Tag: lage landen

  • Hoe Nederland een uniek lustoord is voor bestuivende insecten

    Hoe Nederland een uniek lustoord is voor bestuivende insecten

    Nederland is een van de weinige landen die een uitgewerkte strategie heeft om honingbijen, wilde bijen, zweefvliegen, kevers, vlinders en andere soorten te ondersteunen.

    In de zomer is Utrecht op verschillende plaatsen een waar kleurenfestijn: wilde bloemen in talloze tinten oranje, rood, geel en paars staan dan te bloeien in de zon. Deze veldjes wilde bloemen zijn er niet alleen voor het oog: ze zijn onderdeel van een heel scala aan Nederlandse initiatieven ten behoeve van bestuivende insecten, die allemaal onderdeel zijn van een ambitieus overheidsprogramma om honingbijen, wilde bijen, zweefvliegen, kevers, vlinders en andere soorten te ondersteunen.

    Nederland is een van de weinige landen met een uitgewerkte strategie om de afname van bestuivers te stuiten. Deze Nationale Bijenstrategie, gelanceerd in 2018, omvat doorlopende programma’s en formuleert heldere en meetbare maatstaven voor succes. Deze strategie blijkt nu al een voorbeeld voor andere landen die hun bestuivers willen beschermen.

    ‘Het Nederlandse landschap staat te zwaar onder druk’

    In Nederland begon het belang van bestuivers de afgelopen tien jaar door te dringen, nadat de bijenpopulaties vanaf halverwege de jaren veertig steeds verder waren afgenomen. Wilde natuur en landelijke gebieden waren veranderd in landbouwgrond en stedelijk gebied, waarbij ook steeds meer bestrijdingsmiddelen werden gebruikt, zodat nu meer dan de helft van de bijna 360 bijensoorten bedreigd is. ‘Het Nederlandse landschap staat te zwaar onder druk,’ zegt Marten Schoonman van het Naturalis Biodiversiteitscentrum in Leiden.

    Al ruim tien jaar geleden begon Nederland, de op een na grootste exporteur van landbouwproducten ter wereld, met beschermingsmaatregelen. In 2013 lanceerde de overheid het Actieprogramma Bijengezondheid, dat zich richtte op honingbijen. In 2016 richtte Nederland samen met dertien andere landen Promote Pollinators op, een samenwerkingsverband van landen (inmiddels zijn het er dertig) die kennis delen over de bescherming en het behoud van bestuivers.

    Lustoord

    Maar met de Nationale Bijenstrategie onderscheidt Nederland zich van alle andere landen. Vanaf de start in 2018 zijn er rond de zeventig initiatieven geweest die Nederland tot een lustoord voor bestuivende insecten moeten maken, onder andere door meer nestelplekken te creëren en het voedselaanbod voor bestuivers te vergroten. ‘Er is in het verleden veel biodiversiteit vernietigd,’ zegt Nicky Kruizinga, projectleider van de strategie. ‘We hebben een grote achterstand in te halen.’

    De Nationale Bijenstrategie omvat op dit moment 120 initiatieven, zowel in binnensteden als in landbouwgebieden. De programma’s worden opgezet en uitgevoerd door de deelnemers zelf, waarbij het gaat om non-profit-organisaties, collectieven, gemeentes en provincies. Zij volgen de algemene richtlijnen waar het gaat om het bieden van voedsel en nestelmogelijkheden aan bestuivers. 

    Geerpark Vlijmen Insecten hotel
    Insectenhotel Geerpark in Vlijmen.  © Wikimedia CC

    ‘Er wordt veel energie gestoken in de strategie, en dat is een grote verandering in vergelijking met tien jaar geleden,’ zegt David Kleijn, hoogleraar plantenecologie en natuurbehoud aan de Universiteit van Wageningen, die betrokken was bij het formuleren van de doelen. ‘Door de Nationale Bijen-strategie is er aandacht gekomen voor bestuivers; mensen zijn zich ervan bewust geworden hoe die in aantal teruglopen en zijn gemotiveerd geraakt om daar iets aan te doen. Nu zijn er meer dan honderd initiatieven. In die zin is de strategie een groot succes.’

    Positieve populatieontwikkeling

    Het bredere doel van de Nationale Bijenstrategie is dat ‘een aantal bijensoorten in 2023 en 2030 een stabiele of positieve populatieontwikkeling laat zien’. Dit doel is verder ontleed in meetbare targets voor die jaren. Het doel voor 2023 is om het aantal soorten dat een neergaande trend vertoont met 30 procent te verkleinen en het aantal soorten dat een stijgende trend vertoont met 30 procent te vergroten, ten opzichte van een nulmeting uit 2012. In 2030 blijft het brede doel hetzelfde als in 2023, maar de target gaat omhoog naar 50 procent vergeleken met de nulmeting uit 2012.

    Kleijn: ‘Een van de frustrerendste dingen bij het evalueren van een strategie is wanneer er geen concrete doelen zijn gesteld. In dit geval zijn de doelen meetbaar, zodat onderzoekers kunnen nagaan of ze worden bereikt.’

    Tot de meer dan negentig deelnemers aan de strategie behoren zeven van de twaalf provincies en een aantal gemeenten, die verschillende maatregelen hebben genomen: het aanleggen van veldjes met wilde bloemen, het plaatsen van insectenhotels en van groene daken, en het instellen van een verbod op het gebruik van pesticiden in openbaar groen.

    Lokaal

    Andere deelnemers zijn heel lokaal, zoals De Fruitmotor, een coöperatie die cider maakt van ‘lelijke’ appels die niet te verkopen zijn omdat ze misvormd zijn of plekken hebben. ‘Wat de coöperatie verdient, wordt geïnvesteerd in het zaaien en planten van stuifmeel en nectar producerende planten, om zo een bestuivervriendelijke zone te creëren rond de Betuwe,’ zegt Henri Holster, oprichter van De Fruitmotor. ‘Deze planten bloeien op verschillende momenten in het jaar, van vroeg in het voorjaar tot laat in het najaar, en leveren daarmee een constante voedselvoorziening voor bijen en andere insecten.’

    ‘Alle deelnemers werken toe naar hetzelfde doel: meer voedsel en beschutting voor bestuivers’

    Zelfs initiatieven van individuele particulieren kunnen deelnemen aan de Nationale Bijenstrategie, zoals de Honey Highway, een onderneming van bijenliefhebber Deborah Post die met gemeenten samenwerkt om wilde bloemen langs snelwegen, spoorlijnen en waterwegen te zaaien. Zo worden stukken land waar geen biodiversiteit meer was, bestuiverrijke zones. 

    Nationale Bijenstrategie Tekening Theory of Change
    Infographic Nationale Bijenstrategie

    ‘Alle deelnemers werken toe naar hetzelfde doel: meer voedsel en beschutting voor bestuivers,’ zegt projectleider Kruizinga. In 2018 en 2019 organiseerde de Nationale Bijenstrategie een grote bijeenkomst waar deelnemers elkaar konden ontmoeten en van elkaar konden leren. ‘Wat echt goed werkt, is dat onze partners op verschillende niveaus zijn gaan samenwerken, waardoor er heel veel kennis wordt gedeeld.’

    Diversiteit en rijkdom

    De Nationale Bijenstrategie stelt zich ten doel om zo veel mogelijk deelnemers en bestuivervriendelijke initiatieven te activeren. Naturalis, waar Schoonman werkt, is als kennispartner van de strategie betrokken bij de uitrol ervan. ‘Mensen bewust maken van de diversiteit en rijkdom van bestuiversoorten speelt een belangrijke rol in het behoud van die soorten. Daarom is de bijentelling zo belangrijk.’ Hij heeft het over de jaarlijkse telling door mensen in het land, die Naturalis organiseert.

    Dit jaar vond de vijfde editie van de bijentelling plaats. In een weekend in april telden bijna vierduizend vrijwilligers uit het hele land een halfuur lang bijen in hun tuin. Bovenaan de lijst met waargenomen soorten stond ook dit jaar weer de honingbij. De gehoornde metselbij bleek nog steeds een van de meest voorkomende wilde bijensoorten in tuinen te zijn, terwijl die tien jaar geleden nog vrij zeldzaam was in Nederland. 

    De bijentelling helpt om trends in de bestuiverpopulaties bij te houden, maar kent haar beperkingen. Zo kan het programma zich niet bezighouden met onderwerpen als het gebruik van pesticiden of industriële vervuiling. ‘Hoe krijgen we boeren zover dat ze minder of geen bestrijdingsmiddelen gebruiken, zodat bestuivende insecten daar niet door worden aangetast?’ vraag Kruizinga zich af. Het veranderen van denkpatronen en gedrag kost tijd, zeker als er commerciële belangen meespelen. ‘Boeren zijn gewend op economisch voordelige of tijdbesparende wijze te werken,’ zegt hoogleraar Kleijn. Volgens hem kunnen boeren met subsidies worden gestimuleerd om moeilijke maar belangrijke maatregelen te nemen. Maar daarvoor is wel een omvangrijk budget nodig.

    ‘Er is absoluut een verschuiving gaande naar bestuivervriendelijke landschappen en landbouw in harmonie met de natuur’ 

    Ondertussen maakt ook de EU werk van de aanpak van pesticiden. In 2013 werd het gebruik van drie neonicotinoïden – bestrijdingsmiddelen waarvan bekend is dat ze uiterst schadelijk zijn voor bestuivende insecten – op bloeiende gewassen al verboden. In 2018 werd dat verbod uitgebreid naar gebruik op alle gewassen. En in juni van dit jaar nam de Europese Commissie voorstellen aan om voor 2030 het gebruik van pesticiden in de hele EU met 50 procent te verminderen. Maar er is nog steeds veel werk te doen om die doelen te behalen.

    Een andere beperking van de Nationale Bijenstrategie is dat die voornamelijk van de deelnemers afhankelijk is voor het creëren van bestuivervriendelijke landschappen. ‘Je kunt je afvragen of dat genoeg is om werkelijk iets te veranderen,’ zegt Kleijn. Maar Kruizinga blijft optimistisch over het effect van de Strategie: ‘Er is absoluut een verschuiving gaande naar bestuivervriendelijke landschappen en landbouw in harmonie met de natuur.’ 

  • In Katwijk beschermen opstijgende luchtbellen het strand tegen plastic afval

    In Katwijk beschermen opstijgende luchtbellen het strand tegen plastic afval

    Bij de monding van de Oude Rijn experimenteert The Great Bubble Barrier met de zogenaamde ‘bellenbarrière’; een 120 meter lange vloed van opstijgende luchtbellen moet plastic afval naar één kant duwen zodat het kan worden ingezameld. ‘Met het bellenscherm verwachten we dat tussen de 86 en 90 procent van het plastic wordt verwijderd.’

    Vijf jaar geleden rees bij Claar-els van Delft het vermoeden dat veel plastic afval op het strand van Katwijk niet was achtergelaten door bezoekers, noch uit de zee kwam, maar uit de monding van een nabijgelegen rivier.

    ‘Bij het opruimen van zwerfvuil zagen we bij de riviermonding allerlei stukjes plastic die uit zoet water kwamen,’ zegt ze. ‘Tamponhulzen, borstelharen, maar ook verpakkingen van chips en dranken, van alles.’

    En jawel, toen vrijwilligers een olievat met rivierwater uit de Oude Rijn doorziftten, ontwaarden ze tussen het kroos kleine plastic deeltjes. ‘We schrokken van alle vervuiling die we zagen,’ zegt Van Delft, medeoprichter van de plaatselijke liefdadigheidsinstelling Coast Busters.

    Katwijk is ’s werelds eerste plek waar een ‘bellenbarrière’ in een rivier wordt geïnstalleerd

    Fast forward naar juli 2022: Katwijk is ’s werelds eerste plek waar een ‘bellenbarrière’ in een rivier wordt geïnstalleerd – een experiment waarbij een 120 meter lange vloed van opstijgende luchtbellen, tezamen met de stroming, plastic afval naar één kant duwt, zodat het kan worden ingezameld.

    The Great Bubble Barrier 1.2.3
    De Great Bubble Barrier aan het werk in Amsterdam. © The Great Bubble Barrier

    ‘We leggen een geperforeerde buis schuin op de bodem van de waterweg en pompen daar perslucht doorheen: de opstijgende luchtbellen veroorzaken een opwaartse stroom die plastic uit de waterkolom naar de oppervlakte tilt, waarna het aan de oppervlakte – met behulp van de stroming – allemaal naar één kant wordt geduwd,’ legt Philip Ehrhorn uit, hoofd technologie bij de Nederlandse startup The Great Bubble Barrier. ‘Hier zorgt het gemaal voor de doorstroom. Ook de wind kan afval in het opvangsysteem dwingen.’

    Het bedrijf, dat wordt gerund door een team van enthousiaste zeilers, surfers en andere waterliefhebbers, won in 2018 een zogeheten internationale Postcode Lottery Green Challenge en startte het jaar daarop zijn eerste permanente proefproject in een gracht in Amsterdam. Dat pakte zo veelbelovend uit dat het waterschap Rijnland, twaalf gemeenten en de regio’s Holland Rijnland en Zuid-Holland – samen met Coast Busters en lokale fondsenwervers – besloten om 470.000 euro te investeren in de bouw van een rivierbellenbarrière.

    Oude Rijn

    Jacco Knape, locoburgemeester van de gemeente Katwijk, vertelt hoe hij met eigen ogen zag hoe groot de plaatselijke plasticproblematiek is tijdens een strandafvalopruimingsactie waarvoor hij was uitgenodigd. ‘Plasticvervuiling is wereldwijd een groeiend probleem,’ zegt hij. ‘Ze treft zowel leefgemeenschappen als het milieu. Katwijk is helaas geen uitzondering. We zien plasticvervuiling door strandbezoekers die wikkels en ander plastic achterlaten, maar we zijn ook het laatste station voordat al het met de Oude Rijn meegenomen plastic in zee vloeit. Met dit bellenscherm kunnen we die plastic invasie een halt toeroepen.’

    Bubble Barrier Amsterdam in Westerdok Credits The Great Bubble Barrier.JPG
    Zo zal de grote bellenblaasmachine eruitzien van bovenaf. – © The Great Bubble Barrier

    Bas Knapp, bestuurslid bij Waterschap Rijnland, denkt dat de bellenbarrière de trek van vissen niet zal hinderen en investeert 42.000 euro per jaar om de vinding te laten draaien. ‘We hebben een test gedaan waaruit bleek dat in het gemaal slechts een op de 233 stukjes plastic groter dan 1 millimeter uit het water wordt gefilterd,’ zegt hij. ‘Met het bellenscherm verwachten we dat tussen de 86 en 90 procent van het plastic wordt verwijderd. Het was enorm veelbelovend. Dit is een van onze grootste riviermondingen en een heel goede plek om door middel van zo’n proef te proberen het plastic dat naar zee gaat, terug te dringen.’

    ‘Er is ons ook gevraagd om iets te doen voor een grote internationale haven als Rotterdam’

    Anne Marieke Eveleens, medeoprichter van The Great Bubble Barrier, houdt zich bezig met uitbreiding van de techniek. Mogelijk komt er een barrière in een estuarium in Portugal. Ook zijn er plannen voor een project in Zuidoost-Azië. ‘Er is ons ook gevraagd om iets te doen voor een grote internationale haven als Rotterdam – daar is het 20 meter diep, maar dat is nu nog niet te realiseren,’ erkent ze. ‘Ook de aanwezigheid van veel schepen en het meerdere keren per jaar baggeren maken het lastig.’

    Hoe het ook zij, velen denken dat deze techniek voor specifieke scenario’s zeer veelbelovend is. Frans Buschman, onderzoeker milieuhydrodynamica van het onafhankelijke instituut Deltares, heeft de barrière in Amsterdam getest met zo’n duizend gemarkeerde mandarijnen. ‘We hebben ze op diverse punten geloosd en geteld hoeveel er werden gevangen,’ zegt hij. ‘Aan de zijde van het opvangsysteem was dat tot negentig procent; aan de andere zijde was het percentage soms aanzienlijk lager, waarschijnlijk omdat daar een plek is waar de bubbelintensiteit niet zo hoog is. Daar glipten nogal wat mandarijnen ertussendoor.’

    Plastic sorting 13
    Plastic afval uit de rivier wordt gesorteerd als onderdeel van het onderzoek  – © The Great Bubble Barrier

    Hij voegt eraan toe dat objecten die op het water blijven drijven door de wind over de bellenbarrière kunnen worden geblazen, waardoor deze minder effectief is. Toch gaat het volgens hem om een ‘veelbelovende techniek met groot potentieel’.

    Portfolio van oplossingen

    Enkele onderzoekers wijzen er echter op dat rivierplastic niet altijd in zee terechtkomt maar wel schade toebrengt aan ecosystemen en de leefomgeving van de mens. Tim van Emmerik, universitair docent bij de groep hydrologie en kwantitatief waterbeheer van Wageningen University, zegt dat niet elk riviersysteem hetzelfde is. ‘Rivieren wereldwijd kunnen sterk variëren: van smalle grachten in Amsterdam en Leiden tot grote delta’s zoals de Mekong. Dit betekent dat één enkele technische oplossing, zoals de bellenbarrière, zeker niet overal is toe te passen. Er zal altijd behoefte blijven bestaan aan een ‘portfolio’ van oplossingen. Het effectiefst is natuurlijk minder plasticgebruik, waar ook ter wereld.’

    ‘Het effectiefst is natuurlijk minder plasticgebruik’

    In Katwijk zijn er plannen om een ​​bezoekers- en educatiecentrum te bouwen naast de bellenbarrière, met precies die boodschap. De hoop is voelbaar wanneer onder de zomerzon een stroom van zachte bubbels door het rivieroppervlak breekt, een beetje als een jacuzzi. ‘We keken er enorm naar uit,’ zegt Van Delft, heel serieus, ‘om in zwemkleding naar de opening te komen!’

    Lees ook:

  • Ook deze Duitse journalist droomt al twintig jaar van een Elfstedentocht

    Ook deze Duitse journalist droomt al twintig jaar van een Elfstedentocht

    Als negenjarige jongen zag de Duitse journalist Johannes Böhme de Elfstedentocht op televisie. Sindsdien koestert hij elke winter dezelfde hoop als wij: gaat het eindelijk weer gebeuren?’

    Dit artikel verscheen eerder in #131.

    De horizon in Friesland loopt zo recht boven het vlakke landschap dat het lijkt alsof een reus met een liniaal een lijn heeft getrokken. Een scherpe grens, die het fletse blauw van de winterhemel en het groenbruin van de velden van elkaar scheidt. De enige hobbels zijn reusachtige boerderijen, met riet gedekt, als piramiden in een woestijn van gras. En over dit alles fluit onophoudelijk de wind. Het is een landschap voor mensen van weinig woorden en met grote verlangens. Die zonder morren regen en duisternis doorstaan en hun dromen decennialang met zich meevoeren.

    Dromen zoals die waar het hier om gaat. Met elke dag vorst komt hij meer tot leven. Het is de droom van het dichtvriezen van rivieren, vaarten en sloten die hier in het Noord-Nederlandse Friesland als een vroegmodern internet alles met elkaar verbinden – velden met dorpen, dorpen met andere dorpen, steden met steden. De droom dat je dan op schaatsen door dit vlakke landschap kunt glijden als een Maserati over de snelweg; moeiteloos, haast gewichtloos, alleen te overtreffen door vliegen. Het is de droom van de Elfstedentocht, een schaatswedstrijd met start en finish in Leeuwarden over een 200 kilometer lang parcours, door elf Friese steden, met meer dan 30.000 deelnemers en een miljoen toeschouwers.

    Screen Shot 2021 02 10 at 9.25.41 AM
    1997: de kopgroep op de Dokkummer Ee, met winnaar Henk Angenent (7), Piet Kleine (63), Arnold Stam (59), Bert Verduin (22), Henk van Benthem (11), en Erik Hulzebosch (20) – © Leo Vogelzang / HH

    De Elfstedentocht is de grootste schaatswedstrijd ter wereld – als hij tenminste weer eens zou plaatsvinden. De laatste keer dat hij werd verreden, weet ik nog, zat ik bij mijn oma voor de televisie. Ik was negen jaar. De dag: 4 januari 1997. Het was een van die bezoekjes aan oma waarbij ik me stierlijk verveelde, en op een gegeven moment werd ik voor de stokoude televisie met eikenhouten bekleding geplant, die maar drie zenders had. Op een ervan schaatsten mannen in bonte pakken als gekken door een winterlandschap, met erachter een motor met zijspan van de Nederlandse televisie. En wanneer een van die mannen in een scheur bleef haken, maakte hij een doodsmak op het ijs.

    Ik had net leren schaatsen en kon me absoluut niet voorstellen dat je in zo’n tempo op die dingen kon rijden. Langs het parcours stonden destijds tienduizenden mensen in typische winterjassen uit de jaren negentig, met groen, lila en rood. De vijf koplopers zetten bij de finish in Leeuwarden een lange sprint in. Winnaar Henk Angenent werd de ‘held der helden’ genoemd en bijna platgedrukt door de juichende menigte. En op een of andere manier was zelfs voor mij als negenjarige duidelijk dat er zojuist iets buitengewoons was gebeurd.

    Sindsdien zijn er twintig jaren verstreken. Twintig jaren waarin de wedstrijd niet door kon gaan omdat het te warm was of het ijs te dun. Twintig jaren waarin de Nederlanders steeds weer opnieuw tegen elkaar zeiden dat de volgende winter vast weer koud genoeg zou zijn. Er is zelfs een woord voor de irrationele hoop die veel mensen in Nederland vanaf december koesteren: Elfstedenkoorts. Bij mij leidt dat tot vragen. Hoe hou je iets levend wat decennialang niet plaatsvindt? Hoelang kan zo’n pauze duren voordat ook de laatste schaatsliefhebber gefrustreerd afhaakt? Hoe train je voor zo’n wedstrijd?

    Wanneer ik in februari ’s nachts in de auto stap naar Friesland is het nog min tien, nu is het min twee. Het is een ochtend die zo koud is dat hij euforisch stemt. Nog twaalf, dertien van dit soort dagen, denk ik.

    Als eerste wil ik me laten uitleggen waarom dat weer zo’n complicerende factor is geworden. Vroeger vond de tocht namelijk een stuk vaker plaats. In 1909, 108 jaar geleden, werd de eerste Elfstedentocht verreden. Er verschenen tweeëntwintig deelnemers aan de start, van wie negen de finish haalden. Sindsdien vond de tocht vijftien keer plaats – maar slechts drie keer in de afgelopen vijftig jaar. De juiste persoon voor het onderwerp weer is Geert Jan van Oldenborgh, klimaatonderzoeker bij het Koninklijk Meteorologisch Instituut in De Bilt.

    Zijn uitleg begint natuurlijk met de klimaatverandering. Hij vertelt over het warmer geworden noordpoolgebied, het weer in Groenland en Siberië en eindigt met lagedruksystemen boven de Atlantische Oceaan en de Golfstroom. De essentie van zijn ingewikkelde betoog is dat het ideale weer voor de Elfstedentocht nauwelijks nog voorkomt: twee weken lang koude, droge wind uit Siberië, het liefst zonder sneeuw zodat het ijs overal op het parcours minstens 15 centimeter dik is. ‘De wind waait in de winter nu vaker dan vroeger uit het westen, van zee, met warmere lucht.’

    Maar dat is geen reden om de moed te verliezen, zegt Van Oldenborgh: ‘De kans op het juiste weer ligt momenteel elk jaar ergens tussen de vijf en tien procent. We moeten alleen wat meer geduld hebben dan vroeger.’

    Nu is de Elfstedentocht geen wedstrijd die je zomaar even zonder training schaatst. Profs doen er iets minder dan zeven uur over, de meeste amateurs ruim tien uur. De tocht is inspannender dan een marathon en wordt na aankondiging binnen drie à vier dagen verreden. Je moet er altijd klaar voor zijn. Het is al moeilijk om je voor te bereiden op de Olympische Spelen: dagelijks trainen voor een wedstrijd die maar eens in de vier jaar plaatsvindt. Hoeveel zwaarder moet het dan zijn om je decennialang in conditie te houden voor een wedstrijd waarvan je niet eens weet of en wanneer hij wordt gehouden?

    Maar bij de Nederlanders neemt met het jaar dat de Elfstedentocht niet doorgaat het verlangen, het fanatisme en – als een roulettespeler met een negatieve reeks – het optimisme toe.

    De gebroeders Mesu, 24 en 27 jaar oud, zeggen dingen als: “Elk jaar dat hij niet doorgaat, komt de Elfstedentocht een jaar dichterbij”

    Zoals bij Niels en Erwin Mesu, 24 en 27 jaar oud, die dingen zeggen als: ‘Elk jaar dat hij niet doorgaat, komt de Elfstedentocht een jaar dichterbij.’

    Ik ontmoet de twee in het beroemde Thialf, het grote ijsstadion in het Friese Heerenveen waar Olympische zeges en wereldtitels worden voorbereid. Aan de buitenkant lijkt het gebouw op een witte ufo, die hier tussen de sloten is geland.

    De broers, opgegroeid op een kaasboerderij, behoren tot de wereldtop op natuurijs en in Nederland tot een kleine kring van zo’n tien schaatsers die favoriet zouden zijn voor een zege in de Elfstedentocht. Elke winter nemen ze deel aan wedstrijden, van Zweden tot Oostenrijk.

    De broers Mesu hebben een lichaam dat gemaakt lijkt te zijn voor het schaatsen: een kromme rug, een haast anorectisch dunne torso en extreem gespierde benen. Erboven een open, kinderlijk gezicht met grote ogen. Ze steken hun blote voeten in de nauwsluitende schaatsen en persen zich in hun schaatspak van elastaan – zodra ze op het ijs staan oogt elke beweging moeiteloos, lijkt elke slag van een andere planeet. Met zes lange, krachtige slagen leggen de twee 150 meter af; met ruim 40 kilometer per uur suizen ze over de baan.

    Op het wedstrijdparcours buiten zouden ze langzamer gaan, maar niet heel veel. De tocht van 200 kilometer zouden ze met een gemiddelde van 30 kilometer per uur schaatsen. Je reinste waanzin als je bedenkt dat de wedstrijd om vijf uur ’s ochtends in het stikdonker begint, er scheuren in het ijs zitten en de schaatsers groepjes vormen waarin ze niet meer dan een armlengte afstand van elkaar houden.

    De elfstedentocht van 1997, die de auteur op de ouderwetse televisie van zijn oma zag.

    De twee broers trainen het hele jaar door vrijwel elke dag. Ze gaan niet naar feesten, zoals de studiegenoten van Niels aan een hogeschool in Leeuwarden, waar hij Dier- en Veehouderij studeert. Ze drinken ook geen alcohol, zelfs geen biertje op de vrijdagmiddagborrel, zoals de collega’s van Erwin bij het advies- en accountantskantoor waar hij halve dagen werkt.

    En ergens lijken ze er zeker van te zijn dat ze hun kans zullen krijgen. Dat in de niet al te verre toekomst de dag zal komen waarop ze kunnen laten zien dat ze harder, sterker en onvermoeibaarder zijn dan de rest van de naar schatting dertigduizend deelnemers, die allemaal lid moeten zijn van de Koninklijke Vereniging De Friesche Elf Steden. De vereniging die de wedstrijd organiseert laat namelijk alleen maar leden toe op het ijs, zodat het niet te druk wordt.

    Schaatsmuseum

    Wanneer ik in Hindeloopen arriveer, een stadje waar de schaatsers er ongeveer 80 kilometer zouden hebben opzitten, is het weer nog hoe het moet zijn. De zon schijnt, maar het is lekker koud, net onder het vriespunt. De weersvoorspelling belooft echter niet veel goeds: vanmiddag wordt het warmer. Plus vijf graden.

    Hindeloopen is een Friese idylle: vissersbootjes met zeilen, bakstenen huisjes achter de dijk en een supermarkt die zo klein is dat hij nog altijd de sfeer ademt van de buurtwinkel die hier ooit zat. In een van de huisjes midden in het stadje bevindt zich het Schaatsmuseum, dat alles verzamelt wat er zoal te verzamelen is over de Elfstedentocht. Zoals de zilveren kruisjes, die iedereen krijgt die de lijdensweg voor middernacht heeft voltooid. De neonkleurige pakken van de winnaars uit de jaren tachtig en negentig. En oude schaatsen: enkele waren al een eeuw geleden in gebruik bij boeren en op één paar heeft ooit een Nederlandse koningin over het ijs gezwierd.

    Om de paar jaar komt een oud-winnaar op bezoek, die een rondje langs de vitrines maakt en iets achterlaat voor de collectie in deze tempel. Het museum wordt beheerd door de 47-jarige Pieter Bootsma, een ongekunstelde, zelfs voor Friese begrippen weinig spraakzame man met dik roodblond haar. Praten hoeft Bootsma vandaag ook niet veel: op deze winterdag is er niemand gekomen, we zijn helemaal alleen. En dat vindt Bootsma voor dit moment niet erg: ‘Er wordt beweerd dat het een romantische dag zal worden wanneer de tocht eindelijk weer wordt gehouden, maar in werkelijkheid zal het een gekkenhuis worden. Iedereen wil erbij zijn, tienduizenden mensen zullen hiernaartoe komen om het mee te maken.’

    De grote angst is inderdaad niet dat er na twintig jaar niemand meer zal komen, maar dat er te veel mensen komen. Er liggen zelfs noodplannen klaar om de snelwegen naar Friesland af te sluiten en geen treinen meer te laten rijden naar de provincie wanneer er meer dan twee miljoen mensen op pad zouden gaan. ‘Dat wordt een hele mooie business,’ zegt Bootsma grijnzend.

    Honderd jaar Elfstedentocht.

    In Leeuwarden, de provinciehoofdstad, woont de 61-jarige Eddie Huitema, een heel gewone schaatsfanaat, zoals er in Nederland duizenden zijn. Ik ontmoet hem op de plek waar de tocht van start zou gaan: bij de ijshal van Leeuwarden. Over deze tamelijk kleurloze vierbaansweg zouden duizenden mannen en vrouwen, de schaatsen in de hand, in de duisternis van de vroege ochtend naar het ijs sprinten.

    Huitema is leraar, een lange, magere, haast tengere man met een zachte stem die doet denken aan die van een radiopresentator van een cultuurprogramma. Je ziet niet aan hem af hoe hard hij is. Hij was erbij in 1986 en 1997, heeft al vakanties afgezegd voor de Elfstedentocht en heeft die in jaren dat het ijs eigenlijk te dun was op eigen houtje met vrienden geschaatst.

    De Elfstedentocht, zegt hij, is een verraderlijke wedstrijd. Van de elf steden die je moet passeren, liggen de eerste vijf dicht bij elkaar. ‘Vaak heb je aan het begin de wind in de rug. Veel deelnemers denken dan dat ze er al bijna zijn.’ Maar dan moet het zwaarste deel nog komen: een meer dan vijftig kilometer lang traject waar de wind van voren blaast en het landschap meedogenloos vlak is, ‘als een ijswoestijn’. Bovendien is het ijs op dat deel vaak bijzonder slecht, omdat het in de smalle wateren is opgedrukt tot bergjes. ‘Tweehonderd kilometer schaatsen doet pijn,’ zegt hij, ‘maar niet meedoen doet nog meer pijn.’

    Twee jaar geleden kreeg Huitema een hartinfarct. Zijn vrouw heeft hem verboden ook nog maar te peinzen over meedoen, maar evengoed lijkt hij te overwegen of het dat niet waard zou zijn: zijn leven te riskeren voor de meest grandioze wedstrijd ter wereld. Nog één keer langs de mensenmassa’s te glijden die met een borrel of glühwein in de hand schreeuwen, zingen en dansen op de muziek van blaaskapellen. Nog één keer in het middelpunt van deze tweehonderd kilometer lange Friese Mardi Gras te staan.

    In een buitenwijk van Leeuwarden, tegen de achtergrond van enkele eengezinshuizen die stuk voor stuk zo uit een catalogus van prefabwoningen lijken te komen, is naast de vaart een paal in het gras geslagen. Hier zou de eindsprint eindigen, hier zouden helden worden gemaakt.

    Ik stel mijn tocht wel uit, zoals elk jaar bijna 650.000 Friezen doen

    De vaart is op deze plek kaarsrecht, de volgende bocht ligt ergens achter de horizon. Een bleke ijslaag met luchtbelletjes bedekt het water. Zou het niet geweldig zijn om nu schaatsen aan te trekken en er gewoon vandoor te schaatsen, kilometer na kilometer?

    Ik laat een vuistgrote steen vallen om te controleren of het ijs stevig genoeg is. De steen kraakt er moeiteloos doorheen en verdwijnt in het donkere, troebele water. Ik stel mijn tocht wel uit, zoals elk jaar bijna 650.000 Friezen doen.

    Tot de komende winter, wanneer er weer drie maanden hoop zijn.

  • Timmermans

    Timmermans

    Een van onze best gelezen rubrieken is Lage Landen, met verhalen uit de buitenlandse pers over Nederland of Vlaanderen. Critici zullen dit wijten aan het Nederlandse calimerocomplex, maar in andere landen is het net zo. Blijkbaar vinden we het allemaal leuk om te weten wat ze over de grens van ‘ons’ vinden. Meestal gaat het in onze rubriek over innovatie of economie, want over Nederlandse politici wordt buiten 
verkiezingstijd zelden geschreven.

    Onlangs gebeurde dit bij uitzondering wel. Op de Brusselse website Politico verscheen een verhaal met de ronkende kop ‘De dovende ster van Frans Timmermans’. Auteur David 
M. Herszenhorn, voormalig verslaggever van The New York Times, zette de Nederlandse eurocommissaris neer als een politieke has-been en klusjesman van EU-voorzitter Juncker. Uiteraard werd het stuk met gejuich onthaald op weblog GeenStijl en onder de vele Timmermans-haters op Twitter. Maar wie het verhaal aandachtig leest, ziet dat het niet zozeer een afrekening is met Timmermans, als wel een verhaal over opgeklopte verwachtingen en Brusselse machtspolitiek.

    In anderhalve bladzijde schetst Kuper zo een treffend beeld van de banlieue en al het ongebruikte potentieel dat zich daar bevindt

    In dit soort goed geïnformeerde achtergrondstukken blinkt het in 2007 in de VS opgerichte Politico uit. De Brusselse tak ging in 2015 van start en gooide sindsdien heel wat stenen 
in het wat traag stromende water van de EU-verslaggeving. Waarmee nog eens werd aangetoond dat weinigen kunnen tippen aan het journalistieke vakmanschap van de Angelsaksische pers.

    Dat laatste blijkt ook uit de stukken van Simon Kuper. Deze deels in Nederland opgegroeide journalist schrijft al jaren juweeltjes van columns over sport en andere onderwerpen 
in de Financial Times. Kuper schrijft kraakhelder en goed gedocumenteerd, en kijkt net als Joris Luyendijk met een antropologische blik. In dit nummer vindt u een stuk van zijn hand over de vraag waarom er zoveel goede voetballers uit de regio Parijs komen. Talent wordt beter gescout, legt Kuper uit, ouders ruiken kansen en de overheid doet veel met sportveldjes. In anderhalve bladzijde schetst Kuper zo een treffend beeld van de banlieue en al het ongebruikte potentieel dat zich daar bevindt.

    Sociaaldemocraat en voetbalfan Timmermans zal het ongetwijfeld met plezier lezen.

    Auteur: Han Ceelen
    ceelen@360international.nl

    Beeld: Balthus, Thérèse droomt.

  • Vrijspraak Seselj is schandalig

    Vrijspraak Seselj is schandalig

    De verrassende vrijspraak van de Servische ultranationalist Vojislav Seselj door het Joegoslaviëtribunaal in Den Haag is slecht nieuws voor Servië én Europa, schrijft het tijdschrift Vreme.

    Na een proces van dertien jaar en een maand heeft het Joegoslaviëtribunaal vorige maand Vojislav Seselj vrijgesproken van negen aanklachten, waaronder misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden in Kroatië, Vojvodina en Bosnië en 
Herzegovina. Dat is de schandalige uit-
komst van een schandalig proces. Schokkender nog waren de overwegingen
voor het vonnis die werden uitgesproken door rechter Jean-Claude Antonetti, de voorzitter van het tribunaal, die in de loop van dit marathonproces niet alleen begrip voor de verdachte heeft getoond, maar ook een soort bewondering.

    Tijdens het voorlezen van het vonnis ontstond de indruk dat rechter Antonetti de ideologie van Seselj was gaan omarmen: op een gegeven moment sprak hij over Serviërs met een 
orthodoxe, katholieke en islamitische geloofsovertuiging (de termen die door Seselj werden gebruikt om de Kroaten en de Bosniërs aan te duiden). Volgens de argumentatie van Antonetti zijn de vrijwilligers van de Servische Radicale Partij niet naar Kroatië en Bosnië en Herzegovina getrokken om te strijden, maar om het Servische volk te verdedigen: de zuivering in Hrtkovci had tot doel ‘woningen voor Servische vluchtelingen vrij te maken’, en het verdrijven van de inwoners uit de moslimdorpen in de omgeving van Zvornik werd 
geïnterpreteerd als een ‘humanitaire verplaatsing van de bevolking naar een gebied dat verder van de oorlogshandelingen gelegen was’. Hoe het ook zij, Seselj is momenteel een ‘vrij man’, zoals Antonetti heeft onderstreept, 
en dat zal hij blijven tot het hoger beroep.

    Rechter Jean-Claude Antonetti toonde een soort bewondering voor de verdachte

    Het proces ging al mis op de eerste dag, toen de veiligheidsdienst van het tribunaal Seselj bij een verkeerde gate van de luchthaven van Amsterdam opwachtte en hem een uur lang in zijn eentje liet ronddwalen voordat men hem vond. Vervolgens ging de verdachte in hongerstaking, wat hem belangrijke concessies opleverde. Daarna slaagde hij erin een van zijn rechters (Frederik Harhoff) te wraken en andere aan de zaak te laten onttrekken. Niets was te gek in de gehoorzaal van het tribunaal: beledigingen van het Hof, het min of meer expliciet intimideren van getuigen en heel wat andere zaken die ertoe hadden moeten leiden dat het Hof het proces annuleerde en van voren af aan begon.

    Kroatische vredesactivisten protesteren in Zagreb tegen de vrijspraak van Seselj.  – © Xinhua / Miso Lisanin / HH
    Kroatische vredesactivisten protesteren in Zagreb tegen de vrijspraak van Seselj. – © Xinhua / Miso Lisanin / HH

    Voorbode van chaos

    En toch is Seselj voorlopig vrij en excelleert hij momenteel in Servië in de kunst van het provoceren, beledigen en intimideren. Het zou geen verbazing wekken als hij binnenkort wordt herkozen in het Servische parlement, 
waar hij met een pistool zal zwaaien en kabels uit microfoons zal trekken, zoals hij in het verleden heeft gedaan. In de tijd van Slobodan Milosevic was hij erg nuttig voor het regime: internationaal genoot hij legitimiteit als een gematigder politicus dan Milosevic (die naast hem ook iets respectabels kreeg) en in Servië ging hij de democratische oppositie en de onafhankelijke media te lijf. Of Seselj tot levenslang zou zijn veroordeeld of tot een werkstraf van drie maanden maakt weinig uit. Met zijn leverkanker zou hij toch niet naar de gevangenis zijn teruggekeerd. Maar 
de kans bestaat dat hij binnenkort 
deel zal uitmaken van een Servische delegatie die een officieel bezoek brengt aan het Europees Parlement, waarvan hij binnen enkele jaren lid zal kunnen worden als Servië toetreedt tot de EU.

    Europa begint te lijken op Joegoslavië aan de vooravond van zijn ontbinding

    Het is niet moeilijk zich Seselj voor te stellen in het gezelschap van Marine Le Pen, Geert Wilders of Nigel Farage, van de Griekse afgevaardigden van Gouden Dageraad, van de Hongaren van Jobbik of de Bulgaren van Ataka. Toen Vojislav Kostunica vijftien jaar geleden Slobodan Milosevic verving, beloofde hij van Servië een ‘normaal 
en saai land’ te zullen maken. Velen van ons hoopten daarop. Wat men ook van het Joegoslaviëtribunaal mag vinden, het heeft Milosevic en Seselj van het Servische politieke toneel verdreven, wat het herstel heeft bevorderd van een land dat was uitgeput door dictatuur, sancties en oorlog.

    Naïef als we waren, geloofden we dat Servië vijf jaar later, of in het ergste geval tien, zou toetreden tot de EU en dat er op het politieke toneel geen plaats meer zou zijn voor tirannen en demagogen. Het omgekeerde is het geval. Het is niet Servië dat op Europa begint te lijken, maar Europa en een groot deel van de westerse wereld die op Joegoslavië beginnen te lijken aan de vooravond van zijn ontbinding. In deze context is Seselj geen dinosaurus die bezig is uit te sterven, zoals men ons wilde doen geloven, maar een voorbode van de chaos die komen gaat.

    Auteur: Dejan Anastasijevic
    Vertaler: Peter Bergsma

    Vreme
    Servië | weekblad | oplage 25.000

    ‘De Tijd’ staat bekend om goed gedocumenteerde stukken van onafhankelijke commentatoren die de politiek kritisch volgen.

    Vojislav Seselj verbrandt een Amerikaanse vlag bij de herdenking van het NAVO-bombardement op Belgrado. –  © Hollandse Hoogte
    Vojislav Seselj verbrandt een Amerikaanse vlag bij de herdenking van het NAVO-bombardement op Belgrado. – © Hollandse Hoogte

    CONTEXT: Olie op het vuur

    Ook in de Kroatische media wordt woedend gereageerd op de beslissing van het Joegoslaviëtribunaal.

    Een golf van revisionisme en nationalisme heeft alle Balkanstaten overspoeld, maar ook het Joegoslaviëtribunaal in Den Haag is erdoor getroffen. De uitspraak van de Franse rechter Jean-Claude Antonetti, gedaan aan het eind van het proces tegen Vojislav Seselj, de leider van de Servische Radicale Partij, is in volstrekte tegenspraak met de conclusies die het tribunaal het afgelopen tweeënhalve decennium op basis van feiten heeft getrokken.

    Het tribunaal is ingesteld om de waarheidsvinding inzake de oorlogen in ex-Joegoslavië te faciliteren. Door het individualiseren van de schuldvraag had het een cruciale rol moeten spelen bij het herstel van het vertrouwen en de verzoening tussen de volkeren. Maar de vrijspraak voor Seselj gooit olie op het vuur dat brandend wordt gehouden door extremisten van allerlei slag. Met andere woorden, het tribunaal heeft zijn wezenlijke opdracht verraden.

    Ook al druist ze in tegen de belangen van Kroatië, de stijgende populariteit van de radicalen van Seselj stemt de Kroatische nationalisten euforisch

    Met de uitspraak van Antonetti wordt het rad van de geschiedenis een slag teruggedraaid en komt het uiteenvallen van ex-Joegoslavië in een nieuw licht te staan. Het is alarmerend dat de Kroatische en Bosnische afscheidingsbewegingen daarvoor de eerstverantwoordelijken zijn. In de ogen van Antonetti was de vestiging van autonome regio’s in Servië, Kroatië en Bosnië en Herzegovina alleen maar een reactie op de Kroatische en Bosnische afscheidingsdrang, waarmee het plan van een Groot-Servië, waarvoor Seselj zich beijverde, werd gelegitimeerd.

    De legitimering van het criminele plan van een Groot-Servië krijgt zo een politieke lading: het geeft de Serviërs het recht om de hereniging te eisen van alle regio’s waar ze hebben gewoond, binnen een staat die zowel een deel van Kroatië als van Bosnië en Herzegovina omvat. Deze foutieve voorstelling van de geschiedenis maakt de chaos in de westelijke Balkan alleen maar groter, met alle risico’s van destabilisering van dien. Ze geeft zuurstof aan de nationalisten en een excuus om zich verder te mobiliseren. Daarmee heeft Seselj onverwachte politieke steun gekregen, die er weleens voor zou kunnen zorgen dat de Servische Radicale Partij (SRS) een goed resultaat behaalt bij de komende parlementsverkiezingen op 24 april. De SRS zou opnieuw in het parlement kunnen komen als een van de vier grootste partijen [de SRS behaalde 8 procent van de stemmen].

    Dit is vooral een bedreiging voor de pro-Europese krachten in Servië. Ook al druist ze in tegen de belangen van Kroatië, de stijgende populariteit van de radicalen van Seselj stemt de Kroatische nationalisten euforisch. Ze kunnen hun pijlen opnieuw op het Haagse tribunaal richten, met als argument dat het de agressie tegen Kroatië rechtvaardigt, al heeft datzelfde tribunaal onlangs ook Kroatische generaals vrijgesproken. De Kroatische nationalisten zullen gewoontegetrouw hun woede op Belgrado richten en daarmee echte bondgenoten worden van Seselj, die ervan droomt de Servische premier, president Tomislav Nikolic en vicepresident Aleksandar Vucic ten val te brengen, die groot zijn geworden onder zijn vleugels voordat ze hem de rug toekeerden.

  • Zijn wooncontainers echt de toekomst?

    Zijn wooncontainers echt de toekomst?

    Een verslaggever van The Guardian bracht een bezoek aan de Amsterdamse Wenckehof, het grootste containerdorp ter wereld. ‘Hoe is het nou om in zo’n ding te wonen?’

    Van Londen tot Amsterdam en Mumbai worden scheepscontainers geroemd als een goedkope en gemakkelijke manier om prefabwoningen te realiseren. Maar hoe is het om erin te wonen, en kunnen ze de pop-upstatus overstijgen en een permanente oplossing worden?

    Het is even wennen om in een stalen doos te wonen. In eerste instantie leek het Timothy Ader helemaal niets om in de Wenckehof, een studentendorp van duizend hergebruikte scheepscontainers in Amsterdam, te wonen. Maar drie jaar later heeft hij geen spijt van zijn verhuizing.

    ‘Mijn eerste indruk van de containers was: daar zou ik niet intrekken,’ vertelt de 24-jarige. ‘Maar ik kwam regelmatig bij een vriend die hier woonde en begon het leuk te vinden. Toen ben ik zelf hierheen verhuisd. Ik zit hier heel comfortabel in m’n container en ik heb een hoop ruimte voor mezelf. Ik zou op dit moment nergens anders willen wonen.’

    ‘Ik zou hier niet met m’n vriendin willen samenwonen, daar is de container een beetje te klein voor’
    ‘Ik zou hier niet met m’n vriendin willen samenwonen, daar is de container een beetje te klein voor’

    De Wenckehof, die in 2006 gereedkwam, is nog steeds het grootste bouwproject van dit type ter wereld. Ooit bedoeld als tijdelijk huisvestingsexperiment, bleek het zo populair dat de gemeente Amsterdam het in 2011 een permanente status gaf. Het succes heeft de belangstelling van architecten en woningcorporaties gewekt, die op zoek zijn naar goedkope oplossingen voor de woningnood in steden over de hele wereld.

    In Berlijn zijn hergebruikte scheepscontainers ingezet voor studentenhuisvesting en onlangs ook om asielzoekers van onderdak te voorzien. In Londen is Forest YMCA begonnen jonge werkende mensen die de hoge huren niet kunnen opbrengen en het gevaar lopen dakloos te worden, onder te brengen in containers in Walthamstow, hoewel de bewoners daar maximaal maar een jaar mogen wonen.

    Voorstanders van scheepscontainerwoningen zeggen dat het door de bouwsnelheid, kostenbesparingen op materiaal en de mogelijkheid de units elders opnieuw te gebruiken een serieuze optie is voor stedelijke woningbouw.

    Gezellig

    Dus hoe is het om echt in zo’n ding te wonen? Volgens Ader is zijn Amsterdamse container gezellig: elke container heeft een woonruimte, badkamer en balkon. In de winter wordt hij warm gehouden met geïsoleerde wandplaten en radiators. Privacy was nooit een probleem. Sterker nog, Ader vond het te stil. Hij heeft meegewerkt aan de organisatie van blokfeesten en eet-met-je-burenevenementen om de Wenckebachweg wat levendiger te maken.

    Het is ook goedkoop. Huurders betalen hier 450 euro per maand en komen ook nog in aanmerking voor een huursubsidie van 140 euro per maand. Dat is veel minder dan de 600 euro die studenten volgens Ader elke maand moeten betalen voor een kamer in het centrum van Amsterdam.

    ‘Er zijn niet veel nadelen,’ vindt Ader. ‘Ik zou hier niet met m’n vriendin willen samenwonen, daar is de container een beetje te klein voor. Ik denk dat dit soort woningen het best werkt voor alleenstaanden die iets goedkopers nodig hebben.’


    De architect van de Wenckehof is Quinten de Gooijer. Zijn bedrijf Tempohousing heeft ook containerwijken met meerdere verdiepingen gebouwd voor het Amsterdamse Leger des Heils en een ‘werkhotel’ voor Poolse arbeidsmigranten in de stad. De Gooijer geeft toe dat zijn klanten tot nog toe op zoek waren naar iets voor de korte termijn. ‘Onze klantenbasis wil eenvoudige basishuisvesting,’ zegt hij. ‘Omdat het een rendabele oplossing is.’

    ‘Je kunt er allerlei bekleding en daken op doen, maar dat kost allemaal extra,’ zegt hij verder. ‘We moeten nog van het idee af dat een stalen doos geen goede leefplek is. Mensen denken dat bakstenen en cement het eeuwige leven hebben, maar dat is niet zo. Langzaam maar zeker is de mentaliteit aan het veranderen. Ik denk dat we in de toekomst veel meer woningbouwprojecten met containers gaan krijgen.’

    De kostenbesparingen verdwijnt zodra je gaat stoeien met de basisstructuur van containers, ze aan elkaar probeert te koppelen of kunstzinnig te stapelen

    Architecten dromen al over grote projecten. Of liever gezegd, hoge projecten. CRG Architects heeft een voorstel bekendgemaakt waarbij armoedige woningen in ontwikkelingslanden worden vervangen door ‘containerwolkenkrabbers’: enorme torens van vrolijk gekleurde containers die zo zijn gestapeld dat de torens cilindrisch lijken. Weer een ander ontwerp voor hoogbouw containertorens heeft tot doel de druk op de sloppenwijk Dharavi in Mumbai te verlichten.

    Niet iedereen is ervan overtuigd dat hoog op elkaar gestapelde containers de massahuisvesting van de toekomst zijn. Mark Hogan, hoofdarchitect bij OpenScope in San Francisco, vindt dat het grote onzin is om scheepscontainers voor huisvesting te gebruiken. Voornamelijk omdat de kostenbesparingen verdwijnen zodra je gaat stoeien met de basisstructuur van containers, ze aan elkaar probeert te koppelen of kunstzinnig te stapelen. De Gooijer van Tempohousing geeft toe dat het veel goedkoper is de eenheden keurig op elkaar te stapelen. ‘Als je ze als Lego behandelt, moet je dure substructuren toevoegen om stabiliteit te creëren,’ zegt hij.

    Auteur:Adam Forrest
    Vertaler: Martinette Susijn

    Beeld bovenaan: De binnenplaats van de Wenckehof in Amsterdam. – © www.tempohousing.com

    The Guardian
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 332.000

    Onafhankelijke kwaliteitskrant van linkse signatuur. Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde columnisten en journalisten. Altijd zeer kritisch ten opzichte van de overheid en andere instituten.

  • Over politiek met hand en vuist

    Over politiek met hand en vuist

    In Oekraïne wordt reikhalzend uitgekeken naar het Nederlandse referendum op 6 april. Kwaliteitskrant Den skypete met de Oekraïense ambassadeur in Den Haag, Oleksandr Horin, om de stemming te peilen.

    Een van de grootste uitdagingen op het gebied van buitenlandse politiek voor Oekraïne dit jaar is het Nederlandse referendum over het Associatieverdrag tussen ons land en de EU dat op 6 april zal worden gehouden. Als enige land in de Europese gemeenschap besloot Nederland, na de ratificatie van het verdrag door beide parlementen, alsnog een volksraadpleging te houden over de relevantie van dit internationale document.

    Bijna 448 duizend Nederlanders spraken zich uit voor het referendum, en op dit moment is nog altijd een meerderheid van de bevolking tegen het verdrag. Met het oog op het referendum publiceerde de Nederlandse regering op 19 februari een strategie over het Associatieverdrag tussen Oekraïne en de EU. Dagblad Den [Dag] voerde via Skype een gesprek over het document met de Oekraïense ambassadeur in Nederland, Oleksandr Horin.

    In het document worden ministers opgeroepen de Nederlandse kiezers te vertellen dat het Verdrag voordelig is voor de handel en voor ‘de gewone Oekraïner’. Ze moeten duidelijk maken dat het referendum niet gaat over het conflict met Rusland en Poetin, en dat de stembusgang niet bedoeld is om ongenoegen te uiten over de EU. Wat vindt u daarvan?

    Dit is een reactie op de tegenstanders van het verdrag, die stellen dat ratificatie en implementatie zullen leiden tot een conflict met Rusland. Welnu, dat willen de Nederlanders absoluut niet. Ze vinden dat er met Rusland onderhandeld moet worden om een oplossing te vinden voor de problemen. Daarbij neemt de Nederlandse overheid al een behoorlijk harde positie in ten opzichte van Rusland. Zij heeft meermaals herhaald dat het land de territoriale integriteit van Oekraïne moet respecteren. Ook is Nederland bereid op Europees niveau de sancties tegen Rusland te versterken als Rusland het verdrag van Minsk niet nakomt en zijn gedrag niet verandert.

    We moeten de Nederlanders laten zien dat Oekraïne voor Europa geen last is, maar een kans

    En wat is de motivatie van de drie partijen die het initiatief hebben genomen tot dit referendum dat The Economist ‘vreemd’ noemde en dat volgens de voorzitter van de Europese Commissie, Jean-Claude Juncker, bij een tegenstem kan leiden tot een ‘continentale crisis’?

    Ten eerste is Nederland een van de landen met een groot aantal eurosceptici. Nederlanders zijn historisch gezien zelfvoorzienend en daarnaast behoorlijk succesvol in hun zoektocht naar medestanders om de verschillende uitdagingen uit noord, west en oost het hoofd te bieden. Daaruit volgt dat zij een principieel eigen aanpak hebben, die niet altijd overeenkomt met de zienswijze van de andere EU-leiders.

    Aan de ene kant erkennen ze volmondig het belang van de Europese Unie als een project voor de Europese eenwording. Aan de andere kant staan zij extreem negatief tegenover enkele uitwassen van de EU, zoals de bureaucratie. De meerderheid van de Nederlanders is dan ook tegen de Europese bureaucratie, en ook de uitbreiding van de EU wordt gezien als een bureaucratische daad van een unie die simpelweg steeds meer landen wil opnemen teneinde steeds machtiger te worden. Volgens de Nederlanders leidt dit ertoe dat iedere nieuwe regering een stuk van de taart opeist en zo een last vormt voor de overige lidstaten. En daarmee weigeren de Nederlanders akkoord te gaan.

    Comité GeenPeil, bang voor uitbreidingsdrift van de EU, verzamelde e benodigde 300.000 handtekeningen voor het referendum. – © Peter Hilz / HH
    Comité GeenPeil, bang voor uitbreidingsdrift van de EU, verzamelde e benodigde 300.000 handtekeningen voor het referendum. – © Peter Hilz / HH

    Interessant in dit verband is het feit dat de eerste vicepresident van de Europese Commissie en de Europese Commissaris voor regulering, rule of law en fundamentele rechten, de Nederlander Frans Timmermans is. Op deze manier proberen Nederlanders toch invloed uit te oefenen binnen de EU.

    Dit referendum is voor Nederlanders dus grotendeels een middel om hun relatie met de EU uit te drukken. Nederlanders vertelden mij: dit referendum is niet tegen jullie gericht, maar tegen de Europese Unie. Neem het niet persoonlijk, het associatieverdrag met Oekraïne was gewoon de eerste kwestie om een referendum over te houden.

    Natuurlijk, als we helemaal eerlijk zijn was de eerste kwestie de associatieovereenkomst met Georgië, de tweede met Moldavië en kwam Oekraïne pas als derde. Maar om de een of andere reden kozen ze Oekraïne. Dat betekent dat er nog andere factoren zijn die verklaren waarom nu juist het Oekraïense verdrag tot onderwerp van dit referendum is gemaakt. Veel mensen zeggen het openlijk: er is een sterke invloed van onze [Russische] buren.

    ‘De argumenten van Geenstijl zijn voor 99 procent Russische argumenten’

    Hoe komt dit tot uiting?

    Website GeenStijl en de andere partijen die tegen de associatie zijn, herhalen voor 99 procent Russische argumenten. Ze hebben het over de mogelijkheid van een confrontatie, over de interne breuklijn die in Oekraïne zou bestaan tussen het oosten en het westen, over de onmogelijkheid van corruptiebestrijding. Het zijn allemaal argumenten die de samenleving in zijn geslingerd door hen die wij zo naïef onze broeders noemden, en die op dit moment onze ergste vijanden zijn geworden.


    Hoe wordt in Nederland gekeken naar de oorlog in Oost-Oekraïne?

    De Russisch-Oekraïense oorlog wordt in de Nederlandse pers niet zo behandeld als wij zouden willen. De Nederlandse media zijn meer gericht op de eigen binnenlandse problemen, die er genoeg zijn. En aan de andere kant willen de Nederlanders niet het conflict ingezogen worden. Over het algemeen is hun positie als volgt: wij drijven handel, en op een gegeven moment zal dit alles ten einde zijn en kunnen wij onze handel voortzetten.

    Wel is het zo dat iedereen in Nederland begrijpt dat Russische annexatie van de Krim een onwettige daad was. Den Haag positioneert zich als hoofdstad van het internationale recht, en als de Russische Doema afspraken niet nakomt, valt dat hier slecht. Op alle leugenachtige stemmen die zeggen dat Rusland het internationale recht niet heeft geschonden, wordt met sarcasme, of in ieder geval met ironie gereageerd.

    U zei dat de media deze onderwerpen mijden, maar zijn er in Nederland dan geen filosofen en publicisten die Oekraïne steunen? Mensen als Robert van Voren, die een artikel schreef onder de titel: ‘Ik schaam mij voor de Nederlanders en hun houding ten opzichte van Oekraïne’?

    Mensen als Van Voren, die zich publiekelijk en openlijk uitlaten, zijn er niet zo veel. Maar er zijn heel wat mensen die ons steunen, alleen al afgaand op de brieven die wij op de ambassade ontvangen. De ambassade ontving zelfs verzoeken om te mogen dienen in het Oekraïense leger of de luchtmacht. We krijgen ansichtkaarten van mensen die hun sympathie voor het Oekraïense volk betuigen of medeleven tonen met de moeilijke situatie waarin wij ons bevinden, en van mensen die zeggen dat ze voor het verdrag zullen stemmen.

    Daarbij moet ik opmerken dat ondanks alle pogingen van onze grote buur om ons land te compromitteren tijdens de ramp met de MH17, het niet gelukt is om Oekraïne werkelijk in een kwaad daglicht te stellen.

    Enkele Nederlandse politici probeerden politieke munt te slaan uit de ramp met de MH17, maar na de publicatie van het technische rapport – op dit moment wachten we op de resultaten van het juridische onderzoek – zijn dergelijke pogingen op niks uitgelopen. Op dit moment wordt het bewijsmateriaal zorgvuldig onderzocht. De Nederlanders zullen het presenteren op het moment dat zij daar klaar voor zijn, maar nu al kan worden gesteld dat de resultaten voor Rusland zeer verontrustend zullen uitpakken.

    Ik denk dat Nederland nog een half jaar nodig heeft voor de voltooiing van het rapport. Wij moeten proberen te voorkomen dat er straks weer twijfel gezaaid wordt over de bevindingen.

    Oleksandr Horin.
    Oleksandr Horin.

    We weten dat Rusland de oprichting van een MH17-tribunaal heeft tegengehouden in de VN- Veiligheidsraad. Hoe kijken Nederlanders aan tegen de oprichting van een dergelijk tribunaal?

    De Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, Bert Koenders, zei dat de optie via de Veiligheidsraad is afgevallen vanwege de Russische positie. Daarom blijven nu twee opties open. De eerste is de oprichting van een tribunaal door één staat, bijvoorbeeld Nederland of Maleisië, dat ook slachtoffers aan boord van het vliegtuig had. De tweede is de oprichting van een tribunaal door meerdere landen.

    Overheden stellen volgens u geen middelen ter beschikking voor het referendum. Maar de BBC stelde onlangs dat er bijna 50 duizend euro Nederlands belastinggeld gaat naar een bedrijf dat toiletpapier zal verspreiden tegen de ratificering van het Associatieverdrag tussen Oekraïne en EU.

    Ja, dat klopt. Maar daarbij gaat het niet om overheidsdeelname in een campagne. De referendumwet voorziet in subsidies om campagnes te voeren met een voor-, tegen- en zelfs met neutraal standpunt. De gedachte is dat kiezers zich zo kunnen informeren over het onderwerp om tot een juiste keuze te komen.

    Je kunt je wel afvragen hoe relevant het is om een wet ter discussie te stellen die gaat over de ratificatie van een internationaal verdrag. Dat is hetzelfde als de bevolking vragen om zich uit te spreken over de vraag of iemand schuldig is aan een misdaad. De belangrijkste campagnes die op dit moment door Nederlandse organisaties worden gevoerd (en daarbij hebben zich Oekraïense maatschappelijke organisaties aangesloten), zijn erop gericht om burgers de mogelijkheid te geven hun keuze tenminste een heel klein beetje te motiveren, zodat zij ten minste begrijpen waar het over gaat. De praktijk laat zien dat veel mensen in eerste instantie tegen het verdrag zijn, maar dat ze hun standpunt veranderen als hen duidelijk wordt waar het precies over gaat. Dat geeft reden tot optimisme, aangezien het uiteindelijk gaat om de vraag wie werkelijk baat heeft bij het verdrag.

    ‘Het moet de pragmatische Hollanders duidelijk gemaakt worden dat zij als enige zullen verliezen’

    Een Belgische expert op het gebied van Europees recht publiceerde een goed artikel over de mogelijke gevolgen van een nee-stem. Volgens hem is er in dat geval maar één verliezer, namelijk Nederland. Alle anderen landen zullen juist gebruikmaken van de positieve elementen van het verdrag. Met andere woorden: het moet de pragmatische Hollanders duidelijk gemaakt worden dat zij als enige zullen verliezen. De ambassade kan niet deelnemen aan campagnes in de aanloop naar het referendum. We kunnen slechts objectieve informatie geven over het verdrag, maar mensen oproepen het te steunen dat mogen wij niet. De Weense Conventie van 1961 verbiedt ons dit.

    Oekraïense activisten in Nederland.  – © STR / NurPhoto
    Oekraïense activisten in Nederland. – © STR / NurPhoto

    Onze minister van Buitenlandse Zaken, Pavlo Klimkin, zei dat het Nederlandse referendum een van de grootste uitdagingen vormt voor Oekraïne in dit jaar. Hij zei ook dat we, om een positieve uitslag voor ons land te bewerkstelligen, het echte Oekraïne moeten laten zien. Hoe ziet u de Oekraiense strategie in deze kwestie?

    Allereerst moeten we laten zien wat we hebben bereikt en wat Oekraïners voor mensen zijn. En we moeten laten zien wat er op het Maidan-plein is gebeurd [waar in 2013 de protesten begonnen die de val inluidden van president Viktor Janoekovitsj. De film Winter on Fire: Ukraine’s Fight for Freedom werd genomineerd voor een Oscar. Het idee is om de film aan zo veel mogelijk Nederlanders te tonen, omdat hij antwoord geeft op veel vragen die leven. Dat is een belangrijke zet die we moeten uitvoeren.

    Ten tweede is het belangrijk om Nederlanders te laten zien dat Oekraïne voor Europa geen last is, maar een kans. Wij maken veilige producten, hebben grote voorraden uranium, en dan heb ik het nog niet over onze vruchtbare aarde. Toen de Nederlandse minister van Landbouw in 2010 Oekraïne bezocht, kwam hij terug met de boodschap: alles wat je in deze aarde stopt, zal groeien.

    Precies dat is wat minister Klimkin bedoelde: we laten zien wat wij kunnen en overtuigen zo de Nederlanders ervan dat het verdrag ook voor hen nieuwe perspectieven creëert. Nederland is nu al de op een na grootste investeerder in Oekraïne, ná Cyprus. De handel tussen onze landen beslaat momenteel 1,5 miljard dollar.


    Hebt u gesproken met de leiders van de partijen die tegen het associatieverdrag zijn?

    De Nederlanders die het verdrag steunen, willen niet in discussie met mensen die al bij voorbaat tegen het verdrag zijn. Dat heeft weinig zin. Ze proberen liever mensen te overtuigen die nog geen beslissing hebben genomen.

    Als argument vóór het verdrag kunnen we een citaat van de Amsterdamse professor in de financiële geografie, Ewald Engelen, opvoeren die zei: ‘Burgers kunnen eenvoudig tegen het verdrag stemmen, maar de genialiteit van het referendum bestaat erin dat er geen enkele consequentie aan verbonden is: het verdrag zal hoe dan ook worden geratificeerd. Het is een zuiver politieke enquête: bent u voor of tegen de politieke kaste – dát is de vraag.’ Wat zegt u daarop?

    Als Nederland geen land was geweest met een ontwikkelde democratie, dan zou ik het daarmee eens zijn. Want het klopt: de regering zou gebruik kunnen maken van het feit dat de uitslag van het referendum niet de facto bindend is. Onder dergelijke omstandigheden zou de regering kunnen zeggen dat het ten uitvoer brengt wat in de wet over het raadgevend referendum staat, dat wil zeggen dat het de wil van het volk heeft gehoord. Rekening houdend met het feit dat het associatieverdrag al was getekend op het moment dat de referendumwet werd aangenomen, zou de regering kunnen zeggen: wij bedanken iedereen voor het uiten van zijn mening, wij achten het raadgevend referendum een zeer belangrijk democratisch instrument, maar in dit geval moeten wij de verplichtingen nakomen die we op ons hebben genomen en waar we niet zomaar vanaf kunnen stappen.

    ‘Oekraïne heeft een uitstekende reputatie op het gebied van het teruggeven van waardevolle spullen’

    Daarna – ook Nederlandse juristen beamen dit – zou de regering het proces kunnen afronden en de ratificatietekst naar Brussel sturen. Immers, de stemming over het verdrag heeft plaatsgevonden in beide parlementen, er is getekend door de koning en de tekst was zelfs al officieel gepubliceerd. Maar hiervoor is serieuze politieke wil nodig, want in maart volgend jaar zijn er verkiezingen. Als de regering het zo doet, dan zullen er zeker politieke partijen zijn die de zeggen dat de coalitiepartijen niet luisteren naar de wens van de bevolking en daarom geen recht hebben vertegenwoordigd te zijn in het parlement. De coalitiepartijen zullen stemmen verliezen.

    Maar leidt dat dan niet tot een continentale crisis?

    De Nederlanders waren heel ongelukkig met die uitspraak van Juncker. Zij beschouwen zichzelf als onafhankelijk en willen niet dat iemand de beslissing voor hen neemt en al helemaal niet, zoals enkelen het ervoeren, hen bedreigt.

    Een van uw interviews in de Oekraïense media droeg de titel ‘Het Nederlandse referendum is de laatste kans voor Rusland’. Vindt u dat werkelijk?

    Waarschijnlijk is het Ruslands laatste kans om een rem te zetten op onze beweging richting een normaal leven. In de loop van vele maanden hebben we onze Nederlandse collega’s ervan weten te overtuigen dat dit een geopolitiek probleem is, dat er onvoorziene problemen kunnen optreden bij ratificering. We hamerden op een zo snel mogelijke afhandeling van het proces. Idealiter was dat in mei 2015 geweest, toen in Riga de top plaatsvond van het Oostelijk Partnerschap. Maar het liep anders, ze stelden de ratificatie twee keer uit en uiteindelijk kwam het pas op 7 juli door de Eerste Kamer. En dat terwijl de Tweede Kamer al op 7 april had geratificeerd.

    Hebt u een Plan B in het geval dat het verdrag tijdens het referendum wordt weggestemd, of gelooft u dat er geen problemen zullen zijn bij de afronding van de ratificatie?

    In deze kwestie is een Plan B niet nodig, het verdrag zal sowieso in werking treden. En bovendien, 80 procent van het verdrag valt onder competentie van de EU. Dat betekent dat Nederland in geval van een tegenstem zelf de verliezer zal zijn. Uiteraard zal Oekraïne ook de mogelijkheid verliezen om wat dan ook te ontwikkelen met Nederland in het kader van de implementatie van het verdrag. Maar dat is geen ramp. Een andere kwestie, moet ik erkennen, is dat het politieke aspect van een tegenstem onze vijanden serieus in de kaart zal spelen. Zij zullen zeggen: ‘Zien jullie wel, Europa zit niet op jullie te wachten.’


    Hoe gaat het eigenlijk met de kwestie van de Nederlandse schilderijen?

    Die zal niet kunnen worden afgesloten voordat de schilderijen gevonden en teruggebracht zijn naar Nederland. Oekraïne, en dat herhaal ik in al mijn gesprekken, heeft een uitstekende reputatie op het gebied van het teruggeven van waardevolle spullen. In 2005 gaf Oekraïne eenzijdig de stukken uit de Koenigscollectie terug die in de Tweede Wereldoorlog vanuit Nederland waren meegenomen en deels in Oekraïne terug werden gevonden. Dat is in mijn ogen het meest overtuigende argument dat de schilderijen zullen worden teruggegeven zodra ze zijn gevonden.

    Auteur: Mykola Syruk
    Vertaler: Eva Cukier

    Den
    Oekraïne, dagblad, oplage 39.000
    ‘De Dag’ profileert zich als de nieuwe generatie binnen de Oekraïense pers: kritischer, moderner en professioneler.

  • New York ontdekt Marcel Broodthaers

    New York ontdekt Marcel Broodthaers

    Veertig jaar na zijn dood heeft de Belgische kunstenaar Marcel Broodthaers (1924-1976) eindelijk een grote tentoonstelling in 
New York. ‘Majestueus en duizelingwekkend’, oordeelt The New York Times.

    ‘Ik ben nergens goed in. En ik ben veertig.’ Dat schreef de Belgische dichter Marcel Broodthaers, die zichzelf tot 1964 ternauwernood als boekverkoper en fotojournalist in leven wist te houden (hij maakte veel foto’s van de Wereldtentoonstelling in Brussel van 1958), terwijl hij intussen vreemde korte films maakte en avantgardistische poëzie publiceerde.

    Het ontbrak hem in elk geval niet aan ambitie, zodat hij zich ten slotte afvroeg of hij eindelijk ‘iets zou kunnen verkopen om te slagen in het leven.’ Maar wat dan? Rond die tijd ‘kwam ik op het idee iets onoprechts te verkopen’. Dat onoprechte was kunst, en hij stortte zich er erbovenop.

    Om verschillende redenen lijkt Broodthaers’ werk in Amerika meer op zijn plek dan ooit

    Eureka. Hij had zijn eerste solotentoonstelling in het jaar waarin hij de hierboven aangehaalde woorden schreef; ze staan zelfs in de brochure bij die expositie. Een jaar of vier later verklaarde hij opnieuw van loopbaan te zullen veranderen, deze keer om directeur van een fictief museum te worden: een met zijn eigen werk. En nu is er dan het veel te late, maar majestueuze en duizelingwekkende Marcel Broodthaers: A Retrospective, een tentoonstelling die op 21 februari opende in het Museum of Modern Art en New York daarmee voor het eerst uitgebreid laat kennismaken met een van de invloedrijkste Europese dichter-kunstenaars van de twintigste eeuw.


    De poëtische helft van het dubbeltalent manifesteerde zich al vroeg. De in 1924 in Brussel geboren Broodthaers – uitgesproken als ‘Brotaars’, zoals hij zelf zei, mopperend op de overbodige letters in zijn naam – schreef zijn eerste werk als tiener. Nadat hij korte tijd actief was geweest in het Belgische verzet, sloot hij zich aan bij een groep naar revolutie hongerende surrealisten. Enkele van zijn eerste boeken maken deel uit van de tentoonstelling, waaronder (in Engelse vertaling) het prachtige Pense-Bête (Memory-Aid). Toen hij kunstenaar besloot te worden, overgoot hij vijftig onverkochte exemplaren van het boek met gips en noemde het resultaat een beeldhouwwerk.

    Er volgden nog veel meer van dergelijke objecten. Ze waren meestal gemaakt met een vaste set materialen, zoals poëzie draait om een reeks herhaalde beelden. Voor plastische sculpturen gebruikte hij steenkoolbrokken en mosselschelpen, omdat hij daar gemakkelijk aan kon komen en omdat ze aan België deden denken; op die manier spotte hij met het idee van kunst als nationalistisch propagandamiddel. Eierschalen waren al even gemakkelijk verkrijgbaar – hij haalde ze bij restaurants in de buurt – maar als metafoor veelzijdiger. Net als talen bevatten ze nieuw leven.

    Woorden

    Woorden – met de hand geschreven, gedrukt, gefotografeerd, geschilderd en gesproken – zijn overal in Broodthaers’ werk aanwezig. Voor hem waren het beelden, net als portretten, en versmelten ze op vanzelfsprekende wijze met de niet-verbale beelden van zijn films. De eerste daarvan, La Clef de l’horloge, Poème cinématographique en l’honneur de Kurt Schwitters uit 1956, is een hommage aan zijn grote voorganger, Schwitters, de dadaïstische dichter-kunstenaar die met René Magritte en Stéphane Mallarmé tot Broodthaers’ helden behoorde. De film combineert close-ups van Schwitters’ buitenaards aandoende assemblages met een opname van Broodthaers zelf, verwikkeld in een nonsensicale, maar bovenzinnelijke causerie met een zogenaamde geliefde.

    In een werk uit 1967 dat is gebaseerd op een fabel van La Fontaine hoopt taal zich stilletjes in lagen op doordat gefotografeerde woorden over elkaar heen op een scherm worden geprojecteerd. En in de film La pluie (projet pour un texte), uit 1969, verdwijnen de woorden voor onze ogen. We zien de kunstenaar in een tuin in een notitieboekje zitten schrijven. 
Plotseling stort er water naar beneden, dat hem doorweekt en zijn woorden wegspoelt. Maar de taal overwint. Ogenschijnlijk even onaangedaan als een van zijn andere helden, Buster Keaton, blijft Broodthaers doorschrijven.

    Marcel Broodthaers: Armoire blanche et table blanche. – © 2016 Estate of Marcel Broodthaers / Artists Rights Society (ARS), New York / SABAM, Brussels
    Marcel Broodthaers: Armoire blanche et table blanche. – © 2016 Estate of Marcel Broodthaers / Artists Rights Society (ARS), New York / SABAM, Brussels

    Rond de tijd waarin hij de film maakte, was hij druk bezig met zijn grootste project, het uit meerdere delen op meerdere locaties bestaande, telkens veranderende Musée d’Art Moderne, Département des Aigles, waar hij in 1968 aan begon en vier jaar aan zou werken. Een woekerend distillaat ervan is het meest opvallende werk op de tentoonstelling. In plaats van te proberen het te doorgronden, is de beste aanpak je er volledig aan over te geven.

    Broodthaers gaf door middel van installaties een indruk van een van de ‘galerijen’ van zijn museum. De zogeheten XIXde-eeuwse afdeling, in elkaar gezet in zijn studio, bestond voornamelijk uit ansichtkaarten van negentiende-eeuwse schilderijen die op een muur zijn geplakt of dia’s die op een scheepskist worden geprojecteerd. Latere secties waren gewijd aan zeventiende-eeuwse kunst (vooral Rubens), aan film en aan literatuur. De grootste ‘vleugel’, die waar het museum naar is genoemd, bestond geheel uit afbeeldingen van wel honderden arenden zoals die worden aangetroffen op neoklassieke schilderijen, legeruniformen, drankflessen en souvenirs. De selectie in het MoMA is even hilarisch als naargeestig: ze vormt een visueel essay dat niet alleen gaat over de manipulatie van een afbeelding, maar ook over musea als instrument van politieke macht en commerciële branding.


    Zowel in dit als in zijn overige werk doet Broodthaers moeite om de toon licht te houden, al zijn zijn ideeën dan misschien zwaar. (Hij heeft zijn maatschappelijk messianistische tijdgenoot Joseph Beuys weleens vergeleken met Richard Wagner en zichzelf met Jacques Offenbach.) Kritiek en subtiliteit verdragen elkaar moeilijk, wat misschien de reden is waarom hij het museum in 1972 ophief, zich terugtrok als directeur en terugkeerde in zijn 
rol – want zo beschouwde hij het – als kunstenaar.

    Zijn korte, vruchtbare loopbaan, die verschillende disciplines omvat, laat zich bijna niet dwingen in de mal van een standaard museaal overzicht

    Zijn nieuwe werk had ogenschijnlijk de stijl van de belle époque: het was een reeks installaties die hij geen kunst noemde, maar ‘décors’, waarmee hij een sfeer van luxueuze salons en filmsets evoceerde. Eén ervan, Un Jardin d’Hiver II, met zijn dertig potpalmen en prenten van tropische vogels, roept het eerste grote museale tijdperk van bourgeois Europa op en plaatst het pontificaal op een sokkel van Afrikaans kolonialisme.

    Een tweede ‘décor’, A Conquest uit 1975, vormt het schokkende slotakkoord van de tentoonstelling. Het bestaat uit twee delen. Het eerste, ‘de negentiende-eeuwse ruimte’, telt nog meer palmen, een paar oude kanonnen en een opgezette boa constrictor, gestrekt en rechtop, alsof hij op het punt staat toe te slaan. De kleinere ‘twintigste-eeuwse ruimte’ bevat een kleinburgerlijk 
tuinameublement te midden van een 
arsenaal aan handvuurwapens en geweren. Offenbach, zij het via Napoleon en de Unabomber.


    Om verschillende redenen lijkt Broodthaers’ werk in Amerika meer op zijn plaats dan ooit. Bezoek de tentoonstelling – samengesteld door curator tekeningen en prenten van het MoMA Christophe Cherix, assistent-curator Francesca Wilmott en directeur van het Madrileense Museo Nacional Centro de Arte Reina Sofia, Manuel J. Borja-Villel – en het is duidelijk dat zijn werk een voorloper is van dat van vele hedendaagse kunstenaars, onder wie Fia Backstrom, Andrea Bowers, Rachel Harrison, Karen Kilimnik en Haim Steinbach. Hoewel geen van hen eenzelfde hang naar verzet heeft als Broodthaers, die jong was in een tijd vol revoluties, hebben ze allemaal iets van zijn subversieve absurdisme.


    Broodthaers is alles behalve gemakkelijk. Zijn korte, vruchtbare loopbaan, die verschillende disciplines omvat, laat zich bijna niet dwingen in de mal van een standaard museaal overzicht. Daar zorgde hij wel voor. Doordat hij je kunst laat lezen en er tegelijkertijd naar laat kijken en luisteren, werpt hij incoherentie en onberekenbaarheid op als voorwaarden. (Eén manier om hem te doorgronden is hem in kleine doses tot je te nemen, wat mogelijk wordt gemaakt door naar de tentoonstelling te gaan die momenteel te zien is in de Michael Werner Gallery in Manhattan en die als thema de schrijfkunst in zijn werk belicht.)

    Ongetwijfeld doen Broodthaers’ persoonlijke en culturele verwijzingen – naar literatuur en de Oude Wereld – veel bezoekers gekunsteld en mysterieus aan. Doorgewinterde kunstliefhebbers die een hekel hebben aan conceptualisme en aan teksten moeten lezen om de bijbehorende kunst te begrijpen, zullen hem een beproeving vinden. Maar de reden waarom ze afhaken is precies die waarom deze kunstenaar de lieveling van academici is, een knoop van raadsels die moet worden ontward, weer verstrikt en opnieuw uitgehaald, zoals in de zwaarwichtige catalogus gebeurt.


    Marcel Broodthaers: Pense-Bête. – © 2016 Estate of Marcel Broodthaers / Artists Rights Society (ARS), New York / SABAM, Brussels
    Marcel Broodthaers: Pense-Bête. – © 2016 Estate of Marcel Broodthaers / Artists Rights Society (ARS), New York / SABAM, Brussels

    Een van Broodthaers’ laatste werken voor hij in 1976 op 58-jarige leeftijd aan een chronische leverziekte overleed, laat zich interpreteren als een plaats waar hij kon schuilen voor de complicaties ervan, en misschien wel voor de kunst. Het werk, met de titel La Salle Blanche, is een model op ware grootte van de studio in Brussel waar hij jarenlang poëzie had geschreven voor hij op het idee kwam kunst te gaan maken. In feite is het niet meer dan een grote, kale ruimte van beige hout, met losse woorden op de muren. Sommige zijn traditioneel poëtisch: schaduw, zon, bewolking. Andere zijn politiek: privilege, waarde, museum. Ze voeren ons terug naar Pense-Bête, het boek waar de tentoonstelling mee begint, en naar de gedichten die erin staan: kort, kristalhelder en werkelijk schitterend.

    Auteur: Holland Cotter
    Vertaler: Nico Groen

    Holland Cotter schrijft voor The New York Times over kunst. In 2009 won hij als criticus de Pulitzerprijs.

    The New York Times
    Verenigde Staten, dagblad, oplage 1.120.402
    De krant der kranten, met als motto ‘All the news that’s fit to print’. Won meer journalistieke prijzen dan enig ander medium.

  • Het ei 
van Brussel

    Het ei 
van Brussel

    De Europese Raad neemt dit jaar zijn intrek in een glazen huis. Alleen is het glas staalhard en zijn zelfs de gordijnen kogelwerend. 
Het gebouw kraakt onder de extreme veiligheidsmaatregelen.

    In de schemering kun je ’t het beste zien. Als je er dan voor staat – waarschijnlijk ingeklemd tussen de laatste bouwschuttingen en de auto’s die in het spitsuur door de Europese wijk van Brussel kruipen – denk je dat je droomt: daar voor jou zweeft een reusachtig ei. Alsof René Magritte zelf het achter de bijna vierkante glasfaçade heeft geschilderd, straalt het daar, van binnen belicht, via een web van houten kozijnen naar buiten, op het asfalt van de straat. Maar het is geen schildering en evenmin een zinsbegoocheling: het is het nieuwe gebouw van de Europese Raad.

    Bomvrij

    Die onwezenlijke indruk zal voor de meesten ook niet veranderen als de bouwvakkers binnenkort vertrekken, de kantoorruimtes in het aangrenzende oude gebouw zijn ingericht en na de zomer hier eindelijk in de conferentiezaal de eerste bijeenkomsten van de Raad worden gehouden. Want de nieuwe zetel van de Europese Raad is extreem beveiligd, ook al is de façade doorzichtig en hebben de houten kozijnen een 
filigraanpatroon. Alleen het glas suggereert toegankelijkheid. Maar de façade is in diverse lagen opgebouwd en 
daarmee even bomvrij als een betonnen muur. Ook een scherpschutter die iemand in dit gebouw zou willen raken, maakt geen kans. Het glas is onbreekbaar. De Belgische politie heeft het getest. Niettemin zijn er toch ook nog kogelwerende gordijnen opgehangen.

    Eerst de beide zwaar beveiligde torens van de Europese Centrale Bank in Frankfurt en nu het nieuwe gebouw van de Europese Raad in Brussel. Het is duidelijk: hier schermt men zich heel bewust af van buiten. Verkeerspalen omhoog, veiligheid voorop.

    Een te grote nabijheid tot de burger vergroot het risico op een aanslag en vormt het beste argument voor steeds extremere veiligheidsmaatregelen.

    ‘Het is het net als bij een ui’: vele lagen bieden samen veel bescherming

    ‘De veiligheidsnormen waaraan wij ons hier moet houden, komen overeen met die van bijvoorbeeld een vliegveld of een treinstation,’ zegt Philippe Samyn. Met zijn architectenteam wist hij in 2004 de opdracht voor het gebouw in de wacht te slepen. De Belgische architect, die bekendstaat vanwege zijn gave zakelijke bouwwerken met grote ingenieurskunst neer te zetten, zal met zijn vergelijking de veiligheidsvoorschriften voor het gebouw van de Europese Raad misschien wat overdrijven. Maar de tendens is duidelijk: angst manifesteert zich als een vaste grootheid in de architectuur. Dat blijkt uit elke nieuwe luchthaven.

    De Europese Raad wordt gevormd door de regeringsleiders van alle 28 lidstaten plus de voorzitter van de Europese Commissie, en is een van de belangrijkste gremia van de Europese Unie. Dat alleen al was reden genoeg om voor een centrale plek in de Europese wijk van Brussel te kiezen, en niet voor het noorden van de stad, waar de grote hoeveelheid ruimte voor een veilige afstand tot de omgeving zou hebben kunnen zorgen. Nu moet het gebouw zelf de functie van slotgracht overnemen.

    Voor projectarchitect Benedetto Clacagno ‘is het net als bij een ui’: vele lagen bieden samen veel bescherming. ‘Zo kan men diverse aanvallen heel goed weerstaan.’

    Het gebouw bestaat uit een uivormige constructie van twaalf verdiepingen en 54.000 m², omgeven door een glazen kubus. – © Philippe Samyn and Partners Architects & Engineers
    Het gebouw bestaat uit een uivormige constructie van twaalf verdiepingen en 54.000 m², omgeven door een glazen kubus. – © Philippe Samyn and Partners Architects & Engineers

    Dit systeem maakt het ook mogelijk om op de verdiepingen verschillende veiligheidsniveaus te activeren. 
Daardoor kunnen de regeringsleiders elkaar op een bepaalde etage ontmoeten zonder dat, zoals in het huidige raadsgebouw, het complete gebouw afgegrendeld dient te worden.

    Nadat in 2004 het besluit voor de destijds op 240 miljoen euro becijferde nieuwbouw genomen was, zijn er 
dertien lidstaten bijgekomen. Maar de uitbreiding van de Europese Unie is na de Griekse crisis gaan haperen. Het geloof in de Europese eenheid brokkelt af. ‘U kunt zich niet voorstellen wat een nachtmerries mij dat bezorgd heeft,’ schertst Samyn, maar hij is half serieus. De zevenenzestigjarige wilde ‘een vrolijk gebouw’ ontwerpen. Een gebouw ‘waar mensen van houden’. Vandaar dat de plafonds, de deuren en de tapijten zo veel kleur bevatten dat het lijkt of je sterretjes ziet, zulke grote oppervlakten van het conferentiegebouw nemen ze in beslag. Bovendien heeft Samyn ‘al het mogelijke gedaan om te voorkomen dat de strenge voorzorgsmaatregelen zichtbaar zijn’.


    Glazen vesting

    Er zijn veel details die de architect niet mag verklappen, zoals de plek in het gebouw waar het kantoor van de voorzitter van de Europese Raad zich bevindt, hoe dik het glas van de façade precies is, of waar de extra beveiligde ruimte voor noodgevallen is ingericht. Maar ook zonder deze details is duidelijk dat Philippe Samyn een glazen 
vesting heeft geschapen, waarin Europa zich kan verschansen

    Auteur: Laura Weißmüller
    Vertaler: Marten de Vries

    Beeld bovenaan: Vooraanzicht met op de voorgrond de Wetstraat. – © Philippe Samyn and Partners

    Süddeutsche Zeitung
    Duitsland | oplage 445.000
    Opgericht in 1945. De intellectuele, liberale krant van links Duitsland. Samen met de FAZ een van de belangrijkste dagbladen van het land. De SZ staat bekend om de drie-eenheid: tolerantie, onafhankelijkheid en waakzaamheid.

  • Ahmed Aboutaleb: een baken voor progressief Europa

    Ahmed Aboutaleb: een baken voor progressief Europa

    Wat progressieven in 
het vluchtelingendebat nodig hebben, is een 
sterk verhaal, zegt Financial Times-columnist Simon Kuper. Aboutaleb heeft dat.

    Laatst was ik in Leiden, het Nederlandse stadje waar ik opgroeide, om te luisteren 
naar een zeldzame politicus die een pro-vluchtelingenverhaal vertelde. Ahmed Aboutaleb kwam vanuit 
Marokko naar Nederland toen hij 15 was. Hij is nu de sociaaldemocratische burgemeester van Rotterdam en, 
volgens een peiling in maart, 
de populairste Nederlandse politicus.

    Aboutaleb liep de Pieterskerk in Leiden binnen omringd door uit de kluiten gewassen blonde beveiligers – een scène die in het vredige Nederland van mijn jeugd ondenkbaar zou zijn geweest.
 Hij begroette de deelnemers aan het symposium van de VeerStichting met de woorden: ‘Aardig van u dat u deze vluchteling vandaag onderdak wilt 
verlenen.’

    Ik was nieuwsgierig naar wat Aboutaleb te vertellen had, want zijn geluid is bijna uniek in het Europa van nu. De vluchtelingenstroom heeft de politieke orde op het continent veranderd. In plaats van rechts tegenover links, 
zien we nu dat de nativisten (de anti-immigrantenbeweging) tekeergaan tegen de zwijgende kosmopolitische progressieven.

    De nativisten kwamen al in opstand voordat de vluchtelingenstroom begonnen was. In Europa is het afgelopen decennium het vertrouwen onder de bevolking dramatisch afgenomen, aldus een nieuw rapport van Political Capital, een in Boedapest gevestigd onderzoeks- en adviescentrum. Het vertrouwen in het nationale parlement, bijvoorbeeld, is in alle ‘oude’ Europese lidstaten gedaald.

    Maar nu stijgt het nativisme tot record‑
hoogte. Afgelopen maand heeft bij 
verkiezingen in Zwitserland de ultraconservatieve Volkspartij haar positie als grootste partij van het land verstevigd. Het Franse Front National beweert in zes van de dertien regio’s te zullen winnen bij de verkiezingen in december. In Polen heeft de rechtse partij PiS net de macht overgenomen.

    Democratie is niet: ‘Wat willen jullie?’ ‘Taart!’ ‘Dan gaan we dat regelen’

    ‘In Oost-Europa slaat het politieke midden uiterst rechtse taal uit,’ vertelt Cas Mudde, deskundige op het gebied van het Europese populisme aan de Universiteit van Georgia. Als de sociaaldemocratische president van Tsjechië, Milos Zeman, zegt dat vluchtelingen de sharia zullen introduceren, wie heeft 
er dan nog een Front National nodig?

    Europese nativisten hebben een dui‑
delijk verhaal. Zelfs het woord vluchtelingencrisis komt ze te pas omdat het, deels terecht, impliceert dat overheden de controle kwijt zijn.

    Ook wildere varianten van het nativisme gedijen. ‘De vluchtelingencrisis heeft tot een ongekend aantal complot-
theorieën geleid,’ aldus Political Capital. Een populaire theorie op de sociale media luidt dat de Joden IS hebben gesticht. De zogenaamde ‘vluchtelingen’ die Europa binnenkomen zijn door Israël gesteunde IS-agenten, gefinancierd door George Soros, wat verklaart waarom ze allemaal een smartphone hebben. Uiteindelijk draait het uit op ‘#whitegenocide’. Intussen (volgens deze theorie) verzwijgen de ‘zionistische media’ de feiten. Als je van complotten houdt, is het een mooi verhaal.

    Daar zetten volgens Mudde de Europese progressieve politici geen eigen verhaal tegenover. Hun basisideologie ‘nooit meer Auschwitz’ stierf rond 2000 een zachte dood toen Europeanen niet meer bang waren dat de nazi’s terug zouden komen. Tegenwoordig durft geen enkele progressieve politicus nog een lans te breken voor het kosmopolitisme. Omdat ze zich niet gesteund wanen, zitten ze te mokken in hun salons. Catherine Fieschi, hoofd van de denktank Counterpoint, reageert op de klacht van mensen dat ‘het debat vergiftigd is’, met de vraag ‘welk debat?’.

    Zelfs in Zweden en Duitsland trekken de progressieven zich terug. Jaren 
geleden vertelde een Zweedse sociaaldemocratische minister dat hij op straat zelden iemand tegenkwam die tekeerging tegen buitenlanders. Ze zeiden dingen als: ‘Zoals jullie die arme immigranten behandelen lijken jullie precies op nazi’s!’ Maar nu overweegt Zweden grenscontroles. In Duitsland zou het vluchtelingenprobleem Angela Merkel wel eens ten val kunnen brengen, vooral als haar grootste angst bewaarheid wordt en Pakistanen deze kant op komen.

    Multiculturele visie

    Enkele dinosauriërs onder ons verkondigen in de progressieve media nog steeds onze in diskrediet geraakte multiculturele visie. De reactie die ik vaak krijg is dat ik deel uitmaak van de elite die het contact met de wereld verloren is en niet tussen de moslims hoeft te wonen. Maar eigenlijk is die sneer misplaatst. De laatste progressieve bastions in Europa zijn nu juist grote kosmopolitische steden vol moslims. Nativisten krijgen geen voet aan de grond in Londen, Parijs of Amsterdam. De gemeenteraadsverkiezingen in Wenen van vorige maand, die werden gehouden tijdens de grote instroom van vluchtelingen in de stad, werden gewonnen door de sociaaldemocraten. Maar bij nationale verkiezingen krijgen de kosmopolitische progressieven klop.

    Ze hebben een verhaal nodig. En nu komt Aboutaleb in beeld. De avond voor zijn toespraak in Leiden woonde hij een woedende bijeenkomst bij over een beoogd nieuw asielzoekerscentrum. (Er is tegenwoordig veel woede in Europa, deels omdat de immigratiepolitiek nog steeds progressiever is dan de retoriek.) Op een gegeven moment schorste Aboutaleb de bijeenkomst omdat er werd geschreeuwd en gefloten. Maar toen men weer rustig was geworden, luisterde hij. Volgens hem willen mensen graag weten of er nog wel aandacht aan ze wordt geschonken. Maar, zo voegt hij eraan toe, we moeten daarna zelf een beslissing nemen. Democratie is niet: je doet het raam open en 
je roept: ‘Wat willen jullie?’ ‘Taart!’ ‘Dan gaan we dat regelen.’

    Wanneer het op vluchtelingen aankomt, gaat Aboutaleb geen taart regelen. 
In Leiden citeerde hij in het Arabisch de Koran. Ook zei hij: ‘Veel talenten van overal ter wereld vliegen over onze hoofden heen naar New York en Londen,’ want veel buitenlanders voelen zich 
niet welkom in Nederland. En hij zei: ‘Het is fantastisch om in de positie te zijn dat je anderen kunt helpen.’

    Aboutaleb sprak in praktische, rustige bewoordingen over de vluchtelingenstroom als iets wat Nederland aankan. Het voornamelijk blanke publiek gaf hem een staande ovatie. Misschien is de progressieve zaak nog niet verloren, als een progressief echt zijn nek uitsteekt.

    Auteur: Simon Kuper
    Vertaler: Paul Bruijn

    (Foto boven: © Marc Nolte)

    Financial Times
    Verenigd Koninkrijk, dagblad, oplage 448.000
    Toonaangevende krant voor de Londense City en de rest van de wereld. Internationale economie en management worden uitputtend behandeld.