Aleksandr Loekasjenka is aan zijn zevende ambtstermijn begonnen. Hoewel hij onaantastbaar lijkt te zijn, vreest de ‘laatste dictator van Europa’ nog steeds voor een onwaarschijnlijke omverwerping, volgens een analyse van de Tsjechische website Irozhlas.
Minsk, augustus 2020. Alexandr Loekasjenka is voor de zesde keer op rij tot president gekozen en de straten van de Wit-Russische hoofdstad stromen vol met honderdduizenden demonstranten. Net als bij de vorige verkiezingen zou het zelfbenoemde staatshoofd ongeveer 80 procent van de stemmen hebben gewonnen, een uitkomst die door de oppositie en vervolgens door de Europese Unie aan de kaak werd gesteld.
In de menigte heeft de speciale antioproermacht, de Omon, tienduizenden arrestaties verricht. Angstaanjagende getuigenissen van demonstranten en foto’s van gewonde en bebloede mensen die getuigen van de wreedheid van de interventies circuleerden op sociale netwerken en in de media. Nog geen vijf jaar later geeft de wet de veiligheidstroepen toestemming om mensen neer te schieten.
Svetlana Tichanovskaja, tegenkandidaat van Loekasjenka en volgens de oppositie de winnaar van de verkiezingen, staat voor een duivels dilemma: in Wit-Rusland blijven en in de gevangenis belanden, of het land verlaten. In het belang van haar kinderen geeft ze er de voorkeur aan zich in Vilnius, Litouwen, te vestigen en de functie van president in ballingschap op zich te nemen. Hoewel er in het land enkele van de grootste demonstraties uit zijn geschiedenis hebben plaatsgevonden, zijn deze, onder invloed van al even ongekende repressieve maatregelen, geleidelijk weggeëbd.
Een impasse
Sindsdien bevinden de democratisch gezinde Wit-Russen zich in een impasse en deze keer lijkt alles erop te wijzen dat de straten van Minsk, na wat de oppositie de ‘speciale verkiezingsoperatie’ noemde, leeg zullen blijven. Loekasjenka heeft alles uit de kast gehaald om een herhaling van het scenario van 2020 te voorkomen.
De lijst van repressies is zo lang als je arm. Terwijl ‘Batka’ (‘Kleine Vader’), zoals Loekasjenka graag wordt genoemd, gratie heeft verleend aan een aantal politieke gevangenen, heeft hij in de herfst een nieuwe golf van arrestaties ontketend in de aanloop naar de verkiezingen, zijn straffeloosheid en die van zijn familie gegarandeerd door een wetswijziging goed te keuren, kiezers bedreigd met zware boetes als ze een foto van hun stembiljet maakten en degenen tegen wie de autoriteiten een strafrechtelijke of administratieve procedure hadden aangespannen verboden zich kandidaat te stellen voor de verkiezingen. Zijn doelen zijn duidelijk: de macht behouden, de oppositie het zwijgen opleggen en verdere demonstraties voorkomen.
‘Repressie is nog steeds aan de orde van de dag, ook in de ergste vormen. Oppositieleden worden geïsoleerd en zijn ondergedoken, zitten in de gevangenis of leven in ballingschap. Iemand gratie verlenen betekent niet dat hij gerehabiliteerd wordt en de regering weigert te erkennen dat er politieke gevangenen zijn. Het is een spelletje met het Westen. Hij verwacht iets terug voor zijn “welwillende gebaren”, bijvoorbeeld een verlichting van de sancties,’ zegt Anaïs Marin, voormalig speciaal rapporteur van de Verenigde Naties voor de mensenrechtensituatie in Wit-Rusland.
Zonder tegenstanders
Alexandr Loekasjenka is van huis uit boer en voormalig directeur van de sovchozen, de staatsboerderijen van de Sovjet-Unie.
Hij regeert Wit-Rusland, een land met 9,3 miljoen inwoners dat wordt beschouwd als een vazal van Rusland, met ijzeren vuist sinds 1994, de datum van de eerste en laatste vrije presidentsverkiezingen na de onafhankelijkheid drie jaar eerder. Al snel nadat hij aan de macht was gekomen, werd hij geconfronteerd met forse oppositie vanwege zijn weigering om liberale hervormingen door te voeren. ‘De oudste dictator van Europa,’ zoals CT24, de nieuwswebsite van de Tsjechische publieke televisie, hem noemt, heeft sindsdien zijn gezag steeds verder versterkt.
De vorige verkiezingen, die van 2020, waren zeer controversieel vanwege de wijdverspreide fraude bij de stembusgang; hij won officieel met een score van 80 procent, terwijl Svetlana Tichanovskaja, de belangrijkste oppositiekandidaat, dacht dat ze de meerderheid van de stemmen had gewonnen. Het leidde tot enorme demonstraties in de straten van Minsk. Deze demonstraties werden gewelddadig onderdrukt door de politie en waren voor Loekasjenka aanleiding om de strop nog strakker aan te trekken, waardoor elke vorm van protest vrijwel werd uitgebannen.
Tegen deze achtergrond van terreur, in een land dat volgens de Wit-Russische mensenrechten-ngo Viasna meer dan 1200 politieke gevangenen telt, werden op zondag 26 januari verkiezingen gehouden. Hoewel vier andere kandidaten zich kandidaat stelden, waaronder Sergei Syrankov, eerste secretaris van het Centraal Comité van de Communistische Partij, zijn het allemaal slechts stromannen. Geen van hen komt uit de gelederen van de oppositie.
Loekasjenka, al ruim dertig jaar aan de macht, is voor de zevende keer ‘verkozen’ tot president voor een nieuwe termijn van vijf jaar.
Volgens Arkady Moshes, een Rusland-specialist aan het Finse Instituut voor Internationale Betrekkingen, hebben we te maken met ‘een dictator die zich ongemakkelijk voelt bij het idee dat hij in 2020 een groot deel van zijn legitimiteit heeft verloren en die zijn toevlucht neemt tot oude listen’. Ook hij gelooft dat de vrijlating van politieke gevangenen bedoeld is om het Westen te laten zien dat hij bereid is om het gesprek aan te gaan. ‘Maar op hetzelfde moment dat sommige mensen gratie krijgen, worden anderen gevangengezet. Repressie is een handelsmerk geworden.’
Toen Loekasjenka aankondigde dat hij van plan was zich kandidaat te stellen voor een zevende termijn omdat, in zijn woorden, ‘een verantwoordelijk staatshoofd het volk dat hij leidt niet in de steek laat’, zei hij tegen de oppositie dat hoe meer druk ze op hem en de samenleving uitoefenden, hoe leuker hij het zou vinden om zich kandidaat te stellen. Tichanovskaja antwoordde daarop dat hij zich ook ‘kon laten kronen als hij dat wilde’.
Veel waarnemers, zoals Arkady Moshes, benadrukken dat Loekasjenka zo veel belang hecht aan de verkiezingen vanwege het ‘trauma’ dat de demonstraties in 2020 hebben veroorzaakt. ‘Hij ziet ze als een mechanisme om zijn legitimiteit te herstellen. Het maakt niet uit als ze niet eerlijk zijn. Door te winnen kan hij zijn macht tonen.’
Velen zijn er ook van overtuigd dat de president zich, naarmate zijn regime zich consolideerde en verhardde, steeds meer heeft opgesloten in een bubbel, waardoor zijn visie op de werkelijkheid vertekend is geraakt en hij zich niet kan voorstellen dat iemand anders dan hijzelf het land zou besturen. Ook al hebben de demonstraties zijn angst aangewakkerd dat het ook anders zou kunnen gaan.
‘Hij is zeventig jaar oud en neuronen werken misschien een beetje anders op die leeftijd’
‘Natuurlijk kan ik niet zien wat er in zijn hoofd omgaat, maar hij is zeventig jaar oud en neuronen werken misschien een beetje anders op die leeftijd. Hij heeft veel meegemaakt en daarom leeft hij met de angst voor een mogelijke omverwerping. Dus om problemen te voorkomen stopt hij mensen preventief in de gevangenis. Maar in tegenstelling tot Poetin ging Loekasjenka de straat op en zag hij, zelfs daar waar hij het niet verwachtte, een menigte die hem opriep om te vertrekken. Hij was geschokt en de beslissing om de repressie op te voeren was volkomen voorspelbaar voor een dictatuur als deze,’ legt Anaïs Marin uit. Deze angst spreekt ook uit het feit dat, in tegenstelling tot 2020, geen van zijn tegenstanders dit jaar de kleuren van een ander kamp dan het zijne verdedigt.
Hoewel hij voor de vorige verkiezingen dezelfde methodes gebruikte om zijn potentiële rivalen uit te schakelen, was hij onaangenaam verrast toen drie vrouwen uit hun entourage de krachten bundelden om de campagne van de oppositie voort te zetten. Valeri Tsepkalo, die noodgedwongen naar Rusland vluchtte, werd vertegenwoordigd door zijn vrouw Veronika. Maria Kolesnikova, die aan het hoofd stond van Viktor Babariko’s team totdat hij gearresteerd werd, nam het stokje over van Babariko. Svetlana Tichanovskaja, tot dan toe lerares Engels, werd kandidaat na de gevangenneming van haar man, de beroemde dissident en blogger Sergei Tichanovsky. Uiteindelijk koos de oppositie haar als leider. En we weten hoe dat afliep…
Aanvankelijk maakte Loekasjenka de fout dat hij haar niet als een bedreiging zag. Hij beweerde dat een vrouw zou ‘bezwijken’ onder het gewicht van het presidentiële ambt en stuurde Tichanovskaja zelfs meerdere keren ‘terug naar de keuken’. Maar toen haar populariteit groeide, besefte hij hoe onzeker zijn positie was en begon hij haar aan te vallen via de regeringsgezinde media.
Poetins marionet
Sindsdien zitten Viktor Babariko, Sergei Tichanovskaja (die campagne voerde onder de slogan ‘Stop, kakkerlak!’) en Maria Kolesnikova allemaal veroordeeld tot lange straffen, in de gevangenis, vaak zonder dat hun familie contact met hen kan opnemen.
Terwijl hij de vervolgingen van tegenstanders opvoert, blijft de ‘laatste dictator van Europa’ zijn persoonlijke en gouvernementele banden met Rusland versterken, die essentieel zijn voor het voortbestaan van zijn regime. De oorlog die al bijna drie jaar aan de gang is in Oekraïne en die de aandacht afleidt van Wit-Rusland, blijft in zijn voordeel werken. Temeer daar Loekasjenka wapens levert aan Poetin.
Aan de andere kant is het al lang een publiek geheim dat Poetin weinig op heeft met zijn Wit-Russische tegenhanger en hem alleen goed kan gebruiken. Ten eerste heeft Loekasjenka geen vervanger en ten tweede werkt de ‘symbiose’ tussen de twee mannen, gebaseerd op een relatie tussen meester en marionet, nog steeds, al is het maar aan de oppervlakte.
‘Poetin kan van Wit-Rusland alles krijgen wat hij wil. Hij had het nodig om Oekraïne binnen te vallen en hij moet het grondgebied en luchtruim kunnen controleren. Hij is misschien niet helemaal gelukkig met Loekasjenka, maar hij kan met hem leven zoals hij de afgelopen dertig jaar heeft gedaan. Hem vervangen zou te riskant zijn voor Rusland, deels omdat er dan nog steeds verkiezingen moeten worden gehouden en deels omdat Wit-Rusland een structuur heeft waarin Loekasjenka elke ambtenaar kiest en controleert. Niet alleen zou het huidige systeem zonder hem niet erg levensvatbaar zijn, ik kan ook niemand bedenken die pro-Russischer is dan Loekasjenka,’ concludeert Arkady Moshes.
Poetin zegt dat Wagner miljarden van Rusland heeft gekregen
De Russische president Vladimir Poetin heeft in een relatief korte periode twee televisietoespraken gehouden waarin hij is ingegaan op de gewapende opstand van de Wagner-groep afgelopen weekend. Hij benadrukte dat Rusland de Wagner-groep financierde en riep hen op voor Rusland te blijven vechten. Over Wagner-baas Prigozjin zei Poetin niets.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Prigozjin zou inmiddels in Belarus zijn aangekomen, al ontbreekt bewijs. Intussen komt meer naar buiten over de rol die de Belarussische president Aljaksandr Loekasjenka heeft gespeeld rond de opstand. Zo schrijft CNNdat Loekasjenka Poetin ervan heeft overtuigd Prigozjin niet te vermoorden. Ook zei hij dat Poetin op het punt stond de Wagner-militairen, die met achtduizend man waren opgetrokken richting Moskou, aan te vallen.
Door tussenkomst van de Belarussische dictator werd Prigozjin overtuigd rechtsomkeert te maken. Russische media maken inmiddels melding van de bouw van militaire bases in Belarus, die mogelijk gebruikt worden om Wagner-militairen te stationeren. NAVO-landen hebben troepen bij de grens met Belarus op scherp gezet vanwege deze ontwikkelingen.
Rusland gaat tactische nucleaire wapens in Belarus plaatsen. Dat heeft de Russische president Vladimir Poetin gezegd, meldt The Moscow Times. Volgens Poetin is de stap van Rusland niet ongebruikelijk en doen de Verenigde Staten en andere NAVO-landen al decennialang hetzelfde.
Desondanks is het besluit van Rusland opmerkelijk, omdat sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991 geen kernwapens meer in buurlanden waren gestationeerd. De beslissing wordt dan ook gezien als een manier om de dreiging richting Oekraïne op te voeren. Eerder gebruikten Russische strijdkrachten Belarus al om een offensief tegen Oekraïne te lanceren. Ook zijn er al Russische bommenwerpers in het land die tactische nucleaire wapens kunnen afvuren.
De NAVO ziet echter geen verandering in het Russische kernwapenbeleid. De EU heeft bij monde van EU-buitenlandchef Josep Borrell aangegeven wel te zullen reageren als Rusland de plannen doorzet. Zowel Belarus als Rusland kan dan nieuwe sancties verwachten, zei Borrell.
De Belarussische president Aljaksandr Loekasjenka is dinsdag in Beijing aangekomen voor een driedaags officieel bezoek. Het bezoek van de ‘belangrijkste bondgenoot’ van Vladimir Poetin vindt plaats ‘op een moment dat de spanningen tussen de Verenigde Staten en China zijn toegenomen’, aldus CNN.
De Verenigde Staten vrezen dat Beijing Moskou steunt in de oorlog tegen Oekraïne door Rusland van wapens te voorzien. De Amerikaanse zender wijst er ook op dat Belarus onderworpen is aan ‘westerse sancties’ omdat het Poetin heeft toegestaan zijn grondgebied te gebruiken voor zijn offensief tegen Oekraïne.
Loekasjenka zal tot donderdag in China blijven en een ontmoeting hebben met de Chinese leider Xi Jinping om een reeks kwesties te bespreken, van handel en investeringen tot ‘acute internationale uitdagingen’, meldde het Belarussische staatspersbureau Belta. De Belarussische president had vorige week woensdag een ontmoeting met de vertrekkende Chinese premier Li Keqiang en sprak zijn intentie uit om de betrekkingen tussen Belarus en China te ‘intensiveren’, aldus een bericht van de Belarussische regering.
Duizenden in erbarmelijke omstandigheden vastgehouden
Mensenrechtenorganisatie Viasna is met een rapport over de situatie rondom politieke gevangenen in Belarus in 2022 naar buiten gekomen gekomen. Volgens de organisatie werden afgelopen jaar bijna 6400 mensen vastgehouden. De schattingen zijn dat het totale aantal politieke gevangenen hoger ligt, omdat Viasna niet van alle arrestaties en aanhoudingen op de hoogte is.
Mensen werden aangehouden vanwege protesten tegen de regering van autoritair leider Loekasjenka, maar ook omdat ze tegen de oorlog in Oekraïne demonstreerden of foto’s zouden hebben genomen en verspreid van Russisch militair materieel. In sommige gevallen werden arrestanten na vrijlating opnieuw gearresteerd zonder aanklacht, puur om hen onder druk te zetten.
Viasna schrijft ook over martelingen door de Belarussische politie. In veel gevallen werden gevangenen geslagen met stokken of ze kregen elektrische schokken toegediend. Sommige gevangenen zitten al vast sinds de protesten in 2020 in overvolle cellen waar het licht altijd brandt en waar ze op de grond moeten slapen. Ook zou het ontbreken aan hygiënische middelen en medische hulp.
Berichten waarin ‘meisjes worden aangepakt’ deden het spectaculair goed op het Russische sociale-mediakanaal Telegram, waar 360 eerder een uitgebreid profiel van publiceerde. Dat die meisjes over het algemeen volwassen vrouwen zijn die niet (meer) over zich heen laten lopen, kreeg de bende online suckers pas in de gaten toen bleek dat hun Mannelijke Staat – zoals hun groep op Telegram heet – een staat van ontbinding had bereikt. Helaas is het uitgerekend met die drek goed gooien.
Laten we hopen dat het de laatste stuiptrekkingen zijn van een uitstervende stam en er geen nieuwe meer opstaat. Het nationaal patriarchaat dat zij in ere willen herstellen heeft wereldwijd genoeg problemen opgeleverd. Dat vindt het Russische Mannenlegioen natuurlijk niet, en daarom zoeken zij met Mannelijke Kracht op hun Mannelijke Pad naar volgelingen die ‘instinctief bij een leider of een dominant iemand willen zijn, niet bij een gelijke’. In hun optiek kunnen dat enkel vrouwen zijn. Maar voor een patriarchaat zijn juist al die minderheden nodig, alleen met die drie M’en blijft het een mager bolwerk.
Vetes worden beslecht, opgekropte woede geuit
Ook buiten de waard gerekend heeft justitie in Belarus. De actiegroep Moeders 328 (naar een artikel in het wetboek van strafrecht) doet er alles aan om de exorbitant hoge straffen voor drugsbezit te veranderen (p. 24). Ze komen uit Minsk, Brest, Lida, Vitebsk en Homel, ontmoeten elkaar thuis, in cafés, schrijven petities en gaan in hongerstaking. Het onderhoud met de chef (een vrouw) van het kabinet van Loekasjenka bleek vooralsnog een wassen neus, maar onderschat de Vrouwelijke Kracht van een moeder in nood niet.
In de Peruviaanse Andes krijgen de bergdorpen elk jaar de kans om hun agressie tegen De Ander bot te vieren tijdens het Takanakuy-festival. Vetes worden beslecht, opgekropte woede geuit. Daarna is er weer een heel jaar de tijd om de lege tank bij te vullen.
Over de Grote Ander, zoals psychoanalyticus Jacques Lacan ‘de gedeelde ruimte’ noemde ‘van publieke waarden waarin alleen onze verschillen en identiteiten kunnen gedijen’, schreef de vermaarde Sloveense filosoof Slavoj Zizek een scherp essay. De huidige disintegratie van die gedeelde ruimte, op grond van ‘zelfwetgeving’, ontneemt een samenleving de mogelijkheid een common ground te vinden waarover in debat kan worden gegaan. Of op de vuist, alleen met kerst.
De helft van de gevangenen in Belarus is veroordeeld wegens drugsbezit. Vooral jongeren zijn de dupe. Ze krijgen vijftien jaar voor bezit, twintig als er sprake is van een ‘georganiseerde’ misdaad. Moeders die zich tegen de uitspraken verzetten worden tot wanhoop gedreven. ‘Geef ze straf, maar pak hun leven niet af.’
De telefoon ging: ‘Uw zoon is gearresteerd.’
Dat moet een vergissing zijn, zei Julia, want wat kan een moeder in zo’n situatie zeggen – dat Emil zeventien jaar is en over een maand eindexamen doet? Dat hij nog nooit voor problemen heeft gezorgd, dat hij op school aan alle olympiades heeft meegedaan en dat hij in Polen zou gaan studeren?
Ze greep haar tas en holde de deur uit.
Emil stond geboeid bij de tramhalte. De militieagenten hadden hem uit de tram gehaald toen hij op weg was naar zijn vriendin. ‘Als je ons alles vertelt, laten we je naar huis gaan,’ hadden ze beloofd.
Hij had kunnen antwoorden: ‘Ik wil eerst dat jullie mijn moeder waarschuwen.’ Het fouilleren van een minderjarige dient namelijk te gebeuren in aanwezigheid van een van de ouders, aldus het internationaal recht. Maar welke middelbare scholier weet zulke dingen? En wie durft in Belarus tegen militieagenten in te gaan?
Voordat ze er was, had Emil hun verteld waar hij de marihuana bewaarde (in zijn kamer, in een theeblikje). Ze vonden dertien gram.
‘Er lag een beetje op de bodem van het blikje,’ zegt Julia. ‘Ik had er geen idee van dat hij blowde. Als ze het niet hadden gezegd, had ik gedacht dat het kruidenthee was.’
‘Een beetje’ – het Belarussische recht kent dat begrip niet. Er wordt ook geen onderscheid gemaakt tussen soft- en harddrugs, een hoeveelheid voor eigen gebruik of een handelsvoorraad. Hasj telt even zwaar als heroïne; elke joint telt als een zakje marihuana. Ook leeftijd doet er niet toe, een veertienjarige kan ook in de gevangenis terechtkomen, maar dat weet Julia niet. Ze gelooft dat ze haar zoon nog voor zijn eindexamen vrij kan krijgen.
‘Hij wilde economie gaan studeren in Warschau, aan de Leon Koźmiński-academie. Hij is al twee jaar Pools aan het leren bij de Poolse kerk,’ vertelt ze. ‘Hij las de biografieën van Steve Jobs en van Bill Gates, hij had het voortdurend over startups en bitcoins. Hij wilde niet naar school in een trui, maar droeg altijd een colbertje. Ik dacht dat ik een directeur had grootgebracht.’
Bij de foto’s in het schoolalbum – donkere bos haar, glimlach, glinsterende ogen – schreef hij: ‘Ik ben onsterfelijk en ongrijpbaar! Een toekomstige zakenman en trader.’
20 jaar gevangenisstraf
Borysów, een industriestad op anderhalf uur rijden van Minsk; op het centrale plein een standbeeld van Lenin, aan de rand van de stad een houtbewerkingsbedrijf (vroeger heette het Overwinning van het Proletariaat, nu Borysowdrew). In de jaren zeventig van de twintigste eeuw werden hier lucifers geproduceerd voor de Sovjetmarkt, tegenwoordig vezelplaten en multiplex voor de export.
Daar waar de stad eindigt staan lage huisjes tegen elkaar aan, met wat armetierige aanbouwsels, de daken zijn opgelapt met metaalplaat.
Galina Makarowa verontschuldigt zich bij mijn binnenkomst dat het zo armoedig is. ‘Mijn man is met pensioen, ik krijg een uitkering omdat ik geopereerd ben aan kanker. Ik maak zuurkool en die verkoop ik op de markt om wat roebels bij te verdienen.’
Op het fornuis in de hal worden pelmeni klaargemaakt voor het eten. Achter een gordijn staat een emmertje waar je je behoefte kunt doen, voor als je vanwege de vorst niet naar het toilet achter op het plaatsje wilt gaan. ‘Hier moest de badkamer komen, we hebben de tegels gezet, maar hebben geen geld om het af te maken. Al ons geld gaat op aan advocaten. We hebben alles verkocht, tot en met de vitrage, alleen in de kamer van Maksim is alles gebleven zoals het was.’
Galina heeft uitgerekend dat ze tot nu toe al veertienduizend dollar hebben uitgegeven om hun zoon te redden
Een gemiddeld pensioen bedraagt in Belarus ongeveer driehonderd dollar, een consult bij een advocaat kost honderdvijftig dollar. Galina heeft uitgerekend dat ze tot nu toe al veertienduizend dollar hebben uitgegeven om hun zoon te redden.
‘Het was een goede jongen, ijverig. Hij wilde het leger in, net als zijn vader, maar hij werd afgekeurd op zijn platvoeten, en dus ging hij naar de technische universiteit in Polatsk. Hij studeerde in het weekeinde, zodat hij ons kon helpen,’ vertelt zijn moeder.
Hij werkte in Borysowdrew, waar hij machines programmeerde. Hij had de technische school eerder afgerond.
Galina was gescheiden van de vader van Maksim toen de jongen nog klein was. Ze trouwde opnieuw, weer met een officier. Wiktor Wladimirowitsj schilt de aardappelen in de keuken en zegt niet veel.
‘Sinds ze onze zoon hebben gearresteerd, is mijn man in zichzelf gekeerd,’ legt Galina uit. ‘Hij heeft Maksim opgevoed als zijn eigen zoon, en nu mag hij hem niet eens bezoeken. En dat alles omdat wij niet op de formaliteiten hebben gelet. Ik heb zelf een boodschappentas met eten voor mijn zoon naar de gevangenis gesjouwd omdat ze mijn man voor de poort lieten wachten. Hij heeft gediend in Vietnam, Afghanistan, Tsjernobyl, hij heeft de dood in de ogen gekeken, maar hij heeft nog nooit zo gehuild als toen.’
We kijken naar foto’s: een vierjarig jongetje in een trui met een aapje; met de kat Barsik, met een speelgoedrobot die Galina uit Polen had meegebracht.
‘Vijftien jaar kom ik al in Polen voor de handel. Bij ons was er zelfs geen water met prik in de schappen, maar Maksim nodigde zijn vrienden uit en deelde alles met ze.’
Hij had drie vrienden: Ilja, Andrej en Maksim P. Ze kenden elkaar uit de buurt. Op een foto knuffelen Maksim en Ilja een pluchen Mickey Mouse, op een andere foto staan ze op een grasveld bij een flatgebouw, lachend, alsof ze zojuist een spelletje hebben onderbroken. De laatste oudejaarsnacht hadden ze ook samen doorgebracht, ze hadden hun vriendinnen uitgenodigd; de foto’s van dat feestje had hij daarna op het populaire Vkontakte gezet.
‘Ik zei tegen hem: “Ga jij maar lekker feesten, ik blijf wel bij je vader,”’ vertelt Galina. ‘Want de biologische vader van Maksim had een maand daarvoor een infarct gekregen. Hij kwam verlamd uit het ziekenhuis. Bij ons helpt de overheid je op geen enkele manier, zolang je niet bent erkend in een bepaalde invaliditeitscategorie, dus heeft Maksim hem zelf verschoond, te eten gegeven en gewassen. Hij kwam hier alleen even langs om wat te eten, en dan meteen weer naar zijn vader. Als het nodig was, belde hij Ilja, Andrej of de andere Maksim om hem af te lossen. Andrej studeerde informatica aan de Nationale Technische Universiteit van Belarus, vijfde jaar. Hij is zonder ouders opgegroeid; ze zijn beide gestorven toen hij vier jaar oud was.’
Maksim P. volgde een opleiding voor boswachter. ‘Die boompjes heb ik van hem’, ze wijst naar een rij naaldboompjes in het tuintje. ‘Hij is ook halfwees, hij is opgegroeid zonder moeder.’
Ilja deed aan boksen, hij wilde beginnen met wedstrijden.
Ze werden allemaal op 2 april 2015 gearresteerd. Maksim Makarow en Ilja werden uit hun auto getrokken door de antiterroristische troepen van de OMON, een van de wreedste militie-eenheden. Andrej en de andere Maksim werden door de militieagenten van huis gehaald. De oudste van de jongens was tweeëntwintig jaar, de jongste twintig. Tenlastelegging: handel in drugs door een georganiseerde criminele groep. Daar staat twintig jaar gevangenisstraf op.
Moeders 328
De Belarussische jeugd moet rein, gezond en gehoorzaam zijn. Sinds enkele jaren komen er synthetische drugs uit Azië het land binnen; ze zijn goedkoper dan de klassieke drugs (hasj en marihuana) en veel gevaarlijker (de samenstelling is moeilijk te bepalen, nog afgezien van de bijwerkingen). In de kranten wordt een ongeluk beschreven: drie vrienden uit Homel kopen samen synthetische drugs, een van hen wordt na een feest gevonden met uitgestoken ogen. Aleksander Loekasjenka verklaart drugs de oorlog en in december 2014 ondertekent hij presidentieel decreet nr. 6, waardoor de regels worden aangescherpt. Op de handel in drugs staat nu tot vijftien jaar gevangenisstraf: als er sprake is van een georganiseerde criminele groep twintig jaar. De veroordeelden komen terecht in speciale heropvoedingskampen: om hen te onderscheiden van andere gevangenen krijgen ze groene strepen op hun gevangeniskleding. ‘We zullen ze zo hard aanpakken dat ze zullen smeken om de dood,’ aldus Loekasjenka.
De arrestaties beginnen in de eerste maanden van 2015. Een van de eerste arrestanten, de achttienjarige Maksim, de jongste zoon van Larissa Zjigarowa uit Grodno, krijgt acht jaar omdat militieagenten bij hem thuis een hennepplant vinden.
Aleh Wolczak, oppositielid en activist van de organisatie Rechtshulp voor het Volk, denkt dat de rechter zich gewoonweg heeft vergist. Maar hoe vaak kan hij zich vergissen? Twee keer? Drie keer? Tegenwoordig worden dit soort vonnissen in heel Belarus geveld. Toen begreep hij dat het geen toeval was, dat het stelselmatig is. Alsof er van boven een order is uitgevaardigd om ervoor te zorgen dat de statistieken van de militie omhooggaan.
Een oproep om drugs in Belarus te legaliseren.
De moeder van Maksim, Larissa, richt op Vkontakte de groep Moeders 328 op (naar het artikel in het wetboek van strafrecht op grond waarvan hun kinderen worden veroordeeld). In het begin zijn er tientallen leden, vervolgens honderden en nu zijn het er bijna duizend. Ze komen uit Minsk, Brest, Lida, Vitebsk en Homel. Ze ontmoeten elkaar thuis, in cafés, schrijven petities. De juristen van Rechtshulp voor het Volk helpen hen bij het invullen van aanvraagformulieren om de beweging te registreren, maar de autoriteiten weigeren. Ze krijgen ook geen vergunning om te demonstreren.
Journalisten bellen Wolczak met het verzoek om commentaar te geven. Hij is jurist, werkte vroeger als onderzoeksrechter bij het OM. ‘Ik heb in mijn carrière vijftig moordzaken meegemaakt,’ aldus Wolczak. ‘Ik herinner me dat ze acht of tien jaar kregen, evenveel als de jeugd nu voor drugs.’ Hij is er zelf van overtuigd dat deze nieuwe rechtspleging nergens toe leidt. ‘Je kunt vooral niet mensen veroordelen wegens drugsbezit voor eigen gebruik. Als iemand verslaafd is, moet hij worden behandeld. En in de gevangenis is daartoe geen enkele mogelijkheid. Het probleem daarbij is dat er in Belarus geen moderne behandelmethodes zijn, er is geen preventie. Mensen zijn bang om het over hun problemen te hebben, omdat ze niet willen worden opgenomen in het centrale register van verslaafden dat Loekasjenka in 2015 heeft opgericht.’
‘Mensen die voor kleine vergrijpen de gevangenis in gingen, kwamen er jaren later weer uit, helemaal vervreemd van de samenleving’
Wolczak is van mening dat de straffen te zwaar zijn. ‘In veel gevallen kun je naar andere middelen grijpen: een ondertoezichtstelling door een curator, taakstraffen, vooral als de pleger jong is, nog geen strafblad heeft en met een geringe hoeveelheid drugs is betrapt. Wij waarschuwden de autoriteiten dat je jongeren niet eindeloos kunt veroordelen, omdat je dan eindigt zoals in het Amerika onder Reagan. Mensen die voor kleine vergrijpen de gevangenis in gingen, kwamen er jaren later weer uit, helemaal vervreemd van de samenleving.’
‘De helft van de gevangenen in Belarus is veroordeeld wegens drugsdelicten,’ aldus Piotr Markielow, een vierentwintigjarige activist van de beweging Legalize Belarus. ‘Massa-arrestaties lossen het probleem niet op.’
De beweging Legalize Belarus werd in 2017 opgericht door jonge mensen die verontwaardigd waren over de schaal waarop mensen werden gearresteerd op grond van artikel 328. Ze organiseren happenings en lezingen, ze sturen de veroordeelden briefkaarten, verzamelen handtekeningen voor een petitie om marihuana te legaliseren.
‘Ik heb ook wel eens een joint gerookt,’ erkent Markielow. ‘Maar niet in Belarus. Hier is het te gevaarlijk.’
Een jaar geleden is hij van de universiteit gestuurd (theoretische natuurkunde), officieel omdat hij te vaak absent was. Twee keer is hij gearresteerd – één keer hebben ze hem aangehouden bij antiregeringsbetogingen, en één keer op een rave party in een verlaten bunker bij Minsk.
Tegenwoordig zitten er wegens druggerelateerde delicten 18.000 mensen in de gevangenis. Mensenrechtenactivisten schatten dat 80 procent van hen nog geen dertig is. Onbekend is hoeveel van hen er minderjarig zijn.
Op een bijeenkomst van Moeders 328 krijg ik een lijst:
Marina Wladimirowna, haar zoon is gearresteerd op 17-jarige leeftijd. Hij kreeg 11 jaar en 7 maanden;
Olga Borysowna, haar dochter is gearresteerd op 16-jarige leeftijd. Zij kreeg 10 jaar;
Natalja, haar dochter is gearresteerd op 15-jarige leeftijd. Zij kreeg 10 jaar;
Elena Georgijewna, haar zoon is gearresteerd op 16-jarige leeftijd. Hij kreeg 10 jaar;
Zjanna Waclawowa, haar zoon is gearresteerd op 16-jarige leeftijd. Hij kreeg 8,5 jaar;
Enzovoorts. Vijfendertig namen. En dat zijn alleen nog maar de namen van de mensen die ermee instemden de petitie aan de parlementariërs te ondertekenen.
Striemen
Sinds haar zoon gearresteerd is, eet en slaapt Galina niet meer. Drie dagen mogen ze iemand vasthouden zonder tenlastelegging. Op de derde avond belt ze haar broer, samen rijden ze naar de vader van Maksim. Zwijgend kijken ze naar de klok. De deurbel gaat.
‘Aan zijn ogen zag ik meteen hoe laat het was. Ik hoefde niks te vragen. Ik gaf hem een handdoek toen hij onder de douche stond en zag dat zijn hele lichaam onder de blauwe striemen zat. Ze moeten hem op z’n nieren hebben geslagen. Op zijn lever. In zijn hals had hij kleine rode plekjes; later kwam ik erachter dat die van de taser [een stroomstootwapen] zijn.’ Ze besluiten geen klacht in te dienen. ‘Toen ik dat zag, huilde ik in mijn kussen, maar het belangrijkste was dat ze me mijn zoon teruggaven.’
Maar de molens draaiden, ze riepen Maksim weer op voor een verhoor.
Andrej bekent meteen – hij gebruikte ook wel eens drugs, handelde er wat in. Bij Ilja wordt een rolletje vijfroebelbiljetten gevonden en een kaartje waarop – zo tonen experts aan – sporen van alfa-PVP worden aangetroffen, een stof die een vergelijkbare werking heeft als amfetamine.
Alleen tegen de Maksims hebben de militieagenten niets, maar dat sluit voor hen nog niet uit dat zij geen verdachte zijn, tenslotte gingen zij veel met die andere twee om.
‘Andrej verklaarde dat hij alles in zijn eentje deed. Maar de onderzoeksrechter wist dat als hij van hen een georganiseerde criminele groep maakte, hij een wit voetje zou kunnen halen bij zijn superieuren.’
Soms belt Galina Maksim P., om te horen hoe het met hem gaat. Hij is per slot van rekening halfwees, hij moet het in z’n eentje zien te redden. Hij nam een keer niet op, en toen maakte ze zich zorgen of alles wel in orde was met hem.
Op die dag wachtte Maksim P. tot zijn zus naar haar werk in het winkelcentrum was gegaan, en hij alleen thuis was. Hij schreef drie brieven – aan zijn zus, aan zijn vader en aan zijn vriendin (ze waren drie maanden samen). Of hij bang was? Galina zegt dat ze hem, de jongste van het viertal, tijdens het onderzoeksverhoor opsloten in een zogenaamde press-chata (waar een nieuweling onder handen wordt genomen door recidivisten). Overdag sloegen de militieagenten hem, ’s nachts hoorde hij wat een twintigjarige als hem in de gevangenis boven het hoofd hing. Misschien had hij die beelden voor ogen, of misschien alleen de rust als hij zich van die beelden zou bevrijden.
‘Zelfmoord door het doorsnijden van de polsen,’ noteerden de militieagenten later.
Andrej, Ilja en Maksim Makarow krijgen vijftien jaar gevangenisstraf.
Nu gaan de moeders het internet op en leren nieuwe woorden kennen: zouten, kristallen, spices, mixjes om te roken
Ze zeggen dat ze voor de arrestatie een gewoon leven leidden: werken, boodschappen doen, ’s avonds voor de televisie. Zelfs als dat leven je een dronken man, een scheiding of een ziekte bracht, dat was allemaal je vertrouwde lot, en geen dreiging die je van je verstand berooft.
Nu gaan de moeders het internet op en leren nieuwe woorden kennen: zouten, kristallen, spices, mixjes om te roken – synthetische psychoactieve stoffen, in gewoon Nederlands namaakdrugs genoemd. Enkele jaren geleden konden sommige daarvan in Belarus nog legaal worden gekocht, na het presidentiële decreet nr. 6 worden ze beschouwd als drugs.
‘Dat houdt alleen maar in dat de handel erin is verplaatst naar het internet. Je hoeft maar als zoekterm in te typen: “Waar koop ik drugs in Minsk?” en meteen verschijnen er adressen van winkels,’ aldus Elena, en ze laat een prijslijst zien die ze heeft afgedrukt van het internet: stad, naam van de drug, prijs. Haar zoon Kiryl zit al twee jaar in de gevangenis (hij kreeg negen jaar).
Verstopplaats – plaats waar de bestelde waar wordt verstopt. Dat kan een uitgeholde boomwortel in het bos zijn, een kuiltje in het veld buiten de ring van Minsk. Op de site van de winkel registreert de cliënt zich in een speciaal systeem, dat de gesprekken versleutelt; als je betaalt krijg je een kaart met de verstopplaats, waar de drugs op je wachten.
Verstoppers – degenen die de handelswaar op de verstopplaats leggen. Verstoppers zijn meestal jonge mensen die op het internet afkomen op oproepen om wat bij te verdienen. Zij lopen ook het vaakst tegen de lamp.
Irina, de moeder van Wladek, vertelt: ‘We hadden het thuis niet breed, en onze zoon zat op de middelbare school, hij wilde met zijn vriendin naar de bioscoop. Eerst werkte hij voor een bakkerij in de Komarowka-markthal, zwart, maar na een paar weken betaalde de eigenaar hem zijn loon niet uit.’
De Komarowka is een van de grootste markten van Minsk, met meer dan tweehonderd kramen, het is er druk van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat. ‘De jongen wist dat ze hem gewoon aan het lijntje hielden. Maar waar hij ook heen ging, het was overal hetzelfde liedje: werk zonder contract en een baas die allerlei smoezen verzint om niet te hoeven betalen,’ aldus Svetlana, de zus van Irina en de peetmoeder van Wladek. ‘En toen las hij dat berichtje op Vkontakte, dat een winkel in aromatische mengsels om te roken koeriers zocht. Ze zijn juist op zoek naar kinderen, doen hun rechtstreeks een aanbod om samen te werken en schrijven dat alles legaal is.’
Misschien vermoedde Wladek dat dat niet helemaal waar was, want over zijn nieuwe baantje vertelde hij niks aan zijn ouders. Twee weken na het verzorgen van de eerste zending werd hij gearresteerd. Hij liep samen met zijn vriendin, Valerija, tegen de lamp. Ze waren zeventien en kregen tien jaar, omdat de onderzoeksrechter vond dat er sprake was van een georganiseerde criminele groep.
OPG – de Belarussische afkorting van Organizowanaja prestoepnaja groepa, ofwel Georganiseerde criminele groep
‘De kinderen krijgen tien, vijftien jaar, de onderzoekers een premie en goeie baantjes’
Loedmila legt een appel op tafel: ‘Ik zal je laten zien hoe onze kinderen een georganiseerde criminele groep vormen. Een appel is een winkel met drugs. De tweede appel is mijn zoon, die voor verstopplaatsen zorgde. Het baantje vond hij via het internet, zoals zij allemaal.’ ‘En dit’, Loedmila legt naast de eerste appel nog meer appels, ‘zijn andere kinderen, die voor dezelfde winkel voor verstopplaatsen zorgden. De militie spoort een winkel op en pakt ze allemaal op. Ze zien elkaar voor het eerst in de rechtszaal, maar voor de rechter is het een georganiseerde criminele groep. De kinderen krijgen tien, vijftien jaar, de onderzoekers een premie en goeie baantjes.’
Haar zoon Artur, zit al vijf jaar in de gevangenis (hij kreeg dertien jaar).
‘En ik vraag dus: “Als het dan een georganiseerde criminele groep is, wie is dan de baas van deze business? Waar zijn de producenten, de laboratoria?”’ zegt Elena opgewonden. ‘De militie sluit een winkel op internet, maar onmiddellijk worden er tien andere geopend. En ze arresteren nog meer kinderen.’ De mensenrechtenactivisten stellen dat in deze oorlog die Loekasjenka heeft verklaard aan de drugs hoofdzakelijk kleine dealertjes en jongeren die voor eigen gebruik drugs kopen in de gevangenis belanden. Het recht zit zo in elkaar dat wie drugs koopt en het met vrienden deelt op een feestje, kan worden veroordeeld wegens distributie van verdovende middelen, waarop acht tot dertien jaar staat.
‘Tegen mijn zoon zeiden de militieagenten: “Je kunt nog beter iemand vermoorden,”’ aldus Alla, de moeder van Aleksander (veroordeeld tot veertien jaar).
Loedmila: ‘Het strafdossier van mijn zoon beslaat acht ordners, de rechter bladerde er nog geen uur in. Toen de advocaat opstond om een vraag te stellen, zei hij: “Zitten!”’
Julia: ‘Vóór ons was een proces van een man die zijn vrouw in elkaar had geslagen. Dat was een recidivist, hij was al twee keer veroordeeld. Nu had hij haar zo toegetakeld dat ze twee maanden in het ziekenhuis had gelegen met hoofdwonden. Hij kreeg twee jaar en zes maanden, en mijn zoon tien jaar.’
150 gevangenen in een cel
Galina brengt haar zoon iedere maand een pakket: dertig kilo, meer mag niet.
In een emmer giet ze een liter gekookt water, thee, uienringen, brengt het op smaak met zout en suiker, en op de bodem legt ze stukken rauwe vis. Na drie dagen haalt ze de vis eruit en hangt deze op boven het fornuis om te drogen. Gezouten vis is lichter dan gekookte, er past meer in het pakket. Spek zout ze ook zelf, omdat dat goedkoper is. Voor zes roebel koopt ze een kilo rauw spek op de markt. Voor gezouten spek zou ze in de winkel twaalf roebel moeten betalen.
‘Het zijn jonge kerels, ze moeten eten, en wat krijgen ze daar te eten? De hele zomer hebben ze daar alleen gort gekregen. Dat heeft mijn zoon drie tanden gekost, zoveel steentjes zaten erin,’ klaagt Galina en wikkelt het spek in papier.
‘Elke maand sturen we Maksim honderdtwintig roebel, meer mag niet. Ze werken in tweeploegendienst in een meubelfabriek, iedere maand krijgen ze dertig kopeken in de hand gedrukt. Honderdvijftig mensen slapen in een zaal. De britsen staan naast elkaar, vijfhoog, van de vloer tot het plafond. Ze hebben drie badkamers met z’n allen.’
Maksim heeft al twee keer straf gekregen wegens overtreding van het reglement. Eén keer was hij op de grond gaan liggen in plaats van op zijn brits; hij had gezegd dat hij last had van zijn rug. Een andere keer had hij zijn kraagje niet dichtgeknoopt. Toen mocht hij zijn familie niet zien.
‘Ik ben toen naar de directeur gestapt: “Ik wacht al een half jaar om mijn zoon te zien. Jullie hebben mij, zijn moeder, veroordeeld!”’
Eén keer per week mogen ze telefonisch met hun kinderen praten, niet langer dan een minuut.
‘Hij vertelt me niks, maar als hij ’s avonds in zijn kussen ligt te huilen, hoor ik dat, dat kun je niet uitleggen. Dat is je moederhart.’
Boeken
Een half jaar na de arrestatie van haar zoon heeft Julia Ostrowsko een uitgebluste blik, de wallen onder haar ogen verbergt ze met poeder. Ze is tien kilo afgevallen. Ze is gestopt met haar werk, ze heeft haar jongste dochtertje naar haar moeder in Wilejka gestuurd, honderd kilometer van Minsk. Kamila mist haar broer, vraagt waarom hij geen afscheid is komen nemen toen hij ging studeren. Voorlopig heeft ze haar niet de waarheid verteld. ‘Ze hebben mijn zoon gevangengezet, maar het hele gezin wordt gestraft,’ zegt Julia.
‘Ik weet niet hoe ik me zo in de nesten heb gewerkt, mama,’ schrijft Emil haar. ‘Zeg tegen mijn vrienden, want ik zal ze de komende tien jaar niet zien, dat ze geen stommiteiten begaan. En stuur me niks, alleen boeken.’
De militieagenten hadden bij hem thuis zijn telefoon en computer meegenomen (bij de halte had hij hun alle wachtwoorden gegeven). Ze hadden het berichtje gevonden dat hij had uitgewisseld met de internetwinkel die de namaakdrugs verkocht; daar bleek uit dat hij een pakje bij hen had opgehaald. Hij kreeg tien jaar voor de handel in drugs als lid van een georganiseerde criminele groep.
‘Het is niet bekend wat dat voor groep is, want verder hebben ze niemand opgepakt: noch een leider, noch andere leden van de groep. Ook geen enkele meerderjarige die deel uit zou maken van die groep, alleen mijn zoon.’
In de strafkolonie werkt Emil nu bij de recycling van metaal uit oude elektriciteitskabels. Volgens Julia worden die uit de zone van Tsjernobyl gehaald; geen enkel vrij persoon zou dat materiaal aanraken, maar de gevangenen halen ze uit elkaar met hun blote handen. En wie er iets van zegt, gaat de isoleercel in. Ze wonen bijna onder de grond, in de cellen is het koud en vochtig, alleen een klein raampje onder het plafond laat wat licht binnen. Ze krijgen alleen maar waterige soep met stukjes aardappel.
Eén keer in de drie maanden krijgen ze bezoek, veertig minuten. Ze praten door een telefoonhoorn, de ouders aan de ene kant van het glas, de kinderen aan de andere kant, en achter in de zaal zit een cipier die met een schakelaar beslist welke cabine hij afluistert. Eén keer per half jaar mogen ze elkaar zonder glas ertussen zien.
‘Als ik eruit kom, kan ik alleen nog straatveger worden,’ schrijft hij haar vertwijfeld.
Ze troost hem dat hij nog eindexamen kan doen. Ze neemt zijn boeken voor Engels mee. Ze schrijft naar de directeur van de gevangenis, naar de minister van Onderwijs om te vragen of haar zoon de hoogste klas mag afmaken en examen mag doen bij een commissie. Ze antwoorden dat het recht niet voorziet in de opleiding van gevangenen.
Tegenover haar zoon geeft ze niet toe dat ook zij last heeft van sombere gedachten. Als hij eruit komt, zal hij achtentwintig jaar oud zijn. Wie komt hij daar tegen, wat voor mens word je daar? Julia durft er niet over na te denken.
Hongerstaking
Galina is ervan overtuigd dat haar zoon onschuldig is. Ze heeft het over afgedwongen bekentenissen, manipulaties van de rechter, twijfelachtig bewijsmateriaal.
Er zijn ook moeders die erkennen: ‘Ja, onze kinderen hebben de wet overtreden.’ ‘Maar geef ze dan drie jaar, en geen tien. Geef ze straf, maar pak hun leven niet af,’ aldus Elena, de moeder van Kiryl.
Samen met de juridische adviseurs hadden ze een wetsvoorstel opgesteld om het wetboek van strafrecht te wijzigen. Belangrijkste eis: verlaging van de vonnissen. De parlementariërs die ze met het wetsvoorstel benaderden schudden hun hoofd: ‘We begrijpen het wel, maar er is niets aan te doen.’ Anderen zeggen ronduit: ‘In fatsoenlijke gezinnen laten kinderen zich niet in met drugs.’ Nu worden ook de moeders veroordeeld dat ze hun kinderen hebben opgevoed tot slechte mensen.
Ik vraag naar de vaders: strijden zij ook voor hun zoons?
‘Ze zijn bang,’ zegt Marina. ‘Die van mij zei: “Als vrouwen de straat op gaan krijgen ze een boete. Maar wij worden in elkaar geslagen door de militie.”’
‘Ze moeten geld verdienen,’ voegt Irina eraan toe. Zij werkt op het consultatiebureau voor autistische kinderen, haar man is chauffeur. Elke avond vraagt hij haar met vermoeide stem hoeveel ze nog nodig hebben voor de advocaat. Ze vonden het verstandiger niet allebei met de autoriteiten overhoop te liggen.
‘Maar er is er eentje,’ zegt Elena, ‘een jurist uit Grodno. Hij zit urenlang op internet en zoekt alles uit: wie richt de bedrijfjes op, waar komt het geld vandaan, hoe de banken er geld aan verdienen. We hebben een document met de resultaten van zijn onderzoek, maar helaas zijn de autoriteiten er niet in geïnteresseerd.’
In april 2018 gingen de moeders in hongerstaking. Zeven hongerden in een datsja in de buurt van Kalinkowitsje, in het district Homel, zeven bij Poechowitsje onder Minsk. ‘Ze gaven ons geen vergunning om te protesteren in de stad, maar in mijn datsja, wie zal het ons verbieden?’ zegt Elena.
De grond was nog koud: ze namen warme slaapzakken mee, zetten tenten op.
Om iets te doen te hebben, pootten ze de eerste dag aardappelen. Er zoemde iets boven hun hoofd. Een drone, de KGB? Elena haalde haar schouders op en groef verder in haar tuintje.
Er kwamen journalisten, vertegenwoordigers van ngo’s. ‘Ik werd gedwongen om de keuken uit te komen en oppositielid te worden,’ zei een moeder in Poechowitsje tegen het tv-kanaal Belsat.
‘Dehydratie, tachycardie,’ verklaart de arts. ‘Als u wilt blijven leven, moet u onmiddellijk ophouden met uw hongerstaking’
Het huisje van Elena is het laatste huis van het dorp, verder zijn er alleen velden en weilanden, er is geen mens te zien. Als iedereen weer weg is, praten de moeders over hun kinderen, dan is het gemakkelijker de honger te vergeten.
Op de tiende dag valt Loedmila flauw, de oudste van allemaal (64 jaar). Ze geven haar water met honing, dat helpt een beetje, maar dan beginnen de problemen met haar hart, dat verschrikkelijk tekeergaat in haar borst.
‘Dehydratie, tachycardie,’ verklaart de arts. ‘Als u wilt blijven leven, moet u onmiddellijk ophouden met uw hongerstaking.’
Bij Poechowitsje blijven er nog zes hongerstaaksters over; ze zeggen steeds minder, ze gaan steeds meer op het gras liggen. Ze hebben last van duizelingen, misselijkheid en problemen met hun nieren.
Op de veertiende dag gaat de telefoon: ze bellen van het kabinet van de president, dat ze bereid zijn om te praten. De groep uit Kalinkowitsje krijgt een onderhoud; Natalja Katsjanowa, chef van het kabinet van Loekasjenka, ontvangt de moeders. Ze belooft hun dat er nog dit jaar over project Moeders 328 zal worden gedebatteerd in het parlement.
‘Ze hebben ons voorgelogen,’ zegt Elena. ‘Alleen om ervoor te zorgen dat we onze hongerstaking beëindigden.’
Roosjes van crème
Op kerstavond is Galina naar de kerk gegaan, ze heeft de tafel gedekt. Dit was al het vierde jaar dat ze met Wiktor Wladimirowicz tegen de lege stoel van Maksim aankeek. Bij het laatste bezoek heeft ze iets raars aan hem gemerkt, zegt ze terwijl ze haar tranen wegslikt. Maksim zat achter het glas en krabde zich aan zijn bovenbenen, heel mechanisch, keer op keer. Zijn ogen waren heel onrustig, alsof hij iets zocht. ‘Jongen, wat is er toch met je?’ vroeg ik. ‘Toen pas drong het tot hem door, hield hij op met krabben en keek hij me met zo’n verwonderde blik aan. Ik ben bang dat hij psychisch al erg veranderd is.’
Julia organiseerde een feestje voor Emils achttiende verjaardag: er was taart met roosjes van crème, champagne, er kwamen vrienden, familie. De kaarsjes bliezen ze met z’n drieën uit: zij, haar zus Emila en zijn vriendin Palina. Ze stuurden hem in de strafkolonie een foto met de tekst: ‘We wachten op je’.
Wanneer we afscheid nemen, krijgen ze net bericht: in de strafkolonie heeft een meisje van zestien dat op grond van artikel 328 was veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf, zelfmoord gepleegd.
De Belarussische president Aleksander Loekasjenka houdt zijn land al ruim 25 jaar in een wurggreep. De Poolse reporter Grzegorz Szymanik bezocht zijn geboortestreek en dook in het onthutsende verleden van de autoritaire leider, ook wel ‘Pappie’ geoemd. Zijn verhaal helpt ons zowel de persoonlijkheid van de brute dictator, alsook de recente ontwikkelingen in Belarus beter te begrijpen.
Keuze uit het archief
Deze week hielden Belarus en Rusland nucleaire oefeningen en kondigde Oekraïne aan zijn noordgrens te versterken uit angst voor een mogelijk nieuw front in Noord-Oekraïne. Zelensky vreest dat Belarus zich weleens in de oorlog zou kunnen mengen, ook al wordt dat door de Belarussische president Aleksandr Loekasjenka tegengesproken.
Wie is deze man eigenlijk, die ook wel bekendstaat als ‘de laatste dictator van Europa’? De Poolse journalist Grzegorz Szymanik bezocht zijn geboortestreek, sprak met oude kennissen van hem en verdiepte zich in zijn verleden. Deze reportage van Gazeta Wyborcza vormt de weerslag van zijn ervaringen.
Dat Belarus het land van de zon is, wordt door de staat bekrachtigd. Ongeacht van welke kant je het land binnenrijdt, zie je de affiches ‘Welkom in het land waar de zon altijd schijnt’. Vervolgens om de haverklap: ‘Het land van de zon’, ‘Het land van de zon’, ‘Het land van de zon’, meiden tussen het graan, arbeiders met helmen op. Militairen. Allemaal spreken ze glimlachend in de hoofdletters: ‘IK HOUD VAN MIJN LAND’, ‘BELARUS – EEN FIJN THUIS’, ‘BELARUS – MIJN LIED’.
Dit alles om het gebod ‘eer uw vaderland als uw moeder’ niet te vergeten. Eer uw vader.
Hoe ver kan Loekasjenka gaan?
Na de spectaculaire kaping van een Ryanair-vliegtuig in Minsk en de arrestatie van een Belarussiche oppositielid aan boord, heeft Loekasjenka de toorn van zowel de EU als de VS op zijn hals gehaald.
De leiders van de Europese Unie hebben besloten het luchtruim van Belarus te mijden en een nieuwe reeks sancties in te voeren tegen het regime van Aleksander Loekasjenka. Ook de VS veroordelen de ‘schandalige’ gebeurtenis. Beide machtsblokken eisen de onmiddellijke vrijlating van de gearresteerde journalist Roman Protasevitsj.
Volgens de Russische krant Vedomosti probeert Loekasjenka de EU en de VS te provoceren tot het opleggen van zeer strenge sancties om zo de steun van Rusland te winnen. ‘Deze strategie is erg in de stijl van Loekasjenka’, aldus de krant.
Die stijl van Loekasjenka komt in dit artikel helder naar voren. Zo windt de president zich op dat hij ‘zoveel doet voor de mensen‘, maar dat ze desondanks klagen dat hij ze ook wel eens ‘een pak rammel geeft’. Er komt een uitgever van een kritisch krantje met nog geen 300 lezers aan het woord, die net die dag ontslagen is. Een oude kennis van Loekasjenka kreeg van hem een baan aangeboden: krantenredacties sluiten.
De situatie lijkt de afgelopen tien jaar, sinds de auteur de reportage maakte, niet veel veranderd. Tegenstanders werden vergiftigd, vermoord of verdwenen. ‘Vergaf hij vroeger niet, dan vergeeft hij nu ook niet. Was hij vroeger onverbiddelijk jegens zijn opponenten, dan is hij dat nu ook’, aldus een journalist in het artikel. Desondanks blijven velen Loekasjenka trouw. Want Pappie, dan ben je toch zeker voor altijd?
Dit verhaal verscheen eerder op 360magazine.nl in december 2020.
Vandaag verdwijnt het land van de zon onder een pak sneeuw. Alle erven zijn eronder bedolven, verdomme, je kunt je stulp niet uit. De koe, nog niet gemolken, loeit in de stal. Een oud vrouwtje fietst over de weg. De wind blaast haar in het gezicht, en blaast haar bijna omver.
‘Waar gaat u heen, omaatje?’
‘Naar de jacuzzi.’
Ah, die mooie jacuzzi die Pappie heeft laten bouwen. Waarom zou hij het zijn streekgenoten niet gunnen? Hij ging hier naar school, hij beheerde een sovchoz [collectieve boerderij in handen van de staat ten tijde van de Sovjet-Unie]. De makker die met dezelfde melk werd grootgebracht.
Tegenwoordig doen zelfs excursies het gebied tussen Vitebsk en Mohylev aan, waar Sjklov, Kopys en het piepkleine Aleksandrja liggen. Men wil de geboortegrond van de president zien. Hoe is het daar?
Nou, het is er onverbiddelijk. Net als de president zelf. Wie niet naar de grond luistert, zal geen brood hebben. Maar getoonde trouw wordt beloond. Hij is haatdragend. En onveranderlijk.
Zoals Pappie.
‘Hij was al zo toen hij hier woonde,’ zullen de meesten zeggen. ‘Hij was goed, charosjij, hield vast aan discipline.’
‘Hij was al zo toen hij hier woonde,’ zullen weinigen zeggen. ‘Een stuk verdriet was hij. Maar wie had gedacht dat hij ons ging vermoorden?’
Waar kwam Aleksander vandaan? Zijn moeder, Katsiaryna Loekasjenka, ging werken in Orsja en kwam met de president in haar buik terug. Wie was zijn vader? Een zigeuner, zeggen ze. De eenogige chauffeur Grisja uit de linnenbewerkingsfabriek, zeggen ze. ‘Mijn vader kwam om in de Grote Vaderlandse Oorlog,’ voegt de president er zelf aan toe. Maar de laatste schoten vielen negen jaar voordat hij werd geboren. Heeft hij zo lang in zijn moeders buik liggen wachten? Een wonder? Het is onbekend.
Wat wel bekend is, is het volgende: Kopys, 1954, augustus.
De 30ste of 31ste augustus? Dat is dan weer onbekend. Vroeger werd zijn verjaardag officieel op de 30ste gevierd, maar sinds twee jaar geldt een nieuwe verordening: de president is jarig op 31 augustus, net als zijn jongste zoon Kola.
Hij kreeg de naam Aleksander, de beschermer van de mensheid, en groeide op in het nabije dorp Aleksandrja, aan de andere rivieroever.
‘Ik zat met mijnheer de president samen in de eerste klas van de basisschool,’ zegt Aleksander Aleksijevitsj, leunend tegen een verrot deurkozijn van de veranda, zo verrot dat het elk ogenblik kan omvallen en de ruit doen sneuvelen. Dat wil zeggen, als in de ramen van het huis van Aleksander Aleksijevitsj tenminste glas zou zitten. Er zit folie in. Aleksander Aleksijevitsj trekt zenuwachtig aan zijn sigaret in een sigarettenpijpje van gedraaid aluminium. ‘Wie had gedacht dat hij president zou worden? Ik voetbalde met hem in de modder. En nu komt hij langs met een auto, chique gekleed, gaat even wandelen. Waarom zou ik hem proberen te benaderen? Wat voor hulp heb ik nodig? Nou ja, ik heb geen verwarming, maar ik stook met hout, het gaat prima.’
‘Maar is het beter nu Pappie regeert of was het beter onder de Sovjets?’
‘Ik heb hoofdletsel. Wat ik me kan herinneren, herinner ik me.’ Aleksander Aleksijevitsj krabt zijn hoofd alsof hij dichter bij zijn herinneringen zou willen komen. ‘Om een of andere reden kan ik me dat niet herinneren.’
‘Ik zeg niets! Waarom zijn jullie hier aan het snuffelen? Onze president is een goed mens, hij bevalt ons wel’
Nog maar weinigen in het dorp kunnen zich de president herinneren. Allemaal forensen. Een goede plek, ‘de geboorteplaats van presidenten’, er komen steeds meer huizen bij. Ze hebben niet gezien in wat voor armoede Pappie leefde, hoe de jochies aan zijn oren trokken omdat hij geen vader had. Wat kunnen ze vertellen?
Het boerenhuisje, waar de president op een aardappeldieet groeide als kool, is er ook niet meer. Toen hij president werd, beval hij het plat te gooien. Op die plek staan nu een houten wachthuisje, een bank en een tafeltje. Je kunt er even gaan zitten, een slokje thee uit je thermosfles nemen, op een augurkje uit het koninkrijk der augurken knabbelen en een blik werpen op het land van de zon.
‘De oude schoolarts zou zich hem kunnen herinneren,’ herinnert Aleksander Aleksijevitsj zich en stopt met zijn hoofd krabben. ‘Hij zou iets kunnen vertellen.’
De schoolarts Nikolaj Danilovitsj Jelski: ‘Ik zeg niets! Waarom zijn jullie hier aan het snuffelen? Onze president is een goed mens, hij bevalt ons wel,’ zweert hij en vervolgt: ‘Natuurlijk kan ik het me herinneren! Mijn vrouw Tamara Ivanovna heeft samen met hem gewerkt. Zo was het toch, Tamara Ivanovna?’
Tamara Ivanovna fatsoeneert haar bloemetjeshoofddoek, tikt met haar wandelstok en verdwijnt in een andere kamer.
‘Toen hij hier voor het eerst als president kwam, vroeg hij: “Hoe gaat het met jullie, streekgenoten?” “Goed hoor, Aleksander Grigorjevitsj!” antwoordde ik, waarop de president zei: “Ga dan aan het werk en leef!” En dus werk ik. Ik heb een koe en konijnen. En ik leef. En ik heb het goed. Tamara Ivanovna, zeg eens wat!’
‘Dat interesseert me niets!’
‘Tamara was de mentor van de eerste klassen van de basisschool toen Pappie hier geschiedenisles gaf. Ik heb dertig jaar als arts gewerkt. Mijn pensioen bedraagt zevenhonderdduizend Belarussische roebels. In de winkels is alles te koop, worsten, vleeswaren, ik kan het me veroorloven. We hebben hier ook een zwembad, een sauna, een jacuzzi. Hij heeft een school voor ons laten bouwen, en een sportcomplex en asfaltwegen. O, er reed een auto voorbij! Tegenwoordig heeft hier een op de drie een auto. Er is ook een hotel en een volgende is in aanbouw. Want er komen excursies hierheen uit Minsk en zelfs uit Rusland! Wat ze bezoeken? Er is een museum, een zaal in de oude school waar de president op zat. Ik ga het even laten zien, maar alleen van de straatkant, want anders moet je met een militieagent komen en er toestemming voor hebben. Wie weet leg je er wel een explosief onder.’ Nikolaj knijpt zijn ogen dicht.
Door de ruit zijn de netjes opgestapelde boeken te zien. Alsof de kleine Sanja, zoon van een melkboerin en een onbekende vader, gisteren nog met de neus in de boeken aandachtig zat te lezen over de kleine Ioseb Dze Besarionis Dzjoegasjvili, zoon van de schoenmaker Vissarion en de wasvrouw Jekaterina.
Hij moest wel van de geschiedenis houden aangezien hij naar Mohylev vertrok om er geschiedenis te gaan studeren.
Sasja uit Sjklov
In het land van de zon, het koningrijk der augurken, opgesloten in een kasteel, woont prinses Halina. De prinses is al met pensioen, maar ze verdient nog wat bij bij een Regionaal Uitvoeringscomité. Ze organiseert de verblijven in de sanatoria. Ze heeft Sasja leren kennen op de basisschool. Vier kilometer legde hij af om bij haar te zijn. Ze was zo gewoontjes en rustig. En ook hij was vroeger zo gewoon. Later niet meer.
Hij vertrok naar Minsk om het land te besturen, zij bleef achter op de boerderij met de koeien. ‘Echtgenotes horen zich niet te bemoeien met de zaken van de staatsambtenaren,’ zei hij. Waarom deed ze het dan? Ze liet aan de journalisten zien hoe ze de koe Milka aan het melken was. Een koe aan de tieten trekken, zoiets hoort toch niet bij een first lady? Pappie verbood contacten met de pers en sloot de prinses in het kasteel op: om een groen huisje in Rizkovitsje (tegenwoordig een wijk van Sjklov) liet hij een muur bouwen. Er is een controlepost naast geplaatst. Als er iemand stopt en te lang blijft kijken, wordt er meteen gecontroleerd: Wie is het? Wat wil hij? Wat voor een verdacht gezicht is dat? Waarom zulke lange armen? Waarom zulke onrustige ogen? Waarom glimlacht hij? Is er iets om te lachen? Voor wie is hij bang? Misschien heeft hij een reden om bang te zijn?
Het zestienduizend inwoners tellende stadje Sjklov nabij Aleksandrja is het koninkrijk der augurken. De hele regio staat bekend om de augurken die er worden verbouwd en verwerkt. De augurk heeft zelfs een standbeeld in Sjklov. Glimlachend houdt een manshoog augurkenmannetje een met augurken gevuld mandje vast. In het plaatselijke museum bevindt zich een wand die aan de president is gewijd. Vanaf de foto’s blinkt het gebit van de president, die door de lokale notabelen wordt verwelkomd.
Pappie en augurken zijn de symbolen van Sjklov. Sasja is hierheen gekomen omdat hij geen tractorchauffeur wilde worden zoals de andere jongens van het dorp. Maar hij wist nog niet wat hij wel wilde gaan doen. Hij gaf geschiedenisles, hij probeerde het in het leger als politruk [ambtenaar van de Communistische Partij die is aangesteld om de communistische ideologie te versterken in het leger]. Hij was op zoek naar zijn roeping, naar iets waarin hij goed zou zijn.
‘Je kunt toch geen slechte herinneringen aan de president hebben?’ verbaast Misjka zich in zijn vlak bij Sjklov gelegen huisje, dat bedekt is met sneeuw als dumplings met dikke room. Misjka is 21 jaar oud en gedurende zijn hele jonge leven steunde hij Loekasjenka. Maar de laatste tijd is er bij Misjka een revolutie te bespeuren. Men zegt dat hij tijdens de presidentsverkiezingen op Sannikau heeft gestemd, degene die in de gevangenis werd gezet.
‘Misja, wat is er gebeurd?’
‘Ik heb op Sannikau gestemd. Of misschien op Niaklajeu? Ik kan het me niet herinneren. Ik had haast toen ze met de stembus langskwamen. Ik heb snel iets aangekruist zonder goed te kijken. Later, toen ze op de televisie lieten zien wat er op het plein in Minsk aan de hand was, de protesten en rellen, toen kreeg ik er spijt van. Zo’n land hebben we niet nodig.’
Want nu heerst er, volgens Misja, vrede en rust, wat wil je nog meer. Hij heeft werk en hij wordt naar de bouwplaats gebracht. Hij verdient 500 dollar per maand. Nou ja, Misja heeft dat geld nog niet gezien, maar dat werd hem beloofd (Misjka’s moeder, die vroeger in een sovchoz met Loekasjenka heeft gewerkt, krijgt een salaris van 260.000 Belarussische roebels, dat wil zeggen 90 dollar). En dan op zondag naar de sauna en vrienden zien. Een prima leven. Daarom wordt Misja voorzichtiger bij de volgende verkiezingen.
‘En degenen die niet van hem houden, koesteren zij misschien om een of andere reden wrok tegen hem?’ vraagt Misjka zich af.
In geval van een geldtekort in het land laat Pappie geld bijdrukken
Natuurlijk zijn die er ook, zelfs op de geboortegrond van de president zijn er egoïsten die hem niet als Vader willen.
‘In het vlak bij Sjklov gelegen dorp Dobrejka woont Pjotr Migoerski. Wat is hij allemaal niet aan het doen, hoe strijdt hij niet tegen het regime! Een moedige, harde werker. Verbazingwekkend dat hij nog niet is ontslagen,’ vertelt journalist Anatol Gulajeu, een oude kennis van Loekasjenka.
‘Kom, we gaan een glaasje drinken want ik ben vandaag ontslagen,’ zegt Pjotr Migoerski.
Migoerski was ooit leidinggevende, zoals Loekasjenka, maar dan van een kolchoz [collectieve boerderij bestuurd door de boeren zelf ten tijde van de Sovjet-Unie]. De kolchoz heette De overwinning. Migoerski dronk wodka met Pappie, ze voetbalden met elkaar. Vandaag de dag is Loekasjenka, oud-directeur van een sovchoz, de president en hij ontslaat op staande voet Migoerski, oud-directeur van een kolchoz, doctor in de economie in Mohylev.
‘De decaan riep me naar zich toe en zei tegen me: “Neem zelf maar ontslag, anders zal ik je moeten ontslaan.” Die decaan is een goede vent, maar hij kan niet anders.’
Waarom? – zo luidt de titel van een vertelling van Tolstoj over de familie Migoerski, Poolse bannelingen in Siberië. Volgens Migoerski uit Dobrejka gaat het over zijn voorouders. Zijn overgrootmoeder was de maîtresse van de schrijver en daarom had hij over hen geschreven.
‘Waarom?’ vraagt Migoerski nu in navolging van Tolstoj. ‘Waarom werd ik de laan uitgestuurd?’
Ja, hij geeft de onafhankelijke krant Sjklov Info uit (oplage tot driehonderd exemplaren).
Ja, hij neemt deel aan de beweging Zeg de Waarheid, die informatie over de ware toestand van de Belarussische staat verzamelt en verspreidt.
Ja, hij gaf in de regio leiding aan de campagneteams van Niaklajeu, Sannikau, Rymasjeuski en Kastoesiou (het kan niet anders, de oppositie is hier te klein om voor elke kandidaat een afzonderlijk team op te zetten).
En het allerbelangrijkste: ja, tijdens de laatste verkiezingen was hij de rechterhand van de kandidaat Niaklajeu.
Hij is schuldig aan zo veel misdrijven. Vanwaar dus die verbazing?
Een verbetering zit er ook niet in: bij Pjotr Migoerski op zolder bevindt zich ‘het museum van de oppositie’.
Om de wit-rood-witte vlag van het onafhankelijke Belarus liggen de insignes van het verzet: een bordje met daarop de paus (uit Krakau), de balpen van Sjoesjkievitsj, de handtekening van Milinkievitsj. En een sjaal van Manchester United.
In Pappies streek zijn er maar weinigen die ‘wrok’ koesteren (zoals Misja het zou hebben gezegd). Het is hier geen Minsk.
Mensen hier houden van dit soort bestuur. Men houdt hier van salarisverhogingen (al worden ze direct opgevolgd door prijsverhogingen; de prijzen worden door de staat gereguleerd en altijd in dezelfde volgorde: eerst stijgen de salarissen, daarna de prijzen, zodat men nooit over te veel geld kan beschikken en zou ophouden met aards denken, maar ook zo dat men niet te veel honger zou lijden om in opstand te komen). Men houdt van goed bevoorrade winkels (wat maakt het uit dat de prijzen zo hoog zijn, dat de Belarussen die vlak bij de Poolse grens wonen voor hun boodschappen naar Polen afreizen, alleen de sigaretten zijn hier goedkoper, maar met tabak eet je je buikje niet rond). Men houdt hier van een stabiele uitbetaling van pensioenen (een hongerpensioen, maar altijd op tijd binnen). Studeren is gratis (wat maakt het uit dat je het later moet afbetalen door drie jaar lang te werken op het terrein rond Tsjernobyl of in de landbouw). En in geval van een geldtekort in het land laat Pappie geld bijdrukken.
De wodka raakt op. Pjotr Migoerski herinnert zich ineens dat hij geen werk meer heeft. Hij haalt de schilderijen van de muur en wil ze gaan verkopen om brood te kunnen kopen. Hij doet zijn overhemd uit, want naast de kachel is het heet. In een T-shirt met de tekst ‘De waarheid overwint’ neemt hij plaats voor het tv-toestel en drukt op de knop.
Klik.
‘… het is nog geen jaar geleden dat de sovchoz Zabielsjin, tegenwoordig Oma’s Binnenplaats, winst begon te maken. De melkproductie in de sovchoz steeg toentertijd …’
Klik.
‘… en acht miljoen ton aardappelen.’
Vandaag weet eigenlijk niemand hoeveel graan, aardappelen, melk en vlees we werkelijk produceren. De melkverkoopcijfers zijn een staatsgeheim
‘Waar zijn die aardappelen, waar is die melk?’ vraagt Migoerski. ‘Er is van alles, ja. Op papier. Ze schrijven er cijfers bij om het mooier te doen lijken. Een lage ambtenaar schrijft er wat bij, een belangrijke chef schrijft er wat bij en ook de minister. Vandaag weet eigenlijk niemand hoeveel graan, aardappelen, melk en vlees we werkelijk produceren. De melkverkoopcijfers zijn een staatsgeheim.’
Klik.
De president is aan het woord! Hij heeft het over yoghurt, een zaak van staatsbelang. Danone wil Belarus bestelen. Hij schreeuwt. De gezichten van de ministers verbleken. Bij al dat geschreeuw staan ze voorovergebogen en verontschuldigen zich.
Klik.
De Egyptische meute steekt een papieren gezicht van Moebarak in brand. Wanneer het vuur Moebaraks neus en wangen verorbert, beginnen Migoerski’s ogen te schitteren.
‘Hij is al tachtig. Hij hoort met zijn kleinkinderen te spelen en niet het land te besturen. Dit is een waarschuwing aan de onze,’ zegt Pjotr Migoerski vrolijk.
‘Maar die Egyptische Pappie regeert al dertig jaar lang en onze Pappie pas zeventien jaar,’ voegt zijn vrouw Valentina Filipovna er somber aan toe.
Aleksander uit de Haradzjets sovchoz
‘Wanneer hij een toespraak hield, grepen de directeuren, ouderen en hoogopgeleiden naar hun hoofd. Maar anderen vonden het leuk,’ vertelt Anatol Goelajeu, journalist uit Minsk, oud-kennis van Pappie uit Sjklov.
Daar houdt men van met de arm dreigend zwaaien, keihard met de vuist op tafel slaan. En zo was Sasjka uit Sjklov toen hij Aleksander werd, directeur van de Haradzjets sovchoz. Besnord en breedgeschouderd, oude makker, wapperend met zijn armen alsof hij naar Minsk zou willen vliegen.
‘Niemand wilde hem als directeur, maar hij hield voet bij stuk. Hij kreeg die baan omdat men genoeg van hem had,’ voegt Goelajeu eraan toe.
‘Mijn vrouw kwam naar me toe en zei: “Er is een nieuwe directeur, hij is jong, belooft weelde en stelt orde op zaken,”’ herinnert zich Vladimir Olejnikov, bosbouwkundige en voorzitter van het oppositionele Belarussisch Volksfront (BNF) in de regio. We warmen onze handen in het houten huisje vlak bij Haradzjets.
‘Ik kreeg toen de baan van bijenhouder in de sovchoz aangeboden. Aan het begin had ik een goed contact met de president. Maar later verdween mijn honing uit het magazijn. Loekasjenka’s glimlach verdween eveneens. Pas toen ik stopte met werken hoorde ik dat de tonnetjes met honing in het kabinet van zijn plaatsvervanger stonden. Mijn vrouw vertelde dat hij op zijn eerste werkdag in de sovchoz had gezegd: “Kameraden, ik ben jullie Führer!” Dat zei hij zonder een valse gedachte erbij.’
Een dictator voelt altijd, onderbewust, sympathie voor andere dictators
Lavon Barsjtsjeuski, schrijver, aanhanger van de oppositie, was in 1990 samen met Loekasjenka gedeputeerde in de Hoogste Raad van de Belarussische Socialistische Sovjetrepubliek.
‘Waarom wordt Stalin door Loekasjenka zo verheerlijkt? Waarom ontkent hij diens misdrijven, waarom bouwt hij voor hem een museum vlak bij Minsk? Een dictator voelt altijd, onderbewust, sympathie voor andere dictators. En hoe ging het met het interview waarin hij het efficiënte beheer van Hitler de hemel in prees? Volgens hem was dat een compliment. Hij dacht dat als hij iets positiefs zou zeggen over een Duitse leider, of dat nou Hitler of iemand anders was, dat een Duitse journalist als muziek in de oren zou klinken.’
‘Hij hield een piepklein kopje in zijn enorme handpalm. Hij zat bij me in de keuken en smeekte om hulp,’ herinnert journalist Goelajeu zich. ‘Het was 1988, perestrojka, de verkiezingen voor het Congres van de Volksgedeputeerden van de Sovjet-Unie waaraan hij deelnam. De lokale autoriteiten hinderden hem bij het organiseren van bijeenkomsten omdat hij zichzelf had gekandideerd. Toentertijd werkte ik als correspondent voor de Moskouse krant Idyllisch Leven, uitgegeven door het Centraal Comité van de Communistische Partij. Oplage van twaalf miljoen. Ik ging op stap langs verschillende dorpen. En ik zag, inderdaad, dat hij werd gehinderd. Ik publiceerde een artikel dat hem enigszins heeft geholpen, maar de verkiezingen verloor hij alsnog. We werden echter vrienden. Hij kwam me op mijn datsja opzoeken, bracht cognac mee en we dronken. Hij stelde zijn vriendinnen aan me voor. Geen enkele sloeg hij over.’
Een jaar later waren er verkiezingen voor de Hoogste Raad van de Belarussische Socialistische Sovjetrepubliek. Loekasjenka doet weer mee. En opnieuw komt hij bij Goelajeu langs. Al bij de voordeur roept hij: ‘Ik heb niemand geslagen!’
‘Er was in de sovchoz een zekere Vladimir Bandoerkov, een tractorbestuurder,’ licht Goelajeu toe. ‘Bandoerkov beklaagde zich dat hij van de directeur een behoorlijk pak rammel had gekregen. Loekasjenka kon er drie tot acht jaar voor krijgen. Dus ging ik bij Bandoerkov langs. Een armoedig huis, vijf kinderen kwamen tevoorschijn, het ene nog smoezeliger dan het andere. Ik vroeg: “Heeft hij je geslagen?” “Hij heeft me geslagen, op de grond gesmeten en geschopt. Ik heb de anderen erbij hehaald. Er waren twaalf tractorchauffeurs in de sovchoz. Acht van de twaalf zeiden dat zij ook door Loekasjenka waren geslagen.” “Nou, Sasja, hoe zit dat?” vroeg ik hem. Hij antwoordde: “Wat een smeerlappen! Ik heb zo veel voor hen gedaan en ze kunnen maar niet vergeten dat ik ze een keer op hun bek heb geslagen!”’
In de winkels was een tekort aan alles, terwijl de prijzen als spoetniks steil omhoogschoten
Maar deze verkiezingen werden door Loekasjenka wel gewonnen. De zaak werd gesloten.
Pappie vertrok naar Minsk, maar was niets veranderd. De demonstranten op het plein horen nu ook: ‘Ik doe voor jullie zo veel goeds en moet jullie soms, als een vader, een pak rammel geven.’
In het koninkrijk der augurken doet nog een verhaal de ronde. Een zekere Ivan Joesjkievitsj, landbouwkundig mecanicien, blijft met zijn collega’s buiten op het veld lunchen. ‘Wat doet die wodka bij de lunch?’ schreeuwt Loekasjenka. Maar Joesjkievitsj is onlangs teruggekomen uit Tiumeni in Siberië, waar hij in een kopermijn heeft gewerkt. Als je daar niet voor jezelf opkomt, dan overleef je het niet. Hij vuurt een scheldkanonnade af richting Loekasjenka. Loekasjenka grijpt Joesjkievitsj bij zijn overhemd. Joesjkievitsj grijpt naar een rubberen buis. De rubberen buis knalt op de rug van Loekasjenka.
Hoe ouder Ivan werd, hoe banger hij was daarover te vertellen. Hij overleed een jaar geleden. Zijn buren uit het koninkrijk der augurken vragen zich af waarom Pappie nooit wraak op Joesjkievitsj heeft genomen, terwijl de anderen voor kleinere vergrijpen er flink van langs kregen.
Pappie uit Minsk
Pappie vertrok om het vaderland te besturen, maar de Sovjet-mogendheid viel uit elkaar. Men maakte zich zorgen of er geen oorlog zou komen. Nu moest Belarus zichzelf gaan besturen. Helemaal alleen, o, o wat eng. We kregen een nieuwe vlag, een nieuw embleem en nieuw, Belarussisch geld met diertjes erop. In de winkels was een tekort aan alles, terwijl de prijzen als spoetniks steil omhoogschoten. Er moesten nullen aan het geld worden toegevoegd en er moesten nieuwe bankbiljetten met nieuwe diertjes worden bijgedrukt. Uiteindelijk kwam men diertjes tekort. Er heerste een gigantische chaos: wie was wie, voor wie moest men buigen en voor wie niet? Niemand die het wist.
Maar daar, in het verre Minsk, gaat de directeur van de sovchoz uit Sjklov, een goede gozer, orde op zaken stellen.
‘Hij was heel ambitieus,’ zegt Lavon Barsjtsjeuski. ‘En we hadden iemand nodig die verstand had van landbouw. Pas later kregen we door dat hij er niet veel verstand van had. Maar hij hield ervan om erover te praten. Ook over het feit dat hij adviseur van Gorbatsjov was. Vaak waren we samen aan het voetballen. Hij was spits en schoot keihard, maar de bal vloog meestal langs het doel. Dan werd hij boos en maakte een overtreding. We hielden er niet van om met hem te spelen, want hij schreeuwde en schold zoals hij dat bij zijn onderdanen in de sovchoz deed, terwijl er kinderen langs de kant stonden. Hij leed destijds aan depressie. Hij droomde ervan om de eerste partijsecretaris te worden, maar de Sovjet-Unie viel voor zijn ogen uiteen. Zijn droom spatte uit elkaar. Maar al snel vond hij een nieuw doel: president worden.
En dat werd hij in 1994.
In 1995 introduceert hij een vlag en een embleem die naar het communistische Belarus verwijzen.
In 1996 wijzigt hij de grondwet, ontbindt de Hoge Raad en vervangt deze door het aan hem ondergeschikte parlement.
‘Een deel van de intelligentsia, zoals Karpienka en Hantsjar, heeft hem geholpen om president te worden,’ aldus Lavon Barsjtsjeuski. ‘Wij wilden geen presidentieel systeem, maar zij hielden voet bij stuk: “We hebben een sterke president nodig om de hervormingen door te kunnen voeren, we zullen hem begeleiden.” “Jullie zullen nog huilen door voor zo iemand te kiezen,” zeiden we. Maar ze zullen niet eens meer huilen. Ze zijn er niet meer.’
De opgedroogde bloedvlekken en de verlaten auto’s bleven achter
Als eerste werd Hienadz Karpienka vergiftigd. Hij raakte in coma na koffie te hebben gedronken en overleed in april 1999. Zijn begrafenis groeide uit tot een demonstratie van de oppositie.
Daarna waren er geen demonstraties meer.
Want er waren geen lichamen om te begraven.
Binnen een paar maanden losten in de Belarussische lucht de belangrijkste oppositieleden op: Joerij Zacharanka (mei 1999), Viktar Hantsjar (september 1999), Anatol Krasouski (september 1999).
In juli 2000 verdween Dzmitrij Zavadski, de persoonlijke cameraman van de president, die Pappie had verruild voor de Russische televisiezender ORT.
De opgedroogde bloedvlekken en de verlaten auto’s bleven achter.
‘Ik zeg het eerlijk, er is orde in het land onder Loekasjenka. Hij houdt vast aan discipline. De oppositie is hier niet nodig, noch de chaos zoals in Oekraine,’ constateert de 21-jarige Misja uit Sjklov en zet zijn pet weer goed. De wind blaast de sneeuw weg, die van het huisje verdwijnt als de room van de dumplings.
‘Drie keer kreeg ik van de president een baan aangeboden,’ vertelt journalist Goelajeu. Hij kijkt uit het raam. ‘Drie keer heb ik geweigerd. Ik zou me bezig moeten gaan houden met de sluiting van de krantenredacties. Later ging ik kritische artikelen schrijven over de manier waarop hij met oude rivalen uit de Sjklov-regio was omgegaan. Toen werd hij boos op mij. Omdat ik hem een keer had geholpen dacht hij dat ik dat mijn hele leven lang zou gaan doen. Aan het begin van zijn presidentschap kreeg ik bezoek van buitenlandse journalisten. Ze wilden een boek schrijven over zijn relatie met zijn vrouw Halina. Ik wist er veel van. Ze boden me geld aan, maar ik heb geweigerd. Destijds was ik een huisvriend van de Loekasjenka’s, dat zou een schurkenstreek zijn geweest. Ze zijn met niets vertrokken. Binnen de kortste keren verscheen de hoofdredacteur van de krant Sovjet Belarus en zei tegen me: “Aleksander Loekasjenka heeft me gevraagd om aan u door te geven dat hij niet op u is gesteld, maar dat hij u wel respecteert.”’
‘Wij, vogelverschrikkers,’ constateert bijenhouder Olejnikov. ‘Men wijst met de vinger naar ons: “Kijk eens hoe die oppositieleden leven.” Maar ik heb de vrijheid leren kennen en ik kan niet terug. Vijftien jaar werkte ik in de bossen. Elk jaar werd er een zaak tegen me aangespannen of ik moest voor de rechter verschijnen. Ik heb mijn brood leren verdienen. Ze hebben me met rust gelaten. Binnen de oppositie van ons district is er sprake van een ware pogrom, zodat we geen enkele bedreiging voor hen vormen. De mensen van hier zijn als kinderen. Ze hebben een vader nodig. Ongeacht of en hoe erg hij hen zou bedriegen en oplichten, ze zullen hem blijven geloven. Van vrijheid worden ze misselijk.’
Tijdens de laatste verkiezingen werkte Olejnikov als waarnemer en dus zag hij van alles. ‘We komen langs bij een oud vrouwtje. “Pakt u maar een stembiljet. U kunt wel of niet stemmen, maar pakt u het maar.” Ik zat een uur te wachten en liet niet toe dat iemand anders voor haar ging stemmen. Maar ze was zelf niet in staat om dat te doen. Ze zat te staren naar dat stembiljet, het witte vlak deed pijn aan de ogen. “Ikzelf? Waarom zo veel namen? Konden ze niet maar één kandidaat voorleggen zodat je er niet zo moe van werd?”’
In het land van de zon, in het koninkrijk der augurken sneeuwt het. Pjotr Migoerski trekt een warme trui aan over zijn T-shirt met de tekst ‘De waarheid overwint’ en kijkt op tv hoe Egypte kookt. Hoe het borrelt en overstroomt. Hij kijkt naar Egypte, maar denkt aan Belarus: zal Loekasjenka de troon afstaan?
‘Nee, dat doet hij niet,’ zegt Lavon Barsjtsjeuski vol overtuiging. ‘Tijdens de laatste demonstraties van de oppositie op 19 december was het ijzig koud. Als hij even had gewacht, waren de mensen vanzelf naar huis gegaan. Maar hij is een lafaard. Hij vreest dat men hem Hantsjar en Zacharanka niet zal vergeven en dus liet hij de demonstranten met de knuppel bewerken.’
‘Waarom zou hij de troon afstaan?’ zullen de anderen uit het koninkrijk der augurken vragen. ‘Hij is toch een vader voor het leven? Een vader kun je niet veranderen. Alleen ontaarde kinderen breken met hun vader.’
‘Is dat gespuis beter dan Pappie?’ vraagt Nikolaj Danilovitsj Jelski, de dokter uit Aleksandrja. ‘Ik zag de oppositieleden op de televisie: “Als ik president word, dan verzeker ik jullie van alles!” En waar haal je het vandaan, sukkel? “Halasavac za mianie. Ja prezident!” Hij spreekt Belarussisch. Wat voor een president. Jij, een stuk ongeluk!’ zegt dokter Jelski boos.
Als men aan iemand anders de absolute macht zou geven, wat zou hij dan hebben gedaan?
Het oude vrouwtje op de fiets (dat naar de jacuzzi gaat) zet haar nat van de sneeuw geworden muts weer netjes op. ‘Mijn God, Gospodi, ik schaamde me zo toen ik hen op de televisie zag. Ze kunnen niet praten! Later zag ik hoe in Minsk hun ruggen met knuppels werden bewerkt. “Harder, harder!” schreeuwde ik zelfs.’
‘Onze Sasjka uit Aleksandrja is niets veranderd,’ zegt dokter Jelski.
‘Het is moeilijk voor de mens om na zijn veertigste nog te veranderen,’ bevestigt journalist Goelajeu. ‘Vergaf hij vroeger niet, dan vergeeft hij nu ook niet. Was hij vroeger onverbiddelijk jegens zijn opponenten, dan is hij dat nu ook. Maar hij is geen beest. Hij is zoals de anderen. Als men aan iemand anders de absolute macht zou geven, wat zou hij dan hebben gedaan? Men vraagt me weleens of Loekasjenka wijs is. Nee, niet echt. Er bestaat een Belarussich gezegde: dom of niet, maar wel sluw. Om de macht tot elke prijs te behouden is wijsheid niet nodig.’
Het is voldoende om geen geweten te hebben.
In het land van de zon, het koninkrijk der augurken, sneeuwt het niet meer. In de verte doemt een kaal geraamte op, een hotel in aanbouw. In het dorp doet de roddel de ronde dat ook de president hier zijn residentie aan het bouwen is. Hij komt voor zijn oude dag terug naar de Dnjepr. Naar het koninkrijk der augurken. Niet meer als Sanja, de zoon van een melkboerin, de jongen die door andere jochies aan zijn oren werd trokken, maar als mijnheer Aleksander Ryhoravitsj Loekasjenka, president van de Republiek Belarus. Degene die zelf geen pappie had, Pappie van ons allen.
De transcriptie van namen is vanuit het Belarussisch.
Deze reportage verscheen oorspronkelijk in de Gazeta Wyborcza in april 2011 onder de titel ‘Kameraden, ik ben jullie Führer!’ (Towarzysze, jestem waszym Führerem!) en is onder de titel Alexanderroman uit het koninkrijk der augurken opgenomen in Szymaniks boek De motoren achter de revoluties (Motory rewolucji, Czarne 2015).
De leiders van de Europese Unie (EU) hebben besloten het luchtruim van Belarus te mijden en een nieuwe reeks sancties in te voeren tegen het regime van Aleksander Loekasjenka, die ervan beschuldigd wordt een Europees vliegtuig naar Minsk te hebben omgeleid om de dissidente blogger en journalist Roman Protasevitsj te kunnen arresteren. De EU eist zijn onmiddellijke vrijlating.
Volgens Financial Times hebben de EU-leiders overeenstemming bereikt over ‘doelgerichte’ economische maatregelen tegen bedrijven en oligarchen die ervan worden beschuldigd het regime van president Loekasjenka gedurende 27 jaar te hebben gefinancierd. Ook roepen ze Europese luchtvaartmaatschappijen op om het Belarussische luchtruim te mijden, aldus de woordvoerder van de Europese Raadsvoorzitter Charles Michel.
Het incident van zondag wordt dat door velen bestempeld als ‘kaping’ en ‘staatsterrorisme’
Belarus is ‘geïsoleerd’ nu verschillende landen hebben besloten vluchten naar het land te verbieden, schrijft The New York Times. Deze maatregelen zijn ‘een zware slag’ voor het regime van Aleksander Loekasjenka, ‘de autoritaire president van Belarus, die al onderworpen was aan EU-sancties voor het schenden van mensenrechten tijdens de brute onderdrukking van protesten vorig jaar’ tegen zijn betwiste herverkiezing, aldus de krant.
Volgens Politico Europe wekt de verklaring van de Europese leiders ‘de indruk van een snelle en krachtige reactie op het incident van zondag, dat door velen wordt bestempeld als “kaping” en “staatsterrorisme”’.
Ook de VS veroordelen de ‘schandalige’ gebeurtenis en roepen op tot de vrijlating van Roman Protasevitsj: ‘De Verenigde Staten veroordelen met klem de omleiding van het vliegtuig en de arrestatie’, zo citeert The Hillde Amerikaanse president Joe Biden.
De vader van Roman Protasevitsj vreest dat zijn zoon is gemarteld
De Amerikaanse Nationale Veiligheidsadviseur Jake Sullivan sprak volgens The Hill met Svetlana Tichanovskaja, de Belarussische oppositieleider die nu in ballingschap in Litouwen is, en veroordeelde het incident met de Ryanair-vlucht. In een verklaring maakt Sullivan duidelijk ‘dat de Verenigde Staten, in coördinatie met de EU en andere bondgenoten en partners, het regime van Loekasjenka ter verantwoording zullen roepen’.
De New York Times betwijfelt alleen of het allemaal zal helpen: ‘Er zijn geen aanwijzingen dat de toegenomen druk op Loekasjenka zijn vastberadenheid zal ondermijnen, vooral omdat de Russische president Vladimir Poetin hem onwankelbare steun geeft’. Volgens de krant wijst de ‘bekentenis’ van Roman Protasevitsj erop dat Loekasjenka zich onaantastbaar voelt: ‘Een pro-Loekasjenka Telegram-account toonde maandagavond laat een video van 29 seconden van Protasevitsj. Hij zit met de armen over elkaar aan een houten bureau en zegt tegen de camera dat hij zich in het centrale detentiecentrum nr. 1 van Minsk bevindt en “met maximale correctheid” wordt behandeld. Het doet denken aan andere biechtvideo’s die critici van Loekasjenka in de gevangenis moesten opnemen.’ In een interview met BBC zegt de vader van Roman Protasevitsj dat hij vreest dat zijn zoon is gemarteld.
Israëlische luchtaanvallen verwoestten boekhandels in Gaza
‘De liefde, creativiteit en talent die in deze magische plek zijn gestopt, zijn verdwenen‘
‘De Samir Mansour Bookshop, bestaande uit twee verdiepingen, werd 21 jaar geleden gebouwd en deed dienst als buurthuis en boekwinkel voor de lokale gemeenschap en voor Palestijnse schoolkinderen’, schrijven Mahvish Rukhsana en Clive Stafford Smith, twee mensenrechtenadvocaten. ‘Tienduizenden boeken zijn vernietigd. De liefde, creativiteit en talent die in deze magische plek zijn gestopt, zijn verdwenen. Als gevolg van de volledige belegering van de Gazastrook zijn bouwmaterialen extreem schaars en onbetaalbaar.‘ De twee advocaten zijn daarom op GoFundMe met een inzamelingsactie begonnen in de hoop de winkel weer op te kunnen bouwen. Op 25 mei was ruim 131.000 dollar van de beoogde 250.000 dollar opgehaald.
‘De boeken liggen misschien onder het puin, maar dat houdt ons niet tegen’, zo liet schrijver Nada Abu Mideen weten aan The National. ‘We zullen blijven schrijven om de wereld te laten zien dat we verdienen te leven.’
Overigens was de Samir Mansour Bookshop niet de enige boekwinkel die deze week in Gaza werd vernietigd. In de Al-Thalatinystraat, die in de volksmond beter bekend staat als de Al-Maktabatstraat, ofwel ‘de straat met de boekwinkels’, werden andere winkels geheel of gedeeltelijk verwoest, zo meldt TRTWorld. Ook de Iqraa-bibliotheek zou zijn verwoest. In deze video van Middle East Eye vecht boekhandelaar Shaban Aslim tegen zijn tranen terwijl hij voor het puin van zijn boekhandel wordt geïnterviewd. Ook voor zijn winkel is een GoFundMe-actie gestart.
Rusland bindt de strijd aan met buitenlandse techbedrijven
De Russische federale communicatiewaakhond Roskomnadzor heeft gedreigd diensten van Google in Rusland te vertragen als het bedrijf niet binnen 24 uur voldoet aan verzoeken om bepaalde inhoud te verwijderen, zo schrijft The Moscow Times.
Volgens de krant zegt Roskomnadzor dat Google er niet in is geslaagd 20 tot 30 procent van de links te verwijderen die verwijzen naar inhoud die verboden is in Rusland. Het zou gaan om inhoud die drugsgebruik promoot en kinderpornografie bevat en om berichten die minderjarigen zouden aanmoedigen om ongeoorloofde protesten bij te wonen.
‘Google voldoet niet volledig aan zijn verplichting om links naar internetsites met informatie die in ons land verboden is, uit de zoekresultaten in Rusland te verwijderen’, zo citeerde TASS, het door de staat gerunde persbureau, Roskomnadzor in een verklaring. Roskomnadzor zegt dat Google er niet in is geslaagd om zo’n 5.000 afzonderlijke links te verwijderen, waarvan er 3.500 verband zouden houden met ‘extremisme’.
Navalny
Rusland is momenteel bezig om de organisaties van Kremlincriticus Aleksej Navalny te bestempelen als ‘extremistisch’. Met dat label, dat momenteel wordt gebruikt tegen bijvoorbeeld Al-Qaida en IS, wordt het mogelijk de activiteiten van Navalny-getrouwen te verbieden.
Het ultimatum van Roskomnadzor kwam enkele uren nadat Google zijn allereerste rechtszaak tegen Rusland had aangespannen vanwege eerdere eisen om content van YouTube te verwijderen. De Amerikaanse technologiegigant verweert zich tegen verzoeken die Roskomnadzor in januari indiende om twaalf video’s te verwijderen omdat ze minderjarigen zouden oproepen om deel te nemen aan ongeautoriseerde bijeenkomsten. Het bedrijf heeft daarom een rechtszaak aangespannen tegen Roskomnadzor bij het Arbitragehof van Moskou en een eerste hoorzitting is gepland voor 14 juli. Voorheen trad Google alleen op als verdachte of als derde partij in rechtszaken die tegen haar werden aangespannen door de Russische autoriteiten, meldde de zakenkrant Kommersant.
Rusland begon eerder dit jaar met een spraakmakende campagne tegen een groot aantal socialemediareuzen vanwege de grote toename van berichten ter ondersteuning van Kremlincriticus Aleksej Navalny die na zijn terugkeer in Rusland in de gevangenis belandde. Roskomnadzor verzocht zowel buitenlandse als Russische technologiebedrijven, waaronder Facebook, VKontakte, TikTok, YouTube en Twitter om tienduizenden berichten, video’s en foto’s te verwijderen. Het is een van de vele terreinen waarop Rusland en Google de afgelopen maanden met elkaar botsen.
Roskomnadzor is bereid Twitter te verbieden als het niet voldoet aan het verzoek om bepaalde content te verwijderen
In een aparte verklaring zegt Roskomnadzor ook dat het een brief naar Google heeft gestuurd waarin wordt geëist dat het bedrijf een YouTube-video deblokkeert van het door de staat gerunde Sputnik France. Daarnaast ligt YouTube, eigendom van Google, onder vuur vanwege het blokkeren van het conservatieve, pro-Kremlin Tsargrad TV en het verwijderen van video’s van RT, het voormalige Russia Today, dat eveneens door het Kremlin wordt gestuurd. Volgens Google bevatten de video‘s desinformatie over het coronavirus.
De Russische mededingingsautoriteiten zijn bezig met een onderzoek naar Google wegens vermeend misbruik van zijn marktdominantie. Door middel van wetten die vereisen dat Russische apps vooraf worden geïnstalleerd op alle smartphones die in Rusland worden verkocht, probeert Rusland de dominantie van buitenlandse bedrijven op de Russische softwaremarkt te verminderen.
Toezichthouder Roskomnadzor is al bezig met een gedwongen vertraging van Twitter en zei eerder bereid te zijn het socialemediaplatform te verbieden als het niet voldoet aan het Russische verzoek om bepaalde content te verwijderen. Vorige week is ook een wetsvoorstel ingediend dat grote technologiebedrijven wil dwingen om kantoren in Rusland te openen. Doen ze dat niet dan wordt het Russische bedrijven verboden om bij hen te adverteren.
EU gaat VK streng toespreken: ‘Respecteer de rechten van onze burgers’
Ondanks dat de brexitsoap tot een einde is gekomen, blijven de betrekkingen tussen de EU en het Verenigd Koninkrijk gespannen. De 27 lidstaten en Londen liggen met elkaar in de clinch over een zeer delicate kwestie: de behandeling van EU-burgers op Brits grondgebied, schrijft The Guardian.
‘Nadat enkele schandalen aan het licht zijn gekomen, zullen de EU-leiders met Boris Johnson spreken om ervoor te zorgen dat de rechten van hun burgers worden geëerbiedigd’, aldus de progressieve krant, die uitlegt dat ‘burgers van EU-landen vertellen dat zij zijn vastgezet nadat hun aan de grens de toegang tot het Verenigd Koninkrijk was geweigerd’.
‘Ik zat in een echte gevangenis met prikkeldraad en tralies voor de ramen’
Een van die gevallen wordt beschreven in dagblad La Repubblica. Marta Lomartire, een Italiaanse die op 17 april de Britse grens over ging om in Londen als au pair te werken voor haar neef, beschrijft dat ze werd beschouwd als een illegale migrant omdat ze geen visum had. Ze werd overgebracht naar een gevangenis in de buurt van luchthaven Heathrow, waar ‘alles van me werd afgepakt, zelfs mijn mobiele telefoon. Ik zat in een echte gevangenis met prikkeldraad en tralies voor de ramen. Er zat ook een meisje uit Toscane dat al vijf dagen werd vastgehouden’, vertelt zij aan de Italiaanse krant.
In een ander artikel, dat enkele dagen geleden is gepubliceerd, maakte The Guardian melding van van ten minste twaalf Europeanen die 48 uur op luchthaven Gatwick werden vastgehouden alvorens te worden uitgezet.
Naar aanleiding van deze controverses heeft de Londense regering haar regels versoepeld voor EU-burgers met een gepland werkgesprek op Brits grondgebied. Zij worden niet langer vastgehouden en mogen zich verplaatsen, maar moeten aangeven waar ze tijdens hun verblijf zullen overnachten.
Dit is niet genoeg voor de Europese Unie, die, volgens La Repubblica, bij monde van de Europese Raad, het Verenigd Koninkrijk binnenkort officieel gaat verzoeken ‘de rechten van de burgers van de EU te eerbiedigen’.
Belarussische journalisten opgepakt, Loekasjenka breidt repressie uit
De financiële opsporingsdienst van de KGB – de Belarussische veiligheidsdienst – heeft op dinsdag 18 mei een inval gedaan bij de redactiekantoren van ’s lands grootste onafhankelijke nieuwsportaal, Tut.by. De toegang tot de site werd geblokkeerd en de agenten arresteerden leidinggevenden en journalisten, waaronder redactrice Maria Zolotova. De huizen van sommigen van hen werden doorzocht.
Officieel wordt de directie beschuldigd van belastingfraude. Maar Tut.by was bij uitstek het medium dat ruim aandacht besteedde aan de protesten van 2020 tegen president Aleksander Loekasjenka – aan de macht sinds 1994 – en de repressie die daarop volgde.
‘Dit is geen terugkeer naar het pre-internettijdperk, het is een sprong terug naar de middeleeuwen’
Oppositieleider Viktor Babarika, die tot zijn arrestatie in juni de belangrijkste tegenstander van president Aleksander Loekasjenka zou zijn bij de Belarussische presidentsverkiezingen van augustus 2020, heeft onmiddellijk zijn steun betuigd. Vanuit de rechtbank waar hij momenteel terechtstaat voor het witwassen van geld, vertelde hij dinsdag aan de Belarussische website Nacha Niva: ‘[Dit] is een klap voor het recht van ieder mens om een mening te vormen, voor het recht van ieder mens om te denken. Dit is geen terugkeer naar het pre-internettijdperk, het is een sprong terug naar de middeleeuwen.’
Dit is niet de eerste aanval op Tut.by. ‘De website heeft een aanzienlijke rol gespeeld bij het belichten van de huidige politieke crisis’, aldus politicoloog Arseni Sivitski op de website Salidarnast. ‘Aangezien de regering de strijd om de publieke opinie volledig heeft verloren (…) is repressie het enige wat nu nog werkt. Eerst werden de politiek en het maatschappelijk middenveld gezuiverd; nu zijn de media aan de beurt.’
Repressieve wet
Het regime breidt de repressie nog verder uit. Op maandag 17 mei, de dag voor de politie-inval bij de kantoren van Tut.by, ondertekende Loekasjenka een wet die de politie officieel de macht geeft om ‘vuurwapens en militair materieel te gebruiken om massale acties uiteen te drijven’.
Deze wet ‘is een voortzetting van het beleid om de macht te beschermen tegen de woede van het volk’, schrijft het Russische dagblad Nezavissimaya Gazeta. De politie heeft ook het recht burgers te verbieden foto’s, video’s en geluidsopnames te maken tijdens politieacties. Agenten dragen altijd maskers en blijven anoniem.
Burgers kunnen zelfs gevangenisstraffen krijgen voor het veroorzaken van ‘moreel leed’ bij politieagenten, een vrijbrief om mensen die online onwelgevallige berichten publiceren te straffen, schrijft de Russische krant.
‘We zijn getuige van de voltooiing van de wettelijke formalisering van staatsterreur in Belarus’, zegt de Belaussische politicoloog Pavel Usov tegen Nezavissimaya Gazeta. ‘Het doel van het beleid van Loekasjenka is (…) om van kritische stemmen misdadigers te maken. Collectieve terreur en dictatuur zijn de beste manier om het systeem te stabiliseren. Hoe meer volgzame handhavers er zijn, hoe langer het regime stand zal houden.’
6000 migranten komen aan in Ceuta: ‘Marokko straft Spanje’
Op maandag 17 mei bereikten bijna zesduizend migranten – jonge mannen, vrouwen en kinderen – vanaf de Marokkaanse stranden de Spaanse enclave Ceuta, gelegen in het noorden van Marokko. Eén persoon is verdronken, volgens de Spaanse autoriteiten.
Met deze ‘migrantengolf’, die plaatsvond onder toeziend oog van de Marokkaanse grensbewaking – die aanvankelijk niet ingrepen – ‘straft Marokko Spanje’, kopt de Madrileense nieuwssite El Confidencial. Dit ‘record’ – veel hoger dan de 130 personen die eind april de kust van Ceuta bereikten – draagt bij tot de diplomatieke spanningen tussen de twee landen aan weerszijden van de Straat van Gibraltar.
‘De aanleiding voor het openen van de grenzen – hoewel Marokko ze tot 10 juni gesloten houdt vanwege de pandemie – is de ziekenhuisopname van Brahim Ghali, leider van Polisario [een onafhankelijkheidsbeweging in de Westelijke Sahara], in een ziekenhuis in Logroño’, schrijft het linkse dagblad Público.
‘De Marokkaanse autocratie gebruikt duizenden wanhopige mensen als drukmiddel’
Rabat oefent al maanden druk uit op Madrid om de soevereiniteit van Marokko over de Westelijke Sahara openlijk te erkennen, ten nadele van het Sahrawi-volk, zoals de Verenigde Staten van Donald Trump op 10 december deden, overigens als enige westerse mogendheid.
Op dinsdag 18 mei verklaarde de Spaanse minister van Binnenlandse Zaken, Fernando Grande-Marlaska, tegen de middag dat 2700 van de 6000 migranten reeds naar Marokko waren teruggestuurd. Ter plaatse, in Ceuta, is het Spaanse leger ingezet om de plaatselijke politie te ondersteunen.
‘De Marokkaanse autocratie laat al jaren zien dat zij er geen morele problemen mee heeft te spelen met de hoop van duizenden mensen die de onzekerheid van hun land ontvluchten, en hen als drukmiddel te gebruiken’, schrijft het conservatieve dagblad El Mundo.
De krant wijst erop dat in 2020 bijna 23.000 illegale migranten – voor het merendeel Marokkanen – aan land zijn gegaan op de Canarische Eilanden, gelegen tegenover de Atlantische kust van Noord-Afrika, waardoor dit gebied de belangrijkste toegangspoort voor illegale immigratie naar de EU is geworden.
El Mundo roept de Spaanse regering op de controle van Marokko over de migratie ‘met diplomatie en vastberadenheid’ af te dwingen. Ook Público roept de regering op tot actie: ‘Zal Spanje voortaan luisteren naar het maatschappelijk middenveld, naar het Sahrawi-volk, naar de tientallen humanitaire organisaties die al decennia waarschuwen voor systematische schendingen van het internationale recht door Marokko?’
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.