’ is en zich in ‘een alarmerend tempo’ heeft verspreid in zorginstellingen.

    Maar internationale pogingen om wereldwijd de bescherming van de gezondheid te verbeteren houden zelden rekening met schimmelpathogenen. Hoewel de risico’s toenemen, zijn we niet goed voorbereid en nemen we onvoldoende preventieve maatregelen. Er bestaan geen schimmelvaccins, diagnose is ingewikkeld en duur en er zijn niet genoeg geneesmiddelen om schimmelinfecties te bestrijden. En zolang de overheid geen onderzoek financiert om schimmelziekten beter aan te pakken en om de omgevingsfactoren die ze aanwakkeren te veranderen, blijven we kwetsbaar.

    Voor veel planten en dieren zijn schimmels een plaag. Fusariumverwelking, die bananenplanten verwoest en waarvoor nauwelijks behandeling bestaat, verspreidt zich wereldwijd en vormt een grote bedreiging voor de bananenindustrie, die een waarde van miljarden dollars vertegenwoordigt. Een infectie die bekendstaat als het witteneussyndroom doodde miljoenen vleermuizen in Noord-Amerika. Negentig soorten amfibieën stierven uit door chytridiomycose, een vreselijke ziekte waardoor kikkers hun huid verliezen.

    Mensen zijn grotendeels gevrijwaard gebleven van schimmeluitbraken. Dat komt doordat hun bloed 36,5 graden is, te warm voor veel schimmels om te overleven. Maar dat zou wel eens kunnen veranderen. Uit een studie van januari in het tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences blijkt dat hitte voor een evolutionaire groeispurt heeft gezorgd van de Cryptococcus deneoformans, een schimmel die mensen kan infecteren: bepaalde genetische mutaties zijn vervijfvoudigd. Dat betekent meer mogelijkheden om gevaarlijke aanpassingen te ontwikkelen, zoals hittetolerantie en resistentie tegen geneesmiddelen. In een ander laboratoriumonderzoek werd een schimmelsoort gekweekt en verwarmd waarvan bekend is dat hij insecten doodt. Binnen vier maanden konden twee stammen zich voortplanten bij 36 graden, terwijl de limiet eerst nog bij ongeveer 32 graden lag.

    Schimmels, de slimste opportunisten in de natuur, gebruiken verstoringen in hun voordeel

    Sommige microbiologen menen dat door klimaatverandering de schimmelevolutie in de natuur al aan het versnellen is. Hun theorie is dat door de opwarming van de aarde bepaalde stammen van Candida auris bij hogere temperaturen kunnen overleven. Deze gist brak door de warmtebarrière die voorheen de verspreiding beperkte, zodat die nu het vermogen heeft om warmbloedige vogels te besmetten – en vervolgens mensen die met deze vogels in aanraking komen.

    Een veranderend klimaat kan ook de overdracht van schimmelziekten doen toenemen. De micro-organismen zijn overal: op het aanrecht, in de achtertuin en in de lucht die we inademen. Systemische schimmelinfecties treden gewoonlijk op bij mensen met een slecht werkend immuunsysteem – kankerpatiënten, mensen die orgaantransplantaties hebben ondergaan en anderen – die sporen uit hun omgeving hebben ingeademd. Maar ook regionale uitbraken onder gezonde mensen baren steeds meer zorgen: overstromingen, wervelstormen en de rook van bosbranden creëren omstandigheden waarin schimmels gedijen en zich kunnen verspreiden.

    Lastofus2

    Het klinkt tegenstrijdig, maar ook droogte heeft dat vermogen. In het Amerikaanse zuidwesten is de aarde uitgedroogd door lange periodes zonder regen, met stofstormen als gevolg. Gevallen van Valley fever, ooit een zeldzame aandoening van de luchtwegen die wordt veroorzaakt door in de grond voorkomende schimmelsporen, zijn sinds 1998 bijna vertienvoudigd. De schimmel heeft zich inmiddels ook verspreid naar nieuwe gebieden, waaronder de staat Washington.

    Opwarming van de planeet maakt mensen ook kwetsbaarder. Zo leidt verminderde opbrengst van gewassen tot ondervoeding. Hittestress veroorzaakt nierziekten. Tegelijkertijd verhogen ontbossing, onvoldoende veiligheidsmaatregelen op boerderijen en commerciële handel in wilde dieren het risico van zogenaamde spillovers: virussen zoals ebola springen over van dieren op mensen. Schimmels, de slimste opportunisten in de natuur, gebruiken dergelijke verstoringen in hun voordeel. We zagen dit in de jaren tachtig, toen tegelijk met hiv – een virus dat ontstond door overloop – schimmelinfectie toenam. We hebben het ook recenter gezien, toen een unieke schimmelziekte duizenden mensen in India trof die immuniteit-onderdrukkende steroïden hadden gekregen als onderdeel van hun behandeling tegen corona.

    1,5 procent

    In oktober vorig jaar stelde de Wereldgezondheidsorganisatie voor het eerst een lijst op met ‘prioritaire schimmelpathogenen’. ‘Schimmelpathogenen vormen een grote bedreiging voor de volksgezondheid’, aldus de organisatie. De lijst is een belangrijk symbolisch gebaar, maar biedt artsen niet wat ze echt nodig hebben, namelijk betere bestrijdingsmiddelen. Er bestaan geen goedgekeurde vaccins tegen schimmelinfecties. Wereldwijd hebben veel landen onvoldoende capaciteit om bepaalde veelvoorkomende schimmelziekten te diagnosticeren. Zelfs in New York, waar ik patiënten behandel, kan het weken duren voordat de schimmelinfectie gediagnosticeerd is. Erger nog, veel schimmelpathogenen zijn nu al resistent tegen de weinige antischimmelmiddelen die er zijn.

    Voor een deel gaat het om een technische uitdaging: het is lastig om antischimmelmiddelen te ontwikkelen die niet ook onze cellen vernietigen. Maar we kunnen geen geneesmiddel ontwikkelen als we het niet proberen – en op dit moment is het onderzoek dat naar schimmels gedaan wordt rampzalig. Om een voorbeeld te geven: cryptokokken meningitis, een schimmelinfectie, doodt meer mensen dan bacteriële meningitis veroorzaakt door Neisseria meningitidis, en toch is er voor deze laatste aandoening meer dan drie keer zoveel onderzoeksgeld beschikbaar.

    Schimmelpathogenen staan gewoon niet op de radar van overheidsfondsen – slechts 1,5 procent van alle financiering voor onderzoek naar infectieziekten gaat naar deze ziekteverwekkers. Aangezien potentiële winsten beperkt zijn, zijn ook farmaceutische bedrijven weinig gemotiveerd om te investeren in onderzoek en ontwikkeling op dit gebied.

    Om de leemte op te vullen moeten volksgezondheidsinstanties hun steun voor de studie naar schimmelziekten verhogen, zoals ze onlangs ook deden voor Valley fever. Ook de Amerikaanse Biomedical Advanced Research and Development Authority (BARDA), die via publiek-private samenwerking vaccins en geneesmiddelen helpt ontwikkelen voor volksgezondheidscrises, zal er een prioriteit van moeten maken. Geen van de 83 initiatieven op de lijst van medische tegenmaatregelen die de website van BARDA vermeldt, is gericht op schimmelpathogenen. BARDA heeft wel aangekondigd de ontwikkeling van nieuwe antischimmelmiddelen te steunen.

    Deze tijd vraagt ook om nederigheid. In de jaren zestig dachten sommige prominente experts ten onrechte dat infectieziekten een afnemende bedreiging vormden. Maar de natuur zit vol verrassingen. Van 2012 tot 2021 deed ik bij CDC onderzoek naar uitbraken. Mijn collega’s en ik onderzochten ebola, hondsdolheid, pokken- en coronavirussen, en we konden van dichtbij zien hoe op de meest gruwelijke en onverwachte manieren ziekten ontstonden als gevolg van de wijze waarop mensen omgaan met dieren en het milieu. Hoe verwoestend deze ziekten zijn ontdekken we vaak pas als we ons midden in een regelrecht rampscenario bevinden. Tot nu toe is slechts 5 procent van de naar schatting 1,5 miljoen schimmelsoorten geïdentificeerd: misschien zijn schimmels wel de grote blinde vlek van de volksgezondheid.

    Onze gezondheid is afhankelijk van een delicaat ecologisch evenwicht. Dat evenwicht bewaren, door af te stappen van fossiele brandstoffen om zo klimaatverandering te vertragen, natuurverlies te stoppen en virale spillovers te voorkomen, is misschien wel onze beste hoop om een ware schimmelhorrorshow te voorkomen.

  • EU neemt wet aan om CO2-uitstoot van auto’s tot nul te reduceren

    EU neemt wet aan om CO2-uitstoot van auto’s tot nul te reduceren

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Negen militairen omgekomen bij aanval ELN op leger Colombia

    » Paus Franciscus in ziekenhuis met luchtweginfectie

    Vanaf 2035 moeten nieuwe auto’s een nuluitstoot hebben

    Landen van de Europese Unie hebben dinsdag een baanbrekende wet goedgekeurd om ervoor te zorgen dat alle nieuwe auto’s die vanaf 2035 worden verkocht geen CO2 meer uitstoten. De overeenkomst werd wekenlang vertraagd nadat Duitsland had gevraagd een uitzondering te maken voor auto’s die op e-brandstoffen rijden, schrijft de BBC. Vanaf 2030 moeten nieuwe auto’s 55 procent minder CO2 uitstoten dan in 2021.

    E-brandstoffen zouden koolstofneutraal zijn omdat daarbij gebruik wordt gemaakt van opgevangen CO2-emissies om de CO2 te compenseren die vrijkomt wanneer de brandstof in een motor wordt verbrand. Verwacht werd dat de nieuwe wet de verkoop van auto’s met verbrandingsmotor in de EU vanaf 2035 onmogelijk zou maken. Doordat Duitsland echter deze vrijstelling erdoorheen heeft geloodst, kunnen mensen deze auto’s blijven kopen, terwijl e-brandstoffen nog niet op grote schaal worden geproduceerd.

    ‘Het is duidelijk waar we heen willen: in 2035 moeten nieuwe auto’s en bestelwagens een uitstoot van nul hebben’

    Personenauto’s en bestelwagens zijn volgens de Europese Commissie verantwoordelijk voor respectievelijk ongeveer 12 en 2,5 procent van de totale EU-uitstoot van CO2, het belangrijkste broeikasgas. Eerder deze maand waarschuwden de VN dat de doelstelling om de stijging van de temperatuur wereldwijd te beperken tot 1,5 graden Celsius waarschijnlijk niet zal worden gehaald.

    De Duitse minister van vervoer Volker Wissing zei dat de overeenkomst van dinsdag ‘belangrijke opties voor de wereldbevolking mogelijk maakt op weg naar klimaatneutrale en betaalbare mobiliteit’. Frans Timmermans, hoofd klimaatbeleid van de EU, voegde daaraan toe: ‘Het is duidelijk waar we heen willen: in 2035 moeten nieuwe auto’s en bestelwagens een uitstoot van nul hebben.’

    Lees ook:

  • Moeten rijke landen meebetalen aan de klimaatrekening van Pakistan?

    Moeten rijke landen meebetalen aan de klimaatrekening van Pakistan?

    Pakistan heeft steeds vaker te maken met extreme weersomstandigheden als gevolg van de klimaatverandering, waar de rijke, vervuilende landen een groot aandeel in hebben. In hoeverre is het de plicht van deze landen om Pakistan uit het slop te trekken?

    Na maandenlang in een kamp voor ontheemden te hebben gewoond, zijn Rajab en Jado bezig met het heropbouwen van hun huis, waarvan ze nu al weten dat het er niet lang zal staan. Het echtpaar sleept kruiwagens met modder door kale velden en stilstaand water – sombere herinneringen aan de historische overstromingen die vorig jaar hun dorp Khoundi in het zuiden van Pakistan wegspoelden. Met de modder smeren ze de muur in die hun half afgebouwde bakstenen bungalow en geïmproviseerde tenten van zeildoek omringt.

    ‘We hebben niet genoeg geld om cement of goede bakstenen te kopen,’ zegt Rajab, wiens gezin van twaalf personen het met één maaltijd per dag moet doen. ‘We weten dat dit ook weer plat zal gaan. Maar wat moeten we anders doen?’

    Pakistan met zijn 230 miljoen inwoners lijdt nog steeds onder de overstromingen van juni en oktober 2022. De overstromingen, nog eens verergerd door de klimaatverandering, hebben naar schatting 30 miljard dollar schade en economische verliezen veroorzaakt, miljoenen huizen en boerderijen verwoest en het land – dat het financieel toch al moeilijk had – aan de rand van de afgrond gebracht.

    Tijdens de wederopbouw is Pakistan een testcase voor vragen van toenemend mondiaal belang: hoe herstellen kwetsbare landen van de verwoestingen die worden aangericht door steeds frequentere en extremere weersomstandigheden, landen die zelf amper bijdroegen aan de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen? En: in welke mate moeten vervuilende rijke landen hen helpen?

    Wederopbouwplan

    Deze vragen overheersten de COP27-klimaattop in november, waar bijna tweehonderd landen instemden met de oprichting van een fonds om de ‘verliezen en schade’ ten gevolge van de opwarming van de aarde te financieren. Hoe het fonds precies moet functioneren, moeten de mondiale onderhandelaars nog uitwerken. Intussen bracht Pakistan op een conferentie in Genève afgelopen januari eigenhandig 9 miljard dollar aan leningen en andere financiering bijeen, bedoeld voor herstel, wederopbouw en klimaatbestendigheid.

    Of donoren bereid zullen zijn om landen of kleine eilandstaten die de dupe zijn van klimaatverandering financieel te ondersteunen, hangt af van het wederopbouwplan. Volgens de Pakistaanse regering is pas over vijf tot zeven jaar te zien of het succesvol is geweest. Maar Pakistan nu al voorzien van klimaatfinanciering ligt ingewikkeld, niet in het minst vanwege de aanhoudende politieke instabiliteit en het economische wanbeheer in het land. Er is simpelweg geen garantie dat het geld goed wordt besteed.

    Pakistan is regelmatig afhankelijk van internationale reddingsoperaties. Premier Shehbaz Sharif probeert momenteel een tranche van een miljard dollar los te krijgen uit een IMF-leningsprogramma van 7 miljard dollar. Broodnodig, zeggen analisten, anders gaat het land failliet. De buitenlandse reserves zijn gedaald tot ongeveer 3 miljard dollar, wat minder is dan de waarde van wat er in een maand geïmporteerd wordt.

    Pakistan is bereid de klimaatverandering op lange termijn aan te pakken, maar wordt ook geconfronteerd met overweldigend veel problemen die direct moeten worden opgelost. Er is een groeiend tekort aan voedsel, brandstof en andere basisbehoeften. De armoede neemt toe en miljoenen mensen in de door overstromingen getroffen gebieden lijden honger, zitten zonder school of zijn ontheemd. Mensen als Rajab en Jado, die profiteren van een proefproject van Islamic Relief en het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties, hebben geen tijd te verliezen nu het volgende regenseizoen alweer voor de deur staat.

    Pakistaanse autoriteiten en donoren proberen ook verder vooruit te kijken en geld te steken in projecten om toekomstige klimaatschokken op te vangen. Voorbeelden variëren van betere systemen voor vroegtijdige waarschuwing tot – in het geval van het proefproject in Khoundi – toiletten die op verhogingen worden gebouwd om verontreiniging tijdens overstromingen te bestrijden.

    ‘De uitdaging is om voor de klimaatrisico’s een langetermijnstrategie te bedenken en uit te voeren,’ zegt Alexandre Magnan, senior research fellow bij het Instituut voor duurzame ontwikkeling en internationale betrekkingen. ‘Het is de verantwoordelijkheid van nationale beleidsmakers en wellicht ook van regionale en internationale partners om daarop aan te dringen. We hebben echt voorbeelden nodig die aantonen dat het haalbaar is.’

    De meest geavanceerde economieën van de wereld hebben zich lang verzet tegen het idee om ‘verlies en schade’ te financieren

    De wereld is sinds het pre-industriële tijdperk al met ongeveer 1,1°C opgewarmd, en wetenschappers waarschuwen dat elke verdere stijging zal leiden tot meer frequente en extremere weersomstandigheden. Ze zullen vaak plaatsvinden in ontwikkelingslanden die niet over de middelen beschikken om zich te herstellen na overstromingen, branden of orkanen.

    Of en hoe rijke landen de armere landen moeten helpen om dergelijke verwoestingen het hoofd te bieden, blijft een open vraag. De meest geavanceerde economieën van de wereld hebben zich lang verzet tegen het idee om ‘verlies en schade’ te financieren, omdat zij vrezen dat dit een stilzwijgende erkenning van schuld betekent.

    Dat standpunt werd in 2022 onhoudbaar, mede door de druk die de overstromingen in Pakistan veroorzaakten. Volgens Animesh Kumar, hoofd van het VN-bureau voor Risicobeperking bij Rampen, gevestigd in Bonn, was dat ‘een openbaring’ die duidelijk maakte dat de wereld niet is voorbereid op komende klimaatcrises. Volgens een studie van de World Weather Attribution-groep waren de moessonregens in het land vorig jaar tot 50 procent heviger dan ze zonder klimaatverandering zouden zijn geweest.

    Op het hoogtepunt van de ramp werden 33 miljoen mensen en meer dan de helft van de districten getroffen. In Sindh, de zwaarst getroffen provincie, waarin Khoundi ligt, gingen de meeste rijst-, katoen- en suikerrietoogsten verloren. De overstromingen schaadden het bruto binnenlands product van Pakistan vorig jaar met minstens 2,2 procent, schat de Wereldbank.

    Het verlies- en schadefonds waarover tijdens COP 27 overeenstemming werd bereikt, is een doorbraak. Maar welke landen eraan zullen bijdragen, is nog niet definitief vastgesteld. Over dat thema zal de komende maanden worden gestreden. Het is onwaarschijnlijk dat nog dit jaar een besluit wordt genomen. Landen, waaronder EU-leden, vragen zich af of bijvoorbeeld China en Saoedi-Arabië hun steentje zullen bijdragen. Ondanks hun groei van de afgelopen dertig jaar worden ze in het VN-systeem aangemerkt als ontwikkelingsland.

    Cyclus

    Veel landen zeggen dat het niet alleen aan de regering is om de rekening te betalen. Ze roepen multilaterale ontwikkelingsbanken op om meer steun te verlenen aan verarmde landen die te lijden hebben onder klimaatschokken. Met name de Wereldbank, waarvan de president in februari onverwacht zijn ontslag aankondigde, staat onder druk om haar activiteiten te herzien en het klimaat in haar ontwikkelingswerk te integreren.

    Een andere hindernis is het becijferen van de omvang van de verwachte verwoesting. Onderzoekers van het Basque Centre for Climate Change schatten dat ontwikkelingslanden in 2030 een verlies van 580 miljard dollar zouden kunnen lijden. Alleen al in de eerste helft van 2022 waren er in 79 landen minstens 187 natuurgerelateerde rampen die meer dan 40 miljard dollar schade veroorzaakten, aldus de internationale rampendatabase Em-Dat.

    Als ze niet meer financiële hulp krijgen, dreigen ontwikkelingslanden verstrikt te raken in een cyclus van rampen en armoede. Op het Wereld Economisch Forum in Davos in januari waarschuwde Sherry Rehman, de Pakistaanse minister voor Klimaatverandering, voor ‘de valstrik van herstel’. Heropbouw kost tijd en geld, zei ze, en ‘tegen de tijd dat je ermee klaar bent, kijk je al tegen de volgende crisis aan’.

    Hoe het herstelgeld eerlijk verdeeld wordt is een politiek beladen discussie. ‘Gaat het geld naar mensen die het meest hebben verloren of naar hen die niets te verliezen hadden?’ vraagt bijvoorbeeld Daniel Clarke, directeur van het Centre for Disaster Protection.

    Pakistan schat dat het ongeveer 16 miljard dollar nodig heeft voor herstel. In Genève kreeg het meer dan de helft daarvan van internationale donoren, waaronder de Islamitische Ontwikkelingsbank, de Wereldbank en USAID. ‘Die financiële toezeggingen waren groter dan we dachten,’ zegt Knut Ostby, regionale vertegenwoordiger van het VN-ontwikkelingsprogramma in Pakistan. ‘Nu is het tijd om er vervolg aan te geven.’

    Veel van het geld bestaat in de vorm van leningen en die zijn eerder gekoppeld aan de financiering van specifieke projecten dan aan begrotingssteun. De Wereldbank is bijvoorbeeld van plan ongeveer 2 miljard dollar uit te lenen voor de heropbouw van huizen en de verbetering van irrigatie, naast andere projecten in Sindh.

    De snelheid van financiering verschilt van donor tot donor en dat leidt tot frustraties en cruciale vertragingen bij gemeenschappen die er het meest behoefte aan hebben.

    Uitbetaling is vaak ook onderhevig aan verlammende vertragingen, soms tot afstel

    In het district Dadu, waar Khoundi ligt, moeten de grootschalige wederopbouwwerkzaamheden nog beginnen. Het dorp Ibrahim Chandio ligt in puin. De vroegere bewoners wonen nu in tenten in de buurt en het ziet er niet naar uit dat daar binnenkort verandering in komt. De ontheemding maakt hun situatie netelig. Boeren hebben moeite om gewassen te verbouwen op de overstroomde grond en gezinnen hebben te weinig geld voor voedsel.

    Syed Murtaza Ali Shah, de hoogste lokale districtsambtenaar, zegt dat de autoriteiten een aantal wegen en dijken willen versterken om te voorkomen dat ze doorbreken, maar dat ze daar nog niet de middelen voor hebben. ‘De volgende moesson kan zwaarder zijn dan deze,’ zegt hij. Wat nu gedaan wordt is ‘een noodoplossing…  Iemand bouwt vijftig huizen, iemand anders er probeert tien te bouwen – met wat er ook maar beschikbaar is’.

    Sommige deskundigen, zoals Ali Tauqeer Sheikh, adviseur op het gebied van klimaatverandering in Islamabad, zijn op hun hoede voor ‘toegezegde’ fondsen. Geld voor bestaande programma’s wordt een tweede keer geteld.

    Uitbetaling is vaak ook onderhevig aan verlammende vertragingen, soms tot afstel, omdat op papier bedachte projecten in de praktijk moeilijk van de grond komen. Hoewel fondsenwerving voor Pakistan ‘een zeer belangrijk onderdeel’ is, aldus Sheikh, ‘kan het antwoord [op de vraag waar het geld naartoe gaat] in de praktijk nogal complex zijn’.

    Crisis na crisis

    Al vóór de overstromingen verkeerde Pakistan in een crisis.

    De inflatie is sterk gestegen: de prijsindex van dagelijkse artikelen steeg vorige week op jaarbasis met 41 procent. Vanwege de komende verkiezingen zijn Sharif en zijn regering verwikkeld in venijnig politiek gekibbel met rivaal Imran Khan, die vorig jaar werd afgezet als premier en onlangs een moordaanslag overleefde. De dreiging van gewelddadig extremisme neemt toe. Bij een bomaanslag op een moskee in januari kwamen ongeveer honderd mensen om.

    De regering van Sharif voert aan dat zij vanwege de overstromingen moet worden vrijgesteld van een aantal van de bezuinigingsvoorwaarden die het IMF wil opleggen om de leningen te hervatten. Die voorwaarden, waarschuwt ngo Human Rights Watch, ‘raken de mensen het hardst die al het zwaarst getroffen zijn’.

    ‘Geen enkel land is zo hard getroffen als Pakistan met deze klimaatramp van 30 miljard dollar,’ zegt Ahsan Iqbal, de Pakistaanse minister van Planning. ‘Het moge duidelijk zijn dat de economie niet zit te wachten op nog meer schokken.’

    Toch zeggen critici in binnen- en buitenland dat Pakistan veel van zijn problemen aan zichzelf te danken heeft. Volgens hen gaven opeenvolgende zwakke regeringen voorrang aan politiek gemotiveerde uitgaven op korte termijn. Importvriendelijk beleid heeft de rijken onevenredig bevoordeeld. Autoriteiten traden ook hard op tegen ngo’s, wat volgens critici het maatschappelijk middenveld heeft belemmerd in zijn vermogen om te reageren op crises.

    Bovendien is het politieke systeem gedestabiliseerd door het machtige leger, dat lange tijd controle uitoefende achter de schermen. Op de corruptieperceptie-index van Transparency International staat Pakistan op plek 140 van de 180 landen.

    ‘Onze samenleving is zeer elitair,’ zegt Miftah Ismail, die minister van Financiën was en in september aftrad. ‘De elite is blij met de status quo… In de politiek gaat het erom dat iedereen aan de macht wil komen, en de natie betaalt daar een hoge prijs voor.’

    In haar blauwdruk voor de wederopbouw erkent de Pakistaanse regering dat institutionele hervormingen nodig zijn. Er moeten bijvoorbeeld betere bouwvoorschriften gemaakt worden om te voorkomen dat er onveilig gebouwd wordt. Er moet een controlesysteem door derden worden opgezet dat erop toeziet dat het geld goed terechtkomt.

    Maar de dagen van Sharif als premier lijken geteld. Als de verkiezingen later dit jaar vrij verlopen dan wint Khan, aldus de voorspelling van veel analisten. En ook al heeft Khan het belang van klimaatbestendigheid onderschreven, plannen voor de lange termijn overleven moeilijk vanwege de veelvuldige en turbulente machtswisselingen in het land.

    Er zijn ongeveer tachtig kinderen ingeschreven, maar slechts vijftien tot twintig kinderen gaan elke dag naar school

    ‘Geld alleen is niet genoeg,’ zegt de Duitse klimaatgezant Jennifer Morgan. ‘Het is van cruciaal belang dat er in de ontvangende landen bestuursstructuren en -processen zijn die ervoor zorgen dat het geld terechtkomt bij de mensen die dat het hardst nodig hebben. Hoe zorgen we ervoor dat de middelen daadwerkelijk op lokaal niveau worden ingezet? Dat is een belangrijke vraag bij schade.’

    Sommige deskundigen in Pakistan zijn weinig optimistisch. Slechte relaties tussen rivaliserende federale, provinciale en districtsregeringen kunnen verhinderen dat de middelen bij projecten terechtkomen en echte veranderingen teweegbrengen. ‘Komen deze fondsen aan? In hoeverre zijn [lokale] overheidsstructuren veerkrachtig genoeg om geldstromen te faciliteren op een transparante manier?’ vraagt bijvoorbeeld Nausheen Anwar, deskundige op het gebied van stadsplanning aan het Institute of Business Administration in Karachi.

    Ook bestaat het risico dat slecht geplande of uitgevoerde projecten onbedoeld problemen in de toekomst veroorzaken, iets wat door sommige onderzoekers maladaption [‘slechte aanpassing’] wordt genoemd. In februari bijvoorbeeld organiseerden plaatselijke activisten in Badin, in Sindh, een conferentie over het decennia oude, deels door de Wereldbank gefinancierde, Left Bank Outfall Drain-project. Het [kanaal] kreeg barsten waardoor volgens de activisten de overstromingen werden verergerd. Een onafhankelijke inspectie in 2006 stelde talrijke ‘tekortkomingen’ vast in dit project dat een miljard dollar had gekost.

    Nergens is de desillusie groter dan in de gebieden die door de overstromingen getroffen zijn. De enige overheidsschool van het dorp Khoundi is een ruïne sinds het jaar 2010, het zoveelste met rampzalige overstromingen in de regio. De achtendertigjarige leraar Imdad Ali geeft nu op een bankje buiten les aan een handvol leerlingen. Er zijn ongeveer tachtig kinderen ingeschreven, maar slechts vijftien tot twintig kinderen gaan elke dag naar school, volgens de plaatselijke bewoners. De anderen gaan of naar een plaatselijke ngo-school of blijven thuis. Pakistan heeft het op een na hoogste aantal kinderen ter wereld dat niet naar school gaat: 23 miljoen.

    Bitter

    Sindh is de basis van de Bhutto-dynastie, wiens Pakistaanse People’s Party deel uitmaakt van de regeringscoalitie. Maar mensen hebben daar weinig vertrouwen in, evenals in andere partijen. ‘Er zijn geen faciliteiten, geen stoelen, geen tafels,’ zegt Ali. ‘We hebben meerdere keren om hulp gevraagd. Maar die komt niet.’

    Een wetenschappelijk artikel over de herstelpogingen van 2010, gepubliceerd in 2020 in het International Journal of Disaster Resilience in the Built Environment, concludeert dat ‘het lokale bestuur is teruggekeerd naar zijn dagelijkse routine, zonder programma’s die de veerkracht van de gemeenschap versterken of herstel op lange termijn aanbrengen’.

    Sobia Kapadia, een architect die tien jaar geleden hielp met het herstel, zegt dat de plannen dit keer om ‘vastberadenheid tot verandering’ vragen. Ook acht ze een ‘volledige [revisie] van bestaande systemen’ noodzakelijk om de omgangsvormen tussen lokale en federale autoriteiten te veranderen. Zo moet de balans tussen macht en middelen anders afgesteld worden.‘Tenzij en totdat je dingen op fundamenteel niveau aanpakt, met de gemeenschap, zal er niets veranderen,’ voegt ze eraan toe.

    Weinig inwoners geloven erin. Sommigen lachen bitter op de vraag of zij verwachten dat hun woonplaats ooit bestand zal zijn tegen klimaatschokken.

    Nazeer Hussain, een drieënveertigjarige graanmolenaar in Khoundi, zegt dat de leiders van het land er alleen op uit zijn om zichzelf van macht te verzekeren. ‘We hoorden in de media dat de regering vergaderde [om geld in te zamelen] voor de bouw van huizen en schuilplaatsen,’ voegt hij eraan toe. ‘Maar de kans daarop is nul.’

    Lees ook:

  • Wetenschappers luiden noodklok over klimaatverandering

    Wetenschappers luiden noodklok over klimaatverandering

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Xi en Poetin bespreken Chinees vredesplan voor oorlog in Oekraïne

    » Biden gebruikt voor het eerst zijn veto om Republikeinse wet te blokkeren

    ‘Kom nu in actie of het is te laat’, aldus IPCC-rapport

    Wetenschappers hebben een ‘laatste waarschuwing’ afgegeven over de klimaatcrisis, nu de stijgende uitstoot van broeikasgassen de wereld tot op de rand brengt van onherstelbare schade, die alleen door snelle en drastische maatregelen kan worden afgewend, schrijft The Guardian.

    De Intergouvernementele Werkgroep inzake Klimaatverandering (IPCC), bestaande uit ’s werelds meest vooraanstaande klimaatwetenschappers, heeft maandag het laatste deel van zijn zesde evaluatierapport gepubliceerd. Honderden onderzoekers hebben acht jaar gewerkt aan dit uitgebreide overzicht van de menselijke kennis over de klimaatcrisis. Het rapport beslaat duizenden pagina’s, maar komt neer op één boodschap: ‘kom nu in actie of het is te laat’, aldus de Britse krant.

    Extreem weer als gevolg van klimaatverandering heeft in alle regio’s geleid tot meer doden door toenemende hittegolven, de verwoesting van miljoenen levens en huizen door droogte en overstromingen, een hongersnood waar miljoenen mensen onder lijden en ‘in toenemende mate onomkeerbare verliezen’ in vitale ecosystemen, zo valt te lezen in het rapport.

    Het is niet meer de vraag of de de wereldwijde temperatuurstijging de grens van 1,5 graden zal overschrijden

    Volgens Kaisa Kosonen, klimaatdeskundige bij Greenpeace International, is ‘dit rapport absoluut een laatste waarschuwing om een mondiale temperatuurstijging van 1,5 graden Celsius te voorkomen. Als regeringen gewoon doorgaan met hun huidige beleid, zal het resterende koolstofbudget opgebruikt zijn vóór het volgende IPCC-rapport’, dat in 2030 verschijnt.

    Voor Peter Thorne, de directeur van het Icarus Klimaatonderzoekscentrum van de Maynooth-universiteit in Ierland, is het niet meer de vraag of de wereldwijde temperatuurstijging volgend jaar de grens van 1,5 graden zal overschrijden. ‘We zullen, bijna ongeacht het gegeven uitstootscenario, in de eerste helft van het volgende decennium 1,5 graden bereiken. De echte vraag is of onze collectieve keuzes betekenen dat we stabiel rond de 1,5 graden blijven hangen of door de 1,5 graden heen knallen, 2 graden bereiken en zo doorgaan.’

    Lees ook:

  • ‘Klimaatneutraal voedsel is een farce’

    ‘Klimaatneutraal voedsel is een farce’

    Steeds meer consumenten vragen zich af hoe schadelijk hun voedsel is voor het klimaat. Maar de informatie van fabrikanten is vaak niet transparant. Sommige spreken zelfs van ‘klimaatneutrale’ steaks of ‘klimaatpositieve’ babyvoeding. Niets anders dan greenwashing, aldus journalist Silvia Liebrich.

    De exotische mango heeft een glansrijke carrière achter de rug. Hij is naast zoet en sappig ook nog eens heel gezond – een superfood dus. In amper twintig jaar tijd heeft de tropische globetrotter een plek in de schappen van de supermarkt veroverd. Wat de consument in zijn winkelwagentje legt, komt meestal uit Zuid-Amerika, Zuid-Afrika of Thailand, en sinds kort ook uit Spanje en Italië – dankzij de opwarming van de aarde.

    Hier begint het probleem. Steeds meer consumenten vragen zich af hoe schadelijk hun voedsel is voor het klimaat. Wat veroorzaakt meer CO2? De mango uit Thailand die de halve wereld heeft afgereisd op een door diesel aangedreven containerschip, of het fruit uit Spanje dat tegen hoge kosten moet worden bevloeid? En hoeveel meer CO2 veroorzaakt een ingevlogen mango uit Brazilië, die – het moet gezegd – qua smaak moeilijk te overtreffen is? Kopers zoeken tevergeefs naar informatie.

    Voor één vrucht moeten een heleboel gegevens worden verzameld om een betrouwbare CO2-balans op te kunnen stellen. Welke machines worden op de plantage gebruikt, welke pesticiden en meststoffen? Levert de zon of een kolencentrale de energie voor de koelcel? En hoe zit het met verpakking, transport en logistiek? Het wordt nog ingewikkelder wanneer de mango belandt in yoghurt, ijs of een kant-en-klare Aziatische saus. Consumenten weten dat weinig of geen vlees eten hun eigen CO2-afdruk aanzienlijk verbetert. Maar dat alleen is niet genoeg. Uit studies blijkt dat veel mensen het klimaateffect van verschillende levensmiddelen verkeerd inschatten. Ze zien een bio-label ten onrechte als indicatie van klimaatvriendelijkheid.

    ‘Klimaatneutraal’

    Consumenten hebben betrouwbare informatie nodig, willen ze hun klimaatvoetafdruk kennen en kunnen naleven. Alleen voedingsleveranciers kunnen die informatie geven. Dit betekent dat de industrie en handel in voeding, net als andere sectoren, de komende jaren een enorm probleem moeten oplossen. Om de klimaatdoelstellingen te halen, moet de CO2-voetafdruk in de hele toeleveringsketen aanzienlijk worden verminderd. Duitsland wil in 2045 een redelijk klimaatneutrale economie hebben. De complete voedingssector – van land tot keukentafel en vuilnisbak – is goed voor 40 procent van de totale uitstoot in de Europese Unie. Er moet dus heel wat aan gesleuteld worden.

    De balans opmaken voor afzonderlijke levensmiddelen is een enorme uitdaging en gaat gepaard met fouten – zoveel is nu al duidelijk.

    De ‘klimaatneutrale’ biefstuk of zelfs ‘klimaatpositieve’ babyvoeding die het etiket belooft, is niets anders dan greenwashing. Zo’n label verdoezelt het feit dat geen enkel levensmiddel echt klimaatneutraal kan worden geproduceerd. In het beste geval worden producten ‘klimaatneutraal’ gemaakt doordat hun uitstoot wordt gecompenseerd met het planten van bomen. Met twijfelachtige uitkomst, want het is eenvoudigweg niet mogelijk om goed te voorspellen hoeveel CO2 dergelijke bossen op lange termijn daadwerkelijk opslaan. Geschikte gebieden zijn sowieso schaars. Bovendien blijken herbebossingsprojecten bij nader inzien een fabel te zijn. En zelfs als alles volgens het boekje verloopt, vormen natuurkrachten en menselijke roofbouw onvoorspelbare variabelen.

    Tot nu toe is het klimaatlabel op voedselverpakkingen vooral een reclameboodschap

    Het label ‘klimaatneutraal’ is al helemaal een farce als bedrijven niet transparant maken hoe ze aan hun cijfers komen en tegelijkertijd nauwelijks iets doen om hun CO2-uitstoot in de hele toeleveringsketen te verminderen. Winkelketens als Rewe en Rossmann trokken hun labels in na kritiek van consumentenvoorvechters en een shitstorm in sociale media. De belangrijkste brancheorganisatie, de Bundesvereinigung der Deutschen Ernährungsindustrie, waarschuwt leden nadrukkelijk dat bedrijven zich met hun beloftes blootstellen aan greenwashing.

    Tot nu toe is het klimaatlabel op voedselverpakkingen vooral een reclameboodschap waarvan de consument het waarheidsgehalte niet kan controleren. Er ontbreken algemeen geldende normen voor beloftes over klimaatbescherming. De EU-Commissie wil die tekortkoming wegwerken met regels die vergelijkbaar zijn met de zogenaamde Health Claims van ruim vijftien jaar geleden. Het geschil over die voedings- en gezondheidsclaims sleepte zich jarenlang voort, en een soortgelijke situatie kan zich ook voordoen bij de klimaatbeloftes op voedingsmiddelen.

    Consumenten zijn daar niet mee geholpen. Zij hebben behoefte aan betrouwbare informatie over hoeveel broeikasgas de koekjes, chips, worst of melk in hun winkelwagentje daadwerkelijk veroorzaken, bij voorkeur uitgesplitst naar porties of gewicht. Informatie op de verpakking verwijst vaak naar honderd gram; een CO2-vermelding kan daar gemakkelijk aan worden toegevoegd. De lezer krijgt geleidelijk aan een gevoel voor verhoudingen, wat een positief neveneffect is. Wie leert dat koemelk vier keer zo veel CO2 produceert als havermelk, kiest misschien vaker voor het plantaardige alternatief.

    De Europese Unie wil het tempo van klimaatmaatregelen opvoeren

    De voedingsindustrie moet zich aan deze eisen aanpassen. Zij heeft duurzame oplossingen nodig voor een klimaatvriendelijker toekomst. Elk bedrijf zal inspanningen moeten leveren om te hervormen en moet dat holistisch aanpakken. Grote bedrijven zoals Nestlé, maar ook enkele kleinere producenten, zijn al aan het herstructureren en hebben zichzelf duidelijke klimaatdoelstellingen opgelegd. Maar het grootste deel van de industrie staat nog aan het begin van deze transformatie. Die zal alleen slagen als het klimaatprobleem de chefsache wordt: het centrale criterium bij elke bedrijfsbeslissing. Alleen wie zijn processen tot in de puntjes kent, kan uitstoot effectief verminderen.

    De politieke druk om te handelen neemt toe: de Europese Unie wil het tempo van klimaatmaatregelen opvoeren en voor steeds meer emissies een CO2-toeslag opleggen. Economische activiteiten die schadelijk zijn voor het klimaat worden een kostenfactor, waardoor voedsel voor de consument uiteindelijk nog duurder wordt. Bedrijven die hun CO2-voetafdruk onder controle hebben, zijn in het voordeel. De CO2-toeslag krijgt dus een sturende functie.

    Bedrijven moeten waar mogelijk hun eigen uitstoot verminderen. De belangrijkste hefboom hierbij is de energievoorziening. Wie overschakelt op hernieuwbare energiebronnen staat er al beter voor. Wie goed naar het productieproces kijkt, ziet nieuwe mogelijkheden om te besparen. Wie zijn werknemers daarbij betrekt, wint op twee manieren. Creatieve oplossingen en samenwerking worden gestimuleerd. Wie werkt er niet graag voor een baas die klimaatmaatregelen serieus neemt? Zo wordt het ook nog eens gemakkelijker om geschoold personeel – dat schaars is – te werven.

    Stap voor stap

    Er moet wel een enorme hoeveelheid gegevens worden verzameld en geanalyseerd voor elk product en de ecologische voetafdruk. Dat baart veel levensmiddelenbedrijven zorgen. Vertegenwoordigers van de industrie benadrukken vaak dat dit onredelijk is en voor veel bedrijven eenvoudigweg niet te financieren valt. Maar wie dat beweert, sluit zijn ogen voor de veranderingen die er hoe dan ook aankomen. Bovendien verwacht niemand dat bedrijven van de ene op de andere dag een perfecte klimaatbalans presenteren; de transformatie kan alleen geleidelijk tot stand worden gebracht. Die begint meestal op het hoofdkantoor en wordt dan stap voor stap uitgebreid tot de hele toeleveringsketen.

    Daarnaast moeten fabrikanten ook het voedsel dat zij produceren analyseren en balanceren. Digitalisering is daarbij een cruciaal instrument. Particuliere dienstverleners zoals de start-up Eaternity bouwen steeds grotere databanken met CO2-gegevens voor allerlei soorten voedsel. Zelfs exotische specerijen worden geïnventariseerd en individueel geëvalueerd naar herkomst en productieomstandigheden. Dergelijke programma’s zijn gebaseerd op wetenschappelijke gegevens, bewegen mee met de stand van het onderzoek en worden regelmatig bijgewerkt. Zij verschaffen dus redelijk betrouwbare informatie.

    Ingevlogen fruit veroorzaakt tien keer meer broeikasgassen dan fruit dat per schip wordt vervoerd

    Sommige exploitanten van bedrijfskantines en restaurants gebruiken dergelijke databanken al om de CO2-voetafdruk van individuele recepten te berekenen. Gasten kunnen ze gebruiken als leidraad bij het kiezen van gerechten. Dit is ook een betaalbare oplossing voor de levensmiddelenindustrie en de detailhandel.

    Vandaag is er al veel mogelijk. Zelfs de mango in de supermarkt is geen CO2-raadsel meer. Het is bijvoorbeeld bekend dat ingevlogen fruit tien keer meer broeikasgassen veroorzaakt dan fruit dat per schip wordt vervoerd. Er is niet veel voor nodig om de consument hierover te informeren met een mededeling op de fruitafdeling. Maar zonder politieke druk zal dat waarschijnlijk niet gebeuren. Detailhandelaren en fabrikanten moeten daarom in de toekomst verplicht worden om CO2-informatie bij levensmiddelen te vermelden. Alleen dan ontstaat de transparantie die de consument nodig heeft om klimaatvriendelijk te kunnen eten.

    Lees ook:

  • Klimaatverandering maakt tampons (en veel andere spullen) duurder

    Klimaatverandering maakt tampons (en veel andere spullen) duurder

    Katoenboeren in Texas, de grootste katoenexporteur ter wereld, verloren vorig jaar bijna driekwart van hun oogst door hitte en droogte. Hierdoor steeg wereldwijd de prijs van basisproducten als tampons en luiers. Inflatie wordt zo steeds vaker aangejaagd door klimaatverandering.

    De berekeningen van het ministerie van Landbouw vorige maand toonden een verontrustend resultaat: het jaar 2022 was een ramp voor katoen in Texas, de staat waar de ruwe vezel wordt geteeld om te worden verwerkt in tampons, luiers, gaaskompressen en andere producten voor wereldwijd gebruik.

    Nooit eerder waren de verliezen zo groot. Texaanse boeren raakten 74 procent van hun aangeplante gewassen kwijt – bijna 2,4 miljoen hectare – aan de enorme droogte, die nog werd verergerd door klimaatverandering.

    Door die verliezen steeg de prijs van tampons in de Verenigde Staten het afgelopen jaar met 13 procent en die van katoenen luiers met 21 procent. Watjes van katoen werden 9 procent duurder en verbandgaas 8 procent. Dat ligt allemaal ruim boven de nationale inflatie van 6,5 procent in 2022, aldus gegevens van de marktonderzoeksbureaus NielsenIQ en The NPD Group. Dit voorbeeld laat zien dat klimaatverandering invloed heeft op de kosten van het dagelijks leven, zonder dat consumenten zich dat waarschijnlijk realiseren.

    In Pakistan hebben zware overstromingen de helft van de katoenoogst vernield

    West-Texas is de belangrijkste bron van katoen voor de Verenigde Staten, de derde grootste producent en de grootste exporteur ter wereld. Dat betekent volgens economen dat de ineenstorting van de katoenoogst in West-Texas ook buiten de Verenigde Staten voelbaar zal zijn in winkels over de hele wereld.

    ‘Klimaatverandering is een verborgen aanjager van inflatie,’ zegt Nicole Corbett, vicepresident van NielsenIQ. ‘Naarmate extreem weer gevolgen blijft hebben voor gewassen en productiecapaciteit, zullen de kosten van eerste levensbehoeften blijven stijgen.’

    Aan de andere kant van de wereld, in Pakistan, ’s werelds zesde grootste producent van het zogeheten upland-katoen, hebben zware overstromingen de helft van de katoenoogst vernield. De overstromingen ontstonden deels door klimaatverandering.

    Blik in de toekomst

    Het Texaanse katoen biedt ons een blik in de toekomst. Wetenschappers voorspellen dat de opbrengst in het zuidwesten zal blijven dalen onder invloed van hitte en droogte. Daardoor zullen de prijzen van veel essentiële producten verder stijgen. Volgens een studie uit 2020 is in Arizona de productie van katoen al verminderd en zal in die regio tussen 2036 en 2065 de opbrengst dalen met 40 procent.

    Katoen is ‘een graadmeter’, zegt Natalie Simpson, expert aan de Universiteit van Buffalo in logistiek van toeleveringsketens. ‘Als het weer het gewas destabiliseert, zie je bijna onmiddellijk de gevolgen. Dat geldt overal waar het geteeld wordt. Het aanbod waarvan iedereen afhankelijk is, zal er in de toekomst heel anders uitzien dan nu. Die trend is nu al zichtbaar.’

    Decennialang was de katoenoogst in het zuidwesten afhankelijk van water uit de Ogallala Aquifer, [waterhoudende grondlaag] die onder acht westelijke staten loopt en zich uitstrekt van Wyoming tot Texas. Maar de aanvoer van de Ogallala neemt af, mede als gevolg van klimaatverandering, aldus de 2018 National Climate Assessment, een rapport van dertien federale agentschappen. ‘Grote delen van de Ogallala Aquifer moeten nu worden beschouwd als een niet-hernieuwbare bron,’ aldus het rapport.

    Uit deze regio trokken in de jaren dertig meer dan twee miljoen mensen weg tijdens de Dust Bowl-stofstormen die werden veroorzaakt door ernstige droogte en slechte landbouwpraktijken. John Steinbeck beschreef het trauma in zijn beroemde epos The Grapes of Wrath, over een familie van katoenboeren die uit hun huis in Oklahoma werd verdreven. Mark Brusberg, meteoroloog bij het ministerie van Landbouw, moet de laatste tijd vaak aan deze roman denken. ‘Destijds leidde de Dust Bowl tot een massale migratie van landbouwers. Die trokken weg van een plek waar ze niet langer konden overleven, en bouwden een nieuw leven op,’ zegt Brusberg. ‘We moeten uitzoeken hoe we kunnen voorkomen dat dit opnieuw gaat gebeuren.’

    ‘Dit is een van de slechtste landbouwjaren die ik ooit heb meegemaakt’

    Uiteindelijk leefde de landbouwgrond boven de Ogallala weer op doordat boeren de Aquifer gebruikten om hun akkers te bevloeien. Maar nu hitte en droogte weer zijn toegenomen en de Aquifier slinkt, keren de stofstormen terug, zo blijkt uit de National Climate Assessment. Door klimaatverandering zullen in een groot deel van de Ogallala-regio de komende vijftig jaar de droogteperiodes langer en intenser worden, aldus het rapport. Barry Evans, een vierde generatie katoenboer in de buurt van Lubbock, Texas, heeft geen wetenschappelijk rapport nodig om hem dat te vertellen. Afgelopen voorjaar plantte hij 970 hectare katoen. Hij oogstte er slechts tweehonderd.

    ‘Dit is een van de slechtste landbouwjaren die ik ooit heb meegemaakt,’ zegt hij. ‘We hebben veel van de Ogallala Aquifer verloren en dat komt niet meer terug.’ Toen Evans in 1992 begon met het verbouwen van katoen kon hij ongeveer 90 procent van zijn velden irrigeren met water uit de Ogallala, vertelt hij. Nu is dat nog maar 5 procent en het wordt steeds minder. Hij plant het katoen in wisselteelt met andere gewassen en gebruikt nieuwe technologieën om het beetje kostbare vocht dat uit de lucht valt optimaal te kunnen gebruiken. Maar om zich heen ziet hij dat boeren het opgeven. ‘De achteruitgang van de Ogallala heeft veel mensen doen besluiten vervroegd met pensioen te gaan,’ zegt hij.

    Kody Bessent is algemeen directeur van Plains Cotton Growers Inc., dat boeren vertegenwoordigt die katoen verbouwen op 1,6 miljoen hectare in Texas. Volgens hem zou dat areaal normaal gesproken 4 of 5 miljoen balen katoen moeten produceren. Maar de productie voor 2022 wordt geschat op 1,5 miljoen balen – de kostenpost voor de regionale economie bedraagt daarmee ongeveer 2 tot 3 miljard dollar, aldus Bessent. ‘Dat is een enorm verlies,’ zegt hij. ‘Het is een tragisch jaar.’

    Geconcentreerd

    Anders dan Pima-katoen, een bekendere verwant, is het zogenoemde upland-katoen korter en grover. Het wordt ook veel meer verbouwd en vormt het hoofdbestanddeel van goedkope kleding en basisproducten voor huishouden en hygiëne.

    Upland-katoen wordt ook in de Verenigde Staten het meest geteeld en de oogst is vooral geconcentreerd in Texas. Dat is ongebruikelijk voor zo’n belangrijk handelsgewas. Andere gewassen zoals maïs, tarwe en sojabonen kunnen ook worden getroffen door extreme weersomstandigheden, maar zijn geografisch verspreid, zodat een ingrijpende gebeurtenis slechts een deel van het gewas treft, aldus Lance Honig, econoom bij het ministerie van Landbouw. ‘Daarom heeft deze droogte zo’n grote impact op de nationale oogst,’ vertelt Honig.

    ‘De prijzen zijn torenhoog geworden en dat wordt allemaal doorberekend aan de consument’

    Handelaar Sam Clay van Toyo Cotton Company uit Dallas, die upland-katoen inkoopt bij boeren en verkoopt aan fabrieken, vertelt hoe de tegenvallende oogst hem in het nauw heeft gedreven. ‘De prijzen zijn torenhoog geworden en dat wordt allemaal doorberekend aan de consument.’ Dat heeft hij zelf ook ondervonden. ‘Anderhalf jaar geleden kocht ik zes Wrangler-jeans voor 35 dollar per stuk. Nu betaal ik 58 dollar voor een broek.’

    Ten minste 50 procent van de denim in elke jeans van Wrangler en Lee is geweven van katoen uit de Verenigde Staten, en de kosten van dat bestanddeel kunnen meer dan de helft van het prijskaartje uitmaken, aldus Jeff Frye, onderdirecteur duurzaamheid van Kontoor Brands, dat eigenaar is van beide merken. Frye en anderen die in denim handelen, wijzen echter ook op andere factoren die de prijs hebben opgedreven, zoals het verbod op de invoer van katoen uit Xinjiang, hoge brandstofkosten en de complexe logistiek om materialen te transporteren.

    Persoonlijke verzorgingsproducten zoals tampons en gaasverband zijn het meest gevoelig voor stijgende grondstofprijzen. Dat komt omdat ze weinig arbeid of bewerking vergen zoals verven, spinnen of weven, aldus Jon Devine, econoom bij onderzoeks- en marketingbedrijf Cotton Incorporated.

    De prijs van Tampax, de tampongigant die jaarlijks wereldwijd 4,5 miljard doosjes verkoopt, begon vorig jaar snel te stijgen. In een gesprek in januari over verkoopcijfers zei Andre Schulten, financieel directeur van Procter & Gamble dat Tampax maakt, dat ook hij zich vanwege de stijgende kosten van grondstoffen gedwongen zag de prijzen te verhogen.

    Het zondagse winkelpubliek in een Walmart in Alexandria, Virginia, ontgaan deze stijgende prijzen niet. ‘De prijs van een gewone doos Tampax is gestegen van 9 naar 11 dollar,’ aldus Vanessa Skelton, consultant en moeder van een driejarige. ‘En dat zijn maandelijkse kosten.’

    ‘Er is geen specifiek economisch argument om katoen te verbouwen in West-Texas’

    Volgens katoenboeren kan Washington helpen door de steun te verhogen middels de landbouwwet, die dit jaar door het Congres wordt vernieuwd. Volgens Daniel Sumner, landbouweconoom aan de Universiteit van Californië in Davis, heeft de Amerikaanse belastingbetaler de afgelopen vijf jaar gemiddeld 1 miljard dollar per jaar bijgedragen aan subsidies voor oogstverzekeringen voor de Texaanse katoenboeren.

    Boeren zoals Evans zeggen meer geld te willen voor rampenbestrijdingsprogramma’s om de gevolgen van de toenemende droogte op te vangen, en voor bodembedekkende gewassen die het vocht vasthouden. Ze hopen ook dat de vooruitgang in genetisch gemodificeerde zaden en andere technologieën kan helpen het Texaanse katoen in stand te houden.

    Maar volgens sommige economen heeft het misschien geen zin om een gewas te blijven subsidiëren dat bij opwarming van de aarde in een aantal regio’s niet langer levensvatbaar is. ‘Sinds de jaren dertig zijn overheidsprogramma’s fundamenteel voor de katoenteelt,’ zegt landbouweconoom Sumner. ‘Maar er is geen specifiek economisch argument om katoen te verbouwen in West-Texas nu het klimaat verandert. Heeft het economisch gezien enig nut om in een landbouwwet te stellen dat West-Texas is gebonden aan katoen? Nee.’

    Op de lange termijn kan dit betekenen dat katoen niet langer het belangrijkste bestanddeel zal zijn voor allerlei producten zoals tampons en textiel, aldus Sumner, ‘en dat we bijvoorbeeld allemaal polyester gaan gebruiken’.

    Lees ook: