Tag: Midden-Oosten

  • Hoe Syrische scheepsbouwers de oorlog hebben doorstaan

    Hoe Syrische scheepsbouwers de oorlog hebben doorstaan

    Arwad is het enige bewoonde Syrische eiland en staat bekend om haar Fenicische scheepsbouwtraditie, die meer dan 2500 jaar teruggaat. Ook tijdens de burgeroorlog heeft het eiland de traditie in stand weten te houden.

    In de zinderende zon, tegen een achtergrond van de Middellandse Zee, slaan mannen spijkers in de achtersteven van een houten boot. Duizenden jaren lang hebben vele handen gezwoegd om deze vaartuigen tot stand te brengen. Halfafgebouwde geraamtes staan verspreid over het strand terwijl hun reeds voltooide witgeschilderde evenbeelden aan de horizon prijken.

    Een meter of twee verderop kijkt Mohamed Bahlawan toe. In zijn gerimpelde handen houdt hij een wandelstok, zijn ogen zijn vochtig van de ouderdom. Hij knijpt ze een beetje dicht terwijl hij zijn woorden lang- zaam maar duidelijk articuleert. ‘Wat wij hier doen is zeldzaam,’ zegt hij met een sprankje trots in zijn stem. ‘Dit werk is nergens anders ter wereld te vinden.’

    Bahlawan is een bewoner van Arwad, een eiland op 4 kilometer afstand van de Syrische kuststad Tartus. Arwad is het enige van een handjevol Syrische eilanden dat bewoond is en staat deels bekend om haar Fenicische scheepsbouwtraditie, die meer dan 2500 jaar teruggaat.

    Arwat staat deels bekend om haar Fenicische scheepsbouwtraditie, die meer dan 2500 jaar teruggaat.

    Vrijwel alle bewoners van het idyllische eiland zijn soenitisch. Hoewel de burgeroorlog het grootste deel van het land verwoestte, is Arwad er zonder fysieke schade van afgekomen. Wel vertrokken veel inwoners naar het buitenland om het regime van Bashar al-Assad of de militaire dienstplicht voor jonge mannen te ontvluchten. Veel anderen verhuisden naar het vasteland om werk te zoeken.

    Voor de eilanders is de manier om de kost te verdienen onlosmakelijk verbonden met de omliggende zee; de meesten zijn matroos of visser en een kleiner gedeelte omarmt de traditie van scheepsbouw. Bahlawan erfde het beroep van zijn vader, die het weer van zijn vader leerde. Hij haalt herinneringen op over hoe het vak door de jaren heen veranderde.

    Handwerk

    ‘In het begin deden we alles met de hand. We hadden geen elektrisch gereedschap, enkel een zaag, een dissel, een boor. Later innoveerden we; we kregen een houtzagerij en begonnen met elektriciteit te werken,’ vertelt hij. Zijn woorden worden overstemd door werkgeluiden verderop.

    Iets verderop regelt zijn zoon, Farouk Mohamed Bahlawan, de productie van een boot naast zijn werkplaats aan zee. De vijfenvijftigjarige Farouk zit al vijfenveertig jaar in het vak. Tijdens de burgeroorlog kampte hij met de hoge materiaalprijzen, die zijn export beïnvloedden. De problemen werden verergerd door de helse bureaucratische procedures van de Algemene Syrische Autoriteit voor Land- en Zeehavens. ‘Ooit kon je alleen een [scheeps]bouwvergunning krijgen door iemand om te kopen,’ vertelt hij. ‘Nu is de rust teruggekeerd, worden er dingen gefaciliteerd en worden we aangemoedigd om in het vak te blijven.’

    Nazem Taleb, huidig hoofd van de haven van Arwad, legt uit hoe de oorlog en de aanwezigheid van controleposten – waar reizigers tussen de verschillende gouvernementen vaak werden gearresteerd – mensen ontmoedigden om Arwad te bezoeken. ‘Er kwam zelfs bijna niemand meer,’ vertelt hij, en voegt eraan toe dat het eiland nu ook vaak bezoekers uit andere delen van Syrië ontvangt, evenals uit andere landen, zoals Libanon en Turkije.

    MO Kinderen compressed
    Kinderen spelen aan de waterkant op het eiland Arwad, Syrië. – © Anagha Nair

    De veertigjarige Hibra Qanatre uit Idlib is een van die bezoekers. Voor de val van het regime was het vanwege de aanhoudende burgeroorlog nagenoeg onmogelijk om het eiland aan te doen. Idlib werd geregeerd door de rebellengroep Hayat Tahrir al-Sham. Andere delen van het land vielen nog steeds onder het gezag van Assad.

    ‘Voor de revolutie kwam ik vaak naar Arwad – dit is mijn eerste keer na de val van het regime,’ vertelt ze op een van de veerponten die tussen Tartus en het eiland varen. Taleb zegt dat er dertig à veertig boten per dag aankomen op het eiland, elk met ongeveer veertig mensen aan boord. ‘Als begin is dat een mooi aantal bezoekers,’ zegt ze. Qanatres negenjarige nichtje Sara kijkt toe terwijl haar tante over haar bezoek vertelt. Ze is hier samen met haar moeder en haar nicht Naya. Terwijl de boot Arwad benadert, glimlachen de meiden breed en maken ze met hun vingers hartjes voor de foto, met de rug naar het eiland gekeerd. Lachende moeders houden telefoons in de lucht om ze te fotograferen.

    ‘Dit is de eerste keer dat ik naar het eiland kom. Het is heel anders [dan Idlib],’ zegt Sara terwijl ze plukjes haar uit haar gezicht veegt. ‘Wij hebben geen zee, en het weer is hier ook beter.’

    Er klinken geen toeterende auto’s en er hangt geen uitlaatrook.

    Tijdens Assads regime was de lucht altijd vervuld van de geur van wantrouwen en de gevreesde inlichtingendienst van de staat. Zoals in veel andere delen van het land voelden ook de inwoners van Arwad de ijzeren greep van het regime. Nu slenteren mensen rond in de hitte, hun handen plakkerig van het ijs dat ze aan zee hebben gegeten. Er klinken geen toeterende auto’s en er hangt geen uitlaatrook. Er heerst een geanimeerde sfeer tussen bewoners die elkaar passeren. Verder landinwaarts kijkt Mustafa Ali Bahar, een bewoner van Arwad, trots naar een bord dat hij voor de snoep- en drankjeszaak van zijn zoon heeft geplaatst. Naast een karikatuur van de ten val gebrachte president Assad staan de woorden ‘Waarom zouden we elkaar ontmoeten? Om bijvoorbeeld een drankje te drinken, haha’. De woorden zijn een referentie naar Assads antwoord op een journalist die hem in augustus 2025 in een interview vroeg waarom hij weigerde in gesprek te gaan met de Turkse president Recep Tayyip Erdoğan. ‘Voorheen zou ik hiervoor naar Sednaya moeten,’ zegt hij terwijl hij naar het bord wijst. Hij doelt op de beruchte gevangenis waar tegenstanders van het regime en gewone Syriërs werden gemarteld.

    Maar, geeft hij ook toe, niet alle wonden zijn geheeld. Veel mensen die door de regering gevangen werden genomen, zijn nog niet teruggekeerd. Over hen is nog niets bekend.

    180 graden gedraaid

    In Arwad zijn we allemaal een soort familie – sommige van mijn buren werden gezocht en sommige van mijn familieleden ook,’ zegt hij. Hij vertelt dat het eiland destijds zwaar was doordrongen van informanten en functionarissen uit verschillende overheidsdiensten, zowel administratief als gerelateerd aan de inlichtingendiensten. ‘Na de bevrijding keerden veel [vluchtelingen] terug.’

    Farouk Bahlawan vertelt dat de situatie van Arwad ‘180 graden is gedraaid’ sinds het regime ten val kwam, maar dat hij hoopt dat de faciliteiten nog verder zullen verbeteren. ‘Vandaag de dag worstelen we met [het gebrek aan] elektriciteit. Ook moeten belastingen van de gemeente of het ministerie van Binnenlandse Zaken worden verlaagd zodat we in ons vakgebied kunnen blijven.’

    Farouk werd geboren in een familie die veel kennis heeft van de scheepsbouwtraditie. Zijn zonen wilden hem graag opvolgen, maar Farouk was het daar niet mee eens. Nu zijn zijn zonen opgeleid in werktuigbouwkunde. ‘Ze wilden het vak leren, maar ik liet het niet toe,’ zegt hij op ietwat defensieve toon. ‘De reden is dat we hevig werden onderdrukt en beïnvloed door de havenautoriteiten.’
    De meeste eilanders moesten in die tijd knokken om hun vak te beoefenen. Visser Mustafa Alaa Othman vertelt dat hoewel zijn kinderen niet voor het vak hebben gekozen, een van hen wel besloot maritieme studies te doen, wat ook een manier is om maritiem officier te worden.

    Plofvissen

    Othman legt uit dat de prijzen torenhoog waren en dat het regime op veel plekken aan plofvissen deed, een verwoestende techniek die vissen in het water doodt, zodat ze de vishandel konden monopoliseren. ‘Uiteindelijk hadden deze praktijken effect op ons en we konden er niets tegen doen,’ zegt hij. Hij hoopt dat de tijd waarin de zee nog barstte van de vissen, op een dag zijn wederkeer maakt.

    Ook Farouk is optimistisch over de toekomst van zijn werk op het eiland. Hij vertelt dat hij er bij de regering op aandringt een instituut te stichten waar mensen scheepsbouw kunnen leren, zodat meer jonge mensen zich in het vak kunnen specialiseren. ‘Ik zou docent willen worden bij zo’n soort school, zodat dit beroep kan blijven bestaan.’

    MO Farouk compressed edited scaled
    Farouk Bahlawan wijst naar de arbeiders terwijl zij een boot bouwen. – © Anagha Nair

    Voor hem is scheepsbouw niet slechts een manier om geld te verdienen, maar een levenswijze. Hij beweert dat hij zich elke boot kan herinneren die hij in de afgelopen dertig jaar heeft gebouwd. ‘Als ik zie dat een van mijn boten wordt verwaarloosd, of aan reparatie toe is, doet me dat veel pijn,’ vertelt hij. ‘Ik ga met de boten om alsof het mensen zijn.’ Othman onderschrijft dit gevoel; hij gelooft dat het eiland Arwad moet worden gekoesterd en financieel gesteund. Zijn band met het ruime sop en zijn liefde voor deze levenswijze zijn in de loop der jaren alleen maar gegroeid. ‘Mensen die van de zee houden zijn daar vaak aan overgeleverd,’ zegt hij. ‘De zee overheerst en heeft een geheel eigen karakter.’

    Hij heeft een zus in Baniyas, een kuststad op het Syrische vasteland, maar dat leven trekt hem niet aan. ‘In twintig jaar ben ik slechts één keer bij haar gaan logeren,’ zegt hij.

  • De onzekere toekomst van het Midden-Oosten

    De onzekere toekomst van het Midden-Oosten

    Het Midden-Oosten is in 2025 tegelijk drastisch veranderd en hardnekkig hetzelfde gebleven: Iran en zijn milities zijn verzwakt, Assad is gevallen en Israël viel voor het eerst Iran zelf aan, maar geen van de onderliggende conflicten is opgelost. Ook in 2026 blijft de regio de wereldagenda bepalen, terwijl zij zelf niet weet welke kant het op gaat. Toch ontstaan er, ondanks oorlog en politieke stagnatie, ook zones van vooruitgang.

    Gaza: wederopbouw in een gespleten land

    Na de oorlog is Gaza opgesplitst in een door Israël gecontroleerde ring en een kleinere, zwaar overbevolkte enclave waar twee miljoen ontheemden onder Hamas-heerschappij in kampen leven. Het nieuwe bestuurlijke model creëert twee realiteiten: een ‘Gaza Oost’ dat wordt ingericht als etalageproject – met een belastingvrije zone bij Rafah en een nieuw havencomplex, gefinancierd door de Golfregio en uitgevoerd door Egyptische bedrijven – en een ‘Gaza West’ dat blijft hangen in chronische noodhulp, grotendeels gefinancierd door Qatar.

    Economische veerkracht en groene omslag

    Ondanks politieke instabiliteit boeken diverse landen in het Midden-Oosten vooruitgang met economische transformatieprogramma’s. Saoedi-Arabië, de VAE en Marokko investeren fors in groene energie, waterstof en nieuwe industrieën, wat volgens IMF-ramingen in 2026 voor een deel van de regio tot bovengemiddelde groei kan leiden. Marokko en Jordanië versterken hun rol in de ontwikkeling van zonne-energie en duurzame wateroplossingen; de VAE en Qatar trekken wereldwijd talent aan via technologie- en klimaatprogramma’s. Zo ontstaat een onverwachte positieve dynamiek: een regio die door klimaatrisico’s extra kwetsbaar is, blijkt tegelijk een van de snelste ontwikkelaars van groene technologie in het mondiale Zuiden.

    De Trump-regering probeert via een internationale stabilisatiemacht en een zogeheten Board of Peace Hamas tot ontwapening te dwingen. Er wordt gespeculeerd over een rol voor Marwan Barghouti, die eventueel uit de gevangenis zou kunnen worden vrijgelaten en naar Gaza verbannen, in de hoop dat hij Hamas ooit via verkiezingen kan verslaan. Maar zolang Israël verdergaat met annexaties op de Westoever en de Palestijnse Autoriteit leegloopt, blijft een levensvatbare Palestijnse staat vooral theoretisch.

    Israël: beschadigde status quo

    Israël begint 2026 in een toestand van militaire pauze maar politieke uitputting. Na gedwongen wapenstilstanden met zowel Hamas als Iran is er geen overwinning, maar een beschadigde status quo. Premier Netanyahu probeert die ambiguïteit politiek te benutten. Met verkiezingen uiterlijk in oktober 2026 en afkalvende steun voor zijn rechtse en ultraorthodoxe blok verschuift hij de aandacht opnieuw naar een vertrouwd slagveld: de strijd om de rol van het Hooggerechtshof en de liberale instituties. Zo wordt 2026 mogelijk óf het jaar van zijn laatste, polariserende campagne, óf het eerste jaar van een moeizame herbouw van vertrouwen in de Israëlische democratie.

    Iran en de schaduw van een tweede oorlog

    Iran gaat 2026 in als het land dat een kort maar intens conflict heeft doorstaan en met een zwaar beschadigd, maar niet-opgegeven nucleair programma achterblijft. Bondgenoten zoals Hamas en Hezbollah zijn verzwakt maar niet verslagen. De kernvraag is of er een politieke deal met de VS mogelijk is, of dat de regio afstevent op een tweede, bredere confrontatie. Als Teheran de Amerikaanse eisen ziet als een poging tot regimeverandering, kan het conflict zich uitbreiden naar de Golfregio en de olie-infrastructuur, wat opnieuw Amerikaanse betrokkenheid afdwingt – dit keer vooral ter bescherming van Arabische bondgenoten.

    Golfstaten: tussen Amerikaanse veiligheid en Israëlische normalisatie

    De Golfstaten bevinden zich in een strategische spagaat. Saoedi-Arabië blijft het grote doelwit bij de Amerikaanse poging om de Abraham-akkoorden uit te breiden: erkenning van Israël door Riyad zou een domino-effect creëren in de Arabische wereld. Maar de Saoedische leiding houdt vol dat normalisatie van de betrekkingen met Israël zonder geloofwaardig vredesproces met de Palestijnen ondenkbaar is. Tegelijk groeit de kans dat de VS en Saoedi-Arabië een formeel defensiepact sluiten, zelfs zonder normalisatie. Dat verdiept de veiligheidsrelatie, maar versterkt ook het ongemak: Washington wordt tegelijkertijd gezien als onmisbaar én onbetrouwbaar.

    Syrië: het echte werk begint

    Na de val van Assad richt Syrië zich ogenschijnlijk op normalisatie en wederopbouw. De nieuwe president, Ahmed al-Sharaa, werd internationaal ontvangen, sancties lijken op weg naar versoepeling en banken bereiden heropening voor. Toch is het land op de grond grotendeels verwoest. Hoewel miljoenen Syriërs zijn teruggekeerd, blijven stadswijken in puin liggen en is de rechtsorde fragiel. De gevreesde geheime dienst is minder zichtbaar, maar sektarische spanningen steken opnieuw de kop op – met aanvallen op alawieten en druzen die het beeld van een ‘nieuw Syrië’ ondermijnen. Wederopbouw blijft voorlopig vooral een diplomatiek concept, geen realiteit.

    Palestijnen: een paradox

    Voor de Palestijnen ontstaat een paradoxaal beeld. In Gaza zijn miljoenen mensen afhankelijk van VN- hulp en onderworpen aan een verzwakt maar standhoudend Hamas-regime dat, ondanks zware militaire verliezen, nog steeds de feitelijke macht in handen heeft. De enclave balanceert tussen humanitaire nood en politieke stilstand, waarbij elke vooruitgang in wederopbouw afhankelijk is van buitenlandse financiering en Israëlische goedkeuring.

    Op de Westoever kondigt Mahmoud Abbas verkiezingen aan voor uiterlijk oktober 2026, maar zijn autoriteit is zo ver uitgehold dat de aankondiging eerder voelt als een ritueel dan als een perspectief op echte politieke vernieuwing. De instellingen van de Palestijnse Autoriteit functioneren slechts gedeeltelijk; wantrouwen en vermoeidheid overheersen onder de bevolking.

    Voorzichtig richting stabilisatie

    Hoewel er nog conflicten zijn, komt er in 2026 op meerdere fronten diplomatieke toenadering. Egypte en Turkije hebben hun ambassades heropend, Saoedi-Arabië en Iran praten weer over grensveiligheid, en regionale samenwerking rond water en energie groeit. Samen wijst dat op een voorzichtige beweging richting stabilisatie. Ook bínnen de Golfregio wordt intensiever samengewerkt op het gebied van luchtvaart, energie en logistiek. Deze kleine diplomatieke verschuivingen lossen geen grote conflicten op, maar verminderen wel de directe risico’s op escalatie en creëren ruimte voor economische projecten die jarenlang onmogelijk leken.

    Tegelijk blijven figuren zoals Marwan Barghouti rondspoken als mogelijke sleutelfiguur: iemand die zowel in Gaza als op de Westoever legitimiteit zou kunnen hebben en dus een brug zou kunnen slaan tussen twee Palestijnse werkelijkheden die steeds verder uit elkaar groeien. Maar zijn daadwerkelijke invloed is uiterst onzeker. Niet alleen omdat hij gevangenzit, maar ook omdat elke toekomstige rol voor hem – of voor wie dan ook – volledig afhankelijk blijft van regionale en internationale machtsverhoudingen: van Israëlische restricties, Amerikaanse druk, Qatarese financiering en de strategische belangen van Egypte en de Golfstaten.

    Zo ontstaat een situatie waarin de Palestijnen zelf nauwelijks speelruimte hebben, terwijl de contouren van hun politieke toekomst grotendeels buiten hen om worden bepaald.

    Amerika: onvoorspelbaar

    Over alle dossiers heen blijven de VS de bepalende externe actor. De regering-Trump beëindigt conflic- ten, dwingt wapenstilstanden af, trekt sancties in en tekent deals, maar vergroot tegelijkertijd de onzekerheid. Bondgenoten weten niet of Washington Israël zal intomen of juist aansporen. Golfstaten twijfelen aan de betrouwbaarheid van de Amerikaanse veiligheidsparaplu. Iran ziet een macht die bemiddelt, maar ook bombardeert. De regio moet dus op Amerika rekenen, maar heeft geen idee welk Amerika dat zal zijn.

    Burgerinitiatieven, jeugdbewegingen en culturele bloei

    Onder de oppervlakte broeit een nieuwe maatschappelijke energie. In Libanon, Irak, Jordanië en Tunesië ontstaat een generatie jongeren die zich los van partijpolitiek organiseert rond corruptiebestrijding, vrouwenrechten en klimaatactie. Cultureel gezien is de regio opvallend vitaal: Egyptische en Jordaanse films halen internationale festivals, de Saoedische kunstscene professionaliseert snel en Libanese en Palestijnse schrijvers en muzikanten vinden wereldwijd publiek. Deze civiele en culturele dynamiek staat vaak los van de politieke stagnatie.

  • Bashar Murad, een kunstzinnige queerstem tegen Israëlische agressie

    Bashar Murad, een kunstzinnige queerstem tegen Israëlische agressie

    Ten midden van de Israëlische aanvallen op Gaza en Libanon, die al langer dan een jaar duren, vallen de standpunten van sommige Arabische queeractivisten op. Een van hen is de Palestijnse artiest Bashar Murad. Hij vertelt over zijn ervaringen en over de impact van Arabische queeractivisten in dit interview met het Libanese nieuwsplatform Raseef22.

    Israël probeerde de bezettingen in Palestina en Libanon af te schilderen als een ‘reddingsactie’ die leden van de LGBTQIA+-gemeenschap redt uit hun zogenaamd ‘extreme en barbaarse’ samenlevingen. Palestijnse queerinfluencers spraken dit narratief van Israël tegen en daagden het uit. Ze onthulde de pinkwashing-propaganda die Israël gebruikt om zijn ware imago te verfraaien en zijn acties te rechtvaardigen, wat veel weerklank vond in zowel de Arabische als de westerse wereld, en een ander facet van de Arabische queerstrijd onthulde.

    Een kleurrijke jeugd

    Bashar Murad is een Arabische kunstenaar en mensenrechtenactivist die zich bezighoudt met mensenrechtenkwesties in de Arabische wereld. Bashar werd in 1993 geboren in Jeruzalem en staat niet alleen bekend om zijn kunst en humanitaire werk, maar ook om zijn inzet voor de rechten van seksuele minderheden en zijn voortdurende oproep om een ​​einde te maken aan de bezetting van de Palestijnse gebieden.

    ‘Het is voor mij belangrijk geworden om te vertellen waar ik geboren ben, omdat de wereld een deel van mijn identiteit probeert uit te wissen en mijn zelfexpressie probeert te onderdrukken,’ vertelde Bashar aan Raseef22.

    Bashar Murad groeide op in een artistiek huishouden en ontwikkelde een sterk bewustzijn voor het theater en de studio. Hij is de zoon van Said Murad, de oprichter van de band Sabreen die in 1980 in Jeruzalem werd opgericht, waardoor muziek een medium voor hem werd om zichzelf uit te drukken en verbinding te maken met de wereld.

    Over zijn jeugd zegt Bashar: ‘Het was een kleurrijke en mooie jeugd, ondanks de uitdagingen van de bezetting. Ik werd beïnvloed door Palestijnse dichters zoals Mahmoud Darwish, Hussein Barghouthi, Fadwa Tuqan en nog veel andere Palestijnse en Arabische schrijvers. Dit alles creëerde in mij een bewustzijn van mijn identiteit en zorgde ervoor dat ik daar nog meer aan vasthield en het nog heviger wilde verdedigen.’

    Bashar verhuisde naar de Verenigde Staten om zijn universitaire studies af te ronden, waar hij werd blootgesteld aan nieuwe ervaringen die hem in staat stelden zichzelf te ontwikkelen. Hij keerde vervolgens terug naar Jeruzalem, met veel dromen die hij probeerde te verwezenlijken tijdens zijn werk in Ramallah.

    De liefde en het verlangen naar verzet

    Bashar Murad beschrijft zijn dagelijkse reis tussen zijn woonplaats Jeruzalem en Ramallah als een open les over de bezetting en de negatieve en gevaarlijke gevolgen ervan. ‘De weg tussen Ramallah en Jeruzalem is normaal gesproken 15 minuten rijden. Nu duurt het 120 minuten, of misschien langer, vanwege controleposten en onmenselijke praktijken die ons onze vreugde en ons leven ontnemen, net zoals ze ons land stelen.’

    Hij benadrukt dat de bezetting het Palestijnse volk probeert te verstikken, door hen op te sluiten achter hoge muren en barrières. ‘Het is moeilijk om je een toekomst voor te stellen vol pluraliteit en diversiteit, wanneer de bezetting elke vorm van diversiteit afwijst en een gevangenis creëert waar etnische zuivering voor de ogen van de wereld wordt uitgevoerd.’ Bashar beweert dat Palestijnen al vroeg de zware betekenis leren van woorden als invasie, belegering en gevangenis. ‘Het is logisch dat dit een verlangen naar verzet aanwakkert en een basis legt voor creativiteit,’ zegt hij.

    Een oproep tot vrijheid en vrede

    Naast het oproepen tot rechtvaardigheid en gelijkheid, bevatten Bashars liederen veel afwijzende termen, die duidelijk proberen de opgelegde realiteit aan te vechten ​​en verandering opeisen. Deze liederen roepen op tot vrede in de wereld zonder persoonlijke en culturele eigenschappen te verliezen. De trots op collectieve en individuele identiteit wordt aangesterkt door de aanwezigheid van Palestijnse symbolen en namen.

    Enkele van zijn bekendste Engelstalige nummers zijn: Wild West, ITSAHELL! en Intifada on the Dance Floor.

    Bashar verbindt de Palestijnse strijd met de wereldwijde strijd voor bevrijding, verwijzend naar de prestaties van de Amerikaanse burgerrechtenbeweging die de segregatie en discriminatie tegen Afro-Amerikanen aanvocht, apartheidswetten ontmantelde en gelijke rechten promootte. Hij maakte onder andere een Arabische en Engelse cover van Nina Simone’s ‘I Wish I Knew How It Would Feel to Be Free’ uit 1967.

    Zijn Arabische liedjes zijn meer sociaal georiënteerd en zijn bekendste werken zijn onder andere: Maskhara, Ana Zalameh, Shillet Hamal (Bunch of Bums) en Ma Bitghayirni.

    ‘Ik verwerp elke vorm van onrecht en mijn liedjes zijn politiek, sociaal en emotioneel divers.’ Hij gelooft dat zijn lied Ilkul 3am Bitjawaz (iedereen gaat trouwen) velen vreugde bracht omdat de tekst hun ervaringen weerspiegelt. Hij beschrijft dit type sociale kunst als het verzet tegen dominante maatschappelijke normen, het streven naar verandering en de bescherming van individuele vrijheid, terwijl de privacy en persoonlijke keuzes van mensen worden gerespecteerd. ‘Ik heb de waarden van vrijheid geleerd van mijn familie. Ik ben een zoon van deze diverse gemeenschap en ik vertegenwoordig een van haar vele verhalen.’

    In zijn muziek en teksten behandelt Bashar concepten zoals identiteit, gender en seksualiteit. ‘Op jonge leeftijd begon ik al deze onderwerpen te verkennen. Ik hield van dingen die anders waren dan die van mijn leeftijdsgenoten en mijn omgeving bestond voornamelijk uit meisjes. Hierdoor realiseerde ik me dat ik anders was, en daarom maak ik deze muziek voor het Bashar-kind dat opgroeide zonder rolmodellen zoals ik.’

    Zelfexpressie

    Bashar Murad spreekt met trots over zijn seksuele identiteit en zijn lidmaatschap van de LGBTIA+-gemeenschap. ‘Palestijns en homoseksueel tegelijk zijn is een verrijkende factor die mij in staat stelt om zowel mijn nationale als seksuele identiteit te bevestigen. De beperkingen die de bezetting oplegt, creëren een honger naar vrijheid en creativiteit. Bovendien draagt ​​de diversiteit binnen de Palestijnse samenleving, met haar verschillende identiteiten, allemaal bij aan de rijkdom van de artistieke productie.’

    Bashar deed mee aan een felle competitie om IJsland te vertegenwoordigen op het Eurovisie Songfestival, waar hij het lied Wild West zong. Hij zong ook het lied Klefi / Samed (Resilience) in samenwerking met de IJslandse band Hatari, die bekendheid verwierf in de Arabische wereld nadat ze de Palestijnse vlag hesen op het Eurovisie Songfestival in Tel Aviv in 2019.

    Bashar gelooft niet dat iedereen zijn werk leuk moet vinden, maar hij benadrukt dat hij een divers publiek heeft wat betreft leeftijden, geslacht en seksuele identiteit. ‘Het podium is waar ik mezelf uitdruk, waar ik mijn identiteit en bestaan ​​voel en waar ik met anderen kan communiceren.’

    Bashars uitstraling op het podium is heel uniek. ‘Elk deel van mijn identiteit geeft mij kracht. Ik weet dat het een weg is vol obstakels, maar uiteindelijk wil ik zeggen wat ik wil en mijn vrijheid verkrijgen.’

    ‘Wat we met al deze artistieke productie doen, is onze verschillende identiteiten in de Arabische wereld bevestigen’

    Bashar blijft optimistisch over de ontwikkeling van artistieke expressie van queers in de Arabische wereld, en merkt op dat ze professioneler worden. Hij gelooft echter dat ze nog tijd nodig hebben om zichtbaarder te worden. Hij hoopt op meer empowerment en steun voor queerindividuen om hun talenten te ontwikkelen. Bashar moedigt queerindividuen aan om hun talenten te laten zien. ‘Ieder van ons speelt een rol in het bouwen van een nieuwe structuur. Cultuur en collectief bewustzijn is een cumulatief proces.’

    Bashar beschrijft zichzelf als iemand die van uitdagingen houdt. Hij probeert een lang artistiek pad te bewandelen met veel prestaties, waaronder het houden van concerten in de Arabische wereld. Hij wil verschillende creatieve ervaringen opdoen en nieuwe ideeën ervaren, om zijn artistieke werk te diversifiëren.

    Naast zingen, songteksten schrijven en muziek maken, werkt hij ook als regisseur en model. Hij ziet deze variatie als essentieel voor elke artiest, omdat het hun ideeën, carrière en bewustzijn van de wereld verrijkt. ‘Wat we met al deze culturele en artistieke productie doen, is onze verschillende identiteiten in de Arabische wereld bevestigen. We zijn jonge, interactieve samenlevingen en er zijn veel mogelijkheden, maar we hebben tijd en ervaring nodig om een ​​vrije artistieke ruimte te creëren die de verschillen accepteert. Tot we die ruimte bereikt hebben, presenteren we wat we kunnen en zetten we een stap voorwaarts op het pad.’

    Om af te sluiten benadrukt  Bashar Murad dat hij hoopt op een einde aan de Israëlische oorlogsmisdaden en genocide in Gaza, naast zijn persoonlijke ontwikkeling. ‘Ik hoop mijn artistieke reis voort te zetten, ruimte te hebben om mijn ambacht te ontwikkelen en een groter vermogen te hebben om mijn verhaal aan de wereld te vertellen. Ik hoop ook het aantal fans te vergroten, die ik als mijn familie beschouw.

  • Syrië: rebellenleider Ahmed al-Sharaa benoemd tot interim-president

    Syrië: rebellenleider Ahmed al-Sharaa benoemd tot interim-president

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Duitsland: conservatieven en extreemrechts nemen anti-immigratiewetsvoorstel aan

    » Verenigde Staten: vliegtuig stort neer in Washington met 64 mensen aan boord

    Syrië staat nu aan het begin van de overgangsperiode

    De nieuwe Syrische autoriteiten kondigden woensdag aan dat Ahmed al-Sharaa, de de facto leider van Syrië die op 8 december de macht greep door Bashar al-Assad omver te werpen, de opdracht had gekregen om een ‘wetgevende raad (…) te vormen voor de overgangsperiode’. Hoelang die periode zal duren werd niet gespecificeerd. Ze kondigden ook de ontbinding aan van het voormalige parlement, van alle gewapende groepen die het offensief tegen het voormalige regime hadden geleid, en van het leger. De Baath-partij, die Syrië meer dan zestig jaar bestuurde, houdt ook op te bestaan.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    ‘Dit is een historische dag’ voor het land, aldus Osama Bin Javaid, correspondent van Al-Jazeera in Damascus. Hij wees erop dat de overgangsperiode die nu begint de weg vrijmaakt voor een opheffing van de sancties die het Westen het vorige regime van Assad heeft opgelegd. Maandag bereikte de Europese Unie overeenstemming over een ‘routekaart’ voor het verlichten van deze sancties, in navolging van Washington, dat tijdelijke verlichting aankondigde om te voorkomen dat basisdiensten zoals de ‘levering van elektriciteit, energie, water, sanitaire voorzieningen’ en humanitaire hulp zouden worden belemmerd.

  • Wat zij zeggen over het staakt-het-vuren tussen Israël en Hamas

    Wat zij zeggen over het staakt-het-vuren tussen Israël en Hamas

    Wat schrijven internationale commentatoren en opiniemakers over het staakt-het-vuren tussen Israël en Hamas? ‘Trump zal Israël moeten overhalen om concrete stappen te zetten in de richting van de oprichting van een Palestijnse staat.’

    Amir Tibon – journalist en schrijver

    Haaretz

    Dezelfde Netanyahu die het akkoord uiteindelijk ondertekende, heeft zijn binnenlandse politieke bondgenoten verteld dat hij niet van plan is om het akkoord na te leven en uit te voeren. Een van de extremistische, messianistische partijen in zijn regeringscoalitie is namelijk opgestapt vanwege het akkoord en een andere dreigde dit te doen als de overeenkomst volledig zou worden nageleefd. Daarop beloofde Netanyahu dat het staakt-het-vuren dat hij ondertekende slechts tijdelijk is en dat hij binnenkort het bevel zal geven om de oorlog te hervatten – en op die manier het leven op te offeren van ongeveer de helft van de levende gijzelaars die momenteel in Gaza worden vastgehouden.’


    Muhannad Ayyash – professor sociologie

    Al Jazeera

    ‘Sommigen schrijven het succes van het akkoord toe aan het unieke vermogen van de regering-Trump om Israël onder druk te zetten. Het is echter van cruciaal belang te onderstrepen dat Trump een meester is in politiek theater en ongetwijfeld wilde dat Israël vlak voor zijn inauguratie instemde met een staakt-het-vuren, zodat hij het kon gebruiken om zijn politieke kapitaal op te krikken. Met andere woorden, Trump heeft Netanyahu niet onder druk gezet om het akkoord te aanvaarden omdat hij echt vrede en orde wil, of zelfs omdat hij zich echt inzet voor alle drie de fasen van het akkoord. In plaats daarvan handelde hij waarschijnlijk uit persoonlijke politieke berekeningen om zijn reputatie op te vijzelen en de agenda van zijn regering door te drukken.’


    Paul Poast – professor politieke wetenschappen

    World Politics Review

    ‘Voor Israël verandert het staakt-het-vuren weinig aan de huidige militaire situatie in Gaza zelf. Gaza was al grotendeels verwoest, met meer dan 60 procent van de vooroorlogse structuren van het gebied gedecimeerd, volgens schattingen van de Verenigde Naties. Een staakt-het-vuren is relatief gemakkelijk te ondertekenen als er niet veel meer over is om op te schieten. (…) Hamas heeft er wellicht op gerekend dat de aandacht van het Israëlische leger verdeeld zou zijn over meerdere fronten. (…) Maar die hoop viel in duigen toen Hezbollah instemde met een staakt-het-vuren voordat er een was bereikt in Gaza. (…) Daarom had Hamas weinig reden om te denken dat het voordeel kon halen uit het voortzetten van de oorlog in Gaza.’


    Redactioneel commentaar

    Financial Times

    ‘Er moet onmiddellijk serieus gewerkt worden aan een naoorlogs plan voor Gaza, iets wat de regering van Netanyahu moedwillig heeft genegeerd. Hamas zal Gaza niet meer regeren. Maar er is een geloofwaardig Palestijns alternatief nodig, gesteund door de VS en zijn regionale partners. (…) Trump zal Israël moeten overhalen om concrete stappen te zetten in de richting van de oprichting van een Palestijnse staat. Dat is uiteindelijk de enige oplossing die het land de veiligheid zal bieden waar het altijd naar heeft verlangd. Het andere scenario is dat Trump weinig aandacht schenkt aan de Palestijnen en de Israëlische uitbreiding van de bezetting van Palestijns land, inclusief de Westelijke Jordaanoever, groen licht geeft. Dit zou het militante verzet tegen Israël alleen maar aanwakkeren en zorgen voor eindeloze conflicten in plaats van vreedzame co-existentie.’

  • Israël: duizenden mensen demonstreren tegen ontslag defensieminister

    Israël: duizenden mensen demonstreren tegen ontslag defensieminister

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Donald Trump claimt overwinning van de presidentsverkiezing in speech

    » Autoriteiten doen inval in Netflix-kantoren in Parijs en Amsterdam

    Oppositiegroepen roepen op tot massademonstraties

    Op de avond van dinsdag 5 november vonden er in Israël demonstraties plaats in Tel Aviv en voor het huis van premier Benjamin Netanyahu in Jeruzalem. Reden voor de protesten was het ontslag eerder op de dag, midden in de oorlog, van de minister van Defensie Yoav Gallant, meldt Ha’Aretz.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    In Tel Aviv probeerden politieagenten dinsdagavond de demonstranten uiteen te drijven, waarbij ze voor het eerst waterkanonnen gebruikten in de stad en probeerden brandjes te blussen die door de demonstranten op de weg werden aangestoken. Benjamin Netanyahu ’heeft een risico genomen‘ met dit ontslag, analyseert de krant, die opmerkt dat ’oppositiegroepen oproepen tot massademonstraties‘.

  • De spanningen tussen soennieten en sjiieten zijn op het laagste niveau in veertig jaar

    De spanningen tussen soennieten en sjiieten zijn op het laagste niveau in veertig jaar

    Dankzij de toenadering tussen Saoedi-Arabië en Iran en de verzwakking van de politieke islam zijn de spanningen tussen de twee belangrijkste takken van de islam in de regio in veertig jaar niet zo laag geweest. Maar de verstandhouding tussen de twee regionale zwaargewichten blijft broos, schrijft de Libanese krant L’Orient-Le Jour.

    Onder de azuurblauwe en gouden mozaïeken van het heiligdom van Karbala in Irak vond op 13 mei een belangrijke gebeurtenis plaats. De heilige stad van het sjiisme ontving de Saoedische ambassadeur in Irak, die een bezoek bracht aan het mausoleum van imam Hoessein, het ultieme symbool van de sjiitische martelaar en de onenigheid met de soennieten sinds het begin van de islam.

    Twee weken eerder kwam Saoedi-Arabië met een al even frappante mededeling: de opening van een directe luchtverbinding tussen Dammam, de hoofdstad van de westelijke provincie van het Saoedische koninkrijk, en het Iraakse Nadjaf, het ‘sjiitische Vaticaan’.

    Volgens dezelfde logica heeft de Saoedische kroonprins Mohammed bin Salman (MBS) recentelijk een bezoek aan deze westelijke provincie gebracht, waar de meerderheid van de Saoedische sjiitische gemeenschap woont, en daar zelfs zijn ex-mentor Mohammed bin Zayed ontvangen, de president van de Verenigde Arabische Emiraten, met wie de verstandhouding de laatste twee jaar is bekoeld. Is er dus een eind gekomen aan de tijd waarin bijvoorbeeld de Saoedische sjeik Nimr al-Nimr, een belangrijke figuur binnen de sjiitische gemeenschap in Saoedi-Arabië, in 2016 in Riyad werd geëxecuteerd?

    Voor die conclusie is het waarschijnlijk nog te vroeg, maar de kroonprins zoekt momenteel veelvuldig toenadering tot de sjiitische gemeenschap. Dit alles volgens een dubbele logica: de ene is van geopolitieke aard – de wens om de betrekkingen met Iran te normaliseren – de andere van religieuze – een ommekeer in het wahabitische denken.

    Het eerste gevolg is dat de spanningen tussen soennieten en sjiieten lager lijken dan ze de afgelopen veertig jaar zijn geweest. De context van de oorlog in Gaza draagt eveneens bij aan deze ‘verzoening’, aangezien Palestina het laatste onderwerp is dat de Arabische wereld – althans ogenschijnlijk – verenigt.

    Interreligeuze dialoog

    ‘Mohammmed al-Issa, een vooraanstaande geestelijke die nauwe banden heeft met de Saoedische kroon en die het symbool is van deze ontwikkeling, had kortgeleden een ontmoeting met sjiitische geestelijken in Mekka,’ zegt Hasni Abidi, directeur van het studiecentrum Cermam in Genève dat onderzoek doet naar de Arabische en mediterraanse wereld. ‘Hij zet zich enorm in voor de interreligeuze dialoog.’

    In dezelfde geest heeft, na de dood van de Iraanse president Ebrahim Raisi, de grootimam van de al-Azhar-moskee in Egypte een tweet in het Perzisch gepubliceerd, waarin hij ‘de oprechte solidariteit’ van de soennitische instelling ‘met de Islamitische Republiek Iran’ betuigt.

    Het tweede decennium van deze eeuw stond inderdaad in het teken van een ongekende toename van de spanningen tussen de twee belangrijkste huizen van de islam, ingegeven door de geopolitieke rivaliteit tussen Saoedi-Arabië en Iran. De oorlogen in Syrië, Irak en Jemen waren in belangrijke mate doordrenkt van deze vijandigheid. Maar door de komst van Islamitische Staat, die de haat jegens de sjiieten tot kerndoel had verheven, zijn deze conflicten doodgebloed, met name in Syrië en in Irak, het epicentrum van de spanningen.

    Na verscheidene decennia van verwoesting en bloedvergieten kiezen de staten nu voor toenadering. ‘Er bestaat een quasiconsensus onder de grote mogendheden in het Midden-Oosten over het feit dat het tijd wordt om zich eerder met binnenlandse aangelegenheden bezig te houden, met name de economische zorgen, dan met regionaal avonturisme,’ zegt Hoessein Ibish, onderzoeker bij het Arab Gulf States Institute in Washington. ‘Paradoxaal genoeg sluit Iran zich aan bij dit idee van regionale de-escalatie, maar blijft het land zijn invloed voornamelijk uitoefenen via De As van het Verzet,’ nuanceert hij.

    ’Saoedi-Arabië wil zich profileren door middel van een nieuwe verzoeningspolitiek jegens Iran’

    Op het hoogtepunt van de vijandelijkheden had Saoedi-Arabië zich ingespannen om de moslimwereld te verenigen door het verspreiden van de confessionele gedachte. Ook nu speelt het koninkrijk nog een vooraanstaande rol in de soennitische verzoening met het sjiitische zwaargewicht in de regio, zoals blijkt uit het normaliseringsakkoord dat op 10 maart 2023 in Beijing is ondertekend.

    ‘Nu andere regionale soennitische mogendheden van het toneel zijn verdwenen, en vooral om Turkije geen vrij spel te geven, wil Saoedi-Arabië zich profileren door middel van een nieuwe verzoeningspolitiek jegens Iran,’ analyseert Hasni Abidi. ‘Maar eigenlijk ambieert zowel Riyad als Teheran de rol van regionale leider, soennitisch dan wel sjiitisch.’

    De toenadering tussen de twee geloofsrichtingen is ook te danken aan het feit dat in Saoedi-Arabië de staat zich de religieuze kwestie heeft toegeëigend door de ‘dewahabisering’ van het koninkrijk in versneld tempo door te voeren. 

    Toen MBS aan de macht kwam zijn de oelama’s, de islamitische schriftgeleerden, gesommeerd om de antisjiitische referenties in het officiële soennitische narratief te schrappen. In Egypte is het salafisme de kop ingedrukt toen het in conflict kwam met de politiek. Sindsdien verkeert de beweging in een regionale crisis die in schril contrast staat met het succes van de afgelopen twee decennia.

    De vredelievende gedachte, voortgekomen uit het moederhuis van het soennisme, klinkt in de hele Arabische wereld door in de preken, de media en de sociale netwerken, terwijl de kritiek op het sjiisme is verstild. Behalve die op de jihadisten, wier boodschap  door de instorting van Islamitische Staat echter in veel mindere mate verspreid. Maar ondanks dit nieuwe beleid wijst niets erop dat de antisjiitische gevoelens zijn verdwenen bij de bevolkingsgroepen die daar meer dan veertig jaar lang mee zijn overvoerd.

    Politieke kalmte

    Dat is niet de enige factor die de politieke kalmte tussen de twee belangrijkste takken van de islam wankel maakt. Er blijft een diepe kloof bestaan. Ten eerste omdat Iran niet bereid is zijn netwerk van milities te ontmantelen dat overal in het Midden-Oosten actief is en een voortdurende dreiging vormt. ‘Zolang Iran volhardt in die regionale strategie blijft een wederopleving van de spanningen, en dus een conflict of confrontatie, een reële mogelijkheid, ook al verlangt iedereen naar een de-escalatie,’ zegt Hoessein Ibish. Temeer omdat de Saoediërs de vergissing begaan de pacificering van het Midden-Oosten uitsluitend vanuit een zakelijk oogpunt te benaderen.

    De oorlog in Gaza toont tegelijkertijd de sterke en de zwakke punten van een soennitisch-sjiitische toenadering. Deze heeft voorlopig de nieuwste fase in het Israëlisch-Palestijnse conflict overleefd, die is ingeluid door Hamas, een lid van de soennitische ‘As van het Verzet’, al is de door MBS zo vurig gewenste stabilisering van de regio daardoor in duigen gevallen.

    De Islamitische Republiek en haar Arabische buren staan eensgezind achter de Palestijnse zaak en veroordelen het bloedbad dat Israël in de enclave aanricht. Maar na de aanval van Iran op Israël op 13 april, als reactie op de Israëlische aanslag op het Iraanse consulaat in Damas, hebben alle Arabische landen zich in meer of mindere mate achter Israël geschaard.

    Een hachelijk partijtje koorddansen voor Saoedi-Arabië, dat zijn band met Iran moet zien te behouden en tegelijkertijd zijn strategische samenwerking met de Verenigde Staten probeert te intensiveren en ook de deur voor een normalisering van de betrekkingen met Israël op een kier wil houden. ‘De nationale belangen kunnen op relatief korte termijn tot ernstige onenigheid tussen de verschillende staten leiden, want de breuklijnen die tussen 2010 en 2018 bestonden zijn er nog steeds,’ aldus Hoessein Ibish. ‘De rust is dus broos en vermoedelijk van tijdelijke aard.’ 

  • Golfstaten ambitieus in mondiale strijdom mineralen 

    Golfstaten ambitieus in mondiale strijdom mineralen 

    Nikkel, bauxiet, lithium: de Verenigde Arabische Emiraten en Saoedi-Arabië willen een stempel drukken op de distributie van grondstoffen die onmisbaar zijn voor de energietransitie, door steeds meer akkoorden te sluiten met producerende landen.

    Na China en de westerse landen is het nu de beurt aan de Golfstaten om zich te mengen in de mondiale strijd om strategische mineralen die onmisbaar zijn voor de energietransitie. In december 2023 hebben de Verenigde Arabische Emiraten via de onderneming International Resources Holding, eigendom van hun nationale veiligheidsadviseur Tahnoon bin Zayed al Nahyan, voor 1,1 miljard dollar een aandeel van 51 procent verworven in de Zambiaanse Mopani-kopermijn.

    Saoedi-Arabië heeft in 2023 de Manara Minerals Investment Company opgericht, die over een oorlogskas van 15 miljard dollar beschikt om zich van buitenlandse energiebronnen te verzekeren. Zes maanden later nam dit nieuwe investeringsfonds voor 2,6 miljard dollar een aandeel van 10 procent in een dochterbedrijf van de Braziliaanse mijngigant Vale, dat gespecialiseerd is in strategische mineralen.

    Manara heeft ook interesse om voor 7 miljard dollar deel te nemen in een van de grootste koper- en goudreserves ter wereld, gelegen in Reko Diq, in het zuidwesten van Pakistan.

    Er wordt ook een diplomatiek offensief ontketend. Saoedi-Arabië heeft afgelopen januari samenwerkingscontracten voor mijnexploratie getekend met de Democratische Republiek Congo, Egypte, Rusland en Marokko. Ook heeft een delegatie Argentinië bezocht, dat over een grote lithiumreserve beschikt, en zal een andere zich binnenkort naar Chili begeven.

    ‘Controle over de aanvoer van zeldzame metalen dient zowel geopolitieke als economische doelen’

    De Golfstaten, die volledig afhankelijk zijn van de export van koolwaterstof, maken van strategische mineralen een van de pijlers van hun economische diversificatie, zoals ook Saoedi-Arabië heeft gedaan met zijn plan Saudi Vision 2030. ‘Controle over de aanvoer van zeldzame metalen dient zowel geopolitieke als economische doelen,’ analyseert Thomas Scureld, econoom bij het Natural Resources Governance Institute in New York.

    Om te beginnen voor de productie van elektrische voertuigen. Riyad heeft afgelopen maart een miljard dollar gestoken in de Chinese EV-fabrikant Lucid Motors en samen met de Taiwanese computeronderdelenfabrikant Foxconn een eigen merk gelanceerd, onder de naam Ceer.

    Het Saoedische koninkrijk, dat grote vliegtuigorders heeft geplaatst voor zijn nieuwe luchtvaartmaatschappij Riyad Air, wil ook een plek veroveren in de luchtvaartindustrie middels de levering van onderdelen van aluminium en titanium. Deze mineralen zijn van strategisch belang voor de Saoedische defensie-industrie omdat ze ook geschikt zijn voor het vervaardigen van landingsgestellen voor gevechtsvliegtuigen en van munitie en raketgeleidingssystemen.

    De Verenigde Staten voelen zich allerminst bedreigd door de komst van deze nieuwe spelers; ze verwelkomen ze juist aangezien ze de dominante positie van China ondermijnen. De Aziatische grootmacht heeft respectievelijk 74, 67, 84 en 52 procent van de raffinage van kobalt, lithium, nikkel en grafiet in handen, grondstoffen die worden gebruikt bij de fabricage van lithium-ionbatterijen.

    Krachten bundelen

    ‘We moeten samen met onze bondgenoten en vrienden investeren in een gegarandeerde en gediversifieerde mondiale aanvoer,’ verklaarde Amos Hochstein, Witte Huis-adviseur op het gebied van energievraagstukken, afgelopen januari in Riyad. ‘Talrijke bondgenoten en partners zullen hun krachten moeten bundelen om de invloed van China te beteugelen, vooral op het gebied van raffinage,’ zegt Gracelin Baskara, verantwoordelijk voor het kritische mineralenprogramma van de Amerikaanse denktank Center for Strategic and International Studies.

    De olieproducerende landen zoeken in mineralen een nieuwe manier om hun mondiale positie te beschermen en proberen om die reden hun imago te veranderen. Zo heeft Saoedi-Arabië van zijn Future Minerals Forum een onontkoombare ontmoetingsplaats voor de sector gemaakt. Deze jaarlijkse bijeenkomst, bijgenaamd ‘het Mekka van de mijnindustrie’, heeft tijdens haar derde editie afgelopen januari 26.000 deelnemers uit 145 landen ontvangen, tegen maar 4700 drie jaar eerder, in 2021.

    Met behulp van de Britse organisatie Wood Mackenzie heeft het Forum ook het idee van een ‘superregio’ voor strategische mineralen bedacht, waarin het zelf een cruciale rol vervult. Een regio die Afrika, het Midden-Oosten en Zuid- en Centraal-Azië omvat, zou tegenwicht bieden aan China zonder tegen de westerse belangen in te druisen. Deze ‘superregio’ is zowel rijk aan mineralen, dankzij de reserves in Afrika en Centraal-Azië, als in staat om die tot metalen te verwerken, waarbij ze gebruik kan maken van de investeringen en de overvloedige en goedkope energie uit de Golfstaten. Ze concentreert zich vooral op India en het Midden-Oosten, die goed zijn voor een steeds groter deel van de mondiale vraag. De Golfstaten willen op hun beurt hun overvloedige reserve koolwaterstof en hun centrale geografische positie benutten door zich te specialiseren in de energieslurpende raffinage van mineralen.

    ‘De financiering door de Golfstaten wordt als neutraal beschouwd en dwingt niet tot een keuze tussen de VS en China’

    Hoewel de op een na grootste olieproducent ter wereld zelf een bodem heeft die rijk is aan koper, goud, nikkel, bauxiet, lithium en mangaan, waarvan de totale waarde op 2500 miljard dollar wordt geschat, wil men ook investeren in winning in het buitenland. ‘Die investeringen zijn des te waardevoller nu veel westerse ondernemingen zich terugtrekken uit mijnbouwprojecten vanwege de daling van de koersen,’ constateert Gracelin Baskara. Dat de prijsdaling van lithium, kobalt of nikkel ze niet afschrikt komt doordat ‘de Golfstaten niet geïnteresseerd zijn in winst, maar in het veiligstellen van hun aanvoer’, voegt Thomas Scureld eraan toe.

    Afrika, dat over driekwart van de mondiale mangaan-, chromiet- (een natuurlijke verbinding van ijzer en chroom) en platinareserves beschikt, heeft een grote aantrekkingskracht op de Golfstaten. In november 2023 heeft Riyad het eerste economische forum georganiseerd dat gewijd was aan Afrika, waarbij bijna vijfhonderd miljoen euro aan infrastructurele investeringen is toegezegd. Een welkome financiële injectie, nu Beijing zijn investeringen in de ‘nieuwe zijderoutes’ gevoelig heeft teruggeschroefd en de westerse landen het mes zetten in hun ontwikkelingshulp. ‘Ze dragen ook bij aan de ontwikkeling door te investeren in landbouw, toerisme en energie,’ zegt Scureld. Zo zal Mozambique, waar de bodem barstensvol grafiet zit, 158 miljoen dollar aan Saoedische investeringen ontvangen voor de bouw van ziekenhuizen en de aanleg van stuwmeren. ‘De financiering door de Golfstaten wordt als neutraal beschouwd en dwingt niet tot een keuze tussen de Verenigde Staten en China,’ zegt Emmanuel Hance, econoom bij het Franse onderzoeksinstituut IFP Energies nouvelles. Dankzij deze vinger in de pap van de strategische mineralen zijn de grote olieproducerende landen bezig een andere krachttoer te volbrengen, namelijk om onontkoombare spelers in de energietransitie en de strijd tegen klimaatverandering te worden. 

  • Israëlische onderhandelaars in Caïro om wapenstilstand Gaza te bespreken

    Israëlische onderhandelaars in Caïro om wapenstilstand Gaza te bespreken

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Venezuela: Hooggerechtshof bekrachtigt Maduro’s overwinning bij verkiezingen

    » Italië: techmagnaat Mike Lynch is omgekomen bij jachtongeluk

    De kans dat er een akkoord wordt bereikt wordt klein ingeschat

    De hoofden van de Mossad en Shin Bet – de Israëlische diensten voor inlichtingen en binnenlandse veiligheid – ‘zijn donderdag naar Egypte gereisd voor een nieuwe ronde van gesprekken’. Dit in de hoop om de onderhandelingen over een wapenstilstand in Gaza te redden, die zijn vastgelopen over ‘de kwestie van Israëls terugtrekking uit de Philadelphi-corridor, die langs de grens tussen Egypte en de Gazastrook loopt’, aldus Haaretz.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De Israëlische premier Benjamin Netanyahu wil niets weten van een terugtrekking van zijn troepen uit de corridor, tot groot ongenoegen van Hamas, dat niet zal deelnemen aan de onderhandelingen zolang deze voorwaarde is opgenomen in het ontwerpakkoord. De bemiddelaars in het conflict – de Verenigde Staten, Qatar en Egypte – willen nog steeds geloven dat er zondag in Caïro een top wordt gehouden om een wapenstilstand in Gaza aan te kondigen, ook al ‘is de kans klein dat Israël en Hamas tot een akkoord komen’, merkt het Israëlische dagblad op.

  • David Grossman: ‘We zijn ver verwijderd geraakt van een opening voor dialoog, of vrede’

    David Grossman: ‘We zijn ver verwijderd geraakt van een opening voor dialoog, of vrede’

    De literaire grootheid, bekend om zijn pleidooi voor vrede in het Midden-Oosten, ziet het somber in en voorspelt dat zijn land na het conflict rechtser zal zijn en meer bevooroordeeld ten opzichte van Arabieren.

    David Grossman (Jeruzalem, 70) verwelkomt ons met een baard. Hij legt uit dat dit te maken heeft met de dood van zijn vader op 97-jarige leeftijd. Hij is nog steeds in sjlosjiem, de periode van dertig dagen na de begrafenis waarin mannen zich niet scheren, volgens de Joodse rouwtraditie. Dit lijkt niet de enige reden te zijn voor het verdriet dat hij gedurende het interview uitstraalt. Het is alsof hij ook rouwt om de ‘situatie’, zoals de Israëli’s het conflict in het Midden-Oosten noemen. Dat is een van de eufemismen die hij aan de kaak stelt in zijn nieuwe boek, ‘De prijs die we betalen’, een verzameling toespraken en opinieartikelen die zijn kijk op zijn land in de afgelopen jaren weerspiegelen.

    Hij pronkt er niet mee, maar hij is de bekendste Israëlische schrijver die nog leeft, na de dood van de twee met wie hij vredig om het podium streed: Amos Oz en A.B. Yehoshua. Zijn werk is vertaald in 42 landen en hij heeft de Man Booker International- en de Erasmusprijs gewonnen. Hij nam vorig jaar deel aan protesten tegen de justitiële hervorming van Benjamin Netanyahu, spreekt al decennialang het woord ‘bezetting’ uit, waarop nog altijd een licht taboe rust, en trok in 2015 zijn kandidatuur voor de hoogste burgerprijs van het land in uit protest tegen Netanyahu’s vermeende gemanoeuvreer met de jury. Grossman is ook essayist en columnist voor grote media.

    Innerlijke strijd

    De dag is helder en de geur van bougainville vult het pad naar zijn huis in Mevaseret Zion, gelegen in de heuvels met uitzicht op de afslag van Jeruzalem naar Tel Aviv en een van de weinige hoge plekken in een land dat wordt gedomineerd door bijbelse woestijnen. Daarvandaan kan hij het enige land observeren waar hij wil wonen en waar hij ook een Palestijnse staat wil zien. De Hebreeuwse zorgvuldigheid die hij tentoonspreidt in romans, essays en korte verhalen – waardoor zijn naam elk jaar weer klinkt als kandidaat voor de Nobelprijs voor de Literatuur – verandert in twijfel als hij het over het huidige conflict heeft. Alsof de man die getraumatiseerd werd door de Hamas-aanval van 7 oktober en om de haverklap een paar clichés uitspreekt, en de welwillende en gevoelige intellectueel die in 2006 zijn zoon Uri verloor in de strijd in Libanon een interne strijd met elkaar voeren. Het was de laatste dag, er was al een staakt-het-vuren overeengekomen; een van die momenten die de zinloosheid van oorlog nog eens extra illustreren. Zoals die in Gaza, die Grossman ‘vijf of zes maanden geleden’ al had willen beëindigen. Uri kijkt op ons neer vanaf een foto op een plank in zijn woonkamer.

    El País: Ik had graag met u willen praten over literatuur of liefde, maar dat is een beetje moeilijk tegenwoordig.

    DG: Bijna onmogelijk. Elke dag ga ik naar het atelier om te schrijven, maar ik heb het gevoel dat ik dat vooral doe om mijn verstand te bewaren. En dat is niet erg. Het maakt me niet uit of er een boek uit voortkomt, want het helpt me, het geeft me een doel in het leven. Tegenwoordig ga ik ook graag naar het Israëlmuseum [in Jeruzalem], omdat ik me daar geborgen voel, alsof de cultuur me beschermt tegen de wreedheid die zo sterk aanwezig is, en zo bruut.

    Wat haalt u uit het schrijven?

    Schrijven is een poging om te verfraaien. Je kunt een gewelddadige en wrede situatie beschrijven, maar je doet het met precisie. Oorlog is een massale aangelegenheid en kunst haalt juist de stem van het individu eruit. Er wordt iemand uitgelicht via wie een groter verhaal wordt verteld, terwijl oorlog appelleert aan het algemene, het stereotype, het vooroordeel.

    Hebt u het gevoel dat u iets kunt schrijven dat niets te maken heeft met 7 oktober en wat er sindsdien in Gaza is gebeurd?

    Ik vind niet dat schrijvers over de politiek van hun tijd hoeven te schrijven. Ik denk dat het hun contact met de realiteit verrijkt, maar het is niet noodzakelijk. [De grootste Israëlische Nobelprijswinnaar voor literatuur, Shmuel Yosef] Agnon schreef nauwelijks over de Holocaust. Alleen soms metaforisch. Hij vond een manier om de menselijke natuur te beschrijven zonder luid uit te dragen wat zijn gedachten en overtuigingen zijn. Ik heb het gevoel dat ik een hoge prijs betaal voor mijn politieke betrokkenheid, nog los van het feit dat de helft van de mensen [in Israël] niet echt houdt van wat ik schrijf of wie ik ben. Maar de behoefte om over de situatie te schrijven, om die te begrijpen, is vermoeiend. Schrijven over de politieke realiteit in Israël stelt me in staat om meer inzicht in de mens te krijgen. Schrijven stelt je voortdurend op de proef om na te denken over je positie, over wat je denkt, hoe je je verhoudt tot de regering, het leger; of je wordt geleid door je angsten of erin slaagt je eigen visie te vinden. Het is verschrikkelijk moeilijk, vooral in oorlogstijd. Het houdt in dat je moet spreken in een andere taal.

    En wat betekent ‘spreken in een andere taal’ vandaag de dag?

    Mijn bereidheid om meer te begrijpen van mijn situatie als persoon in een realiteit die verandert en beangstigend en bedreigend wordt. En ik weet zeker dat we nog maar aan het begin staan van de verwoestingen van de oorlog. De woorden die ik zeg jagen me angst aan, maar ik voel echt dat het een heel moeilijke tijd zal worden. Nu al.

    ‘We zijn ver verwijderd geraakt van een opening voor dialoog, of vrede’

    In een tekst in het boek, gedateerd op 10 oktober, vraagt u wie de Israëli’s en de inwoners van Gaza zullen zijn als de oorlog voorbij is. Wat zijn uw gedachten daarover nu, zeven maanden later?

    Dat hangt af van de oplossing die wordt bereikt. Ik denk dat Israël veel rechtser zal zijn en dat de stereotiepe kijk op Arabieren veel groter zal worden. Angsten zullen zo hevig overheersen dat het moeilijk zal zijn om over vrede, compromissen en dialoog te praten. Alles waar ik in geloof zal ruw aan de kant worden geschoven. En ik kan niet zeggen dat ik mensen die zo denken niet begrijp. Ze zijn bang. En terecht. Op 7 oktober ontwaakten we in een nachtmerrie die zijn weerga niet kent sinds de holocaust. De eerste keer dat iemand die vergelijking maakte vond ik dat enorm overdreven, maar de gebeurtenis bevatte werkelijk holocastelementen. Mensen zullen de Palestijnen niet volledig vertrouwen. We zullen moeten slapen met een geweer onder ons kussen. Dat is wat ze zeggen en dat snap ik. We zijn ver verwijderd geraakt van een opening voor dialoog, of vrede. Misschien worden we nu gedwongen om een overeenkomst te sluiten, maar dat zal er niet voor zorgen dat we dichter bij elkaar komen. Aan de andere kant, welk alternatief hebben we? We moeten leren om zowel Athene als Sparta te zijn. Slapen met een geweer onder ons kussen, zoals Sparta, en zoals Athene proberen de vrije, creatieve en grotendeels seculiere staat te zijn die Israël was, of dacht te zijn, tot 7 oktober. Hoe doen we beide tegelijk? Ik weet het niet.

    U heeft het over ‘wij’, maar ik zou graag willen weten of u sinds 7 oktober persoonlijk ook minder gelooft in vrede.

    In het vredeskamp in Israël, waar ik onderdeel van uitmaak, geloofden we te veel in logica en te weinig in de kracht van religieus fanatisme. En onze relatie met het Palestijnse volk gaat niet over logica. Er komt haat bij kijken, onbeantwoorde liefde, verraad, een verlangen naar wraak… Dit conflict is erg emotioneel en psychologisch van aard. Als de Palestijnen geen thuis en geen thuisgevoel hebben, hebben wij dat ook niet. Als meer en meer Palestijnen zouden inzien dat we hier zijn om te blijven, dat we geen kruisvaarders zijn, geen kolonialisten, maar dat we in Israël geboren zijn als een volk met een cultuur, een religie, een taal, dan zou dat helpen. We zijn geen vreemdelingen. We zijn hier gekomen omdat we hier vandaan komen. Als ze dit accepteren, kunnen de eerste stappen richting vrede worden gezet. Ik weet niet of dit binnen een jaar, binnen dertig jaar of nooit zal gebeuren. Ik weet alleen dat het bereiken van vrede nu in het belang van Israël is, want zolang het niet gebeurt worden we blootgesteld aan rampen zoals die het afgelopen jaar plaatsvonden. Israël is in zijn eentje niet in staat om het van de hele Arabische wereld te winnen. Dat is moeilijk te accepteren, want we dachten onoverwinnelijk te zijn. We keken neer op de Palestijnen en daarvoor voor de Egyptenaren, de Syriërs, de Jordaniërs… Tot we [in de Jom Kipoeroorlog van 1973] ontdekten dat zij geen slechtere strijders zijn dan wij. En Hamas onder onze neus een strijd voorbereidde zonder dat wij het doorhadden.

    En denkt u dat, zoals gebeurde toen na de Jom Kipoeroorlog vrede werd gesloten met Egypte, dit er op de lange termijn toe kan leiden dat mensen inzien dat het niet langer zo door kan gaan?

    Vroeger zou ik enthousiast hebben geantwoord: ‘Ja, dat gaat zeker gebeuren.’ Nu minder snel. Niet omdat ik geen enkele hoop meer heb op vrede. Dat kan ik me niet veroorloven. Ik heb hier twee kinderen, nichtjes en neefjes, dierbaren… Ook Israël is me heel dierbaar. Ik kan nergens anders wonen. Het is mijn thuis. Het is waar ik wil zijn.

    U bent niet moedeloos, maar…

    Ik denk dat we veel voorzichtiger moeten zijn, zelfs in een staat van vrede. Het trauma van zeven maanden geleden zal zo sterk zijn dat het ons zal blijven beïnvloeden. Als de Gazanen in 2005, toen Israël zich terugtrok uit Gaza, die prachtige kans hadden aangegrepen om de wereld te laten zien dat de Palestijnen een vreedzame situatie konden creëren na decennia van oorlog met Israël, dan zou Israëls bereidheid hun ook de Westelijke Jordaanoever te geven enorm zijn gegroeid. In plaats daarvan lanceerde Hamas in de eerste paar jaar 4500 raketten. Geen enkel normaal land zou dat accepteren van een buur. Zou Spanje niet reageren op twintig raketten? Zou het niet vinden dat het daar het volste recht toe heeft?

    Zonder hierover in discussie te willen gaan, denk ik dat u wel weet dat dit een scheve vergelijking is, omdat er geen sprake is van een algemene bezetting door Spanje van zijn buurland.

    Ik kan maar niet begrijpen hoe wij, goede en morele mensen, een heel volk 56 jaar lang onder de plak hebben gehouden. Hoe we gewend raakten aan de situatie en er vervolgens aan gingen hechten. Maar feit blijf dat Gaza die kans heeft gemist. En soms willen we kansen missen zodat er een realiteit wordt gecreëerd die ons geweld kan rechtvaardigen.

    ‘Ik hou mezelf voor dat ik doe wat ik kan om deze situatie te veranderen, al vele jaren’

    Wat vindt u van de 35.000 doden in Gaza, die in uw naam zijn gevallen?

    Verschrikkelijk. De eerste week van de Israëlische reactie, na de gruweldaden van Hamas, vind ik volkomen begrijpelijk. Je loopt op straat en iemand geeft je een enorme klap. Geef je diegene dan geen klap terug? Het is instinct. Wat me verbaast is wat er daarna gebeurde. Ik begrijp onze wens om Yahia Sinwar en de Hamasmensen gevangen te nemen, en we hebben het volste recht om dat te doen. De vraag is op welk punt de staat wraakzuchtig wordt. Of verslaafd raakt aan wraak en geen onderscheid meer maakt tussen criminelen en terroristen en mensen die ‘er niet bij betrokken zijn’. En nu zijn er 35.000 doden omdat we op zoek waren naar een paar honderd personen… Ik kan die realiteit niet verdragen. Ik hou mezelf voor dat ik doe wat ik kan om deze situatie te veranderen, al vele jaren.

    Wanneer had u het gevoel dat u zich distantieerde, dat die grens overschreden werd?

    Toen ik voor het eerst de verwoeste huizen zag. De wil om wraak te nemen. Ik neem het niet voor Hamas op. Het is een vreselijke vijand. De eerste week voelde ik niet alleen dat ik niet in zo’n conflict wilde leven, maar ook dat ik niet in een wereld wilde leven die zulke wreedheden toestaat.

    In de teksten van het boek bespeur ik een verandering in uw toon. Tijdens de periode van de gerechtelijke hervorming: bezorgdheid, boodschap tegen Netanyahu. Net na 7 oktober, zoals ik al zei, is te lezen dat u niet meer wilde bestaan. In de laatste teksten bespeur ik meer angst vanwege het antisemitisme, de studentenprotesten…

    In het algemeen is het zoals je het beschrijft, ja. In het begin, met het protest, waren er honderdduizenden mensen die door de straten marcheerden. Een euforische opwinding. En toen begon de oorlog. Maar wacht, u noemde antisemitisme. Maakt u zich daar geen zorgen over?

    Als mens, natuurlijk. Maar als niet-Jood zal ik het niet op dezelfde manier ervaren als u, omdat ik niet het doelwit ben.

    Je kunt je daarin inleven, ook al ben je niet Joods. Omdat je een mens bent. Daarom komt het zo hard binnen als ik demonstraties zie tegen de Joden, of tegen het bestaan van Israël… Dat je kritisch bent over Israël dat mag, dat ben ik ook. Maar om te willen dat Israël totaal niet bestaat, ‘from the river to the sea’… Dat niet. Ik ben niet suïcidaal. Israël is het enige land waarvan je kunt zeggen dat het dreigt te verdwijnen. Alleen al het feit dat presidenten van de VS in al hun toespraken zeggen dat ze zich inzetten voor het bestaan van de staat Israël… Kun je je zo’n zin voorstellen als het gaat over Spanje? Dat zou klinken op een grap.

    Vergeef me dat ik terugkom op de actualiteit, maar het openbaar ministerie van het Internationaal Strafhof heeft net om de arrestatie van Netanyahu en [minister van Defensie Yoav] Gallant gevraagd.

    Als je het slachtoffer en de dader op één lijn stelt, verlies je je geloofwaardigheid. Zoals al het gepraat over genocide is dit perverse onzin. Het is niet zo dat Israël in juni 1967 eens even rustig ging denken over de vraag: Hoe ga ik het Palestijnse volk vernietigen? Degenen die uit waren op genocide, waren de Palestijnen. De Israëli’s bevonden zich in een situatie van bezetting en ontdekten gaandeweg dat deze voordelen had. Het Joodse volk bezat gedurende het grootste deel van zijn bestaan geen wapens, en plotseling heeft het die nu wel. En grondgebied, een fort…

    ‘Michal [zijn vrouw] en ik kijken elkaar aan en we weten wat een lange weg ze nog te wachten staat’

    Herinnert u zich dat u toen euforie voelde?

    Ik denk niet dat er meer dan drie mensen waren die het niet voelden. Toen, in oktober, was het niet zo dat we gingen slapen en dachten: Hoe kunnen we als we wakker worden Hamas uitroeien? We hebben domme en misdadige daden begaan, maar zonder enige intentie of wil om zoiets gruwelijks te doen.

    Is dat niet aan het tribunaal in Den Haag om te beoordelen?

    Ik ben geen rechter. Voor mij is het duidelijk dat wij verantwoordelijk zijn voor de moord op zoveel mensen, kinderen… ik kan het niet verdragen. Maar genocide hangt af van de intentie. Ik wil niet ingaan op juridische vragen. Afschuwelijk is afschuwelijk en ik had gewild dat deze oorlog zou eindigen, niet nu, maar vijf of zes maanden geleden.

    Hoe verschilt de collectieve rouw in Israël waar u het over had van uw individuele rouw om de dood van uw zoon?

    Er is niets zo pijnlijk als dat [stilte]. Het is moeilijk voor mij om over hem te praten. Elke ochtend hoor ik op de radio dat er een soldaat is overleden en dan denk ik aan de nabestaanden, die zich in de euforie van het verdriet bevinden. Dat bestaat echt, het is alsof je via de dood de eeuwigheid aanraakt… Michal [zijn vrouw] en ik kijken elkaar aan en we weten wat een lange weg ze nog te wachten staat. We hebben het trouwens nog niet gehad over de gijzelaars [in Gaza], ik laat u niet weggaan zonder het daarover te hebben gehad. Het is een vorm van marteling die ik tot nu toe niet kende. Als ik denk aan wat ze moeten doorstaan, roept dat bij mij het beeld op van een schroevendraaier in een stopcontact. Ik begrijp niet waarom we niet tot een overeenkomst zijn gekomen om hen vrij te laten.

  • Hezbollah neemt Israëlische stellingen onder vuur als reactie op dood commandant

    Hezbollah neemt Israëlische stellingen onder vuur als reactie op dood commandant

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Orkaan Beryl treft Jamaica en stevent af op Mexico

    » Canada: leger krijgt voor het eerst een vrouw als hoofd

    De commandant werd gedood bij een Israëlische aanval in Zuid-Libanon

    Hezbollah deelde woensdag mee dat het ongeveer honderd raketten had afgevuurd op Israëlische militaire posities als reactie op de dood van een van zijn commandanten. De Libanese gewapende groep beweert dat Mohammed Nasser gedood werd tijdens een Israëlische aanval in het zuiden van Libanon.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Dit is ‘ten minste de derde hoge leider van de groep die gedood is in bijna negen maanden van grensoverschrijdende gevechten die de vrees voor een bredere regionale escalatie hebben aangewakkerd’, merkt Al Jazeera op.

  • Secretaris-generaal Hezbollah waarschuwt Israël en Cyprus voor conflict

    Secretaris-generaal Hezbollah waarschuwt Israël en Cyprus voor conflict

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Verenigd Koninkrijk: Stonehenge-monument beklad door milieuactivisten

    » VS: staat Louisiana eist dat Tien Geboden in scholen worden opgehangen

    Hij beloofde Israël te bestrijden ‘zonder beperkingen of limieten’

    ‘Op een moment dat het risico van een totale oorlog tussen Libanon en Israël nog nooit zo ernstig leek’, hield Hassan Nasrallah, secretaris-generaal van Hezbollah, woensdag ‘een bijzonder oorlogszuchtige toespraak’, aldus L’Orient-Le Jour.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De dag nadat het Israëlische leger had aangekondigd dat operationele plannen voor een offensief in Libanon waren goedgekeurd, beloofde Hassan Nasrallah de Joodse staat dat Hezbollah hen zou bestrijden ‘zonder beperkingen of limieten’. In het geval van een oorlog zou Israël ‘ons ter land, ter zee en in de lucht moeten opwachten’, waarschuwde hij.

    Hij waarschuwde ook Cyprus en beschuldigde het ervan de Israëliërs te steunen in hun pogingen om oorlog te voeren tegen Libanon, aldus het Libanese dagblad. ‘We waarschuwen de regering in Nicosia: het openstellen van Cypriotische luchthavens en bases voor de Israëlische vijand om Libanon als doelwit te nemen, zou betekenen dat de Cypriotische regering onderdeel uitmaakt van de oorlog’, zei de Hezbollah-leider.

  • Journalistiek in Iran is levensgevaarlijk

    Journalistiek in Iran is levensgevaarlijk

    De Iraanse president Ebrahim Raisi is drukdoende het weinige nog resterende journalistieke toezicht op de leiders van de Islamitische Republiek onmogelijk te maken. Correspondenten zijn afwezig, en voor lokale verslaggevers bestaat persvrijheid niet.

    Iran is nog net niet het onherbergzaamste land voor journalisten, maar het gaat wel hard die kant op. Volgens Verslaggevers Zonder Grenzen scoren alleen Vietnam, China en Noord-Korea lager dan Iran als het om persvrijheid gaat. Ebrahim Raisi, de meest meedogenloze president in de geschiedenis van de in 1979 opgerichte Islamitische Republiek, doet schijnbaar zijn uiterste best om ervoor te zorgen dat Iran Noord-Korea inhaalt.

    De cijfers schetsen een verontrustend beeld. Zo telde het Comité ter Bescherming van Journalisten in oktober 2023 maar liefst 95 arrestaties van journalisten sinds de uitbraak van de ‘Woman, Life, Freedom’-demonstraties in het jaar ervoor. Sommige bronnen, waaronder de Internationale Federatie van Journalisten (IFJ), beweren dat zes van de gearresteerden nog steeds vastzitten. Ook zegt de IFJ dat negen journalisten die in dienst waren van aan de overheid gelieerde kranten zijn ontslagen vanwege hun politieke opvattingen, en dat aan acht (online)kranten disciplinaire maatregelen zijn opgelegd. De pro-hervormingsnieuwssite Ensaf News moest zijn directeur vervangen om te mogen blijven bestaan.

    Een lokale verslaggever die Morseli op sociale media had bekritiseerd werd tot zes maanden gevangenisstraf veroordeeld

    Onder het bewind van Raisi ligt de lat van wat wordt toegestaan lager dan ooit, waardoor er een aura van onschendbaarheid lijkt te hangen rond eenieder die zich in kringen van de macht bevindt. Zo leidde een door gebedsleider Hassan Morseli aangespannen rechtszaak in juni 2022 tot de veroordeling tot zes maanden gevangenisstraf van een lokale verslaggever die Morseli op sociale media had bekritiseerd. En een pr-manager van het staatsbedrijf Bakhtar Regional Electricity diende in juli 2022 een klacht in tegen de website Bargh News om de identiteit van een anonieme reageerder te achterhalen; die had in een commentaar onder een nieuwsbericht het arbeidsethos van de manager bekritiseerd. 

    Fanatieke overheid

    Tegenwoordig moeten journalisten in Iran zich laten registreren bij het ministerie van Cultuur en Islamitische Begeleiding. In ruil voor persoonlijke informatie, die het ministerie zorgvuldig bewaart, ontvangen zij hun perskaart. Betrokken ambtenaren zeggen dat dit initiatief Iraanse journalisten beschermt, maar daar denken journalisten wel anders over. Zij menen dat, net als bij de regulering van het internet, het ministerie hun juist een recht ontneemt.

    Er was een tijd waarin journalisten zich konden beroepen op een grondwet die, ondanks zijn tekortkomingen, op zijn minst lippendienst bewees aan het idee van persvrijheid. Dat document maakt nu plaats voor fanatieke overheidsinstanties die mediabedrijven de mond snoeren en journalisten neerzetten als staatsvijanden.

    Dat het medialandschap van Iran in staat van crisis verkeert, valt niet te ontkennen

    Dat het medialandschap van Iran in staat van crisis verkeert, valt niet te ontkennen. Buitenlandse correspondenten die verslag doen zijn nergens te bekennen en het staatsmonopolie op alle vormen van uitzendingen maakt een onafhankelijk toezicht op het bestuur van de Islamitische Republiek nagenoeg onmogelijk. Grootspraak en propaganda geven de betreurenswaardige realiteit een rooskleurig tintje en de relatie tussen overheid en media is grotendeels transactioneel: lovende reportages worden beloond, kritiek afgestraft.

    In oktober vertelde de Iraanse minister van Wetenschap Mohammad Ali Zolfigol studenten aan Sharif University of Technology dat Iran enkele van de ‘meest vrije universiteiten ter wereld’ heeft. De duisternis van zijn onbedoelde humor kan niet worden overschat. Na verloop van tijd leiden dit soort uitspraken tot minder verontwaardiging en worden ze genegeerd. En sympathisanten van de overheid verwijzen er juist naar als bewijs voor het feit dat Iran journalisten voorziet van ongekende veiligheid en bescherming.

    Verdiensten van de regering

    In 2019 verkondigde de toenmalige vicepresident Eshaq Jahangiri dat ‘Iran het meest vrije land in het Midden-Oosten’ was. Afgelopen augustus beweerde president Raisi dat vrijheid van pers en meningsuiting de verdiensten zijn van de Islamitische regering: ‘Geïnspireerd door het bloed van onze martelaren hebben we de vrijheid van meningsuiting en persvrijheid gegarandeerd.’ Esmaeil Kowsari, commandant van de Iraanse Revolutionaire Garde en voormalig parlementslid, zei in reactie op de toenemende kritiek op het hardhandige optreden van de regering tegen de ‘Woman, Life, Freedom’-demonstraties van vorig jaar dat ‘het niveau van vrijheid van meningsuiting in ons land hoger is dan in Europa of Amerika’.

    Een verslaggever uit de stad Rasjt, die spreekt op voorwaarde van anonimiteit, vertelt dat het ministerie van Cultuur en Islamitische Begeleiding onder de vorige president Hassan Rouhani de redactie van zijn tijdschrift adviseerde welke nieuwsonderwerpen voorrang moesten krijgen. Zo werd hun onder meer opgedragen om essays te publiceren over thema’s als familie, kinderen en sociale media. Als het tijdschrift deze richtlijnen niet navolgde, riskeerde het strafmaat­regelen. 

    Het is dan ook logisch dat veelal kleine redacties ervoor kiezen de richtlijnen van de overheid te volgen

    Iran heeft een staatskapitalistische economie; dat betekent dat de overheid invloed heeft op de privésector en bepaalt hoeveel financiering elke onderneming ontvangt. Binnen dit systeem kan zelfs de formeel onafhankelijke pers niet aan de genade van de uitvoerende macht ontkomen. Subsidies, belastingvrijstellingen, verzekeringsvoordelen en vervroegd pensioen zijn in Iran geen garanties, maar gunsten die je moet verdienen. Het is dan ook logisch dat veelal kleine redacties ervoor kiezen de richtlijnen van de overheid te volgen.

    Paramilitaire militie

    Volgens de verslaggever uit Rasjt is dit systeem in de afgelopen jaren ietwat veranderd. Zo is het ministerie van Cultuur inmiddels vervangen door de Basij, een paramilitaire militie die sinds 2011 over een mediatak beschikt. De Basij controleert de verslaggeving van lokale media en organiseert conferenties over thema’s zoals de toestand in Palestina, het verplicht dragen van de hijab, kuisheid, seksesegregatie, nucleaire zelfvoorziening, sjiitische rouwrituelen en de nalatenschap van generaal Qassem Soleimani. Lokale journalisten worden gesponsord om deel te nemen aan deze evenementen en er verslagen over te schrijven. De ‘krachtigste’ stukken komen in aanmerking voor soms royale geldprijzen.

    Kranten en tijdschriften worden minder vaak gesloten dan voorheen. Niet omdat de Islamitische Republiek zich niets aantrekt van publieke of internationale kritiek, maar omdat sluitingen bijdragen aan de werkloosheid. Als alternatief plaatst de overheid liever plotselinge verboden op verkooppunten of probeert het nieuwsconsortia en uitgeversbedrijven te nationaliseren: een relatief goedkope strategie. 

    Neem Hamshahri, een enorm mediabedrijf dat in 2008 werd opgericht en momenteel zeven kranten, tijdschriften en websites onder zijn hoede heeft. Op zijn hoogtepunt had het bedrijf maar liefst achttien dochterondernemingen en gold het onder de leiding van een van de meest gerenommeerde journalisten van het land als betrouwbare informatiebron. Vandaag de dag is het bedrijf in handen van Alireza Zakani, de ultraconservatieve burgemeester van Teheran, en bestaat de missie naar eigen zeggen uit verslaggeving ‘binnen het kader van de doelen en waarden van de Islamitische Revolutie’ en het opleiden van ‘mediapersoneel dat loyaal is aan het heilige systeem van de Islamitische Republiek’.

    Studenten

    Een andere grote naam in de Iraanse nieuwswereld die een klap kreeg als gevolg van het micromanagement van de overheid is het Iraanse Studentennieuwsagentschap. Dit werd in 1999 opgericht door het door de staat gerunde Academisch Centrum voor Onderwijs, Cultuur en Onderzoek als stem van de academische gemeenschap van Iran. Het was een nieuwsdienst die werd bemand door jonge hervormingsgezinde journalisten en studenten die de wereldbeschouwing van voormalig president Mohammad Khatami onderschreven. Het agentschap won het vertrouwen van zijn lezerspubliek en werd gezien als een uitstekende nieuwswebsite met een redelijk niveau van redactionele onafhankelijkheid. Maar vanaf het moment dat president Mahmoud Ahmadinejad aan de macht kwam, werd die relatieve openheid aangetast door diverse ontslagrondes. En onder het presidentschap van Raisi verwerd de organisatie tot een zoveelste spreekbuis voor totalitaire newspeak.

    De website staat nu vol met ‘whataboutisme’ en onjuiste informatie over de wereldpolitiek, laster tegen een kwijnende hervormingsbeweging en sentimenteel geslijm over de extremisten van de regering-Raisi, waaronder een ononderbroken lofzang over de president zelf.

    Hoewel deze sombere situatie weinig ruimte overlaat voor optimisme, zijn er wel degelijk enkele journalisten en progressieve (online)kranten in Iran die een tipje van de maatschappelijke sluier blijven oplichten en verhalen aan het licht brengen die de staat verborgen houdt. 

    De in augustus 2003 opgerichte krant Shargh Daily is een van de laatste restanten van een collectief van veelbelovende liberale kranten die opkwamen tijdens de hervormingsperiode. Sinds de oprichting is Shargh vier keer tijdelijk verboden geweest door de overheid. De meest recente sluiting, in 2012, was het gevolg van de publicatie van een prent over strijders uit de Irak-Iranoorlog die door de autoriteiten als kleinerend werd beschouwd. 

    Een andere pro-hervormingskrant, Ham-Mihan, roept herinneringen op aan de jaren rond de eeuwwisseling

    Shargh heeft zijn status als bolwerk van kritische, vooruitstrevende journalistiek weten te behouden, zij het in verzwakte vorm. De krant produceerde onder andere een artikel over een gettowijk in de stad Mashhad, een onderzoek naar de dood van grensarbeiders die door de strijdkrachten onder vuur waren genomen, een onthullend verhaal over de vergiftiging van schoolmeisjes na de ‘Woman, Life, Freedom’-protesten en een vernietigend rapport over eerwraak.

    Een andere pro-hervormingskrant, Ham-Mihan, roept herinneringen op aan de jaren rond de eeuwwisseling, toen tientallen uitgesproken kranten dapper en onverbloemd verslag leverden. Ham-Mihan, opgericht in 2000, is net als Shargh meerdere malen verboden geweest. De huidige redactie bestaat uit een aantal toonaangevende verslaggevers die het land niet hebben verlaten en tot nog toe geen slachtoffer zijn geworden van willekeurige vervolging.

    Angst

    In september 2023 publiceerde de krant een rapport waarin werd geconcludeerd dat de moord op Mahsa Amini door de zedenpolitie en het gewelddadig neerslaan van de daaropvolgende demonstraties tot angst en andere psychische aandoeningen hebben geleid onder de Iraanse bevolking. De verslaggevers spraken met apothekers in diverse steden en onthulden dat een op de vijf patiënten psychiatrische medicatie kreeg voorgeschreven.

    De interviews en verhalen die in het rapport werden gedeeld, bevestigen een sluimerende geestelijkegezondheidscrisis, die wordt verergerd door politieke onderdrukking – een klap in het gezicht van de overheid, die aanhoudend stelt dat psychische aandoeningen niet in de media mogen worden besproken. Politici beschouwen de verwijzingen naar geestesziekten als een beschuldiging dat zij er niet in zijn geslaagd een veilige, gelukkige samenleving te creëren. Wanneer kranten dit dilemma openlijk bespreken, voelt de regering zich beledigd omdat dit zou suggereren dat het bestuur van de Islamitische Republiek het probleem zelf heeft veroorzaakt. Juist daarom moet volgens hen het debat onder het tapijt worden geveegd.

    De journalistiek in Iran is gehandicapt en verlamd

    De journalistiek in Iran is gehandicapt en verlamd. Maar dat betekent niet dat het potentieel van de Iraanse journalisten is verdwenen en dat ze geen stevig, respectabel werk meer kunnen leveren. Integendeel: ze grijpen iedere kans, hoe klein ook, aan om hun vak uit te oefenen.

    Een langdurig tekort aan journalistiek onderwijs en een gebrek aan professionele trainingsmogelijkheden hebben de ontwikkeling van de Iraanse mediawereld aanzienlijk afgeremd. Eind december zaten er in Iran nog steeds minstens 62 verslaggevers achter de tralies – een wereldrecord. De journalistiek van het land is in levensgevaar, maar ademt nog steeds. 

  • Iran gaat Hamas niet redden. ‘Teheran wil een totale oorlog vermijden’

    Iran gaat Hamas niet redden. ‘Teheran wil een totale oorlog vermijden’

    Regionale milities zoals Hamas hebben Teheran voor een dilemma gesteld: is het nog wel mogelijk om aan de zijlijn te blijven staan, zodat de oorlog tussen Israël en Gaza niet uitmondt in een regionaal conflict?

    Enkele weken nadat Israël Gaza was binnengevallen als reactie op de dodelijke aanval van Hamas op 7 oktober, riep ayatollah Ali Khamenei, de Iraanse opperste leider, op tot een bijeenkomst van militieleiders van een alliantie die Teheran de ‘as van verzet’ noemt. De aanval, die Khamenei publiekelijk had geprezen als een ‘epische overwinning’, markeerde een hoogtepunt in vier decennia aan Iraanse inspanningen om een netwerk van niet-gouvernementele militante groepen te trainen en te bewapenen, om zo zijn vijanden af te schrikken en zijn invloed in het Midden-Oosten uit te breiden. 

    Maar achter gesloten deuren vertelde de Iraanse leider aan vooraanstaande Hamas-vertegenwoordigers, alsook aan Libanese, Iraakse, Jemenitische en andere Palestijnse militieleiders, dat Teheran niet van plan was om zich rechtstreeks in het conflict te mengen en de oorlog uit te breiden, aldus twee hooggeplaatste functionarissen van Hamas en twee van Hezbollah. Aanvullende gevechten, zo vertelde hij de afgevaardigden, zouden de wereld kunnen afleiden van de verwoestende invallen van Israël in Gaza. Met andere woorden: Hamas stond er alleen voor. 

    De as staat voor een beslissend moment. Nu Irans bondgenoten nog meer brand stichten in de regio – van aanvallen op schepen in de Rode Zee tot de droneaanval waarbij drie Amerikaanse soldaten omkwamen in Jordanië – brengen ze hun weldoener dichter bij de rand van een direct conflict met Washington dat het al zo lang probeert te vermijden. 

    De militaire en financiële macht van Iran vormt de ruggengraat van de alliantie, waar Teheran evenwel geen volledig commando en controle over uitvoert. Niet elk lid hangt de sjiitische ideologie van Iran aan en de verschillende groepen hebben binnenlandse agenda’s die soms in strijd zijn met die van Teheran. Sommige opereren in geografisch geïsoleerde gebieden, waardoor het voor Iran lastig is om wapens, adviseurs en training te leveren. Dat geldt ook voor Hamas, een soennitische beweging, of voor de Houthi’s in Jemen, die met hun aanvallen op schepen de wereldwijde handelsstromen hebben verstoord en tegenaanvallen van de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk hebben uitgelokt. 

    Kracht van de as

    Amerikaanse functionarissen gaven een door Iran gesteunde groep de schuld van de droneaanval en het Witte Huis zei te geloven dat de daders werden gesteund door Kataib Hezbollah, een Iraanse militie in Irak met troepen in Syrië. Iran wees alle mogelijke betrokkenheid van de hand. 

    Voor Teheran ligt de kracht van de as in het feit dat elk lid operationele en territoriale autonomie geniet, wat een plausibele ontkenning mogelijk maakt. Iran kan zich distantiëren van de milities, ook al dienen die de strategische belangen van Iran door de macht van de VS en Israël in de regio tegen te gaan. 

    Deze aanpak heeft Teheran in staat gesteld vergeldingsacties van Israël en de VS te voorkomen die het geestelijke bewind zouden kunnen destabiliseren, aldus Norman Roule, een voormalig Midden-Oostenexpert van de CIA. Iraanse agressie, zei hij, ‘omvat nu steevast acties die kunnen worden toegeschreven aan Teheran, maar die Iran voldoende kan ontkennen’. 

    Teheran is voor groot dilemma gesteld

    Dat model wordt als nooit tevoren op de proef gesteld door de aanslag van 7 oktober. Door Israël de grootste klap aller tijden uit te delen – met meer dan 1200 slachtoffers, veelal burgers – is er een reusachtige Israëlische militaire campagne op gang gebracht die is gericht op het uitroeien van Hamas. Israël heeft grote delen van de Gazastrook verwoest en heeft het gemunt op Hamas-leiders, wat het duidelijk liet zien bij de luchtaanval in Beiroet in januari; daarbij kwam Saleh al-Arouri om het leven, de politieke adjunct van de groep, die enkele weken daarvoor had deelgenomen aan de ontmoeting met Khamenei in Teheran.

    Dat heeft Teheran voor een groot dilemma gesteld: zijn Palestijnse bondgenoot verdedigen, met het risico op een regionale oorlog waarin het zou kunnen worden meegesleept, of aan de kant blijven staan en toezien hoe een cruciale partner in de alliantie wordt gedecimeerd? 

    De aanval van 7 oktober was in het belang van Teheran, omdat een diplomatieke toenadering tussen Israël en Saoedi-Arabië – een andere regionale rivaal – hierdoor werd onderbroken en Iran de kans kreeg zich op te werpen als voorvechter van de Palestijnse zaak. De leiding van Iran probeerde vergelding door Israël of de VS te voorkomen door snel elke betrokkenheid bij de planning of uitvoering van de aanval te ontkennen. Functionarissen van Hamas en Hezbollah gaven tegenstrijdige verklaringen over de mogelijke voorkennis van Iran. The Wall Street Journal meldde dat sommigen van hen zeiden dat Iraanse veiligheidsfunctionarissen groen licht hadden gegeven voor de aanval, terwijl anderen dat verhaal in twijfel trokken. 

    De aanval had niet kunnen plaatsvinden zonder jarenlange Iraanse steun aan Hamas in de vorm van wapens, geld en training

    Hoe dan ook, de aanval had niet kunnen plaatsvinden zonder jarenlange Iraanse steun aan Hamas in de vorm van wapens, geld en training, aldus Afshon Ostovar, universitair docent aan de Naval Postgraduate School in Monterey (Californië), die gespecialiseerd is in de militaire ondernemingen van Iran in het Midden-Oosten. ‘Of ze nu in de pas lopen met deze of gene actie is minder belangrijk dan hoe ze collectief bewegen in de loop van de tijd,’ stelt Ostovar. ‘Iran gaf hun de wapens om de oorlog naar Israël te brengen op een manier waarop Iran dat zelf niet kon.’ 

    De as van verzet is ontstaan uit de zoektocht van Iran om na de Islamitische Revolutie van 1979 zijn militaire en ideologische invloed in het Midden-Oosten uit te breiden. Het door Iran opgebouwde netwerk van extremistische militante groeperingen heeft door de jaren heen gebruikgemaakt van zwakke staten en instabiliteit om militaire en vaak ook politieke macht te verwerven. De alliantie, van Irak, Syrië en Jemen tot Libanon en de Palestijnse gebieden, gaf Iran relatieve bewegingsvrijheid van Teheran tot aan de Middellandse en de Rode Zee. 

    Vergelding VS

    Als reactie op de drone-aanval van een door Iran gesteunde militie op 28 januari in Jordanië, waarbij drie Amerikaanse militairen omkwamen, hebben de VS op 2 februari bombardementen uitgevoerd in Irak en Syrië. Daarbij zijn meer dan 85 doelen geraakt op 7 locaties die werden gebruikt door Iraanse troepen en door Iran gesteunde milities.

    Het zou gaan om commando- en controleoperaties, inlichtingencentra, wapenfaciliteiten en bunkers die worden gebruikt door de Iraanse Revolutionaire Garde en aanverwante milities. Er zijn naast militairen en strijders ook burgers omgekomen.

    Na de aanval van 28 januari zijn er geen Amerikaanse militairen meer omgekomen bij het conflict in het Midden-Oosten.

    In 1982 begon de Quds-brigade, een tak van de Iraanse Revolutionaire Garde, tijdens de chaos van de Libanese burgeroorlog betrekkingen aan te knopen met jonge Libanese militanten, die werden getraind en bewapend om Israëlische soldaten lastig te vallen en guerrillaoorlogen te voeren. De militie die daaruit ontstond, Hezbollah, werd de machtigste bondgenoot van Iran; ze trainde Palestijnse groepen, waaronder Hamas en de Palestijnse Islamitische Jihad, terwijl Iran financiële hulp en wapens naar hen doorsluisde. 

    Qassem Soleimani, een charismatische Iraanse commandant, nam eind jaren negentig de Quds-brigade over. Hij sluisde geld, wapens en militaire adviseurs door naar een reeks sjiitische milities in Irak, nadat de VS dat land in 2003 waren binnengevallen. De milities doodden volgens het Amerikaanse ministerie van Justitie meer dan zeshonderd Amerikaanse soldaten. Soleimani werd in de hele regio bekend als het brein achter de Iraanse schaduwoorlogen. 

    Eigen agenda

    Irans bondgenoten waren weliswaar afhankelijk van Teheran, maar hadden allemaal hun eigen agenda, die de as van Soleimani soms uit zijn voegen deed barsten. Jemenitische Houthi-rebellen namen de hoofdstad Sana’a in, tegen Iraans advies. De Iraakse militieleider Qais al-Khazali sloeg Iraanse bevelen om de Amerikaanse troepen niet aan te vallen in de wind met de woorden ‘de Amerikanen bezetten ons land, niet dat van jullie’. Toen Hezbollah een van de grootste politieke partijen van Libanon werd, werd het gedwongen de eisen van de Libanese kiezers in evenwicht te brengen met de plannen van Soleimani voor de milities in het buitenland. 

    Tijdens de burgeroorlog in Syrië zette Soleimani Hezbollah in, samen met milities van Irakezen, Afghanen en anderen, om een opstand tegen president Bashar al-Assad te helpen verslaan. Dat bracht Soleimani’s strijdkrachten in conflict met Hamas, dat de voornamelijk soennitische opstanden van de Arabische Lente steunde. Hamas trainde Syrische rebellen in guerrilla-oorlogstactieken en veel van haar leden verdwenen in de gevangenissen van Assad. 

    Onder Qaani begon Iran steeds meer het idee te promoten van een verenigd front met zijn militiebondgenoten

    Nadat Yahya Sinwar, een hooggeplaatste Hamas-functionaris, in 2017 het roer had overgenomen in Gaza, na te zijn vrijgelaten uit de Israëlische gevangenis tijdens een gevangenenruil in 2011, werden de verschillen gladgestreken. Begin 2020 werd Soleimani gedood bij een Amerikaanse droneaanval in de buurt van de internationale luchthaven van Bagdad. De VS en Israël hoopten dat de dood van Soleimani, die een bijna mythische status had verworven onder zijn volgelingen, de regionale macht van de Quds-brigade zou inperken. Dat gebeurde niet. Soleimani’s opvolger en jarenlange plaatsvervanger Esmail Qaani was minder bekend bij het publiek, maar hij nam al snel de rol over. ‘De Quds-brigade is een onderneming, en hij is de CEO. Uiteindelijk is hij degene die hun salarissen betaalt,’ zegt Afshon Ostovar.

    ANP 481356327
    Palestijnse vlaggen naast logo’s van Hamas en Hezbollah op het ‘Palestinaplein’ in Teheran. – © ANP

    Onder Qaani begon Iran steeds meer het idee te promoten van een verenigd front met zijn militiebondgenoten. Ook de Palestijnse groepen kwamen intern meer op één lijn te staan. Onder leiding van Hamas begonnen zo’n twaalf Palestijnse groeperingen oorlogsoefeningen te houden, die gepubliceerd werden op een kanaal op de berichtenapp Telegram. De Israëlische inlichtingendienst merkte de oefeningen op, maar nam ze niet serieus, zeggen huidige en voormalige Israëlische veiligheidsfunctionarissen. 

    In mei 2021 bestormden Israëlische politietroepen het terrein van de Al-Aqsamoskee in Jeruzalem, waarbij ze traangas en stungranaten afvuurden na confrontaties met Palestijnen die protesteerden tegen de uitzetting van bewoners in het oostelijke deel van de stad. De brand bij de moskee, die voor zowel sjiitische als soennitische moslims een centrale plaats inneemt, leidde tot een brede regionale veroordeling van Israël. 

    Eind 2021 ontmoetten Hamas-functionarissen Hezbollah-leider Nasrallah en zijn plaatsvervanger Naim Qassem in Beiroet om te bespreken hoe ze wraak zouden kunnen nemen op Israël, zeggen de twee functionarissen van Hamas en de twee van Hezbollah. Iraanse veiligheidsfunctionarissen namen volgens hen niet deel aan de bijeenkomst. 

    Diplomatieke herschikking

    In de zomer van 2022 kwamen functionarissen van Hamas, de Quds-brigade en Hezbollah regelmatig bijeen om scenario’s op te stellen voor een aanval op Israël, onder meer vanuit Gaza, Zuid-Libanon en Syrië. Dat laatste scenario werd al snel uitgesloten, volgens de twee Hamas- en twee Hezbollah-functionarissen. Een vierde optie omvatte volgens hen een gelijktijdige infiltratie vanuit Zuid-Libanon, Gaza en de Westelijke Jordaanoever. Volgens een andere hoge Hamas-functionaris werden er algemene plannen voor een actie tegen Israël besproken, maar er werd geen tijdschema afgesproken voor een aanval. 

    Hezbollah was een centrale rol gaan spelen in de coördinatie van de activiteiten binnen de alliantie, vooral sinds de moord op Soleimani. Het hielp de Iraanse Revolutionaire Garde bij het trainen van milities om Islamitische Staat te bestrijden in Irak en Syrië, waar militaire bases doorgaans op de ene verdieping Iraniërs huisvesten en op de andere Hezbollah-strijders, aldus een veiligheidsinsider van Hezbollah. Het stelde Palestijnse militanten ook in staat om Israël te beschieten vanaf door Hezbollah gecontroleerd grondgebied in het zuiden van Libanon. 

    Toch bleef Israël ervan overtuigd dat de echte dreiging aan zijn noordgrens lag

    Iran maakte zich afgelopen jaar steeds meer zorgen over een bredere diplomatieke herschikking in het Midden-Oosten, nadat Israël in 2020 al een belangrijke overeenkomst had ondertekend met de Verenigde Arabische Emiraten en Bahrein, bekend als de Abraham-akkoorden, om de diplomatieke betrekkingen te normaliseren. De overeenkomst was bedoeld om de regionale machtsdynamiek te herstellen en Teheran buitenspel te zetten. Er werd nu gewerkt aan een nog grotere overeenkomst tussen Israël en Saoedi-Arabië, in wat het meest gedenkwaardige vredesakkoord voor het Midden-Oosten in jaren zou worden. 

    Tegen september begonnen de Israëlische inlichtingendiensten een toename in vijandigheid te bespeuren van Palestijnse militanten, waaronder Hamas, dat een video plaatste met een oefening voor een commando-operatie met onder meer een amfibische aanval met duikers. Het bouwde zelfs een replica van een Israëlische kibboets en bestormde die tijdens trainingen in het volle zicht van Israëlische veiligheidstroepen – een scenario dat griezelig veel leek op wat er op 7 oktober zou gebeuren. Toch bleef Israël ervan overtuigd dat de echte dreiging aan zijn noordgrens lag. In een toespraak op 3 oktober waarschuwde Khamenei, de opperste leider van Iran, Arabische regeringen die proberen de banden met Israël aan te halen dat ze verkeerd bezig waren. Op een islamitische eenheidsconferentie in Teheran zei hij dat ‘verzetskrachten uit de hele regio’ Israël zouden uitroeien: ‘Hun wacht een nederlaag.’ 

    In de vroege ochtend van 7 oktober regende er in een tijdsbestek van ongeveer twintig minuten een spervuur van ruim drieduizend raketten over Israël. Bijna drieduizend Palestijnse militanten, overwegend leden van Hamas, doorbraken vanuit Gaza op pick-uptrucks, motoren en in paragliders de grens. Zwaar bewapend en in zwarte uniformen drongen ze kibboetsen in het zuiden van Israël binnen en schoten ongewapende burgers neer, terwijl ze de gruweldaden vastlegden met bodycams. Ze staken Israëlische militaire voertuigen in brand en hielden auto’s aan op snelwegen, waarna ze de inzittenden executeerden. Op een muziekfestival in de buurt van Re’em richtten militanten een bloedbad aan en doodden minstens 360 bezoekers. Toen ze vertrokken, namen de leden van Hamas en de Palestijnse Islamitische Jihad meer dan tweehonderd gijzelaars mee naar Gaza. Het was de ernstigste schending van de Israëlische grenzen sinds de Jom Kippoeroorlog van 1973. 

    De omvang en de schaal van de aanval riepen bij regeringen over de hele wereld de vraag op hoe Hamas erin was geslaagd om door de verdediging van een van de machtigste legers van het Midden-Oosten te breken, hoewel het al bijna twee decennia zucht onder een strenge blokkade. 

    Buitengewone actie

    ‘Iedereen was zich bewust van de noodzaak een buitengewone actie uit te voeren,’ zei Husam Badran, een hooggeplaatst lid van de politieke vleugel van Hamas in Doha, in een interview. Maar ‘de details van de militaire operatie werden overgelaten aan de Qassam Brigades’, zei hij, verwijzend naar de militaire vleugel. 

    Sommige partijen in de alliantie hebben er belang bij om de oorlog uit te breiden door Iran erbij te betrekken, terwijl anderen, waaronder Iran zelf, verdere escalatie willen voorkomen. Door de gefragmenteerde aard van het contact tussen de leden van de alliantie hebben zelfs hoge functionarissen niet altijd een volledig beeld van de gebeurtenissen. 

    Hoewel Iran de aanval van 7 oktober aanvankelijk begroette als een enorme overwinning voor zijn as van verzet, distantieerden de leiders van het land zich al snel van elke suggestie dat ze erbij betrokken zouden zijn. Ook andere bondgenoten ontkenden voorkennis te hebben gehad. Hezbollah-chef Nasrallah was woedend over het nieuws van de aanslag, aldus een westerse functionaris die contact heeft met hooggeplaatste Hezbollah-figuren. Na bijna een maand te hebben gezwegen hield Nasrallah een toespraak waarin hij benadrukte dat Hezbollah niet had meegedaan. Hij zei dat de tijd nog niet rijp was voor een totale oorlog van Hezbollah tegen Israël, maar waarschuwde dat dat wel zou kunnen veranderen. 

    Ze raakten bevolkte gebieden, waarmee ze Israël dwongen om steden te evacueren en tienduizenden mensen uit het grensgebied ontheemd raakten

    Commandant Qaani van de Quds-brigade pendelde tussen Iran, Syrië en Libanon om te voorkomen dat de acties van Iraanse bondgenoten uit de hand zouden lopen, vertellen een westerse veiligheidsfunctionaris, een hoge Libanese functionaris en de adviseur van de Revolutionaire Garde. Vanuit Libanon beschoten Palestijnse groepen en Hezbollah het noorden van Israël met raketten en handvuurwapens. Ze raakten bevolkte gebieden, waarmee ze Israël dwongen om steden te evacueren en tienduizenden mensen uit het grensgebied ontheemd raakten. 

    In een zeldzame actie tegen Israël vuurden de Houthi’s in Jemen raketten af op de Zuid-Israëlische stad Eilat en vielen ze aan Israël gelinkte schepen aan in de Rode Zee. In de afgelopen weken hebben de Houthi’s nieuwe aanvallen uitgevoerd op commerciële schepen rond Jemen. De VS en het Verenigd Koninkrijk hebben gereageerd met luchtaanvallen op Houthi-bases in Jemen. De regering-Biden zei dat ze de Houthi’s opnieuw zou aanmerken als een terroristische organisatie, na jarenlange afwezigheid op de terreurlijst. 

    Deze acties over en weer hebben wereldwijd markten door elkaar geschud en internationale scheepvaartroutes overhoop gehaald, en hebben de regering-Biden betrokken bij een breder conflict dat de spanningen in de regio dreigt te vergroten. Toch zijn de schermutselingen niet uitgelopen op een directe confrontatie tussen Iran en de VS en is een grote regionale oorlog op het nippertje voorkomen. 

    Laag pitje

    Analisten zeggen dat de aanval van Hamas inging tegen de manier waarop Iran al vier decennia lang het conflict met zijn vijanden op een laag pitje houdt, om een vergelding te voorkomen die de Islamitische Republiek ten val zou kunnen brengen. ‘Iran heeft zo lang overleefd, in tegenstelling tot Saddam Hoessein en andere autoritaire regimes, omdat het land het machtsevenwicht in de regio begrijpt,’ aldus Hage Ali van denktank Carnegie in Beiroet. Hij noemde de strategie van Iran er een van ‘langdurige uitputting’. 

    Toen de politiek leider van Hamas, Ismail Haniyeh, en zijn plaatsvervanger Saleh al-Arouri in november naar Teheran reisden voor een ontmoeting met Khamenei, werd hun verteld dat Iran Hamas steunde, maar geen rol speelde in de verrassingsaanval van de militanten op Israël, zo meldden Iraanse staatsmedia. Haniyeh en Arouri verlieten de ontmoeting teleurgesteld, maar gaven Iran een lijst met wapens, waaronder antitankraketten en draagbare luchtdoelraketten, die ze nodig zouden kunnen hebben als de oorlog langer dan zes maanden zou duren, aldus Hamas-functionarissen. 

    Kort na dit bezoek vond volgens hoge Hamas- en Hezbollah-functionarissen een grotere bijeenkomst van Iraanse bondgenoten plaats in Teheran. Onder de aanwezigen bevonden zich Haniyeh en Arouri, evenals Quds-brigadecommandant Qaani, de hooggeplaatste Hezbollah-functionaris Hashem Safi al-Din, Houthi-ambassadeur in Teheran Ibrahim al-Dulaimi en de leider van de Palestijnse Islamitische Jihad, Ziyad al-Nakhalah. Tijdens de vergadering deelde Khamenei de groep mee dat hij zich bewust was van de groeiende ontevredenheid over de toespraak waarin Nasrallah had gezegd dat de tijd niet rijp was voor een breder conflict, aldus de functionarissen van Hamas en Hezbollah. Volgens hen verdedigde Khamenei de strategie om een totale oorlog te vermijden door te zeggen dat hij de aandacht niet wilde afleiden van de Palestijnse strijd, die volgens hem in het voordeel van Hamas zou zijn, ondanks de aanhoudende verliezen in Gaza.

    Iran had zijn as van verzet opgebouwd om zijn eigen voortbestaan te garanderen, niet dat van Hamas. Hoewel de Palestijnse groep een belangrijke bondgenoot is, zou Iran de vernietiging van zijn sterkste partner, Hezbollah, niet riskeren om Hamas te redden, stelt Emile Hokayem, een expert op het gebied van veiligheid en non-gouvernementele actoren in het Midden-Oosten bij het International Institute for Strategic Studies. ‘Ze gaan Hezbollah niet inzetten in een oorlog die de Iraniërs niet als existentieel zien,’ luidde zijn commentaar. 

    Dov Lieber, Max Colchester, Adam Chamseddine en Fatima Abdul Karim hebben bijgedragen aan dit artikel. 

  • In het Midden-Oosten staat veel op het spel voor de Verenigde Staten

    In het Midden-Oosten staat veel op het spel voor de Verenigde Staten

    Hoe de Amerikaanse president Joe Biden zich gedraagt in de oorlog tussen Israël en Hamas is niet alleen bepalend voor de toekomst van het Midden-Oosten, maar ook voor die van de VS en voor het mondiale machtsevenwicht.

    Terwijl Israëlische soldaten en masse wachtten op het bevel om Gaza binnen te vallen, stuurde de Amerikaanse marine twee vliegdekschepen om Israël te ondersteunen. Deze moeten voorkomen dat Hezbollah en zijn sponsor Iran het in hun hoofd halen een tweede front te openen bij de Libanese grens. Geen ander land zou tot zoiets in staat zijn. De schepen zijn 200.000 ton zware staaltjes van Amerikaans machtsvertoon, op een moment dat in een groot deel van de wereld wordt gedacht dat de Amerikaanse macht tanende is.

    De komende maanden zal blijken of dat denkbeeld klopt. De inzet is moeilijk te overschatten. Op 20 oktober sprak president Joe Biden van ‘een buigpunt’. Hij waarschuwde dat het even belangrijk was om de terreur van Hamas een halt toe te roepen als de Russische agressie jegens Oekraïne. Over het Chinese dreigement om Taiwan binnen te vallen zweeg hij wijselijk. 

    Complexe en vijandige wereld

    Toch is de situatie nog gevaarlijker dan Biden doet voorkomen. Buiten hun landsgrenzen zien de Verenigde Staten zich geconfronteerd met een complexe en vijandige wereld. Voor het eerst sinds de jaren zeventig, toen de Sovjet-Unie begon te stagneren, stuiten de VS op serieuze, georganiseerde tegenstand, onder leiding van China. Binnenlands kampt het land met een ontwricht politiek systeem en een steeds isolationistischer opererende Republikeinse Partij. Dit moment is niet alleen bepalend voor de toekomst van Israël en het Midden-Oosten, maar ook voor die van Amerika en de wereld.

    De buitenlandse dreiging is drieledig. Allereerst is er de chaos die Iran in het Midden-Oosten creëert, en Rusland in Oekraïne. Agressie en instabiliteit stellen de politieke, financiële en militaire middelen van de VS zwaar op de proef. Als Rusland zijn gang kan gaan in Oekraïne, zal het conflict zich verder over Europa verspreiden. Door het bloedvergieten zouden mensen in het Midden-Oosten kunnen radicaliseren en zich tegen hun regering kunnen keren. Doordat Amerika in oorlogen verwikkeld raakt, wordt het een gemakkelijk doelwit voor beschuldigingen van oorlogshitserij en hypocrisie. Dit alles ondermijnt het idee van een wereldorde.

    Financiering

    Zowel voor- als tegenstanders betogen dat het een illusie is dat Hamas zal verdwijnen. Maar een van de dingen die aangepakt zou kunnen worden is de financiering van de organisatie. De Süddeutsche Zeitung spreekt haar verbazing uit over het feit dat de Duitse regering nu pas wil voorkomen dat overheidsgeld terechtkomt bij terroristen: ‘In de begroting voor 2024 staat dat federale fondsen niet mogen worden gebruikt “om terroristische activiteiten te financieren” en niet mogen worden toegekend aan partijen die terroristische organisaties steunen. Dat roept natuurlijk de vraag op: o, maar was dat tot nu toe dan wel het geval?’ Kennelijk. En dat terwijl ‘geld zuurstof is voor terrorisme’, aldus de voormalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell na de aanslagen van 9/11.

    Er gaan aanzienlijke bedragen van Iran en Qatar naar de Gazastrook en dus naar Hamas, en dat gebeurt blijkbaar al jaren met goedkeuring van de Israëlische regering. Volgens SZ meldde de Israëlische krant Ha’aretz in 2019 dat Qatar sinds 2012 ongeveer 1 miljard dollar aan Gaza heeft geschonken, met goedkeuring van Israël. En Majed Al-Ansari, adviseur en woordvoerder van de Qatarese minister van Buitenlandse Zaken, zei onlangs tegen de Duitse krant Die Welt: ‘Wij maken niets over naar Gaza. Al het geld dat we aan Gaza geven gaat naar Israëlische banken en wordt door de Israëli’s nagetrokken.’

    Een tweede dreiging is complexiteit. Een groep landen, waaronder India en Saoedi-Arabië, stelt zich steeds coöperatiever op maar jaagt tegelijkertijd fanatiek zijn eigenbelang na. Anders dan Iran en Rusland willen zulke landen geen chaos, maar ze zijn evenmin bereid naar het pijpen van Washington te dansen. En waarom zouden ze ook? Voor Amerika wordt het zo steeds moeilijker een supermacht te zijn. Neem bijvoorbeeld de Turkse spelletjes met het Zweedse NAVO-lidmaatschap, waaraan pas na zeventien maanden moeizaam touwtrekken een eind lijkt te zijn gekomen.

    De derde dreiging is de grootste. China koestert ambities om een alternatief te creëren voor de in mondiale instituties verankerde waarden. Het wil begrippen als democratie, vrijheid en mensenrechten aanpassen aan zijn eigen voorkeur voor ontwikkeling boven individuele vrijheid en nationale soevereiniteit boven universele waarden. China, Rusland en Iran hebben een losjes gecoördineerd samenwerkingsverband: Iran levert drones aan Rusland en olie aan China, Rusland en China hebben Hamas – een klant van Iran – diplomatieke dekking gegeven binnen de VN.

    Deze dreigingen worden verergerd door de politieke ontwikkelingen in de eigen hoofdstad Washington

    Deze dreigingen worden verergerd door de politieke ontwikkelingen in de eigen hoofdstad Washington. Republikeinse politici nemen op het gebied van handel en buitenlandse betrekkingen opnieuw hun toevlucht tot het isolationisme dat hun partij voor de Tweede Wereldoorlog omarmde. Dit gaat verder dan Donald Trump en roept de vraag op of Amerika nog als supermacht kan opereren als een van zijn partijen volstrekt lak heeft aan het idee van mondiale verantwoordelijkheden. Vergeet niet dat er Pearl Harbour voor nodig was om de VS in 1941 aan de oorlog te laten deelnemen.

    Om te zien hoe dit Amerikaanse belangen kan schaden, hoeven we alleen maar naar Oekraïne te kijken, dat Make America Great Again-Republikeinen niet langer van wapens en geld willen voorzien. Zelfs met de meest bekrompen vorm van eigenbelang valt zoiets niet te rijmen. De oorlog biedt Amerika de mogelijkheid om Vladimir Poetin uit te schakelen en te voorkomen dat China Taiwan binnenvalt zonder dat het zijn eigen troepen in gevaar brengt. Het aan zijn lot overlaten van Oekraïne, daarentegen, kan een Russische aanval op de NAVO uitlokken die veel meer Amerikaanse levens en middelen zou kosten en voor vriend en vijand een teken zou zijn dat de VS geen betrouwbare bondgenoot meer zijn. Als isolationistische Republikeinen het in de kwestie-Oekraïne laten afweten, is het maar de vraag hoe het met de VS zal aflopen bij een terugkeer van Trump in het Witte Huis.

    Hinderpalen

    Dit zijn enorme hinderpalen. Maar de Verenigde Staten beschikken tegelijkertijd ook over enorme krachten. Een ervan is hun militaire gewicht. Het land heeft niet alleen de twee voornoemde vliegdekschepen naar het Midden-Oosten gestuurd, maar levert ook wapens, gevoelige informatie en expertise aan Israël, net als aan Oekraïne. China heeft de begroting voor het Volksbevrijdingsleger in allerijl verhoogd, maar de VS hebben het afgelopen jaar net zo veel aan defensie uitgegeven als de tien navolgende militaire grootmachten samen, en de meeste daarvan kan het land tot zijn bondgenoten rekenen.

    Ook het economische gewicht van de VS is indrukwekkend. Met 5 procent van de wereldbevolking is het land goed voor een kwart van de economische wereldproductie, en dat aandeel is de afgelopen vier decennia onveranderd gebleven, ondanks de opmars van China. Deze krant maakt zich zorgen over de inefficiëntie en het sluipende protectionisme van het industriebeleid van Biden, maar we twijfelen niet aan de technologische spierkracht van de VS en de onderliggende dynamiek – vooral niet als je die afzet tegen China, waar het doel van economische groei steeds duidelijker ondergeschikt is gemaakt aan het maximaliseren van de invloed van de Communistische Partij.

    Misleidende informatie door sociale media

    Na de aanval van Hamas en tijdens de daaropvolgende Israëlische bombardementen op Gaza, werd op platforms als Facebook, X en YouTube een niet-aflatende stroom van desinformatie en ongewenste informatie verspreid, variërerend van wanstaltig tot misleidend.

    Hoogleraar Mediastudies Taylor Owen, oprichter van het Centre for Media, Technology and Democracy in Montreal, betoogt in een gesprek met het Canadese tijdschrift The Walrus dat dat het gevolg is van de wijze waarop sociale media zijn vormgeven. ‘De tools die we gebruiken om ons over de wereld te informeren en over de wereld te praten, creëren perverse prikkels,’ zegt hij. ‘De gebeurtenissen rond Gaza laten heel goed zien dat deze prikkels leiden tot onwenselijk gedrag. We zijn niet de beste versie van onszelf als we dit soort onlineplekken opzoeken om te gaan discussiëren.’

    Het zou heel goed kunnen dat sociale media daarmee hun eigen graf graven: ‘Als je mensen vraagt of ze vinden dat het gebruik van sociale media een beter begrip geeft van de wereld, zeggen ze steeds vaker dat ze er juist boos, ongedurig of onzeker van worden. Dat is vooral te zien op X, maar ook op YouTube: kijk daar eens in de nasleep van een gebeurtenis zoals de aanslag van Hamas, en wat zie je? Mensen die tegenover elkaar staan en ruziemaken, extremen die boven komen drijven door het systeem van algoritmen.

    Een andere onderschatte kracht van de Verenigde Staten is hun weer opgeleefde diplomatie. De oorlog in Oekraïne heeft de waarde van de NAVO bewezen. In Azië hebben de VS het trilaterale vredespact AUKUS in het leven geroepen en hun betrekkingen met tal van landen verstevigd, waaronder Japan, de Filipijnen en Zuid-Korea. In Foreign Affairs legde de Amerikaanse nationale veiligheidsadviseur Jake Sullivan onlangs uit hoe landen die hun eigenbelang najagen nog altijd essentiële partners kunnen zijn. Voorbeeld is India, dat een steeds grotere rol speelt in de Amerikaanse veiligheidsplannen voor Azië, ook al wil het land zich onder geen beding aansluiten bij enig bondgenootschap.

    Bejaarde supermacht

    Wat betekent dit alles voor de Verenigde Staten, die Israël stevig in hun armen sluiten om een oorlog op grotere schaal te voorkomen? Volgens sommigen wordt een bejaarde supermacht opnieuw het Midden-Oosten in gezogen, na bijna vijftien jaar lang te hebben geprobeerd daar weg te komen. Maar deze crisis is niet zo allesoverheersend als destijds de oorlogen in Afghanistan en Irak. En Bidens formulering is beter: dit is inderdaad een buigpunt, dat zal moeten uitwijzen of Amerika zich kan aanpassen aan een complexere en dreigender wereld.

    Het land heeft nog altijd veel te bieden, vooral als het zich samen met zijn bondgenoten inzet voor het verbeteren van de veiligheid en het openhouden van de handelslijnen. De Amerikaanse waarden, hoe onvolmaakt die ook tot uitdrukking worden gebracht, trekken nog steeds mensen van over de hele wereld aan, iets wat je van het Chinese communisme niet kunt zeggen. Als Biden erin slaagt de crisis in Gaza te bezweren, zou dat goed zijn voor de VS, goed voor het Midden-Oosten en goed voor de wereld.