Tag: opstand

  • Wat zij zeggen over de gevolgen van de opstand van Prigozjin voor Poetin

    Wat zij zeggen over de gevolgen van de opstand van Prigozjin voor Poetin

    Internationale commentatoren en opiniemakers over de gewapende opstand van de Wagner-groep van Jevgeni Priogozjin tegen de Russische legerleiding op 24 juni.

    Lucian Kim – oud-Moskou-correspondent NPR

    Foreign Policy

    ‘Ondanks de dramatiek van de situatie zou een opstand door de engste mensen van Rusland niet moeten verrassen. Het Kremlin liet Prigozjin rekruteren in gevangenissen, Wagners strijdmacht zat vol veroordeelden. Jevgeni Prigozjin was voor het Kremlin lange tijd de man voor de vuile zaakjes, van de inmenging met zijn trollenfabrieken in de Amerikaanse verkiezingen van 2016 tot de heimelijke gevechten in Oekraïne, Syrië en de Centraal-Afrikaanse Republiek.’


    Andrew Roth – correspondent Moskou

    The Guardian

    ‘Hoewel ze openlijk bloedvergieten hebben vermeden, is het moeilijk voor te stellen dat Vladimir Poetin en Jevgeni Prigozjin zich ooit nog met elkaar zullen verzoenen. De Russische leider heeft een politiek motief om hard op te treden tegen zijn eigenzinnige krijgsheer en loopt anders het risico zwak over te komen, een kardinale zonde in de Kremlinpolitiek. Bovendien heeft de Russische leider nooit bekendgestaan als iemand die verraad vergeeft.’


    Anton Troianovski – correspondent Moskou

    The New York Times

    ‘De belangrijkste test voor Poetin was loyaliteit, en Prigozjin begreep dat, ondanks zijn kritiek. “Ik luister naar Poetin,” zei hij in mei. Maar na meer dan twintig jaar te hebben geprofiteerd van zijn band met Poetin, wierp hij de laatste flarden van die loyaliteit weg en stortte Rusland in de grootste politieke crisis in drie decennia, toen zijn troepen de macht overnamen in de zuidwestelijke stad Rostov aan de Don en dreigden Moskou aan te vallen.’


    Gary Kasparov – oud-wereldkampioen schaken en voorzitter Human Rights Foundation

    Twitter

    ‘Dat Poetin door deze gebeurtenissen het vertrouwen heeft verloren van oligarchen, voormalige trawanten en ambtenaren, is van groter belang voor het voortbestaan van zijn regime dan dat zijn rivalen zich nu aangemoedigd voelen. Een capo di tutti capi garandeert bescherming in ruil voor loyaliteit: bescherming van fortuinen, van autoriteit. Met het afnemen van die bescherming neemt ook de loyaliteit af.’

  • De grote winnaar van de botsing tussen Kremlin en Wagner? Dictator Loekasjenka

    De grote winnaar van de botsing tussen Kremlin en Wagner? Dictator Loekasjenka

    Waar Poetin en Prigozjin tijdens de opstand van Wagner een zwakke indruk maakten, streek de sterke leider van Belarus de eer op door zich als bemiddelaar op te stellen. ‘Poetin en Loekasjenka kunnen niet zonder elkaar. De val van de één betekent de politieke dood van de ander.’

    Vladimir Poetin staat bekend om zijn ijzeren greep op de nieuwsmedia in Rusland. Zijn voormalige bondgenoot, Jevgeni Prigozjin, oprichter van de militaire Wagner-groep, is eigenaar van een conservatief mediabedrijf én een flamboyante showman op sociale media. Toch ging geheel onverwachts de echte pr-overwinning na de muiterij van Prigozjin naar iemand anders: de oude dictator van Belarus, het buurland dat stevig binnen de Russische invloedssfeer ligt.

    De Belarussische leider, Aljaksandr Loekasjenka, wordt vooral gezien als een volgzame stroman van het Kremlin. Maar zondag was hij degene die met de eer streek voor de totstandkoming van een akkoord tussen Poetin en Prigozjin. Daarmee voorkwam hij een situatie die volgens de Russische leider overeen zou komen met de burgeroorlog volgend op de revolutie van 1917.

    Nu probeert Loekasjenka – een internationale paria – zijn pr-overwinning te gebruiken om zijn geloofsbrieven als geloofwaardig staatsman, bemiddelaar en bovenal trouwe bondgenoot van Poetin te verfraaien.

    Profijtelijk en aanvaardbaar

    Laat op zaterdagavond 24 juni, toen de angst toenam voor een mogelijke botsing tussen Wagner-troepen – die zich op minder dan 200 kilometer van Moskou bevonden – en Russische soldaten, kwam de persdienst van Loekasjenka met een mededeling: de Belarussische president had ‘een absoluut profijtelijke en aanvaardbare manier gevonden om de situatie op te lossen’. Kort daarna kondigde Prigozjin aan dat een colonne met zijn strijders, die zo’n 800 kilometer vanuit Zuid-Rusland had afgelegd, zou omkeren en huiswaarts zou gaan.

    Als onderdeel van de deal zou een strafzaak tegen Prigozjin voor het organiseren van een gewapende opstand worden ingetrokken. De Wagner-troepen zouden niet worden aangeklaagd en Prigozjin zou Rusland verlaten voor Belarus, aldus een woordvoerder van het Kremlin. De volgende dag was niet bekend waar hij zich bevond.

    Welke beloften er zijn gedaan namens het Kremlin, Wagner of Loekasjenka blijft onduidelijk. Maar de door de staat gecontroleerde media van Loekasjenka haastten zich om zijn inspanningen ter bezwering van het conflict af te schilderen als een bewijs van zijn staatsmanschap.

    Het staatspersbureau Belta meldde dat Poetin die zaterdagochtend – toen hij werd geconfronteerd met ‘de meest acute fase van de situatie in Rusland’ – zijn Belarussische tegenhanger in Minsk belde. Poetin ‘was sceptisch over eventuele onderhandelingen en betwijfelde of Jevgeni Prigozjin de telefoon zou opnemen, aangezien hij op dat moment met niemand wilde spreken’, zei Vadim Gigin, propagandist van de Belarussische regering, zondag tegen pro-Kremlinmedia tijdens een interview, dat uitgebreid werd behandeld door Belta. Maar Poetin stemde in met bemiddeling en toen ‘de president van Belarus belde, nam Jevgeni Prigozjin onmiddellijk de telefoon op’, zei Gigin, aan wie de Europese Unie ooit sancties oplegde voor ‘het steunen en rechtvaardigen van repressie tegen de democratische oppositie en het maatschappelijk middenveld’.

    ‘Ze flapten er meteen zulke vulgaire dingen uit dat elke moeder ervan zou schrikken’

    Het gesprek tussen Loekasjenka en Prigozjin verliep ‘erg moeizaam’, aldus Gigin, die deze maand werd aangesteld als directeur van de Nationale Bibliotheek van Belarus. ‘Ze flapten er meteen zulke vulgaire dingen uit dat elke moeder ervan zou schrikken. Het gesprek was hard en, zoals mij verteld is, nogal masculien.’

    Er worden ook andere mogelijke verklaringen aangedragen voor de reden waarom Prigozjin zijn ‘mars voor gerechtigheid’ naar Moskou beëindigde. In sommige daarvan krijgt Loekasjenka slechts minimale erkenning. Maar de Belarussische mediamachine gaf hoog op van zijn rol als machtsmakelaar; een zeldzame omkering van rollen in een tijd waarin de dictator bijzonder afhankelijk is geworden van Rusland.

    ‘Poetin heeft verloren omdat hij liet zien dat zijn systeem zo zwak is dat hij gemakkelijk kan worden uitgedaagd,’ zegt Pavel Slunkin, een voormalige Belarussische diplomaat en analist bij denktank ECFR, de Europese Raad voor Buitenlandse Relaties. ‘Prigozjin daagde uit, viel aan, was brutaal en trok zich toen terug: ook hij kwam over als een verliezer. Alleen Loekasjenka won punten als bemiddelaar of onderhandelaar en als een mogelijke garantie voor de deal – eerst in de ogen van Poetin en toen in de ogen van de internationale gemeenschap.’

    Loekasjenka is erin geslaagd om negenentwintig jaar aan de macht te blijven, maar wel tegen een prijs. Hij heeft Belarus steeds meer een vazalstaat van Rusland laten worden, vooral nadat hij in 2020 de steun van Moskou nodig had. Een democratische beweging bestreed toen zijn bewering dat hij de verkiezingen overweldigend had gewonnen, en werd door de leider met geweld de kop ingedrukt.

    Vanwege zijn afhankelijkheid van Moskou, niet alleen voor politieke maar ook voor economische steun, liet Belarus toe dat Poetin het land gebruikte als vertrekpunt voor zijn grootschalige invasie van Oekraïne in februari 2022 en als opslagplaats voor Russische tactische kernwapens. Er zijn ook feiten aan het licht gekomen die uitwijzen dat Belarus deelneemt aan Russische praktijken om kinderen uit door Rusland bezette gebieden in Oekraïne te halen en ze naar zogenaamde zomerkampen te brengen. Het Internationaal Strafhof heeft arrestatiebevelen uitgevaardigd tegen Poetin en zijn kinderrechtencommissaris. Oekraïense aanklagers onderzoeken bewijs dat kinderen naar drie kampen in Belarus zijn gebracht, waaronder ten minste één kamp dat eigendom is van een staatsbedrijf.

    Machtsevenwicht

    Oppositieleiders denken dat de ambitie van Poetin niet beperkt zal blijven tot Oekraïens grondgebied. Zij voorspellen dat hij uiteindelijk zal proberen zijn controle over Belarus te vergroten. Met de berichtgeving over zijn bemiddeling in de crisis rond Wagner hoopt Loekasjenka misschien iets van zijn snel afbrokkelende soevereiniteit terug te winnen en de Belarussische angst weg te nemen om opgeslokt te worden door zijn grotere buurman, zegt Dmitri Avosja, oprichter van de Belarussische website Tribuna. ‘Loekasjenka deed Poetin uiteindelijk gewoon een plezier en met het oplossen van het bezettingsprobleem hielp hij ondertussen zichzelf,’ zegt hij.

    Het is niet de eerste keer dat Loekasjenka de rol van bemiddelaar probeert op te eisen. Hij deed dat eveneens in 2014 en 2015, na eerdere Russische invallen in Oekraïne, toen Moskou separatisten steunde in de oostelijke Donbas-regio. En kort na de grootschalige invasie probeerde hij het opnieuw door delegaties uit Moskou en Kyiv in de zuidoostelijke stad Homel uit te nodigen, maar die gesprekken liepen snel spaak.

    Waarnemers vragen zich nu af of Prigozjin in Belarus wel veilig is voor de dreiging van ontvoering of moord, gezien de woede die Poetin openlijk jegens hem uitte. Al vóór 2020, dus voordat Loekasjenka nog meer dan eerst een marionet van Poetin werd, begaven Russische speciale diensten zich soms op het grondgebied van Belarus om vijanden gevangen te nemen, zegt Slunkin, de analist van de ECFR. ‘En nu doen ze gewoon helemaal wat ze willen.’

    Hoezeer het machtsevenwicht tussen Loekasjenka en Poetin ook verschoven is, beide mannen hebben elkaar nog steeds nodig om aan de macht te blijven. ‘Het is een Siamese tweeling,’ zegt Pavel Latoesjka, een voormalige Belarussische diplomaat en minister die nu in ballingschap leeft. ‘Ze kunnen niet zonder elkaar. Het is één lichaam met twee hoofden. De val van de een betekent de politieke dood van de ander.’

    Lees ook:

  • Doden bij inheemse opstand binnenland Suriname

    Doden bij inheemse opstand binnenland Suriname

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Oezbekistan geeft huidige president mogelijk mandaat tot 2040

    » VS: 20.000 Russen omgekomen in strijd om Bachmoet

    Onder meer een politiebureau werd in brand gestoken

    Inwoners van het Surinaamse dorp Pikin Saron in district Para hebben dinsdag een politiepost en een controlepost van het staatsbosbeheerbedrijf SBB aangevallen en vrachtwagens en andere voertuigen in brand gestoken. Dat schrijft De Ware Tijd. Vervolgens vielen zij een goudconcessie van het Surinaamse mijnbouwbedrijf Grassalco in het nabijgelegen Maripaston binnen, waarbij een werknemer van het bedrijf werd neergeschoten. Bij schotenwisselingen met de politie vielen vervolgens twee doden.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De regering heeft het leger richting het district gestuurd om de orde te herstellen. Website Waterkant citeert president Chan Santokhi, die zegt: ‘In de eerste plaats spreek ik mijn ernstige afkeuring uit. Deze acties horen niet thuis in onze samenleving. Alle misnoegen worden in overleg en met gesprekken uitgewerkt. Ook in dit geval zullen de grieven van de lokale bewoners op een correcte manier worden behandeld.’

    Het is al meerdere weken onrustig in Para, waar de inheemse bevolking zegt geen inspraak te hebben in de mijn- en bosbouw in het gebied. Ook willen ze meer mee kunnen profiteren van de opbrengst. De groep wil een rechtszaak beginnen om de Surinaamse staat te dwingen inkomsten af te staan.

    Lees ook:

  • Helden zonder hoop: het verhaal van de Joodse opstand in het getto van Warschau

    Helden zonder hoop: het verhaal van de Joodse opstand in het getto van Warschau

    Tachtig jaar geleden, op 19 april 1943, begon de opstand in het getto van Warschau, een van de beroemdste daden van Joods verzet tegen de Holocaust. De strijders wilden een signaal afgeven aan de wereld: Joden lieten zich niet zonder verzet vermoorden.

    Keuze uit het archief

    De wereld herdacht vorige week maandag de bevrijding van Auschwitz, die dit jaar tachtig jaar geleden plaatsvond. Het kamp staat algemeen bekend als hét symbool van de holocaust. Miljoenen Joden werden als schapen, vaak nietsvermoedend, naar de slachtbank geleid. Toch waren er ook Joden die liever strijdend ten onder gingen, ook al wisten ze dat hun lot bezegeld was. Dit artikel van FAZ uit 2023, geschreven door hoogleraar Holocaust- en Joodse Studies Stephan Lehnstaedt, vertelt het heroïsche epos van de Opstand van Warschau.

    Het zou voor Ferdinand von Sammern-Frankenegg geen mooie dag worden. Nochtans was het in Warschau prachtig warm lenteweer, en in de parken stond alles in bloei. Maar hij had werk te doen, wat voor de SS- en politieleider betekende dat hij Joden naar het vernietigingskamp Treblinka moest deporteren. Die dag, 19 april 1943, zou het einde van het getto van Warschau inluiden. De Duitse vernietigingsmachinerie was geoefend, de logistiek efficiënt en de benodigde mankracht relatief klein. Op deze actie had de SS zich bijzonder goed voorbereid en zich van extra manschappen verzekerd, zodat alles soepel zou verlopen.

    Maar de twee colonnes die in de vroege ochtend vanuit het zuiden de toegangspoorten tot de Nalewki- en Zamenhofstraat binnengingen, kwamen niet ver: ze waren nog maar net op het plein achter de poort aangekomen, of ze werden vanuit de omliggende huizen beschoten en bekogeld met handgranaten en molotovcocktails. In de Nalewkistraat hielden de Duitsers bijna twee uur stand voordat ze zich ongeorganiseerd terugtrokken en hun doden moesten achterlaten. In de Zamenhofstraat werd een van hun twee tanks in brand gestoken, zodat ze het getto al na een half uur halsoverkop verlieten.

    Sammern-Frankenegg werd dezelfde dag nog vervangen door Jürgen Stroop. Eigenlijk was Stroop al eerder aangewezen om de actie in het getto te leiden, maar door communicatieproblemen had hij vertraging opgelopen. De nieuwe SS- en politieleider liet zijn mannen ’s middags opnieuw aantreden in de Nalewkistraat, en daarnaast kwam er een opmars vanuit het noorden naar het Muranowskiplein. Met dezelfde afloop. Onder zwaar vuur moesten de SS’ers het getto verlaten. Op die dag konden ze niemand deporteren, maar hadden ze wel twaalf eigen doden te betreuren.

    Besef

    Zo begon de opstand in het getto van Warschau, die de geschiedenis zou ingaan als de beroemdste daad van Joods verzet tegen de Holocaust. Tot 16 mei 1943 voerden de Duitsers regelmatig felle gevechten met de opstandelingen, totdat Stroop uiteindelijk in zijn rapport aan Berlijn de beruchte zin noteerde: ‘Er bestaat geen Joodse woonwijk meer in Warschau!’

    Op die bewuste dag in april werd de SS verrast door de felheid van het verzet. Toen de bezetter in de zomer van 1942 begon met de deportaties naar Treblinka en daar in ruim anderhalve maand tijd zo’n 350.000 mensen vermoordde, waren de bewoners van het getto niet in staat tot gecoördineerde verdediging. In het getto woonden nog steeds bijna 60.000 mensen. Ongeveer de helft daarvan had een werkkaart en werd gedoogd door de Duitsers, de anderen waren er illegaal en leefden in permanente angst voor de volgende arrestatiegolf.

    De deportaties hadden aangetoond dat de Duitsers niet geïnteresseerd waren in een economische exploitatie van het getto. Veel bewoners hadden de honger, ellende en epidemieën kunnen doorstaan in de hoop dat de oorlog een keer voorbij zou zijn en ze bevrijd zouden worden. Maar nu drong tot ze door dat de moorden door de Einsatzgruppen en de vergassingen die sinds voorjaar 1942 in het kader van de Aktion Reinhardt waren begonnen, zonder uitzondering voor alle Joden golden; het was slechts een kwestie van tijd voordat ook de laatsten in de vernietigingskampen zouden sterven.

    Dit besef was een langzaam proces. Inmiddels weten we dat zes miljoen mensen zijn omgekomen in de Holocaust en zijn we gewend om het nationaalsocialistische moordprogramma te zien als onderdeel van de Tweede Wereldoorlog. Maar dat is een ahistorische veronderstelling, want zelfs de nazileiders gingen er tot ver in 1941 van uit dat zij de Joden alleen maar uit hun machtssfeer zouden deporteren – naar de Sovjet-Unie of naar Madagaskar bijvoorbeeld. Pas met de aanval op het rijk van Stalin raakte die gedachte volledig achterhaald. De uitroeiing, eerst met kogels en later door vergassing, bleek een gestaag escalerende, vaak geïmproviseerde moordorgie zonder gedetailleerd masterplan te zijn.

    In het getto van Warschau kregen ze wel informatie. Er had zich een groep rond de historicus Emanuel Ringelblum gevormd die systematisch informatie verzamelde, archiveerde en verspreidde. Toegegeven, het is onmenselijk om te beseffen dat je lot onvermijdelijk is. Maar voorlopig leek de situatie in Warschau onder controle: een tyfusepidemie met bijna 90.000 doden, die sinds de zomer van 1941 had gewoed, leek overwonnen. Tegelijkertijd draaiden de werkplaatsen van het getto op volle toeren, en ze leverden zelfs genoeg op om de weinige levensmiddelen te kunnen betalen die door de Duitsers waren toegestaan.

    Het doel van het verzet was niet om elk leven te redden en kon dat ook niet zijn

    De berichten over massamoorden in het Oosten waren zeker verontrustend – maar ook ver weg. Bovendien was er geen alternatief: verzet tegen de bezetter zou gelijkstaan aan zelfmoord, en massaal op de vlucht slaan was volkomen onrealistisch; het was zelfs als individu al vrijwel onmogelijk om te kunnen overleven in de vijandige wereld aan de ‘Arische kant’ buiten de gettomuren. Toen de treinen naar Treblinka begonnen te vertrekken, kwam het er dus op neer een schuilplaats of – tegen betaling – een werkvergunning te regelen om op het ‘overslagpunt’ niet aan boord van een van de transporten te hoeven gaan.

    Hoop, verdringing en het overleven van dag tot dag beheersten het getto van Warschau tot aan de herfst van 1942. De enkelen die eerder hadden gepleit voor actieve verzetsdaden en die soms hardhandig tot de orde werden geroepen, waren in korte tijd de morele leiders geworden. Dat het zo niet verder kon, daar was iedereen het wel over eens. Maar terwijl de oudere activisten van de vooroorlogse partijen en bewegingen een vlucht wilden organiseren van tenminste de culturele en sociale elite, verwierpen de jongere dit voorstel met klem: er moest geen onderscheid worden gemaakt wanneer een heel volk met vernietiging werd bedreigd. 

    De jeugdorganisaties, op de eerste plaats die van Haschomer Hazair, Dror en Akiba, verenigden zich in juli 1942 tot de Joodse Strijdersorganisatie (Żydowska Organizacja Bojowa, ŻOB) – een naam waarin het streven al besloten lag. Al in september drongen de eerste leden aan op een onmiddellijke staking tegen de Duitsers, terwijl anderen, waaronder de belangrijkste leiders, ervoor pleitten om eerst grondige voorbereidingen te treffen.

    Veel tijd was er niet. Op 18 januari 1943 keerde de SS terug naar het getto om bewoners bijeen te drijven voor deportatie. De ondergrondse had dit niet verwacht, maar reageerde toch. Losse groepen van de Strijdersorganisatie, voornamelijk uit de gelederen van Haschomer Hazair onder leiding van Mordechai Anielewicz, meldden zich vrijwillig aan voor deportatie – en openden vervolgens het vuur op de mannen van Sammern-Frankenegg. Dit was geen gecoördineerde verzetsactie, maar ze creëerde wel genoeg chaos om de Duitsers te verrassen en hen te dwingen zich te reorganiseren. In de volgende vier dagen waren er herhaaldelijk afzonderlijke vuurgevechten, ook met andere groepen van de ŻOB. Toch slaagde de SS erin om meer dan vijfduizend mensen te deporteren naar Treblinka. Het plan was om er achtduizend te deporteren.

    Bittere les

    Voor de Joodse Strijdersorganisatie was dit dus gedeeltelijk een succes, maar ook een bittere les. Veel strijders, waaronder vrouwen, die op gelijke voet streden met de mannen, stierven door toedoen van de zwaarbewapende Duitsers – bij wie er ook twaalf sneuvelden en ongeveer vijftig gewond raakten. Dit was van doorslaggevend belang voor de legitimering van het verzet, want het versterkte de reputatie van de ŻOB en toonde aan dat die in staat was de bezetter het hoofd te bieden. Bovendien: omdat veel inwoners van het getto gehoor hadden gegeven aan oproep om onder te duiken, had de ŻOB bewezen leiding te kunnen geven.

    Mordechai Anielewicz ontsnapte ternauwernood aan de Duitse kogels. Zijn daadkrachtige en spontane optreden maakte hem tot held en droeg eraan bij dat de andere groepen hem tot hun opperbevelhebber kozen. Dat was vooral een symbolische functie, want ook in april handelden de groepen zelfstandig, als losse verzetscellen, en veel minder in termen van gecoördineerde actie. 

    Anielewicz had zelfs aanzien verworven bij de Polen, wat het gemakkelijker maakte om overeenstemming te bereiken met hun belangrijkste verzetsorganisatie, de Armia Krajowa. In de daaropvolgende weken ontving de verzetsbeweging 90 pistolen, 600 handgranaten, 15 kilo explosieven, een licht machinegeweer en materiaal om molotovcocktails te maken. Toch was het eerder een symbolisch teken van steun voor de vervolgde Joden, want het nationale Poolse verzet beschikte op dat moment alleen al in haar magazijnen in Warschau over een veel groter arsenaal. Alleen de socialistische ondergrondse – die weliswaar lang niet zo invloedrijk en goed uitgerust was als de Armia Krajowa – had echte sympathie voor de gettostrijders.

    Mochten Joden andere Joden doden als dat een hoger doel diende?

    Maar eerst moest er lering worden getrokken uit de bloedige botsing met de SS. Sommige lessen waren duidelijk: om snel te kunnen reageren was het van optimaal belang om mobiele gevechtsgroepen zo decentraal mogelijk te stationeren en ervoor te zorgen dat ze hun eigen wapendepots zo dicht mogelijk in de buurt hadden. Een concentratie van alle strijders in één zone moest worden vermeden, maar de communicatielijnen tussen de afzonderlijke eenheden moesten wel worden verbeterd. Het was ook belangrijk om het getto te beveiligen tegen collaborateurs, want er hadden al verschillende keren arrestaties plaatsgevonden vanwege aanklachten.

    Om dat te voorkomen moest een taboe worden doorbroken: mochten Joden andere Joden doden als dat een hoger doel diende? Het doel van het verzet was niet om elk leven te redden en kon dat ook niet zijn. Marek Edelman zei uiteindelijk over het strategisch doden van andere Joden: het kon noodzakelijk zijn – niet om te voorkomen dat anderen zouden sterven, maar om überhaupt een opstand uit te kunnen voeren. Zijn woorden wogen des te zwaarder omdat Edelman een overtuigd humanist was. Dat bleef hij ook na de oorlog, zelfs toen de Volksrepubliek Polen hem als lid van Solidarność gevangenzette. Tot zijn dood in 2009 was hij een gerespecteerde stem van de rede.

    Het verzet had financiële middelen nodig. In de nacht van 29 op 30 januari 1943 plunderde de ŻOB daarom de kas van de Judenrat van Warschau. Na een tip van Marceli Ranicki – in Duitsland bekend als [de literatuurcriticus] Marcel Reich-Ranicki – die destijds voor de Judenrat werkte, vervalsten zij de handtekening van de Judenrat-voorzitter en meldden ze zich om twee uur ’s nachts bij de kassier. Leden van de ondergrondse, gekleed in de uniformen van Joodse politieagenten uit het getto, vertelden de kassier dat de Gestapo geld nodig had. Zo ontving het verzet 150.000 zloty en zag het zijn reputatie verder groeien, vooral omdat de Judenrat de Gestapo informeerde maar er vervolgens niets gebeurde.

    Er was dus al veel in gang gezet in het belang van de ŻOB. Maar een zegevierende opstand tegen de Duitse militaire en vernietigingsmachinerie was nog steeds uitgesloten. De materiële situatie van de opstandelingen was hopeloos, en uiteindelijk was het slechts een kwestie van tijd tot de SS ook de laatste Joden zou deporteren. In principe had de Strijdersorganisatie geen andere optie. Weliswaar was er altijd verzet geweest in kleine getto’s in de bezette Sovjet-Unie, maar daar konden de overlevenden naar de omringende bossen vluchten en proberen zich aan te sluiten bij eenheden van de partizanen. Een vriendelijk ontvangst was echter niet gegarandeerd en de omstandigheden bleven ook na de vlucht levensbedreigend.

    De ondergrondse van het getto van Warschau stond voor het fundamentele dilemma van elk Joods verzet: acties met kans op succes waren er niet

    Voor meer dan 50.000 Joodse inwoners van Warschau was zo’n ontsnapping een illusie – in de omgeving waren geen uitgestrekte bossen en een massale ontsnapping was absoluut niet realistisch. Zelfs kleine groepen gewapende strijders die dat vanuit andere getto’s in Polen hadden geprobeerd, werden vaak verraden en vervolgens weggevaagd door de Duitsers. Substantiële hulp uit Polen was niet te verwachten, ook al werd er – net als in West-Europa – wel samengewerkt om kinderen te redden. De ondergrondse van het getto van Warschau stond dus voor het fundamentele dilemma van elk Joods verzet: acties met kans op succes waren er niet. Maar afwachten of kleine speldenprikken uitdelen, zoals partizanen en nationale groepen deden – uiteenlopend van het Franse verzet tot de Armia Krajowa – was met de Holocaust in volle gang geen optie.

    De Strijdersorganisatie wist maar al te goed dat haar situatie hopeloos was – net zoals die van alle Joden trouwens. Ze had goed door wat het Duitse plan was en dat het vaststond dat het Europese Jodendom van de aardbodem moest verdwijnen. Met het oog hierop wilde Warschau op zijn minst een bewijs van Joodse eer achterlaten. ‘Misschien omdat de bewuste keuze tussen leven en dood de laatste kans is voor iemand om zijn waardigheid te behouden,’ in de woorden van Marek Edelman. Het ging de leden van de ŻOB om een bewuste beslissing over hun levenseinde. Ze wilden de strijd met de Duitsers aangaan, ook al was die hopeloos. Ze wilden een signaal afgeven aan de wereld: Joden zouden zich niet zonder verzet laten vermoorden. De strijd om het getto van Warschau moest een baken worden voor de levenswil van zijn inwoners.

    Bunkers

    De opstand was niet gepland als een collectieve zelfmoord, maar alle strijders wisten dat ze konden omkomen. Dat was hun keuze. Er was geen wroeging tegenover degenen die zich niet bij hen wilden of konden aansluiten, bijvoorbeeld omdat zij voor hun gezin en kinderen moesten zorgen.

    De beschuldiging dat de Joden zich als lammeren naar de slachtbank hebben laten leiden, komt niet voort uit het discours van die tijd, maar hoort eerder thuis in extreemrechts naoorlogs revisionisme. Tijdens de oorlog werd deze uitdrukking anders gebruikt en omgezet in een positieve oproep om de wapens op te nemen. Het verzet wist heel goed dat andere inwoners van het getto bepaald niet zonder eer waren of zich uit lethargie vrijwillig hadden laten deporteren. Edelman zei na de bevrijding: ‘Deze mensen gingen rustig en waardig. Het is verschrikkelijk om zo rustig je dood tegemoet te gaan. Dat is veel moeilijker dan schieten. Het is veel gemakkelijker om al schietend te sterven.’

    De ŻOB zag zichzelf als de elite van het getto van Warschau. Ze bestond slechts uit ongeveer driehonderdvijftig strijders, plus nog een paar helpers. Ze wilde ook geen massaorganisatie worden. Kleine losse groepen waren bereid te helpen tijdens de confrontatie met de Duitsers, maar het merendeel van de gettobewoners was op zichzelf aangewezen. Geconfronteerd met de dreiging van een volgende deportatiegolf, bereidden ze wanhopig schuilplaatsen voor, bij voorkeur ondergronds, bevoorraad en met meerdere ingangen. Ze verwachtten dat ze in deze bunkers, waarvan er ongeveer zeshonderd waren, enkele weken zouden moeten verblijven, totdat de beproeving voorbij was.

    Poolse steun bleef meestal beperkt tot woorden en de levering van een enkel klein wapen

    In feite zouden de gevechten vele dagen duren, want de ŻOB was goed geïnformeerd en bevond zich naar omstandigheden in een optimale positie. Zo kon ze op 20 april zelfs de zeer symbolische Joodse vlaggen met de davidster verdedigen die op het Muranowskiplein wapperden. Op het terrein van de werkplaatsen in het getto, die fysiek gescheiden waren van het hoofdgetto, leden de Duitsers een zware nederlaag toen een enorme explosie hun opmars tot staan bracht en vele levens eiste. Ze reageerden met grootschalig gebruik van vlammenwerpers en zelfs met luchtbombardementen, waardoor het hele gebied in brand kwam te staan.

    De opstandelingen kregen weinig hulp van buitenaf. Weliswaar slaagde een eenheid van het Poolse communistische verzet onder leiding van de Joodse strijder Niuta Tajtelbaum erin een van de Duitse mitrailleursnesten uit te schakelen die het getto beschoten, maar verder bleef Poolse steun meestal beperkt tot woorden en de levering van een enkel klein wapen.

    Op de vijfde dag moest het verzet het Muranowskiplein ontruimen. De Duitsers haalden de vlaggen weg en veranderden hun aanpak. In plaats van in colonnes – die vanuit huizen in een hinderlaag konden worden gelokt en beschoten – rukten ze nu op in enkele pelotons. Omdat veel van de Joodse strijders al waren gevallen en de levenden weinig munitie over hadden, gebruikte ook de ŻOB een nieuwe tactiek: ze trokken zich terug in de bunkers en verlieten deze alleen om vanuit hinderlagen te kunnen toeslaan. De laatste grote slag met de Duitsers werd op 27 april geleverd, toen enkele honderden mensen die gedeporteerd zouden worden, werden bevrijd.

    Geen optie

    Tegen eind april was echt verzet geen optie meer. De eerste strijders zouden nu moeten proberen door de riolen naar de ‘Arische kant’ te vluchten om daar te overleven en eventueel steun te vinden. Maar die was er nog steeds niet. En dus kamde de SS huis na huis uit en stichtte opzettelijk brand om verscholen Joden de straat op te drijven, naar de deportatietreinen. Omdat de plafonds meestal van hout waren, veranderde het getto in één brandend inferno.

    Degenen die in bunkers zaten, verging het weinig beter. Begin mei hadden de Duitsers de meeste grotere schuilplaatsen al ontruimd en op 7 mei vonden ze ook de commandobunker van de ŻOB in de Milastraat 18. Daar verbleven ongeveer vijfhonderd mensen. De meesten van hen stierven toen Stroop een dag later gas naar binnen liet pompen. Onder de doden waren ongeveer honderdtwintig leden van de Strijdersorganisatie, onder wie hun leider Mordechai Anielewicz.

    Op 16 mei liet Stroop de Grote Synagoge opblazen en verklaarde hij dat de opstand was onderdrukt. Het had minstens vijftienhonderd man bijna een maand gekost om te zegevieren na felle huis-aan-huisgevechten met Joodse strijders die in de minderheid waren, volstrekt onvoldoende uitgerust, militair onervaren en verzwakt door hun lange tijd in het getto. Officieel bevestigde de SS- en politieleider zestien eigen doden en vijfentachtig gewonden; de werkelijke aantallen liggen waarschijnlijk minstens een factor tien hoger.

    De foto’s die hij gebruikte om zijn verklaring te illustreren waren bijzonder effectief. Ze werden wereldwijd verspreid, vooral de foto van een jongetje dat geschrokken en met opgeheven armen naar de camera rent. Het is het perspectief van de dader die zijn eigen overwinning illustreert met propagandistische bedoelingen. Niet het Joodse verzet is te zien, maar het moment van de Duitse triomf. Dat is vertekenend, want de verzetsleden wilden natuurlijk geen aanwijzingen nalaten, noch met foto’s noch met documenten. Het ontbreken van hun perspectief heeft historisch onderzoek vaak onbedoeld beïnvloed.

    Nieuws over de opstand in het getto van Warschau had zich als een lopend vuurtje verspreid

    Ongeveer tachtig leden van de ŻOB overleefden de opstand, maar slechts een tiental overleefde het einde van de oorlog. Hoewel de chaos van die lente mogelijkheden had geboden voor enkele ontsnappingen, zou het nog anderhalf jaar van onderdrukkende bezetting duren, voordat de bevrijding een feit was. Daarin was sprake van een niet-aflatende vervolgingsterreur. En terwijl de Duitsers systematisch alle gebouwen op het terrein van het voormalige getto opbliezen en op het puin concentratiekamp Warschau inrichtten, was het verhaal van het Joodse verzet nog niet voorbij: nieuws over de opstand in het getto van Warschau had zich als een lopend vuurtje verspreid. De voorbeeldfunctie voor vele andere verzetsactiviteiten kan nauwelijks worden overschat.

    Niet in de laatste plaats waren er de opstanden en massale ontsnappingen in de vernietigingskampen Treblinka en Sobibor in 1943, en de opstand van het Sonderkommando in Auschwitz-Birkenau in 1944. Ook voor de opstand van Warschau in 1944, waarbij veel ondergedoken Joden aan Poolse zijde vochten, was de opstand van 1943 een voorbeeld.

    Al in 1946 werd in de Poolse hoofdstad een eerste kleine gedenksteen opgericht voor de Strijders van het getto, in 1948 gevolgd door het beroemde gedenkteken waarvoor Willy Brandt in 1970 knielde: de vervolgden waren de overwinnaars geworden.

    Auteur Stephan Lehnstaedt is hoogleraar Holocauststudies en Joodse Studies aan het Touro College in Berlijn.

  • Een verloren wereld van sterke en vrije Iraanse vrouwen

    Een verloren wereld van sterke en vrije Iraanse vrouwen

    Rebel Rebel, de tentoonstelling van Soheila Sokhanvari, laat met iconen uit het vrije verleden zien wat Iraanse vrouwen sinds de machtsovername van Khomeini in 1979 is aangedaan. Een eerbetoon aan de grootmoeders van de jonge vrouwen die nu met gevaar voor eigen leven opkomen voor hun vrijheid.

    De Brits-Iraanse kunstenaar Soheila Sokhanvari kon niet vermoeden hoe actueel haar werk zou worden toen ze begon aan de portretten van Roohangiz Saminejad, de eerste Iraanse vrouwelijke hoofdrolspeelster in een geluidsfilm, en de iconische zangeres Googoosh (Faegheh Atashin). En ook niet dat het een serie zou worden van eenendertig portretten geschilderd in de traditie van de Perzische miniatuurschilderkunst. ‘Het is een meditatieve, diepgevoelde en doordachte poging om een verloren wereld van sterke en vrije Iraanse vrouwen te doen herleven,’ schrijft The Guardian over Sokhanvari’s tentoonstelling in het Londense Barbican Centre. 

    4. ONLY THE SOUND REMAINS PORTRAIT OF RAMESH
    © Soheila Sokhanvari. Courtesy of the artist and Kristin Hjellegjerde gallery

    Onder aanvoering van Iraanse vrouwen groeide onlangs een landelijke opstand uit tot een maandenlange strijd tegen de repressie van het regime. De protesten begonnen na de dood van Mahsa Amini, een tweeëntwintigjarige Koerdische vrouw die door de zedenpolitie werd gearresteerd vanwege een te losjes gedragen hoofddoek, en zijn uitgegroeid tot de grootste uitdaging voor de Islamitische Republiek sinds de Groene Beweging in 2009. De eis om de val van het regime wordt beantwoord met hard ingrijpen en doodsangst zaaien. 

    De vrouwen van Soheila Sokhanvari zijn van vóór Ayatollah Khomeini de macht overnam en hun bewegingsvrijheid drastisch inperkte

    De vrouwen van Soheila Sokhanvari zijn van vóór Ayatollah Khomeini de macht overnam en hun bewegingsvrijheid drastisch inperkte. Hun gezichten, afkomstig van oude foto’s, zijn in zwart-wit, maar Sokhanvari omringt hen met kleurrijke psychedelische patronen; de een heeft een vuurrode bloem in het haar en de ander poseert op een bank met achter zich behang uit de jaren zeventig en onder zich een antiek Perzisch tapijt. Wie deze vrouwen zijn, staat uitgebreid in de catalogus van de tentoonstelling. 

    16. TOBEH PORTRAIT OF ZAHRA KHOSHKAMFinal
    Tobeh, portret van actrice Zari Khoshkam, 2020. – © Soheila Sokhanvari. Courtesy of the artist and Kristin Hjellegjerde gallery

    Zari Khoshkam bijvoorbeeld, die met onbedekt lang haar in knielange rok en kniehoge laarzen op een jarenzeventigbank zit, kon na 1979 slechts doorgaan met acteren door berouw te tonen over haar verleden en haar naam te veranderen. Andere vrouwen op deze portretten emigreerden: Googoosh, die de minirok en een kort kapsel genaamd ‘Googooshy’ populair maakte, woont in LA en is op haar zeventigste nog steeds een ster. De zeer populaire filmster Forouzan had minder geluk toen ze zich beklaagde over de seksistische Filmfarsi-wereld van voor de Islamitische Revolutie. Ze was het beu om de aanwijzingen van regisseurs op te moeten volgen, zei ze eens in een interview. ‘Het moest altijd sexyer, wellustiger, rok iets meer omhoog, wat hitsiger en provocerender.’ In 1979 werd ze in de gevangenis gegooid, verloor al haar bezittingen en stierf in 2016 onbekend, tot zwijgen gebracht en vergeten. 

    Sokhanvari eert met Rebel Rebel de grootmoeders van de jonge vrouwen die nu met gevaar voor eigen en andermans leven opkomen voor hun vrijheid

    Sokhanvari eert met Rebel Rebel de grootmoeders van de jonge vrouwen die nu met gevaar voor eigen en andermans leven opkomen voor hun vrijheid. Voor de gelegenheid is de tentoonstellingsruimte van vloer tot plafond beschilderd met geometrische patronen gebaseerd op traditioneel islamitische motieven. De soundtrack, met nummers van Iraanse zangers uit die tijd, werd gecomponeerd door Marios Aristopoulos. 

    Soheila Sokhanvari: Rebel Rebel, The Curve, Barbican Centre, Londen. Tot en met 26 februari 2023.

    5. REBELPORTRAIT OF ZINAT MOADAB2021F.
    Rebel, portret van actrice Zinat Moadab, 2021. © Soheila Sokhanvari. Courtesy of the artist and Kristin Hjellegjerde gallery

    Lees ook:

  • Demonstranten in Peru: ‘Ze doen alsof we niets waard zijn’

    Demonstranten in Peru: ‘Ze doen alsof we niets waard zijn’

    Ongelijkheid, armoede en discriminatie liggen ten grondslag aan de explosie van woede op het platteland van Peru. Met protesten en wegblokkades verzetten campesinos zich tegen het rijke Lima. The Guardian reisde af naar het armere zuiden en sprak enkele opstandelingen.

    Keuze uit het archief

    Het Peruaanse parlement heeft donderdag twee moties van wantrouwen verworpen die waren ingediend door de oppositie tegen president Dina Boluarte. De Peruaanse president, die sinds december 2022 aan de macht is, wordt onderzocht wegens vermoedelijke illegale verrijking en het niet aangeven van luxe sieraden.
    Het eerste vrouwelijke staatshoofd van Peru staat bij veel Peruanen in een slecht blaadje, zo blijkt uit deze reportage van The Guardian van begin 2023. Het begon allemaal in december 2022, toen de linkse president Pedro Castillo werd afgezet en gearresteerd op beschuldiging van poging tot staatsgreep. Sindsdien heerst er een grimmige sfeer in Peru: demonstranten eisen dat Boluarte aftreedt vanwege de sociale ongelijkheid, schrijnende armoede en discriminatie in de samenleving, maar de protesten worden door de overheid hardhandig neergeslagen.

    Een voor een klimmen rebellerende campesinos op het geïmproviseerde podium dat ze bovenop een drie meter hoge barricade van aarde hebben gebouwd. Ze kondigen aan vastbesloten te zijn de president van Peru af te zetten. ‘Broeders en zusters, meer dan ooit heeft Peru ons nu nodig,’ zegt Nilda Mendoza Coronel, een vijfendertigjarige boerin, tegen honderden stakers die zich in de felle ochtendzon hebben verzameld. ‘We zullen vechten tot het einde, carajo!’ brult Mendoza door een megafoon. ‘Niemand stopt onze strijd!’

    In Sicuani in de Andes spoort een andere spreker, Aparicio Meléndez, de menigte aan om de berichten te negeren over legertroepen die onderweg zijn om hun opstand te beëindigen. ‘We blijven hier tot ze hun allerlaatste kogel hebben gebruikt,’ belooft de vijfenvijftigjarige veeboer terwijl hij uitkijkt over de demonstranten die de ruim vijftienhonderd kilometer lange snelweg door de Peruaanse Andes blokkeren.

    Op het asfalt achter de barricade is een woord gekalkt: ‘Volksopstand’. Sicuani is het centrum van de zeven weken durende opstand tegen de Peruaanse president, Dina Boluarte, en het politieke establishment van het land. De opstand begon begin december nadat de linkse president Pedro Castillo was afgezet en gearresteerd op beschuldiging van poging tot staatsgreep.

    Vreemde wind

    De laatste tijd waait er een vreemde en gewelddadige politieke wind door Latijns-Amerika en het Caribisch gebied, met een extreemrechtse opstand in Brazilië, een politieke en sociale meltdown in Haïti en protesten na de arrestatie van een prominente oppositieleider in Bolivia. Maar nergens is de onrust zo groot en zo dodelijk als in Peru, waar sinds de dramatische val van Castillo ten minste negenenzestig mensen het leven lieten.

    Protesten en wegblokkades legden grote gebieden van het op drie na dichtstbevolkte land van Zuid-Amerika lam. Het begon na de val van Castillo, toen zijn aanhangers – evenals anderen die woedend zijn over het fatale ingrijpen van de regering – de straat op gingen. Ze eisen het aftreden van Boluarte, nieuwe verkiezingen en gerechtigheid voor de naar verluidt tientallen slachtoffers die door veiligheidstroepen werden gedood.

    Om met de opstandelingen te spreken, reisde The Guardian door het zwaarst getroffen gebied tussen de steden Cusco en Juliaca in de Andes, waar op de meest gewelddadige dag zeventien mensen werden gedood. De slopende tocht van 340 kilometer duurt drie dagen en voert langs tientallen controleposten die worden bewaakt door demonstrerende campesinos, en langs honderden barricades van rotsblokken, boomstammen, kapotte voertuigen, glas en schroot.

    Onderweg zien we enorme sociale ongelijkheid, schrijnende armoede en discriminatie. Ze vormen de basis van de uitbarsting van de plattelandswoede. Veel demonstranten noemen het politieke establishment in de hoofdstad Lima corrupt, egoïstisch en voornamelijk wit.

    ‘Het is alsof we geen mensen zijn. Alsof we niets waard zijn’

    ‘Het is alsof we geen mensen zijn. Alsof we niets waard zijn,’ zegt Raúl Constantino Samillán Sanga, wiens dertigjarige broer werd neergeschoten in Juliaca tijdens botsingen tussen politie en demonstranten. ‘De hele Andes zegt er nu genoeg van te hebben en eist dat hier verandering in komt.’

    De reis door het centrum van de politieke aardbeving in Peru begint in Cusco, ooit de hoofdstad van het Incarijk en tegenwoordig de belangrijkste toeristische bestemming, met bijna drie miljoen bezoekers per jaar. Sinds het begin van de opstand zijn de toeristen verdwenen. De luchthaven van Cusco wordt herhaaldelijk door de autoriteiten gesloten en het nabijgelegen Machu Picchu ging al eerder deze maand dicht. ‘Iedereen is gespannen, bezorgd en ook een beetje bang,’ zegt Hannah Jenkinson, een Britse modeontwerpster die een boetiek runt in het nu grotendeels verlaten historische centrum van Cusco.

    Een paar straten verderop marcheren honderden demonstranten naar het plein waar in de achttiende eeuw de inheemse leider Túpac Amaru werd gevierendeeld en onthoofd na een opstand tegen de Spaanse overheersing. ‘Ze gaat eraan! Ze gaat eraan! De moordenaar gaat eraan!’ scandeert de menigte. De betogers doelen op Boluarte. Ze bewegen zich door de geplaveide straten van Cusco, zwaaiend met de roodwitte vlag van Peru.

    Vijfentwintig kilometer ten zuidoosten van Cusco, langs pre-Incaruïnes en bergen bezaaid met eucalyptus, ligt het dorp Villahermosa. Hier is de eerste grote wegblokkade, langs de Peruaanse snelweg Route 3S. Tientallen dorpelingen, waaronder oudere vrouwen met traditionele huaraca, slingers geweven van alpacawol, hebben de weg met boomstammen en banden geblokkeerd. Ze zijn woedend over de tientallen jaren dat de regering hen achterstelde en over de recente golf van doden, waarvan de meeste aan de veiligheidstroepen worden geweten.

    Geen spoor van compromis

    Juvenal Luna Jara, tweeëntwintig jaar, zegt dat hij zich een week eerder heeft aangesloten bij de opstand. Hij is razend omdat er zoveel demonstranten zijn gedood in het lang verwaarloosde zuiden van Peru. Dit deel van het land vormde het centrum van de twaalf jaar durende brute oorlog van guerrillabeweging Lichtend Pad. Volgens hem verloren in deze gebieden de meeste mensen het leven omdat provincianos [plattelanders] als tweederangsburgers worden beschouwd, of erger. ‘Het is alsof ze honden afmaken,’ foetert hij.

    Boluarte smeekte de demonstranten om een landelijke wapenstilstand te aanvaarden. Maar in Villahermosa is geen spoor van een compromis te bekennen. De boeren komen er bijeen om hun woede te uiten over de rol van de president bij de afzetting van Castillo, een voormalige vakbondsleider die in armoede werd geboren. In 2021 werd hij door verarmde plattelandstemmers in plaatsen als deze tot president gekozen.

    ‘Als er geen oplossing komt, gaan we door met de strijd,’ schreeuwen de dorpelingen voordat de auto van The Guardian zijn weg mag vervolgen. In elk dorp langs de met keien bezaaide snelweg is de boodschap hetzelfde: gedesillusioneerde en onderdrukte boeren verzamelen zich bij de blokkades en houden hartstochtelijke toespraken over de toestand van hun land en over hoe hun mijnbouwregio – die rijk is aan grondstoffen – is uitgemolken voor winsten waarvan ze hier nooit iets terugzagen.

    Dina Quispe huilt als ze de Peruaanse autoriteiten fel bekritiseert over hoe ze de demonstranten wegzetten als door narco’s gefinancierde terrucos (terroristen) en hoe ze de oproep tot politieke verandering hebben beantwoord met onderdrukking en bloedvergieten.

    ‘We zijn vernederd en vergeten,’ zegt de eenenveertigjarige verkoopster uit Checyuyoc. ‘Ze vermoorden onze broeders met kogels.’ Door haar tranen heen toont Quispe haar afschuw over het feit dat ze haar voornaam deelt met de eerste vrouwelijke president van Peru. Boluarte is de bliksemafleider geworden voor een veel grotere ontgoocheling over de mislukte politiek van een land dat de afgelopen zes jaar zeven presidenten versleet en waar een kwart van de bevolking moeite heeft om zich behoorlijk te voeden. Tegen verslaggevers zegt Quispe: ‘Breng alsjeblieft deze stem van protest uit het hart van het nederigste Peru naar de wereld.’

    Een paar kilometer verderop, in Sicuani, een stad die nu bijna volledig van de buitenwereld is afgesloten door wegversperringen, lopen honderden Quechua-vrouwen met sombrero’s, pollera-rokken en schitterende quilts. ‘We vechten voor onze toekomst en die van onze kinderen en kleinkinderen,’ zegt Roxana Chahuanco (40). Ondertussen bereidt de plaatselijke bevolking zich voor op een debat over de volgende stap, nu de regering heeft aangekondigd troepen te zullen inzetten om de wegen vrij te maken.

    Boluarte maakte de inwoners van deze regio vorige week nog bozer toen ze buitenlandse journalisten vertelde dat ‘Puno geen Peru is’

    Mendoza Coronel roept de inheemse martelaren Túpac Amaru en zijn vrouw Micaela Bastidas in herinnering en spoort de lokale bevolking aan hun boerenopstand tegen de ‘corrupte’ elite van Lima te intensiveren. ‘Ze kijken op ons neer omdat we kinderen van campesinos zijn en omdat we mensen van het land zijn,’ zegt ze.

    In het volgende dorp staat een koeienschedel op een paal bovenop een barricade van twee hopen puin en aarde. ‘Dat is Dina,’ grapt een van de vrouwen die de controlepost bewaken. 

    Nooit meer dezelfde

    Vanuit Sicuani klimt de snelweg nog hoger de Andes in naar de spectaculaire 4300 meter hoge grens met het departement Puno, waar inheemse Aymara-gemeenschappen ook in opstand zijn gekomen tegen de nieuwe regering.

    Boluarte maakte de inwoners van deze regio vorige week nog bozer toen ze buitenlandse journalisten vertelde dat ‘Puno geen Peru’ is, een verklaring waarvan de president later beweerde dat ze verkeerd was begrepen. ‘Wij zijn Peruanen,’ zegt een vrouw die een wegversperring buiten de stad Ayaviri bewaakt. ‘In Puno werd het Incarijk geboren.’

    Na Ayaviri daalt de snelweg af naar de grootste stad van Puno, Juliaca, een vervallen en gespannen mijn- en smokkelcentrum, waar antiregeringsprotesten woeden en lokale families rouwen om hun doden. Achter een metalen deur versierd met een zwart rouwlint zit María Ysabel Samillan Sanga, die begin januari op een maandag haar jongere broer verloor. Marco Antonio Samillán Sanga was een student geneeskunde die als vrijwillige arts in Juliaca werkte toen demonstranten probeerden de luchthaven van de stad te bestormen en de veiligheidstroepen met scherp schoten. De dertigjarige student werd in het hart geraakt toen hij een jongen verzorgde die traangas had ingeademd. Hij is een van de minstens zeventien mensen die die dag in Juliaca omkwamen. ‘Het was een slachtpartij,’ zegt zijn zus. ‘Er is geen ander woord voor.’

    Samillán Sanga huilt als ze vertelt hoe haar broer zich uit de extreme armoede opwerkte om medicijnen te studeren. Hij droomde ervan neurochirurg te worden en gezondheidsprogramma’s op te zetten voor de armen op het platteland van Puno. ‘Als het aan mij ligt, zou ik ook sterven, want er zijn dagen dat ik de pijn niet aankan,’ zegt ze, terwijl de tranen over haar wangen stromen.

    Ook volgens Samillán Sanga werden de dood van haar broer en de opstand in Peru veroorzaakt door discriminatie en vooroordelen. ‘We hebben gevoelens. Wij zijn mensen. We voelen. Huilen. Hebben emoties. En we lijden,’ aldus haar broer Raúl Constantino. De familie zegt te vrezen voor represailles van de regering, maar laat zich niet het zwijgen opleggen. ‘Ik hoop dat iemand dit leest en zich afvraagt: hoe gaat het met de familie Samillán Sanga?’ zegt María Ysabel. ‘De waarheid is dat we kapot zijn. Mijn familie wordt nooit meer hetzelfde.’

    Lees ook:

  • ‘Vrouwenrechten zijn onverenigbaar met religie’

    ‘Vrouwenrechten zijn onverenigbaar met religie’

    De Libanese schrijver en activist Joumana Haddad gaat tijdens een interview met Muwatin zonder omwegen in op de vrouwelijke seksualiteit en de ‘verwrongen’ kijk op viriliteit in de Arabische wereld. ‘Mannen moeten eens ophouden zo bang te zijn voor vrouwelijke begeerte.’

    De Libanese en Arabische cultuur verdeelt vrouwen gewoonlijk in twee groepen: vrouwen die mooi maar dom zijn en vrouwen die intelligent zijn maar hun uiterlijk verwaarlozen. Wat vindt u daarvan?

    ‘Dat hokjesdenken behoort tot de dingen die onuitroeibaar lijken in onze samenlevingen. Noch de ontwikkelingen om ons heen, noch de grotere publieke aanwezigheid, noch de kennisrevolutie, noch de humanistische feministische strijd heeft daarin verandering kunnen brengen. Deze link tussen vorm en inhoud is een van de talloze manieren waarop het machisme overal op de wereld, maar in het bijzonder in onze regionen, vrouwen onder de duim houdt.

    Het ergste is nog dat deze stereotypen kinderen van jongs af aan worden ingeprent

    Het ergste is nog dat deze stereotypen kinderen van jongs af aan worden ingeprent. Zowel jongens als meisjes groeien op met deze waandenkbeelden, waar ze nooit meer van loskomen.

    Het vergt veel tijd, veel verschillende stadia, veel goede wil en wilskracht om de zware strijd tegen onwetendheid te voeren. Wij zijn voor het merendeel nog ‘robots’ die moeten voldoen aan de normen die ons thuis, op school, door het godsdienstonderwijs, de televisie en de sociale media zijn opgelegd. Die botsen met het individueel bewustzijn en beperken de mogelijkheid om jezelf vragen te stellen en voor jezelf te beslissen.’

    De studenten

    In zijn eerste officiële reactie, achttien dagen na de dood van Mahsa Amini op 16 september, heeft de opperste leider van de Islamitische Republiek, ayatollah Ali Khamenei, de Verenigde Staten, ‘het zionistische regime’ (Israël) en hun ‘agenten’, evenals ‘enkele in het buitenland gevestigde Iraanse verraders’ ervan beschuldigd de protesten aan te wakkeren en heeft hij de ordetroepen opgeroepen ‘de criminelen het hoofd te bieden’. In de straten gaan de vrijwel dagelijkse betogingen door ondanks heftige repressie.

    Op zaterdag 1 oktober hebben de studenten zich bij de beweging aangesloten en diverse bijeenkomsten georganiseerd. Sinds het begin van de betogingen zijn er volgens de in Noorwegen gevestigde ngo Iran Human Rights (IHR) minstens 92 mensen gedood en honderden gearresteerd. Buiten het land zijn talrijke steunmanifestaties gehouden, van Los Angeles tot Mexico-Stad en van Belgrado tot Beiroet.

    In datzelfde kader worden vrouwen ofwel als ‘heilige’ ofwel als ‘prostituee’ bestempeld. Vanwaar die versimpelende tegenstelling?

    ‘Zowel mannen als vrouwen moeten ophouden de sensuele vrouw als tegendeel van de deugdzame vrouw te projecteren. De tegenstelling “heilige versus prostituee” bestaat niet. Ze is schadelijk voor de onderlinge betrekkingen en maakt die oppervlakkig. Elke prostituee is een heilige, elke sensuele vrouw is een deugdzame vrouw. Wij hebben het recht en zijn in staat om allebei tegelijk te zijn. Vooral mannen maar ook vrouwen moeten eens ophouden zo bang te zijn voor vrouwelijke begeerte. Die begeerte is weliswaar onbedwingbaar, maar juist daarom kan ze een onuitputtelijke bron van generositeit, van plezier en nieuwe ervaringen vormen. Laten we daar liever van profiteren!’

    Kan de oosterse man volgens u van een opstandige vrouw houden of is hij bang voor haar?

    ‘Nee, hij kan niet van haar houden, omdat hij haar niet begrijpt. Je zou beter kunnen zeggen dat hij haar begeerlijk vindt. Ze trekt hem aan als een magneet, maar tegelijkertijd stoot ze hem af. Omdat ze een vrije vrouw is, en omdat alles wat vrij is de oosterse en machistische man angst aanjaagt.

    In wezen beeldt dit soort mannen zich in dat het viriel is om degenen die lichamelijk, economisch, politiek of sociaal het zwakst zijn te onderwerpen, en soms geweld aan te doen. Ze denken dat ze daarmee hun angst kunnen maskeren. Maar dat is een verwrongen kijk op viriliteit. Het is een toevlucht tot iets wat het volstrekte tegendeel is van viriliteit.’

    In uw boek Superman est arabe schrijft u dat u atheïst bent. Bent u niet bang daarmee sympathisanten te verliezen?

    ‘Ik schrijf niet, ik denk niet en ik leef niet om sympathiek te worden gevonden of me populair te maken. Ik doe het om gehoor te geven aan mijn overtuigingen, aan mijn principes, aan mijn dromen en aan de talloze stemmen die in mij klinken. Ik denk en ik schrijf omdat ik het recht heb degene te zijn die ik ben, zonder opsmuk, zonder pluimstrijkerij, zonder concessies.

    Ik heb het recht openlijk te zeggen wat ik denk. Ook heb ik het recht niet-gelovig te zijn

    Ik geloof dat vrouwenrechten onverenigbaar zijn met religies. En ik heb het recht openlijk te zeggen wat ik denk. Ook heb ik het recht niet-gelovig te zijn. Net zoals gelovige vrouwen het recht hebben te denken en te zeggen dat religies vrouwen in ere houden. Waar ze niet het recht toe hebben, zij noch iemand anders, is om mij en anderen het recht te ontzeggen bepaalde meningen of overtuigingen aan de kaak te stellen.’

    Laat het Iraanse volk niet in de steek

    Zonder steun van de grote mogendheden en de VN zal deze opstand in bloed worden gesmoord, onderstreept de hoofdredacteur van Independent Persian die kritisch staat tegenover de Iraanse machthebbers.

    De opstand van het Iraanse volk na de dood van Mahsa Amini, die een symbool is geworden van alle onrechtvaardigheid, onderdrukking en chaos in het land en van de vernedering en het geweld waaraan de bewoners van dit grondgebied worden blootgesteld, gaat door.

    Er wordt geprotesteerd tegen een regime dat er de afgelopen veertig jaar alleen maar op uit is geweest om een leger van repressieve en paramilitaire groeperingen te vormen, zowel in Iran als in de rest van het Midden-Oosten, en zo zijn duivelse plannen ten uitvoer te brengen. Een regime dat is gegrondvest op het bloed van het Iraanse volk en dat zijn macht heeft versterkt door het massaal executeren van tegenstanders.

    De afgelopen jaren, tijdens andere protesten van het Iraanse volk, heeft dit regime honderden zo niet duizenden betogers gedood.Naast het leger, de paramilitaire troepen en de Revolutionaire Garde, een militaire elite-eenheid, beschikt Teheran over brigades uit het buitenland (Irak, Libanon, Afghanistan, Pakistan), die bij de huidige opstand kunnen worden ingezet om het volk te onderdrukken.

    Als de wereld het Iraanse volk niet op dezelfde manier steunt als het Oekraïense, zullen deze regering en haar militaire apparaat duizenden mensen afslachten.Het Iraanse volk heeft internet nodig om de wereld duidelijk te maken wat er gebeurt, maar meer nog dan internet heeft het meer solide steun nodig van andere regeringen en de Verenigde Naties om dit regime te kunnen veranderen.

    Alle sympathiebetuigingen van wereldleiders, alle tweets en alle sancties tegen mensen die met het regime worden geassocieerd zijn niet voldoende. Het Iraanse volk moet door de wereld worden gehoord. Laat het Iraanse volk niet in de steek in de strijd tegen zijn onderdrukkers.

    GettyImages 1425892421
    In veel landen zijn mensen de straat op gegaan om het protest te steunen tegen het tirannieke bewind in Iran. Symbool voor het verzet is het offeren van een haarlok. – © Chris McGrath / Getty Images

    In de Arabisch-islamitische wereld wordt seksuele vrijheid vaak geassocieerd met zedeloosheid, onreinheid of prostitutie. Wat vindt u daarvan?

    ‘Onreinheid bestaat niet op seksueel gebied. Iedereen mag vrijelijk over zijn eigen lichaam beschikken. Onreinheid, onzedelijkheid, prostitutie – echte prostitutie – bestaat alleen op intellectueel, politiek, economisch, ideologisch en religieus niveau. Onreinheid en onzedelijkheid zijn gelegen in tirannie, in onderdrukking, in corruptie, in het plunderen van natuurlijke hulpbronnen, in hersenspoeling, in het demoniseren van de ander.

    Op diezelfde manier is een “verantwoordelijk” seksleven geen seksleven dat “morele normen respecteert”. Voor mij is de verantwoordelijkheid gelegen in het feit dat je je tegen bepaalde seksueel overdraagbare ziektes of een ongewenste zwangerschap beschermt.

    Eén ding moet voor iedereen duidelijk zijn: een volwassen vrouw is de enige die bepaalt wat ze met haar lichaam doet

    Eén ding moet voor iedereen duidelijk zijn: een volwassen vrouw is de enige die bepaalt wat ze met haar lichaam doet, of ze een seksuele relatie wil hebben met duizend mannen, of vrouwen, of met helemaal niemand.’

    Vrouwenbesnijdenis wordt tegenwoordig zwaar bestraft en hersteloperaties aan de clitoris komen veelvuldig voor. Betekent dat een erkenning van de vrouwelijke begeerte, in dezelfde mate als die van mannen?

    ‘Wat voor erkenning? Van welke begeerte? Als er niet herhaaldelijk internationale campagnes tegen besnijdenis waren gevoerd, zou alles bij het oude zijn gebleven. Wie in hoge Arabische kringen bekommert zich nu werkelijk om vrouwelijke begeerte of het recht van vrouwen op seksueel genot? De machistische mentaliteit die bepalend is voor onze regimes en samenlevingen impliceert dat alleen de man genot ervaart. Voor hem is dat een “recht” dat is vastgelegd in de religieuze wetten. En de vrouw heeft alleen tot taak hem dat te verschaffen, dat is haar “heilige plicht”. Er zijn maar weinig partners die het genot van de vrouw belangrijk vinden. En dan vaak alleen om hun eigen potentie bevestigd te zien, niet omdat ze echt begaan zijn met het genot van de vrouw.’ 

  • In Iran slaan verschillende sociale klassen hun handen ineen

    In Iran slaan verschillende sociale klassen hun handen ineen

    Verschillende bevolkingsgroepen in Iran, ook die als hoeksteen van het regime werden beschouwd, uiten steeds vaker kritiek op de autoriteiten, die slecht bestuur en corruptie worden verweten. Kan de solidariteit tussen minderheden het regime aan het wankelen brengen?

    Lees ook de andere artikelen uit het Dossier ‘Vrouw, leven vrijheid’ over de protesten in Iran:

    » In Iran is ‘Dood aan Amerika’ veranderd in ‘Dood aan de dictator’

    » Het harde optreden van het Iraanse regime leidt tot een afkeer van religie

    » ‘Vrouwenrechten zijn onverenigbaar met religie’

    Deze opstandige wind waait uit een andere hoek. Natuurlijk, de economische crisis die Iran teistert heeft de afgelopen jaren steeds vaker betogingen uitgelokt. In 2017 zijn de Iraniërs de straat op gegaan om te protesteren tegen de stijging van de kosten van levensonderhoud als gevolg van de koersdaling van de rial. Twee jaar later kwamen er protesten tegen een verhoging van de brandstofprijzen door veranderingen in het subsidie-systeem.

    Sindsdien zijn er steeds vaker kleine, plaatselijke manifestaties om bijvoorbeeld meer rechten voor ambtenaren en arbeiders te eisen, of een betere watervoorziening voor de boeren in de regio Isfahan. De sociaaleconomische eisen van een bevolkingsgroep die tot dan toe als een hoeksteen van de volkssteun voor het regime werd beschouwd gaan steeds vaker gepaard met kritiek op dat regime, op het slechte bestuur, de corruptie. Hoewel de Islamitische Republiek voortdurend beweert het gewone volk te beschermen en te verdedigen tegen de bourgeoisie, aarzelt ze niet om haar goed geoliede onderdrukkingssysteem in te zetten om deze achtereenvolgende bewegingen te smoren.

    Er vinden in een vijftiental Iraanse steden demonstraties plaats naar aanleiding van de dood van de jonge Mahsa Amini

    Momenteel vinden er in een vijftiental Iraanse steden demonstraties plaats naar aanleiding van de dood van de jonge Mahsa Amini. Deze gebeurtenis, het voorlopige dieptepunt van een reeks gewelddadige arrestaties door de zogeheten ‘oriëntatiepatrouille’ van vrouwen die de geldende kledingregels niet respecteren, heeft in het hele land tot heftige emoties geleid. Bij de vrouwen en studenten die als eersten in opstand kwamen hebben zich inmiddels talrijke mannen aangesloten om gezamenlijk een van de hoekstenen van het gezag en de politiek-religieuze identiteit van de Islamitische Republiek ter discussie te stellen: de hidjab. 

    Een door het Westen gesmeed complot

    Volgens de conservatieve Iraanse pers, die nauwe banden heeft met het regime, wordt de protestbeweging op afstand aangestuurd door de vijanden van Iran, die er alleen maar op uit zijn het land te verzwakken.

    Voor de conservatieve pers is het zonneklaar: de betogingen die Iran al bijna drie weken lang in rep en roer brengen zijn het werk van ‘vijanden’ van de Islamitische Republiek. Volgens het blad Kayhan zit het Westen ‘achter de misdaden en het kwaad waardoor de straten worden geteisterd en separatistische terroristische groeperingen worden opgehitst’; met dat laatste wordt de Koerdische minderheid bedoeld, onder wie het oude streven naar autonomie weer is opgelaaid. Maar ‘de belangrijkste aanstichters van de rellen zijn elementen die zichzelf als “hervormers” bestempelen’, voegt de krant eraan toe.‘Er moet worden afgerekend met de terroristen, met de separatisten en vooral met de politici en bekende Iraniërs die het Westen in staat stellen het land binnen te dringen’, dikt Kayhan nog aan. ‘Iedere gelegenheid om de criminelen en verraders te bestraffen moet worden aangegrepen en de inspanningen om een landelijk informatie- en communicatienetwerk op te zetten [in plaats van het wereldwijde internet] moeten worden geïntensiveerd.’

    Om een sneeuwbaleffect te voorkomen heeft de Iraanse staat op 22 september de toegang tot internet, sociale media en berichtenapps drastisch beperkt.

    De krant Jam-e Jam concentreert zich op de Koerdische opstandelingen en schrijft dat ‘diverse gewapende separatistische groeperingen deze gespannen situatie aangrijpen om hun doelen te bereiken. Hoewel de Iraanse Koerden patriotten zijn, laten sommigen onder hen zich misleiden door de separatisten die een door de vijand aangewakkerd afscheidingscomplot nastreven.

    ’Volgens het dagblad Iran, een overheidsorgaan, ‘vormt de hoofddoekkwestie de kern van de psychologische manipulatie waarmee de vijand het volk probeert te mobiliseren’. De Iraniërs ‘zullen nooit met deze oproerkraaiers sympathiseren’ en de voorkeur geven aan ‘veiligheid’ boven chaos, in een regio waar ‘alle buurlanden met een crisis worden geconfronteerd’. De meerderheid van de bevolking is niet ‘voor afschaffing van de hoofddoek’, besluit de krant.

    Het dagblad Vatan-e Emrooz vreest zelfs voor een burgeroorlog: ‘De vijanden van Iran hebben altijd geprobeerd betogingen in rellen te laten ontaarden en rellen in een burgeroorlog. Ze dromen ervan om hetzelfde te doen als in Syrië en Libië.’Het blad Farhikhtegan, dat genuanceerder en kritischer is, legt de nadruk op de groeiende kloof tussen de politieke machthebbers en de jeugd. ‘De deelname van jongeren aan de betogingen was ongekend groot. Omdat er geen pogingen worden ondernomen een dialoog met hen aan te gaan, heeft een deel van deze jonge generatie haar eigen waarden gedefinieerd, die volstrekt onbegrijpelijk kunnen zijn voor andere generaties, met name die welke aan de knoppen zitten,’ verklaart Farhikhtegan.De ‘discriminatie in het onderwijs’ die is verergerd door de ‘privatisering van het onderwijsstelsel’ heeft bovendien de sociale ongelijkheid versterkt zodat veel jongeren ‘teleurgesteld zijn geraakt in de maatschappij en er een ontgoochelde generatie is ontstaan die niets opheeft met spirituele waarden’, waarschuwt het blad.

    Betogers hebben niet alleen bij wijze van protest hun hoofddoek verbrand, maar ook de ordetroepen bestookt met kreten als ‘Dood aan de dictator’, waarmee ze de opperste leider bedoelden, van wie afbeeldingen werden verscheurd. ‘Omdat de aanleiding ditmaal een sociaal-cultureel en politiek element in zich bergt, is de huidige opstand vergelijkbaar met die van de Groene Beweging van 2009,’ zegt Ali Fathollah-Nejad, als onderzoeker verbonden aan het Issam Fares Institute van de Amerikaanse Universiteit van Beiroet. Deze universiteit, sinds haar oprichting een van de grootste bedreigingen voor de Islamitische Republiek, had destijds op verzoek van de hervormingsgezinde maar onfortuinlijke presidentskandidaat Mir-Hossein Mousavi plaats geboden aan massale protestbetogingen tegen de als frau-duleus beschouwde verkiezing van Mahmoud Ahmadinejad.

    Vrijheid en brood

    Anders dan de Groene Beweging, die vooral in Teheran en op de universiteiten actief was, hebben de huidige protesten zich over het hele land verbreid, van Isfahan en Iraans Koerdistan, waar de jonge vrouw vandaan kwam die het symbool is geworden van de onderdrukking door het regime, tot aan Rasjt aan de Kaspische Zee.

    ‘De betogingen die zijn uitgelokt door de dood van Mahsa Amini weerspiegelen een veel grotere woede onder de bevolking vanwege het discriminerende juridische kader dat zowel vrouwen als etnische en religieuze minderheden en andere gemarginaliseerde groepen in Iran onevenredig zwaar treft,’ analyseert Gissou Nia, voorzitter van de raad van bestuur van het Iran Human Rights Documentation Center in New Haven, Connecticut.

    Bovendien had de middenklasse, die vooral snakte naar ‘vrijheid’, andere wensen dan de lagere klassen, die ‘brood’ eisten. De sancties die werden opgelegd door Donald Trump nadat hij het nucleaire akkoord had opgezegd hebben de economische crisis waar-onder de Iraniërs gebukt gaan alleen maar verergerd. Hoewel er gewoonlijk geheimzinnig over dit onderwerp wordt gedaan, liet president Ebrahim Raisi zich afgelopen augustus tijdens een persconferentie ontvallen dat de inflatie op jaarbasis meer dan veertig procent bedroeg. ‘Door de huidige omstandigheden in Iran lijkt het erop dat twee sociale groepen de handen ineenslaan: de middenklasse, die er de afgelopen jaren armer op is geworden, en de lagere klassen, die minder conservatief lijken dan vroeger of dan vaak wordt verondersteld,’ meent Ali Fathollah-Nejad.

    Kan de solidariteit tussen de verschillende klassen het regime aan het wankelen brengen?

    Kan de solidariteit tussen de verschillende klassen het regime aan het wankelen brengen? Tijdens zijn toespraak tot de Algemene Vergadering van de VN vorige maand in New York heeft de Iraanse president Ebrahim Raisi met geen woord gerept over de betogingen in zijn land, al werd daar uitgebreid over bericht door alle grote internationale media. Het belangrijkste doel van zijn reis, het nucleaire dossier en het opheffen van de internationale sancties die daarmee verbonden zijn, is op een dood spoor beland nadat de Iraniërs tijdens de onderhandelingen in Wenen eisen hadden gesteld die voor de Amerikanen onacceptabel waren. Talloze analisten verwachtten dat de repressie na Raisi’s terugkomst in Teheran op 28 september jongstleden verder zou toenemen, nadat de autoriteiten de dag daarvoor al officieel hadden bekendgemaakt dat er sinds de dood van Mahsa Amini zeventien mensen waren omgekomen, onder wie enkele politiemensen. Na haar dood en de eerste betogingen die daarop volgden werden het internet en sociale netwerken als Instagram en Whatsapp enige tijd stilgelegd. De gespecialiseerde site NetBlocks sprak van de meest omvangrijke internetonder-breking sinds de massale protesten in 2019. Volgens schattingen van Amnesty International heeft de digitale black-out van destijds, die een week duurde, meer dan driehonderd mensen het leven gekost, onder wie betogers.

    Ondanks zijn goed getrainde veiligheidsapparaat lijkt het regime in Teheran enigszins te aarzelen om zijn politiek-religieuze gezag te doen gelden, terwijl er ook geruchten gaan over de verslechterende gezondheidstoestand van de opperste leider, de 83-jarige Ali Khamenei. 

    Hoewel een openbare verschijning van de ayatollah aan iedere discussie een eind leek te willen maken, ligt de vraag over diens opvolging op ieders lippen en zou die opvolging weleens reden kunnen zijn voor een toekomstige koersverandering van de Islamitische Republiek. De presidentsverkiezing van 2021 had al laten zien dat er onenigheid bestond binnen de conservatieve elite die de scepter zwaaide en waarvan een deel dat als te gematigd werd beschouwd door de opperste leider opzij is geschoven ten gunste van Ebrahim Raisi. 

    ‘Irrationele lieden’

    Na de dood van Mahsa Amini hebben diverse hoogwaardigheidsbekleders kritiek geuit op de zedenpolitie, die door de president aan het begin van zijn ambtsperiode is versterkt en die door velen verantwoordelijk wordt gehouden voor de dood van de jonge vrouw. Parlementsleden hebben al gepleit voor een herziening van de gebruikte methoden, oftewel de opheffing van deze ordetroepen. Ayatollah Asadollah Bayat-Zanjani, een belangrijke religieuze figuur en tegenstander van het heersende regime, heeft felle kritiek geuit op ‘de gebeurtenissen en het gedrag van een stel illegale, irrationele lieden dat tot dit ongelukkige en betreurenswaardige incident heeft geleid’.

  • Het harde optreden van het Iraanse regime leidt tot een afkeer van religie

    Het harde optreden van het Iraanse regime leidt tot een afkeer van religie

    Volgens deze Jemenitische auteur heeft de focus van het Iraanse regime op religie in plaats van op de materiële nood van de bevolking een averechts effect. ‘Iran noemt zichzelf de “Islamitische Republiek”, maar het atheïsme is wijdverbreid.’

    Lees ook de andere artikelen uit het Dossier ‘Vrouw, leven vrijheid’ over de protesten in Iran:

    » In Iran is ‘Dood aan Amerika’ veranderd in ‘Dood aan de dictator’

    » Verschillende sociale klassen slaan handen ineen

    » ‘Vrouwenrechten zijn onverenigbaar met religie’

    Hoewel de dood van Mahsa Amini op 16 september jongstleden tot grote woede heeft geleid, weten de Iraniërs dat de aanstoot die het regime nam aan een ontsnapte haarlok illustreert hoe graag het met een overmaat aan religie tegenwicht wil bieden aan de materiële nood van de bevolking. 

    Omdat het regime er niet in is geslaagd de belangen van de Iraniërs hier op aarde naar behoren te behartigen, probeert het dat in een andere wereld te doen. Met andere woorden, in plaats van de mensen de mogelijkheid te geven hun leven hier beneden te verbeteren, wordt hun het walhalla daarboven voorgespiegeld.

    De opleving van het Koerdisch nationalisme

    De Iraanse Koerden, die deelnemen aan de protestbeweging, worden met harde hand onderdrukt. Deze volksopstand heeft hun oude aanspraak op territoriale autonomie weer doen opleven.

    De Iraanse Koerden zien de betogingen in Iran, waaraan ze actief deelnemen, als een mogelijkheid voor het land om zich te ontdoen van een religieus regime en de mensenrechtensituatie te verbeteren, maar ook als een mogelijkheid om hun oude aanspraak op autonomie weer van stal te halen, die aansluit bij het nationalistische streven van de Koerden in het Midden-Oosten naar een transnationale politieke gemeenschap van Turkse, Syrische, Iraakse en Iraanse Koerden, legt de pan-Arabische krant Daraj uit.

    De slogans – zoals ‘Koerdistan zal een begraafplaats voor de fascisten zijn’ – en de meegevoerde portretten van Abdul Rahman Ghassemlou – een van de meest vooraanstaande leiders van de Democratische Partij van Iraans Koerdistan, die in 1989 in Wenen is vermoord door de Iraanse inlichtingendienst tijdens een speciale operatie waaraan ook de Iraanse ex-president Ahmadinejad deelnam – laten zien dat de huidige beweging een Koerdisch nationalistisch tintje heeft.

    Deze etnische minderheid, die lange tijd is gemarginaliseerd, ziet bovendien raakvlakken tussen de Koerdische en de feministische beweging. ‘De meeste Koerdische feministen die in Iran gevangenzitten zijn gearresteerd om twee redenen, hun feministische betrokkenheid en hun [Koerdisch] nationalisme’, aldus de auteur van het artikel, die zelf een Syrische Koerd is.

    Daraj herinnert eraan dat deze wil om actiever in het geweer te komen tegen het regime al voor de huidige twisten bestond. De Democratische Partij van Iraans Koerdistan en de Democratische Partij van Koerdistan in Iran, de twee grootste Koerdische partijen in Iran, hadden zich afgelopen augustus al verenigd na een schisma van zestien jaar.

    De twee partijen, die over een militaire vleugel beschikken, de Peshmerga, hebben toen het begin van een nieuwe fase aangekondigd ‘in de strijd tegen het regime van de Islamitische Republiek Iran en tegen ieder plan dat het pluralisme en de rechten van minderheden ontkent’.

    Teheran zegt bovendien dat er Peshmerga-strijders deelnemen aan de betogingen in Koerdische steden, wat door de Koerden wordt ontkend. Het is vermoedelijk een excuus om de repressie op te voeren, besluitDaraj..

    De tegenstelling tussen discours en praktijk is schrijnend. Het is de tegenstelling tussen de ‘Islamitische Republiek’ en een moordzuchtige handhaving van de ‘goede zeden’. Tussen de bewering dat men de islam wil koesteren als het licht in de ogen en het met harde hand uitdragen van de religieuze ideologie.

    Voor een groot deel van de samenleving lijkt religie dus een eenvoudig instrument in handen van het regime om ieder streven naar een beter leven de kop in te drukken. Dat werkt een afkeer in de hand van alles wat naar religie riekt. In die zin is de opstand tegen het verplicht dragen van een hoofddoek in feite een afwijzing van de ideologische fundamenten van het regime, met zijn velayat-e faqih-doctrine [de voorrang van religie op politieke macht].

    Deze doctrine vormt de basis van het bewind van opperste leider Ali Khamenei, wiens beeltenis in tal van Iraanse steden door betogers in brand is gestoken. Khamenei vertegenwoordigt een militair-religieuze macht, die het resultaat is van een verbond tussen de sjiitische geestelijkheid en het leger rond de Revolutionaire Garde.

    Afkeer

    De afkeer komt ook tot uiting in een reeks verschijnselen die hand over hand toenemen: atheïsme, drugsgebruik, meer criminaliteit, stijgende emigratie. Het zijn verschijnselen die zich ook in andere moslimlanden voordoen, om soortgelijke redenen. Deze redenen houden verband met de vervlogen hoop op democratisering, met economische tegenslag en met werkloosheid. Maar daar komt het cynische gebruik van religie voor politieke doeleinden nog bij.

    73 procent van de Iraniërs is tegen het verplicht dragen van een hoofddoek

    Toch vormt Iran een geval apart, vanwege de duidelijke afkeer van religie die er in het land heerst. Tijdens een peiling in juni 2020, zo meldde de in Londen gevestigde televisiezender Iran International, zei 73 procent van de ondervraagden tegen het verplicht dragen van een hoofddoek te zijn en verklaarde slechts 26 procent te geloven in imam Mahdi, wiens terugkeer van het einde der tijden een belangrijk element vormt van het hedendaagse sjiisme. Van de 61 procent van de ondervraagden die zei uit een gelovige familie te komen verklaarde 60 procent nooit meer te bidden.

    Daar komt nog bij dat de sjiieten in Ahwaz, een regio in het zuidwesten van Iran met een grote Arabischtalige bevolking, zich in groten getale tot het soennisme bekeren. Daarmee willen ze afstand nemen van het staatssjiisme van de Iraanse machthebbers, dat ze associëren met het streven naar hegemonie van Iraanse nationalisten. Het soennisme daarentegen verenigt hen in hun ogen met de andere Arabische landen, waar de soennieten veruit in de meerderheid zijn.

    De voetballers

    Net als veel andere bekende Iraniërs hebben diverse voetballers zich solidair verklaard met de protestbeweging.

    Op 27 september, tijdens een vriendschappelijke wedstrijd van Iran tegen Senegal in Wenen, hebben de Iraanse spelers tijdens het spelen van de volksliederen hun shirt onder een zwarte parka verborgen. Sterspeler Sardar Azmoun heeft boodschappen op Instagram gepost om de betogers te steunen, zoals deze: ‘Schandalig dat jullie het volk zo moeiteloos hebben vermoord en leve de vrouwen van Iran.’ Boodschappen die hij uiteindelijk heeft moeten verwijderen onder druk van de autoriteiten, die hebben beloofd ‘beroemdheden te zullen aanpakken die olie op het vuur gooien’. Volgens de Iraanse krant Javan hebben de Instagramposts van een andere legendarische voetballer, Ali Karimi, ‘heel wat meer invloed dan universiteitsdocenten’.

    Terwijl de vertegenwoordigers van religieuze instanties rijkelijk profiteren van de eerder genoemde overmaat aan religie, leeft meer dan de helft van de bevolking onder de armoedegrens. Toch is Iran een van de landen met de grootste natuurlijke hulpbronnen ter wereld en zou de economie moeten floreren, ware het niet dat het militair-religieuze verbond in alle lagen van de maatschappij is doorgedrongen om deze hulpbronnen aan zijn eigen politieke en geopolitieke ambities te verspillen.

    Zo geeft het verhaal van Mahsa Amini en duizenden andere Iraanse vrouwen inzicht in de ware aard van een regime waarvan de uitspraken niet stroken met de praktijk. Het gebruikt de zedenpolitie als dekmantel voor het plegen van moorden en ontketent oorlogen onder de vlag van islamitische eenheid. Het noemt zichzelf ‘Islamitische Republiek’ maar het atheïsme is wijder verbreid dan onder het monarchistische bewind van de sjah. 

    Lees ook:

  • ‘Vrouwen, leven, vrijheid’

    ‘Vrouwen, leven, vrijheid’

    Opening dossier – Protesten in Iran

    De moord op de 22-jarige Mahsa Amini leidde in de afgelopen weken tot massale demonstraties tegen het hardvochtige regime van ayatollah Ali Khamenei, dat het protest met geweld uit elkaar probeert te slaan. Wat moet er gebeuren om deze revolutie te laten slagen?

    ANP 456146374 1
    Een billboard in Teheran, opgehangen in opdracht van de Islamitische Revolutionaire Garde, met ongeveer vijftig gesluierde ‘Vrouwen van mijn land’, moest heel snel worden weggehaald nadat drie vrouwen bezwaar maakten tegen misbruik van hun afbeelding. Actrice Fatemeh Motamed- Arya, was de eerste die protesteerde. In een video (zonder hijab), zei ze: ‘Ik ben Mahsa’s moeder, ik ben Sarina’s moeder. Ik ben de moeder van alle kinderen die in dit land zijn vermoord. Ik ben de moeder van het hele land Iran, maar geen vrouw in het land van moordenaars.’ – © STR / AFP
  • Ecuador: 43 doden bij nieuwe gevangenisopstand

    Ecuador: 43 doden bij nieuwe gevangenisopstand

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Spanje wil abortuswetgeving verruimen en menstruatieverlof invoeren

    » Noord-Korea meldt eerst coronabesmetting sinds uitbraak pandemie

    Oorlog rivaliserende drugsbendes om macht in de gevangenissen

    Bij een nieuwe opstand in een gevangenis in Ecuador zijn drieënveertig mensen omgekomen, aldus El Mercurio. Het geweld vond maandag plaats in de gevangenis van Bellavista, zo’n 80 kilometer ten westen van Quito. Ongeveer honderd gevangenen ontsnapten tijdens botsingen tussen rivaliserende bendes. De politie voert momenteel controles uit in de andere gevangenissen van het land ‘om een uitbarsting van geweld te voorkomen’, meldt El Mercurio.

    Conflicten, vaak met extreem geweld, zijn aan de orde van de dag in Ecuadoraanse gevangenissen, waar sinds februari 2021 bijna 350 gedetineerden zijn omgekomen. Volgens de regering voeren rivaliserende drugsbendes, die opgegaan zijn in of gecontroleerd worden door Mexicaanse kartels, een meedogenloze oorlog om de overvolle gevangenissen in handen te krijgen, een oorlog die de autoriteiten tot dusver niet hebben kunnen bedwingen.

    Lees ook:

  • Peru: Noodtoestand afgekondigd op snelwegen vanwege truckersprotest

    Peru: Noodtoestand afgekondigd op snelwegen vanwege truckersprotest

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Twee derde van de Britse jongeren mist lockdowns» 

    » Malinese leger en vermoedelijke Russische huurlingen doden 300 burgers in Mali

    Chauffeurs en boeren protesteren tegen brandstofprijzen

    De Peruaanse regering heeft donderdag de noodtoestand afgekondigd voor alle snelwegen, als reactie op een opstand van vrachtwagenchauffeurs en landarbeiders die een aantal wegen in het land blokkeren uit protest tegen de stijgende brandstofprijzen. Het decreet bepaalt dat de politie in staat zal zijn ‘met steun van de strijdkrachten de controle en de orde te handhaven‘, aldus de radio RPP.

    Het besluit komt na de dood van een demonstrant. Tijdens botsingen met de politie afgelopen woensdag met de politie bij een wegversperring in Ica, in het zuiden van het land, viel er één dode en raakte er vijftien mensen gewond.

    Lees ook:

  • Loekasjenka: de laatste dictator van Europa

    Loekasjenka: de laatste dictator van Europa

    De Belarussische president Aleksander Loekasjenka houdt zijn land al ruim 25 jaar in een wurggreep. De Poolse reporter Grzegorz Szymanik bezocht zijn geboortestreek en dook in het onthutsende verleden van de autoritaire leider, ook wel ‘Pappie’ geoemd. Zijn verhaal helpt ons zowel de persoonlijkheid van de brute dictator, alsook de recente ontwikkelingen in Belarus beter te begrijpen.     

    Keuze uit het archief

    Deze week hielden Belarus en Rusland nucleaire oefeningen en kondigde Oekraïne aan zijn noordgrens te versterken uit angst voor een mogelijk nieuw front in Noord-Oekraïne. Zelensky vreest dat Belarus zich weleens in de oorlog zou kunnen mengen, ook al wordt dat door de Belarussische president Aleksandr Loekasjenka tegengesproken.
    Wie is deze man eigenlijk, die ook wel bekendstaat als ‘de laatste dictator van Europa’? De Poolse journalist Grzegorz Szymanik bezocht zijn geboortestreek, sprak met oude kennissen van hem en verdiepte zich in zijn verleden. Deze reportage van Gazeta Wyborcza vormt de weerslag van zijn ervaringen.

    Dat Belarus het land van de zon is, wordt door de staat bekrachtigd. Ongeacht van welke kant je het land binnenrijdt, zie je de affiches ‘Welkom in het land waar de zon altijd schijnt’. Vervolgens om de haverklap: ‘Het land van de zon’, ‘Het land van de zon’, ‘Het land van de zon’, meiden tussen het graan, arbeiders met helmen op. Militairen. Allemaal spreken ze glimlachend in de hoofdletters: ‘IK HOUD VAN MIJN LAND’, ‘BELARUS – EEN FIJN THUIS’, ‘BELARUS – MIJN LIED’.

    Dit alles om het gebod ‘eer uw vaderland als uw moeder’ niet te vergeten. Eer uw vader.

    Hoe ver kan Loekasjenka gaan?

    Na de spectaculaire kaping van een Ryanair-vliegtuig in Minsk en de arrestatie van een Belarussiche oppositielid aan boord, heeft Loekasjenka de toorn van zowel de EU als de VS op zijn hals gehaald.

    De leiders van de Europese Unie hebben besloten het luchtruim van Belarus te mijden en een nieuwe reeks sancties in te voeren tegen het regime van Aleksander Loekasjenka. Ook de VS veroordelen de ‘schandalige’ gebeurtenis. Beide machtsblokken eisen de onmiddellijke vrijlating van de gearresteerde journalist Roman Protasevitsj.

    Volgens de Russische krant Vedomosti probeert Loekasjenka de EU en de VS te provoceren tot het opleggen van zeer strenge sancties om zo de steun van Rusland te winnen. ‘Deze strategie is erg in de stijl van Loekasjenka’, aldus de krant.

    Die stijl van Loekasjenka komt in dit artikel helder naar voren. Zo windt de president zich op dat hij ‘zoveel doet voor de mensen‘, maar dat ze desondanks klagen dat hij ze ook wel eens ‘een pak rammel geeft’. Er komt een uitgever van een kritisch krantje met nog geen 300 lezers aan het woord, die net die dag ontslagen is. Een oude kennis van Loekasjenka kreeg van hem een baan aangeboden: krantenredacties sluiten.

    De situatie lijkt de afgelopen tien jaar, sinds de auteur de reportage maakte, niet veel veranderd. Tegenstanders werden vergiftigd, vermoord of verdwenen. ‘Vergaf hij vroeger niet, dan vergeeft hij nu ook niet. Was hij vroeger onverbiddelijk jegens zijn opponenten, dan is hij dat nu ook’, aldus een journalist in het artikel. Desondanks blijven velen Loekasjenka trouw. Want Pappie, dan ben je toch zeker voor altijd?

    Dit verhaal verscheen eerder op 360magazine.nl in december 2020.

    Vandaag verdwijnt het land van de zon onder een pak sneeuw. Alle erven zijn eronder bedolven, verdomme, je kunt je stulp niet uit. De koe, nog niet gemolken, loeit in de stal. Een oud vrouwtje fietst over de weg. De wind blaast haar in het gezicht, en blaast haar bijna omver.

    ‘Waar gaat u heen, omaatje?’

    ‘Naar de jacuzzi.’

    Ah, die mooie jacuzzi die Pappie heeft laten bouwen. Waarom zou hij het zijn streekgenoten niet gunnen? Hij ging hier naar school, hij beheerde een sovchoz [collectieve boerderij in handen van de staat ten tijde van de Sovjet-Unie]. De makker die met dezelfde melk werd grootgebracht.

    Tegenwoordig doen zelfs excursies het gebied tussen Vitebsk en Mohylev aan, waar Sjklov, Kopys en het piepkleine Aleksandrja liggen. Men wil de geboortegrond van de president zien. Hoe is het daar?

    Nou, het is er onverbiddelijk. Net als de president zelf. Wie niet naar de grond luistert, zal geen brood hebben. Maar getoonde trouw wordt beloond. Hij is haatdragend. En onveranderlijk.

    Zoals Pappie.

    ‘Hij was al zo toen hij hier woonde,’ zullen de meesten zeggen. ‘Hij was goed, charosjij, hield vast aan discipline.’

    ‘Hij was al zo toen hij hier woonde,’ zullen weinigen zeggen. ‘Een stuk verdriet was hij. Maar wie had gedacht dat hij ons ging vermoorden?’

    © euronews

    Waar kwam Aleksander vandaan? Zijn moeder, Katsiaryna Loekasjenka, ging werken in Orsja en kwam met de president in haar buik terug. Wie was zijn vader? Een zigeuner, zeggen ze. De eenogige chauffeur Grisja uit de linnenbewerkingsfabriek, zeggen ze. ‘Mijn vader kwam om in de Grote Vaderlandse Oorlog,’ voegt de president er zelf aan toe. Maar de laatste schoten vielen negen jaar voordat hij werd geboren. Heeft hij zo lang in zijn moeders buik liggen wachten? Een wonder? Het is onbekend.

    Wat wel bekend is, is het volgende: Kopys, 1954, augustus.

    De 30ste of 31ste augustus? Dat is dan weer onbekend. Vroeger werd zijn verjaardag officieel op de 30ste gevierd, maar sinds twee jaar geldt een nieuwe verordening: de president is jarig op 31 augustus, net als zijn jongste zoon Kola.

    Hij kreeg de naam Aleksander, de beschermer van de mensheid, en groeide op in het nabije dorp Aleksandrja, aan de andere rivieroever.

    ‘Ik zat met mijnheer de president samen in de eerste klas van de basisschool,’ zegt Aleksander Aleksijevitsj, leunend tegen een verrot deurkozijn van de veranda, zo verrot dat het elk ogenblik kan omvallen en de ruit doen sneuvelen. Dat wil zeggen, als in de ramen van het huis van Aleksander Aleksijevitsj tenminste glas zou zitten. Er zit folie in. Aleksander Aleksijevitsj trekt zenuwachtig aan zijn sigaret in een sigarettenpijpje van gedraaid aluminium. ‘Wie had gedacht dat hij president zou worden? Ik voetbalde met hem in de modder. En nu komt hij langs met een auto, chique gekleed, gaat even wandelen. Waarom zou ik hem proberen te benaderen? Wat voor hulp heb ik nodig? Nou ja, ik heb geen verwarming, maar ik stook met hout, het gaat prima.’

    ‘Maar is het beter nu Pappie regeert of was het beter onder de Sovjets?’

    ‘Ik heb hoofdletsel. Wat ik me kan herinneren, herinner ik me.’ Aleksander Aleksijevitsj krabt zijn hoofd alsof hij dichter bij zijn herinneringen zou willen komen. ‘Om een of andere reden kan ik me dat niet herinneren.’

    ‘Ik zeg niets! Waarom zijn jullie hier aan het snuffelen? Onze president is een goed mens, hij bevalt ons wel’

    Nog maar weinigen in het dorp kunnen zich de president herinneren. Allemaal forensen. Een goede plek, ‘de geboorteplaats van presidenten’, er komen steeds meer huizen bij. Ze hebben niet gezien in wat voor armoede Pappie leefde, hoe de jochies aan zijn oren trokken omdat hij geen vader had. Wat kunnen ze vertellen?

    Het boerenhuisje, waar de president op een aardappeldieet groeide als kool, is er ook niet meer. Toen hij president werd, beval hij het plat te gooien. Op die plek staan nu een houten wachthuisje, een bank en een tafeltje. Je kunt er even gaan zitten, een slokje thee uit je thermosfles nemen, op een augurkje uit het koninkrijk der augurken knabbelen en een blik werpen op het land van de zon.

    ‘De oude schoolarts zou zich hem kunnen herinneren,’ herinnert Aleksander Aleksijevitsj zich en stopt met zijn hoofd krabben. ‘Hij zou iets kunnen vertellen.’

    De schoolarts Nikolaj Danilovitsj Jelski: ‘Ik zeg niets! Waarom zijn jullie hier aan het snuffelen? Onze president is een goed mens, hij bevalt ons wel,’ zweert hij en vervolgt: ‘Natuurlijk kan ik het me herinneren! Mijn vrouw Tamara Ivanovna heeft samen met hem gewerkt. Zo was het toch, Tamara Ivanovna?’

    Tamara Ivanovna fatsoeneert haar bloemetjeshoofddoek, tikt met haar wandelstok en verdwijnt in een andere kamer.

    ‘Toen hij hier voor het eerst als president kwam, vroeg hij: “Hoe gaat het met jullie, streekgenoten?” “Goed hoor, Aleksander Grigorjevitsj!” antwoordde ik, waarop de president zei: “Ga dan aan het werk en leef!” En dus werk ik. Ik heb een koe en konijnen. En ik leef. En ik heb het goed. Tamara Ivanovna, zeg eens wat!’

    ‘Dat interesseert me niets!’

    ‘Tamara was de mentor van de eerste klassen van de basisschool toen Pappie hier geschiedenisles gaf. Ik heb dertig jaar als arts gewerkt. Mijn pensioen bedraagt zevenhonderdduizend Belarussische roebels. In de winkels is alles te koop, worsten, vleeswaren, ik kan het me veroorloven. We hebben hier ook een zwembad, een sauna, een jacuzzi. Hij heeft een school voor ons laten bouwen, en een sportcomplex en asfaltwegen. O, er reed een auto voorbij! Tegenwoordig heeft hier een op de drie een auto. Er is ook een hotel en een volgende is in aanbouw. Want er komen excursies hierheen uit Minsk en zelfs uit Rusland! Wat ze bezoeken? Er is een museum, een zaal in de oude school waar de president op zat. Ik ga het even laten zien, maar alleen van de straatkant, want anders moet je met een militieagent komen en er toestemming voor hebben. Wie weet leg je er wel een explosief onder.’ Nikolaj knijpt zijn ogen dicht.

    Door de ruit zijn de netjes opgestapelde boeken te zien. Alsof de kleine Sanja, zoon van een melkboerin en een onbekende vader, gisteren nog met de neus in de boeken aandachtig zat te lezen over de kleine Ioseb Dze Besarionis Dzjoegasjvili, zoon van de schoenmaker Vissarion en de wasvrouw Jekaterina.

    Hij moest wel van de geschiedenis houden aangezien hij naar Mohylev vertrok om er geschiedenis te gaan studeren.

    Sasja uit Sjklov

    In het land van de zon, het koningrijk der augurken, opgesloten in een kasteel, woont prinses Halina. De prinses is al met pensioen, maar ze verdient nog wat bij bij een Regionaal Uitvoeringscomité. Ze organiseert de verblijven in de sanatoria. Ze heeft Sasja leren kennen op de basisschool. Vier kilometer legde hij af om bij haar te zijn. Ze was zo gewoontjes en rustig. En ook hij was vroeger zo gewoon. Later niet meer.

    Hij vertrok naar Minsk om het land te besturen, zij bleef achter op de boerderij met de koeien. ‘Echtgenotes horen zich niet te bemoeien met de zaken van de staatsambtenaren,’ zei hij. Waarom deed ze het dan? Ze liet aan de journalisten zien hoe ze de koe Milka aan het melken was. Een koe aan de tieten trekken, zoiets hoort toch niet bij een first lady? Pappie verbood contacten met de pers en sloot de prinses in het kasteel op: om een groen huisje in Rizkovitsje (tegenwoordig een wijk van Sjklov) liet hij een muur bouwen. Er is een controlepost naast geplaatst. Als er iemand stopt en te lang blijft kijken, wordt er meteen gecontroleerd: Wie is het? Wat wil hij? Wat voor een verdacht gezicht is dat? Waarom zulke lange armen? Waarom zulke onrustige ogen? Waarom glimlacht hij? Is er iets om te lachen? Voor wie is hij bang? Misschien heeft hij een reden om bang te zijn?

    Het zestienduizend inwoners tellende stadje Sjklov nabij Aleksandrja is het koninkrijk der augurken. De hele regio staat bekend om de augurken die er worden verbouwd en verwerkt. De augurk heeft zelfs een standbeeld in Sjklov. Glimlachend houdt een manshoog augurkenmannetje een met augurken gevuld mandje vast. In het plaatselijke museum bevindt zich een wand die aan de president is gewijd. Vanaf de foto’s blinkt het gebit van de president, die door de lokale notabelen wordt verwelkomd.

    Pappie en augurken zijn de symbolen van Sjklov. Sasja is hierheen gekomen omdat hij geen tractorchauffeur wilde worden zoals de andere jongens van het dorp. Maar hij wist nog niet wat hij wel wilde gaan doen. Hij gaf geschiedenisles, hij probeerde het in het leger als politruk [ambtenaar van de Communistische Partij die is aangesteld om de communistische ideologie te versterken in het leger]. Hij was op zoek naar zijn roeping, naar iets waarin hij goed zou zijn.

    ‘Je kunt toch geen slechte herinneringen aan de president hebben?’ verbaast Misjka zich in zijn vlak bij Sjklov gelegen huisje, dat bedekt is met sneeuw als dumplings met dikke room. Misjka is 21 jaar oud en gedurende zijn hele jonge leven steunde hij Loekasjenka. Maar de laatste tijd is er bij Misjka een revolutie te bespeuren. Men zegt dat hij tijdens de presidentsverkiezingen op Sannikau heeft gestemd, degene die in de gevangenis werd gezet.

    ‘Misja, wat is er gebeurd?’

    ‘Ik heb op Sannikau gestemd. Of misschien op Niaklajeu? Ik kan het me niet herinneren. Ik had haast toen ze met de stembus langskwamen. Ik heb snel iets aangekruist zonder goed te kijken. Later, toen ze op de televisie lieten zien wat er op het plein in Minsk aan de hand was, de protesten en rellen, toen kreeg ik er spijt van. Zo’n land hebben we niet nodig.’

    Want nu heerst er, volgens Misja, vrede en rust, wat wil je nog meer. Hij heeft werk en hij wordt naar de bouwplaats gebracht. Hij verdient 500 dollar per maand. Nou ja, Misja heeft dat geld nog niet gezien, maar dat werd hem beloofd (Misjka’s moeder, die vroeger in een sovchoz met Loekasjenka heeft gewerkt, krijgt een salaris van 260.000 Belarussische roebels, dat wil zeggen 90 dollar). En dan op zondag naar de sauna en vrienden zien. Een prima leven. Daarom wordt Misja voorzichtiger bij de volgende verkiezingen.

    ‘En degenen die niet van hem houden, koesteren zij misschien om een of andere reden wrok tegen hem?’ vraagt Misjka zich af.

    In geval van een geldtekort in het land laat Pappie geld bijdrukken

    Natuurlijk zijn die er ook, zelfs op de geboortegrond van de president zijn er egoïsten die hem niet als Vader willen.

    ‘In het vlak bij Sjklov gelegen dorp Dobrejka woont Pjotr Migoerski. Wat is hij allemaal niet aan het doen, hoe strijdt hij niet tegen het regime! Een moedige, harde werker. Verbazingwekkend dat hij nog niet is ontslagen,’ vertelt journalist Anatol Gulajeu, een oude kennis van Loekasjenka.

    ‘Kom, we gaan een glaasje drinken want ik ben vandaag ontslagen,’ zegt Pjotr Migoerski.

    Migoerski was ooit leidinggevende, zoals Loekasjenka, maar dan van een kolchoz [collectieve boerderij bestuurd door de boeren zelf ten tijde van de Sovjet-Unie]. De kolchoz heette De overwinning. Migoerski dronk wodka met Pappie, ze voetbalden met elkaar. Vandaag de dag is Loekasjenka, oud-directeur van een sovchoz, de president en hij ontslaat op staande voet Migoerski, oud-directeur van een kolchoz, doctor in de economie in Mohylev.

    ‘De decaan riep me naar zich toe en zei tegen me: “Neem zelf maar ontslag, anders zal ik je moeten ontslaan.” Die decaan is een goede vent, maar hij kan niet anders.’

    Waarom? – zo luidt de titel van een vertelling van Tolstoj over de familie Migoerski, Poolse bannelingen in Siberië. Volgens Migoerski uit Dobrejka gaat het over zijn voorouders. Zijn overgrootmoeder was de maîtresse van de schrijver en daarom had hij over hen geschreven.

    ‘Waarom?’ vraagt Migoerski nu in navolging van Tolstoj. ‘Waarom werd ik de laan uitgestuurd?’

    Ja, hij geeft de onafhankelijke krant Sjklov Info uit (oplage tot driehonderd exemplaren).

    Ja, hij neemt deel aan de beweging Zeg de Waarheid, die informatie over de ware toestand van de Belarussische staat verzamelt en verspreidt.

    Ja, hij gaf in de regio leiding aan de campagneteams van Niaklajeu, Sannikau, Rymasjeuski en Kastoesiou (het kan niet anders, de oppositie is hier te klein om voor elke kandidaat een afzonderlijk team op te zetten).

    En het allerbelangrijkste: ja, tijdens de laatste verkiezingen was hij de rechterhand van de kandidaat Niaklajeu.

    Hij is schuldig aan zo veel misdrijven. Vanwaar dus die verbazing?

    Een verbetering zit er ook niet in: bij Pjotr Migoerski op zolder bevindt zich ‘het museum van de oppositie’.

    Om de wit-rood-witte vlag van het onafhankelijke Belarus liggen de insignes van het verzet: een bordje met daarop de paus (uit Krakau), de balpen van Sjoesjkievitsj, de handtekening van Milinkievitsj. En een sjaal van Manchester United.

    In Pappies streek zijn er maar weinigen die ‘wrok’ koesteren (zoals Misja het zou hebben gezegd). Het is hier geen Minsk.

    Mensen hier houden van dit soort bestuur. Men houdt hier van salarisverhogingen (al worden ze direct opgevolgd door prijsverhogingen; de prijzen worden door de staat gereguleerd en altijd in dezelfde volgorde: eerst stijgen de salarissen, daarna de prijzen, zodat men nooit over te veel geld kan beschikken en zou ophouden met aards denken, maar ook zo dat men niet te veel honger zou lijden om in opstand te komen). Men houdt van goed bevoorrade winkels (wat maakt het uit dat de prijzen zo hoog zijn, dat de Belarussen die vlak bij de Poolse grens wonen voor hun boodschappen naar Polen afreizen, alleen de sigaretten zijn hier goedkoper, maar met tabak eet je je buikje niet rond). Men houdt hier van een stabiele uitbetaling van pensioenen (een hongerpensioen, maar altijd op tijd binnen). Studeren is gratis (wat maakt het uit dat je het later moet afbetalen door drie jaar lang te werken op het terrein rond Tsjernobyl of in de landbouw). En in geval van een geldtekort in het land laat Pappie geld bijdrukken.

    De wodka raakt op. Pjotr Migoerski herinnert zich ineens dat hij geen werk meer heeft. Hij haalt de schilderijen van de muur en wil ze gaan verkopen om brood te kunnen kopen. Hij doet zijn overhemd uit, want naast de kachel is het heet. In een T-shirt met de tekst ‘De waarheid overwint’ neemt hij plaats voor het tv-toestel en drukt op de knop.

    Klik.

    ‘… het is nog geen jaar geleden dat de sovchoz Zabielsjin, tegenwoordig Oma’s Binnenplaats, winst begon te maken. De melkproductie in de sovchoz steeg toentertijd …’

    Klik.

    ‘… en acht miljoen ton aardappelen.’

    Vandaag weet eigenlijk niemand hoeveel graan, aardappelen, melk en vlees we werkelijk produceren. De melkverkoopcijfers zijn een staatsgeheim

    ‘Waar zijn die aardappelen, waar is die melk?’ vraagt Migoerski. ‘Er is van alles, ja. Op papier. Ze schrijven er cijfers bij om het mooier te doen lijken. Een lage ambtenaar schrijft er wat bij, een belangrijke chef schrijft er wat bij en ook de minister. Vandaag weet eigenlijk niemand hoeveel graan, aardappelen, melk en vlees we werkelijk produceren. De melkverkoopcijfers zijn een staatsgeheim.’

    Klik.

    De president is aan het woord! Hij heeft het over yoghurt, een zaak van staatsbelang. Danone wil Belarus bestelen. Hij schreeuwt. De gezichten van de ministers verbleken. Bij al dat geschreeuw staan ze voorovergebogen en verontschuldigen zich.

    Klik.

    De Egyptische meute steekt een papieren gezicht van Moebarak in brand. Wanneer het vuur Moebaraks neus en wangen verorbert, beginnen Migoerski’s ogen te schitteren.

    ‘Hij is al tachtig. Hij hoort met zijn kleinkinderen te spelen en niet het land te besturen. Dit is een waarschuwing aan de onze,’ zegt Pjotr Migoerski vrolijk.

    ‘Maar die Egyptische Pappie regeert al dertig jaar lang en onze Pappie pas zeventien jaar,’ voegt zijn vrouw Valentina Filipovna er somber aan toe.

    Aleksander uit de Haradzjets sovchoz

    ‘Wanneer hij een toespraak hield, grepen de directeuren, ouderen en hoogopgeleiden naar hun hoofd. Maar anderen vonden het leuk,’ vertelt Anatol Goelajeu, journalist uit Minsk, oud-kennis van Pappie uit Sjklov.

    Daar houdt men van met de arm dreigend zwaaien, keihard met de vuist op tafel slaan. En zo was Sasjka uit Sjklov toen hij Aleksander werd, directeur van de Haradzjets sovchoz. Besnord en breedgeschouderd, oude makker, wapperend met zijn armen alsof hij naar Minsk zou willen vliegen.

    ‘Niemand wilde hem als directeur, maar hij hield voet bij stuk. Hij kreeg die baan omdat men genoeg van hem had,’ voegt Goelajeu eraan toe.

    ‘Mijn vrouw kwam naar me toe en zei: “Er is een nieuwe directeur, hij is jong, belooft weelde en stelt orde op zaken,”’ herinnert zich Vladimir Olejnikov, bosbouwkundige en voorzitter van het oppositionele Belarussisch Volksfront (BNF) in de regio. We warmen onze handen in het houten huisje vlak bij Haradzjets.

    ‘Ik kreeg toen de baan van bijenhouder in de sovchoz aangeboden. Aan het begin had ik een goed contact met de president. Maar later verdween mijn honing uit het magazijn. Loekasjenka’s glimlach verdween eveneens. Pas toen ik stopte met werken hoorde ik dat de tonnetjes met honing in het kabinet van zijn plaatsvervanger stonden. Mijn vrouw vertelde dat hij op zijn eerste werkdag in de sovchoz had gezegd: “Kameraden, ik ben jullie Führer!” Dat zei hij zonder een valse gedachte erbij.’

    Een dictator voelt altijd, onderbewust, sympathie voor andere dictators

    Lavon Barsjtsjeuski, schrijver, aanhanger van de oppositie, was in 1990 samen met Loekasjenka gedeputeerde in de Hoogste Raad van de Belarussische Socialistische Sovjetrepubliek.

    ‘Waarom wordt Stalin door Loekasjenka zo verheerlijkt? Waarom ontkent hij diens misdrijven, waarom bouwt hij voor hem een museum vlak bij Minsk? Een dictator voelt altijd, onderbewust, sympathie voor andere dictators. En hoe ging het met het interview waarin hij het efficiënte beheer van Hitler de hemel in prees? Volgens hem was dat een compliment. Hij dacht dat als hij iets positiefs zou zeggen over een Duitse leider, of dat nou Hitler of iemand anders was, dat een Duitse journalist als muziek in de oren zou klinken.’

    ‘Hij hield een piepklein kopje in zijn enorme handpalm. Hij zat bij me in de keuken en smeekte om hulp,’ herinnert journalist Goelajeu zich. ‘Het was 1988, perestrojka, de verkiezingen voor het Congres van de Volksgedeputeerden van de Sovjet-Unie waaraan hij deelnam. De lokale autoriteiten hinderden hem bij het organiseren van bijeenkomsten omdat hij zichzelf had gekandideerd. Toentertijd werkte ik als correspondent voor de Moskouse krant Idyllisch Leven, uitgegeven door het Centraal Comité van de Communistische Partij. Oplage van twaalf miljoen. Ik ging op stap langs verschillende dorpen. En ik zag, inderdaad, dat hij werd gehinderd. Ik publiceerde een artikel dat hem enigszins heeft geholpen, maar de verkiezingen verloor hij alsnog. We werden echter vrienden. Hij kwam me op mijn datsja opzoeken, bracht cognac mee en we dronken. Hij stelde zijn vriendinnen aan me voor. Geen enkele sloeg hij over.’

    Een jaar later waren er verkiezingen voor de Hoogste Raad van de Belarussische Socialistische Sovjetrepubliek. Loekasjenka doet weer mee. En opnieuw komt hij bij Goelajeu langs. Al bij de voordeur roept hij: ‘Ik heb niemand geslagen!’

    ‘Er was in de sovchoz een zekere Vladimir Bandoerkov, een tractorbestuurder,’ licht Goelajeu toe. ‘Bandoerkov beklaagde zich dat hij van de directeur een behoorlijk pak rammel had gekregen. Loekasjenka kon er drie tot acht jaar voor krijgen. Dus ging ik bij Bandoerkov langs. Een armoedig huis, vijf kinderen kwamen tevoorschijn, het ene nog smoezeliger dan het andere. Ik vroeg: “Heeft hij je geslagen?” “Hij heeft me geslagen, op de grond gesmeten en geschopt. Ik heb de anderen erbij hehaald. Er waren twaalf tractorchauffeurs in de sovchoz. Acht van de twaalf zeiden dat zij ook door Loekasjenka waren geslagen.” “Nou, Sasja, hoe zit dat?” vroeg ik hem. Hij antwoordde: “Wat een smeerlappen! Ik heb zo veel voor hen gedaan en ze kunnen maar niet vergeten dat ik ze een keer op hun bek heb geslagen!”’

    In de winkels was een tekort aan alles, terwijl de prijzen als spoetniks steil omhoogschoten

    Maar deze verkiezingen werden door Loekasjenka wel gewonnen. De zaak werd gesloten.

    Pappie vertrok naar Minsk, maar was niets veranderd. De demonstranten op het plein horen nu ook: ‘Ik doe voor jullie zo veel goeds en moet jullie soms, als een vader, een pak rammel geven.’

    In het koninkrijk der augurken doet nog een verhaal de ronde. Een zekere Ivan Joesjkievitsj, landbouwkundig mecanicien, blijft met zijn collega’s buiten op het veld lunchen. ‘Wat doet die wodka bij de lunch?’ schreeuwt Loekasjenka. Maar Joesjkievitsj is onlangs teruggekomen uit Tiumeni in Siberië, waar hij in een kopermijn heeft gewerkt. Als je daar niet voor jezelf opkomt, dan overleef je het niet. Hij vuurt een scheldkanonnade af richting Loekasjenka. Loekasjenka grijpt Joesjkievitsj bij zijn overhemd. Joesjkievitsj grijpt naar een rubberen buis. De rubberen buis knalt op de rug van Loekasjenka.

    Hoe ouder Ivan werd, hoe banger hij was daarover te vertellen. Hij overleed een jaar geleden. Zijn buren uit het koninkrijk der augurken vragen zich af waarom Pappie nooit wraak op Joesjkievitsj heeft genomen, terwijl de anderen voor kleinere vergrijpen er flink van langs kregen.

    Pappie uit Minsk

    Pappie vertrok om het vaderland te besturen, maar de Sovjet-mogendheid viel uit elkaar. Men maakte zich zorgen of er geen oorlog zou komen. Nu moest Belarus zichzelf gaan besturen. Helemaal alleen, o, o wat eng. We kregen een nieuwe vlag, een nieuw embleem en nieuw, Belarussisch geld met diertjes erop. In de winkels was een tekort aan alles, terwijl de prijzen als spoetniks steil omhoogschoten. Er moesten nullen aan het geld worden toegevoegd en er moesten nieuwe bankbiljetten met nieuwe diertjes worden bijgedrukt. Uiteindelijk kwam men diertjes tekort. Er heerste een gigantische chaos: wie was wie, voor wie moest men buigen en voor wie niet? Niemand die het wist.

    Maar daar, in het verre Minsk, gaat de directeur van de sovchoz uit Sjklov, een goede gozer, orde op zaken stellen.

    ‘Hij was heel ambitieus,’ zegt Lavon Barsjtsjeuski. ‘En we hadden iemand nodig die verstand had van landbouw. Pas later kregen we door dat hij er niet veel verstand van had. Maar hij hield ervan om erover te praten. Ook over het feit dat hij adviseur van Gorbatsjov was. Vaak waren we samen aan het voetballen. Hij was spits en schoot keihard, maar de bal vloog meestal langs het doel. Dan werd hij boos en maakte een overtreding. We hielden er niet van om met hem te spelen, want hij schreeuwde en schold zoals hij dat bij zijn onderdanen in de sovchoz deed, terwijl er kinderen langs de kant stonden. Hij leed destijds aan depressie. Hij droomde ervan om de eerste partijsecretaris te worden, maar de Sovjet-Unie viel voor zijn ogen uiteen. Zijn droom spatte uit elkaar. Maar al snel vond hij een nieuw doel: president worden.

    En dat werd hij in 1994.

    In 1995 introduceert hij een vlag en een embleem die naar het communistische Belarus verwijzen.

    In 1996 wijzigt hij de grondwet, ontbindt de Hoge Raad en vervangt deze door het aan hem ondergeschikte parlement.

    ‘Een deel van de intelligentsia, zoals Karpienka en Hantsjar, heeft hem geholpen om president te worden,’ aldus Lavon Barsjtsjeuski. ‘Wij wilden geen presidentieel systeem, maar zij hielden voet bij stuk: “We hebben een sterke president nodig om de hervormingen door te kunnen voeren, we zullen hem begeleiden.” “Jullie zullen nog huilen door voor zo iemand te kiezen,” zeiden we. Maar ze zullen niet eens meer huilen. Ze zijn er niet meer.’

    De opgedroogde bloedvlekken en de verlaten auto’s bleven achter

    Als eerste werd Hienadz Karpienka vergiftigd. Hij raakte in coma na koffie te hebben gedronken en overleed in april 1999. Zijn begrafenis groeide uit tot een demonstratie van de oppositie.

    Daarna waren er geen demonstraties meer.

    Want er waren geen lichamen om te begraven.

    Binnen een paar maanden losten in de Belarussische lucht de belangrijkste oppositieleden op: Joerij Zacharanka (mei 1999), Viktar Hantsjar (september 1999), Anatol Krasouski (september 1999).

    In juli 2000 verdween Dzmitrij Zavadski, de persoonlijke cameraman van de president, die Pappie had verruild voor de Russische televisiezender ORT.

    De opgedroogde bloedvlekken en de verlaten auto’s bleven achter.

    ‘Ik zeg het eerlijk, er is orde in het land onder Loekasjenka. Hij houdt vast aan discipline. De oppositie is hier niet nodig, noch de chaos zoals in Oekraine,’ constateert de 21-jarige Misja uit Sjklov en zet zijn pet weer goed. De wind blaast de sneeuw weg, die van het huisje verdwijnt als de room van de dumplings.

    ‘Drie keer kreeg ik van de president een baan aangeboden,’ vertelt journalist Goelajeu. Hij kijkt uit het raam. ‘Drie keer heb ik geweigerd. Ik zou me bezig moeten gaan houden met de sluiting van de krantenredacties. Later ging ik kritische artikelen schrijven over de manier waarop hij met oude rivalen uit de Sjklov-regio was omgegaan. Toen werd hij boos op mij. Omdat ik hem een keer had geholpen dacht hij dat ik dat mijn hele leven lang zou gaan doen. Aan het begin van zijn presidentschap kreeg ik bezoek van buitenlandse journalisten. Ze wilden een boek schrijven over zijn relatie met zijn vrouw Halina. Ik wist er veel van. Ze boden me geld aan, maar ik heb geweigerd. Destijds was ik een huisvriend van de Loekasjenka’s, dat zou een schurkenstreek zijn geweest. Ze zijn met niets vertrokken. Binnen de kortste keren verscheen de hoofdredacteur van de krant Sovjet Belarus en zei tegen me: “Aleksander Loekasjenka heeft me gevraagd om aan u door te geven dat hij niet op u is gesteld, maar dat hij u wel respecteert.”’

    ‘Wij, vogelverschrikkers,’ constateert bijenhouder Olejnikov. ‘Men wijst met de vinger naar ons: “Kijk eens hoe die oppositieleden leven.” Maar ik heb de vrijheid leren kennen en ik kan niet terug. Vijftien jaar werkte ik in de bossen. Elk jaar werd er een zaak tegen me aangespannen of ik moest voor de rechter verschijnen. Ik heb mijn brood leren verdienen. Ze hebben me met rust gelaten. Binnen de oppositie van ons district is er sprake van een ware pogrom, zodat we geen enkele bedreiging voor hen vormen. De mensen van hier zijn als kinderen. Ze hebben een vader nodig. Ongeacht of en hoe erg hij hen zou bedriegen en oplichten, ze zullen hem blijven geloven. Van vrijheid worden ze misselijk.’

    Tijdens de laatste verkiezingen werkte Olejnikov als waarnemer en dus zag hij van alles. ‘We komen langs bij een oud vrouwtje. “Pakt u maar een stembiljet. U kunt wel of niet stemmen, maar pakt u het maar.” Ik zat een uur te wachten en liet niet toe dat iemand anders voor haar ging stemmen. Maar ze was zelf niet in staat om dat te doen. Ze zat te staren naar dat stembiljet, het witte vlak deed pijn aan de ogen. “Ikzelf? Waarom zo veel namen? Konden ze niet maar één kandidaat voorleggen zodat je er niet zo moe van werd?”’

    In het land van de zon, in het koninkrijk der augurken sneeuwt het. Pjotr Migoerski trekt een warme trui aan over zijn T-shirt met de tekst ‘De waarheid overwint’ en kijkt op tv hoe Egypte kookt. Hoe het borrelt en overstroomt. Hij kijkt naar Egypte, maar denkt aan Belarus: zal Loekasjenka de troon afstaan?

    ‘Nee, dat doet hij niet,’ zegt Lavon Barsjtsjeuski vol overtuiging. ‘Tijdens de laatste demonstraties van de oppositie op 19 december was het ijzig koud. Als hij even had gewacht, waren de mensen vanzelf naar huis gegaan. Maar hij is een lafaard. Hij vreest dat men hem Hantsjar en Zacharanka niet zal vergeven en dus liet hij de demonstranten met de knuppel bewerken.’

    ‘Waarom zou hij de troon afstaan?’ zullen de anderen uit het koninkrijk der augurken vragen. ‘Hij is toch een vader voor het leven? Een vader kun je niet veranderen. Alleen ontaarde kinderen breken met hun vader.’

    ‘Is dat gespuis beter dan Pappie?’ vraagt Nikolaj Danilovitsj Jelski, de dokter uit Aleksandrja. ‘Ik zag de oppositieleden op de televisie: “Als ik president word, dan verzeker ik jullie van alles!” En waar haal je het vandaan, sukkel? “Halasavac za mianie. Ja prezident!” Hij spreekt Belarussisch. Wat voor een president. Jij, een stuk ongeluk!’ zegt dokter Jelski boos.

    Als men aan iemand anders de absolute macht zou geven, wat zou hij dan hebben gedaan?

    Het oude vrouwtje op de fiets (dat naar de jacuzzi gaat) zet haar nat van de sneeuw geworden muts weer netjes op. ‘Mijn God, Gospodi, ik schaamde me zo toen ik hen op de televisie zag. Ze kunnen niet praten! Later zag ik hoe in Minsk hun ruggen met knuppels werden bewerkt. “Harder, harder!” schreeuwde ik zelfs.’

    ‘Onze Sasjka uit Aleksandrja is niets veranderd,’ zegt dokter Jelski.

    ‘Het is moeilijk voor de mens om na zijn veertigste nog te veranderen,’ bevestigt journalist Goelajeu. ‘Vergaf hij vroeger niet, dan vergeeft hij nu ook niet. Was hij vroeger onverbiddelijk jegens zijn opponenten, dan is hij dat nu ook. Maar hij is geen beest. Hij is zoals de anderen. Als men aan iemand anders de absolute macht zou geven, wat zou hij dan hebben gedaan? Men vraagt me weleens of Loekasjenka wijs is. Nee, niet echt. Er bestaat een Belarussich gezegde: dom of niet, maar wel sluw. Om de macht tot elke prijs te behouden is wijsheid niet nodig.’

    Het is voldoende om geen geweten te hebben.

    In het land van de zon, het koninkrijk der augurken, sneeuwt het niet meer. In de verte doemt een kaal geraamte op, een hotel in aanbouw. In het dorp doet de roddel de ronde dat ook de president hier zijn residentie aan het bouwen is. Hij komt voor zijn oude dag terug naar de Dnjepr. Naar het koninkrijk der augurken. Niet meer als Sanja, de zoon van een melkboerin, de jongen die door andere jochies aan zijn oren werd trokken, maar als mijnheer Aleksander Ryhoravitsj Loekasjenka, president van de Republiek Belarus. Degene die zelf geen pappie had, Pappie van ons allen.

    De transcriptie van namen is vanuit het Belarussisch.

    Deze reportage verscheen oorspronkelijk in de Gazeta Wyborcza in april 2011 onder de titel ‘Kameraden, ik ben jullie Führer!’ (Towarzysze, jestem waszym Führerem!) en is onder de titel Alexanderroman uit het koninkrijk der augurken opgenomen in Szymaniks boek De motoren achter de revoluties (Motory rewolucji, Czarne 2015).

  • In de cel vanwege een tweet

    In de cel vanwege een tweet

    President Xi Jinping is een nieuwe campagne gestart tegen onlinekritiek van Chinese burgers. Vooral Twitteraars worden opgepakt, bedreigd en zelfs gevangengezet. ‘Met Twitter verliezen we een van de laatste plekken waar we ons nog kunnen uitspreken.’

    Sjanghai. Eén man zat vijftien dagen in de cel. De familie van een ander werd door de politie bedreigd. Een derde zat acht uur vastgeketend in de verhoorkamer. Hun misdaad: iets op Twitter zetten. In 
een fikse aanscherping van de Chinese internetcensuur wordt een groeiend aantal twitteraars door de politie opgepakt voor verhoor. Ook al is Twitter in China geblokkeerd en voor de overgrote meerderheid van de internetters daar dus onzichtbaar. Deze harde politieaanpak is de nieuwste uiting van Xi Jinpings campagne tegen ongewenste internetactiviteiten. De autoriteiten verstevigen hun greep op het onlineleven van de Chinese burgers, ook als de berichten die zij posten in het land zelf nauwelijks te zien zijn. ‘Met Twitter verliezen we een van de laatste plekken waar we ons nog kunnen uitspreken,’ zegt mensenrechtenactivist Wang 
Aizhong, die zegt dat de politie hem opdroeg berichten met kritiek op de Chinese overheid te verwijderen.

    Als de regering de activisten er niet 
toe kan bewegen zelf de tweets te verwijderen, wordt het wel door anderen gedaan. Zo weigerde Wang zijn tweets te wissen, maar toen hij vorige maand een boek zat te lezen, meldde zijn 
telefoon ineens dat hij berichten binnenkreeg met backupcodes voor zijn Twitter-account. Een uur later waren drieduizend van zijn tweets gewist, zegt hij. Hij ziet er de hand in van aan de overheid gelieerde hackers, al valt dat niet te verifiëren. Een woordvoerder van Twitter wilde geen commentaar geven op de nieuwe overheidscampagne.

    China oefent natuurlijk al sinds jaar en dag strenge controle uit op wat zijn burgers mogen zien en zeggen, ook online. Maar uit dit nieuwe offensief blijkt dat de regering wereldwijd toezicht op sociale media wil houden. Tekstberichten op het in China eveneens geblokkeerde WhatsApp beginnen nu gebruikt te worden als bewijsmateriaal in rechtszaken. Steeds vaker eist de Chinese overheid dat Google en Facebook bepaalde inhoud offline halen, ook al zijn de sites van beide bedrijven op het Chinese internet niet te vinden. Toen de verbannen Chinese miljardair Guo Wengui op internet hooggeplaatste Chinese politici begon te beschuldigen van corruptie, werden zijn accounts op Facebook en Twitter tijdelijk afgesloten. Volgens de bedrijven gebeurde dit naar aanleiding van klachten van gebruikers en omdat hij persoonlijke informatie over anderen had verspreid.

    Debat

    Ondanks het Chinese verbod op Twitter speelt het platform een belangrijke rol in het politieke en maatschappelijke debat van het land. Een kleine maar actieve gemeenschap van internetters gebruikt speciale software om de overheidsrestricties te omzeilen en Twitter toch te kunnen bereiken. Op basis van een enquête onder 1627 
Chinese internetters schat Daniela Stockmann, hoogleraar aan de Berlijnse Hertie School of Governance, dat slechts 0,4 procent van de Chinese internetters gebruikmaakt van Twitter, oftewel zo’n 3,2 miljoen mensen.

    En Twitter mag voor normale burgers dan verboden zijn, officiële media zoals de partijkrant People’s Daily en persbureau Xinhua maken er wel gebruik van om de beeldvorming over China in het buitenland te beïnvloeden. ‘Aan de ene kant benutten de staatsmedia alle mogelijkheden van die platforms om miljoenen mensen te bereiken,’ zegt Sarah Cook, Oost-Azië-analist van Freedom House, een Amerikaanse onderzoeksgroep die ijvert voor de democratie in de wereld. ‘En aan de andere kant riskeren gewone Chinezen arrestatie en een gevangenisstraf als 
ze diezelfde platforms gebruiken om met elkaar en de buitenwereld te 
communiceren.’

    Het zakelijke netwerk LinkedIn, een van de weinige Amerikaanse sociale media die in China zijn toegestaan, schikt zich al lang naar de censor. Zo sloot het vorige maand korte tijd de account af van Peter Humphrey, een Britse bedrijfsrechercheur die ooit in China in de cel heeft gezeten, en deze maand die van Zhou Fengsuo, een mensenrechtenactivist. De mails waarin ze dit van LinkedIn te horen kregen, leken sterk op de mail die gebruikers krijgen als berichten worden verwijderd op grond van de Chinese censuurwetgeving. ‘Wat we 
de laatste weken zien, is een drastische verscherping van de censuur op sociale media door de autoriteiten,’ zegt Humphrey. ‘Ik vind het verbluffend dat LinkedIn aan dat achterbakse muilkorven van burgers meewerkt en probeert te voorkomen dat hun berichten in China gelezen kunnen worden.’ Beide accounts zijn inmiddels weer hersteld en LinkedIn heeft een verklaring uitgestuurd waarin het bedrijf excuses aanbiedt en zegt dat de accounts per ongeluk waren afgesloten. ‘Ons Trust and Safety Team buigt zich over de interne processen om dergelijke fouten in de toekomst te voorkomen,’ stelde de 
verklaring.

    Met Twitter richten de Chinese autoriteiten zich nu op een vitaal medium voor Chinese activisten. Uit gesprekken met negen door de politie verhoorde twitteraars en een vier uur durende geluidsopname van één zo’n verhoor komt een bepaald patroon naar voren: de politie legt de gebruikers een print met tweets voor en spoort ze aan die specifieke berichten of zelfs hun hele account te deleten. Dat betreft vaak berichten met kritiek op de Chinese overheid of op president Xi. De opgepakte twitteraars zeggen door de politie bedreigd of zelfs vastgeketend te zijn. Huang Chengcheng, een activist met meer dan achtduizend volgers op Twitter, zegt dat hij tijdens zijn verhoor in Chongqing acht uur lang met handen en voeten aan zijn stoel geketend zat. Na afloop heeft hij een schriftelijke toezegging getekend dat hij niet meer zal twitteren.

    De politie heeft de activisten ervan doordrongen dat ze misschien wel berichten langs de Chinese censor kunnen smokkelen, maar dat deze toch meeleest

    De nieuwe aanpak is een initiatief van het machtige ministerie van Openbare Veiligheid, dat toeziet op justitie en de politieke veiligheid. Volgens diverse twitteraars werd in de verhoren expliciet verwezen naar de internetpolitie, de tak van het ministerie die het internetverkeer controleert. Die internetpolitie, die dit soort lokale acties omschrijft als ‘acties in het veld’, staat sinds afgelopen zomer onder leiding van een hardliner die bekend is geworden met zijn harde aanpak van telecomfraude in de zuidoostelijke kuststad Xiamen. Het ministerie en de Cyberspace Administration of China, de Chinese internetwaakhond, hebben niet op onze gefaxte vragen gereageerd.

    De politie heeft de activisten ervan doordrongen dat ze misschien wel berichten langs de Chinese censor kunnen smokkelen, maar dat deze toch meeleest. Een twitteraar met een klein aantal volgers die online over milieuvervuiling had geklaagd, kreeg na een verhoor van vier uur een dringend advies van een politieagent. Deze twitteraar, die uit angst voor represailles niet bij naam genoemd wil worden, had een opname van het verhoor gemaakt, die hij ons liet horen.

    ‘Verwijder al je tweets en sluit je account af,’ zei de agent. ‘Alles op internet kan worden gevolgd, zelfs ongepaste opmerkingen in WeChat-groepen.’ WeChat is een populaire Chinese berichtendienst. ‘Ik geef je dit welgemeende advies,’ zei de agent. ‘Als 
dit nog een keer gebeurt, zullen de gevolgen ernstiger zijn. Dan krijgen je ouders er ook mee te maken. Je bent nog zo jong. Als je later trouwt en 
kinderen krijgt, houden die er ook 
last van.’

    Deze harde aanpak zet een domper op het Chinese debat op Twitter, zegt Yaqiu Wang van Human Rights Watch, die in november over het offensief berichtte. Maar nog niet alle gebruikers laten zich het zwijgen opleggen. ‘Veel activisten willen vrijheid van meningsuiting,’ zegt Wang. ‘Ook al worden ze lastiggevallen en geïntimideerd, ze blijven dapper tweeten. Als daad van verzet tegen censuur en onderdrukking.’

    Chinese ondernemers in een gedeelde werkruimte in Zhongguancun, het Silicon Valley van Beijing. – © Getty Images
    Chinese ondernemers in een gedeelde werkruimte in Zhongguancun, het Silicon Valley van Beijing. – © Getty Images

    Het zijn niet alleen de twitteraars met de meeste volgers die voor verhoor worden opgepakt. Pan Xidian, een 47-jarige werknemer van een bouwbedrijf in Xiamen, heeft er zo’n vierduizend. Hij tweette een strip van de dissidente cartoonist Rebel Pepper met kritiek op het mensenrechtenbeleid. 
In november werd hij door de politie twintig uur lang verhoord. Na enkele tweets te hebben verwijderd mocht hij naar huis en dacht hij dat de kous af was. Maar kort daarna werd hij op zijn werk bezocht door agenten die hem in een auto smeten. Ze vroegen hem een document te ondertekenen waarin hij bekende dat hij de maatschappelijke orde had verstoord. Dat deed hij. Toen toonden ze hem een ander document op basis waarvan hij werd aangehouden. Hij heeft twee weken in een cel gezeten met tien anderen, waar ze 
propagandafilmpjes te zien kregen.

    
‘In deze tijd zijn we wel bang, maar ik kan mezelf niet bedwingen,’ zei een huilende Pan na zijn vrijlating over de telefoon. ‘We leven in onderdrukking.’ En hij voegde eraan toe: ‘We zijn net lammetjes. De een na de ander wordt opgepakt. We kunnen ons niet verweren.’

    De handhavingscampagne is buitengemeen breed en hard. Bij het censureren van binnenlandse sociale media namen de autoriteiten in het verleden vooral prominente gebruikers op de korrel. Slechts sporadisch werden gewone burgers opgepakt en ondervraagd. Bij het huidige offensief lijken de inspanningen van lokale en nationale opsporingsinstanties ook goed 
op elkaar afgestemd, zegt Xiao Qiang, hoogleraar aan de University of California. ‘Zo’n landelijke actie, waarbij zo veel mensen echt worden opgepakt, dat hebben we nog nooit gezien,’ zegt hij.

    Auteur: Paul Mozur

    The New York Times
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 570.000

    Verreweg de grootste en meest gezaghebbende krant van Amerika, met 1300 journalisten, 13 buitenlandredacties en reeds 125 Pulitzer-prijzen op zijn naam. Opgericht in 1851 en sinds 1896 in handen van de familie Ochs Sulzberger. De krant 
is links van het midden georiënteerd.

  • 5. Gele hesjes een 
gevaar voor de democratie?

    5. Gele hesjes een 
gevaar voor de democratie?

    De betogingen van de gele hesjes
in Frankrijk hebben iets weg van 
de Arabische Lente – maar dan in Parijs. Kan echter de revolte tegen ‘het systeem’ de democratie in 
gevaar brengen in plaats van haar 
te verdedigen, vraagt men zich 
tot in Beiroet af.

    Er valt geen dictatuur omver te werpen. Er 
is ook geen sprake van een politiestaat die mensen bij de minste of geringste kritiek 
laat verdwijnen. In Frankrijk zijn demonstraties 
toegestaan, mag de oppositie van zich laten horen 
en worden de ergste beledigingen aan het adres van het staatshoofd getolereerd. Daar, in Frankrijk, is 
het onderwijs goed en gratis, evenals de gezondheidszorg, en staat de overheid de minstbedeelden bij. Daar heerst de rechtsstaat.

    Maar daar leek het gedurende een weekeinde toch ook een (klein) beetje op hier. ‘Ik kreeg het gevoel alsof ik in Beiroet was,’ bekende een aantal Libanezen die in de Franse hoofdstad wonen en die daar getuige waren van de woede van de gele hesjes. 
De stortvloed van verbaal en fysiek geweld, de 
brandende auto’s, de plunderingen op de Champs-Élysées, de totale wanorde, het saamhorigheidsgevoel van de oproerigen – dat alles wekt min of meer de indruk dat men zich aan de overkant 
van de Middellandse Zee bevindt.

    ‘Ik kreeg het gevoel alsof ik in Beiroet was’

    Men zou om deze vergelijking kunnen glim-lachen als het onderwerp niet zo ernstig was. 
Het was om (echte) dictaturen ten val te brengen dat de Arabieren acht jaar geleden in opstand kwamen, in een streven naar democratie. 
Diezelfde democratie die vandaag de dag lijkt 
te wankelen in de westerse wereld, en die soms zelfs, bij wijze van karikatuur, wordt voorgesteld als een dictatoriaal regime, in een politiek 
strijdperk waarin woorden een groot deel van hun betekenis hebben verloren.

    Op 7 mei 2017 meenden sommigen dat de verkiezing van Emmanuel Macron tot Franse president het einde betekende van een populistische 
kringloop in de westerse democratieën. De ruime overwinning van de jonge pro-Europese liberaal wekte hoop op een politieke vernieuwing die niet zou worden beheerst door uitersten. Maar we moeten constateren dat dit een illusie was. Niet alleen lijkt Macron op dit moment op het Europese en internationale toneel in een isolement te verkeren, maar ook stuit hij in eigen land op een beweging die in haar afkeer van ‘het systeem’ niet al te veel verschilt van de Brexit of de overwinning van Donald Trump.

    ‘Wij tegen hullie’, 
Parijs, 25 november – 
© ANP / AFP
    ‘Wij tegen hullie’, 
Parijs, 25 november – 
© ANP / AFP

    Ongetwijfeld mede doordat Macron bij zijn critici het beeld oproept van een president voor de rijken, die is losgezongen van de volkse werkelijkheid en bovendien nog arrogant ook, uit de onvrede zich op zo’n gewelddadige wijze. Zijn ideeën over ‘de macht van boven’, zijn wens om geen gebruik te maken van bemiddeling, zijn gebrek aan pedagogisch inzicht om de hervormingen, die in 
een mateloos tempo werden doorgevoerd, in goede banen te leiden, hebben zonder twijfel de woede van een deel van de bevolking aangejaagd.

    Maar het fenomeen lijkt de persoon van Emmanuel Macron en de puur Franse situatie te overstijgen. Ondanks de specifieke omstandigheden van iedere volksbeweging en van elk land, zien we in andere westerse democratieën bij substantiële delen van 
de bevolking hetzelfde gevoel van onthechting, van het idee dat ze in de steek gelaten zijn. Daar heerst dezelfde, soms heftige tweestrijd tussen steden en buitengebieden, tussen hoogopgeleiden en arbeiders, tussen degenen die (terecht of onterecht) vinden dat de globalisering hun geen windeieren legt, en degenen die (op even subjectieve gronden) het tegendeel ervaren.

    En populisten bedienen zich er van dezelfde demagogie om de volkse woede ter eigen voordeel aanwenden, dezelfde retoriek van ‘wij tegen hullie’ die geen enkele ruimte voor dialoog biedt, dezelfde grootschalige verspreiding van fake news en dezelfde utopische heimwee naar een gefantaseerd tijdperk waarin alles, uiteraard, beter was.
    Aan de andere kant, die van de machthebbers, vindt men dezelfde gebreken: gevoelens van onmacht en onvermogen om het gesprek aan te gaan met het kiezersvolk, dat antwoorden verwacht die zowel krachtig als simpel zijn.

    De niet-populisten slagen 
er niet in een samenhangend betoog te houden dat de populistische klasse duidelijk maakt dat de tijden van gouden bergen en ongebreidelde groei voorbij zijn. Ze kunnen zich niet langer bedienen van oude politieke recepten, maar slagen er ook niet in om nieuwe te vinden: daar vloeit een gevoel uit voort 
van een politiek van kleine stapjes, bijstellingen, die uit de aard van de zaak beperkt zijn omdat rekening moet worden gehouden met wereldwijde factoren, die de toehoorders al even vanzelfsprekend grotendeels ontgaan.

    Het nationale kader waarbinnen de politiek zich 
ontwikkelt, lijkt te beperkt om ook voldoende armslag te hebben voor de grotendeels geglobaliseerde economie. Op dezelfde manier lijkt de politiek niet 
in staat om een antwoord te geven op de grote uitdagingen van deze tijd – milieu, migratie, technologie, veiligheid – die brede lagen van de bevolking betreffen, en ze rechtstreeks en heftig raken. En die laatste wenden zich dan, eigenlijk logischerwijze, tot degenen die zich aan de werkelijkheid weinig gelegen laten liggen en het volk gouden bergen beloven.

    Auteur: Anthony Samrani

    L’Orient-Le Jour
    Libanon | dagblad | oplage onbekend

    In 1971 fuseerden de twee grootste Franstalige kranten van Beiroet: L’Orient en Le Jour. Geldt tegenwoordig als de beste Libanese krant en een van de beste uit de Arabische wereld.