Tag: libië

  • Gaddafi’s zoon wil president worden

    Gaddafi’s zoon wil president worden

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Roep om verandering in Cuba houdt aan

    » Brits onderzoek: Beste bedtijd is rond 22.30 uur

    Saif Al-Islam Gaddafi heeft zich kandidaat gesteld

    Saif Al-Islam Gaddafi, die door het Internationaal Strafhof gezocht wordt wegens misdaden tegen de menselijkheid, heeft zich zondag officieel kandidaat gesteld voor het Libische presidentschap, meldt The National. Een verrassende beslissing, aldus het in Londen gevestigde dagblad dat zich richt op het Midden-Oosten.

    Veel waarnemers hadden verwacht dat hij een kandidaat zou steunen in plaats van aan de race deel te nemen. In juli vertelde hij The New York Times echter dat hij terug wilde keren in de politiek. De zoon van dictator Moammar Gaddafi werd in november 2011 gevangengenomen door een gewapende groep, maar in 2017 werd hij vrijgelaten en verdween. De presidentsverkiezingen zijn gepland voor 24 december.

    Lees ook:

    https://360magazine.nl/gaddafi-aanhangers-%e2%80%a8willen-de-macht-terug/
  • Hulp aan mensensmokkelaars. Noodzaak of strafbaar feit?

    Hulp aan mensensmokkelaars. Noodzaak of strafbaar feit?

    Een Italiaanse antimaffia-instantie coördineert de Italiaanse en Europese aanpak van smokkelaars die mensen vanuit Libië naar Europa proberen te krijgen. De aanpak lijkt succesvol en bedient de wensen van de publieke opinie, maar uit onderzoek van The Intercept blijkt dat het voornamelijk migranten zijn die worden opgepakt en veroordeeld. Smokkelbendes blijven grotendeels buiten schot.

    ‘Afana Dieudonne noemt zichzelf geen held, want hij heeft dingen gedaan waar hij niet trots op is. Zoals iedereen in zijn situatie zou doen om te overleven, zegt hij. Dieudonne reisde van Kameroen naar Tunesië per vliegtuig, vandaar met de auto en te voet door de woestijn naar Libië, en belandde vervolgens in een rubberboot op de Middellandse Zee.’ Zo beginnen Zach Campbell en Lorenzo D’Agostino hun verhaal voor The Intercept. Het verhaal van Afana Dieudonne kenmerkt de huidige aanpak van het migrantendrama.

    Mensensmokkelaars in Libië die het onderduikadres beheerden waar Dieudonne verbleef, vroegen om zijn hulp. Hij sprak een beetje Engels en wilde geen problemen, dus hij hielp hen, beducht omdat ze vaak stoned waren en altijd gewapend. Soms vroegen ze hem voedsel en water onder de andere migranten te verdelen. Andere keren verklikte hij degenen die hun bevelen niet opvolgden. Soms dwongen de mensenhandelaars hem tot geweld tegen zijn lotgenoten. Zij of ik, redeneerde hij.

    Op 30 september 2014 duwden de smokkelaars Dieudonne en 91 anderen in een rubberboot de zee op. In de pikdonkere nacht zagen ze de lichten van de Libische kust uit het zicht verdwijnen. Na een dag op zee begon de overvolle rubberboot water te maken. De opvarenden werden gered door een schip van een hulporganisatie en overgebracht naar een schip van de Italiaanse kustwacht. Dieudonne werd eruit gepikt voor ondervraging.

    Ze krijgen betaald om een reis te organiseren die zo gevaarlijk is dat hij al tienduizenden levens heeft geëist

    De eerste vragen die hem werden gesteld waren kort en routineus: naam, leeftijd, nationaliteit. En toen veranderde de ondervraging van toon: de agenten wilden weten hoe de mensenhandel in Libië werkte, zodat ze de betrokkenen konden arresteren. Ze wilden weten wie de rubberboot had bestuurd en wie had genavigeerd.

    Hij vertelde alles en wees ook de ‘kapitein’ aan, tussen aanhalingstekens, want er was geen echte kapitein. De echte mensensmokkelaars blijven in Libië, aldus Dieudonne, en degenen die handelen als ‘de “kapiteins” doen dat niet uit vrije wil’.

    Het antimaffia-agentschap

    Om migratie in het centrale Middellandse Zeegebied aan te pakken waren de inspanningen van de Italiaanse regering en de Europese Unie jarenlang gefixeerd op de achterblijvers in Libië. Die worden afwisselend facilitators, smokkelaars, mensenhandelaars of militieleden genoemd. Ze voorzien in hun levensonderhoud door anderen te helpen op illegale wijze Europa binnen te komen. Ze krijgen betaald om een reis te organiseren die zo gevaarlijk is dat hij al tienduizenden levens heeft geëist.

    De Europese poging om deze smokkelnetwerken te ontmantelen wordt aangestuurd door een opmerkelijk instituut: de Direzione nazionale antimafia e antiterrorismo (DNAA): het Italiaanse antimaffia- en antiterreuragentschap. Deze kleine politie-afdeling uit Rome verwierf in de jaren negentig en begin 2000 aanzien door grote delen van de maffia in Sicilië en elders in Italië te ontmantelen.

    Uit niet eerder gepubliceerde interne documenten blijkt dat DNAA een belangrijke rol speelde bij het toezicht op de zuidelijke zeegrenzen van Europa, in nauwe samenwerking met het EU-grensagentschap Frontex en Europese militaire missies die voor de Libische kust opereren.

    Illegale migratie naar Europa kreeg dezelfde aanpak als de maffia

    Onder leiding van de ervaren maffiajager Franco Roberti ontwikkelde DNAA een strategie die uniek was, in ieder geval nieuw voor de instanties die de grenzen moeten bewaken. Illegale migratie naar Europa zou dezelfde aanpak als de maffia krijgen. Hierdoor kregen de Italiaanse en Europese politie, kustwacht en marine, die volgens het internationaal recht verplicht zijn om gestrande vluchtelingen op zee te redden, de mogelijkheid om op zijn minst een aantal arrestaties en veroordelingen te verrichten.

    Het idee was om laaggeplaatste handlangers te arresteren en hen met dwang en de belofte van strafvermindering ertoe te brengen hun opdrachtgevers prijs te geven. Zo zouden onderzoekers de mensen een stap hoger op de ladder kunnen identificeren, om uiteindelijk de smokkelbendes in Libië te ontmantelen. Bij elke boot die in Italië arriveerde, verrichtte de politie een handvol arrestaties. Iedereen die tijdens de overtocht een actieve rol had gespeeld, van het sturen tot het vasthouden van een kompas tot het uitdelen van water of het repareren van een lek, kon worden gearresteerd op grond van de nieuwe wettelijke richtlijnen die werden opgesteld door Roberti’s antimaffia-eenheid.

    Aanklachten varieerden van smokkel tot transnationale criminele samenzwering en zelfs moord, als opvarenden benedendeks waren gestikt of waren verdronken. Het aantal mensen dat sinds 2013 is gearresteerd wordt in de duizenden geschat.

    Voor de politie, aanklagers en betrokken politici waren deze arrestaties een belangrijk binnenlands politiek succes want de publieke opinie in Italië had zich tegen migratie gekeerd, en nu haalden politiefoto’s van vermeende smokkelaars regelmatig de voorpagina‘s.

    De meeste ‘succesvolle’ vervolgingen betroffen veelal migranten die voor hun overtocht hadden betaald

    The Intercept vroeg documenten op via de Italiaanse Wet openbaarheid van bestuur. Uit notulen van niet-openbare gesprekken tussen leidinggevenden blijkt dat de meeste ‘succesvolle’ vervolgingen alleen betrokkenen op laag niveau betroffen, veelal migranten die voor hun overtocht hadden betaald. Smokkelbazen zelf werden zelden veroordeeld. Uit de documenten blijkt dat veel rechtszaken zijn gebaseerd op overhaaste onderzoeken en ondervragingen waarbij sprake was van dwang.

    In de jaren die volgden ging DNAA tot het uiterste om de stroom van arrestaties voort te zetten. Volgens interne documenten coördineerde het bureau een reeks strafrechtelijke onderzoeken naar de civiele hulporganisaties die levens redden in de Middellandse Zee en ervan worden beschuldigd het werk van de politie te belemmeren. DNAA zag ook toe op pogingen om een nieuwe kustwacht in Libië op te richten en op te leiden, wetende dat sommige kustwachtofficieren samenwerken met de smokkelnetwerken die de Italiaanse en Europese diensten juist proberen te bestrijden.

    Sinds de oprichting heeft het antimaffia-agentschap ongekende onderzoeksinstrumenten gebruikt en fungeerde het als een brug tussen politici en de rechtbanken. De documenten onthullen tot in de kleinste details hoe het agentschap met Italiaanse en Europese functionarissen, gebruikmaakte van allerlei bevoegdheden om vermeende smokkelaars aan te pakken, terwijl ze wisten dat het in de meeste gevallen ging om wanhopige mensen die op de vlucht waren voor armoede en geweld en die beperkte middelen hadden om zichzelf in de rechtbank te verdedigen.

    Tragedie en kansen

    DNAA werd begin jaren negentig opgericht na een decennium van escalerend maffiageweld. Tegen die tijd waren honderden aanklagers, politici, journalisten en politieagenten neergeschoten, opgeblazen of ontvoerd, en nog veel meer werden afgeperst door georganiseerde misdaadfamilies die actief waren in Italië en ver daarbuiten.

    In Palermo, de Siciliaanse hoofdstad, was officier van justitie Giovanni Falcone een rijzende ster in de Italiaanse rechterlijke macht. Falcone had ongekend succes behaald met een aanpak van de georganiseerde misdaad die gebaseerd was op het volgen van geldstromen, het in beslag nemen van activa en het centraliseren van bewijsmateriaal dat door openbare aanklagers op het eiland was verzameld. Maar toen de maffia uitbreidde naar de rest van Europa, bleek Falcone‘s werk ontoereikend.

    In september 1990 reisde een maffiacommando vanuit Duitsland naar Sicilië om een 37-jarige rechter neer te schieten. Weken later, bij een politiecontrole in Napels, bleek dat de Siciliaanse chauffeur van de vrachtwagen vol wapens, explosieven en drugs, ingezetene van Duitsland was. Een maand na diens arrestatie reisde Falcone naar Duitsland om een infrastructuur voor informatie-uitwisseling met de autoriteiten op te zetten. Hij bracht een jongere collega uit Napels mee, Franco Roberti.

    Het was een huwelijk tussen politie, justitie, politieke belangen en zogenaamd apolitieke rechtbanken

    ‘We stonden tegenover een ondoordringbare muur’, aldus een bittere Roberti, die drie decennia later met The Intercept sprak in Napels. Inmiddels 73 jaar oud en met de hese stem van een levenslange roker, beschrijft Roberti het Italiaanse maffiaprobleem in directe bewoordingen. Hij betreurt het gebrek aan internationale samenwerking dat volgens hem tot op de dag van vandaag voortduurt. ‘Ze beweerden dat ze geen onderzoek hoefden te doen,’ aldus Roberti, ‘omdat het aan ons was om Italiaanse maffiosi in Duitsland te traceren.’

    Toen de aanklagers met lege handen terugreisden naar Italië, vertelde Falcone hem dat we ‘een gecentraliseerd nationaal orgaan nodig hadden dat rechtstreeks met buitenlandse gerechtelijke autoriteiten kon spreken en onderzoeken in Italië kon coördineren’.

    ‘Zo ontstond het idee van het antimaffia-agentschap’, aldus Roberti. De twee begonnen met het opzetten van wat de eerste nationale antimaffiastrijdmacht van Italië zou worden.

    Destijds was er veel weerstand tegen het project. Critici voerden aan dat Falcone en Roberti ‘superaanklagers’ creëerden met buitensporige macht over de rechtbanken, terwijl ze ondertussen onderhevig waren aan politieke druk van de regering in Rome. Het was, zo luidde de kritiek, een huwelijk tussen politie, justitie, politieke belangen en zogenaamd apolitieke rechtbanken; handig om de maffia te veroordelen, maar gevaarlijk voor de Italiaanse democratie.

    Toch werd het project in januari 1992 goedgekeurd door het Italiaanse parlement. Maar Falcone zou er nooit leiding aan geven want enkele maanden later werd hij gedood door een maffiabom, samen met zijn vrouw en de drie agenten die hen begeleidden. Door die aanslag verstomde alle kritiek op het plan van Falcone.

    ‘Ten overstaan van ons allemaal zetten de smokkelaars een man in een koelkast om te laten zien hoe de volgende zou worden behandeld die zich zou misdragen’

    DNAA werd een van de belangrijkste instellingen van Italië, als nationale autoriteit voor alles wat betrekking heeft op de georganiseerde misdaad en als de instantie die verantwoordelijk is voor het gedeeltelijk bevrijden van het land uit de eeuwenlange greep van de maffia. In de decennia na de dood van Falcone deed DNAA wat velen in Italië voor onmogelijk hielden, door grote delen van de vijf belangrijkste Italiaanse misdaadfamilies te ontmantelen en het aantal moorden door de maffia bijna te halveren.

    Maar tegen de tijd dat Roberti er de leiding kreeg in 2013, was het alweer jaren geleden dat de laatste spraakmakende maffiavervolging had plaatsgevonden. Tegelijkertijd kreeg Italië te maken met een ongekend aantal migranten dat per boot arriveerde. Zo kwam Roberti op het idee om DNAA te laten optreden tegen wat hij zag als een ander soort maffia. Hij richtte zijn blik op Libië.

    ‘We moesten beter gecoördineerd handelen om mensensmokkel te bestrijden en dus nodigde ik iedereen aan tafel met als belangrijkste doel om levens te redden, schepen in beslag te nemen en smokkelaars te pakken’, aldus Roberti. ‘En dat hebben we gedaan.’

    Gewelddadigheden

    Afana Dieudonne bereikte de Libische havenstad Zuara in augustus 2014. Hij hoefde alleen nog de Middellandse Zee over en hij zou in Europa zijn. De smokkelaars die hij voor die stap betaalde, namen hem al zijn bezittingen af en stopten hem in een verlaten gebouw dat diende als onderduikadres om zijn beurt af te wachten.

    Dieudonne vertelt zijn verhaal in een klein kantoor in Bari, de Italiaanse havenstad waar hij nu een coöperatie runt die nieuwkomers helpt toegang te krijgen tot lokaal onderwijs. Hij is vurig en charismatisch. Telkens als hij iets betoogt, tikt hij met zijn knokkels op tafel. Hij stond drong er bij The Intercept op aan dat ze zijn echte naam zouden publiceren. Anderen die de reis recenter maakten en in afwachting zijn van beslissingen over hun verblijfsvergunning of vluchtelingenstatus, waren minder bereid om openlijk te spreken.

    Dieudonne herinnert zich zijn onderduik in Zuara als een aaneenschakeling van gewelddadigheden. De smokkelaars kwamen één keer per dag met eten en vroegen dan wie hun bevelen niet hadden opgevolgd. De aanwezigen in het gebouw wisten dat ze niet snel zouden worden ontdekt door politie of rivaliserende smokkelaars, maar ze wisten ook dat ze niet vrij waren om te vertrekken.

    ‘Ten overstaan van ons allemaal zetten de smokkelaars een man in een koelkast om te laten zien hoe de volgende zou worden behandeld die zich zou misdragen‘, herinnert Dieudonne zich verontwaardigd. Hij was getuige van martelingen, schietpartijen en verkrachtingen. ‘De eerste keer dat je het ziet, doet het je pijn. De tweede keer doet het je minder pijn. De derde keer’, zegt hij schouderophalend, ‘wordt het normaal. Het is de enige manier om te overleven.’

    ‘Daarom moet ik erom lachen dat mensen die een boot bestuurden worden aangehouden en dan als mensensmokkelaar worden behandeld’, zei Dieudonne. Migranten die naar Italië reisden, meldden dat ze onder bedreiging van een vuurwapen hebben moeten sturen. ‘Dat doe je alleen om niet ter plekke te sterven.’

    Mare Nostrum

    Twee jaar na de val van de regering van Moammar Qadhafi was een groot deel van de noordwestkust van Libië veranderd in een pleisterplaats voor smokkelaars die overtochten naar Europa organiseerden in grote houten vissersboten. Die overvolle schepen, ondermaats bestuurd door amateurs, kapseisden onvermijdelijk, met honderden doden als resultaat. In oktober 2013 eisten twee schipbreuken voor de kust van het Italiaanse eiland Lampedusa meer dan vierhonderd levens, wat tot publieke verontwaardiging leidde in heel Europa. Als reactie hierop lanceerde de Italiaanse staat twee plannen, het ene openbaar en het andere privé.

    ‘Het was een grote schok toen de tragedie bij Lampedusa plaatsvond’, herinnert de Italiaanse senator Emma Bonino zich, destijds de Italiaanse minister van Buitenlandse Zaken. De premier ‘belegde een spoedvergadering en we besloten om onmiddellijk met een reddingsprogramma te beginnen’, zei Bonino. ‘Iemand wilde het programma “veilige zeeën” noemen, maar ik zei nee, niet veilig, want er zullen zeker nog andere tragedies volgen. Laten we het Mare Nostrum noemen.’

    Mare Nostrum, ‘onze zee‘ in het Latijn, werd de naam voor een reddingsmissie in de internationale wateren voor de kust van Libië die een jaar duurde en die meer dan 150.000 mensen redde. De operatie bracht Italiaanse schepen, vliegtuigen en onderzeeërs dichter dan ooit bij de Libische kust. Franco Roberti, net twee maanden hoofd van DNAA, zag mogelijkheden om het juridische bereik van het land uit te breiden en een dodelijke slag toe te brengen aan smokkelbendes in Libië.

    Vijf dagen na de start van Mare Nostrum lanceerde Roberti zijn plan: een reeks coördinatievergaderingen tussen de hoogste echelons van de Italiaanse politie, marine, kustwacht en justitie. Onder leiding van Roberti zouden deze bijeenkomsten vier jaar duren en uiteindelijk vertegenwoordigers van Frontex, Europol, een militaire operatie van de EU en zelfs Libië omvatten.

    Iedereen die als bemanningslid optrad of een noodoproep deed op een boot met migranten, moest als medeplichtige aan mensensmokkel worden beschouwd

    De notulen van vijf van deze bijeenkomsten, die door Roberti werden gepresenteerd aan een commissie van het Italiaanse parlement en die in handen zijn van The Intercept, bieden een ongekend kijkje achter de schermen van de gebeurtenissen aan de zuidelijke grenzen van Europa sinds het drama van Lampedusa.

    Tijdens de eerste bijeenkomst, gehouden in oktober 2013, vertelde Roberti de deelnemers dat de antimaffiabureaus in de Siciliaanse stad Catanië een innovatieve manier hadden ontwikkeld om migrantensmokkel aan te pakken. Door Libische smokkelaars aan te pakken zoals ze de Italiaanse maffia hadden aangepakt, konden aanklagers jurisdictie claimen over internationale wateren tot ver buiten de Italiaanse grenzen. Dat, aldus Roberti, betekende dat ze legaal aan boord konden gaan van schepen op volle zee om ze te onderzoeken en er beslag op te leggen en dat gevonden bewijsmateriaal in de rechtbank kon worden gebruikt.

    De Italiaanse autoriteiten weten al sinds lange tijd dat ze volgens de internationale maritieme wetgeving verplicht zijn om mensen die Libië ontvluchten op overvolle boten te redden en in veiligheid te brengen. Toen het aantal mensen dat de oversteek probeerde te maken steeg, raakten veel Italiaanse officieren van justitie en kustwachters ervan overtuigd dat smokkelaars op deze reddingsacties vertrouwden om hun bedrijfsmodel te laten werken. Daarom luidde de antimaffiaredenering: iedereen die als bemanningslid optreedt of een noodoproep doet op een boot met migranten, moet als medeplichtige aan mensensmokkel worden beschouwd en onderworpen worden aan de Italiaanse jurisdictie.

    Europese leiders zochten koortsachtig naar een oplossing voor wat zij zagen als een dreigende migratiecrisis. Italiaanse functionarissen dachten dat ze het antwoord hadden en rechtvaardigden hun beslissingen publiekelijk om toekomstige verdrinkingen te voorkomen.

    Maar volgens de notulen van de antimaffiavergadering in 2013 was deze nieuwe strategie zeker een week ouder dan de schipbreuken bij Lampedusa. Siciliaanse aanklagers hadden het plan al opgesteld om de migratie over de Middellandse Zee aan te pakken, maar misten de instrumenten en de publieke steun om het in daden om te zetten. Na de tragedie van Lampedusa en de oprichting van Mare Nostrum, hadden ze plotseling allebei.

    Scafisti

    Dieudonne en 91 anderen werden gered in de internationale wateren voor de kust van Libië door een Europese ngo genaamd MOAS (Migrant Offshore Aid Station). Ze brachten twee dagen door aan boord van het schip van MOAS voordat ze werden overgebracht naar een schip van de Italiaans kustwacht, de Nave Dattilo, om naar Europa te worden gebracht.

    Aan boord van de Dattilo vroegen kustwachters aan Dieudonne waarom hij Kameroen had verlaten. Ze lieten hem een foto zien van de rubberboot die vanuit de lucht was genomen. ‘Ze vroegen me wie er stuurde, wie welke rol had en zo’, zegt hij. ‘Toen vroegen ze me of ik kon vertellen hoe mensenhandel in Libië werkt, dan zouden ze me verblijfsdocumenten geven.’

    Aanvankelijk wilde hij niet niet graag meewerken. Hij wilde geen lotgenoten beschuldigen, maar was ook bang dat hij verdachte zou kunnen worden. Per slot van rekening had hij de stuurman een paar keer geholpen tijdens de reis. ‘Ik dacht dat ze me pijn zouden doen als ik niet meewerkte‘, zegt hij. ‘Niet zozeer lichamelijk, maar ze zouden me als oneerlijk kunnen beschouwen, als iemand die deel uitmaakt van de mensenhandel.’

    Dieudonne kan niet begrijpen waarom Italië mensen zou straffen die zijn gevlucht voor armoede en politiek geweld in West-Afrika

    Tot op de dag van vandaag zegt hij dat hij niet kan begrijpen waarom Italië mensen zou straffen die zijn gevlucht voor armoede en politiek geweld in West-Afrika. Hij somt gebeurtenissen van alleen al het afgelopen jaar op: dienstplicht, hongersnood, corruptie, gewapende milities, aanvallen op scholen. ‘En je probeert dan iemand te veroordelen omdat hij erin is geslaagd daaraan te ontkomen?’

    Het kustwachtschip legde aan in Vibo Valentia, een stad in Calabrië. Tijdens het ontschepen vertelde een plaatselijke politieagent aan een journalist dat ze vijf mensen hadden gearresteerd. De journalist vroeg hoe de politie de verdachte had geïdentificeerd. ‘Er is veel gedaan door de kustwacht’, antwoordde de agent. ‘De migranten zijn twee dagen geleden opgepikt en de vermeende smokkelaars zijn bekend. En we hebben getuigenverklaringen en video’s.’

    Gevallen als deze, waarbij arrestaties worden verricht op basis van foto- of videobewijs en verklaringen van getuigen zoals Dieudonne, komen vaak voor, aldus Gigi Modica, een rechter in Sicilië die veel immigratie- en asielzaken heeft gedaan. ‘Het is meestal hetzelfde verhaal. Ze pakken drie of vier mensen op, niet meer. Ze stellen hen twee vragen: wie bestuurde de boot en wie hield het kompas vast’, aldus Modica. ‘Dat is alles. Zo krijgen ze namen en de rest maakt ze niets uit.’

    Als een van de eerste rechters in Italië sprak Modica mensen vrij die beschuldigd waren van het besturen van rubberboten, in het Italiaans bekend als scafisti, op grond van het feit dat ze daartoe gedwongen werden. Dergelijke ‘noodtoestand’-uitspraken komen sindsdien steeds vaker voor. Modica noemt de onregelmatigheden op die hij in soortgelijke gevallen heeft gezien: systemisch racisme, getuigenverklaringen waarvan migranten later zeiden dat ze die niet hadden afgelegd, ondervragingen zonder aanwezigheid van een vertaler of advocaat, en in sommige gevallen aanmoediging door de politie om afstand te doen van het recht om asiel aan te vragen.

    ‘Heel vaak zijn deze vermeende scafisti gewone mensen die door smokkelaars in Libië gedwongen werden een boot te besturen’, aldus Modica.

    Getuigen worden enkele uren na hun redding op zee door de politie verhoord, terwijl ze vaak nog in shock zijn van het overleven van een schipbreuk

    Documenten van meer dan een dozijn processen die door The Intercept zijn ingezien, laten zien dat vervolgingen grotendeels zijn gebaseerd op getuigenissen van migranten aan wie een verblijfsvergunning is beloofd in ruil voor medewerking. Getuigen worden al enkele uren na hun redding op zee door de politie verhoord, terwijl ze vaak nog in shock zijn van het overleven van een schipbreuk.

    In veel gevallen worden identieke verklaringen, inclusief typefouten, toegeschreven aan verschillende getuigen en gekopieerd en geplakt in verschillende politierapporten. Sommige van deze rapporten zorgden voor decennialange straffen. In andere gevallen weerspraken of ontkenden getuigen de verklaringen van de politie tijdens een kruisverhoor in de rechtbank.

    De Italiaanse kustwacht besloot in sommige gevallen redding uit te stellen van boten die in nood verkeerden, in afwachting van schepen om arrestaties uit te voeren

    Al in 2015 bespraken de aanwezigen op de antimaffiabijeenkomsten het probleem van dergelijke vervolgingen. Tijdens een bijeenkomst in februari erkende Giovanni Salvi, toen de officier van justitie van Catanië, dat migrantenboten vaak in internationale wateren werden achtergelaten door smokkelaars. Toch zette de Italiaanse politie vaart achter vervolging van degenen die aan boord waren achtergebleven.

    Deze vervolgingen werden zo belangrijk geacht dat de Italiaanse kustwacht in sommige gevallen besloot redding uit te stellen van boten die in nood verkeerden, in afwachting van de ‘de komst van institutionele schepen die arrestaties kunnen uitvoeren’, zo vertelde een kustwachtcommandant tijdens de bijeenkomst.

    Gevraagd naar de opmerkingen van de commandant, ontkende de Italiaanse kustwacht ‘ooit’ een reddingsoperatie te hebben vertraagd. Het uitstellen van redding om welke reden dan ook is in strijd met het internationale en Italiaanse recht en zou volgens verschillende mensenrechtenadvocaten in Europa aanleiding kunnen zijn voor strafrechtelijke aansprakelijkheid.

    Lees hier deel 2 van dit artikel.

  • Het geheime leger van Poetin: de Wagner-groep

    Het geheime leger van Poetin: de Wagner-groep

    Ontmoet Jevgeni Prigozjin, ‘de kok van Poetin’ en de man achter de schimmige Wagner-groep, het uitzendbureau voor huurlingen dat actief is over de hele wereld – van Oekraïne tot Syrië tot Mozambique. Wagner haalt de kastanjes uit het vuur voor Poetin in situaties waaraan het Kremlin zich de vingers niet wil branden.

    Keuze uit het archief

    Woensdag is Jevgeni Prigozjin omgekomen bij een vliegtuigongeluk tussen Moskou en Sint-Petersburg. De leider van Wagner was sinds zijn muiterij tegen de Russische legerleiding in juni zijn leven niet zeker. Veel experts denken dan ook dat Poetin en de Russische geheime dienst achter zijn dood zitten. In dit portret van de Wagner-groep uit 2021 lees je waar Wagner haar beruchte reputatie aan te danken heeft en hoe Prigozjin van cateraar tot legercommandant is opgeklommen.

    Ze trainen, vechten en sterven in het diepste geheim. Sinds 2012 duiken Russische huurlingen van de Wagner-groep, van Oekraïne tot de Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR), via Syrië, Libië en Mozambique, op in gebieden waar Rusland officieel geen soldaten naartoe heeft gestuurd om te vechten. Dat blijkt uit een onderzoek van de Franse krant Le Monde aan de hand van online gevonden materiaal.

    Op een van de beelden zien we ze staan: tussen de menigte tijdens een campagnebijeenkomst in de Centraal-Afrikaanse Republiek van president Faustin-Archange Touadéra, december vorig jaar. Bleke blonde mannen met zonnebrillen en mondkapjes én in legertenue met grote automatische geweren. Ze beschermen de president, die campagne voert voor een tweede termijn, en houden de menigte strak in de gaten.

    Enkele weken later wordt ook CAR-premier Firmin Ngrébada op film vastgelegd geflankeerd door een groep witte mannen in gevechtsoutfit, wederom zwaarbewapend. Op de opnames gepubliceerd door Le Monde is te zien dat twee soldaten onderling Russisch met elkaar praten. Dat is vreemd: officieel heeft Rusland geen enkele soldaat uitgezonden naar de CAR. Wél enkele gespierde militaire trainers die het Centraal-Afrikaanse leger moeten opleiden.

    ‘Waarom zijn er Russen, gekleed in gevechtstenue en zwaarbewapend, aanwezig in de Centraal-Afrikaanse Republiek om de machthebbers te beschermen?’ vraagt Le Monde zich af.

    Door de beelden te vergelijken met andere opnames van Russische huurlingen, stelt de krant vast dat het werknemers van de Wagner-groep zijn, een Russisch privéagentschap voor militaire contacten (PMC) met banden tot in het hart van het Kremlin. Van de organisatie is geen officieel spoor te vinden, maar sinds 2012 is ze in verschillende conflictgebieden actief.

    Codenaam ‘Wagner’

    Wagner is opgericht door Dmitri Oetkin, een voormalig officier bij de Russische militaire inlichtingendienst GROe – codenaam ‘Wagner’ –, die in 2013 samen met andere Russische ex-militairen onder de naam Slavonic Corps Limited aan de zijde van het leger van Bashar al-Assad vocht, in Syrië. Le Monde vond ook beelden van deze missie, die werden rondgestuurd binnen een openbare groep van instantmessagedienst Telegram. Uit onderzoek van Bellingcat blijkt eveneens dat de groep destijds actief was in Syrië.

    De huurlingen van Slavonic Corps Limited vertrekken eind 2013 weer uit Syrië wegens gebrek aan materieel en manschappen. Het bedrijf wordt opgedoekt, en in plaats daarvan duikt een nieuwe entiteit op die officieel niet op papier bestaat: de Wagner-groep.

    In 2014 verschijnen ze opnieuw, nu in de het oosten van de Donbassregio in Oekraïne, aldus Foreign Policy. Op beelden die Le Monde vond van begin 2015 is te zien dat de groep actief is op vijfentwintig kilometer van de Russische grens. In dit gebied voeren op dat moment – en nog steeds – pro-Russische separisten een strijd met het Oekraïense leger. Ze zijn weer uitgerust in gevechtstenue – de winterversie – zonder naamtags of insignes. En ze gebruiken militaire voertuigen die ook door het Russische leger worden gebruikt, zoals Le Monde aantoont.

    Lees ook:

    Tussen 2015 en 2016 verandert Wagner-groep van leider en omvang. De organisatie wordt overgenomen door een Russische oligarch en voormalig gangster die negen jaar in de gevangenis heeft gezeten: Jevgeni Prigozjin – die nauwe contacten heeft met Poetin.

    De kok van Poetin

    Met zijn cateringbedrijf Concord Catering verzorgt Prigozjin onder andere maaltijden voor het Russische leger, wat hem de bijnaam ‘de kok van Poetin’ heeft opgeleverd. Ook wordt hij er door de VS van beschuldigd achter het bedrijf Internet Research Agency (IRA) te zitten, dat met een trollenleger de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016 zou hebben geprobeerd te beïnvloeden.

    In 2016 duiken huurlingen van Wagner weer op in Syrië, ditmaal in de buurt van Palmyra, zoals de ruïnes op de achtergrond van de foto’s in het bezit van Le Monde duidelijk maken. Maar de stad wordt ingenomen door IS en Wagner trekt zich, zij aan zij met het Russische leger, terug. ‘Waarom deze mengvorm van anonieme huurlingen en officiële Russische soldaten?’ aldus Le Monde. Het antwoord is simpel: door het inzetten van anonieme huurlingen, kan Moskou desgewenst alle verantwoordelijkheid ontkennen.

    In 2017 duikt er een gruwelijke video op die is opgenomen in de buurt van de al-Shaer-gasfabriek nabij Palmyra. De video toont hoe een Syrische man, die onder vrienden en familie bekend stond als Hamdi Bouta, op de grond ligt, omringd door Russisch sprekende mannen in militaire uniformen, aldus Foreign Policy. Ze slaan met een voorhamer op zijn ledematen alvorens hem te onthoofden, zijn lichaam in brand te steken en met zijn stoffelijk overschot te poseren. De daders zijn door het Russische onafhankelijke persagentschap Novaya Gazeta geïdentificeerd als huurlingen van Wagner.

    ‘De moord op Bouta is symptomatisch voor het vacuüm waarin de Wagner-groep opereert. Hoewel huurlingengroepen in Rusland verboden zijn, dienden ze als het speerpunt van de proxy-oorlogen van het Kremlin in het buitenland’, aldus Foreign Policy.

    Deze strategie komt nog duidelijker naar voren in Libië, waar sinds 2014 een burgeroorlog woedt. Rusland heeft de kant gekozen van Khalifa Haftar, oud-generaal van Qadhaf, die een schaduwregering aanvoert vanuit de noordoostelijke stad Benghazi. Officieel heeft het Kremlin geen enkele soldaat naar het Noord-Afrikaanse land gestuurd. Maar uit een rapport van de Verenigde Naties blijkt dat in de praktijk tussen de achthonderd en twaalfhonderd Russische huurlingen aan de zijde van Haftar strijden.

    Als Haftar in november 2018 op bezoek komt bij het Russische ministerie van Defensie is naast minister Sjojgoe ook Prigozjin aanwezig. Volgens een militair-diplomatieke bron verzorgde Prigozjin daar de lunch en nam hij deel aan een discussie over het culturele programma van de Libische delegatie, aldus The Bell.

    ANP 202823421 1 1 1
    Zakenman Jevgeni Prigozjin (links) serveert eten aan toenmalig Russisch premier Vladimir Poetin (nu president) tijdens een diner in het restaurant van Prigozjin buiten Moskou, november 2011. – © AP Photo / Misha Japaridze

    Poetins invloed in Afrika

    Tijdens een persconferentie begin 2020 ontkent Poetin dat de Russische huurlingen in Libië gestuurd zijn of betaald worden door het Kremlin. ‘Er zijn altijd veel huurlingen in conflictzones (…), erg verontrustend,’ voegt hij eraan toe. Toch vechten Russische huurlingen toevallig in verschillende conflicten in Afrika en het Midden-Oosten altijd aan de kant van de door Rusland gesteunde partij, merkt Le Monde op.

    Rusland wil zijn invloed in Afrika versterken door betrekkingen aan te knopen met bestaande heersers, militaire deals te sluiten en een nieuwe generatie van ‘leiders’ en ‘undercoveragenten’ op te leiden, zo blijkt uit uitgelekte documenten, schrijft The Guardian in 2019. Spil in het web van de Russische plannen: Jevgeni Prigozjin. Naast de inzet van huurlegers, is hij ook verantwoordelijk voor het opzetten van pro-Russische mediabedrijven.

    Een van de doelstellingen is om de VS en de voormalige koloniale mogendheden het VK en Frankrijk de regio uit te krijgen. Een ander doel is om ‘prowesterse’ opstanden af te wenden, aldus de documenten.

    In Soedan werden Wagner-huurlingen in 2017 voor het eerst gefilmd toen zij militairen trainden om gebouwen te bestormen, aldus The Guardian in een ander artikel. Huurlingen werden ook gesignaleerd in de buurt van de antiregeringsprotesten in 2019, die uiteindelijk leidden tot het afzetten van president Bashir, waarna Wagner weer vertrok uit het land.

    Sinds 2019 is Wagner ook actief in Mozambikaanse regio Cabo Delgado, bericht The Moscow Times. In die olie- en gasrijke regie strijdt de regering tegen islamistische rebellen die onlangs de stad Palma innamen.

    Lees ook:

    En sinds 2018 ontvangt de Centraal-Afrikaanse Republiek, dat ontwricht wordt door een intern conflict, militair materieel van Rusland en een honderdtal militaire opleiders. Officieel ondersteunt Rusland het Afrikaanse land zonder zelf mee te vechten. Tegelijkertijd huurt de Centraal-Afrikaanse regering het Russische privéagentschap Sewa Security Services in, dat ook in handen blijkt te zijn van Prigozjin, volgens onderzoek van Le Monde.

    De Centraal-Afrikaanse Republiek wordt in de uitgelekte documenten in handen van The Guardian beschreven als ‘strategisch belangrijk’ voor Rusland en een ‘bufferzone tussen het islamitische noorden en het christelijke zuiden’. Van daaruit zou Moskou zijn aanwezigheid ‘over het hele continent’ kunnen uitbreiden, en Russische bedrijven kunnen er lucratieve delfstoffendeals sluiten.

    In de CAR verschijnt nog een opmerkelijk figuur ten tonele: Dimitri Sytyi, een jonge polyglot die aan een Franse hogeschool heeft gestudeerd, en optreedt als vertaler. Zijn voormalige werkervaring? Clandestiene politieke manipulatiecampagnes voor IRA, het trollenleger van Prigozjin.

    Sytyi is ongetwijfeld niet alleen vertaler, aldus Le Monde. Hij wordt er door het Amerikaanse ministerie van Financiën van verdacht aan het hoofd te staan van mijnbouwbedrijf Lobaye Invest. Het bedrijf wordt vermoedelijk gebruikt om de huurlingen te financieren. Maar drie Russische journalisten die gezamenlijk onderzoek deden naar de geldstromen van het bedrijf, zijn in 2018 door anonieme schutters vermoord, vertelt Le Monde.  

    Mensenrechten

    Uit een recent rapport van onafhankelijke experts van de Verenigde Naties blijkt dat Russische huurlingen van de Wagner-groep mensenrechtenschendingen hebben begaan in de Centraal-Afrikaanse Republiek, bericht The Guardian.

    Volgens de VN-werkgroep werken de Russische huurlingen nauw samen met de vijftienduizend man sterke VN-vredesmissie (MINUSCA), die sinds 2014 in de CAR is gestationeerd. Er vonden regelmatig ontmoetingen plaats tussen VN-personeel en ‘Russische adviseurs’, evenals bezoeken van de Russen aan MINUSCA-bases en medische evacuaties van gewonde ‘Russische trainers’ naar bases van MINUSCA.

    Volgens de VN-deskundigen ontvingen ze meldingen van ‘ernstige schendingen van de mensenrechten en van het internationaal humanitair recht’ door Russische particuliere militairen die samen met het Centraal-Afrikaanse leger opereerden. In sommige gevallen waren VN-vredeshandhavers getuigen, voegen zij eraan toe.

    De vermeende schendingen omvatten massale standrechtelijke executies, willekeurige detentie, marteling tijdens verhoren en gedwongen verplaatsing van de bevolking. Ongeveer 240.000 burgers zijn hun huizen ontvlucht vanwege de gevechten de afgelopen weken, aldus The Guardian.

  • ‘Ergste ecologische ramp ooit in Israël’ | Vleesloos menu belediging voor slager

    ‘Ergste ecologische ramp ooit in Israël’ | Vleesloos menu belediging voor slager

    ‘5-2’ moest in Myanmar geluk brengen voor demonstranten

    In Myanmar heeft de regerende junta op zondag 21 februari aangekondigd ‘niet terug te schrikken voor dodelijk geweld als demonstranten de confrontatie met de veiligheidstroepen aangaan’, aldus CNN. Dit was een reactie op de oproep aan Myanmarezen om maandag massaal te protesteren tegen de militaire coup. Ook hebben veel lokale bedrijven en internationale ketens in het hele land hun deuren gesloten uit protest, meldt de Bangkok Post.

    Enorme menigten van demonstranten stroomden naar verschillende steden in het land, meldt The Guardian. Ondanks wegversperringen rond de Amerikaanse ambassade in Yangon (de grootste stad van het land), verzamelden meer dan duizend demonstranten zich voor de instelling, terwijl twintig militaire vrachtwagens in de buurt van de locatie post vatten.

    Twee demonstranten werden zaterdag in Mandalay gedood nadat de politie het vuur opende om de menigte uiteen te drijven, en zondag werd er een begrafenis gehouden voor de jonge demonstrant die bezweek aan haar verwondingen nadat ze op 9 februari in het hoofd was geschoten.

    ‘In een land waar data worden geïnterpreteerd als gunstige tekens, heeft 22-2-2021 voor demonstranten een speciale betekenis’

    Toch schrokken demonstranten hier niet voor terug. Bij de massale opkomst speelde ook mee dat velen in de datum gisteren een krachtig symbool zagen: ‘In een land waar data worden geïnterpreteerd als gunstige tekens, heeft 22-2-2021 voor demonstranten een speciale betekenis, zoals 8 augustus 1988 dat eveneens had; de dag waarop eerdere antimilitaire demonstraties bloedig werden onderdrukt’, schrijft de Bangkok Post. Het evenement wordt al ‘5-2’ genoemd.

    Die staking werd gelanceerd door een groep genaamd Civil Disobedience Movement, die streeft naar een ‘Lenterevolutie’. ‘Het is niet precies bekend wie er achter deze staking zit, maar de oproep komt slechts twee dagen na de vorming van het Algemeen Stakingscomité, bestaande uit militante groeperingen die tot dusver in de voorhoede van de protesten hebben gestaan, waaronder studentenvakbonden, beroepsgroepen en politieke partijen, schrijft Frontier Myanmar. De Algemene stakingscommissie wil ‘de afschaffing van de grondwet van 2008’ en ‘het einde van de dictatuur’, aldus de Myanmarese krant.

    Al Jazeera publiceerde vandaag op haar site een tijdslijn van gebeurtenissen in Myanmar sinds 1 februari, de dag van de coup.


    Politie zou medeplichtig zijn aan moord op Malcolm X

    De dochters van Malcolm X eisen heropening van het onderzoek naar zijn moord. ‘Drie mannen werden schuldig bevonden in deze zaak, maar een neef van een undercoveragent genaamd Ray Wood presenteerde zaterdag nieuw bewijs’, aldus de politie van New York en de FBI volgens NBC News. In een handgeschreven brief beschuldigt de inmiddels overleden agent de politie van medeplichtigheid aan moord. 

    Ray Wood, die wilde dat zijn getuigenis pas na zijn dood openbaar zou worden, beweert ook dat de politie van New York en de FBI bepaalde aspecten van de zaak geheim hielden. 

    In februari 2020, na de uitzending van een documentaire op Netflix (Who Killed Malcolm X?), vroeg de aanklager van Manhattan, Cyrus Vance, zijn teams de zaak te herzien om te bepalen of het onderzoek al dan niet moest worden heropend.


    Fathi Bachagha overleeft opnieuw vermeende moordaanslag

    Een gepantserd voertuig opende zondag het vuur op het konvooi van Libische minister van Binnenlandse Zaken Fathi Bachagha’s toen hij terugkeerde naar zijn woonplaats in Janzour, ongeveer tien kilometer van Tripoli. Zijn bodyguards reageerden door terug te schieten. Een van zijn bewakers raakte gewond terwijl de anderen de aanvallers achtervolgden, een van hen doodden en twee anderen arresteerden.

    Veiligheidstroepen beweren echter dat het konvooi niet werd aangevallen, maar dat er sprake was van een ongeluk, schrijft Libya Observer. Volgens hen is de processie in botsing gekomen met een veiligheidswagen van het ‘stabiliteitsondersteuningsorgaan’; een veiligheidsapparaat dat in januari is opgericht door de regering van nationale eenheid, waarna bewakers van de minister het vuur zouden hebben geopend. 

    Als zwaargewicht in de lokale politiek heeft Fathi Bachagha zich toegelegd op de strijd tegen corruptie. De verwachting was dat hij interim-premier van het land zou worden, maar die post ging op 5 februari opnieuw naar Abdel Hamid Dbeibah, schrijft La Presse. Op 16 december 2019 raakte hij gewond nadat hij was beschoten tijdens een moordaanslag door onbekende schutters.


    Vleesloos menu op basisscholen zou belediging zijn voor de slager

    Het besluit van het ecologische stadhuis van Lyon om na de wintervakantie, op maandag 22 februari, vleesloze menu’s aan te bieden aan basisscholen, veroorzaakte onmiddellijk controverse, aangewakkerd door verschillende leden van de regering.

    De Franse minister van Binnenlandse Zaken, Gerald Darmanin, noemde het besluit in een Tweet ‘Schandalige ideologie’ en een ‘onaanvaardbare belediging voor Franse boeren en slagers’. Hij beschuldigt milieuactivisten van een ‘moralistisch en elitair beleid’, aangezien, zo zegt hij, ‘veel kinderen alleen in de kantine vlees kunnen eten’.

    Zonder vlees maar met eieren en vis, dat is een ‘evenwichtig’ menu dat ‘geen enkel kind uitsluit’

    De ecologische burgemeester van Lyon, Grégory Doucet, verdedigde zijn keuze, die volgens hem rekening houdt met gezondheidafwegigen. Zonder vlees maar met eieren en vis, dat is een ‘evenwichtig’ menu dat ‘geen enkel kind uitsluit’.

    ‘Volgens voedingsdeskundigen is het vegetarische dieet niet gevaarlijk voor de gezondheid van kinderen, zolang het menu maar voldoende eiwitten, ijzer en mineralen bevat’, schrijft ook de BBC.


    ‘De teer die de afgelopen dagen aan de Israëlische kust aanspoelde, is de ergste maritieme vervuiling in het land in decennia’, schrijft Haaretz. Het dagblad spreekt van tonnen stookolie die zichtbaar zijn over een lengte van 170 kilometer, oftewel 40 procent van de Israëlische kustlijn.

    Yediot Aharonot spreekt zelfs van de ergste ecologische ramp die het land ooit heeft gekend. De krant maakt zich zorgen over het zeeleven en in het bijzonder over schildpadden, krabben en zeesterren. ‘In sommige gevallen zal de schade onherstelbaar zijn, in andere zal het jaren duren’, aldus het Israëlische dagblad.

    Onder de eerste slachtoffers lijkt een kalf te zijn wiens lichaam op 18 februari op het strand van Nitzanim in het zuiden van Israël aanspoelde. The Times of Israel meldt dat de autopsie op de 10 meter lange walvisachtige uitwees dat deze aanzienlijke hoeveelheden stookolie had binnengekregen.

    ‘Alarmsignaal’

    Haaretz beschuldigt overheidsinstanties die verantwoordelijk zijn voor milieubescherming van een gebrek aan voorbereiding, en hoopt dat deze olieramp zal dienen als een ‘alarmsignaal’ voor mogelijke toekomstige rampen.

    ‘Het strand dat je de komende zomer bezoekt zal ik niks lijken op het strand dat je kent’

    Autoriteiten proberen ondertussen de oorsprong van de olieramp te herleiden. Op zaterdag 20 februari zei minister van Milieubescherming Gila Gamliel, op basis van informatie van het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid, dat de bron van de olieramp 50 kilometer uit de Israëlische kust lag. ‘We hebben tien schepen geïdentificeerd die door dit gebied zijn gevaren en een of meer van hen zouden hiervoor verantwoordelijk kunnen zijn’, zei ze, geciteerd door Haaretz in weer een ander artikel.

    Het opruimen van de kust zal jaren duren. Yediot Aharonot waarschuwt haar lezers: ‘Het strand dat je de komende zomer bezoekt zal in niks lijken op het strand dat je kent.’

  • Mensenjagers

    Mensenjagers

    Honderdduizenden vluchtelingen proberen uit Libië naar Europa te komen. Een miljardenbusiness voor de bendes mensensmokkelaars. Een plaatselijke krijgsheer heeft de mensensmokkelaars de oorlog verklaard: met één schip, 37 mannen en ondoorzichtige motieven.

    De boot is nog maar een paar meter van ons af als het mondingsvuur van een machinegeweer oplicht in de nacht. Schoten knallen, we laten ons op de vloer van de stuurhut vallen en drukken onze gezichten in de matten. Boven onze hoofden slaan kogels in. Vanuit onze dekking aan boord van de Tileel, een patrouilleschip van de Libische kustwacht, zien we op de golven van de Middellandse Zee een rubberboot met Afrikaanse vluchtelingen. Vlak daarnaast, nog geen dertig meter bij ons vandaan, ligt een speedboot waar mannen in camouflagepakken en met maskers op hun automatische geweren op ons leegschieten.

    Donderdag, 6 april 2017, kort na middernacht. De aanval komt als een verrassing. Commander Al Bija van de Libische kustwacht was met de Tileel naar de vluchtelingen toe gesneld, die op weg waren van Libië in Noord-Afrika naar Italië, om hen uit de woelige zee te redden. Toen we hen bijna bereikt hadden dook uit de duisternis een speedboot op die als een schaduw op ons af vloog: mensensmokkelaars, vastbesloten controle over hun menselijke waar te houden.

    Gevaarlijkste grens ter wereld

    We zijn al tien dagen onderweg langs de kust van Libië, de zuidoever van de Middellandse Zee, de gevaarlijkste grens ter wereld. Volgens de Duitse regering houden zich in Libië op dat moment bijna een miljoen vluchtelingen en migranten op, waardoor het verreweg het belangrijkste doorgangsland is op de zeeweg van Afrika naar Europa. Er zouden dat jaar wel 300.000 mensen naar de Europese kust kunnen oversteken. De EU wil hen al in Libië tegenhouden.

    Op de EU-top in februari 2017 in Malta hebben de regeringsleiders van de lidstaten een overeenkomst met Libië gesloten: de Libische kustwacht moet de Middellandse Zee afsluiten, de vluchtelingen opvangen en hen in opvangkampen in Libië onderbrengen. Die kustwacht bestaat ten westen van de hoofdstad Tripoli, waar een groot aantal bolwerken van de mensensmokkelaars ligt, uit één enkele boot en 37 man. Hun leider is commander Al Bija, een gevreesd krijgsheer.

    Al Bija, dertig jaar, heeft een verminkte hand die hij gebruikt als een klauw. ‘Ik heb een heleboel mensen moeten doden,’ zegt hij. En hij is dol op paarden. Drie jaar heeft hij in Berlijn gewoond. Voor de een is hij een held, voor de ander een misdadiger of zelfs een moordenaar. En voor de politieke leiders van Europa is hij hier in het westen van Libië, dit desolate land zonder centrale regering, leger of politie, de enige kans om een eind te maken aan het werk van de mensensmokkelaars.

    Als wij tijdens de aanval op de Tileel gehurkt op de vloer zitten, rent de commander onder een regen van kogels over het dek, schiet op de aanvallers, geeft zijn mannen dekking en schreeuwt bevelen. Om hem heen slaan de kogels van de mensensmokkelaars in de romp. Ramen gaan aan diggelen. Explosies. Geschreeuw. Mannen storten neer en blijven roerloos liggen.

    Minutenlang gaat het schieten door. Dan is het opeens stil en klotsen alleen de golfjes van de nachtelijke zee nog tegen de boot.

    Migranten worden vlak bij de kust van Libië gered van een houten boot, 3 maart 2017. – Marco Panzetti / NurPhoto via Getty Images)
    Migranten worden vlak bij de kust van Libië gered van een houten boot, 3 maart 2017. – Marco Panzetti / NurPhoto via Getty Images)

    ‘Niemand kan om ons heen,’ zegt commander Al Bija vier dagen eerder in zijn commandopost, een kleine ruimte met een groot raam dat uitziet over de haven van Zawiyah, zo’n vijftig kilometer ten westen van Tripoli. Aan de andere kant van de kademuren breken de golven van de Middellandse Zee op de okerkleurige rotsen. Al Bija − achterovergekamd haar, dichte baard, doordringende blik en een pistool in de zwartleren riem van zijn spijkerbroek − houdt een sigaret tussen de ringvinger en pink van zijn verminkte hand geklemd. Hij laat zijn aansteker klakken en zuigt de rook diep zijn longen in. Op de banken zitten zijn mannen met hun kalasjnikovs. ‘Wij zijn de enige functionerende kustwacht in het westen van Libië.’ Al bijna twee jaar controleert Al Bija met de zestien meter lange Tileel, een paar rubberboten en zijn kleine troep de kustwateren vanaf de Tunesische grens tot voorbij Janzur, vlak voor Tripoli. Een territorium bijna dertig keer zo groot als de Bodensee. ‘Onze missie,’ zegt Al Bija, ‘is vluchtelingen van de verdrinkingsdood te redden en mensensmokkelaars op te sporen en zo nodig om zeep te helpen.’

    Naar eigen zeggen hebben Al Bija en zijn mannen meer dan 37.000 mensen van de Middellandse Zee naar Libië teruggebracht

    Naar eigen zeggen hebben Al Bija en zijn mannen meer dan 37.000 mensen van de Middellandse Zee naar Libië teruggebracht. Alleen op 18 maart 2016 al, op één dag, hebben ze in totaal 2700 mensen uit twaalf rubberboten en een grote houten boot gered. Het Libische ministerie van Defensie bevestigt de getallen.

    Al Bija laat ons op zijn telefoon een video zien: zielsgelukkige Afrikaanse mannen, vrouwen en kinderen die van de verdrinkingsdood zijn gered, dansen voor de commandopost in de haven van Zawiyah met zijn mannen. Op Facebook hebben ze geschreven: ‘Aan de helden van Zawiyah, zonder jullie was ik nu dood’. Of: ‘God zal het jullie duizendvoudig lonen’. Of ‘Jullie hebben mijn baby uit zee gered, mijn leven behoort jullie toe’.

    Is commander Al Bija dus de bondgenoot waar Europa zo dringend naar op zoek is? Merkels man in Libië? Ook Angela Merkel heeft er op de top in Malta mee ingestemd de Libische kustwacht aan land en op Europese oorlogsschepen te trainen in bewapende grensbewaking en de omgang met vluchtelingen. Om een eind te maken aan de handel van de mensensmokkelaars heeft Italië 200 miljoen euro beschikbaar gesteld en de Europese Commissie in de eerste fase nog eens 200 miljoen euro.

    ‘Training hebben we niet nodig,’ zegt Al Bija in zijn commandopost in de haven van Zawiyah. ‘We weten wel hoe je moet navigeren, vechten en doden.’ Wat wil hij dan? ‘Als Europa wil dat wij de rotklusjes opknappen, dan moet Europa ons daarvoor betalen.’ En de prijs van zijn diensten: ‘Een reddingsboot voor duizend mensen, speedboten, onderdelen, brandstof en soldij.’

    Hoort de commander echt tot de ‘good guys’, zoals hij zelf beweert, of speelt hij dubbel spel?

    Geen alternatief voor Europa

    Een alternatief voor Al Bija is er voor Europa op dit moment niet. Zes jaar na de val en de dood van de Libische dictator Moammar al-Gaddafi tijdens de internationale militaire ingreep in 2011, is de euforie over de Arabische Lente allang vervlogen. Bijna niemand in Libië hoopt nog op een overgang naar democratie. De volksbrigades die onder gejuich van de westerse wereld tijdens de revolutie werden opgericht, hebben na de val van Gaddafi hun wapens niet neergelegd, maar militaire arsenalen geplunderd, lege ministeries bezet en milities opgebouwd.

    De regering van nationale eenheid, waar de EU met haar plannen op steunt, heeft nauwelijks controle over Libië. Minister-president Fayez al-Sarraj, aangesteld door de Verenigde Naties en sinds 15 maart 2016 in functie, moet de nieuwe staat opbouwen. Maar het parlement, dat bijeenkomt in Tobroek, duizend kilometer oostelijk van Tripoli, heeft zijn eenheidsregering niet erkend. In het oosten van het land weigert de machtige generaal Haftar met hem samen te werken. En de terreurorganisatie Islamitische Staat heeft verschillende steden veroverd.

    Experts schatten dat in deze ondoorzichtige burgeroorlog in Libië zo’n 1700 militante groeperingen met elkaar strijden, langs grenzen van clans, stammen en geloof en in de territoria van plaatselijke krijgsheren. Rivaliserende milities controleren steden, grote wegen, raffinaderijen en olievelden. En de lucratieve handel in mensen die de Middellandse Zee willen oversteken.

    ‘Die EU-lui zitten achter hun chique bureaus allerlei prachtige dingen te verzinnen,’ zegt Al Bija terwijl hij ons zijn basis laat zien, een rotsige baai waarvan toegangen en havenmuren streng worden bewaakt. Aan boord van de Tileel zijn mannen bezig een zwaar machinegeweer te oliën. ‘De kust van West -ibië is de “moeder van alle stammen en clans”,’ verklaart Al Bija. Een wereld die afgesloten is voor buitenstaanders, zelfs voor Libiërs die hier niet vandaan komen. ‘Wie hier niet geboren en getogen is, overleeft hier niet.’

    Om de kust van mensensmokkelaars te bevrijden zijn honderden goed getrainde mannen nodig, zegt Al Bija. Maar wie moet die mannen uitkiezen? De zwakke eenheidsregering in Tripoli? De EU? ‘Ik,’ zegt de commander, ‘alleen ik ken de goeie mensen.’

    Over zijn achtergrond vertelt hij dit. Door de revolutie in 2011 moest Al Bija zijn studie aan de militaire academie in Tripoli beëindigen. Hij sloot zich aan bij de rebellen tegen Gaddafi, raakte negen keer zwaargewond en verloor bij een granaataanval twee vingers van zijn rechterhand. Hij trekt met zijn linkerbeen en zijn bekken zit scheef. Als hij denkt dat niemand het ziet, slikt hij pijnstillers.

    In de zomer van 2015 zat deze zoon van een voormalig legerofficier, die eigenlijk Abdurahman Salem Ibrahim Milad heet en Al Bija als geuzennaam voert, met zijn kameraden uit de revolutie in een café in het gebombardeerde Zawiyah. Gaddafi was al vier jaar dood, Libië een mislukte staat. Werk was er niet. Perspectief ook niet. Toen kreeg hij een idee: ‘Waarom doen we niet iets groots en nemen we de haven over?’

    Zijn vriend Mohamed Ramadan, dertig, is vergroeid met zijn machinegeweer. Ramzi Ibrahim met zijn jongensgezicht en blinkend witte tanden, zesentwintig, kan het met zijn kalasjnikov tegen iedere scherpschutter opnemen. Mohamed Erhouma, een visserszoon van dertig, kent de Libische wateren vanaf zijn vroegste jeugd en is een getalenteerd stuurman. En Mohamed Shkoundali kan met zijn magische vingers ieder apparaat weer aan de gang krijgen. Hij is met zijn vijfendertig jaar de oudste van het groepje.


    Samen hebben ze op die zachte, vroege zomerdag van 2015 hun wapens gepakt en een vijandige militie na een bloedige strijd uit de haven verdreven. Ze richtten de commandopost in en brachten de gehavende Tileel, een zestien meter lang patrouilleschip met boordgeschut op de boeg, weer in de vaart. Ze creëerden een eigen embleem, verleenden zichzelf militaire rangen, noemden zich de ‘Libische kustwacht van Zawiyah’ en voeren de Middellandse Zee op.

    Hun zelfverklaarde vijand: de mensensmokkelaars. De Verenigde Naties gaan ervan uit dat er langs de Libische kust tientallen bendes zijn die zich hebben georganiseerd in een netwerk. Ze houden vluchtelingen en migranten die geen geld voor de overtocht hebben vaak maandenlang vast in privégevangenissen, waar geslagen, verkracht, gemarteld en gemoord wordt. In een recent openbaar geworden intern rapport van de Duitse ambassade in Niger wordt gesproken van concentratiekampachtige toestanden.

    Een van de machtigste smokkelaars in het westen van Libië zou een man van nog geen dertig uit Sabratha zijn. ‘Ahmed Dabbashi, VIP-reisjes naar Europa,’ zegt Al Bija. ‘Goede schepen met sterke motoren, geëscorteerd door zijn eigen militie. Aankomst in Italië gegarandeerd.’ Het grootste schip van Dabbashi hebben ze op 5 juli 2016 tegen vier uur ’s morgens opgebracht. ‘We hebben meer dan tien man uitgeschakeld, het escorte tot zinken gebracht en zeshonderd Afrikanen teruggebracht.’ Van toen af aan wist iedereen in Libië: ‘We don’t fuck around,’ zegt Al Bija.

    Waarom riskeert Al Bija zijn leven? ’Ik heb een goed hart,’ zegt hij, terwijl hij een hand op zijn borst legt. ‘Moet ik mijn broeders soms op zee laten verdrinken?’

    En waarmee verdienen ze hun geld? Hij is paardenhandelaar, zegt Al Bija. Zijn kameraden winkelier, aannemer, monteur. ‘Een groot deel van ons inkomen gaat in onze operaties zitten.’ Later zegt hij dat ze driehonderd dagen per jaar op zee zijn.

    En hoe geeft hij zijn gezin echt te eten? ‘We nemen illegale vissersschepen uit Egypte en Tunesië in beslag, verkopen de vangst en leggen ze aan de ketting tot de eigenaars een boete hebben betaald.’

    Maar hij bestrijdt toch vooral mensensmokkelaars? Waarom? ‘Hun clans verdienen er miljoenen aan. Daar kopen ze moderne wapens, kogelvrije auto’s en tanks voor. Als wij er geen eind aan maken, zullen ze uiteindelijk ons overheersen, verdrijven en vermoorden.’

    En hier, in dit schimmige rijk van krijgsheren, milities en georganiseerde mensensmokkel, wil de EU ‘grensmanagement’ bedrijven om een halt toe te roepen aan de toestroom uit Afrika. Maar is een warlord als Al Bija wel de juiste partner om, op de loonlijst van de EU, op de Middellandse Zee op vluchtelingen te jagen? Want zo veel is wel duidelijk: de commander heeft de controle over een enorm gebied, dat aan de staat is ontglipt, met wapengeweld overgenomen. Zijn macht is niet politiek gelegitimeerd, maar door de gevechtskracht van zijn troep.

    Centrum van de macht

    In een kogelvrije terreinauto, met zijn kalasjnikov naast zich op de grond, rijdt Al Bija met ons het betwiste achterland van Zawiyah in waar hij ons iets wil laten zien. We laten de door iedereen verlaten stadsrand, de kapotgeschoten gevels en de granaattrechters achter ons. Bij checkpoints patrouilleren jongemannen in bomberjacks en legerbroeken, met spiegelende zonnebrillen en machinepistolen, op hun pick-ups hebben ze luchtafweergeschut en raketwerpers gemonteerd.

    Na een halfuur bereiken we een afgelegen hoeve. Achter een ijzeren poort opent zich een andere wereld. In goedverzorgde stallen staan prachtige paarden. Twee omheinde stukken land met netjes aangeharkt zand, weilanden, een overdekte manege in aanbouw. In een kleine villa met gestucte plafonds en beschilderde muren ruikt het nog naar verf. Steeds meer gepantserde terreinwagens met schietgaten in de geblindeerde ramen komen binnengereden. Mannen met sluwe koppen, gouden kettingen en lijfwachten stappen uit. ‘Als er problemen zijn tussen clans en stammen,’ zegt Al Bija, ‘dan worden die hier geregeld.’ Nu begrijpen we het: we bevinden ons in het centrum van de macht.

    Hij trekt zijn schoenen uit, loopt op blote voeten door het zand en haalt een van zijn paarden uit de stal. Jodran, de Moedige, is een grijze hengst met welgevormde spieren. Hij wordt een paar keer per dag geroskamd. Al Bija’s ogen stralen als hij hem een rode singel en rode beenbeschermers aan doet.

    Wat kost een hengst als Jodran? ‘Vijftigduizend dollar!’ Allemaal van in beslag genomen vissersboten? Al Bija neemt het pistool uit zijn riem en geeft het aan een van zijn mannen. Dan springt hij in het zadel en rijdt weg.

    Tussen eucalyptus- en vijgenbomen, langs een verlaten weg ergens tussen de chaotische fronten van de burgeroorlog, rijden even later de vorsten van de clans stapvoets naast elkaar. Het is een demonstratie van geslotenheid naar buiten toe, een choreografie van de mistige allianties in de Libische oorlog. Dan maken ze plotseling rechtsomkeert, geven hun paard de sporen en jagen ieder voor zich de horizon tegemoet. Ver voor de anderen uit: commander Al Bija.

    Waarom laat hij ons dit allemaal zien? In de late namiddag zitten we samen in het zand. Al Bija maakt muntthee boven een open vuur. We drinken uit een glas dat de mannen elkaar doorgeven en dat steeds wordt bijgevuld. Waarom? ‘Om iets terug te doen voor de Duitsers.’ Zwaargewond tijdens de revolutie, werd hij in 2012 naar Berlijn gevlogen, waar de chirurgen in het St. Marienkrankenhaus zijn schotwonden hebben geopereerd, de wonden van huidtransplantaties hebben voorzien en aan wat er van zijn rechterhand over is de stompjes van de vingers die er door de granaten van Gaddafi waren afgerukt hebben geamputeerd. Drie jaar heeft Al Bija in Duitsland doorgebracht, en overal werd hij met respect behandeld. ‘En de Duitse vrouwen: beeldschoon,’ zegt hij. Tegen onze tolk spreekt hij Arabisch: het Duits is hij verleerd, maar één woord kent hij nog: ‘Broeders,’ noemt hij ons terwijl hij ons op de schouder slaat.

    Waarom is hij niet in zijn huisje aan de Ernst-Reuter-Platz in Berlin-Charlottenburg gebleven? Waarom is hij in de zomer van 2015 teruggegaan naar een land dat ondertussen in een burgeroorlog was terechtgekomen? ‘Vader. Moeder,’ zegt Al Bija. ‘Familie, clan, stam.’ In Libië kun je je niet gewoon terugtrekken uit de oorlog. Het gaat om meer dan je eigen leven. ‘Verantwoordelijkheid. Eer.’

    Migranten proberen van een zinkende rubberboot op een boot van de kustwacht van Libië te komen. De foto werd vrijgegeven door hulporganisatie Sea-Watch. – © Lisa Hoffmann / Sea-Watch via AP
    Migranten proberen van een zinkende rubberboot op een boot van de kustwacht van Libië te komen. De foto werd vrijgegeven door hulporganisatie Sea-Watch. – © Lisa Hoffmann / Sea-Watch via AP

    Maar er zijn zware beschuldigingen tegen Al Bija ingebracht. Als we weer terug zijn in de commandopost, lezen we voor van TRT World, een van de vooraanstaande Turkse nieuwssites in Istanboel. 22 februari 2017: ‘Al Bija is de grootste speler in de kustwachtmaffia, en hij heeft de lucratieve mensensmokkel in Zawiyah en aangrenzende kuststreken stevig in zijn greep.’

    Al Bija kijkt duister. Zijn mannen kijken op van hun telefoons. ‘Alle mensensmokkelaars ten westen van Tripoli betalen Al Bija een percentage’, zegt het artikel. Wie weigert wordt door de commander aangepakt met de Tileel.

    Experts als de Italiaanse journaliste Nancy Porsia, die al jaren verslag doet uit Libië, weten het zeker: ‘De kustwacht van de Libische marine neemt deel aan de mensenhandel.’ Kolonel Tarek Shanboor, die op het ministerie van Binnenlandse Zaken van de eenheidsregering in Tripoli werkt, moet toegeven: ‘We hebben mensensmokkelaars in onze rangen, dat is een ernstig probleem.’

    Als Europa in deze omstandigheden de Libische kustwacht zou versterken, doet het precies wat het niet moet doen, waarschuwt Frank Dörner van de Duitse hulporganisatie Sea-Watch. In plaats van mensensmokkelaars te bestrijden loopt het EU-actieplan gevaar dat het het tegendeel bewerkstelligt: ‘Het maakt een gewelddadige escalatie op het water waarschijnlijker. Daardoor wordt de situatie voor de vluchtelingen nog gevaarlijker.’ Commander Al Bija legt zijn verminkte hand op tafel. ‘Allemaal leugens die door de mensensmokkelaars de wereld in worden gebracht,’ zegt hij bedrieglijk rustig. Als zijn kustwacht uit de weg is, zouden ze vrij baan hebben met hun smerige handel.

    Langzamerhand beginnen we het te begrijpen: hoe meer Afrikanen ze hier op elkaar proppen en hoe slechter het met deze mensen gaat, hoe beter de onderhandelingspositie van de milities tegenover Europa is

    Al Bija en zijn mannen brengen de Afrikanen die ze in de boten van de smokkelaars op de Middellandse Zee onderscheppen onder in speciale kampen van de door de VN gesteunde eenheidsregering. Zoals de EU ze volgens de akkoorden van Malta in de toekomst in heel Libië heeft gepland. In het kamp in Surman, met de auto een half uur ten westen van Zawiyah, zitten in een hal met roestige, getraliede ramen meer dan tweehonderd vrouwen op de grond gehurkt, veel van hen met baby’s. Met hun knieën tegen hun borst gedrukt, hun hoofddoek voor het gezicht, hun ogen strak op hun voeten gericht. Niemand durft zich te bewegen. Zelfs geen gefluister is te horen.

    Pas als de bewaker, een man in camouflage-uniform met een verwaarloosde baard, roodomrande ogen en een alcoholwalm, even naar buiten gaat, vat een jonge vrouw moed om met ons praten. Ze komt uit Nigeria en zit hier al meer dan tien maanden gevangen, zonder enig contact met de buitenwereld.

    Niemand weet waar ze zich bevindt, haar familie denkt vast dat ze dood is.

    Ze gaat op haar knieën voor ons zitten en vouwt smekend haar trillende handen. ‘Ze verkrachten ons,’ fluistert ze en laat haar armen zien, die onder de blauwe plekken zitten, je kunt de afzonderlijke vingerafdrukken zien. ‘Help ons, alstublieft.’ Ze tilt haar doek op. Tussen haar benen zit het trainingspak tot aan haar knieën onder het bloed. Wie heeft dat gedaan? ‘Allemaal. De een na de ander.’ De bewaker kom terug. Ze zwijgt en kijkt ons smekend aan. We voelen haar machteloosheid. We kunnen niets voor deze vrouwen doen. Integendeel: één verkeerd woord van ons, denken we, en ze zouden het zwaar moeten bekopen. Misschien met hun leven.

    Buiten wacht kolonel Ibrahim Ali Abdusalam, directeur van het vrouwenkamp in Surman. Officieel valt hij onder het ministerie van Binnenlandse Zaken, maar in werkelijkheid wordt het kamp gecontroleerd door lokale milities. ‘Ziet u hoe stil ze zijn,’ zegt hij glimlachend. ‘Dat betekent dat ze het hier goed hebben.’

    Waarom houdt hij de vrouwen maandenlang onder deze verschrikkelijke omstandigheden vast? ‘Europa wil de vrouwen niet hebben,’ zegt hij rustig en zonder lang te hoeven nadenken, ‘Oké, dan houden we ze hier.’ Maar het is de hoogste tijd dat Europa eindelijk voor hen gaat betalen. ‘Mobiele toiletten en douches, schommels en glijbanen, tampons, luiers, babymelk.’

    Langzamerhand beginnen we het te begrijpen: hoe meer Afrikanen ze hier op elkaar proppen en hoe slechter het met deze mensen gaat, hoe beter de onderhandelingspositie van de milities tegenover Europa is. Langzamerhand is ook tot Surman doorgedrongen dat Europa de grensbewaking naar Libië wil verplaatsen en daar op grote schaal in wil investeren. De Libische kustwacht moet de vluchtelingen en migranten die ze hebben opgevangen in de toekomst ‘in adequate opnamefaciliteiten afleveren’, zegt het actieplan van Malta. Libië moet voor deze mensen zorgen en een administratief apparaat opbouwen zodat ze conform de volkenrechtelijke procedures asiel kunnen aanvragen. Degenen die worden erkend kunnen ‘in contingenten’ over de Europese landen worden verdeeld. Degenen die worden afgewezen zal de EU bij de ‘vrijwillige terugkeer naar hun vaderland’ ondersteunen.

    De hulporganisaties lopen tegen dit plan te hoop. ‘Zolang vluchtelingen en migranten in Libië worden blootgesteld aan gevangenis, mishandeling, ontvoering en verkrachting, is de reis over de Middellandse Zee voor velen hun enige hoop om aan die hel te ontsnappen,’ verklaart Markus Beeko van Amnesty International Duitsland. ‘Aan de zware vergrijpen tegen de mensenrechten bij vluchtelingen en migranten in Libië moet een eind komen voor de EU-samenwerking een overweging kan maken.’ De organisatie PRO Asyl schrijft in een open brief aan Angela Merkel over een ‘dieptepunt in de Europese vluchtelingenpolitiek.’ Al eerder werd Libië een door Europa gefinancierde vluchtelingengevangenis, en wel in 2010, toen de EU betrokken was bij een deal tussen de Italiaanse minister-president Silvio Berlusconi en Moammar al-Gaddafi, waarbij die eerste Gaddafi, die vanwege zijn steun aan het internationale terrorisme al in de jaren zeventig vogelvrij werd verklaard, vijftig miljoen euro in het vooruitzicht stelde als hij vluchtelingen en migranten tegenhield.

    Gaddafi liet er destijds geen misverstand over bestaan: zonder hem zou Europa door de illegale migratie ‘zwart kleuren’. In opdracht van Europa liet hij de mensen die op de Middellandse Zee werden opgepakt naar Libië terugbrengen en hield hij ze voor onbepaalde tijd vast in gevangenkampen, zonder te onderzoeken of ze aanspraak konden maken op asiel. Ook toen al stelden mensenrechtenorganisaties de klappen, seksuele mishandeling en marteling aan de kaak.

    24 interneringskampen

    Volgens de Verenigde Naties exploiteert de Libische eenheidsregering vierentwintig interneringskampen voor migranten, veel ervan nog uit de tijd van Gaddafi. Europa wil van de bestaande infrastructuur gebruikmaken en er menswaardige opvangkampen van maken. Niet-acceptabele kampen moeten worden gesloten. Hoe de EU de milities ertoe wil brengen hun kampen op te geven is onduidelijk.

    ‘Ze laten ons hier wegrotten,’ fluistert een man in een cel in het kamp van Annas, dat in een voormalige bandenfabriek in Zawiyah is gevestigd. Door het piepkleine kijkgaatje in de ijzeren deur kunnen we alleen het wit van zijn ogen zien. Een bijtende stank slaat ons tegemoet. Dan wordt er een lucifer aangestoken, steeds meer doodsbange gezichten lichten op in het duister, naakte bovenlijven vol met huidziekten en wonden.

    Dicht op elkaar hurken de mannen op de grond. Omdat de cel te klein is om zich uit te kunnen strekken, slapen ze zittend. Er is geen douche, geen toilet. Ze urineren onder een deken in waterflesjes die ze eerst hebben leeggedronken. Hun stoelgang doen ze in plastic zakjes.

    De man achter het kijkgaatje van de cel heet Mohamed Moseray. Hij is vijfentwintig, een informaticastudent uit Sierra Leone. Hij draagt nog hetzelfde trainingspak, onder de zoutkorsten, dat hij aanhad toen hij weken geleden half verdronken uit de Middellandse Zee werd opgevist. De huid eronder is aangevreten door benzine die door de lekgeslagen boot stroomde. Hij vertelt dat hij zijn studie in Sierra Leone moest afbreken omdat hij er geen werk naast kon vinden en zijn familie hem niet kon onderhouden. Hij had gewoon geen toekomst meer. ‘Mijn grote droom is om af te studeren,’ zegt Moseray, hij begint te trillen en te huilen, maar vermant zich. ‘Daarom wil ik naar Italië, en dan verder naar Canada.’ Daar betaalt de regering zijn studie.

    Na een odyssee van vijf jaar dwars door West-Afrika en de Sahara, vertelt Moseray, duwden Libische smokkelaars kort na middernacht op 19 maart 2017 de rubberboot die hem naar Italië zou brengen de Middellandse Zee in. Meer dan honderdvijftig mensen moesten er van de mensensmokkelaars in. ‘Wie niet instapt, schieten we dood.’ Ze waren nog geen twee uur op zee toen de boot omsloeg.

    ‘Geschreeuw, gebeden, mensen, overal in het water, zwangere vrouwen, kinderen, baby’s. En niemand kon zwemmen!’ Hij somt zijn vrienden op: ‘Mohamed Focus Diallo, verdrinkt. Amadou Melodiba, verdrinkt. Mohamed Bah, verdrinkt.’ De een na de ander zag hij naast zich onder water verdwijnen.

    Wat daarna gebeurde, weet Mohamed Moseray niet meer. Hij herinnert zich alleen het schip dat kort na zonsopgang op hen afkwam. En de hand die zijn redder hem toestak. ‘Als een klauw,’ zegt Mohamed Moseray. ‘Hij miste een paar vingers.’

    Een detentiecentrum in Tripoli, Libië. Hier worden illegale migranten vastgehouden. – © Florian Gaertner / Photothek via Getty Images
    Een detentiecentrum in Tripoli, Libië. Hier worden illegale migranten vastgehouden. – © Florian Gaertner / Photothek via Getty Images

    Tegen tien uur ’s avonds gaan we aan boord van de Tileel, met een tiental zwaarbewapende mannen in camouflage-uniformen, de klittenbandsluitingen strak onder hun kin. Commander Al Bija heeft van zijn spionnen een tip gekregen: op het strand van Sabratha, een stad vlak in de buurt, hebben mensensmokkelaars in deze stormachtige nacht een rubberboot vol mensen op weg naar Europa gestuurd.

    De mannen drukken patronen in het magazijn van hun kalasjnikovs, leggen granaatwerpers naast zich op de bank en een patroonband in het zware machinegeweer op de boeg. Redden betekent voor hen steeds vaker vechten. Doordat ze met de Tileel langs de kust cruisen wakkeren ze de geweldspiraal aan. Want steeds meer bendes gaan ertoe over hun menselijke vracht bewapend te escorteren.

    De oversteek naar Italië kost op het ogenblik ongeveer 2500 dollar per persoon. Als je dit bedrag omrekent voor de 181.000 mensen die in 2016 naar Italië zijn overgestoken, en voor de meer dan 5000 mensen die bij hun poging zijn verdronken, dan hebben de Libische mensensmokkelaars in 2016 ongeveer 450 miljoen dollar binnengekregen.

    Het bedrag moet weliswaar van tevoren worden betaald, maar toch: als je je vracht verliest aan de Tileel, is dat slecht voor de zwaarbevochten handel. Want degenen die op zee worden opgepakt en teruggebracht naar Libië, zullen in de wijdvertakte netwerken langs de Afrikaanse migratieroutes hun smokkelaars sterk afraden. Vanuit het gezichtspunt van de laatsten is het minder erg als hun klanten in de Middellandse Zee verdwijnen. Of niet meer te identificeren zijn als ze op een strand aanspoelen.

    Zonder boordverlichting, als een spook, vaart de Tileel de haven van Zawiyah uit en iets later breekt hij door de hoge branding, de Middellandse Zee op. Schuim spat op aan de boeg. Windvlagen rukken aan de stuurhut. ‘Als we ze niet vinden, zijn ze dood,’ zegt commander Al Bija aan het roer.

    In Libië, waar het erom gaat te overleven, speelt niemand open kaart. Wat Al Bija’s agenda ook mag zijn, aan boord van de Tileel vermoeden we uiteindelijk dat wij er ook een plaatsje in hebben. Wil hij uit het verhaal dat we over hem zullen schrijven als een waardige partner van Europa naar voren komen? En ons nu bewijzen dat hij dat ook daadwerkelijk is?

    Al Bija vertelt dat zijn deal met de EU in volle gang is. Vlak voordat wij aankwamen heeft hij in Tunis met Engelse diplomaten gesproken. De Spaanse regering heeft hem uitgenodigd naar Madrid te komen. Waar die gesprekken over gaan? ‘Geheim!’ Toch maakt hij ons deelgenoot van een paar van zijn eisen: ‘Een levens- en ziektekostenverzekering voor mij en mijn mannen. En visa voor een relaxvakantie van twee weken in Europa.’

    Om te bewijzen dat hij een waardige partner voor Europa is, heeft Al Bija niet alleen zijn eigen leven op het spel gezet, maar ook dat zijn van mannen en dat van ons. En dat van de mensen in de rubberboot

    Koers Noordnoordwest. 18 knopen. De lichtjes van de kust zijn ver weg, boven het pikzwarte water staat de halve maan bijna recht boven ons als op het radarscherm iets oplicht. Gespannen dringen de mannen rond commander Al Bija. De ramen van de stuurhut beslaan van hun adem, met hun vingers gaan ze over het radarscherm alsof ze daarop kunnen voelen wat ons buiten te wachten staat. Een halfuur lang koersen we op het signaal af. Dan ziet de infraroodcamera op de boeg een boot, ongeveer 400 meter voor ons. Commander Al Bija bestudeert het silhouet op de monitor. ‘Een rubberboot,’ zegt hij tenslotte met nauwverholen triomf in zijn stem

    Al Bija kijkt veelbetekenend om naar ons. Tot aan het eind komen we er niet achter wie de commander echt is: de man die in Berlin-Charlottenburg genas om terug te gaan naar Libië en met een gekaapt schip en een paar mannen de kustwateren te veroveren. Vaststaat alleen dat hij in het door oorlog ontwrichte Libië een gaatje heeft gevonden om geld te verdienen met het redden van vluchtelingen.

    De belangrijkste pijlers onder de EU-afspraken met Libië wankelen. De kustwacht zit vol dubieuze figuren. En wat die veilige opvangkampen betreft: op dit moment zijn het niet meer dan door de milities gemanagede pakhuizen vol weerloze mensen, waardevolle assets in de oorlog om Libië en om de Europese miljoenen.

    ‘Snelle oplossingen zijn er niet,’ zegt Martin Kobler, de Duitse speciale VN-ambassadeur voor Libië. ‘We moeten doen wat we kunnen om Libië te stabiliseren.’ Dan zouden veel mensen in plaats van in boten te klimmen in het olieland blijven om daar, net als vroeger onder Gaddafi, te gaan werken. En de mensensmokkelaars zouden maar weinig klanten hebben.

    De honderdvijftig mensen die nu in het zicht van de Tileel in de volgepakte opblaasboot tegen metershoge golven vechten, hebben niets aan langetermijnoplossingen. Als we ze bijna bereikt hebben, komt uit de nacht een raceboot op ons afgesneld. De smokkelaars openen het vuur en wij laten ons op de vloer vallen.

    Commander Al Bija rent door de kogelregen, schiet terug, trekt een gewonde uit het schootsveld en kruipt naar ons toe. Met zijn verminkte hand tikt hij ons op de schouder. Leven we nog? Hij kijkt alsof het succes van zijn missie daarvan afhangt.

    Opeens is het stil. Voorzichtig tillen we ons hoofd op. Met een pikhaak trekken Al Bija en zijn mannen de raceboot dichterbij. Drie smokkelaars zijn neergeschoten, twee van hen zijn zwaargewond.

    ‘Geloven jullie ons nu?’ schreeuwt de commander. ‘Geloven jullie nu eindelijk dat wij niet bij hen horen?’ We weten het niet zeker. Om te bewijzen dat hij een waardige partner voor Europa is, heeft Al Bija niet alleen zijn eigen leven op het spel gezet, maar ook dat zijn van mannen en dat van ons. En dat van de mensen in de rubberboot.

    Als versteend zitten ze in het licht van onze zaklantaarns. Geen van hen lijkt gewond te zijn. De vrouwen hebben hun handen gevouwen in gebed. Huilende kinderen begraven hun hoofd in de jas van hun moeder. Het zou uren duren om ze terug te slepen naar de haven. De mensensmokkelaars hebben via hun satelliettelefoons hun basis op de hoogte gebracht. Tegen hun vloot van zwaarbewapende raceboten heeft de Tileel geen schijn van kans.

    ‘Te riskant,’ zegt commander Al Bija terwijl hij de boot met zijn voet wegduwt. Het water staat tot aan hun knieën. Waarom neemt hij niet een paar van hen aan boord? In elk geval de kinderen? In plaats van te antwoorden vaart Al Bija met volle kracht terug naar Zawiyah. De mensen in de rubberboot drijven weg en verdwijnen in de duisternis.

    Tekst: Michael Obert
    Vertaling: Izaak Hilhorst

    Michael Obert en Moises Saman zijn al vaker onder vuur komen te liggen in crisisgebieden. Maar niet midden in de nacht op een boot op de Middellandse Zee. Aan land kun je je in elk geval gecontroleerd terugtrekken, op de Tileel konden ze alleen op de vloer blijven liggen en hopen. Hun tolken Salah Almorjini en Moises Saman bleven ongedeerd, Michael Obert brak toen hij tijdens de aanval struikelde een paar ribben.

    Süddeutsche Zeitung Magazin
    Duitsland | weekblad | oplage 445.000

    Het vrijdagsupplement van de SZ, en daarmee een van de grootste tijdschriften van Duitsland, samen met dat van Die Zeit. Veel interviews en veel (populaire) cultuur.

    Relevante artikelen uit 360:

    1. 131: De Afrikanen blijven weg, maar tegen welke prijs?
  • 4. Afrikaanse krokodillentranen

    4. Afrikaanse krokodillentranen

    Afrikaanse leiders zijn medeschuldig aan de migratiecrisis, schrijft columnist Hamadou Gadiaga uit Burkina Faso. Zij bieden hun talentvolste burgers geen enkel perspectief.

    ‘Schokkend’, ‘walgelijk’, ‘weerzinwekkend’… De reacties lieten niet lang op zich wachten na de publicatie op 14 november van een video van de Amerikaanse zender CNN over de openbare veiling van Afrikaanse migranten, op een steenworp afstand van de Libische hoofdstad Tripoli.

    Maar hoe je het ook wendt of keert, het veelkoppige monster van de slavernij wordt niet zomaar even overwonnen met verontwaardigde verklaringen of veroordelingen in het wilde weg – ook al komen ze van staatshoofden. Dat zal toch echt moeten gebeuren door met open vizier en zonder vrees de oorzaken te bestrijden voor het feit dat duizenden jonge Afrikanen vol ambitie aan de bedenkelijke praktijken van mensensmokkelaars en mensenhandelaren ten offer vallen.

    Hoe dat te bewerkstelligen? Daar is geen hogere wiskunde voor nodig. Om te beginnen moeten we een einde maken aan de wijze waarop de leiders van de landen waar de migranten vandaan komen wegduiken voor hun verantwoordelijkheden. Doordat zij corruptie, vriendjespolitiek en cliëntelisme tot regeervorm hebben verheven, bieden zij de sterksten en de slimsten onder hun burgers geen enkel perspectief.

    Migranten gebruiken een maaltijd in een detentiecentrum in Libië. – © Manu Brabo / HH
    Migranten gebruiken een maaltijd in een detentiecentrum in Libië. – © Manu Brabo / HH

    Het toppunt is dat deze Afrikaanse leiders, gezien hun onvermogen om met relevante oplossingen te komen voor het probleem van de werkloosheid, zich opgelucht voelen door dit vrijwillige vertrek. Het bevrijdt hen van een bevolkingsgroep die in verzet tegen hen zou kunnen komen: de jeugd.

    Uit onverantwoordelijke, bekrompen berekening ontdoen leiders uit veel landen bezuiden de Sahara zich graag van hun meest competente onderdanen, in ruil voor rust in de tent en cheques naar huis van degenen die het Europese eldorado met gevaar voor eigen leven hebben weten te bereiken. Het is een houding die de onmenselijke behandeling van migranten in Libië alleen maar zal verergeren.

    Zo zal het blijven zolang onze landen door schertsfiguren worden bestuurd. Zolang Libië een vruchtbare voedingsbodem blijft voor meedogenloze smokkelaars en moderne slavenhandel vanwege de chaos in het land sinds de val van Gaddafi in 2011. En zolang westerse leiders juridische en fysieke muren blijven oprichten tegen immigratie om de publieke opinie in hun landen te sussen.

    Klaagzangen en krokodillentranen volstaan niet om de verwerpelijke verkoop van migranten in Libië tegen te gaan. Er moet een duurzame continentale strategie worden ontwikkeld om het netelige probleem van de immigratie op te lossen.

    We kunnen het niet vaak genoeg zeggen: alleen goed bestuur, gezamenlijk optreden van de diverse landen van vertrek, doorreis en bestemming, alsmede aanzienlijke financiële steun van de Europese Unie voor banenplannen, zullen soelaas brengen voor deze jongeren die bereid zijn zich over te leveren aan de gevaren van de zee, of aan racisten en andere slavendrijvers, om hun doel te bereiken.

    Auteur: Hamadou Gadiaga
    Vertaler: Astrid Staartjes

    Le Pays
    Burkina Faso | dagblad | oplage 20.000

    Hoewel president Compaoré weinig waarde hecht aan een vrije pers, is er in Burkina Faso een rijke mediacultuur. Le Pays, onafhankelijk sinds 1991, is populair vanwege de scherpe commentaren op de regering.

  • 1. ‘Ik weet dat het gevaarlijk is – maar ik doe het zo wéér’

    1. ‘Ik weet dat het gevaarlijk is – maar ik doe het zo wéér’

    Wie als gestrande migrant niet op de slavenmarkt wordt verkocht, komt terecht als dwangarbeider in een ‘opvangkamp’, een ander voorportaal van de hel.

    Het detentiecentrum in Sorman, waar honderden wanhopige vluchtelingen worden vastgehouden, is een betonnen blok. Het staat aan een regionale weg in het westen van Libië, ongeveer zestig kilometer van Tripoli, in de buurt van Sabrata en Zawiya, twee steden die floreren dankzij de illegale oliehandel. Bij de enige toegang tot het gebouw, een deur met een simpel hangslot, staat een bewaker. Uit angst voor zijn eigen veiligheid weigert hij zijn naam te geven, maar de verslaggever en de fotograaf krijgen wel toestemming om binnen een kijkje te nemen.

    In de gevangenis zitten rond de tweehonderdvijftig vrouwen en dertig kinderen hutjemutje op de grond. Iedere vierkante centimeter is bezet. Naast elk matrasje liggen wat toiletspullen, zeep, een kam. Sommige gevangenen hebben een extra shirt. De meeste hebben niets.

    Jandra, midden twintig, ontvluchtte de armoede in Ivoorkust, hopend op een betere toekomst in Europa. Zij en honderdtwintig anderen waren al uitgevaren toen de motor van hun rubberboot het begaf. Al snel werden ze door de Libische kustwacht onderschept en gearresteerd. Eerst werd de groep naar een officieel centrum in Zawiya gebracht, waar wel twaalfhonderd gedetineerden verbleven, vertelt ze. ‘We zaten met honderd man in de cel. Het was zo vol dat we niet eens konden liggen, we moesten om beurten slapen.’

    Niemand kan zeggen hoeveel illegale centra er zijn: regeringsvertegenwoordigers vertonen zich niet in gebieden die in handen zijn van de milities omdat het er levensgevaarlijk is

    De bewakers van het detentiecentrum namen hen alles af, vertelt Jandra. Schoenen, shirts, telefoons en, natuurlijk, geld. ‘Daarna begonnen ze ons af te persen. Ze gebruikten onze telefoons om onze vrienden in Libië te bellen en geld te eisen in ruil voor onze vrijheid, of ze belden met onze familieleden en dreigden ons te vermoorden als ze niet snel met geld over de brug kwamen.’

    Jandra’s verhaal is niet het enige. Steeds meer migranten die op zoek naar een beter leven Italië proberen te bereiken, belanden uiteindelijk weer in Libië, waar ze terechtkomen in een spiraal van geweld en bedreigingen. Libië is onder migranten en vluchtelingen de populairste springplank naar Europa. In de eerste zes maanden van 2017 stierven er minstens 2030 migranten bij hun poging de Middellandse Zee over te steken. Het merendeel begon de overtocht in Libië.

    Volgens Laura Thompson van de Internationale Organisatie voor Migratie zijn er in heel Libië 31 of 32 detentiecentra, waarvan de helft onder de verantwoordelijkheid van de regering valt, of in gebieden ligt die in handen van de regering zijn. Ze zegt dat niemand weet hoeveel mensen er worden vastgehouden, en dat ‘de omstandigheden mensonterend zijn’.

    Regelrechte hel

    Maar er zijn ook illegale detentiecentra, gerund door gewapende milities die betrokken zijn bij mensenhandel en oliesmokkel, vaak in samenwerking met Libische kustwachters. Niemand kan zeggen hoeveel illegale centra er zijn: regeringsvertegenwoordigers vertonen zich niet in gebieden die in handen zijn van de milities omdat het er levensgevaarlijk is. Volgens een in februari gepubliceerd rapport van Unicef zijn de gevangenissen in handen van de milities niets meer dan ordinaire dwangarbeiderskampen waar mensen worden kaalgeplukt. Voor de duizenden migrantenvrouwen en kinderen is de gevangenis een regelrechte hel waar verkrachting, seksuele uitbuiting, mishandeling en honger aan de orde van de dag zijn.

    Ahmed, een politieman die zijn echte naam niet durft te noemen, vertelt: ‘Er zijn legio gevangenissen waar wij geen leiding over hebben, in Tripoli alleen al zijn er ten minste dertien die door gewapende milities worden gerund. Een van de machtigste milities die hier in Tripoli betrokken is bij mensenhandel en die de controle heeft over illegale detentiecentra, is de Sharikan. Wij staan volledig machteloos, we kunnen niet eens in de buurt van deze gevangenissen komen want je bent je leven niet zeker in de gebieden die zij in handen hebben.’

    In Tripoli vertelt Abdrazaq Alshneti, een agent van de speciale eenheid voor de bestrijding van illegale migratie, dat de toestand in een aantal officiële centra wegens geldgebrek onhoudbaar is. Verder wil hij niets loslaten, maar een collega wil wel een boekje opendoen, onder voorwaarde dat hij anoniem blijft. ‘Ibrahim’ vertelt dat de detentiecentra in de maanden vóór de overeenkomst tussen Europa en de door de VN gesteunde regering van premier al-Sarraj uit hun voegen barstten. ‘Als de centra overvol raken, wordt er ruimte gemaakt. Er is simpelweg geen geld om alle gedetineerden te voeden,’ vertelt Ibrahim. ‘Sommige bewakers zijn integer, maar er zitten ook corrupte tussen.’

    Met deze foto, ‘The Libyan Migrant Trap’, won fotograaf Daniel Etter een derde prijs bij de World Press Photo 2016. De foto toont twee Nigeriaanse vluchtelingen in een detentiecentrum in het Libische Sorman. – © Daniel Etter/World Press Photo/HH
    Met deze foto, ‘The Libyan Migrant Trap’, won fotograaf Daniel Etter een derde prijs bij de World Press Photo 2016. De foto toont twee Nigeriaanse vluchtelingen in een detentiecentrum in het Libische Sorman. – © Daniel Etter/World Press Photo/HH

    Hij zinspeelt op de banden tussen het gevangenispersoneel, smokkelaars, milities en mensenhandelaars, die wanhopige migranten onderling verkopen alsof ze handelswaar zijn. Bewakers overhandigen migranten tegen betaling aan mensenhandelaars. Smokkelaars waarschuwen de kustwacht wanneer hun migranten de oversteek wagen, zodat ze onderschept kunnen worden en doorverkocht aan milities. En milities arresteren migranten op straat omdat ze niet de vereiste documenten hebben. ‘Ze doen alsof ze illegale migranten in de kraag vatten en houden ze dan vast in hun centra, zonder fatsoenlijk eten of drinken, pakken hun geld af, buiten ze uit, misbruiken de vrouwen,’ zegt Ibrahim.

    Immigranten worden ook naar de omgeving rond de kustplaats Garabulli gebracht, halverwege Misrata en Tripoli, om de rubberboten vol nieuwe migranten te besturen – met medeweten van Libische kustwachters. De kustwacht ontkent met klem dat medewerkers zijn betrokken bij mensenhandel.

    Ahmed, de politieagent, vertelt dat milities in de afgelopen maanden verscheidene malen hebben geprobeerd om officiële detentiecentra met geweld in te nemen. Zo werd een officieel detentiecentrum in de omgeving van Garabulli in maart door milities in brand gestoken. Het gebouw brandde tot de grond toe af. Niemand weet wat er met de migranten is gebeurd.

    Baby’s geboren

    In het detentiecentrum in Sorman zijn er in het afgelopen half jaar zes baby’s geboren. De vrouwen, hun kinderen en de pasgeboren baby’s zijn niet door een arts bezocht. ‘Om veiligheidsredenen,’ zegt een bewaker. ‘Libië is te gevaarlijk.’ Een paar kilometer verderop ligt de Al-Nassergevangenis, het officiële detentiecentrum in Zawiya. Toen de migratie op zijn hoogtepunt was, in het begin van de zomer, zaten er meer dan 2600 mensen. Toen wij het detentiecentrum bezochten was hun aantal geslonken tot 1000. Sommige gedetineerden worden hier al acht maanden vastgehouden. De mannenafdeling is opgedeeld in kleine cellen, waar tussen de twintig tot vijftig mannen dag en nacht zijn opgesloten, behalve wanneer ze te eten krijgen. De enigen die vrij mogen rondlopen, zijn vijftig Tunesiërs die hun uitzetting afwachten.

    Een bewaker opent een van de cellen. John, uit Gambia, komt op gedempte toon met ons praten. Hij is bang dat de bewakers hem horen. Zijn landgenoot Phil komt erbij staan. ‘Ze gebruiken ons als slaven, en als ze ons niet meer nodig hebben, worden we afgedankt,’ vertelt John. ‘Soms komt de lokale bevolking brood en zeep brengen. Maar internationale hulporganisaties laten zich hier niet zien.’

    Een van de redenen waarom hulporganisaties centra als deze niet bezoeken is dat het er – net als op zoveel andere locaties in Libië – niet veilig wordt geacht. In juni werd een konvooi van UNSMIL, de VN-missie in Libië, dertig kilometer ten westen van Tripoli door milities aangevallen. Zeven medewerkers werden korte tijd vastgehouden. De kidnappers eisten de vrijlating van drie vermeende drugsdealers die in Tripoli waren gearresteerd. Ngo’s hebben om meer bescherming gevraagd tegen milities, maar of veiligheidsmaatregelen daadwerkelijk iets zullen uithalen, valt nog te bezien.

    In de vrouwenafdeling van Al-Nasser, het detentiecentrum in Zawiya, zitten ongeveer honderdvijftig vrouwen samengepakt in één ruimte. Een van hen, Princess, een Nigeriaanse, is twee weken geleden bevallen van een tweeling. Haar man wordt elders vastgehouden. Ze weet niet waar – zoals hij op zijn beurt niet weet dat hij inmiddels vader is van een tweeling. Princess brengt haar dag liggend op een matrasje door, naast haar twee baby’s. Er zijn geen luiers en er is niet genoeg drinkwater.

    Zoals vele anderen heeft ze op haar vlucht voor Boko Haram een tocht dwars door de Sahara achter de rug. Ze is vastbesloten haar kinderen een leven zonder angst te bieden, waarin ze niet voortdurend voor hun leven hoeft te vrezen. ‘Het kan me niet schelen dat de kustwacht me heeft tegengehouden, ik doe het zo weer,’ zegt ze terwijl ze naar haar pasgeboren tweeling kijkt. ‘Ik weet dat het gevaarlijk is, maar in Nigeria is het ook gevaarlijk. Als je niet door de oorlog sterft, sterf je van de honger, en hier zitten we in de gevangenis, net zo’n hel. Het is de moeite waard om de oversteek nog eens te wagen.’

    Ze beseft nog niet dat ze van geluk mag spreken als ze uit Libië weet te ontsnappen.

    Auteur: Francesca Mannocchi

    Middle East Eye
    Londen | middleeasteye.net

    Middle East Eye werd in 2014 opgericht als onafhankelijke informatiesite. Dankzij een groot correspondentennet brengt de site nieuws uit 24 landen en snijdt daarbij politieke, economische en sociale onderwerpen aan.

  • 3. Slavenveiling toont hardnekkig racisme

    3. Slavenveiling toont hardnekkig racisme

    De verkoop van Afrikaanse migranten komt niet uit de lucht vallen, schrijft Haythem Guesmi. ‘De hiërarchische samenleving in de hele Maghreb is doortrokken van racistische, discriminerende praktijken.’

    Het hardnekkige probleem met racisme in Libië en de Maghreb is oud nieuws. Bewijzen van slavernij in Libië werden al in april verzameld door de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM). Ophef ontstond pas na de CNN-reportage Mensen te koop: waar levens worden geveild voor vierhonderd dollar, waarin te zien is hoe Libiërs Afrikaanse migranten per opbod verkopen. De storm van verontwaardiging was te verwachten, nu mensen het met eigen ogen konden aanschouwen.

    Legio zwarte Noord-Afrikanen worden op sociaal, institutioneel en politiek vlak geconfronteerd met racisme. Wanneer de zwarte Tunesische dichter Anis Chouchene dicht over ‘een samenleving die bang is voor verschillen’, bekritiseert hij de manier waarop zwarte Afrikanen als inferieur ras worden bestempeld. De hiërarchische samenleving in de hele Maghreb is doortrokken van racistische, discriminerende praktijken. Libië vormt daarop geen uitzondering. Maar dit racisme moet naar mijn idee worden gezien als ‘een strijd tegen allochtone Afrikanen’ – om wijlen de zwarte emancipator Frantz Fanon aan te halen – en niet als moderne slavernij.


    Migranten wachten om terug te gaan naar hun barakken na een lunch in het detentiecentrum in Karareem, nabij Misrata in Libië. – © Manu Brabo / HH
    Migranten wachten om terug te gaan naar hun barakken na een lunch in het detentiecentrum in Karareem, nabij Misrata in Libië. – © Manu Brabo / HH

    Zwarte Libiërs worden Fezzazna genoemd, een verwijzing naar de zuidwestelijke regio Fezzan waar ze voornamelijk wonen, maar ook om hun inferieure sociale positie aan te geven. In Benghazi, in het oosten van Libië, heet een lokale markt in de volksmond ‘slavensoek’. En in Tunesië zijn Zinji [Oost-Afrikaanse slaven die in vroeger tijden door Arabieren werden verhandeld] of Aswad [zwarte slaven die in vroege moslimlegers dienstdeden] inmiddels geaccepteerde termen om zwarte mensen aan te duiden omdat de racistische lading eraf zou zijn. Maar zolang er zich geen werkelijke omwenteling voordoet, blijven complexe kwesties als ‘negrofobie’ en xenofobie bestaan. Zoals Fanon stelt: ‘We zijn van nationalisme overgegaan op ultranationalisme, vervolgens op chauvinisme, en uiteindelijk op racisme.’

    Het in 1951 – het jaar van onafhankelijkheid – gestichte koninkrijk was geen lang leven beschoren: het werd na een staatsgreep in 1969 vervangen door Moammar al-Qadhafi’s Jamahiriya, een dictatuur waarin de mensenrechten van zowel Libiërs als buitenlanders continu werden geschonden. Tijdens de volksopstand om de dictator en zijn regime ten val te brengen, werd de bodem gelegd voor de huidige relatie tussen Libische rebellen en Afrikanen uit landen bezuiden de Sahara. Het Libische leger ronselde zwarte Afrikaanse huurlingen, voornamelijk onder Toearegs, om Qadhafi te helpen de protesten te kop in te drukken. Toen de opstand uitgroeide tot een gewapend conflict, keerden de Libiërs zich tegen de zwarte huurlingen én tegen zwarte arbeiders.

    In Tripoli, Misrata, Benghazi of Tobroek zal de CNN-reportage weinig uithalen. In een door burgeroorlog verscheurd land met torenhoge inflatie, een kwijnende economie en massaexecuties van gevangenen, is iedereen ofwel betrokken bij mensenhandel, of juist bij de bestrijding ervan. Hoewel de CNN-reportage een geval van schuldslavernij laat zien, gaat het bij veel migrantenveilingen om mensenhandel met losgeld als motief. Nu de Libië-route naar Italië nagenoeg is afgesloten, zitten veel migranten uit landen bezuiden de Sahara klem. Ze hebben veelal geen geld om smokkelaars te betalen voor terugkeer naar hun moederland. Smokkelaars kiezen ervoor de migranten te verkopen aan de hoogste bieder – privépersonen dan wel organisaties, bijvoorbeeld milities. De kopers dwingen de migranten om familie te bellen voor losgeld. Naar verluidt halen mensenhandelaren per persoon omgerekend drie- tot vijfduizend euro binnen.

    ‘Onmenselijk’

    Een paar dagen voordat de CNN-beelden de wereld overgingen, noemde de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten bij de VN, Zeid Ra’ad al-Hussein, het EU-beleid om Libische autoriteiten te helpen migranten te onderscheppen en vast te zetten ‘onmenselijk’. Veel Libiërs reageerden geschokt op het nieuws over de slavenveilingen. Door de Europese militaire en politieke interventie en de druk op het instabiele land om in de vluchtelingencrisis als poortwachter te fungeren, loopt de situatie, die al rampzalig was, inmiddels volledig uit de hand.

    Auteur: Haythem Guesmi
    Vertaler: Astrid Staartjes

    Africa is a Country
    Verenigde Staten | africasacountry.com

    Deze tien jaar oude blog, beheerd vanuit Zuid-Afrika, de VS en Engeland, werd opgericht om een tegengeluid te geven op de traditionele opvattingen van de westerse media over Afrika. ‘Op deze site gaat het niet over honger, Barack Obama of Bono’, zei oprichter Sean Jacobs (Zuid-Afrika). Waarover wel? Politiek, economie, voetbal en maatschappij, met een kritische blik.

  • Dossier Migratie: Iedereen heeft boter op zijn kop

    Dossier Migratie: Iedereen heeft boter op zijn kop

    Toen CNN onlangs schokkende beelden toonde van Afrikaanse migranten die in Libië als slaven werden verhandeld, stond de internationale gemeenschap op zijn achterste benen. Maar zowel Europa als de Arabische wereld als de Afrikaanse elite is schuldig aan de gang van zaken, stellen de schrijvers van dit dossier. 

    1. ‘Ik weet dat het gevaarlijk is – maar ik doe het zo wéér’

    2. De Afrikanen blijven weg, maar tegen welke prijs?

    3. Slavenveiling toont hardnekkig racisme

    4. Afrikaanse krokodillentranen

    5. Andere berichten uit de media

    © AP Photo / Manu Brabo

  • Gaddafi-aanhangers 
willen de macht terug

    Gaddafi-aanhangers 
willen de macht terug

    Vijf jaar na de dood van Moammar Gaddafi verkeert Libië in chaos. Dit geeft aanhangers van de voormalige leider de kans om voorzichtig terug te keren op het politieke toneel.

    De situatie in Libië is zo chaotisch dat er wel van ‘libisering’ gesproken wordt. Het is een fatale combinatie van balkanisering – opsplitsing van een staat in autonome gebieden – en somalisering, waarbij een regering niet is opgewassen tegen gewapende milities. Op het moment telt het land drie regeringen. In de afgelopen vijf jaar zijn er in Libië twee keer algemene verkiezingen gehouden, is IS er actief geworden en laaien er voortdurend etnische conflicten op. De wetteloosheid is zo groot dat steeds meer Libiërs een terugkeer eisen van de Jamahiriya [‘staat van de massa’] van Moammar Gaddafi.

    ‘Wij willen herstel van de Jamahiriya die door een staatsgreep van de NAVO vernietigd is,’ stelt Franck Pucciarelli. Deze in Tunesië woonachtige Fransman is woordvoerder van een overkoepelende organisatie van Libische en internationale revolutionaire comités, die fungeert als het officiële kanaal van de gaddafistische ideologie. Hij vertelt dat zijn organisatie sinds 2012 in Libië en daarbuiten actief is. In Libië heeft ze 20.000 leden, terwijl er in de buurlanden nog eens 15.000 à 20.000 gevluchte ex-militairen klaarstaan om het land binnen te trekken. ‘Wij zijn in staat om een volksopstand te ontketenen; de chaos die nu in Libië heerst, komt door onze acties,’ verzekert de woordvoerder.

    Typen aanhangers

    Ahmed, een vroegere ambtenaar van het ministerie van Buitenlandse Zaken die nu in Tunesië woont, is minder stellig. ‘We hebben van de instabiele situatie gebruik kunnen maken om terug te keren, maar we zijn er nog lang niet. Maar zo langzamerhand beginnen de Libiërs en de internationale gemeenschap wel in te zien dat Libië alleen onder de Jamahiriya regeerbaar is.’

    De twee mannen zijn het eens over wat er na de herovering van de macht in Libië moet gebeuren: er moet een referendum – of beter gezegd een volksraadpleging – komen over het herstel van de Jamahiriya. De internationale gemeenschap zou daarbij waarnemers moeten sturen om toe te zien op een eerlijk verloop. De herboren massastaat zou moderner van opzet moeten zijn, met een Senaat waarin de verschillende stammen vertegenwoordigd zijn, een Tweede Kamer en vooral een grondwet, die er onder Moammar Gaddafi niet was.

    Rachid Kechana, directeur van het Maghrebijns Centrum voor Onderzoek naar Libië, glimlacht als hij dit scenario hoort. Hij erkent dat de groene ideologie [groen is de kleur van de Jamahiriya] weer helemaal terug is: ‘Deze herwaardering van het oude regime is vooral het gevolg van de instabiele politieke situatie van na de revolutie. De aanhangers van Gaddafi maken hier handig gebruik van om hun plek terug te veroveren, maar echte steun onder de bevolking hebben ze niet. De Gaddafi-aanhangers zullen nooit meer aan de macht komen, maar ze kunnen nog wel, door strategische bondgenootschappen aan te gaan, een belangrijke rol gaan spelen.’

    Mattia Tosido, Libië-specialist bij de European Council on Foreign Relations, onderscheidt drie typen Gaddafi-aanhangers: de getrouwen van Gaddafi’s lievelingszoon Saïd al-Islam, die sinds 2011 in de westelijke stad Zintan gevangenzit; de aanhangers van generaal Khalifa Haftar, in het oosten van het land; en ten slotte de Jamahiriya-orthodoxen. Franck Pucciarelli hoort bij die laatste – en fanatiekste – categorie.

    Strijders van het Libische regeringsleger maken zich op voor een aanval op IS op 1 december 2016. – © Reuters
    Strijders van het Libische regeringsleger maken zich op voor een aanval op IS op 1 december 2016. – © Reuters

    De strijders die zich weer bij Haftar hebben aangesloten, profiteerden van een in juli 2015 door het parlement van Tobroek aangenomen amnestiewet voor plegers van misdaden tijdens de opstand in 2011. Deze wet moet de terugkeer mogelijk maken van de 1,5 à 3 miljoen merendeels gaddafistische vluchtelingen in Tunesië en Egypte.

    De clan van Saïd al-Islam is waarschijnlijk het beste georganiseerd; ook een deel van de orthodoxen heeft zich erbij aangesloten. Al-Islam werd weliswaar op 28 juli 2015 in Tripoli ter dood veroordeeld, maar zit nog steeds in Zintan gevangen. Officieel is hij de gevangene van lokale milities, maar hij geniet ruime privileges: hij schijnt zich vrijelijk door de stad te kunnen bewegen en voert continu gesprekken op zijn telefoon via de app Viber.

    Voorlopig lijkt Saïf al-Islam niet van plan te zijn om openlijk een greep naar de macht te doen. Eerder probeert hij van achter de schermen de politieke constellatie in zijn voordeel te veranderen. Veel westelijke stammen zijn bang voor een opmars van Haftar, die door oostelijke stammen gesteund wordt. Dat geldt ook voor de inwoners van Zintan, al zijn de machthebbers in die stad officieel medestanders van de generaal.

    De regio Tripoli is momenteel opgedeeld tussen een radicaal-islamitische groepering en de – ondanks internationale steun – erg zwakke regering van nationale eenheid. Saïd al-Islam zou zich kunnen opwerpen als compromisfiguur, nu de oostelijke regio Cyrenaica dankzij de recente overwinningen van generaal Haftar aan invloed gewonnen heeft. De strategische positie van de zoon van de vroegere dictator lijkt zo alsmaar sterker te worden.

    De zelfverklaarde Opperste Raad van Libische Stammen verkoos Saïd al-Islam in september 2015 dan ook tot leider van het land. In deze raad zijn bijna alleen maar Gaddafi-getrouwe stammen vertegenwoordigd en hij heeft verder geen enkele officiële status, maar toch is het symbolisch belang van deze uitverkiezing groot.

    ‘Dit land is een grap: er wordt alleen maar gevochten. Er is geen geld meer en de enige manier om aan werk te komen is door je aan te sluiten bij een militie’

    Sinds het voorjaar werkt de vroegere aanvoerder van het zuidelijke leger onder Gaddafi, Ali Kana, aan de vorming van een leger in de stad Fezzan, maar het is lastig in te schatten hoe succesvol hij hierin is. Ali Kana heeft altijd duidelijk gezegd dat zijn troepen noch Tripoli noch Tobroek zullen steunen, maar alleen een macht die de Jamahiriya erkent.

    In augustus hebben de Verenigde Naties voor het eerst voormalige Gaddafi-aanhangers, waaronder een voormalig president van het Volkscongres (het parlement onder de Jamahiriya) gevraagd om mee te praten over een politieke en economische oplossing van de crisis.

    Ook de bevolking begint zich af te vragen of de nieuwe situatie nu wel beter is dan de oude. In de Jumhouria-bank in Tripoli staat veertiger Mahmoed Abdelaziz al twee uur te wachten om 500 dinar [ca. 330 euro] op te nemen, net zoals hij dat meerdere keren per week doet. ‘Dit land is een grap: er wordt alleen maar gevochten. Er is geen geld meer en de enige manier om aan werk te komen is door je aan te sluiten bij een militie,’ schampert hij. Wel geeft hij toe dat je sinds de revolutie tenminste kritiek mag leveren, wat onder Gaddafi streng verboden was. Toch vond hij het vroeger beter, want ‘veiligheid is belangrijker dan vrijheid’.

    De revolutionaire milities van Tripoli zijn er goed van doordrongen hoe gevaarlijk deze wijdverbreide nostalgie kan worden. In juni vermoordden zij in Tripoli twaalf aanhangers van de Jamahiriya, toen hun gevangenisstraf voor in 2011 begane afpersingen erop zat.

    Auteur: Mathieu Galtier

    Drie machteloze regeringen

    2012 7 juli – Eerste vrije verkiezingen. Het gekozen parlement krijgt de naam Algemeen Nationaal Congres.

    2014 25 juni – Een nieuw gekozen parlement wordt door de internationale gemeenschap erkend. De ‘Libische Dageraad’, een coalitie van voornamelijk islamistische milities, steunt het oude parlement, dat uitwijkt naar de oostelijke stad Tobroek.

    2016 30 maart – In Tripoli wordt, met steun van de Verenigde Naties, een regering van nationale eenheid ingesteld, geleid door Fayez al-Sarraj.

    Middle East Eye
    Verenigd Koninkrijk | middleeasteye.net

    Gebeurtenissen in ‘Midwest-Azië’, o.l.v. David Hearst, afkomstig van The Guardian.

  • De risico’s van een interventie in Libië

    De risico’s van een interventie in Libië

    Het heeft er steeds meer schijn van dat het Westen militair wil gaan ingrijpen in Libië. Maar zal dit de situatie niet juist verergeren?

    Westerse landen staan op 
het punt een offensief te lanceren tegen IS in Libië, aldus een militaire woordvoerder in de westelijke stad Misrata. Maar ter plekke bestaan grote zorgen dat verdere internationale inmenging in het land de situatie alleen maar zal verergeren.

    Libië is de afgelopen weken opgeschrikt door een reeks grote aanslagen van IS, waaronder een bomaanslag op een 
politiebureau in Zliten, bij Misrata, op 
7 januari, waarbij vijfenzestig mensen omkwamen en honderd anderen gewond raakten. Ook heeft IS aanslagen uitgevoerd op de belangrijkste olieterminals van Libië in R’as Lanoef en Sidra. Het zijn deze incidenten die 
hebben geleid tot speculaties dat de VS en zijn bondgenoten hun strijd tegen IS wel eens zouden kunnen uitbreiden naar Libië.

    De situatie op 8 februari.
    De situatie op 8 februari.

    Het nationale oliebedrijf van Libië (NOC) heeft ook opgeroepen tot een interventie om strategische delen van het land, waaronder de olieterminals, te beschermen. Ibrahim Bate el Mal, een woordvoerder voor de militaire raad van Misrata, verklaarde dat officials al gesprekken hebben gevoerd met Amerikaanse, Franse en Italiaanse militaire contacten. ‘Ik kan alleen maar zeggen dat de Amerikanen, Fransen 
en Italianen hebben gevraagd hoe zij de Libiërs kunnen helpen tegen IS te vechten, en dat de operatie niet lang zal duren. We zijn dicht bij een interventie,’ aldus Bate el Mal.

    Maar hij gaf ook toe dat veel mensen bezorgd zijn dat een militaire interventie kan mislukken en het misschien al te laat zou kunnen zijn. ‘Ik denk dat het verkeerd was om zo lang te wachten. We hebben het gevaar waarschijnlijk onderschat. Ik denk dat zelfs de westerse regeringen het verkeerd hebben gezien,’ zei hij. ‘Het punt is dat enerzijds de expansie van IS uit de hand is gelopen, maar dat anderzijds het gevaar bestaat dat de situatie door een militaire interventie alleen maar slechter wordt. Dat is het gevoel van onze mensen en onze troepen.’

    IS zal het spookbeeld oproepen van een westerse overname van het land

    In 2011 was een door de NAVO geleide luchtcampagne – met Amerikaanse, Franse, Italiaanse en Britse steun – van cruciaal belang bij het omverwerpen van het regime van de Libische leider Muammar Kadhafi. Maar het land is sindsdien in de greep van instabiliteit en onrust.

    Volgens Basher Bernani, lid van de gemeenteraad van Zliten, zijn de meeste mensen tegen buitenlands ingrijpen. ‘Deze situatie kan niet 
langer worden opgelost door luchtaanvallen,’ aldus Bernani. ‘Ze hadden eerder tussenbeide moeten komen, maar nu heeft IS Sirte helemaal ingenomen. Er zijn fundamentalistische militieleden in Benghazi, Misrata en Bin Jawad, er zijn “sleeper cells” in Tripoli en hier in Zliten en in Sabratha zijn twee trainingskampen.’

    Mensensmokkel

    Bernani zegt dat de plaatselijke bevolking bang is dat een buitenlandse interventie door IS als propaganda 
kan worden gebruikt om het spookbeeld op te roepen van een westerse overname van het land. Daardoor wint IS aan steun onder jonge mensen en kan de beweging sympathiserende strijders aantrekken uit Tunesië, Marokko, Algerije en andere landen, via de poreuze grenzen van Libië. ‘Het is waarschijnlijk dat Europese militaire actie de situatie zal verergeren en tientallen buitenlandse strijders hierheen zal brengen,’ zegt hij.

    Sinds IS op 7 januari zijn aanwezigheid in Zliten kenbaar maakte door de bomaanslag op het politiebureau, terwijl driehonderd rekruten op het plein daarvóór aan het trainen waren, hebben officials als Bernani voortdurende gewapende bescherming nodig gehad als zij zich door de stad bewogen. Terwijl we over het verwoeste plein lopen, wijst hij op scherven van de bomvrachtwagen, die was volgeladen met stukjes ijzer en scherpe messen om zo veel mogelijk slachtoffers te maken. ‘We hebben de armen en benen van onze jongens teruggevonden op de derde verdieping van het slaapverblijf,’ zegt hij. ‘Twaalf families hebben zonen verloren en kunnen niet rouwen, omdat de lichamen onherkenbaar zijn verminkt.’

    Een Tunesische militaire helikopter bij de grens met Libië, waar een 196 kilometer lange geul is gegraven om de doortocht van voertuigen te bemoeilijken. – © Nacer Talel / Getty
    Een Tunesische militaire helikopter bij de grens met Libië, waar een 196 kilometer lange geul is gegraven om de doortocht van voertuigen te bemoeilijken. – © Nacer Talel / Getty

    Bersani zegt dat onderzoekers denken dat IS het politiebureau op de korrel heeft genomen vanwege de banden met de Libische Kustwacht, die de 
faciliteit ook als rekruterings- en trainingscentrum gebruikte. Hij zegt dat Zliten een belangrijk tussenstation is voor mensen die de Middellandse Zee proberen over te steken naar Europa, en dat IS connecties lijkt te zijn aangegaan met andere militiegroeperingen die betrokken zijn bij de mensensmokkel, als een manier om inkomsten te verwerven. ‘Het wordt nu steeds duidelijker dat IS betrokken is bij de mensensmokkel, waardoor ze verzekerd zijn van grote hoeveelheden contanten,’ zegt hij.

    Volgens andere officials was de aanval in Zliten voor IS ook belangrijk, omdat de beweging zo aantoonde dat ze aanwezig is in de kuststrook tussen Tripoli en Misrata, en dat ze de middelen en de manschappen heeft om elders in Libië aanslagen te plegen.

    Mustafa Ben Aish, een ander lid van de gemeenteraad van Zliten en de directeur van een noodeenheid die in actie kwam na de bomaanslag op het politiebureau, verklaarde dat IS profiteert 
van de machtsstrijd tussen de rivaliserende regeringen in Tripoli en Tobroek. De situatie werd deze maand verder gecompliceerd door de aankondiging van een nationale regering. Deze wordt gesteund door de VN, maar afgewezen door veel leden van de twee concurrerende parlementen van Libië.

    ‘De Libiërs zijn niet klaar voor een nieuwe oorlog’

    Martin Kobler, de VN-gezant voor het land, gaf toe dat het politieke vredesproces te traag is verlopen om gelijke tred te kunnen houden met de expansie van IS. Hij betichtte de groepering van het ‘stelen van grondgebied van het Libische volk’.

    ‘De enige echte winnaar is IS, en de verwoesting van de barakken is daar het bewijs van,’ zegt Ben Aish, terwijl hij een lijst laat zien van de doden en gewonden. ‘De zwaarst gewonden werden geëvacueerd naar andere landen. Er zijn er nu vijftien in Italië en ongeveer twintig in Turkije. Sommigen van hen verkeren in kritieke toestand en iedere keer dat ik een telefoontje van hun familie krijg denk ik dat het in plaats van die jongens ook mijn eigen zoon had kunnen zijn. Dat is heel pijnlijk voor me,’ zegt hij.

    Na de bomaanslag in Zliten heeft IS aanvallen gepleegd op de olieterminals in R’as Lanoef en Sidra, waarbij minstens 37 personen zijn omgekomen en een stuk of vijf opslagtanks in brand zijn gevlogen, zodat een nieuwe klap 
is uitgedeeld aan de toch al zwaar belaagde Libische oliesector.

    Olie

    Vóór de revolutie van 2011 produceerde Libië 1,6 miljoen vaten ruwe olie per dag, vandaag nog geen 350.000. De aanvallen van IS doen vrezen voor een totale ineenstorting van de industrie. Voor IS lijkt het doel niet het verkopen van olie, zoals de beweging in Syrië en Irak heeft gedaan, maar het saboteren van de economie, waardoor Libië nóg instabieler wordt en IS kan profiteren van het machtsvacuüm.

    Volgens Bate el Mal zijn de militaire inlichtingenchefs bang dat een mogelijke interventie het land verder kan destabiliseren. IS-strijders uit Syrië, Irak en van elders zouden aan de oproep 
gehoor kunnen geven het territorium van het zelf uitgeroepen kalifaat te komen verdedigen. Hij zei dat strijders uit Soedan, Tunesië, Egypte, Algerije en Jemen zich al in Sirte aan het verzamelen waren, en opperde dat Kadhafi-loyalisten die uit zijn op wraak de beweging in de geboortestad van de vroegere leider steunen, net zoals aanhangers van Saddam Hoessein ervan zijn beticht IS in Irak te hebben gesteund.

    ‘We zien hier gebeuren wat in Irak al met de Baath-partij is gebeurd,’ zei hij.

    ‘De Libiërs betalen nu de prijs voor de gevolgen van hun revolutie. Ze zijn niet klaar voor een nieuwe oorlog, maar hun kinderen sterven door toedoen van IS. Al wat de beweging wil is het land verwoesten.’

    Auteur: Francesca Mannocchi
    Vertaler: Menno Grootveld

    Middle East Eye
    VK | middleeasteye.net

    Onafhankelijke site met een groot reservoir aan correspondenten, die de gebeurtenissen in ‘Midwest-Azië’ op de voet volgen o.l.v. David Hearst, afkomstig van The Guardian.

    CHRONOLOGIE: van hoop tot chaos

    20 okt 2011 | Dictator Muammar Kadhafi wordt gedood in Sirte. Drie dagen later roept de Nationale Overgangsraad (CNT) ‘de bevrijding’ van het land uit als slotstuk van de opstand die in februari begon en door een westerse coalitie wordt ondersteund.

    7  juli 2012 | Eerste vrije verkiezingen. Het Verbond van Nationale Krachten (AFN) komt als winnaar uit de bus. Het correcte verloop van de verkiezingen lijkt hoopgevend. Op 8 augustus draagt de CNT de macht over aan het parlement, de Algemene Nationale Raad (CGN).

    14 okt 2012 | Ali Zeidan wordt tot premier benoemd.

    2013 | De milities die Kadhafi hebben bestreden, weigeren de wapens neer te leggen en blijven actief in de grote steden. Islamistische stromingen, in het parlement vertegenwoordigd door de Partij voor Recht en Wederopbouw (PJC), blijven de regering in de wielen rijden. In het oosten van het land roeren de federalisten van Ibrahim Jadran zich. Het komt sporadisch her en der tot botsingen.

    20 feb 2014 | Vorming van een Grondwetgevende Raad, die in april voor het eerst bijeenkomt.

    11 maart 2014 | Ali Zeidan wordt afgezet en ontvlucht het land. Abdallah al-Theni neemt tijdelijk zijn plaats in.

    16 mei 2014 | Generaal Khalifa Haftar, ex-balling in de VS, duikt op in Libië en begint de Operatie Waardigheid tegen de islamistische milities.

    25 juni 2014 | Opnieuw verkiezingen. Het nieuwe parlement, zetelend in Tobroek, krijgt internationale erkenning.

    22 augustus 2014 | Een coalitie van islamistische milities, waaronder de Libische Dageraad, bezet Tripoli en steunt de CGN, die weigert het nieuwe parlement te erkennen.

    september 2014 | Er komt een dialoog op gang onder leiding van de VN-gezant Bernardino Léon.

    september 2014 | IS duikt op in Derna.

    januari 2015 | IS bezet Sirte, maar wordt uit Derna verdreven.

    17 dec 2015 | Er wordt in Skhirat (Marokko) een akkoord gesloten tussen een aantal strijdgroepen na bemiddeling van de nieuwe VN-gezant Martin Kobler.

    14 jan 2016 | Gevechten met IS rond de belangrijkste olie-installaties.

    19 januari | Er wordt een regering van nationale eenheid gevormd onder leiding van de voormalige architect Faiez Sarraj, onafhankelijk van beide ‘parlementen’. De regering zal in Tripoli zetelen. Om alle politieke groeperingen en alle etnische minderheden een stem te geven, telt deze regering 32 ministers, maar zij wordt (nog) niet erkend door alle deelnemers.