Tag: natuur

  • Stop met het redden van (alleen) schattige bedreigde diersoorten

    Stop met het redden van (alleen) schattige bedreigde diersoorten

    Een miljoen soorten worden bedreigd, maar slechts een handjevol krijgt alle aandacht. Het is tijd voor een nieuwe beschermingsstrategie.

    De biodiversiteitscrisis is een cijfermatig probleem. Maar in tegenstelling tot de meeste rekenkundige problemen zet dit je op een dwaalspoor als je vasthoudt aan exacte getallen. Misschien wel een miljoen soorten worden bedreigd met uitsterven. Als je uitgaat van soorten die wetenschappers specifiek aanmerken als bedreigd, zijn het er 42.100. Maar geen van beide getallen is accuraat. In ieder geval zijn we het erover eens dat de mate van uitsterven duizend keer zo groot is als historische gemiddelden. Of is het honderd keer zo groot?

    Uiteindelijk gaat het hierom: welke aantallen je ook in de berekening stopt, de uitkomst blijft hetzelfde. De planeet is er slecht aan toe. Er zijn veel meer soorten die dreigen uit te sterven dan we realistisch gezien kunnen redden. We bevinden ons in een noodsituatie, en in noodsituaties is triage van slachtoffers noodzakelijk.

    De solenodon is een van de weinige giftige zoogdieren die vandaag de dag bestaan

    De kern van natuurbehoud is kiezen welke soorten moeten worden beschermd en welke we aan hun lot overlaten, maar we praten onvoldoende over hoe deze beslissingen worden genomen. Kiezen we soorten die van cultureel belang zijn, zoals de zeearend? Of moeten we ons richten op planten die bruikbaar zijn voor medicijnen? Hoe zit het met soorten die een cruciale rol spelen binnen hun ecosysteem? Of met soorten die het meest bedreigd worden? En dan zijn er natuurlijk nog de dieren die onze aandacht trekken omdat ze schattig of charismatisch zijn, of – in het geval van stokstaartjes – het vrolijke, antropomorfe gezicht vormen van een langlopende Britse reclamecampagne voor autoverzekeringen.

    Er is ook een andere manier van denken over dieren die zou ons kunnen helpen bij de beslissing welke soorten we moeten beschermen. Rikki Gumbs, natuurbeschermer bij de Zoological Society of London, vindt dat we ons meer moeten richten op soorten die evolutionair onderscheidend zijn én bedreigd worden. Die visie brengt ons bij allerlei vreemde en wonderlijke wezens. Neem bijvoorbeeld de solenodon. Dit dier, dat wel iets wegheeft van een spitsmuis, is een van de weinige giftige zoogdieren die vandaag de dag bestaan. Ongeveer 76 miljoen jaar geleden begonnen de twee levende soorten solenodons af te wijken van andere zoogdieren; daarmee rust er een forse evolutionaire geschiedenis op hun kleine, harige schoudertjes.

    EDGE

    Gelukkig beschikken wetenschappers over een manier om te meten hoe uniek en bedreigd bepaalde soorten zijn. In 2007 bedachten natuurbeschermers een methode genaamd EDGE; dat staat voor evolutionarily distinct and globally endangered [evolutionair onderscheidend en wereldwijd bedreigd]. De methode werd ontwikkeld om prioriteit te geven aan het behoud van soorten die een groot deel van de evolutionaire geschiedenis vertegenwoordigen. Om een hoge EDGE-score te behalen moet een soort evolutionair onderscheidend zijn, zeer weinig nabije voorouders hebben die nog leven en sterk bedreigd zijn.

    Gumbs noemt die soorten ‘vreemd en wonderlijk’. Ze zijn zo lang geleden afgeweken van hun voorouders en hebben zo weinig levende verwanten dat ze ongewoon op ons overkomen. Dergelijke soorten verkeren, om met Gumbs te spreken, ‘on the edge’, oftewel: op het randje. Een ander dier in die categorie is de Xenotyphlops grandidieri, de blinde slang van Madagaskar, een felroze reptiel dat zich ingraaft en dat ongeveer 65 miljoen jaar geleden begon af te wijken van zijn naaste levende verwant.

    In 2017 riep Gumbs een groep zoölogen bijeen om de EDGE-methode te actualiseren. Inmiddels hebben biologen namelijk een veel beter beeld van de verwantschap tussen de verschillende diersoorten en van hoe bedreigd soorten zijn. Bovendien zocht Gumbs naar een manier om met EDGE-scores soorten te kunnen rangschikken waarvan het behoud onbekend is – en dat is het geval voor de overgrote meerderheid van de dieren op aarde. Na een hoop discussie en na medische omstandigheden die Gumbs ruim een jaar buitenspel zetten, was het vernieuwde EDGE-systeem vorig jaar klaar. De nieuwe meetmethode, EDGE2 genaamd, werd op 28 februari 2023 gepubliceerd in het tijdschrift PLOS Biology.

    ‘Er zijn veel soorten die over het hoofd worden gezien’

    ‘Er zijn veel soorten die over het hoofd worden gezien. Maar als je ze leert kennen, zijn ze net zo charismatisch en net zo mooi als de soorten die we kennen,’ zegt Gumbs. Volgens de EDGE2-methode zou de bergdwergbuidelmuis van alle zoogdieren onze hoogste prioriteit moeten hebben. Dit buideldiertje komt in het wild voor op een paar vierkante kilometer in de Victorian Alps in Australië. Van de zoogdieren waarvoor we geen goede data hebben over het behoud van de soort, bevindt de Hylomys megalotis, een haaregel die vooral in Laos voorkomt en verwant is aan de egel, zich het meest in de gevarenzone. Er zijn EDGE-ranglijsten gemaakt voor amfibieën, vogels, koralen, reptielen, haaien en roggen, en voor gymnospermen, een groep planten waar naaldbomen en cicaden onder vallen.

    Het kijken naar dieren op basis van hun evolutionaire eigenheid slaat aan. De EDGE-score is een van de indicatoren die zijn geselecteerd voor het Post-2020 Global Biodiversity Framework, een belangrijk verdrag over biodiversiteit dat in december 2022 door de VN werd aangenomen. De International Union for the Conservation of Nature, de organisatie die de rode lijst met bedreigde soorten opstelt, heeft ook een taakgroep fylogenetische diversiteit, waarvan Gumbs plaatsvervangend voorzitter is. In plaats van te concentreren op enkele soorten, zegt Gumbs, is er groeiende aandacht voor de bescherming van complete ecosystemen die veel evolutionair verschillende planten en dieren in stand houden.

    Focus

    Natuurlijk is evolutionaire eigenheid slechts één manier om te kijken naar prioriteiten voor natuurbehoud. Organisaties die beslissen welke projecten gefinancierd moeten worden, welke gebieden beschermd moeten worden en op welke soorten de focus moet liggen, bekijken doorgaans een groot aantal factoren alvorens grote beslissingen te nemen. Maar de EDGE2-methode raakt aan iets interessants, zegt Rafael Molina Venegas, hoogleraar biodiversiteit van planten aan de Autonome Universiteit van Madrid. Als je alle soorten beschouwt als unieke boeken, dan zijn soorten met evolutionaire eigenheid zeer oude, unieke boekwerken waarvan slechts een handvol exemplaren bestaat. Verlies je deze zeldzame soorten, dan verdwijnt er voorgoed een schat aan evolutionaire geschiedenis van de wereld.

    En er is nog een reden om aandacht te schenken aan evolutionaire bijzonderheden. Uit het werk van Molina Venegas blijkt dat als we plantensoorten kiezen op basis van hun evolutionaire uniciteit, we uiteindelijk meer plantensoorten beschermen die nuttig zijn voor de mens dan als we een willekeurige aanpak kiezen. Met andere woorden, focussen op uniciteit is een praktische manier om na te denken over welke soorten beschermd moeten worden.

    ‘We leven in een wereld waarin soorten moeten vechten tegen de roofzuchtige expansie van de mensheid’

    Eén manier om naar de EDGE-methode te kijken is om je een armageddon voor te stellen. Een losgeslagen asteroïde staat op het punt de aarde te vernietigen. Gelukkig hebben wetenschappers elders in het heelal een aarde-achtige planeet gevonden die nog helemaal leeg is. Het enige wat we hoeven te doen, is beslissen welke soorten we in ons ruimteschip mee willen nemen naar de nieuwe planeet. Evolutionaire eigenheid is daarbij geen slecht uitgangspunt, zegt Molina Venegas. Op die manier neem je een breed scala aan schepsels mee, waarvan elk een unieke functie heeft op de nieuwe planeet. ‘De hoop is dan dat ze elkaar zullen aanvullen in het nieuwe ecosysteem dat daar zal moeten groeien,’ zegt hij.

    In veel opzichten zorgt de mens voor een armageddon in slow motion, als het gaat om de biodiversiteit op aarde. We hoeven het ruimteschip nog niet klaar te zetten, maar we moeten wel goed nadenken over de middelen om het verlies van onvervangbare soorten te stoppen. We beschikken over instrumenten zoals wetenschappelijk onderzoek, genenbanken en natuurreservaten. Maar ook de manier waarop we naar biodiversiteit kijken is een cruciaal instrument. Iedereen wil dieren redden, maar we leven in een wereld waarin soorten moeten vechten om de beperkte middelen voor natuurbehoud, en tegen de roofzuchtige expansie van de mensheid.

    We moeten moeilijke beslissingen nemen over welke soorten we willen beschermen, anders klopt het cijfermatig gewoon niet meer.

  • Natuurfotograaf waarschuwt met fotoboek voor uitsterving van wilde dieren

    Natuurfotograaf waarschuwt met fotoboek voor uitsterving van wilde dieren

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Overvallers plegen inbraak in het Louvre en nemen negen juwelen mee

    » Bolivia slaat een nieuwe weg in met centrumrechtse Rodrigo Paz

    De foto’s zijn bedoeld om te ‘provoceren’

    De Britse natuurfotograaf Margot Raggett heeft het afgelopen decennium geld ingezameld voor natuurbeschermingsprojecten over de hele wereld, maar nu maakt ze zich zorgen over de toekomst. ‘Het voelt alsof we een stap terug hebben gezet,’ zegt ze.

    Ze heeft de afgelopen tien jaar 1,2 miljoen pond ingezameld voor het goede doel met haar serie Remembering Wildlife, een jaarlijks verschijnend, non-profit fotoboek met foto’s van dieren van ‘s werelds beste natuurfotografen. De eerste editie verscheen in 2015, toen het klimaatakkoord van Parijs werd opgesteld, maar in de jaren daarna zijn de inspanningen om de klimaatcrisis aan te pakken teruggeschroefd.

    ‘In vergelijking met een paar jaar geleden was er wereldwijd een verlangen naar hernieuwbare energie in plaats van naar olieboringen. Ik denk dat het belang van de natuur iets is waar we allemaal aan vast moeten houden’, aldus Raggett, geciteerd door The Guardian.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Om ons eraan te herinneren hoe somber de vooruitzichten voor wilde dieren op dit moment zijn, wordt de publicatie van dit jaar, getiteld Ten Years of Remembering Wildlife, uitgebracht samen met originele en bewerkte foto’s van dieren zoals ijsberen, cheeta’s en schubdieren die in hun natuurlijke habitat leven en vervolgens uit die habitat worden geschrapt.

    Raggett vertelt dat de foto’s bedoeld zijn om te ‘provoceren’ en een glimp te geven van de toekomst als we de huidige koers aanhouden. ‘De afname van het aantal wilde dieren gaat wereldwijd zo snel dat er veel werk moet worden verzet om deze trend te keren. We zouden weleens een toekomst tegemoet kunnen gaan waarin deze landschappen verstoken blijven van wilde dieren’, aldus Raggett. ‘Daarom hebben we deze publicatie gemaakt, om mensen even stil te laten staan en te laten beseffen wat er kan gebeuren als we geen actie ondernemen.’

  • Recordoppervlak Europees bosgebied afgebrand in 2025

    Recordoppervlak Europees bosgebied afgebrand in 2025

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Onderzoek: tandpasta op basis van mensenhaar beter dan fluoride

    » Gletsjers op Mars blijken zuiverder dan lang gedacht werd

    De bosbranden hebben 37 miljoen ton kooldioxide uitgestoten

    De bosbranden die Europa teisteren hebben dit jaar meer dan 1 miljoen hectare in de as gelegd, waarmee 2025 het ergste jaar ooit is qua hoeveelheid verwoest bosgebied. ‘Dodelijke vuurzeeën die dorpen hebben leeggemaakt en boeren gedwongen om brandweerman te worden, hebben dit jaar vier keer zoveel land verwoest als het gemiddelde voor dezelfde periode in de afgelopen twee decennia bedraagt’, schrijft The Guardian.

    Uit gegevens van het European Forest Fire Information System, die teruggaan tot 2003, blijkt dat dit jaar 1.015.024 hectare is verbrand. Daarmee is het vorige record van 988.544 hectare uit 2017 gebroken.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De verwoestende branden hebben 37 miljoen ton kooldioxide uitgestoten, ongeveer evenveel als de jaarlijkse CO2-uitstoot van Portugal of Zweden, landen met elk 10 miljoen inwoners. De branden hebben ook records gebroken voor deze tijd van het jaar voor negen andere luchtverontreinigende stoffen, waaronder fijne deeltjes die bekend staan als PM2,5. Deze stoffen zouden volgens deskundigen bosbranden veel dodelijker maken dan eerder werd gedacht.

    Bosbranden hebben deze maand grote delen van Zuid-Europa geteisterd. Een hittegolf, die langer en sterker was door de vervuiling door fossiele brandstoffen, dreef de temperaturen in een groot deel van het Middellandse Zeegebied en de Balkan op tot boven de 40 graden.

    Er zijn voor zover bekend iets meer dan twaalf doden gevallen door de vlammen, maar wetenschappers zeggen dat het werkelijke dodental waarschijnlijk veel hoger ligt. Dikke rookwolken hebben de longen van mensen vervuild met schadelijke gassen en giftige deeltjes die klein genoeg zijn om in de bloedbaan terecht te komen. Een studie die in december in The Lancet werd gepubliceerd, stelt bosbrandrook aansprakelijk voor 111.000 sterfgevallen per jaar in Europa, inclusief Rusland, tussen 2000 en 2019.

  • Deze vrouwen redden het regenwoud van Kerala

    Deze vrouwen redden het regenwoud van Kerala

    In een van de rijkste biodiversiteitshotspots ter wereld heeft een volledig vrouwelijk team een ​​stuk bos omgetoverd tot een toevluchtsoord voor orchideeën, varens, vet- en vleesetende planten.

    De hevige regenbui van de afgelopen nacht heeft verschillende grote bomen in het bos omvergewaaid en overal liggen afgebroken takken. Terwijl ze tussen de omgevallen bomen door loopt ziet Laly Joseph een orchidee aan een van de afgebroken takken hangen. Ze pakt hem voorzichtig op en verplaatst hem naar een overeind staande boom.

    Bij het Gurukula Botanical Sanctuary, waar Joseph (56) hoofd plantenbescherming en de meest ervaren ‘regenwoudtuinier’ is, wordt elke plant als kostbaar beschouwd en streeft een volledig vrouwelijk team ernaar alles wat er groeit te laten overleven in een steeds harder klimaat.

    Toevluchtsoord

    Het privéreservaat ligt aan de rand van het Periyar-bosreservaat in het noorden van Kerala (India) en is in collectief bezit. Het werd in 1981 opgericht door Wolfgang Theuerkauf, een Duitser uit Berlijn die later Indiaas staatsburger werd.

    Theuerkauf, een autodidactisch natuurbeschermer, wilde de 3 hectare aan oerwoud beschermen die een goeroe bij een spirituele instelling hem had toegewezen. Hij begon zeldzame en endemische planten uit aangrenzende gebieden te verzamelen die werden gekapt om plaats te maken voor landbouw en plantages.

    Meer dan veertig jaar later is het reservaat uitgegroeid tot 32 hectare en is het een toevluchtsoord geworden voor meer dan tweeduizend inheemse plantensoorten uit Zuid-India en met name uit de West-Ghats, een bergketen die door Unesco is erkend als een van de acht rijkste gebieden ter wereld wat betreft biodiversiteit.

    Het ecosysteem wordt voortdurend ernstig bedreigd door verstedelijking, industrie, mijnbouw en ontbossing

    Theuerkauf overleed in 2014, maar hij trainde en begeleidde een aantal vrouwen die nu beheerder zijn van het reservaat en van de duizenden planten die er staan. De planten in de kwekerij en de tuin worden momenteel verzorgd door een team van twintig vrouwen, voornamelijk uit de omgeving.

    Velen werken er al tientallen jaren, waaronder Joseph, die 37 jaar geleden begon, op haar negentiende. ‘Na school volgde ik een opleiding tot röntgenlaborant, maar ik wilde snel een baan en kwam bij het reservaat terecht omdat ik graag met planten werk,’ vertelt ze.

    De West-Ghats strekt zich uit over 1600 kilometer en herbergt niet alleen een hoog percentage aan soorten maar ook een grote verscheidenheid aan habitats, van tropische wouden tot bergachtige graslanden. Het ecosysteem wordt echter voortdurend ernstig bedreigd door verstedelijking, industrie, mijnbouw en ontbossing.

    Honderden soorten

    Hoewel Gurukula slechts een onderdeel is van de bergketen, vormt deze kleine enclave een toevluchtsoord voor maar liefst 40 procent van alle plantensoorten die in de gehele West-Ghats voorkomen.

    De kwekerij en de tuin worden omringd door enorme bomen. Onder het dichte bladerdak bevinden zich kassen en open ruimtes waar honderden soorten orchideeën, varens, vetplanten, vleesetende planten en andere variëteiten groeien.

    Hier gedijen zeldzame en endemische soorten, zoals Impatiens jerdoniae, die met uitsterven worden bedreigd of snel uitsterven in het wild. Volgens Joseph leven er meer dan 260 soorten varens in Zuid-India, waarvan meer dan 200 in het reservaat worden gekweekt. Ook zijn 110 van de 140 soorten Impatiens – een geslacht van meer dan duizend bloeiende planten – die in Zuid-India voorkomen, in het reservaat aanwezig.

    Hoewel er wereldwijd veel kwekerijen voor landbouwzaden bestaan, zijn kwekerijen voor wilde en inheemse planten zeldzaam. Veel plantensoorten sterven stilletjes uit. Dat maakt Gurukula een ware ark van Noach voor bedreigde plantensoorten.

    Door geduldig planten te observeren heeft het team de geheimen van het regenwoud leren doorgronden

    Evenmin als Theuerkauf hebben Joseph en veel van de andere vrouwen die in het reservaat werken een officiële opleiding in botanie of natuurbehoud. Maar inmiddels zijn er drie soorten naar Theuerkauf vernoemd vanwege zijn bijdragen aan de plantenbescherming, en is Joseph medeauteur van minstens zeven wetenschappelijke artikelen over nieuwe soorten.

    De meeste vrouwen hebben niet meer onderwijs genoten dan de middelbare school (vijftien-zestien jaar), maar door geduldig planten te observeren en te proberen hun natuurlijke omstandigheden na te bootsen heeft het team de geheimen van het regenwoud leren doorgronden en een eigen manier van tuinieren ontwikkeld.

    Ze sommen de wetenschappelijke namen op van de planten die ze beschermen en vertellen trots dat zelfs de reuzenaronskelk er heeft gebloeid – de gigantische ‘lijkenbloem’ die bestuivers aantrekt met de geur van rottend vlees.

    Ook hebben ze hun eigen teeltmethoden ontwikkeld. ‘Ze zeggen vaak dat fijne compost goed is voor planten, maar wij merkten dat dat bij ons niet zo was. Grovere compost werkte beter, dus maken we onze eigen compost door gedroogde en groene bladeren te verzamelen, die vervolgens te drogen en te steriliseren door verhitting waarna we ze door een zeef halen,’ vertelt Joseph.

    ‘Ik wil hier niet meer weg; het is hier heel vredig’

    Sheena Mol PS is een senior tuinier die zich twintig jaar geleden, op haar vijftiende, bij het reservaat aansloot. Ze is al vroeg in haar huwelijk weduwe geworden en zorgt voor haar twee kinderen en moeder. ‘Dit is mijn eerste baan en ik vind het hier erg leuk,’ zegt ze, terwijl ze de knollen van de Habenaria-orchideeën schoonmaakt alvorens ze te verpotten. ‘Ik wilde hier al heel lang werken.’

    Voordat ze zich tien jaar geleden bij het reservaat aansloot, werkte de 43-jarige Lakshmi PC op een koffieplantage waar ze slechts 1 roepie [ongeveer 1 eurocent] verdiende voor elke kilo bonen die ze plukte. In het reservaat is ze verantwoordelijk voor meer dan honderd soorten van de geslachten Arisaema en Sonerila. ‘Ik wil hier niet meer weg; het is hier heel vredig,’ zegt ze.

    Hoewel plantenbescherming de hoeksteen is van het werk in het Gurukula-reservaat, zijn ook habitatherstel en natuureducatie twee belangrijke pijlers, legt Suprabha Seshan (58) uit. Ze kwam in 1991 bij Gurukula werken en houdt nu toezicht op het herstel van het regenwoud.

    Verrijking

    Ze legt uit dat het werk van de regenwoudtuiniers direct bijdraagt aan de verrijking en het herstel van aangetaste landschappen rondom het reservaat, doordat het helpt een regenwoudecosysteem op te bouwen.

    ‘Bossen bestaan niet alleen uit bomen,’ zegt Seshan. ‘In het regenwoud vind je een levende biomassa vol mieren, termieten, spinnen en mossen die de bomen bedekken, samen met nog duizenden andere soorten. In de West-Ghats alleen al groeien vijf- tot zesduizend soorten bloeiende planten en daarnaast nog duizenden schimmelsoorten, honderden zoogdieren en nog veel meer.’

    ‘Dit alles samen vormt het bos,’ besluit ze.

    In de afgelopen decennia heeft het reservaat aangrenzend regenwoudgrond aangekocht, waaronder thee- en koffieplantages en ander landbouwgebied om het opnieuw te laten verwilderen en zichzelf te laten herstellen. Omdat het aan de rand van het beschermde woud ligt, verspreiden bomen zich er vanzelf en kan het bos met weinig directe hulp weer tot leven komen.

    ‘We geven de natuur haar eigen vermogen terug om zichzelf te herstellen, en ondersteunen bepaalde soorten om dat vermogen te benutten. Wij doen een deel van het werk, maar de natuur doet het meeste. We kappen en ruimen hier en daar wat op, maar we laten de natuur vooral zelf haar gang gaan,’ zegt Seshan.

    ‘We kunnen niet alles beschermen, maar we doen zo veel als we kunnen’

    ‘Dat vermogen van de natuur moeten we respecteren. We weten uit eerdere uitstervingsgolven hoezeer ze kan worden vernietigd. Maar ze kan ook weer terugkomen. Daarvoor moeten we wel de vernietigingsprocessen stoppen. In de moderne industriële wereld gebeurt dat niet – integendeel, de processen worden versneld.’ 

    Buiten de grenzen van het reservaat hebben ze geen zeggenschap, maar in dit stille biodiversiteitsgebied kiezen de vrouwen bewust voor de lange, zekere weg naar herstel van een complex regenwoud – in een tijd waarin bomen planten vaak louter wordt gepresenteerd als een snelle oplossing voor klimaatverandering en ontbossing.

    ‘Doordat het klimaat verandert en de bossen verdwijnen, dreigen we deze planten te blijven verliezen. We kunnen niet alles beschermen, maar we doen zo veel als we kunnen,’ zegt Joseph.

  • Hoe overleven de oudste ecosystemen op aarde

    Hoe overleven de oudste ecosystemen op aarde

    Ecosystemen zijn complexe structuren die bestaan uit planten en en dieren. Sommige ecosystemen op onze aarde bestaan al meer dan miljoenen jaren en zien er nog steeds ongeveer hetzelfde uit, ondanks de vele veranderingen die ze moesten doorstaan. Klimaatjournalist en auteur Ferris Jabr vertelt ons wat we kunnen leren van deze veerkrachtige biotopen.

    Ik was nog geen tien minuten in het Hoh-regenwoud in de staat Washington of ik begreep al waarom het bij velen zo geliefd is. Als een van de grootste gematigde regenwouden ter wereld zag dit oerbos er niet alleen anders uit dan zijn jongere buren, het voelde ook anders. De lucht leek er stil te hangen. Het licht had een chlorofylachtige tint. En ik werd omgeven door de geur van natte aarde en weelderige vegetatie.

    Al snel bevond ik me tussen betoverde bomen en geheimzinnige holtes in alle mogelijke tinten groen en zo rijkelijk bedekt met mos dat ik geen stukje kale bast kon ontdekken. Ik kwam eeuwenoude esdoorns tegen die zich hadden verwrongen tot levende gewelven, en douglassparren die zo breed en hoog waren dat het me moeite kostte om ze goed op de foto te krijgen. In het Hoh-regenwoud valt elk jaar 3,5 tot 4 meter regen en houtkap is er al lange tijd verboden, waardoor er bomen staan die meer dan 60 meter hoog en al eeuwenoud zijn. Sommige delen van het bos ademen zo’n oeratmosfeer dat je je in de Juratijd waant.

    De oudste ecosystemen op aarde

    Als het aankomt op biologische records kijken we meestal naar individuen: de grootste boom in een bos, het oudste organisme op aarde. Na een bezoek aan het Hoh-regenwoud begon ik me echter af te vragen hoe het zit met gemeenschappen: wat zijn de oudste ecosystemen op aarde en wat kunnen we daarvan leren?

    Net als het Hoh-regenwoud bestaan sommige oerbossen al eeuwenlang. Maar het blijkt dat bepaalde ecosystemen en biomen op onze planeet al honderdduizenden tot tientallen miljoenen jaren bestaan en op de een of andere manier hun karakteristieke eigenschappen hebben behouden, ondanks dat ze grote veranderingen hebben ondergaan. 

    Om een parallel te trekken met een beroemd gedachte-experiment: als elk onderdeel van een schip geleidelijk wordt vervangen door een replica die er voldoende op lijkt, behoudt het schip zijn essentiële vorm, ook al is het niet langer identiek aan de vorige versie. Op dezelfde manier zijn de meeste cellen in ons lichaam al vele malen gestorven en vervangen sinds onze geboorte, maar toch blijft onze algemene anatomie herkenbaar. Sommige steden hebben duizenden jaren lang een duidelijke topografie, infrastructuur en cultuur behouden, ook al zijn er steeds nieuwe gebouwen en inwoners bij gekomen. De veranderingen die ecosystemen in de loop van opeenvolgende geologische tijdperken ondergaan zijn nog ingrijpender, maar de principes zijn vergelijkbaar. 

    Wat het voor zo’n groot levend systeem precies betekent om zo oud te zijn, en wat zo’n verbazingwekkend lange levensduur mogelijk maakt, blijven open vragen, deels omdat ze onze opvattingen over wat het is om te leven uitdagen. Vanuit het geologische perspectief van de diepe tijd zou je sommige ecosystemen bijna als organismen kunnen zien: ze schuiven over het aardoppervlak als reusachtige amoeben, breiden zich uit en trekken zich terug als reactie op fluctuaties in het milieu, maar ze blijven bestaan als samenhangende entiteiten.

    Verbonden en verbeten

    Wetenschappers zijn het nog niet eens over een precieze definitie van leven, maar velen formuleren het ongeveer zo: leven is een systeem dat zichzelf actief in stand houdt. De wetten van de thermodynamica schrijven voor dat alles in het universum onvermijdelijk uit elkaar valt en oplost in een homogene brij. Levende systemen gebruiken beschikbare energie om tijdelijk aan deze uitkomst te ontsnappen en hun opzienbarend georganiseerde structuren in stand te houden. Meer nog dan genetica of voortplanting is het dit vermogen tot zelfbehoud dat alle levensvormen – van protist tot prairie – met elkaar gemeen hebben.

    In die zin zijn ecosystemen springlevend. De terugkoppelingen tussen ecosystemen en de organismen daarbinnen en hun wederzijdse evolutie over grote tijdspannen culmineren in een groeiend vermogen om extreem oud te worden, een vermogen dat de mogelijkheden van het individu ver overschrijdt. Hoewel ecosystemen geen organismen zijn, vertonen ze toch groei, veerkracht en zelfregulering. De systemen die het best in staat zijn om te herstellen van grote verstoringen en die erin slagen de processen, relaties en infrastructuur die ze definiëren in stand te houden, zullen zich het langst handhaven. Ecosystemen overleven en evolueren niet door differentiële reproductie, maar door differentiële persistentie.

    ‘Sommige van deze oeroude ecosystemen worden naar de rand van de afgrond geduwd’

    De hardnekkigheid waarmee de langstlevende ecosystemen op aarde voortbestaan duidt op een essentieel kenmerk van leven op elke schaal: onderlinge verbondenheid. Per definitie zijn alle levende wezens systemen die bestaan uit kleinere onderling verbonden onderdelen. Deze systemen zijn op hun beurt onlosmakelijk verbonden met de grotere netwerken die ze omringen. Elke individuele boom is een universum van mineralen, water en cellen waarin uitgestrekte gemeenschappen van microben en schimmels leven. Tegelijkertijd is een boom een vitaal onderdeel van het grotere bos, het landschap en zelfs van de weersystemen waarvan hij afhankelijk is. 

    In het Antropoceen zijn veel van deze fundamentele relaties nu echter aan het wankelen gebracht. Sommige van deze oeroude ecosystemen worden naar de rand van de afgrond geduwd; ze worden zo grondig aangetast dat ze zouden kunnen bezwijken.

    Aan de poorten van het klimaatinferno

    Ondanks de veerkrachtige ecosystemen zijn de vooruitzichten somber, stelt José Luis Lezama in het Mexicaanse politieke tijdschrift Nexos, vooral omdat de huidige klimaatverandering sneller verloopt dan in het verleden. In zijn artikel A las puertas del infierno climático schetst hij een angstaanjagend beeld van een wereld die afstevent op een klimaatinferno. Met de stijging van de zeespiegel, de meer dan 20.000 ton bommen die op Gaza zijn gegooid, de voortdurende winning van olie, en de koolstofemissies van de militaire sector – verantwoordelijk voor 5,5 procent van de wereldwijde uitstoot – is de kritische grens van 1,5 graden opwarming vorig jaar al overschreden. In de huidige maatschappij ziet Lezama twee gescheiden werelden: de ene, geïnformeerd en bezorgd over de klimaatcrisis, maar machteloos om actie te ondernemen, en de andere, bestaande uit de economische elite die profiteert van het huidige economische systeem en met cosmetische ingrepen, zoals klimaatconferenties en greenwashing, de nadelige gevolgen denkt te kunnen afwenden. Ondertussen gaan de niet-geprivilegieerden door toedoen van een maatschappelijk systeem dat hen in armoede houdt een onzeker en uitzichtloos bestaan tegemoet. Hij beschrijft het handelen van de rijkste 1 procent als een ‘compulsieve houding’ die op de lange termijn tot zelfdestructie leidt.

    Verscholen op de bodem van de oceaan

    Een van de oudste ecosystemen van onze planeet is een uitgestrekte weide die momenteel ongeveer zo groot is als Manhattan. Je zult er echter nooit bijen of vlinders zien fladderen en je kunt er ook geen dutje doen in het groen. De weide in kwestie groeit op de zeebodem tussen de Spaanse eilanden Ibiza en Formentera. Net als alle andere weiden bestaat ze voornamelijk uit planten, in dit geval zeegrassen: een groep planten die vroeger op het land voorkwam, bijna 100 miljoen jaar geleden terugkeerde naar de zee en nu groeit in beschutte wateren rond elk continent behalve Antarctica. 

    In 2010 zwommen marien ecoloog Sophie Arnaud-Haond en haar collega’s door een onderwaterweide en verzamelden op tientallen verschillende locaties monsters van Neptunusgras (Posidonia oceanica). Net als alle andere zeegrassen kan Neptunusgras zich vermenigvuldigen door zichzelf te klonen. De wetenschappers troffen verspreid over de weide talloze klonen aan, sommige wel 14,5 kilometer uit elkaar. Gezien de trage jaarlijkse groei van Neptunusgras zouden deze klonen zich gedurende 80.000 à 200.000 jaar over het gebied moeten hebben verspreid om zo’n grote weide te kunnen vormen. Ze denken dat de weide, al naargelang het mondiale klimaat veranderde en de zeespiegel steeg en daalde, herhaaldelijk van plaats veranderde. Nu en dan moeten er grote delen van de weide zijn afgestorven vanwege ongeschikte omstandigheden. Maar bij elke klimatologische omwenteling zullen er voldoende klonen hebben overleefd, zodat hun geslachtslijn tot op de dag van vandaag voortbestaat. 

    Elders in de oceaan zijn er nog grotere en oudere ecosystemen, niet gevormd door één enkele klonale soort, maar door symbiotische kolonies van kleine gelatineachtige dieren, fotosynthetisch plankton en microben. We noemen ze koraalriffen. Het Australische Groot Barrièrerif, dat 344.400 vierkante kilometer beslaat en vanuit de ruimte zichtbaar is, is niet alleen het grootste koraalrif ter wereld, het wordt ook vaak beschouwd als de grootste levende structuur op aarde. Zijn leeftijd is al net zo indrukwekkend; men denkt dat het Groot Barrièrerif zo’n 500.000 tot 600.000 jaar geleden is ontstaan. 

    ‘De veerkracht van een levensgemeenschap die zich kan hergroeperen en herstellen is iets magisch’

    Wetenschappers hebben aangetoond dat koraalriffen in Papoea-Nieuw-Guinea een vergelijkbare levensduur hebben. Tijdens bijzonder stabiele perioden in de loop van de geschiedenis van de aarde zijn er rifsystemen geweest die waarschijnlijk meerdere miljoenen jaren standhielden.

    Om riffen te vormen moeten koralen zich eerst vasthechten aan een rotsachtig oppervlak. Wanneer een rif getroffen wordt door een ramp, zoals een orkaan, kunnen de verkalkte resten van dode koralen de fundering vormen waarop overlevende koralen zich vestigen. ‘Riffen zijn fascinerend,’ zegt Gregory Webb, een paleontoloog die uitgebreid onderzoek heeft gedaan naar de ontwikkeling van riffen in de loop van de geologische tijd. ‘De veerkracht van een levensgemeenschap die zich kan hergroeperen en herstellen, zelfs wanneer ze met ernstige verstoringen wordt geconfronteerd, is iets magisch.’

    In 2018 publiceerden marien geoloog Jody Webster en zijn collega’s een baanbrekend onderzoek waarin ze de afgelopen 30.000 jaar van de evolutie van het Groot Barrièrerif reconstrueerden, een tijdsspanne waarin zich aanzienlijke klimaatschommelingen voordeden. Wanneer de zeespiegel daalde, kwam een groot deel van het rif bloot te liggen, dat vervolgens afstierf. En omgekeerd: wanneer de zeespiegel steeg en de golven aanzwollen, verdronken grote delen van het rif in troebel water. Als reactie hierop migreerde het Groot Barrièrerif herhaaldelijk en geleidelijk zeewaarts of juist landwaarts, waardoor het in de loop der tijd zijn continuïteit waarborgde.

    Eeuwenoud regenwoud

    De oudste nog bestaande ecosystemen bevinden zich echter op het land. Sommige tropische regenwouden bestaan waarschijnlijk al tientallen miljoenen jaren in dezelfde globale regio met dezelfde essentiële kenmerken. Dat heeft deels te maken met de geografie. In sommige opzichten is de tropische zone (rond de evenaar) al lange tijd een van de klimatologisch stabielere delen van de planeet, zelfs in de tijd dat continenten zich binnen en buiten de grenzen ervan bewogen.

    Op basis van gedetailleerde analyses van klimaatgegevens en fossielen plaatsen paleobioloog Carlos Jaramillo en zijn collega’s de oorsprong van het moderne tropische regenwoud – gedefinieerd als een woud waar het altijd warm en vochtig is, waar de diersoorten op verschillende niveaus levens, het bladerdak aaneengesloten is en waar het wemelt van de bloeiende planten, lianen en epifyten – aan het begin van het Cenozoïcum, kort na de inslag van de asteroïde die bijdroeg aan de ondergang van de niet-vliegende dinosauriërs, zo’n 66 miljoen jaar geleden. Ruwweg 60 miljoen jaar geleden, toen de continenten relatief dezelfde configuratie hadden als nu, bezaten de regenwouden in Noord- en Zuid-Amerika dezelfde structurele basiskenmerken als nu en leefden er dezelfde plantenfamilies als die er nu voorkomen. Op basis van dit soort bewijs beweren aardwetenschapper Mark Maslin en zijn collega’s dat het Amazoneregenwoud ‘relatief intact is gebleven’, dat het al ten minste 55 miljoen jaar een ‘blijvend kenmerk van Zuid-Amerika is’.

    Wetenschappers hebben in Australië vergelijkbare ontdekkingen gedaan wat betreft de lange levensduur van regenwouden. ‘Veel plantenfamilies die nu veel voorkomen in de overgebleven regenwouden en die hun basis vormen en zorgen voor het grootste deel van hun soortenrijkdom, hebben al 40 miljoen jaar een stabiele geschiedenis op het Australische continent,’ zegt Darren Crayn, botanicus en directeur van het Australian Tropical Herbarium. Hij en zijn collega’s schrijven in een onderzoek: ‘Het uithoudingsvermogen, de overlevingskansen en de hardnekkigheid van deze regenwoudbewoners vormen een van de grootste biologische en evolutionaire succesverhalen op aarde.’

    Het is moeilijk om te bepalen waar deze amorfe, oeroude entiteiten beginnen of ophouden. Hoe bepalen we precies wanneer een ecosysteem – met al zijn complexiteit en vervangbaarheid – is geboren of gestorven?

    Zelfvoorzienend

    De oudste ecosystemen op aarde verschillen ongetwijfeld van hun vroegere versies. De grenzen, topografie en soortensamenstelling ervan zijn in de loop van de millennia veranderd. Hoewel het fossielenbestand onvolledig is, had het Groot Barrièrerif 400.000 jaar geleden vrijwel zeker een ander biodiversiteitsprofiel, met soorten die nu niet meer bestaan. De Amazone, de rivier die zo bepalend is voor het huidige Amazonewoud, ontstond pas zo’n 11 miljoen jaar geleden. Als we echter honderdduizenden of miljoenen jaren terug in de tijd konden reizen, zouden deze ecosystemen ons niettemin griezelig vertrouwd voorkomen omdat ze hun essentiële kenmerken – de relaties en kaders die ze definiëren – verbazend lange tijd hebben behouden.

    Om zo’n lange levensduur beter te begrijpen, moeten we uitzoeken wat eraan ten grondslag ligt. Zeegrasvelden, koraalriffen en regenwouden hebben een aantal belangrijke eigenschappen gemeen. Ze bevinden zich allemaal in de tropen, waar het klimaat over het algemeen minder wisselvallig is dan op hogere breedtegraden. Ze zijn allemaal ontstaan uit organismen die zelf ook zeer veerkrachtig zijn en zich goed kunnen aanpassen. Tot op zekere hoogte creëren of versterken ze de omstandigheden die ze nodig hebben om te overleven. Door golven af te remmen, sedimenten vast te houden, fotosynthese uit te voeren, water te filteren en van zuurstof te voorzien en koolstof op te slaan maken zowel zeegrasvelden als koraalriffen hun omgeving rustiger, helderder, minder zuur, voedselrijker en over het algemeen leefbaarder. Koralen produceren ook meer van de rotsachtige ondergrond die ze nodig hebben om te groeien.

    Evenzo produceren regenwouden veel van de regen waarvan ze afhankelijk zijn door de watercyclus drastisch te versnellen. Wolkvorming is afhankelijk van twee essentiële ingrediënten: waterdamp en deeltjes waarop die damp kan condenseren. Regenwouden leveren beide door enorme hoeveelheden waterdamp de atmosfeer in te blazen, samen met talloze kleine deeltjes, zoals stuifmeelkorrels, schimmelsporen, microben, fragmenten van insectenschalen en verschillende organische verbindingen. Het resultaat is een zichzelf versterkende feedback loop: hoe meer het regent, hoe harder het bos groeit; hoe harder het bos groeit, hoe meer het regent. Wetenschappers hebben berekend dat het Amazonewoud ongeveer de helft van de regen produceert die elk jaar op zijn bladerdak valt. 

    Het vermogen van ecosystemen om zichzelf te reguleren en in stand te houden – om een zekere mate van zeggenschap te hebben over hun voortbestaan en evolutie – doet denken aan meer op zichzelf staande levende organismen. Al meer dan een eeuw leggen wetenschappers dergelijke verbanden en debatteren erover. 

    In het begin van de twintigste eeuw poneerde de Amerikaanse ecoloog Frederic Clements de stelling dat bossen en andere botanische levensgemeenschappen een reeks afzonderlijke ontwikkelingsfasen doormaken die vergelijkbaar zijn met die van individuele organismen. Eugene Odum, een andere Amerikaanse ecoloog uit de twintigste eeuw, dacht dat ecosystemen, net als organismen, homeostase vertoonden, het vermogen om bepaalde chemische en fysische omstandigheden in stand te houden die essentieel zijn voor hun overleven. Meer recentelijk heeft een groep wetenschappers, waaronder enkele die koraalriffen bestuderen, betoogd dat elk complex meercellig organisme samen met zijn symbiotische microben moet worden beschouwd als een levensgemeenschap, holobiont genoemd, en dat de ware ecologische eenheid van natuurlijke selectie de collectieve genetische informatie van deze levensgemeenschap is, het hologenoom. Met andere woorden, een koraal en zijn symbiotische partners zijn zo van elkaar afhankelijk dat we ze als een samenhangende evoluerende entiteit moeten beschouwen. Hetzelfde zou je kunnen zeggen van het koraalrifecosysteem. Ideeën als deze zijn nog zeer omstreden. 

    Overal waar leven ontstaat, verandert het zijn omgeving ingrijpend

    De extreme levensduur van ecosystemen illustreert het belang van de relaties tussen dergelijke grootschalige systemen en de organismen waaruit ze bestaan. Ecosystemen mogen dan geen individueel genoom hebben en zich niet evolueren volgens de Darwinistische evolutietheorie, toch zijn ze in staat om te groeien, te overleven en te evolueren omdat ze ontegenzeggelijk verweven zijn met de groei, overleving en evolutie van de organismen waaruit ze bestaan.

    Overal waar leven ontstaat, verandert het zijn omgeving ingrijpend. Deze veranderingen beïnvloeden onvermijdelijk elk daaropvolgend evolutionair proces binnen die omgeving. Met voldoende tijd en onder de juiste omstandigheden kan deze co-evolutie er voor zorgen dat het bewuste ecosysteem honderdduizenden tot miljoenen jaren kan voortbestaan.

    Uitbreiding inheems bosgebied

    Terwijl de herintroductie van wolven in Nederland op een drama is uitgelopen, blijkt uit een studie van de Universiteit van Leeds dat het terugbrengen van wolven in de Schootse Hooglanden de populatie edelherten, die jonge bomen opeten, terug zou kunnen brengen tot een niveau waarbij het bos zich op natuurlijke wijze zou kunnen herstellen.

    Wanneer het bos zich weer uitbreidt, zou het per jaar 1 miljoen ton koolstof kunnen opnemen. De populatie wolven zou zich volgens het onderzoek, dat werd gepubliceerd in tijdschrift Ecological Solutions and Evidence, kunnen uitbreiden tot 167 exemplaren, wat neerkomt op een jaarlijkse opname van 6080 ton CO2 per wolf. Daarmee zou de economische waarde per dier op 186.000 euro worden geschat, volgens de huidige koolstofprijs.
    Volgens Dominick Spracklen, die het onderzoek leidde, kunnen de klimaat- en biodiversiteitscrises niet los van elkaar worden aangepakt. ‘We moeten kijken naar de potentiële rol van natuurlijke processen om aangetaste ecosystemen te herstellen.’
    Wolven zijn 250 jaar geleden uitgeroeid in Schotland, voornamelijk door de jacht. Net zoals in Nederland werd de wolf als een bedreiging gezien voor het vee. In 1427 werd zelfs een wet aangenomen die stelde dat er jaarlijkse drie wolvenjachten moesten plaatsvinden. Hierdoor hadden edelherten geen natuurlijke vijanden meer, en hoewel er pogingen zijn gedaan om de populatie onder controle te houden, is deze inmiddels uitgegroeid tot naar schatting 400.000.
    Schotland heeft nog maar 4 procent inheems bos, en is daarmee een van de minst beboste gebieden in Europa. De onderzoekers verwachten de nodige weerstand tegen de voorstellen die voortkomen uit de studie, vooral van hertenliefhebbers, jagers en boeren die zich zorgen maken over hun vee.

    Uitsterven?

    Toch zijn zelfs levende systemen die zo oud en veerkrachtig zijn als regenwouden en riffen niet onaantastbaar of onsterfelijk. De meeste perioden van klimatologische onrust die de ecosystemen op aarde tot nu toe hebben overleefd, verliepen langzaam in vergelijking met het hoge tempo waarop de mens tegenwoordig de lucht, het land en de zee vervuilt en transformeert. Tegen het einde van de eeuw kunnen warmwaterkoraalriffen bijna volledig vernietigd zijn door de opwarming van de aarde, gereduceerd tot enkele refugia hier en daar. En de zichzelf versterkende regencyclus in het Amazonegebied staat op het punt te breken.

    Maar zelfs als je geconfronteerd wordt met deze trieste mogelijke uitkomsten, biedt het een soort troost om naar ecologie te kijken door de lens van de diepe tijd en te zien hoe opmerkelijk standvastig de oudste levensgemeenschappen op aarde zijn. De kracht van de mensheid is buitensporig groot, maar niet oneindig. Het leven is geneigd om zich te handhaven en te herstellen, waarbij het in de loop van duizenden tot miljoenen jaren steeds nieuwe vormen ontdekt.

    Aan het einde van mijn wandeling kwam ik, na langs een met reuzenvarens begroeide rivieroever te zijn geslenterd, bij een bos in een bos. Een van de reuzen van het Hoh-regenwoud was omgevallen, waarschijnlijk tientallen jaren eerder. Zijn kolossale gebarsten lichaam was de basis geworden voor nieuw leven. Dit graf was tegelijkertijd een kwekerij: de rottende stam was begroeid met mos en er waren varens en jonge boompjes in opgeschoten. De geweldige wortelkluit, zeker drie meter hoog, vormde nu een sokkel voor een groepje jonge douglassparren. Door te ontkiemen op de resten van een ouder familielid hadden ze zich hoog boven het schaduwrijke struikgewas verheven. Nu schitterden ze in het gouden zonlicht als de jongste leden van een volhardende levensgemeenschap.

  • Hoe een ecologische ramp in Oekraïne uitgroeide tot een natuurwonder

    Hoe een ecologische ramp in Oekraïne uitgroeide tot een natuurwonder

    Anderhalf jaar geleden, nadat Russische troepen een dam hadden opgeblazen in de bezette regio Cherson, werd verwacht dat het leeggelopen Kachovka-stuwmeer zou veranderen in een dode woestijn, vervuild met gevaarlijke sedimenten. Het is echter een uniek wilgen- en populierenbos geworden, het enige in zijn soort in Europa.

    Op 6 juni 2023 pleegden de Russische strijdkrachten een terroristische aanslag door de dam van de Kachovka-waterkrachtcentrale op te blazen. Als gevolg van de explosie liep het reservoir leeg; de omliggende gebieden raakten overstroomd, waardoor zo’n zestienduizend mensen werden getroffen en ongeveer tachtig steden onder water kwamen te staan. 

    Het water bedekte akkers, woningen, bedrijven en infrastructuur. Volgens de eerste schattingen zou de schade oplopen tot ongeveer 2 miljard dollar. De vernietiging van de dam leidde tot een ecologische ramp. Minstens vier nationale natuurparken, een biosfeerreservaat en gebieden die beschermd worden door de Ramsar- en Bern-verdragen werden getroffen.

    Onmiddellijk na de tragedie deden experts de ergste voorspellingen, bijvoorbeeld dat de bodem van het voormalige Kachovka-stuwmeer in een woestijn zou veranderen. Ze spraken over zandstormen en de verspreiding van gevaarlijke sedimenten die zich in de loop der jaren hadden opgehoopt. Deze voorspellingen zijn vooralsnog niet uitgekomen.

    We spraken met Oekraïense wetenschappers die hebben deelgenomen aan expedities naar het Kachovka-stuwmeer om erachter te komen wat er het afgelopen jaar is gebeurd op de plek van de grootste milieuramp van de eeuw.

    Een ongelofelijke ontdekking

    Drie weken nadat de Russen de waterkrachtcentrale hadden vernietigd, vond de eerste onderzoeksexpeditie naar het stuwmeer plaats, in het ontruimde nationale park Kamianska Sich, gelegen aan de oevers van het voormalige Kachovka-stuwmeer. De reizen werden georganiseerd door Ivan Moisienko en Oleksandr Chodosovtsev, leden van de Ukrainian Nature Conservation Group en professoren aan de staatsuniversiteit van Cherson, en door geobotanicus en ecoloog Jakiv Diduch, verbonden aan de Oekraïense Nationale Academie van Wetenschappen. 

    Bioloog Anna Kuzemko, een van de deelnemende wetenschappers, vertelt ons dat er met elke volgende reis minder zorgen waren over de natuur. ‘Er waren zorgen dat het slib dat zich in de loop der jaren op de bodem van het reservoir had opgehoopt veel verschillende en zelfs gevaarlijke chemicaliën bevatte en dat die zich zouden verspreiden als de bodem opdroogde,’ vertelt Kuzemko. ‘Maar toen we er voor het eerst heen gingen, zagen we dat de grond erg compact was en waarschijnlijk niet zou verstuiven bij opdroging. We waren nog steeds bezorgd dat er invasieve plantensoorten zouden gaan groeien, zoals de valse acacia, de indigostruik en de vederesdoorn. Deze zorgen werden uiteindelijk weggenomen toen we er in oktober 2023 heen gingen en dit jonge wilgenbos aantroffen.’

    In juni 2023 zagen ze alleen nog maar kleine scheuten, vertelt Kuzemko, maar vier maanden later waren er al aaneengesloten wilgenbosjes van tot twee meter hoog. Sommige bomen bereikten een hoogte van meer dan drie meter.

    Zelfs toen konden de sceptische onderzoekers niet geloven wat er in slechts zes maanden zou gebeuren met het voormalige Kachovka-stuwmeer: ‘Ze zeiden dat het wilgenbos de winter niet zou overleven, dat er geen overstromingen in het voorjaar zouden zijn en dat het zou verdorren,’ vertelt Kuzemko. ‘[In de lente] keerden we terug en zagen we het wilgenbos op de linkeroever. We zagen dat het ten opzichte van het jaar ervoor ongeveer 30 procent was gegroeid, en deze wilgen waren in uitstekende conditie, ze groeiden hard en dicht tegen elkaar aan! We zagen ook populierenbosjes bij het nabijgelegen eiland Chortytsia.’

    Nergens anders in Europa

    Op basis van hun veldonderzoek en met behulp van remote sensing en machine learning, oftewel kunstmatige intelligentie, hebben wetenschappers een kaart gemaakt van de biotopen van het Kachovka-stuwmeer. In november 2023 was ongeveer 40 procent van het voormalige reservoir bedekt met wilgen, populieren en andere uiterwaardenvegetatie, en dit bos blijft zich uitbreiden.

    Het jonge wilgen-populierenbos dat het uitgestrekte gebied bedekt, is uniek; nergens anders in Europa zijn vergelijkbare bossen te vinden. Volgens Kuzemko was zo’n uiterwaardenbos typisch voor dit gebied voordat het stuwmeer werd aangelegd.

    ‘Ik denk dat er geen ander wilgen-populierenbos van deze omvang is in Oekraïne en Europa’

    ‘Normaal gesproken kunnen deze uiterwaardenbossen niet groeien waar ze zouden willen; ze ontstaan slechts langs waterlopen omdat het omliggende gebied bevolkt is of als landbouwgrond of voor iets anders gebruikt wordt,’ legt de wetenschapper uit. ‘Zulke grote gebieden zijn echt uniek. Ik denk dat er geen ander wilgen-populierenbos van deze omvang is in Oekraïne en Europa.’

    De groeisnelheid van het bos is fenomenaal. ‘Kun je het je voorstellen? Een wilg die in minder dan een jaar 4,7 meter hoog is geworden!’ zegt professor Moisienko. Zijn collega Diduch zegt dat de wilgen in het Kachovka-stuwmeer twee keer zo snel groeien als elders. Dit kan worden verklaard door de vruchtbaarheid van de steppebodem in het zuiden van Oekraïne en de grote hoeveelheid voedselrijk slib op de bodem van het voormalige stuwmeer.

    Het is van belang dat de beschermingsstatus van het bos snel verbetert naarmate het groeit. Op de plek van de ecologische ramp ontwikkelt zich nu een biotooptype dat door de Conventie van Bern wordt beschermd. ‘De waarde van deze gebieden zal alleen maar toenemen naarmate de biotopen zich blijven vormen. De biodiversiteit zal toenemen en daarmee zal ook de status van dit gebied als onderdeel van het Emerald Network verbeteren,’ zegt Kuzemko. Natuurlijk zal dit alleen gebeuren als niets de vorming van het bos in de weg staat.

    Aanpassingsvermogen

    Het zal niemand ontgaan zijn dat de laatste jaren steeds vaker te zien is dat vogels afval – van plastic zakken tot stukjes touw en ijzerdraad – gebruiken bij het bouwen van hun nesten. Het roept de vraag op of vogels dit doen uit innovatie of dat ze simpelweg gedwongen worden door een gebrek aan natuurlijke materialen. Wetenschapsblad Quebec Science beschrijft hoe bioloog Auke-Florian Hiemstra van het Nederlandse Naturalis gefascineerd raakte door het vermogen van vogels om zich aan te passen aan veranderingen in hun omgeving. Hij onderzocht de complexiteit van dit gedrag en de mogelijke gevaren die hiermee gepaard gaan. Waar vogels eerder volop takken, gras, bladeren, mos, veren en zelfs modder tot hun beschikking hadden, zijn ze in de groeiende verstedelijking van gebieden aangewezen op ons afval.
    Dit verschijnsel is niet beperkt tot Nederland; over de hele wereld zijn voorbeelden te vinden van vogels die zich aanpassen aan de moderne wereld. In Australië werd in 2018 een nest van een ekster ontdekt dat was gebouwd met duivenpinnen, die worden gebruikt om vogels van gebouwen te weren. Een geeloorhoningeter (Meliphaga lewinii) verwerkte plasticdraad als nestmateriaal.
    Mooi dat onze gevederde vrienden zo creatief reageren op hun veranderde omstandigheden, maar het is ook een teken aan de wand: de biodiversiteit en de gezondheid van ecosystemen zijn in gevaar.

    Positieve invloed op het klimaat

    Het uitgestrekte nieuwe bos zal koolstof opslaan en schadelijke stoffen afvangen. ‘Deze wilgen, populieren en andere planten op de bodem van het reservoir hebben al miljoenen tonnen koolstofdioxide geabsorbeerd,’ legt Moisienko uit. ‘Ik weet niet of er een ander ecosysteem ter wereld of in Europa is dat de opwarming van de aarde effectiever bestrijdt.’

    ‘Kijk naar de miljard bomen [het boomplantprogramma van de Oekraïense president Zelensky] die geplant zijn op ongeschikte plaatsen zoals steppe- en zandgrond… Hier, bij het Kachovka-stuwmeer, staan misschien al een miljard bomen. Misschien zelfs meer. En daar zijn geen grote investeringen voor nodig geweest,’ zegt Kuzemko.

    Op een onlinevideo zijn vier sterke mannen te zien die in het jonge Kachovka-bos samen een metershoge jonge wilg uit de grond proberen te trekken. Diduch legt uit dat het boommonster nodig was voor onderzoek naar de rol van wilgen en wilgenbossen, hun invloed op het klimaat, indicatoren voor klimaatverandering, bodemvorming en koolstofverbruik. De analyse van het monster stelt wetenschappers in staat om voorspellingen te doen voor vijf, tien of zelfs vijftig jaar later. Dit soort onderzoeken zijn cruciaal om aan economen, landbouwers, hydrologen en degenen die aanspraak maken op het door het stuwmeer vrijgekomen gebied, uit te leggen waar het om gaat: dat het voormalige stuwmeer nu en in de toekomst in zijn nieuwe natuurlijke staat veel waardevoller zal zijn dan welk infrastructuurproject dan ook.

    Uit het onderzoek van het team is gebleken dat de ecosysteemdiensten van volgroeide bossen, als ze ten minste 30 procent van het reservoiroppervlak uitmaken, zestien keer zo groot zullen zijn als de voordelen van het kunstmatige reservoir. Dankzij deze ecosysteemdiensten krijgen de Oekraïners niet alleen een schoon en verbeterd milieu, een rijkere biodiversiteit, een beter klimaat en zelfs een uniek natuurgebied, maar ook geld.

    De optie ‘onaangeroerd’ zou investeringen kunnen aantrekken

    Oekraïners kunnen aanzienlijke subsidies ontvangen van wereldwijde fondsen als ze de natuur in het reservoir ongemoeid laten. Het herstel van de vegetatie en de natuurlijke rivierbedding van de Dnipro op het grondgebied van het voormalige Kachovka-stuwmeer is in lijn met de Europese Green Deal, waarin de EU-landen het streven uitspreken om rivieren in hun normale, natuurlijke staat terug te brengen. Plannen om het reservoir te herstellen druisen in tegen dit beleid. Het Oekraïense waterkrachtbedrijf Ukrhydroenergo begon een maand na de ramp in Kachovka met de bespreking van de reconstructie. Het nieuwe project zou alle voordelen tenietdoen die de nieuwe gebieden ons zouden kunnen bieden als ze onaangeroerd blijven.

    De optie ‘onaangeroerd’ zou investeringen kunnen aantrekken. Internationale fondsen staan klaar om landeigenaren te betalen. De eigenaren zelf hoeven niets te doen; ze laten het land gewoon met rust en laten de natuur haar gang gaan.

    Een betere oplossing voor het Kachovka-stuwmeer lijkt er niet te bestaan. Voor dit gunstige scenario moet Oekraïne aan een paar voorwaarden voldoen. Ten eerste moet er een einde komen aan de oorlog. Ten tweede moeten mondiale fondsen garanties krijgen dat de nieuwe waterkrachtcentrale waar Ukrhydroenergo van droomt niet op deze locatie zal worden gebouwd.

    ‘Als deze garanties worden gegeven, denk ik dat we de financiering voor natuurherstel kunnen krijgen en die ook vele jaren kunnen blijven ontvangen. Maar aan zowel de eerste als de tweede voorwaarde is lastig te voldoen,’ concludeert Moisienko.

    Ondertussen kunnen we alleen maar de expedities volgen, nieuwe onderzoeksresultaten afwachten en observeren hoe de Grote Weide, die zich in dit gebied bevond vóór het Kachovka-stuwmeer er werd gebouwd, in de nasleep van de ecologische catastrofe weer tot leven komt.

  • De egel is nu bijna met uitsterven bedreigd

    De egel is nu bijna met uitsterven bedreigd

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Iran executeert Iraans-Duitse dissident Jamshid Sharmahd

    » Pentagon: Noord-Korea heeft 10.000 soldaten naar Rusland gestuurd

    De egelpopulatie is in het VK met 75 procent afgenomen

    In West-Europa neemt de populatie egels af: ze worden door stadsuitbreiding uit hun leefgebied verdreven, op wegen neergemaaid door auto‘s en worden het slachtoffer van pesticiden en de achteruitgang van insecten.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De Erinaceus europaeus is van de categorie ’niet bedreigd‘ naar ’bijna met uitsterven bedreigd‘ gegaan. Dit blijkt uit de bijgewerkte Rode Lijst van de International Union for Conservation of Nature (IUCN), die maandag werd gepubliceerd in Cali tijdens de COP16 over biodiversiteit.

    De populatie is afgenomen in meer dan de helft van de landen waar de soort voorkomt. Het gaat voornamelijk om de volgende landen: het Verenigd Koninkrijk, Noorwegen, België en Duitsland. In 2022 onthulde een onderzoek volgens The Daily Telegraph dat de egelpopulaties in het Verenigd Koninkrijk sinds 2000 met 75 procent waren afgenomen.

  • Meer dan 150 doden door extreme regenval Tanzania

    Meer dan 150 doden door extreme regenval Tanzania

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Onderzoek: verkeerslawaai belemmert groei van babyvogels

    » Amerikaanse troepen beginnen met bouw van hulppier in Gaza

    Verwoestende gevolgen zijn ‘vooral te wijten aan achteruitgang van het milieu’

    Een ware ‘stortvloed’ met enorme verwoestingen als gevolg is neergedaald in Oost-Afrika, meldt The Citizen. In Tanzania heeft het regenseizoen, verergerd door het weerfenomeen El Niño, de afgelopen weken dodelijke overstromingen en aardverschuivingen veroorzaakt, vertelde premier Kassim Majaliwa donderdag aan het parlement.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    ‘Meer dan 51.000 huizen en 200.000 mensen zijn getroffen, met 155 doden, ongeveer 236 gewonden en meer dan 10.000 huizen die in verschillende mate beschadigd zijn,’ aldus Majaliwa. De verwoestende gevolgen van de regen zijn ‘vooral te wijten aan de achteruitgang van het milieu’, voegde hij eraan toe, waarbij hij met name wees op de ontbossing.

    Buurland Kenia ging donderdag door met het tellen van de slachtoffers en het zoeken naar de vermisten, als gevolg van de overstromingen in verschillende districten van de hoofdstad Nairobi en in naburige provincies. Volgens de autoriteiten staat het dodental op 13, na de ontdekking van drie lichamen in de sloppenwijk Mathare donderdag, een van de zwaarst getroffen gebieden.

  • Onderzoek: verkeerslawaai belemmert groei van babyvogels

    Onderzoek: verkeerslawaai belemmert groei van babyvogels

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Amerikaanse troepen beginnen met bouw van hulppier in Gaza

    » Meer dan 150 doden door extreme regenval Tanzania

    Geluidsoverlast door verkeer heeft invloed op gezondheid, groei en voortplanting

    Uit onderzoek is gebleken dat geluidsoverlast door verkeer de groei van babyvogels belemmert, zelfs als ze nog in het ei zitten. Dat meldt The Guardian. Pasgeboren vogels en jongen die worden blootgesteld aan lawaai van stadsverkeer ervaren op de lange termijn negatieve effecten op hun gezondheid, groei en voortplanting, zo blijkt uit de studie.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    ‘Geluid heeft een veel sterkere en directere impact op de ontwikkeling van vogels dan we voorheen wisten’, zegt dr. Mylene Mariette, expert op het gebied van vogelcommunicatie aan de Deakin University in Australië en co-auteur van de studie, gepubliceerd in het tijdschrift Science. ‘Het zou verstandig zijn om meer te werken aan het terugdringen van de geluidsoverlast.’

    Uit een groeiend aantal onderzoeken blijkt dat geluidsoverlast vogels stress bezorgt en de communicatie voor hen bemoeilijkt. Maar of vogels al op jonge leeftijd last hebben van lawaai en hoe lawaai hun omgeving en ouderlijke zorg verstoort, was nog onduidelijk. Zo ontdekten de onderzoekers dat zebravinken 20 procent minder kans hebben om uit eieren te komen als ze worden blootgesteld aan geluidsoverlast.

  • Onderzoek: hommels kunnen tot een week onder water overleven

    Onderzoek: hommels kunnen tot een week onder water overleven

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Trump-proces: twaalf juryleden zijn geselecteerd

    » Netflix stopt vanaf 2025 met rapporteren abonneeaantallen

    Het fenomeen zou hommels helpen overstromingen in het wild te overleven

    Hommels voelen zich misschien thuis in de stad en op het platteland, maar nu hebben onderzoekers tenminste één soort gevonden die zich nog beter kan aanpassen: ze kunnen onder water overleven. Zo meldt The Guardian dat wetenschappers hebben ontdekt dat koninginnen van de oosterse gewone hommel, een wijdverspreide soort in het oosten van Noord-Amerika, tijdens hun winterslaap tot een week onder water kunnen blijven.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Omdat bekend is dat hommelkoninginnen zich in de grond ingraven om te overwinteren, zeggen de onderzoekers dat dit fenomeen hen zou kunnen helpen overstromingen in het wild te overleven. De onderzoekers zeggen dat de bevindingen uitzonderlijk zijn omdat de meeste insecten die als volwassen dieren overwinteren – waaronder veel loopkevers – niet onder water kunnen blijven en riviervlaktes moeten verlaten om te overleven.

    De volgende prioriteit van het onderzoeksteam is om te onderzoeken of de resultaten ook gelden voor andere soorten hommels.

  • Colombia gaat Pablo Escobars nijlpaarden afmaken

    Colombia gaat Pablo Escobars nijlpaarden afmaken

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » FTX-oprichter Sam Bankman-Fried schuldig bevonden aan fraude

    » VN waarschuwt voor genocide in Gaza

    De populatie nijlpaarden zorgen voor schade aan ecosystemen

    Colombia gaat proberen de populatie van meer dan honderd nijlpaarden, afkomstig uit de dierentuin van wijlen drugskoning Pablo Escobar, aanpakken. Volgens El Espectador wil men de dieren steriliseren, ze verhuizen naar andere landen en mogelijk afschieten. Autoriteiten schatten dat er momenteel 169 nijlpaarden zijn in Colombia, vooral in en rond de Magdalenarivier, en dat als er geen maatregelen worden genomen, het er duizend kunnen zijn in 2035.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De nijlpaarden, die zich na de dood vanuit Escobar verspreidden naar nabijgelegen rivieren, hebben geen natuurlijke vijanden in Colombia en zijn uitgeroepen tot een invasieve soort die schade toebrengt aan flora en fauna. Volgens de eerste fase van het plan moeten 40 nijlpaarden per jaar gesteriliseerd worden.

    Experts zeggen dat sterilisatie alleen niet genoeg is om de toename van de nijlpaarden onder controle te houden. Daarom is de regering bezig met het regelen van de overplaatsing van nijlpaarden naar andere landen. Er zou onder meer contact zijn met Mexico, India en de Filipijnen.

    Lees ook:

  • Van de Griekse eilanden tot Amsterdam. Twee perspectieven op overtoerisme

    Van de Griekse eilanden tot Amsterdam. Twee perspectieven op overtoerisme

    Van noord tot zuid en oost tot west klagen bewoners over de ondraaglijke last van het toerisme. Terwijl gewone Grieken het zich niet meer kunnen veroorloven om hun snikhete steden te verlaten voor de schone lucht van de Griekse eilanden, denkt Amsterdam het probleem aan te kunnen pakken met de weinig gastvrije slogan ‘Stay Away’.

    Grieken hunkeren naar de Egeïsche eilanden, die onbetaalbaar zijn.

    Griekenland is afhankelijk van toerisme, maar veel Grieken hebben het gevoel dat datzelfde toerisme hun de mogelijkheid ontneemt om van geliefde plekken in eigen land te genieten. De eilanden in de Egeïsche Zee zijn bijvoorbeeld van oudsher een plek om te ontspannen, te zwemmen, te drinken en wilde seks te hebben. Naast deze aardse geneugten zijn het ook plekken van betovering en van metafysisch ontzag – door de eeuwen heen bezongen door Grieken en bezoekers uit het buitenland.

    De place to be in de jaren vijftig en zestig was Hydra (waar Leonard Cohen verbleef) en het nog kosmopolitischere Mykonos, de favoriet van de scheepsmagnaat Aristoteles Onassis, eigenaar van onder meer Olympic Airways. Beroemdheden, van Marlon Brando en Grace Kelly tot Brigitte Bardot en Jackie Kennedy Onassis, bezochten Mykonos en het eiland kreeg in 1971 een eigen vliegveld. Veel eilandbewoners en Griekse intellectuelen zien dat als het moment waarop de Griekse eilanden verpest werden. Bewoners zeggen in ieder geval al sinds de jaren negentig dat ze de winters, wanneer er geen toeristen zijn, de prettigste periodes vinden om er te zijn.

    Opeenvolgende Griekse regeringen beweren al jaren dat toerisme de motor van Griekenland is

    Opeenvolgende Griekse regeringen beweren al jaren dat toerisme de motor van Griekenland is. Het is niet zomaar een theorie of een wens: het gaat om beleid dat, hoewel het misschien niet nadrukkelijk wordt uitgedragen door de centrale regering, in praktijk wordt gebracht door particuliere toerismebureaus, door hotels, B&B’s en andere belanghebbenden. Ze worden in ieder geval aangemoedigd door de regering in Athene.

    31 miljoen bezoekers

    Na de economische ineenstorting van begin 2010 werd dat versterkt. In 2019 trok Griekenland ongeveer 31 miljoen bezoekers, tegenover 24 miljoen in 2015. Na de pandemie, toen de beperkingen door het coronavirus wegvielen, zagen sommige eilanden in de Egeïsche Zee een verbazingwekkend snel herstel van het toerisme. Aangezien de sector inmiddels goed is voor bijna 20 procent van het nationale bbp en één op de vijf banen, blijft de focus van de nationale economische strategie liggen op het verhogen van het aantal bezoekers.

    Maar het Griekse vakantieseizoen van 2023 zal door velen herinnerd worden als de hel, met de aanhoudende hittegolf in juli en de bosbranden op Evia, Corfu, Rhodos en andere eilanden waar sommige vakantieoorden veranderden in puin en as. Duizenden toeristen moesten vluchten of werden geëvacueerd. De schade aan de natuurlijke omgeving is groot – hoe hoog de kosten zijn voor de lokale gemeenschappen en het toerisme zal nog moeten worden berekend.

    Helse zomer

    Zal deze zomer met extreme temperaturen en bosbranden de idylle van de eilanden in de Egeïsche Zee voor de Grieken aantasten, terwijl de klimaatcrisis toeristen van elders tegelijkertijd dwingt om de aantrekkelijkheid van een zonvakantie te heroverwegen en in plaats daarvan bijvoorbeeld naar Denemarken of Ierland te gaan? Het valt te betwijfelen. De aantrekkingskracht van de kale, rotsachtige Cycladen, waar bomen schaars zijn en bosbranden zeldzaam, zou zelfs wel eens kunnen toenemen. Maar al vóór deze helse zomer was een goedkope, spontane augustusvakantie op de Griekse eilanden al onbereikbaar geworden voor veel gewone Grieken van het vasteland. 

    Alleen al de drie uur durende veerboot heen en terug kostte 600 euro

    Vorig jaar was een vakantie in augustus op het piepkleine en prachtige Koufonisi al nagenoeg onbetaalbaar voor een gezin van vier. Alleen al de drie uur durende veerboot heen en terug kostte 600 euro en een vijfdaagse vakantie in de eenvoudigste accommodatie moest minstens 2000 euro kosten.

    Erover klagen lijkt op ondankbaarheid, want Griekenland verdient veel geld aan het internationale toerisme, en het zal nu eenmaal zijn infrastructuur moeten verbeteren zoals een moderne staat betaamt. Maar als Grieken ervan uitgaan dat hun ‘recht’ om dicht bij huis frisse lucht in te ademen altijd zal blijven bestaan, dan hebben ze het mis. Het is een nostalgische gedachte geworden. Je kan het ook verlies noemen. Omdat de Egeïsche Zee iets biedt dat nergens anders te vinden is.

    Op Sifnos staat een piepklein oud kerkje dat Eftamartyros (de Zeven Martelaren) heet. Het staat op een kale rots, boven op een klif, geïsoleerd tegen de blauwe onmetelijkheid van de Egeïsche Zee.

    Het is er alsof je op een zeer persoonlijke pelgrimstocht bent

    Bij Eftamartyros, met zijn witte muren en blauwe koepel, ben je alleen met de zee, alleen met de lucht, alleen met de wind. Het is er alsof je op een zeer persoonlijke pelgrimstocht bent. De uitgestrektheid van ruimte, tijd, gevoel en reflectie heeft niet zozeer te maken met de landschappelijke schoonheid – het gaat veeleer om een betekenis die het zichtbare overstijgt.

    De Griekse dichter Odysseas Elytis was iemand die nadacht over de continuïteit van de Griekse taal door de eeuwen heen. Het modern-Griekse woord voor ‘zee’, zei hij, is thalassa, en dat is precies hetzelfde woord als in de tijd van Homerus werd gebruikt. Op plekken als Eftamartyros wordt dat gevoel van continuïteit van ruimte en tijd overgebracht door de uitgestrektheid van de zee. Het woord en het zeegezicht lijken oneindig; ze zijn van voor onze tijd en ze zullen er nog lange tijd zijn als wij niet meer bestaan. Ook zonder kennis van de Griekse taal is dit gevoel van permanentie er voor iedereen die naar de Egeïsche Zee wil luisteren en zich wil laten meevoeren door haar existentiële grootsheid. 

    Balans

    In een wereld die uit balans is, hebben we meer dan ooit de vrijheid nodig om onszelf van tijd tot tijd in de Egeïsche Zee te kunnen verliezen. Sommigen zullen daartoe nog steeds pogingen kunnen ondernemen – op voorwaarde dat ze een jaar van tevoren beginnen met het plannen van een verblijf in augustus en dat ze het feit accepteren dat ze de hoogste tarieven zullen moeten betalen. Omdat het de moeite waard is, ook als ze het zich niet kunnen veroorloven. 

    Welbeschouwd zullen Eftamartyros en het unieke gevoel erbij te horen en ernaar te verlangen altijd onbetaalbaar blijven.  

    – Elias Maglinis in The Guardian


    De toeristen zijn terug. Hoog tijd om te zeggen dat ze weg moeten blijven

    Ze staan grijnzend voor de poorten van Auschwitz voor een selfie. Ze duiken in de Trevifontein in Rome. Een man kerft zijn naam en die van zijn vriendin in een 2000 jaar oude bakstenen muur van het Romeinse Colosseum. Een Russische influencer wordt samen met haar man het land uitgezet omdat ze een naaktfoto van zichzelf heeft gepost voor een heilige 700 jaar oude banyanboom. Allemaal dragen ze bij aan klimaatverandering en aan de huidige hittegolf die een groot deel van Zuid-Europa teistert: transport van toeristen is verantwoordelijk voor 5 procent van de wereldwijde uitstoot en stijgt nog steeds. 

    Iedereen klaagt over toeristen. Maar nu, misschien wel voor het eerst, zijn een paar Europese steden – met Amsterdam voorop – begonnen er iets aan te doen. De kortstondige ervaring van rust tijdens de lockdowns zonder toeristen was de aanzet tot verandering. Gaandeweg beginnen steden zich te verzetten tegen het kapitalisme van het toerisme, en proberen ze de economische geschiedenis om te keren.

    In Barcelona steeg het aantal hotelgasten van 1,7 miljoen in 1990 naar 9,5 miljoen in 2019.

    Tussen 1998 en 2019 verdubbelde het officiële aantal aankomsten van internationale toeristen tot 2,4 miljard per jaar. Die stijging wordt toegejuicht door de lokale toeristenindustrie en de marketingafdeling voor toerisme van de overheid, maar de meeste inwoners van populaire steden moesten ondertussen lijdzaam toezien – hen was niets gevraagd. 

    De toename was vooral acuut in een paar Europese steden. Vanaf de jaren negentig, toen de meeste steden mooier en veiliger werden en goedkope vluchten en internationale treinverbindingen als paddenstoelen uit de grond schoten, werden korte tripjes naar deze plekken de norm. Stedentrips gaan het hele jaar door en nemen sneller toe dan traditionele ‘zon en strand’- of ‘rondreis’-vakanties, aldus Kerstin Bock van de Vrije Universiteit Berlijn. Om een extreem voorbeeld te noemen: in Barcelona steeg het aantal hotelgasten van 1,7 miljoen in 1990 naar 9,5 miljoen in 2019. Dat is exclusief de Airbnb’s, die woonruimte onttrekken aan de lokale woningmarkt.

    Moedige stap

    De vraag is: wat kunnen we eraan doen? Opzettelijk het toerisme terugdringen is een moedige stap, maar het is de vraag of dat haalbaar is in een wereld waarin miljarden nieuwe reizigers staan te trappelen. Maar als er één Europese stad vooroploopt in het afwijzen van toeristen, dan is het wel Amsterdam. De omstandigheden voor deze stad zijn er dan ook gunstig voor. Van 1995 tot 2019 groeide de regionale economie van Amsterdam met 132 procent. Relatief weinig daarvan kwam van toerisme: de drijvende krachten achter de groei waren informatie, communicatie (inclusief IT), financiële en zakelijke diensten. Die hausse zet nog steeds door en lokale bedrijven hebben het al moeilijk genoeg om personeel te vinden, ook zonder een overspannen toerismesector. 

    Veel restaurants, coffeeshops, bordelen en andere werkgevers moeten arbeidsmigranten importeren

    Veel restaurants, coffeeshops, bordelen en andere werkgevers moeten arbeidsmigranten importeren. Ondertussen wordt de grachtengordel – het centrum van Amsterdam waar de meeste toeristische bestemmingen liggen – vooral bewoond door rijke mensen die er niet op zitten te wachten dat hun nachten worden verstoord door lallende toeristen op bierfietsen. Inwoners willen ook andere winkelmogelijkheden dan op toeristen gerichte Nutella-winkels.

    De stad heeft geprobeerd om toeristen te spreiden. Maar dat heeft de trek naar de stad niet verminderd. Amsterdam verwelkomde (als dat de juiste term is) in 2010 5,3 miljoen hotelbezoekers. In 2019 waren dat er 9,2 miljoen, exclusief de miljoenen die in Airbnb’s overnachten.

    Maximum

    In 2021 stelde het stadsbestuur een maximum in van 20 miljoen bezoekers per jaar. Maar volgens prognoses wordt dat dit jaar al overschreden – vooral Chinese toeristen zijn nog maar net de pandemische beperkingen te boven. Als er niets wordt gedaan, zal het bezoekersaantal in 2024 waarschijnlijk hoger zijn.

    En dus komt Amsterdam in actie. De stad wil haar verouderde imago van goedkope pretstad afschudden en zich profileren als culturele bestemming. In de rosse buurt, waar bepaalde hotspots wekelijks door 900.000 voetgangers worden bezocht, hebben de autoriteiten honderden ramen van sekswerkers gesloten en moeten cafés en bordelen nu eerder sluiten (om drie uur ’s ochtends in plaats van om zes uur ’s ochtends). Het roken van wiet op straat is in het stadscentrum verboden. De stad hoopt ook een aantal hotels om te bouwen tot woningen en kantoren.

    De staat lijkt nu zelfs ook niet langer mee te werken aan de promotie van toerisme

    Een stad heeft beperkte mogelijkheden om toeristen te weren, maar in Nederland werkt de staat nu ook mee. Deze maand werd een rechtszaak gewonnen: om milieuredenen mag het aantal vluchten dat landt op Schiphol worden teruggedrongen. Een toerist die vanuit Keulen met de trein naar Amsterdam komt is misschien ‘duurzaam’, maar een toerist die vanuit Californië komt vliegen is dat niet.

    De staat lijkt nu zelfs ook niet langer mee te werken aan de promotie van toerisme. Het officiële internationale logo van Nederland – vroeger was dat een tulp naast het gebruiksvriendelijke maar onnauwkeurige woord ‘Holland’ (in feite is Holland alleen het westelijke deel van het land) – werd in 2019 veranderd in een soberder ‘NL Netherlands’, waarin alleen de golvende ‘L’ nog verwijst naar de tulp van voorheen. ‘Een traditioneel symbool met tulpen is te veel verbonden met toerisme en souvenirs,’ liet een van de ontwerpers van het logo weten.

    Stay away

    Voor wie nog twijfelt aan de wens van Amsterdam om veranderingen tot stand te brengen, is het zaak om eens te kijken naar de nieuwe reclamecampagne van de stad: ‘Stay Away’. De campagne is in eerste instantie gericht op jonge Britse mannen. Als een lid van die doelgroep googelt op een term als ‘vrijgezellenfeest Amsterdam’ krijgt hij wellicht de video te zien van een dronken man die wordt gearresteerd, voorzien van het motto: ‘Dus jij komt naar Amsterdam om de boel op stelten te zetten? Stay away.’

    Deze Stay Away-campagne is absoluut een primeur in de geschiedenis van toeristische marketing. Het zou zomaar het begin van een trend kunnen worden. 

    – Simon Kuper in Financial Times

  • Is het wel verstandig om uitgestorven soorten, zoals de dodo, weer tot leven te wekken?

    Is het wel verstandig om uitgestorven soorten, zoals de dodo, weer tot leven te wekken?

    Wetenschappers en de buitenlandse pers zijn verdeeld over het nut van het weer tot leven wekken van uitgestorven soorten. Zou het niet beter zijn om bedreigde soorten te redden in plaats van de mammoet of de dodo te herintroduceren? Een overzicht van de belangrijkste argumenten.

    Ja: ‘Zo kunnen we huidige soorten voor het uitsterven behoeden’

    Door ‘geavanceerd onderzoek te doen naar manieren om de dodo te laten herleven, kunnen we de mechanismen van het uitsterven leren begrijpen en biotechnologische middelen ontwikkelen om het tegen te gaan,’ zegt Beth Shapiro in een interview met Le Mauricien. De moleculair bioloog coördineert het programma voor de ‘de-extinctie’ (de-extinction) van de dodo bij Colossal Biosciences, een Texaanse start-up die ook achter programma’s zit om de wolharige mammoet en de Tasmaanse tijger nieuw leven in te blazen.

    ‘In het begin was ik niet echt overtuigd,’ vertelt Shapiro aan MIT Technology Review. ‘Maar beetje bij beetje realiseerde ik me dat dit de toekomst was. We moeten deze hulpmiddelen en andere methoden ontwikkelen om huidige soorten voor uitsterven te behoeden. En als we mensen enthousiast willen maken om dat te doen, moeten we iets groots op de markt brengen. Iedereen kent de dodo.’

    Werken aan de-extinctie om verdere uitstervingen te voorkomen is de kern van het argument van de voorstanders. ‘Het gaat er niet alleen om de Tasmaanse tijger weer tot leven te wekken, het gaat er ook om het uitsterven van andere soorten te voorkomen,’ zegt Andrew Pask, geneticus aan de Universiteit van Melbourne, in een interview met de BBC. ‘Er zijn enorm veel bosbranden in Australië en met de wereldwijd stijgende temperaturen zullen klimaatrampen de komende decennia toenemen. Australische onderzoekers hebben daarom cellen van buideldieren verzameld en ingevroren in de gebieden die het grootste risico lopen. In het geval van een brand zouden ze dan het getroffen gebied opnieuw kunnen bevolken zodra de vegetatie is teruggekeerd.’

    ‘We kunnen in de toekomst soorten herintroduceren om zo klimaatverandering tegen te gaan’

    De-extinctieprojecten kunnen ook ‘helpen bij het herstel van de ecosystemen waarin deze dieren ooit leefden’, stelt Julian Koplin, een bio-ethicus aan de Monash-universiteit in Melbourne, op de website van The Conversation. ‘We kunnen in de toekomst bepaalde soorten herintroduceren in ecosystemen en zo helpen om klimaatverandering tegen te gaan, invasieve soorten te bestrijden, ziektes te voorkomen en biotopen te herstellen’, beaamt Eriona Hysolli van Colossal Biosciences in een debatpagina gewijd aan de kwestie die in The Nation werd gepubliceerd.

    ‘De wolharige mammoet speelde bijvoorbeeld een onmisbare rol in het behoud van de Arctische steppen. De afgelopen veertig jaar is het noordpoolgebied vier keer sneller opgewarmd dan de rest van de planeet. Het herintroduceren van de wolharige mammoet zou een ecosysteem kunnen herstellen dat gelijkwaardig is aan dat uit het verleden, waardoor meer organisch materiaal in de permafrost wordt vastgehouden en de uitstoot van broeikasgassen wordt verminderd.’

    Axel Newton, evolutiebioloog aan de Universiteit van Melbourne, ziet deze de-extinctieprogramma’s ook als een manier om medisch onderzoek voor mensen te bevorderen. ‘Naast ons uiteindelijke doel – het weer tot leven wekken van de Tasmaanse tijger met een cel van een buideldier – stelt deze technologie ons in staat om een vorm van genetische diversiteit te herintroduceren in soorten die met uitsterven worden bedreigd’, stelt hij in The Conversation. ‘En dit onderzoek zou ook gebruikt kunnen worden voor gerichte gentherapie, om mutaties te corrigeren die kanker en andere ziekten veroorzaken. Daarom moeten we de Tasmaanse tijger tot leven wekken. Om dit geweldige uitgestorven dier een tweede leven te geven, maar ook vanwege de vooruitgang die dit project betekent voor de gehele mensheid.’

    Michael Archer, paleontoloog aan de Universiteit van New South Wales in Sydney, deelt deze mening op de website van de BBC: ‘Vanuit ethisch oogpunt zou het onaanvaardbaar zijn om het niet te doen. De echte morele kwestie hier is dat we het uitsterven van deze soorten in de eerste plaats niet hadden moeten veroorzaken. Het is geen kwestie van voor God spelen, het is een kwestie van het herstellen van onze fouten.’


    Nee: ‘Laten we eerst levende soorten redden’

    ‘Er zijn zo veel zaken die dringend onze hulp nodig hebben. En geld. Waarom moeite doen om soorten te redden die al jaren uitgestorven zijn als er op dit moment zo veel noodsituaties zijn?’ zegt Julian Hume, een paleontoloog die werkzaam is bij het Natural History Museum in Londen en gespecialiseerd is in de dodo, tegen CNN.

    The Guardian was het daar volledig mee eens in een hoofdredactioneel commentaar dat afgelopen augustus werd gepubliceerd. ‘Onderzoek moet zich niet richten op het doen herleven van uitgestorven soorten, maar op het in leven houden van soorten die bedreigd worden’, stelde het Britse dagblad.

    ‘Moeten we de doden tot leven wekken of beginnen met het helpen van de numbats [buidelmuizensoort wiens DNA zou kunnen helpen om de Tasmaanse tijger weer tot leven te wekken]?’ vraagt geneticus Parwinder Kaur van de Universiteit van West-Australië retorisch in The Conversation. ‘De numbat staat op het punt van uitsterven: hij staat officieel op de lijst van bedreigde diersoorten en er zijn nu minder dan duizend exemplaren over in het wild. Het antwoord ligt dus voor de hand: we moeten voorrang geven aan de dieren die er nog zijn.’

    ‘Wat zal er gebeuren als gemodificeerde genen zich verspreiden naar wilde verwante soorten?’

    ‘De terugkeer van de mammoet en de Tasmaanse tijger zou het evenwicht van huidige ecosystemen kunnen verstoren’, voegt de BBC hieraan toe. En The Guardian: ‘Sinds het verdwijnen van deze soorten hebben andere zich aangepast om de leegte op te vullen. Wat zal er gebeuren als gemodificeerde genen [die gebruikt worden om uitgestorven soorten te laten herrijzen] zich verspreiden naar wilde verwante diersoorten?’

    Eenvoudiger gezegd, stellen Elizabeth A. Hadly en Deborah A. Sivas in The Nation, zijn soorten ‘het resultaat van een combinatie van factoren die specifiek zijn voor een plaats en een tijd’. Met andere woorden, leggen de hoogleraren biologie en milieurecht aan Standford University uit, ‘de natuur baart soorten en houdt ze in leven… tot een bepaald punt. Wanneer de betreffende biotopen verdwijnen, sterven de soorten die er leefden ook uit.’

    De twee academici zien deze programma’s als niets meer dan ‘valse beloften’. ‘Het zal niemand verbazen dat de dieren die ons fascineren – de dodo, de Tasmaanse tijger of de trekduif bijvoorbeeld – het perfecte marketingargument vormen om liefhebbers van de-extinctie aan te trekken. Maar zelfs als we in staat zouden zijn om deze soorten tot leven te wekken en een potentieel geschikte habitat te vinden waarin we een of tien of zelfs tienduizend exemplaren kunnen uitzetten, zullen we er nooit in slagen om de gedragingen, het dieet, de roofdieren en het microbioom te herstellen die zich in de loop van duizenden jaren hebben ontwikkeld en de identiteit van deze soorten hebben gevormd. Ze maakten deel uit van een complex ecosysteem.‘

    Lees ook:

  • Senegalese kustbewoners moeten vluchten voor het water. Maar waarheen?

    Senegalese kustbewoners moeten vluchten voor het water. Maar waarheen?

    De inwoners van het Senegalese schiereiland Langue de Barbarie worden uit hun huizen verdreven door de stijgende zeespiegel. De overheid probeert hun nieuwe onderkomens te verschaffen. Maar bijna niemand wil verhuizen.

    Terwijl Madicke Sène een paar krabben grilt die hij eerder die ochtend heeft gevangen, kijkt hij uit over het kalme water van de ochtendlijke Atlantische Oceaan.

    ‘Toen ik klein was, liep het strand helemaal door tot daar.’ Hij wijst naar een punt ergens voorbij een handvol felgekleurde vissersbootjes, die zo’n honderd meter zee-inwaarts liggen. En nu zit hij op een matje op een onlangs aangelegde zeewering, en komen de golven bij vloed aanrollen tot op minder dan 25 meter van waar hij zit.

    Zijn matje, de barbecue, de krabben, het doek dat hij boven zijn hoofd heeft opgehangen om wat schaduw te creëren – dit alles bevindt zich boven op wat vroeger zijn huis was, een huis met wel tien kamers, dat in 2018 werd opgeslokt door een wel heel hoog opgezweepte zee. Achter hem bevinden zich de restanten: de laatst overgebleven slaapkamer, een badkamer en een houten schaapskooi.

    We weten niet hoe we het land moeten bewerken, we kunnen domweg niets anders’

    De buren van meneer Sène hebben soortgelijke constructies. Dit is het resultaat van de stijgende zeespiegel en het water dat inbeukt op Langue de Barbarie, een schiereiland dat deel uitmaakt van de stad Saint-Louis, zo’n 140 kilometer van Dakar, de hoofdstad van Senegal.

    Zo’n 3200 inwoners van het drukke vissersgedeelte van het schiereiland, Guet Ndar, zijn verdreven door de steeds onstuimigere zee, die van tijd tot tijd het hele schiereiland overspoelt, waarbij het zeewater soms zelfs de rivier de Sénégal aan de andere kant bereikt. Daarom heeft de overheid in 2019 tijdelijke kampen voor ontheemden neergezet, twaalf kilometer landinwaarts. Het is de bedoeling dat deze kampen uiteindelijk worden vervangen door een nieuw dorp. Maar mensen als meneer Sène hebben helemaal geen zin om te verhuizen.

    Saint Louis du Senegal Wikimedia
    De prauwen zijn beschilderd met de namen van soefileiders. – © Wikimedia

    ‘Hier ben ik geboren en hier zal ik oud worden,’ zegt hij. ‘De zeelucht hier, die vind je nergens anders. We weten niet hoe we het land moeten bewerken, we kunnen domweg niets anders – de zee, dat is waar wij verstand van hebben.’

    Schadelijke gevolgen

    De regering van Senegal voert een tweeledig beleid in de strijd tegen de schadelijke gevolgen van klimaatverandering in Saint-Louis. Er zijn projecten om een zo groot mogelijk deel van de kustlijn zo lang mogelijk te behouden, maar tegelijkertijd bereidt de overheid zich voor op het uiteindelijke verdwijnen van het schiereiland. Voor de inwoners is het ook een balanceeract: ze proberen zich een voorstelling te maken van – en zich tegelijkertijd te verzetten tegen – een leven waarin ze hun culturele en economische identiteit als visser moeten loslaten. 

    ‘We begrijpen het – het is hun natuurlijke plek,’ zegt Ousmane Ndiaye, gespecialiseerd in sociale integratie, verbonden aan het Municipal Development Agency, een van de Senegalese organisaties die, samen met de Wereldbank, het voortouw neemt bij het bouwen van de permanente onderkomens.  De onderhandelingen zullen doorgaan zolang als nodig is, zegt hij. ‘Dat is een bekend probleem bij alle projecten voor ontheemden.’

    In 2050 zullen naar verwachting op het hele continent zo’n 113 miljoen mensen zich gedwongen zien te verhuizen

    De effecten van de klimaatcrisis zijn al voelbaar in de kuststeden van West-Afrika, van Lagos tot Abidjan. Die steden hebben lange tijd een grote aantrekkingskracht gehad dankzij alle economische mogelijkheden; het zijn enkele van de dichtstbevolkte gebieden. In 2050 zullen naar verwachting op het hele continent zo’n 113 miljoen mensen zich gedwongen zien te verhuizen, door de gevolgen van de klimaatverandering, zoals de stijgende zeespiegel.

    Saint-Louis, dat bekendstaat om de pastelkleurige huizen uit de koloniale tijd, zal vermoedelijk zwaar worden getroffen. Het bestaat uit een schiereiland, een echt eiland en een dichtbevolkt gedeelte op het vasteland. Momenteel lopen zo’n twaalfduizend inwoners het gevaar uit hun huis te worden verdreven door het stijgende water en de erosie van de kustlijn. Volgens een onderzoek zullen in 2080 naar verwachting 150.000 mensen moeten verhuizen, en is er een aanzienlijk risico dat 80 procent van de stad jaarlijks onder water zal komen te staan. 

    Zeewering

    De nieuwe promenades op het eiland en het schiereiland, die nauwelijks boven zeeniveau liggen, zijn voorzien van heuphoge muren. Volgens de plaatselijke bevolking heeft de zeewering bij het huis van meneer Sène de schade tijdens stormvloeden weten te beperken. 

    Maar zelfs met dit soort beschermende maatregelen komen er meer en meer ontheemden. Ontruimingsbevelen vanuit de overheid worden niet afgedwongen. Vrijwel alle mensen die zijn verhuisd, hebben dat gedaan omdat ze geen andere mogelijkheid meer zagen.

    Zo’n vijftienhonderd van die voormalige schiereilandbewoners leven nu in barre omstandigheden, in tijdelijke onderkomens in het ontheemdenkamp Diougop. De tentachtige onderkomens hebben kleine zonnepanelen, maar geen opslagcapaciteit. Douches, toiletten en waterkranen zijn voor gezamenlijk gebruik. Er zijn wat mensen die groente verkopen, tussen de steriele rijen met onderkomens, maar er zijn nauwelijks baantjes.

    ‘In Guet Ndar is het overvol, hier is veel meer ruimte’

    ‘Er is hier helemaal niets,’ zegt Mamadou Gueye, die vorig jaar in Diougop is komen wonen. Zoals veel inwoners van het kamp gaat meneer Gueye nog altijd vissen – maar nu moet hij – met langzame bussen of dure taxi’s – naar Guet Ndar reizen en weer terug, een rit die wel twee uur kan duren als er veel verkeer is.

    40016097292 0588e12bd5 o
    De prauwen zijn beschilderd met de namen van soefileiders. – © Wikimedia

    ‘Het is lastig. Daar [in Guet Ndar] is iedereen – de hele gemeenschap, familie, vrienden,’ zegt hij.

    Er staan nog meer huizen – en verbeteringen – op stapel. Op een leeg stuk land, dat momenteel dienstdoet als voetbalveld, komt binnenkort een markt. Er is ook een stuk land bestemd voor een school. Sommige inwoners zijn al begonnen een nieuw leven op te bouwen.

    ‘Het is hier prima. Het was ook prima in Guet Ndar, maar daar hadden we niet dit soort werk,’ zegt Ndeye Coumba Gueye, die het haar van haar collega’s vlecht in een salon die is ingericht in een scheepscontainer. In Guet Ndar was Ndeye Coumba Gueye werkloos, maar nu heeft ze gebruikgemaakt van een door de overheid gesubsidieerde opleiding tot schoonheidsspecialiste – een van de vele ideeën waar de Senegalese overheid mee is gekomen om de bittere pil van de verhuizing enigszins te verzachten. Anderen hebben een baantje in een buurtwinkeltje – dat ook in een scheepscontainer zit – of ze verbouwen groente in een minituintje.

    ‘Ik hoop dat als die huizen er eenmaal staan, mensen uit Guet Ndar hierheen zullen komen,’ zegt ze. ‘In Guet Ndar is het overvol, hier is veel meer ruimte.’

    Dilemma

    De opmerkingen van Ndeye Coumba Gueye raken aan het dilemma van Diougop: Als er meer mensen komen wonen, komen er meer banen, en zal er iets van gemeenschapszin ontstaan. Maar niemand wil ernaartoe verhuizen zolang dat nog niet het geval is.

    Dankzij steunprogramma’s, zoals de opleiding tot schoonheidsspecialiste, hebben sommige mensen zich weten aan te passen. Maar het is niet genoeg om mensen te verleiden er te gaan wonen zolang het nog niet echt hoeft. Sterker nog, veel vrouwen die uit Guet Ndar zijn vertrokken, zijn inmiddels werkloos, omdat ze niet langer de vis die elke dag van het strand komt, kunnen drogen en verkopen.

    ‘Ik zal altijd blijven terugkeren naar Langue de Barbarie’

    Maar zelfs bij de mensen die optimistischer zijn over Diougop, blijft de zee trekken. En het is niet moeilijk om een dubbele boodschap te zien in de zeewering op het schiereiland. Zolang de muur de reep zand versterkt, zal hij mensen sterken in het verlangen om te blijven – dezelfde mensen die door de overheid worden aangemoedigd om te vertrekken. Maar aan de andere kant is het gedeeltelijke behoud van het schiereiland een van de weinige dingen die het kleine beetje hoop in Diougop in stand houden. 

    In 2019 heeft de zee het grootste deel van het huis van de familie van Michelle Gueye verzwolgen. Daarop is zij ingetrokken bij haar zus, in een andere buurt, maar ze gaat elke dag op en neer naar Diougop voor haar werk. Ze is van plan zich volgend jaar voorgoed te vestigen in Diougop, als de permanente onderkomens klaar zijn.

    40016094742 55a8826855 o
    De promenades liggen nauwelijks boven zeeniveau. – © World Bank / Ibrahima BA Sané / Flickr

    ‘Het is mogelijk om hier solidariteit te kweken. Daar zijn we al mee begonnen,’ zegt Michelle Gueye, die geen familie is van Mamadou of Ndey Coumba. ‘Maar ik zal altijd blijven terugkeren naar Langue de Barbarie. Daar ligt mijn hart.’

  • Eetbare insecten, een levensvatbaar vleesalternatief?

    Eetbare insecten, een levensvatbaar vleesalternatief?

    Uit Pools onderzoek blijkt dat eetbare insecten uitermate geschikt zijn om milieuproblemen als de hoge CO2-uitstoot en overbevissing tegen te gaan. Maar zullen we ze ooit lekker gaan vinden?

    Tijdens het proeven van eetbare insecten kwam ik erachter dat ik een fobie heb voor nieuwe gerechten. En ik was nog wel naar de Economische Universiteit van Wroclaw (UEW) gekomen in de overtuiging dat ik alles zou gaan proberen. Als het laboratorium van de opleiding Levensmiddelentechnologie zou worden omgetoverd tot een restaurant met een menu à la carte, dan zou je onder andere kunnen kiezen uit linzenpasta, broodjes en brosse koekjes waarin huiskrekelmeel is verwerkt, een chocoladedrankje waaraan versnipperde krekel is toegevoegd en complete insecten met verschillende smaken: honing-mosterd, zure room met uitjes, chili met limoen of gewoon met zeezout.

    ‘Ze zijn echt heel lekker,’ beweert Agnieszka Orkusz, professor aan de UEW.

    De zojuist genoemde kotelet was een combinatie van ‘gewoon’ vlees en larven, die niet versnipperd waren, maar in hun geheel waren toegevoegd, zoals je rozijnen in een kwarktaart doet.

    In 100 gram vlees zit gemiddeld 20 gram eiwit, en in larven gemiddeld maar liefst 60 gram

    ‘De verhoudingen kun je helemaal zelf kiezen. Hoe meer insecten je toevoegt, hoe meer eiwitten je binnenkrijgt. In 100 gram vlees zit gemiddeld 20 gram eiwit, en in larven gemiddeld maar liefst 60 gram. Daarnaast zit er ook nog calcium, zink en ijzer in. Het is dus een zeer rijke voedingsbron,’ gaat Orkusz verder.

    Het eiwitgehalte van verschillende soorten eetbare insecten ligt tussen de 13 en 81 procent. Ter vergelijking: rundvlees en pluimvee bevatten 19 tot 26 procent eiwit, en vis en zeevruchten 13 tot 28 procent.

    In het geval van insecten is er echter sprake van een barrière. Misschien geldt het niet voor iedereen, maar veel mensen krijgen spontaan een groen gezicht als het over het eten van insecten gaat. Bij de koteletjes zit het probleem hem in het feit dat de larven zichtbaar zijn. Een kotelet met larven associeer ik met iets wat bedorven is, en dat zullen de meeste mensen hebben. Bij sprinkhanen is de drempel waarschijnlijk wat lager, maar ook dan moet je nog een aardige stap zetten voordat je je eraan waagt. En zelfs het besef dat insecten zo veel voedingswaarden bevatten, zal niet altijd helpen.

    Weerzin 

    Het zal dus niet meevallen om zo’n aanbod succesvol op de markt te brengen. We zijn nu eenmaal geen culinaire lekkernijen met insecten gewend, zoals mensen in het Verre Oosten, waar insecten als dagelijkse kost gezien worden. Ook eet men ze daar als streetfood, met alles erop en eraan: pootjes, haartjes, en voelsprieten en dergelijke.

    ‘Dat zijn producten voor degenen die hun weerzin al overwonnen hebben,’ merkt Orkusz droogjes op.

    Die weerzin verdwijnt wanneer er geen insecten te zien zijn. En het maken van zulke producten levert geen enkel probleem op. Het eerder beschreven brood met krekelmeel erin, dat ik moeiteloos weghapte, bevatte 10 procent insectenmeel, maar ze hebben hier al broden gebakken met maar liefst 40 procent insectenmeel, broden met een erg hoog eiwitgehalte dus. Versnipperde insecten zijn ook geschikt voor verschillende soorten worst.

    Er zijn heel wat argumenten die voor het eten van insecten pleiten: ze hebben een hoge voedingswaarde en je hebt er maar weinig voor nodig om ze te produceren, zeker in vergelijking met het fokken van slachtvee. Zo hebben krekels zes keer zo weinig voedsel nodig als koeien, vier keer zo weinig als schapen en twee keer zo weinig als varkens en kippen. Daar komt nog bij dat insecten minder broeikasgassen en ammoniak uitstoten dan boerderijdieren.

    De productiekosten voor een kilo insecten zijn vele malen lager dan bijvoorbeeld die voor een kilo pluimvee

    ‘De productiekosten voor een kilo insecten zijn vele malen lager dan bijvoorbeeld die voor een kilo pluimvee. Daarom zijn insecten een belangrijk alternatief voor de productie van kostbare eiwitten. De verwerking ervan stelt weinig voor: je hoeft ze alleen maar te drogen en te vermalen. Met deze grondstof kun je heel goed producten maken die rijk zijn aan eiwitten en vezels. Je kunt je natuurlijk afvragen in welke vorm. We hebben hier een aantal standaardproducten, zoals koteletten, koekjes en brood. Maar je kunt van insecten bijna alles maken,’ vertelt Joanna Harasym, professor aan de UEW en directeur van de leerstoel Biotechnologie en Voedselanalyse op de afdeling Vormgevingstechniek.

    In de werkplaats voor levensmiddelentechnologie aan de UEW worden de mogelijkheden van 3D-printers onderzocht. Er wordt gebruikgemaakt van printers met een extruder; die verwerken een basis – een pasta gemaakt van versnipperde insecten vermengd met water –  tot producten met iedere gewenste vorm en smaak.

    ‘Nadat je er een bepaalde vorm aan gegeven hebt, wordt het product gebakken of gedroogd. Insecten bevatten veel onverzadigde vetzuren, daarom moet de warmtebehandeling heel precies gebeuren. Het belangrijkste is dat we op deze manier een product kunnen maken dat aantrekkelijk is voor onze zin-tuigen en niet meer doet denken aan een insect,’ verklaart Harasym.

    In een 3D-printer kun je verschillende pasta’s mengen, bijvoorbeeld van insecten, vlees, groente et cetera. Op die manier kunnen onder andere evenwichtige maaltijden worden samengesteld voor oudere mensen, bijvoorbeeld in de vorm van gelei.

    Neofobie

    Wetenschappers van de UEW hebben een grootschalig onderzoek uitgevoerd om erachter te komen welke factoren onze neofobie voor eetbare insecten minimaliseren. Eén factor ligt erg voor de hand. Het bleek dat iemand die in Azië of Afrika geweest is overduidelijk minder last heeft van neofobie dan mensen die een dergelijke ervaring niet hebben opgedaan. ‘Denk je dat eens in: we gaan naar Azië en onze afschuw verdwijnt compleet. Ineens wagen we ons aan die schorpioen op een stokje of een ander insect.’ 

    Harasym vervolgt: ‘Uit het onderzoek bleek verder dat mensen die naar eigen zeggen van zeevruchten hielden zich vaker onverschrokken aan de insecten waagden. Zowel het een als het ander heeft pootjes en haartjes; een garnaal ziet er eigenlijk gewoon uit als een wit of rood insect.’

    Is het dus puur een kwestie van gewenning? Het punt is dat er in Europa nog weinig gelegenheid is om gerechten te nuttigen met insecten in de hoofdrol. 

    Op de wereld is er een enorme hoeveelheid eetbare insecten te vinden, meer dan 1900 soorten maar liefst. Geschat wordt dat meer dan twee miljard mensen op de wereld verschillende soorten insecten eten. Wie weet of het over een tijdje in Europa mogelijk is om schorpioenen uit een lokale kwekerij te nuttigen, misschien op een stokje of met een laagje suiker? Voorlopig hoeven we daar echter nog niet op te rekenen.

    Tot nu toe heeft de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid drie soorten eetbare insecten groen licht gegeven: sprinkhanen, huiskrekels en meelwormen. De twee laatste vormen de basis van de onderzoeken die op dit moment aan de UEW worden uitgevoerd. Waarom die twee? ‘Ze zijn het goedkoopst en het makkelijkst te produceren. De grondstof halen we uit het buitenland. Voor zover ik weet worden deze krekels en larven in Polen nog niet gekweekt voor menselijke consumptie, maar er zijn enkele bedrijven die met zulke plannen bezig zijn. Sprinkhanen zijn nog niet zo lang toegestaan, daarom is het nog vrij lastig om die bij gecertificeerde bedrijven in te kopen. Dat zal over een jaar al makkelijker zijn,’ aldus Orkusz.

    We moeten ons door een diepgewortelde afkeer van insecten heen bijten, en de gewoonten van de consument zijn altijd het moeilijkst te veranderen

    De meeste kwekerijen voor eetbare insecten zijn op dit moment actief in Nederland en Italië. ‘Mocht er iemand zijn die in Polen zoiets wil opzetten, in samenwerking met ons, dan is hij van harte welkom. Ook op het gebied van receptuur beschikken wij over alle nodige kennis. Het is nog helemaal niet zo eenvoudig om iets te maken wat qua smaak acceptabel is,’ voegt Orkusz toe. ‘We moeten ons alleen door die diepgewortelde afkeer van insecten heen bijten, en de gewoonten van de consument zijn altijd het moeilijkst te veranderen. Aan de andere kant is de mens nieuwsgierig van aard, dus als het er aantrekkelijk uitziet en het ruikt lekker, dan zal hij het graag willen proberen.’

    De meeltor ‘kweken’ we onbewust (in meelproducten) en krekels springen bij ons in de wei rond, maar die kunnen we beter met rust laten. Misschien zijn ze ook geschikt als voedsel voor mensen, maar vanwege de voorschriften zal niemand er brood in zien om ze op industriële schaal te kweken.

    In Polen worden wel insecten geproduceerd voor in dierenvoer. Er zijn echter nog geen kwekerijen die eetbare insecten voor mensen produceren.

    ‘Eetbare insecten moeten worden gekweekt binnen een gesloten systeem, onder de juiste omstandig-heden en mogen alleen worden verkocht wanneer ze veilig zijn voor de consument. De eisen die hieraan gesteld worden, zijn vastgelegd in Europese verordeningen,’ benadrukt Harasym. ‘In het buitenland zijn ze gewoon eerder begonnen met de productie voor menselijke consumptie. Maar het is slechts een kwestie van tijd voordat dat bij ons ook gebeurt. Ik hoop dat deze vorm van productie binnen twee jaar in Polen van start zal gaan.’

    Economische voordelen

    En wat gebeurt er verder als de insecten eenmaal gekweekt zijn? Op dit punt is het productieproces relatief eenvoudig en goedkoop. Dan worden ze in-gevroren, vervolgens gedroogd, en daarna kun je ze op verschillende manieren gebruiken bij de bereiding van bepaalde voedingsproducten.

    Het is zelfs mogelijk om insecten te kweken met afval uit de voedselindustrie, wat veel kosten bespaart

    ‘De kweek van eetbare insecten levert veel economische voordelen op. Er is weinig inzet van kapitaal of grondgebied voor nodig. Het is zelfs mogelijk om insecten te kweken met afval uit de voedselindustrie, wat veel kosten bespaart. Deze markt zal in de toekomst zeer invloedrijk worden,’ concludeert Orkusz.

    Ook niet onbelangrijk is het feit dat de veeteelt momenteel verantwoordelijk is voor bijna 20 procent van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen. Daarnaast kun je moeilijk tot in het oneindige koeien, varkens en pluimvee blijven fokken. Daar zijn enorme hoeveelheden voer en water voor nodig, en ook steeds grotere stukken grond. Of kan de groeiende wereldbevolking haar eiwitten dan misschien uit de zeeën en oceanen halen? Die hebben helaas steeds meer te lijden onder overbevissing. Insecten hebben dus potentieel. Temeer omdat ze voor een groot deel van de mensheid een vertrouwd en welbekend culinair fenomeen zijn. 

    Lees ook: