Tag: klimaatcrisis

  • Stop met het redden van (alleen) schattige bedreigde diersoorten

    Stop met het redden van (alleen) schattige bedreigde diersoorten

    Een miljoen soorten worden bedreigd, maar slechts een handjevol krijgt alle aandacht. Het is tijd voor een nieuwe beschermingsstrategie.

    De biodiversiteitscrisis is een cijfermatig probleem. Maar in tegenstelling tot de meeste rekenkundige problemen zet dit je op een dwaalspoor als je vasthoudt aan exacte getallen. Misschien wel een miljoen soorten worden bedreigd met uitsterven. Als je uitgaat van soorten die wetenschappers specifiek aanmerken als bedreigd, zijn het er 42.100. Maar geen van beide getallen is accuraat. In ieder geval zijn we het erover eens dat de mate van uitsterven duizend keer zo groot is als historische gemiddelden. Of is het honderd keer zo groot?

    Uiteindelijk gaat het hierom: welke aantallen je ook in de berekening stopt, de uitkomst blijft hetzelfde. De planeet is er slecht aan toe. Er zijn veel meer soorten die dreigen uit te sterven dan we realistisch gezien kunnen redden. We bevinden ons in een noodsituatie, en in noodsituaties is triage van slachtoffers noodzakelijk.

    De solenodon is een van de weinige giftige zoogdieren die vandaag de dag bestaan

    De kern van natuurbehoud is kiezen welke soorten moeten worden beschermd en welke we aan hun lot overlaten, maar we praten onvoldoende over hoe deze beslissingen worden genomen. Kiezen we soorten die van cultureel belang zijn, zoals de zeearend? Of moeten we ons richten op planten die bruikbaar zijn voor medicijnen? Hoe zit het met soorten die een cruciale rol spelen binnen hun ecosysteem? Of met soorten die het meest bedreigd worden? En dan zijn er natuurlijk nog de dieren die onze aandacht trekken omdat ze schattig of charismatisch zijn, of – in het geval van stokstaartjes – het vrolijke, antropomorfe gezicht vormen van een langlopende Britse reclamecampagne voor autoverzekeringen.

    Er is ook een andere manier van denken over dieren die zou ons kunnen helpen bij de beslissing welke soorten we moeten beschermen. Rikki Gumbs, natuurbeschermer bij de Zoological Society of London, vindt dat we ons meer moeten richten op soorten die evolutionair onderscheidend zijn én bedreigd worden. Die visie brengt ons bij allerlei vreemde en wonderlijke wezens. Neem bijvoorbeeld de solenodon. Dit dier, dat wel iets wegheeft van een spitsmuis, is een van de weinige giftige zoogdieren die vandaag de dag bestaan. Ongeveer 76 miljoen jaar geleden begonnen de twee levende soorten solenodons af te wijken van andere zoogdieren; daarmee rust er een forse evolutionaire geschiedenis op hun kleine, harige schoudertjes.

    EDGE

    Gelukkig beschikken wetenschappers over een manier om te meten hoe uniek en bedreigd bepaalde soorten zijn. In 2007 bedachten natuurbeschermers een methode genaamd EDGE; dat staat voor evolutionarily distinct and globally endangered [evolutionair onderscheidend en wereldwijd bedreigd]. De methode werd ontwikkeld om prioriteit te geven aan het behoud van soorten die een groot deel van de evolutionaire geschiedenis vertegenwoordigen. Om een hoge EDGE-score te behalen moet een soort evolutionair onderscheidend zijn, zeer weinig nabije voorouders hebben die nog leven en sterk bedreigd zijn.

    Gumbs noemt die soorten ‘vreemd en wonderlijk’. Ze zijn zo lang geleden afgeweken van hun voorouders en hebben zo weinig levende verwanten dat ze ongewoon op ons overkomen. Dergelijke soorten verkeren, om met Gumbs te spreken, ‘on the edge’, oftewel: op het randje. Een ander dier in die categorie is de Xenotyphlops grandidieri, de blinde slang van Madagaskar, een felroze reptiel dat zich ingraaft en dat ongeveer 65 miljoen jaar geleden begon af te wijken van zijn naaste levende verwant.

    In 2017 riep Gumbs een groep zoölogen bijeen om de EDGE-methode te actualiseren. Inmiddels hebben biologen namelijk een veel beter beeld van de verwantschap tussen de verschillende diersoorten en van hoe bedreigd soorten zijn. Bovendien zocht Gumbs naar een manier om met EDGE-scores soorten te kunnen rangschikken waarvan het behoud onbekend is – en dat is het geval voor de overgrote meerderheid van de dieren op aarde. Na een hoop discussie en na medische omstandigheden die Gumbs ruim een jaar buitenspel zetten, was het vernieuwde EDGE-systeem vorig jaar klaar. De nieuwe meetmethode, EDGE2 genaamd, werd op 28 februari 2023 gepubliceerd in het tijdschrift PLOS Biology.

    ‘Er zijn veel soorten die over het hoofd worden gezien’

    ‘Er zijn veel soorten die over het hoofd worden gezien. Maar als je ze leert kennen, zijn ze net zo charismatisch en net zo mooi als de soorten die we kennen,’ zegt Gumbs. Volgens de EDGE2-methode zou de bergdwergbuidelmuis van alle zoogdieren onze hoogste prioriteit moeten hebben. Dit buideldiertje komt in het wild voor op een paar vierkante kilometer in de Victorian Alps in Australië. Van de zoogdieren waarvoor we geen goede data hebben over het behoud van de soort, bevindt de Hylomys megalotis, een haaregel die vooral in Laos voorkomt en verwant is aan de egel, zich het meest in de gevarenzone. Er zijn EDGE-ranglijsten gemaakt voor amfibieën, vogels, koralen, reptielen, haaien en roggen, en voor gymnospermen, een groep planten waar naaldbomen en cicaden onder vallen.

    Het kijken naar dieren op basis van hun evolutionaire eigenheid slaat aan. De EDGE-score is een van de indicatoren die zijn geselecteerd voor het Post-2020 Global Biodiversity Framework, een belangrijk verdrag over biodiversiteit dat in december 2022 door de VN werd aangenomen. De International Union for the Conservation of Nature, de organisatie die de rode lijst met bedreigde soorten opstelt, heeft ook een taakgroep fylogenetische diversiteit, waarvan Gumbs plaatsvervangend voorzitter is. In plaats van te concentreren op enkele soorten, zegt Gumbs, is er groeiende aandacht voor de bescherming van complete ecosystemen die veel evolutionair verschillende planten en dieren in stand houden.

    Focus

    Natuurlijk is evolutionaire eigenheid slechts één manier om te kijken naar prioriteiten voor natuurbehoud. Organisaties die beslissen welke projecten gefinancierd moeten worden, welke gebieden beschermd moeten worden en op welke soorten de focus moet liggen, bekijken doorgaans een groot aantal factoren alvorens grote beslissingen te nemen. Maar de EDGE2-methode raakt aan iets interessants, zegt Rafael Molina Venegas, hoogleraar biodiversiteit van planten aan de Autonome Universiteit van Madrid. Als je alle soorten beschouwt als unieke boeken, dan zijn soorten met evolutionaire eigenheid zeer oude, unieke boekwerken waarvan slechts een handvol exemplaren bestaat. Verlies je deze zeldzame soorten, dan verdwijnt er voorgoed een schat aan evolutionaire geschiedenis van de wereld.

    En er is nog een reden om aandacht te schenken aan evolutionaire bijzonderheden. Uit het werk van Molina Venegas blijkt dat als we plantensoorten kiezen op basis van hun evolutionaire uniciteit, we uiteindelijk meer plantensoorten beschermen die nuttig zijn voor de mens dan als we een willekeurige aanpak kiezen. Met andere woorden, focussen op uniciteit is een praktische manier om na te denken over welke soorten beschermd moeten worden.

    ‘We leven in een wereld waarin soorten moeten vechten tegen de roofzuchtige expansie van de mensheid’

    Eén manier om naar de EDGE-methode te kijken is om je een armageddon voor te stellen. Een losgeslagen asteroïde staat op het punt de aarde te vernietigen. Gelukkig hebben wetenschappers elders in het heelal een aarde-achtige planeet gevonden die nog helemaal leeg is. Het enige wat we hoeven te doen, is beslissen welke soorten we in ons ruimteschip mee willen nemen naar de nieuwe planeet. Evolutionaire eigenheid is daarbij geen slecht uitgangspunt, zegt Molina Venegas. Op die manier neem je een breed scala aan schepsels mee, waarvan elk een unieke functie heeft op de nieuwe planeet. ‘De hoop is dan dat ze elkaar zullen aanvullen in het nieuwe ecosysteem dat daar zal moeten groeien,’ zegt hij.

    In veel opzichten zorgt de mens voor een armageddon in slow motion, als het gaat om de biodiversiteit op aarde. We hoeven het ruimteschip nog niet klaar te zetten, maar we moeten wel goed nadenken over de middelen om het verlies van onvervangbare soorten te stoppen. We beschikken over instrumenten zoals wetenschappelijk onderzoek, genenbanken en natuurreservaten. Maar ook de manier waarop we naar biodiversiteit kijken is een cruciaal instrument. Iedereen wil dieren redden, maar we leven in een wereld waarin soorten moeten vechten om de beperkte middelen voor natuurbehoud, en tegen de roofzuchtige expansie van de mensheid.

    We moeten moeilijke beslissingen nemen over welke soorten we willen beschermen, anders klopt het cijfermatig gewoon niet meer.

  • Nieuw rapport: Europa is het snelst opwarmende continent

    Nieuw rapport: Europa is het snelst opwarmende continent

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Onderzoek: gameplatform Roblox blijkt minder kindvriendelijk dan gedacht

    » Parijs: restauratie Notre-Dame naar verwachting pas in 2030 of 2035 voltooid

    2024 was het warmste jaar ooit in de historie van het continent

    Europa is het snelst opwarmende continent ter wereld en 2024 was het warmste jaar ooit in de geschiedenis van het werelddeel. Zo luidt de conclusie van het rapport dat op 15 april door de Wereld Meteorologische Organisatie en het observatieprogramma Copernicus Climate Change Service werd vrijgegeven. Meerdere landen in Europa werden vorig jaar getroffen door extreem weer en recordtemperaturen. De hevige stormen en overstromingen eisten ten minste 335 levens en raakten ongeveer 413.000 mensen, aldus het rapport, geciteerd door The Independent.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Er was een opvallend oost-westcontrast in weersomstandigheden, met extreme droogte en warmte in het oosten en warm en nat weer in het westen. De experts die aan het rapport meewerkten, ontdekten dat Europa een van de regio’s is waar het overstromingsrisico naar verwachting het grootst zal zijn. Een opwarming van 1,5°C zou kunnen leiden tot 30.000 jaarlijkse sterfgevallen in Europa als gevolg van extreme hitte.

    Verder bereikten de jaarlijkse temperaturen in bijna de helft van het continent en de temperatuur van het zeeoppervlak een recordhoogte. De gemiddelde temperatuurstijging was bijzonder sterk in de Middellandse Zee, met 1,2°C boven het gemiddelde. Daarbij neemt in heel Europa de hoeveelheid ijs af door onder andere smeltende gletsjers.

    Toch is er ook een lichtpuntje: de hoeveelheid opgewekte schone elektriciteit bereikte in 2024 een recordhoogte ten aanzien van het vorige record van 43 procent in 2023.

  • Rapport: ‘Klimaatcrisis gaat kritieke en onvoorspelbare nieuwe fase in’

    Rapport: ‘Klimaatcrisis gaat kritieke en onvoorspelbare nieuwe fase in’

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Hooggerechtshof Brazilië: platform X mag activiteiten weer hervatten

    » Overstromingen in Bosnië eisen 22 levens, evacuatie afgekondigd

    Beslissende, snelle actie is noodzakelijk, aldus experts

    Veel van de ‘vitale functies’ van de aarde hebben recordextremen bereikt, wat aangeeft dat ‘de toekomst van de mensheid aan een zijden draadje hangt’, aldus het rapport van een groep van ‘s werelds meest vooraanstaande klimaatexperts. Dat schrijft The Guardian.

    Het rapport beoordeelde 35 vitale functies in 2023 en ontdekte dat 25 functies slechter waren dan ooit gemeten, waaronder kooldioxideniveaus en de menselijke bevolking. Dit wijst op een ‘kritieke en onvoorspelbare nieuwe fase van de klimaatcrisis’, aldus het rapport.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De temperatuur van het aardoppervlak en de oceanen bereikte een recordhoogte door de recordverbranding van fossiele brandstoffen, aldus het rapport. De menselijke bevolking neemt toe met ongeveer 200.000 mensen per dag en het aantal runderen en schapen met 170.000 per dag, wat allemaal bijdraagt aan een recorduitstoot van broeikasgassen.

    De wetenschappers zeiden dat hun doel was ‘om duidelijke, op bewijs gebaseerde inzichten te bieden om burgers en wereldleiders tot actie aan te zetten. We willen gewoon eerlijk handelen en vertellen hoe het is.’ Beslissende, snelle actie is noodzakelijk om menselijk lijden te beperken, inclusief het verminderen van de verbranding van fossiele brandstoffen en methaanuitstoot, het terugdringen van overconsumptie en verspilling door de rijken, en het aanmoedigen van een omschakeling naar plantaardig voedsel, aldus de experts.

  • Zorgt de klimaatcrisis ervoor dat onze manier van leven ineenstort?

    Zorgt de klimaatcrisis ervoor dat onze manier van leven ineenstort?

    Geconfronteerd met de verwoestende gevolgen van een opwarmende planeet, staan rijkere landen voor de uitdaging om klimaatneutraal te worden en tegelijkertijd te proberen het economische systeem in stand te houden. Maar is dit werkelijk mogelijk? Wetenschappers Emilio Santiago en Margarita Mediavilla gaan hierover met elkaar in debat.

    Nee: ‘We zijn op het vlak van haalbare oplossingen beter gewapend dan ooit’

    De laatste jaren lijkt klimaatwetenschap wel een slechtnieuwsbulletin. Het laatste nieuws is de publicatie van een studie die waarschuwt voor de waarschijnlijke ineenstorting van de oceaanstromen in de Atlantische Oceaan. Nog meer bewijs dat de klimaatcrisis erger wordt. Wetenschappers zijn gealarmeerd. Zelfs bij een lage opwarming zijn de gevolgen zeer ernstig, en toch stoten we nog steeds CO₂ uit en begeven ons op gevaarlijk terrein. Op deze manier zullen al onze maatregelen voor het klimaat tevergeefs zijn.

    Onze kinderen groeien nu al op op een planeet die veel onleefbaarder is dan die van hun grootouders, en de situatie zal waarschijnlijk alleen maar verergeren. De eenentwintigste eeuw wordt een enorme ecologische stresstest voor samenlevingen die zwaar onder druk staan door ongelijkheid en geweld. Betekent dit dat ecologische ineenstorting zo goed als zeker is? Niet als we ineenstorting begrijpen zoals de term wordt gehanteerd in de sociale wetenschappen.

    Strikt genomen is een ineenstorting een snelle, destructieve en onomkeerbare ondergang van de sociale orde die de staat en de markt zoals we die kennen vernietigt. Ze gaat gepaard met technologische achteruitgang en massale sterfte. Deze situaties kunnen zich ad hoc voordoen in combinatie met specifieke catastrofes. Maar als traject is het waarschijnlijker dat we, als we het verkeerd aanpakken, terechtkomen in een proces van klimaatapartheid, verlies van vrijheden en verslechtering van levensomstandigheden. Dat is niet bepaald een ineenstorting. En de keuze van die term doet ertoe, want verschillende woorden roepen verschillende strategieën op.

    De beste remedie tegen klimaatangst is politiek

    Wat betreft het klimaatvraagstuk is de menselijke factor de grootste onbekende. Samenlevingen innoveren, passen zich aan en transformeren. Dezelfde ecologische schok kan tot heel verschillende sociale resultaten leiden. Sommige kunnen tot ineenstorting leiden, maar andere niet. Er is één ding dat Thatcher, Hollywood en het alarmistische klimaatactivisme met elkaar verbindt: het neoliberale geloof dat er geen alternatief is. Maar er is altijd een alternatief omdat politiek een kolossale hefboom voor verandering is. De pandemie diende als test. De economie werd stilgelegd, werknemers van getroffen bedrijven werden tijdelijk doorbetaald, wetenschappelijke successen zoals vaccins werden in recordtijd behaald, de vaccins werden verdeeld op basis van behoefte en niet op basis van marktcriteria… dit alles zou in 2019 onmogelijk hebben geleken.

    Ineenstorting voor lief nemen is de beste manier om aan het klimaat bij te dragen, omdat apocalyptische berichten over het klimaat mensen demobiliseren. Bovendien zijn er redenen voor hoop. Hernieuwbare energie ondergaat een verbazingwekkende technologische revolutie: in 80 procent van de landen is het al goedkoper om elektriciteit te produceren met hernieuwbare energie dan met fossiele brandstoffen.

    Technologie zal ons helpen, maar het is geen wondermiddel. Het moet worden gecombineerd met diepgaande sociale veranderingen. Ook op dit gebied is er vooruitgang: er is al een massaal klimaatbewustzijn dat wordt aangestuurd door de massale protesten van jongeren in 2019. Noodzakelijke utopieën zoals ‘degrowth’ worden besproken in het Europees Parlement. Overheidsprogramma’s zoals Next Generation EU injecteren een historische hoeveelheid middelen in de klimaattransitie, ook al schort er nog veel aan op het gebied van klimaatrechtvaardigheid. Maar ook op dat terrein is ruimte voor verbeteringen. Vooral omdat de neoliberale ideologie, die ons decennia van samenhangende klimaatactie heeft gekost, nu meer dood dan levend is. Overheidsingrijpen, industrieel beleid en het herverdelen van welvaart zijn ideeën die vandaag de dag veel meer tot de toekomst behoren dan tot het verleden.

    Ineenstorting is dus niet onvermijdelijk, want de klimaatcrisis geen eenmalig onheil. De klimaatcrisis ontvouwt zich als een opeenvolging van verwoestende gebeurtenissen die afhankelijk zijn van onze beslissingen. Het vermijden van een ecologische ramp is de bepalende taak van de eenentwintigste eeuw. En het zal de politiek zijn die er vorm aan zal geven. We weten dat politiek monsters kan voortbrengen. Maar ze kan ook rechten, doorbraken en grote transformaties voortbrengen. Daarom is de beste remedie tegen klimaatangst politiek. Elke verkiezing is al een klimaatreferendum. Maar sommige, zoals die voor het Europees Parlement, zijn beslissend. We moeten ze benaderen met de wetenschap dat we het op klimaatgebied slecht doen, maar dat we op het vlak van haalbare oplossingen beter gewapend zijn dan ooit.

    Emilio Santiago Muíño is antropoloog en hoofdwetenschapper bij het CSIC, de Spaanse nationale onderzoeksraad.


    Ja: ‘De energietransitie is niet een en al rozengeur en maneschijn’

    Allereerst zou het goed zijn om te weten wat we bedoelen met ineenstorting. Het woordenboek definieert het als ondergang, vernietiging of snelle val. Ik definieer het liever aan de hand van de systeemdynamica en karakteriseer het niet alleen als een val, maar als iets wat zichzelf versnelt, waardoor het bijzonder dramatische gevolgen heeft. Wat we ook bedoelen met ineenstorting, zeker is dat onze samenleving vroeg of laat zal ineenstorten, omdat ze al tientallen jaren niet duurzaam is, dat wil zeggen dat we niet in staat zijn om de huidige consumptieniveaus te handhaven zonder de fysieke en biologische basis die diezelfde consumptie voedt, af te breken.

    Om duurzaam te zijn, moet een samenleving aan ten minste vier eisen voldoen: gebaseerd zijn op niet-uitputbare (hernieuwbare) energiebronnen, alle mineralen voor bijna 100 procent recyclen, de extractie van biologische hulpbronnen beperken tot hun regeneratiesnelheid en afval uitstoten op een tempo dat overeenkomt met het recyclingvermogen van de natuur.

    We voldoen bij lange na niet aan deze basisvoorwaarden: driekwart van onze energie is afhankelijk van uitputbare bronnen zoals fossiele brandstoffen en uranium, onze recyclingpercentages zijn erg laag, bossen, waterhoudende grondlagen en visgronden worden overgeëxploiteerd, we verliezen vruchtbare grond en we hebben problemen met een overschot aan afval, van plastic tot CO₂, die klimaatverandering veroorzaakt.

    In werkelijkheid gaan we in veel opzichten al bergafwaarts omdat dit alles het leven van miljoenen mensen moeilijker maakt, maar we hebben de neiging te denken dat de achteruitgang van de natuur er niet toe doet omdat wetenschappelijke vooruitgang altijd in staat is om problemen op te lossen en ons leven te verbeteren.

    Op het gebied van energie is de innovatie nogal middelmatig

    Dat is te veel verantwoordelijkheid voor de technologie, die niet alles kan bereiken en doorgaans ook niet verdergaat dan de toekomstscenario’s die we ons kunnen voorstellen. In de afgelopen decennia zijn er bijvoorbeeld verbazingwekkende ontdekkingen gedaan op het gebied van computers, maar op het gebied van energie zijn ze nogal middelmatig: noch thermische zonnecentrales, noch dunne filmzonnetechnologieën, noch algenbrandstoffen, noch getijdenenergie hebben de resultaten opgeleverd die een paar jaar geleden werden verwacht.

    Deze beperkingen zijn vooral duidelijk als we het hebben over het uitfaseren van fossiele brandstoffen, vooral olie, een buitengewone hulpbron. Benzine slaat bijvoorbeeld zeventig keer meer energie op per kilogram gewicht dan de batterijen die worden gebruikt om de elektriciteit op te slaan die wordt geleverd door hernieuwbare energiebronnen. Daarbij komt nog de afhankelijkheid van schaarse mineralen, landgebruik en de grilligheid van zonne- en windenergie. Dit zijn geen absolute belemmeringen, maar ze zorgen allemaal voor extra technische moeilijkheden. En wat technisch ingewikkeld is, is economisch onrendabel, onaantrekkelijk voor de consument en politiek moeilijk te verkopen.

    Toch moeten we om twee redenen afstappen van fossiele brandstoffen: omdat ze tekenen van uitputting vertonen (30 van de 53 belangrijkste olieproducerende landen zien al een achteruitgang op dit gebied) en omdat we de klimaatverandering moeten beperken. Maar we moeten onszelf niet wijsmaken dat de energietransitie een en al rozengeur en maneschijn is. Het is een complex proces dat een ambitieuze economische, ecologische en sociale overgang vereist, naast technische veranderingen.

    Is ineenstorting onvermijdelijk? Als we het begrijpen als een daling van het consumptieniveau en een progressieve toename van ontberingen, ja, dan denk ik dat het onvermijdelijk is. Maar of het die zichzelf versnellende catastrofale val is, die ik pas echt ineenstorting zou willen noemen, hangt af van de keuzes die we maken.

    Een samenleving kan ervoor kiezen om hulpbronnen die schaars worden te beschermen of om ze te overexploiteren. Als hulpbronnen worden overgeëxploiteerd, verslechteren ze, waardoor meer schaarste en meer overexploitatie ontstaan in een neerwaartse spiraal van zichzelf versnellende ineenstorting. Ik geloof dat we op mondiaal niveau nog niet in deze dynamiek zijn beland, maar om dit ook in de toekomst te voorkomen moeten we onszelf beperkingen opleggen, oog hebben voor systemen en respect tonen aan de natuur; gedrag dat we nu nog te weinig laten zien.

    Margarita Mediavilla Pascual is docent aan de School voor Industriële Techniek van de Universiteit van Valladolid. Ze maakt deel uit van de onderzoeksgroep Energie, Economie en Systeemdynamica (GEEDS) en is gespecialiseerd in geïntegreerde energie-, economische en milieubeoordelingsmodellen.

  • Irak droogt uit – en dat komt niet alleen door klimaatverandering

    Irak droogt uit – en dat komt niet alleen door klimaatverandering

    Irak lijdt onder toenemende droogte. Behalve de klimaatcrisis, waardoor het water in rivieren en meren sneller verdampt, gaat de bevolking gebukt onder corruptie en regionale conflicten. Milieuactivisten in het land maken zich grote zorgen: ‘We staan op de rand van een catastrofe.’

    Soms gaat het sneller dan gedacht, en dat betekent niet altijd iets goeds. ‘Ik waarschuw al sinds 2004 voor een tekort aan water in Irak. Maar ik ging ervan uit dat het pas vanaf 2030 een probleem kon worden. Ik zat fout.’ De Iraakse milieuactivist Azzam Alwash maakt zich zorgen om zijn vaderland, dat lijdt onder langdurige droogtes en toenemende watertekorten. ‘We staan op de rand van een catastrofe,’ zegt hij aan de telefoon. Irak heeft eigenlijk altijd geprofiteerd van de vruchtbare bodem tussen de Eufraat en de Tigris. De twee rivieren zorgen voor ongeveer 98 procent van de watervoorziening. Ze voerden altijd voedingsstoffen en vochtigheid voor het land aan.

    De Tigris en de iets zuidelijker gelegen Eufraat ontspringen in Turkije, stromen door heel Irak en vloeien ten slotte ongeveer 200 kilometer voor de kust samen, in de buurt van de stad Basra. Aan het eind van de steeds uiterst droge zomers bevatten de beide rivieren het minste water. Desondanks stroomde tussen 1981 en 2010 in de laatste septemberdagen nog bijna 1000 kubieke meter water per seconde uit de monding in zee – meer dan bijvoorbeeld aan de monding van de Elbe [in de Noordzee].

    Maar sinds de millenniumwisseling drogen de voor Irak zo belangrijke levensaders op. Volgens de gegevens van de Copernicus Climate Change Services [van de EU] nemen de watervolumes duidelijk af. Dat ligt niet alleen aan de temperaturen die stijgen als gevolg van de klimaatcrisis, waardoor het water in meren en rivieren sneller verdampt. Ook de hoeveelheid neerslag is in de laatste decennia afgenomen. De droogte leidde vooral het afgelopen jaar tot verwoestende zandstormen.

    Slechts 60 procent heeft toegang tot drinkwatervoorziening

    In de rivierbeddingen, weiden, moerassen, meren en kanalen ontbreekt het aan water – met ingrijpende gevolgen, en niet alleen voor het milieu. ‘De gevolgen van de noodsituatie zouden ertoe kunnen leiden dat de regionale spanningen tussen Irak en de buurlanden verder toenemen,’ zegt Alwash. Turkije, Syrië en Iran betwisten Irak het water van de Eufraat en de Tigris. Ook die landen lijden onder de toenemende droogte; ze bouwen dammen in de bovenloop van de rivieren en leiden het water om in eigen gebied. Het Iraakse ministerie van Watervoorziening dreigde Iran in de afgelopen jaren al met een aanklacht bij het Internationaal Gerechtshof, vanwege de vermindering van de watertoevoer [via zijrivieren] uit dat land. De Turkse president Recep Tayyip Erdogan maakte bij voorbaat duidelijk dat er voor hem geen verschil bestaat tussen de bescherming van het eigen water en die van het vaderland.

    In april zei de plaatsvervangende Iraakse minister van Milieu volgens berichten in de media dat de Eufraat en de Tigris op dit moment minder dan 30 procent van hun normale hoeveelheid water uit Turkije en Iran zouden ontvangen. Regeringsvertegenwoordigers uit de drie landen komen steeds weer bij elkaar om te onderhandelen over de toekomst van de watervoorziening. Onlangs heeft Turkije Irak voor een maand meer water uit de Ilisu-dam [in de Tigris] toegezegd. Maar het ontbreekt nog steeds aan oplossingen voor de lange termijn. Critici verwijten Turkije dat het zijn controle over het water tegenover Irak als drukmiddel zou gebruiken in politieke en economische kwesties.

    Beschadigd

    ‘Turkije en Iran spelen een grote rol, maar ook het slechte watermanagement is een probleem,’ zegt Mac Skelton, directeur van het Instituut voor regionale en internationale studies aan de Amerikaanse Universiteit van Irak in Suleimaniya, aan de telefoon. Meerdere oorlogen hebben de waterinfrastructuur van het land beschadigd. Het fragiele politieke systeem van het land doet de rest. Om sjiitische rebellen hun toevluchtsoord te ontnemen, legde Saddam Hoessein in het begin van de jaren negentig het vruchtbare marsland in het zuiden van het land droog. Bijna 90 procent van het oppervlak droogde uit, waardoor de bewoners hun middelen van bestaan kwijtraakten. Na de val van Saddam in 2003 staken activisten de dammen door en keerde het leven terug.

    Nu wordt het gebied door de gevolgen van de klimaatcrisis en de aanhoudende droogte opnieuw bedreigd. Volgens een bericht van de Verenigde Naties heeft slechts 60 procent van de Iraakse bevolking toegang tot een betrouwbare drinkwatervoorziening. ‘Dat is het resultaat van een sinds 2003 falende waterhuishouding, die niet in de laatste plaats wordt verergerd door de systematische corruptie in het land,’ zegt Skelton. Daar komt bij dat de Iraakse bevolking voortdurend groeit; de Eufraat en de Tigris moeten dus ook steeds meer mensen van water voorzien. Deze crisissituatie leidt regelmatig tot protesten, veel mensen in Irak zijn wanhopig.

    In het zuiden van het land dringt het zoute water uit de Perzische Golf stroomopwaarts naar het noorden, waar het rivieren en vruchtbare landbouwgebieden binnendringt. Het areaal voor het verbouwen van graan is duidelijk gekrompen, boeren verliezen hun vee en hun tarwe, en het water is vervuild. Steeds weer moeten duizenden mensen hun land verlaten en naar de grote steden verhuizen. Wie zich in het land inzet voor milieubescherming, moet vrezen voor represailles en ontvoeringen.

    Milieuactivisten

    Daar kan ook Azzam Alwash over meepraten: zijn vriend en collega Jassim al-Asadi van de ngo Nature Iraq werd in februari ontvoerd. Hij is niet de enige die sinds de massaprotesten van 2019 dit lot onderging. Doelwit van de ontvoeringen zijn vooral milieuactivisten, zoals blijkt uit een bericht van Human Rights Watch. Volgens de mensenrechtenorganisatie hangt dat samen met de algemene opstelling van de regering, die maatschappelijke organisaties in het land als een bedreiging beschouwt. Om veiligheidsredenen heeft Alwash na de ontvoering van zijn vriend dan ook besloten Irak te verlaten.

    De gevolgen van de droogte zijn even divers als catastrofaal. Alwash gaat ervan uit dat de temperaturen ook in 2023 tot boven de 50 graden zullen stijgen. Daarom hoopt hij dat de regionale machten een gezamenlijke oplossing zullen vinden. ‘Anders moeten de mensen hier binnenkort nog harder vechten om te overleven dan ze nu al doen.’

  • Noord-Californië blijft groen dankzij gezuiverd afvalwater

    Noord-Californië blijft groen dankzij gezuiverd afvalwater

    Jaarlijks wordt in het Californische Healdsburg 1,3 miljoen kubieke meter rioolwater voor hergebruik gezuiverd en vervolgens gratis verdeeld onder de gebruikers. Essentieel in een regio die kampt met droogte en watertekorten.

    Onder een schaduwrijke boom vol granaatappels wijst Brad Simmons vol trots op de boomgaard in zijn achtertuin. Het is eind 2022 in Healdsburg en deze gepensioneerde metaalbewerker, die al zevenenvijftig jaar in dit Californische plaatsje woont, heeft op het kleine lapje grond bij zijn bungalow niet alleen appel-, kersen- en perzikbomen, maar ook nog een perenboom, twee citroenbomen en een honderd jaar oude olijfboom staan. Die kleine boomgaard heeft natuurlijk veel water nodig, en dat wordt ieder jaar schaarser in deze staat, die ondanks de hevige regenval van rond de jaarwisseling nog steeds met historisch grote droogtes kampt. Toch hebben Simmons en veel van de andere twaalfduizend inwoners van dit wijnmakersstadje ten noorden van San Francisco alles er groen bij staan, terwijl het waterverbruik in de gemeente sinds 2020 gehalveerd is.

    Healdsburg beschikt namelijk over een bijzondere troef als het gaat om de bevloeiing van tuinen, bomen en wijngaarden: gratis, niet drinkbaar water afkomstig uit een speciale zuiveringsinstallatie voor de recycling van afvalwater. Volgens de gemeente recyclet die installatie elk jaar ruim een miljard liter rioolwater, iets meer dan de helft van het jaarlijkse waterverbruik. Dat gerecyclede water kan gebruikt worden voor irrigatie, in de bouw en bij andere toepassingen die geen drinkwaterkwaliteit vereisen. Dat verlicht de druk op de reservoirs en waterputten in de regio, stimuleert een grote groep gebruikers om bewuster met water om te gaan en verlaagt de hoeveelheid afvalwater die in de Russian River wordt geloosd.

    Reservoirs

    ‘Ik maak me voortdurend zorgen over watertekort,’ zegt Simmons, terwijl hij een tuinslang over het uitgedroogde gras van zijn tuin naar een enorme vierkante tank met duizend liter gerecycled water sleept. Die reservoirs ter grootte van een wasdroger zie je hier overal in de gemeente staan. ‘Dit is dus echt een uitkomst.’

    Momenteel wordt in Californië een kleine 900 miljoen kubieke meter water voor hergebruik gezuiverd, ofwel 18 procent van de totale jaarlijks hoeveelheid afvalwater. Maar de staat heeft hogere ambities voor zijn waterzekerheid: de nieuwe doelstelling is bijna een verdriedubbeling, tot 2,5 miljard kubieke meter in 2030. Dankzij initiatieven zoals het Clean Water State Revolving Fund van de Californische waterautoriteit en steun van de federale overheid, waaronder een subsidieprogramma van 750 miljoen dollar, staan er verschillende grote projecten op stapel. Zo wil Orange County de capaciteit vergroten van zijn zuiveringsinstallatie voor drinkwater, die nu al de grootste ter wereld is, om straks zo’n vijfhonderd miljoen liter rioolwater per dag te kunnen recyclen. Het Metropolitan Water District of Southern California wil voor 3,4 miljard dollar een nieuwe recycle-installatie bouwen die voor 19 miljoen gebruikers in de regio Los Angeles een duurzame bron van drinkwater moet worden.

    Alles staat er groen bij, terwijl het waterverbruik sinds 2020 gehalveerd is

    Maar voor gemeentes met minder inwoners of minder middelen kan een bescheiden aanpak net zo effectief zijn, zegt waterdeskundige Anne Thebo van het Pacific Institute in Oakland, een non-profit onderzoeksinstituut voor waterbescherming. ‘De lokale context kan gemeentes veel flexibiliteit bieden bij het opstellen van plannen voor hergebruik van water,’ meent zij. Landbouwgemeentes zijn daarbij in het voordeel, omdat water voor irrigatie vaak niet drinkbaar hoeft te zijn.

    Irrigatie

    Elke gemeente heeft keuzemogelijkheden bij de zuivering van rioolwater voor hergebruik, want ook water voor de irrigatie van bosbouw of gazons hoeft niet zo schoon te zijn als water dat gebruikt wordt voor de bevloeiing van gewassen als luzerne (alfalfa) of voedsel dat rauw gegeten wordt, zoals sla en aardbeien. Een goed plan voor hergebruik van water dat is toegesneden op de specifieke behoeften van een gemeente kan de waterportefeuille van een regio veelzijdiger maken en helpen voldoen aan de vraag. 

    Hergebruik was niet de eerste prioriteit van Healdsburg toen het in 2008 zijn waterzuiveringsinstallatie moderniseerde. De gemeente moest voldoen aan de milieuvoorschriften voor lozing in de Russian River, waaronder een strengere norm voor de aanwezigheid van voedingsstoffen en ziekteverwekkers. Voor 29,3 miljoen dollar werden membraanfilters en UV-licht voor het verwijderen van ziekteverwekkers toegevoegd aan een zuiveringsproces dat al filtratie en bacteriële zuivering omvatte. Met die extra maatregelen wordt het rioolwater nu bijna tot drinkwaterkwaliteit gezuiverd, zodat het schoon genoeg is voor lozing in het bijna vierduizend vierkante kilometer grote stroomgebied.

    Gratis maar niet drinkbaar

    Maar zelfs van zulk schoon water staan de regionale waterschappen lozing alleen toe in de periode van oktober tot half mei, als het waterpeil in de rivieren verhoogd is door de regenval en de kans op schadelijke gevolgen dus nog kleiner. In de resterende maanden van het jaar ‘moeten we zelf maar zien wat we ermee doen’, zegt Patrick Fuss, hoofd water- en afvalwaterbeheer van de gemeente. Dat werd de grote uitdaging en uiteindelijk ook de grote triomf van het waterbeleid van zijn stad: genoeg vraag creëren voor dat aanbod.

    In Californië is gebruik van gezuiverd afvalwater in de landbouw toegestaan, maar alleen met een vergunning die precies vastlegt waarvoor het wordt gebruikt, vooral om de veiligheid van het grond- en drinkwater te garanderen. De oorspronkelijke vergunning van Healdsburg bood ruimte voor zowel de irrigatie van wijngaarden als gebruik in huishoudens, tuinen en industrie. Toch was het jarenlang lastig om genoeg afnemers voor het gerecyclede water te vinden, aldus Fuss. Het is weliswaar gratis, maar niet drinkbaar en vergt daarom de aanleg van aparte leidingen, wat een kostbare grap kan zijn. Verder maakten sommigen zich nodeloos zorgen over de aantasting van hun kostbare druiven door mogelijke resten nitraat, mineralen en andere chemische stoffen. Daarom werd gerecycled water nog een tijdlang in de rivier geloosd. Tot de gemeente zich drie jaar geleden door de toenemende droogte genoopt zag de lozingsvoorschriften strikt te gaan handhaven. Met de nieuwe veelsporenaanpak wordt de hoeveelheid geloosd afvalwater verlaagd door betere waterbesparing, en wordt tegelijkertijd de vraag naar gerecycled water verhoogd.

    ‘De gebruikers zorgen wel dat wij geen loopje nemen met de voorschriften’

    Fuss heeft daarvoor mede de basis gelegd door actief bij de wijnboeren langs te gaan en deelnemers te werven voor de verlenging van de waterleiding om het hergebruikte water bij hen te krijgen. Verder heeft de gemeente de bouwsector verplicht tot het gebruik van gerecycled water, dat afgehaald kan worden bij twee vulstations. En toen vorig jaar overal in Californië het watergebruik aan banden werd gelegd, is Healdsburg juist begonnen met de levering van bijna tweeduizend liter gratis water per huishouden per jaar voor alle afnemers.

    GettyImages 1089435092

    Om vraag en aanbod op elkaar af te stemmen is het volgens Fuss van cruciaal belang dat er een breed scala van gebruikers is. ‘We weten dat we bij droogte aan de regels kunnen voldoen, want de toestroom, de hoeveelheid afvalwater die we moeten zuiveren, is dan kleiner omdat mensen zuiniger met water omgaan, terwijl de vraag naar gezuiverd water juist groter is,’ zegt hij. In een jaar met veel of normale regenval is de situatie omgekeerd en zou het systeem snel overstromen als er niet voldoende tappunten waren.

    Beheer van de kwaliteit van geloosd afvalwater is een belangrijke drijfveer voor projecten voor hergebruik van water in Californië, zegt Thebo. En de gemene deler van geslaagde projecten lijkt het combineren van verschillende voordelen te zijn. ‘Dat is het hart van de samenwerking tussen gemeentes, telers, milieugroeperingen en de talrijke andere belanghebbenden. En dat is ook hoe je politici en de bewoners erbij betrekt.’

    Populair

    In Healdsburg lijkt het met die maatschappelijke betrokkenheid wel goed te zitten. Het programma van gratis aan huis bezorgd water is zelfs aan zijn eigen populariteit ten onder gegaan, doordat er op het hoogtepunt meer dan een kwart van de huishoudens gebruik van maakte. ‘Het was [financieel] onhoudbaar op de lange termijn,’ zegt gemeentelijk waterinspecteur Rob Scates, ‘maar het was goed voor de bekendheid.’ Bij de vulstations is het water nog steeds gratis verkrijgbaar en verschillende particuliere bedrijven bezorgen het voor een klein bedrag aan huis. (Simmons zegt dat hij eens in de twee weken veertig dollar betaalt voor een levering.)

    Maar de gemeente neemt geen risico. Om van afname verzekerd te blijven mag het water sinds kort ook gebruikt worden voor de irrigatie van weiden, commerciële boomgaarden en slachtvee. En er zijn plannen om, met dank aan een staatssubsidie van zeven miljoen dollar, het leidingnet (met paarse leidingen om aan te geven dat het geen drinkwater is) uit te breiden tot in de bebouwde kom, voor de bewatering van het stadsgroen. ‘Het raakt bekend dat de waterkwaliteit goed is en dat het een behoorlijk betrouwbaar systeem is,’ zegt Scates. De gebruikers ‘zijn er nu echt aan gehecht geraakt. Die zorgen wel dat wij geen loopje nemen met de voorschriften.’

    Dennis De La Montanya, eigenaar van De La Montanya Vineyards en een van de gebruikers van het eerste uur, is daar niet bang voor. Hij bevloeit de druiven waarmee hij zijn bekroonde pinot noir en chardonnay maakt al jaren met water uit de paarse leidingen. ‘Het heeft enorm bijgedragen aan de beschikbaarheid van water. En het belast het grondwater en de openbare watervoorziening niet,’ zegt hij. ‘Het is echt win-win.’ Dat tastbare resultaat demonstreert de waarde van de recycling van water, zegt Thebo: ‘Waterschaarste lijkt soms onoverkomelijke problemen op te leveren. Maar als mensen oplossingen zien waarvan ze de gevolgen in hun eigen leven ondervinden, wordt dat volgens mij een bron van collectieve trots.’

    Lees ook:

  • Wereldnieuws: Klimaatverandering bedreigt twee miljard mensen & meer

    Wereldnieuws: Klimaatverandering bedreigt twee miljard mensen & meer

    Rechtenschendingen op theeplantages

    De wereldwijde thee-industrie worstelt niet alleen met de economische gevolgen van de oorlog in Oekraïne maar ook met een ander probleem: schendingen van mensenrechten op de plantages, aldus de New Yorkse nieuwswebsite Quartz. Volgens het Britse Business & Human Rights Resource Centre (BHRRC) zijn ongeveer 13 miljoen arbeiders op theeplantages in India, Sri Lanka, Bangladesh, Kenia, Oeganda en nog 43 andere landen het slachtoffer van rechtenschendingen. De beschuldigingen omvatten schending van de vrijheid van vereniging, van gezondheids- en veiligheidsvoorschriften, loonbetalingen en aantasting van de levensstandaard.

    De productiekosten van thee zijn de afgelopen jaren gestegen, maar de prijzen zijn min of meer gelijk gebleven. ‘Beheerders van plantages proberen kosten te besparen in een steeds minder winstgevende sector. Daardoor is er sprake van een groeiende trend om gebruik te maken van tijdelijke contracten, koppelbazen en andere onzekere arbeidsomstandigheden,’ aldus het BHRRC-rapport. ‘Werknemers zijn daardoor kwetsbaarder voor allerlei vormen van misbruik, waaronder seksuele uitbuiting en schendingen van gezondheid en veiligheid. Het is moeilijker voor werknemers om zich bij een vakbond aan te sluiten.’ Bedrijven als Starbucks, Unilever, Marks & Spencer, Twinings, en het in Nederland gevestigde Ekaterra betrekken hun thee van plantages waar 47 van de 70 gesignaleerde mensenrechtenschendingen hebben plaatsgevonden. Deze bedrijven tonen volgens het rapport ‘weinig betrokkenheid bij de leveranciers om de effecten voor werknemers te verzachten’.


    Crypto voor Fentanyl

    Fentanyl – een verslavende pijnstiller – werd in de crypto-economie dusdanig gevaarlijk geacht dat veel markten op het darkweb handel erin hebben verboden. Maar uit onderzoek van Elliptic en Chainalysis, die cryptocurrency traceren, blijkt dat Chinese chemische producenten ingrediënten voor fentanyl verkopen aan drugslabs overal ter wereld.

    Meer dan negentig Chinese chemische bedrijven verkopen de ingrediënten openlijk online en 90 procent zegt betaling in cryptocurrency’s te accepteren. Elliptic en Chainalysis traceerden transacties ter waarde van tientallen miljoenen dollars in de afgelopen vijf jaar. Volgens de bedrijven is dat slechts het topje van de ijsberg, schrijft maandblad Wired.

    Drogen Spritze Pulver fentanyl opiods
    Unsplash

    Levende nachtmerrie

    Het echtpaar dat op een dag verrast werd door een enorme Banksy-muurschildering op de zijkant van hun huis in Lowestoft, vertelde aan de Engelse boulevardkrant The Sun hoe zij in een ‘levende nachtmerrie’ terechtkwamen.

    Banksy schilderde een enorme zeemeeuw op de muur die naar beneden duikt om bouwafval uit een (echte) container te pikken. Realiseert de kunstenaar wel waar hij mensen onbedoeld mee opscheept? zei het echtpaar, dat 40.000 pond per jaar zou moeten gaan betalen voor onderhoud en bescherming tegen diefstal. In plaats daarvan besloot het de meeuw met muur en al te laten weghalen; het werk ligt opgeslagen in afwachting van de verkoop.

    ANP 435372890
    © ANP – JUSTIN TALLIS

    New York zinkt

    Op de 777 vierkante kilometer die New York beslaat, drukt 762 miljoen ton beton, glas en staal, aldus de United States Geological Survey (USGS). Dat enorme gewicht betreft de bouwmaterialen, maar niet de inrichting en het meubilair in alle gebouwen, noch de vervoersinfrastructuur en de 8,5 miljoen inwoners. Door de druk van de bovenliggende stad zakt de New Yorkse bodem met een à twee millimeter per jaar. En dat is zorgelijk, vooral als de bodemdaling wordt opgeteld bij de stijging van de zeespiegel. Die wordt geschat op drie tot vier millimeter per jaar, schrijft BBC Future.

    Over een paar jaar gaat dat problemen opleveren en niet alleen voor New York maar ook voor andere kuststeden met een groeiende bevolking, in de VS en elders in de wereld. Zo daalt Jakarta jaarlijks zelfs met twee tot vijf centimeter. Vermindering van het grondwatergebruik en andere manieren van vestigen, zoals in drijvende steden, zou voor oplossingen kunnen zorgen.


    Nieuws als rap

    Om jongeren te trekken verpakt het Zweedse dagblad Aftonbladet het nieuws in rapsongs: AI zorgt ervoor dat verhalen in rap-vorm op muziek worden gezet. Deze vorm is een van de resultaten van overleg met jongeren over meer prikkelende manieren om het nieuws te brengen, aldus adjunct-hoofdredacteur Martin Schori in zijn column. Aftonbladet testte het resultaat begin mei op duizend geselecteerde jonge gebruikers. De reacties waren positief, schrijft Schori, zowel van de proefpersonen als van de jongeren die met het oorspronkelijke idee kwamen. Verreweg het populairst bleek een rap te zijn over het bezoek van Beyonce aan Stockholm in het kader van haar wereldtournee.

    ‘We moeten oude conventies uitdagen en luisteren naar de nieuwsconsumenten van de toekomst,’ aldus Schori. ‘Behalve nieuws als rap gebruiken we AI inmiddels om video’s te ondertitelen en interviews te transcriberen, en meer tools zijn in ontwikkeling.’

    iStock 1217805754
    © Lorado – iStock

    Klimaatverandering bedreigt twee miljard mensen

    Wetenschappers waarschuwen dat meer dan een vijfde van de mensheid tegen het einde van deze eeuw zal worden blootgesteld aan gevaarlijk hoge temperaturen, aldus de Franse nieuwszender Euronews. Volgens een nieuwe studie van de Universiteit van Exeter in het Verenigd Koninkrijk zijn we met het huidige klimaatbeleid op weg naar een opwarming van 2,7°C. De Intergouvernementele Werkgroep inzake Klimaatverandering (IPCC) van de Verenigde Naties waarschuwt dat daarmee de limiet van 1,5°C – die nodig is om een klimaatramp te voorkomen – wordt overschreden. Als de opwarming van de aarde op deze schaal doorgaat, zullen tegen 2100 twee miljard mensen – dat is ongeveer 20 procent van de verwachte wereldbevolking – worden blootgesteld aan levensbedreigende hitte en extreem weer. De gemiddelde wereldtemperatuur bedraagt dan ruim 29°C en valt buiten de ‘menselijke klimaatniche’, oftewel de omstandigheden waarin mensen goed kunnen gedijen. De optimale temperatuur voor de mens ligt tussen 13 en 25°C.

    De Universiteit van Exeter onderzocht niet de financiële maar de menselijke kosten van de opwarming van de aarde. Extreme hitte beïnvloedt het vermogen om te werken, te denken en te leren, heeft een verwoestend effect op gewassen en vergroot de kans op conflicten, infectieziekten en zwangerschapscomplicaties. Naarmate de gevolgen groter worden, zullen meer mensen uit hun huizen worden verdreven en zich gedwongen zien om naar koelere klimaten te migreren.

    India, waar nu al mensen sterven door de hitte, zal een van de zwaarst getroffen landen blijven, gevolgd door Nigeria, Indonesië, de Filipijnen en Pakistan. Ook plekken die aan de koelere kant van de voorspelde opwarming blijven, krijgen te maken met meer hittegolven en droogtes.

    Door de wereldwijde temperatuurstijging te beperken tot 1,5 °C, de richtlijn van het klimaatakkoord van Parijs, zal het aantal mensen dat aan extreme hitte wordt blootgesteld, verminderen tot 400 miljoen, zo blijkt uit het onderzoek dat werd gepubliceerd in Nature Sustainability.

    gettyimages 1253520314 594x594 1
    © Getty Images NurPhoto / Contributor
  • Drinkwater wordt steeds schaarser, is ontzilten de oplossing?

    Drinkwater wordt steeds schaarser, is ontzilten de oplossing?

    Vanwege drinkwatertekorten bouwen veel landen fabrieken voor de behandeling van zeewater. Maar aan deze techniek zitten wel haken en ogen. Zo kost ontzilting veel energie en is ze ook nog eens slecht voor het milieu.

    ‘Na een februari die te boek staat als de droogste maand in dertig jaar is er alle reden om haast te maken met de omzetting van zeewater in drinkwater.’ Je zou verwachten dat dit commentaar afkomstig is van een krant uit een regio die bekendstaat om haar droogte, maar het komt uit The Times en gaat over de situatie in Engeland. Vanwege de klimaatverandering kan dat land niet langer alleen op zijn neerslag rekenen om zich van drinkwater te voorzien. Er zouden dan ook plannen zijn voor de bouw van acht ontziltingsfabrieken in het zuiden en oosten van Engeland.

    het pekelprobleem

    Volgens een rapport van de Wereldbank waarin de milieugevolgen van ontzilting worden onderzocht, zal als er niets wordt ondernomen om het proces duurzamer te maken, in 2050 240 kubieke kilometer pekel in het milieu terechtkomen, tegen 40 kubieke kilometer op dit moment. Dit soort water met een zeer sterk verhoogd zoutgehalte zal via rivieren, meren en vochtige zones in zee terechtkomen: een regelrechte ramp. ‘Als de pekel niet over enorme oppervlakken wordt verspreidt, draagt hij bij aan de afname van opgeloste zuurstof in het water waarin hij terechtkomt, wat funest is voor het zeeleven’, constateerde Yale Environment 360 al in een in 2019 verschenen artikel. Een ander probleem, naast de zoutconcentratie, is dat de afvalvloeistof heel dikwijls giftig is, omdat ze vermengd is met chemische stoffen die bedoeld zijn om de verontreiniging van de ontziltingsinstallatie tegen te gaan. Ze is dus totaal ongeschikt voor agrarisch of industrieel gebruik, en nog minder voor consumptie.

    Volgens South West Water, een onderneming die heel Devon en Cornwall van drinkwater voorziet en al een heel kleine ontziltingsfabriekje op Sicilië heeft, ‘is ontzilting een logische oplossing voor de regio, rekening houdend met het uitgestrekte kustgebied’.

    Andere landen die aan zee zijn gelegen constateren hetzelfde. Israël, voorloper op dit gebied, heeft zijn productie opgeschroefd van 505 miljoen kubieke meter ontzilt water in 2013 tot 750 miljoen in 2020, en mikt op 1,2 miljard kubieke meter vanaf 2030. Marokko, dat al elf ontziltingsstations telt, ‘is van plan zijn productie tot 2030 te verdrievoudigen’, aldus de Marokkaanse online krant Medias 24. Het transalpiene blad Panorama schrijft op zijn beurt dat ‘Italië zich moet voorbereiden op ontzilting’.

    ‘Ontzilting is een strategie die we al lange tijd voor ogen hebben, maar dat is niet zo makkelijk te realiseren,’ erkent Francesca Portincasa, algemeen directeur van Acquedotto Pugliese, in La Stampa. Haar bedrijf wil in Tarente een fabriek bouwen die ‘385.000 mensen dagelijks van water kan voorzien’. ‘Momenteel,’ voegt La Stampa eraan toe, ‘is het water dat uit dit soort installaties komt goed voor slechts 0,1 procent van de Italiaanse waterconsumptie.’ Het zal nog een hele tijd duren voordat het land Koeweit evenaart, waar 90 procent van het drinkwater uit ontziltingsfabrieken afkomstig is, of Saoedi-Arabië met 70 procent, of zelfs de Cycladen, waar volgens de Griekse krant I Kathimerini 51 procent van de bevolking ontzilt water drinkt. Maar overal op de wereld valt dezelfde tendens te bespeuren.

    In 2022 waren er wereldwijd 21000 stations voor ontzilting van zeewater actief, oftewel bijna twee keer zo veel als tien jaar eerder. En ‘alleen al in 2020 zijn er plannen aangekondigd voor meer dan 35 ontziltingsfabrieken in China, zes in de Filippijnen en zes in Taiwan’, zo staat te lezen in het afgelopen september gepubliceerde rapport ‘Geopolitiek op het gebied van zeewaterontzilting’ van het Franse Instituut voor Internationale Betrekkingen.

    Volgens de auteurs ‘wordt ontzilting steeds meer als de belangrijkste oplossing beschouwd voor de toenemende waterstress, dat wil zeggen het verschil tussen de vraag naar water en de beschikbare hoeveelheid’. ‘Maar voor deze uiterst energieverslindende benadering worden over het algemeen fossiele brandstoffen gebruikt. Risico is dus dat de CO2-uitstoot zal toenemen, terwijl het Verenigd Koninkrijk ernaar streeft zijn uitstoot terug te brengen tot nul’, constateert The Times spijtig.

    La Stampa toont zich ronduit optimistisch: ‘Ontzilting mag dan een energieverslindend proces zijn, dankzij de technologische voortuitgang is het energieverbruik al drastisch beperkt. Tegelijkertijd zal er bij de ontwikkeling van deze installaties steeds meer duurzame energie moeten worden ingezet en zullen er milieuvriendelijker oplossingen moeten worden gezocht voor het pekelprobleem.’ – Courrier international


    En elders

    Griekenland. Lekken afdichten

    Gezien de voorspelde neerslagafname van twintig procent die voor de komende jaren wordt voorspeld, gevoegd bij de onafgebroken stroom zomertoeristen, moeten de Griekse eilanden zuiniger omspringen met hun water. Een van de beoogde oplossingen is verbetering van het leidingennet. ‘Het probleem van waterverlies is zeer groot en wordt in het zuiden van de Egeïsche Zee op 30 procent geschat!’ waarschuwt I Kathimerini. ‘Een van de belangrijkste maatregelen is het afdichten van de leidingennetten.’

    De Griekse krant herinnert eraan dat de benodigde technologie al voorhanden is, zoals camera’s om de leidingen te inspecteren. ‘Maar een algehele, centraal geleide planning is onontbeerlijk,’ aldus de krant, die eraan toevoegt dat er op alle eilanden kunst- en stuwmeren nodig zijn.

    België. Terug naar de bronnen

    Van oudsher telt Vlaams Brabant tal van kleine bronnen. Maar door de urbanisatie van deze provincie rond Brussel is een groot deel daarvan afgedekt en richting riolering geleid. ‘De verspilling van dit kostbare bronwater is moeilijk te accepteren, temeer omdat wij steeds vaker met droogte worden geconfronteerd,’ schrijft de Belgische krant De Standaard.

    Nog afgezien van het feit dat daardoor ook andere problemen ontstaan: het verzadigde rioolstelsel dreigt bij zware regenval te overstromen. Wat de zuiveringssystemen betreft, die worden minder effectief door de vermenging met afvalwater. Een door de Vlaamse overheid gesteund project wil daarom op vier plekken de bronnen weer openen om het water naar ondergrondse waterbekkens of waterlopen te leiden, waarvan de hele regio zou kunnen profiteren. ‘Als het werkt, zal deze pilot worden uitgebreid.’

    Zweden. Drie afvoerpijpen per huishouden

    In Helsingborg, een stad in het zuiden van Zweden, kan een nieuwe wijk op een innovatie bogen die op het moment van de lancering in 2021 als ‘een wereldwijd unicum’ werd gepresenteerd. Elk van de ongeveer 350 woningen is uitgerust met een afvoersysteem dat uit drie pijpen bestaat. De bedoeling is om minder schoon water te verspillen en het afvalwater beter te recycleren dan met een traditioneel afvoersysteem, legt de website van de publieke zender Sveriges Radio uit.

    Een van de drie pijpen is bedoeld voor ‘grijs’ water (douche, wastafel), een voor vacuümtoiletten (met een laag waterverbruik) en een voor voedingsresten, die van tevoren worden fijngemalen onder de gootsteen. Een zelfde aantal leidingen is verbonden met een behandelingsunit naast de gemeentelijke waterzuiveringsinstallatie. Het resultaat is water van drinkbare kwaliteit, niet-fossiele kunstmest en biogas.

    Irak. Bomen tegen de woestijn

    De Irakese regering heeft aangekondigd 5 miljoen bomen te willen planten om de droogte te bestrijden. Maar dat is ruimschoots onvoldoende, verklaart milieudeskundige Adel Al-Moukhtar tegenover de onafhankelijke website Al-Alam-Al-Jadid.

    ‘Het land heeft veertien miljard palmen en andere bomen nodig om een groene gordel te creëren waarmee we werkelijk de stofstormen kunnen bestrijden en de verwoestijning een halt kunnen toeroepen,’ zegt hij. Maar het project wordt bemoeilijkt door de verouderde staat van de irrigatiesystemen en door een alarmerende daling van het waterpeil van de twee grote rivieren van het land, de Eufraat en de Tigris.

    Kenia. Waterpolitie

    Afgelopen januari heeft de Keniaanse regering een speciale politiedienst in het leven geroepen ‘ter bestrijding van de toenemende mate van vandalisme en diefstal waardoor de waterreservoirs en het distributienetwerk worden getroffen’, aldus het dagblad The Star.

    Deze maatregel maakt deel uit van een restauratieprogramma van vervallen watertorens. In Nairobi bijvoorbeeld wordt de vraag geschat op 850 miljoen liter water per dag, tegen een dagelijkse productie van maar 525 miljoen, aldus het stedelijke waterleidingbedrijf.

    Lees ook:

  • Om de rijstcrisis te bezweren heeft Azië een nieuwe groene revolutie nodig

    Om de rijstcrisis te bezweren heeft Azië een nieuwe groene revolutie nodig

    In zowel Afrika als Azië dreigt een rijsttekort – geen enkel gewas is zo kwetsbaar voor de opwarming van de aarde. Maar naast slachtoffer is rijst, een belangrijke voedingsbron voor 60 procent van de wereldbevolking, ook een aanjager van klimaatverandering.

    Volgens een Indonesische legende schonk de godin Dewi Sri rijst aan het eiland Java. Cassave was tot dan toe de belangrijkste voeding, maar omdat ze medelijden had met de Javanen vanwege die saaie cassave, leerde ze hun hoe ze rijstzaailingen konden laten groeien in weelderige, groene rijstvelden. In India zou de hindoegodin Annapurna een soortgelijke rol hebben gespeeld en in Japan was deze voorbehouden aan Inari. In heel Azië wordt aan rijst een goddelijke – en meestal vrouwelijke – oorsprong toegekend.

    Die mythologisering is begrijpelijk. De zaden van de grasplant Oryza sativa (bekend als Aziatische rijst) zijn rijk aan zetmeel, en al duizenden jaren vormen ze het belangrijkste voedingsmiddel van het continent. Azië is goed voor 90 procent van zowel de wereldproductie als de wereldconsumptie van rijst. Aziaten halen er ruim een kwart van hun dagelijkse calorieën uit. De VN schatten dat een gemiddelde Aziaat 77 kilo rijst per jaar consumeert – meer dan de gemiddelde Afrikaan, Europeaan en Amerikaan bij elkaar. Honderden miljoenen Aziatische boeren zijn afhankelijk van de rijstteelt, en de meesten verbouwen het gewas op een klein lapje grond. Maar er vertonen zich barsten in de rijstkom van de wereld.

    Zowel in Afrika als in Azië stijgt momenteel de wereldwijde vraag naar rijst, terwijl de opbrengst stagneert. Grond, water en arbeid die nodig zijn voor de rijstproductie worden schaarser. Klimaatverandering is een nog grotere bedreiging. Het wordt steeds warmer, waardoor de gewassen verdorren, en er vinden vaker overstromingen plaats, die de rijst vernietigen. De rijstteelt is niet alleen slachtoffer maar ook een belangrijke oorzaak van de opwarming van de aarde, omdat rijstvelden veel van het krachtige broeikasgas methaan uitstoten. Zo is het gewas dat als voeding voor 60 procent van de wereldbevolking dient, een bron van onzekerheid en een bedreiging geworden.

    Stijgende vraag

    Het probleem wordt verergerd door de stijgende vraag. In 2050 zullen er 5,3 miljard mensen zijn in Azië tegenover 4,7 miljard nu, en 2,5 miljard in Afrika tegenover 1,4 miljard nu. Volgens een studie in het tijdschrift Nature Food zal deze groei de vraag naar rijst met 30 procent doen toenemen. Alleen in de rijkste Aziatische landen, zoals Japan en Zuid-Korea, beconcurreren brood en pasta het monopolie van rijst als basisvoedsel.

    Toch neemt de groei van de rijstproductiviteit in Azië af. Volgens gegevens van de VN steeg de opbrengst het afgelopen decennium met gemiddeld slechts 0,9 procent per jaar, tegenover ongeveer 1,3 procent in het decennium daarvoor. De daling was het sterkst in Zuidoost-Azië, waar het stijgingspercentage daalde van 1,4 procent tot 0,4 procent – Indonesië en de Filipijnen voeren al veel rijst in. Als de opbrengsten niet stijgen, zullen deze landen steeds afhankelijker worden van andere om hun 400 miljoen inwoners te voeden, aldus de studie in Nature Food.

    De rijstteelt is niet alleen slachtoffer maar ook een belangrijke oorzaak van de opwarming van de aarde, omdat ze methaan uitstoot

    Jarenlang hield de productie gelijke tred met de stijgende vraag dankzij het aanhoudende effect van de groene revolutie, die in de jaren zestig begon. Om slechte oogsten te voorkomen, ontwikkelden wetenschappers van het Internationaal Instituut voor Rijstonderzoek (IRRI), gevestigd op de Filipijnen, een variëteit, IR8, die het goed doet in combinatie met kunstmest en irrigatiesystemen. China had net een hongersnood achter de rug terwijl India zich juist op de rand van een hongersnood bevond. IR8 heeft toen op grote schaal levens gered.

    Toen IR8 zich over Azië verspreidde – van de Filippijnen tot Pakistan – nam de rijstopbrengst toe. De grotere productiviteit maakte rijst aantrekkelijker om te verbouwen, waardoor er ook meer middelen voor werden uitgetrokken. De zorg om voedselzekerheid nam af en stelde Aziatische regeringen in staat zich te concentreren op industrialisatie en economische groei.

    Het IRRI heeft nieuwe rijstvariëteiten ontwikkeld die iets van dit succes zouden kunnen herhalen. Ze leveren meer op, zijn klimaatbestendiger en hebben minder water nodig. Toch lijkt het moeilijker dan in de jaren zestig om aan de groeiende vraag te voldoen. Verstedelijking en meedogenloze verkaveling slokken veel land op. Tussen 1971 en 2016 werd een gemiddeld landbouwbedrijf in India meer dan de helft kleiner, van 2,3 tot 1,1 hectare.

    Het wordt daardoor steeds moeilijker om winst te maken met de productie, vooral ook als de arbeidskrachten schaars zijn. Zaden planten in keurige rijen, zaailingen herplanten en oogsten is slopend werk, waaraan steeds meer Aziatische arbeiders weten te ontkomen. Water – ook een belangrijke factor – wordt schaarser. Op veel plaatsen is de bodem uitgeput en zelfs vergiftigd doordat er overmatig gebruik is gemaakt van kunstmest en pesticiden.

    De rijstvelden van Vietnam produceren meer koolstofequivalent dan de vervoersector van het land

    Geen enkel gewas is zo kwetsbaar voor de opwarming van de aarde als rijst, aldus wetenschappers van het IRRI. Uit een studie uit 2004 bleek dat een stijging van de minimumtemperatuur met 1°C zorgt voor een daling van de opbrengst met 10 procent. De stijging van de zeespiegel, een ander gevolg van de opwarming, zorgt nu al voor toename van het zoutgehalte in laaggelegen gebieden van de Mekong-delta, waardoor de rijstopbrengsten daar afnemen. Massale overstromingen vorig jaar in Pakistan, de op drie na grootste rijstexporteur ter wereld, vernietigden naar schatting 15 procent van de oogst.

    Rijst draagt bij aan de opwarming van de aarde en is een feedback loop die vaak over het hoofd wordt gezien. Door irrigatie van de rijstvelden krijgt de grond geen zuurstof, zodat de groei van methaan-uitstotende bacteriën wordt bevorderd. En zo is de rijstproductie verantwoordelijk voor 12 procent van de totale uitstoot van methaan en 1,5 procent van de totale uitstoot van broeikasgassen. Deze aantallen zijn vergelijkbaar met de luchtvaart. De rijstvelden van Vietnam produceren meer koolstofequivalent dan de vervoersector van het land.

    Glucose

    Een ander toenemend probleem is de voedingskwaliteit van rijst. De korrel bevat veel glucose – wat bijdraagt aan diabetes en obesitas – en weinig ijzer en zink, twee belangrijke micronutriënten. In Zuid-Azië kan de grote aanwezigheid van diabetes en ondervoeding worden teruggevoerd op een te grote afhankelijkheid van rijst.

    Het aanpakken van al deze problemen is ingewikkeld. Ging de eerste groene revolutie over productiviteit, zegt Jean Balié, directeur-generaal van het IRRI, de volgende moet gaan over ‘systemen in plaats van oplossingen op plant- of perceelniveau’. Een beter rijstbeleid en betere variëteiten dus.

    De meeste zorgen over productiviteit en het milieu zijn het gevolg van slechte of verouderde overheidsmaatregelen. Deze verstoren de markten en belemmeren stimulansen voor verandering. Neem Sandeep Singh uit Bassi Akbarpur, een klein dorp in de Noord-Indiase deelstaat Haryana. Hij verbouwt rijst maar eet liever roti, een brood gemaakt van tarwe. Dat gewas is veel geschikter voor het hete, droge klimaat van Haryana. Toch dwingen stimuleringsmaatregelen van de regering Singh tot wisselteelt van rijst en graan.

    India koopt rijst van boeren tegen een gegarandeerde prijs, die vaak boven de marktprijs ligt. De oogst wordt aan de armen verkocht tegen een gesubsidieerde prijs, zodat de rijstconsumptie bevorderd wordt. Ook meststoffen en water worden gesubsidieerd. Dergelijke maatregelen komen overal in Azië voor. De meeste werden ingevoerd in tijden van aanhoudende voedselonzekerheid, toen diabetes en het milieu nog veel minder zorgen baarden dan nu.

    Het is moeilijk om aan beleid te tornen dat al decennialang steeds strakker wordt doorgevoerd. De boeren zijn bovendien goed voor vele stemmen – overheden durven ze niet tegen zich in het harnas te jagen. De regerende Bharatiya Janata Party van India, die er prat op gaat harde maar noodzakelijke maatregelen door te voeren, ondervond dat aan den lijve toen zij zich in 2021 gedwongen zag landbouwhervormingen terug te draaien als gevolg van boerenprotesten.

    Vietnam presenteerde onlangs een ambitieus plan om op een miljoen hectare ‘koolstofarme’ rijst te verbouwen

    Hoewel er niet één oplossing is voor de groeiende rijstcrisis, zijn er vele kleinere oplossingen. In delen van Azië waar de opbrengst laag is, zoals Myanmar en de Filipijnen, is het mogelijk de productiviteit te verhogen door meer kunstmest en pesticiden te gebruiken, zonder dat het milieu ernstige schade wordt toegebracht.

    Wetenschappers van het IRRI en andere onderzoeksinstellingen hebben rijstvariëteiten ontwikkeld die bestand zijn tegen overstromingen, droogte en hitte. Ze hebben ook voedzamere soorten ontwikkeld. Deze veranderingen, gecombineerd met innovaties in de teelt zoals direct zaaien – een manier van planten die minder water en arbeid vergt – kunnen milieuschade beperken en de opbrengst verhogen.

    Experimenten in heel Azië bevestigen dit. Boeren in Bangladesh die Sub1 verbouwden, een rijstsoort die tolerant is voor overstromingen, behaalden 6 procent hogere opbrengsten en 55 procent meer winst, volgens een studie die in 2021 werd gepubliceerd in het tijdschrift Food Policy. Een studie van veldproeven in Global Food Security toont dat rassen die resistent zijn tegen droogte een opbrengstvoordeel van 0,8-1,2 ton per hectare behalen.

    Het is nog een uitdaging ervoor te zorgen dat verbeterde zaden en methoden op grote schaal ingang vinden. Veel boeren weten niet dat ze bestaan, anderen zijn huiverig iets nieuws te proberen. Uit een landelijk onderzoek onder rijstboeren in India in 2017 en 2018 bleek dat slechts 26 procent werkte met nieuwe rassen, hoewel deze al sinds 2004 beschikbaar zijn.

    Regeringen kunnen een belangrijke rol spelen door de voordelen van nieuwe rassen en methoden onder de aandacht te brengen. Vietnam heeft onlangs het voortouw genomen met de aankondiging van een ambitieus plan om op een miljoen hectare ‘koolstofarme’ rijst te verbouwen. Het land ziet dit als een middel om op arbeid te besparen en efficiëntie te verhogen. Een essentiële stap die voorkomt dat emissiebeperking een extra last op de boeren legt, zegt Bjoern Ole Sander, klimaatwetenschapper bij het IRRI.

    Ook een bottom-upbenadering is belangrijk. Landbouwvoorlichters kunnen een grote rol spelen bij kennisoverdracht, maar ze worden vaak veronachtzaamd door beleidsmakers. De meeste overheidsuitgaven voor landbouw gaan naar subsidies en irrigatie en komen ten goede aan rijkere boeren met grotere stukken grond.

    Diversifiëren

    Regeringen zullen ook veel meer moeten doen om mensen minder afhankelijk te maken van rijst. Op verzoek van India heeft de VN 2023 uitgeroepen tot het jaar van de gierst. India hoopt boeren en consumenten te overtuigen van dit gewas, dat veel voedzamer is dan rijst of tarwe en veel minder water nodig heeft. Ook Indonesië promoot het. Momenteel zullen enkel gezondheidsbewuste hipsters in Delhi een biryani van gierst verkiezen boven een biryani van rijst. Maar waar de elite vooroploopt, volgt vaak de massa. Als de afzetmarkt groter wordt, zal dat eerst enkele boeren over de streep helpen en zullen uiteindelijk zelfs de meest fervente rijsttelers omschakelen of diversifiëren.

    Door de eerste groene revolutie werd een Aziatische catastrofe afgewend. Vandaag de dag is de situatie dan misschien minder precair, maar in sommige opzichten is de uitdaging groter. Landen zullen meer moeten produceren met minder middelen en met veel meer zorg voor het milieu. En dat vereist een ‘echte groene revolutie’, aldus IRRI-baas Balié.

    De beloning zou ongekend groot kunnen zijn. Duurzamere teelt en hogere opbrengsten kunnen de boeren een hoger en stabieler inkomen opleveren. Dat kan hen motiveren zich aan te passen aan de klimaatverandering, terwijl ze er minder aan bij hoeven dragen. Dat succes, dat nu nog niet verzekerd is, kan de voedselzekerheid voor Aziaten – en voor de wereld – helpen garanderen.

    Lees ook:

  • Klimaatactivisten richten hun pijlen op burgers: ‘Niet u maar uw auto is ons doelwit’

    Klimaatactivisten richten hun pijlen op burgers: ‘Niet u maar uw auto is ons doelwit’

    Klimaatactivisten zijn de laatste jaren steeds irritanter geworden, schrijft journalist Karl Mathiesen. Hij ging op pad met een anarchistisch collectief dat banden van vervuilende SUV’s laat leeglopen. Zouden extremere vormen van geweld de volgende stap kunnen zijn?

    Claude houdt de wacht op de donkere, glimmende straat terwijl Samuel gehurkt een groene linze in het ventiel van de band van een SUV duwt. ‘Natuurlijk worden ze kwaad,’ zegt Claude. Een uur later staat het voertuig met een lekke band tegen de stoeprand. Als de nacht op z’n einde loopt heeft de Belgische cel van de Tyre Extinguishers – een los collectief van anarchistische klimaatactivisten – 194 SUV’s in Brussel en het nabijgelegen Gent ‘ontwapend’, zoals ze zelf zeggen.

    ‘Ze moeten niet denken dat ze een grote auto kunnen kopen en gewoon van het leven kunnen genieten en negeren wat er in de wereld gebeurt,’ legt Claude me uit. Ik mag mee met hun nachtelijke expeditie op voorwaarde dat ik Claude en zijn twee handlangers vermeld onder gefingeerde namen. De voertuigen worden niet beschadigd, maar de banden moeten worden opgepompt of verwisseld. Voordat hij ervandoor gaat, plakt Claude een foldertje op de voorruit met de Franse tekst: ‘Vat het niet persoonlijk op. Niet u maar uw auto is ons doelwit.’

    Als je op aarde woont, is het je misschien opgevallen dat activisten tegen klimaatverandering de laatste jaren steeds irritanter zijn geworden. Ze besmeuren meesterwerken met soep, leggen voetbal- en tenniswedstrijden stil, sluiten snelwegen en tankstations af of ze hebben meer dan elfduizend SUV’s in zeventien landen wereldwijd onklaar gemaakt, zoals de Tyre Extinguishers beweren, die hun opdrachten via een geanonimiseerde website krijgen.

    Ik ontmoet Claude en zijn vrienden en ben getuige van een nieuwe ontwikkeling in het klimaatactivisme. Een kleine maar belangrijke tak van de groene beweging is een grens over gegaan: niet alleen bestuurders van bedrijven in fossiele brandstoffen en politici zijn het doelwit, activisten zoals Claude mikken nu ook op burgers.

    Doodsbang

    Claude en zijn maten zien hun acties als hinderlijk, zeker, maar ook als onderdeel van een existentiële strijd. Het is de volgende noodzakelijke stap nadat normale democratische handelingen als stemmen, vreedzaam protesteren, lobbyen en desinvesteren zijn uitgeput. Westerse regeringsambtenaren mogen zich dan op de borst kloppen met de recente toename van de klimaatuitgaven en -wetgeving, maar activisten zien investeringen in kolencentrales of de uitbreiding van de olie- en gasproductie als bewijs dat de mensheid op haar eigen ondergang blijft afstevenen. ‘Ik snap niet dat je het niet ziet,’ zegt Claude. Wat betekenen een paar lekke banden nou tegenover een klimaatcrisis die het einde van de beschaving kan betekenen?

    ‘Het is echt tijd om wakker te worden,’ zegt Margaret Klein Salamon, directeur van het in de VS gevestigde Climate Emergency Fund (CEF), dat sinds zijn oprichting in 2019 miljoenen dollars heeft doorgesluisd naar 95 groepen die zich wijden aan ‘disruptief activisme’. ‘Ik zie hen als activisten die ons door elkaar schudden, die alles proberen wat ze maar kunnen bedenken en zichzelf blootstellen aan aanzienlijke risico’s – ze doen het omdat ze doodsbang zijn.’

    Benaderingen als die van Claude versterken een opvatting die al langer leeft bij sommige wetshandhavers, academici en onderdelen van de groene beweging, namelijk dat dergelijke escalatie onvermijdelijk is. Als activisten er echt klaar mee zijn om instemming van het grote publiek te krijgen, wat weerhoudt hen er dan van om van deze ietwat klunzige stunts over te stappen op iets ernstigers? Gevallen van brandstichting en sabotage duiken steeds vaker op. Zouden extremere vormen van geweld de volgende stap kunnen zijn?

    ‘De beweging zoekt steeds vaker de confrontatie,’ zegt Jamie Henn, een Amerikaanse activist, organisator en medeoprichter in 2007 van de klimaatgroep 350.org. ‘Borden met gevatte teksten tijdens demonstraties zullen Exxon er niet toe brengen fossiele brandstoffen in de grond te laten zitten, dus mensen zoeken andere manieren om druk uit te oefenen. En dan zijn er altijd ook nog jonge mensen die op erger uit zijn.’

    Auto’s met kinderzitjes, stickers van invaliden of andere medische indicaties laten ze ongemoeid

    Het maken van mijn afspraak met de Tyre Extinguishers verloopt een beetje geheimzinnig: verborgen telefoonnummers, gecodeerde e-mails en codenamen. Maar Claude en zijn kleine bende zijn geen hardcore militanten – althans, nog niet.

    Op straat nemen ze nogal amateuristische voorzorgsmaatregelen, zoals gezichtsbedekking (die vaak afzakt) en ze gebruiken bepaalde signalen voor het geval agenten of boze autobezitters opduiken. Claude erkent dat wat ze doen ‘gevaarlijk kan zijn voor mensen, omdat ze een ongeluk zouden kunnen krijgen’. De flyers die hij op de voorruit plakt verklaren niet alleen de acties van de groep, maar dienen ook als waarschuwing voor mensen die anders met een lekke band zouden wegrijden. Auto’s met kinderzitjes, stickers van invaliden of andere medische indicaties laten ze ongemoeid.

    Het doel van de Tyre Extinguishers is om SUV-bezit sociaal gezien onwenselijk te maken, om het symbool van rijkdom, comfort en macht aan te tasten. De enorme voertuigen zijn immers een van de grootste aanjagers van de toename van CO2-uitstoot. Volgens het Internationaal Energieagentschap maakten SUV’s in 2022 46 procent uit van de wereldwijde verkoop van nieuwe auto’s – een record. Door hun omvang zijn ze 20 procent minder energie-efficiënt dan een gewone auto en aanzienlijk gevaarlijker voor voetgangers. De Tyre Extinguishers willen bezitters tegenwerken door ervoor te zorgen dat ze ’s ochtend niet weg kunnen rijden.

    De website van de groep lijkt te worden beheerd door een Britse groep die in 2021 aanvallen op SUV’s in het Verenigd Koninkrijk opeiste. De site moedigt iedereen aan om hun campagne over te nemen. ‘We hebben geen leider’, staat er. Het idee zelf is gestolen: het is een reprise van de activiteiten van een Zweedse groep – de Indianen van de Betonnen Jungle – die in 2007 claimde tijdelijk de SUV-verkoop in hun land verminderd te hebben.

    Een van de leden van die groep was Andreas Malm, een academicus wiens boek How to Blow up a Pipeline uit 2021 een nieuwe golf van activisten stimuleerde. Die willen verder gaan dan protesten en sit-ins; ze willen de machines aanvallen die klimaatverandering veroorzaken. (Een speelfilm gebaseerd op het boek kwam op 7 april uit in de Verenigde Staten.) In zijn boek, dat meer een manifest is dan een handleiding, daagt Malm de doorgaans vreedzame groene beweging uit omdat die geweldloosheid belangrijker vindt dan de urgente zaak waarvoor ze strijdt.

    De boodschap van Malm vond weerklank bij activisten die niet langer om protestmarsen geven. Greta Thunberg inspireerde de schoolstakingen die tussen 2018 en 2020 miljoenen jongeren op de been brachten, maar dat is voorbij. ‘We proberen ons te verzetten tegen het gevoel een nederlaag te lijden, en dat brengt ons hier,’ zegt Dominika Lasota, een Poolse activist en een van de leiders van Fridays For Future, een protestbeweging voor het klimaat. ‘Corona heeft de boel echt lamgelegd,’ zegt Klein Salamon. ‘Earth Day 2020 had de grootste milieudemonstratie in de geschiedenis moeten worden. En in plaats daarvan werd het een livestream.’

    Avondje uit

    Groepen als de Tyre Extinguishers lopen een relatief laag risico voor hun betrokkenheid bij wat activisten direct action noemen. Hun doel is nobel. Maar het is ook een avondje uit – een vrolijke bijkomstigheid bij hun wetteloze streken. Zwervend door de straten van Ukkel, een welvarende zuidelijke Brusselse voorstad, laten Claude en zijn vrienden een vreugdekreet horen als ze een Tesla zien. Nee! Twee Tesla’s zelfs! Het duurt niet lang of de accu-auto’s zakken sissend ineen.

    Op de website van de Tyre Extinguishers staan regels die vermelden wat wel of niet mag. Het aanpakken van dure elektrische voertuigen wordt gezien als koosjer, vanwege de schade die wordt aangericht door de winning van kostbare mineralen voor hun accu’s. Claude legt uit dat alle grote auto’s onaanvaardbaar zijn. ‘Het zijn gewoon rijke mensen die doen alsof ze in duurzaamheid geloven,’ zegt hij over Tesla. Een paar minuten later, net als hij een auto wil voorzien van een folder, beweegt een man in een nabijgelegen huis voor zijn riante raam. De groep loopt snel weg, wat er behoorlijk verdacht uitziet.

    Een paar straten verder gebeurt het opnieuw. Terwijl de vermoedelijke eigenaar van een beoogde SUV uit zijn raam staart, op enkele meters afstand van mij, is er dit keer geen tijd om een folder op de voorruit te plakken. De groep wijkt uit naar andere delen van de stad.

    Het oranje poeder bevlekte het groene biljartlaken terwijl de commentator zei: ‘Vreselijke, echt vreselijke taferelen hier’

    De spanning tussen geweldloosheid en strijdlust is zo oud als protesteren zelf. Maar de vraag hoe de milieuvervuilers moeten worden aangepakt, heeft door de escalerende klimaatcrisis nu urgentie gekregen. Als het irriteren van het publiek uitloopt op een mislukking, hoe moeten de Tyre Extinguishers, of anderen zoals zij, dan verder gaan?

    Een iconisch moment in deze nieuwe golf van protest-door-irritatie vond afgelopen oktober plaats, toen twee Britse activisten van de groep Just Stop Oil internationaal het nieuws haalden door in de National Gallery in Londen Heinz-tomatensoep over Vincent van Goghs Zonnebloemen te sproeien. De publieke woede die daaruit voortvloeide was niet onverwacht, zegt James Skeet, een woordvoerder van de groep. Die was exact de bedoeling. ‘Als je geen miljoenen kijkers hebt, kom je niet in de buurt van belangrijke maatschappelijke veranderingen.’ Hij wijst erop dat het publiek er nauwelijks aandacht aan besteedde toen de groep een reeks olieterminals aanviel. Maar een video van de Van Gogh-actie, gemaakt door Guardian-journalist Damian Gayle, werd op Twitter al meer dan vijftig miljoen keer bekeken.

    Voor veel van deze groepen is oranje de favoriete kleur: opzichtig en onmogelijk te negeren. Op maandag 1 mei sprong een demonstrant van Just Stop Oil op een biljarttafel tijdens de wereldkampioenschappen snooker in Sheffield en overgoot zichzelf met een gekleurde stof, als een gelovige op het hindoeïstische Holi-festival. Het oranje poeder bevlekte het groene biljartlaken terwijl de commentator zei: ‘Vreselijke, echt vreselijke taferelen hier.’

    Toen de beruchte protestgroep Extinction Rebellion in het weekend van 29 april een vreedzame mars hield in Londen, bestond de media-aandacht daarentegen uit radiostilte. ‘Je moet ontregelen of je bestaat niet’, schreef Roger Hallam, een van de oprichters van de groep, op Twitter. ‘Soms biedt het leven je maar twee opties.’

    Elders zijn milieudemonstraties al geëscaleerd. Recente protesten in Frankrijk tegen de aanleg van waterreservoirs voor de landbouw, die volgens critici ten onrechte bedrijven zouden bevoordelen, gingen gepaard met brandstichting, sabotage en botsingen tussen demonstranten en de politie. Claude, de Tyre Extinguisher, was aanwezig bij een recente botsing met de politie waarbij een activist in coma raakte.

    Een langdurige strijd over de uitbreiding van een netwerk van kolenmijnen in het noordwesten van Duitsland was aanleiding voor sabotage en aanvallen op voertuigen en politie. In 2020 werd een graafmachine op een bouwterrein van energiebedrijf RWE in brand gestoken. In januari verklaarde een anonieme auteur op het linkse blog indymedia.org dat ‘twee strategisch geplaatste brandbommen’ een kolentrein in Keulen onklaar hadden gemaakt. ‘Onze actie is onderdeel van een militante campagne tegen de wereldwijde klimaatvernietiging’, aldus de schrijver. ‘RWE verdient niets anders dan onze grootste haat!’ RWE weigert commentaar te geven op het bericht of te bevestigen dat de aanval heeft plaatsgevonden en verwijst voor vragen door naar de politie.

    Een verband met klimaatactivisme is ‘aannemelijk’, zegt Andreas Müller, woordvoerder van de politie van Aken. Hij bevestigt dat er brandbommen zijn geplaatst op spoorweginfrastructuur van RWE, maar wil verder geen details geven, behalve dat er geen arrestaties zijn verricht. ‘Sommige groepen worden in de gaten gehouden door de overheid.’.

    Een woordvoerder van het ministerie van Binnenlandse Zaken van de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen noemt de Ende Gelände-beweging een ‘scharnier’ tussen uiterst linkse ‘extremistische gewelddadige criminelen’ en de democratische protestbeweging. Tussen 2019 en 2022 werden bij de kolenmijnen 43 brandstichtingen, 25 gevaarlijke acties rond het treinverkeer en 216 incidenten met materiële schade geregistreerd, aldus de regering.

    Drijvende kracht

    Ende Gelände wijst het etiket ‘extremisme’ af. Maar eind april zei de groep in een tweet – die later werd verwijderd – dat het nodig zou zijn ‘de democratie af te schaffen’ om de klimaatcrisis aan te pakken. De afgelopen maanden overschaduwde een andere groep, Letzte Generation, zowel Fridays For Future als Ende Gelände als de luidruchtigste, meest disruptieve kracht in het Duitse klimaatactivisme.

    Veel ‘mainstream’ activisten zien dergelijke groepen als een drijvende kracht die de rest van de beweging kan helpen haar doelen te bereiken. Malm wijst erop hoe de Amerikaanse burgerrechtenleider Martin Luther King Jr. de dreiging van zwarte militanten als Malcolm X benadrukte om zijn zaak te bepleiten. Activisten die opkwamen voor het vrouwenkiesrecht demonstreerden niet alleen, ze sloegen ook ruiten in, goten zuur in stembussen en streden met bommen en brandstichting; één activist viel zelfs de jonge Winston Churchill aan en bewerkte zijn gezicht met een hondenzweep.

    ‘We moeten niet vergeten dat zowel de wet als de praktijk in het verleden altijd werd veranderd door burgerlijke ongehoorzaamheid,’ zegt Michel Forst, de speciale VN-rapporteur voor milieuactivisme. ‘Ik heb veel jonge mensen ontmoet die me vertelden dat ze de wet overtreden omdat de noodtoestand dat vereist (…) Ik zie dat niet als iets onwettigs.’ De strenge antiprotestwetten die Italië en Groot-Brittannië hebben voorgesteld als reactie, hebben juist bij breder links de steun voor activisten aangewakkerd. In Duitsland hebben tientallen linkse en groene groeperingen – waaronder reguliere ngo’s als BUND en Oxfam – een brief ondertekend waarin de regering wordt veroordeeld omdat zij Ende Gelände als extremistisch aanmerkt.

    De Amerikaanse filantropische gemeenschap, die een groot deel van de wereldwijde klimaatbeweging financiert, wordt niet afgeschrikt door militante acties. Mogelijk heeft de tactiek van groepen als Ende Gelände, Letzte Generation en Just Stop Oil hen juist nog aantrekkelijker gemaakt voor een bepaald type financier. Deze drie organisaties plus acht andere hebben zich verenigd in het A22-netwerk, dat zichzelf verplicht tot voortdurende ‘massale burgerlijke ongehoorzaamheid’. Ze worden gefinancierd door het Climate Emergency Fund (CEF), dat vorig jaar naar eigen zeggen 5,3 miljoen dollar doneerde aan ‘organisaties die de waarheid vertellen, de normale gang van zaken verstoren en met spoed om verandering vragen’.

    Het CEF werd opgericht door Aileen Getty, erfgename van Getty Oil. Twee andere grote donoren zijn Rory Kennedy – het jongste kind van Robert Kennedy, de voormalige Amerikaanse procureur-generaal en senator die in 1968 werd vermoord – en filmregisseur Adam McKay. Samen vertegenwoordigen zij de drie-eenheid van de liberale Amerikaanse schuld: Big Oil, Big Politics en Hollywood.

    Het CEF is een gereguleerde liefdadigheidsinstelling in de VS, wat betekent dat het wetsovertredingen niet rechtstreeks mag financieren. ‘Het Climate Emergency Fund geeft geen steun aan sabotage,’ zegt Klein Salamon. ‘Wij financieren alleen legale activiteiten.’ Ze wijst op de eis dat activisten een geweldloze training moeten volgen. Toch hebben groepen die geld van haar ontvangen openlijk de wet overtreden. Op de website van Just Stop Oil staat het onderdeel ‘Rechtbank en gevangenis’, dat ook dienstdoet als hall of fame voor tientallen activisten die trots de gevangenis ingingen voor hun kattenkwaad. ‘Feitelijk hebben we aan sabotage gedaan,’ zegt Skeet.

    Afkerig

    Sommige leden van de Tyre Extinguishers gaan al verder dan lekke banden. In de Britse stad Bristol werd de Range Rover van Chris Bailey begin april auto bespoten met de tekst ‘THIS MACHINE KILLS KIDS’. Drie weken daarvoor waren zijn banden al eens lek gestoken. Hoewel hij het ermee eens is dat de opwarming van de aarde een ernstig probleem is, zegt Bailey tegen lokale media dat de daders ‘klimaatverandering een negatieve connotatie geven’ en mensen ‘zeer afkerig maken van de beweging’.

    Ondertussen vindt Claude in Brussel juist dat de klimaatbeweging radicaler moet worden. De dag nadat ik met de Tyre Extinguishers door de verduisterde straten van de stad rende, ontmoeten Claude en ik elkaar in een café op een hip plein waar Brusselse studenten elk weekend feest vieren.

    Claude vertelt tussen de vijfentwintig en vijfendertig jaar oud te zijn en is een nieuwkomer als activist. Drie jaar geleden gloorde een carrière in het bedrijfsleven. ‘Er werd mij een grote baan in een groot bedrijf aangeboden.’ Toen las hij het boek How Everything Can Collapse van theoretici Pablo Servigne en Raphaël Stevens, die stellen dat de milieuproblematiek onze beschaving binnenkort de vergetelheid in kan drijven. Tien dagen later nam hij ontslag. ‘Ik wil geen spijt hebben,’ zegt hij. Hij kiest voor frisdrank terwijl ik een biertje neem. ‘Als het fout gaat, oké, dan heb ik gedaan wat ik kon. Dat is hoe ik erover denk. Ik maak deel uit van een generatie die bereid is verder te gaan.’

    Maar wat betekent dat concreet? Zou hij iemand kwaad doen? ‘Ik zou nooit iemand vermoorden. Ik vind niet dat ik aan gewelddadige acties heb deelgenomen. En ben dat ook niet van plan.’ Hoe zit het met dingen opblazen of andere vormen van sabotage? ‘Voor mij is sabotage geen geweld want het is niet gericht op mensen… Dus ja, aan sabotage kan ik probleemloos meedoen.’ Hij voegt eraan toe: ‘Ik denk dat het belangrijk is om de regering en bedrijven te laten zien dat als onze acties niet genoeg zijn om hen in beweging te krijgen, we bereid zijn om nog verder te gaan’

    Hoeveel van hen vragen zich in het café bij jou in de buurt af hoe ver ze bereid zijn te gaan?

    Misschien is het bluf. Het is makkelijk om dreigende teksten uit te slaan tegen een verslaggever die je echte naam niet eens kent. Maar bedenk eens: vijf jaar nadat Thunberg miljoenen jonge mensen warm maakte voor klimaatactivisme, is een aanzienlijk aantal van hen gedesillusioneerd geraakt over normale manieren van protesteren, maar nog wel net zo boos en bang als destijds. Hoeveel van hen vragen zich in het café bij jou in de buurt af hoe ver ze bereid zijn te gaan? Kolenmijnen, snelwegen, SUV’s, snookerwedstrijden, metrostations, meesterwerken in musea – de lijst is al lang. Hoelang zal het duren voordat iedereen, alles, overal een potentieel doelwit wordt voor disruptie of zelfs geweld? Het zijn vragen die nog onheilspellender worden als ik hem een uur na mijn drankje met Claude opnieuw tegen het lijf loop: de would-be eco-militant die me in de supermarkt onheilspellend aanstaarde in het gangpad met bier.

    Lees ook:

  • De winterdroogte is een keerpunt voor Frankrijk: de kraan gaat dicht

    De winterdroogte is een keerpunt voor Frankrijk: de kraan gaat dicht

    ‘Winterdroogte’ noemen ze het schrijnende gebrek aan water waar Frankrijk dit jaar al vroeg mee kampt. Er is een noodplan, dat voornamelijk uit waterbesparingen bestaat, zoals het beperken van particulier verbruik. Maar wat zijn de langetermijnoplossingen?

    Toen Christelle Palasse enkele weken geleden de haren van haar klanten wilde wassen, hield het water plotseling op. ‘Toen ik mijn handen waste stroomde er slechts een dun straaltje uit de kraan, en daarna kwam er helemaal niets meer uit,’ zegt de kapster uit het dorpje Arlanc in het midden van Frankrijk. Palasse klinkt opgewonden aan de telefoon en ook een beetje boos. ‘Ik wist dat het water bij ons schaars is, maar dat er nu helemaal niets is… in wat voor land wonen we?’ Ze werkt al dertig jaar in haar salon en heeft altijd genoeg water gehad voor het wassen en kleuren. ‘Ik had nooit gedacht dat we in Frankrijk met deze ellende te maken zouden kunnen krijgen.’

    De mensen in Frankrijk beleven zo’n uitzonderlijke situatie dat ze er zelfs een nieuw woord voor hebben gevonden: winterdroogte. De rivieren staan niet in de zomer droog, maar reeds in februari. In veel delen van het land heeft het al meer dan vijf weken niet geregend. Ondertussen luidt de regering dagelijks de noodklok met persconferenties en interviews over de watersnood. De minister van Milieu en Klimaatverandering, Christophe Béchu, heeft de prefecten opgeroepen het particuliere waterverbruik ‘zonder aarzelen’ te beperken.

    Frankrijk loopt erg achter

    De Franse senator François Bonhomme wilde weten welke maatregelen de regering beoogt om het hergebruik van afvalwater te bevorderen. Volgens hem wordt de techniek die het mogelijk maakt om afvalwater te recycleren en daarmee de zoetwaterconsumptie te beperken nog te weinig toegepast in Frankrijk. Slechts 1 procent van het afvalwater wordt gerecycleerd, ‘tegen 90 procent in Israël, 20 procent in Spanje en 8 procent in Italië’. In 2020 heeft de regering op een jaarlijkse waterconferentie het belang van het hergebruik bevestigd en verklaard voornemens te zijn om de hoeveelheid onconventioneel water tussen dan en 2025 te verdriedubbelen.

    Het aantal projecten in Frankrijk dat sinds 2017 experimenteert met het hergebruik van behandeld afvalwater voor irrigatie neemt toe, maar het laat nog altijd te wensen over. Natuurlijk, schrijft de senator, ‘heeft de wet van 10 februari 2020 inzake de strijd tegen verspilling en de circulaire economie het gebruik van nieuwe toepassingen van behandeld afvalwater mogelijk gemaakt, met name voor stedelijke doeleinden (reiniging van straten en wegen, brandweerdoeleinden, hogedrukreiniging van netwerken, kunstmatige aanvulling van grondwater), maar hooguit voor een periode van vijf jaar en op te beperkte schaal’. Met 8,4 miljard kubieke meter behandeld afvalwater per jaar in grootstedelijk Frankrijk, aldus het Franse Studie- en Expertisecentrum Cerema, is er toch een aanzienlijk potentieel.

    Aan banden gelegd

    In de regio van kapster Palasse is het watergebruik al sinds afgelopen zomer aan banden gelegd. Sindsdien mogen de bewoners hun tuinen niet meer besproeien, geen auto’s meer wassen en geen privézwembaden meer vullen – nog steeds relatief onschuldige verboden, maar ze brengen de bevolking in beroering. Palasse vertelt hoe zij en vele anderen dagelijks in de rij staan bij de supermarkt in het stadje om waterflessen in te slaan. Je weet maar nooit.

    Arlanc heeft evenals veel andere steden zijn fonteinen, die populair zijn bij toeristen, stopgezet. In de stad Saint-Zacharie, op 30 kilometer van Marseille, heeft geen van de zestien fonteinen sinds mei vorig jaar gedraaid. Het is onwaarschijnlijk dat ze het komende seizoen weer gaan sproeien: minister Béchu waarschuwde dat Frankrijk hoogstwaarschijnlijk een nog drogere zomer tegemoet gaat dan in 2022.

    Sommige gemeenten leggen nu al verdere verboden op om de noodtoestand het hoofd te bieden. Zo mogen in Fayence in Zuid-Frankrijk geen particuliere zwembaden meer worden aangelegd, en dat in een regio waar bijna elk huis in sommige wijken er een heeft: in totaal negentigduizend particuliere zwembaden in Fayence. Andere gemeenten zijn nog verder gegaan en hebben besloten gedurende minstens vier jaar helemaal geen nieuwe bouwvergunningen meer af te geven, zelfs niet voor huizen of flats. Hun argument is dat de huidige bevolking nu al nauwelijks van voldoende water kan worden voorzien.

    ‘De dorre zomer van 2022 heeft iedereen opgeschrikt’

    Tot nu toe heeft Frankrijk echter nog geen plan voor de aanpak van deze en toekomstige droogtes op de lange termijn. In sommige gemeenten – zoals in Arlanc – wordt het water ‘s nachts afgesloten. Afgelopen zomer al moesten vijfhonderd gemeenten worden bevoorraad met tankwagens, in andere gemeenten werd het water ’s nachts volledig afgesloten. Dat er zoveel gemeentes zijn getroffen, maakte minister van Klimaat Béchu pas deze week bekend. Tot dan toe, zo bekende hij aan de krant Le Monde, had zelfs in de hoofdstad niemand een helder idee van het aantal mensen en plaatsen dat gebrek had aan deze primaire levensbehoefte.

    Verantwoordelijk voor de uitzonderlijke droogte is het maandenlange gebrek aan regen, een verschijnsel van de klimaatcrisis. In veel zuidelijke regio’s, maar ook in Bretagne aan het Kanaal, viel de afgelopen zes maanden 30 tot 40 procent minder neerslag dan jarenlang het gemiddelde was. In veel gemeenten vielen de laatste druppels medio januari. Op een officiële kaart is te zien dat veel regio’s ten zuiden van Parijs donkerrood gekleurd zijn; zij lijden onder ‘extreme droogte’. Kijken we naar de neerslag van de afgelopen maand, dan pakt de historische vergelijking nog dramatischer uit: slechts één op de vijf regio’s in Frankrijk kreeg evenveel regen als normaal.

    ‘We zitten in een uitzonderlijk alarmerende situatie’, aldus hydroloog Hélène Michaux, afdelingshoofd bij het waterschap voor de Rhônevallei, het Middellandse Zeegebied en Corsica. Het is haar taak om gemeenten te helpen toekomstige watercrises te voorkomen. ‘Ik neem in alle gemeentehuizen veel bezorgdheid waar. De dorre zomer van 2022 heeft iedereen opgeschrikt’, zegt Michaux. De beperkingen die gemeenten nu moeten opleggen en de opgedroogde beekbeddingen zouden in het verleden alleen in de zomer zijn voorgekomen. De winterdroogte is een keerpunt voor Frankrijk.

    De meeste kansen liggen in de landbouw, die 50 procent van het totale waterverbruik gebruikt

    Hoe zouden langetermijnoplossingen eruit kunnen zien? Michaux ziet de meeste kansen liggen in de landbouw: 50 procent van het totale waterverbruik wordt daar gebruikt, vooral in het droge zuiden, waar veel boomgaarden, wijngaarden en maïsvelden worden besproeid. De boeren hebben hulp nodig om hun bodems te bedekken met natuurlijk materiaal of groenbemesters om ze te beschermen tegen verdamping en om over te schakelen op zuinige druppelsgewijze irrigatie. In deze zonnige gebieden is het ook belangrijk om de velden te beschaduwen, bijvoorbeeld met traditionele hagen of agrobosbouwsystemen waarbij fruit- of notenbomen de velden flankeren.

    Om de afname van het grondwater een halt toe te roepen, moeten steden de bodemverharding een halt toeroepen, zegt Michaux. Vanaf wegen en parkeerplaatsen stroomt het regenwater rechtstreeks naar de riolering of de rivieren, zonder dat het in de grond wegsijpelt en zo het grondwaterpeil hoog houdt. Voorkomen dat de grond wordt afgedicht is echter een moeilijke taak in de zuidelijke regio’s, die elk jaar meer inwoners en toeristen verwelkomen. ‘We staan voor enorme uitdagingen,’ aldus Michaux.

    Minder neerslag

    Volgens deskundigen is Frankrijk een van de landen die bijzonder getroffen zijn door de klimaatverandering. Het Intergovernmental Panel on Climate Change voorspelt tot tien procent minder neerslag voor het zuidwesten en zuidoosten van Frankrijk bij een opwarming van de aarde met twee graden Celsius. Bij een opwarming van vier graden kan tegen het jaar 2100 tot zo’n 40 procent van de neerslag verloren gaan (IPCC, 2021: Regional Fact Sheet Europe, PDF). Bovendien zal door de toenemende hitte ook meer water uit het landschap verdampen, waardoor de droogte nog zal verergeren.

    Frankrijk zal waarschijnlijk ook slechter af zijn dan Duitsland omdat Duitsland tussen twee klimaatgebieden ligt: Noord-Europa, waar klimaatonderzoekers meer regen verwachten, en het Middellandse Zeegebied, dat droger wordt en waartoe ook Frankrijk behoort. De regenverwachtingen voor Duitsland zijn daarom onzekerder dan voor het Middellandse Zeegebied, zei klimaatwetenschapper Peter Greve van het Climate Service Center Germany (GERICS) in een interview met ZEIT ONLINE.

    De regen die in de toekomst nog in Frankrijk zal vallen, zal waarschijnlijk op minder dagen per jaar vallen en vaker voorkomen in de vorm van stortbuien.

    In de herfst van 2020 leidde storm Alex tot een van de grootste overstromingen in Frankijrk

    Juist de regio die nu zo droog is, heeft in de herfst van 2020 een dergelijke gebeurtenis meegemaakt, toen de storm Alex leidde tot een van de grootste overstromingen van Frankrijk. In de valleien van de Vésubie en de Roya bij de Italiaanse grens stortten binnen enkele uren honderden liters water van de bergen naar beneden die huizen en mensen meesleurden.

    President Emmanuel Macron kondigde afgelopen najaar al een nationaal waterplan aan, dat eind maart gepresenteerd wordt. Nu al bereidt hij de bevolking erop voor dat ze in de toekomst met minder water zullen moeten leven. ‘De tijden van overvloed en het grote aanbod zijn voorbij’, zei Macron. Zijn regering benadrukte dat het beschikbare water eerlijk moet worden verdeeld om toekomstige conflicten te voorkomen. Tot nu toe is echter nog niet duidelijk geworden wie als eerste toegang krijgt tot grondwater en rivierwater. De landbouw, die bijna 50 procent van het water in Frankrijk gebruikt? De burgers? Of de industrie? Tot die laatste behoren zeker de zesenvijftig kerncentrales in het land.

    40 procent

    Volgens een rapport dat werd uitgebracht aan de vooravond van de VN-conferentie over water die van 22 tot 24 maart jongstleden zal het watertekort tot 2030 naar schatting oplopen tot 40 procent: ‘Tussen nu en 2030 is er 40 procent kans op een zoetwatertekort, met vooral ernstige gevolgen voor regio’s waar de hoeveelheid water toch al beperkt is’, bevestigen de auteurs. Het rapport bevat, volgens The Guardian, ‘voor het eerst een gedetailleerde studie over de wereldwijde watergesteldheid en een duidelijke uiteenzetting over de risico’s die we lopen’.

    In droge tijden moet Frankrijk dus niet alleen vrezen voor zijn gewassen, maar ook voor zijn energie: het land is voor ongeveer 70 procent afhankelijk van kernenergie. Nergens is de dichtheid van kerncentrales zo hoog als in dit land. Maar de kernreactoren moeten rivieren aftappen om hun reactoren te koelen. Het voor hen beschikbare rivierwater zal door de klimaatcrisis gemiddeld genomen minder worden. Op grond van een actuele prognose van haar bureau gaat hydroloog Michaux ervan uit dat de Rhône, de grootste rivier in Zuid-Frankrijk, waaraan vijf kerncentrales liggen, tegen 2050 gemiddeld tot 40 procent minder water zal afvoeren.

    Organismen en planten

    Bij lage rivierstanden en tijdens langere periodes van hitte warmt het vervoerde water ook meer op. Te warm water brengt dan weer levende organismen en planten in gevaar. Toch heeft de Franse nucleaire toezichthouder ASN afgelopen zomer de grenswaarde van de maximale temperatuur van het water dat uit de kerncentrales wordt teruggevoerd, domweg verhoogd.

    Dezelfde autoriteit heeft ook het energiebedrijf EDF opgeroepen om een concept te presenteren voor veilige kerncentrales in de klimaatcrisis. Want het land blijft afhankelijk van kernenergie: ondanks een aanzienlijk hoger aantal zonuren en twee kuststroken aan de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee die veelbelovend zijn voor windturbines, heeft het tot nu toe weinig geïnvesteerd in hernieuwbare energie en is het het enige land in de EU dat de doelstelling van 20 procent in 2020 niet heeft gehaald. In plaats daarvan wil president Macron tot 2035 nog zes kerncentrales bouwen.

    Op de dagen zonder leidingwater moet kapper Palasse zich behelpen

    Momenteel moeten de burgers echter op verschillende manieren van water worden voorzien. In Arlanc bijvoorbeeld vullen vijf tankwagens nu dagelijks de watertorens. Dat is duur en tijdrovend – en blijkbaar toch geen oplossing voor de lange termijn, want de buurgemeenten waar de watervoorraad vandaan komt, hebben al aangekondigd dat zij Arlanc binnenkort niet meer kunnen bevoorraden. Ook hun vraag naar water stijgt in de zomer en ze zouden veel water nodig hebben voor een bouwplaats die ze willen aanleggen.

    Op de dagen zonder leidingwater moet kapper Palasse zich behelpen. Ze knipt dan droge haren of wast een verfbeurt uit met behulp van plastic flessen vol water. ‘Ik kan toch niet eeuwig die flessen voor de hoofden van mijn klanten gebruiken, ik heb er tientallen van nodig’, zegt ze. Ze kan zich niet voorstellen hoe het in de zomer zal zijn, wanneer het droge en hete seizoen pas echt begint.

  • Dossier: Waterbeleid

    Dossier: Waterbeleid

    Overal ter wereld hebben landen te kampen met droogte, oftewel met gebrek aan water. Dat komt deels door klimaatverandering, waardoor temperaturen stijgen en er minder regen valt.

    Maar er wordt ook veel, te veel water verspild. Er moet dus veel zuiniger met deze eerste levensbehoefte worden omgesprongen.

    1. De kraan gaat dicht
    2. Gezuiverd afvalwater
    3. Ontzilten zonder op hol te slaan

  • Heeft The Last of Us gelijk?

    Heeft The Last of Us gelijk?

    Microbiologen maken zich zorgen dat opwarming van de aarde gevaarlijke schimmels resistent zal maken.

    The Last of Us, een postapocalyptische televisiethriller, sloot onlangs het eerste seizoen af met een verbluffende finale. Maar als medicus en superfan van horror vond ik het begin van de serie opmerkelijker: een presentator van een talkshow uit de jaren zestig vraagt twee epidemiologen wat hen ’s nachts wakker houdt. ‘Schimmel,’ antwoordt een van hen.

    De epidemioloog maakt zich zorgen over Ophiocordyceps, een bestaande soort die het lichaam en het gedrag van mieren overneemt. Fast forward naar het centrale, fictieve gegeven van de serie: een mutatie van deze schimmel, die ontstond onder invloed van de opwarmende aarde, veroorzaakt een pandemie. Die nieuwe soort infecteert mensen en verandert hen in vraatzuchtige, zombie-achtige wezens wier lichaam wordt overgenomen door paddenstoelen.

    Schimmelepidemieën komen bij mensen bijna nooit voor, deels omdat een schimmel zelden van mens op mens wordt overgedragen, laat staan dat er zombies uit voortkomen. Veel waarschijnlijker is dat de volgende pandemie van een virus komt. Maar dat nieuwe bedreigingen van de gezondheid waarschijnlijker worden door klimaatverandering, is niet zo’n gek idee. Kan een in het milieu alomtegenwoordige schimmel veranderen in een voor mensen dodelijke ziekteverwekker? Ja, dat kan.

    Schimmelpathogenen

    Wetenschappers zoals ik vrezen dat klimaatverandering en vernietiging van het ecosysteem invloed hebben op ziekteverwekkende schimmels – oftewel schimmelpathogenen. De kans wordt groter dat ze besmettelijker worden en zich over grotere afstanden verspreiden, waardoor ze meer mensen bereiken. Candida auris bijvoorbeeld – een gist dat resistent is tegen medicijnen en dat dodelijk kan zijn voor gehospitaliseerde patiënten – heeft volgens sommige wetenschappers onder invloed van warmte het vermogen ontwikkeld om mensen te infecteren. Op 20 maart zei het Centers for Disease Control and Prevention (CDC – de Amerikaanse tegenhanger van het RIVM) dat Candida auris ‘zorgwekkend’ is en zich in ‘een alarmerend tempo’ heeft verspreid in zorginstellingen.

    Maar internationale pogingen om wereldwijd de bescherming van de gezondheid te verbeteren houden zelden rekening met schimmelpathogenen. Hoewel de risico’s toenemen, zijn we niet goed voorbereid en nemen we onvoldoende preventieve maatregelen. Er bestaan geen schimmelvaccins, diagnose is ingewikkeld en duur en er zijn niet genoeg geneesmiddelen om schimmelinfecties te bestrijden. En zolang de overheid geen onderzoek financiert om schimmelziekten beter aan te pakken en om de omgevingsfactoren die ze aanwakkeren te veranderen, blijven we kwetsbaar.

    Voor veel planten en dieren zijn schimmels een plaag. Fusariumverwelking, die bananenplanten verwoest en waarvoor nauwelijks behandeling bestaat, verspreidt zich wereldwijd en vormt een grote bedreiging voor de bananenindustrie, die een waarde van miljarden dollars vertegenwoordigt. Een infectie die bekendstaat als het witteneussyndroom doodde miljoenen vleermuizen in Noord-Amerika. Negentig soorten amfibieën stierven uit door chytridiomycose, een vreselijke ziekte waardoor kikkers hun huid verliezen.

    Mensen zijn grotendeels gevrijwaard gebleven van schimmeluitbraken. Dat komt doordat hun bloed 36,5 graden is, te warm voor veel schimmels om te overleven. Maar dat zou wel eens kunnen veranderen. Uit een studie van januari in het tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences blijkt dat hitte voor een evolutionaire groeispurt heeft gezorgd van de Cryptococcus deneoformans, een schimmel die mensen kan infecteren: bepaalde genetische mutaties zijn vervijfvoudigd. Dat betekent meer mogelijkheden om gevaarlijke aanpassingen te ontwikkelen, zoals hittetolerantie en resistentie tegen geneesmiddelen. In een ander laboratoriumonderzoek werd een schimmelsoort gekweekt en verwarmd waarvan bekend is dat hij insecten doodt. Binnen vier maanden konden twee stammen zich voortplanten bij 36 graden, terwijl de limiet eerst nog bij ongeveer 32 graden lag.

    Schimmels, de slimste opportunisten in de natuur, gebruiken verstoringen in hun voordeel

    Sommige microbiologen menen dat door klimaatverandering de schimmelevolutie in de natuur al aan het versnellen is. Hun theorie is dat door de opwarming van de aarde bepaalde stammen van Candida auris bij hogere temperaturen kunnen overleven. Deze gist brak door de warmtebarrière die voorheen de verspreiding beperkte, zodat die nu het vermogen heeft om warmbloedige vogels te besmetten – en vervolgens mensen die met deze vogels in aanraking komen.

    Een veranderend klimaat kan ook de overdracht van schimmelziekten doen toenemen. De micro-organismen zijn overal: op het aanrecht, in de achtertuin en in de lucht die we inademen. Systemische schimmelinfecties treden gewoonlijk op bij mensen met een slecht werkend immuunsysteem – kankerpatiënten, mensen die orgaantransplantaties hebben ondergaan en anderen – die sporen uit hun omgeving hebben ingeademd. Maar ook regionale uitbraken onder gezonde mensen baren steeds meer zorgen: overstromingen, wervelstormen en de rook van bosbranden creëren omstandigheden waarin schimmels gedijen en zich kunnen verspreiden.

    Lastofus2

    Het klinkt tegenstrijdig, maar ook droogte heeft dat vermogen. In het Amerikaanse zuidwesten is de aarde uitgedroogd door lange periodes zonder regen, met stofstormen als gevolg. Gevallen van Valley fever, ooit een zeldzame aandoening van de luchtwegen die wordt veroorzaakt door in de grond voorkomende schimmelsporen, zijn sinds 1998 bijna vertienvoudigd. De schimmel heeft zich inmiddels ook verspreid naar nieuwe gebieden, waaronder de staat Washington.

    Opwarming van de planeet maakt mensen ook kwetsbaarder. Zo leidt verminderde opbrengst van gewassen tot ondervoeding. Hittestress veroorzaakt nierziekten. Tegelijkertijd verhogen ontbossing, onvoldoende veiligheidsmaatregelen op boerderijen en commerciële handel in wilde dieren het risico van zogenaamde spillovers: virussen zoals ebola springen over van dieren op mensen. Schimmels, de slimste opportunisten in de natuur, gebruiken dergelijke verstoringen in hun voordeel. We zagen dit in de jaren tachtig, toen tegelijk met hiv – een virus dat ontstond door overloop – schimmelinfectie toenam. We hebben het ook recenter gezien, toen een unieke schimmelziekte duizenden mensen in India trof die immuniteit-onderdrukkende steroïden hadden gekregen als onderdeel van hun behandeling tegen corona.

    1,5 procent

    In oktober vorig jaar stelde de Wereldgezondheidsorganisatie voor het eerst een lijst op met ‘prioritaire schimmelpathogenen’. ‘Schimmelpathogenen vormen een grote bedreiging voor de volksgezondheid’, aldus de organisatie. De lijst is een belangrijk symbolisch gebaar, maar biedt artsen niet wat ze echt nodig hebben, namelijk betere bestrijdingsmiddelen. Er bestaan geen goedgekeurde vaccins tegen schimmelinfecties. Wereldwijd hebben veel landen onvoldoende capaciteit om bepaalde veelvoorkomende schimmelziekten te diagnosticeren. Zelfs in New York, waar ik patiënten behandel, kan het weken duren voordat de schimmelinfectie gediagnosticeerd is. Erger nog, veel schimmelpathogenen zijn nu al resistent tegen de weinige antischimmelmiddelen die er zijn.

    Voor een deel gaat het om een technische uitdaging: het is lastig om antischimmelmiddelen te ontwikkelen die niet ook onze cellen vernietigen. Maar we kunnen geen geneesmiddel ontwikkelen als we het niet proberen – en op dit moment is het onderzoek dat naar schimmels gedaan wordt rampzalig. Om een voorbeeld te geven: cryptokokken meningitis, een schimmelinfectie, doodt meer mensen dan bacteriële meningitis veroorzaakt door Neisseria meningitidis, en toch is er voor deze laatste aandoening meer dan drie keer zoveel onderzoeksgeld beschikbaar.

    Schimmelpathogenen staan gewoon niet op de radar van overheidsfondsen – slechts 1,5 procent van alle financiering voor onderzoek naar infectieziekten gaat naar deze ziekteverwekkers. Aangezien potentiële winsten beperkt zijn, zijn ook farmaceutische bedrijven weinig gemotiveerd om te investeren in onderzoek en ontwikkeling op dit gebied.

    Om de leemte op te vullen moeten volksgezondheidsinstanties hun steun voor de studie naar schimmelziekten verhogen, zoals ze onlangs ook deden voor Valley fever. Ook de Amerikaanse Biomedical Advanced Research and Development Authority (BARDA), die via publiek-private samenwerking vaccins en geneesmiddelen helpt ontwikkelen voor volksgezondheidscrises, zal er een prioriteit van moeten maken. Geen van de 83 initiatieven op de lijst van medische tegenmaatregelen die de website van BARDA vermeldt, is gericht op schimmelpathogenen. BARDA heeft wel aangekondigd de ontwikkeling van nieuwe antischimmelmiddelen te steunen.

    Deze tijd vraagt ook om nederigheid. In de jaren zestig dachten sommige prominente experts ten onrechte dat infectieziekten een afnemende bedreiging vormden. Maar de natuur zit vol verrassingen. Van 2012 tot 2021 deed ik bij CDC onderzoek naar uitbraken. Mijn collega’s en ik onderzochten ebola, hondsdolheid, pokken- en coronavirussen, en we konden van dichtbij zien hoe op de meest gruwelijke en onverwachte manieren ziekten ontstonden als gevolg van de wijze waarop mensen omgaan met dieren en het milieu. Hoe verwoestend deze ziekten zijn ontdekken we vaak pas als we ons midden in een regelrecht rampscenario bevinden. Tot nu toe is slechts 5 procent van de naar schatting 1,5 miljoen schimmelsoorten geïdentificeerd: misschien zijn schimmels wel de grote blinde vlek van de volksgezondheid.

    Onze gezondheid is afhankelijk van een delicaat ecologisch evenwicht. Dat evenwicht bewaren, door af te stappen van fossiele brandstoffen om zo klimaatverandering te vertragen, natuurverlies te stoppen en virale spillovers te voorkomen, is misschien wel onze beste hoop om een ware schimmelhorrorshow te voorkomen.

  • EU neemt wet aan om CO2-uitstoot van auto’s tot nul te reduceren

    EU neemt wet aan om CO2-uitstoot van auto’s tot nul te reduceren

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Negen militairen omgekomen bij aanval ELN op leger Colombia

    » Paus Franciscus in ziekenhuis met luchtweginfectie

    Vanaf 2035 moeten nieuwe auto’s een nuluitstoot hebben

    Landen van de Europese Unie hebben dinsdag een baanbrekende wet goedgekeurd om ervoor te zorgen dat alle nieuwe auto’s die vanaf 2035 worden verkocht geen CO2 meer uitstoten. De overeenkomst werd wekenlang vertraagd nadat Duitsland had gevraagd een uitzondering te maken voor auto’s die op e-brandstoffen rijden, schrijft de BBC. Vanaf 2030 moeten nieuwe auto’s 55 procent minder CO2 uitstoten dan in 2021.

    E-brandstoffen zouden koolstofneutraal zijn omdat daarbij gebruik wordt gemaakt van opgevangen CO2-emissies om de CO2 te compenseren die vrijkomt wanneer de brandstof in een motor wordt verbrand. Verwacht werd dat de nieuwe wet de verkoop van auto’s met verbrandingsmotor in de EU vanaf 2035 onmogelijk zou maken. Doordat Duitsland echter deze vrijstelling erdoorheen heeft geloodst, kunnen mensen deze auto’s blijven kopen, terwijl e-brandstoffen nog niet op grote schaal worden geproduceerd.

    ‘Het is duidelijk waar we heen willen: in 2035 moeten nieuwe auto’s en bestelwagens een uitstoot van nul hebben’

    Personenauto’s en bestelwagens zijn volgens de Europese Commissie verantwoordelijk voor respectievelijk ongeveer 12 en 2,5 procent van de totale EU-uitstoot van CO2, het belangrijkste broeikasgas. Eerder deze maand waarschuwden de VN dat de doelstelling om de stijging van de temperatuur wereldwijd te beperken tot 1,5 graden Celsius waarschijnlijk niet zal worden gehaald.

    De Duitse minister van vervoer Volker Wissing zei dat de overeenkomst van dinsdag ‘belangrijke opties voor de wereldbevolking mogelijk maakt op weg naar klimaatneutrale en betaalbare mobiliteit’. Frans Timmermans, hoofd klimaatbeleid van de EU, voegde daaraan toe: ‘Het is duidelijk waar we heen willen: in 2035 moeten nieuwe auto’s en bestelwagens een uitstoot van nul hebben.’

    Lees ook:

  • Moeten rijke landen meebetalen aan de klimaatrekening van Pakistan?

    Moeten rijke landen meebetalen aan de klimaatrekening van Pakistan?

    Pakistan heeft steeds vaker te maken met extreme weersomstandigheden als gevolg van de klimaatverandering, waar de rijke, vervuilende landen een groot aandeel in hebben. In hoeverre is het de plicht van deze landen om Pakistan uit het slop te trekken?

    Na maandenlang in een kamp voor ontheemden te hebben gewoond, zijn Rajab en Jado bezig met het heropbouwen van hun huis, waarvan ze nu al weten dat het er niet lang zal staan. Het echtpaar sleept kruiwagens met modder door kale velden en stilstaand water – sombere herinneringen aan de historische overstromingen die vorig jaar hun dorp Khoundi in het zuiden van Pakistan wegspoelden. Met de modder smeren ze de muur in die hun half afgebouwde bakstenen bungalow en geïmproviseerde tenten van zeildoek omringt.

    ‘We hebben niet genoeg geld om cement of goede bakstenen te kopen,’ zegt Rajab, wiens gezin van twaalf personen het met één maaltijd per dag moet doen. ‘We weten dat dit ook weer plat zal gaan. Maar wat moeten we anders doen?’

    Pakistan met zijn 230 miljoen inwoners lijdt nog steeds onder de overstromingen van juni en oktober 2022. De overstromingen, nog eens verergerd door de klimaatverandering, hebben naar schatting 30 miljard dollar schade en economische verliezen veroorzaakt, miljoenen huizen en boerderijen verwoest en het land – dat het financieel toch al moeilijk had – aan de rand van de afgrond gebracht.

    Tijdens de wederopbouw is Pakistan een testcase voor vragen van toenemend mondiaal belang: hoe herstellen kwetsbare landen van de verwoestingen die worden aangericht door steeds frequentere en extremere weersomstandigheden, landen die zelf amper bijdroegen aan de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen? En: in welke mate moeten vervuilende rijke landen hen helpen?

    Wederopbouwplan

    Deze vragen overheersten de COP27-klimaattop in november, waar bijna tweehonderd landen instemden met de oprichting van een fonds om de ‘verliezen en schade’ ten gevolge van de opwarming van de aarde te financieren. Hoe het fonds precies moet functioneren, moeten de mondiale onderhandelaars nog uitwerken. Intussen bracht Pakistan op een conferentie in Genève afgelopen januari eigenhandig 9 miljard dollar aan leningen en andere financiering bijeen, bedoeld voor herstel, wederopbouw en klimaatbestendigheid.

    Of donoren bereid zullen zijn om landen of kleine eilandstaten die de dupe zijn van klimaatverandering financieel te ondersteunen, hangt af van het wederopbouwplan. Volgens de Pakistaanse regering is pas over vijf tot zeven jaar te zien of het succesvol is geweest. Maar Pakistan nu al voorzien van klimaatfinanciering ligt ingewikkeld, niet in het minst vanwege de aanhoudende politieke instabiliteit en het economische wanbeheer in het land. Er is simpelweg geen garantie dat het geld goed wordt besteed.

    Pakistan is regelmatig afhankelijk van internationale reddingsoperaties. Premier Shehbaz Sharif probeert momenteel een tranche van een miljard dollar los te krijgen uit een IMF-leningsprogramma van 7 miljard dollar. Broodnodig, zeggen analisten, anders gaat het land failliet. De buitenlandse reserves zijn gedaald tot ongeveer 3 miljard dollar, wat minder is dan de waarde van wat er in een maand geïmporteerd wordt.

    Pakistan is bereid de klimaatverandering op lange termijn aan te pakken, maar wordt ook geconfronteerd met overweldigend veel problemen die direct moeten worden opgelost. Er is een groeiend tekort aan voedsel, brandstof en andere basisbehoeften. De armoede neemt toe en miljoenen mensen in de door overstromingen getroffen gebieden lijden honger, zitten zonder school of zijn ontheemd. Mensen als Rajab en Jado, die profiteren van een proefproject van Islamic Relief en het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties, hebben geen tijd te verliezen nu het volgende regenseizoen alweer voor de deur staat.

    Pakistaanse autoriteiten en donoren proberen ook verder vooruit te kijken en geld te steken in projecten om toekomstige klimaatschokken op te vangen. Voorbeelden variëren van betere systemen voor vroegtijdige waarschuwing tot – in het geval van het proefproject in Khoundi – toiletten die op verhogingen worden gebouwd om verontreiniging tijdens overstromingen te bestrijden.

    ‘De uitdaging is om voor de klimaatrisico’s een langetermijnstrategie te bedenken en uit te voeren,’ zegt Alexandre Magnan, senior research fellow bij het Instituut voor duurzame ontwikkeling en internationale betrekkingen. ‘Het is de verantwoordelijkheid van nationale beleidsmakers en wellicht ook van regionale en internationale partners om daarop aan te dringen. We hebben echt voorbeelden nodig die aantonen dat het haalbaar is.’

    De meest geavanceerde economieën van de wereld hebben zich lang verzet tegen het idee om ‘verlies en schade’ te financieren

    De wereld is sinds het pre-industriële tijdperk al met ongeveer 1,1°C opgewarmd, en wetenschappers waarschuwen dat elke verdere stijging zal leiden tot meer frequente en extremere weersomstandigheden. Ze zullen vaak plaatsvinden in ontwikkelingslanden die niet over de middelen beschikken om zich te herstellen na overstromingen, branden of orkanen.

    Of en hoe rijke landen de armere landen moeten helpen om dergelijke verwoestingen het hoofd te bieden, blijft een open vraag. De meest geavanceerde economieën van de wereld hebben zich lang verzet tegen het idee om ‘verlies en schade’ te financieren, omdat zij vrezen dat dit een stilzwijgende erkenning van schuld betekent.

    Dat standpunt werd in 2022 onhoudbaar, mede door de druk die de overstromingen in Pakistan veroorzaakten. Volgens Animesh Kumar, hoofd van het VN-bureau voor Risicobeperking bij Rampen, gevestigd in Bonn, was dat ‘een openbaring’ die duidelijk maakte dat de wereld niet is voorbereid op komende klimaatcrises. Volgens een studie van de World Weather Attribution-groep waren de moessonregens in het land vorig jaar tot 50 procent heviger dan ze zonder klimaatverandering zouden zijn geweest.

    Op het hoogtepunt van de ramp werden 33 miljoen mensen en meer dan de helft van de districten getroffen. In Sindh, de zwaarst getroffen provincie, waarin Khoundi ligt, gingen de meeste rijst-, katoen- en suikerrietoogsten verloren. De overstromingen schaadden het bruto binnenlands product van Pakistan vorig jaar met minstens 2,2 procent, schat de Wereldbank.

    Het verlies- en schadefonds waarover tijdens COP 27 overeenstemming werd bereikt, is een doorbraak. Maar welke landen eraan zullen bijdragen, is nog niet definitief vastgesteld. Over dat thema zal de komende maanden worden gestreden. Het is onwaarschijnlijk dat nog dit jaar een besluit wordt genomen. Landen, waaronder EU-leden, vragen zich af of bijvoorbeeld China en Saoedi-Arabië hun steentje zullen bijdragen. Ondanks hun groei van de afgelopen dertig jaar worden ze in het VN-systeem aangemerkt als ontwikkelingsland.

    Cyclus

    Veel landen zeggen dat het niet alleen aan de regering is om de rekening te betalen. Ze roepen multilaterale ontwikkelingsbanken op om meer steun te verlenen aan verarmde landen die te lijden hebben onder klimaatschokken. Met name de Wereldbank, waarvan de president in februari onverwacht zijn ontslag aankondigde, staat onder druk om haar activiteiten te herzien en het klimaat in haar ontwikkelingswerk te integreren.

    Een andere hindernis is het becijferen van de omvang van de verwachte verwoesting. Onderzoekers van het Basque Centre for Climate Change schatten dat ontwikkelingslanden in 2030 een verlies van 580 miljard dollar zouden kunnen lijden. Alleen al in de eerste helft van 2022 waren er in 79 landen minstens 187 natuurgerelateerde rampen die meer dan 40 miljard dollar schade veroorzaakten, aldus de internationale rampendatabase Em-Dat.

    Als ze niet meer financiële hulp krijgen, dreigen ontwikkelingslanden verstrikt te raken in een cyclus van rampen en armoede. Op het Wereld Economisch Forum in Davos in januari waarschuwde Sherry Rehman, de Pakistaanse minister voor Klimaatverandering, voor ‘de valstrik van herstel’. Heropbouw kost tijd en geld, zei ze, en ‘tegen de tijd dat je ermee klaar bent, kijk je al tegen de volgende crisis aan’.

    Hoe het herstelgeld eerlijk verdeeld wordt is een politiek beladen discussie. ‘Gaat het geld naar mensen die het meest hebben verloren of naar hen die niets te verliezen hadden?’ vraagt bijvoorbeeld Daniel Clarke, directeur van het Centre for Disaster Protection.

    Pakistan schat dat het ongeveer 16 miljard dollar nodig heeft voor herstel. In Genève kreeg het meer dan de helft daarvan van internationale donoren, waaronder de Islamitische Ontwikkelingsbank, de Wereldbank en USAID. ‘Die financiële toezeggingen waren groter dan we dachten,’ zegt Knut Ostby, regionale vertegenwoordiger van het VN-ontwikkelingsprogramma in Pakistan. ‘Nu is het tijd om er vervolg aan te geven.’

    Veel van het geld bestaat in de vorm van leningen en die zijn eerder gekoppeld aan de financiering van specifieke projecten dan aan begrotingssteun. De Wereldbank is bijvoorbeeld van plan ongeveer 2 miljard dollar uit te lenen voor de heropbouw van huizen en de verbetering van irrigatie, naast andere projecten in Sindh.

    De snelheid van financiering verschilt van donor tot donor en dat leidt tot frustraties en cruciale vertragingen bij gemeenschappen die er het meest behoefte aan hebben.

    Uitbetaling is vaak ook onderhevig aan verlammende vertragingen, soms tot afstel

    In het district Dadu, waar Khoundi ligt, moeten de grootschalige wederopbouwwerkzaamheden nog beginnen. Het dorp Ibrahim Chandio ligt in puin. De vroegere bewoners wonen nu in tenten in de buurt en het ziet er niet naar uit dat daar binnenkort verandering in komt. De ontheemding maakt hun situatie netelig. Boeren hebben moeite om gewassen te verbouwen op de overstroomde grond en gezinnen hebben te weinig geld voor voedsel.

    Syed Murtaza Ali Shah, de hoogste lokale districtsambtenaar, zegt dat de autoriteiten een aantal wegen en dijken willen versterken om te voorkomen dat ze doorbreken, maar dat ze daar nog niet de middelen voor hebben. ‘De volgende moesson kan zwaarder zijn dan deze,’ zegt hij. Wat nu gedaan wordt is ‘een noodoplossing…  Iemand bouwt vijftig huizen, iemand anders er probeert tien te bouwen – met wat er ook maar beschikbaar is’.

    Sommige deskundigen, zoals Ali Tauqeer Sheikh, adviseur op het gebied van klimaatverandering in Islamabad, zijn op hun hoede voor ‘toegezegde’ fondsen. Geld voor bestaande programma’s wordt een tweede keer geteld.

    Uitbetaling is vaak ook onderhevig aan verlammende vertragingen, soms tot afstel, omdat op papier bedachte projecten in de praktijk moeilijk van de grond komen. Hoewel fondsenwerving voor Pakistan ‘een zeer belangrijk onderdeel’ is, aldus Sheikh, ‘kan het antwoord [op de vraag waar het geld naartoe gaat] in de praktijk nogal complex zijn’.

    Crisis na crisis

    Al vóór de overstromingen verkeerde Pakistan in een crisis.

    De inflatie is sterk gestegen: de prijsindex van dagelijkse artikelen steeg vorige week op jaarbasis met 41 procent. Vanwege de komende verkiezingen zijn Sharif en zijn regering verwikkeld in venijnig politiek gekibbel met rivaal Imran Khan, die vorig jaar werd afgezet als premier en onlangs een moordaanslag overleefde. De dreiging van gewelddadig extremisme neemt toe. Bij een bomaanslag op een moskee in januari kwamen ongeveer honderd mensen om.

    De regering van Sharif voert aan dat zij vanwege de overstromingen moet worden vrijgesteld van een aantal van de bezuinigingsvoorwaarden die het IMF wil opleggen om de leningen te hervatten. Die voorwaarden, waarschuwt ngo Human Rights Watch, ‘raken de mensen het hardst die al het zwaarst getroffen zijn’.

    ‘Geen enkel land is zo hard getroffen als Pakistan met deze klimaatramp van 30 miljard dollar,’ zegt Ahsan Iqbal, de Pakistaanse minister van Planning. ‘Het moge duidelijk zijn dat de economie niet zit te wachten op nog meer schokken.’

    Toch zeggen critici in binnen- en buitenland dat Pakistan veel van zijn problemen aan zichzelf te danken heeft. Volgens hen gaven opeenvolgende zwakke regeringen voorrang aan politiek gemotiveerde uitgaven op korte termijn. Importvriendelijk beleid heeft de rijken onevenredig bevoordeeld. Autoriteiten traden ook hard op tegen ngo’s, wat volgens critici het maatschappelijk middenveld heeft belemmerd in zijn vermogen om te reageren op crises.

    Bovendien is het politieke systeem gedestabiliseerd door het machtige leger, dat lange tijd controle uitoefende achter de schermen. Op de corruptieperceptie-index van Transparency International staat Pakistan op plek 140 van de 180 landen.

    ‘Onze samenleving is zeer elitair,’ zegt Miftah Ismail, die minister van Financiën was en in september aftrad. ‘De elite is blij met de status quo… In de politiek gaat het erom dat iedereen aan de macht wil komen, en de natie betaalt daar een hoge prijs voor.’

    In haar blauwdruk voor de wederopbouw erkent de Pakistaanse regering dat institutionele hervormingen nodig zijn. Er moeten bijvoorbeeld betere bouwvoorschriften gemaakt worden om te voorkomen dat er onveilig gebouwd wordt. Er moet een controlesysteem door derden worden opgezet dat erop toeziet dat het geld goed terechtkomt.

    Maar de dagen van Sharif als premier lijken geteld. Als de verkiezingen later dit jaar vrij verlopen dan wint Khan, aldus de voorspelling van veel analisten. En ook al heeft Khan het belang van klimaatbestendigheid onderschreven, plannen voor de lange termijn overleven moeilijk vanwege de veelvuldige en turbulente machtswisselingen in het land.

    Er zijn ongeveer tachtig kinderen ingeschreven, maar slechts vijftien tot twintig kinderen gaan elke dag naar school

    ‘Geld alleen is niet genoeg,’ zegt de Duitse klimaatgezant Jennifer Morgan. ‘Het is van cruciaal belang dat er in de ontvangende landen bestuursstructuren en -processen zijn die ervoor zorgen dat het geld terechtkomt bij de mensen die dat het hardst nodig hebben. Hoe zorgen we ervoor dat de middelen daadwerkelijk op lokaal niveau worden ingezet? Dat is een belangrijke vraag bij schade.’

    Sommige deskundigen in Pakistan zijn weinig optimistisch. Slechte relaties tussen rivaliserende federale, provinciale en districtsregeringen kunnen verhinderen dat de middelen bij projecten terechtkomen en echte veranderingen teweegbrengen. ‘Komen deze fondsen aan? In hoeverre zijn [lokale] overheidsstructuren veerkrachtig genoeg om geldstromen te faciliteren op een transparante manier?’ vraagt bijvoorbeeld Nausheen Anwar, deskundige op het gebied van stadsplanning aan het Institute of Business Administration in Karachi.

    Ook bestaat het risico dat slecht geplande of uitgevoerde projecten onbedoeld problemen in de toekomst veroorzaken, iets wat door sommige onderzoekers maladaption [‘slechte aanpassing’] wordt genoemd. In februari bijvoorbeeld organiseerden plaatselijke activisten in Badin, in Sindh, een conferentie over het decennia oude, deels door de Wereldbank gefinancierde, Left Bank Outfall Drain-project. Het [kanaal] kreeg barsten waardoor volgens de activisten de overstromingen werden verergerd. Een onafhankelijke inspectie in 2006 stelde talrijke ‘tekortkomingen’ vast in dit project dat een miljard dollar had gekost.

    Nergens is de desillusie groter dan in de gebieden die door de overstromingen getroffen zijn. De enige overheidsschool van het dorp Khoundi is een ruïne sinds het jaar 2010, het zoveelste met rampzalige overstromingen in de regio. De achtendertigjarige leraar Imdad Ali geeft nu op een bankje buiten les aan een handvol leerlingen. Er zijn ongeveer tachtig kinderen ingeschreven, maar slechts vijftien tot twintig kinderen gaan elke dag naar school, volgens de plaatselijke bewoners. De anderen gaan of naar een plaatselijke ngo-school of blijven thuis. Pakistan heeft het op een na hoogste aantal kinderen ter wereld dat niet naar school gaat: 23 miljoen.

    Bitter

    Sindh is de basis van de Bhutto-dynastie, wiens Pakistaanse People’s Party deel uitmaakt van de regeringscoalitie. Maar mensen hebben daar weinig vertrouwen in, evenals in andere partijen. ‘Er zijn geen faciliteiten, geen stoelen, geen tafels,’ zegt Ali. ‘We hebben meerdere keren om hulp gevraagd. Maar die komt niet.’

    Een wetenschappelijk artikel over de herstelpogingen van 2010, gepubliceerd in 2020 in het International Journal of Disaster Resilience in the Built Environment, concludeert dat ‘het lokale bestuur is teruggekeerd naar zijn dagelijkse routine, zonder programma’s die de veerkracht van de gemeenschap versterken of herstel op lange termijn aanbrengen’.

    Sobia Kapadia, een architect die tien jaar geleden hielp met het herstel, zegt dat de plannen dit keer om ‘vastberadenheid tot verandering’ vragen. Ook acht ze een ‘volledige [revisie] van bestaande systemen’ noodzakelijk om de omgangsvormen tussen lokale en federale autoriteiten te veranderen. Zo moet de balans tussen macht en middelen anders afgesteld worden.‘Tenzij en totdat je dingen op fundamenteel niveau aanpakt, met de gemeenschap, zal er niets veranderen,’ voegt ze eraan toe.

    Weinig inwoners geloven erin. Sommigen lachen bitter op de vraag of zij verwachten dat hun woonplaats ooit bestand zal zijn tegen klimaatschokken.

    Nazeer Hussain, een drieënveertigjarige graanmolenaar in Khoundi, zegt dat de leiders van het land er alleen op uit zijn om zichzelf van macht te verzekeren. ‘We hoorden in de media dat de regering vergaderde [om geld in te zamelen] voor de bouw van huizen en schuilplaatsen,’ voegt hij eraan toe. ‘Maar de kans daarop is nul.’

    Lees ook: