Tag: Palestina

  • David Grossman: ‘We zijn ver verwijderd geraakt van een opening voor dialoog, of vrede’

    David Grossman: ‘We zijn ver verwijderd geraakt van een opening voor dialoog, of vrede’

    De literaire grootheid, bekend om zijn pleidooi voor vrede in het Midden-Oosten, ziet het somber in en voorspelt dat zijn land na het conflict rechtser zal zijn en meer bevooroordeeld ten opzichte van Arabieren.

    David Grossman (Jeruzalem, 70) verwelkomt ons met een baard. Hij legt uit dat dit te maken heeft met de dood van zijn vader op 97-jarige leeftijd. Hij is nog steeds in sjlosjiem, de periode van dertig dagen na de begrafenis waarin mannen zich niet scheren, volgens de Joodse rouwtraditie. Dit lijkt niet de enige reden te zijn voor het verdriet dat hij gedurende het interview uitstraalt. Het is alsof hij ook rouwt om de ‘situatie’, zoals de Israëli’s het conflict in het Midden-Oosten noemen. Dat is een van de eufemismen die hij aan de kaak stelt in zijn nieuwe boek, ‘De prijs die we betalen’, een verzameling toespraken en opinieartikelen die zijn kijk op zijn land in de afgelopen jaren weerspiegelen.

    Hij pronkt er niet mee, maar hij is de bekendste Israëlische schrijver die nog leeft, na de dood van de twee met wie hij vredig om het podium streed: Amos Oz en A.B. Yehoshua. Zijn werk is vertaald in 42 landen en hij heeft de Man Booker International- en de Erasmusprijs gewonnen. Hij nam vorig jaar deel aan protesten tegen de justitiële hervorming van Benjamin Netanyahu, spreekt al decennialang het woord ‘bezetting’ uit, waarop nog altijd een licht taboe rust, en trok in 2015 zijn kandidatuur voor de hoogste burgerprijs van het land in uit protest tegen Netanyahu’s vermeende gemanoeuvreer met de jury. Grossman is ook essayist en columnist voor grote media.

    Innerlijke strijd

    De dag is helder en de geur van bougainville vult het pad naar zijn huis in Mevaseret Zion, gelegen in de heuvels met uitzicht op de afslag van Jeruzalem naar Tel Aviv en een van de weinige hoge plekken in een land dat wordt gedomineerd door bijbelse woestijnen. Daarvandaan kan hij het enige land observeren waar hij wil wonen en waar hij ook een Palestijnse staat wil zien. De Hebreeuwse zorgvuldigheid die hij tentoonspreidt in romans, essays en korte verhalen – waardoor zijn naam elk jaar weer klinkt als kandidaat voor de Nobelprijs voor de Literatuur – verandert in twijfel als hij het over het huidige conflict heeft. Alsof de man die getraumatiseerd werd door de Hamas-aanval van 7 oktober en om de haverklap een paar clichés uitspreekt, en de welwillende en gevoelige intellectueel die in 2006 zijn zoon Uri verloor in de strijd in Libanon een interne strijd met elkaar voeren. Het was de laatste dag, er was al een staakt-het-vuren overeengekomen; een van die momenten die de zinloosheid van oorlog nog eens extra illustreren. Zoals die in Gaza, die Grossman ‘vijf of zes maanden geleden’ al had willen beëindigen. Uri kijkt op ons neer vanaf een foto op een plank in zijn woonkamer.

    El País: Ik had graag met u willen praten over literatuur of liefde, maar dat is een beetje moeilijk tegenwoordig.

    DG: Bijna onmogelijk. Elke dag ga ik naar het atelier om te schrijven, maar ik heb het gevoel dat ik dat vooral doe om mijn verstand te bewaren. En dat is niet erg. Het maakt me niet uit of er een boek uit voortkomt, want het helpt me, het geeft me een doel in het leven. Tegenwoordig ga ik ook graag naar het Israëlmuseum [in Jeruzalem], omdat ik me daar geborgen voel, alsof de cultuur me beschermt tegen de wreedheid die zo sterk aanwezig is, en zo bruut.

    Wat haalt u uit het schrijven?

    Schrijven is een poging om te verfraaien. Je kunt een gewelddadige en wrede situatie beschrijven, maar je doet het met precisie. Oorlog is een massale aangelegenheid en kunst haalt juist de stem van het individu eruit. Er wordt iemand uitgelicht via wie een groter verhaal wordt verteld, terwijl oorlog appelleert aan het algemene, het stereotype, het vooroordeel.

    Hebt u het gevoel dat u iets kunt schrijven dat niets te maken heeft met 7 oktober en wat er sindsdien in Gaza is gebeurd?

    Ik vind niet dat schrijvers over de politiek van hun tijd hoeven te schrijven. Ik denk dat het hun contact met de realiteit verrijkt, maar het is niet noodzakelijk. [De grootste Israëlische Nobelprijswinnaar voor literatuur, Shmuel Yosef] Agnon schreef nauwelijks over de Holocaust. Alleen soms metaforisch. Hij vond een manier om de menselijke natuur te beschrijven zonder luid uit te dragen wat zijn gedachten en overtuigingen zijn. Ik heb het gevoel dat ik een hoge prijs betaal voor mijn politieke betrokkenheid, nog los van het feit dat de helft van de mensen [in Israël] niet echt houdt van wat ik schrijf of wie ik ben. Maar de behoefte om over de situatie te schrijven, om die te begrijpen, is vermoeiend. Schrijven over de politieke realiteit in Israël stelt me in staat om meer inzicht in de mens te krijgen. Schrijven stelt je voortdurend op de proef om na te denken over je positie, over wat je denkt, hoe je je verhoudt tot de regering, het leger; of je wordt geleid door je angsten of erin slaagt je eigen visie te vinden. Het is verschrikkelijk moeilijk, vooral in oorlogstijd. Het houdt in dat je moet spreken in een andere taal.

    En wat betekent ‘spreken in een andere taal’ vandaag de dag?

    Mijn bereidheid om meer te begrijpen van mijn situatie als persoon in een realiteit die verandert en beangstigend en bedreigend wordt. En ik weet zeker dat we nog maar aan het begin staan van de verwoestingen van de oorlog. De woorden die ik zeg jagen me angst aan, maar ik voel echt dat het een heel moeilijke tijd zal worden. Nu al.

    ‘We zijn ver verwijderd geraakt van een opening voor dialoog, of vrede’

    In een tekst in het boek, gedateerd op 10 oktober, vraagt u wie de Israëli’s en de inwoners van Gaza zullen zijn als de oorlog voorbij is. Wat zijn uw gedachten daarover nu, zeven maanden later?

    Dat hangt af van de oplossing die wordt bereikt. Ik denk dat Israël veel rechtser zal zijn en dat de stereotiepe kijk op Arabieren veel groter zal worden. Angsten zullen zo hevig overheersen dat het moeilijk zal zijn om over vrede, compromissen en dialoog te praten. Alles waar ik in geloof zal ruw aan de kant worden geschoven. En ik kan niet zeggen dat ik mensen die zo denken niet begrijp. Ze zijn bang. En terecht. Op 7 oktober ontwaakten we in een nachtmerrie die zijn weerga niet kent sinds de holocaust. De eerste keer dat iemand die vergelijking maakte vond ik dat enorm overdreven, maar de gebeurtenis bevatte werkelijk holocastelementen. Mensen zullen de Palestijnen niet volledig vertrouwen. We zullen moeten slapen met een geweer onder ons kussen. Dat is wat ze zeggen en dat snap ik. We zijn ver verwijderd geraakt van een opening voor dialoog, of vrede. Misschien worden we nu gedwongen om een overeenkomst te sluiten, maar dat zal er niet voor zorgen dat we dichter bij elkaar komen. Aan de andere kant, welk alternatief hebben we? We moeten leren om zowel Athene als Sparta te zijn. Slapen met een geweer onder ons kussen, zoals Sparta, en zoals Athene proberen de vrije, creatieve en grotendeels seculiere staat te zijn die Israël was, of dacht te zijn, tot 7 oktober. Hoe doen we beide tegelijk? Ik weet het niet.

    U heeft het over ‘wij’, maar ik zou graag willen weten of u sinds 7 oktober persoonlijk ook minder gelooft in vrede.

    In het vredeskamp in Israël, waar ik onderdeel van uitmaak, geloofden we te veel in logica en te weinig in de kracht van religieus fanatisme. En onze relatie met het Palestijnse volk gaat niet over logica. Er komt haat bij kijken, onbeantwoorde liefde, verraad, een verlangen naar wraak… Dit conflict is erg emotioneel en psychologisch van aard. Als de Palestijnen geen thuis en geen thuisgevoel hebben, hebben wij dat ook niet. Als meer en meer Palestijnen zouden inzien dat we hier zijn om te blijven, dat we geen kruisvaarders zijn, geen kolonialisten, maar dat we in Israël geboren zijn als een volk met een cultuur, een religie, een taal, dan zou dat helpen. We zijn geen vreemdelingen. We zijn hier gekomen omdat we hier vandaan komen. Als ze dit accepteren, kunnen de eerste stappen richting vrede worden gezet. Ik weet niet of dit binnen een jaar, binnen dertig jaar of nooit zal gebeuren. Ik weet alleen dat het bereiken van vrede nu in het belang van Israël is, want zolang het niet gebeurt worden we blootgesteld aan rampen zoals die het afgelopen jaar plaatsvonden. Israël is in zijn eentje niet in staat om het van de hele Arabische wereld te winnen. Dat is moeilijk te accepteren, want we dachten onoverwinnelijk te zijn. We keken neer op de Palestijnen en daarvoor voor de Egyptenaren, de Syriërs, de Jordaniërs… Tot we [in de Jom Kipoeroorlog van 1973] ontdekten dat zij geen slechtere strijders zijn dan wij. En Hamas onder onze neus een strijd voorbereidde zonder dat wij het doorhadden.

    En denkt u dat, zoals gebeurde toen na de Jom Kipoeroorlog vrede werd gesloten met Egypte, dit er op de lange termijn toe kan leiden dat mensen inzien dat het niet langer zo door kan gaan?

    Vroeger zou ik enthousiast hebben geantwoord: ‘Ja, dat gaat zeker gebeuren.’ Nu minder snel. Niet omdat ik geen enkele hoop meer heb op vrede. Dat kan ik me niet veroorloven. Ik heb hier twee kinderen, nichtjes en neefjes, dierbaren… Ook Israël is me heel dierbaar. Ik kan nergens anders wonen. Het is mijn thuis. Het is waar ik wil zijn.

    U bent niet moedeloos, maar…

    Ik denk dat we veel voorzichtiger moeten zijn, zelfs in een staat van vrede. Het trauma van zeven maanden geleden zal zo sterk zijn dat het ons zal blijven beïnvloeden. Als de Gazanen in 2005, toen Israël zich terugtrok uit Gaza, die prachtige kans hadden aangegrepen om de wereld te laten zien dat de Palestijnen een vreedzame situatie konden creëren na decennia van oorlog met Israël, dan zou Israëls bereidheid hun ook de Westelijke Jordaanoever te geven enorm zijn gegroeid. In plaats daarvan lanceerde Hamas in de eerste paar jaar 4500 raketten. Geen enkel normaal land zou dat accepteren van een buur. Zou Spanje niet reageren op twintig raketten? Zou het niet vinden dat het daar het volste recht toe heeft?

    Zonder hierover in discussie te willen gaan, denk ik dat u wel weet dat dit een scheve vergelijking is, omdat er geen sprake is van een algemene bezetting door Spanje van zijn buurland.

    Ik kan maar niet begrijpen hoe wij, goede en morele mensen, een heel volk 56 jaar lang onder de plak hebben gehouden. Hoe we gewend raakten aan de situatie en er vervolgens aan gingen hechten. Maar feit blijf dat Gaza die kans heeft gemist. En soms willen we kansen missen zodat er een realiteit wordt gecreëerd die ons geweld kan rechtvaardigen.

    ‘Ik hou mezelf voor dat ik doe wat ik kan om deze situatie te veranderen, al vele jaren’

    Wat vindt u van de 35.000 doden in Gaza, die in uw naam zijn gevallen?

    Verschrikkelijk. De eerste week van de Israëlische reactie, na de gruweldaden van Hamas, vind ik volkomen begrijpelijk. Je loopt op straat en iemand geeft je een enorme klap. Geef je diegene dan geen klap terug? Het is instinct. Wat me verbaast is wat er daarna gebeurde. Ik begrijp onze wens om Yahia Sinwar en de Hamasmensen gevangen te nemen, en we hebben het volste recht om dat te doen. De vraag is op welk punt de staat wraakzuchtig wordt. Of verslaafd raakt aan wraak en geen onderscheid meer maakt tussen criminelen en terroristen en mensen die ‘er niet bij betrokken zijn’. En nu zijn er 35.000 doden omdat we op zoek waren naar een paar honderd personen… Ik kan die realiteit niet verdragen. Ik hou mezelf voor dat ik doe wat ik kan om deze situatie te veranderen, al vele jaren.

    Wanneer had u het gevoel dat u zich distantieerde, dat die grens overschreden werd?

    Toen ik voor het eerst de verwoeste huizen zag. De wil om wraak te nemen. Ik neem het niet voor Hamas op. Het is een vreselijke vijand. De eerste week voelde ik niet alleen dat ik niet in zo’n conflict wilde leven, maar ook dat ik niet in een wereld wilde leven die zulke wreedheden toestaat.

    In de teksten van het boek bespeur ik een verandering in uw toon. Tijdens de periode van de gerechtelijke hervorming: bezorgdheid, boodschap tegen Netanyahu. Net na 7 oktober, zoals ik al zei, is te lezen dat u niet meer wilde bestaan. In de laatste teksten bespeur ik meer angst vanwege het antisemitisme, de studentenprotesten…

    In het algemeen is het zoals je het beschrijft, ja. In het begin, met het protest, waren er honderdduizenden mensen die door de straten marcheerden. Een euforische opwinding. En toen begon de oorlog. Maar wacht, u noemde antisemitisme. Maakt u zich daar geen zorgen over?

    Als mens, natuurlijk. Maar als niet-Jood zal ik het niet op dezelfde manier ervaren als u, omdat ik niet het doelwit ben.

    Je kunt je daarin inleven, ook al ben je niet Joods. Omdat je een mens bent. Daarom komt het zo hard binnen als ik demonstraties zie tegen de Joden, of tegen het bestaan van Israël… Dat je kritisch bent over Israël dat mag, dat ben ik ook. Maar om te willen dat Israël totaal niet bestaat, ‘from the river to the sea’… Dat niet. Ik ben niet suïcidaal. Israël is het enige land waarvan je kunt zeggen dat het dreigt te verdwijnen. Alleen al het feit dat presidenten van de VS in al hun toespraken zeggen dat ze zich inzetten voor het bestaan van de staat Israël… Kun je je zo’n zin voorstellen als het gaat over Spanje? Dat zou klinken op een grap.

    Vergeef me dat ik terugkom op de actualiteit, maar het openbaar ministerie van het Internationaal Strafhof heeft net om de arrestatie van Netanyahu en [minister van Defensie Yoav] Gallant gevraagd.

    Als je het slachtoffer en de dader op één lijn stelt, verlies je je geloofwaardigheid. Zoals al het gepraat over genocide is dit perverse onzin. Het is niet zo dat Israël in juni 1967 eens even rustig ging denken over de vraag: Hoe ga ik het Palestijnse volk vernietigen? Degenen die uit waren op genocide, waren de Palestijnen. De Israëli’s bevonden zich in een situatie van bezetting en ontdekten gaandeweg dat deze voordelen had. Het Joodse volk bezat gedurende het grootste deel van zijn bestaan geen wapens, en plotseling heeft het die nu wel. En grondgebied, een fort…

    ‘Michal [zijn vrouw] en ik kijken elkaar aan en we weten wat een lange weg ze nog te wachten staat’

    Herinnert u zich dat u toen euforie voelde?

    Ik denk niet dat er meer dan drie mensen waren die het niet voelden. Toen, in oktober, was het niet zo dat we gingen slapen en dachten: Hoe kunnen we als we wakker worden Hamas uitroeien? We hebben domme en misdadige daden begaan, maar zonder enige intentie of wil om zoiets gruwelijks te doen.

    Is dat niet aan het tribunaal in Den Haag om te beoordelen?

    Ik ben geen rechter. Voor mij is het duidelijk dat wij verantwoordelijk zijn voor de moord op zoveel mensen, kinderen… ik kan het niet verdragen. Maar genocide hangt af van de intentie. Ik wil niet ingaan op juridische vragen. Afschuwelijk is afschuwelijk en ik had gewild dat deze oorlog zou eindigen, niet nu, maar vijf of zes maanden geleden.

    Hoe verschilt de collectieve rouw in Israël waar u het over had van uw individuele rouw om de dood van uw zoon?

    Er is niets zo pijnlijk als dat [stilte]. Het is moeilijk voor mij om over hem te praten. Elke ochtend hoor ik op de radio dat er een soldaat is overleden en dan denk ik aan de nabestaanden, die zich in de euforie van het verdriet bevinden. Dat bestaat echt, het is alsof je via de dood de eeuwigheid aanraakt… Michal [zijn vrouw] en ik kijken elkaar aan en we weten wat een lange weg ze nog te wachten staat. We hebben het trouwens nog niet gehad over de gijzelaars [in Gaza], ik laat u niet weggaan zonder het daarover te hebben gehad. Het is een vorm van marteling die ik tot nu toe niet kende. Als ik denk aan wat ze moeten doorstaan, roept dat bij mij het beeld op van een schroevendraaier in een stopcontact. Ik begrijp niet waarom we niet tot een overeenkomst zijn gekomen om hen vrij te laten.

  • Thomas Piketty: ‘Zonder externe druk blijft vrede in Israël en Palestina een onmogelijke droom’

    Thomas Piketty: ‘Zonder externe druk blijft vrede in Israël en Palestina een onmogelijke droom’

    Volgens de Franse econoom en historicus Thomas Piketty zouden westerse landen krachtige sancties moeten invoeren. Alleen zo kan de tweestatenoplossing weer binnen handbereik komen.

    Laten we met een optimistische noot beginnen: zowel in Israël als in Palestina zijn er vredesbewegingen van burgers die met grote vasthoudendheid en verbeeldingskracht pleiten voor een vreedzame, democratische oplossing. Helaas vormen deze groepen een minderheid, en zonder krachtige steun van buitenaf leggen ze te weinig gewicht in de schaal. 

    Om de impasse te doorbreken moeten de Europese Unie en de VS, tezamen goed voor bijna 70 procent van de Israëlische export, hoognodig de daad bij het woord voegen. Als westerse regeringen de tweestatenoplossing werkelijk steunen, is het tijd om de Israëlische regering sancties op te leggen. Die regering vertrapt immers elk uitzicht op vrede openlijk door haar aanhoudende politiek van kolonisatie en repressie en door zich te verzetten tegen het bestaan van een Palestijnse staat.

    Concreet betekent dit dat de militaire hulp moet stoppen. Bovenal dienen de VS en Europa Benjamin Netanyahu en zijn medestanders in de portemonnee te raken met handels- en financiële sancties, net zolang tot ze een daadwerkelijke ontmoediging van het huidige beleid tot gevolg hebben. De academische boycot van universiteiten volstaat niet. Tegelijkertijd moeten Europa en de VS niet alleen sancties opleggen aan Israël maar ook aan Hamas en zijn externe bondgenoten, en tegelijkertijd representatieve en democratische Palestijnse organisaties wezenlijk versterken.

    Zo’n nauwe externe betrokkenheid, die westerse landen en een coalitie van zuidelijke landen kan samenbrengen, is vooral zo belangrijk omdat een tweestatenoplossing onhaalbaar is zonder een soort Israëlisch-Palestijnse Unie – vergelijkbaar met de Europese Unie – die beide staten omvat en een aantal fundamentele rechten waarborgt. De gebieden en volken zijn innig verweven, vanwege alle Joodse nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever, Palestijnen die in Israël werken en familiebanden hebben met Israëlische Arabieren en ook omdat de Palestijnse gebieden – de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever – niet aan elkaar grenzen. In de eerste plaats dient de Israëlisch-Palestijnse Unie vrij verkeer te garanderen, en basale sociale en politieke rechten te scheppen voor Israëli’s die in Palestina wonen of werken, evenals voor Palestijnen die in Israël wonen of werken. Een van de best uitgewerkte plannen in deze richting komt van de opmerkelijke Israëlisch-Palestijnse burgerbeweging A Land for All, die in het buitenland te vaak over het hoofd wordt gezien.

    Prijs

    Deze confederale structuur zou kunnen uitgroeien tot een werkelijke binationale Israëlisch-Palestijnse staat, die al zijn burgers gelijk behandelt, ongeacht afkomst, levensovertuiging en religie. Om dit proces op gang te brengen is zeer sterke druk van buitenaf essentieel, geschraagd door aanzienlijke financiële middelen (maar zeker behapbaar voor Europa en de VS) en een multinationale strijdmacht die het akkoord kan afdwingen en Hamas en andere extremistische groeperingen aan beide zijden kan ontwapenen. 

    Ja, ga d’r maar aan staan. Maar wat is het alternatief? Lijdzaam toezien tot er 40.000, 50.000, 100.000 Palestijnse burgers worden afgeslacht? De westerse passiviteit heeft een exorbitante morele en politieke prijs. Ze is vooral te wijten aan het navelstaren van Europese en Amerikaanse samenlevingen, die te zeer verstrikt zitten in hun eigen verdeeldheid om werkelijk geïnteresseerd te zijn in constructieve oplossingen voor Israël en Palestina. Natuurlijk speelt het traditionele antisemitisme, dat nooit is uitgedoofd, een rol. Elk moment kan het weer oplaaien door onwetendheid over en onbegrip van de ander. Iedere Jood beschuldigen van medeplichtigheid met Israëlische generaals is net zo dom als iedere moslim verdenken van medeplichtigheid met jihadisten.

    Nieuw is de beschamende uitbuiting van de strijd tegen antisemitisme. Bij rechts maar nu ook in het politieke midden worden pro-Palestijnse bundelingen van krachten onmiddellijk gebrandmerkt als antisemitisch – zelfs door beruchte antisemieten – en in verband gebracht met een denkbeeldige islamitisch-links gedachtegoed, zonder enige aandacht voor wat er werkelijk wordt gezegd en voorgesteld. In elk kamp bevinden zich provocateurs die bereid zijn met vuur te spelen. Helaas lijkt de angst voor (of zelfs haat jegens) de islam en de Europese moslims soms elke kalme reflectie in de weg te staan. En beschuldigingen van antisemitisme stellen ons in staat ons geweten te sussen en de ogen te sluiten voor alle bloedbaden.

    In de VS is de moslimminderheid kleiner dan in Europa, maar de politieke reflexen zijn hetzelfde, met daarbovenop een messiaanse, half-hallucinatoire beweging van evangelische christenen die Israël steunen. Omgekeerd is er nu een trans-Atlantisch bondgenootschap van Joodse studenten en seculiere Joden van alle leeftijden dat opkomt voor Palestijnse rechten. Zij zijn de belangrijkste reden voor hoop. Aan beide zijden van de Atlantische Oceaan verwerpen jonge mensen zowel de oude verdeeldheid als de nieuwe haat. Ze zien duidelijk dat wat in Israël-Palestina op het spel staat de mogelijkheid is om samen te leven, ongeacht onze oorsprong. Het is op deze hoop dat we de toekomst moeten bouwen.

  • Wat zij zeggen over de erkenning van de Palestijnse staat door Ierland, Spanje en Noorwegen

    Wat zij zeggen over de erkenning van de Palestijnse staat door Ierland, Spanje en Noorwegen

    Wat schrijven internationale commentatoren en opiniemakers over de erkenning van de Palestijnse staat door Ierland, Spanje en Noorwegen? ‘Idealiter had de tweestatenoplossing vóór de erkenning van de staat Palestina moeten komen.’

    Hoofdredactioneel commentaar

    The Irish Times

     ‘Hoewel Ierland in 1980 de eerste EU-lidstaat was die het idee van een Palestijnse staat onderschreef, heeft het lang geduurd om dit streven om te zetten in daadwerkelijke erkenning. De aankondiging van [premier] Micheál Martin in het Ierse parlement dat Ierland en verschillende EU-bondgenoten dit zullen doen, is een welkome en diplomatieke erkenning van de realiteit van Palestijns zelfbestuur op de Westelijke Jordaanoever, en een gepaste politieke vermaning voor Israël.’


    Hoofdredactioneel commentaar

    El Español

     ‘[Eerder] heeft El Español in twijfel getrokken of de houding van de [Spaanse] regering het resultaat is van een geopolitieke positie in plaats van electoraal opportunisme gericht op de Spaanse kiezers. (…) De invloed van Spanje in het Midden-Oosten is minimaal, zowel wat betreft Israël als de Arabische landen. (…) De erkenning van een Palestijnse staat zou worden gezien als een stimulans voor de uitroeiing van Israël door Iran en zijn proxy’s in de regio. Als een “prijs” zonder dat daar iets tegenover staat voor de slachting van 7 oktober.


    Francesca Basso – correspondent Brussel

    Corriere della Sera

    ‘De meeste EU-landen zijn voorstander van de “twee volkeren-twee staten”-oplossing. Maar de tegenstand van de Israëlische premier Netanyahu draagt bij aan de verdeeldheid binnen de Unie, die moeite heeft om met één stem te spreken als het gaat om Israël vanwege de verschillende gevoeligheden, zoals ook duidelijk werd na de verzoeken van het Internationaal Strafhof (ICC) om arrestatiebevelen uit te vaardigen tegen Netanyahu, zijn minister van Defensie Gallant en de belangrijkste leiders van Hamas.’


    Hoofdredactioneel commentaar

    Aftenposten

    ‘Het besluit is in overeenstemming met wat lange tijd het officiële standpunt van Noorwegen is geweest: dat de Palestijnen recht hebben op een eigen staat. Noorwegen gelooft ook dat er geen vrede in het Midden-Oosten kan zijn zonder een tweestatenoplossing. De premier gelooft dat erkenning de gematigde krachten in Palestina en Israël en degenen die zich inzetten voor een tweestatenoplossing versterkt. Maar idealiter had de tweestatenoplossing vóór de erkenning van de staat Palestina moeten komen.’

  • Slovenië is het volgende EU-land dat Palestijnse staat erkent

    Slovenië is het volgende EU-land dat Palestijnse staat erkent

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Streamingplatforms zoals Netflix moeten bijdragen aan Canadese fondsen voor content

    » Onderzoek: vrouwen presteren beter in cognitieve tests tijdens de menstruatie

    De oppositieleden verlieten tijdens het stemmen de zitting

    Twee weken na Spanje, Ierland en Noorwegen heeft ook het parlement van Slovenië de Palestijnse staat erkend. Dat meldt CNN. De parlementsleden keurden dinsdag de erkenning van de onafhankelijke staat goed en verwierpen daarmee een verzoek van de belangrijkste oppositiepartij om een referendum over de kwestie te houden.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Het besluit werd goedgekeurd tijdens een chaotische zes uur durende sessie, die meerdere keren werd onderbroken om procedurele redenen. De tekst over de erkenning van een Palestijnse staat werd goedgekeurd met 52 stemmen, met slechts één onthouding en geen stemmen tegen, omdat de oppositieleden de zitting verlieten.

    Dit ‘groeiende momentum in Europa’ ten gunste van een Palestijnse staat ‘zal waarschijnlijk de Palestijnse zaak wereldwijd versterken‘ maar kan de betrekkingen op het continent met Israël ‘verder onder druk zetten’, aldus CNN.

  • G7 roept Hamas op om door Biden gepresenteerde plan te steunen

    G7 roept Hamas op om door Biden gepresenteerde plan te steunen

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » X staat voortaan pornografische inhoud toe

    » Damdoorbraken door hevige regenval in Zuid-Duitsland

    De leiders van de Groep van Zeven (G7) staan volledig achter het wapenstilstandsplan

    De landen van de G7 kondigden maandag aan dat ze het door de Amerikaanse president Joe Biden gepresenteerde plan voor een staakt-het-vuren in de Gazastrook steunen en roepen Hamas op om dit plan te accepteren. Dat schrijft Al Jazeera.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    ‘Wij, de leiders van de Groep van Zeven (G7), staan volledig achter’ het wapenstilstandsplan ‘dat zou leiden tot een onmiddellijk staakt-het-vuren in Gaza, de vrijlating van alle gijzelaars, een aanzienlijke en aanhoudende toename van humanitaire hulp voor distributie in heel Gaza, en een blijvend einde van de crisis, waarbij de veiligheidsbelangen van Israël en de veiligheid van de Gazaanse burgers gewaarborgd worden,’ luidde de verklaring.

    ‘We roepen Hamas op om deze overeenkomst te aanvaarden, waar Israël klaar voor is, en we dringen er bij de landen met invloed op Hamas op aan om te helpen garanderen dat Hamas dit doet,’ vervolgde de verklaring.

    De G7-landen zijn de Verenigde Staten, Canada, Japan, Frankrijk, Duitsland, Italië en Spanje.

  • Spanje, Noorwegen en Ierland erkennen de staat Palestina

    Spanje, Noorwegen en Ierland erkennen de staat Palestina

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Israël zet offensief in Rafah voort na dodelijke luchtaanval

    » Parlement Georgië schuift presidentieel veto omstreden wet opzij

    Israël heeft woedend gereageerd op de erkenning

    Spanje, Ierland en Noorwegen hebben dinsdag officieel de Palestijnse staat erkend. Dat meldt The Times of Israel. De erkenning leidde tot een woedende reactie van Israël, dat zich steeds meer isoleert vanwege de mogelijke genocide in Gaza. De stap betekent dat 146 van de 193 lidstaten van de Verenigde Naties nu een Palestijnse staat erkennen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De regeringen in Madrid, Dublin en Oslo zeiden dat ze met hun erkenning de inspanningen om een staakt-het-vuren te bereiken in Gaza wilden versnellen. De drie landen zeggen te hopen dat hun besluit andere landen van de Europese Unie zal aansporen om hun voorbeeld te volgen.

    ‘Het is de enige manier om verder te komen in de richting van wat iedereen erkent als de enige mogelijke oplossing om een vreedzame toekomst te bereiken, een toekomst van een Palestijnse staat die zij aan zij leeft met de Israëlische staat’, zei de Spaanse premier Pedro Sanchez in een televisietoespraak. Spanje erkent een verenigde Palestijnse staat, inclusief de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever, onder de Palestijnse Nationale Autoriteit met Oost-Jeruzalem als hoofdstad, zei hij.

    Het Ierse ministerie van Buitenlandse Zaken zei vorige week dat het zijn vertegenwoordiging in Ramallah op de Westelijke Jordaanoever zou opwaarderen tot een ambassade, daar een ambassadeur zou benoemen en de status van de Palestijnse missie in Ierland zou opwaarderen tot een ambassade. Israël heeft het besluit herhaaldelijk veroordeeld en gezegd dat de landen Hamas steunen.

  • Hoofd Israëlische inlichtingendienst dient ontslag in

    Hoofd Israëlische inlichtingendienst dient ontslag in

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VK keurt wetsvoorstel om asielzoekers naar Rwanda te deporteren goed

    » EU dreigt TikTok Lite met verbod op reward-to-watch-functie

    Er wordt verwacht dat meer prominenten snel zullen aftreden

    Generaal Aharon Haliva, hoofd van de Israëlische inlichtingendienst, heeft zijn ontslag ingediend en neemt ‘de verantwoordelijkheid’ voor de Hamas-aanval van 7 oktober 2023 op zich. Dat meldt Ha’Aretz.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    ‘Naarmate de omvang van de ramp en de systematische tekortkomingen die leidden tot 7 oktober duidelijker werden, werd ook duidelijk dat geen van de betrokken hoge functionarissen nog langer in functie kon blijven’, schrijft het Israëlische dagblad.

    Na meer dan zes maanden van gevechten in Gaza is Haliva de eerste prominente figuur die aftreedt, maar Ha’Aretz voorspelt dat anderen snel zullen volgen. Benjamin Netanyahu is momenteel de enige die nog steeds weigert ‘enige verantwoordelijkheid te nemen’.

  • ‘Liefhebben is in Israël en Palestina een daad van verzet’

    ‘Liefhebben is in Israël en Palestina een daad van verzet’

    Salomé Parent-Rachdi deed twee jaar lang onderzoek naar romantische relaties in Israël en Palestina. Naar aanleiding van haar stripboek Amour, sexe et Terre promise interviewde Le Monde haar over hoe liefde en politiek er met elkaar zijn verweven.

    Journalist Salomé Parent-Rachdi deed twee jaar lang, van 2018 tot 2020, onderzoek in Israël en Palestina, met één vraag in haar achterhoofd: hoe houden mensen daar van elkaar? Het resultaat is een documentair stripboek, Amour, sexe et Terre promise, geïllustreerd door Zac Deloupy. Veertien intieme verhalen die zich afspelen in gebieden waar het gewicht van religie, het geweld van kolonisatie en obsessies met identiteit tot in de slaapkamer reiken.

    Van een ultraorthodoxe jood in Jeruzalem tot een Arabische lesbienne in Tel Aviv en de vrouw van een Palestijnse gevangene in Nablus op de Westelijke Jordaanoever, illustreren deze verhalen hoe moeilijk de liefde in Israël en Palestina kan zijn.

    De strip waar je sinds 2018 aan hebt gewerkt komt eindelijk uit, terwijl de oorlog tussen Israël en Hamas in volle gang is. Heb je getwijfeld of je hem zou publiceren?

    ‘Na 7 oktober en de represailles die daarop volgden in de Gazastrook, dacht ik aanvankelijk dat mijn onderwerp niet meer relevant was. Hoe kunnen we nog over liefde praten als de gebeurtenissen zo afschuwelijk zijn? Is het nog wel gepast? Uiteindelijk denk ik dat onze grote afschuw deels te maken heeft met het feit dat er een totale ontmenselijking van de ander plaatsvindt, vooral wanneer we berichten lezen over seksueel geweld gepleegd door Hamas of wanneer we Israëlische soldaten foto’s zien maken met de knuffels en het ondergoed van Palestijnse gezinnen in hun verwoeste huizen.

    Door middel van deze verhalen hoop ik, op mijn eigen bescheiden manier, bij te dragen aan het terugbrengen van die menselijkheid. Het is belangrijk om juist de persoonlijke en intieme  verhalen over te brengen.’

    In het boek is de liefde niet los te zien van een obsessie met identiteit.

    ‘Er is een veelheid aan heterogene groepen in het gebied, wat zorgt voor een behoorlijk explosieve cocktail van identiteiten: Sefardim uit de Maghreb, islamitische of christelijke Palestijnen, seculiere Oekraïense Joden die profiteren van de wet van Terugkeer [aangenomen in 1950, die het Israëlische staatsburgerschap verleent aan iedereen met ten minste één Joodse grootouder], ultraorthodoxen van Poolse afkomst, et cetera. Deze identiteiten gaan gepaard met een heleboel hardnekkige stereotypen (“Russisch-Joodse vrouwen zijn prostituees”, “Ik ben een verrader als ik als Palestijn met een Israëlisch-Joodse vrouw uitga”) die bepaalde liefdesverhalen in de weg staan. In feite is er niets vreemds aan om iemand in de eerste paar seconden van een afspraakje naar zijn of haar afkomst te vragen. Integendeel, je moet je identiteit snel laten gelden, ook op datingapps.

    ‘Als je openlijk toegeeft aan je verlangens betekent dat vaak dat je je gemeenschap van je vervreemdt’

    De strip opent met Lana, een blonde Israëlische Arabier met blauwe ogen die, voordat ze trouwde met een Palestijn, talloze afspraakjes had met Israëlische Joden en haar afkomst en religie verborgen hield. Lana groeide op in een vrij traditioneel moslimgezin, waar het verboden was om seks te hebben voor het huwelijk, al helemaal met Joden. Door toch seksuele relaties aan te gaan met de “aangewezen vijand” kon ze aspecten van haar seksualiteit ontdekken die ze met een man uit haar gemeenschap niet had kunnen verkennen. Voor veel jongeren bestaat er dissonantie tussen wat ze zouden willen ervaren en wat de groep waartoe ze behoren van hen verwacht.

    Dit zijn dingen die we allemaal op onze eigen manier ervaren, maar in deze gebieden, waar de geografische grenzen en de grenzen van de gemeenschap zo duidelijk zijn, is er nog meer moed nodig om zo’n grens te overschrijden. Als je openlijk toegeeft aan je verlangens betekent dat vaak dat je je gemeenschap van je vervreemdt. Avi, een ultraorthodoxe Jood, nam afstand van zijn familie, spijbelde van de religieuze school en knipte zijn peot af [de lange haarlokken die religieuze Joodse mannen dragen] om een relatie aan te gaan met een voormalige non die eveneens met haar gemeenschap gebroken had. Toen jonge orthodoxe mannen hem vroegen waarom hij niet langer religieus was, vertelde hij hen onder andere dat hij zijn eerste liefdesverhalen wilde beleven zonder meteen te moeten trouwen, dat hij ook wilde experimenteren met vreemden, iets wat onmogelijk zou zijn geweest als hij in zijn gemeenschap was gebleven.’

    Welk effect hebben religieuze taboes op de jongeren die je hebt ontmoet?

    ‘Op het moment dat het verlangen onderdrukt wordt, wordt het sterker. In de ultraorthodoxe Joodse gemeenschap is masturbatie bijvoorbeeld verboden om niet “tevergeefs zijn zaad te morsen”. Dit verbod wekte een sterk verlangen op bij Avi, die op internet de grenzen ging opzoeken. Toen hij een tiener was, waren vrouwen in pyjama’s voor hem het toppunt van opwinding.

    Hetzelfde geldt voor Mohammed, een jonge homoseksueel die opgroeide in Gaza en nu in ballingschap leeft om zijn seksualiteit te kunnen beleven zonder de dood te riskeren. Seksuele voorlichting heeft hij als twintigjarige in Gaza nauwelijks gehad. Maar ondanks de verboden wordt seksualiteit nog steeds beleefd. Homo’s in Gaza maken valse Instagram-accounts aan om mensen te ontmoeten. Maar de frustratie is groot. In de meest conservatieve omgevingen hebben jongeren zelfs geen enkel referentiepunt in liefde hebben en soms zelfs geen woordenschat om de emoties die ze voelen te beschrijven. Avi besefte bijvoorbeeld pas laat dat zijn liefde niet alleen aan God was voorbehouden. En hoe interpreteer je bijvoorbeeld lichaamstaal?’

    Je laat ook zien dat de kolonisatie van de Palestijnse gebieden van grote invloed is geweest op veel relaties. 

    ‘Een wijk aan de rand van Ramallah [op de Westelijke Jordaanoever] was een paar jaar geleden omgeven door amper bebouwde heuvels met parken. Jonge stellen kwamen daar vaak samen om zich terug te trekken. Nu zijn deze heuvels omringd door nederzettingen en kunnen koppels er niet meer naartoe. Dit is een voorbeeld van de gevolgen van de Israëlische bezetting van de Palestijnse gebieden. Datingapps zijn misschien de enige manier om deze afkalving van de ruimte tegen te gaan. Maar dan moet je wel zin hebben om te gaan daten.’ 

    ‘Het wordt automatisch als een statement gezien als je een kind op de wereld zet dat zowel Joods als islamitisch is’

    In deze gebieden zijn alle keuzes over liefde en intimiteit, inclusief het krijgen van een kind, politiek gemotiveerd. 

    ‘Het conflict heeft ook een demografische dimensie. Arabieren en Joden stellen zichzelf dezelfde vraag: welke gemeenschap zal uiteindelijk het grootst zijn? Ultraorthodoxe joden hebben gemiddeld zes kinderen per vrouw om de verloren generatie van de Shoah in te halen. In Israëlische gevangenissen proberen de vrouwen van Palestijnse gevangenen op slinkse wijze zwanger te raken, zoals Fatiha in het stripverhaal. De Palestijnen noemen dit sumud, wat “onwankelbare volharding” betekent. Ook voor een gemengd stel is het krijgen van een kind een zeer politieke daad. Het wordt automatisch als een statement gezien als je een kind op de wereld zet dat zowel Joods als islamitisch is.’ 

    In 2015 waren slechts 23 van de 58.000 geregistreerde huwelijken in Israël, dat geen burgerlijke verbintenissen erkent, gemengde verbintenissen tussen een Jood en een Arabier. Wat betekent het om een gemengd koppel te zijn in dit land?

    ‘In Israël weigert de staat gemengde huwelijken te erkennen. Om te trouwen moeten stellen naar Cyprus, waar een van de partners zich bekeert tot het geloof van de ander. Alexandra, een Française die een relatie heeft met Marwan, een Palestijn [die een verblijfsstatus heeft in Jeruzalem maar niet het Israëlische staatsburgerschap], bekeerde zich tot de islam zodat ze in de Heilige Stad kon trouwen. Sommige mensen verlaten het Israëlische grondgebied of overwegen zelfs om uit elkaar te gaan om maar niet de enorme administratieve rompslomp te hoeven doorstaan voor het verkrijgen van een visum. Sinds 2022 eist Israël zelfs van buitenlanders die naar de Westelijke Jordaanoever of Oost-Jeruzalem verhuizen dat ze officieel aangeven of ze een relatie hebben met een Palestijn.

    Bovendien slagen steeds minder Palestijnen in Jeruzalem erin om hun status als inwoner van de Heilige Stad te behouden, waarmee het voor hun partner nog moeilijker wordt een visum te krijgen. Niet iedereen is bereid dat offer te maken.

    Toen ik in Jeruzalem aankwam, werd ik alom gewaarschuwd: “Word niet verliefd op een Palestijn!” Gemengde koppels moeten overal over nadenken, alles is heel politiek: de wijk waar ze wonen, de school, de naam van het kind. De taal die de gemengde koppels spreken – meestal Hebreeuws – zegt ook veel over de gewelddadige machtsstrijd die het land beheerst.’ 

  • David Grossman: ‘Thuis is een plek waar ik zorgeloos kan bestaan’

    David Grossman: ‘Thuis is een plek waar ik zorgeloos kan bestaan’

    De Israëlische auteur David Grossman associeert het woord ‘thuis’ met een warm gevoel van veiligheid, beschutting en saamhorigheid, met een plek ‘waarvan de grenzen door iedereen worden erkend’. Daarmee raakt hij misschien wel de kern van het conflict tussen Israël en Palestina.

    Terwijl de ochtend van 7 oktober steeds verder in het verleden verdwijnt, lijken de verschrikkingen ervan alleen maar toe te nemen. Steeds weer vertellen wij Israëli’s onszelf datgene wat deel is gaan uitmaken van de ontstaansgeschiedenis van onze identiteit en ons lot: hoe Hamas-terroristen de huizen van Israëli’s binnenvielen, zo’n twaalfhonderd mensen vermoordden, verkrachtten en ontvoerden en huizen plunderden en in brand staken. In die nachtmerrieachtige uren, voordat het Israëlische leger uit zijn schok ontwaakte, kregen de Israëli’s een wrange en concrete glimp te zien van wat er zou kunnen gebeuren als hun land niet alleen een rake klap zou krijgen, maar ook echt zou ophouden te bestaan. Als Israël er niet langer zou zijn.

    Ik heb gesproken met Joodse mensen die buiten Israël wonen en ze vertelden me dat het tijdens die uren voelde alsof hun fysieke én mentale bestaan in gevaar waren. Sterker nog: er was iets van hun levenskracht weggenomen, voor altijd. Sommigen verbaasden zich er zelfs over hoezeer ze Israël blijkbaar nodig hadden, als idee én als een concreet feit.

    Terwijl het leger begon terug te slaan, nam de burgermaatschappij al massaal deel aan reddings- en logistieke operaties, met vele duizenden burgers die zich vrijwillig aanmeldden om te doen wat de regering had kunnen doen als ze niet in zo’n lamlendige toestand verkeerde.

    Op het moment van publicatie zijn er volgens gegevens van het door Hamas geleide Gazaanse ministerie van Volksgezondheid sinds 7 oktober meer dan 30.000 Palestijnen gedood in de Gazastrook. Onder hen zijn veel kinderen, vrouwen en burgers, van wie velen geen lid waren van Hamas en geen rol speelden in de oorlogscyclus. ‘Niet-betrokken’, zoals Israël ze noemt in het conflictese, de taal waarmee naties in oorlog zichzelf misleiden om niet geconfronteerd te worden met de gevolgen van hun daden.

    De beroemde kabbalageleerde Gershom Scholem bedacht het gezegde: ‘Al het bloed vloeit naar de wond.’ Bijna vijf maanden na het bloedbad is dat hoe Israël zich voelt. De angst, de schok, de woede, het verdriet en de vernedering en wraakzucht, de mentale energie van een hele natie – dat alles stroomt nog altijd naar die wond toe, naar de afgrond waarin we nog steeds bezig zijn te vallen.

    We blijven maar denken aan de jonge meisjes en vrouwen, en ook de mannen, naar het schijnt, die verkracht werden door aanvallers uit Gaza, moordenaars die hun eigen misdaden filmden en live uitzonden voor de families van de slachtoffers, aan de baby’s die vermoord werden, aan de gezinnen die levend werden verbrand.

    Gijzelaars

    En dan de gijzelaars. Die Israëli’s die al 146 dagen in tunnels worden vastgehouden, sommigen mogelijk in kooien. Het zijn kinderen en ouderen, vrouwen en mannen, van wie sommigen ziek zijn en misschien sterven door een tekort aan zuurstof of medicijnen, en door uitzichtloosheid. Of misschien sterven ze omdat gewone mensen die worden blootgesteld aan het absolute, demonische kwaad vaak de aangeboren wil om te leven verliezen – de wil om te leven in een wereld waarin zulk kwaad en zulke wreedheid mogelijk zijn. Waarin mensen zoals die Hamas-terroristen leven.

    De enorme omvang van de gebeurtenissen van 7 oktober wist soms onze herinneringen aan wat eraan voorafging uit. En toch kwamen er zo’n negen maanden voor het bloedbad al alarmerende barsten in de Israëlische samenleving. De regering, met Benjamin Netanyahu aan het hoofd, probeerde er een reeks wetgevende stappen door te drukken die bedoeld waren om het gezag van het Hooggerechtshof ernstig te verzwakken en op die manier een dodelijke slag toe te brengen aan het democratische karakter van Israël.

    Honderdduizenden burgers gingen al die maanden elke week de straat op om te protesteren tegen het plan van de regering. De rechtervleugel van Israël steunde de regering. De natie raakte steeds verder gepolariseerd. Wat ooit een legitiem ideologisch argument was tussen rechts en links, was verworden tot een spektakel van diepe haat tussen de verschillende kampen. Het openbare debat was gewelddadig en giftig geworden. Er werd gesproken over een opsplitsing van het land in twee afzonderlijke volkeren. En de Israëli’s hadden het gevoel dat hun natie – hun thuis – schudde op haar grondvesten en dreigde in te storten.

    Voor wie in een land woont waar het concept ‘thuis’ vanzelfsprekend is, moet ik uitleggen dat ik, met mijn Israëlische bril, het woord ‘thuis’ associeer met een warm gevoel van veiligheid, beschutting en saamhorigheid. Thuis is een plek waar ik zorgeloos kan bestaan. En het is een plek waarvan de grenzen door iedereen worden erkend – in het bijzonder door mijn buren.

    Het land heeft nog geen idee hoe het een echte vesting moet zijn

    Maar dit alles wordt voor mij nog steeds overschaduwd door een verlangen naar iets wat nooit volledig is verwezenlijkt. Is ben ik bang. Het biedt veiligheid noch een zorgeloos bestaan en mijn buren koesteren vele twijfels omtrent en maken aanspraak op de kamers en de muren, en ze betwisten, in sommige gevallen zelfs het bestaan ervan. Op die vreselijke zwarte zaterdag bleek dat Israël niet alleen nog lang geen thuis is in de ware zin van het woord, het land heeft ook nog geen idee hoe het een echte vesting moet zijn.

    Toch zijn de Israëli’s terecht trots op de snelle en efficiënte manier waarop ze samenkomen om steun te bieden wanneer het land wordt bedreigd, of het nu gaat om een pandemie of een oorlog. Over de hele wereld stapten reservisten in het vliegtuig om zich bij hun collega’s te voegen die al waren opgeroepen. Ze gingen ‘ons thuis beschermen’, zoals ze vaak zeiden in interviews. Dit unieke verhaal had iets ontroerends: deze jonge mannen en vrouwen haastten zich uit alle hoeken van de wereld naar het front om hun ouders en grootouders te beschermen. En ze waren bereid om hun leven te geven. Net zo ontroerend was de eensgezindheid die heerste in de tenten van de soldaten, waar politieke meningen er niet toe deden. Het enige wat telde, was solidariteit en kameraadschap.

    Maar Israëli’s van mijn generatie, die al veel oorlogen hebben meegemaakt, vragen zich nu al af, zoals we altijd doen na een oorlog: waarom ontstaat deze eenheid alleen in tijden van crisis? Hoe komt het dat alleen bedreigingen en gevaren ons verbinden en het beste in ons naar boven brengen, en ons bovendien bevrijden van onze vreemde hang naar zelfvernietiging – naar het vernietigen van ons eigen thuis?

    Deze vragen leggen een pijnlijk inzicht bloot: de diepe wanhoop die de meeste Israëli’s na het bloedbad voelden, is misschien wel het gevolg van de toestand waarin de Joden opnieuw terecht zijn gekomen. Het is de toestand van een vervolgde, onbeschermde natie. Een natie die, ondanks haar enorme prestaties op zoveel gebieden, diep van binnen nog steeds een natie van vluchtelingen is die constant leven met het vooruitzicht dat ze zullen worden ontworteld, zelfs na bijna 76 jaar soevereiniteit. Het is nu duidelijker dan ooit dat we altijd zullen moeten waken over deze inneembare vesting, dit kwetsbare thuis. Wat ook duidelijk is geworden, is hoe diepgeworteld de haat jegens deze natie is.

    Mededogen

    Hieruit volgt nog een overweging aangaande deze twee gekwelde volkeren: het ontheemdingstrauma is fundamenteel en oeroud voor zowel Israëli’s als Palestijnen, en toch is geen van beide partijen in staat om de tragedie van de ander met een greintje begrip – laat staan mededogen – te bekijken.

    Als gevolg van de oorlog is er nog een beschamend fenomeen aan het licht gekomen: Israël is het enige land ter wereld waarvan men openlijk gezegd heeft dat het moet worden vernietigd.

    In demonstraties met honderdduizenden deelnemers, op de campussen van de meest gerespecteerde universiteiten, op sociale media en in moskeeën over de hele wereld wordt het bestaansrecht van Israël fanatiek betwist. Verstandige politieke commentaren die rekening houden met de complexiteit van de situatie maken als het over Israël gaat regelmatig plaats voor een retoriek van haat die alleen kan worden weggenomen – als dat al kan – door de vernietiging van de staat Israël. Toen Saddam Hoessein bijvoorbeeld duizenden Koerden vermoordde met chemische wapens, waren er geen oproepen om Irak te vernietigen en het land van de aardbodem weg te vagen. Alleen als het over Israël gaat, is het acceptabel om publiekelijk de eliminatie van een staat te eisen.

    Demonstranten, invloedrijke stemmen en gezagsdragers zouden zich moeten afvragen hoe het komt dat nou juist Israël deze afkeer opwekt. Waarom is Israël, als enige van de 195 landen op aarde, voor zijn bestaan als het ware afhankelijk van de goodwill van de andere naties op de wereld?

    Het is misselijkmakend om te bedenken dat deze moordzuchtige haat gericht is tegen een volk dat minder dan een eeuw geleden in feite bijna is uitgeroeid. Er is ook iets stuitends aan het kronkelige, cynische verband tussen de Joodse existentiële angst en de wens dat Israël ophoudt te bestaan, een wens die Iran, Hezbollah, Hamas en anderen openlijk hebben geuit. Het is verder onverdraaglijk dat bepaalde partijen proberen om het Israëlisch-Palestijnse conflict in een kolonialistisch kader te dwingen, terwijl ze moedwillig en hardnekkig vergeten dat Joden geen ander land hebben, in tegenstelling tot de Europese kolonialisten waarmee ze valselijk worden vergeleken, en daarbij verdoezelen dat Joden niet in het land Israël aankwamen als veroveraars, maar op zoek naar veiligheid; dat hun krachtige affiniteit met dit land bijna vierduizend jaar oud is; dat dit de plek is waar ze een natie vormden, een religie, een cultuur en een taal.

    Men kan zich het kwaadaardige plezier voorstellen waarmee tegenstanders de Joodse natie op haar zwakste plek treffen, namelijk haar gevoel een buitenstaander te zijn, haar existentiële eenzaamheid. Op dat punt kan Israël zich niet verweren. Vanwege deze zwakke plek maakt deze natie vaak noodlottige en destructieve fouten, niet alleen ten aanzien van haar vijanden, maar ook ten aanzien van zichzelf.

    Wie zullen wij zijn – Israëli’s en Palestijnen – als deze lange, wrede oorlog ten einde komt?

    Wie zullen wij zijn – Israëli’s en Palestijnen – als deze lange, wrede oorlog ten einde komt? Niet alleen zal de herinnering aan de wreedheden die we elkaar hebben aangedaan nog vele jaren tussen ons in staan, ook zal Hamas, zoals ons allemaal duidelijk is, zodra het de kans krijgt het doel verwezenlijken dat zwart op wit in zijn oorspronkelijke handvest staat: Israël vernietigen, vanuit een religieuze plicht.

    Hoe kunnen we dan een vredesverdrag tekenen met elkaar?

    En welke keuze hebben we nog?

    De Palestijnen zullen hun eigen rekening opmaken. Als Israëliër vraag ik me af wat voor soort mensen we zullen zijn als de oorlog voorbij is. Waar zullen we ons schuldig over voelen – als we moedig genoeg zijn om die gevoelens toe te laten – voor wat we onschuldige Palestijnen hebben aangedaan? Voor de duizenden kinderen die we hebben vermoord? Voor de gezinnen die we hebben vernietigd?

    En hoe zullen we leren – zonder nog eens verrast te worden – om een volwaardig leven te leiden op het scherp van de snede? Hoeveel mensen willen hun leven leiden en hun kinderen opvoeden op de grens van een nieuw conflict? Welke prijs betalen we voor een leven in voortdurende waakzaamheid en achterdocht, in voortdurende angst? Wie van ons zal besluiten dat hij niet het leven wil – of kan – leiden van een eeuwige soldaat, een Spartaan?

    Wie zal hier in Israël blijven? Zullen dat de extremen zijn, de meest fanatiek religieuze, nationalistische, racistische mensen? Zijn we gedoemd om verlamd toe te kijken hoe de moedige, creatieve, unieke Israëlische identiteit geleidelijk opgaat in de tragische wond van het Jodendom?

    Deze vragen zullen Israël waarschijnlijk nog jaren achtervolgen. Er bestaat echter de mogelijkheid dat er een radicaal andere realiteit zal opduiken om ze het hoofd te bieden. Misschien zal de erkenning dat deze oorlog niet gewonnen kan worden en dat we de bezetting niet eeuwig kunnen volhouden, beide partijen dwingen om een tweestatenoplossing te aanvaarden, die ondanks haar nadelen en risico’s (in de eerste plaats dat Hamas Palestina zal overnemen in een democratische verkiezing) nog steeds de enige haalbare is?

    Dit is ook het moment voor de staten die invloed op de twee partijen kunnen uitoefenen om die invloed aan te wenden. Dit is niet het moment voor kleingeestige politiek en cynische diplomatie. Dit is een zeldzaam moment, een schokgolf zoals die van 7 oktober heeft het vermogen de werkelijkheid opnieuw vorm te geven. Zien de landen met een belang in het conflict niet dat Israëli’s en Palestijnen niet langer in staat zijn zichzelf te redden?

    De komende maanden zullen bepalend zijn voor het lot van twee volkeren. We zullen zien of het conflict dat al meer dan een eeuw duurt, rijp is voor een redelijke, morele, menselijke oplossing.

    Hoe tragisch dat dit, als het al gebeurt, niet zal gebeuren op grond van hoop en enthousiasme, maar noodgedwongen wegens uitputting en wanhoop. Tegelijkertijd is dat de gemoedstoestand die vijanden er vaker toe brengt zich te verzoenen, en momenteel is die uitkomst het enige waarop we kunnen hopen. En dus zullen we het ermee moeten doen. Het lijkt erop dat we door de hel moesten gaan om op de plek te belanden vanwaar je, op een uitzonderlijk heldere dag, de rand van de hemel kunt ontwaren.

    Thuis in Palestina

    Ter nagedachtenis aan alle doden die er op en na 7 oktober zijn gevallen aan beide kanten van de grens met de Gazastrook, publiceerde Al Jazeera het gedicht ‘De oorlog zal eindigen’, vijftig jaar geleden geschreven door de beroemde Palestijnse dichter Mahmoud Darwish (1941-2007).

    De oorlog zal eindigen
    […]
    Ik weet niet wie ons vaderland heeft verkocht
    Maar ik zag wie de prijs heeft betaald.

    Zijn woorden, schrijft Al Jazeera, zijn altijd relevant gebleven en gaan sinds de slachting op die zwarte dag in oktober, de extreem gewelddadige verwoesting van Gaza en de toenemende Israëlische controle over de bezette Westelijke Jordaanoever de wereld over. Darwish, die de stem van het Palestijnse volk wordt genoemd, overspoelt sociale media met zijn poëzie over verlies, verlangen en ballingschap – zijn werk werd vertaald in 39 talen.

    Darwish werd geboren in Barweh, Akka – een stad die werd ingenomen tijdens de Nakba in 1948 en waarvan de overblijfselen werden opgenomen in Israël. Zijn familie sloot zich aan bij 750.000 andere Palestijnen die gedwongen werden in ballingschap te gaan; de familie Darwish kwam terecht in een vluchtelingenkamp in het naburige Libanon. Toen ze terug konden keren, was er niets meer over van hun huis en haard.

    Op zijn veertiende zou Darwish een gedicht hebben voorgelezen op school waarin een Palestijnse jongen zich richtte tegen een joodse leeftijdsgenoot.

    Jij kunt in de zon spelen als je wilt en je speelgoed hebben, maar ik niet.
    Jij hebt een huis, en ik heb er geen.
    […]
    Waarom kunnen we niet samen spelen?

    Darwish werkte samen met de Amerikaans-Palestijnse cultuurcriticus Edward Said aan de Palestijnse Verklaring van Onafhankelijkheid uit 1988, waarin de PLO haar steun uitsprak voor een tweestatenoplossing. Later bekritiseerden beiden de Oslo-akkoorden uit 1993, omdat ze vonden dat de Palestijnen het onderspit hadden gedolven. Darwish keerde in 1996 terug naar Palestina en vestigde zich in 1996 in Ramallah. Hij becommentarieerde de politieke factiestrijd tussen Fatah en Hamas, en verklaarde dat hun onderlinge gekibbel het nog onwaarschijnlijker maakte dat er ooit een Palestijnse staat zou komen.

  • In dit vluchtelingenkamp zijn generaties Palestijnen hun toekomst zijn kwijtgeraakt

    In dit vluchtelingenkamp zijn generaties Palestijnen hun toekomst zijn kwijtgeraakt

    Sinds in 1948 700.000 Palestijnen werden verdreven van hun land, leven velen in barre omstandigheden in vluchtelingenkampen zoals Shatila in Beiroet. Is dit de grimmige toekomst die de mensen in Gaza nu tegemoetgaan?

    Vorig jaar nam Kamal zijn oudste zoon Hassan mee naar een mensensmokkelaar. Kamal had een besluit genomen: hij moest en zou een manier vinden om zijn eenentwintigjarige zoon weg te krijgen uit vluchtelingenkamp Shatila in het zuiden van Beiroet, waar drie generaties van zijn familie hun hele leven hadden doorgebracht. ‘Ik wilde dat hij wegging, niet vanwege de financiële situatie – godzijdank gaat het goed met ons – maar ik stuurde hem weg om te ontsnappen aan het leven in dit kamp,’ vertelde Kamal me onlangs. ‘Er is hier geen toekomst voor de jongeren.’

    Kamal, een man van achter in de veertig met brede schouders, een hoekige kaak en donker krullend haar, is een redelijk welgestelde zakenman binnen de verarmde grenzen van Shatila. Hij heeft een kleine winkel waar hij mobiele telefoons en cosmetica verkoopt. Toch moest hij, om aan de 5000 dollar te komen die de smokkelaar eiste, een flink bedrag lenen en daarnaast al zijn spaargeld uitgeven. Kamal vertelt zijn verhaal gehaast, de zinnen buitelen over elkaar heen. Zijn gezicht is ingevallen en hij heeft donkere kringen rondom zijn ogen. Hij ziet er uitgeput uit.

    Claustrofobisch

    Hassan begon zijn reis naar Europa in mei 2023. Eerst vloog hij naar Caïro, daarna werd hij door de woestijn naar Libië gereden. Op dat moment belde Hassan zijn vader en vertelde hem dat hij en de andere migranten in een schuur werden vastgehouden, terwijl ze wachtten op de boot die hen naar de overkant van de Middellandse Zee zou brengen. ‘Ik belde de smokkelaar en zei dat hij mijn zoon naar een hotel moest brengen en dat ik extra zou betalen,’ herinnert Kamal zich. Na tien dagen in het hotel te hebben doorgebracht, laadde de smokkelaar de vluchtelingen in een vissersboot met Italië als bestemming.

    Terwijl we praten, zit Kamal met een paar vrienden, ongemakkelijk neergestreken op kleine plastic krukjes in een donker steegje zo smal dat elke keer als er een scooter voorbij raast, de mannen hun knieën tegen hun borst moeten optrekken en opzij moeten draaien. De zon schijnt boven Beiroet, maar er sijpelt weinig licht naar de plek waar Kamal zit. Er staan geen muren om vluchtelingenkamp Shatila heen. Geen prikkeldraad, wachttorens of controleposten, althans niet meer, die verhinderen dat mensen het kamp binnenkomen of verlaten. Maar een mix van draconische wetten, discriminatie en vooroordelen heeft ervoor gezorgd dat Shatila net zo claustrofobisch aanvoelt als elk kamp dat wél omringd wordt door hoge betonnen muren.

    Voor Kamal was de reis van zijn zoon de zoveelste episode in een vluchtelingensaga die bijna acht decennia geleden begon. Net als zijn ouders voor hem en zijn kinderen na hem, is Kamal een staatloze Palestijnse vluchteling wiens leven in elkaar is gestort in de steegjes van Shatila. Hetzelfde geldt voor de vrienden die bij hem zitten.

    Op de muren rondom deze mannen is de geschiedenis zichtbaar in de vorm van verflagen en graffitislogans. De gesjabloneerde afbeelding van de Rotskoepel en honderden portretten van oude leiders, van Yasser Arafat en de militanten uit de jaren zeventig met hun lange bakkebaarden, tot een jongere generatie strijders in gevechtstenue – allemaal gedood en gevierd als ‘helden en martelaren’ die door de volgende generatie nagevolgd moeten worden – tot de foto’s van Abu Ubaida, de huidige militaire woordvoerder van Hamas.

    In een tijd waarin extreemrechtse leden van de Israëlische regering openlijk oproepen om de bevolking van Gaza te verdrijven en naar buurlanden of verder weg te sturen, hoeven we ons niet eens voor te stellen hoe het leven zou zijn voor de meeste van deze Palestijnen die gedwongen in ballingschap moeten gaan. We weten het al. Deze verdrijving heeft al eens eerder plaatsgevonden. Om te zien hoe die grimmige toekomst eruit zou kunnen zien, hoef je alleen maar naar Shatila te kijken.

    In het begin vormden zich clusters van tenten, en soms hele kampen, rond traditionele leiders en dorpsoudsten

    De woorden ‘vluchtelingenkamp’ roepen het beeld op van een paar honderd tenten, een provisorische omgeving om een bevolking in nood in onder te brengen. Shatila is met zijn ruim veertienduizend inwoners – sommige schattingen lopen op tot dertigduizend – meer een kleine stad binnen een stad. Het staat hier al meer dan zeventig jaar. In de afgelopen tien jaar is de bevolking explosief gestegen. Syriërs die de burgeroorlog ontvluchtten, straatarme Libanezen, Ethiopiërs, Eritreeërs en arbeidsmigranten uit Bangladesh hebben allemaal onderdak gevonden in het kamp, dat nu een dichtbevolkte sloppenwijk is.

    Ingeklemd tussen een grote snelweg en een stadion, niet ver van het centrum van Beiroet, kan het kamp zich alleen maar verticaal uitbreiden. Nieuwe flats zijn precair op elkaar gestapeld, elke flat iets groter dan de flat eronder en samen vormen ze gebouwen met meerdere verdiepingen waarvan de ramen op de bovenste verdieping die aan de andere kant van de steeg kussen. Uit de balkons schieten trappen omhoog en er steken balken uit die onderdoorgangen creëren.

    Gedurende het grootste deel van de geschiedenis waren de Palestijnse inwoners van het kamp afgezonderd van de rest van Beiroet. Maar de recente economische ineenstorting in Libanon heeft ervoor gezorgd dat de stad nu voor de deur van Shatila ligt. De hoofdstraat met zijn kraampjes waar groente en fruit, schoenen, kleding en keukengerei worden verkocht, is goedkoper dan welke plek in Beiroet dan ook. Tijdens een recent bezoek leek het alsof elk beschikbaar hoekje tussen gebouwen op straatniveau was omgetoverd tot een kruidenierswinkel of een plek voor karretjes die snoep verkochten aan schoolkinderen, die schreeuwden en lachten terwijl ze zich tussen de brommers door manoeuvreerden, hun Unicef-schooltassen op hun schouders op en neer deindend.

    De oorsprong van het kamp gaat terug tot 1949, toen een groep Palestijnse vluchtelingen zijn tent opsloeg op een braakliggend terrein aan de rand van Beiroet. Binnen enkele weken hadden meer gezinnen, voornamelijk uit Galilea, zich hier gevestigd en het Internationale Comité van het Rode Kruis erkende het als een van de zeventig kampen voor de ongeveer honderdduizend Palestijnse vluchtelingen die naar Libanon waren gevlucht en door de dorpen in het zuiden waren getrokken, of per boot in Beiroet waren aangekomen.

    Een kleine minderheid van de nieuwkomers – die uit de middenklasse of met goede connecties – kreeg het Libanese staatsburgerschap aangeboden; de rest, waaronder arme boeren zoals Kamals grootvader, werd in kampen ondergebracht. Tegen die tijd was de staat Israël veilig in het grootste deel van historisch Palestina, nadat het de krakkemikkige Arabische legers – die zich verzetten tegen de oprichting van Israël – had verslagen en de verdrijving van meer dan zevenhonderdduizend mensen had voltooid met een exodus die bij de Arabieren bekend kwam te staan als de Nakba, oftewel de catastrofe. De beelden van de lange karavanen met mensen, verdreven uit hun voorouderlijke steden en dorpen door de opkomende Israëlische staat, marcherend naar hun bestemming als staatloze vluchtelingen, bepakt en bezakt terwijl ze de handen van kinderen vasthielden, zouden in het collectieve geheugen gegrift staan, niet alleen bij de Palestijnen, maar in de hele regio.

    In het begin vormden zich clusters van tenten, en soms hele kampen, rond traditionele leiders en dorpsoudsten. Voor zover de ontheemding en ballingschap dat toelieten, waren deze kampen een reproductie van de gemeenschappen thuis. Na verloop van tijd, toen deze vluchtelingenkampen zich uitbreidden, werden het getto’s en sloppenwijken. Hun voortbestaan getuigde van het historische onrecht dat hun inwoners was aangedaan. Toch werden de kampen als zodanig een opslagplaats van herinneringen die een Palestijnse nationale identiteit in ballingschap in stand hield en vereeuwigde.

    Onder controle

    Toen de eerste golf Palestijnse vluchtelingen arriveerde, vormden ze ongeveer 10 procent van de totale Libanese bevolking. Het Libanese politieke en veiligheidsapparaat vreesde dat de nieuwkomers het machtsevenwicht in de sektarische staat zouden verstoren en een gevaar zouden vormen voor de maronitische christelijke dominantie. De inlichtingendienst van het leger kreeg de opdracht om de vluchtelingenkampen ‘onder controle te houden’ door middel van strenge bewaking, intimidatie en repressie.

    Bijna twintig jaar lang leefden de meeste Palestijnse vluchtelingen in Libanon in armzalige krotten van stenen en houten planken, met zinken golfplaten en canvas daken. Aanvankelijk stonden sommige vluchtelingen wantrouwig tegenover elk permanent onderkomen dat gebouwd werd door het VN-agentschap voor Palestijnse vluchtelingen (UNRWA), omdat ze er vast van overtuigd waren dat hun ballingschap tijdelijk van aard was. Maar zelfs toen ze dit idee hadden opgegeven, verhinderden de Libanese autoriteiten dat cruciale bouwmaterialen zoals cement de kampen binnenkwamen. Ze wilden niet dat de vluchtelingen iets zouden bouwen wat de indruk kon wekken dat ze er permanent wilden blijven. Dit beleid was zogenaamd bedoeld om ‘de vluchtelingen aan te moedigen om terug te keren’ – alsof ze daar gewoon even voor konden kiezen. Ook legde Libanon strenge beperkingen op aan de basale arbeidsrechten van de vluchtelingen – en dat doet het nog steeds. Het enige beschikbare werk buiten de kampen was tijdelijk ongeschoold werk, waarbij uitbuiting schering en inslag was.

    In de jaren zestig – en vooral na 1967, toen Israël Egypte, Jordanië en Syrië versloeg in de zesdaagse oorlog – verschoof de strijd voor ‘de bevrijding van Palestina’ van de corrupte en ineffectieve Arabische regimes naar Palestijnse revolutionaire organisaties zoals Fatah en het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina.

    Deze facties, die ogenschijnlijk samenwerkten onder de paraplu van de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie, maar vaak onderlinge ruzies hadden en de bevelen uitvoerden van hun corrupte Arabische regimesponsors, vonden in een nieuwe generatie vluchtelingen die geboren waren in de sloppenwijken van de ballingschap – gemeden, veracht en afgezonderd van de samenleving om hen heen – gedreven jongeren die klaarstonden om het onrecht van de Nakba ongedaan te maken en die ernaar verlangden terug te keren naar een thuisland dat ze nooit hadden gezien.

    In de vluchtelingenkampen in Libanon vervingen deze facties de traditionele relaties door patronagenetwerken op basis van partijtrouw, en langzaamaan werden de Palestijnen – die misschien wel de minst sektarische van alle Arabische volkeren waren – meegezogen in het moeras van de sektarische Libanese politiek. Vanzelfsprekend sloten ze zich aan bij de linkse en voornamelijk islamitische partijen die de maronitisch-christelijke dominantie aanvochten.

    Suhaila kon haar eigen huis alleen nog herkennen aan een deel van de keukenmuur dat ze blauw had geverfd

    Ondertussen vonden de maronitische christelijke partij Phalange en andere rechtse christelijke organisaties een bondgenoot in de Israëli’s. In de Libanese burgeroorlog, die duurde van 1975 tot 1990, werden de Palestijnen gewoon een andere gewapende factie, zij het de sterkste. En het was in deze periode dat de naam Shatila – en het naburige Sabra – symbool kwam te staan voor een van de ergste wreedheden die tijdens de oorlog begaan zijn.

    Tijdens mijn bezoek aan Shatila in november vorig jaar ontmoette ik een vrouw, Suhaila, die zich nog levendig herinnerde wat er in september 1982 gebeurde: milities die verbonden waren aan de Phalange-partij raasden, onder het toeziend oog van hun Israëlische militaire bondgenoten, drie dagen lang door de steegjes van het kamp, waarbij ze honderden burgers afslachtten en verkrachtten, waaronder veel vrouwen en kinderen, terwijl de Israëlische soldaten stonden toe te kijken. (Tegen die tijd hadden Palestijnse strijders onder leiding van Yasser Arafat de stad verlaten, onder de voorwaarden van een door de VS gesponsorde deal die een einde maakte aan maandenlange Israëlische bombardementen op Beiroet). ‘We zaten thuis toen we mensen hoorden schreeuwen: “Ze zijn hier, ze zijn het kamp binnengekomen,”’ herinnert Suhaila zich, terwijl ze in haar kleine en opgeruimde woonkamer zit. Een geur van wasmiddel en verse Turkse koffie vult de kamer.

    ‘Mijn schoonmoeder, die bij ons logeerde, zei tegen mijn man dat hij eens een kijkje moest nemen om erachter te komen wat er aan de hand was. Het geschreeuw werd luider en ik volgde hem naar buiten. Ik zag een vrouw naar ons toe rennen en een kind achter zich aan slepen. Ze schreeuwde: “Ze hebben mijn man in een vat verbrand en zijn neef doodgeschoten.” Het kind schreeuwde en toen zag ik dat ze haar ingewanden in haar hand hield – haar buik was opengesneden.’

    Suhaila en haar familie vluchtten en vonden veiligheid in een aangrenzende wijk. Toen ze een paar dagen later terugkeerden naar het kamp, brachten journalisten en het Rode Kruis de omvang van het bloedbad aan het licht. ‘Toen ik terugkwam in ons huis zag ik messen op de vloer liggen. Ze waren schoon, maar ik werd hysterisch en begon te schreeuwen, ook al waren het gewoon onze keukenmessen,’ zei Suhaila lachend. Ze meldde zich aan bij het Rode Kruis en ging dagenlang van huis tot huis om lijken en ledematen te verzamelen.

    Ze schenkt koffie in en vervolgt haar oorlogsverhalen over bombardementen en belegeringen door de christenen, de sjiieten, de Syriërs en zelfs door andere Palestijnse facties. Ze lacht opnieuw en zegt dat al haar zonen en dochters in ondergrondse schuilkelders zijn geboren tijdens een of ander gevecht.

    Een van die gevechten vond plaats in 1986, aan het begin van een zes maanden durende belegering door sjiitische Amal-troepen op instigatie van hun Syrische meesters. Tijdens een zwaar bombardement werd Suhaila’s oudste zoon van negen aan stukken gereten door een artilleriegranaat. ‘We hebben geen graf voor hem, want hij is samen met anderen begraven in een massagraf, in de hoofdmoskee,’ zegt Suhaila. ‘Telkens als ik langs die moskee kom, houd ik de deur dicht en bid ik voor hem.’

    Tegen het einde van de belegering was bijna elk gebouw in Shatila met de grond gelijk gemaakt. Suhaila kon haar eigen huis alleen nog herkennen aan een deel van de keukenmuur dat ze blauw had geverfd.

    In de woonkamer zit een vriend van haar jongste zoon, die midden twintig is, te luisteren naar Suhaila die haar oorlogsherinneringen vertelde. Na afloop, beneden in het steegje voor het gebouw, buigt hij zijn hoofd, drukt zijn lange, borstelige baard tegen zijn borst en zegt op lage, bijna onhoorbare toon, alsof Suhaila hem vanuit haar appartement op de zesde verdieping kan horen: ‘De oude mensen hebben het altijd maar over de geschiedenis van de oorlog. Goed, ze hebben geleden, maar wat er nu in het kamp gebeurt, is erger dan welke oorlog ook. Jonge mannen sterven door drugs. Een hele generatie vergooit haar leven vanwege de verdovende middelen en de armoede.’ Hij heeft een magere en tengere lichaamsbouw en vermoeide ogen. Hij zegt dat hij zijn dagen verslijt met drie flutbaantjes en nog steeds niet rond kan komen.

    Hij steetk een sigaret op en om zijn verhaal kracht bij te zetten leidt hij ons door een doolhof van donkere steegjes, nauwelijks breed genoeg voor één persoon, en komt tot stilstand voor een winkel met een groot kaal raam. Een rij van een half dozijn waterpijpen omzoomt de deur als een erewacht. Binnen staan twee banken in een hoek en er hangt een groot tv-scherm aan de smoezelige muur ertegenover. Op de ene bank zitten drie tienerjongens, gekleed in het zwart, die er stoer proberen uit te zien. Op de andere zit een magere jongeman. Zijn gezicht is vaal in het felle neonlicht. De meeste van zijn tanden ontbreken en de rest is zwart en verrot. Hij zakt wat dieper weg in de versleten sofa, spreidt zijn twee uitgemergelde armen, leunt met zijn hoofd naar voren en zegt tegen me: ‘Ik ben drieëntwintig en heb al twee jaar in de gevangenis doorgebracht,’ alvorens er trots aan toe te voegen: ‘Mijn naam staat op de lijst van gezochte personen bij elk controlepunt van hier tot aan de Beqaa[-vallei].’

    De jongens, die tussen de dertien en zeventien jaar oud zijn, kijken met ontzag naar hem op.

    ‘We kunnen je hier in het kamp aan alle soorten drugs helpen, en ze zijn veel goedkoper dan in Beiroet,’ gaat de man verder: coke, MDMA, heroïne, hasj en allerlei soorten pillen. De duurdere soorten zijn voor de mensen die in de stad wonen. De arme kinderen in de kampen beperken zich tot de goedkopere en krachtigere synthetische middelen. ‘Wat kunnen we anders doen? Er is hier geen werk. Kijk naar die jongens – zodra ze het kamp verlaten worden ze lastiggevallen door het leger en de politie, dus we blijven hier gewoon zitten,’ vertelt de dealer me.

    Hij zegt dat hij maar een middelmatige dealer is en alleen zakendoet met vrienden en kennissen en dat dat meestal is om zijn eigen drugs te betalen. ‘Een vriend komt naar me toe, zegt dat-ie coke of hasj wil, ik geef het hem en ik krijg zelf een extraatje.’ Hij zegt dat hij ongeveer duizend dollar per week verdient. Zowel zijn kapitaal als zijn winst bedraagt vijfhonderd dollar, die hij dan verdeelde met een van de ‘facties’. ‘Ze nemen de helft van mijn winst als hun deel, 250 voor hen en 250 voor mij.’

    ‘Wie zijn dat?’ vraag ik.

    ‘De gewapende facties die het kamp regeren. Je moet met een factie samenwerken voor bescherming, het maakt niet uit welke. Zonder hun bescherming kun je hier geen zaken doen. En het zijn niet alleen de Palestijnen die hierbij betrokken zijn. De Libanese veiligheidstroepen zitten allemaal in deze business. Hoe denk je dat de drugs hier komen, helemaal vanuit de Beqaa of Syrië? Er staan tientallen controleposten langs de weg. We krijgen zelfs dingen geleverd via het vliegveld.’

    Oude strijd

    Hij legt zijn handelswaar naast zich neer: een paar plastic zakjes gevuld met wit poeder. ‘We hebben zo veel hasj als je wilt,’ zegt hij. Uit een zak aan de binnenkant van zijn jas haalt hij een klein papieren hoorntje. Hij opent het om een kleine hoeveelheid van een lichtgroene, kruidachtige drug met de naam salvia te onthullen en begint een joint te rollen. ‘Dat is wat we hier roken – het is goedkoop en zorgt ervoor dat je alles om je heen vergeet.’

    Niet ver van de winkel staan een paar mannen – veelal oud, met grijzende baarden, met munitiebanden strak om hun dikke buik en met oude kalasjnikovs in de hand – op wacht bij het hoofdkwartier van hun factie, dat versierd is met de vlag van de factie en de ooit zo verafgode martelaren. Gezamenlijk gaan deze facties over de veiligheid van de kampen, die buiten de jurisdictie van de Libanese staat vallen. Net als hun geweren zijn ze overblijfselen van de oude strijd. Tegenwoordig lijken ze uitsluitend te bestaan om beschermingsgeld te verzamelen.

    In Shatila zijn overal tekenen van ellende te zien. In een kleine kamer op de begane grond zit een rouwende, in het zwart geklede, oudere vrouw rechtop op haar bed naar een kale muur te staren. Een buurvrouw vertelt me dat haar enige zoon van vijfentwintig twee weken geleden is overleden. Hij had complicaties gekregen door een mislukte blindedarmoperatie, maar, zo werd mij verteld, geen enkel ziekenhuis wilde hem opnemen omdat hij en zijn moeder de operatie niet konden betalen. Vlakbij zit een andere vrouw in haar kleine kamertje dat al tjokvol staat met twee stapelbedden, waar een klein groepje kinderen onder dunne dekens ligt te bibberen. Het zijn de kinderen van haar zoon, die een paar jaar geleden door rebellen in Syrië is vermoord.

    Op de hoofdweg grazen twee koeien en een paar schapen tussen het afval, hun vacht zwart van het vuil, terwijl twee kleine kinderen rustig aan het spelen zijn met een klein stuk plastic speelgoed dat ze in een van de vuilniszakken hebben gevonden. In de verte gaat ook een man door het vuilnis, op zoek naar voedsel.

    Te midden van de neerslachtigheid en ellende in het kamp zijn er ook sprankjes hoop. In een kelder loopt een jonge vrouw met haar haar in een knotje tussen de rijen van twintig kinderen door om samen met hen hun huiswerk door te nemen. ‘De UNRWA-scholen zitten zo vol dat de kinderen geen goed onderwijs krijgen. Wij zijn hier vrijwilliger om hen te helpen studeren’, zegt ze, en ze voegt eraan toe dat ze in haar laatste jaar sociale wetenschappen aan de universiteit zit. ‘We hebben geen andere keuze dan te studeren.’

    In elke straat zijn de littekens van vroegere oorlogen te zien

    In elke straat zijn de littekens van vroegere oorlogen te zien – van de ontbrekende arm van de oude jager die tomaten verkoopt tot de gevels van gebouwen die door zwaar geweervuur zijn weggehakt. Deze littekens zijn nooit geheeld, en de trauma’s van de bewoners werden niet aangepakt, maar generatie na generatie alleen maar opnieuw aangewakkerd – meer wreedheden, meer onderdrukking en steeds weer nieuwe beelden van ‘martelaren’, boven op de oude. Deze nieuwe martelaren behoren tot een jongere generatie mannen, die niet gedood werden in de kampen of in de oorlogen van Libanon, maar op de Westelijke Jordaanoever, in Gaza en Israël.

    Naast een graffiti van de laatste woorden van de achttiendejarige Ibrahim al-Nabulsi, een strijder die twee jaar geleden in Nablus omkwam bij een Israëlische aanval – ‘Niemand mag zijn wapen neerleggen’ – gooit een groep jonge schoolkinderen hun schooltassen op de grond en gaat in de rij staan. Een van hen draagt grote militaire laarzen en een kakibroek en heeft zijn gezicht in een keffiyeh gewikkeld. Hij geeft een bevel en marcheert met zijn troep jonge jongens door de steeg. De tijd dat de kampen over aanzienlijke militaire kracht beschikten, is al lang voorbij. Maar onder de namen van de Hezbollah-strijders die gevallen zijn in de aanhoudende confrontaties langs de zuidelijke grens van Libanon met Israël, bevinden zich enkele Palestijnen die tot Hamas behoren, die uit de kampen zijn gerekruteerd. ‘Ze zijn getraind door Hezbollah en staan onder hun militair bevel,’ vertelde een Hamas-functionaris me in Beiroet.

    Er hingen ook andere foto’s van overleden jonge mannen rondom het kamp, maar dat waren niet degenen die waren gestorven in de strijd tegen Israël. Een paar foto’s hingen tussen de gebouwen te wapperen boven de groentekraampjes. Ze lieten de gezichten zien van degenen die de kampen waren ontvlucht om een nieuw leven te zoeken, maar verdronken toen hun boot zonk in de Middellandse Zee.

    Kamals zoon, Hassan, was een van deze mannen. Zijn laatste telefoontje naar zijn vader kwam in de nacht van 13 juni. Hij vertelde Kamal dat ze op de vissersboten werden geladen. De boot, die op weg was naar Italië, kapseisde in Griekse wateren. De Griekse kustwacht heeft tientallen opvarenden gered, maar negenenzeventig mannen en vrouwen kwamen om en nog veel meer worden vermist.

    Hassans lichaam is nooit gevonden, maar Kamal denkt dat hij nog ergens levend rondloopt. ‘Zijn vriend die bij hem was, vertelde me dat hij hem de hele nacht heeft zien zwemmen. Ik weet zeker dat hij ergens in Griekenland is. Zolang ik zijn lichaam niet zie, blijf ik geloven dat hij leeft en dat hij op een dag bij ons terug zal komen.’

    De smokkelaar, wiens boot kapseisde, runt nog steeds zijn bedrijf vanuit hetzelfde appartement in Beiroet.

    Sommige namen zijn veranderd.

  • Hoorzitting genocidezaak tegen Israël begint vandaag in Den Haag

    Hoorzitting genocidezaak tegen Israël begint vandaag in Den Haag

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Republikein Chris Christie staakt strijd tegen Donald Trump

    » NASA stelt de terugkeer van astronauten naar de maan uit tot 2026

    Zuid-Afrika heeft Israël voor het ICJ gedaagd

    Vandaag beginnen bij het Internationaal Gerechtshof (ICJ) twee dagen van openbare hoorzittingen in de genocidezaak van Zuid-Afrika tegen Israël. Palestijnen en sympathisanten hopen dat deze internationale rechtbank in Den Haag de verwoestende militaire campagne van Israël in Gaza een halt toeroept, aldus Al Jazeera.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Het is de eerste zaak voor het ICJ met betrekking tot de belegering van de Gazastrook, waar sinds 7 oktober meer dan 23.000 mensen zijn gedood, waaronder bijna 10.000 kinderen. Israël wordt beschuldigd van het plegen van genocide in strijd met de Genocideconventie van de VN uit 1948. Het massaal doden van burgers, vooral kinderen; de massale verdrijving en verplaatsing van Palestijnen en de vernietiging van hun huizen; de ophitsende verklaringen van verschillende Israëlische functionarissen waarin Palestijnen worden afgeschilderd als minderwaardige mensen die collectief moeten worden gestraft, tellen op tot genocide en tonen aan dat er opzet in het spel is, aldus Zuid-Afrika.

    Israël ontkent deze beschuldigingen en heeft beloofd zich te verdedigen. Het eerste deel van de zaak, dat vandaag begint, richt zich op een speciaal noodverzoek van Zuid-Afrika. Daarin wordt het ICJ gevraagd om het Israëlische leger dringend te bevelen Gaza te verlaten en om Israël te vragen de willekeurige bombardementen op burgers te stoppen.

    Een volledige uitspraak van het hof, waarin wordt bepaald of Israël genocide heeft gepleegd in Gaza, zal waarschijnlijk nog jaren op zich laten wachten, aldus Al Jazeera. Een zaak die Gambia in 2019 aanspande tegen Myanmar vanwege het militaire optreden tegen Rohingya-vluchtelingen is bijvoorbeeld nog steeds in behandeling, meer dan vier jaar nadat de zaak begon.

  • In het Midden-Oosten staat veel op het spel voor de Verenigde Staten

    In het Midden-Oosten staat veel op het spel voor de Verenigde Staten

    Hoe de Amerikaanse president Joe Biden zich gedraagt in de oorlog tussen Israël en Hamas is niet alleen bepalend voor de toekomst van het Midden-Oosten, maar ook voor die van de VS en voor het mondiale machtsevenwicht.

    Terwijl Israëlische soldaten en masse wachtten op het bevel om Gaza binnen te vallen, stuurde de Amerikaanse marine twee vliegdekschepen om Israël te ondersteunen. Deze moeten voorkomen dat Hezbollah en zijn sponsor Iran het in hun hoofd halen een tweede front te openen bij de Libanese grens. Geen ander land zou tot zoiets in staat zijn. De schepen zijn 200.000 ton zware staaltjes van Amerikaans machtsvertoon, op een moment dat in een groot deel van de wereld wordt gedacht dat de Amerikaanse macht tanende is.

    De komende maanden zal blijken of dat denkbeeld klopt. De inzet is moeilijk te overschatten. Op 20 oktober sprak president Joe Biden van ‘een buigpunt’. Hij waarschuwde dat het even belangrijk was om de terreur van Hamas een halt toe te roepen als de Russische agressie jegens Oekraïne. Over het Chinese dreigement om Taiwan binnen te vallen zweeg hij wijselijk. 

    Complexe en vijandige wereld

    Toch is de situatie nog gevaarlijker dan Biden doet voorkomen. Buiten hun landsgrenzen zien de Verenigde Staten zich geconfronteerd met een complexe en vijandige wereld. Voor het eerst sinds de jaren zeventig, toen de Sovjet-Unie begon te stagneren, stuiten de VS op serieuze, georganiseerde tegenstand, onder leiding van China. Binnenlands kampt het land met een ontwricht politiek systeem en een steeds isolationistischer opererende Republikeinse Partij. Dit moment is niet alleen bepalend voor de toekomst van Israël en het Midden-Oosten, maar ook voor die van Amerika en de wereld.

    De buitenlandse dreiging is drieledig. Allereerst is er de chaos die Iran in het Midden-Oosten creëert, en Rusland in Oekraïne. Agressie en instabiliteit stellen de politieke, financiële en militaire middelen van de VS zwaar op de proef. Als Rusland zijn gang kan gaan in Oekraïne, zal het conflict zich verder over Europa verspreiden. Door het bloedvergieten zouden mensen in het Midden-Oosten kunnen radicaliseren en zich tegen hun regering kunnen keren. Doordat Amerika in oorlogen verwikkeld raakt, wordt het een gemakkelijk doelwit voor beschuldigingen van oorlogshitserij en hypocrisie. Dit alles ondermijnt het idee van een wereldorde.

    Financiering

    Zowel voor- als tegenstanders betogen dat het een illusie is dat Hamas zal verdwijnen. Maar een van de dingen die aangepakt zou kunnen worden is de financiering van de organisatie. De Süddeutsche Zeitung spreekt haar verbazing uit over het feit dat de Duitse regering nu pas wil voorkomen dat overheidsgeld terechtkomt bij terroristen: ‘In de begroting voor 2024 staat dat federale fondsen niet mogen worden gebruikt “om terroristische activiteiten te financieren” en niet mogen worden toegekend aan partijen die terroristische organisaties steunen. Dat roept natuurlijk de vraag op: o, maar was dat tot nu toe dan wel het geval?’ Kennelijk. En dat terwijl ‘geld zuurstof is voor terrorisme’, aldus de voormalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell na de aanslagen van 9/11.

    Er gaan aanzienlijke bedragen van Iran en Qatar naar de Gazastrook en dus naar Hamas, en dat gebeurt blijkbaar al jaren met goedkeuring van de Israëlische regering. Volgens SZ meldde de Israëlische krant Ha’aretz in 2019 dat Qatar sinds 2012 ongeveer 1 miljard dollar aan Gaza heeft geschonken, met goedkeuring van Israël. En Majed Al-Ansari, adviseur en woordvoerder van de Qatarese minister van Buitenlandse Zaken, zei onlangs tegen de Duitse krant Die Welt: ‘Wij maken niets over naar Gaza. Al het geld dat we aan Gaza geven gaat naar Israëlische banken en wordt door de Israëli’s nagetrokken.’

    Een tweede dreiging is complexiteit. Een groep landen, waaronder India en Saoedi-Arabië, stelt zich steeds coöperatiever op maar jaagt tegelijkertijd fanatiek zijn eigenbelang na. Anders dan Iran en Rusland willen zulke landen geen chaos, maar ze zijn evenmin bereid naar het pijpen van Washington te dansen. En waarom zouden ze ook? Voor Amerika wordt het zo steeds moeilijker een supermacht te zijn. Neem bijvoorbeeld de Turkse spelletjes met het Zweedse NAVO-lidmaatschap, waaraan pas na zeventien maanden moeizaam touwtrekken een eind lijkt te zijn gekomen.

    De derde dreiging is de grootste. China koestert ambities om een alternatief te creëren voor de in mondiale instituties verankerde waarden. Het wil begrippen als democratie, vrijheid en mensenrechten aanpassen aan zijn eigen voorkeur voor ontwikkeling boven individuele vrijheid en nationale soevereiniteit boven universele waarden. China, Rusland en Iran hebben een losjes gecoördineerd samenwerkingsverband: Iran levert drones aan Rusland en olie aan China, Rusland en China hebben Hamas – een klant van Iran – diplomatieke dekking gegeven binnen de VN.

    Deze dreigingen worden verergerd door de politieke ontwikkelingen in de eigen hoofdstad Washington

    Deze dreigingen worden verergerd door de politieke ontwikkelingen in de eigen hoofdstad Washington. Republikeinse politici nemen op het gebied van handel en buitenlandse betrekkingen opnieuw hun toevlucht tot het isolationisme dat hun partij voor de Tweede Wereldoorlog omarmde. Dit gaat verder dan Donald Trump en roept de vraag op of Amerika nog als supermacht kan opereren als een van zijn partijen volstrekt lak heeft aan het idee van mondiale verantwoordelijkheden. Vergeet niet dat er Pearl Harbour voor nodig was om de VS in 1941 aan de oorlog te laten deelnemen.

    Om te zien hoe dit Amerikaanse belangen kan schaden, hoeven we alleen maar naar Oekraïne te kijken, dat Make America Great Again-Republikeinen niet langer van wapens en geld willen voorzien. Zelfs met de meest bekrompen vorm van eigenbelang valt zoiets niet te rijmen. De oorlog biedt Amerika de mogelijkheid om Vladimir Poetin uit te schakelen en te voorkomen dat China Taiwan binnenvalt zonder dat het zijn eigen troepen in gevaar brengt. Het aan zijn lot overlaten van Oekraïne, daarentegen, kan een Russische aanval op de NAVO uitlokken die veel meer Amerikaanse levens en middelen zou kosten en voor vriend en vijand een teken zou zijn dat de VS geen betrouwbare bondgenoot meer zijn. Als isolationistische Republikeinen het in de kwestie-Oekraïne laten afweten, is het maar de vraag hoe het met de VS zal aflopen bij een terugkeer van Trump in het Witte Huis.

    Hinderpalen

    Dit zijn enorme hinderpalen. Maar de Verenigde Staten beschikken tegelijkertijd ook over enorme krachten. Een ervan is hun militaire gewicht. Het land heeft niet alleen de twee voornoemde vliegdekschepen naar het Midden-Oosten gestuurd, maar levert ook wapens, gevoelige informatie en expertise aan Israël, net als aan Oekraïne. China heeft de begroting voor het Volksbevrijdingsleger in allerijl verhoogd, maar de VS hebben het afgelopen jaar net zo veel aan defensie uitgegeven als de tien navolgende militaire grootmachten samen, en de meeste daarvan kan het land tot zijn bondgenoten rekenen.

    Ook het economische gewicht van de VS is indrukwekkend. Met 5 procent van de wereldbevolking is het land goed voor een kwart van de economische wereldproductie, en dat aandeel is de afgelopen vier decennia onveranderd gebleven, ondanks de opmars van China. Deze krant maakt zich zorgen over de inefficiëntie en het sluipende protectionisme van het industriebeleid van Biden, maar we twijfelen niet aan de technologische spierkracht van de VS en de onderliggende dynamiek – vooral niet als je die afzet tegen China, waar het doel van economische groei steeds duidelijker ondergeschikt is gemaakt aan het maximaliseren van de invloed van de Communistische Partij.

    Misleidende informatie door sociale media

    Na de aanval van Hamas en tijdens de daaropvolgende Israëlische bombardementen op Gaza, werd op platforms als Facebook, X en YouTube een niet-aflatende stroom van desinformatie en ongewenste informatie verspreid, variërerend van wanstaltig tot misleidend.

    Hoogleraar Mediastudies Taylor Owen, oprichter van het Centre for Media, Technology and Democracy in Montreal, betoogt in een gesprek met het Canadese tijdschrift The Walrus dat dat het gevolg is van de wijze waarop sociale media zijn vormgeven. ‘De tools die we gebruiken om ons over de wereld te informeren en over de wereld te praten, creëren perverse prikkels,’ zegt hij. ‘De gebeurtenissen rond Gaza laten heel goed zien dat deze prikkels leiden tot onwenselijk gedrag. We zijn niet de beste versie van onszelf als we dit soort onlineplekken opzoeken om te gaan discussiëren.’

    Het zou heel goed kunnen dat sociale media daarmee hun eigen graf graven: ‘Als je mensen vraagt of ze vinden dat het gebruik van sociale media een beter begrip geeft van de wereld, zeggen ze steeds vaker dat ze er juist boos, ongedurig of onzeker van worden. Dat is vooral te zien op X, maar ook op YouTube: kijk daar eens in de nasleep van een gebeurtenis zoals de aanslag van Hamas, en wat zie je? Mensen die tegenover elkaar staan en ruziemaken, extremen die boven komen drijven door het systeem van algoritmen.

    Een andere onderschatte kracht van de Verenigde Staten is hun weer opgeleefde diplomatie. De oorlog in Oekraïne heeft de waarde van de NAVO bewezen. In Azië hebben de VS het trilaterale vredespact AUKUS in het leven geroepen en hun betrekkingen met tal van landen verstevigd, waaronder Japan, de Filipijnen en Zuid-Korea. In Foreign Affairs legde de Amerikaanse nationale veiligheidsadviseur Jake Sullivan onlangs uit hoe landen die hun eigenbelang najagen nog altijd essentiële partners kunnen zijn. Voorbeeld is India, dat een steeds grotere rol speelt in de Amerikaanse veiligheidsplannen voor Azië, ook al wil het land zich onder geen beding aansluiten bij enig bondgenootschap.

    Bejaarde supermacht

    Wat betekent dit alles voor de Verenigde Staten, die Israël stevig in hun armen sluiten om een oorlog op grotere schaal te voorkomen? Volgens sommigen wordt een bejaarde supermacht opnieuw het Midden-Oosten in gezogen, na bijna vijftien jaar lang te hebben geprobeerd daar weg te komen. Maar deze crisis is niet zo allesoverheersend als destijds de oorlogen in Afghanistan en Irak. En Bidens formulering is beter: dit is inderdaad een buigpunt, dat zal moeten uitwijzen of Amerika zich kan aanpassen aan een complexere en dreigender wereld.

    Het land heeft nog altijd veel te bieden, vooral als het zich samen met zijn bondgenoten inzet voor het verbeteren van de veiligheid en het openhouden van de handelslijnen. De Amerikaanse waarden, hoe onvolmaakt die ook tot uitdrukking worden gebracht, trekken nog steeds mensen van over de hele wereld aan, iets wat je van het Chinese communisme niet kunt zeggen. Als Biden erin slaagt de crisis in Gaza te bezweren, zou dat goed zijn voor de VS, goed voor het Midden-Oosten en goed voor de wereld. 

  • Dossier: Stop het geweld

    Dossier: Stop het geweld

    Elke oorlog is er één te veel en leed zou geen overtreffende trap moeten kennen; toch is de doodsangst en paniek bij kinderen het meest hartverscheurend. En is er een toekomstscenario te bedenken wanneer de wapens eindelijk zwijgen en de verwoestingen pas echt te overzien zijn?

    In het dossier Oorlog:

    1. Kind zijn in de oorlog: ‘Ik herinner me de stilte tussen de vallende granaten’
    2. Wie gaat Gaza straks besturen? 
    3. Wat staat er op het spel

  • Twee parlementsleden in VK ontslagen vanwege steun aan Palestina

    Twee parlementsleden in VK ontslagen vanwege steun aan Palestina

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » General Motors en Stellantis komen tot akkoord over verbetering salaris

    » Hooggerechtshof van Venezuela mengt zich in voorverkiezingen oppositie

    Zowel de Tories als Labour hebben iemand ontslagen

    Een Brits Conservatief parlementslid is maandag ontslagen als assistent van een minister nadat hij had opgeroepen tot een staakt-het-vuren in Israël en Gaza. Dat schrijft de BBC. Paul Bristow werd ontslagen als secretaris bij het ministerie van Wetenschap, Innovatie en Technologie nadat hij premier Rishi Sunak publiekelijk had opgeroepen om een gevechtspauze te steunen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Onschuldige Palestijnen ‘mogen niet lijden onder collectieve straffen voor de misdaden van Hamas,’ zei Bristow in zijn brief, die hij ook op Facebook zette. Op dezelfde dag schorste de Labourpartij Andy McDonald, het linkse parlementslid voor Middlesbrough, vanwege opmerkingen die hij in het weekend maakte bij een protestmars, waaronder de controversiële zin ‘from the river to the sea’.  

    In zijn toespraak zei McDonald: ‘We zullen niet rusten tot we gerechtigheid hebben. Totdat alle mensen, Israëli’s en Palestijnen, tussen de rivier en de zee in vreedzame vrijheid kunnen leven.’ Een woordvoerder van de partij noemt de opmerkingen ‘zeer beledigend’ en zegt dat McDonald geschorst is lopende een onderzoek.

    Lees ook:

  • Tienduizenden deelnemers aan pro-Palestina-betogingen in Europa

    Tienduizenden deelnemers aan pro-Palestina-betogingen in Europa

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Veroordelingen in Iran voor journalisten die zaak-Amini versloegen

    » Schrijver Salman Rushdie ontvangt prestigieuze Duitse vredesprijs

    Onder meer in Londen, Parijs en Rome werd gedemonstreerd

    In meerdere Europese steden zijn dit weekend massale demonstraties gehouden om aandacht te vragen voor de situatie in de Gazastrook. Onder meer in Londen, Parijs, Berlijn, Rome en Brussel werd door tienduizenden mensen geprotesteerd. Vrijwel al deze protestmarsen verliepen gemoedelijk en zonder incidenten.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De politie in Londen sprak volgens de BBC van ongeveer 100.000 mensen, die deelnamen aan een protestmars waarbij ze ‘Free Palestine’ scandeerden, spandoeken vasthielden en met Palestijnse vlaggen zwaaiden. De betoging eindigde op Downing Street, waar de officiële residentie van de Britse premier Rishi Sunak is gevestigd.

    Ondanks een demonstratieverbod van de Berlijnse politie trokken zaterdag enkele honderden pro-Palestijnse demonstranten ongehinderd door de straten van de Duitse hoofdstad. Tegelijkertijd verzamelden duizenden mensen in Berlijn zich bij een demonstratie om verzet tegen antisemitisme en steun voor Israël te tonen. In Parijs werd de eerste legale pro-Palestina-mars gehouden, nadat eerdere betogingen waren verboden door de autoriteiten.

    Lees ook: