Tag: klimaatcrisis

  • Wetenschappers luiden noodklok over klimaatverandering

    Wetenschappers luiden noodklok over klimaatverandering

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Xi en Poetin bespreken Chinees vredesplan voor oorlog in Oekraïne

    » Biden gebruikt voor het eerst zijn veto om Republikeinse wet te blokkeren

    ‘Kom nu in actie of het is te laat’, aldus IPCC-rapport

    Wetenschappers hebben een ‘laatste waarschuwing’ afgegeven over de klimaatcrisis, nu de stijgende uitstoot van broeikasgassen de wereld tot op de rand brengt van onherstelbare schade, die alleen door snelle en drastische maatregelen kan worden afgewend, schrijft The Guardian.

    De Intergouvernementele Werkgroep inzake Klimaatverandering (IPCC), bestaande uit ’s werelds meest vooraanstaande klimaatwetenschappers, heeft maandag het laatste deel van zijn zesde evaluatierapport gepubliceerd. Honderden onderzoekers hebben acht jaar gewerkt aan dit uitgebreide overzicht van de menselijke kennis over de klimaatcrisis. Het rapport beslaat duizenden pagina’s, maar komt neer op één boodschap: ‘kom nu in actie of het is te laat’, aldus de Britse krant.

    Extreem weer als gevolg van klimaatverandering heeft in alle regio’s geleid tot meer doden door toenemende hittegolven, de verwoesting van miljoenen levens en huizen door droogte en overstromingen, een hongersnood waar miljoenen mensen onder lijden en ‘in toenemende mate onomkeerbare verliezen’ in vitale ecosystemen, zo valt te lezen in het rapport.

    Het is niet meer de vraag of de de wereldwijde temperatuurstijging de grens van 1,5 graden zal overschrijden

    Volgens Kaisa Kosonen, klimaatdeskundige bij Greenpeace International, is ‘dit rapport absoluut een laatste waarschuwing om een mondiale temperatuurstijging van 1,5 graden Celsius te voorkomen. Als regeringen gewoon doorgaan met hun huidige beleid, zal het resterende koolstofbudget opgebruikt zijn vóór het volgende IPCC-rapport’, dat in 2030 verschijnt.

    Voor Peter Thorne, de directeur van het Icarus Klimaatonderzoekscentrum van de Maynooth-universiteit in Ierland, is het niet meer de vraag of de wereldwijde temperatuurstijging volgend jaar de grens van 1,5 graden zal overschrijden. ‘We zullen, bijna ongeacht het gegeven uitstootscenario, in de eerste helft van het volgende decennium 1,5 graden bereiken. De echte vraag is of onze collectieve keuzes betekenen dat we stabiel rond de 1,5 graden blijven hangen of door de 1,5 graden heen knallen, 2 graden bereiken en zo doorgaan.’

    Lees ook:

  • ‘Klimaatneutraal voedsel is een farce’

    ‘Klimaatneutraal voedsel is een farce’

    Steeds meer consumenten vragen zich af hoe schadelijk hun voedsel is voor het klimaat. Maar de informatie van fabrikanten is vaak niet transparant. Sommige spreken zelfs van ‘klimaatneutrale’ steaks of ‘klimaatpositieve’ babyvoeding. Niets anders dan greenwashing, aldus journalist Silvia Liebrich.

    De exotische mango heeft een glansrijke carrière achter de rug. Hij is naast zoet en sappig ook nog eens heel gezond – een superfood dus. In amper twintig jaar tijd heeft de tropische globetrotter een plek in de schappen van de supermarkt veroverd. Wat de consument in zijn winkelwagentje legt, komt meestal uit Zuid-Amerika, Zuid-Afrika of Thailand, en sinds kort ook uit Spanje en Italië – dankzij de opwarming van de aarde.

    Hier begint het probleem. Steeds meer consumenten vragen zich af hoe schadelijk hun voedsel is voor het klimaat. Wat veroorzaakt meer CO2? De mango uit Thailand die de halve wereld heeft afgereisd op een door diesel aangedreven containerschip, of het fruit uit Spanje dat tegen hoge kosten moet worden bevloeid? En hoeveel meer CO2 veroorzaakt een ingevlogen mango uit Brazilië, die – het moet gezegd – qua smaak moeilijk te overtreffen is? Kopers zoeken tevergeefs naar informatie.

    Voor één vrucht moeten een heleboel gegevens worden verzameld om een betrouwbare CO2-balans op te kunnen stellen. Welke machines worden op de plantage gebruikt, welke pesticiden en meststoffen? Levert de zon of een kolencentrale de energie voor de koelcel? En hoe zit het met verpakking, transport en logistiek? Het wordt nog ingewikkelder wanneer de mango belandt in yoghurt, ijs of een kant-en-klare Aziatische saus. Consumenten weten dat weinig of geen vlees eten hun eigen CO2-afdruk aanzienlijk verbetert. Maar dat alleen is niet genoeg. Uit studies blijkt dat veel mensen het klimaateffect van verschillende levensmiddelen verkeerd inschatten. Ze zien een bio-label ten onrechte als indicatie van klimaatvriendelijkheid.

    ‘Klimaatneutraal’

    Consumenten hebben betrouwbare informatie nodig, willen ze hun klimaatvoetafdruk kennen en kunnen naleven. Alleen voedingsleveranciers kunnen die informatie geven. Dit betekent dat de industrie en handel in voeding, net als andere sectoren, de komende jaren een enorm probleem moeten oplossen. Om de klimaatdoelstellingen te halen, moet de CO2-voetafdruk in de hele toeleveringsketen aanzienlijk worden verminderd. Duitsland wil in 2045 een redelijk klimaatneutrale economie hebben. De complete voedingssector – van land tot keukentafel en vuilnisbak – is goed voor 40 procent van de totale uitstoot in de Europese Unie. Er moet dus heel wat aan gesleuteld worden.

    De balans opmaken voor afzonderlijke levensmiddelen is een enorme uitdaging en gaat gepaard met fouten – zoveel is nu al duidelijk.

    De ‘klimaatneutrale’ biefstuk of zelfs ‘klimaatpositieve’ babyvoeding die het etiket belooft, is niets anders dan greenwashing. Zo’n label verdoezelt het feit dat geen enkel levensmiddel echt klimaatneutraal kan worden geproduceerd. In het beste geval worden producten ‘klimaatneutraal’ gemaakt doordat hun uitstoot wordt gecompenseerd met het planten van bomen. Met twijfelachtige uitkomst, want het is eenvoudigweg niet mogelijk om goed te voorspellen hoeveel CO2 dergelijke bossen op lange termijn daadwerkelijk opslaan. Geschikte gebieden zijn sowieso schaars. Bovendien blijken herbebossingsprojecten bij nader inzien een fabel te zijn. En zelfs als alles volgens het boekje verloopt, vormen natuurkrachten en menselijke roofbouw onvoorspelbare variabelen.

    Tot nu toe is het klimaatlabel op voedselverpakkingen vooral een reclameboodschap

    Het label ‘klimaatneutraal’ is al helemaal een farce als bedrijven niet transparant maken hoe ze aan hun cijfers komen en tegelijkertijd nauwelijks iets doen om hun CO2-uitstoot in de hele toeleveringsketen te verminderen. Winkelketens als Rewe en Rossmann trokken hun labels in na kritiek van consumentenvoorvechters en een shitstorm in sociale media. De belangrijkste brancheorganisatie, de Bundesvereinigung der Deutschen Ernährungsindustrie, waarschuwt leden nadrukkelijk dat bedrijven zich met hun beloftes blootstellen aan greenwashing.

    Tot nu toe is het klimaatlabel op voedselverpakkingen vooral een reclameboodschap waarvan de consument het waarheidsgehalte niet kan controleren. Er ontbreken algemeen geldende normen voor beloftes over klimaatbescherming. De EU-Commissie wil die tekortkoming wegwerken met regels die vergelijkbaar zijn met de zogenaamde Health Claims van ruim vijftien jaar geleden. Het geschil over die voedings- en gezondheidsclaims sleepte zich jarenlang voort, en een soortgelijke situatie kan zich ook voordoen bij de klimaatbeloftes op voedingsmiddelen.

    Consumenten zijn daar niet mee geholpen. Zij hebben behoefte aan betrouwbare informatie over hoeveel broeikasgas de koekjes, chips, worst of melk in hun winkelwagentje daadwerkelijk veroorzaken, bij voorkeur uitgesplitst naar porties of gewicht. Informatie op de verpakking verwijst vaak naar honderd gram; een CO2-vermelding kan daar gemakkelijk aan worden toegevoegd. De lezer krijgt geleidelijk aan een gevoel voor verhoudingen, wat een positief neveneffect is. Wie leert dat koemelk vier keer zo veel CO2 produceert als havermelk, kiest misschien vaker voor het plantaardige alternatief.

    De Europese Unie wil het tempo van klimaatmaatregelen opvoeren

    De voedingsindustrie moet zich aan deze eisen aanpassen. Zij heeft duurzame oplossingen nodig voor een klimaatvriendelijker toekomst. Elk bedrijf zal inspanningen moeten leveren om te hervormen en moet dat holistisch aanpakken. Grote bedrijven zoals Nestlé, maar ook enkele kleinere producenten, zijn al aan het herstructureren en hebben zichzelf duidelijke klimaatdoelstellingen opgelegd. Maar het grootste deel van de industrie staat nog aan het begin van deze transformatie. Die zal alleen slagen als het klimaatprobleem de chefsache wordt: het centrale criterium bij elke bedrijfsbeslissing. Alleen wie zijn processen tot in de puntjes kent, kan uitstoot effectief verminderen.

    De politieke druk om te handelen neemt toe: de Europese Unie wil het tempo van klimaatmaatregelen opvoeren en voor steeds meer emissies een CO2-toeslag opleggen. Economische activiteiten die schadelijk zijn voor het klimaat worden een kostenfactor, waardoor voedsel voor de consument uiteindelijk nog duurder wordt. Bedrijven die hun CO2-voetafdruk onder controle hebben, zijn in het voordeel. De CO2-toeslag krijgt dus een sturende functie.

    Bedrijven moeten waar mogelijk hun eigen uitstoot verminderen. De belangrijkste hefboom hierbij is de energievoorziening. Wie overschakelt op hernieuwbare energiebronnen staat er al beter voor. Wie goed naar het productieproces kijkt, ziet nieuwe mogelijkheden om te besparen. Wie zijn werknemers daarbij betrekt, wint op twee manieren. Creatieve oplossingen en samenwerking worden gestimuleerd. Wie werkt er niet graag voor een baas die klimaatmaatregelen serieus neemt? Zo wordt het ook nog eens gemakkelijker om geschoold personeel – dat schaars is – te werven.

    Stap voor stap

    Er moet wel een enorme hoeveelheid gegevens worden verzameld en geanalyseerd voor elk product en de ecologische voetafdruk. Dat baart veel levensmiddelenbedrijven zorgen. Vertegenwoordigers van de industrie benadrukken vaak dat dit onredelijk is en voor veel bedrijven eenvoudigweg niet te financieren valt. Maar wie dat beweert, sluit zijn ogen voor de veranderingen die er hoe dan ook aankomen. Bovendien verwacht niemand dat bedrijven van de ene op de andere dag een perfecte klimaatbalans presenteren; de transformatie kan alleen geleidelijk tot stand worden gebracht. Die begint meestal op het hoofdkantoor en wordt dan stap voor stap uitgebreid tot de hele toeleveringsketen.

    Daarnaast moeten fabrikanten ook het voedsel dat zij produceren analyseren en balanceren. Digitalisering is daarbij een cruciaal instrument. Particuliere dienstverleners zoals de start-up Eaternity bouwen steeds grotere databanken met CO2-gegevens voor allerlei soorten voedsel. Zelfs exotische specerijen worden geïnventariseerd en individueel geëvalueerd naar herkomst en productieomstandigheden. Dergelijke programma’s zijn gebaseerd op wetenschappelijke gegevens, bewegen mee met de stand van het onderzoek en worden regelmatig bijgewerkt. Zij verschaffen dus redelijk betrouwbare informatie.

    Ingevlogen fruit veroorzaakt tien keer meer broeikasgassen dan fruit dat per schip wordt vervoerd

    Sommige exploitanten van bedrijfskantines en restaurants gebruiken dergelijke databanken al om de CO2-voetafdruk van individuele recepten te berekenen. Gasten kunnen ze gebruiken als leidraad bij het kiezen van gerechten. Dit is ook een betaalbare oplossing voor de levensmiddelenindustrie en de detailhandel.

    Vandaag is er al veel mogelijk. Zelfs de mango in de supermarkt is geen CO2-raadsel meer. Het is bijvoorbeeld bekend dat ingevlogen fruit tien keer meer broeikasgassen veroorzaakt dan fruit dat per schip wordt vervoerd. Er is niet veel voor nodig om de consument hierover te informeren met een mededeling op de fruitafdeling. Maar zonder politieke druk zal dat waarschijnlijk niet gebeuren. Detailhandelaren en fabrikanten moeten daarom in de toekomst verplicht worden om CO2-informatie bij levensmiddelen te vermelden. Alleen dan ontstaat de transparantie die de consument nodig heeft om klimaatvriendelijk te kunnen eten.

    Lees ook:

  • Klimaatverandering maakt tampons (en veel andere spullen) duurder

    Klimaatverandering maakt tampons (en veel andere spullen) duurder

    Katoenboeren in Texas, de grootste katoenexporteur ter wereld, verloren vorig jaar bijna driekwart van hun oogst door hitte en droogte. Hierdoor steeg wereldwijd de prijs van basisproducten als tampons en luiers. Inflatie wordt zo steeds vaker aangejaagd door klimaatverandering.

    De berekeningen van het ministerie van Landbouw vorige maand toonden een verontrustend resultaat: het jaar 2022 was een ramp voor katoen in Texas, de staat waar de ruwe vezel wordt geteeld om te worden verwerkt in tampons, luiers, gaaskompressen en andere producten voor wereldwijd gebruik.

    Nooit eerder waren de verliezen zo groot. Texaanse boeren raakten 74 procent van hun aangeplante gewassen kwijt – bijna 2,4 miljoen hectare – aan de enorme droogte, die nog werd verergerd door klimaatverandering.

    Door die verliezen steeg de prijs van tampons in de Verenigde Staten het afgelopen jaar met 13 procent en die van katoenen luiers met 21 procent. Watjes van katoen werden 9 procent duurder en verbandgaas 8 procent. Dat ligt allemaal ruim boven de nationale inflatie van 6,5 procent in 2022, aldus gegevens van de marktonderzoeksbureaus NielsenIQ en The NPD Group. Dit voorbeeld laat zien dat klimaatverandering invloed heeft op de kosten van het dagelijks leven, zonder dat consumenten zich dat waarschijnlijk realiseren.

    In Pakistan hebben zware overstromingen de helft van de katoenoogst vernield

    West-Texas is de belangrijkste bron van katoen voor de Verenigde Staten, de derde grootste producent en de grootste exporteur ter wereld. Dat betekent volgens economen dat de ineenstorting van de katoenoogst in West-Texas ook buiten de Verenigde Staten voelbaar zal zijn in winkels over de hele wereld.

    ‘Klimaatverandering is een verborgen aanjager van inflatie,’ zegt Nicole Corbett, vicepresident van NielsenIQ. ‘Naarmate extreem weer gevolgen blijft hebben voor gewassen en productiecapaciteit, zullen de kosten van eerste levensbehoeften blijven stijgen.’

    Aan de andere kant van de wereld, in Pakistan, ’s werelds zesde grootste producent van het zogeheten upland-katoen, hebben zware overstromingen de helft van de katoenoogst vernield. De overstromingen ontstonden deels door klimaatverandering.

    Blik in de toekomst

    Het Texaanse katoen biedt ons een blik in de toekomst. Wetenschappers voorspellen dat de opbrengst in het zuidwesten zal blijven dalen onder invloed van hitte en droogte. Daardoor zullen de prijzen van veel essentiële producten verder stijgen. Volgens een studie uit 2020 is in Arizona de productie van katoen al verminderd en zal in die regio tussen 2036 en 2065 de opbrengst dalen met 40 procent.

    Katoen is ‘een graadmeter’, zegt Natalie Simpson, expert aan de Universiteit van Buffalo in logistiek van toeleveringsketens. ‘Als het weer het gewas destabiliseert, zie je bijna onmiddellijk de gevolgen. Dat geldt overal waar het geteeld wordt. Het aanbod waarvan iedereen afhankelijk is, zal er in de toekomst heel anders uitzien dan nu. Die trend is nu al zichtbaar.’

    Decennialang was de katoenoogst in het zuidwesten afhankelijk van water uit de Ogallala Aquifer, [waterhoudende grondlaag] die onder acht westelijke staten loopt en zich uitstrekt van Wyoming tot Texas. Maar de aanvoer van de Ogallala neemt af, mede als gevolg van klimaatverandering, aldus de 2018 National Climate Assessment, een rapport van dertien federale agentschappen. ‘Grote delen van de Ogallala Aquifer moeten nu worden beschouwd als een niet-hernieuwbare bron,’ aldus het rapport.

    Uit deze regio trokken in de jaren dertig meer dan twee miljoen mensen weg tijdens de Dust Bowl-stofstormen die werden veroorzaakt door ernstige droogte en slechte landbouwpraktijken. John Steinbeck beschreef het trauma in zijn beroemde epos The Grapes of Wrath, over een familie van katoenboeren die uit hun huis in Oklahoma werd verdreven. Mark Brusberg, meteoroloog bij het ministerie van Landbouw, moet de laatste tijd vaak aan deze roman denken. ‘Destijds leidde de Dust Bowl tot een massale migratie van landbouwers. Die trokken weg van een plek waar ze niet langer konden overleven, en bouwden een nieuw leven op,’ zegt Brusberg. ‘We moeten uitzoeken hoe we kunnen voorkomen dat dit opnieuw gaat gebeuren.’

    ‘Dit is een van de slechtste landbouwjaren die ik ooit heb meegemaakt’

    Uiteindelijk leefde de landbouwgrond boven de Ogallala weer op doordat boeren de Aquifer gebruikten om hun akkers te bevloeien. Maar nu hitte en droogte weer zijn toegenomen en de Aquifier slinkt, keren de stofstormen terug, zo blijkt uit de National Climate Assessment. Door klimaatverandering zullen in een groot deel van de Ogallala-regio de komende vijftig jaar de droogteperiodes langer en intenser worden, aldus het rapport. Barry Evans, een vierde generatie katoenboer in de buurt van Lubbock, Texas, heeft geen wetenschappelijk rapport nodig om hem dat te vertellen. Afgelopen voorjaar plantte hij 970 hectare katoen. Hij oogstte er slechts tweehonderd.

    ‘Dit is een van de slechtste landbouwjaren die ik ooit heb meegemaakt,’ zegt hij. ‘We hebben veel van de Ogallala Aquifer verloren en dat komt niet meer terug.’ Toen Evans in 1992 begon met het verbouwen van katoen kon hij ongeveer 90 procent van zijn velden irrigeren met water uit de Ogallala, vertelt hij. Nu is dat nog maar 5 procent en het wordt steeds minder. Hij plant het katoen in wisselteelt met andere gewassen en gebruikt nieuwe technologieën om het beetje kostbare vocht dat uit de lucht valt optimaal te kunnen gebruiken. Maar om zich heen ziet hij dat boeren het opgeven. ‘De achteruitgang van de Ogallala heeft veel mensen doen besluiten vervroegd met pensioen te gaan,’ zegt hij.

    Kody Bessent is algemeen directeur van Plains Cotton Growers Inc., dat boeren vertegenwoordigt die katoen verbouwen op 1,6 miljoen hectare in Texas. Volgens hem zou dat areaal normaal gesproken 4 of 5 miljoen balen katoen moeten produceren. Maar de productie voor 2022 wordt geschat op 1,5 miljoen balen – de kostenpost voor de regionale economie bedraagt daarmee ongeveer 2 tot 3 miljard dollar, aldus Bessent. ‘Dat is een enorm verlies,’ zegt hij. ‘Het is een tragisch jaar.’

    Geconcentreerd

    Anders dan Pima-katoen, een bekendere verwant, is het zogenoemde upland-katoen korter en grover. Het wordt ook veel meer verbouwd en vormt het hoofdbestanddeel van goedkope kleding en basisproducten voor huishouden en hygiëne.

    Upland-katoen wordt ook in de Verenigde Staten het meest geteeld en de oogst is vooral geconcentreerd in Texas. Dat is ongebruikelijk voor zo’n belangrijk handelsgewas. Andere gewassen zoals maïs, tarwe en sojabonen kunnen ook worden getroffen door extreme weersomstandigheden, maar zijn geografisch verspreid, zodat een ingrijpende gebeurtenis slechts een deel van het gewas treft, aldus Lance Honig, econoom bij het ministerie van Landbouw. ‘Daarom heeft deze droogte zo’n grote impact op de nationale oogst,’ vertelt Honig.

    ‘De prijzen zijn torenhoog geworden en dat wordt allemaal doorberekend aan de consument’

    Handelaar Sam Clay van Toyo Cotton Company uit Dallas, die upland-katoen inkoopt bij boeren en verkoopt aan fabrieken, vertelt hoe de tegenvallende oogst hem in het nauw heeft gedreven. ‘De prijzen zijn torenhoog geworden en dat wordt allemaal doorberekend aan de consument.’ Dat heeft hij zelf ook ondervonden. ‘Anderhalf jaar geleden kocht ik zes Wrangler-jeans voor 35 dollar per stuk. Nu betaal ik 58 dollar voor een broek.’

    Ten minste 50 procent van de denim in elke jeans van Wrangler en Lee is geweven van katoen uit de Verenigde Staten, en de kosten van dat bestanddeel kunnen meer dan de helft van het prijskaartje uitmaken, aldus Jeff Frye, onderdirecteur duurzaamheid van Kontoor Brands, dat eigenaar is van beide merken. Frye en anderen die in denim handelen, wijzen echter ook op andere factoren die de prijs hebben opgedreven, zoals het verbod op de invoer van katoen uit Xinjiang, hoge brandstofkosten en de complexe logistiek om materialen te transporteren.

    Persoonlijke verzorgingsproducten zoals tampons en gaasverband zijn het meest gevoelig voor stijgende grondstofprijzen. Dat komt omdat ze weinig arbeid of bewerking vergen zoals verven, spinnen of weven, aldus Jon Devine, econoom bij onderzoeks- en marketingbedrijf Cotton Incorporated.

    De prijs van Tampax, de tampongigant die jaarlijks wereldwijd 4,5 miljard doosjes verkoopt, begon vorig jaar snel te stijgen. In een gesprek in januari over verkoopcijfers zei Andre Schulten, financieel directeur van Procter & Gamble dat Tampax maakt, dat ook hij zich vanwege de stijgende kosten van grondstoffen gedwongen zag de prijzen te verhogen.

    Het zondagse winkelpubliek in een Walmart in Alexandria, Virginia, ontgaan deze stijgende prijzen niet. ‘De prijs van een gewone doos Tampax is gestegen van 9 naar 11 dollar,’ aldus Vanessa Skelton, consultant en moeder van een driejarige. ‘En dat zijn maandelijkse kosten.’

    ‘Er is geen specifiek economisch argument om katoen te verbouwen in West-Texas’

    Volgens katoenboeren kan Washington helpen door de steun te verhogen middels de landbouwwet, die dit jaar door het Congres wordt vernieuwd. Volgens Daniel Sumner, landbouweconoom aan de Universiteit van Californië in Davis, heeft de Amerikaanse belastingbetaler de afgelopen vijf jaar gemiddeld 1 miljard dollar per jaar bijgedragen aan subsidies voor oogstverzekeringen voor de Texaanse katoenboeren.

    Boeren zoals Evans zeggen meer geld te willen voor rampenbestrijdingsprogramma’s om de gevolgen van de toenemende droogte op te vangen, en voor bodembedekkende gewassen die het vocht vasthouden. Ze hopen ook dat de vooruitgang in genetisch gemodificeerde zaden en andere technologieën kan helpen het Texaanse katoen in stand te houden.

    Maar volgens sommige economen heeft het misschien geen zin om een gewas te blijven subsidiëren dat bij opwarming van de aarde in een aantal regio’s niet langer levensvatbaar is. ‘Sinds de jaren dertig zijn overheidsprogramma’s fundamenteel voor de katoenteelt,’ zegt landbouweconoom Sumner. ‘Maar er is geen specifiek economisch argument om katoen te verbouwen in West-Texas nu het klimaat verandert. Heeft het economisch gezien enig nut om in een landbouwwet te stellen dat West-Texas is gebonden aan katoen? Nee.’

    Op de lange termijn kan dit betekenen dat katoen niet langer het belangrijkste bestanddeel zal zijn voor allerlei producten zoals tampons en textiel, aldus Sumner, ‘en dat we bijvoorbeeld allemaal polyester gaan gebruiken’.

    Lees ook:

  • Hoe de energietransitie leidt tot een nieuw soort ‘klimaatoorlog’

    Hoe de energietransitie leidt tot een nieuw soort ‘klimaatoorlog’

    Wanneer het vroeger over ‘klimaatoorlog’ ging, doelde men vooral op de ecologische consequenties van klimaatverandering. Nu heeft de term er een geopolitieke dimensie bij gekregen.

    Toen ik in 2015 klimaatverandering begon te verslaan, had het begrip ‘klimaatoorlog’ nog maar één betekenis. Als iemand toen zei dat klimaatverandering de wereldorde in gevaar bracht, dacht men hierbij aan de directe gevolgen van opwarming en de indirecte gevolgen die daaruit voortkwamen. Wetenschappers waren bang dat ongekende droogte en overstromingen steden zouden verwoesten en massale migratie zouden veroorzaken, waardoor economische verhoudingen zouden kantelen of extreemrechts nationalisme zou ontstaan. Of ze maakten zich zorgen dat wereldwijde hongersnood voor torenhoge voedselprijzen zou zorgen en ouderwetse grondstoffenoorlogen zou ontketenen. Afgaand op inzichten uit de sociale wetenschappen vreesden ze ook dat weerschommelingen tot revoluties en burgeroorlogen zouden leiden.

    De wereld van 2015 is niet meer dezelfde als die van 2022. Landen boekten sindsdien aanzienlijke vooruitgang op het gebied van klimaatbehoud, waardoor ze tot nu toe de ergste scenario’s konden voorkomen. Canada begon CO2-vervuiling te belasten, Europa sloot de zogenaamde Green Deal en de Verenigde Staten konden wonderlijk genoeg de Inflation Reduction Act aannemen. Sterker nog, politieke leiders gingen bij verkiezingen op dit beleid inzetten – en wonnen. Dankzij een wereldwijde afkeer van steenkool. Ooit leek het mogelijk dat de wereld tegen het einde van de eeuw vier of vijf graden warmer zou worden, maar door een groeiende, wereldwijde afkeer van steenkool zal dat waarschijnlijk niet gebeuren.

    Dat we de afgelopen zeven jaar succes boekten, drong vorige maand tot me door toen ik een mededeling van de Duitse overheid zag. In de boodschap werd decarbonisatie op één lijn geplaatst met de klassieke drie-eenheid van de Verlichting: ‘Demokratie, Vielfalt & Klimaschutz. Du Bist Europa.’ Ofwel: ‘Democratie, diversiteit en klimaatbescherming. U bent Europa.’ Wat een overwinning. Maar wat een ingewikkelde overwinning. Sinds 2015 is de kans op een klimaatoorlog niet geheel verdwenen. In plaats daarvan kregen de politieke risico’s een ander karakter. Steeds meer landen hebben de energietransitie in hun economie geïncorporeerd, maar het zou kunnen dat dergelijke inspanningen een politiek conflict in de hand werken.

    Dubbele functie

    Laat het duidelijk zijn dat die verschuiving niet doelbewust werd gecreëerd, maar het resultaat is van een ontwikkeling die klimaatactivisten al vroeg voorspelden: accu’s, hernieuwbare energiebronnen en koolstofvrije energie kwamen bovenaan de technologische ladder te staan. Milieufanaten nemen enthousiast waar dat Oekraïners e-bikes en elektrische drones inzetten voor verkenningen en de aanval op Russische tanks. Maar hierdoor wordt des te meer duidelijk dat dergelijke innovaties een dubbele functie hebben – ze kunnen zowel in een maatschappelijke als in een militaire context worden ingezet. Voor landen die voor hun veiligheid moeten vechten, zijn ze dus onmisbaar.

    Dat er over dergelijke technologieën met een dubbele functie conflicten kunnen ontstaan, spreekt voor zich. In de Chinees-Amerikaanse handelsstrijd staan zulke conflicten al centraal. Vorige maand stemde de regering-Biden in met een verbod op de verkoop aan China van alle moderne apparatuur voor de fabricage van halfgeleiders. Ook werd ‘Amerikaanse personen’ – een groep waartoe Amerikaanse burgers en mensen met een Amerikaanse verblijfsvergunning behoren – verboden in de Chinese halfgeleiderindustrie te werken. Zoals Eric Levitz in New York Magazine schrijft, komt het beleid neer op een economische vorm van oorlogvoering: ‘het is nu officieel Amerikaans beleid om te voorkomen dat China zijn ontwikkelingsdoelen bereikt’.

    Voor de overgang naar elektriciteit zijn halfgeleiders bijna geheel onmisbaar

    Die logica is gevaarlijk, want halfgeleiders zijn van essentieel belang voor decarbonisatie. Voor de overgang naar elektriciteit zijn halfgeleiders bijna geheel onmisbaar. Computerchips regelen bijna elk onderdeel van het energiegebruik en de energieopslag van elektrische auto’s, scooters, boilers, inductiefornuizen en meer. Kleine verbeteringen aanbrengen in de computerchips en software van auto-accu’s geeft fabrikanten van elektrische voertuigen een belangrijke voorsprong op hun concurrenten. Nu is het type halfgeleiders waarop Bidens beleid van invloed is, veel geavanceerder dan het goedkopere type dat nodig is voor decarbonisatie. Maar wie de ontwikkeling van een ander land tegenwerkt, kan van een economisch meningsverschil in een militair meningsverschil terechtkomen – zoveel is duidelijk.

    Wat die dynamiek nog ingewikkelder maakt, is dat de VS en China klimaatbeleid inzetten als middel in hun diplomatieke concurrentie. President Xi Jinping deed misschien wel de belangrijkste internationale klimaatbelofte van de afgelopen jaren toen hij verklaarde dat China ernaar streeft om in 2060 klimaatneutraal te zijn. Omdat hij deze doelstelling minder dan twee maanden vóór de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2020 aankondigde, werd die opgevat als een scherpe boodschap voor en zelfs berisping van de Verenigde Staten en de regering onder Trump. ‘Het laat zien dat Xi de klimaatagenda wil gebruiken voor geopolitieke doeleinden,’ verklaarde Greenpeace-analist Li Shuo destijds in een interview met The New York Times.

    Maar concurrentie hielp het Amerikaanse beleid ook vooruit. De Inflation Reduction Act werd deels aangenomen omdat Amerikaanse wetgevers de clean-techindustrie niet willen overlaten aan China. Dat heeft ertoe geleid dat de Verenigde Staten op het punt staan de binnenlandse productie van zonnepanelen massaal te subsidiëren. Het zou kunnen dat we in de VS over tien jaar een overschot aan goedkope zonnepanelen hebben. En hoewel dat economisch gezien enorm nadelig zou zijn, is het waarschijnlijk goed voor het klimaat. Als Amerika er dankzij geopolitieke rivaliteit voor kiest zonne-industrie te subsidiëren, kan concurrentie eerder bevorderlijk dan belemmerend zijn voor het klimaat. Een wereldwijde toename van goedkope zonne-energie geeft niet alleen een impuls aan decarbonisatie maar zet bedrijven er ook toe aan om zonnepanelen op nieuwe, creatievere manieren in te zetten.

    Taiwan

    Waarschijnlijk is de enige factor die een volwaardige oorlog tussen China en de Verenigde Staten kan ontketenen nog altijd Taiwan. Toch moeten we blijven beseffen dat een handelsconflict de internationale betrekkingen kan verslechteren en landen in de richting van ‘zero-sum‘-denken kan duwen. Zelfs wanneer zo’n conflict voortkomt uit de oprechte wens van politici om een binnenlandse industrie voor schone technologie op te zetten. En laat duidelijk zijn dat het grootste risico op door klimaatbeleid aangewakkerd geweld niet in de VS of China of Europa ligt. The Wall Street Journal berichtte onlangs dat er in de afgelopen maand in de Democratische Republiek Congo door rebellen zwaarder is gevochten dan in de voorgaande tien jaar, omdat groepen die door Rwanda zouden worden gesteund, aanspraak proberen te maken op Congolese delfstoffen. Congo produceert twee derde van het kobalt in de wereld en beschikt over de grootste voorraad aan tantalum, een metaalelement dat wordt gebruikt in condensatoren.

    Decarbonisatie staat nu centraal in de toekomstvisie van de VS, China en Europa

    Tegelijkertijd is ook de klassieke opvatting van een klimaatoorlog de wereld nog niet uit. Het afgelopen jaar is gebleken hoezeer de gevolgen van klimaatverandering, zoals extreme droogte, de prijs van belangrijke grondstoffen kunnen opschroeven. Dat zorgt in de rijke delen van de wereld voor inflatie en elders voor voedseltekorten. Conventionele energiebronnen, zoals fossiele brandstoffen, lokken veel eerder een dergelijk conflict uit dan hernieuwbare energiebronnen of klimaattechnologie, vertelt Dan Wang, technologie-analist bij het in China gevestigde economische onderzoeksbureau Gavekal Dragonomics. China blijft afhankelijk van olie en aardgas uit het buitenland, en de VS is een steeds grotere exporteur van aardgas naar China aan het worden. Als de VS die export zou stopzetten – net zoals ze de olie-export naar Japan in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog beëindigden – zouden de kans op en het risico van een groter conflict toenemen.

    Jarenlang hebben klimaatactivisten betoogd dat milieuoverwegingen een centrale plaats verdienden in de economische en sociale beleidsvorming. Het klimaat is alles, zeiden ze. Tot op zekere hoogte hebben ze gelijk gekregen: decarbonisatie staat nu centraal in de toekomstvisie van de VS, China en Europa. Klimaatactivisten hebben een plaats veroverd aan de tafel waar de belangrijkste vraagstukken van de staat en samenleving worden opgelost. Wat een vooruitgang heeft de wereld geboekt, maar wat een lange weg hebben we nog te gaan.

    Lees ook:

  • Onderzoekers willen maanstof gebruiken om opwarming klimaat tegen te gaan

    Onderzoekers willen maanstof gebruiken om opwarming klimaat tegen te gaan

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Dodental aardbeving Turkije en Syrië naar 15.000

    » Avondklok in Chili vanwege aanhoudende bosbranden

    ‘Schild’ van maanstof moet zonlicht blokkeren

    Een groep wetenschappers heeft een plan voorgesteld om stofdeeltjes van de maan de ruimte in te schieten om op die manier de zonnestralen van de aarde af te buigen. Dit zou een mogelijke oplossing zijn voor de klimaatopwarming, schrijft The Guardian.

    Het schijnbaar bizarre concept, dat in een nieuw onderzoek wordt uiteengezet, houdt in dat in de ruimte een ‘zonneschild’ wordt gecreëerd. Dat moet gebeuren door miljoenen tonnen stof van de maan te delven en het vervolgens ‘met een ballistisch apparaat’ naar een punt in de ruimte te schieten op ongeveer een miljoen kilometer van de aarde, waar de zwevende stofkorrels het inkomende zonlicht gedeeltelijk zouden blokkeren.

    Er moeten ieder jaar miljoenen tonnen stof de ruimte in geschoten worden om een zonneschild in stand te houden

    Om dit project uit te voeren moet er heel wat gebeuren. Zo zou er ergens tussen de zon en de aarde een nieuw ruimtestation moeten komen om ‘stofhopen in goede banen te leiden zodat ze zo lang mogelijk het zonlicht kunnen afschermen’, aldus een onderzoeker, geciteerd door de Britse krant. Ook zouden er ieder jaar miljoenen tonnen stof de ruimte in geschoten moeten worden om dit zonneschild in stand te houden.  

    Niet iedereen ziet echter brood in dit idee. Volgens Frank Biermann, professor Global Sustainability Governance aan de Universiteit Utrecht, kan het geen oplossing zijn voor het klimaatprobleem. ‘Wat we nodig hebben, is een aanzienlijke vermindering van de uitstoot van broeikasgassen, waarvoor snelle technologische vooruitgang en sociaaleconomische veranderingen nodig zijn. De maan afgraven is niet de oplossing’, citeert The Guardian. Ook zou het plan de aandacht afleiden van het werkelijke probleem: het verbranden van fossiele brandstoffen.

    Lees ook:

  • Piketty: ‘Om de klimaatcrisis te stoppen moeten de rijksten drastisch inleveren’

    Piketty: ‘Om de klimaatcrisis te stoppen moeten de rijksten drastisch inleveren’

    De opwarming van de aarde kan niet worden aangepakt zonder een ingrijpende herverdeling van de rijkdom. ‘Wie het tegendeel beweert, liegt tegen de planeet’, waarschuwt econoom Thomas Piketty.


    Laten we er maar geen doekjes om winden: de opwarming van de aarde kan niet serieus worden aangepakt zonder een ingrijpende herverdeling van de rijkdom, zowel binnen landen als op internationaal niveau. Wie het tegendeel beweert, liegt tegen de planeet. En mensen die beweren dat een herverdeling natuurlijk wenselijk, sympathiek et cetera is, maar helaas technisch of politiek onmogelijk, liegen even hard. Ze zouden beter datgene kunnen verdedigen waarin ze geloven (als ze nog ergens in geloven) dan dat ze conservatieve onzin verkondigen.

    De overwinning van Lula in Brazilië geeft sommigen weer een beetje hoop. Maar de recente verkiezingen in Zweden en Italië hebben laten zien dat zowel in het noorden als het zuiden tal van kiezers nog altijd sceptisch staan tegenover sociaal-ecologisch links en de voorkeur geven aan een nationalistisch rechts dat wars is van immigratie. De reden daarvoor is simpel: zonder een fundamentele transformatie van het economisch systeem en een herverdeling van de rijkdom dreigt het sociaal-ecologische programma zich tegen de middenklasse en de arbeidersklasse te keren. Het goede nieuws (als we het zo mogen noemen) is dat de rijkdom zich zozeer beperkt tot de maatschappelijke bovenlaag, dat als we ons maar blijven beijveren voor een ambitieuze herverdeling, we tegelijkertijd tegen klimaatverandering kunnen strijden en voor verbetering van de levensomstandigheden van de overgrote meerderheid van de bevolking.

    Het blijft mogelijk om de middenklasse en de arbeidersklasse voor klimaatmaatregelen te compenseren

    Met andere woorden, iedereen zal zijn manier van leven natuurlijk grondig moeten veranderen, maar het blijft mogelijk om de middenklasse en de arbeidersklasse voor deze verandering te compenseren, zowel financieel als door goederen en diensten toegankelijk te maken die minder energie-intensief zijn en beter verenigbaar met het voortbestaan van de aarde (onderwijs, gezondheid, huisvesting, transport et cetera). Dit zal gepaard moeten gaan met een drastische inperking van het vermogen en de inkomsten van de allerrijksten, wat overigens de enige manier is om politieke meerderheden te vinden voor het redden van de planeet.

    Lees ook dit artikel van Thomas Piketty:

    Vijf procent miljardairsbelasting

    Feiten en cijfers liegen er niet om. De stratosferische vermogenstoename waarin miljardairs zich sinds de crisis van 2008 wereldwijd mogen verheugen heeft tijdens de covid-19-pandemie een ongekend niveau bereikt. Volgens het World Inequity Report 2022 bezit de rijkste 0,1 procent van de wereld zo’n tachtigduizend miljard euro aan financiële middelen en vastgoed, oftewel meer dan 19 procent van het wereldwijde totaal en het equivalent van het mondiale bnp van een jaar. Het aandeel van de rijkste 10 procent bedraagt 77 procent van het totaal, en dat van de armste 50 procent slechts 2 procent. In Europa, dat door de economische elite graag als een oase van gelijkheid wordt afgeschilderd, bedraagt het aandeel van de rijkste 10 procent 61 procent van het totaal, en dat van de armste 50 procent slechts 4 procent.

    In Frankrijk stegen de allergrootste vermogens alleen al tussen 2010 en 2022 van tweehonderd miljard naar duizend miljard, dat wil zeggen van 10 procent van het bnp naar bijna 50 procent van het bnp (oftewel twee keer zoveel als het totale bezit van de armste 50 procent). Volgens de beschikbare gegevens bedraagt de totale inkomstenbelasting die in deze hele periode door de vijfhonderd rijkste Fransen is afgedragen nog geen 5 procent van deze vermogenstoename van achthonderd miljard. Dat komt overigens overeen met de belastingaangiften van Amerikaanse miljardairs die in 2021 door de non-profitorganisatie ProPublica zijn onthuld en een overeenkomstig belastingtarief laten zien. Door bij wijze van uitzondering 50 procent belasting over deze vermogenstoename te heffen, wat verre van excessief zou zijn in een tijd waarin kleine spaarders jaarlijks een inflatiebelasting van 10 procent over hun zuurverdiende centen betalen, zou de Franse regering vierhonderd miljard euro kunnen innen.

    Welvaart is absoluut niet gediend met stratosferische ongelijkheid

    Er zijn andere formules denkbaar, maar het blijft een feit dat het om duizelingwekkende bedragen gaat: wie beweert dat er bij deze groep niets substantieels te halen valt, kan gewoon niet rekenen. Voor de goede orde, de zittende Franse regering heeft afgelopen week een veto uitgesproken over een motie van het parlement voor het verhogen van de investeringen in het isoleren van gebouwen (twaalf miljard euro) en het spoorwegnet (drie miljard) omdat daarvoor de middelen zouden ontbreken. Vandaar de vraag of de regering kan rekenen of liever de belangen van een kleine groep laat prevaleren boven die van de planeet en de bevolking, die zo gebaat zouden zijn bij gerenoveerde woningen en op tijd rijdende treinen.

    Afgezien van deze uitzonderlijke belasting over de vijfhonderd grootste vermogens moet natuurlijk het hele Franse belastingstelsel op de schop worden genomen, net als in de rest van de wereld. In de loop van de twintigste eeuw heeft de progressieve inkomstenbelasting zich als een groot succes ontpopt. In de Verenigde Staten vielen de belastingtarieven voor de allerhoogste inkomens tijdens het bewind van Roosevelt en de halve eeuw daarna (gemiddeld 81 procent in de periode 1930-1980) samen met een periode van welvaart, innovatie en maximale groei. De reden was simpel: welvaart hangt in de eerste plaats samen met onderwijs (en op dat gebied hadden de Verenigde Staten in die periode een grote voorsprong op de rest van de wereld) en is absoluut niet gediend met stratosferische ongelijkheid.

    In de eenentwintigste eeuw zal deze erfenis moeten worden uitgebreid tot een progressieve vermogensbelasting, met tarieven van 80 tot 90 procent voor miljardairs, zodat ook de rijkste 10 procent haar steentje bijdraagt. Ook en vooral zal een substantieel deel van de belasting die de allerrijksten dan betalen rechtstreeks aan de allerarmste landen moeten worden uitgekeerd, al naargelang de omvang van hun bevolking en hun blootstelling aan klimaatverandering. De zuidelijke landen kunnen niet elk jaar wachten tot het noorden zich verwaardigt zijn verplichtingen na te komen. Het wordt tijd om na te denken over de volgende wereld, anders wordt die een nachtmerrie.

    Thomas Piketty is decaan aan de Ecole des hautes études en sciences sociales (EHESS) en hoogleraar aan de Ecole d’économie, beide in Parijs.

    Lees ook dit artikel van Thomas Piketty:

  • De temperatuurstijging valt mee. Is er reden voor voorzichtig optimisme?

    De temperatuurstijging valt mee. Is er reden voor voorzichtig optimisme?

    De Amerikaanse journalist David Wallace-Wells boezemde in 2017 angst in met zijn boek De onbewoonbare aarde. Nu schrijft hij met iets meer optimisme. De voorspellingen over de opwarming van de aarde van een aantal jaar geleden vallen minder apocalyptisch uit dan gedacht. Wat betekent dat voor onze toekomst?

    Je kunt nooit echt in de toekomst kijken, je kunt er alleen over fantaseren en vervolgens proberen de nieuwe wereld te begrijpen zodra die zich aandient. Een paar jaar geleden klonken de klimaatvoorspellingen voor deze eeuw nog vrij apocalyptisch. De meeste wetenschappers waarschuwden voor een opwarming van de aarde met vier of vijf graden als de wereld op de oude voet doorging. Dat zou zo ingrijpend zijn dat er niet alleen voedselcrises, toenemende hittestress en economische en andere conflicten tussen staten werden voorspeld, maar dat we volgens sommigen afstevenden op de totale ondergang van de beschaving, einde oefening voor de mensheid. (Misschien hebt u hier zelf al eens nachtmerries over gehad of er voortekenen van ontwaard in uw nieuwsfeed.)

    Nu de aarde inmiddels al 1,2 graden is opgewarmd, schatten wetenschappers dat de opwarming deze eeuw waarschijnlijk op ergens tussen de twee en drie graden zal uitkomen. (Een schatting die wordt bevestigd in een VN-rapport dat eind oktober werd uitgebracht in de aanloop naar de klimaattop COP27 in het Egyptische Sharm-el-Sheikh.) Met wat meer gezamenlijke daadkracht kan het nog iets lager uitvallen, en met wat pech en minder daadkracht ook iets hoger. Die getallen klinken misschien abstract, maar waar het op neerkomt is dit: dankzij de verbluffende daling van de prijzen voor groene energie, een waarlijk wereldwijde politieke mobilisatie, een scherpere blik op de toekomst van onze energie en serieuze aandacht voor dit thema bij wereld-leiders zijn we er in amper vijf jaar tijd in geslaagd de te verwachten opwarming van de aarde bijna te halveren.

    In amper vijf jaar tijd zijn we erin geslaagd de te verwachten opwarming van de aarde bijna te halveren

    Decennialang werd het denken over de toekomst van het klimaat gedomineerd door enerzijds een kinderlijk naïef geloof dat we heus wel op de oude voet zouden kunnen doorleven, en anderzijds het doemdenken over een ecologische eindtijd waarin het leven of het bestaan van misschien wel miljarden mensen gevaar zou lopen. De afgelopen jaren zagen we deze twee uitersten ook terug in de klimaat-modellen. Als we de meest ambitieuze doelen van het akkoord van Parijs maar zouden halen en de opwarming onder de anderhalve graad konden houden, zo was de algemene gedachte, zou ons leven min of meer bij het oude kunnen blijven. Maar als we niet snel iets aan de uitstoot van broeikasgassen deden en de opwarming lieten stijgen tot boven de drie of zelfs vier graden, zouden we onze ondergang tegemoet gaan.

    Tragisch uitstelgedrag

    Geen van beide scenario’s lijkt nu nog erg waarschijnlijk. De meest angstaanjagende voorspellingen zijn onwaarschijnlijk geworden door de vergroening die nu al plaatsvindt, en de meest hoopvolle zijn inmiddels nauwelijks nog haalbaar door tragisch uitstelgedrag. Het aantal haalbare toekomst-scenario’s wordt snel kleiner, en dat geeft ons een duidelijker beeld van wat ons te wachten staat: een nieuwe, ernstig verstoorde wereld, met een bevolking van miljarden mensen en een klimaat dat ver afstaat van het oude normaal, maar dat gelukkig nog lang niet tot een echte apocalyps hoeft te leiden.

    De afgelopen maanden heb ik tientallen gesprekken gevoerd – met klimaatwetenschappers, economen en beleidsmakers, met opiniemakers en activisten, en met schrijvers en filosofen – over die nieuwe wereld en hoe we ons die moeten voorstellen. De meest stimulerende en ruimdenkende kijk op het vraagstuk kwam misschien wel van Kate Marvel van de NASA, een van hoofdauteurs van de vijfde National Climate Assessment [het periodieke milieurapport voor de Amerikaanse overheid]. ‘De wereld wordt wat wij ervan maken,’ zegt Marvel. Zelf kom ik steeds weer terug bij drie aanknopingspunten om de mogelijke toekomstroutes enigszins mee in kaart te brengen.

    De doemscenario’s voor de temperatuurstijging die tot voor kort heel reëel leken, lijken dat inmiddels een stuk minder te zijn

    Ten eerste: de doemscenario’s voor de temperatuurstijging die tot voor kort heel reëel leken, lijken dat inmiddels een stuk minder te zijn. Dat is ontegenzeggelijk goed nieuws en, in een tijd van wanhoop en klimaatpaniek, een ondergewaardeerd teken van de vooruitgang die al geboekt is en die van mondiaal belang is.

    Ten tweede, en dit is minstens zo belangrijk: de meest waarschijnlijke toekomstscenario’s behelzen nog steeds een mate van opwarming die lange tijd rampzalig werd geacht – een bewijs van het mondiale onvermogen om de opwarming binnen ‘veilige’ grenzen te houden. Door decennialang bijna geen maatregelen te nemen hebben we die kans verspeeld. En wat misschien nog zorgwekkender is: hoe meer we te weten komen over de mogelijke gevolgen van zelfs een relatief beperkte opwarming, des te akeliger en problematischer die lijken te zijn. In het persbericht bij het recente VN-rapport werd voorspeld dat een opwarming van meer dan twee graden zal resulteren in ‘onafzienbaar leed’.

    Ten derde heeft de mensheid nog steeds heel veel zelf in de hand: hoe warm het zal worden en hoeveel inspanningen we ons getroosten om elkaar tegen die dreigingen en verstoringen te beschermen. Als we erkennen dat een werkelijk apocalyptische opwarming van de aarde nu een stuk minder waarschijnlijk lijkt dan nog maar enkele jaren geleden, halen we de toekomst uit het domein van de mythevorming en brengen haar terug in de arena van de geschiedenis: iets waarin en waarover we strijd kunnen leveren, een verhaal van zowel welvaart als leed – al zullen die niet gelijkelijk over iedereen worden verdeeld.

    Klimaatpolitiek

    Het is niet zo gemakkelijk om dit beeld helemaal helder te krijgen. Deels omdat klimaatactie nog een open vraag blijft, deels omdat het moeilijk is de schaal van de klimaatverandering af te wegen tegen mogelijke reacties van de mens, en deels omdat we niet meer zomaar kunnen teruggrijpen op dat handige narratieve stramien van apocalyps versus het oude normaal. Maar door het hele palet aan mogelijke klimaatscenario’s te beperken, verruilen we de ene verzameling onzekerheden (over de mate van opwarming) voor een andere: die van politieke keuzes en menselijke reacties daarop. We weten nu veel beter welke mate van opwarming we ongeveer kunnen verwachten, en dat stelt ons beter in staat er oplossingen voor te bedenken. Dat begint nog steeds met het terugdringen van de broeikasgassen, maar het is niet langer redelijk om te denken dat het daarbij kan blijven. De politiek van vergroening zal zich ontwikkelen tot een politiek die ook kijkt naar wat er daarna moet gebeuren, op het vlak van klimaatadaptatie, financiering en rechtvaardige verdeling (om maar enkele kwesties te noemen). Lange tijd leek de toekomst van de wereld af te hangen van het welslagen van de vergroening, maar een duidelijk pad naar een toekomst met twee of drie graden opwarming betekent dat die toekomst nu ook afhangt van wat we gaan doen als het zover is. Met andere woorden: onze toekomst hangt af van een nieuwe en breder georiënteerde klimaatpolitiek.

    We weten nu veel beter welke mate van opwarming we ongeveer kunnen verwachten, en dat stelt ons beter in staat er oplossingen voor te bedenken

    ‘We leven in een verschrikkelijke wereld, en we leven in een prachtige wereld,’ zegt Marvel. ‘Het is een verschrikkelijke wereld die nu al meer dan één graad is opgewarmd. Maar ook een prachtige wereld waarin we beschikken over heel veel manieren om stroom op te wekken die goedkoper, rendabeler en makkelijker toepasbaar zijn dan ik ooit voor mogelijk had gehouden. Er verschijnen uiterst geloofwaardige artikelen in wetenschappelijke tijdschriften die betogen dat een snelle overstap naar hernieuwbare energie per saldo geen kostenpost zal zijn, maar een winstmaker,’ zegt ze, en ze schudt haar hoofd alsof ze het zelf bijna niet kan geloven. ‘Als je me dat vijf jaar geleden had verteld, had ik gedacht: wauw, dat is een wonder.’

    GettyImages 1388204699
    Bouw van de ITER-reactor in het Franse onderzoekscentrum Cadarache, waar de fusiereactie zal plaatsvinden. – © Jean-Marie Hosatte / Gamma-Rapho via Getty

    Hoe is dat zo gekomen? Om te beginnen heeft de wereld er werk van gemaakt om af te stappen van steenkool.

    Steenkoolgebruik

    In 2014 werkte klimaatwetenschapper en podcastmaker Justin Ritchie nog aan zijn proefschrift. Daarin vroeg hij zich af waarom zo veel klimaatmodellen rekenden op een grote piek in het steenkoolgebruik in de eenentwintigste eeuw. Iedereen wist wel dat de decennialange economische groei van China op steenkool dreef, maar wetenschappers die zich met de energietoekomst bezighielden, betwijfelden toen al of datzelfde model ook voor alle andere opkomende landen van kracht zou zijn, en al helemaal of de rijke landen ooit weer structureel op steenkool zouden terugvallen. 

    Alleen was dat inzicht nergens terug te vinden in de mix van economische, demografische en materiële veronderstellingen over toekomstige ontwikkelingen die als basis diende voor de talrijke modellen waarmee klimaat-wetenschappers prognoses maakten over de klimaatgevolgen, onder meer voor het VN-klimaatpanel IPCC. Het opvallendste voorbeeld was een emissievoorspelling getiteld RCP8.5, die uitging van een op z’n minst vijfvoudige groei van het steenkoolverbruik in de loop van deze eeuw. Dit was het somberste scenario, waarin de mens geen enkele maatregel nam – in de wetenschappelijke literatuur en door journalisten wel betiteld als het ‘business as usual’-scenario. Toen Ritchie en zijn promotiebegeleider in 2017 hun onderzoek publiceerden in het tijdschrift Energy Economics, gaven ze het de suggestieve ondertitel: ‘Zijn gevallen van een enorme toename in steenkoolverbruik nog aannemelijk?’ Gezien de huidige ontwikkelingen is het antwoord daarop nu simpelweg: nee. 

    Het aanpassen van de vooronderstellingen die als basis voor modellen dienen, is misschien niet de meest aansprekende vorm van klimaatactie

    Al jaren leefden er vragen over de toekomst van steenkool, vooral bij de mensen die meenden dat in prognoses over duurzame energie de groei van wind- en zonne-energie belachelijk laag werd ingeschat. Maar de inmiddels brede scepsis over de somberste doemscenario’s voor de uitstoot van broeikasgassen is toch vooral terug te voeren op het kleine groepje mensen dat het werk van Ritchie las en daarmee Twitter op ging. Onder hen Roger Pielke Jr., een hoogleraar milieukunde die door de Republikeinen vaak als deskundige wordt opgeroepen bij hoorzittingen in het Congres over het klimaat. En ook de uitgesproken Britse investeerder Michael Liebreich, oprichter van een door Michael Bloomberg opgekocht bedrijf voor groen beleggingsadvies, die in 2019 op sociale media steeds luidkeels riep dat RCP8.5 ‘gelul’ is. En tot slot de wat ingetogener klimaatwetenschappers Zeke Hausfather en Glen Peters, die in 2020 een opiniestuk in Nature publiceerden waarin ze stelden dat ‘het “business as usual”-verhaal misleidend is’. (Ik had het jaar daarvoor een artikel gepubliceerd waarin ik hetzelfde spoor volgde.)

    Het aanpassen van de vooronderstellingen die als basis voor modellen dienen, is misschien niet de meest aansprekende vorm van klimaatactie. Maar Hausfather schat dat het naar beneden bijstellen van die aannames verantwoordelijk is voor ongeveer de helft van de vastgestelde vooruitgang die we hebben geboekt, en dat alleen de andere helft te danken is aan oplossingen afkomstig van technologie, overheidsbeleid en de markt.

    Neem om te beginnen de technologie. Energienerds hoef je het niet meer te vertellen, maar buiten dat wereldje beseft bijna niemand hoe snel en drastisch de kosten van technieken voor groene energie zijn gedaald. Dat is net zo’n verbluffend en misschien ook wel net zo’n belangrijk verhaal als dat van de nieuwe mRNA-vaccins, die binnen enkele maanden werden ontwikkeld en verspreid om de wereldwijde pandemie te bestrijden.

    Zonne-energie 

    De kosten van zonne-energie en van de technologie van lithiumbatterijen zijn sinds 2010 met ruim 85 procent gedaald, en die van windenergie met ruim 55 procent. Het Internationaal Energieagentschap heeft onlangs voorspeld dat zonne-energie ‘de goedkoopste bron van elektriciteit in de geschiedenis’ zal worden. En volgens een rapport van [de onafhankelijke financiële denktank] Carbon Tracker woont 90 procent van de wereldbevolking op plaatsen waar nieuwe groene energie goedkoper zou zijn dan nieuwe vuile energie. Ter vergelijking: als de benzineprijs net zo sterk was gedaald, zou de [Amerikaanse] prijs aan de pomp, die in 2010 bijna 3 dollar per gallon bedroeg, nu gezakt zijn tot onder de 50 cent.

    De markten hebben dit ook door. Het volume aan investeringen in groene energie is dat van de investeringen in fossiele brandstoffen dit jaar voorbij-gestreefd, ondanks de stormloop op gas en het ‘terugvallen op steenkool’ als gevolg van de Russische inval in Oekraïne. Na decennia van dalingen zijn de kosten van duurzame productie nu weer een klein beetje gestegen door problemen in de toeleveringsketen, maar de algehele trend is toch met het blote oog zichtbaar: er worden wereldwijd genoeg fabrieken voor zonnepanelen gebouwd om daarmee de zonne-energie te produceren die nodig is om de opwarming onder de twee graden te houden. En het aantal zonneparken dat de VS in de planning hebben, is groter dan de totale mondiale capaciteit van dit moment. Liebreich heeft het al over een kantelpunt, waarna het toekomstplaatje van energie er volledig anders uit zal zien.

    Al bijna net zo ingrijpend zijn de veranderingen in de wereld van politiek en overheidsbeleid

    Al bijna net zo ingrijpend zijn de veranderingen in de wereld van politiek en overheidsbeleid. Vijf jaar geleden had nog bijna niemand gehoord van Greta Thunberg en de schoolstakingen van Fridays for Future, van Extinction Rebellion en de Sunrise Movement. Toen was er geen serieuze discussie over de Amerikaanse Green New Deal en de Europese Green Deal, er werd nog niet eens gefluisterd over het ‘Fit for 55’-programma [waarmee de EU de uitstoot van broeikasgassen wil terugdringen], de Inflation Reduction Act van de VS [die in feite neerkomt op een klimaatwet] of de belofte van China dat zijn uitstoot vanaf 2030 zal afnemen. Een paar prominente wereldleiders waren klimaatsceptici. Er was bijna geen land ter wereld dat serieus sprak over het elimineren van alle broeikasgassen, het gesprek ging alleen over verlaging van de emissie en veel landen hadden het daar niet eens serieus over. Inmiddels is meer dan 90 procent van het mondiale bbp en ruim 80 procent van de mondiale uitstoot van broeikasgassen gebonden aan diverse toezeggingen te streven naar nettonuluitstoot, die elk een historisch ongekend tempo van vergroening beloven.

    Nu zijn dat grotendeels nog papieren toezeggingen, die op de korte termijn veel te vrijblijvend zijn om te kunnen doorgaan voor echte maatregelen en meer weg hebben van een minzame uitsteltactiek. Maar je kunt toch spreken van een nieuw tijdperk voor klimaatactie als de overgrote meerderheid van de wereldleiders zich genoodzaakt ziet om zulke beloften te doen – onder druk van demonstranten, van de angst bij het brede publiek en de wensen van kiezers, en ook steeds meer onder druk van de krachtige logica van nationaal eigenbelang. Wat vroeger vooral een moreel moetje leek, wordt nu steeds meer gezien als een economische kans, zozeer dat er zelfs al sprake is van geopolitieke rivaliteit. Toen Boris Johnson nog premier van het Verenigd Koninkrijk was, zei hij dat hij zijn land het ‘Saoedi-Arabië van de windenergie’ wilde maken. En de Inflation Reduction Act is vooral gericht op versterking van de Amerikaanse concurrentiepositie op het vlak van groene energie. China, dat al bijna evenveel capaciteit voor de productie van duurzame energie aan het opbouwen is als de rest van de wereld bij elkaar, maakt ook 85 procent van alle zonne-panelen ter wereld (en verkoopt bijna de helft van alle elektrische voertuigen die wereldwijd worden gekocht). Volgens een recent artikel over de energietransitie in het wetenschappelijk tijdschrift Joule kan snellere vergroening de wereld in 2050 al biljoenen dollars opleveren.

    Andere kant op

    Met voorspellingen koop je nog niets. Maar ze sturen ons wel een andere kant op. Marshall Burke, een klimaatwetenschapper aan de Stanford-universiteit die verontrustende voorspellingen heeft gedaan over de kosten van het broeikaseffect (bijvoorbeeld dat het mondiale bbp door klimaatverandering een kwart lager kan uitvallen), zegt dat hij de grafieken die hij in zijn colleges gebruikt heeft moeten aanpassen en dat hij zijn prognoses van enkele jaren terug nu al moet herzien. ‘Het klimaatprobleem is een gevolg van keuzes van de mens, en de winst die we nu boeken is daar ook een gevolg van,’ zegt hij. ‘En die keuzes moeten we toejuichen. Het is nog niet genoeg. Maar het is wel verbazingwekkend.’

    Kernfusie in Frankrijk

    Gaat het misschien in Zuid-Frankrijk gebeuren, in de gemeente Saint-Paul-lès-Durance, 30 kilometer ten noordoosten van Aix-en-Provence?

    Daar bouwen ruim dertig landen sinds 2010 aan een installatie voor kernfusie, een proces dat van nature voorkomt in de zon en de sterren, maar dat bijzonder moeilijk is na te bootsen op aarde. Mocht het lukken, dan is de winst enorm. Kernfusie belooft een vrijwel onbeperkte vorm van energie die, anders dan fossiele brandstoffen, geen broeikasgassen uitstoot en, in tegenstelling tot de huidige kernsplijting, de wereld niet opzadelt met langdurig gevaarlijk kernafval. Slechts 1 gram brandstof levert het equivalent op van 8 ton olie aan fusie-energie. Ofwel: een rendement van 8 miljoen op 1, aldus CNN .

    Experts waren altijd terughoudend over de vraag wanneer fusie-energie op grote schaal beschikbaar zal zijn. Tot februari van dit jaar. Toen berichtten Britse wetenschappers een recordhoeveelheid van 59 megajoule fusie-energie te hebben opgewekt die gedurende vijf seconden in stand te werd gehouden in een reusachtige, donutvormige machine die een ‘tokamak’ wordt genoemd. Het was slechts genoeg om één huis een dag lang van energie te voorzien, en er ging meer energie in het proces zitten dan eruit kwam. Maar het bewijs was geleverd dat kernfusie inderdaad mogelijk is op aarde. Alle ballen op Zuid-Frankrijk dus.

    Ook Matthew Huber van de Purdue-universiteit, een van de klimaatwetenschappers achter het idee dat hitte en vochtigheid een drempelwaarde kunnen bereiken die fataal is voor het menselijk voortbestaan, zegt dat hij zich tegenwoordig een stuk minder zorgen maakt dan vroeger. Al denkt hij op basis van de lange geschiedenis van onze planeet nog wel dat de aarde eerder drie dan twee graden zal opwarmen. ‘Sommige collega’s hebben bij die drie graden iets van: O nee, dat is verschrikkelijk, we doen het helemaal verkeerd!’ zegt hij. ‘En dan zegt iemand als ik: Nou ja, vroeger dachten we dat we afstevenden op vijf graden. Dan is drie graden dus al winst.’

    Wel een schrijnend soort winst. ‘Het goede nieuws is dat we beleid hebben gemaakt waarmee de voorspelde gemiddelde mondiale temperatuur significant naar beneden kan worden bijgesteld,’ zegt de Canadese klimaatwetenschapper Katharine Hayhoe, een van de hoofdauteurs van meerdere National Climate Assessments in de VS, en een evangelisch christen met een zekere faam als een soort klimaatfluisteraar van centrumrechts. Het slechte nieuws, zegt ze, is dat we ‘de snelheid en de hoogte van de extremen systematisch hebben onderschat’. Zelfs als de temperatuurstijging beperkt blijft tot twee graden, zouden de extremen volgens haar ‘overeen kunnen komen met wat je zou hebben voorspeld bij een opwarming van vier tot vijf graden’.

    Sneller en extremer

    ‘De dingen gebeuren sneller en extremer,’ beaamt de Britse econoom Nicholas Stern, die in 2006 leiding gaf aan een belangrijk onderzoek naar klimaatrisico’s. Met groene technologie ‘hebben we het groeiverhaal van de eenentwintigste eeuw in handen,’ zegt hij. Maar hij maakt zich zorgen over de toekomst van het Amazonegebied, het smelten van de CO2-rijke permafrost in het Noordpoolgebied en de instabiliteit van de ijskappen: stuk voor stuk potentiële kantelpunten ‘die ons boven het hoofd kunnen groeien’. ‘Met elk IPCC-rapport is het weer erger dan je dacht, ook als je al dacht dat het heel erg was,’ zegt hij. ‘Een opwarming van twee graden betekent niet per se het einde van de mensheid, maar er gaan dan wel veel doden vallen, je krijgt veel migratiestromen, veel conflicten om ruimte en water.’

    bc35e149 7607 4cbf a827 581596e58be2‘We zitten nu nog niet eens op anderhalve graad, en een derde van Pakistan staat al onder water’

    ‘Ik bedoel, we zitten nu nog niet eens op anderhalve graad, en een derde van Pakistan staat toch al onder water?’ zegt de Nigeriaans-Amerikaanse filosoof Olufemi O. Taiwo, die de afgelopen jaren veel heeft geschreven over klimaatrechtvaardigheid in de context van herstelbetalingen voor slavernij en kolonialisme. ‘Als je kijkt naar wat we nu al zien bij nog geen twee graden opwarming: dat geeft geen enkele aanleiding tot optimisme.’

    Wat allemaal weer een heel andere kijk op de nabije toekomst oplevert, ook dat is waar. De wereld zal steeds warmer worden en het resultaat daarvan steeds schadelijker, zelfs al wordt de vergroening zodanig versneld dat we de meest ambitieuze doelstellingen halen: een halvering van de uitstoot in 2030 en twintig jaar later netto nul. ‘Die jaartallen, 2030, 2050, die zeggen helemaal niets,’ aldus Gail Bradbrook, een van de Britse oprichters van Extinction Rebellion. ‘Waar het om gaat is de totale hoeveelheid CO2 in de lucht, en die is al veel te hoog. Die jaartallen kunnen worden gebruikt als excuus om het probleem op de lange baan te schuiven. Maar het belangrijkste is dat we op dit moment schade aanrichten, en dat we absoluut zo snel mogelijk een eind moeten maken aan alle activiteiten die de situatie verergeren.’

    Het is allemaal dus maar net hoe je ernaar kijkt. In de toekomst zal het klimaat er slechter aan toe zijn dan nu, maar beter dan veel mensen tot voor kort hadden gedacht. De wereld is harder op weg om te vergroenen dan we ooit voor mogelijk hielden, maar nog lang niet snel genoeg om ernstige problemen te voorkomen. Zelfs als we met gemak onder de twee graden blijven, gaan we nog een roerige toekomst tegemoet, met zodanige verstoringen van het natuurlijk evenwicht dat die een gevaar kunnen vormen voor veel maatschappelijke en politieke zeker-heden die we al generaties lang vanzelfsprekend vinden.

    Extreem weer

    Delhi telde het afgelopen voorjaar 78 dagen met temperaturen van boven de 100 graden Fahrenheit (37,8 graden Celsius), en de kans op zo’n maandenlange hittegolf is door de klimaat-verandering dertig keer zo groot geworden. Op het noordelijk halfrond is de kans op droogte twintig keer zo groot geworden. Resultaat: droge rivierbeddingen van de Yangtze en de Donau tot de Colorado. Ineens kwamen er gedumpte lijken bloot te liggen in Lake Mead, en voetafdrukken van dinosaurussen in Texas, explosieven uit de Tweede Wereldoorlog in Duitsland en een ‘Spaans Stonehenge’ in Guadalperal. In landbouwgebieden op meerdere continenten stonden gewassen zo te stoven in de zon dat oogsten geheel of gedeeltelijk mislukten. Alleen al in de stad Phoenix stierven honderden mensen van de hitte; in Engeland, Portugal en Spanje waren het er meer dan duizend.

    Wekenlang stond een derde van Pakistan blank door overstromingen na de moessonregens, wat tientallen miljoenen mensen op de vlucht dreef en de katoen- en rijstoogst verwoestte. Allemaal factoren die meer dan bevorderlijk zijn voor het aanwakkeren van migratie, conflicten en besmettelijke ziekten in een land dat het toch al moeilijk heeft – een land dat in zijn hele industriële bestaan ongeveer evenveel CO2 heeft uitgestoten als de Verenigde Staten alleen al in dit jaar. In het Caribisch gebied en de Stille Oceaan groeiden tropische stormen in nog geen 36 uur uit tot hevige orkanen.

    Hoe zal de wereld er dan uitzien bij een opwarming van twee graden?

    China zuchtte maandenlang onder zo’n intense hitte dat, zoals een meteoroloog het mooi verwoordde, ‘er in de hele wereldgeschiedenis van het klimaat niets ook maar in de verte mee vergelijkbaar is’. Net als met de pandemie probeerde China de verstoringen van het dagelijks leven zo veel mogelijk te verbloemen. Maar doordat fabrieken werden stilgelegd, voelde de rest van de wereld toch de gevolgen in de toe-leveringsketens voor halfgeleiders, geneesmiddelen, zonnecellen, iPhones en Tesla’s. Allemaal productieketens die dus al in de problemen kwamen bij een opwarming van slechts 1,2 graden.

    ANP 435769929
    Fusiereactor bij het Max-Planck-Instituut voor Plasmafysica in het Duitse Garching bei München.© Christian Lunig / Science Photo Library via ANP

    Hoe zal de wereld er dan uitzien bij een opwarming van twee graden? Extreem weer, nog heviger en veel vaker dan nu. Verstoringen en ontwrichting op bijna alle niveaus, van bacteriologisch tot geopolitiek. Honderden miljoenen mensen die ten prooi vallen aan leed en onrecht, omdat de baten van industriële activiteit zich ophopen in die delen van de wereld die juist niet onder de ergste gevolgen lijden. Innovatie ook, waaronder nieuwe oplossingen die we ons nu nog niet kunnen voorstellen, en een beetje nieuwe welvaart, zij het minder dan als de aarde niet zou opwarmen. Gewenning aan rampen die steeds groter zullen zijn en meer schade aanrichten, en daardoor wellicht een zekere moeheid als het gaat om medeleven met de in het mondiale Zuiden aangerichte ravage, uitmondend in het soort antisociale afstandelijkheid die dit soort salondiscussies mogelijk maakt. 

    Apocalyptisch denken

    Apocalyptisch denken kan verleidelijk zijn, maar het zal toch een wereld worden waarin wij nog steeds leven – en dan met klimaatverstoringen die steeds groter en schadelijker worden, die we het hoofd zullen bieden met een nog onbekende combinatie van mislukking en succes, verdriet en nieuwe kansen.

    ‘Wat het Westen altijd parten speelt is het eindtijddenken – de zondeval, het christendom en zo,’ zegt Tim Sahay, een in Mumbai geboren klimaatexpert en medeoprichter van het nieuwe tijdschrift The Polycrisis. ‘Dat is onuitroeibaar, wij zien alleen de mogelijkheden voor doemdenken.’ De uitdagingen zijn groot en reëel, en komen voor een onevenredig deel op het bordje van de ontwikkelingslanden, zegt hij, maar de uitkomst staat niet bij voorbaat vast, althans niet per se. ‘We denderen de donkere berg af,’ zegt hij. ‘Ergens is dat natuurlijk eng, maar het kan op zoveel verschillende manieren aflopen. Ik vind het allemaal heel spannend. Wat voor steden zal Brazilië bouwen? Wat voor land wordt Indonesië?’

    Apocalyptisch denken kan verleidelijk zijn, maar het zal toch een wereld worden waarin wij nog steeds leven

    Er zijn plaatsen waar de klimaatretoriek zachter begint te klinken – of misschien moet je het juist harder noemen, omdat existentiële abstracties plaatsmaken voor keihard realisme. In 2009 zei Mohamed Nasheed als president van de Malediven op de klimaattop in Kopenhagen nog: ‘Hoe kunt u mijn land vragen om uit te sterven?’ Tegenwoordig klinkt hij pragmatischer. Hij wijst op de noodzaak van klimaat-financiering – geldelijke steun van ontwikkelingsbanken en noordelijke instituties om de groene transitie en de weerbaarheid van de lokale bevolking te stimuleren – en filosofeert over de noodzaak van lastenverlichting voor arme landen door schulden kwijt te schelden. Ook stimuleert hij wetenschappelijk onderzoek naar genetisch gemodificeerd koraal dat beter bestand is tegen het opwarmende water.

    Mia Mottley, de premier van Barbados, neemt het op tegen het IMF en de Wereldbank en spoort andere kwetsbare landen aan om het ook harder te spelen. Greta Thunberg, het onverzettelijke gezicht van het klimaat-activisme, heeft onlangs haar steun bevestigd voor het in gebruik houden van bestaande kerncentrales. En Rupert Read, ooit woordvoerder van Extinction Rebellion, roept inmiddels op tot de vorming van een ‘gematigde vleugel’ in de klimaatbeweging. De klimaatwet die de Verenigde Staten uiteindelijk kreeg, behelsde geen Green New Deal, geen zware CO2-heffing of strenge regelgeving voor vermindering van de uitstoot, maar een breed vertakt, op positieve prikkels gebaseerd vergroeningspakket dat ook steun omvat voor kernenergie en zelfs voor CO2-opslag, wat voor ‘klimaatlinks’ lange tijd taboe was.

    Problematische puinhoop

    Dit klinkt misschien alsof er nu sprake is van een groeiende consensus, en tot op zekere hoogte is dat ook zo. Maar de wereld waar dit over gaat is nog steeds een problematische puinhoop. Economisch historicus Adam Tooze heeft het afgelopen jaar het woord ‘polycrisis’ populair gemaakt als aanduiding voor de lawine aan grote uitdagingen die de fundamentele stabiliteit en continuïteit van de wereldorde bedreigen. De Franse president Macron, de belichaming van soepel neoliberaal optimisme, heeft de huidige roerige tijd al getypeerd als ‘het einde van de overvloed’. De voormalig voorzitter van het Europees Parlement Josep Borrell gebruikte ‘radicale onzekerheid’ als omschrijving voor ons tijdsgewricht, en vergeleek Europa later ook nog met een ‘tuin’ in de ‘jungle’ van de wereld, waarbij hij waarschuwde dat ‘de jungle de tuin kan binnendringen’.

    India: Industrieel eigenbelang

    Het laatste land waarvan je een energierevolutie verwacht, is wellicht India.

    Het haalt immers bijna driekwart van zijn elektriciteit uit steenkool en heeft 39 nieuwe kolencentrales in aanbouw. India veroorzaakt de op twee na grootste uitstoot van broeikasgassen ter wereld en verbrandt meer steenkool dan enig ander land behalve China. Op de klimaatconferentie vorig jaar in Glasgow blokkeerde India voorstellen om het gebruik van steenkool af te bouwen. Maar toch deed de Indiase premier Narendra Modi op diezelfde conferentie een belofte die, als hij wordt nagekomen, van zijn land één groene energiecentrale zal maken. Volgens Modi heeft India tegen 2070 een ‘nettonuluitstoot’. Grootspraak? Niet als het aan India’s grootste industriëlen ligt, de multimiljardairs Gautam Adani en Mukesh Ambani, schrijft The Economist.

    Adani beweert dat zijn bedrijven tegen 2030 zo’n 70 miljard dollar zullen besteden aan groene energie in India. Met bijna 5 gigawatt (GW) aan zonne-energiecapaciteit sinds medio 2021 staat zijn divisie Adani Green Energy nu al op gelijke hoogte met het Italiaanse Enel Green Power, als ’s werelds grootste ontwikkelaars van zonne-energie. Ambani laat zich ook niet onbetuigd en is van plan 80 miljard dollar te besteden aan schone energie in India. Hij wil in 2025 20 GW aan zonne-energiecapaciteit hebben gebouwd, die volledig door zijn eigen bedrijven zal worden gebruikt.

    De Amerikaanse klimaatgezant John Kerry heeft, wellicht per ongeluk, erkend dat de kosten van klimaatschade in het mondiale Zuiden al in de ‘biljoenen’ lopen. Hij noemde dat bedrag niet om aan te geven hoeveel steun die regio nodig heeft, maar om te illustreren waarom de noordelijke landen die schade niet zullen vergoeden. (Hij voegde eraan toe dat hij weigert zich daar schuldig over te voelen.) Schrijver en activist Bill McKibben is bang dat de transitie, ook al wordt die nu opgevoerd tot een snelheid die voorheen ondenkbaar was, toch niet snel genoeg zal komen: ‘Het gevaar bestaat dat je straks een wereld hebt die draait op zon en wind, maar in wezen nog steeds een defecte planeet is.’ De prangendste vraag is nu of dit defect gerepareerd kan worden – of we de komende verstoringen in de hand weten te houden en de talloze miljoenen mensen die erdoor worden bedreigd weten te beschermen. Ons technisch vernuft heeft de wereldwijde ecologische ontwrichting veroorzaakt; kan dat vernuft ons nu ook behoeden voor de gevolgen ervan?

    Ons technisch vernuft heeft de wereldwijde ecologische ontwrichting veroorzaakt; kan dat vernuft ons nu ook behoeden voor de gevolgen ervan?

    Middelen daarvoor zijn er genoeg – een schier eindeloos aantal. Aangezien het grootste deel van de infrastructuur in de wereld berekend is op klimaatomstandigheden die nu al achter ons liggen, vergt het een mondiaal bouwproject om ons tegen klimaatverstoringen te beschermen. Met de aanleg van waterwerken tegen overstromingen bijvoorbeeld, zowel op natuurlijke wijze met mangrovebossen en wetlands als op kunstmatige wijze met dijken en dammen, zeeweringen en zeesluizen. Strengere bouwvoorschriften voor woningen, robuustere bouwmaterialen en stedenbouwkundige ontwerpen die meer rekening houden met het weer. Spoorlijnen, asfaltwegen en alle andere soorten infrastructuur die hittebestendig worden gemaakt. Betere systemen om het weer te voorspellen en voor extremen te waarschuwen. Zuiniger waterbeheer, ook in uitgestrekte landbouwgebieden zoals in het westen van de Verenigde Staten. Koelcentra, droogtebestendige gewassen en effectievere investeringen in noodhulp voor wat Juliette Kayyem, een voormalige ambtenaar van het Amerikaanse departement voor Binnenlandse Veiligheid, ons nieuwe ‘tijdperk van rampen’ noemt.

    Stormen richten steeds meer schade aan, mede doordat we maar blijven uitbreiden en bouwen in de richting van wat wel het uitdijende middelpunt van de storm wordt genoemd. Dat onrustbarende patroon zie je zowel bij opkomende stadjes langs de kust van Florida als in de delta van Bangladesh: steeds meer mensen die zich ophopen op plaatsen waar ze gevaar lopen, soms tegen beter weten in.

    Optimistischere klimaatwaarnemers wijzen er vaak op dat we ons dan misschien wel steeds meer blootstellen aan extreem weer, maar dat het aantal doden als gevolg van natuurrampen niet toeneemt. Sterker nog: dat is zelfs spectaculair gedaald, van gemiddeld zo’n vijfhonderdduizend doden per jaar een eeuw geleden tot ongeveer vijftigduizend nu – terwijl het aantal klimaatgerelateerde natuurrampen volgens de Wereld Meteorologische Organisatie vervijfvoudigd is.

    Trend

    Maar of deze trend zich in een wereld met twee graden opwarming zal voortzetten is niet duidelijk. Met de orkaan Ian kreeg een welvarend en goed voorbereid stukje van het mondiale Noorden dit jaar bijvoorbeeld te maken met zijn dodelijkste orkaan sinds 1935. De drastische daling in het aantal dodelijke slachtoffers van natuurgeweld vond vooral plaats tussen de jaren twintig en de jaren zeventig van de vorige eeuw, toen het zakte tot net onder de honderdduizend. In de afgelopen vijftig jaar, toen de destabilisering van ons weer als gevolg van de opwarming van de aarde begon, is het veel minder scherp gedaald. En de daling was nog lager – of misschien zelfs nul, afhankelijk van de cijfers waarnaar je kijkt en hoe je die interpreteert – in de laatste drie decennia, toen de temperatuurstijging sterker werd en de wereld opgewarmd raakte tot boven de leefbare bandbreedte waarbinnen de temperatuur op aarde zich gedurende heel de geschiedenis van de mensheid had bevonden.

    Bij veel initiatieven wordt prioriteit gegeven aan kortetermijnbeperking van het klimaatrisico

    Misschien betekent dit dat de wereld het laaghangend fruit van de adaptatie al grotendeels heeft geoogst. Betere meteorologische voorspellingen en waarschuwingssystemen hebben we immers al: daardoor werd het aantal doden als gevolg van recente moessons in Bangladesh en orkanen in Florida drastisch beperkt. De mondiale kosten van de klimaatschade lopen al in de biljoenen, en in ontwikkelingslanden kan de rekening voor adaptatie in 2030 al 300 miljard dollar per jaar bedragen. In Texas is men in Galveston begonnen met de aanleg van de ‘Ike Dike’ om de haven te beschermen, à raison van 31 miljard dollar. New York denkt aan een stelsel van stormvloedkeringen. Kosten: 52 miljard. Met andere woorden, de opwarming maakt adaptatie nu al moeilijker en duurder, en het zou weleens heel moeilijk of zelfs onmogelijk kunnen blijken om de in de vorige eeuw geboekte vooruitgang voort te zetten tot in de volgende.

    Het laatste IPCC-rapport, van afgelopen februari, stelt dat er ‘vooruitgang bij de planning en invoering van adaptatiemaatregelen’ is geboekt, maar waarschuwt ook dat ‘bij veel initiatieven prioriteit wordt gegeven aan onmiddellijke kortetermijnbeperking van het klimaatrisico, wat de kans op transformationele adaptatie verkleint’ – oftewel: middelen die worden besteed aan reparatie en aanpassing van bestaande structuren zijn niet meer beschikbaar voor nieuwe infrastructuur en herhuisvesting. ‘In sommige ecosystemen zijn de harde grenzen van de adaptatie al bereikt,’ stelt het IPCC: ‘met de toenemende opwarming van de aarde zullen de verliezen en de schade toenemen en zullen ook andere natuurlijke en menselijke systemen tegen de grenzen van hun adaptatievermogen aanlopen’.

    Menselijke aanpassing 

    ‘Wat we bij het huidige niveau van opwarming zien, geeft volgens mij al een indruk van waar de grenzen van de menselijke aanpassing liggen,’ zegt Fahad Saeed van Climate Analytics. Deze Pakistaanse wetenschapper uit Islamabad zag zijn land het afgelopen halfjaar ten prooi vallen aan maandenlange extreme hitte, misoogsten en overstromingen als gevolg van moessonregens waardoor een derde van het land blank stond, een miljoen huizen werd verwoest en 30 miljoen mensen ontheemd raakten. De totale schade is geraamd op minstens 40 miljard dollar: 11 procent van Pakistan bbp in 2021. ‘Je kunt je niet voorstellen wat er gaat gebeuren als de opwarming anderhalve graad bereikt,’ zegt hij. ‘Nog extremere situaties? Dan krijg je nog meer verwoesting.’

    ‘Twee graden is een stuk beter dan vier graden,’ zegt Michael Oppenheimer, een van de klimaatwetenschappers die in 1988 de inmiddels legendarische waarschuwing voor het broeikaseffect aanboden aan de Amerikaanse Senaat. ‘En anderhalve graad is nog beter dan twee graden. Maar in beide gevallen betekent dat niet dat er niets meer te doen valt.’

    Oppenheimer heeft zich de laatste jaren steeds meer beziggehouden met de vraag wat we moeten doen en waaraan we kunnen afmeten hoe het ervoor staat met onze adaptatie. ‘Hoe goed kunnen we tegenwoordig omgaan met een situatie waarin overstromingen niet eens in de honderd jaar maar vaker plaatsvinden?’ vraagt hij zich af. ‘Niet zo goed.’ Hij vindt dat we hogere eisen aan onszelf moeten stellen, dat we het niet normaal mogen gaan vinden dat een orkaan in Florida honderd levens kost. Extreme natuurrampen ontwikkelen zich nu veel sneller, en dat betekent dat ‘succes niet langer een kwestie is van hoe goed je op zo’n gebeurtenis bent voorbereid en hoe goed je die te boven komt, maar ook hoe snel’. Hij verwijst naar het IPCC-rapport uit 2019 over de oceanen, waarin stond dat overstromingen die ooit tot de categorie ‘eens in de honderd jaar’ werden gerekend, rond 2050 in veel delen van de wereld jaarlijks zouden plaatsvinden. ‘Dus je moet alles weer op orde krijgen voordat de volgende toeslaat, in een situatie waarin die volgende overstroming datzelfde jaar nog kan plaatsvinden – en in het ergste geval dezelfde maand nog. Op sommige plaatsen overstroomt het op den duur al bij hoogtij.’

    Woorden voor klimaatverdriet

    Het begon met ‘solastalgia’, een samentrekking van het Engelse solace [troost] en nostalgia [nostalgie].

    Die term werd door de Australische filosoof Glenn Albrecht bedacht voor de pijn die mensen voelen door veranderingen in hun nabije leefomgeving, zoals het verlies van een lievelingsplek. Kunstenaars Alicia Escott en Heidi Quante gingen een stap verder: met hun Bureau of Linguistical Reality bedachten ze, samen met mensen over de hele wereld, duizenden woorden om gevoelens van klimaatverdriet te beschrijven, schrijft Smithsonian Magazine.

    Hun project begon acht jaar geleden, toen ze geen woorden konden vinden om hun zorgen over de droogte in Californië te beschrijven. In 2015 reisden ze tijdens het klimaatakkoord naar Parijs, waar ze een mobiel kantoor inrichtten. Gekleed in bijpassende jumpsuits hingen ze spandoeken en borden op met de naam van hun project en begonnen ze gesprekken met iedereen die nieuwsgierig was naar hun activiteiten. Het leverde fraaie resultaten op: Yonderlonging – rouwen om een grote open ruimte waarvan je vreest dat die snel zal verdwijnen. Morbique – het morbide verlangen om naar plekken te reizen voordat ze veranderen door klimaatverandering. Shadowtime – het plotse bewustzijn van de mogelijkheid dat de nabije toekomst drastisch anders zal zijn dan het heden.

    Meer woorden vind je op hun website, waar je zelf ook bijdragen kunt leveren: bureauoflinguisticalreality.com

    ‘Dan wordt herstel iets heel anders dan waar we tegenwoordig aan denken,’ zegt Oppenheimer. ‘Dan krijg je een totaal andere leefsituatie en moet je accepteren dat sommige plekken bijna continu blank staan. Of je verwezenlijkt de droom die sommige mensen over adaptatie koesteren, dat we het leven totaal anders inrichten. De hele opzet van productie en infrastructuur, totaal anders.’

    Adaptie

    Als je maar lang genoeg over adaptatie praat, komt het gesprek vanzelf op kwesties die vrij technisch klinken. Kunnen er nieuwe dijken worden aangelegd, kunnen de kwetsbaarste gemeenschappen worden verplaatst? Kunnen landbouwgronden worden verplaatst, kunnen er nieuwe droogtebestendige zaden worden ontwikkeld? Kan een infrastructuur voor afkoeling soelaas bieden tegen de nieuwe hitterecords, en kunnen waarschuwings-systemen voorkomen dat er doden vallen door natuurrampen? Wat kunnen we verwachten van innovatie bij de aanpak van milieuproblemen die ongekend zijn in onze geschiedenis?

    Maar de fundamentelere vragen hebben misschien eerder betrekking op de verdeling van middelen. Wie krijgt die zaden? Wie kan die dijken bouwen, en wie loopt er gevaar als ze niet voldoen of niet gebouwd worden? En wat is het lot van de mensen die het zwaarst door de opwarming worden getroffen? Het politieke debat over dit soort vraagstukken wordt grofweg geschaard onder de noemer ‘klimaatrechtvaardigheid’: in hoeverre zal de klimaatverandering de nu al buitensporige ongelijkheid in de wereld versterken en verdiepen, en in hoeverre kunnen de landen in het mondiale Zuiden zich ontworstelen aan de nu al onrechtvaardige situatie die de klimaatwetenschapper Farhana Sultana ‘klimaatkolonialiteit’ noemt?

    ‘De grootste politieke ontwikkeling die zich zal voordoen is migratie’

    ‘De grootste politieke ontwikkeling die zich zal voordoen is migratie,’ zegt filosoof Taiwo. ‘In de prognoses die ik heb gezien voor ontheemding bij twee graden opwarming, zowel voor migratie binnen landen als voor migratie over grenzen heen, gaat het over tientallen zo niet honderden miljoenen. En ik denk niet dat we al een politiek discours hebben over de implicaties daarvan.’

    De schattingen hierover lopen enorm uiteen, en die verscheidenheid is een van de duidelijkste tekenen dat ondanks alle kennis die we over de toekomst van ons klimaat hebben opgebouwd, heel veel van de complexe en elkaar versterkende effecten van de opwarming nog steeds schuilgaan achter de onvermijdelijke onzekerheid die rond de reactie van de mens hangt. Op de korte termijn zal migratie volgens het IPCC waarschijnlijk vooral het gevolg zijn van sociaaleconomische omstandigheden en falend bestuur. ‘Er zal sprake zijn van een, laten we zeggen sociaal-ecologische druk op een schaal die een stuk groter is dan wat we nu zien,’ zegt Taiwo. ‘Of dat zich vertaalt in mensenstromen binnen landen en daarbuiten, of het zich vertaalt in grootschalige adaptatiestrategieën waarvoor we nog geen politiek kader hebben, of simpelweg in sterfte op een schaal waarvoor we dat ook niet hebben, of in een combinatie van al die zaken – wie het weet mag het zeggen. Misschien is er een andere mogelijke uitkomst van deze combinatie van spanningen bij twee graden opwarming. Zoals grotere weerbaarheid en duurzaamheid van lokale gemeenschappen, en innovatie op het gebied van energie en politiek, landbouw en cultuur.

    Uit kwetsbare landen hoor je al een generatie lang steeds variaties op één simpel thema: dat de rijke landen de schade moeten compenseren. ‘Het is niet alleen een kwestie van aanpassen,’ zegt de Keniaanse klimaatactivist Elizabeth Wathuti, ‘want je kunt niet van mensen vragen dat ze zich aanpassen aan het verlies van hun huis. Hun huizen worden weggespoeld, hun vee en hun kinderen worden meegesleurd. Ze gaan dood. Hoe moeten ze zich daaraan aanpassen? En misoogsten, hoe kun je je daaraan aanpassen? Hoe kun je je aanpassen aan honger? Als je twee dagen niet hebt gegeten, is dat geen kwestie van aanpassen.’

    Sahay, van het tijdschrift The Polycrisis, beschrijft een wereld met een door de klimaatverandering opgestookte machtsstrijd waarin allianties van minder ontwikkelde landen de rijkere mogendheden tegen elkaar uitspelen, een soort geestelijke erfgenaam van de door Indonesië aangevoerde beweging van niet-gebonden landen tijdens de Koude Oorlog. Hij noemt de opkomende alliantie van ongebonden landen rond Brazilië, Rusland, India en China (BRIC) ‘een nieuwe troefkaart’ en schetst de mogelijkheid van een nieuwe groep ‘elektrostaten’, als opvolger van de oliestaten van de vorige eeuw, die agressief zullen onderhandelen over de toegang tot hun eigen hulpbronnen. 

    ‘Westerlingen gaan er klakkeloos van uit dat mensen in het mondiale Zuiden zich wel tegen fossiele brandstoffen zullen keren als ze zwaar worden getroffen door een klimaatramp,’ zegt de Indiase romanschrijver Amitav Ghosh, die ook een aantal indringende essays over het onrecht van het broeikasprobleem op zijn naam heeft staan. ‘Maar dat is volkomen uit de lucht gegrepen. In het Zuiden beseft iedereen dat toegang tot energie het verschil bepaalt tussen armoede en geen armoede. Daar beschouwt niemand fossiele brandstoffen als het grote probleem. Daar wordt juist het veel te kwistige gebruik van fossiele brandstoffen door het Westen als het grote probleem gezien.’

    Onvoorstelbare toekomst

    ‘We leven in een onvoorstelbare toekomst,’ zegt essayist Rebecca Solnit, die zich in haar werk steeds meer richt op de politieke en sociale uitdagingen van klimaatverandering. ‘Zaken die tot voor kort nog onmogelijk, ondenkbaar of onwaarschijnlijk werden geacht, zijn inmiddels volkomen normaal.’ Tegenwoordig merkt ze dat ‘mijn hoop vooral neerkomt op radicale onzekerheid’, zegt ze. ‘Je ziet dat de wereld niet zo kan doorgaan, dat is waar. Maar dat betekent niet dat de wereld niet kan doorgaan. Het betekent dat de wereld wel zal doorgaan, niet zoals ze nu is, maar in een nu nog onvoorstelbaar veranderde gedaante.’

    Een conservatief perspectief

    Moet het Westen herstelbetalingen doen aan ontwikkelingslanden vanwege aangerichte klimaatschade?

    Niet als het aan de aartsconservatieve columnist Allison Pearson van de Britse Telegraph ligt. De recente klimaatconferentie in Sharm-el-Sheikh vindt ze ‘een gigantische oplichterstruc die door de mondiale elites wordt losgelaten op goedgelovige bevolkingsgroepen die de gedachte aan een groenere, schonere wereld mooi vinden (wie niet?), maar die nog steeds geen idee hebben van de enorme kosten en opofferingen die komen kijken bij het behalen van nul uitstoot’.

    Het Westen wordt volgens haar ’verantwoordelijk gehouden voor miljardenbetalingen aan landen waar het slecht weer is, omdat wij fabrieken hebben uitgevonden. En auto’s.’ Buigen voor dergelijke ‘emotionele chantage door ontwikkelingslanden terwijl je eigen landgenoten met enorme problemen kampen is niet alleen verkeerd, maar ook immoreel’. Vervolgens schrijft ze in een denkbeeldige brief aan de regering van Pakistan: ‘Als u volhardt in uw oneerlijke eisen voor “klimaatherstel”, stellen wij voor dat u ons royalty’s betaalt voor het volgende: de verbrandingsmotor, spinmachines, stoomkracht, asfalt, spoorwegen, auto’s, vliegtuigen, radio, televisie, computers, geneesmiddelen en het world wide web.’

    De conclusie: ‘Het is uiteraard absurd om compensatie te eisen voor alles wat het Verenigd Koninkrijk aan de wereld heeft bij- gedragen. Even absurd is het toezeggen van miljarden die we eenvoudigweg niet hebben om historische “schadeclaims” af te handelen.’

    Toen ik in 2017 terugkeek op meerdere decennia van politiek onvermogen, hield ik de politieke mobilisatie van de afgelopen vijf jaar nog niet voor mogelijk. Als je me toen had verteld over de radicale versnelling van groene technologie die ophanden was, had ik je misschien wel willen geloven, maar zou ik vooral verbaasd zijn geweest. Maar redenen voor optimisme mogen geen redenen zijn om achterover te leunen. Integendeel, want de bijgestelde verwachtingen zijn niet alleen een blijk van hoeveel er de afgelopen vijf jaar is veranderd, maar ook van hoeveel er de komende vijf, vijfentwintig en vijftig jaar nog meer kan veranderen.

    De meeste recente analyses voorspellen dat er met het huidige beleid nog ongeveer een halve graad bij komt

    Twee graden opwarming is niet onvermijdelijk. Het kan nog steeds zowel beter als slechter uitpakken. De meeste recente analyses voorspellen dat er met het huidige beleid nog ongeveer een halve graad bij komt. Er moet dus veel meer worden gedaan om dat doel te halen, en nog meer om de wereld onder de twee graden opwarming te houden, zoals in het akkoord van Parijs werd beloofd. (Doordat de benodigde maat-regelen uitbleven of te lang zijn uitgesteld, zal zelfs het IPCC-scenario dat was bedoeld om de opwarming tot anderhalve graad te beperken nu de prognose opleveren dat we die anderhalve graad al in het volgende decennium overschrijden.) En omdat de vergroening weer kan stokken en het klimaat gevoeliger kan blijken te zijn dan verwacht, is ook een uitkomst van drie graden opwarming nog steeds mogelijk, zij het iets minder waarschijnlijk dan tot voor kort werd gedacht.

    GettyImages 1388204636 1
    De bouw van de Internationale Thermonucleaire Experimentele Reactor (ITER) in het onderzoekscentrum Cadarache in Frankrijk. – © Jean-Marie Hosatte / Gamma-Rapho via Getty

    De totale uitstoot van broeikasgassen daalt nog steeds niet, en er is nog een hele weg te gaan om van de toekomstige piek tot nul te komen. Daardoor zijn al deze aanpassingen van de verwachtingen voorlopig nog vooral theorie – een nieuwe reeks lijnen die we naïef op een whiteboard tekenen terwijl we wachten tot ze werkelijkheid worden. Zowel dit jaar als volgend jaar zal de totale uitstoot waarschijnlijk een nieuwe recordhoogte bereiken. Dat betekent dat er op dit moment meer schade wordt toegebracht aan het toekomstige klimaat van onze planeet dan op enig ander moment in de geschiedenis. Het zal allemaal eerst erger worden voordat het zich stabiliseert.

    Maar we krijgen wel een steeds duidelijker beeld van de klimaatverandering, en hoe dreigend dat er ook uitziet, we zullen die nieuwe wereld begaanbaar moeten maken – door stappen te zetten om de schade te beperken en ons met adaptaties te beschermen tegen wat niet meer te voorkomen valt. Met vier graden opwarming lijken de gevolgen onoverkomelijk. Met twee graden opwarming ligt niet het hele voortbestaan van de mensheid in de waagschaal, maar verandert alleen het landschap waarin we onze nieuwe toekomst moeten bouwen.

    ‘We hebben al een lange weg afgelegd en we hebben nog een lange weg te gaan,’ zegt de Canadese klimaatwetenschapper Hayhoe. ‘We zijn al halverwege de helling, het was buffelen. Rust even uit, geef jezelf een schouderklopje, en kijk dan weer omhoog: daar moeten we naartoe. Dus voorwaarts, mars.’ 

     

  • Het stoken van hout is een brandende kwestie

    Het stoken van hout is een brandende kwestie

    In de energiecrisis is het stoken van hout booming. Wat betekent dat voor de bossen, het klimaat en de gezondheid?

    Wie zich de laatste tijd met brandhout heeft ingedekt voor de winter moest dieper in de buidel tasten dan normaal. Binnen een jaar zijn de prijzen voor brandhout en pallets op sommige plekken tot 85% gestegen, zoals het Duitse bureau voor de statistiek in september liet weten. De consumentenprijzen stegen in dezelfde periode gemiddeld met 7,9%. Houtplaatjes voor verwarming met houtsnippers werden zelfs 133% duurder.

    Deze ontwikkeling is deels het gevolg van de verhoogde vraag naar hout sinds de oorlog in Oekraïne en de energiecrisis, maar is al langere tijd gaande: sinds het jaar 2000 is de behoefte aan brandhout meer dan verdubbeld. Welke implicaties heeft dit?

    De bossen

    De vergunning om hout te kappen in beschermde bossen wordt meestal alleen gegeven voor ‘duurzaam’ gebruik. Maar als er veel vraag is, wordt er vaak meer uit de bossen gehaald dan goed voor ze is. In het ergste geval raakt het bos zodanig gestresst dat het afsterft wanneer daar invloeden als bijvoorbeeld hitte en droogte bovenop komen.

    Iets dergelijks geldt voor zuivere productiebossen, zoals monoculturen van sparren die aangeplant worden om in de vraag naar hout te voorzien. Zulke bossen zijn per definitie armer aan diersoorten dan gemengde bossen. Bovendien zijn ze vatbaar voor droogte, stormen of schadelijke insecten als de bastkever.

    Uit een oogpunt van soortenbescherming is het dus belangrijk om over meer ongebruikte bossen te beschikken. Daar zijn bijvoorbeeld veel meer verschillende korstmossen, paddenstoelen en kevers te vinden dan in productiebossen. Ongebruikte bossen zijn bovendien essentieel voor dieren en planten die aangewezen zijn op dood hout, dat in de productiebossen vrijwel ontbreekt.

    Het klimaat

    Op het eerste gezicht is de klimaatbalans van hout volstrekt duidelijk: een boom stoot bij verbranding alleen het CO2 uit dat het eerder uit de lucht heeft gehaald. Maar de realiteit is complexer. Bij verbranding komt de CO2 rechtstreeks in de lucht, terwijl de koolstof in de groeifase over een periode van decennia daaruit werd opgenomen. En het duurt jaren tot de boom die daarna groeit het CO2 weer terughaalt. Als hout klimaatneutraal moet zijn, moet je dus kijken naar de actuele netto balans: komt er minder biomassa bij dan er in dezelfde periode gekapt wordt, heb je een probleem. Zo leidde bijvoorbeeld het landgebruik in Finland in 2021 in eerste instantie tot extra uitstoot van CO2 doordat er gewoon te veel bomen gekapt werden.

    Maar zelfs bij een evenwichtige balans betwijfelen veel experts of houtverbranding op grote schaal goed is voor het klimaat. In veel gevallen zouden bossen waarschijnlijk meer koolstof kunnen opslaan als er minder hout geoogst werd. Of dat opweegt tegen het feit dat hout fossiele brandstoffen vervangt, is niet altijd te zeggen, te meer omdat hout relatief inefficiënt verbrandt.

    Om die reden heeft het europarlement in september voorgesteld om rechtstreeks uit het bos afkomstig hout niet meer als duurzaam te laten gelden – alleen restanten uit zagerijen mogen de ecostatus behouden, net als hout dat uit het bos gehaald wordt ter bestrijding van schadelijke insecten en als brandpreventie. De bosbouw protesteerde: waarom gelden houtresten uit de zagerij als duurzaam, maar die uit het bos niet? En hoe moeten kleine bosbezitters de dringend nodige overgang naar een klimaatbestendig mengbos financieren als ze de gekapte sparren nog maar in beperkte mate op de markt kunnen brengen? 

    De haarden

    Alleen al van maart tot juli werden werden ongeveer 700.000 kachels in Duitsland geïmporteerd, de meeste uit China, waarvan ongeveer een kwart wordt doorverkocht naar Europese landen. Deze kachels worden lang niet alleen in oudere gebouwen gebruikt; in een op de tien nieuwe woningen werd een open haard ingebouwd, meestal als secundaire verwarming.

    Emissies

    Al in 2019 waarschuwde de Nationale Wetenschapsacademie Leopoldina dat de emissies van fijnstof uit houtverbranding ‘aanzienlijk’ bijdroegen aan de ‘rechtstreekse fijnstofemissie in steden’. Daarmee worden deeltjes bedoeld met een doorsnede van minder dan 2,5 micrometer (PM2,5). Terwijl de emissies van fijnstof door het verkeer door het gebruik van uitlaatfilters gestadig verminderden, zou de uitstoot door houtverbranding stagneren of zelfs toenemen, stelt Leopoldina. Bovendien stootten de kachels in het dagelijks leven vaak duidelijk meer fijnstof uit dan werd aangegeven. Dat zou onder andere komen door minderwaardige brandstoffen, verkeerd stoken met sterke rookontwikkeling en een slecht gereguleerd verbrandingsproces. 

    De gezondheid

    Bij het verbranden van hout ontstaan ultrafijne deeltjes die diep in de longen binnendringen en zware ziektes kunnen veroorzaken. Verwarmen met hout wordt wel vergeleken met passief roken, en gezien als zeer schadelijk voor de luchthygiëne.

    Bovendien komt fijnstof van de buitenlucht ook de binnenruimte in, zegt epidemioloog Annette Peters, die bij het Helmholtz-Zentrum in München de gezondheidseffecten van luchtvervuiling onderzoekt. Bij slechte ventilatie ontstaat een aanzienlijke belasting door fijnstof in binnenruimtes als gevolg van houtverbranding.

    Maar fijnstof is niet het enige gezondheidsrisico. Bij de houtverbranding komen ook polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) in de lucht, zegt milieu-epidemioloog Barbara Hoffmann. Deze stoffen gelden als kankerverwekkend.

    De producenten van houtkachels maken vaak reclame door erop te wijzen dat de verbrandingsgassen bijna volledig worden afgevoerd. ‘Onder optimale laboratoriumomstandigheden klopt het dat de nieuwste kachels een geringe emissie in de binnenruimte hebben,’ zegt Hoffmann, ‘maar wie heeft die optimale omstandigheden en de nieuwste kachel?’ Vaak is het hout niet droog genoeg, brandt het niet goed, en bij het poken in het vuur ontsnapt er dan toch een vlaag schadelijke stoffen door de open klep.

    ‘De gevolgen op korte termijn zijn dezelfde als bij de luchtvervuiling buiten: je krijgt hoofdpijn, gaat hoesten en – als je al luchtwegproblemen hebt – mogelijk astma-aanvallen met ademnood,’ aldus Hoffman. Omdat de kans op ontsteking in de bloedvaten stijgt, wordt de bloedstolling versterkt, wat het risico op hartinfarcten en beroertes verhoogt. Op lange termijn kunnen chronische bronchitis, COPD en andere longziekten ontstaan. Bij kinderen en ongeborenen zijn stoornissen in de groei en in de geestelijke ontwikkeling beschreven, en bij oude mensen wordt het verval van cognitieve vaardigheden versneld, tot dementie toe.

    Het begin

    Een van de voordelen van haardvuur is het mentale effect dat het op mensen heeft. Om het vuur zitten is een van de oudste menselijke tradities die nog bestaan. Archeologische vondsten tonen aan dat de mens al minstens een miljoen jaar geleden het vuur leerde beheersen. Het vuur bracht warmte en licht in koude perioden, bood ’s nachts bescherming tegen roofdieren en maakte de mens van prooi tot jager. Paleontoloog Charles Brain berichtte ooit over verschillende aardlagen, aangetroffen in een grot in Zuid-Afrika. In de oudste laag lagen complete botten van roofkatten en botsplinters van oermensen die blijkbaar waren opgegeten. De jongere laag daarboven bevatte sporen van vuur. Hier lagen complete menselijke beenderen en botsplinters van grote katachtigen; de mens was tot de top van de voedselketen opgeklommen.

    Onderzoekers zijn het erover eens dat het vuur de mens heeft gemaakt tot wat hij nu is. Dankzij de mogelijkheid te koken kon hij over meer voedselbronnen beschikken. Hij kon volstaan met kleinere tanden en een korter darmkanaal, had minder calorieën nodig voor de spijsvertering en hoefde minder afstanden af te leggen om voedsel te vinden. En zo kon hij des te langer rond het vuur zitten, waar werd gegeten en volop verhalen werden verteld. Dat rustgevende en huiselijke gevoel van bij het vuur te zitten ervaren we nog altijd. 

  • Extreem weer werkt regeringsonderdrukking in eilandstaten in de hand

    Extreem weer werkt regeringsonderdrukking in eilandstaten in de hand

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Nieuwe doodstraffen uitgedeeld in Iran

    » Oekraïne en Rusland wijzen naar elkaar in raketincident

    Regeringshulp? Burgerlijke vrijheden ingeperkt

    Natuurrampen kunnen volgens nieuw onderzoek leiden tot een toename van autocratieën. De vrees bestaat dat de klimaatcrisis dit alleen maar zal verergeren, aldus The Guardian.

    Het onderzoek, dat deze maand is gepubliceerd in het Journal of Development Economics, onderzocht gegevens van 47 kleine eilandstaten, onder meer in de Stille Oceaan, Zuidoost-Azië en het Caribisch gebied, van 1950-2020. Zo werd het verband geschat tussen extreme weersomstandigheden, zoals cyclonen en zware stormen, en de mate van democratie in een land.

    Mehmet Ulubaşoğlu, hoogleraar economie aan de Australische Deakin University, is een van de coauteurs van het rapport. ‘Na een natuurramp is er vaak sprake van een soort wederzijds overeengekomen onderdrukking, tussen de regering en de bevolking. De regering komt tussenbeide om hulp te bieden, maar ziet dit ook als een kans politieke en burgerlijke vrijheden te beperken.’

    Tegen de tijd dat je begint te herstellen van de storm is er weer een nieuwe storm en begint het opnieuw

    De onderzoekers geven aan dat hun bevindingen tot op zekere hoogte verklaren waarom stormgevoelige kleine eilandlanden over de hele wereld, zoals Haïti, Fiji en de Filippijnen, lange tijd politiek onderdrukt zijn gebleven. Ulubaşoğlu: ‘Je kunt niet echt je hoofd omhoog houden als burgers, want tegen de tijd dat je begint te herstellen van de storm is er weer een nieuwe storm en begint het opnieuw.’

    De situatie kan verergeren door de klimaatcrisis. ‘Er gaan mensenlevens en eigendommen verloren, de infrastructuur wordt aangetast, maar deze schokken treffen ook het politieke systeem. Dat is de overkoepelende les hier.‘

    De inzet van het leger in de nasleep van een natuurramp vaak dient om de democratische praktijken in de landen uit te hollen, aldus Ulubaşoğlu. ‘Het leger is uiteraard getraind voor deze noodsituaties en veel landen over de hele wereld zet hun leger in bij rampen. Maar de vraag is hoe je ze na de rampen weer terug naar hun kazernes krijgt. Deze stormautocraten lijken dit rampenmilitarisme naar een hoger niveau te tillen.’

  • Grote zeespiegelstijging door smelten Groenlandse ijskap is ‘onvermijdelijk’

    Grote zeespiegelstijging door smelten Groenlandse ijskap is ‘onvermijdelijk’

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Aantal gevallen apenpokken blijft stijgen in Italië

    » Italiaanse kunstenaar aangeklaagd wegens plagiaat voor ‘banaan’-kunstwerk

    Zeespiegel stijgt met minimaal 27 cm door smeltende ijskap

    Wetenschappers hebben ontdekt dat een sterke stijging van de zeespiegel als gevolg van het smelten van de Groenlandse ijskap onvermijdelijk is, zelfs als de verbranding van fossiele brandstoffen die de klimaatcrisis veroorzaakt van de ene dag op de andere zou stoppen, bericht The Guardian.

    Uit het onderzoek, dat is gepubliceerd in Nature Climate Change, blijkt dat de opwarming van de aarde tot op heden alleen al door het smelten van 110 ton ijs op Groenland een absolute minimumstijging van het zeeniveau van 27 centimeter zal veroorzaken. Met de aanhoudende CO2-uitstoot, het smelten van andere ijskappen en de thermische uitzetting van de oceaan, lijkt een zeespiegelstijging van meerdere meters waarschijnlijk.

    Miljarden mensen leven in kustgebieden, waardoor overstromingen als gevolg van de stijgende zeespiegel een van de grootste langetermijngevolgen van de klimaatcrisis zijn. Als Groenlands recordsmeltjaar 2012 later deze eeuw een routineverschijnsel wordt, wat mogelijk is, dan zal de ijskap zorgen voor een ‘duizelingwekkende’ zeespiegelstijging van 78 centimeter, aldus de wetenschappers.

    Lees ook:

  • Klimaatzaak: jonge Portugezen dagen 32 Europese landen voor de rechter

    Klimaatzaak: jonge Portugezen dagen 32 Europese landen voor de rechter

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van deze week:

    » Mali: 42 soldaten komen om bij jihadistische aanval

    » Burgermanifest waarschuwt dat Braziliaanse democratie ‘enorm gevaar’ loopt

    Klimaatcrisis is inbreuk op het recht op leven, aldus eisers

    ‘“Het is een mensenrechtenkwestie”’: jongeren brengen de klimaatcrisis in Portugal naar de rechter’, kopt The Guardian. De Portugese Cláudia Agostinho (23) en haar familieleden zagen met lede ogen aan hoe Portugal de laatste jaren steeds vaker getroffen wordt door extreme hitte, droogte en bosbranden, terwijl de nationale regeringen van Europese landen te weinig doen om de klimaatcrisis aan te pakken. Ze besloten naar het Europese Hof van de Rechten van de Mens te stappen.

    De zes jonge Portugese eisers stellen dat de klimaatcrisis inbreuk maakt op hun recht op leven, hun recht op eerbiediging van hun privé- en gezinsleven en hun recht om niet te worden gediscrimineerd, schrijft het Britse dagblad. Ze brengen hun zaak aanhangig tegen de regeringen van Oostenrijk, België, Bulgarije, Cyprus, Tsjechië, Duitsland, Griekenland, Denemarken, Estland, Finland, Frankrijk, Kroatië, Hongarije, Ierland, Italië, Litouwen, Luxemburg, Letland, Malta, Nederland, Noorwegen, Polen, Portugal, Roemenië, Rusland, Slowakije, Slovenië, Spanje, Zweden, Zwitserland, het VK en Turkije.

    Volgens de groep zijn de bosbranden in Portugal een direct gevolg van de opwarming van de aarde

    Als ze slagen in de rechtbank, zouden de regeringen wettelijk verplicht zijn om hun uitstoot sneller te verminderen, maar ook om hun overzeese bijdragen aan de klimaatcrisis in te perken, waaronder de wereldwijde uitstoot van hun multinationale ondernemingen, aldus The Guardian.

    De groep zal tegenover de rechters aanvoeren dat de bosbranden die zich sinds 2017 elk jaar in Portugal hebben voorgedaan, een direct gevolg zijn van de opwarming van de aarde. Ze stellen dat deze branden een risico voor hun gezondheid vormen en dat zij daardoor al verstoorde slaappatronen, allergieën en ademhalingsproblemen hebben ondervonden, die door het warme worden verergerd. Twee van de eisers benadrukken dat de verstoring van het klimaat zeer krachtige stormen veroorzaakt in de winter en stellen dat hun huis, dat dicht bij de zee in Lissabon is gelegen, gevaar loopt door stormen te worden beschadigd.

    Lees ook:



  • Piepkleine eilandnatie in de Stille Oceaan wil 100 procent van haar wateren beschermen

    Piepkleine eilandnatie in de Stille Oceaan wil 100 procent van haar wateren beschermen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Tunesië: president Kais Saied ontslaat 57 rechters

    » Denemarken sluit zich aan bij Europees defensiebeleid

    Niue verklaart haar wateren tot beschermd natuurgebied

    De eilandstaat Niue in de Stille Oceaan heeft aangekondigd dat het 100 procent van de oceaan in zijn exclusieve economische zone (EEZ) tot beschermd natuurgebied gaat verklaren, bericht The Guardian. Het betreft een gebied van 317.500 vierkante kilometer, ongeveer de oppervlakte van Vietnam.

    Niue is de enige plaats waar de katuali – een zeeslang – voorkomt

    De omringende wateren van ’s werelds grootse koraalatol – een eiland gefundeerd op een koraalrif – bieden onderdak aan een uitzonderlijk ecosysteem. Zo is het de enige plaats waar de katuali voorkomt – een zeeslang die leeft in de honingraat van onderwatergrotten van het eiland. Daarnaast migreren bultrugwalvissen van Antarctica naar Niue om te bevallen, zwemmen er langsnuitdolfijnen langs de kust en heeft Niue de grootste dichtheid grijze rifhaaien ter wereld.

    Toch worden de riffen van dit geïsoleerde eiland in de Stille Oceaan, op 600 kilometer van het dichtstbijzijnde buurland Tonga, bedreigd. Illegale visserij is een ernstig probleem in de Stille Oceaan. Niue ondervindt ook de gevolgen van de klimaatcrisis, met warmere zeetemperaturen die leiden tot verbleking van het koraal en extreme weersomstandigheden die schade toebrengen aan het milieu en de infrastructuur, schrijft The Guardian. Door zijn wateren als natuurreservaat te verklaren hoopt Niue, een zelfbesturende staat in vrije associatie met Nieuw-Zeeland, zijn zeeleven te beschermen.

    Lees ook:

  • Californië gaat namen geven aan hittegolven

    Californië gaat namen geven aan hittegolven

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Internationaal Atoomenergieagentschap verliest contact met Tsjernobyl

    » Florida verbiedt onderwijs over lhbti-kwesties op scholen

    Namen moeten bewustzijn voor de risico’s verhogen

    Klimaatwetenschappers in de hele wereld waarschuwden vorige week in het laatste IPCC-rapport over de gevaren van de klimaatcrisis. Een daarvan is extreme hitte, die gemiddeld al meer Amerikaanse levens kost dan orkanen en tornado’s samen. In tegenstelling tot de zichtbare vernietiging van branden en overstromingen, lijken de schadelijke effecten van hitte kleiner, maar ze zijn dodelijker. ‘Mensen beschouwen hitte niet als een gevaar’, zegt Kristie Ebi, professor aan de Universiteit van Washington. Maar zelfs in de koele Amerikaanse noordwestkust waar zij woont werden de bewoners vorig jaar verrast door ongekende temperaturen.

    Beleidsmakers en milieuactivisten zoeken naar manieren om het bewustzijn van het publiek voor de risico’s te verhogen. Een Amerikaanse organisatie die zich richt op beleidsoplossingen voor de klimaatcrisis, pleit ervoor om hittegolven namen te geven en te categoriseren met nummers. De groep adviseerde Californië, dat nu als eerste een naam- en rangschikkingsysteem gaat invoeren, bericht The Guardian. Athene en Sevilla komen later dit jaar met soortgelijke programma’s.

    Lees ook:

  • Catalaanse ex-premier gearresteerd in Italië | Dubbel zoveel CO2 door vlees

    Catalaanse ex-premier gearresteerd in Italië | Dubbel zoveel CO2 door vlees

    Catalaanse separatist Carles Puigdemont gearresteerd in Italië

    Voorstander van onafhankelijkheid en voormalig regeringsleider van Catalonië, Carles Puigdemont, is op donderdag 23 september op Sardinië gearresteerd door de Italiaanse politie, meldt El Mundo. De Catalaanse leider werd gearresteerd in Alghero. Er liep een internationaal arrestatiebevel tegen de ex-premier.

    Puigdemont is aangeklaagd voor ‘opruiing’ en ‘verduistering van publieke middelen’

    ‘Gerechtelijke bronnen verklaren dat de rechtbank zal moeten beslissen of de Italiaanse autoriteiten ermee instemmen hem aan Spanje uit te leveren’, schrijft de Spaanse krant. Hij verblijft sinds de mislukte afscheidingspoging in 2017 in ballingschap in België om aan vervolging door de Spaanse justitie te ontkomen. Carles Puigdemont is aangeklaagd voor ‘opruiing’ en ‘verduistering van publieke middelen’.


    Dubbel zoveel CO2 door vlees

    De wereldwijde voedselproductie veroorzaakt een derde van alle door menselijke activiteit uitgestoten gassen die de planeet opwarmen, aldus een groot nieuw onderzoek. Vleesproductie zorgt voor zeker twee keer zoveel emissies als de productie van plantaardig voedsel. Het volledige systeem van voedselproductie, inclusief het gebruik van machines, kunstmest en transport, zorgt jaarlijks voor 17,3 miljard ton broeikasgas. Dat is ruim het dubbele van de totale uitstoot van de VS en vertegenwoordigt 35 procent van de wereldwijde uitstoot, schrijft The Guardian.

    Een kilo tarwe veroorzaakt 2,5 kilo broeikasgas, een kilo rundvlees 70 kilo

    ‘Dit is hoger dan we hadden verwacht’, aldus Atul Jain, van de Universiteit van Illinois en coauteur van het artikel, dat maandag werd gepubliceerd in Nature Food.

    Het verschil in uitstoot tussen vlees- en plantaardige productie is groot: de productie van bijvoorbeeld een kilo tarwe veroorzaakt 2,5 kilo broeikasgas, een kilo rundvlees 70 kilo. Volgens de onderzoekers moeten samenlevingen zich rekenschap geven van dit significante verschil bij de aanpak van de klimaatcrisis.


    Australië steunde de CIA in Chili

    Australië was in de jaren zeventig betrokken bij spionageoperaties in Chili, ter ondersteuning van de Amerikaanse CIA, die samenspande tegen de democratisch gekozen regering van de socialistische president Salvador Allende, die 48 jaar geleden door het leger werd afgezet, bericht MercoPress. De Australische geheime dienst runde een ‘station’ in Santiago van 1971 tot 1973 op verzoek van de CIA, zo blijkt uit documenten die zijn vrijgegeven door het National Security Archive (NSA), in Washington.

    ‘Vijftig jaar na dato vinden we nog steeds aanwijzingen van gezamenlijke geheime inspanningen om de democratisch gekozen regering van president Salvador Allende te destabiliseren’, aldus Peter Kornbluh van NSA.

  • Rebecca Solnit roept op tot een hoopvolle klimaatrevolutie

    Rebecca Solnit roept op tot een hoopvolle klimaatrevolutie

    Wanhoop niet, schrijft de auteur van Mannen leggen me altijd alles uit in reactie op de klimaatpaniek die ons dreigt te verlammen. Want de strijd is pas over als je denkt dat hij over is. ‘We kunnen nog steeds het gunstigste scenario nastreven in plaats van het ongunstigste.’

    Keuze uit het archief

    Sinds donderdag is de klimaattop COP28 in Dubai begonnen. Diplomaten en regeringsleiders uit 198 landen zijn aanwezig om met elkaar de toekomst van onze planeet te bespreken. Het belangrijkste agendapunt is het beoordelen of de wereld op schema ligt om de doelen van het Klimaatakkoord van Parijs uit 2015 te halen.
    In dit artikel van The Guardian uit 2019 schrijft de Amerikaanse auteur Rebecca Solnit dat er geen reden is om bij de pakken neer te zitten vanwege de dreigende gevolgen van de klimaatcrisis. Aan de hand van de grote veranderingen die eerder in de geschiedenis tot stand zijn gebracht, betoogt ze dat we ook de klimaatcrisis een halt kunnen toeroepen als we ons ‘met alle passie, kracht en intelligentie die we in ons hebben inzetten voor het uitwerken van betere alternatieven. In plaats van af te wachten wat er gebeurt, kunnen we er zelf voor zorgen dat er iets gebeurt.’

    Als reactie op de publicatie van het IPCC-rapport over de klimaatcrisis postte een bevriende stand-upcomedian op Facebook: ‘Klimaatverandering is gewoon angstaanjagend. Is er nog iets om optimistisch over te zijn?’

    Veel van haar vriendinnen postten variaties als ‘we zijn verloren’ en ‘het is hopeloos’, wat hun wellicht het gevoel geeft dat ze in ieder geval íéts in deze overweldigende situatie onder controle hebben: de feiten. Dat hebben ze natuurlijk niet.

    Ze zetten hun begrijpelijk grote zorgen over het nieuws om in de veronderstelling dat ze precies weten hoe de toekomst gaat uitpakken. Maar dat weten ze niet.

    De toekomst ligt nog niet vast. Dat wil zeggen: klimaatverandering is de onweerlegbare realiteit van nu en de toekomst, maar de essentie van het rapport van IPCC (het Intergovernmental Panel on Climate Change van de VN) is dat we nog steeds het gunstigste scenario na kunnen streven in plaats van het ongunstigste.

    ‘Als je een vrij iemand wil zijn, kom je niet op voor de mensenrechten omdat je succes zult hebben met die actie, maar omdat dat het enige juiste is om te doen’

    Natan Sharansky, die negen jaar in een goelag heeft gezeten omdat hij had samengewerkt met Sovjetdissident Andrej Sacharov, herinnert zich wat zijn mentor heeft gezegd: ‘Ze willen ons laten geloven dat er geen kans is op succes. Maar het gaat er niet om of er wel of geen hoop op verandering is. Als je een vrij iemand wil zijn, kom je niet op voor de mensenrechten omdat je succes zult hebben met die actie, maar omdat dat het enige juiste is om te doen. We moeten het fatsoen in ere houden.’

    Het fatsoen in ere houden betekent dat iedereen van ons die de middelen daartoe heeft serieuze maatregelen tegen klimaatverandering moet nemen of de huidige inspanningen nog moet vergroten.

    Klimaatacties gaan over mensenrechten, omdat de klimaatverandering de kwetsbaarsten het eerst en het zwaarst treft – dat gebeurt al, met perioden van droogte, bosbranden, overstromingen, mislukte oogsten. Die verandering treft de talloze soorten en leefgebieden die van deze aarde zo’n prachtig en complex geheel maken, van de koraalriffen tot de kariboekuddes.

    Bezorgdheid en ontzetting over de situatie staan die acties niet in de weg; je kunt klimaathelden kiezen ook al ben je somber gestemd

    Nu beslissen we over hoe het leven er in 2100 uit zal zien voor de kinderen die nu worden geboren, en voor hun kleinkinderen, en de kleinkinderen van die kleinkinderen. Ze zullen het tijdperk vervloeken waarin de planeet werd verwoest en misschien zullen ze de herinnering koesteren aan hen die probeerden die verwoesting tegen te gaan.

    Volgens het rapport moeten we het gebruik van fossiele brandstoffen in 2030 met 45 procent hebben verminderd; dan zijn die kinderen 12. Dat is moeilijk, maar niet onmogelijk. Actie ondernemen is de beste manier om crises en rechtenschendingen het hoofd te bieden, zowel voor je eigen geweten als voor de samenleving.

    Bezorgdheid en ontzetting over de situatie staan die acties niet in de weg; je kunt klimaathelden kiezen ook al ben je somber gestemd. Er is geen garantie op succes – maar net zoals Sacharov en Sharansky zich waarschijnlijk niet konden voorstellen dat de Sovjet-Unie begin jaren negentig uit elkaar zou vallen, zo kunnen wij ook niet precies weten wat er zal gebeuren en hoe onze acties de toekomst mede zullen vormgeven.

    Doorbraken

    De verhalen over grote veranderingen in het verleden waar ik mijn hoop uit put, gaan vaak over kleine groepen waarvan de ambities aanvankelijk niet realistisch leken. Of ze nu streden tegen de slavernij in het Amerika van voor de burgeroorlog of opkwamen voor de mensenrechten in het Oostblok, die bewegingen groeiden exponentieel en veranderden het bewustzijn en brachten daarna instituties of regimes ten val.

    Ook weten we niet welke technologische doorbraken, grootschalige maatschappelijke veranderingen of catastrofale ecologische gevolgen de komende twintig jaar zullen vormgeven. De wetenschap dat we dat niet weten biedt wellicht geen vertrouwen, maar is wel een krachtig middel tegen wanhoop, wat ook weer een vorm van zekerheid is. De toekomst is zo onzeker als die altijd is geweest.

    Er zijn in de mondiale klimaatbeweging talloze bemoedigende ontwikkelingen gaande. Twaalf jaar geleden was de beweging klein, versnipperd en gematigd en waren de klimaataanbevelingen vooral bescheiden, met een te grote ‘spaarlampenfocus’ op de individuele moraal.

    Maar de individuele moraal heeft alleen invloed als die wordt opgeschaald (en zelfs individuele daden zijn afhankelijk van collectieve beslissingen – ik heb thuis bijvoorbeeld honderd procent groene stroom omdat andere burgers onze amorele energiemaatschappij hebben gedwongen te veranderen, en het is voor mij nu makkelijker om de fiets te pakken omdat er in mijn stad overal fietspaden zijn aangelegd).

    klimaat ii

    Iowa wint meer dan een derde van zijn energie uit wind omdat wind al rendabeler
    is dan fossiele brandstoffen. – © Unsplash

    De beweging die heeft geageerd tegen pijpleidingen en het vervoer van brandstof per trein, tegen raffinaderijen en overlaadterminals, tegen fracking en het afgraven van bergtoppen, tegen investeerders, de politiek en justitie, en soms heeft gewonnen, laat zien wat er in twaalf jaar kan gebeuren. Sommige van de voorheen als onzinnig beschouwde eisen van klimaatactivisten zijn nu algemeen aanvaard en beleid geworden.

    Er zijn nu zo veel projecten, van plaatselijke maatregelen om geleidelijk van fossiele brandstoffen af te stappen tot pogingen om de aanleg van pijplijnen tegen te houden (met enkele grote overwinningen, zoals het stoppen van de Trans Mountain-pijplijn in Canada, waartoe de rechter in augustus 2018 besloot), tot het proces tegen de Amerikaanse regering namens 21 jongeren die de overheid beschuldigen van het schenden van hun rechten en van het vertrouwen van de samenleving.

    Bemoedigend

    Wat ik ook heel bemoedigend en zelfs indrukwekkend vind, is hoe ingrijpend het mondiale energielandschap in deze eeuw al is veranderd. In het begin van de eenentwintigste eeuw waren duurzame energiebronnen kostbaar, inefficiënt en was de technologie nog niet voldoende ontwikkeld om aan onze energiebehoefte te voldoen.

    In een revolutie die bijna even baanbrekend was als de industriële revolutie hebben de toepassing van wind- en zonne-energie alles veranderd; we hebben nu de technologische kennis om grotendeels van fossiele brandstoffen af te kunnen stappen. Toen was dat niet mogelijk, nu wel.

    In juli 2018 besloot Californië dat in 2045 de elektriciteit 100 procent CO2-vrij gewonnen moet worden

    Dat is verbluffend. En bemoedigend. In Costa Rica is 98 procent van de energie groen, fantastisch. Schotland sloot in 2016 zijn laatste kolencentrale en de totale uitstoot is daar nu de helft van wat die was in 1990. Texas gebruikt steeds meer energie gewonnen uit wind in plaats van uit kolen – op redelijke dagen ongeveer een kwart en op zeer gunstige dagende helft. Iowa wint al meer dan een derde van zijn energie uit wind omdat wind al rendabeler is dan fossiele brandstoffen, en er worden steeds meer windmolens gebouwd.

    Steden en staten in de VS en elders stellen ambitieuze doelen om het gebruik van fossiele brandstoffen terug te dringen of om helemaal duurzaam te worden. In juli 2018 besloot Californië dat in 2045 de elektriciteit 100 procent CO2-vrij gewonnen moet worden.

    Overal ter wereld vertellen dergelijke verhalen ons dat de transitie al aan de gang is. De schaal en de snelheid moeten omhoog, maar we staan vandaag in ieder geval niet helemaal aan het begin.

    Actie ondernemen is de beste manier om crises en rechtenschendingen het hoofd te bieden

    Het IPCC-rapport beveelt aan dat er op veel fronten dringend iets moet gebeuren – van hoe we voedsel produceren tot hoe we het land inrichten (meer bossen) tot hoe we energie genereren en gebruiken (en de niet zo sexy aanbeveling om zuinig met energie om te gaan). Het rapport noemt vier routes die ons vooruit moeten helpen, waarvan er drie afhankelijk zijn van nog niet ontwikkelde CO2-afvang en oplsagtechnologie en de vierde onder meer inhoudt dat we het gebruik van fossiele brandstoffen drastisch reduceren en heel veel bomen planten.

    De voornaamste hindernissen voor deze transitie zijn politiek; de energiemaatschappijen, de oliemaatschappijen en de regeringen die hier onbeschaamd mee verweven zijn. Ik sprak Steve Kretzmann, sinds lange tijd de directeur van de beleids- en actiegroep Oil Change International (waarvan ik bestuurslid ben), en hij vertelde over de twee punten waar klimaatacties zich op moeten richten: het veranderen van de consumptie en het veranderen van de productie.

    Vechten

    Het aanpakken van de productie wordt vaak vergeten, en plaatsen zoals Alberta in Canada scheppen graag op over hun energiebesparende projecten terwijl de energieproductie – in het geval van Alberta de teerzanden – een gevaar vormt voor de toekomst van de planeet. Het aanpakken van de productie betekent dat je moet vechten tegen enkele van de machtigste en meest meedogenloze bedrijven ter wereld en de regimes die hen beschermen en door hen worden beloond, of, zoals bij Rusland en Saoedi-Arabië en tot op zekere hoogte ook bij de VS, er onlosmakelijk mee verbonden zijn.

    ‘Hier moeten we reëel over zijn,’ zei Steve: ‘We hebben het over de olieindustrie en daar worden oorlogen om gevoerd. Er ligt daar veel politieke macht en veel mensen verdedigen die macht.’ Maar hij merkt ook op: ‘Zodra duidelijk wordt dat die macht substantieel en onomkeerbaar afneemt, spat die uit elkaar.’

    Dat uit elkaar spatten kun je bespoedigen door te snijden in de gigantische subsidies, en door afstand te nemen van de oliemaatschappijen – tot op heden heeft de eens zo bespotte ‘divestment’-beweging er al voor gezorgd dat vele miljarden aan investeringen zijn teruggetrokken.

    Zoals Damien Carrington het verwoordt: ‘De grote oliemaatschappijen zoals Shell hebben dit jaar [2018] desinvestering genoemd als een wezenlijke bedreiging voor hun bedrijf.’ Ook moeten we de productie van fossiele brandstoffen direct stoppen, met een rechtvaardige overgangsregeling voor de mensen die in die sector werken.

    Lees ook:

    Vijf landen – Belize, Ierland, Nieuw-Zeeland, Frankrijk en Costa Rica – werken al aan een verbod op verdere exploratie en winning, en de Wereldbank deed de wereld in december 2017 opschrikken toen de bank aankondigde na 2019 te stoppen met de financiering van de winning van olie en gas.

    December vorig jaar kondigde ook Denemarken aan om per 2050 te stoppen met de winning van olie en gas:

    Omdat de komst van schone energie voor veel nieuwe banen zorgt – banen die geen zwarte longen veroorzaken en niet de leefomgeving vergiftigen – zijn er veel bijkomende voordelen. Fossiele brandstof is, nog afgezien van de koolstof die in de atmosfeer wordt gepompt, puur gif: van de kwik die de lucht verontreinigt als kolen worden verbrand en de bergen steenkoolas tot de giftige emissies en waterverontreiniging door fracking en de kwaadaardige chemicaliën die door raffinaderijen worden uitgestoten tot de fijnstof uit auto’s.

    Het mondiale energielandschap in deze eeuw al ingrijpend veranderd

    Over brandstof wordt vaak gesproken alsof we het gebruik daarvan moeten ‘opgeven’, alsof het om een verlies gaat, maar afzien van het gebruik van gif hoeft niet als een offer gezien te worden.

    Het is niet alleen onze taak ons een beeld te vormen van de door de klimaatverandering veroorzaakte verwoesting en het immense verschil tussen een opwarming van 2 à 3 graden of van 1,5 graad, maar ook van de voordelen die de transitie naar duurzame energie met zich brengt. Het afnemen van de kwaadaardige macht van de oliemaatschappijen zou al een zeer ingrijpende verandering zijn, zowel politiek als ecologisch.

    Ik weet niet precies of we zullen uitkomen waar we moeten zijn, of hoe we dat moeten doen, maar ik weet wel dat we ons met alle passie, kracht en intelligentie die we in ons hebben moeten inzetten voor het uitwerken van betere alternatieven. Wat we nodig hebben is een revolutie, en we kunnen beginnen met ons die ten doel te stellen en onze uiterste best te doen om hem te realiseren. In plaats van af te wachten wat er gebeurt, kunnen we er zelf voor zorgen dat er iets gebeurt.

    Trouwens, de stand-upcomedian die ik eerder noemde: zij organiseert al benefietvoorstellingen ten bate van klimaatgroepen.