Elke week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week kijken we naar Venezuela en Guyana. Afgelopen weekend stemden de Venezolanen over de inlijving van een olierijk deel van Guyana. Sluimert er een nieuw conflict in Zuid-Amerika?
Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief Buiten de grenzen, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – al vanaf €5 per maand – op 360 Magazine en abonneer je op de nieuwsbrieven.
Waar stemden de Venezolanen over?
‘Het chavismo won zondag het niet-bindende referendum over de annexatie van Essequibo, een junglegebied van 160.000 vierkante kilometer waarover een geschil bestaat met Guyana’, zo schreef El País maandag. ‘Het voornemen van de Venezolaanse regering om dit deel van Guyana, dat twee derde van zijn grondgebied beslaat, in te nemen, heeft de spanningen met het buurland doen toenemen. Guyana beschouwt het referendum als een expliciete provocatie.’
Hoewel slechts 50 procent van de stemgerechtigden kwam opdagen, stemde zeker 95 procent vóór inlijving van Essequibo, waar grote olie- en gasreserves zijn gevonden. Het referendum betekent een nieuw hoofdstuk in het al langer lopende conflict tussen de twee landen, dat vooral wordt aangewakkerd door Venezuela.
Voorafgaand aan het referendum ontving Venezuela van het hoogste gerechtshof van de Verenigde Naties een waarschuwing. Ze zeiden dat Venezuela zich moest ‘onthouden van elke actie die de controle van Guyana over het betwiste gebied aantast’, zo schrijft Deutsche Welle.Guyana zelf was van tevoren naar het Internationaal Gerechtshof (ICJ) in Den Haag gestapt over de claims van Venezuela. Het ICJ moet hier nog uitspraak over doen. Venezuela, en met name diens autoritaire leider Nicolás Maduro, heeft niet geluisterd. ‘Maduro heeft [met het referendum] het nationalistisch vuur opgepookt met het doel de aandacht af te leiden van zijn binnenlandse politieke problemen’, schrijft The New York Times.
Maar de claims van Venezuela gaan verder terug dan Maduro of zelfs het chavismodat hij aanhangt. ‘Venezuela heeft Essequibo altijd als het zijne beschouwd, aangezien het gebied tijdens de Spaanse koloniale periode binnen zijn grenzen lag. Het betwist al lange tijd de grens die in 1899 door internationale arbiters werd vastgesteld, toen Guyana nog een Britse kolonie was’, schrijft The Washington Post. ‘De interesse van Venezuela in Essequibo werd opnieuw gewekt in 2015, toen ExxonMobil aankondigde dat het voor de kust van Essequibo grote hoeveelheden olie had gevonden.’
Daarnaast is er de vraag of de Venezolanen, wier land al jaren in een diepe crisis verkeert, wel echt zo warmliepen voor dit referendum. Het Guyanese Kaieteur News heeft zijn twijfels. ‘Oppositiemedia meldden dat het de hele dag erg rustig was in de stembureaus. De bewering van de regering dat de opkomst hoog was, is dus twijfelachtig’.
Wat waren de reacties op de uitslag?
‘Het referendum is een groot succes geweest voor ons land, voor onze democratie’, zei Maduro na afloop van het referendum volgens het Venezolaanse El Nacional.Een dag later, afgelopen dinsdag, kondigde hij zijn eerste stappen aan.
‘Dit referendum en zijn mandaat zijn bindend. Moge de Verenigde Staten, Guyana en ExxonMobil ernaar luisteren’, zei Maduro. Het Amerikaanse oliebedrijf dat de oliereserves vond, zal ze ook gaan winnen. Volgens de Venezolaanse nieuwssite Efecto Cocuyo kondigde Maduro dinsdag de oprichting aan van een raad die zich moet gaan ontfermen over de nieuwe legale status van Essequibo, en benoemde hij een generaal tot nieuwe leider in het gebied.
Daarnaast gaf hij het Venezolaanse staatsoliebedrijf PDVSA de opdracht te beginnen met het beginnen met olie te boren in Essequibo. Ook moet er volgens hem een volkstelling in het gebied worden gehouden, omdat te kijken hoeveel mensen er nu tot Venezuela gerekend moeten worden. Op Venezolaanse scholen moet een nieuwe kaart van Venezuela verspreid worden waarop het Guyanese gebied tot Venezuela behoort.
Maduro-loyalisten, zoals columnist Vladimir Costa in Ultimas Noticias,noemen het referendum ‘een grootse daad van soevereiniteit en van de verdediging van ons grondgebied’. Costa schrijft verder dat het resultaat ‘niet kan worden genegeerd door Guyana. Met dit referendum (…) moet een nieuwe fase beginnen van snelle en serieuze onderhandelingen en overeenkomsten.’
De Guyanese minister van Buitenlandse Zaken Hugh Todd noemt het referendum in gesprek met The Guardian ‘een onemanshow van een dictator die de mensen vertelt wat ze nodig hebben en niet andersom’. Todd benadrukt dat Guyana de ontwikkelingen nauw in de gaten houdt en vooral voorzichtig probeert om te springen met Venezuela, om de diplomatieke spanningen niet te vegroten.
Voorafgaand aan het referendum wees de Guyanese staatssecretaris van Buitenlandse Zaken Robert Persaud in een opiniestuk in Americas Quarterly erop dat Venezuela zich niet aan het internationaal recht houdt. ‘Ondanks internationale verdragen, de juridisch vastgestelde grenzen en het feit dat Venezuela daar bijna drieënzestig jaar niet aan heeft getornd, is het land consequent blijven ondermijnen, bedreigen en intimideren om zijn territoriale ambities te verwezenlijken’, schreef hij.
Irfaan Ali, president van Guyana, zei volgens Guyana Timesdat hij zich zorgen maakt over de retoriek van Venezuela en de gevolgen die deze kan hebben. ‘Het is zorgwekkend omdat we sowieso al een gevaarlijke situatie hebben in Venezuela, waar de bevolking onder de regering te lijden heeft.’ Vicepresident Bharrat Jagdeo klinkt volgens Guyana Chroniclefeller. ‘De regering van Guyana kan er niet van uitgaan dat Venezuela ons land niet zal binnenvallen’, citeert de krant Jagdeo. ‘We moeten de komende tijd zeer waakzaam zijn, want de Venezolaanse regering is al vaker zeer onvoorspelbaar gebleken.’
Wat zal er de komende tijd gebeuren?
Autoritaire, impopulaire leiders doen onverwachte dingen, zoals we wereldwijd zien gebeuren. Nicolás Maduro is daarop geen uitzondering. ‘Eigenlijk heeft de regering-Maduro de trekker overgehaald en moeten we nu afwachten wat er gebeurt’, zegt Christopher Sabatini, senior fellow Latijns-Amerika bij de Londense denktank Chatham House, tegenVoice of America News.‘Als je luistert naar de retoriek van Maduro en leden van de regering, zien we dat de toon [na de uitslag van het referendum] juist oorlogszuchtiger is geworden, wat verontrustend is.’
Phil Gunson, een in Caracas gevestigde analist bij de International Crisis Group, zegt iets soortgelijks tegen CNN. ‘Een autoritaire regering die geconfronteerd wordt met een moeilijke politieke situatie zal altijd op zoek gaan naar een kwestie om het nationalisme aan te wakkeren. Zo kan ze zichzelf in de vlag wikkelen en steun verzamelen. Ik denk dat dat Maduro’s voornaamste doel met dit referendum is geweest’.
Mocht Maduro toch besluiten om verder te gaan dan alleen het gebruik van oorlogszuchtige retoriek, dan kan dat volgens kenners echter als een boemerang in het gezicht van de Venezolaanse regering terugslaan. ‘Een schending van de soevereiniteit van Guyana zou leiden tot een vrijwel algemeen diplomatiek isolement en nieuwe Amerikaanse sancties tegen Venezuela. Het zou er waarschijnlijk ook toe leiden dat de regering in [Guyana-hoofdstad] Georgetown internationale militaire steun krijgt om zichzelf te verdedigen’, schrijft analist Oliver Stuenkel in Americas Quarterly.
Dat laatste is de reden dat een oorlog weinig waarschijnlijk is. Guyana heeft de VS als bondgenoot, en is meer bezig is met economische groei dan met conflicten en instabiliteit. Venezuela zou er de mankracht en economische middelen niet voor hebben. ‘Er zijn geen aanwijzingen voor militaire voorbereidingen, aan beide kanten is er een grote stimulans om de vrede te bewaren’, schrijft Forbes. ‘Het zijn vooral Amerikaanse commentatoren die over oorlog praten. Stokers en sensatiezoekers hebben een oude video gedeeld van Colombiaanse guerrilla‘s met de bewering van er botsingen zijn– het is makkelijk om gringos die accenten niet uit elkaar kunnen houden voor de gek te houden.’De beste oplossing – zoals zo vaak bij dergelijke internationale conflicten – is diplomatie, schrijft ook The Global Americans – ook al waren eerdere pogingen daartoe niet succesvol. ‘De huidige situatie vraagt om een zorgvuldige diplomatieke aanpak die de soevereine rechten van beide landen respecteert, zodat Guyana, Venezuela en de regio in de toekomst hopelijk tot een vreedzame oplossing kunnen komen.’
Elke week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Vandaag kijken we naar Venezuela. De EU, de VS en Zuid-Amerikaanse landen zochten toenadering tot het geïsoleerde land, in de hoop de situatie daar te verbeteren. Venezuela lijkt echter niet op verandering uit te zijn.
Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief Buiten de grenzen, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – al vanaf €5 per maand – op 360 Magazine en abonneer je op de nieuwsbrieven.
Welke landen zoeken weer toenadering tot Venezuela?
Venezuela is onder huidig president Nicolás Maduro afgegleden tot het zorgenkindje van Zuid-Amerika. Een doortrapte verkiezing in 2018, enorme protesten die gewelddadig werden onderdrukt, een massale exodus van Venezolanen, mensenrechtenschendingen, onderdrukte oppositie: het land raakte steeds verder geïsoleerd, onder meer door sancties van de Europese Unie en de Verenigde Staten.
Dit jaar is dat anders. The New York Timesspreekt van ‘de belangrijkste verbetering van de betrekkingen tussen Venezuela en de Verenigde Staten in jaren’. De krant wijst op een akkoord dat afgelopen maand werd gesloten tussen beide landen. ‘In een paar dagen tijd heeft de autoritaire regering van Venezuela ermee ingestemd om Venezolaanse migranten die uit de Verenigde Staten zijn gedeporteerd toe te laten en een overeenkomst getekend met oppositieleiders om te komen tot vrije en eerlijke presidentsverkiezingen in 2024. In ruil daarvoor hebben de Verenigde Staten ingestemd met het opheffen van enkele economische sancties tegen Venezuela’s olie-industrie, een vitale bron van inkomsten voor de regering van Maduro.’
Een historisch akkoord, noemden sommigen het. Americas Quarterlyging verder in op de deal. ‘Onder de versoepelde sancties mag Venezuela de komende zes maanden olie en gas exporteren naar de VS en andere landen. Tegelijkertijd kunnen internationale bedrijven nieuwe investeringen doen in de koolwaterstofsector. Maar de ruime versoepeling komt met een kritisch voorbehoud: vóór eind november moet de regering van Venezuela “een specifieke tijdslijn en procedure definiëren voor de versnelde herinvoering” van iedereen die zich volgend jaar kandidaat willen stellen voor het presidentschap.’
Ook Zuid-Amerikaanse landen proberen de banden met Venezuela aan te halen, nadat die onder het regime van Maduro flink waren bekoeld. Onder de nieuwe president van Colombia, Gustavo Petro, is de grens met Venezuela heropend, en landen als Chili en Argentinië hebben weer ambassadeurs in Venezuela, nadat die eerder waren teruggeroepen. ‘Diplomatieke toenadering is gemeengoed geworden’, schrijft denktank ASCOA. ‘Naast de verkiezing van meer linkse politici in de regio, zoals Luiz Inácio Lula da Silva uit Brazilië en Xiomara Castro uit Honduras, heeft dit ertoe geleid dat een aanzienlijk aantal Latijns-Amerikaanse landen ambassadeurs heeft teruggestuurd naar Caracas.’
Maduro werd zelfs uitgenodigd op een Zuid-Amerika-top, die werd gehouden in Brazilië. ‘Tijdens de top in Brazilië vond de eerste persoonlijke ontmoeting van Maduro plaats met andere Zuid-Amerikaanse leiders in negen jaar’, schrijft Foreign Policy. ‘Terwijl Maduro’s terugkeer op het regionale diplomatieke podium werd gevierd, bleef de situatie in Venezuela niet onbesproken. Zowel de linkse president van Chili, Gabriel Boric, als de rechtse leider van Uruguay, Luis Lacalle Pou, bekritiseerden Maduro – in respectvolle bewoordingen – vanwege de crisis in Venezuela.’
Naast de VS en Zuid-Amerika kijkt ook de EU naar een versoepeling van het beleid ten aanzien van Venezuela, hoewel daar tussen EU-lidstaten onderling nog geen consensus over bestaat. ‘Spanje is van mening dat het tijd is dat de EU haar sancties tegen Venezuela herziet en overweegt om ten minste enkele ervan op te heffen, zoals de Verenigde Staten al gedeeltelijk hebben gedaan’, schrijft El País. ‘Vanwege de recente dialoog tussen de regering van Nicolás Maduro en de oppositie, die zijn overeengekomen om volgend jaar presidentsverkiezingen te houden, zou het goed zijn als de EU-27 een tegengebaar maakt.’
Wat eisen de genoemde landen van Venezuela?
Verkiezingen, migratie; de landen die weer toenadering zoeken tot Venezuela hebben hun eigen redenen. Maar volgens Forbesspeelt er nog een gemeenschappelijke factor mee. ‘De Europese Unie en energiebedrijven uit het continent zijn ambitieuze projecten gestart om de aardgassector van Venezuela te ontwikkelen. Naast de economische voordelen is er ook een essentieel milieuaspect. De verouderde infrastructuur op het gebied van energie, heeft het Latijns-Amerikaanse land veranderd in een topvervuiler wat betreft de uitstoot van broeikasgassen en de aantasting van ecosystemen.’
De Venezolaanse columnist Jorge Jraissati schrijft in National Interest daat de VS soortgelijke redenen hebben. ‘Het lijkt erop dat Bidens oproep voorsal te maken heeft met die grote bedrijven die geld willen verdienen aan Venezuela’s olievelden en goudmijnen. Het is haast alsof hun winsten in het middelpunt van de belangstelling staan en Amerika’s geopolitieke behoeften en strategisch denken overschaduwen; een zorgwekkende ontwikkeling, vooral nu de wereld steeds gevaarlijker, radicaler en autoritairder wordt.’ Jraissati doelt daarbij op de invloed van China op Latijns-Amerika, de oorlogen in Oekraïne en Israël, en de autoritaire regeringen in Nigaracua, El Salvador en Cuba.
Ook Euronewsziet de grote gas- en olievoorraden van Venezuela als een van de factoren die de EU en de VS warm laten lopen voor een versoepeling van hun respectievelijke beleid. ‘Vorig jaar kreeg energiegigant Chevron groen licht om zijn activiteiten in Venezuela uit te breiden en in januari verleenden de VS een vergunning aan Trinidad en Tobago om een groot gasveld in Venezolaanse wateren te ontwikkelen. Het is waarschijnlijk dat de invasie van Rusland in Oekraïne deze concessies van de VS deels heeft gemotiveerd.’ Na de oorlog in Oekraïne werd Rusland geraakt door sancties en werd de export van olie en gas aan banden gelegd. Rusland besloot zelf ook om olie en gas in mindere mate naar Europa te laten gaan, waardoor landen op zoek lijken te gaan naar alternatieven.
De vraag is of Maduro bereid is te luisteren naar de VS, de EU en andere gesprekspartners
Naast de olie spelen ook de verkiezingen van volgend jaar een rol. Voor veel landen vormen die hét moment voor eventuele veranderingen in Venezuela, om Maduro van het podium te laten verdwijnen middels eerlijke verkiezingen, om een prowesters regime te installeren – zeker omdat Venezuela door de isolatie van de afgelopen jaren steeds meer richting China, Rusland en Iran is gegroeid. Maar er zijn twijfels over het akkoord.
‘Of de heer Maduro nu ruimte maakt voor een echt competitief politiek proces, of alleen olie-inkomsten int, hangt in de eerste plaats af van de heer Maduro, maar in de tweede plaats van de vraag of de oppositie, het Venezolaanse maatschappelijk middenveld en de Verenigde Staten hem aan zijn beloften houden. Anders zal de gok de situatie nog slechter hebben gemaakt dan voorheen’, schrijft de Washington Post. De vraag is of Maduro bereid is te luisteren naar de VS, de EU en andere gesprekspartners.
Is verandering in Venezuela echt mogelijk?
Toenadering van de EU, VS en Zuid-Amerika is mooi, versoepeling van sancties klinkt veelbelovend, net als een akkoord voor vrije verkiezingen, maar hoe realistisch is dat, met Nicolás Maduro als leider?
‘De regering van de Venezolaanse president Nicolas Maduro blijft willekeurige detentie gebruiken om politiek tegenstanders hard aan te pakken’, schreef Al Jazeeraeerder dit jaar. ‘In een rapport documenteerde Amnesty International gevallen van mensen die tussen 2018 en 2022 “slachtoffer waren van politiek gemotiveerde willekeurige detenties”, waaronder leraren, vakbondsleden en mensenrechtenverdedigers.’
Critici van de toenadering tot Maduro zeggen volgens The Wall Street Journalhetzelfde. ‘Zijn regering toont weinig interesse om een einde te maken aan de schendingen van mensenrechten. Een onderzoekscommissie van de Verenigde Naties meldde vorige maand dat de staatsveiligheidsdiensten steeds harder optreden tegen dissidenten. De commissie noteerde van januari 2020 tot augustus 2023 ten minste 58 willekeurige opsluitingen en 28 gevallen van marteling van gevangenen.’
De verkiezingen volgend jaar brengen een nieuw probleem aan het licht. Afgelopen maand hield de oppositie van Venezuela voorverkiezingen om te besluiten wie het volgend jaar tegen Maduro opneemt in de presidentsverkiezingen. De winnaar is María Corina Machado, en volgens The Financial Timesis dat problematisch voor Maduro.
‘In tegenstelling tot sommige andere oppositieleden weigert deze politicus te onderhandelen met de regering. Ze wil dat Maduro berecht wordt voor misdaden tegen de menselijkheid en heeft ze in het verleden gepleit voor een buitenlandse militaire interventie in Venezuela. De regering-Maduro heeft haar vijftien jaar lang verboden zich verkiesbaar te stellen’, aldus de krant. ‘Machado’s stijgende populariteit vormt een obstakel voor de overeenkomst tussen de VS en Venezuela, die tot stand kwam na achttien maanden van intensieve geheime diplomatie, onder andere tijdens ontmoetingen in Qatar en Italië.’
Machado leek goed te beseffen wat een verenigde oppositie teweeg kan brengen in Venezuela. ‘Ik heb een mandaat gekregen om Nicolás Maduro te verslaan’, zei ze na haar verkiezingswinst. ‘We zijn al begonnen met die campagne.’
‘Het doel is om de oppositie te ontmoedigen en te verdelen, om conflicten daarbinnen te creëren, om haar aanhang te demoraliseren’
Deze week kwam het Hooggerechtshof van Venezuela bovendien met een uitspraak waarmee het akkoord tussen de VS en Venezuela op losse schroeven kwam te staan. Dit Hooggerechtshof, vol Maduro-loyalisten, zei dat er sprake was van financiële onregelmatigheden bij de voorverkiezingen van de oppositie, en de uitslag werd volgens persbureau Reutersopgeschort ‘ondanks een verkiezingsakkoord tussen de regering en de oppositie dat elke partij toestaat haar eigen kandidaat te kiezen’.
De Verenigde Staten en Zuid-Amerikaanse landen reageerden met waarschuwingen, teleurstelling en ook woede. Voorlopig lijkt Maduro niet open te staan voor een democratisering van het land en alleen versoepeling van sancties te zoeken om zo meer olie-inkomsten voor zijn regering te genereren. De stap van het Hooggerechtshof is pas een eerste stap, zegt de Venezolaanse politiek analist Pedro Benítez tegen The New York Times. ‘Het doel is om de oppositie te ontmoedigen en te verdelen, om conflicten in de oppositie te creëren, om haar aanhang te demoraliseren. Dat is fase een. Dan komt de volgende fase; een direct offensief tegen het verkiezingsproces.’
Schuren, boerderijen, landerijen en hoofdkantoren van ministeries werden door de Venezolaanse inlichtingendiensten gebruikt als clandestiene martelcentra voor tegenstanders van het regime van Nicolás Maduro, volgens het dinsdag gepresenteerde verslag van de onafhankelijke onderzoeksmissie van de VN, waarover El País bericht. De deskundigen, die spraken met slachtoffers, getuigen en voormalige functionarissen van de inlichtingendienst, baseerden hun bevindingen op 122 gevallen die zich voordeden in 2017, 2018 en 2019, ’de jaren waarin er de meeste arrestaties waren’, aldus de Spaanse krant.
’Uit onze onderzoeken en analyses blijkt dat de Venezolaanse staat de inlichtingendiensten en hun agenten gebruikt om afwijkende meningen in het land te onderdrukken. Dit leidt tot het plegen van ernstige misdrijven en mensenrechtenschendingen, waaronder martelingen en seksueel geweld. Aan deze praktijken moet onmiddellijk een einde komen en de verantwoordelijken moeten overeenkomstig de wet worden onderzocht en vervolgd’, aldus Marta Valiñas, voorzitter van de VN-onderzoeksmissie.
De regering van Venezuela kondigde maandag aan dat het de grens met Colombia gaat openstellen, meldt de Colombiaanse krant El Universal. Venezuela had in februari 2019 de landgrenzen gesloten tijdens de impasse tussen president Nicolás Maduro en oppositieleider Juan Guaidó, die door zo’n vijftig landen, waaronder de VS en Colombia, als interim-president wordt erkend. Caracas had ook de diplomatieke betrekkingen met Bogotá verbroken nadat Colombia Juan Guaidó als interim-president had erkend.
De twee landen delen een grens van 2200 kilometer
De grens was al sinds 2015 bijna volledig gesloten wegens spanningen tussen de twee buurlanden. De twee landen, die in ideologisch opzicht tegenover elkaar staan, delen een grens van 2200 kilometer.
Thailand wil met een economisch stimulerings- en investeringspakket rijke wereldburgers, gepensioneerden en hoogopgeleide professionals uit het buitenland aantrekken om de economie na de pandemie nieuw leven in te blazen. Lokkertjes zijn onder meer een tienjarig Thais visum voor het hele gezin. Daarnaast hoopt Thailand buitenlanders over de streep te trekken met automatische werkvergunningen, dezelfde inkomstenbelasting als Thaise burgers en belastingvrijstelling voor elders verworven inkomsten en eigendommen, meldt The Bangkok Post.
De regering hoopt in de komende vijf jaar meer dan een miljoen professionals naar Thailand te trekken
De regering hoopt zo in de komende vijf jaar meer dan een miljoen gekwalificeerde mensen naar Thailand te trekken, aldus regeringswoordvoerder Thanakorn Wangboonkongchana. ‘De regering verwacht dat deze buitenlanders gemiddeld een miljoen baht, circa 25.520 euro, per persoon per jaar uitgeven gedurende hun verblijf in Thailand, oftewel ongeveer een biljoen baht in de komende vijf jaar.’ Daarnaast rekent de regering erop dat de bezoekers met langetermijnvisa zeker zo’n 540 miljard baht aan belastingen zullen afdragen.
De terugloop van toerisme door corona heeft het levensonderhoud gedecimeerd van duizenden toerisme- en horecamedewerkers in Kenia. Zo verdient een alleenstaande moeder met twee kinderen in Nairobi, die elke maand zo’n 850 euro ontving als gids voor een safaribedrijf, nu nog slechts tussen de 85 en 127 euro per maand door vis te koken en te verpakken voor buren, vrienden en klanten die ze via Facebook vindt, schrijft The New York Times.
Vóór de pandemie was Kenia de op twee na grootste toeristische bestemming in Afrika
Vóór de pandemie was Kenia de op twee na grootste toeristische bestemming in Afrika. Toerisme droeg jaarlijks met 1,37 miljard euro bij aan de nationale economie en zorgde voor 1,1 miljoen banen, oftewel ruim 8 procent van de werkgelegenheid in het land. Het coronavirus was desastreus: tijdens het hoogseizoen tussen juli en oktober vorig jaar werden de meeste boekingen geannuleerd, met ontslagen en salarisverlagingen tot gevolg. Veel reisorganisaties moesten de deuren sluiten. De toerismesector in Kenia en andere Oost-Afrikaanse landen krijgt amper hulp van de overheid.
Onder voormalig leider Hugo Chávez zijn de eerste stappen gezet op weg naar het gewelddadige pact tussen politiek en misdaad in Venezuela en in de rest van Latijns-Amerika, aldus dit heldere betoog. Hoe kan de rest van de wereld leren van zijn fouten?
Met de conflicten tussen rechtsstaat en criminaliteit beleeft Venezuela wellicht de ernstigste veiligheidscrisis in de geschiedenis van het continent. Uit de Venezolaanse situatie zijn belangrijke lessen te trekken voor heel Latijns-Amerika in de strijd van regeringen om het gezag over hun grondgebied. Venezuela is een extreem voorbeeld van de ene fout na de andere en in die zin een volmaakt handboek voor wat je niet moet doen.
Veiligheid is mensenrecht nummer één. Aan gezondheid, onderwijs of andere grondrechten heb je niets als je wordt bedreigd of in angst leeft. Criminelen gedogen, formeel of daadwerkelijk een pact met hen sluiten, betekent burgers hun rust ontnemen en misdadigers ruim baan geven.
De veiligheidspolitiek van het huidige Venezuela gaat terug op 1999, toen Hugo Chávez de volgende publieke verklaring aflegde: ‘Als ik arm was, zou ik stelen.’ Hij zag delinquenten als slachtoffers van sociaal onrecht. Chávez hervormde de openbare veiligheid door haar te politiseren, ontmantelen en militariseren. Politieke tegenstanders werden gevaarlijker geacht dan criminelen. De oppositie werd vervolgd, misdaad werd getolereerd en de rechtsstaat verzwakte. Als gevolg groeide de misdaad exponentieel en inmiddels vecht de regering tegen honderden criminele bendes in het hele land.
Vóór Chávez gold Venezuela als een relatief veilig land, waar jarenlang miljoenen Colombianen hun toevlucht zochten om te ontsnappen aan de gewelddadigheden in eigen land. In 1990 stond het aantal moorden in Venezuela op 10 per 100.000 inwoners, rond 2002 steeg dat aantal naar 45 en in 2018 naar 81,4; het hoogste cijfer op het continent en wereldwijd een van de hoogste.
Vier regeringsbesluiten
Samenvattend zijn het vier regeringsbesluiten geweest die deze ontwikkeling in de hand hebben gewerkt: de ontmanteling van de politie, de afspraken met de stedelijke gangs, het gevangenisbeheer door delinquenten en het beleid om guerrillastrijders uit Colombia onderdak te bieden. Hierover zei een linkse Braziliaanse vriend die werkzaam was bij de beveiliging van zijn land: ‘Het duurde even voor we doorhadden dat het kwaad bestaat en universeel is, en dat je misdadigers, preventieprogramma’s of niet, altijd moet vervolgen.’
De oorspronkelijke partij van Chávez heette Movimiento Quinta República (Beweging van de Vijfde Republiek). De eerste drie republieken eindigden met de dood van Bolívar. De vierde werd door Chávez getypeerd als oligarchisch, neoliberaal, et cetera. Net als alle andere populisten ontkende hij het recente verleden en bepaalde hij dat de nieuwe geschiedenis begon met hem en zijn Vijfde Republiek, gebaseerd op een ‘revolutionair, links nationalisme’ dat de ‘bolivariaanse revolutie’ met zich meebracht. Chávez’ politieke hervorming hield onder andere de ontbinding in van alle bestaande politiecapaciteit. Dit leidde tot een afbraak van de veiligheid, evenals een afbraak van expertise, middelen, kennis en operationele capaciteit.
Het veiligheidssysteem werd ontmanteld en omgebogen om de regering te beschermen, niet de burgers
Chávez pleitte voor een civiele hervorming van de politie om schending van mensenrechten te voorkomen, maar in de praktijk droeg hij de beveiliging over aan loyale militairen. Tweeduizend officieren werden bevorderd tot generaal. Deze politisering ging ten koste van de grondwettelijke basis, de discipline, de kwaliteit van de evaluaties, het promotiestelsel en alle denkbare professionele daadkracht. Het eind van het liedje was dat het veiligheidssysteem werd ontmanteld, van z’n professionaliteit ontdaan, gecorrumpeerd en omgebogen om de regering te beschermen, en niet de burgers. De delinquenten verdwenen naar het tweede plan, de prioriteit lag voortaan bij het bespioneren, controleren, vervolgen, gevangennemen en dagvaarden van tegenstanders, ook binnen het leger zelf. Ondertussen werden er concessies gedaan aan de delinquenten, die werden gedoogd en ongecontroleerd in aantal toenamen.
Om sociaal en politiek nader te komen tot de arme wijken waar misdaad voorkwam, werden in eerste instantie de zogenaamde círculos bolivarianos opgericht, sociale verbanden met een culturele en ideologische grondslag, daarna de beruchte colectivos, die een heel belangrijke rol hebben gespeeld bij de onderdrukking van tegengeluiden, en tot slot, toen de onveiligheid toenam, werd geprobeerd de buurten te pacificeren door zogenaamde ‘vredeszones’ te creëren. De connectie tussen sociale politiek en misdaad ontstond doordat Chávez zijn beleid voorstelde als een gewapende revolutie die verdedigd moest worden door middel van volksmilities. Maar zijn regering had een electorale basis, er was nooit sprake van een echte revolutie geweest. Het chavismo kon rekenen op stemmers, volgers en sympathisanten, maar er had geen strijd plaatsgevonden die voldoende ideologische activisten opleverde, er bestond geen revolutionaire mystiek, maar geld en cliëntelisme op grote schaal. Vandaar dat het chavismo, toen het erop aankwam de verdediging van de revolutie te organiseren, uiteindelijk gewelddadige figuren in de volkswijken ging rekruteren, onder wie de zwaarste delinquenten, die uiteraard eindigden als leiders die hun gemeenschappen controleerden uit naam van de bolivariaanse revolutie. Bij gebrek aan een revolutionair leger kocht Chávez de militairen om en bij gebrek aan volksmilities bewapende hij delinquenten.
Politiek en misdaad
Alles wat het chavismo op sociaal en politiek vlak in de gemeenschappen wilde doen, ging via de colectivos, die bovendien werden bewapend door de regering zelf. Op een gegeven moment stonden tienduizenden inwoners onder toezicht van beruchte delinquenten, aanvankelijk vrienden maar inmiddels vijanden van de regering. Uiteindelijk verloor het chavismo de controle over haar eigen monster en vond een late repressieve reactie plaats die uitliep op een bloedige oorlog, die de veiligheidsdiensten nu aan het verliezen zijn. In een poging het geweld een halt toe te roepen zag de regering zich genoodzaakt om een pact met de delinquenten te sluiten door middelen, diensten en toezicht aan hen over te dragen in gebieden waar de staat zich niet langer waagt.
De vermenging van politiek en misdaad is niet voorbehouden aan Venezuela. Het paramilitairisme in Colombia liep uit op criminaliteit en drugshandel, denk aan de FARC en de ELN. In Nicaragua doken na de contrarevolutionaire oorlog bandieten op die de benaming recompas, recontras en revueltos kregen. In Mexico had je de Zetas, die voortkwamen uit de Fuerzas Especiales del Alto Mando, de hoogste speciale militaire eenheid in het Mexicaanse leger. In Argentinië ontpopten militairen uit de dictatuur zich als ontvoerders. In Guatemala werden de kaibiles, die de guerrilla’s in de jungle hadden verslagen, geronseld door Mexicaanse drugsdealers. In de jaren negentig gebruikten Zuid-Amerikaanse guerrillastrijders ontvoeringen als inkomstenbron in Brazilië en Mexico. Maar wat in Venezuela opvalt, is de massale schaal waarop met de criminelen wordt samengewerkt en de mate van macht die ze van de regering hebben gekregen.
Vanwege de overbevolkte gevangenissen en de veelvuldige opstanden bedacht het chavismo een reclasseringsprogramma dat stoelde op het idee van de delinquent als slachtoffer. Ze creëerden een soort zelfbestuur in de gevangenissen, gevormd door de gevangenen zelf. Al met al kwamen de gevangenissen in handen van de zwaarste en gewelddadigste bajesklanten, want die waren het geschiktst om hun gezag te doen gelden en de onderlinge orde te handhaven. Maar het geweld en de opstanden hielden aan en de gevangenissen veranderden op den duur in domeinen onder crimineel toezicht. De gevangenen zijn gewapend, ze plannen delicten, organiseren feesten, beschikken over zwembaden en een pinautomaat om het geld van afpersingen en ontvoeringen te innen. De regering van Venezuela heeft op grotere schaal herhaald wat in Colombia in 1991 met Pablo Escobar gebeurde, die zijn eigen gevangenis mocht ontwerpen, die bekendstond als La Catedral [De Kathedraal].
De vraag was niet langer of je criminelen moest verslaan, maar of je ertoe in staat was of niet
Uiteraard vond niet iedereen dit de juiste weg. Er waren chavistische leiders die verklaarden dat je niet moest samenwerken met de maffia, maar het was te laat. De vraag was niet langer of je criminelen moest verslaan, maar of je ertoe in staat was of niet. Er zijn honderden bulletins, essays en al dan niet officiële video’s die getuigen van de grote misdaadexplosie en de oorlog waaronder Venezuela gebukt gaat. Laten we proberen een paar van de meest dramatische feiten samen te vatten.
Naar de precieze hoeveelheid bestaande bendes kan je natuurlijk slechts gissen. Bovendien splitsen ze zich vaak op, hergroeperen zich en wisselen constant van leider, zoals altijd en overal gebeurt met criminele groeperingen. Maar er is overweldigend bewijs dat het er honderden zijn. Ze zijn, zoals de Venezolaanse politie zelf erkent, in 18 van de 24 staten van het land werkzaam en operationeel verbonden met de zogeheten pranes die de gevangenissen controleren. De bendes hebben tienduizenden jongeren van gemiddeld 25 jaar en zelfs kinderen in hun gelederen. Ze beschikken over automatische geweren, handgranaten, pistolen, de nieuwste communicatiemiddelen, drones en soms nog zwaarder geschut, zoals raketwerpers en zware mitrailleurs.
De meeste bendes gebruiken namen die passen bij een criminele groepering, bijvoorbeeld Cara de Perro (Hondekop), Culón (Dikke Reet), Los Morochos (De Bruinen), Cara de Hulk (Hulkenkop), et cetera. Andere groepen zijn een duidelijk mengsel van misdaad en politiek; zo was er één die een politieke partij werd met de naam Tupamaros, die Maduro begon te bekritiseren. Maduro ontnam ze hun legaliteit, maar de Tupamaros belegden een gewapende bijeenkomst en kregen prompt hun legaliteit terug, met posities in het Nationaal Congres en al. In één geval creëerden de delinquenten hun eigen geldmiddel, de panal, met het gezicht van Chávez erop. De criminelen organiseren kinderfeesten, houden toezicht, vermoorden dieven die zich op hun terrein wagen, delen voedselpakketten uit die ze van de regering krijgen of stelen, organiseren begrafenissen, sportevenementen en concerten voor de bewoners, maar doen tegelijkertijd aan ontvoeringen, overvallen en afpersing. Ze handelen in drugs en voeren oorlog met andere bendes en met de politie als die hun territorium betreedt.
Precaire vrede
In een artikel in The New York Times heet het dat ‘Maduro in zijn redevoeringen stabiliteit wil uitdragen terwijl het land ineenstort’. De gangs heersen in de wijk 23 januari, op maar vijftien minuten van het Palacio de Miraflores, de presidentiële residentie. Daar doet Maduro alle mogelijke concessies om een precaire vrede te handhaven. Vanaf 2015 heeft de politie pogingen gedaan om de belangrijke leider Carlos Luis Revete, alias el Koki, te pakken te krijgen. Zijn machtsgebied ligt in de zogenaamde Cota 905, op maar drie kilometer van het presidentiële paleis, maar el Koki sluit bondgenootschappen met andere bendes om zijn gezag uit te breiden naar andere wijken van Caracas. Acties om hem te stoppen zijn op niets uitgelopen. Er zijn veel doden gevallen, inclusief politiemannen en burgers. In juli dit jaar viel el Koki een kazerne van de nationale garde aan, waarna er drie dagen lang confrontaties plaatsvonden die zich uitstrekten tot belangrijke verkeersaders in de hoofdstad. Aan eerdere onderhandelingen met deze bende nam vicepresident Delcy Rodríguez deel, hierbij werd afgesproken dat de politie zich niet op het terrein van el Koki zou begeven.
De grens tussen Venezuela en Colombia – in de deelstaten Táchira, Apure en Amazonas – is aan het veranderen in een soort derde land, beheerst door diverse Colombiaanse criminele groeperingen die dik geld verdienen aan de handel in drugs en goud en andere misdadige activiteiten. Deze groeperingen hebben zich ook uitgebreid naar de deelstaat Bolívar, op de grens met Brazilië. Net als in de stedelijke gebieden hebben de bendeleiders het op deze plekken voor het zeggen. Maar zoals te verwachten was, begonnen de FARC-dissidenten uiteen te vallen en raakten ze met elkaar in conflict over grondgebied en geld. Maduro besloot partij te kiezen, de controle te herwinnen en het geweld dat door zijn vrienden werd veroorzaakt te stoppen. Hij stuurde mei dit jaar het leger met geblindeerde voertuigen en zwaar geschut naar de deelstaat Apure, maar Maduro’s troepen leden een verpletterende nederlaag. De soldaten stapten op landmijnen, de geblindeerde voertuigen werden in hinderlagen gelokt en vernietigd; de teller stond op zestien doden, talrijke gewonden en acht militaire gevangenen. Uiteindelijk liep het uit op een onderhandeling met de Colombiaanse criminelen: ze lieten de gevangenen vrij en het leger trok zich terug en liet het gebied in handen van de FARC-dissidenten, die daar hun eigen republiek aan het stichten zijn onder de naam Segunda Marquetalia, naar de voormalige communistische boerenenclave.
Al met al is duidelijk dat het moreel bij de cipiers in de gevangenissen, de politiemensen en de militairen in Venezuela ernstig is aangetast. Van een strijdbare houding kan geen sprake zijn, want het heeft geen zin je leven te wagen om criminelen te bestrijden wie de regering zelf de hand heeft gereikt en gesteund. Anderzijds willen de corrupte en rijk geworden leiders een goed leven zonder gedoe, met als gevolg duizenden deserties. Maduro’s oplossing was het opzetten van een nieuw politiekorps onder de naam Fuerza de Acciones Especiales de la Policía Nacional Bolivariana, algemeen bekend als FAES, bedoeld voor speciale acties. Deze politie-‘elite’ houdt het gezicht bedekt, draagt geen legitimatie behalve een doodshoofd op het uniform, en vormt in feite een doodseskader. Volgens de cijfers die de regering overhandigde aan het team van de hoge commissaris voor de rechten van de mens van de Verenigde Naties, Michelle Bachelet, stierven alleen al in 2018 omstreeks 5300 mensen wegens ‘verzet tegen het gezag’. Deze agenten verdienen meer en hebben toestemming om zonder represailles te plunderen en te moorden.
Als de regering qua gezag gaten laat vallen, vullen criminelen die vanzelf op
Hun slachtoffers zijn inwoners van de arme wijken die voorheen het chavismo onvoorwaardelijk steunden. De FAES bestaat in feite uit moordenaars, en dat was de enige oplossing die Maduro kon bedenken om te proberen een halt toe te roepen aan de criminele explosie waarvoor het chavistische beleid verantwoordelijk was. De FAES is er echter niet ter bescherming van de burgers maar van de regering, want de delinquenten ontvoeren graag familieleden van militairen of leden van de chavistische elite. Het uiteindelijke gevolg van Chávez’ politiehervorming is dat de politie en de bendes inmiddels moreel quitte staan. Ze bestaan beide uit gewelddadige, meedogenloze sujetten. Op 20 november 2020, tijdens een interview dat door de officiële televisie werd uitgezonden, gaf de hoofdaanklager van Venezuela, Tarek William Saab, toe dat de politiemensen van de FAES met behulp van delinquenten roofovervallen, autodiefstallen en ontvoeringen plegen. Het bewijst hoe een veiligheidspolitiek gebaseerd op toegeeflijkheid jegens de misdaad niet alleen het moreel van politiemensen aantast, maar hen uiteindelijk zelfs in delinquenten verandert.
Dat de concentratie van rijkdom onveiligheid met zich meebrengt mag vanzelfsprekend lijken, maar het feit dat de onveiligheid toeneemt bij herverdeling van de rijkdom, zoals in Venezuela gebeurde, maakt een einde aan de hardnekkige mythe dat armoede zou samenhangen met onveiligheid. India telt meer armen dan de Verenigde Staten, toch zijn er in de Verenigde Staten meer moorden per inwonersaantal. Armoede genereert niet automatisch onveiligheid; wat wel onveiligheid genereert is moreel verval, een zwakke staat, een cultuur van corruptie en politiek-sociale polarisatie. Een lange periode van politieke instabiliteit, van interne verdeeldheid of de vervorming of verkwanseling van de burgerlijke waarden kunnen een veel negatiever effect op de veiligheid hebben dan ernstige ongelijkheid. Het klassieke, emblematische voorbeeld is Sicilië, waar een direct verband bestaat tussen de geschiedenis van oorlogen, instabiliteit en geweld enerzijds en een afkeer van staatsbemoeienis en de macht van de maffia anderzijds.
Privatisering van geweld
Het is gebruikelijk dat er in het politieke debat zorgen worden geuit over de privatisering van de gezondheid, het water, het onderwijs, et cetera, maar er is maar heel weinig aandacht voor de privatisering van het geweld, dat een monopolie van het landsbestuur hoort te zijn. Als de regering qua gezag gaten laat vallen, vullen criminelen die vanzelf op. Wanneer de misdaad floreert, ontneemt ze de staat drie essentiële monopolies: geweld via gewapende groepen, rechtspraak via executie en belastingheffing via afpersing. De georganiseerde misdaad bereikt haar hoogste ontwikkelingsniveau als ze kan bogen op financiële armslag, gewapende macht, gecoöpteerde of geïnfiltreerde autoriteiten, grondgebied, een sociale basis, globale connecties en een expanderende criminele cultuur. Die criminele cultuur uit zich wanneer er een hoge graad van territoriale controle en maatschappelijke worteling hebben plaatsgevonden; als het eenmaal zover is, geldt de crimineel als een succesvol iemand en wordt zijn relatie met de gemeenschap normaal. De drugsballades, de spreektaal en de lichaamstaal van de Midden-Amerikaanse gangs, de indrukwekkende graven van de drugsbaronnen in Culiacán, de verheerlijking van Pablo Escobar, de bandiet Malverde die een volksheilige werd of de beeldjes van de bendeleden van el Koki die in Caracas worden verkocht zijn voorbeelden van een criminele cultuur.
Territoriale controle geeft misdaad de kans om zich te versterken, te reproduceren en te vermenigvuldigen. Als de staat accepteert dat de criminaliteit een gebied controleert, duldt ze dat de burgers die in zulke gebieden wonen ongestraft worden vermoord en afgeperst, dat de jongens worden geronseld en de meisjes verkracht en dat de criminelen zich de bedrijven van de werkende bevolking toe-eigenen. In zo’n situatie gaat het niet meer over openbare veiligheid ja of nee, maar is de weg ingeslagen naar een failliete rechtsstaat.
Onverschilligheid of handjeklap met de misdaad lijken de snelste weg naar resultaat
Dat is op dit moment gaande in Haïti, en daarom was de moord op president Jovenel Moïse in feite een aangekondigde dood. Volgens gegevens van de Nationale Commissie voor Ontwapening in Haïti bestaan in dit kleine land minstens 77 gewapende misdadige groeperingen, en het Nationale Net van Mensenrechten heeft het over een ‘vergangstering’ van de politiek. Gabriel Gaspar, de voormalige staatssecretaris van Buitenlandse Zaken in de regering van de ex-president van Chili, Ricardo Lagos, wijst erop dat ‘de gangs in Haïti zwaar bewapend zijn, hun macht tentoonspreiden en hele gebieden controleren, met name in de hoofdstad. De bendes zijn gegroepeerd in een criminele federatie die bekendstaat als de G9, met aan het hoofd Jimmy Barbecue Cherizier, een ex-politieman die populistische taal uitslaat om de “oligarchen” te kritiseren. Alleen al in juni waren deze gangs verantwoordelijk voor tweehonderd ontvoeringen en de moord op dertig politiemannen. Veel armoede, een zwakke rechtsstaat en een politie die verzuimt het grondgebied te controleren hebben geleid tot een sterke criminele macht.’ In die context is het onvermijdelijk dat de criminelen een instrument worden binnen de economische en politieke macht, en dat de economische en politieke macht op haar beurt uiteindelijk verandert in een instrument van de criminelen. Op sommige plaatsen in Latijns-Amerika is de macht van de misdaad al onlosmakelijk met die van de politiek verbonden.
Zulke pacten met delinquenten, formeel of de facto,komen voort uit een zwakke rechtsstaat of uit publieke electorale pressie om het aantal moorden en het geweld terug te dringen. Onverschilligheid of handjeklap met de misdaad lijken de snelste weg naar resultaat, maar dit gaat ten koste van een nog grotere misdaadexplosie in de toekomst. De staat blijft zwak en de misdaad heeft steeds meer middelen om zich te versterken. Misdaad is geen statisch maar een expansief fenomeen, of het nu gaat om grote kartels of kleinere bendes; de criminaliteit neemt toe als ze niet wordt bestreden. Er zijn geen objectieve redenen om te veronderstellen dat criminelen vrijwillig hun activiteit zullen inperken. Alleen een sterke staat kan hen stoppen.
De naïeve visie van het chavismo op misdaad doet denken aan de fabel over de schorpioen die de kikker om hulp vraagt bij het oversteken van de rivier. De kikker gaat akkoord op voorwaarde dat hij niet wordt geprikt. Midden in de rivier prikt de schorpioen toch, waarop de kikker verbaasd vraagt: ‘Waarom deed je dat? Nu gaan we allebei dood.’ De schorpioen antwoordt: ‘Sorry, het is mijn natuur.’
Joaquín Villalobos is ex-guerrillaleider in El Salvador en adviseur inzake veiligheid en conflictbeheersing. Hij adviseert de Colombiaanse regering bij het vredesproces.
De New Yorkse humor van Fran Lebowitz dient als remedie tegen moedeloosheid. Verder: Russische luis in de pels Navalny onthult Poetins corruptie in docu & meer aanraders van de 360-redactie.
Omdat 360 niet alles kan vertalen wat de redactie leest, ziet en hoort, tippen wij voor u enkele interessante artikelen, documentaires, boeken en podcasts die wij deze week tijdens het speuren naar mooie journalistiek zijn tegengekomen.
Nieuws uit Navajo
De Amerikaanse Navajo-natie, die zich uitstrekt over bijna achttien miljoen hectare, is hard getroffen door de pandemie. De journalisten van dagblad The Navajo Times nemen hun taak om nieuws te brengen en een stem aan de inwoners te geven serieus. Vele Navajo zijn verstoken van internet, zodat de krant de enige bron van informatie is. Verslaggevers rijden het uitgestrekte gebied door om de bevolking naar hun ervaringen te vragen. Soms zijn ze achttien uur onderweg voor één opdracht.
‘We zijn gezegend met de gave van het verhalen vertellen’, zegt een van hen, ‘maar die moet je op de juiste manier gebruiken. Je moet nederig zijn, je moet oprecht zijn in wat je doet, en je moet respectvol zijn naar de mensen aan en over wie je je verhalen vertelt. Je moet zorgvuldig omgaan met je geschenk’ in dit minivideoportret dat The New Yorker maakte.
‘Een inspirerend verhaal voor ieder die doordrongen is van het belang van journalistiek’, tipt hoofdredacteur Laura Weeda.
Navalny komt met documentaire over Poetins paleis
‘Hallo, Navalny hier. We begonnen met deze productie toen ik op de intensive care lag, maar we waren het er meteen over eens dat we hem zouden vrijgeven op het moment dat ik naar huis terugkeerde, naar Rusland, naar Moskou, omdat we niet willen dat de hoofdpersoon van deze film denkt dat we bang voor hem zijn en dat ik daarom alleen vanuit het buitenland zijn grootste geheimen zou durven te openbaren. Een van onze kijkers is de meest toegewijde bewonderaar van ons werk, op wiens bevel ik werd vergiftigd: Vladimir Poetin.’
Zo begint Aleksej Navalny Poetins Paleis, een twee uur durende film waarin hij de geschiedenis van Vladimir Poetin en diens verbijsterende corruptie uit de doeken doet.
Het feit dat Navalny wachtte met het uitbrengen van de film totdat hij was teruggekeerd op Russische bodem, is een extra plaagstoot naar Poetin: je kunt me arresteren, maar als ik in de gevangenis zit doet dit verhaal al wereldwijd de ronde. Daar heeft Navalny overigens gelijk in, want volgens de BBC is Poetins Paleis al miljoenen keren bekeken.
Een aanrader van redacteur IJsbrand van Veelen.
De documentaire van Navalny met Engelse ondertiteling.
‘Na The American Nightmare weer ruimte voor The American Dream? Zeker met The Great Gatsby, een graphic novel, prachtig geïllustreerd door Adam Simpson,’ tipt art director Majel van der Meulen.
F. Scott Fitzgeralds The Great Gatsby uit 1925 is dit jaar toegetreden tot het publieke domein, dus staat het illustratoren vrij om met de Amerikaanse klassieker aan de slag te gaan.
The Great Gatsby wordt algemeen beschouwd als de grootste Amerikaanse roman aller tijden en is het verhaal van de rijke, Don Quichot-achtige Jay Gatsby en zijn obsessieve liefde voor rijkeluisdochter Daisy Buchanan. Het is ook een waarschuwend verhaal over de Amerikaanse droom in al zijn uitbundigheid, decadentie, hedonisme en passie.
Illustrater Adam Simpson studeerde aan het Edinburgh College of Art, de Rhode Island School of Design en het Royal College of Art in Londen. Simpson heeft onder andere bijgedragen aan The New Yorker en The New York Times, en ontwierp een postzegelreeks voor de Olympische Spelen in Londen in 2012.
The Great Gatsby van F. Scott Fitzgerald met illustraties van Adam Simpson is te bestellen via uw lokale boekhandel.
Zwarte markt van Venezolaanse olie
Het mag niet van de VS, Venezolaanse olie kopen, maar niet elk land houdt zich aan de internationale sancties die het regime van Nicolás Maduro zijn opgelegd. Sterker nog: Venezolaanse olie blijkt de hele wereld over te gaan.
Dat ontdekte de onderzoeksjournalisten van ArmandoInfo, een collectief van Venezolaanse journalisten in ballingschap. In samenwerking met EL País, publiceerden ze een uitgebreid en goed gedocumenteerd Follow The Money-achtig onderzoek, tipt redacteur Joep Harmsen.
Via een Colombiaanse ‘trader’, een Mexicaanse zakenman en een Italiaanse ex-polospeler worden via Russische contacten de sancties op grote schaal ontweken om ruwe Venezolaanse olie te verkopen aan landen als Turkije, Maleisië en Singapore, en zelfs aan de Palestijnse autoriteiten. Ook het Mexicaanse staatsoliebedrijf PEMEX, dat eerder al op de vingers werd getikt omdat het voedsel en drinkwater had geruild voor ruwe Venezolaanse olie, blijkt een grote vinger in de pap te hebben.
Is dat erg? Nicolás Maduro organiseerde vorig jaar nieuwe parlementsverkiezingen, nadat het oude parlement – onder leiding van Juan Guaidó – al jaren buitenspel was gezet. Venezuela is daarmee de facto een dictatuur geworden. Bij de nieuwe verkiezingen sloot Maduro vrijwel alle oppositiepartijen uit van deelname. De EU oordeelt daarom dat de verkiezingen niet eerlijk zijn verlopen en erkent de uitslag niet.
New Yorkse humor
Om niet moedeloos te worden van de fantasieloze politiek in eigen land en elders, waar een ellenlang debat over een avondklok de toeslagenaffaire en andere belangrijke kwesties opzij drukt, is er maar één remedie: humor. En dan vooral die van Fran Lebowitz, te zien op Netflix in Pretend it’s a city, geïnterviewd door vriend en maestro Martin Scorcese, die overigens zelf meer lacht dan vragen stelt.
Lebowitz sneert, spot erop los en keurt vrijwel alles af. Maar bovenal is het een portret van haar en Scorsese (Marty) met hun herinneringen aan de stad van hun jeugd, New York. waar beiden een liefdesrelatie mee onderhouden.
De titel, Pretend it’s a city, is wat Lebowitz tegen (voormalige) toeristen roept als ze haar voor de voeten lopen. Oergeestig en melancholisch, altijd een mooie combinatie.
Venezuela handelt in illegaal goud, beschermt actieve Hezbollah-cellen en staat onder directe invloed van Cuba – om maar wat te noemen. Generaal Manuel Ricardo Cristopher Figuera, voormalig hoofd van de Venezolaanse inlichtingendienst en Maduro-getrouwe, klapt uit de school.
Keuze uit het archief
Afgelopen maand werd er een akkoord gesloten tussen de VS en Venezuela. Daarin tekende laatstgenoemde een overeenkomst met oppositieleiders om te komen tot vrije en eerlijke presidentsverkiezingen in 2024. De VS hieven als reactie daarop enkele economische sancties tegen Venezuela’s olie-industrie op. Er lijkt dus meer toenadering te komen tot Venezuela van de kant van onder andere de VS.
Is toenadering tot een land met Nicolás Maduro aan het roer echter wel mogelijk? Het ziet er namelijk niet naar uit dat zijn regering een einde zal maken aan de schendingen van mensenrechten. Dat Maduro jarenlange ervaring heeft met corruptie, schendingen van mensenrechten en zelfverrijking, blijkt wel uit dit artikel van The Washington Post, waarin het voormalig hoofd van Maduro’s inlichtingendienst uit de school klapt. ‘Tijdens mijn laatste zes maanden kreeg ik een scherper beeld dan ooit van de situatie waarin het land verkeerde en van de corruptie binnen de overheid,’ zegt hij.
In een paleis dat naar verluidt is vergeven van de intriganten, overlopers en dieven, was er één iemand op wiens loyaliteit de Venezolaanse president Nicolás Maduro kon blindvaren: generaal Manuel Ricardo Cristopher Figuera. De gespierde 55-jarige geloofde met hart en ziel in de revolutie. Hij stond meer dan tien jaar aan het hoofd van de veiligheidsdienst onder Hugo Chávez, grondlegger van de Venezolaanse socialistische staat en leidsman van Maduro. Van hem leerde hij het vak.
Vorig jaar oktober bereikte de generaal het toppunt van zijn macht, toen hij werd benoemd tot hoofd van Maduro’s inlichtingendienst, de gevreesde Sebin.En toch: toen de door de Amerikanen gesteunde oppositieleider Juan Guaidó op 30 april zijn oproep deed tot een revolte, met de bedoeling Maduro buiten spel te zetten, bleek Figuera tot veler verbazing een van de samenzweerders. Toen de staatsgreep mislukte, zag hij zich ineens genoodzaakt te vluchten naar buurland Colombia, waar hij zijn lot in handen legde van de Amerikaanse geheime dienst.
In Bogota hield hij zich bijna twee maanden schuil en werd dag en nacht bewaakt. Onlangs arriveerde Figuera in de Verenigde Staten, gewapend met verschillende beschuldigingen aan het adres van Maduro en zijn regering, zoals illegale goudhandel, Hezbollah-cellen die in Venezuela actief zijn, de verstrekkende invloed van Cuba binnen Maduro’s paleis Miraflores.
De couppoging mislukte en Maduro bleef aan de macht. Maar Figuera heeft er geen spijt van dat hij zich tegen zijn baas heeft gekeerd. ‘Ik ben trots op wat ik heb gedaan,’ liet hij vorige week weten vanuit een hotelkamer in het centrum van Bogotá. ‘Nu is het regime ons te slim af geweest. Maar dat kan elk moment veranderen.’Voor de oppositie en de Amerikanen is het in zekere zin een overwinning dat Figuera is overgelopen – het bewijs, zeggen ze, dat hun beleid effect sorteert en dat hun inspanningen lonen, zelfs na het mislukken van de opstand.
Als hoofd van de sebin leidde Figuera een organisatie die is beschuldigd van willekeurige opsluiting en marteling. Figuera was een van de vijf hoge Venezolaanse ambtenaren aan wie in februari door de regering-Trump sancties zijn opgelegd. Dat men hem zover heeft weten te krijgen over te lopen, zegt iets over de morele knieval die Maduro’s tegenstanders bereid waren te doen.
Figuera verdedigt wat hij heeft gedaan om het chavismo vooruit te helpen. Maar de uitwassen zegt hij te betreuren. ‘Ik sta zwaar in het krijt bij de mensen die nog in de gevangenis zitten,’ zegt hij, vechtend tegen zijn tranen. ‘De mensen van wie familieleden zijn gestorven, zonder dat ze zelfs maar afscheid hebben kunnen nemen – daar ben ik kapot van.’ En hij vervolgt: ‘Er zitten veel mensen tussen die onschuldig zijn, bij hen sta ik in het krijt. Ik heb niet genoeg gedaan. Ik dacht dat ik Maduro tot rede zou kunnen brengen, maar dat was niet het geval.’
Op de zwoele avond van 28 maart zetten de samenzweerders tegen Maduro in Caracas een van hun grootste waagstukken in gang. Cesar Omaña, een 39-jarige Venezolaanse arts, zakenman en avonturier, loopt gespannen het torenhoge hoofdkwartier van de Sebin binnen, met de bedoeling het hoofd van de dienst te laten overlopen naar de oppositie.
Omaña, die officieel in Miami woont, leeft in twee werelden. Hij is goed bevriend met een van Chávez’ dochters en met enkele hooggeplaatste medewerkers van Maduro, maar ook met leden van de antiregeringsgezinde oppositie. In tegenstelling tot andere Venezolaanse zakenlieden die in het complot zitten, is hij niet beschuldigd van misdaden en valt hij niet onder Amerikaanse sancties. Maar hij is diep geraakt door de teloorgang van zijn land onder Maduro.
“Nu is het regime ons te slim af geweest. Maar dat kan elk moment veranderen”
In november stond Omaña in nauw contact met Amerikaanse functionarissen, zeggen zowel Omaña zelf als de betreffende functionarissen. Hij had inmiddels ook een goed contact, om niet te zeggen een ontluikende vriendschap, opgebouwd met oppositieleider Leopoldo López, op dat moment de beroemdste politieke gevangene van Venezuela, en de raadsman van Guaidó.
Omaña was gespannen voor de ontmoeting met Figuera. ‘De op twee na machtigste man van het land,’ zei hij, toen hij vorige week in Bogotá naast Figuera zat, met een zwart Top Gun-petje en Yohji Yamamoto-sneakers. ‘Hij had me zo kunnen laten oppakken.’De Amerikanen hadden Figuera al in de peiling. Door de sancties waren al zijn Amerikaanse tegoeden bevroren – hoewel hij die naar eigen zeggen niet had – en mochten Amerikanen geen zaken meer met hem doen. Amerikaanse functionarissen hebben in het openbaar gezegd dat voor Maduro-getrouwen die zich tegen hem keren, de sancties wellicht worden opgeheven.
Tussen Omaña en Figuera ontspon zich een kat-en-muisspel, waarbij ze allebei de ander uit de tent probeerden te lokken.
“‘Vertel me eens iets wat ik nog niet weet,” zei ik tegen hem,’ aldus Figuera. Omaña begon over de plannen van de oppositie, die op dat moment nog uitgewerkt moesten worden.‘We hadden het over Zuid-Afrika en Mandela,’ zegt Omaña. ‘En uiteindelijk kwamen we te spreken over het aanvankelijke plan, een verzoeningswet, Maduro overhalen op te stappen.’
‘Ik zei dat ik Maduro inmiddels het liefst zag vertrekken,’ zegt Figuera.‘En ik zei: “Ja, jij kijkt hoe de wedstrijd verloopt, maar zonder zelf mee te spelen,”’ zegt Omaña. ‘Toen was het ijs gebroken…’‘Dat was het moment waarop de samenzwering vorm kreeg.’
Laten overlopen
Ondertussen was een andere groep samenzweerders al tot actie overgegaan. In februari had een groep Venezolaanse zakenmannen, onder wie mediabons Raúl Gorrín, aan wie ook sancties waren opgelegd door Washington en die op grond van de Amerikaanse wet was aangeklaagd wegens witwassen, de Amerikanen benaderd met een plan. De kern van dat plan, volgens enkele ingewijden: enkele belangrijke Maduro-getrouwen laten overlopen, onder wie de opperrechter van het Venezolaanse hooggerechtshof, Maikel Moreno.
Deze mannen hadden eerder opgetreden als bemiddelaars tussen de regering-Trump en leden van het regime, volgens mensen die op de hoogte waren van de plannen, en ze wilden niets liever dan hun eigen banden aanhalen met de Verenigde Staten, waar hun kinderen naar school gingen en waar hun echtgenotes in het weekend konden winkelen.Volgens een hooggeplaatste regeringsfunctionaris werd de zakenmannen te verstaan gegeven dat wanneer ze niet in hun missie zouden slagen, het reisverbod weer zou worden ingesteld en de tegoeden weer zouden worden bevroren. De regering zou zich niet mengen in aangelegenheden van het ministerie van Justitie, dat ging over het intrekken van de aanklachten, maar men zou wel een goed woordje doen voor diegenen die werkelijk hadden geholpen.
‘Het enige wat we kunnen doen, is hun zaak voorleggen aan het ministerie,’ aldus de betreffende functionaris, die net als alle anderen alleen met ons over deze gevoelige politieke kwesties wilde praten als zijn anonimiteit zou zijn gewaarborgd. Gorrín heeft nooit gereageerd op ons verzoek om commentaar.
De zakenmannen probeerden de opperrechter zover te krijgen dat hij zich tegen Maduro zou keren. Hun plan, volgens verschillende mensen die ervan op de hoogte waren: Moreno zou een uitspraak doen die de macht zou herstellen van het Lagerhuis, dat in handen was van de oppositie. Het Lagerhuis had Guaidó al erkend als interim-president. Maduro zou naar de zijlijn worden gedwongen.
Volgens enkele ingewijden zouden overheidsfunctionarissen in Washington op de hoogte worden gehouden van de voortgang van het plan en met enige regelmaat adviseren over de volgende stap. Maar het plan zelf, zeggen zowel Venezolaanse samenzweerders als Amerikaanse functionarissen, was uitgedacht in Venezuela. Moreno zou mogen aanblijven als opperrechter in een overgangsregering. Maar volgens mensen die bij de gesprekken betrokken waren, zou Moreno ook tientallen miljoenen dollars hebben geëist om bepaalde stemmen binnen de rechterlijke macht te kopen en om een vangnet voor zichzelf te installeren. Figuera zegt dat hij WhatsAppgesprekken heeft onderschept waaruit blijkt dat het totale bedrag dat Moreno eiste de honderd miljoen overschreed.
Een van de zakenlieden die betrokken waren bij dit vermeende bod, zegt dat de Amerikaanse functionarissen ervan op de hoogte waren. Volgens hem stonden de Amerikanen er niet echt achter, maar maakten ze ook geen bezwaar. Twee hooggeplaatste Amerikaanse ambtenaren hebben ontkend vóór 30 april van het aanbod te hebben geweten. Pas na het mislukken van de revolte zou Washington te horen hebben gekregen dat Moreno om geld had gevraagd, zegt een van hen.
Na zijn ontmoeting met Omaña, zegt Figuera, had hij een sprankje hoop. Hij had al vele jaren bij de militaire inlichtingendienst gewerkt. Maar in zijn nieuwe baan, als hoofd van de Sebin, was hem pas goed duidelijk geworden hoe door en door verrot Maduro’s regering was. ‘Tijdens mijn laatste zes maanden kreeg ik een scherper beeld dan ooit van de situatie waarin het land verkeerde en van de corruptie binnen de overheid,’ zegt hij. ‘Het werd me al snel duidelijk dat Maduro aan het hoofd staat van een criminele organisatie, waarin ook zijn familie een rol speelt.’
Figuera onderzocht enkele aanklachten over een bedrijf dat was opgezet door een assistent van Maduro’s 29-jarige zoon, Nicolás Maduro Guerra. Hij zegt dat het bedrijf een monopolie had verworven op het kopen van goud van kleine goudwinners in het zuiden van het land. Het goud werd met hoge kortingen aangekocht en voor veel meer verkocht aan de centrale bank van Venezuela. Hij was van plan om met die informatie naar Maduro te gaan, zegt hij, maar dat werd hem afgeraden door een van Maduro’s naaste medewerkers.
Figuera zegt dat hij witwaspraktijken aan het licht had gebracht waarbij de toenmalige vicepresident Tareck El Aissami was betrokken, die inmiddels is benoemd tot minister van Industrie en Nationale Productie. Tegen El Aissami zijn sancties opgelegd en in de Verenigde Staten lopen aanklachten tegen hem wegens drugshandel.
El Aissami heeft in het openbaar verklaard niets te hebben misdaan. Noch El Aissami noch een van de andere functionarissen die door Figuera zijn genoemd hebben gereageerd op het verzoek dat wij hebben neergelegd bij het Venezolaanse ministerie van Communicatie om een reactie op de aantijgingen in dit artikel. The Washington Post heeft geen onafhankelijke bronnen kunnen vinden die Figuera’s aantijgingen bevestigen.
Figuera zegt dat hij over informatie beschikte die erop wees dat bepaalde illegale groeperingen die in Venezuela actief waren, werden beschermd door de regering. Dat ging onder meer om leden van de Colombiaanse guerrillagroepering ELN, die actief is in goudwingebieden in het zuiden van de staat Bolívar en die een eerste verdedigingslinie zou kunnen vormen, mocht een buitenlandse macht Venezuela binnenvallen. Hij zegt ook over informatie te beschikken dat Hezbollah actief is in Maracay, Nueva Esparta en Caracas, kennelijk met de bedoeling via illegale activiteiten geld bij elkaar te krijgen om operaties in het Midden-Oosten te financieren. ‘Het werd me duidelijk dat ik de drugshandel en de guerrilla’s met rust moest laten,’ zegt Figuera.
Raúl Castro
Maar wat hem vooral moedeloos stemde, waren de machinaties binnen een disfunctionele regering met verschillende koninkrijkjes van functionarissen die onderling strijd leverden. Hij herinnert zich een bijeenkomst met Iris Varela, Maduro’s felle minister van het Gevangeniswezen, en Vladimir Padrino López, Maduro’s minister van Defensie. Hij zegt dat Varela dertigduizend geweren wilde om haar eigen privéleger op te zetten. ‘Ze zei dat ze getrainde mannelijke gevangenen had,’ aldus Figuera. ‘Ze zei dat zij hun aanvoerder was.’
Ondertussen verliet Maduro zich op zo’n vijftien tot twintig Cubanen om over zijn veiligheid te waken. Sommige waren militaire bewakers, aldus Figuera. Maar drie Cubanen, ook wel ‘de psychologen’ genoemd, deden dienst als speciaal adviseurs en analyseerden Maduro’s toespraken om in te schatten in hoeverre ze het publiek zouden weten te raken.
Figuera zag Maduro een paar keer per week, tijdens kabinetsvergaderingen. Toen hij op zeker moment om een privéonderhoud verzocht, werd hem te verstaan gegeven dat hij dat moest regelen met ‘Aldo’ – een Cubaan. ‘Ik dacht: wat zullen we nou krijgen? Ik ben het hoofd van zijn geheime dienst en ik moet aan een Cubaan vragen of ik hem te spreken kan krijgen?’
In maart dit jaar kwam heel Venezuela plat te liggen door een stroomstoring. Figuera en andere hooggeplaatste ambtenaren zaten in een bespreking met Maduro, toen Raúl Castro belde, vertelt Figuera. Maduro ging naar een hoekje van de kamer om het gesprek met de voormalige president van Cuba te voeren.
Na afloop van het telefoontje leek Maduro opgelucht, herinnert Figuera zich. Castro had beloofd een team Cubaanse technici te sturen om te helpen het probleem op te lossen. ‘Raúl Castro was een soort adviseur voor Maduro,’ zegt Figuera. ‘Het maakte niet uit in wat voor bespreking hij zat, als Castro belde, moest alles wijken.’
In april, zegt Figuera, moest hij Maduro een boodschap brengen in een gesloten koffertje. Alleen hij en Maduro beschikten over de code. Figuera noemde de situatie van het land deerniswekkend en opperde om nieuwe verkiezingen uit te schrijven. De volgende dag stuurde Maduro hem een berichtje. ‘Hij noemde me een lafaard, een defaitist,’ zegt Figuera. ‘Op dat moment begreep ik dat ik in actie moest komen.’
Revolte
In de dagen na het bezoek van Omaña, aldus Figuera, sprak hij enkele keren met Omaña’s voornaamste bondgenoot binnen de oppositie, Leopoldo López. Die zat al sinds 2014 gevangen, afwisselend in een cel of thuis met huisarrest. Figuera kon moeiteloos toegang tot hem krijgen; als hoofd van de Sebin was hij degene die López gevangenhield. Figuera zegt dat hij tijdens die gesprekken hoorde van de plannen voor de revolte die was gepland voor 1 mei. Moreno zou de wet bekendmaken die het Lagerhuis weer macht zou geven. Padrino, de minister van Defensie, zou zich achter de wet scharen en Maduro dwingen afstand te doen van de macht.
Volgens Figuera hadden de samenzweerders allemaal een codenaam. Figuera, een Afro-Venezolaan, was Black Panther. Omaña was Superman. Mauricio Claver-Carone, het hoofd van de Amerikaanse National Security Council voor het Latijns-Amerikabeleid, was Comeniños – de Kindereter.
Maar naarmate 1 mei naderde, sloegen de zenuwen toe, zegt Figuera. Tijdens een bijeenkomst op 23 april in Moreno’s huis in Caracas leek de opperrechter bedenkingen te hebben. Volgens enkele van de mensen die bij die bespreking aanwezig waren, stelde Moreno voor dat híj president zou worden, in plaats van Guaidó.
Op 27 april had Figuera een ontmoeting met Moreno en Padrino, bij Padrino thuis. ‘Het was een kort gesprek,’ zegt Figuera. ‘Ze wierpen elkaar nerveuze blikken toe.’ De volgende dag belde Figuera Padrino om zich ervan te verzekeren dat de minister van Defensie nog aan boord was. Maar Padrino zat naar Avengers: Endgame te kijken, zegt Figuera, en wilde hem niet te woord staan. Moreno noch Padrino hebben gereageerd op een verzoek om een reactie.
Leden van de oppositie hebben gezegd dat ze de datum van de hele operatie een dag hebben vervroegd omdat ze geruchten hadden opgevangen dat Guaidó gearresteerd zou worden. Volgens Figuera is hij degene geweest die meer vaart achter het plan heeft gezet.
Op 29 april werd duidelijk, aldus Figuera, dat Maduro’s gevreesde colectivos [linkse organisaties vanuit de gemeenschap] een grootschalige aanval voorbereidden, op 1 mei, de Dag van de Arbeid, die zou kunnen uitmonden in een ‘bloedbad’. Hij stelde Padrino zelf op de hoogte van het nieuwe tijdpad.
‘Ben je niet goed snik?’ reageerde die, als we Figuera mogen geloven. ‘En die wet dan? Hoe wou je dat klaarspelen?’
‘Het moet gebeuren,’ zou Figuera naar eigen zeggen hebben geantwoord. ‘Anders loopt 1 mei uit op een bloedbad. We moeten snel handelen.’Figuera en enkele andere samenzweerders zeggen dat ze over informatie beschikten dat Moreno bereid was op 30 april zijn uitspraak bekend te maken. Maar na de sceptische reactie van Padrino besloot Figuera nog enkele andere militaire figuren te benaderen.
Hij erkent Guaidó als leider van Venezuela, maar diep in zijn hart blijft hij chavista
Het plan, zo hield hij vol, moest eerder in gang worden gezet. Maar toen dat uiteindelijk gebeurde, in de vroege uurtjes van 30 april, ging er van alles mis.
Guaidó verleende López gratie en hief zijn huisarrest op. Guaidó en López maakten triomfantelijk hun opwachting op de militaire basis La Carlota in Caracas en riepen het leger en het volk op om in opstand te komen.
Figuera reed rond in Caracas om te kijken wie zich bij hen aansloot. Zijn telefoon ging. Het was zijn baas. ‘Maduro was heel gespannen,’ zegt Figuera. ‘Hij vroeg steeds maar: “Wat gebeurt er allemaal?”’ Maduro bleef maar bellen. Uiteindelijk, zo rond 6:30 uur, zei Maduro dat Figuera zich moest melden bij de beruchte gevangenis El Helicoide. ‘Ik heb mijn vrouw gebeld en gezegd dat ik mezelf moest aangeven.’
Barbara Reinefeld, Figuera’s vrouw, was bij familie in Miami toen haar mobiele telefoon ging. Haar man praatte haar snel bij over de mislukte coup en de laatste order van Maduro. Zij drong erop aan dat hij zichzelf niet zou aangeven, maar zou proberen de grens over te steken.
Twee maanden eerder, tijdens een uitstapje naar San Juan, in Puerto Rico, was Reinefeld benaderd door twee mannen die zichzelf hadden bekendgemaakt als fbi-agenten. Ze hadden met haar gepraat, vertelt ze, en een systeem opgezet om in het geheim contact met haar te onderhouden. Figuera zegt dat hij dolgelukkig was met deze achterdeur, maar dat hij zelf geen contact had onderhouden met de Amerikanen.
Niet lang na het telefoontje van haar man, op 30 april, namen Venezolanen in Miami contact op met Reinefeld. Een van hen was een familielid van Guaidó. Een hooggeplaatste functionaris binnen de regering-Trump was zich bewust van haar penibele situatie, zo kreeg ze te horen, en men bood aan in Washington met haar te praten.
Op 1 mei vloog ze naar Washington en kreeg daar de verzekering dat haar man niets zou overkomen als hij naar Colombia zou vluchten. Figuera wist het land te ontvluchten door gebruik te maken van militaire contacten op de grond. Op 2 mei kwam hij aan in de grensstad Cúcuta, waar hij werd opgevangen door agenten van de Colombiaanse geheime dienst. De dag daarna zat hij in Bogotá, waar hij met Amerikaanse functionarissen sprak.
Moreno, Padrino en andere Maduro-getrouwen hebben publiekelijk verklaard geen aandeel te hebben gehad in de samenzwering. Twee dagen na de mislukte couppoging verscheen Padrino samen met Maduro in het openbaar en impliceerde dat hij de avances van de oppositie had afgeslagen. ‘Probeer ons niet in te palmen met valse voorstellen, wij hebben ook onze waardigheid,’ zei hij.
Spijt
Binnen een week nadat Figuera in Colombia was aangekomen, trok de regering-Trump alle sancties tegen hem in. Figuera zegt dat hij het zwaar te verduren heeft gehad tijdens zijn eerste debriefings met de Amerikanen. Hij heeft Guaidó erkend als de rechtmatige leider van Venezuela, maar diep in zijn hart blijft hij een chavista. Hij en anderen zijn ervan overtuigd dat hij gevaar loopt te worden vermoord door Colombiaanse guerrilla’s die banden hebben met de Venezolaanse overheid. Omaña is vorige week in Bogotá aangekomen om te onderhandelen over een veilige overtocht van Figuera naar de Verenigde Staten.
Figuera is gevormd door de socialistische regering die hij jaren heeft gediend. Hij zegt spijt te hebben van veel, maar niet van alles wat hij in hun naam heeft gedaan. ‘Als ik zou zeggen dat ik Moeder Theresa was, zouden jullie me niet serieus nemen,’ zegt hij.
Als de olieproductie in Venezuela verder verslechtert, zal de regering-Maduro vroeg of laat vallen, schrijft de Nicaraguaanse politiek analist Adolfo Miranda Sáenz. ‘De olie-industrie is de ruggengraat van de Venezolaanse economie.’
Keuze uit het archief
De Verenigde Staten vielen afgelopen week opnieuw een schip uit Venezuela aan, omdat het vaartuig drugs zou vervoeren. Zes mensen kwamen om het leven. Een dag later verklaarde Trump grondoperaties tegen drugskartels in Venezuela te overwegen. De Venezolaanse president Nicolás Maduro beschuldigde Trump ervan zijn regime omver te willen werpen. Uit het feit dat de Venezolaanse oppositieleider María Corina Machado de Nobelprijs voor de Vrede aan Trump opdroeg, blijkt dat ze de Amerikaanse president als een belangrijke medestander ziet in haar strijd tegen het dictatoriale regime van Maduro.
In dit artikel van El Nuevo Diario uit 2018 legt de politiek commentator Adolfo Miranda Sáenz, die dit jaar overleed, uit hoe de VS het snelst een machtswissel in Venezuela tot stand kunnen brengen: de olie-import stopzetten. Maar dat kunnen de VS zich om economische redenen niet veroorloven, aldus Sáenz.
In oliestaat Venezuela heeft het beleid van Hugo Chávez en zijn opvolger Nicolás Maduro voor een braindrain gezorgd. Hooggekwalificeerde werknemers en techneuten hebben het land verlaten omdat de Venezolaanse regering hun geen waardig bestaan kan bieden waarin ze hun gerechtvaardigde ambities kunnen verwezenlijken. De weggelopen vakmensen en technici van de olieboorputten en olieraffinaderijen zijn vervangen door personeel dat niet goed genoeg is opgeleid om de machines te bedienen en te onderhouden. Op de stoel van de vroegere managers zitten nu inefficiënte functionarissen. Een groot deel van de infrastructuur van de Venezolaanse olie-industrie blijft onbenut.
Onlangs constateerde het Internationaal Energie Agentschap dat de olieproductie in Venezuela is gedaald van 3,4 miljoen vaten per dag in 1998 naar 1,5 miljoen vaten per dag in juni 2018. Met andere woorden, er worden 1,9 miljoen vaten minder per dag geproduceerd.
Aangezien de olie-industrie de ruggengraat is van de Venezolaanse economie, is de terugloop in de olieproductie de belangrijkste oorzaak van de grote armoede, schaarste en ellende waar het Venezolaanse volk onder zucht. Bronnen bij Unopetrol (Honduras) en Puma (Zwitserland), oliemaatschappijen die in Nicaragua actief zijn, melden dat Venezuela nauwelijks meer profiteert van de speciale handelsvoorwaarden van de ALBA (Bolivariaanse Alliantie voor de Volkeren van Ons Amerika). De afspraak om 50 procent van de rekening binnen zestig dagen te voldoen en de resterende 50 procent uit te smeren over vijfentwintig jaar heeft geen enkel nut voor Venezuela. Nicaragua importeert nauwelijks meer ruwe olie uit Venezuela en koopt vooral brandstoffen in de Verenigde Staten. Het samenwerkingsverband tussen Venezuela en een aantal landen in het Caribisch gebied, Petrocaribe genaamd, waarbij tot 40 procent van de olielevering voor één tot twee jaar wordt voorgefinancierd en een deel in natura kan worden betaald, blijft evenwel bestaan.
Contant afrekenen
Venezuela is het land met de grootste olievoorraden ter wereld, maar gezien de drastische daling in de olie-export doet het liever zaken met landen die contant afrekenen: de Verenigde Staten, India en China (die de rekening vooraf voldoen). Volgens gegevens van de EIA kopen de VS gemiddeld 790 miljoen vaten olie per dag van Venezuela, meer dan de helft van de totale productie. Venezuela is op twee na de grootste leverancier van olie aan de VS. Vanwege het disfunctioneren van de Venezolaanse raffinaderijen betrekt het land tegenwoordig een deel van zijn brandstof bij Amerikaanse raffinaderijen, en net als Nicaragua exporteert het land mais naar Costa Rica, dat het vervolgens weer terugkoopt in de vorm van Corn Flakes. Het Venezolaanse staatsoliebedrijf PDVSA is eigenaar van CITGO, een belangrijke Amerikaanse oliemaatschappij met zetel in Houston, Texas, dat beschikt over drie raffinaderijen, achtenveertig outlets, zesduizend servicestations, met een totale jaaromzet van 400 miljoen dollar (www.citgo.com).
Al produceert Venezuela dus weinig ruwe olie, toch ontvangt Maduro nog genoeg Amerikaanse oliedollars om in dit failliete land aan de macht te blijven. Met het oliegeld kan hij samen met zijn familie en zijn functionarissen een luxeleventje leiden en bovendien de militairen tevreden houden. Stel dat de Amerikaanse regering besluit om gedurende enkele maanden de olie-import uit Venezuela stil te leggen en de verkoop van petrochemische producten en de activa van CITGO te bevriezen. Dat zou de economische doodsteek zijn voor de regering-Maduro, die dan zou moeten aftreden. Maar dat zou de Verenigde Staten vele miljoenen dollars kosten omdat olie importeren uit bijvoorbeeld Saudi-Arabië een gigantische verhoging van de transportkosten zou betekenen en er inflatie zou optreden. Olie in Mexico kopen zou kwaliteitsvermindering en hogere kosten betekenen omdat er in Mexicaanse olie veel zwavel zit, waardoor het octaangehalte in de benzine daalt. Daarbij komt dat CITGO 3700 vaste arbeidsplaatsen en ontelbare indirecte banen oplevert, en miljoenen aan belasting betaalt. Bovendien zou het veroorzaken van een substantiële daling in het Venezolaanse olieaanbod de olieprijs internationaal opdrijven en dat zou zijn weerslag hebben op de Amerikaanse economie. Door de miljoenenstroom Amerikaanse oliedollars naar Venezuela is de politieke situatie van Maduro in de ogen van de Amerikanen niet te vergelijken met die van dictators die geen oliebronnen of iets vergelijkbaar bezitten.
Dit zijn de redenen waarom beide landen, in weerwil van de politieke veroordelingen en sancties tegen de Venezolaanse dictatuur, belangrijke handelspartners blijven. Sommige analisten zeggen dat de Amerikanen dit doen om het particulier bedrijfsleven te ontzien, maar die overweging is in het verleden voor de VS nooit een hinderpaal geweest om andere landen economische sancties en andere belemmeringen op te leggen als ze dat nodig achtten.
De Verenigde Staten – zoals alle landen – begrijpen dat zij de belangen van het eigen volk voorop dienen te stellen. En zowel Obama als Trump hebben de moed getoond om in het geval van Venezuela eerst te kijken naar de effecten van bepaalde maatregelen op hun binnenlandse economie. Er moeten immers banen komen en op inflatie zit niemand te wachten. Ik probeer alleen maar uit te leggen hoe de vork in de steel zit, zodat we kunnen begrijpen dat dictators als Maduro zich vergissen als ze denken dat ze weerstand kunnen bieden aan de druk van de VS en kunnen blijven zitten waar ze zitten. Als de olieproductie in Venezuela verder verslechtert zal Maduro’s regering vroeg of laat vallen, ook al maakt de geldstroom van de VS naar Venezuela de positie van Maduro in de ogen van de VS onvergelijkbaar met welke andere dictatuur ook.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.