Tag: oorlog

  • Zelensky eist bij VN een ‘passende straf’ tegen Rusland

    Zelensky eist bij VN een ‘passende straf’ tegen Rusland

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Oeganda bevestigt nieuwe ebola-uitbraak. Ten minste één dode

    » Dollar op hoogste punt ten opzichte van euro in bijna 20 jaar

    VN moet oorlogstribunaal oprichten, aldus Zelensky

    In een vooraf opgenomen toespraak tot de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in New York zei Volodymyr Zelensky woensdag dat Rusland een ‘passende straf moet krijgen’ voor de invasie van Oekraïne, meldt BBC. De Oekraïense president sprak nadat de Russische president Vladimir Poetin eerder op woensdag de mobilisatie van 300.000 reservisten aankondigde, ‘een besluit dat tot zeldzame protesten in de straten van Rusland leidde’, aldus de Britse zender.

    Zelensky riep op tot de oprichting van een speciaal oorlogstribunaal, beschreef de vermeende oorlogsmisdaden van Rusland en schetste een ’formule’ voor vrede – meer militaire steun voor Kyiv en de bereidheid Moskou op het wereldtoneel te straffen. ‘Zijn toespraak kreeg een staande ovatie van veel deelnemers aan de sessie’, aldus het artikel.

    Lees ook:

  • Poetin kondigt gedeeltelijke mobilisatie af. ‘We zijn in oorlog met het Westen’

    Poetin kondigt gedeeltelijke mobilisatie af. ‘We zijn in oorlog met het Westen’

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van deze week:

    » Venezuela: VN-experts stellen misdaden tegen de menselijkheid aan de kaak

    » VS: 47 mensen aangeklaagd voor 250 miljoen dollar fraude met coronahulpgelden

    Poetin: Oekraïne wil Russisch grondgebied aanvallen

    Vladimir Poetin heeft woensdagochtend tijdens een televisietoespraak een ‘gedeeltelijke’ militaire mobilisatie in Rusland afgekondigd, bericht The Moscow Times. ‘De mobilisatiemaatregelen beginnen vandaag, 21 september,’ zei de Russische president. ‘Alleen reservisten zullen worden opgeroepen voor militaire dienst, in de eerste plaats zij die in de gelederen van de strijdkrachten hebben gediend,’ verklaarde Poetin in de vooraf opgenomen videotoespraak.

    ‘We doden, doden en doden, en de tijd is gekomen: we zijn in oorlog met het collectieve Westen’

    Poetin rechtvaardigde het besluit door de felle gevechten te beschrijven om de Donbas-regio in Oost-Oekraïne en door te beweren dat het Westen Oekraïne onder druk zet om Russisch grondgebied aan te vallen. ‘In Washington, Londen en Brussel zetten ze Kyiv rechtstreeks onder druk om de militaire actie naar ons grondgebied te verplaatsen (…) ze praten over hoe alle beschikbare middelen moeten worden gebruikt om Rusland op het slagveld te vernietigen met het daaruit voortvloeiende verlies van politieke, economische, culturele en alle soorten soevereiniteit en de totale plundering van ons land,’ verklaarde de Russische president.

    In een televisietoespraak enkele minuten nadat Poetin was uitgesproken, zei Russisch minister van Defensie Sergej Sjojgoe dat 300.000 Russische reservisten zullen worden opgeroepen voor militaire dienst als onderdeel van de ’gedeeltelijke’ mobilisatie. Sjojgoe zei later: ‘We doden, doden en doden, en de tijd is gekomen: we zijn in oorlog met het collectieve Westen.’

    Lees ook:

  • Wat gebeurt er als er een radioactieve wolk vrijkomt in Zaporizja?

    Wat gebeurt er als er een radioactieve wolk vrijkomt in Zaporizja?

    De kans op een ongeval bij de door de Russen bezetten kerncentrale Zaporizja is nog nooit zo groot geweest. Een atmosferisch wetenschapper beschrijft in Nature hoe onderzoekers een giftige wolk zouden opsporen in het geval van een kernramp.

    Medewerkers van de waakhond voor atoomenergie van de Verenigde Naties zijn deze week [begin september] begonnen met inspecties van de kerncentrale van Zaporizja in Zuid-Oekraïne. Door beschietingen en gevechten is het risico op een kernongeluk daar toegenomen. Russische troepen houden de kerncentrale – de grootste van Europa – sinds maart bezet als onderdeel van hun aanhoudende oorlog in Oekraïne. De internationale gemeenschap heeft er met klem voor gewaarschuwd dat beschadiging van enkele van de zes reactoren in Zaporizja kan leiden tot catastrofale meltdowns, zoals die in 2011 plaatsvonden in de kerncentrale van Fukushima Daiichi in Japan.

    Een netwerk van stations over de hele wereld – in de eerste instantie opgezet om het verdrag te bewaken dat proeven met kernkoppen wereldwijd verbiedt – hielp na dat ongeluk om de route te volgen en te voorspellen die de radioactieve wolk die door de beschadigde reactoren werd uitgestoten aflegde. Het netwerk is opgezet en wordt onderhouden door de Preparatory Commission for the Comprehensive Nuclear Test Ban Treaty Organization [Voorbereidende Commissie van de Verdragsorganisatie voor een alomvattend Verbod op Kernproeven] (CTBTO).

    Als er zich in de centrale van Zaporizja een ongeluk zou voordoen, dan zou Jolanta Kusmierczyk-Michulec een van de eersten kunnen zijn die dat te weten komt. Kusmierczyk-Michulec is atmosferisch wetenschapper bij het Internationaal Datacentrum van de CTBTO in Wenen, dat de middelen heeft om computersimulaties te maken van de bewegingen van een radioactieve wolk, zowel vooruit als achteruit in de tijd.

    Nature sprak met Kusmierczyk-Michulec over hoe door haar werk een eventueel ongeval in Zaporizja kan worden voorkomen.

    Wat doet het nucleaire-monitoringsnetwerk van de CTBTO? 

    Het Internationaal Toezichtsysteem is een netwerk van stations die door de CTBTO worden gebouwd en onderhouden om ervoor te zorgen dat geen enkele kernexplosie onopgemerkt blijft. Daartoe gebruiken we meetstations die berusten op drie technologieën die gebruikmaken van golfvormen – seismisch, hydro-akoestisch en infrasoon – en we gebruiken ook radionuclide [detectie]technologie. Dat is de enige technologie die kan bevestigen of een explosie die door andere technologie is gedetecteerd en gelokaliseerd, ook daadwerkelijk wijst op een kernproef.

    En wat is het belang van uw werk? 

    Wanneer een radionuclidenstation verhoogde waarden van radionucliden detecteert, doen wij een achterwaartse simulatie [van hoe de lucht beweegt] om informatie te krijgen over de mogelijke bron van dit signaal. In uitzonderlijke gevallen doen we ook voorwaartse simulaties.

    We maken gebruik van een open source atmosferisch-transportmodel en van gegevens van het meteorologisch centrum ECMWF, het European Centre for Medium-Range Weather Forecasts, en van NCEP, de Amerikaanse National Centers for Environmental Prediction. Onderzoekers gebruiken dit soort modellen ook voor diverse andere doeleinden, bijvoorbeeld voor het monitoren van vulkanische emissies.

    Hoe kon de CTBTO helpen om de wolk van het Fukushima Daiichi-ongeval op te sporen?

    Bij de kerncentrale van Fukushima Daiichi kwam radioactiviteit vrij in de atmosfeer, die vervolgens gedurende ongeveer drie maanden door het Internationaal Toezichtsysteem op het noordelijk halfrond werd waargenomen. Er werden radioactieve edelgassen waargenomen, zoals xenon, evenals radioactieve deeltjes.

    Een hypothetische wolk zou zich op 29 augustus naar het zuidoosten hebben verplaatst

    Tijdens de gebeurtenissen in Fukushima hebben we modellen gemaakt van atmosferische bewegingen om te laten zien waar de luchtmassa’s heen gingen. Ik ben in 2012 bij de CTBTO gekomen, net na het ongeluk, maar ik heb nog steeds veel simulaties in verband met dat ongeluk gedaan. Het was een van de gevallen die we konden gebruiken voor wetenschappelijke doeleinden en voor onderzoek.

    Hoe komen we te weten of er radioactiviteit wordt aangetroffen die afkomstig is uit de centrale van Zaporizja? Heeft u netwerkstations in de buurt?

    Het feit dat een station zich dicht bij de bron bevindt, betekent niet dat dit station ook iets zal waarnemen, omdat de routes van luchtmassa’s vrij complex zijn.

    De CTBTO werkt samen met de Internationale Organisatie voor Atoomenergie in het kader van IACRNE, het Inter-Agency Committee on Radiological and Nuclear Emergencies [Comité van Samenwerkende Agentschappen voor Radiologische en Nucleaire Noodsituaties, dat werd opgericht na het kernongeval in Tsjernobyl in Oekraïne in 1986. Het coördineert de internationale paraatheid en reacties op een radiologische ramp].

    Na een paar dagen kan een wolk een heel eind komen, afhankelijk van de weersomstandigheden, windrichtingen en windsnelheden

    De kritische responstaak van de CTBTO is om realtime gegevens te verstrekken in geval van nucleaire of radiologische noodsituaties. Het is zeer waarschijnlijk dat de internationale gemeenschap daarna via de IACRNE over het ongeval wordt geïnformeerd.

    Zijn er heersende weerpatronen rond Zuid-Oekraïne die aangeven hoe de wolk zich waarschijnlijk zal verplaatsen?

    Het antwoord is niet zo eenduidig. Luchtmassa’s kunnen een lange weg afleggen, gedurende lange tijd. Na een paar dagen kunnen ze een heel eind komen, afhankelijk van de weersomstandigheden, windrichtingen en windsnelheden. Gebruikelijke weerpatronen zijn niet voldoende als indicator, vooral niet in regio’s waar de windrichting nogal variabel is.

    Om een betrouwbaar antwoord te kunnen geven, zouden we een simulatie vooruit in de tijd moeten maken door gebruik te maken van atmosferische transportmodellen en feitelijke weergegevens. Maar het is waarschijnlijk dat als ik de simulatie twee dagen later zou herhalen, de luchtmassa’s zich op een andere manier zouden verplaatsen.

    Hebt u praktijksimulaties uitgevoerd van de manier waarop een wolk uit de centrale in Zaporizja zich zou kunnen verplaatsen?

    Het IDC [Internationaal Datacentrum] oefent niet specifiek voor een dergelijke gebeurtenis, maar voordat we elkaar spraken heb ik als test enkele simulaties uitgevoerd, dus ik weet dat de windrichting zeer variabel is. Een hypothetische wolk zou zich op 29 augustus naar het zuidoosten hebben verplaatst, en na een paar dagen naar het oosten zijn gedraaid. Maar dat resultaat was gebaseerd op de voorspelde gegevens. Als er daadwerkelijk een ramp plaatsvindt, wil je een hogere betrouwbaarheid behalen. Daarom moet de simulatie in dat geval worden herhaald met de geanalyseerde gegevens zodra die beschikbaar zijn.

  • Rusland gaf heimelijk 300 miljoen dollar aan politici en partijen wereldwijd

    Rusland gaf heimelijk 300 miljoen dollar aan politici en partijen wereldwijd

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Zweden: ‘electorale thriller‘ eindigt met overwinning voor rechts blok

    » Californië daagt Amazon voor de rechter

    Kremlin steunt extreemrechtse partijen in Europa

    Rusland heeft sinds 2014 heimelijk minstens 300 miljoen dollar gegeven aan politieke partijen, ambtenaren en politici in meer dan twee dozijn landen, en is van plan nog honderden miljoenen over te maken, met als doel politieke invloed uit te oefenen en verkiezingen te beïnvloeden, aldus een samenvatting van het State Department van een recent onderzoek van de Amerikaanse inlichtingendienst. Rusland heeft waarschijnlijk nog meer gegeven dat onopgemerkt is gebleven, aldus het document, bericht The New York Times.

    ‘Het Kremlin en zijn afgevaardigden hebben deze middelen overgemaakt in een poging het buitenlandse politieke klimaat in het voordeel van Moskou te beïnvloeden’, aldus het document. Volgens de Amerikaanse inlichtingendienst probeerde een Russische zakenman vorig jaar pro-Russische denktanks in Europa te gebruiken om extreemrechtse nationalistische partijen te steunen.

    Het document waarschuwde dat Rusland de komende maanden zijn ‘instrumentarium voor heimelijke beïnvloeding’, waaronder geheime politieke financiering, in grote delen van de wereld zou kunnen gebruiken om te proberen de door de VS geleide sancties tegen Rusland te ondermijnen en om ’zijn invloed in deze regio’s te handhaven tijdens de aanhoudende oorlog in Oekraïne’, aldus The New York Times.

    Lees ook:

  • Oekraïne: verhalen over Russische martelingen duiken op in bevrijde gebieden

    Oekraïne: verhalen over Russische martelingen duiken op in bevrijde gebieden

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Aandeelhouders Twitter stemmen massaal voor overnameplan Musk

    » Twaalf Syrische vluchtelingen, waaronder kinderen, overleden op Middellandse Zee

    Gevangen werden gemarteld met elektroschokken

    In het noordoosten van Oekraïne heeft het leger van het land tijdens een tegenoffensief grote delen van het grondgebied heroverd en de Russische troepen verdreven. ‘Maar in de pas bevrijde gebieden zijn opluchting en verdriet met elkaar verweven, nu er berichten verschijnen over martelingen en moorden tijdens de lange maanden van Russische bezetting’, schrijft BBC.

    Artem, die in de stad Balaklia in de regio Charkiv woont, vertelde BBC dat hij meer dan veertig dagen door de Russen werd vastgehouden en gemarteld met elektroschokken. Op het plaatselijke politiebureau werden volgens Artem meerdere gevangen gemarteld, waaronder vrouwen. Ook Tatiana, een schooldirecteur in de stad, werd vastgehouden door de Russen en verklaarde dat ze geschreeuw in de andere cellen kon horen. Volgens de Oekraïense politie werden acht mensen opgesloten in cellen die bedoeld waren voor twee personen.

    ‘In een nabijgelegen dorp werd ons de grote schade aan de school getoond. De plaatselijke autoriteiten zeiden dat dit een van de laatste vernielingen was voordat de Russen werden verdreven’, citeert de Britse omroep. Balaklia werd op 8 september na meer dan zes maanden bezetting bevrijd.

    Lees ook:

  • Oekraïne herovert verschillende dorpen bij Charkiv, claimt Zelensky

    Oekraïne herovert verschillende dorpen bij Charkiv, claimt Zelensky

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Canada: tweede verdachte steekpartijen Saskatchewan overlijdt na arrestatie

    » Japans verzorgingstehuis zet baby’s in tegen eenzaamheid

    Oekraïense leger wint terrein op Russen

    De Oekraïense president Volodymyr Zelensky zei woensdag dat hij ‘goed nieuws’ had en verklaarde dat het Oekraïense leger verschillende dorpen in de buurt van Charkiv, in het noordoosten van het land, had ingenomen. Hij specificeerde niet welke locaties op de Russen waren heroverd, en verklaarde dat ‘dit niet het moment is om ze bij naam te noemen’, meldt BBC.

    In een aparte verklaring zeiden Amerikaanse functionarissen dat Oekraïne ‘langzame maar aanzienlijke vooruitgang’ boekt tegen de Russische troepen. ‘De afgelopen weken heeft Oekraïne zijn operationele beveiliging opgevoerd en weinig details gedeeld over een alom verwacht tegenoffensief in het oosten en zuiden’, aldus de Britse zender.

    Lees ook:

  • Rusland stelt referendum annexatie Zuid-Oekraïne uit

    Rusland stelt referendum annexatie Zuid-Oekraïne uit

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Canada: een van de verdachten van steekpartij dood aangetroffen

    » Ierland: Instagram krijgt boete van 405 miljoen euro

    Moskou stelt annexatiereferenda uit na tegenaanval Kyiv

    ‘We wilden het referendum zeer binnenkort houden, maar vanwege de huidige situatie moeten we het voorlopig pauzeren,’ verklaart Kirill Stremoöesov, plaatsvervangend hoofd van de Russische bezettingsautoriteiten in Cherson, aan de Russische publieke televisie. ‘De redenen zijn praktisch van aard, we mogen niet te snel te werk gaan en moeten ons richten op onze belangrijkste taken: de bevolking voeden, en haar veiligheid verzekeren,’ voegde hij eraan toe.

    Stremoöesov gaf toe dat ‘de essentiële Antonivka-brug’, over de rivier de Dnipro in de buurt van de stad Cherson, onbegaanbaar was voor auto’s na weken van Oekraïense beschietingen, meldt Euronews in een bericht. Moskou had opgeroepen tot herfstreferenda in de bezette regio’s, die zouden samenvallen met plaatselijke verkiezingen in Rusland. Maar de militaire tegenaanval van Kyiv op Cherson een week geleden heeft die plannen veranderd.

    Lees ook:

  • Kerncentrale Zaporizja losgekoppeld van het Oekraïense stroomnet

    Kerncentrale Zaporizja losgekoppeld van het Oekraïense stroomnet

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van deze week:

    » Ethiopië: gevechten laaien weer op in Tigray

    » Singapore decriminaliseert seks tussen mannen

    Oekraïeners vrezen dat Russen energie willen omleiden

    Brandschade aan elektriciteitsleidingen, veroorzaakt door aanhoudende beschietingen in de buurt van de door Rusland bezette kerncentrale van Zaporizja in Oekraïne, heeft ertoe geleid dat de centrale donderdag volledig van het net is losgekoppeld geweest. ‘Noodhulpsystemen werden in werking gesteld en maakten essentiële operaties mogelijk’, aldus The Washington Post.

    Donderdagavond heeft de Oekraïense president, Volodymyr Zelensky, Rusland er opnieuw van beschuldigd ‘de Oekraïners, evenals alle Europeanen, op de rand van een nucleaire catastrofe te hebben gebracht’. Russen en Oekraïners wijzen elkaar als schuldige aan van het bombardement op Zaporizja. Ook verdenkt Kyiv Moskou ervan dat het de door de centrale geproduceerde energie uiteindelijk naar Rusland wil omleiden. De Verenigde Staten delen deze vrees en waarschuwden donderdag dat elke poging om kernenergie aan Oekraïne te onttrekken ‘onaanvaardbaar’ zou zijn.

    Lees ook:

  • Jinwar, het Syrische ecodorp waar alleen vrouwen wonen

    Jinwar, het Syrische ecodorp waar alleen vrouwen wonen

    Dit feministische ecodorp houdt stand als zelfstandige commune zonder centrale leidersfiguur, ondanks de aanhoudende spanningen door Turkse invallen in Syrië. ’We zijn bereid de hele gemeenschap tot onze laatste druppel bloed te verdedigen.’

    ‘Hoe oud denk je dat mijn moeder is? Kijk eens hoe mooi ze is,’ zegt Ciya, een energiek jongetje dat kleurrijke armbanden zit te weven op een bed in de hoek van een grote kamer.

    ‘Ik ben 28 en heb veel meegemaakt,’ zegt Zeynep, afkomstig uit Gewer in het noorden van Koerdistan. Ze schenkt thee uit een dampende zilveren pot. ‘Ik was net vijftien toen ik werd uitgehuwelijkt aan een man die twintig jaar ouder was dan ik en die me in huis opsloot om als zijn huishoudelijke hulp te dienen,’ zegt ze, terwijl ze een schaal met snoepjes op een kleed neerzet. ‘Ik wist niet eens hoe baby’s geboren werden, tot ik op een dag ontdekte dat ik zwanger was. Ciya werd geboren en ik had geen kleren voor hem, noch voor mezelf. Ik wist niet wat ik moest doen behalve mijn kind slaan – dat had ik tenslotte geleerd van de afranselingen die mijn man me gaf. Ik was zelf nog maar een kind.’

    Even trekt een sluier van droefenis over het gezicht van Zeynep. ‘Toen ik naar Maxumur vluchtte, in het zuiden van Koerdistan, wilde ik zelfmoord plegen. Ik stond op het punt mijn kind af te staan voor adoptie, maar daar heb ik van afgezien, mede dankzij de steun van een paar vrienden die ik in die periode heb ontmoet,’ vertelt ze, terwijl ze liefdevol naar Ciya kijkt. ‘Hoe had ik een deel van mijn hart kunnen opgeven?’

    ‘Ik ga hier nooit meer weg. Elke vrouw verdient een tweede kans om gelukkig te zijn’

    Op een gegeven moment hoorde Zeynep over Jinwar, een ecodorp in het noordoosten van Syrië, waar vrouwen en kinderen in vrijheid een gemeenschap vormen. Het woord jinwar betekent ‘land van vrouwen’ in het Kurmançi, het belangrijkste dialect van het Koerdisch, en is geïnspireerd op jineolojî: ‘de wetenschap van vrouwen’, die pleit voor een samenleving zonder patriarchaat en die wordt uitgedragen door onder meer de Koerdische leider Abdullah Öcalan.

    ‘Ik heb mezelf hier hervonden en ik zie mezelf niet langer door de ogen van een man die mij alleen maar kan minachten,’ vertelt Zeynep. ‘Ik weet dat ik op eigen benen kan staan en ik heb veel hobby’s, zoals tuinieren en naaien. Ik ga hier nooit meer weg. Elke vrouw verdient een tweede kans om gelukkig te zijn.’

    Vrouwen aan het front

    Boven Jinwar, in het noordoostelijke kanton Hasaka, is de hemel bedekt met een deken van sterren. Het gedonder van zware wapens en artillerievuur verbreekt de stilte van de nacht. Slechts een paar kilometer verderop, in de Syrische gebieden die sinds 2019 door Erdogan zijn bezet, worden de stad Tel Tamer en dorpen in de buurt van de rivier de Khabur langs de internationale snelweg M-4 dagelijks aangevallen door het Turkse leger en Syrische milities die banden hebben met Turkije.

    Zilan Tal Tamr maakt deel uit van de YPJ, de Vrouwelijke Volksbeschermingseenheden, en is commandant van de militaire raad van Tel Tamer (onderdeel van de Syrische Democratische Strijdkrachten, een Koerdische militie). ‘De patriarchale context van de samenleving maakte het aanvankelijk moeilijk voor vrouwen om te strijden naast mannelijke collega’s,’ erkent ze. ‘Maar de gemeenschap heeft dat proces snel aanvaard, en nu zijn wij een van de belangrijkste onderdelen in de strijd tegen de bezetting. In het noordoosten van Syrië zijn we actief op alle maatschappelijke terreinen, niet alleen in het leger, en komen we op voor gendergelijkheid, een zaak die het hele revolutionaire proces ten goede komt.’

    De omgeving van Tel Tamer wordt bewoond door Syriërs, Assyrische christenen (een van de eerste volkeren die zich in de eerste eeuw tot het christendom bekeerden), Koerden en Arabieren die werden afgeslacht tijdens de opmars van Islamitische Staat in 2015. Het front ligt op een paar kilometer van de heuvel die over de stad uitkijkt. Tussen de huizen is een kerk te zien. Het is de enige die nog overeind staat, zegt Nabil Warda, woordvoerder van de Assyrische militie Wachters van Khabur. ‘Wij hebben onderdak verleend aan vijftig gezinnen die uit dorpen zijn gevlucht die door de Turken werden aangevallen in een poging de Syrisch-Assyrische aanwezigheid in het gebied te elimineren. We zijn bereid de hele gemeenschap tot onze laatste druppel bloed te verdedigen.’

    ‘Velen van hen in dit deel van het Midden-Oosten gehoorzamen niet meer aan de bevelen van hun vader of oom’

    Een koele avondbries strijkt over de korenvelden rond Jinwar. Vanuit een huis waar overal veelkleurige stoffen liggen te midden van naaimachines en textielrestjes, klinkt de luide stem van een vrouw. ‘Rustig aan met het pedaal! Zo ja, goed zo!’ zegt ze bemoedigend tegen een dorpsgenoot.

    Amara, een jonge vrouw uit de buurt, herinnert zich hoe ze op 8 maart 2017 de eerste steen van het dorp legden. Jinwar ging een jaar later open, op 25 november, de Internationale dag voor de uitbanning van geweld tegen vrouwen. Volgens de traditie zijn de huizen van klei, zodat ze in de zomer koel blijven en in de winter warm. Met de hulp van de buren bouwden de nieuwe bewoners dertig huizen, vertelt ze. ‘Tien jaar geleden speelden vrouwen een sleutelrol in de revolutie. Sindsdien gehoorzamen velen van hen in dit deel van het Midden-Oosten niet meer aan de bevelen van hun vader of oom. Ze vragen een scheiding aan en gaan studeren. Ook zijn er Mala Jîne – vrouwenhuizen – geopend om kwesties inzake gendergelijkheid te bespreken.

    Jinwar is bijna zelfvoorzienend: op de velden worden olijven en abrikozen geteeld, er wordt brood gebakken en er is een landbouwcoöperatie opgericht, laat Amara zien, terwijl ze langs de weg loopt die het groepje huizen verbindt met de school, de boerderij en de kliniek voor natuurgeneeskunde. Op de stoffige weg rijden drie jonge jongens op een goudkleurige fiets terwijl ze met elkaar aan het dollen zijn.

    ‘Nu ga ik niet meer naar Duitsland, want ik zou niet weten hoe ik Jinwar zou kunnen achterlaten’

    Een vrouw die Jîyan heet, zit in de koelte van haar tuin en vertelt dat zij van Afrin (in het noordwesten van Syrië) naar Shahba (in het zuiden) is gereisd om zich bij de bevrijdingsbeweging aan te sluiten. ‘Daarna besloot ik naar Jinwar te gaan. Ik wachtte op documenten van mijn broer om naar Duitsland te kunnen en ik was niet gewend aan het dorpsleven.’ Ze begon de aromatische tuinen te verzorgen en nam de dorpswinkel over. Op een dag werd ze aan de Iraakse grens aangehouden. ‘Ik was op weg naar een jineolojî-bijeenkomst in Europa. Pas onlangs ben ik vrijgelaten,’ zegt ze. ‘Nu ga ik niet meer naar Duitsland, want ik zou niet weten hoe ik Jinwar zou kunnen achterlaten.’

    In een ander gebouw is een theaterworkshop voor een toneelstuk over geweld door mannen. ‘Vrouwen hebben recht op vrijheid, maar in sommige gezinnen bestaat die niet! Als ze zich verenigen zijn vrouwen sterker dan mannen,’ reciteert een jonge vrouw voor een muur die is behangen met portretten van strijders die bij gevechten tegen Islamitische Staat en Turkije zijn gesneuveld.

    Vrede en zusterschap

    ‘In mijn familie in Aleppo was er geen verschil tussen mij en mijn broers. Maar alles veranderde toen ik op mijn achttiende met mijn neef moest trouwen,’ vertelt de 32-jarige Rojida, die voor haar eigen veiligheid een andere naam gebruikt. In haar huis zet ze een dienblad met een Turkse koffiepot op de vloer tussen de sofa’s. ‘Trouwen is hier een soort van verplichting, maar in het huis van de familie van mijn man kwam het erop neer dat ik mijn vrijheid kwijt was. Ik deed het huishouden en mocht niet praten.’ Ze nipt aan haar koffie. ‘Ik wilde ervandoor gaan, maar toen werd mijn dochter geboren. Ik bleef en probeerde te scheiden. Dat wilde hij niet, dus uiteindelijk zijn we gevlucht en vonden we onderdak op een onderduikadres. Daarna zijn we naar Jinwar gekomen,’ zegt ze. ‘Ik volg Engelse les met mijn dochter. We zitten hier goed.’

    Het is etenstijd. In het midden van een kleine kamer spreiden twee meisjes een tafelkleed uit en brengen borden vol dolma’s in vijgenbladeren. ‘In Jinwar leven we met Koerdische, Arabische en jezidi-vrouwen. De strijd van de Koerdische vrouwen, die de onderdrukking van hun zusters begrijpen, gaat over vrijheid voor alle vrouwen in de wereld. Daarom hopen we dat anderen het voorbeeld van Jinwar zullen volgen en vrouwen zullen helpen te ontkomen aan het geweld,’ aldus Amara.

    ‘Wij voeren hier een strijd die vergelijkbaar is met die van het Koerdische volk voor zijn vrijheid, die al ruim vijftig jaar duurt,’ zegt Rojda, gezeten naast Lucy, een klein hondje. ‘Als Jinwar het beginpunt is van waaruit steden van vrouwen kunnen ontstaan, dan kan het patriarchaat worden verslagen en kan het model worden uitgebreid naar andere plekken, zodat de aarde verandert in een planeet van vrede en zusterschap.’

    Lees ook:

  • Ethiopië: gevechten laaien weer op in Tigray

    Ethiopië: gevechten laaien weer op in Tigray

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van deze week:

    » Paus Franciscus ‘bezorgd’ over de situatie in Nicaragua

    » Singapore decriminaliseert seks tussen mannen

    Wapenstilstand na vijf maanden verbroken

    In de grensgebieden van de regio Tigray in Ethiopië is woensdag het geweld hervat tussen de Tigrayse rebellen en de federale regering, die elkaar verwijten een vijf maanden oud bestand te hebben verbroken. Woensdagochtend beschuldigden de rebellerende autoriteiten in Tigray het Ethiopische leger van het uitvoeren van een ‘grootschalig offensief’ tegen hun posities, aldus BBC.

    Het is de eerste grote geweldsuitbarsting die wordt gemeld sinds eind maart een wapenstilstand werd overeengekomen, zodat de humanitaire hulp aan de regio weer op gang kon komen. Tigray en het noorden van Ethiopië kampten op dat moment met een situatie van bijna-hongersnood. ‘Nu de gevechten zijn hervat, zullen humanitaire hulporganisaties het moeilijk hebben om de miljoenen mensen in nood te bereiken’, aldus BBC.

    Lees ook:

  • Oekraïnes ‘Inglourious Bastards’ zaaien terreur in Cherson

    Oekraïnes ‘Inglourious Bastards’ zaaien terreur in Cherson

    Oekraïense partizanen schakelen pro-Russische collaborateurs uit, geven doelen door aan de artillerie van Kyiv en saboteren de logistiek van de Russen. De Russische bezetter staat vooralsnog machteloos.

    Dit artikel is ingesproken door Blendle:

    ‘Verraders kunnen zich niet meer verbergen.’ Deze boodschap van Oekraïense guerrillastrijders, die eerst op affiches in bezette steden werd verspreid, heeft nu de bezetters bereikt – begeleid door bloedvergieten. Vitaly Goera, een Oekraïense politicus die sinds het begin van de oorlog werkte voor de Russen en plaatsvervangend voorzitter werd van het bestuur van Nova Kachovka, is de voorlopig laatste in een lange rij van mensen die wegens ‘verraad’ is terechtgesteld. Partizanen schoten hem afgelopen zaterdag voor de deur van zijn eigen huis neer met een Makarov-pistool. Enkele uren later stierf hij op de intensive care.

    In afwachting van het tegenoffensief van Kyiv in de bezette gebieden van Cherson en Zaporizja, bereiken de Oekraïense guerrillastrijders hun doel: oorlog voeren tot ver buiten de vijandelijke linies, zoals Quentin Tarantino’s Inglourious Bastards, en de vijand angst aanjagen door hem te doden met messen, kogels of gif.

    Vergiftiging

    In een ziekenhuis in Moskou overleed vorige week een andere collaborerende politicus, Vladimir Saldo, leider van het Russische bestuur in de regio Cherson. Rusland beweert dat hij een hartaanval kreeg als gevolg van het coronavirus, maar volgens Oekraïense bronnen hebben de partizanen hem met succes vergiftigd. Zijn bloed- en urinetests bevestigden de aanwezigheid van een giftige stof in zijn systeem die zijn dood veroorzaakt zou kunnen hebben.

    Terwijl dit allemaal speelt, hebben partizanen Cherson volgehangen met poppen, verkleed als Russische soldaten die onder het bloed zitten. Aan bruggen zijn posters opgehangen waarop staat: ‘Moskou ligt op 500 kilometer afstand, maar ons leger slechts op 10 kilometer.’ Die afstand geeft aan hoever het Oekraïense leger verwijderd is voor een offensief ter bevrijding van de stad.

    In opdracht van het verzet hebben bendes Oekraïense jongeren tientallen dronken Russische soldaten neergestoken

    De campagne is niet alleen gericht aan politici, maar aan iedereen die zou kunnen collaboreren met de Russen bij hun pogingen om bezette gebieden te annexeren. Blogger Valeri Koelesjov, een bekende propagandist van het Kremlin, werd neergeschoten in zijn eigen auto. Na zijn executie lieten de partizanen een briefje achter waarop stond dat Koelesjov ‘een kaartje had gekocht voor het eeuwige concert van het Aleksandrovkoor’ [het officiële muziek- en dansensemble van de Russische strijdkrachten]. In opdracht van het verzet hebben bendes Oekraïense jongeren tientallen dronken Russische soldaten neergestoken.

    De ontwrichtende activiteiten door deze commando’s worden gecoördineerd vanuit Kyiv. Aangesloten zijn niet alleen burgers die hebben besloten in de regio te blijven ondanks de Russische opmars, maar ook militairen die het lukt om de linies over te steken zonder door de bezetters te worden opgemerkt. Naast het uitschakelen van collaborateurs voeren de partizanen doeltreffende sabotagemissies uit, met name het vernietigen van spoorlijnen. Zo is de verbinding tussen het gebied van Melitopol met de stuwdam van de rivier de Dnjepr reeds verschillende malen onklaar gemaakt.

    Een andere taak is het lokaliseren van doelen voor het langeafstandsgeschut, met name de effectieve Himars-systemen die door de VS werden geleverd. Munitiedepots, magazijnen of commandoposten die door de partizanen worden gelokaliseerd, worden onmiddellijk vernietigd door geleide raketten uit Oekraïne, evenals de bruggen (met name de Antonivskybrug) die de bezette zone met de rest van het veroverde gebied ten oosten van de Dnjepr verbinden. Door het opblazen van deze bruggen zijn duizenden Russische soldaten om de rivier over te steken aangewezen op schuiten, en dat levert grote logistieke problemen op.

    Verkiezingsmaskerade

    Een ander doel van de guerrillastrijders is het dwarsbomen van plannen van het Kremlin om pseudoreferenda te houden met het oog op annexatie van bezette gebieden in Oekraïne. De bezetters hadden 7 augustus gepland als datum voor deze maskerade, waarbij Russische militairen van huis tot huis zouden gaan ‘om de bewoners te vragen te gaan stemmen’. Deze plannen zijn keer op keer verstoord vanwege het totale gebrek aan veiligheid voor degenen die de huisbezoeken moeten afleggen.

    In het bezette Zaporizja is de pro-Russische gouverneur Anton Koltson nu het volgende doelwit van de partizanen, aangezien hij opnieuw pogingen onderneemt om verkiezingsfraude te plegen, zoals hij eerder ook in 2014 op de Krim deed door tanks de straat op te sturen en stembiljetten te markeren.

    De Russische autoriteiten zijn er nog niet in geslaagd de commando’s te identificeren en te ontmantelen, maar de willekeurige arrestaties gaan gewoon door en de filtratiekampen blijven bestaan. Sommige Oekraïense burgers laten weten dat de stank van de dood in Cherson intens is: in een mobiel crematorium worden de lijken verbrand van mensen die zijn doodgemarteld op verdenking van hulp aan het verzet. Zo wordt geprobeerd om bewijsmateriaal te verdoezelen dat zou kunnen leiden tot beschuldigingen van oorlogsmisdaden.

    Lees ook:

  • Opnieuw Russische militaire locaties getroffen door explosies en brand

    Opnieuw Russische militaire locaties getroffen door explosies en brand

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van deze week:

    » Kenia: verliezer Odinga verwerpt uitslag presidentsverkiezingen

    » Algerije: 26 doden bij bosbranden

    Oekraïne treft doelen diep in door Rusland bezet gebied

    Ten minste vier explosies hebben donderdagavond het gebied rond de Russische militaire luchtmachtbasis in Belbek, nabij Sebastopol, het hoofdkwartier van de Russische Zwarte Zeevloot, getroffen, aldus The Guardian. De gouverneur van Sebastopol, Michail Razvojajev, zei op zijn Telegram-account dat de Russische luchtafweer een Oekraïense drone had neergeschoten.

    Kort daarvoor was de luchtafweer geactiveerd in de buurt van de stad Kertsj, net als Belbek op de Krim gelegen. Nabij Kertsj bevindt zich een brug die het schiereiland met het vasteland van Rusland verbindt en die na de annexatie tegen hoge kosten is gebouwd.

    Verder naar het noorden werden de Russische dorpen Timonovo en Soloti geëvacueerd vanwege een brand die was uitgebroken in een munitiedepot, zo maakten de plaatselijke autoriteiten bekend. De dorpen liggen op minder dan 50 kilometer van de Oekraïense grens in de provincie Belgorod.

    Kyiv beschikt theoretisch niet over wapens om doelen zo ver van de frontlinie aan te vallen

    Volgens de gouverneur van Belgorod, Vjatsjeslav Gladkov, zijn er ook verspreid in de regio mijnen gevonden, meldt Meduza. De onafhankelijke Russische website schrijft dat ‘sinds het begin van Ruslands grootschalige oorlog in Oekraïne, de regio Belgorod, die grenst aan Oekraïne, herhaaldelijk is getroffen door granaten van Oekraïense kant’.

    Verscheidene Russische luchtmachtbases en munitiedepots op de Krim zijn sinds vorige week verwoest door explosies. Dat is een nieuwe ontwikkeling sinds het begin van het conflict in Oekraïne, aangezien Kyiv theoretisch niet over de wapens beschikt om doelen zo ver van de frontlinie aan te vallen.

    Lees ook:

  • Grote zorgen om schade aan Oekraïense kerncentrale door gevechten

    Grote zorgen om schade aan Oekraïense kerncentrale door gevechten

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van deze week:

    » Noorse ‘Bibliotheek van de Toekomst’ bewaart publicaties honderd jaar lang

    » Aanhoudende droogte leidt tot uitzonderlijk slechte oogsten in Italië

    ‘Kernramp op wonderbaarlijke wijze afgewend’

    Afgelopen weekend gingen de gevechten door in de buurt van de Oekraïense kerncentrale Zaporizja, de grootste van Europa. Zaterdag werd schade vastgesteld, waardoor een van de zes reactoren automatisch werd stilgelegd, aldus Energoatom, de Oekraïense energietoezichthouder. Op zondag werden er meerdere explosies gemeld via sociale media, schreef The Wall Street Journal, die de informatie niet kon verifiëren.

    De Russen hebben de stad Enerhodar, waar de fabriek is gevestigd, sinds het begin van de oorlog in handen, maar de centrale wordt nog steeds bestuurd door Oekraïens personeel. ‘Een kernramp is op wonderbaarlijke wijze afgewend, maar wonderen duren niet altijd voort,’ waarschuwde Energoatom zondag.

    Lees ook:

  • Hoe deze correspondent in Ethiopië in staatsvijand veranderde

    Hoe deze correspondent in Ethiopië in staatsvijand veranderde

    Tom Gardner, correspondent in Ethiopië voor The Economist, werd tegen wil en dank oorlogscorrespondent. Tot hij na een schimmige, tegen hem gerichte onlinehaatcampagne het land moest verlaten.

    Afgelopen juli reisde ik naar Amhara in de hoop soldaten te interviewen die gewond waren geraakt in Ethiopiës strijd tegen de rebellen van Tigray. Ik werd vergezeld door een jonge Ethiopische journalist, die tevens fungeerde als tolk. Voor een ziekenhuis werden we aangehouden door een groep federale politieagenten, die ons vervolgens in een jeep met een open dak gooiden. Terwijl wij op onze hurken in het voertuig zaten dat zich een weg baande naar een politiebureau, werden we omringd door vier of vijf agenten. Aan beide kanten van de straat stonden omstanders te joelen. De man die de auto achter ons bestuurde, staarde naar me en maakte een gebaar dat hij mijn keel zou doorsnijden. De politie begon ons te slaan, en de mond van mijn Ethiopische collega liep vol bloed van de klappen. Ik werd minstens twee keer met een geweerkolf op mijn hoofd geslagen. Ik smeekte de agenten met gebaren om te stoppen; ze lachten. Dat was een keerpunt voor mij. Het toch al autoritaire regime werd in deze burgeroorlog alleen nog maar bruter. Iedereen kon de vijand worden. Ook ik.

    Ik had niet verwacht dat ik oorlogscorrespondent zou worden. Net als veel mensen associeerde ik Ethiopië aanvankelijk met nieuws over hongersnood. Ik kreeg een genuanceerder beeld toen ik een master Afrikaanse politiek deed. In de paar jaar voordat ik in 2016 voor The Economist correspondent in Ethiopië werd, leek het land zich in een vreedzame, historische transformatie te bevinden. Ik raakte betoverd door het diepe historische besef van het land – de nationale mythe is zo’n drieduizend jaar oud –, door de schoonheid en door de energie van de hoofdstad. De staat bleef rigide en autoritair; de protesten ertegen werden steeds heviger. Maar van veraf leek Ethiopië nog steeds een land vol ambitie en mogelijkheden.

    In het begin schreef ik over verstedelijking en infrastructuur – spoorwegen, nieuwe huisvestingsprojecten, industrieparken en megadammen die dankzij Chinese investeringen en een Chinees model van door de staat geleide groei een enorme impuls hadden gekregen. De opkomst van Abiy Ahmed als premier in 2018 werd door velen gevierd en leidde zelfs tot ‘abiymania’. In popliedjes met titels als He Awakens Us (‘Hij maakt ons wakker’) werd zijn opkomst bezongen, mensen droegen T-shirts met zijn beeltenis en in een razend populair boek werd hij met Mozes vergeleken. Abiy bood ook een sprankje hoop op politieke openheid en persvrijheid; in 2019 kreeg hij de Nobelprijs voor de Vrede, voor het vredesakkoord met buurland Eritrea. Toen ik aan boord stapte van de eerste commerciële vlucht tussen de twee landen in twintig jaar en getuige was van de hereniging van geëmotioneerde families, voelde ik me tevens getuige van een belangrijke gebeurtenis in de geschiedenis.

    Tegenstromen

    Toch waren er ook tegenstromen. De kortstondige eenheid die Abiy bracht verhulde een complexe en pijnlijke realiteit. De tientallen jaren van dictatuur en het slepende grensconflict met Eritrea hadden de rivaliteit verdoezeld tussen de drie machtigste etnische groepen van het land: de Oromo, de Amhara en de kleinste van de drie, de Tigreeërs, die slechts 6 procent van de bevolking uitmaken maar tot voor kort veel macht hadden. De breuklijnen werden groter.

    Het Eritrese regime en Abiy hadden een gemeenschappelijke tegenstander in het Tigrayan People’s Liberation Front (TPLF, het Bevrijdingsfront van Tigray), dat in 1975 was begonnen als een bende guerrillero’s. In 1991 bracht het de militaire dictatuur van Ethiopië ten val en het domineerde vervolgens het regime dat het land gedurende meer dan een kwarteeuw zou besturen. Abiy verdreef het TPLF na publieke protesten tegen het heerszuchtige bewind van de partij en gaf het herhaaldelijk de schuld van de problemen in het land. Nadat Abiy vrede had gesloten met Eritrea, vreesden de leiders van het TPLF dat de legers van Eritrea en Ethiopië hun krachten zouden bundelen om Tigray, hun thuisland in het noorden, te belagen.

    Toen ik eind oktober 2020 Tigray bezocht, lag de mobiele communicatie urenlang lang plat vanwege de oplopende spanningen, een voorbode van een veel langere stroomstoring in de regio. Enkele dagen later brak de oorlog uit, nadat Tigrese troepen een kazerne van het federale leger hadden aangevallen. De oorlogskoorts greep snel om zich heen in Addis Abeba, met bloedinzamelingen en betogingen ter ondersteuning van de regeringstroepen. Tigrese militieleden richtten een bloedbad aan onder Amhara in een grensstad in Tigray; bij vergeldingsaanvallen werden Tigrese burgers gedood of uit hun huis verjaagd. Er doken video’s op van stapels lijken; lichamen werden door huilende familieleden door de straten gedragen. Het regime van Abiy greep deze beelden aan om het conflict met terugwerkende kracht te rechtvaardigen. De propagandastrijd was begonnen.

    ‘Samen met andere journalisten werd ik ervan beschuldigd de kant van het TPLF te kiezen’

    Opeens deed ik verslag van een oorlog. Voor sommige aanhangers van Abiys regering diende ik een geheim doel: op sociale media bestempelden leden van de Ethiopische diaspora mij als een agent van de CIA (later zou ik ook een agent van MI6 worden genoemd). Samen met andere journalisten werd ik ervan beschuldigd de kant van het TPLF te kiezen. Aanvankelijk lachte ik dergelijke samenzweerderige beschuldigingen weg. Er waren op dat moment weinig tekenen dat de regering dergelijke praatjes serieus zou nemen. Maar onafhankelijke Ethiopische journalisten stonden al onder druk. Na het uitbreken van de oorlog werden er regelmatig journalisten gearresteerd die het hadden gewaagd de officiële regeringslijn tegen te spreken. Sommigen van hen werden fysiek mishandeld.

    Een groot Brits complot

    Al snel namen de aanvallen van het regime toe, tegen mij en andere buitenlandse journalisten, tegen medewerkers van mensenrechtenorganisaties, de Verenigde Naties en andere internationale instellingen. In december 2020 publiceerde een plaatselijk tijdschrift een coverstory waarin ik, samen met een absurd lange lijst van buitenlandse en plaatselijke journalisten, ervan werd beschuldigd deel uit te maken van een groot Brits complot om de regering van Abiy omver te werpen.

    Dat een gevestigde journalist dergelijke leugens kon verspreiden in een blad dat door velen als respectabel werd beschouwd, wees op een verontrustende verschuiving. Regeringsambtenaren leken zich achter het verhaal te scharen. Een van hen raadde het zelfs aan een ander lid van de buitenlandse pers aan.

    Regeringsgezinde activisten en trollen deden online soortgelijke aanvallen op mij en anderen. Op Facebook begon een bericht te circuleren: een verzameling politiefoto’s van buitenlandse en Ethiopische journalisten en academici – waaronder die van mij – moest suggereren dat we misdadigers waren en het TPLF steunden. Het bericht dook telkens op wanneer in de westerse pers een verhaal verscheen waarin het regime van Abiy in een negatief daglicht werd gesteld. En dat gebeurde vaak, want regeringstroepen blokkeerden de regio; mensenrechtengroeperingen beschuldigden de troepen van etnische zuivering en misdaden tegen de menselijkheid, waaronder massamoord, uithongering en verkrachting. Ik deed verslag van deze gruweldaden, net als andere journalisten, en twitterde erover. Er verscheen een Facebookpost met beelden van twaalf buitenlandse correspondenten, waaronder ik: ‘Volg deze mensen op Twitter en stel hun leugens aan de kaak’, aldus het bericht waarin wij ‘sympathisanten van het TPLF’ werden genoemd.

    ‘Twitter en Facebook hadden tijdens de oorlog allebei een andere functie’

    Twitter en Facebook hadden tijdens de oorlog allebei een andere functie. Twitter was een forum voor internationale, Engelstalige discussies, waar leden van de diaspora en mensen in Ethiopië een propagandaoorlog voerden die, althans ten dele, was bedoeld voor een buitenlands publiek. Op Facebook verspreidden Ethiopiërs in toenemende mate haatzaaiende taal en desinformatie in lokale talen, die soms aanzette tot geweld in de echte wereld.

    Propagandaoorlog

    Ook Abiy zelf gooide olie op het vuur van de propagandaoorlog. In april 2021 drong hij er bij Ethiopiërs op aan niet te zwichten voor de ‘campagnes’ van westerse media. In augustus riep hij op tot een massale socialemediacampagne om ‘leugens’ in de westerse media te bestrijden. Diezelfde maand beschuldigden staatsmedia mij, samen met journalisten van de BBC, CNN en The New York Times ervan voor het TPLF te werken. De staat moedigde nu openlijk vijandigheid aan tegen westerse media en tegen mensenrechtengroeperingen en internationale instellingen die toezicht hielden op de oorlogsmisdaden van het regime.

    Tigreeërs en andere Ethiopiërs hadden het meest te lijden. Rond augustus 2021 hadden buitenlandse media en Amnesty International de systematische verkrachting en seksuele uitbuiting van Tigrese vrouwen door Eritrese en Ethiopische soldaten gedocumenteerd. Door Tigrese troepen bleken eveneens massale verkrachtingen te hebben plaatsgevonden tegen vrouwen in de regio’s Amhara en Afar. Op sociale media voerden regeringsfunctionarissen en hun aanhangers een wrede campagne om de Tigrese beschuldigingen in twijfel te trekken. Zij beweerden dat de getuigenissen van slachtoffers vals of overdreven waren, dat verkrachtingen alleen in Tigray voorkwamen en dat veel van die aanrandingen in werkelijkheid waren gepleegd door Tigrese criminelen die uit de gevangenis waren vrijgelaten. Ook werden Tigrese vluchtelingen in Soedan afgeschilderd als aanstichters van een bloedbad, zodat Tigrese beweringen over oorlogsmisdaden in een kwaad daglicht werden gesteld. Verdedigers van het regime bagatelliseerden gruwelijke daden en bestempelden enkele gedocumenteerde incidenten zelfs als leugens, waaronder een video waarop te zien is dat veiligheidstroepen een man levend verbranden. Ethiopië leek tweet na tweet, Facebookpost na Facebookpost verder te worden verscheurd.

    ‘Op sociale media verschenen voortdurend berichten met mijn gezicht erin’

    Verzet tegen buitenlandse belangen van welke aard dan ook stapelden zich op. Een campagne met de hashtag #NoMore werd eind 2021 trending op Twitter en Facebook, waarbij #NoMore sloeg op een einde aan westerse inmenging, kolonialisme en leugens. Op sociale media verschenen voortdurend berichten met mijn gezicht erin. Voelde ik me voorheen veilig in Addis Abeba, nu begon ik me zorgen te maken dat ik in het openbaar zou worden herkend en mishandeld, of dat ik op een dag thuis zou komen en ontdekken dat mijn huisbaas de sloten had veranderd.

    Deels was ik paranoïde. In die tijd werden duizenden Ethiopiërs, meestal etnische Tigreeërs, opgepakt en in interneringskampen gegooid. Toen mijn Ethiopische collega en ik in Amhara in elkaar werden geslagen, kreeg mijn collega het zwaarder te verduren. Buitenlanders waren relatief veilig. Maar ik merkte dat die onlinezwartmakerij mijn echte leven begon binnen te sijpelen. Medio 2021 hingen in delen van Addis Abeba reclameborden met de oproep aan ‘blanke duivels’ om het land te verlaten. Ze waren afkomstig van een hel-en-verdoemenisprediker die reclame maakte voor zijn YouTubekanaal. Maar het was veelzeggend dat de regering ze liet hangen.

    GettyImages 1364509277 1
    Het wrak van een grote tank in de stad Haik in de Ethiopische regio Wollo. Haik is een van de steden die langdurig zijn bezet door het Tigrayan People’s Liberation Front sinds de invasie in de regio Amhara, die in juli 2021 begon. – © J. Countess / Getty

    Status als buitenstaander

    Ik werd me steeds meer bewust van mijn status als buitenstaander: gewantrouwd, onwelkom. Ik was met vrienden op reis in de oostelijke stad Harar toen de eigenaar van een bar me op een avond zei dat ik, omdat ik Brits was, wel journalist moest zijn – en dat ik, als ik een Britse journalist was, wel door het TPLF zou worden betaald. Geschrokken verdween ik in de nacht. Toen het regime eind vorig jaar de noodtoestand afkondigde, begon de politie overal in de hoofdstad huiszoekingen te doen en arrestaties te verrichten. Wekenlang heb ik onrustig geslapen, in afwachting van die luide klop op de deur.

    In maart dit jaar kwam de regering een wapenstilstand overeen met het TPLF. De situatie was rustiger geworden en de betrekkingen tussen het regime van Abiy en het Westen waren aan het verbeteren. Ik bleef me verdiepen in het mechanisme achter de oorlog. Ik was geïnteresseerd in hoe onderzoek dat in Ethiopië werd uitgevoerd door een westerse geleerde de regering in staat leek te stellen oorlogsmisdaden te vergoelijken, waaronder het gebruik van honger als wapen tegen Tigray. Een beleefde e-mail die ik op 1 mei naar een westerse denktank stuurde, leidde tot een nieuwe onlinehaatcampagne die twee weken duurde, dit keer tegen mij persoonlijk. Mijn e-mail aan de denktank werd openbaar gemaakt op Twitter, waar regeringsgezinde figuren opnieuw de beschuldiging verspreidde dat ik in naam van het TPLF opereerde. Maar er was ook iets veranderd: er gingen nu ook stemmen op om mijn accreditatie als journalist in te trekken.

    ‘De volgende dag belde een immigratiebeambte me om te zeggen dat ik 48 uur had om het land te verlaten’

    Sommige berichten op sociale media waren afkomstig van de Ethiopische diaspora, andere van westerse verdedigers van Abiy. Staatsmedia publiceerden opnieuw beweringen over mijn ‘verachtelijke gedrag’, samen met de suggestie dat ik ‘naar huis zou worden geroepen om ontslagen te worden’. Op 13 mei ontboden de media-autoriteiten van de regering me op hun kantoor en overhandigden me een brief: mijn persaccreditatie was ingetrokken. De volgende dag belde een immigratiebeambte me om te zeggen dat ik 48 uur had om het land te verlaten. Van het ene op het andere moment was mijn leven in Ethiopië voorbij.

    Arrestaties

    Sinds mijn vertrek in mei zijn in korte tijd nog veel meer Ethiopische journalisten en activisten gearresteerd. Een van de gearresteerden is de auteur van het verhaal in het tijdschrift waarin ik en andere journalisten aan het begin van de oorlog werden aangevallen. Zelfs hij had zich niet trouw genoeg getoond aan de regeringslijn. (Volgens zijn familie is hij tijdens zijn hechtenis geslagen.) Hij is een van de tientallen andere schrijvers, commentatoren en fotografen die sinds 2020 gevangen zijn gezet. Vorig jaar werden twee journalisten vermoord. Verscheidene andere buitenlandse journalisten zijn verbannen of hebben een werkverbod gekregen. De Ethiopische commissaris voor de mensenrechten noemde de situatie een ‘nieuw dieptepunt’ voor het land.

    Vrienden in Addis Abeba stuurden me een video die een paar dagen nadat ik het land was uitgezet werd gepost. Een Ethiopische commentator, Seyoum Teshome, was mijn vertrek aan het vieren in een talkshow op YouTube. Als een opgehitste Tucker Carlson schreef hij in zijn tweets het woord ‘journalisten’ tussen aanhalingstekens. Nu expliciteerde hij zijn beschuldiging dat ik en anderen voor het TPLF werkten. ‘Tom Gardner is het land uitgezet, toch? En waarom?’ zei hij, in het Amhaars. ‘Ik heb dertig of veertig keer bewezen dat hij een crimineel is. Voordat hij het land werd uitgezet, zei ik al tegen jullie: houd hem in de gaten, nietwaar?’ Hij zei ‘duizend keer’ te hebben bewezen dat ik deel uitmaakte van het TPLF.

    Moderne digitale oorlogsvoering, bedoeld om verwarring te zaaien, wordt nu overal gevoerd

    Deze tirade op televisie, inmiddels meer dan honderdduizend keer bekeken op YouTube, was de kroon op de lange digitale campagne tegen mij. Moderne digitale oorlogsvoering, bedoeld om verwarring te zaaien, wordt nu overal gevoerd, van Oekraïne en Syrië tot China en verder. Deze ervaring herinnert me er op pijnlijke wijze aan dat China niet alleen model heeft gestaan voor de door de staat gestuurde economische ontwikkeling van Ethiopië. De regering heeft duidelijk meer verontrustende lessen geleerd van China en andere autoritaire staten. Ze heeft geleerd hoe ze een moderne, digitale autocratie kan worden.

  • Voetbal biedt Jemenieten troost in slepende oorlog

    Voetbal biedt Jemenieten troost in slepende oorlog

    Voetbaltoernooien zijn een manier om het aanhoudende oorlogsgeweld in Jemen even te kunnen vergeten. Bovendien versterken de patriottische liederen van het publiek de hoop op een vreedzame toekomst voor iedereen.

    Keuze uit het archief

    Te midden van de oorlog en de humanitaire crisis die in Jemen woeden en die deze week weer zijn opgelaaid na de Amerikaans-Britse aanval op de Houthi’s, is er één ding waar de Jemenieten troost en voldoening uit halen: voetbal. De teamsport zorgt ervoor dat de bevolking de oorlog, die al sinds 2014 gaande is, even kan vergeten en brengt mensen uit heel het land bij elkaar, zoals deze reportage van Al Jazeera uit 2022 laat zien. ‘Ons leven is door oorlog verwoest, maar de liefde voor voetbal en het spelen op straat zijn gebleven,’ aldus een van de voetballers.

    De gewelddadige strijd in Jemen heeft al aan ruim 370.000 mensen het leven gekost. De liefde voor voetbal die veel Jemenieten koesteren helpt hen het hoofd te bieden aan de verwoestingen, het geweld en de humanitaire crisis die hun land teisteren.

    Officieuze voetbaltoernooien in dorpen en steden brengen Jemenitische jongens en mannen samen en bieden hun een schijn van een normaal bestaan. Op geïmproviseerde voetbalvelden van zand en steen tonen amateurspelers hun vaardigheden aan een juichend publiek dat vaak van heinde en verre is toegestroomd. Stoeltjes zijn er niet. De toeschouwers – van achthonderd tot vijftienhonderd man – moedigen hun helden de hele wedstrijd staand aan met spreekkoren en gezang. 

    Zoals aan veel aspecten van het openbare leven in Jemen kwam er ook een abrupt einde aan officiële voetbalcompetities, nadat de oorlog in 2014 was uitgebroken.

    In het politieke vacuüm dat volgde op het aftreden van Ali Abdullah Saleh, de man die vele jaren president van het land was geweest, probeerde de door Iran gesteunde Houthi-groepering de macht in Jemen te grijpen. De Houthi’s veroverden de hoofdstad Sana’a en verdreven de door de Verenigde Naties erkende regering en haar president Abd-Rabbu Mansour Hadi, die de steun genoot van Saoedi-Arabië en andere regionale spelers.

    Voor 5 miljoen mensen dreigt hongersnood en meer dan 1 miljoen mensen hebben cholera opgelopen

    Meer dan de helft van de 370.000 doden is omgekomen door honger, gebrek aan gezondheidszorg en onveilig water, die weer het gevolg zijn van een zwaar beschadigde infrastructuur. Bijna 25 miljoen Jemenieten hebben nog steeds hulp nodig, voor 5 miljoen dreigt hongersnood, en meer dan 1 miljoen mensen hebben cholera opgelopen. 

    In deze erbarmelijke omstandigheden zoeken veel Jemenieten hun toevlucht tot voetbal, niet alleen in de vorm van officieuze toernooien, maar ook straatvoetbal.

    Sportieve infrastructuur

    Volgens Sami al-Handhali, voetbalcommentator en voormalig speler van Al-Ahly Taiz, is de sportieve infrastructuur vermorzeld. Stadions en sportcentra waren het doelwit van aanvallen of werden omgebouwd tot militaire bases. Hoewel de officiële voetbalcompetities in september vorig jaar werden hervat, blijft de financiering van sportclubs en sporters schamel, zegt hij.

    ‘Door eigen evenementen te organiseren op geïmproviseerde voetbalvelden hebben Jemenieten het enthousiasme voor het voetbal nieuw leven ingeblazen,’ aldus Al-Handhali tegen Al Jazeera. ‘Zo kunnen ze hun benarde situatie weer een beetje aan. Mooi is ook dat er op deze manier nieuwe talenten zijn ontdekt, door zowel clubs als door het nationale team. Bovendien voorkom je op deze manier dat jonge mannen in het oorlogsgeweld verwikkeld raken, omdat de banden tussen spelers en publiek van allerlei regio’s en stammen zo worden aangehaald.’

    Het publiek zingt vaak patriottische liederen en roept op tot een verenigd en vreedzaam thuisland voor iedereen

    De wedstrijden versterken niet alleen de verbondenheid met een dorp of provincie, maar komen ook gevoelens van nationale eenheid ten goede, ondanks de jarenlange verdeeldheid, met twee rivaliserende regeringen. Het publiek zingt vaak patriottische liederen en roept op tot een verenigd en vreedzaam thuisland voor iedereen.

    Voor Ramzy Mosa’d (25) zijn de voetbaltoernooien een kans om contact te maken met landgenoten op een manier die hij niet gewend is. Hij behoort tot de Muhamasheen, een gemarginaliseerde bevolkingsgroep van Afrikaanse afkomst. Het is voor hem moeilijk te ontsnappen aan de sloppenwijken van Jibla, een plaatsje in het zuidwesten van Jemen, vlak bij de stad Ibb. Hier wonen de Muhamasheen, afgezonderd van andere Jemenieten, opeengepakt in onderkomens van riet of karton. Basisvoorzieningen als gezondheidszorg, schoon water, sanitair en ononderbroken stroom zijn er niet.

    Vandaar dat de uitnodiging aan het Muhamasheen-voetbalteam ‘Elnaseem’ om deel te nemen aan een toernooi in het district Assayani en te spelen tegen andere teams uit de regio Ibb ‘ons hart verwarmde’, zegt Mosa’d. ‘Dat de bevolking van Assayani naar onze wedstrijden kwam kijken, was van onschatbare waarde. We waren overweldigd en zielsgelukkig toen de menigte ons toejuichte alsof we zonen van de streek waren.’ Als klap op de vuurpijl won zijn team het toernooi.

    Als gevolg van een eeuwenoude sociale hiërarchie waarin de Muhamasheen helemaal onderaan staan wordt deze bevolkingsgroep uit de samenleving geweerd. Juist daarom werd de uitnodiging om deel te nemen aan het toernooi zo enorm gewaardeerd. ‘We wilden anderen laten zien dat wij ook talentvolle voetballers hebben en dat we graag deel van de samenleving willen worden.’

    ANP 408052981
    – Jonge Jemenieten voetballen in 2020 in een wijk in Sana’a. De nationale competitie van Jemen is opgeschort vanwege de burgeroorlog, die in 2015 begon. © EPA/Yahya Arhab

    Nieuwe levenskracht

    Dit specifieke toernooi vindt sinds 2017 elke winter plaats in de regio waar de Houthi’s het voor het zeggen hebben, vertelt Motee’ Dammaj, een van de organisatoren en financiers van het toernooi in Assayani. Er worden uitnodigingen verstuurd naar liefst zestien teams uit dorpen in Assayani en Jibla. ‘We willen dergelijke evenementen organiseren omdat de liefde van de Jemenieten voor de sport ons welbekend is,’ zegt Dammaj, ‘en om veel Jemenieten die door de oorlog zijn getroffen nieuwe levenskracht te geven en de sociale banden tussen hen te versterken.’

    De situatie in het land maakt deelname echter niet altijd voor iedereen mogelijk, zegt Dammaj. ‘Elk jaar is er veel publiek, doen veel spelers mee, de stemming zit er altijd goed in. Door het acute brandstoftekort is het voor velen moeilijk om naar het toernooi te komen, maar toch lukte het acht teams om mee te doen.’ Hij is vooral blij met de deelname van de Muhamasheen. ‘Het is belangrijk om de spiraal van discriminatie te doorbreken waarmee deze minderheid al jaren wordt geconfronteerd’.

    In 2017 ontvluchtte Hamza Mahrous, toen dertien jaar, samen met honderdduizenden anderen de havenstad Hodeida aan de Rode Zee vanwege het escalerende geweld. Hij vestigde zich met zijn familie in Taiz, dat ook niet voor geweld gespaard bleef en sinds 2015 zucht onder een blokkade door de Houthi’s.

    Al op jonge leeftijd ontwikkelde Mahrous, die afkomstig is van het Jemenitische platteland, een grote liefde voor voetbal. Hij sleepte diverse onderscheidingen in de wacht, als spits in zijn schoolteam en voor een lokale club. In Taiz draafde hij op in officieuze toernooien die werden gespeeld in de door oorlog verwoeste straten van de wijk Al-Masbah, waar hij woonde. Hij werd al snel ontdekt door lokale teams, waaronder Talee’ Taiz en Ahly Taiz. In 2019 werd hij opgemerkt door een groep scouts die op zoek waren naar spelers voor het nationale elftal. Hij kreeg een uitnodiging om zich bij de selectie onder 15 te voegen.

    Sommigen schoten van pure blijdschap hun wapens leeg in de lucht

    ‘Ik had nooit durven dromen dat ik nog eens voor het nationale team zou spelen, gezien de zware tijden die we hebben gehad na onze vlucht,’ vertelt Mahrous. ‘Maar door vol te houden en te oefenen, op straat en op voetbalvelden, en dankzij de steun van mijn ouders, is het gelukt.’

    In december 2021 gaven Mahrous en zijn medespelers hun landgenoten een zeldzame reden om te gloeien van nationale trots: ze wonnen het West-Aziatisch kampioenschap voor junioren door Saoedi-Arabië in de finale na strafschoppen te verslaan. De Jemenieten vierden feest in de straten, waar trots en eensgezindheid heersten. Sommigen schoten van pure blijdschap hun wapens leeg in de lucht. 

    ‘Ik merkte dat ik had bijgedragen aan een gevoel van geluk waar miljoenen Jemenieten zo naar verlangden en dat ze zo nodig hadden. Dat kon alleen door voetbal – een sport waar iedereen van houdt,’ zegt Mahrous.

    Stilstand

    Saad Murad (30) vertelt dat hij door de oorlog zijn voetbalcarrière niet heeft kunnen voortzetten. Na ruim tien jaar, waarin hij zich had opgewerkt van schooltoernooien in zijn thuisstad Damt tot speler op het hoogste niveau bij de club Dhu Reidan, leek hij klaar voor het nationale team. Maar toen de competitie en alle officiële sportactiviteiten werden opgeschort, kwam Murads carrière tot stilstand. Alleen de officieuze toernooien die ‘s winters plaatsvinden herinneren hem aan zijn vroegere voetballeven.

    ‘Deze lokale toernooien bieden troost en geven me een manier om mijn verloren dromen te accepteren,’ zegt Murad, die geen baan kan vinden door de erbarmelijke economische situatie in het land.

    Met de deelname van tweeëndertig officiële voetbalclubs en spelers van het nationale team was het toernooi dat afgelopen winter in Damt werd gehouden een van de grootste voetbalevenementen in het land in zeven jaar. Volgens Moammar al-Hajri, lid van het organisatiecomité in Damt, vindt dit toernooi sinds 2018 jaarlijks plaats dankzij onafhankelijke financiering en donaties en door steun van zakenlieden, bedrijven en Jemenieten in het buitenland.

    ‘Het winnende team won dit jaar ongeveer 500.000 Jemenitische riyal [bijna 2000 euro] aan prijzengeld, en de verliezend finalisten ontvingen 300.000 Jemenitische riyal [bijna 1200 euro],’ zegt Al-Hajri. Dat zijn grote bedragen in een land waar de lokale munt forse devaluaties heeft ondergaan als gevolg van de oorlog. Banen zijn verloren gegaan, salarissen worden niet uitbetaald, miljoenen mensen houden met moeite het hoofd boven water. En tot overmaat van ramp heeft een brandstoftekort de inflatie opgedreven.

    ‘Ons leven is door oorlog verwoest, maar de liefde voor voetbal en het spelen op straat zijn gebleven’

    Mahioub al-Marisi, een vijftigjarige ambtenaar die dit jaar met zijn kinderen de meeste wedstrijden van het toernooi bijwoonde, stond versteld van het grote aantal bezoekers uit verre streken, die vaak te voet waren gekomen. ‘De velden waren zanderig, maar dat kon het enthousiaste publiek niet deren,’ zegt hij. ‘De mensen stonden tot op de rand van boerengebied om een ​​glimp op te vangen van de wedstrijden, zo blij waren ze dat ze erbij konden zijn. Het heeft het moreel van de Jemenieten voor een deel hersteld.’

    Buiten deze toernooien gaat de 22-jarige Jameel Nasher bijna dagelijks naar een veldje in de buurt van zijn huis aan de weg naar Taiz in Ibb, waar hij ‘s middags andere liefhebbers ontmoet om tot ’s avonds laat te voetballen. Hij is groot fan van Mohamed Salah en draagt het ​​Liverpool-shirt met nummer 11 van de Egyptenaar.

    Nasher heeft een team van acht spelers samengesteld. Op het veld is er een bonte verzameling kleuren, elke speler draagt een shirt ​​van de club waar hij fan van is. ‘Ons leven is door oorlog verwoest, maar de liefde voor voetbal en het spelen op straat zijn gebleven,’ zegt hij. ‘We zijn opgegroeid met voetbal, en het is een geruststellend idee dat dat ons niet is afgenomen.’

    Lees ook: