Tag: moord

  • ‘Mensen worden niet gewelddadig geboren, ze worden gewelddadig gemaakt’

    ‘Mensen worden niet gewelddadig geboren, ze worden gewelddadig gemaakt’

    De Mexicaanse socioloog Karina García Reyes interviewde 33 voormalige narco’s om de logica van hun wereldbeeld te kunnen begrijpen. Hiermee wil zijn een nieuw perspectief belichten: dat van de daders. ‘We moeten erkennen dat drugscriminelen onderdeel zijn van onze maatschappij.’

    Keuze uit ons archief

    Dat verdeeldheid onder neoliberalisme toeneemt, zien we overal gebeuren – nu ook in de politiek. Reyes legde dit gegeven vast in een studie. Ze kreeg de kans te ontsnappen uit een uitzichtloos gebied in Mexico, en besloot te onderzoeken wat ze overal om zich heen had gezien. De drugsbendeleden die ze interviewden zien zichzelf als de ‘anderen’, zij die buiten de maatschappij staan. Ze hebben de individualistische ethiek waarvan de hele (Mexicaanse) samenleving sinds de opkomst van het neoliberalisme doortrokken is, geïnternaliseerd.

    Dit artikel verscheen eerder in #174, februari 2020.

    Ik kom uit het noorden van Mexico, een gebied dat het zwaarst te lijden heeft van het geweld in de war on drugs. De periode van 2008 tot en met 2012 was de meest onzekere en gewelddadige in de geschiedenis van mijn stad. In het begin waren de confrontaties tussen het leger en de drugskartels, waarbij met scherp werd geschoten, sporadisch, maar algauw werden ze frequent, overal in de stad en op klaarlichte dag.

    Ikzelf maakte een keer een vuurgevecht mee op het deel van de universitaire campus waar ik college gaf. We moesten de deuren sluiten en de veiligheidsmaatregelen in acht nemen die voor dit soort situaties golden. En al mijn vrienden en familieleden hebben wel iets dergelijks meegemaakt, sommigen zagen het gebeuren vanuit hun auto en anderen vanuit huis.

    Hier ontstond mijn belangstelling voor de wetenschappelijke studie van het drugsgeweld

    Tegelijk met het toenemende geweld begon het kartel Los Zetas de plaatselijke middenstand af te persen. Als de kleine ondernemers geen ‘stageld’ – de eufemistische term voor beschermgeld – betaalden, kregen ze met geweld te maken of werden leden van hun familie ontvoerd.

    Geleidelijk aan sloten alle kleine ondernemers hun deuren en groeide de paranoia onder de bevolking vanwege de berichten die de narco’s op sociale media plaatsten. ‘Ga vanavond de deur niet uit, want er wordt geschoten.’ Soms werden die dreigementen nog waargemaakt ook.

    In die omstandigheden besloot ik naar het buitenland te gaan om te promoveren. Ik wilde in die onzekere toestand niet verder studeren en ging daarom naar Engeland. Hier ontstond mijn belangstelling voor de wetenschappelijke studie van het drugsgeweld. Dankzij de goede raad van een van mijn professoren was ik in staat om door middel van een proefschrift mijn frustratie uit te leven over de veiligheidspolitiek van Felipe Calderón, die van 2006 tot 2012 president van Mexico was. Ik ben zeven jaar met dit onderwerp bezig geweest.

    Screen Shot 2021 03 19 at 8.47.40 AM

    In mijn proefschrift onderzoek ik het drugsgeweld aan de hand van persoonlijke geschiedenissen. Tussen oktober 2014 en januari 2015 interviewde ik 33 mannen uit de wereld van de drugscriminaliteit. We spraken over hun kindertijd en hun puberteit, over alcohol- en drugsverslaving, vandalisme en hoe ze in de criminaliteit terecht waren gekomen en welke rol ze daarin vervulden. Om begrip te krijgen van de invloed die hun persoonlijke ervaringen hadden op hun intrede in de drugswereld, onderwierp ik hun verhalen aan een discursieve analyse.

    Er is tot nog toe geen enkele studie verricht waarvoor meer dan dertig interviews met ex-drugscriminelen werden gebruikt

    De geïnterviewden hebben op twee manieren bijgedragen aan het karakter van mijn studie. In de eerste plaats methodologisch, omdat directe interviews met drugscriminelen iets totaal nieuws zijn in de academische wereld. Er is tot nog toe geen enkele studie verricht waarvoor meer dan dertig interviews met ex-drugscriminelen werden gebruikt. Ook opent mijn studie voor de academische wereld een nieuw perspectief, namelijk dat van de daders, dat tot nog toe zowel door onderzoekers als door bestuurders en politici werd genegeerd.

    In deze zin werpt de analyse van hun persoonlijke verhalen licht op de mogelijke oorzaken van hun intrede in de drugswereld en verklaart deze de logica van hun wereldbeeld. Dat te begrijpen is cruciaal, niet alleen voor de benadering van zo’n complex fenomeen, maar ook voor het bepalen van beleid om de veiligheid te waarborgen. Tot nog toe werden die maatregelen alleen genomen vanuit de logica van hen die de maatregelen nemen. Geen wonder dus dat ze faliekant mislukten.

    Slachtoffers noch monsters

    Om te beginnen moeten we erkennen dat drugscriminelen onderdeel zijn van onze maatschappij. Ze zijn onderhevig aan dezelfde normen en waarden en tradities als wij allemaal. Een van de voornaamste problemen in Mexico is dat de overheid ze systematisch discrimineert door het binaire discours van de Verenigde Staten over te nemen: ‘zij’ versus ‘wij’, ‘goed’ versus ‘kwaad’. Behalve dat dit discours een absurde oversimplificatie is, verdoezelt het de rijkgeschakeerde oorzaken van het geweld.

    Een analyse van de persoonlijke geschiedenissen van de ex-narco’s doet die schakeringen juist scherp uitkomen. De geïnterviewden zien zichzelf noch als slachtoffers, noch als monsters. Ze rechtvaardigen allemaal hun intrede in de drugswereld als hun ‘enige optie’ om te overleven, een motivatie die door veel wetenschappelijke studies wordt bevestigd. Maar hoewel ze goed van de schaduweconomie konden leven en voor hun gezinnen zorgden, wilden ze toch ‘meer’.

    De geïnterviewden zien zich ook niet als de bloeddorstige criminelen die in films worden opgevoerd. Ze omschrijven zichzelf als vrij handelende personen die besloten hebben in het illegaal circuit te opereren, maar tegelijkertijd noemen ze zichzelf ‘niks waard’, ‘wegwerpartikelen’.

    Dat gevoel van marginalisering, gevoegd bij de verslavingsproblemen en het ontbreken van een toekomstperspectief, maakt dat ze weinig waarde hechten aan hun leven en dat de dood zelfs als een bevrijding wordt gezien.

    Dit laatste is een cruciale factor voor het beleid dat ten aanzien van deze problematiek gevoerd dient te worden. De kernopdracht daarbij is te vermijden dat nog meer kinderen en jongeren zich als ‘niks waard’ gaan beschouwen.

    Mijn onderzoek laat zien hoe de participanten het binaire discours van de overheid overnemen. Ze noemen zichzelf de ‘anderen’, zij die buiten de maatschappij staan, ze vinden niet dat ze daar deel van uitmaken. Ze hebben ook de individualistische ethiek overgenomen waarvan de hele Mexicaanse samenleving sinds de opkomst van het neoliberalisme aan het eind van de jaren tachtig doortrokken is. Die ethiek is een tweesnijdend zwaard: ze geven niet de staat of de maatschappij de schuld van hun armoede, maar ze hebben ook geen spijt van hun misdaden.
    Ze vinden dat ze de ‘pech’ hebben gehad in armoede en in de marge van de maatschappij geboren te zijn en dat hun slachtoffers de ‘pech’ hebben gehad in hun handen te vallen. De logica is simpel: ‘Ieder voor zich.’

    Niets te verliezen

    Uit de analyse van de interviews kwam een cluster van ideeën en opvattingen naar voren die als vaststaande waarheden werden geponeerd en die ik ‘het narcodiscours’ heb gedoopt.

    De betekenis die armoede heeft in het narcodiscours liegt er niet om. Het heet dat arme mensen geen toekomst hebben en daarom ook niets te verliezen. Zoals een van de geïnterviewden (Wilson) zei: ‘Ik wist dat ik tot aan mijn dood in armoede zou leven en het enige wat ik deed was God vragen: waarom ik?’ Armoede wordt gezien als een natuurlijk gegeven, een omstandigheid waar niets aan te doen is en waar niemand verantwoordelijk voor is. Voetstoots wordt aangenomen dat ‘er iemand moet zijn die arm is’ (Lamberto) en ‘dat je er niks aan kunt veranderen’ (Tabo).

    Die kijk op armoede impliceert een individualistische kijk op de wereld: het individu is zelf verantwoordelijk voor zijn economische en sociale ontwikkeling. ‘Ik wist dat ik alleen stond, als ik iets wilde, dan moest ik het zelf gaan halen’ (Rigoletto).

    De logica van het narcodiscours met betrekking tot armoede is dat iedereen er alleen voor staat en dat dus ‘het recht van de sterkste’ (Yuca) geldt. Zo verklaart ook Cristian het: ‘In mijn wijk wisten we allemaal wat de regel was: als je zit te slapen, verlies je. Dat was de regel. Je moet gewelddadig zijn, door roeien en ruiten gaan, je moet voor jezelf opkomen, want niemand anders zal het doen.’

    “Wie kan het leven van een arme drugsverslaafde ene moer schelen?”

    In het narcodiscours wordt ervan uitgegaan dat kleine kinderen en tieners onvermijdelijk bendeleden en drugsverslaafden worden. ‘Als je in een arme buurt opgroeit, dan weet je dat je op een bepaald moment aan de drugs verslaafd raakt’ (Palomo). Net zo worden de bendes, die dagelijks geweld en vandalisme plegen, gezien als ‘de enige manier om het geweld van de straat te overleven’ (Piochas). Er wordt dus van uitgegaan dat die jongeren geen toekomst hebben en daarom niks waard zijn: ‘Als je aan drugs verslaafd bent, beschouw je jezelf als een nul, minder dan afval… Wie kan het leven van een arme drugsverslaafde ene moer schelen?’ (Palomo).

    Ook de vroege dood van deze jongeren wordt als onvermijdelijk gezien: ‘Als je zo veel van je vrienden door geweld, door overdoses, door politiekogels, ziet omkomen, dan denk je dat dat ook jouw toekomst is’ (Tigre). Op die manier wordt al bij voorbaat aangenomen dat het met de jongeren slecht zal aflopen: ‘Ik dacht altijd dat ik óf aan een overdosis óf door een kogel zou sterven’ (Pancho).

    Volgens die logica kun je eigenlijk alleen maar van het leven genieten door de consumptie van luxegoederen, en de enige manier om daaraan te komen is door middel van ‘gemakkelijk geld’ dat het ‘gemakkelijke leven’ je biedt. Het gemakkelijke leven is de drugshandel. Ze weten dat de kick van gemakkelijk geld van korte duur is, maar toch loont die de moeite, omdat je ‘in deze wereld, als je geen geld hebt, niemand bent’ (Canastas).
    Ze kennen de gevaren. ‘De ene dag kun je nog in een duur restaurant zitten met allemaal mooie vrouwen om je heen, en de volgende dag word je wakker in de bajes’ (Ponciano). Het ‘gemakkelijke leven’ moet dus snel en op de toppen geleefd worden: ‘Mijn opzet was om elke dag te leven of het de laatste was. Ik liet het breed hangen. Ik kocht de duurste SUV’s, de duurste wijnen en ik had de mooiste vrouwen’ (Jaime).

    ‘Echte man’

    In het narcodiscours speelt ook het idee van de ‘echte man’, die agressief en gewelddadig dient te zijn. En een rokkenjager.

    De participanten noemden de arme wijken ‘de jungle’, de plaats waar het recht van de sterkste heerst. Lichamelijk geweld is essentieel om te kunnen overleven – letterlijk.

    In het narcodiscours komt ook een cruciaal element van geweldpleging tot uitdrukking, namelijk dat het aangeleerd gedrag is. Mensen worden niet gewelddadig geboren, ze worden gewelddadig gemaakt. Zoals Jorge zegt: ‘Als kind werd ik door grotere kinderen geslagen, ze maakten misbruik van me omdat ik alleen was. Ik was niet gewelddadig… maar ik moest wel gewelddadig worden, nog gewelddadiger dan zij. Dat moet als je op straat wilt overleven.’

    In ‘de jungle’ moeten mannen ook een reputatie opbouwen om te overleven. Een ‘echte man’, zo is de opvatting, is heteroseksueel, een rokkenjager, ‘een feestbeest met drugs en alcohol’ (Dávila).

    Daarnaast komt in het discours naar voren dat ‘echte mannen’, in tegenstelling tot vrouwen, geen angst of emoties of zwakte mogen tonen, en de beste manier om dat te doen is laten zien dat je onder alle omstandigheden sterk en dominant bent: binnen de bende, in gevechten met concurrerende bendes en thuis in het gezin.

    Screen Shot 2021 03 19 at 8.47.22 AM 2 1

    In de interviews uitten de participanten vaak de wrok die ze jegens hun vader koesterden. Van de 33 geïnterviewden bekenden er 28 dat ze op zeker moment in hun leven het liefst hun vader zouden hebben vermoord. Huiselijk geweld en geweld tussen mannen en vrouwen horen tot de eerste levenservaringen van deze participanten. Allemaal zijn ze het erover eens dat het dagelijks geweld van hun vaders tegen hun moeders hun als kind het meeste weerzin inboezemde. Het is een constant gegeven in de verhalen die ze vertellen, niet alleen over hun kindertijd, maar ook over drugsverslaving, geweld in het algemeen en hun intrede in de wereld van de misdaad.

    Voor een aantal participanten was het verlangen om hun vader te vermoorden of te martelen de belangrijkste motivatie om in de drugscriminaliteit te gaan. Rorro, bijvoorbeeld, vertelde dat hij als kind ‘geen enkele illusie of plannen voor de toekomst had, het enige waar ik aan dacht was mijn vader vermoorden als ik groot was… ik wilde hem aan stukken hakken’. De drugscriminaliteit in gaan verschafte hem die mogelijkheid. Ook Ponciano gaf aan dat hij zich, als hij mensen moest martelen, altijd voorstelde dat het om zijn vader ging, ‘en dan martelde ik ze met genoegen, net zoals hij ons martelde’.

    De fantasieën die de participanten hadden over het vermoorden van hun vader lijken allemaal op elkaar, allemaal wilden ze hem laten boeten, niet uit wraak voor wat hij hun had aangedaan, maar voor wat hij hun moeder had aangedaan. Opmerkelijk is dat ze ook geen van allen in staat waren hun voornemen uit te voeren toen ze daar de gelegenheid voor kregen. Facundo verwoordt het zo: ‘Ik had hem kunnen vermoorden als ik wilde. Ik had tientallen huurmoordenaars die voor me werkten. Als ik wilde… ik had hem kunnen laten martelen en toekijken hoe hij crepeerde. Maar ik kon het niet… dus ik zei tegen hem: maak dat je wegkomt, ik wil je nooit meer zien. Als ik je weer zie, vermoord ik je.’

    Macho-ideologie

    De oorzaken van de criminaliteit en het geweld in Latijns-Amerika zijn vrijwel in alle landen dezelfde. Tussen de verschillende bronnen van het geweld – van drugscriminelen, het leger, de guerrilla of de bendes – zijn er volgens mij twee dwarsverbindingen: de armoede en de giftige macho ideologie*. De dagelijkse ervaringen van de mensen die in armoede leven is de soep waarin alle soorten geweld (huiselijk geweld, bendegeweld, geweld tussen de seksen) gaar koken. En dat alles binnen het kader van het onzichtbare geweld dat zelden onderkend wordt: het structurele geweld van de staat.

    Wij moeten allemaal, academici, politici en burgers, deze ervaringen proberen te begrijpen en ervan leren. We kunnen wel erkennen dat armoede de moeder is van alle kwaad, maar we weten niet hoe het is om in armoede te leven. Het terugdringen en voorkomen van geweld kan alleen op lokaal niveau gebeuren. Elke regio, elke wijk heeft zijn eigen specifieke problemen en behoeften. Algemene politieke maatregelen zullen niet helpen. En misschien is dat het grote struikelblok: de geweldsproblemen bij de wortel aanpakken, daar kunnen politici geen goede sier mee maken.

    Ook moeten we bedenken dat de dominante macho-ideologie in de Latijns-Amerikaanse landen het geweld niet alleen goedkeurt, maar ook aanmoedigt. In de regio’s worden de problemen onveranderlijk te lijf gegaan met agressie en gemilitariseerde veiligheidsmaatregelen. Geweldloze oplossingen waren tot nog toe geen optie in onze landen, omdat machismo en geweld geïnstitutionaliseerde fenomenen zijn.

    Om het geweld aan te pakken moeten we beginnen met het te begrijpen. Waar komt het vandaan? Wie rechtvaardigt het en hoe? Hoe wordt het gepropageerd? Hoe hebben ze het eerder proberen te bestrijden? Om antwoord te geven op die vragen loont het om interdisciplinair te werk gaan en dienen onze overheden bereid te zijn naar ons te luisteren.

    Wat eerst moet gebeuren is een verandering van paradigma: de militairen moeten terug de kazerne in, complexe problemen moeten lokaal worden aangepakt (al zal dat de landelijke politiek geen punten opleveren) en we moeten ophouden met het binair discours waarin het heet dat ‘zij’ dood moeten, want daar bereiken we alleen maar mee dat de onverschilligheid van ‘hen’ jegens ‘ons’ toeneemt.

  • Politieagent bekent aanslag op de rijkste man van India | Vrouwelijke president in Tanzania

    Politieagent bekent aanslag op de rijkste man van India | Vrouwelijke president in Tanzania

    Tanzania krijgt eerste vrouwelijke president 

    De Tanzaniaanse president John Magufuli, die afgelopen oktober werd herkozen voor een betwiste tweede termijn, stierf woensdag op 61-jarige leeftijd, officieel als gevolg van hartproblemen. Het staatshoofd was sinds eind februari niet meer in het openbaar verschenen, en verschillende figuren van de oppositie – waaronder de leider, Tundu Lissu, die in ballingschap in België leeft – suggereerden dat John Magufuli leed aan covid-19, wat niet is bevestigd. 

    In overeenstemming met de grondwet zal vicepresident Samia Suluhu Hassan de overleden president opvolgen. ‘Het zal de eerste vrouwelijke president van Tanzania zijn’, schrijft The Citizen.

    Wie is Samia Suluhu Hassan?

    De 61-jarige Hassan komt uit de semiautonome regio Zanzibar, die voor ongeveer 99 procent moslim is. Ze is sinds 2015 vicepresident. Hassan diende ook in de regering van Zanzibar in verschillende hoedanigheden.

    Volgens een Tanzaniaanse politiek analist verzetten fanatieke Magufuli-aanhangers en christelijke nationalisten zich tegen haar aantreden, schrijft The Africa Report. Tanzania heeft behalve geen vrouw ook nooit een president gehad die afkomstig is uit Zanzibar, een land waar de afgelopen jaren verschillende omstreden verkiezingen plaatsvonden.

    Volgens een recent rapport over politieke risico’s, geraadpleegd door The Africa Report, ‘zal de relatieve zwakte (in politieke termen) van Samia Suluhu Hassan ook bijdragen aan een vertraging van de besluitvorming. (…) Zo’n machtsoverdracht kan vele weken duren.’

    Maar andere rapporten stellen dat Hassan wordt gesteund door facties binnen de regerende partij die voormalig president Jakaya Kikwete (tot 2015) steunen, vooral die van moslimgemeenschappen.


    Turkse justitie eist verbod van de pro-Koerdische partij

    Bekir Sahin, hoofdofficier van justitie van het Hooggerechtshof van Turkije, heeft verzocht een proces te openen om de Democratische Volkspartij (HDP), de op twee na grootste politieke partij van het land, te verbieden, aldus Hürriyet. De aanklager beschuldigt de HDP ervan een ‘verlengstuk’ te zijn van de Koerdische Arbeiderspartij (PKK), een groep die door Ankara en zijn westerse bondgenoten als ‘terroristisch’ wordt beschreven. Het hooggerechtshof moet de aanklacht goedkeuren voordat de zaak tegen de HDP kan beginnen.

    De HDP spreekt van een ‘politieke putsch’ en de Verenigde Staten waarschuwen dat het verbod op de pro-Koerdische partij ‘de democratie in Turkije verder [zal] ondermijnen en miljoenen Turkse burgers hun gekozen vertegenwoordigers ontnemen’.

    Sahin beschuldigt HDP-leiders en -leden ervan te ‘handelen op een manier die de democratische en universele rechtsregels schendt, samen te spannen met de terroristische PKK en gelieerde groepen, en te pogen de integriteit van de staat te verstoren’, meldde het door de staat gerunde persbureau Anadolu.

    Verschillende van de voorgangers van de partij werden in de loop van de decennia verboden, maar algauw onder andere namen weer hersteld

    De HDP, die 55 zetels heeft in het 600 leden tellende parlement, ontkent alle banden met de Koerdische strijders, schrijft Al Jazeera.

    Verschillende van de voorgangers van de partij werden in de loop van de decennia verboden wegens vermeende banden met Koerdische strijders, maar algauw onder andere namen weer hersteld.

    De druk op de HDP is toegenomen sinds Turkije beweerde dat dertien gevangenen – waaronder Turkse militairen en politiepersoneel – werden gedood door PKK-strijders in Irak tijdens een mislukte Turkse militaire operatie vorige maand om hen te redden.

    Mensenrechtenactivist en parlementslid voor de HDP Ömer Faruk Gergerlioğlu, een uitgesproken criticus van de regering van president Recep Tayyip Erdoğan, zegt dat het proces tegen de partij politiek gemotiveerd is en bedoeld om hen het zwijgen op te leggen.


    Britse parlementariër noemt EU ‘oplichters’ 

    De voorzitter van de Europese Commissie Ursula von der Leyen hekelde woensdag een gebrek aan ‘wederkerigheid’ in de export van vaccins tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk en heeft gedreigd de exportvoorwaarden voor vaccins tegen covid buiten de EU aan te scherpen en zelfs te blokkeren. Londen heeft 9 miljoen doses verkregen die in Europa zijn geproduceerd, maar er zijn nog geen doses die op Britse bodem zijn geproduceerd, naar de EU geëxporteerd.

    The Daily Telegraph citeert de eurosceptische parlementariër David Jones: ‘Dit is het soort gedrag dat je zou verwachten van oplichters, niet van een respectabele internationale organisatie als de EU.’

    De voormalige Duitse minister van Defensie, die in 2019 het bevel over de uitvoerende macht van de EU op zich nam, kreeg ook binnen de EU zware kritiek te verduren, onder andere van haar voorganger, Jean-Claude Juncker. Als reactie hierop zei dat ze de verantwoordelijkheid had om het succes van het massale vaccinatieprogramma van de EU te verzekeren.

    Ze stond achter haar standpunt en gaf aan dat dit aan het einde van haar termijn in 2024 zou moeten worden beoordeeld, aldus The Guardian.

    Eerder uitte Von der Leyen kritiek op een te vroege start van het VK. ‘Het klopt dat sommige landen iets voor Europa begonnen te vaccineren, maar zij namen hun toevlucht tot noodprocedures, die binnen 24 uur op de markt werden gebracht’. De commissie en de lidstaten kwamen overeen om geen concessies te doen aan de veiligheids- en werkzaamheidsvereisten die verbonden zijn aan de toelating van een vaccin.

    ‘Er moest tijd worden genomen om de gegevens te analyseren, wat, zelfs als het wordt geminimaliseerd, drie tot vier weken in beslag neemt. Dus ja, Europa is iets later begonnen, maar dat was de juiste beslissing. Ik herinner u eraan dat een vaccin de injectie van een actieve biologische stof in een gezond lichaam is. We hebben het hier over massale vaccinatie, het is een gigantische verantwoordelijkheid,’ aldus Von der Leyen


    Politieagent bekent aanslag op de rijkste man van India

    Onlangs werden explosieven gevonden in een auto die onder het huis geparkeerd stond van Mukesh Ambani, de rijkste man van India, die een sloppenwijk in Mumbai met de grond gelijk maakte ‘om een ​​megalomane toren [Antilia] te bouwen die kilometers in de omtrek zichtbaar was’, meldt Hindustan Times.

    Ambani, die dicht bij de rechtse nationalistische premier Narendra Modi staat, is de Indiase tycoon voor mobiele telefonie, internet en e-commerce. In 2016 lanceerde zijn familieconglomeraat, Reliance Industries, het merk Jio. Het is nog onbekend waarom de SUV met explosieven bij zijn huis geparkeerd stond.

    Hij plaatste een verontrustende zin op zijn WhatsApp-profiel: ‘Ik denk dat de tijd om afscheid te nemen van de wereld nadert’

    De hoofdverdachte is de zaak is het hoofd van de politie van Mumbai, Sachin Vaze (wiens auto op de openingsfoto wordt doorzocht). Deze politieagent was ‘een van de vele agenten die op 25 februari [de dag van het bombardement] ter plaatse kwamen’, en de volgende dag werd hij verantwoordelijk gesteld voor het onderzoek. Een paar dagen later bleek dat het betreffende voertuig ‘in november 2020 door hem was verhuurd aan een man genaamd Mansukh Hiran, gespecialiseerd in de verkoop van auto-onderdelen’.

    Deze ondernemer werd echter op 5 maart dood aangetroffen, verdronken in een rivier de Thane in de noordelijke buitenwijken van Mumbai. De politie spreekt van zelfmoord, maar de weduwe van Mansukh Hiran beweert dat haar man ‘politieagent Sachin Vaze goed kende en [dat] hij door laatstgenoemde werd vermoord’.

    Vaze werd gearresteerd en heeft inmiddels bekend. Hij plaatste een verontrustende zin op zijn WhatsApp-profiel: ‘Ik denk dat de tijd om afscheid te nemen van de wereld nadert.’

    De vragen die de Indiase krant zich stelt zijn: Was miljardair Ambani het doelwit van de autobom? En handelde Sachin Vaze namens een politieke partij?

    Het spook van uiterst rechts

    De politieagent haalde eerder de krantenkoppen in 2000. Hij werd vijf jaar geschorst vanwege een verdenking van moord op een verdachte in politiehechtenis. Vervolgens sloot hij zich aan bij de extreemrechtse partij Shiv Sena, die sinds november 2019 aan het hoofd staat van de regionale regering van Maharashtra, de Indiase staat waarvan Mumbai de hoofdstad is, in coalitie met de Congress Party (centrumlinks).

  • Het schandaal van Sri Lanka

    Het schandaal van Sri Lanka

    Vladimir Poetin en Anna Politkovskaja, Mohammed Bin Salman en Jamal Khashoggi: in autocratische en corrupte landen wordt de naam van vermoorde journalisten vaak in één adem genoemd met die van de machthebbers.
    Dit geldt ook voor de moord op een Sri Lankaanse journalist waarin de hand van de zittende president van Sri Lanka wordt vermoed. De dochter van de journalist vecht voor gerechtigheid.

    Op vrijdag 9 januari 2009 publiceerde The Hindu, met 2,24 miljoen lezers de op twee na grootste Engelstalige krant van India, dit nieuwsbericht:

    ‘COLOMBO: Lasantha Wickramatunga, hoofdredacteur van het Engelstalige Sri Lankaanse weekblad Sunday Leader, werd donderdagochtend door onbekende schutters vermoord in zijn auto toen hij op weg was naar zijn werk.

    Volgens de politie beschoten twee niet-geïdentificeerde personen op motorfietsen Wickramatunga en werd hij geraakt in de borst, het hoofd en de buik.

    Wickramatunga, een felle criticus van de regering van Mahinda Rajapaksa, stierf drieënhalf uur later in een ziekenhuis.

    De mediagemeenschap in het land is verontwaardigd over het falen van de regering om journalisten te beschermen en over de toenemende aanvallen op de pers.

    De Sri Lankaanse president Mahinda Rajapaksa veroordeelde de moord op Wickramatunga als een poging om zijn regering in diskrediet te brengen; oppositieleider en een voormalig premier Ranil Wickremesinghe beschuldigt de regering ervan critici het zwijgen op te leggen.

    Rajapaksa omschrijft Wickramatunga als een goede vriend en een moedige journalist en betoogt dat “dit gruwelijke misdrijf wijst op de ernstige gevaren die de democratische sociale orde van ons land bedreigen, en op het bestaan van krachten die tot het uiterste gaan in het gebruik van terreur en criminaliteit om ons sociale weefsel te beschadigen en het land in diskrediet te brengen”.

    Tijdens een persconferentie met andere oppositieleiders, zei Wickremesinghe dat de moord op de hoofdredacteur van Sunday Leader deel uitmaakt van een antidemocratisch complot.’

    Twaalf jaar later

    Precies twaalf jaar na de moord, op 8 januari van dit jaar, schreef The Hindu:

    ‘De dochter van een vermoorde Sri Lankaanse journalist heeft op 8 januari een klacht ingediend bij het Mensenrechtencomité van de Verenigde Naties over vermeende betrokkenheid van de overheid bij de dood van haar vader twaalf jaar geleden.

    Het in San Francisco gevestigde Center for Justice and Accountability diende de klacht in namens Ahimsa Wickrematunge, dochter van Lasantha Wickrematunge, die werd vermoord door een aan het leger gelieerde eenheid toen hij naar zijn werk reed.

    Lasantha Wickrematunge, hoofdredacteur van de inmiddels ter ziele gegane Sunday Leader, was een scherpe criticus van de huidige president Gotabaya Rajapaksa, die destijds minister van Defensie was. De oudere broer van Gotapaya Rajapaksa, de huidige premier Mahinda Rajapaksa, was destijds president.

    De moord op Lasantha Wickrematunge werd het symbool van vermeend machtsmisbruik en straffeloosheid door de overheid tijdens de burgeroorlog in Sri Lanka. Dit kwam prominent naar voren in een onderzoek dat in 2015 werd uitgevoerd door de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de VN-bureau.

    Volgens de klacht werd Lasantha Wickrematunge vermoord een paar dagen voordat hij zou getuigen in een lasterzaak die was aangespannen door Gotabaya Rajapaksa. Dit vanwege een artikel waarin zijn betrokkenheid wordt genoemd bij een corruptieschandaal rondom de aankoop van gevechtsvliegtuigen. Op dat moment vond de eindfase plaats van de decennialange burgeroorlog tussen Sri Lankaanse troepen en etnische Tamil-rebellen.

    Elk moment dat ze er gelegenheid toe hebben, dwarsbomen de broers het onderzoek naar de moord op de journalist. Een moord waar ze zelf op z’n minst baat bij hebben gehad

    Zowel de regeringstroepen als de verslagen rebellen zijn beschuldigd van ernstige schendingen van de mensenrechten.

    De Sri Lankaanse minister van Buitenlandse Zaken, admiraal Jayanath Colambage, zegt dat hij de klacht niet heeft gezien en vanwege de gevoelige aard ervan niet in staat is commentaar te leveren zonder de mening van zijn politieke leiders te kennen.

    Volgens de klacht hebben instanties voor wetshandhaving ofwel geen geloofwaardig onderzoek uitgevoerd, ofwel zich actief bemoeid met pogingen om onderzoek te verhinderen.

    Nadat Mahinda Rajapaksa in 2015 de presidentsverkiezingen verloor, werd een nieuw onderzoek gestart, maar een politieke machtsstrijd in de nieuwe regering verhinderde dat de zaak tot een einde kwam.

    Er is geen vooruitgang geboekt in het onderzoek sinds Gotabaya Rajapaksa tot president werd gekozen.’

    Klacht bij de VN

    Een journalist, diens onderzoek naar een corruptieschandaal rond de aanschaf van gevechtsvliegtuigen, een moord en twee broers die stuivertje wisselen om de macht. De ene Rajapaksa schopt het van Defensieminister onder zijn broer tot president van Sri Lanka en de andere Rajapaksa wordt na zijn presidentschap premier van het land.

    Elk moment dat ze er gelegenheid toe hebben, dwarsbomen de broers het onderzoek naar de moord op de journalist. Een moord waar ze zelf op z’n minst baat bij hebben gehad.

    Ahimsa Wickrematunge, schrijver en activist en dochter van de vermoorde journalist, laat het er niet bij zitten en diende begin dit jaar een klacht in bij het Comité voor de Mensenrechten van de Verenigde Naties. Vorige week lichtte ze in een opiniestuk in The Washington Post de achtergrond toe. 

    ‘In 2007 onthulde mijn vader, Lasantha Wickrematunge, een van Sri Lanka’s meest onafhankelijke journalisten, een wapenovereenkomst waarbij de toenmalige minister van Defensie Gotabaya Rajapaksa meer dan $10 miljoen aan overheidsgeld verduisterde. Rajapaksa daagde hem voor de rechtbank wegens laster.

    Kort daarna werden de persen van mijn vader bij de Sunday Leader, waarvan hij hoofdredacteur was, midden in de nacht bestormd door een bende gemaskerde mannen. Twee van zijn medewerkers werden aangevallen en de persen werden in brand gestoken.

    ‘Een gat in mijn ziel’

    Op 8 januari 2009, enkele weken voordat mijn vader kon getuigen over de corrupte wapendeal, lokten officieren van de militaire inlichtingendienst hem in een hinderlaag toen hij naar zijn werk reed. Ze hebben hem vermoord, mijn familie verscheurd, een gat in mijn ziel gebrand en journalisten in heel Sri Lanka verlamd.

    Ik houd Rajapaksa verantwoordelijk, zoals ik duidelijk maakte toen ik stappen nam om Rajapaksa in Los Angeles aan te klagen voor zijn rol in de moord op mijn vader. Zijn verbijsterende verkiezing tot president van Sri Lanka in november 2019 heeft onmetelijke pijn veroorzaakt bij mij en mijn familie en schade toegebracht aan het weefsel van de Sri Lankaanse samenleving. (Toen een BBC-verslaggever Rajapaksa ondervroeg over de moord op mijn vader, ontweek hij de vraag en lachte wegwuivend.)

    Vorige week presenteerde Michelle Bachelet, Hoge Commissaris voor de Mensenrechten bij de Verenigde Naties, een rapport waarin een vernietigend oordeel werd uitgesproken over schendingen van de mensenrechten in Sri Lanka. Ze raadde de internationale gemeenschap aan om stappen te zetten en Sri Lanka verantwoordelijk te houden voor de aanhoudende nalatigheid om te voorzien in gerechtigheid voor de slachtoffers. In de komende weken beraadt de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties zich over een mogelijke reactie.

    Het filmpje waarin Rajapaksa de moord wegwuift. ‘Why are people so worried about one man?’

    Gruweldaden

    Toen Mahinda Rajapaksa in november 2005 tot president van Sri Lanka werd gekozen, wees hij zijn broer Gotabaya aan om het ministerie van Defensie van Sri Lanka te leiden. Onder hun toezicht vonden enkele van de ergste gruweldaden in Sri Lanka plaats en ze richtten zich systematisch op elke journalist die dapper genoeg was om zich tegen hen uit te spreken. 

    Na de electorale nederlaag van zijn broer in 2015 verdween hij korte tijd van het toneel, maar Gotabaya Rajapaksa, beschuldigd van oorlogsmisdaden, is nu opnieuw aan de macht. Het wegmoffelen dat volgde op de dood van mijn vader in 2009 gebeurde grondig en zorgvuldig, zoals blijkt uit mijn recente communicatie met de Verenigde Naties en uit documentatie van Human Rights Watch.

    Het autopsierapport sprak de bevindingen van het ziekenhuis over de doodsoorzaak tegen. Onderzoekers werden bedreigd. Bewijs werd vervalst en geplant. Twee onschuldige burgers die waren aangewezen als daders van de aanslag, werden later neergeschoten en hun lichamen zijn verbrand. Een ander werd gearresteerd en stierf in hechtenis.

    Voor de Sri Lankaanse rechterlijke macht is hij onaantastbaar

    Zes jaar na de moord op mijn vader, op 8 januari 2015, stemden Sri Lankanen het regime van Rajapaksa weg en kozen een nieuwe regering, geleid door president Maithripala Sirisena, die gerechtigheid beloofde aan de vele slachtoffers van wreedheden onder het voorgaande regime. Rechercheurs van de politie kwamen al snel op het spoor van een militair doodseskader, het Tripoli-peloton, dat naar verluidt onder toezicht stond  van Rajapaksa toen hij nog minister van Defensie was.

    Maar toen rechercheurs de rol van Rajapaksa aan het licht brachten, werd hun onderzoek belemmerd. Voor de Sri Lankaanse rechterlijke macht is hij onaantastbaar. Rechters braken met eeuwen van precedenten en vaardigden bevelen uit om zijn arrestatie te voorkomen. Toen juristen hem wilden ondervragen over de moord op twee mensenrechtenactivisten, legde een rechter hen het zwijgen op. Toen hij werd aangeklaagd wegens verduistering, kwamen nog meer rechters tussenbeide om het proces tegen hem te stoppen.

    Daarop besloot ik me tot Amerikaanse rechtbanken te wenden. Maar Rajapaksa had al een nieuwe campagne gelanceerd voor de presidentsverkiezingen. Zijn basis: wederopbouw van de inlichtingendiensten en vrijpleiting van inlichtingenofficieren die zijn beschuldigd van wreedheden. Vijftien maanden geleden zag ik met afgrijzen hoe Sri Lankanen de man kozen die ervan is beschuldigd mijn vader te hebben vermoord. Zijn nieuwe status als president heeft hem immuniteit gegeven.

    Straffeloosheid

    Als president verspilde Rajapaksa geen tijd om ervoor te zorgen dat straffeloosheid de wet van het land zou worden. Hij promoveerde rechters die hem boven de wet hadden geplaatst. Hij verleende gratie aan een soldaat die veroordeeld was voor oorlogsmisdaden wegens het doden van kinderen. Rechercheurs die dergelijke wreedheden onderzochten, zijn gevlucht of werden gearresteerd.

    Shani Abeysekara, een door de FBI opgeleide politieman die de recherche-afdeling van Sri Lanka leidde en die tot doorbraken kwam in verschillende kenmerkende onderzoeken, verdween achter slot en grendel op grond van valse beschuldigingen.

    In mei stelde Rajapaksa zelf het nieuwe hoofd van de Centrale Inlichtingendienst aan: een politieman die ervan is beschuldigd bewijsmateriaal over de moord op mijn vader te hebben verdoezeld. Dit alles vond plaats terwijl de internationale gemeenschap blijft verwachten dat Sri Lanka gerechtigheid zal bieden aan slachtoffers.

    Zijn eigen moord voorziend, schreef mijn vader voor zichzelf een overlijdensbericht waarin hij het betreurde dat moord ‘het belangrijkste hulpmiddel is geworden om de organen van vrijheid’ te beteugelen

    Organisaties van slachtoffers en de internationale gemeenschap zijn zich er terdege van bewust dat de verkiezing van Rajapaksa elke weg heeft afgesloten naar mensenrechten en verantwoordingsplicht in Sri Lanka. De Hoge Commissaris voor de Mensenrechten en speciale rapporteurs van de VN, waarschuwen dat Sri Lankanen het alarmerende risico lopen van een herhaling van mensenrechtenschendingen uit het verleden, zolang krachtig internationaal optreden door buitenlandse regeringen en de Mensenrechtenraad, inclusief sancties, reisverboden en het instellen van een onafhankelijk internationaal verantwoordingsorgaan, uitblijft. 

    Zijn eigen moord voorziend, schreef mijn vader voor zichzelf een overlijdensbericht waarin hij het betreurde dat moord ‘het belangrijkste hulpmiddel is geworden om de organen van vrijheid’ te beteugelen. Twaalf jaar later, nu diezelfde organen op sterven na dood zijn, is het de hoogste tijd voor de wereld om een ​​grens te trekken bij het vermoorden van journalisten en om ervoor te zorgen dat moorddadige autocraten een prijs moeten betalen.

    Maar vandaag, nu ik zie hoe de moordenaars van helden als Anna Politkovskaja, Jamal Khashoggi en mijn vader elkaar op de schouders slaan op het wereldtoneel, lijkt het erop dat het vermoorden van een journalist niets anders is dan een overgangsritueel voor aankomende autocraten.’

  • ‘Ergste ecologische ramp ooit in Israël’ | Vleesloos menu belediging voor slager

    ‘Ergste ecologische ramp ooit in Israël’ | Vleesloos menu belediging voor slager

    ‘5-2’ moest in Myanmar geluk brengen voor demonstranten

    In Myanmar heeft de regerende junta op zondag 21 februari aangekondigd ‘niet terug te schrikken voor dodelijk geweld als demonstranten de confrontatie met de veiligheidstroepen aangaan’, aldus CNN. Dit was een reactie op de oproep aan Myanmarezen om maandag massaal te protesteren tegen de militaire coup. Ook hebben veel lokale bedrijven en internationale ketens in het hele land hun deuren gesloten uit protest, meldt de Bangkok Post.

    Enorme menigten van demonstranten stroomden naar verschillende steden in het land, meldt The Guardian. Ondanks wegversperringen rond de Amerikaanse ambassade in Yangon (de grootste stad van het land), verzamelden meer dan duizend demonstranten zich voor de instelling, terwijl twintig militaire vrachtwagens in de buurt van de locatie post vatten.

    Twee demonstranten werden zaterdag in Mandalay gedood nadat de politie het vuur opende om de menigte uiteen te drijven, en zondag werd er een begrafenis gehouden voor de jonge demonstrant die bezweek aan haar verwondingen nadat ze op 9 februari in het hoofd was geschoten.

    ‘In een land waar data worden geïnterpreteerd als gunstige tekens, heeft 22-2-2021 voor demonstranten een speciale betekenis’

    Toch schrokken demonstranten hier niet voor terug. Bij de massale opkomst speelde ook mee dat velen in de datum gisteren een krachtig symbool zagen: ‘In een land waar data worden geïnterpreteerd als gunstige tekens, heeft 22-2-2021 voor demonstranten een speciale betekenis, zoals 8 augustus 1988 dat eveneens had; de dag waarop eerdere antimilitaire demonstraties bloedig werden onderdrukt’, schrijft de Bangkok Post. Het evenement wordt al ‘5-2’ genoemd.

    Die staking werd gelanceerd door een groep genaamd Civil Disobedience Movement, die streeft naar een ‘Lenterevolutie’. ‘Het is niet precies bekend wie er achter deze staking zit, maar de oproep komt slechts twee dagen na de vorming van het Algemeen Stakingscomité, bestaande uit militante groeperingen die tot dusver in de voorhoede van de protesten hebben gestaan, waaronder studentenvakbonden, beroepsgroepen en politieke partijen, schrijft Frontier Myanmar. De Algemene stakingscommissie wil ‘de afschaffing van de grondwet van 2008’ en ‘het einde van de dictatuur’, aldus de Myanmarese krant.

    Al Jazeera publiceerde vandaag op haar site een tijdslijn van gebeurtenissen in Myanmar sinds 1 februari, de dag van de coup.


    Politie zou medeplichtig zijn aan moord op Malcolm X

    De dochters van Malcolm X eisen heropening van het onderzoek naar zijn moord. ‘Drie mannen werden schuldig bevonden in deze zaak, maar een neef van een undercoveragent genaamd Ray Wood presenteerde zaterdag nieuw bewijs’, aldus de politie van New York en de FBI volgens NBC News. In een handgeschreven brief beschuldigt de inmiddels overleden agent de politie van medeplichtigheid aan moord. 

    Ray Wood, die wilde dat zijn getuigenis pas na zijn dood openbaar zou worden, beweert ook dat de politie van New York en de FBI bepaalde aspecten van de zaak geheim hielden. 

    In februari 2020, na de uitzending van een documentaire op Netflix (Who Killed Malcolm X?), vroeg de aanklager van Manhattan, Cyrus Vance, zijn teams de zaak te herzien om te bepalen of het onderzoek al dan niet moest worden heropend.


    Fathi Bachagha overleeft opnieuw vermeende moordaanslag

    Een gepantserd voertuig opende zondag het vuur op het konvooi van Libische minister van Binnenlandse Zaken Fathi Bachagha’s toen hij terugkeerde naar zijn woonplaats in Janzour, ongeveer tien kilometer van Tripoli. Zijn bodyguards reageerden door terug te schieten. Een van zijn bewakers raakte gewond terwijl de anderen de aanvallers achtervolgden, een van hen doodden en twee anderen arresteerden.

    Veiligheidstroepen beweren echter dat het konvooi niet werd aangevallen, maar dat er sprake was van een ongeluk, schrijft Libya Observer. Volgens hen is de processie in botsing gekomen met een veiligheidswagen van het ‘stabiliteitsondersteuningsorgaan’; een veiligheidsapparaat dat in januari is opgericht door de regering van nationale eenheid, waarna bewakers van de minister het vuur zouden hebben geopend. 

    Als zwaargewicht in de lokale politiek heeft Fathi Bachagha zich toegelegd op de strijd tegen corruptie. De verwachting was dat hij interim-premier van het land zou worden, maar die post ging op 5 februari opnieuw naar Abdel Hamid Dbeibah, schrijft La Presse. Op 16 december 2019 raakte hij gewond nadat hij was beschoten tijdens een moordaanslag door onbekende schutters.


    Vleesloos menu op basisscholen zou belediging zijn voor de slager

    Het besluit van het ecologische stadhuis van Lyon om na de wintervakantie, op maandag 22 februari, vleesloze menu’s aan te bieden aan basisscholen, veroorzaakte onmiddellijk controverse, aangewakkerd door verschillende leden van de regering.

    De Franse minister van Binnenlandse Zaken, Gerald Darmanin, noemde het besluit in een Tweet ‘Schandalige ideologie’ en een ‘onaanvaardbare belediging voor Franse boeren en slagers’. Hij beschuldigt milieuactivisten van een ‘moralistisch en elitair beleid’, aangezien, zo zegt hij, ‘veel kinderen alleen in de kantine vlees kunnen eten’.

    Zonder vlees maar met eieren en vis, dat is een ‘evenwichtig’ menu dat ‘geen enkel kind uitsluit’

    De ecologische burgemeester van Lyon, Grégory Doucet, verdedigde zijn keuze, die volgens hem rekening houdt met gezondheidafwegigen. Zonder vlees maar met eieren en vis, dat is een ‘evenwichtig’ menu dat ‘geen enkel kind uitsluit’.

    ‘Volgens voedingsdeskundigen is het vegetarische dieet niet gevaarlijk voor de gezondheid van kinderen, zolang het menu maar voldoende eiwitten, ijzer en mineralen bevat’, schrijft ook de BBC.


    ‘De teer die de afgelopen dagen aan de Israëlische kust aanspoelde, is de ergste maritieme vervuiling in het land in decennia’, schrijft Haaretz. Het dagblad spreekt van tonnen stookolie die zichtbaar zijn over een lengte van 170 kilometer, oftewel 40 procent van de Israëlische kustlijn.

    Yediot Aharonot spreekt zelfs van de ergste ecologische ramp die het land ooit heeft gekend. De krant maakt zich zorgen over het zeeleven en in het bijzonder over schildpadden, krabben en zeesterren. ‘In sommige gevallen zal de schade onherstelbaar zijn, in andere zal het jaren duren’, aldus het Israëlische dagblad.

    Onder de eerste slachtoffers lijkt een kalf te zijn wiens lichaam op 18 februari op het strand van Nitzanim in het zuiden van Israël aanspoelde. The Times of Israel meldt dat de autopsie op de 10 meter lange walvisachtige uitwees dat deze aanzienlijke hoeveelheden stookolie had binnengekregen.

    ‘Alarmsignaal’

    Haaretz beschuldigt overheidsinstanties die verantwoordelijk zijn voor milieubescherming van een gebrek aan voorbereiding, en hoopt dat deze olieramp zal dienen als een ‘alarmsignaal’ voor mogelijke toekomstige rampen.

    ‘Het strand dat je de komende zomer bezoekt zal ik niks lijken op het strand dat je kent’

    Autoriteiten proberen ondertussen de oorsprong van de olieramp te herleiden. Op zaterdag 20 februari zei minister van Milieubescherming Gila Gamliel, op basis van informatie van het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid, dat de bron van de olieramp 50 kilometer uit de Israëlische kust lag. ‘We hebben tien schepen geïdentificeerd die door dit gebied zijn gevaren en een of meer van hen zouden hiervoor verantwoordelijk kunnen zijn’, zei ze, geciteerd door Haaretz in weer een ander artikel.

    Het opruimen van de kust zal jaren duren. Yediot Aharonot waarschuwt haar lezers: ‘Het strand dat je de komende zomer bezoekt zal in niks lijken op het strand dat je kent.’

  • Deze journalisten zitten vast omdat ze de moord op Rohingya’s onderzochten

    Deze journalisten zitten vast omdat ze de moord op Rohingya’s onderzochten

    Twee Reuters-journalisten uit Myanmar onderzoeken een geheime tip over een tienvoudige moord op Rohingya’s. Het resultaat is baanbrekende onderzoeksjournalistiek, maar door hun eigen volk werden ze als verraders gezien.

    Dit artikel werd geselecteerd voor The Investigative Reporting Award van European Press Prize, en verscheen eerder in onze Reader #18.

    Over de auteurs

    Wa Lone werkt sinds 2016 voor Reuters en schreef een reeks diepgaande verhalen in Myanmar, inclusief landroof door het machtige leger en de moord op de prominente politicus Ko Ni, evenals het blootleggen van bewijs van moordpartijen door soldaten in het noordoosten. Zijn rapportage over de crisis die uitbrak in de noordwestelijke staat Rakhine in oktober 2016, bezorgde hem een ​​gezamenlijke eervolle vermelding van de Society of Publishers in Azië in zijn jaarlijkse prijzen. Eerder werkte hij voor Myanmar Times.

    Kyaw Soe Oo, zelf boeddhistisch en afkomstig uit Rakhine, werkt sinds september 2017 samen met Reuters uit Myanmar. Hij heeft de impact van de aanslagen van 25 augustus op politie- en legerplaatsen in de noordelijke Rakhine besproken en gerapporteerd vanuit het centrale deel van de staat waar lokale boeddhisten segregatie hebben afgedwongen tussen Rohingya en Rakhine gemeenschappen. Hij werkte eerder voor Root Investigation Agency, een lokaal nieuwscentrum gericht op Rakhine-kwesties. Kyaw Soe Oo begon zijn rapporteringscarrière met het online Rakhine Development News.

    Laat in de middag van 12 december 2017 gaat de mobiele telefoon van Wa Lone. Het is een zekere Naing Lin, vicekorporaal bij het 8ste bataljon van de veiligheidspolitie van Myanmar.

    De politieman wil Wa Lone op korte termijn persoonlijk ontmoeten en met hem afspreken bij de bataljonskazerne in een buitenwijk van Yangon. In de voormalige hoofdstad begint de avond al te vallen over de gouden pagodespitsen. ‘Hij zei dat als ik niet meteen kwam,’ zou Wa Lone naderhand vertellen in de rechtszaal, ‘ik hem misschien niet meer zou kunnen spreken omdat hij binnenkort werd overgeplaatst naar een andere regio.’

    Wa Lone – rond gezicht met een grote bril – heeft wekenlang onderzoek gedaan naar het 8ste bataljon. Hij werkt aan een artikel over de moord op tien leden van de islamitische Rohingya-minderheid tijdens een militaire operatie in de westelijke deelstaat Rakhine. Hij heeft de hand weten te leggen op explosief materiaal: foto’s van de tien mannen voordat en nadat ze zijn vermoord.

    Lees ook:

    Op één foto zijn de lijken van de mannen te zien, doodgestoken en doodgeschoten, in een ondiep graf. Op een andere foto, genomen toen ze nog in leven waren, zitten ze op hun knieën. Op de achtergrond veel leden van het 8ste bataljon met automatische geweren.

    Voordat hij naar zijn afspraak met de vicekorporaal gaat, neemt hij contact op met de bureauchef van Reuters, Antoni Slodkowski, die zegt dat hij nog een journalist mee moet nemen. Deze journalist, Kyaw Soe Oo (27), komt uit Rakhine en werkt nog maar kort voor het nieuwsagentschap.

    Onbereikbare wereld

    De twee mannen vertrekken om 18.00 uur in de witte Nissan-SUV van de zaak. Ze rijden over een viaduct vanwaar je uitzicht hebt op het Inyameer, waaromheen de villa’s van de elite van Myanmar liggen, zoals de woning van de feitelijke leider van het land, Nobelprijswinnares Aung San Suu Kyi. Het is een onbereikbare wereld voor Wa Lone, zoon van een rijstboer uit een dorpje van een paar honderd inwoners.

    Halverwege de route naar de kazerne komt de SUV vast te zitten in het verkeer. Wa Lone voelt zich ongemakkelijk: waarom heeft de politieman er zo op aangedrongen dat hij meteen naar hem toe kwam? De journalisten overleggen of ze zullen omkeren, maar ze besluiten door te rijden.

    Om ongeveer 20.00 uur komen ze aan bij de ingang van de kazerne. Nadat ze hebben kennisgemaakt met Naing Lin en nog een politieman, gaan ze met de agenten mee naar een biertuin verderop in de straat. De mannen bestellen bier en viscrackers. Ze spreken over Rakhine, verklaart Naing Lin later voor de rechter. Hij vertelt de journalisten dat op 25 augustus 2017 Rohingya-rebellen een aantal politiebureaus hebben aangevallen.

    Screen Shot 2021 02 05 at 12.39.44 PM 1
    Wa Lone en Kyaw Soe Oo.

    Als het tijd is om te gaan, aldus Wa Lone, geeft Naing Lin hem een exemplaar van de Myanmar Alin, een door de staat gerunde krant, waarin enkele documenten zitten opgerold. Als de journalisten het restaurant verlaten, worden ze omsingeld door mannen in burger. ‘Dat zijn geheime documenten!’ roept een van hen. Wa Lone krijgt handboeien om, net als Kyaw Soe Oo. Ze worden in twee geparkeerde auto’s geduwd.

    Naing Lin herinnert zich die ontmoeting anders. Hij verklaart later voor de rechter dat Wa Lone hem op 12 december heeft opgebeld om een afspraak te maken, en dat hij tijdens zijn ontmoeting alleen met de twee journalisten in de biertuin was. Ook ontkent hij dat hij Wa Lone documenten heeft gegeven.

    Met hun arrestatie kwamen de twee journalisten terecht in het schemergebied tussen militair bestuur en burgerbestuur in dit etnisch verscheurde land met vijftig miljoen inwoners. Voor leiders in westerse hoofdsteden, van paus Franciscus tot de voormalige president van de VS Bill Clinton, zou hun opsluiting een test worden voor de persvrijheid in Myanmar en zou hun procesgang ook laten zien in hoeverre het land al op weg was een opener samenleving te worden. Op 9 juli 2018 bepaalde een rechter dat ze de Wet op de Staatsgeheimen hadden overtreden, en daarop staat een maximumstraf van veertien jaar.

    Hoop op vrijheid

    Rond 2010 gloorde er in Myanmar hoop voor het democratische proces in Zuidoost-Azië, een regio die al lange tijd werd gekenmerkt door regimes van autocratische leiders. In 2010 werd Aung San Suu Kyi vrijgelaten na vijftien jaar huisarrest onder militair bewind. In 2015 won haar partij met grote overmacht de verkiezingen.

    Voor de jongeren van Myanmar, zoals Wa Lone, zorgde die ommekeer na tientallen jaren meedogenloos militair bewind voor een plotselinge en historisch gezien nogal onwaarschijnlijke hoop op vrijheid. Maar het leger heeft de macht nooit helemaal losgelaten: in 2008 werd een grondwet van kracht waarin voor de militairen veel macht en de controle over enkele sleutelministeries was vastgelegd.

    Maar er kwam geen vrede in Myanmar. Dodelijke etnische conflicten, verborgen voor de rest van de wereld, maar zeer wreed aanwezig in het eigen land, woekeren nog altijd voort.

    Velen van de boeddhistische meerderheid minachten de Rohingya, ze zien ze als buitenlandse indringers uit Zuid-Azië

    In 2017 gaf de wijdverbreide haat jegens de bekendste minderheid van het land, de islamitische Rohingya, aanleiding tot een meedogenloze militaire campagne waardoor zo’n zevenhonderdduizend mensen moesten vluchten naar Bangladesh. Nu wordt Myanmar door de VN beschuldigd van veel moordpartijen, verkrachtingen en etnische zuiveringen. Ondanks deze beschuldigingen heeft Suu Kyi geen openlijke kritiek geuit op de militairen.

    Een woordvoerder van Aung San Suu Kyi, Zaw Htay, en een legerwoordvoerder reageerden niet op verzoeken om commentaar op deze reportage. Volgens Zaw Htay zijn de rechters in Myanmar onafhankelijk en krijgen de journalisten een eerlijk proces. De militairen hebben ontkend dat hun troepen in 2017 hebben deelgenomen aan etnische zuiveringen in de deelstaat Rakhine.

    Het verslag van Wa Lone en Kyaw Soe Oo over de moord op tien Rohingya-mannen werd in februari 2018 door Reuters gepubliceerd. Het artikel wekte misnoegen op bij de boeddhistische meerderheid waartoe de journalisten, Aung San Suu Kyi en de hoogste militaire leiders behoren. Velen van die meerderheid minachten de Rohingya, ze zien ze als buitenlandse indringers uit Zuid-Azië.

    Het was baanbrekende onderzoeksjournalistiek in Myanmar. Maar voor hun eigen volk was de zoektocht naar de waarheid van de journalisten een vorm van verraad. De dag na hun arrestatie werd de politie door de toenmalige president opgedragen de twee journalisten in staat van beschuldiging te stellen. Vervolgens verdwenen Wa Lone en Kyaw Soe Oo twee weken compleet van de radar.

    De twee kregen gevangenisstraf en zaten voornamelijk in de Insein-gevangenis in Yangon, een kolossaal, negentiende-eeuws gebouw uit de Engelse koloniale tijd waar duizenden politieke gevangenen opgesloten hebben gezeten, onder wie Aung San Suu Kyi voor een korte periode. Sinds januari 2017 hebben de twee journalisten al meer dan dertig keer voor de rechter moeten verschijnen.

    Het verhaal van de twee mannen en hun rol in het experiment met de persvrijheid in Myanmar is gereconstrueerd uit hun verklaringen en die van de politie in de rechtbank. Het is ook gebaseerd op andere verslagen van Wa Lone en Kyaw Soe Oo en op interviews met collega’s, familieleden en vrienden van de twee.

    Over deze reeks: ‘Myanmar Burning‘

    Deze intro maakt onderdeel uit van de reeks ‘Myanmar Burning’ van Reuters International, over de massamoorden op Rohingya in Myanmar en de gevangenname van de twee journalisten die hierover geschreven. De serie bestaat uit tien verhalen die steeds een ander aspect van deze zaak belichten. Wij publiceren in deze Reader het artikel Hatebook. De andere artikelen leest u hier. (in het Engels).

    Het vervolg op dit introductieverhaal kunt u hier lezen.

    Voor deze reeks won Reuters de Pulitzer Prize, vanwege de ‘scherpe weergave van de militaire eenheden en boeddhistische dorpsbewoners die verantwoordelijk zijn voor de systematische uitwijzing en moorden op Rohingya-moslims, uit Myanmar en de moedige verslaggeving die de verslaggevers in de gevangenis deed belanden’.

  • Italiaanse journalist geeft Legion d’Honneur terug

    Italiaanse journalist geeft Legion d’Honneur terug

    Zeer vereerd maar nee, bedankt. Dat is kort samengevat de reactie waarmee de 85-jarige Italiaanse intellectueel Corrado Augias zijn Legion d’Honneur teruggeeft. Vanwege de moord op een Italiaanse student in 2016, weigert Augias de belangrijkste onderscheiding van Frankrijk te delen met de Egyptische president Abdel Fattah al-Sisi, die deze week dezelfde onderscheiding ontving.

    Corrado Augias, wiens vader in Frankrijk werd geboren, is een Italiaanse journalist, schrijver en tv-presentator. Hij schreef onder meer voor de gerenommeerde Italiaanse krant La Repubblica en voor de weekbladen l’Espresso en Panorama. Daarnaast heeft hij verschillende historische misdaadromans op zijn naam staan. Hij werd populair in Italië als presentator van tv-programma’s over mysteries en bijzondere historische voorvallen, die hij tot vorig jaar presenteerde. Als politicus was Augias in de jaren negentig Europees Parlementslid voor de sociaaldemocratische PDS, die inmiddels is opgegaan in de Italiaanse Partito Democratico. 

    Augias kreeg zijn Legion d’Honneur in 2007, maar toen hij vernam dat al-Sisi afgelopen week tijdens een staatsbezoek met dezelfde eer is onderscheiden door de Franse president Macron, liet hij weten de versierselen te retourneren. Vandaag brengt hij ze persoonlijk terug naar het Palazzo Farnese in Rome, waar de Franse ambassade is gevestigd, zo schrijft de Franse krant Libération. ‘Naar mijn mening had president Macron het Legion d’Honneur niet mogen toekennen aan een staatshoofd dat objectief gezien medeplichtig is aan gruwelijke misdaden‘, liet Augias gisteren weten aan de Italiaanse krant La Repubblica.

    Een bloedende wond

    De beslissing van Augias heeft alles te maken met wat hij ‘een bloedende wond’ noemt voor alle Italianen: de moord in Egypte op Giulio Regeni, een Italiaanse student aan de universiteit van Cambridge. Op 3 februari 2016, tien dagen na zijn verdwijning in Caïro, werd het lichaam van de 28-jarige promovendus gevonden langs een snelweg. Autopsie toonde aan dat hij dagenlang was gemarteld: gebroken botten en handen, vijf ontbrekende tanden, gebroken ribben, armen en benen. Volgens zijn moeder herkende ze haar zoon uiteindelijk aan het puntje van zijn neus.

    Al vanaf het begin van het onderzoek dat volgde, klaagden Italiaanse onderzoekers over tegenwerking door Caïro bij het verkrijgen van informatie. Het regime van president al-Sisi trok voortdurend rookgordijnen op, door maandenlang met wisselende verklaringen over de tragedie te komen, uiteenlopend van een auto-ongeluk, tot represailles vanwege vermeende criminele activiteiten, tot betrokkenheid bij spionage. Ondanks alle pogingen om sporen uit te wissen en ondanks het gebrek aan medewerking door de autoriteiten in Caïro, liet het parket van Rome afgelopen donderdag weten vier Egyptische officieren, inclusief een generaal, voor de rechter te dagen.

    Diezelfde dag noemde het Franse programma Quotidien van TF1 het staatsbezoek van al-Sisi aan Frankrijk, een paar dagen eerder, een ‘verborgen ceremonie’. ‘Hadden we alleen de beelden van de persdienst van het Elysée geloofd, dan hadden we gedacht dat de Egyptische president al-Sisi maar heel even in Parijs was.‘ Op wat beelden na van een ontmoeting tussen Macron en al-Sisi, werd er in Frankrijk weinig persmateriaal over het staatsbezoek verspreid, wellicht ‘om critici niet te veel te voeden’. Maar volgens Quotidien werden in Egypte daarentegen beelden van het bezoek naar hartenlust verspreid door de persafdeling van al-Sisi, ‘met maar één doel: president al-Sisi verheerlijken’.

    ‘De man die 60.000 mensen opsloot wordt getrakteerd op de heilige Graal van de diplomatie’

    Op die beelden is te zien dat ‘de man die 60.000 mensen opsloot omdat ze het met hem oneens zijn’, wordt gefêteerd en ‘getrakteerd op de heilige Graal van de diplomatie: een driedaags staatsbezoek, met alle pracht en praal. Een ontmoeting met Emmanuel Macron, een ceremonie in de Invalides, een warm welkom door de burgemeester van Parijs, de Republikeinse garde op een voor de gelegenheid leeggehaalde Place de l’Etoile, een ontmoeting met de voorzitter van de Senaat en een gala onder de verguldsels van het Elysée-paleis.’ Én het ceremonieel waarmee al-Sisi het Legion d’Honneur krijgt opgespeld door Macron. 

    Dat leidde tot de woede van Corrado Augias, die zijn ongenoegen aan de Franse ambassadeur kenbaar heeft gemaakt in een brief die La Repubblica gisteren in zijn geheel afdrukte: 

    ‘Meneer de ambassadeur, ik geef u de versierselen van het Legioen van Eer terug. Toen deze mij werd toegekend, ontroerde het gebaar me diep. Het was een soort van bezegeling van mijn liefde voor Frankrijk, voor haar cultuur. Ik heb uw land altijd als de oudere zus van Italië beschouwd en als mijn tweede thuis, waar ik al heel lang woon, en ik ben van plan dat te blijven doen. In juni 1940 plengde mijn vader tranen vanwege de agressie van het fascistische Italië tegen het reeds bijna verslagen Frankrijk.

    Ik geef U deze insignes dan ook terug met pijn, want ik was trots om het rode lint in het knoopsgat van mijn revers te tonen. Maar ik wil deze eer niet delen met een staatshoofd dat objectief gezien medeplichtige is van criminelen.

    De moord op Giulio Regeni is voor ons Italianen een bloedende wond, een belediging, en ik had van president Macron een gebaar van begrip zo niet van broederschap verwacht, in naam van het Europa dat we samen zo hard proberen te bouwen.

    Ik wil u niet te naïef overkomen. Ik ben bekend met de werking van zakelijkheden en diplomatie, maar ik weet ook dat er een maat is, zoals de Latijnse dichter Horatius schrijft: ‘Sunt certi denique fines, quos ultra citraque nequit consistere rectum.’ [Er zijn bepaalde grenzen waarbuiten het juiste niet kan bestaan.] Ik geloof dat in dit geval de mate van juistheid ruimschoots is overschreden, wat daarom leidt tot verontwaardiging.

    Met diepste spijt, Corrado Augias’

  • Inwoners van Rio worden per app beschermd tegen verdwaalde kogels

    Inwoners van Rio worden per app beschermd tegen verdwaalde kogels

    In de steden van Brazilië zijn schietpartijen van alledag. Vandaar dat er apps werden ontworpen die bewoners waarschuwen waar ze veilig over straat kunnen. Een belangrijke extra functie is dat er zo politieke druk wordt uitgeoefend.

    Julia Borges was op het verjaardagsfeest van haar twaalfjarige neefje toen ze werd neergeschoten. De zeventienjarige stond op een balkon op de derde verdieping ​​toen een verdwaalde kogel haar in de rug raakte en zich nestelde in de spier tussen haar longen en aorta.

    Dat was 8 november 2020. Gelukkig kon Borges snel naar het ziekenhuis worden gebracht en herstelde ze. Dat geldt zeker niet voor iedereen wie dit overkomt. Tot dusver zijn er in 2020 in Rio minstens 106 mensen gedood door verdwaalde kogels.

    Een van de gevaarlijkste plekken zijn de smalle straatjes van de favela’s van de stad, waar momenteel meer dan een miljoen mensen wonen. Hier zijn de huizen op elkaar gestapeld en de steegjes die ertussen kronkelen zijn bezaaid met kleine pleintjes. In die steegjes weerklinken regelmatig de geluiden van geweervuur: dagelijks zijn er schietpartijen tussen politie en drugshandelaars, rivaliserende groepen mensenhandelaars of zelfs door de politie gesteunde milities.

    Vaak moeten bewoners op de grond gaan liggen of barricades zoeken om zich voor verdwaalde kogels te verbergen, tot het vuren voorbij is. In 2019 waren er in Rio gemiddeld twintig schietpartijen per dag [ter vergelijking: in Nederland zijn dat er twee, red.]. Sinds het begin van de pandemie is het iets rustiger geworden, maar tot eind juni waren er dagelijks nog steeds gemiddeld veertien schietpartijen. Elk jaar worden in het grootstedelijk gebied van Rio ongeveer vijftienhonderd mensen doodgeschoten.

    Gijzelaar van geweld

    Wie in Rio woont is een ‘gijzelaar van geweld’, zegt Rafael César, die in Cordovil, een buurt ten westen van het centrum, woont. 

    screenshot of FogoCruzado app

    Een screenshot van Fogo Cruzado. – © Fogocruzado via Google Play

    Zoals veel inwoners is César apps gaan gebruiken om zichzelf te beschermen. Op deze crowdsourced-apps kunnen gebruikers gevaarlijke zones op weg naar huis opzoeken en elkaar waarschuwen welke gebieden ze moeten vermijden. 

    Een van de populairste apps, Fogo Cruzado (kruisvuur), is opgezet door journalist Cecília Olliveira. Ze was van plan een verhaal te schrijven over slachtoffers van verdwaalde kogels in de stad, maar de informatie die ze nodig had, was niet beschikbaar. Daarom begon ze in 2016 een Google Doc-spreadsheet bij te houden met informatie over schietpartijen: waar en wanneer ze plaatsvonden, hoeveel slachtoffers er waren en meer. Nog datzelfde jaar werd de spreadsheet met hulp van Amnesty International omgezet in een app en een database voor degenen die gewapend geweld in de gaten hielden en erover rapporteerden. De app is meer dan 250.000 keer gedownload en heeft behalve voor Rio ook een versie voor Recife.

    Als een gebruiker geweerschoten hoort, kan deze het incident in de app registreren. De informatie wordt geverifieerd en gecontroleerd door het Fogo Cruzado-team, met hulp van een netwerk van activisten en vrijwilligers, en vervolgens geüpload naar het platform, waarmee een melding voor gebruikers wordt gegenereerd. Fogo Cruzado heeft ook een team samengesteld van vertrouwde medewerkers die direct informatie kunnen uploaden, zonder dat eerst een controle hoeft plaats te vinden. Gebruikers kunnen zich aanmelden voor het ontvangen van updates wanneer ze op weg zijn naar een zone die als gevaarlijk wordt beschouwd, zoals een favela waar recentelijk is geschoten of waar een strijd plaatsvindt tussen verschillende bendes. 

    Fogo Cruzado wordt gebruikt door lokale bewoners die willen controleren of ze veilig naar hun werk kunnen en weer terug, zegt Olliveira. 

    Zoals velen in de stad is ook hij wel eens te dicht in de buurt van een vuurgevecht gekomen

    ‘Ik ben Fogo Cruzado gaan gebruiken omdat er regelmatig door de politie werd ingegrepen in een wijk waar ik elke dag doorheen kwam,’ zegt journalist Bruno De Blasi. Omdat in WhatsApp-groepen veel valse berichten over schietpartijen verschenen, besloot hij de app te gebruiken om ‘onnodige angst te vermijden’.  

    Zoals velen in de stad is ook hij wel eens te dicht in de buurt van een vuurgevecht gekomen. Hij herinnert er zich een in de straat waar hij woont. 

    ‘Het gevoel was vreselijk, vooral omdat die straat werd beschouwd als een van de veiligste en rustigste in de buurt, waar ook het politiebataljon zich bevindt,’ vertelt hij. ‘Ineens moest ik wegblijven bij het raam van mijn eigen kamer vanwege het risico op een verdwaalde kogel.’

    Samen met een aantal andere organisaties werkte Fogo Cruzado ook aan een ​​nieuwe kaart van gewapende groepen in Rio de Janeiro. De kaart, die in oktober 2020 werd gelanceerd, is bedoeld om de inwoners van de stad op de hoogte te houden van de gebieden waar criminele groepen of politiemilities actief zijn.

    Er zijn nog meer apps die gegevens over schietpartijen verzamelen, maar Fogo Cruzado is een van de weinige die door het publiek wordt bijgewerkt, vertelt Rene Silva, redacteur van de website Voz das Comunidades (stem van de gemeenschappen) die is gewijd aan het Complexo do Alemão, een grote groep favela’s in Rio. ‘Soms registreert de app bijvoorbeeld schietpartijen die niet in de media komen,’ zegt hij.

    De app Onde Tem Tiroteio (waar is de schietpartij) werkt op een vergelijkbare manier. Deze werd oorspronkelijk in januari 2016 door vier vrienden gemaakt als Facebook-pagina. Terwijl Fogo Cruzado zich concentreert op de regio Rio, bestrijkt Onde Tem Tiroteio (OTT) de hele staat – en sinds 2018 ook de staat São Paulo. Een verschil met Fogo Cruzado is dat gebruikers de juistheid van schietrapporten kunnen controleren.

    Politieke invalshoek

    Als je de OTT-app downloadt, kun je kiezen waarover je meldingen wilt ontvangen, of dat nou schietpartijen, overstromingen of demonstraties zijn. Elke anonieme melding wordt beoordeeld door een netwerk van meer dan 7000 vrijwilligers ter plaatse. Pas na bevestiging wordt de melding geüpload naar de app. Ook worden wekelijkse rapporten aan de pers vrijgegeven. Volgens Dennis Coli, een van de medeoprichters van OTT, werd de app vorig jaar door meer dan 4,7 miljoen mensen gebruikt.

    ‘De belangrijkste missie van OTT-Brasil is om alle burgers uit de buurt te houden van georganiseerde bendes, valse politieacties en verdwaalde kogels,’ zegt hij. Maar de apps hebben ook een politieke invalshoek. Ze houden niet alleen de inwoners van Rio veilig, ook helpen ze onderzoekers en openbare instellingen om patronen van geweld te begrijpen – en om de politici onder druk te zetten.

    Ze ‘dienen in de eerste plaats om de aandacht te vestigen op de omvang van het probleem’, zegt Pablo Ortellado, hoogleraar openbaar beleid aan de Universiteit van São Paulo. Voor hem hebben dergelijke apps ‘een heel specifieke sleutelfunctie: het verhogen van de druk op de autoriteiten’.

    Dat Recife als de tweede stad voor de Fogo Cruzado-app werd gekozen, was inderdaad niet alleen vanwege de hoge mate van geweld, maar ook omdat, zegt Olliveira, de deelstaatregering was gestopt met het vrijgeven van gegevens en was begonnen met het censureren van journalisten. ‘Vroeger was er uitstekende toegang tot gegevens over de openbare veiligheid, maar de gegevens werden geleidelijk schaarser en het werk van de pers werd steeds moeilijker,’ zegt ze.

    Op deze manier kunnen dergelijke apps bijdragen aan het controleren van informatie die overheden verschaffen, zegt Yasodara Córdova, onderzoeker aan de Harvard Kennedy School in Massachusetts.

    In het verleden had de staat het monopolie op officiële informatie, maar sindsdien is er het een en ander veranderd, zegt ze. ‘Het is verstandiger om ook databases te onderhouden die worden bijgehouden door actieve gemeenschappen, zodat gegevens worden gecontroleerd en de openbare ruimte transparant blijft.’

    Felipe Luciano, een OTT-gebruiker uit São Gonçalo, een stad in de buurt van Rio, beaamt dit. ‘De sleutel is vertrouwen,’ zegt hij. ‘Wat mij motiveerde om OTT te gebruiken is de geloofwaardigheid van de informatie die daar wordt gepost. Het maakt dat ik me veiliger voel.’

  • Terugkeren na IS. ‘Ik dacht dat ik het juiste deed’

    Terugkeren na IS. ‘Ik dacht dat ik het juiste deed’

    Hoda Muthana en Kimberly Polman verbrandden beide alle schepen achter zich toen ze naar het kalifaat vertrokken om te trouwen. Ze twitterden boodschappen als ‘Beschiet ze vanuit auto’s en laat al hun bloed vloeien, of huur een grote vrachtwagen en rijd over ze heen’. Tot ze begonnen te realiseren dat ze een fout hadden gemaakt.

    Kamp al-Hawl, Syrië – Hoda Muthana was een twintigjarige studente in Alabama die ervan overtuigd was geraakt dat IS voor de goede zaak streed. Dus maakte ze haar ouders wijs dat ze op studiereis ging maar kocht in plaats daarvan van haar studietoelage een vliegticket naar Turkije. Nadat ze het kalifaat binnen was gesmokkeld postte de studente een foto op Twitter waarop haar gehandschoende handen haar Amerikaanse paspoort vasthielden. ‘Binnenkort de fik erin,’ beloofde ze.

    Dat was meer dan vier jaar geleden. Nu, na drie huwelijken met IS-strijders en het bijwonen van het soort executies dat ze op sociale media had toegejuicht, zegt Muthana dat ze diepe spijt heeft en terug wil naar de Verenigde Staten. Ze gaf zich vorige maand over aan de coalitietroepen die tegen IS vechten en brengt nu haar dagen door als gedetineerde in een vluchtelingenkamp in het noordoosten van Syrië. Ze heeft daar gezelschap van een andere vrouw, Kimberly Gwen Polman (46), die rechten studeerde in Canada voordat ze zich aansloot bij het kalifaat en die zowel Amerikaans als Canadees staatsburger is.

    Tijdens een interview in het kamp met The New York Times zeiden beide vrouwen dat ze erachter probeerden te komen hoe ze een nieuw paspoort konden krijgen en hoe ze de sympathie konden herwinnen van de twee landen die ze eerder verachtten.

    Krankzinnig idee

    ‘Woorden schieten me tekort om mijn spijt uit te drukken,’ zei Polman, dochter van een Amerikaanse moeder en een Canadese vader uit een mennonitische gemeenschap in Hamilton, Ontario, die zelf drie volwassen kinderen heeft.

    Muthana zei dat ze zich in haar middelbare-schooltijd voor het eerst aangetrokken had gevoeld tot IS door het lezen van posts op Twitter en andere sociale media. ‘Als ik er nu op terugkijk, kan ik niet genoeg benadrukken wat een krankzinnig idee het was,’ zegt ze. ‘Ik kan het gewoon niet geloven. Ik heb mijn leven verpest. Ik heb mijn toekomst verpest.’

    President Trump leverde deze week in een tweet kritiek op bondgenoten als Groot-Brittannië, Frankrijk en Duitsland omdat ze niet honderden IS-gevangenen terugnamen die waren gevangengenomen op het slagveld. ‘Het alternatief is dat we ze moeten vrijlaten,’ waarschuwde hij.

    De president zei er niet bij dat de Verenigde Staten Amerikaanse vrouwen die met IS-strijders waren getrouwd ook niet naar huis hadden gehaald. Zowel Muthana als Polman zei geen bezoek te hebben gehad van Amerikaanse functionarissen sinds hun gevangenneming vorige maand. Ze zeiden ook dat er een familie van vier zussen uit Seattle was, met vier kinderen, die in een ander kamp werd vastgehouden. Een voormalige politiefunctionaris bevestigde dat een familie uit Seattle naar Syrië was gereisd om zich aan te sluiten bij Islamitische Staat, maar had geen aanvullende informatie.

    Hoda Muthana trouwde drie keer in het kalifaat en vluchtte uiteindelijk mee met een Syrische familie vanuit Shafa. Ze nam alleen haar baby mee.
    Hoda Muthana trouwde drie keer in het kalifaat en vluchtte uiteindelijk mee met een Syrische familie vanuit Shafa. Ze nam alleen haar baby mee.

    Van een klein aantal Amerikanen – slechts 59, volgens gegevens van het George Washington University Program on Extremism – is bekend dat ze naar Syrië zijn gereisd om zich aan te sluiten bij IS. Bijna alle Amerikaanse mannen die in de strijd gevangen zijn genomen zijn gerepatrieerd, maar het blijft onduidelijk waarom dat bij sommige Amerikaanse vrouwen en hun kinderen – minstens dertien, volgens bronnen van The Times – niet het geval is.

    Een FBI-woordvoerster wilde geen commentaar leveren op de twee gevallen, maar zei dat agenten per definitie een onderzoek instellen naar iedere Amerikaan die zich heeft aangesloten bij Islamitische Staat, een organisatie die als terroristisch te boek staat.

    Robert Palladino, een woordvoerder van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, beschreef de situatie van Amerikanen in Syrië als ‘uiterst gecompliceerd’. ‘We bekijken deze gevallen om de details beter te begrijpen,’ zei hij, maar hij wilde verder geen commentaar geven om redenen van privacy en veiligheid.

    Een Canadese regeringsfunctionaris zei dat het voor Canadezen die vastzitten in Syrië moeilijk kan zijn de regio te verlaten omdat ze waarschijnlijk ernstige aanklachten tegemoet kunnen zien in naburige landen.

    Seamus Hughes, adjunct-directeur van het George Washington University Program on Extremism, noemde de talrijke misdaden die door IS zijn gepleegd en zei dat er ‘duizenden legitieme redenen zijn om de oprechtheid in twijfel te trekken’ van verzoeken als die van Muthana en Polman. ‘Hoewel er vaak simplistische verhalen de ronde doen over “jihadbruiden”, “hersensspoelen” en “internetdaten”,’ zei hij, ‘hebben de buitenlandse vrouwen van IS bij heel wat wreedheden geassisteerd en zich er in sommige gevallen rechtstreeks schuldig aan gemaakt.’

    Muthana en Polman erkenden tijdens het interview dat veel Amerikanen zich zouden afvragen of ze het verdienden naar huis te worden gebracht nadat ze zich hadden aangesloten bij een van de dodelijkste terreurgroepen ter wereld. ‘Hoe kun je eerst je paspoort verbranden en je vervolgens in slaap huilen omdat het je zo vreselijk spijt?’ vroeg Polman. ‘Hoe maak je mensen dat duidelijk?’

    Neem een vliegtuig naar Turkije. Bel na het landen dit nummer

    Muthana groeide als dochter van Jemenitische immigranten op in een ultrastreng huishouden, waar feestjes, vriendjes en mobieltjes taboe waren. Haar vader gaf haar pas een mobiele telefoon als cadeautje voor haar einddiploma van de middelbare school. Die telefoon werd algauw haar toegangspoort tot de wereld van de extreme islam, zei ze. Ze vertelde hoe nog geen twee jaar later, in 2014, een internetcontact haar instructies gaf hoe ze zich kon aansluiten bij Islamitische Staat: Neem een vliegtuig naar Turkije. Bel na het landen dit nummer.

    Muthana schreef zich in bij de University of Alabama in Birmingham, waar ze het als tweedejaars na het innen van de studietoelage van haar ouders voor gezien hield. Ze stopte een boekentas vol kleren en zei tegen haar familie dat ze naar een studie-evenement in Atlanta ging, op twee uur rijden afstand. In plaats daarvan ging ze regelrecht naar de luchthaven van Birmingham voor een vlucht naar Istanboel. ‘Ik huilde omdat ik dacht dat ik een groot offer aan God bracht en afstand deed van mijn familie, mijn thuis, mijn comfort, alles wat ik kende, alles wat me lief was,’ zei ze. ‘Ik dacht dat ik het juiste deed.’

    Muthana zei dat ze in november 2014 over de Syrische grens werd gesmokkeld en naar een slaaphuis voor vrouwen werd gebracht, waar honderden alleenstaande vrouwen van over de hele wereld dicht opeengepakt zaten. Elke dag, zei ze, wandelde een IS-functionaris door het slaaphuis met een lijst van mannen die op zoek waren naar een bruid. ‘Je mag het huis niet verlaten voordat je getrouwd bent,’ zei ze. ‘Ik wist dat dat zou gebeuren, maar ik dacht dat ik er wel aan kon ontkomen. Ik wist niet dat er sloten op de deuren zaten. Ik wist niet dat er kettingen waren. En bewakers.’

    Ze zei dat ze het een maand volhield voordat ze toestemde in een ontmoeting met Suhan Rahman, een Australiër uit Melbourne. Hij gebruikte de naam Abu Jihad, oftewel ‘Vader van de Jihad’, zei ze. Ze ontmoetten elkaar in een kamer onder begeleiding. Na een kort gesprek nam hij haar mee naar huis. Ze nam de naam Umm Jihad aan, oftewel ‘Moeder van de Jihad’. Als ze alleen thuis zat terwijl haar man aan het vechten was, postte ze giftige tweets onder haar pseudoniem. ‘Petje af voor de moedjs in Parijs’, schreef ze met gebruikmaking van de afkorting voor moedjahedien op de dag in 2015 dat jihadisten de kantoren van het satirische weekblad Charlie Hebdo bestormden en twaalf mensen doodden. Ook spoorde ze anderen aan zich bij de terroristische organisatie aan te sluiten. ‘Er zijn hier zoooooveel Aussies en Britten maar waar blijven de Amerikanen, word wakker lafaards’, postte ze.

    Ook gebruikte ze haar account om aanslagen in het Westen te helpen uitlokken, zoals in de Verenigde Staten. ‘Amerikanen word wakker!’ schreef ze op 15 maart 2015. ‘Jullie hebben veel te doen zolang jullie nog onder onze grootste vijand leven, genoeg geslapen! Beschiet ze vanuit auto’s en laat al hun bloed vloeien, of huur een grote vrachtwagen en rijd over ze heen.’

    Haar Twitteraccount is sindsdien geblokkeerd, maar de posts werden door het George Washington Program gekopieerd en doorgespeeld aan The Times.

    Ze was nauwelijks drie maanden getrouwd, zei Muthana, toen ze thuis een dutje lag te doen en een man de trap op kwam rennen en schreeuwde dat haar man ‘de marteldood’ was gestorven. Na zijn dood stemde ze toe in twee andere gearrangeerde huwelijken, zei ze.

    Kinderadvocaat

    Polman zei dat ze begin 2015 het kalifaat binnen was gesmokkeld nadat ze op een Amerikaans paspoort van Vancouver naar Istanboel was gevlogen. Ze zei dat ze kort daarvoor belangstelling voor de verpleging had gekregen en was gaan corresponderen met een man in Syrië die de nom de guerre Abu Aymen gebruikte. Deze man, met wie ze later trouwde, vertelde haar dat in het groeiende kalifaat steeds meer behoefte was aan verpleegkundigen.

    Jaren eerder had ze het mennonitische geloof van haar ouders vaarwel gezegd en zich bekeerd tot de islam. Omdat ze niets anders te doen had, zei ze, bracht ze haar dagen door op internet en was haar Facebook-tijdlijn vergeven van de beelden van stervende moslims in Syrië.

    Polman zei dat ze op een gegeven moment had ontdekt dat ze een posttraumatische-stresstoornis had en niet meer in staat was haar bed uit te komen. Een broer en een zuster meldden vanuit British Columbia dat haar was gezegd dat ze aan een psychische aandoening leed. ‘Ze heeft het zichzelf niet makkelijk gemaakt,’ zei de broer, die niet met name genoemd wilde worden uit angst voor represailles.

    Volgens de zuster, die ook niet met name genoemd wilde worden, studeerde Polman rechten aan Douglas College en werkte ze korte tijd op een moslimschool in Richmond, British Columbia. In 2011 won ze een Women’s Opportunity Award van de vrouwenorganisatie Soroptimist International. In de bekendmaking van de prijs, afgedrukt in de plaatselijke krant, stond dat het haar uiteindelijke doel was kinderadvocaat te worden.

    Haar zuster zei dat Polman in de zomer van 2015 op reis ging naar Oostenrijk, zogenaamd voor twee weken. ‘Ze omhelsde me bij het afscheid en zei dat we thee zouden gaan drinken als ze terugkwam,’ zei de zuster. Pas nadat de familieleden waren ingelicht door de Canadese autoriteiten beseften ze dat ze zich had aangesloten bij IS. Op een gegeven moment had haar zus zes maanden lang niets van Polman gehoord en ging ze ervan uit dat ze dood was. ‘In het verleden hebben we haar als familie kunnen helpen,’ zei haar zus. ‘Dit was de enige keer dat we haar niet konden helpen. Dus dat was heel moeilijk voor ons.’

    Tegen de tijd dat Polman in het kalifaat belandde waren de misdaden daarvan welbekend, inclusief het onthoofden van journalisten, het tot slaaf maken en systematisch verkrachten van vrouwen van de Jezidi-minderheid en het levend verbranden van gevangenen. Zowel zij als Muthana deed ontwijkend toen er vragen over die wreedheden werden gesteld. ‘Ik ben niet geïnteresseerd in bloedvergieten en wist niet wat ik moest geloven,’ zei Polman. ‘Dat zijn filmpjes op YouTube. Wat is waar? Wat is niet waar?’

    Vluchtelingen op weg naar een tijdelijk kamp, vanwaar ze naar het Al-hol-kamp in de Syrische provincie Hassakeh worden overgeplaatst. Veel van hen zijn gezinsleden van en waarschijnlijk zelf ook IS-strijders. – © Antoine Chauvel / SIPA /SIPA / 19021519
    Vluchtelingen op weg naar een tijdelijk kamp, vanwaar ze naar het Al-hol-kamp in de Syrische provincie Hassakeh worden overgeplaatst. Veel van hen zijn gezinsleden van en waarschijnlijk zelf ook IS-strijders. – © Antoine Chauvel / SIPA /SIPA / 19021519

    Volgens haar eigen lezing begon Muthana zich in haar tweede jaar in het kalifaat van de terroristische groepering distantiëren. Ze trouwde met een tweede strijder en raakte zwanger. Omdat ze aan bloedarmoede leed door ijzergebrek bracht ze veel tijd in bed door. ‘Ik kreeg twijfels,’ zegt ze in een verslag dat The Times niet kon verifiëren. ‘Ik was zwanger. Heel emotioneel, omdat ik mijn familie miste. Ik dacht: wat doe ik hier?’

    Ze zei dat haar tweede man omkwam in Mosoel in Irak. ‘Door een raket of een luchtaanval.’

    Het was inmiddels 2017 en de belegering van Raqqa in Syrië was begonnen. Toen ’s nachts haar vliezen braken liep ze volgens eigen zeggen bijna twee kilometer naar de dichtstbijzijnde kliniek terwijl de bommen op de stad vielen.

    Na het baren van een zoon trok Muthana van het ene huis naar het andere, naarmate het gebied van het kalifaat verder kromp. Toen Raqqa eind 2017 viel, verhuisde ze naar al-Mayadin in het dal van de Eufraat. Toen al-Mayadin viel, verhuisde ze naar Hajin, en vandaar naar Shafa, een dorp in de laatste schilfer IS-gebied dat honderden luchtaanvallen te verduren kreeg. Ze trouwde voor de derde keer en scheidde na enige tijd weer van haar man, wiens naam ze niet wilde noemen.

    Polman zei dat haar breuk met het kalifaat heftiger verliep, al een jaar na haar aankomst. Ze zei dat ze probeerde te ontsnappen maar werd betrapt door veiligheidsagenten van IS toen ze op de markt een vrouw vroeg of ze een smokkelaar kende die haar zou kunnen helpen. Ze zei dat ze werd opgesloten in een cel in Raqqa, waar ze zo lang bleef dat ze uiteindelijk alle 4422 tegels had geteld.

    Ze zei dat ze herhaaldelijk uit haar cel werd gehaald om te worden verhoord. En dat ze op een avond werd verkracht.

    ‘Ze namen me mee via de gang, en het was aardedonker,’ zei ze. ‘Er waren dikke metalen deuren en ik herinner me dat ik uitgleed, en ze schopten me.’ Ze zei dat de gevangenbewaarders haar waarschuwden dat als ze de verkrachting ooit zou melden, ze zouden zeggen dat ze bewijs hadden dat ze een spionne was. Voordat ze haar vrijlieten, zei ze, lieten ze haar een verklaring ondertekenen in zowel het Arabisch als het Engels waarin stond dat als ze opnieuw zou proberen te ontsnappen ze de hukm zou accepteren, de doodstraf volgens de shariawet.

    ‘Het is moeilijk om van gedachten te veranderen als je alles hebt verloren en opgeofferd’

    De twee vrouwen, die een generatie in leeftijd verschillen, ontmoetten elkaar en raakten bevriend in de laatste uithoek van het kalifaat, dat tegen januari uit nog geen vijftien vierkante kilometer bestond. Het omsingelde gebied kampte met verscheidene tekorten. Toen er geen papieren luiers meer te krijgen waren, knipten de twee vriendinnen handdoeken in stukken. Toen er moeilijk aan eten viel te komen, verzamelden ze gras uit spleten tussen de stoeptegels, kookten het en dwongen zichzelf het op te eten. ‘Als je een aardappel zag,’ aldus Muthana, ‘was het alsof je een Lamborghini zag.’ Ze begonnen over vluchten te praten, en ze zeiden dat ze steeds meer gruwden van de keuze die ze hadden gemaakt.

    ‘Het is moeilijk om van gedachten te veranderen als je alles hebt verloren en opgeofferd. Ook al voel je dat er iets niet klopt, dat dit niet oké is, toch denk ik dat het heel erg moeilijk is om een ommezwaai te maken als je alle bruggen achter je hebt verbrand,’ zei Polman.

    IS verbood mensen te vertrekken en zette landmijnen en scherpschutters in om dat te voorkomen. Maar vorige maand, zei Muthana, besloot ze het toch te proberen door aan te haken bij een Syrische familie die Shafa rond het schemeruur verliet. Ze nam alleen haar baby mee in zijn kinderwagen, zei ze. Toen de duisternis inviel, raakte de groep verdwaald en bracht de nacht door in de ijzige kou. De volgende dag, op 10 januari, voltooide ze de reis en gaf zich over aan Amerikaanse troepen in de Syrische woestijn, die haar vingerafdrukken namen.

    Enkele dagen later volgde Polman via dezelfde route en gaf zich ook over. Na enkele weken, waarin ze geen contact hadden met de Amerikaanse of Canadese autoriteiten, benaderden zij en Muthana het Rode Kruis om hulp te krijgen. Ze hebben ook contact met een advocaat die probeert hun terugkeer naar Noord-Amerika te bewerkstelligen.

    Muthana gaf de advocaat een handgeschreven briefje: ‘Ik besefte dat ik niet inzag of misschien zelfs niet eens begreep hoe belangrijk de vrijheden zijn die we in Amerika hebben. Nu doe ik dat wel,’ schreef ze. ‘Ik kan moeilijk onder woorden brengen hoeveel spijt ik heb van wat ik in het verleden heb gezegd, van de pijn die ik mijn familie heb gedaan en van de overlast die ik mijn land heb bezorgd.’ Volgens adjunct-directeur Hughes van het George Washington University Program on Extremism zijn de Verenigde Staten verplicht haar naar huis te halen, ‘maar wel met handboeien om’.

    Rukmini Callimachi deed verslag vanuit Syrië, Catherine Porter vanuit Toronto. Adam Goldman en Edward Wong leverden bijdragen vanuit Washington, en Glenny Brock vanuit Alabama. Kitty Bennett deed research.
    Vertaler: Peter Bergsma

    The New York Times
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 1.120.402

    De krant der kranten, met als motto ‘All the news that’s fit to print’. Won meer journalistieke prijzen dan enig ander medium.

  • 4. Jamal Khashoggi: 
een ander soort Saoedi

    4. Jamal Khashoggi: 
een ander soort Saoedi

    In Saoedi-Arabië ben je één socialmediabericht verwijderd van de dood, schrijft de hoofdredacteur van onlinenieuwsblad Middle East Eye. Het is zeker niet de eerste moord op een Saoedische balling, maar de moord op zijn collega Khashoggi kwam rechtstreeks binnen.

    Dit is de zwartste dag die ik als hoofdredacteur van Middle East Eye heb meegemaakt. Dat ligt niet meteen voor de hand. Jamal Khashoggi is niet de eerste vermoorde Saoedische balling. Niemand herinnert zich nu nog Nasser 
al-Said, die in 1979 uit Beiroet verdween en van wie sindsdien niets meer is vernomen. Prins Sultan bin Turki werd in 2003 ontvoerd uit Genève. Prins Turki bin Bandar al-Saoed, die in Frankrijk asiel had aangevraagd, verdween in 2015. Generaal-majoor Ali 
al-Qahtani, een officier van de Saoedische Nationale Garde, overleed terwijl hij nog in hechtenis zat en vertoonde tekenen van mishandeling: zijn nek leek te zijn verdraaid en zijn lichaam was ernstig opgezet. En er zijn vele, vele anderen.

    Duizenden kwijnen weg in de gevangenis. Als terroristen gebrandmerkte mensenrechtenactivisten zitten in de dodencel op grond van aanklachten die volgens Human Rights Watch ‘niet op erkende 
misdrijven lijken’. Ik weet van een zakenman die naakt aan zijn voeten werd opgehangen en gemarteld. Ook hij verdween. In Saoedi-Arabië ben je één socialmediabericht verwijderd van de dood.

    ‘Deal van de Eeuw’

    Een Saoedisch vliegtuig wierp een bom van Amerikaanse makelij af op een schoolbus in Jemen. Veertig jongens en elf volwassenen kwamen om. Ze waren op een schoolreisje. Dood per afstandsbediening, en geen westerse bondgenoot of wapenleverancier van Saoedi-Arabië die een verklaring eist. Geen contract dat wordt opgezegd, geen aandelenmarkt die zich het verrukkelijke vooruitzicht van de grootste beursgang in de geschiedenis laat ontzeggen. Wat maakt een dode Saoedi meer of minder uit?

    En toch is de dood van Khashoggi anders. Die komt rechtstreeks binnen. Eerst zit hij nog tegenover je aan de ontbijttafel, in een gekreukt overhemd, en verontschuldigt hij zich mompelend, in haastig gearticuleerd Engels, voor het feit dat hij verkouden is en je misschien aansteekt. Je knippert met je ogen en hoort dan een Turkse official vertellen wat er met zijn lichaam is gedaan in het consulaat in Istanboel: aan stukken gehakt.

    Saoedische functionarissen hebben iedere betrokkenheid bij zijn verdwijning krachtig tegengesproken. Hij zou het consulaat al snel na aankomst weer hebben 
verlaten. Voor deze bewering leverden ze geen enkel bewijs. De videocamera’s van het consulaat zouden op dat moment uit hebben gestaan.

    Enkele dagen voor zijn dood vertelde Khashoggi op een conferentie in Londen dat het koninkrijk besefte dat het te ver was gegaan in de wijze waarop het zich sterk had gemaakt voor Donald Trumps ‘Deal van de Eeuw’, die een einde moet maken aan het Israëlisch-Palestijnse conflict. In het kader van deze deal zouden de Saoedi’s de Palestijnen het dorp Aboe Dis, aan de rand van Jeruzalem, als hoofdstad van een toekomstige Palestijnse staat hebben willen opleggen, in plaats van Oost-Jeruzalem. Een uiterst controversieel voorstel vanuit Palestijns en dus ook Arabisch perspectief, waarvan Riyad zich toch maar distantieerde.

    ‘Dit toont iets heel belangrijks aan’, zei Khashoggi. ‘Alleen de Palestijnen beslissen. Niet de Saoedi’s, niet de Egyptenaren, hoeveel geld ze ook in de Palestijnse Autoriteit hebben gepompt. Niemand kan voor de Palestijnen beslissen.’ Een week later was hij voor altijd tot zwijgen gebracht.

    ‘Als jij je land hooghartig 
verlaat, brengen we je vernederd terug’, twitterde Faisal 
al-Shahrani

    In de Arabische wereld worden ze ‘elektronische insecten’ genoemd, de trollen die de Saoedi’s massaal inzetten wanneer het regime weer een van 
zijn routinematige misdaden heeft gepleegd. Nog vóór het nieuws over de veronderstelde moord op Khashoggi goed en wel bekend was, verkneukelden ze zich al over het lot van de man die ze als verrader beschouwden. ‘Als jij je land hooghartig verlaat, brengen we je vernederd terug’, twitterde Faisal 
al-Shahrani. Een regeringsgezinde trol nam niet eens de moeite te verhullen wat er op het consulaat was gebeurd. Prins Khalid bin Abdullah al-Saoed stuurde een bericht naar een andere Saoedische dissident: ‘Wilt u even langs de Saoedische ambassade gaan? Zij willen u persoonlijk spreken.’

    De tweets en artikelen van Khashoggi waren voor deze groezelige types niet te bevatten. Hij maakte zich zorgen over absolute waarden: waarheid, democratie, vrijheid. Khashoggi beschouwde zichzelf als journalist, niet als pleitbezorger of activist. ‘Ik ben een Saoedi, maar van een andere soort’, schreef hij.

    Als journalist had hij een hekel aan onzin. Het motto op zijn Twitterpagina luidt, vrij vertaald uit het Arabisch: ‘Zeg wat je te zeggen hebt en loop door.’ Dat was precies wat hij deed, tot woede van degenen die hem de mond wensten te snoeren.

    Waarom ze daarin zo ver wilden gaan, blijkt duidelijk uit zijn tweets. Hij dreef de spot met het idee dat er in Saoedi-Arabië onder Mohammed bin Salman een gevecht woedde om een ‘gematigde islam’. ‘Saoedi-Arabië, dat vandaag de dag 
de strijd aanbindt tegen de politieke islam, is de moeder en de vader van de politieke islam (…) het koninkrijk was van begin af aan gebaseerd op het idee van de politieke islam’, twitterde hij.

    Khashoggi werd gehekeld omdat hij met de 
Moslimbroederschap zou sympathiseren. ‘Twitter over vrijheid, en je bent lid van de Broederschap’, was zijn antwoord. ‘Twitter over rechten, en je bent lid van de Broederschap. Twitter over je vaderland, en je bent lid van de Broederschap. Twitter over machtsdeling en waardigheid, en je bent lid van de Broederschap. Verwerp despotisme, en je bent uiteraard lid van de Broederschap. Twitter over Gaza of Syrië, en 
je bent ongetwijfeld lid van de Broederschap. Tegen degenen die de Broederschap haten, zeg ik: door alle denkbare deugden aan hen toe te schrijven, hebben jullie ze volledig in de kaart gespeeld.’

    De Saoedische journalist Jamal Khashoggi tijdens het World Economic Forum in Davos, op 29 januari 2011. – © HH
    De Saoedische journalist Jamal Khashoggi tijdens het World Economic Forum in Davos, op 29 januari 2011. – © HH

    Khashoggi was een onversneden democraat: ‘Alleen door vrijheid van keuze bereikt het geloof de ziel en kan het de gelovige verheffen.’ Hij wond hij er geen doekjes om in de kwestie die leidde tot zijn definitieve breuk met Riyad: de kwestie-Trump. ‘Van tijd tot tijd twittert Trump dat hij ons beschermt en dat als we willen dat hij daarmee doorgaat, we daarvoor moeten betalen.

    Waartegen beschermt hij ons dan? En wie beschermt hij? Ik ben van mening dat de grootste bedreiging voor de Golfstaten en hun olie een president als Trump is, die niets anders in ons ziet dan de oliebronnen’, schreef hij.

    Khashoggi had gelijk. Niets van wat hem zou over-komen, had zonder Trump kunnen gebeuren. Onlangs deed Trump tot driemaal toe zijn uiterste best om het koninkrijk te vernederen, simpelweg omdat hij meent zich dat te kunnen veroorloven. Geen podium is hem hiervoor te openbaar. ‘We beschermen Saoedi-Arabië’, zei hij laatst op een 
campagnebijeenkomst in Southaven, Mississippi. ‘Zou je niet zeggen dat ze rijk zijn? Ik ben enorm gesteld op koning Salman, maar ik heb gezegd: koning, we beschermen je. Zonder ons blijf je 
misschien nog geen twee weken aan de macht. 
Dus moet je betalen voor je leger.’

    Op zijn beurt zei kroonprins Mohammed bin Salman: ‘Ik vind het geweldig om met hem samen te werken.’ Het is al te duidelijk waarom. Hij zou geen kroonprins – en dus heel dicht bij de troon – zijn geweest zonder Trump. Trump weet dit en denkt daarom dat hij alles kan zeggen wat hem voor de mond komt. Trump is de bullebak, de baas. Ondertussen kan zijn knecht doen wat hij wil, met wie hij maar wil. Zelfs een journalist die zich in Washington heeft gevestigd is niet veilig, want uiteindelijk weet Bin Salman dat Trump hem rugdekking geeft.

    Het motto op Khashoggi’s Twitterpagina luidt: ‘Zeg wat je te zeggen hebt en loop door’

    Khashoggi heeft het nooit echt met mij gehad over het gevaar dat hij liep. Als analist had hij een hekel aan hypotheses. Hij wist dat hij het bij dit regime had verbruid en nooit meer terug kon naar Saoedi-Arabië, en dus begon hij een nieuw leven, met een nieuwe baan als columnist voor The Washington Post.

    Hij zag het ook als zijn plicht zijn stem te laten 
horen en daarmee door te gaan, waar hij ook was.
 ‘De Arabische Lente heeft geen vernietiging gezaaid’, schreef hij. ‘Dat hebben degenen gedaan die ertegen streden en samenzwoeren. Anders had jij, jongeman, nu genoten van haar verkwikkende bries, van 
vrijheid, tolerantie, werk en welzijn. Ik durf te wedden dat de moord op Khashoggi geen gevolgen zal hebben. Bin Salman heeft van tevoren al bedacht dat Turkije te zwak is om te reageren. Het land moet immers 700 miljard dollar aan publieke en private schulden terugbetalen, terwijl de lira blijft dalen. Maar de miljoenen ponden die de Saoedische prins zojuist aan pr-bedrijven heeft betaald om zijn imago in het Westen als ‘een hervormer met haast’ op te poetsen, zijn nu verkwanseld door een moord die rechtstreeks uit een scène van Pulp Fiction lijkt te komen. Dus misschien zal ook hij een prijs betalen, wanneer de reacties van de media in Washington tot hem doordringen. Amerikanen die onverschillig stonden tegenover Saoedi-Arabië, weten nu wie Jamal Khashoggi is.

    ‘Als een prins zijn vrijheid met een 
miljard dollar kan terugkopen, hoeveel moet een gewetensgevangene dan betalen?’ twitterde

    Khashoggi. ‘Hoeveel kost de vrijheid ieder van ons?’

    We weten nu wat voor prijs een bescheiden journalist heeft moeten betalen, opdat Saoedi’s ooit hun 
fundamentele

    mensenrechten kunnen genieten. Hij betaalde met zijn leven. Moge hij in vrede rusten.

    David Hearst

    Auteur: David Hearst

    David Hearst is hoofdredacteur van Middle East Eye. Voor The Guardian was hij lange tijd de meest vooraanstaande auteur van hoofdartikelen over buitenlandse kwesties. De opvattingen in dit artikel zijn van de auteur en komen niet noodzakelijkerwijs overeen met het redactionele beleid van Middle East Eye.

    Middle East Eye
    Verenigd Koninkrijk | middleeasteye.net

    Journalistieke *website gericht op het Midden-Oosten, *onder leiding van David Hearst. De website werkt met lokale verslaggevers en bericht over de politieke, economische en sociale situatie in 
24 landen in de regio.

  • Stad van Pablo Escobar is nu 
een paradijs voor pensionado’s

    Stad van Pablo Escobar is nu 
een paradijs voor pensionado’s

    Ooit gold Medellín als de gevaarlijkste stad op aarde. Maar die tijd is voorbij. Tegenwoordig is de stad met zijn zachte klimaat en goede voorzieningen een populaire bestemming voor Amerikaanse bejaarden.

    In een drukbezocht café aan een lommerrijke straat in Medellín drinkt Cindy Crawford Thomas een cappuccino. De gepensioneerde lerares uit Colorado Springs vertelt dat het haar geen enkele moeite kostte om het zuiden van Florida te verlaten en zich te vestigen in wat ooit de gevaarlijkste stad van de wereld was. ‘De beslissing om weg te gaan uit Florida was zo genomen. Het leven is daar te hectisch. Je kent je buren nauwelijks. Er zijn veel mensen, maar er is geen cohesie.’

    Medellín – waar Pablo Escobar opgroeide en vroeger ’s werelds gewelddadigste drugskartel zetelde – is een warme, kosmopolitische stad, vertellen Thomas en haar man David, met betaalbare huurwoningen, aangenaam weer en goede medische voorzieningen. Bovendien voelen ze zich hier veiliger dan in Florida. ‘Er wordt nog steeds gedacht dat in Medellín het hoogste aantal moorden ter wereld wordt gepleegd,’ zegt Thomas, ‘maar dat klopt niet meer.’

    Het echtpaar maakt deel uit van een almaar groeiende golf avontuurlijke gepensioneerden die besluiten naar Colombia te emigreren. In 2017 maakte de Amerikaanse Social Security 6704 pensioenuitkeringen over naar Colombia – een stijging van 85 procent ten opzichte van 2010 en op basis van voorlopige schattingen het hoogste aantal Amerikaanse pensioenen van alle landen in Latijns-Amerika, met uitzondering van Mexico.

    Pablo Escobar

    Media die zich op gepensioneerden richten, zijn vol lof over Medellín; televisieprogramma’s als House Hunters International brengen de stad prominent in beeld. En dat terwijl Medellín decennialang een plek was waar bezoekers met een grote boog omheen liepen. De stad was de thuishaven van drugsbaron Pablo Escobar en zijn Medellín-kartel. Huurmoorden en aanslagen met autobommen hielden de op een na grootste stad van het land in een wurggreep. Gedurende een groot deel van de jaren negentig werden er de meeste moorden ter wereld gepleegd, met als dieptepunt het jaar 1995: 225 moorden per 100.000 inwoners.

    Ondanks de bloedige reputatie die nog steeds aan de stad kleeft, is het aantal moorden gedaald naar 20 per 100.000 inwoners – veel lager dan in steden als St. Louis, Baltimore, New Orleans en Detroit.

    ‘Nu de stad steeds veiliger is geworden, komen er steeds meer toeristen en gepensioneerden deze kant op,’ zegt Juliana Cardona Quirós, wethouder Toerisme van Medellín. In 2017 bezochten meer dan 735.000 bezoekers de stad, een stijging van 5 procent ten opzichte van het jaar ervoor. ‘En het zijn niet alleen jonge mensen die je in cafés ziet zitten. Ook ouderen hebben de potentie van Medellín ontdekt,’ aldus Cardona. ‘Ze waarderen het zachte klimaat, het goede openbaar vervoer en een leven in een door natuur en bergen omringde stad.’

    Toch doen populaire series als Narcos of El Patrón del Mal, die zich afspelen in het gewelddadige verleden van de stad, afbreuk aan de reputatie van Medellín. Toen Nancy Kiernan en haar man met de gedachte speelden om na hun pensioen in Latijns-Amerika te gaan wonen, sprak ze een man die enorm enthousiast was over Medellín. ‘We glimlachten beleefd,’ weet ze zich nog te herinneren, ‘terwijl ik hem in gedachten voor gek verklaarde.’

    De 59-jarige Kiernan komt uit Maine en is manager medische dienstverlening. Toen ze bijna zes jaar geleden naar Medellín verhuisde, kende ze nauwelijks expats van haar leeftijd. Dat is wel anders sinds de stad zo vaak genoemd wordt in artikelen over pensioengerelateerde onderwerpen. Niet alleen trekt Medellín Amerikanen aan die in de VS wonen, maar ook Amerikanen die zich al hadden gevestigd in landen als Ecuador of Panama. ‘Sommige delen van de stad zitten vol gringo’s,’ zegt Kiernan.

     Het fraai gelegen Medellín is de tweede stad van Colombia met zo’n 2,5 miljoen inwoners. – © Jim Wyss / Getty Images
    Het fraai gelegen Medellín is de tweede stad van Colombia met zo’n 2,5 miljoen inwoners. – © Jim Wyss / Getty Images

    Het echtpaar Thomas verhuisde zes weken geleden van Boquete – een stad met ongeveer 25.000 inwoners in het noorden van Panama – naar Medellín. ‘Ik vond het daar saai, dus besloten we te kijken of Medellín beter zou bevallen,’ aldus Cindy Thomas.

    Ze vonden er een driekamerappartement dat ze delen met hun drie honden en drie katten. Ze betalen ongeveer 1400 dollar per maand. Hun maandelijkse uitgaven, inclusief lidmaatschap van een sportschool en frequente uitjes, schatten ze op ‘ruim onder de 3000 dollar’. Volgens Kiernan kan het overgrote deel van de mensen comfortabel leven voor minder dan 2000 dollar per maand. ‘Colombia is niet het goedkoopste land om in te leven, maar het is goed te doen,’ zegt Kiernan, terwijl ze haar vruchtensap drinkt in een glimmende shoppingmall vol winkels met internationale merken. ‘Het weer is fantastisch, het is een kosmopolitische stad, je kunt water uit de kraan drinken en de dienstverlening is deugdelijk.’

    De stad heeft een internationale luchthaven, waardoor Medellín makkelijk toegankelijk is vanuit de oostkust van de Verenigde Staten. Daarnaast zijn alle mogelijke medische voorzieningen aanwezig. Uit een enquête over het jaar 2017, gepubliceerd in het tijdschrift América Economía, blijkt dat 7 van de 49 belangrijkste ziekenhuizen van Latijns-Amerika in Medellín staan. Een rapport van de Wereldgezondheidsorganisatie plaatst Colombia op plek 22 in een ranking van medische voorzieningen in 190 landen, boven de Verenigde Staten en Canada, die op nummer 37 en 33 staan. Emigranten met een permanente verblijfsvergunning die in Medellín wonen, kunnen zich inschrijven bij het ziekenfonds, dat maar 30 dollar per maand kost. David Thomas vertelde dat een vriend met een particuliere verzekering onlangs met een hartaanval met spoed naar het ziekenhuis moest. Hij hoefde maar 14 dollar uit eigen zak te betalen.

    Colombia is nog altijd de grootste cocaïneproducent ter wereld, de regering blijft strijden tegen linkse guerrillastrijders en nog altijd zijn politieke moorden dagelijkse 
realiteit

    Ondanks de juichende woorden is Medellín niet voor iedereen geschikt, vindt Brad Hinkelman, eigenaar van Casacol, een makelaarskantoor dat diensten verleent aan beleggers die in vastgoed willen investeren en aan gepensioneerden die een tweede woning zoeken. Hinkelman verwijt de media dat ze onrealistische verwachtingen scheppen van Medellín: of het is een poel van verderf waar harddrugs de dienst uitmaken, of het is ‘het Parijs van Latijns-Amerika’. ‘Er komen mensen naar ons kantoor die niet adequaat zijn voorbereid op een leven in deze stad,’ zegt hij. ‘Ze denken dat ze met een uitkering een luxeleven kunnen leiden. Aan ons de taak om hen te confronteren met de werkelijkheid.’

    Bovendien kampt Colombia nog steeds met omvangrijke en hardnekkige problemen. Het land is nog altijd de grootste cocaïneproducent ter wereld, de regering blijft strijden tegen linkse guerrillastrijders en nog altijd zijn politieke moorden dagelijkse 
realiteit. Desondanks plaatste het gezaghebbende tijdschrift International Living, dat zich richt op gepensioneerden, Colombia als zesde op de lijst van landen waar je na je pensioen het best kunt gaan wonen.

    Het echtpaar Thomas gaf les op de J.P. Taravella 
High School in Broward County, op ongeveer 8 
kilometer van de Marjory Stoneman Douglas High School, waar onlangs zeventien leerlingen en 
docenten met een geweer werden afgeslacht. En de moeder van David Thomas woonde een tijd in het bejaardenhuis in Hollywood waar in 2017 twaalf 
personen omkwamen door een elektriciteitsstoring die werd veroorzaakt door de orkaan Irma. Incidenten als deze maken dat er op een andere manier naar de wereld wordt gekeken, waardoor zelfs een stad met de reputatie van Medellín veilig lijkt. ‘Ik denk niet dat we ooit nog terugkeren naar Florida,’ aldus Cindy Thomas.

    Auteur: Jim Wyss
    Vertaler: Henriëtte Aronds

    El Nuevo Herald
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 42.000

    In 1977 voor het eerst uitgebracht als bijlage van de Miami Herald, sinds 1986 op eigen benen. Dé Spaanstalige krant (de tweede en meest gelezen in de VS) van de latinogemeenschap in Miami.

  • Amerikaans drugsgebruik explodeert, maar geweld neemt af

    Amerikaans drugsgebruik explodeert, maar geweld neemt af

    Volgens president Trump leidt de huidige drugsexplosie in Amerika tot een ‘bloedbad’. Maar uit recente cijfers blijkt dat het verband tussen illegale verdovende middelen en geweld in de VS helemaal niet zo duidelijk is.

    Het gebruik van illegale verdovende middelen in de Verenigde Staten varieert met de jaren, maar volgens velen – onder wie de president – is het drugsgebruik in het land nog nooit zo groot geweest.

    Methamfetamine- en heroïnevangsten aan de Mexicaanse grens hebben een hoogtepunt bereikt. Het cocaïnegebruik neemt weer hand over hand toe. De opioïde-epidemie heeft tot meer dan 60.000 sterfgevallen door overdoses per jaar geleid, een record.

    ‘Vroeger hadden we de “Age of Aquarius”, waarin het drugsgebruik volgens iedereen de pan uitrees,’ zei president Trump afgelopen januari, verwijzend naar de tegencultuur uit de jaren zestig. ‘Dat was niks 
vergeleken bij wat er nu gebeurt.’

    Minister van Justitie Jeff Sessions bereed diezelfde maand tijdens een toespraak in Pittsburgh twee van zijn stokpaardjes: geweldsmisdrijven en de opioïde-epidemie. Hij heeft strengere wetgeving ingevoerd, die officieren van justitie dwingt het geweld met alle beschikbare middelen in te perken. En eind vorig jaar maakte hij bekend dat iedereen die illegaal fentanyl – een krachtige synthetische opioïde – bezit of het middel importeert, distribueert of produceert, gerechtelijke vervolging tegemoet kan zien.

    De president en zijn minister van Justitie zeggen dat de drugsexplosie in Amerika tot een ‘bloedbad’ leidt, maar uit recente cijfers blijkt dat het verband tussen illegale verdovende middelen en geweld in de VS helemaal niet zo duidelijk is.

    Grote steden lijken veiliger

    In Atlanta, Houston, Los Angeles en andere centra voor drugshandel is het dodental vorig jaar gedaald. Grote Amerikaanse steden lijken veiliger te worden, ook al worden ze overspoeld door drugs.

    Nergens is deze trend duidelijker dan in New York City. In 2016 telde de stad bijna 1400 sterfgevallen door overdoses heroïne en fentanyl, een record. Maar vorig jaar meldde de politie slechts 290 sterfgevallen, het laagste aantal sinds 1951 en een daling van 87 procent ten opzichte van 1990, toen er 2245 doden vielen.

    De kans om in New York City om te komen als gevolg van drugs is ongeveer even groot als in Montana of Wyoming, zelfs in een tijd dat drugsvangsten tot recordhoogte stijgen.

    In Los Angeles, het grootste heroïne-, cocaïne- en fentanylcentrum aan de Westkust, daalde het aantal levensdelicten in 2017 met 6 procent; in Los Angeles County met 20 procent. Ook in Houston, Washington en zelfs Chicago, waar het geweld een jaar geleden zo erg was dat Trump de FBI dreigde te sturen, daalde het aantal levensdelicten vorig jaar met dubbele cijfers.

    Deze cijfers lijken te duiden op een wijdvertakte, duurzame ontkoppeling tussen het aantal levensdelicten en de illegale drugshandel in veel Amerikaanse steden, een trend die in tegenspraak is met de gangbare verhalen over de oorsprong van stedelijk geweld.

    screenshot 2018 05 31 11 14 58

    Criminologen zien veel mogelijke oorzaken, maar één daarvan speelt misschien wel de belangrijkste rol in de afname van het aantal drugsdoden: smartphones.

    Zoals de mobiele technologie de gebruikelijke handel heeft veranderd, heeft ze ook een revolutie ontketend op de illegale markten door de drugshandel voorspelbaarder en minder dodelijk te maken. gps-navigatie, versleutelde communicatie en messaging-apps hebben de noodzaak voor drugsdealers om fysieke controle over stedelijke gebieden uit te oefenen en die desnoods met dodelijk geweld te verdedigen enorm verkleind, zeggen deskundigen.

    ‘De technologie voor de kleinhandel in drugs is radicaal veranderd, vooral de afgelopen tien jaar,’ zegt Mark Kleiman, criminoloog bij New York University. ‘Er staan geen mensen meer op straathoeken. Nu vinden de transacties plaats via de mobiele telefoon, wat de betrokkenen veel minder kwetsbaar maakt.’ Bovendien is het voor de politie, veel moeilijker om in te grijpen, voegt Kleiman eraan toe.

    Er zijn veel Amerikaanse steden waar de drugshandel nog grotendeels via de traditionele kanalen verloopt, waaronder Baltimore, waar vorig jaar een recordaantal van 343 doden viel. De drugshandel in de openlucht blijft een aanjager van geweld in St. Louis, 
New Orleans en andere steden waar het aantal levensdelicten is opgelopen. Maar dat businessmodel is niet overal meer dominant, en zeker niet in steden met grote aantallen drugsgebruikers uit de hogere middenklasse die het zich kunnen permitteren hun spul via hun iPhone te bestellen in plaats van naar uiterst misdadige buurten te rijden.

    ‘Toen ik in 1998 bij de narcoticabrigade kwam, reed je naar een appartementencomplex waar je de drugs door je raampje kreeg aangereikt’

    In Houston, waar het moordcijfer in 2017 met 11 
procent daalde, heeft de narcoticabrigade geleerd 
de online-handel in de gaten te houden, zoals op 
de handelssite EC21. Als je op die site naar ‘fentanyl’ zoekt komen er geen hits. Maar als je het als ‘fentanyll’ spelt, krijg je een fotootje van wit poeder te zien met een telefoonnummer en e-mailadres, mogelijk van een handelaar in China.

    ‘Toen ik in 1998 bij de narcoticabrigade kwam, reed je naar een appartementencomplex waar je de drugs door je raampje kreeg aangereikt,’ zegt inspecteur Stephen Casko van de narcoticabrigade in Houston. ‘Nu kun je je drugs gewoon via e-mail bestellen en hoef je geen dealer te zien.’

    Postinspecteurs op John F. Kennedy International Airport in New York hebben vorig jaar bijna tachtig fentanylzendingen onderschept, drie keer zoveel als in 2016. FBI-agenten in Atlanta arresteerden afgelopen zomer zestien postmedewerkers op verdenking van het aannemen van steekpenningen om zendingen van een kilo cocaïne af te leveren met hun bestelbusje.

    Sanho Tree, verbonden aan de afdeling Drugsdecriminalisering van het Institute for Policy Studies in Washington, zegt dat er geen ‘organisch verband’ bestaat tussen drugs en geweld. ‘Maar er is wel een verband tussen illegale drugshandel en geweld,’ zegt hij.

    In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw verliep het dealen betrekkelijk geweldloos, zegt Tree. ‘Gewoonlijk was er een dealer met een rugzak die van deur tot deur ging om bestellingen af te leveren.’

    Dat veranderde met de invoering van minimumstraffen, zegt hij, toen straatdealers lange gevangenisstraffen riskeerden. ‘Daardoor werd het te gevaarlijk om met een rugzak vol drugs rond te lopen, wat aanleiding was om minderjarigen in te schakelen 
bij de drugshandel in de openlucht – als uitkijkpost, runner enzovoort – die niet dezelfde strenge straffen riskeerden.’

    screenshot 2018 05 31 11 15 07

    Het domineren en verdedigen van de fysieke ruimte was onmisbaar voor grote winsten. ‘Daarom werden straathoeken zo waardevol,’ zegt Tree.

    Geweldsmisdrijven in de Verenigde Staten – met name moord – bereikten een hoogtepunt in de jaren tachtig en begin jaren negentig van de vorige eeuw, toen steden werden bedolven onder de crack. Maar toen het cocaïne- en heroïnegebruik afnam, daalde ook het aantal levensdelicten. Vandaag de dag is het aantal levensdelicten in Amerika per hoofd van de bevolking ongeveer de helft van dat in 1985. Criminologen schrijven de daling toe aan een reeks van factoren, waaronder beter politietoezicht, meer kansen op werk en mogelijk zelfs verminderde blootstelling aan lood.

    Na het bereikten van een historisch laagtepunt in 2014 namen de moordcijfers in Amerikaanse steden in 2015 en 2016 abrupt toe. Deskundigen merken op dat ondanks deze stijging het aantal geweldsmisdrijven veel lager is dan een kwart eeuw geleden, maar de plotselinge opleving was voor de regering-Trump reden om de wetshandhaving te intensiveren. ‘De geweldsmisdrijven rijzen de pan uit als nooit tevoren,’ verklaarde Sessions, en hij beloofde daartegen op te treden met strengere gevangenisstraffen, harde maatregelen tegen illegale immigratie en het verstrekken van meer militair materieel aan politiebureaus.

    Landelijk steeg het aantal levensdelicten in de eerste zes maanden van 2017 met 1,5 procent ten opzichte van diezelfde periode in 2016, terwijl het totale aantal geweldsmisdrijven – waaronder verkrachting, beroving en ernstige mishandeling – lichtelijk daalde, zo blijkt uit cijfers die de FBI afgelopen januari heeft vrijgegeven. In het zuiden en middenwesten steeg het aantal levensdelicten. In het noordoosten daalde het sterk, en in geringe mate ook in het westen.

    In een artikel in USA Today voerde Sessions de nieuwe gegevens aan als bewijs van het snelle succes van de regering. ‘Toen president Trump werd ingehuldigd, deed hij het Amerikaanse volk een belofte: “Dit Amerikaanse bloedbad stopt hier en nu,”’ schreef Sessions, citerend uit Trumps inaugurele toespraak. ‘En die belofte heeft hij gehouden.’ Maar in veel Amerikaanse steden is het geweld maar in beperkte mate teruggekomen. In sommige steden met de hoogste uitschieters, zoals Chicago en Washington, blijft het aantal levensdelicten teruglopen.

    Amerikaanse douanebeambten checken vrachtwagens op de grens tussen Mexico en de VS bij San Diego. 
– © David Maung / Getty Images
    Amerikaanse douanebeambten checken vrachtwagens op de grens tussen Mexico en de VS bij San Diego. 
– © David Maung / Getty Images

    De psychotische effecten van narcotica kunnen daarbij ook een rol spelen, zeggen criminologen. Waar een crackroes vaak gepaard gaat met een golf van manische energie en extreem zelfvertrouwen, brengen opioïden de gebruikers tot rust zodat ze misschien minder geneigd zijn tot gewelddadig gedrag.

    Anders dan de crack-epidemie van de jaren tachtig, die vooral arme zwarte Amerikanen trof, trekt de opioïdecrisis zich niets aan van geografische of sociale scheidslijnen. ‘Veel huidige verslaafden behoren tot de hogere middenklasse en wonen niet in buurten die worden geteisterd door geweld,’ zegt Volkan Topalli, hoogleraar Strafrecht aan Georgia State 
University.

    ‘In de buurten waar zij wonen bestaat geen hoog geweldsniveau,’ zegt hij, ‘en zijn de distributienetwerken niet primair in handen van grote bendes.’

    Richard Rosenfeld, criminoloog bij de University 
of Missouri-St. Louis, zegt dat de opioïdecrisis sinds 2014 de belangrijkste reden lijkt voor het gestegen aantal levensdelicten onder blanke Amerikanen. Maar hij zegt dat de stijging waarschijnlijk nog veel sterker zou zijn ‘als de straathandel nog even wijdverbreid was als vijfentwintig jaar geleden’.

    Mexicaanse drugskartels

    Er lijkt nog een factor te zijn in het nieuwe tijdperk van de Amerikaanse drugshandel die het dalende moordcijfer kan verklaren: een doelbewuste poging van Mexicaanse drugskartels om het gebruik van geweld aan de Amerikaanse kant van de grens tot een minimum te beperken.

    Dezelfde smokkelorganisaties die het moordcijfer 
in Mexico tot ongekende hoogte hebben opgejaagd gaan in de Verenigde Staten volgens een andere logica te werk, net als de grote bedrijven die profiteren van de economische voordelen van het Noord-Amerikaanse Vrijhandelsakkoord NAFTA.

    De verschillende geweldsniveaus langs de grens tussen de VS en Mexico onderschrijven dit patroon. Steden als El Paso en San Diego hebben de laagste moordcijfers in de Verenigde Staten, ook al liggen 
ze recht tegenover Ciudad Juárez en Tijuana, twee van de moordzuchtigste plekken van Mexico.

    Het ontbreken van een ‘overloopeffect’ wordt in elk geval ten dele toegeschreven aan een gedisciplineerde bedrijfsstrategie die erop gericht is zo min mogelijk aandacht te trekken van de Amerikaanse rechtshandhavingsinstanties, zegt Sam Quinones, auteur van Dreamland: The True Tale of America’s Opiate Epidemic.

    Anders dan de Colombiaanse kartels, wier pogingen om de drugsmarkt in Miami, New York en andere Amerikaanse steden over te nemen een generatie geleden tot een vloedgolf van moorden leidden, schuwt het merendeel van de moderne Mexicaanse handelaren het gebruik van geweld aan Amerikaanse kant.

    ‘Ze hebben een scherp oog voor het enorme verschil tussen het strafrecht in Mexico en dat in de Verenigde Staten,’ zegt hij. Uit vrees voor een lange straf in een strenge Amerikaanse gevangenis vechten de gangsters hun geschillen met rivalen liever in Mexico uit, waar minder dan 5 procent van de misdrijven tot een veroordeling leidt. In zijn boek beschrijft Quinones een groep Mexicaanse heroïnedealers in Denver en omgeving, de ‘Xalisco Boys’, wier koeriers de drugs in ballonnetjes afleverden. Ze hielden die ballonnetjes in hun mond en hadden flesjes water bij zich om ze door te slikken als ze werden aangehouden door de politie.

    De heroïnedealers bleven zelden lang in één Amerikaanse stad en reden vaak op hun motorfiets op en neer naar Mexico. Ze trokken zich zo weinig aan van hun straatreputatie dat ze ook aan klanten verkochten die hen hadden bestolen of bedrogen, waarbij ze het verlies eerder als een bedrijfsrisico beschouwden dan als een persoonlijke belediging die gewroken moest worden. Ze meden gebieden met veel misdaad en waren ongewapend.

    ‘Veel van die kerels waren verlegen boerenjongens,’ zegt Quinones. ‘Ze waren geïntimideerd door de VS en beslist niet geïnteresseerd in een bloedige onderlinge oorlog.’

    En als de dealers zich bedreigd voelden door politiemensen of concurrerende handelaren verplaatsten ze hun mobiele heroïnehandel gewoon naar een andere Amerikaanse stad. Ze vonden geweld het risico niet waard, zegt Quinones, ‘en de markt in 
de VS was groot genoeg voor iedereen’.

    Grootschalige Mexicaanse handelaren lijken op dezelfde manier te opereren. Toen narcotica-agenten in New York vorig jaar een inval deden in een appartement in Queens en 63 kilo pure fentanyl aantroffen, arresteerden ze een echtpaar van middelbare leeftijd dat een paar weken eerder uit Mexico was gekomen.

    Het was de grootste fentanylvangst in de Amerikaanse geschiedenis, met een waarde van tientallen miljoenen dollars. Maar het echtpaar had niet eens een wapen.

    Auteur: Nick Miroff
    Vertaler: Peter Bergsma

    Met een bijdrage van Mark Berman en Sari Horwitz.

    The Washington Post
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 359.000

    Bewees zich met het publiceren van de Pentagon Papers. Eerste krant die zeven dagen per week verscheen (sinds 1980). 
Een van de invloedrijkste kranten ter wereld. Eigendom van Amazon-baas Jeff Bezos.

  • Vanillekoorts: de keerzijde van het zwarte goud

    Vanillekoorts: de keerzijde van het zwarte goud

    Door de hoge vanilleprijs beleeft Madagaskar, de grootste producent ter wereld, gouden tijden. Maar de handel leidt ook tot veel criminaliteit, en gaat ten koste van het regenwoud.

    ‘Het is big business,’ zegt Dominique Rakotoson, een vanillehandelaar van de oude stempel uit Sambava, de uitdijende ‘vanillehoofdstad’ in het noordoosten van Madagaskar. Het drukke verkeer doet stofwolken en dunne plastic zakjes opwaaien, spiksplinternieuwe SUV’s razen voorbij, uit speakers dreunt Malagassische popmuziek. Maar nergens is er een vleugje vanille te bespeuren in deze tropische stad – alleen de geur van afval, en van geld. ‘Deze quatre-quatres [fourwheeldrives] zijn allemaal betaald van het “zwarte goud”,’ zegt Rakotoson met een gepijnigde glimlach. Veel inwoners hebben de afgelopen jaren goede zaken gedaan in vanille. ‘Mijn broer, een boer die nog niet eens zijn lagere school heeft afgemaakt, is in een mum van tijd miljardair geworden [in ariary, de lokale munteenheid]. Ik heb jarenlang in de hoofdstad gestudeerd terwijl anderen hier een fortuin vergaarden.’

    Dankzij de snel groeiende vraag in China en kritische westerlingen die hun neus ophalen voor kunstmatige smaakstoffen lijkt er een onstilbare honger te zijn ontstaan naar de aromatische specerij uit deze contreien. Madagaskar exporteert jaarlijks zo’n tweeduizend ton vanille, die wordt verwerkt in bakproducten, ijs en parfum. Naar verluidt zou vanille een van de geheime ingrediënten van Coca-Cola zijn. De prijzen zijn omhooggeschoten: de peulen van de oogst van vorig jaar werden voor 500 euro per kilo aan internationale levensmiddelenproducenten verkocht, het tienvoudige van de kiloprijs in 2013. In een land waar meer dan 80 procent van de bevolking onder de armoedegrens leeft, is deze vanillekoorts voor de telers een geschenk uit de hemel. Of niet?

    Boeren zijn als de dood om al hun harde werk in rook te zien opgaan, en ze zijn bang om slachtoffer te worden van een van de vele “vanillemoorden”

    ‘Hier ben ik nu mee getrouwd.’ Moira, een zeventigjarige weduwe uit het dorp Anjiamangotroka, prikt haar machete in de aarde waar ze pas geleden vanille-orchideeën heeft geplant. Met haar eerste oogst – het duurt drie tot vier jaar voordat de tropische slingerplant vruchten draagt – hoopt ze genoeg geld te verdienen ‘om een fatsoenlijk huis te kopen’. Ze is niet in de veronderstelling dat ze slapend rijk zal worden. ‘De teelt is erg arbeidsintensief.’ Het draait allemaal om handwerk. De delicate vanillebloemen bloeien maar één dag per jaar en moeten handmatig worden bevrucht. De plant komt oorspronkelijk uit Midden-Amerika en wordt alleen bevrucht door een lokale bijensoort die niet in Madagaskar gedijt. Na de bestuiving duurt het negen maanden voordat de groene vanillepeulen rijp zijn. Vervolgens worden ze geplukt en gefermenteerd. Ze moeten wekenlang in de zon drogen voordat ze hun aroma, en daarmee hun waarde, ontwikkelen. Het zonnige, vochtige klimaat in de regio Sava is perfect voor de kwetsbare, kostbare orchidee – zo perfect zelfs dat driekwart van de wereldproductie hiervandaan komt, meestal van kleine familiebedrijfjes zoals dat van Moira. Maar de afgelopen tien jaar is de teelt steeds riskanter geworden.

    ‘Het regent minder en het gewas groeit minder goed,’ legt Moira uit. De grootste kwaaddoeners zijn de cyclonen die tijdens de zomermaanden over het eiland razen. Vorig jaar werd de regio getroffen door de hevigste storm van de afgelopen tien jaar. Cycloon Enawo veroorzaakte landverschuivingen en overstromingen. Er vielen 81 doden, 250.000 huizen raakten verwoest. De cycloon vernielde een vijfde van alle oogsten en een derde van de vanilleoogst, waardoor de vanilleprijs nog verder omhoogschoot.

    ‘Dankzij Enawo is vanille peperduur geworden,’ zegt Charles Rambolarson, uitvoerend secretaris van het Nationaal Bureau voor Rampenbestrijding. ‘En alle andere levensmiddelen ook: de prijzen rijzen de pan uit. Bevolkingsgroepen die al kwetsbaar waren, lijden nu honger.’ Het is niet de eerste keer dat dit gebeurt: na een verwoestende cycloon in 2004 steeg de vanilleprijs van 20 euro naar meer dan 400 euro per kilo. Na de oorspronkelijke stijging zakte de kiloprijs terug naar 40 euro. ‘Het zal ook zeker niet de laatste keer zijn,’ benadrukt Rambolarson. ‘Door de klimaatverandering zijn de tropische stormen in kracht toegenomen.’


    Met de stijgende vanilleprijs is ook de vanilleroof gegroeid. ‘Het overkomt ons allemaal,’ zegt Emmanuel Zafihavama, een 55-jarige boer die een kleine vanilleplantage langs de weg naar Andapa beheert. ‘Hoe hoger de kiloprijs, des te vroeger in het jaar duiken dieven op om de peulen van de planten te grissen.’ Boeren zijn als de dood om al hun harde werk in rook te zien opgaan, vertelt hij, en ze zijn bang om slachtoffer te worden van een van de vele ‘vanillemoorden’. In zijn lommerrijke tuin, waar honderden helgroene vanilleplanten groeien, vertelt Zafihavama dat de boeren in zijn dorp de handen ineen hebben geslagen. ‘We hebben een burgerwacht opgericht om onze velden tijdens de vier maanden vóór de oogst dag en nacht te bewaken. We gaan op patrouille en slapen tussen de planten. Het is gevaarlijk en vermoeiend,’ zegt hij. ‘Het heeft totaal geen zin om bij de politie aangifte te doen. Ze spelen allemaal onder één hoedje.’ Boeren klagen dat dieven die ze in de kraag vatten en aan de politie overdragen zichzelf meteen vrijkopen.

    In de afgelopen jaren is de markt overspoeld met gestolen, onrijpe peulen, waardoor de gemiddelde kwaliteit van vanille uit Madagaskar is verslechterd. Om boeren ervan te weerhouden de vanillepeulen uit angst voor roof vroeg te plukken, heeft de regering voor elk dorp een oogstdatum vastgesteld. Van boeren die zich niet aan de regels houden wordt de oogst in beslag genomen of zelfs verbrand. Maar velen nemen dat risico op de koop toe.

    In Sambava wachten vanilledealers op de beruchte Rue Ambudimanga op klandizie. Het zijn jongemannen in gekleurde T-shirts, met spiegelzonnebrillen en gouden kettingen. De kleine koningen van deze morsige achterafstraat genieten zichtbaar van het geld en de roem die de handel hen oplevert. Een van hen, een twintiger die Prisco à l’Appareil [aan de telefoon] heet, veert op en trekt een bundeltje vanillestokjes uit zijn broekzak. ‘Topkwaliteit, slechts 1,5 miljoen ariary [ca. 390 euro] per kilo.’ Andere vanilledealers hebben vacuümverpakte pakketjes in hun tassen of lopen openlijk met kleine hoeveelheden in plastic zakjes rond. ‘De verkoop van vanille is niet zo relaxed als de jongens doen voorkomen,’ zegt Julio, een vader van vier. ‘Je moet uitkijken dat de vanillestokjes niet onder je neus vandaan worden gestolen. De baas weegt aan het einde van de dag de onverkochte waar. Als je een deel bent verloren, draai je er zelf voor op.’ ‘Niet iedereen is er geschikt voor,’ beaamt een groepje dealers eensgezind. Maar in Sambava, waar veel werkloosheid heerst, grijpen gelukszoekers hun kans. ‘Als je geen vanille verkoopt,’ zegt Prisco, ‘wacht je een zwaar leven. Hier is geen werk voor mannen.’ Er zijn alleen slecht betaalde baantjes in de bouw waarmee ze zich geen gouden horloges kunnen veroorloven.

    Ins en outs

    Max, een 21-jarige chauffeur, kent de ins en outs van de vanillehandel. ‘Je moet ten eerste de juiste mensen kennen.’ Hij voelt zich er te jong voor, haast hij zich te zeggen. ‘Voor mij is het op dit moment te riskant.’ Met een blik over zijn schouder leidt hij ons naar een magasin de vanilla; een vanillepakhuis. Van buiten ziet het eruit als een doodgewoon woonhuis: een roze villa met balkons, twee verdiepingen hoog, tussen de bescheiden houten huisjes. Omdat de patron weg is mogen we even een kijkje nemen. Binnen zitten ongeveer zestig vrouwen met haarnetjes en lichtgroene schorten aan lange tafels. Ze sorteren de zongedroogde vanille en bundelen ze in kleine pakketjes ter waarde van tienduizenden dollars, die in de hal worden ingepakt in grote dozen. Max is erg nerveus en loodst ons snel weer naar buiten. ‘De mensen zijn bang,’ zegt hij. Het is overduidelijk dat achter die roze muren iets illegaals plaatsvindt. Het is nu januari, en de laatste oogst was in juni. Als deze vanille niet meteen na de oogst is verwerkt en verkocht, is het dan gegarandeerd gestolen waar? Of heeft de baas de peulen meteen na de oogst vacuüm verpakt om ermee te speculeren?

    Dominique Rakotoson, de handelaar van de oude stempel, schuimbekt over de vanillespeculanten die grote hoeveelheden onrijpe en veelal gestolen peulen vacuüm verpakken om ze te conserveren. ‘Die gasten doen de peulen in Chinese plastic zakken en zuigen met een gewone stofzuiger de lucht eruit,’ zegt Rakotoson met overslaande stem. ‘En dan wachten ze rustig af tot de prijzen stijgen.’ Speculeren met onrijpe vanille is slecht voor de reputatie van de regio als producent van de hooggewaardeerde bourbonvanille, het neusje van de zalm, geprezen voor de zoete, intense smaak. Vacuüm verpakte groene peulen leveren een product op met een lager vanillinegehalte, en soms zelfs met een muffe smaak. Volgens Rakotoson wordt speculatie in de hand gewerkt door het gebrek aan overheidscontrole en welig tierende corruptie. ‘En het zijn niet alleen straatdealers in Sava die snel geld verdienen, er gaat een veel grotere handel achter schuil. Ga maar eens kijken in Antalaha,’ zegt hij. ‘Dan kun je het met eigen ogen zien.’

    vanille

    Met haar door palmbomen omzoomde lanen, de witte stranden en de grote villa’s die over de Indische Ocean uitkijken, ademt Antalaha, de tweede vanillestad in de regio Sava, een koloniale sfeer. Vanillemagnaten als Henri Fraise en Ramandriabe maken hier al decennia de dienst uit. Om hun marktaandeel te behouden moeten deze grote exporteurs concurreren met kapers op de kust, vooral uit China, India en Pakistan. De stad is schoon, chic en erg rustig. Toch is ons op het hart gedrukt hier niet de nacht door te brengen. Achter de zonnige façade gaat een duister geheim schuil: Antalaha staat bekend als het hart van de illegale handel in rozenhout. Driekwart van het resterende regenwoud van Madagaskar bevindt zich in deze regio. De drie nationale parken Marojejy, Macolline en Masoala hebben stuk voor stuk te maken met leegroof van beschermde tropische houtsoorten als palissander, ebben en rozenhout. De bomen worden illegaal naar China verscheept en verwerkt tot traditionele meubels die gretig aftrek vinden onder de groeiende middenklasse. Volgens schattingen uit recent onderzoek is in de illegale rozenhouthandel in de afgelopen twintig jaar bijna 1 miljard euro omgezet. Om deze enorme bedragen wit te wassen hebben de houtbaronnen volop in vanille geïnvesteerd; ze kopen de peulen tegen elke prijs op, waardoor de kiloprijs nog verder wordt opgejaagd. ‘Geld werd niet meer geteld maar gewogen, in stapels biljetten van 500 kilo,’ vertelt Rakotoson. ‘Het maakte hen niet uit hoeveel het koste. Krankzinnig. De boeren profiteerden ervan. De lokale speculanten profiteerden ervan. Elke dag dreven ze de prijzen iets verder op.’

    Als we Solfi, het jonge dorpshoofd van Ambohimanarina, een klein dorpje naast nationaal park Marojejy, naar de handel in rozenhout vragen, schiet hij overeind. Zijn ogen spuwen vuur. ‘Dat gebeurt hier niet meer,’ zegt hij. Deze reactie krijgen we vaker. De vraag wordt ongemakkelijk weggewuifd, men kijkt liever de andere kant op. Een dorpsbewoner die graag anoniem wil blijven schetst een ander beeld wanneer hij ons vertelt dat de illegale handel in rozenhout een van de bekendste ‘geheimen’ van de regio is. ‘Het hele dorp weet ervan maar omdat iedereen ervan profiteert, doet niemand zijn mond open. Je hoort hier vaak midden in de nacht vrachtwagens rondrijden. Wat hebben die hier om drie uur ‘s nachts te zoeken als er geen rozenhout wordt verhandeld?’

    Vorig jaar kwamen het Environmental Investigation Agency en Global Witness, twee internationale organisaties die tegen milieucriminaliteit strijden, met bewijzen dat er nog steeds illegale houtkap plaatsvindt. Ondanks eerdere intentieverklaringen van de regering om de illegale handel te bestrijden is er, zo stellen deze ngo’s, nog nooit een houtbaron door een rechtbank veroordeeld. Milieuactivisten die de rozenhoutmafia in de wielen rijden belanden daarentegen geregeld achter de tralies, of worden met de dood bedreigd. De woordvoerder van het ministerie van Milieu, Ecologie en Regenwouden begint ongemakkelijk op zijn stoel te schuiven wanneer we hem de vraag voorleggen wie de vermaarde houtbaronnen achter de georganiseerde criminaliteit en de vanille-investeringen zijn. ‘Het is een politiek probleem, begrijpt u.’ Hij verwijst ons naar de minister-president.

    ‘Vorig jaar was voor mij een topjaar. Al mijn kinderen kunnen nu naar school’

    Naar verluidt bezitten de regering en particuliere eigenaren tussen de 500 miljoen en 4 miljard euro aan rozenhout. Maar aangezien de export van rozenhout illegaal is onder het CITES-verdrag, de overeenkomst inzake de internationale handel in beschermde planten en dieren, kan de elite weinig aanvangen met hun spaarpotje. Dit jaar zal de regering het hervatten van de houtexport heroverwegen. Het feit dat dit vlak voor de aankomende presidentsverkiezingen is gepland, is ‘puur toeval,’ stamelt een nerveuze regeringsfunctionaris.

    Voor kleine boeren heeft de vanilleteelt in de afgelopen jaren eindelijk iets opgeleverd. ‘Vorig jaar was voor mij een topjaar. Al mijn kinderen kunnen nu naar school,’ zegt Zafihavama. ‘En het wordt alleen maar beter, als ik tenminste niet wordt bestolen.’ Glimmend van trots laat hij me zijn huisje zien, een kleine houten hut met één bed. In de eenvoudige ruimte staan zijn nieuwe aanwinsten: vijf gloednieuwe plastic stoelen, twee vitrinekasten en een computer met een aanzienlijke dvd-verzameling, vrijwel alle populaire kungfu-films.

    Maar de vanillehandel floreert ten koste van een van de waardevolste regenwouden ter wereld. Door de geografische isolatie van het eiland vind je hier een groot aantal planten en dieren die nergens anders voorkomen.

    Dasy Ibrahim, projectmanager van CARE, een internationale ngo die boeren begeleidt bij de overstap op klimaatslimme landbouw, noemt de combinatie van hoge werkeloosheid en armoede en het witwassen van grote hoeveelheden tropischhardhoutgeld ‘funest’. ‘De situatie in de vanillesector dreigt volledig uit de hand te lopen.’ Hij trekt een pijnlijk gezicht. ‘De vanillehandel is nog erger dan de cocaïnehandel.’

    Auteurs: Ingrid Gercama & Nathalie Bertrams
    Vertaler: Astrid Staartjes

    Openingsbeeld: © HH

    Lees ook Na Nederwiet ook Nedervanille? over Filip van Noort en zijn grootschalige vanillekweekplannen in Nederland.

    Mail & Guardian
    Zuid-Afrika | weekblad | oplage 41.000

    Opgericht in 1985 als Weekly Mail en in 1990 vlot getrokken door The Guardian in Londen. Sinds 2002 eigendom van de Zimbabwaanse krantenuitgever Trevor Ncube. De duidelijk links georiënteerde krant ijvert voor een toleranter Zuid-Afrika.

  • Op Malta is het 
business as usual

    Op Malta is het 
business as usual

    Een halfjaar na de moord op de Maltese journaliste Daphne Caruana Galizia zijn de opdrachtgevers nog altijd niet gepakt. Niet verwonderlijk, vindt men op het eiland: het kan bijna iedereen geweest zijn.

    Op een zaterdagavond in januari trekken naar schatting 110.000 mensen – meer dan een kwart van de bevolking – naar Valletta, de kleine parel van een hoofdstad, om te vieren dat de stad zichzelf een jaar lang Culturele Hoofdstad van Europa 2018 mag noemen. ‘De nationale trots bereikt een historisch hoogtepunt,’ aldus premier Joseph Muscat.

    Het doet er niet toe dat de stad deze eer moet delen met Leeuwarden, een provinciestad in Nederland. Het doet er niet toe dat landen bij toerbeurt aan bod komen. Het doet er niet toe dat veel van het culturele aanbod die avond gerecycled is. Het doet er niet toe dat de trots verdampte toen mensen soms wel drie uur moesten wachten op de bus naar huis. En het doet er niet toe dat het amper drie maanden geleden was dat het eiland werd opgeschrikt door de ernstigste vorm van reputatieschade ooit: de spectaculaire moord, met een autobom, op de prominentste journaliste van het eiland, Daphne Caruana Galizia.

    Cliëntelisme

    Dat paste niet in het plaatje van Muscat. Malta beleeft bijzondere tijden. Het is het kleinste land in de EU, zowel qua bevolking als qua grondgebied (kleiner dan de provincie Utrecht). Het is ook (veruit) de dichtstbevolkte lidstaat en de bevolking groeit nog steeds. Het eiland verandert bovendien het snelst binnen de EU.

    In 1964 werd Malta onafhankelijk van Groot-Brittannië. De charmes van het eiland waren, uh, niet echt verfijnd te noemen: de hotels waren excentriek, de stranden vuil, de Katholieke Kerk deelde de lakens nog uit, de keuken was beïnvloed door de Royal Navy. Maar het klimaat was betrouwbaar; de mensen innemend, vindingrijk en veerkrachtig, zoals ze hadden bewezen in de oorlog. En zoals de plaatselijke uitdrukking luidt: il-maltin jafu idawru lira – Maltezers kunnen geld verdienen.

    De Maltese politiek is fascinerend: altijd rauw, soms gewelddadig. De Arbeiderspartij en de christendemocratenachtige Nationalisten konden rekenen op een soort stammentrouw: meer Feyenoord-Ajax dan links tegen rechts. En vriendendiensten horen er op zo’n klein eiland bij, vooral omdat de meeste banen overheidsbanen zijn. Dat werd nog versterkt door de enkelvoudige overdraagbare stem (‘single transferable vote’), die de concurrentie tussen de kandidaten van dezelfde partij bevordert. Je wordt verkozen als je iedereen kent. ‘Er is altijd cliëntelisme geweest. Arme mensen die druk uitoefenen op politici om een baan te krijgen of een promotie,’ aldus Henry Frendo, professor moderne geschiedenis aan de universiteit van Malta.

    ‘Het is een ongelukkig systeem voor ons,’ zegt Arnold Cassola, oprichter van de Groene Partij op Malta, die niet zozeer in de verdrukking is geraakt als wel is verstikt. ‘En voor het land, zou ik zeggen. Politici kunnen baantjes vergeven. Ze kunnen het voetbalteam sponsoren, een klarinet doneren aan de plaatselijke muziekband of geld geven voor het dorpsfeest.’

    Maar als een kandidaat wint, is hij de baas (‘the winner takes it all’). De premier benoemt iedereen, van de opperrechter, de politiecommissaris tot de schouwburgdirecteur. Loyaliteit is essentieel, competentie optioneel. ‘Het enige verschil met de middeleeuwen is dat we de vrouwen van de tegenpartij niet meer verkrachten,’ zegt Cassola.

    Joseph Muscat werd partijleider van de Arbeiderspartij in 2008, toen hij 34 was. ‘Hij was erg modern, erg capabel, erg charismatisch,’ volgens Christian Peregin, redacteur van website Lovin Malta. Hij was voor de scheiding, homorechten, een minder strenge censuur, allemaal gebieden waar de paus vroeger de dienst uitmaakte. Uiteindelijk omarmde Muscat ook de EU waartoe Malta in 2004 was toegetreden ondanks nukkige bezwaren van de Arbeiderspartij, die toen in de oppositie zat. Het land profiteerde, maar de Nationalisten niet: in 2013 behaalde Muscat een grote overwinning. ‘De vorige regering was vermoeid en werd beschouwd als corrupt,’ zei Peregin. ‘Muscat had energie. En hij gaf die energie door aan zijn regering.’

    “De regering is niet pro-business. Zij ís business”

    Net als zijn Britse evenknie, Tony Blair, moest Muscat afrekenen met de angst dat de Arbeiderspartij het kapitaal zou afschrikken. Maar in tegenstelling tot Blair benoemde hij een zakenman als stafchef: Keith Schembri. ‘Dat is een van de redenen dat deze regering presteert,’ aldus Victor Vella, redacteur van de krant It-Torca, die eigendom is van de vakbond. ‘Er zitten mensen in die dingen voor elkaar kunnen krijgen.’ Dat verklaart nog niet waarom Schembri, die multimiljonair is, dat werk zou willen doen. ‘De regering is niet pro-business,’ zegt priester Joe Borg, ‘zij ís business.’

    En de goede tijden hielden maar aan. Het toerisme groeide, omdat Malta een streepje voor had op de ‘gevaren’ van de Noord-Afrikaanse kusten. Onlinegokbedrijven bleven toestromen, tientallen. En dan die alleszeggende term ‘financiële diensten’. In de omvlaggingsbusiness – waarin voorschriften worden ontdoken door rederijen die hun koopvaardijschepen in het buitenland registreren – staat Malta op de zesde plaats, met bijna 90 miljoen registerton, vlak achter de wereldleiders Panama en Liberia. Het eiland ligt niet offshore in overdrachtelijke zin. Het maakt deel uit van de EU, dus is alles, ook de lage vennootschapsbelasting, transparant en legaal. Schijnbaar.

    Toch brengen de tweetalige plaatselijke kranten elke dag sappige verhalen over corruptie die verder gaan dan voetbalclubs of klarinetten. Maar wat er ook aan het licht wordt gebracht, de Maltezers lijken er hun schouders over op te halen. Behalve dan over het feit dat Malta’s meest vasthoudende journaliste is vermoord.


    De buitenlandse pers heeft Daphne Caruana Galizia onmiddellijk heilig verklaard, wat begrijpelijk was. In Malta waren zelfs haar aanhangers genuanceerder. De laatste tijd hield Daphne (altijd gewoon Daphne) haar eigen onmisbare blog bij, Running Commentary. Dit was erg jammer, want ze zou enorm veel baat gehad hebben bij een goede redacteur. Haar laatste bijdrage staat nog steeds op de site. Hij geeft blijk van een ijzingwekkende scherpzinnigheid: ‘Overal waar je kijkt zitten schurken. De situatie is hopeloos.’ Maar de kop luidt: ‘Die schurk Schembri was vandaag in de rechtbank te beweren dat hij geen schurk was.’ Wat een indruk geeft van haar ongebreideldheid.

    Er zijn drie mannen gearresteerd op verdenking van de moord op Daphne, met overtuigende bewijzen. Maar iedereen weet dat het huurmoordenaars waren. Door wie ze betaald werden is niet duidelijk, voor een deel omdat het iedereen geweest had kunnen zijn.

    Wat we wel weten is dat zowel Schembri als Konrad Mizzi, de meest invloedrijke minister van Muscat, enkele dagen na de verkiezingsoverwinning van de Arbeiderspartij in 2013 Panamese bedrijven hebben opgericht. Een derde account kon, volgens Daphne, in verband worden gebracht met Muscats echtgenote. Afgelopen zomer besloot een furieuze Muscat dat de bevolking maar moest stemmen over zijn eerlijkheid en schreef hij vervroegde verkiezingen uit. Hij won en zijn meerderheid was vrijwel ongewijzigd. En hij zou morgen weer winnen: Daphne was niet de enige die vond dat de nieuwe oppositieleider waardeloos is – die de staat bovendien nog duizenden euro aan achterstallige belastingen verschuldigd is.

    Streng tegen het VK

    Incompetentie, of erger, is nog steeds wijdverbreid in het politieapparaat. En God is ook niet meer almachtig. De Maltese kerk ontsnapte ternauwernood aan schandalen over seksueel misbruik, maar nog maar de helft van de mensen woont de mis bij, en niet zoals vroeger bijna iedereen.

    Begin 2017, toen Muscat afstevende op zijn herverkiezing, maakte hij goede sier met het EU-voorzitterschap dat Malta toen bij toerbeurt bekleedde – net zoals Valletta nu Culturele Hoofdstad van Europa is. In die hoedanigheid was hij bijzonder streng tegen het VK. Daarbij dringen twee gedachten zich op. De eerste was dat hij geen keus had: een voormalige Britse kolonie kon zich amper toegeeflijk tonen als het om de Brexit ging. De andere was dat hij een reden had om kwaad te zijn. Malta’s succes is gebaseerd op het gebruik van differentiële belastingen om bedrijven aan te trekken. Dat zou in het gedrang komen door de lang gekoesterde Frans-Duitse droom van belastingharmonisering. Wie was de grootste tegenstander van dat idee? Juist, het VK, dat er straks niet meer zal zijn om bezwaren te uiten.

    En er zijn andere dreigingen. Een delegatie van het Europees Parlement was gechoqueerd door de manier waarop Malta de moord op Daphne behandelt. De agressieve verkoop van paspoorten uit de Schengenzone aan mensen met een dubieus inkomen wekt ook onrust in Brussel en Straatsburg. En er is een groeiend gevoel dat Malta de kluit belazert. In het VK kennen ze maar één artikel van het Verdrag van Lissabon, en dat is artikel 50. Elders worden steeds meer mensen zich bewust van een andere verdragsbepaling, namelijk artikel 7, op grond waarvan de rechten van het EU-lidmaatschap kunnen worden opgeschort. Polen en Hongarije zijn vanzelfsprekend doelwit, maar Malta wordt ook zenuwachtig. En het heeft daartoe alle reden. Als je de veerboot neemt van Sliema naar Valletta zie je de basiliek boven de borstwering uittorenen, een van Europa’s prachtige panorama’s. Maar als je terugkeert naar het nieuwe Sliema zie je een goedkope versie van Dubai of Singapore dat gebouwd wordt op een krakkemikkige fundering. De trots van Muscat kan voor een diepe val komen.

    Auteur: Matthew Engel
    Vertaler: Dirk Zijlstra

    Openingsbeeld: Inwoners van Malta demonstreren tegen de moord op journalist Daphne Caruana Galizia in oktober 2017. – © Getty Images

    New Statesman
    Verenigd Koninkrijk | weekblad | oplage 34.000

    Sinds 1913 hét tijdschrift voor de Britse linkse intelligentsia. Bekend om zijn diepteanalyses en stevige maatschappijkritiek. In de columns en andere opiniërende stukken stelt het blad zich ook open voor andere dan linkse geluiden.

  • Chicago aan de Theems

    Chicago aan de Theems

    Uit Amerika overgewaaide ‘drill’-muziek en sociale media als Instagram en Snapchat wakkeren het bendegeweld onder tieners in Londen aan.

    Een gewelddadig nieuw muziekgenre en de trend om vechtende bendeleden in eethuizen te filmen dragen bij aan een golf van verminkingen en moorden onder tieners, aangewakkerd door geruchten, roddels en bedreigingen op sociale media.

    Op de Instagrampagina’s waar jongeren die bij de bendecultuur zijn betrokken de laatste roddels kunnen vinden, staan foto’s van beruchte, met hun wapens en geld zwaaiende lokale ‘beroemdheden’ broederlijk naast grappen over leraren op school.

    Deze privépagina’s hebben tienduizenden volgers en waarschuwen, onder de belofte van expliciete content, dat ze niet voor ‘watjes’ zijn bedoeld. Sociale media als Instagram, YouTube en Snapchat lijken de gewelddadige bendecultuur aan te wakkeren, ook onder kinderen die nog maar nauwelijks tiener zijn.

    Door naar deze muziek te luisteren blijven jongeren op de hoogte van wie wie heeft bedreigd, en de woorden van de rapsongs zijn doortrokken van plaatselijke roddels

    Na de dood van de zeventienjarige Tanesha Melbourne op paasmaandag in Tottenham, Noord-Londen, wezen mensen uit de buurt op een veel gedeelde video van een man die door een groep jongeren werd ‘besprongen’ in een Tinseltown-eethuis en spraken ze het vermoeden uit dat deze vernedering op sociale media wraak had uitgelokt.

    Leden van de beruchte bende Northumberland Park eisten op een Istagrampost de verantwoordelijkheid op voor Tanesha’s dood en schreven dat ze in een kruisvuur van rivaliserende bendes terecht was gekomen: ‘Als je met mijn vijanden chilt ga ik niet ergens anders op mikken.’ De post vervolgde: ‘Hem hebben we koud gemaakt in Tinseltown en die meid van hem in Chalgrove.’

    Deze grootspraak is niet ongewoon. Geheime Snapchatpagina’s die mensen alleen kunnen zien wanneer ze als vriend worden geaccepteerd tonen gewelddadige beelden, nieuwtjes en standpunten die door de Londense bendeleden worden verspreid. Sommige posts van de site worden vervolgens opgeslagen en gedeeld op Instagrampagina’s, waar velen hun leeftijdgenoten maar al te graag willen laten zien hoe goed ze op de hoogte zijn.


    © Instagram
    © Instagram

    Vorig jaar werd de moordenaar van Quamari Serunkuma-Barnes woest en gewelddadig nadat hij online herhaaldelijk een ‘wasteman’ was genoemd, iemand die alleen maar ruimte inneemt. Hij vertelde dat hij in alle staten was geraakt door de beledigingen, zodat hij een mes in zijn schooltas had gestopt. Bespottingen op sociale media zijn gemeengoed onder rivaliserende bendes, en het jonge publiek slaat al het geweld ademloos gade.

    ‘Drill’-muziek, een immens populair genre waarmee de sterren miljoenen YouTube-kijkers trekken, is een andere manier waarop tieners invloed proberen te verwerven op sociale media. Het genre is geboren in bendestad Chicago, maar inmiddels naar Londense woonwijken geëxporteerd.

    De teksten zijn obscuur, nihilistisch en gewelddadig en bevatten dreigementen aan het adres van rivaliserende bendes. Door naar deze muziek te luisteren blijven jongeren op de hoogte van wie wie heeft bedreigd, en de woorden van de rapsongs zijn doortrokken van plaatselijke roddels.

    Angst

    Geweld is makkelijk in de woorden te herkennen. De populaire groep 1011 rapt over rivalen die op elkaar insteken. Eén tekst luidt: ‘Bloed aan mijn mes, hou ’t maar man, maak ’t schoon, gebruik heet water en bleek ’t.’

    Soms is de boodschap versluierd. MizOrMac van de Harlem Spartans uit Kennington, Zuid-Londen, rapt: ‘Van rupsen tot vlinders, onze drillers, nog altijd aan ’t zwemmen, hier aan ’t vissen, de rivieren aan ’t overleven, je verzuipt als je niet meedoet.’

    ‘Vissen’ is naar rivalen zoeken om neer te steken, terwijl de andere woorden naar slachtoffers verwijzen die verdrinken in rivieren van bloed. MizOrMac, in het echt Mucktar Khan, werd eerder dit jaar tot zes jaar gevangenisstraf veroordeeld wegens bezit van een geladen wapen en een Samuraizwaard.

    De benderoddels op de socialemediapagina’s zijn nauw verweven met de drillscene. Ze geven volgers de gelegenheid korte video’s in te sturen waarin ze zelf drillmuziek ten gehore brengen en die online te posten, zodat duizenden ze kunnen bekijken. De kant-en-klare video’s en de heftige teksten zorgen voor felle rivaliteit tussen groepen met verschillende Londense postcodes.

    Deze rivaliteit kan soms dodelijk zijn. Een rapper genaamd ‘Showkey’, in het echt Leoandro Osemeke, was zestien toen hij werd doodgestoken tijdens een houseparty in Peckham die uit de hand liep nadat hij ‘viraal was gegaan’ op sociale media.

    Sommigen wijten zijn dood aan het feit dat hij moest getuigen in het proces tegen drie andere tieners, die later werden veroordeeld omdat ze vier maanden eerder zijn vriend Myron Yarde, ook een aspirant-rapper, onder de artiestennaam Mdot, hadden doodgestoken.

    Een Snapchatpost, die volgens vrienden afkomstig was van de jonge rapper vlak voordat hij stierf, luidde: ‘Het leven langs de weg is maf man, alles kan gebeuren, ze kunnen je neersteken of wat dan ook, maar als ik doodga word ik godverdomme een legende.’


    Giggs, een Grime-artiest uit Peckham, spoorde zijn jonge leeftijdgenoten na de dood van Showkey aan om de bendecultuur te verlaten. Hij zei: ‘RIP Showkey, ik vind ’t echt kut om te horen man. Ik was ’n fan, en ik vind ’t echt kut om dit te posten man. Heb echt te doen met z’n ouders man, m’n gedachten en gebeden gaan naar ze uit. Kom op, jongens, ik blijf zeggen dat we zo niet meer hoeven te leven. God heeft ons meer dan ’n paar manieren gegeven om die bendes achter ons te laten.’

    Maar degenen die hun droom willen verwezenlijken om een drillrap-ster te worden lijken het idee te hebben dat ze onderdeel zijn geworden van een hechte en vaak gewelddadige groepen en dat ze, omdat ze op de hoogte zijn van lokale spanningen, een kans maken in de harde wereld van de sociale media.

    Om onlineroem te verwerven posten jonge mensen foto’s van hun wapens op Instagram, waarop commentaar in de vorm van ‘plaagstootjes’ over de troep in de slaapkamers op de achtergrond wordt vermengd met duistere dreigementen. Bij een foto van een man die met een machete poseert schreef iemand bijvoorbeeld als commentaar: ‘Donny moet hiermee kappen voordat-ie wordt omgelegd door ’n net iemand.’ Iemand anders grapte: ‘Kan dat ding beter omruilen voor ’n plumeau om af te stoffen.’

    Gemakkelijke toegang

    De gemakkelijke toegang tot de verhalen van insiders over schiet- en steekpartijen betekent dat tieners vanuit hun slaapkamer op de hoogte kunnen blijven van de cultuur, de bedreigingen en het geweld. De persoonlijke en zelfdestructieve aard van Snapchatposts impliceert dat de meest verontrustende berichten aan de spiedende blikken van volwassenen kunnen worden onttrokken.

    Ook al doen ze online nog zo stoer, soms laten de kinderen die te midden van dit geweld leven ook hun angst blijken. Op een pagina met een link naar een nieuwsbericht over de recente steekpartijen schreef een tiener dat hij bang was om de hele zomer in Londen te blijven. ‘Zag ’t net, ’s zomers als iedereen weg van school en op pad is, ik ben op vakantie godverdomme.’ Een ander gaf de sociale media expliciet de schuld van de steekpartijen en schreef: ‘Het komt doordat de mensen op sociale media mekaar de huid vol schelden en als de vijand ze te pakken krijgt worden ze aan ’t mes geregen.’

    Auteur: Helena Horton
    Vertaler: Peter Bergsma

    The Telegraph
    VK | dagblad | oplage 458.487

    Brits conservatief dagblad, ooit door de BBC omschreven als ‘een van ’s werelds grote titels’. Zusterkrant van The Sunday Telegraph. Voert sinds 1858 als motto: ‘Was, is and will be’.

  • Kroniek van een aangekondigd verkiezingsdrama

    Kroniek van een aangekondigd verkiezingsdrama

    De Braziliaanse presidentsverkiezingen in 
oktober beloven een chaos te worden. Ex-president Lula zit in de gevangenis en veel andere populaire kandidaten zijn er niet. Extreem-rechts zou 
kunnen profiteren.

    Met nog zes maanden te gaan voor de meest turbulente presidentsverkiezingen sinds het einde van de militaire dictatuur in 1984, zit een groepje medewerkers, sommigen met een koksmuts op, te roken voor de deur van Dalva e Dito, een restaurant met een Michelinster waarvan de chef-kok, Alex Atala, tot de topkeukenmeesters van São Paulo behoort.

    ‘Op wie gaan jullie stemmen?’ ‘Het zijn allemaal zakkenvullers, maar stemmen is verplicht, dus ik stem blanco,’ antwoordt José Edson dos Santos, een kelner van 33. ‘Ik stem op Lula, hij heeft ervoor gezorgd dat mensen als ik naar de universiteit kunnen,’ zegt de 21-jarige Lino Aparecido, assistent-kok en leerling aan de koksschool. ‘Maar Lula is veroordeeld voor diefstal!’ roept Dos Santos verontwaardigd uit. ‘Iedereen steelt, dat is de mens eigen,’ antwoordt Aparecido kalm. ‘En Bolsonaro?’ vragen wij. Jair Bolsonaro is de extreem-rechtse kandidaat die in de peilingen op de tweede plaats staat, achter Lula. ‘Met Bolsonaro en zijn bandieten wordt het helemaal een puinhoop,’ antwoordt de 38-jarige parkeerwachter Luis Fernández Oliveira.

    In Dalva e Dito kost het gerecht pato no tucupi (eend in cassavesoep) 119 real (33 euro), een bedrag waarvoor deze mannen drie dagen moeten werken, met elke dag twee uur reizen, heen en weer van de buitenwijken naar het centrum van de miljoenenstad. Ze zijn het erover eens dat zij in hun portemonnee niets merken van het economisch herstel waarover de media dagelijks berichten.

    President Michel Temer en zijn minister van Financiën, Henrique Meirelles, hebben onlangs hun kandidatuur bekendgemaakt, in de hoop munt te slaan uit de economische groei die dit jaar tot wel 3 procent kan oplopen. Maar het economisch herstel is het meest ongelijke in de geschiedenis van dit land, waar de ongelijkheid toch al tot de grootste van de wereld behoort. Zelfs Miriam Leitão, die in haar dagelijkse column in O Globo onvermoeibaar pleitte voor het aftreden van Dilma Rousseff ten gunste van Temer, erkent dat ‘het onwaarschijnlijk is dat het aarzelende begin van het economisch herstel de kandidaten die laag in de peilingen staan vooruit kan helpen’. Temer staat nog maar op 6 procent van de stemmen.

    ‘De mensen zijn op zoek naar een centrum-rechtse outsider die achter de hervormingen van de arbeidsmarkt en de pensioenen staat en die tegelijk de corruptie wil aanpakken. Maar die kandidaat bestaat niet’

    In 2018 is het teleurgestelde Braziliaanse electoraat op zoek naar kandidaten die geen banden hebben met het door en door corrupte politieke apparaat. Maar geen enkele kandidaat kan rekenen op een overwinning zonder de steun van de traditionele politieke partijen, die over zendtijd beschikken naar rato van het aantal zetels dat ze in het parlement hebben, en die de 100 tot 200 miljoen real (30 tot 60 miljoen euro) op tafel kunnen leggen die een verkiezingscampagne in een zo groot land als Brazilië kost. ‘We zijn op het punt gekomen dat de morele dimensie een cruciale factor is geworden in de politiek: corruptie is hét onderwerp,’ zegt Jorge Chaloub, een politicoloog van de Federale Universiteit van Juiz de Fora. ‘De mensen zijn op zoek naar een centrum-rechtse outsider die achter de hervormingen van de arbeidsmarkt en de pensioenen staat en die tegelijk de corruptie wil aanpakken. Maar die kandidaat bestaat niet.’

    Geraldo Alckmin, kandidaat voor de linkse Sociaal-Democratische Partij (PSDB) en gouverneur van de staat São Paulo, is de favoriet van het ondernemersestablishment. Hij wil echter maar niet hoog in de peilingen komen. Zelfs zijn partijgenoot, ex-president Fernando Henrique Cardoso, heeft hem verweten dat hij zich te veel identificeert met de internationale investeerders aan de Avenida Paulista [het financiële centrum van São Paulo]. ‘De kandidaat die de markten vertegenwoordigt, gaat verliezen,’ aldus Cardoso.

    Tegenstanders van Lula maken een selfie met de extreemrechtse kandidaat Jair Bolsonaro. – © Eraldo Peres / HH
    Tegenstanders van Lula maken een selfie met de extreemrechtse kandidaat Jair Bolsonaro. – © Eraldo Peres / HH

    Bolsonaro, een extreem-rechtse ex-militair, is de kandidaat die het best is toegerust om stem te geven aan de volkswoede tegen de politieke kaste. Zijn delirische pleidooi voor een zerotolerancebeleid tegen de misdaad, of het nu in de favela’s van Rio is of in het Braziliaans Congres, vindt weerklank bij het publiek. Bij een enquête gaf ruim 50 procent van de ondervraagden aan dat ze het eens zijn met het motto van de extreem-rechtse kandidaat: ‘De beste bandiet is een dode bandiet.’ De campagne wordt steeds gewelddadiger en de door het land toerende verkiezingskaravaan van Lula is al beschoten door vermoedelijke aanhangers van Bolsonaro. Niettemin blijven veel stemmers twijfelen tussen Lula en Bolsonaro, een teken van de chronische verwarring die in Brazilië heerst na het echec van de regeringen met de Arbeiderspartij (PT), onder leiding van Dilma Rousseff en Lula zelf. De makke van Bolsonaro is dat hij niet de financiële steun van een partij heeft.

    Van de kandidaten die wel over financiën en een electorale infrastructuur beschikken, heeft alleen Lula een solide aanhang. Een op de drie stemmers zegt op hem te gaan stemmen. Zijn troef is zijn beleid in de vette jaren 2003-2010, toen hij door middel van overheidssubsidies het minimumsalaris verhoogde en ervoor zorgde dat honderdduizenden jongeren uit arme families konden gaan studeren. Maar het is hoogst onwaarschijnlijk dat Lula aan de verkiezingen zal kunnen deelnemen.

    Temer heeft een poging gedaan stemmen bij Bolsonaro weg te kapen met zijn omstreden besluit het federale leger in de favela’s van Rio in te zetten. Maar het is heel goed mogelijk dat de oorlog in de favela’s juist stemmen oplevert voor links. Niet voor Lula, maar voor de PSOL, de Socialistische Vrijheidspartij waarvoor Marielle Franco actief was. Franco, gemeenteraadslid van Rio en tevens mensenrechtenactiviste, werd onlangs vermoord nadat ze campagne had gevoerd tegen de aanwezigheid van het leger in de favela’s.


    Als Lula niet meedoet aan de verkiezingen, zal veel afhangen van de vraag of hij erin slaagt zijn persoonlijke aanhang over te dragen aan een andere kandidaat van links. De interessantste keuze zou Ciro Gomes zijn, die een outsider is maar ook in het linkse kamp geldt als een gezaghebbende intellectueel. Bovendien komt hij uit het noordoosten van Brazilië, het electorale thuisland van Lula, wiens stemmen essentieel zijn voor een mogelijke herovering van de macht door links.

    Er is echter een probleem. Gomes beseft heel goed dat de PT een paria is geworden voor het electoraat uit de middenklasse, en recentelijk heeft hij de partij van Lula dan ook aangevallen. Net als Bolsonaro heeft hij stemmen aan de basis gewonnen door zich te keren tegen het vermolmde politiek apparaat, maar daarmee heeft hij tegelijk de grote politieke partijen, die onmisbaar zijn voor een overwinning, van zich vervreemd. Lula, even uitgeslapen als altijd, zei in een interview met dagblad Folha de São Paulo: ‘Laten we er niet omheen draaien: op rechts kan niemand de presidentsverkiezingen winnen zonder de steun van de PSDB, en op links kan niemand ze winnen zonder de steun van de PT.’

    Auteur: Andy Robinson
    Vertaler: Jos den Bekker

    Openingsbeeld: Voormalig president Lula met aanhangers op 7 april, vlak voor hij werd gearresteerd. – © Victor Moriyama / Getty Images

    La Vanguardia
    Spanje | dagblad | oplage 197.000

    Sinds 1881 in handen van de familie Godó. ‘De Voorhoede’ is de vierde krant van Spanje, maar met Barcelona als thuishaven de nummer één van Catalonië.