Tag: Libanon

  • Libanons laatste en enige bron van rijkdom

    Libanons laatste en enige bron van rijkdom

    Volgens deze journalist heeft Libanon niet veel meer te bieden dan de schoonheid van haar vrouwen. De missverkiezing is daarom een nationale gebeurtenis, die de mooie tijden uit de jaren zeventig laat herleven, terwijl het land lijdt aan ordeloze lelijkheid.

    Libanon en Irak lijken op elkaar wat hun confessionalisme betreft en hun politieke leven dat in duigen ligt. Maar ze verschillen op een wezenlijk punt. In Irak moeten vrouwen hun schoonheid verbergen 
en lopen degenen die dat weigeren het risico te worden vermoord, zoals de afgelopen maanden vier keer is gebeurd.

    In Libanon geldt het tegenovergestelde. Daar is het tonen van hun schoonheid zelfs een soort nationale sport voor vrouwen. Hoogtepunt daarvan was de verkiezing van de Libanese schoonheidskoningin op 30 september jongstleden. Zowel ministers en parlementariërs als vertegenwoordigers van de president van de republiek en de premier waren daarbij aanwezig.

    De nationale en internationale pers besteedden er volop aandacht aan. De Libanese televisiezender MTV spaarde kosten noch moeite om alles uitgebreid in beeld te brengen en het evenement een cachet van mondiale importantie te verlenen. Deze zelfde zender deed een beroep op de Amerikaanse universiteit in Beiroet om intensieve opleidingstrajecten te organiseren die het dertigtal kandidaten moesten voorbereiden op metingen van hun ‘intelligentie’. Voorkomen moest worden dat de kandidaten al 
te domme en onnozele antwoorden gaven, zoals in het verleden nogal eens was gebeurd.

    Heimwee

    Maya Reaidy kwam als winnares uit de bus. Zodra haar overwinning bekend werd, hebben de twee belangrijkste christelijke partijen in het land, de Libanese Krachten en de Vrije Patriottische Stroming – die de macht over 
de stad Batroun, waaruit de winnares afkomstig is, onder elkaar betwisten – haar voor zich opgeëist.

    Opvallend is de eensgezindheid die er rond haar persoon bestaat, zowel onder de juryleden als onder de duizenden genodigden en op de sociale media, een eensgezindheid die een breuk betekent 
met wat er tijdens eerdere verkiezingen gebeurde en die in strijd is met de mentaliteit van de Libanezen, die niets liever doen dan met elkaar van mening verschillen. Dit jaar had iedereen alleen maar oog voor Maya Reaidy. Iedereen bewonderde eendrachtig 
haar schoonheid.

    Dat komt misschien doordat ze niet alleen maar mooi is, maar ook nog 
op Georgina Rizk lijkt, de Libanese schoonheidskoningin van 1970, die het jaar daarop tot Miss World werd uitgeroepen. De huidige winnares steekt niet onder stoelen of banken dat ze ‘die eervolle titel opnieuw in de wacht wil slepen’, oftewel dat ze tot Miss World hoopt te worden gekroond, net als haar voorgangster 47 jaar geleden.

    Kortom, we zijn getuigen van een heftige heimwee naar de jaren zeventig. Het toenmalige Libanon was welvarend. Het was een toeristische trekpleister, het was vermaard om zijn ziekenhuizen, zijn universiteiten, zijn onderzoekscentra, zijn cafés en zijn theaters. Beiroet, met zijn kranten en zijn uitgeverijen, was de Arabische hoofdstad van de vrijheid van meningsuiting.

    De Miss Libanon-verkiezing van 2018 in Beiroet, 30 september 2018. – © HH
    De Miss Libanon-verkiezing van 2018 in Beiroet, 30 september 2018. – © HH

    Ook toen werd de schoonheid van de vrouwen al als een van de charmes van Beiroet beschouwd. Bovendien waren de missverkiezingen een symbool van onafhankelijkheid, omdat de eerste plaatsvond in 1943, het jaar dat de Libanezen zich aan het Franse mandaat ontworstelden.

    Maar in de jaren zeventig besteedde men er niet al te veel aandacht aan. De staat en de bevolking waren elders met hun gedachten. Georgina Rizk werd pas echt bekend toen ze tot Miss World werd verkozen. Maar over het algemeen werd een missverkiezing als een futiliteit beschouwd, omdat de Libanezen wel wat belangrijkers aan hun hoofd hadden. Ze wilden radicale veranderingen doorvoeren die de levensvreugde zouden bevorderen.

    Nu is de situatie anders. Libanon is al zijn rijkdom verloren. De bronnenf zijn opgedroogd, de rivieren zwaar vervuild, de elektriciteitsvoorziening is in handen van bendes, de wegen zijn onbegaanbaar en de straten hebben geen trottoirs. De lucht is vervuild door kachels op stookolie, door de stank van zich almaar ophopend vuilnis en door het oorverdovende lawaai van holle polemiek.

    De stranden zijn smerig en vergeven van de bacteriën, de boulevards zijn aan het oog onttrokken en ontoegankelijk geworden voor de gewone man, ten gerieve van enkele zakenmensen en andere machtige lieden, die allemaal bescherming genieten van de partijen die aan de macht zijn, terwijl de bergen worden aangevreten door andere, al even louche ondernemers.

    Libanon vandaag de dag is synoniem met leugenachtigheid, hypocrisie, vuilspuiterij en ingewortelde corruptie. Er wordt naar hartenlust geplunderd, er wordt een klimaat van argwaan gecultiveerd, er wordt ingespeeld op de ergste onderbuikgevoelens, men geeft zich over aan grove taal en verwerpelijk gedrag. Lelijkheid kan een nietsontziend vernietigingswapen zijn. In elk geval voor de Libanese ziel.

    Zonnestraal

    Te midden van al deze ordeloze lelijkheid, is de verkiezing van een schoonheidskoningin als een zonnestraal. De schoonheid van de Libanese vrouwen is de laatste en enige bron van rijkdom. De nieuwe Miss Libanon is de quasi-officiële vertegenwoordiger van het land. Deze verantwoordelijkheid tegenover het vaderland, die op de schouders van vrouwen drukt, manifesteert zich steeds krachtiger in hun gedrag en hun denken naarmate de levensomstandigheden verslechteren. Uit welke sociale klasse ze ook afkomstig is, een Libanese moet mooi zijn. Dat is verankerd in het collectief bewustzijn.

    Je ziet het aan de gezichtsuitdrukking van de vrouwen die je tegenkomt, waaruit maar één verlangen spreekt: dat je hun zegt hoe mooi ze zijn. Die kwelling gaat door tot op hoge leeftijd, met alle plastische chirurgie, drankjes en injecties van dien, die hier wat weghalen en daar wat toevoegen. Dat alles in de wetenschap dat hun ‘schoonheid’ zich volgens dezelfde criteria laat meten als die van de schoonheidskoningin: uiterlijk gaat boven intelligentie.

    Zo manifesteert de geschiedenis van het land zich eens te meer in het lichaam van vrouwen. Niet in de vorm van moord, verwonding, steniging, verminking, brandmerking of achterstelling. Al ontbreekt het daar niet aan. Maar vooral doordat vrouwen worden verplicht om mooi te zijn, nog altijd.

    Auteur: Dalal Al-Bizri

    Al-Araby Al-Jadid
    VK | dagblad | oplage onbekend

    Deze ‘Nieuwe Arabische’ uit 2014 wordt gefinancierd door Qatar en gerund door het voormalige Arabisch-Israëlische parlementslid Azmi Bishara, die de nieuwe adviseur van de emir werd. De verschillende allianties die Bishara aanging, leverden hem de bijnaam Raspoetin van Doha op.

  • Iran, niet Trump, hielp de nucleaire deal om zeep

    Iran, niet Trump, hielp de nucleaire deal om zeep

    Door te volharden in haar antiwesterse beleid liet de Islamitische Republiek de Amerikaanse president weinig keus, betoogt het conservatieve Britse dagblad The Daily Telegraph.

    Keuze uit het archief

    Een week geleden pleegde Israël een aanval op meerdere nucleaire faciliteiten in Iran en ontketende zo een nieuw conflict in het Midden-Oosten. Volgens Israël was Iran nu heel dicht bij de productie van een atoombom, wat een grote bedreiging zou zijn voor Israël en het hele Midden-Oosten. De geplande onderhandelingen over een nucleaire deal tussen de VS en Iran werden geannuleerd.
    Volgens dit artikel van The Daily Telegraph uit 2018 getuigt het van naïviteit om te denken dat Iran met onderhandelingen op andere gedachten kan worden gebracht. Het Iran van de ayatollahs heeft duidelijk genoeg laten zien waar het op uit is: islamitische heerschappij over het Midden-Oosten. Dat probeert het land te bereiken door militaire milities te steunen die het op Israël hebben gemunt.

    Ongetwijfeld de meest veelzeggende opmerking tijdens de crisis over de Iraanse nucleaire ambities kwam van de president van dat land, Hassan Rouhani. Hij beweerde dat Teheran constructieve betrekkingen wenste met de rest van de wereld. Was het maar waar.

    Toen de voormalige president van de VS, Barack Obama, drie jaar geleden zoveel persoonlijk politiek kapitaal investeerde in een nucleair akkoord, werd verondersteld dat Iran met de ondertekening hiervan inderdaad 
constructieve relaties voor ogen had.

    In plaats van te volharden in het agressieve, antiwesterse beleid dat het handelsmerk van de Islamitische Republiek is geweest sinds de revolutie van 1979, kon Teheran dankzij deze deal van koers veranderen, en zich positiever opstellen tegenover de buitenwereld. Obama geloofde daar beslist in, wat misschien verklaart waarom hij 
de Iraniërs zo’n mooie overeenkomst gunde, een die tientallen jaren van bedrog over de Iraanse nucleaire activiteiten wat al te gemakkelijk toedekte.

    Hij geloofde de Iraanse onderhandelaars onder leiding van minister van Buitenlandse Zaken Javad Zarif op hun woord toen die stelden dat het akkoord de basis kon leggen voor een nauwere betrokkenheid tussen beide landen, waardoor er een einde zou kunnen komen aan meer dan dertig jaar wederzijds vijandschap.

    Alleen al het idee van een Iraanse behoefte aan constructieve dialoog doet inmiddels lachwekkend aan

    Het tegendeel is gebeurd. De Iraniërs intensiveerden hun vijandschap jegens het Westen en zijn bondgenoten, en wel in zo hevige mate dat het idee alleen al van een Iraanse behoefte aan constructieve dialoog inmiddels lachwekkend aandoet.

    Als Rouhani werkelijk belang had gesteld in betere relaties, zou hij nooit hebben ingestemd met de vijandige bejegening door Iraanse oorlogsschepen van de 5de Vloot van de VS terwijl deze bezig was met normale patrouilletaken in de Golf. Hij zou zijn gestopt met het steunen van de Houthi-rebellen in Jemen, die medeschuldig zijn aan een humanitaire ramp omdat zij een democratisch gekozen regering omver wilden werpen.

    Bovendien zou Rouhani paal en perk hebben gesteld aan de massale wapenopbouw van de Revolutionaire Garde van Iran in Syrië en Libanon, waardoor er nu tienduizenden raketten staan die alle grote steden van Israël kunnen treffen.

    Iraans protest tegen de Amerikaanse ambassade in Jeruzalem.  – © Getty
    Iraans protest tegen de Amerikaanse ambassade in Jeruzalem. – © Getty

    Dit zijn geen acties van een land dat constructieve relaties met de buitenwereld beoogt. Ze tonen juist ondubbelzinnig aan dat Iran nog altijd een agressieve politiek nastreeft, een politiek die dienstig blijft aan het fundamentele streven van de ayatollahs om de onverzoenlijke beginselen van de Iraanse revolutie in de hele islamitische wereld te verspreiden.

    Het is deze agressieve houding van de Iraanse heersende elite die heeft geleid tot de recente diplomatieke confrontatie tussen Washington en Teheran, precies zoals Trump in zijn toespraak uiteenzette.

    Hoe kunnen Washington en de andere ondertekenaars van het Joint Comprehensive Plan of Action – zoals de overeenkomst officieel heet – enig vertrouwen hebben in de Iraniërs wanneer hun optreden doordesemd is van kwade bedoelingen? Een confrontatie tussen Washington en Iran zat er hoe dan ook aan te komen, of Trump de nucleaire overeenkomst nu wel of niet intact had gelaten.

    Met name de militaire opbouw van Iran in het zuiden van Libanon en Syrië heeft Teheran op ramkoers gebracht met Israël.

    Oorlogswolken

    Inlichtingenexperts schatten de kans op een rechtstreekse militaire confrontatie tussen de Joodse staat en de ayatollahs, deze zomer, op fiftyfifty.

    Naar verluidt wilde Obama vooral over het Iraanse nucleaire programma onderhandelen om de kans op oorlog tussen Iran en Israël te verkleinen. En toch tekenen de oorlogswolken zich drie jaar later onheilspellender af dan ooit: Israël maakt zich klaar om zijn grenzen te verdedigen, louter vanwege de provocerende acties die Iran heeft ondernomen sinds het nucleaire akkoord is gesloten.

    Gezien de hechte band tussen Trump en de Israëlische premier Netanyahu weet Israël zich bovendien verzekerd van de steun van Washington als het verwikkeld raakt in een directe militaire confrontatie met Iran. Ik betwijfel of Obama met dit scenario rekening had gehouden, maar zijn regering ontbeerde dan ook ieder inzicht in de hardnekkigheid van Teherans streven om zijn invloed tot ver voorbij de Iraanse landsgrenzen uit te breiden.

    De wens van Iran om een machtsbasis te vestigen in delen van de Arabische wereld werd onlangs weerspiegeld in de forse verkiezingswinst van Hezbollah, de door Iran gesteunde militie in 
Libanon. Teheran hoopte hetzelfde te bewerkstelligen in de Iraakse stembusstrijd, eerder deze maand. Het steunde Hadi al-Amiri, de sjiitische militieleider die jaren in ballingschap in Iran leefde. Het pakte anders uit: het blok van de geestelijke Moqtada al-Sadr, die zich verzet tegen zowel Amerikaanse als Iraanse inmenging, won de verkiezingen. Iran heeft voorafgaand aan de Iraakse verkiezingen echter publiekelijk laten weten in geen geval te zullen toestaan dat de alliantie van Al-Sadr gaat regeren.

    De bewering van Rouhani dat Iran een constructievere relatie met de buitenwereld wil, kan als hol worden afgedaan. Te oordelen naar het recente gedrag van Teheran in het Midden-Oosten is regionale overheersing de werkelijke intentie van de ayatollahs. Als dat echt zo is, dan heeft het geen enkele zin om hen met wat voor overeenkomst dan ook ter wille te zijn, of die nu over nucleaire zaken gaat of over iets anders.

  • Gerecenseerd

    Gerecenseerd

    360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen.

    patria

    LITERATUUR | Kroniek van Spaanse terreur

    ETA-roman van Fernando Aramburu

    Ruim een halve eeuw voerde 
terreurbeweging ETA (Euskadi Ta Askatasuna: 
Baskenland en Vrijheid) in Spanje een bloedige onafhankelijkheidsstrijd. Tussen 1959 en 2011, waarin de wapens werden neergelegd, werden vierduizend aanslagen gepleegd die 829, veelal onschuldige, burgers het leven kostte. Vorig jaar april leverde de ETA officieel de wapens in. Fernando Aramburu schreef met Patria een ruim zevenhonderd pagina’s tellende roman over de strijd voor de Baskische autonomie.
    Daarin voorziet hij daders en slachtoffers van gezichten en karakters en plaatst hij twee bevriende families uit de omgeving van San Sebastian steeds scherper tegenover elkaar.

    José-Carlos Mainer, literatuurcriticus in El País, sprak vlak na de verschijning in 2016 van een ‘omvangrijke en gedenkwaardige roman die doet denken aan de Afrikaanse boeken van Coetzee’.

    Aramburu won er vorig jaar de Premio de la Crítica mee, de voornaamste literatuurprijs in Spanje. De drukker kon de verkoop in Spanje maar nauwelijks bijhouden. Inmiddels zijn vertalingen verschenen 
in vijf landen en bereidt HBO een tv-serie voor.
    Volgens François Musseau, de Spaanse correspondent van Libération, was er vorige zomer ‘geen bar, straathoek, tv-show of collegezaal in Baskenland 
of er werd over het boek gesproken’. Daarin ziet 
Musseau het bewijs dat ‘Spanjaarden in het 
algemeen en Basken in het bijzonder grote behoefte hebben aan catharsis. Ze willen in het reine komen met een duistere episode uit de geschiedenis.’

    Peter Henning stelt in Der Spiegel dat Aramburu niet alleen ‘een schokkende kroniek heeft afgeleverd, maar tegelijkertijd een boek over familiebanden, vriendschap, wantrouwen en verwijdering’. Henning vergelijkt Patria met de Napolitaanse romancyclus van Elena Ferrante: ‘door de manier waarop een vrouwenvriendschap afbrokkelt’.

    _De Nederlandse vertaling van Patria van Fernando Aramburu verschijnt op 6 maart als Vaderland bij 
de Wereldbibliotheek. _


    MUZIEK | Gitaarrockers wagen zich op de dansvloer 


    Franz Ferdinand nieuwe stijl

    De stevige gitaarrock van de Schotse formatie Franz Ferdinand bleek begin deze eeuw een sensatie. Op festivals, onder muziekkenners én in de platenzaak. Met het onlangs uitgekomen vijfde album slaat bandleider Alex Kapranos in een nieuwe samenstelling en met producer Philippe Zdar (de ene helft van het Franse danceduo Cassius en ook bekend van de Beastie Boys) een andere weg in. Volgens het Belgische blad Humo is de band daarmee ‘afgedreven van zijn (post)punkfunkroots en maken 
de gitaren steeds vaker plaats voor synths 
en andere elektronische snufjes’. Geen onverdeeld succes, vindt de recensent: 
‘Op Always Ascending klinkt Franz Ferdinand als een groep die niets nieuws meer te 
vertellen heeft en zijn heil dan maar zoekt in net iets te vergezochte akkoorden en ritmewisselingen.’

    Hannah Pilarczyk toont zich in Der Spiegel evenmin onder de indruk van het nieuwe geluid: ‘Hoe geraffineerd misschien ook geproduceerd, het blijft muziek die je eerder hebt gehoord: een voortdurend gestamp van drum, bas en slaggitaar.’

    In The Independent laat Derek Robertson zich een stuk positiever uit: ‘Naar eigen 
zeggen proberen ze uit te blinken met muziek waar meisjes meteen op willen 
dansen. En waar hun oude materiaal nog altijd olijk en hoekig klinkt, zijn het de 
nieuwe songs die vliegen.’

    Lauren Murphy in The Irish Times is weliswaar goed te spreken over de nieuwe stijl van Franz Ferdinand, maar geeft wel een waarschuwing: ‘De fans van het eerste uur zijn er misschien niet meteen ondersteboven van, maar na een paar keer luisteren is het onmogelijk om het swingende geluid te weerstaan. Deze muziek landt ergens tussen een hit van Kylie Minogue en een track die 
je ooit in Studio 54 hebt gehoord.’

    Franz Ferdinand op tournee: 27 feb. Parijs, 
28 feb. Brussel, 1 mrt. Hamburg, 3 mrt. Utrecht, 4 mrt. Groningen, 5 mrt. Keulen


    FILM | Haat en wrok zijn nooit ver weg in Libanon

    The Insult van de Libanese regisseur Ziad Doueiri

    Een onschuldig akkefietje met een 
lekkende regenpijp leidt tot een scheldpartij. Kan gebeuren. Maar liever niet in de Libanese hoofdstad Beiroet. En helemaal niet wanneer daarbij een christen en een Palestijn tegenover elkaar komen te staan. Dan leiden alle onderhuidse religieuze en etnische spanningen en onverwerkte trauma’s uit de burgeroorlog voor je het weet tot straatrellen en een rechtszaak die het land ontwricht.

    Dat is het verhaal van The Insult van de oorspronkelijk Libanese filmmaker Ziad Doueiri. De speelfilm miste nipt de publieksprijs op het laatste Filmfestival in Rotterdam, kreeg een Oscarnominatie voor beste buitenlandse film en bracht de internationale filmpers in vervoering. Zo schrijft Boyd van Hoeij in The Hollywood Reporter dat de combinatie van ‘een sterk 
politiek geladen film en het persoonlijke verhaal van twee mannen’ gemakkelijk een brug te ver had kunnen zijn. Maar in dit geval getuigt het van ‘fascinerend vakmanschap’ dat ‘wonderschoon is gedraaid en waarin op topniveau wordt geacteerd’.

    Anthony Oliver Scott heeft in The New York Times best iets aan te merken op de film. Dat regisseur Doueiri ‘af en toe wat zwaar op de hand is en het verleden van de twee hoofdpersonages er te dik bovenop legt’ bijvoorbeeld. Tegelijkertijd laat Doueiri volgens Scott in 
The Insult ‘de gecompliceerde waarheid zien dat iedereen die wrok koestert daar een reden voor heeft en bang is om het los te laten. Alsof het om iets dierbaars gaat. Dat is geen hoopvol en gelukkig idee. Maar het maken van een hoopvolle en gelukkige film over het Midden-Oosten is op dit moment ook nog te veel gevraagd.’

    Volgens Zakhour kent Libanon na al die jaren precies één zekerheid: “Dat is de malafide politicus die telkens opnieuw zijn zegeningen telt”

    Jim Quilty maakt in de Libanese Daily Star de inschatting dat de film in het buitenland vermoedelijk als ‘pleidooi voor vrede en verzoening in ons binnenlandse conflict zal worden gezien’. Maar daar is volgens Quilty ‘het uitgangspunt van de scriptschrijvers’ te simpel voor, namelijk ‘dat er in de burgeroorlog geen onschuldige 
partijen waren en dat er over en weer evenveel slachtoffers zijn gevallen zodat de sympathie 
in de film van de ene naar de andere partij kan switchen’ .

    Lina Zakhour maakte vorig jaar september een van de eerste vertoningen van The Insult in
    Beiroet mee. Daar was het met ruim 121 duizend bezoekers op een bevolking van 6 miljoen de derde best bezochte film van 2017. Zakhour was zo onder de indruk van de hedendaagse realiteit die de film oproept dat ze zich in de Libanese krant L’Orient Le Jour de ene na de andere (retorische) vraag stelde: ‘Hoeveel christelijke Libanezen, hoeveel Palestijnse moslims zouden er in de zaal hebben gezeten? Wie kent niet de pijn en het verlies? Wie is er ooit begonnen? Wie heeft gelijk en wie niet?’ Volgens Zakhour kent Libanon na al die jaren precies één zekerheid: ‘Dat is de malafide politicus die telkens opnieuw zijn zegeningen telt.’

    The Insult van Ziad Doueiri is vanaf 15 februari 
te zien in de bioscoop

    Auteur: Diederik Samwel

  • 3. Steeds machtiger wordende milities

    3. Steeds machtiger wordende milities

    Het wemelt van de paramilitaire groeperingen in het Midden-Oosten. Uniek aan Hezbollah is dat het zich steeds meer gedraagt als een echte staat.

    Het komt zelden voor dat milities net zo machtig worden als het leger. Over het algemeen is een militie oneindig veel zwakker dan het leger van de staat waarvan ze deel uitmaakt. Neem de voorvechters van white supremacy in de VS, of de extremistische Joodse kolonisten op de Westelijke Jordaanoever. De milities die ze vormen zijn niet opgewassen tegen het militaire apparaat van de overheden. Bovendien is de zaak waarvoor ze strijden doorgaans zo omstreden en op een beperkte groep gericht, dat niemand ze ervan zal verdenken de belangen van een breder collectief te behartigen. Hun racisme staat niet ter discussie, en ze doen ook geen moeite om anderen te winnen voor hun ideeën over superioriteit, of om eenstemmigheid omtrent hun uitspraken af te dwingen.

    Niemand zal het in zijn hoofd halen ze als lichtend voorbeeld op te voeren. Het zijn derhalve ‘marginale’ milities. Maar er zijn ook ‘centrale’ milities. Zoals de Revolutionaire Garde in Iran, of de Iraaks-sjiitische milities Hashd al-Shaabi. Die vormen geen tegenwicht voor het leger van hun staat, maar vullen het aan. Ze volgen het model van Europese totalitaire regimes door taken uit te voeren die hun door de regimes zijn opgedragen. Hiervoor ontvangen ze aanzienlijke budgetten, die worden toegewezen uit naam van ideologische credo’s over de verdediging van het vaderland, de strijd tegen verraderlijke buitenlandse of binnenlandse samenzweringen, enzovoort.

    Ooit was [het Libanese] Hezbollah een militie van de eerste soort: ‘marginaal’. Dat was in de jaren tachtig, toen ze door de Revolutionaire Garde werd getraind, in de dagen dat slogans als ‘uw sluier is mij dierbaarder dan mijn bloed’ het goed deden, en ongesluierde vrouwen zuur in hun gezicht kregen. Maar al snel werd Hezbollah een ‘centrale’ militie. Daartoe doopte ze zich om tot verzetsorganisatie die als heilig streven zei te hebben om door Israël bezet Arabisch land te bevrijden. Vervolgens werd Hezbollah erkend en gelegitimeerd door de inter-Libanese vredesakkoorden. De beweging ging deel uitmaken van de regeringsmachinerie, met parlementariërs en ministers. Uiteindelijk werd Hezbollah een actor in de oorlog in Syrië. De benoeming tot Libanese president van christen Michel Aoun, die nooit een geheim heeft gemaakt van zijn banden met Hezbollah, betekent dat de beweging het Libanese buitenlandbeleid mag bepalen.

    Door zich voor te doen als het ‘verzet’ verschafte Hezbollah zich voldoende legitimiteit om over alle belangrijke politieke kwesties mee te beslissen

    Dit alles heeft de status van Hezbollah als ‘centrale’ militie versterkt. De beweging heeft zich altijd als grensbewaker opgeworpen, in het zuiden tegen Israël, en daarna op nog wat grovere wijze in het oosten, waar Libanon aan Syrië grenst. In werkelijkheid ging het Hezbollah niet om bescherming van de grenzen, maar om binnenlandse politiek. Door zich voor te doen als het ‘verzet’ verschafte Hezbollah zich voldoende legitimiteit om over alle belangrijke politieke kwesties mee te beslissen – en uiteindelijk naar de politieke macht te reiken en sterker te worden dan het Libanese leger.

    Vandaag betalen we de prijs. De wereld behandelt Libanon en Hezbollah alsof ze twee hoofden van hetzelfde lichaam zijn. Recente Amerikaanse sancties en het Europese verzoek om geen onderscheid te maken tussen de ‘politieke’ en de ‘militaire’ tak van Hezbollah zijn wellicht een eerste stap naar vijandelijkheden die hun beslag zullen krijgen tegen de achtergrond van de spanningen tussen de VS en Iran.

    Auteur: Hazem Saghieh
    Vertaler: Carl Stellweg

    CONTEXT: Eén groot slagveld

    Vanaf een grondgebied dat zich uitstrekt van Iran tot aan Libanon – een grondgebied van vier landen die onder Iraanse controle staan – kunnen raketten op Israël worden afgevuurd om de wereld de macht van Teheran te tonen.

    Na veertig jaar vijandschap tussen Irak en Syrië – twee landen die onder bewind stonden van rivaliserende facties van de Baath-beweging – wordt de Iraaks-Syrische grens tegenwoordig gecontroleerd door twee regimes die strategische bondgenoten zijn van Iran. Iraakse sjiitische militieleden zouden zelfs de grens zijn overgestoken om de Syrische strijdkrachten en hun bondgenoten te assisteren bij de bevrijding van de Syrische stad Deir ez-Zor, die onder controle stond van IS.

    Qassem Soleimani, de leider van de Al-Quds Brigade, een speciale Iraanse strijdmacht die zich mengt in de oorlogen in Irak en Syrië, verwelkomde de Iraakse milities ter plaatse. De grens overwippen was geen probleem, ook niet voor Iraanse leiders die het front kwamen inspecteren.

    Dit is meer dan politiek vertoon, het is een tot wasdom gekomen militaire strategie

    Libanon hoort ook bij deze invloedssfeer, omdat ook het pro-Iraanse Hezbollah zich aan beide kanten van de grens ophoudt. Recent zijn grote tanks in Hezbollah-kleuren waargenomen in Noord-Irak, nabij Syrië, en het lijkt erop dat deze tanks van het Syrische leger afkomstig zijn. Volgens het Russische nieuwsagentschap Spoetnik heeft het Iraakse leger alleen T90-tanks, terwijl Hezbollah en Iraakse sjiitische milities de beschikking hebben over efficiëntere T90A’s met Chilka-kanonnen. Dit kan erop wijzen dat er niet alleen internationale grenzen maar ook wapens worden gedeeld, maar het herinnert ook aan de Iraanse voorkeur voor milities die sterker zijn dan nationale legers: zie Hezbollah in Libanon en de Revolutionaire Garde in Iran zelf.

    De geografische continuïteit van deze ‘As van Verzet’ (anti-Israël en anti-Saoedi-Arabië) is een bron van trots geworden voor Iraanse gezagsdragers, die daar ook intern gebruik van maken. Ali Akbar Velayati, adviseur van geestelijk leider Ali Khamenei, liet pro-Iraanse strijders in Aleppo weten dat toekomstige gevechten zich zullen afspelen in de rest van Oost-Syrië, wat een uitbreiding van het slagveld betekent. Iraanse functionarissen herhaalden dat de As van Verzet vanuit Teheran via Bagdad, Damascus en Beiroet naar Palestina leidt. Dit is meer dan politiek vertoon, het is een tot wasdom gekomen militaire strategie, zo bleek bijvoorbeeld toen er een Israëlisch vliegtuig boven Libanees grondgebied vanaf de Syrische kant van de grens werd bestookt door een luchtdoelraket.

    Hoe denkt Iran op deze aan elkaar grenzende slagvelden te opereren als er een totale oorlog zou uitbreken met Israël? Ten eerste zouden er vanaf verschillende locaties, en met grote intensiteit, ballistische raketten worden afgevuurd om het Israëlische luchtverdedigingssysteem, dat bekendstaat als de ‘ijzeren koepel’, lam te leggen, en zo belangrijke Israëlische doelen bloot te leggen. Daarnaast kunnen al deze aanvallen de vuurkracht van Israël beperken. Ten slotte vergemakkelijkt de geografische continuïteit de verplaatsing van Arabische en buitenlandse strijders op de grond, hoewel dit niet echt nuttig is gezien het luchtoverwicht van de Israëliërs en hun vermogen om infanterie op die manier een halt toe te roepen. Anderzijds zorgt deze geografische continuïteit ervoor dat de boodschap van Irans kracht in de regio luid en duidelijk aankomt, dat er oorlogen en conflicten op afstand kunnen worden beslecht en dat Teheran, zeker op nucleair gebied, een benijdenswaardige internationale onderhandelingspositie krijgt. (Al-Modon, Beiroet)

    Auteur: Mohanad Hage Ali
    Vertaler: Carl Stellweg

  • Stop het gepreek aan de universiteit

    Stop het gepreek aan de universiteit

    De kwaliteit van de studie politicologie in Libanon is beneden alle peil, klaagt een journalist van het dagblad As Safir. Dat komt doordat docenten hun colleges doorspekken met religieuze opvattingen. ‘Sommigen weigeren zelfs Marx en Engels te behandelen omdat ze atheïsten waren.’

    Veel Libanese jongeren kiezen voor een studie politicologie. Helaas slaagt het merendeel voor zijn tentamens zonder over de vereiste kennis te beschikken of ook maar iets af te weten van methodologie. Hoe worden deze jonge mensen opgeleid die op een dag werkzaam zullen zijn als politicus, universitair onderzoeker of op het gebied van internationale betrekkingen?

    Geconstateerd moet worden dat de politieke wetenschappen steeds meer politiek op zijn Libanees zijn geworden. Sommige docenten laten opzettelijk informatie achterwege die niet strookt met hun politieke overtuiging. Soms doorspekken ze hun colleges met religieuze opvattingen, zonder dat daar enige kritiek op komt.

    Deze docenten vragen hun studenten bijvoorbeeld teksten te lezen waarin wordt uitgelegd dat ‘het economische project van de Europese Unie is mislukt omdat het niet het islamitische economische model heeft gevolgd’ of dat ‘de oplossing voor de wereldeconomie ligt in het overnemen van de economische regels van de gouden eeuw van de islam’.

    ‘Studenten leren dat de Sovjet-Unie ten onder is gegaan omdat ze ‘alcohol had gelegaliseerd’ en omdat het een regime was van ‘balletdanseressen, actrices en operazangeressen’’

    Alle historische feiten worden op die manier verpulverd. De studenten leren dat de Sovjet-Unie ten onder is gegaan omdat ze ‘alcohol had gelegaliseerd’ en omdat het een regime was van ‘balletdanseressen, actrices en operazangeressen’. Dit alles wekt de indruk dat men colleges volgt over de persoonlijke opvattingen van deze of gene religieuze persoonlijkheid, waarbij een preek tot een verhandeling over economische theorie kan worden verheven. Daarmee wordt de studierichting politicologie een manier om het idee te verspreiden dat de islam een totaalsysteem is dat alle terreinen bestrijkt, niet in de laatste plaats dat van de politiek.

    Omdat religie op de eerste plaats komt, worden de politieke theorieën van grote intellectuelen onder de mat geveegd. De studenten studeren vaak af zonder dat ze ooit van Marx en Engels hebben gehoord. Er zijn zelfs docenten die over deze twee filosofen weigeren te spreken omdat ze atheïsten waren. Een hoogleraar aan de Libanese universiteit weigerde college over Marx te geven omdat hij een ‘utopist’ zou zijn en achtte het voldoende als zijn studenten Deugdzame stad van Al-Farabi zouden lezen om het marxisme te doorgronden. Daarmee wordt Deugdzame stad het enige boek aan de hand waarvan de student geacht wordt de strekking van het communisme, de klassenstrijd en de kapitalistische uitbuiting te begrijpen.

    Een Libanese studente beschrijft wat zij graag zou willen voor haar land. – © Jamal Saidi / Reuters
    Een Libanese studente beschrijft wat zij graag zou willen voor haar land. – © Jamal Saidi / Reuters

    Ook het politieke gedachtegoed van Michel Foucault wordt op een karikaturale manier samengevat en uiteindelijk aan onontkoombare morele opvattingen getoetst. Zelfs onderwerpen als de aanwezigheid van olie en aardgas in Libanon worden vanuit een bijzondere insteek behandeld. Als je sommige teksten mag geloven die op de universiteit circuleren, kunnen die alleen worden verdedigd [tegen veronderstelde Israëlische agressie] door de wapens van Hezbollah in te zetten.

    Evenzeer kan men zich verbazen over leerstof waarin de ins en outs van de Libanese diaspora, met name in Afrika, tot racistische oprispingen leiden. Zo leren de studenten niet alleen dat de inwoners van Ivoorkust niet van de Libanezen houden die zich daar hebben gevestigd omdat ze hun banen inpikken, maar ook dat Libanese meisjes er de straat niet op durven uit vrees door jonge Ivorianen te worden lastiggevallen.

    Persoonlijke opvattingen

    Ten slotte zijn tijdens de tentamens de persoonlijke opvattingen van de docent van invloed op de antwoorden die de studenten geven. Ze zorgen er uitdrukkelijk voor dat ze de naam vermelden van de partij die hun docent aanhangt. En als ze het over leugenachtigheid in de Libanese politiek moeten hebben, zullen ze als voorbeeld een Libanese politicus gebruiken die tot het kamp van de tegenstanders van hun examinator behoort.

    Het valt te betreuren dat op de Libanese universiteit het onderwijs in een belangrijk vak als politicologie zo weinig te maken heeft met wetenschap, en zelfs met politiek in de nobele zin van het woord, maar ontaardt in godsdienstlessen met een flinke vleug racisme en partijdigheid.

    Auteur: Maher El-Khochen
    Vertaler: Peter Bergsma

    As Safir
    Libanon | dagblad | 20.000

    ‘De Ambassadeur’ is het tweede dagblad in Libanon. Linksgezind. Pro-Arabisch en pro-Hezbollah.

  • Je kunt de islam niet hervormen

    Je kunt de islam niet hervormen

    Binnen de islamitische wereld wordt fel gedebatteerd over de noodzaak om de religie te moderniseren. Maar volgens de Libanese schrijver en filosoof Ali Harb kan dat helemaal niet.

    Welke relatie heeft de islam met het terrorisme dat momenteel over de hele wereld dood en verderf zaait? Sinds de aanslagen van 11 september haalt deze vraag regelmatig de krantenkoppen en maakt heftige, soms hatelijke polemieken los. Volgens sommigen is het terrorisme een uitwas, dat met de echte islam niets te maken heeft. Zij worden blind genoemd. Anderen denken dat deze religie fundamenteel gewelddadig is; hen wordt islamofobie verweten.

    Zo nu en dan halen beide kampen daarbij verzen uit de Koran aan, waarmee ze ofwel de barbaarsheid van de islam, of juist haar tolerante natuur willen aantonen. Ze vergeten echter dat een religie nooit tot een heilig boek kan worden gereduceerd. Vóór alles is het een eeuwenoude praktijk, gekristalliseerd in een veelvoud van instituties en culturele gebruiken. Je kunt ook niet alle communistische regimes herleiden tot Het Kapitaal van Marx en Engels.

    Ali Harb weigert om de essentie van een religie uit een heilig boek te destilleren. Volgens de Libanese schrijver en filosoof hoef je de Koran maar te lezen om te zien dat je er alles uit kunt opmaken, maar altijd ook precies het tegendeel. Er is dus een andere methode, een ander perspectief nodig. Je kunt de islamitische religie ook zien als een heilsopvatting, een denksysteem dat, net als het christendom, het jodendom, maar ook twintigste-eeuwse ‘religies’ als het communisme en fascisme, een absolute waarheid zegt te verkondigen.

    Vanuit die optiek is een potentiële terrorist wel degelijk innig verbonden met de islam. In zijn laatste boek, Le terrorisme et ses créateurs: le prédicateur, le tyran et l’intellectuel, werkt Harb dit idee verder uit.

    De impliciete definitie van terrorisme waarop u de stellingen uit uw boek baseert lijkt me vrij ruim. Het gaat zowel om gewelddaden als om denksystemen…

    ‘Ik denk inderdaad dat het terrorisme in de eerste plaats een intellectuele houding is. Die van iemand die gelooft dat alleen hij de absolute waarheid bezit en alleen hij het recht heeft om uit naam van die waarheid te spreken. Zo’n waarheid kan in de religieuze, politieke, sociale of morele sfeer liggen. Hij kan bijvoorbeeld gaan over God, over de staat, het socialisme, de vrijheid of het humanisme. Daarnaast is het terrorisme ook een handelswijze: je zo opstellen alsof jij alleen de waarheid in pacht hebt en andersdenkenden of tegenstanders daarom mag uitsluiten. De manier waarop kan symbolisch zijn, door excommunicatie of door iemand tot landverrader te bestempelen, of – fysiek – door uitroeiing of moord. Het devies van de terrorist is: jij moet net zo denken als ik, anders beschuldig en veroordeel ik je. In die zin kun je zeggen dat zowel de prediker met een vastomlijnd religieus programma, de tiran die werkt aan de uitvoering van een politiek project en de intellectueel die schrijft dat de maatschappij door een revolutie moet veranderen, allemaal terrorisme bedrijven. De prediker excommuniceert, de tiran veroordeelt en bestempelt mensen tot verrader, de intellectueel theoretiseert en de activist of jihadist ageert en doodt mensen.’

    Halen islamitische terroristen hun inspiratie uit totalitaire regimes uit het verleden?

    ‘Ze zijn zeker beïnvloed door de voorbeelden van Franco, Hitler en Mussolini, door hun manier van regeren en hun technieken om mensen op te zwepen en mee te krijgen, ze in een kudde te veranderen die onophoudelijk dezelfde kreten scandeert. Dit dualisme van een verafgode leider en de massa die hem aanbidt is van vrij recente datum. Aan de andere kant dragen totalitaire regimes, ondanks hun moderne en seculiere insteek, in feite religieus gedachtegoed uit, zoals blijkt uit de verheerlijking van hun denkwijze en van hun opperste leider.’

    Tolerantie maakt elke vorm van dialoog al bij voorbaat onmogelijk. Alleen door een volledige erkenning van de ander kan een individu zijn narcisme doorbreken en een werkelijke dialoog aangaan

    Wat bedoelt u ermee dat een gematigde en tolerante moslim niet bestaat?

    ‘Elke monotheïstische religie bergt een onuitputtelijk reservoir van gewelddadigheden in zich. Dat potentieel is er altijd, als een virus dat het in zijn genen met zich meedraagt. Daarbij maakt het niet uit of die religie gebaseerd is op de uitsluiting van de ander, op het onderscheid tussen gelovigen en ongelovigen, of tussen aanhangers en vijanden. Het is er altijd. Die gewelddadigheid wordt bij de islam nog versterkt door een extra onderscheid: dat tussen puurheid en bezoedeling. Dat concept is wel het meest schandalige aan het islamitische religieuze gedachtegoed: een niet-moslim is een bezoedeld, onzuiver wezen. Het is een uiterst doortrapte vorm van symbolisch geweld. En daarom durf ik te beweren dat er geen moslim bestaat die trouw is aan de dogma’s en gebruiken van zijn religie en tegelijk gematigd en tolerant is, behalve als hij hypocriet is, of de leerstellingen ervan niet begrijpt of zich ervoor schaamt.

    Het meest in het oog springende voorbeeld hiervan is de relatie tussen soennieten en sjiieten. Na eeuwen van conflicten en vijandigheden is de voorzichtige toenadering tussen deze twee groepen niet zozeer te danken aan de gematigdheid en tolerantie waar hun leerstellingen zogenaamd blijk van zouden geven, maar veel meer aan hun opname in de instellingen van de moderne maatschappij: scholen, universiteiten, economische markten, het bedrijfsleven… Maar zodra ze allebei hun oude opvattingen weer gingen belijden barstte het conflict weer los, zij het op een nog wredere en destructieve manier. Ik aarzel dan ook niet om te zeggen dat deze twee “religies” vijandiger tegenover elkaar staan dan tegenover het Westen of Israël.’

    Ali Harb.
    Ali Harb.

    U schrijft dat religies pas tolerant worden nadat ze zijn verslagen. De enige oplossing voor onze maatschappij zou volgens u dus zijn om de islam te verslaan, zoals Europa het christendom overwon in de tijd van de verlichting? Of kan de islam toch worden hervormd?

    ‘Nee, hervormen kun je de islam niet. Elke poging om dat te doen, of het nu in Pakistan, in Egypte of elders was, heeft gefaald en alleen maar tot terroristische denkwijzen geleid. Om die reden verwacht ik weinig van de vernieuwing van het religieuze gedachtegoed die sommige moslims en zelfs niet-moslims voorstaan. De enige uitweg is een nederlaag van het hele religieuze project, zoals het belichaamd is in islamitische instellingen en machtsstructuren, met hun gemummificeerde ideeën en steriele methoden. Verder sta ik ook buitengewoon kritisch tegenover het concept van tolerantie, dat ik beschouw als een schandelijk aspect van het religieuze denken. Het impliceert een soort verdraagzaamheid van de kant van de gelovige tegenover degenen die met hem van mening verschillen, maar gelijktijdig worden zij als zondaars, ongelovigen en afvalligen gezien, die de mensheid beschamen. Daardoor maakt tolerantie elke vorm van dialoog al bij voorbaat onmogelijk. Alleen door een volledige erkenning van de ander kan een individu zijn narcisme doorbreken en een werkelijke dialoog met hem aangaan.’

    Moeten we de opleving van het terrorisme van de laatste jaren zien als een teken van de vitaliteit en veranderlijkheid van de islam?

    ‘Het idee dat religieuze verschijnselen van vitaliteit blijk geven, gaat terug op een bekende uitspraak van Malraux over de “terugkeer van het religieuze”. Religie is overduidelijk terug van weggeweest, maar die terugkeer is angstaanjagend en heeft van de jihadist een monster en een beul gemaakt. Maar we moeten ons niet laten inpakken door woorden als “terugkeer” of “vitaliteit”. Elk fenomeen en elke activiteit heeft twee gezichten: aanvankelijk is het iets goedaardigs, maar als we het niet kunnen aanpassen en laten evolueren, kan het ontaarden en schadelijk worden. Momenteel is dat bijvoorbeeld in Frankrijk aan de hand: het sociale en economische model, ooit het beste van Europa, is versleten en moet nodig hervormd worden, maar Frankrijk lijkt daar niet toe in staat. Op dezelfde manier denk ik niet dat het religieuze project van de islam, zoals het meer dan een eeuw geleden opnieuw werd geformuleerd, getuigt van vitaliteit of creativiteit. Wat er momenteel leeft in de islamitische wereld is niet meer dan een simpele wens tot regressie naar het verleden, plus een verlangen om wraak te nemen op het Westen.

    Ook denk ik dat overal waar ze de macht grepen, islamisten hun pogingen om een eigentijdse vorm van islam te verwezenlijken hebben zien mislukken. Terroristische organisaties als IS werken hun eigen vernietiging in de hand, net als die van het religieuze gedachtegoed in het algemeen. Daarmee bedoel ik dat de Arabische samenlevingen deze verschrikkingen, deze catastrofes, bloedbaden en burgeroorlogen zullen moeten doorstaan, om zich ervan te overtuigen dat de islam geen basis is om een moderne en ontwikkelde maatschappij op te bouwen. Een verzoening tussen de islam en de moderniteit of het Westen is gewoonweg niet mogelijk.’

    Een idee moet eerst een creatieve transformatie ondergaan voordat het op een bepaald vlak naar behoren in de praktijk kan worden gebracht

    Waarom zegt u dat de intellectuele elites hebben bijgedragen aan de opkomst van het religieus fundamentalisme?

    ‘Zij hebben er op twee manieren aan bijgedragen. Ten eerste door de mislukking van hun modernisering- en hervormingsplannen. Hun houding was utopisch. De ideeën waar ze voor stonden, probeerden ze op een volstrekt simplistische manier in de praktijk te brengen. Ze zagen het als absolute waarheden, vaststaande modellen die één op één op de werkelijkheid konden worden toegepast. Terwijl een idee in elke maatschappij eerst een creatieve transformatie moet ondergaan voordat het op een bepaald vlak naar behoren in de praktijk kan worden gebracht. Ten tweede hebben sommige intellectuelen despotische regimes gesteund, zowel van seculiere als van theocratische snit, onder het voorwendsel dat die tegen de hegemonie van de Verenigde Staten zouden strijden. De bekendste verkondiger van dat standpunt is waarschijnlijk wel Chomsky. Hij stelt dat de geloofwaardigheid van een intellectueel eraan af te meten valt hoeveel weerstand hij biedt aan het Amerikaanse beleid. Daarmee heeft hij de weg gebaand voor veel Arabische intellectuelen, die zich vervolgens in de armen van tirannen stortten.’

    Auteur: Tarek Abi Samra
    Vertaler: Valentijn van Dijk

    L’Orient littéraire
    Libanon | maandblad | oplage onbekend

    Cultureel supplement van de gefuseerde kranten L’Orient en Le Jour uit Beiroet. Mooie bijdragen van schrijvers en denkers. Profileert zich als modern, maar richt zich tegelijk vooral op christelijk Libanon.