Tag: Midden-Oosten

  • Hoogleraar Mehrzad Boroujerdi: ‘Dood Soleimani was ernstige inschattingsfout’

    Hoogleraar Mehrzad Boroujerdi: ‘Dood Soleimani was ernstige inschattingsfout’

    De moord op generaal Qassem Soleimani zal ingrijpende gevolgen hebben voor de Amerikaanse, Iraakse en Iraanse politiek, aldus hoogleraar politicologie Mehrzad Boroujerdi. Toch acht hij de kans klein dat het tot een escalatie van het conflict in het Midden-Oosten zal leiden. 

    Keuze uit het archief

    Bij een dubbele bomaanslag werden woensdag meer dan 103 mensen gedood in de Iraanse stad Kerman. Het bloedbad vond plaats tijdens de herdenking van de dood van de Iraanse militair leider Qassem Soleimani, die op 3 januari 2020 werd vermoord door een Amerikaanse aanval in Bagdad. Een dag later eiste Islamitische Staat de aanslag op.

    In dit artikel, dat enkele dagen na zijn dood gepubliceerd werd, bespreekt hoogleraar politicologie Mehrzad Boroujerdi welke rol Qassem Soleimani speelde in Iran en de impact van zijn moord op het conflict in het Midden-Oosten, dat recent weer tot een kookpunt is gekomen.

    Generaal Soleimani (1957-2020) was al 22 jaar commandant van de geduchte Quds-brigade van de Revolutionaire Garde en daarmee de belangrijkste militaire leider van de Islamitische Republiek Iran.

    De man die tot de Iraanse Revolutie van 1979 de kost had verdiend als metselaar en medewerker van het gemeentelijke waterbedrijf, bewees vervolgens zijn moed in de oorlog met Irak en groeide daarna uit tot de meest gevreesde Iraanse generaal van de afgelopen vijftig jaar. In 2005 noemde de opperste leider ayatollah Khamenei hem een ‘levende martelaar’, en hij wordt gezien als het brein achter belangrijke militaire overwinningen van Iran en zijn bondgenoten in Irak, Syrië en elders.

    Soleimani had in Iran de status van een superheld, en was voor de Amerikaanse strijdkrachten in Irak een belangrijk doelwit. Zijn liquidatie wordt een complicerende factor in de Iraakse politiek. Als vergelding voor de aanslag op hem en op Abu Mahdi al-Muhandis, plaatsvervangend commandant van Hashd al-Shaabi [de overkoepelende organisatie van sjiitische volksmilities], gaan sjiitische milities ongetwijfeld meer aanvallen op de Amerikaanse strijdkrachten uitvoeren. Vanuit de bevolking en de politiek zal de druk op het parlement toenemen om bij wet te eisen dat de Amerikaanse strijdkrachten zich terugtrekken. Zelfs de ayatollahs Sistani en Moqtada al-Sadr, twee sjiitische geestelijken die tegen Iraanse inmenging zijn, staan nu onder druk om deze aanslag te veroordelen.

    Interim-premier Adil Abdul-Mahdi zal waarschijnlijk het veld moeten ruimen voor een meer pro-Iraanse politicus. De demonstranten die tegen de corruptie betogen, zullen merken dat hun protesten overschaduwd worden door de repercussies van Soleimani’s liquidatie en de onontkoombare dynamiek van de Amerikaans-Iraanse rivaliteit in Irak.

    Martelaar

    Als militaire operatie is de actie van de VS zonder meer geslaagd, maar de politieke consequenties zien er minder rooskleurig uit. Er doemen grote vragen op: hoe zal de VS omgaan met woedende menigtes? Hoe zal het reageren op de in heel de islamitische wereld te verwachten golf van aanvallen op zijn strijdkrachten, instellingen en belangen? Is Trumps regering straks gedwongen nog meer troepen naar de regio te sturen, in een verkiezingsjaar? De Amerikanen hebben een ernstige inschattingsfout gemaakt door de complexiteit van de Iraakse politiek te reduceren tot het probleem van Iraanse inmenging. Ze hebben misschien een of twee grote vijanden uit de weg geruimd, maar daarmee Iran een grote politieke overwinning in Irak op een presenteerblaadje gegeven.

    De aanslag op Soleimani heeft ook gevolgen voor Iran. De dood van een man met zo veel kennis van de militaire verhoudingen in de regio en zo’n goede band met veel militieleiders in Iran, Irak en Syrië is een groot verlies. De martelaar Soleimani zal door de Iraanse staat worden bewierookt op een wijze die niet meer gezien is sinds de dood van ayatollah Khomeini. Velen zullen daarbij even vergeten dat Soleimani een van de 24 commandanten van de Revolutionaire Garde was die in 1999 in een dreigende brief eisten dat de hervormingsgezinde president Khatami harder optrad tegen studentenprotesten. En zijn dood zal ook het nieuws over de gewelddadige onderdrukking van de demonstraties vorige maand naar de achtergrond drukken. Bovendien zal het regime in Irak nu meer maximalistische doelen nastreven. En indachtig het gezegde dat wraak een gerecht is dat je het best koud serveert, zullen ze zelf een tijdstip bepalen om de dood van Soleimani te wreken.

    Betekent dit alles dat we onherroepelijk op een oorlog afstevenen? Niet per se. Een escalerende oorlog in het Midden-Oosten is wel het laatste wat Trump in een verkiezingsjaar kan gebruiken. En de Iraanse machthebbers zijn ook slim genoeg om te beseffen dat ze geen oorlog kunnen voeren met een lege schatkist en een bevolking die zich steeds meer van hen afkeert. Bovendien willen ze, met al hun retoriek over de martelaar Soleimani, hun politieke voordeel in Irak niet verspelen. De oven van het Midden-Oosten is dus flink opgestookt, maar het staat nog niet vast dat hij ook op ontploffen staat.

  • Waarom Amerikaanse immigranten zo dol zijn op Ferrero Rocher

    Waarom Amerikaanse immigranten zo dol zijn op Ferrero Rocher

    Voor Liana Aghajanian vormden de in goudfolie verpakte chocoladebolletjes in de jaren tachtig en negentig hét symbool van het goede leven in de VS. Dit gevoel bleek universeel onder immigranten.

    Voor mij en vele andere immigranten is leven in Amerika nauw verbonden met Ferrero Rocher. Ik kwam aan het einde van de jaren tachtig met mijn ouders vanuit het Midden-Oosten naar de Verenigde Staten. We waren Iraans-Armeense vluchtelingen die na de oorlog tussen Irak en Iran een nieuw bestaan probeerden op te bouwen. Zoals zoveel andere immigrantengezinnen omarmden we onwennig onze nieuwe, vreemde Amerikaanse identiteit terwijl we ons vastklampten aan de oude, die ons duizenden jaren lang van een bestaan had verzekerd.

    Naast de Amerikaanse dollar en de Iraanse toman was Ferrero Rocher het derde wettige betaalmiddel dat voor mij heilig en reëel was. De in goudfolie verpakte zoete lekkernij was een glanzend bolletje waarin tussen laagjes chocoladevulling en stukjes hazelnoot de pijn, de vreugde en de dromen van immigranten schuilgingen. Het was een verholen handdruk, een teken van respect en goede smaak. Het was een symbool van het ‘goede leven’, iets wat als geen andere eetwaar stond voor sociaaleconomische aspiraties.

    De meeste Amerikanen kennen Ferrero Rocher tegenwoordig van Nutella, maar lang voordat die hazelnootcrème als ingrediënt in bijna elk recept voor een hip dessert voorkwam, was de uitwisseling van een doosje Ferrero Rocher (met 48 stuks erin als je geluk had) een geheime, universele taal onder immigranten uit de jaren tachtig en negentig. Die was in zwang in de o zo gastvrije cultuur van je familie: je ging nooit zonder lege handen bij iemand langs, zelfs al waren het onbekenden. En nam je Ferrero Rocher mee, dan wisten je gastheren zeker dat ze met jou op goud gestuit waren. Ook stond de lekkernij steevast op tafel bij immigranten thuis, waar ze werd gepresenteerd ter ere van de gasten.

    Bij schrijfster Tasbeeh Herwees en haar Libisch-Amerikaanse familie hadden ze dankzij haar moeder altijd Ferrero Rocher in huis, maar was het een soort verboden vrucht die was voorbehouden aan bezoekers. ‘Het was het soort chocola dat ze altijd ergens verstopte,’ zegt ze. ‘Ze werd hels als we aan haar voorraad Ferrero Rocher kwamen.’ Herwees groeide in het Californische Culver City op in een appartementencomplex waar alleen maar Libisch-Amerikaanse gezinnen woonden, allemaal met een schaaltje Ferrero Rocher op tafel voor de gasten. Ze associeerde het chocoladesnoepje met de Libische cultuur, want ze hadden het alleen bij haar thuis, op Libisch-Amerikaanse bruiloften en in Libië zelf. ‘Ik had een tante die altijd een Ferrero Rocher tevoorschijn toverde wanneer ik bij haar langsging. Ik kon ervan op aan dat ze ze in huis had,’ zegt ze. ‘Daardoor werd ze een van mijn favoriete tantes. Voor mij had het iets decadents. Zelfs wanneer ik er nu een eet, heeft het nog iets speciaals.’


    De hevige emotionele reactie die dit ene chocolaatje bij immigrantengezinnen opriep was universeel. Hun leven was doortrokken van oorlog, geweld, politieke onrust en sociaaleconomische ongelijkheid. Terwijl hun wereld veranderde, was Ferrero Rocher een constante factor, een toegankelijke brug tussen heden en verleden. Inmiddels is het een nostalgische herinnering aan wat het voor immigrantenkinderen zoals ik betekende om in Amerika op te groeien.

    Ook al zit er goudfolie om het snoepje, de maker was van eenvoudige komaf. (Niettemin bleek het vermogen van de erfgenamen van het Ferrero-Rocher-imperium uiteindelijk meer dan 20 miljard dollar waard.) Toen aartsvader Pietro Ferrero tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn banketbakkerszaak dreef, waren ingrediënten als chocola schaars. Vandaar dat hij ter compensatie hazelnoten toevoegde. Het smeersel dat hij uitvond heette eerst SuperCrema voordat het begin jaren zestig werd omgedoopt tot Nutella, een combinatie van het woord voor ‘noot’ en het Italiaanse achtervoegsel waarmee iets zoets wordt aangeduid, ella.

    Ferrero Rocher kwam in 1982 in Europa op de markt. Een variant met kokosnoot en amandel, Raffaello, volgde acht jaar later. Pietro’s zoon Michele, die de eer toekomt dat hij het buitenste chocoladelaagje toevoegde, was een vrome katholiek die elk jaar een pelgrimage naar het Franse heiligdom Lourdes ondernam. Toen hij op Valentijnsdag 2015 op negentachtigjarige leeftijd overleed, werd bekend dat zijn inspiratie voor Ferrero Rocher de Roc de Massabielle was geweest, een bolvormige grot in Lourdes waar de maagd Maria zou zijn verschenen aan de heilige Bernadette, een veertienjarige boerenmeisje dat hout aan het sprokkelen was.

    Het is dus niet zo vreemd dat het eten van een Ferrero Rocher een welhaast religieuze ervaring is. Onder de chocola en de stukjes hazelnoot zit een dun, krokant korstje, met daar weer onder een klodder romige, Nutella-achtige chocola. In het midden bevindt zich één hele hazelnoot, als het beeld van de Notre Dame van Lourdes in de grot waar Maria aan Bernadette verscheen.

    Het was de ideale marketingtruc voor de ideale doelgroep

    Maar hoe kon een religieus geïnspireerd Italiaans snoepje zo geliefd worden onder Amerikaanse immigranten? Zoals zo vaak heeft het antwoord alles te maken met marketing. Terwijl andere fabrikanten van chocoladesnoepjes, bijvoorbeeld Godiva, zich in luxueuze winkelcentra positioneerden, was Ferrero Rocher overal te vinden in etnische supermarkten die het snoepje importeerden, en uiteindelijk ook in goedkope Amerikaanse drogistenketens als CVS en Rite Aid. Het had meer glans en was duurder dan Whitman’s en Russell Stover en het had dat exotische vleugje Europese verfijning, waardoor het op slag een betaalbaar luxeartikel werd. ‘Het lekkerste chocolaatje ooit!’ aldus Amerikaanse advertenties voor Ferrero Rocher, en we konden er geen genoeg van krijgen. Het werkte. Het was de ideale marketingtruc voor de ideale doelgroep.

    In een poging de internationale chocolademarkt te domineren bouwde Ferrero Rocher fabrieken en productiecentra in Oost-Europa, Azië, het Midden-Oosten en Afrika. De lekkernij drong door tot het onderbewustzijn van Roemenen, Indiërs, Armeniërs, Libanezen, Chinezen, Nigerianen en vele anderen die zich door de aura van het geïmporteerde luxeartikel aangesproken voelden. In Hongkong, waar het chocolaatje bekendstaat als ‘goudzand’, vertegenwoordigde het van meet af aan een bepaalde sociale status. Zakenlieden uit Hongkong brachten het als geschenk mee naar het vasteland van China, vooral met Chinees Nieuwjaar. ‘De Hongkongse cadeautraditie en -gebruiken werden gretig overgenomen, vooral door de 80 miljoen Chinezen in Guangdong, en zo ontstond de band tussen Ferrero Rocher en de Chinese geschenktraditie,’ schreef Lawrence L. Allen in Chocolate Fortunes: The Battle for the Hearts, Minds, and Wallets of China’s Consumers. Chinese handelsbeperkingen hielden Ferrero Rocher eerst nog buiten de deur. Toen het snoepgoed in 2007 ten slotte toch voet aan de grond kreeg, waren er al nepversies in omloop. Een populaire was volgens Allen Fretate Relish, een andere Tressore Dore, dat in 2008 gedwongen werd de productie te staken en het Italiaanse bedrijf een schadevergoeding van 43.000 dollar moest betalen.

    Alice Chung, van wie de ouders vlak voor haar geboorte in 1984 vanuit Hongkong naar de VS emigreerden, herinnert zich het in ‘goud verpakte chocolaatje’ als een essentieel onderdeel van haar kindertijd. Ze weet nog dat haar ouders grote partijen bij Costco en Price Club insloegen. Niet alleen hadden ze altijd Ferrero Rochers in huis – en verstopten ze die zelfs omdat ze zo gewild waren –, ze namen ze ook in hun koffer mee naar China, tot groot genoegen van hun familie. ‘De verpakking is simpel, maar feit is dat we op goud belust zijn,’ zegt ze. ‘Het staat voor de voorspoed en de rijkdom die we anderen toewensen.’

    De liefde voor Ferrero Rocher is zo groot dat het snoepje zelfs als smeergeld wordt gebruikt. Een Ferrero-Rocher-liefhebber die halverwege de jaren negentig in Oekraïne woonde en anoniem wenst te blijven, vertelde dat hij als tolk uitstapjes en vervoer begon te regelen voor wie steden als Kiev en Charkov wilde bezoeken. Toen hij een keer op zeer korte termijn een verzoek voor zo’n reisje kreeg, waar speciale reserveringen voor nodig waren die niet alleen duurder bleken, maar ook uitsluitend weggelegd voor de hogere kringen, verzon hij een list. ‘Ik wilde best meer betalen, maar nam ook een bos bloemen of een doosje Rafaello’s of Ferrero’s mee naar het reisbureau, want die waren in Oekraïne helemaal je van het. De medewerkers waren diep onder de indruk,’ zegt hij. ‘De meesten zijn vrouwen die vaak overwerken zonder daarvoor betaald te krijgen, want de economie van Oekraïne is een zootje. Chocolaatjes en wat extra geld was beter dan extra geld zonder chocolaatjes. Het heeft diverse malen gewerkt.’

    Nutella zit tegenwoordig in elk hip dessert.
    Nutella zit tegenwoordig in elk hip dessert.

    Of we nu wel of geen Ferrero Rochers kregen of weggaven, ik vond altijd wel een manier om er een te jatten van een tafel vol zelfgebakken taart, dadels, noten en overvloedige hoeveelheden van de stroperige koffie die overal in het Midden-Oosten wordt gedronken. Dan at ik hem heel langzaam op, een eindeloos proces, wat iemand mogelijk op het idee bracht dat ik ondervoed was. Ik at me door elk laagje van het gouden ei heen totdat ik bij de hazelnoot in het midden was aanbeland. Ik wilde dat het eeuwig duurde, maar dat is nooit gebeurd. Als ik geen geduld had, slokte ik hem in één hap op, wat evenveel voldoening gaf. Daarna pulkte ik de stickertjes met ‘Ferrero Rocher’ in gouden letters van het doosje en plakte ze op mijn kleren, als een naambadge.

    De aantrekkingskracht was alleen niet zo universeel als ik dacht, en waarschijnlijk geeft niets de minachting voor Ferrero Rocher beter weer dan de uitzinnige reactie op de beruchte reclame die bekendstaat als ‘het ambassadeursfeestje’ en die in 1993 voor het eerst in het Verenigd Koninkrijk werd vertoond. Hij vervulde het klassenbewuste Britse publiek, dat zich lang voor de Brexit al niet erg Europees voelde, met afschuw. De commercial, met beroerde nasynchronisatie en de gezwollen achtergrondmuziek van een Italiaanse soap, speelt zich af op de receptie in een anonieme Europese ambassadeursresidentie. Een plichtgetrouwe butler loopt door de zaal met een berg Ferrero Rochers op een dienblad en palmt de zwijmelende internationale gasten in, onder wie een Française: ‘Monsieur, wiz zis Rocher you are really spoiling us!’

    Met één iconisch zinnetje werden het chocolaatje én de merkpositionering op verrukkelijke wijze belachelijk gemaakt en voor eeuwig opgestoten in de Britse popcultuur. Achttien jaar geleden sprak William Cook in een artikel over de commercial in de New Statesman van de ‘eeuwige spagaat tussen de mythe van het ambassadeleven en de realiteit van de winkel op de hoek’. De boodschap van hang naar luxe en goede smaak was in de ogen van sommigen juist smakeloos. ‘Britse kijkers maken zich vaak vrolijk óver buitenlanders, niet mét buitenlanders,’ schreef Cook.

    Kapitalistisch spel

    Tientallen jaren later is de reclame-die-zo-slecht-was-dat-hij-weer-goed-werd en die compleet over the top is grappiger dan ooit. Maar juist die spanning tussen mythe en werkelijkheid sprak immigranten zo aan: wat fantastisch dat je je een luxeartikel kon permitteren met daaraan de herinnering dat je het al je hele leven met je familie deelde. Misschien was het gewoon niet te bevatten voor mensen die nooit door een verhuizing waren gedwongen hun in de loop van generaties gevormde welvaart en cultuur vaarwel te zeggen.

    Ferrero Rocher speelde in op die relatie, bijvoorbeeld door het product in verband te brengen met het hindoeïstische lichtjesfeest Divali. ‘Waarom hebben we het zo speciaal gemaakt?’ zegt de voice-over van een in India uitgezonden commercial. ‘Omdat we weten hoe speciaal het is om met Divali bij je dierbaren te zijn.’ Het was een geniale zet in het wereldwijde kapitalistische spel, precies wat mijn familie nodig had toen we destijds de enorme veranderingen in ons leven doormaakten die ons thuisgevoel langzaam uitholden.

    Tegenwoordig is de Ferrero Group niet alleen doorgedrongen tot de Amerikaanse markt, hij neemt die ook over. Eerder dit jaar kocht het bedrijf voedingsconcern Nestlé voor een slordige 2,8 miljard dollar nadat het eerder al Fannie May Confections voor 115 miljoen dollar had overgenomen, evenals gomproducent Ferrara Candy Company. Het afgelopen jaar noteerde de Ferrero Group volgens het vakblad voor de snoepindustrie Confectionary News een wereldwijde omzet van 12,96 miljard dollar. In de VS is Ferrero Rocher volgens marketingdirecteur Shalini Stansberry van Ferrero Premium Chocolates USA het op drie na grootste chocolademerk.

    In een tijd vol jarennegentignostalgie en met een hevig Amerikaans immigratiedebat speelt Ferrero Rocher nog net zo’n grote rol in mijn leven als toen ik opgroeide. Ik koop de chocolaatjes nog altijd en neem ze nog steeds mee wanneer ik bij iemand op bezoek ga, zoals mijn ouders dat deden. Ik mag graag denken dat de Amerikaanse immigrantenbevolking Ferrero Rocher aan zijn succes in dat land heeft geholpen, zoals het ons ook ooit van dienst is geweest.

    Auteur: Liana Aghajanian
    Vertaler: Nico Groen

    Liana Aghajanian is een Armeens-Amerikaanse journalist. Ze is gespecialiseerd in narratieve journalistiek en internationale verslaggeving. Aghajanian werd geboren in Iran, en groeide op in Los Angeles.

    Thrillist.com
    VS | thrillist.com

    Opgericht in 2004. Amerikaanse website over eten, drinken, reizen en entertainment.

  • Iran, kampioen drooglegger

    Iran, kampioen drooglegger

    Door incompetentie van het regime op het gebied van waterbeheer, draagt de islamitische republiek bij aan de ernstige waterschaarste, stelt deze journalist uit Iraaks Koerdistan.

    De helft van de Iraanse steden kampt met een gebrek aan water. In honderden steden en dorpen, met name in het midden en zuiden van het land, hebben de inwoners last van een droge keel. De hoofdstad Teheran inbegrepen, waar vier dammen de nood moeten lenigen.

    De situatie is zelfs zo ernstig dat er volksverhuizingen van een nog niet eerder in de geschiedenis van het land vertoonde omvang worden verwacht. De Iraanse gezagsdragers winden er geen doekjes meer om: ze zijn bang dat tientallen miljoenen mensen zich in krioelende sloppenwijken aan de randen van de grote stedelijke centra zullen vestigen, of dat er een massaemigratie op gang komt. Beide gebeurtenissen kunnen leiden tot interne en regionale conflicten.

    In de provincie Oermia, in het noordwesten van het land, zijn inmiddels zo veel putten geslagen – vijftigduizend – dat het Oermiameer is uitgeput. Er is niet meer dan een vijver van over en het lijkt hetzelfde lot te zijn beschoren als het Aralmeer, het grote zoutwatermeer dat gedeeld werd door de voormalige Sovjetrepublieken Oezbekistan (in het noorden) en Kazachstan (in het zuiden), en in de jaren zestig verdween door de beslissingen van het Sovjetregime.

    Geen geheim

    Lange tijd werden degenen die zich bekommerden om het milieu ervan beschuldigd dat ze buitenlandse belangen dienden, maar tegenwoordig valt de publieke opinie niet meer te misleiden. De waarheid openbaart zich in het volle daglicht, en toont de incompetentie van het regime op het gebied van waterbeheer pijnlijk aan.

    Teheran maakt er geen geheim van dat zijn beleid er in de toekomst op gericht zal zijn om zo veel mogelijk water in het land te houden. Dat wil zeggen: om waterlopen zo goed mogelijk te benutten voordat ze de grenzen van het land bereiken, of om ze om te leiden naar door droogte getroffen gebieden. Dit zette de viceminister van Buitenlandse Zaken, Abbas Araghchi, onlangs uiteen op een conferentie over water(diplomatie) in Teheran. Probleem is dat een dergelijk beleid stroomafwaarts gelegen landen berooft van het water waar ze recht op hebben. Een en ander is bovendien in strijd met het internationaal recht inzake het delen van waterbronnen. En het werkt politieke, economische en ecologische crises in de hand, in plaats van dat ze de kans hierop vermindert.

    De Karoun, een van de grootste rivieren in Iran (en de enige die, gedeeltelijk, bevaarbaar is), is een perfecte illustratie van wat er aan de hand is. Niet alleen zijn er tal van dammen in gebouwd, ook is een deel van het water omgeleid naar de rivier Zayandeh, in de provincie Isfahan, in het midden van het land. Sindsdien is de Karoen tot een beekje verworden, wat heeft geleid tot verzilting van de landbouwgrond in de regio Khoezistan, tegen de Iraakse grens.


    Toeristen op waterfietsen in het Oermiameer in Iran. Het grootste meer in het Midden-Oosten dreigt volledig op te drogen. – © Getty Images
    Toeristen op waterfietsen in het Oermiameer in Iran. Het grootste meer in het Midden-Oosten dreigt volledig op te drogen. – © Getty Images

    Feitelijk kopieert Iran het beleid van de voormalige Sovjet-Unie in Centraal-Azië in de jaren zestig. Moskou had destijds de Amu Darya en Syr Darya, zijrivieren van het Aralmeer in Kazachstan, naar Oezbekistan omgeleid, met het doel er de katoenproductie te vergroten. Oezbekistan werd de grootste katoenproducent ter wereld, maar betaalde een zware prijs: het verloor een vierde van een van de grootste meren ter wereld. De omleidingen die Iran al enige jaren geleden heeft aangelegd in internationale rivieren zoals de Sirwan, de Kleine Zab [twee zijrivieren van de Tigris], de Karoen en andere waterlopen, leiden niet alleen tot een verzilting van de bodem, ze beroven stroomafwaarts gelegen landen ook van hun deel van het water.

    Sinds de revolutie van 1979 heeft het Iraanse regime zich meer beziggehouden met de export van zijn politieke model naar andere landen in het Midden-Oosten dan met een fatsoenlijk beheer van zijn waterbronnen

    Sinds de revolutie van 1979 heeft het Iraanse regime zich meer beziggehouden met de export van zijn politieke model naar andere landen in het Midden-Oosten en het met tientallen miljarden dollars ondersteunen van organisaties en politieke en militaire bewegingen in de regio, dan met een fatsoenlijk beheer van zijn waterbronnen. Dat is er ook de oorzaak van dat het land zich nu ziet geplaatst voor zo’n catastrofale situatie van verwoestijning, verlies van landbouwgrond en schaarste aan drinkwater.

    Daar komen de overconsumptie en verspilling van water in de landbouw nog eens bij, die winsten op de korte termijn opleveren, maar schadelijke gevolgen hebben voor de lange termijn.

    Overigens verklaarde Rahim Safaoui, adviseur militaire zaken van opperste leider Ali Khamenei, tijdens de eerdergenoemde persconferentie dat de landbouw niet langer negentig procent van de waterbronnen kan verbruiken.

    Voorlopig gaat Iran echter door met de bouw van dammen en omleidingen van waterlopen op zijn grondgebied, wat bijzonder nadelig is voor Irak, dat aan de benedenstroom van alle Iraanse rivieren ligt. Tegelijkertijd bekritiseert Iran de bouw door Afghanistan van dammen, vooral de Kamal Khan-dam in de rivier de Helmand (de langste rivier in Afghanistan). Deze kan namelijk het debiet ervan verminderen in de provincie Sistan en Beloetsjistan, in het zuidoosten van Iran, met mogelijk grotere sociale spanningen tot gevolg in een regio die nu al een wankele economie heeft.
    Khaled Sulaiman

    Auteur: Khaled Sulaiman

    Daraj
    Beiroet | Libanon | daraj.com

    De website Daraj (‘Trap’) werd in 2017 in Beiroet opgericht en richt zich op alternatieve informatie. De redactie bestaat uit professionele journalisten uit Libanon en andere Arabische landen. Met zijn rubrieken onderscheidt de site zich van traditionele Arabische media. Onderzoek en reportage staan centraal. Bovendien zijn veel onderwerpen bij andere media in de regio ondergeschoven kindjes: burgerrechten, gender, homoseksualiteit.

  • Waarom Saoedi-Arabië 16 kerncentrales wil bouwen

    Waarom Saoedi-Arabië 16 kerncentrales wil bouwen

    Voor een land dat zwemt in de olie en makkelijk zou kunnen overschakelen op zonne-energie, is een mega-investering in kerncentrales een vreemde stap. Het echte doel is dan ook een kernwapenprogramma, vrezen sceptici.

    Saoedi-Arabië bezit de op een na grootste oliereserves ter wereld en hoeft zich dus weinig zorgen te maken om energie. Maar het koninkrijk wil nu toch een van de grootste investeringen in kernenergie aller tijden plegen: het steekt 80 miljard dollar in de bouw van zestien kernreactoren die de komende vijfentwintig jaar moeten verrijzen.

    Uit deze krachtpatserij blijkt dat het ’s werelds meest iconische oliegigant ernst is met het terugdringen van zijn bijna totale afhankelijkheid van olie – maar kan het ook zijn dat het land op termijn een kernarsenaal nastreeft?

    123-overeenkomst

    Saoedi-Arabië stelt dat het zijn energieportefeuille wil uitbreiden. Elektriciteitsopwekking uit kernreactoren betekent dat de Golfstaat zelf minder olie hoeft te consumeren en er dus meer van kan exporteren. Meer export betekent meer overheidsinkomsten.

    Volgens energiedeskundigen wil Saoedi-Arabië zo snel mogelijk munt slaan uit zijn oliereserves, omdat verwacht wordt dat de mondiale vraag op termijn zal afnemen vanwege de opkomst van hernieuwbare energie en de uiteindelijke dominantie van de elektrische auto. En dus is het zaak het accent in de Saoedische economie te verleggen van olie naar de tech- en entertainmentsector.

    Momenteel is Riyad in gesprek met bedrijven uit meer dan tien landen over de aankoop van nucleaire technologie om de eerste twee reactoren te bouwen – en Amerikaanse gegadigden staan vooraan in de rij. Probleem is wel dat de regering-Trump voorafgaand aan elke Amerikaanse verkoop een overeenkomst voor nucleaire samenwerking met Saoedi-Arabië moet sluiten, een zogeheten ‘123-overeenkomst’ waarin landen beloven dat ze de krachtige nucleaire installaties die ze van de VS kopen niet op oneigenlijke wijze zullen gebruiken.

    Gesprekken tussen de VS en Saoedi-Arabië over een dergelijk akkoord zijn al gaande – de Amerikaanse minister van Energie Rick Perry besprak de zaak in maart in Londen met Saoedische functionarissen, en ook president Trump zal de kwestie hebben aangesneden tijdens zijn ontmoeting met de Saoedische kroonprins Mohammed bin Salman kort geleden.

    Dekmantel

    Experts op het gebied van nucleaire proliferatie en Amerikaanse Congresleden van beide partijen maken zich echter grote zorgen over de deal. Zij vrezen dat Riyad zal proberen de technologie te gebruiken om een kernwapenprogramma op te zetten. Dat zou een van de meest instabiele regio’s ter wereld nog instabieler maken. Sommige sceptici denken zelfs dat het energieverhaal van Riyad louter een dekmantel is voor militaire ambities.

    Dit is meer dan een gissing. In een interview met de Amerikaanse omroep CBS op 18 maart gaf de Saoedische kroonprins, ook wel MBS genoemd, openlijk toe dat nucleaire bewapening een optie was: ‘Saoedi-Arabië wil geen kernwapens hebben, maar als Iran ze ontwikkelt, dan zullen wij zeker niet achterblijven.’

    De regering-Trump kan proberen ervoor te zorgen dat dit nooit gebeurt. Met de ‘123-overeenkomst’ kan het de Saoedi’s dwingen tot een juridisch bindende toezegging dat ze geen uranium zullen verrijken of verbruikte splijtstof zullen opwerken – processen die nodig zijn om kernwapens te maken.

    Naar verluidt overweegt Washington echter om Saoedi-Arabië toe te staan uranium te verrijken. Daarvoor zouden volgens deskundigen twee belangrijke redenen zijn. Ten eerste heeft Trump duidelijk een zwak voor Saoedi-Arabië: het was het eerste land dat hij op zijn eerste buitenlandse reis als president bezocht. Ook steunde hij een aantal van Riyads meest radicale politieke beslissingen, zoals de campagne van afgelopen zomer om buurland Qatar te isoleren en de vernietigende militaire interventie in Jemen.

    Ten tweede zou Trump kunnen zwichten voor het aanlokkelijke vooruitzicht van miljardencontracten voor Amerikaanse nucleaire productiebedrijven die dolgraag zaken willen doen. De verleiding om een deal te accepteren die de weg naar een Saoedische kernbom effent is mogelijk te groot om te weerstaan.

    Saoedi-Arabië blijft erbij dat het alleen kernenergie wil om de energieproductie te verhogen en niet om wapens te bouwen. ‘Wij voelen wij er niets voor nucleaire technologie aan te wenden voor militaire doeleinden en doen juist erg ons best om de verspreiding van kernwapens door anderen tegen te gaan,’ aldus de Saoedische minister van Energie Khalid al-Falih op een gezamenlijke persconferentie met minister Perry in december vorig jaar.

    Het nucleaire akkoord dat Iran in 2015 met onder meer de VS tekende, beperkt de mogelijkheden van het land om materiaal te maken dat nodig is voor een atoombom aanzienlijk, maar rond 2030 verlopen cruciale onderdelen van de overeenkomst

    Energiedeskundigen zeggen dat het zeker zin heeft voor Saoedi-Arabië om nieuwe vormen van energie te genereren, zodat het meer van zijn olie kan exporteren voordat de verwachte waardedaling van deze grondstof een feit is. Maar waarom gekozen voor nucleaire energie als alternatief, in plaats van hernieuwbare energie?

    Joe Romm, een voormalig onderminister van Energie tijdens de Clinton-jaren, vertelde me dat Saoedi-Arabië een groot deel van het land van stroom zou kunnen voorzien met zonne-energie. De uitgestrekte woestijnen waar de zon vrijwel permanent zeer fel schijnt zijn daarvoor van nature geschikt.

    Aangezien Saoedi-Arabië tegen extreem lage kosten zonne-energiecentrales zou kunnen bouwen om zonnestroom te produceren, is het, aldus Romm, ‘vanuit energie-oogpunt niet zo logisch dat de Saoedi’s zo’n sterke voorkeur aan de dag leggen voor de nucleaire optie, die notoir duur is’.

    Leg de plannen van Saoedi-Arabië om te investeren in hernieuwbare energie naast de voorgenomen investeringen in kernenergie, en je ziet volgens Romm dat Riyad minstens drie keer zo veel elektriciteit uit kernreactoren zal proberen op te wekken als uit hernieuwbare energie.

    Militaire ambities

    Amerikaanse experts op het gebied van buitenlandse politiek en nucleaire non-proliferatie zijn het door de bank genomen eens dat de voorkeur voor het ene programma boven het andere maar één ding kan betekenen: militaire ambities.

    ‘Ik denk dat een belangrijke – zo niet de belangrijkste – drijfveer voor het nucleaire programma van Saoedi-Arabië de veiligheidscompetitie met Iran is,’ aldus Kingston Reif, een non-proliferatie-expert bij de Arms Control Association.

    Iran is de aartsrivaal van Saoedi-Arabië in het Midden-Oosten en Saoedi-Arabië vreest dat Teheran zijn civiele nucleaire programma zal gebruiken om in de toekomst wapens te maken en de machtsverhoudingen in de regio daarmee in zijn voordeel te doen omslaan. Het nucleaire akkoord dat Iran in 2015 met onder meer de VS tekende, beperkt de mogelijkheden van het land om materiaal te maken dat nodig is voor een atoombom aanzienlijk, maar rond 2030 verlopen cruciale onderdelen van de overeenkomst.

    Die beperkingen kunnen nog veel sneller tot het verleden behoren wanneer Trump zijn herhaalde dreigementen uitvoert om zich uit de deal terug te trekken. Iran kan in dat geval binnen enkele dagen de nodige stappen zetten in de richting van wapenproductie.

    Aangezien MBS openlijk heeft toegegeven dat Saoedi-Arabië zich genoodzaakt zal voelen kernwapens na te streven als Iran hetzelfde doet, moet een Saoedisch civiel nucleair programma welhaast als een potentiële militaire troef worden beschouwd.

    De regering-Trump is momenteel in onderhandeling met de Saoedi’s over een overeenkomst inzake nucleaire samenwerking. Waarschijnlijk kwam die ter sprake toen de kroonprins op 20 maart te gast was in het Witte Huis. (Noch Saoedi-Arabië, noch de VS vermeldde hier iets over naar aanleiding van de bijeenkomst, wel werd er gezinspeeld op ‘nieuwe handelsovereenkomsten’.)


    Volgens recente berichten zal het Witte Huis Saoedi-Arabië mogelijk toestaan uranium te verrijken. Een land kan uranium verrijken om brandstof te produceren voor zijn kernreactoren, maar datzelfde proces kan ook dienen om een atoombom te maken – en dat heeft de bezorgdheid van Amerikaanse Congresleden van beide partijen gewekt.

    ‘Het interview met de kroonprins van vorige week zou reden genoeg moeten zijn voor de regering om de rem te zetten op de onderhandelingen en te benadrukken dat er geen 123-overeenkomst mogelijk is die verrijking en opwerking omvat,’ aldus het Republikeinse Congreslid Ileana Ros-Lehtinen, voorzitter van de Subcommissie Buitenlandse Zaken voor het Midden-Oosten en Noord-Afrika van het Huis van Afgevaardigden. ‘Maar helaas blijkt uit het weinige dat de regering loslaat dat ze deze deal louter in handelstermen beziet en dat de nationale veiligheid niet of nauwelijks een overweging is.’

    Senator Bob Corker, voorzitter van de Senaatscommissie voor Buitenlandse Betrekkingen, heeft de regering laten weten dat er in het Congres vanuit beide partijen weerstand is tegen een 123-overeenkomst die uraniumverrijking toestaat.

    Het Witte Huis moet de overeenkomst ter beoordeling aan het Congres voorleggen en Congresleden kunnen deze blokkeren met een gezamenlijke resolutie.
    Maar dat kan een averechts effect hebben: de Saoedi’s kunnen zich dan tot Russische of Chinese bieders wenden. En volgens analisten zullen de Russen en Chinezen minder geneigd zijn de verrijkings- of opwerkingsambities van Saoedi-Arabië te beteugelen. Om die reden stellen sommige analisten dat Washington een compromis met Riyad moet overwegen.

    ‘Ik zie liever de Amerikaanse nucleaire industrie in Saoedi-Arabië dan die van Rusland of China, dus moeten we ons met de Saoedi’s zien te verstaan’

    ‘Ik zie liever de Amerikaanse nucleaire industrie in Saoedi-Arabië dan die van Rusland of China, dus moeten we ons met de Saoedi’s zien te verstaan. We moeten de best mogelijke beperkingsclausules voor verrijking en opwerking zien te bedingen, inclusief een verbod voor langere tijd, bijvoorbeeld twintig of vijfentwintig jaar,’ aldus Robert Einhorn, voormalig adviseur wapenbeheersing en ontwapening van het ministerie van Buitenlandse Zaken, tegen The Washington Post. ‘We moeten enige flexibiliteit tonen.’

    Saoedi-Arabië beschouwt het vermogen om uranium te verrijken als een ‘soeverein’ recht, en kon geen 123-overeenkomst met de regering-Obama bereiken omdat president Obama weigerde dat recht te erkennen.

    Alexandra Bell, een expert op het gebied van wapenbeheersing uit het Obama-tijdperk, vertelde me dat de Saoedi’s niet zullen toegeven ‘zonder druk uit de allerhoogste kringen van het Witte Huis’. Dat wil zeggen: aanhoudende druk van de president zelf of topfunctionarissen als minister van Energie Perry. Maar Trump ligt misschien helemaal niet wakker van de verrijkingskwestie. Hij bekijkt de kwestie door een andere bril dan zijn voorganger – voor de huidige president stijgen de belangen van het Amerikaanse bedrijfsleven ver uit boven het veiligheidsaspect. Vorig jaar, toen Trump zijn enorme wapendeal van 110 miljard dollar met de Saoedi’s beklonk, verkocht hij dit aan het publiek als een manier om ‘banen, banen en nog eens banen’ voor de VS te creëren.

    Een nucleaire deal met de Saoedi’s betekent een stimulans voor de in zwaar weer verkerende Amerikaanse nucleaire bouwbedrijven. Westinghouse, de meest prominente Amerikaanse bieder, zit momenteel in een faillissementsprocedure, wat nu al duizenden banen heeft gekost.

    In hun onderhandelingen met Washington zullen de Saoedi’s Trumps gevoeligheid voor het werkgelegenheidsaspect waarschijnlijk als dankbaar drukmiddel gebruiken om hun zin te krijgen.

    Auteur: Zeeshan Aleem
    Vertaler: Carl Stellweg

    Vox
    Verenigde Staten | vox.com

    in 2014 opgerichte nieuws- en opiniesite die onderdeel is van Vox Media. Dit technologiebedrijf beheert ook de sportwebsite SB Nation, de technologiesite The Verge en gamingsite Polygon. Vox heeft als missie om ‘het nieuws uit te leggen‘ en richt zich op een jong en welvarend publiek.

  • Redactioneel

    Redactioneel

    Amsterdam heeft 850.000 inwoners op een grondgebied van 219 vierkante kilometer. De Gazastrook telt 1,8 miljoen inwoners op 365 vierkante kilometer. Iets dichtbevolkter dus, met ongeveer 5000 homo sapiens per vierkante kilometer.

    We doen meestal een beetje lacherig over ons kleine land, in nog geen drie uur en 295 kilometer ben je van Noord-Groningen in Zuid-Limburg. De langst mogelijke reis in Gaza beslaat niet meer dan 45 kilometer. Van oost naar west zijn de mogelijkheden nog beperkter: een kilometer of 12 tot 15, hooguit.

    De meeste inwoners van Gaza zullen hun leven lang niet verder komen dan de hermetisch gesloten grenzen – met Israël, Egypte en met de Middellandse Zee. En dan te bedenken dat de bevolkingsaanwas nog groter is dan in Amsterdam. Natuurlijke groei, welteverstaan, van import is in Gaza geen sprake.

    Het wil maar niet opschieten met de vrede in het Midden-Oosten. Na de Oslo-akkoorden, ook alweer een kwart eeuw geleden gesloten, is men geen stap verder gekomen

    Het wil maar niet opschieten met de vrede in het Midden-Oosten. Na de Oslo-akkoorden, ook alweer een kwart eeuw geleden gesloten, is men geen stap verder gekomen. Integendeel, de Palestijnen zijn onderling ernstig verdeeld geraakt over wie de lakens uitdeelt: Hamas (in Gaza) tegen Fatah (in Ramallah) – zodanig zelfs dat de premier van Palestijnse regering, Rami Hamdallah, bij een bezoek aan Gaza ternauwernood een moordaanslag overleefde. Ook de mensonterende levensomstandigheden in de Gazastrook zijn deels te wijten aan dat langlopende conflict.

    De ‘Grote Mars van de Terugkeer’, die Hamas sinds vorige week in haar bolwerk organiseert, mag misschien wel Groot zijn, maar hij is vooral nogal kort, namelijk niet veel verder dan naar het prikkeldraad. En ondanks dat de protesten breed worden gedragen onder de Palestijnen, is de provocatie – in de aanloop naar de zeventigste verjaardag van Israël volgende maand – een olietanker in een vuurzee.

    De Israëlische president Benjamin Netanyahu en zijn regering lijken met open ogen in die opzet te trappen en antwoorden zoals we van hen gewend zijn: zestien doden en honderden gewonden. Netanyahu, raak geportretteerd door Gregg Carlstrom in Newsweek (p. 10), verkeert in grote problemen, waarvan de oorzaak niet laag genoeg kan worden gezocht: ordinaire corruptie. En toch, als er vandaag verkiezingen worden gehouden, is de kans groot dat hij wint. Israëls wegen zijn ondoorgrondelijk.

    Katrien Gottlieb
    gottlieb@360international.nl

    Illustratie: © Ale+Ale

  • Gerecenseerd

    Gerecenseerd

    360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen.

    patria

    LITERATUUR | Kroniek van Spaanse terreur

    ETA-roman van Fernando Aramburu

    Ruim een halve eeuw voerde 
terreurbeweging ETA (Euskadi Ta Askatasuna: 
Baskenland en Vrijheid) in Spanje een bloedige onafhankelijkheidsstrijd. Tussen 1959 en 2011, waarin de wapens werden neergelegd, werden vierduizend aanslagen gepleegd die 829, veelal onschuldige, burgers het leven kostte. Vorig jaar april leverde de ETA officieel de wapens in. Fernando Aramburu schreef met Patria een ruim zevenhonderd pagina’s tellende roman over de strijd voor de Baskische autonomie.
    Daarin voorziet hij daders en slachtoffers van gezichten en karakters en plaatst hij twee bevriende families uit de omgeving van San Sebastian steeds scherper tegenover elkaar.

    José-Carlos Mainer, literatuurcriticus in El País, sprak vlak na de verschijning in 2016 van een ‘omvangrijke en gedenkwaardige roman die doet denken aan de Afrikaanse boeken van Coetzee’.

    Aramburu won er vorig jaar de Premio de la Crítica mee, de voornaamste literatuurprijs in Spanje. De drukker kon de verkoop in Spanje maar nauwelijks bijhouden. Inmiddels zijn vertalingen verschenen 
in vijf landen en bereidt HBO een tv-serie voor.
    Volgens François Musseau, de Spaanse correspondent van Libération, was er vorige zomer ‘geen bar, straathoek, tv-show of collegezaal in Baskenland 
of er werd over het boek gesproken’. Daarin ziet 
Musseau het bewijs dat ‘Spanjaarden in het 
algemeen en Basken in het bijzonder grote behoefte hebben aan catharsis. Ze willen in het reine komen met een duistere episode uit de geschiedenis.’

    Peter Henning stelt in Der Spiegel dat Aramburu niet alleen ‘een schokkende kroniek heeft afgeleverd, maar tegelijkertijd een boek over familiebanden, vriendschap, wantrouwen en verwijdering’. Henning vergelijkt Patria met de Napolitaanse romancyclus van Elena Ferrante: ‘door de manier waarop een vrouwenvriendschap afbrokkelt’.

    _De Nederlandse vertaling van Patria van Fernando Aramburu verschijnt op 6 maart als Vaderland bij 
de Wereldbibliotheek. _


    MUZIEK | Gitaarrockers wagen zich op de dansvloer 


    Franz Ferdinand nieuwe stijl

    De stevige gitaarrock van de Schotse formatie Franz Ferdinand bleek begin deze eeuw een sensatie. Op festivals, onder muziekkenners én in de platenzaak. Met het onlangs uitgekomen vijfde album slaat bandleider Alex Kapranos in een nieuwe samenstelling en met producer Philippe Zdar (de ene helft van het Franse danceduo Cassius en ook bekend van de Beastie Boys) een andere weg in. Volgens het Belgische blad Humo is de band daarmee ‘afgedreven van zijn (post)punkfunkroots en maken 
de gitaren steeds vaker plaats voor synths 
en andere elektronische snufjes’. Geen onverdeeld succes, vindt de recensent: 
‘Op Always Ascending klinkt Franz Ferdinand als een groep die niets nieuws meer te 
vertellen heeft en zijn heil dan maar zoekt in net iets te vergezochte akkoorden en ritmewisselingen.’

    Hannah Pilarczyk toont zich in Der Spiegel evenmin onder de indruk van het nieuwe geluid: ‘Hoe geraffineerd misschien ook geproduceerd, het blijft muziek die je eerder hebt gehoord: een voortdurend gestamp van drum, bas en slaggitaar.’

    In The Independent laat Derek Robertson zich een stuk positiever uit: ‘Naar eigen 
zeggen proberen ze uit te blinken met muziek waar meisjes meteen op willen 
dansen. En waar hun oude materiaal nog altijd olijk en hoekig klinkt, zijn het de 
nieuwe songs die vliegen.’

    Lauren Murphy in The Irish Times is weliswaar goed te spreken over de nieuwe stijl van Franz Ferdinand, maar geeft wel een waarschuwing: ‘De fans van het eerste uur zijn er misschien niet meteen ondersteboven van, maar na een paar keer luisteren is het onmogelijk om het swingende geluid te weerstaan. Deze muziek landt ergens tussen een hit van Kylie Minogue en een track die 
je ooit in Studio 54 hebt gehoord.’

    Franz Ferdinand op tournee: 27 feb. Parijs, 
28 feb. Brussel, 1 mrt. Hamburg, 3 mrt. Utrecht, 4 mrt. Groningen, 5 mrt. Keulen


    FILM | Haat en wrok zijn nooit ver weg in Libanon

    The Insult van de Libanese regisseur Ziad Doueiri

    Een onschuldig akkefietje met een 
lekkende regenpijp leidt tot een scheldpartij. Kan gebeuren. Maar liever niet in de Libanese hoofdstad Beiroet. En helemaal niet wanneer daarbij een christen en een Palestijn tegenover elkaar komen te staan. Dan leiden alle onderhuidse religieuze en etnische spanningen en onverwerkte trauma’s uit de burgeroorlog voor je het weet tot straatrellen en een rechtszaak die het land ontwricht.

    Dat is het verhaal van The Insult van de oorspronkelijk Libanese filmmaker Ziad Doueiri. De speelfilm miste nipt de publieksprijs op het laatste Filmfestival in Rotterdam, kreeg een Oscarnominatie voor beste buitenlandse film en bracht de internationale filmpers in vervoering. Zo schrijft Boyd van Hoeij in The Hollywood Reporter dat de combinatie van ‘een sterk 
politiek geladen film en het persoonlijke verhaal van twee mannen’ gemakkelijk een brug te ver had kunnen zijn. Maar in dit geval getuigt het van ‘fascinerend vakmanschap’ dat ‘wonderschoon is gedraaid en waarin op topniveau wordt geacteerd’.

    Anthony Oliver Scott heeft in The New York Times best iets aan te merken op de film. Dat regisseur Doueiri ‘af en toe wat zwaar op de hand is en het verleden van de twee hoofdpersonages er te dik bovenop legt’ bijvoorbeeld. Tegelijkertijd laat Doueiri volgens Scott in 
The Insult ‘de gecompliceerde waarheid zien dat iedereen die wrok koestert daar een reden voor heeft en bang is om het los te laten. Alsof het om iets dierbaars gaat. Dat is geen hoopvol en gelukkig idee. Maar het maken van een hoopvolle en gelukkige film over het Midden-Oosten is op dit moment ook nog te veel gevraagd.’

    Volgens Zakhour kent Libanon na al die jaren precies één zekerheid: “Dat is de malafide politicus die telkens opnieuw zijn zegeningen telt”

    Jim Quilty maakt in de Libanese Daily Star de inschatting dat de film in het buitenland vermoedelijk als ‘pleidooi voor vrede en verzoening in ons binnenlandse conflict zal worden gezien’. Maar daar is volgens Quilty ‘het uitgangspunt van de scriptschrijvers’ te simpel voor, namelijk ‘dat er in de burgeroorlog geen onschuldige 
partijen waren en dat er over en weer evenveel slachtoffers zijn gevallen zodat de sympathie 
in de film van de ene naar de andere partij kan switchen’ .

    Lina Zakhour maakte vorig jaar september een van de eerste vertoningen van The Insult in
    Beiroet mee. Daar was het met ruim 121 duizend bezoekers op een bevolking van 6 miljoen de derde best bezochte film van 2017. Zakhour was zo onder de indruk van de hedendaagse realiteit die de film oproept dat ze zich in de Libanese krant L’Orient Le Jour de ene na de andere (retorische) vraag stelde: ‘Hoeveel christelijke Libanezen, hoeveel Palestijnse moslims zouden er in de zaal hebben gezeten? Wie kent niet de pijn en het verlies? Wie is er ooit begonnen? Wie heeft gelijk en wie niet?’ Volgens Zakhour kent Libanon na al die jaren precies één zekerheid: ‘Dat is de malafide politicus die telkens opnieuw zijn zegeningen telt.’

    The Insult van Ziad Doueiri is vanaf 15 februari 
te zien in de bioscoop

    Auteur: Diederik Samwel

  • 1. Wie wil er oorlog en waarom?

    1. Wie wil er oorlog en waarom?

    De hoofdrolspelers.

    Er doen steeds meer geruchten de ronde over een ophanden zijnde oorlog tussen de coalitie onder leiding van Iran en een onwaarschijnlijk Israëlisch-Saoedisch bondgenootschap, maar een scenario daarvoor is moeilijk voorstelbaar. Hoewel de twee graag met hun tegenstander zouden willen afrekenen, heeft geen van beide er voorlopig belang bij een militaire confrontatie aan te gaan. Een rondgang langs de partijen die graag een goede oorlog zouden willen… maar dan wel bij volmacht.

    IRAN

    Sinds zes jaar investeert de Iraanse Revolutionaire Garde (IRG) in Teheran zwaar in Syrië om het regime van Assad te steunen. Deze steun kent diverse vormen: het sturen van ‘militaire adviseurs’ van de Sepah-e Qods, een speciale afdeling van de IRG, het inzetten van enkele duizenden (Libanese) Hezbollahstrijders, het aanvliegen van nieuwe wapens naar de luchthaven van Damascus, het werven door sjiitische milities van duizenden burgers (voornamelijk Afghaanse vluchtelingen) en het verstrekken van kredieten ter hoogte van 1 miljard dollar om de solvabiliteit van de clan van Assad te garanderen. Toch is dat alles onvoldoende gebleken voor een definitieve overwinning van het Syrische regime, dat daardoor slechts in het zadel werd gehouden totdat in september 2015 de Russen tussenbeide kwamen. Nu het voortbestaan van Assad verzekerd is, heeft Iran van de situatie gebruikgemaakt door zeer belangrijke strategische mijnconcessies in Syrië te bedingen en het recht om er een luchtmachtbasis en een militaire haven in de Middellandse Zee te bouwen.

    ISRAËL

    Bedient zich afwisselend van diplomatieke druk en militaire dreigementen om Teheran ervan te weerhouden een permanent bastion in Syrië te vestigen. Dit Israëlische beleid lijkt in te spelen op een interne strijd binnen het Iraanse regime, waar sommige facties van mening zijn dat de miljardeninvesteringen in de Syrische infrastructuur een beletsel zijn voor het economisch herstel van Iran zelf. Voorlopig heeft Teheran er geen enkel belang bij om in Syrië of Libanon een oorlog te ontketenen tussen zijn plaatselijke bondgenoten en Israël. Iran zou de confrontatie met Israël liever op een ‘gemakkelijker’ terrein willen aangaan: de zuidgrens tussen Israël en de Gazastrook. Een delegatie van Hamas (dat nog steeds Gaza bestuurt) was onlangs op bezoek in Teheran, en een tweede bezoek is binnenkort voorzien.

    De relatie tussen Hamas en Iran is bekoeld aan het begin van de Syrische oorlog, toen Iran het Syrische regime hielp honderdduizenden soennieten 
af te slachten, onder wie de Moslimbroeders, die bondgenoten waren van Hamas. Op het hoogtepunt van de 
burgeroorlog had Iran zijn steun aan de tegenstander van Hamas, de Palestijnse Islamitische Jihad (PIJ), zelfs opgevoerd. Maar nadien is de relatie verbeterd en zou Iran het oogluikend toelaten als Hamas en de PIJ hun krachten zouden bundelen om incidenten aan de Israëlische grens uit te lokken en de Israëlische aandacht af te leiden van het Syrische strijdtoneel.

    DE GAZASTROOK

    Ondanks de Iraanse bemoeienis kent de Gazastrook zijn eigen problemen, en hoewel Hamas dolblij is dat zijn relatie met Teheran is hersteld, liggen zijn belangen momenteel in Caïro, waar afgelopen oktober een verzoeningsakkoord is getekend met Al-Fatah en de Palestijnse Autoriteit. Egypte wil dat Hamas de orde in Gaza bewaart en dat de strook geen logistieke vrijplaats wordt voor IS-strijders in de Sinaï. Als er al twijfel bestond, met name in Israël, over de vraag of de onderlinge Palestijnse verzoening het zoveelste fiasco zou zijn, dan is die definitief weggenomen toen Israël op 30 oktober een tunnel van de PIJ verwoestte waarbij veertien PIJ– en Hamasstrijders omkwamen. In andere tijden zou zo’n operatie onmiddellijk tot Palestijnse represailles hebben geleid, maar die zijn ditmaal uitgebleven. Sterker nog, Hamas heeft de PIJ gedwongen de officieuze wapenstilstand te respecteren die in de zomer van 2014 met Israël overeen was gekomen.

    HAMAS

    De islamitische verzetsbeweging Hamas die al sinds juni 2007 aan de macht is in Gaza, heeft zich zeker niet bekeerd tot het zionisme. Maar de permanente blokkade door Israël van de Gazastrook en de verslechterde economische situatie hebben de nieuwe ‘premier’ van Hamas, Yahya Sinwar, tot de pijnlijke conclusie gebracht dat er zo snel mogelijk een akkoord moet worden gesloten met buurland Egypte en de Palestijnse Autoriteit. Zo niet, dan zal de situatie in de Gazastrook volledig uit de hand lopen. Sinwar is een politieke havik die lange jaren in Israëlische gevangenissen heeft doorgebracht, maar hij is ook afkomstig uit Gaza en kent de politieke spelletjes maar al te goed. En de Hamasdelegatie die naar Teheran is gestuurd legt in Gaza geen enkel gewicht in de schaal.

    EGYPTE

    Het is nog niet zo lang geleden dat Egypte als de meest vastberaden Arabische partner werd beschouwd in de regionale coalitie die tegen Iran in het leven was geroepen. Maar door zijn zwakke politieke en economische positie heeft het land zich gedwongen gezien pas op de plaats te maken en zich te concentreren op het elimineren van IS in de Sinaï, waar enkele honderden jihadisten dagelijks een veel zwaarder bewapende Egyptische strijdmacht uitdagen. Paradoxaal genoeg is Egypte waarschijnlijk het land dat het meest te vrezen heeft van de eliminering van de bastions van Islamitische Staat in Irak en Syrië. De ontsnapte IS-strijders zijn bezig zich in het naburige Libië te vestigen en de terroristische beweging is er waarschijnlijk op uit haar bastions in de Sinaï te versterken. Daarom heeft Egypte afstand gedaan van zijn historische missie als leider van het soennitisch-Arabische front en de fakkel overgedragen aan Saoedi-Arabië.

    SAOEDI-ARABIË

    De gebeurtenissen van de afgelopen tijd in Riyad hebben zelfs de best geïnformeerde waarnemers verrast: grootscheepse arrestatie van hooggeplaatste Saoediërs, met inbegrip van prinsen, op verdenking van corruptie; de benoeming op sleutelposities van vertrouwelingen van prins Mohamad bin Salman, alias MBS; een raadselachtig helikopterongeluk waarbij een prins om het leven kwam; het onder druk zetten van vrienden van de Saoediërs, zoals de Libanese premier Saad Hariri (die in Riyad onmiddellijk zijn aftreden bekendmaakte) en Mahmoud Abbas, de president van de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) et cetera. Deskundigen kunnen alleen maar gissen naar de werkelijke motieven van MBS, die vermoedelijk ambitieuzer zijn dan de wens om zijn greep op het Saoedische koninkrijk te consolideren.

    Een van de theorieën over het aftreden van Hariri is dat hij bevel zou hebben gekregen naar Riyad te vluchten, zodat hij niet betrokken zou raken bij een ophanden zijnde, door Saoedi-Arabië gesteunde operatie van Israël tegen Libanon, oftewel een Israëlische aanval op Hezbollah. Het feit dat Hezbollah van een poging tot moord op Hariri is beschuldigd versterkt deze theorie alleen maar. De Saoediërs zouden ongetwijfeld dolblij zijn om hun Iraanse vijanden afgestraft te zien, en vanuit dat oogpunt zou Hezbollah een uitgelezen doel zijn. Maar het geval wil dat Riyad niet zelf een oorlog tegen Teheran kan beginnen. Tweeënhalf jaar geleden zijn de Saoediërs verwikkeld geraakt in een oorlog tegen de door Iran gesteunde Houthi’s in Jemen. Dat werd zo’n fiasco dat de laatsten er begin november in zijn geslaagd een raket af te vuren op de internationale luchthaven van Riyad. Het is dus moeilijk voorstelbaar dat de Saoediërs zich aan een offensief in het Golfgebied wagen tegen een veel sterker en krijgsvaardiger Iran. Vooral op het moment dat MBS zijn handen vol heeft aan binnenlandse politieke uitdagingen.

    HEZBOLLAH

    Na zes jaar strijd in Syrië onder de vlag van Iran kan Hezbollah zich beroepen op indrukwekkende overwinningen en een ruime mate van militaire ervaring, dankzij een geavanceerd wapenarsenaal en het bevel over indrukwekkende paramilitaire Syrische brigades. Maar de organisatie heeft minstens achthonderd manschappen in de strijd verloren terwijl enkele duizenden zwaargewond zijn geraakt, oftewel een kwart van haar troepen aan het begin van de oorlog in Syrië. Zeker, er zijn duizenden nieuwe rekruten getraind en naar het Syrische front gestuurd, maar dat is op weerstand gestuit binnen de sjiitische gemeenschap in Libanon, waar velen van mening zijn dat Hezbollah zijn rol van ‘Libanese verzetsbeweging’ te lang heeft verwaarloosd en van Libanon een gijzelaar van Iran heeft gemaakt.

    Militair gezien is Hezbollah niet meer in staat een oorlog tegen Israël te beginnen. De organisatie levert nog altijd strijd op diverse Syrische fronten en zou haar brigades weer op sterkte moeten brengen alvorens zich aan een nieuwe oorlog te wagen. Er zijn inmiddels achttien maanden verstreken sinds de moord op haar militaire bevelhebber Mustafa Badr al-Din, een aanslag waarvoor de opdracht zou zijn gegeven door Hassan Nasrallah, de 
feitelijke leider van Hezbollah, op aandringen van Iran. Badr al-Din is nog steeds niet vervangen. Bovendien heeft Nasrallah het aanzien verspeeld dat hij in de Arabische wereld genoot sinds de tweede Libanese oorlog in 2006, waarin Israël en Hezbollah tegenover elkaar stonden. Momenteel wordt hij niet langer gezien als de moedige speerpunt van het anti-Israëlische verzet, maar als moordenaar van Syrische verzetsstrijders tegen het regime van Assad. Nasrallah zou in de verleiding kunnen komen een nieuwe oorlog tegen Israël te beginnen in de hoop zijn imago op te poetsen, maar hij lijkt te beseffen dat zijn manschappen daar niet klaar voor zijn en dat vooral de vernietigende Israëlische represailles tegen de burgerinfrastructuur van Libanon een averechts effect zouden kunnen hebben. Nasrallah zou in dat geval door de Libanezen verantwoordelijk worden gehouden voor hun nieuwe leed. Maar als Hezbollah zich in zo’n kwetsbare positie bevindt, zou Israël dan niet in de verleiding kunnen komen daarvan te profiteren?

    ISRAËL

    Eén ding is vrijwel zeker. Zelfs als Hariri en de Saoediërs denken dat een Israëlische aanval op Libanon ophanden is, zou die niet voor begin december kunnen plaatsvinden. Israël is momenteel het toneel van de meest ambitieuze internationale militaire manoeuvres uit zijn geschiedenis, waaraan de luchtmachten van zeven andere landen deelnemen. Dit militair-diplomatieke machtsvertoon is al meer dan een jaar geleden gepland en de Israëlische luchtmacht heeft voorlopig geen tijd om zich met iets anders bezig te houden. Israël kan dus op zijn vroegst eind november een oorlog ontketenen, en dan alleen als de spanningen op zijn andere fronten zijn afgenomen.

    Voorlopig moet Israël er tot elke prijs voor zorgen dat de rust rond de Gazastrook bewaard blijft. Zijn nieuwe ondergrondse afweersysteem tegen aanslagen vanuit de tunnels van Hamas en de PIJ is nog in ontwikkeling en zal pas eind 2018 operationeel zijn. Bovendien wil Israël de diplomatieke inspanningen van Egypte om de Gazastrook te pacificeren niet in de wielen rijden. Op de Israëlisch-Libanese grens, daarentegen, is de zaak-Hezbollah veel complexer. Zeker, Israël valt regelmatig doelen op Syrisch grondgebied aan, meestal op Hezbollahkonvooien die geavanceerde wapens naar Libanon willen brengen. Syrië heeft herhaaldelijk geprobeerd terug te slaan door weinig effectieve raketten op de Israëlische vliegtuigen af te vuren, maar noch het regime van Assad noch Hezbollah is uit op een escalatie. In militaire kringen in Israël gaan stemmen op voor een grote preventieve operatie op Libanees grondgebied ter voorkoming van raketaanvallen door Hezbollah, maar deze stemmen zijn voorlopig nog in de minderheid.

    Ondanks zijn anti-Iraanse retoriek hoedt Benjamin Netanyahu zich ervoor de vijandelijkheden uit te breiden tot de belangrijkste handlanger van Iran, Hezbollah, en geeft hij de voorkeur aan precisieaanslagen. De lessen van de oorlog van 2006, die enkele weken duurde, liggen nog vers in het geheugen bij de militair verantwoordelijken in Israël, en de echte Netanyahu is in de grond van de zaak minder oorlogszuchtig dan hij voorgeeft te zijn. Hij is nooit voorstander geweest van grootscheepse militaire operaties 
die de mobilisatie van het hele leger vereisen, met het risico dat de waakzaamheid op andere fronten verslapt. Natuurlijk zou Netanyahu meer dan opgetogen zijn als iemand anders Iran blindelings te lijf zou gaan (de Amerikanen, om maar eens iemand te noemen). Maar hoewel de regering-Trump geen gelegenheid voorbij laat gaan om haar anti-Iraanse retoriek te ventileren, lijkt Washington niet te watertanden bij het idee van een oorlog die van retoriek in praktijk zou kunnen omslaan.

    Op 6 november verklaarde John Kerry, de voormalige minister van Buitenlandse Zaken van Barack Obama, bij het Royal Institute of International Affairs in Londen dat de Israëlische, Saoedische en Egyptische leiders Obama allemaal hadden gesmeekt Iran te bombarderen. Zijn conclusie was dat geen van deze leiders zich daar rechtstreeks aan durfde te wagen. Dat is een mooie samenvatting van de situatie.

    Auteur: Anshel Pfeffer
    Vertaler: Peter Bergsma

    Beeld: © Getty

    Haaretz
    Israël | dagblad | oplage 80.000

    Haaretz (Het Land, aanvankelijk Hadashot Haaretz, Nieuws uit Het Land) werd opgericht in Jeruzalem 
in 1918, nog voor het einde van de Eerste Wereldoorlog en vlak na de Balfour-verklaring van 1917, die het ontstaan van de staat Israël (in 1948) een forse stap dichterbij bracht. De krant verhuisde in 1923 naar Tel Aviv.

    Aanvankelijk werd de krant gesubsidieerd door het Britse militaire bestuur in Palestina, maar in 1919 werd hij overgenomen door een groep linkse zionisten. In 1935 werd Haaretz gekocht door de uit Berlijn afkomstige uitgever Salman Schocken. Diens zoon Gershom was hoofdredacteur tussen 1939 en 1990, zijn kleinzoon Amos is de huidige uitgever. Haaretz heeft qua oplage een bereik van slechts 4 procent van het Israëlische publiek, maar zijn invloed op de politiek en de Israëlische intelligentsia is aanzienlijk. De krant verschijnt in zowel een Hebreeuwse als een Engelstalige editie.

  • IS-strijder in huis

    IS-strijder in huis

    Halverwege het maken van dit nummer werd bekend dat 
er in het Amsterdamse debatcentrum De Balie, waar 360 kantoor houdt, een IS-strijder was gesignaleerd. De man hield zich op tussen het publiek bij een lezing van de Syrische actiegroep Raqqa is Being Slaughtered Silently. Nadat hij werd herkend door leden van de groep, rende hij naar buiten en wist hij op de fiets te vluchten.

    Hoe beangstigend ook, verbazend is het natuurlijk niet dat 
er IS-strijders door de mazen van het net glippen en Europa weten te bereiken. Hoe makkelijk zoiets kan gaan, blijkt uit het verhaal waarmee we deze editie openen. Een goedwillend Zweeds gezin neemt op het hoogtepunt van de vluchtelingencrisis een Syrische jongen in huis. Hij is zestien, noemt zich Paul, is naar eigen zeggen christen en beweert dat hij in Syrië is vastgehouden door jihadisten. Maar na verloop van tijd blijkt het verhaal van de jongen niet helemaal te kloppen. 
Hij heet geen Paul maar Ammar, en vertelt verontrustende verhalen over de horror waarvan hij in Syrië getuige is geweest – en waaraan hij misschien ook heeft meegedaan.

    Toevallig blijkt ook Ammar in hetzelfde Syrische cellencomplex te hebben verbleven, en Padnos was ervan overtuigd dat hij een jihadist was

    Intussen is ook de Amerikaanse journalist Theo Padnos ten tonele verschenen, een oude bekende over wie 360 eerder twee verhalen publiceerde. In het eerste beschreef Padnos zelf hoe hij in Syrië twee jaar werd gegijzeld door terreurgroep Jabhat al-Nusra. In het tweede werd hij door het Duitse weekblad Die Zeit geïnterviewd, samen met zijn medegevangene van destijds, oorlogsfotograaf Matt Schrier. Toevallig blijkt ook Ammar in hetzelfde Syrische cellencomplex te hebben verbleven, en Padnos was ervan overtuigd dat hij een jihadist was.

    Toen Ammar door Jabhat al-Nusra werd vrijgelaten, gaf Padnos hem een briefje mee waarin hij om hulp vroeg. De jongen leverde het briefje nooit af, maar nam het wel mee naar Zweden, waarop zijn pleegmoeder contact opnam met de inmiddels vrijgelaten Padnos. Uiteindelijk komt het tot 
een confrontatie tussen Ammar en Padnos.

    Hoe het afloopt moet u zelf maar lezen. Maar we kunnen alvast verklappen dat Padnos er niet van overtuigd is dat de getrainde en getraumatiseerde Ammar geen bedreiging vormt. Reden temeer om je zorgen te maken over een mogelijk nieuw gewapend conflict in het Midden-Oosten. Hoe dat precies zit, leest u in het minidossier.

    Goed nieuws is er gelukkig ook: Big Pharma gaat Afrika helpen met goedkope kankermedicijnen, en we zijn trots op onze nieuwe cultuuragenda die sinds de vorige editie de VPRO-pagina vervangt.

    Auteur: Han Ceelen
    ceelen@360international.nl

    Beeld: Dit ongedateerde videobeeld in het bezit van The Associated Press, bevestigden destijds de gijzeling van Peter Theo Curtis. – © AP

  • De omgekeerde wereld

    De omgekeerde wereld

    Eeuwenlang verbaasden Europeanen zich over de tolerantie van de moslimwereld voor homoseksualiteit. Hoe kan het dat de situatie tegenwoordig omgekeerd is?

    Van 1826 tot 1831 woonde de Egyptische intellectueel Rifa’a al-Tahtawi in Parijs. Weer terug in Egypte schreef hij een boek over de Franse en Europese zeden en gewoonten. Het ging onder andere over het patriottisme van de Fransen, over hoe ze aten en zich vermaakten. En hij besteedde vooral veel aandacht aan iets wat in zijn ogen heel vreemd was: Europeanen hielden alleen van vrouwen.

    Hij verbaasde zich erover dat Europeanen zich niet tot jonge jongens aangetrokken voelden en dat, in tegenstelling tot de dichters in zijn eigen land, ze beslist geen gedichten aan hun schoonheid wilden wijden, ‘en dat gaat zelfs zo ver dat de Franse taal het mannen niet toelaat om te schrijven “Ik ben verliefd geworden op een jongen”, want dat is een absoluut vergrijp tegen de goede zeden. Ze roeren het onderwerp nooit aan in hun werk. En ieder gesprek hierover is taboe.’

    ‘Sodomitische neigingen’

    In deze tijd lijken de observaties van Rifa’a al-Tahtawi misschien vreemd. Maar destijds verfoeiden Europese geleerden de moslimwereld vanwege de daarin heersende tolerantie tegenover homoseksualiteit. Zoiets was in de christelijke wereld ondenkbaar. Britse reizigers verklaarden dat de ‘sodomitische neigingen’ uit de Griekse Oudheid schering en inslag waren in Egypte en de Oriënt.

    Inderdaad was het in het Ottomaanse Rijk van de achttiende eeuw niet moeilijk om boeken over seksualiteit te vinden die vol stonden met prenten van seksuele relaties tussen mannen. Het systeem van patronage, waarop het Ottomaanse politieke systeem berustte, was grotendeels gebaseerd op homo-erotische relaties.

    Maar sinds enkele decennia geldt juist de moslimwereld als bij uitstek homofoob. En dat beeld klopt: LHBT’s [lesbiennes, homo’s, biseksuelen en transgenders] moeten in moslimlanden vrezen voor hun leven. En de situatie wordt er alleen maar slechter op in ‘seculiere’ landen als Egypte en natuurlijk ook in gebieden die in handen van IS zijn, waar mannen die als homo bekendstaan een wrede dood te wachten staat.

    Het bloedbad in Orlando is een angstaanjagend teken dat de homohaat binnen fundamentalistische moslimgroeperingen momenteel escaleert. Door deze tragedie zal het gevoel van onveiligheid toenemen binnen de LHBT-gemeenschap, die vrijwel overal in de wereld al blootstaat aan fysieke bedreigingen. Maar dit bloedbad zal ook de islamofobie binnen de LHBT-gemeenschap aanjagen, en dat is in Europa al te merken.

    Rifa'a al Tahtawi.
    Rifa’a al Tahtawi.

    Hoe heeft het zo ver kunnen komen? Het klopt dat homoseksualiteit volgens de Koran strikt verboden is, maar dat geldt net zo goed voor de Wajikra [Leviticus] of de Brief van Paulus aan de Romeinen. En ondanks het Koranverbod zijn liefdes en seksuele relaties tussen mannen in islamitische culturen lange tijd heel gangbaar geweest.

    In de veertiende eeuw noteerde de Egyptische geschiedschrijver al-Maqrizi dat ‘onder de Mamelukse leiders de liefde tussen mannen zo gewoon was dat de courtisanes zich uit frustratie als mannen verkleedden’. Toch verdient de terminologie wel precisering. De premoderne Arabische samenlevingen waren niet tolerant tegenover ‘homoseksuelen’. Het begrip ‘homoseksualiteit’ is pas in de tweede helft van de twintigste eeuw in Europa opgedoken en bestond helemaal niet in de Arabisch-islamitische culturen. Affectie voor jongens werd getolereerd, maar mannen moesten wel met vrouwen trouwen en het bed met ze delen.

    Waarom wordt homoseksualiteit dan nu in de moslimwereld als iets zeer schandaligs gezien? Sommige intellectuelen wijten dit aan westers imperialisme. Een van de aanhangers van deze hypothese is Joseph Massad (universiteit van Columbia). Volgens hem is het de ‘Gay Internationale’, zoals hij die noemt, die de westerse homoseksuele identiteit opdringt aan de oosterlingen die tot nu toe erotische afspraakjes met mannen in de privésfeer nooit als onderdeel van hun identiteit zagen.

    Kortom, nationalistisch-islamitische bewegingen beschouwen homoseksualiteit als een westerse invloed en bestrijden ze om die reden. Als de Egyptische politie meer invallen doet op LHBT-feesten in Cairo, dan zijn die volgens Massad niet gericht tegen de seksuele praktijken daar, maar tegen de westerse homo-identiteit die geen ingang mag vinden.

    De groeiende zichtbaarheid van de LHBT-gemeenschap roept ook elders in de wereld een homofobe tegenreactie op die steeds gewelddadiger wordt

    Veel Arabische homoseksuelen zien helemaal niets in deze redenering. In hun ogen idealiseren mensen als Massad de seksuele normen in de Arabische wereld van voor de ‘invasie’ van de westerse homoseksualiteit. Een voorbeeld hiervan komt van een Marokkaan die door professor Samir Ben-Layashi (universiteit van Tel Aviv) wordt geciteerd in een artikel dat in 2008 in Haaretz verscheen: ‘Het klopt dat het voor een Europese homo van in de zeventig niet moeilijk is om een relatie met een jongen uit Marrakesh te beginnen, maar zo’n jongen wordt niet per se als een gay gezien.’

    Maar is dit alles relevant om de slachting in Orlando te duiden? Omar Mateen [de schutter in de homoclub in Orlando] was geboren en getogen in de Verenigde Staten. Verder kunnen we er niet omheen dat de groeiende zichtbaarheid in de publieke ruimte van de LHBT-gemeenschap ook elders in de wereld een homofobe tegenreactie oproept die steeds gewelddadiger wordt, met name in Rusland, in sub-Saharaans Afrika, in Azië en in Oost-Europa. In de christelijke landen in sub-Saharaans Afrika wordt homoseksualiteit gehekeld als ‘anti-Afrikaans’ gedrag, opgelegd door de rijke noordelijke landen. Het lichaam van de homoseksuele mens, m/v, is een westers slagveld geworden.

    Auteur: Ofri Ilani
    Vertaler: Tess Visser

    Auteur: Ofri Ilani

    Beeld bovenaan: Homo-erotische foto uit de omgeving van Taormina, Sicilië, gemaakt in 1895 door Wilhelm von Gloeden.

    Ha’aretz
    Israël | dagblad | oplage 80.000

    De eerste Hebreeuwse krant die in 1919 onder Engels mandaat uitkwam. ‘Het land’ is dé krant voor Israëlische politici en intellectuelen.

  • Zionisme: de doodsstrijd van een racistische droom

    Zionisme: de doodsstrijd van een racistische droom

    De Palestijns-Amerikaanse schrijfster en activiste Susan Abulhawa beschouwt het zionisme als op sterven na dood. ‘Hoewel getraumatiseerd en zonder duidelijke leider, zijn de Palestijnen nog altijd opstandig en vastberaden – we blijven eensgezind, verbonden door een gedeeld leed.’

    Keuze uit het archief

    Sinds de aanval van Hamas op Israël op 7 oktober 2023 neemt Israël de Palestijnen in Gaza geregeld onder vuur. De gedachte dat het land alleen erop uit is Hamas uit te roeien, wordt door het merendeel van de internationale gemeenschap allang niet meer geloofd. Regelmatig wordt Israël ervan beticht genocide op de Palestijnen te plegen.
    Of Israël het gemunt heeft op de uitroeiing van het Palestijnse volk, is volgens de Palestijns-Amerikaanse schrijfster en activiste Susan Abulhawa allang geen vraag meer. Al decennialang roepen vooraanstaande Israëliërs onomwonden om de vernietiging van de Palestijnen, schreef ze in 2015 in dit artikel uit Middle East Eye. Tegelijkertijd is ze ervan overtuigd dat Israël er nooit in zal slagen de Palestijnen te onderwerpen. ‘Wij laten ons niet klein krijgen.’

    In 1945 schreef luitenant-kolonel George Gawler een rapport over de eventuele kolonisatie van Palestina voor de Joden. De problemen die hij voorzag hadden te maken met bestaansmiddelen en de vraag of men Joden zou weten over te halen om naar Palestina te emigreren. Er werd volkomen voorbijgegaan aan de Palestijnse bevolking die er al vele eeuwen woonde.

    Tientallen jaren later, toen werd besloten over het lot van Palestina (destijds een zogeheten Brits mandaatgebied) zei Lord Balfour: ‘We zijn niet van zins om, al was het maar voor de vorm, te informeren naar de wensen van de huidige bewoners van het land.’ Toch trokken de Engelsen zich terug, uit 
angst voor een Palestijnse opstand. 
Ze realiseerden zich dat ze een fout hadden begaan door geen acht te slaan op de wil en de menselijkheid van de oorspronkelijke bevolking. Toen later de zionisten Palestina bezetten en meer dan tachtig procent van de inheemse bevolking verdreven, voorspelde de eerste premier van Israël, David Ben-Goerion (de in Polen geboren David Grün), op triomfantelijke toon dat de oorspronkelijke bevolking binnen afzienbare tijd het veld zou ruimen. ‘De ouderen zullen overlijden en de jongeren zullen vergeten,’ zei hij.

    ‘We zullen moeten doden en nog eens doden, de hele dag door, elke dag opnieuw’

    Ook hij zat ernaast. Vele decennia later, toen deze zionistische fantasie niet bleek te zijn bewaarheid, ging Israël ervan uit dat men met bruut geweld en een volledige kolonisatie van het land uiteindelijk de oorspronkelijke bevolking van Palestina volledig zou weten uit te roeien. De stafchef van het leger, Raphael Eitan, zei onomwonden: ‘Als we het hele land hebben gekoloniseerd, kunnen de [Palestijnse] Arabieren
weinig anders meer doen dan als een stel verdwaasde kakkerlakken in een fles krioelen.’

    Ook nu weer bleek Israël zich te hebben vergist, en als reactie werd domweg het geweld opgevoerd. ‘We zullen moeten doden en nog eens doden, de hele dag door, elke dag opnieuw,’ aldus een Israëlische professor. Een vooraanstaande Israëlische wetgever breidde deze oproep tot genocide uit naar Palestijnse moeders en hun kinderen, die zij ‘kleine slangen’ noemde. En nu heeft Netanyahu, als een bokkig en verwend kind dat niet zijn zin heeft gekregen in de onderhandelingen met Iran zijn 
boevenbende bij elkaar geroepen om met veel misbaar te stampvoeten op heilige grond – een geweldige woedeaanval, bedoeld voor president Obama, als om te zeggen: Kijk wat ik allemaal nog klaar kan spelen.

    De nieuwste manier om Palestina van de aardbodem te vagen is de inzet van de burgerbevolking, die wordt verzocht zich te bewapenen en zich aan te sluiten bij het legertuig, om onze ongewapende burgerbevolking te lijf te gaan. Op internet wemelt het van de filmpjes en berichten over willekeurige executies, steekpartijen en de bandeloze bloeddorst van groepen burgers.

    Maar toch.

    Wij laten ons niet klein krijgen.

    Onze eeuwenoude samenleving, 
uit elkaar gevallen en onmenselijk behandeld, houdt nog immer stand: strijdlustig, bezield en vastberaden. Ondanks alle trauma’s en het gebrek aan een leider blijven we opstandig, dapper en wilskrachtig. Waar we ons ook bevinden, in bezet gebied of ontheemd, verspreid over de wereld – Gaza, de Westoever, Jeruzalem, vluchtelingenkampen in Libanon of Syrië of Irak, gevlucht in een diaspora die tot in alle uithoeken van de wereld reikt – we blijven handelen als één, verbonden 
in een gemeenschappelijk trauma waarvan je zou verwachten dat de Joden er begrip voor zouden hebben.

    Wat zullen ze verbaasd zijn. Wat moet het fnuikend zijn voor hun moraal om zo’n enorm leger te hebben en uiteindelijk maar zo weinig te kunnen uitrichten tegen onze stenen.

    Wat moet het je moedeloos stemmen, Israël. Wat moet het afschuwelijk zijn om zo verschrikkelijk te falen, jaar in jaar uit, decennium na decennium. 
Om keer op keer de wreedheden op te voeren, meer dood en verderf te zaaien, maar ons niet klein te kunnen krijgen. Om kleine kinderen, die het in hun broek doen van angst, met duizenden tegelijk af te voeren om vervolgens 
tot de ontdekking te komen dat de 
volgende dag duizenden anderen hun plek hebben ingenomen en stenen gooien naar jullie tanks en geweren. Om ze gevangen te zetten als ze nog 
zo jong zijn dat ze huilen van angst en om hun moeder schreeuwen, maar vervolgens te moeten merken dat je ze niet hebt weten te breken, dat ze zich blijven verzetten en tegen je blijven vechten. Om huizen en hele dorpen met de grond gelijk te maken om tot 
de ontdekking te komen dat we sneller bouwen en ons sneller vermenigvuldigen dan jullie. Om te zien dat we onder jullie onophoudelijke bezetting en de bloedbaden die jullie aanrichten blijven dansen, studeren en trouwen. Om te zien hoe we leven terwijl we verscheurd worden door het verdriet en het lijden dat jullie ons aandoen. Om onze scholen plat te gooien, om te verhinderen dat leerlingen en docenten het klaslokaal bereiken, en toch te moeten erkennen dat onze geletterdheid nauwelijks onderdoet voor die van jullie. Wat moet het jullie een angst inboezemen dat we nog altijd niet bang van jullie zijn; dat wij, in het diepst van ons wezen, een onoverwinnelijk volk zijn en dat jullie het juist zijn die in angst leven. Wat moet het ongekend teleurstellend zijn om onze dorpen met de grond gelijk te maken, om vele decennia opgravingen te doen in Siloam, onder de al-Aqsa-moskee en de al-Shakra, maar nog altijd geen tastbare bewijzen te hebben gevonden die jullie verhaal ondersteunen, terwijl er tegelijkertijd talloze Palestijnen zijn wiens historische aanspraken onweerlegbaar zijn, zwart-op-wit staan, grote bekendheid genieten en op grote schaal worden erkend. Wat moet het frustrerend voor jullie zijn dat degenen van ons die door jullie uit hun huis zijn verdreven, van wie jullie dachten dat ze zouden vergeten, gewoon blijven schrijven, scheppen, protesteren, jullie in het buitenland aan de schandpaal nagelen en steeds meer steun krijgen voor de Boycott Divestment and Sanctions-campagne [BDS, een beweging die zich fel inzet voor minder economische en politieke druk vanuit Israël op Palestina] die 
jullie leugens ontzenuwt. Wat moet het ontmoedigend zijn om miljoenen uit te geven om ons in het buitenland in diskrediet te brengen, teneinde 
ons de mond te snoeren, terwijl onze stem alleen maar luider wordt.

    Wij hebben een sterke, instinctieve hang naar waardigheid

    Israël heeft de fout begaan van alle koloniale bezetters in het verleden, aangezien kolonialisme altijd gepaard gaat met een gevoel van superioriteit waarbij de oorspronkelijke inwoners niet langer als mensen worden beschouwd. Israël heeft ons dan ook stelselmatig onderschat. Wat Israël ontgaat, en wat Israël ook onwelgevallig is, is dat ook wij het diep menselijke, impulsieve verlangen hebben naar 
vrijheid; dat wij een sterke, instinctieve hang hebben naar waardigheid.
    Ik zie het dilemma van Israël. Ik zie de angst van Israël. De frustratie dat de racistische droom net geen werkelijkheid is geworden. En ik zie ook dat de manier waarop Israël nu wild van zich af trapt – gewelddadig, stuitend, krankzinnig onzeker en onvoorstelbaar wreed – de doodsstuipen zijn van het zionisme.

  • Israël en Palestina moeten niet de strijd maar de dialoog aangaan

    Israël en Palestina moeten niet de strijd maar de dialoog aangaan

    Toen zijn broer werd doodgeschoten tijdens de tweede Palestijnse intifada, wilde Ali Abu Awwad wraak. Tegenwoordig is hij pacifist en gaat hij de dialoog aan met Joodse kolonisten. ‘Waar het om gaat, is dat je mensen aanspreekt op hun eigen verantwoordelijkheid om zich tegen het geweld te keren.’

    Keuze uit het archief

    Sinds vorige week zaterdag woedt het conflict tussen Israël en Palestina heviger dan ooit tevoren. De Palestijnse organisatie Hamas nam verschillende plaatsen in Israël onder vuur, doodde daarbij honderden burgers en nam nog eens honderden mensen gevangen. Als antwoord daarop begon Israël een groot bombardement op Gaza, waarbij eveneens honderden burgers werden gedood. De grote vraag die zich dan voordoet is: zal er ooit vrede tussen deze twee gebieden komen, en zo ja, hoe?
    Hierop geeft pacifist Ali Abu Awwad in dit artikel van Christian Science Monitor uit 2015 antwoord. Volgens hem zouden geweldloosheid, solidariteit met elkaars leed en een open dialoog tussen de beide partijen een einde kunnen maken aan de Israëlische bezetting. Daarbij is een belangrijke rol weggelegd voor de individuele verantwoordelijkheid van iedere burger, ‘of het nou gaat om leraren die zich inspannen om de haat bij scholieren weg te nemen, mensen die uit solidariteit bij slachtoffers van aanslagen op bezoek gaan, of mensen die kanttekeningen plaatsen bij het mantra dat er “met de andere kant niet valt te praten”,’ aldus een van Awwads aanhangers.

    We schrijven het jaar 2000 – de tweede Palestijnse intifada is net begonnen. Ali Abu Awwad zit in Saoedi-Arabië, waar hij herstellende is van een Israëlische drive-by shooting. Daar krijgt hij te horen dat zijn broer Youssef van dichtbij door een Israëlische soldaat door het hoofd is geschoten. ‘Hij heeft ons een zoon en een dochter nagelaten, en een enorme hoeveelheid verdriet, gemis en woede,’ zegt Abu Awwad. Een deel van hem hongert naar wraak. ‘Maar dan dringt zich de vraag op: Hoeveel mensen moet ik vermoorden? Hoeveel Israëli’s moeten er dood om deze pijn weg te nemen?’ Op dat moment neemt zijn moeder, een Palestijnse activiste die nauwe banden onderhoudt met Yasser Arafat, een opmerkelijk initiatief. Ze nodigt een aantal Israëli’s uit die hun kind zijn verloren. ‘Ik vond het een schok om een Israëli te zien huilen,’ zegt Abu Awwad, die als tiener tien jaar gevangenisstraf kreeg voor zijn betrokkenheid bij de eerste Palestijnse Intifada. ‘Ik had geen benul dat Joden ook tranen hebben.’

    Sindsdien is Abu Awwad een groot pleitbezorger van geweldloosheid als middel om een einde te maken aan de Israëlische bezetting. Hij heeft meer dan tien jaar samengewerkt met vredesorganisaties en hij is zelfs de wereld over gereisd met een Israëlische moeder wier zoon, een vredesactivist, door een Palestijnse sluipschutter om het leven is gebracht. Maar de afgelopen jaren is hij tot de conclusie gekomen dat de vrede niet zal worden gesloten door de Israëli’s die hun wortels hebben in Tel Aviv, een kosmopolitische stad ver van de gewapende strijd.

    Ali Abu Awwad met zijn dochter, die net een douche heeft genomen uit de watertank in zijn tuin. – © Nati Shohat / HH
    Ali Abu Awwad met zijn dochter, die net een douche heeft genomen uit de watertank in zijn tuin. – © Nati Shohat / HH

    Kolonisten

    Veel vredesactivisten distantiëren zichzelf van de Israëli’s die de grenzen van vóór 1967 over zijn getrokken – de door de internationale gemeenschap erkende grens van de Israëlische soevereiniteit. Ze mijden de Westelijke Jordaanoever, waar sinds de Oslo-akkoorden van 1993 het aantal kolonisten is verdrievoudigd. Abu Awwad heeft daar begrip voor, en hij ziet ook wel dat de nederzettingen een Palestijnse staat in de weg staan, maar zelf heeft hij een andere kijk op de kwestie. ‘Er wonen meer dan zeshonderdduizend kolonisten in Oost-Jeruzalem en op de Westoever. Wie gaat er met al die mensen praten?’ vraagt hij, onder een geïmproviseerd zonnedak op het land van zijn familie, ergens tussen Bethlehem en Hebron, omgeven door nederzettingen. ‘De vredesbeweging heeft niet de moed om dáár op te treden waar de wortel van het probleem zit. De wortel van het probleem zit hier, niet in Tel Aviv.’

    Dus bedacht Abu Awwad dat hij, om rechten voor de Palestijnen te verwerven, op de Israëlische kolonisten af moet stappen. Wanneer dat verhaal eenmaal de ronde doet, zoekt Rabbi Hanan Schlesinger uit het nabijgelegen Alon Shvut contact met hem. Hoewel de rabbijn hier al tientallen jaren woont, is dit de eerste keer dat hij van een Palestijn hoort hoe het is om onder de Israëlische bezetting te leven. ‘Het was pijnlijk, het was ongemakkelijk, het was spannend en ik voelde me aangevallen,’ herinnert Schlesinger zich. ‘Maar hij was niet kwaad, hij was niet vervuld van woede en rancune. Hij vertelde me zijn levensverhaal.’ En door dat te doen brengt Abu Awwad een verandering teweeg in Schlesingers leven. De rabbijn zegt dat hem duidelijk is geworden dat hij zijn ogen heeft gesloten voor de realiteit waarin hij leeft. Hij gaat nog eens met Abu Awwad praten. En nog eens.

    Ze krijgen gezelschap van Israëli’s uit het nabijgelegen Tekoa, waar wijlen Rabbi Menachem Froman woonde, die actief betrekkingen onderhield met Palestijnse leiders, onder wie Yasser Arafat, de legendarische strijder die was uitgegroeid tot president, en sjeik Ahmed Yassin, de oprichter van Hamas.

    ‘De vredesbeweging heeft niet de moed om dáár op te treden waar de wortel van het probleem zit’

    Vorig jaar heeft de immer groeiende vredesbeweging een organisatie in het leven geroepen, Roots, die ervoor pleit dat mensen zelf verantwoordelijkheid nemen voor de oplossing van het Palestijns-Israëlische conflict. Roots schaart zich niet achter één bepaalde politieke oplossing, maar onderschrijft waarden als respect en geweldloosheid, en Roots erkent dat beide partijen diepe banden met het land hebben.

    Tot nog toe zijn er meer dan zesduizend mensen op bezoek geweest, onder wie zeshonderd Israëlische studenten die nog in dienst moeten. ‘Ik geloof dat dit de juiste manier is,’ zegt Gal Rosenberg, een student met rechtse denkbeelden, nadat hij Abu Awwad heeft horen spreken. ‘Dit is de droom.’ In juni heeft Abu Awwad, samen met Schlesinger, een tournee gemaakt door de Verenigde Staten. En zowel Roots als Froman spelen een prominente rol in A Third Way, een documentaire die dit najaar in roulatie gaat in de Verenigde Staten en West-Europa. ‘Hopelijk geeft de film het publiek een goed beeld van dit dialoogmodel en hopelijk verandert de film het beeld van de ander, dat over het algemeen vrij stereotiep is, hopelijk ontstaat er een meer menselijke visie,’ aldus regisseur Harvey Stein, die zegt dat hij vraagtekens is gaan plaatsen bij zijn eigen ‘linkse opvattingen’.

    Hij hoopt na afloop van de voorvertoningen in gesprek te kunnen gaan met het publiek – een gesprek dat wellicht een afspiegeling zal zijn van de dilemma’s waarmee de personages worstelen. Momenteel zijn het vooral buitenlanders die bij Roots betrokken zijn. Zij lijken eerder bereid tot een gesprek dan de lokale bevolking, die dagelijks wordt geconfronteerd met spanningen, checkpoints en aanslagen.

    Binnen de Palestijnse gemeenschap leeft veel verzet tegen een ‘normalisering’ van de betrekkingen met Israël, en dat strekt zich uit naar alles en iedereen die lijkt te berusten in de status quo. En aan Israëlische zijde heeft de steun voor een tweestatenoplossing een historisch dieptepunt bereikt tijdens de oorlog in Gaza van het afgelopen jaar. Er is ook een sterke zionistische beweging die van mening is dat het hele land aan de Joden toebehoort, in tegenstelling tot Froman, die van mening is dat de Joden aan het land toebehoren.

    Krankzinnig

    Abu Awwad zegt dat hij weet dat zijn idee ‘krankzinnig’ klinkt – net als de ideeën van Froman, die ooit, met gebedsriem en al, samen met sjeik Yassin in Gaza-Stad voor duizenden Hamas-aanhangers is verschenen. Stein heeft gefilmd dat de sjeik tegen mevrouw Froman zei dat haar man een groot hart had, maar dat hij zich met opzet naïef opstelde. ‘En dat is pas echt wijsheid… als je weet hoe je naïef moet zijn,’ luidden zijn woorden. Anderzijds zijn Froman en zijn medewerkers ook pragmatisch. ‘Waar het om gaat, is dat je mensen aanspreekt op hun eigen verantwoordelijkheid om zich tegen het geweld te keren – of het nou gaat om leraren die zich inspannen om de haat bij scholieren weg te nemen, mensen die uit solidariteit bij slachtoffers van aanslagen op bezoek gaan, of mensen die kanttekeningen plaatsen bij het mantra dat er “met de andere kant niet valt te praten”,’ zegt Shaul Judelman, een van Fromans leerlingen. Logistiek gezien is het nog niet zo eenvoudig om Israëli’s en Palestijnen bij elkaar te brengen op de Westoever, aangezien hun goeddeels de toegang tot het gebied van de ander is ontzegd.

    ‘Voor mij geeft geweldloosheid zin aan het bestaan. Als ik nu wakker word, voel ik dat mijn leven zin heeft’

    Het landgoed van Abu Awwad is een van de weinige plekken waar beide bevolkingsgroepen welkom zijn. Er is geen bordje, alleen een openstaand hek dat toegang biedt tot een schaduwrijke plek waar bezoekers een plastic bekertje water krijgen. Men zit in een kring, moet soms moeite doen elkaar te verstaan wanneer een briesje de piepende metalen deur naar Abu Awwads eenvoudige eenkamerwoning openblaast.

    Een paar minuten verderop is de liftplaats waar afgelopen zomer drie Israëlische tieners zijn ontvoerd en vermoord, wat uiteindelijk is geëscaleerd in de Gaza-oorlog. De jesjieve-klasgenoten van twee van deze jongens zijn onlangs bij Roots geweest. Judelman is met zijn partner naar een Palestijnse school geweest. De plaatselijke Israëlische commandant is gekomen en heeft een paar uur gepraat met Abu Awwad, die kans zag hem een rol te laten vervullen in de oplossing. Schlesinger heeft Abu Awwad zijn woonkamer ter beschikking gesteld om met zijn buren te praten – twee keer zelfs. Hij heeft van verschillende kanten het verwijt gekregen dat hij een ‘terrorist’ binnen heeft gehaald, maar er zijn tientallen mensen komen luisteren. Na afloop zei een van hen: ‘Het is moeilijk om niet overtuigd te zijn.’

    Een ander gesprek

    ‘Er is bijzonder weinig wederzijds begrip in dit conflict,’ zegt Judelman in de documentaire. ‘Maar dan ineens tref je iemand aan de andere kant die naar je heeft geluisterd, en kun je met hem praten op een manier waaruit blijkt dat hij begrijpt wat je hebt doorgemaakt. Dan krijg je een heel ander soort… gesprek.’ Abu Awwad is bescheiden over de resultaten van zijn werk tot nog toe en hij benadrukt dat geweldloosheid een middel is, geen doel op zich, en dat de rechten van de Palestijnen nog verworven moeten worden. ‘Voor mij geeft geweldloosheid zin aan het bestaan. Vroeger werd ik wakker met de gedachte: Was ik maar nooit geboren. Als ik nu wakker word, voel ik dat mijn leven zin heeft,’ zegt hij.