Hij beloofde Israël te bestrijden ‘zonder beperkingen of limieten’
‘Op een moment dat het risico van een totale oorlog tussen Libanon en Israël nog nooit zo ernstig leek’, hield Hassan Nasrallah, secretaris-generaal van Hezbollah, woensdag ‘een bijzonder oorlogszuchtige toespraak’, aldus L’Orient-Le Jour.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De dag nadat het Israëlische leger had aangekondigd dat operationele plannen voor een offensief in Libanon waren goedgekeurd, beloofde Hassan Nasrallah de Joodse staat dat Hezbollah hen zou bestrijden ‘zonder beperkingen of limieten’. In het geval van een oorlog zou Israël ‘ons ter land, ter zee en in de lucht moeten opwachten’, waarschuwde hij.
Hij waarschuwde ook Cyprus en beschuldigde het ervan de Israëliërs te steunen in hun pogingen om oorlog te voeren tegen Libanon, aldus het Libanese dagblad. ‘We waarschuwen de regering in Nicosia: het openstellen van Cypriotische luchthavens en bases voor de Israëlische vijand om Libanon als doelwit te nemen, zou betekenen dat de Cypriotische regering onderdeel uitmaakt van de oorlog’, zei de Hezbollah-leider.
Israël voert vergeldingsactie uit na raketaanval Hezbollah
‘Een bloedige woensdag in Zuid-Libanon’, kopt L’Orient-le Jour. Bij Israëlische bombardementen op het land zijn gisteren twaalf mensen gedood, waaronder ten minste twee kinderen. ‘Een dag van escalatie’, aldus de Libanese krant.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De Israëlische bombardementen waren een vergelding voor raketten die de Libanese strijdgroep Hezbollah had afgevuurd op Safed, in het noorden van Israël, waardoor woensdagochtend een Israëlische soldaat gedood werd. Bij de vergeldingsactie op ‘terroristische doelen van Hezbollah’, aldus het Israëlische leger, kwamen verschillende burgers om.
De internationale gemeenschap riep op tot kalmte. De situatie is ‘ernstig maar niet onomkeerbaar’, aldus de Franse minister van Buitenlandse Zaken. Deze geweldsspiraal aan de grens is ‘gevaarlijk en moet stoppen’, zei de woordvoerder van de secretaris-generaal van de VN. De Verenigde Staten riepen op tot de ‘diplomatieke weg’ om de spanningen in het Midden-Oosten te verminderen en zeiden dat ze ‘bezorgd’ waren over de situatie in Libanon.
In een tv-toespraak verzekerde de leider van de machtige Libanese organisatie Hezbollah, Hassan Nasrallah, dat zijn groep ‘zonder limiet’ zou vechten. Hij reageerde hiermee op de uitschakeling van Saleh al-Arouri, de nummer twee van Hamas, door Israël dinsdag in Beiroet. Dat schrijft L’Orient-Le Jour. ‘We zijn niet bang voor oorlog’, benadrukte hij.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Nasrallah gaf ook de verzekering dat de moord op Arouri ‘niet ongestraft zal blijven’. ‘Wie Hezbollah kent, weet dat het zal terugslaan op de aanval’, analyseert de Libanese krant. ‘Israël heeft zojuist een rode lijn overschreden die de sjiitische partij zich niet kan veroorloven te negeren, tenminste niet in de ogen van haar achterban. Maar als je tussen de regels van Nasrallahs toespraak door leest, is één ding zeker: de reactie zal goed berekend zijn en rekening houden met de strategische belangen van de partij (maar ook van bondgenoot en financier Iran, dat zijn sterkste gewapende vleugel niet in gevaar zal brengen).’
Het Israëlische leger heeft de verantwoordelijkheid voor de aanval niet opgeëist, maar zei woensdag dat het voorbereid was op ‘elk scenario’. Nu de angst voor escalatie toeneemt, begint de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Antony Blinken donderdag aan een nieuwe diplomatieke reis naar het Midden-Oosten, met een tussenstop in Israël.
Onder meer de VS, het VK en Duitsland waarschuwen burgers
De Amerikaanse, Duitse en Britse ambassades in Beiroet hebben donderdag burgers geadviseerd Libanon te verlaten zolang er nog vluchten ‘beschikbaar zijn’. Dat schrijft The Financial Times. Aanleiding zijn de oplopende spanningen tussen Israël en Hezbollah en de raketbeschietingen over en weer.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De VS en het VK hadden hun burgers eerder al gewaarschuwd om niet naar Libanon te reizen, maar op donderdag adviseerde de VS ‘dat burgers in Libanon maatregelen moesten treffen om het land te verlaten; er zijn momenteel nog commerciële opties beschikbaar’. Een soortgelijke waarschuwing werd afgegeven door de Britse ambassade. ‘Britse onderdanen moeten voorzichtig zijn en gebieden vermijden waar demonstraties kunnen worden gehouden’.
Rami Mortada, de Libanese ambassadeur in het Verenigd Koninkrijk, zei tegen Britse media dat het conflict ‘kan uitgroeien tot een regionaal conflict’. Daarnaast zouden Westerse burgers gevaar kunnen lopen door de groeiende anti-westerse sentimenten in de regio, vanwege de steun van de VS en Europa aan Israël in hun strijd tegen Hamas.
Woensdag ging in Israël aan de grens bij Libanon op veel plaatsen het luchtalarm af en werden mensen geïnstrueerd tot nader order in schuilkelders te blijven. Het bleek in de loop van de avond te gaan om vals alarm, meldt Al-Jazeera. De legerleiding zegt dat er een ‘fout’ ten grondslag lag aan de berichten over een vermoedelijke luchtinfiltratie vanuit Libanon, dat ten noorden van Israël ligt. Een groot incident bij de grens wordt inmiddels uitgesloten.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De waarschuwing kwam te midden van hoge spanningen aan de grens tussen Israël en Libanon, nadat enkele gewapende groepen uit Libanon in vuurgevechten met Israëlische troepen verwikkeld raakten. Hierdoor nam de vrees voor een mogelijke escalatie tussen de twee landen toe.
Tot nu toe hebben Israël en Hezbollah, de meest geduchte van de verschillende groepen die actief zijn in het zuiden van Libanon, elke confrontatie vermeden die een tweede front zou kunnen openen in de huidige gevechten tussen Israël en Hamas in Gaza. Wel vonden in de dagen na de ongekende aanvallen van Hamas op zaterdag verschillende schermutselingen plaats tussen Hezbollah en het Israëlische leger.
Israëlische strijdkrachten hebben doelen in de Gazastrook donderdag bestookt met raketten. Dat meldt The Jerusalem Post. De raketten zouden vier locaties hebben geraakt die bezit zijn van de militante beweging Hamas. Het zou gaan om een grootscheepse vergeldingsactie, bedoeld om een grote raketaanval vanuit Libanon op woensdag te wreken. De lancering van vierendertig raketten uit Libanon betekende de grootste aanval vanuit Libanon op Israël in ruim vijftien jaar.
Israël denkt dat Palestijnse militante bewegingen achter de raketaanval zitten, om op hun beurt wraak te nemen op het handelen van Israëlische veiligheidsdiensten op de Al-Aqsamoskee op de Tempelberg in Jeruzalem. Die vielen de moskee binnen, terwijl moslims daar Ramadan vierden. Tientallen mensen raakten gewond en honderden betogers werden opgepakt.
De moskee staat op de Tempelberg, die zowel voor joden als voor moslims een heilige plek is. Afgesproken is dat alleen moslims daar mogen bidden, maar met de extreemrechtse regering in Israël vrezen moslims dat hier verandering in komt. Steeds vaker komen Palestijnse groeperingen in het door Israël bezette gebied in confrontatie met Israëlische ordetroepen.
Twee jaar geleden was haven al slachtoffer van explosies
Een deel van de graansilo’s van de Libanese hoofdstad Beiroet, die al weken in brand staan, is zondagmiddag ingestort, meldt L’Orient le Jour. Opvallend genoeg gebeurde dat vier dagen voor het tweede jubileum van de dubbele explosie in de haven op 4 augustus 2020.
De Libanese autoriteiten willen de silo’s sinds april slopen, maar dit besluit is opgeschort door het verzet van familieleden van de slachtoffers van de tragedie, die de silo’s willen ombouwen tot een gedenkplaats. ‘We blijven ons inzetten voor het behoud van het stabiele deel van de silo’s. We zullen voorkomen dat ze het slopen, zelfs als dat betekent dat we de weg moeten versperren voor bulldozers,’ zei William Noun, de broer van een brandweerman die omkwam bij de explosies in 2020, tegen de Libanese krant. In een verklaring spraken familieleden van slachtoffers over ‘een nieuwe misdaad van de autoriteiten, gericht op het ondermijnen van de collectieve herdenking’ van de explosies.
In zijn bloeitijd telde het station van Rayak in Libanon 2500 werknemers. Het spoor, dat liep van Medina tot Istanboel, zorgde voor verbinding in een verdeelde regio.
Rayak, Libanon. Tussen de rails van een spoorlijn naar nergens groeien acacia’s. Een eenzame trein, vijftig jaar geleden halsoverkop verlaten, staat verloren tussen de velden. De groene verf is bijna helemaal van de locomotief gebladderd. Kogelgaten en de op een wagonwand gekalkte tekst ‘Syrische Strijdkrachten’ zijn stille getuigen van een duister verleden.
Het treinstation van Rayak, een stadje op 5 kilometer van de Syrische grens in de Libanese Bekavallei, heeft iets weg van een grandioos geraamte. In de Ottomaanse tijd groeide het depot hier uit tot de grootste revisiewerkplaats voor treinen in het Midden-Oosten. Hier werden de locomotieven gerepareerd die waren gesaboteerd door T.E. Lawrence (‘Lawrence of Arabia’) en zijn Arabische revolutionairen in hun strijd tegen het Ottomaanse Rijk. In de hoogtijdagen kon je in Rayak de trein nemen naar Beiroet, Istanboel, Damascus en Bagdad. Later werd het station een basis voor de inlichtingendienst van het Syrische leger.
En zevenenveertig jaar lang was Asaad Namrud hier kind aan huis. In zijn bescheiden woning in Rayak, op een steenworp afstand van wat er nog over is van het oude station, staat de inmiddels vierennegentigjarige Namrud op een warme herfstochtend uien te snijden voor een stoofschotel. De enige decoratieve elementen in zijn woonkamer zijn een schilderij van een spoorlijn, een oude foto van zijn locomotief en zijn machinistenvergunning.
Op 3 augustus 1895 vertrok de eerste trein
In 1976, toen de burgeroorlog die Libanon vijftien jaar lang zou teisteren net een jaar oud was, reed Namrud met een trein van Beiroet naar de Syrische grens. ‘Ik bracht achthonderd geiten van Beiroet naar Rayak. Dat was mijn laatste rit,’ weet hij nog. Nadat hij in Rayak uit zijn cabine was gestapt, reed er nooit meer een stoomlocomotief tussen Beiroet en Damascus. Er was een eind gekomen aan het spoorverkeer.
Het was het einde van een neergang die al eerder was ingezet. Op 3 augustus 1895 vertrok de eerste trein op dit traject, het begin van het spoorverkeer in de Levant. In 1911 kreeg de Noord-Libanese stad Tripoli een station en een verbinding met de Syrische steden Homs en Aleppo. In de eerste helft van de twintigste eeuw konden passagiers in Beiroet de trein nemen naar Damascus, Istanboel en Bagdad, en via een aansluiting op de Hidjaz-spoorlijn zelfs helemaal naar Mekka. Maar na de uitbraak van de burgeroorlog in de jaren zeventig werd het Libanese spoor niet meer onderhouden. En het verouderde Syrische spoor onderging na 2011 hetzelfde lot.
De verroeste en in onbruik geraakte spoorwegen die Syrië en Libanon ooit doorkruisten, vertellen een verhaal van wat had kunnen zijn. Een verhaal van nostalgie en gemiste aansluitingen, maar ook van een onversaagd streven naar verbinding in een verdeelde regio.
Toen Namrud als tiener aankondigde dat hij van school ging om bij het spoor te werken, kreeg hij een oorvijg van zijn vader. Maar al snel liep hij op het station van Rayak mee met een Franse mecanicien. ‘Het was de tijd van generaal De Gaulle, de Fransen beheerden hier het spoor,’ zegt hij. Begin jaren veertig waren Libanon en Syrië nog Franse mandaatgebieden.
Na vier jaar praktijktraining mocht Namrud zich eindelijk machinist noemen. Zijn eerste bestemming was Jordanië, destijds het Britse protectoraat Transjordanië. ‘Een tocht van twee dagen,’ vertelt hij. ‘Ik reed van Libanon naar Damascus en overnachtte daar. De volgende dag reed ik door naar Jordanië, en via Damascus weer terug naar de haven van Beiroet, waar de handelswaar, zoals porselein, werd uitgeladen.’
‘Elke tien minuten passeerde hier wel een passagiers- of goederentrein,’ herinnert Namrud zich. In de bergketen die het kustgebied scheidt van de Bekavallei konden de treinen ’s winters niet over de bergpas bij Dahr el-Baidar heen. Dan reden ze dus door de tunnel. ‘Twintig minuten onder de grond, met die grote berg boven ons hoofd. En aardedonker!’ Bij het stoken in zijn stoomlocomotief brandde hij dan zijn handen weleens.
Het spoor was zijn lust en zijn leven. ‘Ik reed naar Daraa, Homs, Damascus, Turkije, Tripoli, Beiroet en naar de grens met Israël,’ zegt Namrud. Hij kan de afstanden tussen de stations nog zo opdreunen: ‘Rayak-Homs 85 kilometer, Rayak-Damascus 80 kilometer, Damascus-Jordanië 70 kilometer, Aleppo-Turkije 75 kilometer.’ Hij was soms een hele maand weg bij zijn vrouw en zijn zes kinderen. ‘Als ik Rayak weer naderde, trok ik aan de stoomfluit; die was te horen van de bergen tot de zee en dan wist mijn vrouw dat ik terug was.’
‘Rayak was nog mooier dan Londen, zo veel mensen als hier kwamen’
In het begin van de twintigste eeuw werd de lijn Beiroet-Damascus aangesloten op de Hidjaz-spoorlijn van het Ottomaanse Rijk, die via het huidige Jordanië in zuidelijke richting helemaal door de woestijn tot Medina liep. De Taurus-lijn verbond Beiroet via Tripoli en Aleppo met Istanboel. De Orient Express bracht passagiers vanaf Istanboel verder Europa in. Franse, Poolse, Duitse, Amerikaanse en Zwitserse treinen doorkruisten de regio. In zijn bloeitijd telde het station van Rayak 2500 werknemers, zegt Elias Maalouf, schrijver van het boek Lebanon on Rail. Beiroet en Damascus stonden in verbinding met de wereld.
Vanwege het economische en militaire belang van het spoorwegennet streden de koloniale mogendheden Frankrijk en Groot-Brittannië om de aanleg ervan. Maar volgens Maalouf was het Youssef Motran, een zakenman uit de buurt van Baalbek in het huidige Libanon, die van de Ottomanen in 1891 als eerste de rechten kreeg voor de aanleg van de lijn Beiroet-Damascus. Later verkocht hij die gunning door aan de Fransen.
‘Rayak was nog mooier dan Londen, zo veel mensen als hier kwamen,’ zegt Namrud. Voorzichtig opent hij een doos met oude foto’s. Op een foto uit 1973 staat hij met een blonde vrouw. ‘Dat was de dochter van de Londense spoorwegdirecteur, die had gevraagd of zij met mij op de locomotief mocht meerijden. Ik heb mijn assistent gezegd dat hij de stoel moest schoonmaken en heb haar mijn jasje gegeven.’ Dan bladert hij door de foto’s in Lebanon on Rail. Op een van de laatste pagina’s staart een jonge machinist stoïcijns in de camera. Die machinist was Fares Garabet.
De kleinzoon van Fares Garabet, die zelf ook Fares heet, is zes jaar geleden uit Damascus gevlucht en woont nu in Duitsland. Zijn grootvader was een Damascener van Armeense afkomst, die net als Namrud als tiener al bij de spoorwegen ging werken. Hij vervalste zijn identiteitskaart om twee jaar ouder te lijken en te worden toegelaten. Dat lukte. In de jaren dertig en veertig stond hij als machinist op treinen vanuit Rayak. En zijn zoon werd later ook machinist.
Toen er een eind kwam aan het Franse mandaat en Libanon en Syrië hun onafhankelijkheid verkregen, werd de spoorwegmaatschappij (Damas-Hamah et Prolongements) opgeknipt bij de grens: het Syrische deel werd door de Syrische overheid onteigend, het Libanese deel door de Libanese overheid gekocht. Ook de treinen en de werknemers werden over de twee nieuwe maatschappijen verdeeld.
‘Mijn grootvader moest kiezen: in Libanon blijven of terug naar Syrië,’ zegt Garabet via Skype vanuit Duitsland. ‘Hij koos ervoor om in de jaren zeventig en tachtig in Damascus bij de Syrische spoorwegen te gaan werken en is later hoofd van het depot geworden.’ Maar hij had ook familie die in Libanon bleef. Een deel van de familie werd Libanees, een deel Syrisch. Fares senior is in 2017 overleden, in Syrië. In Libanon hebben ze nu alleen nog een tante, en de meeste familie in Syrië is naar Canada, Frankrijk, Duitsland of Australië getrokken. Garabet doet zijn best om de herinnering aan de ooit verenigde familie levend te houden. ‘In de zomer gingen we altijd naar het huis van mijn tante in Beiroet. Dat waren de mooiste dagen van mijn leven. Syrië was een gesloten land, Libanon was een en al openheid.’
‘Het geluid van de uitgeblazen stoom als je door de bergen reed was mooier dan de mooiste muziek’
In 2000 kreeg zijn strijd voor het behoud van het Syrische spoorwegerfgoed gestalte. De toenmalige minister van Verkeer was toevallig een vriend van hem, en Garabet stelde hem voor in Damascus een spoorwegmuseum voor oude stoomtreinen op te zetten. Toen dat museum later werd verwezenlijkt, riep het oude herinneringen op. ‘Mijn vader liet me vroeger de kogelgaten zien in de treinen waarop mijn grootvader reed, die waren aangevallen door Syrische revolutionairen.’
Zijn dierbaarste herinneringen heeft hij aan de ritten tussen Damascus en Serghaya, een rustig bergstadje dat de laatste halte vormt voor de grens met Libanon. Hij mocht bij zijn vader in de locomotief zitten als die de trein bestuurde. Dan reden ze de drie uur van Damascus naar Serghaya, bleven daar slapen en reden de volgende ochtend vroeg terug. ‘Mijn vader maakte me dan om vier uur ’s ochtends al wakker, als de trein nog ijskoud was.’ Als de locomotief eenmaal op stoom was gebracht, vertrokken ze om vijf uur met een trein vol arbeiders en kooplui en waren rond acht uur ’s ochtends terug in Damascus. ‘Dan zag ik de boeren op het land werken, ik hoorde de vogels zingen, de geur van de stoom uit de machine, het geluid van de stoomfluit… Dat was zo machtig mooi, dat zal ik van mijn leven niet vergeten.’
Tripoli-Aleppo
Wat Nassif el Murr zich van zijn dagen op het spoor vooral herinnert, zijn de klanken van de locomotief. ‘Het geluid van de uitgeblazen stoom als je door de bergen reed was mooier dan de mooiste muziek,’ zegt de drieënnegentigjarige oud-machinist in zijn huis in Tripoli. Zijn loopbaan bij het spoor begon in 1947. Toen een jaar later, na de stichting van de staat Israël oorlog uitbrak, werd de net zes jaar eerder aangelegde spoorlijn tussen Naqoura in Zuid-Libanon en Haifa in Palestina door Israëlische troepen gebombardeerd. Het was een voorbode van het grensgeweld dat de aspiraties van de spoorwegen zou verbrijzelen.
Evengoed bleef El Murr ervan dromen om treinmachinist te worden. Het zou een hele tijd duren voor die droom uitkwam, eerst werkte hij twaalf jaar in het depot. Maar toen werd hij begin jaren zestig toch machinist, op de lijn Beiroet-Homs. Hij kent alle details van het traject nog uit zijn hoofd. ‘De trein naar Homs reed ’s nachts en die naar Beiroet overdag. Het kon wel vier uur duren en je mocht maximaal 30 tot 35 kilometer per uur.’
Hij reed op een van de Duitse G8-locomotieven: op de Duitsers buitgemaakt materieel dat de geallieerden aan Libanon hadden geschonken, aldus Nabil Doumani, een treinliefhebber in Tripoli die vicevoorzitter is van een organisatie die de Libanese spoorwegen nieuw leven wil inblazen. Op het afgedankte station van Tripoli staan drie van deze reusachtige locomotieven nu niets te doen. Ze dienen nog slechts als antiek decor voor trouwfoto’s. El Murr kan het niet opbrengen daar nog te gaan kijken, het verval van het station gaat hem te zeer aan het hart. Zelf bestuurde hij zijn laatste trein in 1971, daarna kreeg hij een leidinggevende functie op de kantoren van het spoorbedrijf in Tripoli.
‘Toen het nog één maatschappij was, zag je Syrische werknemers in Libanon en Libanese in Syrië’
Zijn periode op de trein naar Syrië herinnert hij zich als een woelige tijd. ‘Om de twee weken was er wel een staatsgreep. Onder het bewind van Amin al-Hafiz kwam ik tijdens zo’n coup een keer met de trein in Syrië vast te zitten,’ vertelt hij. Al-Hafiz was een Syrische president die in 1966 ten val werd gebracht. Vanaf de Syrische onafhankelijkheid tot het aantreden van Hafez al-Assad in 1971 vonden er geregeld militaire staatsgrepen plaats.
Dat het spoorwegbedrijf was opgeknipt, maakte de grensovergang ook lastiger. ‘Toen het nog één maatschappij was, zag je Syrische werknemers in Libanon en Libanese in Syrië.’ Maar na de onafhankelijkheid moest El Murr zich 5 kilometer voorbij de Syrische grens laten aflossen door zijn Syrische collega. ‘Je had veiligheidsinspecties aan beide kanten van de grens, dat kostte allemaal tijd; de trein, de passagiers en de lading werden gecontroleerd.’
Een Turkse brochure uit 1926-’27 (nog steeds in Arabisch-Turks schrift) markeert de annexatie van de Anatolische Spoorwegen door de Turkse Staatsspoorwegen. De omslag toonde een TCDD 3700-stoomlocomotief van İhap Hulusi Görey. Een iets latere brochure voor de Simplon Orient en Taurus Express gaf aan dat deze treinen 3 continenten met elkaar verbonden, 14 landen doorkruisten en een afstand van 11.630 kilometer aflegden.
Lievelingsdeken
Arda Kashkashian kan zich die grenscontroles niet herinneren. Ze was nog klein toen ze geregeld met de trein tussen Tripoli en Aleppo reisde. Omdat hun gezin in beide steden familie had, waren ze vaste passagiers op dit traject. Haar familie van Armeense afkomst vestigde zich meer dan een eeuw geleden in Aleppo. Na een van de vele Syrische staatsgrepen stopten de scholen daar eind jaren zestig met het geven van Franse en Engelse les. Toen besloot de familie naar Tripoli te verhuizen. ‘Libanon was opener en democratischer dan Syrië,’ zegt Kashkashian. De negenenvijftigjarige psycholoog woonde tot twee jaar geleden zelf ook nog in Tripoli. Toen is ze terugverhuisd naar Aleppo, nadat ze als gevolg van de financiële crisis in Libanon al haar spaargeld had verloren.
Haar vader Jean had een tapijthandel in Aleppo en Tripoli, dus het gezin reisde vaak tussen beide steden op en neer. ‘Het was een heel lange rit, doodsaai voor mij, en ik was altijd misselijk,’ weet ze nog. ‘Ik was maar een kind.’ Maar ze moet giechelen als ze terugdenkt aan het incident met de deken.
Het gezin bracht de zomer altijd door in Hadath al-Jebbeh, een plaatsje in de Libanese bergen. Op een zomer voltrok zich een ramp: ze hadden Kashkashians lievelingsdeken in Aleppo laten liggen. ‘Ik heb twee of drie nachten niet geslapen, kon alleen maar huilen.’ Haar vader moest de machinist, Manuel, vragen om de deken uit Aleppo mee te nemen naar Tripoli. ‘Toen is mijn moeder naar Tripoli gegaan om die deken daar op te halen voor mij, zodat ik zou stoppen met huilen en weer kon slapen.’
Haar familiegeschiedenis is ook verweven met het hoofdstation in Aleppo, Station Bagdad genoemd, omdat daar de treinen naar de verre Iraakse hoofdstad vertrokken. Toen Kashkashians vader zes jaar oud was, werd hij door zijn vader naar het station gestuurd om er aankomende reizigers naar hun kleine hotel te lokken. Jaren later werd Kashkashians vader directeur van het befaamde Baron Hotel, zegt ze. Een luxehotel voor sjieke buitenlandse reizigers in de periode dat Aleppo een bruisend handelscentrum was. Agatha Christie heeft er gelogeerd en schreef er een deel van Moord in de Oriënt-Expres. De beginscène van die klassieker speelt zich af op het station van Aleppo.
‘Libanon was toen de beste plek, dat was het Zwitserland van het Oosten’
Met de stoomtrein door de sneeuw. Dat is een herinnering die Walid Kamari koestert. Tweeënveertig jaar lang reed zijn vader op de trein van Beiroet naar de Syrische grens. Vanaf dat punt reden Kamari’s ooms die trein door Syrië verder naar Turkije. Zijn grootouders zijn geboren in Turkije, zijn ouders in Aleppo en hijzelf in Libanon.
Kamari weet nog dat hij als kind ‘wel meer dan tien keer’ bij zijn vader op de locomotief is meegereden. ‘Dan legde hij uit hoe alles werkte. Dat was machtig mooi, zeker in de winterse sneeuw,’ vertelt hij. Ze gingen ook vaak naar Aleppo om familie te bezoeken, en Kamari herinnert zich de grappen die ze dan uithaalden, en het eten dat van Aleppo naar Beiroet werd gestuurd. ‘Er zaten altijd veel passagiers in de trein. Syriërs gingen vaak naar de sneeuw in de Libanese bergen.’ Zijn laatste treinritje maakte hij in 1969, zegt hij. Hij was toen vijftien. Daarna rukte de auto op.
De eerste keer dat Georges Said met de trein reisde, was te danken aan een staatsgreep in Syrië. Als jonge tiener in Aleppo was hij met andere jongeren ‘uitgenodigd’ om een festival bij te wonen dat in Damascus was georganiseerd door president Adib Shishakli. ‘Die wilde laten zien dat hij populair was,’ zegt Said. ‘De reis kostte ons dertig uur. We legden die 350 kilometer af, bleven daar drie dagen, sliepen er in een school, woonden dat festival bij en keerden met de trein terug naar Aleppo.’
Enige tijd daarna vertrok zijn familie uit Syrië en belandde in Beiroet. ‘Libanon was toen de beste plek, dat was het Zwitserland van het Oosten.’ Ze reisden tussen Aleppo en Beiroet vaak met de automotrice, een dieseltrein. Tot ze in 1963 hun eerste auto kochten, een Opel. Dat was het laatste jaar dat hij nog naar Syrië ging. Said is inmiddels 84 en heeft een ijzerwarenwinkel in de wijk Mar Mikhaël in Beiroet. ‘Ik ben nooit meer in Syrië geweest. Ik ben van geen enkele politieke partij, maar het Syrische regime staat mij niet aan, ik heb graag een vrije regering,’ zegt hij. Zijn Syrische familie komt wel bij hem in Beiroet op bezoek, vertelt hij, maar andersom niet.
Rayak
Elias Maalouf werd geboren in Ecuador, maar had een ‘virtuele deur’ naar Libanon. Zijn ouders waren al vroeg in de Libanese burgeroorlog uit Rayak gevlucht en hadden de neiging hun kroost te overstelpen met nostalgie. ‘We werden door onze ouders gehersenspoeld om van Libanon te houden. We droomden maar van één ding, en dat was terugkeren naar Libanon, naar Rayak, de stad met het grootste treinstation en de grootste luchtmachtbasis in het universum,’ vertelt Maalouf bij hem thuis in Rayak. Als kind maakte hij zich vaak een voorstelling van de oude bioscopen, de souks en natuurlijk het station in de stad.
In 1991, toen de burgeroorlog was afgelopen, keerde de familie naar Rayak terug. Er reden toen al vijftien jaar geen treinen meer. ‘We zagen er alleen stof, geiten en verdrietige oude mensen die droomden van vroeger.’ Maalouf was elf en vroeg zijn vader waar de oude bioscopen waren: dat waren nu aardappelloodsen. Van de oude souks en een ijsfabriek resteerden alleen wat sporen. Gevraagd naar het station was zijn vader onverbiddelijk: ‘Ik wil niet dat je daar ook maar gaat kijken.’
Het Syrische leger, dat Libanon in 1976 op verzoek van de Libanese president Suleiman Franjieh was binnengetrokken, was na afloop van de burgeroorlog ‘blijven hangen’. Het station van Rayak en de aanpalende luchtmachtbasis werden het hoofdkwartier van hun inlichtingendienst, waar ‘ze mensen mishandelden’, aldus Maalouf. Naakte gevangenen werden in de roestige treinwagons gepropt, ‘of het nou zomer of winter was’, zegt hij. Hij heeft er tientallen getuigenverklaringen van voormalig spoorwegpersoneel en oud-inwoners over verzameld. ‘Het was in beide gevallen even akelig’, zegt hij.
‘Dat was net Disney World: grote, roestige, oude treinen, prachtige koloniale Franse gebouwen, honderden wagons’
Na de moord op de Libanese premier Rafik Hariri in 2005 trok het Syrische leger zich terug uit Libanon en groeide de politieke verdeeldheid in het land. Maalouf rondde dat jaar zijn studie als documentairemaker af en besloot de terugtrekking van het Syrische leger uit Libanon te documenteren. ‘Rayak was de laatste stad in Libanon waaruit ze vertrokken,’ zegt hij. Dus sloop hij de revisiewerkplaats in. ‘Dat was net Disney World: grote, roestige, oude treinen, prachtige koloniale Franse gebouwen, honderden wagons.’ Ineens leken de nostalgische verhalen van zijn ouders over vroeger werkelijkheid te worden. ‘Ik realiseerde me toen dat mijn ouders wel degelijk de waarheid spraken als ze ons over het oude Rayak vertelden. Voor het eerst geloofde ik ze toen echt.’
Hij zag drie Syrische soldaten die de wacht hielden bij een treinwagon, zegt hij. Daar kwam rook uit. Zodra ze wegliepen, rende Maalouf naar de wagons toe. ‘Ik zag dat ze prachtige oude archieven aan het verbranden waren en probeerde er wat van te redden.’ Maar hij brandde zijn handen en in een reflex ontglipte hem een pijnkreet. De soldaten, op zijn aanwezigheid geattendeerd, schoten in de lucht. Hij nam de benen en keek vanuit zijn schuilplek toe hoe ze terugliepen naar de wagon om er de wacht te houden tot alles volledig was verbrand. Hij had maar een handvol papieren weten te redden.
Dat was het begin van zijn nu al vijftien jaar durende inspanningen voor het behoud van het spoorwegerfgoed en de terugkeer van het treinverkeer in Libanon. Hij heeft er de organisatie Train/Train voor opgericht, die heeft geprobeerd in Rayak net zo’n treinmuseum op te zetten als in Damascus. Maar de Libanese autoriteiten hadden er geen oren naar.
Hij legde contact met andere treinliefhebbers in Libanon en Syrië. ‘Eerst discussieerden we een tijdje over welke stad het mooiste station had: Rayak of Tripoli.’ Toen besloten ze de krachten te bundelen. ‘Ik raakte verliefd op alle treinstations in Libanon. Onze stem vond weerklank, overal ter wereld schreven kranten over onze missie. Iedereen las erover, behalve de Libanese politici,’ zegt Maalouf.
Na een in het openbaar uitgevochten ruzie in 2012 met Ziad Nasr, hoofd van de Libanese toezichthouder op het spoor, werd Maalouf de toegang tot alle Libanese treinstations ontzegd. ‘Ik wilde verhinderen dat ze oude onderdelen van de trein als schroot zouden verkopen,’ vertelt hij. Gevraagd of het verbod ook te maken kan hebben met die keer dat hij een station was binnengeslopen en een locomotief een paar meter wist te verrijden, haalt Maalouf glimlachend zijn schouders op.
‘Eerst lachen ze je uit, dan bestrijden ze je, en dan win je,’ zegt hij, een uitspraak citerend die vaak ten onrechte aan Gandhi wordt toegeschreven. Toen hij voor het eerst over de terugkeer van treinverkeer in Libanon begon te praten, ‘moesten mensen lachen, ik was Sancho Panza. En toen begonnen ze me te bestrijden en werd ik Don Quichot.’ Na vijftien jaar activisme doet hij het inmiddels wat rustiger aan. Hij brengt zijn tijd nu vooral door met zijn gezin en op zijn wijngaard in Rayak. ‘Het gedeelte waarin ik win moet nog komen.’
‘Treinen zijn voor mij geen hobby, maar een passie’
Nabil Doumani, de vicevoorzitter van Train/Train, rolt met zijn ogen als hij het station van Tripoli binnenloopt en bij een verroeste G8-locomotief een bruidspaar ziet poseren. Het station is niet omheind en er staan zes locomotieven, drie Franse en drie Duitse. ‘Dit zijn niet de oorspronkelijke locomotieven die hier stonden toen het in 1911 werd geopend,’ zegt Doumani. ‘Die staan waarschijnlijk in Syrië.’
Doumani’s grootvader was een van de zakenlieden in Tripoli die de bouw van het station hielpen financieren. De enige keer dat hij zelf in Libanon een ritje met de trein maakte was halverwege de jaren zestig, toen zijn moeder de machinist van een vrachttrein van Tripoli naar het nabijgelegen Chekka vroeg of haar kinderen in de laatste wagon mochten meerijden. Dat had hij toen enorm leuk gevonden. ‘Treinen zijn voor mij geen hobby, maar een passie,’ zegt hij.
Door het raam van het afgedankte depot zien we een stapel spoorstaven die buiten liggen te verkommeren. ‘Die rails, gloednieuwe rails, zijn in 2002 door de Libanese regering gekocht,’ roept hij uit. Er werd toen een poging ondernomen om weer een spoorverbinding tot stand te brengen tussen Syrië en Libanon, er werd geld uitgetrokken voor de aanleg van 35 kilometer spoor tussen Tripoli en de Syrische grens. Maar toen werd in 2005 Hariri vermoord ‘en kwam er een eind aan het hele project’.
Stille dood
Weer bleken politieke perikelen een spoorverbinding in de weg te staan. Maar het verval is aan Libanese kant ook te wijten aan slecht beleid. ‘Van 1961 tot het begin van de burgeroorlog heeft de Libanese overheid geen meter spoorlijn aan het netwerk toegevoegd. Ze beheerden alleen het spoor dat er al lag en lieten het een stille dood sterven,’ zegt Doumani.
Eerst had je in de jaren zestig de ‘autorevolutie’: de trein werd als ouderwets ervaren. En zeker in Libanon hadden de autoriteiten een oogje op de economische waarde van het spoorwegvastgoed. ‘Het economische beleid bestaat in Libanon vooral uit investeren in grond en diensten. Als je grond vooral als handelswaar beschouwt, zul je er alles aan doen om er zo veel mogelijk winst uit te halen. Dat is ten koste gegaan van de openbare ruimte en het openbaar vervoer,’ zegt stedenbouwkundige Abir Saksouk. Toen de regering begin jaren zeventig aankondigde het spoorbedrijf te willen opdoeken, kwam de spoorwegvakbond (een van de machtigste in het land) in het geweer: heel Beiroet werd platgelegd door alle verkeersaders met treinen te blokkeren. ‘De regering begreep dat dit niet zou lukken, dus koos ze voor een sterfhuisconstructie. Medewerkers bij het spoor die met pensioen gingen, werden niet meer vervangen,’ zegt Elias Maalouf.
Glunderend zegt Carlos Naffah tegen de camera dat hij met een historische locomotief uit 1948 van Sissach naar Genève rijdt. Het onderschrift bij dit filmpje op zijn Facebookpagina: ‘Samen zetten we Libanon weer op de rails’. Naffah omschrijft zichzelf als een ‘treinfanaat’. Het buurjongetje dat zijn groene speelgoedtrein met zes batterijen ooit kapotmaakte, heeft hij naar eigen zeggen nooit vergeven. In 1995 zat hij in de wijk Daura in Beiroet op school en zag daar een paar keer een groen-gele trein langsrollen. ‘Dat was een Poolse SU45, in 1971 in Libanon geïntroduceerd,’ zegt hij. Sinds het uitbreken van de burgeroorlog lag het spoorverkeer weliswaar stil, maar rond 1984 vond er wel sporadisch vrachtverkeer over het spoor plaats tussen Beiroet en Jounieh, Jieh en Zahrani. En na de oorlog reden er tussen 1994 en 1996 een paar treinen met cement van Chekka, net buiten Tripoli, naar Beiroet.
‘Tussen de Sovjet-Unie en Noorwegen waren de grenzen dicht, maar er reed nog wel een trein’
Sinds 2018 is Naffah voorzitter van Train/Train. ‘Ik ben stapelverliefd op dit erfgoed. Ik zag hier een mogelijkheid om ons land weer te verbinden.’ Na tien jaar verwoestende oorlog in Syrië en met Libanon in de greep van een neerwaartse economische spiraal lijkt gepraat over treinen misschien wat wereldvreemd. Maar Naffahs droom van een nieuw leven voor het spoor omvat meer dan alleen vervoer. ‘Libanon heeft niet alleen economisch maar ook maatschappelijk zwaar te lijden,’ zegt hij. Hij ziet zijn land als een verzameling afzonderlijke gemeenschappen die niet met elkaar in contact staan. ‘De mensen in het zuiden zijn nog nooit in het noorden geweest, en de mensen aan de kust nog nooit in de Bekavallei.’ En ‘wat de mensen van Libanon met elkaar in verbinding kan brengen, en Libanon met de wereld daarbuiten,’ zegt hij, ‘dat is de trein.’
Toch zal het lastig worden om Beiroet weer met Damascus te verbinden. Maar andere landen met een complexe geschiedenis zijn er ook in geslaagd hun onderlinge treinverkeer in stand te houden, zegt Naffah. ‘Tussen de Sovjet-Unie en Noorwegen waren de grenzen dicht, maar er reed nog wel een trein, met speciale veiligheidsmaatregelen. Het zou mogelijk moeten zijn om Damascus weer met Beiroet te verbinden, of Homs met Tripoli, ook al zijn er dan ingewikkelde veiligheidsmaatregelen voor nodig.’ En hij voegt eraan toe: ‘Treinen kunnen vrede brengen tussen steden, omdat mensen dan de kans krijgen om zich te verplaatsen, met elkaar in contact te treden.’ Elias Maalouf denkt er ook zo over. ‘Ik kan wel met de auto naar Byblos gaan, maar dat is niet hetzelfde als wanneer je met “de ander” samen rijdt, praat, werkt, grappen maakt, verliefd wordt,’ zegt hij.
Als hij kon, zegt Walid Kamari, zou hij de trein naar Aleppo nemen. Fares Garabet zou in het voetspoor van zijn vader en grootvader van Damascus naar Rayak willen rijden. Oud-machinist Nassif el Murr zou een bezoek aan Beiroet willen brengen.
‘Stel je voor dat je van hier zo naar Syrië of Irak kon gaan. Dan zou je in een half uur in Damascus kunnen zijn’
En terwijl Georges Said, de winkelier in Mar Mikhaël, nog over zijn ideale bestemming nadenkt, loopt zijn buurvrouw Norma Irani de winkel in. Haar vader Fuad verkocht begin jaren veertig kaartjes voor de lijn Beiroet-Damascus, dus zij doet ook een duit in het zakje. ‘Het is heel belangrijk om een spoorweg te hebben. Stel je voor dat je van hier zo naar Syrië of Irak kon gaan. Dan zou je in een half uur in Damascus kunnen zijn,’ zegt ze.
‘Wat heb jij met Damascus? Ik heb alleen interesse in treinen binnen Libanon,’ zegt Said.
‘Het is maar een voorbeeld. Ik zou graag toeristische dingen gaan doen in Damascus, Homs of Aleppo. Ik nam vroeger altijd shanklish mee uit Syrië, heerlijk was dat,’ zegt Irani, verwijzend naar een in de Levant populaire soort oude kaas.
‘Ga jij dan naar Syrië, ik blijf lekker in Zahle,’ zegt Said tot besluit van het gesprek. Zahle is een stad in de Bekavallei.
Arda Kashkashian, de psycholoog die als kind vaak het traject Aleppo-Tripoli aflegde, zou dat nu weer eens willen doen en ‘zien wat het losmaakt’ in haar herinneringen. Maar ze voegt eraan toe: ‘Dit is een droom, en sommige dromen komen nooit uit.’
‘De hindernissen zijn te groot, maar het is van groot belang om je wel de mogelijkheid van een ander leven te kunnen voorstellen,’ zegt Abir Saksouk, de stedenbouwkundige. En die mogelijkheid leek heel even tastbaar te worden in augustus 2019, toen Train/Train met zijn nationale masterplan voor een Libanees spoorwegnet kwam. Dat voorzag in een verbinding met Syrië via Damascus en Homs. ‘De inwoners van Damascus kunnen dan binnen drie kwartier in Beiroet zijn om daar het weekend door te brengen, en mensen in Amman kunnen in anderhalf uur naar Beiroet voor een vergadering en nog dezelfde dag terug naar Amman,’ vertelt Carlos Naffah.
Amper twee maanden later wekte een regeringsplan om belasting te heffen op WhatsAppgebruik zo veel woede dat het uitmondde in massale protesten tegen het falen van de Libanese politiek. De betogers wilden een nieuwe regering en het land gleed weg in de ergste financiële crisis in ruim een eeuw. Het is nu twee jaar later, de waarde van de nationale munt is gekelderd en de meeste mensen hebben nu zelfs gebrek aan basisbenodigdheden als stroom en medicijnen. Naffah zegt dat Train/Train al gesprekken heeft gevoerd met potentiële investeerders van bedrijven in Spanje, Frankrijk, Duitsland, Italië, China en Zwitserland. Toch zijn de vooruitzichten somber. ‘Er kan niet worden geïnvesteerd als deze chaos voortduurt,’ zegt hij, ‘het is tijd voor hervormingen, mensen die ter verantwoording kunnen worden geroepen.’
Maar Naffah heeft iets van een Don Quichot. Hij geeft zijn droom niet op en blijft optimistisch. ‘Onze trein zal van Naqoura in het zuiden naar Aboudieh in het noorden rijden en alle steden langs de Middellandse Zee aandoen. Het wordt een van de mooiste treintrajecten ter wereld,’ zegt hij.
Ook Asaad Namrud, de laatste machinist van de lijn Beiroet-Damascus, is na al die jaren nog even enthousiast over treinen. Gevraagd waar die liefde toch vandaan komt, heeft hij zijn antwoord meteen paraat: ‘Treinen zijn de weg naar vrijheid, ze rijden alleen maar vooruit.’
Nog geen gerechtigheid een jaar na de explosies in Beiroet
Op 4 augustus 2020 werd de hoofdstad van Libanon verwoest door een dodelijke ontploffing waarbij meer dan tweehonderd mensen omkwamen en duizenden gewond raakten. Sindsdien wachten de slachtoffers nog steeds op gerechtigheid.
Het is een ‘zeer gespannen dag’ die Libanon te wachten staat op de noodlottige eerste verjaardag van de enorme explosie die een jaar geleden de hoofdstad Beiroet verwoestte, aldus de Libanese krant L’Orient-Le Jour.
Op deze dag van nationale rouw organiseren de families van de slachtoffers van de tragedie een ‘minutieus voorbereide‘ volksplechtigheid. Een stilte tocht trekt door de getroffen wijken, met een stop in de haven van Beiroet ‘om de families te steunen en om gerechtigheid te vragen’. Ook wordt er een minuut stilte gehouden om het moment van de ontploffing om 18.08 uur te markeren en een mis, terwijl anderen zich naar het Parlement begeven, beschrijft de Franstalige krant uit Beiroet.
‘Er is één element dat de loop van de dag kan veranderen: de woede van het volk’
‘Maar er is één element dat de loop van de dag kan veranderen: de woede van het volk’, schrijft L’Orient-Le Jour. De Libanese website Al-Modon vreest zelfs dat de dag ‘bloedig’ zou kunnen verlopen.
Veel Libanezen zijn woedend over de ‘criminele’ nalatigheid en straffeloosheid van de verantwoordelijken die op de hoogte waren van de enorme voorraad ammoniumnitraat die jarenlang zonder voorzorgsmaatregelen was opgeslagen in een loods in de haven, en waarvan de brand de enorme explosie veroorzaakte.
‘We proberen elke dag ons verdriet en woede om te zetten in daadkracht om het onrecht te bestrijden’, schrijft de Libanese website Daraj. Het verzoek van de rechter die met het onderzoek is belast, Tarek Bitar, om de immuniteit van bepaalde ambtenaren op te heffen, is uiteindelijk een dode letter gebleven, ondanks de intentieverklaringen van verschillende politieke leiders in het land die hebben verklaard voorstander te zijn van opheffing van de immuniteit.
Zoals Daraj in een ander artikel samenvat: ‘Er is een jaar voorbij. Het onderzoek heeft niets opgeleverd en geen enkele ambtenaar is berecht.’
Het aantal pasgeboren baby’s in China is in de eerste helft van het jaar sterk gedaald, volgens gegevens van lokale overheden. De cijfers bevestigen dat ’s werelds meest bevolkte land afstevent op een demografische crisis. China publiceert geen gegevens over de nationale bevolking op kwartaal- of halfjaarlijkse basis, maar recente cijfers uit verschillende districten, steden en provincies bieden een nieuw inzicht in de krimpende bevolking van het land, aldus South China Morning Post.
De afnemende bevolking zal volgens experts invloed hebben op de productiviteit, het pensioenstelsel en de toekomstige consumptie. ‘Negatieve bevolkingsgroei is onvermijdelijk’, aldus Li Jianxin, demograaf aan de Universiteit van Beijing, vorige week maandag op een forum in de hoofdstad, waar SCMP aanwezig was. China vergrijst ook in een ongekend tempo, deels vanwege het vroegere eenkindbeleid dat inmiddels is losgelaten. Het lage vruchtbaarheidscijfer van het land en de vergrijzende samenleving zullen waarschijnlijk van invloed zijn op de toekomstige concurrentiepositie ten opzichte van landen als de Verenigde Staten en India, aldus Li.
Inwoners van Azerbeidzjan zullen binnenkort een vaccinatiebewijs moeten kunnen overleggen om de meeste openbare gebouwen te mogen betreden, bericht Eurasianet. De nieuwe regelgeving werd eind juli aangekondigd en komt feitelijk neer op een nationale vaccinatieplicht. Vanaf 1 september moeten mensen van 18 jaar en ouder een vaccinatiebewijs in een ‘covidpaspoort’ kunnen tonen om onder meer restaurants, cafés, winkelcentra en hotels te mogen betreden. In onderwijsinstellingen moeten leerlingen en studenten van 18 jaar en ouder kunnen bewijzen dat ze zijn ingeënt.
Tot nu toe is 26 procent van de Azerbeidzjanen minstens één keer gevaccineerd. Tachtig procent van de werknemers van overheidsinstanties, medische en farmaceutische bedrijven en wetenschappelijke en onderwijsinstellingen zal vanaf 1 september een eerste inenting moeten hebben en een tweede in oktober. De vaccinatieplicht leidt nu al tot wijdverbreide omkoping en een zwarte markt in valse covidpaspoorten.
Ethiopië heeft Egypte laten weten dat het is begonnen met de volgende fase van het vullen van de controversiële Grand Ethiopian Renaissance Dam (GERD) in de belangrijkste zijrivier van de Nijl. De aankondiging komt enkele dagen voordat de Veiligheidsraad zal vergaderen over deze kwestie. Egypte wijst het ‘eenzijdige initiatief’ af en noemt de stap ‘een schending van internationale wetten en normen’, schrijft Al-Jazeera.
De GERD, die na voltooiing het grootste hydro-elektrische project van Afrika zal zijn, zorgt al bijna tien jaar voor een diplomatieke impasse tussen Ethiopië en de stroomafwaarts gelegen landen Egypte en Soedan, die vrezen voor hun drinkwatervoorziening.
De oproerpolitie heeft dinsdag traangas afgevuurd op betogers buiten de residentie in Beiroet van interim-minister van Binnenlandse Zaken Mohamed Fahmi, waarbij een onbekend aantal betogers gewond raakte, de meesten door het inademen van traangas, aldus lokale media.
Familieleden van de slachtoffers van de explosie van 4 augustus 2020 in de haven van Beiroet, waarbij meer dan 200 mensen omkwamen, ‘demonstreerden door symbolische houten doodskisten in hun armen te dragen’, meldt L‘Orient-Le Jour. En door ‘een sterke vastberadenheid te tonen om recht te doen geschieden’. De demonstranten beschuldigen de minister ervan het onderzoek naar de explosie in de haven, die ongeveer een jaar geleden plaatsvond, te hebben geblokkeerd.
Aanklagers is Spanje eisen een gevangenisstraf van vier jaar voor voormalig tennisster Arantxa Sánchez Vicario en haar ex-man Josep Santacana. Ze worden ervan beschuldigd geld te hebben weggesluisd om te voorkomen dat ze een grote schuld moesten betalen. De voormalige winnares van Roland Garros, zou ‘in opdracht’ van haar echtgenoot hebben gehandeld om te voorkomen dat een schuld moest worden voldaan aan de Banque de Luxembourg, die sinds 2010 een bedrag van miljoenen euro’s claimde. Na jaren van vergeefse aanmaningen, stapte de bank naar de rechter, bericht El País.
De aanklagers eisen ook dat het tweetal 6,1 miljoen euro schadevergoeding aan de bank betaalt.
In Taiwan, een van de weinige landen ter wereld waar stellen recht hebben op acht dagen huwelijksverlof, trouwde een bankmedewerker op 6 april 2020 met zijn partner. Tien dagen later scheidden ze, maar de volgende dag hertrouwden ze. Op 28 april en 29 april volgden nog een scheiding en een derde huwelijk. Na een derde scheiding, op 11 mei, trouwden ze voor de vierde keer, op 12 mei, meldt The New York Times.
Volgens de werkgever van de man, een bank in hoofdstad Taipei, maakte hij misbruik van het verlofbeleid. Na het verlof van acht dagen voor zijn eerste huwelijk wees de bank nieuwe verlofaanvragen af. Daarop diende de man een klacht in bij de arbeidsdienst wegens schending van verlofrechten. De bank kreeg afgelopen oktober een boete van 700 dollar, maar ging in beroep en beweerde dat de werknemer zijn rechten had misbruikt. Uiteindelijk werd de bank in het gelijk gesteld en de boete is nu ingetrokken.
Persvrijheid in Duitsland verslechterd
Op de wereldwijde ranglijst van persvrijheid die Reporters Without Borders (RSF) jaarlijks publiceert, is Duitsland voor het eerst uit de kopgroep gevallen. Door veelvuldige aanvallen op journalisten tijdens coronademonstraties ‘moesten we de waardering van de persvrijheid in Duitsland verlagen van ”goed” naar “voldoende”, aldus een RSF-woordvoerder tegen Die Zeit. Op de lijst met 180 landen staat Duitsland nu op de dertiende plaats.
Meer dan driekwart van alle aanvallen op journalisten gebeurde tijdens demonstraties tegen coronamaatregelen
In 2020 bereikte het geweld tegen mensen die in de media werken ‘een ongekend niveau‘, aldus RSF. De organisatie telde maar liefst 65 gewelddadige aanslagen, vijf keer zoveel als in 2019. Aangenomen wordt dat ook het aantal niet-gemelde gevallen hoger is dan in voorgaande jaren.
Meer dan driekwart van alle aanvallen gebeurde tijdens demonstraties tegen coronamaatregelen. Ook bij demonstraties tegen het verbod op het linkse internetplatform linksunten.indymedia.org en 1 mei-demonstraties werden journalisten belaagd. ‘Journalisten werden geslagen, geschopt en tegen de grond geduwd, ze werden bespuugd en lastiggevallen, beledigd, bedreigd en het werken belet’, aldus RSF.
Berlijn koopt stroomnet terug
De senaat van Berlijn heeft besloten Berliner Stromnetz GmbH terug te kopen van energiebedrijf Vattenfall voor 2,143 miljard euro, bericht Die Presse. ‘De overname van het bedrijf en dus ook van het elektriciteitsnet is onder financieel redelijke voorwaarden mogelijk en daarom hebben we het voorstel van Vattenfall aanvaard’, aldus de Berlijnse Senaat in een verklaring.
Eerste Libanese auto
In Libanon werd deze week een nieuwe elektrische auto gepresenteerd, ondanks de zware economische crisis die onder meer gepaard gaat met frequente stroomuitval. De rode sportwagen, ‘Quds Rise’ genoemd, naar de Arabische naam voor Jeruzalem, is een project van de in Libanon geboren Palestijnse zakenman Jihad Mohammad, schrijft Al Jazeera. Het is de ‘eerste auto die lokaal wordt gemaakt’, aldus Mohammad tijdens de onthulling op een parkeerplaats ten zuiden van Beiroet. Het prototype is aan de voorkant versierd met een gouden logo van de Rotskoepel. Gelegen naast de Al-Aqsa-moskee in Jeruzalem is dat de derde heiligste plek van de islam.
De productie van maximaal tienduizend voertuigen, die zo‘n 25.000 euro per stuk gaan kosten, zal naar verwachting later dit jaar starten en de auto’s zullen over een jaar op de markt komen, aldus Mohammad. De vijftigjarige directeur heeft zijn bedrijf EV Electra vier jaar geleden opgericht en heeft driehonderd Libanese en Palestijnse personeelsleden in dienst.
Italiaan vijftien jaar betaald afwezig
Een Italiaanse ziekenhuismedewerker heeft het klaargespeeld om zich gedurende 15 jaar niet op zijn werk te vertonen, maar wel zijn salaris te ontvangen. Volgens de politie heeft deze ‘Koning der Absenten’ in totaal 538.000 euro opgestreken, ook al is hij sinds 2005 niet meer verschenen in het Pugliese Ciaccio-ziekenhuis in de stad Catanzaro, schrijft The Guardian.
De 67-jarige man wordt beschuldigd van ambtsmisbruik, valsheid in geschrifte en afpersing
De man bedreigde in 2005 de ziekenhuisdirecteur om te voorkomen dat ze zijn verzuim zou rapporteren. De directeur ging vervolgens met pensioen, maar het verzuim van de man ging onverminderd door omdat zijn aanwezigheid nooit werd gecontroleerd door de nieuwe directeur noch door de afdeling personeelszaken.
De nu 67-jarige man wordt beschuldigd van ambtsmisbruik, valsheid in geschrifte en afpersing. Ook zes managers worden ondervraagd over hun rol bij het mogelijk maken van het verzuim, een fenomeen dat overigens wijdverbreid is in de Italiaanse publieke sector. In 2016 heeft de regering de wet aangescherpt nadat uit politieonderzoeken bleek hoe omvangrijk het ziekteverzuim in de publieke sector is.
Athene opent nachtopvang voor dakloze kinderen
In Athene is de eerste slaapzaal voor dakloze tieners geopend, met een capaciteit van honderd bedden. De nachtopvang is bedoeld voor niet-begeleide minderjarige migranten en voor andere dakloze kinderen tussen de 12 en 18 jaar. Volgens schattingen zijn dat er enkele tientallen in de Griekse hoofdstad.
‘Toen we met de plannen voor deze opvang begonnen, wisten we niet hoe groot het probleem was. Maar het lijkt erop dat veel tieners op straat zijn beland’, aldus Metadrasi, de NGO die samen met de gemeente verantwoordelijk is voor de exploitatie, tegen Ekathimerini. Sinds 2019 runt Metadrasi ook een dagcentrum dat dakloze kinderen van voedsel voorziet.
Internetstoring door bevers
In Tumbler Ridge, een kleine, afgelegen gemeente in het Canadese Brits-Columbia, zaten negenhonderd mensen vorig weekend zonder internet. Bij zestig klanten werkte de kabeltelevisie niet en ook het lokale mobiele telefoonverkeer was verstoord, meldt Earther Gizmodo.
Deze ‘unieke Canadese storing’, volgens provider Telus, was het gevolg van bevers die een glasvezelkabel hadden doorgeknaagd. ‘Ons team heeft een nabijgelegen beverdam gevonden’, aldus Telus, ‘en het lijkt erop dat de bevers onze kabel hebben aangetast. Die ligt ongeveer een meter onder de grond en wordt beschermd door een buis van twaalf centimeter dik. Die hebben ze eerst doorgeknaagd voordat ze op meerdere plekken aan de kabel begonnen.’
Online ‘sextortion’-klachten in Libanon zijn in 2020 met 307 procent gestegen. Een onlangs aangenomen nieuwe wet die moet beschermen tegen intimidatie, geeft deze vrouwelijke activist weer een sprankje hoop op verbetering.
Vrouwelijke journalisten, feministen, activisten en mensenrechtenverdedigers over de hele wereld worden geconfronteerd met virtuele intimidatie. In deze serie benadrukt de wereldwijde alliantie van het maatschappelijk middenveld CIVICUS de gendergerelateerde aard van virtuele intimidatie middels verhalen van vrouwen die werken aan het verdedigen van onze democratische vrijheid. De getuigenissen worden gepubliceerd in een samenwerking tussen CIVICUS en Global Voices.
Sinds de protesten van oktober 2019 in Libanon, beter bekend als de Oktoberrevolutie, roepen demonstranten in het hele land op tot het aftreden van de regering en uiten ze hun bezorgdheid over corruptie, slechte publieke diensten en een gebrek aan vertrouwen in de heersende klasse.
Veiligheidstroepen hebben met ongekend geweld op de protesten gereageerd. Sinds het begin van de revolutie heeft de regering hard opgetreden tegen de vrijheid van meningsuiting en waren journalisten slachtoffer van aanvallen en bedreigingen.
Libanon wordt momenteel geconfronteerd met een aanhoudende politieke crisis, die nog eens werd verergerd door de explosie in de haven van Beiroet augustus vorig jaar. Feministen speelden een voortrekkersrol in de revolutie en zetten zich na de explosie massaal in om hulp te bieden.
Maya El Ammar
Maya El Ammar is een feministische schrijver, activist en communicatieprofessional die momenteel bijdraagt aan verschillende mediakanalen, haar eigen opinievideo produceert over feministische en mensenrechtenkwesties en gendergerelateerde artikelen publiceert in samenwerking met onafhankelijke mediaplatforms. Daarnaast werkt ze als mediastrateeg voor een non-profit organisatie.
Dit is het getuigenis van Maya El Ammar:
Spreek je uit, vrouw! Maar voor wie?
‘Het lichaam van de presentator is als een snoepwinkel en een verkrachting waard’, was de reactie van een man op een video die ik in 2018 maakte, niet over suikerappels, maar over de vooringenomenheid van de Libanese media in hun verslaggeving over gevallen van vrouwenmoord.
‘Als je dat voor je werk draagt (…) vraag ik me af hoe je nachthemd eruitziet?’
‘Waarom eet je geen “banaan”?’ en: ‘Waarom zou ik iets aannemen van een onreine vrouw zoals jij?’ vroegen anderen zich af.
Die laatste was een reactie op mijn artikel datzelfde jaar over de kafala (voogdij): slavernij-achtige voorwaarden die worden opgelegd aan huishoudelijk personeel, en in hoeverre deze overeenkomen met huwelijkswetten in onze regio.
Een jaar later escaleerde het tot: ‘Beantwoord mijn e-mail en telefoontjes, anders moet ik naar je kantoor komen, Maya.’
Dat was de eerste keer in mijn leven dat ik een advocaat raadpleegde, want deze zeer beleefde dreiging was de climax van een misselijkmakende combinatie van online en offline stalking, waanvoorstellingen, leugens en wat ik de ‘wraaktoorn’ noem van een man nadat ik een verhaal – mijn verhaal – had gemaakt zonder zijn medewerking.
Velen van hen ondergaan hun beproeving waarschijnlijk met een vreemd soort acceptatie
In mijn geval was het een mannelijke videograaf en een collega uit het maatschappelijk middenveld die ik tegenkwam. Hij is zelfs zo ver gegaan dat hij de persoon over wie het verhaal ging begon lastig te vallen, om mij te straffen. Maar gelukkig heb ik ook dat overleefd.
Ik hield me zelfs voor wat ik nooit tegen mijn vrienden of sowieso hardop zou zeggen: dat dit nog aanzienlijk triviaal was vergeleken met de ernstiger overtredingen waarmee mijn collega’s, en vrouwen in het algemeen, worden geconfronteerd. Het ‘Het is nog geen dagelijkse bedreiging of verkrachting’-riedeltje hield me op de been, want er was zoveel wat ik wilde doen en ik wilde niet gestopt worden, laat staan in het openbaar delen wat me overkwam.
Nu pas realiseer ik dat terwijl ik dit schrijf, en terwijl je het leest, duizenden andere vrouwen te maken hebben met soortgelijke schendingen.
Velen van hen ondergaan hun beproeving waarschijnlijk met die vreemde soort acceptatie. Ik zeg dit omdat ik denk dat wij vrouwen die vrouwenhaters en ad-hominemcommentaren altijd boven ons hoofd hebben zien zweven. Nu zijn ze geland in de digitale ruimtes die we besloten te claimen, zoals we eerder besloten de openbare ruimtes te claimen. De geschiedenis herhaalt zich soms.
Slachtoffer
Dankzij onze ervaringen met gendergerelateerd geweld in de offline wereld, hebben we de realiteit, namelijk dat onze virtuele wereld enkel een natuurlijke weerspiegeling is van ons bestaan buiten het scherm, gerationaliseerd. Dankzij de vrouwen wier inspirerende trajecten vaak eindigden als waarschuwing voor hun opvolgers, hebben we misschien onbedoeld geaccepteerd dat het onvermijdelijk is om door het leven te gaan als slachtoffer.
Wij meisjes moesten blijkbaar voorbereid doch ongewapend ter aarde komen. En het ergste is het besef dat we decennia later als vrouwen nog steeds ongewapend en onvoldoende uitgerust zijn. Dus kunnen we misschien maar beter wat minder om onszelf en ons eigen welzijn geven, nietwaar?
Als vrouwelijke journalisten en activisten uit het Midden-Oosten en Noord-Afrika werkt onze strijdvaardigheid destabiliserend, maar andere kwesties krijgen altijd voorrang. En dus krijgen we als onafhankelijke vrouwelijke journalisten en activisten geen bescherming of steun van hogerhand.
De digitale equivalenten van de vecht-of-vluchtreactie zijn negeren, blokkeren of rapporteren
‘Hoop op het beste, maar verwacht altijd het ergste’, zei mijn zus altijd tegen me.
In plaats van hoop na te jagen, koos ik ervoor op mijn hoede te zijn voor het ergste. Destijds dacht ik misschien dat ik hierdoor zou uitgroeien tot die ‘sterke, onafhankelijke vrouw’ waar Destiny’s Child over zingt. Maar later ontdekte ik dat het er eigenlijk op neerkwam dat ik met mijn angsten moest leren omgaan en mijn vecht-of-vluchtvaardigheden moest optimaliseren. De digitale equivalenten daarvan zijn negeren, blokkeren of rapporteren.
Nieuwe wet
Maar rapporteren aan wie? Aan gigantische technologiebedrijven die onze veiligheid geen biet interesseert, en die prioriteit geven aan het verwijderen van taal die autoritaire en apartheidsregimes in de regio stoort boven het aanpakken van meldingen van seksistische en schadelijke inhoud? Aan bedrijven die eerder ‘gevoelige advertenties’ en politieke Arabische inhoud censureren dan te reageren op pesten, bedreigingen en intimidaties?
Aan nationale cybercrimebureaus die misschien effectief zijn gebleken bij het opsporen en arresteren van daders van chantage en sextortion, maar nog altijd veel effectiever in het onrechtmatig vervolgen van gebruikers van sociale media en het arresteren van journalisten, waaronder vrouwen, voor het uiten van ongewenste meningen?
Terwijl ik deze regels schrijf, denk ik aan mijn vrouwelijke collega’s die constant gedwongen zijn om te gaan met een monsterlijk politieapparaat dat hen vrijwel altijd aanvalt op ‘wie ze zijn’, zelden op ‘wat ze zeggen’.
Wonder boven wonder weigeren deze zelfde vrouwen zich terug te trekken en worden ze zelfs steeds vastberadener in hun missie om de corruptie en de kwelgeest onder de aandacht te brengen, om en antwoord te vinden op de vraag wie hun collega’s hebben vermoord – de onderzoekers, de denkers, de journalisten – en wie er verantwoordelijk was voor de onjuiste opslag van de 2750 ton ammoniumnitraat die half Beiroet vernietigde.
Voor hen moet de onlangs goedgekeurde wet tegen intimidatie in Libanon zijn werk gaan doen. Deze nieuwe – zij het zwakke – wet moet bescherming bieden aan alle vrouwen van wie altijd wordt verwacht dat ze steeds maar meer opofferen, terwijl zij zelf tijdens een crisis als eerste worden opgeofferd. De wet moet de 307 procent toename van officiële meldingen van online geweld tijdens de covid-19-pandemie tegengaan.
Deze nieuwe wet, die online intimidatie omvat en ervoor kan zorgen dat de meest flagrante daders tot vier jaar in de gevangenis belanden, moet alle dappere vrouwen beschermen die individuele en collectieve actie ondernemen. En vooral moet de wet een uitkomst zijn voor degenen die besloten geen hulp te zoeken uit angst voor vergelding, en uit een gebrek aan vertrouwen en hoop.
In Chili was de verhoging van de metrotarieven de lont in het kruitvat. In Libanon was het een WhatsApp-belasting. De regering van Saoedi-Arabië ondernam actie tegen waterpijpen. En in India ging het over uien. Wat de aanleiding ook was, overal gingen gefrustreerde burgers massaal de straat op.
Dossier De straat op
Overal ter wereld zijn gefrustreerde burgers de afgelopen jaren straat op gegaan om hun politieke of economische eisen kracht bij te zetten. In de meeste landen is men woedend over de ongelijkheid en de schaamteloze corruptie van de politieke klasse, terwijl de jongere generatie met moeite het hoofd boven het water kan houden. De coronapandemie heeft de sociale tegenstellingen – maar ook de urgentie om hier iets aan te veranderen – alleen maar vergroot.
Overal ter wereld werden kleine geldkwesties de afgelopen maanden [najaar 2019] het brandpunt van volkswoede en gingen gefrustreerde burgers massaal de straat op. De onverwachte betogingen speelden in op de zinderende frustratie over een politieke elite die als onverbeterlijk corrupt of hopeloos onrechtvaardig werd beschouwd, of allebei. Ze volgden op massale demonstraties in Bolivia, Spanje, Irak en Rusland en daarvoor al in Tsjechië, Algerije, Soedan en Kazachstan.
Op het eerste gezicht is het verband tussen de gestaag toenemende onrust en de talrijke demonstraties vooral tactisch van aard. Als gevolg van constante burgerlijke ongehoorzaamheid in Hongkong werd ook elders de confrontatie gezocht, om volstrekt andere economische of politieke eisen kracht bij te zetten. Toch bespeuren deskundigen een bepaald patroon: een ongewoon luidruchtig protest tegen elites in landen waar democratie een bron van teleurstelling is, waar schaamteloze corruptie heerst en waar een minuscule politieke klasse een luxeleventje leidt, terwijl de jongere generatie moeite heeft om rond te komen.
‘Het zijn de jongeren die er genoeg van hebben,’ zegt Ali Soufan, directeur van de Soufan Group, een consultancybureau voor beveiligingsinformatie. ‘Deze nieuwe generatie pikt het in hun ogen corrupte gedrag van de politieke en economisch elite in hun land niet langer. Ze eisen verandering.’
Maar hoe dramatisch de recente uitbraak van massabetogingen ook lijkt, volgens wetenschappers is het slechts een voortzetting van een trend. Al decennialang gaan samenlevingen steeds vaker de straat op om voor ingrijpende politieke veranderingen te betogen.
De laatste tijd is het tempo waarin de betogingen elkaar opvolgen sterk opgevoerd door een combinatie van factoren: een stagnerende wereldeconomie, een duizelingwekkende kloof tussen rijk en arm en een toenemende groep jongeren in tal van landen die overloopt van gefrustreerde ambitie. Daar komt bij dat de uitbreiding van de democratie wereldwijd tot stilstand is gekomen, zodat burgers met onwillige regeringen gefrustreerd raken en activisten geen andere mogelijkheid zien dan de straat op te gaan om verandering te eisen.
Succespercentage
Maar terwijl het aantal protestbewegingen groeit, keldert het succespercentage ervan. Nog maar twintig jaar geleden had 70 procent van de betogingen voor systematische politieke verandering resultaat, een percentage dat sinds de jaren vijftig gestaag was gestegen, aldus een studie van Erica Chenoweth, politicoloog aan de Harvard-universiteit. Halverwege het eerste decennium van deze eeuw keerde het tij. Succespercentages blijven nu hangen op 30 procent, een afname die Chenoweth ‘onthutsend’ noemt.
Deze twee trends houden nauw verband met elkaar. Naarmate betogingen frequenter worden maar vaker mislukken, strekken ze zich uit over een langere periode en worden ze steeds feller, steeds zichtbaarder; daarbij zijn mensen steeds vaker geneigd opnieuw de straat op te gaan wanneer hun eisen niet worden ingewilligd. Het resultaat kan een wereld zijn waarin volksopstanden niet langer opvallen en onderdeel van het landschap worden.
In landen waar verkiezingen bepalend zijn, zoals de Verenigde Staten en Groot-Brittannië, heeft scepsis over het oude politieke bestel geleid tot stemmenwinst van populisten, nationalisten en tegenstanders van immigratie. En in landen waar de mensen geen stem hebben, wordt massaal gedemonstreerd.
De uiteenlopende blijken van onrust zijn binnen de Verenigde Naties niet onopgemerkt gebleven. Secretaris-generaal António Guterres heeft [half oktober] ter sprake gebracht tijdens een vergadering van het Internationaal Monetair Fonds (IMF). Critici hebben het IMF ervan beschuldigd de economische problemen in landen als Ecuador nog verder aan te jagen door bezuinigingsmaatregelen op te leggen om de staatsschuld te verlichten.
Volgens sommige deskundigen is de wereldwijde protestgolf te divers om hem onder één noemer te kunnen scharen. Toch hebben de protesten in sommige regio’s vaak overeenkomstige trekken.
In het Midden-Oosten heeft het tumult tot onvermijdelijke vergelijkingen met de Arabische Lente van 2011 geleid. Maar volgens deskundigen zit er achter de recente protesten een nieuwe generatie die zich minder aantrekt van de oude sektarische of ideologische scheidslijnen. En in plaats van het hoofd van een dictator te eisen, zoals veel Arabieren in 2011 deden, hebben de Libanezen een hele politieke klasse aangeklaagd.
Veel Arabieren zijn sinds de roerige Arabische Lente beducht voor volksprotesten en geloven hun autoritaire leiders als die waarschuwen dat iedere revolte hun land in net zo’n gewelddadige chaos kan storten als in Libië, Syrië of Jemen.
Muur van angst
Maar de recente protestgolven in Libanon, Egypte en Irak – en niet te vergeten de revoltes die aloude dictators in Algerije en Soedan dit jaar de kop hebben gekost – duiden erop dat de muur van angst begint af te brokkelen.
Zelfs in Saoedi-Arabië, waar openbare betogingen vrijwel ondenkbaar zijn door de dreiging van overheidsrepressie, brak er op sociale media een ongebruikelijke opstand uit vanwege een belasting van 100 procent op rekeningen van restaurants met waterpijpen, oftewel hookahs. ‘Belasting op hookah-restaurants’ werd een trending topic in het koninkrijk. Volgens sommige commentatoren op Twitter druiste de belasting in tegen de wens van de koninklijke familie om het ultraconservatieve imago van Saoedi-Arabië te veranderen.
De wereldwijde protestgolf is te divers om hem onder één noemer te kunnen scharen
Al steken de protesten nu sneller de kop op en zijn ze wijdverbreider dan in eerdere decennia, ze zijn ook fragieler. De moeizame mobilisering die volksbewegingen ooit typeerde, was traag maar duurzaam. Via sociale media georganiseerde protesten kunnen sneller opvlammen maar zakken even snel weer in. Ook hebben autoritaire regeringen inmiddels geleerd sociale media in te zetten voor het verspreiden van propaganda, het op de been brengen van sympathisanten of het zaaien van verwarring, aldus Chenoweth.
En zelfs als er een opwelling van protest is, komt er heel wat meer voor kijken om die te laten uitgroeien tot een massale verzetsbeweging. De huizenhoge uienprijzen in India leidden ertoe dat boeren de snelwegen blokkeerden en kortstondige betogingen hielden. Maar de frustratie heeft zich nog niet ontwikkeld tot massale betogingen, omdat niemand haar in de juiste banen weet te leiden: de Indiase oppositie is een chaos, de politiek wordt gedomineerd door scheidslijnen tussen kasten en religies, en de regering van de hindoenationalistische premier Narendra Modi grijpt voortdurend de dreiging van het naburige Pakistan aan om het publiek af te leiden.
Drukmiddel
Volgens Harvard-politicoloog Erica Chenoweth neemt over de hele wereld het massale protest toe als drukmiddel om verandering mee te eisen of frustratie te ventileren. Ook is te zien dat de kans op succes afneemt. Volgens Chenoweth werd in 2000 nog 70 procent van de eisen ingewilligd; dat percentage is de laatste jaren gezakt naar de huidige 30 procent.
Ecuador trok een door het IMF ontworpen bezuinigingspakket weer in. In Soedan kregen een miljoen demonstranten het militaire regime op de knieën. In Algerije stapte president Bouteflika op nadat miljoenen mensen zijn vertrek hadden geëist. Naast deze successen leidden protesten in Rusland, Brazilië en Tsjechië nog niet tot verandering.
Libanon heeft veel geïnvesteerd in de landbouw om de bevolking in voedsel te voorzien. Het aantal inwoners is flink toegenomen door de zo’n 1,5 miljoen Syrische vluchtelingen die het heeft opgevangen. Vooral plaatselijke injecties in kassen en de teelt van groenten en aardappelen hebben gezorgd voor meer inkomsten en werkgelegenheid.
Op een moment dat de corrupte en incompetente politieke elite de financiële en bancaire sector van Libanon heeft doen instorten, waardoor het land failliet is en een groot deel van de bevolking verstoken is van voedsel en de meest basale voorzieningen, heeft onderzoek naar een duurzaam economisch model de hoogste prioriteit. En een nieuwe kijk op de Libanese landbouw is daarbij van wezenlijk belang.
Al bijna een decennium lang heeft Libanon de grootste moeite om de voedselzekerheid van zijn bevolking te waarborgen, het gevolg van twee opeenvolgende crises, die overigens verschillende implicaties hebben gehad. Om te beginnen is de vraag naar voedingsmiddelen sterk toegenomen door de crisis in Syrië, die in 2011 begon en inmiddels voor een toestroom van anderhalf miljoen vluchtelingen heeft gezorgd. Maar deze extra druk op de voedselvoorziening heeft ook een positief gevolg gehad: om aan de toenemende vraag naar voedsel te voldoen, hebben de Libanezen steeds meer in de landbouw geïnvesteerd, met name in kassen en de teelt van groenten en aardappelen. Deze plaatselijke investeringen hebben voor nieuwe inkomsten gezorgd en de Syrische vluchtelingen aan werk geholpen. Ondanks een gebrek aan planning en politieke visie (een constante sinds het eind van de burgeroorlog) heeft de Libanese landbouwsector een antwoord weten te vinden op de problemen op het gebied van voedselzekerheid, voor een zekere mate van sociale stabiliteit gezorgd en het platteland veerkracht gegeven.
Mogelijke instorting
De voedselveiligheid van de Libanezen en de Syrische vluchtelingen wordt onmiskenbaar bedreigd door de financiële crisis en de val van het Libanese pond, vorig jaar. Tussen oktober 2019 en oktober 2020 is de consumentenprijsindex met 140 procent gestegen, terwijl de prijzen van voedingsmiddelen met een factor vier zijn vermenigvuldigd. Toch heeft een onderzoek dat we afgelopen september deden bij een grote supermarktketen ons geleerd dat ondanks deze prijsstijging de consumptie van versproducten zoals aardappels, tomaten en komkommers stabiel is gebleven ten opzichte van 2018 en 2019, in tegenstelling tot de consumptie van verwerkte producten. Maar daar blijkt alleen uit in hoeverre de stedelijke middenklasse de crisis financieel het hoofd weet te bieden, in een land waar volgens een schatting van de Wereldbank respectievelijk 45 procent en 22 procent van de huishoudens arm en extreem arm is. Bijna een kwart van die extreem arme Libanese huishoudens slaat een maaltijd per dag over.
Een ineenstorting van de lokale voedselproductie ligt op de loer. Want door de financiële crisis zijn niet alleen de voedselprijzen gestegen, maar wordt ook de Libanese voedselproductiecapaciteit bedreigd. Sinds halverwege de jaren negentig hebben de leveranciers van landbouwgrondstoffen de nadruk gelegd op een productiemodel dat sterk afhankelijk is van geïmporteerde zaden en planten, kunstmest, pesticiden en irrigatiesystemen. Het model werd gesteund door de centrale bank en de bancaire sector van Libanon, die deze grondstoffenleveranciers kredieten verschaften die zij op hun beurt weer omzetten in leningen aan agrariërs. Dit systeem is nu in ingestort, met als gevolg dat de landbouwproductiecapaciteit in Libanon gevaar loopt.
Zo zijn de productiekosten van groenten volgens onze berekeningen in 2020 met 40 procent toegenomen ten opzichte van 2019. Tegelijkertijd hebben de leveranciers van grondstoffen en andere landbouwproductiemiddelen een gemiddelde verkoopdaling van 40 procent gesignaleerd, wat erop duidt dat hun klanten op kosten besparen, bijvoorbeeld door af te zien van voorgenomen investeringen, hun landbouwgrond in te krimpen of over te stappen op minder kostbare gewassen als tarwe. Globaal heeft de landbouwsector de eerste klappen van de financiële crisis gedeeltelijk kunnen opvangen door de verhoogde productiekosten te compenseren met prijsverhogingen.
Desondanks is er een groot risico dat de productie in de loop van 2021 zal instorten: wanneer de wisselkoers van het Libanese pond op het huidige niveau blijft, zullen de exploitatiekosten volgens onze berekeningen met 175 procent toenemen en die van nieuwe investeringen in de groenteproductie met 350 procent. Bovendien zouden de hoge grondstoffenprijzen de grote, op export gerichte landbouwbedrijven bevoordelen, terwijl het land vooral behoefte heeft aan kleine duurzame bedrijven, in de vorm van coöperaties, die voor de plaatselijke markten produceren.
Coherente hervorming
Tot dusver zijn het vooral niet-statelijke actoren, zoals de civil society en Hezbollah (de laatste via een oproep tot een ‘agrarische en industriële jihad’) die op deze situatie hebben gereageerd, al heeft het Libanese ministerie van Landbouw er afgelopen september enige aandacht aan besteed in zijn strategieplan voor de komende vijf jaar. Dit strategieplan richt zich op vijf pijlers, waarvan voedselzekerheid er voor de eerste keer één is. De andere pijlers zijn technische verbeteringen ter verhoging van de agrarische en agro-industriële productiviteit, versterking van de concurrentiepositie van de agro-alimentaire ketens, betere aanwending van natuurlijke hulpbronnen en vergroting van de sectorcapaciteit.
De Libanese regering neigt ernaar strategieën te ontwikkelen die op donateurs zijn gericht, donateurs die kieskeurig te werk gaan bij het kiezen van hun financieringsdoelen. Terwijl de Libanese landbouw meer behoefte heeft aan een coherente en nationale wetgevende en institutionele hervormingsstrategie, met een omvang die vergelijkbaar is met die van de regering van Foead Shebab in de jaren zestig.
Een van de belangrijkste aspecten van deze hervorming zou het uitvaardigen zijn van een wet die bedrijven op het gebied van landbouw en veeteelt een officiële status geeft, evenals het werk in die sectoren. Ongeveer 90 procent van de Libanezen – en bijna alle Syriërs – die in de landbouw werkzaam zijn, doet dat op informele basis. Agrarische arbeid is niet aan regels gebonden, en dientengevolge bestaat er geen enkele wettelijke omschrijving van agrarische beroepen of bedrijfsuitoefening, wat vooral impliceert dat werknemers in de sector geen enkele sociale bescherming genieten. De wet zou dus moeten voorzien in regels en aanvaardbare arbeidsvoorwaarden voor Libanese en buitenlandse werknemers in de agrarische sector, waaronder een zorg- en pensioenverzekering.
De meeste landbouwgrond in Libanon is in handen van rijkste 10 procent
Een tweede maatregel zou moeten voorzien in heldere en rechtvaardige regelingen op het gebied van het grondbezit en -gebruik. Tweederde van de landbouwgrond is momenteel in handen van de rijkste 10 procent grootgrondbezitters, die sterke politieke banden hebben. Maar de landbouwsector zelf bestaat enerzijds uit een handjevol grote bedrijven en aan de andere kant uit tienduizenden gefragmenteerde boerderijtjes met weinig kapitaal, vooral ook omdat het erfrecht verbrokkeling in de hand werkt. Dit productiepatroon heeft niet alleen bepaalde gevolgen voor schaalgrootte en productiviteit, maar ook voor het milieu, omdat het leidt tot overmatig gebruik van producten die de bodem en het water vervuilen. Een derde maatregel zou het wettelijk makkelijker moeten maken om coöperaties te vormen en voor regels moeten zorgen die de autonomie en de groei daarvan bevorderen.
Meer in algemene zin zouden er ook structurele hervormingen moeten worden doorgevoerd die de concurrentiedynamiek in de sector versterken en een einde maken aan de kartels. Ook zouden er heldere regels moeten komen voor de verkoop van landbouwproducten wanneer die eenmaal zijn geoogst, zoals transparante prijsinformatie, prijzen die zijn gebaseerd op de kwaliteit van de producten en fytosanitaire keuring. Door dit soort hervormingen zouden de agrariërs voor hun afzet minder afhankelijk worden van commerciële partijen. Want die laatste zijn in grote mate verantwoordelijk voor wat er na de oogst met de producten gebeurt, zoals sortering, koeling, transport et cetera, en bepalen als gevolg daarvan voor een groot deel de toegevoegde waarde van de producten, zodat producenten vaak genoodzaakt zijn die in de oogsttijd, wanneer er een overmatig aanbod is, tegen een lage prijs te verkopen.
Tot dusver heeft zowel de politiek als een deel van de civil society vooral op de huidige crisis gereageerd door de landbouw en de herwaardering van de aarde de hemel in te prijzen, vooral tijdens de lockdown. Kortom, door de burgers zelf verantwoordelijk te stellen voor hun voedselveiligheid. Dit ideaal van zelfvoorziening is niet alleen onrealistisch maar ook funest, omdat het de staat ontheft van zijn verantwoordelijkheid. Terwijl stijgende grondstoffenprijzen de kloof vergroten tussen kleine bedrijfjes en de grote, op export gerichte ondernemingen, loopt Libanon het risico dat er een nieuwe belangrijke bevolkingsgroep in de armoede wordt gestort en dat er een sector verloren gaat die heeft bewezen werkgelegenheid te scheppen en bij te dragen tot vrede onder de bevolking.
Een vrouwelijk lid van het Libanese parlement krijgt heftige, seksueel getinte beledigingen over zich heen, omdat zij de corruptie uitgaven van de president aan de kaak durft te stellen.
Beledigingen zijn vandaag de dag schering en inslag in politieke kringen in Libanon. Het is in feite een middel geworden voor de machthebbers om tegenstanders te lijf te gaan. Het slachtoffer is in dit geval een vrouwelijke afgevaardigde, die zich zorgen maakt over het welzijn en de levensomstandigheden van haar medeburgers. (En in tegenstelling tot andere vrouwen in de Libanese politiek komt deze voormalige tv-journalist uit de ‘gewone’ samenleving en vloeit haar positie niet voort uit het systeem van politieke partijen of een ‘politieke’ achternaam.)
De afgevaardigde (uit de kieskring Beiroet) is Paula Yacoubian, op wie de machthebbers de meute hebben losgelaten om hun vuile zaakjes in de media op te knappen. Yacoubian heeft niet anders gedaan dan rekening en verantwoording te eisen, nadat de president, Michel Aoun, twee vliegtuigen had gehuurd om met familie en vrienden een uitstapje naar New York te maken. Als antwoord krijgt ze een bak modder over zich heen van vuilspuiters die niet zoveel ophebben met democratie en die anderen graag bekritiseren en door het slijk halen.
Paula Yacoubian deed niet anders dan als volksvertegenwoordiger corruptie aan de kaak stellen. Maar dat is een misdrijf in de ogen van de aanhangers van president Aoun, zoals de regeringsgezinde journalist Joseph Aboe Fadel en de componist Samir Sfeir. Laatstgenoemde twitterde: ‘Op een dag maakte de [Libanese televisiezender] LBC een interview met Gaddafi in Tripoli. Na de opnamen merkte de Libische leider op: “Laat deze journaliste nog een weekje hier blijven.” Aldus geschiedde. En raad eens om wie het ging?’
Paula Yacoubian kondigde daarop aan dat ze een klacht gaat indienen tegen Aboe Fadel en Sfeir, waarbij ze hen kwalificeerde als ‘kleine boeven’ in dienst van ‘de grote schooier’ Gebran Bassil [de minister van Buitenlandse Zaken en schoonzoon van president Ayoun]. Dat kwam haar op nieuwe beledigingen te staan. Aboe Fadel bijvoorbeeld twitterde aan het adres van ‘de bevoorrechte vrouwen met parlementaire onschendbaarheid’: ‘Welke trucjes je ook uithaalt met je onschendbaarheid om je opgebruikte lijf buiten schot te houden, we zullen jullie opwachten. Jullie zullen er spijt van krijgen, hoeren. Mijn god, wat zullen jullie het betreuren en wat zullen jullie janken!’
Gebrek aan respect
Ook de website van de presidentiële partij spaarde haar niet. ‘Ze brengt de strijd van de Libanese vrouwen in gevaar. Door de media schrijden en mooie praatjes verkopen maakt van Paula Yacoubian nog geen heldin. Integendeel, de publieke opinie wordt alleen maar misselijk van een vrouw uit het volk die haar verantwoordelijkheden niet aankan. En dat blijft een hindernis voor de noodzakelijke verandering opdat een zo groot mogelijk aantal vrouwen toegang krijgt tot functies die om verantwoordelijkheidsbesef vragen.’
Het gebrek aan respect voor vrouwen, hen omlaag halen en in hun eer aantasten, vooral als zij ook nog journalist zijn, is binnen de regeringspartij staande praktijk geworden. Men herinnert zich wellicht Ibrahim Kanaan, een parlementslid dat ook uit die kringen afkomstig is. Hij liet in een live-tv-uitzending een stroom van beledigingen los op de journaliste Ghada Eid, waarbij hij haar onder meer toebrulde: ‘Mijn voeten zijn schoner dan jij en jouw programma!’ En: ‘Ik weet waar je vandaan komt, slet!’
Links-liberale website die in 2013 is * opgericht in navolging van de ‘Arabische lente’.* In korte tijd is Al-Modon een van de betrouwbaarste Arabische nieuwsbronnen geworden.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.