Tag: opstand

  • Dossier:  Opstand der bozen

    Dossier: Opstand der bozen

    Om een einde te maken aan de felle protesten van de gelehesjesbeweging, presenteerde Emmanuel Macron een pakket(je) ad-hocmaatregelen die 
de laagbetaalden in Frankrijk tegemoet moeten komen.

    Of zonnekoning Macron de boze geest weer in de fles krijgt, is zeer de vraag, schrijven commentatoren in de internationale pers.  

    1. Door de ogen van Monsieur le Président

    2. Klassenstrijd in actie

    3. Steun is nodig, geen hoon of haat

    4. Woede 
verspreidt zich snel

    5. Gele hesjes een 
gevaar voor de democratie?

    Openingsbeeld: Het protest begon als een aanklacht tegen de hoge brandstofprijzen en is uitgegroeid tot een massale uiting van algehele onvrede. In Bordeaux ging het er hard aan toe afgelopen weekeinde. – © AFP / Getty

  • Door de ogen van Monsieur le Président

    Door de ogen van Monsieur le Président

    De hoogtijdagen van Emmanuel Macron lijken geteld. Valt het massale protest hem aan te rekenen? En is hij in staat het tij te keren? De twijfels stapelen zich op.

    Keuze uit het archief

    In Frankrijk gaan betogers massaal de straat op om te demonstreren tegen de pensioenhervorming van de regering. De woede richt zich vooral op president Macron, die niet naar het volk zou luisteren. Voor Macron is het niet de eerste keer dat hij het doelwit is van betogers: in 2018 waren het de gele hesjes die hun pijlen op hem richtten. Dit artikel van Die Zeit uit datzelfde jaar legt uit waarom.

    Het is op zijn minst een poging waard om de wereld door de ogen van de Franse president te bekijken. Emmanuel Macron is in de diepste crisis van zijn ambtsperiode beland, op de Champs-Élysées staan barricaden in brand. Hoe heeft het zover kunnen komen? Macron wordt ’s ochtends wakker in een van de 365 kamers van het Élysée, te midden van prachtige meubels in Lodewijk XV-stijl. Als hij omhoog kijkt, ziet hij kroonluchters aan het plafond hangen. Het porselein is onlangs voor 50.000 euro vernieuwd, maar in de koperen pannen in de keuken is nog voor Napoleon gekookt. Zijn omgeving laat niet na hem duidelijk te maken: jij schrijft geschiedenis.

    Als Macron ergens verschijnt, zoals onlangs in de Duitse Bondsdag, dan wijkt vóór hem de mensenmassa uiteen. Niemand verspert hem de weg. Om hem heen voeren de mensen een ballet uit zodat hij ongestoord de ene voet voor de andere kan zetten. Het is zijn ervaring van de afgelopen jaren: niemand verzet zich tegen hem. Dat hebben de gele hesjes wel gedaan. Het protest van de mensen in de veiligheidshesjes is ongeordend, onstuimig, ongedisciplineerd. Anders gezegd zijn ze alles wat Macron haat. Met protesten tegen zijn beleid had hij beslist rekening gehouden, een krachtmeting op straat, met de vakbonden, met weerbarstige ambtenaren die op hun privileges staan.

    Maar de gele hesjes zijn anders. Ze zijn bijna apolitiek en zeggen niet veel meer dan: ons leven wordt zo duur dat we het ons niet meer kunnen permitteren. Ze zijn niet rechts en niet links. Ze hebben geen leidersfiguur. Ze hebben geen duidelijke eisen, maar vooral gevoelens. Ze zijn de grootste uitdaging voor een man die zo analytisch denkt als Macron. Hij heeft dus iemand nodig die hem uitlegt wat er aan de hand is. Die hem vertelt hoe het is als je niet meer uit je woorden komt van woede. Iemand die hem erop wijst dat mensen die bang zijn te verarmen geen nieuwe auto kopen en dat een subsidie van 4000 euro voor een elektrische auto, zoals de regering heeft voorgesteld, de gele hesjes niet kalmeert, maar nog kwader maakt.

    Maar zo iemand is er niet in Macrons omgeving. Macron heeft het centralistische systeem van Frankrijk nog een beetje centralistischer gemaakt. In wezen zijn er vier personen, met inbegrip van hemzelf, die over het beleid gaan. Om precies te zijn: vier mannen. Allemaal begin of midden veertig. Vier mannen die vlug van begrip zijn en vrijwel altijd succes hebben gehad in het leven. Allereerst is daar Édouard Philippe, de premier van Macron, 48 jaar oud, afgestudeerd aan twee elite-universiteiten, de Sciences Po en de École Nationale d’Administration.

    De gilets jaunes zijn 
niet rechts en niet links. Ze hebben geen leider. 
Ze hebben geen duidelijke eisen, maar vooral gevoelens

    Dan is er Benoît Ribadeau-Dumas, bijgenaamd BRD, het hoofd van het kabinet van de premier en diens rechterhand, 46 jaar oud en eveneens afgestudeerd aan twee 
elite-universiteiten. De vierde van de Macron-boys is Alexis Kohler, eveneens 46 jaar oud en natuurlijk ook afgestudeerd aan twee elite-universiteiten. 
De twee laatsten werken op operationeel niveau uit wat de president en de premier bedenken. Ze bereiden de ontmoetingen tussen Macron en Philippe voor, in het bijzonder de wekelijkse lunch waarbij de twee zelf ook aanschuiven. In de woorden van BRD: ‘Wij zorgen dat het gesmeerd loopt.’

    Zelfs in hun slanke verschijning lijken ze op elkaar. Ze dragen pakken van een onopvallende elegantie en hechten verder weinig waarde aan uiterlijk vertoon. Het gemiddelde intelligentiequotiënt in het Élysée ligt enorm hoog, aldus een medewerker. Maar Macrons crisis duurt nu al weken.

    Gilets jaunes in Toulouse roepen om Macrons aftreden, voornamelijk vanwege de verhoogde belasting op benzine. – © Getty Images
    Gilets jaunes in Toulouse roepen om Macrons aftreden, voornamelijk vanwege de verhoogde belasting op benzine. – © Getty Images

    De open vraag is dus of hoogbegaafd zijn en je met hoogvliegers omringen volstaat om een land te regeren. Of doet te veel intelligentie of in elk geval te veel soortgelijke intelligentie afbreuk aan goed bestuur?

    Macron heeft de Socialistische Partij ondergraven, Philippe heeft zijn partij, de conservatieven, in een existentiële crisis gestort toen hij zonder zichtbare aarzeling Macrons aanbod aanvaardde om diens 
premier te worden. De partij is sindsdien verdeeld 
en Philippe zelf is geen lid meer. Daarin zijn hij en Macron eensgezind: partijfamilies en andere 
sentimentaliteiten zijn niet veel waard.

    Er is nog een overeenkomst: Philippe zou een extreem grote zelfbeheersing hebben. Zijn discipline gebruikt hij vooral om zelfs maar niet de indruk te laten ontstaan dat er tussen hem en de president een concurrentieverhouding bestaat. Elke maandag verlaat Édouard Philippe rond het middaguur zijn werkkamer in Hôtel de Matignon op de linkeroever van de Seine voor een bezoek aan het nabijgelegen Élysée. Het omgekeerde, Macron die langsgaat bij Philippe, is ondenkbaar. ‘De president is de baas,’ zegt een hooggeplaatste medewerker van de premier. ‘Matignon is een soort logistiek centrum dat ervoor zorgt dat de treinen op tijd aankomen.’

    Wanneer de twee mannen tijdens de lunch ruim anderhalf uur lang de dienstregeling bespreken, zouden ze voor grote ergernis zorgen als ze elkaar bij de achter- of zelfs voornaam zouden noemen. ‘Monsieur le Président’ en ‘Monsieur le Premier Ministre’ zijn de correcte en enige acceptabele aanspreektitels. De medewerker van de premier wijst thuis zelfs zijn kinderen terecht als ze het over ‘Macron’ hebben. ‘Dat getuigt niet van respect,’ zegt hij. ‘Le Président is juist. Le PR mag ook.’

    Wie wil begrijpen waarom het voor Macron – een liberaal die zich inzet voor vrouwenquota, multilateralisme en maatschappelijke deelname – zo belangrijk is om zich alleen te omringen met gelijken moet zich nog eens Macrons politieke werdegang voor de geest halen. Macron is zonder hulp in het Élysée terechtgekomen, tegen alle verwachtingen in. Vrijwel al zijn medewerkers hebben ook campagne voor hem gevoerd. Zij geloofden in hem toen de kranten nog schreven dat die jongeman in een bubbel leefde 
en het nooit zou redden.

    En nadat Macron tot president was gekozen, schreven ze dat hij geen meerderheid in het parlement zou krijgen. Hij behaalde de absolute meerderheid. Het is dus niet vreemd 
als Macron nu denkt: zijn de mensen tegen ons, dan doen we iets goed. Als er al een gevoel is dat Macron zich permitteert, dan is het een zekere koppigheid. ‘Macron spreekt zelden iemand tegen. Hij kiest daarentegen een ander perspectief en doet er alles aan om zijn gesprekspartner van dat standpunt te overtuigen,’ zo vertelt de onlangs afgetreden minister van 
Binnenlandse Zaken Gérard Collomb.

    Een van de adviseurs van Macron drukt het sterker uit: ‘Als Macron een vergissing maakt, dan gedraagt hij zich als een goede leerling die je op een fout hebt betrapt. Achteraf komt hij met een rationele verklaring om niet te hoeven toegeven dat hij het mis had.’

    Hun doel voorbij

    Op dinsdag richtte Macron zich voor het eerst tot de gele hesjes. Zij kwamen in protest omdat de prijzen van benzine en diesel door een ecobelasting vanaf januari volgend jaar met 2,9 cent respectievelijk 
6,5 cent per liter zullen stijgen. Macron kwam met een reactie, alleen op een hoger niveau. De mensen maken zich zorgen dat ze aan het eind van de maand geen geld meer hebben? Macron maande de Fransen voor ogen te houden dat het einde van de wereld nabij was als er niets zou veranderen, als Frankrijk niet geleidelijk aan zijn door de jaren heen opgebouwde milieuschuld zou aflossen.

    Het staat buiten kijf dat hij de argumenten aan zijn kant heeft, maar ze schieten hun doel voorbij. Temeer omdat er vragen zijn die openblijven. Waarom slaagt Macron er niet in om de demonstranten duidelijk te maken dat hij ze heeft begrepen? Waarom worden er geen maatregelen getroffen waarvan de laagste inkomensgroepen verschoond blijven en die de levensstijl van de beter gesitueerden raken? Waarom herziet Macron zijn plan niet?

    ‘Controle’ is een woord dat vies klinkt en in de entourage van Macron niet wordt gebruikt. Daar heeft men het over ‘coherentie’. ‘Ik vind het prettig als de zaken goed georganiseerd zijn, de coherentie,’ aldus Alexis Kohler, secretaris-generaal van het Élysée. 
Hij wordt ook wel ‘de schaduw’ genoemd. ‘Als de 
president zich omdraait, dan staat Kohler daar,’ zegt een socialistische parlementariër. Macron en Kohler leerden elkaar kennen op het ministerie van Economische Zaken, waar ze nauw samenwerkten. Iemand uit hun omgeving karakteriseert de relatie tussen 
de twee als volgt: ‘Macron kan hem vertrouwen en Kohler is iemand die zo’n beetje woont in zijn 
kantoor.’

    Op het ministerie van Economische Zaken vonden hun belangrijke ontmoetingen diep in de nacht plaats. Tegenwoordig gaat Kohler ’s ochtends om 
8.45 uur achter zijn altijd opgeruimde bureau pal naast het kantoor van de president zitten en besluit de dag tegen drie uur ’s ochtends. Slapen is iets voor normale mensen. Ook Macron zou volgens sommige mensen die rechtstreeks met hem in contact staan diep in de nacht nog sms’jes versturen en de volgende ochtend weer heel vroeg aan de slag gaan. 
Hij maakte de afgelopen tijd een vermoeide indruk en er wordt gezegd dat enkele fouten mede door 
uitputting zijn gemaakt.

    Historica Barbara Tuchman schreef een boek over John F. Kennedy en zijn omgeving, met als titel 
The March of Folly. From Troy to Vietnam. Hierin schetst 
ze hoe een groep begaafde, ontwikkelde jongelingen met open ogen de grootste ramp uit de recentere Amerikaanse geschiedenis voorbereidde: de oorlog 
in Vietnam. ‘Hardheid was de basiseigenschap en ondanks de verschillen in karakter en aanleg sloeg die over op alle leden van Kennedy’s team, zoals dat ook te verwachten zou zijn aan het hof in de entourage van een koning of in een werkgroep waarvan de leden hun benoeming te danken hebben aan een dominante leider.’

    Dat was in de jaren zestig van de vorige eeuw en de jongelingen en ook Kennedy waren oorlogsveteranen. In Macrons entourage is de verbindende eigenschap niet hardheid, maar het onverwoestbare geloof in zichzelf. Macron karakteriseert de elite van nu en zet die af tegen hen die nu in Frankrijk de straat op gaan. Wie schreeuwend een geel veiligheidshesje aantrekt, gelooft niet meer dat louter doorzettingsvermogen volstaat om het leven ongeveer in de richting te 
laten verlopen die je je had voorgesteld. De protestbeweging heeft geen structuur, maar de deelnemers worden verenigd door hun overtuiging dat er onoverkomelijke problemen zijn, en door de ervaring dat hun banksaldo aan het eind van de maand ondanks alle inspanningen negatief is.

    Ook elders in Frankrijk waren zaterdag 8 december grote demonstraties van gele hesjes, zoals hier in Marseille. 
– © Getty Images
    Ook elders in Frankrijk waren zaterdag 8 december grote demonstraties van gele hesjes, zoals hier in Marseille. 
– © Getty Images

    De Franse volkspartijen liggen op apegapen. Bijna drie kwart van de parlementsleden van Macrons eigen partij zijn nieuw in de parlementaire wereld – onervaren mensen die de president dank verschuldigd zijn voor hun nieuwe status. De president heeft de speelruimte van zijn ministers beperkt, wat ertoe leidt dat ervaren, zelfbewuste kandidaten helemaal niet meer in aanmerking komen voor die posten. Twee weken had Macron nodig om na het aftreden van Collomb een nieuwe minister van Binnenlandse Zaken te vinden.

    In theorie heeft Macron een efficiënte manier van regeren gevonden. In de praktijk steken mensen 
in gele hesjes de stoelen voor de cafés op de Champs-Élysées in brand.

    Auteurs: Elisabeth Raether en Karin Finkenzeller

    Die Zeit
    Duitsland | dagblad | oplage 540.000

    De krant van de Duitse intelligentsia is tolerant en liberaal en biedt grote politieke analyses. Die Zeit heeft vanaf de oprichting een liberale koers gevaren, met soms een lichtelijk rechtse, maar vaker een wat linkse inslag.

  • 2. Klassenstrijd in actie

    2. Klassenstrijd in actie

    In ‘een bende gekken in gele hesjes, die enigszins aangeschoten 
en onbeheerst een bus verhinderen zijn bestemming te bereiken’, ziet deze Russische kroniekschrijver de democratie aan het werk.

    Mijn zware lot als kroniekschrijver heeft me onlangs naar Parijs gebracht. De 
etalages straalden met duizenden lichtreclames, maar de gezichten van de Parijzenaars stonden somber. In het nieuwe jaar wacht hun de zoveelste prijsverhoging en daarom strijden de 
geëngageerde arbeiders van de Franse hoofdstad voor hun rechten. Dat is tenminste de indruk die 
je in het buitenland uit de officiële media krijgt. 
Het doet me denken aan mijn vroege jeugd onder 
Brezjnev… Maar ik maak geen grapje – ik ben 
inderdaad naar Frankrijk gegaan en daar heb ik voor het eerst van mijn leven de klassenstrijd in actie gezien, à la Marx en Engels.

    Een strijd die zich plotseling voor mijn ogen ontrolde, toen ik nietsvermoedend even buiten Parijs in de bus zat. Ik was op weg naar het station en had, kennelijk vanuit een vreemd voorgevoel, twee uur 
te vroeg op de halte gestaan. Toch miste ik nog bijna mijn trein. We kwamen namelijk midden tussen de weilanden en bossen in een enorme file terecht. 
Een file zoals je ze maar zelden ziet, zelfs in Moskou. ‘Dat zijn de demonstranten, die laten ons er niet door,’ legde de conductrice opgewekt uit, alsof het vanzelf sprak.

    Democratie

    Waar gaat het om? Vanaf 1 januari 2019 zal de accijns op brandstof met 3 cent per liter worden verhoogd, en die op dieselolie met 6,6 cent per liter. De Franse burgers zijn boos! Om 3 cent, oftewel 2 roebel, en dat terwijl benzine in dit land ongeveer 1,50 euro kost 
(in Moskou kost een liter ongelood 0,66 euro, en een liter diesel 0,60 euro). We zouden ze eens hierheen moeten laten komen, die boze Fransen. Hier zie je op alle tv-zenders burgers die vóór de verhoging van de pensioenleeftijd zijn, vóór de verhoging van de btw, vóór betaald parkeren in Moskou, gemeentelijke belastingen voor het onderhoud van gebouwen en 
al die andere manieren om de laatste kopeken uit de zakken van de bevolking te kloppen!

    Of kan het zo zijn dat de Fransen zichzelf niet als burgers zien, maar als belastingbetalers? Dat is een wezenlijk verschil.

    Wij die zo sterk verlangen naar werkelijke democratie, naar vrijheid van meningsuiting, moeten beseffen dat de ware democratie vooral verschrikkelijk lastig is. Het betekent dat herrieschoppers vanwege drie miserabele eurocenten het leven van hun medeburgers ernstig in de war kunnen sturen, te oordelen naar de passagiers in mijn bus. Dag na dag trekken zij in Parijs en de rest van het land hun gele hesjes aan en gaan op kruispunten het verkeer blokkeren.

    Ze gedragen zich alsof ze op een familiepicknick zijn, dekken de tafel, halen de zakoeski [borrelhapjes] en biertjes tevoorschijn… En filteren het verkeer al naargelang de steun die automobilisten aan de beweging betonen: wie voor de rechten van de arbeiders is, mag doorrijden, de foute bourgeois moet wachten. En die wacht gelaten of zoekt een andere route, net als de bussen. Niemand pakt de honkbalknuppel 
die hij per ongeluk in de kofferbak heeft liggen, om zich met geweld een weg te banen.

    Een Franse vriend vertelde me dat de gele hesjes op die heilige dag van de consument, Black Friday, de uitgang van een winkelcentrum blokkeerden. Mensen die een mandje bij zich hadden mochten doorlopen, maar wie achter een winkelkarretje liep, en dus een vertegenwoordiger van de consumptiecultuur was, werd tegengehouden. Mijn vriend 
koos eieren voor zijn geld, nam alleen het aller-noodzakelijkste mee en liet zijn karretje, dat nog 
vol overbodige producten zat, achter. Wat moet je anders? De klassenstrijd heeft nu eenmaal een prijs.

    Een demonstrant op Place République in Parijs, in een geel pak in de vorm van een lijkkist waarop staat: ‘Macrons begraafplaats: hier ligt uw koopkracht’. – © Getty Images
    Een demonstrant op Place République in Parijs, in een geel pak in de vorm van een lijkkist waarop staat: ‘Macrons begraafplaats: hier ligt uw koopkracht’. – © Getty Images

    In heel Frankrijk stellen de gele hesjes de politiek 
ter discussie en maken ze iedereen het leven 
onmogelijk. Of, om precies te zijn, voor diezelfde arbeiders die de bus nemen en boodschappen 
doen op de dag van de uitverkoop. De tactiek van 
de gele hesjes is duidelijk: door iedereen het leven onmogelijk te maken, hopen ze de kiezers over te halen niet langer te stemmen op de zittende macht, die het zover heeft laten komen.

    Ik heb Parijs die dag uiteindelijk bereikt. Ik heb door de straten gelopen, langs de fonkelende etalages, 
terwijl ik naar de zwijgende gezichten van de 
arbeiders keek en dacht aan de revoluties en de daaropvolgende restauraties die deze stad heeft gekend. Al die gebeurtenissen hebben hun stempel op de straatnamen gedrukt en hun eigen monumenten achtergelaten. Hoe vaak hebben rauwdouwers in werkkleding over deze zelfde straten gelopen om te vechten voor een stralende toekomst – opstanden van klassen, rassen, religies.

    Bij ons in Rusland is 
het simpeler: wij trekken in gesloten rijen op naar het grote maar heilige doel, waarbij we ons onderweg ontdoen van enkele renegaten; dan staan we voor dat heilige doel en begrijpen dat het vals is. 
Vervolgens draaien we ons als één man om en lopen de andere kant weer op, met hetzelfde resultaat. 
Ik heb trouwens zo’n idee dat we ons binnenkort weer gaan omdraaien.

    Veel mensen zien de democratie als een eerbiedwaardige House of Lords, waarin heren met witte pruiken discussiëren over grote filosofische vragen

    En uiteindelijk willen we maar één ding: Parijs zien, terwijl de Parijzenaars zelf niet bepaald onze kant 
op stormen. Dat is vast gewoon omdat het best goed gaat met de democratie. Ze ziet er niet mooi uit, ze maakt een hoop lawaai, maar op de lange termijn bouwt ze dingen zoals Parijs.

    Op een dag zullen wij dat ook hebben. Veel mensen zien de democratie als een eerbiedwaardige House of Lords, waarin heren met witte pruiken discussiëren over grote filosofische vragen. In werkelijkheid is democratie een bende gekken in gele hesjes, die enigszins aangeschoten en onbeheerst een bus 
verhinderen zijn bestemming te bereiken. Het zal in het begin niet gemakkelijk zijn, het zal bizar lijken, het zal onaangenaam zijn. Maar we komen er wel.

    Auteur: Andrej Desnitski

    Gazeta.ru
    Rusland | website | gazeta.ru

    De Russische nieuwssite met een liberaal profiel onderscheidt zich door zijn snelle reactievermogen ten opzichte van de actualiteiten en zijn brede verslaggeving 
van zowel Russisch als internationaal nieuws. Met regelmaat publiceert het blad ook bijdragen van bekende opinieleiders. Heldere, moderne vormgeving.

  • 3. Steun is nodig, geen hoon of haat

    3. Steun is nodig, geen hoon of haat

    Radicale krachten verkneukelen zich over de problemen waarmee Emmanuel Macron momenteel wordt geconfronteerd. Waar ze op hopen is een politieke omwenteling bij de verkiezingen voor het Europees parlement in mei.

    Omwille van Europa heeft Emmanuel Macron onze steun nodig – niet onze hoon of haat. Een jonge, reformistische Franse president die een ‘Europese renaissance’ heeft beloofd, staat in zeer zwaar weer aan het roer van een land dat in hoog tempo lijkt af te glijden naar de positie van ‘De zieke man van Europa’. Het was veelzeggend dat de relschoppers afgelopen weekend het gelaat kapotsloegen van het beeld van Marianne – symbool van de Republiek – onder de Arc de 
Triomphe in Parijs.

    Nog geen drie weken geleden waren wereldleiders daar samengekomen om met Macron te vieren dat er honderd jaar geleden een einde was gekomen aan de Eerste Wereldoorlog. Als de gevoelens van 
verbittering waar Macron al vele malen voor heeft gewaarschuwd echt voet aan de grond krijgen in Frankrijk, dan zal dat gevolgen hebben voor het hele 
continent – niet alleen voor de politieke carrière van één iemand.

    Radicale groeperingen in heel Europa verkneukelen zich over de hachelijke positie waarin Macron zich bevindt met de gele hesjes. Van de hardline Brexiteers in Engeland (zowel in het linkse als in het rechtse kamp) tot aan Matteo Salvini, de extreemrechtse sterke man in Italië, om nog maar te zwijgen van de propagandamachine van Poetin: allemaal smullen ze ervan. Onlusten en chaos in liberale democratieën, daar gedijen deze extremisten bij. Waar ze op hopen is een politieke omwenteling bij de verkiezingen voor het Europees parlement in mei. Wat we nu in Frankrijk zien is een veeg teken, met consequenties die zich tot ver over de landsgrenzen uitstrekken.

    Terechte grieven

    Nog niet zo heel lang geleden heeft Macron zichzelf vol trots uitgeroepen tot de aartsvijand van zowel Salvini 
als de Hongaarse Viktor Orbán, twee leiders die hun politieke pijlen vooral richten op migranten, de oppositie en het rechtsstelsel. Macron is verzwakt, wordt in de verdediging gedrongen 
en raakt meer en meer geïsoleerd.

    De taferelen in Frankrijk van de afgelopen twee weken doen veel mensen denken aan de opstanden van mei 1968, maar welbeschouwd is een 
vergelijking met 6 februari 1934 meer op zijn plaats. Op die dag bestormden groepen extreemrechtse nationalisten de Franse hoofdstad, waarop een gewelddadige confrontatie met de politie volgde, met vijftien doden als gevolg. De gebeurtenissen van die dag zijn uitgegroeid tot een ontstaanslegende voor een bepaalde generatie extreemrechts in Frankrijk.

    Macron heeft zonder meer fouten gemaakt. De meeste demonstranten hebben terechte grieven, al geven ze daar niet erg coherent uiting aan. 
Ze zien zichzelf als de ‘onzichtbare burgers’ die met minachting worden behandeld door de Parijse elite, en nu zijn ze maar al te zichtbaar met hun lichtgevende vestjes. Ze hebben de publieke opinie achter zich.

    Een van de meest welbespraakte vertegenwoordigers van deze groep is Ingrid Levvasseur, een jonge verpleegster met twee kinderen, uit Normandië. Vorige week was ze op de televisie te zien en vertelde op aangrijpende wijze over de moeite die het haar kost om de eindjes aan elkaar te knopen, en over haar diepgewortelde gevoel van onrecht: ‘Sommige mensen zijn kwaad dat we de wegen blokkeren, maar je hoort ze niet klagen als ze uren in de file staan op weg naar de wintersport,’ zei ze 
met zachte stem.

    Veel Fransen hebben het gevoel dat ze in werkelijkheid niet krijgen waar ze recht op hebben

    Maar de onderstroom van de Franse crisis is nog grimmiger en wordt verwoord door een andere vertegenwoordiger van de gele hesjes, Christophe Chalençon, een smid uit de zuidelijke Vaucluse-regio. Chalençon is openlijk tegen moslims en hij heeft opgeroepen tot de installatie van een militair bewind – ‘want wat we nodig hebben is een echte bevelhebber, een generaal, een sterke man’. Ondertussen proberen extreemrechtse groeperingen als Action Française weer voet aan de grond te krijgen.

    De toezegging dat de belastingen 
uiteindelijk toch niet zullen worden verhoogd, komt waarschijnlijk ook te laat. Frankrijk kampt met drie grote zorgen. Er is de angst om in te boeten aan macht en aanzien; de angst voor de economische gevolgen van de globalisering en de angst om de ‘nationale identiteit’ te verliezen. Het land heeft ook te kampen met diepe, interne breuklijnen en het lijkt te veel gevraagd van een president om die in nog geen anderhalf jaar te repareren.

    Sociale groepen hebben het gevoel dat ze tegen elkaar worden uitgespeeld: jong versus oud, werkenden versus werklozen, platteland versus stad, ongeschoold versus geschoold. Dergelijke verschillen bestaan in vele landen, maar in Frankrijk nemen ze existentiële proporties aan als gevolg van het ideaal van gelijkheid dat al vele eeuwen met de Republiek wordt geassocieerd. Veel Fransen hebben het gevoel dat ze in werkelijkheid niet krijgen waar ze recht op hebben.

    Vaffanculo-dagen

    Toen Macron zich in 2017 verkiesbaar stelde, beloofde hij ‘een revolutie’ (het was zelfs de titel van zijn campagneboek) om tegemoet te komen aan 
een breed gevoelde noodzaak tot 
vernieuwing en de behoefte om het Franse prestige nieuw leven in te blazen, niet in de laatste plaats op het Europese toneel.

    Inmiddels lijkt de president in het binnenland krachteloos, en zijn plannen voor Europa kunnen elk moment de laatste sacramenten toegediend krijgen. Zoals de verzwakte Angela Merkel weinig kon uitrichten om het Europese project weer vlot te trekken, zal een verzwakte Macron op het hele continent extremisten en populisten in 
de kaart spelen. De Le Pens, Orbáns en Salvini’s staan al te trappelen in de coulissen. Als we niet met oplossingen komen, bestaat er de kans dat de Europese verkiezingen in Frankrijk uitlopen op een referendum tegen Macron.

    De Franse president is niet langer een vaandeldrager van liberalen en pro-Europeanen

    De Franse president is niet langer een vaandeldrager van liberalen en pro-Europeanen. Maar het is onvoorstelbaar gevaarlijk om dat te zien als een gunstige ontwikkeling voor Europa en de democratie in het algemeen. Het 
is alsof je hoopt op een zwaar treinongeluk omdat er dan een paar wagons kunnen worden vervangen. De sociale onvrede in Frankrijk is reëel en moet onder ogen worden gezien. Maar de krachten die garen zullen spinnen bij een algehele ravage en geweld op straat, zijn uitgerekend die krachten die ons in het ravijn zullen storten. 
Kijk maar naar de doodsbedreigingen aan het adres van de gele hesjes die hebben gezegd bereid te zijn met de regering om tafel te gaan zitten.

    Een paar jaar terug had een uitgeput en gespannen Italië zijn vaffanculodagen van protesten (met als boodschap aan het establishment: sodemieter op) waar de populistische Vijfsterrenbeweging zo sterk uit tevoorschijn is gekomen. Wat is er sindsdien gebeurd? Dit jaar is Italië in de greep gekomen van extreemrechts. De vaffanculodagen die 
Frankrijk nu doormaakt zullen tot een soortgelijk scenario leiden als er niet een paar nuchtere mensen opstaan om Macron op de een of andere manier te helpen iets van het vertrouwen te herwinnen. Het Europese democratische project en sociale rechtvaardigheid kunnen niet bestaan zonder een Europees, democratisch Frankrijk. Mariannes gelaat moet worden hersteld.

    Auteur: Natalie Nougayrède

    Natalie Nougayrède was directeur van Le Monde en werkt nu voor The Guardian. Verder is ze werkzaam geweest voor de krant Libération en de BBC.

    The Guardian
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | 
oplage 332.000

    Onafhankelijke kwaliteitskrant van linkse signatuur. Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde 
columnisten en journalisten. Altijd 
zeer kritisch ten opzichte van de 
overheid en andere instituten.

  • 4. Woede 
verspreidt zich snel

    4. Woede 
verspreidt zich snel

    Historicus Anne Applebaum over de vraag hoe een beweging die een maand geleden nog niet bestond zo snel zo groot kon worden. De demonstranten zijn vooral gewoon boos.

    Vuur, lichtkogels en traangas teisteren Parijs. Op zondagochtend lagen de straten bezaaid met de karkassen van uitgebrande auto’s en zat de Arc de Triomphe onder de graffiti. Daarnaast werden kleinere, overwegend vreedzame protestmarsen elders in het land gehouden, waar gele hesjes de afgelopen weken tolpoortjes bezetten, flitspalen onklaar maakten, het verkeer lamlegden en de toegang tot belastingkantoren blokkeerden.

    Er wordt herhaaldelijk (maar ten onrechte) beweerd dat ze ‘uit het niets komen’. Wat wel waar is, is dat ze een ongewone herkomst hebben. Vroeger kwamen politieke partijen in Frankrijk, net als in de rest van Europa, voort uit ouderwetse, actieve instituties. 
De sociaaldemocraten ontstonden 
bijvoorbeeld uit de vakbonden en in 
veel landen bracht de kerk de christen-democraten voort. Mensen identificeerden zich met de mensen die ze tegenkwamen in verenigingen, op 
bijeenkomsten en in het café. Maar de leden van deze nieuwe maatschappelijke beweging – voor zover je van een beweging kunt spreken – kennen elkaar niet van dergelijke instituties.

    Ze troffen elkaar op internet, via social media en onlinepetities, die van de ene op de andere dag nieuwe groeperingen en identiteiten kunnen opleveren. 
Ze zijn niet verbonden aan enige bestaande politieke partij, hoewel ze 
al door verschillende partijen worden opgeëist. François Ruffin, een ‘ultralinkse’ politicus met een hartgrondige hekel aan president Macron, heeft zich al op protestmarsen vertoond. Marine Le Pen, de Franse ‘extreemrechtse’ voorvrouw, heeft het ook al voor hen opgenomen.

    Er zijn mensen die denken dat haar aanhangers – en misschien zelfs lieden met een nog extremere agenda – er verantwoordelijk voor zijn dat de vreedzame Parijse 
protesten vorige week omsloegen in gewelddadige rellen. Maar elke aanspraak op connectie is opportunistisch, want de beweging heeft geen leider benoemd. Ze heeft wel acht woordvoerders aangewezen, die uiteenlopende achtergronden hebben en van wie niet kan worden beweerd dat ze tot enige partij behoren of zelfs maar tot dezelfde maatschappelijke groepering.

    Boos

    In plaats van een ideologie of een 
duidelijke filosofie lijken de gele hesjes alleen een paar opvattingen te delen, plus iets wat zich laat omschrijven als een zekere esthetica. Ze maken zich boos over de milieubelasting die de benzineprijzen opdrijft en moeten niets hebben van maximumsnelheden op Franse wegen. Ze zijn vooral gewoon boos, wat een van de redenen is waarom een beweging die een maand geleden nog niet bestond zo snel zo groot kon worden.

    Woede 
verspreidt zich snel via sociale media, die in het voordeel van emoties werken, en verenigt mensen in een wereld waarin vakbonden, kerkelijke organisaties en politieke partijen aan belang inboeten. Oftewel, volgens een van de demonstranten: ‘We hebben jullie [de politieke klasse als geheel] niet meer nodig.’

    Het heeft iets ironisch. Macrons eigen politieke partij, La République En Marche, begon ook als anti-partijpartij, een toevluchtsoord voor mensen die zich niet langer met de traditionele politieke partijen identificeerden.

    Maar En Marche ontstond wel in de politieke ruimte en de leden namen deel aan 
de verkiezingen. Het gevolg is dat de partij, die drie jaar geleden nog niet bestond, inmiddels wordt beschouwd als onderdeel van het establishment dat ze juist had moeten verslaan. In 
de Franse geschiedenis wemelt het van de revoluties die worden ingehaald door nog radicalere revoluties, maar 
de snelheid waarmee de huidige veranderingen zich voltrekken is adembenemend.

    De gele hesjes zetten tijdens de demonstraties van 8 december in Parijs een barricade in brand vlak bij de Champs-Élysées. – © Getty Images
    De gele hesjes zetten tijdens de demonstraties van 8 december in Parijs een barricade in brand vlak bij de Champs-Élysées. – © Getty Images

    Gezien die nieuwe werkelijkheid is het belangrijk om manieren te bedenken waarop dit soort spontane, nieuwe antipolitieke bewegingen kunnen worden overgehaald om zich aan 
te sluiten bij bestaande officiële 
instituties, mee te doen aan officiële debatten, hun handen vuil te maken aan de deals en compromissen waar de moderne democratie niet zonder kan. Het is ook belangrijk te voorkomen dat ze worden gekaapt door mensen met een duistere agenda. Het zijn ook geen problemen waar alleen de Fransen mee worstelen. Het grootste deel van de rest van de democratische wereld heeft of krijgt ermee te maken.

    Als presidenten, parlementen, bestaande partijen en bestaande instituties een manier kunnen vinden om naar de gele hesjes te luisteren, ze aan zich te binden en met ze mee te veranderen, dan blijft de democratie in de 21ste eeuw bestaan. Zo niet, dan niet.

    Auteur: Anne Applebaum

    Anne Applebaum is behalve historicus en journalist ook directeur van het Transitions Forum van het Legatum Institute. Voor haar boek Gulag. A History (2003), kreeg ze de Pulitzer Prize. Applebaum was redacteur van The Washington Post en The Spectator en publiceerde in onder meer The New York Review of Books en The New Republic.

    The Washington Post
    Verenigde Staten | dagblad | 
oplage 475.000

    Bewees zich met het publiceren van de Pentagon Papers. Eerste krant die zeven dagen per week verscheen (sinds 1980).* Een van de meest invloedrijke kranten ter wereld.* Centrum-rechts georiënteerd met een grote focus op de Amerikaanse politiek.

  • Sterk en stabiel Kameroen is een sprookje

    Sterk en stabiel Kameroen is een sprookje

    Lang stond Kameroen bekend als een rustige, vreedzame haven in een woelige regio. Maar sinds enkele jaren lijkt president Biya zich weinig aan te trekken van de gewone burger. Overheidsfunctionarissen spiegelen zich aan de werkstijl van de president, wat neerkomt op ‘niets doen, of extreem weinig’.

    Op de grofkorrelige beelden, gefilmd met een mobiele telefoon, drijven Kameroense soldaten twee vrouwen voort over een zandweg. Een van de vrouwen draagt een baby op haar rug. De andere vrouw houdt een jong meisje bij de hand. Ze worden op de voet gevolgd door een kleine menigte. De soldaten schelden de vrouwen uit, slaan ze in het gezicht. Iemand zegt: ‘BH, jullie gaan eraan.’ ‘BH’ staat voor Boko Haram, de Nigeriaanse terreurgroep, sinds een aantal jaren actief in het noorden van Kameroen, waarmee het Kameroense leger de strijd heeft aangebonden. De vrouwen worden van de weg geleid en geblinddoekt. Een soldaat trekt het zwarte T-shirt van het meisje uit en bindt het om haar hoofd. De persoon die alles filmt, vermoedelijk een soldaat, zegt: ‘We doen dit echt niet voor de lol, meisje, maar je ouders dwingen on…’ Hij wordt onderbroken door geweerschoten en de vier slachtoffers – de twee vrouwen, het meisje en de baby – vallen op de grond. Terwijl de soldaten met hun laarzen zand over de lijken schoppen, merkt een van hen dat het meisje nog leeft. Een soldaat laadt zijn geweer opnieuw en vuurt een laatste schot af. Hier eindigt het filmpje.

    In een onderzoek dat eind september werd gepubliceerd, concludeerde de BBC dat deze moorden in maart of april 2015 plaatsvonden in het dorpje Krawa Mafa. Maar het filmpje dook pas afgelopen juli op in sociale media. Regeringswoordvoerder Issa Tchiroma Bakary deed het meteen af als ‘nepnieuws’, maar kwam een maand later met de aankondiging dat zeven soldaten in verband met dit incident waren gearresteerd. Vlak voor zijn aftreden betoonde Zeid Raad al-Hussein, de chef van de VN-mensenrechtenraad, zich bezorgd in reactie op het filmpje. ‘Ik maak me ernstige zorgen dat deze moorden die op camera zijn vastgelegd geen geïsoleerde gevallen zijn.’

    Tweederangsburgers

    De terreur van Boko Haram is niet het enige probleem van Kameroen. Sinds 2016 kampt het land ook met een opstand onder de Engelstalige minderheid in de westelijke regio’s. In tegenstelling tot de strijd tegen Boko Haram, die zijn hoogtepunt in 2015 beleefde, zal dit conflict de komende maanden, zo niet jaren, zwaar drukken op de politiek en de binnenlandse veiligheid van het land.

    Met deze twee conflicten werd in de aanloop van de presidentsverkiezingen van 7 oktober serieus gezaagd aan de troon van de zittende president, Paul Biya, die zich juist jarenlang liet voorstaan op het bewaren van de vrede en de orde in een anderszins onstabiele regio. [De verkiezingen zijn inmiddels geweest. Oppositiepartij Kamto claimt te hebben gewonnen, maar de officiële uitslag laat op zich wachten. Experts verwachten dat Biya als winnaar uit de strijd zal komen en zijn zevende termijn zal ingaan.] Naar het zich laat aanzien staan hem moeilijke tijden te wachten, vergelijkbaar met enkele van de woeligste periodes uit de recente geschiedenis van het land: de mislukte coup van 1984, de wekenlange algemene staking tegen het bewind in 1991, en de straatprotesten tegen de stijgende voedselprijzen in 2008, waarbij meer dan honderd doden vielen.

    De crisis rondom de Engelstalige minderheid, die in oktober 2016 uitbrak, resoneert in het hele land. Dit heeft twee redenen. Ten eerste zijn de Engelstalige militante groeperingen, anders dan Boko Haram, ontstaan op eigen bodem. Ten tweede worden de grieven van de separatisten over het gebrek aan ontwikkeling en kansen gedeeld door veel burgers. Het conflict vindt zijn oorsprong in de complexe geschiedenis van Kameroen. Als voormalige Duitse kolonie werd het land na de Eerste Wereldoorlog opgesplitst in een Frans en Engels protectoraat, dat ieder de taal van het ‘moederland’ als voertaal instelde, hoewel er tot op de dag van vandaag nog altijd meer dan tweehonderd talen worden gesproken. In 1961, een jaar na de onafhankelijkheid, stemde de helft van de Engelssprekenden voor aansluiting bij buurland Nigeria, terwijl de andere helft ervoor koos een federatie te vormen met het Franstalige deel van Kameroen.

    De Engelstalige Kameroeners, die in twee regio’s wonen en officieel een zesde van de totale bevolking uitmaken, voelen zich sindsdien behandeld als tweederangsburgers. Ze klagen over het gebrek aan investeringen en beleidsmaatregelen die indruisen tegen het beloofde federalisme. Zo wordt het gebruik van de Franse taal overal doorgedrukt, ten koste van het Engels. Eind 2016 kwam het tot een uitbarsting, toen advocaten en leraren, gefrustreerd over de opmars van het Frans in plaatselijke scholen en rechtbanken, de straat op gingen. De betogingen breidden zich razendsnel uit en werden hard neergeslagen. Een jaar later, op 1 oktober 2017, vonden in diverse steden in de twee Engelstalige provincies, Zuidwest en Noordwest, vreedzame marsen plaats. Een aantal separatisten riep een onafhankelijke staat uit; Ambazonia, vernoemd naar de Ambas Baai aan de Atlantische kust, waarop veiligheidstroepen hardhandig ingrepen. Er vielen meer dan twintig doden en honderden betogers belandden in de gevangenis, aldus Amnesty International.

    De vrouwen die ervan werden beschuldigd bij Boko Haram te horen worden samen met hun kinderen door een groep soldaten naar de dood geleid. Still uit het filmpje dat viral ging.
    De vrouwen die ervan werden beschuldigd bij Boko Haram te horen worden samen met hun kinderen door een groep soldaten naar de dood geleid. Still uit het filmpje dat viral ging.

    David, een Engelstalige Kameroen, herinnert zich het harde optreden van de veiligheidstroepen nog goed. Hij liep met zijn familie mee in een vreedzame mars toen de soldaten het vuur opende. Zijn broer werd dodelijk geraakt. De familie ontvluchtte de plaats des onheils, op de voet gevolgd door de soldaten, die vervolgens hun dorp aanvielen. De dorpelingen verscholen zich in de jungle en staken de grens over met Nigeria. Liever dan als vluchteling door het leven te gaan, nam David – niet zijn echte naam – de wapens op. ‘Ik wil me wreken, want dit is mijn land.’ Hij sloot zich aan bij de Ambazonia Defense Force (ADF), een groepering die zo’n 1500 strijdkrachten telt, verspreid over twintig kampen. De meeste strijders hebben alleen oude jachtgeweren, maar tegenover hun povere uitrusting staat een ongekende strijdlust.

    Ik ontmoette David in juli toen ik als embedded journalist meeliep met de ADF in de graslanden in Zuidwest. Het is een moeilijk toegankelijk gebied, ten eerste omdat de regering journalisten uit de regio weert en ten tweede omdat de transportinfrastructuur er veel te wensen overlaat. Het leent zich dus perfect voor een guerilla; Kameroense soldaten wagen zich zelden buiten bewoond gebied. Er zijn een handvol Engelstalige milities actief. Volgens de regering hebben deze milities meer dan 120 leden van de veiligheidstroepen gedood, maar het werkelijke aantal ligt waarschijnlijk hoger. De separatisten hebben ook civiele ambtenaren en tribale leiders die aan de kant van de regering staan ontvoerd, en in sommige gevallen gemarteld en vermoord. Mensenrechtenorganisaties hebben de gewapende milities ervan beschuldigd scholen, soms met geweld, te sluiten. Volgens Amnesty zijn 42 scholen aangevallen. De separatisten maken zich schuldig aan mensenrechtenschendingen: volgens Amnesty hebben ze dit jaar meer dan vierhonderd burgers geëxecuteerd, en volgens Human Rights Watch en de BBC zijn minstens twintig dorpen platgebrand. Talloze aanvallen zijn waarschijnlijk niet eens gemeld.

    Naar schatting zijn 256 duizend Kameroeners door het escalerende conflict ontheemd. Een van hen is Charity Achu, een kapster die een eigen salon had in de provincie Zuidwest. Op een dag vielen soldaten haar dorp binnen en begonnen in het wilde weg te schieten. Halsoverkop ontvluchtte ze samen met haar man en hun vier kinderen het huis, met achterlating van al hun bezittingen. De jongste, een baby nog, droeg ze in haar armen. Vijf maanden hield het gezin zich schuil in de jungle, waar ze met moeite wisten te overleven. Achu vernam van andere vluchtelingen dat drie van haar broers waren vermoord. Het gezin bereikte uiteindelijk een dorp aan de kust. ‘Behalve de kleren aan ons lijf hadden we niets’, vertelt ze. ‘We waren gedwongen te bedelen.’ Ze kregen schone kleding van behulpzame dorpsbewoners en vluchtten met een bootje naar Nigeria, dat volgens de Verenigde Naties inmiddels meer dan 21 duizend Kameroense vluchtelingen telt.

    Hoewel de oppositiepartij de verkiezingen van 9 okt. j.l. claimt te hebben gewonnen, verwachten experts dat Paul Biya zijn zevende termijn als president zal ingaan. – © AP Photo / Sunday Alamba
    Hoewel de oppositiepartij de verkiezingen van 9 okt. j.l. claimt te hebben gewonnen, verwachten experts dat Paul Biya zijn zevende termijn als president zal ingaan. – © AP Photo / Sunday Alamba

    De oppositie is het erover eens dat een dialoog met de Engelstalige Kameroeners en meer autonomie van de Engelstalige regio’s kunnen bijdragen aan de beëindiging van het conflict. President Biya heeft onlangs een Ministerie voor Decentralisatie in het leven geroepen en twee Engelstaligen aan het hoofd van andere ministeries geplaatst. Maar zijn regering weigert te onderhandelen met de Engelstalige leiders, die als terroristen worden beschouwd. En Ayuk Tabe, de eerste president van de interim-regering van Ambazonia, die in januari werd opgepakt, zit nog altijd zonder enig vorm van proces vast. De halsstarrige weigering om te onderhandelen heeft de roep om onafhankelijkheid alleen maar aangewakkerd; wat in de Engelssprekende regio’s ooit de wens van een splinterbeweging was, wordt nu meer en meer omarmd. Ondertussen werkt het conflict onder de Franstalige bevolking als een splijtzwam. Anders dan het streven van Boko Haram naar een fundamentalistisch-islamitische staat, kan de roep van de Engelstaligen om beter bestuur en betere basisinfrastructuur rekenen op veel bijval. In de afgelopen tien jaar heb ik alle uithoeken van het land bezocht en de wensenlijst is overal hetzelfde: goede wegen, een ziekenhuis en een school, kortom basisvoorzieningen die de staat domweg niet levert. Op sociale media werd om die reden vooral aan het begin van deze crisis veelvuldig geschreven dat de Engelstaligen met hun roep om beter bestuur als voorbeeld konden dienen voor de rest van het land.

    Voor veel Kameroeners bevestigen de mensenrechtenschendingen die in de Engelstalige gebieden door de veiligheidstroepen worden begaan het beeld dat de regering zich weinig gelegen laat liggen aan de gewone burger. In veel opzichten is het soms willekeurige geweld van het leger exemplarisch voor de regering in het algemeen. ‘Het is een soort gedecentraliseerde tirannie’, zegt de prominente Kameroense politieke filosoof Achille Mbembe. ‘Dat betekent dat iedere staatsambtenaar op zijn eigen, lage niveau een kleine tiran is. Het is een opmerkelijke democratisering van autoritaire dynamiek.’

    De integriteit van staatsambtenaren is af te lezen aan de kwaliteit van hun maatpakken en horloges

    Het hart van dit regeringsapparaat bevindt zich in Yaoundé, de groene heuvelachtige hoofdstad in het binnenland. De ministeries zijn gehuisvest in een handvol sjieke art-decogebouwen die in de jaren zeventig niet ver van de breedste boulevard zijn gebouwd. Zet één stap over de drempel, en alle glans verbleekt. Gammele liften brengen bezoekers naar donkere gangen met versleten tapijten. Achter de deuren in deze gangen gaan sjofele kantoren schuil waar regeringsambtenaren onderuitgezakt in hun bureaustoel een dutje doen, de krant lezen of vastgekluisterd zitten aan hun mobiele telefoon. De werkdagen zijn kort. Tot elf uur ’s ochtends melden secretaresses dat hun bazen ‘ieder moment kunnen binnenlopen’ en na vier uur ’s middags zijn ze meestal ‘in vergadering’.

    Mbembe legt uit dat deze overheidsfunctionarissen zich spiegelen aan de werkstijl van president Biya zelf, wat neerkomt op ‘niets uitvoeren, of extreem weinig’. Biya brengt een groot deel van zijn tijd in het buitenland door, meestal in een vijfsterrenhotel in Genève. Van de 36 jaar dat hij nu president is, is hij opgeteld zo’n viereneenhalf jaar op privéreisjes naar het buitenland geweest. Hoewel het salaris van staatsambtenaren niet hoog is, gelden overheidsfuncties doorgaans als de best betaalde baantjes vanwege de wijdverbeide corruptie en de hoge dagvergoedingen die overheidsmedewerkers krijgen voor het bijwonen van vergaderingen. Een van mijn vrienden die voor een multilaterale organisatie werkt, zegt dat hij de integriteit van staatsambtenaren kan aflezen aan de kwaliteit van hun maatpakken en horloges.

    Om zijn greep op de macht te behouden, houdt president Biya deze worsten aan vriend én vijand voor. Hij schuift hun bovendien lucratieve baantjes toe, zoals ministerposten of directeursfuncties van overheidsbedrijven. Met name potentiële opponenten worden op die manier afgekocht. Gedurende zijn regeerperiode heeft deze aanpak Biya genoopt tot het vinden van creatieve oplossingen bij het in steeds kleinere punten snijden van de overheidstaart, wat ertoe heeft geleid dat er inmiddels 64 ministers en staatssecretarissen zijn. Het onderwijs alleen al is verdeeld over vier ministeries: een voor de lagere school, een voor de middelbare school, een voor hoger onderwijs en een voor beroepsonderwijs. Biya heeft ook altijd een stok achter de deur voor wanneer zijn positie wordt bedreigd. Hij degradeert zijn ondergeschikten wanneer het hem uitkomt en desnoods zet hij ze achter slot en grendel. Er zitten ondertussen zoveel hoge functionarissen in de bekende Kondengui-gevangenis in Yaoundé, meestal op beschuldiging van corruptie, dat het hele land de grap kent dat ze een schaduwregering kunnen vormen. Dankzij deze tactieken is Biya het op één na langst zittende niet-koninklijke staatshoofd; na de president van zuiderbuur Equatoriaal-Guinea, Teodoro Obiang Nguema, die sinds 1979 aan het roer staat.

    Buitenlandse investeerders

    De internationale gemeenschap heeft Kameroen decennialang bewierookt vanwege de vrede en stabiliteit, wat het land aantrekkelijk maakt voor buitenlandse investeerders. Ondanks de welig tierende corruptie blijft de internationale geldkraan open. In 2017 ontving Kameroen 700 miljoen euro aan ontwikkelingshulp. Washington haalde de banden met de Kameroense regering aan toen het land de strijd met Boko Haram aanbond, waarmee het in één klap bondgenoot werd in de oorlog tegen het terrorisme.

    Maar de Amerikaanse steun ligt onder het vergrootglas: vorig jaar onthulde Amnesty International en het onderzoeksbureau Forensic Architecture dat Kameroense soldaten vermeende Boko Haram-aanhangers hadden gemarteld op bases waar ook Amerikaanse militairen zijn gelegerd. De Amerikaanse ambassadeur in Yaoundé, Peter Henry Barlerin, die eerder nog de loftrompet over Kameroen had gestoken, koos na deze onthulling voor een hardere lijn. Na een ontmoeting met Biya verklaarde hij de ‘executies’ en ‘het plunderen en platbranden van dorpen’ in de Engelstalige regio’s ter sprake te hebben gebracht. Tevens had hij de president op het hart gedrukt ‘zich te bezinnen op zijn nalatenschap en te bedenken hoe hij de geschiedenis in wilde gaan’. Hij had er nog aan toegevoegd dat George Washington en Nelson Mandela uitstekende rolmodellen waren.

    De Kameroense regering vatte dit op als een regelrechte aanval en riep Barlerin op het matje. De ambassadeur moest verzekeren dat hij de oppositie niet financieel steunde. ‘We hebben geen voorkeur voor een presidentskandidaat’, zei hij nadien in een interview met The New York Times. ‘We zijn voor een sterk en stabiel Kameroen.’ Dat standpunt had president Macron ook al uitgedragen. In zijn samenvatting van het telefoongesprek dat hij in juli met Biya had gevoerd, liet hij in één minuut tijd vier keer het woord ‘stabiliteit’ vallen.

    Wat de crisis rondom de Engelstaligen betreft verschillen Frankrijk en de VS wel van aanpak: Frankrijk weigert tot dusver de mensenrechtenschendingen van het leger openlijk te bekritiseren. Macron benadrukt in plaats daarvan het belang van ‘nationale cohesie’, een statement waarmee hij Biya, die fel gekant is tegen onafhankelijkheid van de Engelstaligen, lijkt te steunen. Dit weerspiegelt de diepgewortelde bond tussen het regime en Frankrijk, de voormalige koloniale macht. Frankrijk heeft het bewind van Biya van meet af aan gesteund. In de loop der jaren heeft Biya Frankrijk 35 keer bezocht, volgens gegevens van het internationale journalistieke onderzoekscollectief OCCRP, en hij heeft alle Franse presidenten sinds François Mitterrand de hand geschud. Franse bedrijven hebben veel activa in het land. Het olieconcern Perenco bezit concessies voor olie-exploitatie. The Bolloré Group exploiteert een spoorlijn, de internationale containerterminal in Douala en de diepzeehaven in Kribi in de Golf van Guinea. Lafarge heeft een aantal cementfabrieken. De export van bananen en hout is grotendeels in handen van Franse bedrijven.


    Tijdens de laatste Common Wealth Games in Australië keerde een derde van de Kameroense delegatie niet huiswaarts

    Hoe de verkiezingen ook mogen uitpakken, de situatie voor de gewone bevolking zal niet een-twee-drie veranderen. In de periode van langdurige stagnatie zijn de Kameroeners geconditioneerd om klein te dromen. Veel werkeloze afgestudeerden staan met beltegoedstalletjes langs de weg, handenwringend in de genadeloze zon of in de striemende regen, wachtend op klanten. Anderen proberen op straat geld in het laatje te brengen met de verkoop van tweedehandskleren of -schoenen. Sommigen besluiten hun geluk elders te beproeven. Op internationale sportevenementen zijn er altijd wel Kameroense atleten die in het gastland achterblijven, in de hoop op een nieuw leven. Tijdens de laatste Common Wealth Games in Australië bijvoorbeeld, keerde een derde van de Kameroense delegatie niet huiswaarts. Ook bij de Olympische Spelen van 2008 in Beijing en de Olympische Spelen van 2012 in Londen ontsnapte ongeveer een derde van de Kameroense ploeg uit het atletendorp. En dan is er nog de groep die de gevaarlijke overtocht over de Middellandse Zee waagt. De frustratie wordt misschien nog het best verwoord in de populaire rapsong This Country Kills the Youth van de Kameroense rapper Valsero: ‘This country kills the youth, and the old don’t let go. Once they get in power, they don’t let go… This country is like a bomb, and for the youth, it’s a grave.’

    Auteur: Emmanuel Freudenthal
    Vertaler: Astrid Staartjes

    Openingsbeeld: Op de markt in Yaounde, Kameroen. – © AP Photo /Sunday Alamba

    World Politics Review
    VS | worldpoliticsreview.com

    Platform dat diepgaande analyses biedt van internationale ontwikkelingen om deze voor beleidsmakers, academici en geïnteresseerde lezers in context te plaatsen. Onpartijdig, maar noemt zichzelf liberaal en internationaal. De content wordt geleverd door een wereldwijd netwerk van experts.