Tag: merkel

  • ‘Bijna een groot kanselier.’ Merkels leiderschap in zeven punten

    ‘Bijna een groot kanselier.’ Merkels leiderschap in zeven punten

    Binnenkort vertrekt ze, na zestien jaar en vier verkiezingsoverwinningen, vele crises en catastrofen, successen en rampen. Der Spiegel boog zich in een speciaal nummer over het tijdperk Angela Merkel. In dit overzichtsartikel van Dirk Kurbjuweit wordt haar leiderschap zorgvuldig geëvalueerd, aan de hand van de belangrijkste thema’s die haar tijd kenmerkten.

    Het tijdperk-Merkel was een tijd van spoken. Het was doortrokken van crises die zich aanvankelijk onzichtbaar uitbreidden en daarom zo’n griezelige indruk maakten. Dat gold voor de kredietcrisis en de eurocrisis, voor de pandemie en de klimaatverandering. Er was iets aan de hand, maar wat er precies aan de hand was begrepen alleen deskundigen, wetenschappers echt goed. Voor de anderen bleef er vooral een gevoel van onzekerheid hangen, van angst ook. Hoe zal dat spook mijn leven veranderen of beschadigen? Want al die crises hadden of hebben mogelijk ook catastrofale gevolgen op persoonlijk vlak: verlies van banen, van een levenstandaard, ziekte en dood.

    Angela Merkel had veel in zich om de juiste bondskanselier voor deze tijd te zijn, om een gelukstreffer van de geschiedenis te worden. In haar eerste leven werkte ze als wetenschapper, ze was een vrouw van getallen, tabellen, curven. Ze is hoog intelligent, doordrenkt van rationaliteit. Gespook kan haar niet bang maken omdat ze in staat is om het wezen ervan, de feiten erachter, te doorgronden. 

    Maakte dat Merkel de juiste kanselier voor deze tijd, voor de jaren 2005 tot 2021, een tijd van crises en catastrofen zoals de bondsrepubliek die niet eerder beleefd heeft? Binnenkort treedt ze af, zodra de bondsdag een opvolger of opvolgster heeft gekozen, waarschijnlijk in de herfst. Merkel zal zich dan voorlopig terugtrekken uit de politiek, na 31 jaar.

    In 1990 begon haar adembenemende carrière, meteen na de val van de muur, toen Angela Merkel een streep zette onder haar bestaan als fysicus aan de Akademie der Wissenschaften van de DDR en de politiek in ging.

    Ze was in elk geval een subtiel grapje van de geschiedenis. Een vrouw uit het Oosten moest meehelpen om het Westen door zijn grote crisis heen te leiden. Dat was de tweede grote ontwikkeling van haar tijdperk, naast de spookachtige crises: de liberale democratieën in Europa, Noord-Amerika en Australië werden stevig door elkaar geschud. Het begon precies twintig jaar geleden met de islamitische terreuraanslagen van 11 september 2001, werd doorgetrokken met een nieuwe agressieve houding van Rusland, de snelle opkomst van China als supermacht en de mislukte poging om een westers stempel te drukken op een deel van de islamitische wereld, in Irak en Afghanistan. 

    Ook de interne toestand van het Westen biedt een somber beeld: brexit, Donald Trump, rechts populisme in veel landen, vooral de grote vragen die de kredietcrisis en de klimaatverandering hebben opgeworpen over de westerse economie en levenswijze, de twijfel of liberale democratieën efficiënt genoeg zijn om pandemieën effectief te bestrijden – dat alles maakte het Westen tot een crisisgebied, knaagde aan het zelfbewustzijn in de grote westerse samenwerkingsverbanden, de EU en de NAVO.

    Merkel moest antwoorden vinden, vooral voor de bondsrepubliek, maar ook voor Europa en de wereld. Hoe goed ze dat daadwerkelijk gedaan heeft, zullen we pas over een paar jaar, of decennia, weten. De geschiedenis neemt vaak de tijd voor haar oordeel. We kennen nog niet alle gevolgen van Merkels handelen, misschien zullen we ze onder invloed van haar opvolgers opnieuw beoordelen. Maar een voorlopige balans is natuurlijk mogelijk, en aan het eind van haar tijdperk noodzakelijk.

    Hier volgt een balans in zeven hoofdstukken, de zeven catastrofes of crises die met name een stempel hebben gezet op Merkels ambtsperiode. De catastrofe op de financiële markten, de eurocrisis, de eeuwige dreiging die Poetin heet, de grote toevloed van vluchtelingen, Donald Trump, wiens naam hier staat voor de aanval op de liberale democratie in het algemeen, de klimaatverandering en de pandemie.

    Daar moest ze doorheen. Dat beheerste haar overvolle, sombere agenda. Dat was haar tijd, haar tijdperk.


    1. De kredietcrisis

    ‘Wij zeggen tegen de spaarders dat hun tegoeden veilig zijn.’

    – Merkel op 5 oktober 2008

    Het gespook begint. Banken melden problemen, aandelenkoersen storten in, vakjargon overspoelt de publieke discussie: subprime, interbancaire handel, asset-backed security’s. Derivaten. Slechte leningen. Nog meer banken melden problemen. Op 15 september 2008 gaat de zakenbank Lehman Brothers in New York onderuit, met catastrofale gevolgen voor de financiële economie in de hele wereld.

    Merkel maakte een radeloze indruk in de beginfase van deze crisis. Ze wist ook niet precies wat er gebeurde, hoe diep de val kon zijn. Maar ze heeft zich snel ingewerkt, heeft haar intellect gevoed met informatie en analyses over de verwevenheden in de financiële wereld, ze heeft gelezen en vele uren met deskundigen gepraat. Toen was ze er klaar voor, op de hoogte van de nieuwe tijd.

    In de VS hadden banken vastgoedkredieten zonder toereikende dekking verhandeld. Die werden door het financiële systeem gebundeld tot producten waarvan de inferieure kwaliteit niet meteen zichtbaar was. Zulke pakketten lagen wereldwijd overal opgeslagen als mijnen die wachtten op het signaal om te ontploffen. Lehman Brothers was dat signaal.

    Kort daarna viel ook het Duitse Hypo Real Estate (HRE) om. In de nacht van 28 op 29 september pokerde Merkel met de toenmalige baas van de Deutsche Bank, Josef Ackermann, met als inzet welk aandeel de banken op zich zouden nemen voor het debâcle van HRE. Merkel eiste 10 miljard. Te veel, vond Ackermann. 9 miljard, zei Merkel. Nee, zei Ackermann. Bij 8,5 miljard hadden ze een deal. De staat moest 26,5 miljard dragen.

    Veel burgers toonden zich niettemin verontrust, grote bankbiljetten werden hier en daar schaars omdat men thuis geld oppotte. Op 5 oktober stelde Merkel zich met toenmalig minister van Financiën Peer Steinbrück op voor de camera’s en verzekerde de burgers dat hun spaartegoeden veilig waren. Een vangnet voor de banken van 480 miljard werd door de bondsdag gejaagd.

    Voor een deel van de bevolking was die eerste crisis het begin van een teleurstelling die niet meer zou verdwijnen

    Met de legendarische slooppremie en verruimde arbeidstijdverkorting ving Merkels regering de gevolgen voor de reële economie op. Weliswaar zakte het bruto nationaal product in 2009 met 5,7 procent, maar de werkgelegenheid bleef op niveau.

    Dit succes legde de basis voor Merkels reputatie als goede crisismanager. Een ander effect was ingrijpender. De financiële schok beroofde de bondskanselier volkomen van haar hervormingseuforie. Ze had de Duitsers al eerder als een angstig volk aangeduid, en nu wilde ze haar brave burgers niet nog meer belasten. Merkel, die zich met neoliberale ideeën een weg had gebaand naar het kanseliersambt, bouwde de verzorgingsstaat verder uit met een minimumloon, moederpensioen en oudergeld.

    Dat pakte ten dele heel goed uit, ook voor Merkel zelf, die zich daarmee verzekerde van herverkiezing, maar de hoognodige grondige hervorming van het pensioenstelsel bleef uit. Voor een deel van de bevolking was die eerste crisis bovendien het begin van een teleurstelling die niet meer zou verdwijnen: de bondskanselier weigerde in te gaan op de diepere oorzaken van de crisis en hoe het beter zou kunnen. Ze hield geen rede die houvast bood in een onheilspellende tijd.

    Merkel heeft de financiële crisis monetair en technocratisch opgelost, maar niet intellectueel, niet emotioneel in de publieke discussie. Dat men de banken hielp om uit de door hen zelf veroorzaakte crisis te komen ging het begripsvermogen van veel burgers te boven en maakte ze wantrouwend tegenover de politiek. Merkel versterkte die stemming nog door Josef Ackermann in 2008 te eren met een groot diner in haar ambtswoning, alsof hij zich verdienstelijk had gemaakt voor het algemeen belang. Terwijl juist de Deutsche Bank had willen profiteren van de handel in giftige financiële producten, en Ackermann zich had laten kennen als verachter van de staat.

    De kredietcrisis liet nog een tweede patroon zien in Merkels regeerstijl: ze hield afstand van lastige thema’s, had geen langetermijnplan om gewetenloos kapitalisme in te dammen. Zodra het weer opwaarts ging met het bruto nationaal product hield ze zich niet langer met deze problemen bezig, alsof ze opgelost waren.

    Maar het is eigen aan een langdurig kanselierschap dat onopgeloste problemen terugkomen, soms met een diepzwarte pointe. Toen in 2020 het Duitse fintechbedrijf Wirecard wegzonk in een stinkend moeras van bedrog en hebzucht, was dat ook de schuld van een falend overheidstoezicht op de financiële markt.

    Merkel moest zich een pijnlijke ondervraging door een onderzoekscommissie van de bondsdag laten welgevallen. Al was haar persoonlijke betrokkenheid bij dit schandaal niet groot, ze zat daar in zekere zin terecht: als een bondskanselier die maar weinig had gedaan om het financieel kapitalisme aan banden te leggen. 


    2. De eurocrisis

    ‘Mislukt de euro, dan mislukt Europa.’

    – Merkel op 19 mei 2010

    Over president Franklin D. Roosevelt werd ooit gezegd: ‘Een tweederangsintellect, maar een eersterangstemperament.’ Met deze combinatie loodste hij de VS uit een zware recessie, versloeg hij Hitler en kreeg hij een plaats in John Lewis Gaddis’ meesterwerk On Grand Strategy, over grote politieke strategiëen.

    Bij Merkel is het omgekeerd: hoogintelligent, weinig temperament. Dat gold als haar kracht, maar misschien is dat een vergissing. In de eurocrisis had meer Roosevelt een gunstig effect gehad.

    Voor de Europese Unie had Merkel vanaf het begin een strategisch doel: het oude continent te ertüchtigen (harder te maken), om het met een van haar lievelingswoorden te zeggen. De Unie moest naast de VS en China haar plaats innemen als de derde kracht in een nieuwe wereldorde. Daarmee wilde ze bovendien Duitsland verzekeren van een plaats in de wereldpolitiek.

    ‘Ertüchtigen’ betekende voor Merkel: de concurrentiekracht verbeteren, vooral in de andere lidstaten. Ze wilde politieke kracht ontlenen aan de de economische kracht.

    Aan dit idee hield ze vast toen in 2009 Griekenland als eerste door een schuldencrisis getroffen werd. Boven Merkels kanselierschap hing een paar jaar lang de allesbeheersende vraag: zal de euro het houden?

    Intelligentie neigt naar berekening, niet naar het nemen van risico’s

    Zij wilde de problemen gewoontegetrouw met het hoofd oplossen, probeerde alles met elkaar in overeenstemming te brengen. De behoeften van de noodlijdende staten, de in spaarzaamheid getrainde Duitsers, de financiële markten, waarin ook gewetenloze spelers nog steeds hun slag wilden slaan. In Brussel marchandeerde ze nachtenlang met haar collega’s uit het Zuiden, voor wie ze te weinig Europeaan was, en kreeg vervolgens van haar eigen partij te horen dat ze de Duitse belangen verwaarloosde.

    Ze draaide hier en daar wat aan schroefjes en hield op de een of andere manier de machine aan de praat, maar wat ontbrak was een grand strategy voor een sterk Europa. De vooraanstaande Duitse intellectueel Jürgen Habermas verweet de kanselier ‘tranquilistisch geworstel’.

    In zekere zin was dat succesvol: de euro stortte niet in, ook dankzij een genereuze Europese Centrale Bank.

    Crises, zegt men, zijn ook kansen. Deze werd gemist. Europa staat er tegenwoordig slechter voor dan aan het begin van Merkels kanselierschap. De Britten zijn er niet meer bij, de regeringen van Polen en Hongarije hebben afscheid genomen van de liberale democratie, nationaal egoïsme overschaduwt bijna overal het idee van de Unie, ook in Duitsland. Belangrijke projecten zoals een gemeenschappelijke defensiepolitiek zijn blijven steken.

    Daarvoor is natuurlijk niet alleen Merkel verantwoordelijk. Maar tijdens de crisis had ze de kans om het Europese idee glans te geven door meer solidariteit te tonen. Dat had haar een zeker gezag verschaft waarmee ze het continent bijeen had kunnen houden. Dat zij tijdens de pandemie het roer omgooide en instemde met gemeenschappelijke schulden, kwam daarvoor te laat.

    Een inzicht uit het tijdperk-Merkel is dat grote intelligentie geen grote politiek nastreeft. Intelligentie neigt naar berekening, niet naar het nemen van risico’s. En de berekening van politici komt bijna altijd neer op de overweging hoe de nationale verkiezingen te winnen zijn.

    Om risico’s te nemen is meer temperament nodig, in dit geval een hartstocht voor Europa die Merkel nu juist niet kon ontwikkelen. Haar biograaf Ralph Bollmann motiveert dat zo: ‘Een Europeaan in hart en nieren is Merkel nooit geweest, dat lag al besloten in haar socialisatie. Kohls Europese pathos bleef de voormalige DDR-burger vreemd.’

    Ook daarom is Europa’s slechte toestand niet een crisis die Merkel heeft overwonnen, maar een crisis die ze heeft achtergelaten.


    3. Poetin

    ‘Hoewel de Russische president, denk ik, heel goed wist dat ik er niet bepaald happig op was zijn hond te begroeten, bracht hij hem toch mee.’

    – Hondenhaatster Merkel over een bezoek aan Poetin in 2007

    Eén iemand was er altijd, al die zestien jaar. Merkels eeuwige kwelgeest, haar nemesis: Vladimir Poetin. Soms als minister-president, soms als president van Rusland. Zijn naam staat voor de permanente crisis van haar kanselierschap, voor de hoofdstukken ‘oorlog’ en ‘criminaliteit’. Ook de Turk Recep Tayyip Erdogan heeft Merkel gedurende haar hele tijdperk begeleid en gepest, maar hij was niet zo machtig en gevaarlijk als Poetin.

    Haar betrekkingen tot hem vormden geopolitiek gezien haar belangrijkste rol, als onderhandelaar van het Westen tegenover Rusland. Omdat ze uit haar eerste leven het Oostblok kende en omdat ze Russisch spreekt, was het vooral haar taak om Poetin in de hand te houden en tegenover hem het ‘normatieve project’ van het Westen, zoals historicus Heinrich August Winkler het heeft genoemd, overeind te houden: het bevorderen van vrijheid, democratie en mensenrechten overal ter wereld.

    Aan deze opdracht begon ze energiek; het kind van de onvrijheid streed hartstochtelijk voor de vrijheid, voerde een op waarden gebaseerde buitenlandse politiek, maande Poetin in 2006 om de moord op de kritische journaliste Anna Politkovskaja op te helderen, en ontving een jaar later de Dalai Lama, een vertegenwoordiger van de Tibetanen, die door de Chinese machthebbers bruut onderdrukt worden.

    Merkels doel was een betere wereld, en daarmee heeft ze veel mensen enthousiast gemaakt. Maar niet voor lang.

    Merkel was opgelucht dat ze het hoofdstuk Afghanistan kon afsluiten

    Poetin is niet een man die makkelijk te imponeren is. Het Russische regime liet openlijk vermeende tegenstanders vergiftigen of neerschieten, onder wie een Georgiër in de Berlijnse Tiergarten. Het land voerde en voert oorlogen in Georgië, in Syrië en stiekem in Oekraïne. Het annexeerde de Krim. Het overspoelde de westerse wereld met cyberaanvallen, ook de bondsdag en het kantoor van Merkel daar.

    Keer op keer belde Merkel met Moskou, uitte kritiek, waarschuwde, smeekte. In Minsk onderhandelde ze met Poetin over een wapenstilstand in Oekraïne en zag alleen aan het type maaltijd nog hoe laat het was. Ze is niet ingestort, ze toonde zich hard voor zichzelf en hardnekkig tegenover anderen, ze verwierf veel respect, ook van Poetin, maar alles bij elkaar heeft ze nauwelijks iets bereikt voor het normatieve project van het Westen.

    Omdat ze in principe een pacifiste is. Ze was niet bereid wapens tegen Rusland in te zetten en was ertegen dat de VS raketten leverde aan Oekraïne. Een wijs besluit, zeker. Oorlog met Rusland moest vermeden worden, zelfs al bezorgt dat het Westen een zwakke onderhandelingspositie omdat Poetin weet dat hij geen rekening hoeft te houden met een aanval.

    Bovendien verloor Merkel het doel van een betere wereld algauw uit het oog. De zaken van de BV Duitsland waren voor haar dan toch belangrijker; het vergroten van de welvaart van de natie werd snel haar belangrijkste project. De idealiste veranderde in de hoogste functionaris van het Duitse economische belang. Koppig hield ze vast aan de gaspijplijn NordStream 2 van Rusland naar Duitsland, hoewel ze daarmee de toorn van de VS afriep over Duitsland en haar geloofwaardigheid ondermijnde. Sancties zette ze tegen Poetins regime slechts met mate in. Na de gifaanslag tegen Aleksej Navalny, de criticus van het regime, vlamde haar engagement met de mensenrechten nog éénmaal op, maar al met al volgde ze een koers van appeasement.

    Nog duidelijker was Merkels koerswijziging in het geval van China, dat steeds belangrijker werd voor de Duitse export. De dalai lama heeft ze nooit meer officieel ontvangen, haar kritiek op het regime in Beijing klonk in elk geval niet luid. Enthousiasme wist ze niet meer op te wekken.

    Een ander patroon in Merkels kanselierschap kwam hier voor het eerst aan het licht: op idealistische aanzetten volgde weldra de ommekeer, het afscheid van zichzelf.

    Ze was vaak bereid het eigen project de rug toe te keren en haar volgelingen van dat moment teleur te stellen. Naast grote strategieën ontbrak het haar ook aan de wil vast te houden aan mooie doelen wanneer de prijs daarvoor haar te hoog leek.

    Dat geldt voor de hele westerse wereld, zoals blijkt in Afghanistan. De export van democratie was ook een doelstelling van deze militaire operatie. Vrouwen en mannen die de Amerikanen, de Duitsers en anderen vertrouwd hebben, zijn na de haastige aftocht overgeleverd aan de taliban en moeten vrezen voor hun leven. Dit komt vooral op rekening van de Amerikanen. Maar ook Merkel was opgelucht dat ze het hoofdstuk Afghanistan kon afsluiten. Het heeft haar nooit na aan het hart gelegen.


    4. De vluchtelingencrisis 

    ‘Wir schaffen das.’ 

    – Merkel in de nationale persconferentie op 31 augustus 2015

    Deze woorden blijven ons bij. Merkel sprak ze uit op het hoogtepunt van haar macht. Ze had de verkiezingen in de herfst van 2013 met een overweldigende meerderheid gewonnen, ze was geliefd bij de Duitsers, onomstreden in de CDU – er waren geen concurrenten. Toen kwamen de vluchtelingen. Dat was het kantelpunt voor Merkels kanselierschap.

    Toen zij op 4 september 2015 besloot om in Boedapest gestrande vluchtelingen naar Duitsland te laten komen, was dat niet alleen een zaak van het hoofd, maar ook van het hart. Hier toonde ze een temperament, een hartstocht voor de vrijheid, een afkeer van muren, en haar christelijke opvoeding, vooral door haar vader, die predikant was.

    Veel Duitsers haastten zich naar de stations, heetten de vluchtelingen welkom, deelden eten en kleding uit, stelden hun huizen open. Zelden was een regeringsleider het zo eens met een groot deel van de bevolking. Het was een magisch moment, een zeldzaam mooie politieke gebeurtenis. Time Magazine verkoos Merkel tot persoon van het jaar. Zij was de stralende ster van het Westen, de profetes van het normatieve project, van de op waarden gebaseerde politiek.

    Aan de andere kant rakelde de toestroom van vluchtelingen ressentimenten op, racisme en haat tegen het zogeheten andere, het vreemde. De AfD groeide van een splinterpartij uit tot een machtsfactor en zette voortaan de liberale democratie onder druk.

    In feite gold er weldra een bovengrens voor vluchtelingen, die geen bovengrens mocht heten

    Wat deed Merkel? Ze liet de enthousiastelingen in de steek en maakte politiek voor de anderen, de sceptici, de angstigen, de haters. Toen haar intellect weer de overhand kreeg, toen de berekening over verkiezingskansen domineerde, accepteerde en bedreef Merkel een politiek van afscherming, die vooral werd bevorderd door de CSU onder leiding van haar toenmalige partijleider Horst Seehofer.

    De nieuwe muur liet ze oprichten door de Turkse president Erdogan, met wie ze een deal sloot die verhinderen moest dat mensen over de Egeïsche zee de EU binnenkwamen. Daarmee leverde ze zich uit aan een despoot. Ze nam het later zelfs voor hem op, toen hij zich opwond over een satirische kritiek van de tv-komiek Jan Böhmermann. Dat was een klap voor de de vrijheid van meningsuiting, de kern van het normatieve project.

    Zo ontstond uit het mooie het lelijke. Seehofer heeft Merkel openlijk vernederd, heeft haar de les gelezen, getreiterd, en zij verweerde zich niet, zij nam het voor lief dat de politiek zich onder haar niveau afspeelde, werd verprutst en huichelachtig werd. Er viel een schaduw over de stralende ster.

    In feite gold er weldra een bovengrens voor vluchtelingen, die geen bovengrens mocht heten. Merkel wilde vluchtelingen voortaan ver van Duitsland houden, maar ze wilde de grenzen niet zichtbaar sluiten, wilde de mythe van haar liberale hoogtepunt in stand houden.

    Zo liet de vluchtelingencrisis meerdere patronen zien in Merkels regeringsstijl. Opnieuw had ze geen strategie gevolgd. In 2014 op z’n laatst werd al duidelijk dat er meer en meer vluchtelingen naar Europa zouden komen. Zij kon dat niet over het hoofd zien, maar ze heeft zich daar te weinig zorgen om gemaakt. Dat uit het stijgende aantal vluchtelingen een vluchtelingencrisis groeide, heeft ook te maken met die tekortkoming. 

    Opnieuw gaf ze een liberaal project op, omdat de prijs haar te hoog leek. En weer liet ze na om een grote kwestie met een grote rede te begeleiden. 

    Haar beslissing van 4 september 2015 veranderde haar kanselierschap. De samenleving, die lang in een soort nieuwe Biedermeierstemming verkeerde en was ingedut, werd wakker, discussieerde en polemiseerde. Voor Merkel zelf begon de lange afdaling.


    5. Trump

    ‘I love her.’ 

    – De toenmalige president van de VS Donald Trump bij de NAVO-top in 2018

    Niet Poetin was voor Merkel de grootste crime in de persoonlijke omgang, en Seehofer ook niet. Deze rol was weggelegd voor Donald Trump: een derderangsintellect, een wild temperament. Hij was haar tegenpool: irrationeel, zonder scrupules, en ijdel op het belachelijke af.

    Toen hij in 2016 tot president van de VS werd gekozen, was dat een dieptepunt in de crisis van de liberale democratie. Een verachter van het systeem veroverde met populisme en nationalisme de topfunctie in dat systeem. Hij was de laatste hoop van de Amerikanen die zich gemarginaliseerd voelden. Vervolgens viel hij vooral op door de vuiligheid die hij via Twitter de wereld in blies. 

    Dat verhief Merkel in veler ogen voor korte tijd tot aanvoerster van het liberale Westen. 

    Zijzelf wees deze promotie, als ze daarmee werd geconfronteerd, af met een van haar gezichten vol onbegrip – en terecht. Duitsland was te klein om deze rol een basis te verschaffen, en de leider van een verenigd Europa was Merkel niet geworden.

    Thuis moest ze de liberale democratie zelfs verdedigen tegen islamitische terreur en rechtsextremistische aanslagen in Halle en in Hanau.

    Toen de Thüringer Landtag in februari 2020 een FDP-politicus met stemmen van de AfD tot deelstaatpremier koos, was dat een klap voor de grote consensus van de bondsrepubliek: dat niets wat herinnert aan de tijd van het nationaalsocialisme bestaansrecht heeft. Merkel noemde de verkiezing ‘onvergeeflijk’, de uitkomst zou ‘ongedaan gemaakt’ moeten worden, zei ze ook met het oog op de Thüringer CDU, die zich niet stevig van de AfD distantieerde. Dit werd gezien als inmenging in de belangen van een bondsland en was daarom omstreden, maar evengoed was het wel Merkels beste daad voor de liberale democratie in Duitsland. Overigens toonde ze zich op dit gebied wankel.

    Waarschijnlijk verlangen mensen achter een muur meer naar vrijheid dan naar strijd

    Haar strategie van de ‘asymmetrische demobilisering’ blijft haar onvergeeflijke zonde tegen de democratie. In meerdere verkiezingen trok Merkel door het land als een zandmannetje en verspreidde een slaperige stemming. Lakse aanhangers van andere partijen moesten vooral geen reden zien om naar de stembus te gaan om zo Merkels herverkiezing te voorkomen. Ze was lief voor bijna iedereen en drukte daarmee de opkomstcijfers tot historische dieptepunten.

    Dat verkiezingen een feest voor de democratie moeten zijn, daar had ze geen gevoel voor. Een feest van strijd, maar ze hield niet van openlijke strijd. Ze wilde niet inzien dat een democratie deze brandstof nodig heeft bij het zoeken naar de beste oplossingen.

    Merkel heeft een grote hartstocht voor de vrijheid, maar niet voor het wezen van de democratie, die ze eerder met haar intellect bezag, op een instrumentele manier. Waarschijnlijk verlangen mensen achter een muur meer naar vrijheid dan naar strijd.

    Merkel had niet alleen tot Erdogan een ambivalente verhouding, maar ook tot Viktor Orbán, die in Hongarije een illiberale democratie heeft gevestigd. Lange tijd trad ze niet vastberaden tegen hem op, omdat zijn Fidesz net als de CDU deel uitmaakte van de Europese Volkspartij in het Europees parlement. Ze had hem nodig als deel van haar eigen kamp. Ook hier gaf berekening de doorslag. Het nutsprincipe werd bij Merkel nauwelijks gehinderd door diepe overtuigingen.

    Wat Trump betreft vond ze de meeste van zijn opvattingen beslist ook afschuwelijk, maar meer nog hekelde ze het irrationele, onberekenbare. Daarom voelde ze zich meer verbonden met de Chinese president dan met de Amerikaanse. Wie haar in de loop van haar ambtsperiode over China hoorde spreken, constateerde een groeiend begrip voor de collega’s in Beijing, die hun reusachtige rijk autoritair regeren. Merkel kon zich verplaatsen in hun rationaliteit. 

    Dit is een nadeel van lange regeringsperioden: men gaat steeds meer executief denken, men voelt zich deel van een internationale clan die iets voor elkaar moet krijgen. In een democratie komt het echter niet alleen op het resultaat aan, maar ook op het proces dat tot die resultaten leidt. Daar heeft Merkel te weinig rekening mee gehouden. Een groot democraat was ze om deze redenen niet.


    6. De klimaatcrisis

    ‘Het gaat om de grondslagen van het leven van de generaties die na ons komen. Wij weten dat we nu moeten handelen.’ 

    – Merkel bij de VN klimaatconferentie van 2015 in Parijs

    Na een VN-rapport over de dramatische gevolgen van hogere temperaturen verplicht Merkel de EU in maart 2007 om bindende klimaatdoelen te stellen. In juni dat jaar, bij de G8-top in Heiligendam, overtuigt ze de Amerikaanse president George W. Busch om de klimaatpolitiek in VN-verband te voeren, en reist in augustus naar Groenland, waar zij zich in een rood jack vermanend en schilderachtig laat fotograferen voor de witte, smeltende gletsjers. Merkel, zo lijkt het, heeft haar thema gevonden. Enthousiasme: Duitsland heeft een klimaatkanselier.

    In deze zes maanden van het jaar 2007 legde Merkel het fundament voor een groot kanselierschap. Sluit even de ogen en stel je voor hoe zij en Duitsland ervoor zouden staan als ze sindsdien een consequente klimaatpolitiek had gevoerd.

    Maar dat heeft ze niet gedaan.

    Vanaf 2009 of al eerder wilde ze zich niet meer zo veel met dit thema bezighouden. De financiële crisis verminderde de welvaart, Merkel wilde de burgers niet nog meer belasten. De partijen waarmee ze al die jaren regeerde hadden toch al geen diep gevoel voor klimaatbescherming ontwikkeld, noch CDU en CSU, noch de FDP en de SPD. En de kanselier hield zich aan haar eigen uitspraak: ‘Politiek is wat mogelijk is.’

    De onzichtbaarheid hielp haar om de urgentie van de klimaatpolitiek af en toe een poosje te vergeten

    Dat zijn woorden zonder enig temperament, koud en levenloos als diepgevroren vissticks. Dat is naakt pragmatisme.

    Politiek is echter ook de opdracht om datgene waarin je gelooft mogelijk te maken. Maar niet voor Merkel, die vooral herkozen wilde worden en daarom ook in de klimaatkwestie het eigen project en de enthousiastelingen in de steek liet. Als opperlobbyist van de Duitse auto-industrie streed ze in Brussel voor een afzwakking van de geplande grenswaarden voor de CO2-uitstoot.

    Maar aan het klimaatthema kon ze tijdens haar langdurige kanselierschap niet ontkomen. In 2019 dook het weer volop op omdat scholieren, ‘de generaties die na ons komen’, het vertrouwen in de politiek verloren hadden en naar het voorbeeld van de Zweedse Greta Thunberg demonstreerden voor een consequente klimaatpolitiek.

    Wat volgde was een bizarre, nauwelijks navolgbare vloed van steeds nieuwe klimaatdoelen voor Duitsland en de EU. ‘Kletskoek’ was niet meer genoeg, bitste de kanselier in 2019 in een fractievergadering van de CDU, waarmee ze onbewust ook een oordeel over haar eigen politiek uitsprak. Ze heeft zeker meer gedaan dan veel collega’s in andere landen, maar het was gewoon niet genoeg, zoals ze later zelf inzag. Dit falen werd zelfs door het Duitse constitutioneel gerechtshof bevestigd, dat de klimaatpolitiek tot dan toe in het voorjaar van 2021 als te laks, en daarmee in strijd met de grondwet brandmerkte. Een diepe val voor de klimaatkanselier van weleer.

    In de laatste maanden van haar ambtsperiode moest ze nog beleven hoe het spook ook werkelijkheid werd in Duitsland, waar de klimaatverandering zich tot dan toe meestal ongemerkt had voltrokken. Nu vernietigde die in de vorm van stortregens het bestaan en het leven van mensen.

    Ook al was het Merkel als voormalige wetenschapper steeds duidelijk wat er gebeurde, de onzichtbaarheid hielp haar om de urgentie van de klimaatpolitiek af en toe een poosje te vergeten. Voor haar opvolger zal dat niet meer mogelijk zijn.


    7. De pandemie

    ‘Het is serieus. Neem het ook serieus.’ 

    – Merkel in een tv-toespraak op 18 maart 2020

    Het ergste kwam aan het eind, de zevende grote crisis van haar ambtsperiode: de gesel van de mensheid, corona. Als iemand die precies weet wat een exponentiële ontwikkeling is, leek ze daarvoor heel goed uitgerust. En ook als iemand die haar zenuwen de baas is, als de meest ervaren toppolitica ter wereld.

    Zoals vele anderen vond Merkel maar langzaam haar weg in de crisis, een mondkapjesplicht wees ze aanvankelijk af, maar daarna leidde ze Duitsland omzichtig door de eerste golf. Bescherming van het leven plaatste ze boven de vrijheid zonder een coronadictatuur op te tuigen, zoals beweerd werd in de rechtse, ‘dwarsdenkende’ hoek. Deze periode behoort tot de sterkste van haar kanselierschap, ook omdat Merkel communicatiever was dan gewoonlijk en haar bureaucratische grondtoon afzwakte, zo nu en dan een zorgzame indruk wekte. Ze gaf zelfs de tip de mondkapjes heet te strijken, zodat ze effectief blijven.

    Maar covid-19 liet zich er niet onder krijgen. En hoe langer de strijd duurde, hoe zwakker de indruk was die de kanselier maakte. Deels verbazingwekkend zwak. Het lukte haar nauwelijks nog om haar ideeën voor een voorzichtige pandemiepolitiek in de kring van deelstaatpremiers erdoor te krijgen.

    Dat was als het ware de finale pointe: de vrouw die juist zo succesvol was geweest in het bedrijven van machtspolitiek, die al haar rivalen had uitgezeten of uitgeschakeld, die zich nauwelijks door haar eigen overtuigingen liet hinderen, waardoor ze zich van compromis naar compromis voort kon slingeren, deze vrouw ontbrak het in de zwaarste weken en maanden van de bondsrepubliek aan de macht om goed te kunnen regeren.

    Nu was ze een lame duck, een politica die met beperkte machtsmiddelen naar het eind van haar ambtstermijn dobberde

    Dat had veel te maken met haar grootste vergissing. In het moeilijke jaar 2018, toen de ruzies met Horst Lorenz Seehofer [bondsminister van Binnenlandse Zaken en Heimat] bijzonder onaangenaam waren, toen de CDU bij landelijke verkiezingen veel stemmen verloor, gaf Merkel het voorzitterschap van de CDU op. Dit was een nogal zeldzaam geval van egoïstisch aftreden: ze wilde haar kanselierschap daarmee redden.

    Hier zou een compleet aftreden consequent zijn geweest. Nu was ze een ‘lame duck’, een politica die met beperkte machtsmiddelen naar het eind van haar ambtstermijn dobberde. Juist de deelstaatpremiers van de CDU lieten zich nauwelijks nog door haar leiden. Het systeem-Merkel is op z’n laatst in de herfst van 2020 ingestort. Het gevolg was een wirwar van maatregelen die niemand kon overtuigen.

    Merkel werd nerveus, toonde soms een onrustige, norse gemoedstoestand, schimpte bij de parlementszittingen, liet gedachten aan aftreden doorschemeren, zonder dat die gevolg kregen. De soevereiniteit was weg. Ook haar omzichtigheid was ze kwijt. Ze liet de kans lopen om zich vroegtijdig met man en macht in te zetten voor een vaccinatiestrategie.

    Bovendien werden nalatigheden uit haar lange ambtsperiode zichtbaar. De bondsrepubliek bleek een ouderwets land dat te weinig aan digitalisering had gedaan. Vooral de scholen lijden daar nog altijd onder.

    Niettemin staat de bondsrepubliek er qua corona internationaal gezien helemaal niet zo slecht voor. We kunnen daar tevreden mee zijn, maar we kunnen ook zeggen dat het beter had kunnen en had móéten verlopen, zodat er minder mensen aan zouden sterven.

    En opnieuw geldt: wat er misging is niet alleen aan Merkel toe te schrijven, maar ook aan de politiek als geheel, de structuren en de stellingnames in het land. Maar zij was zestien jaar lang bondskanselier, ze heeft enorm veel gedaan om de macht te veroveren, te vergroten, te verdedigen. Wat er aan de hand was en is, heeft vanzelfsprekend veel te maken met wat zij wel en niet heeft gedaan.


    Een groot kanselier? 

     ‘Wat je mist, merk je pas als je het niet meer hebt.’ 

    – Merkel op 22 juli 2021 bij de nationale persconferentie

    Dit zei Merkel op de vraag wat ze na deze laatste persconferentie zou missen.

    Natuurlijk waren er niet alleen slechte ontwikkelingen tijdens haar kanselierschap. De Duitse economie toonde zich robuust, de werkloosheid bleef relatief laag, ondanks zware tegenslagen als gevolg van de kredietcrisis en de coronacrisis. Dat is veel waard.

    De grootste moderniseringsslag werd gemaakt in haar eerste ambtstermijn, met wetten die de combinatie kind en carrière voor vrouwen gemakkelijker maakten en hun onafhankelijkheid versterkten, met oudergeld, met de uitbreiding van kinderdagverblijven, met een nieuw scheidingsrecht dat de vaak levenslange alimentatie afschafte om vrouwen te motiveren een beroep uit te oefenen. Dat alles droeg ertoe bij de verhouding tussen mannen en vrouwen in een nieuwe balans te brengen. Deze of gene man zal misschien met gemengde gevoelens terugdenken aan deze bondskanselier wanneer hij krachtige vrouwelijke concurrentie ondervindt in zijn beroep, maar de vrouwen en de maatschappij als geheel heeft Merkel een grote dienst bewezen.

    Al met al verdient haar tijdperk toch veeleer de titel van een status quo-kanselierschap. Ondanks de crises en de catastrofes staat Duitsland er tamelijk goed voor, de welvaart werd over het geheel genomen gehandhaafd. Bij alle crises mag niet vergeten worden dat de meeste Duitsers in al die jaren van Merkels kanselierschap naar verhouding een goed leven hadden.

    In haar balans valt op dat zij, de kanselier van de CDU, geen echt conservatief programma had. Met haar politiek voor mensenrechten, vluchtelingen en klimaatbescherming enthousiasmeerde ze vooral mensen uit het andere kamp. Maar geen van deze projecten hield ze vol. Wat bij haar groot begon, eindigde bijna steeds in kleinmoedigheid. Het ontbrak het intellect meestal aan een temperament dat haar aanspoorde om vol te houden.

    Zij heeft zich niet dat grote staatsmanschap aangemeten, zwichtte niet voor dat ijdele, dat verhevene, die gewichtigheidsroes

    Bij de grote internationale thema’s valt weinig goeds te vermelden. De toestand van de EU, de toestand van het westen, de positie van de liberale democratie in de wereld, het klimaat – op deze belangrijke gebieden ziet het er nu slechter uit dan zestien jaar geleden. Merkel maakte deel uit van een internationaal leiderscollectief dat deze ontwikkelingen niet kon tegengaan.

    De ware consequenties staan ons nog te wachten: China’s dominantie in grote delen van de wereld, een leven met steeds drastischer gevolgen van de klimaatverandering, een Europa dat uiteenvalt in een liberaal en een illiberaal deel, nieuwe vluchtelingenstromen door onopgeloste conflicten overal ter wereld. Vergeleken daarmee zou het tijdperk-Merkel nog wel eens als een prettige tijd kunnen gelden, als de toestand die we missen.

    En zijzelf? Toen Merkel kanselier werd, was de vraag vooral wat een vrouw anders zou gaan doen. Wat echt anders was, in vergelijking met bijna al haar voorgangers: zij heeft zich niet dat grote staatsmanschap aangemeten, zwichtte niet voor dat ijdele, dat verhevene, die gewichtigheidsroes. Ze komt in 2021 niet heel anders uit het kanselierschap tevoorschijn dan ze er in 2005 aan begonnen is, afgezien van de slijtage na zestien jaar zwoegen.

    Haar eigenheid, die huiselijke pruimentaartbakkerij tussen twee telefoongesprekken over wereldpolitiek door, heeft bijgedragen aan haar doorgaans grote populariteit. Soms maakte ze een koddige indruk met haar oncontroleerbare mimiek, maar niemand zou daardoor op het idee komen haar niet serieus te nemen. Wat de serieuze, onvermoeibare uitoefening van haar ambt betreft heeft Merkel een hoge standaard neergezet.

    Toch blijft er uiteindelijk een gevoel van teleurstelling over. Toen eind 1989 de muur openging, kwam er een vrouw naar het Westen die ongemeen nieuwsgierig was, die een wakkere blik op de wereld wierp. Die heeft ze tot op heden behouden.

    Nieuwsgierigheid is de belangrijkste voorwaarde voor kennis. Je moet willen leren, je moet begerig zijn naar nieuwe kennis, nieuwe gedachten, ook van jezelf.

    Bij Merkel is dat het geval, en daarom was het meestal interessant om met haar te praten. Wat kennis en gedachten aangaat, was ze meestal goed op de hoogte van de problemen waarmee zij, Duitsland en de wereld te maken hadden. Dat grote voordeel van haar persoonlijkheid heeft ze te weinig benut.

    Een lichtgestalte met schaduwzijden.

  • Voet aan de grond voor extreemrechts in Spanje

    Voet aan de grond voor extreemrechts in Spanje

    Alleen Ierland en Portugal weten zich voorlopig gevrijwaard van de opmars van rechts-populisme in Europa, nu extreemrechts met Vox voor het eerst in decennia voet aan de grond in Spanje heeft gekregen.

    Veertig jaar nadat in Spanje 
de Grondwet werd ingevoerd heeft een extreemrechtse, nationalistische, centralistische, eurosceptische en anti-immigratiepartij twaalf zetels weten te bemachtigen tijdens de regioverkiezingen in Spanjes dichtstbevolkte autonome regio 
Andalusië, voorheen het bastion van 
de socialistische arbeiderspartij PSOE. Niet eerder lukte het een extreemrechtse beweging te worden gekozen in een regionaal parlement in Spanje.

    De partij volgt het spoor van andere Europese politieke bewegingen die zich kunnen vinden in de internationale alt-rightbeweging van Trump-ideoloog Steve Bannon. Daarbij horen het Rassemblement National van Marine Le Pen, de Lega Nord van 
Matteo Salvini en de Alternative für Deutschland. ‘Vox wordt meegesleurd in het populistisch momentum en dat levert de partij in ieder geval een hoop pure proteststemmen op. Ze hebben alleen geen bestuurservaring, zoals bijvoorbeeld de Lega in het noorden van Italië,’ zegt Jorge Palacio, als politicoloog verbonden aan de Universidad Rey Juan Carlos.

    Marine Le Pen was een van de eersten die Vox feliciteerden met de overwinning van de partij in Andalusië. In een tweet noemde ze Vox een ‘jonge en dynamische beweging’. Eigenlijk is het eerste grote succes van de extreemrechtse nationalisten te danken aan de Brexit op 23 juni 2016. Even leek het erop dat Marine Le Pen en Geert Wilders in 2017 de succesvolle vaandeldragers van extreemrechts zouden worden, maar beiden bleven halverwege steken en slaagden er niet in een radicaal andere wind te laten waaien.

    Taboes

    Dat lukte de Oostenrijkse 
Vrijheidspartij FPÖ wel in 2017, toen 
de naar rechts opgeschoven christen-democratische Volkspartij ÖVP van Sebastian Kurz een pact sloot met Heinz-Christian Strache. In Italië werd afgelopen voorjaar een tegennatuurlijk regeringspact gesloten door de extreemrechtse Lega van Matteo 
Salvini en de links-populistische Vijfsterrenbeweging van Luigi di Maio. Hoewel de populisten in Italië strikt genomen met Silvio Berlusconi de macht al grepen.

    Wat cultuur-maatschappelijke vraagstukken betreft (immigratie, angst voor verandering, het oproepen van een verleden waarin alles beter was) 
is de winst van Vox te vergelijken met wat er in andere Europese landen speelt. Toch is hun economische programma in grote lijnen traditioneel rechts. Evenals Spanje was Duitsland een van de landen waar extreemrechts geen voet aan de grond kreeg. Het 
verleden drukte zwaar op het land en een partij die rechtser was dan de CSU, een Beierse christen-democratische partij, gelieerd aan de CDU, was onmogelijk.

    De legendarische partijleider Franz-Josef Strauss verwoordde het zo: ‘Een rechtsere partij dan de Unie kan 
in Duitsland niet worden getolereerd.’ Met de komst van de AfD zijn die taboes verdwenen. De eerste keer dat de partij in september 2013 aan de landelijke verkiezingen deelnam, kreeg ze iets minder dan 5 procent van de stemmen. Vier jaar later komt ze met 92 zetels (12,7 procent) in de Bondsdag. Omdat Merkels CDU, de CSU en de SPD samen een coalitie vormen, is de rechts-populistische AfD de belangrijkste oppositiepartij.

    Afgelopen oktober deed AfD mee aan 
de verkiezingen in de twee deelstaten waar de partij nog geen zetel had: 
Beieren en Hesse. De CDU en de CSU verloren zo veel stemmen dat Merkel besloot zich op het partijcongres niet meer kandidaat te stellen als politiek leider van haar partij. ‘Vox en AfD gebruiken hetzelfde discours vol ogenschijnlijk coherente 
verhalen waarmee ze pretenderen de cultureel-maatschappelijke problemen te begrijpen.

    Samen zullen extreemrechtse partijen een belangrijk deel van 
de agenda bepalen

    Nog een overeenkomst tussen beide partijen is dat ze zich de nationale identiteit toe-eigenen en 
de rol van politieke vernieuwers aannemen,’ zegt Franco Delle Donne, coauteur van Faktor AfD. 
Wanneer extreemrechtse partijen de politieke arena betreden, staan hun tegenstanders voor een dilemma. Of 
ze bouwen een cordon sanitaire om zo’n partij heen omdat ze in hun ogen ondemocratisch is, bijvoorbeeld omdat ze een pro-naziverleden hebben (zoals bij de Zweedse Democraten) of ze werken samen, vaak met de bedoeling om de politieke ideeën van de partij af te zwakken of om te voorkomen dat ze zichzelf als slachtoffer presenteren.

    Wat ook vaak gebeurt, is dat andere partijen, of de extreemrechtse partijen nu worden buitengesloten of niet, besmet raken door hun discours en een deel van hun agenda overnemen. Dat 
is een gevaarlijk spel. Wie zich op hun terrein begeeft, zal uiteindelijk hun discours meer gewicht geven.

    Het succes van Vox hangt nauw samen met het verlies van de traditionele 
partijen. In de meeste landen in Europa hebben grote politieke partijen zoals de volkspartijen in Duitsland iets meer dan 40 procent van de stemmen, terwijl ze in de jaren negentig samen 
op 80 procent van de stemmen konden rekenen. In Duitsland wordt het cordon sanitaire strikt toegepast, bondskanselier Merkel wijst elk pact van 
de CDU, de CSU met de AfD resoluut af. De AfD zit in geen enkel deelstaatparlement. En op lokaal niveau is de partij alleen in Saksen van betekenis.

    Het valt nog te bezien of Annegret Kramp-Karrenbauer, de opvolger 
van Merkel bij de CDU, haar lijn zal vasthouden.

    Vox-aanhangers demonstreren tegen de Catalaanse onafhankelijkheid en tegen premier Pedro Sánchez. – ©  Getty  Images
    Vox-aanhangers demonstreren tegen de Catalaanse onafhankelijkheid en tegen premier Pedro Sánchez. – © Getty Images

    ‘Welkom in de echte wereld,’ zegt Jimmie Akesson, de flamboyante voorman van de Zweedse Democraten, een populistische anti-immigratie- en eurosceptische partij die in de wieg van de welvaartsstaat is opgebloeid.

    Ook in Zweden heeft men een cordon sanitaire gelegd om de Zweedse Democraten, die een fikse winst 
wisten te boeken tijdens de laatste verkiezingen en de sleutel in handen hadden voor de terugkeer van rechts in het centrum van de macht. Maar de liberalen en de centrumpartij 
wilden de Zweedse Democraten zelfs niet als gedoogpartij en formeerden uiteindelijk een rood-groene regering. Ofschoon Jimmie Akesson zijn partij heeft vernieuwd, weegt voor velen in Zweden het naziverleden van de partij te zwaar.

    Nadat in 2000 de Europese Unie fel ageerde tegen de regeringsdeelname van de FPÖ in Oostenrijk, regeren in Denemarken sinds 2001 diverse kabinetten met gedoogsteun van 
de Deense Volkspartij, wat een grote invloed heeft op de migratiepolitiek.

    In Noorwegen werd er in 2013 geëxperimenteerd met regeringsdeelname van extreemrechts. De conservatieven regeerden met de Progressieve Partij en deden dat nog een keer in 2017, al dalen ze nu in 
de peilingen. In Finland maakte de extreemrechtse partij sinds 2015 samen met twee andere partijen deel uit van een conservatief blok.

    Twee jaar later viel dat blok uiteen in twee facties. Timo Soini, voormalig leider van de Ware Finnen, bleef minister van Buitenlandse Zaken. Het is nog te vroeg om te weten of Vox evenveel succes zal hebben bij 
de landelijke verkiezingen, te verwachten is dat het de partij tijdens de Europese verkiezingen, net als in Andalusië, voor de wind gaat. Vox 
zal profiteren van het proportioneel kiesstelsel en meeliften met ervaren politiek leiders als Le Pen en Salvini. Samen zullen extreemrechtse 
partijen een belangrijk deel van de agenda bepalen.

    Auteur: Ana Alonso

    El Independiente.com
    Spanje | Elindependiente.com

    Spaanse website opgericht door voormalig directeur van het conservatieve dagblad El Mundo. Liberaal, streng en onafhankelijk, zoals de naam al doet vermoeden. Journalisten bezitten 51 procent van de aandelen van de site.

  • 3. Steun is nodig, geen hoon of haat

    3. Steun is nodig, geen hoon of haat

    Radicale krachten verkneukelen zich over de problemen waarmee Emmanuel Macron momenteel wordt geconfronteerd. Waar ze op hopen is een politieke omwenteling bij de verkiezingen voor het Europees parlement in mei.

    Omwille van Europa heeft Emmanuel Macron onze steun nodig – niet onze hoon of haat. Een jonge, reformistische Franse president die een ‘Europese renaissance’ heeft beloofd, staat in zeer zwaar weer aan het roer van een land dat in hoog tempo lijkt af te glijden naar de positie van ‘De zieke man van Europa’. Het was veelzeggend dat de relschoppers afgelopen weekend het gelaat kapotsloegen van het beeld van Marianne – symbool van de Republiek – onder de Arc de 
Triomphe in Parijs.

    Nog geen drie weken geleden waren wereldleiders daar samengekomen om met Macron te vieren dat er honderd jaar geleden een einde was gekomen aan de Eerste Wereldoorlog. Als de gevoelens van 
verbittering waar Macron al vele malen voor heeft gewaarschuwd echt voet aan de grond krijgen in Frankrijk, dan zal dat gevolgen hebben voor het hele 
continent – niet alleen voor de politieke carrière van één iemand.

    Radicale groeperingen in heel Europa verkneukelen zich over de hachelijke positie waarin Macron zich bevindt met de gele hesjes. Van de hardline Brexiteers in Engeland (zowel in het linkse als in het rechtse kamp) tot aan Matteo Salvini, de extreemrechtse sterke man in Italië, om nog maar te zwijgen van de propagandamachine van Poetin: allemaal smullen ze ervan. Onlusten en chaos in liberale democratieën, daar gedijen deze extremisten bij. Waar ze op hopen is een politieke omwenteling bij de verkiezingen voor het Europees parlement in mei. Wat we nu in Frankrijk zien is een veeg teken, met consequenties die zich tot ver over de landsgrenzen uitstrekken.

    Terechte grieven

    Nog niet zo heel lang geleden heeft Macron zichzelf vol trots uitgeroepen tot de aartsvijand van zowel Salvini 
als de Hongaarse Viktor Orbán, twee leiders die hun politieke pijlen vooral richten op migranten, de oppositie en het rechtsstelsel. Macron is verzwakt, wordt in de verdediging gedrongen 
en raakt meer en meer geïsoleerd.

    De taferelen in Frankrijk van de afgelopen twee weken doen veel mensen denken aan de opstanden van mei 1968, maar welbeschouwd is een 
vergelijking met 6 februari 1934 meer op zijn plaats. Op die dag bestormden groepen extreemrechtse nationalisten de Franse hoofdstad, waarop een gewelddadige confrontatie met de politie volgde, met vijftien doden als gevolg. De gebeurtenissen van die dag zijn uitgegroeid tot een ontstaanslegende voor een bepaalde generatie extreemrechts in Frankrijk.

    Macron heeft zonder meer fouten gemaakt. De meeste demonstranten hebben terechte grieven, al geven ze daar niet erg coherent uiting aan. 
Ze zien zichzelf als de ‘onzichtbare burgers’ die met minachting worden behandeld door de Parijse elite, en nu zijn ze maar al te zichtbaar met hun lichtgevende vestjes. Ze hebben de publieke opinie achter zich.

    Een van de meest welbespraakte vertegenwoordigers van deze groep is Ingrid Levvasseur, een jonge verpleegster met twee kinderen, uit Normandië. Vorige week was ze op de televisie te zien en vertelde op aangrijpende wijze over de moeite die het haar kost om de eindjes aan elkaar te knopen, en over haar diepgewortelde gevoel van onrecht: ‘Sommige mensen zijn kwaad dat we de wegen blokkeren, maar je hoort ze niet klagen als ze uren in de file staan op weg naar de wintersport,’ zei ze 
met zachte stem.

    Veel Fransen hebben het gevoel dat ze in werkelijkheid niet krijgen waar ze recht op hebben

    Maar de onderstroom van de Franse crisis is nog grimmiger en wordt verwoord door een andere vertegenwoordiger van de gele hesjes, Christophe Chalençon, een smid uit de zuidelijke Vaucluse-regio. Chalençon is openlijk tegen moslims en hij heeft opgeroepen tot de installatie van een militair bewind – ‘want wat we nodig hebben is een echte bevelhebber, een generaal, een sterke man’. Ondertussen proberen extreemrechtse groeperingen als Action Française weer voet aan de grond te krijgen.

    De toezegging dat de belastingen 
uiteindelijk toch niet zullen worden verhoogd, komt waarschijnlijk ook te laat. Frankrijk kampt met drie grote zorgen. Er is de angst om in te boeten aan macht en aanzien; de angst voor de economische gevolgen van de globalisering en de angst om de ‘nationale identiteit’ te verliezen. Het land heeft ook te kampen met diepe, interne breuklijnen en het lijkt te veel gevraagd van een president om die in nog geen anderhalf jaar te repareren.

    Sociale groepen hebben het gevoel dat ze tegen elkaar worden uitgespeeld: jong versus oud, werkenden versus werklozen, platteland versus stad, ongeschoold versus geschoold. Dergelijke verschillen bestaan in vele landen, maar in Frankrijk nemen ze existentiële proporties aan als gevolg van het ideaal van gelijkheid dat al vele eeuwen met de Republiek wordt geassocieerd. Veel Fransen hebben het gevoel dat ze in werkelijkheid niet krijgen waar ze recht op hebben.

    Vaffanculo-dagen

    Toen Macron zich in 2017 verkiesbaar stelde, beloofde hij ‘een revolutie’ (het was zelfs de titel van zijn campagneboek) om tegemoet te komen aan 
een breed gevoelde noodzaak tot 
vernieuwing en de behoefte om het Franse prestige nieuw leven in te blazen, niet in de laatste plaats op het Europese toneel.

    Inmiddels lijkt de president in het binnenland krachteloos, en zijn plannen voor Europa kunnen elk moment de laatste sacramenten toegediend krijgen. Zoals de verzwakte Angela Merkel weinig kon uitrichten om het Europese project weer vlot te trekken, zal een verzwakte Macron op het hele continent extremisten en populisten in 
de kaart spelen. De Le Pens, Orbáns en Salvini’s staan al te trappelen in de coulissen. Als we niet met oplossingen komen, bestaat er de kans dat de Europese verkiezingen in Frankrijk uitlopen op een referendum tegen Macron.

    De Franse president is niet langer een vaandeldrager van liberalen en pro-Europeanen

    De Franse president is niet langer een vaandeldrager van liberalen en pro-Europeanen. Maar het is onvoorstelbaar gevaarlijk om dat te zien als een gunstige ontwikkeling voor Europa en de democratie in het algemeen. Het 
is alsof je hoopt op een zwaar treinongeluk omdat er dan een paar wagons kunnen worden vervangen. De sociale onvrede in Frankrijk is reëel en moet onder ogen worden gezien. Maar de krachten die garen zullen spinnen bij een algehele ravage en geweld op straat, zijn uitgerekend die krachten die ons in het ravijn zullen storten. 
Kijk maar naar de doodsbedreigingen aan het adres van de gele hesjes die hebben gezegd bereid te zijn met de regering om tafel te gaan zitten.

    Een paar jaar terug had een uitgeput en gespannen Italië zijn vaffanculodagen van protesten (met als boodschap aan het establishment: sodemieter op) waar de populistische Vijfsterrenbeweging zo sterk uit tevoorschijn is gekomen. Wat is er sindsdien gebeurd? Dit jaar is Italië in de greep gekomen van extreemrechts. De vaffanculodagen die 
Frankrijk nu doormaakt zullen tot een soortgelijk scenario leiden als er niet een paar nuchtere mensen opstaan om Macron op de een of andere manier te helpen iets van het vertrouwen te herwinnen. Het Europese democratische project en sociale rechtvaardigheid kunnen niet bestaan zonder een Europees, democratisch Frankrijk. Mariannes gelaat moet worden hersteld.

    Auteur: Natalie Nougayrède

    Natalie Nougayrède was directeur van Le Monde en werkt nu voor The Guardian. Verder is ze werkzaam geweest voor de krant Libération en de BBC.

    The Guardian
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | 
oplage 332.000

    Onafhankelijke kwaliteitskrant van linkse signatuur. Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde 
columnisten en journalisten. Altijd 
zeer kritisch ten opzichte van de 
overheid en andere instituten.

  • Succesvol mislukt

    Succesvol mislukt

    Angela Merkel heeft het partijvoorzitterschap neergelegd maar blijft nog enkele maanden bondskanselier. Waarschijnlijker is dat ze al eerder plaats zal (moeten) maken voor haar opvolging. Geen van beide varianten stemt Die Zeit tot vrolijkheid.

    Het was nogal bevreemdend nieuws toen Angela Merkel aankondigde dat ze na deze kabinetsperiode stopt als bondskanselier en zich ook niet meer verkiesbaar stelt voor de Bondsdag. Alsof een 
kandidatuur als bondskanselier in 2021 hoe dan ook nog denkbaar was. Alsof niet allang duidelijk is dat Angela Merkel er na deze periode mee ophoudt.

    Het echte nieuws was natuurlijk dat 
ze het partijvoorzitterschap nu al 
neerlegt. Dat betekent dat ze naar alle waarschijnlijkheid ook niet al te lang meer bondskanselier blijft. Want een bondskanselier die deze functie al 
dertien jaar vervult en vanwege haar afnemende gezag moet afzien van het partijvoorzitterschap, zal haar macht nog sneller verliezen. Iedereen weet dat haar dagen geteld zijn.

    Ondenkbaar

    Laten we eens aannemen dat Jens Spahn de strijd om het voorzitterschap van de CDU wint. Eigenlijk is het ondenkbaar dat Merkel dan nog een dag langer bondskanselier kan blijven van een CDU/CSU-coalitie die zich heeft uitgesproken voor het tegenovergestelde van alles waar Merkel voor staat. Maar ook als Annegret Kramp-Karrenbauer de strijd in haar voordeel zou beslechten, neemt het gezag van de bonds-kanselier verder af. Een regeringsleider die algemeen wordt gezien als een lame duck, kan deze Grote Coalitie niet blijven leiden. Tenslotte waren de verhoudingen daarvóór ook al moeilijk.

    En wat gaat er gebeuren als de interne controverses haar partij zo ver splijten dat iemand als Armin Laschet in de bres moet springen als verzoeningskandidaat? Dan ligt het pas echt voor de hand dat hij van begin af aan aan 
de slag gaat als partijvoorzitter én bondskanselier om de boel in goede banen te leiden.

    Hoe je het ook wendt of keert: Angela Merkel blijft nog een paar maanden 
of zelfs een jaar of twee een bondskanselier zonder gezag. Of ze wordt al veel sneller van haar plaats gedrongen. Het laatste is het meest waarschijnlijke. Geen van beide varianten stemt tot vrolijkheid.

    Angela Merkel houdt haar nieuwjaarstoespraak in 2005 (rechtsonder) en in 2016 (linksboven) en alle jaren ertussenin – © Newscom HH
    Angela Merkel houdt haar nieuwjaarstoespraak in 2005 (rechtsonder) en in 2016 (linksboven) en alle jaren ertussenin – © Newscom HH

    Neem alleen al de Europese Unie: het autoritaire nationalisme wordt sterker. Steeds vaker zien we politiek waarin grove middelen worden gebruikt. Van Boedapest tot Warschau, van Wenen tot Rome wordt een toon aangeslagen en een politiek bedreven die we tot voor kort voor onmogelijk hielden. Angela Merkel, de Duitse bondskanselier, vormt daar een bolwerk tegen. 
Ze is een van de centrale figuren in 
de Europese politiek, die nog voor het gezonde verstand staan, voor fatsoen te midden van de lasterpraat, voor 
stilte bij al het geschreeuw.

    Het is niet zonder ironie, zelfs bijna een mislukte grap van de geschiedenis dat het vooral de midden- en uiterst rechtse partijen en maatschappelijke organisaties zijn die opgelucht ademhalen nu Merkel binnenkort politiek gezien historie is. En het zijn degenen links van het midden die geschrokken de adem inhouden of al met vooruitwerkende kracht heimwee hebben naar Merkel. Wie had dat gedacht: 
een CDU/CSU-kanselier als stiekeme pilaarheilige voor links en vijandbeeld voor rechts.

    Natuurlijk heeft dat met haar vluchtelingenpolitiek te maken, maar ook met het feit dat je van haar geen anti-Europese escapades hoeft te verwachten. 
En dat ze niet bezweek voor antiliberale verleidingen. Dat zijn zaken 
die tegenwoordig niet meer vanzelfsprekend zijn.

    Merkel, door progressieven gewaardeerd en door conservatieven verwenst? Nog een paar jaar geleden was er erg weinig dat daarop wees, in elk geval niet heel duidelijk. Toen was ze het gezicht van de neoliberale harde opstelling in de eurozone. Als gevolg van de financiële crisis die in een staatsschuldencrisis veranderde, was zij degene die haar heil zocht bij een politiek van bezuinigingen. Degene die banken, investeerders en welgestelden verregaand buiten schot hield en gewone mensen voor de kosten van de crisis liet opdraaien – vooral de allerarmsten in de zogenaamde crisislanden.

    Het Merkel-pakket

    Destijds heeft Merkel de Europese Unie aan een vuurproef onderworpen, onder andere door zich te bedienen van het narratief van de ijverige noordelijke 
en de luie zuidelijke landen. Een 
andere Merkel leek er toen al doorheen te schemeren: tot in de hoogste regeringskringen, in onder andere Griekenland, ging het hardnekkige gerucht dat de echte booswicht Wolfgang Schäuble (CDU) was en dat aan het eind de bondskanselier zich als verzoener zou ontpoppen. Maar die illusie werd nooit werkelijkheid. En ook het verhaal van de twee Merkels klopt mogelijkerwijs niet: de kanselier van voor en van na 
de vluchtelingencrisis.

    Vaststaat dat Merkel het conservatisme heeft gemoderniseerd. Ze heeft het bevrijd van de sektarische fratsen, de hardheid van de Alfred Dregger-mensen en de arrogantie van de jaren onder Helmut Kohl, de eigenaardigheden en de neiging om terug te kijken. Je kunt ook zeggen: ze heeft het conservatisme van zijn identiteit beroofd.

    Merkel heeft het conservatisme gemoderniseerd. Of liever: ze heeft het van zijn identiteit beroofd

    Eigenlijk heeft ze niet veel meer gedaan dan wat de sociaaldemocraten in de periode van de Derde Weg deden, alleen met minder kabaal. In de wetenschap dat je zonder de moderne stedelijke middenlaag geen meerderheid meer kunt krijgen, heeft ze het conservatisme alles afgeleerd wat die middenlaag zou kunnen afschrikken.

    Daar heeft ze groot succes mee gehad. Maar ze heeft ook de kern van conservatieven gefrustreerd, net zoals de sociaaldemocraten dat op een andere manier met hun eigen kernclientèle hadden gedaan en bleven doen.

    In wezen verklaart dat pas echt de regelrechte haat die rechtse milieus sinds de vluchtelingencrisis van zomer 2015 richting Merkel ventileren. Die haat had zich al voor die tijd langzaam maar zeker opgebouwd, maar kwam pas echt voor de dag toen de bondskanselier zich plotseling van een menselijke kant liet zien. Wie ‘Merkel moet weg’ riep, bedoelde eigenlijk niet alleen de vluchtelingenpolitiek van de bondskanselier, maar de hele moderniserings-Merkel. De vrouwen-Merkel. De maatschappelijk-liberalisme-Merkel. De ont-ideologiserings-Merkel. Het hele pakket.

    Uiteindelijk is Merkel aan haar succes ten onder gegaan. Haar politiek was gerechtvaardigd, ze had haar overwinningen, maar ze heeft haar beste tijd gehad. Als je te lang op een positie als de hare zit, stel je je eigen aanhangers bloot aan een identiteitscrisis. Als iedereen naar het midden dringt, gaan mensen klagen dat alles te veel op elkaar lijkt. In die zin is Merkels tijd inderdaad voorbij. En dat is vermoedelijk geen goed nieuws: het is onwaarschijnlijk dat er iets beters voor in de plaats komt.

    Auteur: Robert Misik

    Die Zeit
    Duitsland | dagblad | 540.000

    De krant van de Duitse intelligentsia is tolerant en liberaal en biedt grote politieke analyses. Die Zeit heeft vanaf de oprichting een liberale koers gevaren, met soms een lichtelijk rechtse, maar vaker een wat linkse inslag.

  • Seehofer is ook maar een mens

    Seehofer is ook maar een mens

    De Duitse minister van Binnenlandse Zaken Horst Seehofer (CSU) lag de laatste weken op ramkoers met bondskanselier Merkel over immigratie. Maar voor het herstellen van blunders uit het verleden is het te laat, schrijft columnist Jakob Augstein.

    ‘Er is a mentsch,’ zeg je in het 
Jiddisch wanneer je iemand een compliment wilt maken. ‘A mentsch’ is een fijne vent, eentje 
die doet wat hij zegt. Misschien is 
Seehofer, Horst zo ‘a mentsch’? Eentje die bij belangrijke politieke vraagstukken geen slappe knieën krijgt. Maar misschien is Seehofer ook gewoon maar een mens bij wie op enig moment, zoals bij ieder van ons, de stoppen doorslaan. In elk geval treden de menselijke zwakheden bij Seehofer op een voor een politicus heel ongewone manier aan de dag. Sprakeloos kijkt de rest van de wereld zijn menselijke zwakheden aan, niet goed wetend of ze erom moeten lachen of huilen.

    Maar ongeacht of de titanenstrijd
tussen de Pruisische ijzeren kanselier en de hardhouten Beier op een tragedie of een farce uitloopt – de schok van 
dit weekend zal de Unie van CSU en CDU niet zo gauw te boven komen en de Bondskanselier al helemaal niet.

    Het is voor leken – en voor ieder ander ook – niet meer zo heel gemakkelijk 
te begrijpen waarover de ruzie tussen beide Uniepartijen eigenlijk gaat. 
Eén ding is zeker: van vluchtelingen en migranten hebben beide evenzeer de buik vol. In de wereld van het politieke christendom betekent elke slechtere behandeling van migranten ‘vooruitgang’. Bij voorkeur moet de buitenlander in zijn eigen land blijven. En 
als dat niet gaat, dan weg naar een kamp, liefst in Afrika, desnoods in 
Beieren, in elk geval – laten we zeggen – geconcentreerd op één plaats.

    Te laat

    Het gaat bij de strijd binnen de Unie 
dus niet om buitenlanders. Het gaat om Angela Merkel. De CSU heeft geen 
probleem met buitenlanders. Ze heeft een probleem met Angela. Seehofer wil niet de prijs betalen die Merkels politiek zijn CSU kost. Maar het is te laat, veel te laat. Daar komt paniekvoetbal van.

    De Unie heeft met het onderschatten van de AfD een zware strategische 
fout gemaakt. Eind 2014 herinnerde Wolfgang Schäuble nog aan de korte bruine bloeitijd van Die Republikaner en hij voorspelde: ‘Ik denk dat het ook de AfD zo zal vergaan.’ Een gigantische misrekening. Het ontbrak de Unie op dat moment aan radicaal realisme. Op de oprichting van de AfD had ze moeten reageren met het uitbreiden van de CSU over de hele Bondsrepubliek.

    Wat Franz Josef Strauß in 1976 niet durfde – uit zorg voor de conservatieve kern van de Unie tegenover vernieuwer Helmut Kohl de sprong naar het 
noorden wagen – had Seehofer onder de druk van de aanstormende AfD-
horden tegenover vernieuwer Angela Merkel wel moeten durven.

    Horst Seehofer. – © HH
    Horst Seehofer. – © HH

    Nu is de AfD uitgegroeid tot de legendarische ‘vierde partij’. Zo noemde 
men in een ver verleden, toen er drie televisiezenders waren en drie partijen in de Bondsdag, de visie van een landelijke CSU, een burgerlijk-conservatieve partij rechts van de CDU.

    De Beierse politieke cultuur zou 
hebben gezegevierd. Obscure racisten zoals Björn Höcke hebben ze niet in 
de CSU. En ook uit enquêtes bleek 
telkens weer dat de AfD-aanhang meer vertrouwen had in Horst Seehofer dan in de top van haar eigen partij.

    Je kunt aan de commentaren over de Unie-troebelen zien dat er ten noorden van de Main maar weinig begrip bestaat voor de Beierse gemoedstoestand. Vanaf 1957 levert de CSU de minister-president van Beieren. Vanaf 1962 regeert de partij er alleen met een absolute meerderheid – die in 2008 korte tijd verloren ging maar in 2013 heroverd kon worden. De CSU speelt – helaas is dat zo – in een heel andere competitie dan Angela Merkel. De kanselier hoeft zich niet te bekommeren om de aantasting van het Duitse 
partijensysteem. Het belangrijkste is dat een door haar geleide regering altijd een stem meer heeft dan de anderen. Voor de CSU ligt dat anders.

    Het zou een heel andere politieke wereld zijn geweest: de CDU de ene grote volkspartij in het midden, rechts geflankeerd door het kleine zusje CSU, links door de Grünen. De AfD zou gemarginaliseerd zijn of dood, Die Linke zou tot in de eeuwigheid in het oosten zitten kniezen en de SPD, tja de SPD – voor hen zou er helemaal geen zinnige plek meer zijn. Met een blik 
op Bebel en Brandt zou dat wel treurig zijn, natuurlijk.

    Dat het zo niet is geworden, is een historische blunder. Maar nu is het te laat. De AfD is in het gat gesprongen dat CDU en CSU bereidwillig aan haar overlieten.
    En nu, nu hem dit alles duidelijk wordt, nu hem de schellen van de ogen vallen, nu draait Horst Seehofer aan het stuur, hij treedt terug, treedt van zijn terugtreden terug, en probeert in alle paniek aan iets vast te houden 
wat niet meer te houden is.

    Daarbij is die houding eigenlijk helemaal niet Beiers, dat iets voor altijd is. ‘Wat is een mens nou helemaal? ‘Naakt is hij, naakt,’ zei de moeder 
van Oskar Maria Graf, de nationale schrijver van Beieren die zelfs als balling in New York altijd zijn lederhose bleef dragen. ‘En wanneer hij dood is, is hij een hoop drek.’

    Auteur: Jakob Augstein
    Vertaler: Marten de Vries

    Der Spiegel
    Duitsland | weekblad | oplage 976.000

    Een belangrijk onderzoekstijdschrift, opgericht in 1947 en uiterst onafhankelijk, dat verscheidene politieke schandalen 
aan het licht heeft gebracht.

  • 2. Het Duitse dieseldilemma

    2. Het Duitse dieseldilemma

    Als eerste Duitse gemeente weert Hamburg sinds eind mei vervuilende dieselauto’s uit een deel van de stad. Een opmerkelijke stap in een land dat zichzelf graag als groen ziet, maar ook verweven is met de auto-industrie.

    De Stresemannstrasse is een straat als zovele: lelijk, lawaaiig en vol auto’s en vrachtwagens die dag en nacht giftige dampen uitbraken. Maar per 31 mei wordt deze belangrijke verkeersader in de welvarende en progressieve havenstad Hamburg een proeftuin: hier gaan de autominnende Duitsers kijken wat er gebeurt als je zwaar vervuilende dieselvoertuigen uit de stad bant. Voor Duitsers is een verbod op diesel – in de negentiende eeuw uitgevonden door een Duitse ingenieur en tot op de dag van vandaag zwaar gepromoot door hun geliefde auto-industrie – bijna even onvoorstelbaar als een verbod op bier of Bratwurst. Maar het land kampt met een gespleten persoonlijkheid: voortrekker op het gebied van groen beleid én de grootste producent van alles wat vroem-vroem doet.

    Het dieselverbod in Hamburg blijft beperkt tot een gedeelte van twee straten en geldt niet voor nieuwe, schonere dieselauto’s. Maar voor milieuactivisten en groen georiënteerde politici is het een doorbraak in de strijd voor schonere lucht in de stad. Een zeldzame overwinning op een industrie die in eigen land bijna niet lijkt te worden bestraft voor het grootscheepse gesjoemel met de uitstoot van haar auto’s. ‘Symbolisch is het een grote stap,’ zegt Manfred Braasch, de lokale leider van milieuorganisatie Bund für Umwelt und Naturschutz Deutschland (BUND). ‘Dit is van oudsher een dieselland.’

    Het verbod in Hamburg, de op een na grootste stad van het land, vindt waarschijnlijk snel navolging in andere steden. In februari heeft de hoogste bestuursrechter bepaald dat steden het recht hebben vervuilende dieselwagens uit stadskernen te weren. En gemeenten zijn bezig hun regelgeving af te stemmen op de strikte EU-richtlijnen voor uitstoot van vervuilende stoffen, voordat ze daartoe gedwongen worden via de Europese rechter. Ondertussen heeft de Bondsregering moeite om tot landelijk beleid te komen. In theorie wil de overheid dat de zwaarste vervuilers onder de 15 miljoen Duitse dieselwagens door de autofabrikanten schoner worden gemaakt middels het plaatsen van roetfilters, zoals ook in de VS is gebeurd. ‘We geloven in het principe dat de vervuiler betaalt,’ zegt Nikolai Fichtner, woordvoerder van het ministerie van Milieu. ‘Wie is er verantwoordelijk voor het probleem? De auto-industrie. Die heeft auto’s verkocht waarvan de consument dacht dat ze schoon waren. En dat zijn ze ook in het laboratorium – maar niet op de weg.’

    Mannen plakken post-its op een foutgeparkeerde auto in Heidelberg in 2016. Ze vroegen hiermee aandacht voor het vrijhouden van  etspaden. – © Uwe Anspach / AFP / Getty Image
    Mannen plakken post-its op een foutgeparkeerde auto in Heidelberg in 2016. Ze vroegen hiermee aandacht voor het vrijhouden van etspaden. – © Uwe Anspach / AFP / Getty Image

    Vanwege haar voortrekkersrol bij de wereldwijde strijd tegen broeikasgassen mag Angela Merkel dan bekendstaan als ‘de klimaatkanselier’, als het om diesel gaat aarzelt ze. Vorige week zei ze dat de auto-industrie verantwoordelijkheid moet nemen voor haar fouten, doelend op het schandaal met de sjoemelsoftware van Volkswagen in 2015. Maar ze liet ook merken dat ze het niet billijk vindt om alleen de autofabrikanten – in Duitsland goed voor 800.000 banen – te laten opdraaien voor de kosten van die roetfilters, die naar schatting in de miljarden zullen lopen. En ze heeft zich uitgesproken tegen een verbod. Daarmee loopt Duitsland uit de pas met andere grote Europese landen, zoals Groot-Brittannië en Frankrijk. Die hebben allebei aangekondigd de verkoop van nieuwe diesel- en benzine-auto’s vanaf 2040 te verbieden, als onderdeel van een beoogde transitie naar hybride en elektrische auto’s.

    Maar Hamburg laat zien dat de Duitse steden Merkels zegen niet afwachten. En het vooruitzicht van een lappendeken aan lokale dieselverboden blijkt, bovenop de gevolgen van het Volkswagen-schandaal, nu al catastrofaal uit te pakken voor de Duitse dieselmarkt. De verkoop van nieuwe dieselwagens is gekelderd en tweedehands diesels staan weg te roesten bij de dealers. In 2015 reed de helft van alle in Duitsland verkochte auto’s nog op diesel. Begin dit jaar was dat nog maar eenderde, en de verkoop daalt nog steeds. Een dramatische daling voor een brandstof die in Europa lange tijd een veel grotere rol speelde dan in de VS en Azië.

    Nietsdoen geen optie

    In de jaren negentig begonnen Europese fabrikanten diesel aan de man te brengen als een schoner alternatief voor benzine, vanwege de lagere CO2-uitstoot. Omdat CO2 als de belangrijkste menselijke factor in de klimaatverandering wordt beschouwd, werd dieselgebruik door overheden gestimuleerd middels accijnsverlagingen. Maar diesel is ook een belangrijke bron van lokale luchtvervuiling. De populariteit van diesel heeft de gezondheidsrisico’s door luchtvervuiling in alle Europese steden omhooggedreven. De door dieselmotoren uitgestoten stikstof- en fijnstofdeeltjes zijn medeverantwoordelijk voor veel luchtwegaandoeningen en hart- en vaatziekten, die bijdragen aan het vroegtijdig overlijden van naar schatting zo’n 400.000 Europeanen per jaar, waaronder 75.000 Duitsers.

    In zo’n zeventig Duitse steden voldoet de luchtkwaliteit niet aan de EU-normen voor stikstof. Hamburg is een van die steden. De politici die het verbod nu hebben ingevoerd, zeggen dat met tegenzin te hebben gedaan, nadat was gebleken dat andere maatregelen tegen luchtvervuiling niet hielpen. ‘Ik had het fijner gevonden als we hier niet toe gedwongen waren geweest,’ zegt Jens Kerstan, wethouder Milieu in Hamburg. ‘Maar we nemen de maatregelen die nodig zijn om de gezondheid van onze burgers te beschermen.’

    Kerstan is van de Groenen, en persoonlijk lijkt een dieselverbod voor het hele centrum hem zinvoller. Maar hij zegt te hopen dat de beperkte nieuwe maatregel in ieder geval de aandacht trekt van de Bondsregering en de auto-industrie. Want die laatste heeft volgens hem ‘geen zin om roetfilters in bestaande auto’s te zetten en voelt niets voor dieselverboden. Maar ze kunnen niet ontkennen dat steden een probleem hebben. Nietsdoen is geen optie.’

    “Om het probleem op te lossen, moet je de uitstoot verminderen en niet alleen doorschuiven naar een andere plek”

    Volgens critici is het middel erger dan de kwaal: een inrijverbod voor dieselauto’s in sommige straten zou contraproductief zijn, de tijd verspillen van de agenten die moeten toezien op de naleving en de vervuiling simpelweg doorschuiven naar naburige straten. ‘Het is heel ondoelmatig,’ zegt Roland Heintze, de lokale leider van Merkels conservatieve CDU. En het is ook ‘heel oneerlijk’ voor autobezitters, zegt hij: ‘Als je een dieselauto hebt, word je hier niet vrolijk van.’ Veli Fistikci is zo’n dieselbezitter. De taxi waarin hij voor zijn werk rijdt, valt als relatief nieuwe en schone Mercedes buiten het verbod. Maar met zijn eigen auto, een oude Ford, mag hij straks bepaalde delen van de Stresemannstrasse en de aangrenzende Max-Brauer-Allee niet meer in – cruciale verkeersaders in Hamburg. Daarom heeft hij zijn auto maar verkocht, tegen een verlies van 1500 euro. Nu heeft hij geen eigen auto meer voor zijn gezin, terwijl ze volgende maand een kind verwachten. ‘Niemand wil nog een diesel,’ zegt hij. ‘Ik zou wel een hybride auto willen, maar die zijn zo duur.’

    Duitse autofabrikanten blijven volhouden dat diesel ten onrechte is verguisd. Bernhard Mattes, voorzitter van de autofabrikantenkoepel VDA, zei vorige maand dat de nieuwste modellen dieselmotoren significant minder stikstof uitstoten en dat hun relatief lage CO2-uitstoot van cruciaal belang is voor het halen van Duitslands ambitieuze klimaatdoelen.

    Op de lange termijn zal Duitsland van zowel diesel- als benzineauto’s af moeten, zegt Volker Matthias van het Helmholtz-instituut voor materiaal- en kustonderzoek: ‘We moeten veel meer vaart maken met de transitie naar elektrische auto’s, bussen en fietsen.’ Een verbod zoals in Hamburg helpt volgens hem nauwelijks. ‘Om het probleem op te lossen, moet je de uitstoot verminderen en niet alleen doorschuiven naar een andere plek,’ zegt hij.

    Maar voor mensen als Stefan Recknagel, een 47-jarige medewerker in een opslagcentrum, doet het verbod er wel degelijk toe. Hij woont al 25 jaar in de Stresemannstrasse en schrijft zijn chronische hoest toe aan het verkeer dat daar dagelijks doorheen raast. ‘In de zomer merk je het echt. Je ruikt het gewoon,’ zegt Recknagel. ‘Nu proberen ze tenminste iets te doen.’

    Auteur: Griff Witte
    Vertaler: Piet Meeuse

    The Washington Post 
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 359.000

    Bewees zich met het publiceren van de Pentagon Papers. Eerste krant die zeven dagen per week verscheen (sinds 1980). Een van de invloedrijkste dagbladen ter wereld. Sinds 2013 eigendom van Amazon-baas Jeff Bezos.

  • Dossier: Eén jaar Macron

    Dossier: Eén jaar Macron

    De Franse president staat er goed op.

    Hij wist zijn eerste jaar zonder grote kleerscheuren door te komen, bouwde als enige Europese leider een goede band op met Donald Trump en toonde zich een militaire leider door in te grijpen in Syrië. De vraag is nu: kan hij zijn succes doortrekken bij zijn confrontaties met de vakbonden in eigen land en bij de Europese verkiezingen van 2019?  

    1. Macrons 
Thatcher-moment is aangebroken

    2. Stilte voor de storm?

    3. Trumps beste vriend in Europa

    4. En Marche! komt 
naar je toe deze zomer

    5. De president als krijgsheer

    6. Drie vragen aan…

    7. Tijdslijn

    Beeld: Emmanuel Macron loopt na zijn inhuldiging in 2017 naar de Arc de Triomphe, om een krans te leggen bij het graf van de onbekende soldaat. – © Alain Jocard / AFP PHOTO

  • Frankrijk: 1968 of 1984?

    Frankrijk: 1968 of 1984?

    Het zal u niet ontgaan zijn: Emmanuel Macron is een jaar in functie. Ook 360 doet mee aan de kalenderjournalistiek en brengt u in dit nummer een kloek dossier vol stukken over 
de Franse president.

    Een van de interessantste daarvan komt uit de Spaanse krant El País. De auteur heeft de knipselmap erbij gepakt en duikelde daar een beroemde analyse op van de Franse journalist Pierre Viansson-Ponté (1920-1979). Die schreef in maart 1968 in een voorpaginastuk in Le Monde dat Frankrijk was ‘weggezonken in lethargie en verveling’. Het was een welvarend land, zonder oorlogen, zonder politieke spanningen, zonder sociale conflicten. De Franse studenten? Zij misten in tegenstelling tot hun leeftijdgenoten in andere landen bevlogenheid. Zes weken later brak Mei ’68 aan. Tien miljoen Franse studenten en arbeiders gingen de straat op, legden het land plat en wierpen bijna de regering omver.

    Zou zoiets nu weer kunnen gebeuren? vraagt de auteur van het El País -verhaal zich af. Dat we het niet doorhebben, maar dat er onder de oppervlakte een opstand sluimert? Volgens sommige linkse Franse politici en analisten zijn er tekenen 
die daarop wijzen. Kijk naar de ook in Frankrijk zeer populaire #MeToo-beweging, zeggen zij. En naar de spoorwegstakingen. Of neem de recente studentenprotesten tegen de veranderingen in het Franse baccalaureaat. Macrons linkse concurrent Mélenchon, nooit te beroerd om hem weg te zetten als een president voor de rijken, sprak onlangs zelfs hardop over een nieuw Mei ’68. ‘Tegen degenen die zeggen dat ik droom, zeg ik dat ik liever mijn droom heb dan de nachtmerries die ik om me heen zie.’

    Het kan zomaar zijn dat we helemaal geen linkse opstand krijgen, dat Macron zijn confrontatie met de vakbonden wint en daarmee zijn Margaret Thatcher-moment beleeft

    Maar anderen geven de linkse krachten weinig kans. Het zijn de verliezers van de verkiezingen die nu vergeefs revanche proberen te nemen, zo klinkt het. Ook de culturele omstandigheden lijken niet te vergelijken. Macron mag dan volgens velen autoritaire trekjes hebben, een vergelijking tussen deze tijd en het repressieve tijdperk-De Gaulle gaat volledig mank.

    Het kan ook dus zomaar zijn dat we helemaal geen linkse opstand krijgen, dat Macron zijn confrontatie met de vakbonden wint en daarmee zijn Margaret Thatcher-moment beleeft. Dan zijn we niet in 1968, maar in 1984.

    Macron zei er zelf ook wat over in een recent interview 
met La Nouvelle Revue française, dat hem ondervroeg over zijn literaire voorkeuren (Gide, Camus, Colette). Volgens Macron was Mei ’68 ‘een gebeurtenis uit een andere tijd. Het was eenmalig, het is voorbij’. Over 1984 liet hij zich niet uit.

    Han Ceelen
    ceelen@360international.nl

    Beeld: Een Parijse demonstrant ligt op de grond tijdens clashes met de politie in mei 1968. – © HH

  • 3. Trumps beste vriend in Europa

    3. Trumps beste vriend in Europa

    De vriendschap tussen Emmanuel Macron en Donald Trump lijkt bizar, maar de twee hebben meer gemeen dan je zou denken, betoogt columnist Roger Cohen.

    Het is verleidelijk te zeggen dat je je geen onwaarschijnlijker vriendschap kunt voorstellen dan die tussen Emmanuel Macron en Donald Trump, maar dan ga je wel aan de feiten voorbij.

    Natuurlijk, ze zijn het over maar heel weinig eens. Niet over Iran. Niet over de handel. Niet over de Europese Unie. Niet over of je kritiek moet hebben op Vladimir Poetin. Niet over het belang van waardigheid, of waarheid, of de Verlichting.

    Toch hoor ik dat ze elkaar voortdurend spreken. Trump volgt Macrons arbeidsmarkthervormingen en belt om hem de feliciteren. Het eerste staatsbezoek onder zijn regering zal dat van Macron zijn, volgende maand in Washington [het bezoek vond intussen plaats], een bijzondere eer voor een ‘great guy’. De Franse president is Trumps beste vriend in Europa, en misschien ook daarbuiten. Met de Britse premier Theresa May ging het mis. En met de Duitse bondskanselier Angela Merkel werd het ook niets. Trump-Macron is het enige trans-Atlantische scharnier dat niet knarst.

    Macron, die met zijn veertig jaar Trumps zoon zou kunnen zijn, heeft het politieke midden een grandioos toneel verschaft en daarmee de centristische politiek van een nieuw elan voorzien in tijden van populistische verleiding

    Echt verrassend is dat niet. Beide mannen zijn uit het niets gekomen, buitenbeentjes die tot het hoogste ambt van hun land zijn verheven door een golf van afschuw over de gangbare politiek. Ze zijn, elk op hun eigen manier, een historische toevalligheid, op het schild gehesen tijdens de overgang naar een nieuw tijdperk. Een verlangen naar ontwrichting bracht deze twee ontwrichters voort.

    Beiden rekenden af met het politieke establishment door het politieke midden weg te vagen of in te lijven. Beiden begrepen dat stemmers zowel verveeld als boos waren, wantrouwig tegenover de liberale consensus, woedend vanwege de alles verslindende globalisering, verlangend naar grandeur, snakkend naar onomwonden taal in plaats van de plichtmatige waarschuwingen van deskundigen.

    Macron, die met zijn veertig jaar Trumps zoon zou kunnen zijn, heeft het politieke midden een grandioos toneel verschaft en daarmee de centristische politiek van een nieuw elan voorzien in tijden van populistische verleiding. Hij is streng over immigratie omdat hij weet dat zijn overleving daarvan afhangt. Het toneel van Trump is dat van de zigzaggende bullebak, van onophoudelijk en vaak nietszeggend lawaai. Voor beide mannen zijn beweeglijkheid en actie van levensbelang.

    De gaullistische pompositeit, vermeden door Macrons voorganger, is terug van weggeweest. Als die nodig is om het racistische Front National te verslaan, schuw haar dan niet. Macron vierde zijn overwinning vorig jaar met een toespraak tot het Franse volk vanuit het Louvre, verwelkomde Poetin in Versailles en keerde dit jaar terug naar het paleis van de Zonnekoning voor een ‘Choose France’-top met ceo’s van over de hele wereld om een slordige drie miljard aan buitenlandse investeringen uit te bazuinen.

    ‘Het is niet “Make France Great Again”, maar het lijkt er veel op,’ zei een Franse vriend.

    wo16 fra macron tv

    Macrons viering van 14 juli, de nationale feestdag – compleet met gardisten te paard, troepen, tanks en gevechtsvliegtuigen – maakte zo’n indruk op zijn speciale gast, Donald Trump, dat deze nu zijn eigen versie wil met veel luchtmachtvertoon (maar sans tanks) op Veterans Day, de Amerikaanse viering van het einde van de Eerste Wereldoorlog.

    Belachelijk? Als je bedenkt dat Trump zich gewoonlijk met haviken omringt, lijkt deze vriendschap me zo belangrijk dat ik bereid ben veel te slikken.

    Of liever gezegd, mogelijkerwijs belangrijk. We moeten nog maar zien wat Macron uit deze vriendschap kan peuren. We weten niet of dat iets aardigs zal zijn of iets nuttigs. De band heeft Trump er niet van weerhouden het klimaatakkoord vaarwel te zeggen of Jeruzalem te erkennen als de hoofdstad van Israël. De jury is er nog niet uit.

    Trump heeft de Europese Unie uitgezonderd van importheffingen op staal en aluminium, iets waarop de Fransen sterk hadden aangedrongen. ‘Als we over één kam worden geschoren met China zou dat een groot probleem zijn,’ vertrouwde een hoge Franse ambtenaar me toe voordat Trump zijn beslissing nam.

    Iran

    Volgende kwestie: Iran. Als Macron het ergste niet kan voorkomen, namelijk dat Trump op 12 mei besluit het nucleaire akkoord te torpederen door de sancties niet langer op te schorten, dan zijn alle kansen verkeken. Het akkoord, dat op het nippertje voorkwam dat Iran zijn nucleaire programma voor militaire doeleinden zou gebruiken, werkt. De Fransen zijn vastbesloten het van kracht te laten blijven.

    Gebeurt dat niet, dan zal de confrontatie tussen sjiieten en soennieten in het Midden-Oosten verergeren, zal Iran in allerijl een bom ontwikkelen en zal Saoedi-Arabië niet ver achterblijven. Het non-proliferatieverdrag zou dan zo goed als zinloos worden.

    De voortekenen zijn niet zo goed. Mike Pompeo, de door Trump voorgedragen nieuwe minister van Buitenlandse Zaken, is een havik wat Iran betreft. John Bolton, de nieuwe nationale veiligheidsadviseur, wil het nucleaire akkoord opzeggen en het Iraanse regime ten val brengen – en dat is nog maar het begin. Totale vernietiging dreigt. De uitdaging voor Macron – en Europa – om te voorkomen dat de kwestie-Iran uit de hand loopt, is alleen maar groter geworden.

    Macrons visie van herstelde grootsheid strookt met de Franse idealen. Die van Trump verraadt de Amerikaanse

    Terwijl het gedrag van Trump alleen maar grilliger wordt, een trend die de komende maanden nog zal verergeren door het onderzoek naar Russische bemoeienis met zijn uitverkiezing, biedt de vriendschap met Macron enige garantie tegen het ergste. Anders dan Trump weet de Franse president wat hij wil en is hij in staat een coherente strategie te hanteren.

    Hij is ook een bastion tegen de destructieve neigingen van Trump: diens gedweep met etnisch nationalisme en de steeds autoritairder wordende Poetin en Xi Jinping, de afkalving van de rechtsstaat, handelsoorlogen, de militarisering van het buitenlands beleid en de ondermijning van de Europese Unie.

    Macrons visie van herstelde grootsheid strookt met de Franse idealen. Die van Trump verraadt de Amerikaanse. Dat is het verschil. Veel hangt af van wat deze vriendschap oplevert.

    Auteur: Roger Cohen
    Vertaler: Peter Bergsma

    The New York Times
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 540.000

    De krant der kranten, met als motto ‘All the news that’s fit to print’. Won meer journalistieke prijzen dan enig ander medium.

    Cruciale rol in Syrië

    In een interview dat hij op 15 april gaf aan de Franse BFMTV, RMC en Mediapart rechtvaardigde Emmanuel Macron de raketaanvallen op Syrië door te wijzen op de rol van Frankrijk in dit deel van de wereld. ‘Hij wilde daarmee zijn leiderschap in de kwestie-Syrië benadrukken, hoewel de Franse deelname aan de operatie in zijn eigen land werd bekritiseerd’, schrijft The Wall Street Journal. In feite, vervolgt de Amerikaanse krant, betreurt de oppositie het ‘dat Frankrijk bezig is zijn onafhankelijkheid kwijt te raken door de VS en het Verenigd Koninkrijk te volgen’.

  • 6. Drie vragen aan…

    6. Drie vragen aan…

    Kenners aan het woord over de president.

    … 
Adam Sage, 
correspondent in Parijs van de Britse krant The Times

    ‘Een door en door Franse president’

    Welke conclusies trekt u uit het eerste jaar van Macron?
    ‘Macron is vooral een door en door Franse president, hij vertegenwoordigt niet de nieuwe wereld. In veel opzichten staat hij voor de continuïteit van de Franse naoorlogse politiek. Maar daarbij moet worden gezegd dat hij redelijk efficiënt en competent is, en dat hij bovendien al tijdens zijn verkiezingscampagne had aangekondigd wat hij nu in de praktijk brengt.’

    Heeft hij u verrast?
    ‘Wat mij verrast is zijn sterke vermogen om de zaken voor te stellen zoals de toehoorder ze graag zou vernemen. Als hij voor de buitenlandse pers spreekt, slaagt hij erin zich voor te doen als een leider die Frankrijk gaat hervormen in een richting die vooral op prijs wordt gesteld door niet-Fransen.’

    Op welk onderdeel van de hervormingen is hij het meest markant?
    ‘Hij heeft vooral indruk gemaakt op het internationale toneel, waar hij een onbekende was zonder enige ervaring. Desondanks heeft hij daar werkelijke invloed gekregen, met name door Donald Trump uit te nodigen voor de Franse nationale feestdag, de Quatorze Juillet. Dat was geniaal. Macron stak Trump in zijn zak, zonder enige protestdemonstratie in Parijs.

    Bij zijn bezoek aan het Verenigd Koninkrijk in januari was zijn optreden ook heel sterk, hoewel de sfeer gespannen was, met het oog op Calais en de Brexit. Met het aanbod om het Tapijt van Bayeux in Londen tentoon te stellen, effende hij het pad. Hij kreeg een fantastisch onthaal en gaf een interview aan de BBC dat iedereen geweldig vond. Alle Britten moeten hebben verzucht: “Hadden wij maar zo’n politicus…”’


    1. Adam Sage; 2. Rickard Werly; 3. Pablo Levi.
    1. Adam Sage; 2. Rickard Werly; 3. Pablo Levi.

    … Richard Werly, 
correspondent in Parijs van de Zwitserse krant Le Temps.

    ‘Macron belichaamt Frankrijk’

    Wat vindt u het meest opvallend aan het eerste jaar Macron?
    ‘De radicale verandering van stijl: Macron wil vooral niet op zijn voorganger Hollande lijken. Hij wil de man van de hervormingen zijn. Zo bezien doet hij het goed. Hij heeft het idee dat Frankrijk moet veranderen geloofwaardig gemaakt. De eerste tegenvaller: Macron wil hervormen, maar de Fransen niet. Tweede tegenvaller: Europa. Even was er hoop met zijn verkiezing, maar sindsdien wijst alles de andere kant op: de verkiezingen in Italië, Catalonië, de herverkiezing van Viktor Orbán… Macron blijft een eenling met tegenwind.’

    Waar komt het onbegrip tussen hem en de Fransen vandaan?
    ‘Het is vreemd om Macron nu te verwijten dat hij te snel gaat: hij had dat in de campagne duidelijk aangekondigd. Mij treft desondanks zijn onbuigzaamheid, zoals in het conflict met de spoorwegen. Je kunt geen hervormingen doorvoeren door je als een heerser te gedragen. Macron moet het debat aangaan.’

    Welke rol heeft hij ingeruimd voor de Franse diplomatie?
    ‘Er is een verschil tussen het Franse imago en de resultaten op diplomatiek niveau. Het imago is een doorslaand succes: met zijn aanval op Donald Trump inzake het klimaat belichaamde Macron Frankrijk, zijn rede in Davos trok veel aandacht, de ontmoeting van Poetin in Versailles was ook zeer geslaagd. Het probleem is dat diplomatie berust op het vermogen mee te tellen op momenten van crisis. Heeft Macron op klimaatgebied echt een sterke coalitie tegen Trump weten te smeden? Heeft hij in Syrië inderdaad een ombuiging bewerkstelligd? Je krijgt de indruk dat Rusland en Iran aan het langste eind trekken.’

    Dit is een man van amper veertig, die is opgegroeid met Erasmus en in wie de Europese waarden vast verankerd zijn

    … Pablo Levi, correspondent in Parijs van 
het Italiaanse persbureau Ansa.

    Onder de maat als ‘het land van de mensenrechten’

    Is Frankrijk in een jaar tijd veranderd?
    ‘Vrijwel onmiddellijk na het aantreden van Emmanuel Macron deed zich een Copericaanse revolutie van de arbeidsmarkt voor. Er was een “zwarte herfst” van protestdemonstraties aangekondigd, maar de hervormingen verliepen gladjes. Dat prikkelde Macron om het met het staatsspoorbedrijf SNCF nogmaals te proberen. Maar de wittebroodsweken waren voorbij, het sociale gemor stak de kop weer op en men herkende Frankrijk weer.’

    Wat vindt u van de Europese ambities van de president?
    ‘Daaruit spreekt een waanzinnige wilskracht en een grote oprechtheid. Dit is een man van amper veertig, die is opgegroeid met Erasmus en in wie de Europese waarden vast verankerd zijn. Helaas heeft hij een koude douche gekregen: men kan Europa niet in z’n eentje tot stand brengen. Of het nu Duitsland betreft met het lange en pijnlijke proces bij de vorming van een nieuwe regering, of Italië, waar de verkiezingen werden gewonnen door de populisten: Frankrijks bondgenoten lieten het vooralsnog afweten.’

    Heeft Macron u op een speciaal punt teleurgesteld?
    ‘Frankrijk blijft onder de maat als “het land van de universele mensenrechten”, een titel die het zichzelf heeft toegekend. De mooie woorden van de president over humanisme worden door de feiten niet ondersteund. In de bergen tussen Italië en Frankrijk steken vluchtelingen onder barre omstandigheden de grens over. Er zijn doden bij gevallen. Dat is “het land van de mensenrechten” onwaardig.’

  • Mark Rutte: ‘Ik hoop dat de 
Britten in de interne markt blijven’

    Mark Rutte: ‘Ik hoop dat de 
Britten in de interne markt blijven’

    In zijn nieuwe pro-Europese rol investeert Mark Rutte ook in Emmanuel Macron. Voor diens bezoek aan Den Haag, eind maart, lichtte Rutte tegenover de Franse krant Le Monde het Nederlandse EU-standpunt toe.

    U hebt samen met zeven andere noordelijke EU-landen een brief ondertekend tegen de hervorming van de muntunie. Betekent dat een definitief ‘nee’ tegen de voorstellen van Emmanuel Macron voor een eigen EU-begroting en een Europese minister van Financiën?

    Rutte: ‘Het is niet mijn bedoeling op de voorstellen van president Macron te reageren maar om met eigen voorstellen te komen, naar oplossingen te zoeken en, misschien, verschillen te constateren. Ik ben het met president Macron eens dat we zowel op staatsniveau als op Europees niveau moeten opereren. Dat betekent dat we de criteria van Maastricht moeten respecteren, dat we moeten hervormen, de tekorten moeten wegwerken en naar een begrotingsoverschot moeten streven.’

    Die strenge boodschap is vooral aan het adres van Frankrijk gericht, nietwaar?

    ‘Ik geloof dat Frankrijk al goed bezig is. Ik ga me niet uitspreken over de politieke keuzes die worden gemaakt, maar ik ben onder de indruk van de daadkracht van de Franse president, vooral waar het zijn hervorming van de arbeidsmarkt betreft.’

    Wat moet er op Europees niveau gebeuren?

    ‘Zoals de Franse president zegt, moeten we de muntunie versterken. Met prioriteit voor een Europees stabiliteitsmechanisme en de oprichting van een Europees monetair fonds dat in laatste instantie de problemen kan oplossen van landen die in moeilijkheden verkeren. Ook moet de bankenunie verder worden versterkt om bancaire risico’s te verminderen en moet een stap worden gezet in de richting van een Europees depositogarantiestelsel. Ten slotte moet de privésector kunnen worden aangesproken als een bank in de problemen komt, zodat de belastingbetaler niet voor alles opdraait. Als dat allemaal gebeurd is, kunnen we tegen die belastingbetaler zeggen dat de belofte is nagekomen om gezamenlijk een hoog welvaartsniveau te garanderen.’

    ‘President Macron en ik denken over veel dingen hetzelfde’

    Hoe ziet u de rol van Europa?

    ‘Mijn benadering is positief: uitgaan van de kracht van de lidstaten, niet van hun zwakte. Een krachtige interne markt bouwen, wat nog maar ten dele is gerealiseerd, onze veiligheid garanderen door middel van efficiënte samenwerking, maar ook de criteria van Maastricht respecteren, die de lidstaten verplichten hun openbare financiën en hun economie op orde te brengen. Een Europa dat nuttig is voor zijn burgers en zich met name om werkgelegenheid en veiligheid bekommert. President Macron en ik denken over veel dingen hetzelfde.’

    Kunt u enkele concrete punten noemen?

    ‘De migratie en de oorzaken daarvan, de versterking en verbetering van de interne markt, veiligheid en defensie – Nederland is actief in Mali en steunt de actie van G5-Sahel. President Macrons idee over “een Europa dat beschermt” is verleidelijk. Mijn land wil ook voortvarend optreden op klimaatgebied, met als ambitieus doel een vermindering van onze CO2-uitstoot met 55 procent in 2030. Samen kunnen we aan een Europa bouwen dat de klimaatverandering het hoofd biedt.’

    Best ruimte

    Waarom bent u tegen een verhoging van de Europese begroting, zoals het Europees Parlement vraagt?

    ‘Mijn doel is modernisering te bevorderen en extra afdrachten te vermijden. Mijn prioriteiten zijn innovatie, het bewaken van de buitengrenzen en een betere aanpak van de migratie. Tegelijkertijd moeten we ook bezien op welke gebieden het wel wat minder kan. Nederland is een van de grootste netto bijdragers aan de Europese begroting en het verschil met andere landen mag niet groter worden. Het uitgavenplafond zal herzien moeten worden en, gezien het vertrek van het Verenigd Koninkrijk, moeten worden bevroren. En vervolgens zal de begroting hervormd moeten worden door middel van het vaststellen van nieuwe prioriteiten. Daarvoor is best ruimte: 70 procent van de huidige uitgaven gaat naar landbouw en structuurfondsen.’

    Moeten alleen rechtsstaten voortaan toegang krijgen tot Europese fondsen?

    ‘Daar zijn wij niet tegen, al stellen we voor die toegang vooral afhankelijk te maken van gerealiseerde hervormingen en niet van periodieke aanbevelingen van de Commissie.’

    Vreest u een breuk tussen Oost en West?

    ‘Ik heb het afgelopen jaar een aantal Oost-Europese leiders ontmoet. Als het Schengengebied functioneert, als de buitengrenzen goed worden gecontroleerd, als de Dublin-Conventie – die bepaalt dat het land waar een asielzoeker Europa is binnengekomen ook de asielaanvraag in behandeling moet nemen – wordt aangepast, geloof ik dat sommigen van hen zich wel bereid zullen tonen om vluchtelingen op te vangen, wat een verplichting blijft.’

    Is de Brexit met name zorgelijk voor een land als het uwe?

    ‘Het belangrijkst is dat de 27 landen op één lijn blijven zitten. Onder een wanordelijke Brexit zullen we allemaal lijden, ook Frankrijk. Ik zou graag zien dat de Britten in de interne markt blijven en dat we zo veel mogelijk samenwerkingsverbanden aangaan, op voorwaarde dat alle regels en de integriteit van de interne markt worden gerespecteerd.’

    Hoe denkt u over de ‘politieke’ Commissie die Jean-Claude Juncker voorstaat?

    ‘Ik heb veel respect voor voorzitter Juncker en zijn programma, maar wij zijn vierkant tegen het idee van een “politieke” Commissie. De Commissie kan initiatieven nemen en moet erop toezien dat gemaakte afspraken worden nageleefd. Het is bijvoorbeeld gênant dat ze Italië en Frankrijk op een verschillende manier heeft behandeld wat het tekort van 3 procent betreft. Daarmee schendt ze de regels, schaadt ze het uiteindelijke doel – de welvaart van de hele Unie – en maakt ze het ons moeilijk verantwoording af te leggen tegenover onze respectievelijke burgers.’

    Auteur: Jean-Pierre Stroobants
    Vertaler: Rutte Bergsma

    Le Monde
    Frankrijk | dagblad | oplage 331.837

    In 1944 opgericht op initiatief van De Gaulle. Iconische krant, gehecht aan zijn onafhankelijkheid (maar sinds 2010 wel eigendom van drie private investeerders). Houdt een groot netwerk van correspondenten in stand.

  • Schulz is geen Macron of Corbyn

    Schulz is geen Macron of Corbyn

    Kan SPD-kandidaat Martin Schulz een voorbeeld nemen aan Emmanuel Macron of Jeremy Corbyn? Nee, stelt de conservatieve Frankfurter Allgemeine Zeitung. En een derde weg is er eigenlijk ook niet.

    Zijn de kaarten al geschud? De eerste helft van het verkiezingsjaar was een soort nachtmerrie voor de SPD. Eerst was er het laaiende enthousiasme over de nieuwe voorzitter en kanselierskandidaat, waarbij nog altijd vraagtekens kunnen worden gezet. Toen de verpletterende deelstaatverkiezingen. En nu is alles weer als vanouds: Merkel heerst.

    Veel redenen voor de raketstart van Schulz hebben aan overtuigingskracht ingeboet omdat ze in tegenspraak zijn met de sterke neergang die hij sindsdien beleeft. Schulz is er niet in geslaagd een thema te benoemen dat de Duitsers aanspreekt, en kennelijk is het ook geen voordeel tegenover Angela Merkel en de grote coalitie [CDU/CSU en SPD] om aan de zijlijn te staan en de rol van onbevlekte te willen spelen. Misschien was dat het geval in het voorjaar, op een gunstig moment. Er zijn echter maar weinig politici die langere tijd kunnen inspelen op een hunkering zonder daarvoor een podium te hebben in de instituties waarvan ze juist als tegenvoeters worden beschouwd. Schulz ontbreekt het althans aan optredens in de Bondsdag.

    Derde optie?

    Dat is niet het enige waar het de kanselierskandidaat aan ontbreekt. De SPD wordt niet meer alleen beoordeeld op de drie nederlagen in de deelstaatverkiezingen. Het succes van twee heel verschillende sociaal-democraten, Jeremy Corbyn en Emmanuel Macron, zou de partij een impuls kunnen geven. De SPD heeft echter grote moeite om een keuze maken tussen die twee. Niet omdat ze hen allebei zo goed vindt, maar omdat beiden zijn zoals de SPD niet meer wil zijn. De een is te zeer een betonsocialist, de ander is wat niet alleen binnen Die Linke maar ook binnen de SPD wordt afgedaan als neoliberaal. Met de Corbyn-Macron-verlegenheid van de SPD wordt de vinger precies op de zere plek gelegd: ja, en wat nu, is er niet een derde optie?

    Van Schulz mag je verwachten dat hij het het liefst zo zou doen als Macron. Al in de sociaal-democratische lente leek het erop dat de Schulz-stoet met een Schulz-lijst in de Schulz-herfst naar de Schulz-verkiezingen zou gaan trekken. Sigmar Gabriel [minister van Buitenlandse Zaken in het huidige kabinet-Merkel] heeft een bijeenkomst van de SPD al eens geënthousiasmeerd met de opmerking dat de partij weer meer ‘een beweging’ moest worden, zoals ooit in de gouden jaren zeventig. Gabriels worsteling bestond voor een groot deel in een strijd tegen het keurslijf van de partij. Daarin ingesnoerd zal de SPD geen kanselier afleveren. Het probleem voor Schulz is dat hij geen Macron is, hoewel hij beslist een beweging in gang heeft gezet. Maar hij is weer ingesnoerd.

    Er zijn echter kanselierskandidaten van de SPD geweest die minder bewegingsruimte hadden. Schulz is ten slotte ook geen Corbyn, die alleen maar geluk heeft dat zijn oudbakken boodschap door de sombere Britse perspectieven op veel kiezers overkomt als een veilige haven. Waarschijnlijk vergaat het hem net als Schulz aan het begin van het jaar: hij weet helemaal niet wat hem overkomt. De situatie in Duitsland is echter een heel andere dan die in Groot-Brittannië of Frankrijk. Elke poging die landen erbij te betrekken loopt voor Schulz uit op een aanval van links tegen sociaal-democratische halfhartigheid en van rechts tegen een vermeende rood-rood-groene samenzwering.

    1. Martin Schulz (62, SPD); 2. Christian Linder (38, FDP); 3. Cem Özdemir (52, De Groenen)
    1. Martin Schulz (62, SPD); 2. Christian Linder (38, FDP); 3. Cem Özdemir (52, De Groenen)

    Schulz’ boodschap van ‘rechtvaardigheid’ zal daarom alleen aanslaan als die een snaar raakt die met rechtvaardigheid – een paradox die de SPD bij veel verkiezingen achtervolgt – niet veel meer van doen heeft. Schulz probeert dat met trefwoorden als ‘investeringen’, motto’s als ‘pensioen in plaats van bewapening’ en een belastingplan met lastenverlichting voor de lage en middeninkomens.

    Op de pensioenplannen van de SPD wil de CDU helemaal niet reageren. Dat grenst aan een weigering om een verkiezingsstrijd te voeren. De binnenlandse veiligheid heeft de SPD maandenlang achteloos overgelaten aan de CDU; ook hierop is een reactie dus helemaal niet meer nodig. Wat er ook in de verkiezingsprogramma’s staat, de Union [CDU/CSU] lijkt alweer dezelfde positie te hebben ingenomen als toen ze in afwachting was van Sigmar Gabriel als kanselierskandidaat: Merkel zal het in orde maken. Alles wat er momenteel zoal gaande is in de wereld speelt haar in de kaart. Een verkiezingsstrijd lijkt ze helemaal niet nodig te hebben.

    Maar de les van de afgelopen maanden is eigenlijk een heel andere. Die hebben aangetoond hoe snel stemmingen kunnen veranderen. Er rest de SPD niets anders dan daar haar hele vertrouwen in te stellen. Met Schulz is het al eens gelukt, dus waarom niet nog een keer? Zijn de kaarten al geschud? Eén ding heeft Schulz met Merkel gemeen: wie hem onderschat, heeft al verloren.

    Auteur: Jasper von Altenbockum

    Merkels concurrenten

    Martin Schulz gaf begin dit jaar het voorzitterschap van het Europees Parlement op om de Duitse sociaal-democraten aan te voeren bij de komende verkiezingen voor de Bondsdag. Hij is afkomstig uit de buurt van Aken, waar hij zijn eerste stappen in de politiek zette en tot burgemeester werd gekozen van Würselen, vlak bij de Nederlandse grens. In 1994 werd hij gekozen in het Europees Parlement en hij bleef vervolgens meer dan twee decennia in Brussel. In aanloop naar de Bondsdagverkiezingen heeft hij een duidelijke achterstand op Merkel.

    Christian Linder wil de Duitse liberalen terugbrengen in de Bondsdag, waar zij bij de vorige verkiezingen uit verdwenen. ‘Hij is de FDP, de hele campagne is op hem toegesneden’, aldus tv- zender ARD. Lindner is een uitstekend spreker, die conservatieve opvattingen afwisselt met nieuwe ideeën en af een toe een gerichte provocatie. Hij heeft kritiek op de immigratiepolitiek van Merkel en wil betere betrekkingen met Rusland.

    Cem Özdemir leidt samen met Katrin Göring-Eckardt Die Grünen. Hij is ‘de Turk’ (in Duitsland geboren) in de lopende verkiezingsstrijd. Özdemir zit sinds 1994 in de Bondsdag en stond aan de wieg van de resolutie over de Armeense genocide die in 2016 door de Bondsdag werd aangenomen. Hij is evenals Schulz voor het verwijderen van Amerikaanse nucleaire wapens van Duits grondgebied.

    Frankfurter Allgemeine Zeitung
    Duitsland | dagblad | oplage 382.000

    Een van de belangrijkste kranten van Duitsland. Hoewel politiek onafhankelijk, wordt de FAZ over het algemeen een gematigd conservatief profiel toegedicht.

  • In Merkels Duitsland regeert de middelmaat

    In Merkels Duitsland regeert de middelmaat

    Economisch gaat het Duitsland voor de wind onder Angela Merkel. Maar op cultureel en intellectueel gebied is het armoe troef, schrijft journalist Nils Minkmar.

    Zelden komt het publiek zo dicht bij de bondskanselier als tijdens de openbare interviews van het tijdschrift Brigitte in Berlijn. Vier jaar geleden was Angela Merkel hier ook al eens te gast en gaf ze weloverwogen inkijkjes in haar huiselijke leven als vrouw die kookt en bakt. Dit jaar kreeg het gesprek achteraf een bijzondere betekenis: Merkel zette met een opmerking over het homohuwelijk een reeks gebeurtenissen in gang die ertoe leidden dat een wet hierover kon worden aangenomen. Zelf stemde ze tegen.

    Maar het is de moeite waard om haar hele optreden tegen het licht te houden. Het is een studie van de merkeleske manier van denken en daarmee ook een duiding van ons land en onze tijd, want na twaalf jaar heeft ze niet alleen een stempel gedrukt op de Duitse politiek, maar ook op onze gewoonten en cultuur. Hoe meer ze beweert daar geen waarde aan te hechten, des te beter ze daarin slaagt.

    De beschrijving die Merkel op de avond met de collega’s van Brigitte van zichzelf gaf, bevat een boodschap: ze is een vrouw die nadenkt. Die wandelend, reizend of kokend nadenkt over welke politiek het best is. Hoe ze dat doet? Ook daarover geeft ze opheldering, maar het interessantst is wat ze niet noemt. Ze heeft het niet over adviseurs, invloeden of inspiratie. Ze citeert geen enkele auteur, boek of film. Ze beroept zich niet op een klassieker en noemt geen vroegere staatsman. Haar manier van denken volgt een cyclisch patroon: ze analyseert de wereld, haalt hier informatie uit, verwerkt die in haar brein en zet ze om in politiek. En die verbetert de wereld weer. Harde noten worden niet gekraakt door Angela Merkel, ze worden gehakseld. En het land is er haar dankbaar voor. Na het dieptepunt door de vluchtelingencrisis is ze vooral in haar eigen kamp weer populair.

    Individuele aanpak

    Die individuele aanpak is nieuw. De bondskanseliers vóór Angela Merkel hadden allemaal te maken met een zelfbewuste, soms overmoedige intelligentsia. De Bondsrepubliek is ontstaan met concrete steun van kritische auteurs en intellectuelen, met belangrijke politieke literatuur en een altijd buitengewoon sensibele academische wereld. Dat was niet alleen in West-Duitsland het geval: ook in de jonge DDR speelden auteurs, wetenschappers en intellectuelen een rol. Ze gaven de maatschappij een stem en formuleerden politieke eisen. Dat werd echter steeds riskanter nadat Wolf Biermann [zanger en dichter die kritisch was op het DDR-bewind] zijn staatsburgerschap was ontnomen, tot de machtsovername van Gorbatsjov.

    De kanseliers voor Angela Merkel koesterden die uitwisseling en waren er trots op. De dialoog was daarbij een waarde op zich, geen middel om het doel te bereiken. Maar die kanseliers hadden ook rivalen, soms zelfs aan de kabinetstafel. Merkel heeft zelfs geen serieuze concurrenten meer in andere politieke partijen. Ze doet het goed en bedoelt het goed, maar lange discussies – althans met mensen die geen Trump of Poetin heten – gaan, zo hebben we begrepen, alleen maar van haar tijd af.

    Verzorgingsbureaucratie

    Moeten we dat erg vinden? Angela Merkel doet het toch goed? Sinds 2005 gaat het de Bondsrepubliek voor de wind. De cijfers zijn bekend, uit de hele wereld komt er overwegend lof voor de staat van Duitsland. En als de burgers iets niet bevalt, dan verandert ze dat gewoon volgens haar beproefde methode: protest wordt info en info wordt politiek. Maar deze geruisloze efficiëntie heeft bijwerkingen. Het gaat Duitsland goed, maar op intellectueel en cultureel vlak is het ook een beetje saai geworden. Onze culturele verzorgingsbureaucratie zorgt voor middelmaat, zonder grote uitschieters, en zonder risico’s.

    Wie in buitenlandse boekhandels op zoek gaat naar Duitse boeken, stuit telkens weer op grote stapels van dezelfde werken: De mooie voedselmachine van Giulia Enders en Het geheime leven van bomen van Peter Wohlleben. Verder alleen klassiekers. Als je in een simulator over ons culturele en intellectuele landschap kon vliegen, dan zou je veel solide middengebergten zien – maar geen hoogtepunten, geen bezienswaardigheden, niets waarop je je kunt oriënteren of waaraan je een herinnering hebt. Waar is het richtinggevende bouwwerk, dat in grote stijl getuigenis aflegt van de glans, de rijkdom en de inventiviteit van ons hedendaagse Duitsland? De Elbphilharmonie in Hamburg is de uitzondering die de regel bevestigt. Verder staan overal zandkleurige blokkendozen met kijkspleten die binnenkort alweer toe zijn aan renovatie.

    De conclusie is steeds weer dezelfde: te weinig voor zo’n groot en rijk land. Te weinig durf, te weinig liefde, te weinig risico op creatief gebied. Het probleem is dat je deze ontwikkeling lastig in cijfers kunt vatten. Een dergelijke conclusie laat zich niet weergeven en wordt dus maar moeizaam informatie waar vervolgens beleidsmatig iets tegen kan worden gedaan. Veel mensen zullen ook bestrijden dat de politiek überhaupt verantwoordelijk is voor de geestelijke toestand van het land. Tenslotte wordt niemand verhinderd te schrijven, te dichten of te filmen. Mogelijk verbaast zelfs de kanselier zich erover dat er zo weinig geestelijke onrust te bespeuren is. Maar voor het ophelderen van de oorzaken komt eerst de beschrijving van de situatie. En wat daaraan opvalt, is dat er niets opvalt.

    Het Humboldtforum, de veelbekritiseerde herbouw van het Berliner Stadtschloss. – © Jörg Carstensen / HH
    Het Humboldtforum, de veelbekritiseerde herbouw van het Berliner Stadtschloss. – © Jörg Carstensen / HH

    Cultuur in Duitsland is een reusachtige industrie. Veel hoofdsteden van deelstaten hebben meer theaters, musea en academies dan menig land. Radio-omroepen, instellingen, verenigingen – cultuur is een zaak van de burgermaatschappij en wordt serieus genomen en gekoesterd. Herdenkingsevenementen zijn erg in trek, of het nu gaat om dood, geboorte of een op twee nullen eindigend jubileum van een schrijver of denker. Dan volgen tentoonstellingen of een heel gedenkjaar. Dit jaar Luther, volgend jaar Karl Marx – wat zich voordoet, wordt getoond, besproken, tentoongesteld en gevierd. Cultuur wordt zodanig bedreven dat velen onder de indruk zijn en niemand kan zeuren. Maar is dat de bedoeling ervan?

    In de lente en de herfst wordt een enorme hoeveelheid literatuur en non-fictie over de boekhandels uitgestort. Elke donderdag en op de grote filmfestivals worden er nieuwe producten van de Duitse filmindustrie aan de toeschouwers vertoond; ook daar is geen gebrek aan nieuw materiaal. Een onafzienbaar aantal podia heeft nu al het programma voor komend jaar gepresenteerd. Maar als 
je de afgelopen twaalf jaar de revue laat passeren, als je zonder zoektocht op internet bedenkt wat belangrijk was – hoeveel is er dan nog over van de binnenlandse producties? Eigenlijk alleen de krimi’s: regionale misdaadromans, misdaadromans die over dieren gaan, die in het verleden spelen, misdaadromans die een parodie zijn op andere misdaadromans en misdaadromans die in werkelijkheid sociale romans zijn. Er zitten heel goede tussen, generaliseren is altijd oneerlijk. Maar als dit genre zich door iets kenmerkt, dan is het wel door het feit dat je dit soort boeken geen tweede keer leest.

    En in de wetenschappen? Welk thema, welk vakinhoudelijk debat bereikte de geïnteresseerde lezer? Specialisatie is de eis van het ogenblik, intellectuelen ontwikkelen zich tot experts. Als niemand een beroep op hen doet, hoor je ze niet. Een vluchtige blik is dus altijd oneerlijk. We hebben Navid Kermani, Harald Welzer, Herfried Münkler en Carolin Emcke, en ook van de oude garde zijn nog grote denkers actief. Kluge denkt nog en hetzelfde geldt voor Habermas. Maar wie volgt hen op? Wie gaat de grote leerstoelen bekleden? Er zijn zo veel denktanks, Institutes for Advanced Studies, academies en instellingen, zo veel universiteiten en nog meer hogescholen, maar in alle lange gangen kun je een speld horen vallen.

    Het is nog niet zo lang geleden dat cultuur – met tentoonstellingen, boeken, debatten, films en toneelstukken – als kompas voor het hele land fungeerde. De wereld van de Koude Oorlog behoorde tot het verleden, een nieuwe tijd van internationale uitwisseling stond voor de deur, de digitalisering nam een aanvang. René Pollesch vernieuwde het theater, conservatieven als Meinhard Miegel dachten na over het einde van de economische groei. Duizenden mensen worstelden zich door de werken van [de Italiaanse neomarxistische filosoof] Toni Negri en [de Amerikaanse marxistische literatuurwetenschapper] Michael Hardt, en als het te stil werd bedacht [de in 2010 overleden Duitse theatermaker] Christoph Schlingensief wel iets. Er werd gediscussieerd over Sloterdijk, over Grass, over een tentoonstelling over de Wehrmacht en over Daniel Goldhagen.

    De belichting van de DDR in romans en films vormde de grondtoon van dat tijdperk. In de Bondsdag vonden enerverende debatten plaats, zoals over de inzet van het leger in het buitenland. Eigenlijk ging het om één groot thema: de wereldorde en Duitslands plaats daarin. Tegenwoordig houdt de bondskanselier zich met dat soort vraagstukken bezig. Sinds de bankencrisis en de daaropvolgende schuldencrisis in Zuid-Europa worden belangrijke Bondsdagprocedures in hoog tempo doorlopen. Twee grote coalities [van CDU/CSU en SPD] onder leiding van Angela Merkel hebben niet alleen de gedachte verdrongen dat er een politiek alternatief bestaat, maar ook het intellectuele debat over de koers van het land, over implicaties en alternatieven doen verstommen.

    Onder Angela Merkel is een nieuwe biedermeiertijd begonnen; dit keer niet als een terugkeer naar een repressieve tijd, maar uit gezelligheid

    Onder Angela Merkel is een nieuwe biedermeiertijd begonnen [periode in de eerste helft van de negentiende eeuw die geldt als braaf en burgerlijk]: dit keer niet als een terugkeer naar een repressieve tijd, maar uit gezelligheid. De begroting van de minister van Cultuur gaat omhoog en regelmatig verschijnen er persberichten over uitbreidingen van musea, de restauratie van oude schatten en geweldige samenwerkingsprogramma’s. Nooit eerder was het verleden zo goed in vorm en werd het zo vertroeteld. Wie in de jaren zestig is geboren, kan zich de toekomst nog herinneren. Ouders namen hun kinderen op schoot en rekenden hun voor wanneer ze met een jetpack op hun rug naar school zouden vliegen. Politici zagen daarin hun eigenlijke metier: vandaag ervoor werken dat het morgen, nee overmorgen, beter wordt. Maar omdat niemand precies kon weten hoe dat eruit zou zien, werd er eerst eens ruzie gemaakt. Die twee dingen hoorden bij elkaar: de durf van de politieke pioniers en de heftige debatten in parlementen en ’s avonds aan tafel bij de mensen thuis.

    In de politieke cultuur waarop Angela Merkel haar stempel drukt en die uiterst aangenaam is, ontbreekt deze dimensie. Hierin zijn de Duitse auto’s en de Duitse machines voor eeuwig gewild, is Duitsland wereldkampioen voetbal en de kanselier de krachtigste stem in Europa.

    Daarom heeft de Bondsrepubliek het zo moeilijk met nieuwe bouwwerken. Ze staan er nog als ons heden voorbij is en getuigen ervan hoe wij de toekomst zagen. Is dat grote gebouw in het centrum van Berlijn, dat Stadtschloss, een reconstructie of iets nieuws? Beide zijn mogelijk – zoals altijd in het tijdperk-Merkel, want zonder eenduidigheid is geen tegenspraak mogelijk. Wordt het lelijk, wordt het mooi? Het wordt in elk geval een monument van de ambivalentie, waartegen niemand iets kan inbrengen. Zo leven we in de illusie van een permanent heden en presteren we als cultuurnatie consequent onder onze mogelijkheden.

    Auteur: Nils Minkmar

    Der Spiegel
    Duitsland | weekblad | oplage 976.000

    Een belangrijk onderzoekstijdschrift, opgericht in 1947 en uiterst onafhankelijk, dat verscheidene politieke schandalen aan het licht heeft gebracht.

  • Koningskinderen

    Koningskinderen

    Ahmed en Alin zijn tien en elf jaar oud als hun ouders omkomen in Aleppo. Ze vluchten naar Turkije en werken daar, van elkaar gescheiden, als schrootverzamelaar en naaister. Soms dromen ze van een koningin die Merkel heet.

    Op een vroege ochtend deze zomer loopt de dertienjarige Alin, een meisje met vermoeide ogen, zingend door de nog donkere straten van de stad Mersin. Met klepperende sandalen wandelt ze in haar eentje door de fabriekswijk, langs vervallen gebouwen, langs honden die nog slapen en langs lantaarns zonder licht. Het liedje dat ze zingt gaat over twee kinderen die geen leven hadden, maar nadat het ergste leed geleden was toch werden gered.

    Er waren eens twee kinderen, zo gaat het liedje, een jongen en een meisje, die alles waren kwijtgeraakt, hun ouders, hun huis, hun vaderland. Ze kwamen uit een oude stad, en toen in hun land een oorlog uitbrak, vluchtten ze naar een ver rijk. Om hun beschermers daar van dienst te zijn, werkten ze zo hard dat hun rug er krom van werd en hun handen onder het bloed zaten. Bijna waren ze gestorven. Maar op een dag, Allah is groot, werden ze rijkelijk beloond voor hun leed. God gaf ze hun land terug en schonk ze goud en geluk. Volgens het liedje dat van Raqqa tot Damascus op de scholen werd geleerd, waren ze nu koning en koningin van Syrië.

    Alin zingt met een dun stemmetje. Dan slaat ze een steegje in, waar links en rechts uit de huizen steeds luider het ratelen van honderden machines klinkt. Alin vertraagt haar pas, het lawaai overstemt haar gezang. Ze stopt met zingen, gaat bukkend een lage deur door, loopt langzaam een trap af, vijftien treden, en staat in een vochtige, raamloze kelder.

    Er hangt een geur van zweet. Neonlicht straalt vanaf het plafond en valt fel op een twintigtal fijnbesneden gezichten. Negentien meisjes en vijf jongens zijn hier verzameld, allemaal nog kinderen. Enkelen steunen op krukken, drie van hen hebben maar één been. Als soldaten staan ze in een rij naast elkaar. Een man roept hun namen af, schreeuwt in het Arabisch ‘Jalla, jalla!’, ‘Opschieten, opschieten!’, en dan gaan de kinderen aan het werk. Alin gaat op een plastic stoeltje aan een van de tegen elkaar geschoven houten tafels zitten. Ze plant een kussen in haar rug, zet haar linkervoet op een pedaal en vist in een stapel kleding. Ze pakt een T-shirt, zwart van kleur, legt het op de naaimachine en begint te naaien, één zoom, twee, drie, vier. Vanavond, wanneer het boven in de straten van deze Turkse stad aan de Middellandse Zee weer donker wordt, zullen het er duizend zijn.

    Later die dag, na een paar honderd zomen, zal ze kramp krijgen, in haar nek, in haar zitvlak, in haar schouders. Maar ze zal niets zeggen, geen woord. Ze zal doen wat ze moet doen. Na elf of twaalf uur werken zal ze alleen steels op een kleine wandklok kijken en aan haar broer Ahmed denken, voor wie op dat moment bij een sloperij in Gaziantep, 300 kilometer ten oosten van Mersin, de nachtdienst begint.

    Ze kunnen elkaar niet ontmoeten en niet met elkaar praten. Maar Alin zal zich verbeelden hoe Ahmed, een halve kop kleiner dan zij, over bergen afval klautert, een jongen van twaalf in met olie besmeurde kleren, met dunne armen en brede handen. Alin zal zich voorstellen hoe die handen loodzware dingen tillen, autobanden en motoronderdelen, hoe haar broer Ahmed die stuk voor stuk verzamelt en op een kar achter zich aan trekt, gebogen, hongerig, kilometers door de stad, tot zijn lijf er zeer van doet.

    En wanneer Alin na veertien uur achter de naaimachine de kelder weer uitloopt, ligt er geen liedje meer op haar lippen, alleen nog maar gebeden. Dan vouwt ze haar handen, sluit haar ogen en smeekt of er iemand kan komen om hen te redden, net als bij de twee kinderen uit haar liedje. Zij en haar broer, zoon en dochter van gedode ouders, gevlucht uit Aleppo, gevangen in het zuiden van Turkije.

    De dag dat de oorlog kwam

    Het verhaal van Ahmed en Alin is dat van twee kinderen, een jongen en een meisje, die gevlucht zijn voor de bommen in Syrië en nu als zwartwerkers in Anatolië overleven, die dromen van een koningin genaamd Merkel en van het verre eiland Europa, maar er geen weg naartoe kunnen vinden omdat er voor gevluchte kinderen – anderhalf miljoen zijn het er – geen weg uit Turkije meer is.

    Ze vertellen hun verhaal gescheiden van elkaar, op verschillende momenten, op verschillende plaatsen. In een ondergrondse kledingfabriek in Mersin. Op de vuilnisbelten en schroothopen van Gaziantep. In eenvoudige woorden, nu eens luidkeels en dan weer zachtjes, soms bevend en soms stilletjes, zo levendig en oprecht als alleen kinderen kunnen vertellen.

    De dag dat de oorlog kwam was een zomerdag, twee jaar geleden. Ahmed en Alin, de kinderen van een wasserij-eigenaar in Aleppo, waren tien en elf jaar oud. Een jongen met flaporen, die gek was op drop en liever ging fietsen of voetballen dan bidden. Een meisje dat graag haar huiswerk deed, dat op school heel goede cijfers haalde en leerde koken van haar moeder, die in een bakkerij werkte.

    Ze zaten net aan het avondeten, moeder Adeeba had couscous met dadels klaargemaakt. Vader Mohammed zat over zijn werk te vertellen. Een Syrisch gezin, samen aan tafel, wanneer als uit het niets een explosie hen alle vier van hun stoel rukt. De bom, neergekomen op de woning ernaast, vernielde drie muren, legde hun woonkamer in puin. De kinderen gilden, vader riep om hulp. Alleen moeder, begraven onder stenen, was stil. ‘Ze lag daar maar,’ zegt Ahmed, ze ademde niet meer. En toen rook en stof langzaam optrokken zagen ze dat er bloed over haar voorhoofd liep. Het leek wel, aldus Alin, ‘rood water in een rivier’.

    Een tante waste het lichaam. Ahmed en zijn vader begroeven moeder op de laatst overgebleven begraafplaats van Aleppo, niet ver van hun verwoeste woning.

    Ze gingen bij een oom wonen. Mohammed, de vader, raakte kort na zijn vrouw ook zijn bedrijf kwijt. Bom na bom viel op hun wijk, maar hij wilde Aleppo niet verlaten. Alin en Ahmed zeggen dat hij Assad vervloekte, en ook de soldaten van de dictator die de halve stad omsingelden. De kinderen mochten het huis niet uit, weken-, maandenlang. Overdag zagen ze rook opstijgen boven de huizen van hun vriendjes en vriendinnetjes. ’s Nachts gingen ze bij hun vader in bed liggen, klampten zich aan hem vast bij elke klap die de muren deed trillen.

    Op een warme ochtend een jaar geleden, vertellen beiden, ging hun vader de deur uit en kwam niet meer terug. Hij had eten willen halen, pide [Turks brood], meel en een jerrycan water. De laatste winkel in hun wijk bevond zich maar vier straten verderop, maar overal op de daken, zo hadden de buren later verteld, loerden scherpschutters. Volgens sommigen had een soldaat van het regime vader van achteren door het hoofd geschoten. Anderen waren ervan overtuigd dat het strijders van Islamitische Staat waren geweest. Alin en Ahmed zeggen dat ze hun vader niet meer te zien hebben gekregen.

    Nog altijd kunnen ze er nauwelijks over praten. Doen ze het toch, dan worden hun zachte trekken star en beginnen hun ogen te dwalen. Over hun laatste dagen en weken in Aleppo weten ze niet veel meer. Alleen nog dat ze op een gegeven moment, misschien pas maanden later, de stad hebben verlaten. ‘Onze oom zei dat we weg moesten,’ zegt Ahmed. ‘Hij is gebleven,’ zegt Alin, ‘maar wij moesten vertrekken.’

    Ze zagen Syrische meisjes, ouder dan zijzelf, onder de zon bezwijken. Zelf werkten ze verder, tot het seizoen ten einde liep

    Een broer van hun overleden vader betaalde met zijn laatste geld twee mensensmokkelaars. De eerste bracht de kinderen de stad uit, verstopt in de kofferruimte van een auto. De tweede stak met hen en andere Syriërs te voet de grens over. Alin en Ahmed weten niet waar ze de kilometerslange afrastering van prikkeldraad zijn gepasseerd en Turkse bodem hebben betreden. Ze weten alleen nog dat hun mars twee nachten en twee dagen duurde, en dat het vrijwel onafgebroken regende.

    Het eerste wat ze van het vreemde land zagen, vertelt Alin, waren mannen met geweren. Net over de grens werden ze opgepakt door soldaten, de mensensmokkelaar had hen alleen gelaten. De mannen spraken een hard klinkende taal, die Alin en Ahmed niet begrepen. Ze brachten de kinderen naar een perceel bos in de provincie Hatay, het zuidelijkste puntje van Turkije, alsof ze hen weg wilden houden van de rest van het land. Hier zouden maanden later de wegen van broer en zus scheiden. Het was de plek waar Ahmed en Alin zonder het te beseffen misschien wel voor altijd uit elkaar zouden gaan.

    Eerst woonden ze daar met honderden vluchtelingen in een kamp onder bomen, in hutten van karton en plasticfolie, zonder bedden en zonder eten. De enige stroom kwam van de accu van een kapotte tractor, zegt Ahmed, het water om je te wassen uit een smerig kanaal, zegt Alin. Artsen, hulpverleners, mensen die naar hen omkeken hebben Alin en Ahmed niet gezien.

    Om geld te verdienen voor eten sloten ze zich algauw aan bij andere vluchtelingen. Ze volgden hen naar de omliggende velden, plukten katoen voor Turkse boeren, oogstten watermeloenen, tien uur per dag, zeven dagen per week. Ze zagen Syrische meisjes, ouder dan zijzelf, onder de zon bezwijken. Zelf werkten ze verder, tot het seizoen ten einde liep.

    Toen kwam de winter. De volwassenen gingen op zoek naar nieuw werk en een dak boven hun hoofd, ter bescherming tegen de kou. De mannen en vrouwen splitsten zich, en met hen de jongens en de meisjes. Het zou van korte duur zijn, zo werd gezegd, en de kinderen stelden geen vragen. Alin, die van haar moeder naaien had geleerd, klom de laadruimte van een vrachtwagen in. Ze reed met de vrouwen langs de kust van de Middellandse Zee naar de textielfabrieken van Mersin, 300 kilometer verder naar het noordwesten. Ahmed trok met de mannen naar het noordoosten, twee uur in een raamloze veewagen, tot in de ver uitgedijde buitenwijken van de miljoenenstad Gaziantep.

    De handen van Ahmed. – © Emin Ozmen / Der Spiegel
    De handen van Ahmed. – © Emin Ozmen / Der Spiegel

    Op een avond in mei van dit jaar, wanneer warme lucht de zomer aankondigt, trekt de nog geen anderhalve meter lange Ahmed een kar achter zich aan. Op zijn kapotte gymschoenen loopt hij langs garagebedrijven en verlaten, bouwvallige fabriekscomplexen, gevolgd door straatkatten. Dit is zijn moment, nu het gaat schemeren. Hij zoekt naar alles wat van niemand is en wat nog te gebruiken is: hier een weggegooide cilinder van een automotor, daar een oude blikken kuip. Om de paar honderd meter bukt hij zich en tilt de buit op zijn kar, die aan het einde van de nacht zo zwaar is dat hij hem nauwelijks meer kan trekken. Van zijn Turkse baas krijgt hij vijf kuruş per kilo, anderhalve cent. In goede nachten, zegt Ahmed, komt hij tot 300 kilo, vierenhalve euro. Wanneer de dag aanbreekt, gaat hij slapen, zijn vieze kleren nog aan; op hetzelfde moment dat zijn zus Alin in Mersin naar de kelder afdaalt.

    Maanden na de vlucht is dit het vijfde baantje van Ahmed. De bloeduitstortingen op zijn schouders zijn van het zware dragen, zegt hij, de krassen op zijn buik van de scherpe kantjes van de metalen vondsten, de littekentjes op zijn hals van de gloeiende vonken die zijn huid hebben verbrand.

    Toen hij net in Gaziantep was aangekomen, sliep hij ’s nachts in een tent met zes mannen en tien jongens, slaapzakken en dekens dicht tegen elkaar aan. Ze werkten samen, lasten staal op een werkplaats, bakten klinkers in een cementfabriek, zeulden stenen op bouwplaatsen waar nu huizen van vijf verdiepingen staan. De volwassenen legden elke Turkse lira opzij, zeiden dat ze er een plaatsje op een boot mee wilden betalen, een overtocht naar Europa. In Duitsland, zo vertelden ze hun kinderen, zouden ze het allemaal beter hebben. Maar afgelopen voorjaar ontdekten politieagenten hun tent aan de rand van de stad, trapten die kapot en ranselden hen af. De mannen werden als vee een vrachtwagen ingeduwd. Alleen de jongens mochten blijven. Ze werden nergens naartoe gebracht. Ze bleven gewoon op straat.

    Nu het dag wordt in Gaziantep loopt Ahmed van de sloperij naar zijn huidige slaapplaats, die hij deelt met de andere kinderen. Het is een hutje van golfplaten en planken, aaneengespijkerd op een van de aardebruine heuvels die zich in het zuiden van de stad verheffen, richting Mekka en Aleppo. Vanaf de hoogte, een uurtje rijden van de Syrische grens, reikt de blik ver over donkere huizen en vlaggen met een halve maan. Bijna twee miljoen mensen wonen hier, van wie bijna een op de zes voor de oorlog naar Gaziantep is gevlucht.

    Ahmed gaat in kleermakerszit op de grond zitten en zegt dat ze hun hut helemaal zelf hebben gebouwd, met gereedschap dat ze ergens hebben gevonden of gestolen. Ze, dat zijn negen jongens uit Homs en Aleppo, uit platgebombardeerde steden en dorpen, op zichzelf aangewezen in een land waarvan voorheen niemand van hen wist waar het lag. Ze gooien afvalzakken en een paar latten en takken op een hoop, maken een vuur en zetten een pot zoete thee, als volwassenen.

    Ieder heeft zijn taak, ieder zijn eigen verhaal. Mahmud, de oudste, is vijftien en al lang voor de oorlog wees geworden. Mohammed, de jongste, is elf en heeft zijn ouders op de vlucht verloren. Ze kenden elkaar niet, vonden elkaar op de bouwplaatsen. Omdat er niemand was die op hen lette, stichtten ze hun eigen gezin, een gezin met alleen kinderen. Ze staan samen op en gaan samen aan het werk. Ze bidden samen en delen hun brood.

    Het enige wat Ahmed nog van thuis heeft, is een rugzak. Daarin zitten een T-shirt met de tekst ‘I love Syria’, een broek, sokken, een zakje chocoladesnoepjes, een kleine speelgoedrobot en een gehavend mobieltje. Soms, als hij ’s ochtends na het werk niet in slaap kan komen omdat het dan al te warm is, pakt hij de telefoon en gaat oude foto’s bekijken, van zijn ouders, van Aleppo, van Alin.

    Niet meer bang voor de dood

    Deze ochtend gaat Ahmed met een duim over het apparaat en bekijkt foto’s van zijn oude school, waarop jongens met gelkapsels en meisjes met bonte hoofddoeken te zien zijn, arm in arm. Ahmed weet niet waar zijn vrienden nu zijn of hoe het met hen gaat. Hij stuurt hun berichtjes, maar ze antwoorden niet meer. Soms denkt hij dat ze nog altijd in Aleppo zijn. En soms beeldt hij zich in dat ze al dood zijn, ‘misschien in het paradijs’.

    Ahmed zegt dat hij niet bang meer is voor de dood. Hij heeft al veel mensen zien sterven. Hij vertelt dat hij net in de tweede klas zat, net had leren lezen, toen hij samen met anderen niet ver van school zag hoe een man door een andere man werd onthoofd. Hij scrolt verder over het display van zijn telefoon en vindt uiteindelijk een wiebelige video. Op het filmpje, ruim twee jaar geleden opgenomen, is een geblinddoekte man te zien die geknield in een plas donker bloed zit. Naast de man staat een andere man in een zwart gewaad, en om hen heen staan mensen toe te kijken. De man in het gewaad heeft een groot zwaard in zijn hand, dat hij tegen de nek van de knielende man houdt. Hij roept Allahu akbar, God is groot. Dan slaat hij hem het hoofd af.

    Ahmed zegt dat hij het filmpje zelf heeft gemaakt, op een marktplein in Aleppo. Zijn vader had hem toegeschreeuwd, hem opgedragen het te wissen, er nooit meer naar te kijken, maar Ahmed heeft hem niet gehoorzaamd. Nu laat hij het aan iedereen zien; de jongens kijken er met grote ogen naar. Mahmud, de oudste, fronst zijn voorhoofd en kijkt als een wolf naar de nachtelijke hemel. ‘Er zijn oorlogen,’ zegt hij, ‘omdat er boze mensen zijn.’ Mohammed, de jongste, vraagt hoe je die kunt herkennen, hoe je die van goede mensen onderscheidt.

    Na werktijd is Ahmed vaak met zijn mobiel in de weer. Hij stuurt berichtjes aan zijn oom, die een paar maanden geleden uit Aleppo is gevlucht, maar de grens niet meer over komt. De oom is vrijwel altijd aan het foeteren. Hij schrijft dat Ahmed zijn zus moet gaan zoeken, maar Ahmed zegt dat hij niet weg wil, ‘nooit meer op reis wil’.

    Ooit groeiden Alin en hij op zoals de meeste broers en zussen, dicht bij elkaar. Tot zijn negende sliepen ze op één kamer, met knuffeldieren in bed en zelfgemaakte tekeningen aan de muren. Ze pestten elkaar, trokken aan elkaars haar. Soms vertelden ze elkaar tot diep in de nacht verhaaltjes of moppen, dan schoven ze hun bedden dicht tegen elkaar zodat hun ouders hen niet konden horen. Maar nu de oorlog hen verdreven heeft, worden ze gescheiden door honderden kilometers vreemd land. Op hen moet het overkomen als een hele wereld.

    Hun enige contact bestaat uit berichtjes via de mobiele telefoon, vrijwel elke avond. Alin schrijft dan hoeveel kleren ze die dag heeft gezoomd. En af en toe stuurt ze foto’s van de kamer waar ze de nacht doorbrengt, een krappe ruimte met kapotte matrassen waarop nog een stuk of tien kinderen slapen. Ze schrijft dat ze na het werk vaak honger heeft, maar geen geld omdat haar hele loon alleen maar een plekje in deze kamer is. Als Ahmed zijn zus vraagt wat ze het meest mist, dan antwoordt ze ‘school’. Als Alin haar broer dezelfde vraag stelt, dan weet hij het niet.

    Alin vraagt zich niet af hoe de Duitsers rijk en mooi kunnen zijn terwijl zij, een kind, in een raamloze kelder zit. Ze denkt dat er in Duitsland gewoon al genoeg kinderen zijn

    Een paar weken geleden, toen Angela Merkel naar Gaziantep reisde, toen de Duitse kanselier zich daar voor de camera’s liet rondleiden door een opgepoetst vluchtelingenkamp, schreef Alin aan haar broer: ‘De meisjes hier zeggen dat de koningin van Europa bij jou is. Ze komt je halen!’ Ahmed begreep het niet. Hij had geen idee wie Angela Merkel was, had haar naam nog nooit gehoord. Nog altijd weet hij niet waar Duitsland ligt, alleen dat het op een of andere manier bij Europa hoort en dat Europa veilig is en kinderen daar niet werken. Ahmed zegt dat hij het werk haat en dat hij het haat als zijn armen pijn doen. Hij zou liever voetballen, maar dan zou hij verhongeren, dat weet hij.

    De enige Duitser die Ahmed meent te kennen, is Arjen Robben. Dat is een Nederlander, maar een lichte huid staat voor Ahmed gelijk aan Duits. Vroeger in Aleppo, zegt hij, keek hij in een theehuis bij hen in de straat wel eens een wedstrijd van Bayern München. Het elftal in de rode shirts won altijd en de man zonder haar scoorde altijd, zegt Ahmed. Sindsdien gelooft Ahmed dat Duitsland ‘een goed land’ is. Al zijn vrienden geloven dat, alle acht jongens op de heuvel. Maar geen van hen weet hoe je in Duitsland moet komen. En weken geleden was Merkel, in de ogen van de kinderen een koningin die hen wilde helpen, nog maar net aangekomen in dat kamp in de buurt of ze was alweer vertrokken.

    Ahmed en Alin hebben geen idee van vluchtelingenquota. Ze weten niets over Turkije, over een president genaamd Erdogan of over een overeenkomst met de EU. Het enige wat ze weten is dat ze niet terug mogen naar Syrië omdat het daar te gevaarlijk is en dat ze niet door mogen reizen naar een ander land omdat de andere landen hen niet willen.

    In Alins verbeelding is Europa een eilandje, omgeven door een zee, ‘ergens in het noorden’. En in haar dromen, zo zegt ze, is Angela Merkel geen mevrouw in een broekpak, maar een jongedame in een wit gewaad, met een supergladde huid en lang, goudachtig haar. Ze heeft nog nooit een echte foto van haar gezien, maar enkele meisjes met wie ze kleding naait, hebben gezegd dat alle Duitsers ‘rijk en mooi’ zijn. Alin vraagt zich niet af hoe de Duitsers rijk en mooi kunnen zijn terwijl zij, een kind, in een raamloze kelder zit. Ze denkt dat er in Duitsland gewoon al genoeg kinderen zijn.

    13-jarige Alin: ‘Alle Duitsers zijn rijk en mooi.’ – © Claas Relotius / Der Spiegel
    13-jarige Alin: ‘Alle Duitsers zijn rijk en mooi.’ – © Claas Relotius / Der Spiegel

    In de fabriek in Mersin zit Alin achter de naaimachine kleine krokodillen op witte poloshirts te naaien. Lacoste, Adidas, Puma, Nike, in een minuut naait ze een logo op sportbroekjes en T-shirts, op vervalste merkkleding die van Mersin naar Istanboel gaat, van Istanboel naar Bulgarije en van daaruit naar Duitsland. Dat vertelt Nasser, een man met een slecht gebit en een hemd dat nat van het zweet is. Hij is 34 jaar oud en net als de kinderen die voor hem werken afkomstig uit Syrië. Hij kwam hier vier jaar geleden aan, ook uit Aleppo, waar hij als kleermaker werkte. Na zijn vlucht verkocht hij zijn auto, schafte ruim twintig naaimachines van het merk JUKI aan en begon in een wijk waar zich al lange tijd geen politieagent meer vertoont zijn fabriek.

    Aanvankelijk zaten er nog Turken aan zijn naaitafels, vrijwel alleen volwassenen. Maar gaandeweg, zegt Nasser, kwamen er steeds meer Syriërs, gevluchte kinderen ‘die half zo duur waren’. Nasser loopt de trap op, schuift de kelderdeur open en kijkt de straat in, waar zich tientallen fabrieken bevinden. Volgens hem zijn het allemaal kelders als de zijne, waar duizenden jongens en meisjes zitten, alleen is hij, zelf een vluchteling, de enige Syrische eigenaar. Nasser trekt aan zijn sigaret, zegt dat hij zelf vier kinderen heeft en geen andere keus.

    Beneden bij de naaitafels heeft hij een cd-speler neergezet, waarvan de luidsprekers veertien uur per dag Arabische liedjes produceren. Een heldere vrouwenstem zingt over hoop en geluk. De muziek stimuleert de kinderen, zegt Nasser, ‘houdt hen in het ritme’. Hij loopt langs de rijen, de armen kruiselings achter de rug, als een leraar door het klaslokaal. De kinderen mogen niet met elkaar praten. Praten, roept Nasser hen toe, is slecht voor de productie en kost geld. Overdag hebben ze maar één pauze, veertig minuten waarin ze warme limonade drinken, linzensoep eten en pal naast de werkruimte achter een oud gordijn boven een gat in het beton hun behoefte doen.

    In de vastentijd, zegt Alin tijdens een pauze, mag ze overdag helemaal niets eten en nog geen slokje drinken. Ze zit gehurkt op de grond tussen bergen rode en zwarte stoffen. Tegen de middag is ze al zo uitgeput dat ze nauwelijks meer op haar benen kan staan. Ze probeert aan iets leuks te denken en zegt dat ze het liefst met de kleine krokodil bezig is. Ze vindt krokodillen leuk omdat krokodillen sterke dieren zijn. Als het kon, zegt Alin, zou ze zelf gewoon wegzwemmen, naar Europa, zoals andere vrouwen en meisjes gedaan hebben toen ze hier in Mersin geen onderdak en geen werk hadden kunnen vinden. Ze kochten een buskaartje en reden langs de kust naar Bodrum. Daar stapten ze in een rubberboot en daarna, zegt Alin, heeft ze nooit meer iets van hen gehoord.

    Ze weet dat er mensen in de Middellandse Zee verdrinken. Maar ze weet ook dat veel mensen de overkant wel bereiken. Ze is jaloers op de kinderen die het hebben gered, zegt Alin, omdat die niet hoeven te werken en naar school kunnen gaan. Alin vertelt dat het altijd haar droom is geweest om arts te worden en dat ze nu bang is dat ze haar hele leven in de kelder moet blijven. Ze is al twee jaar niet meer naar school geweest. Haar broer Ahmed, zegt ze, ‘heeft geen idee hoeveel twaalf keer twaalf is’.

    Aanplakbiljetten

    Kinderen als Ahmed en Alin, de straten van Gaziantep en Mersin zijn er inmiddels vol mee. En aan de muren in die steden – Alin en Ahmed lopen er elke dag langs – hangen behalve reclames voor Coca-Cola en Erdogan grote aanplakbiljetten met Arabische teksten. Islamitische Staat laat die ophangen, lonkt met zakgeld en eten, met een ‘grote familie’ die zich om jongeren bekommert.

    Alin weet niet precies wat Islamitische Staat is. Ze kent alleen de beelden van gemaskerde strijders die mensen het hoofd afsnijden of levend verbranden. Wanneer ze ’s avonds vanuit de fabriek naar haar slaapadres loopt, ziet ze wel eens andere kinderen die verkleed executies naspelen.

    Nog niet zo lang geleden, zegt Alin, ving ze een gesprek op tussen Nasser en andere mannen, die het erover hadden dat in Gaziantep, waar Ahmed woont, een autobom was ontploft voor een politiebureau. Twee mensen waren omgekomen, tweeëntwintig gewond geraakt, en de chauffeur van de auto zou een jonge, minderjarige Syriër zijn geweest, een kind nog.

    Toen Alin dat hoorde, leek het wel alsof de schrik van Aleppo haar weer had ingehaald. Ahmed schreef dat hem niets was overkomen, maar dat was voor Alin niet voldoende. Zij, de oudere zus, besloot haar broer te gaan halen, hem persoonlijk te beschermen. De volgende ochtend stapte ze met al het geld dat ze had, vijftig lira, in de bus naar Gaziantep.

    De rit duurde vijf uur. Alin keek uit het raam, zag de katoenvelden van Adana waar ze zelf ooit had gewerkt, en de steengroeven bij Gaziantep, waar nu ook kinderen werkten. Na aankomst op het busstation belde ze haar broer, maar Ahmed nam niet op. Ze bleef het urenlang tevergeefs proberen, net zo lang tot het donker werd, en nam toen de laatste bus terug naar Mersin.

    Tijdens die rit, zegt Alin, heeft ze heel lang gebeden voor haar broer en dat ze elkaar ooit zullen terugzien. Ze moest ook aan het liedje over de twee kinderen denken dat ze vroeger, in een ander leven, op school had geleerd. De kinderen uit dat liedje werden gered. Toen de oorlog voorbij was, mochten ze terug naar hun geboorteland. Alin begon te piekeren. Ze kwam tot de conclusie dat Allah misschien twee kinderen zou kunnen redden, maar waarschijnlijk geen honderden en al helemaal geen honderdduizenden. En toen, zegt Alin, stelde ze zich voor wat er met Ahmed en haar zou gebeuren als het geluk hen niet vond, als hun lot niet dat van die twee kinderen uit het liedje zou zijn en het slecht met hen zou aflopen.

    Toen kwam er een berichtje van Ahmed binnen. Hij schreef: ‘Hallo zus, we zijn dag en nacht aan het werk geweest. Binnenkort heb ik genoeg geld, binnenkort heb ik genoeg voor jou en mij samen.’

    De ochtend nadat ze was teruggekeerd uit Gaziantep ging Alin zoals altijd voor zonsopgang weer aan het werk, vijftien treden omlaag de vochtige, naar zweet ruikende kelder in. Nasser, de baas, ontving haar met een paar stevige verwensingen omdat ze een hele dag niet was komen opdagen, omdat duizend zomen niet waren genaaid. Zwijgend liep ze naar haar plaats, plantte het kussen in haar rug, zette haar linkervoet op het pedaal en legde haar rechterhand op de naaimachine. Maar toen biggelden de tranen over haar wangen. Ze schaamde zich, sloeg haar handen voor het gezicht, maar ze kon niet stoppen met huilen. Het was niet om haar dode ouders. Niet om de pijn in haar lijf. Het kwam, zo vertelt ze, doordat Nasser, een volwassene, tegen haar tekeer was gegaan. Ze had zich voor heel eventjes kind gevoeld.

    Auteur: Claas Relotius
    Vertaler: Pieter Streutker

    Beeld bovenaan: De 12-jarige Ahmed in de sloperij waar hij werkt. – © Emin Ozmen / Der Spiegel

    schermafbeelding 2017 04 05 om 11 04 58 am

    Claas Relotius

    Claas Relotius (1985) studeerde politieke en culturele wetenschappen in Bremen en Valencia en journalistiek aan de Hamburg Media School. Hij liep tijdens deze studie stage bij het journaal van het ZDF en de Deutsche Welle in Berlijn. Hij werkt sinds 2011 als freelancer en schrijft zowel in het Duits als in het Engels. Publicaties van zijn hand verschenen in Die Zeit, Weltwoche, Neue Zürcher Zeitung, The Guardian en Los Angeles Times.

    Der Spiegel
    Duitsland | weekblad | oplage 976.000

    Een belangrijk onderzoekstijdschrift, opgericht in 1947 en uiterst onafhankelijk, dat verscheidene politieke schandalen aan het licht heeft gebracht.

  • Kan autodidact Schulz Merkel verslaan?

    Kan autodidact Schulz Merkel verslaan?

    Martin Schulz wil Brussel verruilen voor Berlijn. Als sociaaldemocratisch kandidaat voor het kanselierschap zal hij het in september opnemen tegen Angela Merkel.

    Het is wel vreemd: uitgerekend op het moment dat de Europese Unie de grootste crisis in haar bestaan doormaakt, wil de SPD de verkiezingen in met een lijsttrekker die meer dan wie ook dat Europa vertegenwoordigt. De partij legt haar lot in handen van een man die geen regeringservaring heeft en de politiek in Berlijn slechts op afstand kent. Een sprong in het diepe, absoluut. Voor iedereen.

    Al onmiddellijk kreeg de kandidaat te voelen wat hem nu te wachten staat. De verwachtingen in zijn eigen fractie zijn hooggespannen – zijn politieke tegenstanders slijpen hun messen. Niemand weet waar hij in de binnenlandse politiek voor staat, beweren vertegenwoordigers van Groenen, FDP en CDU/CSU. Kent hij wel de details van de loonvorming of de finesses van het pensioenstelsel? Oude interviews worden doorgespit. Ah! Hij wilde ooit euro-obligaties om Zuid-Europese schulden over te hevelen naar de Europese Unie! Sommigen proberen hem nu als extreemlinks weg te zetten. En de AfD heeft haar slogans al klaar: Schulz is ‘symbool van de EU-bureaucratie en een diep gespleten Europa’.

    Dat zal hij nog vaak te horen krijgen, want met zijn aanwijzing als lijsttrekker is de verkiezingsstrijd begonnen. En die zal heviger zijn dan alles wat hij als lijsttrekker bij de Europese verkiezingen ondervond.

    Martin Schulz in zijn boekwinkel. – © Michael Trippel / Laif / Hollandse Hoogte
    Martin Schulz in zijn boekwinkel. – © Michael Trippel / Laif / Hollandse Hoogte

    Natuurlijk maakt Schulz deel uit van het establishment in Brussel. Hij was er zeven jaar fractieleider en vijf jaar parlementsvoorzitter. Maar symbool van de bureaucratie? Schulz was nooit lid van de Europese Commissie, hij was altijd met hart en ziel parlementariër. Tussen zijn collega’s viel hij snel op: omdat hij zijn standpunten hartstochtelijk verdedigde, over een scherpe tong beschikte, anderen wist mee te slepen. Zulke eigenschappen zijn in het Europees Parlement niet al te dik gezaaid. Europarlementariërs zijn vakpolitici en hebben, alleen al vanwege de grote ruimtelijke afstand, een zwakke band met de kiezers in eigen land.

    Voor Schulz was dat anders. Zijn kieskring lag immers maar anderhalf uur van Brussel. Hij bleef er wonen. Zijn vrouw, landschapsarchitect, had er haar bedrijf, zijn kinderen gingen er naar school.

    In Würselen kent vrijwel iedereen hem. Hij wilde er profvoetballer worden, en toen dat niet lukte begon hij een boekhandel, die nog altijd bestaat. Achter in de zaak zat Schulz met zijn vrienden van de jonge socialisten politieke plannen te smeden. Op zijn eenendertigste werd hij tot burgemeester gekozen, de jongste op dat ogenblik in Noordrijn-Westfalen. Vanuit kikkerperspectief leerde hij de politiek kennen.

    Eind jaren tachtig moest hij onverwacht ruim duizend Afrikaanse vluchtelingen onderbrengen, die België had doorgelaten. Hij legde beslag op een sportzaal, vreesde vervolgens voor zijn herverkiezing… en kreeg een absolute meerderheid. Toen de kolenmijnen in de regio sloten, zette hij samen met zijn collega uit het naburige Aken een bedrijvenpark op, waar IT-ondernemers zich vestigden. De vandaag de dag bij internationale voetbaltoernooien gebruikte doellijntechnologie komt uit Würselen. Voor hem is dat belangrijker dan heel wat richtlijnen die hij door het parlement loodste, zegt de voetbalfan Schulz enthousiast.

    Mislukte schoolcarrièrre

    Sowieso is hij een goed verteller en een goede waarnemer. Misschien ook wel omdat hij een dagboek bijhoudt, al meer dan dertig jaar. Maar bovenal is hij een buitengewoon belezen mens, uitdrukking van een honger naar ontwikkeling, en dat is weer het resultaat van een mislukte schoolcarrière. Schulz was slecht in wiskunde, hij bleef tweemaal zitten en in de vijfde klas moest hij van school. Geen diploma, geen studie. Dus moest hij zich zijn kennis zelf eigen maken, als autodidact.

    Boekhandelaar worden lag voor de hand, dan kon hij veel lezen.

    Sommigen proberen uit dat ontbrekende diploma nu al politieke munt te slaan. Maar Schulz komt er niet door in gevaar. In de ogen van sociaaldemocraten adelt het hem pas echt: hij zou de eerste kanselier zijn zonder diploma.

    Maar tot het zo ver is, dient hij nog een lange weg te gaan en moet hij eerst politiek stelling nemen. Zelfs partijvrienden konden of wilden de afgelopen tijd niet zeggen waarvoor deze kandidaat inhoudelijk staat. Toch is Schulz uitstekend thuis in de landelijke politiek. Sinds 1999 maakt hij deel uit van het partijpresidium, langer dan wie ook. Debatten over een rem op de huurstijgingen of over het minimumloon kent hij maar al te goed, maar als Europaparlementariër hoefde hij zich hierop nooit in het openbaar vast te leggen.

    Schulz spreekt de laatste tijd vaak over de onzekerheden in het arbeidsleven, de problemen van gewone hard werkende mensen en de onrechtvaardige verdeling van de welvaart. Maar pogingen hem als extreemlinks af te schilderen zullen stuklopen. Sinds de jaren negentig is Schulz lid van de Seeheimer Kreis, een groep pragmatisch-conservatieve SPD-politici. Ook in de Europese fractie van de sociaaldemocraten, waarvan veel socialisten deel uitmaken, bevond hij zich altijd op de rechterflank.

    Vluchtelingen, Turkije, euro: op geen van die dossiers kan hij Merkel geloofwaardig aanvallen. Dat zou ook ingaan tegen zijn eigen overtuiging

    Schulz spreekt zich niet uit voor een bepaalde coalitie. Dat verwachten de SPD-parlementariërs ook van hem. Velen dromen van een rood-rood-groene coalitie. De partij wil eindelijk weg uit de Grosse Koalition, waarin zij de juniorpartner is. Schulz moet een nieuw begin maken. Maar hoe? Hij is dan wel niet gebonden aan kabinetsstandpunten, maar staat toch als vrijwel geen ander voor de grote coalitie – in Europa. Daar was hij de afgelopen tweeënhalf jaar verantwoordelijk voor een ongekende samenwerking met de christendemocraten. Het had veel weg van de wijze van regeren die Duitsland kent.

    Schulz was betrokken bij alle belangrijke beslissingen. Hij maakte de Grieken duidelijk dat ze alleen in de euro konden blijven als ze zich aan hun verplichtingen zouden houden. Over euro-obligaties sprak hij niet meer. Hij maakte zich hard voor een eerlijke verdeling van vluchtelingen over Europa en voor het vluchtelingenakkoord met Turkije. Hij verdedigde de handelsverdragen met Canada en met de Verenigde Staten – steevast tegen het verzet van links in. Schulz handelde als verlengstuk van zijn vriend Juncker, beiden onderhielden ze nauwe contacten met de kanselier in Berlijn. Tussen Angela Merkel en Schulz ontstond een verhouding van wederzijds vertrouwen. Zij nodigde hem vaak uit in de kanselarij, hij organiseerde gezamenlijke diners met de Franse president.

    Toen Schulz in de voorbije herfst een nieuwe ambtstermijn als parlementsvoorzitter ambieerde, vestigde hij zijn hoop op Merkel. Mijn toekomst ligt in handen van de kanselier, orakelde hij. Zij zou de conservatieven in Europa er wel van overtuigen dat hij – tegen alle afspraken in – in functie zou kunnen blijven, dacht Schulz. Dan zou ze zich hem immers als concurrent bij de Bondsdagverkiezingen van het lijf kunnen houden.

    Maar Merkel deed niets. Nu daagt hij haar uit – en torst hij hun hele gezamenlijke geschiedenis met zich mee. Vluchtelingen, Turkije, euro: op geen van die dossiers kan hij Merkel geloofwaardig aanvallen. Dat zou ook ingaan tegen zijn eigen overtuiging. Schulz wil geen brandmuren optrekken tegen het populisme en zo voorkomen dat steeds meer sociaaldemocraten overlopen naar de AfD. Hij zal het nationalisme hekelen en zich hard maken voor een sterk verenigd Europa.

    Of dat stemmen gaat opleveren? Het blijft een gok.

    Auteur: Thomas Gutschker
    Vertaler: Marten de Vries

    Openingsbeeld: © Hermann Bredehorst / Polaris

    Frankfurter Allgemeine Zeitung
    Duitsland | dagblad | oplage 382.000

    Een van de belangrijkste kranten van Duitsland. Hoewel politiek onafhankelijk, wordt de FAZ over het algemeen een gematigd conservatief profiel toegedicht.